KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 24 april 2025, over Leefstijlpreventie

28 mei 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 313736d4ffa25aa0 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 793Preventief gezondheidsbeleidNr. 828 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 28 mei 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op24 april 2025 overleg gevoerd met de heer Karremans, StaatssecretarisJeugd, Preventie en Sport, over:−de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 11 juni 2024 inzake rapport Gedragseffecten vande accijnsverhoging op tabak in 2023 (Kamerstuk 32 011,nr. 112);−de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 20 juni 2024 inzake afdoen van enkele moties ophet gebied van tabaksbeleid (Kamerstuk 32 011, nr. 113);−de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 21 juni 2024 inzake enkele moties op het gebiedvan tabaksbeleid (Kamerstuk 32 011, nr. 114);−de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 28 juni 2024 inzake uitwerking motie van het lidRudmer Heerema over de gevolgen van het Alcoholbesluit hetkomend jaar monitoren (Kamerstuk 27 565, nr. 190) (Kamer-stuk 27 565, nr. 193);−de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.12 augustus 2024 inzake beantwoording vragen commissieover de publicatie van het besluit houdende wijziging van hetTabaks- en rookwarenbesluit in verband met het verbieden vande verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten insupermarkten en horeca-inrichtingen voor supermarkten enhoreca-inrichtingen (Stb. 2024, 89) (Kamerstuk 32 011,nr. 109) (Kamerstuk 32 011, nr. 116);−de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.21 oktober 2024 inzake uitwerking van de motie van de ledenDaniëlle Jansen en Krul over in kaart brengen of en hoealcoholmarketing via wetgeving beperkt of verboden kanworden voor kwetsbare groepen (Kamerstuk 32 793, nr. 729)(Kamerstuk 32 793, nr. 784);−de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.22 oktober 2024 inzake herstelactie te hoog opgelegde boetesrecidiverende overtreders Tabaks- en rookwarenwet (Kamer-stuk 32 011, nr. 117); kst-32793-828ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8281 −de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.20 november 2024 inzake reactie op brief Dit kabinet kiestvoor hoge zorgkosten, kiest u voor welzijn (Kamerstuk 32 793,nr. 790);−de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.27 november 2024 inzake RIVM-rapport Kiezen voor eengezonde toekomst. Volksgezondheid Toekomst Verkenning2024 (Kamerstuk 32 793, nr. 791);−de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.10 december 2024 inzake voortgangsrapportage Gezond enActief Leven Akkoord (GALA) (Kamerstuk 32 793, nr. 793);−de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.13 december 2024 inzake kabinetsreactie op SER-briefadviesover sociaaleconomische gezondheidsverschillen: beleids-agenda Gezondheid in alle beleidsdomeinen (Kamerstuk32 793, nr. 794);−de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.16 december 2024 inzake rapport «Gezond in de bonus» vande Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (Kamerstuk31 532, nr. 294);−de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.19 december 2024 inzake rapportages naleving Alcoholwet enTabaks- en rookwarenwet (Kamerstuk 27 565, nr. 194);−de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.18 februari 2025 inzake reactie op verzoek commissie overbrief Toekomst voor Nederland (Kamerstuk 32 793, nr. 809);−de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.21 februari 2025 inzake uitvoering van de motie van de ledenSlagt-Tichelman en Krul over het rook- en vapeverbod uitbrei-den naar sportterreinen, speeltuinen, kinderopvanglocaties,dagattracties en openluchtzwembaden (Kamerstuk 36 594,nr. 7) (Kamerstuk 32 011, nr. 118);−de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.21 februari 2025 inzake beantwoording vragen commissieover het RIVM-rapport Kiezen voor een gezonde toekomst.Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2024 (Kamerstuk32 793, nr. 791) (Kamerstuk 32 793, nr. 810);−de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.12 maart 2025 inzake Actieplan tegen vapen (Kamerstuk32 011, nr. 119);−de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.19 maart 2025 inzake beleidsreactie op het Gezondheidsraad-advies «Zicht op gehoorverlies bij kinderen en jongeren» overgehoorscreening (Kamerstuk 32 793, nr. 813);−de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.21 maart 2025 inzake afschrift brief aan Europese Commissieinzake herziening tabakswetgeving (Kamerstuk 32 011,nr. 120);−de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.25 maart 2025 inzake rapporten over vergiftigingen enongevallen door alcohol, en adviezen Gezondheidsraad overvoedingsnormen (Kamerstuk 27 565, nr. 195);−de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.4 april 2025 inzake uitvoering motie van het lid DaniëlleJansen c.s. over de verkoop van nicotineproducten vanaf 2028voorbehouden aan enkel tabaksspeciaalzaken (Kamerstuk36 541, nr. 8 ) (Kamerstuk 36 541, nr. 16 );−de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.8 april 2025 inzake samenhangende preventiestrategie: eerstecontouren (Kamerstuk 32 793, nr. 820);Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8282 −de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.8 april 2025 inzake Adviescommissie richtlijn passend bewijspreventie en stand van zaken investeringsmodel voor preven-tie (Kamerstuk 32 793, nr. 819);−de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.16 april 2025 inzake monitors over kindermarketing voedings-producten en alcoholmarketing, en rapport Het reguleren vande voedselomgeving op grond van gezondheid (Kamerstuk 32793, nr. 822);−de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.18 april 2025 inzake midterm review Gezond en Actief LevenAkkoord (Kamerstuk 32 793, nr. 824).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,MohandisDe griffier van de commissie,EsmeijerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8283 Voorzitter: MohandisGriffier: HellerAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Crijns, Daniëlle Jansen,Krul, Mohandis, Van Nispen, Paulusma, Slagt-Tichelman en Tielen,en de heer Karremans, Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport.Aanvang 10.02 uur.De voorzitter:Ik open de vergadering. Ik heet u allen welkom bij het commissiedebatLeefstijlpreventie. Het is 10.02 uur. We gaan zo starten. Voordat ik begin, ishet goed om te weten dat we een vaste eindtijd hebben. Dat heeft er allesmee te maken dat de meeste Kamerleden uit deze commissie om 14.30uur geacht worden om in de plenaire zaal te zijn voor andere debatten. Ennog belangrijker, er vindt hier ook een andere bijeenkomst plaats. Dus ofwe alles kunnen afronden, hangt ook echt af van hoe het debat loopt. Enals dat niet zo is – dat gebeurt ook wel eens – dan is er een tweede termijnop een ander moment. Ik verwacht het niet. Ik denk dat het gezien hetaantal Kamerleden wel moet lukken. We gaan gewoon zo beginnen.Nogmaals welkom aan iedereen die hier zit, iedereen die in een anderezaal zit, iedereen die het op afstand volgt, de Staatssecretaris en deonmisbare ondersteuning. Welkom ook aan alle Kamerleden. Dit debatbegint straks met de heer Krul van het CDA. Daarna komen mevrouwDaniëlle Jansen van NSC, mevrouw Slagt-Tichelman van GroenLinks-Partij van de Arbeid, de heer Van Nispen van de SP, de heer Crijns van dePVV, mevrouw Tielen van de VVD en mevrouw Paulusma van D66. Webeginnen met vier minuten en vier interrupties in de eerste termijn. U kentmij, ik kijk even hoe het loopt, maar we beginnen met vier interrupties. Wekijken ook naar hoe dit debat zich ontwikkelt. Ik wil er ook best wel eenkeer vijf toestaan, maar als de interruptie langer dan 30 seconden is, danhoudt het ook gewoon op. Dus het is ook aan jullie om dat tempo er eenbeetje in te houden, dan wil ik echt wel flexibel meebewegen. Maar webeginnen met vier. De heer Krul, aan u het woord.De heer Krul (CDA):Voorzitter. Er zijn wel honderd onderwerpen om uit te kiezen bij ditbelangrijke debat, maar helaas moet je altijd keuzes maken. Ik beperk mijvandaag tot ongezonde voeding, want het beschermen van degezondheid van onze kinderen, van onze volksgezondheid, is eenfundamentele verantwoordelijkheid van de samenleving en van deoverheid. Maar de voedselmiddelenindustrie besteedt jaarlijks zo’n1,3 miljard euro aan marketing voor ongezonde troep. Het is ronduit bizardat deze marketingstrategieën van grote bedrijven, gericht op hetverleiden van kinderen tot ongezonde keuzes, vaak worden gevierd alskeuzevrijheid, maar als de overheid probeert in te grijpen, dan is datineens betutteling.Voorzitter. Deze paradox ondermijnt inspanningen van de overheid omeen gezonde omgeving voor onze jeugd te creëren. Ik heb het bijvoor-beeld over het pushbericht van de maaltijdbezorger precies om 16.42 uur,het moment waarop mensen het meest kwetsbaar zijn om toch iets tebestellen. Of over het bliss point in chips die zo gemaakt en gemodificeerdzijn dat je er verslaafd aan raakt. Er is niks vrij aan de keuze voorongezonde voeding op het moment dat dit soort sluwe trucs het menselijkbrein helemaal kunnen programmeren.Voorzitter. Er zijn inspanningen om bijvoorbeeld kindermarketing in teperken. Maar helaas is het niet voldoende. Uit onderzoek van UNICEFblijkt dat de helft van de kinderen en jongeren in Nederland verleid wordtdoor reclames om ongezond eten te kopen en te nuttigen, vooral viaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8284 social media. De zelfregulering is onvoldoende effectief. Honderdenklachten die bijna altijd gegrond zijn, worden ingediend maar er gebeurtte weinig. Er sluimert een gezondheidscrisis. Inmiddels heeft 11% van dekinderen onder de 12 jaar overgewicht. En dat aantal neemt alleen maartoe.Voorzitter. Er zijn goede onderzoeken gaande, bijvoorbeeld de GezondeGeneratie, uitgevoerd in Amsterdam. Het gaat specifiek om frisdrankge-bruik onder jongeren. Er worden schokkende conclusies getrokken.Jongeren weten namelijk donders goed dat ze ongezonde productennuttigen. Ze weten zelfs hoeveel suikerklontjes er gemiddeld in een glaszitten, maar ze geven ook aan dat ze er simpelweg niet mee kunnenstoppen. Een jongen van 14 jaar zei: «We hebben een Albert Heijn dicht bijschool, een automaat en een kantine. We hebben alles. Zelfs als ik probeeriets gezonds te maken, dan lukt het mij niet om de verleiding teweerstaan.»Een van de onderzoeksvragen was wat jongeren zouden doen als ze zelfals Minister maatregelen konden treffen. In dat geval zouden ze kiezenvoor het verhogen van de prijs van suikerrijke dranken en het aanbiedenvan goedkopere gezonde alternatieven. Maar ook interessant is wat eenjongere vraagt: waarom wordt water eigenlijk niet leuk gemaakt? Waaromzit alleen Fanta in een gekleurd pakje met mooie slogans zoals «Drinkgeluk»?Voorzitter. We moeten onze kinderen beschermen tegen de constantestroom van ongezonde verleidingen. Laten we samenwerken om eenomgeving te creëren waarin gezonde keuzes de norm zijn. Jongerendenken dat reclame hun keuze niet beïnvloedt, maar het gebeurt in depraktijk toch. Daarom heb ik een paar vragen aan de Staatssecretaris. Ermoet sneller een verbod komen op kindermarketing voor ongezondeproducten. Niet enkel beperkingen, maar een algeheel verbod. Waaromwil de Minister hier pas begin 2026 mee beginnen? Kan dat niet sneller?En kan de Minister toezeggen dat het in zo’n verbod gaat om lineairemedia, influencers, social media, televisie, supermarkt en de openbareruimte. Het moet echt gaan om een algeheel verbod op kindermarketing.Voorzitter. We zouden werk moeten maken van neutrale verpakkingenvoor ongezonde producten. Denk bijvoorbeeld aan de flitsende energie-drankjes. Mits dragend gemotiveerd, staat de EU uitzonderingen op hetvrij verkeer van goederen toe als de publieke gezondheid in gevaar is. Kande Minister toezeggen dat hij dit in gang wil zetten? En waarom stellen weniet gewoon een verkoopverbod in voor die verschrikkelijke energie-drankjes aan jongeren onder de 16 jaar? Er zijn ons al zo veel landenvoorgegaan. Hongarije en Polen zijn nu bezig met wetstrajecten die deverkoop verbieden.Tot slot heb ik toch nog twee vragen over een ander belangrijk onderwerp,namelijk roken. Ten eerste, hoe gaat het met het onderzoek naar detabaksheffing? Ten tweede, het CDA Rotterdam en GroenLinks Rotterdamhebben een mooi initiatief gepresenteerd over rookvrije terrassen. Hetontbreekt altijd een beetje aan bestuurlijk lef in die Rotterdamse coalitie.Ze willen er niet echt aan beginnen. Wij kunnen als Rijksoverheid de normstellen, zoals België ook de norm heeft om rookvrije terrassen als normaalte bestempelen. Kan de Staatssecretaris Rotterdam misschien een beetjehelpen en die norm stellen? Terrassen horen gewoon rookvrij te zijn.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Er is een interruptie van mevrouw Tielen.Mevrouw Tielen (VVD):Ik waardeer de strijdbare toon van de heer Krul, maar mijn vraag is of hijniet een beetje doorslaat op de inhoud. De heer Krul zegt dat we kinder-marketing overal moeten verbieden. Marketing is natuurlijk meer danTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8285 alleen maar een reclame-uiting. Het is ook een logo, een verpakking, eenbeeldmerk, enzovoorts. En kinderen zijn overal. Tenminste, ze zijn op demeeste plekken, zoals bij een bushokje of bij het voetbalstadion om methun ouders naar een leuke wedstrijd te kijken. Bedoelt meneer Kruleigenlijk niet gewoon een totaalverbod op alles? Wil hij – in mijnogen – niet gewoon alle kleur uit de samenleving halen? Lekker saai, en ikweet eigenlijk niet met welk effect als gevolg.De heer Krul (CDA):Laat ik er twee dingen over zeggen. Eén. Ik mag in een mooie groene wijkwonen. Als ik ’s ochtends naar de tram loop, dan denk ik inderdaadweleens: waarom moet ik binnen die 150 meter in hemelsnaam overalgeconfronteerd worden met reclame-uitingen? Dus als ik in mijn hart zoukijken, zou ik tegen mevrouw Tielen zeggen: ja, waarom moet er in deopenbare ruimte zo vreselijk veel reclame zijn?Twee. Het gaat hier specifiek om marketing die gericht is op kinderen. Ikga geen bedrijfsnamen noemen, maar we weten donders goed datreclame die eerst echt om een kind gaat, nu ineens een switch maakt naargezinnen, waarbij 80 à 90% van de reclame-uiting wel degelijk op het kindgericht is. Het kinderbrein wordt geactiveerd wanneer ze erlangs lopen ofwanneer ze het op social media of waar dan ook zien. Het kinderbrein kandie verleidingen minder goed weerstaan dan een volwassen brein. Hetgaat dus niet om het volledig verbieden van marketing in de openbareruimte. Het gaat specifiek om het verbieden van marketing gericht opkinderen.Mevrouw Tielen (VVD):Ik zie de initiatiefwet van de heer Krul tegemoet. Maar stel dat die het zouhalen, wat hoopt meneer Krul dan dat daar als resultaat uitkomt? Watmoet het meetbare effect van dit totaalverbod zijn?De heer Krul (CDA):Het meetbare effect is hopelijk enerzijds dat het aantal kinderen metovergewicht voor het eerst in lange tijd niet toeneemt maar juist afneemt.En het andere meetbare effect, zoals ook blijkt uit ...De voorzitter:Excuus. U mag zo verdergaan. Dit is de lange bel. Ik stop u even, omdathet voor degene die dit debat op afstand via het scherm volgt andersgewoon niet te verstaan is. We wachten heel even. Excuus. U mag zoalsnog het volledige antwoord op mevrouw Tielen geven.De heer Krul. Het woord is aan u.De heer Krul (CDA):Ik begin gewoon opnieuw. Enerzijds hopen we natuurlijk dat het aantalkinderen met overgewicht of obesitas afneemt. Dat is ontzettendmeetbaar. Dat is belangrijk, omdat obesitas helaas een belangrijkeoorzaak is van diabetes type 2 onder jonge kinderen. Dat is heel meetbaar.Anderzijds weten we ook uit onderzoek, onder andere van UNICEF, dat dehelft van de kinderen in Nederland verleid wordt door die reclames. Hetzou ontzettend mooi zijn als die reclames verdwijnen, en je dan ook zietdat de consumptie afneemt doordat kinderen er niet langer mee wordengeconfronteerd. Dat zouden twee prachtige meetbare resultaten zijn.Ik hoop dat ik niet met een initiatiefwetsvoorstel hoef te komen. Ik weetdat deze Staatssecretaris bezig is met het creëren van beperkingen. Hetlijkt mij alleen maar eenvoudig om dan voor een algeheel verbod tepleiten in plaats van toch weer allerlei geitenpaadjes te bewandelen eneen paar beperkingen op te leggen. Het is veel duidelijker.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8286 De heer Crijns. Ja, heeft u toch wel een vraag? Ja, goed.De heer Crijns (PVV):De heer Krul is een heel goed Kamerlid, maar af en toe lijkt hij weldoorgeslagen in de betuttelmodus. Ik schrik er toch wel van dat de heerKrul een algeheel verbod voor kinderreclamemarketing wil invoeren. Ikheb een vraag aan de heer Krul: wie is verantwoordelijk voor hetaankopen van deze producten?De heer Krul (CDA):Dat is een hele goede vraag van de heer Crijns. Enerzijds is de overheidaltijd verantwoordelijk voor het beschermen van de volksgezondheid. Datmoeten we even in ogenschouw nemen. Dat is ook grondwettelijk zobepaald. En natuurlijk is in het geval van kinderen zo dat de ouders daarvaak ook een rol in spelen. Maar uit onderzoek blijkt ook dat het nou netdie ouders zijn die zeggen: als mijn kind een tussenuur heeft en voor eeneuro een blikje energiedrank en een andere snack kan halen terwijl hetgezonde alternatief veel duurder is, dan gaat mijn kind dat ongezondeproduct aanschaffen. Kinderen hebben, zeker als ze wat ouder worden,inmiddels dus ook genoeg handelingsbekwaamheid om zelf dieongezonde keuzes te maken. Alleen is het kinderbrein niet genoegontwikkeld en helemaal niet bestand tegen die marketing. Dat blijkt ookuit die onderzoeken. Dus dat kind zal altijd kiezen voor het ongezonde,vaak ook te goedkope product en beseft niet voldoende wat de gevolgendaarvan zijn. Die verantwoordelijkheid delen we dus als samenleving metz’n allen, denk ik. Als overheid, als Tweede Kamerleden moeten we zorgendat de grondwettelijke taken, zoals het beschermen van de volksge-zondheid, naar behoren worden uitgevoerd. En dat doen we met dit soortinstrumenten.De heer Crijns (PVV):Dank aan de heer Krul voor dit antwoord. De overheid heeft inderdaadeen wettelijke taak, maar ouders zijn eindverantwoordelijk voor wat eruiteindelijk in dat mandje belandt en wat niet. Als het aan de heer Krulligt, worden zo dadelijk de paashaasjes, de kerstmannetjes en desinterklaasjes verboden. Noem het maar op. Het moet toch niet zo zijn datwij hier kinderen in bubbeltjesfolie gaan inpakken? We kunnen zeuiteindelijk toch niet beschermen tegen alles. Wat als ze zo dadelijk naarDuitsland, Frankrijk of België gaan en daar wel die producten zien? We zijncompleet aan het doorslaan. Ziet de heer Krul dat ook?De heer Krul (CDA):Nee, dat zie ik niet. Dat zie ik helemaal niet, zelfs. Sterker nog, ik ziealarmerende cijfers over obesitas, die toeneemt onder jonge mensen. Elkjaar zijn het er meer. En zolang de appelkoek in de supermarkt goedkoperis dan de appel, zullen kinderen altijd die appelkoek meenemen. Daarhebben wij als overheid een verantwoordelijkheid in te nemen, want wijmoeten ervoor zorgen dat er randvoorwaarden zijn waardoor kinderen ineen gezonde omgeving gezond kunnen opgroeien. Die schijnkeuzevrijheidwaar de heer Crijns vaak voor pleit, is er helemaal niet. Het zijn juist ditsoort hele sluwe marketingstrategieën en die hele goedkope producten,die een illusie wekken van keuzevrijheid. Maar eigenlijk wordt die keuzegewoon voor de jonge kinderen gemaakt en daar moeten we echt iets aandoen.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we bij de volgende spreker gekomen, mevrouwDaniëlle Jansen van de NSC-fractie. Aan u het woord.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8287 Dank u, voorzitter. Vandaag heb ik vier minuten om de kansen op eengezonde leefstijl voor iedereen te vergroten. Ik richt mij vandaag op roken,op een gezonde voedselomgeving en op alcoholpreventie.Voorzitter. Op 11 februari is een motie aangenomen waarin NSC, CDA enGroenLinks-PvdA de regering verzoeken om de verkoop van tabak enrookwaren in uitsluitend speciaalzaken in plaats van in 2032 al per 2028 inte voeren. De Staatssecretaris meldt in een brief dat hij de landsadvocaatom advies vraagt over de gevolgen van deze versnelling, met name rondhet eigendomsrecht van ondernemers. Ik wil meteen mijn zorgenuitspreken dat dit soort onderzoeken het risico in zich draagt van uitstelvan de invoering in 2028 en misschien wel van afstel. Kan de Staatssecre-taris nu al duidelijk maken op basis waarvan er wordt besloten of demotie wordt uitgevoerd? Wat moet dus de uitkomst zijn?De adviesvraag gaat over of er bij de versnelling voldoende rekeningwordt gehouden met de belangen van ondernemers. Zij moeten zich nusneller aanpassen aan de nieuwe regels. Ik begrijp dat hierover adviesmoet worden ingewonnen, maar het is te beperkt om alleen dezebelangen te wegen. Er wordt volledig voorbijgegaan aan de maatschappe-lijke belangen en aan schade door de trage invoering, namelijk: het aantalmensen, vooral jongeren, dat in de tussentijd verslaafd raakt, omdat tabakte makkelijk verkrijgbaar is. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat bij hetadvies ook expliciet wordt gekeken naar de gevolgen van uitstel voor devolksgezondheid? En kan hij ook aangeven wanneer het onderzoek en hetadvies worden afgerond?Daarnaast is het belangrijk om te benadrukken dat de handhaafbaarheidvan het aantal verkooppunten door de NVWA steeds moeilijker zalworden, naarmate er meer nieuwe verkooppunten blijven komen juistdoordat de doelstelling van 2032 nog ver weg is. Kan de Staatssecretaristoelichten hoe hij de toenemende druk op de NVWA wil aanpakken?Tot slot, kan hij alvast voorbereidingen treffen voor invoering in 2028,bijvoorbeeld door brancheorganisaties nu al te betrekken? Zo wordtduidelijk dat deze stap er hoe dan ook aankomt en voorkomen we dat hetadvies zó laat komt dat 2028 alsnog onhaalbaar wordt.Dan over voedsel en de gevolgen daarvan. Volgens recente cijfers heeftinmiddels 1 op de 7 kinderen overgewicht en 1 op de 28 kinderenobesitas. Als er niets verandert, lopen deze kinderen, vooral de kinderenuit gezinnen met lagere inkomens, een veel grotere kans op hart- envaatziekten, diabetes en andere ernstige gezondheidsproblemen op latereleeftijd. Dit vergroot de sociaal-economische gezondheidsverschillen enkansenongelijkheid. Als we de stijging van overgewicht bij kinderen echtwillen keren, moeten we kritisch kijken naar het voedselaanbod insupermarkten. Dat is de plek waar ouders en kinderen, soms dagelijks,keuzes maken, vaak onder invloed van een overvloed aan verleidelijke,ongezonde producten. Nieuw Sociaal Contract pleit voor een nulmetingvan het verkoopaandeel van ongezonde en gezonde voeding in super-markten, zodat we eerst helder in beeld krijgen waar we nu staan. Dathebben we nu namelijk nu nog niet goed in beeld. Wat ons betreftbetekent dit een uniforme meetmethode die jaarlijks over het heleassortiment wordt toegepast en verplicht is voor alle supermarkten.Daarnaast pleit Nieuw Sociaal Contract voor het vaststellen van eenconcrete, realistische en ambitieuze doelstelling om het verkoopaandeelvan Schijf-van-Vijf-producten jaarlijks daadwerkelijk te laten toenemen. Inde contourenbrief over de preventiestrategie lezen wij dat de Staatssecre-taris in 2025 hardere afspraken wil maken met de vijf grootste super-markten over een groter verkoopaandeel van Schijf-van-Vijfproducten,zonder een nulmeting af te wachten. Hoe denkt de Staatssecretaris overeen nulmeting en het vastleggen van een ambitieus doel, niet al te ver inde toekomst? Daarnaast willen we ook kijken naar producten buiten deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8288 Schijf van Vijf. Hoe zorgt de Staatssecretaris ervoor dat ook het verkoop-aandeel gezondere producten in zicht komt dat buiten de Schijf van Vijfvalt?Voorzitter. Te weinig Nederlanders zijn zich bewust van de schadelijkegevolgen van alcoholgebruik. De Wereldgezondheidsorganisatie beveeltaan om gezondheidsinformatie op alcoholhoudende dranken te plaatsen.Etikettering is grotendeels een Europese bevoegdheid, maar lidstatenkunnen hierin zelf actie ondernemen. Erkent de Staatssecretaris datgezondheidsinformatie op alcoholverpakkingen bijdraagt aan debescherming van de volksgezondheid en het recht op informatie vanconsumenten? Hoe denkt de Staatssecretaris over het invoeren vangezondheidsinformatie op alcoholverpakkingen?Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we gekomen bij de volgende spreker, mevrouwSlagt-Tichelman namens GroenLinks-PvdA.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Echte preventie begint bij het aanpakken van de leefomstandig-heden van mensen. Voor GroenLinks-PvdA betekent dit investeren inbetaalbare woningen, het tegengaan van armoede en zorgen voor eengezonde leefomgeving. Gezondheid is niet alleen een persoonlijkeverantwoordelijkheid, maar iets wat we samen organiseren. Wetgevingspeelt daarbij een sleutelrol, net als een omgeving die gezonde keuzesmogelijk maakt. Helaas schiet het huidige preventiebeleid tekort. Dedoelen worden niet gehaald en de gezondheidsverschillen blijven groot.Nog steeds bepaalt waar je woont, werkt of waar je wieg staat, jegezondheid. Dat is onacceptabel. De Voorjaarsnota maakt het erger:minder woningbouw, een kortere WW, een eigen bijdrage in de jeugdzorg.Dit betekent meer armoede, minder zorg en meer dakloosheid. Daar is ietsaan te doen en dat is het bieden van échte preventie, zeker gezien dealarmerende voorspellingen van het RIVM dat in 2025 64% van deNederlanders overgewicht heeft.De preventiestrategie die nu gepresenteerd is, voelt dan ook volkomenwereldvreemd. Tot nu toe is er alleen nog maar bezuinigd. Wij vragen deStaatssecretaris daarom: welke concrete doelen gaat hij stellen om degezondheidsverschillen te verkleinen? Komt er ook een kabinetsbredestrategie met duidelijke eindverantwoordelijken om die doelen daadwer-kelijk te behalen? In het huidige beleid, ook binnen het programmaGezondheid en alle gezondheidsdomeinen, ontbreekt het aan samenhangen sturing. Het blijft veelal bij het opsommen van initiatieven zonder eensamenhangend plan te bieden. Wij verzoeken de Staatssecretaris toe tezeggen dat hij deze ambities concreet maakt in de komende preventiestra-tegie.Voorzitter. Uit de GALA-monitor blijkt dat de regionale preventiestructurenniet optimaal functioneren. De ambities reiken tot 2040, maar de finan-ciering loopt slechts tot 2026. Erkent de Staatssecretaris dat dit vraagt omstructurele langdurige financiering? Hoe gaat hij domeinoverstijgendesamenwerking en ketenaanpakken duurzaam stimuleren?Een goed voorbeeld van waar het beter kan, is de uitvoering vanprogramma’s zoals Kansrijke Start en Kind naar Gezonder Gewicht.Hoewel veel gemeenten hiermee werken, blijft de implementatieversnipperd. In de helft van de regio’s zijn nog geen afspraken gemaaktmet de zorgverzekeraars. In een derde van de gemeente ontbreekthetzelfde aan een GLI-aanpak. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat hijzich inzet voor de landelijke dekking en dat bij de volgende evaluatietenminste 95% van de gemeenten deze programma’s uitvoert?Ook op het terrein van overgewicht is er actie nodig. De voedselomgevingspeelt hierbij een cruciale rol; dit werd ook al door mijn voorgangersTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8289 benoemd. Het veld vraagt terecht om een landelijke aanpak, niet metvrijblijvende maar met verplichtende afspraken. Is de Staatssecretarisbereid om bijvoorbeeld de Nutri-Score verplicht te stellen en omsupermarkten en andere winkels te verplichten een beleid te voeren vanminimaal 60% gezond aanbod?Gezonde voeding begint bij de start van het leven met borstvoeding. Is deStaatssecretaris bereid reclame voor kunstvoeding volledig te verbieden,ook bij een leeftijd na 6 maanden?Voorzitter. De GGD speelt een sleutelrol in de wijkgerichte preventie. Wijpleiten vooral voor landelijke basisfinanciering van de GGD voorpreventie, zodat overal in het land een gelijkwaardig kwaliteitsniveaugeborgd is. Gaat de Staatssecretaris dit opnemen in de contouren van depreventiestrategie?De voorzitter:U heeft een interruptie.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Tot slot wil ik stilstaan bij vapen en roken. Tijdens het Nationaal Jeugd-debat spraken jongeren creatieve voorstellen uit, waaronder het opzettenvan een jongerengedreven campagne tegen vapen. De Staatssecretarisheeft toegezegd hierbij topsporters te betrekken. Dit is iets wat wij heelerg waarderen, maar tegelijkertijd worden er forse bezuinigingenaangekondigd op het preventiebudget. Het budget voor het ontmoedigenvan het gebruik van schadelijke middelen, waaronder vapen, roken,alcohol en drugs, wordt gehalveerd.Kan de Staatssecretaris aangeven wat deze bezuinigingen betekenen voorde uitvoering van het Actieplan tegen vapen? Kan hij alle aangekondigdemaatregelen nog waarmaken? Het project van het Trimbos-instituut omstoppen met roken beter te borgen in de curricula van zorgopleidingendreigt bijvoorbeeld weg te vallen door deze bezuinigingen. Kan deStaatssecretaris aangeven welke projecten nog meer worden geraakt? Ishij bereid het Trimbos-project voort te zetten ondanks de bezuinigingen?De voorzitter:Dank u wel. U had nog een interruptie van mevrouw Tielen.Mevrouw Tielen (VVD):De verboden vliegen al over de tafel, tenminste, het pleiten daarvoor. Ikhoor GroenLinks-PvdA pleiten voor een totaalverbod op reclame voorflesvoeding. Nu hoorde ik de heer Krul net zeggen dat het kinderbrein nietbestand is tegen de verleiding van ongezonde troep. Dan denk ik: ismevrouw Slagt-Tichelman in de veronderstelling dat het verbod opreclame voor flesvoeding aanhaakt op het inzicht dat het moederbrein nietbestand is tegen de verleiding van ongezonde troep, oftewel gewoon eenflesje melk?Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Het moederbrein is daar zeker tegen bestand. Dat kan keuzes maken, maaruit onderzoek is ook gebleken dat hoe meer reclames er zijn, zekerreclames uitgedeeld door zorgprofessionals ... En zorgprofessionals doendat echt niet vóór zes maanden, omdat dat tegen de WHO-code is, maarvoor daarna staan er in verschillende zwangerschapsmagazines behoorlijkwat reclames. En dat zijn wel prikkels die moeders krijgen, waarbijbijvoorbeeld wordt gesteld dat flesvoeding net zo’n goede optie is. Maarnog steeds is borstvoeding de beste optie. Als we beginnen om dat uit tedragen, is dat echt gezonder. Dat is ook gebleken in landen waar dat algedaan wordt. Ik doe dit niet om te betuttelen. Dat woord wordt weleensgebezigd. Ik doe dit echt om gezondheidswinst te behalen. We hebbenecht een serieus probleem van overgewicht bij kinderen. Borstvoeding,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82810 een lange periode aan het begin van het leven, helpt daar echt bij.Vrouwen kunnen nog steeds kiezen om flesvoeding te geven. Daaraansleutelen we echt niet. Alleen de reclame willen wij verbieden.De voorzitter:Mevrouw Paulusma? O, natuurlijk, mevrouw Tielen.Mevrouw Tielen (VVD):Dit is mijn laatste interruptie. Sorry hoor, maar het conservatisme van eenzichzelf progressief noemende partij schiet echt over de tafel. Daarommoet ik even nadenken over welke woorden ik kies. Mevrouw Slagt-Tichelman ontkent dus niet dat zij flesvoeding aan ongezonde troep linkt.Dat is wat zij eigenlijk doet, want zij zegt dat borstvoeding altijd het besteis, ook na zes maanden, terwijl wetenschappelijke onderzoeken daar eenminimaal effect in laten zien. Dus wat mevrouw Slagt-Tichelman nueigenlijk zegt is: het moederbrein mag inderdaad niet verleid worden omhaar kind niet met alleen maar borstvoeding te voeden, dus ze blijft maarlekker voor haar kind zorgen tot ik-weet-niet-hoelang – mevrouwSlagt-Tichelman heeft er geen periode voor genoemd. Dit gaat echt welheel, heel, heel erg ver.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Ik vind dit geheel ongegrond en daar wil ik ook echt een punt van maken.Er worden nu heel veel dingen gekoppeld, terwijl ik alleen over reclamepraat. Ik heb vrouwenrechten en wat vrouwen kunnen kiezen hoog in hetvaandel staan en daar wordt niet aan getornd. Mevrouw Tielen doet alsofik daaraan torn en daar ben ik het absoluut niet mee eens. Ik wil echt hetbeste voor kinderen om ze een gezonde start te geven. Daarbij kunnen weals samenleving uitstralen wat gezonde keuzes zijn. Ik sluit me aan bij deinbreng van het CDA en NSC dat we daarin een opgave hebben alssamenleving.Mevrouw Paulusma (D66):Ik moet ook even diep ademhalen, want ik kon me nog deels vinden in hetverhaal van collega Krul. Maar mevrouw Slagt-Tichelmans slaat wat mijbetreft nu totaal de plank mis. Ik snap dat ze zich aangesproken voelt endat is ook terecht. Want als je hier namelijk zegt dat borstvoeding de besteoplossing is, dan zet je daarmee een heleboel vrouwen aan de kant dieandere keuzes willen of moeten maken. Ik vind ook echt van GroenLinks-Partij van de Arbeid zijn we nou helemaal ... Laat ik daar maar even eenstilte laten vallen. Is dit nu het voorstel van GroenLinks-Partij van deArbeid? Als je opkomt voor vrouwenrechten, dan zijn het de vrouwen zelfdie besluiten wat ze doen. En als we het dan over gezondheid hebben – want dat vond ik een kulargument – gaat het ook over de gezondheid vanvrouwen. En als borstvoeding moeilijk is, ingewikkeld is, pijn doet, allerleiandere klachten geeft of als je het gewoon niet wil omdat je aan het werkwil, dan gaan we niet dit soort flauwekul promoten over dat borstvoedingde gezondste optie is en pleiten voor het verbieden van alle reclameerover. Dat is 50 stappen terug in de tijd en dat is eigenlijk heelteleurstellend.De voorzitter:Dank u wel. Dan mag u daar uiteraard op reageren.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Ik denk niet dat het 50 stappen terug is in de tijd en het is ook geen 100stappen terug in de tijd. We zien in deze tijd dat we steeds meer overge-wicht hebben. We willen mensen stimuleren de goede keuzes te maken.We willen zeker dat vrouwen zelf hun keuzes blijven maken. Daar torn ikecht niet aan. En u legt het wederom verkeerd uit. Ik heb het alleen overTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82811 het reclame maken. Ik zou het waarderen als dat in de voedselstrategievan kindermarketing opgenomen wordt. Vrouwen behouden nog steedshet recht om kiezen wat zij willen. Dat is nog steeds belangrijk, maar wepleiten ervoor dat ze op basis van objectieve informatie kiezen en nietdoor reclameprikkels. Ik denk dat we daarnaar moeten luisteren. Alsvrouwen inderdaad voor flesvoeding kiezen, dan hebben ze daarvoorgekozen en dan moet daar ook niet aan getwijfeld worden. Dan moet datop de best mogelijke manier ondersteund worden. Wij staan achter beidekeuzes. Ik vind dat niet 100 stappen terug in de tijd. Ik vind dat juist staanvoor goede begeleiding van wat vrouwen willen met objectieve informatiezonder reclameprikkels.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Paulusma nog?Mevrouw Paulusma (D66):Jazeker. Ik leg mevrouw Slagt-Tichelman geen woorden in de mond, wantze herhaalt ze namelijk steeds. De flauwekul waar ik op aansla, is het in depublieke ruimte zeggen dat borstvoeding de beste optie is. Dat is 100stappen terug als het gaat om de keuzes die vrouwen zelf mogen, moetenen kunnen maken. Dat neem ik GroenLinks-Partij van de Arbeid kwalijk.De voorzitter:U mag daar nog op reageren.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):U legt dat zo uit. Vrouwen mogen zelf de keuze maken. Borstvoeding isinderdaad gezondheidshalve het beste. Het voorkomt allergieën enovergewicht. Het heeft echt enorm veel gezondheidsvoordelen alsvrouwen dat willen en kunnen. Daarbij staat het keuzerecht van de vrouwabsoluut voorop. Ik denk dat we als samenleving moeten erkennen dat hetecht heel veel gezondheidsvoordelen heeft.De heer Crijns (PVV):Ik ben een beetje verward door mevrouw Slagt-Tichelman. Ik hoor dat eenkind van flesvoeding overgewicht kan krijgen. Ik schrik daar wel van.Volgens mij is het niet zo dat een kind overgewicht kan krijgen vanflesvoeding. Dat is echt pure onzin. Ik wil mevrouw Slagt-Tichelmanvragen om geen fake news de wereld in te helpen. Ik had het eigenlijk nietzo willen zeggen.De voorzitter:Nog even dan, maar kort.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Dit is geen fake news. Er zijn voldoende studies die dit hebben aange-toond. Als mensen flesvoeding klaarmaken houden ze zich vanuit goedeintenties niet altijd aan de afgestreken voorschriften van het pak. Soms ishet net een beetje meer. Of mensen denken dat het kindje het flesje moetleegdrinken, terwijl het kindje aan een mindere hoeveelheid voldoendeheeft. Dat is voeden op verzoek. Ik zie bij heel veel jeugdgezondheidszor-ginstellingen dat ze steeds meer overgaan op voeden op verzoek, ook bijflesvoeding, met daaraan een maximum als preventiestrategie voorovergewicht. Ik denk dat dat een hele goede beweging is, maar het heeftwel degelijk aandacht nodig.De voorzitter:Oké. U heeft er nog een. Dat zou dan uw laatste zijn. Heel goed. Dan deheer Van Nispen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82812 De heer Van Nispen (SP):Dank u wel, voorzitter. Ik vervang vandaag mijn collega mevrouw Dobbe,die hier normaal gesproken het woord over voert.De vraag die vandaag centraal staat, is hoe we kunnen voorkomen datmensen ziek worden doordat ze bijvoorbeeld roken, ongezond eten of teweinig bewegen. Het is te makkelijk om dat als louter individuele keuzesen verantwoordelijkheden te zien. Vaak zijn leefomstandigheden doorslag-gevend voor de gezondheid. Mensen leiden vaak door stress, eenongezonde woon- of werkomgeving en een laag inkomen een ongezonderleven. We moeten mensen niet straffen voor slecht gedrag, maar wemoeten de verdienmodellen aanpakken die tot ongezonde keuzesverleiden. We moeten mensen zo goed mogelijk helpen om gezond tekunnen leven.Zo kijkt de SP bijvoorbeeld ook naar roken en vapen. Mensen wordendoor allerlei trucs van de tabaksindustrie verslaafd gemaakt, waardoor dieindustrie zich kan verrijken ten koste van de gezondheid van mensen.Daarom moeten we vooral de industrie aanpakken en mensen helpen zichte beschermen tegen deze industrie. Dat kunnen we bijvoorbeeld doendoor de industrie te dwingen sigaretten minder verslavend te maken. Hoestaat het met de motie-Dobbe c.s. die hiertoe opriep?De industrie slaagt er steeds beter in om onze jongeren verslaafd temaken aan nicotine door het te verpakken in een nieuw jasje: de vape. Hetaantal jongeren dat wekelijks vapet, is omhooggeschoten. Het is goed dater een Actieplan tegen vapen is, maar aan de Staatssecretaris vraag ik ofhiervoor voldoende financiering beschikbaar is. Sluit dit plan welvoldoende aan op volwassen vapers? Ondertussen is het knap eenvoudigom vapes met een smaakje online te bestellen. De Kamer nam hier eerderdit jaar de motie-Dobbe/Krul over aan. Hoe staat het inmiddels met deuitvoering hiervan?Eigenlijk zien we een vergelijkbare situatie als het gaat om ongezond eten.Dat leidt volgens de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg nu tot 13.000doden per jaar. Toch wordt het mensen erg moeilijk gemaakt om gezondte eten. Van de aanbiedingen in de supermarkt is 80% ongezond. Slechts21% van het supermarktaanbod valt binnen de Schijf van Vijf. Gezondeten is gewoon heel erg duur. De SP vindt het noodzakelijk dat we meerzeggenschap krijgen over ons eten, zodat we kunnen zorgen voor gezonden betaalbaar voedsel voor iedereen.De SP heeft hiervoor een plan geschreven: Ons eten. Dat is een zevenpun-tenplan. Ik wil de Staatssecretaris vragen hier kennis van te nemen. Het isniet heel lang, maar het is wel heel goed, zeg ik even onbevooroordeeld.Ik wil vragen het te lezen en er op een later moment schriftelijk op terug tekomen. Ik zie dat hij dat vol enthousiasme wil doen, dus ik zal het zodadelijk aan de bode meegeven om het aan hem te overhandigen.Hoe staat de Staatssecretaris bijvoorbeeld tegenover het verminderen vanhet buitensporig gebruik van zout, suiker en vet bij de productie van onseten? Is hij bereid de btw op gezonde voeding af te schaffen en de ACMde bevoegdheid te geven te reguleren en indien nodig de prijzen teblokkeren? Is de Staatssecretaris bereid deze punten op te nemen in devoedselwet die hij heeft aangekondigd?Ook op het gebied van seksuele gezondheid is het belangrijk om de zorgop peil te houden. Het aantal hiv-diagnoses is voor het eerst in jaren weergestegen. Toch dreigt er te worden bezuinigd op seksuele gezondheid.GGD Gelderland-Midden moet bijvoorbeeld de inzet hierop halveren alsgevolg van landelijke en lokale bezuinigingen. Hoe gaat de Staatssecre-taris dit soort ontwikkelingen voorkomen?Voorzitter. Het belang van sport en bewegen is heel erg groot. Ik weet datook de Staatssecretaris hieraan veel waarde hecht. Juist daarom warenwij nogal verbaasd dat dit amper terugkwam in zijn brief over desamenhangende preventiestrategie. Hoe kan dat? Mensen helpen ommeer te bewegen zou hier toch een vrij belangrijk onderdeel van moetenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82813 zijn, lijkt mij. Is de Staatssecretaris van plan dit wel duidelijk in deuitwerking van de strategie te verwerken en terug te laten komen? Ik weettoevallig dat het punt over sport wordt gedeeld door GroenLinks-PvdA diedit ook altijd bepleit.Daarnaast is het zo dat allerlei bezuinigingen op sport boven de marktblijven hangen. De btw-verhoging is van tafel, maar de overige bezuini-gingen niet. Zo wordt er nog steeds bezuinigd op specifieke uitkeringenvoor gemeenten die bedoeld zijn voor sport; de BOSA-regeling voorverduurzaming en onderhoud van sportvoorzieningen wordt forsuitgekleed en de sport wordt geraakt door de hogere kansspelbelasting.Recent werd zelfs het gratis of betaalbaar sporten door studentenafgeschaft met een onnavolgbare redenering. De vraag is: waarom je datzou doen? Als we sport en bewegen in Nederland echt willen stimuleren,hoort daar ook financiering bij. Dan moeten we dus niet bezuinigen maarinvesteren. Hoe ziet de Staatssecretaris dat?In het laatste sportdebat deed de SP samen met een heleboel organisatiesuit de sport een voorstel voor een sportpas voor jongeren. De Staatssecre-taris heeft dat toen enthousiast omarmd. Hij gaat hier meer onderzoeknaar doen en de resultaten daarvan verwacht hij pas over een jaar. Hoekunnen we hier toch vaart achter zetten? De Staatssecretaris gaatbestaande initiatieven op lokaal niveau volgen, maar is hij ook bereid ditalvast te stimuleren en te faciliteren dat er meer initiatieven wordenopgezet, bij voorkeur in de gebieden van het Nationaal ProgrammaLeefbaarheid en Veiligheid?Dank u wel, voorzitter. Dat was het. Ik moet mij straks verontschuldigen.Mijn fractie luistert mee naar de antwoorden, maar ik moet zelf straks naareen ander debat. Excuses daarvoor.De voorzitter:Veel dank, ook dat u aanschoof bij dit debat namens uw collega.Nogmaals dank. Dan komen we bij de volgende spreker en dat is de heerCrijns namens de PVV-fractie.De heer Crijns (PVV):Dank u wel, voorzitter. In 2018 schreef de toenmalige Staatssecretaris vanVolksgezondheid, de heer Blokhuis, een nieuw «heilig schrift». Dat deedhij niet op papier, maar gebeiteld in steen: het Nationaal Preventieakkoordvol leefregels, opgesteld door een overheid die zich steeds meer als eenmorele politieagent gedraagt. Gij zult niet roken; gij zult geen alcoholdrinken; gij zult geen suiker nuttigen. De belangrijkste daarbij was: gij zultluisteren naar de overheid want die weet beter wat goed voor u is danuzelf. Deze Staatssecretaris vond dat nog niet goed genoeg. De volgendegolf betuttelingen ligt al op u te wachten. Jawel, hier komen ze: denieuwste geboden van Staatssecretaris Karremans. Gij zult geenchipsreclames meer zien, want dat is slecht voor de jeugd. Gij zultrecreatieparken betreden zonder sigaret, zonder bier en met een wortel inuw hand. Gij zult pas na uw 21ste mogen roken.Voorzitter. De Staatssecretaris heeft recent een Actieplan tegen vapengepresenteerd. Daarin staan enkele voorstellen waarbij de betutteling ermet kop en schouders boven uitsteekt. Onze fractie zal er een uitlichten:de mogelijke verhoging van de leeftijdsgrens naar 21 jaar. Je mag op je18de een hypotheek afsluiten, autorijden, trouwen, stemmen en je mag indienst treden bij Defensie, maar een pakje sigaretten kopen mag pasvanaf je 21ste. Dit is totale, maar dan ook echt totale waanzin. Hoe denktde Staatssecretaris dat dit enig nut zal hebben, terwijl jongeren nu almoeiteloos aan sigaretten en vapes komen?Voorzitter. Het stopt niet bij tabak en vapes, want nu is alcohol aan debeurt in de betuttelcampagne van deze Staatssecretaris. Er wordtinmiddels gespeculeerd over waarschuwingsetiketten op bier- enwijnflessen alsof een ambachtelijk gebrouwen biertje een gevaarlijkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82814 product is waartegen de overheid ons moet beschermen. Ook reclamesmoeten eraan geloven. Geen spotjes meer en geen posters meer alsof weineens niet meer kunnen omgaan met een goed glas bier of wijn. Ik vraagde Staatssecretaris: waar stopt deze bemoeizucht? Moeten we straks onswijntje en biertje in het geheim drinken achter de gordijnen alsof elke slokeen misdaad is?Over betutteling gesproken: de Staatssecretaris wil dit jaar nog eenwetsvoorstel indienen om kindermarketing van ongezond voedsel teverbieden. Straks mag een pak hagelslag met chocofunnies, zoals ik hierlaat zien, niet meer in de reclame. Zelfs de verpakking moet neutraal zijn:geen kleur. Ik zal hem onder mijn desk zetten: geen kleur, geen figuurtjes,helemaal niks. Volgens deze Staatssecretaris zou dat ongewenstebeïnvloeding zijn. Maar zijn ouders niet verantwoordelijk voor wat er inhet winkelmandje belandt? Zijn het niet juist ouders en opvoeders die eengrote rol spelen in het aanleren van goede gewoontes? Nu gaan wij hierin Den Haag bepalen wat kinderen wel of niet mogen zien. Wat is dit voorgekkigheid?Steeds meer jongeren en volwassenen hebben het mentaal zwaar. Bijna30% van de jongeren kampt inmiddels met psychische klachten en datpercentage blijft oplopen. Wat is er in hemelsnaam aan de hand in onzesamenleving? Waar is het misgegaan? Worden kinderen tegenwoordigopgevoed met fluwelen handschoentjes?Tot slot, voorzitter, want ik ga afronden. Het is inmiddels 2025. Miljoeneneuro’s zijn over de balk gesmeten aan akkoorden, plannen en projecten.Nog altijd geldt dat mensen te zwaar zijn, nog steeds roken en drinken.Mij rest nog één vraag. Wat heeft dit beleid ons gebracht en wat gaat hetnieuwe pakket aan maatregelen van de Staatssecretaris nu eigenlijktoevoegen? Het eerlijke antwoord is: bijna niks of helemaal niks.De voorzitter:Dank u wel. Er is een interruptie van mevrouw Daniëlle Jansen.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Een bijzonder pleidooi van de heer Crijns, waarbij hij van alles uit de kasttrekt, letterlijk en figuurlijk: de pakken hagelslag. De heer Crijns heeftallemaal zaken genoemd die hij niet wil omdat dat betutteling is. Blijkbaarkrijg je mensen op deze manier niet gezonder. De laatste vraag van deheer Crijns ging over mentale gezondheid. Drugsgebruik, alcoholgebruiken overgewicht leiden allemaal tot een toename in de mentaleongezondheid. Als de heer Crijns de mentale gezondheid bij jongeren wilverbeteren, zou ik in ieder geval inzetten op die punten. Ik zou heel graagvan de heer Crijns willen weten of de PVV mensen wel gezonder wilkrijgen en of hij vooral wil inzetten op mensen met een kleinere beurs. Ikzou willen weten of de PVV zich daarvoor hardmaakt. Als we de omgevingniet kunnen aanpakken, op welke manier wil hij dat dan wel doen?De heer Crijns (PVV):Dank u wel voor het advies. Ik zal het meenemen in mijn beraadslaging.Maar om antwoord te geven op de vraag van mevrouw Jansen over watde PVV wil: de PVV is natuurlijk tegen verboden. De PVV is ervoor ommensen te informeren. We willen duidelijke voorlichting meegeven,gezond eten betaalbaar maken en mensen bewust maken van de gevarenen gevolgen van obesitas, roken, drinken en noem het maar op. Als zij hetnut ervan inzien, dan zullen mensen veranderen. Wij kunnen hier hoog oflaag springen en tientallen verboden hier in de Kamer voor elkaar boksen,maar als mensen het nut er niet van inzien, gaat het niet helpen.Dank u wel.De voorzitter:Mevrouw Jansen, tweede instantie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82815 Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Informeren. Eigenlijk wist ik dat antwoord wel, want dat is het enige waarde PVV op insteekt. We zien natuurlijk dat er al een heleboel campagneszijn geweest: gericht op alcohol en op roken. De Staatssecretaris gaat nunatuurlijk ook met vapen aan de slag, maar het helpt niet. Er is alleenmaar een toename van allerlei ongezond gedrag. Waarom wil de heerCrijns doorgaan met alleen maar informeren, terwijl het niet helpt?De heer Crijns (PVV):Mevrouw Jansen benoemt het. Er zijn veel campagnes geweest. Er zijnondertussen veel verboden gekomen de laatste jaren. Het is alleen maarverbod op verbod op verbod. Mevrouw Jansen kaart het zelf ook aan: hethelpt niet. Je moet mensen bewust maken, bewust een campagne gaanvoeren en de mensen de individuele vrijheid geven om toch te kiezen ofze vandaag een frikadelletje speciaal eten of rijst met broccoli en kip. Hetis dus heel belangrijk om mensen er bewust van te maken.De voorzitter:Mevrouw Jansen nog. U heeft er nog twee, dus het mag.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):U geeft tegenstrijdige antwoorden. De heer Crijns zegt de hele tijdinderdaad dat het voorlichten niet helpt, maar we moeten het toch gaandoen om mensen bewuster te maken. Ik snap het niet. Wil de heer Crijnsnu wel campagnes omdat dat zal helpen of niet, omdat het toch niethelpt?De heer Crijns (PVV):U heeft mij verkeerd begrepen. Ik zei dat er miljoenen aan wordenuitgegeven aan verboden en allerlei projecten. Noem het maar op. Aanakkoorden die we hebben afgesloten. Ik heb ondertussen zo’n stapel metakkoorden. Het GALA-akkoord oftewel het Gezond en Actief LevenAkkoord, het IZA. Noem het maar op. Daarin wordt allemaal geopperdbepaalde dingen te kunnen doen, maar dat heeft allemaal nul komma nulgewerkt. Ik heb hier de recente cijfers vanuit het GALA. Het neemt niet af.We kunnen dus beter dat geld dat wij over de balk smijten, gebruiken ommensen betere voorlichting te geven, hun bewustwording te stimuleren,mensen die mindset te geven om uiteindelijk toch gezonder te gaan leven.Uiteindelijk blijft het de individuele keuze van personen zelf.De voorzitter:Ik ga het rijtje af. Eerst de heer Krul, dan meneer Van Nispen en danmevrouw Slagt-Tichelman.De heer Krul (CDA):De heer Crijns vraagt zich af hoe het toch kan dat jonge kinderen steedsongezonder zijn. Dat komt bijvoorbeeld doordat ze op veel te jonge leeftijdal een cafeïneverslaving ontwikkelen of veel te veel taurine binnenkrijgen.Dat komt doordat ze continu geconfronteerd worden met ongezondeproducten die impact hebben op hun gezondheid, ook op hun mentalegezondheid. Ik noem maar een frisdrankverslaving. Ik ben heel benieuwdhoe de heer Crijns aan de ene kant kan uitleggen dat de overheid zichmoet bezighouden met campagnes en bewustwording en dat dat demanier is. Terwijl aan de andere kant de industrie elk jaar 1,3 miljard europompt in geraffineerde, sluwe strategieën die ervoor zorgen dat kinderenfeitelijk zo geprogrammeerd worden, zo gehersenspoeld, dat ze uitein-delijk die ongezonde keuze maken. Hoe rijmt de heer Crijns dat metelkaar?De heer Crijns (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82816 Ik zag die vraag een beetje aankomen over miljoenen, miljarden zelfs, dieworden geïnvesteerd in kindermarketing. Je moet de ouders onder-steunen met goede voorlichting. We moeten ze in ieder geval nietbuitenspel zetten. Beschermen is prima, maar het is uiteindelijk de taakvan de ouders om de kinderen op te voeden. Wij kunnen als overheidbepaalde regels maken. Dat ben ik met u eens, maar we moeten nietsgaan verbieden. U ziet het: een heel mooi recent verbod op vapes metsmaakjes leidt ertoe dat mensen nu massaal de grens over vluchten.De heer Krul (CDA):Het zijn diezelfde ouders die ook naar de overheid kijken en zeggen: help!Probeer het maar eens. Ik vind het echt veel te simpel om het allemaal ophet bordje van de ouders te gooien, terwijl wij hier zeggen: ach, het is eengrote arena en alle reclames moeten kunnen, dus geen verboden. Ouders,zoek het maar uit. Hoe kun je nou op tegen een industrie die overal is?Kinderen zijn de hele dag online en geven zelf ook aan dat ze op TikTok enop Instagram de hele dag worden verleid en dat het ze niet lukt het teweerstaan. Dan zegt de heer Crijns een beetje in de termen die ik eerderook al heb gehoord van andere partijen: ja, individuele keuzevrijheid. Mijnvraag zou dan zijn of de overheid niet gewoon te weinig doet. De overheidmoet juist meer doen.De heer Crijns (PVV):Volgens mij moet ik het hele riedeltje weer gaan herhalen. Het isuiteindelijk de verantwoordelijkheid van de ouders zelf. De ouders moetenin hun opvoeding meegeven dat nee ook een antwoord is. Ik bedoel eenopvoeding waarbij kinderen meekrijgen wat gezond is en wat niet gezondis. Wij als overheid kunnen ze handvatten meegeven en met diehandvatten zouden zij eventueel aan de slag kunnen. We moeten niet allesgaan verbieden of denken aan verpakkingen die dadelijk kleurloos zijn ofnoem het maar op. Zodra ze straks in het buitenland komen, meneer Krul,zeg ik via de voorzitter, worden die kinderen overspoeld met allerleiprikkels tot ze daar wel een Bugs Bunny zien of weet ik wat allemaal.Laten we alsjeblieft ophouden met deze betutteling.De voorzitter:Mevrouw Paulusma. Ik had het net allemaal bijgehouden. Eerst Paulusma,dan Van Nispen en dan Slagt-Tichelman.Mevrouw Paulusma (D66):Ik heb goed geluisterd naar de woorden van de heer Crijns. Het lijkt mijvooral heel ongemakkelijk voor uw coalitiepartner NSC, maar dat mag usamen gaan uitvechten.Ik heb ook iets anders heel goed gehoord, namelijk dat de heer Crijns zeidat we ouders moeten ondersteunen. We moeten ze betere voorlichtinggeven, handvatten, een mindset voor gezonder leven. Daar ligt volgensmij een kans. Er is namelijk een heel succesvol programma: Eerste 1.000dagen. Het vorige kabinet heeft er fors in geïnvesteerd. Dit kabinet heeft ereen streep door gezet. Dat is nou precies een programma dat past bij dewoorden van de heer Crijns: ouders en kinderen een goede start geven.Als ik een motie indien om dat programma een flinke plus te geven, staatuw naam er dan onder?De heer Crijns (PVV):Kom met uw motie naar mij toe. Ik zal die beoordelen en dan ga ik kijken.De voorzitter:Klinkt als ja. Nee, dat is flauw. De heer Crijns gaat daarover. Ik ga naar deheer Van Nispen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82817 De heer Van Nispen (SP):De bijdrage van de heer Crijns was vooral een negatieve bijdrage, gerichtop wat de Staatssecretaris allemaal niet goed doet en wat de PVV niet wil.Er werd wel wat gelachen, dat wel, en dat is altijd goed.Het is mij nog niet helemaal duidelijk wat nu precies de voorstellen van dePVV wel zijn, wat ze wel wil. Ergens hoorde ik wel «gezond etenbetaalbaar maken». Dat klonk heel goed, dus ik ben benieuwd welkevoorstellen daaronder liggen. Ik ben ook benieuwd of hij het SP-voorstelsteunt om de normen voor zout, suiker en vet te verlagen en dat af tedwingen bij de voedselproducenten. Dat heeft volgens mij heel weinig temaken met wat in zijn woorden «betutteling» heet. Dat is een voorstel datde gezondheid van ons allen dient. Ik ben benieuwd of de PVV eendergelijk voorstel zou kunnen steunen.De heer Crijns (PVV):Ik heb het voorstel van de SP nog niet gezien. Als u me dat doettoekomen, kijk ik er gerust naar. Om even op uw vraag antwoord tegeven... Sorry, ik kom bijna niet meer uit mijn woorden. De voedingsin-dustrie doet al heel veel om zout, vetten en van alles te verminderen.Producenten doen al heel veel om het gezonder te maken. Er is eenmanifest van fastfoodketens gekomen. Ze doen echt al heel veel. Maargoed, ik kijk heel graag naar het voorstel van, waarschijnlijk, mevrouwDobbe. Laat het maar naar me toe komen.De heer Van Nispen (SP):Het is nog geen uitgewerkte initiatiefwet. Het is het voorstel om denormen te verlagen en dat wettelijk af te dwingen bij de voedselprodu-centen. Dat is geen nieuw voorstel; dat doen we al jaren. Ik benbenieuwd... Maar goed, misschien dienen we daar een motie over in endan zijn we erg benieuwd. Volgens mij is dat een hele slimme manier omvan vrijblijvende afspraken naar een wettelijke normering te gaan.Ik weet dat er andere debatten over zijn, maar toch ook in dit debat heb ikde volgende vraag. Om ook een positief voorstel te horen over wat we alsoverheid meer kunnen doen: zou de PVV er ook voor zijn om sport enbewegen meer te stimuleren en de regering uit te dagen om op datgebied met meer voorstellen te komen? Dat dreigt anders toch een beetjeonderbelicht te raken in dit debat.De voorzitter:De PVV-fractie.De heer Crijns (PVV):Dit is de portefeuille van mijn collega, de heer Blaauw. Wij zijn inderdaadwel altijd een voorstander van meer bewegen en meer sporten. Als jemeer beweegt en meer sport, is dat goed voor jezelf, voor je mindset ennoem maar op. Dus ja, daar zijn wij wel voorstander van. Het is wel eenzaak van de individuele mens.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Ik hoor de PVV zeggen dat ze ouders graag willen informeren en onder-steunen. Hoe zit het met de ouders die nu worden geconfronteerd meteen kortere WW-uitkering of een eigen bijdrage in de jeugdzorg? Zij willenhet beste voor hun kind en hun kind gezond laten opgroeien. Zouden dezebasale keuzes niet in de preventiestrategie moeten zitten? Ik bedoel nietalleen ouders informeren, maar echt keuzes van de overheid om ouders teondersteunen om hun kinderen gezond te laten opgroeien.De heer Crijns (PVV):De eigen bijdrage van de jeugdzorg is er nu nog niet. Dat is een idee vande Staatssecretaris. Dat moet hij waarschijnlijk nog uitwerken en danTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82818 komt het naar de Kamer toe. De eerste vraag over de kortere WW, daarkan ik helaas geen uitspraak over doen. Dat is wel iets waarnaar wemoeten kijken. Volgens mij moet dat ook nog worden uitgewerkt.De voorzitter:Ik kom bij de volgende spreker en dat is mevrouw Tielen van deVVD-fractie.Mevrouw Tielen (VVD):Dank u wel, voorzitter. «Mijn gezond verstand wil nog weleens iets domsdoen.» Deze uitspraak van de welbekende Loesje geldt voor iedereen. Diestelling durf ik wel aan. We hebben immers allemaal een leefstijl en diebestaat uit oneindig veel bewuste en ook onbewuste keuzes. We wetenook allemaal dat die keuzes van invloed zijn op onze gezondheid. Soms isdat meteen te merken. Na een paar nachten slecht slapen, is concentrerenecht heel moeilijk, maar meestal merk je de gevolgen van leefstijl pasmaanden of zelfs jaren later.Heel eerlijk: elke dag één chocoladekoekje, daar word je niet ongezondvan. Of ze nu duiden op gezondheid of gezondheidsklachten, dat duurtgewoon langer. Denk aan diabetes, vormen van kanker of een sterkverouderde huid. Ik vind, de VVD vindt, dat de overheid zich niet al te veelmoet bemoeien met die leefstijl. Hoe je je dagen inricht en welke keuzes jebewust en onbewust maakt, is aan mensen zelf. Vooral ook omdat er langniet op alle vlakken is bewezen duidelijk is wat nu de specifieke effectenzijn. Of zoals Loesje ook zegt: is gezond verstand bijbrengen nietbelangrijker dan een gezonde kantine?Hoogopgeleiden, de beleidsmakers, onderzoekers, en wij ook praten vaakover mensen met een lager inkomen of minder opleiding en het verschilin gezondheid en leefstijl. Gaat de Staatssecretaris ook mét mensen ingesprek om inzicht te krijgen in wat zij belangrijk vinden als het gaat omgezondheid en leefstijl en wat zij nodig hebben om dat op hun eigen wijzein te kunnen vullen? Dat gaat meteen over de domeinen waarop de VVDzich graag richt, namelijk gerichte preventie. Denk aan preventie die meteen stevigere jeugdgezondheidszorg bijdraagt aan gezond opgroeien vanjonge kinderen. Preventie die zo veel als mogelijk voorkomt dat jongemensen verslavend gif in handen kunnen krijgen. Preventie die aanhaaktop mensen die gezondheidsklachten krijgen, op chronische aandoeningendie met leefstijlprogramma’s verminderd kunnen worden of op mensendie merken dat ze ouder worden en met behulp van leefstijl vitaal willenblijven. Tot zover mijn algemene inleiding.Ik heb een boodschappenlijstje met een aantal vragen in het verlengdevan deze domeinen. De plannen van de Staatssecretaris over de jeugdge-zondheidszorg zijn voor mij nog niet zo duidelijk. De Staatssecretarisbenoemt in een van zijn brieven dat hij die wil versterken, maar hoe enwanneer en met welke opdracht blijft, voor mij in ieder geval, wat vaag.Wat is de visie van de Staatssecretaris op de jeugdgezondheidszorg? Is hijbereid om leefstijlmonitoring en begeleiding onderdeel te maken van detaakopdracht aan de jeugdgezondheidszorg? Hoe staat het met de motieover glutenscreening? En hoe staat het met ooggezondheid en deopvolging van de 20-20-2-regel? Als mensen daar meer over willen weten,hoor ik het straks wel, want mijn tijd loopt door. Is tandgezondheid en dedaaraan verbonden leefstijl – denk aan frisdrank – in beeld bij dejeugdgezondheidszorg? Kortom, ik zou graag een concreter plan krijgen.Graag een toelichting en een toezegging.Voorzitter. Een van de akkoorden waarnaar al is verwezen, maar waar dejeugdgezondheidszorg overigens nauwelijks in wordt benoemd, is hetGezond en Actief Leven Akkoord. Ik heb al eerder gezegd dat dat woorderin terug moet komen. In de midterm review staat hoe anderhalf jaar nade totstandkoming van dit akkoord in gemeenten is gewerkt om samen-werkingsstructuren te bouwen, het «denken naar gezondheid te brengen»Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82819 en de positie van de GGD’en te verbeteren. Voor mij als volksvertegen-woordiger doen dit soort begrippen wel pijn aan de oren, want het ishoogambtelijke taal. Ik gebruik het thuis aan de keukentafel niet. Het zijnhoog-overwoorden.Maar wat betekent dat nu voor de mensen thuis aan de keukentafel? Watbetekent dat in de wijken waar de gezondheid achterloopt? Is het GALAeffectief? Er worden weinig voorbeelden genoemd en ik zie ook nog geencijfermatige voortgang ten opzichte van het doel, namelijk gezondheids-verbetering. Kan het kabinet dat concreter maken? In hoeverre is seksuelegezondheid nu opgenomen in de afspraken? Ik heb daar vorig jaarhartstochtelijk voor gepleit.Dan voor de ouderen onder ons, of voor iedereen eigenlijk. Ik doel oppreventieve ouderengezondheidszorg. De Staatssecretaris verwerpt mijnaangenomen motie over ouderenconsultatiebureaus. Hij verwijst daarbijnaar een wel heel mager onderzoekje, sorry dat ik het zeg, uit 2017. Datklinkt toch een beetje als onwil. Een acht jaar oud vragenlijstonderzoekonder gemeenten. Dat is toch geen evaluatie van nota bene een wetsar-tikel waarin de preventie voor ouderen wordt voorgeschreven? Ik wil eentoezegging om mijn motie opnieuw ter hand te nemen en met een beteren actueler onderzoek een stap te zetten.Mijn laatste zin, voorzitter. We hebben veel gediscussieerd over vapen entabak. Ik ben positief over het antivapeplan van de Staatssecretaris. Is hetmogelijk daar nog wat cijfers bij te benoemen? Ik heb het over doelstel-lingen en een financiële paragraaf.Dank u wel.De voorzitter:Eerst Krul en dan Daniëlle Jansen.De heer Krul (CDA):Het is goed om te zien dat de VVD in ieder geval wel voorstander is vanhet plan van de SP. In de voorstellen van de VVD zat namelijk niet heelveel zout of peper, zou ik willen zeggen. Die waren een beetje flauwtjes.De VVD geeft aan dat de overheid zich niet te veel moet bemoeien met deleefstijl van mensen, maar de industrie bemoeit zich de hele dag met deleefstijl van mensen. Sterker nog, ze zijn daar heel erg goed in. Je hebt hetmisschien niet door, zeker kinderen niet, maar ze doen het wel. Als deoverheid het niet mag doen, vindt de VVD dan niet dat de industrie datook niet zou moeten doen? Dat vraag ik aan mevrouw Tielen.Mevrouw Tielen (VVD):Ik hoor bijna een communistisch ondertoontje in de interruptie vanmeneer Krul. Dat mag hoor, maar volgens mij zou het doel niet moetenzijn om iemand te bestrijden. Hoe flauw of niet flauw het ook is – ik vonddat een beetje een ad hominem van meneer Krul – het voorstel zoumoeten zijn dat mensen zelf keuzes maken. Daar heb ik voor gepleit. Deindustrie vertelt van alles. De overheid vertelt ook van alles. Maar wat je inje mond stopt, of je van de bank opstaat, of je naar je werkt fietst of dat jemet de bus gaat: dat zijn allemaal keuzes die mensen echt zelf maken. DeVVD is ervan overtuigd dat mensen die keuzes wíllen maken en dat ze dieook kúnnen maken. Waar de overheid ze kan helpen om keuzes te makendie beter bij hun eigen wensen over gezondheid passen, kunnen wedingen doen, maar niet zoals meneer Krul dat suggereert.De heer Krul (CDA):Als mijn bijdrage doorgeslagen was, dan mag ik de bijdrage van mevrouwTielen een beetje flauw vinden, denk ik. Socialmedia-apps, zoals Snapchaten TikTok, kunnen iemand binnen 28 minuten verslaafd maken. Zo werkthet algoritme op dit moment. Dat zijn dark patterns. Binnen 28 tot 45minuten kunnen zij kinderen verslaafd maken. Dat heeft toch niks meerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82820 met keuzevrijheid te maken? Als mensen al zó geraffineerd door dit soortstrategieën beïnvloed worden, dan kun je toch niet meer stellen datmensen zelf verantwoordelijk zijn voor wat ze wel en niet consumeren ofzelf bewust de keuze maken? Je denkt misschien «het was mijn keuze datik dit ongezonde product nu nuttig», maar in de praktijk is dat natuurlijkeigenlijk niet zo. Als de overheid terughoudend moet zijn in het betuttelenvan mensen – ik snap dat mevrouw Tielen dat wil – zouden we dan nietook richting de industrie moeten zeggen «maar dan moeten jullie dat ookdoen»?Mevrouw Tielen (VVD):Dat gebeurt al. Er zijn al heel veel regels waar de industrie zich aan moethouden. Dat betekent niet dat het allemaal werkt. Kijk maar naar wat ergebeurt op het gebied van vapes of tabak. Dat gebeurt dus al. Maar als je10 jaar bent, loop je niet zelf naar de supermarkt om een pak Dora-koekjesof wat dan ook te kopen en vervolgens op te vreten. Er wordt een linkgelegd, maar daar zitten heel veel stappen tussen. Uiteindelijk wil ik graagdat burgers, ouders én kinderen, weerbaar zijn tegen die verleidingen.Waar mogelijk moet je die beperken, maar aan de doorgeslagen wensenvan meneer Krul – sorry dat ik het nog een keer zeg – kan ik echt geensteun verlenen.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Mevrouw Tielen gaf aan: de overheid moet zich niet bemoeien metleefstijl. Ik ben socioloog. Leefstijl is veel breder dan alleen het nuttigenvan alcohol, gezonde voeding en dat soort dingen. Het gaat bijvoorbeeldook over het afsteken van vuurwerk. Ik denk dat je als betrouwbareoverheid moet durven bijsturen, helemaal als de feiten daartoe oproepen.Nieuw Sociaal Contract is van mening dat de volksgezondheid voorop-staat, of het nu gaat om vuurwerk of om tabak. Het gaat hier ook over deoverbelasting van hulpverleners. Daar zie ik ook raakvlakken, want je wilin beide gevallen de systemen niet overbelasten. Nu is de VVD, net zoalsNSC, om wat betreft het vuurwerkverbod. Bij vuurwerk gaat het omgemiddeld twee tot vijf doden per jaar. Bij tabak gaat het om 20.000 dodenper jaar. Waarom zou je wel voor het vuurwerkverbod moeten zijn en nietvoor een verbod op roken? Ik zie het verschil niet goed.De voorzitter:Voor de goede orde wil ik het volgende zeggen. Mevrouw Tielen gaat daarzeker op antwoorden. Het vuurwerkdebat is een ander debat, en dat is ookgeweest, maar mevrouw Tielen mag daar zeker op antwoorden.Mevrouw Tielen (VVD):Heel eerlijk: vuurwerk afsteken vat ik niet onder het kopje leefstijl. Er zijnzeker heel veel dingen die passen bij je leven. Het leven omvat alles. Maarleefstijl gaat over hoe je je dagen inricht en wat je allemaal wel en nietdoet. Dat is inderdaad breder dan alleen maar naar de supermarkt gaanom je eten te kopen. Ik ga die twee debatten dus niet aan elkaar koppelen,want dan kunnen we het ook hebben over verkeersdoden, luchtvervuiling,enzovoort. Dat is allemaal interessant en belangrijk. We hebben 150Kamerleden en een aantal kabinetspersonen om daar met elkaar beleid opte maken, maar volgens mij moeten we het hier beperken tot waar ik hetzelf over heb gehad.De voorzitter:U bent door uw interrupties heen, mevrouw Jansen. Wat wilt u nog?Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Het gaat natuurlijk niet over het vuurwerkdebat. Ik zou alleen vanmevrouw Tielen willen horen hoe het kan dat je zo’n harde keuze maaktTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82821 tussen twee... Ik mag het geen «leefstijl» noemen. Hoe kan het dat je nietvoor een verbod op het ene product bent terwijl het daarbij om meerdoden per jaar gaat?De voorzitter:Die vraag was al gesteld.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):En hoe kan het dat je wél voor een verbod op het andere product bent,terwijl het daarbij om veel minder doden gaat?De voorzitter:Mevrouw Tielen heeft daar al iets over gezegd.Mevrouw Tielen (VVD):We gaan aan heel veel dingen dood. Uiteindelijk gaan we zelfs allemaaldood. Volgens mij moeten we dat niet allemaal aan elkaar koppelen. Wehebben dit jaar al vijf keer gedebatteerd over tabak en vapen. MevrouwJansen weet precies hoe de VVD daarin staat. Dat is niet zo ver als NSCgaat...De voorzitter:Ja.Mevrouw Tielen (VVD):... maar we zijn ook wel behoorlijk strikt als het gaat om verboden.De heer Van Nispen (SP):Sport en bewegen vallen volgens mij zeker onder leefstijl. Ik benbenieuwd of de VVD onze toch wel lichtelijke verbazing deelt over dat ditnauwelijks terugkwam in de samenhangende preventiestrategie. We gaanhier niet een apart debat over sport en bewegen van maken. Daar hebbenwe andere debatten voor. Maar ik dacht wel het volgende. Bij dezeStaatssecretaris, die heel enthousiast is, werkt het wel zo dat als je er eenkwartje in gooit, er een heel enthousiast verhaal uit komt. Dus ik dacht:wat als we er nu twee kwartjes in gooien? Wil de VVD die vraag dus ookstellen aan deze Staatssecretaris, zodat er een heel enthousiast antwoordkomt over sport en bewegen, en we daar weer verder mee kunnen?Mevrouw Tielen (VVD):Het gekke is: kwartjes bestaan niet eens meer. Ik ben het met u eens datbewegen en sport zeker wel onder leefstijl valt. Het heeft ook zeker eenheel gunstig effect. Volgens mij is dat al een paar keer gezegd. Ik wil besteen kwartje in de Staatssecretaris gooien, ook al weet ik niet waar ik datvandaan moet halen. Naast jeugdgezondheidszorg en seksuelegezondheid... Volgens mij zitten we daar redelijk op één lijn. Het plan ligter nog niet, dus ik verwacht dat het nog wat voldragener gaat worden.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Ik heb een vraag aan de VVD, want mij was ook opgevallen dat hetonderzoek naar de consultatiebureaus relatief oud was. Er zijn in het kadervan wijkgerichte ouderenzorg heel mooie pop-upconsultatiebureaus. Zoude VVD het met me eens zijn dat de Staatssecretaris die zou moetenmeenemen in zijn onderzoek? Ik heb het dus over depop-upconsultatiebureaus in de wijkgerichte ouderenzorg.Mevrouw Tielen (VVD):Ik heb in ieder geval aan de Staatssecretaris gevraagd om mijn motie erweer bij te pakken en hem niet als afgedaan te beschouwen. Ik hoef nietper se een gebouw of wat dan ook. Het gaat meer om de functie. Ik denkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82822 hierbij aan een functie voor ouderen die vergelijkbaar is met die voor dejeugd. Aan de ene kant heb je namelijk vaccinaties en aan de andere kantmonitoring en meekijken met hoe mensen gezond kunnen blijven. Ikwacht even af wat de Staatssecretaris als methodologie zou willeninzetten. Ik hoop op meer dan een vragenlijstonderzoekje.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Dat is fijn. Volgens mij zitten we daarin wel op één lijn. Ik heb nog eenandere vraag, namelijk over de financiële paragraaf bij het Actieplan tegenvapen. Die misten wij ook heel erg, omdat we nu niet duidelijk kunnenvergelijken of dit nu een bezuiniging is of echt een goede investering ophet Actieplan tegen vapen. Is dat ook de reden waarom u om de financiëleparagraaf vraagt? Of wat is uw insteek, als coalitiepartij, om die financiëleparagraaf te willen hebben?Mevrouw Tielen (VVD):Het is eigenlijk een beetje een principe. Ik vind dat wij veel meer financiëleparagrafen in beleidsbrieven moeten hebben. Serieus. Ik vind dat er veelte veel woorden en veel te weinig cijfers in staan. Als mevrouw Slagt-Tichelman denkt dat ík denk dat het een bezuiniging is, dan zeg ik nee.Vorig jaar is er bij de begroting een amendement van onder andere mijnhand aangenomen om juist de aanpak tegen vapen te versterken en ookom te overbruggen naar nog een verdere versterking. Ik verwacht daardus wel wat van, maar zet het dan even in een tabel, denk ik dan.De voorzitter:Voor het overzicht. De volgende spreker is aan de beurt, namelijkmevrouw Paulusma van D66.Mevrouw Paulusma (D66):Dank u wel, voorzitter. Namens D66 spreek ik vandaag de diepe zorgen uitrichting de Staatssecretaris over de koers die dit kabinet vaart als het gaatom leefstijlpreventie. We hebben een gedeelde verantwoordelijkheid ommensen gezond te kunnen laten leven, maar daar hoort ook daadwerke-lijke actie bij. Met dat kwartje wil ik dus niet alleen enthousiaste woordenhoren, maar ook actie zien. Die actie missen we namelijk.O, ik zie dat er wordt overlegd. Moet ik even wachten? Anders luistert deStaatssecretaris misschien niet.De voorzitter:Ik wilde even afstemmen hoelang we... Maar ga verder.Mevrouw Paulusma (D66):We missen die actie. In de Voorjaarsnota zien we bijvoorbeeld niet hetgeld terug voor het RS-vaccin, niet voor het gordelroosvaccin en ook niet,ondanks alle mooie woorden van deze Staatssecretaris, het geld voor hetvervolgonderzoek voor vrouwen met dicht borstweefsel. Wat mij betreft isdat een grote gemiste kans.Voorzitter. Gezondheid is niet alleen iets van het individu. Het is eenpublieke zaak. Preventie is daarbij ontzettend belangrijk. Maar toch zienwe keer op keer dat er veel te weinig wordt geïnvesteerd, terwijl we wetendat elke euro die we investeren in preventie zich terugbetaalt. Niet alleenin levensjaren en in kwaliteit van leven, maar ook in lagere zorgkosten opde langere termijn. Het is dus niet alleen moreel juist om te doen, maarhet is ook economisch verstandig om meer te investeren in preventie.Voorzitter. Een andere kwestie die wat ons betreft meer aandacht verdient,en vooral die van het kabinet, is de kansenongelijkheid in Nederland. Dezekansenongelijkheid vertaalt zich namelijk rechtstreeks naar gezondheids-verschillen. Gezondheid mag niet afhangen van je inkomen, je opleidings-niveau of waar je woont of geboren bent. D66 wil dat er meer wordtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82823 gedaan om deze gezondheidsverschillen aan te pakken. Dat vraagt omeen integrale aanpak en niet om losse plannen. Het moet gaan over eengezondere leefomgeving, betaalbaar gezond eten en een goede toegangtot zorg. De plannen die nu voorliggen, zijn wat D66 betreft veel te mager.Het lijkt wel alsof de ernst van het probleem niet gevoeld wordt door ditkabinet.Wellicht is het onderwerp dat ik nu wil aanstippen niet helemaal passendvoor dit debat, maar het is wel zeer urgent als het gaat om de kansenge-lijkheid. Dit kabinet heeft namelijk nog steeds nul euro vrijgemaakt voorpandemische paraatheid. Ook dat vergroot de kansenongelijkheid.Voorzitter. Een ander belangrijk onderdeel van preventie is onze seksuelegezondheid. Dit werd ook al door een andere collega aangestipt. Goedeseksuele voorlichting en toegang tot betrouwbare informatie overanticonceptie vormen een fundamenteel onderdeel van een gezonde enweerbare samenleving. Het is essentieel dat deze informatie beschikbaaris voor iedereen die hier behoefte aan heeft. Daarbij hoort ook hetwegnemen van taboes en desinformatie. Mensen moeten zonderschaamte hun vragen durven te stellen. Dat moet kunnen metbetrouwbare informatie en betrouwbare antwoorden. Ik vraag hier echtom actie van de Staatssecretaris. Want wat doet dit kabinet? Het laat groteonzekerheid bestaan over de hoogte van de financiering van deSPUK-gelden, terwijl seksuele hulpverlening zoals het aanbieden vansoa-consulten, gefinancierd met SPUK-gelden, zo belangrijk is voor deseksuele gezondheid. Een verlaging hiervan heeft negatieve gevolgenvoor deze belangrijke vorm van preventie. Ik hoor heel graag een reactievan de Staatssecretaris hierop.Tot slot, voorzitter. De dalende vaccinatiegraad. Hierin trek ik samen opmet mevrouw Tielen. Die is een gevolg van gebrekkige voorlichting ennalatig beleid. Wanneer mensen namelijk onvoldoende geïnformeerdworden, het vertrouwen in de overheid daalt en er vervolgens ook geenactief beleid is om desinformatie tegen te gaan, dan is het gevolg eenverlaagde vaccinatiegraad waarmee de kans op uitbraken van ziektes diewe ooit onder controle hadden, aanzienlijk toeneemt. Ik maak me hierbijzonder veel zorgen over. We gaan namelijk met dit beleid terug naareen tijd waarin kinderen ziek worden en onnodig overlijden. Ik wil graageen reactie van de Staatssecretaris, ook als het gaat om een actievecampagne en de navolging van een aantal plekken in Nederland die echtheel succesvol aan de bak zijn. Dat klinkt niet zo netjes, maar het zou heelfijn zijn als de Staatssecretaris ervoor zorgt dat dat op alle plekken inNederland gebeurt.Voorzitter, ik zal afsluiten. Een gezonde samenleving begint bij eenoverheid die keuzes durft te maken en die gezondheidsverschillenverkleint. Ik zou heel graag willen dat deze Staatssecretaris het onderne-merschap waarmee hij gisteren de show probeerde te stelen bij eentalkshow, ook wat meer in zijn werk als Staatssecretaris naar voren laatkomen. Investeer in preventie en deze Staatssecretaris houdt geld over,als hij maar durft.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Paulusma. We zijn aan het einde gekomen van deeerste termijn van de zijde van de Kamer. We gaan ongeveer een halfuurschorsen. We gaan weer verder om 11.45 uur. Ik zie u straks. Ik schors devergadering.De vergadering wordt van 11.14 uur tot 11.47 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. We gaan luisteren naar StaatssecretarisKarremans. We zijn aangekomen bij de eerste termijn van de zijde van hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82824 kabinet. Ik vraag de heer Karremans om ons even mee te nemen in deverdeling van de blokjes, als dat kan. Het woord is aan u.Staatssecretaris Karremans:Dank, voorzitter. Ik ben volgegooid met kwartjes, dus daar gaan we, zou ikwillen zeggen. Overigens waren dat kwartjes met verschillendeboodschappen. De PVV vond dat ik veel te veel betuttelde. D66 vond hetallemaal veel te mager. Dan weet ik een beetje waar ik zit.Voorzitter. Maar in alle serieusheid: 14% van de jongeren in Nederlandheeft op dit moment overgewicht, 25% van de jongeren heeft eenongezonde leefstijl. Te veel jongeren brengen tijd door achter schermen.Slechts 39% van de jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaarvoldoet aan de beweegrichtlijn. Dat is de situatie nu. En dan heb ik hetnog niet eens over vapen gehad. Van de kinderen tussen de 12 en 16 jaarvapet namelijk 14,3%. Dat begint dus al in de brugklas. Die cijfers barenmij zorgen.Maar ik moet ook zeggen dat de inzet op preventie in de afgelopen jarenwel heeft gewerkt. Zo dronken veel minder volwassenen overmatigalcohol en roken er veel minder Nederlanders dan vijf, tien of twintig jaargeleden. Ik moet zeggen dat dat zeker ook, of zelfs voornamelijk komtdoor de politieke inzet van partijen in deze Tweede Kamer in diezelfde tijd.Maar er is nog veel werk aan de winkel. Daarom werk ik aan een nieuwepreventiestrategie. Daarbij heb ik één leidend principe: de gezonde keuzemoet de makkelijke keuze worden. Dat is vaak niet het geval. In eengemiddelde dierentuin in Nederland, en zelfs bij een gemiddeldekinderboerderij in Nederland, krijgen de dieren over het algemeengezonder eten dan de kinderen. Dat moet anders. Dagrecreatie is een vande omgevingen die ik in de preventiestrategie aanpak. Dat ga ik dus ookanders doen. Ik ga niet meer aanpakken volgens product, maar ik zet deomgeving centraal: de thuisomgeving, dagrecreatie en school. Dat heb ikook in de brief gezegd. Op die manier kun je namelijk een veel meersamenhangende strategie maken. Ook wil je in de ene omgeving watverder gaan dan in de andere omgeving. Dat is dus wat ik anders ga doen.Voorzitter. Het klopt dat ik het met minder geld moet doen. Daardoor moetik creatief te werk gaan en moet ik het ook vaak zoeken in maatregelen diemisschien minder geld of geen geld kosten, want ik heb nu eenmaal temaken met een taakstelling en vooral met een terugval in tijdelijkemiddelen. Maar ik ben daar niet negatief over. Ik denk dat we daar nogsteeds heel veel mee kunnen bereiken en dat er heel veel winst te boekenvalt binnen de middelen die ik heb. Wat mij betreft staan de doelen die inhet Nationaal Preventieakkoord zijn geformuleerd nog steeds zwaarovereind, ook al ga ik het anders aanpakken.Dat wilde ik ter inleiding zeggen. Ik ga naar de kopjes. Allereerst neem ikde Kamer mee in het onderwerp kindermarketing. Vervolgens komenpublieke gezondheid, roken en vapen, en leefstijl overig aan bod.De kindermarketing. Het CDA had een vraag en een voorstel. Ik las hetvanochtend ook op de website van RTL Nieuws. Het CDA wil samen metNSC neutrale verpakkingen en een totaalverbod op kindermarketing. Laatik daar het volgende over zeggen. Ik vind zo’n totaalverbod veel te vergaan, omdat je dan ook de chocoladepaashaas de nek omdraait. Ik noemdit voorbeeld omdat het een paar dagen geleden Pasen was. Ook verbiedje dan bijvoorbeeld een afbeelding van Sinterklaas op een zak pepernoten.Dat ga je dan voorkomen. Ik denk niet dat Nederland dat wil. Ik wil dat zelfook niet. Dat zijn mooie tradities waar je je aan wil vasthouden. Ik ga dusniet mee in het voorstel van het CDA om de chocoladepaashaas de nekom te draaien.Ik werk wel aan een voorstel om kindermarketing te beperken ten aanzienvan ongezonde producten. Ik ga daar ook niet totaal neutrale verpak-kingen van maken. De heer Krul stelde daar een vraag over. Daar ging desuggestie van de heer Crijns natuurlijk ook een beetje over, namelijk datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82825 ze geen kleurtjes meer mogen bevatten. Nee, we gaan niet naar eenzwart-witsamenleving toe. Tenminste, als het aan mij ligt. Maar ik denkwel dat je best beperkingen kunt stellen aan bepaalde technieken die nuheel bewust worden ingezet richting kinderen, die niet in staat zijn omrationele keuzes te maken omdat ze dat vermogen nog niet hebben. Datgaat dan alleen om de verpakking, voor de goede orde. Dat gaat niet overde vorm of de inhoud van een product. Die zijn natuurlijk nog steedsverkrijgbaar. Het gaat enkel en alleen om het verpakkinkje. Ik merk bijleveranciers en producenten dat zij begrijpen dat wij dit willen doen. Ikdenk ook dat dat helemaal niet zo’n gek idee is, als het maar gericht is opkinderen en zolang je het maar niet in zijn totaliteit verbiedt. Dat zijn weook niet van plan om te doen.De heer Krul en mevrouw Jansen stelden de vraag: kan het niet sneller?Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor de vraag over het onderzoek dat ik doenaar aanleiding van de motie die mevrouw Jansen heeft ingediend omhet aantal verkooppunten met betrekking tot roken en vapen te beperken.U kunt ervan uitgaan dat ik zo snel ga als mogelijk. Maar als je een huisverbouwt en je aannemer zegt «ik moet het zorgvuldig doen», dan kun jezeggen dat dat uitstelgedrag is, maar je wil ook een stevig huis hebben.Dat geldt hier ook. Je wil goede, deugdelijke wetgeving hebben dieuitvoerbaar en uiteindelijk ook handhaafbaar is, want anders heb je erhelemaal niks aan. Dan kun je in mijn geval wel heel stoer zeggen «ik hebhet er snel doorheen gejast» en «kijk eens hoe snel ik dat heb gedaan»,maar dan is het effect vervolgens nihil. Dat wil ik niet.Ik wil goede wetgeving die iets teweegbrengt voor de gezondheid vankinderen in Nederland. Ik ga zo snel als ik kan, maar er zitten ontzettendveel dilemma’s in. Er zitten ook ontzettend veel uitvoeringstechnischevraagstukken in. Het is niet zo makkelijk als soms wordt voorgesteld metuitspraken als «verbied het maar gewoon helemaal», nog los van het feitdat de chocoladepaashaas dan verdwijnt, wat ik niet wenselijk vind. Je zitook met een aantal uitvoeringskwesties. Daar moet je dus zorgvuldig naarkijken. Dat ga ik ook doen. Ik moet natuurlijk ook een wetstrajectdoorlopen. Ik wil dat dit jaar in consultatie brengen. Dat betekent datwanneer we ons deel van het werk gedaan hebben, we het uitgeven voorfeedback van de buitenwereld. Dat wetstraject moet ik nou eenmaalzorgvuldig doorlopen. Dat vraagt de Kamer natuurlijk ook altijd van mij,want dat is nou eenmaal de wet.Dan kom ik bij een vraag van de PVV, namelijk: zijn de ouders nietverantwoordelijk voor de marketing die gericht is op kinderen?De voorzitter:Ik heb een...Staatssecretaris Karremans:Moeten zij niet goede gewoontes aanleren? Akkoord.De voorzitter:Ik heb een interruptie van de heer Krul.De heer Krul (CDA):«Laten we de chocoladepaashaas maar verbieden» is een mooi frame,maar dat is natuurlijk onzin. Wat de Staatssecretaris met zijn voorsteldoet, namelijk zich enkel richten op verpakkingen die voor kindermar-keting gebruikt worden, slaat natuurlijk geen deuk in een pakje boter. Hoegaan we bijvoorbeeld om met het feit dat 40% van de YouTube-filmpjes of40% van de filmpjes op social media die gericht zijn op kinderen, op ditmoment ongezonde producten bevatten en dat kinderen daar enorm doorworden beïnvloed? Hoe gaat de Staatssecretaris dat probleem met zijnvoorstel ondervangen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82826 Staatssecretaris Karremans:Daar wil ik best antwoord op geven. Dat ga ik ook doen. Maar als de heerKrul zegt «ik wil een totaalverbod op kindermarketing» – dat is natuurlijkwel wat het geweest is – dan betekent dat, dat je een afbeelding vanSinterklaas of van een piet van een pepernotenzak afhaalt. Dat is de keuzewaar ik voor sta. De heer Krul van het CDA kiest ervoor om te zeggen:laten we het dan maar afschaffen. Dat is prima en dat is ook een politiekekeuze. Ik kies daar niet voor, omdat ik denk dat ik de samenleving daarniet in meekrijg. Ik vind ook niet dat je dat moet doen.Het punt over YouTube vind ik terecht. Ik probeer de tijd dat mijn dochter,die afgelopen dinsdag 4 is geworden, af en toe naar YouTube kijktnatuurlijk zo veel mogelijk te beperken. Dat zeg ik zowel vanuit mijn rol alsvader als vanuit mijn rol als Staatssecretaris. Ik zie weleens wat vanuitmijn ooghoek. Ik heb volgens mij ook weleens in deze Kamer gezegd datik letterlijk een filmpje heb gezien waarin stond «chocola is lekker enmango’s zijn vies». Dat zag ik letterlijk. Ik heb gelijk op mijn ministeriegevraagd wat we hieraan kunnen doen. Dit nemen we ook mee in dekindermarketing.Dat zal waarschijnlijk wel iets vergen van de mediawetgeving, want dat zitnatuurlijk in een ander beleidsdomein. Dat zit voor een groot deel bij mijncollega van Onderwijs. Maar dat staat wel op mijn netvlies, omdat ik medaar zorgen over maak, net zoals over de marketing van ongezondeproducten door influencers. Kinderen staan ook heel erg onder invloedvan influencers. Ik ben zelf met influencers in gesprek gegaan over wat jekunt doen om daar veel meer balans in te brengen. Je kunt er misschienzelfs iets bij zetten of het simpelweg beperken. Ten aanzien van dekindermarketing zullen er natuurlijk ook in wettelijke zin beperkingenkomen.De voorzitter:Voordat u naar de tweede interruptie gaat, is het goed om te weten dat ikbegin met vier. Afhankelijk van de tijd kan er een vijfde bij komen. Danweet u dat.De heer Krul (CDA):Ik kreeg een heel lang antwoord, maar eigenlijk kreeg ik mijn vraag terug.Op het allerlaatst zei de Staatssecretaris: dat ga ik meenemen in dewetgeving op kindermarketing. Ik vroeg: wat dan? Wat gaat de Staatsse-cretaris dan doen? Dit is precies ook het probleem. Wat de Staatssecre-taris wél voorstelt, namelijk zich richten op de verpakkingen, gaat geendeuk in een pakje boter slaan. Vervolgens gaan we een gesprek voerenmet influencers en misschien de Mediawet nog aanpassen. Dat is allemaalvaagtaal. Wat we wel gaan doen, gaat het verschil niet maken. Je kuntgeen schotten plaatsen tussen wat er online gebeurt, wat er in deopenbare ruimte gebeurt en wat er in de supermarkt gebeurt, omdatkinderen zich overal bevinden. Als je het Pokémon-figuurtje van deverpakkingen afhaalt in de supermarkt, dan zien ze het online wel. Er moeteen integrale aanpak komen. Als de Staatssecretaris al pleit voorzorgvuldige, doelmatige en effectieve wetgeving, dan moet het ook allesbevatten. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat deze wet dit allemaalgaat bevatten? Ik heb het over offline, online, influencers en social media.Staatssecretaris Karremans:Ja, volgens mij heb ik dat ook gezegd. Bij producten in de supermarkt,gaat het om verpakkingen. Dat wil ik even voor de goede orde zeggen. Alshet gaat om online, dan gaat het natuurlijk niet om verpakkingen. Dangaat het om marketing. Dus dat bevat het inderdaad ook. Maar ik ben dataan het uitwerken en dat gebeurt zorgvuldig. Ik vind het dus te kort doorde bocht als je «doe het maar gewoon» zegt. Ik wil de heer Krul meegevendat je dan inderdaad ook de chocoladepaashaas, de paaseieren en deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82827 kindermenu’s de nek omdraait. Dat wil ik niet. Dat vergt dus eenzorgvuldige afbakening in dat geheel. Daar ben ik mee bezig. Daar zittenheel veel dilemma’s in. Daarbij moet je niet alleen kijken naar wat daarinwenselijk is en waar je de samenleving in meekrijgt, maar ook naar watuiteindelijk standhoudt bij een rechter. Ga er maar van uit dat als wij ditinvoeren, er dan tegen geprocedeerd zal worden, zoals we dat natuurlijkook op andere terreinen zien. Dan wil je deugdelijke wetgeving hebben.De heer Krul kan dan natuurlijk zeggen... Ik heb begrip voor de urgentie.Die heb ik zelf ook. Dat moet ik er wel duidelijk bij zeggen. Maar het is nietzo makkelijk als het lijkt. Je moet dat dus zorgvuldig doen, juist om ervoorte zorgen dat het straks effect heeft.De voorzitter:Heeft u toch nog een interruptie?De heer Krul (CDA):Zeker. Er zijn gelukkig heel veel voorbeelden van wetgeving in anderelanden waar dit al geregeld is. Zelfs de aanschaf is in sommige landen alverboden als het bijvoorbeeld om energiedrankjes gaat. Dat is zelfsbinnen de EER al aan de gang. We kunnen dus veel meer dan deStaatssecretaris doet geloven.Maar ik wil toch even iets over marketing zeggen. Laat me even klip-en-klaar zijn. Op het moment dat marketing voor ongezond voedsel gericht isop het overtuigen van kinderen, want daar gaat het hier over... Het gaatdus om marketing die gericht is op het overtuigen van kinderen voor eenongezond product. Dát moeten we aan banden leggen. Het frame «dangaat de chocoladepaashaas eraan» is natuurlijk onzin. We kunnen tochniet verdedigen dat marketing die specifiek gericht is op kinderen om zeongezonde keuzes te laten maken, een goed idee is? De Staatssecretariszegt: we moeten de samenleving meekrijgen. De samenleving is hierallang klaar mee, want we zien een groot probleem in de gezondheid vanjonge kinderen.Staatssecretaris Karremans:Ik zou het wel interessant vinden om een onderzoek te zien naar wat desamenleving ervan denkt of wat de CDA-kiezer ervan denkt, als we dekindermenu’s gaan afschaffen of de afbeelding van Sinterklaas of vanlachende pieten van de pepernotenzakken halen. Ik wil het wel zien. Ikdenk niet dat de samenleving daar vóór is. Ik in ieder geval niet. Het is dekeuze aan de heer Krul om daar natuurlijk zelf een politieke afweging in temaken. Dat is natuurlijk helemaal prima. Daar zijn dit soort debatten ookvoor. Maar ik zie dat niet.Ik denk dat ik met de aanpak van kindermarketing zoals ik daar nu meebezig ben, veel effect kan sorteren. Je ziet nu namelijk wat voor eeninvloed dat heeft op kleine kinderen. Dat ervaar ik zelf ook en dat heb ik bijde begrotingsbehandeling van VWS van afgelopen jaar ook gezegd. Diekinderen kunnen geen rationele afweging maken. Zij kunnen geenafwegingen maken zoals «dat is een ongezond product, maar ik ga strakswel even sporten» of «ik eet het in bepaalde mate en dan is het oké». Ikben het volstrekt eens met wat mevrouw Tielen daarover zei. Als jegewoon met mate een aantal chocoladekoekjes eet, dan is dat helemaalgeen probleem. Het gaat natuurlijk om een ongezonde totale leefstijl dieecht een problematisch effect heeft. Maar ik denk dat wij met heel veelstappen die we nu zetten, waarmee we echt vooruitgang kunnen boeken,heel veel effect kunnen sorteren voor de gezondheid van kinderen. Gaanwe alles verbieden? Nee. Dat zeg ik er heel duidelijk bij. Dat ga ik nietdoen. Dat ga ik echt niet doen.De voorzitter:Meneer Krul, tot slot.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82828 De heer Krul (CDA):We hoeven het niet eens aan de samenleving zelf te vragen, want dathebben we al gedaan. Sterker nog, het is zelfs aan kinderen zelf gevraagd,die verslaafd zijn aan bijvoorbeeld frisdrank. Die kinderen geven zelf aan:als ik in een winkel loop en ik zie het nieuwste drankje dat ik op TikTok hebgezien, dan wil ik het gewoon proberen, en voor ik het weet ben ikverslaafd. Of ze geven aan: de kleuren van bijvoorbeeld Fanta en deslogans zijn zo aanlokkelijk, ik wil ze eigenlijk allemaal geprobeerdhebben. Waarom is dat nou wél zo aanlokkelijk en waarom water niet?Waarom maken we dat niet leuk?Als we al willen weten of de samenleving er rijp voor is, kinderen gevenzelf aan: help ons, we raken verslaafd, niet alleen in de winkel, maar zekerook door wat we online of op TikTok zien. Dat komt omdat marketing – dekleuren, de teksten en de smaken – gericht is op kinderen. Dat heeft nietste maken met een chocoladepaashaas. Dat heeft te maken met een heleslimme industrie. Ik ga de Staatssecretaris nogmaals vragen of hij bereidis tot een integrale aanpak met een verbod op dit soort praktijken. We ziendat die gezondheidscrisis te groot is onder jonge kinderen, zoals deStaatssecretaris zelf in zijn inleiding zo mooi verwoordde.Staatssecretaris Karremans:Er lopen wel een aantal dingen door elkaar. Ik ben – dat heb ik zelfaangekondigd – al maanden bezig met dat verbod op kindermarketing.Dat is een verbod. Als je een wet maakt, zet je niet in de wet: zou je je eralsjeblieft aan willen houden? Nee, dan is het gewoon: dit gaat niet meeren daar staat deze sanctie op. Dat even vooraf; daar ben ik mee bezig. Desuggestie wekken dat ik daar nog van overtuigd moet worden of van detactieken die door de industrie worden losgelaten op kinderen, is nietnodig. Ik hoef niet overtuigd te worden. Ik deel de urgentie van de heerKrul.Dan over de vraag: waarom maken we water niet leuk? Ik ga geenbedrijven dwingen om bepaalde marketing te voeren of leuke figuurtjes tezetten op waterflesjes. We leven niet in zo’n economie waarin de staatvoorschrijft hoe bedrijven hun producten moeten aanprijzen. Ik denk ookniet dat we daarnaartoe moeten. Ik ben het ermee eens dat je dieongezonde producten en de marketingtechnieken die een effect hebbenop de keuze van kinderen – niet gedreven door de inhoud van het productmaar door het figuurtje dat erop staat en hoe het wordt aange-prezen – aan banden wil leggen. Daar ben ik mee bezig. Dat is niet alleenin de supermarkt, maar ook online en op andere plekken, want dat is waarmarketing plaatsvindt. Ik heb net ook al het voorbeeld van YouTubegenoemd. Ik zeg daar wel bij dat je daar soms meerderde vormen vanwetgeving voor nodig zal hebben. Als je iets op YouTube wil aanpassen,dan moet je de Mediawet aanpassen. Zo simpel is het en zo ingewikkeldtegelijkertijd, zeg ik er maar even bij. Ik ben er wel mee bezig.De voorzitter:Eerst de heer Crijns nog en daarna mevrouw Daniëlle Jansen. Ja, ik heb ugezien.De heer Crijns (PVV):Ik wil even een stapje terug. Niet over de kindermarketing, niet over debetutteling et cetera, maar ik wil even een stapje terug. U gaf aan dat umet een motie van mevrouw Jansen aan de slag bent om die tabaksspeci-aalzaken naar voren te halen, naar 2028. U zei zelfs dat u daar heel hardmee bezig bent. Wat mij tegen de borst stuit, is dat Minister Keijzer enStaatssecretaris Blokhuis toentertijd een keiharde afspraak hebbengemaakt: 2024, 2030 en 2032 waren datums waar mensen zich op kondenvoorbereiden. Nu hebben we een motie van mevrouw Jansen die despelregels in één keer verandert. Hoe betrouwbaar komen wij als overheidTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82829 over op de ondernemers die tijd nodig hadden of kregen om bepaaldezaken te regelen? Hoe betrouwbaar komen we over als we nu in één keerde spelregels veranderen?Staatssecretaris Karremans:Het is denk ik een mooi bruggetje naar het blokje roken en vapen, wanthet blokje kindermarketing had ik nu volgens mij gehad. Ik stel voor dat ikde vraag ... U gaat over de orde natuurlijk.De voorzitter:Ja, dat ga ik zeker. Ik zag al dat u een volgend mapje had gepakt. Ik wileerst nog even naar de interruptie van de heer Crijns, van Daniëlle Jansenen van mevrouw Paulusma. Even kijken op welk blok die slaan en dangaan we rustig naar het volgende blok. Eerst de heer Crijns nog.De heer Crijns (PVV):Laten mevrouw Jansen en mevrouw Paulusma hun vraag maar stellen,dan kan de heer Karremans mijn vraag in het blokje roken en vapenbehandelen.De voorzitter:Precies. Dat lijkt me heel goed, dan doen we dat. Dan gaan we eerst naarDaniëlle Jansen.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Ik vind het iets te gemakkelijk gaan met de marketing, waarbij nu al tienkeer is gezegd dat wij hiermee de paashaas om zeep helpen. Dat blijftnatuurlijk het frame. Als we een onderzoek gaan doen of mensen depaashaas met de kleurige papiertjes uit het assortiment willen, ga dan ookgelijk vragen of mensen met zoveel overgewicht in de samenleving willenleven. Zijn mensen gelukkig met het percentage mensen dat overgewichtheeft? Stel die vraag dan ook, want ik denk dat ze daar ook niet blij meezijn. Als je kijkt naar belangen, dan vind ik dat je beide belangen meemoet nemen.Het punt is dat we met bepaalde maatregelen ... We weten gewoon dathet minimaliseren, dat een verbod op marketing een van de meesteffectieve maatregelen is. Als je dat half aanpakt, dan kan je ookverwachten dat er halve effecten komen. Ik ben bang dat met dezemaatregel van de Staatssecretaris, hoe goed ik de stap ook vind, er jarenvan goed proberen overheen gaan, terwijl het echt weer onvoldoendeteweeg zal brengen. Daar zit mijn zorg. Waarom ga je niet, zoals insommige andere landen, rigoureuzer aan het werk?Staatssecretaris Karremans:Even over het laatste, want er werd ook iets gezegd over het verbod, overdie andere landen. Die andere landen zijn er niet of nauwelijks. Er wordtbijvoorbeeld als het gaat over social media heel makkelijk naar anderenlanden verwezen. Dan zoeken wij het uit en dan blijkt het vaak, in 99% vande gevallen, helemaal niet zo te zijn als wordt voorgesteld. Ook in Polenkan je nog steeds energydrinks kopen. Ook rookvrije terrassen in Belgiëzijn nog helemaal geen gelopen race. Ik heb de Minister van Volksge-zondheid daar vorige maand in Warschau op de informele EU-top vangezondheidsministers over gesproken. Ik was daar omdat er ook veelpreventieonderwerpen aan de orde waren en ik daar ook veel op aan hetdrukken ben. Hij zegt dat het nog helemaal geen gelopen race is. Spanje isprecies hetzelfde verhaal. Het is helemaal niet zo dat er in België morgenrookvrije terrassen worden ingevoerd, zoals net wel werd genoemd. Ikben altijd bereid om te kijken naar andere landen, omdat je natuurlijk ookTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82830 met Europese wetgeving te maken hebt, en ik ben altijd bereid daarvan teleren. Dat doe ik ook graag. Ik ben ook bereid om andere voorbeelden tevolgen.Maar als ik bijvoorbeeld kijk naar antirookbeleid – om maar een voorbeeldte noemen – dan lopen we in Nederland by far voor op de rest. Als het eentouretappe zou zijn, zijn wij bezig met de laatste bocht van de Alpe d’Huezterwijl de rest nog beneden aan de berg staat. Dat heeft ook grensef-fecten, zeg ik er gelijk bij. Een heel groot deel van mijn lobby in Europa isbijvoorbeeld gericht op het verhogen van de accijns in omringendelanden om grensoverschrijdende verkoop te beperken. Alleen de mensendaar, de parlementariërs en de bewindspersonen, gaan over hun eigenwetgeving. Dat kan ik niet voor hen bepalen, maar ik probeer er natuurlijkwel invloed op uit te oefenen. Dat lukt soms, maar vaak ook niet.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Jansen nog een tweede? Anders de heer Krul. Ubent er al intussen, maar u voelt zich aangesproken. Een punt van orde,zeg ik dan maar.De heer Krul (CDA):Ja, want volgens mij reageert de Staatssecretaris nu op mijn inbreng,want ik heb gevraagd naar andere landen en krijg nu te horen dat het nietklopt. Dus heel kort: zou de Staatssecretaris in tweede termijn kunnenaangeven hoe het met de verkoop van energiedrankjes zit in Roemenië,Hongarije, Litouwen en Letland? Het kan in tweede termijn.De voorzitter:Het mag in tweede termijn, het mag ook nu.Staatssecretaris Karremans:Nogmaals, ik ben natuurlijk de eerste om toe te geven als het wel zo is.Alleen mijn ervaring is dat er heel vaak heel stellig ook in deze Kamerwordt geroepen: ja, in een ander land is het zo. Dan zoeken we het op ensoms is het wel het geval, maar heel vaak ook niet. Als het wel zo is, danwil ik ernaar kijken. Soms is het wetgeving in voorbereiding en is het nogniet naar het parlement. Dat was overigens ook het geval in Nieuw-Zeeland ten aanzien van die leeftijdsgrens voor roken. Dat hebben ze toenvoorgesteld en het is alweer ... Nee, ik wijs niet, maar het is alweer van debaan hè? Ik wil het wel even in perspectief zetten.Natuurlijk ga ik met alle liefde uitzoeken wat er in andere landen gebeurtten aanzien van energydrinks. Overigens kom ik zo nog terug op devragen over energydrinks. Ik wil er alleen maar mee gezegd hebben datwij in Nederland echt op heel veel terreinen vooroplopen als het gaat omhet beperken van marketing en van verkoop van ongezonde producten.De voorzitter:Dan mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Ik deel de zorgen die de Staatssecretaris al een aantal keer heeft aange-haald rondom influencers op social media. Je zou wat op YouTubegebeurt er ook onder kunnen scharen. Ik had daar ook vragen op hetgebied van seksuele gezondheid over gesteld. Ik hoor de Staatssecretarisal een aantal keren zeggen dat hij ermee aan de slag gaat, maar ik ben nutoch wel zover dat ik denk: waarmee? Wat wordt dan het actieplan enwanneer kunnen we dat verwachten, want anders gaat er geen actiekomen van deze Staatssecretaris.Staatssecretaris Karremans:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82831 Dat is een terechte vraag. Dat is natuurlijk de urgentie die ik zelf ook heben voel. Mevrouw Paulusma heeft het natuurlijk over desinformatie die eris over vaccins, seksuele gezondheid en ook over eetgewoonten, zeg ik ermaar even bij. Dat raakt heel veel onderwerpen van mijn portefeuille echtin het hart. Mevrouw Paulusma had een heel terecht punt over devaccinatiegraad. Die zorgen over de dalende vaccinatiegraad in bepaaldewijken deel ik compleet met haar. Die deel ik echt compleet. We weten ookdat dat voor een groot deel komt door desinformatie op social media.Ik wacht nu met ontzettend veel smart op een onderzoek van Binnen-landse Zaken dat als het goed is – dat is de afspraak die er is gemaakt – voor mij inzichtelijk maakt welke tools ik heb om dat te kunnenaanpakken. Als ik het heb, dan ben ik de dag erna aan de slag om datverder uit te werken voor mijn portefeuille. Ik denk dat ik daarmee heelveel kan voorkomen als het gaat om een dalende vaccinatiegraad,waarvan we de gevolgen zien, en om de informatie over seksuelegezondheid, waarvan we de gevolgen in bijvoorbeeld anticonceptiege-bruik zien. Kort gezegd, ik wacht dat onderzoek af. Ik verwacht het in meiof juni, dus volgende maand of de maand erna. Ik zal de Kamer dan directinformeren wat we ermee gaan doen.Mevrouw Paulusma (D66):Dat is dus voor het reces?Staatssecretaris Karremans:De planning, zoals nu bekend, is inderdaad voor het zomerreces.De voorzitter:Die noteren we. Er komt straks nog een mogelijkheid voor de heer Crijnsom door te gaan op het punt waar de Staatssecretaris nog op gaatantwoorden. U heeft het opgeschreven? Check. Dan vraag ik de Staatsse-cretaris om de brug te maken naar het volgende blok. En dat is?Staatssecretaris Karremans:Roken en vapen.De voorzitter:Check. Dan gaat de heer Crijns nu wel weer wat zeggen?De heer Crijns (PVV):Volgens mij had de Staatssecretaris nog een vraag van mij over deopvoeding van kinderen met marketing.Staatssecretaris Karremans:Natuurlijk is dat ook de verantwoordelijkheid van de ouders, misschienwel in de eerste plaats. Die verantwoordelijkheid moet je daar laten, zo zieik het. Je moet mensen vooral naast een ongezonde ook een gezondekeuze bieden. Het probleem is dat die gezonde keuze er vaak niet is. Ganaar een willekeurige dagattractie. Het meest gezonde dat je kunt krijgenis een tosti, terwijl je ook een appel kunt aanbieden of een banaan. Heelveel ouders willen dat misschien wel kopen voor hun kinderen, maar dankan het vaak niet. Als ze alsnog kiezen voor die ongezonde optie: ja goed,het blijft uiteindelijk hun eigen keuze. Ik vind wel dat je als overheid zogoed mogelijk de randvoorwaarden moet schetsen, zonder te treden in dekeuzevrijheid van mensen.Als het gaat om marketing die alleen is gericht op kinderen, die niet instaat zijn een rationele, eigen, goede afweging te maken, dan vind ik datdaar meer een taak ligt voor de overheid. Gaan we daar de boel rigoureusverbieden? Nee, dat gaan we niet doen. Ik heb net ook al aangegevenwaarin ik verschil van mening met de heer Krul. Hij zegt: die chocolade-paashaas is een frame. Dat is het helaas niet, want dat is wel het gevolg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82832 Poppetjes van Sinterklaas en de kerstman: dat is ook allemaal marketing.Dus waar trek je dan de grens? Ik probeer ook te schetsen wat hetdilemma is bij het maken van dergelijke wetgeving. Ik denk niet dat hethelpt om in een keer rigoureus te zeggen: we doen het allemaal niet meer.Zo zit ik niet in de wedstrijd, maar ik denk wel dat er een rol voor deoverheid ligt bij het beperken van bepaalde marketingtechnieken.De voorzitter:Mevrouw Tielen hierop?Mevrouw Tielen (VVD):Ik kijk uit naar het concretere plan van de Staatssecretaris, maar ik twijfelnu wel een beetje over de paraplu daarvoor. De Staatssecretaris zegt:gezonde keuzes moeten makkelijker zijn. Dat snap ik op zichzelf heel goeden het is ook niet verkeerd, denk ik. Alleen als je een tosti gaat vergelijkenmet een appel, alsof het gezond is als je alleen maar appels en bananeneet ... Dat is het ingewikkelde van voeding. Je hebt heel veel verschillendedingen nodig. Dus de vraag is of dit dan de juiste koers is of dat we hetveel meer moeten hebben over wat de Staatssecretaris ook zei: met mate.Elke dag een koekje is helemaal niet zo erg, al is het er maar één. Met elkedag een familiezak chips begint het aardig uit de band te lopen. Het is nietzomaar te snijden in wit of zwart. Volgens mij zei de Staatssecretaris zelfook iets over knippen. Laten we wel, laten we geen ... Nou ja, ik weet nietzo goed welke woorden ik eraan moet geven.Staatssecretaris Karremans:Ik kan er wel wat woorden aan wijden. Ik ben het eens met mevrouwTielen, maar het is natuurlijk ook en-en. Aan de ene kant is het zo dat jeeen tosti niet moet vergelijken met een appel, daar ben ik het mee eens.Maar ik zie ook een heel groot verschil in de dagrecreatie waar ik kom, inde leeftijdsfase waarin ik nu zit. Bij sommige dagrecreatie kan je alleenmaar hamburgers krijgen en patat en bij andere heb je ook een happy-mealachtige box met boterhammen erin. Je hoeft dat dan niet te kopen enik ga het ook niet verplichten, maar ik wil wel afspraken maken met dedagrecreatie of we er ook voor kunnen zorgen dat we naast dieongezonde voeding een gezond alternatief hebben. Dan kunnen mensennatuurlijk alsnog kiezen voor wat ze willen, maar ik zou graag willen datdie alternatieven naast elkaar staan. Zo zit ik in de wedstrijd en daarmeewil ik inderdaad de gezonde keuze de makkelijke keuze maken. Op ditmoment is er vaak geen gezonde keuze, en dat is eigenlijk mijn punt.Mensen die willen kiezen voor een gezond product hebben die keuze nuook niet. Als het gaat om de vrijheid die zij behoeven, dan moet ik er ookvoor die mensen zijn.Dan toch echt roken en vapen. Dat is de derde poging om eraan tebeginnen. Allereerst de vraag van de heer Crijns: ben je een betrouwbareoverheid als je de invoeringsdatum van de overgang naar alleentabaksspeciaalzaken vervroegt? Ik heb natuurlijk ook die motie ontraden inde Kamer, precies met deze argumentatie. Ik denk niet dat het een goedidee is. Maar goed, uiteindelijk heeft een meerderheid voor die motiegestemd en dat is een politiek feit.In reactie op het feit dat die motie is aangenomen, heb ik gezegd dat ikwel zorgen heb. Ten eerste over de juridische houdbaarheid, want je komtook aan eigendomsrecht. Je hebt als overheid eerst iets anders gecom-municeerd. Dat is met alle partijen afgesproken en iedereen is daarmeeakkoord: we gaan het op deze termijn afbouwen. Toch ga je opeens,eigenlijk met een pennenstreek, zeggen: we gaan het toch anders doen.Ben je een betrouwbare overheid als je dat zou doen? In mijn optiek benje dat niet, en dat is ook mijn argumentatie geweest. Ik wil weten wat daarde juridische consequenties van zijn. Daarom heb ik de landsadvocaatdaarover om advies gevraagd. Als dat bepaalde financiële gevolgen heeft,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82833 vind ik dat de Kamer dat ook moet weten en dan moet er ook dekkingvoor komen. Dat is één.Twee. Ik wil ook weten wat voor invloed dat heeft op de illegale handel.Zoals de heer Crijns van mij gewend is, zit ik pragmatisch in de wedstrijd.Ik ben niet getrouwd met maatregelen. Ik ben getrouwd met resultaten. Ikwil dat er resultaat is. Als je vervolgens ziet, als dat al het geval zou zijn,dat mensen vooral veel illegale sigaretten gaan roken maar dat derookprevalentie, met een duur woord, niet afneemt, wie heeft dangewonnen? Ik wil dat dus eerst onderzoeken en dat wil ik ook aan deKamer voorleggen.De voorzitter:Ik heb een interruptie van mevrouw Jansen.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Over die betrouwbare overheid. Daar zitten natuurlijk twee kanten aan.Mijn vraag aan de Staatssecretaris is: in hoeverre ben je een betrouwbareoverheid als je bij voorbaat al weet dat je de doelen uit het NationaalPreventieakkoord niet gaat halen? Het RIVM heeft gezegd dat er aanvul-lende maatregelen moeten komen en dat dit een hele effectieve maatregelis. In hoeverre ben je een betrouwbare overheid als je de volksgezondheidin feite minder waard vindt dan het lot van de ondernemers? Ik heb hetnet ook al genoemd: ik zie toch wel raakvlakken met andere thema’swaarbij de overheid toch in één keer een andere koers vaart, omdat hetbelang van de volksgezondheid vooropstaat en omdat het belang van demensen die erbij betrokken zijn vooropstaat. Waarom kan het op het eneterrein wel tot een koersswitch van de overheid leiden, en vrij gemakkelijk,en op het andere terrein niet, terwijl daar de schade voor de volksge-zondheid veel groter is?Staatssecretaris Karremans:Voorzitter. Even twee dingen daarover. Eén. Mevrouw Jansen zegt: het iseen effectieve maatregel. Dat is nog maar de vraag. Dat laat ik preciesuitzoeken. Je zou ook kunnen zeggen: wat is ertegen om dat eerst in kaartte brengen? Je wil gewoon weten wat dat doet.Twee. De rookvrije generatie. Dat doel hebben we gesteld op 2040. Diemaatregel zou nu ingaan in 2032, dus acht jaar voordat we het doel willenbereiken. Als je zegt we willen het alleen vier jaar eerder bereiken, danbereik je uiteindelijk nog steeds met de huidige tijdslijn hetzelfde effect opdeze maatregel ver voor de datum van 2040. Daarover denk ik: je bent jedan eigenlijk heel erg aan het blindstaren op een hele korte termijn. Wewerken toe naar het beperken van verkooppunten, maar je wil onder-nemers daar ook de mogelijkheid voor geven, zoals we ook met super-markten hebben gedaan, om hun businessmodel daarop aan te passen.Maar we zijn er wel heel duidelijk over: we gaan het wel beperken, maar jehebt zo lang de tijd om dat te doen. Ik vind het lastig om nu te zeggen: inplaats van over zeven jaar is het nu over drie jaar. Dat vind ik tochingewikkeld. Maar de motie is aangenomen en ik laat de gevolgen ervanonderzoeken.De voorzitter:Staatssecretaris, vervolgt u uw betoog.Staatssecretaris Karremans:Dan een vraag van de heer Krul over de rookvrije terrassen. Het CDA heeftdaar blijkbaar samen met GroenLinks een initiatiefvoorstel vooringediend. Ik ken het CDA-raadslid goed; er is er nog één over inRotterdam. Het is ook een vriend van mij. Die was overigens lid vanGroenLinks, voordat hij lid werd van het CDA. Die samenwerking verbaastmij ook weer niet helemaal. Het is mooi. Uiteindelijk kunnen ondernemersTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82834 ervoor kiezen om een rookvrij terras in te stellen. Ik juich dat ook toe en ikvolg ook de ontwikkelingen in België en Spanje, waar het, nogmaals, geengelopen race is, maar waar men het wel onderzoekt. Ik heb de Ministerzelf gesproken. Daar ga ik natuurlijk met interesse naar kijken.Dan ...De voorzitter:Mevrouw Jansen.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Bij nader inzien is een deel van mijn vorige vraag niet beantwoord. Als hetgoed is, prop ik hem nog in de vorige interruptie. Een deel van de vraagwas waarom er onderscheid wordt gemaakt in maatregelen en dat er bijsommige thema’s wel vrij gemakkelijk een koersverandering van deoverheid is en bij andere niet. Daar zou ik nog graag een antwoord opwillen krijgen.Staatssecretaris Karremans:Ik ben dan ten eerste wel benieuwd waar het om gaat. En ten tweedemoet ik dan wel weten of het effectief is. Dat is dus mijn hele punt. Dat wilik dus onderzoeken. Dat is wat ik nu doe naar aanleiding van de motie omdat te vervroegen. Daar gaat het om: of het niet sneller leidt tot illegalehandel. Dat die maatregel effectief is om het aantal verkooppunten tebeperken, is waarom we die maatregel invoeren. De vraag is of als je heteerder doet dat niet een heel ongewenst effect heeft op illegale handel,omdat je dan de boel overvalt en het sneller richting de illegale handelgaat. Dat ben ik aan het onderzoeken. Ik denk dat mevrouw Jansenhetzelfde doel nastreeft als ik op dat punt. Maar dat wil ik eerst weten.Nogmaals, ik zit niet dogmatisch in de wedstrijd qua maatregelen. Ik zitdogmatisch in de wedstrijd qua resultaat. Daar gaat het mij om.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Ik heb nog steeds geen antwoord op het verschil in thema’s als het gaatom de koers. Ik heb net een thema genoemd: vuurwerk. Het gaat niet overhet vuurwerkverbod, maar over de koerswijziging op basis van hetgeen erin de maatschappij gebeurt; de gevolgen voor de volksgezondheid, degevolgen voor druk op het systeem. Waarom kan er bij één thema wel vrijgemakkelijk een koerswijziging plaatsvinden en bij andere thema’s niet?De voorzitter:Tot slot op dit punt.Staatssecretaris Karremans:Volgens mij is dat vuurwerkverbod niet ingestoken vanuit volksge-zondheid. Dat ten eerste. Ten tweede is het ook uit de Kamer gekomen enwordt daar nu ook een uitvoeringstoets op gedaan in hoeverre datmogelijk is. In feite zit je daar in eenzelfde fase. Dat is niet heel veel andersdan wat we hier aan het doen zijn, want ook deze motie ten aanzien vanhet vervroegen van de beperking van het aantal verkooppunten kwam uitde Kamer. Ik zie die vergelijking niet helemaal als ik eerlijk ben.Voorzitter. Dan de vraag van het CDA over hoe het gaat met het onderzoeknaar de tabaksheffing. Ik verwacht de Kamer voor het eind van het jaardaarover te informeren, zoals ik eerder heb aangegeven. Dus dat zal ikdoen.Dan de vraag van NSC over de handhaving door de NVWA bij verkoop-punten. Hoe ga ik de toenemende druk op de NVWA aanpakken? Wehebben natuurlijk heel veel meer geld; ook een amendement van de handvan mevrouw Tielen bij de vorige begroting, geloof ik. Er gaat 3 miljoenextra naar de NVWA voor handhaving. Ik heb dat ook structureel gemaakt.Er komt daar dus meer geld en capaciteit bij. Ze zijn nu al bezig met hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82835 aannemen van meer mensen, maar het moet ook makkelijker worden inde handhaving. We hebben al een aantal stappen gezet om het makke-lijker te maken in de handhaving. Ik geloof dat de NVWA nu al dik over de200.000 vapes in beslag heeft genomen dit jaar. Dat kon voor 1 januariniet. Het gaat hartstikke goed.Daarnaast werk ik ook aan betere wetgeving voor het handhaven van hetonlineverkoopverbod. Op dit moment moet er een koop vastgesteldworden. Je kan je voorstellen dat het heel lastig is. Je moet dan eigenlijkalles wat online wordt aangeboden zelf of met mysteryshoppersaanschaffen. Dat gaat natuurlijk niet. We willen alleen al het aanbiedenvan online illegale vapes strafbaar maken. Daarvoor maken we nuwetgeving. Dat zal ook het handhaven voor de NVWA natuurlijk veelmakkelijker maken. Dus het is deels capaciteit, dat is geregeld met geld,en deels wetgeving.Dan de vraag van mevrouw Jansen over de motie. Die is net al aan deorde geweest in het interruptiedebatje over de speciaalzaken.Dan vraagt de GroenLinks-Partij van de Arbeid of ik alle maatregelen inhet actieplan vapen kan doorzetten. Gaat dit niet ten koste van anderezaken van Trimbos, bijvoorbeeld het project van Trimbos om het stoppenmet roken beter te borgen in de curricula van zorgopleidingen? In hetactieplan staat over vapen dat er in 2025 € 300.000 extra beschikbaar isvoor het Trimbos-instituut. Dat komt ten goede aan het onderzoek naarhulp bij het stoppen met vapen. Deze middelen gaan niet ten koste van demiddelen die eerder voor roken gereserveerd waren bij het Trimbos-instituut. Dat is dus extra.Hoe staat het met de uitvoering van de motie-Dobbe over het minderverslavend maken van sigaretten? Daar staan een aantal interessanteopties in. We zijn nu bezig dat te onderzoeken en uit te werken.Dan financiën met betrekking tot vapen. Er is structureel 3 miljoen voor dehandhaving. Het is natuurlijk vooral het handhavingsdeel dat veel geldkost. Daarnaast is er extra geld gereserveerd voor het Trimbos-instituutom mensen te helpen bij het stoppen met vapen en om daar een beterekennisdeling op te zetten voor professionals. Volgens mij stonden er welconcrete doelen in dat actieplan. We moeten van 14,3% naar max 12% in2027 en max 10% in 2028. Dat is vrij concreet, denk ik. Er stond geen tabelmet financiën bij. Die heb ik wel hierna toegelicht in de Kamer. Als deKamer daar behoefte aan heeft, kan ik dat nog eventjes uitsplitsen. Het isniet heel uitgebreid. Als de Kamer daar prijs op stelt, dan kan dat.De voorzitter:Heeft u daar enige... Voor de zomer of ...? Het kan snel en komt gewoononze kant op. Voordat u doorgaat, heeft u een interruptie van mevrouwSlagt-Tichelman.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Heel fijn dat we een overzicht krijgen van de financiële aanpak van hetActieplan tegen vapen. Zouden we daarnaast ook regelmatig geüpdatetkunnen worden over hoeveel illegale vapes er in beslag wordengenomen? In januari kregen we er een brief over. Nu wordt er soms metgetallen gestrooid, maar ik zou daar als Kamer heel graag zicht op blijvenhebben. Kan toegezegd worden dat dat twee keer per jaar gebeurt?Staatssecretaris Karremans:Ja, dat kan. De NVWA maakt dat ook vaak publiek. Het is publiekeinformatie. Als de Kamer dat wil, kan ik natuurlijk één keer per halfjaareven een briefje sturen met de stand van zaken ten aanzien van dehandhaving. Dat lijkt me prima. En we meten één keer per jaar het aantalkinderen dat vapet. Dat doen we niet vaker dan één keer per jaar. Daar zalik de Kamer vanzelfsprekend ook over informeren, net als over eventuelenieuwe maatregelen die we willen nemen ten aanzien van het vapen. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82836 heb ook bij de lancering van het actieplan gezegd dat het geen statischdocument is. We blijven kijken naar nieuwe mogelijkheden en nieuwemaatregelen, die we kunnen nemen, ook geïnspireerd door hetbuitenland, zeg ik er gelijk bij.Dan de vraag van de heer Crijns over de beperking van het aantalverkooppunten of de leeftijdsgrens. Hij begon er net al even over. Dat hebik inderdaad in het Actieplan tegen vapen gezet. Dat is een verkenning.Het is helemaal geen besluit om dat te doen. Het is een verkenning om tekijken wat het zou betekenen.Hoe staat het met de motie-Dobbe/Krul over het kopen van vapes online?We zijn druk bezig met de uitvoering. Ik ben ook bezig met collega’s inandere Europese landen. Ik heb een alliantie gevormd met twaalf andereEuropese landen om de grensoverschrijdende verkoop van vapes aan tepakken. Dat helpt, omdat je met elkaar moet optrekken om het op deagenda van de Gezondheidsraad te zetten. We werken daar hard aan enhet gaat de goede kant op. Veel energie, ook politiek, is daarop gericht,ook in andere landen.Dat was de laatste vraag, want die ging over de cijfers van vapen en definanciën en ik heb de Kamer net toegezegd die te sturen. Dit was dus hetblokje vapen/roken.De voorzitter:Dank u wel. Eerst Daniëlle Jansen en dan mevrouw Paulusma.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Volgens mij heb ik nog drie vragen openstaan. Op basis waarvan wordthet besluit genomen of mijn motie wel of niet wordt uitgevoerd? Wordt inhet advies expliciet gekeken naar de volksgezondheidsgevolgen vanuitstel en niet alleen naar de gevolgen voor de ondernemers? Wanneerworden het onderzoek en het advies afgerond?Staatssecretaris Karremans:Dat is op voorhand natuurlijk lastig te zeggen. Ik weet niet wat er uit hetonderzoek gaat komen. Ik kan niet van tevoren zeggen: als het dit is, doenwe het wel of doen we het niet. Ik wil het wegen op het moment dat het erligt. Dat is een totaalweging en daarin kunnen we de volksgezondheid ookmeenemen, vanzelfsprekend, want die nemen we altijd mee in deoverwegingen die we maken. Maar je wordt net zo ziek van een illegalesigaret als van een legale sigaret, soms misschien nog wel zieker. Dat isook de realiteit van dat verhaal.De voorzitter:Ja.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Ik mis antwoorden.De voorzitter:Het kan ook zijn dat u het er niet mee eens bent.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Ik mis een antwoord op de vraag naar de oplevering van het rapport. En ikhoor een toezegging dat er binnen het advies ook gekeken wordt naar degevolgen voor de volksgezondheid door uitstel. Dat was mijn vraag.Staatssecretaris Karremans:Ja, tot zover dat zou kunnen. Ik neem het altijd mee. Ik ben Staatssecre-taris van Volksgezondheid, dus dat is de reden waarom we dingen doen.Ik zal het zeker meenemen in de mate waarin ik dat kan doen. Ik heb aleerder gecommuniceerd dat het onderzoek in het najaar naar de KamerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82837 komt. Ik veronderstelde dat die kennis er was. Ik zal dat nogmaalsbevestigen.De voorzitter:Wilde u zeggen dat het al was gepland dat de brief in het najaar onze kantop zou komen? Dan is het geen nieuwe toezegging, maar is het wel goedom het even te melden.Mevrouw Paulusma (D66):Ik kan het gemist hebben, maar ik had opgeschreven: kindermarketing endan publieke gezondheid. O? Het is de schuld van de PVV.Staatssecretaris Karremans:Dat is een keer wat anders dan de schuld van de VVD, want dat isnormaal.Mevrouw Paulusma (D66):Het klinkt wel heel erg hetzelfde.De voorzitter:Dat allemaal gezegd hebbende, gaat u verder met publieke gezondheid.Staatssecretaris Karremans:Dan ga ik door met publieke gezondheid. Hoe gaat de Staatssecretarisdomeinoverstijgende samenwerkingen en ketenaanpakken duurzaamstimuleren? Dat is een prachtige volzin van mevrouw Slagt-Tichelman. Diehoor je inderdaad niet aan de keukentafel, zeg ik even tegelijk tegenmevrouw Tielen, maar natuurlijk wel hier in dit commissiedebat. Wepraten nu over de landelijke dekking met de GALA-partijen, ook in hetkader van het AZWA. Daar komt het AZWA weer, hoor ik mevrouwPaulusma denken, maar dat is inderdaad wel het antwoord op de vraag.Daarover wordt dus gesproken in het kader van het AZWA.Dan over de concrete doelen om deze gezondheidsverschillen teverkleinen. We hebben al een beleidsagenda naar de Kamer gestuurd overgezondheid in alle beleidsdomeinen. Het is goed om te benadrukken datheel veel van wat in de zorg belandt, niet in de zorg begint. Veel preventiemoet vooral buiten het zorgdomein plaatsvinden. Ik werk daaraan metandere ministeries en met andere collega’s in het kabinet. We hebben nudie agenda gestuurd met de visie die we daarop hebben en, een beetjehoog over, de doelen. De concretisering daarvan zal plaatsvinden in devoortgangsrapportage die u voor het einde van het jaar ontvangt.Dan de vraag van de PVV over mentale gezondheid. Wat is er misgegaanin de samenleving dat zo veel kinderen psychische klachten hebben? Meteen aantal van deze Kamerleden hebben we straks een tweeminutendebatin de plenaire zaal over de ggz. Dat is ook in een commissiedebat aan deorde geweest. Er zijn veel oorzaken waarom kinderen en jongerenmentale klachten hebben. Dat is een groot probleem, zeg ik er gelijk bij.Het RIVM doet hier jaarlijks onderzoek naar. Als de heer Crijns hier meerover wil weten, verwijs ik gemakshalve daarnaar. Ook is het Verwey-Jonker Instituut gevraagd een onderzoek te doen naar trendverschillentussen jongens en meisjes, want daarin zien we echt een heel grootverschil. Het resultaat hiervan komt voor de zomer. Daar kijken we dusook naar.De heer Crijns (PVV):Ik heb het vorig jaar ook over mentale gezondheid gehad, ook metjongeren en ouders. De vorige Staatssecretaris, Van Ooijen, heb ikgevraagd naar de STORM-aanpak. Dat is een goed programma en er zoubekeken worden of dit landelijk zou worden uitgerold. Wij zoudendaarover worden geïnformeerd, maar het is doodstil gebleven. Hoe kijkt uTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82838 naar de STORM-aanpak? Wordt het landelijk uitgerold? Als ik u daarmeeoverval, kunt u er in tweede termijn op reageren.Staatssecretaris Karremans:Dat laatste dacht ik, maar ik wil dat even checken. Ik kom er inderdaad opterug in tweede termijn.Dan de vraag in hoeverre seksuele gezondheid is opgenomen in deGALA-afspraken. Dat is niet expliciet opgenomen in het GALA, maargemeenten kunnen GALA-middelen wel inzetten voor het bevorderen vanseksuele gezondheid, mits dit ook bijdraagt aan de GALA-doelen zoals hetterugdringen van gezondheidsachterstanden.Mevrouw Tielen vraagt of ik in gesprek ga met mensen uit lagere-SES-wijken om te horen wat zij vinden en wat zij nodig hebben. Zeker. Dat doeik niet alleen zelf, maar dat doen ook onze mensen op VWS geregeld. Ikheb bijna drie jaar ervaring als wethouder in een stad met veel lage-SES-wijken. Ik heb daar veel mensen gesproken. Een voorbeeld daarvan wil ikdelen. Ik weet dat ik nog geen twee weken wethouder Buitenruimte inRotterdam was. Ik wilde meer groenaanleg. De gemeenteraad wildeoveral meer groen aanleggen. We dachten dat dit kinderen zou uitnodigenom te spelen. Het is ook goed voor klimaatadaptatie en zorgt voorverkoeling in de zomer. Ook vangt groen water op als het hard heeftgeregend.We merkten dat daar in lage-SES-wijken zeer veel weerstand tegen was.Mensen op het stadhuis en heel veel raadsleden vroegen zich af waaromhier weerstand tegen was. Ik ben met die mensen gaan praten. Watdaaruit kwam, is dat als je een groene speeltuin aanlegt, mensen bang zijndat hun kinderen vies worden, want dat betekent vaker wassen en vakernieuwe kleren kopen en daar is geen geld voor. Dat is de realiteit. Wijkunnen wel bedenken dat we meer groen en meer veldjes en heuveltjeswillen, maar als dat de realiteit is van de mensen, is dat lastig. Ik herinnerme nog heel goed de verbaasde gezichten van de raadsleden over dierealiteit.Je moet dus heel goed snappen wat de belevingswereld van mensen zelfis. Vervolgens hebben ze behoefte aan een pleintje, dat in de zomer weerbloedheet wordt en waar kinderen dan niet willen voetballen. We hebbenvoorbeelden in Rotterdam gehad van een plein of een asfaltstrook waarhet 72 graden werd. Nou ja, dan ga je binnen zitten gamen en zijn weallemaal slechter af. Dat is even de realiteit die ik ook meeneem metbetrekking tot dit onderwerp.Mevrouw Tielen (VVD):Ik denk dat dat heel goed is. Ik was laatst ook op een avond over obesitas.Ik bracht dit ook naar voren en verwees naar onderzoeken die we hebben,zoals over twee stuks fruit, en hoe die allemaal door hoogopgeleidemensen zijn bedacht. Een van de aanwezigen zei toen: ja, had er maareens iemand met mij gepraat. Inmiddels was ze een stuk van haar gewichtkwijt. Ik hoor de bevlogenheid en de inzichten van de Staatssecretaris,maar ik zou veel meer willen terugzien, misschien ook in de brief die deStaatssecretaris stuurt. Want het begrip «gezondheid» kan zomaar heleandere belevingen en keuzes oproepen bij mensen die gewend zijn omboodschappen over twee stuks fruit en 250 gram groente per dagmakkelijk op te nemen ten opzichte van mensen die dat lastiger vinden.Als de Staatssecretaris in het beleidsdocument dat eraan komt daaraanwat meer woorden zou willen geven, stel ik dat op prijs.Staatssecretaris Karremans:Ja, ik vind het een hele goede suggestie. Ik wil toezeggen dat ik dit verdermeeneem in de uitwerking van de preventiestrategie. Die kan genoteerdworden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82839 Dan de vraag van mevrouw Slagt-Tichelman over de regionale preventie-structuren die niet goed functioneren. Ze vraagt of ik dat erken, omdat ditvraagt om langdurige structurele financiering. Met dat laatste ben ik heteens. Preventie is vaak iets van de lange adem. Als je met preventiebegint, is het heel lastig om daarvan de volgende dag al resultaten te zien,omdat het vaak met gedragsverandering te maken heeft. We weten datgedragsverandering lang duurt. En dan zitten we ook nog met debelevingswereld en wat voor de een geldt, geldt niet voor de ander; wehadden het er net al over.Ik ben het ermee eens dat bij uitstek voor preventie langdurige structurelefinanciering belangrijk is. Nu is het zo dat ook de GALA-middelen vooreen heel groot deel tijdelijke middelen zijn. Heel veel van het preventie-beleid is gefinancierd met tijdelijke middelen en die lopen allemaal af.Iedereen hier is erbij geweest, zeg ik er maar even bij, om die keuze temaken. En soms is dat ook de keuze die je moet maken in een tijd vanfinanciële krapte, zeg ik er eerlijk bij. Dat is wat we nu in Den Haag zien.Ik wil daar geen oordeel over vellen, maar preventie leent zich met namevoor structurele financiering op de lange termijn. Daarom ben ik ook bezigmet het investeringsmodel voor preventie. Ik heb daar een commissievoor opgetuigd. Eind deze maand is hierover een grote werkconferentiegepland. Ik weet dat mevrouw Tielen en mevrouw Paulusma daar ook veelaandacht voor hebben gevraagd. De baten van preventie vallen vaakbuiten het zorgdomein en die kunnen we vaak niet goed in kaart brengen.Als we nou in staat zijn om dat beter te doen en dat te koppelen aan deinvesteringen aan de voorkant, kunnen we vooruit. Dit gaat niet ommaatschappelijke waarden, want daarmee kan ik geen boodschappendoen, kan geen Kamerlid een boodschap doen, en kunnen we geeninvestering doen in preventie. We moeten het echt hebben over hardeeuro’s en hoe we daarmee omgaan binnen de financiële systematiek diewe in Den Haag hebben. Dat is de kernvraag. En precies om die reden benik dat aan het doen. Ik deel de urgentie. Misschien is de manier om er tekomen net een andere, maar uiteindelijk gaat het om het resultaat en datstreven we allebei na.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Ik heb daar toch een vraag over, want net horen we dat de GALA puntenover preventie ook deels in het AZWA komen. Volgens mij is het AZWAook tijdelijk, maar daar kan de Staatssecretaris vast meer uitleg overgeven. Is dat een structureel programma? Waarom wordt de keuze dandaar gemaakt en niet bij de bestaande GGD’en bijvoorbeeld, die al heelveel aandacht hebben voor juist de punten die mevrouw Tielen noemt:wijkgericht, weten wie de mensen zijn. Ik kan dat niet helemaal met elkaarrijmen. Hoe kunnen we het structurele karakter nog beter inbedden?Staatssecretaris Karremans:Achter Kansrijke Start, bijvoorbeeld, zit structurele financiering binnen hetGALA en daarover wordt nu gesproken in het AZWA. De GGD’en voerendat natuurlijk voor een groot deel uit. Het is niet zo dat dit weer apart is.Het loopt heel vaak via de GGD’en, want de gemeenten zijn opdrachtgevervan de GGD. De eerste «G» van GGD staat ook voor «gemeentelijke». Datis het antwoord op de vraag.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Dan mijn vervolgvraag. Ik vind Kansrijke Start ook heel mooi, maar dat isnog niet in alle gemeentes geïmplementeerd. Hoe gaat de Staatssecretariservoor zorgen dat preventie landelijk geïmplementeerd gaat worden?Zodat echt alle kinderen in Nederland een kansrijke start krijgen.Staatssecretaris Karremans:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82840 Dat klopt, inderdaad. Maar in heel veel gemeentes is het al wel geïmple-menteerd. En dat is waar we nu precies over spreken met gemeentes inhet kader van het AZWA. Daar zit dan het basispreventiepakket waarmevrouw Slagt-Tichelman het over heeft. Dat ligt ook op tafel bij hetAZWA.Dan de midterm review over het GALA. Wat betekent dat nou in depraktijk? Is het effectief? Je zou iets meer tijd willen hebben om het temeten, maar ik ben het wel met mevrouw Tielen eens dat dit betergemeten kan worden. Dat is ook mijn ervaring als wethouder. Ik ging overde buitenruimte en kreeg GALA-middelen om een sportveldje aan teleggen. Vervolgens gingen we niet meten of dat sportveldje gebruikt werden of dat tot hogere sportdeelname leidde. Soms plaatsten we fitnesstoe-stellen – ik zeg dat maar even vrijuit – en werd die locatie vooral gebruiktdoor mensen om drugs te gebruiken met als gevolg dat die plek dooriedereen werd gemeden. Nou ja, ik moet van mevrouw Paulusma ietsanders zeggen: overmatig alcoholgebruik dan. Het punt is dat het nietgebruikt werd waarvoor het bedoeld was. Daar moet je wel kritisch opzijn. Uiteindelijk moet het om het resultaat gaan. Het moet echt gaan omtoename van bewegen. Ik wil daar een slag op maken. Als mevrouwTielen het toestaat, wil ik daarop terugkomen. Ik wil daar in het vervolgbeter op gaan monitoren, omdat ik denk dat dit belangrijk is.Dan de gezondheidsbevordering van ouderen, het ouderenconsultatie-bureau. Mevrouw Tielen is kritisch op de afdoening. We bekijken nu hoewe dat effectief kunnen inbedden, ook in de bestaande structuren. Ofmoet dat een apart ouderenconsultatiebureau worden? Als dit het gevalis, heb ik wel middelen nodig om dit bij gemeenten te realiseren. Wehebben voortdurend discussie met gemeenten – die heb ik ook vanuit deandere kant gevoerd – want er moeten voldoende middelen zijn om detaak te kunnen uitvoeren. Het is niet van tafel, zeg ik er gelijk bij, maar wekijken wel hoe we dat op de beste manier kunnen doen. We zullen deKamer informeren hoe we daar in het vervolg handen en voeten aanwillen geven. Ik zie de noodzaak ervan, maar het moet wel kunnen en ermoeten wel middelen voor zijn.Mevrouw Tielen (VVD):Nogmaals. Het gaat mij niet per se om het gebouw of wat dan ook, terwijlik wel begrijp dat daar ook middelen voor nodig zijn. Het gaat mij vooralom het nadenken over hoe je bepaalde functies die bij de jeugdgezond-heidszorg heel logisch bij elkaar liggen om gezond opgroeien mogelijk temaken, ook bij elkaar brengt om het voor ouderen makkelijk te maken omvitaal ouder te kunnen worden. Ik geloof dat het een soort van toezeggingis om inderdaad een verdere uitwerking tegemoet te zien.Staatssecretaris Karremans:Dan begrijpen we elkaar goed. We bekijken dat verder.Er is gevraagd hoe ik leefstijlmonitoring en -begeleiding onderdeel gamaken van de taakopdracht van de jgz. Het is al onderdeel van hetwettelijke takenpakket. Een jgz-professional signaleert en geeftvoorlichting, advies, instructie en begeleiding omtrent gezond opgroeien.Leefstijl valt daar ook onder. In die zin zit dit al in de jgz. We maken metgemeenten nu ook weer afspraken over hoe we dat doen. We doen dit ookin het convenant voor wijkteams. Er is heel veel beweging op het dossierjgz, zeg ik tegen mevrouw Tielen, ook ten aanzien van het voorkomen vanjeugdhulp. We zijn bezig met dit convenant en in het wetsvoorstel over dereikwijdte bekrachtigen we ook de taak van de jgz op dat gebied tenaanzien van preventie en opvoedondersteuning, want die vervult noueenmaal een heel belangrijke rol. Daar liggen ook kansen. Dat ben ik metmevrouw Tielen eens.Dan het antwoord op de motie-Tielen over coeliakie. Het leuke is dat mijntante hoogleraar is op dat onderwerp. Ze dacht dat ik in de Tweede KamerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82841 zat en zei: je moet voor die motie stemmen. Ik heb de motie destijdsomarmd. Ik verwacht kort na het meireces een reactie te sturen. Ik begrijpdat die motie rondging in het coeliakieveld en dat ze daar helemaal lyrischenthousiast over waren. Dat is mooi.Is de tandgezondheid en de daaraan verbonden leefstijl, denk aanfrisdrank, in beeld bij de jgz? Zeker. Overigens, dit debat gaat natuurlijkniet over de gezondheidszorg op de BES, maar daar is het nu ook echtonderdeel van het gesprek bij de huisarts. Dit is ontzettend belangrijk,want daar hebben we te maken met flinke leefstijlproblemen. Die wordenopgepakt. Voor mondzorg kan door een jeugdarts worden doorverwezen,als dit nodig is. Er wordt ook gewerkt aan een mondzorgprofessional dieop het consultatiebureau mondzorg kan verlenen.Dan de vraag van mevrouw Paulusma over het gemis van deRSV-immunisatie in de Voorjaarsnota. Die is wel degelijk opgenomen,namelijk op pagina 182. Die staat er dus in.De voorzitter:Mevrouw Paulusma? Het mag straks ook hoor.Mevrouw Paulusma (D66):Ja. Ik ben ondertussen aan het scrollen, want het staat er in geheimtaal.Als ik het niet goed kan lezen, kan het veld het ook niet lezen. Datzelfdegeldt ook voor dicht borstweefsel. Ik wil de Staatssecretaris echt geloven,maar wij hebben het er niet uit gehaald en wij zijn vanochtend ook nietonder een steen vandaan gekropen. Het staat er blijkbaar in zulkeonduidelijke taal dat niemand gisteren de champagne heeft openge-trokken.Staatssecretaris Karremans:We gaan even opzoeken in welke taal het staat. Het wordt nu eenwedstrijdje wie als eerste bij pagina 182 is. Het streven is nog steeds omdit najaar te starten. Dit wordt gewoon geregeld. Er zitten extra kosten aanvast en die worden netjes gedekt. We zorgen dat we dit najaar kunnenstarten met die RSV-immunisatie. Het ligt verder helemaal op schema tenaanzien van de implementatie. Dat champagnemoment hebben we gehad,maar dit blijft. We hebben gezegd dat we het in het najaar gaan toevoegenen het zit erin.Ik pak gelijk even het punt mee over de MRI-bevolkingsonderzoeken. Hetklopt. We hebben dekking voor de uitvoeringstoets van het RIVM. Daarzijn we nu mee bezig. Dat is de afspraak die we met iedereen gemaakthebben. Ik ken de betrokkenheid van mevrouw Paulusma bij ditonderwerp. Op het moment dat duidelijk wordt wat de volgende stapwordt, moeten we er dekking voor gaan regelen. Ik moet wel weten overwat voor bedrag het dan gaat. Het is noodzakelijk voor mij om dat teweten, in die volgorde.Mevrouw Paulusma (D66):Het klopt niet helemaal wat de Staatssecretaris zei. We hebben hier metelkaar dat uitvoeringsonderzoek omarmd. Het ging mij lang niet snelgenoeg, maar dat is wat we doen. De Staatssecretaris heeft wel daadwer-kelijk een bedrag genoemd. Hij heeft ook gezegd dat hij dat dan moetregelen in de Voorjaarsnota. Die Voorjaarsnota is vorige week gepresen-teerd, gelekt, gedeeld en daar stond dit bedrag niet in. Dan word ik weleen beetje ongerust en met mij een heleboel andere vrouwen.Staatssecretaris Karremans:Ik denk dat ik die opmerking gemaakt heb voor de afspraak over deuitvoeringstoets, want die kwam natuurlijk daarna. Die financiering moeter zijn. Ik heb er altijd bij gezegd dat er dekking moet zijn voor deinvoering daarvan. Mevrouw Paulusma kent mijn commitment op ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82842 thema. Ik ben hard met het RIVM en alle partijen die aan boord zijn aanhet werk om dit te doen. Zo werken nou ook eenmaal de financiëlespelregels die we me elkaar hebben afgesproken. Op het moment dat ikeen concreet bedrag heb, kan ik het gaan regelen. Dat had ik nog niet tentijde van de Voorjaarsnota. Dan is de discussie vrij snel klaar, want danwachten we tot we een concreet bedrag hebben en gaan we daarna kijkennaar dekking. Ik zit er nog steeds hetzelfde in als tijdens het commissie-debat en het tweeminutendebat dat we daarover gevoerd hebben.Mevrouw Paulusma (D66):Óf ik heb er geen actieve herinneringen aan óf de Staatssecretaris. Ikmeen mij wel degelijk te herinneren dat de Staatssecretaris een richt-bedrag heeft genoemd. Ik snap dat als de uitkomst van dat onderzoek ernog niet is, het nog niet in de Voorjaarsnota staat, ik snap ook heel goedhoe de systematiek werkt. Maar dan heb ik wel echt meer nodig. Het gingnet over coeliakie en hoeveel rondgaat over dat onderwerp. Datzelfdegeldt voor dit onderwerp. Ik als Kamerlid maar ook een heleboel mensenin het veld hebben dan wel meer nodig dan «we wachten dit onderzoek afen dan kom ik met een voorstel voor een eventuele financiering». Wantwanneer is dat dan?Staatssecretaris Karremans:Dat heb ik ook in de brief gezegd. Ik weet niet uit mijn hoofd wanneer hetRIVM daarmee klaar is. Ik kan opzoeken wanneer dat is. Dat is al weleerder gecommuniceerd. Ik zeg er wel heel duidelijk bij dat ik die urgentiecompleet voel. Het is belangrijk voor mijzelf om hier te onderstrepen datwe er op die manier mee bezig zijn en dat ik graag wil dat dit geregeldwordt. We hebben nu de eerste stappen gezet richting de implementatie.De voorzitter:Dan volgt straks nog het exacte moment.Mevrouw Paulusma (D66):Ik ga de Staatssecretaris daaraan houden.Staatssecretaris Karremans:Dat is de rol van mevrouw Paulusma, denk ik. Dus dat is hartstikke goed.De voorzitter:Dat is correct.Staatssecretaris Karremans:Klopt het nou of is die weer teruggetrokken? Pagina 182? O, ik hoor nu datde RSV-vaccinatie in de tabel op pagina 212 staat. Het is toch pagina 212.Dan snap ik niet waarom 182 in beeld was. In die tabel staatRSV-vaccinatie.De voorzitter:Oké, mooi. Dan is dat opgehelderd.Staatssecretaris Karremans:Mevrouw Paulusma vraagt of ik dat wil controleren. Dat is goed. Ik zei net«pagina 182» en dat klopte dus niet.Over de vaccinatiegraad zei ik net al dat ik dat compleet met mevrouwPaulusma deel. Daarom hebben we daarvoor ook extra geld beschikbaargesteld. Ik werk daarop veel samen met onder andere Alexander Scholtes,een goede D66-wethouder in Amsterdam. In Amsterdam heb je geenVVD-wethouders, dat is nou eenmaal de aard van de stad. Eric van derBurg was geloof ik een van de laatsten. Daar hebben ze een heel goedeaanpak en wat je ziet is resultaat. Je ziet resultaat in Bos en Lommer en inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82843 Amsterdam-Zuidoost. Je ziet dat het heel goed werkt als wetenschappe-lijke informatie tegenover desinformatie wordt gezet. Je moet mensendaarin meenemen en daarvoor hebben we financiering beschikbaargesteld, niet alleen voor Amsterdam maar ook breder in Nederland. Datdelen wij dus.In de Voorjaarsnota zijn geen middelen beschikbaar gekomen voorgordelroosvaccinatie. Dat wil niet zeggen dat dit een finaal besluit is enwe het nooit meer gaan doen. Bij de volgende kans wordt dit weerbekeken. Maar er is nu geen ruimte gevonden om het gordelroosvaccin indeze Voorjaarsnota te dekken.De voorzitter:Sommige Kamerleden zitten al op vier interrupties, mevrouw Paulusmabijvoorbeeld, maar ik wil er nog wel eentje toelaten. Dat geldt dan vooriedereen. Dat is een soort bonusveegronde. Mevrouw Paulusma, wilt uhier nog op doorgaan? Nee? Oké. Check. Dat geldt ook voor de heer Krulen mevrouw Daniëlle Jansen. U had er al vier, maar er is ruimte voor nogeen extra. Waar zijn we, Staatssecretaris?Staatssecretaris Karremans:Overig. Dat zijn er natuurlijk veel.De voorzitter:Veel verschillende in het blokje overig, maar het kan bondig zodat we nogwat ruimte hebben om vragen te beantwoorden.Staatssecretaris Karremans:Dat is goed. «Waarom verbiedt u niet gewoon de verkoop van energie-drankjes onder 16 jaar?» Er komt geen verbod, maar we volgen altijd deontwikkelingen in andere landen. Ik zeg erbij dat een verbod Europeesontzettend lastig is. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld het verbieden van eenbepaald zout- of suikergehalte. We hebben dit ook aan de landsadvocaatgevraagd. Het is bijna niet te doen op Europees niveau. Daar loop je dantegenaan. Ik ga bekijken wat er in ander landen gebeurt. Dat volg ik metinteresse en daar sta ik open in. Maar ik wil die winstwaarschuwing er welbij geven.Voor alcoholetikettering geldt hetzelfde. Het staat op de agenda in de EUmaar het is wel lastig, omdat er landen zijn waar veel wijn wordtgeproduceerd en die landen hebben daar hun bedenkingen bij. Veelmensen weten bijvoorbeeld niet dat er veel suiker in oranjebitter zit. Alsmensen diabetes hebben, is dat nogal belangrijk om te weten. Dat wil jeduidelijk maken en dat kan ook via een QR-code. Ik vind het eeninteressant onderwerp, maar omdat het om EU-regelgeving gaat, is hetwel lastig.Dan het gezonde aanbod in de supermarkten. Wil ik een concreet doelstellen voor het verkoopaandeel «gezond» in supermarkten? Ja, ik wilgraag een concreet doel. Ik wil graag alleen maar meetbare en concretedoelen. Daarover ben ik nu met supermarkten aan het praten. Dat heb ikook in de brief gezegd en ik hoop daar verder op terug te komen in deuitwerking van de preventiestrategie. Ik wil daar een concreet doel aankoppelen. Als het daar nog niet in staat, komt het later. Ik wil daarmee welaan de slag.Hoe zorg ik ervoor dat ook de verkoop van producten buiten de Schijf vanVijf door supermarkten in beeld komen? Wij starten nu met een monitor.Er is een monitor geweest van Questionmark. Wij gaan nu zelf starten metdie monitor om het verkoopaandeel ongezonde producten in beeld tebrengen en dat de komende jaren te blijven monitoren.Waar wordt bij Trimbos op bezuinigd? Wordt ook bezuinigd op deondersteuning van opleiding? Ik ben met Trimbos in gesprek over deinvulling van de bezuiniging. Ik heb al eerder in een debat gezegd dat ikTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82844 nu geen hekjes ga zetten om bepaalde projecten, want dan kan erhelemaal niks meer. Ik wil dit met Trimbos zorgvuldig invullen.Dan de reclame over borstvoeding. Daarover is een flink debat geweesttussen mevrouw Slagt-Tichelman aan de ene zijde en de heer Crijns,mevrouw Tielen en mevrouw Paulusma aan de andere zijde. Ik zit tochmeer aan die zijde, moet ik zeggen. Ik ga reclames voor kunstvoeding nazes maanden niet verbieden. Vrouwen kunnen zelf hun weloverwogenkeuze maken voor het type voedsel dat zij wenselijk vinden. Dan deStaatssecretaris... Zei ik iets verkeerd?De voorzitter:Mevrouw Tielen?Mevrouw Tielen (VVD):Ik heb er nog twee, toch, voorzitter?De voorzitter:Ik heb er drie staan. Even voor de goede orde: de vijfde die iedereen krijgt,is echt voor de veegronde. We hebben er dus vier plus een.Mevrouw Tielen (VVD):Dan heb ik er nu nog twee. Die veegronde ga ik dan zo gebruiken, want ikheb nog iets gemist.De voorzitter:Dat is goed.Mevrouw Tielen (VVD):Is kunstvoeding dan misschien alles wat niet van een boom te plukken isof zo? Hoe ziet de Staatssecretaris dat? Ik zou het gewoon «flesvoeding»noemen. Overigens kan je borstvoeding ook in een flesje doen, maar datterzijde. Laten we op dit vlak even proberen weg te blijven van dat soort,helaas soms polariserende, termen.Staatssecretaris Karremans:Dat snap ik, maar mevrouw Slagt-Tichelman had het over kunstvoeding. Iklees gewoon letterlijk de vraag voor die hier gesteld is. Daar zit dus verdergeen waardeoordeel van mij achter. Ik ben echt afhankelijk geweest vanNutrilon de afgelopen maanden, dus ik ken het.Dan de vraag of ik van plan ben om bewegen duidelijk terug te latenkomen in de verdere uitwerking van de preventiestrategie. Ja, maar ik gageen dingen overdoen. We hebben namelijk gewoon een beleid op sport.Dat zit in een apart beleidsdocument. Ik ken de passie voor sport van deheer Van Nispen – hij is hier nu niet – en van de voorzitter. Maar daarvoorhebben we dus het sportbeleid. Natuurlijk draagt het ook bij aanpreventie. Ik kan ernaar verwijzen in de preventiestrategie, maar ik ga hetniet helemaal overtypen. Dat lijkt me niet verstandig.Dan gezond en betaalbaar eten. Ik ga met alle liefde naar het plan van deSP kijken. Ik kan daar ook op reageren.Dan seksuele gezondheid. De Kamer ontvangt daar binnenkort eenbeleidsbrief over, waarin ik onder andere inga op de invulling van dekorting op de SPUK en op hoe ik lokale aandacht voor seksuelegezondheid ga stimuleren en ondersteunen. We hebben natuurlijk aleerder het onderwerp desinformatie besproken. Daar kom ik ook op terug.Dat was een vraag van mevrouw Paulusma. Ik hoor iemand vragenwanneer ik hierop terugkom. Voor de zomer zei ik toch? Niet? Binnenkort,dus dat is voor de zomer.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82845 Oké, als vanaf nu alles wat «binnenkort» is, voor de zomer betekent, dannoteren we dat gewoon.Staatssecretaris Karremans:De zomer staat voor de deur, voorzitter, dus dat kan niet anders.De voorzitter:Zeker. Daarom noteren we: voor de zomer. Gaat u door.Staatssecretaris Karremans:Dan de bezuinigingen op sport. De btw op sport is er inderdaad van af,dus dat is mooi. De BOSA wordt opgevangen door de DUMAVA. Voor derest zit het in een beetje minder onderzoek. Ik denk dus dat het voor desporters meevalt. Ik ben ook enthousiast over de sportpas. Daar wil iknaar gaan kijken voor de NPLV-gebieden. Dat zit nu in de uitwerking; daarzijn we druk mee bezig. Daar kom ik dus op terug.Dan de vraag of ik bereid ben een minimaal 60% gezond aanbod in tevoeren. Dat was een vraag van mevrouw Slagt-Tichelman. Ik ga nu geengetal noemen. Mevrouw Jansen stelde hier ook een vraag over. Ga jeconcrete doelen stellen? Ja, dat ga ik doen, maar of dat 60%, 70%, 80% of55% is, weet ik niet. Dat wil ik met de supermarkten bespreken. Daar benik nu mee bezig. Alles wat ik daar dus nu over zeg, gaat niet helpen in diegesprekken.Dan een vraag van de heer Crijns. Wat heeft de preventiestrategie tot nutoe opgeleverd? Ik heb daar in mijn inleiding wel degelijk wat overgezegd. We zijn er alleen nog niet; we moeten nog meer doen.Normen voor zout zijn lastig voor te schrijven vanwege de Europesewetgeving, maar we hebben wel te maken met de Nationale AanpakProductverbetering. Daar werken we aan. We hebben ook echt voortganggeboekt als het gaat om portiegrootte, zoutvermindering, vetverminderinget cetera. Daar wordt goede voortgang in geboekt. Daar ben ik blij mee.Dan alcoholreclame en betutteling. We moeten eraan geloven. Ik ga tochweer een voorbeeld noemen uit mijn tijd als wethouder Buitenruimte.Gemeenten verdienen ontzettend veel geld aan buitenruimtereclame,waarmee ze zwembaden, sportvoorzieningen en noem maar op kunnenbekostigen. Op het moment dat je alcohol uit de buitenreclame haalt – datkan je natuurlijk doen – worden de concessies veel minder waard. Datheeft dus ook directe gevolgen voor gemeenten. Het is aan gemeentenzelf om die keuze te maken, zeg ik erbij, maar het betekent wel gelijk eenfinancieel gevolg.De vraag van de heer Crijns is: wanneer stopt deze bemoeizucht? Moetenwe straks in het geheim gaan drinken? Nee, dat hoeft niet, wat mij betreft.Dan de ooggezondheid en de 20-20-2-regel. Daarover ging een vraag vanmevrouw Tielen. Dat vind ik een terecht punt. Dit houdt dus in: 20 dichtbij,20 ver weg en dat maximaal 2 uur per dag. Zeg ik dat zo goed?Mevrouw Tielen (VVD):Het gaat om twee uur per dag buiten zijn.Staatssecretaris Karremans:Twee uur per dag buiten zijn. Kijk, nog beter. Heel goed. Mevrouw Tielen,weet dat ik werk aan de adviezen ten aanzien van social media enschermgebruik. Dat is niet alleen goed voor de ogen – oogartsen trekkenhier inderdaad over aan de bel – maar ook voor de mentale gezondheid.Het zorgt ook voor het meer bewegen in plaats van achter een schermpjete zitten. Dat zit in die laatste twee uur.De vragen over wat ik ga doen aan de desinformatie over anticonceptieheb ik al beantwoord.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82846 Ik heb ondertussen genoteerd. Mevrouw Slagt-Tichelman had al eenhandje opgestoken, dus zij krijgt als eerste het woord. De anderen ga ikgewoon af.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):In de brief van 8 april gaf de Staatssecretaris aan: we willen in elk gevalmet de vijf grootste supermarkten hardere afspraken maken over hetvergroten van het verkoopaandeel van gezonde producten. We zijn blij dater gesproken wordt met de supermarkten, maar het zijn er vijf. De stemvan de mensen en wat zij willen, wordt natuurlijk niet meegenomen als jealleen met de supermarkten praat over de gezondheidswinsten. Wat is deachtergrond? Worden de stem van de mensen en de beoogde gezond-heidseffecten voldoende meegenomen in gesprekken als er uiteindelijkeen streefgetal wordt bepaald van zoveel procent «gezond» in desupermarkt?Staatssecretaris Karremans:De stem van de mensen is natuurlijk de Tweede Kamer. Dat zeg ik maareven tegen de Tweede Kamer, via de voorzitter: dat bent u. Die neem ikvanzelfsprekend altijd mee, in alles wat ik doe. Dat doe ik ook ten aanzienvan de gesprekken met de supermarkten.De voorzitter:Ik ga dan eerst... Ik begin even bij de heer Krul en ga dan iedereen evenlangs voor de laatste vragen.De heer Krul (CDA):Het volgende over het verbieden van het verkopen van energiedrankjes.De Staatssecretaris zegt dat er toch vaak onduidelijkheid is. De een roeptdan «dit mag wel» en de ander zegt «dit mag niet». Laten we voor dehelderheid die onduidelijkheid wegnemen. Ik zou de Staatssecretariswillen vragen om in te gaan op een paar voorbeelden. Het is natuurlijkgoed als dat in de tweede termijn gebeurt. Wat is er nu aan de hand inHongarije, Roemenië, Polen en Letland?De slotvraag daarbij, ook voor de tweede termijn: klopt het dat deEuropese Commissie zich sinds 2015 al niet meer verzet tegen nationaleregelgeving die energiedrankjes verbiedt? Met andere woorden: zijn alleverzoeken die daar zijn gedaan, allemaal gehonoreerd? Ik vraag hetgewoon even voor de feitelijkheid in dit debat. Kan ik daar in de tweedetermijn nog een antwoord op krijgen?De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Jansen.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Ik had nog een vraag over de supermarkten. Kan de Staatssecretaristoelichten waarom niet alle supermarkten worden betrokken in plaats vanalleen de vijf grootste? Ik denk dan namelijk: waar gaat dit toe leiden? Hetvolgende is geen vergelijking, maar aan de andere kant is het wel eenvergelijking: je krijgt dan misschien van die Co-Med-achtige constructies,waarbij er straks een ketting aan kleinere supermarkten ontstaat diebuiten de strengere wet- en regelgeving gaan duiken. Daar ben ikbenieuwd naar.De voorzitter:Heeft u die vraag gehoord?Staatssecretaris Karremans:Het is heel simpel. Hoe kleiner de groep, hoe makkelijker het maken vanafspraken is. Als je met zestien partijen praat, moet je zestien keer eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82847 akkoord hebben. Met vijf is het natuurlijk makkelijker. De vijf grootstehebben daarbij samen natuurlijk een waanzinnig groot marktaandeel. Jepakt dus eigenlijk het totaalbeeld en je maakt de kans op een effectieveafspraak veel groter. Dat is de gedachte daarachter. Ik kom nog even terugop wat het totale marktaandeel is van de vijf grootste supermarktensamen.De voorzitter:Check. Mevrouw Slagt-Tichelman, wilt u nog een allerlaatste?Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Een allerlaatste vraag. Die gaat door op de vraag van mevrouw Jansenvan NSC. Waarom wordt er niet gedacht aan een streefgetal voor allewinkels? Supermarkten vinden het namelijk ook vervelend als erbijvoorbeeld bij de Praxis wel makkelijk repen voor het meenemen liggen.Zou er ook gezegd kunnen worden dat wanneer je voedsel verkoopt, je jeaan een evenwichtig percentage hebt te houden van gezond enongezond? Zou de Staatssecretaris dus toch breder kunnen kijken danalleen die vijf supermarkten?Staatssecretaris Karremans:Hier komt toch wel een beetje de ondernemer in mij naar boven. Als jijeen... Uiteindelijk gaat het om uitvoering, uitvoering, uitvoering. Als jehier een enorme kerstboom van gaat maken, waarbij je aan elkevoorwaarde moet voldoen, ga ik één ding zeggen: dan gaat het nietlukken. Dan gaat het niét lukken. Dan krijg je echt een heel slap, verwaterdpreventiebeleid dat helemaal niks gaat voorstellen.Natuurlijk zou ik het liefste op een knop drukken dat het morgen allemaalanders gaat en alles supergezond is. Maar op deze manier, als je gaatzeggen dat het ook bij de Praxis en op andere plekken moet, kom je erniet. Ik denk dat de supermarkt de omgeving is waarin we veel voedsel-keuzes maken. Daar komen heel veel Nederlanders. Die maken daar, ookdoor aanbiedingen, dagelijks de keuzes voor wat er ’s avonds op tafelstaat en wat er tussendoor gegeten wordt. Ik denk dat je daar een enormestap in kan maken.Natuurlijk hoor ik ook scholen zeggen: ik bied iets aan, maar om de hoekzit een snackbar of een bouwmarkt waar ze ook repen kunnen kopen.Maar dan blijf je bezig. Dan heb ik, denk ik, uitvoeringstechnischmisschien twintig jaar nodig om dat helemaal te doen, terwijl ik snel aande slag wil met het boeken van resultaten. Ik snap dus de goedebedoeling van mevrouw Slagt-Tichelman, maar ik geef toch even mee watde realiteit van de uitvoering is.De voorzitter:De heer Crijns.De heer Crijns (PVV):Mijn vragen zijn allemaal netjes beantwoord door de Staatssecretaris. Ikhad niet veel gevraagd. Maar ik ben blij dat we gelukkig nog niet in hetgeheim, achter de gordijnen, alcohol hoeven te drinken.De voorzitter:De heer Crijns gaat een mooi reces tegemoet.Mevrouw Tielen (VVD):Ik had nog een ding, want ik dacht...De voorzitter:Mevrouw Tielen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82848 Mevrouw Tielen (VVD):Ik miste de ooggezondheid in de jeugdgezondheidszorg, maar deStaatssecretaris heeft dat bij overig geplakt. Ik hoop dat zijn bevlogenpleidooi om de ooggezondheid in de preventie mee te nemen, ook geldtvoor zijn plan voor de jeugdgezondheidszorg. Ik hoop dus dat hijooggezondheid daar ook in meeneemt.Staatssecretaris Karremans:Sterker nog, ik denk dat... Sorry, dat heb ik inderdaad niet op de juiste plekbeantwoord. Ik vind het een heel terecht punt, omdat we nu werken aande richtlijnen. Ten aanzien van schermtijd en wat het doet bij... Dit moetenwe natuurlijk ook in de jeugdgezondheidszorg krijgen. Dat is dus eenterecht punt. Dat neem ik daarin mee.Mevrouw Paulusma (D66):Ik had nog een opmerking, maar die is misschien een beetje verzand. Ikdeed een pleidooi voor een integrale aanpak. Ik zei tegen de Staatssecre-taris dat we niks hebben aan losse plannen. We hebben een integraleaanpak nodig. Dat heet ook wel Health in All Policies. Het maakt me nietuit hoe de Staatssecretaris het noemt, maar ik zou daar wel graag eenreflectie op willen. Ik hoor ook graag wat de inzet van de Staatssecretarisis ten aanzien van andere bewindspersonen, want alleen gaat hij dezewedstrijd niet winnen.Staatssecretaris Karremans:Zo is het helemaal. Die Health in All Policies is omgedoopt tot Gezondheidin alle beleidsdomeinen. Deze agenda heb ik naar de Kamer gestuurd. Inhet najaar kom ik met een concretiseringsslag op dat punt. Ik ben hethelemaal met mevrouw Paulusma eens. Heel veel ten aanzien vanpreventie zit niet in het zorgdomein. Daar heb ik andere collega’s voornodig, bijvoorbeeld als het gaat om werkstress. Of om buitenruimte, daarheb ik een Minister Keijzer voor nodig. Dat klopt dus helemaal. Daaromkomen wij in het najaar met die concretiseringsslag. Dan kunnen wedaaraan werken en kunnen we de integrale aanpak aan de Kamervoorschotelen. We zullen het daar dan vanzelfsprekend met de Kamerover hebben.De voorzitter:Tot slot. U bent er echt al.Mevrouw Paulusma (D66):Ik kan het gemist hebben. Ik hoor de Staatssecretaris «wij» zeggen. Daarword ik heel blij van, maar wie is «wij» in dit geval, als er een brief komtmet concrete plannen?Staatssecretaris Karremans:De Staatssecretaris Participatie en Integratie staat eronder, de Ministervan Sociale Zaken, de Minister van Ruimtelijke Ordening en ikzelf.Misschien mis ik er dan nog een of twee, maar dat kan ik zo evenuitzoeken. Maar die brief is er.De voorzitter:Heel goed. Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn. Ikkijk even naar de leden. Gaan we gelijk door of wilt u nog even eenminuut? We gaan gelijk door. Dan gaan we starten met 1 minuut 20. Deheer Krul.De heer Krul (CDA):Voorzitter. Het contrast tussen het CDA en deze Staatssecretaris vanVVD-huize kan niet groter zijn. De Staatssecretaris maakt zich druk om deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82849 paashaas en het CDA maakt zich druk om de toekomst van onze kinderenen de consumptie van overmatige troep. Het CDA zet zich in voor degezondheid en het welzijn van kinderen door kindermarketing voorongezonde producten te verbieden, zonder vrees of de samenleving daarrijp voor is. Dat is namelijk hoe je ideologisch politiek bedrijft. Soms moetje een stap naar voren zetten. Dat is ideologie tegenover pragmatisme, depaashaas en de politicus. Het is een mooie botsing van stromingenvandaag.Voorzitter. Als we er dan toch een debat over waarden en tradities vanmaken: dat is een speelveld waarin het CDA zich prettig kan bewegen. Ikzou tegen de Staatssecretaris willen zeggen dat hij de waarde van dietradities onderschat. Tradities laten zich namelijk niet definiëren doorcommercialisering. Tradities moeten niet worden gebruikt voor commer-ciële doeleinden. Willen we echt dat onze tradities gekaapt worden doorde industrie om als marketingtool gebruikt te worden? Natuurlijk niet.Tradities zijn niet van de industrie; tradities zijn van de samenleving.Kortom, toon lef, toon leiderschap en toon rentmeesterschap door op tekomen voor de toekomstige generaties. En doe niet alles halfbakken enverder in het najaar en in 2026 als een soort paashaas die overalpaaseitjes voor de Kamer verstopt om te zoeken. Nee het moet nu, en meteen beetje daadkracht. Daarom vragen wij een tweeminutendebat aan.Wij kunnen deze botsing namelijk niet vaak genoeg hebben met dezeStaatssecretaris. En hopelijk kunnen we dat voor de zomer nog een keertjeoverdoen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Daarmee is het tweeminutendebat aangevraagd. Dat isgenoteerd. Mevrouw Daniëlle Jansen, uw tweede termijn.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Dank u, voorzitter. Ik heb waardering voor de stappen die de Staatssecre-taris op dit moment zet op verschillende leefstijlgebieden. Er gebeurt echtwel wat, maar het gaat voor Nieuw Sociaal Contract niet snel genoeg. HetRIVM stelt dat met de huidige maatregelen de doelen van het NationaalPreventieakkoord niet gehaald worden, en dat er aanvullende maatre-gelen nodig zijn. Nu heeft Nieuw Sociaal Contract samen met het CDA enGroenLinks-PvdA een voorstel gedaan voor een aanvullende maatregeldie door de Kamer wordt ondersteund. Maar het enige wat de Staatsse-cretaris doet, is vragen opwerpen.Feit is dat met deze maatregel in het vervolg van dit jaartal het aantalverkooppunten eerder wordt beperkt. Feit is dat het beperken vanverkooppunten een effectieve maatregel is. Dat staat als een paal bovenwater en daar hoeft de Staatssecretaris geen onderzoek meer naar te doenen ook geen twijfel over te zaaien. Ook is Nieuw Sociaal Contract tegenhet wegen van het advies van de landsadvocaat. Wij willen dat paswanneer het er ligt. Dat doe je niet met onderzoek. Er bestaat een grootrisico dat pas na ontvangst van het advies wordt besloten hoeveelgewicht eraan wordt toegekend. Zo’n proces moet transparant enobjectief zijn en niet gestuurd door de uitkomst. Daar hoor ik graag nogeen reflectie op van de Staatssecretaris.De voorzitter:Dank u wel. De tweede termijn van mevrouw Slagt-Tichelman.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Preventie is geen bijzaak en ook niet seizoensgebonden meteen paashaas; het is het hele jaar door belangrijk. Het is een kerntaak vangoed beleid om niet pas als mensen ziek zijn in te grijpen, maar om allesop alles te zetten om ziekte te voorkomen. Dat vraagt wat ons betreft omTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82850 durf, visie en structurele inzet. Daar rekenen wij op en wij verwachtendaar verdere grote stappen in.De voorzitter:De PVV-fractie.De heer Crijns (PVV):Dank u wel, voorzitter. Ik dank ook de Staatssecretaris voor de beant-woording, ondanks dat het vandaag wel een soort van betutteling leek. Jekunt zien dat leefstijl hier goed in de Kamer leeft. Daar ben ik gelukkig ookblij om. Maar de PVV is ook heel erg benieuwd naar de wet van dekindermarketing. Wanneer komt die naar de Kamer? Wanneer kunnen wedie verwachten? En wanneer kunnen we daar over gaan discussiëren? Ikkijk daar al naar uit. Laten we dat vooropstellen.Voorzitter. Ik heb alvast een disclaimer. Als wij het aantal verkooppuntenvervroegd willen verminderen, is één ding zeker. Daar hoeft u geenonderzoek naar te doen. De illegale handel zal verder toenemen. De reizennaar het buitenland zullen exploderen. Dat is geen loze waarschuwing.Ongeveer 59% van de shag en 40% van de sigaretten komt nu al vanbuiten Nederland. In de eerste maanden zijn er 4,2 miljoen illegalesigaretten onderschept door de douane en vorige week 2,5 miljoen in hetmooie zuiden, in Hoensbroek.Voorzitter. Dan heb ik nog één vraag aan de Staatssecretaris. Er staat eentelefoonnummer op pakjes sigaretten dat je kunt bellen als je wilt stoppenmet roken. Hoe vaak wordt dit nummer gebeld? Daar ben ik weleensbenieuwd naar.De voorzitter:Dat is een vraag voor de tweede termijn, zeg ik dan maar even. MevrouwTielen.Mevrouw Tielen (VVD):Voorzitter. Meneer Crijns zegt dat hij het niet vaak genoeg over leefstijlpre-ventie kan hebben. Daar kijk ik anders naar. Ik vind leefstijl inderdaad echtiets voor mensen zelf. Het is geen overheidstaak. Gezondheidsbevor-dering is dat wel. Dat is volgens mij wel iets waar we de overheid opkunnen controleren. Ik sluit me aan bij meneer Krul. Het is altijd leuk omde ideologieën tussen partijen te zien en ik voelde een ietwat communis-tische vrijheidsbeperking in het debat terugkomen.Ik heb nog twee aanvullende punten naar aanleiding van de eerstetermijn. Het eerst punt gaat over bewegen. Bewegen is meer dan sport. Ikbegrijp dus heel goed dat de Staatssecretaris zegt dat hij niet het helesportbeleid gaat overschrijven in zijn preventiebeleid. Dat snap ik. Bijsport denken we vaak aan kinderen en jonge atletische mensen, maar juistook voor ouderen is bewegen, en niet per se sport, superbelangrijk. Ik zoudus willen vragen om daar, vanuit die ouderengezondheidsbevorderingwaar ik eerder aan refereerde, toch een aantal woorden aan te wijden.Het andere punt gaat over zout-, suiker- en verzadigdvetbeperking. Ik vindhet heel goed dat daarover in gesprek wordt gegaan met supermarkten enandere voedselproducenten. Ik denk dat het ook goed is om inzichtelijk tekrijgen wat er zonder wettelijke regels al wordt gedaan aan suiker-, zout-en vetbeperking. Ik denk dat het goed is als dat een onderdeel is van deuitkomsten van die gesprekken van de Staatssecretaris.Dank u wel.De voorzitter:Last but not least, mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82851 Dank u wel, voorzitter. Ik dank ook de Staatssecretaris voor de beant-woording. Ik sloot mijn betoog in de eerste termijn af met de oproep aandeze Staatssecretaris: wees als bewindspersoon wat meer een onder-nemer. Investeer dus in preventie, want dat betaalt zich terug. Kort niet opde SPUK-gelden, breid de succesvolle vaccinatieaanpak uit over het heleland en zorg dat de succesvolle aanpak van de eerst 1.000 dagen in allegemeenten ingezet kan worden, want ik proef ook steun van de PVV.Voorzitter. Zoals deze Staatssecretaris gewend is, zal ik hem kritischvolgen en wacht ik vooral met smart op de brief en het geld om vrouwenmet dicht borstweefsel nu echt te gaan helpen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u. Ik dank ook de Kamerleden. We zijn aan het einde gekomen vande tweede termijn van de zijde van de Kamer. Er zijn nog wat vragengesteld en er lagen nog wat vragen. Ik ga vijf minuten schorsen.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:We gaan beginnen. Ik heropen de vergadering. Mevrouw Tielen heeft zeerbetrokken collega’s in deze commissie die haar een beetje vertegenwoor-digen als er dingen worden genoemd die relevant zijn voor de VVD. Nee,dat gaat goedkomen. We gaan beginnen. We zitten echt met de eindtijd enmet het volgende debat in de plenaire zaal. Ook wil ik nog wat«beweegtijd» geven, zeg ik tegen de Kamerleden, maar ook zeker tegende Staatssecretaris, die graag trappenloopt in dit huis. Maar dat terzijde.De Staatssecretaris.Staatssecretaris Karremans:Ik denk dat ik met de paashaas begin. Daar kwam de heer Krul natuurlijkmee. Nee, maar even in alle serieusheid. De heer Krul stelt voor omhelemaal geen marketing meer te doen op ongezonde producten voorkinderen. Je kan er een grap over maken, maar dan is het dus eindechocoladepaashaas. Dan is het einde sinterklaasfiguurtjes op pepernoten-zakken. Dan is het einde sinterklaasfiguurtjes op marsepein.De heer Krul zegt dat we tradities niet moeten commercialiseren. Ik denkdat heel veel middenstanders in Nederland een hele goede boterhamverdienen aan pepernoten verkopen en aan het feit dat er sinterklaasca-deautjes verkocht worden. Ik denk niet dat je die kant op moet willengaan, zeg ik tegen de heer Krul. Het is ook een beetje een partijpolitiekadvies, het CDA kennende. Ik denk niet dat je die kant op wilt gaan. Als deheer Krul het wel wil, moet hij dat natuurlijk helemaal zelf weten. Ik denkniet dat het verstandig is. Ik denk ook dat je dan het doel totaal voorbij-schiet. Dan schiet je echt het doel totaal voorbij.Ik deel de urgentie. Dat is ook de reden dat ik ermee ben gekomen om diekidsmarketing aan te pakken, en dat ga ik ook doen. Ik wil die techniekendie worden losgelaten op kinderen, wat ik zelf ook ervaar, aan bandenleggen. Maar ik denk niet dat je moet doen wat de heer Krul voorstelt.Dan ga ik verder met de energydrinks. We gaan dat onderzoeken. Wehebben het even snel bekeken en er is nu geen verbod in Roemenië enHongarije, maar blijkbaar is er iets van wetgeving in voorbereiding. Wemoeten natuurlijk kijken welke wetgeving dat is. Het lijkt erop dat er inLitouwen een verbod is, maar dan willen we wel weten waar dat verbodprecies op zit. Ik stel voor dat we daar schriftelijk op terugkomen richtingde Kamer en dat feitelijk even uit gaan zoeken. We moeten namelijk ookcontact zoeken met die landen en kijken wat er aan de hand is. Nogmaals,ik kijk er met een open blik naar. Ik zal de Kamer dus laten weten wat daarfeitelijk aan de hand is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82852 De heer Krul (CDA):Ik wil het volgende nog meegeven. Dank aan de Staatssecretaris. Ikbegrijp dat het schriftelijk kan. Kijk dan ook even naar Polen en kijk heelspecifiek naar hoe de Europese Commissie ermee omgaat, want dat iseigenlijk het belangrijkst. Ik begrijp namelijk, en dat is, nogmaals, ookmaar hoe ik het begrijp, dat ze al sinds 2015 lidstaten aanmoedigen ommet nationale regelgeving te komen op dit onderwerp. Dat betekent nietdat alle lidstaten dat doen of willen doen of daar hun eigen ideeën bijhebben, maar dat is hoe wij het begrijpen. Er is dus een uitnodiging vande Europese Commissie naar lidstaten om met nationale regelgeving tekomen. Sommige doen dat en sommigen doen dat niet. Kijk even naarwat de verschillen zijn en wat er misschien ook voor Nederland te doenvalt.Staatssecretaris Karremans:Ja. Dat zullen we doen.Dan de vraag van de VVD over ouderen en bewegen. Ik ben het metmevrouw Tielen eens. Daar zit nog wel een enorme winst: om ouderenmeer te laten bewegen. Dat zou dan inderdaad juist buiten de urenkunnen dat andere doelgroepen vaak sporten, dus niet in het weekend ofin de avond. Je kunt kijken of je dat meer kunt stimuleren. Ik zal kijken watvoor beleid ik daarop kan maken.Dan ga ik verder met de vraag over zout, suiker en verzadigde vetten, dushoe het gebruik daarvan verlaagd wordt middels de afspraken die we nuhebben. Wij monitoren dat tweejaarlijks, dus eens per twee jaar. Volgendjaar wordt dat weer gemonitord. Daar zal ik de Kamer dan over infor-meren. Als de Kamer daar behoefte aan heeft, kan ik toesturen wat tot nutoe de daling is geweest die we middels die afspraken hebben gereali-seerd. Ik kan dat dus inzichtelijk maken. Die daling is wel aanzienlijk, zeg ikerbij. Door die afspraken kun je dus heel veel bereiken.Het liefst doe ik natuurlijk ook veel dingen via afspraken, want die kun jebij wijze van spreken morgen invoeren. Als iedereen het ermee eens is enzegt «dit gaan we doen», dan kun je morgen... Wetgeving duurt lang. Daarzit natuurlijk ook de urgentie van de heer Krul. Dat hebben we hier welmet elkaar gecreëerd: hoe wetgeving tot stand moet komen. Daar hebbenwe processen voor gemaakt en die duren lang. Dat is natuurlijk het nadeelvan wetgeving. In afspraken zit dus heel veel muziek. Dat dus ten aanziendaarvan.De heer Crijns heeft gevraagd hoe vaak het telefoonnummer wordt gebelddat op pakjes sigaretten staat. Dat is meer dan 4.000 keer per jaar.Dan ga ik verder met de vraag over STORM, dus de mentale gezondheid.Ik zie dat de heer Crijns een opmerking heeft.De heer Crijns (PVV):Op zich is 4.000 keer redelijk wat. Wat zijn dan de totale kosten om die lijnin de lucht te houden?Staatssecretaris Karremans:Dat moet ik even opzoeken. Daar kunnen we op terugkomen.De voorzitter:Ja, precies. We hebben nog een tweeminutendebat. Anders gaan we nogeen soort derde termijn doen met nieuwe vragen en dat is niet helemaalde bedoeling.Staatssecretaris Karremans:Nee, ik vind het een goede vraag. Dat gaan we nog wel even uitzoeken.De voorzitter:Goed. Check. Gaat u door.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82853 Staatssecretaris Karremans:Daar komen we schriftelijk op terug. Dan de STORM-aanpak. Scholenkunnen die aanbieden. Naar verwachting wordt dat aan het einde van hetjaar aangeboden op 98 schoollocaties. Dat groeit dus. Dat is hartstikkemooi. Scholen hebben daar vrijheid in. Andere vergelijkbare methodenworden door 113 aangeboden. Daar is men dus mee bezig.Volgens mij heb ik dan alles gehad. Dan zou ik zeggen: fijne Pasen.De voorzitter:Voordat we de vergadering beëindigen, wil ik nog wat toezeggingenvoorlezen. Wil iedereen, ook de Staatssecretaris, erop letten of we niet ietszijn vergeten?De volgende toezeggingen zijn gedaan. Voordat ik daaraan begin, wil iknog zeggen dat er een tweeminutendebat is aangevraagd door de heerKrul. Dat geleiden we door, met hem als eerste spreker.–Eén. De Staatssecretaris stuurt voor het zomerreces een brief aan deKamer over het aanpakken van desinformatie op social media.–Twee. De Staatssecretaris stuurt de Kamer op korte termijn – dat heettegenwoordig «voor het zomerreces» – de financiële paragraaf van hetActieplan tegen vapen en zal de Kamer tweejaarlijks informeren overde stand van zaken van de handhaving rondom illegale vapes.–Drie. De Staatssecretaris informeert de Kamer over de verdereuitwerking van de motie-Tielen over onderzoeken of een voorzieningals een consultatiebureau een eenduidige en laagdrempelige toegangtot preventie voor ouderen kan bieden.–Vier. Na het meireces wordt de Kamer geïnformeerd over de uitvoeringvan de motie-Tielen over onderzoeken of glutenscreening op eenkosteneffectieve wijze onderdeel kan uitmaken van de protocollen voorde jeugdgezondheidszorg.–Vijf. De Kamer ontvangt voor het zomerreces een beleidsbrief overseksuele gezondheid.–Zes. De Kamer ontvangt in het najaar een concretisering van debeleidsagenda Gezondheid in alle beleidsdomeinen.–Dan hebben we nog een algemene toezegging om diverse toezeggin-gen die betrekking hebben op preventie verder uit te werken in depreventiestrategie.Ik weet alleen niet wanneer die komt, maar die was al... Ook voor dezomer, hoor ik. Check. Dat is genoteerd.–Dan hebben we nog de toezegging van een brief over het verbod opverkoop van energiedrankjes aan minderjarigen in andere landen.–Tot slot hebben we de toezegging van een brief over de kosten van hettelefoonnummer dat op pakjes sigaretten staat.Ik ga nog even terug naar het vorige punt, de brief over het verbod op deverkoop van energiedrankjes aan minderjarigen in andere landen. Kan ikvoor de zomer noteren? Nee. Na de zomer, hoor ik. We doen wat haalbaaris. U kunt dat ook bewaken, meneer Krul, in alle procedurevergaderingendie nog gaan komen.Tot slot nog even het volgende in het kader van de kosten van hettelefoonnummer dat op pakjes sigaretten staat. Daar komt dan nog ietsvan een briefje over. Volgens mij lukt dat wel voor het tweeminutendebat,via een briefje. Het kan ook een appje zijn, maar dan maakt het geenonderdeel uit van de beraadslaging. Ik zou zeggen: doe een kort briefje.Staatssecretaris Karremans:Ik zet het wel op Instagram.De voorzitter:Dan heb ik nog een vraag van mevrouw Daniëlle Jansen over detoezeggingenlijst.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82854 Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Ik had een toezegging gevraagd om ook de gevolgen voor de volksge-zondheid mee te nemen wanneer je vervroegt. De Staatssecretaris zei dathij dat al doet, maar dat stond niet in de brief. Kan ik wel een toezeggingkrijgen om het mee te nemen?Staatssecretaris Karremans:Ik heb in het debat gezegd dat ik dat voor zover mogelijk wil doen.De voorzitter:Ja. Dat is het. Als u dat scherper wil, mevrouw Daniëlle Jansen, dan zegik: u heeft nog een tweeminutendebat. Zo werkt dat ook.Dan zijn we aan het einde gekomen van de vergadering. Ik wil in iedergeval iedereen die hier zit, iedereen in de andere zaal en iedereen die opafstand meekeek, danken voor alle interesse en geduld. Het debat is nietklaar. Daarom is er een tweeminutendebat aangevraagd. Ik verwachtdaarom dat we voor het zomerreces een plenaire afronding zullen hebbenover dit onderwerp. Ik dank alle Kamerleden, de Staatssecretaris, deambtenaren en iedereen die dit mogelijk heeft gemaakt. Het is 13.35 uur.Ik sluit de vergadering. Dank u wel.Sluiting 13.34 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82855

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 36709a14f8c48ca8

14 okt 2026 · e4ffce5e88044557

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingLeefstijlpreventie
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 24 april 2025, over Leefstijlpreventie

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.