Stand van zaken van de verkeersveiligheid voorjaar 2024
Brontekst
Versie 0b033ea6ccc0eb82 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202429 398Maatregelen verkeersveiligheidNr. 1109 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 23 mei 2024Als we weggaan, willen we allemaal weer veilig thuis komen. Meestal isdat ook vanzelfsprekend, of het nu gaat om het doen van deboodschappen, woon-werkverkeer of een bezoek aan de sportvereniging.Toch gaat het nog te vaak mis. In 2023 kwamen 684 mensen om het levendoor een verkeersongeval.1 Hoewel dit een kleine daling betekent van 61personen ten opzichte van 2022, zijn het er nog steeds bijna twee per dag.Dit onderstreept de noodzaak om in ieder geval door te gaan met degezamenlijke inzet om Nederland verkeersveiliger te maken.Dagelijks werken Rijk, provincies, gemeenten, vervoerregio’s enmaatschappelijke organisaties keihard om het verkeer veiliger te maken.Van veilige oversteekplaatsen, schoolzones en fietspaden tot alcoholcon-troles, en ook het halen van je rijbewijs. Een ander voorbeeld is deinvesteringsimpuls, waarmee sinds 2020 verbeteringen in de infra-structuur door Rijk en wegbeheerders samen worden gefinancierd. DeKamer is op 28 maart jl. geïnformeerd over de openstelling van de derdetranche later dit jaar, waarmee gemeenten, provincies en waterschappenopnieuw een rijksbijdrage kunnen aanvragen voor infrastructureleverkeersveiligheids-maatregelen.2Een groot aandachtspunt blijft het toenemend aantal fietsers dat omkomtin het verkeer. Al vier jaar op rij komen er meer fietsers om (270 in 2023)dan inzittenden van personenauto’s (194 in 2023). Vier op de tienfietsdoden kwam om het leven door een botsing met een auto en eenderde door een eenzijdig ongeluk, bijvoorbeeld door een glad wegdek ofeen verkeerde stuurbeweging. Ook valt op dat de verongelukte fietsers1CBS, 2024. 684 verkeersdoden in 2023.2Kamerstukken 29 398, nr. 1100 kst-29398-1109ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 398, nr. 11091 steeds ouder zijn.3 De verwachting is helaas dat deze zorgelijke trend in detoekomst verder doorzet. Het verbeteren van de fietsinfrastructuur kanhelpen om de fietsveiligheid te vergroten en het gebruiken van een helmverkleint het risico op ernstig letsel.4 Uw Kamer wordt via een aparte briefgeïnformeerd over het Meerjarenplan Fietsveiligheid.Naast mogelijkheden om fietsveiligheid te verbeteren, onderzoekenwegbeheerders en verkeersveiligheidspartners samen in het trajectTrendbrekers verkeersveiligheid wat in brede zin nodig is om de trend vanhet stijgende aantal verkeersslachtoffers te keren. Rond oktober dit jaarwordt de Kamer geïnformeerd welke maatregelen zich hiervoor lenen enhoe haalbaar, betaalbaar en gedragen deze zijn.5Het Rijk wil dus blijven werken aan verbetering van de verkeersveiligheid.Daarin spelen andere overheden ook een belangrijke rol, evenals hetverantwoordelijkheidsgevoel van iedereen die de weg op gaat.Met deze brief wordt u, mede namens de Minister van Justitie enVeiligheid (JenV), geïnformeerd over de stand van zaken van deuitvoering van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV). Daarnaastontvangt u een overzicht (bijlage 1) van de voortgang van de maatregelenin het Landelijk Actieplan Verkeersveiligheid 2022–2025, waarvoor het Rijkprimair aan de lat staat.De brief is onderverdeeld in de volgende thema’s:1.Vernieuwende maatregelen fietsveiligheid2.Veilige infrastructuur3.Veilige voertuigen4.Veilig gedrag: educatie, voorlichting en ontwikkelingen CBR5.Veilig gedrag: handhaving6.Overige ontwikkelingen1. Vernieuwde maatregelen fietsveiligheid Tijdens het Bestuurlijk Overleg (BO) over het SPV van 12 december 2022 isafgesproken dat de focus van de € 50 miljoen vanuit de investerings-impuls verkeersveiligheid voor de vernieuwende maatregelen gerichtmoet zijn op fietsveiligheid, bij voorkeur op gedrags- of technologiemaat-regelen. Na een probleemanalyse, inventarisatie en marktconsultatie(bijlage 2), is besloten de middelen te besteden aan de volgende zesthema’s binnen fietsveiligheid:Gedrag•Het stimuleren van het gebruik van fietshelmen;•Het verminderen van snelheidsverschillen op het fietspad;•Het verminderen van risicogedrag; en•Het verbeteren van de fietsbalansvaardigheden.Technologie•Het stimuleren van het gebruik van veilige fietsen (zoals drie- ofvierwielfietsen); en•Het verbeteren van bewustzijn van weggebruikers bij het naderen vankruispunten en oversteken met verhoogd risico op ongeval.3In 2021 vielen er 94 doden onder fietsers van 75 jaar of ouder, in 2023 waren dat er 150.4SWOV, 2022. Kiezen of delen. Welke maatregelen kunnen zorgen voor halvering verkeersslacht-offers in 2030?5Kamerstukken 29 398, nr. 1027Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 398, nr. 11092 De keuze voor de thema’s is gebaseerd op verschillende factoren. Hetministerie heeft gekeken naar het aantal ongevallen, de concreetheid vanmogelijke oplossingen, en de interesse en bereidheid van zowel medeo-verheden als marktpartijen om aan deze thema’s te werken. Elk themawordt nu apart uitgewerkt, waarbij gezocht wordt naar samenwerkings-verbanden en de meest efficiënte wijze om de middelen zo snel mogelijkbeschikbaar te kunnen stellen. Tijdens het BO Verkeersveiligheid SPV van27 maart 2024 zijn deze thema’s en vervolgstappen afgestemd. Voor heteerstvolgende commissiedebat verkeersveiligheid deelt het ministerie eenplanning met wanneer de middelen voor de vernieuwende maatregelenbeschikbaar worden gesteld, en via welk type regeling.2. Veilige infrastructuur Rijks-N-wegenMet het Coalitieakkoord van het kabinet Rutte IV in 2021 is € 200 miljoenbeschikbaar gesteld voor de verbetering van de verkeersveiligheid op deRijks-N-wegen. De aanpak wordt uitgevoerd in twee tranches.6 Rijkswater-staat werkt hard aan de voorbereiding en uitvoering van de verschillendeverkeersveiligheidsmaatregelen. De snel te realiseren maatregelen uittranche 1 zijn in finale voorbereiding voor de uitvoering, of al in derealisatiefase. Diverse proefvakken zijn op de N57 gerealiseerd met eenmoeilijk overrijdbare middenrijbaanscheiding. De effectiviteit hiervanwordt momenteel onderzocht.Daarnaast worden verkeersveiligheidsmaatregelen bij de oversteek-plaatsen van de vlotbruggen op de N9 nog voor de zomer van 2024uitgevoerd.De plannen voor de maatregelen uit tranche 2 zijn eerder aan de Kamergestuurd met de MIRT-brief van 23 juni 2023.7 In het najaar van 2023 isRijkswaterstaat gestart met de verdere uitwerking van de plannen voorzowel de N36 als de N50 Kampen-Ramspol. Voor de overige maatregelenuit de tweede tranche op de N14, N44, N59 en N915 is ook gestart met deverdere planuitwerking. Rijkswaterstaat werkt bij de verschillendeplanuitwerkingen samen met de medeoverheden.3. Veilige voertuigen Digitaal waarschuwen voor schoolzonesIn lijn met onze collectieve inzet om de verkeersveiligheid rondom scholente verbeteren, werken wij aan het digitaal waarschuwen voor schoolzones.De beschikbaarheid van data over deze fysieke schoolzones is van belang,omdat hiermee verkeersveiligheidswaarschuwingen aan automobilistengegeven kunnen worden op tijden dat er kinderen van en naar schoolgaan. In de Kamerbrief over het digitaal waarschuwen voor schoolzones8is toegezegd om de Kamer medio 2024 verder te informeren over devoortgang van de implementatie van het beschikbaar maken van dataover schoolzones en schooltijden als open data.De afgelopen maanden is door het Nationaal Dataportaal Wegverkeer(NDW) en Rijkswaterstaat gewerkt aan het systeem om landelijkeopschaling mogelijk te maken. Het systeem is gevuld met schoolzones opbasis van luchtfoto’s, door een aantal gemeenten getest en in aprilopengesteld voor alle gemeenten. Gemeenten kunnen de geïnventari-6Kamerstukken 29 398, nr. 10147Kamerstukken 36 200 A, nr. 788Kamerstukken 29 398, nr. 1083Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 398, nr. 11093 seerde schoolzones aanvullen en controleren. In de open data kunnenserviceproviders zien welke schoolzones gecontroleerd zijn. Daarnaastkunnen scholen bepalen welke gegevens zij via de PO-raad delen aanNDW. De planning is dat voor juni het verstrekken van de open data start,met daarna een maandelijkse update.Daarnaast worden er gesprekken met de serviceproviders gevoerd, zodatzij de informatie ook daadwerkelijk kunnen doorgeven aan de wegge-bruikers. Op termijn kunnen zij, waar mogelijk, de weggebruikers opalternatieve routes wijzen. De afspraken met de betrokken partijen wordendit jaar opgenomen in het Digitaal Stelsel Mobiliteitsdata (DSM). Tevenswerkt kennisplatform CROW dit jaar aan een notitie over de fysiekeinrichting en toepassing van schoolzones. Het doel van deze notitie is hetbevorderen van een verdere uniformering van de inrichting van school-zones. Bij een digitale waarschuwing voor een schoolzone is op dezemanier de fysiek ingerichte schoolzone beter herkenbaar voor deweggebruiker.Voertuigveiligheid en (veiligheid)systemenInnovaties in en om het voertuig leveren een steeds grotere bijdrage aande verkeersveiligheid. Ook in Europa is voertuigveiligheid een belangrijkthema. Dit vertaalt zich onder andere in Europese wet- en regelgevingover de toelating van voertuigen op de weg en het stellen van bepaaldeeisen aan die voertuigen. Zo is er sinds 2022 Europese regelgeving dieverplicht dat nieuwe voertuigtypes (auto’s, bestelwagens, bussen envrachtauto’s) vanaf juli 2024 gefaseerd beschikken over bepaaldeveiligheidssystemen9 die de veiligheid van de inzittenden en andereweggebruikers moeten verbeteren. Voorbeelden van dergelijke verplichtesystemen zijn parkeersensoren en waarschuwingen bij vermoeidheid ofafleiding bij de bestuurder. Voor bussen en vrachtauto’s gaat hetbijvoorbeeld om een systeem dat waarschuwt wanneer voetgangers offietsers zich in een dode hoek bevinden.Een ander voorbeeld is het noodremsysteem, ofwel AutonomousEmergency Braking (AEB). Een variant van dit systeem is vanaf juli 2024verplicht in alle nieuwe personenauto’s en bestelwagens op de Europesemarkt. Noodremsystemen kunnen potentieel gevaar vóór, naast of achterhet voertuig detecteren. Het systeem remt automatisch, als de bestuurderdit niet op tijd heeft gedaan, om een botsing te voorkomen of de ernstervan te beperken. De door Europa verplichte variant moet reageren opobjecten en voertuigen vóór het voertuig. Als volgende stap is vanaf 7 juli2026 de variant verplicht in alle nieuwe personenauto’s en bestelwagensdie moet reageren op voetgangers en fietsers vóór het voertuig. Voorvrachtauto’s was de AEB al verplicht. Deze ontwikkelingen gaan naarverwachting bijdragen aan de verbetering van de verkeersveiligheid inNederland, zoals staat opgenomen in de Monitor Smart Mobility.10Daarnaast zet Nederland zich actief in binnen Euro NCAP. Dit is eenorganisatie die zich met succes inzet voor de verkeersveiligheid doorconsumenten een onafhankelijke beoordeling te bieden van het veilig-heidsniveau van auto’s die op de Europese markt gebracht zijn. De criteriawaarop Euro NCAP beoordeelt, zijn opgenomen in beoordelingsproto-collen en zijn strenger dan wat de Europese wet- en regelgeving vanfabrikanten vereist. Zo beoordeelt Euro NCAP de AEB nu bijvoorbeeld opprestaties vóór, naast en achter het voertuig in interactie met fietsers,voetgangers en motoren. Dit moedigt fabrikanten aan aanzienlijke9Kamerstukken 31 305, nr. 35310Kamerstukken 31 305, nr. 447Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 398, nr. 11094 veiligheidsverbeteringen in het ontwerp van nieuwe auto’s aan tebrengen. Het betreft verbeteringen ten aanzien van veilig rijden, ongeval-lenvermijding, ongevallenbescherming en veiligheid na een ongeval. EuroNCAP hanteert daarbij zogenaamde Vision Zero-principes waarbij wordtgestreefd naar 0 dodelijke slachtoffers en zwaargewonden bij verkeers-ongevallen.Een belangrijke mijlpaal bij Euro NCAP is de totstandkoming van hetconcept-beoordelingsprotocol «General Vehicle Controls», dat onderaanvoering van Nederland is geschreven. Het protocol neemt het ontwerpvan bedieningselementen, zoals het aan-/uitzetten van je ruitenwissers,richtingaanwijzers en climate control in het voertuig, mee in de veilig-heidsbeoordeling. Hiermee geeft Nederland opvolging aan de aanbe-veling van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (rapport «Wie stuurt») ommenselijke factoren onderdeel te maken van de beoordelingsprotocollenvan Euro NCAP. De werking van het beoordelingsprotocol wordt in juni ditjaar getest op het RDW Testcentrum. Een tweede test wordt dit najaarverwacht. Het protocol wordt van kracht in 2026.Evaluatie Actieplan Verbetering Verkeersveiligheid Motorrijders 2 (AVVM2)In de verzamelbrief verkeersveiligheid van december 202311 is aange-kondigd het AVVM2 te evalueren en te bezien welke maatregelen in eeneventueel herzien AVVM3 aan de orde moeten komen. De evaluatie isinmiddels gestart en zal na oplevering aan de Kamer worden gezondenaan het einde van 2024.Voortgang compensatieregeling StintOp 2 oktober 2023 is de Kamer geïnformeerd over de compensatiere-geling voor de Stint die per 2 oktober 2018 niet meer de weg op mocht.12Op basis van die regeling konden gebruikers en eigenaars van alle typenStints compensatie aanvragen. Ruim 300 aanvragers hebben gebruikgemaakt van de regeling, waarbij compensatie is gevraagd voor ruim1.700 Stints.4. Veilig gedrag: educatie, voorlichting en ontwikkelingen CBR Flits- en maaltijdbezorgingConform toezegging aan het lid Veltman (VVD)13 wordt de Kamergeïnformeerd over de resultaten van het platform Bezorg Veilig. Twee jaargeleden heeft TeamAlert het platform Bezorg Veilig opgezet. Via ditplatform wordt intensief samengewerkt tussen TeamAlert, lokaleoverheden en bezorgdiensten om de verkeersveiligheid onder de flits- enmaaltijdbezorgers te verbeteren. Bezorgers worden uitgedaagd veilig tebezorgen en aan werkgevers worden handvatten geboden om metverkeersveiligheid aan de slag te gaan. Te denken valt aan een werkgever-stoolbox en gratis gevaarherkenningstrainingen voor bezorgers op eene-bike, snorfiets of bromfiets.Onlangs heeft TeamAlert een succesvolle pilot afgerond, waarbij isonderzocht hoe gemeenten aan de slag kunnen met Bezorg Veilig alswerkgeversaanpak voor horecaondernemers. Hieruit is een stappenplanontwikkeld om gemeenten en maatschappelijke organisaties te stimuleren11Kamerstukken 29 398, nr. 108412Kamerstukken 29 398, nr. 107813TZ202403–048Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 398, nr. 11095 om Bezorg Veilig uit te rollen in hun gemeente. Een rapportage van depilot (bijlage 3) en het stappenplan zijn bij deze brief gevoegd (bijlage 4).Inmiddels hebben meerdere gemeenten, waaronder Rotterdam, Utrechten Den Haag, zich bij het bezorgplatform aangesloten en/of werken zijsamen met TeamAlert aan het verbeteren van de verkeersveiligheid vande flits- en maaltijdbezorgers. Verder zijn steeds meer ondernemers engemeenten geïnteresseerd in Bezorg Veilig. Afgelopen jaar hebben ruim3.000 betrokkenen actief de website bezocht en zijn er ruim 120 trainingensuccesvol afgerond. Er wordt komende tijd ingezet op meer naamsbe-kendheid en de uitrol van Bezorg Veilig binnen verschillende gemeenten.De populariteit van flitsbezorging lijkt trouwens af te nemen. Van de vieroorspronkelijke aanbieders is er binnenkort in Nederland nog maar éénover.Advies Roemer «Van rijles naar rijonderwijs»In de Kamerbrief van 20 oktober 202314 is de Kamer geïnformeerd over devoortgang van de eerste fase van de uitwerking van het advies Roemer«Van rijles naar rijonderwijs». De Kamer zal via een aparte Kamerbriefgeïnformeerd worden over de huidige stand van zaken, nieuwe ontwikke-lingen en voorgestelde uitwerkingen voor de komende fase.Beginnende bestuurderDe komende maanden wordt een aantal actielijnen uitgewerkt ombeginnende bestuurders veiliger te kunnen laten deelnemen aan hetverkeer. Het gaat hierbij om een verbetering van de rijopleiding (zoals inadvies Roemer «Van rijles naar rijonderwijs» geadviseerd), meer aandachtvoor hogere orde-vaardigheden15 en het borgen van veilig rijgedrag. Eenonderzoek naar de effecten en haalbaarheid van het integreren van eenvorm van begeleid rijden binnen de rijopleiding voor beginnendebestuurders van 17 jaar en ouder maakt hiervan deel uit.De beginnersregeling valt onder de actielijn borgen van veilig rijgedrag enis daarmee één van de maatregelen om de betrokkenheid van beginnendebestuurders bij verkeersongevallen te verminderen. De beginnersregelingheeft de vorm van een puntenrijbewijs. Als een beginnende bestuurderwordt staande gehouden door de politie na het begaan van een ernstigverkeerdelict en de bestuurder is daarvoor onherroepelijk veroordeeld,dan wordt een punt toegekend. Als een beginnende bestuurder tweepunten heeft behaald, wordt hiervan door de officier van justitie eenmededeling gedaan aan het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen(CBR). Het CBR legt aan de beginnende bestuurder de verplichting op ommee te werken aan een onderzoek naar de rijvaardigheid. Hangende ditonderzoek wordt het rijbewijs van de beginnende bestuurder doorgaansgeschorst, waardoor hij tijdelijk uit het verkeer wordt geweerd. Een voorde beginnende bestuurder negatief resultaat van het onderzoek naar derijvaardigheid leidt tot ongeldigverklaring van het rijbewijs.IenW en CBR bekijken samen met experts of deze regeling effectiever kan.Daarbij worden ervaringen uit het buitenland meegenomen. In het najaarwordt de Kamer hierover geïnformeerd.Verder is van belang dat een rijgedragsmonitor, ook bekend als monito-ringskastje, een mogelijk aanvullend instrument is om de effectiviteit vande beginnersregeling te vergroten16. Het doel van de pilot is om inzicht te14Kamerstukken 29 398, nr. 108015Hieronder wordt verstaan gevaarherkenning, sociaal-affectieve vaardigheden en kalibratie.16Kamerstukken 29 398, nr. 1084Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 398, nr. 11096 krijgen in twee mogelijke toepassingen van de rijgedragsmonitor: alseducatieve toepassing binnen de Educatieve Maatregel Gedrag (EMG), ofals instrument voor het beoordelen van het rijgedrag.In het kader van deze pilot zijn dit jaar twee deelpilots gestart voor derijgedragsmonitor en deze lopen tot juni 2024. In de eerste pilot wordt eenDriveTag gebruikt voor educatieve monitoring, terwijl de tweede pilot eenDriveBox inzet voor beoordelende monitoring.17 Zo testen beide pilotsrespectievelijk de eerste en tweede mogelijke toepassing van de rijge-dragsmonitor. De resultaten van de deelpilots worden in de zomergerapporteerd, waarna IenW en CBR beslissen over het vervolg op basisvan de bevindingen. In het najaar wordt de Kamer hierover geïnformeerd.Examenfraude theorie-examen CBRExamenfraude is nog steeds onder de aandacht van het ministerie en hetCBR. Met het CBR wordt momenteel verder verkend of de introductie vaneen bestuursrechtelijk instrumentarium tot de mogelijkheden behoort omfraude bij het theorie-examen te bestrijden. Het kan hierbij gaan om eenvorm van inspectie of toezicht op het door opleiders gebruikte materiaaltijdens training of cursus om illegaal gebruik van onrechtmatig verkregenexamenmateriaal van het CBR aan te kunnen pakken of om het aan defraudeur ontzeggen van toegang tot CBR-locaties voor een bepaaldeperiode. Besluitvorming wordt in de zomer verwacht, waarover u dannader wordt geïnformeerd.CBR-besluiten in persoon betekenenIn de verzamelbrief verkeersveiligheid van april 202218 is een proefperiodeaangekondigd voor het in persoon betekenen van de ongeldigheid vanrijbewijzen door het CBR. Dit houdt in dat de betrokken rijbewijshoudervia de persoonlijke uitreiking van een brief in kennis wordt gesteld vaneen schorsing of definitieve ongeldigheid van het rijbewijs. Het doelhiervan is om het overtreden van een dergelijk verbod beter te kunnenhandhaven via een veroordeling bij de strafrechter.De proefperiode voor het in persoon betekenen is van start gegaan op1 september 2022 voor de duur van twee jaar. In maart is door hetministerie, in samenwerking met het Ministerie van JenV, het CBR en hetOpenbaar Ministerie (OM) een tussentijdse evaluatie gehouden. Dezeevaluatie is bij deze brief gevoegd (bijlage 5).Uit deze evaluatie blijkt dat het in persoon betekenen op zichzelf eeneffectief middel is om een strafrechtelijke veroordeling van dezogenaamde «doorrijders» te realiseren. Dit omdat gebleken is dat meteen betekende beslissing inderdaad beter kan worden aangetoond datdegene die zonder geldig rijbewijs reed hiervan op de hoogte was.Tegelijkertijd is het aantal gerealiseerde veroordelingen in de proefperiode(30) nog relatief beperkt gebleven. Dit heeft te maken met de geleidelijketoename van het aandeel betekende besluiten in alle uitstaande besluitentot schorsing of intrekking van het rijbewijs door het CBR sinds de startvan het betekenen. Om een verantwoorde afweging te kunnen makentussen de kosten van het betekenen en de verhoogde effectiviteit van destrafrechtelijke vervolging, is door de bovengenoemde partijen beslotenom de proefperiode met vier maanden te verlengen. Op basis van onder17DriveTag is een app die het rijgedrag van bestuurders monitort en real-time feedback geeftaan de deelnemer van de pilot. DriveBox is een apparaat dat door een monteur in de auto vande deelnemer wordt geïnstalleerd en real-time rijdata naar het CBR stuurt.18Kamerstukken 29 389, nr. 998Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 398, nr. 11097 andere de verdere toename van het aantal geslaagde veroordelingenwordt een besluit genomen over een definitief vervolg van de proef.Voortgang optimalisatie stelsel medische rijgeschiktheidIn de Kamerbrief van 12 december 202319 is de Kamer geïnformeerd overde lopende onderzoeken van het optimalisatietraject voor het beoordelenvan de medische rijgeschiktheid. De afgelopen periode heeft het InstituutVerantwoord Medicijngebruik (IVM) onderzocht wat zorgprofessionalsnodig hebben om patiënten optimaal te informeren over een eventuelemeldplicht bij rijgevaarlijke aandoeningen en geneesmiddelen.20 Of eenmeldplicht voor het rijbewijs haalbaar en wenselijk is, wordt op ditmoment nog onderzocht. De verwachting is dat de resultaten van deonderzoeken eind 2024 bekend zijn, waarna deze met de Kamer gedeeldworden. De inzichten uit het onderzoek van het IVM worden, naast deafweging of een meldplicht wenselijk is, meegenomen in een communica-tieplan over het rijden met rijgevaarlijke aandoeningen en medicijnen.Daarnaast heeft het IVM via openbare apotheken onderzoek gedaan naarde ervaringen van gebruikers van benzodiazepinen en de adviezen die zevan de apotheken ontvangen.21 Het onderzoek geeft inzicht in de huidigevoorlichting door artsen en apothekers over de rijbeperkingen bij hetgebruik van deze medicijnen, evenals in de behoeften van patiënten op ditgebied. De uitkomsten van dit onderzoek bieden een solide basis voorverdere uitwerking van een plan voor de stelseloptimalisatie.Kosten medische keuringenIn de Kamerbrief van 12 december 202322 is de Kamer geïnformeerd overde nieuwe tariefstructuur van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) voor demedische rijbewijskeuringen. Hierdoor valt sinds 1 januari 2024 een deelvan de rijbewijskeuringen goedkoper uit. Op 2 april 2024 publiceerde deNZa een persbericht op hun website dat deze wijziging op één punt wordtteruggedraaid. Het betreft enkele ziektebeelden waarbij de specialist ook«indirecte» tijd in rekening mag brengen voor het schrijven van hetverslag.Het ministerie gaat met de NZa en het CBR in gesprek om, binnen dewettelijke kaders, te verkennen welke mogelijkheden er nog zijn om derijbewijskeuringen betaalbaarder te maken voor burgers. Gestreefd wordtnaar een evenwichtige benadering die ook recht doet aan de inspan-ningen van artsen.De rest van de wijzigingen die de NZa sinds 1 januari heeft doorgevoerdblijft staan. Het gaat dan om de wijzigingen in de directe tijd en deinformatie over de tarieven en eisen voor een duidelijkere rekening.Proportionaliteit medische keuringenHet is belangrijk dat rijbewijskeuringen proportioneel zijn en bijdragenaan de verkeersveiligheid. De signalen vanuit de media en de Kamer23met betrekking tot de rijbewijskeuringen voor mensen met AD(H)D en19Kamerstukken 29 398, nr. 108520https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/02/29/implementatieplan-de-informatierol-van-de-arts-bij-rijveiligheid21https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/12/31/informatie-bij-vervolguitgifte-van-benzodiazepinen-in-de-apotheek22Kamerstukken 29 398, nr. 108523Kamerstukken 24 170, nr. 318Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 398, nr. 11098 vormen van autisme worden door het ministerie opgepakt. De Kamer isop 29 april jl. per brief hierover geïnformeerd.24Daarnaast heeft de Gezondheidsraad (GR) op 30 januari 2024 het AdviesRijgeschiktheid bij hemofilie en andere stollingsstoornissen uitgebracht(bijlage 6). De GR adviseert het ministerie om de huidige eisen voor hetrijden met een stollingsstoornis te laten vervallen. Het ministerie isvoornemens dit advies over te nemen en te verwerken in de wet- enregelgeving. De Kamer wordt naar verwachting eind 2024 geïnformeerdover het vervolg van dit advies.5. Veilig gedrag: handhaving Aanpak van rijden onder invloed van drugsZoals aan het lid O. van Dijk (NSC) toegezegd25 tijdens het commissie-debat verkeersveiligheid van 30 januari jl. wordt in deze brief ookingegaan op de aanpak van rijden onder invloed van drugs (Kamerstuk29 398, nr. 1098). Daarnaast wordt gereageerd op de vraag van het lidVedder (CDA), gesteld tijdens het mondelinge vragenuur van 9 april jl.,over het harder en meer kunnen handhaven op het rijden onder invloedvan drugs en het vergroten van de pakkans.Voorop staat dat het rijden onder invloed van welke stof dan ook die derijvaardigheid beïnvloedt, verboden is (artikel 8 lid 1 Wegenverkeerswet1994, hierna WVW). Dat geldt dus ook voor drugs in het verkeer. Maar eenaantal jaren geleden werd duidelijk dat rijden onder invloed van drugs inhet verkeer steeds vaker voorkwam. Het genoemde vangnetartikelvoldeed niet meer. Er was meer nodig om politie en justitie te voorzienvan adequaat instrumentarium om drugs in het verkeer effectief aan tepakken.Daarom is per 1 juli 2017, met de Wet drugs in het verkeer, het rijdenonder invloed van daartoe aangewezen stoffen expliciet verboden gesteld.Dit betekent dat het strafbaar is om deel te nemen aan het verkeer terwijlde hoeveelheid van deze aangewezen stoffen of combinatie van stoffen inhet bloed hoger is dan de – aan de verkeersveiligheid gerelateerde –vastgestelde grenswaarde. De wet introduceerde de zogenaamdespeekseltester. Deze speekseltester wordt ingezet als voorselectiemiddel,als bewijsmiddel blijft het bloedonderzoek noodzakelijk. Daarnaastintroduceerde de wet in artikel 8 lid 5 van de WVW een afzonderlijkestrafbaarstelling voor het rijden onder invloed van drugs, dit naaranalogie van de strafbaarstelling van rijden onder invloed van alcohol.Eind vorig jaar is de evaluatie van deze wet afgerond en aangeboden aande Tweede Kamer.26 Uit de evaluatie blijkt dat sinds de wetswijziging intoenemende mate op de aanpak van drugs in het verkeer wordt ingezet.Dat blijkt bijvoorbeeld uit de sterke toename van afgenomen positievespeekseltesten tussen 2018 (2.973) en 2022 (14.471) en de gestaaggroeiende aantallen processen verbaal voor overtreding van artikel 8 lid 5WVW. Deze aantallen zijn gestegen van 2.534 in 2018 naar 10.862 in 2022.De aangetroffen stoffen wijzen op met name gebruik van cannabis, 71% in2021. Bijna elke zaak waarin sprake is van een positief bloedonderzoekleidt tot een strafoplegging. De onderzoekers concluderen dat in theoriekan worden verwacht dat de aanpak van drugs in het verkeer op onder-delen bijdraagt aan een verbeterde verkeersveiligheid. Hierbij kan zowelgedacht worden aan de algemene preventieve werking als gevolg van de24Kamerstukken 29 398, nr. 110525TZ202402–06626Kamerstukken 32 859, nr. 18Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 398, nr. 11099 verhoogde pakkans, alsook de specifieke preventieve werking omdat erdaadwerkelijk bestuurders die onder invloed van drugs rijden van de wegworden gehaald. Immers, wanneer er aanwijzingen zijn voor het rijdenonder invloed van drugs, wordt de verdachte meegenomen naar hetbureau voor bloedafname en krijgt deze een tijdelijk rijverbod.Naast de strafrechtelijke aanpak kan bestuurders die rijden onder invloedook de rijbevoegdheid worden ontzegd door middel van een bestuurs-rechtelijke maatregel opgelegd door het CBR. Daarnaast wordt met hetwetsvoorstel Verbetering aanpak rijden onder invloed, momenteel ookgewerkt aan een effectievere aanpak van personen die ondanks eenopgelegde rijontzegging alsnog achter het stuur stappen. In deze briefwordt verderop uitgebreider ingegaan op dit wetsvoorstel.Naar aanleiding van de eerdergenoemde evaluatie wordt momenteel insamenwerking met de betrokken partners een beleidsreactie opgesteld.Doel hiervan is de effectiviteit van de aanpak van drugs in het verkeer nogverder te versterken. De Kamer wordt dit najaar over de uitkomstenhiervan geïnformeerd.Van belang is wel dat de strafrechtelijke aanpak van het rijden onderinvloed van drugs onderdeel uitmaakt van een bredere maatschappelijkeafkeuring en aanpak van rijden onder invloed van drugs. We moeten ditprobleem als samenleving gezamenlijk aanpakken. Alleen bestuurs- enstrafrechtelijke handhaving en bestraffing is niet voldoende.Wetsvoorstel verbetering aanpak rijden onder invloed en vergelijking metadministratief rijverbod in DuitslandTijdens het vorige commissiedebat verkeersveiligheid zijn door het lid DeHoop (GroenLinks-PvdA) vragen gesteld over de mogelijkheden om bijrijden onder invloed direct een rijontzegging voor langere tijd op teleggen, vergelijkbaar met de situatie in Duitsland. De Minister van JenVheeft daarop aan het lid De Hoop toegezegd27 hier in deze brief nader opin te gaan.Zoals ook in de verzamelbrief verkeershandhaving28 aangegeven, is het inDuitsland mogelijk om al vanaf een laag promillage een rijverbod op teleggen van minimaal 1 maand en maximaal 3 maanden. Een dergelijkverbod wordt door toepassing van het bestuursrecht opgelegd en ismogelijk vanaf een promillage van 0,3 ‰ (indien uit bijkomend gedragblijkt dat de bestuurder onder invloed is). Bij een promillage vanaf 0,5‰gaan bestuursorganen standaard over tot oplegging van het rijverbod.Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan worden afgezien van hetopleggen van een rijverbod. Oplegging van het rijverbod gaat gepaardmet een boete. Het Duitse rijverbod gaat in op het moment dat debestuurder hierover bericht per post ontvangt. Er vindt daardoor geenrechtelijke toetsing plaats voordat een dergelijk rijverbod wordt opgelegd.Navraag leert dat er wel mogelijkheden voor beroep tegen een dergelijkrijverbod open staan. Ook zijn er weinig mogelijkheden om rekening tehouden met de specifieke omstandigheden van het geval.Dit is anders dan in het Nederlandse systeem waar vooraf een rechtelijketoets of een toets door de officier van justitie plaatsvindt, voordat hetrijbewijs voor langere tijd wordt ingehouden of een ontzegging van derijbevoegdheid wordt opgelegd. Hierop is in de verzamelbrief verkeers-handhaving van januari jl. ook al nader ingegaan. Gezien de vaak grotegevolgen van een rijontzegging voor de betrokkene, bijvoorbeeld voor de27TZ202402–06428Kamerstukken 29 279, nr. 834Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 398, nr. 110910 mogelijkheden om naar het werk te kunnen reizen, acht de Minister vanJenV een dergelijke voorafgaande toets van groot belang. Met hetwetsvoorstel verbetering aanpak rijden onder invloed wordt wel geregelddat, zodra er door de rechter een ontzegging van de rijbevoegdheid isopgelegd, de rechter deze direct uitvoerbaar kan verklaren. Hierdoorwordt een rijontzegging direct van kracht, ook in afwachting van eeneventueel hoger beroep en kan dus voorkomen worden dat bestuurdersdie een gevaar vormen voor de verkeersveiligheid direct weer de weg opgaan. Bovendien is het nu ook al mogelijk dat het OM door middel vaneen strafbeschikking een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbe-voegdheid oplegt. Hiermee wordt iemand in de regel ook sneller voorlangere tijd van de weg gehaald dan wanneer een zaak eerst voor derechter moet komen.Medio maart 2024 heeft de Afdeling advisering van de Raad van Stateadvies uitgebracht over het wetsvoorstel. Momenteel wordt dit adviesverwerkt in het Nader Rapport. Het streven is om het wetsvoorstel nogvoor de zomer bij de Kamer in te dienen.Uitrol geautomatiseerde handhavingsmiddelenTijdens het commissiedebat verkeersveiligheid van 30 januari jl. heeft deMinister van JenV na vragen van het lid Veltman (VVD) aangegeven om indeze verzamelbrief een stand van zaken te geven van de uitrol van degeautomatiseerde handhavingsmiddelen die worden bekostigd uit deextra middelen die in het kader van de motie Geurts29 zijn vrijgemaakt. Dekomende jaren worden hiermee extra vaste flitspalen, flexflitsers(meerdere locaties op snelheid) en focusflitsers (handheld telefoongebruikachter het stuur) aangeschaft door het OM. De eerste flexflitsers zijn innovember 2022 in gebruik genomen. In totaal zijn er nu 50 palenbeschikbaar. In de zomer van 2024 komen daar 25 flexflitsers bij. In 2025volgen nog eens 50 stuks, waarmee het totaal op 125 komt. Daarnaastloopt er een aanbesteding voor in totaal 50 focusflitsers. De eerstefocusflitsers worden naar verwachting begin 2025 in gebruik genomen,waarna het OM dat jaar verwacht te groeien naar 40 stuks. In 2026 komendaar nog 10 focusflitsers bij. Tot slot worden er 100 extra vaste flitspalenaangeschaft, waardoor het totaal op 750 komt. Deze palen komen in 2028en 2029 beschikbaar.Onderzoek naar de effectiviteit van sancties bij verkeersmisdrijvenTijdens het tweeminutendebat verkeersveiligheid op 8 februari jl. heeft deMinister van IenW namens de Minister van JenV aan het lid De Hoop(GroenLinks/PvdA) toegezegd30 om in deze brief aan te geven of er(internationaal) onderzoek beschikbaar is naar de effectiviteit van sanctiesbij verkeersmisdrijven. Hierover zijn de afgelopen jaren veel verschillendepublicaties van bijvoorbeeld het Stichting Wetenschappelijk OnderzoekVerkeersveiligheid (SWOV) en het Wetenschappelijk Onderzoek enDatacentrum (WODC) verschenen, die voor hun bevindingen ook gebruikmaken van internationaal onderzoek. Over het algemeen geldt dat metname de objectieve en subjectieve pakkans van invloed zijn op het gedragvan bestuurders. De zwaarte van de straf heeft slechts een beperkteinvloed. Ook is bekend dat strafverhoging geen effect heeft op rijdenonder invloed, waarschijnlijk omdat de bestaande straffen hiervoor altamelijk hoog zijn, de pakkans door overtreders niet hoog wordt ingeschaten veel mensen die onder invloed rijden alcoholafhankelijk zijn waardoorhet moeilijk is om het alcoholgebruik terug te dringen. Lichtere overtre-29Kamerstukken 29 398, nr. 94630TZ202403–047Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 398, nr. 110911 dingen zoals het in beperkte mate overschrijden van de maximum-snelheid, het niet dragen van een gordel en roodlichtnegatie, nemen welwat af als boetes hoger worden, maar alleen op plekken waar de pakkansook groot is.31 Uit onderzoek van SWOV blijkt bovendien dat het voor eenoptimaal effect van straffen, belangrijk is dat rekening wordt gehoudenmet de motivatie van mensen en hun mogelijkheden om hun verkeers-gedrag te veranderen. Dit vraagt om straffen op maat. Straffen dieverschillende strafelementen met elkaar combineren en die ook meerdifferentiëren naar achtergronden van dadergroepen blijken effectiever.32Bij de zwaardere verkeersovertredingen die in het strafrecht wordenafgedaan wordt hier ook rekening mee gehouden, ook door bijvoorbeeldvoor zwaardere delicten reclasseringstoezicht op te leggen. Daarnaast kande reclassering ook rapporteren over de gepaste straf en/of maatregel,wat tot meer maatwerk leidt.Motie Koerhuis/Michon-Derkzen: Verkeershandhaving buitengewoonopsporingsambtenarenNaar aanleiding van de motie Koerhuis/Michon-Derkzen33, met betrekkingtot de uitbreiding van bevoegdheden van buitengewoon opsporingsamb-tenaren (hierna: boa’s) voor verkeershandhaving, is de Kamer begin ditjaar geïnformeerd dat uitvoering is gegeven aan het eerste deel van demotie, namelijk de oproep om na de succesvolle afronding van de pilotsgemeenten toe te staan om boa’s structureel in te zetten voor verkeers-handhaving.34 De verkeersfeiten zijn per 1 januari 2024 toegevoegd aan deRegeling Domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar. Met dezebrief wordt uitvoering gegeven aan het tweede deel van de motie,waarmee deze motie dan ook is afgedaan.Het tweede deel van de motie verzoekt de regering te onderzoeken welkeextra verkeersfeiten zouden kunnen worden aangepakt door boa’s. Daarbijwordt de motie zo geïnterpreteerd dat er wordt gevraagd om verkeers-feiten die passen binnen het in 2022, in samenspraak met de keten-partners, geactualiseerde inzetcriterium-boa35, zoals ook de feitengenoemd in het eerste deel van deze motie. Voor wat betreft de verkeers-handhaving door boa’s betekent dit inzetcriterium dat het takenpakketwordt beperkt tot ongemotoriseerd (rijdend) verkeer. Overtredingen metgemotoriseerd verkeer brengen een grotere gevaarzetting met zich mee,zowel voor de burger als de boa, en hebben een hogere complexiteit,bijvoorbeeld in termen van achtervolgingen, invorderingen en technischehulpmiddelen die nodig zijn om een overtreding te kunnen constateren.Hier zijn boa’s niet op toegerust.In gesprekken met de ketenpartners, VNG, OM en politie, is er gekekennaar welke additionele verkeersfeiten geschikt zouden zijn voorhandhaving door boa’s. Het zou dan onder meer gaan om verkeersfeitendie veelvuldig voorkomen en een duidelijke impact hebben op deverkeersveiligheid, vergelijkbaar met de onlangs aan de regelingtoegevoegde verkeersfeiten. Mede op basis van deze gesprekkenconcluderen wij dat er, ten aanzien van ongemotoriseerd (rijdend) verkeer,geen passende extra verkeersfeiten zijn voor handhaving door boa’s.31SWOV (2019), «Verkeershandhaving», https://swov.nl/nl/factsheet/verkeershandhaving32SWOV (2013), «Sancties in het verkeer», https://swov.nl/nl/publicatie/sancties-het-verkeer33Kamerstukken 29 398, nr. 106534Kamerstukken 29 398, nr. 83435Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar onder 6.1 en 6.2Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 398, nr. 110912 Voor besluitvorming over een verdergaande uitbreiding van bevoegd-heden van boa’s buiten het huidige inzetcriterium moet, vanwege dedaarbij behorende vraagstukken zoals opleiding, bewapening, de rol en detaak van de boa en de invulling van de politiefunctie, aangesloten wordenbij de integrale en fundamentele beschouwing over het boa-bestel. Overdeze beschouwing is de Kamer eerder geïnformeerd in het White paperpolitiefunctie die eind 2023 naar de Kamer is verstuurd.36 In het eerstvol-gende halfjaarbericht Politie zal de Kamer over de verdere stand vanzaken worden geïnformeerd.Aanpak veelplegers: pilot «Op de radar»Tijdens het commissiedebat verkeersveiligheid van 30 januari jl. heeft deMinister van JenV aan het lid O. van Dijk (NSC) toegezegd om de Kamerte informeren over de stand van zaken van de pilot «Op de radar», enindien die informatie beschikbaar is, over de werking en de effectiviteitvan de pilot en over het eventueel verbreden ervan.37Op 1 januari 2024 is de eenheid Oost-Nederland gestart met het pilot-project «Op de radar». Het project richt zich op het bewustmaken vanverkeersveelplegers van het gevaar dat zij vormen voor de algeheleverkeersveiligheid en de risico’s die zij zelf lopen. Onder verkeersveel-plegers worden (in de pilot) bestuurders verstaan die in de periodeoktober 2022 tot en met oktober 2023 minimaal vier keer persoonlijk zijnbeboet (dus niet achteraf op kenteken) en daarbij twee keer of vakerstaande zijn gehouden.De verkeersveelplegers ontvingen een bewustwordingsbrief en wordendoor middel van een tijdelijke aandachtsvestiging gemonitord in hetlandelijke politiesysteem. Hierdoor krijgt de politie, wanneer eenverkeersveelpleger uit de pilot wederom een verkeersovertreding begaaten hiervoor wordt staande gehouden, direct de informatie over debewustwordingsbrief en de voorgaande verkeersovertredingen. De eersteresultaten van de pilot laten zien dat door het langer en intensiever volgenvan de verkeersveelpleger zijn of haar verkeersovertredingen beter inbeeld zijn. Dit leidt bijvoorbeeld sneller tot een melding bij het CBR, zodateen Educatieve Maatregel Gedrag opgelegd kan worden. Het pilotproject«Op de radar» van de eenheid Oost-Nederland is landelijk goedontvangen en krijgt een vervolg in de eenheden Noord-NederlandLimburg en Noord-Holland. Er lopen tevens gesprekken met de eenheidMidden-Nederland om ook daar met het project van start te gaan. Daarbijis het de bedoeling om samen met het OM tot een landelijke en uniformeaanpak te komen, waarbij, als een regio besluit mee te doen, overaldezelfde kaders gelden en dezelfde brief wordt gestuurd.Opvolging rapport «Boetestelsels in balans»In de verzamelbrief verkeershandhaving is toegezegd dat de Minister vanJenV de Kamer dit voorjaar nader informeert over de opvolging van hetrapport «Boetestelsels in balans». Zoals ook in de vorige brief aangegevenhebben de adviezen van het OM grote financiële consequenties. Gelet opde totale jaarlijkse boeteopbrengsten gaat het hier om een structureelbedrag dat kan oplopen tot 300 miljoen euro. Dit bedrag dient op de eigenbegroting van JenV te worden gedekt. De afgelopen periode is samen methet OM bekeken of er op een budgetneutrale manier (deels) opvolging36White paper politiefunctie 7 december 2023 (Kamerstukken 2023D48362, p.7) (bijlage bijKamerstuk 29 628, nr. 1194)37TZ202402–065Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 398, nr. 110913 kon worden gegeven aan de adviezen. Dit is helaas niet mogelijkgebleken.Het is daarom aan een nieuw kabinet om een besluit te nemen over het aldan niet vrij maken van het benodigde budget voor opvolging van deadviezen uit dit rapport.In november 2022 heeft de Minister van JenV de Kamer, naast hetonderzoek naar de disbalans, ook toegezegd in kaart te brengen of hetwenselijk is een andere indexeringsmaatstaf dan de consumentenprijs-index (inflatiecijfer) te hanteren. Dit naar aanleiding van het hogeinflatiecijfer dat jaar en de daarmee gepaard gaande hoge indexering vande verkeersboetes (8,6%). De lonen bleven op dat moment nog achterwaardoor een discussie volgde over de rechtvaardigheid van dezeindexeringssystematiek.Uit een verkenning naar verschillende alternatieve methodes is echtergeen betere methodiek naar voren gekomen. De lonen zijn inmiddels metde inflatie meegestegen en volgen historisch gezien ook altijd deinflatiecijfers. Indexeren aan de hand van de loonindex leidt uiteindelijkdus tot een vergelijkbare boetestijging als een indexering aan de hand vande consumentenprijsindex. Ook is gekeken naar indexeren aan de handvan het koopkrachtcijfer. Ook dit is geen geschikte indexeringsmaatstaf,omdat dit slechts de verhouding tussen de inflatie en de loonontwikkelingweergeeft. Een voorbeeld: Indien het inkomen verdubbelt en de prijzenverdubbelen, dan bedraagt het koopkrachtcijfer 0 en veranderen deboetebedragen niet indien het koopdrachtcijfer gebruikt zou worden alsmaatstaf voor de indexering. Omdat de inkomens en prijzen vanproducten in dit scenario wel significant zijn gestegen, leidt dit er persaldo toe dat een boete minder zwaar zou worden. Het koopkrachtcijfer isdaarmee ongeschikt als indexeringsmaatstaf. Door de Minister van JenVis daarom besloten dat de indexering plaats zal blijven vinden op basisvan de consumentenprijsindex.Propositie «Van Versnipperde Verantwoordelijkheden naar Veilig Verkeer»Begin maart is door verschillende partijen de propositie «Van Versnip-perde Verantwoordelijkheden naar Veilig Verkeer» gelanceerd. In depropositie wordt ervoor gepleit dat gemeenten de bevoegdheid moetenkrijgen om zelf de verkeershandhaving te organiseren om daarmee dedaadwerkelijke pakkans flink te verhogen. In de propositie wordenhiervoor concrete voorstellen gedaan. De Minister van JenV begrijpt debehoefte van de gemeenten om stevig in te zetten op de verkeersvei-ligheid, maar merkt op dat er aan het overhevelen van bevoegdheden aangemeenten diverse juridische en praktische belemmeringen kleven,waaronder druk op de reeds zwaar belaste strafrechtsketen, en dat het éénop één doorvoeren van deze aanpak grote en financieel kostbarewijzigingen met zich meebrengt.38 Daarom gaat de Minister van JenVbegin juni in het Strategisch Beraad Veiligheid in overleg met allebetrokken partijen om te bespreken wat er wel mogelijk is om aan dezorgen van de indieners van de propositie tegemoet te komen.6. Overige ontwikkelingen Evaluatie tijdelijke subsidieregeling Kennisnetwerk SPVIn het Strategisch Plan Verkeersveiligheid, een gezamenlijke visie op deaanpak van verkeersveiligheid, is een van de kernelementen het risicoges-tuurd werken aan verkeersveiligheid. Dit betekent dat wegbeheerders38Aanhangsel Handelingen II 2023/24, nr. 1617Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 398, nr. 110914 proactief de grootste risico’s op het wegennet dat zij in beheer hebben, inkaart brengen. Zo kunnen zij zien waar maatregelen het meeste effectkunnen hebben in het voorkomen van ongevallen. Het KennisnetwerkSPV, een samenwerkingsverband tussen CROW en SWOV, is hierbijopgericht om decentrale overheden te ondersteunen in het risicogestuurdwerken aan verkeersveiligheid. Het ministerie verstrekt hierbij subsidie viade tijdelijke subsidieregeling Kennisnetwerk SPV 2020–2024.Het Ministerie van IenW heeft de tijdelijke subsidieregeling latenevalueren en conform artikel 16 van deze subsidieregeling ontvangt deKamer hierbij de evaluatie (bijlage 7). In de evaluatie wordt onder andereaangegeven dat het Kennisnetwerk SPV over het algemeen doeltreffend isgeweest in het behalen van de output en nog doeltreffender had kunnenzijn wanneer de producten (nog) beter hadden aangesloten op de praktijken als er (nog) meer bekendheid voor diensten en producten wasgeweest. Het ministerie bekijkt dit jaar, mede aan de hand van deevaluatie, in hoeverre het Kennisnetwerk SPV ook na 2024 een rol kanspelen in het ondersteunen van decentrale overheden bij het risicoges-tuurd werken aan verkeersveiligheid.Tot slotWe blijven als rijksoverheid, gezamenlijk met de medeoverheden enmaatschappelijke partners, keihard werken aan een verkeersveiligNederland. Daarbij doen we een beroep op alle weggebruikers, omrekening te houden met hun eigen veiligheid én die van anderen. Samenzorgen we voor veilig verkeer.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,M.G.J. HarbersTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 398, nr. 110915
Gerelateerde bronnen
- De minister van Justitie en Veiligheid gaat in de verzamelbrief voor het commissiedebat Verkeersveiligheid nader in op de aanpak van het rijden onder invloed va
De minister van Justitie en Veiligheid gaat in de verzamelbrief voor het commissiedebat Verkeersveiligheid nader in op de aanpak van het rijden onder invloed van drugs.
- De minister van Justitie en Veiligheid geeft in de verzamelbrief voor het volgende commissiedebat Verkeersveiligheid een stand van zaken van het project aanpak
De minister van Justitie en Veiligheid geeft in de verzamelbrief voor het volgende commissiedebat Verkeersveiligheid een stand van zaken van het project aanpak verkeersveelplegers in Oost-Nederland en besteedt daarin specifiek aandacht aan de rol van de politie.
- De minister van Justitie en Veiligheid geeft in de verzamelbrief voor het commissiedebat Verkeersveiligheid een stand van zaken van het wetsvoorstel verbetering
De minister van Justitie en Veiligheid geeft in de verzamelbrief voor het commissiedebat Verkeersveiligheid een stand van zaken van het wetsvoorstel verbetering aanpak rijden onder invloed, en gaat daarbij nader in op waarom de aanpak afwijkt van die in Duitsland.
- De minister van Justitie en Veiligheid gaat bij de wetsbehandeling van de wet Rijden onder invloed expliciet in op de verschillen met Duitsland.
De minister van Justitie en Veiligheid gaat bij de wetsbehandeling van de wet Rijden onder invloed expliciet in op de verschillen met Duitsland.
- De minister van IenW zegt toe om de Kamer, voor het volgende commissiedebat Verkeersveiligheid, schriftelijk te informeren over de tot dan toe behaalde resultat
De minister van IenW zegt toe om de Kamer, voor het volgende commissiedebat Verkeersveiligheid, schriftelijk te informeren over de tot dan toe behaalde resultaten van het platform Bezorg Veilig.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.