Voortgang Beter Benutten en Innovatieprogramma (IOP)
Brontekst
Versie 27de19c7b5f6fa84 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 847Integrale visie op de woningmarktNr. 1390 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 17 november 2025Om het woningtekort terug te dringen is het nodig om meer en sneller tebouwen. Elke kans om een woning of woonruimte te realiseren moetworden benut. De krappe arbeidsmarkt, de schaarse ruimte en grond-stoffen, en complexe maatschappelijke opgaven zoals vergrijzing,betaalbaarheid en druk op voorzieningen vragen om slimmer(ver)bouwen en samenwerken. Dat betekent dat we, naast nieuwbouw,ook bestaande gebouwen en de directe omgeving beter moeten benuttenén innovatieve werkwijzen in de bouw moeten stimuleren. Beideaanpakken zijn onmisbaar om 100.000 woningen per jaar te kunnenrealiseren en worden in volle vaart voortgezet.Daarom werk ik sinds de Woontop van vorig jaar naar een landelijkeaanpak Beter Benutten van bestaande gebouwen en bijbehorendeomgeving (hierna: Beter Benutten1) en aan de uitvoering van hetProgramma Innovatie en Opschaling Woningbouw2 (hierna: IOP). Dit zijnbeide programma’s waarin overheids- en marktpartijen samenwerken aaneen concrete gebiedsgerichte aanpak die is gericht op het sneller,betaalbaar en duurzaam toevoegen van woningen. De programma’swerken als kapstok en kader om verschillende lopende initiatieven tebundelen en zo op te kunnen schalen naar een langjarig hoger niveau vanwoningrealisatie: een vereiste om het woningtekort terug te dringen.Aandacht op succesvolle initiatieven voorkomt onnodige bestuurlijkedrukte. Het Rijk zorgt hierbij voor een langjarige inzet van kennis enmiddelen en zorgt daarmee voor stabiliteit en betrouwbaarheid.Met deze brief informeer ik uw Kamer over de stand van zaken. In de briefis een selectie van een aantal resultaten opgenomen, meer details enuitwerking treft u aan als bijlage. Daarnaast bespreek ik met deze brief een1https://www.volkshuisvestingnederland.nl/onderwerpen/beter-benutten-van-bestaande-bebouwing2Kamerstuk 32 847, Nr. 1374 kst-32847-1390ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13901 aantal toezeggingen en moties die zich richten op de woningbouw en hetwoonbeleid. Twee toezeggingen zijn afkomstig van de Eerste Kamer; ikinformeer de Eerste Kamer separaat over deze brief en de bespreking vande toezeggingen.Tussenstand van resultaten voor Beter Benutten en IOPBeter benuttenElke woning is er één. Daarom is vorig jaar bij de Woontop de afspraakgemaakt om bestaande gebouwen beter te benutten en om dit op grotereschaal te realiseren. Ambitie is dat het Beter Benutten, als onderdeel vande toekomstige volkshuisvestingsprogramma’s, een standaard onderdeelwordt van de aanpak om het woningtekort terug te dringen. Corporaties,provincies, gemeenten, particuliere eigenaren en verhuurders (ook VvE’s)slaan de handen ineen om de komende jaren met een landelijke aanpakmeer en sneller tot realisatie van woningen te komen. Afgelopen jaar zijner flinke resultaten geboekt op het gebied van Beter Benutten.3 Enkelevoorbeelden die ik wil uitlichten zijn:–De komst van de Realisatiestimulans waarbij elke betaalbare woningwaarvan vanaf 2025 de bouw gestart is een bijdrage ontvangt van€ 7.000 ex BTW. Dit geldt niet alleen voor nieuwbouw maar explicietook voor elk woning die wordt toegevoegd via Beter Benutten:transformatie, splitsen en optoppen. De regeling Realisatiestimulanspubliceer ik naar verwachting volgende maand.–De landelijke campagne «Word hospita! Jouw huis van grote waarde»4is gestart. Om hospitaverhuur te stimuleren, werk ik verder aan hetwetsvoorstel hospitaverhuur. Mijn streven is om dit wetsvoorstel in deeerste helft van 2026 aan te bieden aan uw Kamer.–Voor splitsen publiceer ik een Splitsgids en ik werk met de Rijksbouw-meester aan een ontwerpend onderzoek. Dit vooruitlopend op hetuniform landelijk beleidskader voor woningsplitsen en ook woningde-len, waarmee wordt uitgewerkt hoe splitsen en delen (juridisch)makkelijker en waar mogelijk vergunningsvrij wordt. Ik ga dit vormge-ven met inbreng van koplopergemeenten.–Voor mantelzorg- en familiewoningen heb ik eerder dit jaar eenaangepast ontwerpbesluit Versterking regie volkshuisvesting inconsultatie gebracht. Daarmee wordt het mogelijk om binnenvoorwaarden mantelzorg- en familiewoningen vergunningvrij teplaatsen op het achtererf. Ook wordt het hiermee mogelijk om binnenvoorwaarden een mantelzorg- of familiewoning te realiseren in eenbestaand bijgebouw, waardoor bijvoorbeeld bestaande schuren voordit doeleinde kunnen worden ingezet. Op 8 november 2025 is denovelle voor advies naar de Raad van State gezonden. Hiermee geef ikuitvoering aan Woontopafspraak nummer 14.Daarnaast ligt er een nieuwe richtlijn voor parkeernormen,5 6 pak ikleegstand aan (onlangs zijn voorgenomen wijzigingen in deLeegstandswet in consultatie geweest), stimuleer ik dat gemeenten actiefaan de slag gaan met woningdelen en zet ik met partijen onverminderd inop bijvoorbeeld transformeren, optoppen en hoekwoningaanpakken.Verder is er voor wonen in het buitengebied een actieleerprogramma3Zie eerdere kamerbrieven van 18 oktober 2024 (Kamerstuk 32 847, nr. 1209) van 30 januari 2024(Kamerstuk 32 847, nr. 1135) en 17 mei 2023 (Kamerstuk 32 847, nr. 1038)4https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2024/08/29/minister-keijzer-start-informatiecampagne-word-hospita5https://www.crow.nl/actueel/gemeente-gebruik-actuele-parkeerkencijfers-bij-gebiedsontwikkeling/6https://www.volkshuisvestingnederland.nl/documenten/publicaties/2025/05/01/handreiking-parkeren-bij-optoppenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13902 gestart dat zich richt op de positieve bijdrage die het toestaan vankleinschalige woningbouw levert aan een vitaal landelijk gebied. Veelgemeenten, woningcorporaties, VvE’s en marktpartijen zijn hiermee aande slag. Beter Benutten levert jaarlijks circa 15.000 woningen op, kanbijdragen aan leefbare wijken en een vitaal platteland en bovenal biedtBeter Benutten perspectief om snel meer woningen en woonruimte toe tevoegen.Programma Innovatie en Opschaling Woningbouw (IOP)Het IOP is gestart op de Woontop 2024 met brede steun van overheids –en marktpartijen die bij de woningbouw zijn betrokken. Inzet van hetprogramma is om industrialisatie, digitalisering en nieuwe vormen vansamenwerking in de bouwketen te stimuleren en zo de basis te leggenvoor snellere, betaalbare en duurzamere woningbouw. Het IOP zorgt erdoor de samenwerking met overheids- en marktpartijen voor datinnovatieve werkwijzen niet alleen worden ontwikkeld, maar ook breedtoepasbaar en opschaalbaar worden.Er zijn al flinke resultaten geboekt. We zijn hard onderweg om dedoelstelling uit het Hoofdlijnenakkoord om 50% industrieel te bouwen in2030 te behalen. Op dit moment komt 21% van de nieuwbouwwoningenuit een fabriek (ten opzichte van 10% in 2020) en de potentie om op deschalen naar 50% in 2030 is aanwezig.7 Inmiddels zijn er 8 bouwers metwoningen met een erkende kwaliteitsverklaring (typegoedkeuring). In dereactie op het adviesrapport STOER heb ik aangegeven (fabrieksmatige)woningen die voorzien zijn van een erkende kwaliteitsverklaring voorzowel de productie en de assemblage op de bouwplaats, vrij te gaanstellen van de vergunning- of meldingsplicht voor de technische bouwac-tiviteit. Dat brengt een forse vereenvoudiging met zich mee en eenversnelling in de woningbouw.Opschalen: van projectmatig naar gebiedsgerichtEr is meer nodig om alle kansen te verzilveren: we groeien door van losseinitiatieven op een paar plekken in het land naar oplossingen die dewoonopgave op grote schaal verder brengen. Hiermee werk ik aan hetbreed toepasbaar en opschaalbaar maken van nieuwe werkwijzen voorzowel Beter Benutten als IOP. Cruciaal voor deze opschaling is eentransitie van een projectmatige naar een gebiedsgerichte aanpak. Ditbetekent dat woningbouwprojecten niet altijd als apart gebouw of locatieworden aangepakt, maar dat er per gebied integraal in kaart wordtgebracht en wordt beoordeeld welke typen beter benutten en welkeinnovaties in dat gebied mogelijk zijn, en dat deze mogelijkheden wordengerealiseerd. Zo worden schaalvoordelen benut en versnellinggerealiseerd.Voor Beter Benutten betekent dit dat ik toewerk naar een gebiedsgerichteaanpak waarmee medeoverheden, corporaties, VvE’s en marktpartijendirect zicht hebben op de kansen van een gebied, bijvoorbeeld doortoepassing bestaande en nieuw te ontwikkelen potentiescans. Ik ga aan deslag met landelijke aanpak Beter Benutten, waarbij ik gevoed word dooreen aantal koplopergemeenten. Zij gaan deze aanpak al lokaal toepassen,om te leren en zodat we kunnen opschalen naar een aanpak waar heelNederland mee aan de slag kan8. Zo wordt Beter Benutten voor allebetrokken partijen in heel Nederland een standaard onderdeel van dewoningbouwopgave. Hiermee geef ik verdere uitvoering aan afspraak 87Prefab Construction – Tackling the housing shortage | Roland Berger8Kamerstuk 32 847, nr. 1209Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13903 van de Woontop 2024 en verbreed ik de landelijke aanpak optoppen9 toteen integrale Beter Benutten aanpak. Dit sluit aan op de toekomstigevolkshuisvestingsprogramma’s in het kader van de Wetvoorstelversterking regie volkshuisvesting waarin het Beter Benutten alsonderdeel is opgenomen.Met het IOP werk ik aan een innovatieve gebiedsgerichte aanpak waarbijingezet wordt op industrieel bouwen, datagedreven werken en hetinzetten van innovaties om ondanks woningbouwbelemmeringen toch tekunnen bouwen. Ook verstevig ik, in samenwerking met marktpartijen enmedeoverheden, de digitale infrastructuur voor onder meer gebiedsont-wikkeling en industriële bouwketens. Daarbij investeren we in deontwikkeling van digitale vaardigheden om te waarborgen dat marktpar-tijen en medeoverheden de infrastructuur optimaal kunnen benutten.Deze inzet past binnen een bredere digitaliseringsstrategie voor de fysiekeleefomgeving waarover ik u voor het eind van dit jaar zal informeren.Concrete stappen die sinds de Woontop 2024 zijn gezet, zijn onder meerhet inrichten van industriële bouwstromen om opgaven uit de woondealsversneld te realiseren en het opzetten van «Fastlanes» voor vergunning-verlening van woningen met een typegoedkeuring zoals bedoeld in demotie van het lid Wijen-Nass10. Nog dit jaar start een innovatiecall om tekomen tot marktgerichte oplossingen voor netbewust en waterbewustbouwen. Met tal van gemeenten worden concrete manieren voorinnovatieve gebiedsontwikkelingen uitgewerkt. Uw Kamer wordt jaarlijksgeïnformeerd over de voortgang en behaalde resultaten.Voor het versnellen van de woningbouw en het realiseren van voldoendewoonplekken door Beter Benutten en Innovatie en Opschaling is eenlange adem, focus en bestendiging nodig. Zoals u kunt lezen is samen-werking tussen het Rijk, gemeenten, corporaties, de markt, bewoners enwoningzoekenden een harde voorwaarde, waarvoor de basis is gelegdmet de Woontopafspraken. Ik zal u voor het einde van dit jaar opnieuwinformeren over de stand van zaken van de gemaakte Woontopafsprakenover deze onderwerpen. Als we samen de schouders eronder zettenvanuit de visie dat er veel mogelijk is, ben ik ervan overtuigd dat we metdeze inzet in de komende jaren veel meer aantrekkelijke en passendewoonplekken gaan realiseren.Moties en toezeggingDe afgelopen maanden is nog een aantal moties ingediend en aange-nomen door uw Kamer. Graag bespreek ik hieronder enkele motiesafzonderlijk. In de bijlage wordt meer in detail ingegaan op de voortgangen daarmee beschouw ik ook een aantal toezeggingen en moties alsafgedaan. Hier gaat hierbij om:–Motie Welzijn11 over om de mogelijkheden te verkennen om woning-delen voor ouderen aantrekkelijker te maken;–Motie Ceder12 over een oproep om te komen tot een strategiewaarmee woningdelen wordt bevorderd;–Motie Boswijk c.s. over het aanpakken van braakliggende gronden,transformatie van leegstaande winkelverdiepingen en herontwikkelingvan agrarische bebouwing;–Motie van het lid Wijen-Nass13 voor snellere vergunningverlening viaFastlanes.9Kamerstuk 32 847, nr. 118310Kamerstuk 28 325, nr. 28511Kamerstuk 36 740 VII, nr. 1812Kamerstuk 29 325, nr. 18813Kamerstuk 28 325, nr. 285Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13904 –Toezegging om een brede verkenning op woningdelen te doen en depotentie van woningdelen in beeld te brengen.14Bijgesloten is het eerder toegezegde15 rapport over het verbreden van deinzetbaarheid van het voorkeursrecht naar gevallen dat geen sprake is vaneen functiewijziging. Aanleiding voor dit onderzoek is de motie Geurts16,die aandacht vraagt voor het opkopen en uitponden van vakantieparkenen vraagt in kaart te brengen of het voorkeursrecht kan worden toegepastop vakantieparken. In een dergelijke situatie is er geen sprake vanfunctiewijziging; de bestemming blijft immers gelijk. De hoofdregel voorde vestiging van een voorkeursrecht is dat sprake moet zijn van eenfunctiewijziging. De resultaten van dit onderzoek maken duidelijk dat ditwijzigen in een meer generieke bevoegdheid om een voorkeursrecht tevestigen kan leiden tot onvoldoende rechtszekerheid en potentieel in strijdkan komen met het eigendomsrecht. Daarom zal het kabinet dit niet naderverkennen. Tegelijkertijd stelt het rapport ook dat in specifieke gevallen ofbeleidsdoelen de voorwaarde voor een functiewijziging voor het vestigenvan voorkeursrecht wel kan komen te vervallen. Het rapport beschrijft hoevoor de vakantieparkenproblematiek een voorkeursrecht bij gelijkblij-vende functie juridisch-technisch mogelijk kan worden gemaakt, waarmeetegemoet kan worden gekomen aan de motie Geurts. Het kabinet neemtde uitkomsten van dit onderzoek daarom mee in de verdere beleids-vorming.Motie Parallel plannenDe motie van het lid Vedder c.s.; Verzoekt het kabinet om samen metgemeenten en provincies een plan van aanpak te maken voor hoe in elkegemeente parallel plannen zo snel mogelijk de standaard wordt, en hierbijvliegende teams op te richten of bestaande teams aan te sluiten omgemeenten hierbij te helpen.Het Rijk wil de tijd tussen planvorming en de daadwerkelijke bouw vanwoningen verkorten door snellere procedures en het toepassen vanparallel plannen. Deze aanpak wordt landelijk opgeschaald en is nu eenvoorwaarde voor subsidies zoals de WBI en Gebiedsbudget. VRO stuurtop een bouwstart binnen 2 jaar via woondealtafels, versnellingstafels enregionale kennisdeling. Om parallel plannen in de praktijk te brengenworden op dit moment 7 pilots uitgevoerd waar parallel plannen wordttoegepast. Aankomend jaar worden daar 3 nieuwe doorbraaklocaties aantoegevoegd. Daarnaast worden aankomend jaar 30 professionals opgeleidtot experts in parallel plannen. Zij worden actief ingezet om projectendoor het hele land te ondersteunen. Regionaal wordt instrumentariumdoorontwikkeld ter ondersteuning van parallel plannen.17Toezegging aandeel sociale huurUw Kamer heeft mij in het notaoverleg van 25 september 202518 gevraagdom een reactie op een artikel19 waarin wordt aangegeven dat door deuitvoering van kabinetsplannen, het aandeel sociale huur de komendejaren zal dalen. Bij deze geef ik u mijn reactie en beschouw ik de monde-linge toezegging als afgedaan. De veronderstelling in het artikel dat doorde kabinetsplannen het aandeel sociale huur ten opzichte van de totale14Aanhangsel Handelingen II, 2023/24, nr. 188615Kamerstuk 32847, nr. 1176, par. 716Kamerstuk 36 200 VII, nr. 9517Kamerstuk 32 847, nr. 125618Kamerstuk 36 637, nr. 919Trouw (22 september 2025). «Zelfs als álle regeringsplannen slagen, krimpt het aandeelsociale huurwoningen»Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13905 woningvoorraad zal dalen, is correct. Het Kabinet stuurt echter niet op hetaandeel sociaal huur, maar op het toevoegen van aantallen socialehuurwoningen. In de Nationale prestatieafspraken is afgesproken dat eruiterlijk in 2029 30.000 woningen per jaar worden toegevoegd. Dezeafspraken voldoen aan de behoeftestelling van sociale huur zoals dezewordt geprognosticeerd, daarin is ook de (verwachte) verkoop en sloopvan sociale huurwoningen meegenomen. Het blijft voor het opvangen vandeze behoefte belangrijk dat de woningbouwproductie van corporaties dekomende jaren toegroeit naar de 30.000 woningen per jaar. Hetwetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting draagt hieraan bij.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,M.C.G. KeijzerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13906 VOORTGANG BETER BENUTTEN EN VOORTGANG PROGRAMMAIOP1. Voortgang Beter Benutten Om de woningnood tegen te gaan is het beter benutten van bestaandegebouwen, en de bijbehorende omgeving, essentieel. Want alleen metnieuwbouw gaan we het woningtekort niet oplossen. Daarnaast biedtbeter benutten kansen voor bestaande bewoners, door bijvoorbeeldbestaande gebouwen te verduurzamen, de leefbaarheid in een buurt teverbeteren, bijvoorbeeld in NPLV-gebieden, en woonlasten te delen. Hetvermindert extra ruimte- en materiaalgebruik. Deze voordelen komen ooknaar voren in de «Actieagenda Wonen» van Platform Woonopgave uit2023.20 Onderdelen uit de actieagenda die vallen binnen de BeterBenutten-aanpak zijn onder andere inzet op gebruik van bestaandegebouwen, renoveren waar mogelijk, en bijbouwen in bestaande wijken.Ik voel me gesteund door deze analyse en enkele door uw Kameringediende en aangenomen moties waarin wordt verzocht om snelheid temaken met een landelijke aanpak. Hiermee geef ik tevens invulling aan detoezegging21 aan de Eerste Kamer om in te gaan op de analyse van dezeactieagenda voor wat betreft het Beter Benutten, waarover ik de EersteKamer separaat informeer.Beter benutten kan door:•Meer woningen binnen de bestaande bebouwing en bijbehorendeomgeving. Door transformeren, door optoppen, aanplakken enuitplinten, wonen in het buitengebied en door meer in te zetten opmantelzorg- en familiewoningen.•Het beschikbaar maken van bestaande woningen voor méér mensen-.Door drempels weg te nemen om met meerdere huishoudens in éénwoning te wonen. Zoals voor hospitaverhuur, woningdelen en splitsen.En door te voorkomen dat woningen onnodig lang leegstaan.Via de Realisatiestimulans krijgen gemeenten een vast bedrag voor iederebetaalbare, toegevoegde woning. Deze geldt ook voor woningen diemiddels Beter Benutten (transformatie, optoppen en splitsen) zijngerealiseerd. Naast de inzet zoals hierboven is beschreven, wordthieronder per onderdeel van Beter Benutten de voortgang en eenvooruitblik gegeven wat dient als «routekaart» richting een landelijkeaanpak.a) TransformatieDe transformatie van bestaand vastgoed naar woningen levert jaarlijksveel nieuwe woningen op en versterkt daarnaast de vitaliteit van dorpenen steden door leegstand aan te pakken. Een aanpak van «niet slopen,tenzij» bespaart vaak ook ruimte, materiaal en arbeid. De afgelopen tienjaar zijn er door vastgoedtransformatie per jaar gemiddeld 10.000woningen opgeleverd. Daardoor hebben we in die periode ongeveer100.000 woningen toe kunnen voegen aan de woningvoorraad. Het aantaltransformaties is volgens de CBS in 2022 en 2023 iets teruggelopen naar9.565 transformatiewoningen in 2022, 8.755 in 2023 en circa 7.900 in 2024,mede veroorzaakt doordat het laaghangend fruit geplukt is.Om het tij te keren is medio 2024 samen met markpartijen, overheidsorga-nisaties en kennis- en onderzoeksinstellingen een Versnellingsagenda20https://platformwoonopgave.nl/actieagenda/21Toezegging naar aanleiding van een vraag van het lid Nicolaï (PvdD) (Eerste Kamer), over deanalyse van het Platform Woonopgave en woningsplitsing (T03906).BIJLAGE:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13907 opgesteld.22 Hierin staan diverse acties om het aantal jaarlijkse woning-transformaties te vergroten en te versnellen:–In december jl. heb ik de Transformatiefaciliteit verhoogd met € 70miljoen naar € 150 miljoen;23–Afgelopen voorjaar is de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatie-woningen aangepast en gunstiger gemaakt voor transformatie;24–Samen met het RVO werk ik aan een handreiking over (gebieds)trans-formatie op bedrijventerreinen en kantorenlocaties;–Ik heb onlangs subsidie verleend aan TU Delft voor onderzoek naar definanciële haalbaarheid van transformatieprojecten;–Ik werk samen met TNO aan een op AI-gebaseerde transformatietoolwaarmee gemeenten inzicht krijgen in het transformatiepotentieel inhun gebied.b) OptoppenEr zijn de afgelopen jaren grote stappen gezet met optoppen: inmiddelsgeniet dit grote bekendheid en belangstelling en er zijn steeds meersuccesvolle projecten gerealiseerd. Meer bekendheid en ervaring metprocessen en werkwijzen en het toepassen van gestandaardiseerde bouwdraagt bij aan het op grotere schaal gebiedsgericht optoppen. Daarominvesteer ik in de ontwikkeling van een optop-potentiescan en bouw ikvoort op de huidige belangstelling met hulp van enkele koploperge-meenten die ik hierboven heb aangekondigd. Ik verwacht voor het eindevan 2025 uw Kamer opnieuw te informeren over de voortgang.c) Wonen in het buitengebiedSinds de Woontop werk ik met provincies en gemeenten samen in eenActieleerprogramma voor wonen in het buitengebied. Het Actieleerpro-gramma heeft als doel om beleidsuitgangspunten op te stellen dieinvulling geven aan de wens om erftransformaties toe te staan daar waarhet gegeven het gebied, de locatie en de gekoppelde maatschappelijkedoelen wenselijk is. Staand beleid biedt onvoldoende ruimte voor degewenste combinatie van functies en kleinschalige woningbouw in hetbuitengebied. Het gevolg is dat dit soort ontwikkelingen niet of nauwelijkstot stand komen. Concreet ben ik met praktijkcasussen en ontwerpendonderzoek aan het toetsen wat de belemmeringen zijn en of dezebelemmeringen weggenomen kunnen worden. Hieruit volgt een advies opwelke manier beleid anders geformuleerd moet worden zodat met behulpvan wonen in het buitengebied en functiecombinaties van wonen,landbouw en natuur ruimte komt voor een volhoudbaar, vitaal en leefbaarlandelijk gebied. Dit kan bijvoorbeeld leiden tot wijziging van bestaandbeleid voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) of rood-voor-roodregelingen. De uitkomsten van dit Actieleerprogramma en de daaruitvloeiende beleidsaanpassingen zorgen voor meer duidelijkheid bijinitiatiefnemers en zullen overheden helpen om tot een zorgvuldige envlotte gebiedsspecifieke belangenafweging te komen die bijdraagt aaneen vitaal platteland, meer woonruimte en perspectieven voor(ex-)boeren.De aanleiding om hier blijvend op in te zetten is, zoals ook in de NotaRuimte is aangehaald25, dat het aantal agrarische bedrijven afneemtwaardoor de leegstand toeneemt. Dat brengt risico’s op verrommeling enondermijning van het landelijk gebied en het landschap met zich mee. Een22Kamerstuk 32 847, nr. 118923Kamerstuk 32 847, nr. 123924Kamerstuk 32 847, nr. 124525Kamerstuk 29 435, nr. 269Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13908 betere balans tussen de functies en een goede omgevingskwaliteit draagtbij aan de leefbaarheid van het landelijk gebied. Dat is van belang voor demensen die nu in het landelijk gebied wonen en voor de toekomstigeontwikkelingen. Voor sommige boeren, ex-boeren of nieuwe eigenarenkan perspectief worden geboden door nieuwe verdienmodellen. Viaherbestemming voor wonen, zorg en bijvoorbeeld de energietransitie.Daarbij biedt deze ontwikkeling ook mogelijkheden voor het versterkenvan natuur en het bijdragen aan water- en klimaatopgaven en landschap.Ook is binnen het Actieleerprogramma aandacht voor de belangen vanzittende boeren. Bijvoorbeeld als door extra woningen in het buitengebiedhun bedrijfsvoering wordt belemmerd. Daarbij is er mogelijk risico opoverbelasting van infrastructuur en voorzieningen. Onder voorwaarden(waaronder meervoudig ruimtegebruik en niet afwentelen) willen we indaarvoor geschikte gebieden kleinschalig wonen in het landelijk gebiedmogelijk maken (vanuit de ja, mits-benadering). Hierbij staat het minimali-seren van de risico’s en het maximaliseren van de kansen voor hetrealiseren van maatschappelijke opgaven centraal.d) Mantelzorg- en familiewoningenHet bijbouwen van een mantelzorg- of familiewoning op een achtererf kaneen oplossing bieden voor een grote groep mensen die zo lang mogelijkin hun eigen omgeving wil blijven wonen, en voor kinderen die geenbetaalbare woning kunnen vinden. Daarom wil ik het mogelijk maken om– binnen voorwaarden – vergunningsvrij mantelzorg- en familiewoningente bouwen. Ik ben voornemens dit te realiseren via het ontwerpbesluitVersterking regie volkshuisvesting. Het aangepaste ontwerpbesluit iseerder dit jaar in consultatie geweest. Op 8 november 2025 is de novellevoor advies naar de Raad van State gezonden.e) WoningsplitsenNog voor de jaarwisseling komt de Splitsgids beschikbaar voor particu-lieren, woningcorporaties en gemeenten. Daarnaast heb ik in februaritoegezegd de Eerste Kamer te zullen informeren over de mogelijkhedenvoor het vergunningsvrij splitsen van woningen. Momenteel staat hetgemeenten vrij om vergunningsvrij splitsen in de hele gemeente of delendaarvan toe te staan. Om op landelijk niveau vergunningsvrij splitsen teimplementeren is een landelijk beleidskader nodig. Hiermee beschouw iktoezegging T04009 als afgedaan26. Na de Splitsgids wordt een eerste staprichting een landelijk beleidskader gezet. Dat landelijke beleidskaderomtrent woningsplitsing ben ik nu aan het verkennen, om uitvoering tegeven aan de motie lid Wijen-Nass om tot een uniform landelijk beleids-kader te komen. Hierbij kijk ik ook naar mogelijkheden om op nationaalniveau te sturen op vergunningsvrij woningsplitsen. Net als bij woning-deling vraagt dit een brede weging van aspecten zoals lokale beleids-vrijheid, leefbaarheid, en vereenvoudiging en eenduidig beleid oplandelijk niveau. Enkele voorbeelden hiervan zijn de handreiking diePlatform31 maakte over dertig tips hoe zij woningsplitsen en woningdelen(juridisch-planologisch) kunnen faciliteren en het lopende ontwerpendeonderzoek van de Rijksbouwmeester naar de mogelijkheden voor hetbeter benutten van bestaande gebouwen, met specifiek oog voor splitsen,waarvan ik op zeer korte termijn een eerste publicatie verwacht.26Toezegging naar aanleiding van vragen van het lid Van Rooijen (50PLUS) (Eerste Kamer), overde mogelijkheden om het splitsen van woningen vergunningsvrij te maken (T04009)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13909 f) WoningdelenUit onderzoek blijkt dat eind 2023 ruim 1 miljoen personen in eengedeelde woning woonden in Nederland, verdeeld over 790.000huishoudens in 250.000 woonruimten.27 Uit het onderzoek blijkt verderdat woningdelen tot nu toe hoofdzakelijk plaatsvindt in particuliere huur-en koopwoningen. Daarnaast zie ik dat verschillende woningcorporatiesondertussen gestart zijn met het aanbieden van woningdelen en dat erpotentie is om bij woningcorporaties de komende 10 jaar circa 60.000deelwoningen te realiseren.28 29Door woningdelen verder te stimuleren kunnen mensen sneller eenpassende woonruimte vinden. Het moet normaal worden dat mensen ineen bepaalde fase van hun leven een woning delen met iemand anders.Dit geldt voor jongeren die het ouderlijk huis verlaten, voor mensen die inscheiding liggen en tijdelijk een woonplek nodig hebben, maar ook vooralleenstaanden die gezelschap zoeken.Om dit te bereiken is het nodig dat medeoverheden woningdelen vakertoestaan en dat verhuurders ook daadwerkelijk woningen via woning-delen aanbieden. Daarvoor zet ik in op informatievoorziening enonderzoek, het wegnemen van belemmeringen, en het stimuleren datpartijen ook daadwerkelijk met woningdelen aan de slag gaan. Door heelhet land zien we al mooie voorbeelden:–Zo zijn diverse woningcorporaties al bezig met woningdelen in hunwoningvoorraad, zoals de SOR (ouderen in Rotterdam), Woonin enTalis.30–Voor gemeenten maakte Platform31 een handreiking met dertig tipshoe zij woningsplitsen en woningdelen (juridisch-planologisch) kunnenfaciliteren.31.–Ook heb ik een factsheet gepubliceerd over hoe woningdelen kanworden toegepast door gemeenten en woningcorporaties.32–Daarnaast verken ik onder welke voorwaarden woningdeling op lokaalniveau vaker wordt toegestaan. Dat vraagt een brede weging vanaspecten als lokale beleidsvrijheid, leefbaarheid en vereenvoudigingen eenduidig beleid op landelijk niveau. Ik onderzoek dit aan de handvan de ervaringen van koplopersgemeenten.–Verder laat ik samen met verschillende woningcorporaties uit regioUtrecht en de gemeente Utrecht een haalbaarheidsonderzoekuitvoeren naar een landelijk platform voor registreren, matchen entoewijzen van te delen woningen, wat het aanbieden van deelwonin-gen moet vergemakkelijken. De resultaten van dit onderzoek wordenbegin volgend jaar verwacht.–Specifiek voor huisvesting van statushouders in onzelfstandigewoonruimte is de regeling HAR+ van het Ministerie van Asiel enMigratie opengesteld tot het einde van dit jaar. Via deze regelingkrijgen gemeenten 30.000 euro per gehuisveste statushouder wanneer27ABF (2025). Woningdelers. Een kwantitatieve analyse naar omvang, diversiteit en woonpaden.28https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/12/11/corporaties-zien-snelle-kansen-voor-beter-benutten-van-hun-woningbezit29Kamerbrief Kamervragen van het lid Welzijn (Nieuw Sociaal Contract) over het artikel «Veelwoningen met (te) weinig bewoners: corporaties willen vaker huizen delen» met kenmerk2024Z06790 d.d. 31 mei 2024 (Aanhangsel Handelingen II 2023/24, nr. 1886).30https://www.volkshuisvestingnederland.nl/onderwerpen/beter-benutten-van-bestaande-bebouwing/woningdelen31https://www.volkshuisvestingnederland.nl/documenten/publicaties/2025/02/20/handreiking-platform31-woningdelen-en-woningsplitsen-mogelijk-en-gemakkelijker-maken32https://www.volkshuisvestingnederland.nl/onderwerpen/beter-benutten-van-bestaande-bebouwing/documenten/publicaties/2025/08/28/factsheet-woningdelenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 139010 de statushouder in onzelfstandige huisvesting, zoals deelwoningen,worden gehuisvest.33–Om meer praktijkkennis en ervaring op te doen omtrent woningdelen,wordt door verschillende woningcorporaties in Rotterdam een pilotwoningdelen uitgevoerd. De lessen uit deze pilot kunnen bijdragen aanhet verder stimuleren van woningdelen voor ouderen.Om inzicht te krijgen in het effect van de vormgeving van inkomensonder-steuning op de bereidheid van mensen om te woningdelen, heeft hetMinisterie van SZW recent een maatschappelijke kosten-batenanalyse metuw kamer gedeeld naar het partnerbegrip in de AOW, waarvan deresultaten laten zien dat aanpassing van het partnerbegrip/leefvormsystematiek in de AOW er naar verwachting toe leidt dat meerouderen gaan samenwonen.34 Daarnaast laat ik een verkenning uitvoerennaar mogelijke aanpassingen van de kostendelersnorm in de socialezekerheidswetten, waaronder de bijstandsuitkering. Hiervan worden deresultaten in het eerste kwartaal van 2026 verwacht.Via de motie Ceder35 is opgeroepen om te komen tot een strategiewaarmee woningdelen wordt bevorderd. De uitkomsten van eerdergenoemde onderzoeken zijn essentieel voor het bepalen van de strategieen verdere uitwerking van beleidsopties. Daarnaast is de regering via demotie Welzijn36, verzocht om de mogelijkheden te verkennen omwoningdelen voor ouderen aantrekkelijker te maken. Om hier invullingaan te geven kijk ik naast de bovengenoemde acties en onderzoeken ooknaar de mogelijke beleidsopties die zijn meegestuurd met het rapportThuisgeven als onderdeel van het Interdepartementale Beleidsonderzoek(IBO) Huursector.37 Deze beleidsopties zijn:–Woningdelen minder vaak verbieden, bijvoorbeeld door een landelijkenorm waarbij vergunningvrij kamergewijs mag worden verhuurd–Kamerverhuur stimuleren door verplicht een percentage/aantal van dewoningvoorraad in te zetten voor kamerverhuur–Oprichten van een landelijke organisatie die woningdelen viakamergewijze verhuur stimuleert voor woningcorporaties.Met de eerdergenoemde huidige inzet op woningdelen en mogelijkeaanvullende beleidsopties voor woningdelen, beschouw ik de moties vanleden Welzijn en Ceder als afgedaan. Het is aan een nieuw kabinet om opbasis van deze beleidsopties, waarvan de consequenties, praktischehaalbaarheid, mogelijke kosten en samenhang met ander beleid nogverder moeten worden uitgewerkt, te bepalen welke aanpassingen erworden doorgevoerd die woningdelen verder stimuleren.g) HospitaverhuurHospitaverhuur is een woonvorm die relatief snel, flexibel en duurzaambetaalbare woonruimte creëert. Om hospitaverhuur te stimuleren, en omonduidelijkheden bij gemeenten, verhuurders en woningzoekenden wegte nemen, is er afgelopen jaar actief gewerkt aan de informatievoorzieningrondom hospitaverhuur, bijvoorbeeld via een landelijke informatiecam-pagne «Word hospita! Jouw huis van grote waarde» en via de websitehospitawijzer.nl.3833https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-28170.html34Kamerstuk 32 043, nr. 68935Kamerstuk 29 325, nr. 18836Kamerstuk 36 740 VII, nr. 1837Kamerstuk 27 926, nr. 39838https://www.volkshuisvestingnederland.nl/onderwerpen/hospitaverhuurTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 139011 Daarnaast heb ik naar aanleiding van de motie van het lid van Vroon-hoven c.s.39 onderzocht in hoeverre een uitbreiding van de kamerverhuur-vrijstelling hospitaverhuur verder kan stimuleren. Deze verkenning, die iksamen met Ministerie van Financiën doe, zal met de kamerbrief over hetplatform hypotheken dit najaar met uw kamer worden gedeeld.Om belangrijke obstakels rondom hospitaverhuur weg te nemen, werk ikaan een wetswijziging. De internetconsultatie van dit wetsvoorstel is eindaugustus afgerond en momenteel ben ik bezig deze reacties te verwerken.Hierna zal het voor advies aan de Raad van State worden aangeboden.Met het wetsvoorstel wordt een speciaal huurcontract van maximaal vijfjaar met een proeftijd van negen maanden voorgesteld, een kortereopzegtermijn van één maand in de eerste maand en wordt het makkelijkerom hospitaverhuur te beëindigen bij (executie)verkoop of overlijden. Totslot krijgen huurders die hospita zijn de mogelijkheid om in bezwaar tegaan tegen een inkomensafhankelijke hogere huurverhoging als gevolgvan hospitaverhuur. Het streven is om het wetsvoorstel de eerste helft van2026 aan te bieden aan de Tweede Kamer.h) Aanpak van leegstandIk wil dat gemeenten leegstand van panden en woningen zo veel alsmogelijk bestrijden. Om die reden werk ik momenteel aan een wijzigingvan de Leegstandswet. Dit wetsvoorstel is recent in internetconsultatiegeweest en momenteel ben ik bezig deze reacties te verwerken. Hierna zalhet voor advies aan de Raad van State worden aangeboden. Door ditwetsvoorstel kan de gemeente een eigenaar verplichten het pand ofwoning conform de bestemming weer in gebruik te nemen/geven. Alsuiterste middel kan de gemeente een last onder dwangsom opleggen.Daarnaast wordt voorgesteld dat gemeenten het energieverbruik kunnenopvragen bij de netbeheerders voor een efficiënte handhaving. Hetstreven is om het wetsvoorstel de eerste helft van 2026 aan te bieden aande Tweede Kamer. Voorts heeft de Tweede Kamer op 23 september 2025ingestemd met een amendement van de heer Stultiens en de heer DeHoop.40 Met dit amendement wordt de Gemeentewet gewijzigd waardoorgemeenten een leegstandbelasting kunnen opleggen aan eigenaren vanwoningen indien een woning langer dan een jaar leegstaat.Op 1 juli 2025 heeft uw Kamer een motie van het lid Boswijk c.s. aange-nomen die de regering verzoekt er zorg voor te dragen dat in dehandreiking aan gemeenten over de leegstandsaanpak ook aandacht isvoor opname in de leegstandsverordening van het aanpakken vanbraakliggende gronden, transformatie van leegstaande winkelverdie-pingen en herontwikkeling van agrarische bebouwing.41 De motie betreftdrie verschillende invalshoeken die zien op leegstand van gebouwen,braakliggende grond en transformatie en waarbij de laatste tweegenoemde geen onderdeel uitmaken van de Leegstandwet. In die zin ishet niet zinvol om de handreiking op deze punten aan te passen. In dehandreiking Leegstand te lijf42 is recent een onderdeel toegevoegd dat zietop leegstand van agrarische bebouwing. Voorts bestaat er eenhandreiking voor gemeenten hoe om te gaan met leegstaande grond.43Tot slot kunnen gemeenten het Expertteam woningbouw44 inschakelen39Kamerstuk 36 602, nr. 11340Kamerstuk 36 735, nr. 1841Kamerstuk 36 512, nr. 6942Handreiking Leegstand te lijf 2.0 (2 delen), VNG43Handreiking Vertraging Voorkomen met Grondbeleid, Volkshuisvestingnederland.nl44Expertteam Woningbouw, RVO.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 139012 over vraagstukken die zien op transformatie. Hiermee geef ik invulling aanbovengenoemde motie.2. Voortgang Innovatie en Opschalingsprogramma Woningbouw Ambitie en doelstellingHet IOP heeft tot doel de randvoorwaarden te organiseren die nodig zijnom de woningbouw sneller, beter en duurzamer te maken. De ambitie isdat in 2030 de helft van alle nieuwbouwwoningen in Nederland industrieelen conceptueel wordt gerealiseerd. Daarmee wordt het bouwproces korteren voorspelbaarder, de kwaliteit hoger, en zijn er minder arbeidskrachtennodig dankzij digitalisering, standaardisatie en nieuwe productieme-thoden. Daarnaast richten wij ons op het benutten van data en digitali-sering in de gehele keten, het stimuleren van innovatieve oplossingenvoor woningbouwbelemmeringen (zoals netcongestie en water- enbodemvraagstukken), en het ontwikkelen van toekomstbestendigegebiedsontwikkeling met voldoende flexibiliteit en kwaliteit.Inhoud van het programmaHet IOP bestaat uit vier programmalijnen die elkaar versterken.1.Conceptuele en industriële woningbouw: opschalen van gestandaar-diseerde woningconcepten, typegoedkeuringen en industriëlebouwstromen.2.Data en digitalisering: versnellen van gebiedsontwikkeling envergunningverlening door middel van datagedreven werken endigitale samenwerking.3.Innovatieve oplossingen: het ontwikkelen en opschalen van nieuwetechnieken en processen die veelvoorkomende woningbouwbelem-meringen wegnemen.4.Maatschappelijke innovaties in gebiedsontwikkeling: integrale entoekomstbestendige gebiedsontwikkeling, met aandacht voorfinancieringsvormen en maatschappelijke meerwaarde.Binnen deze programmalijnen werken we samen met gemeenten,provincies, corporaties, bouwers, ontwikkelaars, kennisinstellingen enfinanciële partijen. Op concrete locaties in het land laten we zien hoeinnovatie direct kan bijdragen aan versnelling en betere kwaliteit van dewoningbouw. De lessen die hieruit volgen, worden breed toegepast zodatde sector als geheel profiteert.VoortgangNa de Woontop is er direct gestart met de uitvoering van versnellers waarin korte tijd innovaties worden doorontwikkeld, toegepast en klaargemaakt voor opschaling. Na de zomer zijn ook de overige activiteitenbinnen het programma Innovatie en Opschaling Woningbouw van startgegaan.45 Hieronder staan de belangrijkste ontwikkelingen. Eind dit jaaren vervolgens jaarlijks informeer ik uw Kamer over de voortgang enresultaten.a) Industriële bouwstromenMet provincies, gemeenten en corporaties in Limburg en de MetropoolRegio Amsterdam zijn afspraken gemaakt over het integreren van deWoondeal-afspraak in de Bouwstroom en het actief deelnemen vangemeenten aan de Bouwstroom. De Bouwstroom is een samenwerkingsi-nitiatief om gezamenlijk conceptwoningen in te kopen en de bouwpro-45Innovatie en Opschaling Woningbouw. Bijlage bij Kamerstuk 32 847, nr. 1237.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 139013 ductie te stroomlijnen. In de MRA worden nu concrete gebieden aange-wezen die met behulp van de Bouwstroom worden ontwikkeld en waarindustriële woningbouw onderdeel is van de gebiedsontwikkeling.b) TypegoedkeuringenSinds april 2024 zijn er 8 woningconcepten met een (gedeeltelijke)typegoedkeuring en zijn er verschillende bouwers bezig met verkrijgenervan. Hiermee staat de kwaliteit van de woning en het bouwprocesvooraf vast en dat zorgt voor versnelling bij de vergunningverlening. Omdit ook aan de gemeentelijke kant goed te organiseren, ben ik met deGroene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen en de gemeente Rotterdameen digitale Fastlane voor industriële woningen aan het ontwikkelen enimplementeren. Daarnaast wil ik, zoals recent in de kabinetsreactie op hetadviesrapport STOER46 aangegeven, woningen die voorzien zijn van eenerkende kwaliteitsverklaring voor zowel de productie en de assemblageop de bouwplaats vrijstellen van de vergunning- of meldingsplicht voorde technische bouwactiviteit. Dit zal zorgen voor een bestendigeversnelling van het vergunningsproces en zorgt voor kwalitatief beterewoningen. Hiermee wordt ook invulling gegeven aan de toezegging vanmijn voorganger aan het lid Pouw Verweij over certificering bij fabieks-matige woningbouw47 en de motie van het Lid Wijen-Nass48.c) Datagedreven gebiedsontwikkelingenIn 2025 is er via de zogeheten Versnellingsdialoog met een aantalgemeenten een begin gemaakt met datagedreven gebiedsontwikkeling.Na een eerste verkenning wordt op korte termijn met drie gemeenten eenplan van aanpak uitgewerkt om tot daadwerkelijke toepassing te komen.Met nog zeven andere gemeenten zal hier in 2026 verder invulling aanworden gegeven.d) Innovatie-uitvraag en ontwerpend onderzoekIn oktober 2025 stelt TKI Bouw en Techniek namens het programmaInnovatie en Opschaling Woningbouw een uitvraag van maximaal € 5miljoen beschikbaar aan de sector om schaalbare innovaties te ontwik-kelen die structurele belemmeringen in de woningbouw kunnenwegnemen zodat we sneller en op grotere schaal kunnen bouwen. Dezeinnovaties moeten zich richten op netbewust bouwen of waterbewustbouwen. Naast deze innovatie-uitvraag is het College van Rijksbouw-meester en Rijksadviseurs (CRa) bezig met een ontwerpend onderzoeknaar adaptieve woonvormen toepasbaar voor meerdere gebieden inNederland met verschillende bodem- en watergesteldheid. De eersteresultaten worden in het eerste kwartaal van 2026 verwacht.e) Maatschappelijke innovatieDe aanpak SamenSlim richt zich op het realiseren van Brede Welvaart inde gebiedsontwikkeling. Hiermee wordt bedoeld: het verbreden van hetopdrachtgeverschap naar partijen van buiten de vastgoedontwikkeling enhet anders organiseren van de bekostiging van de ambities op het gebiedvan zorg, energie, klimaatadaptie, werkgelegenheid en mobiliteit.SamenSlim onderzoekt als een meerjarig praktijkgericht laboratoriumsamen met de betrokken gemeenten in tien grootschalige gebiedsontwik-kelingen en een aantal NPLV-gebieden, de meerwaarde van deze andere46Kamerstuk 32 847, nr. 138347Kamerstuk 32 847, nr. 101348Kamerstuk 28 325, nr. 285Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 139014 aanpak. Door maatschappelijke doelen en vraagstukken onderdeel temaken van de gesprekken bij een gebiedsontwikkeling en niet pasachteraf te adresseren, ontstaat er versnelling.f) Innovatie ecosysteemSinds de start van het programma Innovatie en Opschaling Woningbouwis gebleken dat we met meerdere innovatieprogramma’s vanuit het Rijkactief zijn in dezelfde gemeenten. Dezelfde vraagstukken worden vanuitnet een ander perspectief aangevlogen. Zo heeft het IOP raakvlakken metprogramma’s als het Dutch Metropolitan Innovations-ecosysteem (DMI;een groeifondsprogramma dat het fysieke domein voorziet in instru-menten voor het veilig delen van data en nieuwe informatietechnologie)en met de samenwerking rondom toekomstbestendige gebiedsontwikke-lingen dat zich in de praktijk voorbereidt op nieuwe wetgeving uit Europa.Om gemeenten en marktpartijen effectiever te ondersteunen, bundelenwe tussen deze programma’s onze krachten.Innovatie en opschaling de komende jarenHet programma Innovatie en Opschaling Woningbouw loopt tot en met2029. Het legt een stevige basis door randvoorwaarden te scheppen dieinnovatie en opschaling in de woningbouwsector mogelijk maken.Daarmee ontstaan nieuwe standaarden, werkwijzen en instrumenten diede sector in staat stellen om sneller, duurzamer en met hogere kwaliteit tebouwen. De komende jaren monitoren we of deze randvoorwaarden zichvertalen naar grootschalige toepassing van innovaties in de praktijk. HetIOP legt de basis voor slimmer werken in de bouw. Aanvullend kanstimulering van industriële woningbouw en digitalisering de impactvergroten. Uw Kamer wordt jaarlijks over de voortgang van IOPgeïnformeerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 139015
Gerelateerde bronnen
- De minister komt schriftelijk terug op de vraag van het lid Grinwis over de aannames in het Trouw-artikel over de krimp van het aandeel sociale huurwoningen.
De minister komt schriftelijk terug op de vraag van het lid Grinwis over de aannames in het Trouw-artikel over de krimp van het aandeel sociale huurwoningen.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.