Plan van aanpak belemmeringen wooncoöperaties
Brontekst
Versie 680e242943d7691d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 453WoningcorporatiesNr. 579 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 januari 2026Er is groeiende interesse van bewoners om met elkaar een gezamenlijkewoonwens te realiseren en blijvend betaalbaar te wonen. Er zijn verschil-lende manieren waarop bewoners hun gezamenlijke woonwens kunnenrealiseren en de verscheidenheid aan initiatieven is net zo groot als degroepen die zich hiervoor willen inzetten. Wat deze initiatieven gemeenhebben, is de nadruk op betrokkenheid, collectief eigenaarschap engemeenschappelijk beheer. Deze coöperatieve initiatieven dragen bij aanleefbaarheid van wijken en buurten, verduurzaming, gemeenschaps-vorming en zorg voor elkaar, maar dragen ook bij aan het op langeretermijn betaalbaar houden van woningen.In Nederland is de wooncoöperatie weer in opkomst. Er ontstaan door hethele land inspirerende voorbeelden die laten zien wat de potentie is vande wooncoöperatie. Dit kabinet wil juridische en financiële belemme-ringen voor coöperatief wonen wegnemen, zodat dit een waardigalternatief wordt, een derde sector. In deze brief beschrijf ik mijn aanpakom belemmeringen voor wooncoöperaties en andere vormen vancoöperatief wonen weg te nemen.En daarbij begin ik bij de belangrijkste belemmeringen die er zijn om meercoöperatieve initiatieven van de grond te krijgen, namelijk belemmeringenrond het rondkrijgen van de financiering, het verkrijgen van een locatie enhet gebrek aan steun vanuit gemeenten. In 2023 is de Kamer geïnfor-meerd over deze belemmeringen, zoals gevraagd door de motie Geurts enGrinwis (Kamerstuk 36 200 VII, nr. 94). Mijn aanpak is daarom gericht ophet wegnemen van financiële belemmeringen, het ondersteunen vangemeenten om het ontwikkelproces meer te stroomlijnen en daarmeezorgen dat er meer locaties beschikbaar komen. kst-29453-579ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 453, nr. 5791 Deze belemmeringen zijn ook onderdeel van het rapport dat verenigingCooplink heeft opgesteld (Bijlage 1)1. Cooplink heeft daarin nog een aantalandere belemmeringen voor wooncoöperaties benoemd. De Kamer heeftmij in een motie (Kamerstuk 36 600 XXII, nr. 38) gevraagd om in gesprekte gaan met Cooplink en een plan van aanpak op te stellen voor dezebelemmeringen. Dat doe ik in deze brief.LeeswijzerDeze brief gaat eerst in op mijn aanpak van financiële belemmeringenvoor wooncoöperaties, in het bijzonder het Fonds Coöperatief Wonen.Vervolgens ga ik in op locaties en ondersteuning van gemeenten. In dedaaropvolgende paragrafen ga ik in op de overige belemmeringen uit hetrapport van Cooplink en de mogelijkheid om deze op termijn weg tenemen. Deze zijn gegroepeerd in de volgende onderwerpen: coöperatiesin de sociale huur, keuzes rond het delen van voorzieningen, bewonings-recht en wettelijke definitie.Financiële belemmeringenFonds Coöperatief WonenVoor wooncoöperaties is de financiering rondkrijgen een groot strui-kelblok. Speerpunt van mijn inzet is het Fonds Coöperatief Wonen. Ditfonds moet ervoor zorgen dat coöperatieven de financiering wel rondkunnen krijgen. Daarmee zet ik een belangrijke stap om coöperatieveinitiatieven sneller en professioneler van de grond te krijgen. Bovendienhelpt het gemeenten wanneer zij meer zekerheid krijgen dat dergelijkeprojecten gewoon gefinancierd kunnen worden.In oktober dit jaar heb ik het Stimuleringsfonds VolkshuisvestingNederlandse gemeenten (SVn) € 60,6 miljoen subsidie gegeven om hetFonds Coöperatief Wonen op te richten en uit te voeren. SVn is gekozenop basis van een subsidietender die in februari 2025 is uitgezet. Het fondsverstrekt leningen aan coöperatieve initiatieven die een gezamenlijkewoonwens willen realiseren. Het moet daarbij gaan om nieuwe betaalbarewoningen (nieuwbouw, transformatie). Het fonds hanteert een ruimeopvatting van coöperatief wonen; het gaat om wooncoöperaties,woonverenigingen, Collectief Privaat Opdrachtgeverschappen (CPO’s) meteen coöperatief karakter en medeopdrachtgeverschap. In dat laatste gevalzijn maatschappelijk ondernemers de drijvende kracht, waarbij bewonersgezamenlijk betrokken zijn. Dit is vooral relevant voor initiatieven gerichtop wonen en zorg voor ouderen. Voor zogenaamde beheercooperaties,waarbij een groep alleen het beheer en onderhoud overneemt van eenwoningcorporatie, kunnen bewoners bij de woningcorporatie terecht voorfinanciering.Het fonds financiert initiatieven vanaf de planfase. Deze fase start na deinitiatieffase waarin de groep is opgericht, er een eerste opzet ligt vooreen project, wat de gemeente ondersteunt en waarvoor een locatiebeschikbaar is. Omdat banken deze fase veelal niet financieren kunneninitiatieven gericht op de bouw van koop- en huurwoningen bij het fondsterecht. Initiatieven die koopwoningen realiseren kunnen de bouwfase welgewoon via een hypotheek financieren. Daarom komen alleen coöpera-tieve initiatieven die huurwoningen realiseren voor financiering van debouwfase in aanmerking. Voor beide fases is wel een minimale eigeninleg vereist van 5% van de financiering. Met het fonds geef ik verschil-lende coöperatieve woonvormen een steun in de rug en krijgen wooncoö-1Cooplink, 2024 Belemmeringen in wet en regelgeving voor wooncoöperatiesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 453, nr. 5792 peraties toegang tot goede en toegankelijke financiering. Daarmee ismotie Nijboer (Kamerstuk 32 847, nr. 1091) om tot goede en toegankelijkehypotheekregelingen te komen voor wooncoöperaties afgedaan.BeheercoöperatieCoöperatieve initiatievengericht op bouwhuurwoningenCoöperatieve initiatievengericht op koopwoningenInitiatieffaseCorporatie en bewonersBewoners, evt. gemeen-ten of provincieBewoners, evt. gemeentenof provinciePlan en ontwikkelfaseCorporatie en bewonersFonds en bewonersFonds en bewonersRealisatiefaseCorporatie (draagtmiddelen voor beheer enonderhoud over)Fonds en bewoners enevt. bankenBewoners (collectieve, ofindividuele hypotheek) De € 60,6 miljoen subsidie komt voor € 35,6 miljoen uit de middelen diede Kamer in twee amendementen op mijn begroting heeft vrijgemaakt en€ 25 miljoen uit de Stimuleringsregeling Wonen en Zorg (SWZ). Omdat deSWZ een vergelijkbare doelgroep dient is de plan-, ontwikkel-, en bouw-en realisatiefase van de Stimuleringsregeling Wonen en Zorg opgegaan inhet Fonds Coöperatief Wonen. De extra middelen zorgen er voor dat meerinitiatieven kunnen worden gerealiseerd en de revolverende werking beteris gewaarborgd. Door samen te werken met banken wordt met dezemiddelen een hefboom gecreëerd, waarmee ongeveer 1.000 betaalbarehuurwoningen in wooncoöperaties worden gerealiseerd, met voormensen met een middeninkomen (tot 2x modaal). Als de businesscase hettoelaat kunnen ook sociale huurwoningen worden gerealiseerd.Het fonds is gericht op continuïteit, zodat duurzame financieringbeschikbaar blijft zoals gevraagd in de amendementen. Daarom revol-veren de middelen en hoeft de subsidie niet te worden terugbetaald, tenzijhet fonds niet meer nodig is. SVn zal tot eind 2026 nodig hebben om hetfonds op te zetten en de samenwerking met banken te organiseren. Vooralde Rabobank is op dit moment een belangrijke financier van wooncoöpe-raties. Zij ondersteunen met een eigen Rabo Impactfonds verschillendemaatschappelijke initiatieven voor maatschappelijke transities.Het voordeel van coöperaties waarbij de bewoners huren van decoöperatie is dat vermogen in de coöperatie blijft, zodat woningenbetaalbaar blijven en het vermogen ingezet kan worden voor het startenvan nieuwe coöperaties. Omdat het fonds heeft bijgedragen aan derealisatie, wordt van gerealiseerde initiatieven een solidariteitsbijdragegevraagd. Met die bijdrage wordt de revolverende werking van het fondsversterkt, zodat het fonds gedragen wordt door de sector. Er wordtgekeken naar de mogelijkheden daarvoor van het solidariteitsfonds datwordt opgestart door al bestaande coöperaties.Met het fonds worden ook een aantal door Cooplink benoemde belemme-ringen aangepakt, zoals het ontbreken van (waarborg)fonds en belemme-ringen rondom financiële regelgeving. Het fonds zorgt immers voorheldere procedures. Bovendien helpt het fonds om meer ervaring op tedoen met verschillende coöperatieve woonvormen, zodat deze in detoekomst beter te financieren zijn.Taxatierichtlijn vaker gebruikenEen goede taxatie die rekening houdt met bijzondere kenmerken vanwooncoöperaties is belangrijk om de businesscase rond te rekenen enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 453, nr. 5793 financiering te verkrijgen. Platform31 heeft een taxatierichtlijn opgesteld.2Deze richtlijn wordt echter nog weinig gebruikt. We zijn met het Neder-lands Register van Vastgoed Taxateurs (NRVT) in gesprek om te kijken ofdeze breder kan worden gehanteerd.Meer duidelijkheid over vennootschapsbelastingCooplink wijst op verschillende belemmeringen in de fiscaliteit die vanbelang zijn om de financiering rond te krijgen. Het gaat onder andere opde vennootschapsbelasting, overdrachtsbelasting, box 3 en de schenkbe-lasting. Uitgangspunt van het kabinet is dat elke inwoner en elk bedrijf inNederland eerlijk belasting betaalt. Daarom ziet het kabinet in algemenezin het uitzonderen van sectoren van belastingen niet als wenselijk.Voor nieuwe wooncoöperaties is niet altijd duidelijk is of zij vennoot-schapsbelasting verschuldigd zijn. Voor de businesscase is het belangrijkom daar vooraf duidelijkheid over te hebben. In hoeverre over een vormvan coöperatief wonen vennootschapsbelasting verschuldigd is, isafhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval, waaronder derechtsvorm, activiteiten en eventuele omzet. Om eventuele onduidelijk-heden in de praktijk weg te nemen, wil ik via informatievoorziening meerduidelijkheid verschaffen, bijvoorbeeld door dit op te nemen inhandreikingen.Meer locaties en ondersteuningMet het fonds staat de weg open om initiatieven te financieren. Daarom ishet belangrijk dat er meer initiatieven starten en hun weg vinden naar hetfonds. Ik heb Crowdbuilding, een online platform voor collectievezelfbouw, subsidie gegeven om een financieringsloket op te zetten datinitiatieven via het platform helpt om de weg te vinden naar het fonds enandere financiers.Gemeenten zijn cruciaal om te zorgen dat er meer coöperaties gereali-seerd worden. Zij kunnen zorgen dat coöperaties een plek krijgen in eengebiedsontwikkeling en zorgen dat initiatieven sneller gerealiseerdworden door het proces van gebiedsontwikkeling tot realisatie voor dezeinitiatieven te stroomlijnen en hen daarbij te ondersteunen. En daarvoorhebben gemeenten al veel mogelijkheden. Omdat coöperaties vanmeerwaarde kunnen zijn om betaalbare woningen te realiseren en kunnenbijdragen aan andere opgaven wil ik gemeenten stimuleren om dezemogelijkheden meer in te zetten voor coöperatieve initiatieven.Wanneer gemeenten grondeigenaar zijn, hebben zij bij een gebiedsont-wikkeling meer mogelijkheden. Zo kunnen zij ruimte geven aan initia-tieven met maatschappelijke meerwaarde en bij een selectieproceduregebruik maken van de beleidsruimte om selectiecriteria op te stellen(Kamerstuk 36 410 VII, nr. 85). Het Didam-arrest vormt daarin geenbelemmering. Gemeenten hebben ruimte om grond uit te geven voorplannen die maatschappelijke meerwaarde realiseren. Wel moeten criteriaobjectief, toetsbaar en redelijk zijn. Een selectiecriterium kan «woon-coöperatie» zijn.Gemeenten kunnen bestaande instrumenten beter benutten om initia-tieven meer toegang te geven tot grondposities. Dat blijkt onder andereuit het onderzoek «Grondposities voor sociale huur» en dat biedt ookhandvatten voor wooncoöperaties3. Om de onderhandelingspositie van2Platform31, Taxatierichtlijn wooncoöperaties (2023).3Grondposities voor sociale huurTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 453, nr. 5794 wooncoöperaties te verbeteren, hebben gemeenten mogelijkheden om inomgevingsplannen kavels voor particuliere initiatieven aan te wijzen. Ditzijn percelen waar bouwactiviteiten worden verricht door een groep vanburgers, georganiseerd als rechtspersoon zonder winstoogmerk of opbasis van een overeenkomst, die: a. ten minste een zakelijk recht op hetgebruik van de grond verkrijgt; en b. volledige zeggenschap heeft enverantwoordelijkheid draagt over het gebruik van de grond en over hetontwerp en de bouw van de woning. Wooncoöperaties voldoen over hetalgemeen aan deze voorwaarden en krijgen coöperatieve initiatieven zoeen betere positie.Daarnaast kunnen gemeenten in het omgevingsplan regels stellen over deinstandhouding en het prijssegment en in de huisvestingsverordeningover de toewijzing van woningen aan de juiste doelgroep. Gemeentenzouden deze instrumenten meer kunnen inzetten om meer coöperatieveinitiatieven mogelijk te maken. Een lage grondprijs of erfpacht is vaaknoodzakelijk om initiatieven die mogelijk te maken, vooral als het gaat ombetaalbare huurwoningen. Gemeenten hebben geen publiekrechtelijkemogelijkheden om een grondprijs vast te leggen als zij zelf géén eigenaarvan de grond zijn. Wel kan de gemeente regels stellen over het prijs-segment waarin gebouwd moet worden. Coöperaties kunnen een bijdrageleveren om te voldoen aan betaalbaarheidseisen.Ook ontwikkelaars zien meer mogelijkheden om de betaalbaarheidseisenin te vullen door coöperatieve initiatieven betaalbare woningen te latenrealiseren. Wel kunnen hiervoor beperkingen gelden. Als een ontwikkelaarde grond in eigendom heeft, kan deze daar naar eigen inzicht overbeschikken, binnen de kaders van de wet. Dat betekent dat deze ookvoorwaarden kan stellen, waaronder dat een coöperatie de woningendoor de ontwikkelaar moet laten bouwen. Beperkingen van dit recht achtik een onevenredige inbreuk op het eigendomsrecht. Bovendien zal eenontwikkelaar alleen willen afzien van het recht om te bouwen als daar eenhogere opbrengst tegenover staat. Als initiatieven dat niet kunnenfinancieren kan in sommige gevallen de keuze voor een bouwer beperktzijn.Op dit moment laat ik een handreiking opstellen voor het bepalen vangrondprijzen voor sociale huurwoningen. Mijn doel is dat er meereenduidigheid moet komen in die prijzen zodat corporaties beter wetenwaar zij aan toe zijn en een betere onderhandelingspositie hebben metmarktpartijen. Voor wooncoöperaties, die sociale huur willen realiseren,kan deze handreiking mogelijk ook helpen. Voor middenhuurwoningen zalde handreiking geen soelaas bieden. Met erfpacht zijn er meer mogelijk-heden om controle op de prijsontwikkeling te houden. Bovendien kan(gemeentelijk) erfpacht een uitkomst bieden in de voorfase, wanneer eenwooncoöperatie nog geen hypotheek kan vestigen. Door gronduitgifte uitte stellen tot het verkrijgen van de omgevingsvergunning en/of te kiezenvoor jaarlijkse canon betaling is de benodigde financiering lager.Ondersteuning van gemeentenGemeenten hebben dus verschillende mogelijkheden om coöperatieveinitiatieven meer kans te geven op een locatie en coöperaties een plek tegeven in hun woonbeleid. Een groter instrumentarium is daarmee nietnodig. Ik wil gemeenten stimuleren om hier actief mee aan de slag tegaan en wil hen hierbij ondersteunen. Het is goed om te zien dat deinteresse bij gemeenten en provincies toeneemt. Er is een koplopergroepvan gemeenten die actief ervaringen uitwisselt en best practices deelt.Daarbij wordt vooral geprofiteerd van de ervaring die is opgedaan met deAmsterdamse wooncoöperaties die zijn ontwikkeld, zoals Bajesdorp, deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 453, nr. 5795 Warren en de Nieuwe Meent. Ik ondersteun verschillende partijen,waaronder Cooplink en de Derde Bouwstroom om gemeenten te helpenom beleid gericht op wooncoöperaties op te zetten. Ook werk ik metPlatform31 samen om een meerjarig programma op te zetten omgemeenten te helpen met kennis samen met andere spelers in het veld.Daarmee ondersteun ik gemeenten om wooncoöperaties in hun beleid teverankeren.Er is een aantal provincies dat werk maakt van coöperatieve en collectievewoonvormen, door initiatieven te ondersteunen onder andere in deinitiatieffase. Deze provincies wisselen kennis en ervaring uit met anderegeïnteresseerde provincies. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland(RVO) biedt in enkele provincies een opleiding gericht op gemeenten voorcollectief wonen aan. Ik ondersteun RVO om gemeenteambtenaren op teleiden en gemeenten bij te staan als zij expertise nodig hebben.Ik wil de informatievoorziening voor coöperatief wonen verbeteren. Er isde afgelopen jaren veel kennis vergaard en er zijn handreikingenopgesteld voor initiatieven, corporaties en gemeenten. Zo is recent eenmooie handreiking collectief bouwen en wonen van RVO voor gemeentenverschenen.4 Ik heb Platform31 gevraagd om een kenniswijzer samen testellen als startpunt voor alle partijen (initiatieven, corporaties engemeenten) die meer informatie willen. Deze verschijnt op de websitevolkshuisvesting Nederland en via Platform31.Coöperaties in de sociale huurOok woningcorporaties kunnen de voordelen van coöperaties beterbenutten. Er is een aantal goede voorbeelden hoe corporaties degemeenschap hebben ingezet om betaalbare en duurzame woningen terealiseren die bovendien veel voor de wijk en buurt betekenen. Het gaathierbij om zogenaamde beheercoöperaties waarbij de woningcorporatieseigenaar blijven, maar bewoners het beheer en onderhoud verzorgen.Daarom heb ik in de prestatieafspraken met de corporaties afgesprokenom te beginnen met het uitwerken van een inspiratiegids om corporatiesen bewoners te enthousiasmeren om meer te doen met beheercoöpe-raties. De bedoeling is deze inspiratiegids met Cooplink en Crowdbuildingvorm te geven. Het idee is een corporatiepagina op de website vanCrowdbuilding te maken waar bestaande en nieuwe projecten zichtbaarworden voor bewoners, corporaties en gemeenten en waarmee bewonerszich kunnen inschrijven. Verder zal ook de kenniswijzer van Platform31informatie bevatten om alle partijen te informeren en te stimuleren.Cooplink heeft samen met Vannimwegen een toolbox ontwikkeld dievanaf februari 2026 bewoners en woningcorporaties helpt om het gesprekte voeren met elkaar over de uitgangspunten om die op een eenvoudigemanier uit te werken. En die afspraken zijn altijd maatwerk tussen dewoningcorporatie en bewoners. Daarbij kan een woningcorporatie ervoorkiezen om toch in enige mate verantwoordelijk te blijven voor hetonderhoud en beheer, omdat de corporatie eigenaar blijft van dewoningen. Dat blijft een afweging die bewoners en corporaties met elkaarmoeten afspreken.Een beheercoöperatie kan zelf toewijzen binnen de kaders van passendtoewijzen. Een woningcorporatie kan deze kaders vertalen naar afsprakenop pandniveau, waardoor het niet altijd mogelijk is om van de vrijetoewijzingsruimte gebruik te maken. Ook dit vergt afspraken met de4Handreiking Collectief bouwen & wonen voor gemeentenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 453, nr. 5796 betreffende woningcorporatie. Passend toewijzen hoeft daarvoor geenbelemmering te zijn.Naast het vormen van een beheercoöperatie kunnen bewonersgezamenlijk via een coöperatie hun woningen van de woningcorporatieoverkopen. Voor die bewoners heb ik de Regeling experiment verkoop-regels wooncoöperaties verlengd. Deze regeling geeft wooncoöperatiesvan bewoners van de sociale huurwoningen een korting op de verkoop-prijs. De korting ziet toe op de marktwaarde vrij van huur (50%). Omdat dewoningen in verhuurde staat worden verkocht valt de korting in depraktijk veel lager uit, omdat dan wordt uitgegaan van marktwaarde inverhuurde staat. De regeling is nog maar zeer beperkt gebruikt.Keuzes rond delen van voorzieningenNaast financiering en locaties, schetst Cooplink ook dilemma’s van andereaard. Veel wooncoöperaties delen voorzieningen en dat draagt bij aan hetvormen van een gemeenschap en duurzaamheid. Afhankelijk van dekeuzes die zij daarbij maken, kunnen zij tegen belemmeringen aanlopen.Als bewoners kiezen om veel voorzieningen te delen, kunnen bewonerssoms geen aanspraak maken op regelingen die uitgaan van particulierehuishoudens of zelfstandige woningen. Daarbij zijn het dus niet directbelemmeringen om wooncoöperaties te starten, maar wel om invergaande mate voorzieningen te delen. Deze belemmeringen zijn welrelevant voor bestaande coöperaties.Zo bestaat er voor huurders van onzelfstandige woningen in principegeen recht op huurtoeslag. Deze optie is onuitvoerbaar. Onzelfstandigewoningen worden namelijk niet geregistreerd in een landelijk systeem,wat wel noodzakelijk is om het recht en de hoogte op huurtoeslag vast tekunnen stellen. Het uitkeren van huurtoeslag aan wooncoöperaties ishiernaast een dure oplossing, omdat het dan zou moeten gelden voor allebewoners van onzelfstandige woningen (die ook voldoen aan overigevoorwaarden). Voor nieuwe woningen geldt dat bewoners keuzes moetenmaken zodat de woningen als zelfstandig kwalificeren. Daarbij kunnenvoorzieningen nog steeds worden gedeeld.Wanneer mensen samenwonen op hetzelfde adres, kan de kosten-delersnorm van toepassing zijn bij uitkeringen vanuit de verschillendesociale zekerheidswetten, zoals de Participatiewet (bijstandsuitkering). Alser sprake is van onzelfstandige woningen in een gezamenlijk pand waarbijkamergewijze verhuur wordt toegepast en sprake is van een commercieelhuurcontract, dan kunnen bewoners van de verschillende onzelfstandigeeenheden bij de gemeente aangeven dat zij niet samenwonen en dekostendelersnorm moet dan niet worden toegepast. Het is aan debewoner om aan te tonen of er sprake is van een commerciële huurrelatie.Het Ministerie van VRO laat, in samenwerking met het Ministerie vanSZW, een verkenning uitvoeren naar de sociale zekerheidswetten met eenkostendelersnorm (o.a. de Participatieweten Toeslagenwet), waarbij wordtonderzocht in hoeverre de kostendelersnorm een belemmering vormtvoor mensen om een woning te delen. In de verkenning wordt onderzochtwelke opties er zijn om de kostendelersnorm aan te passen, dan wel af teschaffen, en welke effecten deze opties hebben op woningdelen. Deresultaten van de verkenning worden begin 2026 verwacht.Het delen van voorzieningen kan ook belemmeringen opleveren voor deWaterschapsbelasting en energiebelasting. Wooncoöperaties delen insommige gevallen een gas-, warmte- of elektriciteitsaansluiting. Omdat deBelastingdienst die aansluiting ziet als een niet-particuliere aansluiting,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 453, nr. 5797 worden bewoners veelal uitgesloten van regelingen zoals het prijsplafonduit 2023. In energiewetgeving is echter formeel een blokaansluiting niettoegestaan, vanwege het recht van consumenten om zelf een energieleve-rancier te kiezen. Studentenhuizen zijn daar vooralsnog de enigeuitzondering op. Voor nieuwe wooncoöperaties zal het probleem daaromniet optreden. Voor bestaande wooncoöperaties is het belangrijk om tevoorkomen dat zij uitgesloten worden door specifieke voorwaarden.Ook lopen wooncoöperaties aan tegen onduidelijkheid bij de vaststellingvan het energielabel. De administratie van woningen in de BAG isdaarvoor leidend, soms als geheel complex en soms als wooneenheidgeregistreerd. In uitzonderlijke gevallen kan worden afgeweken van deBAG bij het toekennen van energielabels. Voor wooncoöperaties metgemeenschappelijke ruimten zou dit denkbaar zijn, gezien bijvoorbeeldkeukens en wasruimtes juist vaak invloed hebben op het energielabel.Daarnaast kunnen bewoners van wooncoöperaties niet altijd gebruikmaken van woningvoorzieningen in de Wet maatschappelijke onder-steuning (Wmo), omdat deze alleen voor een eigen woning vergoedworden. Denk bijvoorbeeld aan een drukknop bij de voordeur. De Wmosluit woningaanpassingen in gemeenschappelijke ruimten niet uit, maarkent een individueel afwegingskader: voorzieningen worden op basis vande wet toegekend wanneer ze noodzakelijk zijn vanwege beperkingen vaneen individuele cliënt. Gemeenten kunnen op beleidsmatige grondenbesluiten om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten via algemenevoorzieningen aan te bieden.BewoningsrechtVoor coöperatieven kan de huurbescherming in geval van conflict eenbelemmering vormen. Een huurder kan het lidmaatschap opzeggen entoch de huurovereenkomst aanhouden en blijft dan wel in de coöperatiewonen, zonder deel uit te maken van de groep. Het is onwenselijk omhuurcontracten te laten vervallen als iemand uit de vereniging stapt. Datstaat haaks op de huurbescherming. Andersom kan het lidmaatschap vande vereniging wel gekoppeld worden aan de huur in de statuten van devereniging. Een coöperatie kan in de statuten en overeenkomstbepalingen opnemen om te waarborgen dat bewoners blijven bijdragenaan de vereniging.Definitie wooncoöperatie in wetgevingDe woningwet bevat een definitie voor een wooncoöperatie. De definitiein de woningwet is gericht op sociale huur en is daardoor niet altijd breedtoepasbaar. Een betere definitie voor wooncoöperaties kan belemme-ringen wegnemen door wooncoöperaties op te nemen, danwel uit tezonderen van regelingen. Een wettelijke definitie alleen is niet voldoende.Daarvoor zullen relevante regelingen aangepast moeten worden. Als ditleidt tot extra kosten is hiervoor dekking nodig. Verder is een goederegistratie nodig. Het keurmerk van Cooplink (Coopkeur) is een stap in degoede richting. Mogelijk kan het huurregister waar ik aan werk bijdragenaan de registratie. Recent heeft lid Beckerman (SP) haar initiatiefwetbevordering wooncoöperaties ingediend, waarin de wettelijke definitiewordt verbeterd (Kamerstuk 36 780, nr. 2). Ik zie uit naar de behandelingvan die wet om te zorgen dat ook dit knelpunt wordt opgelost.Tot slotCoöperatieve initiatieven zijn er in alle vormen en maten. In deze brief hebik beschreven hoe ik belemmeringen voor de toekomst weg wil nemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 453, nr. 5798 Financiering, locaties en ondersteuning van gemeenten hebben daarinmijn prioriteit. Ik zet mij er dan ook voor in om samen met gemeenten,corporaties, bewonersinitiatieven en andere betrokkenen de voorwaardente scheppen waarin wooncoöperaties kunnen groeien. Zo bouwen we nietalleen aan woningen, maar aan gemeenschappen die toekomstbestendigzijn.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,M.C.G. KeijzerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 453, nr. 5799
Gerelateerde bronnen
- De minister informeert de Kamer voor de zomer over de uitwerking van het fonds wooncoöperaties, dat in 2026 operationeel zal zijn.
De minister informeert de Kamer voor de zomer over de uitwerking van het fonds wooncoöperaties, dat in 2026 operationeel zal zijn.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.