KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 2 oktober 2024, over Staat van de economie (tweede termijn)

11 nov 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie ca35c68ebca59793 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XIIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Economische Zaken (XIII) voorhet jaar 2025Nr. 48 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 11 november 2024 De vaste commissie voor Economische Zaken heeft op 2 oktober 2024overleg gevoerd met de heer Beljaarts, Minister van Economische Zaken,over:−de brief van de Minister van Economische Zakend.d. 30 augustus 2024 inzake staat van de economie (Kamer-stuk 36 410-XIII, nr. 98).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,Michon-DerkzenDe griffier van de commissie,Nava kst-36600-XIII-48ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 481 Voorzitter: Michon-DerkzenGriffier: Coco MartinAanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Martens-America, VanMeetelen, Michon-Derkzen, Sneller, Thijssen en Zeedijk,en de heer Beljaarts, Minister van Economische Zaken.Aanvang 18.03 uur.De voorzitter:Goedenavond, allemaal. Welkom bij dit debat van de vaste commissievoor Economische Zaken. We hebben deze avond van 18.00 uur tot20.00 uur de tweede termijn van een eerder debat over de staat van deeconomie. Dat commissiedebat vond op 11 september jongstleden plaats.Dat hebben we toen niet kunnen afronden, dus dat gaan we vanavonddoen. Het is dus wat anders dan normaal. Maar goed, dank voor iedersflexibiliteit.We hebben voor de tweede termijn één minuut en twintig seconden perspreker. We zitten vrij ruim in de tijd, dus ik zou zeggen: drie interruptiesper spreker. Laten we kijken of we er met elkaar weer een goed debat vankunnen maken. We zijn er nu toch. Dat gezegd hebbende geef ik hetwoord aan de heer Thijssen. Hij spreekt namens PvdA-GroenLinks.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Het is en blijft GroenLinks-PvdA. Maar goed, het zijn weldezelfde twee partijen.Het is goed dat we hier weer zitten. Ik zei in mijn eerste termijn al datsteeds meer geld dat in Nederland verdiend wordt, naar de rijken, deaandeelhouders en de vermogenden gaat. Het gaat naar de Quote 500 vanNederland en steeds minder naar de Nederlanders. Nu we de cijfers vande Miljoenennota kennen, zien we dat daar in de komende jaren niks aangaat veranderen. Ook over vijf jaar gaan er nog steeds honderden euro’sper maand en per gezin meer naar de rijken, naar de Quote 500, dan dat ervijf jaar geleden naar de Nederlanders ging.Ondertussen zien we ook dat de zorgpremie sneller omhooggaat dangedacht en dat de inflatie hoger is dan gedacht. Oftewel, deboodschappen zijn nog duurder geworden. Deze week hebben we ookgezien dat mensen niet meer met de auto kunnen omdat die te duur is,maar dat ze ook niet meer met het ov kunnen omdat dat ook te duur is. Ikvraag me af of dit acceptabel is voor de Minister. We zien dat dezeeconomie niet werkt voor alle Nederlanders, terwijl de Minister in deeerste termijn wel gezegd heeft dat dat ook zijn doel is. De Nederlandersstaan nu toch niet op één, maar de aandeelhouders en de rijken? Ik wilheel graag weten wat de Minister hieraan gaat doen. Ik wil heel graag dathij daarin heel concreet is, zoals ik ook in mijn motie verzocht, met actiesen tijdlijnen.Voorzitter. Ik kom op mijn laatste punt. We weten dat er in de Miljoe-nennota voor miljarden wordt bezuinigd op onderwijs, onderzoek enwetenschap, terwijl dat juist nodig is om concurrerend te blijven. DeMinister zegt dat hij wil dat Nederland hoog blijft staan op het lijstje vanconcurrerende landen, maar hoe gaat hij dat voor elkaar krijgen met zo’nmiljardenbezuiniging?Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. We gaan luisteren naar de bijdrage van mevrouw Zeedijk. Zijspreekt namens NSC.Mevrouw Zeedijk (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 482 Eén minuut en twintig seconden. Oké.Voorzitter. De doelstelling van dit debat was wat mij betreft dat we aan destart van de nieuwe regeerperiode een overzicht zouden krijgen van deverschillende visies op marktordening. Volgens mij is die doelstellinggehaald.Ik wil er graag nog twee punten uit pakken die we besproken hebben in deeerste termijn. Het eerste punt gaat over het plaatje van de ontwikkelingvan het beschikbaar inkomen. We zien dat het beschikbaar inkomen geengelijke tred houdt met het bbp. Mijn zorg zit vooral bij de armoede inNederland en bij de groepen met de laagste inkomens. Ze hebben er ietsbij gehad, maar ze worden ook het hardst geraakt door de inflatie. DezeMinister heeft een VVD-achtergrond, maar zit toch op een PVV-stoel. Mijnvraag aan de Minister is: welke doelgroep wil de Minister eigenlijkvoorrang geven in de komende jaren, de mensen die echt in de knel zittenof de middenklasse?Tot slot nog iets over de kasrondjes van de Kamer van Koophandel en hetCBS. De Minister wil geen kasrondjes. Die wil ik ook zeker niet. Wat hetCBS betreft denk ik dat we nu juist kasrondjes hebben. Ze krijgen geld vanverschillende ministeries waar ze werk voor doen. Kunnen we datkasrondje er niet uithalen? Wat de Kamer van Koophandel betreft: kunnenwe niet een extra stap zetten in digitalisering, zodat we de uittreksels eenstuk goedkoper maken? Dan hebben we, denk ik, ook minder kasrondjes.Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Van Meetelen namens de PVV, het woord is aan u.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Dank u, voorzitter. Ik heb niet een heel verhaal voorbereid. Ik vond het ookniet helemaal terecht dat we het nu op deze manier weer opnieuw zoudendoen, want ik voorzag een volledig nieuw debat. Ik denk ook dat wedaarnaartoe gaan.Ik wacht nog op het antwoord op twee vragen over de uitvoering van demotie. We hebben het er eerder over gehad dat je als start-up tegenregelgeving aanloopt, niet alleen qua financiering maar ook daaromheen.Hoe kijkt de Minister daarnaar en hoe gaat hij dat doen? Het is bekend datwe een enorme regeldruk hebben. Daar zijn we hard mee bezig.De afgelopen weken – ik doe het een beetje ad hoc – heb ik weer best veelgesproken met veel bedrijven en start-ups. Het is eigenlijk niet alleen eenfinancieel probleem, zoals je hier en daar hoort; dat kan nog wel goedkomen. Ze lopen vooral tegen regelgeving aan, en dan vaak lokaleregelgeving. Dus ze willen groeien maar ze hebben een probleem in deene en de andere gemeente, en het komt niet overeen om dat dan uit tezetten. Is de Minister daarmee bekend en heeft hij eventueel een idee overhoe we dat kunnen gaan tackelen?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Er is een scheefgroei in de Nederlandse samenleving, waarbij steeds meervan het geld dat we verdienen naar de Quote 500 en aandeelhouders gaaten steeds minder daarvan beschikbaar is voor Nederlanders. Nu we degetallen van de Miljoenennota kennen, zien we dat dat niet gekeerd ofgestopt wordt door dit kabinet maar dat dat gewoon doorgaat. Vindt dePVV dit wenselijk?Mevrouw Van Meetelen (PVV):Volgens mij heeft GroenLinks-PvdA dit elke week in elk debat inmiddelsgevraagd, en het antwoord is elke keer hetzelfde, namelijk: wij hebbennou eenmaal afspraken gemaakt met elkaar. Dit is een van de afsprakendie zijn vastgelegd in het hoofdlijnenakkoord en in het regeerprogramma.Daar gaan we het gewoon mee doen met elkaar. Daar gaan we ons aanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 483 houden. Wij zijn goed voor onze handtekening. Is het wenselijk? Ja, weetu, ik denk dat sommige dingen beter kunnen, maar dit is de keuze die isgemaakt en daar blijven we bij.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Thijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dat is geen antwoord op mijn vraag. De afgelopen vijf jaar is er steedsmeer geld gegaan naar die Quote 500-mensen, naar die aandeelhouders.Dat is 50 miljard per jaar, honderden euro’s per gezin per maand. Nu wehoren dat de boodschappen weer duurder zijn geworden de afgelopenmaand en dat de inflatie maar niet naar beneden gaat, wil ik toch graagweten van de PVV of zij dat wenselijk vindt. Ik snap dat zij in een coalitiezit, maar ik wil gewoon weten van de PVV of dit wenselijk is.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Nee, ik vind het niet wenselijk dat de boodschappen weer duurderworden, maar ik ben er absoluut niet van overtuigd dat dat komt doordatwe deze regeling hebben voor die bedrijven of de mensen die dat hebben.Dus ik vind dat een scheeftrekkerij van u.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik vroeg ook niet of het wenselijk is dat de boodschappen duurderworden. Dus ik zal nu één vraag stellen. Vindt mevrouw Van Meetelen hetwenselijk dat een steeds groter deel van het geld dat we verdienen, gaatnaar de Quote 500-mensen waardoor er minder geld is voor Neder-landers? Wenselijk of niet?Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ik vind het wenselijk dat er een verdienvermogen is in Nederland. Dat isbelangrijk. Dus dat er ook geld gaat naar die mensen, is gewoonvolkomen terecht. Dat komt ook gewoon uit die bedrijven. We kunnen nouwel zeggen dat we dat niet willen of dit of dat, maar ook daar halen wegewoon belasting uit. Een gedeelte gaat daarnaartoe. Ja, dat is inherentaan wat er gebeurt. Omdat we met z’n allen alles willen kunnen blijvenbetalen, zijn er gewoon bepaalde keuzes gemaakt. Dit was er een van omdat zo vol te kunnen houden.De voorzitter:We gaan luisteren naar de heer Sneller. Hij spreekt namens D66.De heer Sneller (D66):Dank, voorzitter. Ik begon mijn eerste termijn met complimenten aan deMinister omdat hij zij aan zij met ons oppositie leek te voeren tegen veelplannen van het kabinet. Hij zei in zijn beantwoording eigenlijk: wacht noumaar tot vrijdag, dan komt het regeerprogramma. En ik moet zeggen datdaar best mooie dingen in staan over economische zaken, maar hij heeftin het debat wel meer beloofd dan hij uiteindelijk heeft waargemaakt indat stuk. Want inderdaad – de heer Thijssen verwees er al naar – komenonderwijs, onderzoek en innovatie er gewoon berooid van af, terwijl datwel de bouwstenen zijn voor het verdienvermogen van de toekomst.Ook voor het verhogen van private R&D-middelen heb ik nog niet desleutel gezien in het regeerprogramma. Ik hoor graag waar ik dat tussende regels door had moeten lezen, waar die afspraak gemaakt zal wordenen waar de Minister het vertrouwen aan ontleent dat dit het recept is omterug te komen in die top vijf meest concurrerende economieën. Dat iswat het hoofdlijnenakkoord zegt, maar ik heb nog geen expert horenzeggen dat we hiermee teruggaan naar die top vijf.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 484 Ten slotte. Ik heb productiviteit centraal gezet. Ik zou de Minister nog watverder willen uitdagen met de vraag hoe we dat vaker gaan latenterugkomen. Is hij bereid om ook te kijken of we naar een meerjarigeproductiviteitsagenda kunnen gaan, die we elk jaar kunnen bespreken endie het kabinet kan bespreken met verschillende sectoren, branches,sociale partners et cetera? Want in zijn beantwoording van de vraag overde National Productivity Board zei de Minister: 1 fte bij het CPB. Dat is watmij betreft te weinig voor zo’n belangrijk onderwerp.De voorzitter:Dank u wel. In de tweede termijn is tot slot het woord aan mevrouwMartens namens de VVD.Mevrouw Martens-America (VVD):Dank, voorzitter. In navolging van mevrouw Van Meetelen ben ik niet vanplan om mijn hele bijdrage opnieuw te doen. Ik heb een aantal vragengesteld aan de Minister. Ik kan de heer Sneller overigens geruststellen: ikbeweer absoluut niet dat hij het debat opnieuw heeft gedaan. Laten wedat even duidelijk stellen.Ik heb een aantal vragen gesteld in de vorige ronde, met name overstart-ups en scale-ups en hoe we hun groei gaan faciliteren. Die vragenstaan nog open. Ook ik heb de uitwerking van het hoofdlijnenakkoordinmiddels natuurlijk gelezen. Het is mij nog niet helemaal duidelijk. Wegaan opnieuw een onderzoek doen naar de rol die we zouden kunnenspelen rondom medewerkersparticipatie, groei, borgstelling et cetera. Ikhoop dat de Minister misschien al iets meer kan vertellen over aan welkekant we dat moeten zoeken en over de rol die Invest-NL daarin zoukunnen gaan spelen. Het zou ook heel fijn zijn als er binnenkort een briefkomt met de stappen die de Minister wil gaan zetten. Als er íéts isteruggekomen uit de sector, is het dat niemand zit te wachten op nog eenonderzoek. Dat is dus eigenlijk mijn zorg. We zijn er in Den Haag heelgoed in, maar laten we dat deze keer alstublieft niet doen.Daar wil ik het bij laten. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik stel vast dat geen der leden het debat helemaal opnieuwheeft willen doen. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dezetermijn. De Minister moet ook altijd even een stukje lopen om debeantwoording te kunnen voorbereiden. Daarom gaan we overtwintig minuutjes luisteren naar zijn beantwoording.De vergadering wordt van 18.15 uur tot 18.36 uur geschorst.De voorzitter:We zijn hier voor een voortzetting van het commissiedebat Staat van deeconomie. De leden hebben hun vragen in de tweede termijn gesteld. Wegaan luisteren naar het antwoord van de Minister. Ik geef hem graag hetwoord.Minister Beljaarts:Dank u wel, voorzitter. Omwille van het feit dat het gaat om een tweedetermijn zal ik zonder inleiding kort doorgaan naar de vragen.Ik heb wat vragen gecombineerd, te beginnen met de beantwoording vande vraag van de leden Thijssen en Zeedijk over of de economie werkt vooralle Nederlanders en of een groep voorrang krijgt. Zoals u weet gaat desamenleving in zijn geheel profiteren van de plannen van dit kabinet,onder andere doordat er een derde schijf is geïntroduceerd in debelastingverlaging. Ook wordt het tarief van de eerste schijf verlaagd. Ookworden de huurtoeslag en het kindgebonden budget verhoogd. De cijfersvan de MEV en het CPB laten dat effect ook zien. Gemiddeld is deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 485 komende jaren, tot en met 2028, de mediane koopkrachtstijging 0,8%.Door de belastingverlaging en de vereenvoudiging van de huurtoeslagzorgt het kabinet ervoor dat werken meer loont. Alle groepen gaan er invergelijkbare mate op vooruit. Werken gaat dus ook meer lonen. Verderverwacht het CPB dat de lonen de komende jaren harder groeien dan deinflatie.De voorzitter:Een vraag van mevrouw Zeedijk. We zitten ruim in de tijd, maar ik koerseen beetje op drie interrupties per persoon.Mevrouw Zeedijk (NSC):Dit is natuurlijk een heel mooi antwoord van de Minister. Hij zegt: we doeniets voor iedereen. Dat is natuurlijk goed. Maar het budget is beperkt. Ikben heel benieuwd aan welke kant de Minister precies staat als het gaatom mensen die echt in de knel zitten. De armoede is na de inflatie tochecht opgelopen. Ik ben benieuwd hoe hij zich daar in het kabinet voor gaatinzetten.Minister Beljaarts:Vanuit mijn verantwoordelijkheid als Minister van Economische Zaken zetik in op het verdienvermogen, onder andere van het bedrijfsleven. Er isbinnen het kabinet, in aanloop naar het regeerprogramma en de Miljoe-nennota, goed gediscussieerd over de koopkracht en wie er hoeveel opvooruit moet gaan. Die discussies hebben heel weloverwogen plaatsge-vonden. Het kabinet heeft keuzes gemaakt. In die gesprekken heb ik me erhard voor gemaakt dat we het bedrijfsleven zo veel mogelijk ruimte gevenom te kunnen verdienen, wat het kabinet uiteindelijk ook wil uitgeven aanhet betaalbaar maken van de zorg en dat soort zaken. Dat is mijn inzetgeweest in die gesprekken.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Minister Beljaarts:Dan de beantwoording van vragen van de leden Thijssen en Sneller overde bezuiniging van 12 miljard op onderzoek in verhouding tot de3%-norm. Ik begrijp de zorg uiteraard. Ik wil ook niet weglopen voor hetfeit dat het niet makkelijk zal zijn om dat te halen. Op dit moment is echternog onduidelijk in hoeverre de door de heer Sneller genoemde bezuini-gingen precies van invloed zullen zijn op het wel of niet halen van deEU-doelstelling om 3% in research and development te investeren. Wel ishet aannemelijk dat er vanuit het kabinet blijvende aandacht nodig zal zijnom die doelstelling te behalen. Daar zullen we ons uiteraard voor inzetten.Om diezelfde reden treft het kabinet verschillende maatregelen in hetregeerprogramma, die zowel direct als indirect bijdragen aan het behalenvan de 3%-doelstelling. Zo heeft het kabinet onder andere besloten om900 miljoen in Invest-NL te investeren, zoals u weet, ten goede vaninnovatie, start-ups en scale-ups.Het kabinet heeft de wil om de randvoorwaarden te verbeteren voorbedrijven om die innovatie ook te investeren via een sterker onderne-mingsklimaat. Daar komen alle andere zaken, zoals regeldruk, uiteraardook bij kijken. Dat willen we onder andere gaan doen door het pactondernemersklimaat. Daarvoor gaan we spreken met het bedrijfsleven, tebeginnen met een ondernemerstop, om te bekijken waar de knelpuntenen de gezamenlijke ingrediënten zitten waaraan we kunnen werken, onderandere om aan die 3%-norm te voldoen. Zoals u weet gaat dat natuurlijkniet alleen om publieke middelen. Het is ook een private verantwoorde-lijkheid. In die gesprekken gaan we ook wat dieper in op de vraag hoe weelkaar kunnen vasthouden, omdat we als kabinet nou eenmaal in dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 486 financiële context zitten, waarin de keuzes gemaakt zijn zoals ze gemaaktzijn. Dat betekent niet dat we weglopen voor de ambitie, maar we hebbendeze keuze gemaakt om andere zaken te kunnen betalen. We willen ditgesprek niet over de sectoren heen voeren, maar het mét de sectorenvoeren. Ook in die gesprekken en in de ondernemerstop is dit eenonderwerp waarover we het zullen hebben.De heer Sneller (D66):Ik heb de Koning horen zeggen: we gaan meer investeren in innovatie. Ikvond het nogal gedurfd om hem dat te laten zeggen, als je weet hoeveeler wordt bezuinigd. Dat is minstens een tienvoud. Ik zie dus niet helemaalhet effect op de 3%. Ik denk dat het duidelijk is welke richting het opgaat.Mijn vraag was natuurlijk ook wat het kabinet nog in handen heeft om deprivate R&D omhoog te krijgen. Het pact en de ondernemerstop warenpositieve dingen die ik zag in dat deel van het regeerprogramma. Die zijnop zich kansrijk, maar waarmee gaat het kabinet daarnaartoe? Welkehefbomen, welke verleidingen, welke stokken achter de deur zijn er? In hethoofdlijnenakkoord zijn die namelijk grotendeels weggeslagen. Ik probeertoch iets meer gevoel te krijgen voor datgene waarmee het kabinet eringaat en hoe wij dat vervolgens kunnen controleren, want voorlopig zie ikhet niet.Minister Beljaarts:Dank voor de verdiepende vragen. De financiële context is in die zin nietveranderd, dus we moeten nu roeien met de riemen die we hebben.Alleen is het natuurlijk wel een gezamenlijke verantwoordelijkheid vanons en de private sector om ervoor te zorgen dat we niet achteropraken,maar bijblijven en uiteindelijk in de top vijf terechtkomen. Ik onderkenmeteen dat dit niet makkelijk zal zijn. Als er niets gebeurt, zullen we eerderop 2,6% uitkomen dan op 3%. Aan de andere kant kan ik niet vooruitlopenop extra financiële impulsen of andere maatregelen, omdat diegesprekken nog niet zijn gevoerd. Ik zou voor mijn beurt praten als ik daariets over zou roepen. Vanwege de zorgvuldigheid wil ik dat niet doen. Deambitie is er; die staat zwart-op-wit. Wij moeten alles op alles zetten omdit samen met de publieke sector te doen. We kijken ook of we hethefboomeffect kunnen vergroten, maar daarvoor zullen we echt eerst degesprekken met de private sector moeten aangaan.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog. Ik heb gezegd soepel om te gaan met interrupties.Meneer Sneller wil graag nog een vraag stellen.De heer Sneller (D66):De Minister wil nu niets meer zeggen. Het hoeft niet alleen extra geld tezijn. Je kunt ook andere instrumenten gebruiken om ervoor te zorgen datde private sector meer gaat investeren. Dat kunnen zelfs instrumenten zijndie geld opleveren. Of die wenselijk zijn, is een tweede, maar er zijn meermiddelen. Welk proces schetst de Minister voor de Kamer om dit tekunnen volgen, voorbij een soort wensdenkverhaal over «ik hoop dat wenaar 3% gaan»? Dat is volgens mij niet wat de Minister aan ons wiloverbrengen.Minister Beljaarts:Dank voor de vervolgvraag. Nee, dat is het zeker niet. Mijn intentie is welom halverwege volgend jaar de Kamer een terugkoppeling te geven op ditvlak, want dan zijn de gesprekken op de top gevoerd. Dan zijn we in Q1hoogstwaarschijnlijk zover met het eerste deel van het pact. Halverwegevolgend jaar ben ik dus in ieder geval inhoudelijk geëquipeerd om eengoede, gedegen terugkoppeling aan de Kamer en het lid Sneller te geven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 487 De heer Sneller (D66):Dat is ver weg, zeg ik alleen maar. Dat is negen maanden.De voorzitter:Meneer Sneller vindt het lang duren.Minister Beljaarts:Ja, dat onderstreep ik. De noodzaak is om dit zo snel mogelijk te doen,alleen moet het echt zorgvuldig, ook met de private sector, die ook niet instaat is om overnight beslissingen te nemen. We hebben het vehikel vande top en het pact niet voor niets in het leven geroepen. Die moeten wewel hun werk laten doen, zodat we ook een gedragen visie hebbenwaarmee het bedrijfsleven er ook echt bij betrokken is. Ik begrijp dus deonrust over dat het lang duurt, want dat vind ik zelf ook. Ik zou ook lievervolgende maand resultaten hebben. Maar voor de zorgvuldigheid en omte zorgen voor een gedragen pact, hebben we deze doorlooptijd welnodig. Als het eerder kan, doe ik bij dezen de toezegging dat we datuiteraard met liefde doen, maar vanwege de zorgvuldigheid wil ik er welvoor zorgen dat we het goed doen.De voorzitter:Ik zag een vraag van de heer Thijssen. Daarna is mevrouw Martens.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik wil even checken hoeveel interrupties we hebben. Gewoon acht, toch?We hebben tot 20.00 uur.De voorzitter:We hebben er drie afgesproken, maar als het geen herhalingen zijn vanvragen die al zijn gesteld maar waarop de antwoorden u niet bevallen ...De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Mogen het er dan vier zijn?De voorzitter:U gaat zien hoe ik dat ga aanpakken. Begin met uw vraag, meneerThijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Een korte vraag dan. Misschien lukt het dan om vier interrupties te krijgen.Klopt het, gezien de getallen van de Miljoenennota, dat er netto wordtbezuinigd op onderzoek, wetenschap en innovatie?Minister Beljaarts:Dat klopt. Ja.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Kan de Minister dan niet gewoon toegeven dat we die 3,0% never nooitgaan halen? Ik snap ook niet hoe de Minister aan 2,6% komt. Volgens mijgaan we dalen. Volgens mij wordt het eerder 2,0% dan 3,0%. Is deMinister dat met me eens?Minister Beljaarts:Ik kan dat simpelweg niet, omdat het voorruitkijken in de tijd is en omdathet geen recht zou doen aan de ambitie die we als kabinet op papierhebben geschreven. Dus we leggen ons niet bij voorbaat neer bij het feitdat het mogelijk niet gehaald zou worden. Wij zullen er alles aan doen, ikals voortrekker samen met mijn collega-Minister van OCW, om te zorgendat we wél tot het uiterste gaan om het te halen. Ik wil me niet bijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 488 voorbaat neerleggen bij het feit dat we het niet gaan halen, want datweten we niet en dat is niet onze ambitie.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dan heb ik nog een laatste vraag om een toezegging.De voorzitter:Meneer Thijssen, u krijgt van mij het woord.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Pardon, voorzitter. U heeft helemaal gelijk. Mijn excuus. Die Kamerledenook altijd ...Dit is een cruciaal debat, volgens mij. We hebben over twee weken debegrotingsbehandeling, waarbij dit een groot aandeel moet krijgen. Is hetmogelijk voor de Minister om toch op papier te zetten hoe hij ziet dat wemet dat pact of vehikel mogelijk toch naar die 3,0% onderzoeksbudgetkunnen gaan? Om nou hiermee de discussie de komende negendemaanden dood te slaan, terwijl ik niet hoor wat het kabinet bieden heeft ...Er is in ieder geval geen geld. Wat zijn dan de mogelijke manieren om datwel te doen, zodat we daar een debat over kunnen hebben bij debegroting? Kan de Minister een dergelijke brief toezeggen?Minister Beljaarts:Uiteraard ben ik bereid om in een brief een korte toelichting te geven. Diezal niet alomvattend zijn om de redenen die ik zojuist heb aangegeven. Wemoeten ook de top en het pact z’n werk laten doen. We moeten zorgenvoor draagvlak en we moeten zorgen dat het op een gedegen maniergebeurt. Een korte toelichting op de aanpak en het proces van hoe wedaartoe komen, zodat u iets meer comfort heeft voordat ik halverwegevolgend jaar met meer informatie kom, wil ik uiteraard geven. Dat zal welmeer procesgedreven zijn. Dat zal een brief zijn om u mee te nemen inwat de stappen zijn die we gaan zetten. Ik hoop dat u accepteert dat ikgeen beloftes ga doen over hoe we toch tot de 3% komen. Maar ik wil uwKamer met alle plezier meenemen in de procesmatige kant.De voorzitter:Meneer Thijssen, dat is een toezegging voor een brief voor de begrotingvan EZ.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik ga even door op wat de heer Sneller vroeg. Hij had namelijk natuurlijkwel een heel logisch vraag. We zitten hier allemaal op te wachten eniedereen vindt dit belangrijk, zo ook mijn fractie. Ik kan me overigens ookgoed voorstellen dat de mensen thuis die meekijken denken «waarhebben ze het over: 2, 3, 5?» Dat is wat abstract taalgebruik, maar het iswel heel belangrijk. Ik hoor wat de Minister zegt. Het was ook een wensvan de VVD om die top te organiseren. Wat ons betreft doen we dit opjaarlijkse basis. Laat ik dat hier ook maar stellen. Maar is er nou niet eenmiddenweg? Ik deel het gevoel van onrust met de heer Sneller, omdat ditbelangrijk is. Kan de Minister toch kijken of er na die top en voor hetvolgende debat over de staat van de economie, dat we volgens mij overzes maanden hebben, al iets van een brief naar de Kamer kan komen overwelke hoofdlijnen daar besproken zijn? Zo kunnen wij u wellicht inputmeegeven in het volgende debat om samen tot een verhaal te komen. Ikwil namelijk de Minister toch wel bijvallen: we doen op fiscaliteit eenaantal heel mooie zaken waardoor bedrijven meer ruimte krijgen om zelfte investeren in R&D. Daar kunnen we over van mening verschillen en datdoen wij hier aan tafel. Maar dat zijn wel punten die we kunnenmeenemen in de vraag of wij dit als Tweede Kamer voldoende vinden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 489 Mijn vraag aan de Minister is: kan na de top iets naar de Kamer komenwaar we in ieder geval over van gedachten kunnen wisselen?Minister Beljaarts:Ja, uiteraard. Uiteraard wil ik daarin meegaan, met de toevoeging dat detop en het pact wel iets zijn van het bedrijfsleven met EZ. Dus uiteraardneem ik altijd de kanttekeningen van u ter harte; dat doe ik vandaag en inelk debat. Maar de top en het pact zijn wel echt van het bedrijfsleven enhet kabinet. Daarin kunnen ze van gedachten wisselen. Met die kleinetoevoeging, doe ik het met plezier.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Minister Beljaarts:Dank u wel, voorzitter. Ik blijf bij mevrouw Martens-America. Ze vroeg hoewe de groep van de scale-ups gaan faciliteren. Zoals eerder aangegeven,hebben we 900 miljoen extra voor Invest-NL vrijgemaakt om diensslagkracht te vergroten en daardoor bij te dragen aan de doorgroei vandie start-ups. U weet wellicht ook dat een deel gealloceerd is voor blendedfinance, wat ook weer wat extra slagkracht geeft. Daarnaast hebben weeen breed, bestaand financieringsinstrumentarium met verschillendefondsen en regelingen voor innovatieve bedrijven. De Wbso is overeindgebleven. Er heeft uiteraard, zoals u wellicht weet, onlangs een uitgebreidinterdepartementaal beleidsonderzoek naar bedrijfsfinanciering plaatsge-vonden. Dat onderzoek is met de Kamer gedeeld. We werken momenteelaan een kabinetsreactie. Die verwacht ik in november met de Kamer tekunnen delen.De voorzitter:Dat leidt tot een vraag van mevrouw Martens.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik heb een laatste, verhelderende vraag. De Minister erkent dus wel dat destart- en scale-upaanpak anders is dan de mkb-aanpak en het financie-ringsvraagstuk en dus ook niet op dezelfde hoop gegooid moet worden,toch? Dan begrijp ik het even goed.Minister Beljaarts:Ja, dat laat zich uiteraard niet op één hoop gooien. Daar kijken wespecifiek naar.Dan kom ik op het antwoord van de vraag van het lid Van Meetelen overondernemers en specifiek de start-ups die aanlopen tegen regelgeving. Erzijn natuurlijk wat raakvlakken met sommige andere vragen. Maar ja, datprobleem herken ik. We kondigen in het regeerprogramma ook maatre-gelen aan, onder andere tegen regeldruk, om die voor grote én kleinebedrijven terug te dringen. De nauwere betrokkenheid van het ATR isdaarbij natuurlijk van belang. En er komt een reductieprogrammaregeldruk, dat zich richt op het aanpakken van die regeldruk. Ik kan mezomaar voorstellen dat regeldruk een belangrijk onderdeel zal uitmakenvan de top en het pact.De voorzitter:Een vraag van mevrouw Van Meetelen op dit punt.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Eigenlijk wil ik eraan toevoegen: kijk niet alleen naar regelgeving enregeldruk die vanuit de rijksoverheid komt, maar kijk vooral ook naar watzich afspeelt op provinciaal niveau en gemeenteniveau. Je hoort wel heelvaak dat we het hier regelen en dat ze dan zeggen: ja, maar dan loop ikTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 4810 daar nog tegen aan. Laten we ervoor zorgen dat die stakeholders er ookbij gaan zitten. Anders denk ik dat je nog steeds niet ver genoeg komt omhet op te lossen.Minister Beljaarts:Uiteraard. U noemt een terecht punt. De alignment bij de regeldrukzouden we overal moeten voelen, ook bij lokale overheden. Daarover ga ikin gesprek met onder andere de VNG en provincies om te kijken of erafstemming kan plaatsvinden. Alleen, iedereen doet dat uiteraard vanuitzijn eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheden. Dus ik wil wel deverwachtingen managen. Het is niet aan mij om daar iets over te belovenof mooi weer te spelen. Maar het gesprek aangaan, daar aandacht voorvragen en kijken waar verbeteringen mogelijk zijn, ga ik sowieso doen.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Van Meetelen.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ik zou eigenlijk een soort voorstel willen doen. Misschien moeten we eenkeer een regeldruktop organiseren, waarvoor we echt letterlijk iedereenuitnodigen. Dan kunnen we in één keer op een rijtje zetten waar we noumet z’n allen tegen aanlopen. Ik denk dat dit enorm veel impact kanhebben. Iedereen roept al jaren dat we er wat aan willen doen. Dat gaanwe nu, denk ik, ook doen. Ik weet ook zeker dat als we daar stappen ingaan maken op elk niveau, er geld gaat vrijkomen, ook voor innovatie eninvesteringen voor bedrijven. Ik denk echt dat we daar heel erg de focusop moeten gaan leggen. Misschien is dat een idee voor de Minister.Minister Beljaarts:Ik denk dat het belangrijk is dat de inventarisatie over hoe en waar deregeldruk ervaren wordt, er wel is. Ook binnen mijn eigen departement isjarenlang kennis opgebouwd over waar de schoen knelt. Ik denk dat hetnu tijd is om in actie te komen. Ik denk ook dat Nederland dat van onsverwacht. We moeten daadwerkelijk iets gaan doen. Ik vind het eensympathieke gedachte, maar ik zou willen wegblijven bij nog meer toppenen overleggen, omdat dit nu echt een onderwerp is dat we best goedinzichtelijk hebben. MKB-Nederland heeft een zwartboek – zo noemden zedat – overhandigd over waar de schoen knelt wat ondernemers betreft. Ikdenk dat we het wel inzichtelijk hebben. We moeten nu gewoon kijkennaar de oplossingen. U gaf hiervoor terecht aan dat lokale overheden daarook een rol in hebben. Daar zit, denk ik, de oplossing. We zullen in deactiemodus moeten gaan. Daar zijn wij natuurlijk druk mee bezig. Daarben ik mee bezig. Het regeldrukreductieprogramma is in wording. De topdie net al is genoemd, wil ik niet sturen. Ik wil graag de knelpunten bij hetbedrijfsleven ophalen in plaats van dat wij gaan kaderen en sturen. Maarik kan me zomaar voorstellen dat regeldruk een prominente plek inneemt.Dan komt het daar in ieder geval ook ter sprake.De voorzitter:De Minister vervolgt.Minister Beljaarts:Ik kom op het antwoord op de vraag van Martens-America over hetonderzoek naar medewerkersparticipatie. We gaan onderzoeken hoe derol van start- en scale-ups het risicoprofiel van werknemers bij partici-peren verkleint of gunstiger kan maken. Dit onderzoek moet nog uitgezetworden. Wat we eventueel zouden kunnen doen, is voor het kerstrecesdaar een update over geven aan de Kamer, als dat in de vraag voorziet.Mevrouw Martens-America (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 4811 Ik denk dat dat altijd goed is. Maar het is natuurlijk pas een risico voor dewerknemer op het moment dat wij het vragen en het belast is en het dusook daadwerkelijk wordt opgegeven als inkomen. Dat is nou net een vande verzoeken uit de start- en scale-upscene. Helemaal als je ons afzettegen andere landen in de wereld, moet überhaupt de vraag wordengesteld of dat wenselijk is. Als daar onderzoek naar gedaan gaat worden,dan hoop ik dat de Minister op deze manier kan meegeven dat ook dewenselijkheid van het opgeven als inkomen moet worden meegenomen,en dan het liefst ook afgezet tegen de andere landen. Dat is net de redenwaarom wij niet heel concurrerend zijn: omdat wij dat in Nederland doen.Minister Beljaarts:Dat is een terechte aanvulling. Die gaan we uiteraard meenemen.Dan ga ik door met de vraag van het lid Zeedijk, onder andere over dekasrondjes. De Kamer is recent geïnformeerd over onder andere dedatavisie. Daarin gaat het ook over de tarifering en de uittreksels van deKamer van Koophandel. De besluitvorming daarover wordt nogvoorbereid. Daar ben ik mee bezig. Maar die komt op een later moment.Voor wat betreft het CBS: zij voeren, zoals u weet, de wettelijke taken enbeleidsmatige opdrachten uit. Soms is dat gefinancierd uit de lumpsumen soms door de departementen zelf. Als deze inkomsten zoudenterugvloeien naar de algemene middelen, zouden zbo’s extra budgetmoeten ontvangen vanuit de ministeries. Is dat wat u verstaat onderkasrondes? Zo heb ik het in ieder geval geïnterpreteerd. Voor de belasting-betaler is het dus om het even. Ik zie geen meerwaarde van dit op eenandere manier organiseren. Hoe zbo’s te financieren en aan te sturen isbovendien een bredere discussie, waar ik binnen het kabinet niet alleenvoor aan de lat sta.De voorzitter:Dit leidt tot een vraag van mevrouw Zeedijk.Mevrouw Zeedijk (NSC):Het is misschien even een verduidelijking van mijn vraag hierover. Hetgaat juist hierom. De oorsprong van het probleem was dat er tussen hetCBS en de markt onduidelijkheid is over wie nou wat mag doen. Op ditmoment doet het CBS vaak iets voor ministeries. Dat vind ik redelijklogisch, omdat het CBS een overheidsinstelling is en die ministeries datook zijn. Dan ontstaat er dus een kasrondje dat ik niet logisch vind. Hetgeld dat zij vervolgens ontvangen van die ministeries, is budget van dieministeries. Het lijkt mij logischer om dat budget direct aan het CBS tegeven. Dan hebben ze een lumpsumbudget waar ze diensten voor kunnenuitvoeren. Dat lijkt mij logischer.De voorzitter:Financiering en zbo’s. De Minister.Minister Beljaarts:Ja. Ik begrijp de vraag. Dat is natuurlijk ook een discussie met de Ministervan BZK. Bij ons is niet de prangende behoefte gekomen om daarwijzigingen in aan te brengen of daar op een andere manier te handelen.Als die signalen bij u zijn binnengekomen, dan wil ik daar natuurlijk altijdnaar kijken. Maar vooralsnog zie ik geen aanleiding om hier grote,wezenlijke veranderingen in aan te brengen.De voorzitter:Een vervolgvraag, mevrouw Zeedijk.Mevrouw Zeedijk (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 4812 Ja, een korte vervolgvraag. Het gaat mij er juist om dat er zo veelonduidelijkheid is over die rolverdeling dat het zelfs tot aan de rechter toewordt uitgevochten. Dat vind ik zo jammer van de managementaandacht.Dat is mijn issue. Vandaar.De voorzitter:Waarvan akte. De Minister vervolgt zijn betoog.Minister Beljaarts:Ja, dank. Ik vervolg met de vraag van mevrouw Van Meetelen over destaat van de motie-Graus/Van Meetelen over het onderzoek naar deactiviteiten van de zbo’s. Daar wil ik uiteraard graag meer duidelijkheidover bieden. Het onderzoek is in voorbereiding en start dit jaar. Ikverwacht in de eerste helft van volgend jaar een brief te sturen dietegemoetkomt aan de motie. Daarbij benadruk ik wel dat de wetsbehan-deling van de wijziging van de Wet markt en overheid, die ingaat op dieaanscherping, losstaat van dit onderzoek. Dat wetsvoorstel ligt al eengeruime tijd bij uw Kamer. Ik verzoek uw Kamer daarom ook deze tebehandelen. Dan gaat het goed.Dan ben ik aan het einde gekomen van de beantwoording, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, Minister. We gaan nog luisteren naar meneer Thijssen, wanthij heeft nog heel veel interrupties. De heer Sneller heeft een onbeant-woorde vraag. Zullen we daarmee beginnen?De heer Sneller (D66):Ik had een flauwe vraag en een serieuze vraag gesteld. Ik vroeg namelijkof de Minister al één expert had gesproken die zegt dat we met dit pakketterugkomen in de vijf meest concurrerende economieën. De serieuzevraag ging over het meerjarig bespreken van de productiviteitsagendamet sociale partners en het iets meer body geven aan de NationalProductivity Board.Minister Beljaarts:Excuus. Die heb ik inderdaad gemist. Om antwoord op de eerste vraag tegeven: nee.Dan vervolg ik snel met de tweede vraag, zoals u snapt. Ik ben wel aan hetverkennen wat mogelijke processen en structuren zijn om tot eenproductiviteitsagenda te komen. Uiteraard sta ik ook open voorgesprekken met sociale partners. We hebben daar uiteraard ook een eigenverantwoordelijkheid in als kabinet, waarvoor we zeker niet weglopen. Hetbedrijfsleven heeft daarin een belangrijke rol en de kennisinstellingenhebben die ook. Daar werken we mee samen. Het is mijn intentie om dieconcreet en met meetbare acties op te nemen. Ik zie ook wel voordelenvan een reguliere, jaarlijkse cyclus waarbij we monitoren wat devoortgang is. Volgens mij heeft u dat ook weleens aangegeven. Dan is hetniet iets is wat we roepen en vervolgens uit het oog verliezen, maar danblijven we daar scherp op. Tegelijkertijd zou ik het efficiënt willeninregelen om onnodig werk te voorkomen. Ik denk dat ik daarmee eengoed antwoord op uw vraag heb gegeven. U heeft ook een paar keereerder dit punt gemaakt. Daar heb ik goed notie van genomen.De voorzitter:Meneer Sneller kijkt toch bedenkelijk. Heeft u nog een vervolgvraag,meneer Sneller?De heer Sneller (D66):Dit was inderdaad een serieus en inhoudelijk antwoord. Dank daarvoor. Ikzoek nog even. Moet ik dit nou als een toezegging zien, namelijk: ja, hierTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 4813 kom ik binnenkort op terug en dit is hoe ik dit wil aanpakken? Of is het:meneer Sneller, ik sta er wel voor open, maar komt u alstublieft met eenmotie om mij aan te sporen en achter de broek te zitten om het ookdaadwerkelijk te regelen?De voorzitter:Dit is nogal een handreiking voor een strakke toezegging. De Minister.Minister Beljaarts:Uiteraard. De aansporing heb ik in die zin niet nodig, maar dank daarvoor.Ik ben uiteraard aan het kijken naar uitbreiding van de Productivity Boarden het meenemen daarvan in de productiviteitsagenda. Als het u comfortgeeft dat ik daar even schriftelijk op terugkom binnen een aantal weken,om u een klein beetje meer erin mee te nemen zodat u wat meer gevoelkrijgt bij die voortgang, dan is dat uiteraard geen enkel probleem; metplezier.De voorzitter:Ik kan mij voorstellen dat de heer Sneller het prettig vindt om het voor debegroting te krijgen. Dat is over enkele weken. Kan dat?Minister Beljaarts:Dat is wel heel snel. Als de heer Sneller genoegen neemt met «voor hetkerstreces», dan zou dat ons heel goed helpen om het goed, gedegen engrondig te kunnen doen.De heer Sneller (D66):Ik had gewaarschuwd voor het opschroeven van verwachtingen. Maar ditis prima. Ik zat te denken aan het verdienvermogen. Dit is misschien eenmooi moment, als dat ook lukt. Anders wacht ik nog even. Ik denk wel datwe snel moeten beginnen met dit serieuzer optuigen.De voorzitter:De termijn is binnen enkele weken. Meneer Thijssen, ik kijk verwach-tingsvol naar u.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):O, dat is fijn! Ik had nog vragen over de AIQ. Daar heb ik nog geenantwoord op gehad.Ik wilde eerlijk gezegd ook nog wel even interrumperen op de niet zoserieuze vraag, maar het volgens mij toch wel behoorlijk serieuzeantwoord van de Minister dat hij nog niet iemand heeft gesproken diezegt dat we met dit pakket genoeg gaan innoveren en genoeg gaan stekenin onderzoek. Ondertussen hebben we wel een kabinet dat de Koning ditlaat zeggen, dat doet alsof het zegt: ga maar rustig slapen; we zijn aan hetbouwen aan die banen en economie van de toekomst. Maar eigenlijkconstateren we met deze vrolijke vraag gewoon dat het met dit pakket nietgaat lukken. Dus zeg het niet, laat het de Koning niet zeggen en zeg dat wekeuzes moeten maken en dat de innovatieve economie hiermee niet gaatlukken, óf kom met een pakket maatregelen waarvan experts zeggen: nou,misschien gaan we het hiermee wél regelen.Minister Beljaarts:Ik begin met het antwoord op de tweede vraag en herhaal eigenlijk wat iknet heb gezegd. Ik ga me niet nu namens het kabinet neerleggen bij hetfeit dat het niet gaat gebeuren, simpelweg omdat we het niet weten en tentweede omdat we nog moeten beginnen met het uitwerken van het heleprogramma. Ik kan onmogelijk een jaar vooruitkijken en zeggen of het danwel of niet gelukt is. Onze ambitie is onverminderd: we gaan er helemaalvoor. Gezien de middelen, de 900 miljoen van Invest-NL en de middelenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 4814 voor de Wbso, is het geen luchtballon. Maar ik geef direct toe dat het nietmakkelijk zal zijn. Daar loop ik niet voor weg. Het zal echt hard werken zijnen we moeten samen met de private sector heel goed kijken wat ermogelijk is. Maar om nu al vooruit te lopen op het feit dat het niet gaatlukken, zou weinig ambitieus zijn.De voorzitter:Meneer Thijssen begon met een onbeantwoorde vraag. Welke was dat?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dat was de vraag over de dalende AIQ.Minister Beljaarts:Volgens mij hebben we het er vorige keer ook over gehad dat het kabinetniet op de AIQ stuurt, maar op koopkracht. We weten dat iedereen ervolgend jaar in koopkracht op vooruitgaat, namelijk gemiddeld 0,7% en inde komende jaren gemiddeld 0,8%. De reden waarom we niet de AIQ alsparameter aanhouden, is dat er niet zoiets bestaat als het ideale AIQ-cijfer.Koopkracht is iets heel tastbaars. Daar hebben de coalitiepartijen in hetkabinet goed over gesproken. Daar is uitgekomen wat we gepresenteerdhebben. Daar maken we ons hard voor. Dus we sturen op koopkracht. Datis heel meetbaar. Er zijn genoeg tussentijdse momenten waarin we datook inzichtelijk kunnen maken. Iedereen gaat dat volgend jaar ook in deportemonnee merken.De voorzitter:Meneer Thijssen, heeft u nog een vervolgvraag?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Jazeker. Ik begin over de AIQ omdat die de grootste macro-economischeontwikkeling is die we de afgelopen vijf jaar zien. De AIQ daalt 5% in vijfjaar tijd. Dat gaat over 50 miljard per jaar, geld dat meer gaat naar deQuote 500, aandeelhouders en zeer vermogenden en dat er minder is voormensen, werkenden, arbeiders, zelfstandigen. Dat is de grote macro-economische ontwikkeling. Dat zorgt ervoor dat het koopkrachtplusje zoongeveer al weg is, zeker voor de lage inkomens, omdat de ziektekosten-premie hoger is dan we dachten. Dat plusje is onderhand alweer wegomdat de inflatie hoger is dan we dachten. Een op de drie Nederlandersheeft moeite om rond te komen. Mijn vraag ging over het volgende. Dit isde grote macro-economische ontwikkeling. U zei in de eerste termijn: laatme er na Prinsjesdag op terugkomen. Het is inmiddels na Prinsjesdag enik wil dus graag weten of de Minister dit nou wenselijk vindt. Als we die50 miljard op een andere manier aanwenden, kunnen we bijvoorbeeld wélinvesteren om veel meer innovatie en onderzoek te doen.Minister Beljaarts:Ik heb eerder aangegeven dat we bewust kiezen voor koopkracht omdatdie heel meetbaar is en we die goed vooraf kunnen inschatten. De AIQ iseen maatstaf, maar ook niet iedereen is het erover eens dat die de idealemaatstaf is. Wij nemen, nogmaals, koopkracht. Over de vraag onder devraag: voor een brede, florerende economie is het nodig dat we bedrijvenook ruimte geven om te ondernemen, om winst te maken en om die winstook aan de aandeelhouders uit te keren, want met hun investering en hetrisico dat ze daarin nemen stellen zij ons in staat om producten endiensten te ontwikkelen en om te innoveren. Daar hebben we het netuitgebreid over gehad. U schetst een tegenstelling die ik niet als eentegenstelling zie. Volgens mij kan het hand in hand. Als we het bedrijfs-leven laten floreren en wat laten verdienen en als we «winst maken» geenvies woord vinden, misschien in tegenstelling tot het verleden, dan vloeiter ook eenvoudigweg meer in de schatkist. Daarmee kunnen we onderTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 4815 andere de zorg betaalbaar houden, kunnen we iets doen met het eigenrisico van de zorg en willen we volgend jaar de prijsstijging van hettreinkaartje dempen. Dat kunnen we daarmee betalen. We hebben alskabinet een koers gekozen. We kunnen de wensen die we hebben alleenmaar betalen als we het bedrijfsleven laten ondernemen.De voorzitter:Ik kijk naar de leden. Zijn er nog vragen? Ja. Mevrouw Martens heeft nogeen vraag.Mevrouw Martens-America (VVD):Mijn glas is halfvol en dat gaat u hier nog wel vaker zien. We hebben eenaantal sterke fiscale maatregelen met elkaar afgesproken om daadwer-kelijk het vestigingsklimaat te versterken. Alle bedrijven en de onder-zoeken geven aan dat we zijn gedaald van de plek op de lijst die vanavondmeermaals is aangehaald omdat wij onvoorspelbaar beleid voeren,overnight zaken veranderen en de fiscaliteit verslechterd is. We zijnbenieuwd hoeveel organisaties hij gesproken heeft, hoe er gereageerd isop de voorstellen die gedaan zijn en waar hij hoopt dat dit voor goedezaken gaat zorgen. Misschien kan de Minister dat toch toelichten.Minister Beljaarts:Ik heb heel veel organisaties, brancheverenigingen, werkgeversvereni-gingen en ondernemers gesproken. De afdronk van het regeerprogrammaen de koers is heel positief. Ondernemers ervaren het ook als eentrendbreuk dat ze er mogen zijn, dat ondernemen weer aangemoedigdwordt en dat de Koning dat ook als zodanig uitgesproken heeft. Wel gevenze aan – dat zegt u zelf ook – dat een voorspelbaar fiscaal klimaat echtessentieel is. Een jojobeleid is echt killing als een bedrijf zich wil vestigenin Nederland. We hebben met z’n allen een taak om bij mogelijke tekortenin de toekomst, tegenvallers, niet in een reflex aan de vpb-knop te draaienom het bedrijfsleven die te laten betalen. Uiteindelijk hebben we allemaaleen maatschappelijke verantwoordelijkheid om Nederland draaiend tehouden, maar die stabiliteit is essentieel, niet alleen bij buitenlandsebedrijven die zich mogelijk in Nederland willen vestigen. In de VerenigdeStaten heb ik bedrijven gesproken die Nederland juist niet hebbengekozen als vestigingsplaats. We moeten daar elke dag heel hard voorblijven knokken.De voorzitter:Goed. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn vandit debat. Ik wil de Minister en zijn ambtenaren van harte danken. Ik dankde leden voor hun bijdrage. Ik dank iedereen die het anderszins heeftgevolgd. We komen elkaar op een ander moment op een anderonderwerp waarschijnlijk weer snel tegen. Ik wens u allen een fijne avond.Of wacht: ik ga nog even de toezeggingen voorlezen! Dat is ook allemaalservice, want zo weten we wat we met elkaar hebben afgesproken. Detoezeggingen uit dit debat.−De Minister zegt toe om de Kamer voor het kerstreces nader teinformeren over de steeds groter wordende marktconcentraties. Dit iseen toezegging aan het lid Zeedijk.Herkent u de toezegging, mevrouw Zeedijk?Mevrouw Zeedijk (NSC):Ik zat echt te slapen.De voorzitter:De Minister zegt toe om de Kamer voor het kerstreces nader te informerenover de steeds groter wordende marktconcentraties. Dit is een toezeggingaan u.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 4816 Mevrouw Zeedijk (NSC):Ja, inderdaad. Dat was van lang geleden.De voorzitter:Ja, de toezegging wordt herkend. Ik kijk overigens ook even naar de kantvan de Minister en zijn ondersteuning. Als u denkt «dit heb ik niet zomeegemaakt», hoor ik dat ook graag.−De Minister zegt toe om halverwege volgend jaar terugkoppeling tegeven aan de Kamer over het pact ondernemersklimaat. Aan de heerSneller is deze toezegging gedaan.−De Minister zegt toe de Kamer voor de begrotingsbehandeling eenbrief te sturen over het proces en de te zetten stappen met betrekkingtot het pact ondernemersklimaat. Thijssen staat hierbij als naam.Ja, we zetten het tegenwoordig op naam, om moties te voorkomen.−De Minister zegt toe om na de top en het pact een brief te sturen overde top en het pact voor het volgende debat over de staat van deeconomie. Dit is een toezegging aan mevrouw Martens.−De Minister zegt toe om in november de kabinetsreactie met de Kamerte delen over het ibo bedrijfsfinanciering. Dit is een toezegging aan hetlid Martens.−De Minister zegt toe om voor het kerstreces een update te sturen overhet onderzoek medewerkersparticipatie in start-ups en scale-ups. Dit iseen toezegging aan mevrouw Martens.−De Minister zegt toe om in de eerste helft van volgend jaar in een briefterug te komen op het onderzoek activiteiten zbo’s. Dit heeft betrekkingop de motie-Graus/Van Meetelen. Deze toezegging is gedaan aanmevrouw Van Meetelen.−De Minister komt binnen enkele weken terug op de productiviteitsa-genda en hoe het staat met de voortgang. Dit was een toezegging opde vraag van de heer Sneller.Is dit allemaal herkenbaar? Ik doe het even helemaal zoals het hoort:missen de leden toezeggingen die zij hadden verwacht? Nee? Zij zijnallemaal akkoord en de Minister en de ambtenaren kunnen ermee uit devoeten, dus dat gaat zo onze administratie in. Daarmee rond ik formeel af.Een hele fijne avond gewenst.Sluiting 19.17 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 4817

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 2fb2a3391f11ab80

14 okt 2026 · ed1e2b4e6e2662d9

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.