KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 14 januari 2026, over duurzaam vervoer

18 feb 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 4873aa621af794db · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 305MobiliteitsbeleidNr. 534 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 18 februari 2026 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op 14 januari2026 overleg gevoerd met de heer Aartsen, Staatssecretaris OpenbaarVervoer en Milieu, over:−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 29 april 2025 inzake tweemaandelijkse rapportagezero-emissiezones en de gevolgen voor ondernemers (Kamer-stuk 30 175, nr. 475);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 25 april 2025 inzake vierde voortgangsbrief implementatieRED III vervoer (Kamerstuk 32 813, nr. 1511);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 11 juli 2025 inzake Rapportage Hernieuwbare Energievoor Vervoer 2024 (Kamerstuk 32 813, nr. 1527);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 26 augustus 2025 inzake regionale uitrol laadinfrastruc-tuur (Kamerstuk 31 305, nr. 523);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.9 juli 2025 inzake voortgang deelmobiliteit juni 2025 (Kamer-stuk 31 305, nr. 522);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 30 juni 2025 inzake tweemaandelijkse rapportagezero-emissiezones en de gevolgen voor ondernemers (Kamer-stuk 30 175, nr. 476);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 8 september 2025 inzake voortgang duurzaam vervoer(Kamerstuk 31 305, nr. 524);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 20 november 2025 inzake rapportage zakelijk en woon-werkverkeer (Kamerstuk 32 637, nr. 718);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.20 november 2025 inzake voortgang deelmobiliteit oktober2025 (Kamerstuk 31 305, nr. 525);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 29 september 2025 inzake tweemaandelijkse rapportagezero-emissiezones en de gevolgen voor ondernemers (Kamer-stuk 30 175, nr. 478); kst-31305-534ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5341 −de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 10 december 2025 inzake vijfde voortgangsbrief imple-mentatie RED III vervoer (Kamerstuk 32 813, nr. 1546);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 8 december 2025 inzake evaluaties SEBA, Convenant SEBen routekaart SEB (Kamerstuk 31 305, nr. 527);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 8 december 2025 inzake vijfde tweemaandelijkse monito-ringsbrief zero-emissiezones (Kamerstuk 30 175, nr. 480);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 19 december 2025 inzake zesde voortgangsbrief imple-mentatie RED III vervoer (Kamerstuk 32 813, nr. 1549).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de commissie,Peter de GrootDe griffier van de commissie,SchukkinkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5342 Voorzitter: De HoopGriffier: KoerselmanAanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Van Asten, Goudzwaard,Heutink, De Hoop, Van der Plas, Schutz en Zwinkels,en de heer Aartsen, Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu.Aanvang 10.00 uur.De voorzitter:Goedemorgen. Ik heet u van harte welkom bij het commissiedebatDuurzaam vervoer van de commissie Infrastructuur en Waterstaat.Allereerst heet ik de Staatssecretaris, de heer Aartsen, van harte welkombij het debat en natuurlijk ook de leden die aanwezig zijn. Dat zijn de heerVan Asten van D66, de heer Heutink van de PVV, mevrouw Van der Plasvan de BoerBurgerBeweging, de heer Schutz van de VVD en de heerGoudzwaard van JA21. Zelf zal ik aan het einde van dit debat sprekennamens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Ik wil de ledenvoorstellen dat we in eerste instantie vier interrupties aanhouden. We zijnniet met heel veel leden, dus mocht de tijd het toelaten, dan is hetmogelijk om daar nog meer interrupties aan toe te voegen – als u ze niette lang maakt, zeg ik daar gelijk bij.Ik geef allereerst het woord aan de heer Van Asten van D66.De heer Van Asten (D66):Dank, voorzitter. Nederland staat voor grote opgaven op het gebied vanwonen, mobiliteit en leefbaarheid. Deelmobiliteit biedt hier een directe enbewezen oplossing voor. Inmiddels zijn er ruim 40.000 deelvoertuigenactief. Aangezien één deelauto negen tot veertien privéauto’s vervangt,betekent dat veel minder verkeersdruk en ruimte voor wonen, groen enschone lucht. Daarmee is het geen bijzaak, maar een volwaardigonderdeel van een toekomstbestendig mobiliteitssysteem. Juist daarom ishet problematisch dat een heldere wettelijke fiscale definitie van deelmo-biliteit nog altijd ontbreekt.In 2022 nam de Kamer de motie-Van Ginneken aan met het verzoek aan deregering om zo’n definitie te formuleren. Daarover is wel een briefgekomen, maar er is nog steeds geen volledige en handhaafbare definitie.Dat levert problemen op. Denk aan het verschil tussen huren en delen nietgoed vast kunnen vastleggen en onzekerheid over de bijtelling,mrb-vrijstelling en mobiliteitsbudgetten. Kan de Staatssecretaris alsnogmet een volledige en eenduidige definitie van deelmobiliteit komen diedeze fiscale en juridische onzekerheden wegneemt?Er zijn 21 grootschalige woningbouwlocaties aangewezen: een uniekekans. De ontwikkeling van deze locaties en de inzet op deelmobiliteitzouden onlosmakelijk met elkaar verbonden moeten zijn. Bij nieuwegebiedsontwikkelingen moet vanaf het begin rekening worden gehoudenmet actieve mobiliteit en deelmobiliteit. Dat is essentieel voor deleefbaarheid en voor de betaalbaarheid van woningbouw. De huidigehandreiking biedt zeker waardevolle inzichten, maar de noodzaak om snelte bouwen vraagt om stevige regie vanuit het Rijk. Hoe gaat de Staatsse-cretaris concreet sturen op de structurele inbedding van deelmobiliteit indeze 21 grootschalige bouwlocaties?Over activiteit gesproken: elke kilometer die wordt gelopen of gefietstbespaart uitstoot en draagt bij aan gezondheid en leefbaarheid, precies dekern van dit programma. Maar hoe wordt nu specifiek invulling gegevenaan deze pijler? Kan de Staatssecretaris ook aangeven hoe dit wordtgeborgd bij nieuwbouw en bestaande wijken?Dan de Europese context. Met steun van Nederland, helaas, zijn deCO2-doelen voor de automotivesector in de Europese Unie afgezwakt. DatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5343 maakt het bereiken van klimaatneutrale mobiliteit in 2050 lastiger. Welkeaanvullende nationale maatregelen neemt de Staatssecretaris om dit doelalsnog binnen bereik te houden? Hoe gaat hij elektrisch rijden verderstimuleren, ondanks de afgezwakte Europese kaders?Tot slot de laadinfrastructuur. Welke opvattingen heeft de Staatssecretarisover bidirectioneel laden? Met welke gerichte maatregelen zou dit kunnenworden opgeschaald om zo het overvolle stroomnet mogelijk teontlasten?Tot slot. Gisteren hebben we als commissie een petitie ontvangen, onderandere van Grond voor Verandering. Dan gaat het om de mogelijkhedendie gemeentes zouden hebben voor laadstations op plekken waar nu nogtankstations liggen. We zien dat het de grote gemeentes in het land luktom hierop beleid te voeren, om hierin verandering te brengen tussen nuen tien à vijftien jaar. In veel kleinere gemeentes waarin deze kansen zichook voordoen, is hiervoor echter simpelweg geen capaciteit. Ziet deStaatssecretaris kans om elektrisch rijden voor inwoners én ondernemersbeter bereikbaar te maken? Is hij bereid gemeentes actief te steunen ophet gebied van laadinfra in relatie tot bestaande tankstations?Dat was mijn eerste termijn.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage, meneer Van Asten. Ondertussen heet ik ookmevrouw Zwinkels van het CDA van harte welkom bij dit commissiedebat.Ik geef graag het woord aan de heer Heutink namens de PVV-fractie.De heer Heutink (PVV):Voorzitter. Al ruim een jaar worden ondernemers in Nederland gepest metverschrikkelijke zero-emissiezones. Waar zij het eerste halfjaar nogenigszins werden ontzien, is het inrijden van een binnenstad met eengoed werkende brandstofbus nu per definitie illegaal. Wie had dat voormogelijk gehouden? Het is treurig, het is triest, maar het is bovenalkeihard boetes incasseren. Ik som even een aantal cijfers op: Den Haag5.000 boetes, Tilburg 4.000 boetes, Maastricht 2.400 boetes. En mochtener dan nog mensen zijn die denken «dat valt allemaal toch wel mee», danpresenteer ik u Rotterdam. In Rotterdam zijn er sinds 1 juli meer dan14.000 boetes uitgedeeld aan ondernemers. 14.000! Het zijn ondernemersdie gewoon hun boterham willen verdienen. Ziet de Staatssecretaris ookdat dit een recept voor een bak ellende is? Graag een reactie hierop.Voorzitter. De PVV zegt: schaf die verschrikkelijke milieugevangenissen af.Dat kan gewoon per AMvB. Laat er tot die tijd geen een meer bij komen.Want was het niet het kabinet dat zei dat ondernemers er klaar voorwaren? Nou, dat blijkt achteraf de grootste leugen ooit. Ik zal u eenverrassing vertellen: dat zijn ze helemaal niet. Het aantal ondernemers dateen ontheffing nodig heeft, loopt nog steeds op. Er worden duizendendagontheffingen per maand uitgedeeld. Het is de vraag hoeveel bedrijvener door deze ellende failliet zijn gegaan. Graag ontvang ik hierover decijfers van de Staatssecretaris. Concreet: hoeveel bedrijven zijn faillietgegaan, hebben betalingsproblemen of hebben hun werkzaamheden in debinnenstad gestopt omdat zij niet in staat zijn gebleken om een peperdureelektrische bus te betalen?Voorzitter. Verder wil ik het nog hebben over het schrappen van deCO2-rapportageverplichtingen voor werkgevers met meer dan 100medewerkers. Het is goed dat het kabinet de motie van de Kamer gaatuitvoeren, maar er moet me toch echt iets van het hart. Het was eenkabinet waar de VVD in zat dat deze regel heeft ingevoerd. Het is eenkabinet waar de VVD in zit dat deze regel nu in opdracht van de Kamerweer moet gaan schrappen. Maar om nu te zeggen dat u deze regel alsonderdeel van het paradepaardje van uw collega Karremans gaatschrappen in het kader van reduceren van regeldruk, is toch wel echt degrootste borstklopperij die ik ooit heb gezien. Wat een onzin! Als deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5344 Kamer er niet was geweest, had u geen vinger uitgestoken om deze regelte schrappen. En dan nu een opdracht van de Kamer claimen als eenVVD-overwinning, waar de VVD nota bene campagne mee heeftgevoerd ... In normalemensentaal noemen we dit soort grapjes gewoonhypocriet.Tot slot wil ik nog aandacht voor het ETS2-systeem. Mijn collega hierrechts naast mij zal er heel erg blij mee zijn, maar wij vinden het verschrik-kelijk. Dat is een nieuw systeem waardoor brandstofproducentenCO2-kosten gaan doorberekenen. Meneer Grinwis van de ChristenUniewas de eerste die de gemiddelde brandstofprijs naar € 2,23 heeft latenstijgen, maar er komt straks nog € 0,26 bij. Eerst moet de automobilistzich laten uitmelken door het kabinet, vervolgens door de ChristenUnie enalsof dat nog niet erg genoeg is, rooft de Europese Commissie deportemonnee van de automobilist nog verder leeg. Het is natuurlijk denatte droom van links – dat weten we allemaal – maar de realiteit is datniemand straks nog kan tanken. Welke gek gaat in Nederland € 2,50 perliter brandstof betalen als je voor bijna de helft minder kunt tanken inDuitsland? Denkt u nou werkelijk dat Nederlanders gekke Henkie zijn?Natuurlijk gaan ze massaal de grens over om te tanken, boodschappen tedoen en sigaretten te kopen. Mensen laten zich niet langer kaalplukken.Mijn vraag aan de Staatssecretaris is: wat gaat u eraan doen, meneer deStaatssecretaris? Of blijft u vooral Nederland zo onaantrekkelijk mogelijkmaken?Dank u wel.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage, meneer Heutink. Dan geef ik nu graag het woordaan mevrouw Van der Plas van de BoerBurgerBeweging.Mevrouw Van der Plas (BBB):Dank u wel, voorzitter. Ja, ik ga het toch hebben over Schiphol en overwat daar de afgelopen week is gebeurd. Er was totale chaos op Schipholdoor het winterweer. Duizenden mensen ...De voorzitter:Mevrouw Van der Plas, ik onderbreek u heel even. Schiphol staat inprincipe niet op de agenda van vandaag. Ik sta u toe om even op deactualiteit in te gaan, maar laten we er geen Schipholdebat van maken,zou ik u willen vragen.Mevrouw Van der Plas (BBB):Dit gaat over duurzaam vervoer. Dat heeft te maken met het de-icen en demilieuregels op Schiphol, dus dit is juist dé plek om het hierover tehebben.De voorzitter:Daar heeft u deels gelijk in. Tegelijkertijd gaan wij er als Kamercommissieover welke stukken we bij een debat betrekken. Als de rest van decommissie het prima vindt en de Staatssecretaris er geen bezwaar tegenheeft om antwoord op uw vragen te geven, wil ik het gerust toestaan,maar als Kamer houden we vaak vast aan het bespreken van de stukkendie geagendeerd zijn. U heeft er ook gelijk in dat het betrokken kanworden bij duurzaam vervoer, maar laten we er in ieder geval niet eengroot luchtvaartdebat van maken, zou ik u willen vragen.Mevrouw Van der Plas (BBB):Wat u nu zegt, is gewoon onzin, met alle respect. Kamerleden gaan overhun eigen woorden en over hun eigen inbreng. Wij zijn gekozen volksver-tegenwoordigers en wij kunnen hier praten waarover we willen. Ik kanmijn eigen onderwerpen en mijn eigen woorden kiezen. Zolang datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5345 allemaal binnen de lijnen van het fatsoen blijft, mag dat gewoon. Dezecommissie hoeft mij dus helemaal geen toestemming te geven om hetover Schiphol te hebben, dus ik ga graag verder.De voorzitter:Afrondend. Het debat gaat over duurzaam vervoer en u heeft in principede ruimte om de luchtvaart daaraan te koppelen. Tegelijkertijd is het welzo dat we aparte luchtvaartdebatten hebben en dat we dit onderwerp nietgeagendeerd hebben voor dit debat. Ik sta het u toe, zoals ik al hebaangegeven, maar ik vraag u om het enigszins beperkt te houden, zodatwe er niet een groot luchtvaartdebat van maken. Dat is de vraag die ik aanu stel. Dan geef ik u nu het woord.Mevrouw Van der Plas (BBB):Voorzitter, ik ga gewoon zeggen wat ik wil zolang als ik wil. Als ik daarvooral mijn minuten wil gebruiken, ga ik dat doen. Ik ga dus verder. Ik wil nogeven het beeld schetsen ...De voorzitter:Ik zie dat mevrouw Zwinkels een vraag of een punt van orde heeft. Wewachten even tot de vergaderbel voor de start van de plenaire verga-dering is afgelopen.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:We gaan naar mevrouw Zwinkels.Mevrouw Zwinkels (CDA):Dank, voorzitter. Misschien heeft de bel ons nog wat geholpen. Ik hebinderdaad een punt van orde. Ik wil u als voorzitter toch even bijvallen.Gelet op de agenda van vandaag, voor dit debat, zou ik het ook fijn vindenom bij de orde van dit debat te blijven. Mevrouw Van der Plas gaatinderdaad over haar eigen inbreng, maar zij heeft gisteren bij de regelingvan werkzaamheden voorgesteld om een separaat debat over Schiphol tevoeren. Daarop is een reactie gekomen van verschillende partijen,waaronder de onze, om het bij het begrotingsdebat van volgende week tebetrekken. Het staat haar vrij om het er ook vandaag over te hebben, maarik zou haar willen aanmoedigen om een deel van haar inbreng te bewarenvoor volgende week, zodat we het er dan ook onderling over kunnenhebben. Dan kunnen we het vandaag hebben over de punten die voorvandaag op de agenda staan.De voorzitter:Ja. Ik snap het punt en ik wil zo ook gerust de heer Heutink het woordgeven. Een van de redenen waarom ik dit aangaf, is dat we hier niet zittenmet de Minister, maar met de Staatssecretaris van Infrastructuur. DeStaatssecretaris gaat niet over luchtvaart, waardoor ik als voorzitter dacht:misschien is het toch niet verstandig om hier een breed luchtvaartdebatvan te maken. Mevrouw Van der Plas heeft aangegeven dat ze het hier welbij wil betrekken. In principe mag dat ook bij het commissiedebatDuurzaam vervoer, ook al hebben we daarvoor geen stukken geagen-deerd. Daar heeft zij gelijk in. Ik heb haar als voorzitter inmiddels diepermissie ook al gegeven. Ik zie dat de heer Heutink er nog iets over wilzeggen. Mevrouw Van der Plas heeft de discussie gehoord. Ik acht haarertoe in staat om die ook mee te nemen in haar bijdrage; dat komt vastgoed. Ik geef de heer Heutink nog kort het woord en daarna geef ik hetwoord aan mevrouw Van der Plas om met haar bijdrage te starten.De heer Heutink (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5346 In alle jaren dat ik in de Kamer zit, heb ik nog niet eerder meegemaakt datwe een gesprek voeren over het idee dat een Kamerlid niet mag bepalenwelke stukken hij of zij wil agenderen in een commissiedebat. In eenprocedurevergadering stellen wij vast welke stukken aanhangig wordengemaakt bij een commissiedebat, maar het staat een Kamerlid vrij om tebepalen welke stukken hij of zij al dan niet in een commissievergaderingwil agenderen. Het kabinet spreekt met één mond. De Staatssecretaris isvolgens mij ervaren genoeg om dat te kunnen. Vliegen is onderdeel vanduurzame mobiliteit, wat u daar dan ook van vindt. Ik vind het dus nietoké dat we hier an sich een discussie over hebben. Dat wil ik hier tochgezegd hebben, want als dat de mores van deze commissie worden,hebben we echt nog wel iets om – hoe zeg je dat? – met elkaar over testoeien de komende weken.De voorzitter:Eigenlijk wil ik dat niet doen. We hebben al geconcludeerd dat mevrouwVan der Plas het over luchtvaart mag hebben. Ik heb dat ook aangegeven.Daarnaast heb ik ook gezegd dat het wel gebruikelijk is dat we met elkaarde stukken agenderen voor een debat. Daarnaast hebben leden inderdaadde ruimte om het debat breder te trekken. Volgens mij was dat algeconcludeerd, dus wat mij betreft was het niet nodig geweest om hieropnieuw discussie over te voeren. Afijn, wat mij betreft beginnen we numet de bijdrage van mevrouw Van der Plas.Mevrouw Van der Plas (BBB):Dank u wel. Ik vind het wel fijn dat de totale chaos op Schiphol nu al zoveel aandacht heeft gekregen in de eerste minuut van dit debat.Voorzitter. Reizigers strandden op Schiphol. Hotels waren overvol. Eenwoordvoerder zei doodleuk dat mensen maar beter naar huis kondengaan, terwijl de treinen amper reden. Er was namelijk ook nog eenIT-storing bij ProRail. En als je geen visum had en het vliegveld niet mochtverlaten, wat moest je dan? Dan moest je soms meerdere dagen methonderden anderen op een klapbedje slapen. Veel mensen kondengewoon nergens naartoe. Schiphol was een opvanglocatie geworden inplaats van een fatsoenlijke luchthaven. We zijn het lachertje van de wereldgeworden.Schiphol heeft het weer niet in de hand, maar wel hoe het ermee omgaat.Dit soort winterweer komt eens in de vijf tot tien jaar voor. BBB begrijptdat je van een luchthaven die is ingericht op milde winters niet kuntverwachten structureel voorbereid te zijn op winters zoals we die inScandinavië kennen. Maar zelden hebben we gezien dat het zo uit de handgelopen is als nu. Waarom zijn we eigenlijk wel bezig met het maken vanbeleid rondom uitzonderlijke weersomstandigheden, zoals overvloedigeregenval en extreme hitte, maar zijn we niet bezig met uitzonderlijkewinterse omstandigheden? Want ook winters weer heeft, zoals weallemaal gezien hebben, de potentie om ons land helemaal lam te leggen,als we daar niet goed op zijn voorbereid.De afgelopen dagen waren er nergens ter wereld zo veel vertragingen enannuleringen als hier. Dan gaat er gewoon structureel iets fout. Waar wasde directie van Schiphol? Waarom is er tijdens de sneeuwchaos opSchiphol zelfs voor gekozen om schaarse de-icingcapaciteit in te zettenvoor buitenlandse concurrenten, terwijl eigen KLM-vrachttoestellen aande grond bleven? Het ultieme pijnpunt van deze ellende is het feit datSchiphol pakweg tien jaar terug heeft besloten maar één de-icinglocatie tebehouden, bij één startbaan, waardoor vliegtuigen eerst kilometersrondjes moeten rijden – over duurzaam gesproken – voordat ze de-icedkunnen worden.Ik heb een aantal vragen. Welke draaiboeken liggen er vandaag de dagklaar vanuit zowel Schiphol als KLM? Is dat in het geval van KLM nogsteeds de zogenoemde Icemanprocedure? Waarom is deze nu nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5347 uitgevoerd? Acht de Staatssecretaris het na de totale chaos van afgelopenweek wenselijk dat er op Schiphol maar één centrale de-icinglocatie is, inplaats van dat dit bij de startbanen zelf gebeurt, zoals bij veel anderevliegvelden het geval is? Is er vanuit de overheid een wettelijke regelwaardoor Schiphol niet meer de-icinglocaties kan openen? Of is het echteen regel die Schiphol zichzelf heeft opgelegd? Kan de Staatssecretarisuitleggen hoe het mogelijk is dat bij KLM het einde van de voorraadde-icing glycol in zicht kwam, terwijl dit een lang houdbaar envoorspelbaar noodzakelijk middel is bij winterweer? Vindt de Staatssecre-taris het terecht dat buitenlandse concurrenten voorrang kregen? Kan deStaatssecretaris aangeven of KLM en Schiphol werken met strategischereserves en seizoensbuffers voor de-icingmiddelen? En zo ja, hoe grootzijn die? Op basis van welke risicoanalyse zijn die vastgesteld? Als diereserves er niet of onvoldoende zijn, vindt de Staatssecretaris dit danaanvaardbaar, gezien de grote maatschappelijke gevolgen voor reizigersen het totale vervoerssysteem?De weermodellen gaven al twee weken van tevoren aan dat er eenuitzonderlijke situatie met sneeuw en ijs op komst was in Nederland.Waarom maken we wel beleid op andere modellen? Het hele beleid inNederland is namelijk gebaseerd op allerlei modellen, maar niet op dezemodellen. Zijn de voorspellingen voldoende serieus genomen? Zo nee,waarom niet? Dat wat betreft Schiphol.Dan de klimaatneutrale mobiliteit.De voorzitter:Mevrouw Van der Plas, u heeft op het vorige punt een interruptie van deheer Heutink.De heer Heutink (PVV):De Minister van Luchtvaart is een BBB-minister, dus ik ben heel ergbenieuwd of mevrouw Van der Plas al met hem heeft gesproken.Mevrouw Van der Plas (BBB):Jazeker.De voorzitter:Dat is een kort antwoord. Zo ziet u dat een kort antwoord af en toe veelkrachtiger is dan een lang antwoord. Mevrouw Van der Plas, vervolgt uuw betoog. U heeft nog 22 seconden, trouwens.Mevrouw Van der Plas (BBB):O, dat wordt lastig. Dan houd ik het hier even bij. Ik moet straks even weg,maar als ik terugkom, kan ik dit misschien in de tweede termijn doen.Dan wil ik mijn 22 seconden afsluiten door steun te geven aan dewoorden van de heer Heutink, met name die over de accijnzen op benzine.We hebben gisteren weer gezien dat Nederland massaal de grensovergaat om te tanken. Ook op die manier maken wij Nederland helemaalkapot, niet alleen voor de ondernemers maar ook voor de gewone burgerdie de tankstationprijs niet meer kan betalen.Dank u wel.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage, mevrouw Van der Plas. We hebben net hetReglement van Orde er even bij gepakt. Wij als Kamercommissiebesluiten om over een onderwerp een debat te houden. Leden worden inprincipe geacht om zich aan dat onderwerp te houden. Dit zat wel op hetrandje, zeg ik in alle eerlijkheid tegen mevrouw Van der Plas, want wehebben al een luchtvaartcommissiedebat. Er is toch enigszins vanafgeweken. We hebben het nu toegestaan, maar voor het vervolg wil ik deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5348 leden toch vragen om terughoudend te zijn in het breder trekken van hetdebat. Ik geef nu het woord aan de heer Schutz van de VVD.De heer Schutz (VVD):Dank u wel, voorzitter. De VVD onderschrijft de noodzaak van verduur-zaming van vervoer. Tegelijkertijd kan deze transitie alleen slagen als zijrealistisch, uitvoerbaar en economisch verantwoord is. Geen onnodigecomplexiteit, ongelijk speelveld of schade voor ondernemers en vitalesectoren, alstublieft.Op het dossier RED III is vooruitgang geboekt, maar ondanks mijnbijdrage tijdens het tweeminutendebat Maritiem blijft er sprake van eenongelijk speelveld in Europa, met name ten opzichte van België. Daarvoorzijn maatregelen genomen door de Staatssecretaris. In hoeverre adres-seren de door de Staatssecretaris aangekondigde mitigerende maatre-gelen deze ongelijkheid daadwerkelijk? Doen ze dat volledig? Vanuit debinnenvaart hoor ik van niet. In de tweede termijn zal ik dat nader duiden.Voorkomen deze maatregelen echt dat koplopers worden afgeremd doorextra nationale complexiteit? Hoe loopt het met Duitsland? In het kadervan de aangekondigde voortgangsbrief over toezeggingen en moties rondmassabalanssystematiek vraag ik de Staatssecretaris of in die toegezegdebrief ook expliciet ingegaan kan worden op hoe het gelijke speelveldwordt geborgd zonder nationale koppen en op sectorale issues metgenomen RED III-maatregelen. Om de verduurzaming van de transport-sector haalbaar en betaalbaar te houden is een multi-fuel approach nodig.Neem dat alstublieft mee in de nadere toelichting over RED III enmassabalans.Nederland hanteert naar verluidt tot op heden ook een van deEU-Commissaris afwijkende filosofie als het gaat om duurzame lucht-vaartbrandstof, SAF. Ook daarover ga ik in de tweede termijn verder.Dan ZE-zones. De Staatssecretaris rapporteert dat de invoering vanzero-emissiezones tot nu toe redelijk soepel verloopt. Slechts een kleindeel van de ontheffingsaanvragen wordt afgewezen. In de voortgangsrap-portage van 13 juni wordt gerept over signalen van MKB-Nederland enONL over knelpunten rond ontheffingen, uniforme regelgeving enlaadinfrastructuur. Daar wordt verder niet op ingegaan. Kan de Staatsse-cretaris toelichten welke oplossingen of aanbevelingen deze organisatieshebben aangedragen en wat daarmee is gedaan? Ook zouden onder-nemers hun activiteiten verleggen naar gebieden buitenzero-emissiezones vanwege versnipperde en knellende regels, zo horenwij. Herkent de Staatssecretaris dit? Deelt hij de observatie dat eventuelemarktverlegging niet leidt tot verduurzaming, maar enkel tot verplaatsing?Doemt op termijn eventueel uitval van het aanbod op in ZE-zones? Is deStaatssecretaris bereid dit te valideren en de tweemaandelijkse rappor-tages aan te vullen met signalen van koepelorganisaties en vanuit dezero-emissiezones zelf?De voorzitter:U heeft interrupties op dit punt, meneer Schutz. Allereerst zag ik de heerHeutink en daarna mevrouw Van der Plas. Meneer Heutink.De heer Heutink (PVV):Ik hoor de VVD zeggen dat de transitie naar duurzaam vervoer realistisch,uitvoerbaar en betaalbaar moet zijn. Nou ja, als we iets kunnen conclu-deren over de zero-emissiezones, is dat ze dat alle drie niet zijn. Sterkernog, meneer Schutz geeft net ook aan dat bedrijven het niet trekken, datbedrijven de binnenstad gaan mijden en dat het dus voor groteproblemen gaat zorgen. Nou liep de VVD twee jaar geleden met mij en dePVV voorop om die zero-emissiezones tegen te houden. Inmiddels hebbenze zich daarbij neergelegd en laten ze het allemaal gebeuren. Mijn vraagis: gaat meneer Schutz nu samen met de PVV zorgen dat dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5349 zero-emissiezones er niet gaan komen of dat er in ieder geval niet meerkomen en dat we ze zo veel mogelijk gaan afschaffen of blijft het bijcijfertjes opnemen in een rapportage en moeten de ondernemers hetvervolgens maar uitzoeken? Ik hoor het graag van de VVD.De heer Schutz (VVD):De heer Heutink spreekt steeds in uitroeptekens. Ik begin maar bij devraagtekens en dan zien we daarna wel. Ik wil het graag valideren en opbasis van die validatie ... Wij horen geluiden, maar het gaat er wel om datwe het totale plaatje hebben. Daar wil ik eventueel naar handelen, maarniet op basis van deze vragen met een uitroepteken.De voorzitter:Meneer Heutink, uw derde interruptie.De heer Heutink (PVV):De heer Schutz kan het bagatelliseren tot hij een ons weegt, maar het zijnwel ondernemers die hier last van hebben. Het zijn mensen die hunboterham moeten verdienen. Tegen de VVD zeg ik: Den Haag 5.000boetes, Rotterdam 14.000 boetes. Er zijn al tienduizenden ontheffingenuitgegeven. We hebben ondernemers die vertrekken. We zien zelfs hetaantal faillissementen stijgen. De cijfers zijn duidelijk. De ondernemerszijn er niet klaar voor. En dan kunnen we aan de Staatssecretaris vragenom die cijfers die we al hebben nog een keer opnieuw te laten valideren,maar we hebben ze en de VVD vertikt het dus blijkbaar om nu maatre-gelen te nemen om voor die ondernemers te gaan staan en te zorgen datdie ondernemers hun ding kunnen doen, en dat is ondernemen. Ikverwacht ook van de VVD – ik hoop dat ze daar nu in meegaan – dat ze palgaan staan voor die ondernemers en gaan zeggen: we moeten diezero-emissiezones afschaffen.De voorzitter:Gaat u nog een vraag stellen, meneer Heutink?De heer Heutink (PVV):Daar was ik mee bezig, voorzitter. Dus als u mij mijn gang wilt laten gaan,dan zou dat fijn zijn.De voorzitter:U bent al een minuut aan het woord. Vandaar dat het wel richting eenvraag mocht gaan. Dat gezegd hebbende, de heer Schutz.De heer Schutz (VVD):Ja, hetzelfde antwoord. Grappig. De PVV vraagt de VVD om pal voorondernemers te gaan staan. Dat doen wij altijd. Alleen doen wij dat wel inde juiste volgorde. We beginnen niet eerst met roepen en om dan te gaanvragen naar de omstandigheden. Wij horen geluiden. Die laat ik validerenen op basis van de antwoorden en wat daarna komt, gaan we verder.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik wil hier nog wel even op doorgaan. De VVD profileert zich als déondernemerspartij, dé partij die minder regels wil, dé partij voor eensterke economie. Het is «ondernemers, ondernemers, ondernemers,ondernemers», met name in de verkiezingscampagne. Aan de andere kantis het ook een partij die allerlei rare klimaatmaatregelen wil nemen, diejuist de ondernemers treffen. Ik wil het volgende aan de heer Schutzvragen. De heer Heutink heeft net een aantal cijfers opgenoemd over hetaantal boetes dat wordt uitgedeeld. De heer Schutz kan zeggen: het gaatop zich best wel goed met die zero-emissiezones, want er worden bijnageen ontheffingen afgewezen. Maar dan zou ik zeggen: ammehoela, erTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53410 worden wel ik weet niet hoeveel duizenden boetes uitgedeeld aanondernemers die daar gewoon hun werk willen doen. Wat vindt de heerSchutz van het hoge aantal boetes dat de heer Heutink heeft opgenoemd?Dat zijn waarschijnlijk nog niet eens de meest actuele cijfers.De heer Schutz (VVD):Nou, die zorgen delen we ook wel met elkaar. Boetes horen daar zeker ookbij. Geef dat totale beeld maar. Het punt dat ik naar voren breng, is juistdat we de kwaliteit van ZE-zones helemaal niet alleen maar moetenbeoordelen aan de hand van de hoeveelheid aanvragen die is afgewezen,zoals in dat rapport staat. Vandaar dat ik ook vraag: klopt het beeld dat wijkrijgen van ondernemers? Want ja, wij spreken ze ook. Zij geven aan datze hun activiteiten verleggen en die ZE-zones niet meer in gaan. Er zijnkennelijk ook ondernemers die dat wel doen, zelfs in groten getale, als diecijfers kloppen, en ik heb geen enkele reden om daaraan te twijfelen.Betrek dat daarbij, maar laten we een discussie voeren en uiteindelijkhandelen naar aanleiding van de validatie van dat geheel. Meer vraag ikniet. Op zich ben ik het niet wezenlijk met u oneens. Ik vind alleen dat weniet hier moeten gaan roepen en dan straks gas moeten terugnemen. Hettotale beeld maakt of wij goed omgaan met ZE-zones of niet. Ik denk datdaar zorgen over zijn. Die deel ik. Maar ik doe het eerst nog even met eenvraagteken en niet met de uitroeptekens van de heer Heutink.De voorzitter:Het woord is aan de heer Goudzwaard van JA21. Hij heeft ook eeninterruptie voor u. Excuus, mevrouw Van der Plas heeft een vervolgvraag.Mevrouw Van der Plas (BBB):Nee, ik wilde daar nog even een vervolg aan geven. Als we de VVDmogen geloven, met name in de verkiezingscampagnes, is het onder-nemers voor en ondernemers na. Na de campagne is dat altijd weer heelanders, want dan worden ondernemers juist weer getroffen door deregels die ook door de VVD worden gesteund. Die zero-emissiezones vindik gewoon totale onzin, sorry. Daar gaan we de wereld echt niet meeredden. Daar gaan we echt niet die 0,00036 graden van de heer Jettenmee halen. Maar de ondernemers gaan daar wel aan kapot. Mijn concretevraag aan de VVD, en die stel ik via de heer Schutz, is: moeten diezero-emissiezones niet compleet worden afgeschaft? Er wordt al zo veelgedaan op het gebied van duurzaamheid. Dan is zo’n zero-emissiezone,waardoor de loodgieter, elektricien of zonnepanelenlegger niet eens meerin de stad kan komen, toch gewoon complete waanzin?De heer Schutz (VVD):Ik weet niet wat complete waanzin is. Gisteren hebben we hier eentechnische briefing gehad waarbij is aangegeven namens het PBL dat wede doelen niet halen. Ook zero-emissiezones kunnen wel degelijk eennuttige bijdrage leveren. Ik begon deze bijdrage door te zeggen dat deVVD de noodzaak van verduurzaming van vervoer onderschrijft. Tegelij-kertijd kan deze transitie alleen slagen als het realistisch, uitvoerbaar eneconomisch verantwoord is. Mevrouw Van der Plas moet mij dus geenwoorden in de mond leggen over wat er in haar ogen in verkiezingstijd isgezegd en wat we in haar ogen daarna niet doen. Ik zou daar ook bij haarpartij op terug kunnen komen, maar ik vind dat dat niet batig is voor dediscussie die we met elkaar hebben over duurzaam vervoer. Maar dat ishet perspectief van de VVD. In dit stadium stellen wij vragen metvraagtekens en nog niet met uitroeptekens.De voorzitter:Dan gaan we nu wel naar de heer Goudzwaard van JA21.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53411 De heer Goudzwaard (JA21):Ik heb nog een korte vraag aan de heer Schutz. Als ik dit zo hoor, liggenwe niet heel ver uit elkaar. Ik hoor de VVD zeggen: wij hechten veelwaarde aan een level playing field. Als blijkt dat deze zero-emissiezoneszorgen voor een verstoring voor de Nederlandse ondernemers tenopzichte van concurrenten, bijvoorbeeld in grensregio’s, kan ik uit dewoorden van de heer Schutz halen dat hij voornemens is om op relatiefkorte termijn te gaan kijken: hoe kunnen we dit bijstellen, want het schietzijn doel voorbij. Zie ik dat goed? Zou u dat kunnen bevestigen voor mij?De heer Schutz (VVD):Aan beide zijden van deze vergadertafel word ik verlokt om uitspraken tedoen voor na de eventuele validatie. Ik zeg hier, ook tegen de heerGoudzwaard, dat ik de signalen serieus neem: de boetes waar de heerHeutink het over had, de signalen die mevrouw Van der Plas noemde enook de vraag van de heer Goudzwaard. Maar ik wil eerst het totale beeldhebben. Kloppen die beelden? Ik heb het net ook gehad over hetverleggen van ondernemersactiviteiten in de zin dat ondernemers nietmeer de ZE-zones ingaan en dat dat eventueel zou kunnen leiden tot uitvalvan het aanbod. Dat zijn serieuze zaken waar we naar zullen moetenkijken. Maar om nou op voorhand al aan te geven wat ik straksvoornemens zou zijn te gaan doen, terwijl ik de antwoorden van deStaatssecretaris nog helemaal niet heb gekregen ... Ik snap dat het megevraagd wordt, maar in dat kader vind ik dat het past in goed bestuur omals je de vraag stelt met een vraagteken, toch eerst even te luisteren naarde antwoorden. Dan hebben we het er te zijner tijd over.De voorzitter:Meneer Heutink, uw laatste interruptie.De heer Heutink (PVV):Het zou de VVD sieren als ze ook richting ondernemers met uitroeptekenszou gaan spreken, want het zijn geen signalen. Het zijn gewoon kalecijfers. We hebben de boetes. We hebben de ontheffingen. Elke ontheffinggeldt voor een ondernemer die er gewoon niet klaar voor is. Het zijnkeiharde cijfers. Mijn vraag is dus: wat heeft de VVD nog meer nodig omin te zien dat al deze cijfers de facto een ramp voor ondernemers zijn? Watheeft de VVD nu werkelijk nog meer nodig van de Staatssecretaris dan dekeiharde cijfers die wij net in onze bijdrage hebben opgelezen, zodat deVVD, ook naar al die ondernemers, ook met uitroeptekens gaat spreken?De heer Schutz (VVD):De validatie.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.De heer Schutz (VVD):In dat kader: de Rijksoverheid dient ook zelf het goede voorbeeld te geven.Hoe verhoudt de recente aanschaf van 200 fossiel aangedreven pick-upszich daarmee?Dan over vitale en gespecialiseerde sectoren. De Vereniging Afvalbe-drijven waarschuwt ons voor risico’s voor de continuïteit van riolerings-en afvaldiensten. Voor gespecialiseerde voertuigen ontbreken nog veiligeen toegestane alternatieven. De productiecapaciteit is beperkt, kosten zijnaanzienlijk hoger en de ADR-wetgeving is nog niet gereed. Uit degespecialiseerde logistiek, bijvoorbeeld in de entertainmentsector, hoor ikdat elektrische voertuigen vanwege veiligheidsrisico’s niet overal mogenkomen in ZE-zones. Denk aan monumentale theaters, stadions, tunnels enevenementenhallen. Erkent de Staatssecretaris dat vitale en gespeciali-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53412 seerde sectoren maatwerk nodig hebben zolang volwaardige alterna-tieven ontbreken? Ziet de Staatssecretaris het overleg met bijvoorbeeld degeconditioneerdvervoersector als een bruikbaar format om ook metandere deelsectoren met specifieke omstandigheden samen te werken,juist bij vitale sectoren? En is hij bereid dit format breder toe te passen?Ook watersportondernemers zien versnipperd beleid. Sommigegemeentes weren fossiel aangedreven pleziervaartuigen met korteovergangstermijnen, terwijl voldoende laadinfrastructuur ontbreekt doornetcongestie. Is de Staatssecretaris bereid deze sector actief te betrekkenmet realistische alternatieven? Herkent hij de signalen van bereikbaar-heidsissues en omzetderving bij jachthavens?Dan de Nationale Agenda Laadinfrastructuur.De voorzitter:Rondt u af, meneer Schutz? U bent door uw tijd heen.De heer Schutz (VVD):Ja. Hoe gaat de Staatssecretaris middelgrote logistieke bedrijven concreethelpen nu netcongestie hen belemmert? Worden mogelijkheden voor eenruimere of langere ontheffing overwogen? Ten aanzien van prijstranspa-rantie: hoe beoordeelt de ACM momenteel de mate van transparantie bijlaadinfrastructuur?De voorzitter:Meneer Schutz, excuus, maar dit is echt de laatste vraag. U bent 30seconden over uw tijd heen. We moeten ons met elkaar wel aan de tijdhouden.De heer Schutz (VVD):Ik wilde alleen nog even vragen hoe het staat met de AanZET-regeling.Dat is het.De voorzitter:Helder. Dat is doorgekomen. Dan is het woord aan de heer Goudzwaardvan de fractie van JA21.De heer Goudzwaard (JA21):Dank u wel, voorzitter. Verduurzaming in samenwerking met ondernemerskan verstandig en haalbaar zijn, maar helaas zien we vaak het tegenover-gestelde. Afgelopen weekend sprak ik een autodealer die een onaan-gename brief van de RDW ontving, voortvloeiend uit de Wet vrachtwagen-heffing, een wet waar JA21 altijd tegenstander van is geweest. Dezeondernemer gebruikt meerdere grote bestelauto’s zoals MercedesSprinters, aannemersbussen, autotransporters, de gewone werkauto’s dieoveral in Nederland rijden. Deze voertuigen zijn technisch sterk, maarbewust en volledig legaal teruggekeurd tot onder de 3.500 kilo, juist ombinnen de wet te blijven en niet als vrachtwagen behandeld te worden. Nuwordt gezegd dat dat vanaf juli dit jaar ineens niet meer telt. Diezelfdebestelauto wordt dan als vrachtwagen aangemerkt. Een ondernemer diezo’n bestelauto pakweg 40.000 kilometer per jaar gebruikt, wat op zich nietheel veel is, ziet zijn kosten echt exploderen. De vaste wegenbelastingverdwijnt namelijk en de rekening stijgt van circa € 1.000 per jaar naar€ 4.000 per jaar. Dat is een kostenstijging van 400% voor exact dezelfdebestelauto en voor exact hetzelfde werk.Een groot deel van het geld dat die heffing opbrengt, gaat naar subsidiesvoor duurzaam vervoer. We proberen af te kicken van benzine en krijgendaar een kobaltverslaving voor terug, want elektrisch rijden is weliswaarniet fossiel rijden qua uitlaat, maar zolang accu’s niet volledig circulairzijn, blijven we afhankelijk van eindige delfstoffen zoals kobalt. Datallemaal gezegd hebbende: elektrische bestelauto’s zijn op dit momentTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53413 gewoon extreem duur en zwaar, hebben weinig laadvermogen en hebbeneen beperkt bereik. Voor veel ondernemers is er simpelweg geenrealistisch alternatief. Kan de Staatssecretaris bevestigen dat de Wetvrachtwagenheffing niet expliciet voorschrijft dat legaal tot onder de 3.500kilo teruggekeurde bestelauto’s alsnog als vrachtwagen moeten wordenbehandeld? En acht hij het proportioneel dat exact diezelfde bestelauto bijexact hetzelfde gebruik nu opeens wordt geconfronteerd met eenlastenstijging van 400%?Dan nog even over die controversiële zero-emissiezones. Wie heeft diehier niet genoemd? Wat blijkt? Klanten mijden winkels in deze zones enondernemers, mkb’ers, hebben wederom het nakijken. Uit de MonitorLichte Bedrijfswagens uit 2025 blijkt namelijk, na een rondgang onder 620bedrijven, dat minder dan de helft van de ondernemers overweegt omeen emissieloze bedrijfswagen aan te schaffen om te voldoen aan dieduurzaamheidseisen in deze zones. We hebben het dan over een dalingvan 10% ten opzichte van twee jaar eerder. Mijn vraag aan de Staatssecre-taris is waarom Nederland kiest voor een grootschalige invoering vanzero-emissiezones, terwijl andere landen, zoals Duitsland, België, Frankrijken Spanje, veel terughoudender zijn en zich beperken tot pilots. Hoevoorkomt de Staatssecretaris dat Nederlandse ondernemers hiermee opachterstand worden gezet ten opzichte van hun Europese collega’s? DeStaatssecretaris onderkent toch ook het belang van een level playingfield?Dan nog iets over mestvergisting; dat is een hele andere afslag, maar iknoem het toch. JA21 ziet kansen in gerichte opschaling van mestver-gisting als onderdeel van een realistische energieaanpak. Mestvergistingvermindert namelijk methaanemissies in de landbouw en levert tegelij-kertijd hernieuwbare energie op. Door dat expliciet te koppelen aan debrandstoftransitieverplichting ontstaat volgens ons een logischeverbinding tussen landbouwbeleid en de verduurzaming van onzemobiliteit. Dat levert aantoonbare milieuwinst op zónder het verdienver-mogen van boeren of transporteurs verder onder druk te zetten. Is deStaatssecretaris dan ook bereid om biomethaan uit mestvergistingexpliciet te erkennen als volwaardige bijdrage aan de verduurzaming vande transportsector binnen het bestaande verplichtingenkader?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage. Het woord is aan mevrouw Zwinkels, die spreektnamens het CDA. Ik vraag de heer Goudzwaard of hij zijn microfoon nogeven uit wil zetten. Dan kan ook de kijker thuis mevrouw Zwinkels zien alszij spreekt. Het woord is aan haar.Mevrouw Zwinkels (CDA):Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met zeggen dat we iedereenaanmoedigen om te kiezen voor de duurzaamste vorm van mobiliteit,namelijk lopen en fietsen. Het liefst betreft het dan fietsen zonder accu,maar elektrisch fietsen biedt natuurlijk ook nieuwe mogelijkheden. Zo leesik terug dat meer mensen op deze manier het treinstation weten tebereiken. Dat gaat de goede kant op.Voor het CDA staat voorop dat we door willen gaan met het stimulerenvan duurzaam vervoer en het ondersteunen van burgers en ondernemersom deze overstap te maken. De ontwikkeling van elektrisch rijden is aljaren geleden ingezet. Vele innovaties, samenwerking en opschalinghebben plaatsgevonden, maar we zijn er nog niet. Het gaat niet alleen omde koplopers; we willen ook de massa, de middengroep meekrijgen. Datvraagt de komende periode om nieuwe inspanningen maar vooral ook omeen betrouwbare overheid die doorzet en niet terugkomt op de ingezettekoers.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53414 Ook willen wij knelpunten in de praktijk helpen oplossen. In onze ogen kanelektrisch vervoer onderdeel zijn van de oplossing, bijvoorbeeld als je kijktnaar netcongestie. Netbewust en zelfs bidirectioneel laden doen hunintrede. Zo was ik afgelopen vrijdag in Utrecht op werkbezoek bij We DriveSolar en MyWheels, waar ze laten zien dat dat werkt. Een vraag aan hetkabinet: kan het kabinet toezeggen op korte termijn met een oplossing tekomen voor het probleem van een dubbele energiebelasting? Vraag-creatie naar volledig elektrische auto’s, het liefst van Europese makelij, isgoed. Echter, we zien ook nog veel elektrische leaseauto’s na enige tijdnaar het buitenland vertrekken, terwijl we juist ook een goede tweede-handsmarkt willen creëren, zodat het aanbod van betaalbare auto’s voorparticulieren toeneemt. Deelt het kabinet deze wens en kan het toezeggenom hiervoor met een aantal oplossingsrichtingen te komen en de Kamerdaarover te informeren?Elektrische deelauto’s kunnen, zeker ook in steden, bijdragen aan deleefbaarheid. Wij zouden graag woningcorporaties in staat willen stellenom dit aan bewoners aan te bieden, als een dienst van algemeeneconomisch belang. Vanuit de sector klinkt een duidelijke oproep voorheldere juridische definities voor zulke deelmodaliteiten. Voor ons is deopdracht om die te bieden. Gaat dit kabinet daar een voorstel voor doen?De overstap naar elektrisch rijden brengt ook uitdagingen met zich meewat betreft de beschikbaarheid en leeftijden van voertuigen en deuitbreiding van de laadinfrastructuur. Met betrekking tot dat laatste vraagik graag aandacht voor twee zaken, namelijk de verzorgingsplaatsen en devve’s. Is het plan Stopcontact op Land gereed, waarbij een eerlijke,toegankelijke markt ontstaat voor snelladers, met als uitgangspunt dat deverkeersveiligheid geborgd is? En ten aanzien van de laadpalen bij vve’s:wanneer kunnen we het wetsvoorstel rondom de notificatieregelingverwachten en per wanneer treedt die dan ook in werking?Dan ten aanzien van de zero-emissiezones. Wat ons betreft mogengemeenten zelf bepalen of ze die instellen. Het CDA is voor landelijkeontheffingen. Die moet je niet overal opnieuw hoeven aanvragen. Dat isgelukkig goed geregeld. Dit jaar zijn er weer versoepelingen gekomen. Wijwillen graag van de Staatssecretaris weten hoe de handhaving verloopt.Het is belangrijk om te handhaven, maar dat dient ook rechtvaardig tegebeuren.Het CDA ziet ook graag een administratieve verlichting voor het mkb. Deuitzondering ... Ik wacht heel even tot de vergaderbel niet meer gaat,voorzitter.De uitzondering voor het registreren van zakelijk woon-werkverkeer isdaar een goed voorbeeld van. Dat kunnen we wel volgen, onder devoorwaarde dat mkb-bedrijven ook ondersteuning krijgen bij bijvoorbeeldhun fietsplannen. Op die manier kunnen we tegelijkertijd de regeldrukverminderen. Hoe kijkt het kabinet daarnaar?Tot slot wil ik graag aandacht vragen voor het zwaardere transport,namelijk vrachtwagens, afvalwagens en de binnenvaart. Ook zij willen destap zetten, maar het staat bij hen nog wat meer in de kinderschoenen.Voertuigen zijn namelijk vaak drie keer zo duur en de afschrijvingstermijnis langer. Het is mooi dat het kennisprogramma tot 2027 is verlengd. Ik zieook een noodzaak voor een realistische overgangsregeling voorbijzondere voertuigen in nichesectoren. Zo attendeerde een rioleringsbe-drijf mij op een recent aangeschafte kolkenzuiger, met code 19, die eenvrijstelling heeft tot 2030, wat veel te kort is. Dertien jaar zou veelrealistischer zijn. Kan de Staatssecretaris een inventarisatie doen naar diebijzondere voertuigen, inclusief termijnen?Wij steunen overigens ook op basis van de bijmengverplichting van deRED III de inzet van biobrandstoffen, mits die aan strenge kwaliteitscriteriavoldoet. Het is belangrijk om dit te vermelden, want ook zij hebben dieinvesteringszekerheid voor de lange termijn nodig.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53415 Voorzitter, ik rond af. Wij zien dat samenwerking cruciaal is bij zulkeopgaven, of je nu een energiehub of een laadplein wil realiseren ofeenduidige regels in het hele land wil voor een gelijk speelveld, ook inEuropa. De komende jaren zullen we als Kamerleden goed in de gatenblijven houden wat er speelt en gaan we ervoor zorgen dat stimulerendbeleid ook werkbaar is.Dank u wel.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage. U heeft nog een interruptie van de heerGoudzwaard van de fractie van JA21.De heer Goudzwaard (JA21):Ik hoorde volgens mij mevrouw Zwinkels net zeggen dat het CDAgeïnteresseerd is in het handhaven van de zero-emissiezones. Volgens mijhoorde ik haar dat zeggen. Ik heb hier een staatje voor me. Er is een motieingediend en we krijgen om de twee maanden allerlei rapportages over deverstuurde waarschuwingsbrieven. Er is dus heel veel data inzichtelijkover hoe gemeenten omgaan met die vreselijke zero-emissiezones. Maarwat voor informatie heeft het CDA nog meer nodig? Dat is mijn concretevraag aan mevrouw Zwinkels.Mevrouw Zwinkels (CDA):Dank voor de vraag. Wij denken dat het belangrijk is om in de gaten tehouden of de handhaving ook rechtvaardig is. Het lijkt ons onwenselijk alsje keer op keer een boete krijgt. Het lijkt ons onwenselijk dat je voordateen boete er is, nog een boete krijgt, de dag erna. Ik zou graag van deStaatssecretaris willen weten op welke manier dat nu gebeurt. Verder ishet gewoon aan gemeenten om te handhaven op de zero-emissiezones.Dat is wat ons betreft een lokale aangelegenheid.De voorzitter:De heer Goudzwaard heeft een vervolgvraag.De heer Goudzwaard (JA21):Als ik het goed begrijp, zegt het CDA: wij zijn volslagen content met hetfeit dat ondernemers worden beboet in deze zero-emissiezones, maar hetis niet de bedoeling dat er dubbele boetes worden uitgedeeld, want dangaan we een beetje wiebelen; daar worden wij niet vrolijk van. Dat iseigenlijk het punt dat mevrouw Zwinkels maakt.Mevrouw Zwinkels (CDA):Ik zal daar kort op reageren. Het klopt inderdaad dat daar onze frustratiezit. Dat is inderdaad het punt. Daarbij wil ik ook wel opgemerkt hebben dater heel veel ondernemers zijn die wél over willen stappen op elektrischrijden. Ik vind het belangrijk om dat beeld recht te zetten, want het wordthier nogal uitvergroot. Ik heb ook de brief van de Staatssecretaris gelezen.De Staatssecretaris geeft juist aan dat heel veel zaken rondom dezero-emissiezones heel goed verlopen. Ik denk dat het dus heel belangrijkis om rust te bieden en om vanuit de landelijke overheid niet allerleistampij te veroorzaken die gewoon onterecht is. Ik denk dat het heelbelangrijk is om met elkaar verantwoordelijkheid te dragen en om eenbetrouwbare overheid te zijn die haar beleid voortzet en niet steedsterugkomt op allerlei regels of regels niet handhaaft. We kunnen hier inDen Haag namelijk allerlei dingen gaan bedenken, maar dan kan dieondernemer nergens van op aan. Die ondernemer wil weten waar hij aantoe is. Dat wat collega’s hier doen, is precies de reden waarom onder-nemers nu in onzekerheid zitten. Zij weten niet waar ze aan toe zijn. Wijwillen die zekerheid als CDA juist wel bieden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53416 De voorzitter:De heer Goudzwaard voor zijn laatste interruptie.De heer Goudzwaard (JA21):Het is duidelijk dat het CDA hier heel duidelijk stelling neemt, namelijk dathet voor zero-emissiezones is. Wij zijn koploper in Europa op dit gebied.We zien ook dat heel veel ondernemers hier niet op zitten te wachten. Watmevrouw Zwinkels nu onverlet niet meldt, is natuurlijk dat ondernemersook geen keuze hebben. U zegt dat heel veel ondernemers het willen. Ja,ze zullen wel moeten. Ze worden daar namelijk toe gedwongen. Dat is eenhele belangrijke nuance waar u hier compleet aan voorbijgaat. Ik denk dateen overheid juist heel erg gezond kan zijn wanneer die zoekt naarmogelijkheden om bepaald beleid dat is ingezet, bij te stellen als datachteraf niet goed blijkt te werken. U gelooft daar volgens mij op ditgebied niet zozeer in. Het is goed dat dat dan nu duidelijk wordt.De voorzitter:Mevrouw Zwinkels, u mag reageren.Mevrouw Zwinkels (CDA):Die constatering deel ik niet. Het woord «gezond» viel. We doen ditvolgens mij omdat we schonere lucht in onze steden en gemeentenwillen. Het is hartstikke belangrijk om ervoor te zorgen dat dit wel gaatwerken. Als we juist dit beleid steunen en verder uitdragen, kunnen we ditgaan opschalen. We zien ook dat de aanschafprijs van voertuigen alenorm is verlaagd omdat die opschaling plaatsvindt. Ik vind de vragen dienet gesteld werden ook terecht, bijvoorbeeld over de Mercedes Sprinter.Dat zijn hele goede vragen. Daarmee kunnen we er namelijk voor zorgendat het aantrekkelijk blijft om die overstap te maken en kunnen we dieknelpunten wegnemen. Wat we hier niet moeten doen, is een soort bomleggen onder die zero-emissiezones en onder ander beleid dat dieontwikkeling richting de toekomst kan ondersteunen. Dit biedt namelijkjuist ook heel veel voordelen voor de leefbaarheid in onze steden endorpen.Mevrouw Van der Plas (BBB):Mevrouw Zwinkels zegt inderdaad dat ondernemers gewoon willen wetenwaar ze aan toe zijn. Ondernemers wisten waar ze aan toe waren. Voordatde zero-emissiezones er waren, wisten ze precies waar ze aan toe waren.Toen konden ze gewoon met hun busje een stad in om bij burgers thuishun werk te doen. Ze wisten dus waar ze aan toe waren. We laten onshelemaal meeslepen in een narratief, namelijk dat dit allemaal moetgebeuren, terwijl we ook zien dat diesel- en benzineauto’s in de afgelopenjaren al veel schoner zijn geworden. Het beeld wordt geschetst alsof eroveral allemaal stinkende diesel- en benzineauto’s uit de jaren zeventigrondreden, maar de benzine is al schoner geworden. Auto’s zijn gewoonal schoner geworden. Het enige wat we nu doen, is ondernemers die nogniet toe zijn aan elektrisch vervoer op dit moment het werk onmogelijkmaken.De voorzitter:En uw vraag?Mevrouw Van der Plas (BBB):Ziet het CDA dit probleem dan niet?Mevrouw Zwinkels (CDA):Ik denk dat het meer een ontwikkeling is over de langere termijn. Wehebben al jaren milieuzones gehad in gemeenten. Daar werden steeds deeisen verder aangescherpt. Volgens mij proberen we met elkaar te kijkenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53417 hoe we met behulp van technologie, die zich steeds verder ontwikkelt,ondernemers kunnen steunen in die transitie, in het maken van dieoverstap. Ik denk dat het heel erg belangrijk is dat we daar als politiek danniet voor gaan liggen, maar juist gaan kijken hoe we ze verder kunnenhelpen, om te zorgen dat al die bedrijven dat ook kunnen meemaken. Datis wat ik hier probeer te doen. Ik hoorde net naast mij van een collega ookeen hele terechte vraag vanuit de praktijk: hoe kunnen we ervoor zorgendat dat ook echt ondersteund wordt in de praktijk? Daar wil ik het gesprekover voeren, en niet om hier allerlei dingen tegen te houden. Dat isnamelijk inderdaad heel verstorend voor al die ondernemers die juistkansen zien, die willen ondernemen en die ook moeten kunnen antici-peren op overheidsbeleid. Dat wordt op dit moment volgens mij door eenaantal partijen vrij onmogelijk gemaakt.De voorzitter:Mevrouw Van der Plas voor haar laatste interruptie.Mevrouw Van der Plas (BBB):We hebben gezien wat er gebeurde door die milieuzones in gemeenten. Inde ring om de milieuzones heen steeg juist de fijnstofuitstoot, er gingendaar meer auto’s rijden en mensen gingen omwegen maken. Dat helptdus allemaal niet. Maar het antwoord op mijn vraag is niet gegeven. Ziethet CDA nou niet dat het een groot deel van de ondernemers gewoononmogelijk wordt gemaakt om hun werk uit te voeren bij burgers, bijbedrijven en voor gemeenten, omdat zij niet in die zero-emissiezonesmogen komen of omdat zij een ontheffing moeten aanvragen en zeanders een boete krijgen? Ziet het CDA niet dat het die ondernemersdaardoor gewoon heel moeilijk gemaakt wordt? Dit gebeurt terwijl er aande andere kant al heel veel maatregelen zijn en worden genomen omschoner, stiller en zuiniger te gaan rijden. Daar zijn autofabrikanten al meebezig.De voorzitter:Kunt u tot uw vraag komen?Mevrouw Van der Plas (BBB):Ondernemers zijn daar zelf al mee bezig. Ziet het CDA niet dat dieondernemers hier gewoon de nek omgedraaid wordt?Mevrouw Zwinkels (CDA):Volgens mij geeft mevrouw Van der Plas antwoord op haar eigen vraag.Die hele industrie en de ondernemers zijn ermee bezig omdat de overheiderachter staat en dat elkaar dus ook enorm versterkt. Het is heel ergbelangrijk om dat met elkaar vol te houden en natuurlijk ook om alsoverheid een menselijke maat aan te houden en te kijken hoe we ookmkb-bedrijven mee kunnen krijgen en hoe we knelpunten kunnenaanpakken. Maar het heeft dus geen zin om erop terug te komen. We zienjuist dat de businesscase, met name voor de wat lichtere voertuigen, alontzettend is verbeterd in de afgelopen jaren, juist omdat we met elkaarvasthouden aan die koers en juist omdat die opschaling plaatsvindt. Ikdenk dat het heel onverstandig is als ondernemers nu bijvoorbeeld nogeen nieuwe diesel aanschaffen. Daarmee snijden ze zichzelf in de vingersals je kijkt naar het businessmodel voor hun eigen bedrijf voor detoekomst. Dus ik zou de komende jaren graag samen met de BBB willenzoeken naar hoe we vanuit de Kamer ondernemers kunnen ondersteunenen wat duidelijkheid kunnen bieden. Dat moeten we denk ik in eenbepaald tempo doen, zodat zij dat ook nog kunnen meemaken.De voorzitter:Ook de heer Schutz heeft een vraag voor u, namens de VVD.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53418 De heer Schutz (VVD):Het is meer een observatie van iets waar we het nog niet over hebben. Hetis ondernemers pesten, uitknijpen en dergelijke, maar een deel van hetverhaal is natuurlijk ook dat er veel ondernemers zijn die al wel die staphebben gezet. Die hebben dus wel een aankoop gedaan om permanentbinnen de regels zonder een ontheffing die zero-emissiezones in tekunnen gaan. Als we het hebben over ondernemers, dan moeten we hetwel over het hele spectrum hebben. Daarnaast zijn boetes uiterst relevant,maar wel vooral om het volgende te begrijpen. Wordt er nu een boeteuitgeschreven omdat iemand niet wil en zich willens en wetens nietconformeert aan de regel van die gemeente? Of is dat een boete omdatdiegene zich zakelijk gedwongen voelt om naar die afspraak te gaan, maareigenlijk de stap die een gemeente vraagt te maken niet kan maken? Juistdie groep is relevant. Ik vraag mevrouw Zwinkels of zij dat ook zobenadert. Ik heb het dus over kijken naar waarom het misgaat met veelboetes en of er sprake is van willen of van kunnen. Als dat kunnen is, waarligt dat dan? Wat is de oplossing? Laten we ook vooral aan ondernemersdenken die al wel hebben geïnvesteerd en die stap hebben gezet. Watvindt mevrouw Zwinkels daarvan?Mevrouw Zwinkels (CDA):Dit was precies mijn punt zojuist. Er zijn ook heel veel andere onder-nemers. Er werd net een groep uitgelicht, maar er zijn heel veel onder-nemers die wel plannen maken of al de overstap naar zero-emissievervoerhebben gemaakt en daar hun nek voor uitsteken. Dat is ook ondernemen.Dat moeten we niet vergeten in deze discussie. Het klopt dat er volgensmij ook een uitzonderingsgrond is voor die vrijstelling als het gaat omnetcongestie. Dan heb je het over kunnen. Sommige bedrijven zijngewoon gevestigd op een bedrijventerrein of een andere locatie en zittenecht met de handen in het haar omdat ze geen mogelijkheid hebben tothet aanleggen van laadinfrastructuur. Dan mag je daar een uitzonderingvoor maken, vinden wij. Daarom zijn we ook tevreden met de ruimereuitzonderingsgronden die daarvoor gelden. Dat is kunnen. Maar wemogen dat niet als excuus gebruiken om dan de boel maar te frustreren.Ik denk dat het belangrijk is dat we blijven nadenken over hoe weondernemers weten te ondersteunen. Ik zie dat met vertrouwen tegemoet.Dank u wel.De voorzitter:Ik dank u voor uw bijdrage. Ik wil de heer Van Asten vragen of hij kort hetvoorzitterschap over zou kunnen nemen, zodat ik de bijdrage namensGroenLinks-Partij van de Arbeid kan doen.De heer Van Asten (D66):Ja, dat wil ik uiteraard graag doen.Voorzitter: Van AstenDe voorzitter:Dan wil ik de heer De Hoop gelijk het woord geven om zijn inbreng tedoen namens de partij GroenLinks-Partij van de Arbeid.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met goed nieuws. De export vangiftige benzine naar Afrika is flink afgenomen. Dat blijkt uit de evaluatiewaar GroenLinks-Partij van de Arbeid om vroeg. Ook wordt er gewerktaan de export van dit beleid in Europa. Het leidt helaas niet tot een sterkermoreel besef bij de oliesector. De gifmengers zijn gelijk op zoek gegaannaar nieuwe sluiproutes. Ik zou de Staatssecretaris willen vragen wat hijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53419 daaraan wil doen met zijn collega’s in Europa. Heeft de ILT genoegcapaciteit om hier blijvend de nodige aandacht aan te besteden?Ook over de zero-emissiezones zou ik toch ook goed nieuws willentoelichten, namelijk dat 99,8% van de voertuigpassages inzero-emissiezones voldoet aan de eisen. Ik wil dan ook complimentengeven aan de gemeenten en de ondernemersorganisaties die hun ledenhier zo goed in hebben begeleid, en ook aan de gemeentes die dat ingoede banen hebben geleid, zeker gezien het feit dat de Kamer dat voorhen de afgelopen periode niet makkelijker heeft gemaakt. Laten we nietvergeten dat 1,2 miljoen Nederlanders een longziekte hebben en dat hetdan ook heel belangrijk is om ons vervoer duurzamer te maken.Ook mijn motie om deelmobiliteit te integreren in de mobiliteitskaartenvan ambtenaren wordt uitgevoerd met een proef van zes maanden. Devraag is wel of automobilisten op basis van een proef van zes maandenhun reisgedrag structureel gaan aanpassen. Of gaat het helemaal niet omwoon-werkverkeer, maar vooral om een voertuigenpoule van de buiten-dienst?Wat elektrisch laden betreft kan ik mij volledig aansluiten bij de bijdragenvan D66 daarover. Als het gaat over het deelvervoer: ik zou graag zien datdat meer verankerd wordt in de Wet personenvervoer. Er is nu nog geenjuridische definitie van deelvervoer als het daarom gaat. Ik vind dat eenserieuze belemmering voor de groei van deelvervoer. Van verzekeringentot parkeervergunningen en van buurtcollectieven tot subsidies ofbelastingafspraken: we hebben echt een goede definitie nodig. DeStaatssecretaris is met CROW en de VNG in gesprek over uniformedefinities, maar ik zou graag zien dat die dan ook in de wet universeeltoepasbaar zijn. Kan dat dan niet ook gedaan worden voor alle vormen,van commerciële autoverhuurders tot het buurtbakfietscollectief ofov-fietsen? Ik vraag dit ook vanuit mijn andere portefeuille, Wonen. Webouwen nu woonwijken met lagere parkeernormen, van 0,2 of zelfs lager.Dat is goed nieuws, want dan kun je goedkoper en sneller bouwen, metmeer oog voor groen en het milieu. Maar dan moet vooraan in deplanmakerij ruimte zijn voor deelauto’s en die moeten dan ook gereali-seerd worden en actief worden aanbesteed. Ook wordt het tijd datdeelvervoer op meer terreinen als ov wordt behandeld, bijvoorbeeld ookfiscaal, met een lager btw-tarief. Ik zou heel graag zien dat dat ook in eennieuw regeerakkoord geregeld wordt.Dan kom ik gelijk op iets waarvan ik vind dat het misgaat, namelijk dewerkgebonden personenmobiliteit. We zien nu dat bedrijven van 250werknemers en ook 100 werknemers weer meer ruimte krijgen om daargeen stappen op te zetten, terwijl wij als GroenLinks-PvdA die stappen welnodig vinden. Ik ben het niet vaak eens met de heer Heutink, maar hijheeft wel gelijk dat de actie van Karremans om maar zo veel mogelijkregels af te schaffen wat ons betreft hierop niet toepasbaar is. Als je daartoch voor kiest, vinden wij het heel raar om dat op deze manier te doen. Ikvind het heel erg onverstandig om te doen, maar als je die keuze maakt,vind ik het toch wel apart om je daar dan achter te verschuilen.Eveneens onverstandig is het uitstellen van de CO2-normen voor deauto-industrie tot 2035. Het gaat om 25% minder EV’s. Dat is voor onsvervelend, maar vooral voor landen als Duitsland en Frankrijk, terwijl ze inChina staan te juichen. Ik vind dat onbegrijpelijk en ik zou de Staatssecre-taris willen stimuleren om EV-gebruik meer mogelijk te maken inNederland en te zorgen voor betaalbare laadplekken, ook publiekelaadplekken. Er is al veel ongelijkheid tussen mensen die een elektrischeauto en zonnepanelen op het dak hebben, en mensen die dat niet kunnenbetalen. Wij vinden dat dat eerlijker moet worden. Op die manier kunnenwe duurzaam vervoer echt inrichten in Nederland.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53420 Dank voor uw bijdrage. Dan draag ik ook gelijk het voorzitterschap weeraan u over.Voorzitter: De HoopDe voorzitter:Dank. Dan gaan wij een halfuur schorsen, tot 11.30 uur. Daarna gaan wijverder met de eerste termijn van de Staatssecretaris. Mevrouw Van derPlas heeft een kort punt.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik zal bij de tweede termijn niet aanwezig zijn vanwege het begrotings-debat Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking in de plenairezaal. Maar ik wil wel even aangeven dat mijn medewerkers hier blijvenmeekijken; zij zullen ook de antwoorden van de Staatssecretaris op mijnvragen meenemen. Ik ben dus niet uit desinteresse afwezig straks, maarvanwege overlappende debatten.De voorzitter:Vanzelfsprekend. Succes met uw debat. Dan gaan wij nu schorsen.De vergadering wordt van 10.59 uur tot 11.33 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen het commissiedebat Duurzame mobiliteit en geef graag deStaatssecretaris het woord voor zijn eerste termijn. Het helpt denk ik bijhet debat als hij kan schetsen in welke blokjes hij de beantwoording zaldoen. Het woord is aan Staatssecretaris Aartsen.Staatssecretaris Aartsen:Dank, voorzitter. Ik zal eerst kort wat zeggen over verduurzamen. Watinleidende woorden zijn misschien ook goed. Daarna zal ik ingaan op dezero-emissiezones; daar begin ik mee. Dan zal ik in het algemeen ietszeggen over elektrisch vervoer en emissievrije voertuigen. Dan ga ik in opnetcongestie en de laadinfrastructuur in Nederland. Dan duurzamebrandstoffen; daar zal ook RED III onderdeel van uitmaken. Er is veelgesproken over deelmobiliteit, en tot slot heb ik het kopje overig. Danhoop ik dat we al uw vragen hebben beantwoord. Als dat niet zo is, dantrekt u, voorzitter, of een van uw collega’s ongetwijfeld aan de bel en gaanwe daar ons best voor doen.Voorzitter. Wij spreken vandaag over duurzaam vervoer. Dat is volgens mijeen belangrijk onderwerp, omdat iedereen in Nederland, van links totrechts, gebaat is bij een schone en leefbare omgeving, zowel voor jezelfals voor toekomstige generaties. Er zullen tussen de diverse politiekekleuren ongetwijfeld accentverschillen zijn. De een zal milieu en klimaatwat prominenter vooropstellen, terwijl anderen eerder een schoneleefomgeving vooropstellen of technologische innovaties en de econo-mische kansen die deze technologie biedt.Als we kijken naar wat er op dit moment allemaal gebeurt in de wereld,dan zien we een wereld die steeds ruiger wordt en steeds onbetrouw-baarder. Als Nederland hebben wij al eeuwenlang onze boterham mogenverdienen op een gebied zo belangrijk als mobiliteit – want mobiliteit staatgelijk aan vrijheid – en aan de logistieke kracht van Nederland. Dan wil jevoor je brandstof niet afhankelijk zijn van landen als Rusland, China,Saudi-Arabië en andere landen waar de laatste tijd een hoop over te doenis, en met een beetje pessimistische blik gaat het de komende jaren nietheel veel beter worden. Daarom is het verstandig om in te zetten op dezetransitie naar duurzame mobiliteit via alternatieve brandstoffen. Al met alis het, ongeacht je politieke kleur, een belangrijke stap om met elkaar tezetten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53421 We kunnen constateren dat een hoop zaken goed gaan. Er zijn ook weleen aantal uitdagingen, maar ik denk dat we op dit moment echt op eenmooie balans zitten. Als je naar de cijfers kijkt, dan zie je dat inmiddels 7%van het totale wagenpark in Nederland elektrisch is. Je kunt zeggen «datis niet heel veel», maar als je ziet hoe snel het gaat – in 2020, makkelijkgerekend vijf jaar geleden, zaten we nog op 2%. Dat is dus echt een forsestijging. Mevrouw Zwinkels zei dat volgens mij heel goed: je begint bij dekoplopers, maar als zo meteen de randvoorwaarden goed geregeld zijn enhet meer mainstream wordt, dan volgt de massa vanzelf. Dat gebeurt alswe het goed hebben georganiseerd. Dat is, denk ik, onze taak.Op het gebied van de laadinfrastructuur zijn wij in Nederland echtwereldkampioen laadpunten. We spreken veel over netcongestie. Ik zaldaar zo nog wat meer over zeggen. Maar we hebben in Nederland op ditmoment gewoon meer dan een miljoen laadpunten, als je alles bij elkaaroptelt. Daar komen iedere maand 1.600 laadpunten bij. Iedere maandkomen er 1.600 extra laadpunten bij! Dat zijn enorme aantallen, als jeberekent wat dat per dag doet. Er gaan dingen goed, maar tegelijkertijdhebben we ook uitdagingen.Het belangrijkste in ons beleid is dat wij goed kijken naar een aantalzaken, om te beginnen betaalbaarheid. Hoe zorgen we ervoor datduurzaam vervoer betaalbaar is of betaalbaar wordt voor iedereen? Datmoeten we stapje voor stapje doen. Hoe zorgen we ervoor dat hetbeschikbaar is? We zien dat die auto’s voor de koplopers beschikbaar zijn.Nu worden de andere categorieën, de A-segmenten, ook steeds beschik-baarder. Dat gaat steeds meer komen. Die markt moet ook op gangkomen, ook voor gewoon betaalbare huis-tuin-en-keukenauto’s, om hetmaar clichématig te zeggen. Dat moet nu ook langzaam beginnen tekomen. Als je met autoleveranciers praat, hoor je die zeggen dat het nulangzaam begint te komen. Dat is positief.Hetzelfde geldt natuurlijk voor allerlei andere specifieke voertuigen, die ze«de moeilijkere voertuigen» noemen, specifieke voertuigen voorspecifieke doeleinden. Die zijn wat minder goed beschikbaar. Daar moetenwe dus iedere keer aandacht voor hebben in alles wat we doen. Ik denkdat het punt van het gemak echt continu aandacht vergt, vooral in hetpersonenvervoer. Het moet eenvoudig zijn om over te stappen en ermoeten geen hoge drempels zijn. Hoe maak je het zo eenvoudig mogelijkvoor mensen, als het gaat om prijstransparantie, als het gaat omlaadpassen, als het gaat om het goed kunnen vinden van laadinfra-structuur?Met name voor de consumentenmarkt, de tweedehandsmarkt, zijn datbelangrijke aspecten, evenals hoe we ervoor zorgen dat de randvoor-waarden die er zijn, echt goed op orde zijn. Netcongestie, beschik-baarheid: dat zijn allemaal onderdelen van die randvoorwaarden. Hetgaat, zoals altijd met een beweging, met horten en stoten. Soms gaandingen goed, soms moeten dingen aandacht hebben. We proberen het inhet totaal der dingen goed te doen, zodat je die beweging uiteindelijk opeen goede manier kunt gaan maken. Daarbij moeten we ook de betrouw-baarheid van beleid steeds in het oog houden. Dat vind ik heel belangrijk,evenals dat we meenemen hoe we ons verhouden tot het internationalespeelveld. Dat dus misschien even vooraf, over de algemene lijn en mijnalgemene verhaal ten aanzien van duurzaam vervoer.Dan zal ik nu wat verder ingaan op een aantal andere aspecten diegenoemd zijn. Ik begin bij de zero-emissiezones, waar we het al veelvuldigover hebben gehad in de Kamer. Ik denk dat het goed is, om even eenBrabants gezegde uit de kast halen, om toch even de kerk terug in hetmidden van het dorp te plaatsen. De zero-emissiezone is, zoals eigenlijkalle zaken die met mobiliteit, verkeer en vervoer te maken hebben in hetland, vooral een lokale bevoegdheid. De 321 gemeentes die we inNederland hebben, bepalen in welke straat er auto’s, fietsers, brommersen vrachtwagens mogen rijden. Dat proberen we in Nederland zo lokaalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53422 mogelijk te doen. Dat gebeurt al jaren. Bij mij in het dorp mogen insommige gedeeltes wel vrachtwagens rijden en in sommige gedeeltesniet. Bij mij in het dorp mogen trekkers op een bepaald moment wel rijdenen soms ook niet, afhankelijk van de oogstperiode. Dat gebeurt lokaal inNederland. Ik denk dat dat heel verstandig is, want een stad alsAmsterdam is natuurlijk een heel andere verkeerslocatie dan een dorp alsTerheijden, waar ikzelf woon; dat is een mooi Brabants dorp. Daar zittengewoon verschillen in. Dat is al sinds jaar en dag zo. Dat geldt ook voorparkeertarieven, ontheffingsbevoegdheden en milieuzones. Dat zijn inbeginsel ook lokale aangelegenheden.Daar kunt u op landelijk niveau van alles van vinden. Ik kan daar alsStaatssecretaris iets van vinden. Ik kan als VVD’er, zeg ik met een knipoog,van alles vinden van parkeertarieven, maar het is in beginsel een lokaleaangelegenheid. Als u de enorme behoefte voelt om dat te wijzigen, kan iku zeggen dat er over een paar maanden gemeenteraadsverkiezingen zijn.Dat is een uitgelezen moment voor de gemeentes om te bepalen wat zewel en niet doen, waar ze zero-emissiezones willen, wanneer die vankracht zijn, hoe ze die inrichten en hoe ze omgaan met hun handhavings-beleid. Dat is echt een lokale aangelegenheid, net als, zeg ik nogmaals,een aantal andere zaken.Ja, het wettelijk kader is in Nederland natuurlijk op landelijk niveaugeregeld, maar dan kom je precies op het punt – u heeft daar met mijnvoorganger ook uitgebreid over gesproken – van keuzes maken. Er zijntwee keuzes. Je kunt namelijk zeggen: we gaan de zero-emissiezonesafschaffen. Dat heeft een paar nadelen. Daar ben je namelijk algauwanderhalf tot twee jaar mee bezig als je dat wilt doen en in de tussentijd iser een hele hoop onzekerheid et cetera. Los je daarmee dan het probleemop dat hier vandaag wordt aangedragen? Het antwoord daarop is «nee»,want dan krijg je geen zero-emissiezones, maar dan krijg je de oudemilieuzones. Dan krijg je in Rotterdam dus een ander beleid dan inAmsterdam. Dan krijg je op verschillende plekken verschillende onthef-fingen en verschillende typen beleid. Dan kom je weer in de situatie dat demarktkramer, die de ene keer in de ene stad en de andere keer in deandere stad staat, door de bomen het bos niet meer ziet.Vandaar dat wij – dat zei mijn voorganger ook al – hebben gezegd: latenwe inzetten op maximale landelijke harmonisatie, waarbij je dus zo veelmogelijk landelijk probeert duidelijk te maken. Je wilt niet meer enormerijen verkeersborden, maar je wilt landelijk één verkeersbord bieden,zodat gewoon duidelijk is wat er wel en niet mag. Laten we nou inzettenop een centraal loket, waarin je duidelijk maakt hoe het met de onthef-fingen zit. Er zijn een aantal zorgen geuit. Wat moet je doen als eenelektrisch voertuig niet beschikbaar is? Wat moet je doen als je eenbijzonder voertuig hebt, bijvoorbeeld omdat je in het gehandicapten-vervoer werkt? Wat moet je doen als er in jouw specifieke branche noggeen voertuig beschikbaar is? Wat moet je doen – dat is ook vaakgevraagd – als je te maken hebt met bedrijfseconomische omstandig-heden waardoor je dan failliet dreigt te gaan? Een aantal Kamerledenvroeg daarnaar. Wat doe je als er sprake is van netcongestie? Wat doe jeals je bijvoorbeeld twee jaar voor je pensioen zit en het niet meer loontom een investering te doen? Het antwoord daarop is: dan kunt u eenontheffing aanvragen.Alle zorgen die hier in het debat zijn gewisseld, kennen een plek in hetbeleid. Het is niet zo dat wij en de gemeenten met oogkleppen of eenblinddoek op rondrennen. Al die zorgen zijn natuurlijk bekend. In de cijfersis goed zichtbaar dat het redelijk soepel loopt. Er zijn altijd verbeteringenmogelijk. Daarover zijn we ook in gesprek met de brancheorganisaties. Aldie zorgen zijn geadresseerd. Via ontheffingen proberen we het op eengoede manier te regelen, met respect voor het lokale beleid, zeg iknogmaals. Uiteindelijk is het de lokale gemeenteraad die besluit om hetwel of niet te doen. Het alternatief, namelijk een nog grotere lappendeken,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53423 vind ik ook zeer onwenselijk, juist voor ondernemers. Daarom wil ik inmijn beleid vooral inzetten op een zo soepel mogelijk traject en op het zolandelijk mogelijk regelen van ontheffingen en harmonisatie. Dat wilde ikin algemene zin zeggen over de zero-emissiezones.Er zijn nog een paar heel specifieke vragen gesteld. De heer Schutz vroegmij naar de aanbevelingen van MKB-Nederland en ONL. Wij zijn metbeide partijen in gesprek. Zij vormen ook onderdeel van de Uitvoeringsa-genda Zero-emissiezones. Wij zullen die gesprekken ook blijven voeren.De heer Schutz vroeg mij ook om de signalen van de koepelorganisatiesmee te nemen in de rapportages. Dat kan ik toezeggen. We doen op ditmoment een tweemaandelijkse rapportage. Ik denk dat we goed moetennadenken over de frequentie en of we die tot het einde der tijden zo willenhouden, maar voor nu blijven we dat netjes doen. Ik kan toezeggen dat wedaarin de signalen die we van de koepelorganisaties ontvangen separaatmeenemen, evenals de marktverschuivingen, waar ook vaak overgesproken is. Het lijkt me goed als we die signalen over de marktverschui-vingen ook meenemen. Ik wijs er wel op dat dat natuurlijk ook een lokaleafweging is. Lokaal zou moeten worden afgewogen wat het beleid doetmet het wel of niet beschikbaar zijn van bijvoorbeeld een loodgieter in eenbepaald gebied waar een zero-emissiezone is. Dat is echt een verantwoor-delijkheid van de lokale wethouders en de lokale gemeenteraden. Maarwij kunnen dat natuurlijk altijd meenemen in de rapportages.Mevrouw Zwinkels vroeg mij nog naar de kolkenzuigers en wat wij doenals die niet emissieloos beschikbaar zijn. Zij vroeg of we gaan zorgen vooreen betere overgangsregeling naar 2030. Het antwoord daarop is ja. Wijzijn op dit moment aan het kijken wat we na 2030 gaan doen met devangnetten en regelingen. Dat is nog best een complexe puzzel, vanwegeinderdaad al die voertuigcodes et cetera. Wij zijn even goed aan hetbroeden op hoe dat moet, maar we moeten inderdaad wel een beslissinggaan nemen over wat we doen na 2030 en hoe het met die vrijstelling zit.Dat heeft zeker onze aandacht.De heer Goudzwaard van JA21 vroeg mij nog hoe het zit met het verschiltussen Nederlandse ondernemers en Europese concurrenten. De zonesgelden ook zeker voor buitenlandse voertuigen met buitenlandsekentekens. Wat dat betreft is er een level playing field.Tot slot, voorzitter, in dit blokje. De heer Schutz vroeg mij nog hoe wijlogistieke bedrijven gaan helpen die nu last hebben van netcongestie. Ikwil erop wijzen dat sinds 1 januari van dit jaar de landelijke ontheffing ookbestaat voor netcongestie. Die kunnen ze aanvragen bij het centraal loket.Die is in beginsel voor twee jaar geldig en gratis te verlengen. Ik blijf ditook weer monitoren.Dat was het ten aanzien van de zero-emissiezones, voorzitter.De voorzitter:Dank, Staatssecretaris. Ik zag al drie vingers omhooggaan tijdens uwbijdrage. Allereerst zag ik de heer Heutink van de PVV.De heer Heutink (PVV):De Staatssecretaris zegt dat de invoering van zero-emissiezones eigenlijkbest wel soepel verloopt, terwijl we dus duizenden boetes zien. We zienook duizenden ontheffingen. Ik heb de Staatssecretaris gevraagd omdaarop te reageren. Dat heeft hij niet gedaan. Elke ontheffing betekentnamelijk dat er gewoon een bus zo’n zero-emissiezone inrijdt. Wat onsbetreft is dat prima. Doen! Wat mij betreft mag iedereen zo’nzero-emissiezone inrijden. Maar feit is wel dat als je dat koppelt aanduurzaamheidsdoelstellingen, het dus gewoon een wassen neus is. Hoemeer ontheffingen je af gaat geven ... Dat doet natuurlijk niks voor deschone lucht, als het al zou helpen. Mijn vraag is dus de volgende. Ik wildat de Staatssecretaris gaat reflecteren op de uitspraak dat het allemaalwel soepel verloopt, terwijl er aan de andere kant duizenden boetesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53424 worden gegeven en er duizenden ontheffingen worden afgegeven. Datzegt dus dat de ondernemers er niet klaar voor zijn. Ik wil daar eenuitgebreide reactie op van de Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Ik zeg dit juist vanuit het perspectief van de ondernemers. Dat is hetperspectief dat ik centraal stel. Het is aan de gemeenteraad om te bepalenof ze wel of geen zero-emissiezone zouden willen. Als ze die hebbeningevoerd – dat gebeurt op meerdere plekken in het land – dan is het mijnverantwoordelijkheid om erop in te zetten dat het landelijk zo goedmogelijk geharmoniseerd wordt. Dat doe ik juist vanuit het perspectiefvan de ondernemers. U kunt het mij moeilijk kwalijk nemen, zeg ik tegende heer Heutink, dat ik het positief vind dat op het moment dat eenondernemer zegt dat het hem vanwege bedrijfseconomische redenen nietlukt om een zero-emissievoertuig aan te schaffen, we in ons systeem dieondernemer een ontheffing geven, omdat hij het niet kan. Ik ga onder-nemers niet dwingen tot het onmogelijke. Ik vind het een positief aspectvan ons beleid dat als een ondernemer zegt «ik kan het niet», we danzeggen: is goed, dan krijgt u een ontheffing.De voorzitter:De heer Heutink heeft een vervolgvraag.De heer Heutink (PVV):De Staatssecretaris dwingt ondernemers ertoe elke maand door een groteadministratieve rondslomp te gaan om zo’n ontheffing opnieuw aan tevragen. Dat is waar die ondernemers last van hebben. Uiteindelijk zullenze worden gedwongen om zo’n bus aan te schaffen. Nou, niet op onsgeweten.Maar ik heb nog een andere vraag aan de Staatssecretaris. MevrouwZwinkels kwam daar net mee. Zij heeft de Staatssecretaris eigenlijk eenbeetje geholpen. Zij stelde voor om al die ondernemers één keer tebekeuren en daarna niet meer. Het moest namelijk rechtvaardig zijn. Wemoesten niet meerdere malen een boete uitgeven, want dat zou nietrechtvaardig zijn voor al die ondernemers. Nou ja, een boete kost € 120voor bestelbusjes en € 320 voor vrachtwagens. Dat is natuurlijk stukkengoedkoper dan de aanschaf van een peperdure elektrische bus. Mijn vraagis dus: zou het niet een heel goed idee zijn als wij gewoon één keer dieboete betalen, en dat we dan permanent die zero-emissiezonesafschaffen? Dank aan het CDA daarvoor.Staatssecretaris Aartsen:Dit zijn hele goede bijdrages. Alleen, ik denk dat deze bijdrages niet in deTweede Kamer der Staten-Generaal thuishoren, maar toch echt in degemeenteraden waar die zero-emissiezones zijn. Als Tweede Kamermogen we van alles iets vinden – dat is alleen maar goed, denk ik – maarik denk dat we ook eerlijk moeten zijn over het feit dat dit een lokalebevoegdheid is, van de lokale overheid, de lokale gemeente. Ik noemdenet het voorbeeld over mijn dorp. In mijn dorp bepaalt de wethouder water in mijn straat mag rijden en wat niet, hoe hard ze mogen rijden, of zedaar wel of niet mogen parkeren en of ze daar wel of niet gratis mogenparkeren. Dat zijn allemaal zaken die we gelukkig, zeg ik maar even, inNederland lokaal hebben geregeld. Dat geldt hier ook voor. Dat maakt hetdes te belangrijker dat mensen gaan stemmen bij de gemeenteraadsver-kiezingen – volgens mij zijn die al 18 maart aanstaande – en ook over ditsoort onderwerpen hun stem laten horen, omdat in de gemeenteraden ditsoort beleid wordt bepaald. Dan kun je daar ook invloed op uitoefenen.De heer Heutink (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53425 Dit is echt totale onzin. In het regeerprogramma, waar de Staatssecretariszich nog steeds aan heeft gecommitteerd, staan een aantal zaken. Eén: hetis een lokale bevoegdheid. Maar twee: er wordt bezien op welke manierzero-emissiezones worden uitgesteld. Dat is een opdracht aan dezeStaatssecretaris. Er is aan alle kanten gefaald, maar de Staatssecretarisvergeet er even bij te zeggen dat hij het mandaat en de bevoegdheid heeftom per AMvB het RVV 1990 te wijzigen en daarmee de datum van deingang van het verkeersbord te bepalen, überhaupt om het verkeersbordte bepalen, en hij er daarmee de facto voor kan zorgen dat diezero-emissiezones de nek om wordt gedraaid. Hij wil dat niet omdat hijbang is dat hij de toorn van al die gemeenten over zich heen gaat krijgen,maar dat is een ander verhaal. Ik zou zeggen: beste secretaris, heb daarmaar lak aan en ga gewoon die zero-emissiezones afschaffen. Dat zou hetverzoek zijn aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Met permissie, we moeten hier geen fabels gaan vertellen. Ik kan hetwoord «zero-emissiezones» afschaffen, maar nogmaals, dan blijft het nogsteeds de bevoegdheid van gemeenten om te bepalen wie waar rijdt, inwelk dorp en in welke stad in Nederland. Gelukkig maar. Als jezero-emissiezones afschaft, dan komen daar milieuzones voor terug, opprecies dezelfde plekken, met het enige verschil dat een ondernemer diehet niet kan betalen, in iedere gemeente apart een ontheffing moet gaanaanvragen, terwijl hij nu, bij een lokaal, centraal loket een ontheffing kanaanvragen. Ik kies dan dus eerder voor het systeem met een andere naamwaarbij er wél op landelijk niveau een ontheffing kan worden verleend ophet moment dat er bepaalde bedrijfseconomische omstandigheden zijn,bijvoorbeeld als je met een voertuig voor gehandicaptenvervoer rijdt ofals je geen voertuig kan aanschaffen omdat je met netcongestie zit. Vooral dat soort zaken kun je nu centraal, landelijk een ontheffing aanvragen.De heer Heutink vraagt om dat af te schaffen, want dat gebeurt namelijkmet dit voorstel. Ik denk dat het onverstandig is om die centrale, landelijkeontheffing af te schaffen. Je brengt ondernemers dan alleen maar verderin de problemen.De voorzitter:Dan gaan we naar de heer Schutz van de VVD.De heer Schutz (VVD):Dank aan de Staatssecretaris voor de toezegging om ook de rapportagesvan koepels mee te nemen in de toekomstige rapportages. Ik had alleenook gevraagd wat nou die input was van MKB-Nederland en ONL op13 juni, dus terug in de tijd. Ik kan me voorstellen dat hij dat misschien nuniet woordelijk weet – het mag ook in een volgende rapportage – maar hetstond er zo nadrukkelijk in, zonder dat erin stond wat er werd gezegd. Wehebben vandaag een vurig debat over wat we met de zero-emissiezonesmoeten en we krijgen ook een uitleg over wat we kunnen, maar ik vind hetwel belangrijk om met name de discussie die we zo-even hebben gehad,te laten voeden door wat met name de koepels daarvan vinden.Ten tweede hoor ik de Staatssecretaris zeggen: geef nou een kans aan hetcentraal loket. Dat doe ik graag, zeker als 2% van de ontheffingen wordtafgewezen. Over de horizon qua tijd zegt de Staatssecretaris: twee jaar,maar dat kun je verlengen. Ik stel wel vast, op basis van de feedback diewij horen, dat de zekerheid die ondernemers zoeken, is: ja, maar dan? Endan heb je ook nog de categorie waarbij elektrische voertuigen nietmogen. Je mag nou eenmaal niet met een elektrische vrachtwagen in eenstadion. Dat heeft niks met een milieuzone te maken, maar met brandvei-ligheid. Ook voor die sectoren moeten we wel antwoorden hebben. Ik hebdaar de Staatssecretaris nog niet over gehoord.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53426 De voorzitter:We houden het hierbij, meneer Schutz, want u heeft al twee vragen indeze interruptie gesteld.De heer Schutz (VVD):Ja, maar dit is allemaal niet beantwoord.De voorzitter:Dat zal. Laten we eerst de Staatssecretaris de mogelijkheid geven om detwee vragen te beantwoorden die u nu al gesteld heeft in deze interruptie.Dan kunnen we daarna kijken of er nog behoefte is aan een vervolgvraag.De heer Schutz (VVD):Dat is goed.Staatssecretaris Aartsen:Laat ik met de eerste vraag beginnen. Ik kan toezeggen dat we inderdaaddie periode van twee jaar even opnieuw bekijken wanneer we ook kijkennaar de overgangstermijnen voor na 2030. Dan nemen we dat daarin mee.In beginsel is het namelijk twee jaar en kun je gratis verlengen. Er zit opzich ook een rationale achter de keuze voor twee jaar. Ik snap echter ookdat dat ondernemers misschien onnodig onzekerheid kan opleveren. Laatmij dus even bezien of het verstandig is om misschien voor iets langerdan twee jaar te kiezen wanneer we ook de periode van 2030 en daarnagaan bekijken. Het is nu wel mogelijk – dat blijf ik er echt bij zeggen – endus hoeven ondernemers zich geen zorgen te maken, maar ik snap weldat het misschien onnodig onzekerheid oplevert. Ik kan dus toezeggen datwe dat gaan bekijken.Staat u mij toe iets te zeggen over de punten van ONL van juni vorig jaar;dat is een halfjaartje geleden. Ik weet dat we die hebben geadresseerd inde brief. Daarna is er ook een gesprek geweest en zijn er werkafsprakengemaakt met ONL; dat is dus geborgd. Als u mij vraagt wat er specifiek isgezegd, moet ik daar echt even op terugkomen in de tweede termijn. Datkunnen we wel doen. Weet in ieder geval dat de samenwerking met ONLop deze manier nadrukkelijk is geborgd.De voorzitter:Vervolgvraag van de heer Schutz.De heer Schutz (VVD):Ja, eentje. Herkent de Staatssecretaris het beeld dat er al marktverleggingen een verschraling van aanbod plaatsvinden in de zero-emissiezones?Staatssecretaris Aartsen:Dat is heel moeilijk om te zeggen. Daar hebben we geen standaardmeet-methodiek voor, dus ik heb daar geen hele specifieke signalen over. Datbetekent niet dat het niet gebeurt; dat betekent alleen dat ik die signalennu niet heb. Naar aanleiding van dit debat zal ik echter nogmaalsrapportages over specifiek dit punt uitvragen bij de gemeenten en zullenwe actief vragen aan bijvoorbeeld MKB-Nederland of ONL of zij echt heleconcrete situaties van marktverlegging tegenkomen.De voorzitter:Allereerst heeft mevrouw Zwinkels een interruptie. Ik snap dat uaanvullend op hetzelfde punt wilt interrumperen, meneer Heutink, maar ikkan me voorstellen dat mevrouw Zwinkels dat ook wil. Ik begrijp dat deheer Heutink even voor mag. Dan geef ik de heer Heutink eerst het woord,op hetzelfde punt.De heer Heutink (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53427 Het is niet echt een interruptie, maar nog een aanvullende vraag over hetverleggen. Ik heb net namelijk ook gevraagd of de Staatssecretaris kanuitzoeken hoeveel bedrijven failliet zijn gegaan of betalingsproblemenhebben naar aanleiding van de zero-emissiezones. Daar heeft hij niet opgereageerd, maar ik kan me zo voorstellen dat hij, als hij toch diegesprekken gaat voeren met ONL en met gemeenten, dat dan ook meekan nemen in die rapportages.Staatssecretaris Aartsen:Ik denk dat dat lastig vast te stellen is, maar zeker, ik kan het altijd vragen.Ik wijs er alleen wel op dat het onder het kopje bedrijfseconomischeomstandigheden valt wanneer een onderneming failliet dreigt te gaanvanwege het feit dat een ondernemer met zijn vervoer dezero-emissiezone niet inkomt. Dan kan hij een landelijke ontheffing krijgenbij het centraal loket. Het is de keuze van de ondernemer of hij wel of geenontheffing wil aanvragen, maar het beleid is in ieder geval dat iemand eenaanvraag moet doen als die failliet dreigt te gaan. De heer Schutz zeiterecht dat slechts 2% wordt afgewezen; daar zit dus ook geen knelpunt.Ook bij betalingsproblemen valt het landelijk onder bedrijfseconomischeomstandigheden. Daarbovenop is er ook nog een hardheidsclausule opgemeentelijk niveau. Ik wil dus toch even aangeven dat dit soort situatiesin principe zou moeten worden gedekt als een ondernemer zelf eenontheffing aanvraagt, maar we gaan dat zeker ook navragen bij deondernemers. Daar komen we netjes op terug.Mevrouw Zwinkels (CDA):Dank aan de Staatssecretaris voor de eerste beantwoording. Dank ookvoor de toezegging ten aanzien van de kolkenzuigers, onder code 19. Ikwas wel benieuwd: kan de Staatssecretaris daar dan ook de mogelijkheidin meenemen om toe te werken naar een landelijke ontheffing tot 2035,als hij daarop nog aan het broeden is?Mijn tweede vraag is eigenlijk een onbeantwoorde vraag over recht-vaardig beboeten, maar daar is de heer Heutink al over begonnen. Ik benbenieuwd of dat kan worden meegenomen in de rapportages, zodat we inieder geval inzicht hebben in het functioneren van de handhaving doorgemeenten.Staatssecretaris Aartsen:Zeker; dat laatste kunnen we gewoon uitvragen bij de gemeenten. U heeftook gezien: de rapportages zijn eigenlijk niet meer dan uitvragen bijgemeenten. Die zetten we ook netjes door naar de Kamer; dat is hetverzoek. Dit verzoek kunnen we daar zeker aan toevoegen. Het is wel aande gemeenten of ze daar antwoord op geven, zeg ik er eventjes bij.Wat betreft de landelijke ontheffing: precies hierop zijn we nu aan hetbroeden, dus eens. Aan beide kanten zitten voor- en nadelen, vandaar datwe daar nog op aan het broeden zijn. Maar inderdaad, we zijn aan hetnadenken wat daarin verstandig is om te doen.Mevrouw Zwinkels (CDA):Dan een kleine vervolgvraag. Ik ben natuurlijk benieuwd wanneer deKamer hierover geïnformeerd kan worden zodat daar duidelijkheid overkomt.Staatssecretaris Aartsen:Mevrouw Zwinkels legt precies de vinger op de zere plek, want ook dit iszo’n onderwerp waarbij we ons moeten afvragen of het nog aan mij alsdemissionair Staatssecretaris is, of dat het een onderwerp is dat je zouwillen overlaten aan mijn eventuele opvolger, wie dat ook moge zijn. Wezijn nu echt nog aan het broeden op wat het behelst, of het nu moet en ofTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53428 het nog past binnen het mandaat van dit kabinet. Ik vind het dus moeilijkom nu antwoord te geven op deze vraag.De voorzitter:Dat is het antwoord van de Staatssecretaris. Dan gaan wij door naar ...Staatssecretaris Aartsen:Ik denk dat ik gelijk nog een vraag van de heer Schutz kan beantwoorden.Die gaat over de punten en de zorgen van ONL van 13 juni. Zij hebbengevraagd om specifieke ontheffingen en uniforme regels ten aanzien vanvoldoende laadinfra. Die ontheffingen en die uniforme regels hebben weonderdeel gemaakt van het beleid ten aanzien van het centraal loket; wehebben in 2024 ook het lokale loket geopend. Inmiddels zijn er voldoendelaadpunten; we stimuleren dit met subsidies. Dat is wat we hebbenbesproken met ONL, maar ik zal de concrete punten nog even op een rijzetten.De voorzitter:Dan kunt u door naar het volgende blokje, Staatssecretaris. Als ik het goedheb, is dat het blokje elektrische voertuigen algemeen.Staatssecretaris Aartsen:Ja, dat blokje gaat over de elektrische voertuigen. Er zijn een paar lossevragen over gesteld, dus met uw goedkeuren zal ik mijn introductieoverslaan; ik denk dat dat ook gezien de tijd verstandig is. De heer Schutzvroeg mij specifiek naar de recente aanschaf van 200 fossiel aangedrevenpick-ups door Rijkswaterstaat. Het is inderdaad zo dat er niet altijd eengeschikt zero-emissiealternatief voorhanden is. Dat geldt ook voor deoverheid, maar ik wijs er wel op dat de overheid echt probeert om eenvoortrekkersrol en een voorbeeldrol te hebben bij het rijkswagenpark. Ikdenk dat het heel frustrerend is voor mensen die oprecht hun best doen,ondernemers die hun best doen – we hebben dat in Amsterdamgezien – om over te stappen als zij horen dat de gemeente dieselvuilnis-wagens heeft besteld. Dat is niet lekker voor het draagvlak van dit soortbeleid. Ik denk dus dat het onze eer te na zou zijn om dit niet goed tedoen. Ik wijs erop dat inmiddels 61% van het rijkswagenpark alzero-emissie is. Ik reken daarbij voor het gemak het Ministerie vanDefensie niet mee, want dat vertekent het beeld; ik denk dat iedereen metgezond verstand wel snapt dat dat ministerie hors categorie is bij dit soorttransities. In 2025 zal 86% van alle nieuwe voertuigen die zijn aangeschaftin het rijkswagenpark zero-emissie zijn. Dat is volgens mij passend bij devoortrekkersrol.Voor de Rijksoverheid gelden exact dezelfde regels als voor ondernemers,dus als zij een zero-emissiezone in willen, zullen ook zij netjes eenontheffing moeten aanvragen.De heer Schutz vroeg of ik erken dat gespecialiseerde sectoren maatwerknodig hebben, bijvoorbeeld bij geconditioneerd transport. Het antwoordop deze vraag is ja. Deze groep bedrijven, de zogenoemde «hard-to-abate»-bedrijven, is moeilijk over te zetten. Er zijn heel specifiekevoorwaarden aan te stellen. We proberen echt om te kijken hoe je het metvrijstellingen kunt regelen. Bijvoorbeeld voor betonwagens hebben we nueen vrijstelling voor gespecialiseerde voertuigen. Ook is er het ConvenantDuurzame Reinigingsvoertuigen om dit goed handen en voeten te geven.Dit zijn gewoon heel specifieke gevallen waarvan je logischerwijze snaptdat het gewoon heel ingewikkeld is om het te doen.De VVD vroeg mij ook naar het effect van de stimuleringsregelingen voorvrachtwagens zoals AanZET en wat het effect is van de SiLK en de SWiMtot nu toe. Ik kan u melden dat de effecten positief zijn en dat de maatre-gelen werken. Inmiddels zijn 1.700 emissievrije trucks en waterstoftruckshierdoor ondersteund. We zien ook dat het aantal emissievrije vracht-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53429 wagens in drie jaar tijd is gegroeid van 200 naar ruim 2.000. Van de SiLKis nog niet bekend wat de effecten zijn, omdat die regeling net is gestart.Voor de kijkers thuis merk ik nog even op dat SWiM staat voor Subsidiere-geling Waterstof in Mobiliteit, dat AanZET staat voor Aanschafsubsidiere-geling zero-emissie trucks en dat SiLK staat voor subsidie voor mindervrachtwagenkilometers in de logistieke keten. Zo kunnen we het allemaalvolgen.Tot slot de vragen over de tweedehandsmarkt. De tweedehandsmarkt isde volgende uitdaging waar we op gaan komen. Als er zich nieuwverkoopvoordoet, hoe gaan we dan om met de tweedehandsmarkt? Ik zeg u hierwel bij dat het in beginsel aan een nieuw kabinet is om hier nieuw beleidover te formuleren. Er zal ongetwijfeld ook een prijskaartje aan hangen.Wat ik in mijn hoedanigheid probeer te doen, is alle goede ideeën die erzijn goed uit te werken en klaar te leggen voor een eventuele opvolger,zodat hij of zij er een vliegende start mee kan maken. Er zijn bijvoorbeeldideeën over een e-timerregeling en inruilregelingen voor oudere auto’s.Dit ten aanzien van elektrische voertuigen.De voorzitter:Ik zag mevrouw Zwinkels als eerste. Het woord is aan u, mevrouwZwinkels.Mevrouw Zwinkels (CDA):Ik heb een vraag over de laatste toezegging die is gedaan. Ik begrijp dateen volgend kabinet zich erover kan gaan buigen, maar zou dezeStaatssecretaris in ieder geval wel een brief naar de Kamer willen sturenmet daarin mogelijke maatregelen of oplossingsrichtingen?Staatssecretaris Aartsen:Ja, maar laat me even kijken hoe we dat netjes in een brief kunnen vatten.Normaal komen bij de voorjaarsnota ook de voorstellen naar voren die weindienen voor het Klimaatfonds. Ik denk echter dat we op basis van watwe hebben liggen, het rapport Kansen in Kaart en alles wat er nu op dezeef ligt, ook wel een brief kunnen sturen met daarin een aantal opties. Ikblijf er wel bij dat dat een beleidsarme brief zal worden; we gaan er geenrichting in kiezen, want omdat er ook een prijskaart aan hangt, vind ik echtdat dat aan een nieuw kabinet is.De voorzitter:Op welke termijn? Is dat dan bij de Voorjaarsnota?Staatssecretaris Aartsen:Ik zal het voor de Voorjaarsnota sturen.De voorzitter:Oké, dank. Er is een vervolgvraag van mevrouw Zwinkels.Mevrouw Zwinkels (CDA):Dank voor deze toezegging. Volkomen begrijpelijk dat het op die manierwordt gepresenteerd; dat is akkoord. Ik heb in mijn eerste inbreng ook eenaantal vragen gesteld over bidirectioneel laden, maar dat onderwerp komtmisschien in een volgend blokje nog aan de orde. Ja, ik zie aan deStaatssecretaris dat dat zo is. Dan wacht ik dat antwoord even af; dank uwel.Staatssecretaris Aartsen:Het ligt bovenaan.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53430 Dan tellen we deze interruptie niet mee. Dan geef ik nu het woord aan deheer Schutz.De heer Schutz (VVD):In de eerste termijn refereerde ik eraan, leidend tot een vraag die nog nietbeantwoord is, dat u in overleg bent met de geconditioneerdvervoer-sector – zeg maar vrachtwagens met een koelsysteem erbovenop – en datu daarin samen op weg gaat. Ik heb in de eerste termijn de vraag gesteldof u dat overleg zou willen uitbreiden met de categorie waar ookmevrouw Zwinkels het over had: de Vereniging Afvalbedrijven. Daar zegtmen: we hebben geprobeerd om aan tafel te komen, maar dat is nietgelukt. Zou dat format niet kunnen helpen om de zorgen een beetje uit diesectoren te halen?Het is een kleine brug – ik heb ook dit in mijn eerste termijngenoemd – van elektrische voertuigen naar elektrische vaartuigen. Ook derecreatievaart is zo’n sector. Komt die in een volgend blokje? Ik zie dat datzo is. Oké, dan houd ik even mijn mond.Staatssecretaris Aartsen:De recreatievraag zit in het blokje varia dan wel overig.Er is nu wel een Convenant Duurzame Reinigingsvoertuigen. Dat gaatover afvalbedrijven en de reinigingssector. Ik zit even te zoeken waar ermisschien spraakverwarring zit. Laat mij hier anders in tweede termijneven op terugkomen, want, nogmaals, er is een Convenant DuurzameReinigingsvoertuigen en daar zouden deze partijen aan tafel moetenzitten. Er is ook geen reden om die partijen níét aan tafel te hebben, dusals die wens er is ... Ik kan even dubbelchecken of dat zo is en of we diewens dan kunnen invullen, want volgens mij delen de heer Schutz en ik dewens om hen aan tafel te hebben. Dat is immers juist de weg voorwaarts.Iedere sector is anders, dus laten we het vooral per sector goed organi-seren middels die convenanten.De heer Schutz (VVD):Om de Staatssecretaris te helpen heb ik een checkvraag. Het gaat hier omde Vereniging Afvalbedrijven. Dus een check of die erbij zit of niet. Zit dieerbij, dan is het geen issue; zit die er niet bij, dan weten we waar we hetover hebben.Staatssecretaris Aartsen:We gaan het even checken en komen er in tweede termijn op terug.De voorzitter:Dank voor uw toelichting. Ik kijk even of er nog interrupties op dit blokjezijn. Dat is niet het geval. Dan kan de Staatssecretaris door naar zijnvolgende blokje.Staatssecretaris Aartsen:Dat blokje gaat dus over de laadinfrastructuur en netcongestie. Aan deene kant is dat natuurlijk een veelgehoord probleem. Aan de andere kantproberen we in de nationale routekaart ook echt goed te bekijken hoe wedat zo kunnen organiseren dat het ook echt wel kansen biedt. Het is nietéén of nul. Er zijn allerlei creatieve oplossingen, bijvoorbeeld gedeeldelaadpalenhubs en laadpleinen op bedrijventerreinen. Het gaat ook om vanelkaars punten gebruikmaken, slim delen van stroom, slim laden, maarook terugleveren, het bidirectioneel laden. Ik werk op dit moment ook aaneen nationale routekaart bidirectioneel laden. Dat is een hele mond vol.Een van die versnellingen kan een kans zijn om het daar waar deproblemen ten aanzien van netcongestie echt hardnekkig zijn, slim teorganiseren. Dat geldt natuurlijk zowel voor de particuliere als de zakelijkemarkt. Ik kan u toezeggen dat ik deze nationale routekaart voor de zomerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53431 met uw Kamer kan delen. We werken op dit punt samen met eenEuropese coalitie van landen. We werken samen met marktpartijen om ditte kunnen opschalen. Ik zal er ook voor zorgen dat we het punt vanmevrouw Zwinkels over de dubbele energiebelasting kunnen meenemenen adresseren in deze routekaart, want dat is een knelpunt. Dat zal echterwel een besluit vragen van een nieuw kabinet richting het Belastingplan,maar we kunnen het zeker adresseren in die nationale routekaart, zodateen nieuw kabinet daarover netjes een beslissing kan nemen.De heer Van Asten vroeg mij of wij bereid zijn om gemeenten te onder-steunen bij de transitie naar snellaadstations. Het antwoord daarop is ja.Wij hebben een Nationale Agenda Laadinfrastructuur, juist met debedoeling gemeenten te helpen bij waar zij tegenaan lopen. Ik mocht zelfook spreken op de nationale conferentie op het gebied van duurzaamvervoer. De heer Van Asten sprak over een petitie van Grond voorVerandering. Ik denk dat het verstandig is om te bekijken of ook dezepartijen kunnen aansluiten bij die Nationale Agenda Laadinfrastructuur.Dat is namelijk de plek waar alle partijen, netbeheerders, gemeenten,provincies et cetera et cetera, aan tafel zitten.De heer Schutz vroeg mij naar de prijstransparantie. De heer Van Astenstelde daar ook een vraag over. Sinds 2020 heeft de ACM geen nieuwoordeel meer gegeven over de prijstransparantie. We zien echter wel in delandelijke benchmarks dat de prijstransparantie op dit moment aan hetstagneren is, dus wij zijn hierover een nieuw gesprek met de ACM gestart.Ik kan u toezeggen dat ik de Kamer in juni in de laadinfrastructuurbrief zalinformeren over de nieuwe inzichten ten aanzien van prijstransparantie.Dat is in juni van dit jaar.Tot slot van dit blokje de vraag wanneer het plan Stopcontact op Landgereed is. Het leerprogramma Stopcontact op Land is afgerond en aan hetuitvoeringsplan wordt op dit moment gewerkt. Veiligheid is zeker eenpunt dat in het uitvoeringsplan wordt meegenomen. Het voornemen is nuom in 2027 met de eerste veilingen van de verzorgingsplaatsen te starten.Ik zeg er natuurlijk wel bij dat dit een hangijzer is waarbij ik graag verwijsnaar de Minister van IenW. Dit is natuurlijk een al lang lopende discussiemet allerlei gevoeligheden. Dit is in ieder geval het voornemen van hetkabinet, maar ik denk dat het wel verstandig is om daar inhoudelijk nogverder over te spreken met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat.De voorzitter:Ik zag dat de heer Schutz nog een vraag heeft.De heer Schutz (VVD):Met enige aarzeling, die ’m zit in het feit dat het misschien terloops al islangskomen en dat ik dat heb gemist. Ik heb in de eerste termijn naar debrief verwezen. Daarin wordt aangegeven dat met name middelgrotebedrijven in de logistiek een probleem hebben, want die moeten eengrotere netaansluiting hebben. Dat betekent dus dat je door netcongestiedie grotere aansluiting weleens niet zou kunnen krijgen. Zijn er voor diebedrijven oplossingen, anders dan later wel grotere aansluitingen bieden,door bijvoorbeeld die ontheffing langer door te laten lopen? Het kan algeadresseerd zijn, maar daar ben ik niet helemaal zeker van, vandaar decheckvraag.Staatssecretaris Aartsen:En dan bedoelt de heer Schutz de zero-emissiezones?De heer Schutz (VVD):Ja, want uiteindelijk word je daar gemeten.Staatssecretaris Aartsen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53432 Helder. Ja, die ontheffingsmogelijkheid is er. Netcongestie is eenlandelijke ontheffingsmogelijkheid. In beginsel is dat voor twee jaar.Daarna is het gratis te verlengen. Daarnet heb ik aan de heer Schutz enmevrouw Zwinkels toegezegd dat we nog zullen bekijken of die twee jaarniet onnodige onzekerheid met zich meebrengt. Er zit een rationale achter,maar ik kan me voorstellen dat bedrijven denken: mijn netcongestie isover twee jaar ook nog niet opgelost, en dan? Misschien is het verstandigom, als we dat zeker weten, bijvoorbeeld uit een brief van de netbe-heerder, te bekijken of we die twee jaar alvast kunnen oprekken, zodat jeiets meer zekerheid hebt aan de voorkant.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Staatssecretaris Aartsen:Dan gaan we naar de duurzame brandstoffen. Er zijn een aantal vragenover de RED III gesteld. Ik wijs er wel op dat de RED III met terugwerkendekracht wordt ingevoerd per 1 januari 2026, maar op dit moment nog terbehandeling voorligt in de Eerste Kamer. De RED III is een Europeseverplichting – een goede verplichting, denk ik – voor het bijmengen vanbiobrandstoffen. Zo bied je partijen die het op dit moment lastig vindenom over te stappen op elektriciteit of waterstof, toch de mogelijkheid omCO2 te besparen met biobrandstoffen. Ik denk dat dat the best of bothworlds is in de fase waarin we nu zitten.RED III is een Europese verplichting die Nederland dus samen met alleandere landen moet doorvoeren. We hebben daar flink over gesproken inde Kamer. Ik heb in de afgelopen maanden voor het dilemma gestaan watwe doen met de inwerkingtreding en de ons omringende landen Duitslanden België. Dat is echt een flink dilemma geweest. We zien namelijk datDuitsland heeft besloten om de verplichting niet te laten gelden voor descheepvaart. Dat heeft als consequentie dat automobilisten meer zullenmoeten betalen. Die keuze heeft Duitsland wel gemaakt en Nederland niet.Ik denk trouwens dat dat verstandig is. We hebben daar ook met de Kamerover gesproken. De scope in Duitsland is dus afwijkend, maar Duitslandheeft wel besloten om exact hetzelfde tijdpad te kiezen als Nederland,namelijk met terugwerkende kracht per 1 januari 2026.Het ingewikkelde is dat België het spiegelbeeldige heeft gedaan en descheepvaart er in principe wel onder laat vallen. Ondanks het feit datNederland een MoU met België heeft afgesloten ten aanzien van dedatum van inwerkingtreding, is het waarschijnlijk dat België 1 januari 2027als datum van inwerkingtreding heeft. We zitten dus echt in een heelingewikkelde spagaat waarbij beide landen iets spiegelbeeldigs doen enwij als Nederland daartussenin zitten. Ik ben begonnen hierover een pittiggesprek te voeren met de Belgische ambassadeur. Ik vind namelijk dat weelkaar in dit hoekje van Europa waar de scheepvaart groot is, niet hetleven zuur moeten maken, maar dat we juist moeten proberen elkaar niette beconcurreren op tijdstippen waarop we Europese wetgeving, die weuiteindelijk allemaal moeten invoeren, in laten gaan. Want daardoor krijgje bunkerconcurrentie. Met alles wat er in de wereld speelt, lijkt het mijerg onverstandig om dat op dit kleine stukje aarde met elkaar te gaandoen. Ik heb aangegeven dat ik het jammer vind dat het op deze manierloopt. Ik had in de Kamer toegezegd dat ik hier met de Belgen over zouspreken en dat heb ik dus ook gedaan. Dat is één.Ik heb ook gekeken naar mitigerende maatregelen. Die hebben we ookgenomen. Ook dit was weer een dilemma, want je hebt de koplopers diebelangen hebben en je hebt de brandstofleveranciers die al hebbeningekocht en te maken krijgen met afwijkende situaties. Maar je hebt ookde belangen van de scheepvaart en het risico op bunkerconcurrentie enhet verschuiven van die markt. Ik kan u zeggen dat dit best eeningewikkeld dilemma was. Ik heb met al die partijen gesproken overTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53433 oplossingen. Ik heb geprobeerd een oplossing in het midden te zoeken diehet voor alle partijen misschien net niet of net wel is, maar het is in eendemocratie soms verstandig om ergens in het midden uit te komen. Wehebben besloten om de percentages voor de scheepvaart in 2026 watminder te laten zijn, zodat we de pijn een beetje verdelen over debrandstofleveranciers, de koplopers en de scheepvaart. Zo konden we eenbeetje in het midden uitkomen. Dat betekent dat hiermee het prijsverschilvoor de bunkerdiesel tussen Nederland en België niet helemaal wordtweggenomen, maar wel wordt gedempt. Op basis van wat we nu weten,is dat een goed compromis geweest. Zoals toegezegd aan de Kamer,monitoren we jaarlijks de ontwikkelingen die deze verplichting heeft in deons omringende landen, zowel voor de brandstofleveranciers als voor deproducenten. Dat misschien in het algemeen.Daarmee heb ik dus ook de vraag van de heer Schutz beantwoord overkoplopers die hierdoor worden afgeremd. Het eerlijke antwoord is dus ja.We hebben echt geprobeerd om het in een goeie balans te doen eniedereen een beetje pijn te laten pakken. Op die manier hebben wegeprobeerd het met elkaar te verdelen.De heer Schutz vroeg me ook hoe het met Duitsland zit. Ik heb netaangegeven dat ze daar qua tijd hetzelfde zitten als wij in Nederland, maardat zij ervoor gekozen hebben om geen verplichtingen op te leggen aande scheepvaart. Ons inzicht is dat dit in de huidige marktomstandighedenin Nederland geen probleem hoeft te zijn, maar we blijven het welmonitoren.Dan de massabalanssystematiek, waar de heer Schutz naar vraagt. Ookdaar heb ik een aantal maanden geleden natuurlijk veel over gesprokenmet voorgangers van u. Er wordt gevraagd of ik in de volgende voort-gangsbrief daarop in zou willen gaan. Het antwoord daarop is ja. Dat wil ikgraag doen. We hadden eigenlijk gehoopt om voor het einde van 2025 eenupdate te hebben over hoe het zit met het verduidelijken van die regels;dat had de Europese Commissie ook toegezegd. Hier zit dus het probleemdat Nederland de Europese regels volgt. Als die de ene kant op gaan,zullen wij het ene doen. Als die de andere kant op gaan, zullen wij hetandere doen. Het probleem is nu dat er onduidelijkheid is, waardoor eenland als België – het was toch België? – er een andere interpretatie van dieregels op nahoudt. Dat vinden wij niet goed. Vandaar dat wij er bij deEuropese Commissie op hebben aangedrongen – dat doen we nogsteeds – om met die verduidelijking te komen. Dan weten we wat deregels zijn en dan zullen zowel Nederland als België zich daaraan houden.Een gelijk speelveld is namelijk altijd in het belang van Nederland.De heer Goudzwaard vroeg mij iets over de mestvergisting. Ik kan umelden dat biomethaan in de brandstoftransitieverplichting meetelt alseen volwaardige hernieuwbare brandstof.Voorzitter. Daarmee heb ik volgens mij de vragen over RED III proberen tebeantwoorden.De voorzitter:U bent door uw interrupties heen, meneer Heutink.De heer Heutink (PVV):Dat is leuk, voorzitter, maar ik heb het in een derde van mijn bijdrage overETS2 gehad en de Staatssecretaris heeft er geen woord over gesproken.Staatssecretaris Aartsen:Dat zit in het kopje overig. Dit ging over RED III en andere verplichtingen.De voorzitter:Geduld is een schone zaak.Staatssecretaris Aartsen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53434 Voorzitter. Ik zal mijn blokjesstructuur gaan evalueren.De voorzitter:Ik kijk of er een ander Kamerlid is dat in dit blokje nog een interruptie zouwillen plegen. Dat is niet het geval. Dan gaat de Staatssecretaris door metzijn volgende blokje.Staatssecretaris Aartsen:Dat is het blokje deelmobiliteit. Daar is het ook veel over gegaan. Ik denkdat de deelmobiliteit een mooie modaliteit is. Ik denk alleen dat het welgoed is om hier ook weer een beetje het midden op te zoeken. Op ditmoment is 0,09% van alle auto’s in Nederland een deelauto. Dat is heel,heel, heel, heel gering. Dat staat dus ook echt nog in de kinderschoenen.Kijk naar hoe Nederlanders auto’s gebruiken en hoe zij auto’s ervaren. Ikdenk dat dit nooit de kurk gaat worden waar ons mobiliteitsbeleid opdrijft. Ik denk dat het belangrijk is om dat hier ook wel even neer te zetten.Ik denk wel dat het een mooie aanvulling is op de hele beschikbaremobiliteitsmix en dat het in veel gevallen ook verstandig en goed is omhet op die manier te doen. Denk bijvoorbeeld aan binnensteden of aanmobiliteit die je soms voor je werk nodig hebt. Ik merkte het zelf. Ik ben inhet kader van laadinfrastructuur op werkbezoek geweest bij WattHub opde Maasvlakte. Dat is een heel ingewikkeld terrein om te bereiken met hetopenbaar vervoer of de ov-fiets, kan ik u zeggen. Een van onze mensenhad hiervoor gelukkig toegang tot een deelauto. Voor dit soort situaties entoepassingen is het natuurlijk heel fijn dat je als je niet zelf in het bezitbent van een auto, een deelauto kunt gebruiken. Daarom denk ik dat hetgoed is dat we dit ook volwaardig en goed meenemen in het mobiliteits-beleid.We moeten echter niet de illusie wekken dat dit nou de oplossing voor alleproblemen in de mobiliteitsmix gaat zijn en dat alle Nederlanders ooit inhet bezit zullen zijn van een deel... Hier ga ik de mist in! Ik bedoel: dat alleNederlanders ooit gebruik zouden gaan maken van deelmobiliteit. Wemoeten het volgens mij juist stimuleren op de plekken waar het echt eengoeie oplossing kan zijn. Dat is waar ruimtegebrek een probleem is, waarhet druk is en waar er sprake is van eenmalig gebruik. Of het is voormensen die nu geen auto kunnen bezitten omdat het te duur is, omdat zeer geen plek voor hebben of omdat ze er te weinig gebruik van maken. Alsze dan naar een plek moeten waar weinig openbaar vervoer is of waar jeniet met de fiets kunt komen, dan is het een mooie oplossing. Datbetekent dus dat we het goed moeten regelen.Daar waren een aantal vragen over gesteld. De heer Van Asten vroeg mijiets over de definitiekwestie, omdat je die definitie ook op een aantalplekken wil kunnen toepassen, bijvoorbeeld in de fiscaliteit of als eenwerkgever het goed wil kunnen organiseren. Ik kan u dus toezeggen dat ikga werken aan een definitie van deelmobiliteit. Ook gaan we kijken hoe jemet modeldefinities kunt gaan werken, zodat je die toe kunt gaan passenop de verschillende doelstellingen, maar ook mee kunt nemen in defiscaliteit en de handhaving. Dit is natuurlijk wel een flink klusje; die heb jeniet zomaar toegepast, omdat er allerlei verschillende modaliteiten zijn.Maar ik kan u toezeggen dat wij aan de slag gaan met modeldefinitiesvoor deelmobiliteiten. Ik zal de Kamer op de hoogte houden van devoortgang. Dan gaat u ongetwijfeld vragen wanneer. Ik ga even naarrechts kijken, zodat ik mensen niet onnodig over de kling ga jagen quatijdsdruk. Ik krijg naast me het advies om dat in april te gaan doen. Ik hoopdat u daarmee genoegen neemt. Heel goed. Fijn.Dan de vragen over de pilot voor deelmobiliteit voor ambtenaren. Iknoemde net al een voorbeeld waarbij er succesvol gebruik is gemaakt vande pilot voor deelmobiliteit voor ambtenaren. Die waren zeer content. Datheb ik in ieder geval N=1 begrepen. Dat is positief. De pilot is ook bedoeldvoor woon-werkverkeer en zakelijk gebruik. We verwachten in de eersteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53435 zes maanden hiermee wel een goed beeld op te kunnen halen. Dit is zo’ntoepassing waarmee je iets optioneel aanvullend mogelijk maakt voorambtenaren. Ik denk dat het enorm goed is om dat op die manier te doen.Ik wijs er wel op dat de structurele invulling als het gaat om de 21nieuwbouwlocaties echt lokaal aangewezen is. De gemeente moet lokaalbeslissen of iets past bij de lokale context. Het is dus aan gemeenten zelfom dat op die manier in te vullen. Dat was het ten aanzien vandeelmobiliteit.De voorzitter:Ik zie dat de heer Van Asten een interruptie heeft. Het woord is aan u.De heer Van Asten (D66):Dank voor het feit dat u met die definitie komt; die is erg nuttig. Over die21 gebieden: het is inderdaad zo dat er gemeentelijke autonomie geldt.Als oud-wethouder kan ik daar alleen maar heel blij mee zijn. Maar hetgaat erom dat er een enorme landelijke opgave ligt ten aanzien van hetbouwen van die tienduizenden woningen. Deelmobiliteit is daarvoor echtabsoluut noodzakelijk. Ik merkte bij de Staatssecretaris toch enigeterughoudendheid in het enthousiasme over het gebruik van deelmobi-liteit, behalve die ene keer dat hij er zelf gebruik van maakte, naar deMaasvlakte. Het punt is dat gemeentes worstelen om dit voor elkaar tekrijgen en dat ontwikkelaars dit niet voor een langere termijn kunnenvastleggen. Vervolgens wordt er dan gezegd: dan is de vraag er niet. Diedeelmobiliteit is er dan vervolgens niet, terwijl er nu wel, met allesubsidies van zowel IenW als VRO, hele wijken worden neergezet met hetidee dat mensen minder eigen auto’s zullen hebben en aangewezen zullenzijn op de mobiliteiten van lopen, fietsen, ov en dus die deelmobiliteit.Vandaar dat wij wel degelijk een grote rol zien als het gaat om hetaanbieden van deelmobiliteiten, of in ieder geval het structureren van hetaanbod van deelmobiliteit, ook naar aanleiding van die Leidraad deelmo-biliteit in vastgoed- en gebiedsontwikkeling. Daar komen goedevoorstellen uit, maar daar komt ook wel uit – dit zeg ik uit eigen ervaring;ik leg ook mijn N=1 op tafel – dat dit absoluut noodzakelijk is. Ik zou graagnog een reactie willen hebben op dat punt van die terughoudendheid.Staatssecretaris Aartsen:Nogmaals, ik ben terughoudend omdat ik denk dat het echt ook aangemeenten zelf is om dat in te vullen. Ik zie niet hoe een landelijkeoverheid deelmobiliteit moet gaan aanbieden of moet gaan structureren.Dat moeten private initiatieven zijn. Als je daar lokaal ruimte aan wilgeven, zal dat ook echt in de lokale context moeten gebeuren. Wijproberen dat met kennisoverdracht op een goede manier te doen. Weproberen dat ook met pilots te doen. We hebben gisteren ook deMIRT-brief naar uw Kamer mogen sturen. Ook vanuit daar wordt er, opverzoek van uw Kamer, geld uitgetrokken voor pilots rondom het goedfaciliteren van inclusieve deelmobiliteit. Ik denk dat dit ook echt iets is watzich binnen de lokale context moet gaan ontwikkelen. Die markt moet zichook gaan ontwikkelen. Dat hebben we ook met deelscooters gezien: diemarkt had een enorme opkomst. Dat is positief. Ik denk dat daar toenvanuit leefbaarheidsperspectief – dat hoef ik de heer Van Asten hier in hetHaagsche niet te vertellen – ook weer een aantal nadelen uit voort-kwamen. Het is dan ook belangrijk om zoiets op lokaal niveau te doen.Maar als de gemeenten behoefte hebben aan betere landelijkehandvatten, bijvoorbeeld wat betreft die definities, dan denk ik dat delandelijke overheid dat moet organiseren. Vandaar dat ik ook eentoezegging heb gedaan omtrent die landelijke modeldefinities.De voorzitter:Helder. U kunt verder, Staatssecretaris.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53436 Staatssecretaris Aartsen:Voorzitter. Dan kom ik bij het dikke mapje «overig». Ik begin met devragen van mevrouw Van der Plas over Schiphol. Dan ga ik echt verwijzennaar de Minister van IenW. Gisteren heeft de Kamer gevraagd om eenbrief te sturen over de situatie daar. Die zullen wij als ministerie netjessturen. We hebben volgende week de begrotingsbehandeling, waar dezeonderwerpen ook aan bod komen. Er zijn heel veel vragen gesteld overprivate bedrijven, Schiphol en KLM. Het beleid van IenW staat daar losvan. Die kan en ga ik dus niet beantwoorden in dit debat. Het is echt aande Minister en vervolgens ook aan die partijen zelf om daar antwoord opte geven.Voorzitter. Er zijn een paar vragen gesteld over de CO2-emissienormen. Opdit moment loopt hier een debat over in Europa. Nederland heeftgeprobeerd om hierin een middenpositie te bepalen. Er zijn een aantalferme moties aangenomen in de Kamer. Het kabinet heeft de lijn dat hetbelangrijk is om in Europa koers te houden op het gebied van elektrificatiedoor middel van die CO2-normen, maar dat het verbod op verbrandings-motoren altijd een middel moet zijn en nooit een doel op zichzelf. Het iseen middel om er te komen, niet een doel. Je moet oog hebben voorknelpunten. Daarom wachten wij eerst af wat de Europese Commissie erin de evaluatie over zegt. Die hebben we inmiddels binnen. We broedenop dit moment op een BNC-fiche. Die zullen we ook naar uw Kamersturen.Maar overal, ook in de Europese Raad, heb ik een aantal keren gezegd datwe hierbij steeds weer het midden moeten vinden. Voor het overgrotedeel van de mobiliteit zal elektrificatie het belangrijkste zijn. Het is ookbelangrijk om daar koers in te houden. Maar er zullen ook een aantalspecifieke gevallen zijn. Denk aan «hard-to-abate»-situaties, of situatieswaarbij het noodzakelijk is voor de long range. Daarbij is een vorm vanverbranding, in combinatie met elektriciteit, toch een mogelijkheid. Dat isdenk ik ook het gesprek dat we in Brussel moeten voeren. Laten we hiergeen ideologische totempalen van maken, de ene kant op of de anderekant op. Laten we gewoon heel praktisch kijken hoe we ervoor zorgen datde massabeweging – ik noemde het net al gekscherend: huis-tuin-en-keukenauto’s – dus het overgrote deel van de personenauto’s, netjeselektrisch wordt, op een betaalbare en beschikbare manier. Maar je moetook oog hebben voor situaties waarbij het echt knelt, waarbij het echtvervelend wordt. Dat is in ieder geval de pragmatische lijn die ik ook inBrussel zal hanteren.Dan zijn er een aantal vragen gesteld over de fietsmobiliteit, of actievemobiliteit, zoals we dat op het ministerie noemen. Die maakt echtintegraal onderdeel uit van de mobiliteitsmix. We proberen dit ook mee tenemen in de hele woningbouwopgave. We hebben dus middelenvrijgesteld voor de WoMo-gelden. In de verdeling is actieve mobiliteitmeegenomen, zodat je juist bij de nieuw te bouwen wijken goed aan devoorkant nadenkt over hoe je de fiets daar een goede plek in gaat geven.Kun je ook de combi maken van fiets, auto en ov? Het is heel belangrijkom dat te doen.Voorzitter. Dan de harmonisatieslag in de watersportsector. Bij lokaalbeleid zitten we weer met het probleem – of probleem, dat is een feit – dathet ook een lokale afweging is. Wij gaan daar niet over. Ik zie het natuurlijkwel knellen. Ik zal deze vraag nog even terugnemen in de tweede termijn,of in de anderhalve termijn. Ik neem deze vraag even mee naar de tweedetermijn, omdat de heer Schutz ook vroeg hoe we omgaan met onder-nemers die aangeven dat zij graag in gesprek willen over de vraag hoe zijdit kunnen harmoniseren. Ik kom er in de tweede termijn op terug, zodatik er goed antwoord op kan geven.Wanneer komt de notificatieregeling vereniging van eigenaren? Hoe gaatdie helpen? De notificatieregeling valt onder het Ministerie van mijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53437 collega van VRO. Ik kan namens haar melden dat het wetsvoorstel medio2026 wordt verwacht.Dan zijn er nog een aantal vragen gesteld over de administratieveverlichting voor het midden- en kleinbedrijf. Zoals ik al eerder aan u hebgemeld, heeft het kabinet besloten om de rapportageverplichting voor hetmidden- en kleinbedrijf af te schaffen. Ik denk dat dat een belangrijksignaal is. Ik denk dat deze, net als heel veel regels overigens, ooit isbedoeld als goede intentie, om bewustwording bij het midden- enkleinbedrijf te creëren ten aanzien van verduurzaming en het CO2-gebruikbij het woon-werkverkeer van werknemers. Maar vanaf dag één van deinvoering zagen we dat heel veel ondernemers het als een papieren tijgerervoeren. Dan kun je met je vinger wijzen en zeggen: het was zijn schuld,het was zijn idee of hij heeft ertoe besloten. Dat is een tijdje gebeurd. Ikben van de school dat het dan vooral belangrijk is dat je een beslissingneemt. Dat heb ik gedaan toen ik ongeveer een maand Staatssecretariswas. Ik heb besloten om die rapportageverplichting voor het midden- enkleinbedrijf af te schaffen. Dat zijn we nu heel snel in gang aan het zetten.Ik heb in de tussentijd aan de gemeenten gevraagd om terughoudend tezijn met de handhaving.Volgens mij moeten we dat altijd op die manier doen bij regels. Vaak isiets een goed idee, maar als het is ingevoerd en het geen goed idee meerblijkt te zijn, moet je volgens mij ook gewoon het besluit durven te nemen.Ik denk dat het heel verstandig is dat we dat op die manier doen.Dan de volgende vraag. Ik heb er nog heel veel. Ik heb nog heel veelblaadjes.De voorzitter:Mevrouw Zwinkels heeft een interruptie. Ik kijk ook even naar de tijd. Wehebben ook nog een tweede termijn, dus als u uw interruptie in de tweedetermijn kwijt kunt, scheelt dat misschien qua tijd. Die overweging laat ikaan u.Mevrouw Zwinkels (CDA):Mijn interruptie gaat precies over de twee concrete punten die deStaatssecretaris net heeft behandeld, dus het lijkt me handig om er nu opdoor te vragen. Ik was benieuwd of die notificatieregeling daadwerkelijkmeteen in werking treedt vanaf de zomer. Die vervolgvraag had ik gesteld.Over het afschaffen van de rapportageverplichting had ik gezegd: steundaarvoor, mits we kijken hoe we kleinere bedrijven ondersteunen metduurzame mobiliteit, bijvoorbeeld met het opstellen van een fietsplan.Kan de Staatssecretaris toezeggen dat dat gebeurt?Staatssecretaris Aartsen:Ja, dat laatste kunnen wij toezeggen. Er is de COVER-subsidie. Ookinformatievoorzieningen zijn beschikbaar. Best practices zoals fietsrege-lingen staan centraal bij het RVO-informatiepunt. Ook de campagne «Zetook de knop om» wordt daarin meegenomen. Dat kan ik dus toezeggen. Ikkan geen antwoord geven over het wetsvoorstel van VRO, want dat zitecht bij de Minister van VRO. We hebben doorgekregen dat hetwetsvoorstel medio 2026 komt. Hoe dat exact zit, zult u toch echt aan mijncollega moeten vragen.Voorzitter. De heer De Hoop vroeg naar de export van giftige brandstoffen.We hebben daar inderdaad een stap op gezet, maar het is voor Nederlandaltijd belangrijk om dat in internationale context te doen. Daarom heeftNederland het initiatief genomen voor brede internationale afspraken. Erzijn al afspraken met de Benelux Unie. We zijn op dit moment bezig omdie uit te breiden naar ofwel andere landen, ofwel de gehele EuropeseUnie. Dat doen we in samenspraak met de Inspectie Leefomgeving enTransport.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53438 De heer Goudzwaard stelde een vraag over de vrachtwagenheffing en haddaar een heel concrete casus bij. Ik moet u in beginsel verwijzen naar deMinister. De Minister is namelijk verantwoordelijk voor de vrachtwagen-heffing. Ik heb goed gehoord wat u heeft gezegd in deze casus. Volgensmij is dit een belangrijk signaal. Ik zal de casus die de heer Goudzwaardheeft uitgesproken, delen met de Minister. Ik zal hem vragen om ditsignaal serieus te nemen, zoals we met alles doen, en hem verzoeken omdaar op korte termijn op terug te komen. We hebben volgende week debegrotingsbehandeling. Ik zal de Minister verzoeken om daar tijdens ofvoorafgaand aan de begrotingsbehandeling netjes op terug te komen,zodat de heer Goudzwaard dat kan betrekken bij de begrotingsbehan-deling, waar we elkaar hopelijk gaan zien.De heer Heutink heeft mij een vraag gesteld over ETS. Ik denk dat hetgoed is om te melden dat de bedragen die hij noemde, niet overeen-komen met wat op dit moment de benzine kost. Het kabinet heeftnatuurlijk besloten om de accijnskorting door te trekken. Dat is volgenshet kabinet in ieder geval verstandig om te doen. De Kamer heeft daar inhet Belastingplan een ander oordeel over geveld. Het is niet de verant-woordelijkheid van het kabinet. Wij hebben een eerste voorstel gedaan.Wij dachten en denken nog steeds dat dat verstandig is voor de mensendie afhankelijk zijn van de auto. Het ETS zal niet alleen in Nederland gaangelden; daar moeten we wel eerlijk over zijn. Dat gaat ook in Duitslandgelden. Het prijsverschil tussen Nederland en Duitsland is op dit momentongeveer € 0,15 en dat is het eigenlijk ook al jarenlang. Hoe hoger debenzineprijs in Nederland is, hoe aantrekkelijker het simpelweg inabsolute euro’s wordt om de grens over te gaan. Hoe hoger de prijs inNederland is, hoe vervelender het namelijk is om je auto vol te gooien,zeg ik ook even als particulier persoon. Die trek zien we natuurlijk al eentijdje gebeuren. Op dit moment lopen er gesprekken over ETS2. Die zullenwij als Nederland ook voeren in Europees verband. Volgens mij heb ik danalle vragen in het blokje overig zo goed als mogelijk geprobeerd tebeantwoorden.De voorzitter:Ik geef de heer Van Asten het woord.De heer Van Asten (D66):Ik had nog even gewacht, want ik dacht dat het misschien bij het blokjeoverig zou komen. Ik vond de vraag die ik stelde vrij fundamenteel. Dieging namelijk over de veranderende Europese context. De steun dieNederland heeft uitgesproken voor het voorstel om de CO2-doelen voorde automotivesector te verlagen, zorgt er natuurlijk wel voor dat wijuiteindelijk die klimaatneutrale mobiliteit in 2050 veel lastiger gaanbereiken. Daar zijn dus extra maatregelen voor nodig. Ik was eigenlijk welbenieuwd welke maatregelen daar dan voor in de plaats komen volgensde Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Er zitten een paar aannames in het verhaal van de heer Van Asten die niethelemaal correct zijn. Nederland heeft niet actief gepleit voor het verlagenvan de CO2-normen in Brussel. Wij hebben, ook in reactie op de motiesdie in deze Kamer zijn ingediend, gezegd dat wij het doel van elektrificatiesteunen, dat het dan logisch is dat de CO2-normen gelden, maar dat deCO2-normen niet een doel op zichzelf of een heilige graal zijn, maar eenmiddel om ervoor te zorgen dat wij elektrificatie van het wagenparkmogelijk maken. We hebben dat ook steeds vrij consistent gezegd. Als wezien dat het knelt, moeten we ook openstaan voor de situaties waarin hetknelt. Vandaar dat wij hebben gezegd: wij houden niet principieel vast aanhet verbod op de verbrandingsmotor. Je moet openstaan voor deevaluatie. Die evaluatie is nu gekomen. Het kabinet is op dit moment bezigTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53439 om een BNC-fiche op te stellen. De Europese Commissie heeft eenvoorstel gedaan voor 90%. Die andere 10% moet op een andere manierworden ingevuld. We moeten even goed kijken naar hoe dat past. Dat zeiik al. Ik denk dat hier vooral een pragmatische houding verstandig is, enniet een ideologische discussie waarbij het verbod op de verbrandings-motor in 2035 een soort van totempaal is. We moeten op een gegevenmoment gewoon pragmatisch kijken. Voor welke voertuigen is hetverstandig om die CO2-normen vast te houden? Waar is dat ook geenenkel probleem, of een beperkt probleem dat je kunt oplossen met anderemitigerende maatregelen? En waar zie je dat het gewoon echt knelt of pijndoet? Je moet dan ook openstaan voor die knelpunten. Die houding heb ikook richting mijn collega’s in Brussel uitgesproken. Van nieuwe nationalemaatregelen ten aanzien van dit voorstel is op dit moment geen sprake.We liggen op koers als het gaat om het mobiliteitsdoel. We proberen iederjaar bij de KEV en de Voorjaarsnota te kijken welke maatregelen op datmoment genomen moeten worden om de doelen vast te houden, gelet opde markt.De voorzitter:Dank, Staatssecretaris. Dan gaan we nu door naar de tweede termijn. Ikzou dan als eerste de heer Van Asten namens D66 het woord willengeven.De heer Van Asten (D66):Ik wilde de laatste opmerking van de Staatssecretaris nog net op gaanschrijven voor de tweede termijn, maar die pak ik dan gelijk op.Ik ben blij met de beantwoording van de Staatssecretaris, behalve van delaatste vraag. Er was een toezegging voor Grond voor Verandering om tekijken of er een transitie mogelijk is naar gemeentelijke laadstations daarwaar nu nog tankstations zitten. Heel fijn dat zij kunnen aansluiten bij diegesprekken.Ik had het punt van de deelmobiliteit nog opgeschreven. Dit is niet vooralle Nederlanders een oplossing, maar wel voor een heleboel. Ik denk datwe hier dus juist aan de vooravond staan van een grote toekomst voor desector van de deelmobiliteit. We hebben hem keihard nodig, zoals ik al ineen interruptie aangaf. Anders kan er simpelweg niet gebouwd worden.Je kan niet in hoge dichtheden bouwen en tegelijkertijd maximaleparkeernormen voor privéauto’s houden. Dat zal in de Randstad net evenanders liggen dan in Brabantse dorpen, zeg ik erbij.De tien nieuwe steden zullen hier juist heel veel baat bij hebben. Laten wedaar dus koploper in zijn. Ik broed er nog op om hier toch nog met eenmotie over te komen in een debat dat ik hierover zou willen hebben.De voorzitter:Als dat het geval is, zult u nu een tweeminutendebat aan moeten vragen.De heer Van Asten (D66):Bij dezen graag. Ik beëindig het stuk toch nog weer met de EU-wetgeving.De Staatssecretaris en ik zitten net op het andere spoor, niet zozeer overwelke beslissing er dadelijk in Europa wordt genomen en of dat nou welof niet die 90% is. Ik zou er voorstander van zijn om de autolobby vanuitsommige landen niet direct hun zin te geven.De voorzitter:U moet wel echt afronden, meneer Van Asten.De heer Van Asten (D66):Ik kom tot mijn afronding, voorzitter. Het gaat wel effect hebben. Als heteffect is dat hierdoor in Nederland langere tijd auto’s met verbrandings-motoren gaan rondrijden, betekent het dat het lastiger wordt omTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53440 klimaatneutrale mobiliteit in 2050 te bereiken. Als we het doel wel voorogen willen houden, betekent het dat we andere maatregelen nodighebben. Ik vraag dus ook aan de Staatssecretaris: welke maatregelen zijndan mogelijk?De voorzitter:Helder. Ik heb het aan het begin van de tweede termijn niet helder genoeggezegd, maar in de tweede termijn hebben we een derde van despreektijd in de eerste termijn. Dat betekent dat eenieder 1 minuut en 20seconden aan spreektijd heeft. Ik geef nu het woord aan de heer Heutink.De heer Heutink (PVV):Voorzitter. De landelijke gemiddelde adviesprijs voor brandstof is vandaag€ 2,24, zeg ik tegen de Staatssecretaris voordat hij denkt zomaarKamerleden te kunnen corrigeren op feiten. Dit zijn de feiten. Het feit isook dat twee derde van die brandstofprijs bestaat uit belastingen enaccijns. Automobilisten worden gewoon uitgemolken. Met ETS2 wordt datnog vele malen erger.Tot slot. Ik wil nog even een ding zeggen over de rapportage. Ik wordeigenlijk een beetje moe van de stoerdoenerij als het gaat over debesluiten die de Staatssecretaris allemaal wel niet neemt. Het is namelijkniet meer dan normaal dat als de Kamer vraagt om een besluit in tetrekken of om een regel te schrappen, de Staatssecretaris dat gewoondoet en niet vervolgens hier gaat zeggen: o, kijk, ik ben hier de goedeStaatssecretaris, ik heb dit besluit genomen, kijk mij eens goed zijn. Hetwas een opdracht van de Kamer en het is de normaalste zaak van dewereld dat de Staatssecretaris dat gewoon uitvoert zonder de grote broekaan te trekken.Daar wil ik het bij laten.De voorzitter:Dan geef ik het woord aan de heer Schutz namens de VVD-fractie.De heer Schutz (VVD):Dank u, voorzitter. Wat betreft het ongelijke speelveld: dank aan deStaatssecretaris voor het eerlijke antwoord dat de worsteling die hij had,leidde tot een tussenoplossing. Op basis van zeer recente gegevens diemij bereikt hebben bij de binnenvaart, is er wat mij betreft wel eerder eenevaluatie nodig dan pas over een jaar. Het is prima om het over een jaar tedoen, maar de actualiteit vergt, juist vanwege die prijsprikkels en hetgevaar van bunkeren – meer ga ik er niet over zeggen, want het isstrategisch en daarom gevaarlijk – zou ik de Staatssecretaris wel willenvragen of hij eerder, misschien al wel deze maand, wil kijken met debinnenvaart hoe dat nu uitwerkt in de praktijk.Ik heb ook nog een vraag over bijmengen. Of dat met betrekking totbijmengingspercentages eventueel zou leiden tot een verhoging,bijvoorbeeld van 20% of zelfs 30%, met name met het oog op FAME.Ten aanzien van de toezegging over de Kamerbrief om de massabalans-systematiek de volgende keer te bespreken. Dat was al een toezegging diein de brief zat zoals we die vandaag behandelden. Of hij daar uitdrukkelijkook de luchtvaartbrandstof bij wil betrekken. Omdat het wachten is op deverduidelijking van het standpunt van de EU-Commissaris meneerJørgensen. Die is er inmiddels al een tijdje, maar er zit ook een verschilhoe wij daarnaar kijken en anderzijds België en Duitsland die fysiekleveren niet per se noodzakelijk vinden wat wij wel doen. Er zit dus eenverschil van benadering. Ik kom tot een afronding, voorzitter. Vrees niet.Dat vergt een nadere reactie. Ook op het rapport van Royal NLR en deadministration of SAF deliveries via CEPS.Mijn laatste punt gaat over een bevestiging over recreatievaart. Dat gaatinderdaad over de harmonisatie. Niet als vraag: wilt u alstublieft tegen deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53441 gemeente zeggen dat ze het niet doen, maar wel om vanuit hetzelfdeperspectief zoals we dat met wegvervoer doen om te kijken dat het geenlappendeken wordt. Omdat het anders een bewegend doel wordt.Dat was het, voorzitter.De voorzitter:Dank, voor uw bijdrage. De heer Goudzwaard van JA21 heeft geeninbreng in de tweede termijn. Ik kijk dan naar mevrouw Zwinkels van hetCDA.Mevrouw Zwinkels (CDA):Dank, voorzitter. Al onze vragen zijn beantwoord. Dank aan de Staatsse-cretaris. We willen wel graag deelnemen aan het tweeminutendebat omeventuele aanmoedigingen te doen. Dat laat ik bij dezen weten.De voorzitter:Dat kan via de plenaire Griffie, maar dat komt ongetwijfeld helemaal goed.Gezien de tijd zal ik even afzien van mijn tweede termijn namens deGroenLinks-Partij van de Arbeid-fractie. Ik vraag de Staatssecretaris of hijdirect kan beantwoorden. Dat kan hij. Het woord is aan hemStaatssecretaris Aartsen:Voorzitter, dank. Er zijn een paar opmerkingen gemaakt. Aanmoedigingenzijn altijd welkom. Als het gaat om deelmobiliteit en dat soort zakenprobeer ik gewoon te kijken hoe we dat ook echt kunnen vormgeven.Als het gaat om de EU-wetgeving wil ik het volgende zeggen. Wij voorziendaar op dit moment geen effect in, ook omdat het voorstel zich nog moetuittrillen. Er ligt nu een voorstel van de Europese Commissie. Daar gaanwe nog over spreken. Onze pragmatische inzet is het volgende. Wemoeten ook eerlijk zijn. De Kamer heeft tot twee keer toe een hele stevigemotie aangenomen over dit voorstel. Wij proberen daar als kabinet echteen soort goede middenpositie in te pakken. Dit gaat over «hard-to-abate»-situaties, over voertuigen waarbij het heel ingewikkeld is om opdie termijn een volwaardig elektrisch alternatief te hebben. Daar zijn ookallerlei andere varianten voor mogelijk. Daar proberen we volgens mij ookgoed naar te zoeken. We proberen om een beetje in balans te blijven: wewillen wel proberen de doelstellingen te halen, maar niet een middel toteen heilig doel te verklaren. Dat zal ook de lijn van het BNC-fiche zijn.De heer Heutink heeft het een en het ander gezegd over deCO2-rapportageverplichting. Volgens mij heeft de Kamer er in ieder gevalbij voorgangers van mij al regelmatig op aangedrongen om dat te doen.Toen ik aantrad was dat nog niet het geval. Daarom heb ik precies gedaanwat de heer Heutink mij vroeg, namelijk het besluit nemen om het af teschaffen. Dat hebben we zo gedaan.Voorzitter. We proberen zo snel mogelijk duidelijkheid te krijgen over demassabalans. Ik zal zo nog een paar specifieke vragen van de heer Schutzbeantwoorden.Hoe werken de mitigerende maatregelen van de RED III nu uit? Onssignaal is dat die in de prijs op dit moment nog niks doen. Die signalenhebben wij niet, maar ik vind dat ik dit soort signalen altijd serieus moetnemen. Ik denk daarom dat het verstandig is om het gesprek aan te gaanmet de scheepvaartsector om te horen wat daar nu de situatie is. Ik gadaar wel duidelijk over zijn: ik ga op dit moment niet nog meer maatre-gelen nemen, want het is echt een hele precaire balans. Ik denk echter dathet wel goed is om de signalen op te halen, zodat we die weten en eerderdan de monitoring mee kunnen nemen. Dat is de vraag van de heerSchutz over de mitigerende maatregelen van de RED III.Welke acties onderneemt de Staatssecretaris om meer FAME in diesel tekunnen bijmengen? De EU-Brandstofkwaliteitsrichtlijn stelt dat er 7%FAME op de markt moet zijn. In Nederland doen we dat met B7. Tot 10%Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53442 mag als het wagenpark dat aankan. TNO toonde aan dat voor veelvrachtwagens onbekend is of de garantie... Dit is geen lekkere zin. Dit zijnallemaal vragen die in de tweede termijn zijn gesteld. Ik heb ook nog eensetje vragen over de SAF-wetgeving. Ook die is vrij technisch. Vindt u hetgoed als ik daar schriftelijk gewoon netjes op terugkom? Anders ga ik nudingen voorlezen en doen we alles in de vluchtigheid, terwijl dat volgensmij geen recht zou doen aan de gestelde vragen en ook niet aan deuitgewerkte antwoorden. Ik doe die dus even schriftelijk af, als u datgoedvindt, voorzitter.De heer Schutz (VVD):Dat was ook de vraag.De voorzitter:Oké, dan voldoet de Staatssecretaris op die manier voldoende aan hetverzoek.Staatssecretaris Aartsen:Heel graag. De heer Schutz vroeg mij nog of de Vereniging Afvalbedrijvenis aangesloten bij het convenant. We hebben dat even nagevraagd. Zij isop dit moment geen lid van het convenant. Echter, iedereen die wilaansluiten, is natuurlijk van harte welkom. Wij zullen de koffie dusklaarzetten, contact opnemen en de Vereniging Afvalbedrijven uitnodigenom daaraan deel te nemen.Tot slot de laatste vraag, over de watersportsector. Zoals ik al zei, is het inbeginsel een lokale aangelegenheid. Wel kan ik toezeggen dat wij ookdaarover het gesprek zullen aangaan, dus over de vraag waar nouspecifiek behoefte aan is en hoe we dat op een goede manier kunnendoen. Ik ga niet het hele beleid overnemen. Dan kom je op hetzelfde puntals bij de zero-emissiezones. Maar kijken of er landelijke harmonisatie,landelijke handreikingen, gesprekken met de VNG en noem maar opmogelijk zijn, zodat het voor ondernemers wat fijner wordt, kan iktoezeggen. Wij gaan dus ook graag het gesprek aan met de watersport-sector.De voorzitter:De allerlaatste uitsmijter van de heer Schutz. Heel kort.De heer Schutz (VVD):Het gaat om het voorkomen van een lappendeken. Ga vooral het gesprekaan met het Watersportverbond en HISWA-RECRON.Staatssecretaris Aartsen:We zullen met hen contact opnemen om dat te doen.De voorzitter:Helder. Dan dank ik de Staatssecretaris voor de beantwoording. Ik stelvast dat de heer Van Asten een tweeminutendebat heeft aangevraagd.Dan hebben we nog een lijst met toezeggingen, die ik met u langs zallopen.–De eerste toezegging. In de voortgangsrapportages over zero-emissiezones worden voortaan ook de signalen van de koepelorga-nisaties meegenomen. Ook zal hierin worden ingegaan op eventuelemarktverschuiving in zero-emissiezones en op de mogelijkheid vanrechtvaardig beboeten. Dit is een toezegging aan de heer Schutz enmevrouw Zwinkels.–De tweede toezegging. In de volgende voortgangsrapportage komt deStaatssecretaris nog even terug op de inbreng van ONL van 30 junijongstleden. Dat is een toezegging aan de heer Schutz.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53443 De derde Staatssecretaris... Ha, de derde Staatssecretaris! Ik hoop niet datwe die nog krijgen. Die hebben we al, hoor ik. Zo!–De Kamer wordt voor de Voorjaarsnota schriftelijk geïnformeerd overde mogelijke maatregelen en de oplossingsrichtingen voor hetstimuleren van de tweedehandsmarkt voor elektrische auto’s. Dat iseen toezegging aan mevrouw Zwinkels.–De vierde toezegging. Voor de zomer ontvangt de Kamer de nationaleroutekaart bidirectioneel laden. Hierin wordt ook het probleem vandubbele energiebelasting geadresseerd. Dat is een toezegging aanmevrouw Zwinkels.–De vijfde toezegging. In juni van dit jaar wordt de Kamer in delaadinfrastructuurbrief geïnformeerd over de nieuwste inzichten overprijstransparantie naar aanleiding van het contact met de ACM. Dat iseen toezegging aan de heer Schutz en de heer Van Asten.–De zesde toezegging. In de volgende brief over RED III zal de Kamerworden geïnformeerd over de massabalanssystematiek. Dat is eentoezegging aan de heer Schutz.–De zevende toezegging. In april wordt de Kamer geïnformeerd over destand van zaken ten aanzien van het opstellen van landelijke modelde-finities voor deelmobiliteit. Dit is een toezegging aan Van Asten en DeHoop.–Acht. De Kamer ontvangt tijdens of voorafgaand aan de begrotingsbe-handeling een reactie op het signaal van het lid Goudzwaard overbestelauto’s tot 3.500 kilo. Dit is een toezegging aan de heer Goud-zwaard.–De Staatssecretaris zei op het laatst nog dat hij schriftelijk terugkomtop een aantal openstaande vragen.Ik vraag de Staatssecretaris en de leden of mij iets ontgaan is. Ik kijk tochnog heel kort naar de heer Schutz.De heer Schutz (VVD):Ja, ik denk twee dingen. Eén: dat bij die brief ook de luchtvaart wordtbetrokken. Ten tweede: dat de Staatssecretaris het gesprek aangaat metde recreatievaartsector.De voorzitter:De Staatssecretaris knikt. Dan noteren we dat. Ik wil iedereen die dit debatmogelijk heeft gemaakt danken. Ik noem de mensen op de publieketribune, de mensen die thuis het debat gevolgd hebben, de Staatssecre-taris en de leden van deze commissie. Ik sluit deze vergadering.Sluiting 12.58 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 53444

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · e080c59ed25b59cf

14 okt 2026 · 7b500aa32cb52cd0

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingDuurzaam vervoer
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 14 januari 2026, over duurzaam vervoer

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.