KamerkringInloggen
Kamerstuk

Pakketbeheer

4 jul 2018 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c14e2298d459fec1 · officiële bron

13PakketbeheerAan de orde is het VAO Pakketbeheer (AO d.d. 27/6).De voorzitter:De eerste spreker van de zijde van de Kamer is de heer VanGerven van de fractie van de SP. Het woord is aan hem.De heer Van Gerven (SP):Voorzitter. Ik ga snel van start, want ik heb een viertalmoties.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het Zorginstituut Nederland adviseertom zware paracetamol, mineralen en vitamines uit hetbasispakket te halen;constaterende dat hiermee tientallen miljoenen euro's aanextra zorgkosten betaald moeten gaan worden door hon-derdduizenden chronisch zieken en gehandicapten;overwegende dat dit kabinet het voorkomen van de stape-ling van zorgkosten tot prioriteit heeft benoemd;overwegende dat deze maatregel kan leiden tot ongewenstesubstitutie naar zwaardere zorgvormen en het gebruik vanduurdere medicijnen met meer bijwerkingen;overwegende dat deze maatregel kan leiden tot het onge-wenst afzien van zorg waardoor de volksgezondheid schadewordt toegebracht;spreekt uit dat het advies van het Zorginstituut Nederlandom zware paracetamol, mineralen en vitamines uit hetbasispakket te halen, niet dient te worden opgevolgd,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naarmij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 919 (29689).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat het Zorginstituut Nederland een advise-rende taak heeft bij het bepalen van welke zorg in hetbasispakket thuishoort op basis van criteria van kwaliteit,werkzaamheid, toegankelijkheid, uitvoerbaarheid enbetaalbaarheid;overwegende dat het vaststellen van een advies of eenbepaalde vorm van zorg in het pakket thuishoort een wegingbetreft tussen de verschillende criteria;spreekt uit dat de Tweede Kamer van dit advies kan afwijkenomdat het aan de Tweede Kamer is om een definitief oor-deel te vellen over de weging van het Zorginstituut Neder-land en het vaststellen welke zorg in het basispakket thuis-hoort,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naarmij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 920 (29689).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de voorwaardelijke toelating van Fampyrain het basispakket niet wordt verlengd;overwegende dat 11% van de MS-patiënten wel degelijkbaat heeft bij Fampyra;van mening dat het onwenselijk is om de groep bij wieFampyra wel werkt dit middel te onthouden;verzoekt de regering om artsen die het voorschrijven vanFampyra noodzakelijk achten de discretionaire bevoegdheidte geven dit te doen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naarmij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 921 (29689).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat fysiotherapie- en oefentherapiebehande-lingen bij COPD aan het basispakket toegevoegd worden;van mening dat het maximeren van het aantal behandelin-gen dat wordt vergoed een onwenselijke drempel opwerptvoor de toegang tot zorg;verzoekt de regering om het aantal fysiotherapie- enoefentherapiebehandelingen bij COPD niet te maximeren,en gaat over tot de orde van de dag.102-13-14 juli 2018TK 102 HerdrukPakketbeheerTweede Kamer De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naarmij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 922 (29689).De heer Van Gerven (SP):En dat in twee minuten, voorzitter.De voorzitter:Ongelooflijk. Ongelooflijk. Mevrouw Ellemeet van Groen-Links.Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):Voorzitter, dank u wel. We hebben uitgebreid gesprokenover het uit het pakket halen dan wel in het pakket houdenvan onder andere paracetamol, vitaminen en mineralen.Voor dat laatste heeft onder andere mijn fractie gepleit. Deminister geeft aan dat hij dit wil monitoren. Ik had het lieveranders gezien, maar ik vraag de minister bij die monitoringof hij kan toelichten wanneer hij de Kamer daarover kaninformeren en wanneer hij bereid is om te handelen. Wan-neer zijn voor de minister de uitkomsten van de monitoringzo kritisch dat hij bereid is om zijn besluit te herzien? Graagdaarop een toelichting.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan mevrouw Agema van de Partij voor deVrijheid.Mevrouw Agema (PVV):Dank u wel, voorzitter.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er al vijf jaar op rij een onderschrijdingis op het Budgettair Kader Zorg, te weten:-1,1 miljard euro in 2013;-2,0 miljard euro in 2014;-0,6 miljard euro in 2015;-1,8 miljard euro in 2016;-2,6 miljard euro in 2017;constaterende dat deze miljardenmeevallers elk jaar weeraan de schatkist vervallen;constaterende dat de regering ondanks deze besparingentoch wil schrappen in het basispakket;verzoekt de regering besparingen in te zetten om verschra-ling van het basispakket te voorkomen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Agema. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 923 (29689).Dan mevrouw Van Kooten-Arissen, als u zich tenminstekunt vrijmaken.Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):Voorzitter, dank u wel. Zo'n sprekerslijst gaat toch snellerdan gedacht. Ik heb twee moties. Die gaan, niet geheelverrassend, over borstvoeding.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat borstvoeding een scala aan ziektes engezondheidsklachten voorkomt, bij kind én moeder, oplange en korte termijn;constaterende dat het Zorginstituut stelt dat kraamzorg inhet basispakket thuishoort vanwege onder andere het hel-pen op gang brengen van borstvoeding, en daarmee vol-doet aan het criterium in de Zorgverzekeringswet van ver-antwoorde en adequate zorg en diensten;constaterende dat het Nationaal Platform Borstvoeding ende Landelijke Borstvoedingsraad concluderen dat vrouwenniet alleen tegen problemen aanlopen bij het geven vanborstvoeding in de eerste periode waarin zij intensievekraamzorg krijgen, maar juist ook in de periode daarna endat tijdige lactatiekundige hulp ervoor zorgt dat vrouwenniet vroegtijdig stoppen met het geven van borstvoeding,zoals nu bij 65% van de moeders het geval is;constaterende dat begeleiding bij flesvoeding, in tegenstel-ling tot begeleiding bij borstvoeding, wel wordt vergoedvanuit het basispakket en het kind hierbij zorgvrager is;overwegende dat begeleiding bij borstvoeding alleen ver-goed wordt vanuit de aanvullende zorgverzekering van demoeder en dat hierdoor met name de lage inkomensgroe-pen minder toegang hebben tot goede begeleiding;verzoekt de regering lactatiekundige zorg en bijbehorendehulpmiddelen op te nemen in het basispakket met het kindals zorgvrager,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Kooten-Arissen.Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoendeondersteund.102-13-24 juli 2018TK 102 HerdrukPakketbeheerTweede Kamer Zij krijgt nr. 924 (29689).Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):De volgende motie is iets minder lang en al eerder, in 2016,ingediend door de leden Dik-Faber en Voortman. Geziende verdeling in de Kamer, wil ik deze motie graag opnieuwindienen, omdat die nu wellicht op een meerderheid kanrekenen.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat het Platform Borstvoeding en de Lande-lijke Borstvoedingsraad concluderen dat een tijdige verwij-zing naar de lactatiekundige cruciaal is bij het voorkomendat moeders eerder stoppen met borstvoeding dan zij wil-len;van mening dat lactatiekundige zorg voor iedere moederdie borstvoeding wil geven beschikbaar zou moeten zijn;verzoekt de regering het Zorginstituut om advies te vragenover de bekostiging van lactatiekundige zorg en daarbij inieder geval te kijken naar de optie van vergoeding uit hetbasispakket en de optie via de consultatiebureaus,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Kooten-Arissen.Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoendeondersteund.Zij krijgt nr. 925 (29689).Dan is nu het woord aan mevrouw Ploumen van de fractievan de Partij van de Arbeid.Mevrouw Ploumen (PvdA):Voorzitter, dank u wel. Mensen die nu Fampyra gebruikenen daar baat bij hebben, verkeren in grote onzekerheid. Deminister heeft na advies geoordeeld dat het niet pakketwaar-dig is. Ik vind het wel menswaardig om het te vergoeden.Ik zie de tegenstelling tussen die twee posities en zou diewillen overbruggen. Daarom de volgende motie.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het Zorginstituut heeft geoordeeld dathet MS-medicijn Fampyra onvoldoende therapeutischemeerwaarde heeft om vergoed te worden;overwegende dat patiënten en neurologen iedere dagervaren dat Fampyra positieve effecten heeft;overwegende dat verschillende onderzoeken aantonen datFampyra voor groepen gebruikers positieve effecten heeft;overwegende dat ook het Europees Medicijn Agentschap(EMA) een positief advies over Fampyra heeft uitgebracht;verzoekt de regering een second opinion te laten uitvoerennaar de verschillende studies en ervaringen van patiëntenen neurologen naar de werking van Fampyra en wat ditbetekent voor de vergoeding van het middel,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Ploumen enAgema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoendeondersteund.Zij krijgt nr. 926 (29689).U krijgt nog een vraag van de heer Van Gerven.De heer Van Gerven (SP):Als de motie wordt aangenomen en de second opinioninderdaad gaat plaatsvinden, betekent dit dan dat Fampyratot die tijd in voorwaardelijke sfeer in het pakket moet blij-ven?Mevrouw Ploumen (PvdA):Dat zou natuurlijk mijn grote voorkeur hebben. Het middelis nu tot het eind van het jaar beschikbaar. Ik denk dat deheer Van Gerven, mevrouw Agema en ik deze vraag bij deminister zouden moeten neerleggen. Dat zou zeer op prijsgesteld worden. Elke dag krijg ik heel veel e-mails vanmensen die echt baat hebben bij Fampyra. "Baat hebben"betekent in dit geval dat zij hun leven weer kunnen oppak-ken. In plaats van de hele dag in een stoel te zitten, kunnenzij nu bijvoorbeeld vrijwilligerswerk doen. Sommigen gaanweer aan het werk. Anderen kunnen taken weer op zichnemen die zij jaren niet hebben kunnen doen. Dus ik hoopvan harte dat de minister de motie die mevrouw Agema enik indienen en de aanbeveling die de heer Van Gerven doethartelijk zal omhelzen, in het belang van de patiënten.De voorzitter:Prima.Mevrouw Ploumen (PvdA):Ik heb nog een korte tweede motie.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het Zorginstituut Nederland adviseertom zware paracetamol, mineralen en vitamines uit hetbasispakket te halen;102-13-34 juli 2018TK 102 HerdrukPakketbeheerTweede Kamer constaterende dat specifieke groepen ouderen en chronischzieken die deze middelen in combinatie met andere medi-catie moeten gebruiken, hierdoor extra zorgkosten moetenmaken;spreekt uit dat voor bovengenoemde specifieke groepeneen uitzondering op het advies van het ZorginstituutNederland moet worden gemaakt, en dit te financieren doorde benodigde dekking te halen uit de middelen gereserveerdvoor maatschappelijke dienstplicht,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Ploumen. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 927 (29689).Ik zie dat u een handgeschreven exemplaar van de motiehebt.Mevrouw Ploumen (PvdA):Zeker, voorzitter, met een afwijkend format, maar een heelleesbaar handschrift.De voorzitter:U hebt een zeer leesbaar handschrift. Dat kan ik zondermeer bevestigen.Mevrouw Ploumen (PvdA):Dank u, voorzitter.De voorzitter:Dan is het woord aan mevrouw Dijkstra van de fractie vanD66. Zij is de laatste spreker van de zijde van de Kamer.Mevrouw Pia Dijkstra (D66):Voorzitter. Voor patiënten met COPD komt de fysiotherapievanaf de eerste behandeling in het pakket. Ook is uit hetoogpunt van doelmatigheid een aantal behandelingengemaximeerd. Dat is gebeurd in overleg met een expert-groep op basis van gemiddelden, maar een kleine groepzou wel baat hebben bij meer behandelingen dan hetmaximum. De minister gaf in het overleg aan dat de effec-tiviteit van meer dan 70 behandelingen per 12 maandenniet is aangetoond. Het klopt dat de effectiviteit van meerdan 70 behandelingen niet is onderbouwd, maar dat komtdoordat hier onvoldoende onderzoek naar gedaan is. Datbetekent dus niet dat meer behandelingen bewezen niet-effectief zijn. De minister gaf ook aan dat het Zorginstituut(ZIN) een en ander kan heroverwegen als er voor eenbepaalde groep toch effecten zijn. Ik hoor dan ook graagvan de minister in deze termijn of hij het ZIN hiertoe wiluitnodigen en of hij op zoek wil naar een oplossing voordeze groep.De voorzitter:Dank u wel. Deze vraag en de moties worden straks allemaalbecommentarieerd. Over tien minuten gaan we luisterennaar de minister.De vergadering wordt van 19.31 uur tot 19.41 uur geschorst.De voorzitter:Het woord is aan de minister.Minister Bruins:Voorzitter, dank u wel. Ik heb een negental moties en éénvraag. Ik begin met de motie-Van Gerven op stuk nr. 919,die uitspreekt dat het advies van het Zorginstituut Nederlandom zware paracetamol, mineralen en vitamines uit hetbasispakket te halen, niet dient te worden opgevolgd. Dezediscussie hebben wij uitgebreid gehad in het AO. Het levenis keuzes maken. Wij hebben allerlei toevoegingen gedaanaan het pakket. Wij hebben ook een aantal uitnamengedaan. Dat hebben we uitgebreid besproken en ookgemotiveerd in de brief. Een van de kernbepalingen is datwe ook geld moeten zoeken. Wij hebben het hier over eenbedrag van gemiddeld €60 per jaar, waarvan twee derdevoor de terhandstellingskosten, dus ik ontraad deze motie.De heer Van Gerven (SP):Vindt de minister het geen rare zaak dat er elk jaar miljardenof meer over zijn op de begroting van Volksgezondheid endat het aan de andere kant niet mogelijk is om 40 miljoenop de begroting te vinden om deze middelen in het pakkette houden, in de wetenschap dat er nu, halverwege het jaar,alweer een overschot is van 460 miljoen op de begroting?Minister Bruins:Als niet al het geld dat in het uitgavenkader zorg is gereser-veerd voor de zorg benut hoeft te worden, dan vind ik datgoed nieuws, want dat betekent dat er dan zunig aan wordtgedaan door artsen, dat er goed wordt ingekocht door deinkopers en dat er goed wordt samengewerkt op nationaalen internationaal niveau. Dat geld hoeft niet op. Sommigenhebben het idee: geef het allemaal maar uit. Wij zullen dekomende jaren echt moeten proberen om te zorgen dat niethet maximale budget van het uitgavenkader zorg wordtuitgegeven. Het is ook in het regeerakkoord opgeschrevendat we allerlei methoden bedenken, van hoofdlijnakkoordentot fixatie van de eigen bijdrage tot de maximering van debijdragen volgens het GVS enzovoort en zo verder.De heer Van Gerven (SP):Dan tot slot: is de minister nou een minister van Volksge-zondheid, of een financiële minister of een boekhouder?Het kan toch niet waar zijn dat de minister zegt dat er eerst40 miljoen aan evident noodzakelijke en goede zorg —daarover is geen misverstand als we het hebben over demedicijnen die uit het pakket gaan — uit het pakket gehaaldmoet worden voordat er iets anders in kan, dat hij dieboekhouderistische opstelling heeft, in de wetenschap dater zo veel geld over is op zorg? Dat kan toch niet?102-13-44 juli 2018TK 102 HerdrukPakketbeheerTweede Kamer Minister Bruins:Zorg betaalbaar houden is de opgave voor de komendejaren. We worden ouder en er komen allerlei innovaties,waarbij er elke keer een patiënt, een ouder of een naastezal zijn die zegt: zou dit alstublieft ook niet van overheids-wege kunnen worden betaald of vergoed? Als wij niks doen,dan gaan we met elkaar de bietenbrug op. Dan worden dezorgkosten te hoog. Wij moeten die keuzes dus maken.De voorzitter:De tweede motie.Minister Bruins:Voorzitter. Daarin staat "spreekt uit dat de Tweede Kamervan dit advies kan afwijken omdat het aan de Tweede Kameris om een definitief oordeel te vellen over de weging vanhet Zorginstituut en het vaststellen welke zorg in hetbasispakket thuishoort". Het Zorginstituut adviseert aanmij. Daarop neem ik een besluit, en dat besluit leg ik vooraan de Tweede Kamer. Dat is wat anders dan dat we alleadviezen van het Zorginstituut bij de Tweede Kamer neer-leggen en daarover elke keer een besluit nemen. Het advieskomt van het Zorginstituut. Dat gaat naar mij. Ik leg dat aande Kamer voor. Daarom ontraad ik deze motie.De voorzitter:Zullen we één vraag per motie doen, meneer Van Gerven?Want we hebben nog een paar moties-Van Gerven te gaan.Eén vraag. Gaat uw gang.De heer Van Gerven (SP):Ik weet niet of ik over elke motie nog wat te melden hebwat niet in het debat gewisseld is. Maar ik vraag me af ofde minister de motie wel goed leest, want eigenlijk gaathet met name over het dictum, waarin staat dat de Kamerin voorkomende gevallen kan afwijken van het advies vanhet Zorginstituut. Natuurlijk kennen wij de route via deminister. Ik wil dit graag nog eens benadrukken, omdat hetin het debat dat wij gehad hebben leek alsof het een auto-matisme is om het advies van het Zorginstituut te volgen,terwijl het primaat uiteindelijk natuurlijk bij de politiek ligt.Minister Bruins:Zo is het natuurlijk; dat hebben wij ook gedeeld. Maar hetZorginstituut brengt advies uit aan mij. Ik geef daar eenappreciatie van en leg dat aan de Kamer voor. Dat is watanders dan wat in het dictum van de motie staat, dacht ik.Daarin staat dat de Tweede Kamer het advies van hetZorginstituut krijgt en daar van geval tot geval debat overkan voeren. Het is natuurlijk zo dat het laatste oordeel altijddeze Kamer toekomt. Dat hebben we ook uitgebreid gedeeldin het debat. Daarover geen misverstand.De voorzitter:De derde motie. Nee, meneer Van Gerven. We gaan naarde derde motie.Minister Bruins:Voorzitter. Het dictum van de motie op stuk nr. 921 luidt:"verzoekt de regering om artsen die het voorschrijven vanFampyra noodzakelijk achten de discretionaire bevoegdheidte geven dit te doen". Ik ontraad deze motie. Het Zorginsti-tuut heeft de effectiviteit van Fampyra tot tweemaal toebeoordeeld. De conclusie was dat Fampyra niet bewezeneffectief is. Hiermee behoort Fampyra niet tot de verzekerdezorg in het basispakket. Dat betekent dat artsen ook geengebruik kunnen maken van hun discretionaire bevoegdheidom het middel voor te schrijven, omdat het niet in hetbasispakket zit. Dat over de motie op stuk nr. 921.Dan de motie op stuk nr. 922. Die verzoekt de regering omhet aantal fysiotherapie- en oefentherapiebehandelingenbij COPD niet te maximeren. Ik ontraad die motie. Ook ditthema hebben wij uitgebreid besproken. De effectiviteit vanmeer dan 70 behandelingen per twaalf maanden, het eerstebehandeljaar, is niet aangetoond. Het past daarom niet inhet verzekerde pakket van de Zorgverzekeringswet. HetZorginstituut heeft deze maximumaantallen gebaseerd opexpertopvattingen uit beschikbare wetenschappelijke litera-tuur. Indien nader onderzoek wordt uitgevoerd — dat zegik ook in de richting van mevrouw Dijkstra — waaruit zoublijken dat meer dan 70 behandelingen per jaar effectiefzouden zijn, dan kan het Zorginstituut zijn standpunt even-tueel herzien. Wie moet dat dan in gang zetten? Dat is deberoepsgroep en niet de minister. Mevrouw Dijkstra zei dater in dit verband nog een groep van 1.250 patiënten is dievolgens de longartsen niet voldoende heeft aan die 70behandelingen per jaar. Met andere woorden: in dit gevalmoeten de longartsen dus zeggen dat er nog een groeppatiënten is waarvoor het effectief zou zijn als die meer dan70 behandelingen per jaar krijgen. Dan is het aan die long-artsen om naar het Zorginstituut te gaan en om naderonderzoek te vragen. We zullen zien waar het Zorginstituutdan mee komt. Tot zover de moties van de zijde van deSocialistische Partij.Dan de vraag van mevrouw Ellemeet wanneer ik de monitorover de pakketuitname ga aanzetten. Direct! Als we diepakketuitname een jaar hebben gedaan, verwacht ik dat wein de loop van 2020 zicht hebben op de effecten daarvan.Als die effecten nopen tot bijstelling van het beleid, zal ikdaartoe een voorstel doen. Dus laat ik het zo zeggen: demonitor gaat meteen aan.Dan de moties die zijn ingediend van de zijde van de Partijvoor de Dieren, allereerst de motie van mevrouw VanKooten-Arissen over borstvoeding.De voorzitter:U slaat de motie op stuk nr. 923 van mevrouw Agema over.Minister Bruins:Excuus, voorzitter. Mevrouw Agema verzoekt de regeringbesparingen in te zetten om verschraling van het basispak-ket te voorkomen. Zoals ik zojuist heb betoogd, zijn er insommige jaren onderschrijdingen op het budgettair kaderzorg, gelukkig. Ik ben daar blij mee. Wij zullen altijd keuzesmoeten maken over waar we ons geld op inzetten. We zul-len per jaar moeten kijken of al het geld noodzakelijk is. Inhet basispakket kunnen we niet oneindig alles maar toela-102-13-54 juli 2018TK 102 HerdrukPakketbeheerTweede Kamer ten, want dan worden de zorgkosten veel te hoog. Om diereden ontraad ik deze motie dan ook.Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 924 van mevrouw VanKooten-Arissen. Die verzoekt de regering lactatiekundigezorg en bijbehorende hulpmiddelen op te nemen in hetbasispakket met het kind als zorgvrager. Ik ontraad dezemotie. Je zou kunnen zeggen dat stukjes van de lactatiekun-dige zorg al zijn opgenomen in de aanspraak op hulp bijborstvoeding in de Zorgverzekeringswet. Die maakt deeluit van de kraamzorg. Ook kunnen verpleegkundigen binnende jeugdgezondheidszorg via het consultatiebureauondersteuning bieden. Dan loopt de vergoeding via degemeente. Die twee stapjes heb je dan al gehad. Als ouders,moeders, dan nog aanvullende zorg en ondersteuningwensen, kunnen zij een lactatiekundige inschakelen.Afhankelijk van hun aanvullend pakket, wordt dat vergoed.Maar dit hoort dus niet in het basispakket.De voorzitter:Mevrouw Van Kooten-Arissen, een vraag.Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):Vindt de minister het niet heel erg krom dat, nu uit onder-zoek blijkt dat vrouwen juist na de kraamtijd moeiteondervinden met het geven van borstvoeding, de begelei-ding bij flesvoeding wel vanuit het basispakket wordt ver-goed, maar de begeleiding bij borstvoeding niet? En datterwijl dat nou juist de beste start schijnt te zijn voor hetkind en ook veel gezondheidsvoordelen oplevert voor demoeder.Minister Bruins:Stukjes van de lactatiedeskundigheid zitten toch al echt inde aanspraak die de Zorgverzekeringswet dekt, namelijk deaanspraak op hulp bij borstvoeding. Dit maakt onderdeeluit van de kraamzorg, waarbij kraamverzorgers ondersteu-ning bieden bij bijvoorbeeld het op gang brengen van deborstvoeding en het aanleggen van het kind. Daar zit dusal een deel van de lactatiezorg in. Daarnaast is er ook eenmogelijkheid om een beroep te doen op de diensten dieworden geleverd door het consultatiebureau. Er is dusgoede zorg langs twee verschillende wegen. Als de moederof de ouders daarnaast nog iets anders wensen, kunnen zijeen lactatiedeskundige inschakelen.De voorzitter:Heel goed. Dan de motie van mevrouw Van Kooten-Arissenop stuk nr. 925.Minister Bruins:Het dictum van die motie luidt: "verzoekt de regering hetZorginstituut om advies te vragen over de bekostiging vanlactatiekundige zorg en daarbij in ieder geval te kijken naarde optie van vergoeding uit het basispakket en de optie viade consultatiebureaus". Ik heb geen behoefte aan dezemotie en ontraad die. Borstvoeding zit al in het pakket.Advies wordt zowel door de kraamverzorger als de verpleeg-kundige bij het consultatiebureau volgens de richtlijnborstvoeding gegeven. Aanvullend advies heb ik eerlijkgezegd niet nodig, want ik wil niet de route op dat we hetbasispakket uitbreiden met lactatiekundige zorg.Dan de motie op stuk nr. 926 van mevrouw Ploumen overde second opinion voor Fampyra. In die motie wordt deregering verzocht een second opinion te laten uitvoerennaar de verschillende studies en ervaringen van patiëntenen neurologen naar de werking van Fampyra en wat ditbetekent voor de vergoeding van het middel. Ik ontraaddeze motie. Het Zorginstituut heeft de effectiviteit vanFampyra twee keer beoordeeld, in 2012 en 2018. In beidegevallen vond het Zorginstituut op basis van de onderzoeks-resultaten dat Fampyra niet bewezen beter is dan degebruikelijke behandeling. Als er onderzoek is met beteregegevens over de effectiviteit van Fampyra, dan kan defabrikant altijd een nieuw verzoek indienen voor opnamein het basispakket. Het Zorginstituut zal dit verzoek danopnieuw beoordelen.Voorzitter. Dan de, handgeschreven, motie op stuk nr. 927:"spreekt uit dat voor bovengenoemde specifieke groepen"— dat gaat over chronisch zieken — "een uitzondering ophet advies van het Zorginstituut moet worden gemaakt, endit te financieren door de benodigde dekking te halen uitde middelen gereserveerd voor de maatschappelijkedienstplicht". Ik ontraad deze motie. Het is gecompliceerd— ik zou willen zeggen: te gecompliceerd — om de groepchronisch zieken te definiëren. Het gaat hier om geneesmid-delen die voor heel veel verschillende aandoeningen wor-den ingezet. Een keuze maken voor die groep zie ik dus nietals een grote kans. Ik ontraad daarom de motie.De voorzitter:Eén vraag, mevrouw Ploumen.Mevrouw Ploumen (PvdA):Ik constateer dat 11% van de mensen baat heeft bij Fam-pyra. We weten wie dat zijn. Toch krijgen ze het middel niet.Ik constateer dat honderden mensen last hebben vanoplopende kosten als zware paracetamol uit het basispakketgaat. Die mensen weten we ineens niet te vinden. We zijnhier niet voor onszelf, want ik sta hier recht van lijf en leden.We zijn er wel voor die mensen die honderden euro's extramoeten betalen. Ik wil, als de minister daarmee geholpenis, ook nog wel voorstellen doen om die groep wél teidentificeren als dat te ingewikkeld is. Ik vind het echt tegemakkelijk om voor zo'n groep, die het al moeilijk heeft,te zeggen: we kunnen ze niet vinden of identificeren.Minister Bruins:Ik blijf toch bij het standpunt. Dat is één. Ten tweede is,zoals we uitgebreid hebben gedeeld bij het AO, het bedragbeperkt. Gemiddeld worden voor €60 per jaar middelen viade apotheek afgenomen. Twee derde van die kosten betreftterhandstellingskosten, dus apothekerskosten, die je nietmeer hoeft te maken als je straks het middel bij de drogis-terij haalt. Bij de drogisterij is het middel vaak ook noggoedkoper dan bij de apotheek. Ik erken dat er voor som-mige mensen een stijging van de kosten aan zit. Dat hebbenwe uitgebreid gedeeld. Het is aan de ene kant een moeilijkdefinieerbare groep. Aan de andere kant is er een afweginggemaakt over het bedrag waarvoor de mensen wordengesteld. Dat brengt mij tot het ontraden van de motie.102-13-64 juli 2018TK 102 HerdrukPakketbeheerTweede Kamer De voorzitter:Helder.Minister Bruins:Er is nog een vraag gesteld door mevrouw Dijkstra, maarik denk dat ik die bij het ingaan op de eerdere motieinmiddels heb beantwoord.Tot zover, voorzitter.De beraadslaging wordt gesloten.De voorzitter:Heel goed. Tot zover dit debat. Morgen stemmen we overde moties.102-13-74 juli 2018TK 102 HerdrukPakketbeheerTweede Kamer

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.