Verslag van een commissiedebat, gehouden op 25 september 2024, over Politie
Brontekst
Versie 0bc59669bbb67ac0 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 628PolitieNr. 1226 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 4 november 2024 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft op 25 september2024 overleg gevoerd met de heer Van Weel, Minister van Justitie enVeiligheid, over:–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 20 okto-ber 2023 inzake actuele ontwikkelingen ten aanzien van depolitie en missiekritische communicatie (Kamerstuk 29 628,nr. 1190);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d.2 november 2023 inzake beleidsreactie op inspectierapportPolitieoptreden bij de demonstratie van Kick Out Zwarte Pietin Staphorst (Kamerstuk 29 628, nr. 1191);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 5 janu-ari 2024 inzake landelijk beeld jaarwisseling 2023–2024(Kamerstuk 28 684, nr. 735);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 17 juni2024 inzake verslag toezicht hackbevoegdheid politie 2023(Kamerstuk 29 628, nr. 1216);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 19 juni2024 inzake eerste halfjaarbericht politie 2024 (Kamerstuk29 628, nr. 1217);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 28 juni2024 inzake administratief beroep inzake regionaal beleids-plan Limburg (Kamerstuk 29 628, nr. 1218);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 5 sep-tember 2024 inzake verzamelbrief politie (Kamerstuk 29 628,nr. 1220).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,PoolDe griffier van de commissie,Brood kst-29628-1226ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12261 Voorzitter: PoolGriffier: Van TilburgAanwezig zijn twaalf leden der Kamer, te weten: Aardema, Boswijk,Diederik van Dijk, Eerdmans, Ergin, Helder, Michon-Derkzen, Mutluer, VanNispen, Pool, Six Dijkstra en Van der Werf,en de heer Van Weel, Minister van Justitie en Veiligheid.Aanvang 10.00 uur.De voorzitter:Aan de orde is het commissiedebat Politie. Allereerst een warm woordvan welkom aan de Minister; fijn dat u bij ons bent. Ook een warm woordvan welkom aan de leden. Er is een groot aantal leden aanwezig. Despreektijden bedragen vier minuten en we doen drie interrupties. Eénvraag is ook één interruptie. Daar houd ik u streng aan. Dan moet ik ueerst nog vragen om goedkeuring voor de deelname van de heer Erginaan het debat, aangezien hij geen lid is van de vaste commissie. Als daargeen bezwaar tegen bestaat, dan heten wij u voor vandaag bij dezenhartelijk welkom.Dan gaan we snel beginnen met de eerste spreker aan de zijde van deKamer en dat is mevrouw Helder.Mevrouw Helder (BBB):Dank u wel, voorzitter. Ik begin positief. BBB is blij met de 100 miljoenstructureel die alsnog voor de politie aan de begroting is toegevoegd. Wijhebben er nooit een geheim van gemaakt dat er meer geld voor de politienodig is en zijn dan ook blij dat hier uiteindelijk toch gehoor aan isgegeven. We gaan er dan ook van uit dat de Minister hier meteen mee aande slag gaat en daar goede dingen mee zal doen. Als ik vandaag hetinterview in De Telegraaf lees, dan denk ik wel dat dat gaat lukken. Maarwe zullen het scherp in de gaten houden.Voorzitter. BBB is ook blij dat in het regeerprogramma staat dat er eenwettelijk taakstrafverbod komt bij fysiek geweld tegen hulpverleners. Er iszelfs een publiekscampagne in 2025. Ik heb toch een vraag. Wat wordtbedoeld met de passage in het regeerprogramma dat er wordt gekeken«hoe dit het beste kan worden vormgegeven»?Dan een nog steeds niet opgelost, maar enorm urgent probleem: demissiekritische communicatie, oftewel C2000. De Minister, meer specifiekde voorganger van deze Minister, antwoordde in het laatste debathierover op mijn vraag of de problemen in kaart gebracht zijn en of dathetzelfde is als aan de slag zijn: jazeker. Dan is mijn vraag: wat is de standvan zaken? Is de dekking nu wel overal voldoende voor alle communi-catie?In het eerste halfjaarbericht politie 2024 over de transitie van de LandelijkeEenheid is onder meer dit te lezen: «De monitoringscommissie-Schneiders zal zich tot 1 juli 2024 blijven inzetten om de voortgang van detransitie te monitoren, waarna zij zal komen tot een eindrapport dat ik metuw Kamer zal delen. Er wordt in nauwe samenwerking met de politie ende commissie gewerkt aan overdracht naar regulier toezicht, dat zalworden vormgegeven door de Inspectie Justitie en Veiligheid.» Die datumligt inmiddels best enige tijd achter ons en de commissie is opgeheven.Mijn fractie vindt dat veel te vroeg. Daar heb ik ook samen met collega’sschriftelijke vragen over gesteld. De antwoorden vond ik, eerlijk gezegd,ronduit teleurstellend.Van alle kanten – de Minister weet dat ook – heb ik signalen gekregen metals algemene deler dat de commissie in ieder geval tot 1 januari 2025 enliefst wat langer moet blijven. Dat is namelijk de datum waarop desplitsing van de oorspronkelijke Landelijke Eenheid in de eenheden LO enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12262 LX een feit is. De Minister geeft zelf ook toe dat de Inspectie JenV toezichthoudt op de kwaliteit van de taakuitvoering. Maar dat is nog helemaal nietaan de orde, want de inspectie controleert op uitvoering van beleid en nietop de aanbevelingen die de commissie-Schneiders heeft gedaan. Al dieaanbevelingen moeten natuurlijk wel worden opgevolgd en dan metbetrokkenheid van de werkvloer. Mijn voorstel is om de commissie-Schneiders nog, ik zou zeggen, minimaal een jaar in stand te laten en totdat moment geen overdracht van welke werkzaamheden dan ook te latenplaatsvinden aan de Inspectie Justitie en Veiligheid. Ik zal er geen geheimvan maken dat ik daar, denk ik, wel een motie voor heb klaarliggen als deantwoorden hetzelfde blijven als de schriftelijke antwoorden.Tot slot, voorzitter. De afhandeling van de langlopende PTSS-dossiers, ookeen eeuwig terugkerend onderwerp, helaas. Het loopt nog steeds nietzoals beloofd en al helemaal niet zoals de Kamerbreed aangenomenmotie vereist: zonder verrekening van de immateriële schadevergoeding.De adviezen van de Commissie van Advies Restschade Afwikkeling Politie,kortgezegd CARAP, worden genegeerd en de agenten met PTSS helaasook. Ik krijg er nog steeds hartverscheurende berichten over en ik ben hetzat. Ik zal dan ook een amendement indienen bij de begrotingsbehan-deling, meer specifiek artikel 31, om een deel van de lumpsum dat voorpersoneel bedoeld is specifiek te reserveren voor de financiële afhan-deling van juist deze dossiers. Dan moet de Kamer op die manier maar devinger aan de pols houden. Deze agenten verdienen rust en de aan hentoegezegde schadevergoeding. Ze verdienen het niet om jarenlangspeelbal te zijn van een onwillige korpsleiding.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, dan is nu het woord aan heer Ergin. O, we hebben eerst nogeen interruptie van mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ik zou graag met mijn collega Helder mee willen doen als het gaat omPTSS bij politieagenten en de afhandeling daarvan. Ik heb nog eensuggestie die ik wil doen, naast het amendement waar ze mij zó onder kannoteren. Ik wil namelijk pleiten voor een soort generaal pardon voor metname de langlopende PTSS-dossiers. Ontzettend veel politieagentenhebben daarmee te maken en men komt er nog steeds niet uit, terwijl deagenten behoefte hebben aan rust. Hoe kijkt mevrouw Helder daartegenaan?Mevrouw Helder (BBB):Altijd positief, sowieso. Ik moet het dan wel even goed bekijken. Dedossiers die ik hier noemde, waren er 21, zeg ik uit mijn hoofd. Dat waseen afgekaderd geheel. We moeten wel even kijken wat er onder hetgeneraal pardon komt te vallen. Als een situatie vergelijkbaar is, denk ikdat mevrouw Mutluer mij aan haar kant vindt.De voorzitter:Dan heeft u nog een interruptie van de heer Boswijk.De heer Boswijk (CDA):Ik sluit me aan bij de woorden van collega Mutluer over het amendement.Ik ben heel benieuwd en ik heb er ook wel oren naar. Zoals collega Helderweet, maken wij ons ook al een tijdje hard voor het onderwerp PTSS. Datdoen we niet alleen bij de politie, maar eigenlijk bij alle geüniformeerdeberoepen, dus ook de boa’s, ambulance- en brandweermedewerkers.Over de brandweer hebben we het onlangs uitgebreid gehad. Afgelopenzomer heb ik een inventarisatie gemaakt van alle geüniformeerdeberoepen om te kijken hoe het werkt. Om überhaupt in aanmerking teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12263 komen voor behandeling van PTSS, blijkt dat het uitmaakt om welkeveiligheidsregio het gaat, welke gemeente je werkgever is, welk uniformje draagt; noem alles maar op. Dat heeft erin geresulteerd dat we nu meteen initiatiefnota bezig zijn om de norm gelijk te trekken voor allegeüniformeerden in Nederland. We willen één meldpunt en gelijkebehandeling. Staat collega Helder ervoor open hier mogelijk aan mee tedoen? Ik snap dat ze niet meteen ja gaat zeggen voor ze weet wat erinstaat, maar staat ze er wel voor open?Mevrouw Helder (BBB):Ik zeg niet meteen ja, maar ik zeg wel dat ik ervoor opensta. Dat is mebekend, inderdaad, van de heer Boswijk. Ik heb zelf ooit iets geprobeerddat vergelijkbaar is met wat ze bij defensie hebben: een veteranen-meldpunt voor de politie. Dat is toen niet gelukt. Ik kijk er zeker welwillendnaar. Het zou geen verschil mogen maken welk uniform je draagt. Ik moetwel een slag om de arm houden, omdat de politie ook met een nieuwstelsel bezig is. Als het elkaar niet bijt of als dit beter is, dan ga ik er zekerpositief naar kijken.De voorzitter:Hartelijk dank. Dan heeft u nog een interruptie van de heer Aardema.De heer Aardema (PVV):Nou, ik heb eigenlijk meer een vraag, als het mag, voor mevrouw Mutluerover dat generaal pardon.De voorzitter:Dat mag u zo meteen in de andere termijn doen.De heer Aardema (PVV):Dan doen we dat.De voorzitter:Goed, dan gaan we door met de volgende spreker: de heer Ergin.De heer Ergin (DENK):Voorzitter, dank u wel, en ook bedankt voor uw permissie. In de aanloopnaar dit debat gebeurde afgelopen donderdag iets vreselijks in Rotterdam.We werden allemaal opgeschrikt door het tragische nieuws dat bij eenwrede steekpartij een dode en een gewonde zijn gevallen. Ik denk dat hetgoed is dat onze gedachten uitgaan naar het slachtoffer, de gewonde ende nabestaanden. Ik hoop dat de gewonde snel herstelt. Ik wil ook eenspeciaal woord van dank richten tot de omstanders die de dader directhebben overmeesterd en onschadelijk hebben gemaakt. In het bijzonderwil ik mijn dankwoord richten aan Reniël, de kickbokser, die geen momentstilstond en direct is gaan ingrijpen. Hij heeft een heldendaad verricht.Volgens mij mogen wij op dat soort momenten ook wel onze waarderinguitspreken.Voorzitter. De wrede actie in Rotterdam roept veel vragen op. Vragen als:hoe kan iemand die eerder volledig ontoerekeningsvatbaar is verklaardeen gevaar vormen voor de samenleving? Vragen als: hoe kan iemand diezijn eigen moeder neerstak en van wie de rechter heel duidelijk heeftaangegeven dat de kans op herhaling aanwezig is, zo snel in de samen-leving terechtkomen? En vooral ook de vraag of overheidsdiensten foutenhebben gemaakt en welke overheidsdiensten dat zijn. Ik hoop dat deInspectie Justitie en Veiligheid al deze vragen meeneemt in het onderzoeken dat het onderzoek snel wordt afgerond, zodat we er antwoorden opkrijgen.Voorzitter. Tegelijkertijd wil ik me ook richten tot de collega van de PVV dienaast mij zit. De PVV deed direct na de aanslag, direct na het nieuws,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12264 zonder ook maar één seconde stil te staan bij de getroffenen, hijgerig aanzondebokpolitiek. De PVV wees direct met de vinger. Zonder enige vormvan schaamte wist de PVV hoe het allemaal zat en in welke hoek hetallemaal zat. Een miljoen moslims werden op het beklaagdenbankjegeplaatst. Als een aasgier gebruikte de PVV deze walgelijke actie voor huneigen agenda van moslimhaat. De actie van een verwarde psychischepersoon gebruiken om de collectieve schuldvraag op een groep in desamenleving te plakken vinden wij als DENK walgelijk. Ik wil hier graageen punt van maken en hier een streep onder zetten.Dan ga ik over tot het debat en de stukken. In de brief van de Minister gaathet over de recente berichtgeving over het basisteam Rotterdam Centrum.DENK heeft veel waardering voor onze politiemensen, maar we moetenhet helaas wéér hebben over rotte appels in het politieapparaat. We wetenuit het verleden dat het gif van racisme bij de politie aanwezig is, maar uitnieuw onderzoek blijkt dat het veel verder gaat: het gaat niet alleen omracisme; seksueel grensoverschrijdend gedrag, pestgedrag, problematischdrankgebruik en buitensporig geweld tegen burgers zijn eigenlijkdagelijkse kost bij in ieder geval het basisteam Rotterdam Centrum. Ik wilde Minister vragen hoe de Nederlanders voldoende vertrouwen in depolitie moeten hebben als agenten zelf uitspraken doen als «Je hebt zekerweer alle bananen opgegeten» als de fruitschaal in de kantine leeg is; endat zeggen ze dan tegen hun eigen collega-agenten.Ik ben benieuwd hoe de Minister wil strijden tegen bangalijsten vanstudentenverenigingen als agenten zelf bangalijsten van hun eigencollega’s maken.De voorzitter:Dat was uw inbreng? O, u had al gezien dat er een vraag is.De heer Eerdmans (JA21):Ja, ik heb een vraag aan de heer Ergin. Hij spreekt over het gebruik vangeweld tegen burgers door basisteam Rotterdam Centrum. Sinds 2023heeft het OM negen onderzoeken naar geweldgebruik door politiemensenin basisteam Rotterdam Centrum afgerond, waarbij het OM achtmaalheeft geoordeeld dat sprake was van rechtmatig gebruik van geweld. Inéén zaak stonden de beelden van de verbalisant en de burger tegenoverelkaar en kon geen oordeel worden gegeven. Deze zaken gaan inmeerderheid over optredens bij horeca-avonden in dat gebied. Verderloopt er nog een aantal onderzoeken. Kortom, waarop baseert de heerErgin zijn bewering dat er onrechtmatig geweld tegen burgers wordtgebruikt door de politie in Rotterdam Centrum?De heer Ergin (DENK):Volgens mij is er laatst een onderzoek gepubliceerd waarin heel duidelijken uitvoerig is gekeken naar de werkcultuur bij het basisteam. Op basisdaarvan en op basis van de signalen die agenten zelf geven, doe ik dieuitspraak. Ik heb het niet van horen zeggen. Agenten geven zelf aan datsprake is van overmatig drankgebruik. Ik verzin het allemaal niet zelf. Ikheb het allemaal in dat onderzoek gelezen, waarin heel duidelijk wordtaangegeven dat er sprake is van buitensporig geweld tegen burgers.Volgens mij is het dus goed om die vraag aan de Minister te stellen: hoestaat hij hierin en hoe wil hij hier werk van maken? Dat lijkt me een helelogische en terechte vraag.De heer Eerdmans (JA21):Deze aantijgingen zijn dus nergens op gebaseerd. Het lijkt nergens op watDENK hier doet: de politie weer in de verdachtenhoek zetten. Hetonderzoek is afgerond en nergens blijkt uit dat wat de politie heeftgedaan, onterecht was. Er lopen overigens nog vier strafrechtelijkeonderzoeken. Dat kun je wel zeggen. Maar dit volhouden en datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12265 vermengen met een rapport dat gaat over de werkcultuur, over fouteopmerkingen en verkeerde grappen, is helemaal oneigenlijk. De suggestiewerd net gewekt dat de politie van Rotterdam Centrum ten onrechtegeweld gebruikt tegen burgers in Rotterdam. Ik vind dat heel kwalijk. Ikvind eigenlijk dat de heer Ergin die woorden over de politie gewoon moetterugnemen.De heer Ergin (DENK):Ik neem geen enkel woord van de uitspraken die ik heb gedaan terug,want de opsomming van onacceptabele gedragingen die ik gaf, staatduidelijk in het onderzoek. Het zijn ook signalen die we van agenten zelfontvangen en die door hen naar buiten worden gebracht. Volgens mij ishet dan gewoon terecht om te zeggen: deze signalen zijn er en die zijn nietnieuw. Die signalen breng ik over aan de Minister en daarover stel ik hemeen vraag. De heer Eerdmans voegt daar nu allerlei andere classificatiesaan toe, zoals «onrechtmatig» en «onderzoeken die nog lopen». Er zullenheus wel onderzoeken lopen, maar volgens mij is het belangrijk dat we designalen oppakken, dat we signalen over een onveilige werksfeer bij deMinister neerleggen en hem vragen wat hij daarmee gaat doen.De voorzitter:De heer Eerdmans, voor zijn derde interruptie.De heer Eerdmans (JA21):De heer Ergin duikt weg voor mijn vraag. Hij suggereert dat er oneigenlijkgeweld wordt gebruikt tegen burgers in Rotterdam. Hij vermengt dat meteen rapport over de werkcultuur in Rotterdam. Dat is iets heel anders. Hijduikt hiervoor weg door die vraag neer te leggen bij de Minister. Dit is eenkwalijke zaak. Het gaat hier over een zeer zware aantijging van DENK overde politie van Rotterdam Centrum. Die is onjuist. Ik heb net aangegevendat die nergens op gebaseerd is. Hij moet die woorden dus gewoonterugnemen of hij moet hierover zijn mond houden, want het is geenfeitelijke informatie. Dan moet je het hebben over de werkcultuur, maargeen aantijgingen doen tegen de politie over geweld dat onterecht zouzijn toegepast. Dat is gewoon onjuist. Dan moet u niet met de vinger naarde Minister wijzen, meneer Ergin. Dan moet u tegen mij zeggen dat uernaast zit. Dat mag. Of u moet het staven. Kom dan met feiten en cijfersen overtuig deze commissie of de Minister. Maar dit is gewoon een heelkwalijke suggestie.De heer Ergin (DENK):Ik ga helemaal mijn mond niet houden en ik ga al helemaal geen woordenterugnemen, omdat de heer Eerdmans van JA21 denkt dat zomaar aan mijte kunnen vragen. Dat accepteer ik gewoon niet. Dus ik neem helemaalniks terug. Ik baseer de uitspraken die ik doe op onderzoeken. Die baseerik op signalen. Ik herhaal: er zijn signalen van buitensporig geweld tegenburgers. Voorbeelden zoals onnodig taseren en telefoons kapotslaanverzin ik niet. Dat zich dat voordoet, is inmiddels een publiek geheim.Volgens mij is het dan meer dan terecht dat je de Minister vraagt hoe hijhiernaar kijkt en wat hij van plan is daaraan te doen als dit waar blijkt tezijn. Volgens mij is dat wat we hier dag in, dag uit doen. De heerEerdmans vraagt mij om woorden terug te nemen. Als ik van mening zouzijn dat dat nodig is, dan had ik dat gedaan, maar nu hij dat op deze toon,op deze manier, doet, zal ik helemaal niks terugnemen.De voorzitter:Goed, meneer Ergin, uw punt is gemaakt. En de heer Eerdmans heeft ookzijn punt duidelijk gemaakt. Geen behoefte meer aan een interruptie? Nee.Dan kan de heer Ergin verdergaan met zijn betoog. Daarvoor heeft hij nogzo’n 30 seconden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12266 De heer Ergin (DENK):Voorzitter. Dit is het zoveelste debat over etnisch profileren en racismebinnen de politie. En het houdt maar niet op. Daarom vraag ik de Ministerwat hij gaat doen om het gif van racisme en discriminatie uit hetpolitieapparaat te krijgen. Is de Minister bereid erop aan te dringen datonderzoeken zoals die bij het basisteam Rotterdam Centrum hebbenplaatsgevonden, ook worden uitgevoerd bij andere basisteams, basis-teams waarover ook al langere tijd bepaalde signalen binnenkomen?Voorzitter. Dit kabinet heeft 280 miljoen euro vrijgemaakt voor de politie.De voorzitter:Rondt u zo af?De heer Ergin (DENK):Betekent dit dat de aanpak «Politie voor iedereen» verstevigd gaatworden?De voorzitter:Hartelijk dank. Dan is het woord aan de spreker van de PVV.De heer Ergin (DENK):Voorzitter, ik dacht dat het een interruptie was. Ik heb volgens mij nog tijd.De voorzitter:Nou, u was over uw tijd heen: vier minuut tien.De heer Ergin (DENK):Als u dat zegt, dan zal dat zeker kloppen. Maar volgens mijn klok is er ietsanders aan de hand. Ik werd geïnterrumpeerd en heb geantwoord.De voorzitter:Oké, dank voor uw antwoord. U zit ook volgens de ondersteuning aan devier minuten. Als iemand u nog wil interrumperen, dan gebeurt dat zeker.De heer Ergin (DENK):Nou, dan wacht ik die interruptie gewoon af, voorzitter.De voorzitter:Oké. Wil degene die een interruptie wil plegen, de hand opsteken?Helemaal niemand? Ja, meneer Eerdmans. Maar u heeft al drie inter-rupties gepleegd. U mag dus niet meer. Meneer Ergin, volgens mij heeft ugeen spreektijd meer en geen interrupties meer. Dan is het woord nu tochecht aan de woordvoerder van de PVV.De heer Ergin (DENK):Voorzitter.De voorzitter:Ik heb u het woord niet gegeven. Het woord is aan de PVV.De heer Ergin (DENK):Ik wilde alleen maar aangeven ...De voorzitter:Wilt u een punt van orde maken?De heer Ergin (DENK):Ik wil een punt van orde maken. Ik wilde alleen maar aangeven dat de tijddoorliep toen ik werd geïnterrumpeerd. Ik hoor uw «nee». Als u zegt datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12267 dat niet zo is, dan geloof ik dat graag. Dat was het enige wat ik wildezeggen.De voorzitter:Nou, dank voor uw woorden. Dan is nu het woord aan de PVV.De heer Aardema (PVV):Dank u wel, voorzitter. Het regeerprogramma dat er nu ligt, is hoopgevendvoor de politie. Het is mooi dat nu geïnvesteerd wordt in de politie, en welmeer dan in andere jaren. Nu is het alleen nog zaak in de juiste doelen teinvesteren, opdat de politieorganisatie nog beter wordt. De politiemensenverdienen het.De capaciteit van de politie is nog steeds een groot probleem. Ondanksdat de opleidingen bomvol zitten, krijgen veel basisteams hun noodhulp-diensten niet rond. Dat is niet alleen gevaarlijk voor de burgers die zijbedienen, maar ook voor de politiemensen zelf, op straat en omdat deonregelmatigheid hen afbreekt. Helaas is het zijn van politieman of -vrouwgeen baan meer voor het leven. Velen haken na enkele jaren af, doorslechte carrièremogelijkheden of omdat zij de onregelmatigheid niet meeraankunnen. Dat komt niet door het werk an sich, want politiewerk isboeiend en veelzijdig.Dan de inzet bij demonstraties. Uit antwoorden van de Minister blijkt datde inzet van politie bij bijvoorbeeld demonstraties van XR per demon-stratie honderden fte’s kost naast de bijbehorende kosten in euro’s. Ikweet dat de betrokken dienders grote frustraties hebben over het zijn van«wegsleeppolitie». Ze verwijderen de demonstranten, maar op deophoudlocatie worden ze gewoon weer heengezonden. Geen Mulderbon,geen vervolging: ze worden gewoon heengezonden.Het demonstratierecht is ook voor de PVV een groot goed. Demonstrerenmoet kunnen. Maar als demonstreren overgaat in verstoring van deopenbare orde of geweldplegingen, wordt een grens overschreden. Danmoet er hard worden opgetreden en worden vervolgd. In het regeerpro-gramma staat dat het kabinet het onderscheid tussen demonstreren enhet verstoren van de openbare orde verder wil verscherpen. Ik wil aan deMinister vragen dit punt met de nodige spoed op te pakken.De RVU-regeling. De PVV vindt dat politiemensen die langdurig met hunvoeten in de klei hebben gestaan, op een fatsoenlijke leeftijd demogelijkheid moeten hebben om uit te stromen.De voorzitter:U heeft een interruptie van mevrouw Helder.De heer Aardema (PVV):Mooi.Mevrouw Helder (BBB):Nou, dat weet u nog niet. Het gaat over het vorige punt. Ik ben hethelemaal met de heer Aardema eens, hoor. Maar kijk, we kunnen datonderscheid wel gaan maken – ik vind het goed dat dat onderzocht wordten dat we daarmee aan de slag zijn – maar het moet niet zo zijn dat hetOpenbaar Ministerie het dan alsnog naast zich neer kan leggen. Zou deMinister niet wat steviger met het Openbaar Ministerie moeten praten omervoor te zorgen dat het dan ook wordt opgepakt?De heer Aardema (PVV):Ja, dat ben ik zeker met mevrouw Helder eens. De strafbare feiten zijn alvastgelegd in het wetboek, dus je kunt dat gewoon oppakken als je zouwillen. Het is dus een goede zaak dat de Minister daar nog eens aandachtvoor gaat vragen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12268 De voorzitter:Gaat u verder.De heer Aardema (PVV):Ik had het over de RVU. Er schijnt inmiddels een kleine opening te zijn. Ikhoorde de Minister van SZW gisteren tijdens het debat over zwaar werkletterlijk zeggen dat hij goede hoop heeft dat het probleem bij de politiewordt opgelost. De PVV wil in ieder geval dat redelijke eisen en redelijkewensen bij elkaar komen en leiden tot een oplossing. Ik vraag daarom aandit kabinet: regel het, en het liefst op korte termijn, zodat ook de 800politiemensen op wie het volgend jaar van toepassing is, er gebruik vankunnen maken.Door de roosterdruk en de beperkte doorstroommogelijkheden is er eenforse uitstroom.De voorzitter:U heeft nog een interruptie, van de heer Van Nispen van de SP.De heer Van Nispen (SP):Ja, over de zware beroepen. De heer Aardema had het misschien kunnenverwachten. Volgens mij is er geen discussie dat agenten en heel veelpolitiemedewerkers ongelofelijk zwaar werk hebben, waar wij veel respectvoor hebben. De heer Aardema vraagt daar aandacht voor. Wij hebbendat eerder ook gedaan. Eerdere voorstellen van de SP konden ook opsteun van de PVV rekenen, maar vlak voor de zomer kon dat opeens nietmeer. Toen hadden de SP en GroenLinks-Partij van de Arbeid ook eenmotie voor zware beroepen, met de opdracht aan de Minister om het tefiksen. Toen was de PVV helaas afwezig. Maar nu hoor ik weer steun vande PVV voor de mensen met de zware beroepen. Ik heb niet helemaalgoed begrepen wat nou precies zijn opdracht aan de Minister is of dat hijtoch naar de Minister van Sociale Zaken kijkt. Dat zou zonde zijn, wantvolgens mij moeten we deze Minister vandaag de opdracht geven om hette fiksen, en wel zo snel mogelijk. Is de heer Aardema dat met de SP eens?De heer Aardema (PVV):Ik kan kort zijn: ik ben het met de SP eens dat we dat zo snel mogelijkmoeten fiksen. Ik vroeg ook aandacht voor de politiemensen die volgendjaar buiten de boot dreigen te vallen, dus vandaar mijn opmerking.De heer Van Nispen (SP):Kort nog. Voor de medewerkers die buiten de boot vallen, kunnen wegeen dag langer wachten. Volgens mij weet de heer Aardema dat ook. Opwelke termijn verwacht hij nou van wie welke oplossing? Dat is mij tochnog niet duidelijk. Hij verwees namelijk ook naar het debat van gisteren,maar dat is een veel bredere discussie tussen de Minister van SocialeZaken en de vakbonden in den brede. Daar vindt de SP ook van alles van,maar nu zitten we in het commissiedebat Politie, dus nu gaan we onsrichten op deze Minister. Nu gaan we kijken wat hij in ieder geval op heelkorte termijn kan doen voor de 800 agenten die anders volgend jaarbuiten de boot dreigen te vallen.De heer Aardema (PVV):De vraag stellen, is ’m ook beantwoorden. Ik schuif ’m meteen door naarde Minister, dus ik hoop dat hij daar een goed antwoord op heeft.De voorzitter:Goed. Dan gaat u verder.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12269 De heer Aardema (PVV):Voorzitter. Door de roosterdruk en de beperkte doorstroommogelijkhedenis er een forse uitstroom. Een politiebaan is niet meer een baan voor hetleven. Dat is jammer. Hoe houd je politiemensen vast? Dit probleemspeelt ook in hoge mate bij de forensische opsporing, een specialistischetak binnen de politie. Het is toch doodzonde dat iemand met eenlangdurige specialistische opleiding binnen enkele jaren alweer verdwijnt?Datzelfde geldt voor duur opgeleide recherchekundigen en digitaleexperts. Hoe houd je ze vast voor de politieorganisatie, vraag ik deMinister.De voorzitter:U heeft een interruptie van mevrouw Van der Werf.Mevrouw Van der Werf (D66):Sommige politici houden de verwachtingen graag laag, want dan valt hetaltijd mee. Complimenten voor deze coalitie dat ze dat niet hebbengedaan. Ik zat nog eens naar de verkiezingsprogramma’s te kijken. In dievan de PVV stond onder andere de belofte voor 10.000 extra agenten. Nulegt u net zelf ook al de vinger op de zere plek. Dat is namelijk de forseuitstroom. Hoe ziet u dan de instroom voor zich?De heer Aardema (PVV):Ik heb het al gezegd: de politieopleidingen zitten momenteel bomvol. Er isgenoeg animo. Dan kun je dus niet meer produceren. De andere kant isdat je ze dan moet proberen vast te houden. Ik zie dat er een enormeuitstroom is. Je hebt niet binnen een paar maanden 10.000 politieagentenerbij, dus je moet iets gaan doen om ze vast te houden.De voorzitter:Nog een vraag.Mevrouw Van der Werf (D66):Dat begrijp ik natuurlijk. Het is heel belangrijk dat mensen het werk leukvinden en het blijven doen, maar we kunnen niet voorkomen dat mensenmet pensioen gaan. Ik begrijp uit het antwoord van collega Aardema datdie 10.000 agenten er volgend jaar niet gaan zijn. Kunnen we u dan op eenandere manier enigszins aan die belofte houden? Wanneer gaat dieinstroom er dan komen en wat is uw inzet om dat voor elkaar te krijgen?De heer Aardema (PVV):Dat gaat een inzet van dit kabinet en de politietop worden. Als we zorgendat die politieopleidingen vol blijven zitten, dan zal er zeker een goedeinstroom van onderaf zijn.De voorzitter:Helder? Goed, dan gaat u verder. U heeft nog één minuut.De heer Aardema (PVV):Voorzitter, dan ben ik toch genoodzaakt om kleine dingen over te slaan.Volgend jaar is er een driedaagse NATO-top in Den Haag. Alle Neder-landse politiecapaciteit gaat die week daarnaartoe. Dit betekent dat erelders in het land geen politiecapaciteit vrij is voor andere evenementen.De PVV vraagt daarom om minder politie-inzet rond de NATO-top, maarmogelijk meer inzet van Defensie, zodat de rest van het land niet on holdstaat. Hoe denkt de Minister daarover?Ondanks dat het regeerprogramma zegt dat de politie weer de wijk inmoet en dichter bij de mensen moet zijn, is men voornemens ompolitiebureaus te sluiten, bijvoorbeeld in Wolvega en Maarheeze. Er zijnde afgelopen jaren al vele politiebureaus gesloten. De PVV wil dat erTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122610 voldoende en tijdige dekking van de politie is. Dat kan niet met langereaanrijtijden van soms een uur in uitgestrekte gebieden. Kan de Ministeruitleggen waarom die bureaus, die enkele jaren geleden met een hoopbombarie werden geopend, nu weer moeten sluiten?Voorzitter, ik laat het hierbij.De voorzitter:U heeft nog een vraag van de heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Ik ben altijd bereid om de heer Aardema, die in tijdnood is, te helpen.Even over dit laatste punt. Als je als coalitie een betere bereikbaarheid vande politiebureaus belooft, dan is het inderdaad opmerkelijk dat er vandaagde dag nog steeds politiebureaus sluiten. Het kan goed zijn dat dat komtdoor oude bezuinigingen van vorige kabinetten. Volgens mij is dat zo. Nogeven los van welke partijen daar precies voor verantwoordelijk waren, zijndat volgens mij onverstandige bezuinigingen geweest. Maar als we nu indeze nieuwe politieke situatie zitten en de bereikbaarheid van de politie zobelangrijk vinden – dat vond de SP altijd al – zullen we dan vandaagzeggen dat er gewoon geen politiebureaus meer sluiten? Dan vragen weniet waarom die politiebureaus moeten sluiten, maar maken we deafspraak dat we ze niet meer gaan sluiten.De heer Aardema (PVV):Dat zou misschien een goede afspraak zijn, maar ik wil toch het antwoordvan de Minister even afwachten. Ik ben het met u eens dat we die sluitingvan de politiebureaus niet moeten willen, maar laten we even hetantwoord van de Minister afwachten.De voorzitter:Helder. Er is ook nog een vervolgvraag, een eerste interruptie van de heerVan Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):De heer Aardema maakt zich veel zorgen over de politiecapaciteit. Terecht,denk ik. Is de PVV ook bereid om kritisch te kijken naar welke taken wel ofniet belegd zouden moeten worden bij de politie? In dit verband denk ikbijvoorbeeld aan het faciliteren van sportwedstrijden, waarmee ontzettendveel capaciteit gemoeid is. Staat de PVV ook open voor dat soortdenkexercities?De heer Aardema (PVV):De PVV is er echt voor dat de politie terug moet naar haar kerntaken. Jeziet bij sportevenementen nu al de beweging dat de organiserendeorganisaties zelf dingen moeten gaan regelen. Daarbij is er een terugtrek-kende beweging van de politie. Die beperkt zich zogezegd tot deomgeving. Dat vinden wij een goede zaak.De voorzitter:Duidelijk. Mevrouw Mutl ... O, nog een vervolgvraag.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank voor dit heldere antwoord. Ik leid daaruit af dat het in die zin ookvoor de PVV heel goed bespreekbaar is om die organisatoren stevig telaten meebetalen aan de beveiliging van deze wedstrijden.De heer Aardema (PVV):Dat is juist.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122611 De voorzitter:Dat is voldoende. Dan een vraag van mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Nog even terug naar de verdwenen politiebureaus. Gisteren verscheenvolgens mij bij EenVandaag het bericht dat een kwart van de politiebu-reaus er niet meer is, met name in wijken en dorpen, en dat dat ten kostegaat van de verbinding met de samenleving en het vertrouwen in depolitie. Mijn vraag aan mijn collega is de volgende. We zien dit nu. MeneerAardema heeft volgens mij ook de antwoorden op onze vragen naaraanleiding van de sluiting van de politiepost in Wolvega gezien. Ik wasdaar allesbehalve tevreden over. Dus als je roept, ook in je regeerpro-gramma, dat we meer blauw op straat moeten hebben en het vertrouwenin de politie moet stijgen, hoe moet ik dat dan rijmen met het verdwijnenvan al die politiebureaus? En wat wil de PVV daar concreet aan doen,behalve alleen maar afwachten waar de Minister mee komt? Ik bedoel: ikga ervan uit dat deze ex-politieagent daar wel ideeën dan wel voorstellenover heeft.De heer Aardema (PVV):Ik ken het bureau Wolvega zelfs persoonlijk goed. Dat is gelegen in eenvrij uitgestrekt gebied. Als je dat gaat sluiten, krijg je dus echt eenprobleem met de aanrijtijden. Dat gaat dus ten koste van de veiligheid.Het is een beetje een na-ijleffect van de vorige kabinetten. Daarbij werd erbesloten om te gaan bezuinigen op de vierkante meters. Het steekt demensen in dat gebied ook enorm dat de communicatie tussen de politieen de gemeente Weststellingwerf – laat ik het even fatsoenlijk zeggen –nogal gebrekkig is geweest. Daar mankeert dus ook het nodige aan.Vandaar dat ik hier nu aandacht voor vraag. Maar ik ben het met mevrouwMutluer en met de heer Van Nispen eens dat we de sluiting moetenvoorkomen van deze buitenbureaus die jaren geleden met heel veelbombarie zijn geopend, juist omdat men die verbinding met de mensenwilde hebben.De voorzitter:Goed. De heer Boswijk heeft ook nog een interruptie. Ik heb graag dat utot de kern komt, want we hebben nog veel sprekers voor de boeg.De heer Boswijk (CDA):Ik had het zelf in mijn eigen spreektijd willen zeggen, maar die werd eenbeetje krap, dus ik ga het in een interruptie doen. Het pleidooi van de heerAardema is mij uit het hart gegrepen. Eerlijk gezegd zijn we het, geloof ik,allemaal met elkaar eens dat we meer politiebureaus willen behouden,zeker in de dunbevolkte gebieden waar de afstanden groot zijn. Maar danmoeten we eigenlijk, denk ik, naar de kern gaan. Daarom is mijn vraag: isde heer Aardema het met mij eens dat we aan de Minister zouden moetenvragen om een inventarisatie te maken van die kerntaken? Ga terug naarde basis: wat zou de politie eigenlijk moeten doen en welke capaciteit isdaarvoor nodig? Breng gewoon eens in kaart wat dat per regio inhoudt,zodat we heel duidelijk zien waar het dan gaat knellen. Zou de Minister datniet in kaart moeten brengen? Dan zal waarschijnlijk een consequentie zijndat je misschien heel landelijk of in bepaalde delen van het land geenpolitieondersteuning meer kan sturen naar sportevenementen. Ik heb heelerg behoefte aan een overzicht, aan tabelletjes, om in kaart te brengenwaar we het over hebben. We willen namelijk allemaal meer politie, maarhet is toch delen in schaarste. Kunnen we niet aan de Minister datoverzicht vragen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122612 De heer Aardema (PVV):Volgens mij zijn die overzichten er wel, maar enige verfijning daarin kangeen kwaad; dat ben ik wel met u eens.De heer Ergin (DENK):Ik heb een interruptie over een ander onderwerp, over de vreselijkegebeurtenis in Rotterdam. Zonder dat er maar iets bekend was over deomvang, over wat er specifiek was gebeurd en wat de aanleiding et ceterawas, was het de PVV die heel duidelijk met de vinger wees naar eenbepaalde groep. Nu blijkt achteraf dat het gaat om een verward persoonmet psychische klachten, die eerder volledig ontoerekeningsvatbaar isverklaard door de rechter. Ik vraag aan de PVV waarom de PVV als eenaasgier zo snel op dit onderwerp duikt en deze stelling inneemt?De heer Aardema (PVV):We hebben dat zeker niet gedaan als een aasgier. We horen en zien deberichtgeving. Er worden daar bepaalde kreten geuit. Dan is er natuurlijkeen reactie.De heer Ergin (DENK):Ik hoop dat de woordvoerder van de PVV zich schaamt voor het feit dat deeerste uitspraak van de PVV vingerwijzen was. Het was niet eens zo dat dePVV zoiets had van: we gaan eerst medeleven tonen met in ieder gevaléén dode, die toen was gevallen, en de gewonden ...De voorzitter:Uw vraag, meneer Ergin.De heer Ergin (DENK):Voorzitter, volgens mij heeft iedereen hier inleidingen, waarom mag ik datniet?De voorzitter:Ik vraag aan iedereen om even tot de kern te komen, omdat het een langdebat is. We hebben veel sprekers. U interrumpeert, dan stelt u uw vraag.Ik wil graag dat u tot uw vraag komt.De heer Ergin (DENK):Volgens mij neemt iedereen eerst een korte aanloop. Dat wil ik ook graagdoen, als dat van u mag.De voorzitter:Niet mee akkoord. Ik heb graag dat u richting uw vraag gaat.De heer Ergin (DENK):De vraag aan de PVV is of de PVV zich niet schaamt voor het feit dat ze alseen aasgier erop dook om met een vinger naar een bepaalde groep tewijzen. Achteraf blijkt nu dat het uitgerekend de persoon met eenmigratieachtergrond was die de dader onschadelijk heeft gemaakt en dater op dit moment sprake is van een persoon die volledig ontoerekenings-vatbaar is verklaard en psychotische klachten heeft. De vraag aan de PVVis: schaamt de PVV zich daar niet voor?De heer Aardema (PVV):Ik blijf bij mijn vorige antwoord. Ik blijf ook zeggen dat wij zekermedeleven hebben met de nabestaanden. Dat hebben wij ook welduidelijk gemaakt, denk ik.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122613 De voorzitter:Goed, helder. U heeft nog zes seconden spreektijd. Heeft u daar behoefteaan?De heer Aardema (PVV):Ik heb nooit genoeg van het onderwerp politie. Ik zou graag door willengaan, maar helaas ben ik door mijn spreektijd heen.De voorzitter:Goed. Dank u wel voor de afsluitende woorden. Dan gaan we door naarde woordvoerder van D66.Mevrouw Van der Werf (D66):Dank, voorzitter. Mijn dochter van 4 weet het al goed: de politie is jevriend; zij komen je helpen bij gevaar. Als ze de sirenes hoort en dezwaailichten ziet, roept ze: ze gaan de boefjes pakken. De agenten die onsland veilig houden, moeten zelf ook zeker zijn van een veilige werkplek,waar ze gerespecteerd en gesteund worden door hun leiding. Ik begindaarom met de monitoringscommissie-Schneiders.De voorzitter:U heeft een interruptie van mevrouw Michon-Derkzen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Een mooie inleiding van mevrouw Van der Werf. Hulde aan haaropvoeding; de politie is je vriend. Ik wil iets zeggen over die veiligewerkplek van de politie. We hebben in het regeerprogramma eindelijk dattaakstrafverbod opgenomen, omdat het zo belangrijk om een antwoord tehebben als agenten te maken krijgen met geweld. Hoe kijkt de partij vanmevrouw Van der Werf daarnaar? Is dat niet een belangrijk onderdeel bijhet gunnen van een veilige werkplek aan de politie?Mevrouw Van der Werf (D66):Goede vraag. Uit verschillende onderzoeken weten we dat een taakstraf-verbod niet tot minder recidive leidt en dus ook niet tot meer veiligheidvoor de politie. Ik denk dat dit aspect in de afweging heel belangrijk is omde veiligheid voor agenten en andere medewerkers in het openbaardomein zo groot mogelijk te houden.De voorzitter:Nog een vraag.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ja, een vervolgvraag, voorzitter. Wat mevrouw Van der Werf zegt over derecidive wil ik best geloven; ik ken die cijfers niet. Maar los daarvan is hetvoor de agent toch een heel hard gelag, want hij kan zelf langduriguitvallen doordat hij tijdens zijn dienstverband te maken krijgt metgeweld, terwijl de dader – als we geluk hebben – met 40 uur schoffelenervan afkomt. Moet je niet juist in het belang van die agent en van hetwerkplezier van die agent, man of vrouw, ervoor zorgen dat die daderdaar gewoon een stevig antwoord op krijgt? Want dan zegt de politiekimmers: je blijft met je handen van de politiek af. Is mevrouw Van derWerf dat met mij eens? Sorry: je blijft met je handen van de politie af.Trouwens, liefst ook van de politiek, maar goed.Mevrouw Van der Werf (D66):Van allebei, voorzitter. Wat ik ingewikkeld vind in dit debat, is dat de VVDde indruk wekt dat een taakstrafverbod de enige manier is om af tedwingen dat een passende straf wordt gegeven. Dat doet de VVD vaker.De rechter heeft die mogelijkheid nu natuurlijk ook. Als op een gruwelijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122614 manier met politieagenten, met boa’s, met ambulancemedewerkers ofbrandweerlieden is omgegaan, dan kan gewoon een heel grove strafworden gegeven. Dat hoeft helemaal geen taakstraf te zijn. Maar ik ben erwel voor dat per keer wordt bekeken wat er nodig is. Daarom vind ik hetook een onzinnige maatregel.De voorzitter:Goed. Nog een vraag. De derde.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Mijn laatste. Ik zal de interruptie hiervoor gebruiken, want dit gaat me aanhet hart. Het is helder: mevrouw Van der Werf bevestigt het standpunt vanD66. Zij is er dus niet voor dat er een steviger antwoord komt op hetgeweld dat agenten tijdens hun dienst meemaken. Voorzitter, ik zou haarwillen vragen om juist met die agenten in gesprek te gaan om van hen tehoren hoeveel en hoelang zij last kunnen hebben van fysiek geweldtijdens een dienst. Ik ben er zeer voor dat daarop een passend antwoordkomt. Ik zal mij daar ook hard voor blijven maken. Er loopt nog eenonderzoek van het WODC.De voorzitter:Uw vraag?Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik kijk daar zeer naar uit, maar je ziet aan de huidige uitspraken van derechter dat die straffen laag zijn en dat een gevangenisstraf daarin echtniet voorkomt. Is mevrouw Van der Werf bereid om, als wij die cijfers vanhet WODC hebben, opnieuw met mij te bekijken welke passende reactiewij als politiek kunnen hebben op het geweld tegen de politie?Mevrouw Van der Werf (D66):Ik ben altijd voor een passende reactie. Ik vind dat die er altijd moetkunnen komen. Ik deel geheel met mevrouw Michon dat je het niet kuntmaken dat daders die mensen vreselijk mishandelen of wat dan ook, ermet een lage straf van afkomen. Alleen, het taakstrafverbod is daar niethet beste antwoord op. Dat is mijn punt. Daarover verschillen mevrouwMichon-Derkzen en ik van mening.De voorzitter:Goed. Mevrouw Helder wil u nog interrumperen.Mevrouw Helder (BBB):Het verschil tussen een taakstraf en een korte gevangenisstraf is dat eentaakstraf aan first offenders wordt opgelegd en dat een gevangenisstrafvaker aan recidivisten wordt opgelegd. Dat weet ik wel, want jarengeleden kreeg ik ze wat dat betreft om mijn oren, maar later bleek ik tochgelijk te hebben. Recidivisten gaan sneller in de fout. Dat zegt dus niksover het succes van de straf zelf, maar wel over de persoon. Mijn vraagaan de collega van D66 is de volgende. Als op fysiek geweld tegenhulpverleners gewoon een gevangenisstraf wordt gezet, dan gaat daartoch ook het signaal van uit dat je dat niet pikt?Mevrouw Van der Werf (D66):Daar gaat zeker een signaal van uit, maar in uw vraag ontkent u eigenlijkdat die mogelijkheid er nu ook al is. En dat vind ik ingewikkeld, want diemogelijkheid is er gewoon.Mevrouw Helder (BBB):Mijn laatste vraag, voorzitter. Deze interruptie wil ik daar ook voorgebruiken. Jaren geleden heb ik deze exercitie gestart. Ik ben heel blij datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122615 de VVD daarbij eigenlijk vanaf het begin met mij is opgetrokken. Ik bendaarmee gestart omdat wij een foto zagen van een ME’er die tijdens rellentegen de grond was gewerkt en tegen zijn helm werd geschopt. Dat zie ikals een poging tot doodslag. Kijkt u de jurisprudentie na: dat is het ook. Dedader kwam weg met een taakstraf. Die mogelijkheid moet wat de BBBbetreft dus gewoon niet meer in het wetboek staan. Het is eigenlijk geenvraag, maar een afronding.De voorzitter:Oké. Er is ook nog een interruptie van de heer Aardema.De heer Aardema (PVV):Het opleggen van een straf is in dit land toch nog altijd voorbehouden aande rechter, en dat is ook maar goed. Is D66 het met mij eens dat, als je hettaakstrafverbod in gaat voeren, de rechter die taakstraf niet langer kanopleggen en dat je daarmee de straffen dus naar een hoger level tilt?Mevrouw Van der Werf (D66):Daar ben ik het niet mee eens. Als een ME’er tegen zijn hoofd wordtgeschopt, dan mag daar een pittige straf op volgen. Dat deel ik met u. Enik treed hier niet in het domein van de rechter. Die mogelijkheden zijn ernu gewoon. Dus ik vind het ook een beetje gek om dan wel van hieruit tezeggen «wij gaan op die stoel zitten» en «wij kunnen heel goed bepalen inwelke zaak dat wel of niet zo zou moeten» – nog even los van wat onzepersoonlijke smaak is van hoe je om zou moeten gaan met mensen diezich zo gedragen in het publieke domein.De voorzitter:Goed, is dat voldoende? Ja? Dan mag mevrouw Van der Werf verder. Zijheeft nog ongeveer drieënhalve minuut.Mevrouw Van der Werf (D66):Mijn welgemeende complimenten voor het uitstekende werk dat decommissie-Schneiders heeft verricht. Ook de politieorganisatie heeft dekans aangegrepen om stappen te zetten voor medewerkersparticipatie eneen betere werkcultuur. Niet overal loopt het vlekkeloos, en daarom vindik het ook een risico om die commissie nu los te laten. Dus graag eenreactie van de Minister.Over de werkvloer gesproken ... Hoewel het qua interne veiligheid bij depolitie stukken beter gaat dan pakweg 25 jaar geleden, is het met namevoor vrouwen en mensen van kleur op sommige bureaus, zeker in derauwe realiteit van de grote steden, niet vanzelfsprekend dat zij erbijhoren. Kan de Minister aangeven hoe hij dat gaat aanpakken?Voorzitter. In een van mijn eerste debatten met de voorganger van dezeMinister ging het uitgebreid over het capaciteitstekort bij de zedenre-cherche. Kamerbreed werd toen een motie van mij gesteund, onderandere door mevrouw Michon-Derkzen en mevrouw Helder, om voor heteinde van de kabinetsperiode de capaciteitsproblemen daar op te lossen.Dat is nu zo’n vier jaar geleden, maar die tekorten zijn er nog. Juist bijzeden is dat zó belangrijk; dat toont ook het rapport van de inspectie aan.Een goede bejegening van slachtoffers is niet alleen een kwestie vanvakmanschap, het is ook een kwestie van voldoende tijd en collega’s. Watgaat de Minister doen om dit doel nu wel te halen? Ik begrijp natuurlijk datde tekorten ons dwingen om keuzes te maken, maar ...De voorzitter:U hebt een interruptie van mevrouw Mutluer. O, u mag van haar uw puntafmaken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122616 Mevrouw Van der Werf (D66):Ik begrijp natuurlijk dat tekorten ons dwingen om keuzes te maken, maarmaken we die keuzes dan ook echt, bijvoorbeeld voor snelle opsporing,waar het toch al zo knelt in de capaciteit van de politie voor zedenmis-drijven of huiselijk geweld? Is de Minister bereid om samen met de politiete kijken naar prioriteit voor de opsporing van zedenzaken?Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ik wilde even kijken wat er nog meer kwam, want collega Van der Werfheeft mij aan haar zijde als het gaat om slachtoffers van zedenmisdrijven.We zijn samen rapporteur geweest bij de Wet seksuele misdrijven. Ookdie zal leiden tot meer zedenaangiftes. Dat moet gewoon opgepaktworden. Mijn vraag is dit. Er is meer capaciteit nodig om die aangiftes opte nemen, en nog meer specialistische kennis bij de politie, maar dePolitieacademie kan die mensen niet opleiden. Is zij het met mij eens dathet een goed idee zou zijn om buiten de Politieacademie te kijken voorhoe wij zedenrechercheurs kunnen opleiden om dit soort aangiftes met dejuiste kennis zo snel en adequaat mogelijk op te pakken, zodat zaken nietop de plank blijven, dan wel mensen ontmoedigd worden om aangifte tedoen?Mevrouw Van der Werf (D66):Bij mijn weten gebeurt dat al; er wordt al breder gekeken naar hoe dit opde beste manier zou kunnen, ook naar aanleiding van meerderdeinspectierapporten. Maar ja, dat deel ik met mevrouw Mutluer, en ik hebin feite net die vraag ook aan de Minister gesteld.De voorzitter:Goed. Dan hebt u nog een interruptie van de heer Aardema, zijn laatste.De heer Aardema (PVV):Ja, dat is toch wel weer jammer. Het is zo dat bij diverse eenheden van depolitie, eigenlijk alle, recherchepsychologen werken. Die zouden volgensmij heel goed werk kunnen doen bij zedenzaken, maar ook bij stalking-zaken, die toch een verwantschap hebben met elkaar. Bent u het met meeens dat we de Minister zouden moeten vragen om eens goed te kijkennaar wat die recherchepsychologen in het land zouden kunnen betekenenqua analyse en qua vorming van nieuwe collega’s?Mevrouw Van der Werf (D66):Volgens mij heb ik de heer Aardema nu stiekem ook een beetje geholpenmet een stukje inbreng. Ik vind dat een goede suggestie.De voorzitter:Goed, dan gaat u verder.Mevrouw Van der Werf (D66):Dank. Met de versterking van de politieorganisatie denk ik ook aaneerdere beloften om zij- en doorstroom te verbeteren, want niet alleproblemen los je op met geld. Wat gaat de Minister doen om de toch watlogge politieorganisaties meters te laten maken op dit punt? Er ligtbijvoorbeeld ook een aangenomen Kamermotie om doorstromen naarhbo-functies mogelijk te maken voor mensen die de kwaliteiten hebbenmaar niet het diploma. Hoe staat het met de opvolging daarvan?Ook hebben we ons in een vorige periode hardgemaakt voor eeneerlijkere verdeling van politieagenten over Nederland, met meeraandacht voor de regio. Als het goed is, komt daar volgend jaar eenvoorstel voor – waarvoor dank – maar ik maak me wel zorgen over depraktische invulling daarvan. De politie gaf eerder aan 400 miljoen nodigte hebben voor de uitvoering van het regeerakkoord en er is maarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122617 280 miljoen. Als je in de begroting kijkt, zie je ook nog een opdracht voorruim 200 miljoen in te vullen bezuinigingen bij het Ministerie van JenV.Kan de Minister garanderen dat al deze taakstellingen hoe dan ook niet bijde politie terechtkomen, ook niet als de Minister van Financiën met debegrotingsregels gaat zwaaien?Voorzitter, dank u wel.De voorzitter:Keurig binnen de tijd. Dan is het woord aan de woordvoerder van hetCDA.De heer Boswijk (CDA):Dank u wel, voorzitter. We hebben het heel vaak over een weerbaresamenleving. Wat wij vorige week zagen bij de verschrikkelijke aanslag inRotterdam, is wat het CDA betreft een goed voorbeeld van die weerbaresamenleving. Ik sluit me aan bij collega Ergin: dank aan de burgers diedaar ingrepen, maar ook aan de hulpverleners eromheen. Onze politie-mannen en -vrouwen hebben helaas dagdagelijks te maken met hetgeweld waar deze burgers vorige week mee werden geconfronteerd.Daarvoor verdienen ze onze waardering en ons respect. De politie heeft– het werd al gezegd door collega Aardema – alleen wel vaak het gevoeldat ze een beetje de wegsleepdienst zijn. Dat zorgt voor enorm veelfrustratie.Voor de zomer heb ik Kamervragen gesteld over de afhandeling vanschade van rellen bij universiteiten. Relschoppers hebben miljoenen aanschade aangericht en geweld gebruikt tegen de politie. We hebben hiermet verbazing naar gekeken. Alleen al de Universiteit van Amsterdam had1,5 miljoen euro schade. En dan hebben we het nog niet eens over dekosten van de inzet van bussen om demonstranten te verwijderen. Ziet deMinister er iets in om deze relschoppers het bonnetje van dit gebeuren telaten zien? Het frustreert ons dat de relschoppers te weinig wordengeconfronteerd met de schade die ze hebben aangericht.De Minister gaf aan dat niet van alle demonstranten de gegevens wordengenoteerd, omdat het tijd en capaciteit van de politie kost. Het is daaromook lang niet altijd bekend welke relschopper welke vernieling heeftaangebracht. Dat maakt het voor het OM moeilijk dan wel onmogelijk omde relschoppers te vervolgen, waardoor de benadeelden hun schade nietkunnen verhalen. Dit leidt uiteindelijk tot straffeloosheid en ondernemersdie met de schade blijven zitten. Daarom heeft het CDA eerder samen metcollega Michon-Derkzen een motie ingediend om de pakkans bij groot-schalige rellen te vergroten. Vindt de Minister dat er nu voldoende wordtgedaan om deze pakkans te vergroten?Voorzitter. Het CDA ziet meerwaarde in een civielrechtelijke afhandelingvan de schade. Hierbij moet worden bewezen dat de schade het gevolg isvan het handelen van de dader, maar als de dader al door een strafrechtervoor het feit is veroordeeld, levert dat automatisch bewijs op in een civielezaak. Hoe kijkt de Minister hiernaar? Is hij het met het CDA eens dat ereindelijk eens een begin moet worden gemaakt met de juiste registratievan deze relschoppers?Wanneer je de benadeelden schade wil laten vergoeden, is het maar devraag of verzekeraars de schade willen dekken. Gegevensdeling vanpolitiegegevens is daarom cruciaal, maar het blijft op dit moment eendoorn in het oog omdat het al jaren niet goed is geregeld, wat ook heeftgeleid tot een lagere aangiftebereidheid. Is de Minister van plan om deWet politiegegevens op dit punt te verbeteren en te moderniseren, ietswat overigens ook de ambitie was van zijn voorgangers? Is de Ministervan plan om dit wél aan te pakken?Voorzitter. We willen manieren vinden om de pakkans van relschoppers tevergroten en om benadeelden hun schade op een effectieve manier telaten verhalen. We zien daarom echt een kans voor civielrechtelijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122618 aansprakelijkheid. Dat kan alleen niet zonder goede registratie engegevensdeling. Ik hoor graag hoe de Minister hiernaar kijkt.Ten slotte, voorzitter, het Veteranen Search Team. We hebben het met uwvoorganger vaak gehad over het belang van enerzijds de hulp bijvermissingszaken vanuit veteranen, maar anderzijds de revalidatie enondersteuning bij PTSS-klachten. We waren het er Kamerbreed over eensdat het Ministerie van Justitie net als het Ministerie van Defensiestructurele financiële ondersteuning moet gaan geven aan het VST. Hier isvorig jaar een motie over ingediend. Die is bijna unaniem ondertekend,maar sowieso unaniem aangenomen. Het is voor ons wel een hard gelagdat deze motie in de slipstream van de vorige Minister niet wordtuitgevoerd en er geen structurele financiering voor het VST is, terwijl erwel heel veel warme woorden voor waren van de voorganger van dezeMinister. Daarom ben ik heel benieuwd naar de reactie van deze Minister.Is hij bereid om de motie wel uit te voeren?De voorzitter:Goed. Nee, sorry, meneer Aardema, u heeft al drie interrupties gehad.Verder zijn er geen vragen? Dan is nu het woord aan de heer Six Dijkstra.De heer Six Dijkstra (NSC):Dank u wel, voorzitter. Nieuw Sociaal Contract is blij dat een overduide-lijke meerderheid van de Kamer zich vorige week heeft uitgesproken voorverbeterde zichtbaarheid en beschikbaarheid van wijkagenten. We moetende waarde daarvan niet onderschatten. Het feit dat Nederlandse politie-agenten feeling hebben met de mensen in de wijk waarin ze werken, datze deze mensen kennen en dat ze weten waar de kwetsbaarheden inwijken zitten, is cruciaal voor de preventie van criminaliteit. Dat betaaltzich terug aan de samenleving. Het is niet voor niets dat de Nederlandsepolitie zo’n hoog vertrouwen geniet onder de bevolking. Dat moeten wekoesteren en dat verdient blijvende investering.Wijkagenten kunnen zich momenteel niet voldoende bezighouden methun eigen werkzaamheden, omdat de bezetting bij de politie niet op ordeis. De streefnorm van 80% voor werkzaamheden in de wijk wordt vaak nietgehaald. Deze situatie is onwenselijk voor de agenten zelf, maar ook voorde veiligheid van wijken. Mijn vraag aan de Minister is: hoe staat het numet de uitbreiding van 700 agenten? Hoe haalbaar acht de Minister hetdat deze formatie duurzaam ingevuld wordt? Op welke termijn verwachtde Minister dat wijkagenten weer in 80% van hun tijd hun eigenlijkewerkzaamheden in of voor de wijk kunnen uitvoeren? Heeft het kabinetmomenteel inzichtelijk in hoeveel wijken in Nederland het moeilijk is omgeschikte wijkagenten te vinden? Hoe groot is dat probleem? Is ookbekend in welke gebieden of wijken in Nederland dit probleemmomenteel het meeste knelt? Ten slotte op dit onderdeel: is er inalgemene zin zicht op in welke mate de werkdruk voor wijkagenten nogbehapbaar is, op hoe hoog de uitval en het verloop zijn, en of het ambt,ondanks alle extra taken, nog wordt beschouwd als een aantrekkelijkberoep? Hoe schat de Minister het risico in dat door onderbezetting teveel taken bij één persoon belegd zijn, waardoor wijkagenten uitvallen?Voorzitter. In het eerste halfjaarbericht politie zijn we als Kamer geïnfor-meerd over de uitvoering van de motie-Omtzigt/Mutluer inzake hetonderzoek naar de activiteiten van het Team Openbare Orde Inlichtingenin de afgelopen vier jaar. De voorganger van de Minister gaf aan hier geentaak te zien voor de CTIVD, maar dat de Autoriteit Persoonsgegevens hetonderzoek wel kon opstarten. Heeft de Minister reeds contact gehad metde AP hierover? Kan hij ons een update geven over de voortgang?Voorzitter. Naar aanleiding van zorgen van de Autoriteit Persoonsge-gevens onderzoekt de regering een grondslag voor de toepassing vanrealtime gezichtsherkenningstechnologie in de publieke ruimte door depolitie, binnen de kaders van de AI Act. Dit is een ingrijpend middel. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122619 Minister zal het uiteraard met mij eens zijn dat dit instrument nietlichtzinnig ingezet moet worden. Kan de Minister een schot voor de boeggeven over wat wij qua scope kunnen verwachten bij deze grondslag? DeAI Act biedt een uitzondering op het verbod hiervan aan lidstaten voortoepassingen exclusief binnen het domein van nationale veiligheid, maardat is een moeilijk af te bakenen begrip. Waar begint en eindigt volgenshet kabinet dit domein als het gaat om politiewerk? Zou de Ministervoorbeelden kunnen geven van toepassingen die hier volgens dekabinetsvisie duidelijk wel en duidelijk niet onder zouden vallen?Tot slot, voorzitter. De Inspectie JenV heeft zorgen geuit dat de ontwikke-lingen van het kwaliteitssysteem dat nodig is voor effectief toezicht op deuitvoering van de hackbevoegdheid door de politie de streefdatum vanhet eerste kwartaal 2025 niet gaat halen, vanwege capaciteitsgebrek bij depolitie, waarbij de wel beschikbare ontwikkelcapaciteit geprioriteerd zouworden voor de operationele politie-inzet. Uiteraard begrijpt mijn fractiedit prioriteringsdilemma, maar kan de Minister wel garanderen dat hetkwaliteitssysteem inderdaad op tijd operationeel is, zodat er goed toezichtmogelijk is? Zo niet, kan hij anders met de inspectie en de politie totgoede werkafspraken komen?Dat was ’m van mijn kant. Dank u wel.De voorzitter:Hartelijk dank. Keurig binnen de tijd. Dan is nu het woord aan mevrouwMichon-Derkzen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Dank u wel, voorzitter. We hebben ontzettend veel onderwerpen en weinigtijd. Ik zal dus ook focus in mijn bijdrage aanbrengen. Ik wil natuurlijkbeginnen met het danken van de politie voor het feit dat zij dag en nachtklaarstaan voor ons en naar voren stappen terwijl anderen logischerwijsjuist even naar achter zouden stappen. Heel veel dank daarvoor.Voorzitter. Ik heb in deze periode eigenlijk maar één agendapunt, namelijkzichtbare, benaderbare en bereikbare politie op straat. Dat is nu niet hetgeval. Het aparte is dat je ziet, als je er begrotingen op naslaat – dat doenwe natuurlijk ook ter voorbereiding op ons grote debat aan het einde vanhet jaar – dat de politiebegroting de afgelopen zeven jaar behoorlijk isgestegen, van 5,5 naar 7,5 miljard. Je denkt eigenlijk: wat zien we daarnou voor terug aan resultaten? Er zijn allerlei verklaringen waarom dat zois, maar daar wil ik eigenlijk niet al te lang bij stilstaan, want ik wil heelgraag naar de oplossingen toe.Voorzitter. Ik denk dat een belangrijke oplossing zit in sturing: sturing vandeze Minister en sturing van de korpsleiding. Daar heb ik alle vertrouwenin. Ik wil graag een paar suggesties daarvoor doen, om daar een beetje bijte helpen. Het gaat mij dus om meer blauw op straat, om zichtbare enbenaderbare politie. Ik heb hier al vaker gezegd: een politieagent kan ééndienst per maand draaien, want met elf diensten houd je de executievestatus, terwijl je de facto kantoorwerk doet. Ik wil eigenlijk dat we af gaanvan de kantoortijgers binnen de politie en dat het draaien van diensten,meedraaien in operationeel werk, centraal komt te staan. Juist datkantoorwerk, dat natuurlijk ook nuttig kan zijn, moet primair zijn voor deagenten die fysiek of mentaal minder fit zijn. De rest moet gewoon destraat op. Dat gebeurt nu in heel veel gevallen niet.Mijn tweede punt – dat hebben meerdere collega’s al eerder gezegd – isdat ik vind dat er veel meer mensen van buiten moeten worden gehaald.Je kunt IT-experts en financiële experts van buiten halen. Zij kunnen eenprima bijdrage leveren aan het werk dat de politie doet. Dat gebeurt ookwel, maar het is bijna idioot dat ze vervolgens niet door kunnen groeienzonder toch door de hele wasstraat van de politie te komen en door depolitieacademie blauw geverfd te worden. Daar moeten we echt vanaf. Depolitie moet een organisatie worden die in verbinding staat met mensenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122620 die niet al op jonge leeftijd door de Politieacademie zijn gegaan. Graageen reactie van de Minister daarop en dan vooral op het doorgroeien vanzijinstromers.Een heel belangrijk punt is samenwerking met partners. Ik wil beginnenmet de boa’s. Boa’s en politie werken nu in elke gemeente nauw samen.Die samenwerking is niet meer weg te denken, maar het is voor boa’sbijvoorbeeld nog steeds niet mogelijk om inzage te krijgen in hetrijbewijsregister. Dat hebben we hier al vaak gezegd. Als je een boadaadwerkelijk wilt laten bijdragen aan het werk van de politie, moet je dieboa ook in staat stellen om dat werk goed te doen. Ik heb begrepen dat wenog weer twee jaar moeten wachten voordat de inzage in het rijbewijsre-gister, die nodig is om de ID van mensen te checken, er komt. Dat staat ineen motie uit 2022 van mij. Het moet echt sneller. Als wij willen dat depolitie partnert met bijvoorbeeld boa’s, Defensie, KMar en privatebeveiligers, dan moeten we daar een project van maken met doelstel-lingen en financiering. Want we zeggen het hier met z’n allen, maar wezien in de praktijk dat het niet automatisch gaat; daar is echt sturing opnodig. Ik wil eigenlijk een agenda voor de samenwerking van de politiemet partners, met doelstellingen en financiering.Tot slot, voorzitter, de innovatie. Deze ochtend zag ik hierover hele mooiewoorden van de Minister. Ik zou hem willen vragen om daarover hier nogiets meer te zeggen. Hoeveel geld gaat er naar innovatie? Als webijvoorbeeld naar de begroting kijken, zien we ...De voorzitter:U bent door uw tijd heen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ja, vier minuten. De laatste zin. In de begroting zien we dat deICT-component bij de politie 13% is. Tien jaar geleden was het 13% en nuis het nog steeds 13%. Klopt dat nog wel? Graag een reactie van deMinister daarop.De voorzitter:Oké, hartelijk dank. U heeft nog een interruptie van mevrouw Van derWerf. Dat mag, maar dat is tevens haar laatste.Mevrouw Van der Werf (D66):Prachtig, voorzitter. Dank aan mevrouw Michon voor haar inbreng. Overgrote delen daarvan ben ik het zeer met haar eens, maar toen ze het aanhet begin van haar betoog over een zichtbare politie had, vroeg ik me weleven af of ze soms op een andere planeet heeft geleefd. Het Ministerievan JenV is kabinetsperiode na kabinetsperiode door VVD’ers bemandgeweest. Als ik u zo beluister, lijkt het net of uw partij daar part noch deelaan had. Ik denk dat de vraag hoe het komt dat die zichtbare politie er nogniet is dus ook enige zelfreflectie van uw kant vraagt.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Inderdaad. In de jaren dat de VVD aan het roer stond van dat ministerie– gelukkig is dat vandaag de dag weer zo, of nog steeds zo, zou ik willenzeggen – is de politiebegroting omhooggegaan. In 2017 hadden ze eenbegroting van 5,5 miljard en in 2024 is dat bijna 8 miljard, dus ik ben heeltrots op wat we als VVD hebben gedaan voor de politie. Mevrouw Van derWerf vraagt hoe het kan dat er niet voldoende agenten op straat zijn. Daarhebben we het hier uitgebreid met elkaar over gehad. Ik wil in dit debatgraag naar de oplossingen, maar ik kan die analyse hier nog wel een keerneerleggen. Het zit ’m in de enorme pensioengolf, de enorme druk opbewaken en beveiligen en de beperkte capaciteit van de Politieacademie,die wij een monopolie geven in het opleiden van politieagenten. Al diefactoren maken dat er te weinig agenten op straat zijn, terwijl het geld erTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122621 wel is. Mijn punt is dus ook: zet dat geld slim in, ga meer partnerschappenaan met andere partijen en zorg voor meer innovatie, zodat we de politieallemaal zien en de politie er voor ons is.De voorzitter:Dank voor dat antwoord. Dan gaan we door naar de heer Eerdmans.De heer Eerdmans (JA21):Voorzitter, dank je wel. Ik begin bij de demonstraties. We zien de laatstetijd steeds vaker dat demonstraties ontaarden in rellen doordatraddraaiers de demonstratie doelbewust proberen te kapen. Dat zagen webij XR en in het verleden ook wel bij BLM. Ik wijs even op de demon-straties bij de UvA in mei, waarbij voor 1,5 miljoen aan schade is geleden.Ik vroeg me af of daar sinds die tijd iets van is verhaald op de daders.Voorzitter. Gemaskeerde activisten blokkeerden gisteren nog voor detweede keer de Kromhout Kazerne in Utrecht. De Minister gaf op13 september bij Café Kockelmann aan dat hij dit probleem met demon-straties ook ziet. Hij zei dat demonstranten vaak geen ID bij zich hebben,dat ze met grote groepen zijn en dat ze in sommige gevallen volstrektonherkenbaar zijn. Dat is een probleem. De heer Stoffer en ik hebben daarafgelopen donderdagnacht een motie over aangenomen gekregen. In diemotie vragen we om een wetswijziging om gezichtsbedekking bijdemonstranten te verbieden. Ik vroeg me af wanneer we die wetswijzigingvan het kabinet tegemoet kunnen zien. We zien het overigens ook inFrankrijk, België, Canada en Bulgarije. Die landen hebben ook al zo’nverbod, dus juridisch is daar goed naar te kijken.Voorzitter. Is de Minister ook voor een wasstraat? Daar heb ik ook voorgepleit. Dat gaat over een wasstraat bij demonstraties waarbij je ziet datmensen de boel ontregelen. De politie kan dan een wasstraat organiserenom kwaadwillende demonstranten effectief op te pakken.Voorzitter. In het regeerprogramma lees ik ook over een verbod opgezichtsbedekking bij hooligans in het betaald voetbal. Daar ben ik ookvoor. In het regeerprogramma staat: meer handhaving door de KNVB opgemaskerde of bedekte voetbalhooligans. Hoe staat het eigenlijk met diehandhaving? Is dat niet ook een probleem?Voorzitter. Ik ga door naar de politie, want daar wil ik nog wat over vragen.Wat het kabinet doet aan voetbalgeweld vind ik goed, namelijk hetinvoeren van het Engelse model. In drie gemeentes wordt een pilotuitgeprobeerd met een digitale meldplicht, gekoppeld aan een gebieds-verbod. Maar ik vind het wel naïef als de Minister zegt: als we demeldplicht hebben, dan zal er minder of weinig politie nodig zijn. Ik denkniet dat je een klassieker in de Eredivisie gaat spelen zonder politie,ondanks dat er geen uitsupporters zijn. Ajax-Utrecht lijkt me ook eenwedstrijd waarbij je met een meldplicht nog steeds politie nodig hebt.Anderzijds is mij opgevallen dat de politie heeft gestaakt tijdens Twente-Sparta, NAC-Ajax, Almere City-PSV en FC Groningen-AZ, maar dat diewedstrijden gewoon door zijn gegaan. Ik heb daarbij niet veel ellendegezien. Geeft dat ook niet aan dat je inderdaad bij sommige wedstrijdenjuist heel prima zonder politie zou kunnen? Graag een reactie.Voorzitter. Dan ga ik even naar de opmerking van de Minister in DeTelegraaf vanochtend. Ik vond het een goed interview. Ik vond «zuinig zijnop de politie» wel een goed statement. Er stond een aantal goedeopmerkingen in. Ik vroeg me in dit verband het volgende af. Kijk, wemoeten zuinig zijn op de politie, maar dat betekent ook dat we die niet tesnel in een hokje moeten stoppen. Dat gebeurt helaas vaker en vaker. Ikdenk dat we doorslaan op het gebied van de racismekaart. Die wordt ookdoor sommigen hier aan tafel getrokken. Ik vind dat kwalijk. Daar heb ikme ook al over geuit. Vindt de Minister dit ook? Snapt u dat agenten zichonveilig voelen als zij zonder enige reden in het racistenhoekje wordengeplaatst? Graag een reactie daarop.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122622 Voorzitter. Dan ga ik tot slot naar oud en nieuw. Dat komt er weer aan. Ikvroeg me af hoeveel vandalen van vorig jaar komende oud en nieuwthuiszitten? Hoeveel hebben een huisarrest? We weten: het geweld tegenhulpverleners neemt helaas toe. 52% van de politieambtenaren wordtmeer geconfronteerd met geweld. Het aantal slachtoffers neemt toe endat is zorgelijk, heel zorgelijk. Kan de Minister bijvoorbeeld iets meerzeggen over de controles op de grens met België, ook wanneer het gaatom illegaal vuurwerk? Worden die toegepast dit jaar? En inderdaad, hoestaat het met het taakstrafverbod voor geweld tegen hulpverleners? Datstaat terecht in het regeerprogramma. Ik ben erg benieuwd naar de snellevoortgang hierop.Voorzitter. Daar laat ik het bij.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. We gaan binnenkort in een afzonderlijk overlegspreken over de Landelijke Eenheid en het rapport van commissie-Schneiders, maar ik kan daar nu ook al op vooruitlopen. Wat mij betreftblijft de commissie-Schneiders de transitie van de Landelijke Eenheidmonitoren. Ik neem geen genoegen met alleen maar een adviesfunctievoor de heer Schneiders. Als ik andere collega’s beluister, denk ik dat eenmeerderheid daarvoor te porren is. Ik ga daar nu dus wel alvast opvooruitlopen.Verder heb ik in mijn bijdrage een aantal andere gevoelige onderwerpen.Ik wil wederom beginnen met PTSS bij de politie en vooral de afhandelingdaarvan. Als bij iemand de diagnose PTSS is vastgesteld, zou het eigenlijkde normaalste zaak van de wereld moeten zijn dat de werkgever daarruimhartig mee omgaat, ook als het gaat om de financiële compensatie.Daar hoort in mijn beleving niet bij dat politiemensen ver in juridischeprocedures worden getrokken en voor de rechter hun zaak moeten gaanbepleiten.Er is al de Commissie van Advies Restschade Afwikkeling Politie, die heteen en ander kan doen in het adviseren van de politiechef, maar ik heb deafgelopen tijd ook heel veel brieven en telefoontjes ontvangen vanpolitiemensen die nog steeds in een juridische strijd zitten. We hebbennog te maken met ongeveer 200 oudere zaken. Wat mij betreft moet daargewoon een streep onder worden gezet, het liefst – ik noemde het al in deinterruptie – met een generaal pardon, zodat ook deze politieagentengewoon verder kunnen met hun leven. Zorg dan in ieder geval dat deadviezen van de commissie zonder uitzondering opgevolgd kunnenworden. Het regeerprogramma staat namelijk vol met de woorden«menselijke maat». Ik zou zeggen: maak die waar. Dat zeg ik overigensmede namens Janny Knol, die als politiechef vandaag ook aanwezig is,wat hartstikke fijn is. Inventariseer wat nodig is en maak het leven vandeze agenten, die zich heel hard hebben ingezet voor de samenleving, watmakkelijker.Ik weet dat de Minister nu met de politiebonden in onderhandeling is overhet vroegpensioen. Ik wil een broedende kip uiteraard niet meteen storen,maar ik steun de agenten absoluut in hun strijd voor een goede pensioen-regeling. Ik wil dat de Minister er met hen uit komt. Dit is geen inspan-ningsverplichting; dit is wat mij betreft een resultaatverplichting.Voorzitter. Dan het vertrouwen. Dat is in het algemeen nog steeds goed,zoals ook uit de nieuwe cijfers van Movisie blijkt. Dat is fijn, want ik vinddat politieagenten enorme waardering verdienen. Aan het beeld uit derapportage van het reputatieonderzoek zitten wat mij betreft wel wathaken en ogen. Men vindt bijvoorbeeld de kernwaarde verbindend vanalle aspecten het minst bij de politie passen. Ik vind dat niet gek als ik deberichten hoor dat al die politieposten verdwijnen. Ik vind het niet rijmenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122623 met de wens van dit kabinet en voorgaande kabinetten voor meer blauwop straat dat je toelaat dat die posten verdwijnen, getuige de antwoordenvan de Minister op onze schriftelijke vragen naar aanleiding van Wolvega.Dat behoeft in mijn beleving tekst en uitleg van deze Minister.Als je dat gaat koppelen aan de berichten dat er binnen de politie sprake isvan grensoverschrijdend gedrag, dan bestaat het risico dat hetvertrouwen binnen de samenleving onder druk komt te staan. Dat zijngeen incidenten meer. Ik schrik van de berichten bij het basisteamRotterdam Centrum en bij de Blauwe Haven, waar nota bene politie-agenten voor PTSS naartoe gaan. Ik wil van de Minister weten wat hij gaatdoen om dat grensoverschrijdend gedrag de kop in te drukken. Moeten de168 eenheden doorgelicht worden? Moet er een adviescommissie komen,zoals in Rotterdam is bedacht? Doe je dat niet, dan gaat die uitsluitingbinnen de politieorganisatie normaliseren. Dat gaat zijn weerslag vindenin de samenleving. Op dat laatste punt ...De voorzitter:U zit aan uw tijd.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Oké. Wat betreft dat laatste punt wil ik de Minister vragen om in te gaanop wat er in Staphorst is gebeurd, waarbij demonstranten die vreedzaamdemonstreerden en Amnesty werden belaagd. Ik vond de antwoorden inde reactie van de Minister veel te karig op dat punt.De voorzitter:Hartelijk dank. Er zijn geen interrupties, dus we gaan door naar de heerVan Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank u wel, voorzitter. «De politie is je beste vriend.» Dat is helaas geencitaat van mijn kinderen, moet ik zeggen. Ik vroeg me zojuist bezorgd af ofde kinderen van mevrouw Van der Werf misschien een betere opvoedinghebben gehad dan die van mij. Dat zou zomaar kunnen. Dat zou zekerkunnen! Maar dat is een ander dossier.«De politie is je beste vriend.» Daaraan moest ik denken toen ik de oproepvan Extinction Rebellion zag om de politie op te roepen aanwezig te zijnbij hun zoveelste snelwegblokkade. Toen de politie een staking aankon-digde vanwege het vroegpensioen, stonden rebellerende groeperingenerop dat de politie hun bescherming bood, al was het maar om de politievervolgens voor de rechter te kunnen dagen vanwege vermeendpolitiegeweld.Voorzitter. In de afgelopen jaren werd een steeds groter beroep op depolitie gedaan, terwijl daar niet genoeg geld en personeel voor was. Zolazen we dat met name de uit de hand gelopen klimaatdemonstraties totinzet van 16.000 agenten hebben geleid. De SGP juicht het toe dat er inhet regeerprogramma extra middelen worden vrijgemaakt voor de politie,maar ik plaats daarbij gelijk de kanttekening dat de meerwaarde van dieextra middelen voor een deel ook afhangt van wat daarvoor extra aan depolitie wordt gevraagd.Voorzitter. In de ontwikkelagenda Politiefunctie, die op 7 december 2023met de Kamer is gedeeld, werkt het kabinet opties uit voor het vermin-deren van de druk op de politiecapaciteit. Wat de SGP betreft keert depolitie snel terug naar haar kerntaken en is een wijkagent ook daadwer-kelijk zichtbaar in de wijk om in de haarvaten van de samenleving teopereren. Wat volgens mijn fractie niet vanzelfsprekend binnen depolitietaken zou moeten vallen, is het faciliteren van voetbalwedstrijden.Het is stuitend en het gaat alle proporties te buiten dat er voor eensportwedstrijd zo veel politie op de been moet worden gebracht. Is deMinister bereid te onderzoeken of organisatoren van grote evenementenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122624 met een hoog veiligheidsrisico of illegale acties waarbij grootschaligepolitie-inzet nodig is, zelf kunnen bijdragen aan de kosten voor politieca-paciteit?Voorzitter. De SGP ziet inzet van de politie om te focussen op de aanpaken het stoppen van relschoppers uit het inspectierapport over Staphorstgraag terug in de steeds maar terugkerende snelwegblokkades. Wanneeractivisten de «meest verstorende» bezetting van de A12 aankondigen,teneinde op chanterende wijze hun zin te krijgen, kan zonder omwegengesproken worden van een ordeverstorende actie. Is de Minister het metde SGP eens dat wanneer de signalen zo duidelijk zijn dat de inzet vanzogenaamde demonstranten er enkel op gericht is om een grote ordever-storing te veroorzaken, het optreden van de politie erop gericht moet zijneen dergelijke actie te voorkomen, in plaats van dat het bevoegd gezag depolitie opdraagt dit te faciliteren of slechts in goede banen te leiden?Voorzitter. De Minister heeft al eerder aangegeven te willen onderzoekenof we binnen het demonstratierecht grenzen kunnen stellen. De SGP wijstde Minister graag op wat er nu al wél kan: artikelen 2 en 7 van de Wetopenbare manifestaties bieden nu al mogelijkheden om demonstraties opverboden plaatsen te voorkomen of zo snel mogelijk te beëindigen. Is deMinister bereid hier bij lokale gezagsdragers nadrukkelijk op aan tedringen?Voorzitter. Mede in het licht van verbetering van opsporing hebben decollega’s Eerdmans en Stoffer vorige week een motie ingediend om eenverbod op gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties in te voeren. Invoorbereiding op dat wetsvoorstel wijs ik de Minister graag op hetonderzoek van het WODC hiernaar dat is uitgevoerd naar aanleiding vande aangenomen motie-Schalk, mijn oud-collega in de senaat. Wanneerkan de Kamer dit voorstel van de Minister verwachten?Dank u wel.De voorzitter:Hartelijk dank. Dan is als laatste het woord aan de woordvoerder van deSocialistische Partij, de heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Dank u wel. Ook wij hebben heel veel respect voor de agenten, demannen en vrouwen die dag in, dag uit zorgen voor onze veiligheid eninderdaad een stap vooruit doen in situaties waarin veel anderenlogischerwijs een stap naar achteren zouden doen. Daar hebben wij heelveel respect voor en daar zijn we dankbaar voor.Maar de omstandigheden waarin deze agenten hun werk moeten doen,zijn verre van ideaal. Ze hebben te weinig collega’s, er is een te hogewerkdruk, er zijn haperende ICT-systemen. Hoe staat het nu eigenlijk metde problemen met C2000, Minister? Maar ze gaan met haperendesystemen op de meest heftige incidenten af. En als je iets overkomt en jeloopt bijvoorbeeld PTSS op, dan moet je maar hopen dat je werkgever ervoor je is. Waarom is er nou nog steeds geen geloofwaardig enwarmhartig zorgbeleid bij mentale blessures zoals PTSS? Ik sluit me op ditpunt graag aan bij bijvoorbeeld mevrouw Helder, die daar warmewoorden over sprak.Het is dus ongelofelijk heftig en zwaar werk. Ik hoop dat we daar geenmeningsverschil meer over hebben: het is zwaar werk. Deze agentenkunnen niet tot hun 67ste achter de boeven aan. Dat gaat niet. Waarommoeten die agenten dan actievoeren voor hun vroegpensioen, voor dieRVU? Ik steun die acties volop, maar het is eigenlijk schandalig dat hetnodig is. Wat zijn alle mooie woorden, ook hier vandaag weer, waard alsdit gewoon niet geregeld is? Dus, Minister, fix het. De politiemensenworden al zes maanden gegijzeld in een patstelling. De Minister kan ditoplossen. Wanneer komt de Minister met structurele oplossingen vooreen structurele vroegpensioenregeling voor die politiemedewerkers?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122625 Over de capaciteit. Het is eigenlijk vrij simpel: de politie heeft te weinigcollega’s en te veel taken, want alle maatschappelijke problemen en takenkomen op het bordje van de politie terecht. De Minister noemde hetvoorbeeld van de zelfscankassa’s. Dat klopt: de supermarkt bezuinigt oppersoneel en de politie mag het vervolgens oplossen. En als vorigekabinetten de ggz afbreken, is de politie het duizenddingendoekje dat hetop mag gaan lossen en vervolgens de handen vol heeft aan mensen metverward en onbegrepen gedrag. Wij hebben hier zelf in het verleden alveel voorstellen voor gedaan en nu lees ik er ook zaken over terug in hetregeerprogramma, maar wanneer kunnen we dat concreet verwachten?Het is taaie kost – dat weet de Minister waarschijnlijk ook – maar wanneergaan we er iets van merken? Komen er oplossingen voor de problemen inde ggz? Die zie ik namelijk weer niet terug in het regeerprogramma. Wekunnen hier dus wel zeggen dat die taken van het bordje van de politieafgaan, maar ik heb daar een hard hoofd in als ik kijk naar wat er over dezorg wordt opgeschreven. Hoe gaat dit de politie dus concreet helpen? Enwanneer?In de begroting voor volgend jaar is er te weinig geld om de basis op ordete krijgen. Het korps moet de komende jaren interen op de zorgplicht enopleidingsambities voor het politiepersoneel, aldus de bonden. Agentenmoeten nog tot 2032 werken in een onderbezette organisatie met een tehoge rooster- en werkdruk. Waarom staan we dat eigenlijk toe? Het isongezond en het maakt het niet aantrekkelijker om bij de politie te komenwerken, terwijl we nou juist zo veel jonge, nieuwe mensen nodig hebben.De Politieacademie zit vol, maar als je kijkt naar de verwachte uitstroom,dan is er veel meer nodig aan instroom bij de basis, bij de recherche, etcetera. Ook hier pleit ik al geruime tijd voor: breid dan die opleidingscapa-citeit uit. Dat is nodig voor een gezonde blauwe toekomst. Graag eenreactie.De bereikbaarheid van de politie vindt deze coalitie belangrijk. Afgelopenvijf jaar is een kwart van de politiebureaus dichtgegaan. Door grovebezuinigingen uit het verleden dreigen er vandaag de dag nog steedssluitingen van politiebureaus. We hebben niet minder, maar juist meerpolitiebureaus en meer bereikbaarheid nodig. Waarom zouden we dat duslaten gebeuren, bijvoorbeeld in Wolvega? Ik zeg hier tegen de collega’s:laten we een voorstel indienen om vanaf nu te stoppen met de sluitingen.Zo ingewikkeld is het nou ook weer niet. Je moet bij de politie terecht-kunnen in je eigen omgeving. De wijkagent, als ogen en oren in de wijk, isvan groot belang. Iedereen zegt het hier. Het gaat om kennen en gekendworden. Wanneer gaan mensen in de buurten iets merken van de beloftesop dit gebied?Onze politie is van en voor iedereen, maar dat wordt lang niet altijd zoervaren, niet alleen door mensen op straat, maar ook niet binnen deorganisatie. Het is al gezegd hier: met name in Rotterdam zijn vaak en veelproblemen bekend geworden van discriminatie en racisme bij de politie.Dat kan niet; dat is onacceptabel. Maar ik krijg voorzichtig het idee ...De voorzitter:U zit over uw tijd, meneer Van Nispen. Wilt u afronden?De heer Van Nispen (SP):Ja, dat zal ik doen, voorzitter.Ik krijg voorzichtig het idee dat er zaken aan het veranderen zijn, dat erdoor de leiding wordt ingegrepen en dat de verbeterprogramma’s huneffect beginnen te krijgen, maar dat is natuurlijk moeilijk meetbaar. Hoeziet de Minister dat?Helemaal tot slot, voorzitter, de Landelijke Eenheid. Er is hier en daar alwat over gezegd, maar ik vind eigenlijk dat het de Minister zijn eer te na isdat de Kamer zich daar weer apart in moet gaan verdiepen met eenrondetafelgesprek en een apart debat et cetera. Waarom zegt de MinisterTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122626 niet: «Ik ga de problemen daar oplossen. Ik laat een vinger aan de polshouden en ik zorg ervoor dat er wordt geluisterd naar de mensen die hetechte werk doen en dat er leidinggevenden zitten die daar respect voorhebben»? Kortom – ik moet afronden – laat de Minister orde op zakenstellen, maar vanuit de Kamer zal er een voorstel komen om decommissie-Schneiders aan het werk te houden.Dank u wel.De voorzitter:Helder. Geen interrupties? Dan zijn we hiermee aan het einde gekomenvan de eerste termijn van de Kamer. Hartelijk dank allemaal voor uwgepassioneerde inbreng. Ik kijk even naar de Minister. 25 minuten?Uitstekend. Dan schors ik tot 11.35 uur. Ik zie u zo meteen.De vergadering wordt van 11.16 uur tot 11.40 uur geschorst.De voorzitter:Dames en heren, wij gaan verder met deze vergadering. We zijn aange-komen bij de eerste termijn van de zijde van het kabinet, de Minister. Ikzou de leden willen vragen om in deze termijn twee interrupties te doen,maar dat hoeft niet natuurlijk. Graag kort en bondig, want we zitten aan detijd. Minister, als u ook enigszins kort en bondig kan antwoorden, zou ikdeze termijn graag om 12.30 uur willen afronden. Dan hebben wenamelijk nog tijd voor een tweede termijn als de leden daar behoefte aanhebben en dat denk ik wel. Oké. Dan gaan we het zo doen. Meneer deMinister, aan u het woord.Minister Van Weel:Dank, voorzitter. Ik ga mijn uiterste best doen om zo kort en zo bondig,maar wel zo volledig mogelijk alle vragen van de leden te beantwoorden.Voor ik begin aan mijn algemene inleiding, wil ik toch even stilstaan bijhet incident in Rotterdam afgelopen donderdagavond, ook omdatdaarover vragen werden gesteld. Laat ik eerst zeggen dat onze gedachtennatuurlijk vooreerst zijn bij de nabestaanden, de slachtoffers en ook bij deooggetuigen, die daar een traumatische ervaring hebben gehad. Laat mijaansluiten bij al diegenen van u die hebben gezegd hoeveel waardering eris voor de mensen die daar opstonden, die daar een stap naar vorenzetten en hebben voorkomen dat dit veel erger afliep.Zoals u weet is de verdachte een 22-jarige man uit Amersfoort, die op ditmoment wordt verdacht van moord, en ook moord met een terroristischoogmerk. Maar deze man – dat heb ik ook in een brief die ik samen metStaatssecretaris Coenradie naar uw Kamer heb gestuurd – heeft ook eenlange geschiedenis met justitie en politie. Dat is ook de reden dat wij deinspectie hebben gevraagd om onderzoek te doen – de inspectie heeft ooktoegezegd dat te zullen doen – naar alles wat er is gebeurd in de geschie-denis met deze persoon of we daar lessen uit kunnen leren voor detoekomst. Dat staat dus helemaal los van het strafrechtelijke spoor, datnatuurlijk gewoon z’n route moet vinden. Maar wij vonden het welbelangrijk om dat meteen in gang te zetten. Ik denk dat ik daarmee dieantwoorden heb gegeven.Ik heb overigens de desbetreffende personal trainer «de held vanRotterdam» genoemd, maar laat mij daaronder ook al die anderenscharen die natuurlijk aan binnen in die kroeg evenzeer hebben bijge-dragen aan deze afloop, want die had nog veel erger kunnen zijn. Totzover Rotterdam.Dan wil ik even bij de politie in algemene zin stilstaan, omdat het deeerste keer is dat ik met u in een commissiedebat zit dat specifiek over depolitie gaat. Laat ik beginnen met een woord van waardering voor allepolitiemedewerkers. Ik heb al tijdens mijn eerste werkbezoeken gezien datwij veel vragen van onze politiemensen, die dag in, dag uit aan deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122627 frontlinie staan om ons land vrij en veilig te houden. Ik merk ook bij alleleden hier in de Kamer enorm veel waardering voor de politie. Ik merk datook in de samenleving. Het vertrouwen van onze samenleving in depolitie is groot. Ik denk dat ik dat ook heb willen vangen in de tekst vanmijn interview met De Telegraaf door te zeggen: we moeten zuinig zijn oponze politiemensen, omdat de positie die ze hebben in onze maatschappijvan heel groot belang is. Ik voel daar heel veel steun voor en datmotiveert mij enorm om de politie de komende jaren nog slagvaardiger temaken.Ik heb drie prioriteiten in algemene zin gesteld voor mijn periode in hetkabinet voor Justitie en Veiligheid. Dat zijn het verhogen van deweerbaarheid van de samenleving, het verdergaan met de aanpak van degeorganiseerde criminaliteit en het versterken van het vertrouwen in derechtsstaat. Bij alle drie de prioriteiten speelt de politie een cruciale rol enis die onmisbaar. Dat is ook een van de redenen dat een groot deel van deintensiveringen die dit kabinet voor nationale veiligheid heeft vrijgemaakt– dat zijn de 300 miljoen en later nog de 100 miljoen – ten goede komenaan de politie. Het gaat om zo’n 180 miljoen van de 300 miljoen en eengroot deel van de 100 miljoen, al komen we daar nog nader over tespreken omdat die invulling voor de begrotingsbehandeling nog zalworden afgestemd met Financiën en dan naar u toekomt met een notavan wijziging.Dat zijn investeringen die niet allemaal direct gaan naar extra personeel.Laat ik beginnen met de capaciteit van de politie en wat we daaraankunnen doen. Een groot aantal van u heeft geconstateerd dat er inderdaaddoor de afgelopen kabinetten een hoop is geïnvesteerd in meer capaciteitvoor de politie. In totaal gaat het om zo’n 4.000 extra functies tijdens delaatste twee kabinetten-Rutte. Daar zijn we vanuit Justitie en Veiligheid envanuit de politie natuurlijk heel blij mee, maar het realiseren van diecapaciteit kent grote uitdagingen. Een aantal van u heeft dat ookopgemerkt.Ten eerste zitten we in een krappe arbeidsmarkt, terwijl een aantal groteorganisaties – daar is de politie er een van, maar laten we ook Defensie enandere organisaties niet vergeten – op dit moment ook groeien en eenberoep doen op diezelfde krapte op de arbeidsmarkt. We hebben ook temaken met een groot aantal medewerkers die met pensioen gaan. Devergrijzing, die natuurlijk ook doorwerkt in het politiebestand, zal dekomende jaren zorgen voor een hogere uitstroom en – door een aantalvan u is dat ook al genoemd – we hebben ook uitstroom dieniet-leeftijdsgebonden is. Er zijn ook mensen die de politie tussentijdsverlaten en wat anders gaan doen. Ook dat hangt deels, maar niethelemaal, samen met hoe die arbeidsmarkt eruitziet. Het kan nu ergaantrekkelijk zijn om elders een functie te vinden. Maar er zijn natuurlijkook – daar kom ik straks op terug – dingen die de politie beter kan doenals het gaat om behoud of doorstroom van personeel.Natuurlijk moeten we allereerst proberen om de formatie op de gewenstestand te krijgen. Dat gaat lukken, ga ik u vertellen. De Politieacademie zitvol. Het werd al door meneer Aardema gezegd: het animo om te werkenbij de politie is groot. Maar de capaciteit bij de Politieacademie is ookbeperkt. In combinatie met die uitstroom stijgt het politiebestand dus wel,maar minder snel dan we allemaal zouden willen. Daarbovenop nu meeren hogere targets voor het aantal agenten te leggen, gaat de komendejaren niet heel veel uithalen, vrees ik. Daarom hebben we bij de bestedingvan die extra gelden voor de politie bekeken hoe we kunnen zorgen dat depolitie zich meer kan richten op – ik hoor het u in grote meerderheidzeggen – de zichtbaarheid van de politie in die wijken en de benader-baarheid voor de burger. Daar gaat dus ook een groot deel van de extrainvesteringen naartoe.Dat zit hem verder in innovatie en digitalisering. Digitalisering: niet alleenomdat dat het werk vereenvoudigt en zeker de administratieve kant kanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122628 ontlasten, maar ook omdat we zien dat een heel groot deel van decriminaliteit online toeneemt en wij ons ook daartoe zullen moetenverhouden. Om die reden gaat er ruim 40 miljoen naar de bestrijding vanonlinecriminaliteit en cybercrime. Innovatie: omdat ik geloof – ik heb datook gezien in mijn vorige functies bij de NAVO – dat innovatie een verschilkan maken in de taakuitvoering, zeker daar waar sprake is van personeels-schaarste.Ik kan u bijvoorbeeld wijzen op het gebruik van drones in het conflict inOekraïne en de enorm toegenomen zichtbaarheid die dat heeft gegeven.Door drones te gebruiken hoef je minder mensen in gevaar te brengen. Ikgeloof dat daar ook waar het politiewerk betreft stappen te maken zijn. Erzijn al goede voorbeelden zichtbaar, bijvoorbeeld het gebruik van dronesin de haven van Rotterdam. Zij kunnen een heel groot deel van dehaventerreinen bestrijken die je anders kader voor kader zou moetenafrijden. Daardoor kun je op een veel slimmere manier je politiecapaciteitinzetten op het moment dat je iets ziet gebeuren. Daar willen verder naargaan kijken. We komen ook met een nadere invulling daarvan. Overigensgaat er ook binnen de 100 miljoen geld naar innovatie, kan ik tegenmevrouw Michon zeggen. Het exacte bedrag kan ik nu nog niet noemen,omdat we nog in gesprek zijn met Financiën.Innovatie en digitalisering alleen gaan niet zorgen voor meer politie opstraat. We moeten ook kijken – ook daarin voel ik me gesterkt door eenaantal van u – naar de kerntaken van de politie. Wat doet de politie op ditmoment wat een groot beslag legt en waarvan we eigenlijk vinden dat hetelders zijn beslag zou moeten vinden? De omgang met personen metverward gedrag, ook genoemd in het hoofdlijnenakkoord en het regeer-programma, is zoiets. Ik hoop dat ik op hele korte termijn naar u toe kankomen met een aanpak daarvan. Dat zal ik zeker niet alleen doen, want hetis nou juist een taak die we weg willen houden bij de politie, of zo veelmogelijk zeg ik daarbij. Ik bedoel in geval van nood komt de politie altijdopdraven. Maar de vraag is of de structurele aanpak, de structurelerespons op het omgaan met personen met verward gedrag niet veel meerligt op het terrein van mijn collega’s van Binnenlandse Zaken en vanVolksgezondheid. Daarnaar is een parlementaire verkenning uitgevoerd.Daar kwamen ook aanbevelingen uit en die nemen we ter harte. Wekomen op korte termijn gedrieën met een antwoord daarop. Dat is eenvan de manieren waarop we de politie van een belangrijke taak kunnenontlasten, denk ik.De voorzitter:U heeft een interruptie, maar laat me eerst nog even zeggen dat de heerBoswijk en mevrouw Mutluer iets eerder weggaan. Dat is geen desinte-resse, maar heeft te maken met hun agenda. Een interruptie van mevrouwMichon-Derkzen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag gelijk een vraag stellen over de aanpakvan personen met verward gedrag. Ik denk dat die essentieel is bij hetverbeteren van de zichtbaarheid van de politie en het focussen op dekerntaak. Ik ben met mevrouw Mutluer die verkenning gestart. We kijkenerg uit naar een plenair debat daarover, maar de agenda is natuurlijk altijdmoeilijk; laat ik het zo zeggen. Kan de Minister iets meer zeggen over datproces? Krijgen wij een uitgewerkte agenda vanuit het kabinet? Wordenwij eerst in concept meegenomen en spreken we over contouren? Omdatwe daar in het vorige politieke jaar dus zo veel tijd ingestoken hebben, wilik graag iets meer weten over wat we kunnen verwachten, ook om danweer te kunnen bekijken hoe we ons daar het beste op kunnenvoorbereiden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122629 Minister Van Weel:Het overleg daarover op ambtelijk niveau is in een vergevorderd stadium.Hoe gaan we om met de parlementaire verkenning? Hoe gaan we om metde eigen bevindingen en waar zien we het heen gaan? Een voorstel datdaar dan uitkomt, hoop ik op korte termijn op bewindspersoonsniveau tekunnen zien en dan uw Kamer te doen toekomen ter bespreking.De voorzitter:Mevrouw Mutluer heeft ook nog een vraag.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ik heb meer een procesvraag. Ik ga ervan uit dat we nog een beleidsre-actie, of een reactie, kunnen ontvangen op onze aanbevelingen en ookhoren hoe dat uiteindelijk wel of niet landt in de agenda.Minister Van Weel:Ja. Ik hoop dat dus allemaal mee te kunnen nemen in één stuk. Dat komtnog voor de begrotingsbehandeling naar u toe.De voorzitter:Goed. Dan is er nog een vraag van mevrouw Helder.Mevrouw Helder (BBB):In de staart zei de Minister het ook al hoor: voor de begroting JenV. Ik haddaarover ook een vraag gesteld naar aanleiding van mijn aangenomenmotie. Die stond eigenlijk een beetje los van de parlementaire verkenning.Het is wel hetzelfde onderwerp. Dat is een bij de vorige begrotingaangenomen motie over die Mobile Crisis Response Teams naar hetvoorbeeld van San Diego. Het komt dan bij de meldkamer niet meerbinnen bij de politie, maar bij ggz-medewerkers, althans bij ons inNederland, denk ik. Volgens mij is daar ook al wat ervaring meeopgedaan. Ik denk dus dat dat onderdeel sowieso voor de begroting naarde Kamer kan komen, los van die parlementaire verkenning. Het groteregeheel waardeer ik ook zeer, maar dit punt ligt er al langer en volgens mijzijn we daar al mee bezig, dus daar zou ik graag voor de begroting, al danniet apart, een reactie op willen hebben.Minister Van Weel:Ja, het mooie is dat een organisatie als de politie niet altijd wacht op DenHaag of op de Ministers bij het aanpakken van problemen die zijtegenkomt. Dus ja, er lopen meerdere pilots waarin op verschillendemanieren wordt omgegaan met verwarde personen. Dat kan zijn door eenggz-medewerker al in de meldkamer te hebben. We hebben ook depsycholance in enkele steden, die hierop reageert. Dus ja, de lessonslearned die we daaruit en uit het buitenland halen, nemen we zeker meein deze reactie.De voorzitter:Dank u wel. De heer Van Nispen heeft ook nog een vraag.De heer Van Nispen (SP):Die gaat ook hierover. Dit is een taai probleem, waar we als Kamer al heellang mee bezig zijn. Nogmaals dank aan de rapporteurs die daarmeebezig zijn geweest. Mijn partij heeft voorstellen gedaan en anderen ook.Maar de Minister klinkt optimistisch. Ik vind het fijn en altijd leuk alsmensen optimistisch zijn, maar ik snap niet zo goed waarop hetgebaseerd is. De wens om deze taak van het bordje van de overbelastepolitie af te krijgen, delen we namelijk allemaal. Het doel delen we dus.Maar ik mis dan in het regeerprogramma de voorstellen op het gebiedvan Binnenlandse Zaken en VWS, dus juist daar waar dit moet gebeurenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122630 in de zorg, om dit op te lossen. Iemand moet namelijk dit gat gaanopvullen. Ik mis dus het volgende en dat is ook mijn vraag aan deMinister. Welke drie voorstellen uit het regeerprogramma en welkeinvesteringen, bijvoorbeeld in de ggz, gaan er nou voor zorgen dat dezetaak daadwerkelijk van het bordje van de politie af kan?Minister Van Weel:Ik had gehoopt daar in het regeerprogramma al helderheid over te kunnenscheppen. Dat had ik het liefst gedaan, omdat in het hoofdlijnenakkoorddit probleem al benoemd wordt en het ook niet nieuw is. Dat is nietgelukt. Maar ik zeg erbij dat dit nét niet gelukt is. Ik zeg u dus toe dat u ookdeze vragen beantwoord zult zien in de beleidsreactie die naar u toekomtvoor de begrotingsbehandeling van JenV. Maar ik ben optimistisch; ik bensowieso optimistisch van aard, maar ik ben er in dit specifieke geval ookoptimistisch over dat we hiermee de politie echt gaan ontlasten.De voorzitter:Kijk. Helder. U kunt verdergaan, als u dat wilt.Minister Van Weel:Verward gedrag is één voorbeeld. Maar we zijn ook met het volgendebezig en ook daarover ben ik optimistisch, zeg ik tegen de heer VanNispen, via u, voorzitter. De registratie en identificatie van asielzoekers iseen taak die nu ook een groot capaciteitsbeslag op de politie legt. Wehopen per januari 2025 deze taak over te dragen aan een andere organi-satie, zodat de politie zich weer meer kan richten op haar kerntaken.Los van deze concrete ontwikkelingen loopt er een breder traject waarin ikmet het OM, de politie en de gezagen in het Landelijk Overleg Veiligheiden Politie ga kijken naar de politiefunctie. Waartoe is de politie op aard?Wat zijn de kerntaken? Hoe zorgen we ervoor dat de politie zich daar meerop kan richten? Daar hangt de vraag mee samen die ook door een aantalvan u is gesteld, namelijk: hoe verhoudt de politie zich tot anderepartners? Boa’s werden genoemd, maar ook de marechaussee, andereordehandhavende instanties en de beveiligingsbranche. Ook de KNVBwerd genoemd als het gaat om voetbalwedstrijden. Dus het kijken naardie politiefunctie en tegelijkertijd kijken naar het boa-bestel en hoe depolitie inhaakt op die andere organisaties, is deel van dat proces. Dat startik eind dit jaar op. Ik zit in november samen met regioburgemeesters, depolitie, het OM en anderen om hier open de dialoog over aan te gaan.Daar zullen ook andere onderwerpen ter tafel komen, want burge-meesters, zeker de regioburgemeesters, hebben natuurlijk ook een eigenvisie op hoe de politie in hun regio zou moeten acteren. Dat nemen wemee. Volgend jaar komen we met een alomvattend verhaal en dus ookmet een herziening van de boa-constructies zoals we die nu kennen.De voorzitter:Dat leidt tot een vraag van de heer Van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Allereerst dank ik de Minister voor de beantwoording tot nu toe. DeMinister zet de problemen rond de politiecapaciteit zo stevig neer dat ikme erover verbaas dat de Minister nu aangeeft: dat gaan we bekijken endat gaat in dialoog. Ik verwacht eigenlijk van deze Minister te horen dat,gelet op de beperkte politiecapaciteit, de ambitie is dat het niet zo kan zijndat onze politie wordt ingezet als een wegsleepdienst of dat er zo veelcapaciteit verloren gaat aan sportwedstrijden. Is dat ook de ambitie vandeze Minister?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122631 Minister Van Weel:Het korte antwoord is ja. Het langere antwoord krijgt u nog, want ik komnog specifiek terug op de sportwedstrijden en ook op demonstraties. Datzijn twee grote beslagleggers. Ik noemde daarnaast «de verwardepersoon» en de registratie. We zijn echt bij alle taken aan het kijken naarwat we anders kunnen doen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik gebruik mijn tweede interruptie. Dit is wat mij betreft ook de kern vanwat ons de aankomende periode te doen staat. Ik wil graag ook richtingdeze Minister aangeven dat we een white paper hebben met de visie vande politie, waar al een heleboel in staat. We hebben met boa’s hier echtuitgebreid gesproken over die samenwerking en dat het goed zou zijn datzij dan ook bewapend worden als dat inderdaad nodig is. Die regelgevingpassen we aan. De praktijk, wil ik maar zeggen, is enorm weerbarstig.Vandaag is hier ook een heel aantal boa’s aanwezig, bij wie het niet luktom een wapen aan te vragen ondanks een aanvraag van de werkgever. Ikzou de Minister willen uitnodigen om vanuit het datgene wat er is, heelconcreet door te duwen op die praktische vervolgstappen die nodig zijnom een serieus partnerschap te krijgen. Het wordt hier allemaal met demond beleden en het staat allemaal mooi op papier, maar in de praktijkgaat het niet zoals wij dat hier met elkaar uitspreken. Dat is ook deervaring van de afgelopen jaren. Ik moedig deze Minister zeer aan omdaar echt een spade dieper in te gaan en te zorgen dat het ook werkt.Minister Van Weel:Ik dank u voor die uitnodiging. Ik ga die graag aan. Deze Minister is nietvan de papieren werkelijkheid. Ik heb zelf een oorsprong in de uitvoeringen ben slachtoffer geweest van beleid uit Den Haag. Ik neem mij altijd terharte dat hetgeen wij hier besluiten met z’n allen ook uitvoerbaar moetzijn voor de mensen op de grond, en dat het ook effect moet hebben. Ukunt mij dus afrekenen op wat ik u toezeg en of dat ook daadwerkelijklandt op de manier zoals we dat willen. Daartoe probeer ik ten minste eenkeer per week in het land te zijn, bij die organisaties. Vanmiddag na ditdebat ga ik naar de boa’s in Utrecht om daar te horen wat er speelt enwaar zij zelf tegenaan lopen. Ik vind dat heel belangrijke input, naast dievan u uiteraard, voor het beleid dat we met z’n allen proberen te maken.Dus ik dank u voor de uitnodiging en die neem ik graag aan.De voorzitter:Goed, gaat u vooral verder.Minister Van Weel:Dan ga ik nog even specifiek in op het capaciteitsbeslag. Bij de politie diezich richt op haar kerntaken, hoort naar mijn mening ook dat wij ietsterugvragen van de maatschappij. De politie zal er altijd zijn in geval vannood. Iedereen belt 112 op het moment dat hij in de problemen zit. Daarspreekt weer dat vertrouwen in de politie uit. Mensen kunnencommentaar hebben op de politie. Mensen kunnen het soms met zakenniet eens zijn, bijvoorbeeld met hoe er wordt opgetreden in bepaaldegevallen, maar in algemene zin is het vertrouwen in de politie bijnoodgevallen zeer hoog. Dat moeten we ook echt zo houden. Maar als wete maken hebben met uitdagingen en met keuzes die we moeten maken inde beperkte capaciteit, dan moeten we ook vragen aan de maatschappijom voor bepaalde taken weer meer naar elkaar te kijken en wat mindernaar de politie.In alle eerlijkheid: de afgelopen weken zie ik artikelen in krantenverschijnen waarin experts of anderen de politie oproepen om ookbijvoorbeeld een soort buurtpsycholoog te worden of meer te bemiddelenin burenruzies, of zich meer te bemoeien met mensen die vereenzamen. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122632 vind dat heel, heel belangrijke zaken. Daar moeten we ook echt alsmaatschappij wat aan doen. Alleen, u zult mij horen terugduwen op de rolvan de politie daarin. Ik denk dat dat er eentje is waarbij we mensen weermoeten stimuleren om meer naar elkaar om te kijken, om meer op elkaaraf te stappen. Als je de buurman een tijd niet hebt gezien, zou mijn advieszijn: bel eens aan of klop op het raam, voordat je de politie belt. Als je debuurman te vaak ziet of te vaak hoort, dan geldt hetzelfde advies: bel eensaan, klop eens aan en ga het gesprek aan, voordat we de politiecapaciteitdaarvoor inzetten. We willen de politie hebben voor de taken waarvoor zenodig zijn, namelijk de boeven vangen, zoals de dochters van mevrouwVan der Werf dat noemen, en die van mij trouwens ook.Laten we kijken naar de formatie van de wijkagenten, die vaak terug-komen in dit debat. Die is ongeveer 5.600 fte. Dan is het tekort bij dewijkagenten eigenlijk vrij klein, namelijk slechts 115 fte op de 3.600vacatures. Kijkend naar de algehele politieorganisatie liggen daar dus nietde grote tekorten. Dat wil zeggen dat het beroep van wijkagent engebiedsgebonden politie niet onpopulair is. Mensen doen dat graag. Er isdus animo voor om die functie te vervullen.Dan ga je kijken waarom de ervaring soms anders is. Dat hangt samenmet een aantal dingen. Eén: er wordt een groeiend beroep gedaan op depolitie voor incidenten, voor andersoortig optreden; de voetbalwed-strijden werden al genoemd, maar ook het groeiend aantal demonstraties.Het is hartstikke goed dat we daar geen aparte politie voor hebben. Het ishartstikke goed dat we vanuit de staande politiemacht zaken als demobiele eenheid of bijstand of anderszins kunnen regelen. Anders zoudenwe een nog grotere organisatie nodig hebben. Maar met een toename vanhet aantal evenementen en ordeverstorende demonstraties merken ookburgemeesters dat die soms een groot beslag leggen op de capaciteit inde regio, omdat ze bijstand moeten verlenen aan anderen. Dat is een vanmijn motivaties om te kijken naar die grootschalige inzet die nodig is voordit soort evenementen en demonstraties; omdat die ten koste gaat van depolitie waar we die willen hebben, namelijk in de wijk. Maar dat ligt dusniet per se aan het feit dat we te weinig wijkagenten hebben.Dat hangt samen met de huisvesting. Ik kom straks nog even terug op dedoorstroom en de uitstroom. Er werd regelmatig gerefereerd aan hetpolitiebureau in Weststellingwerf, als een voorbeeld van een politiebureaudat wordt gesloten. Hoe verhoudt dat zich tot meer politie in de regio enin de wijk? Mijn visie daarop is dat het aantal politiebureaus dat wijhebben niet de maatstaf moet zijn voor de zichtbaarheid en de kwaliteitvan de politiedienst zoals ervaren door mensen. Een deel van het gesprekdat ik aan wil gaan met de regioburgemeesters is om daar te kijken naarmaatwerk. Wat is er nodig aan politiediensten in bepaalde locaties, maarook tegen bepaalde dreigingen of criminaliteit die we zien?Ik denk dat dit echt een wezenlijke verandering is van de gemeentepolitiezoals we die kenden in de oude tijd; om te kijken naar één fenomeen,bijvoorbeeld ondermijnende criminaliteit. Waar duikt die op? We hebbenonlinecriminaliteit. Wat heb je ervoor nodig om die te bestrijden? Wat hebje nodig in een dichtbevolkte stad? Wat heb je nodig in bepaalde wijken indichtbevolkte steden? Wat heb je nodig op het platteland? De combinatievan al die factoren moet eigenlijk leiden tot een tailormade politie, perregio en per fenomeen. Dat hangt samen met de verdeelsleutel en desystematiek die al genoemd werden door mevrouw Van der Werf.Daarover komen we volgend jaar te spreken. Het hangt ook samen met depolitiefunctie die ik eerder noemde, waarover ik in gesprek wil met deregioburgemeesters.De uitkomst hiervan weet ik nog niet exact, maar we gaan wel een aantalpilots starten. Ik zal deze zin nog afmaken om een voorbeeld te geven. Eendaarvan, die ik al veel te vaak noem, is het onlinepolitiestation in UtrechtCentraal. Voor simpele zaken waarvoor je de politie nodig hebt, op wegnaar je trein of komend uit de trein, kun je daar de politie benaderen. EenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122633 ander voorbeeld is het neerzetten van politieposten in gemeentehuizen,waar je tijdens werktijd simpele aangiftes kunt doen of simpele vragen ofverzoeken aan de politie kwijt kunt. Ik zal u zeggen waarom dat scheelt.Dat scheelt een gebouw. Als we een gebouw van de politie hebben, danzitten daar permanent mensen. Daar liggen namelijk ook wapens. Datgebouw moet schoongehouden worden. Dan wordt daar elektriciteit voorbetaald. Zo kan ik nog heel veel factoren opnoemen. Het per se alleenmaar kijken naar een gebouw for the sake of having een gebouw, wil ikveranderen naar de vraag: waar zetten we die bureaus neer? Mensenmoeten namelijk wel een plek hebben waar ze naartoe komen. Maar danmoeten we wel kijken naar waar we specifiek welke politie nodig hebbenop welk moment.De voorzitter:Dank u wel. Was dat een goede beantwoording? Oké, dan kunt u verder.Nee, er is toch nog een interruptie van de heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Ik dacht: als iemand anders hierop interrumpeert, hoef ik het niet te doen.Maar dat gebeurt niet, dus hier moet ik toch een vraag over stellen. Ikbegrijp het verhaal van de Minister. Het klinkt ook goed. Toch is het in depraktijk zo dat er binnenkort in ieder geval één politiebureau, en misschienwel meerdere, nog gaat sluiten als gevolg van oude bezuinigingen. Dankan de Minister zeggen dat hij die bureaus niet zo belangrijk vindt en dathij gaat kijken naar politieposten. Dat is allemaal nog goed te volgen.Maar in de praktijk is het toch zo dat er in dunbevolkte gebieden – dat isdoor meerdere leden vandaag gezegd – gewoon politiebureaus dreigen teverdwijnen. Dat heeft gevolgen voor mensen die toch fysiek aangiftemoeten doen van iets ingewikkelders. Dan heb ik het niet over dieverzekeringskwestie die de Minister als voorbeeld noemde, maar over ietswaar je echt een mens voor nodig hebt. Maar ik bedoel ook dat de politiein die dunbevolkte gebieden gewoon minder makkelijk in die wijkenaanwezig kan zijn. Daar waarschuwt de burgemeester bij EenVandaag ookvoor. Ik vind het dus echt onverstandig als de Minister zegt: we gaan doorop de ingeslagen weg en ik kom met die uitgeklede politieposten terug.Sorry dat ik dit zo oneerbiedig zeg. Waarom maken we nou geen pas opde plaats met het sluiten van de fysieke bureaus, zoals in Wolvega?Minister Van Weel:Dat is juist omdat ik niet van stenen per se een doel wil maken. Het gaatmij om de politiedienst die wordt geleverd. De heer Van Nispen noemteen aantal hele concrete zaken die ik heel relevant vind, namelijk: Waarkun je je aangifte doen? Hoe zorg je ervoor dat de politie in dunbevolktegebieden korte aanrijtijden heeft? Hoe hou je zicht op en binding met delokale bevolking? Dat zijn allemaal aspecten die ik ontzettend belangrijkvind. Die staan voor mij nog los van de vraag of er permanente politiebu-reaus nodig zijn in al deze plaatsen. Het is ook niet per se een oudebezuiniging die leidt tot alle sluitingen. Het is ook gewoon het plan daterachter zat om per basisteam één bureau te hebben waar vanuit je deopkomst regelt met politieposten. Daar zit dus een concept achter.Nogmaals, ik ben het met u eens over de zorgen die u benoemt over watu verwacht van de politie en waarvan u bang bent dat ze verdwijnen ophet moment dat een bureau verdwijnt. Die zorgen zijn precies de dingendie ik mee wil nemen in het herzien van de politiefunctie als we kijkennaar de verdeelsleutel. Ik wil van tevoren alleen niet zeggen dat het altijdopenhouden, het bouwen of het openen van een bureau daar de enigeoplossing voor is. Ik noem maar een voorbeeld: voor de aangifte zou jeook kunnen zeggen dat de politie tussen acht en vijf aanwezig moet zijnop het gemeentehuis. Het is een heel klein voorbeeld, maar dat is eenbeetje de gedachtegang. Dat doe ik niet omdat ik tegen vastgoed ben,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122634 maar omdat we te maken hebben met die schaarse capaciteit. Die wil ikgewoon zo goed mogelijk inzetten.De voorzitter:Hartelijk dank. Is er een vervolgvraag?De heer Van Nispen (SP):Hoeveel interrupties hebben we, voorzitter?De voorzitter:Twee.De heer Van Nispen (SP):O, dit was het al?De voorzitter:U heeft inderdaad al twee interrupties gehad, meneer Van Nispen.Mevrouw Helder was eerst, meneer Aardema. De Minister heeft eeninterruptie van mevrouw Helder.Mevrouw Helder (BBB):Ik hoor de Minister zeggen: het openhouden van gebouwen is geen doelop zich. Maar dat is ook geen doel van deze Kamer. We hoorden vanMinister Opstelten: we gaan niet investeren in stenen. Maar het een sluithet ander niet uit. Een politiebureau heeft de functie van een plek waaragenten zich omkleden, hun wapen achterlaten en waar verdachten evenkunnen worden opgeborgen. Je kunt dus niet zonder. Ik hoor de Ministerzeggen: dat gebouw moet schoongehouden worden; daar liggen danwapens. We hebben ook een ziekenhuis, maar je kan ook mensen thuisverplegen. Maar die ziekenhuizen sluiten we hopelijk toch ook niet? Ik vinddat de Minister voorbijgaat aan het feit dat een politiebureau nodig is voorde functies die ik net noemde. Daar komt bij dat een zedenslachtoffer haarof zijn verhaal echt niet op een politiepost gaat doen. Ik steun dus wat deheer Van Nispen zei. Ik mag toch hopen dat we even pas op de plaatsmaken wat betreft het sluiten van die politiebureaus.Minister Van Weel:Ik heb dat verkeerd uitgedrukt. Het gaat mij niet om stenen; maar datbedoel ik wel twee kanten op. Het gaat mij niet om het sluiten vanpolitiebureaus, maar het gaat mij ook niet om het per se openhouden vanpolitiebureaus. Het gaat mij om de functies die de politie moet vervullen.De functies die mevrouw Helder noemt, horen daarbij. Politiebureaussluiten is geen doel op zich. We zullen politiebureaus houden, al was hetmaar voor de opkomst van mensen en al was het maar omdat je voorsommige zaken, gevoelige zaken zoals u het noemt, gewoon politiebu-reaus nodig hebt waar mensen zich veilig kunnen voelen. Helemaalhelder, dus.De voorzitter:Oké. Ik geef eerst even het woord aan mevrouw Mutluer, want zij moet zoweg. Vindt u dat goed, meneer Aardema? Ja, kijk, u bent een heer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dank je wel, collega. Ik wil hier even op doorgaan. Ik pak nogmaals hetrapport van Movisie erbij, het reputatieonderzoek. Die rapportage zegt datwe de verbinding met de politie aan het kwijtraken zijn. Ik koppel dat ookdirect aan de niet-zichtbaarheid van de politie in de wijken door hetverdwijnen van de posten. Alleen maar een agent neerzetten bij eengemeentehuis ... Ik snap het. Het is een heel creatief idee. Het een hoefthet andere niet uit te sluiten. Dat moet u vooral doen, maar de kern vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122635 het probleem is dat de zichtbaarheid in het gedrang komt en daarmee deverbinding met de samenleving en het vertrouwen in de politie. Ik vindhet belangrijk dat wij inderdaad paal en perk stellen aan de sluiting van ditsoort politieposten. In die zin ondersteun ik absoluut het betoog van decollega’s. Ik verwacht dat de Minister daar, met dat rapport in gedachten,veel strakker op stuurt. Ik weet dat het een geldkwestie is, maar er speeltmeer, want de lokale opsporing is volgens ook heel erg belangrijk voordeze Minister.Minister Van Weel:Zeker, maar ook daar geldt dus dat we moeten kijken naar waar het nodigis en waar niet. Ik kan me voorstellen dat er ook plekken zijn waar wij juistmeer permanente presentie van de politie willen hebben, omdat webijvoorbeeld het zicht kwijtraken op ondermijnende activiteiten in wijkenof omdat we de verbinding kwijtraken met hele bevolkingsgroepen. Ik gahet daar nog met de politie over hebben. Het is dus niet alleen maar eenmin. Als overgebleven is dat het mijn doel is om politiebureaus te sluiten,dan is het antwoord: nee, het kan ook zijn dat we op sommige plekkenjuist intensiveren. Ik probeer echter los te komen van het dogma dat weop elke zo veel vierkante meter een bureau van een bepaalde omvangnodig hebben met een bepaald aantal mensen erin. Ik denk we daarinvrijer moeten zijn en dat we echt moeten kunnen bekijken wat er nodig is.Dat kan dus ook een intensivering van de permanente presentiebetekenen, zeg ik tegen mevrouw Mutluer.De voorzitter:Dank u wel. De heer Aardema heeft ook nog een vraag voor u.De heer Aardema (PVV):Het is mooi dat de Minister nog even begint over de politiebureaus. Heelveel van zijn argumenten kan ik wel snappen. Ik zoom even in op bureauWolvega. Dat ligt in de gemeente Weststellingwerf, een gemeente meteen van de grootste oppervlaktes van dit land. Het is heel erg van belangdat je rekening houdt met opkomst en aanrijtijden. Ik zou inderdaadervoor willen pleiten om de dreigende sluiting van bureau Wolvega nogeven on hold te houden, temeer nu de gemeente daar heeft aangebodenom het bureau over te nemen en terug te verhuren aan de politie, dus dankan het ook nog op een heel goedkope manier. Daar wil ik toch wel voorpleiten. Ik hoor ook dat er daarvoor medestanders in deze Kamer zijn.Minister Van Weel:Ik was niet van plan om in te gaan op de individuele sluiting van indivi-duele bureaus. Dat vind ik echt aan de politie. Nogmaals, er ligt hier nietalleen maar een bezuiniging aan ten grondslag, maar ook een visie op hoede politie zou moeten opereren. Ik ken de situatie in Wolvega nietuitentreuren. Ik wil me daar best met de korpschef toe verhouden en melaten informeren over hoe het daar zit en wat de ratio daarachter is, maarik ga niet toezeggen dat die sluiting wat mij betreft niet zou moetengebeuren. Daar heb ik gewoon te weinig kennis voor. Zoals ik al zei, gaathet me niet om stenen en dat gaat twee kanten op.De voorzitter:Goed. Gaat u vooral verder met de beantwoording.Minister Van Weel:Dan de doorstroom en de zijinstroom. Daar zullen we vol op moeteninzetten. We kunnen het niet alleen maar hebben van de instroom vanonderaf. Ik vertelde al dat de Politieacademie niet alleen vol zit, maar ooksteeds meer ruimte kent voor zijinstromers. Dat geldt zeker voor specia-listen. U kunt bijvoorbeeld denken aan de grote aantallen IT-specialisten,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122636 de cyberspecialisten, die we nodig hebben. Die hoeven niet allemaalhelemaal blauw geverfd te worden, zeg ik tegen mevrouw Michon, wantdie hebben we nodig vanwege hun kennis. Als zij op kortere termijn meteen verkorte opleiding kunnen worden ingezet, dan gebruiken wij diemogelijkheid zeker. Ook bij de cao is met de politievakbondenafgesproken dat we kijken naar een herijking van de opleidingen. Er komtdus ook meer ruimte voor modulair onderwijs om in een kortere termijnzijinstromers binnen te krijgen.Er was nog een vraag die hier wat los van staat, maar ik zal hem hier tochmaar noemen. Die gaat over het inzetten van IT en over de vraag hoe hetkan dat het budget voor IT stabiel blijft. Het budget bedraagt nu, in 2024,13,5% van de totale begroting. In 2019 bedroeg het 11,8% van de totalebegroting. Er zit dus wel een stijging in. Ik moet eerlijk zeggen dat ik ookniet hoop dat we puur in materiële investeringen heel veel verder stijgen.Als het gaat om IT, cyber et cetera, vind ik het veel belangrijker dat wegewoon de goeie mensen met de goeie skills op dit gebied binnenkrijgen.Dat is best een uitdaging. Het is een grote en concurrerende markt, en hetis des te belangrijker dat we ons daar goed profileren en zorgen dat we demensen binnenkrijgen, in plaats van dat we ze in het onlinecircuit tegenons krijgen.Mevrouw Van der Werf vroeg nog of ik kan garanderen dat taakstellingendie mogelijk in de toekomst komen, niet bij de politie landen.De voorzitter:Er is een vraag.Mevrouw Van der Werf (D66):Ik denk dat het nog even over het vorige punt gaat. Ik had ook een aantalvragen gesteld over doorstroom en zijinstroom. Die heb ik nog nietteruggehoord. Ik weet niet of de Minister nog voornemens is om die tebeantwoorden; dan bespaar ik graag een interruptie.Minister Van Weel:Ik heb ze gevonden, dus u kunt uw interruptie besparen. Excuus. Ik kijkeven door deze tekst om te voorkomen dat ik dingen dubbel doe. Het ismogelijk gemaakt om te kijken naar doorstroomperspectief. Dat zit ’m ookin het volgende punt. Ik geloof dat u ook een vraag had over hbo-functiesen het hebben van een hbo-diploma. Er is nu een mogelijkheid geschapenom het werk- en denkniveau via een assessment aan te kunnen tonen,namelijk dat men in aanmerking komt voor een functie op een hogerniveau zonder dat men over zo’n diploma beschikt. Die optie wordt nu dusgeboden. Er wordt ook gestuurd op het voeren van resultaat- en ontwik-kelgesprekken om te verkennen wat een mooie volgende stap is voormedewerkers binnen de politie. Deze gesprekken kunnen een wegwijzerzijn voor wat medewerkers zelf kunnen doen om een volgende stap tekunnen zetten.Er werd ook gevraagd naar het behoud van specialisten. In dat kader kijktde politie momenteel naar een optimale inrichting om de doorgroeimoge-lijkheden van specialisten te bevorderen.Het assessment heb ik al genoemd. Dit waren de vragen die ik op datterrein had.De voorzitter:Het is hartstikke fijn als u klaar bent met uw beantwoording in eerstetermijn. Dan kijk ik nog even ...Minister Van Weel:Nee, nee, nee.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122637 De voorzitter:O, sorry. Ik dacht dat u ...Minister Van Weel:Ik weet dat ik nog maar veertien minuten heb. Ik doe mijn best.De voorzitter:Ik bewaak weer even de orde. Oké, u wilt verdergaan met de rest van uwbetoog.Minister Van Weel:Het is een redelijk veelomvattend debat. Nogmaals, ik doe mijn best, maarer is veel te doen.De voorzitter:Ik was te optimistisch. Gaat u vooral verder.Minister Van Weel:Er was nog een vraag over de algemene financiële situatie van de politieen hoe het daarmee staat, ook ten opzichte van de huidige intensive-ringen. U heeft gezien dat de 180 miljoen die dit kabinet extra aan depolitie uitgeeft, specifiek gaat naar zaken waarmee we de politiecapaciteitbeter kunnen inzetten, meer zichtbaar maken en meer inrichten met hetoog op de uitdagingen die we nu hebben. Daarmee lossen we dus geenoude problematiek op. Ik kom nog terug op de exacte invulling van de100 miljoen. Een deel van die 100 miljoen zal wel worden gebruikt om eenaantal acute zaken deels op te lossen. Denkt u dan bijvoorbeeld aan hetnieuwe stelsel rondom PTSS. Luistert u ook naar de formulering «een deelvan de problematiek».Er rest nog een structureel probleem binnen de begroting van de politie.Op de korte termijn is dat echter geen probleem voor een sluitendebegroting. Dat is vanwege de onderrealisatie die we hier al eerderbespraken, namelijk bij het binnenkrijgen van personeel in de politieorga-nisatie. We hebben dus voor 2025 een sluitende begroting. Over hetresterende bedrag binnen de politiebegroting ga ik het gesprek aan metde politie en binnen het ministerie om te kijken hoe we dat structureel toteen begroting in balans kunnen krijgen. Daarbij staat voor mij voorop datdat niet ten koste mag gaan van de zichtbaarheid en de slagkracht van depolitie. Daarom hebben we nu als kabinet ook deze investeringen gedaan.Dat zeg ik u dus hierbij toe.De voorzitter:Dat leidt tot een vraag van mevrouw Van der Werf.Mevrouw Van der Werf (D66):Ik vroeg of de Minister kan garanderen dat die taakstellingen niet op hetbordje komen van de politie. Hij formuleert het net iets voorzichtiger dande vraag is. Is het antwoord op de vraag dan een ja?Minister Van Weel:Het antwoord is zoals ik het net gaf. De redenen daarvoor zijn devolgende. U noemde bijvoorbeeld ook rijksbrede taakstellingen naaraanleiding van de noodzaak om ons aan de begrotingsregels te houden.Daar heb ik geen enkel zicht op en de Minister van Financiën heeft dat opdit moment ook nog niet. Ik kan natuurlijk niet voor de hele kabinetspe-riode garanderen dat er geen rijksbrede taakstellingen zullen zijn die ookde politie zouden raken. Dat is dus de disclaimer die ik noem. Binnen dehuidige begroting wil ik echter de slagkracht en de zichtbaarheid van depolitie behouden. Tegelijkertijd wil ik de begroting blijvend in balansbrengen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122638 De voorzitter:Gaat u gewoon verder.Minister Van Weel:Over tekorten. Er werd meer specifiek nog gevraagd naar een tekort ophet gebied van zeden. De afgelopen jaren zijn er maatregelen genomenom de werkdruk binnen de zedenteams te verlichten en de werkvoorradenop het terrein van zedenzaken terug te dringen. Met de motie-Klaver isdaarvoor structureel 15 miljoen euro vrijgemaakt. Concreet zijn erdaarmee sinds 2020 110 fte’s toegevoegd aan de opsporingscapaciteit en3 fte’s aan de docentencapaciteit. De capaciteit van de zedenteams wordtvanaf dit jaar verder uitgebreid om de verwachte toename op te kunnenvangen van het aantal meldingen en aangiften als gevolg van het op 1 juliin werking treden van de Wet seksuele misdrijven. Daarvoor is5 miljoen euro extra beschikbaar gesteld.De voorzitter:Dat leidt tot de laatste interruptie van mevrouw Van der Werf.Mevrouw Van der Werf (D66):Het is niet anders, voorzitter. De cijfers die de Minister nu noemt, klinkennatuurlijk goed. Volgens mij is de intentie er. Het lastige is wel hetvolgende. In mei van dit jaar had de politie nog een werkvoorraad, zoalsdat heet, van 2.770 zaken. Ja, dat waren er twee jaar geleden 3.500, maarer ligt nog steeds een enorme bak plankzaken. Daar zitten allemaalslachtoffers en familieleden achter voor wie dit buitengewoon pijnlijk is.Dan heb ik het nog niet over de vertraging die er vervolgens bij het OMopgelopen kan worden. Ik zou dus toch willen voorstellen dat er nietalleen maar wordt gekeken naar geld. Er kan ook een signaal vanuit ukomen dat dit soort zaken prioriteit moet hebben, alleen al om hetrechtvaardigheidsgevoel van mensen.Minister Van Weel:Absoluut. Laat me eerlijk zeggen: de getallen die u noemt, zijn schokkenden heel frustrerend. Dat geldt voor mij als Minister en ook voor de politie,kan ik u vertellen, want de politie zou dit soort zaken natuurlijk ook graagsneller willen oppakken. Het geldt vooral voor de slachtoffers, dienatuurlijk gewoon gerechtigheid willen en gehoord willen worden. Hierbijkrijgt u dus de toezegging dat ik hierachteraan zal gaan. In het Halfjaarbe-richt bericht ik dan a waar we staan op dit vlak, in lijn met de aantallen dieu noemt, en b wat we verder kunnen doen om dat aantal verder terug tedringen.De voorzitter:Gaat u verder.Minister Van Weel:Dat brengt mij op het onderwerp PTSS. Ik heb een aantal van u goedgehoord. Ik heb gevraagd: wat is nu de lopende problematiek, waar staanwe in de afhandeling en wat verwachten wij in de toekomst? Om maarmet het goede nieuws te beginnen: ik denk dat we met de nieuwe AMvBen het nieuwe PTSS-stelsel een goeie stap maken naar een betere eneerlijkere behandeling van PTSS-klachten bij politieagenten. Het slechtenieuws is dat er inderdaad een groot aantal zaken is blijven liggen en naarmijn mening ook te lang is blijven liggen. Bij dit soort zaken geldt dat hoelanger ze liggen, hoe frustrerender het wordt en hoe moeilijker het wordtom tot een overeenstemming te komen. Ik denk dat we rijksbreed allerleivoorbeelden hebben waar dat zo is. Ik heb nu de informatie dat van die216 oude PTSS-zaken de meeste dossiers wel zijn afgerond en dat erdaarvan nog maar 7 open liggen. Daarvan zijn er twee in de afrondendeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122639 fase. Met dat in gedachten en als die cijfers de werkelijkheid weergeven, ismijn inzet natuurlijk om op zeer afzienbare termijn te zorgen dat we ookdie andere vijf zaken snel met coulance afronden en dat we daarmee eennieuwe start kunnen maken.Nogmaals, er zullen dan nog PTSS-zaken op de plank liggen, maar wehebben daarmee de oude zaken afgerond. De nieuwe zaken, die onder hetnieuwe stelsel vallen, zouden dan ook beter moeten kunnen wordenopgepakt. Deze zaken zijn niet makkelijk, maar dat verbaast niemand. Hoelanger dit soort zaken liggen, hoe complexer ze worden. Ook in deverhouding wordt het dan op een gegeven moment erg moeilijk om totovereenstemming te komen. Maar nogmaals, voor die vijf wil ik mij zekervol inzetten. Ik had u al verteld dat een deel van de 100 miljoen ook zalworden gebruikt om te zorgen dat we de verplichtingen van het nieuwestelsel onder de AMvB dekken.Dat brengt mij bij de Landelijke Eenheid. We gaan daar nog een apartcommissiedebat over voeren. Ik denk dat dat al een reflectie is van eenaantal wensen dat er in uw Kamer leeft. Denk bijvoorbeeld aan nauwbetrokken blijven bij de Landelijke Eenheid. Denk aan de doorontwikkelingnaar aanleiding van het rapport-Schneiders. Ik ben op werkbezoekgeweest bij de Landelijke Eenheden om mijzelf een beeld te vormen doorde volgende vragen te stellen. Waar staan we nu? Wat is de sfeer hier?Hoe gaat het met de cultuur? Ziet men het zitten? Is het makkelijk ommensen te werven voor die Landelijke Eenheden, met alle turbulentie dieer is geweest? Hoe kijkt het leiderschap daartegen aan en wat hebben zenodig? Ik moet nog spreken – dat doe ik in de komende twee weken – metde heer Schneiders zelf. Dat wil ik heel graag doen om ook van hem tevernemen waar hij denkt dat op dit moment nog de aandacht of de focusnodig is en welke rol hij daar zelf in denkt te kunnen spelen.Ik proef bij de Landelijke Eenheden dat dit een intensief traject is.Sommige eenheden die onder die Landelijke Eenheden hingen, zekermeer specialistische, hebben echt een opdoffer gekregen van datgene water gebeurd is met de Landelijke Eenheid, met de transformatie die nuwordt doorgemaakt en met het opstarten van soms compleet nieuweteams. Er wordt bijvoorbeeld voor het undercoverwerk een compleetnieuwe eenheid opgezet. Ik heb u daar over bericht. Dat gaat natuurlijkgepaard met emoties en sentimenten. Ik merk dus dat er «kalmerendeonrust» is; zo noem ik het maar even. Er is onrust geweest, maar deleiding van de eenheden, zowel van LX als LO, is bezig met het opbouwenvan een nieuwe eenheid en met het inbrengen van de teamspirit die jenodig hebt om er een korps van te maken. In dat licht ben ik huiverig omeen commissie die zijn werk heeft afgerond, weer volledig te installeren,ook omdat dat voelt als het weer onder curatele stellen van de eenhedendie nu juist zelf moeten gaan leren om op eigen benen te staan.Tegelijkertijd hoor ik, ook nu hier in het debat, dat er de wens is dat dezeeenheden nog niet worden losgelaten. Ook die neem ik zeer serieus. Geefmij dus de gelegenheid om dat gesprek met de heer Schneiders en dekorpschef te voeren. Vervolgens zal ik bij u terugkomen – ik heb algesproken met de Landelijke Eenheden zelf – met een voorstel over hoewe beide op zo’n manier kunnen verenigen dat het de toekomst van deeenheden niet in de weg zit, maar het wel zorgt dat de problemen die unog hoort daarbij terugkomen.De voorzitter:Dank u wel. Hoever bent u in uw beantwoording? We gaan richting12.30 uur.Minister Van Weel:Demonstraties wil ik toch echt niet overslaan. Daar waren een hoopvragen over. Ik wil nog even stilstaan bij racisme en discriminatie. DanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122640 vlieg ik door het kopje overig heen, dat nu is hernoemd tot «anderebelangrijke onderwerpen».De voorzitter:Graag. Gaat u verder.Minister Van Weel:Racisme en discriminatie. Laat ik beginnen met: iedereen moet een veiligewerkomgeving kunnen hebben bij de politie. Als er intern racisme endiscriminatie worden geconstateerd, moet er een einde aan wordengemaakt. De heer Van Nispen had het over voorzichtig positieve signalen.Ik hoor die ook. Rotterdam is wat mij betreft een voorbeeld van hoe hetniet moet en een voorbeeld van hoe het wel moet. Het is een voorbeeldvan hoe het niet moet vanwege de werkcultuur die er heerste en vanwegede dingen die geschied zijn die echt niet door de beugel konden. Het isvoor mij een voorbeeld van hoe het wel moet, omdat er aan de belgetrokken is en er onderzoek gedaan is, waar conclusies aan verbondenzijn; de teamchefs zijn namelijk opgestapt omdat het de volle aandachtheeft gekregen van de eenheidschef. Nu is bij het nieuwe incident bij deBlauwe Haven het ook onder de aandacht gekomen van de korpschef zelf.Dus het positieve vind ik dat dit soort dingen – ze zullen blijvenvoorkomen in grote organisaties; helaas is dat het realisme dat ik in hetdebat moet brengen – vroeg worden gesignaleerd en meteen wordenaangepakt. In die zin heb ik vertrouwen in de aanpak. Dan heb ik het overwat in Rotterdam is gebleken. Ik hoop natuurlijk dat dit soort incidentenniet meer voorkomen. Tegelijkertijd zullen we altijd stimuleren – ik weetdat dat vanaf het hoogste niveau bij de politie gebeurt – dat er gewerktwordt aan het tegengaan van discriminatie. Ik doel hierbij op het meerwelkom maken van vrouwen en op het meer openstaan voor diversiteit. Ikweet dat de plaatsvervangend korpschef dat als een persoonlijke missieheeft opgevat. Dat heeft u ook recent kunnen lezen in de krant.De voorzitter:U heeft een vraag van de heer Ergin.De heer Ergin (DENK):Ik ben in ieder geval blij dat de Minister erkent dat er een uitdaging is. Erzijn ook weleens debatten geweest waarin we nog met elkaar in gesprekmoesten over de vraag of er wel een probleem was. Dat is dus zeker eenstap vooruit. Tegelijkertijd is het natuurlijk belangrijk dat je, als er sprake isvan enige vooruitgang, niet zegt: er is vooruitgang, dus we doen eentempo lager. Eigenlijk is mijn vraag aan de Minister wat hij in zijn nieuweuitdaging, zijn nieuwe rol, gaat doen om er echt voor te zorgen dat hij depunten die hij zojuist noemde voor elkaar gaat krijgen. Ik ben benieuwdwat de plannen van de Minister zijn.Minister Van Weel:Eén. U zult mij altijd horen als dit soort gevallen naar buiten komen. Danzal ik dat altijd veroordelen, want er mag geen misverstand over bestaandat we dit hard moeten aanpakken en dat deze Minister zich daartegen zalverzetten. Daarnaast bestendigen we de aanpak die we al hebben met hetExpertisecentrum Aanpak Discriminatie-Politie. Die financiering wasincidenteel, maar wordt nu structureel. We gaan daar dus mee door. Wezetten ook het programma Politie voor iedereen voort. Dat zullen weverstevigen in deze kabinetsperiode. Dat zijn twee hele concrete zaken.De voorzitter:Nog een vraag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122641 De heer Ergin (DENK):Dank voor de beantwoording. Ik wil het dan specifiek hebben over hetbasisteam Rotterdam Centrum. Er komen ook signalen vanuit anderebasisteams. Ik hoop dat die niet zo ernstig zijn als die van RotterdamCentrum, maar we weten het nog niet. Ik ben benieuwd of de Ministersamen met de Politiebond bereid is om erop aan te dringen dat hetonderzoek dat bij het basisteam Rotterdam is uitgevoerd, wordt uitgebreidnaar andere basisteams, maar alleen daar waar nodig en daar waar eraanleiding toe is. Ik doel daarbij dus niet op alle basisteams, maar ik hebhet met name over basisteams waar sommige signalen al een langere tijdaanwezig zijn. Is de Minister bereid om daarop aan te dringen?Minister Van Weel:Ik ga geen onderzoeken in gang zetten, maar ik roep wel echt iedereen diedit soort signalen ontvangt of slachtoffer is van dit gedrag op om zichonverwijld te melden. Op het moment dat het niet op een hoger niveauwordt opgepakt, roep ik op om nog een niveau hoger te gaan in deorganisatie. Ik denk dat dat de route is zoals die loopt. Ik wil niet opvoorhand alle basisteams verdacht maken – dat zeg ik indachtig deopmerking van de heer Eerdmans – omdat hier sprake zou zijn van ietswat overal voorkomt. Ik vind dit niet normaal. Ik geloof ook niet dat ditoveral voorkomt. We moeten het aanpakken op plekken waar hetvoorkomt. Dus bij deze de oproep aan degenen die dat ervaren of designalen ontvangen om het zeker door te geven. Dan kan dat adequaatworden opgepakt. We zullen dat nooit bagatelliseren. Dat geldt voor mij,voor de korpschef en voor iedereen daarbeneden.De voorzitter:Goed. Gaat u verder. Denkt u een beetje aan de tijd als u wil, in verbandmet een tweede termijn?Minister Van Weel:Dat doe ik. Er is een hoop over het demonstratierecht gezegd. Daar wil iktoch even bij stilstaan. Tegen de heer Eerdmans zeg ik heel concreet overde motie die betrekking heeft op gezichtsbedekkende kleding dat we dieals kabinet hebben genoteerd. Ik moet zeggen dat de aanpassingen vande Wet openbare manifestaties die daarvoor nodig zijn, in eerste instantieop het terrein van de Minister van Binnenlandse Zaken liggen. Zij wil datbetrekken bij het lopende WODC-onderzoek – dat komt medio 2025 – naarhoe om te gaan met ordeverstorende demonstraties in algemene zin.Tegelijkertijd wil ik ’m ook graag betrekken bij het traject dat ik zelfaangaande demonstraties in gang heb gezet, namelijk het aangaan van dedialoog en kijken wat er wel kan binnen de bestaande wet- en regel-geving. Ook daar geldt dat de burgemeesters binnen artikel 5 van de Wetopenbare manifestaties voorwaarden kunnen stellen aan demonstraties.Dat kan ook een verbod op gezichtsbedekkende kleding zijn. Dus op hetmoment dat men zo’n demonstratie verwacht, zou dit een middel kunnenzijn dat al bestaat. U noemde terecht een aantal van de demonstraties inhet kader van het conflict in Gaza en Israël, waarbij gezichtsbedekkendekleding wordt gebruikt door raddraaiers die zich mengen onder welwil-lende demonstranten en bijvoorbeeld vernielingen aanrichten. Dat geldtook voor een heleboel andere zaken die ons hier bezighouden.Ik geloof dat het draagvlak voor demonstraties onder druk kan komen testaan door het moedwillig inzetten van ordeverstorende demonstraties,terwijl dat voor het uitdragen van de boodschap eigenlijk niet nodig is. Jekunt hier in Nederland demonstreren. Je kunt dat keurig doen binnen deWet openbare manifestaties, waarbij je de demonstratie aanmeldt, je delocatie waar je graag zou willen staan aanmeldt en je dus het gezag instaat stelt om te zorgen voor adequate beveiliging als dat nodig is. Wehebben dat allemaal goed geregeld, denk ik.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122642 En ja, dan zijn er mensen die zeggen: strikt gezien hoeft dat volgens hetEVRM allemaal niet, kun je overal demonstreren, mag dat schuren en kunje daarbij tot op zekere hoogte ook de wet overtreden. Dat zal allemaalwaar zijn, zeg ik hier in alle eerlijkheid als Minister van Justitie, maar mijnoproep blijft: waarom zou je, en waarom hou je je niet aan de wet? Wantik ben erg bang dat als we dit zo door laten gaan, het draagvlak voordemonstraties erodeert, we steeds vaker te maken krijgen met spontanetegendemonstraties bij demonstraties, zoals we afgelopen weekend alzagen op de zeesluis, en dat daarbij de politiecapaciteit, die nu al zwaarwordt ingezet, steeds zwaarder onder druk komt te staan om dit in goedebanen te leiden. We hebben in Nederland meer dan 2.000 demonstratiesper jaar. Daarvan verloopt het overoverovergrote merendeel perfect,rustig en binnen de grenzen van de WOM. Ik roep iedereen op om dat tedoen.De voorzitter:Er is een vraag van de heer Eerdmans.De heer Eerdmans (JA21):Ik zou bijna zeggen, ook namens de heer Van Dijk: amen. Het zijn namelijkwoorden naar mijn hart, uit mijn hart. Ik vind het heel goed. Ten eersteben ik benieuwd naar de termijn waarop de wetswijziging die we vragen,los kan komen. Even in reactie op het punt van de burgemeester; dat hoorik vaker. Het hangt er nogal sterk van af welke burgemeester dievoorwaarden aan een demonstratie stelt. Ten tweede. Het OM zegt paswat te kunnen doen als het een demonstrant een steen ziet gooien. Daarzit je alweer in de klem: wie was het? Want die mensen zijn onherkenbaar.Je wil het dus juist voor zijn. Dat is nou het idee achter het gezamenlijkevoorstel: om mensen die zich bedekken bij voorbaat uit die demonstratiete halen. Dat wilde ik er nog aan toevoegen, maar ik ben erg blij met deondersteunende woorden vanuit het kabinet. Ik denk dat wij uitkijken naareen spoedige wetswijziging.Minister Van Weel:Dank voor het commentaar. Qua termijn voor de wetswijziging zullen wedus moeten wachten op het WODC. Dat komt medio 2025. Nogmaals, devraag die daar is uitgezet, is breder: hoe gaan we in algemene zin om metdit soort ordeverstorende demonstraties? Maar nogmaals, ik zit tot dantoe niet stil. U heeft mij gehoord. U zult mij horen. Ik ga die dialoog aanmet burgemeesters, met organisaties die demonstraties organiseren, metiedereen die maar wil. Ik denk dat we er met z’n allen bij gebaad zijn alswe hier tot een manier van demonstreren komen die haalbaar enduurzaam is en niet een enorm beslag legt op de politiecapaciteit, alleenmaar om dat te doen.De voorzitter:Gaat u verder. De heer Van Dijk heeft nog een vraag.De heer Diederik van Dijk (SGP):Inderdaad heel veel dank voor deze heldere beantwoording. Puur nog eeninformatieve vraag. De Minister zegt: ik ga niet wachten op dit of dat, wantik ga nu het gesprek aan met de bestuurders. Ik heb een informatievevraag. Hoe verklaart of hoe duidt hij dat nogal wat van die artikelenblijkbaar toch een slapend bestaan leiden? Is dat onbekendheid van debestuurders met wat de wet biedt? Kan de Minister daar nog wat overzeggen? Waarom is zijn aandringen eigenlijk zo hard nodig?Minister Van Weel:Het is geen eenvoudige discussie, zeg ik er meteen bij. Je hebt hiernamelijk te maken met verschillende grondrechten die soms kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122643 botsen. Ik noem het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht opdemonstratie. Dat zijn zwaarwegende rechten. Daarom begrijp ik ook datburgemeesters daar elke keer op een case-by-casebasis naar kijken en datzij proberen daar hun weg in te vinden. Ik ga in the end niet overindividuele demonstraties, maar ik kan wel het gesprek aangaan met diediverse burgemeesters, kijken hoe we de bekendheid van de mogelijk-heden om openbareordeverstoring tegen te gaan kunnen vergroten, endilemma’s in kaart brengen, wat ons ook weer helpt in de aanloop naareventuele wetswijzigingen die wél nodig zijn. Zo zie ik die dialoogfase. Enja, dat verschilt per gemeente. Dat verschilt ook per demonstratie.De voorzitter:Gaat u verder met de afronding, hoop ik, van uw beantwoording.Minister Van Weel:Ja, ik kom heel dicht in de buurt.De voorzitter:Kijk, hartstikke mooi.Minister Van Weel:Laat ik dan van de demonstraties naar het voetbal gaan. U heeft al geziendat we de verantwoordelijkheid binnen het stadion hebben liggen waarwe die willen hebben liggen, namelijk bij KNVB en de clubs. U heeft in DeTelegraaf kunnen lezen dat wij de meldplicht voor hooligans zullen gaanuitrollen, en daarmee mensen met een stadionverbod ook een gebieds-verbod opleggen tijdens wedstrijden. Gaat dat van vandaag op morgenleiden tot een politie-inzet van nul bij wedstrijden? Nee, maar ik denk weldat we daarmee een deel van het risico weg kunnen halen. Uiteindelijk ispolitie-inzet een risico-inschatting bij deze wedstrijden. Zoals de heerEerdmans opbracht, hebben we bij een groot aantal wedstrijden geziendat het risico wellicht lager is dan gedacht. Burgemeesters kunnen daardus hun voordeel mee doen. Ik hoop in algemene zin in ieder geval dat wedie inzet kunnen verkleinen, want ook dit komt natuurlijk uit dezelfdeschaarse pool van politiemensen waarmee we het hele land moetenbedienen.De voorzitter:De laatste vraag van de heer Eerdmans.De heer Eerdmans (JA21):Hoe ervaart de Minister de wedstrijden die door de staking zonder politiedoorgegaan zijn? Is dat goed bevallen? Is daar niets over te zeggen of isdaar wel iets over te zeggen? Dan heb ik het dus over de eredivisie.Minister Van Weel:Ik denk dat het positief is dat er geen incidenten zijn geweest. Het isuiteindelijk aan burgemeesters om die risico-inschatting te maken. Dezeburgemeesters hebben het risico genomen om die wedstrijden wel doorte laten gaan, met een positief effect, dus wellicht dat het in meer gevallentot zo’n afweging zal leiden.De voorzitter:Gaat u verder met uw afronding.Minister Van Weel:Twee korte vragen van de heer Six Dijkstra over het onderzoek van deAutoriteit Persoonsgegevens naar TOOI. Ik kijk ook uit naar de beant-woording van de adviesaanvraag die hij heeft ingediend. Dus ik ben ookin blijde afwachting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122644 Hij vroeg ook naar de inzet van realtime gezichtsherkenningstechnologie.Bij de totstandkoming van de AI Act ben ik zelf nauw betrokken geweest,maar dan vanuit een vorige functie. Die biedt uitzonderingen voorbepaalde situaties. Ik denk dat het nu aan ons is om in kaart te brengenwat voor situaties dat zijn, hoe we dat inkaderen en hoe we dat procesinregelen om te zorgen dat dat op een verantwoorde manier gebeurt.De voorzitter:Dat leidt tot een vraag van de heer Six Dijkstra.De heer Six Dijkstra (NSC):Uiteraard volledig mee eens, maar mijn vraag was natuurlijk ook hoe deMinister dat voor zich ziet als het gaat om de nationale veiligheid. Datbegrip kun je breed en nauw opvatten. Het hoeft nog helemaal nietfijnmazig, maar waar stelt hij de kaders? Heeft hij bepaalde ideeën vanwat expliciet wel en expliciet niet onder die uitzondering zou moetenvallen?Minister Van Weel:De AI Act zelf heeft daar al wat indicaties voor gegeven. Je kunt bijvoor-beeld denken aan ernstige strafbare feiten, aan de situatie dat iemandsleven acuut in gevaar is. Dat zijn een aantal richtingen die daar al wordenmeegegeven, maar ik wil de mensen die daar het beleid voor moetenschrijven, niet nu al vastzetten door de ideeën van de Minister daar tevroeg op vast te pinnen.De voorzitter:Gaat u verder.Minister Van Weel:De hackbevoegdheid, ten slotte. U vroeg of het kwaliteitssysteem in heteerste kwartaal op orde zal zijn. Dat zal het zijn.Dan ga ik de onderwerpen heel snel scannen. Er is er eentje die ik tochecht zal moeten behandelen en dat is de RVU. Meerderen van u vroegenhoe het daarmee staat en of ik dat niet gewoon kan regelen. Daar ben ikdruk mee bezig. U heeft gezien dat ik weer in overleg ben met de bondennadat dat overleg eerder was opgehouden door het landelijk overleg. Wijhebben dat nu toch in gang gezet met de politiebonden om acuut te kijkennaar het cohort dat buiten de boot dreigt te vallen. Omdat ik dat acuteprobleem zie, span ik me echt in om dat op heel korte termijn op telossen. Daarnaast wil ik in bredere zin komen tot een langdurige regeling.Daarbij houd ik nauw contact met mijn collega van Sociale Zaken om tebezien of er ruimte komt bij de landelijke tafel. Daarnaast houden wij degesprekken met de bonden gaande. Dat gaat tot nu toe in goed overleg. Uheeft gezien dat zij geen nieuwe grote acties aankondigen zolang wij datgesprek voeren. Dat daarover.Wat moeten we nog doen voor een wettelijk taakstraffenverbod? Wijkijken bijvoorbeeld naar de reikwijdte van het wetsvoorstel, dus naar wat«mensen met een publieke taak» zijn die we in dat taakstrafverbodproberen te definiëren. Daar komen we dus op terug, maar daar zit tijd in.De voorzitter:Er is nog een vraag van de heer Eerdmans.De heer Eerdmans (JA21):Ja, het is eigenlijk meer een ...De voorzitter:Maar u heeft er al twee gehad.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122645 De heer Eerdmans (JA21):Het is eigenlijk meer een ordevraag. Dat wetsvoorstel lag er al, hè.De voorzitter:Meneer Eerdmans, u had al twee interrupties gehad. U kunt dus nietstiekem proberen verder te gaan. Ik moet streng doch rechtvaardig zijn.Minister Van Weel:Het wetsvoorstel lag er, maar hier is sprake van een uitbreiding, zeg ikstiekem toch.De NAVO-top. Ja, dat vereist een hoop politie-inzet. We kijken ook naarDefensie. We kijken ook naar andere landen. Ik heb ook collega’s uitandere landen om bijstand gevraagd, maar dit is een dermate grootevenement dat ik niet kan garanderen dat dat geen beslag zal leggen opandere politiekorpsen. Die zullen daaraan bij moeten dragen. Het is eenredelijk eenmalig evenement. Ik heb er zelf een hoop meegemaakt in velelanden en ik weet wat een enorm beslag dat legt, wat een enormeorganisatie dat is. Dat zullen we als Nederland natuurlijk goed gaan doenen dat zal effecten hebben op wat er mogelijk is elders in het land. Maareen dictaat zal het niet worden.De heer Aardema (PVV):Ik snap dat het een groot evenement is. Ik snap dat dat ook heel veelpolitiecapaciteit gaat vergen, maar ik hoor en lees nu dat het bijna állepolitiecapaciteit gaat vergen. Dat gaat mij toch echt een stapje te ver, dusik zou toch bij de Minister willen aandringen op mogelijke inzet vanDefensiepersoneel.Minister Van Weel:Defensie zal ook zeker worden gevraagd om bijstand – dat is al voorzien –bijvoorbeeld voor beveiligingstaken, dus dat gaat zeker gebeuren. Maardaarnaast zullen we ook politie-eenheden van elders uit het land nodighebben. Er is een oproep gedaan aan burgemeesters om waar mogelijkgeen grote evenementen te organiseren. Nogmaals, ook dat is geendictaat geweest. Tegelijkertijd, zeg ik er ook nog bij, is het niet debedoeling dat ergens de veiligheid in het gedrang komt doordat wij eenNAVO-top organiseren. Dat is waar we op dit moment zitten.De voorzitter:Goed. Bent u bijna zover?Minister Van Weel:C2000. Ja, we werken aan de dekking. Nee, dat is nog niet overalopgelost. Dat is ook een bewegend doelwit, want overal waar gebouwenworden bijgebouwd ontstaan weer nieuwe dips in de dekking. Daarom iser een projectgroep die dat nu blijvend oppakt.Daarmee ben ik aan het einde van mijn eerste termijn.De voorzitter:Ik dank u hartelijk voor de beantwoording.De heer Eerdmans (JA21):Voorzitter ...De voorzitter:Heeft u een punt van orde? Want u hebt geen interrupties meer, meneerEerdmans. U heeft een niet beantwoorde vraag. Kunt u daar in tweedetermijn kort op terugkomen? Ja?Dames en heren, we hebben nog negen minuten. Er is behoefte aan eentweede termijn, neem ik aan. Mijn voorstel is dat u allemaal nog éénTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122646 minuut spreektijd heeft in tweede termijn en dat wij de Minister vragenschriftelijk te antwoorden. Is dat een goed plan? Meneer Six Dijkstra, heeftu een punt van orde?De heer Six Dijkstra (NSC):Ik heb nog één interruptie, en ik zou graag de vraag van de heer Eerdmansover oud en nieuw nog beantwoord willen hebben.De voorzitter:Ja, ja, ja. Goed. Heel kort oud en nieuw, en dan gaan we door naar detweede termijn.Minister Van Weel:Ja, die heeft oud en nieuw gezien. Kunnen de grenscontroles wordentoegepast voor vuurwerk uit België dit jaar? Ja, ieder jaar voert de politierond de jaarwisseling controles uit op de invoer van illegaal vuurwerk uitBelgië maar ook uit Duitsland. Daarnaast wordt het hele jaar door metBelgië en Duitsland samengewerkt om illegaal vuurwerk op te sporen. Ditjaar is tot nu toe al ruim 26.000 kilo in beslag genomen, dus dat is eenbehoorlijk aantal. Daarnaast staat in het hoofdlijnenakkoord dat we ookwerken aan het verbod op F4-vuurwerk. Dat zullen we in Europeesverband moeten doen, maar daar zitten we achteraan.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan wij door met de tweede termijn aan de zijde van deKamer. Mevrouw Helder, één minuut.Mevrouw Helder (BBB):Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Minister voor de uitgebreide beant-woording. Het extra geld voor de politie. Ik weet dat er nu een sluitendebegroting is vanwege de onderbezetting, dus dat is al een gat. Ik geloofook dat er al jarenlang, en nog steeds, een gat van 200 miljoen ligt. Nietvoor niks hamert BBB altijd op dat extra geld. Anders kan de Minister wathij allemaal aankondigt, al helemaal niet realiseren. Dus ik dank via dezeweg mijn fractievoorzitter voor het enorme geduld dat zij met mij heeft. Ikdoe dit al veertien jaar, dus ik weet wel van wat meer problematiek. Ik zeial tegen de Minister dat we het goed in de gaten blijven houden.Het PTSS-dossier. De Minister zegt dat het te lang is blijven liggen, maardeze dossiers zijn doelbewust gefrustreerd. Korpschef Bouman zei al datdie immateriëleschadevergoeding een ereschuld is, dus dat moet gewoongeregeld worden. Ik dank de collega’s Mutluer en Boswijk voor de steunvoor het amendement.Ik wil ook graag een tweeminutendebat aanvragen over de LandelijkeEenheid. Ik ben blij dat de Minister met de heer Schneiders gaat spreken,maar ik wil dit gelijk op laten lopen. Misschien is het dan niet meer nodig,maar de heer Schneiders als adviseur bij de korpsleiding vind ik onvol-doende.Dank u wel.De voorzitter:Staat genoteerd, mevrouw Helder. Meneer Ergin.De heer Ergin (DENK):Voorzitter, dank u wel. Ik wil de Minister bedanken omdat hij voor januarimet een uitgebreide reactiebrief komt over de aanpak verwarde personenen omdat hij daarnaar gaat kijken. Ik denk dat dat belangrijk is. Enuiteraard wachten wij met veel belangstelling het onderzoek van deInspectie Justitie en Veiligheid af.Over racisme en discriminatie binnen de politieorganisatie ga ik tijdenshet tweeminutendebat een voorstel indienen, omdat ik van mening benTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122647 dat we moeten blijven meten, zodat we ook weten welke ontwikkelingener zijn en welke stappen er genomen moeten worden. Dus ik kondighierbij alvast aan welke motie ik ga indienen tijdens het tweeminuten-debat.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Helder, dank u wel. De PVV.De heer Aardema (PVV):Voorzitter. Dank aan de Minister voor zijn heel bemoedigendeantwoorden. Ik heb heel goede dingen gehoord. Wij gaan hem er zeker opaanspreken als dingen niet gebeuren of dingen te laat gebeuren. Dan kanhij op ons rekenen.Ik heb nog het verhaal gemist over het Veteranen Search Team, waarcollega Boswijk wat vragen over had gesteld. Dat is nog niet helemaal uitde verf gekomen. In de afdoening van de motie heeft de Minister gezegdde mensen te gaan helpen met het geven van cursussen en dergelijke,maar volgens mij zit dat soort zoekteams daar niet echt op te wachten,want die weten echt wel wat ze moeten doen. Dat zijn halve professionalsen zij zitten misschien wel meer op geld en middelen te wachten. Graaghoor ik nog even een reactie op dit punt. Het is bovendien zo dat ermeerdere zoekteams zijn in het land. Wij zouden graag zien dat er ook eenwat evenrediger verdeling komt van de eventuele gelden en middelen.Dank u wel.De voorzitter:Helder. Mevrouw Van der Werf.Mevrouw Van der Werf (D66):Dank, voorzitter. Ik dank ook de Minister voor de beantwoording en detoezeggingen over de doorstroom en zijinstroom van mbo’ers, en dezedenzaken. Het is fijn dat we dat straks in het halfjaarbericht kunnenteruglezen.Ik heb nog twee dingen. U had het over de prioriteit «benaderbaarheidvan de politie». Dat is natuurlijk heel erg een containerbegrip, net als«slagkracht» en «zichtbaarheid». We zijn daar allemaal vóór, maarwanneer is dat dan af? Dus hoe kunnen wij als Kamer meten en weten datu daarin slaagt? Ik denk dat dat een belangrijk punt is.Tot slot. Er was een zinnetje van de Minister dat mij triggerde. U had hetover «de zelfredzaamheid van burgers». Daarbij noemde u het voorbeeldvan de buurman die eens op het raam klopt en zegt: hé, wat is er nueigenlijk aan de hand? In het algemeen ben ik het daar natuurlijk meeeens: dat mensen ook zelf dingen op kunnen pakken. Maar als het gaatom de meldingsbereidheid zien we de laatste jaren juist ook een aantaldingen gruwelijk misgaan, omdat mensen een te grote drempel voeldenom te bellen. De politie heeft ook weleens een campagne gevoerd voor0800-nog-wat voor kleine zorgen en 112 ...De voorzitter:Let u op de tijd, mevrouw Van der Werf?Mevrouw Van der Werf (D66):... voor grotere zorgen. Daar heeft de politie, weet ik van meerderemensen, best spijt van. Dus daar zou ik graag een reflectie op willen vande Minister.De voorzitter:Hartelijk dank. De heer Six Dijkstra.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122648 De heer Six Dijkstra (NSC):Dank, voorzitter, en ik dank ook de Minister voor de beantwoording. Ik zougraag nog willen dat hij nader ingaat op een paar vragen die ik had overwijkagenten, en dan specifiek over als de streefnorm niet gehaald wordtof als de spreiding van wijkagenten scheef is verdeeld over het land. Kanhij een tijdpad geven van zijn streven om dit op te lossen? Heeft hijinzichtelijk waar het in het land het meeste knelt? Hoe ziet hij het risico datoverbelasting van specifieke wijkagenten met andere taken, mogelijk vooruitval of verloop zorgt?Dank u wel.De voorzitter:Mevrouw Michon-Derkzen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Voorzitter. Ik dank de Minister hartelijk en ik kijk uit naar de verderedebatten die zullen volgen op dit onderwerp. Ik wil op één punt naderingaan. Dat is dat partnerschap, het samenwerken met defensie, de KMaren met name de boa’s. De Minister zei daar iets over en toen hadden weeen debatje dat het niet om het papier gaat maar om de realiteit. De boa’svragen geweldsmiddelen aan, maar die aanvragen verdwijnen in hetzwarte gat. Laat ik het maar even zeggen zoals het is. Ik heb een motieingediend om te zeggen wat er is aangevraagd en wat er is toegewezen.Die cijfers kloppen niet met de verhalen die ik hoor. Idem over de inzagein het rijbewijzenregister: een motie van 2022 om boa’s inzage te gevenzodat ze de ID kunnen checken. Nu begrijp ik dat het niet voor 2027geregeld kan worden. Als dat het geval is, is er geen sprake van serieuspartnerschap. Ik nodig de Minister met deze twee concrete voorbeeldenuit om serieus werk te maken van partnerschap, zowel met boa’s – diebreng ik nu naar voren – maar ook met defensie, de KMar en privatebeveiligers.Dank u wel.De voorzitter:De heer Eerdmans.De heer Eerdmans (JA21):Veel dank aan de Minister voor de beantwoording. Wij zien graag tempoop het WODC-onderzoek, ook met de collega, want daar wachten we danop met de wetswijziging rond de demonstraties.Voorzitter. We moeten zuinig zijn op de politie. Er moet mij van het hartdat de collega van DENK met zijn opmerking zorgt voor meer agressietegen de politie. Hij voedt het wantrouwen tegen de politie. Dat is een zeerkwalijke zaak. Daarom was ik nogal geïrriteerd over de opmerking die hijplaatste, ongefundeerd. Wij zijn tegen grensoverschrijdend gedrag bij depolitie. Dat moet uitgezocht worden. Dat moet aangepakt worden. We zijnabsoluut tegen discriminatie en racisme bij de politie. Maar kijk naar derest van de wereld en dank God op je blote knieën dat wij een politiehebben zoals in Nederland.Dank u wel.De voorzitter:Ik geef de heer Ergin even de gelegenheid hier kort op te reageren.De heer Ergin (DENK):Voorzitter, ik wil alleen mijn protest en bezwaar aantekenen tegen dewoorden van de heer Eerdmans. Hij beweert dat mijn opmerkingen en devragen die ik stelde, zouden zorgen voor meer geweld. Dat is natuurlijkflauwekul. Dat wil ik graag gemarkeerd hebben.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122649 De voorzitter:Ja, dat is gemarkeerd. Goed, de heer Van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank u wel, voorzitter. Ik dank de Minister graag voor zijn beantwoording.Omwille van de tijd stip ik maar één punt aan. Dat gaat, in navolging vanwat Joost Eerdmans inbracht, over het verbod op gezichtsbedekkendekleding. Ik zeg iets minder snel «amen» dan mijn collega. Ik begrijp dat deMinister het verbod wil betrekken bij het WODC-onderzoek naar demon-straties. Ik zit nog even te googelen en dan zie ik de nodige onderzoekenoppoppen, bijvoorbeeld van Minister Ollongren en nog van anderen. Dus:zijn deze stappen niet al genoeg gezet? Kunnen we niet gewoon aan deslag hiermee? Wat de SGP betreft kunnen de maskers gewoon af.Dank u wel.De voorzitter:Dan is als laatste de heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Dank u wel, voorzitter. Omwille van de tijd zal ik nog maar drie vragenstellen. Allereerst heb ik een vraag over dat demonstratierecht. Ik heb deMinister heel uitdrukkelijk horen zeggen en horen motiveren dat er nietgesleuteld zou worden aan het demonstratierecht tot hetWODC-onderzoek er is. De Minister hoeft niet stil te gaan zitten. Het isprima om de dialoog te voeren. Maar er moet niet aan dat demonstratie-recht getornd worden, want dat onderzoek is juist heel erg belangrijk. Ikheb hier een concrete vraag over: hoe vaak wordt nu al door het lokaalgezag de voorwaarde gesteld dat er geen gezichtsbedekkende kledingmag worden gedragen? Dat vind ik relevant voor ons om te weten, wantvolgens mij kan dat al. Dat is één.Twee. Ik heb geen toezegging gekregen van de Minister dat er een pas opde plaats komt wat betreft het sluiten van politiebureaus. Ik zou zeggen:laat deze nieuwe periode dan ook echt een trendbreuk zijn en stop desluiting van het eerste het beste politiebureau. Mijn vraag aan de Ministeris heel concreet: welke bureaus dreigen er nog meer te sluiten dekomende tijd? Dat zou ik als tweede willen vragen.Ten slotte de vroegpensioenregeling voor agenten. De Minister is er drukmee bezig. Er is overleg met de bonden. De Minister ziet het acuteprobleem. Maar dan ga ik toch even streng zijn. Dit had allang opgelostmoeten worden, was het niet door deze Minister dan wel al door devorige. Dus hier is concreet mijn vraag: wat heeft de Minister nog nodigvan de Kamer om dit ook echt te regelen? Wij zijn graag bereid om daarvoorstellen voor in te dienen.Dank u wel.De voorzitter:Goed, dan dank ik de leden voor hun tweede termijn. De Minister is zovriendelijk om de beantwoording van zijn tweede termijn schriftelijk naarde Kamer te sturen vóór het tweeminutendebat.Minister Van Weel:Ik kan het ook nu in twee minuten doen.De voorzitter:Hij kan het in twee minuten doen. Nou, vooruit.Minister Van Weel:Dan is uw informatiezucht ook meteen bevredigd. Ik kom in het halfjaarbe-richt terug op het meten van de zichtbaarheid, de benaderbaarheid en deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122650 andere kerngetallen die ik hiervoor noemde. Want ik vind het belangrijkdat u die inderdaad kunt meten en dat het geen lege kreten zijn.Ik zie zelfredzaamheid en meldingsbereidheid als twee licht verschillendedingen. Er zijn plekken waar we juist die meldingsbereidheid omhoogmoeten brengen, bijvoorbeeld als het gaat om ondermijnende crimina-liteit in de buurt of het melden van druglabs en andere misstanden. Wegaan een campagne opzetten om ervoor te zorgen dat die meldingsbe-reidheid verhoogd wordt. Het gaat mij om de huis-tuin-en-keukendingen,waar nu de politie voor gebeld wordt en waarvan je ook zou kunnenzeggen dat het wellicht met de buurman afgedaan kan worden.Dan de wijkagenten. Daar komen we ook op terug in het halfjaarbericht.Dus dat zeg ik op die manier toe. Dat geldt ook voor de rijbewijzen. Ikhoop niet dat dat 2027 wordt, zeg ik tegen mevrouw Michon.De heer Eerdmans en de heer Van Dijk vroegen naar hetWODC-onderzoek. Dat onderzoek komt medio 2025 uit, zeg ik ook tegende heer Van Nispen. Tot die tijd verandert er dus niks aan het demonstra-tierecht. Dat wil niet zeggen dat we daarbinnen niet al dingen kunnendoen. Ik heb geen overzicht van hoe vaak de voorwaarde al is gesteld datde maskers af moeten. Maar het is dus wel een mogelijkheid en die kandoor burgemeesters worden ingezet. Dus de maskers kunnen af, zeker inrisicovolle situaties.De voorzitter:Er is een korte vraag van de heer Eerdmans.De heer Eerdmans (JA21):Gaat de Minister daar dan ook actie op ondernemen? Gaat u richtingburgemeesters bevorderen – dan moeten we maar roeien met de riemendie we nu hebben – dat die maskers afgaan?Minister Van Weel:De kennis van die mogelijkheden ga ik bij burgemeesters bevorderen. Datis stap één. Ik ga ze niet dwingen om dingen te doen.Er zijn nog twee vragen. De vraag over welke bureaus nog meer sluiten,neem ik mee in het halfjaarbericht, dat nog op stapel staat.De laatste vraag ging over de RVU. Wat heb ik nodig van de Kamer? Niks.De voorzitter:De heer Van Nispen. Heel kort, heel kort.De heer Van Nispen (SP):Dat laatste laat ik dan varen, dan bedenk ik zelf wel wat. Maar de tweeandere vragen zijn wel degelijk bedoeld om schriftelijke informatie tevragen van de Minister. Ik wil echt heel graag weten hoe vaak nu al devoorwaarde van geen gezichtsbedekkende kleding wordt opgelegd. Dieinformatie zou ik heel graag willen hebben. Dat heeft niet de haast van hettweeminutendebat, maar dat komt dan nog. Tenminste, ik hoop dat ik detoezegging kan krijgen dat dat wordt uitgezocht. Ik zou wel graag willenweten welke bureaus dreigen te sluiten, vóór het tweeminutendebatalstublieft.Minister Van Weel:De informatie over de bureaus krijgt u van mij. Voor dat eerste ben ikafhankelijk van alle burgemeesters van Nederland. Dus dat kan evenduren.De voorzitter:Oké, hartelijk dank. De toezeggingen noteren wij.Dan concludeer ik dat mevrouw Helder een tweeminutendebat heeftaangevraagd. Dat zal worden ingepland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122651 Ik dank de Minister voor zijn beantwoording en voor het gegeven dat hijhier was. Dank ook aan het publiek voor het volgen van dit interessantedebat. De leden dank ik hartelijk voor hun bijdragen. Dan sluit ik ditcommissiedebat Politie. Dank u wel.Sluiting 13.00 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 122652
Gerelateerde bronnen
- Politie
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 25 september 2024, over Politie
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.