KamerkringInloggen
Kamerbrief

Tussentijdse publicatie: Inzicht in kosten per politietaak

14 nov 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie cffa0646090607f3 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 628PolitieNr. 1237 BRIEF VAN DE ALGEMENE REKENKAMER Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 14 november 2024Uw Kamer heeft tijdens de behandeling van de departementale ontwerp-begroting 2024 van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV)aangegeven meer inzicht te willen krijgen in de verdeling van hetpolitiebudget over de wettelijke taken.1, 2 Momenteel doen wij een groteronderzoek naar de opsporingstaak van de politie. Uw verzoek aan deMinister van JenV is voor ons aanleiding om de door ons reeds in beeldgebrachte kosten met u te delen. Deze brief gaat daar op in.De politie ontvangt in 2025 € 8,1 miljard voor de uitvoering van haartaken. Onze brief met aandachtspunten bij de ontwerpbegroting van hetMinisterie van JenV voor 2025 benoemt het feit dat aan de besteding vandit budget geen concrete, meetbare en tijdgebonden doelstellingenverbonden zijn. Dergelijke doelstellingen zijn nodig om de informatie-waarde van de ontwerpbegroting te verhogen en om achteraf transparantte kunnen verantwoorden over de besteding van het politiebudget. Wijvinden het belangrijk dat daarbij geld en resultaten in onderlingesamenhang worden bezien.Deze brief maakt deel uit van ons groter onderzoek naar deopsporingstaak van de politie, dat wij eind 2025 verwachten te publiceren.Graag geven wij uw Kamer vooruitlopend op publicatie nu een eerstebeeld over de werkelijke kosten, die met de opsporingstaak zijn gemoeid.Het gaat om kosten over 2023 op basis van de laatst vastgesteldejaarrekening.1Kamerstuk 36 410 VI, nr. 27. Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden, vraag 24.2Ministerie van Justitie en Veiligheid (8 februari 2024). Bijlage Schriftelijke antwoorden gesteldop vragen tijdens de eerste termijn van de begrotingsbehandeling van JenV voor het jaar 2024,vraag 2. Noot bij Handelingen II 2023/24, nr. 40, item 11 kst-29628-1237ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12371 Conclusie: circa € 2,3 miljard van de totale kosten van de politiegaat in 2023 naar opsporingWij schatten over 2023 dat € 2,3 miljard (31%) van de totale kosten van depolitie van € 7,4 miljard aan opsporing is toe te rekenen. Daarvan heeftcirca de helft direct betrekking op opsporing, zoals kosten van recherche-teams. De andere helft heeft betrekking op organisatieonderdelen diedienstbaar zijn aan de opsporing, zoals intelligence en overhead. Figuur 1geeft dit grafisch weer.Momenteel is onduidelijk hoe de resterende € 5,1 miljard (69%) van detotale kosten van de politie over de andere 3 wettelijke taken verdeeld is.Het gaat dan om de kosten die samenhangen met de handhaving van deopenbare orde, verlening van hulp aan hen die dat nodig hebben en metde uitvoering van overige justitiële taken.Wij hebben momenteel een onderbouwde schatting van alleen deopsporingskosten kunnen maken. Het bleek namelijk niet mogelijk om uitde financiële administratie van de politie direct de kosten van elk van de4 wettelijke politietaken te bepalen.Wij lichten onze conclusie hierna toe.1. Het politiebestel De Politiewet 2012 regelt de inrichting van het politiebestel. Er isscheiding aangebracht tussen de bevoegdheden en verantwoordelijk-heden van de Minister van JenV, van de gezagdragers (officieren vanjustitie en burgemeesters) en van de politie. In de door deze wetgenoemde driehoeksoverleggen wordt de verdeling van de politiesterktebinnen een eenheid bepaald, alsmede de politie-inzet. Deze inzet gebeurtbinnen de door de Minister van JenV vastgestelde kaders voor personelecapaciteit en geld.Figuur 2 geeft een samenvattend beeld van de opzet van het politiebestelvolgens de Politiewet 2012. De 3 donkere vlakken van de figuur lichten wijhierna toe.Figuur 1. Kosten van opsporing ten opzichte van de totale kosten van de politie, 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12372 Voorvlak: de 4 wettelijke politietaken op hoofdlijnen:1.optreden ter strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, onder hetgezag van (hoofd)officier van justitie; onder dit optreden valt deopsporingstaak;2.handhaving openbare orde, onder het gezag van de burgemeester;3.hulpverlening aan hen die hulp nodig hebben, onder het gezag van deburgemeester;4.taken ten dienste van justitie, onder het gezag van (hoofd)officier vanjustitie; het blijkt dat deze wettelijke taak niet altijd expliciet genoemdwordt.De opsporingstaak van de politie valt dus onder de eerste wettelijke taak.Opsporing definiëren wij als het verzamelen van informatie door de politiein het kader van onderzoek naar (mogelijk) strafbare feiten en gedra-gingen.Zijvlak: Verantwoordelijkheden Minister van JenV en korpschefDe Minister van JenV is verantwoordelijk voor de inrichting, werking enontwikkeling van het politiebestel. Tevens is de Minister verantwoordelijkvoor de financiering van de Politie vanuit de begroting van het Ministerievan JenV. Daarnaast verdeelt hij de middelen en de operationele sterkteover de eenheden en ondersteunende diensten.33Politiewet 2012, artikel 25, eerste lid, onder a; artikel 36.Figuur 2. Politiebestel op basis van de Politiewet 2012Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12373 De korpschef stelt een ontwerp van de politiebegroting en politiejaarre-kening op.4 De Minister van JenV stelt de politiebegroting en-jaarrekening vast.5 Deze beide worden als bijlage bij de begrotingrespectievelijk het jaarverslag van het Ministerie van JenV aan deStaten-Generaal gestuurd.Bovenvlak: Budgetrecht Tweede KamerHet budgetrecht van uw Kamer heeft betrekking op het goedkeuren,amenderen en decharge verlenen op artikel 31 «Politie» van het begro-tingshoofdstuk VI (Ministerie van JenV). Voor 2025 beslaat dit begrotings-artikel 44% van de totale begroting van het Ministerie van JenV. Opartikel 31 staat onder meer de algemene bijdrage aan de politie. Dit is eenlumpsumfinanciering bestemd voor de uitvoering van de regulierepolitietaken onder de bevoegde gezagen.Het budgetrecht van het parlement is beperkt tot het amenderingsrecht ophet totale begrotingsartikel 31 van begrotingshoofdstuk VI. Als hetbegrotingsartikel wordt opgedeeld in meerdere artikelen dan kan deStaten-Generaal haar budgetrecht gerichter uitoefenen. Op dit momenthoeft de Minister van JenV grote tussentijdse wijzigingen binnen hetbedrag van ruim € 8 miljard niet aan u voor te leggen. Bij opsplitsing vanartikel 31 in meerdere begrotingsartikelen vereisen verschuivingen tussendeze artikelen wel uw goedkeuring.Met ons rapport Inzicht in publiek geld deel 2 (2019) en onze brieven bij deontwerpbegrotingen sinds 2020 hebben wij dit vraagstuk onder uwaandacht gebracht. Mede naar aanleiding van een advies van de Raad vanState is sinds de ontwerpbegroting 2021 een tabel opgenomen in detoelichting op het politie-artikel. Hierin staat een uitsplitsing van deuitgaven van de politie naar kostensoorten (zie § 2). Deze uitsplitsing biedtmeer inzicht, maar verandert niets aan de beperkte mogelijkheden vooramenderen van de Tweede Kamer.2. Begroting en verantwoording politie Uit de ontwerpbegroting van het Ministerie van JenV voor 2025 blijkt datde politie in 2025 een bijdrage zal ontvangen van € 8,1 miljard. Dit bedragis de som van de algemene bijdrage van € 7,3 miljard plus de bijzonderebijdragen voor specifiek omschreven doelen, zoals extra capaciteit voorzedenzaken en de versterking van de landelijke eenheid.6 Enkele van despecifieke doelen vallen niet onder de wettelijke politietaken.Zowel de politiebegroting als de -jaarrekening zijn opgezet naar kosten-soorten. Het gaat om personele, materiële en overige kosten. Figuur 3geeft deze kosten voor 2023 weer. Dit is de laatst vastgestelde jaarre-kening. Het grootste deel van de kosten betreffen de personele kosten van€ 5,5 miljard (74% van de totale kosten).4Politiewet 2012, artikel 34 en artikel 35.5Politiewet 2012, artikel 34 en artikel 35.6Politie (september 2024). Begroting en beheerplan politie 2025–2029.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12374 De politiebegroting en -jaarrekening geven inzicht in de benodigde,respectievelijk het ingezette budget, maar geven geen inzicht waarvoordie middelen zijn gebruikt. De vraag blijft dus: voor welke wettelijke taakzijn welke kosten gemaakt?3. Kosten vier wettelijke taken politie Wij hebben een onderbouwde schatting gemaakt van de kosten metbetrekking tot de opsporingstaak. In 2023 ging het om circa € 2,3 miljard.Dit is 31% van de totale kosten van de politie. Van deze € 2,3 miljard iscirca de helft direct toe te rekenen aan opsporing. Het gaat om organisa-tieonderdelen die zich volledig bezig houden met recherchewerkzaam-heden, alsmede om de recherchefuncties in de basisteams. De anderehelft van de opsporingskosten is toe te rekenen aan organisatieonder-delen die dienstbaar zijn aan de opsporing. Voorbeelden hiervan zijn deintelligence en de kosten van organisatieonderdelen die ten dienste vande hele organisatie staan, zoals het Politiedienstencentrum. Figuur 4 geefteen nader inzicht in de samenstelling van de opsporingskosten.Figuur 3. Totale kosten van de Politie naar kostensoorten, 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12375 Voor het schatten van de opsporingskosten hebben wij een berekenings-wijze opgesteld. Deze is ambtelijk afgestemd met de politie en hetministerie. Het was namelijk niet mogelijk om uit de financiële adminis-tratie van de politie direct de kosten van elk van de 4 wettelijke politie-taken te bepalen. De financiële administratie is immers ingericht naarkostensoorten. Een toelichting op onze berekeningswijze staat op onzewebsite (link).Verder bleek het niet mogelijk om een schatting te maken van de kostenvan elk van de andere 3 wettelijke taken. Dit komt omdat bijvoorbeeld dehulpverleningstaak en het handhaven van de openbare orde in dedagelijkse uitvoering van het politiewerk door elkaar heen lopen en nietvan elkaar te scheiden zijn. Het rapport De verweven politietaak (2023) vande Radboud Universiteit Nijmegen in opdracht van de Politie gaat hiernader op in.4. Tot slot Wij verwachten eind 2025 ons onderzoek naar de opsporingstaak van depolitie te publiceren. Daarin zullen wij de opsporingskosten van de politieover het jaar 2024 in beeld brengen, waarbij wij de kosten uit de categorieoverig in figuur 4 nader willen verfijnen. Deze overige kosten zijn nu naarrato van het aantal fte toegerekend. Wij onderzoeken of op basis van hetgebruik van bepaalde faciliteiten per organisatieonderdeel een specifieketoerekening gemaakt kan worden. Tot slot zullen we nagaan of voor elkvan de 3 andere wettelijke taken een schatting van de kosten te maken is.Wij vertrouwen erop dat deze brief behulpzaam zal zijn bij het debat datuw Kamer met de Minister van JenV heeft over het politiebudget.Algemene Rekenkamerdrs. P.J. (Pieter) Duisenberg,presidentdrs. C. (Cornelis) van der Werf,secretarisFiguur 4. Nader inzicht in de opsporingskosten, 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12376

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 3f8f6f1dd174a81e

14 okt 2026 · a74ccc099e125e0b

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.