KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verzamelbrief vastgoed en leefomgeving

30 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 592172b4ef6b07bf · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 592Defensienota 2024 – Sterk, slim en samen29 383Regelgeving Ruimtelijke Ordening en MilieuNr. 86 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 30 juni 2026Een toekomstbestendige krijgsmacht vraagt om meer mensen, modernmaterieel, innovatie en de randvoorwaarden om realistisch te oefenen,trainen en opleiden. Defensie zet in op een krijgsmacht met een wendbareen robuuste ondersteuning die kan opschalen. Gevormd door militairen,reservisten en burgers met bijbehorende logistiek, munitie en voorraden,IT, verbindingen, vastgoed en oefenruimte. De uitdaging is omvangrijk.Defensie wil versneld gereedstellen en groeien in balans met onzeleefomgeving. Sinds de laatste verzamelbrief van 12 februari 2026 hebbenzich op dit domein nieuwe ontwikkelingen voorgedaan.1 In deze briefinformeer ik uw Kamer over de ontwikkelingen op de volgende onder-werpen op het gebied van vastgoed en leefomgeving waarin Defensiewerkt aan die balans:•Vastgoed:CCommandopost Vastgoed (CPV);CStandaardisatie;CEnergiezekerheid en autonoom voortzettingsvermogen;CVerduurzaming vastgoed Defensie.•Leefomgeving:COndertekening van het Afsprakenkader tussen provincie Gelderlanden Defensie;CNatuurbranden op Defensieterreinen;CPFAS;CRegio Amersfoort tot Zeist;CVoorrang op het spoor;CCompensatie Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD).Vastgoed: Commandopost VastgoedIn de verzamelbrief van februari 2026 is uw Kamer geïnformeerd over deoprichting van de Commandopost Vastgoed (CPV): de regieorganisatie1Kamerstuk 36 592, nr. 58 van 12 februari 2026 kst-36592-86ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 861 tussen Defensie, het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en de markt.2 Het doel vande CPV is om de realisatie van de vastgoedbehoefte van Defensiestructureel te verhogen en te versnellen. Deze grotere vastgoedbehoeftekomt mede vooruit uit de groei en versnelde gereedstelling van dekrijgsmacht.Sinds de oprichting van de CPV is gewerkt aan het verbeteren van devastgoedketen van Defensie en het RVB door de beweging te maken vansaneren naar investeren. Hiervoor is onder andere de behoefte van degroeiende krijgsmacht nader in beeld gebracht. Hieruit blijkt dat een grootdeel van deze behoefte te standaardiseren en te industrialiseren is, wat inde alinea over standaardisatie uitgebreider wordt toegelicht.In 2025 zijn rondetafelconferenties georganiseerd met marktpartijen, zoalsbouwbedrijven en ingenieursbureaus, rond de vraag hoe de samen-werking met de markt kan worden versterkt. Deze worden nu omgezetnaar markttafels, op specifieke thema’s zoals energie, standaardisering,gebiedsontwikkeling, die breed toegankelijk zijn zodat optimaal gebruikkan worden gemaakt van de kennis en potentie in de markt. De projectrea-lisatie via het RVB is gestegen van circa 400 miljoen euro in 2024 naarcirca 575 miljoen euro in 2025. Dit is exclusief de uitgaven vooronderhoud. In de realisatie is vertraging als gevolg van de problematiekrond stikstofdepositie merkbaar. Het ambitieniveau ligt hoger watnoodzakelijk is om de vastgoed- en infra opgave te kunnen realiseren. Dedoelstelling voor de komende jaren is door te groeien naar uiteindelijk2 miljard euro projectrealisatie. Hiervoor is het nodig dat de samen-werking met de markt verder wordt geïntensiveerd en dat de marktvroeger in het proces wordt betrokken. De genoemde markttafels is éénvan de instrumenten. Vigerende wet- en regelgeving zijn hierbij vanzelf-sprekend het uitgangspunt.Tevens is een inventarisatie gedaan van 30 locaties om te analyseren opwelke van deze bestaande en nieuwe locaties de geplande behoefte aanrenovatie en nieuwbouw kan worden geaccommodeerd en wat de impactis van de omgevingsfactoren op de realisatie hiervan. De conclusie vandeze eerste inventarisatie is dat van de verschillende belemmerendefactoren stikstof en netcongestie ook voor deze locaties de belangrijkstezijn om op korte termijn tot de realisatie van de opgave te komen. Voornetcongestie zullen alternatieve energiescenario’s vanuit Defensie eendeel van de oplossing moeten vormen. Stikstof is de grootste uitdagingwaarvoor een oplossing moet worden gezocht, omdat de Defensie-locaties veelal in of dichtbij Natura 2000-gebieden liggen waardoor devergunningverlening voor renovatie en nieuwbouw hier stokt. Defensieonderzoekt in nauwe samenwerking met de betrokken ministeries welkemogelijkheden er per locatie zijn. In de Stand van Defensie in het najaarinformeren wij u over de voortgang.Vastgoed: StandaardisatieIn de verzamelbrieven van juli 2025 en februari 2026 heb ik uw Kamergeïnformeerd over de ingezette versnellingsmogelijkheden voor onsvastgoed.3 Standaardisatie van nieuwe gebouwsoorten is een van demanieren om te versnellen. Dit stelt Defensie in staat sneller en in groterevolumes nieuw vastgoed te realiseren door de ontwerp-, besluitvormings-en bouwtijd te verkorten. In de afgelopen periode is uitvoering gegevenaan het standaardiseren en het industrialiseren van legeringsgebouwen.De behoefte hiervoor is door het RVB aanbesteed en in opdracht gegeven.2Kamerstuk 36 592, nr. 58 van 12 februari 20263Kamerstuk 36 592, nr. 58 van 12 februari 2026 en Kamerstuk 36 592, nr. 24 van 3 juli 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 862 De planning is dat eind 2026, in Leeuwarden, het eerste gestandaardi-seerde legeringsgebouw in gebruik wordt genomen, en in Volkel in 2027.Naast legering worden op dit moment ook standaarden ontwikkeld voorde gebouwcategorieën kantoren, leslokalen, werkplaatsen en magazijnen.Vastgoed: Energiezekerheid en autonoom voorzettingsvermogenEnergie is een essentiële randvoorwaarde voor de gevechtskracht en hetvoortzettingsvermogen en de groei van Defensie. Kazernes, trainingslo-caties, kampementen, vaartuigen, vliegtuigen, voertuigen en informatie-technologie moeten tijdig, betrouwbaar en veilig van energie wordenvoorzien. Verstoring of uitval van de energievoorziening op defensielo-caties leidt tot het stagneren of stoppen van essentiële processen zoalscommandovoering, informatievoorziening, communicatie en onder-steuning en vormt daarmee een gevaar voor de nationale veiligheid.De komende jaren neemt de elektriciteitsvraag van Defensie toe doorgroei en elektrificatie. Defensielocaties zijn daarvoor in sterke mateafhankelijk van externe ketens (het elektriciteitsnet, fossiele brandstoffenen kritieke grondstoffen). Tegelijkertijd staan die ketens onder toene-mende druk door netcongestie, geopolitieke spanningen en hybridedreigingen. Defensie zet daarom in op energiezekerheid en-onafhankelijkheid voor haar locaties, om de weerbaarheid te vergroten,afhankelijkheid van kwetsbare ketens te verminderen en uitbreiding tefaciliteren ondanks beperkte netcapaciteit.4Voor het faciliteren van de groeiopgave heeft Defensie aanvullendenetcapaciteit nodig. Vanaf 1 juli 2026 zal de beschikbare ruimte op het netconform het prioriteringskader van de Autoriteit Consument & Markt(ACM) worden uitgegeven. Binnen dit kader doet Defensie een beroep ophaar prioriteitsstatus (ACM-categorie 2: veiligheid – Krijgsmacht). Degevraagde capaciteit wordt voor 1 januari 2027 aangescherpt en verfijnd.Capaciteit die hierdoor mogelijk vrijvalt, kan alsnog tijdig wordentoegewezen aan andere prioriteiten.Daarnaast werkt Defensie met behulp van energiemasterplannenmaatregelen uit die de energiezekerheid en -onafhankelijkheid vergroten.Uitgangspunt daarbij is om nieuwe en bestaande locaties netbewust teontwikkelen en waar mogelijk als congestieverzachter op te treden. Dezeplannen geven inzicht in de benodigde infrastructuur en maatregelen ophet gebied van opwek, opslag, energiebesparing, vraagsturing ennoodvoorzieningen. Dit jaar wordt gestart met een eerste tranche locaties.Bij de uitwerking zoekt Defensie actief de samenwerking op met regionalepartners, via bestaande contacten uit lopende projecten en gebiedsont-wikkelingen.Ook op het gebied van fossiele brandstoffen, waarvan de beschikbaarheidsterk wordt beïnvloed door geopolitieke onzekerheden, wil Defensieminder kwetsbaar zijn. De afhankelijkheid hiervan voor rijden, vliegen envaren wordt verminderd door het diversifiëren van energiebronnen.Bijvoorbeeld door bijmengen van biobrandstoffen, synthetische engeavanceerde biobrandstoffen (E-fuels, met name voor vliegtuigen) enelektrificatie, mits dit passend is in de operationele context.Zoals benoemd in de Uitvoeringsagenda Energie en Duurzaamheid,ontwikkelt Defensie een Roadmap Energiezekerheid.5 Een eerste versiehiervan publiceert Defensie in juli van dit jaar.6 Deze Roadmap schetst op4Kamerstuk 36 592, nr. 52 van 22 oktober 20255Kamerstuk 36 592, nr. 52 van 22 oktober 20256www.defensie.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 863 hoofdlijnen de huidige situatie, de verwachte ontwikkelingen en debelangrijkste doelen van Defensie op het gebied van energiezekerheid. Deinhoud van de Roadmap wordt jaarlijks geactualiseerd.Vastgoed: Verduurzaming vastgoed DefensieUw Kamer is eerder geïnformeerd dat Defensie zal voldoen aan deenergiebesparingsplicht door het realiseren van de Erkende Maatregelen(EML) en de energielabel C-verplichting voor kantoren.7 Met bijna 55.000te nemen maatregelen in ongeveer 3.500 gebouwen, waarvan 351kantoren is dit een forse operatie. Over het tempo van de verduurza-mingsmaatregelen zijn afspraken gemaakt met de bevoegde gezagen(gemeenten, omgevingsdiensten en Inspectie Leefomgeving en Transport(ILT)). In 2025 is de omslag gemaakt van de opstartfase naar de inrich-tingsfase en in 2026 is de realisatiefase gestart.In 2025 is de realisatie op de energiebesparingsplicht opgelopen van 0,2%naar 4% en in het eerste tertiaal van 2026 naar 5%. Dit percentage isuitgedrukt in de realisatie van de (potentiële) CO2-reductie. De gereali-seerde voortgang is vooral te danken aan de uitvoering vanEML-maatregelen binnen instandhouding en reguliere investerings-projecten/-programma’s, waaronder het Bliksembeveiligingsprogramma(LED-verlichting en drogeluchtsystemen) en het Programma «VerbeteringLegering Defensiebreed» (onder andere LED-verlichting). In 2025 zijn(vrijwel) alle kantoorgebouwen van Defensie geïnspecteerd op hunenergielabel. Het aantal kantoorgebouwen dat minimaal energielabel Cheeft en daarmee voldoet aan de wetgeving is groter dan in 2024 werdingeschat, namelijk 154 kantoren. De opgave blijft ondanks de geredu-ceerde omvang aanzienlijk, omdat voor 197 kantoren een EnergielabelD-G is vastgesteld.In het tweede tertiaal van 2026 starten de EML-inspecties, waarbij deverwachting is dat parallel aan de inspecties ook de uitvoering aanvangt.De prognose is dat in het tweede tertiaal van 2026 daarom de realisatietoeneemt en in het laatste tertiaal van 2026 nog verder oploopt, totminimaal 25% van de totaalopgave. Dit komt overeen met het doel zoalsdat de bevoegde gezagen is overeengekomen, namelijk 100% realisatie in2029. Uitdagingen in de uitvoering hebben helaas een negatief effect ophet realisatievermogen. Binnen het kantorenspoor is de verwachting datongeveer 100 van de (maximaal) 197 energielabel D-G kantoorgebouwennog in 2026 op minimaal label C-niveau worden gebracht om zo koers tehouden richting 100% realisatie in 2027. Defensie en RVB bewaken, innauw contact met de bevoegde gezagen, actief de voortgang op doelstel-lingen en werken aan een geactualiseerde prognose. Uw Kamer wordtover de voortgang in de Stand van Defensie in het najaar opnieuwgeïnformeerd.Leefomgeving: Ondertekening Bestuurlijk Afsprakenkader Defensie –provincie GelderlandOp 20 mei 2026 hebben de gedeputeerde van provincie Gelderland, deheer Peter Drenth, en ik een Bestuurlijk Afsprakenkader ondertekend. Ditafsprakenkader legt vast hoe Defensie en de provincie de komendeperiode gezamenlijk uitwerking gaan geven aan de uitbreidingsplannenvan Defensie in deze provincie. Zo is overeengekomen dat tijdig afsprakenworden gemaakt over de inzet van planologische procedures en vergun-ningen en dat er oog is voor de cumulatie van activiteiten en effecten opde Veluwe. Tevens is overeengekomen dat wordt verkend welke initia-7Kamerstuk 36 592, nr. 13 van 31 maart 2025 en Kamerstuk 36 124, nr. 43 van 30 mei 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 864 tieven nodig zijn voor een goede bereikbaarheid van militaire objecten endat Defensie werkt aan de diversificatie van energiebronnen voor eigenopwekking van energie, onder andere als deeloplossing voor de netcon-gestieproblematiek. Daarnaast heeft Defensie aandacht voor de mogelijk-heden binnen het aanbestedingsrecht op basis waarvan lokale enregionale leveranciers in aanmerking kunnen komen voor Defensie-opdrachten. Wensen en voorkeuren vanuit de omgeving wordenzorgvuldig gewogen en waar mogelijk meegenomen.Om de uitbreidingslocaties van het Nationaal Programma Ruimte voorDefensie (NPRD) en de overige defensieopgaven effectief en efficiënt tekunnen realiseren, bereiden de provincie Gelderland en Defensie zich –ieder vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid – gezamenlijk voor opde uitvoeringsfase. Daarbij wordt aansluiting gezocht met de «GelderseAanpak Veluwe», met als insteek een structurele stikstofreductie te borgenop en rond de Veluwe.8 De ondertekening van het Bestuurlijk Afspraken-kader markeert de bestendiging van een structurele samenwerking gerichtop verdere duurzame verankering van Defensie in de provincieGelderland.Leefomgeving: Natuurbranden op DefensieterreinenDit voorjaar heeft Nederland te maken gehad met enkele natuurbrandenop defensieterreinen.9 Naar aanleiding van deze branden heeft Defensieeen evaluatie uitgevoerd om eventuele verbeterpunten te identificeren. Inde Kamerbrief verzonden op 11 mei jl. is toegezegd uw Kamer nader teinformeren over deze evaluatie. Zoals aangegeven in de beantwoordingvan schriftelijke vragen verzonden op 11 mei jl. is Defensie door deInspectie Leefomgeving en Transport (ILT) gevraagd om voor 1 juli a.s.verbetervoorstellen op te stellen en deze met de ILT te delen. Op 15 junihebben Defensie en ILT de eerste bevindingen met elkaar besproken,waarbij is bevestigd dat de evaluatie eind juni gereed is en dat Defensiedit ook bespreekt met de Veiligheidsregio’s.Naast de evaluatie is de Inspectie Veiligheid Defensie (IVD) gestart meteen thematisch onderzoek naar natuurbranden. Naar verwachting is ditonderzoek eind 2026 afgerond.EvaluatieHet huidige protocol is geëvalueerd op basis van de evaluaties van deoefenende eenheid op het Artillerie Schietkamp (ASK), dossiers van detwee branden uit 2025 (Ginkelse Heide en Oirschotse Heide) van hetOpenbaar Ministerie (OM) en de processen-verbaal van de branden uit2026 (Oirschotse Heide en Weerterheide) van het OM.De bevindingen uit deze evaluaties zijn als volgt:•Het protocol biedt een dekkend kader voor diverse scenario’s, maarqua kennis over de toepassing ervan zijn er verbetermogelijkheden.•De omschrijving van pyrotechnische middelen in het protocol vraagtom aanscherping.•Bij vervanging of (tijdelijke) afwezigheid van in het protocol opgeno-men functionarissen zoals Leider der Oefening (LDO) of de terreinop-zichter kunnen risico’s ontstaan. Verdere borging van deze rollen enbijbehorende verantwoordelijkheden in het protocol en in de praktijk isnodig.8Aanpak Veluwe: samen voor een leefbare Veluwe: https://www.gelderland.nl/themas/organisatie/samenwerkingen/aanpak-veluwe9Kamerstuk 30 821, nr. 335 van 11 mei 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 865 VerbetervoorstellenOp basis van deze bevindingen is het protocol aangescherpt. De concreteaanpassingen zijn:•Er is een scherper onderscheid gemaakt tussen pyrotechnischemiddelen en oefenmunitie;•Bij gebruik van oefenmunitie bij brandrisicofase 2 moeten binnen eenstraal van 25 meter brandbestrijdingsmiddelen aanwezig zijn;•De terreinopzichter heeft het mandaat om de geplande of reedsaangevangen oefening te staken. Dit besluit moet vooraf in overlegmet de verantwoordelijke C-BaseCo, of zijn/haar vervanger, wordenafgestemd.Naast deze aanpassingen in het protocol zal tijdens opleidingen meeraandacht worden gegeven aan het risico van natuurbranden. Ook zaljaarlijks in het voorjaar een sessie worden georganiseerd voor deterreinopzichters en vertegenwoordigers van de diverse Defensie-eenheden om het protocol, en de toepassing daarvan te bespreken.Specifiek voor het ASK is het protocol voor het gebruik van de springputaangepast. In brandrisico fase 2 zal voortaan altijd een peloton Natuur-brandbestrijding van de Defensie Brandweer (NBB DBW) op korte afstandstand-by staan. Zowel vanuit Defensie als vanuit de contacten met deVeiligheidsregio’s wordt een behoefte onderkend om tot een vroegtijdigesignalering van een toegenomen brandrisico te komen. Op dit momentloopt een pilot in samenwerking met de Veiligheids- en GezondheidsregioGelderland Midden (VGGM) om te bezien op welke wijze in brandrisicofase 1 bij militaire activiteiten kan worden opgeschaald naar eenbrandrisico fase 2 situatie, nog voordat de Veiligheidsregio deze heeftafgekondigd. De eerste resultaten van deze pilot verwacht ik in Q3 2026.Met het implementeren van deze verbetervoorstellen kan de krijgsmachtten tijde van natuurbrandrisicofase 2 blijven oefenen en wordt het risicoop natuurbranden verder beperkt.Herstel van de oefenterreinenDirect na de branden zijn diverse maatregelen genomen om natuurherstelte bevorderen. Zo zijn er op ASK-terrein enkele honderden stobbenneergelegd om schuilplaatsen te creëren voor fauna zoals insecten enhagedissen. In de weken na de brand zijn in het getroffen gebied diversehagedissen waargenomen. Ook zijn op een aantal heideterreinenvliegdennen neergelegd. Het oefenterrein staat bekend om zijn hogeaantallen broedgevallen van de grauwe klauwier. Uit onderzoek invoorgaande jaren van deze populatie is bekend dat de soort een voorkeurvoor nestgelegenheid heeft in een omgezaagde of omgewaaide vliegden.Op het moment van de brand waren de vogels nog niet terug van de treken daardoor niet getroffen. In de weken na de brand zijn meerdereexemplaren waargenomen op de neergelegde vliegdennen. Daarnaast zijnklauwieren waargenomen op locaties op het defensieterrein die nog nieteerder waren bezet door deze soort.Op het moment werken we aan een plan waarin de getroffen bossenworden herbebost. Dit zal zowel door aanplant als natuurlijke vestigingvan bomen geschieden. Deze bossen bestonden nagenoeg alleen uitgrove den, een naaldboomsoort. Bij de herbebossing zal er veel meergebruik gaan worden gemaakt van loofhout, waardoor uiteindelijk meerwaardevolle en biodiverse bossen ontstaan, die ook een brandvertra-gende functie hebbenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 866 Voor herstel van de heidetreinen zal er worden ingezet op meer (structuur-)variatie. Een op het ASK-terrein aanwezige landschappelijke erosiewa-tergeul zal worden benut om middels maaibeheer een meer natte variantvan heidebegroeiing te realiseren. Voordeel hiervan is de brandremmendewerking en de bijdrage aan meer biodiversiteit.Leefomgeving: PFASUw Kamer is op 31 maart 2025, 3 juli 2025 en 12 februari 2026 geïnfor-meerd over de programmatische PFAS-aanpak van Defensie.10 In dezeaanpak is aandacht voor het verkrijgen van inzicht en kennis, hetuitvoeren van onderzoek, communicatie en het voorkomen van zowelblootstelling aan als de verspreiding van PFAS. Onderdeel van de aanpakis met een risicogestuurd saneringsplan PFAS-risico’s in bodem en water(grond en oppervlakte) te beheersen. Defensie is met de laatste stap vanhet risicogestuurd saneringsplan bezig, waarbij een kosten-baten-afweging wordt gemaakt om te komen tot de meest effectieve enfinancieel duurzame oplossing per locatie. De ILT beoordeelt de resultatenhiervan. Zodra deze bekend zijn, informeer ik uw Kamer hierover in devolgende verzamelbrief. In de vorige Kamerbrief informeerde ik uw Kamerover de pilot in Leeuwarden voor het verwerken van verontreinigde klei.11De afgelopen maanden is onder andere samen met het RVB gewerkt aaneen saneringsplan voor vliegbasis Leeuwarden. De ILT geeft voor dezomer een beoordeling waarna het plan kan worden uitgevoerd.Daarnaast heeft Defensie via een maatwerkvoorschrift toestemminggekregen van de gemeente Leeuwarden om een beperkte hoeveelheidgezuiverd grondwater op het riool te lozen. Deze stap was nodig voor devoortzetting van een pilot die in 2025 is gestart en waarbij circa 99% vande PFAS uit het grondwater kon worden verwijderd door middel vanactieve koolfilters.Leefomgeving: Regio Amersfoort tot Zeist (A–Z)Defensie werkt in de gebiedssamenwerking Amersfoort tot Zeist (A–Z)met de provincie Utrecht, de gemeenten Amersfoort, Leusden, Soest,Zeist, het waterschap Vallei en Veluwe en het Hoogheemraadschap deStichtse Rijnlanden aan de uitbreidings- en intensiveringsopgave vanDefensie. Hierover heb ik uw Kamer op 16 september 2025 geïnformeerdin de Stand van Defensie.12 Op 13 februari 2026 zijn het BestuurlijkAkkoord 2.0 (BAK 2.0) en drie clusterovereenkomsten door de betrokkenpartijen ondertekend, waarmee een belangrijke stap is gezet in hetvervolgproces en de basis is gelegd om de groei van Defensie in ditgebied mogelijk te maken.Door de inzet van ontwerpend onderzoek is gewerkt aan een gezamenlijkgebiedsperspectief voor het gebied A–Z, waarin rekening is gehouden metnatuur, wonen, werken, water, recreatie en Defensie. Hierdoor kan deopgave van Defensie in dit gebied in samenhang met regionale opgavenworden opgepakt, voor een toekomstbestendige en duurzame inrichtingvan de Utrechtse Heuvelrug. Het gebiedsperspectief vormt met degesloten overeenkomsten het bestuurlijk fundament voor de verderesamenwerking. Per deelgebied (Oost, Midden en West) zijn concretevervolgstappen, inspanningsverplichtingen en rollen en verantwoordelijk-heden vastgelegd in de drie clusterovereenkomsten. Voor Defensiebetekent dit concreet een verschuiving van eenheden met logistieke takennaar de concentratie van eenheden met operationele taken. Logistieke10Kamerstuk 36 592, nr. 13 en Kamerstuk 36 592, nr. 24 en Kamerstuk 36 592, nr. 5811Kamerstuk 36 592, nr. 58 van 12 februari 202612Kamerstuk 36 800 X, nr. 3 van 16 september 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 867 taken worden overwogen wanneer zij een directe meerwaarde biedenvoor operationele taken.Voor de gebiedssamenwerking A–Z is bewust gekozen voor een anderewerkwijze dan de reguliere planvorming binnen Defensie. Door bij de startvan het proces, binnen bestuurlijk vastgestelde kaders en met geborgddraagvlak, planologische ontwikkelpotentie en het laadvermogen(maximaal benutten van het gebied) per kazerne vast te leggen, isvooruitgelopen op toekomstige operationele keuzes. Deze aanpakvergroot de strategische handelingsruimte van Defensie, maaktversnelling mogelijk zodra concrete vastgoedbehoeften ontstaan envoorkomt dat bij toekomstige groei opnieuw langdurige planproceduresmoeten worden doorlopen. Waar opportuun zullen we deze aanpak vakertoepassen.Naast het creëren van planologische ruimte worden lopende en geplandeprojecten apart uitgewerkt en uitgevoerd. Dit betreft onder andere deverhuizing van het 45e Pantserinfanteriebataljon, het TechnologieCentrum Land, het Logistiek Centrum Soesterberg en de revitalisering vande Bernhardkazerne. Hierover bent u in de Stand van Defensie Najaar2025 geïnformeerd.13.Leefomgeving: Motie-Boon inzake Voorrang op het spoorTijdens het Notaoverleg Definitief NPRD op 13 april jl. heeft het lid Boonc.s. een motie ingediend, die is aangenomen, die het kabinet verzoekt omhet transport van militair materieel naar redelijkheid prioriteit te geven ophet spoor (Kamerstuk 36 592, nr. 67). In dat kader wordt momenteel doorde Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, in overeenstemmingmet het Ministerie van Defensie en in nauwe afstemming met ProRail,gewerkt aan de wijziging van het «Besluit capaciteitsverdeling hoofd-spoorweginfrastructuur». Hiervoor heeft recent een internetconsultatieplaatsgevonden. Het doel van de wijziging is een juridisch instrument tecreëren waarmee in specifieke, urgente gevallen capaciteit kan wordenvrijgemaakt voor militair transport. De uitvoering van de motie wordt indit lopende traject meegenomen. Uw Kamer wordt later dit jaar geïnfor-meerd over de uitkomsten van de internetconsultatie de Staatssecretarisvan Infrastructuur en Waterstaat.Leefomgeving: Volledige schadeloosstelling, nadeelcompensatie enschaduwschade in relatie tot uitbreidingen DefensieDe uitbreiding van Defensie in de fysieke leefomgeving kan gevolgenhebben voor personen of bedrijven. In het Notaoverleg Definitief NPRD op13 april jl. heb ik toegezegd uw Kamer te informeren over hoe Defensiemet deze gevolgen omgaat. In de Omgevingswet is geregeld hoe schadedie ontstaat door overheidsingrijpen in de fysieke leefomgeving kanworden behandeld. De wet maakt daarbij onderscheid tussen schadeloos-stelling bij onteigening, nadeelcompensatie en schaduwschade. In lijn metde Omgevingswet hanteert Defensie zowel schadeloosstelling bijonteigening als nadeelcompensatie.Volledige schadeloosstellingDefensie heeft een proces ingericht om op een zo vroeg mogelijk momenteen volwaardig en waardig perspectief te kunnen schetsen en bieden aangetroffenen die hun eigendom of zakelijk recht verliezen vanwege deuitbreiding van Defensie. Waar het gaat om grondverwerving is dat13Kamerstuk 36 800 X, nr. 3 van 16 september 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 868 perspectief in beginsel gericht op volledige schadeloosstelling. Ditbetekent dat niet alleen de waarde van de grond en opstallen wordtvergoed, maar ook andere schadeposten worden meegenomen. Bijvoor-beeld misgelopen omzet of investeringen die niet kunnen wordenterugverdiend. Het uitgangspunt is dat Defensie zich inspant om zoveelals mogelijk tegemoet te komen aan de wensen van partijen en personendie door de ruimtevraag van het NPRD hun grond, bedrijf of woningverliezen. Zo heeft Defensie rentmeesters aangesteld die als vastaanspreekpunt dienen voor betrokkenen. De rentmeesters zetten zichactief in om toekomstperspectief te bieden aan de betrokkenen doorbijvoorbeeld kansen voor bedrijfsverplaatsing te identificeren. Indienbetrokkenen de wens hebben om naast de rentmeester elders onafhan-kelijk advies in te winnen, dan wordt dit vergoed door Defensie.NadeelcompensatieNadeelcompensatie is een vergoeding voor schade die wordt veroorzaaktdoor rechtmatig overheidshandelen dat burgers, bedrijven of organisatiesonevenredig zwaar treft en waarbij de schade uitgaat boven het normaalmaatschappelijk (ondernemers)risico. Een benadeelde kan hiervoor eenverzoek indienen bij de betrokken overheid, in dit geval Defensie. In deAlgemene wet bestuursrecht en de Omgevingswet is bepaald onder welkevoorwaarden iemand in aanmerking komt voor nadeelcompensatie.Voorzienbaarheid speelt hierbij een belangrijke rol: als de schaderedelijkerwijs te verwachten was, vervalt het recht op nadeelcompensatie.Defensie zal vanwege de aanstaande uitbreidingen te maken krijgen metverzoeken om nadeelcompensatie. Om die reden werkt Defensiemomenteel aan beleidsvorming en de organisatorische inrichting van debehandeling van nadeelcompensatieverzoeken.SchaduwschadeSchaduwschade is schade die ontstaat vóórdat een formeel besluit isgenomen, bijvoorbeeld door de aankondiging of voorbereiding van eenruimtelijke ontwikkeling. Schaduwschade komt niet voor vergoeding inaanmerking. In de Omgevingswet is bepaald dat nadeelcompensatiealleen mogelijk is bij schade die het rechtstreeks gevolg is van een besluitdat is vastgesteld en in werking getreden is. Zowel eigenaren alsgebruikers kunnen daarom geen vergoeding claimen zolang eenontwikkeling nog een beleidsvoornemen is. De wetgever heeft dit bewustzo geregeld, onder meer om te voorkomen dat beleidsvorming enparticipatie worden belemmerd.Defensie streeft ernaar dat betrokkenen zich bij de uitvoering van hetNPRD gehoord voelen en weten dat Defensie zich inspant om transpa-rante en zorgvuldige oplossingen te bieden binnen de wettelijke kaders.Tot slotAlle bovengenoemde ontwikkelingen dragen voor Defensie bij aan hetsneller gereed zijn voor de toekomst. Onze mensen zijn daarbij het hartvan de organisatie. Zij hebben werkomstandigheden nodig waarin zijoptimaal hun belangrijke werk kunnen uitvoeren. Materieel en munitiedient veilig te kunnen worden opgeslagen en onderhouden. Defensie wileen vastgoedportefeuille die financieel in balans is en kan bijdragen aanduurzaamheid. Modern en toekomstbestendig vastgoed en een goedeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 869 samenwerking met de leefomgeving zijn randvoorwaarden voor eengroeiende krijgsmacht. Op deze manier kan Defensie nu en in de toekomstblijven beschermen wat ons dierbaar is.De Staatssecretaris van Defensie,D.G. BoswijkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8610

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 890b39952d834d89

14 okt 2026 · 7bac3fd8ce0392db

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.