Verslag van een commissiedebat, gehouden op 4 juni 2026, over Gasmarkt en leveringszekerheid
Brontekst
Versie a37a526a150a04b7 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 023Voorzienings- en leveringszekerheid energieNr. 722 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 29 juli 2026 De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei heeft op 4 juni 2026overleg gevoerd met mevrouw Van Veldhoven-van der Meer, Minister vanKlimaat en Groene Groei, over:–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.4 februari 2026 inzake twee onderzoeken met betrekking totde leveringszekerheid van elektriciteit (Kamerstuk 29 023, nr.627);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.27 maart 2026 inzake toetsingskader risicoregelingen voor deleningsfaciliteit ten behoeve van het vullen van de gasopsla-gen in het opslagjaar 2027–2028 (Kamerstuk 29 023, nr. 639);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.26 mei 2026 inzake verlenging subsidiemodule indirectekostencompensatie ETS (Kamerstuk 32 813, nr. 1562);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.28 mei 2026 inzake update gasleveringszekerheid Q2 2026(Kamerstuk 29 023, nr. 664).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,ZwinkelsDe griffier van de commissie,Nava kst-29023-722ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 7221 Voorzitter: ZwinkelsGriffier: TeskeAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Van den Berg, Flach,Heutink, Jumelet, Klos, Müller, Van Oosterhout en Zwinkels,en mevrouw Van Veldhoven-van der Meer, Minister van Klimaat enGroene Groei.Aanvang 13.03 uur.De voorzitter:Een goede middag allemaal. Welkom bij dit commissiedebat Gasmarkt enleveringszekerheid. Welkom ook aan de bewindspersoon, de Minister, demensen op de tribune, de mensen die kijken en de pers. Van hartewelkom. Welkom aan de woordvoerders, de Kamerleden.We gaan zo beginnen. Voordat we beginnen wil ik aan de leden vragen ofzij het de heer Heutink toestaan om deel te nemen aan dit commissie-debat, aangezien hij formeel geen lid is van deze commissie. Ik zie dat datop instemming kan rekenen. De heer Heutink heeft meteen ook eenbrutaal verzoek gedaan, namelijk om als tweede spreker het woord temogen voeren. Wat mij betreft is dat helemaal prima, ook omdat eenaantal mensen iets eerder moet vertrekken straks. Daar gaan we dus meeakkoord.U heeft allen straks vijf minuten spreektijd. We hebben kort het commis-siedebat van gisteren geëvalueerd. Dat ging allemaal uitstekend endaarom wil ik u eigenlijk toestaan om in totaal acht interrupties teplaatsen in de eerste termijn, zowel interrupties op elkaar als op deMinister, dus bij elkaar. Dan gaan we daarna met elkaar kijken hoe we detweede termijn aanvliegen. Dat was het wat mij betreft qua introductie.Ik geef het woord aan de heer Flach voor zijn inbreng.De heer Flach (SGP):Dank u wel, voorzitter. Wat een tijden! Zelfs ongedachte scenario’s kunnenwerkelijkheid worden. We moeten daarom met elkaar werken aan deweerbaarheid van onze energievoorziening, op korte termijn als het gaatom de geopolitieke storm waar we in zitten, maar ook op langere termijnals het gaat om de toenemende spanning in ons energiesysteem door deverduurzamingsslag die gemaakt wordt. Mijn vraag aan de Minister is ofzij vaart maakt met haar strategische gasvisie. Ik lees dat de Minister voorde zomer met de eerste uitkomsten van het traject naar een strategischgasbeleid komt. Wat houdt dat in? De tijd dringt. Gaat ze voor de zomer denoodzakelijke strategische keuzes maken?Energie-experts geven verschillende signalen af: enerzijds dat degasvoorziening kwetsbaar is, dat de gasvoorraden nodig zijn en dat deopslagen gevuld moeten worden, anderzijds dat er veel opslagcapaciteitis en dat de verplichte vulgraden een prijsopdrijvend effect hebben enbijdragen aan een negatieve spread, zodat bedrijven juist terughoudendzijn met de inkoop van gas. Het zou een dure verzekeringspremie zijn. Alsik het goed begrijp, is het verstandig om de gasmarkt zo veel mogelijk zijnwerk te laten doen en niet te verstoren met verplichte vulgraden, maarook om werk te maken van strategische voorraden die buiten de normalewerking van de markt achter de hand worden gehouden. Ik hoor graaghoe de Minister dit ziet en hoe zij dit oppakt. De SGP zou graag zien dat inieder geval een deel van het kussengas ingezet kan worden als strate-gische gasvoorraad. De Minister kijkt daarnaar en neemt dit mee in eenMKBA. Hebben we die tijd wel? Worden tegelijkertijd de voorbereidendestappen gezet om hiertoe over te gaan? Wordt dit idee ook voorgelegdaan andere Europese lidstaten?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 7222 De NAM wil af van de gasopslag bij Norg. Die is samen met Bergermeerechter een belangrijke pijler onder onze gasvoorraad. De ACM beoordeelthet verzoek. Vanuit het oogpunt van geopolitieke kwetsbaarheid kunnenwe deze opslag niet zomaar loslaten. In hoeverre kan EBN deze opslagovernemen en voor de strategische voorraad inzetten? Hoe zit het met dekosten van EBN voor het bijvullen van de gasopslagen? De Minister heefter geld voor gereserveerd, maar zij wil toewerken naar het omslaan vandeze kosten via de transporttarieven van GTS. Wat zou dat betekenen voorde aantrekkelijkheid van het aanlanden van gas? Dat wordt dan immersduurder.De heer Van den Berg (JA21):Ik hoor de heer Flach van de SGP spreken over het inzetten van degasopslagen die nu nog van de NAM zijn, wellicht als een strategischegasopslag. Betekent dat dan ook in de visie van de SGP dat we daarmeede seizoensopslagen verliezen en dat alles strategisch wordt of heb ik datverkeerd gehoord? Wij geloven erin dat je in die gasopslagen die we nuhebben zowel een seizoensbuffer kan hebben als strategische kussengas-reserves die je in tijden van crisis kan gebruiken. Ik ben benieuwd naar devisie van de heer Flach.De heer Flach (SGP):Dat klinkt zeker niet onredelijk. Wat ik gezegd heb, is dat we die opslagniet zomaar kunnen loslaten. Ik ben vooral benieuwd naar hoe dat in diestrategisch gasvisie tot uiting komt. We zullen dat soort keuzes inderdaadwel moeten maken, maar ik kan dit goed volgen.Voorzitter. Ik ga verder met een weerbare energievoorziening. Vanuit detopsector Energie is een serie aanbevelingen gedaan voor een meerweerbare energievoorziening. Zij pleiten onder meer voor een capaciteits-markt en het in de benen houden van kolencentrales. We zijn benieuwdhoe de Minister dit in het vat gaat gieten om de leveringszekerheid op deelektriciteitsmarkt te borgen.TenneT heeft aangegeven dat landelijk na 2032 de leveringszekerheid ingevaar komt. Onderzoek van TenneT, Stedin en Liander in de regioRotterdam laat echter zien dat hier vanaf 2028 al stroomuitval dreigt alsgascentrales dichtgaan. Hoe gaat de Minister dit tijdig voorkomen? Deexperts keken ook naar de fysieke kwetsbaarheid. Ze pleiten voor hetopsporen van kritieke schakels in het hele energienetwerk en extrabeveiliging daarvan, en voor een handmatig besturingssysteem alsterugvaloptie bij voorzieningen als tankstations. Hoe pakt de Minister ditop?Deze en andere experts pleiten voor een pas op de plaats bij de ontman-teling van de gasinfrastructuur in Groningen. De SGP is nog niet zover.Sowieso duurt die ontmanteling nog verschillende jaren en betekent hetmeer dan je op het eerste gezicht denkt, nog los van de ereschuld richtingGroningen. Tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat onze gasvoor-ziening kwetsbaar is en de geopolitieke situatie zeer ongewis. Neemt deMinister het in ieder geval als een van de opties mee in haar strategischegasvisie en de kosten-batenanalyse die hiervoor wordt gemaakt?Ik ga bijna afronden, voorzitter, maar ik wil het nog hebben over deEuropese Methaanverordening. Die vormt een bedreiging voor onzegaswinning. De eisen zijn dusdanig dat de kans groot is dat de winning opde Noordzee naar beneden geschroefd gaat worden. Dat kan toch niet debedoeling zijn, vanuit geopolitiek perspectief niet en ook niet vanuitklimaatperspectief? De CO2-footprint van Noordzeegas is juist veel beterdan die van lng. Hoe gaat de Minister zich inzetten voor versoepeling?En dan sluit ik helemaal af met de glastuinbouw, want die speelt met zijnwkk-capaciteit een belangrijke rol in de elektriciteitsvoorziening als hetgaat om balans en leveringszekerheid. Door de stapeling van lastenver-zwaringen staat deze rol echter onder grote druk. Ziet de Minister hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 7223 belang van de wkk-capaciteit in de glastuinbouw – we hebben het er aleens eerder over gehad – en hoe gaat zij afbouw daarvan voorkomen?Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. Dan krijgt de heer Heutink het woord.De heer Heutink (Groep Markuszower):Veel dank voor de coulance van de commissie. Ik zal mijn inbreng doen.Daarna moet ik naar een ander debat, maar mijn medewerker, zeg ik ookin de richting van de Minister, zal zeker de antwoorden met alle interessevolgen en ik daarna natuurlijk ook.Voorzitter. De gebeurtenissen in de wereld laten opnieuw zien hoekwetsbaar Nederland is als het gaat om energie. Een conflict opduizenden kilometers afstand is al voldoende om de gasprijs hier inNederland flink te laten stijgen, met alle gevolgen voor de Nederlandseportemonnee van dien. Juist daarom is het van belang dat onze gasop-slagen goed gevuld zijn. Op die manier kunnen we nog een beetje invloeduitoefenen op de energierekening. Ook de strategische voorraad isdaarvoor van belang. Daar kom ik zo meteen op terug.Laat ik vooropstellen dat mijn fractie absoluut het belang van eengoedgevulde gasopslag onderschrijft. Geen enkele Nederlander mag in dewinter een probleem met leveringszekerheid krijgen. We kunnen dus dekern van het plan om EBN werkkapitaal te verschaffen alleen maarsteunen. Echter, er zitten wel een aantal haken en ogen aan. Hoewel degasvoorraad op dit moment zorgwekkend laag is, veel lager ook dan inandere jaren, moeten we wel koste wat het kost zorgen voor voldoendevoorraad de komende winter, maar we blijven wel kritisch op hetkostenplaatje. Het is allemaal zo duur. De huidige prijs van gas is zoexorbitant hoog dat het voor EBN hoogstwaarschijnlijk onmogelijk is omde voorraad straks nog met winst te verkopen. Dan rijst een logischevraag: wie gaat uiteindelijk de rekening betalen? Want als de winsten bijde markt terechtkomen en de risico’s bij de Staat liggen, dan dreigtuiteindelijk de belastingbetaler de klappen op te vangen. Daarom willenwe van het kabinet weten hoe realistisch het is om die lening van 8miljard euro volgend jaar alweer door EBN terug te laten betalen. Gaat dieoverhaaste terugbetaling – daar lijkt het nu op – er niet alleen maar voorzorgen dat het gat in de begroting dus op het bordje van de belastingbe-taler terechtkomt? Laat me u herinneren: de belastingbetaler bij wie deenergierekening komend najaar mogelijk alweer met € 40 per maandstijgt. Het moet een keer ophouden, wat ons betreft.Uiteraard denken we graag met de Minister mee. Is het voor de toekomstniet verstandig om een aantal van die gasopslagen in Nederland uit demarkt te halen en te gebruiken als strategische gasopslag, vraag ik aan deMinister. Neem bijvoorbeeld Norg en Grijpskerk. Die zijn daar op ditmoment geschikt voor. Norg staat op dit moment zelfs nog helemaal leeg.Sinds GasTerra stopte met de handel in gas uit Groningen, is de voorraadleeg opgeleverd. Dat is precies de opgave waar het kabinet voor staat: hetzo goed en goedkoop mogelijk vullen van de lege voorraden.Voorzitter. Wij blijven erbij: Nederland heeft zichzelf onnodig kwetsbaargemaakt door de gaskraan in Groningen volledig dicht te draaien. Terwijlwe hier discussiëren over leningen, risico’s en dure import van gas, ligtonder onze eigen bodem nog altijd een van de grootste gasvoorraden vanEuropa. Daarom zeggen we tegen Minister: drill, Stientje, drill. Dat hebbenwe al eerder gedaan: maak het jezelf wat makkelijker en zorg datNederland weer grip krijgt op zijn eigen energievoorziening in plaats vanafhankelijk te zijn van de onstuimige wereld. Ook hier graag een reactieop.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 7224 Dank u. Volgens mij was u aan het einde gekomen van uw inbreng, maaru krijgt nog een interruptie van de heer Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Laat ik ermee beginnen dat het algemeen bekend is dat we bij JA21 bezigzijn met een initiatiefwet om Groningen aan te wijzen als een gasnoodre-serve. Die komt te zijner tijd naar de Kamer, maar ik wil hier welbenadrukken dat wij dat met de hoogste zorgvuldigheid hebbenbenaderd. Je moet ook respect hebben voor die omgeving. De heer Flachzei dat ook al: die ereschuld. Als ik dan hoor – ik wil het eigenlijk nietherhalen – «drill, Stientje, drill»... Is dat niet heel plat? Vindt meneerHeutink niet dat dat eigenlijk geen recht doet aan de zorgen en debelangen die er zijn in Groningen, zeker na alles wat er is gebeurd?De heer Heutink (Groep Markuszower):Het verschil tussen JA21 en onze club is dat JA21 de sleutels vastheeft,maar eigenlijk die sleutel niet daadwerkelijk durft om te draaien en deschat eruit te halen. Dat is het verschil tussen JA21 en ons. Wat er moetgebeuren, is het volgende. We moeten de Groningers zo ruimhartig en zovolledig compenseren als we beloofd hebben. Daar moeten we gewoonmee doorgaan. Daar is geld voor beschikbaar en daar moeten we gewoonmee doorgaan, net zo lang. Tegelijkertijd hebben we gewoon een groteopgave als het gaat om onze gasvoorraad. Dat betekent dat wij, als ervoldoende gas is in Nederland, dat gewoon voor eigen gebruik moetenkunnen winnen. JA21 durft de schat er niet uit te halen. Wij zeggen: haaldie schat eruit.De heer Van den Berg (JA21):Vindt u dit nou zelf niet een beetje een verkeerde voorstelling van zaken?Degene die hier nu spreekt, ikzelf, meneer Van den Berg, heeft juist hetinitiatief genomen om die gaswet te schrijven, dat werk te gaan doen. Datis in de afgelopen jaren niet gedaan. Dus als hier eigenlijk een beetje eensimpel frame wordt neergezet van de sleutels in handen hebben en desleutel in het slot steken ... Ik bedoel, wij hebben zelfs die sleutel gemaakten wij zorgen in ieder geval ook dat die op een slot gaat passen in plaatsvan dat we met een breekijzer ergens iemands huis gaan binnenstormen.Want dat is wat meneer Heutink hier voorstelt. Ik vind dat geen recht doenaan de situatie. Wij zijn zeker voor die leveringszekerheid, maar als je datzo doet, dan draagt dat gewoon niet bij aan de discussie die we hier in deKamer moeten hebben. Het zorgt alleen maar voor meer verwijdering. Ikzou eigenlijk willen oproepen: sluit u zich bij ons aan wat dat betreft. Dankunnen we met elkaar de juiste stappen zetten die wij nodig hebben voordie leveringszekerheid.De voorzitter:Het was een oproep, maar u mag nog even kort reageren of u zichmisschien daadwerkelijk wilt aansluiten.De heer Heutink (Groep Markuszower):Ik begrijp dat JA21 aan het vissen is naar wat complimenten voor hoeknap het wel niet is dat er een initiatiefwet is geschreven. Nou, hartstikkegoed dat dat gebeurt. Wij weten nog niet wat we met die initiatiefwetgaan doen. Iets is beter dan niets, zeggen wij altijd. Misschien is dit weliets, maar het is lang niet alles. Het is zeker niet alles. Het is toch eenvoorzichtige stap richting dat uiteindelijke doel, namelijk dat we die schater uit zouden moeten halen. Er ligt voor 500 miljard euro in de grond. Datgebruiken we gewoon niet. Dat laten we gewoon liggen. JA21 zegt «oké,we weten dat het er ligt, we kunnen het aanwijzen en, sterker nog, wijhebben de sleutels van al dat geld, van al dat gas» en het wordt nietgebruikt. Dat is jammer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 7225 De voorzitter:Dat punt heeft u gemaakt. U was aan het einde gekomen van uw inbreng.Ik zie geen andere interrupties. Blijf vooral. Maar als u naar een volgenddebat moet, dan bent u geëxcuseerd. Dan geef ik het woord aan de heerVan den Berg van JA21.De heer Van den Berg (JA21):Dank u wel, voorzitter. Voor JA21 staat vandaag één vraag centraal:kunnen huishoudens en bedrijven er komende winter op vertrouwen dater voldoende energie beschikbaar is tegen een betaalbare prijs? Deafgelopen jaren hebben ons geleerd dat leveringszekerheid geenvanzelfsprekendheid meer is, zoals blijkt uit de sabotage van de NordStreampijplijn en de afsluiting van de Straat van Hormuz.Tegelijkertijd is Nederland door het sluiten van het Groningse gasveldsteeds afhankelijker geworden van importstromen uit het buitenland. Dathoeft geen probleem te zijn zolang die aanvoer voldoende gespreid is, deinfrastructuur robuust is en er voldoende buffers zijn voor periodes vanschaarste. Maar juist daar maakt JA21 zich zorgen over. De vulgraden vande Nederlandse gasopslagen lopen minder snel op dan gewenst.Marktpartijen zijn logischerwijs terughoudend door de huidige marktom-standigheden en de relatief hoge prijzen. Tegelijkertijd weten we dat hetverplicht opleggen van hoge vuldoelen ook een prijsopdrijvend effect zalhebben.We zitten dus in een ongemakkelijke spagaat. We willen zekerheid, maarde instrumenten die die zekerheid moeten bieden, zullen de rekening voorburgers en bedrijven verder verhogen. Daarom wil JA21 van de Ministerweten hoe zij de ladder van leverings- en voorzieningszekerheid preciesvoor zich ziet. Welke stappen worden achtereenvolgens gezet wanneer deinternationale gasmarkt verder onder druk komt te staan? Welke instru-menten heeft Nederland voordat er sprake is van fysieke leveringste-korten? Hoe voorkomt het kabinet dat we pas ingrijpen wanneer de marktal in paniek is en de prijzen straks daadwerkelijk exploderen? Hoebeoordeelt de Minister op dit moment de risico’s voor de komendewinter? Kan de Minister garanderen dat Nederland in een nieuwegeopolitieke crisis zijn energiezekerheid voldoende op orde heeft en opbasis van welke scenario’s zegt zij dat?Voorzitter. Een tweede punt is onze importafhankelijkheid. JA21 vindt datNederland niet afhankelijk mag worden van een beperkt aantal leveran-ciers, contracten of aanvoerroutes. Diversificatie is geen luxe, maar eenharde voorwaarde voor leveringszekerheid. Nederland moet niet alleenkijken naar hoeveel gas er op papier beschikbaar is, maar ook naar devraag waar het vandaan komt en hoe kwetsbaar die routes zijn voorsabotage of verstoring. Daarom vraag ik de Minister welke aanvullendestappen het kabinet zet om de importcapaciteit verder te diversifiëren.Hoe robuust acht zij onze lng-capaciteit, onze verbindingen metbuurlanden en onze alternatieve aanvoerroutes? Is zij bereid periodiekinzichtelijk te maken hoe onze afhankelijkheid van afzonderlijke leveran-ciers en routes zich ontwikkelt, zodat de Kamer tijdig kan zien waarnieuwe kwetsbaarheden ontstaan en daarop kan handelen?Voor JA21 hoort daar ook de infrastructuur op de Noordzee bij. We willenserieus laten onderzoeken of een directe of verbeterde verbinding tussenNoorse gasaanvoerroutes en de Nederlandse offshore trunkline mogelijken zinvol is. Noorwegen is een betrouwbare partner. De Noordzee isstrategische energie-infrastructuur. Dan moeten we ook durven kijken ofonze fysieke infrastructuur past bij de geopolitieke werkelijkheid vanvandaag en morgen.Voorzitter. Een derde punt is de rol van de overheid zelf. De overheidprobeert via garanties, leningen en vulverplichtingen voldoendevoorraden veilig te stellen. Dat is begrijpelijk, maar we moeten ook eerlijkzijn over de kosten. Als marktpartijen onvoldoende prikkels hebben omTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 7226 voorraden tijdig te vullen of langjarige zekerheid te organiseren, dan moetde overheid niet pas op het allerlaatste moment dure noodmaatregelennemen. Een deel van de oplossing daarvoor is het sluiten van fysiekelangetermijncontracten met leveranciers van kritieke grondstoffen, zoalsgas en olie, maar ook aardmetalen en mineralen. Hoe ziet de Minister opdit moment de leveringszekerheid van deze kritieke grondstoffen? Zijn ervoor bepaalde grondstoffen al langetermijncontracten afgesloten? Ziet deMinister de meerwaarde in van langetermijncontracten voor kritiekegrondstoffen waarbij Nederland niet in zijn eigen vraag kan voorzien?Voorzitter. Tot slot de strategische reserves. Het ging er net al even over,aan beide kanten. JA21 vindt dat Nederland niet de fout mag maken omalle nationale noodopties definitief uit handen te geven. Gasopslagen,kussengas, noodvoorraden en binnenlandse reserves moeten wordenbekeken als onderdeel van één strategisch veiligheidsbeleid. Ik kijkdaarvoor ook naar de VVD en het CDA. Uiteindelijk gaan al deze zaken omeen verzekeringspremie. Als, zoals de Amerikanen zouden zeggen, the shithits the fan moeten we voorbereid zijn, met kritieke grondstoffen, met olieen met gas. Daarom kunnen wij het ons niet veroorloven om Groningenniet als noodreserve achter de hand te houden. En zoals u JA21 kent,werken wij dit uit met de hoogste zorgvuldigheid binnen een initiatief-wetsvoorstel. To be continued.Voorzitter. Nederland mag nooit meer verrast worden door een energie-crisis. Leveringszekerheid vraagt om realisme, voldoende reserves,langjarige contracten en een brede spreiding van aanvoerbronnen. Wijvan JA21 gaan voor economische weerbaarheid, betaalbare energie ennationale veiligheid. En dat is de juiste aanpak.Ik dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan komen we bij de heer Klos van D66.De heer Klos (D66):Dank, voorzitter. De energiemarkt kan niet meer als neutraal wordengezien. Trump is uit op energiedominantie. Poetin gebruikte zijn positieeerder al om Europeanen schrik aan te jagen en op kosten te jagen.Fossiel kan ook steeds minder als stabiel en helemaal niet als goedkoopworden beschouwd. De prijsschok van de vorige energiecrisis kostteNederland ten minste 10 miljard euro of zo’n € 1.000 per huishouden. Eenpaar jaar later zijn we in Europa na de plotselinge sluiting van de Straatvan Hormuz meer dan een kwart miljard euro per dag kwijt aan extrafossiele import.Het goede nieuws, om met de heer Bontenbal te spreken, is dat het echtanders kan. We kunnen uit de hoek waar de klappen vallen komen als wein sneltreinvaart overgaan op schone energie van eigen bodem. Hetminder goede nieuws is dat zelfs een sneltrein nog niet vandaag op zijnbestemming is. We zullen een aantal voorzieningen moeten treffen om dereis veilig en wel te doorstaan. Daar moeten we het vandaag over hebben.Voorzitter. Ten eerste de komende winter. De gasopslagen staan erslechtgevuld bij, slechter dan voorgaande jaren en slechter dan in anderelanden. Dat betekent dat er een grote opgave ligt, die niet per definitiedoor de markt of door Energie Beheer Nederland alleen kan wordenvoltooid. Welke consequenties trekt de Minister hieruit als de vuldoelen ingevaar zouden komen? Overweegt zij dan ook extra ingrepen? Enerzijdsgeeft de Europese Commissie ruimte om flexibeler om te gaan met deEuropese verplichtingen. Anderzijds hebben de experts voor Nederlandeen advies uitgebracht dat volgens het kabinet leidt tot een doelstellingvan 84%. Dat is hoger dan wat Europees wordt verwacht en ook hogerdan vorig jaar. Op basis van welke criteria zou dit doel eventueel nogkunnen worden herzien, zoals de Minister ook aankondigt in de brief? Hoezorgt het kabinet dat de leveringszekerheid daarmee niet in gevaar komt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 7227 Voorzitter. Ten tweede de gasleveringszekerheid in de eerstvolgende jaren.We debatteren wat dat betreft een beetje in een vacuüm. De voorstellenvan het kabinet voor de Wet bestrijden energieleveringscrisis, hetstrategisch gasbeleid en ook de capaciteitsmarkt moeten allemaal nogergens dit jaar gaan komen. De kern is evenwel dat we ons moetenvoorbereiden op verstoringen. Het ministerie heeft dit volgens deRekenkamer heel goed op orde voor het hoogspanningsnet. Maar toen wijhier in deze commissie in december vorig jaar vroegen wat de gevolgenzouden zijn als Trump dreigt met het afknijpen van lng, er een bom valt opde Noorse pijpleiding of de Straat van Hormuz dichtgaat, bleken daargeen scenario’s voor te liggen. Een van die drie is inmiddels werkelijkheid.Hoe staat het met de voorbereiding van die andere twee? Zal de Ministerhet advies overnemen van de experts om een strategische gasvoorraadaan te leggen van voldoende omvang en de kosten daarvan af te zettentegen de kosten van grootschalige verstoring? De Minister schrijft eenEuropese dialoog over strategische gasopslagen te willen starten, waarbijook kostendeling tussen lidstaten wordt betrokken. Dat klinkt heelverstandig. Kan de Minister concreet uitleggen wat voor haar het idealeeindbeeld is? Hoe worden de gezamenlijke Europese strategische reservesingekocht en vervolgens beheerd?Dan de structurele route naar leveringszekerheid: schone energie vaneigen bodem. Ik zie dat het kabinet hier met urgentie aan bouwt, nietalleen met de verdubbeling van wind op zee dit jaar, naar aanleiding vaneen motie die wij hier in de Kamer hebben ingediend, maar ook met hetversnellingspakket voor isolatie en elektrische auto’s van vorige maand.Hoe minder aardgas we nodig hebben, hoe minder dure pleisters wehoeven plakken. De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie presen-teerde daarom eerder al het Spoedplan voor minder aardgas, waarover deMinister volgens mij direct met hen in gesprek is gegaan. Welke maatre-gelen uit dat plan zou zij nu kunnen nemen voor de komende tijd? Hoekijkt de Minister bijvoorbeeld naar maatregelen die ook direct energiekunnen besparen en waar zij op korte termijn invloed op heeft, zoalsledverlichting in alle overheidsgebouwen en op alle wegen?Voorzitter. Het kan echt anders of het kan wel, net hoe je het wilt zeggen.Het is geen natuurfenomeen dat wij hier de sjeiks moeten subsidiëren ofons bedreigd moeten voelen door Poetin of Trump. We kunnen veelzelfstandiger en zelfverzekerder staan met schone energie van eigenbodem. Nederlanders weten dit en daarom installeren ze massaalzonnepanelen, kopen ze massaal elektrische auto’s en installeren zewarmtepompen. De sneltrein is uit de startblokken. Laten wij nu alleseinen op groen zetten. Nederland kan dit.Dank u wel.De voorzitter:Dat levert nog een interruptie op, denk ik, van mevrouw Van Oosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik hoor de heer Klos net zeggen dat we ons niet bedreigd moeten voelendoor Trump en dat we ons vooral als Europa standvastig moetenopstellen. Wat nu natuurlijk dreigt te gebeuren, is dat de Methaanveror-dening afgezwakt wordt onder druk van Trump, terwijl de Methaanveror-dening juist ontzettend belangrijk is voor leveringszekerheid, juistontzettend belangrijk is voor het klimaat. Is de heer Klos het met ons eensdat we als Europa onze rug recht moeten houden op dat vlak?De heer Klos (D66):Ja, en ik zal zeggen waarom ik dat vind. Ik denk dat het woord «leverings-zekerheid» daarvan de kern vormt. Als wij de taal van de macht nietspreken in Europa, als wij niet de macht gebruiken van onze consumen-tenmarkt van 450 miljoen Europeanen, die gezamenlijk hun wil kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 7228 opleggen aan de rest van de wereld in plaats van andersom, dan is hetsignaal aan de rest van de wereld ook dat er met ons te sollen valt en datje ons dus ook in de toekomst kan bedreigen. Ik vind dat dus een sterkargument om voor onze zaak te staan.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik ben heel blij om dat te horen en ik denk inderdaad ook dat de prece-dentwerking die daarvan uitgaat heel belangrijk is. Als we nu door deknieën gaan, gaan we dat waarschijnlijk ook doen op andere zaken. Het isdus heel belangrijk dat we hier de rug rechthouden. Kan ik er dan ook vanuitgaan dat D66 dinsdag onze motie om die Methaanverordening niet af tezwakken zal steunen?De heer Klos (D66):Ik zal ’m goed lezen, maar u heeft mijn argumentatie gehoord.Mevrouw Müller (VVD):Op basis daarvan ga ik toch even een interruptie plaatsen. Volgens mijhebben we gisteren uitgebreid stilgestaan bij de Methaanverordening.Daar was u trouwens niet bij, dus daar kunt u niks aan doen. We hebbener ook uitgebreid met de Minister over gesproken. Het is niet datNederland buigt voor Trump, zoals mevrouw Van Oosterhout het hierschetst. Het gaat erom dat de Methaanverordening zoals die nu is groteproblemen schetst voor onze leveringszekerheid, voor onze import, maarook voor onze eigen nationale productie. Gelukkig is de EuropeseCommissie bezig met een handreiking, want zij ziet dat deze verordeningheel veel problemen kan veroorzaken. Ze zijn dus bezig met eenhandreiking en daar is Nederland ook heel erg voor aan de bak in Europaen Brussel. Dat is heel erg goed en ik vind het daarom ook niet eerlijk omhet weg te zetten als een verzwakking. We gaan kijken hoe we ’m zokunnen maken dat het uitvoerbaar is en helpt om de gasproductieuiteindelijk schoner te maken, zodat er minder methaan vrijkomt. Maar wemoeten dat wel op een uitvoerbare manier doen, zodat de leveringsze-kerheid niet in het geding komt. Ik ga er toch eigenlijk van uit dat D66 dieinzet van de Minister in Brussel gewoon steunt.De heer Klos (D66):Volgens mij is uitvoerbaarheid inderdaad een heel goed principe, maar ikheb zojuist ook uitgelegd waarom ik denk dat de Europese Unie niet tezwak in haar schoenen moet gaan staan en waarom we deze aangenomenwetgeving ook moeten uitvoeren. We moeten niet het signaal geven datwij onze keutel intrekken als er aan de andere kant van de oceaan iemandbegint te kuchen. Ik begrijp dat de VVD zegt dat dat in dit geval niet zo isen dat de Europese Commissie alleen maar probeert om het handzaam temaken. Daar ben ik natuurlijk geen tegenstander van, want alle wetgevingmoet uitvoerbaar zijn. Maar volgens mij is dat het uitgangspunt van zowelhet kabinet als de Europese Commissie.Mevrouw Müller (VVD):Het is goed om te constateren dat de heer Klos deelt dat uitvoerbaarheiden leveringszekerheid in dezen heel erg belangrijk zijn. Ik zou verder ookweg willen blijven van het idee dat wij willen doen wat een of andereVS-ambassadeur roept. Zo zit het helemaal niet. Laten we daaromgewoon bij de feiten blijven. Wij hebben in Europa zelf grote problemengeconstateerd. We gaan zélf in Europa onze wetgeving aanpassen en wedoen dat niet omdat iemand anders wat zegt. Dat wil ik hier toch welscherp benoemd hebben.De voorzitter:Wil de heer Klos daar nog kort op reageren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 7229 De heer Klos (D66):Alleen maar door te zeggen dat ik denk dat alle drie de sprekers tot nu toeelkaar erin vinden dat het gaat om onze leveringszekerheid. Dat heeftzowel met uitvoerbare wetgeving te maken als met voorspelbaarheid vande Europese wetgeving. Daar gaat dit debat van vandaag dan ook over.Misschien tot slot, echte leveringszekerheid krijgen we door onzegasvraag te reduceren, door minder afhankelijk te zijn van de Amerikanenen door meer te investeren in schone energie. Ik hoop dat we dat samenkunnen doen. Ik weet ook zeker dat we dat samen doen, want dat is watwe doen met ons coalitieakkoord.De voorzitter:Mooi, u heeft volgens mij verbindende woorden gesproken. Het levertnog wel een interruptie op van de heer Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Ik heb met interesse naar het betoog van de heer Klos geluisterd. Ik vondhet ook wel mooi dat juist de heer Klos zich in de technische briefing overleveringszekerheid zo kwetsbaar opstelde. «Wat kunnen we nou beterdoen?» Complimenten daarvoor. Nu hoor ik zijn zorgen over de Methaan-verordening en dat hij zegt dat we niet per se naar de overkant van deoceaan moeten kijken. Maar die Methaanverordening heeft natuurlijk weleen wezenlijke impact op de binnenlandse gasproductie en op de kleinerevelden. De heer Klos zegt zelf dat die nog energie van eigen bodemopleveren, maar die zullen daar wel door geraakt worden. En dat is dusslecht voor Nederland. Dat moet hij volgens mij wel met mij eens zijn.Hoe gaan wij daar dan mee om? En nog even een kleine sidetwist: moetenwe daar dan ook niet veel meer de strategische reserves bij betrekken?Daar hoorde ik volgens mij ook een beetje een draai. Maar het gaat mijdus vooral om de Methaanverordening.De heer Klos (D66):Ik wil op beide punten wel ingaan. Ik begrijp niet waarom de Methaanver-ordening zo’n grote impact zou hebben op onze gasproductie op deNoordzee. De heer Flach zei dat, maar volgens mij klopt dat niet.De strategische reserves. Ik denk dat wij daar op zich nog wel redelijkdicht bij elkaar liggen, want wij omarmen beiden het principe dat je dienodig hebt. Ik hoop dat JA21 het daarom met mij eens is dat hetverstandig is om, zoals GTS suggereert en adviseert, dat niet alleen inNederland te doen. We zouden dat in Europees verband moeten doen,bijvoorbeeld met een groep lidstaten in Noordwest-Europa, maar wekunnen het ook met de Europese Unie doen. Ik sta er dus voor open omdaar beleid op te maken. Ik hoop wel dat we dat Europees kunnen blijvenbezien.De voorzitter:De heer Van den Berg zegt «absoluut» en daaruit begrijp ik dat JA21 hetmet u eens is. U bent aan het eind gekomen van uw betoog en dan gaanwe snel door met mevrouw Van Oosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Als we het vandaag over leveringszekerheidhebben, kunnen we niet om het Midden-Oosten heen. De oorlog daar laatonze geopolitieke kwetsbaarheid in volle omvang zien. Zolang weafhankelijk blijven van de import van fossiele brandstoffen uit instabieleregio’s blijft onze leveringszekerheid fragiel. Eén crisis in de Golf raaktdirect de Europese en Nederlandse energievoorziening. Dat is inmiddelsgeen hypothetisch risico meer, want dat is de realiteit van vandaag.Voor mijn partij is de conclusie helder: echte leveringszekerheid begint bijenergieonafhankelijkheid. Die bereiken we niet met ad hoc-maatregelen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72210 maar met regie en structurele versnelling van de energietransitie. Mijneerste vraag gaat dan ook over die regie. De Minister is bezig met eenupdate van het Nationaal Plan Energiesysteem. Is zij bereid omweerbaarheid en energieonafhankelijkheid als expliciete criteria mee tenemen in die herziening? Dat betekent niet alleen sturen op een bepaaldpercentage hernieuwbare energie in een bepaald jaar, maar ook concreetsturen op het afbouwen van ons gebruik van olie en gas. Dus niet alleeneen doel voor wat erbij komt, maar ook een doel voor wat eraf moet. Hoekijkt de Minister hiernaar?Concreet over lng. Na de energiecrisis van 2022 is geïnvesteerd in nieuwelng-terminals. Daarmee hebben we de ene afhankelijkheid ingeruild voorde andere, want ons gas komt nu in plaats van uit Rusland uit deVerenigde Staten. Wie de afgelopen maanden het nieuws heeft gevolgd,weet dat ook die relatie niet zonder geopolitieke risico’s is. Toch kwamdeze week het bericht dat de lng-terminal in de Eemshaven erwaarschijnlijk nog tot 2036 blijft liggen. Ik zou van de Minister willenweten wat haar exitstrategie is voor onze lng-infrastructuur. Welkecontracten lopen wanneer af? En is er een concreet afbouwpad of blijvenwe deze infrastructuur zo meteen stilzwijgend verlengen, omdat er geenalternatief klaarligt?De maatregelen. Het kabinet heeft een brief gestuurd over acties naaraanleiding van de situatie in het Midden-Oosten. Maar als het gaat omklimaat- en energiebeleid lees ik daarin vooral maatregelen die het kabinettoch al van plan was te nemen. Kan de Minister concreet aangeven wat zijnu daadwerkelijk versnelt? Want versnelling is precies wat nodig is. Wemoeten meer inzetten op energiebesparing, maar ook op het doorbrekenvan de stagnatie van wind en zon op land, het versnellen van de isolatie-aanpak en het vlottrekken van warmtenetten.Voorzitter. De onderzoeken naar leveringszekerheid en het capaciteitsme-chanisme staan vandaag op de agenda. Deze zijn door de vorige Ministernaar de Kamer gestuurd, maar nog niet voorzien van een kabinetsappre-ciatie. Wat gaat de Minister met deze onderzoeken doen? Ik ben benieuwdnaar haar appreciatie.Over de capaciteitsmarkt specifiek het volgende. Ik steun de ambitie vanhet kabinet om dit in te richten. Het advies luidt om een technologieneu-trale centrale capaciteitsmarkt in te richten. Maar technologieneutraliteit isniet per definitie klimaatneutraal en het risico is reëel dat een dergelijkemarkt investeringen in nieuwe gascentrales uitlokt, terwijl we tegelijkertijdproberen onze afhankelijkheid van gas af te bouwen. Dat is een contra-dictie die we niet kunnen negeren. Het is wat mij betreft dan ookessentieel dat de CO2-uitstoot als factor wordt meegewogen bij hetinrichten van de capaciteitsmarkt. Gaat de Minister dit doen? En hoe gaatde Minister voorkomen dat we via de voordeur leveringszekerheidinkopen, maar via de achterdeur een nieuwe fossiele lock-in creëren? Gaatze hierbij ook kijken naar Frankrijk en België, die dit al wel hebbenmeegenomen in de inrichting van hun capaciteitsmarkt?De voorzitter:Dank u wel. Voordat u verdergaat, krijgt u een vraag van mevrouw Müller.Mevrouw Müller (VVD):Ik ben wel een beetje op zoek naar hoe mevrouw Van Oosterhout dit voorzich ziet. Volgens mij richten we de capaciteitsmarkt in om ervoor tezorgen dat we het net kunnen verlichten. We doen dat door af en toe degascentrales aan te zetten om te voorkomen dat het net overvraagdwordt. Dat capaciteitsmechanisme wordt dus wel degelijk in het levengeroepen om ervoor te zorgen dat de gascentrales zo nu en dan aankunnen staan. Volgens mij is dat verstandig, omdat we beter een beetjeextra grijs op sommige momenten kunnen doen als we voor de rest welTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72211 over kunnen stappen op duurzame elektriciteit. Hoe ziet u dat dan preciesvoor zich?Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):De capaciteitsmarkt is natuurlijk bedoeld voor flexibiliteit en regelbaarvermogen. Het is niet expliciet bedoeld voor gascentrales. Wij denkendaarbij juist aan groene waterstof, batterijen en opslag. We vragen deMinister om CO2 ook expliciet mee te nemen, zoals ze dat in Frankrijk enBelgië ook hebben gedaan, zodat we niet een heel mechanisme optuigendat er onder de streep voor zorgt dat onze CO2-uitstoot toeneemt. We ziennamelijk natuurlijk ook dat we nog altijd de klimaatdoelen niet halen. Hetis dus wel belangrijk om dat mee te wegen, net zoals ze dat ook in anderelanden aan het doen zijn.Mevrouw Müller (VVD):Ik begrijp dat u vraagt om het in ieder geval mee te nemen. Daar kan ikmij iets bij voorstellen, maar tegelijkertijd zoek ik ook een klein beetje naarrealisme. Groene waterstof is nu nog niet zover. De batterijopslagen zijnook nog niet op het niveau dat we zouden willen hebben. Om denetcongestie te verlichten hebben we op de korte termijn die gascentraleswel degelijk nodig en het capaciteitsmechanisme speelt daarin een helebelangrijke rol. Maar ik heb verder geen vragen.De voorzitter:Geen vraag meer. Ik wil ook een beetje herhaling voorkomen. Misschiendat u nog kort wilt reageren, mevrouw Van Oosterhout, maar u kuntanders ook verder met uw inbreng.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Misschien zal ik dan kort reageren. Het uiteindelijke doel moet zijn omonze afhankelijkheid van gas af te bouwen. Het is belangrijk om dat meete nemen bij het inrichten van de capaciteitsmarkt.Tot slot, voorzitter. Gisteren spraken we in het debat over mijnbouw overde Europese Methaanverordening en later op de dag heb ik daar in hettweeminutendebat een motie over ingediend. Maar ik zou daar nu toch opterug willen komen. De Minister zei namelijk in de appreciatie van demotie dat afzwakking van de verordening niet aan de orde is, maar dat ersprake is van een handreiking. Die zou worden gedaan bij de herzieningvan de verordening. Dat vind ik nogal een gegoochel met woorden, wantdit laat ruimte om de verordening bij de herziening toch af te zwakken.Kan de Minister nu toezeggen dat ze bij de herziening gaat pleiten voorhet behoud van de huidige Methaanverordening?Ik kijk uit naar de antwoorden van de Minister.De voorzitter:Dank u. Dan komen we bij de heer Jumelet voor zijn inbreng.De heer Jumelet (CDA):Voorzitter, dank u wel. Ik mag hier spreken namens het CDA, maar ooknamens de ChristenUnie. De heer Grinwis is in de plenaire zaal aanwezigen daarom doe ik mijn bijdrage ook namens de ChristenUnie.Voorzitter. Als je een huis koopt of kunt gaan huren, is het veelal de regeldat de woning leeg wordt opgeleverd. Tenzij! Tenzij er afspraken wordengemaakt over spullen die overgenomen kunnen worden. Dat is praktischen vaak ook voordelig en efficiënt. Je spreekt met de verkopende partijdaarvoor een prijs af. We kennen allemaal wel voorbeelden daarvan.Voorzitter. De gasopslagen in Norg en Grijpskerk zijn april jongstledenleeg opgeleverd. Hierdoor is de nog aanwezige hoeveelheid gas nietbeschikbaar gebleven voor de Nederlandse gasvoorziening. Vanuit hetoogpunt van leveringszekerheid, waarover wij vandaag spreken, is dat opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72212 zijn zachtst gezegd moeilijk te begrijpen, niet in de laatste plaats omdathet al jaren bekend is dat GasTerra zou gaan stoppen. Daarom de vraag ofde Minister kan uitleggen waarom deze gasopslagen leeg zijn opgeleverd,terwijl er in eerdere jaren gas in de opslagen achterbleef. Is onderzocht ofhet Rijk het aanwezige werkgas in de opslagen had kunnen overnementen behoeve van de leveringszekerheid? Had het voor beide partijenvoordeliger kunnen zijn geweest daarover te onderhandelen? Waarom isdaar niet voor gekozen of waarom is dat niet gelukt? Ik vraag dat tegen deachtergrond van het gegeven dat de Nederlandse Staat effectief voor 50%aandeelhouder is van GasTerra. Tot slot op dit punt: kan de Ministertoelichten hoe ze kijkt naar de toekomst van de belangrijke gasopslagen,met name als het gaat om het eigendom daarvan?De vultaak van EBN. EBN zal via zijn vultaak in het kader van leveringsze-kerheid maximaal 80 terawattuur gas opslaan in Norg en Bergermeer.Naar verwachting is dat dit jaar duurder dan in eerdere jaren; er werd netal door collega’s over gesproken. Kan de Minister aangeven hoe zij samenmet EBN naar een balans zoekt tussen leveringszekerheid en zo laagmogelijke kosten voor de gasgebruikers? Bij welke kosten vindt zij de inzetvan EBN te duur? Wanneer is er wat haar betreft sprake van disbalans?Hoe weegt zij de kosten van de verzekering, in de vorm van een hogevulgraad van de gasopslagen, af tegen de daadwerkelijke risico’s dieontstaan bij lage gasvoorraden?Voorzitter. De lng-terminal. Voor het behoud van voldoendelng-importcapaciteit werken de Gasunie en Vopak aan het langeropenhouden van de EemsEnergyTerminal. Dat is belangrijk, omdatongeveer de helft van de Nederlandse gasimport uit lng bestaat. Hiervooris, weten we, wel snel een verlenging van de vergunning nodig, zodat determinal tot 2036 beschikbaar blijft. De Minister noemt dit vergunnings-traject echter «complex». Daarom mijn vraag of de Minister kan toelichtenwaar die complexiteit precies in zit en welke knelpunten er wellicht zijn.Kan zij aangeven hoe het Ministerie van EZK dit traject actief ondersteunt?Op welke termijn is de verlenging van de vergunning te verwachten enhoe zal zij de Kamer informeren over de voortgang?Voorzitter. De leveringszekerheid van elektriciteit en het capaciteitsmecha-nisme. Ook de risico’s voor de leveringszekerheid van elektriciteit nemenna 2030 toe. Daarom is het belangrijk om al op korte termijn keuzes temaken over de borging van voldoende regelbaar vermogen na 2030. Eencapaciteitsmechanisme kan daarbij een belangrijke rol spelen. Wat onsbetreft betrekken we daarbij ook de bestaande kolencentrales als diebijvoorbeeld door de inzet van biomassa aan de minimale CO2-eisenkunnen voldoen.Drie jaar geleden heeft het CDA met een actieplan al opgeroepen om debestaande locaties, die al beschikken over zware netwerkaansluitingen,maximaal te benutten voor de energietransitie. Ik hoor graag hoe deMinister kijkt naar de toekomst van de kolencentrales, en zeker ook naarde toekomst van die locaties. Ik heb daar een aantal vragen over, omprecies te zijn: een handvol, vijf dus.Is de Minister in gesprek met de exploitanten over de toekomst van dezecentrales en ook over deze locaties? Is de Minister bereid om bijvoorbeeldhet PBL onderzoek te laten doen naar de mogelijke rol van kolencentralesop biomassa in een toekomstig capaciteitsmechanisme en naar hunmogelijke bijdrage aan de leveringszekerheid na 2030? Hebben we goedin beeld wat de gevolgen voor de leveringszekerheid, de benodigdevervangende capaciteit en de maatschappelijke kosten zijn, indien deAmercentrale vervroegd moet sluiten door het wegvallen van de subsidievoor de bijstook met biomassa? Kan de Minister toelichten welkeuitgangspunten er worden gehanteerd bij de vormgeving van hetcapaciteitsmechanisme en hoe daarbij invulling wordt gegeven aan hetbeginsel van technologieneutraliteit? U telde mee, voorzitter, en nu komtdus mijn laatste vraag. Welke concrete ontwerpkeuzes worden overwogenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72213 om de deelname aan CO2-vrije technologieën, waaronder vraagrespons,batterijsystemen en andere vormen van energieopslag, te stimuleren?Voorzitter, tot zover. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dat waren er inderdaad vijf. De heer Klos heeft eeninterruptie.De heer Klos (D66):Ik heb maar één vraag aan de heer Jumelet. Ik snap best dat hij bepleit datje die aansluitingen of die locaties moet gebruiken om juist flexibiliteit televeren. Dat zullen we inderdaad nodig hebben in het systeem. Ik vraagme nog wel af of hij ook openstaat voor andere vormen van flexibiliteit,zoals batterijen, waterstof of gascentrales? Dus anders dan de kolencen-trales die hij expliciet noemt.De heer Jumelet (CDA):Jazeker. Dat is een belangrijk punt. U kent het CDA als een principieelpraktische partij, zeker als ik het woord mag voeren. Wat mij betreftmoeten we naar alle modaliteiten kijken, zeker als het gaat om het heleenergiesysteem. De voorbeelden die u noemt, waterstof en de gascen-trales wat langer in kunnen zetten, horen allemaal in dat hele verhaal, indat hele pakket en in ons narratief voor de toekomst. We zijn, denk ik, metelkaar aan de slag om die leveringszekerheid te borgen. Ik denk dat datgewoon het hele pallet is. Maar ik mag maar vijf minuten spreken,voorzitter!De voorzitter:Er komt toch een tweede interruptie.De heer Klos (D66):Dat principieel praktische waardeer ik inderdaad zeer aan de heerJumelet. Is het daarbij voor u ook van belang in welke mate van snelheidbepaalde technieken flexibiliteit kunnen leveren aan het net? Batterijenkunnen bijvoorbeeld heel snel ingeschakeld worden, net als gascentrales,maar kolencentrales zijn vrij log en langzaam. Het duurt best lang om zeop te starten en ze moeten bovendien vervolgens blijven draaien. Speeltdat een rol in uw overweging wat we moeten gaan gebruiken alsflexibiliteit?De heer Jumelet (CDA):Ik begon er gisteren in het tweeminutendebat ook over, want ik denk dathet goed is om juist bij het NPE met elkaar te spreken over wat wijs is. Wijhebben een technische briefing gehad. Daar werd net al even aangerefereerd en die briefing ging over leveringszekerheid. Ik heb heel goedgeluisterd naar de aanwezige deskundigen en zij hebben ons aangegevennaar het geheel te kijken in plaats van elke keer naar een deel van hettotaal van het verhaal. Ik denk dat we dan heel erg goed moeten kijkennaar wat je nu in kunt zetten, maar je moet dan ook zicht hebben op hettotale verhaal. Ik kan me voorstellen dat het een eerder kan dan het ander,maar laten we niks uitsluiten.De voorzitter:Helder, dank u wel. Ik zie geen interrupties meer en daarom gaan we nudoor naar de inbreng van mevrouw Müller. Aan u het woord, mevrouwMüller.Mevrouw Müller (VVD):Dank u wel, voorzitter. We debatteren vandaag over de gasmarkt enleveringszekerheid, maar eigenlijk debatteren we over onze nationale enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72214 Europese veiligheid. We hebben het al vaker tegen elkaar gezegd en het isvandaag ook weer genoemd: de oorlog in het Midden-Oosten en hetafsluiten van de Straat van Hormuz hebben laten zien hoe kwetsbaar weonszelf hebben gemaakt. Wat de VVD betreft moet het in deze commissievaker gaan over de harde wetten van leveringszekerheid. We moetenverduurzamen, maar dan wel op zo’n manier dat ons bedrijfsleven meekan komen én onze concurrentiepositie overeind blijft én we onzestrategische afhankelijkheid afbouwen.Voorzitter. De cijfers van vandaag zijn wat de VVD betreft alarmerend. Wehebben het al vaker gezegd, maar de cijfers nu, de actuele vullingsgraad,is volgens ons dashboard 16,9%. Vorig jaar was dat rond deze tijd 39%.Dat is een verschil van meer dan 20%. En vorig jaar werden de doelenmaar net gehaald. We lopen bovendien ook nog eens fors achter op hetEuropese gemiddelde. Commerciële partijen durven door de torenhogeprijzen niet in te kopen.De vragen aan de Minister zijn dan ook als volgt. Wat is haar concreteverwachting voor de komende vulperiode? Hoe verloopt de samen-werking met EBN om marktpartijen te stimuleren? Wat is het plan B vande Minister als het vullen door marktpartijen te langzaam blijft verlopendan wel uitblijft? De wettelijke vultaak van EBN is immers onvoldoendeom onze nationale vuldoelen te halen. Hoe voorkomt de Minister dat derekening voor de wettelijke vultaak van EBN uiteindelijk eenzijdig viatransporttarieven op het bordje van burgers en bedrijven terechtkomt? Ende laatste: hoe wordt tegelijkertijd voorkomen dat grootschalige gasin-kopen door de overheid onbedoeld leiden tot verdere stijging van degasprijs?Vroeger konden we dit soort schokken opvangen met hogere nationaleproductie. Gisteren bespraken we al hoe we de productie van de kleinevelden in Nederland kunnen verhogen. Maar vandaag wil ik nog een keerextra stilstaan bij onze strategische gasvoorraad. We pleiten daar al langervoor en dan met name voor de inzet van kussengas. De Minister verwijstin haar brief, die we vorige week vrijdag van haar ontvingen, naar de briefover het strategische gasbeleid, een brief die we voor de zomer zullenontvangen. Ze schrijft dat we met betrekking tot de strategischevoorraden de eerste uitkomsten van het traject kunnen verwachten. Daarspreekt wat mij betreft niet voldoende urgentie uit. Hoe groot acht deMinister de kans dat er nog deze winter een strategische reserve is? Ik benecht op zoek naar concrete acties van het kabinet.Voorzitter. Leveringszekerheid gaat over gas en elektriciteit, maar het zouook over olie en olieproducten moeten gaan. Volgens mij hebben we hetdaar te weinig over met elkaar. Het recente HCSS-rapport No Fuel, NoFight legt de vinger op de zere plek: de Europese Unie is in tijden vangrootschalig conflict niet in staat om tegelijkertijd aan de militaire vraagnaar brandstof te voldoen en de civiele economie draaiende te houden.Brandstof dreigt hiermee de achilleshiel van Defensie te worden. Zonderingrijpen is Europa tegen 2030 voor de helft afhankelijk van de import vanvliegtuigbrandstof en in 2040 voor bijna driekwart. Het idee dat we onzeveiligheid aan de grillen van de wereldmarkt kunnen uitbesteden, is eengevaarlijke illusie.Nederland heeft vijf olieraffinaderijen. Ze draaien nu op vol vermogen omde schaarste op te vangen, maar de sector heeft het zwaar. Wat de VVDbetreft moeten we deze vitale sector niet wegjagen met nationale koppenop Europees beleid, maar moeten we ervoor zorgen dat ze hier verduur-zamen. Daarom pleit de VVD ook voor een strategie voor raffinage omonze raffinaderijen in Nederland te behouden. Graag hoor ik hier eenreactie en reflectie op van de Minister. Ziet en deelt zij deze urgentie? Erwordt gewerkt aan een toekomstvisie voor brandstoffen en chemiegrond-stoffen. Wordt daarbij zowel de economische als de militaire veiligheidscherp voor ogen gehouden? Zit het Ministerie van Defensie hier ook bijaan tafel? Kan de Minister toezeggen dat uit deze toekomstvisie ook eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72215 strategie voor het behoud van onze raffinaderijen volgt? Afgelopen weekkregen we van de Minister een update over de verlenging van de IKC.Voor de VVD is het goed nieuws dat het kabinet de subsidieronde dit jaarwil openen en daarbij de IKC-richtsnoeren van de Europese Commissieoverneemt. Ik ga er dus van uit dat dat ook geldt voor de raffinagesector.Klopt dat, vraag ik via de voorzitter aan de Minister.Tot slot. Ik sluit me aan bij de wijze woorden van de collega naast mij: omde leveringszekerheid te garanderen, hebben we regelbaar vermogen enbaseload nodig. Kolencentrales mogen vanaf 2030 niet meer op kolendraaien. Als we de kolencentrales vanaf 2030 helemaal sluiten zonder datwe zorgen voor een realistische regelbare tussenoplossing, kan dat leidentot grote problemen op het elektriciteitsnet. We jagen netcongestie aan enverliezen stabiliteit op het net. Biomassa kan een tussenoplossingvormen, mits we een lock-in voorkomen. Samen met CCS biedt hetkansen voor negatieve emissies. Is de Minister in gesprek met de sectorom tot een oplossing te komen? Als politiek zouden we moeten willenvoorkomen dat we er in 2029 achter komen dat we in 2026 scherpe keuzeshadden moeten maken. Daar vraagt deze tijd namelijk wel om. Ik kijk uitnaar de beantwoording.Dank u wel.De voorzitter:Helemaal goed, dank u wel. Dat levert nog een interruptie op van de heerVan den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Laat ik beginnen met zeggen dat ik het natuurlijk fijn vind dat de VVDonderschrijft dat we aan onze veiligheid moeten denken, ook op hetgebied van olie, gas en strategische voorraden. Ik zag ook het opiniestukvan mevrouw Müller in BNR, dat daarop inging. Dat is hartstikke goed,maar ik zag daarin ook een zin waarin stond dat we moeten stoppen metde industrie het land uit jagen door onmogelijke regels, dwang en drang.Ik weet ook dat er een voorstel aankomt voor het verplicht bijmengen vanhernieuwbare waterstof. Dat is natuurlijk juist weer een extra verplichtingvoor de raffinage-industrie waar mevrouw Müller het over heeft. Hoe rijmtzij die twee dingen met elkaar?Mevrouw Müller (VVD):Het wetsvoorstel is natuurlijk onlangs naar de Kamer gestuurd. Wij gaanons daar heel goed over laten informeren. Dat staat voorop. Tegelijkertijdis het natuurlijk ook een uitdaging om de hernieuwbarewaterstofmarkt opgang te brengen. Dit soort verplichtingen zouden daar ook een rol inkunnen spelen. Wij gaan de wet dus heel goed bestuderen. We gaan eentechnische briefing en een rondetafel houden, zoals we dat netjes doen bijwetten, om er een oordeel over te vormen.De voorzitter:Dit wordt uw zesde interruptie.De heer Van den Berg (JA21):Ik heb het bijgehouden, voorzitter, dank. Helder. Er wordt om een strategiegevraagd bij de Minister. Waar gaat dat concreet toe leiden? Ik denk datwe allebei niet willen dat we zo meteen in een oorlog komen, waarin wegeen pang-pangscenario hebben maar een «ik kan geen brandstof in mijnjachtvliegtuig krijgen»-scenario. Dat zou wel heel lullig zijn. Hoe gaat diestrategie dat nou concreet voorkomen? Hoe zorgen we er volgens de VVDvoor dat we hier echt stappen in gaan zetten? Ik ben eigenlijk van meningdat deze stappen in de afgelopen, laten we zeggen, twintig jaar al langondernomen hadden moeten worden. Dat is tot nu toe uitgebleven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72216 Mevrouw Müller (VVD):Ik ben het dus deels met de heer Van den Berg eens. Europa heeft sinds2009 20% van de raffinagecapaciteit verloren. Als we zo doorgaan, gaatdat echt nog veel meer worden. Ik denk dat het echt onverstandig is alswij ons voor onze eigen brandstoffen afhankelijk maken van alles buitenEuropa. Ik denk dat een deel van de strategie is om te kijken wat we nouminimaal nodig hebben, hoe we ervoor zorgen dat we dat in ieder gevalbehouden in Europa en hoe we ervoor kunnen zorgen dat deze sector hierblijft en tegelijkertijd ook stappen kan zetten richting verduurzaming.De voorzitter:Ik wilde «saved by the bell» zeggen, maar u was gewoon klaar. U heeft hetdus hartstikke netjes gedaan. U heeft wel nog een interruptie vanmevrouw Van Oosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Dan wil ik toch nog even terug naar de Methaanverordening. Die is voormij natuurlijk ontzettend belangrijk voor het klimaat, maar die is ookontzettend belangrijk voor de leveringszekerheid. Ik weet dat dat voormevrouw Müller ook heel erg belangrijk is. We verspillen jaarlijks meermethaan dan er door de Straat van Hormuz gaat: 112 miljard kubiekemeter gas wordt nu verspild. Als mevrouw Müller leveringszekerheiddaadwerkelijk belangrijk vindt, dan is het toch juist heel erg belangrijk datwe die Methaanverordening, die al jaren gepland staat, doorgang latenvinden en niet verder afzwakken?Mevrouw Müller (VVD):Nee, wat mij betreft is het heel erg belangrijk dat we voorkomen dat westraks geen gas kunnen importeren en dat we de helft van onze eigennationale gasproductie niet meer kunnen doen, omdat het niet voldoetaan de regels. Ik wil dus dat we kijken naar een uitvoerbare Methaanveror-dening. Als we kijken naar onze nationale productie, zien we dat we diemet meer dan 90% naar beneden hebben gehaald. Ik heb het dan overmethaanreductie. We doen het in Nederland dus al hartstikke, hartstikke,hartstikke schoon. Ik zou dus eigenlijk willen zeggen – we hebben het daargisteren in het debat al een beetje over gehad – dat nationale productieeen stuk schoner is dan importeren uit Amerika, zoals we dat nu doen. Ikbegrijp dus eerlijk gezegd niet helemaal waar de vraag vandaan komt.Bent u het niet gewoon met mij eens dat we voor de leveringszekerheidde uitvoerbaarheid op orde moeten hebben?De voorzitter:We moeten even oppassen dat we niet onderling heel veel vragen over enweer gaan stellen. Ik zou u willen vragen om een interruptie zonder enigeherhaling te plaatsen.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Als we kijken naar hoeveel bedrijven nu al voldoen aan de Methaanveror-dening, dan is dat al meer dan genoeg om aan onze vraag te voldoen. Defossiele lobby is nu een beetje het rampscenario aan het verspreiden datwe straks een enorm tekort zouden hebben. Er zijn al meer dan genoegbedrijven die voor de komende jaren voldoen aan die verordening. Het isdus niet zo dat we straks enorme tekorten hebben. Ik vraag me dan toch afwaar mevrouw Müller dat vandaan haalt.Mevrouw Müller (VVD):Ik ben natuurlijk niet de enige die dat ergens vandaan haalt. De EuropeseCommissie ziet zelf in dat de Methaanverordening zoals die er nu ligt nietuitvoerbaar is en aangepast dient te worden. Zij maken daarvoor eenhandreiking.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72217 De voorzitter:Ik denk dat we het hier even bij moeten laten. Dank jullie wel. Dank aanallen voor de eerste termijn. Ik kijk opzij naar de Minister, die straksnatuurlijk gaat zorgen voor de beantwoording. Er zijn veel vragen aan deMinister gesteld, dus ik heb begrepen dat we daar toch eventjes eenhalfuur voor pakken. Dan zie ik iedereen terug om 14.28 uur. Laten we datdoen. De vergadering is geschorst. Ik verwacht u stipt om 14.28 uur terug.De vergadering wordt van 13.56 uur tot 14.32 uur geschorst.De voorzitter:Goedemiddag. Welkom terug bij dit commissiedebat. We gaan startenmet de beantwoording in de eerste termijn door de Minister. We zijn tochietsje later gestart dan gedacht, maar we zijn wel weer compleet. Dat ishet belangrijkste. Ik ga het woord geven aan de Minister. Zij zal aangevenhoe zij de beantwoording voor zich ziet. Dan kunnen we daarmeebeginnen.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Dank u wel, voorzitter. Ik zal heel kort een kleine inleiding geven. Daarnazal ik snel overgaan tot de blokjes. Ik wil eigenlijk eerst even beginnen metde lange termijn, omdat het belangrijk is om te weten wat er op de langetermijn gebeurt ter onderscheiding van wat we op de korte termijnmoeten doen. Ik denk ook dat het belangrijk is om die twee dingen in hetgesprek aan de ene kant in elkaars verlengde te zien en aan de anderekant apart te behandelen. Ik ga eerst het strategisch gasbeleid doen. Eenstrategie is er niet voor één, twee jaar, maar gaat echt over: hoe zien wede lange lijnen? Daarna kom ik bij de gasleveringszekerheid op de kortetermijn, want ook daar zijn terecht een heel aantal vragen over gesteld.Vervolgens kijk ik naar de leveringszekerheid van elektriciteit, omdat datweer een apart vraagstuk is. Dan kom ik nog wat breder op een aantalandere vragen die eigenlijk allemaal te maken hebben met deweerbaarheid van het energiesysteem, de betaalbaarheid of deduurzaamheid.Voorzitter. Om daar dan meteen ... O, sorry. U wilt misschien eerst de ordeverder bepalen.De voorzitter:Ik denk dat het wel voor zich spreekt. Ik stel voor dat we elk blokje evenafwachten en dat we dan per blokje de interrupties verzamelen. Dan kuntu nu beginnen.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Dank u wel, voorzitter. Ik zie in de inbreng van alle Kamerleden dat decrisis in het Midden-Oosten ons allemaal echt wakker heeft geschud, ookomdat het de tweede grote fossiele crisis in vijf jaar is en de impactdaarvan op onze economie en onze samenleving gewoon heel erg grootis. Ik zie dus dat iedereen op zoek is naar een balans. Aan de ene kant zijnwe op zoek naar een balans tussen duurzaamheid, weerbaarheid enconcurrentiekracht. Een onderdeel van die weerbaarheid is ook onzeenergie. Ik maak hiervan voor mezelf altijd tekeningetjes, een soortdriehoekjes. Naast die piramide van duurzaamheid, weerbaarheid enconcurrentiekracht hebben we ook een piramide van economischeweerbaarheid, betaalbaarheid en veiligheid. Als ik naar uw inbrengen kijk,bent u allemaal op zoek naar een bepaalde balans in dat speelveld. Watdat betreft heeft u dus allemaal in zeker mate gelijk. Er zijn afwegingen temaken met de andere twee punten van de driehoek. Volgens mij zijn wemet elkaar op zoek naar de balans. Veel van de gesprekken en de vragenzullen ook daarover gaan. Uiteindelijk gaat uw Kamer er natuurlijk overwaar we de balans leggen tussen die drie dingen, die u allemaalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72218 belangrijk vindt. Dan heb ik nog twee dingen. Het is dus goed om diekorte en lange termijn goed uit elkaar te houden. Daarnaast is voor eenheel aantal vraagstukken de Europese samenwerking natuurlijk cruciaalom echt te kunnen acteren.Voorzitter. Laat me beginnen met het strategisch gasbeleid. Dan ga ikgewoon meteen naar de vragen. Er waren vragen van mevrouw Müller,van de heer Flach, van de heer Klos en van de heer Heutink over hetstrategisch gasbeleid: «Wanneer komt u met de visie? Zit kussengasdaarin? Hoe verstoren we dat zo min mogelijk?» Er waren ook vragen overde adviezen van experts, de Europese dialoog en de rol van de gasop-slagen.Voorzitter. In de brief over strategisch gasbeleid deel ik de kabinetsvisie opde rol van de overheid in de gasmarkt en zal ik ook ingaan op een aantalontvangen adviezen. Ik deel ook een rapport dat PricewaterhouseCoopersvoor ons heeft geschreven, met een afwegingskader voor overheidsinter-venties in de markt. Ik zal in die brief onder andere een visie delen opoverheidsinterventie in seizoensopslagen en de rol van strategischegasopslag. Die twee lopen in discussies soms inderdaad door elkaar heen,ook omdat ze natuurlijk in zekere mate wel verbonden zijn met elkaar. Hoemeer of hoe minder je doet met de seizoensopslag heeft ook invloed opwat je nog zou moeten doen met de strategische opslag. Die afwegingenzijn voor een deel natuurlijk communicerende vaten. De strategischegasopslag onderzoek ik graag verder in Europees verband, want het isniet mogelijk om die opslag alleen voor Nederland in te zetten door demanier waarop de Europese solidariteit is ingericht. Zowel Europesecoördinatie als Europese kostendeling zijn daarom heel erg van belang.Zo kunnen we in die driehoek de kosten, die weer een link hebben metonze concurrentiekracht, op een goede manier afwegen.Ik zal in de brief dus ook ingaan op het voorstel voor de inzet vankussengas als strategische reserve. De heer Van den Berg heeft daar ookeen aantal keer naar gevraagd. We kijken daar expliciet naar. Dit is wel ookecht een complex vraagstuk. Ik wil daarmee niet zeggen dat het complexis en we het daarom niet doen, maar wel dat we in de afweging een aantalvraagstukken wat betreft de technische, juridische en financiëlehaalbaarheid echt goed moeten doordenken. We doen echt serieusonderzoek om te kijken op welke manier het een optie is om dat tebenutten in de context van de afweging die we maken over de strate-gische gasopslag, hoe groot die al dan niet moet zijn en welke functiona-liteit dit kussengas dan eigenlijk als serieuze optie heeft. Ik deel dus ookde urgentie om opnieuw te kijken naar de rol van de overheid in diegasopslagen om de weerbaarheid te vergroten. Nogmaals, ik denk dat wemet elkaar echt wakker zijn geschud door deze hele crisis. Waar we hetvoor olie al heel lang heel normaal vinden dat we strategische voorradenhebben, hebben we dat voor gas, ook in Europa, eigenlijk nauwelijks. Hethebben van strategische gasvoorraden wil ook niet per se zeggen dat deoverheid dat allemaal op zich moet nemen. Bij olie is het bijvoorbeeld ookvoor een deel door de markt verplicht. Er zijn dus ook weer allerleimodellen waarin we de afweging moeten maken, waarbij we, nogmaals,ook denken aan de connectie tussen die driehoek van kosten,weerbaarheid en veiligheid en onze concurrentiekracht.De zorgvuldigheid is daarbij echt belangrijk, want het gaat over grotehoeveelheden geld. Ik schets in de brief daarom een aantal richtingen.Daar zal ook uitkomen dat bepaalde zaken nog verder onderzoek vereisen.Ik denk dat we daarmee langzamerhand met elkaar naar een oplossingmet de juiste balans trechteren. Ik bespreek dat dan ook graag met uwKamer. Ik deel nog voor het reces het rapport van Pricewaterhouse-Coopers met uw Kamer. U kunt dan alvast kennisnemen van een aantalaspecten die voor ons onderdeel zullen zijn van de afweging. De brief metde kabinetsvisie deel ik, samen met het NPE, met Prinsjesdag, omdat dehoeveelheid strategische gasopslag die we willen hebben natuurlijk ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72219 weer samenhangt met hoe we de rol van gas in onze energiemix zienontwikkelen. Als die langer hoog blijft, dan hebben we een anderediscussie dan wanneer we die heel snel zien afnemen. We kunnenbesluiten nemen in die samenhang om de maatschappelijke kosten zolaag mogelijk te houden. U krijgt dus alvast het PwC-rapport, zodat ukennis kunt nemen van een aantal onderzoeken die al zijn gedaan. U kuntdaar dan uw gedachten over vormen. Rond Prinsjesdag krijgt u dus ook insamenhang met het NPE dat pakket. Rond Prinsjesdag is er namelijk naarverwachting meer duidelijkheid over de verwachte herziening van deEuropese verordening over leveringszekerheid. Het is dus ook belangrijkom te kijken wat er Europees verankerd kan worden, nogmaals, ook weervanuit de connectie tussen die driehoeken. We hoeven bepaalde dingendan niet alleen te doen.Dan hebben we het natuurlijk ook nog over een strategische reserve. Nee,sorry, daar ben ik net al op ingegaan. Het EBN start dit jaar al wel met deaanleg van een kleine strategische opslag, een noodopslag. Daar bent uvan op de hoogte.We kijken ook naar een Europese inzet, omdat de kosten van zo’ngasopslag best hoog zijn. Dat zijn flinke kosten. We hebben te maken metEuropese solidariteit. Ik zou het dus niet terecht vinden als de Neder-landse belastingbetaler vervolgens de kosten betaalt voor een opslag dieheel Europa weerbaarder en veiliger maakt, zonder dat andere landendaar ook in delen. Het is alleen nog niet zo makkelijk. Een aantal van uheeft gevraagd naar het krachtenveld. Het starten van een dialoog lijkt hetmeest vruchtbaar met lidstaten die momenteel al een strategische opslaghebben, maar samen is dat nog geen gekwalificeerde meerderheid. Datwil dan dus nog niet zeggen dat het in Europa tot een besluit kan komendat alle lidstaten bindt. Het is ook goed om ons te realiseren dat anderelidstaten soms een hele andere strategie hebben. Zij zeggen: het komtgewoon door de markt, we hebben geen opslagen, we hebben voldoendepijplijnen en aanvoercapaciteit en op die manier vertrouwen we erop dater, ook in de winter, voldoende gas zal zijn. Sommige landen doen hetzonder de verzekeringspremie waar wij in Nederland mee werken, zou jekunnen zeggen. Dat maakt het voor hen natuurlijk een andere afweging.Als het voor hun gevoel al jaren prima gaat zonder die verzekerings-premie, waarom zouden zij dan kosten op zich nemen om zich aan tesluiten bij de maatschappelijke balans waarvan wij denken dat die goedis? Dat geef ik u dus even mee voor het begrip van het krachtenveld.Dan kom ik bij de vraag over de verplichte vulgraden. Op hoofdlijnenonderschrijf ik uw visie dat interventie in de seizoensopslagenmarktverstorend kan zijn. De markt doet zijn werk. In principe betekent alles watje daarin als overheid doet gewoon een extra ingrijpen in een markt diezijn eigen logica kent. In de brief over het strategisch gasbeleid gaan weook hierop in. Het PwC-rapport kijkt hier ook naar. Je wil natuurlijk zo minmogelijk de markt verstoren en je wil voldoende zekerheid hebben.Daarom zeg ik: u heeft allemaal in enige mate gelijk. Het gaat om debalans in de keuze die we maken. Nogmaals, hierover komen noguitgebreidere onderzoeken en overwegingen naar uw Kamer.Dan was er een specifieke vraag van de heer Flach over de rol van Norg inrelatie tot de strategische voorraad. Om al die redenen die ik noemde, isdat dus nu nog te voorbarig. Voordat de overname van een concretegashoeveelheid in beeld komt, moeten we echt eerst weten hoeveel wewillen hebben, wat er nodig is, hoe de kosten worden gedeeld en welkekosten we bereid zijn te maken. Norg is op dit moment ook nog in gebruikals seizoensopslag, maar de NAM heeft wel een winningsplan ingediendom tot de winning van het kussengas te kunnen overgaan. Dat plan wordtbeoordeeld op grond van de Mijnbouwwet. Dan moet ook nog wordenbezien hoe het beheer van een eventuele strategische gasvoorraad hetbeste kan worden vormgegeven en door welke partij. Ik hoorde al eensuggestie om dat met EBN te doen, dus dat zullen we zeker meenemen inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72220 de afweging. Dat staat nog los van de financiële compensatie die er zalmoeten komen bij een overname. Overigens geldt op grond vanEU-wetgeving dat een opslagbeheerder zijn opslagactiviteiten pas magbeëindigen als ACM daarmee instemt. Als ACM dus tot de conclusie komtdat de gasopslag in Norg van belang is voor de leveringszekerheid inNederland, dan zal die beëindiging ook niet zomaar mogen plaatsvinden.Dan vroeg de heer Jumelet waarom de gasopslagen leeg zijn opgeleverd.Hadden we kunnen kijken naar de hoeveelheid werkgas? Had dat een rolkunnen spelen, zeker ook gezien de rol van de Nederlandse Staat? Deontmanteling van die verbinding is eigenlijk juist een van de redenen datdie opslagen worden opgeleverd. Dat is een van de laatste stappen van deontmanteling van het hele gasgebouw. Daartoe is in de context van hetdebat over Groningen besloten, omdat daarin werd geconstateerd dat ereen te nauwe verwevenheid was. Ik zal de precieze conclusies daarvanverder aan de commissie laten, die ze geformuleerd heeft, maar er is toenin ieder geval besloten om dat gasgebouw te ontmantelen. Dit zijn dusook nog stappen die daaruit voortvloeien. GasTerra heeft zijn werkzaam-heden beëindigd. Als gevolg daarvan zouden Norg en Grijpskerk dus leegworden opgeleverd. Het afgelopen jaar is er uitgebreid gesproken metShell en ExxonMobil over de toegang tot Norg en Grijpskerk voor hethuidige opslagjaar, 2026–2027. Op basis van het akkoord op hoofdlijnenheeft de Staat ook recht op toegang tot Norg. Uiteindelijk was het echternodig om de toegang tot Norg via een voorlopige voorziening af tedwingen. De uitspraak van het scheidsgerecht was op 23 februari. Op28 maart heeft EBN een contract gesloten met de NAM, waardoor EBNdus invulling kan geven aan zijn vultaak. Grijpskerk is door de NAMaangeboden aan de markt. Na het sluiten van het contract is EBNbegonnen met het vullen van Norg. Op dat moment was het niet meermogelijk om gas over te nemen.Voorzitter, ik heb nog twee vragen en dan ben ik door dit mapje heen. Dievragen gaan over de lng-terminals. Ook daarbij wil je aan de ene kantzorgen dat er genoeg leveringszekerheid is en aan de andere kant wil je inrelatie tot duurzaamheid geen lock-in creëren en wil je er tijdig voorzorgen dat je geen geld steekt in het in stand houden van infrastructuurdie niet meer nodig is, omdat je tot andere energie overgaat. Zolang wegas nodig hebben, is de import daarvan van belang. We werken aan hetafbouwen van de vraag – daar hebben we gisteren ook goed het een enander over gewisseld – maar zolang er nog vraag is, moeten we ookzorgen dat aan die vraag voldaan kan worden.Daarvoor is ook de infrastructuur nodig. GTS heeft in zijn analyse vanafgelopen september voorgerekend dat er daarom een tijdelijkeverlenging van de EemsEnergyTerminal noodzakelijk is. Ik heb de Kamerdaar ook over geïnformeerd. Waar mogelijk wil het kabinet op termijn ookgrote lng-importinfrastructuur hergebruiken voor de import van duurzameenergie, zoals groene ammoniak. Het kabinet heeft in 2025 uitgebreidonderzoek laten doen door PwC naar mogelijkheden voor hergebruik. DeKamer is daar ook over geïnformeerd. Die mogelijkheden wordenmeegenomen in de besluitvorming ten aanzien van de huidige initiatievenvoor lng. De EET is een tijdelijke terminal. Ook de verlenging is tijdelijk,want die loopt tot 2036. Natuurlijk moet je altijd een aantal jaren daarvoor... Daarbij spelen verhuurcontracten en dergelijke natuurlijk ook een rol,dus we zullen op tijd een besluit moeten nemen. Dat moet misschien ookin samenhang met de volgende herziening van het NPE in 2029, deovergang naar duurzame energie en de eventuele mogelijkheden voor hetbenutten van de infrastructuur voor opvolgers, zoals je het zou kunnennoemen, van lng. De markt kan de capaciteit maar maximaal tot 2036boeken. In die zin kan er dus geen lock-in ontstaan via klanten die alboeken voor een infrastructuur waarover we ons nog zullen beraden. Datdoen we weer over een aantal jaren, maar het is nu heel duidelijk dat hetnodig is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72221 De heer Flach vraagt of het Groningenveld wordt meegenomen in destrategische gasvisie. Dat vroeg de heer Heutink ook. Nee, het standpuntvan de regering is dat wij bij de sluiting van het Groningenveld blijven.We zien het dus niet als onderdeel van de strategische gasvisie zoals wedie aan het ontwikkelen zijn op dit moment.Dat waren de vragen over het strategisch gasbeleid.De voorzitter:Dank u wel. Ik ga even rondkijken of dat nog vragen oproept. MeneerJumelet, ik begin bij u.De heer Jumelet (CDA):Ik heb toch een paar vragen naar aanleiding van dit blokje. Ik begin maareven met mijn eigen inleiding. Die ging ook over Norg. De Ministerreageerde daar net ook al op. Het betreft wat nog achtergebleven was inde opslag. Daarover wordt dan nu uiteindelijk gezegd dat het leegopleveren bij de ontmanteling gewoon een afspraak was. Vervolgenshebben we nu de situatie dat die weer gevuld moet worden. Kan deMinister aangeven – ik weet niet of dat nu al kan – of dat dan ook eenverschil oplevert tussen de prijs als we het toen hadden kunnenovernemen, en de prijs die we er nu voor moeten betalen? Tegelijkertijdzeggen we namelijk met elkaar dat het over urgentie gaat. We zeggen ookdat de kosten die EBN maakt voor het opslaan van gas in de gasopslagen,uiteindelijk doorberekend zullen worden aan de Nederlandse gasver-bruikers. Mijn vraag zit ’m dus niet zozeer in het feit dat het een afspraakwas, maar vooral in de urgentie die we aan de ene kant voelen met elkaar– dat hebben we hier met elkaar ook heel nadrukkelijk aan de ordegebracht, denk ik – en aan de andere kant in de kosten die het meebrengtvoor de gebruikers van gas. Is het een overweging geweest, vraag ik deMinister, om het toch anders te doen dan hoe we het hebben afgesprokentoen het misschien nog niet zo urgent was als nu?De voorzitter:Laten we proberen de interrupties een klein beetje kort te houden. Wegaan kijken wat de Minister hierop kan antwoorden.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Ik zal kijken of er nog nadere informatie over te geven is, ook omdat hetvoor een deel net over een kabinetsperiode heen valt en sommigeafspraken op enig moment zijn gemaakt. Maar in het algemeen denk ikdat de prijs van gas in de markt wordt bepaald. Die bepaalt uiteindelijkwat de prijs is. Dat zit ’m er niet in of je een afspraak maakt ja of nee. Datzou mijn intuïtieve antwoord zijn. Als de gasprijs hoog is, dan betaal je opdat moment meer. Als de gasprijs laag is, betaal je op dat momentminder. Daarin kan dus verschil zitten, natuurlijk. Als je op een gunstigmoment een contract weet af te sluiten, dan heb je een voorraad tegeneen lagere prijs. Aan de andere kant moet je daar de opslagkostennatuurlijk altijd weer bij optellen. Het is dus niet zo dat ik verwacht dat wedat gas tegen een vriendenprijsje zouden hebben gekregen als er eenonderhandeling zou zijn, want de marktprijs bepaalt natuurlijk toch altijdwat er betaald wordt. Ik krijg van mijn ondersteuning te horen dat dat ookhet antwoord is dat met een iets langer geheugen op dit dossier gegevenzou zijn.De voorzitter:Uw intuïtie klopt in die zin dus.De heer Jumelet (CDA):Ik heb net betoogd dat ik principieel praktisch probeer te zijn af en toe. Ikbegon vooral ook met het voorbeeld van het kopen of huren van een huis.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72222 Je kunt het leeg laten opleveren, maar soms is het ook gewoon slim omer even met elkaar over in gesprek te gaan of je de gordijnen laat hangenen of je het parket ook laat liggen. Het verbaast mij gewoon. Dat wil iktoch gezegd hebben. Ook RTL Z heeft er namelijk over gepubliceerd. Ookzij hebben gevraagd wat nu de reden is dat het zo gegaan is. Ik volg datheel goed, want ik denk vanuit urgentie en vanuit het feit dat de gebruikervan gas uiteindelijk moet gaan betalen. Ik maak dus toch nog een keer deopmerking dat ik het gewoon niet snap. Dat wil ik toch nog even een keergemarkeerd hebben.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Het enige wat ik daarover kan zeggen, is dat het, denk ik, altijd eeninschatting is of het leidt tot meer of minder maatschappelijke kosten. Dieinschatting maak je op enig moment. Dan kun je achteraf altijd nog bezienof die inschatting goed was of niet en daarvan weer leren. Maar deinschatting wordt natuurlijk toch altijd gemaakt vanuit de vraag wat demaatschappelijke kosten zijn. Die afweging zal zijn gemaakt. Het is altijdgoed om ook weer te leren en erover na te denken of je misschien degordijnen de volgende keer wel over wil nemen. In die zin waardeer ik hetaandachtspunt van de heer Jumelet ook.De voorzitter:Goed. Heeft u daar nog een laatste vervolgvraag op, meneer Jumelet?De heer Jumelet (CDA):Ik had nog een interruptie bij dit blokje, voorzitter.De voorzitter:O, nou, dat kan zeker.De heer Jumelet (CDA):Ja, kan dat?De voorzitter:Ja. Aan u het woord.De heer Jumelet (CDA):Het kussengas is een paar keer aan de orde geweest. De Minister heeftdaar ook op gereageerd. We spreken heel vaak over vergunningen en overhet winnen van wat er nog in Norg aanwezig is. Het gaat niet zozeer omde reserve, want die is leeg, maar om wat er nog te winnen valt. Ik weetdat er ook een vergunningaanvraag ligt. Dat heeft de Minister net ook metzoveel woorden gezegd. We constateren vaak dat de Mijnbouwwetvoorschrijft dat je binnen termijnen moet reageren. Ik ben even benieuwdnaar de stand van zaken van de vergunningprocedure. Zit die bij de vraagof je de reserve kunt gaan inzetten uiteindelijk in de weg? Dat zou mijnvraag zijn.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Ik snap het verband tussen de twee vragen heel erg goed. Laten we daarin de tweede termijn even op terugkomen. Dan hebben we in ieder gevalhelder op het netvlies of we de optie inderdaad openhouden, of dietermijnen daarbij niet in de weg zitten, en of die opties er ook nog zijn alswe in het najaar weten wat we willen, en welke opties er dan eventueelniet meer zijn. Ik vind dat inderdaad een belangrijke vraag. Ik heb op ditmoment geen signalen dat dat zo zou zijn, maar ik vind het heel goed omdat even precies uit te zoeken. Dat ligt natuurlijk voor een deel bij deStaatssecretaris, maar we zullen dit even uitzoeken. Ik kijk of we daaroverin de tweede termijn iets kunnen zeggen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72223 De voorzitter:Heel fijn. Ik kijk even verder. Zijn er nog andere vragen bij dit eerste blokjerondom de lange termijn? Nee, zie ik. Dan stel ik voor dat u verdergaatmet de beantwoording, Minister.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Ik denk dat we met de laatste vragen van de heer Jumelet voor een deelaangekomen waren bij de vraag hoe we ervoor zorgen dat ook de risico’svoor de komende winter goed worden afgedekt. Daarover wil ik hetvolgende zeggen. Laat ik in de verbinding tussen de lange en de kortetermijn iets zeggen over het stukje strategische reserve dat we dan«noodvoorraad» noemen, dus dat wat we al hebben. Naast de gasopslagvoor de normale inzet, de seizoensopslag, kan het wenselijk zijn om eenklein deel van de gasopslagcapaciteit te gebruiken om voorbereid te zijnop andere situaties. EBN start dit jaar met de aanleg van eennoodvoorraad. We hebben dan dus voor komend jaar en ook voor het jaardaarop al iets. Dat is 5 terawattuur in de PGI Alkmaar. Die kan wordeningezet tijdens het hoogste niveau van gascrisis. Ik kom daar straks nogop terug bij de vraag die over de ladder is gesteld. Dat is dan als er sprakeis van een fysiek tekort. Die is bedoeld om in een periode van zo’n tweeweken gebruikersgecontroleerd af te kunnen schakelen, zodatbeschermde gebruikers zo lang mogelijk beleverd kunnen blijven worden.Dat is dus waarop we nu onze noodvoorraad hebben gekalibreerd. Datkun je ermee. Als we iets anders willen, zullen we dus ook een andervolume moeten hebben. Je moet het volume dus steeds koppelen aanwat je er dan mee wil kunnen. Zo werkt het ook voor olie. Voor eenbepaald aantal dagen hebben we dan een voorraad. Op die maniermoeten we er ook over nadenken. Al de opslagcapaciteit die we voor destrategische voorraad benutten, hebben we dan natuurlijk niet meerbeschikbaar voor de seizoensopslag. Er is dus een link tussen wat we voorde lange termijn en voor de korte termijn willen.Het laatste wat ik daarover wil zeggen, is het volgende. Tijdens degascrisis van 2022 hadden we dus echt een enorme fysieke reductie. Toenging het niet over prijzen, maar echt over volume, en daardoor dus ookover de prijs. In ieder geval ging het toen over allebei. Destijds heeft geenenkele EU-lidstaat het crisisniveau bereikt waarvoor de strategischenoodvoorraad zou moeten worden ingezet. Dit zeg ik om maar even aante geven dat het echt over extreme situaties gaat, die nog extremer zijndan de situatie toen met Rusland, waarbij eigenlijk een kwart van onzetotale gasvoorraad wegviel.Dan de komende winter. Er was een vraag van de heer Van den Berg. Hijhad zorgen over komende winter en vroeg of er voldoende energieze-kerheid is. Er zijn op dit moment geen zorgen ten aanzien van deleveringszekerheid van gas. Het conflict in de Golfregio heeft wel gezorgdvoor hogere prijzen. Dat heeft u allemaal kunnen volgen. Het gaat om eenstijging van zo’n 50% sinds de start van het conflict. Ik krijg nog steedselke dag keurig een appje met hoe de situatie precies is. We houden datdus nauwlettend in de gaten. Nederland importeerde geen lng uit deGolfregio, maar andere Europese landen wel. Er is in die zin dus altijd weleen verbondenheid in de risico’s waarover we het hebben. Lng uit dezeregio gaat primair naar Azië. In de eerste helft van 2025 kwam ongeveer4% van de totale gasaanvoer in de EU uit Qatar, via lng per boot. Dus onzespecifieke afhankelijkheid van lng uit die regio is niet zo groot. Datbetekent dat dat wat minder directe zorgen geeft. Maar de gasmarkt is weleen wereldmarkt, iets wat we regelmatig met elkaar hebben gewisseld.Het wegvallen van die 20% van het lng-aanbod op de wereldmarktbetekent dus wel gewoon krapte, en daardoor zijn die prijzen dus echthoger.Een aandachtspunt is ook de gasopslag. De prijzen van deze zomer liggenhoger dan de futureprijzen voor de volgende winter. Dus eigenlijk gaat deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72224 markt ervan uit dat het deze winter goedkoper zal zijn. En hij gaat er dusvan uit dat er dan weer voldoende capaciteit zal zijn. Dus eigenlijk gaat demarkt ervan uit dat we meer volume hebben in de winter en dat de prijzendaardoor lager zullen zijn. Dat zegt ook iets over hoeveel zorgen we onsmoeten maken over de leveringszekerheid, want als er genoegbeschikbaar is... Dus de voorspelling van die prijzen is eigenlijk eeninschatting van wat de markt verwacht dat er beschikbaar zal zijn, ook intermen van volume. Dat maakt ook dat marktpartijen het opslaan van gasniet zo rendabel vinden en denken: ik koop het liever straks in als hetgewoon beschikbaar is, en voer het dan in het gasnetwerk in. Dat isnatuurlijk een van de manieren waarop we in ons gas voorzien in dewinter. De maanden opslag in de tussentijd kosten natuurlijk geld.Eigenlijk zegt de markt dus dat hij daar nu nog een verschil in ziet. Wehouden de situatie de komende zomer daarom goed in de gaten, om tebepalen of er aanvullende maatregelen nodig zijn. We hebben ook van diegrafiekjes. Daarin zien we dat we tot nu toe op een heel laag niveau zitten.Dat klopt, omdat een aantal gasopslagen leeg zijn opgeleverd. Normaalgesproken zouden we op een wat hoger niveau zijn begonnen. Maar hetverloop is tot nu toe in ieder geval wel redelijk vergelijkbaar met anderelanden aan het begin van dit traject. Maar: dit is maar het begin.Mevrouw Müller, de heer Flach, de heer Jumelet en de heer Van den Bergvroegen naar de verwachtingen voor de komende vulperiode: «Watkunnen we doen om marktpartijen te stimuleren? Is er een plan B? Waarkomt de rekening terecht? Hoe zoeken we naar de balans tussenleveringszekerheid en zo laag mogelijke kosten voor gasverbruikers?» Ditvroeg onder anderen de heer Jumelet, mede namens de ChristenUnie.Eigenlijk is het dat: een soort verzekeringspremie; hoe meer allriskverzekerd we willen zijn, hoe hoger de kosten zullen zijn. Die kostenkomen natuurlijk terug bij de gebruikers. In die verzekeringspremie en dieabsolute garantie die we willen, zit dus een samenhang met de prijs diewe betalen. EBN heeft nu de opdracht om te vullen voor 80 terawattuur,voor zover de markt dat niet doet. EBN ligt op schema om dat te halen.Met dat vullen zou EBN dus ruim twee derde van het volume van hetvuldoel kunnen behalen. Nogmaals, er zijn ook andere manieren om gasnaar Nederland te krijgen, maar met EBN zitten we al op twee derde vanhet vuldoel.Nou, het is dus duurder dit jaar omdat de gasprijzen deze zomer hogerzijn, zoals ik net zei, maar we volgen nauwgezet of de marktpartijen deopslagen vullen. Het is natuurlijk ook de primaire verantwoordelijkheidvan de leveranciers om gas te kunnen leveren aan de afnemers. Daaraanis de vergunning van energiebedrijven ook gekoppeld. Dus al te veelrisico’s nemen, is ook niet vrijblijvend, ook niet voor de marktpartijen zelf.EBN speelt zijn rol voorzichtig, omdat we niet door te veel ingrijpen vande overheid de marktdynamiek nog sterker willen beïnvloeden; dat doe jetoch altijd al, als een van de spelers die daarin beweegt. Een alternatief isom gebruik te maken van de flexibiliteit. Wat EBN doet, is eigenlijk deleveranciers in staat stellen om een deel in de voorraden opgeslagen tehebben. Maar we betalen daar uiteindelijk toch met elkaar een prijs voor.Leveranciers hebben dus de verplichting om voldoende gas aan hunklanten te leveren en kiezen zelf hoe ze dat doen: inkopen op de handels-plaats, zelf lng importeren, importeren via pijpleidingen of de inzet vannationale productie in de gasopslagen. Het feit dat we EBN hebben, geefteigenlijk een extra mogelijkheid. Ze kunnen dat dus ook via EBN doen. Datis eigenlijk die aanvullende rol.Het terugbetalen van de lening van EBN. EBN zal de lening in 2027terugbetalen. De handelsverliezen die het maakt, worden gedekt met eensubsidie van bijna 1 miljard, maximaal. Ik heb voor volgend jaar opnieuwmiddelen gereserveerd voor een vultaak van dezelfde omvang. In detussentijd bekijken we met elkaar in de context van dat strategischegasbeleid of dit de manier is waarop we dat jaar na jaar willen doen enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72225 hoe we in samenhang met alle instrumenten die we kunnen inzetten dezezekerheid kunnen geven.De heer Klos vroeg nog: «Hoe beoordeelt de Minister de verschillendesignalen? De EU zegt: verlaag het doel. GTS wil 115.» We hebben hetnationale vuldoel nu gesteld op 115, op basis van het advies van GTS. HetEuropese vuldoel zit daar inderdaad onder. De Europese Commissie geeftmij in overweging om dit nog met tien procentpunt te verlagen tot 92.Nou, we hebben EBN de taak gegeven van 80. Waar we exact gaan zitten,dus tussen de 80 en 115, hangt ook af van hoe en wat de marktpartijengaan doen. Nogmaals, marktpartijen hebben verschillende manieren omaan hun verplichtingen te voldoen, en die opslag van EBN geeft hun eenextra mogelijkheid. Maar het hangt dus niet alleen af van EBN of ervoldoende gas is. En de leveranciers hebben de verplichting om dit tedoen. Dat is zoals wij dat doen. Het is ook goed om te weten dat deaannames onder het GTS-advies vrij strikt zijn; er wordt bijvoorbeeldgerekend met de koudste winter van de afgelopen 30 jaar. Dit is dus ookecht een heel zeker scenario – laat ik het zo zeggen. De daadwerkelijkebehoefte aan gasopslagen in de winter in de afgelopen jaren wasongeveer 60 terawattuur. Dat was dus de ervaring uit de praktijk van deafgelopen jaren voor wat het gebruik was. We zitten daar met dat vuldoeldus wel ruim boven.De kosten. Een vraag van de heer Flach: wat betekenen die transport-kosten voor de aantrekkelijkheid van het aanlanden van gas? Ik dacht datook mevrouw Müller daarnaar gevraagd had. We zijn bezig met de Wetbestrijden energieleveringscrisis. In die wet zitten ook knoppen waaraanwe kunnen draaien om te voorkomen dat Nederland als doorvoerlandheel onaantrekkelijk zou worden. We komen daar nog met elkaar over tespreken. Die heffing waarover gesproken wordt, treedt pas in werking metde Wbe. In de tussentijd staat dit op de balans bij de overheid. Duswanneer we die knoppen goed inregelen, kunnen we vervolgens dekosten volgens die systematiek verdelen.Dan was er nog een vraag van de heer Van den Berg over de verderediversificatie van het aanbod. De verplichting berust dus op de leveran-ciers. Wij kunnen als kabinet die bedrijven niet voorschrijven waar zijinkopen, maar we zetten wel in op faciliteren, bijvoorbeeld via deEET-terminal en de Gate terminal. Dus in die zin spelen we een facilite-rende rol. We hebben natuurlijk ook goede contacten met een aantallanden die gas produceren. In die zin hebben we dus een faciliterende rol,maar de marktpartijen bepalen zelf waar zij inkopen. Als we terugkijken,zien we overigens ook wel een behoorlijk diverse inkoop.Dan nog twee vragen over de Methaanverordening. Voor de aanpassingvan de Methaanverordening is eerst de Europese Commissie aan zet. Diegaat 1 januari 2028 haar evaluatieverslag, met eventueel eenwetsvoorstel, indienen bij het EU-Parlement. Voor de knelpunten die zichvoordoen bij de uitvoering zetten we ons in, maar dit staat eigenlijk losvan de klimaatdoelstellingen. Ik zeg daarom: u heeft daarin allemaal inenige mate gelijk. De klimaatdoelstellingen van de Methaanverordeningzijn heel erg belangrijk en we moeten ervoor zorgen dat die Methaanver-ordening ook wel uitvoerbaar is. Daar zitten nu een aantal punten inwaarvoor wij bij de Commissie aandacht hebben gevraagd. De Commissiewerkt nu aan een handreiking. Daarbij gaat het er bijvoorbeeld over dat ernog geen geaccrediteerde verificateurs zijn. Als een deel van de infra-structuur die we eigenlijk nodig hebben om die Methaanverordening uit tevoeren er niet is, dan kan de markt daar ook niet aan voldoen. Nou, zo zijner een aantal dingen, ook dat de verordening geen rekening houdt met dekosteneffectiviteit van de maatregelen die Nederland raken; dit omdat ereen bepaalde methode wordt voorgeschreven, terwijl de Nederlandseproducenten een andere methode gebruiken en het eigenlijk heelkostenineffectief zou zijn om die andere methode nu ook te gaantoepassen. Dat vind ik reële, normale vragen, en daarover zijn we dus al inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72226 gesprek met de Europese Commissie. Dat is wat anders dan zeggen «gooide klimaatdoelstellingen van die Methaanverordening maar de deur uit»,want we moeten én die klimaatdoelstellingen gaan behalen én we moetenervoor zorgen dat dat op een manier gaat die niet de leveringszekerheid ingevaar brengt of waardoor alles onwerkbaar wordt. Nou, de Commissiekomt met een handreiking en tijdens die evaluatie gaan we daar natuurlijkopnieuw naar kijken. Dat over de Methaanverordening.Dat waren de blokjes over de gaslevering op de korte termijn. Hetcapaciteitsmechanisme komt zo meteen in een uitgebreid aantalantwoorden terug.De voorzitter:Helemaal goed. Ik ga rondkijken. Ik zag als eerste mevrouw Müller. Daarnakom ik bij de heer Van den Berg, en dan de heer Klos.Mevrouw Müller (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik zat al een beetje te twijfelen over die langetermijn en die korte termijn, ook om te kijken hoe die op elkaar inspelen.Maar laat ik beginnen. Ik heb twee punten. Laat ik allereerst beginnen metde strategische reserve. U noemde die alleen bij de lange termijn. Datbetekent eigenlijk dat u sowieso heeft laten varen dat we deze winter aliets van een strategische reserve hebben. Aan de ene kant begrijp ik heelgoed dat het op Europees vlak, op juridisch vlak en uitvoerend allemaallastig en moeilijk is, maar de urgentie, die wij wél voelen, om ervoor tezorgen dat we in deze winter wat zekerder kunnen zijn, mis ik hier wat mijbetreft echt. Dus: is die strategische reserve voor deze winter een illusie?Is die dus al gevaren?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Nee, niet per se. Maar om de link te leggen met de suggestie die de heerJumelet deed: als we bijvoorbeeld in het najaar bepalen dat we een deelvan het gas dat nu nog in Norg zit, graag in die omvang willen aanmerkenals strategische reserve, dan zouden we daar nog een onderhandelingover kunnen starten. Dan zou die strategische reserve er ook nog dezewinter kunnen zijn, hè. Ik zeg niet dat dat het pad is, maar omdat dit echtover heel veel geld gaat en die kosten ergens terechtkomen, vind ik weldat we goed met elkaar moeten afwegen hoe groot die moet zijn, welkeopties we hebben en hoe we het zo kosteneffectief mogelijk inrichten. Wehebben nu die 5 terawattuur in Alkmaar, dus die noodvoorraad. Het is dusook niet zo dat we echt niks hebben. En we gaan een beslissing nemenover die strategische opslag. Het kan ook zijn dat daar nog een groei-model in zit, dat we vast een deel doen. Dus er zijn zeker nog opties open.Ik sluit dat niet uit. Ik vind wel dat we dit goed moeten doordenken, omdathet echt over veel geld gaat en die kosten uiteindelijk allemaal bijbedrijven en burgers terechtkomen. Die voorraad is dus niet gratis. En hoegroter we hem maken, hoe meer Europese coördinatie van belang is omdie kosten ook eerlijk te verdelen. Een kleintje hebben we al, misschienwillen we hem zelfs wel iets groter maken; nog groter. Het kan dus zijn datwe de omvang laten afhangen van hoe die Europese coördinatie loopt.Het is dus niet een «wel hebben of niet hebben». En het is ook niet «dezewinter per se niks; alleen maar over vijf jaar». Zo zit ik er niet in.De voorzitter:Oké. Heeft u nog een vervolgvraag op ditzelfde punt of gaat u naar uwtweede punt?Mevrouw Müller (VVD):Ik ga een bruggetje maken naar het tweede punt.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72227 Aan u.Mevrouw Müller (VVD):Want deze woorden stellen mij enigszins gerust. Ik was een klein beetjebang dat dit van ons zou weglopen, want volgens mij schreef u vorigeweek vrijdag nog in de Kamerbrief dat voor de zomer het strategischgasbeleid zou komen, en dat is nu verlaat. Nou, ik ben in ieder geval blijom te horen dat die strategische reserve voor de aankomende winter nogeen optie is.Dan over de huidige opslagen voor de komende winter. Ik hoorde bestgeruststellende woorden, maar dit baart me toch wel zorgen. 16,9% isgewoon echt heel veel lager dan wat het een jaar geleden was. Wanneerzaten we in die technische briefing? Op 13 mei, dus twee weken geleden.Daar was er toch echt een ander gevoel van urgentie dat de experts diedaar aan tafel zaten, naar ons overbrachten. Ik vind het wel spannend alswij pas rond Prinsjesdag weer een update krijgen van het strategischegasbeleid. Dan denk ik: hebben wij als Kamer dan wel genoeg tijd gehadom nog te controleren of er voldoende actie wordt ondernomen? Ik bendus wel op zoek naar misschien alsnog vóór de zomer een update vanwaar we staan met het vullen van onze gasvoorraden.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Ik denk dat er misschien per ongeluk in een brief is blijven staan «voor dezomer», maar ik ben nu al een tijdje tegen u aan het zeggen dat het na dezomer komt. Ik denk dat het toen misschien nog de verwachting van hetvorige kabinet was dat het voor de zomer zou komen, maar een kabinets-wisseling kost ook altijd tijd. Voor mij is het echt belangrijk om dit terelateren aan het NPE. Ik heb u uitgelegd waarom: omdat ik denk dat wedan de kosten het meest in de hand kunnen houden en het kunnenrelateren aan de gehele ontwikkeling van ons energiesysteem. Daaromheb ik gezegd: na de zomer. Dan kan het in samenhang met Prinsjesdag.Twee dingen nog. U vraagt: kunnen we voor de zomer een soort updatekrijgen? Uitstekend. We hebben ook het dashboard openbaar gemaakt,zodat het te volgen is. Ik begrijp heel goed wat u zegt. Het is natuurlijk eenraar jaar, met alles wat er gebeurt in de wereld. We moeten nu helemaalvanaf leeg beginnen met vullen. Dat geeft een andere context. Ik begrijpheel goed dat de Kamer dat wil volgen. Laten we voor de zomer nog eenkeer een update geven. Wij houden ook de vinger aan de pols. We hebbenwel een aantal parameters voor een inschatting, maar we willen het ookgewoon weten. Dat geldt voor mij en dat geldt ook voor u. Dat begrijp ikhelemaal.Ten opzichte van vorig jaar hebben we de EBN-doelstelling wel verhoogd.Dat is ook een onderscheid met vorig jaar. In dit jaar, waarin het allemaalspannender blijkt te zijn, is de doelstelling van EBN groter dan vorig jaar.De afgelopen jaren was rond de 60 terawattuur gebruikelijk voor degasopslagen. Nu hebben we EBN de vuldoelstelling van 80 gegeven. Datzit er dus al boven. Daarnaast is er de aanvoer via de pijpleidingen en delng-terminals, de Gate terminal en de EET. Het is dus niet de enige bronvan gasvoorziening richting de winter. Maar nogmaals, ik begrijp heelgoed dat u zegt dat we wel erg laag beginnen, dat het langzaam op gangkomt en dat u een update voor de zomer wilt. Daar zullen we voor zorgen.De voorzitter:Dank voor het antwoord. Ik snap dat het een technisch onderwerp is endaarom soms wat meer woorden behoeft, maar laten we proberen omook de antwoorden iets beknopter te houden. Het is volgens mij welverhelderend voor de commissie. Ik hoorde er ook een toezegging in aanmevrouw Müller. Die zullen wij noteren. Dan gaan we door naar devolgende interrumpant: de heer Van den Berg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72228 De heer Van den Berg (JA21):Ik wil mevrouw Müller van de VVD toch wel bijvallen. Inderdaad, Gasuniewaarschuwde er ook al voor: wanneer wij een langdurige verstoring in deaardgaslevering hebben, hebben we Europees een tekort van zo’n 500terawattuur. Dat is een factor 100 vergeleken met die opslag in Alkmaar. Inmijn bijdrage had ik het ook over de langetermijncontracten. Wellicht krijgik daar nog een antwoord op. Die langetermijncontracten kunnen onsweerbaarder maken. Daardoor kunnen we het aardgas ook fysiek krijgenen zijn we niet helemaal afhankelijk van die futures. Immers, op hetmoment dat er een tekort is, gaan we hier geen gas krijgen. We moetendat wel regelen. Bovendien, wanneer er een terminal in Europa of inNederland uitvalt, dan hebben wij alsnog te maken met een aanbodtekorten daar hebben we die reserves heel hard voor nodig. Kan de Minister indat perspectief toelichten hoe zij de weerbaarheid kan vergroten in relatietot de contracten en hoe ze kijkt naar de risico’s van langdurigeverstoringen?De voorzitter:U heeft nog één interruptie te gaan. Laten we kijken of het antwoordinderdaad in dit blokje zit.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Als de analyse wordt gemaakt dat we op Europees niveau moeten kijkennaar de flexibiliteit als er een tekort is dat 100 keer hoger is, dan kunnenwe dat niet alleen relateren aan de opslag van 5 in Alkmaar, maar tellenook de noodvoorraden in andere landen natuurlijk mee. Desalniettemin ishet voor heel Europa van belang dat we ons realiseren dat we conse-quenties moeten verbinden aan de situatie waarin we nu zitten, aan dekwetsbaarheid van Europa door de afhankelijkheid van fossiele brand-stoffen uit de rest van de wereld. Dat is echt een kwetsbaarheid endaarom wordt er ook op meerdere sporen ingezet. Ook Europees wordt eringezet op versnelling van verduurzaming. Denk ook aan diversificatie,aan infrastructuur voor verschillende vormen van fossiel en aanvoldoende zekerheid in de verschillende lidstaten. Ik gaf al aan dat voorons die gasopslagen een heel belangrijk onderdeel zijn van hoe wij onzeenergiezekerheid inrichten, maar andere landen denken daar heel andersover. Soms zie je dat de praktijk in landen heel verschillend is, terwijl deEuropese solidariteit wel zo is geregeld dat als er een verstoring ontstaat,je aanspraak kunt maken op de gasvoorraden in andere landen.Nogmaals, de vraag is ook hoeveel zekerheid wij voor Europa willeninrichten en hoeveel voor onszelf.Dan het punt van de langetermijncontracten. De overheid koopt geenlangetermijncontracten in, maar het staat marktpartijen zeker vrij omlangetermijncontracten in te kopen. Bovendien is de ongemakkelijkewaarheid ook dat zelfs als je een langetermijncontract hebt met bijvoor-beeld Qatar en de Qatarese installaties kapot zijn, er niet geleverd kanworden. Het is dus geen garantie voor alles. Het is echter echt aan demarkt om dat in te schatten.U refereerde ook aan kritieke grondstoffen. Die vraag zit in een andermapje, maar ik geef er nu alvast antwoord op. De leveringszekerheid vankritieke grondstoffen staat centraal in de Nederlandse grondstoffenstra-tegie en ook in de Europese Critical Raw Materials Act. Binnen deze tweetrajecten wordt samengewerkt met andere lidstaten aan kennisopbouw,circulariteit, projecten op het gebied van raffinage en recycling, enstrategische voorraden. Publiek-private samenwerking is hierbij ookbelangrijk. Dus aan de ene kant is het aan de markt, maar tegelijkertijdwordt er ook wel nagedacht over een strategie – breder dan alleen voorgas, ook voor de kritieke materialen waar u terecht aan refereert. Het isvoor een deel ook de portefeuille van Minister Herbert. Het kabinet werkter echt aan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72229 De heer Van den Berg (JA21):Dank voor dat antwoord, maar het stelt mij nog niet helemaal gerust.Onze beleidsdeelneming Energie Beheer Nederland kan volgens mij weldegelijk langetermijncontracten afsluiten. Als ik mijn huiswerk goed hebgedaan, dan kan de Minister hiervoor een afstemmingsbesluit afgeven. Ikzou ervoor willen pleiten om dit te doen voor gas, voor olie – desnoodsdoor middel van het COVA – maar zeker ook voor kritieke grondstoffen.Maandag was ik in de Eemshaven, waar een gigantische tanker ligt. Wijzijn afhankelijk van de spotprijzen. Als er een andere prijs wordt geboden,gaat de tanker die midden op de oceaan vaart, de andere kant op. Wijhebben op dat niveau geen enkele zekerheid. Ik denk dat wij als overheiddaar zeker iets aan kunnen doen.Dan heb ik nog een aanvulling. De Minister zei het al: als je op het juistemoment koopt, zijn de prijzen lager. Dat klopt helemaal. Juist als welangetermijncontracten afsluiten, zijn de maatschappelijke kosten lager enis de weerbaarheid groter. Zou u toch nog eens willen overwegen of u ietswilt doen met EBN?De voorzitter:Ik ga niks overwegen, maar de Minister misschien wel.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Ik snap de afweging heel goed. Olie is wel een mooi voorbeeld. Het korteantwoord is: we moeten dit soort afwegingen maken in de context vanonze keuzes over strategisch gasbeleid. Natuurlijk kun je ervoor kiezen omEBN langetermijncontracten te laten afsluiten, bijvoorbeeld in plaats vaneen gasopslag. Er zijn allerlei modellen mogelijk. Laten we al die optiesnaast elkaar goed bekijken en sturen op de laagste maatschappelijkekosten tegen de mate van zekerheid die we willen hebben. Bij olie is hetook nog zo geregeld dat niet alles door de overheid in eigen beheer wordtopgeslagen. Er rust op de leveranciers ook een verplichting om zelf eenstrategische voorraad aan te houden. Er zijn allerlei modellen waarbij jede kosten tussen publiek en privaat verdeelt. Uiteindelijk heeft natuurlijkiedereen belang bij stabiliteit en leveringszekerheid. Dit zijn denk ikaspecten die horen bij het gesprek dat we in het najaar hebben over hoewe dit met elkaar willen inrichten. Deze suggestie van de heer Van denBerg zullen we zeker meenemen in de overwegingen.De heer Klos (D66):Ik denk dat veel van het ongemak dat wij allemaal voelen, de Minister zelfmisschien ook, erin zit dat we de energiemarkt soms nog bekijken alsofdie neutraal is, alsof er marktprincipes zijn die algemeen geldend zijn enwaarop we kunnen bouwen, maar bij energie is dat helaas niet meer zo.De grote verstoringen zijn het gevolg van geopolitieke keuzes. Het isaannemelijk dat de Amerikaanse president dit jaar probeert te stoppenmet een gedeelte van de lng-export om pressie uit te oefenen op deEuropese Unie, om de een of andere reden. In het vorige debat, dat we indecember hadden, hebben we gewaarschuwd voor het scenario dat deStraat van Hormuz dicht zou gaan als gevolg van Amerikaanse aanvallenop Iran. Toen bleek dat het kabinet geen scenario’s klaar had liggen voorwat we zouden doen met de gastoevoer, welk effect dat zou hebben ophuishoudens et cetera. Heel veel effecten daarvan hebben we deafgelopen maanden gezien. Ik hoor in de relativering van de Minister overde vorige tekorten, die er fysiek gezien niet zijn geweest rond de Oekraïne-crisis, dat er toch wordt vastgehouden aan het marktprincipe. Ik ben heelbenieuwd hoe de Minister kijkt naar zo’n soort scenario, want eigenlijk ishet GTS-advies nog vrij conservatief, met 30 koude dagen. In vergelijkingmet het stopzetten van de toevoer heeft dat een veel minder grote impact.Ik ben dus benieuwd hoe de Minister daarnaar kijkt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72230 Minister Van Veldhoven-van der Meer:Terecht. Dit soort scenario’s moeten we ook met elkaar doordenken. Ditjaar is door de geopolitieke situatie anders dan andere jaren. Daarom zijnwe extra met elkaar op zoek naar de juiste balans. We kunnen niet zomaarvertrouwen op wat we in het verleden deden en moeten alles nog eensgoed tegen het licht houden. Dat ben ik allemaal helemaal met u eens. Ikvind dat ook een belangrijk debat dat we hebben met elkaar. Dat betekentniet meteen dat alle principes die eerder van toepassing waren, nu perdefinitie allemaal geen rol meer hebben. Ook die afweging moeten wemaken.De gasmarkt is een wereldmarkt. Als Trump zou besluiten alle lng-exportuit de VS naar de hele wereld stop te zetten, dan heeft de hele wereld eengroot probleem. Dan gaan de prijzen heel flink omhoog. Dan zullen departijen die die het slechtst kunnen betalen, waarschijnlijk het eerst in deproblemen komen. Als de VS van mening zouden zijn dat er alleen naarEuropa geen lng meer geëxporteerd mag worden, dan zullen zijwaarschijnlijk nog wel hun gas naar andere landen exporteren. Die landenzullen dan misschien minder importeren uit Qatar en dan ontstaat er meerruimte in andere landen om uiteindelijk wel naar Europa te exporteren.Daarom is de diversiteit van suppliers en supplylijnen belangrijk. Het isdus strategisch om te zorgen dat er met meerdere landen goedecontacten zijn en dat er verschillende kanalen zijn. Nederland en Europazijn via meerdere lng-aanlandingspunten in staat om lng te importeren.Daarnaast is lng in Nederland een derde van de hele energiemix. Als allelng uit de hele wereld niet meer binnen zou komen, dan hebben we hetdus over een derde. Het is natuurlijk niet te verwachten dat alle lng-exportuit de hele wereld in één keer stil zou komen te liggen.Het doordenken van scenario’s is dus belangrijk. In de brief over desituatie in Iran die in het voorjaar naar uw Kamer is gestuurd, zijn erverschillende scenario’s uitgewerkt, waarbij dus ook rekening is gehoudenmet dit soort verstoringen en zelfs combinaties van dit soort verstoringen.In de brief staat ook wat dan de stappen zouden zijn. Er is dus wel eenvoorbereiding; ik kom daar straks nog op terug. Ik wil niet zeggen dat teallen tijde alle consequenties voor iedereen zullen kunnen wordenweggenomen. Dat zeg ik niet, maar we zijn wel voorbereid.De voorzitter:Dat levert geen vervolgvraag op voor dit moment, dus gaan we naar deheer Jumelet.De heer Jumelet (CDA):Ik doe er eigenlijk nog een schepje bovenop. Het is eigenlijk al welgrotendeels gezegd, maar laat ik het toch nog even kort samenvatten. In2022 heeft het CDA al gevraagd om scenario’s voor de leveringszekerheid.Die vraag hebben we in het debat van december jongstleden herhaald. Ikben hier niet om de Minister op haar woorden te vangen, maar deMinister zei wel op enig moment: de markt zegt dat er in de wintervoldoende gas zal zijn en dat de prijs dan lager zal zijn. Dat waren haarwoorden. We spreken hier echt over urgentie, dus ik maak toch maar deopmerking dat het goed is om je te realiseren dat er ook scenario’smoeten worden uitgewerkt – dat is eerder al toegezegd, dus daar ben ikblij mee – voor zowel de zaken die niet direct waarschijnlijk zijn als dedingen die kunnen gebeuren, om het maar even wat cryptisch te zeggen.Ik ben dus heel erg benieuwd naar de breedte van de scenario’s. Sluit nouvooral niks uit, want we hadden in december ook niet voorzien dat deStraat van Hormuz dicht zou gaan. Ik sluit me wat dat betreft bij de heerKlos aan. De urgentie is ons duidelijk.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72231 Om precies te zijn heb ik volgens mij gezegd dat de markt verwacht dat deprijs lager zal zijn. Ik heb niet gezegd dat het zo zal zijn, want dat weethelemaal niemand. We vertrouwen dus ook niet alleen op de markt.Daarom hebben we ook EBN. Ten opzichte van vorig jaar is de vultaak vanEBN zelfs verhoogd. We hebben dit jaar dus eigenlijk een extra verze-kering ten opzichte van vorig jaar. Daarnaast moeten we natuurlijk ookzorgen dat we goed zijn voorbereid. Ik kom zo meteen nog even terug opalle plannen die we hebben voor het geval dat er echt een crisissituatieontstaat, net zoals we die bij olie hebben, en op de stappen die daarinzitten. We zien natuurlijk dat er in eerste instantie ook altijd enige matevan vraagreductie plaatsvindt als de prijzen omhooggaan. Er is een relatietussen de 80% en het volume waar we het dan over hebben. Die komendan vaak vanzelf toch een stukje dichter bij elkaar. Het overblijvende deeldat je dan nog nodig hebt, is gerelateerd aan de pijpleidingcapaciteit ende importcapaciteit die we hebben, naast de gasopslagen die we hebben.We moeten het ook in het geheel zien.De heer Jumelet (CDA):Heel kort. Ik vind het belangrijk om de woorden van de heer Klos nog eenste zeggen. We zien de markt falen. Dat neem ik u niet kwalijk, maar dat isgewoon wat we vandaag met elkaar constateren. Dan moeten wemisschien goed opletten als we de markt leidend laten zijn in onzebesluiten. Als de markt de verwachting heeft dat de prijs lager zal worden,dan zeggen we eigenlijk weer: o, dat zou ons misschien kunnen helpen.Maar volgens mij is nu juist duidelijk geworden dat we niet altijd maar opde markt kunnen reageren.Minister Van Veldhoven-van der Meer:De verstoringen die we hebben gezien, hadden niks met de markt temaken, dus daar heeft u helemaal gelijk in. Tegelijkertijd is het altijdbelangrijk om uit elkaar te houden wanneer een crisis of welke verstoringdan ook een prijseffect heeft en wanneer die een volume-effect heeft. Metde verstoring in Qatar zagen we op de gasmarkt ook een effect, maar datwas echt een prijseffect en geen volume-effect. Met de verstoring metRusland zagen we natuurlijk direct een volume-effect. Die moeten we dusuit elkaar houden, ook in het nadenken. Dit is echter geen jaar om op delauweren te rusten. Dit is ook geen jaar om 100%-garanties af te geven.Het is gewoon een onzeker jaar. Daarom moeten we er samen dichtbijblijven.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Toch nog even over de Methaanverordening. Nogmaals, we verspillenjaarlijks meer gas dan er door de Straat van Hormuz gaat. De Ministerdoet het nu een beetje voorkomen alsof het slechts om een technischeaanpassing zou gaan en alsof het geen afzwakking zou zijn, maar Reutersrapporteerde een aantal dagen geleden uit een gelekt document van deEuropese Commissie dat er nu een voorstel ligt om voor de komende driejaar geen penalty’s in te stellen. Dat is nogal wat. Dat is niet slechts eentechnische aanpassing. De Methaanverordening is echt een essentieelinstrument in de strijd tegen klimaatverandering en dus ook heelbelangrijk om de leveringszekerheid te borgen. Dit is drie jaar vertragingvoor een wet die al jarenlang in ontwikkeling is en waar een hele hoopbedrijven eigenlijk al aan voldoen. Dat is toch wel een hele andere standvan zaken dan de Minister hier doet voorkomen.De voorzitter:Wat is uw vraag?Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72232 Kan de Minister daar toch nog iets meer over zeggen? Gaat de Ministerzich hier ook tegen verzetten?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Allereerst ga ik niet direct reageren op een gelekt document. Ik wil hetnatuurlijk eerst gewoon zien voordat ik op specifieke dingen reageer. Maarin het algemeen zeg ik: aan het onmogelijke is niemand gehouden. Als hetdus een kwestie is van meer tijd geven om te zorgen dat de markt, met deproblemen zoals ik die ken, eraan kan voldoen, dan is dat wel wat andersdan afzwakken. Maar nogmaals, aan het onmogelijke is niemandgehouden. Als het er betrekking op heeft dat er uitstel wordt verleend, datis dat toch echt wat anders dan het afzwakken van de verordening. Het isgoed om die twee dingen uit elkaar te houden.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):«Aan het onmogelijke is niemand gehouden.» Dat klopt, maar het gaatwel om een wet die al jarenlang in ontwikkeling is en waar een hele hoopbedrijven eigenlijk al aan voldoen. Ik begrijp dat de Minister het documentmisschien nog niet heeft gezien, maar mocht het inderdaad zo zijn dat hetvoorstel van de Commissie is om te vragen om drie jaar uitstel, gaat deMinister zich daar dan tegen verzetten? Dat is namelijk wel heel erg ruim.Minister Van Veldhoven-van der Meer:We zullen het voorstel goed bekijken. Ik hoor de oproep van mevrouw VanOosterhout: zorg ervoor dat het zo snel mogelijk ingaat. Ik zal het verhaaldus eerst bekijken en dan zien wat redelijk is, maar ik ben het met haareens: ik hoop natuurlijk ook dat de verordening zo snel mogelijk inwerking kan treden in haar volledige omvang. Ik ga het dus bekijken. Iksnap de vraag. Ik wil ook graag dat de verordening zo snel mogelijk haarwerk kan doen.De voorzitter:Dan gaan we door naar het volgende blokje. Dat was uit mijn hoofd hetblokje leveringszekerheid van elektriciteit.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Ja. Het kabinet zet vol in op het verhogen van het aandeel hernieuwbareenergie. Dat is ook goed voor de onafhankelijkheid en de leveringsze-kerheid op andere onderdelen van het energiesysteem. Hierdoor wordtook steeds meer elektriciteit uit duurzame bronnen opgewekt. Maar ookop momenten dat de zon niet schijnt en de wind niet waait, hebben wevoldoende elektriciteit nodig. Naar verwachting, zo laten rapporten zien,nemen de risico’s op een tekort aan aanbod van elektriciteit op zulkemomenten toe door de afname van regelbaar vermogen en de verwachtestijging van de elektriciteitsvraag. Daarom introduceert het kabinet eencapaciteitsmarkt. Dit kan worden gezien als een verzekering tegen hetrisico op stroomuitval; dat is gewoon heel belangrijk. Er is een onderzoekuitgevoerd naar een breed scala aan maatregelen, waaronder vraag-respons en verschillende typen capaciteitsmechanismen. Ik beschouwdeze onderzoeken als zeer waardevol, omdat ze op een gestructureerde eninzichtelijke manier de verschillende opties en de bijbehorendeafwegingen in kaart brengen. Ik zal het kabinet nog voor de zomerinformeren over welke van die verschillende opties wij als uitgangspuntnemen. Dan blijft er daarna nog een hoop uit te werken, maar we gaan deKamer nog voor de zomer informeren. In die Kamerbrief zullen ook denieuwe resultaten van de Monitor Voorzieningszekerheid van TenneT, dieop 10 juni gepubliceerd wordt, worden meegenomen. Dan kunt u ook zienwaar we ons op baseren.Dan een vraag van mevrouw Van Oosterhout, maar ook mevrouw Müllerhad daar volgens mij naar gevraagd: «Gaat de Minister CO2-uitstoot ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72233 meenemen en hoe gaan we voorkomen dat we een fossiele lock-increëren? Kijken we naar voorbeelden van België en Frankrijk?» Elke vormvan opwekcapaciteit kan volgens de Europese regels hieraan deelnemen,dus ook CO2-vrije technieken als energieopslag en vraagrespons. Volledigkolengestookte centrales zijn wel uitgesloten volgens de Europese regels.Bij het vormgeven van de capaciteitsmarkt kunnen keuzes gemaaktworden om dit soort technieken allemaal gelijkwaardig te latendeelnemen aan het mechanisme. Ook moet regelbaar vermogen aan deEuropese verduurzamingseisen voldoen. Bij de verdere uitwerking gaanwe inderdaad in gesprek met buurlanden over hoe zij hun eisenvormgeven, want het is goed om van anderen te leren hoe zij het hebbeningericht en welke keuzes zij gemaakt hebben.Ook meneer Jumelet vroeg daarnaar: worden vraagrespons en energie-opslag gelijkwaardig meegenomen? Ja, daar zet ik mij voor in. Dehoofdkeuze van de lijn waarlangs we dit uitwerken, komt dus voor dezomer. De concrete ontwerpkeuzes die we op basis van dat model maken,komen net na de zomer.De heer Flach had een vraag over de aanbevelingen van de topsectorEnergie. Alle productiecapaciteit die kan voldoen aan de Europeseverduurzamingseisen komt in aanmerking voor deelname aan hetcapaciteitsmechanisme. Ook centrales die vroeger kolen stookten, kunnendus in theorie daaraan deelnemen, mits zij voldoen aan de verduurza-mingseisen.Tegen de heer Jumelet zeg ik: het capaciteitsmechanisme is technologie-neutraal, dus ze kunnen meedingen in het capaciteitsmechanisme. Daarhoeven we dus geen onderzoek naar te doen. Het is nu aan hen om tekijken of zij daaraan mee willen doen. Dan zullen we zien wat er komt uitde vergelijking met de andere technieken. Zijn we met hen in gesprekhierover? Nee, omdat ze dus gewoon kunnen meedingen; dat is aan elkemarktpartij. We willen ook niet voorsorteren op een bepaalde technologieboven een andere.De vraag die de heer Jumelet stelde, was: maar hebben we dan welvoldoende capaciteit voor de voorzieningszekerheid als bijvoorbeeld deAmercentrale eerder uit zou vallen? Dat vind ik echt een andere vraag dande vraag over het capaciteitsmechanisme. Op de langere termijn, als deelektriciteitsvraag stijgt en er, zoals nu wordt verwacht, steeds meercentrales uit bedrijf gaan, gaan we dus een capaciteitsmarkt introducerenom ervoor te zorgen dat we toch voldoende regelbare flexibiliteit houdenwanneer de regelbare flexibiliteit die we nu hebben, weggaat. Het feit datkolencentrales en gascentrales uit bedrijf gaan, is dus meegenomen in deopzet van hoe groot zo’n capaciteitsmechanisme dan moet zijn. Er is dusniet opeens een tekort. Er is niet opeens een soort klif. Op basis van watTenneT in die monitoring aan inzichten geeft, wordt aangegeven vanafwanneer we ongeveer elektriciteitsproblemen kunnen verwachten enwanneer daarom dat capaciteitsmechanisme beschikbaar moet zijn. Hethangt dus niet af van centrale A of centrale B, maar van de hoeveelheidelektriciteit die geleverd wordt en het profiel daarvan, het regelbarevermogen dat nodig is voor de stabiliteit. Vanuit dat perspectief kijktTenneT dus naar het geheel van de opwekkende vraag, inclusief hetprofiel van de verschillende bronnen.Voorzitter. Wkk in de glastuinbouw speelt een belangrijke rol in deelektriciteitsvoorziening. Ook voor de glastuinbouw kan de capaciteits-markt dus relevant zijn.Dan specifiek de sluiting van gascentrales in de regio Rotterdam. Ook daarkom ik een beetje bij het antwoord van net. Het is belangrijk om onder-scheid te maken tussen het risico op stroomuitval door transportproble-matiek, netcongestie en voldoende aanbod van elektriciteitsvoorzienings-zekerheid. De netbeheerders hebben nauw overleg met alle groteaanbieders van elektriciteit, zoals gascentrales. De vraag die u stelt, gaatover de lokale transportproblematiek in de regio Rotterdam. VoorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72234 netcongestie sluiten de netbeheerders netcongestiecontracten omstroomuitval te voorkomen. Dat is recent ook zo gebeurd in de regioUtrecht. Voor de landelijke voorzieningszekerheid werken we dus aan hetcapaciteitsmechanisme, waarover u de eerste brief net voor en de anderebrief net na de zomer van ons krijgt.De voorzitter:Dank u wel. Ik begin met mevrouw Van Oosterhout. Die zag ik als eerste.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Even over de capaciteitsmarkt. Ik hoorde de Minister zeggen dat allevormen van energieopslag en vraagrespons mee mogen doen, maar hetgaat hierbij wel om belastinggeld dat we inzetten. We weten ook dat weenorm achterlopen op de klimaatdoelen. Is de Minister het dus met meeens dat duurzamere methoden bevoordeeld zouden moeten worden alshet gaat om die capaciteitsmarkt?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Ik heb even een stukje nadere informatie over de techniek aan mijnondersteuning gevraagd. Ik zei net al dat het techniekneutraal is. Zomoeten we sturen. Een volgende voorwaarde in de Europese regelgevingis dat het moet voldoen aan de Europese duurzaamheidscriteria. Er zijndus bepaalde criteria. Of er nog ruimte is om die verder op de een ofandere manier mee te nemen, durf ik zo niet te zeggen, maar we kunnendat ook nog even voor u nazoeken. Daar kom ik op een later moment dannog op terug.De voorzitter:Een later moment is dan de tweede termijn? Ja? Lukt dat vandaag?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Op de mogelijkheid kan ik in tweede termijn even terugkomen. Dewenselijkheid, dus als het mogelijk is, wil ik betrekken bij de brief die ikstuur, want anders ga ik al sturen op een van de aspecten zonder dat ik desamenhang met de rest kan overzien. Ik wil goed kijken wat in de helesamenhang tussen duurzaamheid, concurrentiekracht en weerbaarheid deconsequenties zijn als we verder zouden mogen sturen op basis van hoede Europese regelgeving dat zegt.De voorzitter:U heeft nog één interruptie, mevrouw Van Oosterhout. Misschien kunnenwe in de tweede termijn nog wat duidelijkheid verschaffen.De heer Jumelet (CDA):Ik heb de beantwoording van de Minister gehoord van de vragen die ikstelde over het capaciteitsmechanisme. Volgens mij heeft ze nietgereageerd op de ideeën om te kijken of er ook gebruik kan wordengemaakt van de locaties waar nu kolencentrales staan, en dat tegen deachtergrond van het jaar 2030. Bedrijven realiseren zich namelijk dat dateraan komt, dus er worden allerlei besluiten genomen. Tegelijkertijdhebben we misschien het idee dat we dat nog wel kunnen gebruiken ofkunnen inzetten. Mijn vraag zou dus zijn of toch niet het gesprek kanplaatsvinden om te overwegen hoe daarmee om te gaan.Tot slot uiteindelijk ook nog even de volgende vraag. Ik hoorde deMinister zeggen: TenneT kijkt naar wat nodig is. Maar zullen we samenook kijken wat nodig is? Dat zou mijn vraag in dezen zijn.De voorzitter:Ja, dat past mooi bij elkaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72235 Minister Van Veldhoven-van der Meer:Zeker. Volgens mij zit de vraag over de locaties ook in het volgende mapje,maar laat ik het zo zeggen: wij sturen natuurlijk niet vanuit locaties. Maarals je een veiling doet, kun je niet bepaalde locaties voorrang geven. Ik zalzorgen dat we ons nog even laten informeren over het aspect van delocaties, zodat we dat in ieder geval goed op het netvlies hebben, maardat verhoudt zich niet tot een technologieneutrale veiling. Dat geef ik dusmaar even mee. We proberen echt snelheid te maken, zodat opties niet alzijn weggevallen. Daarom komt de eerste brief voor de zomer en deandere meteen na de zomer. We proberen wat tempo op deze vormgevingte zetten, zodat er ook perspectief is voor bedrijven die op een gegevenmoment keuzes moeten maken. Zo neem ik het dus zeker mee.De voorzitter:Oké. Dank u wel. Ik kijk nog even rond. Ik zie alleen bij de heer Klos nogeen vraag in dit blokje, en dan gaan we daarna naar het laatste, overigeblokje, als ik het zo mag noemen.De heer Klos (D66):Dit is wat ik bedoelde toen ik zei dat we een klein beetje in een vacuümdebatteren, omdat we de brief daarover nog niet hebben. Maar ik ga tocheen poging wagen. Ik snap het als de Minister daar geen antwoord op kangeven. Het gaat ook nog om de praktische kant van dat capaciteitsmecha-nisme. Gaat het kabinet ook kijken naar de snelheid waarmee regelbaarvermogen geleverd kan worden, waarbij gascentrales en batterijen datbinnen minuten kunnen doen en kolencentrales tussen ongeveer 8 uur en48 uur?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Dat lijkt me een belangrijk aspect om mee te nemen, ook in samenhangmet wat TenneT zegt dat nodig is. We tuigen dit capaciteitsmechanismeop om storingen te voorkomen in de landelijke elektriciteitsvoorziening.Dan is dus de vraag welke soort van flexibiliteit er nodig is en welkesoorten daar beter bij passen. Dat neem je dan natuurlijk ook mee in hetontwerp. Wat betreft de inschatting over centrales die voorheen kolenstookten maar daar in ieder geval mee gaan stoppen vanaf 2030: ik denkoverigens dat de flexibiliteit van die installaties ook wel wat anders is danwat de oude kolencentrales bijvoorbeeld konden. Daarom is het belangrijkdat je zo’n capaciteitsmechanisme technologieneutraal weergeeft, zodat jeook de ontwikkelingen in de markt die er zijn, of kansen die er zijn,allemaal op waarde schat. Maar in de techniek van wat we nodig hebben,is de snelheid waarmee je kunt schakelen een belangrijk element.Overigens had ik aan de heer Jumelet nog geen antwoord gegeven op devraag: moeten wij daar ook niet naar kijken? Jazeker, en daarom hebbenwe het er ook over. Maar dat is heel terecht. Dit moeten we met elkaarvormgeven. Er zitten kosten aan verbonden, dus het is superbelangrijk omdit zorgvuldig met elkaar vorm te geven.De voorzitter:U kunt verder met de beantwoording. Dan gaan we daarna even inventari-seren of er eventueel nog antwoorden missen. Laten we eerst even kijkenhoever we in deze categorie komen.Minister Van Veldhoven-van der Meer:De vraag over het capaciteitsmechanisme heb ik net beantwoord.De heer Klos had een vraag over de scenario’s. We zijn voorbereid op eencrisis in de gasvoorziening en er is het Bescherm- en Herstelplan, hetBH-G, een nationaal crisisplan. Deze plannen liggen klaar voor eendreigende crisis, ongeacht de mogelijke oorzaken daarvan. Daar hebbenwe u over geïnformeerd, dus ik laat het daar voor de snelheid nu bij.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72236 De heer Van den Berg had een vraag over de ladder van leverings- envoorzieningszekerheid. We willen tekorten voorkomen. Dat doen webijvoorbeeld via energiebesparende maatregelen, verduurzamingsmaatre-gelen, vulmaatregelen voor gasopslagen en uitbreiding van delng-importcapaciteit. Daarnaast is er ook het Bescherm- en HerstelplanGas. Dat bevat maatregelen voor verschillende in ernst oplopendeniveaus van gascrises – vroegtijdige waarschuwing, alarm en noodsituatie– om gastekorten op te vangen, zodat het gassysteem blijft functionerenen beschermde afnemers kunnen worden blijven voorzien van gas. In hetgeval van een noodsituatie kan ik ook ingrijpen in de markt om gasafnamete reduceren, dus dan kan ik als Minister bepalen wie het nog krijgt en wietoch moet worden afgeschakeld om beschermde afnemers goed tebeschermen.Dan een vraag van mevrouw Van Oosterhout over energieonafhanke-lijkheid en structurele versnelling. Weerbaarheid en energieonafhanke-lijkheid zijn inderdaad superbelangrijk. Daarom zullen we ze als explicietecriteria meenemen in de actualisatie van het NPE. We zullen bij het makenvan het volgende NPE deze publieke belangen ook expliciet meenemen enuitdiepen. Sturen op het percentage hernieuwbare energie betekent ookdat het percentage fossiel afneemt, dus we sturen via de groei van hetpercentage hernieuwbaar inderdaad ook op het verminderen van hetpercentage fossiel, want uiteindelijk telt het altijd op tot 100%. Dat is nietin de volumes. Als het alleen over de volumes gaat, mevrouw VanOosterhout, dan kun je, als de energievraag toeneemt, hernieuwbaaropschalen zonder dat je fossiel afschaalt, maar als je de percentagesrekent op de totale energievraag, dan werkt dat wel zo.Dan de brief naar aanleiding van het Midden-Oosten. Wat is er versneld?We hebben gerichte maatregelen genomen om mensen en bedrijven tehelpen. Er is bijvoorbeeld meer hulp bij energiebesparing en verduur-zaming voor huishoudens. Daar is echt fors extra geld naartoe gegaan. Eris geld gegaan naar snellere elektrificatie van het wagenpark. Er is meergeld voor de ondersteuning van het mkb bij energiebesparing. Zo bouwenwe onze afhankelijkheid van olie en gas versneld af. We houden desituatie in het Midden-Oosten natuurlijk in de gaten en springen inwanneer de situatie verslechtert. In de actualisatie van het NPE geven weverder weer hoe de gewenste verandering van het energiesysteem in dekomende jaren de energieonafhankelijkheid van Nederland sterk kanverbeteren. Het NPE gaat dus in op de samenhang tussen verschillendeonderdelen van het energiesysteem, energiebronnen, transportverbruiken welke veranderingen voor elk van de onderdelen nodig zijn om deenergieonafhankelijkheid te vergroten.Dit waren de kritieke grondstoffen. De vraag over diversificatie heb ik albeantwoord.Een vraag van de heer Klos. Hoe minder aardgas we nodig hebben, hoeminder dure pleisters we hoeven te plakken. Ja, dat is zeker waar. DeNVDE presenteerde een spoedplan. Daarover zijn we inderdaad meteenmet ze in gesprek gegaan. Zij roepen onder andere op tot het oplossenvan netcongestie en het verkorten van doorlooptijden van projecten.Beide zijn prioriteit van dit kabinet. Ik denk dat u ook regelmatig iets zieten hoort over hoe we met netcongestie bezig zijn. Dat is echt ongelofelijkbelangrijk, want er zijn ook ontzettend veel huishoudens en bedrijven diegraag willen verduurzamen, maar dat niet kunnen. Ze willen hunonafhankelijkheid vergroten en versnellen, maar kunnen dat niet door denetcongestie, dus die aanpak heeft echt topprioriteit. Verder zet hetkabinet in op het verduurzamen van woningen, het verplicht uitfaserenvan labels E, F en G bij huurwoningen en het normeren van slimmewarmtepompen, eventueel hybride, waar dit de beste oplossing is.Dan specifiek over ledverlichting. Vanuit het Rijk wordt stevig ingezet opde implementatie van ledverlichting. In de meeste rijkskantoren is nu alledverlichting geïnstalleerd. Ik kijk meteen even hier naar het dak. Ik denkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72237 dat dat zo is. Het Rijksvastgoedbedrijf werkt eraan om kantoren in alleeigendom zijnde en in gebruik zijnde rijksgebouwen uiterlijk per 2028 tevoorzien van ledverlichting, in lijn met de motie van mevrouw Kröger ende heer Thijssen. IenW werkt gestaag door aan de implementatie van ledop de snelwegen, rekening houdend met het natuurlijke moment vangroot onderhoud, want om heel veel files te veroorzaken alleen voor hetvervangen van de lampen ... Zij proberen aan te sluiten bij daar waar zeook onderhoud moeten plegen. U heeft allemaal de Minister van IenWgehoord: er is veel onderhoud aan de wegen. Dan zal dat dus ook wordenmeegenomen. De VNG doet momenteel ook onderzoek om inzicht tekrijgen in de knelpunten en kansen van ledverlichting bij gemeenten. Ditzou naar verwachting in het vierde kwartaal klaar zijn.Dan nog twee vragen over de topsector Energie en de relatie met fysiekekwetsbaarheid. De topsector Energie heeft het rapport Autonoom en veiliggemaakt. Het kabinet werkt momenteel aan een reactie op dit rapport. Ikzal die rond de zomer met uw Kamer delen. We gaan dan integraal in opde verschillende aanbevelingen uit het rapport, waaronder die overfysieke kwetsbaarheid. Ik heb, samen met de Staatssecretaris vanDefensie, volgens mij vorige week een mooi rapport in ontvangstgenomen over de samenhang tussen bijvoorbeeld chemie en Defensie. Jeziet dat er op allerlei plekken meer aandacht is voor de verbinding tussenweerbaarheid, en ook wat Defensie daarvoor nodig heeft, en de bestaandesectoren. Daarin werken we ook heel erg goed samen. Ik zat een keer in detrein met een mooie ondernemer met een circulair zonnepaneel. Dat wasgeheel van circulair plastic gemaakt en in Nederland geproduceerd. Hijzei: dit blijft ook werken als er een kogel doorheen gaat. Dat was dus ookeen bedrijf dat ik dan onder de aandacht breng bij de Staatssecretaris,van: weet dat er ook dit soort innovaties in de markt zijn waarmeeDefensie haar voordeel kan doen.Er was ook een vraag, volgens mij van mevrouw Müller, maar het kan ookde heer Jumelet zijn geweest, over het recente HCSS-rapport, dus over destructurele leveringszekerheid. EZK, IenW en Defensie werken intensiefsamen aan een toekomstvisie brandstoffen- en chemiegrondstoffenpro-ductie, die in het najaar aan de Tweede Kamer wordt verzonden. Hierinworden ook scenario’s gewogen op basis van publieke belangen. Militaireveiligheid en paraatheid worden hierin ook als publiek belang meege-nomen. Misschien was het de heer Van den Berg; ik ben even kwijt wievan u dit heeft gevraagd. Ik ga graag met de Minister van IenW en deStaatssecretaris van Defensie in gesprek over het onderwerp militaireparaatheid en energiezekerheid in relatie tot de raffinagesector en depositie van de raffinaderijen. Ik weet dat mevrouw Müller daar in iedergeval veel aandacht voor vroeg.Over de raffinagesector. Ik had laatst een presentatie over de ruimtelijk-economische clusters van Nederland en de positie daarin van deraffinagesector. Het is heel interessant dat je daarin ziet dat het voor eenheel groot deel van de raffinagesector richting 2050 geen kwestie is vanafbouw, maar van ombouw naar een ander soort grondstoffen. Nederlandspeelt in Europa een belangrijke rol in de raffinagesector, zoals mevrouwMüller ook al zei. Ik zie inderdaad een belang in de ombouw naarverduurzaming. Ik heb daarom ook toegezegd dat ik, samen met deMinister van Economische Zaken, in de industriebrief die na de zomerkomt de verduurzaming van de industrie en de raffinagesector ook zalmeenemen.De voorwaarden rondom de indirecte kostencompensatie voor elektrici-teitskosten zijn momenteel onderdeel van breder lopende gesprekken.Daarover komt rond Prinsjesdag meer duidelijkheid. Op dit momenthebben we de IKC eerst uitgebreid met 22 sectoren. Daar zat de raffinage-sector nog niet bij, maar de gesprekken lopen dus verder rondomPrinsjesdag. Ook bij internationale regels, zoals de Methaanverordening –Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72238 dat is net gewisseld – ziet u dat wij serieus kijken naar de uitvoerbaarheiden de importrisico’s. Dat wordt dus ook meegewogen.Voorzitter. Dat waren volgens mij de vragen voor zover wij ze haddengenoteerd.De voorzitter:Geweldig. Dank u wel. Ik ga kijken of de Kamerleden nog vragen hebbengemist. Dat is niet het geval. Ik kijk ook even naar de klok. We zitten goedin de tijd. Het is 15.50 uur. O, mevrouw Müller, u heeft toch nog eengemiste vraag? O, een interruptie? Natuurlijk. Daar zijn we nog mee bezig,zeker. Aan u het woord.Mevrouw Müller (VVD):Ik ben best tevreden met de antwoorden van de Minister over deraffinagesector. Ik begrijp uit haar woorden dat Defensie hierbij ook goedis aangesloten. Ik maak me hier oprecht heel erg veel zorgen over, als jekijkt naar wat er in de toekomst gebeurt, ook Europabreed, en de rol dieNederland daarin kan spelen. Ik ben dus heel blij dat de Minister dat goedop haar netvlies heeft. Ik zie de toekomstvisie en de industriebrief dan ookgraag tegemoet en ik zal die ook kritisch bekijken. Ik ben nog niethelemaal tevreden, zoals u zich kunt voorstellen, over de keuze om deraffinagesector van de IKC uit te sluiten. Ik ga overwegen of ik daar nogwat mee kan doen.De voorzitter:Dat is natuurlijk aan u. Dat is meteen ook een mooi bruggetje naar detweede termijn. Ik stel voor dat we daarmee gaan beginnen. Ik kijk even ofwe daar klaar voor zijn. De heer Van den Berg. Ja? Aan u het woord.De heer Van den Berg (JA21):Zeker, born ready. Dank u wel, voorzitter. Ook dank voor de beant-woording; dank u wel, Minister. Ik kijk toch met wat onzekerheid terug opdit debat. Ik kan nog niet stellen dat ik helemaal gerust ben. Leveringsze-kerheid is gewoon ontzettend belangrijk voor ons land en voor onzeeconomie. Ik zie wel dat de Minister stappen zet, dus dank daarvoor, maarik denk dat we nog net een tandje moeten bijzetten op het gebied vanlangetermijncontracten, maar ook bijvoorbeeld wat betreft de afhankelijk-heden. Ik zag gisteren nog dat we onze afhankelijkheid van olie nueigenlijk aan het verplaatsen zijn van Qatar en het Midden-Oosten naar deVS, net zoals we hebben gedaan met aardgas. Die diversificatie zou ik heelbelangrijk vinden. Dat kunnen we volgens mij doen met die langetermijn-contracten.Ik maak me ook nog zorgen over de kosten. Ik hoorde de Minister sprekenover vraagreductie. Wanneer er geen aardgas meer is, dan komen wevanzelf in balans, maar wel met een hogere prijs. Dat is een scenario. Danis er leveringszekerheid, maar niet op het gebied van betaalbaarheid. Dangaan de middenklasse en de lagere klasse daar gewoon aan ten onder.Dat is catastrofaal en dat moeten we zien te voorkomen.Voorzitter. Dan een laatste punt, over het capaciteitsmechanisme. Ikschrok toch wel. Daar heb ik ook een vraag bij. De discussie in de Kamerloopt al sinds september 2023. We hebben in december een motieingediend om dat nu echt te realiseren. Er zou binnen een halfjaar eenbesluit over komen, of in ieder geval in het eerste halfjaar van 2026. Nuhoor ik dat het eigenlijk op de lange baan wordt geschoven tot wanneerTenneT daarover gaat adviseren, of hoorde ik dat verkeerd? Ik schrok inieder geval heel erg. Ik hoop toch echt dat we dat zo snel mogelijk gaaninvoeren.Dank u wel. En ik wilde inderdaad een tweeminutendebat aanvragen;dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72239 De voorzitter:Geen enkel probleem. Dat is bij dezen dan ook aangevraagd. Helemaalgoed. De heer Klos.De heer Klos (D66):Voorzitter, dank. Dank voor de beantwoording. Ik heb geen verdereopmerkingen hierover, maar ik heb nog wel een extra vraag. Daar hebbenwe het eigenlijk niet over gehad, maar wel in de technische briefing diewij hebben gehad voordat we dit debat zouden hebben. Het betreft deimpact van klimaatverandering zelf op de leveringszekerheid. We horenbest wat alarmerende woorden daarover, over de staat van onzeinfrastructuur en de manier waarop extreem weer onze leveringszekerheidin gevaar brengt. Ik vraag me af hoe het kabinet daarnaar kijkt en welkeacties het in dat licht onderneemt om de leveringszekerheid tewaarborgen.De voorzitter:Prima. Mevrouw Van Oosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Veel dank voor de beantwoording van de vragen. Iksluit me ook graag aan bij de vraag van de heer Klos. Helemaal gezien desuper-El Niño die op komst is, is het heel belangrijk dat we daar extraaandacht voor hebben.Het is ook fijn om te horen dat weerbaarheid en onafhankelijkheid zullenworden meegenomen in het NPE, maar ik vind het wel heel teleurstellendom te horen dat de Minister niet bereid is om ook te sturen op de afbouwvan olie en gas. Het is helaas namelijk niet zo dat een toename inhernieuwbare energie automatisch ook een afbouw in fossiel betekent,helemaal omdat de Minister natuurlijk ook samen met Colombiainternationaal de kar trekt als het gaat om het afbouwen van fossiel en erafgesproken is om te kijken naar nationale afbouwpaden. Hierbij dusnogmaals de oproep aan de Minister om percentages voor olie en gas inhet NPE te overwegen, ook gezien het feit dat de klimaatdoelen steedsverder uit zicht raken.We hebben het veel gehad over de Methaanverordening. Volgens mij isde oproep vanuit mijn partij duidelijk: geen afzwakking van «de methaan»,zo snel mogelijk laten ingaan. De vraag is dus of de Minister kantoezeggen dat ze zich hiervoor gaat inspannen in Brussel.Tot slot over de capaciteitsmarkt. Het is heel goed om in gesprek te gaanmet andere landen. Het uitgangspunt moet zijn dat we onze afhanke-lijkheid van gas afbouwen. De Minister vroeg zich net af of het mogelijk isom duurzame methoden te bevoordelen. Ja, dat kan, want we weten datze dat in België en Frankrijk al doen. Onze oproep is dus om dit mee tenemen.Dank u wel.De voorzitter:Ja. Dat levert nog een vraag op van uw collega Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Het was, denk ik, een interessante eerste termijn in de Kamer. Ik ben tochbenieuwd wat nou de afdronk is van mevrouw Van Oosterhout tenaanzien van de leveringszekerheid. Hebben we die op deze manier nuvoldoende geborgd? Ik hoor inderdaad dat als we hernieuwbaaropschalen, dat niet leidt tot minder olie en gas. Dat klopt, want je hebtuiteindelijk gewoon die leveringszekerheid nodig, dus godzijdank hebbenwe die. Ik mis gewoon het realisme of wij met de koers die mevrouw VanOosterhout voorstelt, dus alleen maar zon en wind en nu gelijk stoppenmet olie en gas ... Ik mis eigenlijk gewoon het hele plaatje van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72240 leveringszekerheid. Ik ben benieuwd wat de afdronk van mevrouw VanOosterhout daarvan is.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Volgens mij heeft de heer Van den Berg dan niet goed geluisterd naar mijnbetoog. Het gaat juist ook heel erg over onder andere het capaciteitsme-chanisme dat we moeten opbouwen en de samenwerking met andereEuropese landen. Als er iets is wat deze crisis ons laat zien, is het hoegevaarlijk het is om afhankelijk te blijven van olie en gas en dat we daar zosnel mogelijk vanaf moeten, ook gezien de betaalbaarheid van onzeenergie. Ja, dat betekent dat we aan de ene kant zo snel mogelijk wind enzon en andere vormen van hernieuwbare energie moeten opschalen.Maar het betekent ook dat we volop moeten inzetten op energie-efficiëntie. We weten dat we daar ook nog enorm veel potentie voorhebben. We kunnen in vijf jaar tijd een derde van ons gasverbruikverminderen als we daar nu volop op inzetten. Ik noemde al het capaci-teitsmechanisme. Ook op opslag moeten we volop inzetten. Er is een heelbreed scala aan dingen die we moeten doen. Mijn afdronk is dat hetkabinet nog niet genoeg doet. Daarom deed ik een heel aantal oproepenaan de Minister om daar toch stappen op te gaan zetten, zodat we ervoorkunnen zorgen dat onze energie betaalbaar wordt en dat we niet nog eenkeer in zo’n crisis terechtkomen.De voorzitter:Ja, daar mag nog een korte vervolgvraag over worden gesteld.De heer Van den Berg (JA21):Dan ga ik wel pleiten voor wat realisme in deze discussie. Als we hethebben over afhankelijkheden van olie en gas en van het buitenland, benik het helemaal met u eens, maar ik heb nog geen één keer terug gehoord:wat nou als we vol inzetten op zon en wind en alle afhankelijkheden die erdan zijn van primair China? Dan is de nieuwe crisis op het gebied vanenergie, of eigenlijk van leveringszekerheid, toch aanstaande? Ik had laatsteen debat met de heer Klos over bijvoorbeeld afhankelijkheid van Ruslandvoor onze kernenergie. Dat is inderdaad een probleem. Dat telt ook mee inde leveringszekerheid. Ik mis dan het volgende. Waarom kijken we danniet naar die andere kant? Uiteindelijk hebben we gewoon geen gebalan-ceerd plaatje. Reflecteert u daar eens op.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik heb de heer Van den Berg dit argument veel vaker horen geven, maarwe moeten dan toch echt onderscheid maken tussen wat we doen met diematerialen. Aan de ene kant heb je olie en gas, dat je continu moet blijvenimporteren en dat je maar één keer kunt gebruiken. Aan de andere kantheb je materialen waarbij we inderdaad zeker moeten kijken naar waar wedie vandaan halen, maar waarbij je dat wel maar één keer hoeft te doen.Vervolgens kun je in Nederland en in Europa ook op allerlei manierenkijken of je die materialen circulair kunt maken en ervoor kunt zorgen datje die maar één keer uit het buitenland hoeft te halen. Misschien kun je zezelfs in Europa uit de grond halen of in Europa produceren. Dat is echt eenhele andere discussie dan olie en gas, dat je maar één keer kuntgebruiken.De voorzitter:Wellicht komt u hier met elkaar op een later moment nog eens over tespreken. We hebben dit punt toch nog kunnen meenemen in het debatvan vandaag. Dan ga ik naar de heer Jumelet. Aan u het woord.De heer Jumelet (CDA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72241 Dank u wel, voorzitter. Ik vroeg om een gesprek met de exploitanten overde toekomst van centrales en locaties. Ik hoorde wat de Minister daaropheeft geantwoord, maar ik had ook gevraagd of de Minister bereid is ombijvoorbeeld het PBL onderzoek te laten doen naar de mogelijke rol vankolencentrales binnen het capaciteitsmechanisme. Daarmee bedoel ik ookbiomassa. Mijn vraag zou vooral de volgende zijn. We zijn een beetje inverlegenheid. De brief komt nog en we gaan er nog met elkaar overspreken. Kan de Minister toch overwegen om ermee aan de gang te gaan?Ik ga haar niet direct om een toezegging vragen, maar ik vind het welbelangrijk om nog even te benadrukken om daar vooral ook de breedte tezoeken en de kennis met elkaar in te roepen om de goede dingen te doen.Volgens mij zijn we daar allemaal bij gebaat.Voorzitter. In de tweede termijn maak ik maar even die driehoek tussenduurzaam, betrouwbaar en betaalbaar. Als het gaat om duurzaam, denk ikdat we op de goede weg zijn. Als het gaat om betrouwbaar, hebben wegoede dingen gehoord en zeker nog wat aangescherpt. Maar hetbetaalbaar houden met elkaar, waarover gisteravond een aantal motieszijn ingediend, houdt ons ook allen bezig. Ongeacht of het gaat om ETS2of de bijmengverplichting – je kunt nog een heel aantal dingen meeropnoemen – of het voorkómen van netcongestie met al die kabels in degrond, stel ik in ieder geval vast dat dit de grote zorgen zijn waar ik me inieder geval mee bezighoud om het ook betaalbaar te houden. Ik zou tochnog aan de Minister willen vragen om daar nog op te reflecteren met hetoog op de leveringszekerheid. Ik begon misschien wat huiselijk met hethuis dat je overdoet, te koop zet en overneemt, maar ik mis dan toch eenbeetje de scherpte en de urgentie, ook in de beantwoording, in de zin datwe dat misschien anders hadden kunnen doen met het oog ook op debetaalbaarheid. Uiteindelijk gaat een huishouden of de burger inNederland dit betalen. Dat vind ik gewoon een punt om nog echt onder deaandacht te brengen.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Müller.Mevrouw Müller (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik wil de Minister en haar ondersteuning bedankenvoor de antwoorden op alle vragen. Ik heb er ook niet meer heel veel,maar een klein gevoel van ongemak blijft er wel. Dat gevoel heb ik vooralover aankomende winter, maar ook op de langere termijn en op de kortetermijn over onze strategische reserves. Ik ben dan ook blij met detoezegging dat wij voor de zomer nog geïnformeerd worden over dehuidige stand van zaken. Inderdaad, ik kan zelf op het dashboard kijkenhoe het precies ervoor staat qua percentages, maar ik zoek natuurlijk ooknaar de handelingsopties die er in de zomer voor het kabinet zijn als hetniet goed genoeg toeneemt. Maar ik ga ervan uit dat u dat gaat doen.Ik kijk natuurlijk ook heel erg uit naar de brief over het strategischegasbeleid. Daar moeten echt een aantal scherpe en grote keuzes ingemaakt worden. Ik denk dat de hele Kamer daar goed naar kijkt.Nogmaals, ik ben blij met uw antwoorden en dat u inziet dat de raffinage-sector echt belangrijk is voor onze leveringszekerheid en dat er ook bij henzeker kansen zijn om de verduurzaming ook echt hier in Europa te latenplaatsvinden.Nog één laatste checkvraag. Ik had een aantal vragen over de kolencen-trales. Die stoppen inderdaad vanaf 2030 met kolen. Begrijp ik goed datdeze, als ze omgezet worden naar andere, duurzamere vormen, meekunnen doen in het capaciteitsmechanisme? Dat is eigenlijk de enigecheckvraag die ik vandaag nog heb.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72242 Dank voor deze tweede termijn vanuit de Kamer. Ik begrijp van deMinister dat het haar gaat lukken om meteen over te gaan tot de beant-woording. Dat is heel prettig wat mij betreft. Laten we dat doen en dangaan we met elkaar kijken welke toezeggingen zijn gedaan en hoe we ditdebat met elkaar afronden.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Dank u wel, voorzitter. Het kan zijn dat er nog een enkele vraag wordtbinnengebracht waarop nog antwoord beloofd was. O kijk, timing iseverything! Ik begin in ieder geval alvast. Dank aan de leden voor hunvragen.De heer Van den Berg en mevrouw Müller – ik hoorde dat eigenlijk ook bijanderen – zeiden: we zijn blij met de antwoorden, maar zijn toch niethelemaal gerust. Ik denk dat ik «niet helemaal gerust» zou willen vertalenin alertheid. Dat is ook een hele gezonde houding dit jaar. Dat zijn wij ook.U mag ook van mij verwachten dat ik niet zeg «nou, ik ben helemaalgerust». Nee, ik blijf continu kijken. Die alertheid moet ook niet betekenendat we onnodig ongerust zijn; dat heb ik u ook geprobeerd te vertellen.Maar de alertheid is dit jaar gewoon wel echt aan de orde. Het is eenander jaar wat betreft de gasopslagen. We starten met een veel lagerevullingsgraad. De dynamiek is minder voorspelbaar. Dus die alertheid isgewoon belangrijk. Die zie ik bij u en die mag u ook bij mij verwachten enzien. Laten we daar op die manier voor de zomer nog een keer een briefover sturen met natuurlijk een toelichting hoe wij het dashboard interpre-teren en wat we als handelingsopties zien of wat we zien gebeuren. Datlijkt mij verstandig.De heer Van den Berg sprak over de strategische gasbrief en vroeg of erwel of niet sprake is van vertraging. Vanaf december komt de eerste briefnu in juni en de tweede brief komt in september. Misschien dat hetwisselen van de regering een vertraging van twee maanden heeftopgeleverd, maar daar wordt met dezelfde urgentie aan gewerkt. Daaromstuur ik u ook vast voor de zomer die brief, met ook het PwC-rapport. Dankunt u ook vast nadenken en zijn we er in het najaar zo veel mogelijk klaarvoor om keuzes te maken. Absoluut is die urgentie er. U vroeg «binneneen halfjaar». Daar gaan we net twee maanden overheen, maar goed, metde wisseling van een kabinet is dat wellicht te overzien.De voorzitter:Een moment. Ik stel voor dat we specifieke vragen meteen even doen.Dan hebben we die gelijk maar gehad. De heer Van den Berg, kortalstublieft.De heer Van den Berg (JA21):Ja, heel kort, meer voor de verduidelijking. Dank, want volgens mijspreekt de Minister nu over de strategische reserves en het strategischegasplan. Uitstekend, maar ik had het specifiek over het capaciteitsmecha-nisme. In december werd door de toenmalige Minister van Klimaat enGroene Groei gezegd: het kabinet neemt daar een besluit over in heteerste halfjaar van 2026. Daar refereerde ik net aan.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Nogmaals, met het inwerken... De Minister is er altijd, in die zin is datnooit een excuus. Maar in de praktijk blijkt toch dat men zich ook weermoet inwerken, en de energiecrisis die daar nog tussendoor is gekomen,heeft ook zo zijn rol. We moesten ook wachten op bepaalde rapporten.Maar nogmaals, ook hier werken we gewoon hard aan. Die tijdslijnen dieTenneT schetst voor wanneer de risico’s op storingen toenemen, zien wijnatuurlijk ook. Die zijn reëel en laten ons ook niet uitgebreid de tijd omzaken eindeloos maar nog een keer te bestuderen. We moeten knopendoorhakken met elkaar. Ik kom daar straks nog op terug.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72243 Het allerlaatste: niet alleen vertrouwen op de markt als de prijzen heel erghoog worden en oppassen dat we dan niet zeggen «dan loopt de prijsmaar enorm omhoog», want dat kunnen bepaalde huishoudens dan nietmeer dragen. Ik denk dat u ook in de brief van het kabinet over hetIranpakket hebt gezien dat we met het noodpakket en de maatregelen dehuishoudens met de laagste inkomens echt heel gericht proberen teondersteunen daar waar het echt nodig is. Ook het kabinet ziet dat dus.Ook het kabinet is zich ervan bewust dat energie een grote kostenpost isvoor mensen. Ook het kabinet wil ervoor zorgen dat iedereen het metelkaar kan meemaken.De vraag van de heer Klos over de impact van klimaatverandering op dehele energietransitie, waar mevrouw Van Oosterhout zich bij aansloot, isdenk ik een heel terechte vraag. Ik zal even kijken of we daar in de contextvan het NPE ook iets over zeggen. Maar we zullen ons in al onze sectorenmoeten aanpassen aan klimaatverandering en ons moeten voorbereidenop de gevolgen van de klimaatverandering die al plaatsvindt. Het isinderdaad onderdeel van het NPE, zie ik. Nee, dit was een andere vraag.Excuus. Die komt zo meteen. Ik kijk dus even waar die informatie staat,maar uiteraard is dit een belangrijke vraag waar we rekening mee moetenhouden.Mevrouw Van Oosterhout vroeg naar het afbouwen van olie en gas. Omspraakverwarring te voorkomen: als ik kijk naar 100% van onze energie-voorziening en ik ga binnen die 100% actief beleid voeren – en dat latenwe in het NPE zien – op het vergroten van de hoeveelheid duurzameenergie, dan betekent dat ook dat we een eventuele verhoging van devraag daarin hebben meegenomen. Dan stuur je daarmee op het verlagenvan de vraag naar olie en gas, en de manier waarop je dat inregelt,betekent dat het percentage van hernieuwbaar stijgt. Dat is niet automa-tisch zo, als je de groei van de vraag niet meeneemt. Ik denk dat mevrouwVan Oosterhout daaraan refereert, en terecht. Dat is ook waarom deconferentie in Colombia zo belangrijk was.Als je alleen maar inzet op de groei van hernieuwbaar, zonder dat te zienals onderdeel van de totale vraag, dan kun je zeggen: je produceert meerenergie en je consumeert meer energie, en fossiel blijft precies gelijk. Wijzetten dus echt in op een transitie, en dat betekent ook dat de groei vanhernieuwbaar sterker is dan de groei van de energievraag. Alleen dangaat de vraag naar fossiel namelijk omlaag. Wij sturen alleen op hetafbouwen van fossiel via het afbouwen van de vraag, en daar werken weop allerlei manieren heel hard aan, via vergroening van de industrie, viahet verduurzamen van de huizen et cetera. Maar dat komt dus ook terug inhet NPE. Daar kunt u dat ook zien. Dat is dus een gevolg van de keuze diewe maken. Zo zou je het ook kunnen zien, maar met je beleid stuur jenatuurlijk op de twee kanten tegelijkertijd.De voorzitter:Dat levert toch nog een korte vraag op.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Als de Minister aan de ene kant zegt «dat doen we eigenlijk al» en «het zittoch ook wel verwerkt in het beeld rondom de vraag», dan rijst bij mij devraag waarom we het dan niet toch expliciet opnemen in het NPE.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Het is eigenlijk het spiegelbeeld van de groei waar wij op inzetten voorwind en zon. Maar laten we die discussie... Als we het eenmaal zien in hetNPE, dan wordt het misschien iets concreter en minder abstract. Anderswordt wat we hier wisselen wellicht moeilijk te volgen voor mensen. Maarhet kabinet zet in op een transitie. Dat wil zeggen dat we onze afhanke-lijkheid van olie en gas willen verminderen. Daarom werken we actief aanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72244 het afbouwen van de vraag. Dat ga je natuurlijk ook terugzien in het totaleplaatje van de aandelen hernieuwbaar versus fossiel.De voorzitter:Ik denk dat u gewoon even moet gaan zien hoe het straks daadwerkelijk ismeegenomen, mevrouw Van Oosterhout.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Dan op het punt van de Methaanverordening. Ik blijf me inzetten voor eenambitieuze Methaanverordening, die wel uitvoerbaar is. Dat laatste is nueven waarop de handreiking van de Commissie ziet, maar wij blijven onsook inzetten voor ambitie. De voorbeelden van Frankrijk en België zullenwe meenemen. We zullen daarnaar kijken. Fijn dat u het voorbeeldaandroeg. Dan kunnen we daarnaar kijken bij het ontwerp van hetcapaciteitsmechanisme.De voorzitter:Kunnen we dat als een toezegging noteren?Minister Van Veldhoven-van der Meer:Dat heb ik hiervoor ook al gezegd. We nemen een heleboel mee in hetcapaciteitsmechanisme. Ik had ook al gezegd: u mag het als toezeggingformuleren...De voorzitter:Wat u wilt.Minister Van Veldhoven-van der Meer:... maar ik ga er geen aparte brief over sturen. Het komt daar gewoon interug. We nemen het mee.De voorzitter:Het wordt meegenomen.Minister Van Veldhoven-van der Meer:De heer Jumelet zei: zoek de breedte in het opzetten van het capaci-teitsmechanisme. Dat doen we. Het moet namelijk technologieneutraalzijn, dus die breedte zit er eigenlijk per definitie in. Daarvoor is geen apartonderzoek nodig. Ik zou ook zeggen: laten we geen onderzoeken doendaar waar we via de manier waarop we het aanvliegen al zorgen dat detechnologieneutraliteit gewaarborgd is. De betaalbaarheid is ook heel ergbelangrijk. Daar vraagt u terecht aandacht voor. We hebben daar gisterenook wat over gewisseld. We zien dat aan de ene kant de kosten vanelektriciteitsopwek een plek hebben, maar aan de andere kant ook allekosten van netwerken. Maar ik noem ook de kosten van het capaciteitsme-chanisme, de kosten die we maken voor strategische gasopslagen. Net alsde hoogte van de premie die we bereid zijn om te betalen, moeten we ookde totale kosten in ogenschouw nemen. Welke stapeling willen we? Welkestapeling is nog betaalbaar? Bij wie komt het terecht? Daarom hecht ik ersteeds zo aan dat we keuzes in samenhang maken met het NPE. Danweten we namelijk waarop we sturen en hoe we de kosten de komendetijd met elkaar gaan verdelen.De voorzitter:Voordat u verdergaat, is er ook nog een specifieke vraag van de heerJumelet.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Ik had nog één laatste antwoord voor de heer Jumelet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72245 De voorzitter:Laten we het dan even afmaken.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Hij vroeg of wij het misschien anders hadden kunnen doen. De Minister iser altijd. Ik weet niet of ik het anders had kunnen doen. Ik vind wel dat jevan elke situatie moet willen leren. Het lijkt me dus goed dat we daar nogeens naar kijken: als we nog eens voor die keuze komen te staan, zoudenwe het dan op dezelfde manier doen? Of waren er variabelen die we nooithadden kunnen inschatten? Op die manier dank aan de heer Jumelet voorhet aandachtspunt.Dat was de laatste vraag, voorzitter.De heer Jumelet (CDA):Voordat ik het weer vergeet: ik wil de Minister hartelijk danken voor debeantwoording. Die was uitgebreid en to the point. Dank daarvoor,Minister. Nog even over de betaalbaarheid. Het rapport FIEN – deafkorting laat ik maar even voor wat die is – spreekt over alle investe-ringen die nodig zijn. Je ziet ook dat daar keuzes inzichtelijk wordengemaakt. Ik stel me zo voor dat dat ook zomaar in het NPE terechtkomt,want het NPE wordt nu heel vaak genoemd. Maar ik denk dat het goed isom dat rapport er ook eens bij te betrekken. Wat zijn we met z’n allen aanhet doen aan investeringen? Ik permitteer me ook maar de opmerking datwij daar de keuzes in moeten maken. Ik denk dat het goed is om te ziendat er door heel veel partijen hard wordt gewerkt om de netcongestie teverhelpen of die in ieder geval op heel veel plekken in het land tegen tegaan. Maar laten we ook hier met elkaar goed de discussie voeren overwaaraan we het geld besteden.Minister Van Veldhoven-van der Meer:Dat ben ik van harte met de heer Jumelet eens. Daarom verwijs ik ook afen toe naar dat we allemaal graag zo veel mogelijk zekerheid willen, maardat de verzekeringspremie die wij opleggen, ook ergens betaald moetworden. Dat geldt voor allerlei keuzes, zoals de keuzes die we maken overde uitrol van infrastructuur. We moeten ze ook weer afwegen tegen hoeafhankelijk we willen blijven van de import van olie en gas. Daarom heb ikhet ook steeds over die driehoek. Het is echt zoeken naar de balans.Daarom moeten we dat inderdaad hier met elkaar doen, in samenhang.Ook moeten we het overzicht goed met elkaar proberen te bewaken.Voorzitter. Dan was er nog een vraag van mevrouw Müller. Er is altijd hetkleine beetje ongemak. Ik denk dat het heel gezond is dat wij dat hier metelkaar hebben en houden, dat we in de loop van dit jaar het gesprekblijven aangaan en dat we de vinger aan de pols blijven houden. Dat doeik dus ook.U vroeg ook aandacht voor de technologieneutraliteit in de context vanhet capaciteitsmechanisme. Dat gaan we inderdaad op die manierinrichten.Volgens mij ben ik dan door de vragen in de tweede termijn heen.De voorzitter:Wederom dank voor de beantwoording. Ik zie dat de leden vinden dat alhun vragen zijn beantwoord. Dan kunnen we deze tweede termijnafronden. Ik kom tot de toezeggingen, maar voordat ik die voorlees, zal ikalvast aankondigen dat er een tweeminutendebat is aangevraagd door deheer Van den Berg. Dat zal dus ook worden ingepland.De heer Van den Berg (JA21):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72246 Kan hier gelijk aangegeven worden – ik kijk ook even naar de rest van decommissie – dat dat tweeminutendebat voor de zomer komt? Of moet datdinsdag bij de regeling worden aangegeven? We zijn nog een beetjenieuw.De voorzitter:Ik begrijp vanuit de griffie dat als het echt voor de zomer moet, dat danplenair bij de regeling van werkzaamheden moet worden aangevraagd.Wij gaan namelijk niet over de planning van de plenaire zaal, maar wekunnen wel doorgeven dat u een tweeminutendebat wilt. Dan is het aan uom dat dinsdag te verzoeken.Dan komen we bij de toezeggingen. Het zijn er zes in totaal, dus ik zouzeggen: let op.–Voor het zomerreces deelt de Minister het rapport van PwC met deKamer. Dat is in algemene zin aan iedereen toegezegd.–Voor de zomer ontvangt de Kamer nog een update over de voortgangvan het vullen van de gasvoorraden. Dat is een toezegging richtingmevrouw Müller.–De toegezegde brief over het strategisch gasbeleid komt samen methet NPE rond Prinsjesdag naar de Kamer. Onder andere strategischegasopslag en kussengas worden daarin meegenomen.–De Minister informeert de Kamer voor de zomer over welke optie alsuitgangspunt wordt gehanteerd voor de capaciteitsmarkt.–De brief over een verdere uitwerking van het capaciteitsmechanismevolgt na de zomer. Kort na de zomer zelfs, hoor ik de Minister zeggen.Minister Van Veldhoven-van der Meer:We proberen dat zo snel mogelijk te doen.De voorzitter:Heel fijn. We pakken met elkaar natuurlijk alle ruimte die we in deplanning hebben. Tot slot de zesde toezegging:–In de brief over de voortgang van de verduurzaming van de industrie,die na de zomer naar de Kamer wordt gestuurd, wordt ook deraffinagesector meegenomen. Dat is ook een toezegging richtingmevrouw Müller.Missen we dan nog een toezegging? Nee. Dan gaan we wat mij betreftnaar een afronding van dit commissiedebat. Ik wil iedereen hartelijkbedanken voor de aanwezigheid en de inbreng. Dank ook aan de Ministervoor alle antwoorden. Volgens mij was het ook naar grote tevredenheidvanuit de Kamer. We hebben er ook uitgebreid de ruimte voor kunnengeven en we zijn alsnog ruim binnen de tijd klaar. Dat is altijd prettig. Hetis op zich geen doel, maar het is wel prettig. Ik wil iedereen nogmaalsbedanken. Hiermee sluit ik deze vergadering.Sluiting 16.18 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 72247
Gerelateerde bronnen
- Gasmarkt en leveringszekerheid
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 4 juni 2026, over Gasmarkt en leveringszekerheid
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.