KamerkringInloggen
Kamerbrief

Joint Statement vrije doorvaart Straat van Hormuz

20 mrt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 8b4a67b0ae273c3e · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202623 432De situatie in het Midden-OostenNr. 669 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VANDEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 april 2026In reactie op de emailprocedure op initiatief van het lid Piri (GroenLinksPvdA) informeren wij u over de gezamenlijke verklaring van het VerenigdKoninkrijk, Frankrijk, Duitsland, Italië, Japan, Canada en Nederland van19 maart 2026.Inhoud van de verklaringDe verklaring veroordeelt de recente aanvallen van Iran op onbewapendecommerciële vaartuigen in de Golf, alsmede de aanvallen op civieleinfrastructuur, waaronder olie- en gasinstallaties, en de feitelijke afsluitingvan de Straat van Hormuz door Iraanse strijdkrachten.Daarnaast drukt de verklaring de gezamenlijke bezorgdheid uit over deescalatie van het conflict. Ook wordt Iran opgeroepen zijn dreigementen,alsmede als het leggen van zeemijnen, drone- en raketaanvallen enandere pogingen om de Straat van Hormuz voor de commerciëlescheepvaart te blokkeren, per direct te staken en te voldoen aan Resolutie2817 van de VN-Veiligheidsraad van 11 maart 2026. De vrijheid vannavigatie vormt een fundamenteel beginsel van het internationaal recht,zoals onder meer vastgelegd in het Verdrag van de Verenigde Natiesinzake het Recht van de Zee (UNCLOS).De gevolgen van het handelen van Iran zijn wereldwijd voelbaar, in hetbijzonder voor de meest kwetsbaren. In overeenstemming met Resolutie2817 van de VN-Veiligheidsraad wordt in de verklaring benadrukt datdergelijke belemmering van de internationale scheepvaart en deverstoring van mondiale energievoorzieningsketens een bedreigingvormen voor de internationale vrede en veiligheid. In de verklaring wordtopgeroepen tot een onmiddellijke en alomvattende opschorting vanaanvallen op civiele infrastructuur, waaronder olie- en gasinstallaties. kst-23432-669ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 432, nr. 6691 Daarnaast beschrijft de verklaring de beginselbereidheid om bij te dragenaan passende inspanningen ter waarborging van een veilige doorvaartdoor de Straat van Hormuz. De inspanningen van staten inzake voorberei-dende planningsactiviteiten worden in de verklaring verwelkomd.In de verklaring wordt het besluit van het Internationaal Energieagent-schap verwelkomd om een gecoördineerde vrijgave van strategischeolievoorraden toe te staan. Er zullen aanvullende maatregelen wordengetroffen om de energiemarkten te stabiliseren, waaronder samenwerkingmet bepaalde producerende landen om de productie te verhogen.Tot slot spreekt de verklaring steun uit voor het werken aan het verlenenvan steun aan de meest getroffen landen, onder meer via de VerenigdeNaties en de internationale financiële instellingen. Maritieme veiligheid envrijheid van navigatie komen alle landen ten goede. Als onderdeel van deverklaring worden alle staten opgeroepen het internationaal recht teeerbiedigen en de fundamentele beginselen van internationale welvaarten veiligheid te handhaven.Nederlandse belangen en positieDe de facto sluiting van de Straat van Hormuz raakt direct Nederlandseveiligheids- en economische belangen. De situatie is omgeven met groteonzekerheid en er kunnen bredere economische effecten optreden naargelang de spanning in de regio aanhoudt.1 Die effecten zijn nu al zichtbaarop de wereldwijde energiemarkt; het Internationaal Energie Agentschap(IEA) waarschuwde eerder vandaag voor een grote energiecrisis indien devrije doorvaart door de Straat van Hormuz niet wordt hersteld. Hetwaarborgen van de vrije en veilige doorvaart van al het maritieme verkeerin dit gebied is daarmee nadrukkelijk in het Nederlands belang; zowelvoor schepen die onder de Nederlandse vlag varen, alsmede voorschepen van onze (Europese) partners.Nederland hecht veel waarde aan de naleving van het internationale rechtop vrije doorvaart en doortocht, ook om humanitaire redenen, en aan debevordering van de internationale rechtsorde en steunt daarmee de in deverklaring opgenomen oproep aan alle landen om zich te houden aan hetinternationaal recht. Nederland acht de de facto sluiting van de Straat vanHormuz derhalve onacceptabel en steunt de Verenigde Naties in zijn rol,zoals het initiatief van de SGVN voor bemiddeling humanitaire doorvaartvan voedsel, medicijnen en kunstmest. In de conclusies van de EuropeseRaad van 19 maart jl, alsmede in de verklaring van de Raad van deInternationale Maritieme Organisatie (IMO) wordt in vergelijkbarebewoordingen steun uitgesproken voor gecoördineerde internationaleinspanningen ter waarborging van de vrije doorvaart in de Straat vanHormuz.Mocht er sprake zijn van een concreet initiatief om bij te dragen aandergelijke inspanningen, dan zal de wenselijkheid en mogelijkheid wordenonderzocht, en de Kamer hierover, conform bestaande procedures,worden geïnformeerd.Op dit moment is er geen sprake van een concrete militaire Nederlandsebijdrage in de Straat van Hormuz. Gezien het belang van veilige en vrije1Zie Kamerbrief van de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van SocialeZaken en Werkgelegenheid, de Minister van Klimaat en Groene Groei, de Minister vanBuitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de Staatssecretaris van Financiën,«Economische impact gewapend conflict Midden-Oosten,» 16 maart 2026, Kamerstuk 23 432,nr. 666.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 432, nr. 6692 doorvaart, beziet Nederland, samen met Verenigd Koninkrijk, Frankrijk,Duitsland, Italië, Japan en Canada, doorlopend welke mogelijke stappengenomen zouden kunnen worden. Zo heeft Nederland samen met onderandere Duitsland en Frankrijk in Europees verband bijvoorbeeld gepleitvoor een horizontaal sanctieregime voor vrije doorvaart.Het kabinet monitort de situatie nauwlettend en beziet doorlopend hethandelingsperspectief (zowel diplomatiek, als economisch, als militair),waarbij inbegrepen mogelijke ondersteuning van de getroffen staten in deregio. Hierbij onderstrepen we met internationale partners voortdurendhet belang van het terugbrengen van stabiliteit in de regio en hetvoorkomen van verdere escalatie.De Minister van Buitenlandse Zaken,T.B.W. BerendsenDe Minister van Defensie,D. Yes¸ilgöz-ZegeriusTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 432, nr. 6693

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 65ffe7473c3dac10

14 okt 2026 · f7926ef9a36f8bfd

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.