KamerkringInloggen
Kamerstuk

Derde nota van wijziging

4 apr 2011 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 8de06e61d7b5948f · officiële bron

kst-32291-34ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2011Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2010–201132 291Het geven aan gemeenten van de verantwoordelijkheid voor schuldhulpverlening (Wet gemeentelijke schuldhulpverlening) Nr. 34 DERDE NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen 4 april 2011 Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: Enig artikel In artikel 3 wordt onder vernummering van het derde en het vierde lid tot het vierde en het vijfde lid een lid ingevoegd, luidende: 3. Het college kan schuldhulpverlening in ieder geval weigeren in geval een persoon fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft en die persoon in verband daarmee onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie, die beoogt leed toe te voegen, is opgelegd. Toelichting Fraudebestrijding is een van de speerpunten van het kabinetsbeleid. Fraude moet worden bestreden en ontmoedigd (zie o.a. Kamerstukken II 2010/11, 17 050, nr. 403). Dit signaal moet ook doorklinken in de gemeen-telijke schuldhulpverlening. Tevens is het van belang dat gemeenten een meer selectieve en gerichte toepassing van de schuldhulpverlening en nazorg kunnen realiseren. Daarom is het wenselijk om in de wet op te nemen dat het college de schuldhulpverlening in ieder geval kan weigeren in geval een persoon fraude heeft gepleegd met als gevolg een benade-ling van publieke middelen. Het gaat hier om een bevoegdheid van het college om schuldhulpverlening te weigeren en dus niet om een verplichting om schuldhulpverlening te weigeren in geval van fraude met als gevolg een financiële benadeling van een bestuursorgaan. Onder fraude wordt verstaan een opzettelijk handelen of nalaten waarbij misleiding wordt gebruikt om een wederrechtelijk voordeel te behalen ten koste van een bestuursorgaan. De persoon die fraude heeft gepleegd moet in verband met die fraude onherroepelijk strafrechtelijk veroordeeld zijn of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie, die beoogt hem leed toe te voegen, opgelegd zijn. Er zijn meer gronden voor het college om schuldhulpverlening te weigeren. Op welke gronden het college schuldhulpverlening kan Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 291, nr. 341 weigeren, kan blijken uit het plan dat door de gemeenteraad wordt opgesteld. Met betrekking tot de punten waarover niets is opgenomen in het plan is het ter beoordeling van het college of een persoon in aanmerking komt voor schuldhulpverlening. Het past in het karakter van deze kaderwet om de bevoegdheid tot weigering in geval van fraude met als gevolg een benadeling van publieke middelen op het niveau van het college te leggen. Hierdoor ontstaat maximale ruimte op het lokale niveau om de beoogde meer selectieve toepassing van de schuldhulpverlening en nazorg toe te snijden op de lokale omstandigheden. Ook ontstaat hierdoor de mogelijkheid om maatwerk op individueel niveau te leveren. Een omstandigheid, die een rol kan spelen in de afweging van een college om in geval van fraude al dan niet schuldhulpverlening te verlenen, kan zijn of de schuld die samenhangt met de fraude onderdeel uitmaakt van de bestaande schuldenproblematiek, of dat die schuld inmiddels al is afgelost. Bij het bepalen of een persoon fraude heeft gepleegd telt fraude van voor de inwerkingtreding van dit wetsvoorstel ook mee. Het college kan verder in zijn afweging betrekken de consequenties voor degenen die niet zelf hebben gefraudeerd, zoals de kinderen van een fraudeur, maar die wel worden meegesleept in de gevolgen daarvan. Nu een algemene en bestaande bevoegdheid om een verzoek tot minnelijke schuldhulpverlening te weigeren in geval een aanvrager gefraudeerd heeft met gevolgschade in het publiek domein expliciet wordt vastgelegd in de wet, geeft dat geen direct effect van rijksbeleid. Het ligt wel voor de hand dat deze wijziging een gedragseffect veroor-zaakt, indien al niet bij de aanvrager, dan waarschijnlijk wel bij de gemeente. In de uitvoering van de wet zal deze bepaling waarschijnlijk leiden tot een bewustere afweging op gemeentelijk niveau ten aanzien van het genoemde fraudeaspect, zodat het plausibel is dat meer aanvragen zullen worden afgewezen door de gemeente. Dit houdt in beginsel een kostenbesparing in voor de gemeentelijk minnelijke schuldhulpverlening. Anderzijds zal een gering deel van de als gevolg van deze bepaling extra afgewezen personen, die anders geen beroep zouden doen op algemene en bijzondere bijstand, als gevolg van de afwijzing dit beroep wel doen. Dat leidt tot beperkte extra kosten in het gemeentelijk domein. Per saldo impliceert het indirecte effect van deze bepaling een geringe niet te kwantificeren kostenbesparing voor het gemeentelijk domein. Het uiteindelijke effect wordt bepaald door de invulling die gemeenten hieraan geven. De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, P. de KromTweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 291, nr. 342

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 8b518531798d98cb

14 okt 2026 · 0d97ff62f95a9f7e

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.