KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg betreffende de aanbieding van de Toezichtvisie en het Meerjarenprogramma 2016-2020 van de Autoriteit woningcorporaties

18 apr 2016 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 98514a161139c332 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2015–2016 29 453Woningcorporaties Nr. 416 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 18 april 2016 De algemene commissie voor Wonen en Rijksdienst heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister voor Wonen en Rijksdienst over de brief van 28 januari 2016 over aanbieding Toezichtvisie en het Meerjarenprogramma 2016–2020 van de Autoriteit woningcorpo-raties (Kamerstuk 29 453, nr. 414). De vragen en opmerkingen zijn op 3 maart 2016 aan de Minister voor Wonen en Rijksdienst voorgelegd. Bij brief van 15 april 2016 zijn de vragen, voor zien van een inleiding, beantwoord. De voorzitter van de commissie,Geurts De griffier van de commissie,Van der Leeden kst-29453-416ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 4161 I VRAGEN EN OPMERKINGEN VANUIT DE FRACTIES 1. Inbreng VVD-fractie De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de Toezichtvisie en het Meerjarenplan van de Autoriteit woningcorpo-raties. Deze stukken geven invulling aan een aantal wensen van de Kamer, zoals een integraal en aangescherpt toezicht. De leden van de VVD-fractie zien de invulling zoals die in de voorliggende stukken is gegeven als een verantwoordelijkheid van de uitvoerende macht en is om die reden terughoudend om hier al te grote invloed op uit te oefenen. Zij heeft op dit moment dan ook geen vragen. 2. Inbreng PvdA-fractie De leden van de PvdA-fractie merken op dat de nieuwe toezichthouder op het besturen en functioneren de toegelaten instellingen voor volkshuis-vesting een cruciale rol heeft in de werking van de nieuwe Woningwet. Daarom hebben deze leden met belangstelling kennis genomen van de Toezichtvisie en het Meerjarenprogramma 2016–2020 van de Autoriteit woningcorporaties. De leden van de PvdA-fractie zijn van mening dat een effectief toezicht in sterke mate afhangt van de concrete handelingen, de deskundigheid en de handelingsvaardigheid van de toezichthouders, waardoor de Autoriteit woningcorporaties zich in sterke mate in de praktijk zal moeten bewijzen. Een goede toezichtvisie en werkprogramma kunnen wel degelijk bijdragen. Daarom willen deze leden deze mogelijkheid gebruiken om enkele vragen aan u voor te leggen. Allereerst hebben deze leden interesse in de inbedding van de Autoriteit woningcorporaties in de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). De leden van de PvdA-fractie willen graag een nadere uitleg over de onafhankelijke positie die de Autoriteit woningcorporaties inneemt binnen de ILT en de wijze waarop dit organisatorisch en in bedrijfscultuur geborgd is. Daarnaast vragen deze leden zich af welke synergie er tussen de ILT en de Autoriteit woningcorporaties is op zowel inhoudelijk gebied als op het technische vlak van effectief toezichthouden en op welke manier wordt deze synergie verzilverd. De leden van de PvdA-fractie willen weten welke maatregelen worden genomen naar aanleiding van de forse kritiek die de parlementaire enquêtecommissie Fyra op het functioneren van de ILT heeft geuit en welke waarborgen worden ingebouwd om herhaling van ontsporingen te voorkomen, zoals aan het licht gekomen bij deze parlementaire enquête. De leden van de PvdA-fractie lezen dat er twee afdelingen toezicht en een afdeling vergunning in de Autoriteit woningcorporaties bestaan. Deze leden vragen zich af of deze twee afdelingen toezicht hun oorsprong vinden in de Afdeling Handhaven wonen en het Centraal Fonds Volkshuis-vesting (CFV) die deel zijn uit gaan maken van de Autoriteit. Zo nee, welke reden is er dan voor twee afdelingen? Ook vragen deze leden zich af of er nog wijzigingen in de organisatiestructuur voorzien zijn. Een belangrijke opgave voor de nieuwe Autoriteit woningcorporaties is de integratie van toezichtmodellen, zowel binnen de autoriteit als met het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Dit is belangrijk om het toezicht effectiever te maken en tegelijk de administratieve belasting door het toezicht op toegelaten instellingen te verminderen. Daarom vragen de leden van de PvdA-fractie welke planning er is voor de integratie van de toezichtmodellen en het toezicht van de Autoriteit woningcorporaties en het WSW. Ook willen deze leden weten op welke manier de belangheb-Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 4162 benden (woningcorporaties en huurders) betrokken worden bij deze integratie en hoe de Kamer geïnformeerd gaat worden over de resultaten. Voor een goed toezicht vanaf de start is het van belang om continuïteit te waarborgen, waardoor inhoudelijke kennis in stand gehouden wordt. De leden van de PvdA-fractie worden graag nader geïnformeerd over de manier waarop de continuïteit geborgd is bij de vorming van de Autoriteit woningcorporaties en wat de personele consequenties daarvan zijn. Daarnaast krijgen deze leden graag een beknopt overzicht van de veranderingen ten opzichte van het toezicht onder de oude Woningwet. De leden van de PvdA-fractie constateren dat er twee kanten aan de interventieladder zijn, een bestuurlijke en een strafrechtelijke. Deze leden willen weten of de Autoriteit woningcorporaties in uitzonderlijke gevallen ook zelf aangifte doet en welke afweging wordt gemaakt in het volgen van de bestuurlijke of strafrechtelijke route. Eén van de cruciale nieuwe elementen in het toezicht van de nieuwe Woningwet is de geschiktheids- en betrouwbaarheidstoets voor bestuurders en commissarissen van toegelaten instellingen. De leden van de PvdA-fractie zijn benieuwd naar de eerste ervaringen die hiermee opgedaan zijn, hoeveel bestuurders en commissarissen met welke uitkomst zijn getoetst en welke reacties er zijn van de betrokken instel-lingen? Ook vragen deze leden welke ontwikkeling er voor de komende jaren nog voorzien is in de toetsing van bestuurders en commissarissen. Tenslotte vragen de leden van de PvdA-fractie zich af in welke mate u in het gekozen model mogelijkheden heeft om in uitzonderlijke gevallen in te grijpen, besluiten aan te passen of toezicht over te nemen. 3. Inbreng SP-fractie Met belangstelling hebben de leden van de SP-fractie kennis genomen van de Toezichtvisie en het Meerjarenprogramma 2016–2020 van de Autoriteit woningcorporatie. Deze twee stukken zijn ongewijzigd door u goedgekeurd. De leden van de SP-fractie hebben altijd op het standpunt gestaan dat de Autoriteit woningcorporaties een eigen toezichtvisie moet hebben en los van de ILT kan opereren. Deze leden hebben nog wel vragen over de stukken en de inrichting van de Autoriteit woningcorporaties. Deze zullen hieronder worden gesteld. In de nieuwe Woningwet hebben huurders een sterkere en gelijkwaardige positie gekregen. De leden van de SP-fractie vragen op welke manier deze positie is verwerkt of terug te vinden is in de Toezichtvisie en het Meerjarenplan. In hoeverre is de informatiebevoegdheid en meldingsmo-gelijkheid van en voor huurdersorganisaties gewaarborgd, zo vragen deze leden. De leden van de SP-fractie vinden het verontrustend als de oud-directeur van het CFV door de u is ontslagen vanwege een kritische houding. Graag vernemen deze leden een reactie op het artikel van Follow the Money1 en een toelichting op het beëindigen van het dienstverband. De leden van de SP-fractie vernemen in de toelichting graag hoe het beëindigen van dit dienstverband zich verhoudt tot het scherpe en onafhankelijke opereren van de Autoriteit woningcorporaties, zoals in de wet beschreven staat, wat juist door de voormalige directeur met verve werd uitgedragen. De leden van de SP-fractie hebben vragen over het selectieve (risicoge-richte) toezicht. In hoeverre spelen «beschikbare middelen» hierbij een rol? Deze leden krijgen graag inzicht in de financiële middelen die meer of 1http://www.ftm.nl/artikelen/minister-blok-vervangt-eigenzinnige-directeur-bij-autoriteit-woningcorporatiesTweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 4163 scherper toezicht beletten. De leden van de SP-fractie willen graag weten of de huidige capaciteit in mensen en middelen voldoende is voor adequaat en goed toezicht, en waar deze aantallen en bedragen op zijn gebaseerd. De leden van de SP-fractie lezen dat voor het opstellen van risicoprofielen er gebruik wordt gemaakt van meldingen. Worden hiermee ook meldingen van huurdersorganisatie en gemeenten bedoeld? En welke positie hebben klokkenluider in het toezicht bij de Autoriteit woningcorpo-raties? De leden van de SP-fractie zijn tevreden dat het publieke belang en transparantie wordt erkend en vormgegeven door de Autoriteit woning-corporaties. Deze leden vragen in dat kader naar de interventieladder. Hoe is deze toestand gekomen en in hoeverre wordt bij het gebruik hiervan over gerapporteerd naar gemeenten en huurdersorganisaties? Deze leden willen weten of er alleen transparantie is over de uitkomsten van het toezicht of ook over het lopende toezicht of de stand van zaken op de interventieladder voor een woningcorporatie. De leden van de SP-fractie vernemen graag het wanneer een actieve toezichthouder en wanneer een passieve toezichthouder wordt ingezet. Voorts vragen deze leden of het klopt dat een passief toezichthouder alleen preventief handelingen moet goedkeuren of dat er meerdere taken zijn. De leden van de SP-fractie zien graag een toelichting hoe de wissel-werking tussen het individuele toezicht en het stelseltoezicht wordt vormgegeven. Daarnaast vernemen deze leden, met het oog op transpa-rantie, graag hoe het sectorbeeld dat jaarlijks wordt gepubliceerd, leesbaarder en begrijpelijker kan worden voor alle geïnteresseerden en betrokkenen. Wanneer wordt besloten of het toezicht op de borgingswerkzaamheden van het WSW worden belegd bij de Autoriteit woningcorporaties? Tevens vernemen de leden van de SP-fractie graag wat de stand van zaken is van de gesprekken tussen het WSW en de Autoriteit woningcorporaties over de vormgeving van het toezicht. Deze leden willen ook weten welke voor- en nadelen daaraan zitten, welk alternatieven er zijn en welke afweging de Minister hierin maakt. De leden van de SP-fractie willen graag een toelichting hoe de gelijkwaar-digheid tussen het financiële en volkshuisvestelijke toezicht binnen de Autoriteit woningcorporaties (verder) wordt vormgegeven om op die manier het integrale toezicht te bevorderen. Welke open normen zijn er nog vanuit de Woningwet en welke beleids-regels zijn er nog niet, zoals de geschiktheids- en betrouwbaarheidstoets? Deze leden vernemen graag waarom de beleidsregels er nog niet zijn en wanneer deze dan wel in werking kunnen treden. De leden van de SP-fractie vragen of voor alle toezichtvormen, met uitzondering van passief toezicht, geldt dat het proactief is. Deze leden vragen om een toelichting op het antwoord. Tot slot vragen de leden van de SP-fractie concreet welke gegevens gedeeld worden met afzonderlijk de Belastingdienst, de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM), en tevens welke gegevens de Belastingdienst de ACM en de AFM deelt met de Autoriteit woningcorporaties. Deze leden vernemen graag een toelichting op het Corporatie Benchmark Centrum en welke plaats dit heeft in de gegevensuitwisseling. Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 4164 4. Inbreng CDA-fractie De leden van de CDA-fractie hebben kennis genomen van de Toezichtvisie en het Meerjarenprogramma 2016–2020 van de Autoriteit woningcorpo-raties. Deze leden hebben nog enkele vragen. De leden van de CDA-fractie vernemen graag hoe de Autoriteit woningcor-poraties zich de komende jaren wil gaan verhouden tot álle andere partijen in de volkshuisvesting en niet alleen de partijen waar een financiële relatie is. De leden van de CDA-fractie vernemen graag uw visie op de brief van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) van oktober 2015 inzake deze materie en waarbij gepleit wordt voor een goede en structurele samenwerking met de Autoriteit woningcorporaties. De leden van de CDA-fractie vragen zich af of bij de zogenaamde fit en proper toets voor bestuurders en toezichthouders ook de beloning aan de orde komt. De leden van de CDA-fractie menen dat er een duidelijke scheiding dient te blijven tussen het interne en externe toezicht. Deelt u die gedachte? De leden van de CDA-fractie menen dat de Autoriteit woningcorporaties een onafhankelijke positie binnen de ILT dient te krijgen. Is deze onafhan-kelijke positie enkel door de rechtstreekse toegang van de directeur van de Autoriteit woningcorporaties tot de Minister geborgd? De leden van de CDA-fractie vragen of de Inspecteur-Generaal van de ILT besluiten van een inspecteur van de Autoriteit woningcorporaties kan «overrulen». Hoe moet dan onafhankelijke positie van de Autoriteit woningcorporaties bezien worden? De leden van de CDA-fractie vragen of de bemensing van de Autoriteit woningcorporaties op orde is en blijft teneinde de Toezichtvisie en het Meerjarenprogramma 2016–2020 ook daadwerkelijk uit te kunnen voeren. 5. Inbreng D66-fractie De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de toezichtvisie en het meerjarenprogramma van de Autoriteit woningcorporaties. Deze leden achten goed toezicht van essentieel belang voor goed functioneren van de woningmarkt en woningcorporaties. Derhalve hebben zij nog enkele vragen die zij graag beantwoord zien. De leden van de D66-fractie lezen dat de Autoriteit woningcorporaties voornemens is risicogericht toezicht te voeren, en daarbij prioriteiten stelt gebaseerd op een risicobenadering. Welke weging zal er in deze risicobe-nadering gegeven worden aan verscheidene risico’s en hun risicokaders, zoals governance-structuren, financiële risico’s (solvabiliteit, liquiditeit, producttypes op de balans), ervaring uit het verleden en bescherming maatschappelijk vermogen? De leden van de D66-fractie lezen op dat de Autoriteit woningcorporaties per woningcorporatie een risicoprofiel zal maken gebaseerd op verscheidene factoren. Deze leden merken op dat dit gelijkend is aan het toezicht van DNB op pensioenfondsen. De DNB maakt in haar risicoprofi-lering onderscheid tussen verschillende hoogtes van toezicht, in verschil-lende toezichtklassen. Aangenomen wordt dat de Autoriteit woningcorpo-raties dit ook zal doen. Kunt u aangeven hoe veel verschillende risicoprofielen er zijn, en wat zijn hun kenmerken zijn? De leden van de D66-fractie achten transparantie van bestuur een groot goed. Deze leden merken op dat de HUF-toetsen openbaar gemaakt zullen worden. Zal er een termijn verbonden zijn aan het openbaar maken van de HUF-toetsen? Zo ja, welke? De leden van de D66-fractie lezen dat de wetgever op een aantal terreinen handelen van woningcorporaties pas zal toelaten wanneer de Autoriteit woningcorporaties de voornemens heeft goedgekeurd. Kunt u aangeven Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 4165 welke terreinen dit zijn? En is de Autoriteit woningcorporaties, in samenwerking met de regering, van plan deze opzet te evalueren, en in de toekomst mogelijk extra terreinen toe te voegen, of ze juist te vermin-deren? De leden van de D66-fractie menen dat het verstandig is, dat Autoriteit woningcorporaties het voorbeeld van de DNB gaat volgen en bestuurders gaat toetsen. Deze leden vragen zich echter wel af wat er gebeurt als de voordracht van een bestuurder, indien deze als zijnde ongeschikt wordt getoetst. Wordt deze dan meestal teruggetrokken? Zo ja, kunt u dan aangeven welk percentage voordrachten naar verwachting zal worden teruggetrokken? Zullen hier, om de transparantie in de sector te vergroten, jaarlijks cijfers over verschijnen? De leden van de D66-fractie bevroeden dat de kosten van de Autoriteit woningcorporaties zullen stijgen, naar mate deze meer toezicht moet uitvoeren. Zullen de inkomsten van de Autoriteit woningcorporaties in een dergelijk geval stijgen? En kunt u aangeven hoe deze kosten over de sector worden verdeeld? De leden van de D66-fractie lezen dat de financiële continuïteit van woningcorporaties voornamelijk gebaseerd zal worden op inschattingen ten aanzien van het toekomstig presteren van de bestaande portefeuille. Zullen deze inschattingen openbaar worden gemaakt? De leden van de D66-fractie achten naleving van de Wet normering topinkomens zeer belangrijk. Deze leden waarderen daarom ook dat de Autoriteit woningcorporaties zal toezien op de naleving hiervan. Zij vragen zich echter wel af, hoe de Autoriteit woningcorporaties zal doen. Bovendien vragen zij zich of, indien de Autoriteit woningcorporaties dit door middel van boetes zal doen, hoe deze boetes bepaald zullen worden, en hoe hoog zij naar inschatting zullen zijn. Kunt u dit aangeven? De leden van de D66-fractie merken op dat er een pilot ten behoeve van het implementeren van Standard Business Reporting wordt uitgevoerd. Kunt u cijfers over deze pilot aan de Kamer sturen? De leden van de D66-fractie merken op dat de Autoriteit woningcorpo-raties in de regressieve aanpak bestuurlijke boetes zal opleggen. Kunt u aangeven waar de hoogte van deze boetes op gebaseerd zal zijn? En kan zij een inschatting geven over de hoogte van verschillende types bestuurlijke boetes? De leden van de D66-fractie lezen dat in het geval van een slechte financiële positie, een woningcorporatie een herstelplan zal moeten opstellen. Wat zijn de kaders van de Autoriteit woningcorporaties voor het opstellen voor dit herstelplan? Binnen welke termijn moet een woningcor-poratie een tekort zijn ingelopen? De leden van de D66-fractie lezen dat de Autoriteit woningcorporaties in haar beleidsregels normen voor het financieel toezicht opneemt in een bijlage met signaalwaarden op een veelheid van onderdelen. Welke signaalwaarden zullen dit zijn? Hoe stelt de Autoriteit woningcorporaties dergelijke signaalwaarden vast? De leden van de D66-fractie merken uit de cijfers van de vergunningver-lening voor woningcorporaties op, dat er in 2016 en 2017 meer zaken gekeurd moeten worden, dan in de jaren daarna. Kunnen zij op basis van deze cijfers aannemen dat de Autoriteit woningcorporaties een aanzienlijk deel van haar personeel enkel voor de korte termijn heeft aangenomen? Of lost de Autoriteit woningcorporaties de veelheid aan keuringen op, door in de eerste jaren externen in te schakelen? Hoe borgt de Autoriteit woningcorporaties, indien een van beide het geval is, de continuïteit binnen de organisatie? De leden van de D66-fractie merken op, dat de Autoriteit woningcorpo-raties op de lange termijn uitgaat van een krimp van het aantal corpo-raties door fusie. Hoe groot is de verwachtte krimp? Is deze trend al te zien op basis van cijfers van de afgelopen jaren? Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 4166 6. Inbreng Van Vliet De fractie Van Vliet heeft met lichte verbazing kennis genomen van de Toezichtvisie en het Meerjarenprogramma van de Autoriteit Woningcorpo-raties en heeft hierover nog een aantal vragen en opmerkingen. Ten eerste constateert de fractie van Vliet dat beide documenten summier onder-bouwd zijn. Zo leest de fractie Van Vliet veel algemeenheden in de Toezichtvisie van de Autoriteit woningcorporaties, maar ziet zij weinig concrete acties en maatregelen terug. De fractie Van Vliet had liever gezien dat in de Toekomstvisie, op basis van bestaande gegevens, explicieter werd aangegeven waar prioriteit aan zou worden gegeven in plaats van een algemene beschrijving te geven van hetgeen het toezicht omvat. Kunt u ervoor zorgen dat de Autoriteit woningcorporaties hier in het vervolg meer rekening mee houdt? Op deze manier gaat u niet op de stoel van de Autoriteit woningcorporaties zitten, maar geeft hij slechts procedurele richtlijnen over de Toezichtvisie. De fractie Van Vliet is van mening dat een visie met daaraan gekoppelde acties ontbreekt en is bang dat de afvinkcultuur van de ILT ook hier weer tot uitdrukking komt. Helaas mist de fractie Van Vliet ook in het meerja-renplan prioriteitstelling door de Autoriteit woningcorporaties. Ook hier blijft het bij een algemene beschrijving van de werkzaamheden van de Autoriteit woningcorporaties. De fractie Van Vliet vraagt zich tenslotte af hoeveel medewerkers er momenteel bij de Autoriteit woningcorporaties werken en hoeveel dit er in de toekomst zullen worden. Inleiding De algemene commissie voor Wonen en Rijksdienst heeft vragen gesteld (met kenmerk 2016D09213) over de Toezichtvisie en het Meerjarenpro-gramma 2016–2020 van de Autoriteit woningcorporaties. In de bijlage treft u de antwoorden op de gestelde vragen aan. Tevens heeft u mij een verzoek gedaan om een reactie te geven op een brief aan u gestuurd door de Vereniging Toezichthouders in Woningcorpo-raties (VTW). De VTW vraagt in haar brief aandacht voor de relatie intern-extern toezicht en voor de onafhankelijke positie van de Aw binnen de ILT. Ook vanuit uw Kamer zijn vragen over deze thema’s gesteld, zodat ik voor de reactie graag verwijs naar de beantwoording van de vragen 23 en 25 (relatie intern-extern toezicht) en de vragen 1, 26 en 27 (onafhanke-lijke positie Aw binnen de ILT). II REACTIE VAN DE MINISTER VOOR WONEN EN RIJKSDIENST 1 De leden van de PvdA-fractie willen graag een nadere uitleg over de onafhankelijke positie die de Autoriteit woningcorporaties inneemt binnen de ILT en de wijze waarop dit organisatorisch en in bedrijfscultuur geborgd is. Daarnaast vragen deze leden zich af welke synergie er tussen de ILT en de Autoriteit woningcorporaties is op zowel inhoudelijk gebied als op het technische vlak van effectief toezichthouden en op welke manier wordt deze synergie verzilverd. Antwoord: De Autoriteit woningcorporaties (Aw) is organisatorisch gepositioneerd bij de ILT en ressorteert onder de Minister voor Wonen en Rijksdienst. Dit betekent dat de Aw onderhevig is aan dezelfde wet- en regelgeving die de onafhankelijkheid van de overige Rijksinspecties garandeert, inclusief de vorig jaar door de Minister-President afgegeven Aanwijzingen op de Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 4167 Rijksinspecties2. Bovenop deze waarborgen geldt voor de zelfstandige positie binnen de ILT het volgende: −De Aw is een apart domein binnen de ILT met een eigen directeur en rechtstreekse toegang tot de Minister; −De toezicht- en interventiebevoegdheden van de Aw zijn gemanda-teerd aan de inspecteurs van de Aw; −De Aw stelt een toezichtvisie en een meerjarenplan op, die worden goedgekeurd door de Minister voor Wonen en Rijksdienst; −De Aw treedt extern als herkenbare toezichthouder op en maakt gebruik van haar toezichtbevoegdheden. De synergie tussen de ILT en de autoriteit komt op een aantal vlakken tot uitdrukking. Dat geldt voor het toezicht waar de kennis en ervaring van de ILT als brede toezichthouder worden gedeeld, bijvoorbeeld bij het uitvoeren van audits. Maar ook bij vergunningverlening door de autoriteit wordt gebruik gemaakt van de processen die de ILT daarvoor heeft ontwikkeld. Verder geldt dit voor de schaalvoordelen die qua kennis en kostenbeheersing mogelijk worden door het bundelen van de ondersteu-nende werkzaamheden. Ook geldt dit voor de Inlichtingen- en Opsporings-dienst van de ILT waar door de Aw zaken aan worden overgedragen die strafrechtelijk onderzoek rechtvaardigen in geval van fraude en integriteit-problemen. En tot slot geldt dat voor de werkzaamheden van het team Juridische Zaken dat de beroep- en WOB- zaken uitvoert en het Meld- en Informatiecentrum dat 24/7 bereikbaar is. 2 De leden van de PvdA-fractie willen weten welke maatregelen worden genomen naar aanleiding van de forse kritiek die de parlementaire enquêtecommissie Fyra op het functioneren van de ILT heeft geuit en welke waarborgen worden ingebouwd om herhaling van ontsporingen te voorkomen, zoals aan het licht gekomen bij deze parlementaire enquête. Antwoord: In de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecom-missie Fyra zal onder meer worden toegelicht hoe het kabinet wil omgaan met de aanbevelingen die zich richten op de ILT. Ik wil hier niet op vooruit lopen. 3 De leden van de PvdA-fractie lezen dat er twee afdelingen toezicht en een afdeling vergunning in de Autoriteit woningcorporaties bestaan. Deze leden vragen zich af of deze twee afdelingen toezicht hun oorsprong vinden in de Afdeling Handhaven wonen en het Centraal Fonds Volkshuis-vesting (CFV) die deel zijn uit gaan maken van de Autoriteit. Zo nee, welke reden is er dan voor twee afdelingen? Ook vragen deze leden zich af of er nog wijzigingen in de organisatiestructuur voorzien zijn. Antwoord: De nieuwe organisatie van de Aw is ontstaan vanuit de wenselijkheid van functiescheiding tussen vergunningverlening en toezicht. Deze scheiding is ook opgenomen in de Aanwijzingen inzake de rijksinspecties van de Minister-President. De eis van integraal toezicht alsmede de gewenste span of control (reikwijdte van besturing) van 25 tot 30 medewerkers per afdeling is vervolgens de reden geweest om twee afdelingen toezicht binnen de Aw in te richten. Er zijn geen nadere wijzigingen in de organisa-tiestructuur voorzien. 2Kamerstuk 31 490, nr. 190.Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 4168 4 Een belangrijke opgave voor de nieuwe Autoriteit woningcorporaties is de integratie van toezichtmodellen, zowel binnen de autoriteit als met het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Dit is belangrijk om het toezicht effectiever te maken en tegelijk de administratieve belasting door het toezicht op toegelaten instellingen te verminderen. Daarom vragen de leden van de PvdA-fractie welke planning er is voor de integratie van de toezichtmodellen en het toezicht van de Autoriteit woningcorporaties en het WSW. Ook willen deze leden weten op welke manier de belangheb-benden (woningcorporaties en huurders) betrokken worden bij deze integratie en hoe de Kamer geïnformeerd gaat worden over de resultaten. Antwoord: De integratie van de toezichtmodellen binnen de autoriteit vindt reeds plaats. Het gaat daarbij met name om het realiseren van een integrale risicoanalyse. In de zomer van 2016 zal de Aw een integraal toezichtkader openbaar maken. De beoordeling van corporaties zal in 2016 al integraal door middel van audits plaatsvinden. De afstemming van de toezichtmo-dellen van Aw en WSW zal plaatsvinden in het kader van de vormgeving van een «verticaal toezichtmodel» waartoe ik beide organisaties opdracht heb gegeven. Beide organisaties hebben daarvoor – mede op aandringen van uw Kamer – een jaar de tijd gekregen. Eind 2016 zal ik u informeren over de uitkomsten van het traject en over de maatregelen naar aanleiding daarvan. Over de maatregelen zal ik uiteraard ook maatschap-pelijke partijen consulteren. 5 Voor een goed toezicht vanaf de start is het van belang om continuïteit te waarborgen, waardoor inhoudelijke kennis in stand gehouden wordt. De leden van de PvdA-fractie worden graag nader geïnformeerd over de manier waarop de continuïteit geborgd is bij de vorming van de Autoriteit woningcorporaties en wat de personele consequenties daarvan zijn. Daarnaast krijgen deze leden graag een beknopt overzicht van de veranderingen ten opzichte van het toezicht onder de oude Woningwet. Antwoord: Bijna alle medewerkers die zich vóór 1 juli 2015 met het financieel toezicht en het volkshuisvestelijk toezicht hebben beziggehouden, werken nu ook voor de Autoriteit woningcorporaties. De continuïteit is hierdoor gewaar-borgd. Voor nieuwe taken en intensivering van bestaande taken voort-komend uit de nieuwe Woningwet zijn en worden medewerkers geworven die intern worden ingewerkt en opgeleid. De inhoudelijke kennis wordt verder geborgd in de vakgroepen. In de vakgroepen bespreken inspec-teurs casuïstiek, nemen zij standpunten in en bereiden zij beleidsregels voor. De belangrijkste verandering ten opzichte van het toezicht onder de oude Woningwet is dat sinds 1 juli 2015 sprake is van integraal toezicht door de autoriteit. In haar toezicht op een individuele corporatie betrekt de autoriteit alle aspecten van governance, integriteit, rechtmatigheid, financiële continuïteit en de bescherming van het maatschappelijk vermogen. Dit integrale toezicht maakt een meer risicogericht, pro actief en ter plekke (on site) toezicht mogelijk. De komende tijd wordt dit verder versterkt. Met de nieuwe wetgeving is het instrumentarium voor het publieke toezicht aanzienlijk verruimd. Ten eerste is de bevoegdheid van de autoriteit vastgelegd om zelfstandig te bepalen welke informatie bij een corporatie wordt opgevraagd. Ten tweede zijn er sanctie-instrumenten aan de autoriteit verleend, waarmee zelfstandig kan worden opgetreden Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 4169 indien een corporatie de regelgeving of normen niet naleeft, onwenselijke risico’s loopt of bijvoorbeeld de opgevraagde informatie niet overlegt aan de autoriteit. Zo kan de autoriteit een bestuurlijke boete of een dwangsom opleggen en een aanwijzing geven aan een corporatie. Ten derde is in de regelgeving een aantal nieuwe taken bij de autoriteit belegd, waaronder: −Corporaties zijn verplicht om bij voorgenomen benoemingen en herbenoemingen van bestuurders en commissarissen, de zienswijze van de autoriteit te vragen over de betrouwbaarheid en geschiktheid van de kandidaten. Daartoe voert de autoriteit een toets uit. Bij een negatieve zienswijze mag de betreffende kandidaat niet benoemd worden. −De autoriteit ziet er op toe dat corporaties zich concentreren op hun kerntaken, het verrichten van Diensten van Algemeen Economisch Belang (Daeb). Voor de uitvoering van niet-Daeb-activiteiten moet een corporatie vooraf toestemming aan de autoriteit vragen. Bij de uitvoering van niet-Daeb-activiteiten houdt de autoriteit er toezicht op dat de activiteiten juridisch en/of administratief gescheiden zijn van de Daeb-activiteiten. Verder wordt in 2016 publiekrechtelijk toezicht van de autoriteit op het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) ingesteld. Dit heeft ondermeer betrekking op de wijze van risicobeoordeling van corporaties door het WSW, de financiële soliditeit van het WSW en de naleving van de informatieverplichtingen van het WSW naar de Minister. 6 De leden van de PvdA-fractie constateren dat er twee kanten aan de interventieladder zijn, een bestuurlijke en een strafrechtelijke. Deze leden willen weten of de Autoriteit woningcorporaties in uitzonderlijke gevallen ook zelf aangifte doet en welke afweging wordt gemaakt in het volgen van de bestuurlijke of strafrechtelijke route. Antwoord: De Aw is volgens de Woningwet belast met het bestuursrechtelijk toezicht op de integriteit bij woningcorporaties. In dat kader wordt er door de Aw in geval van fraude met het maatschappelijk vermogen en/of zelfverrijking door medewerkers, bestuurders en interntoezichthouder bestuurlijk op toegezien dat corporaties nagaan wat de schade is, of er sprake is van verwijtbaarheid en of er civielrechtelijke verhaalmogelijkheden zijn. Indien dat het geval is ziet de Aw er op toe dat betreffende corporaties deze schade civielrechtelijk verhalen op verantwoordelijken. De Inlichtingen- en Opsporingsdienst van de ILT is belast met de opsporing van strafbare feiten. Indien blijkt dat er sprake is van mogelijke strafbare feiten dan schakelt de toezichthouder Aw de IOD in, hetgeen op een snelle en laagdrempelige manier kan omdat beide binnen de ILT zijn onderge-bracht. In de praktijk doet de corporatie vervolgens zelf aangifte van mogelijke strafrechtelijke feiten. 7 Eén van de cruciale nieuwe elementen in het toezicht van de nieuwe Woningwet is de geschiktheids- en betrouwbaarheidstoets voor bestuurders en commissarissen van toegelaten instellingen. De leden van de PvdA-fractie zijn benieuwd naar de eerste ervaringen die hiermee opgedaan zijn, hoeveel bestuurders en commissarissen met welke uitkomst zijn getoetst en welke reacties er zijn van de betrokken instel-lingen? Ook vragen deze leden welke ontwikkeling er voor de komende jaren nog voorzien is in de toetsing van bestuurders en commissarissen. Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 41610 Antwoord: Onderstaand treft u de stand van zaken met betrekking tot de aanvragen, inclusief tweede gesprekken, van 1 juli 2015 tot half maart 2016. Benoemingen Herbenoemingen Totaal Commissarissen 112 137 249 Bestuurders 35 8 43 Totaal 147 145 292 Van de 292 aanvragen zijn inmiddels ongeveer 243 kandidaten getoetst, waarbij 19 kandidaten voor een tweede gesprek zijn uitgenodigd. Hiervan hebben 11 kandidaten vervolgens een positieve zienswijze gekregen, 4 kandidaten hebben zich teruggetrokken en zijn 4 toetsingen nog in behandeling. Een effect van de toetsingen is dat de sector van zeer nabij de rol van de Aw als toezichthouder ervaart, en zich ook bewust wordt van het feit dat integriteit een belangrijke rol speelt in de dagelijkse werkzaamheden. Een deel van de kandidaten gaf aan uit de gesprekken een hernieuwde focus mee te nemen op het zijn van intern toezichthouder, met meer scherpte en rolvastheid. Ook blijken de (gedrags)competenties uit het BTIV deels al onderdeel uit te maken van de functieprofielen en de te toetsen compe-tenties bij werving en selectie door de toegelaten instellingen. De sector heeft moeite met het feit dat de toetsing plaatsvindt nadat het interne (werving)proces is afgerond, omdat het dan nog enige tijd duurt voordat de daadwerkelijke benoeming kan plaatsvinden. De toetsingsgesprekken en de procedure worden door de Aw nog verder ontwikkeld. Te denken valt aan meer selectief oproepen voor de toetsings-gesprekken op basis van een risicogerichte benadering en het uitwerken van de opgedane ervaringen in beleidsregels. 8 Tenslotte vragen de leden van de PvdA-fractie zich af in welke mate u in het gekozen model mogelijkheden heeft om in uitzonderlijke gevallen in te grijpen, besluiten aan te passen of toezicht over te nemen. Antwoord: In het gekozen model zijn de bevoegdheden tot toezicht, besluiten en ingrijpen richting individuele corporaties aan de Aw gemandateerd. Dit is conform het rijksinspectiemodel zoals opgenomen in de Aanwijzingen inzake de rijkinspecties. Het was ook de expliciete wens van de Kamer bij de behandeling van de Woningwet 2015 dat de autoriteit zelfstandig besluiten zou kunnen nemen. Alleen de ultieme sancties, het verzoek tot aanstellen van een bewindvoerder en het intrekken van de toelating, zijn voorbehouden aan de Minister. Wanneer de Minister een aanwijzing zou willen geven aan de Aw dient hij dit conform artikel 60, tweede lid van de Woningwet in schriftelijke vorm te doen en onder mededeling daarvan aan beide Kamers der Staten-Generaal. Ook dit is conform hetgeen in de Aanwijzingen inzake de rijksinspecties is opgenomen over (de inzet van) de aanwijzingsbe-voegdheid door een Minister. 9 In de nieuwe Woningwet hebben huurders een sterkere en gelijkwaardige positie gekregen. De leden van de SP-fractie vragen op welke manier deze positie is verwerkt of terug te vinden is in de Toezichtvisie en het Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 41611 Meerjarenplan. In hoeverre is de informatiebevoegdheid en meldingsmo-gelijkheid van en voor huurdersorganisaties gewaarborgd, zo vragen deze leden. Antwoord: In de nieuwe woningwet is een aantal bepalingen opgenomen die de positie van huurders versterkt. De informatiebevoegdheid van huurdersor-ganisaties is in verschillende bepalingen vastgelegd. Deze bepalingen richten zich niet op de autoriteit maar op de toegelaten instellingen die verplicht zijn tot het verstrekken van bepaalde informatie aan de huurders-organisaties. Zo moet de toegelaten instelling op grond van artikel 38 de huurdersorganisaties informeren over de jaarrekening, het jaarverslag en het volkshuisvestingsverslag met bijkomende documenten. Ook moet de toegelaten instelling op grond van artikel 43 overleg voeren met de huurdersorganisaties over voorgenomen werkzaamheden. De Aw kan optreden op basis van signalen dat deze bepalingen niet worden nageleefd. Voorts is in de wet vastgelegd dat de huurdersorganisatie een zienswijze moet geven op een aantal besluiten die de toegelaten instelling neemt. Bijvoorbeeld een verzoek om fusie (art. 53), het aangaan van een verbinding (art. 8 besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (BTIV), verkoop van DAEB woningen (art. 25 BTIV), de zienswijze op de adminis-tratieve (art. 73 BTIV) of juridische (art 84. BTIV) scheiding. De Aw houdt er toezicht op of de corporatie deze zienswijzen heeft gevraagd en neemt aanvragen niet in behandeling als deze ontbreken. De inhoud van de zienswijze wordt voorts- naast de zienswijze van de gemeente en motivering van de toegelaten instelling – betrokken bij de beoordeling door de autoriteit. Daarnaast zijn met de invoering van de Herzieningswet twee nieuwe artikelen toegevoegd aan de Wet op het overleg huurders verhuurders (artikel 5d en 5e). De artikelen regelen de mogelijkheid dat huurdersorga-nisaties deskundigen kunnen uitnodigen (5d) en dat de verhuurder de huurdersorganisatie in de gelegenheid moet stellen scholing te krijgen (5e). Geschillen over deze punten kunnen worden voorgelegd aan de huurcommissie. Huurdersorganisaties kunnen bij de Autoriteit woningcor-poraties meldingen doen over integriteitkwesties en signalen over diverse zaken doorgeven. De autoriteit betrekt deze signalen bij haar toezicht op de woningcorporaties. 10 De leden van de SP-fractie vinden het verontrustend als de oud-directeur van het CFV door de u is ontslagen vanwege een kritische houding. Graag vernemen deze leden een reactie op het artikel van Follow the Money3 en een toelichting op het beëindigen van het dienstverband. De leden van de SP-fractie vernemen in de toelichting graag hoe het beëindigen van dit dienstverband zich verhoudt tot het scherpe en onafhankelijke opereren van de Autoriteit woningcorporaties, zoals in de wet beschreven staat, wat juist door de voormalige directeur met verve werd uitgedragen. Antwoord: Er is geen sprake van ontslag van de oud-directeur van het CFV. De functie van directeur van de autoriteit was een nieuwe functie. Deze functie is volgens het werving- en selectieproces van de Algemene Bestuursdienst (ABD) vervuld. De oud-directeur CFV heeft per 1 april jl. een betrekking aanvaard als voorzitter van de Raad van Bestuur van woningcorporatie Vidomes. 3http://www.ftm.nl/artikelen/minister-blok-vervangt-eigenzinnige-directeur-bij-autoriteit-woningcorporatiesTweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 41612 11 De leden van de SP-fractie hebben vragen over het selectieve (risicoge-richte) toezicht. In hoeverre spelen «beschikbare middelen» hierbij een rol? Deze leden krijgen graag inzicht in de financiële middelen die meer of scherper toezicht beletten. De leden van de SP-fractie willen graag weten of de huidige capaciteit in mensen en middelen voldoende is voor adequaat en goed toezicht, en waar deze aantallen en bedragen op zijn gebaseerd. Antwoord: Risicogerichtheid wil zeggen dat daar gekeken wordt waar de grootste risico’s verwacht worden. De beschikbaarheid van middelen speelt hierbij geen rol. Op 1 januari 2016 werken 63 medewerkers bij de autoriteit. In 2016 groeit de Aw naar circa 75 fte. Voor tijdelijke werkzaamheden zal daarnaast tijdelijke inhuur plaatsvinden. Met deze capaciteit kan de autoriteit adequaat en goed toezicht houden. Dit is gebaseerd op ervaring met de reeds bestaande werkzaamheden. Op nieuwe wet- en regelgeving voert de autoriteit een toets uit op handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid. Daarbij wordt tevens berekend hoeveel capaciteit benodigd is voor handhaving van de nieuwe taak. Er is geen sprake van dat meer of scherper toezicht wordt belet door de beschikbare financiële middelen. Het toezicht wordt gefinancierd door een heffing op de corporaties en wordt zo efficiënt en effectief mogelijk ingericht. 12 De leden van de SP-fractie lezen dat voor het opstellen van risicoprofielen er gebruik wordt gemaakt van meldingen. Worden hiermee ook meldingen van huurdersorganisatie en gemeenten bedoeld? En welke positie hebben klokkenluider in het toezicht bij de Autoriteit woningcorpo-raties? Antwoord: Bij het opstellen van risicoprofielen wordt gebruik gemaakt van diverse meldingen, waaronder meldingen «ongewone omstandigheden Raden van Toezicht» (artikel 29 BTIV), of meldingen bij het vermoeden van fraude met het vermogen van de woningcorporatie en/of zelfverrijking door medewerkers, bestuurders en interne toezichthouders via het meldpunt integriteit. Deze laatste meldingen kunnen door alle personen of organi-saties worden gedaan, ook anoniem. Anonieme meldingen kunnen ook bij de Inlichtingen- en Opsporingsdienst van de ILT worden gedaan. Signalen of meldingen over misstanden op welke andere wijze of door wie dan ook gedaan, zullen door de Aw zorgvuldig en met omzichtigheid worden behandeld. Daarbij zal ook zoveel mogelijk rekening worden gehouden met de persoonlijke belangen en positie van een melder. Per 1 juli 2016 treedt de wet Huis voor de Klokkenluiders in werking. Klokkenluiders worden behandeld conform de uitgangspunten van deze wet. 13 De leden van de SP-fractie zijn tevreden dat het publieke belang en transparantie wordt erkend en vormgegeven door de Autoriteit woning-corporaties. Deze leden vragen in dat kader naar de interventieladder. Hoe is deze toestand gekomen en in hoeverre wordt bij het gebruik hiervan over gerapporteerd naar gemeenten en huurdersorganisaties? Deze leden willen weten of er alleen transparantie is over de uitkomsten van het toezicht of ook over het lopende toezicht of de stand van zaken op de interventieladder voor een woningcorporatie. Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 41613 Antwoord: De interventieladder van de Aw is tot stand gekomen uit een analyse van het interventie-instrumentarium dat de nieuwe regelgeving met ingang van 1 juli 2015 biedt en is gebaseerd op de interventieladder van de ILT. De Aw informeert de stakeholders, waaronder gemeenten en huurders op de website via een actueel overzicht over corporaties die onder verscherpt toezicht staan. In de fase van totstandkoming van een verbeter-/herstel-plan is het voor goed en effectief toezicht noodzakelijk dat de inspecteur en de onder toezicht staande corporatie in vertrouwelijkheid met elkaar kunnen communiceren. Openbaarheid van voornemens en concepten beperkt in deze fase het effectief toezicht door de Aw en kan het bedrijfs-belang van de corporatie benadelen. Daarom beschouwt de Aw concept verbeter-/herstelplannen als vertrouwelijke informatie c.q. documenten. Hiervan kan worden afgeweken indien de betrokken corporatie zelf aangeeft geen bezwaar te hebben tegen openbaarmaking. Definitief vastgestelde verbeter-/herstelplannen zijn in beginsel wel openbaar. Het is echter niet uit te sluiten dat in deze vastgestelde plannen bedrijfsge-voelige informatie is opgenomen die bij openbaarmaking onevenredige benadeling van de corporatie tot gevolg kan hebben. In dergelijke situaties kan de Aw besluiten om bepaalde delen uit het verbeter-/herstelplan niet openbaar te maken. Alle jaarlijkse individuele oordeelsbrieven worden openbaar gemaakt door plaatsing op de website. De Aw onderzoekt in hoeverre alle toezichtbrieven na hoor en wederhoor openbaar gemaakt kunnen worden. 14 De leden van de SP-fractie vernemen graag het wanneer een actieve toezichthouder en wanneer een passieve toezichthouder wordt ingezet. Voorts vragen deze leden of het klopt dat een passief toezichthouder alleen preventief handelingen moet goedkeuren of dat er meerdere taken zijn. Antwoord: In de beleidsregels financieel toezicht van de Aw wordt beschreven welke handhavingsmaatregelen de autoriteit kan nemen in het kader van het financieel toezicht. Het aanstellen van een passief toezichthouder en het aanstellen van een actief toezichthouder zijn twee van de mogelijkheden. De Aw kan overgaan tot het benoemen van een passief toezichthouder indien corporaties gegevens niet tijdig of onvolledig indienen. Voor de gevallen waarin de indiening van de bescheiden en informatie na rappels dan nog steeds achterwege blijft, is de autoriteit de bevoegdheid gegeven te bepalen dat bepaalde rechtshandelingen uitsluitend na goedkeuring van de autoriteit mogen worden verricht, totdat de benodigde bescheiden en informatie alsnog worden ingediend. De taak van de passief toezicht-houder is beperkt tot het preventief goedkeuren van handelingen van betreffende corporatie. De Aw kan een actief toezichthouder benoemen indien een corporatie een aanwijzing van de autoriteit niet opvolgt waarin de corporatie de verplichting is opgelegd dat bepaalde handelingen niet kunnen worden verricht zonder dat voorafgaand daaraan een schriftelijk plan is opgesteld. Een gemeente kan niet als actief toezichthouder worden aangewezen. 15 De leden van de SP-fractie zien graag een toelichting hoe de wissel-werking tussen het individuele toezicht en het stelseltoezicht wordt vormgegeven. Antwoord: De Aw houdt zowel toezicht op het functioneren van de afzonderlijke corporaties als op het functioneren van het stelsel en de sector als geheel. Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 41614 Hiermee wil de Aw relevante risico’s in de sector en de zekerheids-structuur vroegtijdig herkennen, onderzoeken en op een evenwichtige wijze adresseren richting de sector, maar ook richting de beleidsmaker en de wetgever. Tussen stelseltoezicht en het toezicht op de afzonderlijke corporaties bestaat een wisselwerking. De uitkomsten van stelseltoezicht vormen een belangrijke input bij de vormgeving van het individuele toezicht. Deze uitkomsten dragen bij aan de normering van het individueel toezicht. Deze normen kunnen zowel een kwantificering van risico’s en/ of financiële ratio’s zijn als kwalitatieve indicatoren die risicovol gedrag voorspellen. De identificatie van relevante risico’s op sectorniveau in ondermeer het sectorbeeld speelt ook een belangrijke rol in het maken van keuzes en het stellen van prioriteiten in de risicobenadering in het individueel toezicht. Daarnaast wordt er ook op basis van aanvullende analyses, zoals themaonderzoeken, gekeken welke onderwerpen specifiek aandacht behoeven bij elke corporatie, ongeacht het risicoprofiel. 16 Daarnaast vernemen deze leden, met het oog op transparantie, graag hoe het sectorbeeld dat jaarlijks wordt gepubliceerd, leesbaarder en begrijpe-lijker kan worden voor alle geïnteresseerden en betrokkenen. Antwoord: Het Sectorbeeld wordt door de Aw in eerste instantie opgesteld om de Minister voor Wonen en Rijksdienst te informeren over de financiële staat van de sector in verband met zijn verantwoordelijkheid voor het functio-neren van het stelsel en de financiële achtervang. De Aw, en haar rechtsvoorganger het CFV, heeft zich de laatste jaren ingezet om het rapport begrijpelijker te maken door het uitbrengen van een beknopt persbericht waarin de hoofdlijnen staan, en het opnemen van een samenvatting gericht op stakeholders en overige belanghebbenden. Het sectorbeeld is echter vanwege de aard en het stelsel van de woningcorpo-raties vrij complex. Vanwege de rol die gemeenten en huurdersorgani-saties hebben gekregen in de nieuwe Woningwet is het van belang dat een brede doelgroep het sectorbeeld kan begrijpen. De Aw is zich hiervan bewust en blijft zich inspannen een zo begrijpelijk mogelijk Sectorbeeld te maken. 17 Wanneer wordt besloten of het toezicht op de borgingswerkzaamheden van het WSW worden belegd bij de Autoriteit woningcorporaties? Tevens vernemen de leden van de SP-fractie graag wat de stand van zaken is van de gesprekken tussen het WSW en de Autoriteit woningcorporaties over de vormgeving van het toezicht. Deze leden willen ook weten welke voor- en nadelen daaraan zitten, welk alternatieven er zijn en welke afweging de Minister hierin maakt. Antwoord: Het beleggen van het toezicht op de borgingswerkzaamheden van het WSW bij de autoriteit is onderdeel van de wijziging van het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting die bij beide Kamers van het parlement is voorgehangen in februari jl. De wijziging ligt nu bij de Raad van State voor advies. De planning is om het toezicht op het WSW door de Aw per 1 juli a.s. in werking te laten treden. In het kader van de vormgeving van een verticaal toezichtmodel zijn Aw en WSW met elkaar in gesprek over het toezicht op corporaties. Daarvoor hebben zij – mede op aandringen van uw Kamer – een jaar de tijd gekregen. Eind 2016 zal ik u informeren over de uitkomsten van het traject en over de maatregelen naar aanleiding daarvan, inclusief een weging van voor- en nadelen. Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 41615 18 De leden van de SP-fractie willen graag een toelichting hoe de gelijkwaar-digheid tussen het financiële en volkshuisvestelijke toezicht binnen de Autoriteit woningcorporaties (verder) wordt vormgegeven om op die manier het integrale toezicht te bevorderen. Antwoord: Het integraal toezicht van de Aw op individuele woningcorporaties wordt vormgegeven door een team van toezichthouders per corporatie. Deze teams zullen het toezicht in al zijn facetten en vanuit een risicogerichte benadering vorm geven. Daarbij worden alle signaleringen die betrekking hebben op governance en integriteit, rechtmatig handelen, de kwaliteit van het financieel risicomanagement, het financieel beheer, de financiële aansturing en de financiële verantwoording van de toegelaten instellingen en de dochtermaatschappijen, het beschermen van het maatschappelijk bestemd vermogen (waaronder efficiency en doelmatigheid), en het continuïteitsrisico, actief opgepakt en afgehandeld. De Aw zal in de zomer het integraal beoordelingskader openbaar maken. 19 Welke open normen zijn er nog vanuit de Woningwet en welke beleids-regels zijn er nog niet, zoals de geschiktheids- en betrouwbaarheidstoets? Deze leden vernemen graag waarom de beleidsregels er nog niet zijn en wanneer deze dan wel in werking kunnen treden. Antwoord: Ten aanzien van de taken op het gebied van governance, integriteit en financieel toezicht is sprake van open normen. Voor het financieel toezicht heeft de Aw de «Beleidsregels financieel toezicht Autoriteit woningcorpo-raties 2016» opgesteld en gepubliceerd op haar website. Voor de geschiktheid- en betrouwbaarheidtoets worden beleidsregels opgesteld op basis van de thans opgedane ervaringen. Voorts zullen beleidsregels worden opgesteld over het boetebeleid van de Aw, waarmee duidelijkheid wordt gegeven over de toepassing en hoogte van de bestuurlijke boete. Dit betreft een nieuw sanctie-instrument van de Aw dat nog in ontwik-keling is. 20 De leden van de SP-fractie vragen of voor alle toezichtvormen, met uitzondering van passief toezicht, geldt dat het proactief is. Deze leden vragen om een toelichting op het antwoord. Antwoord: Zowel het individueel toezicht als het stelseltoezicht is voor een belangrijk deel proactief. Op de eerste plaats betreft dit het toezicht op de interne governance: in hoeverre biedt deze voldoende waarborgen dat de corporatie haar activiteiten op een goede manier uitvoert. Dit toezicht vindt plaats middels audits en op basis van signaalgericht onderzoek. Bij zowel individueel als stelseltoezicht spelen de door de corporatie geprognosticeerde activiteiten en de beoogde resultaten over de komende vijf jaar een rol in de beoordeling van de positie en het perspectief van de corporatie of de sector als geheel. Zo is de financiële continuïteit van corporaties voornamelijk gebaseerd op door de corporaties opgestelde prognoses ten aanzien van het toekomstig presteren van de bestaande portefeuille (verhuur, onderhoud, beheer en waardeontwikkeling) en plannen om deze portefeuille te transformeren naar een gewenste situatie (via nieuwbouw, aankoop, verbetering, verkoop en sloop) in combinatie met de daarbij passende invulling van de financieringsbehoefte. De taak van de Aw op het gebied van vergunningverlening is in haar aard altijd proactief. Op een aantal terreinen kan het handelen van een Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 41616 corporatie immers pas toegelaten worden als de Aw deze voornemens heeft goedgekeurd. 21 Tot slot vragen de leden van de SP-fractie concreet welke gegevens gedeeld worden met afzonderlijk de Belastingdienst, de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM), en tevens welke gegevens de Belastingdienst de ACM en de AFM deelt met de Autoriteit woningcorporaties. Deze leden vernemen graag een toelichting op het Corporatie Benchmark Centrum en welke plaats dit heeft in de gegevensuitwisseling. Antwoord: In het kader van het toezicht op de integriteit bij woningcorporaties werkten de rechtsvoorgangers van de Aw (BZK en CFV) al enige jaren samen met de Belastingdienst. Er vindt op casusniveau gegevensuit-wisseling plaats met de Belastingdienst. Het gaat daarbij onder andere om het uitwisselen van vastgoedtransactiegegevens, inkomensgegevens en vermogensgegevens van bepaalde bij de woningcorporaties werkzame personen en met hen in verbinding staande derden. Daarnaast worden door de Aw ten behoeve van de handhaving door de Belastingdienst de NAW-gegevens van corporaties gedeeld, worden er tussen de toezicht-houders algemene beelden gedeeld over onder andere integriteit- en governancerisico’s in de sector en vindt er kennisuitwisseling plaats over de fiscale en volkshuisvestelijke regelgeving. Als gevolg van de totstand-koming van de Aw zullen de desbetreffende samenwerkingsafspraken en de wettelijke grondslag in artikel 43c, eerste lid, onderdeel aa, van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 voor deze samenwerking worden geactualiseerd. De ACM is op grond van de mededingingswet de bevoegde toezicht-houder inzake het vaststellen van de gescheiden boekhoudingen en kan in dat kader sancties opleggen. Voor de Aw is dit relevant bij de scheiding DAEB en niet-DAEB. Met de ACM zijn contacten gelegd over het afsluiten van een convenant ten behoeve van samenwerking en informatiedeling. In het verleden is met de ACM informatie gedeeld bij fusies van corpo-raties. Het CFV, als rechtsvoorganger van de Aw, had een convenant met de AFM over gegevensuitwisseling. Dit convenant wordt op dit moment geactuali-seerd. De samenwerking met de AFM betreft het binnen de mogelijkheden van de wetgeving uitwisselen van informatie accountantsorganisaties die wettelijke controles verrichten bij woningcorporaties en financiële ondernemingen. Daarnaast is de samenwerking gericht op kennisdeling in algemene zin. Ten behoeve van het Corporatie Benchmark Centrum (CBC) is in oktober 2013 een convenant tussen Aedes en het CFV gesloten inzake levering van verantwoordings- en prognoseinformatie uit de gegevensopvragen dVi en dPi. Vanaf 2014 ontvangt Aedes, naast de data van het CFV en thans de Aw, via hetzelfde kanaal ook informatie die door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw is opgevraagd. Hiervoor is specifiek toestemming gevraagd aan alle WSW-deelnemers en verkregen. 22 De leden van de CDA-fractie vernemen graag hoe de Autoriteit woningcor-poraties zich de komende jaren wil gaan verhouden tot álle andere partijen in de volkshuisvesting en niet alleen de partijen waar een financiële relatie is. Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 41617 Antwoord: In het corporatiestelsel zijn diverse partijen actief waar de autoriteit in meer of mindere mate mee samenwerkt, informatie mee uitwisselt, kennis mee deelt of signalen van ontvangt. Met de Belastingdienst, AFM en ACM, waar gegevens aan beschikbaar worden gesteld dan wel gegevens van worden ontvangen, worden informatieprotocollen afgesloten. De autoriteit en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw werken aan verdieping van de samenwerking in het toezicht op de publieke taakuitoe-fening. Met brancheorganisatie Aedes worden in het directieoverleg onderwerpen inhoudelijk besproken. De autoriteit streeft naar een samenwerkingrelatie met de Vereniging van Toezichthouders in Woning-corporaties (VTW) in de ondersteuning van het professionaliseren van het interne toezicht en participeert actief in Vide, de beroepsvereniging voor toezichthouders, handhavers en evaluatoren. Tevens is de Aw voornemens structurele contacten op te bouwen met de VNG en de Woonbond. De Inlichtingen- en Opsporingsdienst van de ILT is belast met de opsporing van strafbare feiten. Indien blijkt dat er sprake is van mogelijke strafbare feiten dan schakelt de Aw de IOD in. Verder geeft de autoriteit voorlichting en informatie aan stakeholders ten behoeve van de implementatie en naleving van wet- en regelgeving, en de risico’s die de autoriteit ziet in de sector. 23 De leden van de CDA-fractie vernemen graag uw visie op de brief van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) van oktober 2015 inzake deze materie en waarbij gepleit wordt voor een goede en structurele samenwerking met de Autoriteit woningcorporaties. Antwoord: Samengevat betuigt de WRR zich in zijn brief een voorstander van de omvorming van incident gedreven toezichtrelaties op instellingsniveau naar preventie en kwaliteitgedreven leerprocessen op sectorniveau. De belangrijkste punten die hij hierbij aan de orde stelt zijn allereerst de wettelijke maatregelen die onder meer in de corporatiesector zijn genomen ter versterking van de relatie tussen het intern en extern toezicht, ter voorkoming of tijdige signalering van misstanden. De raad stelt dat een te verplichtende relatie op organisatieniveau contrapro-ductief kan zijn voor de onderlinge contacten en de mogelijkheden belemmeren voor instellingen om intern van fouten te leren. Een intensieve relatie tussen intern en extern toezicht kan volgens de raad leiden tot een te grote wederzijdse betrokkenheid en een ongewenste rolvermenging. Hij stelt verder dat het bestuur het aanspreekpunt voor de extern toezichthouder moet zijn en dat de laatste zich alleen bij dreigende misstanden en crisissituaties moet richten tot de interne toezichthouder. De WRR acht lichtere of vrijwillige relaties op regio- of sectorniveau tussen (koepel)organisaties van toezichthouders gericht op normontwik-keling, leerprocessen en bevordering van professionalisering in eerste instantie het meest aangewezen. Zwaardere relaties zouden meer passen bij instellingen bij welke sprake is van een verhoogd risico op problemen. Zware interventies zouden bovendien pas aan de orde moeten zijn als lichtere niet werken. In reactie geldt dat de door de raad voorgestane lijn voor de relatie tussen het intern en extern toezicht ook uitgangspunt is geweest bij de vormgeving van het toezicht op de woningcorporaties zoals deze bij de herziening van de Woningwet tot stand is gekomen. Het bestuur van de woningcorporatie is primair verantwoordelijk voor het functioneren van de instelling en is ook altijd het eerste aanspreekpunt voor de extern toezichthouder, de Aw. De Aw hanteert bij het toezicht een risicogerichte benadering. Het sanctie-instrumentarium dat de Aw ter beschikking staat Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 41618 kan, in lijn met de interventieladder, worden ingezet van licht (bijvoor-beeld een bestuurlijk gesprek) naar zwaar (bijvoorbeeld een aanwijzing en/of verscherpt toezicht). Dergelijke sancties zijn eveneens primair gericht op het bestuur van de instelling. Hierbij is de Aw, conform de wederzijdse informatieverplichting die in de herziene Woningwet voor intern en extern toezicht is opgenomen, wel gehouden het intern toezicht te informeren over haar voorgenomen maatregelen. Deze kunnen immers raken aan de taakvervulling van het intern toezicht. Alleen als bij ernstige misstanden of crises blijkt dat (ook) het intern toezicht zijn taken en verantwoordelijkheden verzaakt, zal de Aw zich met haar interventie rechtstreeks tot die intern toezichthouders richten. In het uiterste geval kan een dergelijk traject leiden tot schorsing en ontslag van (een deel van) de intern toezichthouders. De WRR wijst er verder op dat de wettelijke meldplicht van de interne aan de externe toezichthouders het eigen functioneren van het intern toezicht kunnen ondermijnen. In reactie op deze kanttekeningen van de WRR verwijs ik kortheidshalve naar het nader rapport naar aanleiding van het advies van de Raad van State bij het ontwerpBesluit toegelaten instel-lingen volkshuisvesting 20154. Zoals in het nader rapport staat, betreft deze regeling de invulling van het amendement Ortega-Martijn bij de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting5. Deze informa-tieverplichting is onontbeerlijk, gelet op de eerdere incidenten binnen de sector die (mede-) aanleiding waren voor de Parlementaire enquête woningcorporaties. Het vroegtijdig ontvangen van signalen is van groot belang voor de Aw om (dreigende) problemen en nieuwe incidenten bij woningcorporaties zoveel mogelijk te kunnen voorkomen en in omvang beperkt te houden. Dat is van het grootste belang voor zowel individuele instellingen als voor de sector als geheel. Zoals ik hiervoor al aangaf, is het bestuur als eerste verantwoordelijk voor het goed functioneren van de woningcorporatie en moet de raad van toezicht het handelen en nalaten van het bestuur controleren. Dit vergt een goede interne governance van de instelling, waaronder een goede informatievoorziening van het bestuur aan de raad van toezicht. Als de raad van toezicht van oordeel is, dat het bestuur de woningcorporatie niet op een juiste wijze aanstuurt en ook niets doet met de aanbevelingen van de raad om hierin verbetering te brengen waardoor er problemen dreigen te ontstaan, dan moet hij deze aan de Aw melden. In de toelichting op de regeling is gesteld dat de informatieverplichting in deze zin kan werken als een vorm van klokkenluidersregeling. Dit klokkenluiderskarakter zal middels een wijziging van het BTIV die reeds bij de Kamer heeft voorge-hangen nog eens worden geëxpliciteerd.6 Het betreft hier overigens, zoals ik hiervoor al aangaf, een wederzijdse informatieverplichting. In relatie tot de overgang van incident gedreven toezicht naar lichtere vormen pleit de WRR tot slot nog voor het stimuleren van (meer informele) kennisuitwisseling tussen organisaties van het intern en extern toezicht en van leerprocessen op sectorniveau. Ik acht dit een zinvolle aanbeveling van de raad. Zoals ook bij de parlementaire enquête nogmaals is gebleken, zijn een verdere professionalisering en cultuur-omslag in de sector noodzakelijk. Voor het intern toezicht ontwikkelt de VTW hiervoor ook ondersteunende instrumenten en organiseert zij bijvoorbeeld intervisies om toezichthouders van elkaar en elkaars fouten te laten leren. Van haar kant ontwikkelt de Aw (beleids)regels en kaders die ten dienste kunnen staan van de werkzaamheden van de intern 4Nader rapport Minister voor Wonen en Rijksdienst van 16 juni 2015, nr. 2015-000335173, Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving, Kamerstuk 32 847, nr. 1795Kamerstuk 32 769, nr. 596Kamerstuk 32 847, nr. 213Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 41619 toezichthouders. De VTW heeft onlangs aangeboden de praktijksignalen die zij ontvangt over de toepassing van dit instrumentarium te delen met de Aw. Zij beoogt hiermee bij te dragen aan de optimalisatie van de regels en de uitleg, maar ook de acceptatie daarvan. De VTW heeft hierover inmiddels contact gelegd met de Aw. Een dergelijke samenwerking en kennisuitwisseling sluit aan bij hetgeen ook de WRR voorstaat. Ik wil echter benadrukken dat dergelijke activiteiten in mijn optiek náást en niet in plaats van het formele, wettelijke toezicht dienen te komen. 24 De leden van de CDA-fractie vragen zich af of bij de zogenaamde fit en proper toets voor bestuurders en toezichthouders ook de beloning aan de orde komt. Antwoord: De beloning komt niet afzonderlijk in deze toetsing aan de orde, tenzij er een specifieke aanleiding is om dit onderwerp te bespreken in het licht van de te toetsen competenties, zoals integriteit. Het toezicht of de bezoldiging conform de WNT is, is geregeld via de controle door de Aw op het jaarverslag van de corporaties. 25 De leden van de CDA-fractie menen dat er een duidelijke scheiding dient te blijven tussen het interne en externe toezicht. Deelt u die gedachte? Antwoord: Ja, die gedachte deel ik. Er is uitdrukkelijk sprake van gescheiden verantwoordelijkheden van intern en extern toezicht. Het intern toezicht is primair verantwoordelijk om erop toe te zien dat het bestuur van de woningcorporatie ervoor zorgt dat de instelling naar vermogen presteert, rechtmatig handelt en financieel gezond blijft en dat het bestuur zich daarover verantwoordt, ook aan de extern toezichthouder. Mede op basis van die verantwoordingen beoordeelt de autoriteit als extern toezicht-houder het functioneren van de woningcorporaties. De autoriteit beoordeelt de instellingen zowel op de financiële continuïteit, als op rechtmatigheid, governance en integriteit. Bij (dreigende) problemen kan de autoriteit indien nodig besluiten te interveniëren. Zij neemt daarbij overigens niet de taken van de intern toezichthouder over. Deze zal als primair verantwoordelijke altijd zelf moeten (blijven) proberen om samen met het bestuur tot een oplossing te komen. Dat geldt ook in de situaties waarin de intern toezichthouders op basis van het zogenaamde klokken-luidersartikel uit de herziene Woningwet een intern onoplosbaar gebleken probleem melden bij de autoriteit. 26 De leden van de CDA-fractie menen dat de Autoriteit woningcorporaties een onafhankelijke positie binnen de ILT dient te krijgen. Is deze onafhan-kelijke positie enkel door de rechtstreekse toegang van de directeur van de Autoriteit woningcorporaties tot de Minister geborgd? Antwoord: Als randvoorwaarden voor het mandaat en de machtiging aan de inspecteur-generaal van de ILT voor het vaststellen van het domein Aw en het uitvoeren van de werkzaamheden gelden naast het mandaatbesluit het volgende: −De Aw is een apart domein binnen de ILT met een eigen directeur en rechtstreekse toegang tot de Minister; −De toezicht- en interventiebevoegdheden van de Aw zijn gemanda-teerd aan de inspecteurs van de Aw; Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 41620 −De Aw stelt een toezichtvisie en een meerjarenplan op, die worden goedgekeurd doro de Minister voor Wonen en Rijksdienst; −De Aw treedt extern als herkenbare toezichthouder op en maakt gebruik van haar toezichtbevoegdheden. 27 De leden van de CDA-fractie vragen of de Inspecteur-Generaal van de ILT besluiten van een inspecteur van de Autoriteit woningcorporaties kan «overrulen». Hoe moet dan onafhankelijke positie van de Autoriteit woningcorporaties bezien worden? Antwoord: Aan de inspecteur-generaal is ten behoeve van de werkzaamheden van de autoriteit mandaat en machtiging verleend voor de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister die voortvloeien uit de Woningwet. Dit is vastgelegd in het mandaatbesluit van 29 juni 2015. De inspecteur-generaal heeft dit mandaat rechtstreeks aan de inspecteurs doorgemandateerd. De onafhankelijke positie van de inspecteur is daarmee gewaarborgd. In uitzonderlijke gevallen kunnen managers van de Aw escaleren naar de directeur van de Aw indien zij het niet eens zijn met een besluit van een individuele inspecteur. De directeur van de Aw kan vervolgens de inspecteur-generaal als mandaathouder verzoeken het besluit van de inspecteur te overrulen. Een initiatief om een besluit van een inspecteur te overrulen zal dus vanuit de Aw zelf komen. 28 De leden van de CDA-fractie vragen of de bemensing van de Autoriteit woningcorporaties op orde is en blijft teneinde de Toezichtvisie en het Meerjarenprogramma 2016–2020 ook daadwerkelijk uit te kunnen voeren. Antwoord: Op 1 januari 2016 werken bij de Aw 63 medewerkers (60,9 fte). In 2016 groeit de Aw naar circa 75 fte. Deze capaciteit wordt op piekmomenten aangevuld met inhuur en is toereikend om het Meerjarenprogramma te realiseren. 29 De leden van de D66-fractie lezen dat de Autoriteit woningcorporaties voornemens is risicogericht toezicht te voeren, en daarbij prioriteiten stelt gebaseerd op een risicobenadering. Welke weging zal er in deze risicobe-nadering gegeven worden aan verscheidene risico’s en hun risicokaders, zoals governance-structuren, financiële risico’s (solvabiliteit, liquiditeit, producttypes op de balans), ervaring uit het verleden en bescherming maatschappelijk vermogen? Antwoord: In de risicobenadering zal de Aw meer aandacht geven aan het inbouwen van voldoende waarborgen voor het goed functioneren van corporaties. De Aw zal middels audits en andere onderzoeken prioriteit geven aan het goed functioneren van de governance binnen een corporatie. Het goed laten functioneren van het intern toezicht (RvC/RvT) is dan ook een speerpunt. Andere risicosignalen, zoals liquiditeit, solvabiliteit, type activiteiten, compliance en integriteit worden gewogen en in onderlinge samenhang beoordeeld. Deze risicobenadering zal in 2016 breder vanuit een integraal risico-afwegingskader worden vormgegeven. De Aw is dit momenteel aan het uitwerken. De huidige werkwijze blijft – naast het uitvoeren van audits – ook van kracht. Risico’s die grote gevolgen kunnen hebben op de sector als geheel, zijn een Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 41621 belangrijk criterium voor de indeling naar toezichtaanpak. Ernstige problemen bij grote corporaties hebben invloed op het zekerheidsstelsel. Om die reden geldt voor grote corporaties een aparte aanpak. De beoordeling van alle andere corporaties begint met een (geautomati-seerde) analyse van de door de corporaties aangeleverde verantwoordings- en prognosegegevens (dVi en dPi. Niet alleen de meest recente, maar ook eerdere verantwoordingsinformatie wordt gebruikt, alsook statusinformatie uit de meest recente afgeronde beoordeling met daaraan verbonden maatregelen. Per corporatie wordt een dashboard opgesteld met signaalpunten die alle toezichtdomeinen bestrijken. Het onderzoek van de signaleringspunten is er allereerst op gericht om de overschrijding van de grenswaarden te duiden en te verklaren. Hierbij worden de signaleringspunten niet geïsoleerd beoordeeld, maar in samenhang. Hiertoe zal veelal nadere informatie bij de corporatie worden opgevraagd, vinden er gesprekken plaats en zonodig toezicht on site. Vervolgens ligt de vraag voor hoe na deze analyse de risico’s worden ingeschat die reden waren voor de signalering. Ten slotte richt het onderzoek zich op de beoordeling van de mogelijke continuïteitsrisico’s (risico’s die het goed functioneren van corporaties raken) en op de maatregelen die deze risico’s mitigeren. Het toezicht op grote corporaties richt zich naast de signaleringspunten van het dashboard op het samenhangend stelsel van strategie, cultuur, bedrijfsmodel en interne beheersing. De kernvraag hierbij is: heeft de corporatie de interne beheersing, in het bijzonder met betrekking tot het goed kunnen functioneren als corporatie, toereikend ingericht (opzet, bestaan en werking). Hierbij wordt ook on site onderzoek gedaan. 30 De leden van de D66-fractie lezen op dat de Autoriteit woningcorporaties per woningcorporatie een risicoprofiel zal maken gebaseerd op verscheidene factoren. Deze leden merken op dat dit gelijkend is aan het toezicht van DNB op pensioenfondsen. De DNB maakt in haar risicoprofi-lering onderscheid tussen verschillende hoogtes van toezicht, in verschil-lende toezichtklassen. Aangenomen wordt dat de Autoriteit woningcorpo-raties dit ook zal doen. Kunt u aangeven hoe veel verschillende risicoprofielen er zijn, en wat zijn hun kenmerken zijn? Antwoord: De Aw werkt momenteel de visie uit in een integraal toezichtkader, waar financieel toezicht, governance, integriteit en rechtmatigheid onderdelen van zijn. Daarbinnen ontstaan verschillende risicoprofielen en toezicht-klassen. De uitwerking hiervan zal deze zomer gereed zijn. 31 De leden van de D66-fractie achten transparantie van bestuur een groot goed. Deze leden merken op dat de HUF-toetsen openbaar gemaakt zullen worden. Zal er een termijn verbonden zijn aan het openbaar maken van de HUF-toetsen? Zo ja, welke? Antwoord: HUF toetsen van de autoriteit worden openbaar gemaakt op het moment dat nieuwe regelgeving aan het parlement wordt aangeboden of – als het gaat om lagere regelgeving die niet naar het parlement gaat – op het moment van publicatie van nieuwe regelgeving. De HUF toetsen worden gepubliceerd op de website van de ILT. Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 41622 32 De leden van de D66-fractie lezen dat de wetgever op een aantal terreinen handelen van woningcorporaties pas zal toelaten wanneer de Autoriteit woningcorporaties de voornemens heeft goedgekeurd. Kunt u aangeven welke terreinen dit zijn? En is de Autoriteit woningcorporaties, in samenwerking met de regering, van plan deze opzet te evalueren, en in de toekomst mogelijk extra terreinen toe te voegen, of ze juist te vermin-deren? Antwoord: Voor de volgende handelingen of activiteiten moeten woningcorporaties volgens de Woningwet bij de Aw vooraf een ontheffing, een goedkeuring of een zienswijze aanvragen: −Benoeming van bestuurders of commissarissen −Verkoop van woningen en maatschappelijk vastgoed −Wijziging statuten en aktes −Fusies en splitsingen woningcorporaties en aangegane verbindingen −Bouwen en verwerven maatschappelijk (indien een school of centrum jeugd en gezin) en bedrijfsmatig vastgoed (niet-DAEB)Goedkeuring aangaan nieuwe verbinding −Goedkeuring voorgenomen niet-DAEB-werkzaamheden −Goedkeuring voorstellen administratieve of juridische scheiding in 2017 −Samenwerking buiten eigen gebied −Uitbreiding van het werkgebied in Nederland −Uitbreiding van het werkgebied in grensregio −Verzoek lager percentage toewijzingen woningen buiten de doelgroep −Nieuwe toelatingen −Reglement financieel beleid en beheer −Verkoop aandelen of onderneming −Ontheffing toekenning vermogen aan verbinding anders dan via aandelen of interne lening −Verzoek indeling andere bezoldigingsklasse WNT −Verrichten van diensten ten behoeve van bewoners van een huisves-tingsvoorziening van derde partijen voor vergunninghouders. Deze goedkeuringen en ontheffingen zullen geëvalueerd worden bij de evaluatie van de nieuwe Woningwet, die conform de wet in 2018 is voorzien. Op basis daarvan kan de wetgever besluiten terreinen toe te voegen of juist te verminderen. 33 De leden van de D66-fractie menen dat het verstandig is, dat Autoriteit woningcorporaties het voorbeeld van de DNB gaat volgen en bestuurders gaat toetsen. Deze leden vragen zich echter wel af wat er gebeurt als de voordracht van een bestuurder, indien deze als zijnde ongeschikt wordt getoetst. Wordt deze dan meestal teruggetrokken? Zo ja, kunt u dan aangeven welk percentage voordrachten naar verwachting zal worden teruggetrokken? Zullen hier, om de transparantie in de sector te vergroten, jaarlijks cijfers over verschijnen? Antwoord: Van de 292 aanvragen tot half maart jl. zijn inmiddels ongeveer 243 kandidaten getoetst, waarbij 19 kandidaten voor een tweede gesprek zijn uitgenodigd. Hiervan hebben 11 kandidaten vervolgens een positieve zienswijze gekregen, hebben 4 kandidaten zich teruggetrokken en zijn 4 toetsingen nog in behandeling. Cijfers over de betrouwbaarheid- en geschiktheidtoets neemt de Aw op in het jaarverslag. Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 41623 34 De leden van de D66-fractie bevroeden dat de kosten van de Autoriteit woningcorporaties zullen stijgen, naar mate deze meer toezicht moet uitvoeren. Zullen de inkomsten van de Autoriteit woningcorporaties in een dergelijk geval stijgen? En kunt u aangeven hoe deze kosten over de sector worden verdeeld? Antwoord: De kosten voor het toezicht zullen de komende jaren zo’n vijftien miljoen euro per jaar bedragen. Hierin is begrepen zowel de intensivering van het bestaande toezicht als de uitvoering van nieuwe toezichttaken. De Woningwet bepaalt de grondslagen voor de heffing op de woningcorpo-raties. De eerste 50% van het begrote bedrag wordt verdeeld op basis van het totaal aantal woongelegenheden die de woningcorporaties en de dochtermaatschappijen in eigendom hadden op 31 december van het jaar voorafgaande aan het jaar waarover die bijdrage verschuldigd is. De tweede 50% van het begrote bedrag wordt verdeeld op basis van de totale WOZ-waarde van de woongelegenheden die de woningcorporaties en de dochtermaatschappijen in eigendom hadden op 31 december van het jaar voorafgaande aan het jaar waarover de bijdrage verschuldigd is. 35 De leden van de D66-fractie lezen dat de financiële continuïteit van woningcorporaties voornamelijk gebaseerd zal worden op inschattingen ten aanzien van het toekomstig presteren van de bestaande portefeuille. Zullen deze inschattingen openbaar worden gemaakt? Antwoord: In het toezicht van de Aw spelen de door de corporatie geprognosticeerde activiteiten en de beoogde resultaten over de komende vijf jaar een rol in de beoordeling van de positie en het perspectief van de corporatie. Zo is de financiële continuïteit van corporaties voornamelijk gebaseerd op door de corporaties opgestelde prognoses ten aanzien van het toekomstig presteren van de bestaande portefeuille (verhuur, onderhoud, beheer en waardeontwikkeling) en plannen om deze portefeuille te transformeren naar een gewenste situatie (via nieuwbouw, aankoop, verbetering, verkoop en sloop) in combinatie met de daarbij passende invulling van de financieringsbehoefte. Het jaarlijkse oordeel van de Aw in de toezichtbrief impliceert daarmee ook een oordeel over de financiële continuïteit in de komende vijf jaar. Deze oordeelsbrief wordt jaarlijks op de website van de Aw gepubliceerd en is voorzien van een bijlage waarin ook de relevante prognosedata voor de komende vijf jaar zijn opgenomen. 36 De leden van de D66-fractie achten naleving van de Wet normering topinkomens zeer belangrijk. Deze leden waarderen daarom ook dat de Autoriteit woningcorporaties zal toezien op de naleving hiervan. Zij vragen zich echter wel af, hoe de Autoriteit woningcorporaties zal doen. Bovendien vragen zij zich of, indien de Autoriteit woningcorporaties dit door middel van boetes zal doen, hoe deze boetes bepaald zullen worden, en hoe hoog zij naar inschatting zullen zijn. Kunt u dit aangeven? Antwoord: Vanaf het moment van inwerkingtreding van de WNT op 1 januari 2013 is toezicht op de naleving uitgevoerd. Bij de oprichting per 1 juli 2015 van de Aw zijn alle methoden, procedures, systemen en medewerkers integraal overgenomen. De wijze van toezicht houden door de Aw op de naleving van de WNT wijzigt daarom niet. Bij het toezicht op de WNT is het Ministerie van BZK systeemverantwoordelijk voor beleid, regelgeving en Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 41624 toezicht. Alle toezichthouders op de WNT stemmen ten behoeve van de uniformiteit van het toezicht af met dit departement. De externe accountant van een instelling controleert aan de hand van een vastgesteld WNT-protocol de opgave van woningcorporaties en is wettelijk verplicht overtredingen te melden bij de Aw. Door de Aw worden alle jaarverslagen en accountantsrapporten bezien op opmerkingen of oordeelsonthou-dingen inzake onder meer de WNT. Daarnaast wordt door de Aw op basis van de digitale opgave van onder meer de bezoldiging- en beëindigingver-goedingen een risicogerichte controle uitgevoerd van de jaarlijkse verantwoording van woningcorporaties inzake de WNT. De WNT bevat enkele sanctie-instrumenten waarvan externe toezichthouders gebruik kunnen maken. Naast bestuurlijk overleg behoort het opleggen van een last onder dwangsom (LOD) tot de mogelijkheden. Tot op heden is geen verschil van inzicht ontstaan inzake de WNT tussen de Aw en het bestuur van woningcorporaties. Een inschatting van de hoogte van «boetes» op grond van ervaringscijfers is daarom niet mogelijk, maar in algemene zin geldt dat de hoogte van het op te leggen bedrag in redelijke verhouding moet staan tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de LOD. 37 De leden van de D66-fractie merken op dat er een pilot ten behoeve van het implementeren van Standard Business Reporting wordt uitgevoerd. Kunt u cijfers over deze pilot aan de Kamer sturen? Antwoord: Om de sectorketen ten behoeve van Standard Business Reporting (SBR) te kunnen testen, vindt onder leiding van Logius in het voorjaar van 2016 een pilot plaats met de indiening van de jaarrekeninggegevens via SBR bij CorpoData. Aan deze pilot nemen ca. 10–15 corporaties, de grote accountantskantoren, de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accoun-tants, softwareleveranciers en CorpoData (als ontvangende partij) deel. De aansluiting van CorpoData op SBR zal in april worden afgerond. Door de deelnemende corporaties kan vanaf dat moment tot 1 juli de jaarrekening met de elektronisch ondertekende controleverklaring bij CorpoData worden aangeleverd en CorpoData zal een deel hiervan overnemen in het opvraagprogramma dVi. Over de uitkomsten van de pilot en de vervolg-stappen richting verdere verbreding van SBR binnen het woningcorpora-tiedomein zal ik u in de tweede helft van 2016 nader informeren. 38 De leden van de D66-fractie merken op dat de Autoriteit woningcorpo-raties in de regressieve aanpak bestuurlijke boetes zal opleggen. Kunt u aangeven waar de hoogte van deze boetes op gebaseerd zal zijn? En kan zij een inschatting geven over de hoogte van verschillende types bestuurlijke boetes? Antwoord: De bevoegdheid van de Aw tot het opleggen van een bestuurlijke boete aan woningcorporaties (of hun dochtermaatschappij) is neergelegd in artikel 105 en 120b van de Woningwet. De hoogte van de bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. Sinds 1 januari 2016 bedraagt de boete maximaal € 20.500,–. Op grond van het zevende lid van dat artikel kan onder voorwaarden aan een rechtspersoon een boete van € 82.000,– worden opgelegd. De hoogte van de bestuurlijke boete is gerelateerd aan de boetecategorieën, bedoeld in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht. Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 41625 Het interventiebeleid van de Aw is gebaseerd op de interventieladder van de ILT en kent verschillende vormen van interventies: preventief, correctief, punitief en reputatief. Indien de aanvankelijk gekozen aanpak niet tot de gewenste naleving leidt, zal tot opschaling worden overgegaan. Met de bestuurlijke boete beschikt de Aw over een nieuw sanctie-instrument. Tot op heden is nog geen gebruik gemaakt van deze nieuwe bevoegdheid. Naar verwachting zal het boetebeleid, afhankelijk van de aard en omvang van de onrechtmatigheid, de gevolgen voor de financiële positie van de woningcorporatie of het eventueel verkregen financieel voordeel, verschillende hoogtes kennen. Bovendien zal belang worden toegekend aan de houding en bereidheid van de woningcorporatie om na te leven. Het spreekt voor zich dat een boete met inachtneming van de specifieke feiten en omstandigheden, in redelijkheid aan een woningcor-poratie zal worden opgelegd. Op dit moment kan nog geen inschatting gegeven worden van de differentiatie in de hoogte van de op te leggen bestuurlijke boetes. Als het boetebeleid van de Aw dit najaar is vastge-steld, zal dat door middel van een beleidsregel gepubliceerd worden. 39 De leden van de D66-fractie lezen dat in het geval van een slechte financiële positie, een woningcorporatie een herstelplan zal moeten opstellen. Wat zijn de kaders van de Autoriteit woningcorporaties voor het opstellen voor dit herstelplan? Binnen welke termijn moet een woningcor-poratie een tekort zijn ingelopen? Antwoord: Bij verscherpt toezicht zet de Aw de corporatie aan tot het maken van een herstelplan. De te stellen eisen aan het herstelplan en de frequentie van monitoring verschillen afhankelijk van de aard en omvang van de problematiek. De Aw formuleert SMART aan welke specifieke doelstellingen het herstelplan moet voldoen. Ook het herstelplan moet SMART geformuleerd worden. Als de Aw akkoord gaat met het herstelplan, wordt de uitvoering periodiek gemonitord. Het verscherpt toezicht wordt beëindigd als het gewenste herstel bereikt is. Het kan ook beëindigen door het aangaan van een fusie, door het beëindigen van de status van toegelaten instelling en door intrekking van de toelating. 40 De leden van de D66-fractie lezen dat de Autoriteit woningcorporaties in haar beleidsregels normen voor het financieel toezicht opneemt in een bijlage met signaalwaarden op een veelheid van onderdelen. Welke signaalwaarden zullen dit zijn? Hoe stelt de Autoriteit woningcorporaties dergelijke signaalwaarden vast? Antwoord: Per corporatie wordt een dashboard opgesteld met signaalpunten die alle vijf toezichtdomeinen bestrijken. Voor de beoordeling in 2016 gelden de volgende signalen: Kwaliteit financiële verantwoording −het beeld van CorpoData over de kwaliteit van de in eerste instantie aangeleverde informatie dPi/ dVi/stresstest derivaten; −de realisatie-indices laten slechte scores zien; −fluctuaties in prognoses netto variabele lasten; −stabiliteit en kwaliteit van opeenvolgende ramingen voor ICR en financieringsbehoefte Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 41626 −twijfels over de verankering van de programmering, zoals ramingen van aantallen, stichtingskosten en verkoopopbrengsten. Beschermen van maatschappelijk gebonden vermogen −verliezen in de jaarrekening; −extreem hoge stichtingskosten; −extreem lage verkoopopbrengsten; −hoge netto bedrijfslasten; −laag direct rendement (in vergelijking tot marktpartijen) op de niet DAEB portefeuille in exploitatie; −groot verlies overige activiteiten dan wel hoog niveau van lasten op leefbaarheid en overige organisatiekosten. Kwaliteit risicobeheer/interne governance/soft controls −omvang productie in voornemens; −omvang van (nieuwe) niet-DAEB activiteiten; −omvang van de materiële vaste activa in exploitatie als percentage van het volkshuisvestelijk balanstotaal; −soft controls; •signalen met betrekking tot integriteitsschendingen danwel risico’s; •duidelijke sturing vanuit missie, visie en strategie; •goed functioneren van intern toezicht; •toegesneden set aan beheersingsinstrumenten (informatievoorzie-ning en risicobeheer); •leiderschapsstijl die aansluit op de corporatie doelstelling (aan-dacht voor reflectie op eigen gedrag); •besluitvormingsproces biedt voldoende ruimte voor tegenspraak; •is de corporatie aangesloten bij de Governancecode woningcorpo-raties? •rapportages van de accountant en jaarverslagen. Liquiditeit en financiering −de rentedekkingsgraad (ICR); −de exploitatiekasstroom gedeeld door rentelasten en genormeerde aflossing (DSCR genormeerd); −de lange schulden gedeeld door leegwaarde, marktwaarde en volkshuisvestelijke exploitatiewaarde; −de financieringsbehoefte DAEB en niet-DAEB; −het renterisico; marktwaarde leningen en rentegevoeligheid; −aanhouden liquiditeitsbuffer van 2%. Solvabiliteit en Draagkracht vermogen op basis van voorgenomen beleid −het volkshuisvestelijk vermogen op balansdatum; −het vermogen dat op balansdatum beschikbaar moet zijn om de risico’s en de vermogensbeklemming te kunnen opvangen. −het volkshuisvestelijk vermogen in jaar drie en aan het eind van de prognoseperiode; −het vermogen dat beschikbaar moet zijn om de risico’s en de vermo-gensbeklemming te kunnen opvangen in jaar drie en aan het einde van de prognoseperiode. Voor alle signaalpunten worden jaarlijks binnen de Aw op basis van evaluatie en nieuwe ontwikkelingen binnen de sector (onder meer uit sectorbeeld en themaonderzoek), de criteria binnen de Aw vastgesteld. De signaalpunten worden gepubliceerd op de website www.ilent.nl/autoriteitwoningcorporaties. 41 De leden van de D66-fractie merken uit de cijfers van de vergunningver-lening voor woningcorporaties op, dat er in 2016 en 2017 meer zaken Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 41627 gekeurd moeten worden, dan in de jaren daarna. Kunnen zij op basis van deze cijfers aannemen dat de Autoriteit woningcorporaties een aanzienlijk deel van haar personeel enkel voor de korte termijn heeft aangenomen? Of lost de Autoriteit woningcorporaties de veelheid aan keuringen op, door in de eerste jaren externen in te schakelen? Hoe borgt de Autoriteit woningcorporaties, indien een van beide het geval is, de continuïteit binnen de organisatie? Antwoord: Een aantal vergunningverlenende activiteiten van de autoriteit kent in 2016 en 2017 een piek. Daarna zal de vergunningverlening op deze onderwerpen veel beperkter zijn. Het gaat om het goedkeuren van statuten, het goedkeuren van het reglement financieel beleid en beheer, en de administratieve scheiding of juridische splitsing van DAEB en niet-DAEB activiteiten van een woningcorporatie. Dit zorgt voor een piekbelasting, waarvoor tijdelijke medewerkers zijn of worden aange-nomen die samen met ervaren medewerkers deze vergunningaanvragen zullen afhandelen. De continuïteit is geborgd doordat de huidige medewerkers hierbij zijn betrokken. 42 De leden van de D66-fractie merken op, dat de Autoriteit woningcorpo-raties op de lange termijn uitgaat van een krimp van het aantal corpo-raties door fusie. Hoe groot is de verwachtte krimp? Is deze trend al te zien op basis van cijfers van de afgelopen jaren? Antwoord: In de afgelopen 10 jaar is het aantal corporaties door fusies afgenomen van 492 ultimo 2005 tot 350 ultimo 2015. Ook op dit moment zijn er corporaties die fusieplannen hebben. In hoeverre deze plannen daadwer-kelijk geëffectueerd worden valt op dit moment nog niet in exacte cijfers te zeggen, maar de verwachting dat er nog een aantal fusies zullen volgen, lijkt gerechtvaardigd. 43 De fractie Van Vliet had liever gezien dat in de Toekomstvisie, op basis van bestaande gegevens, explicieter werd aangegeven waar prioriteit aan zou worden gegeven in plaats van een algemene beschrijving te geven van hetgeen het toezicht omvat. Kunt u ervoor zorgen dat de Autoriteit woningcorporaties hier in het vervolg meer rekening mee houdt? Op deze manier gaat u niet op de stoel van de Autoriteit woningcorporaties zitten, maar geeft hij slechts procedurele richtlijnen over de Toezichtvisie. Antwoord: In haar toezichtvisie licht de autoriteit toe op welke wijze zij vorm geeft aan het integraal toezicht. De Aw geeft naar mijn opvatting in de toezicht-visie expliciet aan waar de prioriteit in het toezicht de komende jaren zal liggen: «Het is de opgave van de Aw om het toezicht op alle aspecten (governance, rechtmatigheid, integriteit, financiële continuïteit) van de woningcorporaties integraal uit te voeren. Het versterken van het toezicht op de governance (checks en balances) van de corporaties vindt de Aw een belangrijk fundament voor het integraal toezicht. Dit is daarmee een belangrijke ambitie voor de komende jaren.» (p.8, Toezichtvisie Autoriteit woningcorporaties). Daartoe werkt de autoriteit, zoals in het meerja-renplan is geschetst, dit jaar aan een integrale risicoanalyse en een integraal toezichtkader, die deze zomer openbaar worden. Ook werkt de Aw aan het beoordelingskader voor de Daeb en niet-Daeb scheiding dat inmiddels in openbare consultatie is gegaan. Als verantwoordelijk Minister blijf ik de komende periode met de Aw in gesprek over de effectiviteit en kwaliteit van het toezicht, zonder daarbij Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 41628 uiteraard te treden in de wettelijk vastgelegde onafhankelijkheid van de Aw waar het gaat om toezichtoordelen en daaruit voortvloeiende interventies richting toegelaten instellingen. 44 De fractie Van Vliet vraagt zich tenslotte af hoeveel medewerkers er momenteel bij de Autoriteit woningcorporaties werken en hoeveel dit er in de toekomst zullen worden. Antwoord: Op 1 januari 2016 werken bij de Aw 63 medewerkers (60,9 fte). In 2016 groeit de Aw naar circa 75 fte. Voor tijdelijke werkzaamheden zal daarnaast tijdelijke inhuur plaatsvinden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 453, nr. 41629

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d7de017d17fcdbae

14 okt 2026 · d8e0c6aef25ced90

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.