KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verslag informele bijeenkomst van EU-transportministers d.d. 19-20 september 2024

17 okt 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 0681b9511012eb16 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-33Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en EnergieNr. 1093 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 17 oktober 2024Hierbij bied ik u, mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur enWaterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu, het verslag aan van deinformele bijeenkomst van EU-transportministers d.d. 19–20 september2024. De bijeenkomst stond in het teken van het versterken van hetconcurrentievermogen van de Europese transportsector en van eencompetitieve spoor sector. Ook bied ik u hierbij de kwarttaalrapportagevan het derde kwartaal aan. Hierin staat de stand van zaken van deEuropese Commissievoorstellen met betrekking tot milieudossiers entransportdossiers beschreven.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,B. Madlener kst-21501-33-1093ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 10931 Verslag informele bijeenkomst van EU-transportministers d.d.19–20 september 2024 Tijdens de informele bijeenkomst van EU-transportministers vonden tweesessies plaats waarbij, zoals gebruikelijk, geen besluitvorming op deagenda stond. Het ging om een gedachtewisseling tussen EU lidstaten.Aan de bijeenkomst namen ook een aantal van de buurlanden van de EUdeel (zoals Zwitserland, Noorwegen, IJsland en landen van de WestelijkeBalkan).Sessie 1: concurrentievermogen transportsector verbeterenHet Hongaars voorzitterschap agendeerde als onderwerp het versterkenvan het concurrentievermogen van de Europese transportsector, metdaarbij bijzondere aandacht voor de connectiviteit met naburige landen,duurzaamheid, digitalisering en financiering. Het voorzitterschaponderstreepte de noodzaak van langetermijninvesteringen in transport enpleitte voor een heroverweging van de duurzaamheidsdoelstellingenvanwege de hoge kosten daarvan. Financiering blijft een belangrijkknelpunt. Investeringen in transport, zoals het Trans-Europees TransportNetwerk (Hierna: TEN-T netwerk), leveren pas na decennia resultaten op.De Europese Commissie (hierna: Commissie) wees op de noodzaak vaneen goed functionerend en geïntegreerd transportnetwerk met verbindingnaar naburige landen ter versterking van het concurrentievermogen vande EU. De Commissie benadrukte dat digitalisering en automatiseringessentieel zijn voor de toekomst van transport, en dat publieke en privatefinanciering nodig zijn om de doelen van het Draghi-rapport, The future ofEuropean competitiveness – A competitiveness strategy for Europe1 terealiseren. In het rapport wordt een inschatting gemaakt over de kostenvan realisatie van het netwerk tot 2050, namelijk 855 miljard euro. DeCommissie onderstreepte de noodzaak van voortdurende steun voorprojecten om de infrastructuur te verbeteren, cohesie te bevorderen en deconcurrentiekracht in Europa te versterken. Ook wees de Commissie op denoodzaak om transport, energie en economische strategieën te integrerenin het belang van de groene transitie.Veel lidstaten onderschreven het belang van deze onderwerpen enspraken over de balans tussen de groene transitie en het concurrentiever-mogen. Lidstaten benadrukten verder dat naast de bouw van nieuweinfrastructuur ook het onderhoud van bestaande netwerken van belang is.Dit is tevens in het belang van het faciliteren van militaire mobiliteit. Ookspraken verschillende lidstaten over innovatieve financieringsmethoden,zoals groene obligaties en publiek-private samenwerkingen om aan dehoge investeringskosten te voldoen. Meerdere lidstaten onderschrevendat er meer wensen zijn dan financiële middelen.Nederland onderstreepte dat de digitale en groene transitie essentieel zijnvoor het concurrentievermogen van de transportsector en wees op deuitdagingen rond netcongestie en investeringen in laadinfrastructuur. Metbetrekking tot autonoom vervoer benadrukte Nederland het belang vansamenwerking op EU-niveau. Op het gebied van financiering heeftNederland aangegeven investeringen in het TEN-T te steunen, onder meervia de Connecting Europe Facility (CEF) en andere relevante financierings-bronnen.Het voorzitterschap concludeerde dat er brede consensus was over hetfeit dat zonder goed functionerend transport, er geen sterke Europeseconcurrentiepositie kan bestaan. Ondanks de uitdagingen van financieringen het vinden van een balans tussen duurzaamheid en economische1The future of European competitiveness: report by Mario Draghi. https://commission.europa.eu/topics/strengthening-european-competitiveness/eu-competitiveness-looking-ahead_enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 10932 groei, blijft transport essentieel voor groei en stabiliteit in Europa.Belangrijke punten zijn grensoverschrijdende connectiviteit, militairemobiliteit en de groene transitie, waarbij publieke en private fondsen eenbelangrijke rol zullen spelen in het behalen van deze doelen.Sessie 2: het concurrentievermogen van spoor verbeterenHet Hongaarse voorzitterschap benadrukte het belang van een hogesnel-heidsnetwerk tussen de Europese hoofdsteden. Dit vereist echter groteinvesteringen. Daarnaast werd het bevorderen van goede verbindingenmet buurlanden zoals Moldavië en de Westelijke Balkan benadrukt. Hetvoorzitterschap had de directeur van de Community of European Railwayand Infrastructure Companies (CER) uitgenodigd om een presentatie tegeven. De directeur van de CER benadrukte het belang van de implemen-tatie van TEN-T en het creëren van een Europees masterplan voorhogesnelheidslijnen. Hogesnelheidstreinen tussen hoofdsteden zullenbijdragen aan het concurrentievermogen van het spoor. Ook eengemengd model van hogesnelheidslijnen in combinatie met regulierspoor zou het concurrentievermogen van spoor verbeteren. Hij benoemdehet belang om, waar mogelijk, regulier spoor aan te passen tothogesnelheidslijnen.De Commissie reageerde hierop dat de praktijk weerbarstig is enbenadrukte dat er zeker behoefte is aan een concurrerender spoor in deEU, zoals beschreven in het Draghi-rapport. Er werden drie prioriteitendoor de Commissie genoemd. Ten eerste moet er een kwalitatiefhoogwaardig spoornetwerk binnen de EU komen, met een minimum-snelheid van 160 km/u. Ten tweede moet de wetgeving worden verbeterden de spoormarkt worden opengesteld voor meer competitie. DeCommissie gaf op dit punt aan dat ze op korte termijn een studie uit zullenbrengen over marktconcurrentie op het spoor en de voordelen daarvan.Ten derde gaf de Commissie aan dat digitale oplossingen belangrijk zijn,bijvoorbeeld door het verbeteren van de ticketing.Verschillende lidstaten wezen op de hoge kosten van het voltooien vanhet TEN-T-netwerk en de uitdagingen die daarbij komen kijken voor hunland. Verschillende lidstaten gaven aan dat ze zich inzetten voor deuitbreiding van hun spoorweginfrastructuur, maar dat financiering eengrote uitdaging blijft. Daarnaast was de digitalisering van spoorwegcapa-citeit een belangrijk thema. Veel lidstaten benadrukten het belang vandigitalisering en managementsystemen om de huidige capaciteitsbeper-kingen aan te pakken. Rail Baltica werd vaak genoemd als belangrijkeverbinding in het Baltische gebied, vooral in het licht van de huidigegeopolitieke context. Een aantal lidstaten benadrukten het belang vanmilitaire mobiliteit bij het maken van toekomstige investeringen.Verschillende lidstaten riepen op tot het prioriteren van Europeseprojecten boven nationale initiatieven om versnippering te voorkomen.Daarnaast benadrukten een paar lidstaten de noodzaak van eerlijkemarktconcurrentie en lagere toetredingsdrempels voor spoorvervoerders.Inzake het hogesnelheidsvervoer stelde Nederland voor om ons te richtenop het monitoren van de (grensoverschrijdende) markt en het faciliterenvan nieuwe internationale passagiersdiensten. De tien pilotprojecten vande Commissie moeten effectief worden opgevolgd2. Ook stelde Nederlanddat er prioriteit moet worden gegeven aan serviceontwikkeling en hetoplossen van infrastructuurknelpunten, in plaats van alleen nieuwehogesnelheidsinfrastructuur te ontwikkelen. Nederland gaf verder aan dat2De voor Nederland relevante pilotprojecten zijn de nachttrein Amsterdam-Barcelona en de(Eurostar) verbinding Amsterdam-Londen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 10933 hogesnelheidstreinen moeten worden geïntegreerd met regionale eninterregionale verbindingen. De frequentie van de dienst en de toegangvoor passagiers zijn daarbij essentieel. Dit vereist betrokkenheid van deoverheid bij openbare dienstcontracten, evenals richtlijnen voor detoewijzing van capaciteit. Verder is vereenvoudigde ticketing tussenexploitanten belangrijk om het potentieel van hogesnelheidstreinen temaximaliseren. Tot slot benadrukte Nederland het belang van digitali-sering. Gegevensuitwisseling in goederenlogistiek en tussen spoorwegon-dernemingen, passagiers en reisbureaus zal de efficiëntie verhogen. Erzijn echter vooraf investeringen nodig voor gegevensuitwisseling opEuropees en nationaal niveau.De Commissie concludeerde dat digitalisering en capaciteitsbeheerworden gezien als stappen om de huidige beperkingen op te lossen en hetspoor aantrekkelijker te maken. De Commissie riep lidstaten op om hunERTMS3 uitrolplannen op te sturen (Nederland heeft dit al gedaan4).Vooral de bestaande infrastructuur moet volgens de Commissie goedworden gebruikt, waarbij de Commissie specifiek ook om flexibiliteitvroeg voor de onderhandelingen met betrekking tot de verordeningspoorweginfrastructuurcapaciteit.Het Hongaarse voorzitterschap concludeerde dat er brede steun is voorverdere investeringen in hogesnelheidslijnen en digitalisering van hetEuropese spoorwegsysteem. Het financieringsvraagstuk blijft echter eenstruikelblok. Verder gaf het voorzitterschap aan dat lidstaten van meningzijn dat nationale en Europese infrastructuur beter op elkaar afgestemdmoeten worden, waarbij zowel economische als geopolitieke uitdagingenmoeten worden aangepakt.3ERTMS staat voor European Rail Traffic Managenet System en is de standaard voor treinbevei-liging in Europa. https://www.ertms.nl/home/default.aspx4Zie ook 20ste voortgangsrapportage ERTMS: Kamerstuk, 33 652, nr. 92 (https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2024D15925&did=2024D15925)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 10934

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 341562ac8b415346

14 okt 2026 · 02b82704c66d847e

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.