KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 2 december 2024, over Herstel Groningen (tweede termijn)

10 jan 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 4811da4c40d509ea · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 VIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2025Nr. 126 VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEGVastgesteld 10 januari 2025 De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft op 2 december 2024vervolgoverleg gevoerd met de heer Van Marum, Staatssecretaris HerstelGroningen, over:–het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII)voor het jaar 2025 (Kamerstuk 36 600-VII).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,De VreeDe griffier van de commissie,Honsbeek kst-36600-VII-126ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 1261 Voorzitter: Van EijkGriffier: Van der HaasAanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Bamenga, Beckerman,Bikker, Bushoff, Van Eijk, Holman, Kops, Vedder en Vermeer,en de heer Van Marum, Staatssecretaris Herstel Groningen.Aanvang 10.02 uur.De voorzitter:Goedemorgen allemaal. Welkom bij de vaste commissie voor Binnen-landse Zaken. Vandaag is aan de orde de tweede termijn van hetwetgevingsoverleg Herstel Groningen. Ik heet de Staatssecretaris en deleden van de commissie van harte welkom. De heer Peter de Groot isverhinderd. Hij heeft gisteren een ongelukje gehad en zijn sleutelbeengebroken. Ik heb begrepen dat de heer Vermeer zal proberen om voorhem nog wat waar te nemen. We zullen kijken hoe dat loopt. De kaartkomt eraan, zeg ik vanaf deze kant tegen de heer De Groot.Ik stel voor om in deze tweede termijn ongeveer drie minuten spreektijdaan te houden. Ik weet dat het een wetgevingsoverleg is, dus ik zal hiercoulant mee omgaan. We gaan op drie interrupties zitten en kijken evenhoever we daarmee komen. Ik wil u nog meegeven dat er donderdagwordt gestemd over de moties die vandaag worden ingediend.Ik stel voor te starten met de heer Bushoff voor zijn tweede termijn.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ik ga proberen om het vrij kort te houden. In deeerste plaats wil ik de Staatssecretaris en de ondersteuning bedankenvoor de antwoorden van een tijdje terug. Ik denk dat ik op een aantalvragen een antwoord heb gekregen, vragen zoals hoe het zit metbedrijfspanden in een bevingsgebied en een woonadres dat er net buitenvalt. Ook heb ik de toezegging gekregen dat we aan het begin van het jaarnog een brief krijgen over hoe het staat met de B- en C-schades. Dus ikben op zich blij met een aantal antwoorden en ik zie ook dat op een aantalonderwerpen die in ieder geval voor Groningen van belang zijn, deStaatssecretaris van goede wil is. Ik denk dat het nu zaak is dat we dekomende tijd toch ook concrete stappen gaan zetten.In dat licht denk ik dat het goed is als we als Tweede Kamer vandaag nogeen aantal voorstellen indienen. Ik zal zelf zo meteen een aantalvoorstellen langslopen en een aantal andere voorstellen zal mevrouwBeckerman mede namens mij indienen. Het gaat dan met name om detotaalaanpak. Ik wil daar heel kort nog even bij stilstaan.Gisteren zagen we weer dat ook de regio oproept tot toewerken naar eeneenoverheidsaanpak. Dat hoor je ook al jarenlang als je met bewonersspreekt. Zij zeggen dat ze van het kastje naar de muur worden gestuurd,dat het niet opschiet en dat ze vastlopen. Daarom is het echt ontzettendbelangrijk dat we er nu eindelijk voor zorgen dat mensen gewoon met éénoverheid te maken krijgen. Wat ons betreft krijgen ze dus recht op zo’ntotaalaanpak. Ik denk dat het belangrijk is dat we daarvoor de eerste stapgaan zetten. Mijn collega mevrouw Beckerman dient daartoe straks eenvoorstel in.Voorzitter. Gelet op het feit dat ik nog maar weinig tijd heb, ga ik nu directover tot een heel aantal moties.Motie De Kamer,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 1262 gehoord de beraadslaging,constaterende dat de aanpak voor verduurzaming is vertraagd terwijl dewaardevermeerderingsregeling (WVR) ondanks een resterend budget vancirca 93 miljoen euro op 1 februari 2025 afloopt;overwegende dat nog maar een heel klein percentage van de toege-voegde doelgroepen aan de WVR een aanvraag heeft gedaan en dekomende jaren naar schatting nog duizenden adressen in aanmerkingkomen voor de WVR;verzoekt de regering de datum van de huidige waardevermeerderingsre-geling te verlengen tot en met 31 december 2025,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Bushoff en Beckerman.Zij krijgt nr. 83 (36 600-VII).De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat het kabinet investeert in de leefbaarheid in aardbevings-gebieden;overwegende dat tegelijkertijd door geldgebrek voorzieningen dreigen tesluiten, zoals het zwembad De Kalkwijck in Hoogezand, en dit haaks staatop de aangenomen motie over het voorkomen dat voorzieningen inaardbevingsgebieden verdwijnen;verzoekt in lijn met de aangenomen motie er zorg voor te dragen datvoorzieningen zoals het zwembad in Hoogezand ook na 2025 open kunnenblijven en openbaar vervoer, scholen, zorg-, cultuur- en sportvoorzie-ningen en dorpshuizen niet verder verdwijnen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Bushoff, Beckerman, Bikker,Bamenga, Vedder en Kostic´.Zij krijgt nr. 84 (36 600-VII).De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 1263 constaterende dat de NAM eenzijdig de afspraken heeft opgeschort voorhet betalen van hun bijdrage aan perspectief voor Groningen;overwegende dat de NAM een ereschuld heeft aan de Groningers enmoreel verplicht is deze afgesproken bijdrage te leveren;verzoekt het kabinet te inventariseren en aan de Kamer te rapporteren ofer op basis van de Tijdelijke wet Groningen een grondslag is om hetverschuldigde bedrag alsnog te heffen bij de NAM,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Bushoff en Beckerman.Zij krijgt nr. 85 (36 600-VII).De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat na isolatie bij maatregel 29 de vergoeding ontbreektvoor afwerking van schilderwerk, behang, vloerbedekkingen of herstel vaneen zolderkamer, en ook ventilatie geen verplicht onderdeel is bij isolatie;overwegende dat je na isolatiewerkzaamheden moet kunnen rekenen opeen nette afwerking en ventilatie essentieel is ter voorkoming vanschimmel;verzoekt het kabinet bij maatregel 29 van Nij begun ook afwerking enventilatie mee te nemen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Bushoff, Beckerman, Bamengaen Bikker.Zij krijgt nr. 86 (36 600-VII).De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,spreekt uit dat het geld bestemd voor het Nationaal ProgrammaGroningen (NPG) ook beschikbaar moet blijven voor het NPG en nietgebruikt mag worden om financiële opgaven elders te dekken,en gaat over tot de orde van de dag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 1264 De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Bushoff, Beckerman en Bikker.Zij krijgt nr. 87 (36 600-VII).De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Ik heb nog vijf seconden, zie ik. En ik had al een minuut respijtgekregen, dus ik houd maar op met praten. Tot zover.De voorzitter:Dank u wel.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):O, sorry, ik ben toch nog één motie vergeten. Dan gebruik ik die vijfseconden daarvoor, als dat mag van u, voorzitter.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat bij Nij begun maatregel 16, de uitbetaling van devergoeding van € 2.500 voor gedupeerden die nog wachten op verste-viging, lang op zich laat wachten en bovendien niet geldt voorgedupeerde ondernemers;verzoekt de regering deze maatregel ook te laten gelden voor onder-nemers in een vergelijkbare situatie en aan zowel woningeigenaren alsookondernemers deze vergoeding zo snel mogelijk uit te keren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Bushoff en Beckerman.Zij krijgt nr. 88 (36 600-VII).Dank u wel. Ik geef de heer Kops het woord namens de PVV voor zijntweede termijn.De heer Kops (PVV):Dank u wel, voorzitter. Ik dank de Staatssecretaris voor de uitgebreidebeantwoording. Op 28 november hebben we nog een brief gekregen vande Staatssecretaris over het door het IMG ingestelde hoger beroep. Hetwerd er niet heel veel duidelijker op, moet ik eerlijk zeggen. Ik vond diebrief ook ietwat tegenstrijdig. Want we hebben allemaal, Kamerbreed,uitgesproken dat die hele juridificering ongewenst is. Ook de Staatssecre-taris schrijft dat het hem zeer aan het hart gaat en dat hij dat graagvoorkomen had zien worden. Anderzijds staat in de brief ook dat we metdat hoger beroep eigenlijk toch een soort van blij moeten zijn, want «bijinstandhouding zou de uitspraak leiden tot onduidelijkheid en eenprecedent scheppen voor toekomstige rechtszaken». In de beslisnota dieerbij hoort, lezen we ook dat «in 99% van de gevallen de berekendetrillingen hoger liggen dan de daadwerkelijk opgetreden trillingen». Danvraag ik me het volgende af. Als die uitspraak dan inderdaad in stand zoublijven, wat zijn daar dan precies de gevolgen van? Zijn die gevolgen danecht zo ontzettend groot? Kan de Staatssecretaris dat toelichten? Ik heb deuitspraak zelf ook gelezen. Daarin wordt dan gesproken over «verklarendekansen» en «voorspellende kansen». Het is allemaal natuurlijk heelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 1265 interessant als je dat zo leest, maar heel veel duidelijker wordt het er inieder geval niet op. Kan de Staatssecretaris dat dan nog uitleggen?Dan de waardevermeerderingsregeling, waar de heer Bushoff het net ookal over had. We hebben in de eerste termijn gevraagd of die niet alsnogverlengd kan worden, temeer omdat er nog steeds geld in die pot zit,namelijk 93 miljoen. De Staatssecretaris zou er nog op terugkomen, ookwanneer er besloten wordt om die regeling niet te verlengen, wat er danmet dat resterende budget gaat gebeuren. Wellicht heb ik het gemist,maar het antwoord op die vraag heb ik in ieder geval nog niet voorbij zienkomen. Dus graag daar alsnog een reactie op.Voorzitter. Dan over de uitvoeringskosten, die al jarenlang hoog zijn enzelfs verder gestegen zijn. De Staatssecretaris zei in de beantwoording: ja,oké, hoe hoog die uitvoeringskosten ook mogen zijn, dat gaat in iedergeval niet ten koste van alle vergoedingen die worden uitgekeerd.Enerzijds is dat natuurlijk mooi, hartstikke goed, maar anderzijds is enblijft het wel geld. Hoe meer we op die uitvoeringskosten, die zoontzettend hoog zijn, kunnen besparen, des te beter dat is. In het verledenis, ook door de voorganger van de Staatssecretaris, al meermaalstoegezegd om daarnaar te kijken, maar om het wat concreter te makendien ik de volgende motie in.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de uitvoeringskosten van het Instituut MijnbouwschadeGroningen al jarenlang hoog zijn;constaterende dat meermaals is toegezegd te onderzoeken hoe deuitvoeringskosten omlaag te brengen;constaterende, echter, dat de uitvoeringskosten vorig jaar verder zijngestegen van € 0,62 naar € 0,78 per uitgekeerde euro;verzoekt de regering een plan van aanpak uit te werken voor het terug-brengen van de uitvoeringskosten, en dit in het eerste kwartaal van 2025aan de Kamer te sturen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Kops.Zij krijgt nr. 89 (36 600-VII).De heer Kops (PVV):Voorzitter. In de eerste termijn had ik het, en de heer Bushoff had het daarzonet trouwens ook over, over de schadeafhandeling en de versterkingmet al die regelingen en al die organisaties. Heel overzichtelijk is het nogaltijd niet. In het verleden is echter heel vaak het volgende toegezegd. Wemoeten toe naar één aanspreekpunt en de bewoners moeten met éénoverheid te maken krijgen. Hoe de overheid het achter de schermenallemaal zelf regelt, is dan aan de overheid, maar van die hele wirwar aanbureaucratie zouden de gedupeerden in ieder geval geen last moetenhebben. Omdat die wirwar er nog altijd is, dien ik de volgende motie in.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 1266 Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de schadeafhandeling en versterking in Groningen nogaltijd een wirwar aan organisaties, regelingen en procedures kennen;overwegende dat bureaucratische rompslomp vertragend werkt en geldkost, en daarom zo veel mogelijk moet worden tegengegaan;verzoekt de regering voor één integrale aanpak te zorgen, waarbijgedupeerden bij één aanspreekpunt terechtkunnen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Kops.Zij krijgt nr. 90 (36 600-VII).De heer Kops (PVV):Voorzitter. Ik dien de motie wel in, maar ik hoop natuurlijk dat deStaatssecretaris dadelijk gaat zeggen: die motie is overbodig, want datdoen we al; dat gaan we doen. Daar hoop ik natuurlijk op. Graag eenreactie op dat punt.Ik dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer Bamenga voor zijn tweedetermijn namens D66.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik de Staatssecretaris bedanken voorde antwoorden. Volgens mij hebben we een goed debat gehad in dezecommissie. Naar mijn idee willen we ook allemaal hetzelfde in dezecommissie, namelijk zorgen dat de hersteloperatie Groningen een succesis en dat we de Groningers verder helpen, want zij hadden altijd gelijk. Ikheb een aantal moties om de Staatssecretaris in ieder geval een steuntjein de rug te geven.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat stoppen met het gebruik van de trillingstool staatopgenomen in Nij begun;constaterende dat diverse Groningers in het verleden onterecht schade-herstel is ontzegd als gevolg van het gebruik van de trillingstool;constaterende dat de trillingstool tot op de dag van vandaag gebruikwordt binnen het IMG;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 1267 overwegende dat in enkele gevallen de trillingstool als aanvullendemaatregel positief uitvalt;verzoekt de regering de trillingstool voortaan alleen nog maar in te zettenals aanvullende maatregel, en alleen wanneer het resultaat positief uitvaltvoor de schadeopmeting van Groningers,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Bamenga en Vedder.Zij krijgt nr. 91 (36 600-VII).De heer Bamenga (D66):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat Groningers bij de hersteloperatie te maken krijgen metverschillende overheidsloketten;overwegende dat hierdoor verwarring, vertraging en onduidelijkheidontstaat en ook de uitkomsten voor Groningers daardoor soms te veelverschillen;constaterende dat bij herstel toeslagen nu gewerkt wordt aan een pilotTotaalherstel, waarbij het doel is om voor een bepaalde groep integraalbinnen enkele weken het proces af te ronden;verzoekt de regering om toe te werken naar één overheidsloket waarGroningers op maat worden geholpen;verzoekt de regering de pilot Totaalherstel te volgen en deze commissiemet een brief de lessen voor de hersteloperatie Groningen te doentoekomen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Bamenga en Vedder.Zij krijgt nr. 92 (36 600-VII).De heer Bamenga (D66):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat de gaswinning in Groningen heeft geleid tot meer dan265.000 schademeldingen;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 1268 overwegende dat ruim 11.000 woningen in Groningen tot op de dag vanvandaag onveilig zijn;overwegende dat in het hoofdlijnenakkoord «geen Gronings gas meer»staat;constaterende dat er nog steeds gas wordt gewonnen in de provincieGroningen, met ernstige gevolgen voor de omwonenden;constaterende dat de NAM een aanvraag heeft gedaan om de winning vangas bij Warffum te verlengen;overwegende dat de NAM zich eenzijdig heeft teruggetrokken uitafspraken om bij te dragen aan de hersteloperatie voor de Groningers;verzoekt de regering de vergunning van de NAM om gas te winnen bijWarffum niet te verlengen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Bamenga en Bikker.Zij krijgt nr. 93 (36 600-VII).De heer Bamenga (D66):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de NAM stopt met het meebetalen aan het perspectiefvoor Groningen;overwegende dat de NAM jarenlang heeft geprofiteerd van de gaswinningin Groningen;constaterende dat de president-directeur van Shell in 2023 in de mediaopriep te stoppen met de gaswinning;overwegende dat de NAM heeft toegezegd te blijven meebetalen aan hetperspectief van Groningen tot 2030;overwegende dat zolang de NAM de betalingen richting Groningen niethervat, zij geen betrouwbare partij is waar de overheid zaken mee zoumoeten doen;verzoekt de regering om geen nieuwe gaswinningen of verlengingen vanbestaande gaswinningen goed te keuren voor de NAM zolang zij nietvolledig voldoet aan de afspraken over het meebetalen aan het schade-herstel en het verbeteren van het economische en sociale perspectief vanGroningen, door geen nieuwe winningsvergunningen af te geven en geennieuwe winningsplannen goed te keuren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 1269 Deze motie is voorgesteld door het lid Bamenga.Zij krijgt nr. 94 (36 600-VII).Dank u wel. Ik geef het woord aan mevrouw Vedder, die spreekt namenshet CDA.Mevrouw Vedder (CDA):Dank, voorzitter. Ik heb in zowel het debat Staat van Groningen als hetWGO aandacht gevraagd voor de schrijnendste gevallen: mensen methuizen in het kerngebied, die elke aardbeving hebben meegemaakt ensnel boven de 60k uitkomen qua schades. Zij merken nog te weinig vanmilder, menselijker en makkelijker, terwijl juist zij onze hulp het hardstnodig hebben. Juist zij verdienen het om verlost te worden van de strijdom hun rechten. De Staatssecretaris herkent dat beeld gelukkig, dat juistdeze groep nu nog niet wordt bereikt. Hij heeft ook gezegd hiermee bezigte zijn. Maar ik heb ook gezien dat er geen «one size fits all»-oplossing inbeeld is en dat er soms ook andere uitdagingen spelen dan causaliteitsbe-oordelingen. Wij blijven natuurlijk graag op de hoogte, dus is het mogelijkdat de Staatssecretaris de Tweede Kamer toezegt om in Q1 2025 te komenmet een brief over deze groep zwaarst getroffen mensen met daarin eeninventarisatie van redenen waarom het bij deze mensen nou juist spaakloopt en een inventarisatie van oplossingsrichtingen om deze gevallenvlot te trekken? Ik heb er namelijk begrip voor dat de oplossingsrichtingdie ik de vorige keer heb geopperd misschien niet een «one size fitsall»-oplossing is, maar dan zou ik graag horen wat wél de oplossingenzouden kunnen zijn.Voorzitter. Ik sluit mij aan bij de vragen van de heer Kops over het hogerberoep van het IMG. Ik heb ook de appreciatie van het amendement-Beckerman/Bushoff bestudeerd. Ik heb wel een beetje zorgen over eenaantal zinnen daarin over het uitvoeren van Van Geel. Ook het CDA hechtgrote waarde aan het uitvoeren van het rapport-Van Geel. Ik zie dat daarveel slagen om de arm in staan, wat verregaande consequenties zouhebben voor de versterkingsoperatie en de schadeafhandeling. DeStaatssecretaris zou bezig zijn met een plan en we zouden pas dan kunnenkijken of het misschien wel budgettair past. Ik word daar een beetjeonrustig van, dus ik zou graag een reactie van de Staatssecretaris willenvragen daarop.Voorzitter, tot slot. Net als veel andere fracties hechten ook de fracties vanhet CDA, de ChristenUnie en D66 veel waarde aan de waardevermeerde-ringsregeling en vooral aan het kunnen benutten van het bestaandebudget. Zij hebben daarom de volgende motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat de waardevermeerderingsregeling succesvol is;constaterende dat deze regeling per 1 februari 2025 stopt;constaterende dat nog zo’n 93 miljoen euro aan budget beschikbaar isvoor de waardevermeerderingsregeling en veel bewoners nog geengebruik hebben kunnen maken van deze regeling;verzoekt de regering de waardevermeerderingsregeling ook na februari2025 open te laten staan en daarvoor in ieder geval het nu beschikbarebudget intact te houden,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12610 en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Vedder, Bikker en Bamenga.Zij krijgt nr. 95 (36 600-VII).Mevrouw Vedder (CDA):Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik geef het woord aan mevrouw Beckerman namens de SP.Mevrouw Beckerman (SP):Voorzitter. Ik doe eerst een aantal moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat voor het toeslagenschandaal een totaalaanpak wordtingevoerd;constaterende dat gedupeerde Groningers een jaar na de parlementaireenquête nog steeds vastlopen in de bureaucratie en dat uit onderzoek vanVereniging Eigen Huis blijkt dat het vertrouwen stagneert;voorts constaterende dat de commissie-Van Geel goede aanbevelingenheeft gedaan om de ongelijkheid aan te pakken en dat uit hetVEH-onderzoek blijkt dat 89% van de respondenten ervaart dat dezeongelijkheid tot conflicten en spanningen leidt;verzoekt de regering een totaalaanpak voor gedupeerde Groningers enDrenten te ontwikkelen waarbij iedereen binnen een jaar een totaalplanheeft voor zijn woning of bedrijf dat schadeherstel, versterking, compen-satie en verduurzaming omvat;verzoekt de regering voorts gedupeerden het wettelijk recht te geven eentotaalaanpak te krijgen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Bushoff.Zij krijgt nr. 96 (36 600-VII).Mevrouw Beckerman (SP):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12611 overwegende dat vorig jaar is beloofd om geen hoger beroep meer in testellen tegen gedupeerden die een rechtszaak tegen de Staat hebbengewonnen;constaterende dat er nu opnieuw hoger beroep is ingesteld door het IMG;verzoekt de regering te zorgen dat er niet langer wordt doorgeprocedeerdtegen gedupeerden,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Bushoff.Zij krijgt nr. 97 (36 600-VII).Mevrouw Beckerman (SP):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat de Tweede Kamer al meermaals aandacht heeftgevraagd voor bouwfouten die worden gemaakt bij de versterking en bijsloop-nieuwbouw, die ervoor zorgen dat bewoners na opleveringopnieuw in problemen komen;constaterende dat in sommige gemeenten veel woningen moeten wordenversterkt en herbouwd, waardoor op veel trajecten toezicht moet wordengehouden;verzoekt de regering met gemeenten en de NCG een aanpak te ontwik-kelen om bouwfouten te voorkomen en beter aan te pakken, en de Kamerhierover in het eerste kwartaal van 2025 te infomeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Bushoff, Kostic´ enBamenga.Zij krijgt nr. 98 (36 600-VII).Mevrouw Beckerman (SP):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat de Tweede Kamer de motie-Beckerman/Nijboer (33 529,nr. 1154) heeft aangenomen om bewoners te compenseren wanneer zeeigen geld hebben moeten inleggen voor de versterking;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12612 constaterende dat de regering in een brief (35 561, nr. 56) heeft beloofddat deze bewoners voor het einde van het eerste kwartaal van 2024uitsluitsel zouden krijgen;voorts constaterende dat bewoners uit batch 1588 die eigen geld hebbeningelegd nog steeds wachten;verzoekt de regering voor kerst 2024 de bewoners uit batch 1588 die eigengeld hebben moeten inleggen te compenseren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Bushoff en Kostic´.Zij krijgt nr. 99 (36 600-VII).Mevrouw Beckerman (SP):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat de Tweede Kamer al sinds 2018 aandacht vraagt voor deproblemen die gedupeerden hebben met de Belastingdienst als gevolgvan schadeloosstellingen die zij ontvangen;constaterende dat gedupeerden nog steeds naar vijf verschillendeloketten worden verwezen als zij problemen krijgen met toeslagen,vrijstellingen en belastingen en dat gedupeerden hierin vastlopen;voorts constaterende dat deze problemen voor bijvoorbeeld gedupeerdenin het toeslagenschandaal wel worden voorkomen door schadevergoe-dingen niet aan te merken als vermogen;verzoekt de regering problemen die gedupeerden ervaren met belastingenen kwijtscheldingen te voorkomen en aan te pakken door alle schadeloos-stellingen en compensatie niet aan te merken als vermogen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Bushoff, Kostic´ enBikker.Zij krijgt nr. 100 (36 600-VII).Mevrouw Beckerman (SP):Dan de laatste.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12613 verzoekt de regering de gaswinning bij Warffum niet te verlengen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Bushoff en Kostic´.Zij krijgt nr. 101 (36 600-VII).Mevrouw Beckerman (SP):Voorzitter. Mijn laatste vraag gaat over het hoger beroep. We hebben debrief gelezen. Eigenlijk zit daar geen nadere duiding in van wat in hetdebat is gevraagd. Toen werd namelijk gevraagd waarom het heel erg miszou gaan voor heel veel anderen als dit hoger beroep niet zou wordenteruggetrokken. Ik zie het volgende, en daar wil ik graag een reactie opvan de Staatssecretaris. Aan de ene kant wordt gezegd dat we in hogerberoep gaan vanwege de collectieve zaak. Maar als we er vervolgensvragen over stellen, wordt er gezegd: we kunnen niet ingrijpen, want hetis een individuele zaak. We zien dat de Staatssecretaris argumentengebruikt zoals het uitkomt. Hij zegt aan de ene kant dat het een individuelezaak is en aan de andere kant dat het een collectieve zaak is. Onze fractieacht het echt van belang om niet opnieuw deze weg op te gaan als we naeen parlementaire enquête stellig zeggen dat die hele juridisering moetstoppen. Dat is in het collectieve én individuele belang. Daar krijg ik noggraag een reactie op.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Excuses aan de heer Holman, want die had ik eigenlijk hetwoord moeten geven vóór mevrouw Beckerman. Ik dacht dat u in dejuiste volgorde zat, maar dat blijkt niet het geval te zijn. Ik geef het woordaan de heer Holman namens Nieuw Sociaal Contract.De heer Holman (NSC):Dank u wel, voorzitter. Ik vind het totaal niet erg. Ik heb een paar opmer-kingen en een motie.Ik heb ten eerste een vraag aan de Staatssecretaris over decommissie-Van Geel. Kan de Staatssecretaris duidelijk aangeven wat deconsequenties zijn van de situatie zoals die nu is? We vinden met elkaardat wat de commissie-Van Geel zegt, uitgevoerd moet worden. Het isonduidelijk of daar genoeg financiële middelen voor zijn. Heeft deStaatssecretaris dekking om dit uit te voeren? Zo niet, is er dan eenmogelijkheid om die te krijgen? Als die niet gekregen kan worden,betekent dit dan dat er een bepaalde rangschikking komt in de uitvoeringvan Van Geel, dus een soort van prioritering?Mevrouw Beckerman (SP):Maar het is toch gewoon duidelijk dat er te weinig geld is vrijgemaakt?Kijk, prioriteren moet sowieso in de uitvoering, want we kunnen niet allestegelijk doen. Maar als je gaat prioriteren in ongelijkheid, dan ga je dusmet een aanpak om ongelijkheid tegen te gaan, bewust meer ongelijkheidcreëren. Is de heer Holman dat met de fractie van de SP eens?De heer Holman (NSC):Om daar een duidelijk antwoord op te kunnen geven, vragen wij deStaatssecretaris of hij duidelijkheid kan verschaffen over hoe hij daartegenaankijkt en over hoe hij daarmee denkt om te gaan. Ik ben dus benieuwdwat de Staatssecretaris heeft te vertellen.Hetzelfde geldt voor de waardevermeerderingsregeling. Die vinden wijbelangrijk, dus die zouden we moeten verlengen. Kan de Staatssecretarisduidelijkheid scheppen over de vraag of het budget toereikend is en of hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12614 kan binnen wat er nu voorligt? Zo niet, moet er dan alternatieve dekkingvoor gevonden worden? Ook daarover krijgen wij graag duidelijkheid vande Staatssecretaris. Kan dit? Kunnen we daar invulling aan geven?Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Ik heb toch een vraag aan de heer Holman. Beluister ik zijn vraag goed, alsik denk dat hij zegt dat de regeling moet worden doorgetrokken omdat hetgeld er toch nog staat en er nog steeds behoefte aan is? Zo ja, dan is ditwel het moment om het te regelen voor het komende jaar. Als deStaatssecretaris nu komt met «ik heb daar nog wat voor nodig», dan moetu zich realiseren dat dit de week is waarin we gaan stemmen. Daarna gaathet naar de Eerste Kamer en is het out of our hands. Ik zou dus van deheer Holman willen weten wat de inzet is van de NSC-fractie. Steunt hijeen van de moties die hiervoor zijn langsgekomen? Zit hij aan eenamendement te denken? Het maakt mij niet veel uit, maar ik ben heelbenieuwd welke koers de NSC-fractie hierin kiest.De heer Holman (NSC):Nogmaals, wij vinden de waardevermeerderingsregeling belangrijk. Devraag aan de Staatssecretaris is om duidelijkheid te krijgen over de vraagdie mevrouw Bikker aan ons stelt. Wij willen duidelijkheid over de manierwaarop wij de moties moeten beoordelen en waarderen. Graag duide-lijkheid van de Staatssecretaris over hoe wij dat moeten zien.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Bikker.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Er zijn natuurlijk twee smaken. De Staatssecretaris kan zeggen: steun diemoties, want ik heb dat nodig. Of hij zegt: het komt wel goed, dus laat mijmaar even schuiven. Maar dan moeten we dit financieel nog steedsaftikken, want anders zal een andere Minister zeggen: «Hoor eens, wehadden afgesproken dat de waardevermeerderingsregel tot dan en danloopt. Ik heb een begroting waarin ik van alles en nog wat zie. Ik ga daarook bij andere Staatssecretarissen niet mee akkoord, dus inleveren diehap.» Daarom vind ik het belangrijk dat de Kamer een duidelijke uitspraakdoet, zodat het Ministerie van Financiën niet in een andere werkelijkheidnaar deze waardevermeerderingsregeling kijkt.De heer Holman (NSC):De analyse van mevrouw Bikker klopt, denk ik, in grote mate. Voordat wijeen oordeel kunnen geven over de moties die zijn ingediend, willen wijgraag helderheid en duidelijkheid van de Staatssecretaris: hoe moeten wijlezen of zien of die dekking er wel of niet is?Mevrouw Beckerman (SP):Daar was mijn vraag over de ongelijkheid natuurlijk ook op gericht. Wijhebben dat amendement echt al heel snel ingediend, geloof ik. Ik weetniet precies wanneer, maar het is toch wel een paar maanden geleden.Daarop is ook al een antwoord gekomen. We hebben nog maar driedagen. In elk debat dat na vandaag komt, zal gezegd worden: hartstikkeleuk plan, oppositie, maar daarvoor moet je bij de Voorjaarsnota zijn of bijde begroting. Dít is het moment. Dit is de begroting. Weet NSC echt nogniet hoe zij gaat stemmen? Heeft u een eigen afweging gemaakt over hetamendement, over het geld dat nodig is voor de commissie-Van Geel? Wehebben het zo vaak gezien in de parlementaire enquête: de Kamer heeftde afgelopen jaren ook onvoldoende het verschil gemaakt. Het is dus ookecht aan de Kamer zelf om een afweging te maken.De heer Holman (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12615 Het is steeds ongeveer dezelfde vraag en het antwoord daarop zal ooksteeds ongeveer hetzelfde zijn. We hebben inderdaad drie dagen de tijdom te kijken hoe wij gaan stemmen. Die afweging zal de fractie van NieuwSociaal Contract gaan maken. Wij hopen dat de Staatssecretaris nog enigeduidelijkheid kan geven, zodat wij een goede afweging kunnen maken. Ikkom niet tot een ander antwoord.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Het is op zich prima om in een oordeel ook nog eventjes de afweging vande Staatssecretaris mee te nemen. Dat kan. Ik zou het op zichzelf wel fijnvinden als fracties ook zelf een opvatting hebben over een voorstel van deKamer dat er al heel lang ligt en die met ons delen. Dat maakt het debatwat makkelijker. Ik luisterde heel goed naar de beantwoording van de heerHolman van de NSC-fractie van net. Hij zei over de waardevermeerde-ringsregeling: ik wil toch even horen of er een toereikend budget is en ofde dekking klopt. En toen dacht ik: «Hè? Dat kan ik niet helemaal rijmenmet het punt dat er nog 93 miljoen euro in die pot met geld zit.» Wat nuvoorgesteld wordt, is niet om daar meer geld aan toe te voegen. Nee, watvoorgesteld wordt, is om de pot met geld die nu beschikbaar is,beschikbaar te houden voor die regeling. Daarover kan de heer Holmantoch wel zeggen dat hij het daarmee eens is?De heer Holman (NSC):We constateren dat de waardevermeerderingsregeling goed is. Ik zou diehet liefst willen verlengen. We constateren dat daarvoor in principe 93miljoen beschikbaar is. Nogmaals, dan herhaal ik mijn vraag aan deStaatssecretaris: kan de Staatssecretaris enige duidelijkheid geven over demanier waarop dit kan worden aangewend en aangeven wat precies deconsequenties zijn als we tot dit besluit komen? Wij willen gewoonduidelijkheid van de Staatssecretaris: hoe duidt hij dit? Volgens mij is dievraag aan de Staatssecretaris niet zo moeilijk.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Bushoff.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Nee, op zich niet, maar het baart mij een beetje zorgen dat de onderlig-gende aanname is dat het zou kunnen dat dit geld ergens anders vooringezet gaat worden. En dat zou toch wel heel raar zijn. Dat zou toch nietde bedoeling moeten zijn, vraag ik aan de heer Holman. Dat willen wetoch met z’n allen niet?De heer Holman (NSC):Wat de heer Bushoff zegt, heb ik niet gezegd. Daar kan hij mij dus moeilijkover bevragen. Nogmaals, volgens mij is de vraag die wij aan deStaatssecretaris stellen duidelijk.De voorzitter:Dank je wel. Was u klaar met uw betoog, meneer Holman, of nog niet?De heer Holman (NSC):Nee.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.De heer Holman (NSC):Bij het IMG geldt eigenlijk precies hetzelfde. Collega’s hebben er al veelover gezegd. Ik denk dat het waardevol is dat de Staatssecretaris hierenige duidelijke duiding aan geeft, gelet op de vragen die collega’sTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12616 hebben gesteld. Hoe moeten we dit nou precies zien? Daar ga ik verderniks over zeggen.Ten slotte hebben wij nog één motie. Die gaat over de verantwoorde-lijkheid van de NAM en over wat de Kamer vindt dat de NAM zou moetendoen.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de NAM niet langer wil meebetalen aan de leefbaarheiden de economie in Groningen nu de gaswinning in het Groningenveld isgestopt;constaterende dat de NAM verspreid over de periode van 2018 tot 2029500 miljoen aan de regio zou betalen, maar slechts 343 miljoen heeftbetaald en niet bereid is meer te betalen;overwegende dat het beëindigen van de gaswinning in het Groningenveldniet mag leiden tot een onmiddellijke stopzetting van investeringen die deNAM doet in de economische ontwikkeling en de leefbaarheid van deregio;van mening dat de NAM op deze manier voorbijgaat aan de problemendie gaswinning uit het Groningenveld nog steeds geeft;verzoekt de regering om met de NAM een oplossing te vinden om deresterende 157 miljoen alsnog te betalen, zodat dit bedrag ten gunstekomt van het verbeteren van de economie en de leefbaarheid in de regioen daarmee het toekomstperspectief van de Groningers,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Holman en Bikker.Zij krijgt nr. 102 (36 600-VII).Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer Vermeer voor zijn tweedetermijn namens de BBB.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. Allereerst heb ik nog een vraag, ook namens deheer Peter de Groot van de VVD. Die vraag kwam eigenlijk naar vorennaar aanleiding van de werkbezoeken in Groningen. De vraag gaat overde rapporten over schade, die we naar onze mening wel ondeugdelijkkunnen noemen. Het gaat bijvoorbeeld over een latei, een draagbalkboven een raam of een kozijn. Daar staat in het rapport van alles overgeschreven, terwijl je dat alleen maar zou kunnen constateren als je hetstucwerk daarvoor zou weghalen. Dan kun je namelijk pas zien hoe dat inelkaar zit. In die rapporten stonden gewoon aannames over zaken dienooit feitelijk geconstateerd zouden kunnen zijn. Mede namens de heer DeGroot is mijn vraag: hoe kunnen we dit soort ondeugdelijke rapportenvoorkomen? Wat moeten mensen doen die daartegenaan lopen? Komendie rapporten altijd uit een bepaalde hoek? Kunnen we daar een rode lijnin ontdekken? Komen ze bijvoorbeeld van bepaalde taxateurs of heeft hette maken met een bepaald type woningen waarbij het steeds misgaat ofTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12617 met bepaalde schade? Daar zouden we graag nog een antwoord ophebben.Gisteren verscheen op RTV Noord een artikel van de gedeputeerde inGroningen over de aardbevingsschade. Zij benadrukte nogmaals dat dieeenoverheidsaanpak toch het uitgangspunt zou moeten zijn en dat we ookniet allerlei evaluaties daarvan moeten afwachten, omdat die eenover-heidsaanpak voor iedereen de meest logische, klantgerichte en, in ditgeval, de meest mensgerichte aanpak is. Wij gaan hier namelijk geenhuizen herstellen, maar wij moeten vooral kijken hoe we het leed vanmensen oplossen. Ik heb hier een motie over. Wellicht is die aanvullendop de vanochtend eerder ingediende moties van Bamenga en Vedder, envan Beckerman en Bushoff. Ik denk dat deze dus aansluitend kan zijn. Ikheb hier de tandem Vermeer en Holman.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Staatssecretaris Herstel Groningen samen met deregio gaat onderzoeken hoe vorm en inhoud kan worden gegeven aan deherstelagenda, met als doel een veilig, schadevrij, verduurzaamd, mooi enleefbaar Groningen, waarbij de bewoners weer grip krijgen op hun eigenleven;constaterende dat hiermee begonnen gaat worden in de startgebieden;constaterende dat er daarbij veel geleerd kan worden van de dorpen-aanpak;overwegende dat het op dit moment nog onduidelijk is hoe dezeherstelagenda nader vorm gaat krijgen;verzoekt de regering om de Kamer te informeren over de vormgeving vande herstelagenda in het voorjaar van 2025,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Vermeer en Holman.Zij krijgt nr. 103 (36 600-VII).Mevrouw Beckerman (SP):Dat is een mooie motie, maar uiteindelijk gaat het er ook om... Ik vond hetzo charmant aan Van Geel dat hij zei: je kunt niet al die ongelijkheidoplossen door alle regelingen opnieuw open te stellen, maar stel heteindbeeld centraal voor iedereen. Zorg ervoor dat aan het einde van alleswat er gedaan is, iedereen in Groningen een heel huis heeft, een veilighuis heeft, gecompenseerd is en vooral ook dat iedereen die dat wil, eenverduurzaamde woning heeft. Op dat laatste stukje loopt het mis, wantdaarop heeft de Staatssecretaris gezegd: dat is allemaal hartstikke leuk,maar daar hebben we niet genoeg geld voor. Gelukkig willen we allemaaldeze aanpak, deze totaalaanpak. Maar die totaalaanpak gaat, zo vraag ikaan de BBB, toch alleen maar werken als we ook het laatste stuk doen,namelijk geld vrijmaken om te zorgen dat we Van Geel goed kunnenuitvoeren, zodat die schrijnende ongelijkheid, die echt scheuren oplevertin gemeenschappen, wordt gestopt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12618 De heer Vermeer (BBB):Volgens mij is dat een hele mooie vraag die alleen maar met ja beant-woord kan worden. Het is eigenlijk ook een gesloten vraag, maar ik wil erwel iets meer over zeggen. Wij constateren namelijk steeds – ik heb zelfals financieel woordvoerder ook te maken met de behandeling van alleamendementen, ook voor komende donderdag – dat wij hier alleenkunnen zeggen dat het geld er is op het moment dat het op die begrotingstaat en dat budget ook daadwerkelijk vrijgespeeld is. Bij herstel inGroningen speelt volgens mij iets anders, want er is in Nij begun en in dehele nasleep van die enquête duidelijk gezegd dat het maar moet kostenwat het kost en dat dat opgelost moet worden. Dat betekent voor ons alsKamer, als coalitie maar ook voor het kabinet dat het geld dat daarvoornodig is, dan maar steeds vrijgemaakt zal moeten worden. Dat gaat niet inéén keer. Dat gaat niet in één keer met tientallen miljarden op debegroting. Dat zal steeds van project naar project en van jaar naar jaargaan. Ik vind dat mevrouw Beckerman, al is het eigenlijk onnodig, ersteeds op kan wijzen dat dát de afspraak is en dat dat geld er steeds moetkomen. Ik denk dat het voor de korte termijn niet eens noodzakelijk is dater extra geld bij komt, maar dat datgene waar al geld voor is, goeduitgevoerd moet worden en dat wij de juiste aanpak voor de komendejaren kiezen.De voorzitter:Mevrouw Beckerman heel kort, want u bent door uw interrupties heen.Mevrouw Beckerman (SP):Ja, maar ik denk dat dit toch belangrijk is. Kijk, toen ik in de Kamer kwam,hoefden we niet uit de begroting geld te halen, want toen was Groningen– zoals we dat in jargon noemen – «buiten de kaders geplaatst». Nu moetje continu afwegingen maken: Groningen of iets anders; Groningen of ietsanders. Dat legt nog meer de nadruk op gedupeerden. Maar «koste watkost» hoor ik eigenlijk al sinds de tijd van Wiebes. «Nee, hoor, geld speeltgeen rol.» We hebben zelfs Rutte vaak horen zeggen «geld speelt geenrol». Dat is hartstikke leuk om te roepen, maar in de praktijk speelt het weleen rol. In de praktijk zien we dat de ene kant van de straat wel recht heeftop 40.000, maar de andere kant slechts op 20.000, en dat het ene dorp welrecht heeft op 40.000, en het volgende slechts op 20.000. Die ongelijkheidkun je alleen maar oplossen door daar nu een einde aan te maken. Hoeregel je dat vervolgens op de begroting? Ik zou er voorstander van zijn omhet weer buiten de haken te zetten. Daar kunnen we met z’n allen overdoorpraten. Alleen is het probleem nu dat wij wel zeggen «koste watkost», terwijl in de praktijk gedupeerden er heel veel last van hebben datdat in werkelijkheid iets heel anders betekent en dat daardoor ontzettendveel ongelijkheid ontstaat. Bent u dat met mij eens, vraag ik via devoorzitter.De heer Vermeer (BBB):Ik erken dat er ongelijkheid is, zoals mevrouw Beckerman zegt. Ik denk zelfniet dat die ontstaat door de budgetverschillen, maar door de regels diewe stellen. We moeten eerst zorgen voor regels die bewerkstelligen datdie ongelijkheid verdwijnt en dan zou het geld dat daarbij hoort, moetenvolgen. Dat is de juiste volgorde wat ons betreft.De voorzitter:U vervolgt... Nee, ik zie nog twee vingers. De heer Bushoff was eerst.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Op dit laatste punt. De heer Vermeer geeft aan bang te zijn dat dieongelijkheid met name voortkomt uit de regels die wij stellen. Ik kan medaar best wel in vinden, maar het punt is nou juist dat we die regels en dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12619 voorwaarden volgens mij stellen, omdat er beperkt budget beschikbaar is.Precies als het aankomt op verduurzaming, zijn het inderdaad de regelsdie zorgen voor ongelijkheid. Dat komt doordat er een beperkt budgetbeschikbaar is. Mijn vraag aan de heer Vermeer gaat over het volgende. Ikzeg niet dat je van vandaag op morgen in één keer al het geld per sebeschikbaar moet hebben, maar je zult wel de principe-uitspraak moetendoen dat je wilt dat die ongelijkheid minder wordt en dat de regels die deongelijkheid veroorzaken, afgeschaft worden. Dan moet je die principe-uitspraak dus wel doen. Gelet op het feit dat het echt wel even tijd kost inde jaren van uitvoering, kan het best nog wel even duren voordatiedereen aan de beurt is. Dat geld hoeft dus vandaag niet helemaalbeschikbaar te komen, maar je moet die principe-uitspraak nu wel doen.Wil de heer Vermeer die uitspraak ook doen?De heer Vermeer (BBB):Volgens mij heb ik die uitspraak net al gedaan door te zeggen: mijnantwoord is ja. Ik heb alleen zelf in de hele discussie rond de begroting enzo wel gezien dat wij daar dan op een andere manier mee om moetengaan dan wij nu doen. Dat is een strijd die ik in ieder geval zal voerenbinnen de coalitie. Ik weet dat die brede steun krijgt van de Kamer en datdie volledig aansluit op alles wat er in het verleden al is toegezegd.Volgens mij komen we daar gewoon uit en gaat het alleen om de vraag inwelke vorm dat plaatsvindt.De voorzitter:Heel kort, meneer Bushoff.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Mag ik de motie die de heer Vermeer daarnet indiende, dan interpreterenals «ik doe die principe-uitspraak»? Ik hoorde nu in de motie nog «in hetvoorjaar informeren over de aanpak». Dat vond ik nog wel wat mager tenopzichte van hier zeggen dat wij voor die aanpak staan.De heer Vermeer (BBB):Ik vraag in de motie om het in het voorjaar te doen, zodat wij in hetvoorjaar kunnen toetsen of datgene waar de Staatssecretaris mee komt,past bij de wensen die wij als Kamer hierover hebben. Dan kunnen wijeventueel zeggen: top gedaan, hier moet geld bij komen. Maar wij kunnenook zeggen: dat kan wel een tandje beter. Dan gaan we het daaroverhebben. Ik wil dus wel, zoals volgens mij hier gebruikelijk, eerst debestuurders de kans geven om met een voorstel te komen. Daarnacontroleren we dat als Kamer. Eigenlijk geven we al kaders aan door tezeggen: kijk vooral naar deze aanpak, want daar zijn wij zeer van gechar-meerd. Wij zijn daarvan gecharmeerd, omdat de mensen die dat inGroningen uit moeten voeren, daarvan gecharmeerd zijn.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Ik heb toch een vervolgvraag. Dit is al een witte vlek sinds Nij begungepresenteerd is. Vervolgens heeft de Kamer zich gecommitteerd aan hetrapport-Van Geel. Ik heb ook de heer Vermeer eerder principe-uitsprakenhoren doen. Ik was er blij mee dat dit uitgevoerd moest worden; NSCidem dito, trouwens. Ik snap heel goed dat je niet in één keer al het geldvrij hoeft te maken. Dat snap ik. Het positieve punt is dat ik nog steeds deprincipe-uitspraak beluister: we gaan Van Geel uitvoeren! Heb ik dat goedbegrepen? Mijn zorg is echter dat de huidige coalitiepartijen zich eenbeetje in slaap laten sussen en het naar de Voorjaarsnota schuiven;excuus aan de luisteraars voor de techniek. Bij de Voorjaarsnota komenalle nieuwe financiële claims van alle ministeries weer bij elkaar. Of ditgaat lukken, hangt er dan net maar van af welke prioriteiten er verder zijnrondom zorg, onderwijs of weet ik veel. Dat zou ik een heel schrijnendeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12620 uitkomst vinden, vandaar dat ik denk dat veel collega’s, en misschien deheer Vermeer in zijn hart ook wel, denken: zet in ieder geval nu een stap,waardoor we een stukje meer zekerheid hebben dan wanneer we allesweer naar het voorjaar schuiven. Kunt u die redenatie volgen? Dat wasvraag twee.De heer Vermeer (BBB):Ja, die redenatie kan ik helemaal volgen, maar daar dragen wij Kamer-breed verantwoordelijkheid voor, want de wensenlijstjes vliegen ons bijdeze begroting om de oren. De partijen die hier pleiten voor extra geldvoor Groningen, willen ook extra geld voor onderwijs, sport en cultuur. Decoalitie heeft nog geen geldboom gevonden waar ze het geld zo van afkan plukken. Het is dus wel logisch dat die discussie nu naar deVoorjaarsnota verplaatst wordt. Alles wat er komende donderdag en dezeweek al uitonderhandeld c.q. afgedwongen wordt, ook door de partij vanmevrouw Bikker op andere terreinen, zorgt ervoor dat er weer minderruimte is op andere gebieden. Wij kunnen het geld maar één keeruitgeven. Ik wil daar niet flauw over doen, maar het is wel een gezamen-lijke verantwoordelijkheid. Als woordvoerder van een coalitiepartij heb ikgewoon te maken met de afspraken die wij gemaakt hebben en met devolgorde van zaken. Volgens mij ben ik hier zeer duidelijk wat betreft deuitgangspunten die BBB hanteert op het gebied van het herstel vanGroningen en de commissie-Van Geel. Daar ben ik altijd duidelijk overgeweest. Daar knok ik keihard voor. Dat geld moet gewoon op tafelkomen.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Ik zit even tot tien te tellen, hoor. Het spijt mij zeer, maar mijn fractie heeftvanaf het moment dat het rapport-Van Geel er ligt, voorstellen gedaanwaarin we keurig financieel onderbouwd hebben hoe we het kunnenbetalen, telkens opnieuw. Op een andere plek zitten we nu te onderhan-delen, omdat dit kabinet zelf geen meerderheid voor elkaar gekregenheeft, om eruit te komen wat betreft de Onderwijsbegroting. En nou zouhet aan die onderhandelingen liggen dat dit niet voor elkaar komt? Datlaat ik mij niet zeggen. Dat is één.Twee. Op dit punt leggen we een keurig voorstel neer, keer op keer, omeruit te komen. Ik doe een vriendelijke handreiking naar de coalitie: als jedit doorschuift naar het voorjaar, kijk dan uit dat het niet op de grote bergkomt, terwijl Van Geel moet gebeuren, zoals we met elkaar hebbengezegd. Eigenlijk bevestigt de heer Vermeer nu in zijn antwoord dat datinderdaad het gevaar is. Daar heb ik echt de balen van. Uiteindelijk gaathet mij er niet om hoe er wordt omgegaan met de ChristenUnie, maar omwat dit betekent voor bewoners. We willen allemaal af van de ongerecht-vaardigde verschillen. Juist daarom moeten we voorkomen dat het op degrote berg belandt. We moeten het gewoon gaan fiksen. Dat mag van mijin stukjes en hoeft niet in één klap; die handreiking doe ik naar de coalitie.Maar ga niet andersom verwijten zitten maken. Volgens mij willen wij ersamen uitkomen, voor de Groningers.De heer Vermeer (BBB):Ik zeg niet dat het ligt aan die andere onderhandelingen dat het op ditpunt niet voor elkaar komt; dat wil ik ook niet suggereren. Ik geef alleenhet dilemma weer waarin je zit als coalitiepartij; dat weet mevrouw Bikkerook heel goed. Je hebt continu te maken met het pad dat je afspreekt overde volgorde van toezeggingen en de dekking daarvan. Als er aan de enekant aan geld getrokken wordt, heeft dat altijd invloed op de beschikbaregelden voor andere punten. Dat is gewoon de werkelijkheid waarin wijleven. Ik ben daar ook lang niet altijd blij mee. Volgens mij laat ik dat ookgeregeld merken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12621 Mevrouw Vedder (CDA):Gelukkig hoorde ik al enige nuancering, maar ook ik zat tot tien te tellen.Het is misschien een nieuwe ontdekking dat je als coalitie uiteindelijk tochmet de Kamer te dealen hebt, maar ik vind het niet zo handig om partijendie bereid zijn om samen te werken, op deze manier iets aan te wrijven. Ikhoorde gelukkig dat de heer Vermeer daar afstand van neemt, maar ikvind het buitengewoon onhandig. Ik word er eerlijk gezegd een beetjeverdrietig van. We zitten hier als commissie met een breed gedeelde wensom het goede te doen voor de inwoners van Groningen. Daar hoeven wegeen andere begrotingen of zaken waarbij iets misgaat, bij te slepen. Wemoeten het vizier houden op wat er misgaat in Groningen en hoe we hetbeter kunnen doen. Volgens mij is de handreiking die mevrouw Bikkerdoet, heel verstandig. Daar sluit het CDA zich bij aan. Natuurlijk is er bijons het besef dat je niet in één keer een stapel geld neer kunt zetten. Maarspreek dan in ieder geval uit dat we er stapsgewijs naar toewerken en datwe vasthouden aan de uitgesproken basisgedachte dat Van Geeluitgevoerd moet worden. Ik hoop dat de heer Vermeer dat in ieder gevalwil onderstrepen. Ik hoop dat hij de gedachte omarmt dat ook in deoppositie het realisme leeft dat het niet in één keer hoeft. Dat kan volgensmij ook zonder op andere vlakken zoiets te zeggen tegen andere partijen.De heer Vermeer (BBB):Nogmaals, ik zeg niet dat het ligt aan de andere onderhandelingenwaardoor het op dit punt niet voor elkaar komt. Ik merk dat ik blijkbaar ietste veel heb geprikkeld in mijn oproep om samen breed naar alle financiënte kijken. Als dat verkeerd opgevat wordt, bied ik mijn excuses daarvooraan. Ik denk dat uw eigen financiële woordvoerders, ook van mevrouwVedder en mevrouw Bikker, kunnen bevestigen dat BBB – in dit geval hebik het over mijzelf – ook rond het Belastingplan er continu alles aan doetom iedereen duidelijk te maken dat we geen meerderheid hebben in deEerste Kamer en dat wij samen met andere partijen bondjes zullenmoeten smeden om het erdoor te krijgen en om zo de begrotingen erdoorte krijgen. Dat werkt. Dat zal ik ook niet stoppen na donderdag, want dit isiets waarmee we te maken hebben zolang we de huidige Tweede enEerste Kamer hebben. Dat is gewoon de realiteit, die iedereen moet zien.Daar wordt blijkbaar vaak te laat aan gedacht, waardoor het totspanningen leidt. Daardoor leidt zelfs de oproep die ik hier doe, totirritatie. Dat is niet wat we willen. Dat is niet wat goed is voor Nederland.We zitten hier inderdaad voor Groningen. Het mag nooit gevolgen hebbenvoor de problemen die we hier op moeten lossen.Ik wil graag afronden met een ander punt, dat niet bij deze commissie ligt,maar waarvan ik vrees dat dat ooit bij een soortgelijke volgendecommissie gaat komen. Bij het mijnbouwschadeherstel in Limburg heeftmen te maken met oplopende problemen. Dat ligt op dit moment nog bijde commissie voor Klimaat en Groene Groei, maar ik zou de Staatssecre-taris willen vragen om vanuit Binnenlandse Zaken ook met dat andereministerie even contact op te nemen en eens te kijken wat daar nou speelten wat we kunnen leren van zowel Limburg richting Groningen alsGroningen richting Limburg, zodat we daar niet in dezelfde situatieterechtkomen en wij hier straks niet het volgende «nieuwe begin» aanmoeten kondigen.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik geef mevrouw Bikker het woord namens de ChristenUnie.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Allereerst beterschapswensen aan de heer Peter deGroot. Natuurlijk ook veel dank aan de Staatssecretaris voor de beant-woording in eerste termijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12622 Voorzitter. Ik kom snel tot mijn punt. Ten aanzien van Van Geel heb ik vangedachten gewisseld met verschillende woordvoerders, maar ik zou hetecht onverteerbaar vinden als we dingen naar de Voorjaarsnota schuivenen er dan niet uit komen. Ik vind dat deze Kamer daar zelf bij is. Ik vinddus echt dat we daarin stappen moeten zetten, en dat kan deze week. Dusfijn als de Staatssecretaris nog een handreiking wil doen. Het is altijdmooi om te zien dat we elkaar kunnen vinden. Anders zou het toch treurigzijn als de Kamer, die hierop eensgezind was, zich nu uit elkaar laatspelen.Ten aanzien van de waardevermeerdering heb ik de motie van mevrouwVedder meeondertekend, omdat ik ook denk dat dit nú neergelegd moetworden. Anders verdwijnt dat geld in de potten van Financiën, maar wijwillen het gewoon behouden voor de Groningers.Voorzitter. Dan het hoger beroep. Ik dien daarover de volgende motie in.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat Groningers beloofd is dat het IMG niet meer in hogerberoep zou gaan na rechterlijke uitspraken;overwegende dat het IMG bekend heeft gemaakt in één casus alsnog inhoger beroep te gaan en dat dit tot veel onrust leidt;verzoekt de regering terug te keren naar het beginsel dat het IMG niet inhoger beroep gaat en bewoners niet langer financieel worden gedupeerd,ongeacht de uitkomst van het hoger beroep,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker en Vedder.Zij krijgt nr. 104 (36 600-VII).Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Ik leg de nadruk bij de zin dat «bewoners niet langer financieel wordengedupeerd, ongeacht de uitkomst van het hoger beroep», want daar hebik op dit moment grote zorg om. Dus ik vraag de Staatssecretaris om daarspecifiek op in te gaan.Een tweede motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat veel inwoners in de versterkingsaanpak nog altijd geeninzicht hebben in het moment waarop hun woning versterkt gaat worden,waaronder bewoners van huizen uit de dorpenaanpak;overwegende dat dergelijke planningsinformatie in veel gevallen welbeschikbaar is bij de NCG;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12623 verzoekt de regering de NCG te verzoeken de informatie over het momentvan versterken beschikbaar te maken in het digitale portaal van de NCG,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Bikker.Zij krijgt nr. 105 (36 600-VII).Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Het maakt voor bewoners heel veel uit als je weet wanneer je aan de beurtbent.Voorzitter. De derde motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat het NCG in het afgelopen jaar een groot aantal besluiten«op norm» heeft genomen;overwegende dat er twijfels zijn gerezen over de kwaliteit van debouwtechnische onderzoeken die ten grondslag liggen aan besluiten «opnorm»;overwegende dat in geval van bezwaar tegen dergelijke besluiten invoorkomende gevallen hetzelfde bouwtechnische bureau dat hetoorspronkelijke rapport heeft opgesteld de herbeoordeling uitvoert;verzoekt de regering met de NCG te waarborgen dat een herbeoordelingvan een bouwtechnisch rapport als grond voor een besluit «op norm»altijd uitgevoerd wordt door een ander bouwtechnisch bureau, als eenbewoner dat verzoekt,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker en Vedder.Zij krijgt nr. 106 (36 600-VII).Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Ik meen dat ik hiermee echt heel dicht bij de beantwoording van deStaatssecretaris in eerste termijn ben gebleven. Hiermee prikken we ’mgewoon even vast voor bewoners, zodat voor hen kenbaar is dat zij ditmogen doen.De laatste, voorzitter.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12624 overwegende dat de parlementaire enquête aardgaswinning Groningenscherpe conclusies en aanbevelingen heeft gedaan over de aardgas-winning in Groningen, waarbij de veiligheid van Groningers te langgenegeerd is, de ernst van de situatie structureel is onderschat eneconomische belangen steeds hebben geprevaleerd;verzoekt de regering de inwoners van het zoutwinningsgebied rondVeendam op duidelijke wijze te laten merken dat de lessen uit deconclusies en aanbevelingen van de parlementaire enquête aardgas-winning Groningen geleerd zijn en worden toegepast, en de Kamerhierover te rapporteren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker, Bushoff en Vedder.Zij krijgt nr. 107 (36 600-VII).Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Voorzitter. Ik heb daarnet wat gezegd over de financiële schadeafwikkelingrondom een hoger beroep. Het zou echt heel veel helpen als de Staatsse-cretaris juist op dat punt terugkomt, want we hadden niet alleen hetbeginsel van «in principe geen hoger beroep», maar we hadden ook heelduidelijk gesteld dat de bewoners, die daar opnieuw al die juridischeonzekerheid hebben, in ieder geval niet op andere punten opnieuw inonzekerheid komen. Ik merk nu dat deze cocktail in de regio heel veelslecht doet. Ik zou de Staatssecretaris dus op dat punt hartelijk willenuitnodigen om zich ronduit uit te spreken over de beginselen die we alsKamer en kabinet al hebben gedeeld.De voorzitter:Dank u wel. Dan komen we aan het einde van de tweede termijn van dezijde van de Kamer. Er zijn 25 moties ingediend en een aantal vragengesteld. De Staatssecretaris vraagt om een halfuur schorsing. Kan het ietskorter, Staatssecretaris? Het wordt 25 minuten. We gaan verder om 11.20uur.De vergadering wordt van 10.56 uur tot 11.24 uur geschorst.De voorzitter:Aan de orde is de tweede termijn van het overleg over Herstel Groningen.Het woord is aan het kabinet, aan Staatssecretaris Van Marum. Ik stel voorom ook in deze termijn drie interrupties op de Staatssecretaris toe testaan. Ik geef het woord aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Van Marum:Dank u wel, voorzitter. Ook dank voor alle vragen en voor de compli-menten die ik gekregen heb. Allereerst wens ik de heer De Groot van deVVD beterschap. We hopen dat hij er snel weer bij is.We gaan verder met het WGO van 18 november. Inmiddels heeft u van mijtwee brieven ontvangen, over het amendement inzake Van Geel en overhet hoger beroep van het IMG. Dan wil ik nu overgaan tot het beant-woorden van de vragen.De heer Kops vroeg mij om uitleg: zijn de gevolgen van het hoger beroepecht zo groot? Mevrouw Beckerman vroeg dat ook. Die vraag heb ik ookgehad van mevrouw Bikker. Ik stel voor om daar op een later moment ineen vertrouwelijke briefing op terug te komen. Ik weet dat dat heelvervelend is, maar daar heb ik goede redenen voor. Ik zal u die in devertrouwelijke briefing ...Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12625 De voorzitter:Mevrouw Beckerman. Sorry! Ik geef het woord aan mevrouw Bikker.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Als u dan mevrouw Beckerman mevrouw Bikkerman noemt, kan ik ermeeleven, hoor. Ik zou het wel grappig vinden. Nee, voorzitter. Terug naar deernst van deze zaak.Ik begrijp goed dat de Staatssecretaris zegt dat hij afwegingen over eenindividuele casus niet in een openbaar Kamerdebat kan delen. Dat snap ikhelemaal. Tegelijkertijd zit deze Kamer natuurlijk op dat principiëlevraagstuk van de weging die daaronder ligt: wanneer ga je in hogerberoep? Wij dachten dat die deur dichtzat. Wij wisten dat het geenbankkluisdeur was met zeven sloten erop en nog een kettingsloteromheen. Dat wisten we. Wij wisten dat er situaties denkbaar zouden zijnwaarbij dat wel nodig was, maar dan zou altijd eerst het instrument vanprejudiciële vragen worden ingezet. De Staatssecretaris heeft uitgelegdwaarom dat hier niet meer kon, maar hier zitten natuurlijk wel een angsten een zorg onder die we zo snel mogelijk de wereld uit willen hebben. Enhet tweede ziet op de financiële kant: bewoners ervaren nu ook op datvlak het nadeel. Andersom kan ik me ook de schoenen van de Staatssecre-taris voorstellen. Maar die briefing zou ik dan wel echt op de heel kortetermijn willen hebben, zodat de Kamer voor het kerstreces duidelijkheidkan geven, als dat nog nodig is, of tot de overeenstemming kan komendat het kennelijk anders zit dan we allemaal op dit moment denken.Staatssecretaris Van Marum:Die toezegging kan ik doen.De voorzitter:De toezegging wordt hier gedaan, maar ik denk dat dit mee terugge-nomen moet worden naar de procedurevergadering. Of er moet eenschriftelijke ronde komen, zodat de Kamercommissie dat in gang kanzetten.Mevrouw Beckerman (SP):Dit is het tweede deel van dit debat. In het eerste deel van dit debat lageen heel duidelijke vraag op tafel: waarom gaan we weer in hoger beroep,terwijl we vorig jaar zo plechtig hebben geloofd om dat niet te doen? Dievraag kon niet worden beantwoord. Toen is gevraagd om een brief. Diebrief bevat geen uitleg. De vorige keer lag de optie van het houden vaneen vertrouwelijke ronde ook al op tafel. Nou, voorzitter, u kent mijn partij.Wij zijn absoluut tegenstander van heel veel vertrouwelijkheid, want wijvinden dat achterkamertjes het probleem zijn, en niet de oplossing. Maarhet is hier de Staatssecretaris die wel echt tijd verspild heeft. We hebbentussen deel één en deel twee van het debat twee weken de tijd gehad. Erwordt donderdag gestemd over alle begrotingen. Dat betekent wéérvertraging. We hebben deze mensen gesproken. Dit raakt mensen heel ergdiep. Dit zijn zaken die al heel lang slepen. Ik vind het niet in orde om tijdte verspillen terwijl het mensen zo diep raakt. Ik ben er op geen enkelemanier van overtuigd dat in hoger beroep gaan, doorprocederen tegeninwoners, een oplossing is. Dat hebben we vaak genoeg gezien, zowel bijhet toeslagenschandaal als bij Groningen. Ik zou graag een reactie willen.Waarom is die tijd dan verspild? Want nu hebben we een nietszeggendebrief gekregen, terwijl dit veel eerder had gekund.Staatssecretaris Van Marum:Ik kan het nog één keer zeggen. In algemene zin speelt hier het volgende.Ik heb uitgelegd dat die prejudiciële vragen niet in het begin van die zaakgesteld zijn omdat dat op dat moment gewoon niet aan de orde was. Hetheeft gewoon grote gevolgen voor de schadeafhandeling in algehele zin.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12626 Daar komt bij dat het IMG daartoe zelfstandig kan besluiten. Ik heb niet debevoegdheid om dit tegen te houden.De voorzitter:Mevrouw Beckerman in tweede instantie.Mevrouw Beckerman (SP):Ik doe deze debatten al een paar jaar en ik heb bewindspersonen hier vaakhoren zeggen «ik wil wel» of «ik vind het heel erg voor de mensen, maarhet IMG is onafhankelijk». Dat heb ik heel vaak gehoord. Op een gegevenmoment hebben we als Kamer heel lang nagedacht over hoe we daaraaniets kunnen doen, want dit is een vervelende situatie. Elke keer zie je datgedupeerden geraakt en soms vermorzeld worden door iets, en debewindspersoon zegt «ik kan daar niets aan doen». Daar hebben we alsKamer lang op gestudeerd. We hebben toen een amendement ingediendom de bewindspersoon wel de mogelijkheid te geven om in te grijpen.Dat is een aanwijsbevoegdheid, een heel gebruikelijke bevoegdheidtegenover een zbo, wat het IMG is.Als de Staatssecretaris zegt: dit is een collectieve zaak want die heeftcollectieve implicaties – dat is de portee van waarom er in hoger beroepgegaan wordt; het gaat niet om één persoon, hoewel het verschrikkelijk isvoor dat gezin, maar het is een collectieve zaak – dan heeft de Staatssecre-taris met die aanwijsbevoegdheid toch wel de mogelijkheid om eenaanwijzing te geven? Het gaat immers niet om een individu, maar om eencollectief. Klopt dat? Zo niet, welke mogelijkheid zou de Kamer extramoeten inbouwen in de wet die we volgend jaar opnieuw gaan behan-delen, om het kabinet die mogelijkheid wel te geven? Dat is nieuweinformatie. Wij dachten er te zijn met die aanwijsbevoegdheid. Als dat niethet geval blijkt, waar ik nog niet van overtuigd ben, dan zullen we de wetmoeten aanpassen zodat het wel het geval is, want anders gaan wecontinu dezelfde fout herhalen.Staatssecretaris Van Marum:Ik heb een aanwijzingsbevoegdheid in algemene zin en niet op individuelecasussen.Mevrouw Beckerman (SP):In dat geval kun je bij alles argumenteren dat het een individuele casus is.De reden die hier wordt aangegeven voor het hoger beroep is niet dat weéén gezin het leven godsgruwelijk zuur willen maken, maar dat hetcollectieve implicaties zou hebben. Als het collectieve implicaties heeft,dan geldt toch die aanwijsbevoegdheid? We kunnen niet de hele tijd incirkeltjes redeneren tussen individueel en collectief. We moeten kiezen. Ishet nu individueel of is het collectief? Wilt u individueel iemand het levenzuur maken of gaat het om een collectief probleem met de schadeafhan-deling? Als het dat laatste is, dan heeft u een aanwijsbevoegdheid.Staatssecretaris Van Marum:Ik geef nogmaals aan dat het hier een individuele casus betreft waar ikniet op in kan gaan en dat de gevolgen collectief zodanig groot zijn voorde afhandeling van schade dat andere mensen, een grotere groep, daarnadelige gevolgen van ondervindt. Dat is de spagaat waarin ik mij hierbevind. Nogmaals, ik vind het ontzettend vervelend dat dit op deze maniergelopen is. Het IMG is zelfstandig bevoegd om dit te doen. Daar kan ik watvan vinden, maar uiteindelijk zijn zij als zbo zelf gemachtigd om dat doorte zetten. Ik ben bereid u daar in een vertrouwelijke briefing nog naderduiding over te geven.De voorzitter:Ten slotte mevrouw Bikker op dit punt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12627 Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Ik ben bereid daarnaar te luisteren, maar ik heb daar wel moeite mee,omdat ik ook naar buiten toe dat beginsel staande wil houden. Diebriefing zou dan wel echt op heel korte termijn moeten zijn. Hoe collega’somgaan met hun moties is echt aan hen. Ik wil mijn motie ten aanzien vanhet IMG, ik weet even niet welk nummer dat is, aanhouden tot datmoment. Maar ze moet wel voor half december in stemming komen, wantdit kunnen we niet laten bungelen. Dat geef ik dan terug aan de Staatsse-cretaris op zijn uitgestoken hand, omdat ik echt hoop dat hij op dat punthet beginsel verder uitwerkt. Ik deel de vraag van mevrouw Beckermanwat er verder nodig is voor de wet. Ik heb nog meer vragen gekregen overdie aanwijzingsbevoegdheid, want uiteindelijk begint het altijd bij eenindividuele casus. Je hebt geen collectieve casus. Het is altijd eenindividuele casus. Ik weet nu ook niet meer wat die inhoudt. Dat gaan weniet meer redden in dit WGO voor 12.00 uur, maar er moet wel snel klarewijn worden geschonken.Voorzitter. Ik houd mijn motie op stuk nr. 104 aan.De voorzitter:Op verzoek van mevrouw Bikker stel ik voor haar motie (36 600-VII, nr.104) aan te houden.Daartoe wordt besloten.De voorzitter:De Staatssecretaris ten slotte.Staatssecretaris Van Marum:U krijgt van mij de toezegging dat u daarover goed wordt geïnformeerd.De voorzitter:De heer Bushoff nog op dit punt.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik probeerde goed te luisteren naar wat er werd gezegd. Het werd mij nogniet helemaal helder, maar het moet wel helder worden in welke gevallende Staatssecretaris dan wel van mening is dat hij gebruik kan maken vande bevoegdheid die hij heeft. Aan de ene kant zegt de Kamer dat het in dieen die gevallen kan en aan de andere kant geeft de Staatssecretaris eenantwoord waarmee het eigenlijk lijkt alsof je altijd kunt zeggen: nee, diebevoegdheid is niet hiervoor bedoeld. Het zou prettig zijn als dieonduidelijkheid weggenomen kan worden door de Staatssecretaris. Alsdat niet nu kan, kan dat misschien in een aanvullende brief.Staatssecretaris Van Marum:Ik kan daar wel duidelijk over zijn. Stel dat u als Kamer een aantal zakenop u af ziet komen, of ik dat als Staatssecretaris zie, waarbij de werkwijzevan het IMG aanleiding is om te zeggen «ik wil dat jullie hierbij op eenandere manier gaan werken», dan kan ik in algemene zin die aanwijzinggeven aan het IMG. Maar datzelfde kan ik niet doen bij individuelecasussen. Dat is het verschil.De voorzitter:Ik concludeer dat er een toezegging van de Staatssecretaris is om op zeerkorte termijn in ieder geval medewerking te verlenen aan het houden vaneen vertrouwelijke briefing over dit specifieke punt. Ik kijk naar deKamerleden om dat in de procedurevergadering voor Binnenlandse Zakente regelen, al dan niet via een e-mailprocedure om het te versnellen, zodatvolgens de wens van mevrouw Bikker, en van meerdere leden, denk ik, deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12628 stemming over de moties in ieder geval vóór het kerstreces kanplaatsvinden.Mevrouw Beckerman (SP):We hebben heel veel verschillende rechtsvormen in Nederland. Wehebben heel veel verschillende manieren waarop organisaties een deelvan het werk of het hele werk voor de Tweede Kamer of voor het kabinetkunnen uitvoeren. Denk bijvoorbeeld aan het CBR. Dat is ook een zbo metaanwijsbevoegdheid. IMG is ook een zbo, maar de NCG bijvoorbeeld niet.Past de rechtsvorm zbo nog wel bij de taak van de schadeafhandeling alswe er steeds tegenaan lopen dat dit zo ingewikkeld is? Heeft de Staatsse-cretaris daar ook over nagedacht?Staatssecretaris Van Marum:Daar denkt de Staatssecretaris regelmatig over na.De voorzitter:De Staatssecretaris vervolgt zijn betoog.Staatssecretaris Van Marum:De heer Vermeer vroeg naar de schaderapporten van het IMG. Het IMGvoert kwaliteitscontroles uit op de schaderapporten die deskundigenopstellen. Bewoners die het niet met rapporten eens zijn of daarin foutenzien, kunnen een zienswijze op het rapport indienen. Als het IMG ziet datbureaus of deskundigen steeds fouten maken, wordt met dat bureaugesproken. Er zijn ook bureaus die niet meer in dienst zijn.Dan is er de vraag van mevrouw Vedder of ik in het eerste kwartaal eenbrief kan sturen over de zwaarst getroffenen in de schadeafhandeling ende mogelijke oplossingsrichting voor deze mensen. Ja, dat kan. Ik zal deKamer in het eerste kwartaal informeren, met een analyse met betrekkingtot de zwaarst gedupeerden die nu nog onvoldoende geholpen zijn en demogelijke oplossingsrichtingen.Dan kom ik bij NAM-procedures en financiën. Als de waardevermeerde-ringsregeling niet verlengd wordt, wat is er dan te doen met het reste-rende budget? Is het huidige budget toereikend als de waardevermeerde-ringsregeling verlengd wordt? Ik ga komend voorjaar met de Minister vanFinanciën in gesprek om te kijken of dit budget voor een ander doelingezet kan worden binnen de opgave voor Groningen. Ik doe een beroepop de Kamer voor goede suggesties. En ja, het resterende budget istoereikend voor de verlenging tot 31 december 2025.Dan kom ik bij verduurzamen en de Commissie Verschillen, decommissie-Van Geel. De vraag van het CDA en NSC was: voert u deplannen van Van Geel uit en op welke wijze doet u dat, kunt u daarbijaangeven wat de consequenties zijn van de situatie zoals die nu is enkomt er een rangschikking in de uitvoering? Onuitlegbare verschillen – ditis mijn antwoord – in de afhandeling van schade of versterking zijn zeerlastig voor de bewoners. De commissie-Van Geel erkende dit probleem enoordeelde dat er geen simpele oplossingen zijn. Het advies van decommissie-Van Geel omvat meerdere maatregelen om verschillen weg tenemen. Het kabinet geeft daar op dit moment zo veel mogelijk invullingaan binnen de huidige mogelijkheden. Verregaande maatregelen conformVan Geel op het gebied van verduurzaming, terugwerkende kracht en deschadeafhandeling in de deur-tot-deuraanpak vragen grote aanpassingenin de uitvoering. Hiervoor ontbreekt op dit moment een praktischuitvoerbaar en haalbaar plan. Ik ben hierover nog in gesprek met de regioen met de uitvoeringsorganisaties. Zodra ik die plannen heb uitgewerkt,zal ik uw Kamer daarover informeren.Dan de vraag van de heer Vermeer. Hij vroeg of we in Groningen leren vanLimburg en andersom.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12629 De voorzitter:Een ogenblikje. Ik denk dat mevrouw Vedder nog een vraag heeft over hetoverige punt. Ga uw gang, mevrouw Vedder.Mevrouw Vedder (CDA):Ik hoor de Staatssecretaris net zeggen dat hij de Tweede Kamer informeertzodra er bekendheid is over de plannen. Dan is mijn vraag uiteraard:wanneer zal dat dan zijn? Ik zit echt nog wel een beetje te wachten op eenverlossend antwoord op mijn vertwijfelde vraag over hoe het kabinet nueigenlijk denkt over het uitvoeren van de adviezen van de commissie-VanGeel. Ik ben heel benieuwd naar die brief. Wanneer gaat die komen?Staatssecretaris Van Marum:Ik kom daar in januari met een brief op terug.Dan de vraag van de heer Vermeer of we in Groningen leren van Limburgen andersom. Ik ben doorlopend in gesprek met de Minister van KGG overwat we van elkaar kunnen leren. Als daar wat extra druk op moet, dan zalik daar ook nog even aandacht voor vragen.Dan ben ik toegekomen aan de moties.De voorzitter:Een ogenblikje. Ik kijk heel even naar de Kamerleden of de vragen die inde vorige termijn zijn gesteld voldoende zijn beantwoord. Ik zie geknik.Dan gaan we naar de appreciatie van de moties.Staatssecretaris Van Marum:De motie-Bushoff/Beckerman op stuk nr. 83 gaat over het verlengen vande waardevermeerderingsregeling en verzoekt de regering de datum vande huidige waardevermeerderingsregeling te verlengen tot en met31 december 2025. Die motie moet ik helaas ontraden, omdat dewaardevermeerderingsregeling niet meer van toegevoegde waarde is omde volgende reden. De oorspronkelijke reden is er niet meer. De schadeaf-handeling is sneller en ruimhartiger geworden. Er zijn betere instru-menten. Er zijn nieuwe, bredere verduurzamingsinitiatieven vanuit Nijbegun uitgerold, met name maatregel 28 en 29. De commissie-Van Geeladviseert ook de waardevermeerderingsregeling te beëindigen. Het geldkan effectiever worden ingezet. Je kunt geld maar één keer uitgeven endeze middelen kunnen en moeten ook doelmatiger ingezet worden. Hetbudget dat per 1 januari overblijft is een meevaller voor de rijksbegroting.Volgens de begrotingsregels mag dit niet zomaar worden ingezet voorverlenging. Ik ga dus met Financiën kijken of het budget behouden kanworden om een of meerdere financiële puzzels op te lossen. Hoewel dedoelgroepen niet precies overlappen, stellen we met maatregel 29 al meergeld voor meer bewoners beschikbaar.De voorzitter:De motie op stuk nr. 83 wordt ontraden. U heeft een vraag van de heerBushoff.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik heb eigenlijk meerdere vragen. Om te beginnen noemt de Staatssecre-taris al dat maatregel 29 niet volledig overlapt met de waardevermeerde-ringsregeling. Die regeling is in dat oogpunt wel degelijk van toegevoegdewaarde. Bovendien, zelfs als dat al zo zou zijn, zijn die verduurzamings-maatregelen ook nog eens vertraagd tot en met de zomer. Dan is er nogeen heel gat waarin mensen niet kunnen rekenen op iets wat ook maarlijkt op die waardevermeerderingsregeling. Ik snap dan niet wat deStaatssecretaris in de tussentijd voor al deze mensen gaat doen.Staatssecretaris Van Marum:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12630 Ik denk dat we met de beschikbare middelen en met wat wij op ditmoment doen een behoorlijk deel van deze zaken op kunnen lossen. Ikheb ook aangegeven wat het probleem is met het in stand houden. Ik loopgewoon het risico het geld kwijt te raken. Als ik het geld op een anderemanier weet in te zetten, dan kan het daarvoor ingezet worden.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Eén. Er zijn ontzettend veel groepen met reden toegevoegd aan dezewaardevermeerderingsregeling. Een heel groot deel van die groepenheeft nog geen beroep op die waardevermeerderingsregeling kunnendoen. Die groepen zijn in het vooruitzicht gesteld dat ze dat wel kunnendoen en horen zo meteen: nee, toch weer niet. Dat past een beetje in hetrijtje van gebroken beloftes aan Groningers. Ik denk niet dat we dat metz’n allen willen. Het is dus aan de Kamer om te zeggen: wij verlengentijdig die waardevermeerderingsregeling. Dat is vorig jaar ook gebeurd,dus je kan dat als Kamer prima afspreken, ook richting Financiën. Danheeft de Staatssecretaris helemaal geen probleem met geld dat er niet is.Dan blijft het geld dat nu in die pot zit gewoon beschikbaar. Kan deStaatssecretaris uitleggen hoe de groepen die toegevoegd zijn alsnogworden geholpen en wat er nu anders is dan vorig jaar?Staatssecretaris Van Marum:Wij kunnen dat geld voor die doelgroepen ook op een andere manierinzetten in de regelingen die daarvoor in de plaats komen. Het is dus nietiets wat daarvoor nodig is. Er zijn ook andere mogelijkheden om daar watin bij te kunnen dragen.De voorzitter:Eerst mevrouw Vedder. Mevrouw Beckerman, misschien scheelt u datdadelijk een interruptie. U bent alweer toe aan uw vierde interruptie.Mevrouw Beckerman (SP):Ja, voorzitter, met «oordeel Kamer» had ik die niet hoeven te doen. Dezeregeling is heel succesvol en telkens opnieuw dreigt zij afgeschaft teworden. In 2016 voerden we al actie met «Wees geen kniepert!», om hetafschaffen door Minister Kamp te voorkomen. Dat is toen gelukt. DeStaatssecretaris zegt nu: de regeling is er gekomen, omdat mensen langmoesten wachten op schadeafhandeling; dat is nu niet meer zo endaarom kan zij gesloten worden. De reden dat er nog 90 miljoen in de potzit, is omdat de schadeafhandeling voor heel veel mensen vorig jaargrotendeels heeft stilgelegen. Erkent de Staatssecretaris daarmee dat deoorspronkelijke reden waarom deze regeling er is gekomen, nog steedsgeldt? Anders hadden mensen het allang kunnen aanvragen. Alleen, deschadeafhandeling is voor heel veel mensen nu pas weer opengesteld ofkomt er binnenkort aan. Erkent de Staatssecretaris dat die vertraging, endaarmee de oorspronkelijke reden voor deze regeling, nog steeds bestaat?Staatssecretaris Van Marum:Nee, dat erken ik niet. Ik herken dat de regeling opengesteld is en dat daarheel weinig gebruik van gemaakt is. Dat erken ik wel.Mevrouw Vedder (CDA):Het was niet mijn motie, maar om het maar even praktisch te houden,betrek ik de motie op stuk nr. 95 er ook maar even bij, want ik vermoedzomaar een vergelijkbare appreciatie. Dat is namelijk een andere motieover de waardevermeerderingsregeling. Ik hoorde de Staatssecretaris netzeggen dat hij zorgen heeft om het geld kwijt te raken. Ik zie hier juist eenhele brede commissie, die probeert de Staatssecretaris daarvoor tebehoeden, door tot een verlenging van de regeling en het intact houdenvan die 93 miljoen op te roepen. Dus dat is toch juist een steun in de rugTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12631 voor deze Staatssecretaris vanuit een behoorlijk eensgezinde Kamer, zouik denken.Staatssecretaris Van Marum:Die eensgezindheid waardeer ik ook zeer. Toch ontraad ik de motie, omdatik denk dat wij deze middelen op een andere manier effectiever in kunnenzetten.De heer Vermeer (BBB):Wat zou de appreciatie zijn als er stond: verzoekt de regering de datumvan de waardeverminderingsregeling te verlengen? Ik hoor mijn collega’szeggen «waardevermeerdering». Ja, maar in de motie staat «waardever-mindering». Ik lees gewoon voor wat er staat. Dus misschien is datsowieso iets wat gecorrigeerd kan worden. Nogmaals: verzoekt deregering de datum van de waardevermeerderingsregeling te verlengen toten met 31 december of eerder zodra er vervangende regelingenbeschikbaar zijn. Hoe zou dan de appreciatie zijn? Want dan zou deStaatssecretaris het op kunnen vatten als het ideale briefje dat hij nodigheeft bij zijn gesprekken hierover.Staatssecretaris Van Marum:Dan betreft het nog steeds een intensivering van de regeling. Zoals wij deafspraak in het regeerakkoord hebben, betreft het een intensivering endan ben ik het nog steeds kwijt.De voorzitter:Meneer Vermeer, voor een vervolgvraag.De heer Vermeer (BBB):Ik zal de definities erop na moeten kijken, maar volgens mij is eenverlenging van een datum geen intensivering van een regeling. Dat zouhet zijn als er meer geld bij moet, maar dat is hier niet het geval. Er wordtte weinig gebruik van gemaakt. Omdat allerlei projecten vertragingoplopen, kon er ook geen gebruik van gemaakt worden. Dan is het duseen hele legitieme reden om te zeggen dat je ’m ook langer moetopenlaten. De regeling stond immers open terwijl bijna niemand ergebruik van kon maken. Vervolgens is de redenering: we stoppen met deregeling, omdat niemand er gebruik van maakt. Ja, hallo, dat is logisch.Dus ik zou toch willen vragen om er eens wat nader over te overleggen ofwe die datum niet gewoon kunnen opschuiven, onder de voorwaarde datzij als er voldoende vervangende regelingen zijn, dichtgaat, onderverwijzing naar het feit dat er een ander loket voor is.Staatssecretaris Van Marum:Ik vind het een interessante gedachtegang. Wij denken op dit moment datwe het effectiever kunnen doen door het op een andere manier in tezetten, maar ik kan u in januari in een brief wel uitleggen hoe we datkunnen gaan doen.De heer Vermeer (BBB):Een brief per januari is heel mooi, maar de stemmingen over dezebegroting zijn gewoon komende donderdag.Staatssecretaris Van Marum:Als u dit als Kamer anders wilt, zult u daar voor 6 december over moetenstemmen.De voorzitter:Goed. Het is aan de Kamer om te kijken hoe hiermee om te gaan. We gaanverder met de motie op stuk nr. 84.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12632 Staatssecretaris Van Marum:De motie op stuk nr. 84 verzoekt de regering om in lijn met een eerderaangenomen motie te voorkomen dat voorzieningen in aardbevingsge-bieden verdwijnen en ervoor zorg te dragen dat voorzieningen zoals hetzwembad in Hoogezand ook na 2025 open kunnen blijven en openbaarvervoer, scholen, zorg-, cultuur- en sportvoorzieningen en dorpshuizenniet verder verdwijnen. Deze motie moet ik ontraden. Naar aanleiding vande eerdere motie heeft er al een inventarisatie van het voorzieningen-niveau plaatsgevonden. Op basis hiervan zijn drie voorzieningengefinancierd: het zwembad in Finsterwolde, het behoud van de biblio-theek en het dorpshuis. Toen is door de kwartiermakers in overleg met deregio besloten om vooruitlopend op de agenda’s niet te investeren inincidentele lokale voorzieningen, omdat het onduidelijk is of die bijdragenaan de beoogde langetermijndoelstellingen van die agenda’s. Op basishiervan zijn de doelstellingen benoemd als sociale leefbaarheid en eengroeiende aantrekkelijkheid in de vestigingsregio. In principe vallen veelvan deze voorzieningen onder de verantwoordelijkheid van de lokaledemocratie. Bovendien beschikken de aardbevingsgemeenten vanuitPEGA-maatregel 14, leefbaarheid en wijkontwikkeling, over 200 miljoendie ingezet kan worden voor deze voorzieningen. De investeringen uit deagenda’s moeten zorgen voor een plus op regulier beleid. De agenda’sworden nu vormgegeven: de sociale agenda zit in de besluitvormendefase en wordt in januari gepresenteerd, de economische agenda wordt inQ1 gepresenteerd. De Kamer wordt hierover geïnformeerd.De voorzitter:De motie op stuk nr. 84 is ontraden.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Terecht zei de Staatssecretaris dat vorig jaar een aantal voorzieningen welovereind konden worden gehouden en dat dat nu niet kan, met als redendat dat niet is wat de sociale agenda en de economische agenda beogente doen. Prima dat die dat niet beogen, die hebben andere doelstellingen.Maar dan nog kunnen we dit wel doen als we dat willen. Dat zei deStaatssecretaris net ook. Ik zie het probleem dus eigenlijk niet.Staatssecretaris Van Marum:Volgens mij ben ik daar helder over geweest. In overleg met de regio isdoor de kwartiermakers besloten om niet te investeren in incidentelelokale voorzieningen omdat het onduidelijk is of die bijdragen aan debeoogde langetermijndoelstellingen van die agenda’s. Er liggen dusafspraken. Als ik met het gevraagde in de motie akkoord zou gaan, ga ik integen de afspraken die hierover gemaakt zijn met de regio. Dat ben ikeigenlijk niet van plan.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Voordat er een verkeerd beeld wordt geschetst, namelijk dat ik zou willendat de Staatssecretaris door de afspraken die gemaakt zijn vanuit desociale agenda en de economische agenda heen banjert: dat is niet wat ikvoorstel en wat ik zou willen. Wat ik zeg en wat deze motie zegt, is hetvolgende. Los van de afspraken die gemaakt zijn over de sociale agendaen de economische agenda – prima, daar houden we ons aan – kun jeprecies wat in deze motie staat, wel degelijk doen. Dat is vorig jaar of hetjaar ervoor ook gebeurd.Staatssecretaris Van Marum:Wat er vorig jaar gebeurd is, is voorafgaand aan die afspraken geweest enis dus niet in lijn met hoe de afspraken nu liggen. Ik blijf de motie dus tochontraden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12633 De voorzitter:U vervolgt met de motie op stuk nr. 85.Staatssecretaris Van Marum:De motie op stuk nr. 85 gaat over de heffing op de NAM. De motieverzoekt de regering te inventariseren en aan de Kamer te rapporteren ofer op basis van de Tijdelijke wet Groningen een grondslag is om deverschuldigde bedragen alsnog te heffen bij de NAM. Deze motie isoverbodig omdat met de NAM een regiobijdrage per factuur overeen isgekomen. Die wordt in rekening gebracht bij de NAM en maakt dus geendeel uit van de heffing. De heffingsgrondslag in de Tijdelijke wetGroningen kan alleen gebruikt worden voor zaken die vallen onder deaansprakelijkheid van NAM, zoals de kosten voor de schadeafhandelingen de versterkingsoperatie. Mijn voorganger heeft opties onderzocht vooreen extra heffing, naast de bestaande heffingen voor de kosten van deschadeafhandeling en de versterkingsopgaven. Die kosten zijn beperkt enworden begrensd door nationaal en internationaal recht. De Kamer is daarook al eerder over geïnformeerd.De voorzitter:De motie op stuk nr. 85 is dus overbodig. Dan de motie op stuk nr. 86.Staatssecretaris Van Marum:De motie op stuk nr. 86 is ook overbodig. Daarbij heb ik de volgendetoelichting. De regering wordt verzocht bij maatregel 29 van Nij begunook afwerking en ventilatie mee te nemen. De subsidie die de bewonersvoor maatregel 29 ontvangen, is zowel voor de maatregel om te isolerenals om te ventileren. Daarnaast ontvangen de bewoners in het verster-kingsgebied en de bewoners tot 140% van het sociaal minimum € 1.000vergoeding voor het afwerken na het isoleren van de woning. Dit betrefteen tegemoetkoming in de kosten naast de 100%-subsidie die dezebewoners ontvangen voor het isoleren tot de standaard. Naast de € 1.000vergoeding zijn er ook nog andere potten beschikbaar waarop bewonersaanspraak kunnen maken, bijvoorbeeld de gemeentelijke subsidie voorenergiearmoede.De voorzitter:De motie op stuk nr. 86 is overbodig. De motie op stuk nr. 87 is eenspreekt-uitmotie. Dan de motie op stuk nr. 88.Staatssecretaris Van Marum:De motie op stuk nr. 88 vraagt maatregel 16 van Nij begun ook te latengelden voor ondernemers. Maatregel 16 is al in uitvoering. Eigenaren vaneen woning krijgen een vergoeding via het versterkingsbesluit. Een anderdeel van de doelgroep, bijvoorbeeld de huurders, volgt later. Dat wordt nuingeregeld. Maatregel 16 is bedoeld voor huurders en eigenaren van eenwoning en niet voor ondernemers en mkb’ers. Er zijn hiervoor ook geenmiddelen gereserveerd. Ondernemers en mkb’ers krijgen ook anderevergoedingen. Voor specifiek het mkb is er de vermogensschaderegeling.Deze vergoeding gaat over derving van inkomsten veroorzaakt door deversterking. Op dit moment maken we een overzicht van alle vergoe-dingen voor ondernemers.De voorzitter:Dan is de motie op stuk nr. 88 ontraden, neem ik aan.Staatssecretaris Van Marum:Ja, ontraden.De motie op stuk nr. 89 gaat over de uitvoeringskosten en het maken vaneen plan van aanpak, waarover in het eerste kwartaal aan de KamerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12634 gerapporteerd moet worden. Deze motie is overbodig. In de kabinetsre-actie op de eerste Staat van Groningen zal ik ingaan op de uitvoerings-kosten. Verder blijf ik sturen op het verminderen van overhead.De voorzitter:De motie op stuk nr. 89 is overbodig. Dan de motie op stuk nr. 90.Staatssecretaris Van Marum:De motie op stuk nr. 90 vraagt, kort samengevat, om één aanspreekpunt.De regering wordt verzocht voor één integrale aanpak te zorgen, waarbijgedupeerden bij één aanspreekpunt terechtkunnen. Deze motie geef ikoordeel Kamer met de volgende lezing. Ik kan deze motie oordeel Kamergeven als ik het eerste verzoek mag opvatten als een aanmoediging omde samenwerking tussen de betrokken organisaties verder te verbeteren.Er zijn namelijk al belangrijke stappen gezet. Zo kunnen bewoners met desamenloop tussen versterking en schadeafhandeling ook kiezen voor eenintegrale aanpak. Ook trekken NCG, IMG en SNN gezamenlijk op in deversterkingspunten. Daarnaast kijken we nu in het kader van de agendavoor herstel met de decentrale overheden en de uitvoeringsorganisatiesin een aantal startgebieden of en hoe de samenwerking verder verbeterdkan worden.Als het verzoek echter gelezen moet worden als een absoluut einddoel,dan moet ik de motie ontraden. Ik heb immers aangegeven geengrootschalige structuurwijzigingen te willen doorvoeren om de uitvoeringniet vast te laten lopen.De voorzitter:Ik kijk naar de indiener.De heer Kops (PVV):De eerste lezing dan graag.De voorzitter:Met die eerste lezing krijgt de motie op stuk nr. 90 oordeel Kamer. Dan demotie op stuk nr. 91.Staatssecretaris Van Marum:In de motie op stuk nr. 91 wordt de regering verzocht de trillingstoolvoortaan alleen nog maar in te zetten als aanvullende maatregel en alleenwanneer het resultaat positief uitvalt voor de schadeopmeting vanGroningers. Deze motie is overbodig, maar wel met de volgende lezing,en anders moet ik de motie ontraden. Als ik de motie zo moet lezen dat detrillingstool bij de beoordeling van individuele schades alleen alsaanvullende maatregel mag worden gebruikt en niet negatief voor debewoners uit mag pakken, dan kan ik de heer Bamenga geruststellen en isde motie overbodig. Dit is namelijk de manier waarop de trillingstoolwordt gebruikt. Ik zal voor het eerstvolgende commissiedebat op30 januari per brief een toelichting geven op het gebruik van detrillingstool.Maar als de indiener bedoelt dat de trillingssnelheden ook niet meermogen worden gebruikt om te bepalen af een melder zich überhaupt ineen gebied bevindt waar aardbevingen hebben plaatsgevonden, dan moetik de motie ontraden.De voorzitter:Ik kijk naar de indiener.De heer Bamenga (D66):Ik heb hier natuurlijk in het debat, en ook in het debat over de Staat vanGroningen, veel over gesproken. Wij hebben in eerste instantie gezegdTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12635 dat in Nij begun staat dat het überhaupt niet meer gebruikt zou worden.Dat is eigenlijk onze lijn. De Staatssecretaris zelf zegt dat de trillingstoolnog wel nodig is, dat het ook positief kan uitvallen. Deze motie zegteigenlijk: gebruik ’m dan alleen in de gevallen waarin het positief uitvalt.Eigenlijk had ik gewoon verwacht dat de Staatssecretaris zou zeggen: ditis wat we graag willen, dus oordeel Kamer.De voorzitter:Een korte reactie van de Staatssecretaris.Staatssecretaris Van Marum:Ik heb een toelichting gegeven. Er zit gewoon een juridisch risico in hetlaatste staartje. Dan zouden in principe mensen in heel Nederland hiergebruik van kunnen maken. Dat is niet de bedoeling. Het is wel debedoeling om een zekere begrenzing aan te geven. Waar trillingen hebbenplaatsgevonden, moeten mensen vergoed worden. Op die manier wil ik’m ook inzetten.De heer Bamenga (D66):Ik wil niet voor nog meer juridische vraagstukken zorgen. Op het momentdat het zo geïnterpreteerd kan worden – ik doel op de begrenzingwaarover u het net had – ben ik ermee akkoord. Nogmaals, het gaat mijerom dat de afspraken die gemaakt zijn, gehandhaafd worden.De voorzitter:Met de eerste lezing van de Staatssecretaris krijgt deze motie dus hetoordeel «overbodig». Dan de motie op stuk nr. 92.Staatssecretaris Van Marum:De motie op stuk nr. 92 van de heer Bamenga en mevrouw Vedder, overéén overheidsloket voor de hersteloperatie, krijgt oordeel Kamer, met devolgende lezing. Deze motie is essentie gelijk aan de motie op stuk nr. 90van de heer Kops. Daarom kan ik deze motie oordeel Kamer geven, als ikhet eerste verzoek mag opvatten als aanmoediging om een samenwerkingtussen de betrokken organisaties verder te verbeteren. Er zijn namelijk albelangrijke stappen gezet. Zo kunnen bewoners bij samenloop tussen deversterking en schadeafhandeling kiezen voor de integrale aanpak entrekken NCG, IMG en SNN gezamenlijk op met betrekking tot de verster-kingspunten. Daarnaast kijken we in het kader van de herstelagenda metde decentrale overheden en de uitvoeringsorganisaties of en hoe in eenaantal startgebieden de samenwerking verder verbeterd kan worden.Maar als ik het verzoek moet lezen als een absoluut einddoel, moet ik demotie ontraden. Ik wil namelijk geen grootschalige structuurwijzigingenaanbrengen, om de uitvoering niet vast te laten lopen.De voorzitter:Ik kijk naar de indieners.De heer Bamenga (D66):Ja, de eerste lezing.De voorzitter:De motie op stuk nr. 92 krijgt oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 93.Staatssecretaris Van Marum:Die motie verzoekt de regering de gaswinning niet te verlengen. Die motiewil ik ontijdig verklaren. Dit onderwerp valt binnen de portefeuille van deMinister van KGG. Zij stuurt uw Kamer nog dit najaar een brief over dekleine velden. Ik begrijp dat er op 11 december een commissiedebatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12636 Mijnbouw gepland staat met de Minister. U kunt dan met haar het debatover dit onderwerp voeren.De voorzitter:De motie op stuk nr. 93: ontijdig. Dan de motie op stuk nr. 94.Staatssecretaris Van Marum:De motie op stuk nr. 94, over geen verlenging van gaswinning, iseveneens ontijdig. Dit onderwerp valt binnen de portefeuille van deMinister van Klimaat en Groene Groei. Zij stuurt uw Kamer nog dit najaareen brief over de kleine velden. Op 11 december staat er een commissie-debat Mijnbouw met de Minister gepland. U kunt dan met haar in debatgaan daarover.De voorzitter:De motie op stuk nr. 94: ontijdig. Dan de motie op stuk nr. 95.Staatssecretaris Van Marum:Die motie ontraad ik. Zij verzoekt de regering om de waardevermeerde-ringsregeling ook na februari 2025 open te laten staan. Zoals ik ook demotie op stuk nr. 83 van het lid Bushoff heb ontraden, ontraad ik dezemotie ook.De voorzitter:De motie op stuk nr. 95 wordt ontraden. Dan de motie op stuk nr. 96.Staatssecretaris Van Marum:De motie op stuk nr. 96 van mevrouw Beckerman, over een totaalaanpakGroningen, ontraad ik ook. Ik ben op dit moment nog met de regio ingesprek over een optimale samenwerking tussen provincie, gemeenten,IMG, NCG en het Rijk om te komen tot zo’n totaalaanpak. Daarover gaatde herstelagenda. Het Rijk heeft een zorgplicht ten aanzien van schade enversterken, zoals gemeenten een zorgplicht hebben op het gebied vanmaatschappelijke voorzieningen, bijvoorbeeld. Deze plicht wettelijk alsrecht afdwingen, zet het systeem direct op slot. Mensen hebben wel hetrecht op een gecoördineerde aanpak van schade en versterken door IMGen NCG. Dat is ook wettelijk vastgelegd. Ik wil echter niet inzetten op eenstructuurwijziging of nieuwe wetgeving. Nieuwe wijzigingen zorgen alleenmaar voor vertraging.De voorzitter:De motie op stuk nr. 96: ontraden. De heer Bushoff heeft hierover eenkorte vraag.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik kan me toch niet helemaal erin vinden dat je zegt: we willen die aanpakwel, maar we willen het geen recht laten zijn van inwoners en we willenniet dat daar nu al gelijk een structuurwijziging voor nodig is. Als je zegt«wij willen graag dat iedereen zo’n totaalaanpak krijgt», dan snap ikwerkelijk waar niet waarom je deze motie dan een stap te ver vindt gaan.Dit is toch het einddoel waar ook deze Staatssecretaris naartoe wil?Staatssecretaris Van Marum:Zeker, maar de juridische implicaties die daarmee samenhangen en hetfeit dat verschillende overheden en uitvoeringsorganisaties daarmeemoeten werken, vergen een hele forse structuurwijziging die tot een helegrote rem op lopende processen gaat leiden. Daarom blijf ik wel bij deappreciatie die ik net gegeven heb.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12637 Naast dat dat een argument is dat we zo ongeveer altijd hebben gehoordde afgelopen jaren op een moment dat we iets beter willen maken,waardoor het nog langer duurt voordat het beter wordt, vraag ik me ookhet volgende af. Net als bij de moties die wél oordeel Kamer hebbengekregen met die lezing, zou je ook hierbij kunnen zeggen: we geven dezemotie oordeel Kamer, en dan komen we in het voorjaar, zoals ook dieandere moties vragen, met een uitwerking van die motie. Dat zou ookkunnen, want die andere moties kregen ook oordeel Kamer. Die warenmisschien ietsje minder vergaand, maar we delen hetzelfde doel, zei deStaatssecretaris net.Staatssecretaris Van Marum:Dat ze iets minder vergaand zijn, is precies de reden waarom deze motieontraden wordt en die andere moties op een andere manier wordenneergelegd. Wij zijn aan het onderzoeken hoe wij hier vorm aan kunnengeven. Wat hier gevraagd wordt, heeft te grote implicaties. Dat is waaromik ’m ontraad. We blijven gewoon zoeken naar een betere oplossing,waarbij het eindresultaat eigenlijk tot hetzelfde moet leiden als waar hierom gevraagd wordt.De voorzitter:De motie op stuk nr. 96: ontraden. Dan de motie op stuk nr. 97.Staatssecretaris Van Marum:De motie op stuk nr. 97 van mevrouw Beckerman moet ik ontraden. Dieverzoekt de regering te zorgen dat er niet langer doorgeprocedeerd wordttegen gedupeerden. Het beginsel is en blijft dat het IMG niet meer inhoger beroep gaat. De enige uitzondering hierop is als er een zwaar-wegend breder belang voor de uitvoering van een schadeafhandeling tervoorkoming van verschillen aan de orde is en er geen andere alterna-tieven zijn om het belang te bewaken. Ook het kabinet heeft dat belang inhet oog. Ik moet daarom deze motie ontraden.De voorzitter:De motie op stuk nr. 97: ontraden. Dan de motie op stuk nr. 98.Staatssecretaris Van Marum:De motie op stuk nr. 98 vraagt om bouwfouten te voorkomen en aan tepakken: «verzoekt de regering om met gemeenten en NCG een aanpak teontwikkelen om bouwfouten te voorkomen en beter aan te pakken, en deKamer hierover in het eerste kwartaal van 2025 te informeren.» Ik moetdeze motie ontraden, omdat een plan hiervoor niet noodzakelijk en nietrealistisch is. Waar gebouwd wordt, daar worden fouten gemaakt en als erfouten of problemen optreden na versterking door de NCG, dan kunnende bewoners bij de NCG terecht voor nazorg.De voorzitter:De motie op stuk nr. 98: ontraden.Mevrouw Beckerman (SP):In een gemiddelde gemeente in Nederland wordt veel gebouwd, maarniet zo veel als in deze aardbevingsgemeenten. Dat betekent dat je ombouwfouten te voorkomen toezicht nodig hebt. Maar als zo’n groot deelvan je bouw versterkt of sloop-nieuwbouw is, dan is dat heel ingewikkeldte organiseren. De Staatssecretaris zit heel erg op de lijn van: oeh, kijk uit,als je iets doet gaat de rem erop. Weet u wat de rem erop zet? Als menseneindelijk thuiskomen in een nieuw huis, en ze weer drie maanden terugmoeten naar de wisselwoning omdat er bouwfouten zijn gemaakt. Dat isniet één geval. We zien nu al op meerdere plekken hele heftige zaken. Ikkan nu heel veel voorbeelden noemen; ik denk dat de voorzitter daar nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12638 blij mee zou zijn, maar dit punt halen we al zo vaak aan. Dit is eenvriendelijk geformuleerde motie. Je moet een plan hebben om te zorgendat er voldoende capaciteit is om bouwfouten te voorkomen, omdat jegewoon voldoende capaciteit aan bouwinspectie moet hebben. Ook moetje ervoor zorgen dat mensen niet van het kastje naar de muur wordengestuurd, want dat gebeurt nu wel. De Staatssecretaris zegt: ga maar naarde NCG. Nou, voor een deel van de bewoners geldt dat helemaal niet,zoals eigenaren in batch 1588: die kunnen niet terecht bij de NCG. Datweet de Staatssecretaris ook. Daarom is dit ook zo noodzakelijk. Graageen reactie.Staatssecretaris Van Marum:Ik blijf deze motie gewoon ontraden, maar ik kan wel een aanvullendetoezegging doen. Als ik mevrouw Beckerman goed hoor, zegt ze dat hetnoodzakelijk is dat er een beter bouwtoezicht op de lopende projectenkomt. Ik kan dat in elk geval aangeven bij de gemeenten, zodat bekeken engevraagd kan worden of er voldoende capaciteit is om daar uitvoering aante geven. De toezegging om dat gesprek aan te gaan, wil ik wel doen.Daarmee hebben we nog steeds niet opgelost dat er af en toe bouwfoutengemaakt worden die later gemitigeerd moeten worden.De voorzitter:De motie op stuk nr. 98 blijft ontraden. Er is een toezegging gedaan.De motie-Beckerman c.s. op stuk nr. 99.Staatssecretaris Van Marum:In de motie op stuk nr. 99 wordt de regering verzocht om de bewonersvan batch 1588 die eigen geld hebben moeten inleggen, voor de kerst van2024 te compenseren. Deze motie moet ik ontraden. De NCG heeft inoktober 2023 een meldpunt ingericht waar bewoners zich kunnen meldenals zij menen zelf kosten te hebben gemaakt voor de versterking. De NCGanalyseert de uitkomsten zo nodig met de gemeente. Zo wordt getoetst ofde bewoners met het gekregen budget een functioneel vergelijkbarewoning konden kopen of afwerken. Ik wil geen nieuwe verschillen creërenten opzichte van de reguliere versterking. Vandaar dat deze zorgvuldigeanalyse tijd vergt. Ik blijf mij er wel voor inzetten dat de bewoners zo snelmogelijk duidelijkheid krijgen.De voorzitter:De motie-Beckerman c.s. op stuk nr. 99 is ontraden.Mevrouw Beckerman (SP):Met welke datum zou de Staatssecretaris wel akkoord kunnen gaan? Devorige bewindspersoon heeft gecommuniceerd dat in kwartaal één van ditjaar werd begonnen met uitbetalen. Deze bewoners krijgen nu een briefwaarin staat: helaas, het gaat nog maanden duren. Wij willen hier graageen oordeel Kamer op. Welke datum zouden we erin kunnen zettenwaardoor de Staatssecretaris zegt «ja, dit werkt wel; dit gaan we doen»?Staatssecretaris Van Marum:Daar kom ik zo even op terug.De voorzitter:De motie-Beckerman c.s. op stuk nr. 100.Staatssecretaris Van Marum:Ik kan er ook direct wel even op terugkomen. Er zal een brief uitgaan naarde gemeenten over het aanleveren van de ontbrekende informatie. Daarblijf ik wel op drukken, zodat we die informatie zo snel mogelijk krijgen.Mogelijk kunnen we in die brief nog aangeven voor welke einddatum deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12639 gemeentes die kunnen aanleveren. Dat heeft het risico dat mensen diezich dan niet gemeld hebben, erbuiten vallen. Maar wij willen wel drukblijven zetten op die gemeentes om die ontbrekende gegevens aan televeren, opdat wij zo snel mogelijk tot die uitbetaling over kunnen gaan.De voorzitter:Dan blijft de motie-Beckerman c.s. op stuk nr. 99 ontraden.Mevrouw Beckerman (SP):De vraag is: welke datum wel? Het antwoord is: we sturen een brief naargemeenten. Dat is niet een antwoord op die vraag.De voorzitter:Nee, maar het is wel een antwoord van de Staatssecretaris.Staatssecretaris Van Marum:Het is niet het gewenste antwoord, maar ik snap de urgentie. Ik voel dieurgentie zelf ook, maar ik kan daar geen datum op geven.De voorzitter:U vervolgt met de motie-Beckerman c.s. op stuk nr. 100.Staatssecretaris Van Marum:Deze motie gaat over het aanpakken van problemen van gedupeerdenmet belastingen. De regering wordt verzocht om problemen diegedupeerden ervaren met belastingen en kwijtscheldingen, te voorkomenen aan te pakken door alle schadeloosstellingen en compensatie niet aante merken als vermogen. Ik moet deze motie in haar huidige vormontraden. Hoewel ik het doel van de motie van harte ondersteun, is deformulering problematisch. Gelukkig leidt dit maar bij een heel beperktegroep tot problemen. Tot dusverre hebben de NCG en het IMG maar eenhandvol meldingen hierover gehad. Ik zet mij samen met mijn collega’s inhet kabinet ervoor in om problemen met fiscale gevolgschade, indien dieer toch mochten zijn, op te lossen en zo veel mogelijk te voorkomen. Inhet Belastingplan 2025 worden bijvoorbeeld vrijstellingen in box 3voorgesteld voor het trekkingsrecht voor versterken en schadeherstel vangebouwen. Dit ziet bijvoorbeeld op het bouwdepot bij herstel in natura endaadwerkelijk herstel of versterking. Deze motie vraagt echter om degarantie dat er nooit meer iets misgaat, en dat kan ik niet beloven. Ookschrijft deze motie een specifieke methode voor die noch proportioneel,noch in alle gevallen de beste oplossing voor bewoners is. Ik wil daaromgraag de ruimte houden om de alternatieven te overwegen.De voorzitter:De motie op stuk nr. 100 is ontraden.Mevrouw Beckerman (SP):De Staatssecretaris zegt «deze specifieke methode». Als we het dictumlaten eindigen met «en aan te pakken», gevolgd door «en gaat over tot deorde van de dag». Daarmee gaat «door alle schadeloosstellingen encompensatie niet aan te merken als vermogen» eruit. Kunnen we dan toteen oordeel Kamer komen?Staatssecretaris Van Marum:Daar kom ik zo even op terug.De voorzitter:De motie-Beckerman c.s. op stuk nr. 101.Staatssecretaris Van Marum:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12640 Deze motie verzoekt de regering om de gaswinning bij Warffum niet teverlengen. Die is ontijdig. Dit valt onder de portefeuille van de Ministervan Klimaat en Groene Groei. Er komt nog een commissiedebat. U kuntdaar dus met haar over in debat.De voorzitter:Motie-Beckerman c.s. op stuk nr. 101: ontijdig. De motie-Holman/Bikker opstuk nr. 102.Staatssecretaris Van Marum:Ik vraag de indieners om de motie op stuk nr. 102 aan te houden. Ik benhet op zich eens met wat zij in de motie stellen: de regio mag niet de dupeworden van de opstelling van de NAM en de NAM moet aan haarverantwoordelijkheden gehouden worden. Ik ben bezig met vervolg-stappen, bijvoorbeeld met het opstarten van de nieuwe arbitrage in kaartbrengen. Ik hoop u daar in januari over te kunnen berichten. De afsprakendie de Staat met de regio maakt over het perspectief voor de regio, staanin principe los van de afspraken tussen de Staat en de NAM over eenbijdrage van NAM aan het perspectief voor de regio en de geschillendaarover. Ik wil u daarom vragen de motie aan te houden. Ik kom daarvoor het debat van 3 januari op terug.De voorzitter:Ik denk niet dat het 3 januari is. Kan het 30 januari zijn?Staatssecretaris Van Marum:Ja, 30 januari.De voorzitter:Precies. Heel goed. Ik kijk even naar de indiener. De heer Holman?Staatssecretaris Van Marum:Mijn ogen zijn niet meer wat ze geweest zijn, merk ik. Maar het is ook eenhele kleine nul geworden.De heer Holman (NSC):Ik zie niet in waarom de Staatssecretaris wil dat deze motie wordtaangehouden. Zij steunt de Staatssecretaris juist om tot een gewensteuitkomst van het overleg te komen. Een signaal van de Kamer is in dezen,denk ik, heel duidelijk en versterkend.Staatssecretaris Van Marum:Zoals ik de tekst van deze motie lees, staat er eigenlijk dat ik hierover inoverleg moet treden met de NAM terwijl wij nog arbitrages hebben lopen.Ik wou u vragen om mijn collega en mijzelf de regie te laten houden overde volgorde waarin wij deze zaak willen ingaan. Het doel van de motieondersteun ik volledig. Alleen, hier word ik min of meer gedwongenoverleg te voeren voordat ik de arbitrages heb afgerond. En dat iseigenlijk niet de bedoeling.De heer Holman (NSC):Ik denk niet dat erin staat hoe de Staatssecretaris dat vorm moet geven. Erstaat geen opdracht in over de volgorde of over de tijd waarbinnen deStaatssecretaris dat moet doen. Nogmaals, ik denk dat dit een ondersteu-nende motie is. We zullen haar zeker handhaven en vragen of de Kamerhier ...De voorzitter:Mevrouw Bikker, ter aanvulling?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12641 Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Ja, voorzitter. Ik ben medeondertekenaar. Volgens mij beogen de heerHolman en ik alleen maar om daar ook richting NAM nog meer druk op tezetten, opdat men er in de lopende procedure uitkomt. Hoe sneller, hoebeter. De Staatssecretaris heeft deze motie dan als een steun in de rug omdaarachteraan te blijven jagen en hen over de brug te laten komen. Hetgaat er niet om te interfereren in lopende arbitragezaken of wat dan ook.Ook tegen degenen die de Staatssecretaris adviseren over deze motie, zegik: zie hoe de Kamer probeert om de Staatssecretaris een steun in de rugte geven.Staatssecretaris Van Marum:Gelet op de toelichting die u mij geeft, vind ik het prima, als ik de vrijheidhoud om de volgordelijkheid te bepalen. Maar als mij hiermee deverplichting wordt opgelegd om hierover sowieso met NAM in overleg tegaan, dan heb ik daar problemen mee. Als ik de motie zo mag lezen, kanik het oordeel aan de Kamer laten.De voorzitter:De motie op stuk nr. 102: oordeel Kamer. U vervolgt met de motie op stuknr. 103.Staatssecretaris Van Marum:De motie op stuk nr. 103 is de motie van de heren Vermeer en Holman. Dieis in lijn met de moties op stukken nrs. 90 en 92. Zij verzoekt de regeringom de Kamer te informeren over de vormgeving van de herstelagenda inhet voorjaar van 2025. Het oordeel over deze motie kan ik aan de Kamerlaten. De regio heeft initiatief genomen voor een agenda voor herstel. Hetis een dynamische agenda. De regio, het Rijk, het IMG en SHG zijndaarmee al begonnen in de startgebieden terwijl we de agenda nogverder ontwikkelen en uitwerken. Ik wil begin volgend jaar de contourenen de doelstelling vaststellen met de regio. Ik kan u daarna snelmeenemen in de vormgeving van de agenda. Ik verwacht dat dat rondapril zal zijn.De voorzitter:De motie-Vermeer/Holman op stuk nr. 103 krijgt oordeel Kamer.De motie-Bikker/Vedder op stuk nr. 104 is aangehouden. Ik kijk effe naarmevrouw Bikker.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Ja, voorzitter, onder de toezegging dat we voor 15 december eentechnische briefing hebben. Daarna brengen we deze motie in stemming.De voorzitter:De motie op stuk nr. 104 is aangehouden. Dan de motie-Bikker op stuk nr.105.Staatssecretaris Van Marum:Deze motie verzoekt de regering om aan de NCG te verzoeken ominformatie over het moment van versterken beschikbaar te maken in hetdigitaal portaal van de NCG. Ik wil u vragen deze motie aan te houden. Hetdigitale portaal is nu ingericht voor 7.500 adressen. Daar zitten onderandere de huurders niet bij. Ik vind het belangrijk dat de huurders ookdirect informatie krijgen over de versterking. Nu is dat niet in de wetgeregeld. Ik ga daarom met de NCG onderzoeken hoe, in samenwerkingmet de woningcorporaties en de eigenaren, informatie aan de huurdersdirect verschaft kan worden. Ik kom daar in het debat van 30 januari opterug.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12642 Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Dit is een vriendelijk verzoek van de Staatssecretaris, maar ik zie werkelijkniet in waarom de motie daaraan in de weg zou staan. Ik vraag namelijkom te verzoeken om het beschikbaar maken. Dit is al eens eerderuitgesproken door de Kamer. Toen zou er werk van worden gemaakt. Weconstateren dat het onvoldoende is. Mijn fractie snapt helemaal dat deStaatssecretaris het niet als bij bliksemslag allemaal morgen voor elkaarheeft, maar het moet wel veranderen. Als ik ’m nu aanhoud, geven weeigenlijk het signaal af dat er geen vaart achter hoeft te zitten. Dat is hetomgekeerde van het signaal dat ik zou willen geven. Ik zou de Staatssecre-taris dus willen vragen om ’m nog vriendelijker te lezen en volgens mijvinden we elkaar dan wel.Staatssecretaris Van Marum:Ik lees ’m zo vriendelijk als ik kan en ik vind ’m ook heel vriendelijk. Ik vindook zeker dat huurders geïnformeerd moeten worden, maar op ditmoment zijn er gewoon enige juridische beperkingen in het hieruitvoering aan geven zoals u het nu voorstelt. Ik ben aan het kijken hoe ikdaar wel uitvoering aan kan geven, want ik vind dat huurders op de een ofandere manier zelfstandig moeten kunnen zien wat er met hun woninggebeurt.De voorzitter:De motie op stuk nr. 105 is ontraden. Dan gaan we naar de motie op stuknr. 106.Staatssecretaris Van Marum:De motie op stuk nr. 106 gaat over de herbeoordeling van het bouwtech-nisch rapport en verzoekt de regering met de Nationaal Coördinator tewaarborgen dat herbeoordeling van het bouwtechnisch rapport als grondvoor een besluit «op norm» altijd uitgevoerd wordt door een anderbouwtechnisch bureau als de bewoner dat verzoekt. Ik kan de motieoordeel Kamer geven indien ik die zo mag interpreteren dat de reviewdoor een ander bureau niet mag betekenen dat de beoordeling volledigopnieuw wordt uitgevoerd. Die moet als toets dienen voor de beoordelingdie er ligt. Ik heb begrip voor deze motie en daarom heb ik op18 november toegezegd dat bewoners een review moeten kunnen latenuitvoeren door een ander bureau. De NCG borgt de kwaliteit van debeoordeling op verschillende manieren. Onderdeel daarvan is het latenreviewen van de afgeronde beoordeling door deskundigen van de NCG. Ikwil graag goed uitwerken wat de review door een ander bureau behelst,wat de consequenties zijn en hoe de NCG daar invulling aan kan geven.Mijn voorstel is om vóór het commissiedebat van 30 januari hierop terugte komen in een brief. Zo niet, dan moet ik de motie ontraden.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Dit stelt me wel teleur, omdat ik niet wil dat die herbeoordeling een soortadministratieve herbeoordeling wordt. Dat is mijn zorg als ik de Staatsse-cretaris dit antwoord hoor geven. Dan bereikt de motie zelfs het tegen-overgestelde, terwijl we het er in het vorige debat allebei absoluut overeens waren dat het onwenselijk is dat bewoners twijfels houden over die«op norm»-verklaring. Dit antwoord stelt me dus teleur en daarom zal ik’m maar gewoon in stemming brengen. Dan ben ik nog steeds benieuwdnaar wat de Staatssecretaris opschrijft in zijn brief, maar volgens mijzouden we elkaar ook hierin moeten kunnen vinden. Dit is dus niks naarde Staatssecretaris toe, maar alles wordt wel op zijn moeilijkst gelezen;laat ik het zo zeggen.Staatssecretaris Van Marum:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12643 Laten we ook gewoon helder houden dat de consequenties groot kunnenzijn. Het wordt dus wel zorgvuldig gelezen. Dat is mijn ... Dat is het team.Er zit op dit moment gewoon een team van mensen achter om te kijkenwat de eventuele consequenties kunnen zijn. Weet ook dat wij met elkaarwel in de stand staan om de juiste dingen te gaan doen, maar we willenwel zorgen dat we goed helder hebben wat de consequenties zijn en hoewe uitvoering kunnen geven aan de bedoeling van de motie. Dat is dus dereden dat ik ’m op deze manier neerleg.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Maar andersom bekeken: ik dien ook geen moties in die als een woesteolifant door een porseleinkast gaan. Dit zijn allemaal zeer zorgvuldig envoorzichtig geformuleerde moties waarin we ook al langere tijd samenoptrekken als Kamer, kabinet en degenen die adviseren. Maar ik zalgewoon de Staatssecretaris aanspreken. We weten dus ook wat we aanelkaar hebben. Als dan alles voor mijn gevoel vanuit de blik vanwantrouwen wordt gelezen, geeft dat wat ... Hoe zal ik dat netjes zeggen?Het geeft wat ongemak. Dat neemt niet weg dat ik deze motie gewoon instemming breng. Dit is dan even voor een volgend debat. Misschienweten we het dan op de een of andere manier te voorkomen.De voorzitter:Mevrouw Beckerman over dezelfde motie.Mevrouw Beckerman (SP):Ja, er is hier iets geks aan de hand. Het amendement-Beckerman isaangenomen. Dat verzocht gedupeerden het recht te geven op juridischebijstand en bouwkundig en financieel advies. De gekkigheid is nou dat ophet moment dat je een rapport krijgt waarin staat dat je huis niet op normis, er dus kleine maatregelen moeten worden genomen, en je het daar nietmee eens bent – bam, recht op het amendement – je dat advies kuntkrijgen. Het gekke is dat als je een «op norm»-rapport krijgt, je daar danineens geen recht meer op hebt, terwijl het wel in de wet is opgenomen.Het amendement is aangenomen en opgenomen in de wet. Er is dus eengekkigheid. De groep mensen die «op norm» krijgt, is ineens uitgezonderdvan dat wettelijk recht. We zullen deze motie echt op die manier moetenlezen. Het is gek. Het is al aangenomen en zit zelfs in de wet. Het is nietzomaar iets dat we er even met een motie bij bedenken. Het zit in de wet.Ik zou de Staatssecretaris toch echt willen oproepen om de motie ook opdie manier te lezen. Het is namelijk gek om die wet verschillend uit teleggen op basis van een rapport.Staatssecretaris Van Marum:Ik wil daar zo even op terugkomen. Ik snap eigenlijk heel goed wat hiergezegd wordt en ik wil de Kamer tegemoetkomen in lijn met wat er ligt.Maar hier zitten gewoon echt wat haken en ogen aan die we nog evennader moeten bekijken.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Een voorstel van orde. Zou de Staatssecretaris voor de stemmingen vandonderdag op schrift willen terugkomen op dit punt en ook op de anderepunten waar hij zegt op terug te willen komen? Dan kunnen we even inrust wisselen in plaats van nu onder druk van de klok. Dan hebben we eenprecieze duiding, hopelijk in die lijn.De voorzitter:Ik pak ze zo even samen. Dank je wel.Staatssecretaris Van Marum:Die toezegging kan ik doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12644 De voorzitter:U vervolgt met de motie op stuk nr. 107.Staatssecretaris Van Marum:De motie op stuk nr. 107 gaat over de zoutwinning in Veendam. De motieverzoekt de regering de inwoners van het zoutwinningsgebied rondVeendam op duidelijke wijze te laten merken dat de lessen uit deconclusies en aanbevelingen van de parlementaire enquête aardgas-winning geleerd zijn en worden toegepast en de Kamer hierover terapporteren. Deze motie is overbodig. De lessen van de parlementaireenquête worden ook al in Veendam toegepast. Het hele gebied waarzoutwinning plaatsvindt, valt binnen het gebied waarin het IMG schadesafhandelt. Het IMG past het bewijsvermoeden toe en biedt de optie omschade daadwerkelijk te laten herstellen zonder onderzoek naar oorzaken,ook in Veendam. Verder laat het IMG samen met de CommissieMijnbouwschade momenteel onderzoeken of er sprake kan zijn vanschade als gevolg van gestapelde effecten van zoutwinning engaswinning. De gemeente Veendam valt volledig binnen het gebied vande sociale en economische agenda. Ook daar gelden de verduurzamings-maatregelen. In de Staat van Groningen wordt elk jaar gerapporteerd overde resultaten van alle gemeenten in de provincie Groningen en inNoord-Drenthe. Dat geldt dus ook voor Veendam. Weet dat ik geenmoment onbenut laat om ook de problemen rond de zoutwinning bij deMinister van Klimaat en Groene Groei onder de aandacht te brengen. Ikprobeer de zaken daar op een goeie manier geregeld te krijgen, zodat ervoorafgaand aan de winning een goed meet- en regelprotocol komt, maarachteraf ook een goede schadeafhandeling.De voorzitter:De motie op stuk nr. 107: overbodig.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik had een beetje het gevoel dat ook deze motie ontijdig of overbodig zouworden gevonden of ontraden zou worden. Ik heb de administratie evenbijgehouden. Van de 25 moties hebben er volgens mij maar 4 oordeelKamer gekregen, met de uitleg «dat doen we al en daar komen we opterug». De rest is allemaal overbodig, ontraden, ontijdig; noem maar op.Mijn vraag aan de Staatssecretaris is: gaat het allemaal goed in Groningenof gaat al het beleid dat al is ingezet alle problemen oplossen, zijn alleverbetersuggesties inderdaad niet nodig en zien we over pak ’m beet eenjaar dat alles wat wij hier hebben voorgesteld inderdaad ontijdig,overbodig en niet nodig was?De voorzitter:Een korte reactie van de Staatssecretaris.Staatssecretaris Van Marum:Mijn inzet zal zeker zijn om het een heel eind in die richting te krijgen.Gezien de gesprekken die ik voer en de bewegingen die ik zie, zie ikgewoon een hele hoop verbeteringen. Ik zie ook nog genoeg problemen,maar daar werken we hard aan. Ik heb goed gekeken naar uw moties. Ikheb ook goed proberen te verklaren waarom ik die wel of niet apprecieer.Ik hoop te kunnen laten zien dat ik mijn gelijk bewijs in uw richting dekomende tijd.De voorzitter:Dank je wel, Staatssecretaris. De moties zijn allemaal geapprecieerd.Staatssecretaris Van Marum:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12645 Ik heb nog één motie, namelijk die op stuk nr. 100. Die kan oordeel Kamerkrijgen. Die motie verzoekt de regering de problemen die gedupeerdenervaren met belastingen en kwijtscheldingen te voorkomen en aan tepakken.Mevrouw Beckerman (SP):Voorzitter, dan ga ik de motie gewijzigd indienen.De voorzitter:De motie op stuk nr. 100 wordt nog gewijzigd en krijgt dan oordeel Kamer.En dan concludeer ik dat er met betrekking tot de motie op stuk nr. 106nog een schriftelijke appreciatie komt vóór de stemmingen vandonderdag. Bent u aan het einde gekomen van uw inbreng, Staatssecre-taris?Staatssecretaris Van Marum:Ja, ik ben aan het einde gekomen van mijn inbreng. Overigens hartelijkdank voor alle vragen en het constructief meedenken, want dat wordt vanmijn kant ook zeer gewaardeerd.De voorzitter:Dank u wel. Dan kom ik tot slot aan de toezeggingen. Het is een hele lijst,met zowel toezeggingen van 18 november als van vandaag.–De Staatssecretaris zegt toe het voor inwoners mogelijk te maken eentweede beoordeling bij een inspectierapport te vragen en de Kamerhier zo snel mogelijk over te informeren. Dit was een toezegging aanmevrouw Bikker.–De Staatssecretaris informeert de Kamer in het eerste kwartaal van2025 per brief over de stand van zaken met betrekking tot wat er nogaan werkvoorraad bestaat buiten de scope. Dit was ook een toezeggingaan Bikker.–De Staatssecretaris informeert de Kamer voor het commissiedebat op30 januari 2025 over de voortgang van de financiering van demaatregelen uit het rapport-Van Geel. Dit was een toezegging aan decommissie.–De Staatssecretaris brengt de voortgang, de drempels en de oplossin-gen voor het als één overheid werken in het kader van de versterkings-operatie in beeld en informeert de Kamer daarover voor het commis-siedebat van 30 januari 2025. Dit was een toezegging aan mevrouwVedder.–De Staatssecretaris informeert de Kamer voor het commissiedebat van30 januari 2025 over de verduurzaming van gebouwen bij herstel. Ditwas een toezegging aan mevrouw Vedder.–De Staatssecretaris stuurt een lijst met wie waarvoor verantwoordelijkis rondom het herstel van Groningen voor 30 januari 2025 aan deKamer. Dit was een toezegging aan de heer Vermeer.–De Staatssecretaris stuurt in het eerste kwartaal van 2025 een briefover de knelpunten bij de zwaarst getroffenen in het aardbevingsge-bied en de oplossingen voor deze knelpunten. Dit was een toezeggingaan mevrouw Vedder.–De Staatssecretaris zegt toe een vertrouwelijke briefing over hetprocederen tegen inwoners te willen organiseren en daarbij in te gaanop de specifieke casus die de Staatssecretaris in de brief heeftgenoemd; in te plannen voor het kerstreces 2024–2025.–De Staatssecretaris zegt toe met gemeenten in gesprek te gaan overhet toezicht op bouwfouten. Dit was een toezegging aan mevrouwBeckerman.De vraag is nog wanneer deze brief komt. Ik kijk even naar deStaatssecretaris.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12646 Staatssecretaris Van Marum:In het eerste kwartaal.De voorzitter:In het eerste kwartaal.–De Staatssecretaris zegt toe de Kamer te informeren over de uitkom-sten van een expertbijeenkomst over de trillingstool.Ook hierbij de vraag wanneer de Kamer die brief kan verwachten.Staatssecretaris Van Marum:Ook in het eerste kwartaal.De voorzitter:Ook in het eerste kwartaal.De Staatssecretaris zal voor de tweede termijn van het wetgevingsoverleg... Nee, die toezeggingen zijn al afgewikkeld en staan op groen; ik zie hetal. Dat was de lijst met toezeggingen. Ik kijk even naar de Kamerleden. Deheer Bushoff?De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik had volgens mij ook nog de toezegging genoteerd dat de Staatssecre-taris in het begin van volgend jaar zal terugkomen bij de Kamer op hoe hijeen vervolg gaat geven aan de oude B- en C-schades, en op hoe hij dievan een oplossing gaat voorzien.De voorzitter:Ik zie de Staatssecretaris instemmend knikken, dus die voegen we toe aande lijst.Dan zijn we aan het einde gekomen van dit wetgevingsoverleg. Ik bedankde Staatssecretaris voor zijn aanwezigheid en de beantwoording van devragen. Ik dank de leden van de commissie voor deze constructievevergadering.Sluiting 12.33 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 12647

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · f651e18e6d9d6b73

14 okt 2026 · ba050f27832d4f84

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingHerstel Groningen (tweede termijn)
    Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 2 december 2024, over Herstel Groningen (tweede termijn)

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.