KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over Aanpassing wet- en regelgeving gesloten jeugdhulp (Kamerstuk 31839-1091)

28 aug 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 66ff16fc3ce922b9 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 839JeugdzorgNr. 1096 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 28 augustus 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport over de brief van 17 juni 2025 inzakeAanpassing wet- en regelgeving gesloten jeugdhulp (Kamerstuk 31 839,nr. 1091).De vragen en opmerkingen zijn op 17 juli 2025 aan de Staatssecretaris vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 28 augustus2025 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Sjerp kst-31839-1096ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10961 InhoudsopgaveI.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie6Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie6II.Reactie van de bewindspersoon7 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben met enige verbazing kennisgenomenvan de brief van de Staatssecretaris over de voorgestelde aanpassing vande wet- en regelgeving inzake gesloten jeugdhulp. Genoemde ledenhebben hierover enkele vragen.De leden van de PVV-fractie zijn blij dat er eindelijk gewerkt wordt aan eenwettelijke basis voor het insluiten van jongeren die ’s nachts een gevaarvormen voor anderen. Tegelijkertijd hebben instellingen dusmaandenlang moeten handelen in strijd met de wet. Zijn er situatiesbekend waarbij dit negatieve gevolgen of consequenties heeft gehad voorde betrokken jeugdigen of personeel? Waarom is dit niet eerder opgelost?De Staatssecretaris spreekt herhaaldelijk over de rechtspositie van deingesloten jongeren. Maar hoe zit het met de rechtspositie van dejongeren die ’s nachts worden lastiggevallen, geïntimideerd of zelfsseksueel benaderd door deze probleemjongeren?De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft zes instellingen onderverscherpt toezicht gesteld en drie om verbeterplannen gevraagd. Maarnergens in deze brief staat iets over sancties, zoals financiële kortingen,sluiting of onder curatele stellen. Waarom wordt falen in de jeugdzorgkeer op keer beloond met geduld en zachte woorden? Verschillendeinstellingen, zoals bijvoorbeeld Levvel, weigeren om insluitingsruimtes terealiseren uit principe. De leden van de PVV-fractie vragen de Staatssecre-taris, sinds wanneer gaan ideologische dogma’s boven veiligheid. De IGJheeft de jeugdhulpaanbieder Levvel in december 2024 voor de duur vanzes maanden onder verscherpt toezicht gesteld, wat is op dit moment destatus? Genoemde leden ontvangen graag een update over de actuelesituatie bij Levvel.De Staatssecretaris erkent dat een kleine groep jongeren met een «hoogforensisch profiel» verantwoordelijk is voor veel onveiligheid. Waaromzitten deze jongeren nog steeds in de reguliere gesloten jeugdzorg, en nietin een justitiële jeugdinrichting met passend toezicht en beveiliging?Kan de Staatssecretaris garanderen dat met deze wetsaanpassing alleinstellingen voortaan voldoen aan de wettelijke eisen? En wat gebeurt erals ze dat weer niet doen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10962 De leden van de PVV-fractie roepen de Staatssecretaris op om te stoppenmet het pamperen van probleemjongeren en prioriteit te geven aan deveiligheid van personeel en jongeren die zich wel aan de regels houden. Isde Staatssecretaris daartoe bereid?Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie danken de Staatssecretaris voorde uitgebreide toelichting per brief over het voornemen om de wet- enregelgeving gesloten jeugdhulp aan te passen. Wel hebben zij hier nogwat vragen over.Graag horen deze leden of de voorgenomen maatregelen ook zijnafgestemd met ervaringsdeskundigen en vertegenwoordigers vanjongeren in de jeugdzorg en met kinderrechtenorganisaties en deKinderombudsman? Zo ja, wat is er besproken en wat is hun oordeel overde voorgenomen maatregelen? Is de Staatssecretaris voornemens om eenkinderrechtentoets uit te voeren voor deze wet? Deze leden zijn namelijkvan mening dat dit voorstel zich bij uitstek hiervoor leent.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat in de praktijk isgebleken dat niet alle aanbieders van gesloten jeugdhulp erin geslaagdzijn om volledig aan de wet gesloten rechtspositie jeugdhulp te voldoen,die per 1 januari 2024 is ingevoerd. Dit bleek ook uit eerdere bevindingenvan het European Committee for the Prevention of Torture and Inhumanor Degrading Treatment or Punishment (CTP) en de Inspectie Gezond-heidszorg en Jeugd (IGJ). Kan de Staatssecretaris duiden waarom het deene aanbieder wel lukt om aan de wet te voldoen en de andere aanbiederniet? Welk soort aanbieders lukt het wel en welke niet? Heeft dit ook eenrelatie met de personeelstekorten in de jeugdzorg? Zo ja, in hoeverreverhoudt dit zich tot de woorden van uw ambtsvoorganger in het debatover de behandeling van de Wet rechtspositie gesloten Jeugdzorg diestelde dat het personeelstekort niet helpt bij het voorkomen van vrijheids-beperkende maatregelen, maar daarbij aangaf «Tegelijkertijd zeg ik er nogmaar eens heel duidelijk bij dat het personeelstekort as such geen redenmag zijn voor een vrijheidsbeperkende maatregel.»De IGJ heeft zes aanbieders onder verscherpt toezicht geplaatst, dit zijnniet alle aanbieders. Op welke manier rechtvaardigt de Staatssecretaris deconclusie dat de aanpassing van de gehele wet- en regelgeving nunoodzakelijk is? Is er ook gekeken naar het advies1 dat de Raad voorStrafrechttoepassing en Jeugdbescherming eerder heeft gegeven om dedrie wetten (hoofdstuk 6 jeugdwet, de Wet verplichte geestelijke gezond-heidszorg en de Wet zorg en dwang) te harmoniseren? Zo nee, waaromniet? Zo ja, waarom is besloten dat niet te doen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen2 dat het verscherpttoezicht eind juni is beëindigd, in afwachting van het aangekondigdewetstraject van de regering. In hoeverre wordt bij deze aanbieders nogwel vinger aan de pols gehouden op de geconstateerde tekortkomingen?Een wetstraject duurt immers vaak nog wel een tijd, op welke manier blijftde inspectie betrokken bij de aanbieders? Genoemde leden lezen dat deinspectie speciale aandacht zal hebben voor de ervaringen van jongerendie er verblijven, waaruit zal deze speciale aandacht bestaan? Op welke1Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, 13 november 2023, Advies: Vrijheids-beperkende maatregelen in de open residentiële jeugdhulp? | Nieuwsbericht | Raad voorStrafrechtstoepassing en Jeugdbescherming.2Inspectie Jeugdgezondheidszorg en Zorg, 26 juni 2025, Verscherpt toezicht 6 JeugdzorgPlus-aanbieders beëindigd | Nieuwsbericht | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10963 manier is de input van jongeren die zelf in gesloten jeugdzorg verblijvenmeegenomen bij dit voornemen om de wet aan te passen? Wat voor inputgaven deze jongeren mee?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie begrijpen de dilemma’s waar deaanbieders in de praktijk tegenaan lopen, onder meer op het gebied vanveiligheid voor andere jeugdigen en medewerkers. Deze leden vragen ofdit moet leiden tot een aanpassing van de gehele wetgeving of dat ersneller gewerkt moet worden aan een passend aanbod en regelgevingvoor bijvoorbeeld de forensische doelgroep in de gesloten jeugdhulp. Hoekijkt de Staatssecretaris hiernaar? Wanneer zal het onderzoek naar deforensische doelgroep in de gesloten jeugdhulp worden opgeleverd? Enwanneer het zorginhoudelijk kader dat voor deze doelgroep wordtontwikkeld?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn ook benieuwd of deStaatssecretaris het risico ziet van een «slippery slope»? Hoe wordtgezorgd dat het «nee, tenzij» blijft? Op welke manier wordt dit gecontro-leerd en gemonitord? Hoe wordt «gedrag van een jeugdige dat eenernstig gevaar vormt voor de gezondheid of de veiligheid van een anderejeugdige» gedefinieerd? Om wat voor gedrag gaat het dan? Is er altijd eengedragskundige aanwezig die goedkeuring kan geven aan de maatregel indit soort (nood)situaties? Is dat bijvoorbeeld ’s nachts ook het geval?Genoemde leden lezen dat de aanbieder de mogelijkheid van meernabijheid en extra personeel eerst moet bezien. Hoe ziet de Staatssecre-taris dit voor zich? Waar moet de aanbieder dit extra personeel vandaanhalen? Op welke manier wordt personeel geschoold in het toepassen envooral ook het voorkomen van vrijheidsbeperkende maatregelen? Opwelke manier wordt personeel geschoold in het toepassen van vrijheids-beperkende maatregelen zonder pijn? Deze leden lezen ook in de brief datde maatregel moet worden opgenomen in het hulpverleningsplan. Hoekijkt de Staatssecretaris naar de reactie3 van Mariëlle Bruning hierop,waarin ze het geen goed idee vindt om het «opsluiten» vast te leggen inhet hulpplan van jongeren? Heeft de Staatssecretaris een beeld inhoeverre het hulpverleningsplan daadwerkelijk zoveel mogelijk metouders en jongeren wordt opgesteld zoals het amendement Westerveld4op de wet beoogde? Gebeurt dit overal op een goede manier? Wordt ditgemonitord en zo ja, door wie? Wat gebeurt er als een jongere zelf nietinstemt met deze maatregel in het hulpverleningsplan?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie lezen dat op dit moment de eisen voor eeninsluitingsruimte en voor een ruimte waar jongeren op eigen verzoekverblijven, dezelfde zijn. Dit kan dezelfde ruimte zijn. Wat gebeurt er onderde huidige regelgeving in de praktijk als er één ruimte is die voor beidedoeleinden gebruikt wordt, waar een jongere vrijwillig en een jongereverplicht in moet verblijven?De leden van de VVD-fractie lezen dat de Staatssecretaris voornemens isom onder specifieke omstandigheden toe te staan dat de deur van deeigen kamer gedurende de nachtelijke uren op slot gaat. Kan de Staatsse-cretaris aangeven welke omstandigheden zij onderscheidt die hiertoeaanleiding geven? Kan zij toelichten wanneer een jongere een dusdanig3Trouw, 11 juli 2025, Jeugdzorg mag jongeren weer opsluiten, als het aan het kabinet ligt. «Dit isschadelijk» | Trouw.4Kamerstuk 35 771, nr. 15. Wijziging van diverse wetten in verband met zwijgbedingen injeugdzorg, zorg en ondersteuning | Tweede Kamer der Staten-Generaal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10964 groot gevaar oplevert voor anderen, dat dit nachtelijke insluitingrechtvaardigt?Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie danken de Staatssecretaris voor de uitge-breide en zorgvuldige toelichting op de voorgenomen aanpassingen vande Jeugdwet en het Besluit Jeugdwet met betrekking tot de geslotenjeugdhulp. De transformatie van de gesloten jeugdhulp naar eenkleinschalige, menswaardige en zo’n vrijheidsbeperkend-mogelijke vormvan zorg vraagt om blijvende aandacht, zorgvuldigheid en dialoog.Deze leden onderstrepen het belang van een veilige en gezondeomgeving voor zowel de jeugdigen als de professionals in de geslotenjeugdhulpinstellingen. De praktijk laat zien dat professionals in moeilijkesituaties terechtkomen waarin veiligheid, rechtspositie en goede zorg inbalans moeten worden gebracht. Juist daarom is het essentieel dat zijkunnen opereren binnen heldere juridische kaders, die hen richting enbescherming bieden in het maken van zorgvuldige afwegingen.Tegelijkertijd maken deze leden zich ernstige zorgen over recente signalenvan het gebruik van pijnprikkels in zowel gesloten als open jeugdzorgin-stellingen, zoals het «bokkenpootje» en het «vlindertje». Het toepassenvan deze fysiek pijnlijke dwangmiddelen is onacceptabel en in strijd metde uitgangspunten van menswaardige jeugdhulp. Het feit dat dezepraktijken – ondanks eerdere rapportages en inspectietoezicht – nogsteeds voorkomen, maakt duidelijk dat wettelijke kaders alleen nietvoldoende zijn. Het vraagt ook om een cultuurverandering, stevigenormstelling en structurele investeringen in personeel, scholing entoezicht. Deze leden vragen de Staatssecretaris of het tegengaan van dezeuitwassen expliciet en effectief kan worden meegenomen in zowel hetwetsvoorstel als het toezicht daarop.Daarnaast wijzen de leden van de D66-fractie op het feit dat er deafgelopen jaren uitgebreid onderzoek is gedaan naar structureleknelpunten in de jeugdzorg, met stevige rapporten zoals dat van decommissie-Hendriks en anderen. Veel aanbevelingen uit die rapporten zijnnog steeds actueel, maar tot op heden te beperkt opgepakt. Genoemdeleden roepen de Staatssecretaris op om deze bestaande inzichten serieuste betrekken bij het wetstraject. Veel van de benodigde verbeteringen zijnniet nieuw, maar wachten nog altijd op implementatie.Ook vragen de leden van de D66-fractie aandacht voor de uitvoerbaarheidvan het voorgenomen beleid met het huidige personeelsbestand. Recentwerd opnieuw een jeugdinstelling onder verscherpt toezicht geplaatst,waar sprake was van valse cv’s en ernstig disfunctioneren. Ook bredergeldt dat medewerkers vaak jong en relatief onervaren zijn, terwijl zijworden geconfronteerd met jongeren die complexe en ingrijpendeervaringen meebrengen. Deze leden vragen de Staatssecretaris hoe zij inpersoneelsbeleid, aanname en ondersteuning stuurt op het aantrekken enbehouden van gekwalificeerde professionals, die toegerust zijn om in dezeintensieve context zorg te bieden.De leden van de D66-fractie constateren dat er op onderdelen noguiteenlopende zienswijzen bestaan over de voorgenomen wetswijziging.Deze verdeeldheid onder veldpartijen laat zien hoe gevoelig dit onderwerpligt en hoe belangrijk het is dat alle betrokkenen zich gehoord weten in ditproces. Deze leden roepen de Staatssecretaris op om het gesprek met alleveldpartijen – inclusief aanbieders, beroepsverenigingen, jongerenorgani-saties en inspectie – voort te zetten en hun zorgen nadrukkelijk mee teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10965 nemen bij de uitwerking van het wetsvoorstel. Juist door hun signalenserieus te nemen, kunnen knelpunten worden ondervangen en kan rechtworden gedaan aan de complexe werkelijkheid waarin hulpverlenersopereren.De leden van de D66-fractie vragen de Staatssecretaris om de Kamer tijdigen herhaaldelijk te informeren over de voortgang van dit traject, inclusiefde resultaten van het overleg met veldpartijen en de uitkomsten vanlopende onderzoeken, zoals dat naar de forensische doelgroep. Daarmeewordt de Kamer in staat gesteld om het wetgevingsproces op eenzorgvuldige manier te volgen, te evalueren en waar nodig bij te sturen,zodat de uiteindelijke regelgeving recht doet aan zowel de rechtspositievan jeugdigen als aan het professioneel handelen van hulpverleners.De leden van de D66-fractie zien de verdere uitwerking van hetwetsvoorstel met belangstelling tegemoet.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deStaatssecretaris waarin wordt voorgesteld om op twee punten de wet- enregelgeving voor gesloten jeugdhulp aan te passen. Dat is in de eersteplaats om een wettelijke basis te introduceren voor het ’s nachts in deeigen kamer insluiten van jeugdigen van wie het gedrag een ernstiggevaar kan zijn voor andere jeugdigen en medewerkers. In de tweedeplaats is een aanpassing in het Besluit Jeugdwet noodzakelijk om ervoorte zorgen dat ook de aanbieders van kleinschalig georganiseerde geslotenjeugdhulp kunnen voldoen aan de eisen voor een afzonderlijke en veiligeruimte waar jeugdigen op eigen verzoek kunnen verblijven. Genoemdeleden maken graag van de gelegenheid gebruik enkele aanvullendevragen te stellen.De Wet rechtspositie gesloten jeugdhulp is op 1 januari 2024 in werkinggetreden. Doelstellingen van deze wet zijn het verbeteren van derechtspositie van jeugdigen in de gesloten jeugdhulp en het verminderenvan het gebruik van vrijheidsbeperkende maatregelen. In hoeverre zoumet bovengenoemde aanpassingen nog worden voldaan aan het nee«tenzij-beginsel»? De leden van de CDA-fractie begrijpen dat de situatievoor andere jeugdigen en medewerkers «zo veilig mogelijk» moet zijn envragen hoe vaak, sinds 1 januari 2024, de situatie voor is gekomen dat hetnoodzakelijk was de slaapkamerdeur te sluiten.Vervolgens stelt de Staatssecretaris ook dat er in opdracht van hetMinisterie van Justitie en Veiligheid een onderzoek loopt naar deforensische doelgroep in de gesloten jeugdhulp. Daarnaast ontwikkelt hetLandelijk Programmateam Transformatie gesloten jeugdhulp eenzorginhoudelijk kader voor de forensische doelgroep. En aanbiedersmoeten ervoor zorgen dat hun medewerkers vakbekwaam zijn en blijvenin het voorkomen dat vrijheidsbeperkende maatregelen nodig zijn. Hoeverhouden deze bovengenoemde maatregelen zich tot de voorgesteldewetswijziging? Blijkbaar gaat de Staatssecretaris ervan uit dat dezemaatregelen niet voldoende zijn en er aanpassing van de wetgeving nodigis. Waaruit blijkt dit?Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie maken van de gelegenheid gebruikom enkele vragen te stellen over de voorgenomen aanpassing van wet-en regelgeving rond gesloten jeugdhulp.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10966 Ten aanzien van beide wijzigingen vragen de leden van de ChristenUnie-fractie of de Staatssecretaris wil reflecteren op het feit dat de wet pasanderhalf jaar geleden gewijzigd is. Heeft zij de overtuiging dat designalen van de zorgaanbieders en de bevindingen van de InspectieGezondheidszorg en Jeugd (IGJ) een structurele omissie in de wet- enregelgeving betreffen of zou het ook zo kunnen zijn dat de transformatiewaarin de gesloten jeugdhulp zich bevindt ertoe leidt dat de situatieverandert, zoals de aanbieders ook aangeven? Is in dat laatste geval hetniet proportioneel om de wet en het besluit nog niet aan te passen maarte bezien wat er nodig is als de transformatie is afgerond? Zou eengedoogconstructie in de tussentijd een optie kunnen zijn voor deStaatssecretaris? Zou de IGJ hieraan bij kunnen dragen? Kan de Staatsse-cretaris de wenselijkheid hiervan duiden?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Staatssecretaris of devoorgestelde wetswijziging, om jeugdigen in hun kamer te latenopsluiten, een tijdelijke wijziging is. Waarom wel of waarom niet?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen om een gedetailleerde uitlegwaarom de «tenzij» in de «nee, tenzij» in de huidige wet niet volstaat omtegemoet te komen aan de wens van aanbieders om in geval van nood dekamer op slot te doen.De leden van de ChristenUnie-fractie maken zich zorgen dat de voorge-stelde wetswijziging een stap terug is in de ontwikkeling om geslotenjeugdhulp af te bouwen. Hoe kan de Staatssecretaris garanderen dat hetjuridisch mogelijk maken van het regelmatig insluiten van jongeren ophun kamer er niet toe leidt dat dit vaker gaat gebeuren dan strikt noodza-kelijk is? Hoe kan gegarandeerd worden dat personeelsgebrek of gebrekaan vaardigheden niet de reden is dat het nodig wordt geacht om eenjongere op zijn kamer op te sluiten?Ten aanzien van een nadere definitie van de veilige, afgesloten ruimtevragen de leden van de ChristenUnie-fractie of de Staatssecretaris aan kangeven wat dit betekent voor instellingen die geen insluitingsruimte meerhebben. Kan de Staatssecretaris daarnaast aangeven waarom zij vanmening is dat de vereisten van een insluitingsruimte onveranderd moetenblijven zolang aanbieders de vrijheidsbeperkende maatregel insluiten (inde eigen kamer) toepassen?II Reactie van de bewindspersoon Op 17 juli 2025 hebben de fracties van PVV, GroenLinks-PvdA, VVD, D66,CDA en ChristenUnie schriftelijke vragen gesteld over de brief van 17 juniwaarin een wetsvoorstel over het insluiten van jeugdigen in de eigenkamer gedurende de nacht (hierna nachtelijke kamerinsluiting) isaangekondigd. Hieronder zal ik deze vragen beantwoorden.Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie1.De leden van de PVV-fractie hebben met enige verbazing kennisgenomenvan de brief van de Staatssecretaris over de voorgestelde aanpassing vande wet- en regelgeving inzake gesloten jeugdhulp. Genoemde ledenhebben hierover enkele vragen.De leden van de PVV-fractie zijn blij dat er eindelijk gewerkt wordt aan eenwettelijke basis voor het insluiten van jongeren die ’s nachts een gevaarvormen voor anderen. Tegelijkertijd hebben instellingen dusmaandenlang moeten handelen in strijd met de wet. Zijn er situatiesTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10967 bekend waarbij dit negatieve gevolgen of consequenties heeft gehad voorde betrokken jeugdigen of personeel?Jeugdzorg Nederland heeft mij laten weten dat geen specifieke dataworden verzameld over negatieve gevolgen of consequenties van gedragvan jeugdigen dat gevaarlijk is voor anderen. Aanbieders hebben in deafgelopen periode steeds per geval beoordeeld, aan de hand van degeldende wettelijke vereisten voor de inzet van vrijheidsbeperkendemaatregelen, welke maatregel de minst schadelijke optie was. Het komtinderdaad in de praktijk voor dat een jeugdige gedurende de nacht wordtingesloten in de eigen kamer, ook al is dat geen maatregel die magworden toegepast op grond van de huidige Jeugdwet.2.Waarom is dit niet eerder opgelost?Sinds de inwerkingtreding van de Wet rechtspositie gesloten jeugdhulpbehoort de vrijheidsbeperkende maatregel kamerinsluiting niet tot dewettelijk toegestane maatregelen. Deze wijziging is in lijn met deVeldnormen terugdringen vrijheidsbeperkende maatregelen van degesloten jeugdhulpaanbieders. Kort voor de inwerkingtreding van de wethebben de aanbieders de toenmalige Staatssecretaris gemeld dat niet alleaanbieders in staat waren op dit punt de wet na te leven. Sindsdien isbezien hoe de instellingen wel aan de wet kunnen voldoen. En hoewel hetgelukt is het aantal kamerinsluitingen terug te dringen, is ook duidelijkgeworden dat insluiting in de eigen kamer gedurende de nacht (hierna:nachtelijke kamerinsluiting) in bepaalde situaties toch noodzakelijk is voorde veiligheid van andere jeugdigen in de instelling en medewerkers.Wanneer sprake is van een gegrond risico dat het gedrag van eenjeugdige een ernstig gevaar vormt voor de veiligheid en gezondheid vanandere jeugdigen en/of medewerkers in de instelling. Het gaat hierbij ombedreigend en gewelddadig gedrag, waaronder seksueel grensover-schrijdend gedrag, afpersing of ronselen. Gegeven deze uitkomst, heeftmijn voorganger een wetsvoorstel aangekondigd om hiervoor eenwettelijke grondslag te maken.3.De Staatssecretaris spreekt herhaaldelijk over de rechtspositie van deingesloten jongeren. Maar hoe zit het met de rechtspositie van dejongeren die ’s nachts worden lastiggevallen, geïntimideerd of zelfsseksueel benaderd door deze probleemjongeren?Jeugdigen die geplaatst zijn in een instelling voor gesloten jeugdhulphebben allemaal recht op een veilig verblijf. Met de rechten van alle in eeninstelling opgenomen jeugdigen moet rekening worden gehouden: zowelde rechten van jeugdigen die worden ingesloten in de eigen kamer als derechten van andere jeugdigen die worden geconfronteerd met schadelijkgrensoverschrijdend gedrag zijn van groot belang. Deze rechten moetenmet grote zorgvuldigheid worden afgewogen. De voorgestelde wijzigingbiedt de grondslag om de bewegingsvrijheid van de jeugdigen tebeperken als een gegrond risico bestaat dat het gedrag een ernstig gevaarvormt voor de veiligheid en gezondheid van andere jeugdigen en/ofmedewerkers in de instelling.4.De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft zes instellingen onderverscherpt toezicht gesteld en drie om verbeterplannen gevraagd. Maarnergens in deze brief staat iets over sancties, zoals financiële kortingen,sluiting of onder curatele stellen. Waarom wordt falen in de jeugdzorgkeer op keer beloond met geduld en zachte woorden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10968 In januari 2025 stelde de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) zesaanbieders van gesloten jeugdhulp onder verscherpt toezicht. De IGJheeft het verscherpt toezicht bij deze aanbieders beëindigd. Een bezoekom te toetsen of de afzonderlijke en veilige ruimte nu wel op orde is en ofjongeren niet meer worden ingesloten in hun slaapkamer voert deinspectie nog niet uit. De inspectie kijkt eerst wat de gevolgen zijn voorhaar toezicht nu sprake is van een voorstel om de Jeugdwet te wijzigen.Los hiervan blijft de IGJ toezien op het terugdringen van vrijheidsbeper-kende maatregelen. Daar waar vrijheidsbeperkende maatregelenplaatsvinden, dienen de rechten en de veiligheid van jeugdigen te zijngeborgd. In ieder geval na de zomer voert de inspectie toezicht uit bij alleaanbieders van gesloten jeugdhulp. Dat staat in het teken van ophalenvan ervaringen van jongeren. Hiervoor betrekt de inspectie ook jongerenbij de voorbereiding van de bezoeken.5.Verschillende instellingen, zoals bijvoorbeeld Levvel, weigeren ominsluitingsruimtes te realiseren uit principe. De leden van de PVV-fractievragen de Staatssecretaris, sinds wanneer gaan ideologische dogma’sboven veiligheid.Sinds 2018 sluit Levvel geen jeugdigen meer in afzonderlijke ruimtes in.Dat is ingegeven door hun visie om kwetsbare jeugdigen die in crisis zijnwaardoor een noodsituatie ontstaat, niet in te sluiten, maar erbij te blijven(relationeel werken). Levvel geeft daarbij aan dat insluiting in eenafzonderlijke ruimte in dat geval traumatiserend kan werken. Dat betekentniet dat Levvel geen oog heeft voor veiligheid. Als een jeugdige in deinstelling gevaarlijk gedrag vertoont waardoor de veiligheid ofgezondheid van andere jeugdigen of medewerkers in het geding is, sluitLevvel jeugdigen in de eigen kamer in gedurende de nacht.6.De IGJ heeft de jeugdhulpaanbieder Levvel in december 2024 voor deduur van zes maanden onder verscherpt toezicht gesteld, wat is op ditmoment de status? Genoemde leden ontvangen graag een update over deactuele situatie bij Levvel.De IGJ heeft in reactie op de brief van 17 juni 2025 over aanpassing vanwet- en regelgeving gesloten jeugdhulp het verscherpt toezicht op zesgesloten jeugdhulpaanbieders, waaronder Levvel, beëindigd.57.De Staatssecretaris erkent dat een kleine groep jongeren met een «hoogforensisch profiel» verantwoordelijk is voor veel onveiligheid. Waaromzitten deze jongeren nog steeds in de reguliere gesloten jeugdzorg, en nietin een justitiële jeugdinrichting met passend toezicht en beveiliging?Plaatsing in de gesloten jeugdhulp vindt altijd plaats op basis van eencivielrechtelijke machtiging gesloten jeugdhulp. De problematiek vanjeugdigen in een gesloten instelling is divers. Ook voor jeugdigen die eendelict hebben gepleegd of daarvan worden verdacht, kan de kinderrechtereen machtiging tot plaatsing in de gesloten jeugdhulp verlenen indien ditpassender is dan een strafrechtelijke veroordeling. Dat hangt af van deernst van het delict, de delict-geschiedenis van de jongere en de proble-matiek van de jongere. Met de term hoog forensisch profiel bedoelenjeugdhulpaanbieders veelal jeugdigen die als gevaarlijk voor hunomgeving worden ervaren, die een delict hebben gepleegd of daarvan5https://www.igj.nl/publicaties/rapporten/2025/06/26/kennisgeving-beeindigen-verscherpt-toezicht-levvel-in-amsterdamTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10969 verdacht worden of die delinquent of agressief gedrag vertonen. Echter,ook los van een dergelijke achtergrond kunnen sommige jeugdigengevaarlijk gedrag vertonen naar anderen toe. De voorgestelde wijzigingziet op alle situaties waarin sprake is van een gegrond risico dat hetgedrag van een jeugdige een ernstig gevaar vormt voor de veiligheid engezondheid van andere jeugdigen en/of medewerkers in de instelling.Daarbij wordt volledigheidshalve opgemerkt dat toepassing van demaatregel kamerinsluiting altijd het resultaat is van een individueleafweging per jeugdige en alleen is toegestaan als geen minder bezwa-rende alternatieven mogelijk zijn. Generieke toepassing van de maatregelop een specifieke doelgroep is en blijft niet toegestaan.8.Kan de Staatssecretaris garanderen dat met deze wetsaanpassing alleinstellingen voortaan voldoen aan de wettelijke eisen?Al langere tijd ben ik in gesprek met de aanbieders van geslotenjeugdhulp over hun signalen dat onderdelen van de Wet rechtspositiegesloten jeugdhulp voor hen nog niet volledig uitvoerbaar zijn. Met dezevoorgestelde wetsaanpassing worden knelpunten voor de uitvoerbaarheidvan de wet weggenomen, namelijk rond de nachtelijke kamerinsluiting ende vereisten voor de afzonderlijke en veilige ruimte waar jeugdigen zichop eigen verzoek kunnen terugtrekken. Door deze verduidelijkingen enaanpassingen acht ik het realistisch en uitvoerbaar dat alle aanbieders aande wettelijke eisen kunnen voldoen. Waar nodig zal ik, samen met de IGJ,toezien op naleving.9.En wat gebeurt er als ze dat weer niet doen?Ik houd een vinger aan de pols en blijf in gesprek met de sector. Eventuelesignalen van niet-naleving neem ik serieus en ik spreek bij niet-naleving,afhankelijk van de aard en ernst van de situatie, vanuit mijn stelselverant-woordelijkheid de sector daarop aan. Daarnaast kan de IGJ vanuit haartoezichthoudende rol optreden bij niet-naleving van de wet. Dit kan leidentot verscherpt toezicht, dan wel het toepassen van handhavingsmaatre-gelen, zoals aanwijzingen of – in het uiterste geval – het (tijdelijk) instellenvan een cliëntenstop.10.De leden van de PVV-fractie roepen de Staatssecretaris op om te stoppenmet het pamperen van probleemjongeren en prioriteit te geven aan deveiligheid van personeel en jongeren die zich wel aan de regels houden. Isde Staatssecretaris daartoe bereid?De voorgestelde wetswijziging is het resultaat van een afweging tussenenerzijds zo min mogelijk vrijheidsbeperkingen en anderzijds het borgenvan de veiligheid van andere jeugdigen en medewerkers. Op basis vandeze afweging is besloten om een wetswijzing voor te bereiden.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie11.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie danken de Staatssecretaris voorde uitgebreide toelichting per brief over het voornemen om de wet- enregelgeving gesloten jeugdhulp aan te passen. Wel hebben zij hier nogwat vragen over. Graag horen deze leden of de voorgenomen maatre-gelen ook zijn afgestemd met ervaringsdeskundigen en vertegenwoor-digers van jongeren in de jeugdzorg en met kinderrechtenorganisaties enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 109610 de Kinderombudsman? Zo ja, wat is er besproken en wat is hun oordeelover de voorgenomen maatregelen?Het voorgenomen wetsvoorstel is besproken met vertegenwoordigers vanExpEx, organisatie van getrainde jongeren met jeugdhulpervaring. In hunschriftelijke reactie op dit voornemen hebben zij aangegeven dat zij dezesituatie als signaal zien dat voor bepaalde jeugdigen iets anders nodig isdan de kleinschalige voorzieningen in huidige vorm. En dat dit onderdeelmoet zijn van de transformatie van de gesloten jeugdhulp. Hierbij achtenzij het noodzakelijk dat wordt gekeken naar alternatieven voor de geslotenjeugdhulp. Zij wijzen op het feit dat medewerkers beter moeten lerenomgaan met de doelgroep en dat meer onderzoek nodig is. Ook geven zijaan dat eerst minder ingrijpende alternatieven moeten worden onder-zocht, zoals deurverklikkers, dat kan worden gezien als een vorm van demaatregel persoonlijk toezicht.Op al deze punten ben ik het met de genoemde jongerenvertegenwoor-digers eens. Daarom wordt gewerkt aan een zorginhoudelijk kader voorbijvoorbeeld de zogeheten forensische doelgroep. Dit is een belangrijkeontwikkeling om te zorgen dat er de komende jaren een beter passendaanbod wordt gerealiseerd. Los hiervan vind ik het noodzakelijk ook testarten met de wetswijziging om de veiligheid van jongeren en professi-onals te waarborgen. Dit is nodig voor situaties waarin sprake is van eengegrond risico dat het gedrag van een jeugdige in een gesloten jeugd-hulpinstelling een gevaar vormt voor de veiligheid en gezondheid vanandere jeugdigen of medewerkers in de instelling. De voorgesteldewijziging is uitdrukkelijk niet bedoeld om mogelijk te maken dat jeugdigenworden ingedeeld in doelgroepen en dat jeugdigen van een bepaaldedoelgroep altijd te maken gaan krijgen met insluiting in de eigen kamer.Net als bij alle vrijheidsbeperkende maatregelen zal de maatregelindividueel afgewogen zijn en moeten voldoen aan de voorwaarden. Dithoudt onder andere in dat aanbieders verplicht zijn in elk afzonderlijkgeval te onderbouwen waarom inzet van deze maatregel noodzakelijk is.Hierbij geldt het «nee, tenzij»-principe: insluiting op de eigen kamer isuitsluitend toegestaan wanneer geen minder bezwarende alternatievenmogelijk zijn, de maatregel proportioneel is en een redelijke verwachtingbestaat dat deze effectief zal zijn. Ik zal voor de uitwerking van hetwetsvoorstel jongerenorganisaties betrekken bij hoe we de rechtspositievan alle jeugdigen zo goed mogelijk waarborgen.12.Is de Staatssecretaris voornemens om een kinderrechtentoets uit tevoeren voor deze wet? Deze leden zijn namelijk van mening dat ditvoorstel zich bij uitstek hiervoor leent.Een kinderrechtentoets wordt onderdeel van deze wetswijziging.13.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat in de praktijk isgebleken dat niet alle aanbieders van gesloten jeugdhulp erin geslaagdzijn om volledig aan de wet gesloten rechtspositie jeugdhulp te voldoen,die per 1 januari 2024 is ingevoerd. Dit bleek ook uit eerdere bevindingenvan het European Committee for the Prevention of Torture and Inhumanor Degrading Treatment or Punishment (CTP) en de Inspectie Gezond-heidszorg en Jeugd (IGJ). Kan de Staatssecretaris duiden waarom het deene aanbieder wel lukt om aan de wet te voldoen en de andere aanbiederniet? Welk soort aanbieders lukt het wel en welke niet?Het vervolgtoezicht dat de IGJ uitvoerde bij alle gesloten jeugdhulpaan-bieders was gericht op de naleving van één veldnorm (groepsgroottemaximaal zes kinderen) en drie wettelijke normen: geen insluitingen op deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 109611 eigen kamer van de jeugdige, een veilige en afzonderlijke ruimte waarinjeugdigen zich vrijwillig kunnen terugtrekken en geen generieke vrijheids-beperkende maatregelen in huisregel. De uitkomst leverde een zodaniggevarieerd beeld op dat het niet mogelijk is een duiding te geven waarombij de ene instelling sprake is van een bepaalde normafwijking en bij eenandere niet. Dat laat onverlet dat voor instellingen werk aan de winkel is.14.Heeft dit ook een relatie met de personeelstekorten in de jeugdzorg? Zo ja,in hoeverre verhoudt dit zich tot de woorden van uw ambtsvoorganger inhet debat over de behandeling van de Wet rechtspositie geslotenJeugdzorg die stelde dat het personeelstekort niet helpt bij het voorkomenvan vrijheidsbeperkende maatregelen, maar daarbij aangaf «Tegelijkertijdzeg ik er nog maar eens heel duidelijk bij dat het personeelstekort as suchgeen reden mag zijn voor een vrijheidsbeperkende maatregel.»De aangekondigde wetswijziging houdt in dat onder strikte voorwaardennachtelijke kamerinsluiting mogelijk wordt indien sprake is van eengegrond risico dat het gedrag van jeugdigen een ernstig gevaar vormtvoor de veiligheid of gezondheid van andere jeugdigen de medewerkersin de instelling. Uitgangspunt is net als bij andere vrijheidsbeperkendemaatregelen het «nee, tenzij»-principe. Daaruit vloeit voort dat vrijheids-beperkende maatregelen niet mogen worden ingezet wanneer bijaanbieders randvoorwaarden, zoals voldoende gekwalificeerd personeel,ontbreken. M.a.w. deze wijziging is niet ingegeven door het personeels-tekort in de jeugdzorg. Dat doet ook geen recht aan de inspanningen vande instellingen voor gesloten jeugdhulp bij wie sinds 2024 het aantalkamerinsluitingen fors gedaald is. Deze daling hebben de instellingengerealiseerd na hun brief van december 2023 waarnaar in de vraag wordtverwezen. Dat hebben zij gedaan door uitbreiding van het personeelsbe-stand om continu toezicht en begeleiding te kunnen bieden zonderinsluiting, evenals training en ontwikkeling van kennis en vaardighedenzoals alternatieve conflictbeheersings-technieken en traumasensitiefwerken. Ook hebben zij facilitaire aanpassingen gedaan zoals hetaanpassen van de fysieke omgeving om controles te doen en zicht tehouden.Dat laat onverlet dat jeugdigen een gevaar kunnen zijn voor anderen.Vanuit het oogpunt van de veiligheid van andere jeugdigen enmedewerkers is het noodzakelijk dat het mogelijk wordt om onder striktevoorwaarden bepaalde jeugdigen ’s nachts in de eigen kamer insluiten,zoals mijn voorganger in de brief van 17 juni 2025 heeft toegelicht. Daarinstaat ook dat gewerkt moet blijven worden aan een passend aanbod voorjeugdigen bij wie instellingen nachtelijke insluiting toepassen.15.De IGJ heeft zes aanbieders onder verscherpt toezicht geplaatst, dit zijnniet alle aanbieders. Op welke manier rechtvaardigt de Staatssecretaris deconclusie dat de aanpassing van de gehele wet- en regelgeving nunoodzakelijk is?Het voorstel om op korte termijn het Besluit Jeugdwet en de Jeugdwetaan te passen heeft alleen betrekking op de geconstateerde knelpuntenwat betreft de eisen aan de ruimtes waar een jeugdige zich op eigenverzoek kan terugtrekken en dat nachtelijk insluiten niet is toegestaan.Deze knelpunten hoeven niet per definitie beperkt te blijven tot de zesaanbieders die eerder onder verscherpt toezicht zijn geplaatst. Dat bleek aluit het Vervolgtoezicht van de IGJ waar bij één instelling die niet onderverscherpt toezicht is gesteld deze normafwijking geconstateerd is. Mededaarom is nu gekozen om een wettelijke grondslag uit te werken omonder strikte voorwaarden nachtelijke kamerinsluiting mogelijk te maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 109612 Daarnaast is het essentieel dat er een eenduidig en duidelijk wettelijkkader is zodat, ongeacht in welke instelling jongeren verblijven, dezelfderegels gelden als het gaat om vrijheidsbeperkende maatregelen. Datversterkt de rechtspositie van jeugdigen.16.Is er ook gekeken naar het advies dat de Raad voor Strafrechttoepassingen Jeugdbescherming eerder heeft gegeven om de drie wetten(hoofdstuk 6 jeugdwet, de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg ende Wet zorg en dwang) te harmoniseren? Zo nee, waarom niet? Zo ja,waarom is besloten dat niet te doen?In de voortgangsbrief Jeugd van 13 juni 2025 heeft mijn voorganger zijnbeleidsreactie op het advies van de RSJ over vrijheidsbeperkendemaatregelen in de open residentiële jeugdhulp beschreven.6 Dit adviesheeft betrekking op de open residentiële jeugdhulp. De twee voorgesteldewijzigingen in de wet- en regelgeving van de brief van 17 juni 2025hebben betrekking op de huidige gesloten jeugdhulp. Het advies van deRSJ ziet niet op deze twee wijzigingen en is hier daarom ook niet inmeegenomen.17.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het verscherpt toezichteind juni is beëindigd, in afwachting van het aangekondigde wetstrajectvan de regering. In hoeverre wordt bij deze aanbieders nog wel vinger aande pols gehouden op de geconstateerde tekortkomingen? Een wetstrajectduurt immers vaak nog wel een tijd, op welke manier blijft de inspectiebetrokken bij de aanbieders?18.Genoemde leden lezen dat de inspectie speciale aandacht zal hebben voorde ervaringen van jongeren die er verblijven, waaruit zal deze specialeaandacht bestaan?In januari 2025 stelde de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) zesaanbieders van gesloten jeugdhulp onder verscherpt toezicht. De IGJheeft het verscherpt toezicht bij deze aanbieders beëindigd. Een bezoekom te toetsen of de afzonderlijke en veilige ruimte nu wel op orde is en ofjongeren niet meer worden ingesloten in hun slaapkamer, voert deinspectie nog niet uit. De inspectie kijkt eerst wat de gevolgen zijn voorhaar toezicht nu het voornemen is om de Jeugdwet te wijzigen. Losdaarvan blijft de IGJ toezien op het terugdringen van vrijheidsbeperkendemaatregelen. Daar waar vrijheidsbeperkende maatregelen plaatsvinden,dienen de rechten en de veiligheid van jeugdigen te zijn geborgd. In iedergeval na de zomer voert de inspectie toezicht uit bij alle aanbieders vangesloten jeugdhulp. Dat staat in het teken van ophalen van ervaringen vanjongeren. Hiervoor betrekt de inspectie ook jongeren bij de voorbereidingvan de bezoeken19.Op welke manier is de input van jongeren die zelf in gesloten jeugdzorgverblijven meegenomen bij dit voornemen om de wet aan te passen? Watvoor input gaven deze jongeren mee?Zoals ik eerder heb toegelicht is de voorgenomen wijziging besprokenmet vertegenwoordigers van ExpEx. Ik betrek voor de uitwerking van hetwetsvoorstel jongerenorganisaties bij de vraag hoe we de rechtspositievan jongeren zo goed mogelijk waarborgen.6Kamerstuk 31 839, nr. 1087.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 109613 20.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie begrijpen de dilemma’s waar deaanbieders in de praktijk tegenaan lopen, onder meer op het gebied vanveiligheid voor andere jeugdigen en medewerkers. Deze leden vragen ofdit moet leiden tot een aanpassing van de gehele wetgeving of dat ersneller gewerkt moet worden aan een passend aanbod en regelgevingvoor bijvoorbeeld de forensische doelgroep in de gesloten jeugdhulp. Hoekijkt de Staatssecretaris hiernaar?De genoemde maatregelen zijn gericht op twee verschillende doelen.Het doel van het onderzoek naar de forensische doelgroep in de geslotenjeugdhulp en de ontwikkeling van een zorginhoudelijk kader voor dezedoelgroep is dat deze jeugdigen een beter passend zorgaanbod krijgen.Het doel van de wetswijziging is een wettelijke grondslag voor insluitingin de eigen kamer gedurende de nacht indien sprake is van een gegrondrisico dat het gedrag van een ernstig gevaar kan zijn voor de veiligheid engezondheid van andere jeugdigen en medewerkers in de instelling. Dat isvan belang voor een veiliger leefklimaat in de instelling. De voorgesteldewijziging is uitdrukkelijk niet bedoeld om mogelijk te maken dat jeugdigenworden ingedeeld in doelgroepen en dat jeugdigen van een bepaaldedoelgroep altijd te maken gaan krijgen met insluiting in de eigen kamer.Net als bij alle andere vrijheidsbeperkende maatregelen zal dezemaatregel individueel worden afgewogen. Uitsluitend als een jeugdigegevaarlijk gedrag vertoont en ook aan alle andere voorwaarden isvoldaan, zullen de aanbieders de nieuwe maatregel mogen toepassen bijdeze jeugdige.Daarmee verwacht ik dat aanbieders beter in staat zijn om te gaan met dedilemma’s waar zij tegenaan lopen.21.Wanneer zal het onderzoek naar de forensische doelgroep in de geslotenjeugdhulp worden opgeleverd?Dit onderzoek is in september 2025 afgerond.22.En wanneer het zorginhoudelijk kader dat voor deze doelgroep wordtontwikkeld?Naar verwachting vindt de oplevering van het zorginhoudelijk kader in deeerste helft van 2026 plaats.23.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn ook benieuwd of deStaatssecretaris het risico ziet van een «slippery slope»? Hoe wordtgezorgd dat het «nee, tenzij» blijft? Op welke manier wordt dit gecontro-leerd en gemonitord?Ik begrijp deze zorg. Daarom is in de brief van 17 juni 2025 voorgestelddat de maatregel «insluiten in de eigen kamer» uitsluitend gedurende denachtelijke uren kan worden toegepast als sprake is van een gegrondrisico dat het gedrag van een jeugdige een ernstig gevaar vormt voor deveiligheid of gezondheid van andere jeugdigen of medewerkers in deinstelling. Dit betekent dat jeugdigen nooit overdag in de eigen kamermogen worden ingesloten en dat het niet mogelijk is om een jeugdige inde nacht in de eigen kamer in te sluiten als dit uitsluitend ter beschermingvan de jeugdige zelf is. Waar het gaat om een noodsituatie waarindringend maatregelen nodig zijn om de schade voor de jeugdige of zijnomgeving te beperken, blijft het mogelijk om de reeds bestaandeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 109614 maatregel «insluiten in een afzonderlijke en veilige verblijfsruimte» toe tepassen (zie artikel 6.3.2.2 lid 2 t/m 6 Jeugdwet).Daarnaast wil ik de nodige voorwaarden verbinden aan de toepassing vande vrijheidsbeperkende maatregel «insluiten in de eigen kamer». Net zoalsbij de toepassing van alle vrijheidsbeperkende maatregelen geldt dat hetom een individueel afgewogen maatregel gaat. Het «nee, tenzij»-principeblijft onverkort van toepassing: insluiting op de eigen kamer is uitsluitendtoegestaan wanneer geen minder bezwarende alternatieven mogelijk zijn,de maatregel proportioneel is en een redelijke verwachting bestaat datdeze effectief zal zijn. Dit houdt onder andere in dat aanbieders verplichtzijn in elk afzonderlijk geval te onderbouwen waarom inzet van dezemaatregel noodzakelijk is en niet kan worden volstaan met een minderbezwarend alternatief, zoals de mogelijkheid van nabijheid, of het inzettenvan minder ingrijpende maatregelen als persoonlijk toezicht of hetverplicht verblijven op de eigen kamer (zonder dat de deur op slot gaat).Controle en monitoring worden op verschillende manieren ingericht.Aanbieders dienen conform het huidige artikel 6.7.3 Jeugdwet hettoepassen van iedere vrijheidsbeperkende maatregel te registreren. Dezeinformatie wordt halfjaarlijks aan de IGJ doorgegeven. De IGJ heefthierdoor inzicht in hoe vaak deze maatregel wordt toegepast. Op basisvan de geregistreerde gegevens, maar ook los daarvan oefent de IGJtoezicht uit. In het kader van het toezicht kan de IGJ nagaan of deaanbieder de maatregel op juiste gronden en correcte wijze toepast.In het geval van een klachtenprocedure beoordeelt de klachten- ofberoepscommissie de toepassing van de vrijheidsbeperkende maatregelen doet daarover een bindende uitspraak.24.Hoe wordt «gedrag van een jeugdige dat een ernstig gevaar vormt voorde gezondheid of de veiligheid van een andere jeugdige» gedefinieerd?Om wat voor gedrag gaat het dan? Is er altijd een gedragskundigeaanwezig die goedkeuring kan geven aan de maatregel in dit soort(nood)situaties? Is dat bijvoorbeeld ’s nachts ook het geval?Het gaat om gedrag dat de veiligheid of gezondheid van andere jeugdigen(of medewerkers) bedreigt. Hiermee wordt bedoeld bedreigend engewelddadig gedrag, zoals seksueel grensoverschrijdend gedrag,afpersing of ronselen.Bij de uitwerking van het wetsvoorstel wil ik in ieder geval aansluiten bijde eisen die de Jeugdwet thans stelt aan het toepassen van vrijheidsbe-perkende maatregelen. Zoals uitgewerkt in het vorige antwoord wil ik dathet «nee, tenzij»-beginsel onverkort geldt. Daarnaast moet de maatregelworden opgenomen in het hulpverleningsplan van de betreffendejeugdige, en net als bij andere vrijheidsbeperkende maatregelen isdaarvoor instemming van een gekwalificeerde gedragswetenschappervereist. In het geval het insluiten in de eigen kamer onverwacht moetplaatsvinden, moet een gekwalificeerde gedragswetenschapper na hetstarten ervan instemmen met de toepassing van de maatregel. Hoe snelde gedragswetenschapper moet worden geraadpleegd en eventueleaanvullende vereisten, wordt meegenomen in de verdere uitwerking.25.Genoemde leden lezen dat de aanbieder de mogelijkheid van meernabijheid en extra personeel eerst moet bezien. Hoe ziet de Staatssecre-taris dit voor zich? Waar moet de aanbieder dit extra personeel vandaanhalen?Vooraf aan de toepassing van de maatregel tot insluiting in de eigenkamer, moet een afweging plaatsvinden op basis van het «nee, tenzij»-beginsel. Dat betekent onder andere dat de aanbieder eerst moet bezienTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 109615 of het ernstig gevaar op een andere manier kan worden afgewend,bijvoorbeeld door de inzet van extra personeel in de vorm van eenwaakdienst in de nacht. Ook moet de aanbieder afwegen of minderingrijpende maatregelen kunnen worden ingezet, zoals persoonlijktoezicht of het verplicht verblijven op de eigen kamer (zonder dat de deurop slot gaat). Alleen als geen minder ingrijpende mogelijkheid bestaat danhet op slot doen van de eigen kamer, kan de aanbieder kiezen voornachtelijke kamerinsluiting.Volledigheidshalve wijs ik erop dat de gesloten jeugdhulpaanbieders deafgelopen jaren erin geslaagd zijn het aantal kamerinsluitingen teverminderen. Dat hebben zij gedaan door uitbreiding van het personeels-bestand om continu toezicht en begeleiding te kunnen bieden zonderinsluiting, evenals training en ontwikkeling van kennis en vaardighedenzoals alternatieve conflictbeheersings-technieken en traumasensitiefwerken. Ook met de voorgenomen wetswijziging blijft deze inzet nodig.26.Op welke manier wordt personeel geschoold in het toepassen en vooralook het voorkomen van vrijheidsbeperkende maatregelen? Op welkemanier wordt personeel geschoold in het toepassen van vrijheidsbeper-kende maatregelen zonder pijn?Medewerkers in de gesloten jeugdhulp krijgen structureel training inde-escalerend werken en het voorkomen van vrijheidsbeperkendhandelen. Zij maken gebruik van methodieken waarbij ontwikkelingsge-richt gewerkt wordt en de-escalatie bevorderen. Voorbeelden van dezemethodieken zijn de presentiebenadering, geweldloos verzet ofnon-violent-resistance en positive behaviour support.Daarnaast volgen alle medewerkers training voor het inzetten vanspecifieke vrijheidsbeperkende maatregelen. Toetsen van vaardigheden isonderdeel van de training. Medewerkers die toetsing niet halen of nogniet gehaald hebben mogen geen vrijheidsbeperkende maatregelentoepassen.7Hoe medewerkers precies worden geschoold in het voorkomen en zonodig toepassen van vrijheidsbeperkende maatregelen verschilt peraanbieder. Het verschilt per locatie wat nodig en passend is bij demethodieken die worden gehanteerd. De basis van deze verschillendemethodieken komt overeen: relationeel werken staat centraal, vanuit eensysteemgerichte benadering waarbij traumasensitiviteit van groot belangis.Verschillende aanbieders hebben mede n.a.v. het CPT-rapport recent hetscholingsprogramma aangescherpt. Naast scholing door training encursussen zijn verschillende aanbieders ook bezig met «coaching on thejob», «fly on the wall door ervaringsdeskundigen» en intervisie.27.Deze leden lezen ook in de brief dat de maatregel moet wordenopgenomen in het hulpverleningsplan. Hoe kijkt de Staatssecretaris naarde reactie van Mariëlle Bruning hierop, waarin ze het geen goed idee vindtom het «opsluiten» vast te leggen in het hulpplan van jongeren?Artikel 6.2.10 lid 1d van de Jeugdwet bepaalt dat een jeugdhulpaanbiederin het hulpverleningsplan opneemt welke vrijheidsbeperkende maatre-gelen toegepast kunnen worden. Die verplichting wil ik ook laten geldenvoor de maatregel nachtelijke kamerinsluiting. Het wordt daarmeeverplicht dat de jeugdhulpaanbieder overleg pleegt met onder meer deouders van een jeugdige en een gekwalificeerde gedragswetenschapper.Bovendien kan de maatregel niet worden opgenomen in het hulpverle-7Zie ook Aanhangsel Handelingen II, 2024/25, nr. 466 (Kamervragen Lid Van den Hil)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 109616 ningsplan als de gedragswetenschapper niet instemt met de maatregel.Door de aanbieders te verplichten de maatregel in het hulpverleningsplanop te nemen, worden zij gedwongen de maatregel vooraf zorgvuldig teoverwegen en goed te motiveren. Deze verplichting staat in de Jeugdwetuit oogpunt van rechtsbescherming van de jeugdige. Ik ben het daaromop dit punt niet eens met mevrouw Bruning.28.Heeft de Staatssecretaris een beeld in hoeverre het hulpverleningsplandaadwerkelijk zoveel mogelijk met ouders en jongeren wordt opgesteldzoals het amendement Westerveld op de wet beoogde? Gebeurt dit overalop een goede manier? Wordt dit gemonitord en zo ja, door wie? Watgebeurt er als een jongere zelf niet instemt met deze maatregel in hethulpverleningsplan?Conform artikel 6.2.9 Jeugdwet waarin het amendement Westerveld isopgenomen wordt elk hulpverleningsplan met ouders en de jeugdigeopgesteld en besproken. Tevens sluit daar waar gewenst ook de JIM(Jouw Ingebrachte Mentor) van de jeugdige aan.Ik heb van Jeugdzorg Nederland vernomen dat het in de praktijk niet altijdlukt om het plan in gezamenlijkheid vorm te geven, bijvoorbeeld omdatouders zich afzijdig houden van het gehele traject of omdat de jeugdigezelf geen plan wil opstellen. Aanbieders proberen dan nog steeds,middels motiverende gespreksvoering en inzet van de JIM, jeugdigen endiens ouders zoveel als mogelijk te betrekken en invloed te laten hebbenop het hulpverleningsplan. Als het echt niet anders kan, dan wordt hethulpverleningsplan vastgesteld zonder dat de betrokkenen hiermeeinstemmen. Ook kunnen vrijheidsbeperkende maatregelen tegen de wilvan de jeugdige en diens ouders in het plan worden opgenomen entoegepast. Daarbij moet worden voldaan aan alle eisen en voorwaardenvan hoofdstuk 6 van de Jeugdwet.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie29.De leden van de VVD-fractie lezen dat op dit moment de eisen voor eeninsluitingsruimte en voor een ruimte waar jongeren op eigen verzoekverblijven, dezelfde zijn. Dit kan dezelfde ruimte zijn. Wat gebeurt er onderde huidige regelgeving in de praktijk als er één ruimte is die voor beidedoeleinden gebruikt wordt, waar een jongere vrijwillig en een jongereverplicht in moet verblijven?Eerder is gekozen om dezelfde eisen te stellen aan de ruimte waarjongeren zich op eigen verzoek kunnen terugtrekken (met de deur open)én aan de ruimte waar jongeren onder voorwaarden ter afwending vaneen noodsituatie tegen hun wil ingesloten kunnen worden (met de deurop slot). Dit is in verband met beperkte kosten én ruimte. Indien éénruimte beschikbaar is en een jongere daar op eigen verzoek wil verblijvenén een andere jongere op datzelfde moment ingesloten moet worden,heeft de insluiting in de praktijk voorrang.30.De leden van de VVD-fractie lezen dat de Staatssecretaris voornemens isom onder specifieke omstandigheden toe te staan dat de deur van deeigen kamer gedurende de nachtelijke uren op slot gaat. Kan de Staatsse-cretaris aangeven welke omstandigheden zij onderscheidt die hiertoeaanleiding geven? Kan zij toelichten wanneer een jongere een dusdaniggroot gevaar oplevert voor anderen, dat dit nachtelijke insluitingrechtvaardigt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 109617 Nachtelijke kamerinsluiting mag alleen als sprake is van een gegrondrisico dat het gedrag van de betrokken jeugdige een ernstig gevaar vormtvoor de veiligheid of gezondheid van andere jeugdigen of demedewerkers in de instelling. Het gaat dan om bedreigend en geweld-dadig gedrag, zoals seksueel grensoverschrijdend gedrag, afpersing ofronselen.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie31.De leden van de D66-fractie danken de Staatssecretaris voor de uitge-breide en zorgvuldige toelichting op de voorgenomen aanpassingen vande Jeugdwet en het Besluit Jeugdwet met betrekking tot de geslotenjeugdhulp. De transformatie van de gesloten jeugdhulp naar eenkleinschalige, menswaardige en zo’n vrijheidsbeperkend-mogelijke vormvan zorg vraagt om blijvende aandacht, zorgvuldigheid en dialoog.Deze leden onderstrepen het belang van een veilige en gezondeomgeving voor zowel de jeugdigen als de professionals in de geslotenjeugdhulpinstellingen. De praktijk laat zien dat professionals in moeilijkesituaties terechtkomen waarin veiligheid, rechtspositie en goede zorg inbalans moeten worden gebracht. Juist daarom is het essentieel dat zijkunnen opereren binnen heldere juridische kaders, die hen richting enbescherming bieden in het maken van zorgvuldige afwegingen.Tegelijkertijd maken deze leden zich ernstige zorgen over recente signalenvan het gebruik van pijnprikkels in zowel gesloten als open jeugdzorgin-stellingen, zoals het «bokkenpootje» en het «vlindertje». Het toepassenvan deze fysiek pijnlijke dwangmiddelen is onacceptabel en in strijd metde uitgangspunten van menswaardige jeugdhulp. Het feit dat dezepraktijken – ondanks eerdere rapportages en inspectietoezicht – nogsteeds voorkomen, maakt duidelijk dat wettelijke kaders alleen nietvoldoende zijn. Het vraagt ook om een cultuurverandering, stevigenormstelling en structurele investeringen in personeel, scholing entoezicht. Deze leden vragen de Staatssecretaris of het tegengaan van dezeuitwassen expliciet en effectief kan worden meegenomen in zowel hetwetsvoorstel als het toezicht daarop.De in de vraag genoemde dwangmiddelen zijn wettelijk niet toegestaan.Dat onderstreept de door mij gedeelde opvatting dat wetgeving alleenniet voldoende is voor een transformatie van de gesloten jeugdhulp. Hetis tegelijkertijd essentieel dat aanbieders ervoor zorgen dat hunmedewerkers vakbekwaam zijn en blijven in het voorkomen dat vrijheids-beperkende maatregelen nodig zijn en als dat toch nodig is in hetzorgvuldig toepassen daarvan. De komst van het project «Ik leer nietalleen» zie ik als bevestiging dat aanbieders de urgentie van hetvoorkomen van vrijheidsbeperkende maatregelen onderschrijven. Deaanbieders kunnen ook baat hebben bij de inzichten die het ConsortiumKleinschaligheid heeft opgenomen in het position paper over relationeelwerken.8.De gesloten jeugdhulpinstellingen hebben mij laten weten dat hunmedewerkers structureel training krijgen in de-escalerend werken en hetvoorkomen van vrijheidsbeperkend handelen. Zij maken gebruik vanmethodieken waarbij ontwikkelingsgericht gewerkt wordt en de-escalatiebevorderd. Voorbeelden van methodieken zijn de presentiebenadering,geweldloos verzet of non violentresistance en positive behaviour support.Alle medewerkers volgen training voor het inzetten van specifiekevrijheidsbeperkende maatregelen. Toetsen van vaardigheden is onderdeel8Persoonsgericht, relationeel werken in de kleinschalige residentiële jeugdzorg, AcademischeWerkplaats RisicojeugdTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 109618 van de training. Medewerkers die toetsing niet halen of nog niet gehaaldhebben mogen geen vrijheidsbeperkende maatregelen toepassen.9Verschillende aanbieders hebben mede n.a.v. het CPT-rapport recent hetscholingsprogramma aangescherpt. Naast scholing door training encursussen zijn verschillende aanbieders ook bezig met «coaching on thejob», «fly on the wall door ervaringsdeskundigen» en intervisie.De IGJ houdt hier toezicht op. Bovendien deel ik met de IGJ het belangom daarin de ervaringen van jeugdigen die in de gesloten jeugdhulpverblijven mee te nemen.32.Daarnaast wijzen de leden van de D66-fractie op het feit dat er deafgelopen jaren uitgebreid onderzoek is gedaan naar structureleknelpunten in de jeugdzorg, met stevige rapporten zoals dat van decommissie-Hendriks en anderen. Veel aanbevelingen uit die rapporten zijnnog steeds actueel, maar tot op heden te beperkt opgepakt. Genoemdeleden roepen de Staatssecretaris op om deze bestaande inzichten serieuste betrekken bij het wetstraject. Veel van de benodigde verbeteringen zijnniet nieuw, maar wachten nog altijd op implementatie.In de brief van 17 juni 2025 zijn twee specifieke voorgenomen aanpas-singen van de wet- en regelgeving voor gesloten jeugdhulp toegelicht. Deeerste is een wettelijke grondslag voor het insluiten op de eigen kamergedurende de nacht; de tweede is een aanpassing van de eisen uit hetBesluit jeugdwet voor de ruimte waar jeugdigen op eigen verzoek kunnenverblijven. Voor zover van toepassing neem ik de inzichten van genoemderapporten bij deze wijzigingen mee.33.Ook vragen de leden van de D66-fractie aandacht voor de uitvoerbaarheidvan het voorgenomen beleid met het huidige personeelsbestand. Recentwerd opnieuw een jeugdinstelling onder verscherpt toezicht geplaatst,waar sprake was van valse cv’s en ernstig disfunctioneren. Ook bredergeldt dat medewerkers vaak jong en relatief onervaren zijn, terwijl zijworden geconfronteerd met jongeren die complexe en ingrijpendeervaringen meebrengen. Deze leden vragen de Staatssecretaris hoe zij inpersoneelsbeleid, aanname en ondersteuning stuurt op het aantrekken enbehouden van gekwalificeerde professionals, die toegerust zijn om in dezeintensieve context zorg te bieden.Individuele jeugdzorgaanbieders zijn verantwoordelijk voor het inzettenvan voldoende personeel dat beschikt over de juiste expertise envaardigheden. Zij zetten in op behoud van personeel en aantrekken vannieuw personeel, o.a. door het investeren in de ontwikkeling en scholingvan medewerkers en het bieden van een fijne en veilige werkomgeving.Goed werkgeverschap betekent ook dat medewerkers goed ingewerkt zijn,ondersteund worden en ruimte krijgen voor reflectie en collegiaal overleg.Helaas zijn personeelstekorten in veel maatschappelijke sectoren,waaronder in zorg- en welzijn (inclusief de jeugdzorg), de dagelijkserealiteit. De beleidsinzet van de Minister van VWS is om deze tekortenzorg- en welzijns breed aan te pakken via gerichte maatregelen waaronderhet halveren van de administratietijd/regeldruk, het bevorderen vaninnovatie in de zorg en het vergroten van vakmanschap en werkplezier. Ditbeleid geldt voor alle sectoren in zorg- en welzijn. Aanvullend geeft VWS(samen met JenV) specifiek voor de jeugdzorgsector samen met socialepartners uitvoering aan concrete projecten uit de «ArbeidsmarktagendaJeugd». Jeugdzorg Nederland en vakbonden werken met medewerkingvan professionals uit de jeugdzorg aan de uitvoering van projecten op9Zie ook Aanhangsel Handelingen II, 2024/25, nr. 466 (Kamervragen Lid Van den Hil)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 109619 onderwerpen als o.a. «inwerken en behouden van personeel», «aantrekke-lijke jeugdhulporganisatie» en «agressievrij werken». VWS en JenVhebben deze projecten sinds eind 2019 gefinancierd met een subsidie vancirca € 4,5 mln.Misstanden in de (jeugd)zorg waarbij sprake is van fraude met diploma’sof ervaringscertificaten (EVC) van EVC-aanbieders zijn ernstig en moetenkoste wat kost worden tegengegaan. Er zijn veel maatregelen in ganggezet. Zo heeft de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) tijdelijk alleaanvragen tot registratie op basis van EVC opgeschort om de betrouw-baarheid en kwaliteit van het register te waarborgen. Ook vindtmomenteel een onderzoek plaats naar alle geregistreerden met eenervaringscertificaat die in het SKJ-register zijn opgenomen. Dit onderzoekwordt naar verwachting einde van het jaar afgerond. Naast deze actiesonderzoek ik de mogelijkheid om de vergewisplicht toe te voegen aan deJeugdwet. Dit verplicht jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instel-lingen om zich te vergewissen van het arbeidsverleden van hun nieuwemedewerkers.34.De leden van de D66-fractie constateren dat er op onderdelen noguiteenlopende zienswijzen bestaan over de voorgenomen wetswijziging.Deze verdeeldheid onder veldpartijen laat zien hoe gevoelig dit onderwerpligt en hoe belangrijk het is dat alle betrokkenen zich gehoord weten in ditproces. Deze leden roepen de Staatssecretaris op om het gesprek met alleveldpartijen – inclusief aanbieders, beroepsverenigingen, jongerenorgani-saties en inspectie – voort te zetten en hun zorgen nadrukkelijk mee tenemen bij de uitwerking van het wetsvoorstel. Juist door hun signalenserieus te nemen, kunnen knelpunten worden ondervangen en kan rechtworden gedaan aan de complexe werkelijkheid waarin hulpverlenersopereren.Uiteraard betrek ik de veldpartijen bij de uitwerking van het wetsvoorstelen de aanpassing van het Besluit Jeugdwet.35.De leden van de D66-fractie vragen de Staatssecretaris om de Kamer tijdigen herhaaldelijk te informeren over de voortgang van dit traject, inclusiefde resultaten van het overleg met veldpartijen en de uitkomsten vanlopende onderzoeken, zoals dat naar de forensische doelgroep. Daarmeewordt de Kamer in staat gesteld om het wetgevingsproces op eenzorgvuldige manier te volgen, te evalueren en waar nodig bij te sturen,zodat de uiteindelijke regelgeving recht doet aan zowel de rechtspositievan jeugdigen als aan het professioneel handelen van hulpverleners. Deleden van de D66-fractie zien de verdere uitwerking van het wetsvoorstelmet belangstelling tegemoet.In ieder geval informeer ik u over de voortgang van het wetstraject in deJeugdbrief die u ieder half jaar ontvangt. Naar verwachting wordt hetzorginhoudelijk kader voor de forensische doelgroep in de eerste helft van2026 opgeleverd. Ook hierover zal ik de Kamer informeren.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie36.De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deStaatssecretaris waarin wordt voorgesteld om op twee punten de wet- enregelgeving voor gesloten jeugdhulp aan te passen. Dat is in de eersteplaats om een wettelijke basis te introduceren voor het ’s nachts in deeigen kamer insluiten van jeugdigen van wie het gedrag een ernstigTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 109620 gevaar kan zijn voor andere jeugdigen en medewerkers. In de tweedeplaats is een aanpassing in het Besluit Jeugdwet noodzakelijk om ervoorte zorgen dat ook de aanbieders van kleinschalig georganiseerde geslotenjeugdhulp kunnen voldoen aan de eisen voor een afzonderlijke en veiligeruimte waar jeugdigen op eigen verzoek kunnen verblijven. Genoemdeleden maken graag van de gelegenheid gebruik enkele aanvullendevragen te stellen.De Wet rechtspositie gesloten jeugdhulp is op 1 januari 2024 in werkinggetreden. Doelstellingen van deze wet zijn het verbeteren van derechtspositie van jeugdigen in de gesloten jeugdhulp en het verminderenvan het gebruik van vrijheidsbeperkende maatregelen. In hoeverre zoumet bovengenoemde aanpassingen nog worden voldaan aan het nee«tenzij-beginsel»?Uitgangspunt bij de voorgenomen wetswijziging is en blijft dat hetgebruik van vrijheidsbeperkende maatregelen tot een minimum wordtbeperkt, waaronder de toepassing van kamerinsluiting. De voorgenomenwetswijziging regelt ook dat de maatregel «insluiten in de eigen kamer»als vrijheidsbeperkende maatregel uitsluitend wordt toegestaan als sprakeis van een gegrond risico dat het gedrag van een jeugdige een ernstiggevaar vormt voor de veiligheid of gezondheid van andere jeugdigen ofmedewerkers in de instelling. Het gaat om een individueel afgewogenmaatregel gaat. Het «nee, tenzij»-principe blijft onverkort van toepassing:insluiting op de eigen kamer is uitsluitend toegestaan wanneer geenminder bezwarende alternatieven mogelijk zijn, de maatregel proporti-oneel is en een redelijke verwachting bestaat dat deze effectief zal zijn. Dithoudt onder andere in dat aanbieders verplicht zijn in elk afzonderlijkgeval te onderbouwen waarom inzet van deze maatregel noodzakelijk isen niet kan worden volstaan met een minder bezwarend alternatief, zoalsde mogelijkheid van nabijheid, of het inzetten van minder ingrijpendemaatregelen als persoonlijk toezicht of het verplicht verblijven op de eigenkamer (zonder dat de deur op slot gaat).37.De leden van de CDA-fractie begrijpen dat de situatie voor anderejeugdigen en medewerkers «zo veilig mogelijk» moet zijn en vragen hoevaak, sinds 1 januari 2024, de situatie voor is gekomen dat het noodza-kelijk was de slaapkamerdeur te sluiten.Jeugdzorg Nederland heeft in 2024 elk kwartaal cijfers verzameld om zichtte krijgen op de inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen. Daarin is eenafname te zien. In het laatste kwartaal van 2023 vonden bijvoorbeeld netiets meer dan 200 nachtelijke insluitingen in totaliteit plaats, waarbij dat inhet laatste kwartaal van 2024 nog om maximaal 20 nachtelijke insluitingenging. Vanaf 2025 wordt dit systematisch gemonitord en geregistreerd.38.Vervolgens stelt de Staatssecretaris ook dat er in opdracht van hetMinisterie van Justitie en Veiligheid een onderzoek loopt naar deforensische doelgroep in de gesloten jeugdhulp. Daarnaast ontwikkelt hetLandelijk Programmateam Transformatie gesloten jeugdhulp eenzorginhoudelijk kader voor de forensische doelgroep. En aanbiedersmoeten ervoor zorgen dat hun medewerkers vakbekwaam zijn en blijvenin het voorkomen dat vrijheidsbeperkende maatregelen nodig zijn. Hoeverhouden deze bovengenoemde maatregelen zich tot de voorgesteldewetswijziging? Blijkbaar gaat de Staatssecretaris ervan uit dat dezemaatregelen niet voldoende zijn en er aanpassing van de wetgeving nodigis. Waaruit blijkt dit?De genoemde maatregelen zijn gericht op twee verschillende doelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 109621 Het doel van het onderzoek naar de forensische doelgroep in de geslotenjeugdhulp en de ontwikkeling van een zorginhoudelijk kader voor dezedoelgroep is dat deze jeugdigen een beter passend zorgaanbod krijgen.Het doel van de wetswijziging is een wettelijke grondslag voor nachtelijkekamerinsluiting van jeugdigen wanneer een gegrond risico bestaat dat hetgedrag een ernstig gevaar vormt voor de veiligheid en gezondheid anderejeugdigen en medewerkers. Dat draagt bij aan een veiliger leefklimaat inde instelling. De voorgestelde wijziging is uitdrukkelijk niet bedoeld ommogelijk te maken dat jeugdigen worden ingedeeld in doelgroepen en datjeugdigen van een bepaalde doelgroep altijd te maken gaan krijgen metinsluiting in de eigen kamer. Net als bij alle vrijheidsbeperkende maatre-gelen zal de maatregel een individueel afgewogen maatregel zijn.Uitsluitend als een jeugdige gevaarlijk gedrag vertoont en ook aan alleandere voorwaarden is voldaan, zullen de aanbieders de nieuwemaatregel mogen toepassen.Daarmee verwacht ik dat aanbieders beter in staat zijn om te gaan met dedilemma’s waar zij tegenaan lopen.Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie39.De leden van de ChristenUnie-fractie maken van de gelegenheid gebruikom enkele vragen te stellen over de voorgenomen aanpassing van wet-en regelgeving rond gesloten jeugdhulp. Ten aanzien van beide wijzi-gingen vragen de leden van de ChristenUnie-fractie of de Staatssecretariswil reflecteren op het feit dat de wet pas anderhalf jaar geleden gewijzigdis. Heeft zij de overtuiging dat de signalen van de zorgaanbieders en debevindingen van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) eenstructurele omissie in de wet- en regelgeving betreffen of zou het ook zokunnen zijn dat de transformatie waarin de gesloten jeugdhulp zichbevindt ertoe leidt dat de situatie verandert, zoals de aanbieders ookaangeven? Is in dat laatste geval het niet proportioneel om de wet en hetbesluit nog niet aan te passen maar te bezien wat er nodig is als detransformatie is afgerond? Zou een gedoogconstructie in de tussentijdeen optie kunnen zijn voor de Staatssecretaris? Zou de IGJ hieraan bijkunnen dragen? Kan de Staatssecretaris de wenselijkheid hiervan duiden?Er is gekozen voor aanpassingen van wet- en regelgeving uit het oogpuntvan de rechtsbescherming van jeugdigen en duidelijkheid voor deaanbieders over de eisen waaraan aanbieders moeten voldoen en hetvoor de IGJ helder is aan welke normen zij dient te toetsen. Een gedoog-constructie waarbij ongewis zou zijn of en in hoeverre de wet alsnog zalworden aangepast, biedt onvoldoende rechtsbescherming en rechtsze-kerheid aan zowel jeugdigen als de aanbieders. Tegelijkertijd is hetessentieel dat aanbieders ervoor zorgen dat hun medewerkers vakbe-kwaam zijn en blijven in het voorkomen dat vrijheidsbeperkendemaatregelen nodig zijn en als dat toch nodig is, in het zorgvuldigtoepassen daarvan.40.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Staatssecretaris of devoorgestelde wetswijziging, om jeugdigen in hun kamer te latenopsluiten, een tijdelijke wijziging is. Waarom wel of waarom niet?De suggestie om de wetswijziging voor een wettelijke grondslag voornachtelijke kamerinsluiting tijdelijk te laten zijn neem ik mee in devoorbereiding van het wetsvoorstel.41.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 109622 De leden van de ChristenUnie-fractie vragen om een gedetailleerde uitlegwaarom de «tenzij» in de «nee, tenzij» in de huidige wet niet volstaat omtegemoet te komen aan de wens van aanbieders om in geval van nood dekamer op slot te doen.Bij de toepassing van de op grond van de Jeugdwet toegestane vrijheids-beperkende maatregelen geldt het «nee, tenzij»-principe. In de huidigewetgeving is in hoofdstuk 6 Jeugdwet is in de artikelen 6.3.2.1 t/m 6.3.2.5.Jeugdwet limitatief opgesomd welke vrijheidsbeperkende maatregelen inde gesloten jeugdhulp zijn toegestaan. Andere maatregelen dan genoemdin voornoemde artikelen zijn niet toegestaan, zie ook artikel 6.3.1.1 lid 3Jeugdwet. Dit is ook het geval indien zich een noodsituatie zich voordoet.Aangezien de maatregel «insluiten in de eigen kamer» op dit moment nietin de Jeugdwet als toegestane vrijheidsbeperkende maatregel isopgenomen, mag deze maatregel in het geheel niet worden toegepast.Dan biedt het «nee, tenzij»-principe geen uitkomst.42.De leden van de ChristenUnie-fractie maken zich zorgen dat de voorge-stelde wetswijziging een stap terug is in de ontwikkeling om geslotenjeugdhulp af te bouwen. Hoe kan de Staatssecretaris garanderen dat hetjuridisch mogelijk maken van het regelmatig insluiten van jongeren ophun kamer er niet toe leidt dat dit vaker gaat gebeuren dan strikt noodza-kelijk is? Hoe kan gegarandeerd worden dat personeelsgebrek of gebrekaan vaardigheden niet de reden is dat het nodig wordt geacht om eenjongere op zijn kamer op te sluiten?Zoals hierboven toegelicht zal voor nachtelijke kamerinsluiting net alsvoor alle andere vrijheidsbeperkende maatregelen het «nee, tenzij»-beginsel gelden. Daaruit vloeit voort dat geen sprake kan zijn van eengenerieke maatregel die regelmatig kan worden toegepast. Het «nee,tenzij»-beginsel betekent onder andere dat een aanbieder eerst moetbezien, of het ernstig gevaar op een andere manier dan insluiten in deeigen kamer kan worden afgewend. Dat houdt concreet in dat deaanbieder ook de mogelijkheid van meer nabijheid en extra personeelmoet bezien of het inzetten van minder ingrijpende maatregelen alspersoonlijk toezicht of het verplicht verblijven op de eigen kamer (zonderdat de deur op slot gaat). Uit deze afweging moet ook blijken dat insluitingin de eigen kamer niet het gevolg is van het ontbreken van voldoendegeschoolde medewerkers, een waakdienst in de nacht of de beschik-baarheid van passende hulp en begeleiding voor de individuele jeugdige.43.Ten aanzien van een nadere definitie van de veilige, afgesloten ruimtevragen de leden van de ChristenUnie-fractie of de Staatssecretaris aan kangeven wat dit betekent voor instellingen die geen insluitingsruimte meerhebben.Het Besluit Jeugdwet stelt nu dezelfde eisen aan de veilige en afzonder-lijke ruimte, ongeacht de reden voor het gebruik ervan: verblijf op eigenverzoek van de jeugdige of insluiting tegen de wil van de jeugdige.De voorgestelde wijziging van het Besluit houdt in dat de eisen aan deveilige en afzonderlijke verblijfsruimte waar jeugdigen op eigen verzoekverblijven, worden aangepast. De verplichting blijft van kracht dat iederegesloten jeugdhulpaanbieder een verblijfsruimte heeft waar een jeugdigeop eigen verzoek kan verblijven. Maar door de aanpassing van de eisen ismeer maatwerk mogelijk, wat nodig is in het kader van schaarse ruimte enmiddelenDe huidige Jeugdwet bevat geen verplichting voor het hebben van eenveilige en afzonderlijke ruimte waar jeugdigen tegen hun wil kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 109623 worden ingesloten in geval van een noodsituatie. Als gesloten jeugdhulp-aanbieders geen afzonderlijke en veilige ruimte hebben om jeugdigentegen hun wil in te kunnen sluiten bij een noodsituatie zullen zij op eenandere – wettelijk toegestane – wijze een noodsituatie moeten afwenden.44.Kan de Staatssecretaris daarnaast aangeven waarom zij van mening is datde vereisten van een insluitingsruimte onveranderd moeten blijven zolangaanbieders de vrijheidsbeperkende maatregel insluiten (in de eigenkamer) toepassen?Er moet onderscheid worden gemaakt tussen de nachtelijke kamerin-sluiting en insluiten in een veilige en afzonderlijke insluitingsruimte.Het insluiten van een jeugdige in de eigen kamer gedurende de nacht isalleen bedoeld voor situaties waarin een gegrond risico is dat het gedragvan deze jeugdige een ernstig gevaar vormt voor de veiligheid engezondheid van andere jeugdigen en medewerkers in de instelling.Nachtelijke kamerinsluiting mag niet als de gezondheid of veiligheid vande jeugdige zelf in gevaar is, want dat kan juist risico’s opleveren voor dejeugdige die wordt ingesloten.Insluiting in een afzonderlijke en veilige insluitingsruimte mag alleen terafwending van een noodsituatie. Een noodsituatie is een situatie waarindringend maatregelen nodig zijn om de schade voor de jeugdige of zijnomgeving te beperken, bijvoorbeeld wanneer een jeugdige suïcidaal is ofzeer agressief is. Gelet op deze omstandigheden zie ik geen aanleiding omde eisen aan te passen voor de insluitingsruimte.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 109624

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d521ee3779d6416a

14 okt 2026 · a57cbda9ef230215

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.