KamerkringInloggen
Kamerbrief

Evaluatie fiscale regelingen bos-, natuur- en cultuurgrond

11 mei 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 211da4d4c72c1321 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 812Wijziging van enkele belastingwetten en enigeandere wetten (Belastingplan 2026)Nr. 124 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 mei 2026Hierbij stuur ik u, mede namens de Minister en Staatssecretaris vanLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) het evaluatie-rapport «Evaluatie fiscale regelingen bos-, natuur- en cultuurgrond» vanSEO Economisch Onderzoek. Deze evaluatie vloeit voort uit de RegelingPeriodiek Evaluatieonderzoek (RPE), die voorschrijft dat de doeltref-fendheid en doelmatigheid van beleid periodiek moeten worden geëva-lueerd en dat de vragen uit het toetsingskader fiscale regelingen wordenbeantwoord. Tot slot wordt in deze Kamerbrief ingegaan op de motieHolman en Grinwis. Deze motie verzoekt te onderzoeken of de cultuur-grondvrijstelling beperkt kan worden tot alleen agrariërs die grondkopen.1Inhoud evaluatie SEOHet onderzoeksbureau SEO heeft de evaluatie van zeven fiscaleregelingen met betrekking tot bos-, natuur- en cultuurgrond in maart jl.opgeleverd. Vier van de onderzochte regelingen richten zich kort gezegdop het bevorderen van het behoud en de aanleg van bos en natuur dooronder voorwaarden een vrijstelling te verlenen voor het volgende(inkomstenbelasting (IB) en vennootschapsbelasting (Vpb)): de winst vanbosbouwbedrijven, aangewezen subsidie-inkomsten voor bos- ennatuurbeheer, bos- en natuurterreinen (en landgoederen) in box 3 en totslot een vrijstelling van overdrachtsbelasting voor verkrijgingen vannatuurgronden. De andere drie onderzochte regelingen beogen hetrealiseren van structuurverbetering van cultuurgrond (landbouwgrond) envan gronden in het landelijke gebied. Dit betreft onder voorwaarden eenvrijstelling van overdrachtsbelasting voor verkrijgingen van cultuur-gronden, een vrijstelling voor kavelruil en voor herverkavelingen in hetlandelijke gebied.1Kamerstukken II 2024/25, 27 924, nr. 91. kst-36812-124ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1241 De bevindingen van SEO aan de hand van het toetsingskader fiscaleregelingen ten aanzien van de geëvalueerde fiscale regelingen in dedirecte belastingen worden hieronder gepresenteerd:1.Bosbouwvrijstelling (IB en Vpb)•De doelstelling van de regeling is het bevorderen, behouden enaanleggen van bos. Met de regeling is € 39 mln. gemoeid (meestrecente inschatting 2021).•De regeling is niet doeltreffend en niet doelmatig: er is noodzaak totoverheidsingrijpen vanwege de aanwezigheid van de positieveexterne effecten van bos en de aanwezigheid van marktfalen. Deinstrumentkeuze voor een vrijstelling veronderstelt stimuleringdoor winsten niet te belasten. Bosbouwbedrijven zijn echter niet totweinig winstgevend waardoor het gebruik van de vrijstelling doorbosbouwbedrijven zeer beperkt is.•SEO beveelt aan de regeling af te schaffen. SEO geeft daarnaast alsbeleidsoptie de vrijgekomen middelen anders aan bos- en natuur tebesteden.2.Vrijstelling voor vergoedingen bos- en natuurbeheer (IB enVpb)•De doelstelling van de regeling is het bevorderen van behoud enaanleg van natuur en het vergroten van draagvlak voor bos- ennatuurbeleid. Met de regeling is € 11 mln. gemoeid (meest recenteinschatting 2026).•De doeltreffendheid en doelmatigheid is onduidelijk omdat ditafhankelijk is van de vergoedingen en subsidies die zijn vrijgesteldvan winstbelastingen. De subsidies zijn gebaseerd op de normkos-ten voor natuurbeheer. De vrijstelling zorgt ervoor dat het subsidie-bedrag overeenkomt met die normkosten. Het alternatief (bruteren)is lastig in de uitvoeringstechniek. Er is een noodzaak tot overheids-ingrijpen vanwege de positieve externe effecten van natuur en deaanwezigheid van marktfalen.•SEO beveelt aan de regeling te behouden.3.Vrijstelling bos- en natuurterreinen bij voordeel uit sparen enbeleggen (IB – box 3)•De doelstelling van de regeling is het bevorderen, behouden enaanleggen van bos. Met de regeling is € 7 mln. gemoeid (meestrecente inschatting 2023).•De regeling is waarschijnlijk doeltreffend en doelmatig, maar hetexacte effect is lastig meetbaar doordat de doelstelling niet helderen eenduidig geformuleerd is. Er is een noodzaak tot overheids-ingrijpen vanwege de positieve externe effecten van natuur en deaanwezigheid van marktfalen. Onder het forfaitaire box 3-stelselzorgt de vrijstelling ervoor dat geen belasting geheven wordt opdoorgaans verlieslatende bos- en natuurgronden.•SEO beveelt aan de regeling te behouden of aan te passen onderhet nieuwe stelsel.4.Cultuurgrondvrijstelling (overdrachtsbelasting)•De doelstelling van de regeling is de verbetering van de landbouw-structuur. Met de regeling is rond de € 290 mln. gemoeid (meestrecente inschatting 2026).•De regeling is niet doeltreffend en niet doelmatig. De doelstellingvan structuurverbetering van de landbouw is niet meer actueel. Erwordt niet bij elke transactie getoetst of het bijdraagt aan het doel.Daar waar voorheen de overheid actief de grondstructuur optimali-seerde van en voor agrariërs, is het huidige beleid ten aanzien vanlandbouwgronden veel breder ingestoken dan enkel agrariërs. Uitde bredere beleidsmatige context blijkt dat structuurverbetering inde landbouw is ingeruild voor structuurverbetering van hetalgehele landelijke gebied. Hierdoor is geen sprake meer van eennoodzaak tot overheidsingrijpen met betrekking tot het oorspronke-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1242 lijke doel. Overheidsingrijpen ten behoeve van de structuurverbete-ring in het landelijke gebied vindt wel ondersteuning doordatdaarmee getracht wordt maatschappelijke doelen te realiseren. Dehuidige cultuurgrondvrijstelling draagt echter niet bij aan dezemaatschappelijke doelen.•SEO beveelt aan de regeling af te schaffen of deze te hervormendoor onder andere de doelstelling te actualiseren.5.Natuurgrondvrijstelling (overdrachtsbelasting)•De doelstelling van de regeling is niet expliciet benoemd in deparlementaire stukken, maar lijkt het bevorderen van behoud en deaanleg van natuur door particulieren. Met de regeling is € 4 mln.gemoeid (meest recente inschatting 2023).•De doeltreffendheid en doelmatigheid is onduidelijk. Er is namelijkgeen probleemstelling of doelstelling terug te vinden in deparlementaire stukken rondom deze regeling. Er is wel een redentot overheidsingrijpen, aangezien de doelstelling enigszins uit zoumoeten komen op het behoud (en in mindere mate de aanleg) vannatuur. De redenering voor het overheidsingrijpen lijkt sterk op dievan de andere fiscale regelingen die trachten het behoud en deaanleg van natuur te bevorderen. De formulering van het doel iseveneens niet helder.•SEO beveelt aan de regeling af te schaffen of deze te hervormendoor onder andere de doelstelling te actualiseren.6.Vrijstelling voor kavelruil (overdrachtsbelasting)•De doelstelling van de regeling is de structuurverbetering van hetlandelijk gebied. Met de regeling is € 1 mln. gemoeid (meestrecente inschatting 2023).•De doeltreffendheid en doelmatigheid is onduidelijk. De formule-ring van dit doel is niet helder en eenduidig. Bovendien wordt albijna twintig jaar lang geen (ecologische) toets op de objectieveverbeteringseis uit de Omgevingswet meer uitgevoerd die derealisatie van het doel waarborgt. Er is een noodzaak tot overheids-ingrijpen in het landelijke gebied. De regeling is doeltreffendersinds de recente aanscherping per 2025, maar er blijft eenwaarborg ontbreken voor de realisatie van structuurverbetering inhet landelijke gebied. Omdat het doel lastig meetbaar is engegevens beperkt bijgehouden worden, is onbekend in hoeverre deregeling doeltreffend en doelmatig is.•SEO beveelt aan de regeling af te schaffen of deze te hervormendoor onder andere de doelstelling te actualiseren.7.Vrijstelling voor herverkaveling (overdrachtsbelasting)•De doelstelling van de regeling is de structuurverbetering van hetlandelijk gebied. De regeling heeft een zeer beperkte budgettaireomvang (meest recente inschatting 2023).•De regeling is doeltreffendheid en doelmatig. De vrijstelling voorherverkaveling maakt de overdracht van gronden mogelijk, zodatbijvoorbeeld wegen, waterlopen en andere infrastructuur kunnenworden aangelegd en gronden dichter bij elkaar komen te liggen.Aangezien dit publieke middelen zijn, is overheidsinterventie omdeze doelen te realiseren genoodzaakt. De doeltreffendheid endoelmatigheid volgt dus mechanisch uit het karakter van eenherverkaveling. De overheid zal enkel een herverkaveling inzettenbij evidente structuurverbetering.•SEO beveelt aan de regeling te behouden.Kabinetsreactie op basis van evaluatie SEOIn de begrotingsregels is het uitgangspunt opgenomen dat bij negatieveevaluaties van bestaande fiscale regelingen deze in principe wordenafgeschaft, aangepast of – indien relevant – omgezet in een subsidie. Dit isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1243 ook een belangrijk uitgangspunt in het kader van een eenvoudigerbelastingstelsel. Op basis van de beoordelingen die door SEO zijngegeven zal het kabinet onderzoek doen hoe de onderzochte regelingen,waar nodig, hervormd kunnen worden. Op basis van dit onderzoek zal inaugustus een integrale afweging plaatsvinden over welke regelingenhervormd of afgeschaft moeten worden. Uw Kamer wordt op Prinsjesdaggeïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek en de daaruitvoortvloeiende besluitvorming.Motie Holman en GrinwisTijdens het tweeminutendebat Pacht van 20 februari 2025 is door de ledenHolman (NSC) en Grinwis (CU) een motie ingediend. De motie gaat in opde zogenoemde cultuurgrondvrijstelling in de overdrachtsbelasting enverzoekt te onderzoeken of deze vrijstelling beperkt kan worden tot alleenagrariërs die grond kopen.2 Eerder heeft mijn voorganger uw Kamergeïnformeerd over de stand van zaken van deze motie en de werking vande cultuurgrondvrijstelling in haar huidige vormgeving.3 Hieronderinformeer ik, mede namens de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij,Voedselzekerheid en Natuur, uw Kamer over de uitkomsten van hetonderzoek.De cultuurgrondvrijstelling zorgt ervoor dat er geen overdrachtsbelastingis verschuldigd bij overdacht van cultuurgrond. Hieraan is de voorwaardeverbonden dat de grond na overdacht minimaal tien jaar bedrijfsmatigwordt gebruikt voor agrarische activiteiten, zoals veeteelt, akkerbouw,weidebouw, tuinbouw en bosbouw. Voor de toepassing van de cultuur-grondvrijstelling is niet van belang wie de verkrijger van de grond is.4 Erwordt uitsluitend naar het gebruik gekeken. Dat houdt in dat wanneer eenandere partij dan een agrariër – bijvoorbeeld een particuliere investeerder,pensioenfonds of familielid – de landbouwgrond koopt en deze bijvoor-beeld verpacht of in bruikleen geeft aan een agrariër die de grondbedrijfsmatig gebruikt voor landbouw, de cultuurgrondvrijstelling vantoepassing is.De motie suggereert dat door het in toenemende mate toetreden vanbeleggers, speculanten en ontwikkelaars op de grondmarkt de prijs vanlandbouwgrond explosief is gestegen. Ook voor deze groepen geldt decultuurgrondvrijstelling zolang zij voldoen aan de voorwaarden zoalshierboven genoemd. De motie vraagt te onderzoeken of de werking vande cultuurgrondvrijstelling kan worden aangepast door deze uit te sluitenvoor niet-agrariërs die grond kopen. Agrariërs zouden hiermee voorde-liger grond voor agrarisch gebruik kunnen aankopen ten opzichte vanniet-agrariërs. Het overdrachtsbelastingtarief voor niet-woningenbedraagt momenteel 10,4%. Dit betekent dat als de cultuurgrondvrij-stelling komt te vervallen voor een bepaalde groep, zij over de aankoop-prijs 10,4% overdrachtsbelasting verschuldigd zijn.Voor wat betreft de motie is het kabinet van mening dat het op basis vande beschikbare gegevens niet wenselijk is om de cultuurgrondvrijstellingte beperken tot agrariërs. Deze motie is breed onderzocht, mede doormiddel van gesprekken met belanghebbenden. De bijdragen met debelanghebbenden zijn samengevat terug te vinden in bijlage 2. Uit degesprekken volgt een eenduidige wens vanuit de belanghebbenden omniet tot deze beperking over te gaan. Het kabinet deelt de zorg van desector dat juist bij het beperken van de cultuurgrondvrijstelling voor een2Kamerstukken II 2024/25, 27 924, nr. 91.3Kamerstukken II 2024/25, 36 602, nr. 162.4Kamerstukken II 2005/06, 30 572, nr. 9.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1244 bepaalde groep kopers de kosten van de overdrachtsbelasting zullenworden doorberekend in de pachtprijs. Daarnaast is het kabinet geenvoorstander om onderscheid te maken tussen verschillende groepenkopers, mede met het oog op de juridische en uitvoeringstechnischeimplicaties die een dergelijk onderscheid met zich brengt. Een dergelijkeaanpassing van de cultuurgrondvrijstelling zal de vrijstelling complexermaken en past naar de mening van het kabinet niet in het streven naarvereenvoudiging van het belastingstelsel. Hetgeen in de motie wordtomschreven wordt vanwege bovenstaande redenen niet meegenomen alsbeleidsoptie bij een mogelijke hervorming van de cultuurgrondvrijstelling.De Staatssecretaris van Financiën,E. EerenbergTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1245

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · bc3246caa23c7a77

14 okt 2026 · 38c32a731a31a3aa

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.