KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang uitvoering Omgevingswet tweede kwartaal 2025

20 aug 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b1180f263e28e1f4 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202533 118OmgevingsrechtNr. 301 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 augustus 2025In deze voortgangsbrief bied ik u een terugblik op het afgelopen kwartaal.Zoals u van mij gewend bent, sta ik stil bij de huidige stand van zakenrond de verdere uitvoering van de Omgevingswet. Daarbij ga ik in op devoortgang en informeer ik u over:•Het aflopen van het interbestuurlijke programma Aan de Slag met deOmgevingswet (hierna: programma AdS);•De actualisatie van de interbestuurlijke afspraken en governance;•De uitreiking van de laatste AandeSlag-trofee;•De recente ontwikkelingen in de Planketen en het robuust maken vande Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaar stellen(hierna: LVBB), en;•De voortgang rondom het vergroten van de gebruiksvriendelijkheidvan het Omgevingsloket.In bijlage 1 vindt u vervolgens de verdiepende en cijfermatige stand vanzaken van de bevindingen en gebeurtenissen in het tweede kwartaal van2025.Huidige faseDe bevoegde gezagen hebben in het tweede kwartaal wederom goedestappen gezet in hun transitie- en veranderopgave. Na de voorbereidendejaren vóór inwerkingtreding wordt nu in de praktijk volop ervaringopgedaan met het, binnen de eigen processen en structuren, gebruikenvan de (kern)instrumenten. Dit blijkt onder andere uit de cijfers van deproductie- en oefenomgeving in het DSO en uit de vragen die aan hetInformatiepunt Leefomgeving (hierna: IPLO) worden gesteld. Zo zie ikbijvoorbeeld dat gemeenten steeds meer aan het oefenen zijn met denieuwe structuur van het omgevingsplan en de mogelijkheden die dit hunkan bieden. Dit stemt mij positief over de huidige fase waarin de(kern)instrumenten steeds meer gebruikt gaan worden. kst-33118-301ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 3011 Ondanks alle goede stappen die gezet worden bij zowel gemeenten,provincies als waterschappen, constateer ik tegelijkertijd dat de mogelijk-heden en kansen die de (kern)instrumenten bieden nog niet ten volsteworden benut. Het goed en volledig benutten van het stelsel draagt in depraktijk bij aan het verder behalen van doelen van de wet. De bestuurlijkeaandacht van mij en de bestuurlijke partners zal dan ook meer gerichtworden op het beter en meer benutten van de (kern)instrumenten van deOmgevingswet. Ik merk dat vooral het delen van praktijkvoorbeeldenbevoegde gezagen daarbij inspiratie geeft over hoe zij de eigen (kern)in-strumenten goed kunnen benutten. Ik blijf dan ook het belang van hetdelen van goede praktijkvoorbeelden benadrukken. De uitreiking van deAandeSlag-Trofee is hier een mooi voorbeeld van. Verderop in deze briefen ook in de bijlage ga ik nader in op de uitreiking van deze trofee.De omschakeling naar het volledig werken conform de Omgevingswetvergt veel inzet van alle bevoegde gezagen en (keten)partners en de wegnaar een volledige transitie is voor velen van hen nog lang. Vanuit mijnministerie wil ik deze positieve inzet ook de komende jaren kracht bijzetten. Daarom borg ik de inzet van kennis en kunde, opgedaan in hetprogramma AdS, binnen de lijnorganisatie van mijn ministerie.Afronding Interbestuurlijk programma Aan de Slag met de OmgevingswetHet einde van het tweede kwartaal vormt ook het einde voor hetprogramma AdS. Het programma heeft de afgelopen jaren een centraleen cruciale rol vervuld. Zowel in de voorbereiding op de inwerkingtredingvan de wet, als in het afgelopen anderhalf jaar na inwerkingtreding. Ik benalle (oud) betrokkenen bij het programma dan ook zeer dankbaar voor huntoewijding en inzet. Ter afsluiting van het programma AdS en gelet op deeffecten van het delen van goede praktijkvoorbeelden, zijn de eerstelessen uit de praktijk gebundeld in het boek «Anders werken werkt». Ditboek is voor eenieder beschikbaar.1Het einde van het programma AdS betekent niet dat de ondersteuningaan bevoegde gezagen stopt. Er is duidelijk nog behoefte aan onder-steuning bij de bevoegde gezagen, waardoor ik een te snelle of volledigeafbouw van de ondersteuning niet verantwoord acht. Per 1 juli jl. heb ik deuitvoeringsondersteuning dan ook binnen de lijnorganisatie van mijnMinisterie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening geborgd. Dit istevens in overeenstemming met meerdere toezeggingen aan de EersteKamer om de uitvoeringsondersteuning in ieder geval vijf jaar te latendoorlopen.2 De aard van de uitvoeringsondersteuning vanuit de lijnorga-nisatie is nu meer gericht op het bewaken, bevorderen en ondersteunenvan de uitvoering door bevoegde gezagen. Het beter en meer benuttenvan de (kern)instrumenten van de Omgevingswet door bevoegde gezagenkrijgt hierbij de aandacht. Er wordt ingezet op het leren van elkaar en hetdelen van praktijkvoorbeelden. Daarnaast gaat het werk van de RegionaleImplementatiecoaches Omgevingswet (RIO’s) en DSO-experts in het landonverminderd door. Uiteraard blijft ook de intensieve samenwerking metde Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het InterprovinciaalOverleg (IPO), de Unie van Waterschappen (UvW), mijn rijkscollega’s enandere betrokken partijen zoals bijvoorbeeld de Omgevingsdienst NL(ODNL) overeind. Ik blijf een vinger aan de pols houden en met mijnbestuurlijke partners goed kijken naar hoe bevoegde gezagen huntransitieopgave verder oppakken en welke uitvoeringsondersteuningdaarbij past. Hetzelfde geldt ook voor de ondersteuning aan het bedrijfs-leven waarin ik samen met koepel- en brancheorganisaties van hetbedrijfsleven optrek.1Bundel Anders werken werkt | Ruimtelijkeordening.nl2T02855 en T03558.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 3012 Uiteraard geef ik vanuit mijn verantwoordelijkheden voor zowel dejuridische als de digitale kant van het stelsel onverminderd invulling aanhet – stap voor stap – blijven verbeteren van het stelsel als geheel. Hetvasthouden van het gebruikersperspectief – en daarmee het verbeterenvan de dienstverlening – blijft daarbij voor mijn bestuurlijke partners enmij een onverminderde prioriteit bij het verder af-, uitbouwen endoorontwikkelen van het DSO.Na afronding van het programma AdS is de actuele en relevanteinformatie overgegaan op de websites van het Informatiepunt Leefom-geving (www.iplo.nl) en ruimtelijkeordening.nl. De websiteaandeslagmetdeomgevingswet.nl is sinds 1 juli jl. niet meer beschikbaar.Het Ontwikkelaarsportaal blijft onveranderd beschikbaar en ook debestuurlijke partners blijven de informatievoorziening via hun kanalenondersteunen.Actualisatie bestuurlijke governanceDe huidige fase na inwerkingtreding van de Omgevingswet en hetonderbrengen van de uitvoeringsondersteuning van de bevoegdegezagen binnen de lijnorganisatie van mijn ministerie, heeft ook gevolgenvoor de diverse interbestuurlijke (governance-)afspraken die richting deinwerkingtreding zijn gemaakt en zijn vastgelegd in het Bestuursakkoordimplementatie Omgevingswet.3 Met de bestuurlijke partijen loopt op ditmoment een traject om de samenwerking en onderlinge afsprakenduurzaam aan te laten sluiten op wat nodig is voor de huidige fase.Daarnaast wordt ook vanuit het begrotingsproces gewerkt aan toekomst-bestendigheid. In de begroting voor het beheer van de landelijkevoorziening van het DSO (hierna: DSO-LV) voor 2026, die dit najaar wordtverwacht, wordt hier aandacht aan besteed. Er wordt ook gekeken naareen goede balans op de lange termijn tussen structurele middelen enkosten. Tot slot wordt in het najaar van 2025 gestart met een actualisatievan de «Visie Digitaal Stelsel Omgevingswet 2024».4 Ik zal u via mijnvoortgangsbrieven over beide trajecten blijven informeren.Laatste uitreiking AandeSlag-TrofeeOm de afronding van het programma AdS te markeren, is recentelijk voorde laatste keer de AandeSlag-Trofee uitgereikt. Deze trofee is een blijk vanwaardering voor inspirerende praktijkvoorbeelden uit het land die latenzien hoe bijvoorbeeld de betreffende bevoegde gezagen via hun eigen(kern)instrumenten zorgdragen voor hun lokale leefomgeving en/ofontwikkelingen mogelijk maken. Voor vier categorieën is een AandeSlag-Trofee uitgereikt. Daartoe waren in totaal 28 inzendingen ontvangen enzijn per categorie 3 genomineerden geselecteerd. Het aantal aanmel-dingen voor de trofee laat zien dat er in het land veel positieve energie isdie mooie en goede initiatieven opgeleverd heeft, waarin volgens debedoeling van de Omgevingswet wordt gewerkt. Naast de juryprijzen konhet brede publiek ook één (algemene) winnaar aanwijzen.Met trots meld ik u dat de winnaars zijn: de gemeenten Harderwijk,Pijnacker-Nootdorp, de provincie Utrecht (tevens winnaar van depublieksprijs) en bouwadviseur Nest Natuurinclusief. Ik wil de winnaarsvia deze weg nogmaals feliciteren. Ze vormen allemaal op hun eigenmanier inspirerende praktijkvoorbeelden voor andere bevoegde gezagenen partijen. In bijlage 1 vindt u een nadere inhoudelijke toelichting over degenomineerden en de winnaars per categorie. Omdat het delen van goede3Kamerstukken 33 118 en 33 962, nr. 19, bijlage.4Visie Digitaal Stelsel Omgevingswet 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 3013 praktijkvoorbeelden zoals gezegd belangrijk is en blijft, wordt de komendetijd bekeken of en zo ja in welke vorm deze trofee in de toekomst eenvervolg kan krijgen.Belangrijkste ontwikkelingen tweede kwartaal 2025Ontwikkelingen in de PlanketenIn de planketen werken bevoegde gezagen met verschillende (kern)instru-menten aan eigen beleid en regelgeving ten aanzien van de fysiekeleefomgeving. Beleid en regelgeving gericht op het beschermen enbenutten van de (lokale) fysieke leefomgeving. Om als bevoegd gezaggoed uit de voeten te kunnen in de planketen zijn een tweetal aspectenvan groot belang, namelijk techniek en kennis. De techniek (lokaal enlandelijk), zijnde het DSO, dient in voldoende mate beschikbaar en oporde te zijn. Daarnaast moeten bevoegde gezagen beschikken overvoldoende kennis. Kennis over enerzijds het (kunnen) werken met denieuwe techniek (DSO) en anderzijds kennis over de Omgevingswet, de(kern)instrumenten en de onderlinge samenhang. Ik constateer dat opbeide vlakken het afgelopen kwartaal weer stappen vooruit zijn gezet.De techniek vormt steeds minder een belemmering, zo meldde ik u ook alin mijn vorige brief. Steeds meer bevoegde gezagen zijn in staat om(technisch) te werken via het hoofdspoor (STOP-TPOD).5 Zo hebbeninmiddels 323 gemeenten een omgevingsdocument via de huidige STOP1.3-standaard bekend gemaakt. 191 gemeenten hebben dit gedaan voor 2of meer omgevingsdocumenten. Het toenemend gebruik van hethoofdspoor was een belangrijke overweging om vast te houden aan hetdefinitief uitfaseren van de Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (hierna:TAM) per 1 januari 2026.6 Daarnaast bevestigen de laatste Interbestuur-lijke Ketentesten (hierna: IKT-testen) wederom het beeld dat de techniekgeen belemmerende factor meer hoeft te vormen voor bevoegde gezagenom via het hoofdspoor (STOP-TPOD) te werken. De plansoftwareleveran-ciers hebben wederom stappen vooruit gezet in de lokale software.7Hierdoor beschikken meer en meer bevoegde gezagen in hun eigen lokaleplansoftware over de benodigde functionaliteiten om in samenspel metde landelijke STOP 1.3-standaard in het DSO-LV te werken via hethoofdspoor (STOP-TPOD).Tegelijkertijd is dit kwartaal hard gewerkt aan de noodzakelijke stappen,zodat de implementatie van de STOP 1.4-standaard snel én verantwoordkan starten. De standaard die onder andere complexe mutatiescenario’s,als het parallel wijzigen van het omgevingsplan, in de planketen onder-steunt.8 Door het Kennis- en exploitatiecentrum officiële overheidspubli-caties (KOOP) is afgelopen kwartaal hard doorgewerkt aan het verstevigenvan het fundament van de LVBB.9 Op basis van de huidige stand vanzaken verwacht ik aan het einde van het volgende kwartaal een robuusteLVBB die gereed is voor een toenemend aantal besluiten. Naast hetvoldoende robuust maken, wordt in het derde en vierde kwartaal ookverder gewerkt aan de doorontwikkeling van de LVBB. Deze doorontwik-keling is noodzakelijk omdat de STOP 1.4-standaard hogere eisen stelt aande LVBB dan de huidige STOP 1.3-standaard.10 Bij een voorspoedig5Kamerstukken 33 118 en 34 986, GJ & Kamerstuk 33 118, nr. 292.6Kamerstukken 33 118 en 34 986, GJ, p. 3–5. & Kamerstuk 33 118, nr. 292, p. 3–5.7Rapportage Interbestuurlijke ketentesten (IKT) PI-338Kamerstukken 33 118 en 34 986, GH, p. 4–5. & Kamerstuk 33 118, nr. 287, p. 4–5.9Kamerstukken 33 118 en 34 986, GH, p. 4–5, Kamerstuk 33 118, nr. 287, p. 4–5, Kamerstukken33 118 en 34 986, GJ, p. 6–7 & Kamerstuk 33 118, nr. 292, p. 6–7.10Kamerstukken 33 118 en 34 986, GJ, p. 6–7 & Kamerstuk 33 118, nr. 292, p. 6–7.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 3014 verloop van de planning kan begin volgend jaar gestart worden met degefaseerde implementatie van de STOP 1.4-standaard. Dit gebeurt opbasis van een interbestuurlijke roadmap die na het zomerreces wordtvastgesteld. Via mijn voortgangsbrieven blijf ik u hierover uiteraardinformeren.Voldoende kennis over de nieuwe techniek (DSO), de Omgevingswet ende – samenhang tussen – (kern)instrumenten stelt bevoegde gezagenuiteindelijk in de praktijk in staat om alle kansen die de wet en de(kern)instrumenten bieden te benutten. Het afgelopen kwartaal lag defocus daarom op het vergroten van het kennisniveau bij bevoegdegezagen. De meest waardevolle kennis ontstaat immers door in de praktijkaan de slag te gaan. Ik blijf bevoegde gezagen aanmoedigen om te gaanwerken volgens de Omgevingswet.In het kader van de kennisopbouw en -ontwikkeling is de VNG hetafgelopen kwartaal gestart met de intensivering van haar ondersteuningvan gemeenten bij de overstap naar het hoofdspoor (STOP-TPOD) en hetwerken met de (kern)instrumenten. Zo zijn de minimaal te nemen stappenvoor de bevoegde gezagen vastgesteld en worden er op regionaal niveauextra ondersteuningstrajecten opgestart. In deze trajecten wordt steedsvaker ingezet op het in regionaal verband ontwikkelen van goedepraktijkvoorbeelden en kennisproducten. Ook proberen bevoegdegezagen steeds vaker de voor hun nieuwe (kern)instrumenten, zoals hetprogramma en/of omgevingsplan, in de praktijk toe te passen bij de hetaanpakken van de (lokale) maatschappelijke thema’s waar zij aan werken.Samen met betrokkenen uit de uitvoeringspraktijk wordt in dergelijketrajecten gewerkt aan verdere kennisopbouw en -overdracht.Om ervoor te zorgen dat alle bevoegde gezagen zo snel mogelijk voor1 januari 2026 in staat zijn om te werken via het hoofdspoor (STOP-TPOD)en met de (kern)instrumenten, blijf ik samen met de VNG vanuit deuitvoeringsondersteuning de noodzakelijke activiteiten aanbieden. Om dekennis bij bevoegde gezagen verder te bevorderen speelt ook hetleertraject DSO professional Omgevingswet, een gezamenlijk initiatief vande koepels, een belangrijke rol. In dit leertraject worden kennissessies enhet werken in de praktijk gecombineerd. De eerste groep heeft dit trajectrecent succesvol afgerond, een tweede groep is bezig en naarverwachting start een derde groep begin volgend jaar. Er wordt voorzienin een blijvende inbedding van dit aanbod via de VNG-Academie.11Bovenstaande ontwikkelingen in de techniek en het kennisniveau zijn ookterug te zien in de meest recente monitoringscijfers. De cijfers laten ziendat de meeste (kern)instrumenten in de planketen in toenemende matezijn toegepast door de bevoegde gezagen ten opzichte van het vorigekwartaal. In bijlage 1 ga ik nader in op de cijfers ten aanzien van deplanketen in het tweede kwartaal van 2025.Vergroten gebruiksvriendelijkheid OmgevingsloketIn mijn voorgaande brieven heb ik u geïnformeerd over de inspanningenop het gebied van het verbeteren van de gebruiksvriendelijkheid van hetOmgevingsloket. Ik benut deze brief graag om u inzicht te geven in hetbrede palet van activiteiten die hieraan bijdragen.Voordat ik dat doe, herhaal ik eerst dat het DSO een breed stelsel is metcentrale en decentrale voorzieningen en systemen, veel informatie-stromen en honderden deelnemende partijen. Het is geen enkelvoudig11https://vng.nl/artikelen/leertraject-dso-professional-omgevingswetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 3015 systeem dat door één partij gestuurd wordt. Dit houdt onder andere in dathet verbeteren van de gebruiksvriendelijkheid van het Omgevingsloket –en specifiek de Vergunningcheck – een optelsom is van verschillende(kleine) verbeteringen die door alle partijen in meer of mindere mateuitgevoerd zullen moeten worden. Uiteindelijk moet de optelsom van aldeze (kleine) verbeteringen leiden tot het uiteindelijke doel dat allebetrokkenen effectief gebruik kunnen maken van ontsloten plannen,wetten en regels.De kern van mijn aanpak voor het vergroten van de gebruiksvriende-lijkheid van het Omgevingsloket is vanuit het daadwerkelijke gebruikkijken waar verbeteringen de meeste impact hebben. Dit doe ik door hetconstant verzamelen van feedback en ervaringen, onder andere viamonitoring van het gebruik, metingen van klanttevredenheid bij hetgebruik van het Omgevingsloket en de inzet van gebruikerstesten.12 Dezefeedback en ervaringen benut ik om het Omgevingsloket stap voor stap teverbeteren. Daarnaast wordt vanuit de ondersteuning van het IPLOzichtbaar waar overheden, burgers en bedrijven vragen over stellen. Metbehulp van deze informatie kan ik met de samenwerkende overhedensteeds beter identificeren welke vraagstukken opgepakt moeten worden.Er is door het Rijk veel tijd en energie besteed aan het verbeteren van devergunningchecks (hierna: checks) die betrekking hebben op de rijksregel-geving die de meeste impact heeft. Zo zijn bij de meest recente inhoude-lijke doorontwikkeling van het Omgevingsloket alle checks die betrekkinghebben op bouwregelgeving van het Rijk verbeterd. Deze verbeterdechecks staan inmiddels live in het Omgevingsloket. Ook zijn er verbete-ringen doorgevoerd in de check «boom kappen». Deze verbeteringen zijninmiddels getest in een gebruikersonderzoek en zullen naar verwachtingin het derde kwartaal in het Omgevingsloket ontsloten worden. Verbete-ringen van de checks voor het slopen/asbest verwijderen, brandveiliggebruik en graven/ontgronden hebben ook mijn aandacht. Via de inzetvan gebruikersonderzoeken wordt met de inhoudelijk verantwoordelijkepartijen gekeken naar mogelijkheden om ook deze checks de komende tijdte verbeteren.Checks die betrekking hebben op het beschermen van kwetsbare flora enfauna hebben eveneens mijn aandacht. Het voortouw tot het verbeterenvan deze checks ligt bij de provincies waar ik nauw mee samenwerk.Eerder is uit gebruikersonderzoek bijvoorbeeld gebleken dat hetsamenspel tussen de door de provincies geboden voorziening«Beschermde Soorten Indicator» (BeSI)13 en het Omgevingsloket nogonvoldoende tegemoetkomt aan de gebruikswensen. Voor de gebruikers-ervaring van het Omgevingsloket zijn door de provincies de voorberei-dende technische werkzaamheden inmiddels in gang gezet om ditsamenspel te bevorderen en daarmee over de verschillende overhedenheen de gebruikerservaring te verbeteren. Zodra deze en andere wijzi-gingen zijn doorgevoerd zal ik u daarover informeren.Behalve technische zaken heb ik ook een werkplaats laten uitvoeren metvier provincies, een gemeente, een omgevingsdienst, Rijkswaterstaat, deRijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), het Ministerie vanLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en mijn minis-terie. Deze werkplaats was specifiek gericht op het verbeteren van deinhoudelijke vragen bij de werkzaamheid «zonnepanelen plaatsen». Opbasis daarvan kunnen provincies hun vraagstelling in de Vergunningcheck12Resultaten van gebruikersonderzoeken Omgevingsloket | Informatiepunt Leefomgeving13Beschermde SoortenIndicator (BeSI) – BIJ12Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 3016 verbeteren.14 Door de inzet van gebruikerstesten worden bevoegdegezagen zich bewuster van hoe hun informatie in het Omgevingsloketwordt ervaren. In samenwerking met de VNG doorloop ik daaromeenzelfde soort traject om ook de gemeentelijke vraagstelling bij de top 10meest aangevraagde werkzaamheden verder te verbeteren.15Dit alles is onderdeel van mijn bredere interbestuurlijke aanpak om ook nainwerkingtreding bevoegde gezagen te ondersteunen met kennis enkunde. De herijkte Werkwijzer Toepasbare Regels – die in mei van dit jaaris uitgerold – is hier onderdeel van.16 Ditzelfde geldt voor de recentopgeleverde Richtlijn Annoteren.17 Eerder heb ik benadrukt dat hoe meerregels door bevoegde gezagen toepasbaar zijn gemaakt en hoe meerplannen via de STOP-standaard en goed geannoteerd het loket wordeningebracht, hoe beter de totale gebruikservaring van het Omgevingsloketzal zijn en die van de Vergunningcheck in het bijzonder. Ik investeerdaarom ook in een groeiende DSO Community18 van toepasbareregel-experts die werkzaam zijn in het land om dit te bevorderen.Het bovenstaande maakt duidelijk dat het verbeteren van de gebruikerser-varing nauw samenhangt met het verbeteren van de informatie die allebevoegde gezagen in het Omgevingsloket inbrengen. Bevoegde gezagengaan daarbij aan de slag met het vaak gebruikte juridische jargon,onduidelijke en vaak technische toelichtingen daarop, ontbrekendewerkingsgebieden en onduidelijk doelgroepen van beleid. Daarnaastmaakt het DSO de veelheid aan regels van alle overheden zichtbaar diebetrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Overheden hebbenhierdoor beter zicht op de eigen en andermans regels. Daardoor wordenook mogelijke overlappende of tegenstrijdige regels zichtbaar. Ik hoop datdit overheden inspireert om ook proactief zelf te kijken naar de mogelijk-heden voor (lokale) deregulering, zoals ik dat ook doe op nationaal niveauop het gebied van woningbouw met het programma STOER.Ook aan de meer technische kant van het Omgevingsloket heb ik in deafgelopen periode verbeteringen laten doorvoeren. Verbeteringen die eronder meer voor zorgen dat het zoeken op werkzaamheden is verbeterd.Dit geldt ook voor het tonen van contactgegevens van bevoegde gezagenzodat initiatiefnemers persoonlijk contact kunnen opnemen en hetverbeteren van het machtigen van derde partijen, zoals aannemers enadviseurs die voor initiatiefnemers werkzaamheden kunnen uitvoeren. Viahet zogenaamde «ontwikkelaarsportaal» wordt doorlopend berichtgegeven van deze vele kleine en grote technische verbeteringen.19Logische en noodzakelijke vervolgstappen om het Omgevingsloketgebruiksvriendelijker te maken, zijn: het technisch verder verbeteren, hetvullen met betere content, het blijven testen van ketens met gebruikers enhet verder activeren en ondersteunen van het open stelsel. Dit alles helptleveranciers om hun diensten aan bevoegde gezagen en grote gebruikerste verbeteren.Tot slot kijk ik ook vooruit naar nieuwe ontwikkelingen en mogelijkheden.Met de komst van kunstmatige intelligentie (hierna: AI) zie ik een grotegroei aan dienstverlening door derden die gebruik maken van de nugeboden mogelijkheden en data van het DSO. Daarmee ontstaan nieuwe14Gebruikersonderzoek Vergunningcheck zonnepanelen en beschermde diersoorten (maart2025) | Informatiepunt Leefomgeving15Voorbeelden toepasbare regels gemeenten | VNG16Alles over toepasbare regels voor het Omgevingsloket | Informatiepunt Leefomgeving17Annotatierichtlijn | Wegwijzer TPOD18DSO Community19Home – OntwikkelaarsportaalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 3017 mogelijkheden en dienstverleningsconcepten om de (onderliggende) dataen informatiestromen van het DSO te benutten. Zo worden volop nieuwetechnologieën verkend, zoals Large Language Modellen (hierna: LLM). Ditis een type AI dat getraind is om grote hoeveelheden tekst te begrijpen ente genereren. Voorbeelden hiervan zijn de Omgevings-chat20 en deBeleidsbot21 die als genomineerden voor de AandeSlag-Trofee indrukmaakten met hun dienstverleningsconcept op basis van, onder anderedoor het DSO, geboden mogelijkheden. Ze maken zichtbaar dat er evidentpotentiële voordelen schuilen in de inzet van dergelijke LLM’s. Ik zie echtereven zozeer risico’s aan deze inzet. Om die reden wijs ik op deAI-verordening die op deze inzet van kracht is.22 In het kader van deverdere ontwikkeling van het DSO wordt onderzocht hoe deze opkomendemogelijkheden in de toekomst eventueel kunnen worden ondersteund enonder welke voorwaarden dit kan gebeuren. Denk hierbij aan bijvoorbeeldhet verkleinen van de transitieopgave van bevoegde gezagen, hetverbeteren van dienstverlening of het toegankelijker maken van infor-matie richting initiatiefnemers.Monitoring en evaluatie stelsel OmgevingswetMet mijn vorige voortgangsbrief stuurde ik uw Kamer, in het kader van definanciële monitoring, de resultaten van het onderzoek naar de transitie-kosten en de Nulmeting toe. De Nulmeting dient als basis voor deintegrale financiële evaluaties waarvan de eerste aan het einde van 2025wordt opgeleverd. Daarnaast ontving uw Kamer bij deze brief ook heteerste reflectierapport van de onafhankelijke EvaluatiecommissieOmgevingswet over 2024.23 Recentelijk heeft u van mij separaat de eersterapportage, over 2024, vanuit de Monitor Werking Omgevingswetontvangen.24 Het komende jaar wordt verder gewerkt aan de uitvoeringvan de toegezegde invoeringstoets.25 Via mijn voortgangsbrieven ofseparaat blijf ik uw Kamer de komende jaren informeren over deuitkomsten van de diverse monitors en de werkzaamheden van deevaluatiecommissie en de regeringscommissaris.VoortgangsbrievenIn lijn met de toezegging aan de Eerste Kamer bent u gewend om van mijelk kwartaal een voortgangsbrief over de uitvoering van deOmgevingswet te ontvangen.26 Inmiddels zijn we anderhalf jaar nainwerkingtreding en ontvangt u ook jaarlijks de rapportages vanuit deMonitor Werking Omgevingswet en de bevindingen van de onafhankelijkeEvaluatiecommissie Omgevingswet. Gelet op deze informatiestromenneemt de toegevoegde waarde van het elk kwartaal versturen van eenvoortgangsbrief af. Hierom ben ik voornemens om vanaf 2026 defrequentie van de voortgangsbrieven terug te brengen tot eenmaal perjaar in lijn met de frequentie van de Monitor Werking Omgevingswet. Alser urgente ontwikkelingen zijn, zal ik u hierover uiteraard eerder (separaat)informeren.20Home | OmgevingsChat21BeleidsBot | Dé tool voor beleidsanalyses22K. Wat je moet weten over de AI-verordening • Algoritmes23Kamerstukken 33 118 en 34 986, GJ, bijlagen & Kamerstuk 33 118, nr. 292, bijlagen.24Kamerstuk 33 118, nr. 300.25T0374726T03747Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 3018 Tot slotZoals uit de voortgangsrapportage blijkt, gebaseerd op de ervaringen inde praktijk, wordt steeds meer gewerkt met de Omgevingswet. Datbetekent niet dat we er al zijn. Het is belangrijk om de komende periodede focus te leggen op het daadwerkelijk benutten van alle mogelijkhedenen kansen die de wet biedt. Het blijft derhalve een traject van de langeadem waarvoor ik mij, samen met de bestuurlijke partners en alle partijendie bij deze grote stelselwijziging betrokken zijn, blijvend zal inzetten. Ikblijf daarbij, samen met hen, vinger aan de pols houden.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,M.C.G. KeijzerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 3019

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 4e8ed4b9fa5740ae

14 okt 2026 · 0c2a3fc29892d5de

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.