KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 25 maart 2026, over politie

22 mei 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e84677cb4b482820 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 628PolitieNr. 1322 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 22 mei 2026 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft op 25 maart 2026overleg gevoerd met de heer Van Weel, Minister van Justitie en Veiligheid,over:–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 9 juli2025 inzake reactie op verzoek commissie om geen onomkeer-bare stappen te zetten bij mogelijke uitbesteding meldpunt144 (Kamerstuk 29 628, nr. 1280);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 15 sep-tember 2025 inzake uitkomst onderzoek van de politie naarmeldpunt 144 (Kamerstuk 29 628, nr. 1297);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d.19 december 2025 inzake voortgang veilig en gastvrij betaaldvoetbal 2025 (Kamerstuk 25 232, nr. 92);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 12 janu-ari 2026 inzake advies van het Adviescollege ICT-toetsing overhet project FMS+ bij de politie (Kamerstuk 29 350, nr. 17);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 3 maart2026 inzake inzage in politiesystemen (Kamerstuk 29 628,nr. 1314);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d.10 maart 2026 inzake vervolg inzage politiesystemen (Kamer-stuk 29 628, nr. 1316);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d.20 maart 2026 inzake verzamelbrief politie (Kamerstuk29 628, nr. 1318).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,EerdmansDe griffier van de commissie,Burger kst-29628-1322ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13221 Voorzitter: EllianGriffier: Van TilburgAanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Coenradie, Diederik vanDijk, Ellian, Faber, Lammers, Mathlouti, Mutluer, Van der Plas, Straatmanen Struijs,en de heer Van Weel, Minister van Justitie en Veiligheid.Aanvang 10.00 uur.De voorzitter:Dames en heren, ik open de vergadering van de vaste commissie voorJustitie en Veiligheid. Op de agenda staat het commissiedebat Politie. Ikheet uiteraard alle collega’s van harte welkom. Ik zal ze zo voorstellen, alsze hun inbreng doen. Ik heet uiteraard de Minister van Justitie enVeiligheid en zijn ondersteuning welkom in de Kamer. Ik heet alle mensenin de zaal en alle andere geïnteresseerden die op een andere manier ditcommissiedebat volgen van harte welkom. Ik wil het volgende afsprekenmet de collega’s. We doen drie interrupties. Een interruptie is onder de45 seconden. Ik zal daar echt op toezien. Dan zou het allemaal binnen tijddie we hebben – we hebben tot 13.00 uur – moeten passen.We gaan snel beginnen met de eerste termijn van de PVV. Die zalmevrouw Faber uitspreken. Gaat uw gang.Mevrouw Faber (PVV):Dank u wel, voorzitter. Ten eerste wil ik u graag bedanken dat u dezecommissievergadering wil voorzitten vandaag. Dank u wel daarvoor. Ubent namelijk niet de officiële voorzitter. Dank! Ik weet dat u een drukkeagenda heeft.Voorzitter. Terwijl er bommen geplaatst worden, niet alleen bij Joodseinstellingen, maar ook op de Amsterdamse Zuidas, zitten politieagenten inuniform en politici gezellig te iftarren. De politie schuift niet alleen aan,maar schroomt ook niet om zelf jaarlijks iftars te organiseren. Zo was hetweer raak in de lieve stad Amsterdam. Daar werd weer een grote zaalafgehuurd in de Beurs van Berlage. Ja, het mag wat kosten! Volgens deeigen berichtgeving van de Politie Eenheid Amsterdam namen hieraanhonderden collega’s deel. Wat kost die ongein eigenlijk? Graag een reactievan de Minister. De politie in Utrecht ontpopt zich schaamteloos als eenislamitisch marketingbureau. Lachende politieagenten, uiteraard inuniform, scheppen soep bij de iftar, terwijl zij de ramadan als heiligemaand presenteren. Er worden flyers over de ramadan uitgedeeld,compleet met politielogo. Dit wordt allemaal gedaan van belastinggeld.Zo betaalt de argeloze belastingbetaler mee aan de islamisering vanNederland. Alsof dat nog niet genoeg is, worden bewoners door de politieaangemoedigd om deel te nemen aan de iftars in de buurt.Ondertussen vermijden kabinetsleden het «i-woord», islam, maar laven zezich wel aan de iftartafels. Ze willen natuurlijk hun geïmporteerdestemmen binnenhalen. Het zou allemaal gaan om het zoeken naarverbinding in de samenleving, maar het is je reinste capitulatie vanangsthazen en dwazen. Er wordt namelijk geen katholieke mis georgani-seerd. Waarom? Omdat de terrorist niet roept «Jezus redt» maar iets met«Allah». Dat was recent weer terug te horen in de boodschap van deislamitische organisatie die de aanslagen op de Rotterdamse synagoge,de joodse school en het atrium in de Zuidas opeist. Dat was eenboodschap vol bedreigingen aan het vrije Westen en Jodenhaat. Dat allesin de naam van Allah. En maar kletsen over verbinding en diversiteit.Binnen de islam is er geen verbinding en diversiteit, alleen maaronderwerping.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13222 Dat is het gevolg van op je knieën liggen. Het veroorzaakt enkelminachting voor het gezag, minachting voor de politie. In Overvecht washet weer zover: nadat de politie een verdachte op een scooter hadaangehouden, werd de politie bekogeld door een groep van 50 personen.Een buschauffeur die bekogeld werd met brandbommen, moest rennenvoor zijn leven. Wakker geworden na dit incident eiste burgemeesterDijksma een eigen ME-peloton in Utrecht. Wel stoer, hoor! Maar is zebereid om het peloton ook daadwerkelijk in te zetten? Het verleden toontimmers dat kortstondig politiegeweld Dijksma al te ver ging. Maar wat alshet dan echt moeilijk gaat worden? Laat ze dan de ME de straat schoon-vegen of veegt zij liever haar eigen politiek correcte straatje schoon? Mijnvraag aan de Minister is: hoeveel incidenten moeten er nog plaatsvindenvoordat de Minister een ME-peloton in Utrecht toewijst?Voorzitter. Lelystad wordt geteisterd door de Kempenaarbende. Degeweldsgolf richt zich niet alleen op bewoners, maar ook op politie-agenten, die worden geïntimideerd en bedreigd. Slachtoffers vanafpersing twijfelen aan de doortastendheid van de politie. Zij vermoedendat agenten terughoudend zijn uit angst zelf doelwit te worden. Als zelfsagenten terughoudend worden, wie zal er dan nog handhavend gaanoptreden? Frappant is dat een vermeende leider, Matien H., die vastzit opverdenking van inbraak, recent met enkelband en gebiedsverbod de straatop mocht om zijn rijbewijs te halen. Wat is dat voor gekkigheid? Is dezebeslissing soms voortgekomen uit dreigementen en intimidaties? Graageen reactie van de Minister.Voorzitter. Ondanks dat deze Kamer de motie over een digitaleschandpaal, ingediend door de PVV, heeft verworpen, gebruikte de politietoch deze werkwijze, en met succes. Complimenten aan de politie! Depolitie startte met de actie Game Over?! en opende de jacht op100 nepagenten die zich vooral richtten op kwetsbare ouderen. Ze werdenvoor miljoenen opgelicht. Er werden 100 foto’s van nepagenten gepubli-ceerd op het internet. Zij stonden er gekleurd op. Na een week zijn erveertien verdachten opgepakt. Gisteren stond de teller op 48. Dit is pashet topje van de ijsberg, want het aantal incidenten met nepagenten steegin 2025 tot ruim 13.000 gevallen. Wat is de status van het aantalopgepakte verdachten nu? Worden er nog meer foto’s gepubliceerd vanverdachten? Graag een reactie van de Minister.Tot zover. Dank u wel.De voorzitter:U ook bedankt voor uw aardige woorden. Het is altijd een voorrecht omdeze mooie commissie te mogen voorzitten. Ik kijk even en zie geeninterrupties. Dan gaan we naar mevrouw Coenradie voor haar eerstetermijn namens JA21.Mevrouw Coenradie (JA21):Voorzitter. Inderdaad ook alle dank aan u voor het waarnemen van dezerol, zeker in deze hele drukke tijden.Voorzitter. De politie staat onder druk door falend beleid en een organi-satie die de grip verliest. Er zijn te veel taken, regels en verwachtingen.Agenten worden ingezet voor problemen buiten hun kerntaak. De politieis geen zorginstelling, geen maatschappelijk vangnet en geen probleem-oplosser voor elk falend systeem in dit land. Toch sturen we agenten maaraf op situaties die niets met hun kerntaak te maken hebben. Daarommoeten we ook harde keuzes gaan maken. JA21 wil dat binnen een jaarde politietaken fundamenteel worden herijkt. Zorgtaken horen in de zorg,niet bij de politie. Gemeenten moeten hun crisisdiensten op orde hebben.Nieuwe taken mogen alleen nog bij de politie worden neergelegd als deKamer daar expliciet mee instemt en agenten op straat daar actief inworden meegenomen. Deelt de Minister dit en wanneer volgt actie?Voorzitter. We hebben de afgelopen jaren miljarden geïnvesteerd ...Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13223 De voorzitter:Sorry, momentje. U heeft een interruptie van mevrouw Straatman.Mevrouw Straatman (CDA):Ik deel de zorgen van mevrouw Coenradie over het feit dat de politie veelte veel tijd kwijt is aan personen met onbegrepen gedrag. Ik zie echter ookdat de politieorganisatie – ik ben al met heel veel werkbezoeken meegeweest – met allerlei pilots al jaren probeert om hier iets mee te doen.Als de zorgketen niet op orde is en de veiligheid in het geding is, moet depolitie op het laatste moment ingrijpen. Hoe realistisch vindt mevrouwCoenradie, gezien alles wat de politieorganisatie al doet, een termijn vaneen jaar om die taken weg te halen bij de politie? Dat is toch helemaal nietrealistisch?Mevrouw Coenradie (JA21):Ik ben een resultaatgericht persoon. Met mijn ongeduld zou ik willen dater meer mensen met ongeduld in Den Haag zouden zitten. Misschienzouden we dan wat sneller zaken bereiken. Ik heb inderdaad de ambitieom binnen een jaar zaken te herijken. Denk ik dat het realistisch is om hethele systeem vervolgens compleet op de schop te nemen? Nee, ik denkniet dat dat binnen een jaar kan, maar laten we in ieder geval eens eenbegin maken. Dat betekent ook dat we met elkaar moeten onderkennendat bijvoorbeeld mensen die in de ggz thuishoren, verwarde mensen, nietin de strafrechtketen thuishoren. Daar zou ook zeker mevrouw Straatman,vanuit een coalitiepartij, heel nadrukkelijk naar moeten kijken. Ik zou duszeggen: neem dat ook mee in het vraagstuk over de bezuinigingen in dezorg.Mevrouw Straatman (CDA):Ik ben het er helemaal mee eens dat we zien dat veel te veel mensen metzorgtaken de strafrechtketen ingaan. Dat zei ik ook al in het begin. Daar isdus geen discussie over. Mijn interruptie ging over die termijn van eenjaar. Ik vind dat je dan geen recht doet aan de politieorganisatie en alleinzet die al wordt gepleegd. Ik was in Groningen. Daar was een spv’ermee in de auto die keek hoe dingen veel efficiënter konden. De politieor-ganisatie doet al heel veel. Daar gaat dit kabinet ook verder mee aan deslag. Maar laten we het debat wel realistisch voeren. Binnen een jaar dithelemaal oplossen – dat proberen we al jaren – lukt niet. Het heeft onzeaandacht, maar we moeten het wel realistisch houden.Mevrouw Coenradie (JA21):Als mevrouw Straatman goed heeft geluisterd, heb ik het woord«herijken» genoemd. Ik heb niet gezegd «dan moet het klaarstaan».Herijken betekent dat we met elkaar kijken hoe we dit binnen een jaaranders gaan organiseren. Ik denk dat dat realistisch is. Je ziet dat dat echteen heel groot vraagstuk is en heel urgent is binnen onze samenleving.Dat merk ik niet alleen vanuit het werkveld, maar ook vanuit gewonemensen die behoefte hebben aan een hele andere behandeling dan eenpolitiecel.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ik vind het heel fijn om het vandaag over verward en onbegrepen gedragen de rol van de politie en zorg te hebben. We hebben nota bene vanuit depolitieportefeuille een hele parlementaire verkenning gedaan naar ditonderwerp. We hebben heel veel aanbevelingen gedaan. We zien eenenorme versnippering. Degenen die erover gaan, pakken hun rol niet op,waardoor de taken bij de politie terechtkomen. Daar moet wat aangebeuren. In april hebben we daar een uitgebreid debat over. Ik hoop danook dat ik mij er samen met mijn collega Coenradie, die net zo ongeduldigis als ik en die als oud-Staatssecretaris weet hoe weerbarstig politiek kanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13224 zijn en hoe langzaam dingen kunnen gaan, sterk voor kan maken dat ditgewoon op een goede wijze tot stand gebracht wordt. De zorg moet aande bak, maar ook de politie moet aan de bak als het gaat om zwaregevallen waar de politie ook een rol in speelt. Ziet mevrouw Coenradie datook zo?De voorzitter:U kwam later binnen, collega Mutluer, dus ik denk niet dat u het heeftmeegekregen, maar boven de 45 seconden tel ik voor twee. Ik mats u,maar ik zeg tegen iedereen: dat doe ik één keer, want het risico metmatsen is dat je het daarna honderd keer moet doen. Dus vooruit. Hetcommissiedebat waar mevrouw Mutluer op doelt, is op 9 aprilaanstaande.Mevrouw Coenradie (JA21):Ik denk dat we elkaar daarin kunnen vinden, omdat het geen geheim is datik in de hele strafrechtketen echt een enorm zware belasting zie, die juistmede veroorzaakt wordt door mensen met verward gedrag, die helemaalgeen baat hebben bij een plek in de strafrechtketen, maar die wel baathebben bij een plek in bijvoorbeeld in de ggz of op een andere maniergeholpen moeten worden. Ik denk dus dat het heel goed is dat we beidedebatten heel scherp voeren en dat we ook met elkaar kijken hoe we gaanzorgen dat we die zaken goed uit elkaar houden, want daar heeft iedereenbaat bij. Dus ja, absoluut.De voorzitter:Oké. Dan continueert mevrouw Coenradie.Mevrouw Coenradie (JA21):Voorzitter. We hebben de afgelopen jaren miljarden geïnvesteerd in depolitie, maar het sentiment op de werkvloer is consistent hetzelfde: wijmerken er niets van. De eerste vraag die bij mij oppopt, is of we het geldwel aan de juiste zaken uitgeven. Graag een reactie. Ik zal alvast een steenin de vijver gooien: dat doen we niet. Het verdwijnt te veel in een wirwarvan programma’s, projectleiders, consultants en managementlagen.Ondertussen staat de agent op straat met te weinig collega’s en met teweinig middelen. Dat komt deels door de financiering en deels door desituatie op de arbeidsmarkt.Dan kom ik bij de korpsleiding. Laten we eerlijk zijn: het vertrouwen vande werkvloer in de top is ernstig beschadigd en misschien wel onher-stelbaar beschadigd. Agenten ervaren afstand, een gebrek aan leider-schap en een top die onvoldoende levert. Dit is een structureel probleem.Dan moeten we de vraag durven stellen die leeft op de werkvloer: is depositie van de huidige korpsleiding houdbaar? Graag een reactie. JA21pleit voor een onafhankelijke evaluatie van de korpsleiding binnen zesmaanden, waarbij niet alleen naar papieren prestaties wordt gekeken,maar juist naar het vertrouwen op de werkvloer. Gaat de Minister ditoppakken?De voorzitter:U zag de interruptie al. Meneer Struijs, aan u.De heer Struijs (50PLUS):Als mevrouw Coenradie een evaluatie wil, wil zij hier dan ook eenevaluatie van de Minister en DG POL in meenemen? Er is namelijk weldegelijk een samenhang tussen die twee. Mijn vraag is of dat danonderdeel wordt van deze evaluatie.Mevrouw Coenradie (JA21):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13225 Als het gaat over wat er de afgelopen periode is gebeurd en als het gaatom bijvoorbeeld die 1.700 collega’s, kan ik me deze vraag heel erg goedvoorstellen. Tegelijkertijd heb ik inmiddels niet alleen talloze werkbe-zoeken gehad bij de politie, maar heb ik inmiddels ook honderdenagenten gesproken – ik ben hier echt letterlijk dag en nacht mee bezig – enhoor ik daarin veelvuldig terug dat agenten echt merken dat de klooftussen de leiding, onder andere de korpsleiding, en de werkvloer zoontzettend groot is. Ik denk echt dat dat probleem zo groot is, zoontzettend sterk aanwezig is en voor zo veel problemen zorgt binnen dieorganisatie dat dat onhoudbaar is en dat we dus ook wel goed met elkaarmoeten kijken naar wat er nu uit zo’n onderzoek komt en naar wat deMinister hier dan vervolgens mee gaat doen. Maar ik heb er wel behoefteaan dat het allemaal boven tafel komt. Nu blijft het namelijk de beerputwaar ik in kijk en waar ik heel veel uit hoor, en tegelijkertijd zie ik ookagenten die er moeite mee hebben om in het openbaar hun verhaal tedoen uit angst voor represailles.De heer Struijs (50PLUS):Ik herken een groot deel van uw analyse, maar ik zal er dadelijk in mijnbetoog ook op komen dat het systeem, dus de organisatie, wel heel ergopgetopt is met heel veel lagen. Wil mevrouw Coenradie met mijoptrekken om ook daar eens kritisch naar te kijken, zodat chefs weeroperationeel gaan steunen en aansturen in plaats van met allerlei ballastte maken krijgen?Mevrouw Coenradie (JA21):Absoluut. Ik deel die mening heel erg. De organisatie is heel erg hiërar-chisch ingedeeld en kent inderdaad heel veel lagen. Dat is voor mij ookeen reden geweest om een paar weken geleden schriftelijke vragen aande Minister te stellen over hoe dat nu eigenlijk precies zit en hoe defuncties zich tot elkaar verhouden. Ik heb bijvoorbeeld geen moeite meteen aantal mensen op het PDC, maar ik zet vraagtekens bij de verhou-dingen. Ik wil wel de feiten boven tafel krijgen. Ik heb die tot nu toe teweinig. Het komt in ieder geval steeds bovendrijven dat het huishoud-boekje ergens niet op orde is en dat we gewoon te weinig inzicht hebbenin hoe dat er precies uitziet. Maar ik ben wel van mening dat er te veellagen zijn. Dat is ook precies wat ik terugkrijg. Er zijn zo veel lagen datberichten de korpsleiding niet bereiken en dat dat andersom ook nietgebeurt. Mensen voelen zich niet gehoord en gesteund. Dat is toch echtwel de gemene deler.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik deel de verontwaardiging van mevrouw Coenradie helemaal. Ik zal daarzelf ook nog op ingaan. Mevrouw Coenradie zegt dat het – ik vat het maareven samen in één woord – onhoudbaar is. Heeft mevrouw Coenradie nogvertrouwen in de korpsleiding?Mevrouw Coenradie (JA21):Heel eerlijk gezegd niet. Tegelijkertijd is het verhaal ook iets genuan-ceerder. Eén iemand eruit betekent namelijk niet dat het probleem isopgelost. Dat wil ik hier ook niet stellen. Ik denk echt dat er rigoureuszaken veranderd moeten worden binnen de politie. Dat betekent dat dekorpsleiding een pas opzij moet zetten, maar dat niet alleen. Ik denk dat ernog veel meer mensen binnen de organisatie rondlopen waar we toch welvraagtekens bij kunnen zetten. Ik vind dat iedereen die in die organisatierondloopt, moet weten wat er op de werkvloer speelt, moet zorgen vooreen veilige werkomgeving en er echt toe moet doen. Dat is ook een redengeweest om daar uitvoerig wat vragen over te stellen richting de Ministeren ook om er in dit betoog het een en ander over te zeggen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13226 Mevrouw Van der Plas (BBB):We zien wel een patroon bij de huidige korpsleiding, en zeker bij dehuidige korpschef, met het voor de bus gooien van politieagenten. Ik hoormevrouw Coenradie nu zeggen dat de korpsleiding een stap opzij moetdoen. Kan ze duiden wat ze daarmee bedoelt? Moet de korpsleidingvervangen worden, of moet er iets matigers gebeuren? Kan mevrouwCoenradie dat uitleggen?Mevrouw Coenradie (JA21):Ik denk dat de korpsleiding moet vertrekken. De schade is echt heel erggroot. Ik denk dat een herstel van het vertrouwen niet meer mogelijk is.Dat zijn in ieder geval de geluiden die ik hoor van echt ongelofelijk veelagenten. Ik hoor dat van agenten die op straat rondlopen, maar inmiddelsook van direct leidinggevenden. Het is dus echt niet mis. Tegelijkertijd wilik ook de Minister vragen om daar een oordeel over te vellen en te kijkennaar wat er mogelijk is. Ik ben ook gewoon heel erg benieuwd hoe dezeMinister hiernaar kijkt. Heel eerlijk gezegd denk ik dat als we zaken nu nietrigoureus veranderen, onder andere door de korpsleiding en een aantalmensen daaromheen weg te sturen, we hier over een jaar hetzelfdegesprek zouden kunnen voeren. Daar wil ik voor waken.De voorzitter:Mevrouw Straatman, dit is dan uw laatste interruptie.Mevrouw Straatman (CDA):Ja, dat is goed, voorzitter. Ik wil hier toch op reageren, want ik heb welwat moeite met de toon van dit debat. Daarmee wil ik helemaal nietzeggen dat er geen dingen misgaan. Je mag stevig zijn. Je mag stevig zijnop de korpsleiding en je mag stevig zijn op de korpschef, maar ik vind datje dat wel op een faire manier moet doen. Dat moet als we kritiek hebbenop de transparantie over de inzet van de middelen van de politie. Als er,zoals in de situatie nu, dingen misgaan met de communicatie, moeten weze op de inhoud bevragen, maar taal doet ertoe, en de taal die wij hier indeze commissie spreken ook. Ik geloof in een politieorganisatie waarin ervertrouwen is van agenten in de korpsleiding en van de korpsleiding inagenten. Dan helpt het niet als wij als politiek roepen dat het vertrouwenniet meer te herstellen is, dat de korpsleiding weg moet en dat individuelepersonen weg moeten. Erkent mevrouw Coenradie dat je de politieorgani-satie daarmee niet versterkt, maar eerder verzwakt? Uiteindelijk heb jenamelijk iedereen in die organisatie nodig, ook de mensen in de top.Mevrouw Coenradie (JA21):Ik denk dat heel Nederland erbij gebaat is dat we geen kiekeboe spelen.Dat is precies wat ik hier doe: ik benoem de zaken. Dat doe ik echt opbasis van talloze gesprekken. Ik weet gewoon waar ik het over heb, dus ditis niet uit de lucht gegrepen. Ik zou het ook mooi vinden als dat blijkt uitonderzoeken. Voor mijn part verzinnen we van alles en nog wat. Ik komdaar later in mijn betoog ook op terug met wat ideeën om dat ook feitelijknog verder te laten duiden. Ik ga hier niet voor weglopen.Wat betreft de toon of de woorden ben ik daar heel helder in. Hetvertrouwen moet er zijn, niet alleen vanuit de korpsleiding naar demensen toe, maar ook andersom. En dat is er gewoon niet. Uit tallozevoorbeelden afgelopen week is gebleken dat de korpsleiding in iedergeval niet ondubbelzinnig achter de mensen staat, dus over welkvertrouwen hebben we het dan? Ik ben dan inderdaad heel erg duidelijk.Ik vind ook dat dat bij mijn rol hoort, zeker als het gaat om het controlerenvan het werk van de Minister.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13227 U bent er doorheen, mevrouw Straatman. Mevrouw Coenradie, u bentongeveer op de helft van uw betoog, denk ik.Mevrouw Coenradie (JA21):Ja, ik denk het wel.De voorzitter:Oké, gaat u verder.Mevrouw Coenradie (JA21):Voorzitter. De politie is een van de grootste organisaties van Nederland,maar wordt nog te vaak niet bedrijfsmatig geleid en dat moet anders.JA21 wil dat er gestuurd wordt op heldere prestaties, op inzetbaarheid,responstijden en opsporingsresultaten, dat er per eenheid transparantwordt gerapporteerd en dat er wordt ingegrepen als resultaten structureelachterblijven. Wanneer gaat de politie nu eindelijk sturen op resultaten inplaats van op processen?Een punt dat breed leeft op de werkvloer, is de focus binnen de organi-satie. De politie is er voor veiligheid, niet voor allerlei programma’srondom diversiteit en inclusie, niet voor ideologisch gedreven projectenvanuit het perspectief van een links-liberale, progressieve en Randstede-lijke bovenlaag. Niemand buiten deze Randstedelijke bubbel volgt dit, echtniemand. Dit beleid zorgt voor tweespalt tussen werkvloer en top, maarook tussen inwoners: stad versus regio, buitenwijken versus stadscentra.Kortom, het polariseert ons land. Deelt de Minister dat het draagvlak voordit soort hobbyprojecten beperkt is en is hij bereid om weer de prioriteit teleggen bij kwaliteit, inzetbaarheid en veiligheid?Laten we ons richten op wat er echt speelt op de werkvloer: een angst-cultuur binnen de politie. Agenten durven zich niet uit te spreken uit vreesvoor represailles, zoals slechte roosters, gemiste promoties of uitsluiting.Deze signalen hoor ik overal. Daarom stelt JA21 een onafhankelijkemeldautoriteit voor met bescherming voor melders en sancties bijintimidatie. Waarom is dit geen onderdeel van de veiligheidsagenda inwording?Tot slot. De combinatie van sociale media en een gebrek aan vertrouwenvanuit politiek en leiding verlamt onze politie in het uitvoeren van haargeweldsmonopolie. Agenten handelen met het oog op beeldvorming, nietop veiligheid, en dat is onacceptabel. Wat gaat de Minister concreet doenom deze ontwikkeling radicaal te keren?Tot zover.De voorzitter:Oké. Dan gaan we over naar de eerste termijn van mevrouw Lammersnamens de Groep Markuszower.Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):Voorzitter. Onze politiemannen en -vrouwen staan iedere dag op straatvoor onze veiligheid. Zij zijn het gezicht van de Staat. De politie hanteerthet zwaard van de overheid. Een grote taak rust op hun schouders. Omdie taak goed te kunnen uitvoeren, moet één ding glashelder zijn: hetpolitieapparaat krijgt volledige rugdekking en bescherming vanuit depolitietop, punt uit. Neem het recente voorbeeld van de moordzaak rondLisa. 1.700 politiemensen werden publiekelijk aangevallen omdat zijongeoorloofd politiesystemen zouden hebben geraadpleegd. Agentenwerden publiekelijk aan de schandpaal genageld. Sommigen kregen zelfseen foeibrief terwijl de feiten nog niet eens vaststonden. Ongehoord. Ditondermijnt het aanzien van het hele politieapparaat en haalt de motivatieonderuit bij de mensen die dag in, dag uit hun leven wagen voor onzeveiligheid. De gemaakte excuses zijn op hun plaats, maar eigenlijk nietgenoeg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13228 De korpschef en de politietop moeten pal achter hun agenten gaan staan,juist nu terrorisme en straatgeweld ons land in de greep houden, want datgeweld neemt explosief toe. Op 10 maart werd de politie in UtrechtOvervecht aangevallen door een groep van 50 straatterroristen. Agentenwerden bekogeld met stenen, glas en zwaar vuurwerk. De situatie waszelfs zo ernstig dat een stadsbus als schild moest worden ingezet. Dit iseen regelrechte aanval op het gezag van de Nederlandse Staat. Deburgemeester roept om een eigen ME-peloton. Dat is begrijpelijk, maarhet is pure symptoombestrijding. Want waar komt die capaciteit vandaan?Gaat dit ten koste van andere regio’s? En vooral: hoe voorkomen we datdit zich herhaalt? De politie moet de ruimte en het vertrouwen krijgen omhet gedrag te herstellen. Gebruiken straatterroristen zwaar vuurwerktegen de politie, dan moeten zij met scherp terugschieten. Schiet gewoonterug. Zo moeilijk is dat niet. Zij bedreigen niet alleen de levens van onzedappere politiemannen en -vrouwen en van voorbijgangers, maar zijondermijnen ook het gezag van de Staat. Graag een uitgebreide reactievan de Minister.Voorzitter. Dan wil ik de poging tot liquidatie van een politiemedewerker inSchoonhoven benoemen. Op 19 maart werd een politieman van Iraanseafkomst bij zijn eigen woning neergeschoten, een man die was gevluchtvoor het vreselijke Iraanse regime. Allereerst spreek ik vanaf deze plekmijn steun uit voor deze politieman en wens ik hem een spoedig envolledig herstel. Voor zover ik weet, ligt hij nog altijd zwaargewond in hetziekenhuis en loopt de dader nog altijd vrij rond. Het lijkt erop dat delange arm van Iran zelfs tot in Schoonhoven reikt. Nederland mag geenvrijplaats worden voor Iraanse moordcommando’s. Toch lijkt het er steedsmeer op dat dit wel het geval is. Iraanse dissidenten zijn schijnbaar nietveilig in Nederland. We hebben ook al meerdere aanslagen op Joodseinstellingen gezien, waarbij het vermoeden bestaat dat Iran erachter zit.Wij stellen voor om onmiddellijk een tijdelijke speciale politie-eenheid opte tuigen die zich richt op de bescherming van Iraanse dissidenten en ophet opsporen van Iraanse zogenoemde sleeping cells in Nederland. Is deMinister bereid dit te regelen en hierover het gesprek aan te gaan met dekorpschef?Dank u wel.De voorzitter:Oké. U bedankt. Dan gaan we naar de eerste termijn van mevrouw Vander Plas, namens BBB.Mevrouw Van der Plas (BBB):Voorzitter, dank u wel. Je bent politieagent en je begint ’s ochtends jedienst. Je bent klaar voor je briefing, maar die komt er niet eens van, wantde meldkamer roept. Je moet naar een zwaar ongeval. Je bent als eersteter plaatse. De bestuurder is niet aanspreekbaar achter het stuur. Er zittenhuilende kinderen op de achterbank. Wat ga je doen? Levensreddendhandelen, afzetten en het overzicht houden. Voordat je het weet, is er eenvolgende melding, voor een reanimatie van een man van 60 jaar oud, dieniet meer te redden is. Later op de dag moet je naar de familie toe. Jestaat voor de deur en moet een verschrikkelijke boodschap brengen aande familie van deze meneer.Voorzitter. Dit is het werk van de politieagenten. Zo kan ik nog veel meervoorbeelden noemen. Dagelijks gaan zij van huis weg en weten zijeigenlijk niet of zij ’s avonds wel thuis kunnen komen. En wat gebeurt erdan aan het einde van de dag? Je zit eindelijk even bij je bureau om eenhapje te eten. Je opent je mail en dan zie je een mail van de korpsleiding.Je gelooft je ogen niet. Je wordt beschuldigd van misbruik van systemen.Je wordt publiekelijk zwartgemaakt door je eigen Minister en de korps-leiding, zonder hoor en wederhoor. Dan doel ik natuurlijk op de zaak vanLisa. Dit is echt woestmakend. Mensen die zich dag en nacht inzetten voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13229 onze veiligheid worden publiekelijk afgebrand door dezelfde mensen diehen zouden moeten beschermen, steunen en helpen.Dat is geen incident. Ik zei het net al tegen mevrouw Coenradie: dit is eenpatroon. Kijk bijvoorbeeld naar Utrecht. Een agent wordt belaagd tijdenseen aanhouding. Hij grijpt in en nog voordat goed is gekeken naar wat erprecies gebeurd is, wordt hij al publiekelijk veroordeeld door de korps-leiding. Het is de wereld op zijn kop. Wie wil er op dit moment op dezemanier nog agent worden? Het is een retorische vraag.Ik heb twee vragen aan de Minister waar ik wel antwoord op zou willenkrijgen. Wat gaat de Minister nu echt doen om het vertrouwen vanagenten terug te winnen, zodat zij voelen dat Den Haag weer achter henstaat, in plaats van dat zij bij elk incident worden afgebrand? Hoe gaat deMinister ervoor zorgen dat politieagenten nooit meer zonder hoor enwederhoor publiekelijk worden veroordeeld? Hoe gaan de korpsleiding ende Minister het door mij genoemde patroon verbreken? Is de Ministerbereid om de korpsleiding weg te sturen? Daarbij steun ik de woorden vanmevrouw Coenradie, ook op het gebied van de evaluatie.Voorzitter. Dan heb ik nog twee punten. We hebben het hier de hele tijdover, maar er zijn heel veel andere belangrijke zaken bij de politie waarbijwij onze politiesterkte kunnen verbeteren. Dan heb ik het bijvoorbeeld ookover de politievrijwilligers. De druk op de politiecapaciteit blijft groot.Juist daarom zijn die politievrijwilligers van zo’n grote waarde. Al sindsdecember 2024 ligt er een WODC-onderzoek over hun toegevoegdewaarde. Dat onderzoek was hartstikke positief, maar een kabinetsreactieontbreekt nog steeds. Deze Kamercommissie heeft de Minister verzochtom alsnog met een reactie te komen voor dit debat, maar ik heb nog niksbinnen zien komen. Wanneer kunnen we die reactie alsnog verwachten?Kan de Minister misschien tijdens dit debat ingaan op die reactie?Voorzitter, tot slot. BBB heeft gisteren schriftelijke Kamervragen ingediendover de Eenduidige Landelijke Afspraken rond geweld tegen mensen meteen publieke taak. Die afspraken zijn er sinds 2010 en zouden geweldtegen mensen met een publieke taak keihard moeten aanpakken, maar delaatste evaluatie van het WODC, die van 2025, was glashelder: er zijn nogaltijd te veel dingen die misgaan en het ministerie heeft eigenlijk helemaalniks gedaan met de evaluatie van 2020. Hoe kan dat, vraag ik de Minister.Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat de huidige evaluatie en afsprakennu wel serieus worden genomen? Geweld tegen mensen met eenpublieke taak, of ze nu politieagent, van de brandweer of zorgmedewerkerzijn, moet keihard worden aangepakt. Die mensen moeten eindelijk hetgevoel krijgen dat wij ze beschermen.Dank u wel.De voorzitter:U bedankt, mevrouw Van der Plas. We gaan naar collega Struijs, diespreekt namens 50PLUS, voor zijn eerste termijn.De heer Struijs (50PLUS):Voorzitter. 50PLUS heeft besloten om een reconstructie te maken van desituatie omtrent de 1.700 meldingen. Die hebben wij gisteravond laatafgemaakt. Mijn doel hierbij is de Minister te bewegen om tot een grondigonderzoek te komen. Ik ken de politie als geen ander en ik heb megelukkig van een netwerk kunnen bedienen. Ik neem u toch even kort meein wat er gebeurd is. De politie werkt namelijk dag en nacht. Op hetmoment dat er zoiets ernstigs als het afschuwelijke misdrijf met Lisagebeurt, dan kijk je in het systeem, of je nou in Friesland werkt of inLimburg. Veel politiemensen dachten: «Hé, wacht even. In Amersfoort hebik ook een vent gehad. Die lijkt er een beetje op en die viel ook vrouwenlastig is. Ik heb daar wel beelden van. Zal ik eens kijken?» Dan kijken zeniet in de dossiers. Dan kijken ze in Blueview of in Summ-IT, de laag erop.In deze reconstructie vind ik het heel opvallend dat de politiechefs bijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132210 elkaar komen. Het gaat om de hoogste operationele laag. Die krijgen eenpresentatie van het landelijke hoofd voor integriteitszaken en daarin wordterop aangedrongen om dat van die 1.700 medewerkers gelijk maar evenpubliekelijk te maken. Hoe komt het dat al die chefs er toch van overtuigdraken dat ze dit zo moeten doen? Ik ken een paar van die chefs en diehebben toch echt met de poten in de klei gestaan.Dan komt de volgende stap. De Minister wordt geïnformeerd. Die gaatmet zijn organisatie, met DG POL, ja zitten knikken. Wat is er in dievergadering gebeurd? Ik krijg er hele verontrustende signalen over. Heeftu wel genoeg doorgevraagd? Als klap op de vuurpijl komt hij met een zeerafschuwelijke brief, waardoor we niet 1.700, maar 66.000 mensen voor detrein gooien. Dit is afschuwelijk. Al die mensen, of het nou in Friesland,Rotterdam of Amsterdam is ... Het was echt toeval. U was in Amsterdamgeweest en ik kwam daar een dag later met die mensen praten. De stoomkwam nog steeds uit hun oren. Dat was ook naar u, Minister. We hebbenhet hier namelijk over de korpsleiding. We hebben hier een gemeenschap-pelijk probleem. Dat probleem heet een loyaliteitsprobleem. Dit zijn demensen die, zoals mevrouw Van der Plas zo keurig omschreef, dag ennacht voor ons klaarstaan. Ook vannacht deden ze dat weer, met deplofkraken. Ze zeggen: «Ik durf eigenlijk niks meer op te vragen. Ik heb eensoortgelijk geval gehad in Maastricht, maar als ik iets opvraag, dan hangik weer.» Dat is wat er momenteel aan de hand is. Die mensen staan dagen nacht voor ons klaar. We hebben een loyaliteitsprobleem. Dat vind ikschandalig. Ik wil dus dat wij de Minister ertoe verzoeken om echt eenreconstructie te maken van dit geheel. Ik wil de Minister ertoe verzoekenom een onderzoek te doen.Het tweede verzoek aan de Minister loopt hier alvast op vooruit. Hetsysteem deugt niet. Chefs moeten achter de mensen staan tot hettegendeel blijkt. Ze zijn nu onderdeel van een systeem waarin ze heel snelhet onderzoek moeten aankondigen, afhankelijk zijn van de kwaliteit vanhet onderzoek en dan ook nog de uitslag moeten beoordelen. Kortom, deslager keurt zijn eigen vlees. Ik wil professionals die weten wat er speelt inde operatiën. Dit mag niet meer gebeuren. We hebben te veel polarisatie.We staan dag en nacht aan de frontlijn. U hoort het: ik ben er echt woestover. Woest! Ik kan er niks anders van maken. Ik heb me geprobeerd in tehouden als Kamerlid, maar dat gaat me echt niet lukken met wat hiergebeurd is. Kortom, ik vraag ten eerste aan de Minister of hij kanreflecteren op mijn kleine reconstructie. Er is zo veel misgegaan.Ten tweede wil ik zeggen dat in de tweede brief van de Minister, met deexcuses, nog te veel hiaten zaten. Ten derde wil ik dat er gekeken wordtnaar het systeem, zodat het objectiever, onafhankelijker en sneller wordten zodat de chefs achter hun mensen kunnen staan. Ten vierde wil ik datde knip tussen beleid en uitvoering echt wordt opgeheven. Een directeurvoor financiën die de operatiën moet doen in het PDC en een directeurvoor strategische financiën; laten we daarmee stoppen. Overigens scheeltsamenvoegen volgens onze berekeningen 10%; of laat het 8% zijn. Daarinmoeten we gaan investeren. Last but not least: wilt u nou eens een keerecht serieus kijken naar de ABD? Ik zie daar namelijk mensen geplaatstworden – ik ga niet in op de affaire omtrent Simone Roos – waarover elkepolitieman zegt: waarom plaatst u zo’n functionaris, naar wie nog eenonderzoek loopt, op zo’n belangrijke positie? Waar gaan we nu met z’nallen naartoe? Gaarne een reflectie van de Minister op dit geheel.De voorzitter:Dat was helemaal binnen de tijd. Wij zijn ook maar mensen hè, meneerStruijs, ook al zijn we Kamerleden. Voor de mensen thuis: u zegt een paarkeer DG POL ...De heer Struijs (50PLUS):Boosheid is soms een mooie emotie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132211 De voorzitter:Zo is dat. Voor de niet-ingevoerden: u bedoelt volgens mij Directoraat-Generaal Politie, toch?De heer Struijs (50PLUS):Ja.De voorzitter:Perfect. Misschien zijn er namelijk geïnteresseerden die dit kijken endenken: waar gaat dit over?Er is een interruptie van de heer Van Dijk namens de SGP.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dit kwam uit de tenen van collega Struijs. Ik zal er ook geen woord aanafdoen. Mijn punt is wel als volgt. Volgens mij wil niemand in dezecommissie kiekeboe spelen, want heel veel zorgen die nu naar bovenkomen, hebben we ook geuit bij het WGO Politie. Er zijn ook Kameruit-spraken over aangenomen et cetera. Er is dus geen kiekeboe. Tegelijkertijdvraag ik mij af: hoe zien wij de rol van de Kamer hier als we de organisatieniet volledig van binnenuit willen uithollen? We voeren nu bijna eenopenbaar functioneringsgesprek met de korpsleiding, terwijl die hier nietaanwezig zijn. Dat is funest voor elke organisatie. Ik doe dus niks af aan deinhoudelijke opmerkingen, maar mag ik een reflectie op de vraag hoe wijdeze discussie ordentelijk en goed verder gaan voeren?De heer Struijs (50PLUS):Ik ben heel blij met deze vraag, omdat ik er echt een pleidooi voor voerdat we op korte termijn een objectieve, valide reconstructie maken endaar de Kamer mee voeden. Ik weet dat de voorgaande sprekers ookintensief onderzoek hebben gedaan, maar ik wil het geheel der dingen. Ditis voor mij geen functioneringsgesprek met de korpsleiding. Dit is eengesprek over het functioneren van de Minister, het Directoraat-GeneraalPolitie, die hier een belangrijke rol in heeft gespeeld, en de korpschef, diein mijn beleving in de wind gaat staan, want hij gaat over strategie enbeheer, terwijl de chefs eronder collectief hebben gezegd: we gaan ditdoen. Ik wil het geheel der dingen. Ik wil een tableau de la troupe vanfeiten en omstandigheden, inclusief de loyaliteitscrisis die door menigpolitieman wordt gevoeld en dan gaan we verder met de stappen die wemoeten of kunnen nemen. In die volgorde zou ik de dingen doen.Mevrouw Faber (PVV):Ik heb nog een vraag aan meneer Struijs. Stel dat er zo’n onderzoek komten er zo’n reconstructie wordt gemaakt, hangt u daar dan ook conse-quenties aan, zowel voor de politietop als de Minister?De heer Struijs (50PLUS):De als-danvraag is altijd een lastige. Dat weet u. Ik hang er consequentiesaan als ik hier de plank heb misgeslagen. Dat kan ik u wel beloven. Maarik heb die plank niet misgeslagen; laat ik daarmee beginnen. Mijn tweedepunt is: natuurlijk is dat niet consequentievrij. Maar het kan ook zomaarzijn dat we misschien toch iemand, ere wie ere toekomt, wel een pluimmoeten geven. Dat zou ook zomaar kunnen. Dat verwacht ik niet. Ik wil erniet op vooruitlopen, want ik wil dat de Kamer invloed heeft op desamenstelling van de commissie als de reconstructie er komt. Daar zat ikwel heel erg op. Daarna kunnen we met z’n allen kijken of het relaas dat ikheel kort geef, klopt. Dan wil ik met name ook kijken naar ieder zijnverantwoording. Want het is nogal wat als je bijvoorbeeld landelijk hoofdintegriteitszaken bent en negen chefs weet te overtuigen die toch ook metde poten in de klei hebben gestaan. Wat is daar aan de hand? Hebben weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132212 met een incident te maken of hebben we met iets structureels te maken?Is het iets structureels, dan kunnen we niet bij consequenties wegblijven.Mevrouw Van der Plas (BBB):De heer Struijs is zelf heel lang politieagent geweest en heeft ookbestuurlijke functies uitgeoefend. Hij zit al lang in het vak. Ik ben eigenlijkbenieuwd of de heer Struijs ooit zoiets heeft zien gebeuren in de tijd dathij bij de politie zat.De heer Struijs (50PLUS):Nee, dit is een unieke situatie waarbij de politie collectief wordt aange-sproken. Nogmaals, als je 1.700 mensen aanschrijft dan schrijf je 66.000mensen aan. Dat heb ik nog niet meegemaakt. Incidenteel heb ik zatmeegemaakt waarvan ik echt dacht «chefs, ga eens achter je mensenstaan», ook recent weer. Dit is een vrij unieke situatie, waarvan ik vreesdat zij een structureel karakter heeft. Dan gaan we op de diepere laagkomen. Hoe worden onze huidige leidinggevenden gepositioneerd? Waarzijn ze verantwoordelijk voor? Hoe worden ze opgeleid? Laten we daarook nog maar eens even goed naar kijken. Maar goed, een eerstereconstructie moet wel even globaal zijn, want ik wil hier geen maandenmee wachten. Als het kan, wil ik het een beetje snel. Maar dit is voor mijook een unieke situatie.De voorzitter:Oké. Dan gaan we door naar de eerste termijn van het CDA, die wordtuitgesproken door mevrouw Straatman.Mevrouw Straatman (CDA):Dank u wel, voorzitter. Vandaag spreken we over de mannen en vrouwendie dagelijks in de frontlinie staan voor onze veiligheid, zowel op straat alsonline. Voor die politieagenten wil het CDA pal staan. Dat is ook wat hetcoalitieakkoord uitstraalt, met honderden miljoenen extra voor de politie.Maar geld alleen is niet voldoende. Het CDA maakt zich zorgen over detoenemende polarisatie, ook – dat zeg ik in alle eerlijkheid – in dit debat.Een sterke politie vraagt om vertrouwen, vertrouwen tussen leiding enblauw op straat, en gezag vanuit de samenleving. Daar blijft het CDA voorstrijden.Ik licht vandaag drie punten uit. Allereerst: de flexibele inzet van deorganisatie. De samenleving vraagt om een politieorganisatie die kanmeebewegen met nieuwe vormen van criminaliteit, online en ook offline.Dat betekent dat basisteams ruimte moeten krijgen om in te spelen oplokale situaties. Voor het CDA kan dat betekenen dat je soms wat minderblauw op straat hebt, maar meer inzet hebt op digitale expertise. Dieflexibiliteit komt echter nog onvoldoende van de grond. Het zogenoemdedubbele slot, waarbij de Minister zowel het budget als de verdeling vanmensen en middelen bepaalt, beperkt de bewegingsruimte van de politie.Daarom mijn vraag: hoe staat het met de uitvoering van mijn motie omdeze wettelijke belemmeringen in kaart te brengen? Het CDA wil optermijn meer ruimte voor de politie om zelf middelen te verdelen, maardat kan alleen als de politie zelf de juiste stappen zet en volledigetransparantie betracht. Denk bijvoorbeeld aan het aanpakken vanonderbezetting in opsporing en basisteams en het terugbrengen vanoverbezetting bij de niet-operationele sterkte. Kan de Minister bevestigendat aangekondigde plannen van de politie om die overbezetting aan tepakken, gewoon doorgaan ondanks de extra middelen uit het akkoord? Enwat betekent de financiële opgave voor dit jaar voor de brede opsporing?Onduidelijk blijft of alleen de opsporing in de basisteams wordt ontzien, ofde brede opsporing. Welke stappen zet de Minister om de financiëleverantwoording van de politieorganisatie te verbeteren? Ziet hij daarna optermijn ruimte om meer flexibiliteit bij de politie te beleggen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132213 Voorzitter. Ten tweede: politie en voetbal. Het aantal incidenten rondvoetbalwedstrijden daalt gelukkig, maar de politie-inzet blijft hoog. Kan deMinister inzicht geven in hoeveel capaciteit hiermee gemoeid is, zoweltijdens als rond wedstrijden? Hoe staat het met de wet die uitwisselingvan stewards makkelijker maakt? Wat betreft de veiligheid in stadions zethet kabinet de huidige, wat het CDA betreft goede lijn voort, maar hetCDA wil wel extra aandacht voor structurele supportersbetrokkenheid. Depilot gastvrijheid laat goede resultaten zien en verdient wat ons betreftuitbreiding. Is de Minister bereid dit verder uit te rollen? Want niet alleenrepressieve middelen helpen om vijandigheid uit het stadion te houden.De overlast met vuurwerk laat aan de andere kant zien dat repressievemaatregelen soms nog wel hard nodig zijn, bijvoorbeeld verhaal vanschade op daders. Waarom maken nog zo weinig clubs gebruik van dietaskforce van de KNVB die hen hierbij kan ondersteunen?En dan heb je natuurlijk nog de civielrechtelijke stadionverboden. Wij zieneen gebrek aan uniformiteit in de omgang met die stadionverboden. Zohanteert een aantal clubs de mogelijkheid om stadionverboden viaalternatieve trajecten in te korten als daar maatschappelijke inzet voor declub tegenover staat. Dat is een goed initiatief, maar goede initiatievenwerken alleen als ze landelijk uniform zijn. Anders ontstaat er rechtsonge-lijkheid. Dat zien we nu: lichte vergrijpen bij de ene club kunnen totlangere stadionverboden leiden dan zware vergrijpen bij de andere club,simpelweg omdat de een wel een alternatief traject aanbiedt, maar deander niet. Hoe ziet de Minister dit? Is hij bereid om met de KNVB ingesprek te gaan om een uniforme omgang met stadionverboden af tespreken?Voorzitter, tot slot – ik rond af – de handhaving van de openbare orde. Hetrapport van de AP over TOOI en de niet-uitvoerbare motie over realtimegezichtsherkenning laten zien dat de wettelijke kaders voor de handhavingvan de openbare orde nadere verduidelijking en versterking vragen. Watgaat de Minister doen om te waarborgen dat het hele belangrijkeinstrument van TOOI ook in de toekomst beschikbaar blijft? Is de Ministerhet met de CDA-fractie eens dat een bredere verkenning naar uitbreidingvan bevoegdheden van de politie voor handhaving van de openbare ordenodig is?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:U bedankt. Dan gaan we verder naar de heer Mathlouti namens D66 voorzijn eerste termijn.De heer Mathlouti (D66):Voorzitter, dank. Veiligheid is geen vanzelfsprekendheid; het staat of valtmet de mensen die haar elke dag waarmaken: onze vrouwen en mannenin het blauw op straat. Daarvoor verdienen zij onze waardering, elke dagopnieuw, want de werkdruk is hoog, het werk complex en de samenlevingverhard. Dat vraagt om voldoende capaciteit, goede ondersteuning enduidelijke politieke keuzes. Daarom ben ik er trots op dat wij in hetcoalitieakkoord fors investeren in de politie en daarmee in het belang vanonze nationale veiligheid. Maar hoe wordt inzichtelijk gemaakt dat dezemiddelen ten goede komen aan de operationele slagkracht en deorganisatie van de politie? Ik ben benieuwd hoe de Minister ons daar dekomende tijd in mee gaat nemen, in het bijzonder als het gaat om deopleiding en inzet van cyber-, zeden- en discriminatierechercheurs.Voorzitter. Voetbal verbindt en leeft in heel Nederland, maar diezelfdepassie slaat soms om in geweld dat niets met de sport te maken heeft. Ditjaagt supporters weg en legt grote druk op de politie, die steeds vakerwordt geconfronteerd met agressie en zwaar vuurwerk. We lezen gelukkigdat er een dalende trend te zien is in het aantal incidenten in en rondstadions, maar de impact op de agenten blijft onverminderd groot. IederTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132214 incident is er een te veel. We zien dat een kleine groep relschoppers blijftzorgen voor incidenten. Dat raakt mij als oud-voetballer met liefde voor desport, maar voor dit debat nog veel belangrijker: ik zie wat het vraagt vande politie. Daarom zoek ik naar wat er wel kan om de druk op de politie teverminderen, zodat voetbal weer gaat om waar het om hoort te gaan,namelijk een feest voor iedereen.Duitsland en Zweden laten bijvoorbeeld zien dat het anders kan dooriedereen te betrekken en te beginnen bij de oorzaak van de incidenten,door in gesprek te gaan met de fanatieke supportersgroepen voordathooliganisme hen opzuigt. Zijn er gesprekken met deze groepen, vraag ikde Minister. Zo nee, is de Minister dan bereid om deze gesprekken op testarten? Begrijp me niet verkeerd. We hoeven raddraaiers in stadions niette pamperen of naar de mond te praten, maar kijk hoe je ze met huninvloed op de tribunes nadrukkelijker onderdeel kan laten zijn van deoplossing, want in andere landen zien we dat dat werkt.Is de Minister daarnaast bereid om Europese best practices in kaart tebrengen om hooliganisme te voorkomen en vooral te kijken hoe dezepassen in Nederland? Dat vraag ik temeer ook omdat ik veel lees oververschillende Europese initiatieven, maar niet concreet over of en hoe wedeze in Nederland kunnen gebruiken. De KNVB deelt overigens ookideeën over maatregelen die stadions veiliger kunnen maken en de drukop de politie kunnen verminderen. Ik ben benieuwd hoe de Minister daarzelf op reflecteert.Voorzitter. Dan TOOI. Begin maart werd duidelijk dat de AP kritisch is opde werkwijze van het TOOI en het huidige wettelijk kader ontoereikendacht. Dit betekent concreet: of werkzaamheden worden beëindigd, of erkomt een wettelijke grondslag, mits daar politiek draagvlak voor is. Datdebat moeten we met elkaar voeren. Tot die tijd moet helder zijn hoe hetTOOI binnen de wet kan opereren. Welke concrete stappen zet de Ministerhiervoor? Wat heeft hij eventueel van de Kamer nodig?Het is een goede zaak dat de Minister heeft aangekondigd met dekorpschef een juridische verkenning te gaan doen naar de handelings-opties van de politie, maar dat mag wat ons betreft wat concreter. Hoe ziethet tijdspad van deze verkenning er precies uit? Hoe worden we hier alsKamer goed in meegenomen? Graag ontvang ik dit ook per brief, maar alsde Minister daar al iets over kan zeggen, dan horen we dat natuurlijkgraag.Tot slot, voorzitter. Palantir, het omstreden softwarebedrijf. Het Ameri-kaanse bedrijf wordt bijvoorbeeld in verband gebracht met ernstigemensenrechtenschendingen en een antidemocratische ideologie. Zoerkent de CEO van Palantir zelf dat hun technologie de democratischemachtsbalans kan verstoren en kiezers kan benadelen. Kan de Ministerreflecteren op het gebruik van deze software en de risico’s die daarmeegepaard gaan? Daarnaast is er eerder een motie aangenomen die deregering oproept om de overheid, inclusief de politie, onafhankelijk temaken van deze software. Hoe staat het met de uitvoering van dezemotie? Is de Minister het met mij eens dat alles in het werk moet wordengesteld om te komen tot een volwaardig nationaal of Europees alternatief,juist in deze onzekere tijden op internationaal gebied?Voorzitter, dank.De voorzitter:U bedankt. We gaan naar mevrouw Mutluer voor haar eerste termijnnamens GroenLinks-PvdA.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Ook mijn waardering voor alle agenten die zich dag ennacht voor onze veiligheid inzetten, maar ik zal eerlijk zijn: ook ik maak mijzorgen over de politie. Soms heb ik het gevoel dat de linkerhand niet weetwat de rechterhand doet, om nog maar niet te spreken over de financiën.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132215 Ik heb ook het gevoel dat we van incident naar incident gaan. Tegelijkertijdga ik hier niet roepen dat de politietop moet vertrekken, want in mijnbeleving moet je het systeem veranderen. Alleen maar de poppetjesveranderen, gaat het probleem niet oplossen. We hebben het hier gewoonover een van de grootste organisaties van Nederland. Juist daarom zou jede top moeten verstevigen en niet moeten verzwakken. Daar is in mijnbeleving deze Minister verantwoordelijk voor. Alle collega’s die net riepen«de politietop moet weg», moeten volgens mij dan ook een motie vanwantrouwen indienen en deze Minister wegsturen, want díe gaat erover.Dat wil ik wel even gezegd hebben.Dan het vertrouwen tussen de top en de operationele kracht. Ja, ik vindook dat dat beter moet. Kijk naar de wijze waarop er is omgegaan met die1.700 agenten, van wie een groot deel onterecht in verband is gebrachtmet het inzien van gegevens rond de vermoorde Lisa. Dat is exempla-risch. Inmiddels is duidelijk geworden dat die verwijten van de korpschefen de Minister onterecht waren. Eigenlijk zijn wij gewoon onjuistgeïnformeerd. Dat neem ik deze Minister ook kwalijk. Ik vind het goed datdat nu ruiterlijk is erkend en dat er gesprekken plaatsvinden met politie-mensen, want dat is hard nodig. Het vertrouwen moet gewoon wel weerterug en, zoals het gezegde luidt, vertrouwen komt te voet en gaat tepaard. Mijn vraag aan de Minister in dat opzicht is dan ook: hoe gaat hijvoorkomen dat er in de toekomst zo lichtvaardig wordt omgegaan met dereputatie van politiemensen? Tegelijkertijd zie ik ook dat de echteslachtoffers de ouders zijn, de nabestaanden van Lisa, met wie ik via hunadvocaat contact hebben kunnen krijgen. Hun wond is constant openge-reten en daar moeten we ons heel erg van bewust zijn.Dan het Team Openbare Orde Inlichtingen, het TOOI. Het is niet de eerstekeer dat we het daarover hebben. De AP, de Autoriteit Persoonsgegevens,stelt dat het wettelijk kader voor gegevensverwerking ontoereikend is endat er soms langdurig informatie over personen wordt verzameld, zelfsrond demonstraties. Soms gaat het over gevoelige persoonsgegevens,zoals religie en politieke overtuiging, terwijl volgens de autoriteit nietwordt voldaan aan de eis van strikte noodzaak. De Minister zegt «ik ga deconclusies onderzoeken», maar in mijn beleving moet je gewoon de wetaanpassen. Ik wil dat de Minister – dat vraag ik hem – hier zo snel mogelijkop terugkomt, want anders gaat je echt wettelijk schuren langs de randenvan onze rechtsstaat.Dan de bereikbaarheid van de politie. Ook in niet-spoedeisende situatiesmoeten mensen eenvoudig contact kunnen opnemen en als mensen langmoeten wachten of meerdere keren moeten bellen, leidt dat tot frustratieen soms zelfs tot een gevoel van onveiligheid. Het nummer dat wehebben, 0900-8844, functioneert in de praktijk onvoldoende. Wachttijdenzijn te lang. Iemand die de stap zet om de politie te bellen, moet nieteindeloos in de wacht staan. Als je er uiteindelijk dan toch doorheen komt,dan is het onwenselijk dat iemand uit Maastricht een medewerker uitLeeuwarden aan de lijn krijgt die de lokale situatie niet kent. Als die danvervolgens niet wordt teruggebeld door de politie-eenheid die er wel overgaat, dan ga je ook het vertrouwen van de burger verliezen. Mijn vraagaan de Minister is wat hij wil doen om dit beter te organiseren, zodatmensen iemand uit de eigen regio kunnen spreken en het gevoel vankastje naar muur verdwijnt. Kijkt hij ook naar aanvullende contactmoge-lijkheden?Tot slot, voorzitter. Daarna eindig ik. We hebben het net over Utrechtgehad. Daar kregen hulpverleners te maken met ongeregeldheden en wezagen burgemeester Sharon Dijksma roepen om een eigen peloton van demobiele eenheid in de stad. Volgens de gemeente is dat nodig vanwegevergelijkbare problematiek als in andere steden. Ik wil niet straks van deMinister – dan rond ik af, voorzitter – horen dat het aan de eenheid en destad is om de beschikbare capaciteit te verdelen. Formeel klopt dat, maardaar zit juist het probleem: als je dat doet, gaat het ten koste van hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132216 blauw op straat. Dan heb je dus niet een echte oplossing. Dus graag eenreactie daarop en een echte oplossing van de Minister.Dank.De voorzitter:U bedankt. Dan gaan we naar collega Van Dijk namens de SGP voor zijneerste termijn.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank u, voorzitter. Echte politieagenten zijn goud waard. Ze zijn de orenen ogen van de buurt en de samenleving. Ze bewaren de orde en dienende veiligheid. Ze pakken de kleine en de grote crimineel. Petje af voor dezemensen.Helaas zijn er ook nepagenten. Ze beroven met name ouderen, niet alleenvan het terechte vertrouwen dat ze in de politie stelden en van hunveiligheid, maar ook van hun spullen of geld. Het is heel belangrijk dat depolitie met de campagne Game Over?! werk maakt van dit soort crimina-liteit en een duidelijk signaal afgeeft. De tronie van de 79 daders die zichniet zelf gemeld hebben, staat nu online. Laten we hopen dat dit tot nogmeer vangsten leidt. Overigens schrok de SGP wel van het hoge aandeelniet-Nederlandse culturele achtergrond onder de daders. Welke plaatsheeft deze werkelijkheid in het beleid van het kabinet?Voorzitter. Via de geslaagde inzet van Game Over?! kom ik als vanzelf ophet bestrijden van voetbalvandalen. Het kabinet wil een boetesysteemvoor clubs als de politie in het stadion moet ingrijpen. Dat klinkt helaasnog wat te soft om de harde kern van het probleem aan te pakken. Hetgaat hier om georganiseerde criminaliteit die tot binnen de organisatievan sommige clubs is doorgedrongen en de touwtjes in handen heeft. InAmsterdam gaat het om meerdere personen uit de lijst van 600. Er issprake van productie van harddrugs en het organiseren van gevechten.Tot mijn verbazing las ik vorige week in Het Parool dat maanden na deuitbarsting van november 2025 in de ArenA nog steeds nul personenaangehouden zouden zijn, en dat terwijl binnen een week al tien totvijftien hooligans herkend waren. Klopt dit, Minister? Hoe kan het datbepaalde aanjagers wel met naam en foto bekend zijn, maar er tegen henniets wordt gedaan? Hoe zorgt de Minister ervoor dat het echt game overis voor dit soort misstanden die de maatschappij belasten? Wanneer clubshet stuur kwijt zijn en vandalen de hand boven het hoofd houden, zijnstevigere juridische middelen nodig zijn dan enkel boetes, zo vindt deSGP.Voorzitter. Als goed nieuws noem ik de aanpak van snelwegblokkades.Deze maand heeft de politie in Limburg door tijdig busjes van activisten teonderscheppen voorkomen dat de A2 werd geblokkeerd. Kiest het kabinetuitdrukkelijk de lijn dat voorkomen beter is dan opruimen? Hoe wordt depolitie daarin ondersteund? Heeft de Minister op basis van ervaringen inde afgelopen jaren de indruk dat het strafrechtelijk instrumentariumtoereikend is om de opzettelijke gevaarzetting op de snelweg met succeste vervolgen?Voorzitter. De ernstige bedreigingen van de Joodse gemeenschap komensteeds duidelijker aan het licht. Recent waren er twee aanslagen inAmsterdam en Rotterdam die voor iedereen duidelijk maken wat al langergebeurt: vernieling, bedreiging en intimidatie. Het gaat hier om eenspecifiek kwaad dat om een specifieke bestrijding vraagt. Volgens hetcoalitieakkoord komen er meer discriminatierechercheurs, die metprioriteit zaken kunnen oppakken. De SGP vindt dat nog erg algemeenklinken. Zijn de recente aanslagen voor de Minister een aansporing omspecifieke capaciteit toe te wijzen aan antisemitisme? Uit de praktijk horenwe nog steeds dat de interpretatie van antisemitisme bij de politie nietaltijd eenduidig is. Dat bemoeilijkt een effectieve aanpak. Hoe gaat deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132217 Minister aan meer eenduidigheid werken? Zou er niet een specifiekestrafverzwarende categorie voor antisemitisme moeten zijn?Dank u, voorzitter.De voorzitter:U bedankt. Vindt u het goed als ik de inbreng namens de VVD doe? Ikvervang namelijk mijn collega Martens-America, die verhinderd was. Wiliemand even het voorzitterschap overnemen? Wilt u dat doen, mevrouwFaber?Voorzitter: FaberDe voorzitter:Dat is goed. Dan geef ik u gelijk het woord.De heer Ellian (VVD):Dank. Ik ga er in vogelvlucht doorheen. Uiteraard begin ik met hetuitspreken van dank aan alle mannen en vrouwen van de politie. In steedsmoeilijkere omstandigheden in een wereld die steeds gevaarlijker wordt,staan jullie dag en nacht voor onze veiligheid. Dank daarvoor. Uiteraardwil ik zelf de mensen van Bewaken en Beveiligen bijzonder danken. Ikweet hoeveel mensen bezig zijn om mij en mijn familie veilig te houden.Als persoonlijk feit wil ik wel meegeven aan de Minister: het is geenlolletje om in het stelsel te zitten, maar met de ingezette stelselwijzigingen de komst van een LCC ... Het is niet makkelijk voor de meeste tebeveiligen personen, laat ik dat meegeven.Ook voor de politie is het een heftige tijd, nu een collega van hetPolitiedienstencentrum is neergeschoten. Hij woonde in Schoonhoven. Ikwil de Minister echt vragen om hier maximaal op in te zetten. Zoek deschutter, maar met name: zet alsjeblieft ook in op het vinden van demogelijke opdrachtgevers en de tussenlagen. Uit ervaring weet ik – het isook een feit van algemene bekendheid – dat het Iraanse regime brokersgebruikt, net als verschillende tussenpersonen en organisaties. Alles opalles moet worden gezet om uiteindelijk bij die tussenlagen te komen.Voorzitter. De VVD heeft altijd achter de politie gestaan. We staan ookachter de politie. De politie vraagt meer geld en er wordt ook meer geldvrijgemaakt. Als je een begroting hebt van inmiddels bijna 9 miljard, roepthet wel de vraag op wat er nu beter gaat of wat we nu meer krijgen voordat geld. De focus moet zijn – dat is de kern van dit debat – dat deorganisatie op orde moet, zodat de politie bezig kan zijn met de kerntaken:het handhaven van de openbare orde, het opsporen van strafbare feitenen het houden van toezicht in de publieke ruimte.Voorzitter. Achter je mensen staan betekent dat je niet meteen een helegroep hardwerkende integere politiemensen verdacht moet maken. Datpast de politie niet. Dat zou geen enkele organisatie passen. Er is veel overgezegd door diverse collega’s. Ik heb vooral één vraag: wat gaat deMinister doen om het vertrouwen te herstellen bij die mensen die in hunziel geraakt zijn? Die berichten heb ik immers ook gekregen. Ze zeggen: ikdoe mijn werk naar eer en geweten en dan krijg je dit! Wat gaat deMinister doen om ervoor te zorgen dat die mensen zich gehoord voelen?De heer Struijs (50PLUS):Ik heb even wat vragen. Over die miljarden die we aan de politie geven endie ophoging: kijken we dan ook naar hoe de maatschappij is veranderd?We zien steeds meer polarisatie. We hebben het net al gehad overmensen met onbegrepen gedrag. Er komen steeds meer taken bij. Dat zouik graag terugzien in de begrotingscyclus. Deelt u die wens? Ten tweededit. Ik zeg dit na meerdere mensen te hebben gesproken in het stelsel vanbewaken en beveiligen. Ik trek het dus los van u. Ik ben daar zeer kritischop. Bent u het met mij eens dat daar nog eens goed naar moet wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132218 gekeken, zodat we wel de juiste dingen doen, ook in samenhang met alleorganisaties die hiermee bezig zijn? Ik heb het niet over de uitvoering,want die doet fantastisch werk. Ik heb het over de wisselwerking tussenOM, NCTV en politie. Ik denk dat die beter kan. Is het niet tijd, vraag ik onsgewaardeerde VVD-lid, om hierop te gaan herijken?De heer Ellian (VVD):Dank, ik waardeer beide vragen zeer. Ik pretendeer geen seconde er net zoveel van af te weten als meneer Struijs. Ik ben overigens ook niet dewoordvoerder. Ik ben bovendien een subject in het stelsel. Van mij zalnooit iemand een kwaad woord horen over de uitvoering. As we speakzitten ze zelfs in de zaal, om mij veilig te houden. Ik ben gek en dol op zeen ik ben ze diep en diep dankbaar. Maar het geheel dat is opgetuigd ...Het valt mij op dat er de afgelopen twee jaar vrij weinig over gesproken isin de Kamer. Het lijkt me wel goed om dit eens tegen het licht te houden.Hebben al die goede bedoelingen die aan het nieuwe stelsel tengrondslag liggen, in de realiteit der dingen ook gebracht wat er nodig is?Of zijn TBP’s opgezadeld met allerlei nieuwe vraagstukken waar ze zichhelemaal niet mee bezig willen houden? Ik juich het alleen maar toe alshet gesprek weer een beetje op gang komt. Het was wat dat betreft delaatste jaren vrij stil in de Kamer, vond ik.Op uw eerste vraag: uiteraard, er is zo veel op het bord van de politiegekomen dat je het bijna niet voor mogelijk houdt. Daarbij kun je je ookafvragen of alles in het strafrecht thuishoort. Dat is een vraag die mijsteeds meer bezighoudt. Ik noem maar iets: vanuit de forensische zorgwordt gezegd dat je in Nederland iets zult moeten doen met het verplichtopnemen van mensen, hoe gevoelig ook. Ik ben een liberaal, ik vind dat jeiemands vrijheid niet zomaar moet inperken. Je zult echter ook naar datsoort vraagstukken moeten kijken, want de politie kan het niet bolwerken.Ik merk het Kamerbreed, van mevrouw Mutluer tot mevrouw Coenradie:de omvang van de politiebegroting is wel echt huge aan het worden. Alsik dan vanuit de rechterlijke macht hoor dat grote meervoudigekamerzit-tingen nu worden gevuld met kleine delicten ... Het OM brengt die zakenniet aan. Dan bel ik het OM en het OM zegt dan: de politie komt niet metgrote zaken. Dat baart me wel zorgen. Waar geld nodig is om de samen-leving veilig te houden, regelen we dat. Voor mij als Kamerlid is het echterwel moeilijk om te zien wat er eigenlijk wordt gedaan met die berg geld inhet licht van de kerntaken.De heer Struijs (50PLUS):Dan heb ik nog ...De voorzitter:U heeft al drie interrupties gehad, meneer Struijs.De heer Struijs (50PLUS):Oké.De voorzitter:Uw laatste interruptie was ook heel lang.De heer Ellian (VVD):Mag ik verder, voorzitter? Dan heb ik ook meteen een deel van mijnbetoog gehad. Ik had het net over het herstel van vertrouwen. Als het omde kerntaken gaat, moeten we nog steeds aan de georganiseerdecriminaliteit laten zien dat we erbovenop zitten. Er zijn meerdere criminelesamenwerkingsverbanden in beeld. In mijn interruptiedebatje van zonetging het erover of er een probleem is. Hebben we een tekort bij de LO?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132219 Wat is er aan de hand? Ik mis de focus op het afbreken van die machts-structuren. Immers, een van de kerntaken is natuurlijk het opsporen vanfeiten.Voorzitter, tot slot, want ik heb al een deel gehad. Wat betreft de kerntakenkan ik de iftars niet onbenoemd laten. Het organiseren daarvan heeft watde VVD betreft echt niets te maken met de kerntaken die ik net noemde.Belangrijker nog, de politie zou geen religieuze bijeenkomsten moetenorganiseren of bijwonen. Dit is wel in toenemende mate te zien. Dat gaatde perken te buiten. Een agent die een gebed inleidt, de ramadan eenheilige maand noemen, iftars uit naam van de politie organiseren waarbijde islamitische geloofsbelijdenis wordt gesproken: dit heeft niets temaken met de kerntaken van de politie. Bovenal doet dit afbreuk aan deneutraliteit. Het is ook helemaal niet nodig, want we zijn trots op de politieen dat willen we graag blijven.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Ellian. Dan geef ik u weer ... O, sorry mevrouwMutluer, had u ... Nee, het gaat goed. Ik geef u het voorzitterschap weerterug.Voorzitter: EllianDe voorzitter:Dan gaan we de boel weer even goed begrijpen. Mevrouw Mutluer, u hadeen ordevraag?Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Nee. Ik wilde even aangeven dat ik samen met mevrouw Lammers naareen ander overleg moet, waardoor we het tweede deel gaan missen. Ik wilniet de indruk wekken dat we geen interesse hebben. Dan weet u dat.De voorzitter:Ik waardeer het dat u dat zegt. U komt beiden ook niet meer terug? Begrijpik dat goed? Oké. Dat is spijtig, maar we gaan ervan uit dat de antwoordenvan de Minister door u op een andere wijze gehoord worden. Ik begreepvan de Minister dat 25 minuten voldoende is. Dat is top. Dan gaan weschorsen tot 11.30 uur. Daarna gaan we verder met de eerste termijn vanhet kabinet. Ik schors de vergadering.De vergadering wordt van 11.03 uur tot 11.30 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering van de vaste commissie voor Justitie enVeiligheid. We zijn nog steeds bezig met het commissiedebat Politie. Wezijn aanbeland bij de eerste termijn van de Minister. Ik geef hem graag hetwoord. Ik verzoek hem – ik ken hem een beetje – geen lange inleiding tehouden en, als het kan, ons mee te nemen in eventuele blokjes. Het woordis aan de Minister.Minister Van Weel:Het feit dat u mij kent, betekent hopelijk niet dat u vindt dat ik normaal wélvan de lange inleidingen ben?De voorzitter:Nee, juist niet! Ik weet dat u graag kort en duidelijk bent.Minister Van Weel:Ik heb wel een korte inleiding, voorzitter. Daarna zal ik gaan werken metde volgende blokjes. Ik begin met het blokje politieorganisatie. DaarinTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132220 zitten ook alle vragen rondom de 1.700 politiemedewerkers. Ik ga daar inmijn inleiding al kort op in, maar de bulk komt in dit blokje. Daarna heb ikhet blokje financiën en het blokje taakuitvoering van de politie, in bredezin.Dank aan de leden voor hun inbreng in de eerste termijn. Ik zal zo goedmogelijk proberen te antwoorden op al uw vragen. Ik ben ten eersteverheugd en vereerd dat ik opnieuw Minister van Justitie en Veiligheidmag zijn in dit nieuwe kabinet. Ik was daar trots op in mijn vorige termijn.Dat deed ik toen samen met onder anderen mevrouw Coenradie. Met heelveel plezier en drive keer ik weer terug naar dit departement. Ik zal mij volgaan inzetten voor onze veiligheid.Wie zich ook inzetten voor onze veiligheid, zijn natuurlijk onze politieme-dewerkers. Daar staan wij vandaag bij stil. Laat mij hier ook waarderinguitspreken voor alle politiemedewerkers en voor het werk dat zij doen omons hier veilig te houden. Heel specifiek wil ik mijn waardering uitsprekenvoor de alertheid en het snelle handelen van de politie afgelopen week bijhet aanhouden van twee tieners in Heemstede, die ervan worden verdachteen explosie of brandstichting te hebben voorbereid met een terroristischoogmerk. Ik denk dat dat, in het licht van de aanslagen die we deafgelopen weken hebben gezien op Joodse instellingen, in ieder gevalgetuigt van de goede maatregelen die we nemen, van de alertheid die depolitie heeft, maar ook van het succes dat de politie daarmee heeft omons veilig te houden. Dat geldt uiteraard ook voor de Joodse gemeen-schap. Het is verschrikkelijk dat dat nodig is.In relatie tot het schietincident in Schoonhoven, dat ook door een enkelingvan u werd aangehaald, waar het slachtoffer een medewerker van depolitie betrof, wil ik het slachtoffer en de familieleden natuurlijk allesterkte toewensen. Laat ik hier ook gezegd hebben dat het feit dat dezeman een Iraanse achtergrond had en dat hij zich online uitsprak tegen hetregime, voor mij aanleiding is geweest om samen met de gezagen tekijken of er extra maatregelen nodig zijn met betrekking tot de Iraansegemeenschap in Nederland, en, zo ja, welke. Daar waar dat relevant was,hebben we daar mensen van op de hoogte gesteld. Ik kan u vertellen datwe hier geen aparte eenheid op hebben zitten, maar dat we wel nadruk-kelijk aandacht hebben voor degenen die daar mogelijk van zouden zijn.Natuurlijk zitten de politie en het OM vol op deze zaak, niet alleen om dedirecte dader te pakken, maar ook om te kijken of er inderdaad links tevinden zijn met een statelijke actor. We kennen de modus operandi vanIran. Die zou zowel kunnen zien op dergelijk gebruik van criminelen als ophet gebruik van Telegramkanalen om eenvoudige aanslagen te plegen opJoodse instellingen. Die mogelijkheden worden nadrukkelijk onderzocht.Daar zullen we meer van horen.Dan heel kort over de 1.700 politiemedewerkers en de gebeurtenissenrondom de brief die is gestuurd. De berichtgeving en het onderzoek zelfhebben heel veel politiemedewerkers geraakt. De heer Struijs refereerdeaan Amsterdam. Daar ben ik ook geweest. Ik heb daar mensen gesproken.Ik heb de emotie gezien. Ik heb die ook op andere plekken gezien. Ik bendaarom ook blij dat de korpsleiding ruiterlijk haar excuses heeft gemaaktdat deze gang van zaken zo niet had gemoeten. Ook mijn communicatiehad anders gemoeten. Ook daarvoor bied ik nogmaals ruiterlijk mijnexcuses aan. Dat doe ik ook bij elk werkbezoek dat ik afleg. Dat zijn er ophet moment heel veel. Dat doe ik juist om die verbinding aan te gaan. Dieverbinding zal de korpsleiding ook aan moeten gaan. Wat dat betreft – eenaantal van u refereerden daaraan – is die vertrouwenskloof niet alleenmaar ontstaan door deze brief en deze uitspraak, maar is er een reeksgeweest van incidenten dan wel uitspraken waardoor ik ook voel, als ik opbezoek ga bij medewerkers, dat zij dat vertrouwen missen, dat zij bij hunoptreden op straat niet alleen maar vanuit professionaliteit nadenken, watze moeten doen om hun werk te doen, wat hun politietaak is, maar dat ereen aantal lagen bovenop zitten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132221 Ik heb dat bijvoorbeeld gemerkt in Utrecht, met de agenten die vasthebben gezeten in Overvecht gedurende die nacht van ongeregeldhedenen doodsangsten hebben uitgestaan. Er zit een laag bovenop: «Watbetekent het als ik gefilmd word, als ik in een snippet op het internetverschijn? Wat betekent dat voor mijn reputatie? Wat gaat men daar danvan vinden?» Dan doel ik op de leiding, maar ook de bevolking, want depolitie staat natuurlijk vol in de wind. Voor sommigen zijn ze niet hardgenoeg, voor anderen zijn ze te hard of treden ze op tegen de verkeerdegroep. Dat is echt een enorme belasting voor jonge politieagenten opstraat. Daarin speelt ook dat vertrouwen in de korpsleiding en in deleiding in algemene zin mee. Dat trek ik mijzelf ook aan. Daar moeten weecht wat mee.Uiteindelijk willen we dat die agenten op basis van hun training doen watzij denken dat op dat moment in die situatie het beste is. We willen nietdat ze denken dat dat mogelijk consequenties kan hebben, of anderszins.Dat geldt ook, zeg ik tegen de heer Struijs, voor mensen die nu niet meerin systemen durven te kijken, omdat ze bang zijn naar aanleiding van debrief die is verstuurd. Dat kan niet. Dat heb ik ook gezegd daar op hetbureau; dat zeg ik hier nu in de Tweede Kamer. Dat is absoluut niet debedoeling. Men moet zijn werk kunnen doen. Ik zie die gedrevenheid vanagenten. Zij moeten op onze steun kunnen rekenen bij het werk dat zedoen.De voorzitter:Momentje, Minister. Ik vreesde er al voor dat dit in de inleiding ter sprakezou komen. Ik snap dat er dan vragen zijn. Er zijn best wel wat vragengesteld over vertrouwen en inzage. Komt u daar nog op terug?Minister Van Weel:Ja, daar kom ik nog op terug.De voorzitter:Ik kijk even naar de collega’s. Willen jullie wachten? Nee? Oké. Dan krijgenjullie weer drie interrupties per persoon. Ik hanteer 45 seconden perinterruptie. Wie was er dan eerst? Maakt dat uit? Mevrouw Faber, gaat uwgang.Mevrouw Faber (PVV):De Minister geeft aan dat de politieagenten in feite naar eigen inzichtmoeten kunnen handelen. Die moeten dan gesteund worden door dekorpsleiding, maar geldt dat dan ook niet voor de burgemeesters? Wezien, bijvoorbeeld in een stad als Amsterdam of Utrecht, dat burge-meesters terugkrabbelen op het moment dat de politie harder gaatoptreden. We hebben dat in Utrecht gezien bij de universiteit. Toenhebben ze na anderhalf uur verbindend praten anderhalve minuut ietsmeer geweld gebruikt. Toen zei de burgemeester van Utrecht: «Dat was infeite te hard.» Op deze manier kom je er natuurlijk niet. Niet alleen dekorpsleiding, maar ook de burgemeesters moeten dat dan doen.Minister Van Weel:Daar ben ik het helemaal mee eens. Burgemeesters zijn essentieel, wantzij zijn het gezag. Ze zijn de meest directe baas die de politie heeft in eenregio en in een korps. We zouden allemaal als uitgangspunt moetennemen dat je staat achter de politieagenten die hun taak hebben uitge-voerd. Ik zal me daar hard voor maken en dat gesprek ook aangaan metburgemeesters. Natuurlijk kunnen daarbij dingen misgaan of niet goedzijn gegaan. Daarvoor hebben we nu procedures en onderzoeken. Diemoeten we dan afwachten om te kijken of dat aanleiding geeft totonderzoek, sancties, wat dan ook. In de beeldvorming is dat eerste somsachterwege gebleven of is de nadruk te veel komen te liggen op datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132222 tweede. Ik denk dat we die balans moeten herstellen. Die zou ik zelf alsagent ook willen hebben. In eerste instantie wil ik dat mijn baas ervanuitgaat dat ik naar eer en geweten mijn baan heb uitgevoerd. Tegelijkertijdweet ik dan ook als agent dat fouten gebeuren, ook in het werk op straaten in the heat of the moment. Ook dat hoort bij het werk. Ik ben het dusmet mevrouw Faber eens. Ik zie deze beweging als onderdeel van hetherstel van vertrouwen.De voorzitter:Mevrouw Faber fluistert mij in: «Dat is een toezegging.» Wat is dan dietoezegging?Minister Van Weel:Om het gesprek met de burgemeesters aan te gaan.De voorzitter:Zeker, maar daar moet dan een termijn aan verbonden worden.Minister Van Weel:Ik denk dat ik ze heel spoedig ga zien, wat mij betreft tijdens het LOVP.De voorzitter:Oké, want als we het moeten noteren als toezegging ... We krijgen er eenschriftelijke terugkoppeling van, hoor ik nu. Het woord is aan mevrouwCoenradie.Mevrouw Coenradie (JA21):Daarop voortbordurend ben ik ook wel benieuwd hoe de Minister ertegenaankijkt dat burgemeesters nu toch wel bepalen wat er ingezet wordt. Deeen beslist daar anders over dan de ander. Wordt er bijvoorbeeld wel ofniet ME ingezet? Wordt er met de jaarwisseling in Amsterdam wel of niettraangas ingezet? Besluit de burgemeester geen traangas in te zetten enstuurt ze de ME dus toch, al dan niet bewust, een oorlogsgebied in? Ik hebdaar héél veel moeite mee. Ik weet van de ME’ers dat zij daar ook echtongelofelijk veel moeite mee hebben gehad. Het verschilt nu eigenlijk perregio. Ik ben dus even benieuwd of de Minister dit toch ook kanmeenemen in zijn gesprek met de burgemeester. Ik snap de driehoeksver-houding, maar je praat wel met de politieorganisatie, die toch de expertiseheeft. Daarnaast ben ik benieuwd naar aanleiding van de brief die isverstuurd naar die 1.700 collega’s. Daarin staan inderdaad excuses. Diemag als niet verzonden beschouwd worden, maar is de Minister het danwel met mij eens dat het vreemd is dat in diezelfde brief staat dat eralsnog een gesprek volgt? Het zwaard van Damocles blijft dus voor heelveel agenten toch wel hangen.De voorzitter:Twee vragen in een, maar vooruit.Minister Van Weel:Ja, het zijn twee uiteenlopende vragen ook. Ik begin bij de eerste. Ik ziehet als mijn taak om alle signalen over wat de politie tekortkomt in haartaakuitvoering te horen en op te lossen, of die nu gaan over wet- enregelgeving, over instructies of over iets materieels. Als het dan gaat omde specifieke inzet in een gemeente of in een stad, dan is het aan de lokaledriehoek om te bepalen wat die nu op dat moment vindt passen bij desituatie waar die in zit. Daar zullen altijd smaak- en kleurverschillen inzitten. Ik hoop dat dat in de driehoek in ieder geval open wordt bediscus-sieerd en zo ken ik de meeste driehoeken ook wel. Daar zitten de politie,de burgemeester en het OM echt gezamenlijk en komen zij gezamenlijk toteen besluit over welke inzet op welk moment nodig is. Bij bijvoorbeeld deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132223 situatie in Overvecht ervaar ik echt wel de steun van de burgemeestervoor de politie, die daar heeft moeten optreden onder moeilijke omstan-digheden. Ik kom straks nog op dat ME-peloton terug. Omdat uw tweedevraag zo anders was, ben ik die alweer vergeten.De voorzitter:Die ging over de excuusbrief.Minister Van Weel:Ah, de brief. Daar kom ik zo meteen nog op terug, want er zijn eenheleboel vragen over de 1.700 en alles wat daaromheen hangt.De voorzitter:Dit was de inleiding? Nee? O, sorry, ga verder met de inleiding.Minister Van Weel:Nee, ik ben nog niet door mijn inleiding heen. Ik vertelde over wat voorzorgen agenten hebben, dat ze zich onveilig voelen als ze moetenoptreden onder een enorme aanval van jongeren in zo’n gebied alsOvervecht. Ja, daar hebben wij als politieke leiding iets in te doen om datvertrouwen terug te geven. Maar het betekent ook wat voor wat ergebeurt op onze straten in sommige gebieden. Ik neem de zorgen van dieagenten heel serieus. Het is niet normaal dat agenten op dagelijkse basisworden uitgescholden, bedreigd of belaagd zoals we dat hebben gezien inUtrecht, in Overvecht. Het is ook niet normaal dat hun gezag wordtondermijnd door in dit geval jongeren in een wijk, die dat gezag tarten enuitdagen tot op het bot. Dat kunnen we niet accepteren. Ik zie het dan ookals een van mijn prioriteiten om daar wat aan te doen. Ik noem dat hetherstel van het gezag van de politie. Dat is niet omdat ik vind dat de politiedat gezag niet heeft, maar omdat ik vind dat dat gezag onvoldoende wordtgerespecteerd in bepaalde gebieden in Nederland. Dat kunnen we nietaccepteren. Dat gezag moet er weer zijn. Je blijft van elkaar af en ik zaldaar ook regelmatig normerend over te horen zijn.Zoals ik gezegd heb, heb ik meerdere werkbezoeken afgelegd die in ditkader staan, juist in buurten waar de politie daar erg mee worstelt. Ik zegdaar ook bij dat de politie in haar eentje daar niets kan veranderen. Depolitie staat hier in de voorhoede en loopt aan tegen problemen, maar ineen wijk als de Hoge Vucht in Breda, waar ik ben geweest, of in Overvecht,zie je dat de problematiek veel breder is dan wat de politie in haar eentjeaankan. Het is aan de maatschappij, het is aan gemeentes en het is aanbuurten om hier een kentering te brengen waardoor de politie ook weerbeter haar werk kan doen zoals dat bedoeld is. Ik zie dus nog steeds geenno-goarea’s in Nederland. Ik loop daar ook rond. De politie heeft ook nogwel verbinding, maar die verbinding is onvoldoende om te voorkomen datbijvoorbeeld jongeren afglijden in de richting van criminaliteit of dat ergebieden bestaan waar een alternatieve economie draait en de norm is,en waarin er mensen zijn die niet gewoon meedoen in onze eigenmaatschappij. Ik zie dat probleem dus en ik kan dat niet vanuit alleenJustitie oplossen, maar het heeft wel mijn prioriteit om daar wat mee tedoen.Ik kom straks nog uitgebreid op die financiën terug, maar ik moet ookzeggen dat ik wel blij ben. Toen ik vertrok, hebben we helaas bloot moetenleggen dat er een enorm structureel tekort zat in de politiebegroting. Wehebben pijnlijke maatregelen op tafel moeten leggen. Ik ben zeer blij dater met dit coalitieakkoord in ieder geval middelen zijn om die structurelebasis op orde te brengen. Ik kom zo nog even terug op hoe ik dat denk tegaan doen. Maar de politie verdient natuurlijk gewoon voldoendemensen, voldoende middelen en voldoende uitrusting. De politie verdientook voldoende bevoegdheden om haar werk te kunnen doen en daar komik ook nog specifiek op terug. We praten hier bijvoorbeeld al een paar jaarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132224 over bijvoorbeeld de toegang van politie tot onlinegegevens in het kadervan de openbare orde.Tegelijkertijd zien we een omgekeerde beweging, waarin de AP juistgrenzen stelt aan de bevoegdheden, op basis van de huidige wet- enregelgeving. Ik zie het echt als mijn taak om die weg te nemen, om ervoorte zorgen dat de politie ook daarin gewoon haar werk kan doen, ook metgebruik van technologieën als gezichtsherkenningstechnologie, die haarwerk, zeker in de opsporing, zoveel kunnen helpen. We moeten daaringewoon met onze tijd mee. We moeten, zoals beloofd in het coalitieak-koord, de gewelds- en verdedigingsmiddelen van de ME uitbreiden –mevrouw Coenradie refereerde daaraan – waar opportuun ook met debodycams, die ook al in het coalitieakkoord werden genoemd, omdat dieecht kunnen helpen om achteraf te kunnen reconstrueren bij wie hetbegon, op welk moment en hoe de agent werd belaagd. Ik heb dat nu ookgezien in Overvecht. Uiteindelijk is dat natuurlijk heel belangrijkebewijsvoering in die zaak. Uiteraard ga ik voor een goede bestedingsamen oplopen met de gezagen. Voor 2026 gaan we de voorstellen voorde oplossingsrichtingen neerzetten. U weet dat daar ook nog een tekortstond. Ik heb in mijn brief van destijds gezegd dat we voor dat tekort voor2026 in ieder geval een aantal kaders hebben gesteld, waardoor deoperationele output daar niet onder zou lijden. Ik hoop dat het resultaatover 2025 van de politie ons zal helpen om verder weg te kunnen blijvenvan maatregelen, maar ik kan daar nu nog niet specifiek op vooruitlopen.Verward gedrag, laat ik dat hier nog even noemen. Ook daar hebben wehet al jaren over. En ook daarbij is elke keer de conclusie: ja, de politie zalelke keer komen als er gebeld wordt en er een onveilige situatie ontstaat.Daar komen we, vrees ik, niet van weg. Ik heb ook teams gezien waarmeepermanent een ggz-politieteam rondrijdt. In sommige gemeenten kan datuit. In andere gemeenten is juist weer de klacht dat men dan permanentmensen aan deze taak kwijt is en dat het geen fulltimebaan is. We zullendaar dus echt moeten komen tot een methodiek waarbij in ieder geval detijd die de politie eraan kwijt is, zo kort mogelijk is. Dat hoor je wel vaker:«Komen is niet het probleem, want de politie is al op straat en reageert opmeldingen, maar dan ... Wat doe je met zo iemand, waar kan hij heen?Hebben we nog wel ggz-instellingen waar deze mensen in ieder gevalvoor een korte periode kunnen worden vastgezet?». Nou, ik weet dat erpilots draaien, onder andere in Rotterdam. Daar ben ik heel blij mee en ikhoop echt dat dat een voorbeeld gaat zijn voor de rest. Maar over datonderwerp komen we natuurlijk op 9 april nog te spreken, dus ik wil daarniet te ver op ingaan.Dan kom ik nu bij mijn eerste blokje.Mevrouw Straatman (CDA):De Minister zei dat hij ook nog een blokje financiën had. Gaat het daarinook over de financiën voor het komende jaar, 2026, of was dat deopmerking van zojuist van de Minister? In dat geval heb ik nu een vraag,en anders bewaar ik die nog even.Minister Van Weel:Van 2026 heb ik net gezegd hoe het ervoor staat. Ik kan daarop nog niet indetail terugkomen, maar als u een specifieke vraag hebt, heb ik wellichteen antwoord.Mevrouw Straatman (CDA):Dan doe ik mijn vraag nu. Ik begrijp goed dat de Minister daar nu nog nietin detail in kan treden, maar er blijft wel telkens onduidelijkheid bestaan.De Minister zegt dat in 2026 de basisteams, de gebiedsgebonden politieen de opsporing in de basisteams in ieder geval niet geraakt zullenworden. Maar opsporing is breder dan de opsporing in de basisteams; jeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132225 hebt ook de districtelijke opsporing, de zedenopsporing et cetera. Kan deMinister hier bevestigen dat dat deel van de opsporing ook niet geraaktwordt?Minister Van Weel:Ik kan dat nu nog niet, want ik ben die puzzel aan het leggen. De uitgangs-punten die in de brief staan die ik destijds heb verstuurd, gelden nog. Ikvoorzie wel enige verlichting. Ik noemde al even de resultaten over 2025van de politie. Ik hoop dat dat echt gaat helpen in het lenigen van detekorten die we nog hadden voor dat jaar. Maar ik moet nog iets van tijdnemen voordat ik dat in concreto naar buiten kan brengen.De voorzitter:Oké. Dan gaat de Minister denk ik nu aan de slag met de blokjes.Minister Van Weel:Ja. Het eerste blokje gaat over de politieorganisatie in bredere zin. Ik ganu wat dieper in op die 1.700 en op hoe dit is gelopen. In een hele kortezin heb ik in mijn brief van 9 maart, de brief waarvan ik nu zeg dat dienooit zo verzonden had mogen worden, aangegeven dat er bij depolitieorganisatie signalen waren dat er gevoelige informatie uit dezaak-Lisa uit het politiesysteem bij de media terecht was gekomen. Latenwe vooropstellen – en hierbij zeg ik dit, via de voorzitter, ook tegen denabestaanden – dat het natuurlijk verschrikkelijk is dat je dit soort detailsin de media moet teruglezen. Ik ben ook geen politieagent tegengekomendie dit niet verwerpelijk vindt en die niet zegt «dit mag natuurlijk niet».Er waren meerdere signalen van misbruik van deze strekking en naaraanleiding daarvan heeft de politieorganisatie onderzoek gedaan naar wieer allemaal in die systemen hebben gekeken. Gelet op de aantallen heeftde politie besloten dat ze daar moeilijk een individuele benadering op kantoepassen. Besloten is dus tot een groepsbenadering. De politie wildaarmee niet impliceren dat de betrokkenen allemaal ten onrechte in diesystemen hebben gekeken, maar ze wil wel het eerlijke gesprek aangaan,van: hoe ga je daarmee om? Het bericht dat die brieven uit zouden gaannaar 1.700 medewerkers bereikte mij, en daarop hebben wij besloten omdan ook in alle transparantie te melden aan de Kamer dat dit liep.Als je nu nagaat wat daar mis is gegaan, dan denk ik dat dat op een aantalniveaus zit. Het zit op het niveau van het sturen van een brief, in plaatsvan het aangaan van het gesprek. Het zit ook op het niveau van mijncommunicatie daarover. Je moet al hele grote vraagtekens zetten bij die1.700 en je afvragen hoeveel daarvan uiteindelijk onterecht hebbengekeken. Dat zal blijken. Die gesprekken vinden nu plaats. Dat gebeurt nietin een beschuldigende sfeer, maar dient juist om de emoties op te halenen die mensen gerust te stellen die daar gewoon een goede aanleidingvoor hadden. Daar waar sprake is geweest van lekken – en dat is ookiedere agent met ons eens – is dat onacceptabel en heeft het uiteraardconsequenties.Daar is het dus misgegaan en daar kwam vervolgens mijn communicatieoverheen, wat uiteindelijk niet alleen die 1.700 heeft geraakt, maarnatuurlijk de hele politieorganisatie. Iedereen wordt immers op straatpotentieel aangekeken als een sensatiezoekende agent die in de systemenzit te loeren. In die zin ben ik het eens met wat de heer Struijs zei:daarmee voelen meer dan 60.000 medewerkers zich in de hoek gezet.Daarvoor heb ik, en de korpschef ook, echt oprecht mijn excusesaangeboden voor de manier waarop het is gegaan in de aanloop naar depolitiechefs.Nogmaals, dit soort dingen vinden plaats in een cascade. U noemde zelfal het overleg met alle politiechefs en ik denk dat daar op verschillendeniveaus een verkeerde inschatting is gemaakt van wat uiteindelijk deimpact is van de gekozen aanpak hiervoor. Ik wil dit rustig nog een keer inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132226 detail op papier laten zetten in het kader van de reconstructie. Dan nemenwe dat mee in het halfjaarbericht en hebben we het helder. Maar ik zouecht willen focussen op wat mij is opgevallen van wat hierachter ligt enwat losstaat van deze 1.700 brieven.De voorzitter:Punt inderdaad. Ik zag een interruptie van mevrouw Van der Plas. Nogmeer interrupties? Meneer Mathlouti. Ik kijk even naar meneer Struijs,want de Minister beantwoordt eigenlijk een vraag van de heer Struijs alshij zegt: ik ga er in het halfjaarbericht op terugkomen en zet het een enander op een rijtje. Voldoet dat, meneer Struijs?De heer Struijs (50PLUS):Als het een gedetailleerde reconstructie is wel, maar ik wil daar ook eendatum aan hangen, want dit is natuurlijk de start van een wat langerproces waar we het dadelijk nog over gaan hebben.De voorzitter:Het halfjaarbericht komt in juni, denk ik.De heer Struijs (50PLUS):Dat is dan prima.De voorzitter:Een het detailniveau, Minister?Minister Van Weel:Iets gedetailleerder dan wat ik hier heb gezegd, maar tegelijkertijdrekening houdend met de gevoeligheid en de genoemde niveaus. Ik kieservoor om in de wind te gaan staan. De korpsleiding tot op zekere hoogteook, maar op de detailniveaus daaronder moeten we ook geen openbaarfunctioneringsgesprek nastreven.De voorzitter:Dank. Dan is dat afgehandeld. We hebben dit genoteerd als toezegging,dus dat is top.De heer Struijs (50PLUS):Ik kijk ook even mijn collega’s aan, want dit is een gezamenlijke zoektocht.De voorzitter:Dat is mooi. We noteren als toezegging dat de Minister bij het halfjaarbe-richt met een reconstructie komt. Dan gaan we naar mevrouw Van derPlas voor haar interruptie, want zij was eerst.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik vind wat de Minister zegt toch allemaal een beetje te slap over wat ergebeurd is in de zaak-Lisa en het voor de bus gooien van 1.700 politie-agenten. Dat is gewoon echt te slap. Als je bij de politie komt, dan leg jeeen ambtseed af. Je belooft integer te zijn, betrouwbaar, onkreukbaar tehandelen, de wet na te leven, vertrouwelijke informatie geheim te houden.Een incident kan natuurlijk altijd gebeuren. Iemand kan een keer de fout ingaan, maar hier worden eigenlijk collectief alle agenten van Nederlandgewoon keihard voor de bus gegooid. Dan excuses aanbieden van «wehadden dat zo niet moeten communiceren, we hadden dat anders moetendoen», vind ik echt, echt veel te slap. Ik vind het heel ernstig dat eigenlijkvrijwel meteen gewoon alle agenten worden beschuldigd. Dan deugt eriets niet in de korpsleiding, want dan vertrouw je je mensen niet. Diemensen hebben allemaal de ambtseed afgelegd en zijn dan – huppakee! –zomaar even voor de bus gegooid. Heel Nederland praat over de rel metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132227 die agenten, «dat kan toch allemaal niet?» En die excuses? Niemand hoortmeer die excuses, want het leed is al geschied. Ik vind echt dat er gewoonmeer moet gebeuren; ik vind dat er diep door het stof gegaan moetworden om dit op te lossen. Nederlanders hebben namelijk gewoon geenvertrouwen meer in politieagenten en de politieagenten hebben geenvertrouwen meer in de korpsleiding. Om dan gewoon te zeggen «Ja,sorry, we hadden dat niet moeten doen; we hadden het eerst even moetenonderzoeken» ... De politieorganisatie is een organisatie waar per definitieonderzoek plaatsvindt, op allerlei gebieden. Dat had gewoon nooit en tenimmer mogen gebeuren! Hierin is de korpsleiding, en ik vind ook deMinister, gewoon echt heel erg tekortgeschoten, en dan druk ik het nogheel erg zacht uit. Wat vindt de Minister daarvan?De voorzitter:Die interruptie was twee minuten, mevrouw Van der Plas. Ik hoop dat umij vergeeft dat ik ’m als twee interrupties ga noteren. De Minister.Minister Van Weel:Ik kan niet genoeg benadrukken – en dat doe ik hier volgens mij ookruiterlijk – dat ik mijn excuses aanbied voor hoe dit is gebeurd. Ik kan detijd niet terugdraaien. Ik kan wel zeggen: «Wat leren we hiervan? Wat ishier misgegaan?» Maar ik zeg daar ook bij: dit komt boven op een kloof –dat heeft de korpsleiding zelf ook gezegd – die hier al lag, en deze briefheeft zout in die wonde gegooid. Daarom komt dat nu in contrast en inzijn volle omvang naar boven. Daar ben ik ook wel van geschrokken. Ikben het met mevrouw Van der Plas eens dat we daar keihard aan moetenwerken. Dat heb je niet met excuses weggepoetst. Dat vereist eenlangdurig traject. Er is ook echt heel stevig gesproken tussen de korps-leiding en de vakbonden hierover. Dat heeft geknetterd. Dat hebben ze zelfook naar buiten gebracht, van: «Hoe ga je dit nog repareren? Hoe ga je datdoen?» Maar uiteindelijk zijn de vakbonden en de korpschef naar buitengekomen en hebben zij gezegd: we gaan hier wel voor; we gaan welwerken aan dit vertrouwen. De korpschef is nu ook op heel veel werkbe-zoeken om die band weer te herstellen. Ik doe dat zelf ook, want ik zie hetook als een verantwoordelijkheid van mij om te helpen die kloof te dichtenen achter die dienders te gaan staan.De heer Struijs noemde het bezoek aan Amsterdam. Natuurlijk, dat zijnook de mensen die heel dicht boven op de zaak-Lisa zaten en die ook heelveel emotie hebben over die zaak. Dan hoor je hoeveel pijn dat heeftgedaan. Maar overal waar ik kom, hoor ik over zaken als vertrouwen vande maatschappij of angst om je nek uit te steken en gedoxt te worden. Eencollega in Utrecht moest onderduiken na het voorval bij het Bollendak. Datsoort zaken is een diepere beweging en ik neem het graag op mij om daarwat mee te doen.Dat is vooruitkijken, want dat moet ik nu doen. Ik zal dat vertrouwen weerterug moeten winnen na die brief. Dat vereist heel veel werk. Dat ben ikbereid om te doen. Tegelijkertijd zie ik het als een kleine zegen dat het inieder geval mijn ogen heeft geopend voor iets wat heel diep zit, in elkeagent, en wat ik wellicht in mijn vorige periode niet zo naar de oppervlakteheb kunnen krijgen. Dat is dan toch een verschil in afstand. Dat is de klooftussen beleid en uitvoering waarvan ik mij als oud-uitvoerende in uniformhad voorgenomen om die nooit te laten bestaan. Die kloof ontstaatonvermijdelijk en onherroepelijk: je hebt hier in Den Haag nooit echt eenbeeld van hoe de agent op straat zich voelt. Waar loopt die tegenaan? Watdoen de woorden die hier worden gesproken met zo’n agent? Nogmaals,dat was ooit mijn aanleiding om het uniform uit te trekken en naar DenHaag te komen. Die motivatie pak ik nu weer op om hier in Den Haag ookhet geluid te laten horen waarvan zij vinden dat het hier niet verteldwordt, waar zij steun missen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132228 De voorzitter:U mag nog één keer, mevrouw Van der Plas.Mevrouw Van der Plas (BBB):Kamerbrieven? De mensen thuis lezen geen Kamerbrieven. Die hebbenecht geen idee van zo’n Kamerbrief. Die lezen De Telegraaf en NU.nl ensocial media en kijken filmpjes. Op die manier krijgen zij de meesteinformatie. Een Kamerbrief sturen en excuses aanbieden is dus mooi,maar er moet gewoon echt wel wat meer gebeuren, want de politie-agenten in Nederland staan elke dag al in de vuurlinie; ze worden albespuugd en beledigd en mishandeld en noem maar op. Ik vind dus echtdat daar meer voor nodig is, misschien wel heel breeduit in alle media dieer zijn een groot excusespamflet dat dit nooit had mogen gebeuren en dathet ook nooit meer zal gebeuren, zodat het echt duidelijk bij de mensen inNederland terechtkomt. Want Kamerbrieven? Mensen hebben echt geenidee van wat hier in Kamerbrieven wordt gecommuniceerd.De voorzitter:Ik zie dat iemand van De Telegraaf hier in de zaal meteen de afdelingmarketing gaat contacteren. De Minister.Minister Van Weel:Dat realiseren we ons natuurlijk. Daarom gaan we ook naar die agententoe, want in eerste instantie zijn die excuses gericht aan hen en niet aande Kamer of aan het Nederlandse publiek. Maar ik ben ook niet voor nietsin een heel groot programma gaan zitten, juist om dit in een heeluitgebreide een-op-eensessie met de presentator uit de doeken te doen,en dat houdt ook niet op. Maar wat ik zeg: op een gegeven momentmoeten we van excuses naar de vraag hoe we dit probleem oplossen. Endat probleem is mij nu wel heel erg duidelijk geworden. Dat zit ’m teneerste in de kloof tussen Den Haag en de mensen op straat die het moetendoen, maar het zit ’m ook in de maatschappij en in de hardheid enpolarisatie waar agenten aan worden blootgesteld, in combinatie met derisico’s van social media, van doxing, waardoor ze zich ook persoonlijkonveilig gaan voelen. Dat pak ik met verve op. Dat zult u mij niet alleenmaar in de Kamer horen zeggen maar ook in de media en alles.De voorzitter:Overigens zit ook RTL in de zaal aandachtig te luisteren. Ik help hier allenom tot elkaar te komen. Meneer Mathlouti was eerst, namens D66.De heer Mathlouti (D66):Wij hadden natuurlijk over de casus van die 1.700 agenten ook vragengesteld op het moment dat het nieuws net naar buiten kwam, puur om tebegrijpen hoe dat nu precies zit. De Minister is daar gisteren uitvoerig opingegaan in zijn beantwoording. Dank daarvoor. Tegelijkertijd zien we datde emotie nog steeds heel hoog is. Ik ben blij dat de Minister hetvertrouwensvraagstuk serieus oppakt en zelf ook echt goed door het stofgaat, ook vandaag weer. Tegelijkertijd lezen we dat het onderzoek naar deinzage in systemen of dossiers nog steeds loopt. Kan de Minister daar ietsover zeggen?De voorzitter:Duidelijke vraag. De Minister.Minister Van Weel:Er was wel een aanleiding om dat onderzoek te starten. Dat was een heelvervelende aanleiding en we hebben via de advocaat gehoord dat dieaanleiding ook voor de familie pijnlijk is: zij hebben uit de media detailsmoeten vernemen, heel pijnlijke details, die zij natuurlijk gewoon vanuitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132229 de organisatie zelf hadden moeten vernemen. De aanleiding voor hetonderzoek waren wel degelijk concrete aanwijzingen. Ik noem er nueentje, maar er waren er meerdere. Wat er mis is gegaan, is dat 1.700mensen daar collectief voor verantwoordelijk zijn gehouden en dat wedoor vervolgens die 1.700 collectief verantwoordelijk te houden, eigenlijk60.000 plus medewerkers verantwoordelijk hebben gehouden. Daar zit defout in.Dat die gesprekken nog plaatsvinden, is ook goed in het kader van hetherstel van vertrouwen, geloof ik. Dat is namelijk alleen maar om decontext te vernemen: hoe hebben die mensen in die systemen gekeken enwat kwam daarbij kijken? Ik heb inmiddels van agenten een heleboelvoorbeelden gehad. Het werd al genoemd: een soortgelijke casus hebbengehad, iemand met hetzelfde profiel. In een heleboel gevallen gaat onsdat inzicht geven – dat gaat de korpschef ook terugrapporteren aan mij –in hoe de politiemedewerker omgaat met deze systemen en dat dat ook tegoeder trouw gebeurt. Het gaat ons helpen om ook dat weer publiek temaken en hier te bespreken, om uiteindelijk meer context te geven, ookvan hun verhaal.De heer Mathlouti (D66):Ik ga ervan uit dat u die beslissing uiteindelijk ook met ons gaat delen,eventueel in de reconstructie die u aan de heer Struijs heeft toegezegd. Ikdenk namelijk dat het belangrijk is om ook hier de feiten goed op een rijtjete hebben, ondanks de emotie, die ik heel goed snap, rondom vertrouwen.Maar ik hoop dat we met die feiten ook recht blijven doen aan de situatiezoals die is. Agenten zijn te snel voor de bus gegooid. Volgens mij is datniet de bedoeling. We moeten ook scherp zijn op dingen die niet goed zijngegaan.Minister Van Weel:Absoluut.De voorzitter:Laat ik niet onvermeld laten – ik noemde alle journalisten die er zijn – datook die van NRC Handelsblad aanwezig zijn. Ik kijk even rond. MevrouwCoenradie was eerst en dan kom ik bij de heer Van Dijk.Mevrouw Coenradie (JA21):Voordat het ten koste gaat van een interruptie, ben ik even benieuwd of despecifieke vragen hierover nog beantwoord gaan worden of dat ik nugewoon geen antwoord heb gekregen. Het gaat namelijk over de vraag ofde positie van de huidige korpsleiding houdbaar is volgens deze Ministeren over de vraag of de Minister binnen zes maanden een onafhankelijkeevaluatie van de korpsleiding wil gaan uitvoeren, waarin niet alleen naarpapieren prestaties wordt gekeken, maar juist naar het vertrouwen op dewerkvloer.De voorzitter:Dat zijn twee vragen. Ik kijk naar de Minister. Komen die nog in uw betoogof beantwoordt u ze nu ter plekke?Minister Van Weel:Ik doe ze nu. Ze liggen ook voor me.De voorzitter:Dan doen we ze nu en tel ik dit niet als een interruptie.Minister Van Weel:Ik stelde al even dat het voor mij van belang is dat de korpsleidinghiervoor ruiterlijk excuses heeft aangeboden en daar ook voor is gaanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132230 staan, maar dat ze ook het open gesprek aangegaan is met de vakbonden.Dat was een lang en hard gesprek. Ze zijn gezamenlijk uit dat gesprek naarvoren gekomen en hebben geconcludeerd dat ze samen willen gaanwerken aan vertrouwen. Dat is voor mij de aanleiding om dat traject, datbonden en korpsleiding samen hebben afgesproken, nu een kans tegunnen. Natuurlijk ga ik dat op de voet volgen. Ik vind het terugwinnenvan vertrouwen, niet alleen voor mezelf maar ook voor de korpsleiding,een van de belangrijkste aandachtspunten voor de komende periode.Natuurlijk moet ik even zoeken naar een manier waarop we daarover hetgesprek weer kunnen aangaan, want sommige dingen zijn meetbaar enandere weer niet. Ik verzoek dus om enige ruimte. Ik heb in ieder geval hetwerken aan vertrouwen en het herstel van het gezag op straat et cetera alseen van mijn prioriteiten genomen, dus ik ga er sowieso over rapporteren.Daarin neem ik ook mee wat ik van de korpsleiding hoor over het trajectdat zij aflopen.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ook ik weet niet precies bij welk blokje de Minister is in zijn beant-woording, maar waar we het nu heel lang over hebben – hoe er isomgegaan met de kwestie-Lisa en dat heel veel agenten het idee hebbendat ze rondlopen met één hand op de rug – zijn uiteindelijk tochsymptomen. De kernvraag is wat mij betreft: hoe zijn we daar terechtge-komen? Is dat het systeem, de opbouw van de politieorganisatie, of zit hetin personen? Ook «werken aan vertrouwen» is een heel algemene term.Als we niet echt scherp hebben waar het vandaan komt, dan maak ik meook wel zorgen over de remedies.Minister Van Weel:Het is een combinatie, denk ik. Eén. De politie is een ontzettend groteorganisatie. Ik werk al een heel groot deel van mijn leven bij hele groteorganisaties. Daar moet je altijd scherp zijn op de vraag: vinden designalen van de werkvloer wel hun weg naar boven en gebeurt datvoldoende ongefilterd of niet? Is er vanuit de top ook een directe lijn metde werkvloer of niet? Het is in eerste instantie aan de politieorganisatiezelf om dat in de gaten te houden. Ik weet niet of het per se aan manage-mentlagen ligt. Een organisatie van 60.000 mensen vereist ook enigegelaagdheid, want anders zie je je chef nooit en kun je nooit een directerelatie hebben. Dat is natuurlijk iets wat ik bij «de financiële basis oporde» ook wil meenemen. We willen allemaal meer output. We willenallemaal meer blauw op straat. Dat betekent dat we moeten gaan kijken ofer ergens anders efficiency mogelijk is. Dat zal ’m ook in de overheadzitten. Dat zal ’m ook in niet-operationele functies moeten gaan zitten. Diebeweging was al ingezet. In het kader van het uitwerken van de begrotingzie ik dat nog meer.Maar het ligt ook niet alleen maar aan de organisatie. Het ligt ook echt aanhet veranderen van de straat. Wat dat betreft: kijk naar wat er in Overvechtgebeurde op die avond. Het zal nog moeten blijken of dat uitgelokt was ofniet, maar er was een achtervolging van een scooter zonder kenteken-platen en vervolgens, zodra die scooter ten val kwam en agentenuitstapten, duurde het echt geen minuten voordat er grote groepen omdie agenten heen stonden. Dat was meteen dreigend en intimiderend enmondde uit in het geweld dat u heeft gezien tegen de bus en agenten, dieop dat moment ook niet weg konden. Dat zit wel diep. Dat is niet de enigewijk waar agenten vertellen dat ze dit ervaren, dat ze op zich deverbinding nog wel hebben in die wijken, dat de wijkagent overdag erecht wel langskomt en de mensen kent daar op straat, maar waar opsommige momenten gewoon de vlam in de pan slaat en je in een soortoorlogsgebied komt.Daar komt dan nog het feit bovenop dat alles gefilmd wordt en meteenonline wordt gezet. Elke actie die je onderneemt als agent, staat dusTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132231 meteen op Telegram of TikTok, zonder context en met duizenden reactieseronder. Ik heb er als publiek figuur al last van dat mensen een uitge-sproken mening hebben over wat ik doe. Moet je je voorstellen hoe dat isals je een agent bent die zijn geweldsmonopolie inzet. Daar wordt dan vijfseconden uit geknipt en dat wordt online gegooid, en hij wordt neergezetals iemand die dat onterecht zou doen. Dat is heftig. Het zijn wel jongemensen van 20 jaar die dan in hun eentje in de wind staan. Daar moetenwe wel wat mee. Dat reikt dus breder dan alleen maar de organisatie, datzit in onze maatschappij. Hoe beschermen we onze agenten?De voorzitter:Meneer Van Dijk eerst.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank voor de uitgebreide reactie. Er is heel veel gezegd, dus ik ga ook nietop alle punten reageren. Het is duidelijk een wisselwerking. Inderdaad, erverandert wat op straat; dat zal waar zijn. Tegelijkertijd hechten we tochwel aan zo’n hele diepgaande analyse van de achtergronden, omdat ditook iets zegt over het gezag dat onze politie heeft. Ik weet zeker datjongeren dit in de VS niet uithalen. Ik zeg niet dat we de VS moetenkopiëren, want daar gaan ook wel dingen echt mis, maar er is hier welecht fundamenteel wat aan de hand.Minister Van Weel:Dat klopt, vandaar mijn prioriteit: herstel van het gezag op straat en vande veiligheid. Daar ga ik via een heleboel sporen uitvoering aan geven,maar het is wel juist om dit te adresseren. Ik moet daarbij zeggen dat ikook in de VS weleens in grote steden net in de verkeerde wijk terecht bengekomen, en daar zie je dan überhaupt geen politie meer. Ik wil wel evenbenadrukken dat het hier niet zo ver is. Je kunt nu overdag prima doorOvervecht lopen, of door de Hoge Vucht in Breda, maar zoals ik net zei: erbroeit wel wat. De vlam kan zo in de pan slaan, zoals we vorige week inOvervecht hebben gezien. Daar moeten we natuurlijk wat mee.De voorzitter:Ik kijk even hoe de volgorde der dingen nu ging. Wie was er eerst,mevrouw de griffier? Ik hoor mevrouw Faber zeggen dat zij eerst was endat mevrouw Coenradie een vervolgvraag had. Meneer Mathlouti heeftook een vraag. Dan doen we mevrouw Coenradie eerst.Mevrouw Coenradie (JA21):Ik ben toch een beetje zoekende naar hoe we dit gaan aanpakken. Wedoen ook allerlei voorstellen vanuit de Kamer. Ik doe dat namens JA21,bijvoorbeeld over deze filmende mensen, die toch echt de boel terrori-seren en daarmee de politie in een kwaad daglicht stellen. We zien dat inlanden om ons heen, zoals Spanje, het ontzag voor het gezag vele malengroter is; daarvan zijn voorbeelden aangehaald. Ik ben zoekende naar watdeze Minister nodig heeft om grotere stappen vooruit te maken. Het gaatnu zo tergend langzaam. Ik heb soms het idee dat dat ook echt door deKamer komt, vanwege de verdeeldheid over dit onderwerp. Tegelijkertijdmoeten we toch niet over vijf jaar terugkijken op deze situatie en zeggen:we told you so.Minister Van Weel:Daar kom ik op terug, want ik wil dat niet nu allemaal verzinnen. Ik zie ditprobleem. Ik ben die bezoeken juist aan het doen om dat te analyseren,om heel diep in de vezels te komen van waar we tegenaan lopen. Ik zeiook al dat het niet alleen een politieprobleem is. Er is wel meer mis indeze wijken. Ik noem maar wat: zolang criminele rolmodellen daar dedienst uitmaken, gaat er natuurlijk niemand bij de Jumbo werken voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132232 een paar euro per uur. Dat is gewoon een realiteit in deze wijk. Dat is maareen van de aspecten, maar zo zijn er vele. Ik ben thuis geweest bij eenjongen van 13 met een enkelband om. Die zat met een enkelbandvanwege meerdere mishandelingen en roofovervallen en ging al een paarjaar niet naar school. Ja, die zit dan nu de hele dag binnen te gamen metzijn enkelband om. Ik vind het ook moeilijk om daar perspectief in te zien.Waar gaat dat dan heen? Ik wil daar goed over nadenken en dan wil ik metvoorstellen komen. Dan heb ik natuurlijk heel graag uw steun om hier watmee te doen.De voorzitter:Even kijken. Mevrouw Faber heeft een vraag op een ander punt. Het is fijndat u dat aangeeft, mevrouw Faber. Meneer Struijs heeft een vraag op ditpunt, denk ik, en meneer Mathlouti en mevrouw Straatman ook. Ik denkdat we over een minuut of 20 richting de tweede termijn moeten, dus ik ziteven te kijken. Mevrouw Faber maakt het punt dat er nu wel heel veelvoor haar gaan en dat dan straks de tijd om is. Neeneenee, we gaan hetregelen, mevrouw Faber. Meneer Mathlouti, dit is dan meteen uw laatsteinterruptie.De heer Mathlouti (D66):Ik wil het kort houden, want ik denk dat er al heel veel is gevraagd en dater ook redelijk is toegezegd door de Minister. Ik ben het met hem eens dathet een breder probleem is dan alleen een Justitie- en Veiligheidsding. Ukon nog wat ideeën en plannen aan, hoorde ik. Ik ben vooral benieuwdwanneer, zodat we dan dat gesprek met elkaar kunnen voeren. Er moetnamelijk wat gebeuren. Ik denk dat er nog best wel wat verschillen zijn inde ideeën over wat er moet gebeuren, maar dit vraagt inderdaad wel eenbreed gesprek.Minister Van Weel:Stap één is mijn beleidsbrief. Die komt net als alle beleidsbrieven aan heteind van komende maand uit. Daar zal een eerste denkrichting in zitten. Erstaan ook ideeën in het coalitieakkoord die hieraan te liëren zijn. Het heeftnamelijk ook te maken met bevoegdheden en met geweldsmiddelen diede politie heeft en kan inzetten. Ik noemde al de bodycams, die insommige gevallen een preventieve, en anders in ieder geval eenrepressieve functie hebben. In het halfjaarbericht politie zal ik elke keerrapporteren over dit aspect.De voorzitter:Zullen we nu naar mevrouw Faber gaan? Ja, toch? Dat gaan we gewoondoen. Mevrouw Faber, hupsakee.Mevrouw Faber (PVV):Even terugkomend op die 1.700 agenten. De Minister gaf namelijk aan dater wel details gelekt waren. Als je het in de tijdlijn zet, heb je een momentvan lekken. Toen is er gekeken wie er in de systemen heeft gekeken.Hebben ze toen gekeken naar vóór het moment van lekken, naar daarná ofnaar de hele periode? Daarmee vergroot je de scope namelijk enorm. Jekan het verkleinen door te kijken naar voor het lekken. Zijn het welmensen die gelekt hebben die in het systeem gekeken hebben of warenhet mensen die al op de hoogte waren? Vormt dat aantal van 1.700 nieteen methode om die groep juist op te pompen in aantallen, zodat hetwerkelijke onderzoek moeilijker wordt? Dat heb ik namelijk al eerdergezien bij overheden. Dan maken ze een hele grote scope en dan is ergeen chocola meer van te maken. Mijn vraag aan de Minister is: wilt udaarop reageren en bent u bereid om dit punt mee te nemen in hetonderzoek? Het is namelijk heel fundamenteel om te kijken naar hettijdstip van lekken en dan te bekijken wie er toen in het systeem heeftTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132233 gekeken. Dat wordt namelijk gelogd. Je kan zien wanneer en hoe laatiemand in het systeem heeft gekeken en wat die heeft gedaan.Minister Van Weel:Dat klopt. Die 1.700 is al een selectie geweest op basis van een aantalkenmerken, waaronder inderdaad tijdstip, afstand et cetera. Voor zoverhet geen vertrouwelijke informatie betreft, nemen we dat mee in dereconstructie zoals ik die aan de heer Struijs en anderen had toegezegd.De voorzitter:Het wordt meegenomen.De heer Struijs (50PLUS):Volgens mij zijn we bij het blokje organisatie. In de evaluatie van 50PLUSkomen vanaf de werkvloer een paar nadrukkelijke dingen, waarvan ik hebbegrepen dat de politieleiding ze ook wel deelt. Eén. U heeft al gezegd:beleid en uitvoering. Gaat u er nou echt werk van maken dat beleid enuitvoering dichter op elkaar komen? Heel flauw gezegd: je hebt eenpeloton aan beleidsmedewerkers. Als je een voornemen hebt om een wegwaar heel veel onveiligheid is en ongelukken zijn, te verbeteren en deoperatie zegt «doe hier toch maar een rotonde», dan wil je niet wetenhoeveel beleidsmedewerkers van de politie je tegenkomt om dat voorelkaar te krijgen. Ik zeg het wat flauw, maar ik citeer nu even politie-mensen. Wilt u op een hoger abstractieniveau beleid en uitvoering dichterbij elkaar brengen, waardoor er ook lagen tussenuit vallen in die NOS?Dan kunnen we ook nog tot die 7% à 8% tot 10% komen. Die gaan dan welnaar de operatie. Wilt u dat dan ook toezeggen als dit soort slagen wordengemaakt?Een tweede. Wil de Minister op organisatieniveau kijken naar «de slagerkeurt zijn eigen vlees»? Ik hoor van heel veel goede operationele chefs: ikwil mijn mensen steunen, maar nu moet ik ook nog een onderzoek doenen moeilijke gesprekken voeren; kan een ander dat niet doen, want ik wilmijn mensen steunen? Daar lopen we nu al jaren tegenaan. Ik hebhierover zelfs een paar oude moties teruggevonden. Wilt u nog eens eenkeer kritisch kijken naar het hele proces rondom disciplinaire onder-zoeken, zodat die chef op het moment dat er gevochten is en er eenonderzoek aankomt, zijn mensen kan steunen in plaats van onderdeel tezijn van de beoordelingscommissie?Een derde. Wil de Minister ook eens even goed kijken naar het MD-beleiden dan met name naar het strategische MD-beleid. Ik denk dat we dekorpsleiding moeten versterken met mensen die echt empathische enoperationele vermogens hebben, want daar lijkt het af en toe een beetjeaan te ontbreken. In de volksmond wordt dat bij de politie «regenworm-management» genoemd. Als je een regenworm door het midden hakt,heb je er twee. De ABD kijkt samen met de politietop elke keer naarmensen die een beetje op henzelf lijken. Ik zou daar graag wat meerdiversiteit in willen zien. Wil de Minister ook daar kritisch naar kijken?De voorzitter:Dit was twee minuten. Maar goed, dan tel ik het maar voor twee. MeneerStruijs kennende was het ook de essentie van wat hij wilde vragen.Minister Van Weel:De kloof tussen beleid en uitvoering is van alle tijden. Ik vertelde het al:ooit was het mijn motivatie om vanuit de marine naar het Haagse tekomen. Dus dat heeft nadrukkelijk mijn aandacht. Tegelijkertijd is het welzo dat bij een hele grote organisatie deze valkuil altijd op de loer ligt. Deoplossing is niet altijd om dan maar alle lagen ertussenuit te halen. Ik zouwillen waken voor de oversimplificatie dat het de lagen zijn waardoor erruis op de lijn zit of signalen over beleid en uitvoeren niet doorkomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132234 Maar ik vind wel dat je aan de top juist altijd open moet staan voor designalen die uit de uitvoering komen. Heel vaak zit daar een dwingendelogica in, waardoor je denkt: hoe heeft dat ooit bij die organisatie kunnenleiden tot wat we nu aan het doen zijn? De toetsing van het beleid aan deuitvoering vind ik ontzettend belangrijk. Het gaat dan om vragen als:«Heeft men daar wat aan? Wil men dat hebben?» Ik zal me daar dus ookvoor inspannen.De onafhankelijkheid van integriteitsonderzoeken. Volgens mij hebben wedat separaat ingericht, maar in een volgend halfjaarbericht kom ik terugop het plaatsnemen in een beoordelingscommissie van leidinggevendenen de vraag waarom we het zo hebben ingericht.De voorzitter:Dan is mevrouw Straatman aan de beurt.Mevrouw Straatman (CDA):Ik sloeg aan op de opmerking van de Minister dat we op straat steedsmeer ondermijning van het gezag zien. Ik herken dat heel erg. De Ministernoemde zelf het voorbeeld van het filmen. Politieagenten hebben hetgevoel dat ze met één hand op de rug moeten werken, omdat mensendenken agenten te pas en te onpas te kunnen filmen. We hebben te langgedacht dat we dat op een normerende wijze, dat mensen op hun fatsoenaan te spreken, kunnen oplossen. Dat blijkt maar niet te werken en datfrustreert mijn partij enorm. Daarom ben ik samen met GroenLinks-PvdAbezig met een initiatiefwetsvoorstel. Daarmee willen we onder meerregelen dat het openbaar maken en verspreiden van beelden vanongelukken strafbaar wordt gesteld. Ik ben benieuwd hoe de Ministerdaarnaar kijkt en of hij nog andere juridische mogelijkheden ziet omfilmen eerder strafbaar te stellen. Dan kunnen we er wellicht iets aan doenen agenten beter beschermen.Minister Van Weel:Dat raakt meteen aan grondrechten van mensen en dat maakt het zolastig. We hebben ook gezien dat als er gefilmd wordt en als dat zoals inAmsterdam onwelgevallig is, dat ook kan leiden tot incidenten. Ik bendaarom altijd een beetje huiverig voor het categorisch verbieden vandingen. Daarmee neem je ook een heleboel vrijheden af die juist kunnenleiden tot het vastleggen van bewijs dat wel nuttig is in het kader van eenstrafzaak. We hebben natuurlijk al wel vanaf 2024 doxing strafbaar gestelden de eerste strafzaken hebben inmiddels plaatsgevonden. Mensen diespecifiek met hun naam, met hun kenmerken en met hun adres slachtofferworden van dit soort zaken, vallen daaronder. Verder zie ik uw initiatiefwetgraag tegemoet. Ik denk dat we inderdaad collectief moeten kijken hoe wehier op een creatieve manier een einde aan kunnen maken.De voorzitter:Ik denk dat de kern van veel inbrengen van collega’s nu wel aan bod isgekomen. De Minister heeft de blokjes organisatie, financiën en taakuit-voering gehad. Maar hoe snel kan de Minister door de rest heen gaan?Minister Van Weel:Die gaat zijn best doen om dat zo snel mogelijk te doen.De voorzitter:Dan gaat de Minister dat doen.Minister Van Weel:Hoe staat het met de Eenduidige Landelijke Afspraken? Dat was een vraagvan mevrouw Van der Plas. De herziening loopt op dit moment en voor deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132235 zomer komen we met die herziening. Daarin zullen we ook de knelpuntenen de oplossingsrichtingen meenemen.U vroeg mij naar het WODC-onderzoek naar politievrijwilligers. Ik weetniet waarom het er zo lang heeft gelegen. U vroeg mij in een bepaaldetermijn te reageren en dat is net niet gelukt, omdat ik er wel goed naarwilde kijken. Het coalitieakkoord heeft het immers ook over creatievemanieren om de slagkracht van de politie te vergroten. Ik zie politievrijwil-ligers ook als een van de mogelijke avenues om uit te breiden. U zeioverigens terecht dat het een positief onderzoek was. De kabinetsreactiekrijgt u dus aanstonds, want het is helaas net niet gelukt om dat nog voorhet debat te doen.De iftars zijn natuurlijk een jaarlijks terugkerend fenomeen. De neutraliteitvan de politie staat bij mij zeer hoog in het vaandel en ik vind dan ook datdat de meetlat is waaraan we dit soort evenementen moeten houden. Ikheb in het verleden gezegd dat ik deelname aan een iftarbijeenkomst nietper se een probleem vind. Ik refereer weer even aan de wijk Overvecht,waar de politieagenten zeggen: dit is wel een van de bijeenkomsten diewe kunnen organiseren, waarbij we een groot deel van de bevolking uitde wijk binnen krijgen. Denk daarbij aan de ouders, die in het normalestraatbeeld vaak afwezig zijn. De politie komt daar eigenlijk alleenjongeren tegen en een team in zo’n wijk zegt daarom: «Hier hebben wijwat aan. Dit helpt ons bij ons werk.»Ik moet eerlijk zeggen dat ik mij niet geneigd voel om dat te verbieden. Alsu het heeft over agenten die in uniform bidden, dan ben ik daartegen. Alsu het heeft over agenten die voorgaan in een gebed, dan ben ikdaartegen. De heer Ellian sprak in zijn bijdrage over de geloofsbelijdenisen hoe we daarnaar moeten kijken. Daarover wil ik het gesprek nog welaangaan om in de aanloop naar volgend jaar te kunnen kijken wat hierons beleid is.Nogmaals, ik vind dat de politie kerstbijeenkomsten moet houden, dat depolitie outreach moet kunnen doen naar gemeenschappen en dat ze dusook een iftarbijeenkomst moeten kunnen houden, maar de neutraliteit vande politie moet daarbij wat mij betreft wel vooropstaanDe voorzitter:Ik ga eerst naar de heer Van Dijk. Daarna heb ik zelf ook een interruptie.De heer Diederik van Dijk (SGP):De Minister gebruikt het woord «organiseren». Is dat niet precies hetpunt? Ik vind het prima dat de politie allerlei bijeenkomsten bezoekt, vanwelke achtergrond dan ook. Dat heeft te maken met het zoeken naarverbinding en de wens dat de politie in alle haarvaten aanwezig is. Maarje gaat de grens over en je schendt, denk ik, de neutraliteit als de politiezelf een iftar gaat organiseren of welke religieuze viering dan ook. Moetenwe niet veel scherper onderscheid maken tussen «deelnemen aan» of«het bezoeken van» en het zelf actief faciliteren en organiseren?Minister Van Weel:Ik zeg daar niet eenduidig ja op. Ik noem maar weer even het voorbeeldvan de wijk Overvecht. De politie wordt daar niet per se uitgenodigd op deiftarbijeenkomsten die er daar zijn. Dan is het de vraag of je toch niet watbereikt door zelf een avondmaaltijd te organiseren. Ik zou ook niet per sehet organiseren van een kerstviering willen verbieden, maar ik vind weldat je dan naar de invulling van zo’n bijeenkomst moet kijken om tevoorkomen dat de politie gezien kan worden als ... Het werd genoemd, hè.«De heilige maand.» En dat is een persoonlijke belevenis van de mensendie dat geloof aanhangen.Voor mij als niet-moslim is de ramadan geen heilige maand. En als agnost– ik geef het maar toe – geldt dat ook voor andere «heilige» feesten. Datmoet kunnen en daarom vind ik dat je daarmee voorzichtig moet zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132236 Maar nogmaals, bijeenkomsten kunnen an sich nuttig zijn. Maar de crux isvoor mij dus de religiositeit van de bijeenkomst.De voorzitter:Meneer Van Dijk is door zijn interrupties heen, maar ik ga hier nu, als u datgoedvindt, ook wat over zeggen. De Minister maakt een vergelijking metkerst en zegt «ik ga hier goed naar kijken», maar het gaat erom dat er bijeen kerstborrel op het bureau geen priester aanwezig is die daar hetOnzevader gaat voorlezen. Er wordt dan ook niet stilgestaan bij ietsreligieus. De essentie is dat die geloofsbelijdenis voor iedereen die datniet gelooft, niet bepaald heel prettig is. Ik beluister dit bij de Minister,maar ik wil het toch checken, want dit vraagt wel om aandacht. Het doetnamelijk echt afbreuk aan de neutraliteit. Ik zag in Utrecht bijvoorbeeld hetlogo van de politie naast een ander logo en iemand die het gebed daninleidde. Dat kan nooit horen bij de neutraliteit van de politie.Minister Van Weel:Dit is precies waarom ik toezeg dat ik hiernaar wil kijken en we hebbendaar nog elf maanden voor. Dat is trouwens niet exact; ik weet het. Maarik wil kijken hoe we die neutraliteit kunnen borgen zonder gelijk te kiezenvoor een categorisch verbod.De voorzitter:De Minister gaat ernaar kijken en dat wordt, denk ik, door diversecollega’s gewaardeerd. Ik denk dat we daar schriftelijk op enig moment ...Minister Van Weel:Geef me daar iets van tijd voor, want het is nu niet mijn hoogste prioriteit.De voorzitter:Het zit ergens binnen de eerstvolgende twee halfjaarberichten. Maarkunnen we «voor het einde van het jaar» afspreken?Minister Van Weel:Voor het einde van het jaar.De voorzitter:Oké. Dan maken we er «voor het einde van het jaar» van. Dat tweedehalfjaarbericht komt namelijk in december. Minister, waar bent u?Minister Van Weel:Ik was aan het einde van het blokje organisatie en ik ga nu naar het blokjefinanciën.De voorzitter:Ik weet dat u dat kan, Minister, maar dat moet in vogelvlucht.Minister Van Weel:Dat kan ook.Ik ben blij dat er middelen beschikbaar zijn gesteld in het coalitieakkoord.Dat gaat ons helpen om de politie te versterken daar waar dat nodig is.Tegelijkertijd betekent het niet dat we de trajecten en de maatregelen diewe in gang hadden gezet, stop gaan zetten. Ik denk dan aan het beteu-gelen van de IV-kosten, die de pan uit rezen, of het stijgende aantalfuncties boven de formatie. Ik zie het traject «de basis op orde», dat ingang is gezet, nog steeds als essentieel. Gelukkig hebben we voor het gatdat structureel overbleef in «de basis op orde» middelen gevonden omdat gat te dichten. Daardoor hoeven we geen bezuiniging op de politieor-ganisatie door te voeren. We kunnen daardoor ook een intensiveringhebben, want boven op geld voor dat structurele gat, hebben we ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132237 middelen beschikbaar om te investeren in de zaken die in het coalitieak-koord genoemd zijn. Ik wil er daar eentje aan toevoegen en dat isinnovatie. Ik vind namelijk echt dat de politie de ruimte moet krijgen omook te kijken naar de politiediensten van morgen. Daarbij gaat het omdrones en de inzet van AI. Ik kom zo overigens nog terug op Palantir.De voorzitter:De laatste interruptie van mevrouw Coenradie. Dat gaat ze kort doen!Mevrouw Coenradie (JA21):Zeker, voorzitter.Kan het dan dus niet meer voorkomen, zoals nu wel het geval is, dat erkapotte auto’s rondrijden en dat kapotte auto’s niet meer hersteldworden? Zal het verder ook niet meer gebeuren dat er zoals in Rotterdameen doelgroepenfunctionaris wordt aangesteld en dat daarvoor op hetbetreffende bureau twee hoofdagenten moeten worden ontslagen? Datzijn de praktijkvoorbeelden die ik hoor.Minister Van Weel:Ik kan dat onmogelijk toezeggen voor de volledige politieorganisatie. Ikgeef op hoofdlijnen aan aan de korpschef waar ik verwacht dat deprioriteiten worden gelegd. Vervolgens geeft zij mij een plan waarin zijzegt: zo wil ik de IV beteugelen, zo wil ik de bedrijfsvoeringskostenbeteugelen en zo wil ik de operationele sterkte ontzien. De broekriem isnatuurlijk behoorlijk aangehaald om juist de operationele sterkte teontzien. Die broekriem kan door het geld dat er nu bij komt, ietsjes losser.Tegelijkertijd wil ik wel dat die kritische houding blijft bestaan: wat moeter allemaal wel en niet? Hoe voorkomen we dat de sluizen weer opengaanen dat we weer met zo’n enorme stijging van de IV-kosten te makenkrijgen? Die mentaliteit wil ik graag buiten de deur houden en het zal duszuinig uitgeven worden.De voorzitter:De Minister gaat verder.Minister Van Weel:Ik kan verder eigenlijk heel kort zijn, want ik ga hierop terugkomen in eenbeleidsbrief. Daarin komt een eerste invulling op hoofdlijnen te staan vanwat ik ga doen met die extra gelden. Later, in de aanloop naar debegroting van politie en Justitie voor 2027, zult u meer te details te zienkrijgen van hoe hier invulling aan wordt gegeven. Uiteraard neem ikdaarbij het regeerakkoord als uitgangspunt.De voorzitter:Als de collega’s het goed vinden doe ik zelf een korte interruptie, want datscheelt me in de tweede termijn. Het is helder dat we die beleidsbriefgaan afwachten. Nogmaals, veel partijen hier staan achter de politie, ookals het gaat om de benodigdheden en de financiën, maar ik hoor nu ookiets wat mij enorme zorgen baart. Ik gaf zelf het voorbeeld van meervoudi-gekamerzittingen die nu gevuld worden met kleine delicten. Daarover zegthet Openbaar Ministerie: er is geen toevoer vanuit de politie. Ik word danwel heel erg benieuwd. Meer geld? Oké. De politie zegt immers: anderskrijgen we de boel niet rond. Maar ik zie ook dat de opsporing van zwarecriminaliteit en van veelvoorkomende criminaliteit een beetje ... Hoe zal ikhet netjes zeggen, want ik wil niemand tekortdoen? Dat zou beter moetenen kunnen! Wil de Minister dat ook meenemen?Minister Van Weel:Uiteraard. Het leven is keuzes maken in schaarste. Dat is de baan van eenpoliticus, maar ook die van een organisatie. Er is nog steeds meerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132238 criminaliteit dan we in de hele strafrechtketen kunnen aanpakken. Datvereist dus prioriteiten stellen. Ik ben wel heel blij met bijvoorbeeld depassage in het coalitieakkoord over het kijken naar politiebeschikkingen.Daardoor kun je een aantal zaken die nu wel in de strafrechtketenterechtkomen, er op een makkelijke manier uit krijgen, waardoor jeuiteindelijk de doorstroom van belangrijke zaken als zeden, zwarecriminaliteit et cetera meer kunt borgen. We hebben kritische rapportenvan de Rekenkamer gehad over de hele strafrechtketen en de verstoppingdaarin. Ik heb het dus ook tot een van mijn prioriteiten gemaakt om tebekijken hoe we er nou beweging in kunnen krijgen, juist in de stadia vansamenwerking en de overdracht van politie naar het OM, van het OM naarde rechtspraak, van de rechtspraak naar de DJI en van de DJI naar dereclassering. Dat vereist gewoon afstemming. Dat is moeilijk, maar datgaan we wel doen.De voorzitter:Meneer Struijs, binnen 45 seconden.De heer Struijs (50PLUS):Wilt u in uw analyse van de criminele machtsstructuren ook de analysesvan de informatiepoten meenemen? Die zeggen namelijk: dit zijn dedingen die we niet doen. Een voorbeeldje: georganiseerde misdaad stortzich op illegale medicijnen, maar wij stoppen met de analyse. Ik wil dusook een beetje aan de voorkant wat meer inzicht zonder operationeledetails.Minister Van Weel:Of ik op het detail van illegale medicijnen ga komen kan ik u niet zeggen.Daar moeten we als Kamer, ook als politiek in het algemeen, verre vanblijven, denk ik. Natuurlijk gaan we in de aanpak van die keten bekijken bijwelke zaakstromen het klem loopt. Wat willen we in beweging krijgen?Welke doorlooptijden zouden we daar willen hebben? Aan dat soortvragen moet u dan denken.De voorzitter:Oké. Minister, gaat u verder.Minister Van Weel:Mevrouw Straatman vroeg nog naar haar motie en de wettelijkebepalingen die in de praktijk belemmerend werken voor de inzet vanpolitiecapaciteit. De verkenning naar aanleiding van die motie loopt nogen in het tweede halfjaarbericht krijgt u daar uitsluitsel over.De heer Mathlouti vroeg naar zaken waar ik dus op terugkom in debegroting voor komend jaar, daar waar het gaat om de vraag waar dezemiddelen terechtkomen, ook naar aanleiding van de prioriteiten in hetcoalitieakkoord: zeden en digitaal.De heer Ellian vroeg nog of er een tekort is bij de Eenheid LandelijkeOpsporing en Interventies. Nee, dat is er niet. Dan hebben we bijna al mijnprioriteiten gehad, maar de ondermijnende criminaliteit staat zeker zeerhoog op de lijst. Ik ga morgen ook langs bij de Landelijke Eenheid om medaarover te laten bijpraten. Dat geldt wat mij betreft voor de grotejongens tot aan de uithalers in de haven. Dat was het kopje financiën. Ikrealiseer me dat ik dat tekortdoe ...De voorzitter:Dat moet en we gaan elkaar vaak genoeg zien. We hebben een paarminuten voor «taakuitvoering» en dan kunnen we heel snel naar detweede termijn.Minister Van Weel:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132239 De taakuitvoering. Laat ik beginnen met de ME. Mevrouw Mutluer is erniet. Zij had mij verboden om aan te komen met «daar moet de burge-meester van Utrecht met de politiechef over spreken». Tegelijkertijd is hetenige alternatief dat ik elders capaciteit weghaal om die aan Utrecht tegeven voor een dedicated ME-peloton. Die keuzes wil ik niet maken en diekan ik niet maken. We hebben landelijk een verdeelsleutel afgesproken.Dat is waar het LOVP, dus het overleg van regioburgemeesters met politie,OM en mij, zich aan houdt. Daarbinnen moet elke regio zelf besluiten ofmen kiest voor een altijd paraat staand ME-peloton, of niet. Maar als jeeen altijd paraat staand ME-peloton wilt hebben – de heer Struijscorrigeert me vast als ik het verkeerd zeg – dan gaat dat uiteraard tenkoste van andere capaciteit op straat. Die keuze ligt dus daar, maaruiteraard kan er in noodgevallen ook altijd bijstand worden gevraagd. Ikerken wel dat die op die avond in Overvecht zeer welkom was geweest.Die had de collega’s eerder kunnen ontzetten uit hun benarde positie.Mevrouw Lammers vroeg nog naar met scherp terugschieten inOvervecht. Ik kan u vertellen dat ik met die agenten gesproken heb. Zestonden op het punt om de wapens te trekken en te gebruiken op hetmoment dat de stoeptegels en het vuurwerk langs hun hoofden vlogen.Zo penibel was de organisatie daar dus. Agenten zijn er natuurlijk altijdzeer terughoudend in, maar als het moet om hun eigen hachje tebeschermen, dan zullen zij natuurlijk ook gepast geweld toepassen.Mevrouw Faber vroeg naar Lelystad. De aanslagen met explosieven zijneen heel groot probleem. We zien nu ook weer dat de jongens die datexplosief bij de synagoge in Rotterdam hebben neergelegd, geen gehardecriminelen zijn. Dit zijn jonge jongens die online een opdracht aannemen.Die krijgen daar wat geld voor. Het maakt ze geen bal uit waar ze datallemaal neerleggen en waar het voor is, of dat nu terroristisch is, tegeneen synagoge, of tegen een aannemer of tegen een ex. Daar hebben wedus het Strategisch Offensief Tegen Explosies op zitten. Carola Schouten,als burgemeester van Rotterdam, leidt dat. We zien op dit moment inieder geval niet meer een drastische toename in het aantal explosies,maar we zien ook nog geen afname. We zitten dus op een plateau en ikhoop dat we dat kunnen gaan ombuigen naar een afname. De dadersworden overigens vrij vaak gevonden, maar zoals ik zei: dat zijn vaak nietde arrestaties waarmee je dit probleem oplost. Er zijn gewoon te veelmensen die bereid zijn om dit te doen. Een van de in Heemstedeopgepakte mensen is 14 jaar oud en dus al bereid om zo’n aanslag teplegen.Dan de inzet van politiecapaciteit bij grote evenementen zoals betaaldvoetbal. Er waren een hoop vragen over voetbal. Ik wil hier nu daar niet alte lang bij stilstaan. Er staan een aantal concrete initiatieven in hetcoalitieakkoord genoemd. Die ga ik allemaal met enthousiasme oppakken.Ik wil daar in het halfjaarbericht in juni concrete invulling aan geven.Verder gaan we gewoon door met de initiatieven die we in gang hebbengezet, zoals de stewards en de interventies die gepleegd worden.Zijn er nul personen aangehouden na het geweld in de ArenA, was nogeen vraag van de heer Van Dijk. Op dit moment loopt het onderzoek nog,en daar kan ik nog geen uitspraken over doen. Maar uiteindelijk wordendeze incidenten natuurlijk gerechercheerd en wordt er ook gekeken naarwie daar kan worden gepakt.Over het Duitse en het Zweedse voorbeeld om in gesprek te gaan metgroepen. Onze ervaring hier is dat die harde kernen geen betrouwbarepartners zijn om mee in te gesprek gaan. Daar kun je geen afspraken meemaken. Daar kun je dus wel mee rond de tafel gaan zitten, maar dat heefthier nog nooit geleid tot enige vorm van betrouwbaarheid, aldus dedriehoeken.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132240 U bent door uw interrupties heen. U heeft namelijk drie interruptiesgehad, meneer Mathlouti. Nee, «nog één» heb ik bij niemand toegestaan,dus dan wordt het in de tweede termijn.Minister Van Weel:Een vraag van de heer Van Dijk over het succesvol voorkomen van eenblokkade van de A2. Ook ik ben daar erg verheugd over. U kent mij uitmijn vorige periode nog wel als een fervent tegenstander van hetblokkeren van vitale infrastructuur. Demonsteren is goed, demonstrerenmoet, maar niet ten koste van andermans vrijheid, dan wel met hetblokkeren van onze vitale infrastructuur. Daar zal ik in deze termijn ook volop inzetten.Dan TOOI. Daar komen we nog over te spreken. We moeten ook nog evenkijken in welk gremium, omdat de brief van de AP natuurlijk vertrouwelijkaan uw Kamer en aan mij is aangeboden. Daar is een reden voor: er staaneen aantal gevoelige zaken in. Ik wil hier in de openbaarheid wel evenbenadrukken dat de kritiek van de AP niet ziet op alle werkzaamheden vanTOOI. Een heleboel werkzaamheden van TOOI worden dus niet geraaktdoor dit rapport van de AP, maar enkele wel. Voor die enkele ben ik nueerst aan het kijken of er daadwerkelijk wel een wetswijziging nodig is ofniet. U weet allemaal hoelang een wetswijziging kan duren. Als die nietnodig is en ik het kan regelen, ofwel door de aanpassing van dewerkzaamheden van TOOI ofwel door iets in lage regelgeving te veran-deren zodat we het wel binnen de marges krijgen, dan heeft dat dus mijnvoorkeur. Want het werk van TOOI – dat heb ik niemand horen bestrijden –is natuurlijk van essentieel belang voor wat wij doen. Flankerend hieraanben ik nog steeds bezig met het wetsvoorstel ...De voorzitter:Mevrouw Straatman heeft nog één interruptie, dus die gaat de Ministeriets vragen over TOOI.Mevrouw Straatman (CDA):Niet over TOOI, voorzitter, want ik onderstreep helemaal wat de Ministerzegt over het belang van dat instrument en dat we vooral naar mogelijk-heden moeten zoeken om het werk nu voort te zetten. Als daar wetswijzi-gingen voor nodig zijn, dan is dat voor een later moment. Maar laten wenu vooral dat instrument volledig gebruiken. Mijn vraag ging nog overvoetbal. Volgens mij was dat de laatste vraag van de Minister. Ik begrijp inhet kader van de tijd ook dat hij daar snel doorheen gaat. Ik had nog weltwee hele concrete vragen, over de inzet van politiecapaciteit rondomvoetbalwedstrijden en over de uniforme omgang met civielrechtelijkestadionverboden, ook gezien die alternatieve trajecten die de ene club welaanbiedt en de andere club niet. Zou de Minister kunnen toezeggen in hethalfjaarbericht in juni op die twee punten concreter in te gaan? Danbegrijp ik dat we in het kader van de tijd het nu op deze manier oplossen.De voorzitter:Keurige vraag, ik neem aan dat de Minister ...Minister Van Weel:Met plezier, voorzitter.De voorzitter:Het voetbalseizoen is dan ook afgelopen.Minister Van Weel:Nog even over TOOI en flankerend daaraan het wetsvoorstel Gegevens-vergaring openbare orde. Naar aanleiding van onder andere de rellen inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132241 Amsterdam destijds hoop ik op heel korte termijn dit wetsvoorstel naar deRaad van State te sturen en het dus een volgende fase in te brengen.Dan 0900-8844. We proberen voor elk kanaal van urgentie in ieder gevaltoegang tot de politie te regelen. Niet iedereen hoeft 112 te bellen, maarhet is natuurlijk ook niet de bedoeling dat je een halfuur in de wacht staatbij 0900-8844. Het kan inderdaad zijn dat je, om de wachttijden juist teverkorten, wordt doorgeschakeld naar een andere regio. Als je dan meteen heel lokale vraag zit, word je niet geholpen. Het is wel de bedoelingdat er dan uiteindelijk lokaal wordt teruggebeld. Waar dat niet gebeurt,zullen we daar aandacht voor vragen, want het is wel hoe het in depraktijk zou moeten werken.Dan Palantir. We werken aan het afbouwen van onze afhankelijkheden vananderen. Op dit moment wordt een systeem van Palantir alleen gebruiktvoor de zware ondermijnende criminaliteit en gebeurt dat volledigafgebakend binnen de Raffinaderij, zoals dat heet, binnen de politie. Daaris op dit moment geen alternatief voor, maar de data gaan niet naarPalantir toe, dus uiteindelijk is het alleen voor politiegebruik zelf. Daarheeft het wel een toegevoegde waarde, maar dus geïsoleerd. We zien daargeen risico’s, maar erkennen wel de afbouw van onze afhankelijkheid, diewe natuurlijk graag willen.Dan het punt van de discriminatieregisseur. In de vorige periode, onderhet kabinet-Schoof, is er geïnvesteerd in het expertisecentrum van depolitie. In het eerste halfjaarbericht zal ik uw Kamer informeren over ditteam en de taakaccenten die daaronder zitten, waaronder antisemitisme.Ik zal hierbij ook de motie van het lid Bamenga meenemen over eendiscriminatieregisseur per eenheid. Ik kom nog terug op de vraag wat ikga doen met de nieuwe middelen. Overigens, hoewel deze aanslagen perdefinitie antisemitisch van karakter zijn, want gericht tegen de Joodsegemeenschap: mocht er blijken dat er hier sprake is van opdrachtgever-schap, dan is dat natuurlijk van een ander kaliber.Ten slotte Game Over?!; let’s end on a happy note. Ik ben heel blij metdeze campagne, die ook echt resultaat heeft opgeleverd. Nu al zijn er48 herkenningen geweest. De politie gaat de campagne evalueren.Mochten er inderdaad ook geen negatieve aspecten gezeten hebben aandeze campagne, dan zullen we dit soort acties zeker vaker op deze manierherhalen. Het geeft namelijk een grote klapper. En het gaat niet alleen omdie klapper, het gaat er niet alleen om om mensen vast te zetten; het gaatook om de afschrikwekkende werking die uitgaat van het feit dat je gepaktkan worden en met je gezicht op televisie kan komen. Misschien denkenmensen dan twee keer na voordat zij zich als agent voordoen.De voorzitter:Ik constateer, ook gezien de opmerking van mevrouw Faber buiten demicrofoon, dat er een tweeminutendebat gaat komen. Ik wil iedereenoproepen om de tweede termijn van het commissiedebat vandaag dan zoveel als mogelijk te beperken. Maximaal één minuut, maar hoe korter, hoebeter.Mevrouw Faber.Mevrouw Faber (PVV):Als eerste wil ik de Minister bedanken voor zijn beantwoording. Ik ben blijdat hij ook positief is over Game Over?! Ik weet dat er nog 13.000verdachten zijn die ook dit gedrag hebben vertoond, dus ik hoop wel datmen er voortvarend mee aan de slag gaat.Bij dezen wil ik een tweeminutendebat aanvragen.Tot zover. Dank u wel.De voorzitter:Perfect. Mevrouw Coenradie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132242 Mevrouw Coenradie (JA21):Voorzitter. Ik kijk uit naar wat daadkracht. Ik zie en hoor hier veel verwij-zingen naar juni en een halfjaarbericht. De urgentie is gewoon heel erggroot, dus ik ga dit met argusogen volgen. Maar er volgt inderdaad nogeen tweeminutendebat. Daar zullen wij ook met de nodige moties komen.De voorzitter:Kijk! Mevrouw Van der Plas.Mevrouw Van der Plas (BBB):Dank u wel. Dank aan de Minister en zijn staf voor de antwoorden. Ik wilmijn minuut gebruiken voor onze politieagenten in Nederland. Ik hoopook dat zij zien dat in deze Kamer brede steun is voor onze agenten, dieelke dag ’s ochtends opstaan en werken voor onze veiligheid, die somshele harde mededelingen moeten doen aan mensen, bijvoorbeeld als eriemand is omgekomen bij een ongeluk, en die eigenlijk nooit zeker zijn ofze ’s avonds weer thuiskomen vanwege het vele geweld dat tegen henwordt gebruikt. Ook hier in de Tweede Kamer is de politie elke dagaanwezig om te zorgen voor onze veiligheid en voor de veiligheid van debezoekers. We hebben het gehad over de filmpjes. Ik wil de mensen inNederland oproepen: echt jongens, bescherm elkaar nou een beetje. Wehebben de politie nodig om onze samenleving veilig te houden. Diezelfdepolitieagent kan morgen bij jou aan de deur staan of kan misschienhelpen om je oude oma van driehoog-achter die zelf niet naar benedenkan komen, mee naar beneden te helpen. Ze hebben ook een zorgtaak. Ikwil de politie een hart onder de riem steken en de samenleving oproepenom onze agenten te waarderen en goed te behandelen; ze zijn er immersook voor jullie.De voorzitter:Zo is dat. Meneer Struijs.De heer Struijs (50PLUS):Ik sluit mij helemaal aan bij collega Van der Plas.Ik heb voor de halfjaarbrief nog één verzoekje: kunnen daarin watwoorden gewijd worden aan dat grote programma datagedreven werken?Dat is een heel groot programma. Data zijn cruciaal voor politiewerk. Kuntu daar nog wat extra aandacht aan besteden? Hoe staat het ermee?Dank u wel.De voorzitter:Mevrouw Straatman.Mevrouw Straatman (CDA):Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Minister voor de beantwoording vande vragen. Ik denk dat we vandaag een goed debat hebben gevoerd. Weconstateren dat we niet helemaal zijn toegekomen aan bijvoorbeeldvoetbal, een onderwerp dat ook heel belangrijk is als het gaat om decapaciteit van de politie.De actualiteit vraagt dat we een goed debat voeren over de vertrouwens-kloof. Mooi dat de Minister aangeeft dat hij alles op alles zet om samenmet de korpsleiding te werken aan de vertrouwensband. Dat is heelbelangrijk. Ook de toon van ons debat bepaalt hoe we die kloof dichten enhet vertrouwen weer herstellen. Ik doe dan ook een oproep aan iedereen:laten we allemaal bijdragen, ook in taal en woorden, aan het verderversterken van de politieorganisatie. Dat verdienen alle agenten immers.De voorzitter:Meneer Mathlouti.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132243 De heer Mathlouti (D66):Dank, voorzitter. Ik kan mij aansluiten bij de woorden van de CDA-collega.Dank aan de Minister voor de beantwoording.In zijn halfjaarbrief komt hij op een aantal zaken terug. Goed dat derechercheurs daarin nadrukkelijk worden meegenomen.Ik heb even kort stilgestaan bij het geweld in voetbalstadions. Daar is watmij betreft wel wat snel overheen gestapt, zeg ik in alle eerlijkheid. Datfanatieke supporters «niet altijd even betrouwbaar zijn», is denk ik wat tekort door de bocht. Hebben er gesprekken plaatsgevonden of niet? Hoekijkt de Minister naar de goede voorbeelden in andere landen? Waaromlukt het daar wel en vooral: wat kunnen we daarvan leren? Verder heb ikgevraagd hoe de Minister reflecteert op de ideeën van de KNVB zelf. Ikdenk dat die belangrijk zijn, zeker omdat de bond een belangrijke partneris in het geheel van dit onderwerp.Dan TOOI. Helemaal eens: volgens mij is het een heel belangrijkinstrument voor de politie. Of er een wetswijziging nodig is, zal blijken.Die verkenning komt, maar wanneer? Wat heeft u daarvoor vanuit deKamer nodig? Hoe brengt u ons op de hoogte van de ontwikkelingen opdat vlak? Daar ben ik benieuwd naar.Dan Palantir. Ik heb nadrukkelijk gevraagd wat de stand van zaken is metbetrekking tot de motie waarin wordt gevraagd naar alternatieven. Ik denkdat dat een wezenlijke vraag is die nog openstaat.Dank.De voorzitter:Ik heb u wat respijt gegeven. Meneer Van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank, voorzitter. Dank ook aan de Minister. Een aantal belangwekkendezaken gaan terugkomen in brieven – beleidsbrieven, junibrief – rondom depolitie en rondom voetbalvandalisme. Dat is ook heel hard nodig, wanthet debat is niet klaar.Ik ben ook heel erg benieuwd naar de brief die de Minister heefttoegezegd rond de iftar, al kan dat nog eventjes duren. Ik hoop dat het eenbrief gaat worden zonder al te veel wensdenken. We moeten evenbekijken: waar hebben we het over? Een bijeenkomst waarop expliciet debelijdenis klinkt dat er maar één god is, namelijk Allah, en dat alleen hijhet recht heeft om gediend te worden, is geen verbindend feestje en iszeker niet neutraal. We kennen een lange, beproefde christelijke traditie.Daar moeten we trots op zijn. Er is wat mij betreft echt geen inhoudelijkereden te bedenken om over te stappen op islamitische hapjes.Dank u, voorzitter.De voorzitter:Ten slotte spreek ik zelf, maar dan niet als voorzitter, maar als de heerEllian van de VVD. Uiteraard dank ik de Minister ook voor de beant-woording. Volgens mij was dit een grondig debat dat recht doet aan hetfeit dat wij allen volgens mij de politie waarderen, juist willen dat het goedgaat met de politie en ook willen dat zij kan doen wat zij moet doen. Datzijn die kerntaken waar ik het over had. Uiteraard dank ik de staf van deMinister voor het meeschrijven aan de antwoorden.Het enige wat ik nog zou willen benoemen – dat zal niemand verbazen – isde lange arm van Teheran; die is niet nieuw. Dat geldt ook voor hetgegeven dat het Iraanse regime werkt met criminele organisaties, klein engroot. Ik maak me daar zorgen over. Ik hoor in de uitlatingen van deMinister van de afgelopen tijd terug dat hij ook bezorgd is. Ik behoor totde happy few die mag rekenen op verhoogde interesse van het regime. Ikmaak me heel veel zorgen om diegenen die misschien niet helemaal inbeeld zijn bij de politie voor bescherming, maar mogelijk wel in gevaarzijn. Zou de Minister daar iets over kunnen zeggen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132244 Misschien nog even een persoonlijk feit. Ik behoor tot degenen aan wieverteld wordt dat er extra aandacht voor hen is. Ik ben dankbaar vooriedereen die zich inzet om mij en anderen veilig te houden.U kennende, Minister, kunt u meteen door.Minister Van Weel:Yes. Ik ga ervoor zorgen dat u op tijd de vergadering kunt beëindigen,voorzitter. Dank aan de leden voor hun flexibiliteit ten aanzien van zakenwaar we nog nader op terugkomen in halfjaarberichten.We zullen aandacht besteden aan datagedreven netwerken in hetvolgende halfjaarbericht. Gesprekken over voetbal nemen we daar ook inmee, zeg ik tegen de heer Mathlouti.De TOOI-verkenning komt, zoals gezegd, voor de zomer. Ik moet alleennog even bekijken op welke wijze we het gaan doen: of dat vertrouwelijkmoet of in de openbaarheid kan gebeuren. Dat ligt een beetje aan deuitkomsten van die verkenning; dat laat ik u nog weten.Dan Palantir. Ja, we werken aan onafhankelijkheid. Nee, daar zijn we nogniet. Ik moet eerlijk zeggen – dit zeg ik ook op basis van mijn kennis uit hetverleden – dat de kloof tussen de Amerikaanse en de Europese hightech-bedrijven aanzienlijk is. We moeten onze crimecatchers ook niet onnodigop achterstand zetten, maar we moeten dit ondertussen wel serieusnemen en serieus meenemen.Ten slotte richt ik mij tot de voorzitter, de heer Ellian. Ik heb verteld overde mogelijkheid – al hebben we daar nu nog geen al te concrete aanwij-zingen voor – dat het Iraanse regime een hand heeft gehad in wat er inSchoonhoven is gebeurd. Alleen al het feit dat het een man betreft meteen Iraanse achtergrond die zich heeft uitgelaten over het regime, isaanleiding voor mij geweest om samen met de gezagen te bekijken welkemaatregelen er, zichtbaar of onzichtbaar, verder moeten worden getroffen.Ik hoop u daarmee enigszins gerust te stellen.U sprak een woord van dank uit voor de toewijding vanuit de politieorga-nisatie; dat sentiment deel ik. Ik hoop dat ik duidelijk heb kunnen makendat ik enorm veel waardering heb voor de politiemedewerkers dierondlopen op straat, gelet op de uitdagingen waar zij voor staan. Ik hoopde komende periode echt een verschil te kunnen maken ten aanzien vanhet herstel van de veiligheid op straat en het gezag van de politie, wantdat verdienen ze.De voorzitter:Helder, bedankt. Als de collega’s nog even kunnen wachten, dan doe ikeven de toezeggingen, want het is altijd prettig als we dat met elkaarkunnen doen.Er is een tweeminutendebat aangevraagd, met als eerste spreker het lidFaber.–Een toezegging aan de heer Struijs. De Minister zal in het eerstvol-gende halfjaarbericht – dat is dus juno 2026 – een reconstructieopnemen betreffende de inzage in de politiesystemen in de zaak-Lisa.–Een toezegging aan mevrouw Faber. De Minister gaat in gesprek metde burgemeesters over de steun voor politiemensen. Daar worden weschriftelijk over geïnformeerd, ik denk ook in het halfjaarbericht vanjuno 2026.–Een toezegging aan de heer Struijs. In het volgende halfjaarbericht,juno 2026 dus, komt de Minister terug op de integriteitsonderzoekenen op de wijze waarop die vormgegeven worden.Volgens mij was dat de toezegging. Is dat correct? Ja. O, de Ministerpreciseert. Dan wordt het dus: in het volgende halfjaarbericht van depolitie komt de Minister terug op de rol van de leidinggevende bij eenintegriteitsonderzoek. Dan is die ook helder.Sorry, ik moet er af en toe aan wennen dat mijn haar lang is geworden envan links naar rechts gaat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132245 –Een toezegging aan collega Van der Plas. De Minister informeert deKamer voor de zomer over de herziening van de Eenduidige LandelijkeAfspraken.Mevrouw Van der Plas (BBB):Voor de zomer is best nog wel lang. «Zo snel mogelijk voor de zomer»dan.Minister Van Weel:«Zo snel mogelijk voor de zomer», daar kan ik mee leven. Maar «voor dezomer» heb ik wel nodig voor het verwachtingenmanagement, want het isecht een hele uitgebreide herziening die loopt, waarbij we ook deknelpunten willen oplossen in de reactie waarmee we komen.De voorzitter:De Minister doet zijn best: uiterlijk voor de zomer. De Minister heeftgehoord dat snelheid geboden is.–De Minister zal uiterlijk in het tweede halfjaarbericht politie – dat is dusdecember 2026 – ingaan op de borging van de neutraliteit van depolitie. Dat is in het licht van de iftars. Ik denk dat het goed is dat wedat scherp hebben met elkaar.–Uiterlijk in het tweede halfjaarbericht politie gaat de Minister in op demotie-Straatman over wettelijke bepalingen die belemmeringenvormen voor de politie.Voelt u zich natuurlijk vrij, Minister: als het in het eerstvolgende halfjaar-bericht kan, doet u dat dan vooral.–In het eerste halfjaarbericht politie – dat is dus weer juno 2026 – komtde Minister terug op de vragen van mevrouw Straatman over depolitie-inzet bij voetbalwedstrijden.Ik denk dat de Minister dan in algemene zin terugkomt op politie-inzet bijvoetbal.–Tot slot. De Minister komt in het volgende halfjaarbericht politie – datis dus juno 2026 – terug op datagedreven werken.Ik zie de Minister knikken, en Kamerleden ook. Dat is fijn. MevrouwStraatman?Mevrouw Straatman (CDA):De vraag ging inderdaad over de politie-inzet bij voetbalwedstrijden, maarook over de omgang met civielrechtelijke stadionverboden en de vraaghoe we die uniform kunnen uitvoeren.De voorzitter:Ik zie geknik, dus dat gaat goedkomen.Ik dank iedereen die aanwezig was: de collega’s, de Minister en degeïnteresseerden in de zaal, zeker natuurlijk ook de geïnteresseerdepolitiemensen.Ik sluit de vergadering.Sluiting 13.00 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 132246

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · b88a402a372dff6f

14 okt 2026 · c3d00c6d83d8abeb

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingPolitie
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 25 maart 2026, over politie

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.