Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde agenda van de informele JBZ-Raad van 16 en 17 juli 2026 (algemeen deel)
Brontekst
Versie dd477f72885765f6 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 317JBZ-RaadNr. 1019 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 15 juli 2026 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister van Justitie en Veiligheid overde volgende brieven:•Geannoteerde agenda van de informele JBZ-Raad van 16 en 17 juli2026 Kamerstuk 32 317, nr. 1016);•Verslag JBZ-Raad 4 en 5 juni 2026 en overige JBZ-ontwikkelingen(Kamerstuk 32 317, nr. 1014);•Antwoorden op vragen commissie over o.a. de Geannoteerde agendavan de JBZ-Raad van 4-5 juni 2026 (Kamerstuk 32 317–1003) (Kamer-stuk 32 317, nr. 1004).De vragen en opmerkingen zijn op 10 juli 2026 aan de Minister van Justitieen Veiligheid voorgelegd. Bij brief van 15 juli zijn de vragen, voorzien vaneen inleiding, beantwoord door de Minister en de Staatssecretaris vanJustitie en Veiligheid.De voorzitter van de commissie,EerdmansAdjunct-griffier van de commissie,Burger kst-32317-1019ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10191 InleidingDe onderwerpen die in de beantwoording aan bod komen zijn:–Georganiseerde criminaliteit – samenwerking met derde landen enpubliek-private partijen;–Gegevensuitwisseling met derde landen («trusted partners»);–Ministeriële bijeenkomst Europese Havenalliantie;–Verordening inzake voorkoming en bestrijding Child Sexual AbuseMaterial (hierna: CSAM);–Herzieningsvoorstellen Europol en Eurojust.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoonVragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geannoteerde agenda van de informele Raad Justitie en Binnen-landse Zaken (hierna: JBZ-Raad) van 16 en 17 juli 2026 en van het verslagvan de JBZ-Raad van 4 en 5 juni 2026. Deze leden stellen nog enkelevragen en maken nog enkele opmerkingen.Georganiseerde criminaliteit – samenwerking met derde landen enpubliek-private partijenDe leden van de VVD-fractie vragen welke concrete stappen de Ministeronderneemt binnen en buiten EU-verband tegen landen als Sierra Leonedie drugscriminelen huisvesten en hun internationale verplichtingen nietnakomen. Welke concrete extra drukmiddelen en sancties wil de Ministerin EU-verband of met gelijkgestemde lidstaten afspreken om Sierra Leonete bewegen tot uitlevering van Bolle Jos?Antwoord: Zoals uw Kamer weet blijft het kabinet zich onver-moeibaar inzetten om Sierra Leone ertoe te bewegen over te gaantot uitlevering van Jos Leijdekkers. Het kabinet werkt samen metinternationale partners en EU-instanties om deze diplomatiekeinspanningen kracht bij te zetten en blijft hier in verschillendegremia aandacht voor vragen.Op 3 juli jl. heeft het kabinet een brief aan uw Kamer gezondenwaarin toelichting is gegeven over het stopzetten vanEU-ontwikkelingshulp aan de overheid van Sierra Leone als eenvan de concreet te nemen stappen hierbij.1 Ook is in deze briefingegaan op de conclusies van de Europese Raad van 18 en19 juni jl., waarin op Nederlands initiatief is opgeroepen om actiete ondernemen tegen derde landen die drugscriminelen herbergenen zich niet houden aan internationale verplichtingen.2Omwille van de veiligheid en vertrouwelijkheid kan niet wordeningegaan op details van alle Nederlandse inspanningen om deaanhouding en uitlevering van Jos Leijdekkers te realiseren. Deaanhouding en uitlevering van Jos Leijdekkers naar Nederland istopprioriteit van het kabinet. Nederland blijft zich onvermoeibaarinzetten voor uitvoering van het rechterlijk bevel tot gevangen-neming.1Kamerstukken II 2025/26, 21501–04, nr. 3052EUCO 8/26 nl-20260619-european-council-conclusions.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10192 Wat is de stand van zaken van de Europese Havenalliantie en welkemeetbare resultaten zijn sinds de start geboekt in de aanpak van drugss-mokkel via de Europese Havenalliantie? Graag ontvangen de leden van deVVD-fractie een reactie van de Minister hierop.Antwoord: De Europese Havenalliantie bestaat uit drie pijlers. Deeerste pijler richt zich op mobilisering van de Douanedienstentegen drugssmokkel, de tweede pijler is gericht op het versterkenvan rechtshandhaving in havens tegen criminele organisaties diezich bezighouden met drugssmokkel. De derde pijler richt zich ophet versterken van publiek-private samenwerking tegen drugss-mokkel door het vergroten van bewustzijn bij publieke en privatepartijen. Deze pijler heeft tot doel private partijen te onder-steunen in hun rol bij het tegengaan van drugssmokkel encriminele infiltratie.Binnen de derde pijler, die wordt gecoördineerd door DG-HOMEvanuit de Europese Commissie, is een netwerk voor publiek-private samenwerking opgericht. In de afgelopen periode heeftdit netwerk zich vooral gericht op het leggen van contacten enhet delen van goede praktijken. Daarnaast zijn vorig jaar naast demainports ook binnenhavens aan het netwerk toegevoegd.Samen met de coalitie van acht Europese landen tegen georgani-seerde criminaliteit (de zogenoemde C8) streeft Nederland er naarde werkzaamheden binnen deze pijler verder te concretiseren. Zoheeft de C8 in een non-paper van april 2025 over de EuropeseHavenalliantie de Commissie opgeroepen in te zetten op ondermeer adequate beveiligingsniveaus van havens en het versterkenvan monitoring in de strijd tegen georganiseerde criminaliteit.3Overigens hecht het kabinet er aan te benadrukken dat ditnetwerk er op gericht is publieke en private partijen met elkaar teverbinden en te ondersteunen. Dit netwerk heeft geen operati-onele functie, meetbare resultaten zijn dan ook moeilijk recht-streeks aan een dergelijk netwerk te koppelen.Gegevensuitwisseling met derde landen («trusted partners»)De leden van de VVD-fractie vragen welke landen de Minister ziet alspotentiële «trusted partners». Kan de Minister tevens aangeven op basisvan welke criteria deze trusted partners worden aangewezen? Welktijdpad voorziet de Minister voor eventuele regelingen met deze landen?Antwoord: Het kabinet hecht waarde aan een coherente Europeseaanpak voor het uitwisselen van gegevens met derde landen enstelt hierbij de veiligheids- en migratiebelangen centraal.Informatie-uitwisseling met betrouwbare derde landen kanoperationele meerwaarde bieden, mits sprake is van passendewaarborgen. Daarnaast is het van belang zorgvuldig te beoor-delen onder welke voorwaarden het delen van gegevens uitEuropese informatiesystemen met derde landen passend is,waarbij per informatiesysteem wordt bezien wat mogelijk is. Hetkabinet vindt het belangrijk om zorgvuldig te blijven beoordelenof gegevens die uit Nederland afkomstig zijn en inEU-informatiesystemen zijn opgenomen, met derde landen kanworden gedeeld.3Non-paper van de coalitie van (destijds) zeven landen (C7) voor de European Ports Alliance,Kamerstukken II, 2024–25, 22 112, nr. 4042.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10193 Het kabinet hecht daarom belang aan het waarborgen vanbeginselen voor de uitwisseling van informatie met derde landenten behoeve van rechtshandhaving en grensbeheer. Het gaatdaarbij onder andere om wederkerigheid van informatie, noodza-kelijkheid, proportionaliteit, subsidiariteit, waarborgen voorfundamentele rechten en de EU-beginselen inzake gegevensbe-scherming, waaronder informatiebeveiliging, begrensde bewaar-termijnen en doelbinding voor het gebruik van de gegevens.Om aangemerkt te kunnen worden als vertrouwde partner, achthet kabinet het van belang dat wordt getoetst of derde landenadequate normen voor gegevensbescherming hanteren die in lijnzijn met de AVG en het Handvest van de grondrechten van de EU.Elementen die van belang kunnen zijn bij een dergelijke toetsingzijn of de Europese Commissie reeds een adequaatheidsbesluitheeft genomen richting een derde land, of dat het derde landanderszins voldoende garanties biedt voor de passendebescherming van persoonsgegevens. Factoren als de mate waarinmensenrechten worden geborgd en het strafklimaat in hetdesbetreffende land spelen ook een rol. Het kabinet benadruktdat hiervoor zorgvuldige besprekingen en afspraken nodig zijn enacht het daarbij van belang dat eventuele toekomstige initia-tieven de capaciteit voor de uitrol en uitvoering van de interope-rabiliteit routekaart niet ondermijnen. De werklunch tijdens deinformele JBZ-Raad is een eerste verkenning, een exact tijdspadis daarom nog niet te geven.Ministeriële bijeenkomst Europese HavenalliantieDe leden van de VVD-fractie lezen dat er een ministeriële bijeenkomstplaatsvindt van de Europese Havenalliantie. Wat betekent de toetredingvan Portugal (C7 → C8) concreet voor de Nederlandse inzet eninformatie-uitwisseling?Antwoord: De uitbreiding van zeven naar acht Coalitielandenbetekent concreet dat de Coalitie meer invloed heeft. Voor watbetreft de prioriteiten ten aanzien van de Havenalliantie heeft ergeen her prioritering plaatsgevonden. Zoals in het non-paper van25 april 2025 staat beschreven, blijft de ondersteuning van deHavenalliantie één van de speerpunten van de C8.4 De prioriteitenvan de C8 zijn: ontmanteling criminele netwerken, weerbarelogistieke knooppunten en maritieme veiligheid, aanpak illegalegeldstromen, preventie inclusief bestuurlijke aanpak en samen-werking met derde landen. Daarbij wordt ook een verplaatsings-effect van drugstoevoer waargenomen van Nederlandse havensnaar Zuid-Europese havens. Het is daarom van belang om goedsamen te werken met deze landen en de partners daar.Welke nieuwe dreigingen op het gebied van drugssmokkel worden alsprioritair beschouwd en welke rol ziet de Minister voor Nederland binnende Havenalliantie? Kan de Minister nader toelichten hoe publiek-privatesamenwerking binnen de Europese Havenalliantie de komende periodemeer vorm krijgt?Antwoord: Het kabinet ziet een duidelijke toename van maritiemecocaïnesmokkel met moederschepen en go-fast boten, met namevia West-Afrika. Nederland werkt daarom intensief samen binnen4Non-paper van de coalitie van (destijds) zeven landen (C7) voor de European Ports Alliance,Kamerstukken II, 2024–25, 22 112, nr. 4042.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10194 het Maritime Analysis and Operations Centre (Narcotics) MAOC-Nen met andere partners om maritieme drugssmokkel tebestrijden. Er is breed gedeelde behoefte aan meer slagkracht enbetere inzetbaarheid op zee. Zo is er voornamelijk behoefte aaninterventiecapaciteit op zee; door een gebrek aan capaciteitkunnen veel verdachte schepen ongehinderd verder varen.Nederland, net als de andere MAOC-lidstaten, erkent de behoefteom meer capaciteiten beschikbaar te krijgen om de beschikbareinformatie operationeel op te volgen. Gezamenlijk met MAOC-Nen andere internationale partners wordt bezien hoe de capaci-teiten het best kunnen worden ingezet.Zoals in de beantwoording van de vorige vragen al aangegeven,wordt er binnen de Europese Havenalliantie gewerkt aan hoeoverheden en private partners elkaar het beste kunnen onder-steunen bij de aanpak van drugssmokkel.Verordening inzake voorkoming en bestrijding Child Sexual AbuseMaterial (hierna: CSAM)De leden van de VVD-fractie vragen wat de concrete gevolgen voor deopsporing zijn sinds het vervallen van de tijdelijke derogatie op 3 april2026?Antwoord: Het wegvallen van een (tijdelijke) juridische basiszonder alternatief leidt tot onduidelijkheid over de juridischegrondslag voor de toepassing van detectiemogelijkheden, terwijlde noodzaak om kinderen te beschermen tegen online seksueelkindermisbruik evident is. Dit acht het kabinet onwenselijk.De precieze gevolgen hiervan zijn moeilijk te overzien. Zo hebbenin reactie op het vervallen van de tijdelijke derogatie, een aantaltechbedrijven in een statement aangegeven vrijwillige maatre-gelen te blijven nemen met betrekking tot hun relevante interper-soonlijke communicatiediensten. Daarnaast geldt dat de effectenvan juridische wijzigingen zich in de praktijk vaak pas na verloopvan tijd laten zien.Voor de opsporing betekent dit dat de gevolgen niet eenduidigzijn vast te stellen. Het aantal meldingen dat de politie ontvangtwordt niet uitsluitend beïnvloed door wijzigingen in hetjuridische kader, maar ook in sterke mate door de keuzes dieaanbieders van communicatiediensten maken ten aanzien vanhun werkwijze en technische inrichting. Zo kunnen wijzigingen inde toepassing van end-to-end encryptie of in de wijze waaropplatforms detectie uitvoeren een aanzienlijke invloed hebben ophet aantal meldingen.Daarnaast ontvangt de Nederlandse politie een belangrijk deelvan de meldingen via het Amerikaanse National Center forMissing & Exploited Children (NCMEC). Amerikaanse aanbiederszijn op grond van de daar geldende regelgeving verplichtvermoedens van online seksueel kindermisbruik te melden aanNCMEC. Deze meldingen worden vervolgens via de bevoegdeAmerikaanse autoriteiten doorgeleid naar de Nederlandse politiewanneer sprake is van een Nederlandse aanknopingspunt. Voordeze in de Verenigde Staten gevestigde aanbieders is hetvervallen van de Europese tijdelijke derogatie daarom minderdirect van invloed op de meldingen die de Nederlandse politie viadeze route ontvangt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10195 Zijn er sindsdien detectiemogelijkheden weggevallen wat tot eenverminderd aantal meldingen van kindermisbruikmateriaal heeft geleid?Deze leden vragen of de Minister een tijdpad kan geven voor eenstructurele juridische oplossing, nu de tijdelijke basis is weggevallenzonder dat er zicht is op een alternatief.Antwoord: Het is op dit moment nog te vroeg om vast te stellenin hoeverre het vervallen van de tijdelijke derogatie heeft geleidtot het wegvallen van detectiemogelijkheden of tot een vermin-dering van het aantal meldingen van online seksueel kindermis-bruikmateriaal.Bij de interpretatie van eventuele ontwikkelingen in het aantalmeldingen is bovendien terughoudendheid geboden. Schomme-lingen in het aantal meldingen kunnen verschillende oorzakenhebben en worden niet uitsluitend bepaald door wijzigingen inhet juridische kader. Ook veranderingen in de werkwijze oftechnische inrichting van grote online platforms kunnen eensubstantieel effect hebben. Zo heeft de introductie vanend-to-end encryptie voor directe berichten op Instagram eerdergeleid tot een aanzienlijke afname van het aantal meldingen,terwijl het beëindigen van die functionaliteit per 8 mei 2026 naarverwachting eveneens invloed zal hebben op de meldings-stromen. Hierdoor zijn cijfers over verschillende perioden nietzonder meer met elkaar te vergelijken.Een permanent juridisch kader wordt voorzien in deEU-Verordening ter bestrijding van online seksueel kindermis-bruik («CSAM-Verordening»). De onderhandelingen over dezeverordening bevinden zich momenteel in de triloogfase. Zoalsook is benoemd in de geannoteerde agenda voor deze informeleJBZ-Raad,5 is onder het vorige Voorzitterschap op verschillendeonderdelen substantiële voortgang geboekt. De verwachting isdat het recent aangetreden Ierse voorzitterschap de onderhande-lingen zal voortzetten, waarbij de focus met name zal liggen opde bepalingen inzake detectie en de zetel van het EU-centrum.Het kabinet kan niet vooruitlopen op het tijdpad waarbinnenovereenstemming zal worden bereikt. Zoals eerder is gebleken,zijn de onderhandelingen over deze verordening complex enweerbarstig. Het kabinet blijft zich inzetten voor een spoedigetotstandkoming van een permanent juridisch kader dat deverspreiding van online seksueel kindermisbruik effectiefbestrijdt en tegelijkertijd recht doet aan de aandachtspunten dieNederland gedurende de onderhandelingen heeft ingebracht,waaronder de waarborgen voor grondrechten en de digitaleweerbaarheid.De leden van de VVD-fractie vragen voorts naar een laatste stand vanzaken met betrekking tot de voortgang van de CSAM-trilogen en dan metname op het onderwerp van de detectieorders. Welke oplossingsrich-tingen ziet de Minister om op dit punt tot een compromis tussen de Raaden het Europees parlement te komen?Antwoord: Zoals ook is aangegeven in de geannoteerde agendavoor deze informele JBZ-Raad,6 bevinden de onderhandelingenover de CSAM-verordening zich in de triloogfase. Om de impasse5Kamerstukken II, 2025–2026, Kamerstuk 32 317, nr. 1014.6Kamerstukken II, 2025–2026, Kamerstuk 32 317, nr. 1014.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10196 rond de bepalingen over detectiebevelen te doorbreken, heeft hetCypriotische voorzitterschap verschillende nieuwe denkrich-tingen gepresenteerd. Daarbij wordt onder meer onderscheidgemaakt tussen vrijwillige en verplichte detectie, alsmede tussenopenbaar toegankelijke en niet-openbaar toegankelijkecommunicatie.Nederland heeft, bij het ontbreken van een concreet compromis-voorstel, nog geen kabinetspositie ingenomen ten aanzien vandeze denkrichtingen. Het kabinet constateert wel dat na eenlangere periode van beperkte voortgang de onderhandelingenweer in beweging zijn gekomen.Het recent aangetreden Ierse voorzitterschap heeft de uitwerkingvan de denkrichtingen van zijn voorganger nog niet in de vormvan een nieuw compromisvoorstel gepresenteerd, maar heeft welaangegeven te willen verkennen welke compromissen mogelijkzijn ten aanzien van de bepalingen over detectie.Herzieningsvoorstellen Europol en EurojustDe leden van de VVD-fractie vragen hoe de Minister de op 24 juni 2026gepresenteerde Commissievoorstellen tot herziening van de Europol- ende Eurojust-verordening beoordeelt.Antwoord: Het kabinet beoordeelt beide voorstellen grotendeelsals positief en constateert daarbij met tevredenheid dat diverseNederlandse voorstellen in het Europol voorstel zijn overge-nomen.7 Het kabinet zal, conform de gebruikelijke procedure,meer in detail op de inhoud van de voorstellen ingaan in deBNC-fiches die momenteel worden voorbereid.Ook vragen zij of de Minister de daarin voorgestelde versterking van deinternationale samenwerkingsbevoegdheden van beide agentschappenonderschrijft.Antwoord: Het kabinet onderkent de behoefte van Eurojust enEuropol tot intensievere samenwerking met elkaar en met derdelanden en kan dat in beginsel steunen, zo lang deze niet dedirecte samenwerking van Nederland met derde landen doormiddel van bestaande bilaterale of multilaterale verdragen raakt.Op welke termijn kan de Kamer het BNC-fiche8 over deze twee herzie-ningsvoorstellen tegemoetzien?Antwoord: De BNC-fiches zullen uw Kamer na het zomerrecestoekomen.Deelt de Minister de inzet om Europol makkelijker en sneller gegevens telaten delen met derde landen en als sterker technologie- en innovatie-centrum te positioneren?Antwoord: Het kabinet steunt het versterken van Europol alstechnologie- en innovatiecentrum en is voorstander voor hetfaciliteren van effectievere gegevensuitwisseling, ook richting7Zie de inzet van Nederland over de toekomst van Europol tijdens de JBZ-Raad van maart 2026,in de geannoteerde agenda, Kamerstukken II, 2025–26, 32 317, nr. 995 en het verslag, Kamer-stukken II/2025–26, 32 317, nr. 9988Fiche Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10197 derde landen waar dat bijdraagt aan de aanpak van zwarecriminaliteit en terrorisme. Dit gebeurt binnen het bestaanderechtskader en met stevige waarborgen, onder regie van delidstaten en zonder uitbreiding naar eigenstandige opsporings- ofdwangbevoegdheden.Welke waarborgen acht de Minister daarbij noodzakelijk ten aanzien vangegevensbescherming?Antwoord: Het kabinet acht het noodzakelijk dat de uitwisselingvan gegevens met derde landen door Europol en Eurojust blijftgeschieden in overeenstemming met de relevante EU-wetgeving,met name die op het gebied van de bescherming van persoonsge-gevens. Daarnaast moet de lidstaat die informatie aan een vanbeide agentschappen heeft verstrekt toestemming geven voordoorverstrekking daarvan aan een derde land, en met inacht-neming van de waarborgen genoemd in beantwoording van devraag hierboven over «trusted partners». Relevant in dit kader isverder dat de Commissie op 24 juni jl. een herziening van deVerordening betreffende de bescherming van natuurlijkepersonen in verband met de verwerking van persoonsgegevensdoor de instellingen, organen en instanties van de Unie heeftgepubliceerd. Hiermee beoogt de Commissie een consistentetoepassing van gegevensbescherming door alleEU-agentschappen en instanties. In het BNC-fiche voor ditvoorstel, alsmede in de fiches voor de Europol en Eurojustherziening, zal het kabinet nader ingaan op gegevensvraag-stukken en de waarborgen die het kabinet daarvoor noodzakelijkacht.De leden van de VVD-fractie vragen voorts hoe de Minister de voorge-stelde versterking van Eurojust op het gebied van cybercriminaliteit en deeerdere internationale betrokkenheid van Eurojust bij derde landenbeoordeelt. Ook vragen zij welke concrete meerwaarde de Minister hierinziet voor de Nederlandse opsporings- en vervolgingspraktijk.Antwoord: Het kabinet steunt de voorgestelde uitbreiding van hetmandaat van Eurojust tot cybercrime. Dat past bij de ontwik-keling van de huidige grensoverschrijdende criminaliteit, waarbijhet internet vaak een rol speelt. Het sluit bovendien aan bij hetmandaat van Europol en maakt het makkelijker nationalejustitiële instanties zoals het OM te ondersteunen in het kadervan strafrechtelijke samenwerking in grensoverschrijdendezaken.Tot slot vragen de leden van de VVD-fractie wanneer de evaluatie van hetEuropees Openbaar Ministerie (hierna: EOM) beschikbaar komt en opwelke termijn het kabinet een standpunt inneemt ten aanzien vaneventuele verzoeken vanuit de EU rondom uitbreiding van het mandaatvan het EOM, en of de Minister de mening deelt dat het essentieel is geenstappen hierin te zetten zonder expliciet voorafgaand overleg met deKamer, conform de motie van de leden Van Dam en Van Toorenburg(Kamerstuk 35 429, nr. 8).Antwoord: De verwachting is dat de evaluatie van deEOM-verordening medio juli 2026 wordt gepubliceerd. Dezeevaluatie zal echter niet vergezeld gaan van een wetgevendvoorstel. Dat voorstel wordt eind 2026 of begin 2027 verwacht.Het kabinet is vanzelfsprekend voornemens uw Kamer op dehoogte te stellen van een eventueel voorstel tot uitbreiding vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10198 het mandaat van het EOM en uw Kamer daarover te consulterenin overeenstemming met de aangehaalde motie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10199
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.