document · 14 jan 2026 · Tweede Kamer
Verslag
Brontekst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 846Wijziging van de Bankwet 1998 in verband metde invoering van een periodiekerapportageverplichting betreffendehypothecaire leningen ten behoeve van definanciële stabiliteitstaak en statistische taakvan DNB (Wet rapportage hypotheekmarkt DNB)Nr. 5 VERSLAGVastgesteld 14 januari 2026 De vaste commissie voor Financiën, belast met het voorbereidendonderzoek van bovenstaand wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslaguit te brengen van haar bevindingen.Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen tijdig engenoegzaam zal hebben geantwoord, acht de commissie de openbareberaadslaging over dit wetsvoorstel voldoende voorbereid.De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,Van der LeeDe adjunct-griffier van de commissie,Van der Steur kst-36846-5ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 846, nr. 51 INLEIDINGDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van deWet rapportage hypotheekmarkt DNB. Deze leden vinden het borgen vande financiële stabiliteit uiterst belangrijk, maar vinden het net zo belangrijkdat dit niet ten koste gaat van de privacy van mensen. Daarom steunendeze leden het voorliggende wetsvoorstel en hebben deze leden op ditmoment geen vragen.De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het wetsvoorstel Wet rapportage hypotheekmarkt DNB en de daarbijbehorende memorie van toelichting. Deze leden onderschrijven hetbelang van een stabiel financieel stelsel en adequate monitoring vanrisico’s, maar hechten tevens groot belang aan proportionaliteit, datamini-malisatie, regeldrukbeperking en rechtszekerheid voor rapportageplichtigepartijen. In dat licht hebben deze leden de volgende vragen enopmerkingen.De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstelvoor een rapportageverplichting voor financiële instellingen aan DNB overhypothecaire leningen, zodat DNB haar statistische en financiële stabili-teitstaken goed kan uitvoeren. Zoals vaker opgemerkt heeft Nederland eengigantische hypotheekschuldenberg en is het goed dat in het oog tehouden. Deze leden zien de meerwaarde van de rapportageverplichtingom tijdig te kunnen bijsturen.De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van hetwetsvoorstel. Deze leden zijn van mening dat de hoge hypotheekschuldeen risico kan vormen voor de financiële stabiliteit van Nederland alsNederlanders in de toekomst minder in staat zouden zijn om hunhypotheeklasten goed te betalen. Dergelijke risico’s beter monitoren,juichen deze leden in principe toe.De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van het voorlig-gende wetsvoorstel. Deze leden hebben daarover enkele vragen.ALGEMEEN§ 1. InleidingDe leden van de VVD-fractie lezen dat bij algemene maatregel vanbestuur, vanuit proportionaliteitsoptiek, drempelwaarden wordenvastgesteld per rapportageplichtige partij, zodat uitsluitend partijen metrelatief grote hypotheekportefeuilles rapportageplichtig worden. Welkinzicht heeft DNB op dit moment reeds in de omvang en samenstellingvan hypotheekportefeuilles? Kan de regering toelichten welke lacunes erbestaan in de huidige informatievoorziening en waarom deze niettoereikend wordt geacht voor de uitoefening van de statistische enfinanciële stabiliteitstaak van DNB?§ 2. Hoofdlijnen van het voorstel§ 2.1 AanleidingDe leden van de VVD-fractie lezen dat de noodzaak van het wetsvoorstelwordt onderbouwd met de relatief grote omvang van de Nederlandsehypotheekschuld en de bijzondere risicokenmerken van de Nederlandsehypotheekmarkt, waaronder het grote aandeel aflossingsvrije hypothe-caire leningen en hoge financieringspercentages. Op welke wijze hebbende risico’s van aflossingsvrije hypothecaire leningen zich de afgelopenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 846, nr. 52 jaren ontwikkeld? Kan de regering aangeven of en in welke mate dezerisico’s zijn afgenomen, mede in het licht van aangescherpte leennormenen beleid gericht op afbouw? Daarnaast vragen ze om een internationalevergelijking. Hoe verhoudt de Nederlandse aanpak zich tot anderelidstaten waar vergelijkbare risico’s bestaan? Op welke wijze verkrijgentoezichthouders in andere landen inzicht in hun hypotheekmarkten?Voorts lezen de leden van de VVD-fractie dat proportionaliteit en rechtsze-kerheid beter worden geborgd door het vooraf vastleggen vandata-attributen en toepassing van dataminimalisatie dan bij eenonbepaalde uitvraagbevoegdheid. Kan de regering nader toelichten opwelke wijze dit in de praktijk wordt vormgegeven en hoe wordtvoorkomen dat de rapportageverplichting in de toekomst alsnog inomvang toeneemt?Als laatste lezen deze leden op dit punt dat in de memorie van toelichtingwordt gesteld dat het huidige verbod op het gebruik van persoonsge-gevens in de Bankwet 1998 belemmerend werkt voor het verkrijgen vannoodzakelijke gegevens. Het wetsvoorstel creëert daarom een grondslagvoor verwerking van persoonsgegevens door DNB en rapportageplichtigepartijen. Kan de regering nader toelichten waarom het huidige verbod nietlanger volstaat en waarom het verwerken van persoonsgegevensonvermijdelijk is voor het uitvoeren van de statistische en financiëlestabiliteitstaak van DNB?De leden van de CDA-fractie lezen dat het volgens de regering belangrijkis om een nauwkeurig beeld te vormen van hoe de hypotheekmarkt inNederland zich ontwikkelt. Dat is nodig vanwege de relatief grote omvangvan de Nederlandse hypotheekschuld en de bijzondere risicokenmerkenvan de Nederlandse hypotheekmarkt namelijk een groot aandeelaflossingsvrije hypothecaire leningen en daarnaast hypothecaire leningenwaarmee een substantieel deel van de waarde van het onderpand isgefinancierd. Ontwikkelingen die zich de laatste jaren hebben voorgedaan,zoals stijgende hypotheekrentes, krapte op de woningmarkt met groteprijsstijgingen tot gevolg en toenemende kansen op extreem weer (metoverstromings- of verzakkingsrisico) hebben de urgentie nog vergroot.Deze leden vragen daarom wat vervolgens met de rapportageinformatiegebeurt. Deze leden vragen of de regering kan aangeven wat tot op hedenmet monitoring van en rapportage over de hypothecaire leningmarkt isgedaan, tot welke inzichten dit heeft geleid en wat momenteel het oordeelis met betrekking tot impact van hypotheekschulden op financiëlestabiliteit in Nederland. Deze leden merken op dat enkele door de regeringbenoemde risico’s immers al jaren bekend zijn. Zo vragen deze ledenwaarom tot op heden niet is gekozen om bepaalde risico’s in onzehypothekenportefeuille bewust te verlagen. Kan de regering aangevenhoe 100 procent financiering zich verhoudt tot financiële stabiliteitsri-sico’s. De leden van de CDA-fractie zien bijvoorbeeld in de meeste anderelanden een loan-to-value van 90 procent of minder. Deze leden hebbenook vaker gepleit voor een bouwspaarproduct, zodat jongeren beterkunnen sparen voor de aankoop van een eigen woning en met een minderhoge schuld hoeven beginnen. Graag vragen deze leden hierop eenreflectie van de regering.De leden van de CDA-fractie lezen dat in het wetsvoorstel overgegaanwordt tot een rapportageverplichting omdat DNB periodieke data nodigheeft op zeer specifieke data-punten. Als het toezicht tot op heden niet alszodanig was ingericht, maar een meer incidenteel karakter had op basisvan een uitvraagbevoegdheid van DNB zonder nader gespecificeerdedata, vragen deze leden hoe DNB de afgelopen jaren goed in staat isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 846, nr. 53 geweest haar statistische en toezichtstaak uit te voeren. Deze ledenvragen de regering hierop nader in te gaan. Ook vragen deze leden deregering of wordt verwacht dat met de verzamelde data op grond van derapportageverplichting tot nieuwe inzichten of analyses zal wordengekomen.De leden van de BBB-fractie merken op dat hoewel het monitoren vangegevens een beter beeld kan geven van risico’s op de hypotheekmarkt,alleen monitoren er niet voor kan zorgen dat deze risico’s afnemen.Afgelopen jaren is de hypotheekschuld in Nederland enorm toegenomenen is de schuldpositie van met name starters bij tegenslag zoals veran-dering in de arbeidsmarkt in toenemende mate onhoudbaar. Hoe kijkt deregering daarnaar?Deze leden constateren ook dat hoewel macroprudentiële maatregelen,zoals het verhogen van de kapitaalbuffers voor banken, ervoor kunnenzorgen dat banken beter bestand zijn tegen prijscorrecties op de woning-markt, dit nog niets doet voor woningbezitters met een hoge hypotheek-schuld. Welke maatregelen kan de regering nemen om ervoor te zorgendat de schuldhoudbaarheid voor (nieuwe) kopers verbetert? Is de regeringvan mening dat er vooral moet worden gekeken naar de oorzaken van dehoge schuldenberg en dat beleid zich vooral moet richten op hetverkleinen van de totale hypotheekschuld?De leden van de SGP-fractie wijzen erop dat bij de berekening van deleennormen voor hypothecair krediet voortaan ook advies gevraagd wordtaan DNB (zie motie Flach c.s. (Kamerstuk 32 847, nr. 1227) en de reactievan de regering daarop (Kamerstuk 32 847, nr. 1349)). In hoeverre kanDNB nu al aan die extra taak voldoen en in hoeverre is het voorliggendewetsvoorstel daarvoor nodig?§ 2.2 Noodzaak detailniveau hypotheekgegevensDe leden van de VVD-fractie lezen dat gedetailleerde gegevens over dehypothecaire lening, de hypotheeknemer en het onderpand noodzakelijkworden geacht om zicht te houden op kwetsbaarheden die relevant zijnvoor de financiële stabiliteit. Hoe wordt het onderscheid gemaakt tussengegevens die strikt noodzakelijk zijn («need to know») en gegevens dieminder essentieel zijn («nice to know»)? Kan de regering concreetaangeven welke criteria hierbij worden gehanteerd en hoe wordt geborgddat uitsluitend strikt noodzakelijke gegevens worden uitgevraagd? Zorgthet voorliggende voorstel ervoor dat hypotheekverstrekkers extrauitvragen moeten doen aan hypotheeknemers?Deze leden vragen daarnaast of toegelicht kan worden wat de toege-voegde waarde is van dermate veel verzamelde data. Zou eenzelfderesultaat niet eveneens bereikt kunnen worden met een fors kleinererepresentatieve steekproef?De leden van de SGP-fractie lezen dat het voorliggende wetsvoorstelmede is ingediend doordat in de huidige systematiek van de rapportage-verplichting niet kan worden uitgesloten dat de gegevens tot personenherleidbaar zijn. Door het onderhavige wetsvoorstel kan echter een scalaaan gegevens worden opgevraagd, zoals leeftijd en toetsingsinkomen vande leningnemer, vier cijfers van de postcode, energielabel van de woning.Leidt dit niet juist tot veel grotere kans op herleidbaarheid vanpersoonsgegevens?Kan de regering meer in het algemeen reflecteren op de brede uitvraagvan persoonsgegevens in relatie tot de noodzaak van deze uitvraag doorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 846, nr. 54 de DNB om te voldoen aan de wettelijke taken? Waarom is er niet veelmeer terughoudendheid betracht bij de mate van rapportageverplich-tingen?In het verlengde van de vorige vragen wijzen de leden van de SGP-fractieop de stevige kritiek van de Raad van State op dit onderdeel van hetwetsvoorstel. Ook de Raad van State vraagt of een nadere beperking vantot personen herleidbare gegevens niet mogelijk is. Deze leden vinden debeantwoording op die vragen van de Raad van State door de regeringweinig overtuigend. Zo wordt er gewezen op risico’s van klimaatveran-dering, waarbij overstromingen van de Maas worden genoemd. De ledenvan de SGP-fractie vragen of dat een brede uitvraag van persoonsge-gevens rechtvaardigt. Daarnaast wordt er bijvoorbeeld gewezen op denoodzaak van het opvragen van het geboortejaar «om kosten vanverschillende beleidsopties in kaart te brengen voor bijvoorbeeld de30-jaarstermijn voor de hypotheekrenteaftrek en de afbouw hiervan». Isdat ook een doel van het voorliggende wetsvoorstel? Gaat dat niet veelverder dan het doel om DNB meer mogelijkheden te geven om aan zijnwettelijke eisen te voldoen?De leden van de SGP-fractie vragen of de regering bereid is om dealgemene maatregel van bestuur, waarin de gegevens die opgevraagdmogen worden opgesomd zullen worden, veel beperkter vorm te geven.Is bij de algemene maatregelen van bestuur op basis van het onderhavigewetsvoorstel een voor- of nahangprocedure voorzien?§ 2.3 Gesloten systeem voor gebruik, interne deling en verdereverstrekkingDe leden van de VVD-fractie lezen dat op grond van de AVG ieder internverzoek tot hergebruik van gegevens getoetst wordt. Hoe gaat dit in depraktijk in zijn werk?Deze leden constateren dat de voorgestelde rapportageverplichting dehuidige Residential Real Estate-uitvraag (RRE), Commercial Real Estate-uitvraag (CRE) en de Hypotheken Loan Level-data-uitvraag vervangt.Welke overige gegevensuitvragen voor rapportageplichtige partijenblijven bestaan? Waarom worden deze uitvragen niet eveneens vervangenof geïntegreerd in het voorgestelde systeem, mede met het oog opverdere vermindering van regeldruk?De leden van de SGP-fractie constateren dat interne deling van gegevensbinnen DNB mogelijk is, maar onder andere alleen op niet-structurelebasis. Wat wordt daarmee precies bedoeld? Waarom is er niet gekozenvoor formuleringen als «bij hoge uitzondering» of «incidenteel». Zijn datniet meer striktere formuleringen en wordt daarmee niet meer rechtgedaan aan de kritiek van bijvoorbeeld de Raad van State?§ 2.4 Vaststelling rapportageplichtige partijenDe leden van de VVD-fractie lezen dat de rapportageverplichting wordtopgelegd aan partijen die gezamenlijk veruit het grootste deel van deNederlandse hypotheekmarkt bestrijken. Welk deel van de hypotheek-markt blijft desondanks buiten beeld?Daarnaast constateren deze leden dat bij securitisatie de oorspronkelijkeverstrekker veelal beheerder blijft en de leningen daardoor onder derapportageverplichting blijven vallen. In welke gevallen is dit niet zo enwelk risico levert dit op voor de volledigheid van de rapportages?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 846, nr. 55 Voorts lezen de leden van de VVD-fractie dat via drempelwaarden wordtgestreefd naar een dekkingsgraad van 95 procent tot 98 procent van dehypotheekmarkt. Waarom voldoet een lager percentage, bijvoorbeeld 50procent of 70 procent, niet aan het vereiste van representativiteit? Wat zoueen dergelijk lager percentage betekenen voor het aantal rapportage-plichtige partijen en de regeldruk?Ten aanzien van hypothecaire leningen voor zakelijk vastgoed lezen dezeleden dat de rapportageverplichting vooralsnog uitsluitend op banken vantoepassing zal zijn. Wat wordt bedoeld met «vooralsnog»? Wanneerverwacht de regering dat andere partijen relevant worden op dit terrein enop welke wijze wordt dit gemonitord?De leden van de CDA-fractie lezen dat niet alle rapportageplichtigepartijen gaan rapporteren. Bij algemene maatregel van bestuur wordendrempelwaarden vastgesteld voor de omvang van de hypotheekporte-feuille van rapportageplichtige partijen waarboven de rapportagever-plichting gaat gelden. Doel van deze drempelwaarden is dat met derapportageverplichting 95 procent tot 98 procent van de hypotheekmarktinzichtelijk wordt voor DNB, omdat een dergelijk percentage noodzakelijkis voor representatieve statistieken. Over hypotheken bij kleine instel-lingen of ouders die hypothecair lenen aan de kinderen, bijvoorbeeld viahun BV, gaat dan ook (begrijpelijk overigens) nu niet gerapporteerdworden. Deze leden vragen of de regering wel in beeld heeft hoe groot diegroep nu ongeveer is in percentage van de hypotheekmarkt en of datinvloed heeft op de representativiteit.De leden van de SGP-fractie lezen dat bij algemene maatregel van bestuurdrempelwaarden worden vastgesteld voor de omvang van de hypotheek-portefeuille van rapportageplichtige partijen waarboven de rapportagever-plichting gaat gelden. Kan de regering reeds inzicht geven in dezedrempelwaarden? Wat zijn factoren die daarbij van belang zijn?§ 2.5 Vaststelling en wijze van de te rapporteren gegevensDe leden van de VVD-fractie lezen dat banken de meest uitgebreidegegevensset moeten aanleveren, maar dat deze set door dataminimali-satie kleiner zal zijn dan onder de huidige uitvraagbevoegdheid. Voorandere rapportageplichtige partijen geldt een beperktere set, die oponderdelen juist zal toenemen. Deze leden vragen om een overzichtelijkevergelijking tussen de huidige en toekomstige gegevenssets, uitgesplitstnaar type rapportageplichtige partij. In welke gevallen wordt de gegevens-uitvraag teruggebracht, in welke gevallen neemt deze toe en waaromDaarnaast constateren deze leden dat voor zakelijk vastgoed gebruikwordt gemaakt van gegevens uit de AnaCredit-rapportage. Kan deregering toelichten hoe wordt voorkomen dat alsnog dubbele rapportage-verplichtingen ontstaan?De leden van de VVD-fractie concluderen daarnaast dat ervoor gekozen isom niet meer gegevens aan elkaar te koppelen die de overheid al heeft(bijvoorbeeld bij CBS, Belastingdienst en Kadaster), waardoor nu juistmeer gegevens van hypotheekverstrekkers opgevraagd worden. Inhoeverre kan dit ertoe leiden dat hypotheeknemers extra gegevensmoeten verstrekken en wat betekent dit in het algemeen voor ervarenregeldruk?De leden van de CDA-fractie lezen dat er een per rapportageplichtige partijen per type lening, zo laag mogelijke periodiciteit van de rapportagever-plichting wordt vastgelegd in de algemene maatregel van bestuur. DezeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 846, nr. 56 leden vragen wat dit concreet kan betekenen voor laagste en hoogstefrequentie van aanleveren van gegevens en of dat mogelijk vaker is van inde huidige situatie van financiële instellingen wordt verwacht. Ook vragendeze leden of bepaalde data-attributen naar verwachting geautomatiseerdkunnen worden verzameld door rapportageplichtigen of dat dit mogelijkeen hoge administratieve last is.§ 2.6 Waarborgen bij verwerking van gegevensDe leden van de VVD-fractie constateren dat het wetsvoorstel waarborgenbevat zoals pseudonimisering, een verbod op re-identificatie en eenbewaartermijn van 12 jaar. Hoe wordt gecontroleerd dat DNB nietovergaat tot re-identificatie van gegevens? Welke sancties gelden bijovertreding van dit verbod?Ten aanzien van de bewaartermijn lezen de leden van de CDA-fractie datna het verstrijken van 12 jaar de gegevens zodanig bewerkt worden datdeze zelfs na koppeling met andere bronnen niet meer herleid zoudenkunnen worden tot individuen, waardoor betrokkenen niet meer identifi-ceerbaar zijn. Deze leden vragen de regering waarom niet wordt gekozenvoor verwijderen van gegevens, zodat je zeker weet dat er nooit alsnog opeen onbehoorlijke manier mee omgegaan kan worden.De leden van de SGP-fractie vragen of de regering precies kan toelichtenwaarom is gekozen voor een bewaartermijn van 12 jaar? Waarom volstaateen kortere periode niet?Daarnaast lezen deze leden dat de gegevens na 12 jaar zodanig bewerktworden dat deze zelfs na koppeling met andere bronnen niet meer herleidzouden kunnen worden tot individuen, waardoor betrokkenen niet meeridentificeerbaar zijn. Dat roept ten eerste de vraag op of dat in de 12 jaardaarvoor wel mogelijk is. Daarnaast vragen deze leden hoe dezebewerking precies plaatsvindt. Waarom wordt er niet voor gekozen omdeze gegevens te vernietigen? Aangezien de gegevens niet wordenvernietigd en zelfs nog worden gebruikt, is er dan geen sprake van eenveel langere (wellicht zelfs onbeperkte) bewaartermijn? Waarom wordende gegevens na een bepaalde periode niet vernietigd? Klopt het dat hetvoorliggende wetsvoorstel daaraan geen eisen stelt?§ 3. Verhouding met ander recht§ 3.2 Overig internationaal rechtDe leden van de VVD-fractie nemen kennis van de toelichting dat hetEuropese recht een nationale rapportageverplichting niet in de weg staat.Welke toekomstige Europese ontwikkelingen worden voorzien die vaninvloed kunnen zijn op het voorliggende wetsvoorstel?Daarnaast lezen deze leden dat bij eventuele dubbele aanlevering vandata-attributen in de toekomst kan worden bezien of doorgifte devoorkeur verdient. Waarom is er niet voor gekozen om reeds nu eenwettelijke grondslag te creëren die deze (toekomstige) doorgifte mogelijkmaakt?De leden van de CDA-fractie lezen dat de Europese wetgever niet heeftvoorzien in een rapportageverplichting ten aanzien van gegevens metbetrekking tot. hypothecaire leningen aan de centrale bank in het kadervan statistiek en financiële stabiliteit. Deze leden vragen of de regeringinzicht heeft in hoe in andere landen deze taak door de centrale bankwordt uitgevoerd. Deze leden vragen hoe strikt Nederland hierin is inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 846, nr. 57 relatie tot andere landen en waarom de regering dit verdedigbaar/verstandig acht.§ 3.3 Overig nationaal rechtDe leden van de VVD-fractie lezen dat in de memorie van toelichtingwordt erkend dat er overlap kan ontstaan met andere rapportageverplich-tingen, zoals die van de AFM. Hoe wordt voorkomen dat rapportage-plichtige partijen meermaals dezelfde gegevens moeten aanleveren? Isoverwogen om een wettelijke grondslag voor gegevensdoorgifte op tenemen om regeldruk te beperken?§ 5. Gevolgen van het wetsvoorstel§ 5.2 BedrijfseffectenDe leden van de VVD-fractie vragen in hoeverre partijen voorberei-dingstijd krijgen om zich voor te bereiden op de inwerkingtreding van hetvoorliggende wetsvoorstel en in hoeverre er vooraf met hen gesproken isover dit voorstel.§ 5.3 RegeldrukeffectenDe leden van de VVD-fractie vragen of verder gespecificeerd kan wordenwat ermee bedoeld wordt dat regeldrukkosten «een fractie» kunnenstijgen. Wat voor extra regeldrukkosten, zowel incidenteel als structureel,worden verwacht?De leden van de CDA-fractie lezen dat de regering weinig tot geen extraregeldruk verwacht en in sommige gevallen zelfs regeldrukverminderingvoorziet. Echter zal hier bij de uitwerking van de algemene maatregel vanbestuur pas definitief een oordeel over te geven zijn. Deze leden vragenwat de gevolgen zijn als dit in de verdere uitwerking toch tegen blijkt tevallen. Deze leden vragen of de regering bereid is als doelstelling mee tenemen dat het voorliggende wetsvoorstel de regeldruk over de gehelebreedte vermindert.§ 6. Advies en consultatie§ 6.1 Openbare consultatieDe leden van de VVD-fractie constateren dat de rapportageverplichtingnaar verwachting circa 50 partijen zal raken. Kan de regering eentotaalbeeld schetsen van de structurele regeldruk en uitvoeringskostenvoor deze partijen, mede in vergelijking met de huidige situatie?De leden van de CDA-fractie lezen dat er geen gehoor wordt gegeven aanhet verzoek van de NVB en DUFAS om toevoeging van een horizonbe-paling op grond waarvan de rapportageverplichting vervalt of wordtheroverwogen, bijvoorbeeld zodra toekomstige ontwikkelingen ertoeleiden dat (delen van) de benodigde gegevensset onderdeel uit gaanmaken van bijvoorbeeld een Europese statistische uitvraag. Ondanks datinderdaad nu niet op voorhand duidelijk is of dergelijke Europeseregelgeving er komt, en zo ja, in hoeverre dan sprake is van overlap metde onderhavige rapportageverplichting, kan het opnemen van eendergelijke horizonbepaling in de ogen van deze leden ook geen kwaad endisciplineert het ook om scherp te blijven op de ontwikkelingen metbetrekking tot rapportageverplichtingen en kansen tot verlagen vanregeldruk. Deze leden vragen of de regering alsnog bereid is eendergelijke horizonbepaling toe te voegen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 846, nr. 58
Versie c92c14727c5d8553c0043fc4ae1b4491225176cff9d7555d7547836e8a86c60b · Officiële bron.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.