Contouren gehandicaptenvoertuigenkader en stand van zaken invoering kentekening bijzondere bromfietsen
Brontekst
Versie 7e0635e291f63bf7 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202429 398Maatregelen verkeersveiligheidNr. 1102 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 april 2024Voor de meeste mensen is mobiliteit vanzelfsprekend, vanaf de eerstestapjes en fietsjes tot aan het besturen van motorvoertuigen. Toch ismobiliteit niet voor iedereen vanzelfsprekend. Voor mensen met eenfysieke beperking, aangeboren of anderszins, is de stap naar regulierevoertuigen niet altijd mogelijk. Daarnaast geldt dat met het verstrijken vande jaren de capaciteit om een voertuig te besturen van veel mensenafneemt, terwijl de behoefte aan mobiliteit blijft. Een gehandicapten-voertuig is dan vaak een oplossing.In deze brief ga ik nader in op gehandicaptenvoertuigen en de mogelijk-heden voor een nieuw kader voor het op de weg brengen en het veiligkunnen gebruiken van gehandicaptenvoertuigen. Door de Kamer hiervandeelgenoot te maken is de Kamer in de gelegenheid om over de concep-tuele fase mee te denken.Gehandicaptenvoertuigen in de huidige situatieWanneer het in deze brief gaat over gehandicaptenvoertuigen, dan gaathet om voertuigen die in principe vrij verkrijgbaar zijn en die niet snellerkunnen dan 45 km/u en niet breder zijn dan 1,10 m, zoals bijvoorbeeld dewelbekende scootmobiel.1Individueel aangepaste personenauto’s en busjes, waarvoor minimaalrijbewijs B nodig is, vallen buiten het bereik van deze brief en het nieuwekader. Deze voertuigen zijn namelijk via de reguliere wijze toegelaten endaarna aangepast en herkeurd door de RDW ten behoeve van eenindividuele bestuurder of passagier(s).De voertuigen waar het wel over gaat verschillen onderling erg van elkaar.De gemene deler is dat het gaat om voertuigen die door de fabrikant op1Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. kst-29398-1102ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 398, nr. 11021 de markt zijn gebracht als voertuig dat bedoeld is voor gebruik doormensen met een fysieke beperking en waarvoor geen Europese ofnationale goedkeuring is afgegeven.Voor het gebruik van gehandicaptenvoertuigen gelden beperktetechnische eisen.Zo is er geen verplichte controle door een onafhankelijk keuringsinstantievoordat deze voertuigen op de openbare weg mogen rijden. Ook is ergeen kentekenplicht.De bestuurder hoeft geen rijbewijs te hebben, waarbij voor personenonder 16 jaar een maximumsnelheid van 10 km/u geldt.Noodzaak voor herziening kader gehandicaptenvoertuigenIn 2018 publiceerde de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersvei-ligheid (SWOV) een diepteonderzoek naar oorzaken van ongevallen metscootmobielen, waarbij SWOV verschillende typen ongevalsoorzaken en-factoren onderscheidde. SWOV deed aan de hand daarvan aanbeve-lingen om de veiligheid van scootmobielen te verbeteren.In oktober 2019 verscheen het rapport «Veilig toelaten tot de weg» van deOnderzoeksraad voor Veiligheid (OvV). De OvV deed de aanbeveling hettoelatingsstelsel van lichte gemotoriseerde voertuigen te herzien envoertuigen met een vrijstelling (waaronder ook gehandicaptenvoertuigen)op te nemen in het Europese toelatingssysteem of in een nationaletoelating.Hoewel aanleiding en aanbevelingen van beide publicaties verschillen, iser een duidelijke oproep om de toelatingsregels over gehandicaptenvoer-tuigen te herzien.De aanbevelingen zien vooral op het verbeteren van de toelating, veiliggebruik en bediening van gehandicaptenvoertuigen en zijn niet bedoeldom de mobiliteit van gebruikers van deze voertuigen te beperken. HetMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) heeft deze aanbeve-lingen opgepakt en is bezig met het herzien van regelgeving overgehandicaptenvoertuigen.De huidige regelgeving kan worden beschouwd als een gevolg van deintroductie van Europese typegoedkeuring voor lichte voertuigen sinds1992 (Richtlijn 92/61/EEG en nadien in Richtlijn 2002/24/EEG). In dieRichtlijnen is bepaald dat gehandicapten zijn uitgezonderd van hetEuropese toelatingsstelsel voor lichte voertuigen. In de Nederlandseimplementatie van die Richtlijnen is de uitzondering van de toelatings-keuring voor gehandicaptenvoertuigen overgenomen. Voor gehandicap-tenvoertuigen is alleen een aantal «permanente eisen» vastgelegd. Datbetekent dat er aan gehandicaptenvoertuigen op zichzelf wel eisen zijngesteld, maar dat er geen toelatingskeuringsplicht geldt.De eisen aan gehandicaptenvoertuigen richten zich vooral op technischeaspecten als afmetingen, gewichten, vermogen, reminrichting enverlichting. In tegenstelling tot handmatig en elektrisch bedienderolstoelen, is er in diverse ISO- en NEN-normen weinig vastgelegd overgehandicaptenvoertuigen.Gezien de opmars in aantallen en diversiteit van elektrisch aangedrevenvoertuigen, bij zowel gehandicaptenvoertuigen als andere voertuigen, iser behoefte aan herziene normen voor deze lichte voertuigen. Het huidigeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 398, nr. 11022 Europese kader (Verordening EU nr. 168/2013) is niet compleet dekkend. InNederland wordt hiervoor het kader voor lichte elektrische voertuigen(LEV-kader) opgesteld voor reguliere voertuigen. Om te voorkomen datgehandicaptenvoertuigen vooral als «restcategorie» wordt gebruikt voorvoertuigen die eigenlijk een toelating nodig hebben, wordt voor dezecategorie voertuigen ook een kader uitgewerkt. Daarbij wordt zoveelmogelijk rekening gehouden met behoud van mobiliteit van de groepwaarvoor gehandicaptenvoertuigen bedoeld rekening gehouden.Het diepteonderzoek uit 2018 gepubliceerd door de SWOV gaf een ergnegatief beeld over de ongevallen met scootmobielen. Om meerinformatie te krijgen over ongevallen met scootmobielen, maar ook metandere soorten gehandicaptenvoertuigen (of «mindervalidenvoertuigen»)heeft IenW nader onderzoek laten doen naar ongevalscijfers.Uit dit onderzoek blijkt dat er ongeveer 40 dodelijke slachtoffers en tussende 1.100 en 2.500 zwaargewonden per jaar te betreuren zijn. Het gaat hierhoofdzakelijk over verkeersongevallen met een scootmobiel.Het onderzoek is toegevoegd als bijlage bij deze brief.Ook is op 29 februari 2024 een stakeholdersessie gehouden met als doelom de eerste denkrichtingen van het nieuwe kader te toetsen bij verschil-lende belanghebbende organisaties. Er waren onder andere vertegen-woordigers van de RDW, RWS, SWOV, Firevaned, Verbond van Verzeke-raars en de Politie.Deze vertegenwoordigers zien een nieuw kader als belangrijk omstructuur te brengen in de complexiteit van dit onderwerp. Verder konmen zich vinden in de uitgangspunten en denkrichtingen zoals hierondergeschetst.De noodzaak van het opstellen van een gehandicaptenvoertuigenkaderblijft onverminderd en met de verzamelde informatie zijn uitgangspuntenvoor het nieuwe kader opgesteld.Uitgangspunten voor het nieuwe kaderDe uitgangspunten voor het gehandicaptenvoertuigenkader zijn:•Binnen het kader moet geborgd zijn dat een voertuig beschikbaar blijftvoor iedereen die in staat is om een dergelijk voertuig te besturen.•Het voertuig moet veilig in het verkeer te gebruiken zijn. Dat betekentdat in het kader ruimte moet zijn voor op de doelgroep toegespitsteergonomie en techniek.•Een nieuw kader moet voorzien in mogelijkheden voor individueelmaatwerk, omdat fysieke beperkingen belemmerend kunnen zijn vooreen reguliere bediening of afmeting van een voertuig.•Een nieuw kader moet logisch aansluiten op bestaande (en inontwikkeling zijnde) nationale en Europese kaders. In de eindsituatiemoet dus sprake zijn van «continuüm», waarin ieder gemotoriseerdvoertuig een logische plaats heeft.•De technische eigenschappen van een voertuig zijn bepalend voortoelatingseisen en eisen aan de bestuurder. Dat wil zeggen dat niet defabrikant bepaalt welke toelatingseisen, gebruikseisen en bestuur-derseisen gelden, maar het wettelijke kader.•Een nieuw kader garandeert een gelijk speelveld voor fabrikanten vanvoertuigen. Op die manier wordt oneigenlijk gebruik van gehandicap-tenvoertuigen tegengegaan. Met oneigenlijk gebruik wordt onder meerbedoeld:Ceen fabrikant heeft een voertuig ontworpen dat op basis van deeigenschappen een typegoedkeuring en kenteken nodig heeft. Doorhet voertuig aan te duiden als gehandicaptenvoertuig vervallenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 398, nr. 11023 deze eisen. Het gevolg is dat er sprake is van oneerlijke concurren-tie en onvoldoende toezicht op de veiligheid van de voertuigen.Cdat voor het besturen van een gehandicaptenvoertuig geenrijbewijs wordt vereist. Terwijl dat voor een (vrijwel) identiek zondergehandicaptenvoertuigstatus wel nodig is.CEen gehandicaptenvoertuig mag op het trottoir en in voetgangers-gebieden rijden (en parkeren). Dat maakt dat dergelijke voertuigenook worden gebruikt door gebruikers die geen fysieke beperkinghebben. Dit werkt ondermijnend voor het draagvlak voor gehandi-captenvoertuigen, omdat de indruk kan bestaan dat dergelijkevoertuigen alleen worden gebruikt vanwege parkeervoordelen.Aan de hand van deze uitgangspunten wordt een nieuw kader ontworpenvoor gehandicaptenvoertuigen dat aansluit op de bestaande kaders.Nieuw kader (contouren)Als eerste stap van het nieuwe kader zijn de contouren uitgewerkt.Vanwege de grote variëteit aan voertuigen en de bovengenoemdeuitgangspunten is het voornemen te gaan werken met een categoriseringvan voertuigen. Dit heeft als voordeel om per categorie eisen te kunnenformuleren.De voertuigen uit het gehandicaptenvoertuigenkader gaan opgedeeldworden in (tenminste) twee categorieën:•Eén categorie waarin de langzamere voertuigen vallen (waaronder descootmobielen).Deze categorie blijft, in principe, beschikbaar voor alle mindervaliden.•Eén categorie waarin de snellere voertuigen vallen.Met name de gehandicaptenvoertuigen uit deze categorie kunnen veellijken op vergelijkbare voertuigen met een reguliere typegoedkeuring(zoals een brommobiel op drie of vier wielen). Gezien de overeenkom-sten tussen deze reguliere voertuigen en voertuigen bedoeld voormensen met een fysieke beperking, is het wenselijk om de eisen aandeze voertuigen zoveel mogelijk gelijk te trekken.Deze categorisering komt onder meer tot uiting in de elementen toela-tingsprocedure, technische eisen en gebruikerseisen.Achterliggende redenen voor het overwegen van een toelatingsprocedureVoor vrijwel alle gemotoriseerde voertuigen bestaat er een toelatingspro-cedure voordat deze de weg op mogen. Deze procedure moet borgen datalle voertuigen deugdelijk zijn geproduceerd (conform de afgegeventypegoedkeuring) en dat de fabrikant in staat is om adequate maatregelente treffen bij kennelijke gebreken, zoals een terugroepactie. In EU-verbandzijn al deze maatregelen vastgelegd in EU-Verordeningen, zoalsnr. 168/2013.Juist voor voertuigen die volgens de fabrikant zijn bedoeld voor mensenmet een fysieke beperking geldt dat de kwaliteit geborgd moet zijn. Doorde vrijstelling van de toelatingsprocedure wordt de categorie gehandicap-tenvoertuigen door fabrikanten gebruikt om deze te omzeilen. Dat vormteen risico voor op het op de weg komen van ondeugdelijke voertuigen,alhoewel de categorisering als gehandicaptenvoertuig in zichzelf nietbetekent dat de kwaliteit onvoldoende is.Naast het toezicht op de kwaliteit van de voertuigen en de fabrikant, geldtook dat hiermee een ongelijk speelveld wordt opgeheven. Immers, dooreen toelatingsprocedure toe te passen voor alle voertuigen vanaf eenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 398, nr. 11024 bepaalde snelheid (ongeacht de beoogde gebruikersgroep), wordendezelfde spelregels toegepast voor alle fabrikanten. Hiermee wordt een(oneerlijk) concurrentievoordeel weggenomen.Achterliggende redenen bij het overwegen van technische eisenIn de uitwerking van het kader worden technische eisen aan de voertuigenals uitgangspunt gehanteerd voor categorisering. Het gaat hierbij metname om de «generieke delen» van een voertuig, zoals het chassis, aantalwielen, werking van het rem- en stuursysteem, afmetingen, gewichten,zitplaatsen2 en maximumsnelheid. Deze inherente voertuigeigenschappenwijken niet wezenlijk af van reguliere voertuigen, waarmee het logisch isom deze eisen zoveel mogelijk gelijk te trekken.In de uitwerking wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de beoogdedoelgroep, veelal mensen met een fysieke beperking. Om die reden wordtvoor de «specifieke delen», die per gebruiker en daarmee per voertuigkunnen variëren, ruimte voor maatwerk opgenomen. Deze ruimte voormaatwerk is nodig om twee redenen. Ten eerste geldt dat een voertuigkan worden aangepast op een individuele gebruiker en ten tweede om bijeen eventuele typegoedkeuring ruimte te kunnen bieden aan de fabrikantom individuele aanpassingen per voertuig te kunnen aanbrengen. Demotie van senator Van Langen-Visbeek3 moet ook in dit licht wordenbeschouwd. Deze motie roept op om de maximale breedte voorduofietsen te verruimen. In generieke zin is dat niet in lijn met demaximale breedte voor dergelijke voertuigen, maar gezien de specifiekedoelgroep lijkt een maatwerkoplossing voor de hand te liggen.Achterliggende redenen bij het overwegen van gebruikseisenGebruikers van gehandicaptenvoertuigen moeten ook in de huidigesituatie voldoen aan verkeersregels en andere gebruikseisen. Vooropge-steld wordt dat gebruikseisen belangrijk zijn voor de verkeersveiligheid,maar in het geval van gehandicaptenvoertuigen mogelijk ook beperkendkunnen zijn voor gebruikers. Het borgen van de juiste balans tussenverkeersveiligheid en toegankelijkheid is daarmee een belangrijke opgavevoor de verdere uitwerking van het kader. Hiertoe wordt een onderzoekuitgevoerd waarbij, samen met gebruikers van diverse soorten gehandi-captenvoertuigen, wordt gekeken naar kansen en bedreigingen bij hetinvoeren van nieuwe gebruikseisen.De eisen waar onder meer naar wordt gekeken betreffen het verzekerdhebben van het voertuig, al dan niet met centrale registratie en kente-kening voor een of meer categorieën gehandicaptenvoertuigen. Ookworden de «plaats op de weg» en eventuele parkeerprivileges voor dediverse categorieën gehandicaptenvoertuigen beschouwd in het licht vande afmetingen en maximumsnelheid van deze voertuigen.Ten slotte wordt onderzocht in hoeverre een rijbewijs (AM) wenselijk ofnoodzakelijk is voor de voertuigen uit de snelle categorie, met alsachterliggende gedachte dat dat voor vergelijkbare reguliere voertuigenook geldt. Ook wordt de motie van de leden Krul en Werner over hetverplicht aanbieden van een rijvaardigheidscursus bij de levering van eenscootmobiel meegenomen4.De komende periode gaat IenW in nauwe samenwerking met RDW, CBR,Politie, Wegbeheerders, belangenorganisaties en gebruikers, verder met2Indien dit voor de gebruiker noodzakelijk is, moet een rolstoel ook als zitplaats gezien worden.3Eerste Kamer 33 118 / 34 986, FV.4Kamerstukken 29 398, nr. 1066.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 398, nr. 11025 de ontwikkeling van het gehandicaptenvoertuigenkader. De Kamer wordtdoor middel van de verzamelbrief verkeersveiligheid op de hoogtegehouden van de ontwikkelingen. Het kader is naar verwachting in detweede helft van 2025 gereed.Uitstel inwerkingtreden kentekening bijzondere bromfietsenMet deze brief wordt de Kamer ook geïnformeerd over uitstel van deinwerkingtreding van de kentekening voor bijzondere bromfietsen5. Hetbesluit tot wijziging van het Kentekenreglement is op 6 november 2023aangeboden aan de Kamer ten behoeve van de voorhangprocedure. Overdeze wijziging is een schriftelijk overleg gevoerd met de Kamer. Hetverslag van dit schriftelijk overleg is aan de Kamer gezonden op 26 januari2024.6 Dit verslag is betrokken geweest in het Commissiedebat van30 januari, waarbij geen verdere vragen meer zijn gesteld. Het besluit isvervolgens, twee maanden later dan aanvankelijk gepland, vooradvisering aan de Raad van State aangeboden op 7 maart jl.Zoals gebruikelijk heeft de ministeriële regeling in internetconsultatiegelegen van 24 januari tot en met 22 februari jl. In enkele reacties zijnbedenkingen geuit over de voorgestelde snorfietskentekenplaat, waarbijde breedte van de plaat mogelijk uitsteekt bij voertuigen als elektrischesteps. Tevens is geuit dat het onderscheid tussen snorfietsen enbijzondere bromfietsen niet duidelijk is, omdat voor beide categorieënvoertuigen dezelfde plaat wordt toegepast.Gedurende de parlementaire behandeling van het besluit en de internet-consultatie van de ministeriële regeling inventariseerde de RDW enproducenten van kentekenplaten maatwerkoplossingen voor bestaandebijzondere bromfietsen waar een snorfietskentekenplaat moeilijk op aan iste brengen. Hierbij is geconcludeerd dat er mogelijkheden zijn om metbestaande apparatuur en binnen bestaande werkwijzen een kleinerformaat kentekenplaat te maken dat als standaardformaat voor allebijzondere bromfietsen toepasbaar is. Om dit kleinere formaat alsstandaardformaat door te voeren, moet zeker zijn dat duplicaatcodes enechtheidskenmerken zijn aan te brengen. Dit wordt op dit momentuitgezocht.De in het voorgaande genoemde ontwikkelingen hebben er toe geleid datinwerkintreding van de nieuwe regels per 1 juli 2024 niet meer haalbaar is.Gelet op de vaste verandermomenten die gelden voor wet- en regel-geving wordt de inwerkingtreding van de kentekening van bijzonderebromfietsen daarom doorgeschoven naar 1 januari 2025. Dit is ook eenlogisch moment, omdat verschillende veranderingen die samenhangenmet bijzondere bromfietsen, zoals het overgaan van een goedkeuring vande Minister van IenW (per 1 januari 2024) en de bijbehorende overgangs-termijn (vervalt per 1 januari 2026) eveneens zijn gekoppeld aan 1 januari.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,M.G.J. Harbers5Kamerstukken 29 398, nr. 1081.6Kamerstukken 29 398, nr. 1089.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 398, nr. 11026
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.