Verslag Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 9 maart 2026 te Brussel
Brontekst
Versie 87af3b6de1b25850 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-31Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid,Volksgezondheid en ConsumentenzakenNr. 819 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 23 maart 2026Hierbij ontvangt u het Verslag van de Formele Raad Werkgelegenheid enSociaal Beleid van 9 maart jl. te Brussel. Conform de vastgesteldeafspraken informeer ik uw Kamer middels dit Verslag tevens over devoortgang van de onderhandelingen inzake de herziening van deCoördinatieverordening Sociale Zekerheid.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.A. Vijlbrief kst-21501-31-819ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8191 Verslag Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid d.d.9 maart 2026 te Brussel Op de agenda van de Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleidvan 9 maart jl. in Brussel stonden twee beleidsdebatten, aanname vanRaadsconclusies, aanname van onderdelen van het Europees Semester enenkele w.v.t.t.k.-punten. Daarnaast heb ik kennisgemaakt en gesprokenmet de Uitvoerend Vice-President van de Commissie Roxana Mînzatu endiverse collega-bewindspersonen.Agendapunt: gedachtewisseling «van innovatie naar kwaliteits-banen: AI gebruiken om de kwaliteit van werkgelegenheid en derechten van werknemers te versterken»De Raad hield een gedachtewisseling rondom het thema «van innovatienaar kwaliteitsbanen: AI gebruiken om de kwaliteit van werkgelegenheiden de rechten van werknemers te versterken».Tijdens het beleidsdebat onderschreven lidstaten dat AI kansen biedt voorproductiviteitsgroei en de arbeidsmarkt, maar dat deze kansen eerlijkverdeeld moeten worden over de gehele samenleving. Meerdere lidstatenwaarschuwden voor nieuwe vormen van ongelijkheid, discriminatie eneen toenemende macht van algoritmes over werknemers. Het belang vanmensgerichte AI – waarbij de mens de controle behoudt – werd doorvelen onderstreept. Op het gebied van vaardigheden werd breed aandachtgevraagd voor opschaling en omscholing, ook met het oog op dePorto-doelstelling omtrent vaardigheden. Lidstaten beschouwden desociale dialoog en collectieve onderhandelingen als essentieel voor eengerechtvaardigde inzet van AI op de werkvloer. Lidstaten spraken zichtevens uit voor transparantie bij het gebruik van AI, bescherming vankwetsbare werknemers en het voorkomen van nieuwe vormen vanmisstanden. Ook werd genoemd dat publieke werkgelegenheidsdienstenAI kunnen inzetten voor betere matching en begeleiding van arbeidstran-sities.Ik heb in het beleidsdebat toegelicht dat Nederland digitalisering en AI alsessentieel ziet voor toekomstige economische groei en maatschappelijkwelzijn1, maar benadrukt dat AI altijd mensgericht en veilig moet wordeningezet. AI mag geen doel op zich zijn, maar dient bij te dragen aanwelvaart en welzijn. Tegelijkertijd kan AI klassieke arbeidsverhoudingenonder druk zetten, waardoor verantwoorde inzet en sociale dialoog tussenwerkgevers en werknemers onmisbaar zijn. Vanuit Europees perspectiefbieden de Europese AI-verordening2 en de Platformwerkrichtlijn3 reedswaarborgen, zoals een verbod op emotieherkenning op de werkvloer, eenrecht op uitleg bij besluiten door hoog-risico AI-systemen, en transparan-tieverplichtingen rond geautomatiseerde monitoring. Nederland heeft inde gedachtewisseling ingebracht dat het waardevol is om in EU-verbandhet gesprek over deze ontwikkelingen voort te zetten, onder meer in hetkader van de routekaart kwaliteitsbanen4 en de aangekondigde QualityJobs Act. Eventuele aanvullende Europese initiatieven dienen de balans teborgen tussen innovatie en bescherming van werknemers.1Aan de slag (2026) Coalitieakkoord 2026–2030.2Fiche: Verordening betreffende Kunstmatige Intelligentie (2021), Kamerstuk 35 913 nr. A.3Richtlijn (EU) 2024/2831 van het Europees parlement en de Raad van 23 oktober 2024 betref-fende de verbetering van de arbeidsvoorwaarden bij platformwerk.4Fiche: Mededeling Routekaart voor kwaliteitsbanen (2026), Kamerstuk 22 112, nr. 4263.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8192 Agendapunt: beleidsdebat «het doorbreken van de armoede-cyclus»De Raad hield een beleidsdebat over het doorbreken van de armoede-cyclus. Het beleidsdebat werd gehouden in het licht van het voornemenvan de Europese Commissie om in het tweede kwartaal van 2026 eenEuropese Anti-Armoedestrategie (EAAS) te publiceren.Tijdens het beleidsdebat benadrukten de meeste lidstaten de noodzaakvan een multidimensionale en persoonsgerichte aanpak, waarbij toegangtot sociale dienstverlening, onderwijs, gezondheidszorg en betaalbarehuisvesting centraal staan. Integratie van diensten via één-loketmodellenen samenwerking tussen beleidsniveaus werd breed onderschreven alseffectieve werkwijze. Bijzondere aandacht ging uit naar kinderarmoede enintergenerationele armoede, met nadruk op vroege preventie, school-maaltijden en steun aan eenoudergezinnen. De Europese Kindgarantiewerd daarbij meerdere malen als waardevol instrument aangehaald.Arbeidsmarktparticipatie wordt door veel lidstaten gezien als eenbelangrijk middel om armoede te doorbreken, mits vormgegeven metmaatwerk en begeleiding. Verschillende lidstaten spraken zich uit voorgerichte financiering via het ESF+ en een actieve monitoringsrol via hetEuropees Semester.Ik heb in het beleidsdebat toegelicht dat het kabinet de ambitie heeft omzoveel mogelijk mensen uit de armoede te halen of te voorkomen dat zeerin komen. Ik heb geïntervenieerd langs de lijnen van het eerder met deKamer gedeelde Nederlandse non-paper met de kabinetsinzet voor deEAAS5. Deze inzet bouwt voort op het Nationaal Programma Armoede enSchulden6. Het is van belang dat de volgende punten terugkomen in deEuropese strategie: 1) hanteer een geïntegreerde aanpak; 2) geef prioriteitaan preventie; 3) besteed aandacht aan (de gevolgen van) armoede dievan generatie op generatie wordt doorgegeven; en 4) moedig lidstatenaan om ervaringsdeskundigen te betrekken bij het beleidsvormings-proces. Dit is van belang om tot effectief beleid te komen dat problemendaadwerkelijk oplost. Daarbij benadrukt het kabinet dat armoedebeleidprimair een nationale competentie is en dat de EAAS lidstaten moetondersteunen bij het maken van nationaal beleid. Ook moet de EAAS nietleiden tot onnodige extra administratieve lasten.Agendapunt: Raadsconclusies over investeringen in kinderen:versterking van het welzijn van kinderen, sociale inclusie enbestrijding van kinderarmoede in de Europese UnieDe Raad nam Raadsconclusies aan over investeringen in kinderen terversterking van het welzijn van kinderen, sociale inclusie en bestrijdingvan kinderarmoede in de EU.De Raadsconclusies beogen het welzijn van kinderen te versterken dooreconomische veerkracht van gezinnen te vergroten en armoede teverminderen. De Raadsconclusies onderstrepen het belang om het EU2030-doel op armoedebestrijding te halen, roepen op tot een versterkingvan de European Kindergarantie, en benadrukken de meerwaarde vanvoortzetting van beleid voor toereikende minimuminkomens. Daarnaastworden elementen uitgelicht die van belang zijn voor het welzijn vankinderen zoals het verbeteren van leefomstandigheden van kinderen engezinnen, de ontwikkeling van basisvaardigheden, en het betrekken vankinderen bij het maken van beleid dat hen aangaat. Ook benadrukken deRaadsconclusies het belang van een geïntegreerde aanpak, evenals5https://open.overheid.nl/documenten/da42771d-7d3c-411d-8516-7e78f4aca859/file6Kamerstukken II, 2025/26, 24 515, nr. 799.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8193 voldoende financiering voor maatregelen die vooral kwetsbare kinderenten goede komen. Tot slot wordt de Europese Commissie opgeroepen omlidstaten te ondersteunen bij het maken van beleid via dataverzameling enkennisuitwisseling tussen lidstaten te faciliteren.Ik heb namens Nederland ingestemd met de Raadsconclusies. Het kabinetdeelt het belang en de urgentie om kinderarmoede tegen te gaan en hetwelzijn van kinderen te versterken. Het kabinet wil investeren in armoede-beleid en een effectieve aanpak en preventie van schulden, waarbijgezinnen worden ondersteund en meer zekerheid krijgen. De Raadscon-clusies zijn in lijn met staand Nederlands beleid. Het kabinet heeft in deonderhandelingen benadrukt dat investeringen om de economischeveerkracht van gezinnen te vergroten en armoede te verminderen primaireen nationale bevoegdheid zijn. Daarnaast is op voorspraak vanNederland in de Raadsconclusies opgenomen dat de aangekondigdeEuropese Anti-Armoedestrategie uit dient te gaan van een geïntegreerdeaanpak.Agendapunt: Aanname Raadsaanbeveling menselijk kapitaalDe Raad nam een Raadsaanbeveling aan over het versterken van hetmenselijk kapitaal in de Unie.De Europese Commissie heeft op 25 november 2025 een Raadsaanbe-veling gepubliceerd over menselijk kapitaal, gericht op het aanpakken vanstructurele uitdagingen voor de arbeidsmarkt en het concurrentiever-mogen in de EU. De afgelopen maanden hebben de lidstaten onder-handeld over de inhoud van de Raadsaanbeveling. Het kabinet heeft hetparlement via de Geannoteerde Agenda van de Informele Onderwijsraad7geïnformeerd over de inhoud van de Raadsaanbeveling en dekabinetsinzet tijdens de onderhandelingen. Waar relevant en afhankelijkvan de nationale context zal de Commissie de inhoud van de Raadsaanbe-veling meenemen in de landspecifieke aanbevelingen die als onderdeelvan het Lentepakket (publicatie voorzien in juni 2026) in het kader van hetEuropees Semester worden vastgesteld.Ik heb namens Nederland ingestemd met de Raadsaanbeveling. Hetkabinet onderschrijft de belangrijke rol van vaardigheden en menselijkkapitaal voor het concurrentievermogen en de sociale veerkracht van deEU. Dit is ook relevant in het licht van de groene- en digitale transities,zoals ook aangekaart in het Draghi-rapport. Het kabinet onderschrijft danook het belang van het versterken van vaardigheden en het bevorderenvan de ontwikkeling van een goed opgeleide en flexibele beroepsbe-volking, zowel in strategische sectoren als in het bredere maatschappe-lijke en economische domein. Conform de Nederlandse inzet is verduide-lijkt dat de inhoud van Raadsaanbeveling in lijn dient te zijn met debevoegdheidsverdeling van het Werkingsverdrag van de Unie (VWEU). Ditis voor kabinet van belang omdat de Raadsaanbeveling voldoende ruimtedient te laten voor verschillen tussen nationale onderwijssystemen, wattot uitdrukking komt in het VWEU. Daarbij heeft Nederland het belangonderstreept van synergie met de bredere doelen van onderwijsbeleid ende bredere Europese onderwijssamenwerking gericht op een Europeseonderwijsruimte. Ook is op voorspraak van Nederland verduidelijk dat eenversnelling van de procedures voor de erkenning van beroepskwalifi-caties, van EU-burgers en derdelanders, niet ten koste mag gaan van degeldende hoge kwaliteitseisen. Hierdoor blijft een effectieve match vanvraag en aanbod naar vaardigheden op de Europese arbeidsmarktgewaarborgd. Daarnaast heeft Nederland tijdens de onderhandelingen7https://open.overheid.nl/documenten/f8d9d720-910b-4410-b6fc-ac23bbad3c85/fileTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8194 benadrukt dat arbeidsmigratie en het aantrekken van talent weliswaar kanbijdragen aan het gericht verlichten van personeelstekorten in bepaaldesectoren, maar dat dit niet ten koste moet gaan van prikkels voorwerkgevers om te investeren in arbeidsvoorwaarden en arbeidsbespa-rende innovaties.Agendapunt: goedkeuring van de aanbeveling over het econo-misch beleid van de eurozoneDe Raad verleende goedkeuring aan de werkgelegenheids- en socialeaspecten van het voorstel van de Europese Commissie voor de aanbeve-lingen van de Raad voor het economisch beleid van de eurozone in 2026en 2027.De Commissie heeft op 25 november 2025 het herfstpakket in het kadervan het Europees Semester gepubliceerd. Onderdeel van dit pakket is dedoor de Commissie voorgestelde ontwerpaanbeveling voor het econo-misch beleid in de eurozone voor 2026 (Euro Area Recommendation,EAR). Een kabinetsappreciatie van de EAR voor de economische aspectenis opgenomen in de Geannoteerde Agenda van de Eurogroep enEcofinraad van 19 en 20 januari 2026 en op 12 januari met het parlementgedeeld.8In de EAR worden de gezamenlijke (beleids-)uitdagingen voor heteurogebied voor 2026 en 2027 geïdentificeerd. De voorliggende aanbeve-lingen, die zijn aangepast naar aanleiding van besprekingen in deambtelijke voorportalen van de Eurogroep, de Ecofinraad en de RaadWerkgelegenheid en Sociaal Beleid, sluiten aan op de hoofdthema’s:begrotingsbeleid, defensie-uitgaven en begrotingsbeleid, arbeidsmarkt,investeringen en innovatie, interne markt, simplificatie, Spaar- enInvesteringsunie, de digitale euro en de internationale rol van de euro, enmacro-financiële stabiliteit. De aanbevelingen op het gebied van dearbeidsmarkt hebben primair aandacht voor het verhogen van deproductiviteit en innovatiecapaciteit en voor het ondersteunen vanstrategische sectoren. Om dit te bewerkstelligen, is het nodig om bij- enomscholing van de beroepsbevolking te verhogen, het onderwijs teverbeteren, en te zorgen voor een betere afstemming tussen vraag enaanbod van vaardigheidsprofielen. Net als voorgaande jaren beveelt deCommissie aan om de arbeidsmarktparticipatie van ondervertegenwoor-digde groepen verder te verhogen en de prikkels om te werken teversterken door middel van een passende hervorming van belasting- enuitkeringsstelsels. Ook wordt wederom aanbevolen om gecontroleerdelegale migratie van werknemers uit derde landen te vergemakkelijken enmaatregelen te nemen om armoede te bestrijden.Zoals aangegeven in bovengenoemde kabinetsappreciatie die uw Kamereerder ontving, kan het kabinet zich over het algemeen goed vinden in devoorgestelde aanbevelingen. Ik heb daarom ook namens Nederlandkunnen instemmen met de werkgelegenheids- en sociale aspecten van deEAR. Ten aanzien van de aanbeveling over om- en bijscholing deelt hetkabinet de analyse dat een goed opgeleide beroepsbevolking met dejuiste vaardigheden essentieel is voor het concurrentievermogen van deEU. Daarvoor is het van belang dat lidstaten, werkgevers en werknemersblijven investeren in leven lang ontwikkelen. Ook kijkt het kabinet uit naarhet reeds aangekondigde Skills Portability Initiative, dat zich ook zalrichten op het wegnemen van grensoverschrijdende barrières voorberoepskwalificaties en -vaardigheden. Het kabinet wil serieus grip krijgenop arbeidsmigratie, door onszelf de vraag te stellen wat ons land aankanen nodig heeft, en daar ook naar te handelen. Door te gaan sturen op8https://open.overheid.nl/documenten/ed418deb-4a34-4d8f-add9-1c34a55845cc/fileTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8195 arbeidsmigratie die we écht nodig hebben en uitbuiting aan te pakken,mede door de adviezen van de Commissie Roemer en het SER-advies«Arbeidsmigratie naar waarde» uit te voeren. Het kabinet wil waar nodiggericht internationaal talent aantrekken, en stelt daartoe een talentstra-tegie op om ervoor te zorgen dat we het juiste talent gericht selecteren envoor Nederland behouden.De economische aspecten van de EAR zijn in de Ecofinraad besproken engoedgekeurd. Hierna zal de Europese Raad voor Regeringsleiders de EARin maart bekrachtigen, waarna de Ecofinraad de aanbevelingen in aprilformeel aanneemt.Agendapunt: hoofdboodschappen gezamenlijk werkgelegenheids-rapportDe Raad bekrachtigde het voorstel voor het Gezamenlijk Werkgelegen-heidsrapport 2026.Op 25 november 2025 heeft de Commissie een voorstel voor het jaarlijksGezamenlijk Werkgelegenheidsrapport (Joint Employment Report, JER)van de Commissie en de Raad gepubliceerd. In het JER signaleert deCommissie de belangrijkste trends op het gebied van werkgelegenheid ensociale ontwikkelingen binnen de EU. Verder geeft het JER een beeld overde voortgang van de lidstaten ten aanzien van de drie EU-kerndoelen voor2030 die toezien op de terreinen werkgelegenheid, vaardigheden en debestrijding van armoede.Het JER merkt op dat de EU vooruitgang boekt op het gebied vanwerkgelegenheid en bij het bestrijden van armoede, maar dat er struc-turele uitdagingen blijven bestaan die vragen om gerichte actie. Ondankseconomische en geopolitieke onzekerheid groeide de werkgelegenheid inde EU in 2024 met 1,7 miljoen banen. Het werkloosheidspercentagedaalde naar een historisch laag niveau van 5,9%. Ondanks het feit datarmoede onder werkenden daalde, blijft het risico op kinderarmoedegroot, met name voor kinderen van laagopgeleide ouders en in eenouder-gezinnen. De Commissie roept daarom op tot extra inspanningen om dearmoededoelstellingen voor 2030 (EU) en 2050 (VN) te halen.De Commissie gebruikt voor de analyse in het JER het «Sociale Score-board». Aan de hand van zestien indicatoren toont het scorebord hoelidstaten ervoor staan op het terrein van gelijke kansen en toegang tot dearbeidsmarkt, eerlijke werkomstandigheden, en sociale zekerheid eninclusie. Daarnaast zijn de drie EU-kerndoelen voor 2030 op het gebiedvan werkgelegenheid, deelname aan opleiding en de bestrijding vanarmoede, opgenomen in het JER.Nederland presteert, net als voorgaande jaren, goed op de indicatoren.Bijvoorbeeld op het gebied van werkgelegenheid en (jeugd)werkloosheid.Op het gebied van vaardigheden presteert Nederland goed, hoewel dealgemene basisvaardigheden van met name studenten uit kwetsbaregroepen zijn verslechterd. Het bij- en omscholen van bepaalde groepen(zoals laaggeschoolden, mensen met flexibele of tijdelijke contracten,mensen met een migratieachtergrond en mensen met een beperking)blijft belangrijk. De sociale situatie in Nederland is over het algemeengoed. Het aandeel van de bevolking dat risico loopt op armoede of socialeuitsluiting bleef stabiel en behoort tot de laagste in de EU, hoewel er weluitdagingen blijven bestaan voor specifieke groepen, zoals mensen meteen beperking of mensen met een migratieachtergrond, in het bijzonderkinderen. Net als vorig jaar behoeft Nederland geen vervolganalyse zoalsvoorzien in het Sociale Convergentie Raamwerk.Het kabinet kan zich goed vinden in de voorgestelde hoofdboodschappen.Ik heb hier dan ook mee ingestemd namens Nederland. Het kabinetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8196 herkent de aandachtspunten van de Commissie voor wat betreft hettegengaan van armoede, in het bijzonder voor kinderen. In het NationaalProgramma Armoede en Schulden is expliciet aandacht voor kinderen enjongeren en werkt SZW met vier andere departementen (BZK, JenV, OCWen VWS) aan een overheidsbrede aanpak rond gezinnen in een kwetsbarepositie met kinderen in de leeftijd van -1 tot en met 27 jaar.9 Daarnaastdeelt het kabinet het belang van een wendbare en concurrerendearbeidsmarktwaarin mensen zich een leven lang blijven ontwikkelen om arbeidsmarkt-krapte tegente gaan en de groene, digitale en demografische transities te realiseren.Agendapunt: Raadsconclusies gezamenlijk werkgelegenheids-rapportDe Raad nam Raadsconclusies over het gezamenlijk werkgelegenheids-rapport (Joint Employment Report, JER) aan.De Raadsconclusies onderstrepen de hoofdboodschappen van het JERzoals hierboven omschreven en roepen op tot het nemen van specifiekeacties op onder meer het gebied van innovatie, menselijk kapitaal, socialezekerheid en huisvesting. De stagnatie van de arbeidsproductiviteit vormteen uitdaging voor de concurrentiekracht en de economische groei op delange termijn in de EU. De Raadsconclusies roepen op tot het versterkenvan innovatie, onder meer door de kwaliteit van banen te bevorderen enhet menselijk kapitaal van Europa te versterken.Ook merken de Raadsconclusies op dat het gebrek aan basis- en digitalevaardigheden een grote barrière vormt voor zowel sociale mobiliteit opindividueel niveau als productiviteit op macroniveau. Het tekort aanleraren in de STEM-vakken (science, technology, engineering, mathe-matics) komt daar nog bovenop. De gepubliceerde Raadsaanbevelingover menselijk kapitaal (zie boven) is gericht op het aanpakken van hetaanhoudend tekort aan arbeidskrachten en vaardigheden. Daarnaastroepen de Raadsconclusies op tot gelijke toegang tot sociale zekerheid,met name voor werknemers die geen vast contract hebben. Demogra-fische trends zetten socialezekerheidsstelsels onder druk, met namepensioenen, maar ook de gezondheidszorg. Verder blijft de betaalbaarheidvan woningen een dringende uitdaging in de Unie, en vertoont dedakloosheid in verschillende lidstaten een stijgende trend.Het kabinet kan zich vinden in de geschetste uitdagingen en prioriteiten inde Raadsconclusies over het JER 2026 en ik heb daarom namensNederland ingestemd met de Raadsconclusies. Het kabinet onderschrijftde belangrijke rol van vaardigheden en menselijk kapitaal voor hetconcurrentievermogen en de sociale veerkracht van de EU. Het kabinetonderschrijft dan ook het belang van het versterken van vaardigheden enhet bevorderen van de ontwikkeling van een goed opgeleide en flexibeleberoepsbevolking, zowel in strategische sectoren als in het brederemaatschappelijke en economische domein. Daarnaast ziet het kabinet deverhoging van de arbeidsparticipatie, in het bijzonder die van ouderen, alseen belangrijk onderdeel in de aanpak van de uitdagingen van vergrijzingen arbeidsmarktkrapte. Ook in Nederland is er een grote groep daklozemensen. Met het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis(2022–2030) wordt ingezet op een omslag van opvang naar passendehuisvesting met begeleiding en het versterken van de financiële bestaans-zekerheid om dakloosheid te voorkomen en duurzaam op te lossen.9Kamerstukken II, 2025/26, 24 515, nr. 799.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8197 Agendapunt: bekrachtiging hoofdboodschappen van het Werkge-legenheidscomité over de implementatie van de JongerengarantieDe Raad nam hoofdboodschappen van het Werkgelegenheidscomité overde implementatie van de Jongerengarantie aan.Het Werkgelegenheidscomité (Employment Committee, EMCO) heeft alstaak de vooruitgang te monitoren inzake de versterkte Jongerengarantie.In 2013 is de Jongerengarantie in het leven geroepen middels eenRaadsaanbeveling. Deze is in 2020 vervangen door een versterktejongerengarantie. De evaluatie in 2025 richtte zich op structureleuitdagingen die de duurzame integratie van jongeren die niet werken,onderwijs of een opleiding volgen (not in employment, education ortraining, NEETs) belemmeren. Alle lidstaten hebben vooruitgang geboektbij het uitvoeren van de versterkte Jongerengarantie, hoewel dit beeld ookdeels verklaard wordt door demografische ontwikkelingen. Door eendalend aandeel jongeren onder de bevolking, daalt ook het aantal NEETs.Tegelijkertijd stijgt het aandeel inactieve NEETs, wat aantoont dat er nogveel onbenut potentieel is.Belangrijke uitdagingen voor de Jongerengarantie blijven een mismatchvan vaardigheden, gezondheidsproblemen (met name mentalegezondheid), en socio-economische en persoonlijke barrières. Er zijn danook verdere inspanningen nodig. Dit omvat bijvoorbeeld betere coördi-natie tussen de verschillende betrokken organisaties, het verbeteren vande gegevensuitwisselingen en het integreren van diensten.Ik heb namens Nederland ingestemd met de hoofdboodschappen. Deversterkte Jongerengarantie draagt eraan bij dat de ondersteuning vanjongeren in de EU-lidstaten op de agenda blijft en houdt tegelijkertijdrekening met de nationale, regionale en lokale omstandigheden inlidstaten. Nederland kent het laagste NEETs cijfer en na Duitsland hetlaagste jeugdwerkloosheidcijfer in Europa. De nationale decentraleaanpak van het sociale domein wordt in dit kader door de EuropeseCommissie verwelkomd.W.v.t.t.k.-punt: Onrechtmatige detachering van derdelanderwerk-nemersNederland heeft tezamen met België, Bulgarije, Duitsland, Italië, Letland,Luxemburg en Oostenrijk het Cypriotisch voorzitterschap verzocht omonder het agendapunt «overige onderwerpen» kort stil te staan bij deonrechtmatige detachering van derdelanderwerknemers.Tijdens mijn interventie heb ik mede namens bovengenoemde lidstatenaandacht gevraagd voor eerlijke arbeidsmobiliteit en concurrentie binnende EU. Ik heb de Commissie opgeroepen tot een ambitieuze uitwerkingvan het Fair Labour Mobility Package, dat naar verwachting in het derdekwartaal van dit jaar wordt gepubliceerd. In het bijzonder heb ik gepleitvoor juridische verheldering van het wettelijk kader rondom dedetachering van derdelanderwerknemers. De jurisprudentie op dit terreinwordt nu verschillend geïnterpreteerd door lidstaten, wat zowel debescherming van derdelanderwerknemers tegen misbruik en uitbuitingals een gelijk speelveld tussen bedrijven ondermijnt. Duidelijke regels zijnbovendien noodzakelijk voor effectieve handhaving, waarbij de EuropeseArbeidsautoriteit een essentiële rol speelt.Overig: Coördinatieverordening socialezekerheidsstelsels(883/2004)Naar verwachting zal op 22 april a.s. een triloog plaatsvinden over deCoördinatieverordening socialezekerheidsstelsels. Het is nog onduidelijkof voorafgaand aan deze triloog een Coreper-vergadering zal wordeningepland. Zoals beschreven in de Geannoteerde Agenda heeft hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8198 Cypriotische voorzitterschap onlangs een eerste concept-wettekst onderdit voorzitterschap gedeeld. Op dit moment vinden bilaterale gesprekkenplaats tussen het voorzitterschap en lidstaten. Nederland benadrukt indeze gesprekken het belang van modernisering van de verordening en hetbelang van een evenwichtig werkloosheidshoofdstuk. Ook in bilateralegesprekken met mijn collega-ministers uit andere lidstaten en anderebetrokkenen heb ik hiervoor aandacht gevraagd. Uiteraard zal ik uwKamer informeren zodra zich nieuwe ontwikkelingen voordoen op ditdossier.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8199
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.