Onderzoek naar mogelijkheden tot het verbieden van organisaties die een mogelijke link hebben met terroristische organisaties
Brontekst
Versie bbca7da88183115c · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 754Terrorismebestrijding29 279Rechtsstaat en RechtsordeNr. 750 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 mei 20251. Inleiding Onze vrijheden en democratische rechtsstaat zijn een kostbaar bezit. Het isvan groot belang dat deze zo goed mogelijk worden beschermd. Zeker intijden van grote spanningen en dreigingen, waar we op dit momenthelaas mee te maken hebben. Nederland kent een sterke bescherming vande vrijheid van organisatie en vereniging. Tegelijkertijd zien we dat erorganisaties in Nederland zijn die misbruik maken van deze vrijheden,doordat zij banden hebben met terroristische organisaties, extremisme enterrorisme bevorderen en geweld verheerlijken. Hiermee vormen dezeorganisaties een gevaar voor onze democratische rechtsstaat. Daarnaastkunnen bepaalde geldstromen uit het buitenland tot ongewenstebeïnvloeding hier in Nederland leiden. Het kabinet is er alles aan gelegenom hiertegen op te treden.Uw Kamer heeft meermaals zorgen geuit over organisaties die een gevaarvormen voor de democratische rechtsstaat en heeft daarover ook enkelemoties aangenomen, waaronder de motie Yes¸ilgöz c.s.,1 de motie Diederikvan Dijk/Eerdmans,2 de motie Van der Plas3 en de motie Stoffer4. Inreactie op deze moties en conform het regeerprogramma heb ik eenverkenning laten uitvoeren naar de wijze waarop andere landen omgaanmet organisaties die onder meer banden hebben met terroristischeorganisaties, extremisme en terrorisme bevorderen en terroristischgeweld verheerlijken. Hierbij is specifiek gekeken naar welke mogelijk-heden deze landen hebben om dit soort organisaties te verbieden. Tevensheb ik, zoals toegezegd aan uw Kamer bij de behandeling van de Wettransparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijkeorganisaties, laten onderzoeken hoe andere landen omgaan met1Kamerstukken II 2024/25, 36 651, nr. 23.2Kamerstukken II 2024/25, 29 279, nr. 882.3Kamerstukken II 2024/25, 36 651, nr. 11.4Kamerstukken II 2024/25, 36 651, nr. 17. kst-29754-750ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7501 ongewenste buitenlandse financiering en het instrumentarium dat zijhiervoor inzetten.Met deze brief informeer ik uw Kamer over de resultaten van beideverkenningen. De brief gaat eerst in op de situatie in Nederland. Omdat erdoor uw Kamer ook is verzocht om bepaalde organisaties in Nederlandsen Europees verband op de sanctielijsten terrorisme te plaatsen, zal ik indeze brief ook specifiek ingaan op de bestaande methodiek omtrentplaatsing op deze sanctielijsten. Vervolgens zet ik de resultaten van deEuropese verkenningen uiteen.2. Situatie in Nederland 2.1 Strafrechtelijke mogelijkheden Tegen organisaties die strafbare feiten plegen of bevorderen, kanstrafrechtelijk worden opgetreden. Voor een strafrechtelijk onderzoek iseen verdenking vereist; er dient een redelijk vermoeden te bestaan dat deorganisatie en/of haar leden zich schuldig maken aan een of meerderestrafbare feiten.5 Het is aan het Openbaar Ministerie om te bepalen of ineen concreet geval sprake is van een verdenking van een strafbaar feit enof er in een bepaald geval strafrechtelijke vervolging dient te wordeningesteld. Het kabinet treedt daar niet in.2.2 Civielrechtelijke mogelijkheden Aan het Openbaar Ministerie komt eveneens de bevoegdheid toe om opgrond van artikel 2:20 Burgerlijk Wetboek (BW) aan de rechter een verzoektot verbodenverklaring van een rechtspersoon te doen. Ook informeleverenigingen als bedoeld in artikel 2:26 BW kunnen voor een verbod inaanmerking komen. Uit de jurisprudentie kan worden afgeleid dat er nietal te hoge eisen aan een informele vereniging worden gesteld: het moetgaan om een zelfstandige organisatie die als zodanig deelneemt aan hetrechtsverkeer, die leden heeft en die gericht is op een bepaald doel. Indienhet een buitenlandse corporatie betreft die geen Nederlandse rechts-persoon is, kan het Openbaar Ministerie een soortgelijk verzoek indienenop grond artikel 10:122 BW. Voor de toepassing van artikel 2:20 BW isvereist dat het een rechtspersoon betreft waarvan het doel of dewerkzaamheid in strijd is met de openbare orde. Strijdig met de openbareorde is in ieder geval een doel dat, of werkzaamheid die leidt (of klaarblij-kelijk dreigt te leiden) tot een bedreiging van de nationale veiligheid of deinternationale rechtsorde of tot de ontwrichting van de democratischerechtsstaat of het openbaar gezag. Daarnaast kán als strijdig met deopenbare orde worden gezien de aantasting van de menselijkewaardigheid, het leiden tot geweld of het aanzetten tot haat of discrimi-natie.Het is aan het Openbaar Ministerie om te bepalen of er in een bepaaldgeval voldoende informatie is om een onderbouwd verzoek tot verboden-verklaring in te kunnen dienen bij de rechter. De onderbouwing van eendergelijk verzoek tot verbodenverklaring hoeft niet per se gebaseerd tezijn op strafrechtelijke informatie, hoewel dat in de praktijk wel vaak het5Voor strafrechtelijke onderzoeken die plaatsvinden op basis van titel V (bijzondere bevoegd-heden tot opsporing voor het onderzoek naar het beramen of plegen van ernstige misdrijven ingeorganiseerd verband) of titel Vb (bijzondere bevoegdheden tot opsporing van terroristischemisdrijven) van het Eerste Boek van het Wetboek van Strafvordering gelden andere criteria. Bijterroristische misdrijven kan bijvoorbeeld al een opsporingsonderzoek worden ingesteld bijaanwijzingen van terrorisme. Het gaat het bestek van deze brief te buiten om hier nader op inte gaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7502 geval zal zijn. Aangezien het in deze procedure gaat om de vraag of eengrondrecht, in dit geval het recht op vereniging, mag worden ingeperkt,ligt de lat voor toepassing van deze bevoegdheid relatief hoog. Een enkelegedraging – van strafrechtelijke of andere aard – zal in de praktijk door derechter niet voldoende worden geacht om tot verbodenverklaring over tegaan.Indien de rechter een verbodenverklaring uitspreekt, is het strafbaar omde werkzaamheden van de organisatie voort te zetten (artikel 140, tweedelid, Wetboek van Strafrecht).6 Het uitgesproken verbod werkt direct vanafde uitspraak. De rechter kan bij het verbod ook ordemaatregelen nemenvoor de verdere duur van de procedure.7 De niet-naleving van dezeordemaatregelen levert een strafbaar feit op. De bestuurders van eenverboden organisatie krijgen daarnaast een civielrechtelijk bestuurs-verbod van ten minste drie jaar.2.3 Mogelijkheden op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheids-diensten 2017 Op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv2017) kan de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) ondermeer onderzoek verrichten naar organisaties waarvan het ernstigevermoeden bestaat dat zij een gevaar vormen voor het voortbestaan vande democratische rechtsorde, dan wel voor de veiligheid of voor anderegewichtige belangen van de staat (artikel 8, tweede lid, onder a, Wiv2017). Indien uit het onderzoek van de AIVD feiten en omstandighedennaar voren komen die doen vermoeden dat mogelijk sprake is van eendreiging tegen de nationale veiligheid, kan de AIVD door middel van eenambtsbericht informatie verstrekken aan het Openbaar Ministerie.2.4 Plaatsing op nationale of Europese sanctielijsten terrorisme Indien er voldoende aanwijzingen zijn dat personen of organisatiesbetrokken zijn bij terroristische activiteiten kan de Minister van Buiten-landse Zaken, in overeenstemming met de Minister van Financiën en deMinister van Justitie en Veiligheid, deze personen of organisaties op denationale sanctielijst terrorisme plaatsen. Voldoende aanwijzingen zijnonder meer de bevindingen binnen een lopend strafrechtelijk onderzoek,een veroordeling door een rechter voor dergelijke feiten of een ambtsbe-richt van de AIVD8 dat geloofwaardige indicaties bevat van betrokkenheidvan een persoon of organisatie bij dergelijke activiteiten.Op internationaal niveau kunnen de Verenigde Naties en de EuropeseUnie (EU) sancties opleggen aan personen, groepen en entiteiten diebetrokken zijn bij terroristische daden. Er kunnen alleen nieuwe personen,groepen en entiteiten aan de EU-terrorismelijst worden toegevoegd alshierover al een beslissing is genomen door een bevoegde autoriteit vaneen lidstaat of van een derde land. Indien sprake is van een dergelijknationaal besluit kan de Raad van de EU besluiten de persoon, organisatieof entiteit op de Europese terrorismelijst te plaatsen.6Voortzettingsgedragingen kunnen zich in verschillende vormen voordoen. Het gaat daarbij omiedere gedraging die ten dienste staat aan het voortbestaan van de verboden organisatie,waaronder bijvoorbeeld het organiseren van een betoging, evenement of vergadering, hetoprichten van een nieuwe (vergelijkbare) organisatie, of het in de lucht houden van eenwebsite. Zie Kamerstukken II 2019/20, 35 366, nr. 3.7Een ordemaatregel kan onder meer zijn een samenscholingsverbod, het stoppen van websites,het nalaten om in het openbaar zichtbaar bepaalde symbolen te dragen of het verbod op tetreden als (feitelijk) bestuurder van een rechtspersoon. Zie Kamerstukken II 2019/20, 35 366,nr. 3.8Op grond van artikel 62 Wiv 2017.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7503 Plaatsing op de nationale en/of Europese sanctielijst heeft tot gevolg datde tegoeden van de betreffende persoon of organisatie worden bevroren.Tegelijkertijd is het verboden voor anderen om financiële tegoeden/diensten en (op geld waardeerbare) middelen aan deze persoon oforganisatie ter beschikking te stellen. Plaatsing van een persoon oforganisatie op de EU-terrorisme sanctielijst heeft tot gevolg dat diepersoon of organisatie van rechtswege in Nederland is verboden(artikel 2:20, vierde lid, BW en artikel 10:123 BW indien het een buiten-landse corporatie betreft).2.5 Mogelijkheden met betrekking tot ongewenste buitenlandsefinanciering Het kabinet heeft de afgelopen jaren ingezet op het vergroten van detransparantie over doel en herkomst van financiering en geldstromen. Hetgaat dan om die vormen van financiering die kunnen bijdragen aan eenreëel risico op ondermijning van onze democratische rechtsstaat.Recent is in uw Kamer de Wet transparantie en tegengaan ondermijningdoor maatschappelijke organisaties (Wtmo) behandeld. Dit wetsvoorstelintroduceert nieuwe instrumenten om ongewenste financiering uit hetbuitenland tegen te gaan, zoals de bevoegdheid voor de burgemeester,het Openbaar Ministerie en specifiek aangewezen overheidsinstanties omeen informatieverzoek te doen aan maatschappelijke organisaties overeen of meer donaties. Criterium hierbij is dat dit inzicht nodig is in hetkader van de openbare orde en in het algemeen belang. Daarnaast wordthet voor het Openbaar Ministerie mogelijk om bij de rechter een stakings-bevel te vragen wanneer er sprake is van (klaarblijkelijke dreiging van)ondermijning van de democratische rechtsstaat door een maatschappe-lijke organisatie, zo nodig gecombineerd met maatregelen zoals eendwangsom of bevriezing van gelden.Specifiek ten aanzien van mogelijkheden om op te treden tegen terroris-mefinanciering en witwassen van crimineel geld kent Nederland de Wetter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). DeWwft geldt voor alle meldingsplichtige instellingen, dat wil zeggeninstellingen die burgers toegang geven tot het financiële stelsel, zoalsbanken, notarissen, advocaten en makelaars. Deze meldingsplichtigeinstellingen, ook wel de poortwachters van het financieel stelselgenoemd, dienen onder meer cliëntenonderzoek te verrichten teneindewitwassen en terrorismefinanciering te voorkomen. Dit cliëntenonderzoekbetekent dat bijvoorbeeld een bank aan een individuele risicobeoordelingmoet doen om de risico’s van de klant – dit kan een natuurlijke persoonzijn maar ook een rechtspersoon of andersoortige organisatie – in teschatten. Banken zijn daarnaast ook verplicht om ongebruikelijketransacties te melden aan de Financiële inlichtingen eenheid (FinancialIntelligence Unit, FIU-Nederland). De FIU-Nederland kan na onderzoek eentransactie verdacht verklaren, waarna het Openbaar Ministerie onderzoekkan verrichten naar de transactie en de organisatie die betrokken is bij detransactie.Bij organisaties waar mogelijk sprake is van het financieren van terro-risme kan ook het Financieel Expertisecentrum (FEC) in stelling wordengebracht. Het Programma FEC-Terrorismefinanciering bestaat uitverschillende overheidsorganisaties, waaronder de Belastingdienst, deFiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, de politie en het OpenbaarMinisterie. In het FEC kunnen financiële netwerken van organisaties, diemogelijk in verband kunnen worden gebracht met terrorismefinanciering,in kaart worden gebracht. Dit kan nog vóór er sprake is van een strafrech-telijke verdenking, maar er moeten wel voldoende aanknopingspuntenzijn die een onderzoek rechtvaardigen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7504 2.6 Initiatiefwetsvoorstel bestuurlijk verbod ondermijnende organisaties Met het oog op de situatie in Nederland wil ik tot slot kort ingaan op hetinitiatiefwetsvoorstel Bestuurlijk verbod ondermijnende organisaties.9 Ditinitiatiefwetsvoorstel ligt thans in de Eerste Kamer en staat geagendeerdvoor plenaire behandeling.Dit initiatiefwetsvoorstel is nadrukkelijk gericht op criminele motorbendes(outlaw motorcycle gangs, OMG) en daarmee vergelijkbare organisaties.De voorgestelde wet biedt de Minister van Justitie en Veiligheid debestuursrechtelijke bevoegdheid tot het verbieden van een organisatie dieeen cultuur van wetteloosheid creëert, bevordert of in stand houdt doorhet stelselmatig plegen van strafbare feiten, die een daadwerkelijke enernstige aantasting vormt van als wezenlijk ervaren beginselen van deNederlandse rechtsorde én die de Nederlandse samenleving of delendaarvan ontwricht of kan ontwrichten. Dit initiatiefwetsvoorstel is er niet(mede) op gericht om een bestuursrechtelijk verbod te kunnen uitvaar-digen met betrekking tot organisaties die banden hebben met terroris-tische organisaties, extremisme en terrorisme bevorderen en terroristischgeweld verheerlijken. Gelet op deze specifieke reikwijdte biedt hetinitiatiefwetsvoorstel geen oplossing voor de onderhavige problematiek.3. Internationale verkenning ten aanzien van verbieden organi-saties Om zo effectief mogelijk te kunnen optreden tegen organisaties diebanden hebben met terroristische organisaties, of tegen organisaties dieextremisme en terrorisme bevorderen en terroristisch geweld verheer-lijken, heb ik gekeken naar wat we van andere landen kunnen leren overde wijze waarop zij omgaan met deze problematiek en hoe hun systeem isingericht. De verkenning ziet op Duitsland, Frankrijk, het VerenigdKoninkrijk, Zweden en België. De resultaten van mijn verkenning deel ikhieronder. Hierbij besteed ik in het bijzonder aandacht aan de Duitse,Franse en Britse situatie vanwege de inhoudelijke relevantie van hun(rechts)systematiek voor de situatie in Nederland.3.1 Duitsland In Duitsland kunnen preventieve maatregelen worden genomen tegenverenigingen. Het begrip «vereniging» omvat onder het Duitse Vereins-gesetz iedere vereniging, ongeacht haar rechtsvorm, waarin eenmeerderheid van natuurlijke of rechtspersonen zich vrijwillig voor langetijd heeft verenigd voor een gemeenschappelijk doel en zich heeftonderworpen aan een georganiseerd besluitvormingsproces, uitge-zonderd politieke partijen, fracties van de Bondsdag en parlementen vande deelstaten.10 Het Duitse Ministerie van Binnenlandse Zaken kanverenigingen verbieden die (kort gezegd) in strijd handelen met destrafwet of met de constitutionele orde of indien haar doel ofwerkzaamheid zich richt tegen het idee van begrip tussen volkeren(«Gedanken der Völkerverständigung»).119Initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamerleden Mutluer (GroenLinks-PvdA), Boswijk (CDA),Ellian (VVD), Bikker (ChristenUnie) en Diederik van Dijk (SGP), zie Kamerstukken II, vergaderjaar2018/19, 35 079.10Het Duitse recht kent een aparte wettelijke bepaling ten aanzien van het inperken van deverenigingsvrijheid van politieke partijen.11Met «Gedanken der Völkerverständigung» wordt in Duitsland het idee van internationalesamenwerking en begrip tussen verschillende volken en culturen bedoeld. Het doel is omvreedzaam samen te leven, wederzijds respect en tolerantie te bevorderen en conflicten tevermijden door middel van dialoog en wederzijds begrip.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7505 Oplegging van een verenigingsverbod wordt in Duitsland gezien als eenadministratieve handeling, waarop het Duitse bestuursrecht vantoepassing is. Het daartoe bevoegde orgaan verschilt afhankelijk van dewerkzaamheden van de vereniging. Indien de vereniging enkel actief is opdeelstatelijk niveau is het hoogste overheidsorgaan op deelstatelijk niveaubevoegd óf het krachtens deelstatelijk recht bevoegde orgaan metbetrekking tot verenigingen. In de praktijk is dat meestal de Minister vanBinnenlandse Zaken. Tegen een verbod staat rechtsgang bij de bestuurs-rechter open.3.2 Frankrijk In Frankrijk spreekt men niet van het verbieden van een organisatie, maarvan het «ontbinden» van een organisatie. Het Franse recht kent eenciviele, strafrechtelijke en bestuursrechtelijke vorm van ontbinding vaneen organisatie.In relatie tot Nederlandse situatie zijn de bestuursrechtelijke en strafrech-telijke ontbinding het meest relevant, gelet op de aanknopingspunten metons (rechts)systeem.De reikwijdte van het ontbindingsbesluit is in Frankrijk tamelijk breed. Zodient het te gaan om een «feitelijke groepering» en hoeft er geen sprake tezijn van rechtspersoonlijkheid. Voldoende is als er sprake is van eensamenwerking van twee of meer personen die gericht is op een gemeen-schappelijk doel. Dat maakt dat het instrument ook ingezet kan worden alseen vereniging zichzelf ontbindt om daarna alsnog de werkzaamheden ineen informeel verband voort te zetten.De Code da la sécurité intérieure kent zeven gronden op basis waarvaneen ontbindingsbesluit kan worden genomen. Op basis van één van dezezeven gronden kan de president van de Republiek of de Minister-Presidenthet besluit tot ontbinding nemen in de Franse ministerraad. Daarbij dientook de Minister van Binnenlandse Zaken het besluit mede te onderte-kenen. Tegen het besluit kan beroep worden aangetekend bij de Fransebestuursrechter. Voor de Nederlandse situatie zijn met name de onder-staande gronden relevant. Organisaties kunnen worden ontbondenwanneer:1)zij oproepen tot discriminatie, haat of geweld tegen een persoon ofgroep op basis van afkomst, religie, of andere kenmerken of dit wordtgerechtvaardigd of aangemoedigd;2)zij betrokken zijn bij (gewelddadige) acties die de openbare ordeernstig verstoren, bijvoorbeeld door het oproepen hiertoe of hetverheerlijken hiervan;3)zij direct of indirect steun verlenen aan terroristische activiteiten.Daarnaast ken het Franse systeem ook verschillende instrumenten omorganisaties te ontbinden. Een belangrijke grond voor ontbinding iswanneer zij betrokken zijn bij terroristische activiteiten, bijvoorbeeld doorfinanciële of logistieke steun te bieden aan terroristische groeperingen ofdoor terroristische ideologieën te verheerlijken. Dergelijke organisatieskunnen worden ontbonden op grond van de Franse (straf)wetgevingtegen terrorisme. Daarnaast kan een organisatie worden ontbonden opbasis van de Wet op de persvrijheid 1881 (Loi sur la liberté de la presse de1881), die onder andere het bevorderen van haatzaaien strafbaar stelt.Frankrijk heeft na de aanslagen in Parijs van 2015 aanvullende wetgevinggeïntroduceerd om (islamitische) radicalisering tegen te gaan, onder meerin wetgeving om de waarden van de Republiek Frankrijk te beschermenen separatisme tegen te gaan (Loi contre le séparatisme). Deze wet steltTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7506 de autoriteiten in staat om organisaties die radicalisering bevorderen ofgewelddadige ideologieën verspreiden te ontbinden.3.3 Verenigd Koninkrijk Op basis van de Terrorism Act 2000 kan de Minister van BinnenlandseZaken een organisatie verbieden indien deze organisatie terroristischeactiviteiten onderneemt, voorbereidingen op terroristische activiteitentreft, terrorisme stimuleert of aanmoedigt of anderzijds betrokken is bijterrorisme. Bij toepassing van deze bevoegdheid dient sprake te zijn vanproportionaliteit, die ziet op de insteek en schaal van de activiteiten van deorganisatie, de dreiging die de organisatie vormt voor het VerenigdKoninkrijk en/of voor Britten buiten het Verenigd Koninkrijk en de matewaarin de organisatie aanwezig is in het Verenigd Koninkrijk. Ook kan eenorganisatie worden verboden indien dit nodig is vanuit de behoefte omandere leden van de internationale gemeenschap te ondersteunen in demondiale strijd tegen terrorisme.Indien er vermoedens bestaan dat een organisatie zich bezighoudt methet verheerlijken van haat of terrorisme, kan deze gedurende een periodevan 18 tot 24 maanden worden verboden. Het Verenigd Koninkrijkhanteert hierbij een cross-system benadering, wat betekent dat meerderebetrokken organisaties en overheidsdepartementen onafhankelijk vanelkaar onderzoeken of een organisatie voldoet aan de criteria voor eenverbod. De bevindingen van deze verschillende instanties wordenvervolgens samengebracht en voorgelegd aan de Minister van Binnen-landse Zaken, zodat deze een weloverwogen beslissing kan nemen overhet al dan niet verbieden van de organisatie. De betrokken stakeholdersen departementen variëren afhankelijk van de specifieke casus. Zo speeltde politie met een contraterrorisme taak een rol in het proces, maar wordter ook een community impact assessment uitgevoerd om de brederemaatschappelijke gevolgen van een mogelijk verbod in kaart te brengen.3.4 Zweden en België In het kader van mijn verkenning heb ik tevens naar Zweden en Belgiëgekeken. Beide landen kennen vormen van het verbieden van organi-saties.In Zweden kunnen organisaties die betrokken zijn bij het verheerlijken vanterrorisme, haat en geweld onder bepaalde omstandigheden wordenverboden. Het verheerlijken van dergelijk gedrag kan strafbaar zijnwanneer het leidt tot aanzetting tot misdrijven. Dit geldt bijvoorbeeld alsanderen mondeling of schriftelijk worden aangezet tot het plegen van eenstrafbaar feit of het negeren van hun burgerplicht. Daarnaast kunnenhandelingen die het grote publiek aanzetten tot terrorisme, zoals hetoproepen tot terroristische misdrijven of deelname aan een terroristischeorganisatie, strafbaar zijn op grond van sectie 7 van de Zweedse wet dieziet op terroristische misdrijven (Terroristbrottslag). Tevens is het strafbaarom deel te nemen aan activiteiten van een terroristische organisatie,indien die deelname de organisatie versterkt of ondersteunt, zoalsvastgelegd in sectie 4a van die wet.In België kunnen bepaalde organisaties worden verboden, maar dit kanalleen als de organisatie betrokken is bij strafrechtelijke feiten (o.a. terro-ristische activiteiten) of wanneer de organisatie het maatschappelijkwelzijn of de openbare orde ernstig bedreigt. Organisaties die actiefoproepen tot, of betrokken zijn bij, terroristische daden kunnen op grondvan Belgische antiterrorismewetgeving verboden worden. Dit gebeurt opbasis van het Strafwetboek en de wet van 23 maart 2018 die terrorismecri-minaliteit bestraft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7507 4. Internationale verkenning ten aanzien van het omgaan metongewenste buitenlandse financiering Om zo effectief mogelijk te kunnen optreden tegen ongewenste buiten-landse financiering, is het noodzakelijk om een robuust mechanisme tehebben dat vormen van financiering tegengaat die bijdragen aanondermijning van de democratische rechtstaat. Alle bestudeerde landenkennen op EU-richtlijnen gebaseerde wet- en regelgeving op specifiekevormen van ongewenste financiering, onder meer op het gebied vananti-witwassen en terrorisme. Daarnaast kennen sommige landenaanvullende maatregelen om in brede zin ongewenste buitenlandsefinanciering tegen te gaan. De door mij uitgevoerde verkenning ziet opDuitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en België.4.1 Duitsland Duitsland gebruikt bestaande wet- en regelgeving om ongewenstebuitenlandse financiering tegen te gaan. Duitsland kent, net zoals deoverige EU-landen op basis van EU-richtlijnen, wetgeving met betrekkingtot anti-witwasmaatregelen en het tegengaan van terrorismefinanciering,zoals het Geldwäschgesetz (anti-witwaswet). Het Geldwäschgesetzverplicht bijvoorbeeld financiële instellingen om cliëntenonderzoek tedoen en verdachte transacties te melden bij de Financial Intelligence Unitvan Duitsland, maar dit is niet specifiek gericht op maatschappelijkeorganisaties. Deze wet is vergelijkbaar met de Wwft in Nederland.Daarnaast is sinds 2017 het Transparenzregister (transparantieregister)opgericht, dat informatie verzamelt over de uiteindelijke belangheb-benden van rechtspersonen die actief zijn in Duitsland, waarondermaatschappelijke organisaties. Hoewel het Transparenzregister oorspron-kelijk vooral gericht is op bedrijven, moeten ook verenigingen enstichtingen zich registeren in het register. Dit kan indirect ook bijdragenaan meer transparantie met betrekking tot organisaties die buitenlandsefinanciering ontvangen en aan het voorkomen van ongewenste invloedvan buitenlandse partijen. Maatschappelijke organisaties hoeven aan hettransparantieregister geen financiële gegevens te verstrekken. Dit moet insommige gevallen wel aan de Duitse belastingdienst, wanneer zijbijvoorbeeld belastingvoordeel willen aanvragen of subsidies ontvangen.4.2 Frankrijk Frankrijk heeft een uitgebreid wettelijk kader om buitenlandse beïnvloe-ding en ongewenste financiering te reguleren door middel van transpa-rantie en toezicht. De Code Monétaire et Financier12 kent (net zoals deoverige EU-landen, op basis van EU-richtlijnen) een meldingsplicht vanverdachte financiële transacties aan de Franse Financial Intelligence Unit(Tracfin). Deze wet is vergelijkbaar met de Wwft in Nederland.Daarnaast heeft Frankrijk wetgeving die zich richt op de transparantie vanreligieuze organisaties en die voorschrijft dat zij enkel het uitoefenen vande godsdienst als doel mogen hebben.13 De wetgeving stelt strenge eisenvoor financieringen en giften uit het buitenland. Elke betaling of gift vaneen buitenlandse staat, buitenlandse rechtspersoon of natuurlijk persoonbuiten Frankrijk moet aangegeven worden bij de autoriteiten. Bij giftenboven de € 15.300,– of wanneer het totaalbedrag van de giften inhetzelfde boekjaar dit bedrag overschrijdt, is de aangever verplicht om12Article L.561 – Obligation relatives à la lutte contre le blanchiment des capitaux et le finan-cement du terrorisme.13LOI n° 2021–1109 du 24 août 2021 confortant le respect des principes de la République.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7508 ook gegevens van de verstrekkende partij aan te geven.14 Bij bezwaar vande administratieve autoriteiten tegen specifieke giften, zijn organisatiesverplicht om deze binnen drie maanden terug te betalen aan deverstrekker van de gift.Daarnaast is in Frankrijk in 2024 een wet aangenomen die gericht is optransparantie en het tegengaan van buitenlandse beïnvloeding; de wet zalnaar verwachting in juli 2025 in werking treden.15 De wet voorziet in deoprichting van een digitaal register voor buitenlandse beïnvloedingsactivi-teiten bij de Haute Autorité pour la Transparence de la Vie Publique(HATVP)16, waarin activiteiten van buitenlandse actoren, die het Fransebeleid of wetgevingsproces proberen te beïnvloeden, worden geregis-treerd. Dit omvat onder andere communicatie met politici of ambtenaren,publieke communicatie en het verstrekken van geld, goederen of diensten.Buitenlandse entiteiten, politieke partijen en denktanks moeten donatiesen betalingen buiten de EU melden, en personen of organisaties die deregistratievereisten niet naleven, kunnen strafrechtelijk worden vervolgd.4.3 België In België heeft de Vlaamse overheid in 2021 een wet aangenomen die zietop transparantie van religieuze organisaties. Deze wet legt verplichtingenop aan deze organisaties om aan te tonen dat ze financieel gezond zijn entransparantie bieden over hun financiële situatie. Daarnaast wordtnadrukkelijk gesteld dat religieuze gemeenschappen nooit direct ofindirect financiële middelen van buitenlandse actoren mogen ontvangendie hun onafhankelijkheid zouden kunnen schaden. Dit betreft onderandere financiering die verband houdt met illegale activiteiten zoalsterrorisme, extremisme, spionage of clandestiene inmenging.17 Daarnaastworden bestuurders verplicht om een register van alle giften boven de€ 1.000.– bij te houden, zowel in natura als contanten. Dit register bevatde datum, waarde, aard van de gift en identificatie gegevens van deschenking. Het register moet op verzoek toegankelijk zijn voor de Vlaamseregering en ander bevoegde overheden.18 Er geldt in België geen actievemeldingsplicht op het ontvangen van gelden uit het buitenland.4.4 Denemarken In Denemarken bestaat er een officiële lijst van personen en organisatieswaarvan een Deense organisatie zowel indirect als direct geen giften magontvangen. Een natuurlijk persoon of rechtspersoon wordt op dezeopenbare lijst geplaatst voor een periode van vier jaar.19 Na deze termijnkan de vermelding op de lijst telkens met een nieuwe periode van vier jaarworden verlengd, afhankelijk van de omstandigheden. Deze maatregelwordt genomen om te voorkomen dat organisaties, die zich tegen dedemocratie en fundamentele vrijheids- en mensenrechten verzetten, inDenemarken invloed uitoefenen door middel van donaties of anderevormen van steun. De lijst wordt gepubliceerd in het Deense Staatsblad14Naam (organisatie), rechtsvorm, adres en contact informatie.15LOI n° 2024–850 du 25 juillet 2024 visant à prévenir les ingérences étrangères en France.16Hoge Autoriteit voor transparantie in het openbare leven.17Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken, Erkenningsdecreet Lokale Geloofsgemeen-schappen van 22 Oktober 2021.18Vlaamse Gemeenschap, Decreet tot Regeling van de Erkenning van Lokale Geloofsgemeen-schappen, de Verplichtingen van de Besturen van de Eredienst En Het Toezicht Daarop En TotWijziging van Het Decreet van 7 Mei 2004 Betreffende de Materiële Organisatie En Werkingvan de Erkende Erediensten.19No. 414, artikel 4 Lov om Forbud mod Modtagelse af Donationer fra Visse Fysiske og JuridiskePersoner.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7509 en bevat gedetailleerde informatie over de betrokkenen.20 Wanneer eenorganisatie van een persoon of organisatie die op de eerdergenoemdelijst staat giften ontvangt van meer dan DKK 10.000 (circa € 1.340,–), ofwanneer giften in hetzelfde boekjaar dit bedrag overschrijden, dienendeze binnen 14 dagen te worden teruggestort.4.5 Verenigd Koninkrijk Het Verenigd Koninkrijk is momenteel bezig met de ontwikkeling van hetForeign Influence Registration Scheme (FIRS), dat voortkomt uit deNational Security Act 2023. Dit initiatief heeft als doel de transparantieover buitenlandse invloed in het VK te vergroten en zal naar verwachtingin juli 2025 in werking treden. Het FIRS is een tweeledig systeem,ontworpen om de veiligheid van het VK te waarborgen door inzicht tebieden in de aard en de reikwijdte van buitenlandse beïnvloeding. Hetsysteem verplicht buitenlandse actoren die politieke beïnvloedingsactivi-teiten willen uitvoeren in het VK, om dergelijke afspraken te registreren.Dit omvat onder andere communicatie met politici of ambtenaren,publieke communicatie en het verstrekken van geld, goederen of diensten.Organisaties die gefinancierd of aangestuurd worden door een buiten-landse overheid, evenals personen die voor een buitenlandse staatwerken, moeten deze activiteiten verplicht melden. Het niet naleven vande registratievereisten kan leiden tot strafrechtelijke vervolging, vooralwanneer activiteiten niet worden aangegeven, valse informatie wordtverstrekt of aanvullende informatie wordt nagelaten op verzoek van deoverheid. Er bestaan echter uitzonderingen op deze regeling, bijvoorbeeldvoor diplomaten, advocaten en nieuwsuitgevers.215. Conclusie en vervolg Voor organisaties die banden hebben met terroristische organisaties,extremisme en terrorisme bevorderen en terroristisch geweld verheer-lijken is in Nederland geen plek. Uw Kamer heeft herhaaldelijk uitdruk-kelijk aandacht gevraagd voor deze organisaties en haar zorgen hierovergeuit. Het kabinet deelt die zorgen.In het algemeen dient grote terughoudendheid te worden betracht bij hetverbieden en ontbinden van een rechtspersoon of organisatie. In bepaaldegevallen kan het echter in onze democratische samenleving noodzakelijkzijn dat een organisatie of rechtspersoon wordt verboden en ontbonden,bijvoorbeeld indien onze nationale veiligheid in het geding komt. Dit zienwe ook in andere landen.Tegen dergelijke organisaties kan in Nederland strafrechtelijk en civiel-rechtelijk worden opgetreden. Daarnaast kunnen organisaties opnationale en internationale sanctielijsten worden geplaatst, om zodoendetegoeden te kunnen bevriezen en te voorkomen dat terrorisme wordtgefinancierd. Het kabinet zet er op in om, waar mogelijk, maatregelen tetreffen tegen organisaties die een bedreiging vormen voor onze democra-tische rechtsstaat en voor de kernwaarden en vrijheden die wij alsvanzelfsprekend ervaren. Daarbij beziet het kabinet continu of het wettelijkinstrumentarium aanpassing of uitbreiding behoeft. De door mij verrichteinternationale verkenning heeft daartoe interessante gezichtspuntenopgeleverd.20Naam, adres, nationaliteit, en andere identificerende gegevens.21Guidance on the Foreign Influence Registration Scheme: political influence tier.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 75010 Uit deze verkenning blijkt dat deze problematiek in meerdere landenbinnen de EU speelt, waarbij elk land voor een wettelijke aanpak heeftgekozen die het best past binnen het rechtssysteem van dat betreffendeland. Diverse landen kennen een systeem waarin een bestuursorgaan eenbeslissing kan nemen omtrent het verbieden van de organisatie, waarnadit besluit wordt getoetst door de bestuursrechter. In Nederland ligt debeslissing om een organisatie verboden te verklaren bij de rechter, alssluitstuk van een civielrechtelijke procedure waarin het OpenbaarMinisterie op basis van (veelal uit diverse strafrechtelijke onderzoeken)verkregen informatie de rechter hierom heeft verzocht. Juist bij organi-saties die een bedreiging vormen voor onze democratische rechtsstaatdoor banden te hebben met terroristische organisaties, door extremismeen terrorisme te bevorderen en door geweld te verheerlijken, vindt hetkabinet het van groot belang om in een zo vroeg mogelijk stadium vanuitde rijksoverheid normstellend op te kunnen treden. In bepaalde gevallenkan eerder ingrijpen niet alleen gewenst, maar ook noodzakelijk zijn omonze democratische rechtsstaat adequaat te kunnen beschermen. Metname het Franse systeem, waarin wettelijk is vastgelegd op welkespecifieke en concrete gronden een organisatie bestuursrechtelijkverboden kan worden verklaard (zie onder 3.2), biedt heldere aankno-pingspunten voor nader onderzoek.Ten aanzien van ongewenste buitenlandse financiering beschikken debestudeerde landen allemaal over wet- en regelgeving die gebaseerd isop EU-richtlijnen met betrekking tot specifieke vormen van ongewenstefinanciering, waaronder maatregelen op het gebied van anti-witwassen enterrorismebestrijding. Daarnaast hebben de landen binnen de EUverschillende mechanismen geïmplementeerd om ongewenste buiten-landse financiering tegen te gaan. Zowel België als Frankrijk hanteren eentransparantieregister. In beide landen geldt een wettelijke verplichtingvoor religieuze organisaties om buitenlandse giften te melden, waarbijeigen drempelvoorwaarden van toepassing zijn. Per juli 2025 zal in hetVerenigd Koninkrijk een soortgelijk meldingsregister van kracht wordendat zich richt op buitenlandse actoren die politieke beïnvloedingsactivi-teiten in het VK willen uitvoeren. Denemarken is het enige EU-land dateen lijst hanteert van buitenlandse organisaties en natuurlijke personenvan wie het voor Deense organisaties verboden is om giften te ontvangen.De bevindingen van de internationale verkenningen naar het verbiedenvan organisaties en naar de mogelijkheden tot het tegengaan vanongewenste buitenlandse financiering geven aanleiding tot naderonderzoek.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 75011
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.