Onderzoek contractvormen en motieven van werkgevers en werknemers
Brontekst
Versie ce8376a6618a0c7d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 33 818Wijziging van verschillende wetten in verband met de hervorming van het ontslagrecht, wijziging van de rechtspositie van flexwerkers en wijziging van verschillende wetten in verband met het aanpassen van de Werkloosheidswet, het verruimen van de openstelling van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen en de beperking van de toegang tot de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Wet werk en zekerheid) Nr. 6 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 31 januari 2014 Hierbij zend ik uw Kamer ter informatie het onderzoek «Contractvormen en motieven van werkgevers en werknemers»1 dat door Ecorys is uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Uit het onderzoek blijkt dat het gebruik van contractvormen naar sector en naar grootteklasse varieert. Zo maken de bouw- en mediasector relatief veel gebruik van zzp’ers, terwijl in de zorg vaker met tijdelijke contracten wordt gewerkt. In de agrarische sector en vervoerssector komt uitzend-werk veel voor. Het zijn met name grote bedrijven waar vaker met flexibel personeel (uitzendkrachten, zzp’ers en detacheringen) wordt gewerkt. Het onderzoek laat zien dat de afgelopen twee jaar in alle sectoren bij nieuwe arbeidscontracten relatief veel gebruik is gemaakt van flexibele contract-vormen. Daarbij is de variatie in gebruikte flexvormen toegenomen. Ook geeft ongeveer de helft van de bedrijven aan in de komende twee jaar meer flexibele contracten te gaan hanteren. Werknemers hebben in overgrote meerderheid een voorkeur voor een vast dienstverband. Voor zzp’ers speelt dit veel minder, hoewel ook zij aangeven belang te hebben bij een continue relatie met hun opdracht-gevers. Uit het onderzoek blijkt dat de keuze voor een flexibel contract voor veel werknemers een noodgedwongen keuze is: men zoekt eigenlijk vast werk. Nadere analyse laat zien dat personen met vast werk meer 1Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer kst-33818-6ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 818, nr. 61 tevreden zijn over hun werk en over hun contractvorm dan anderen. Een opvallend sterke positieve relatie blijkt te bestaan tussen het aanbieden door de werkgever van cursus- of scholingsmogelijkheden en de tevre-denheid van werknemers. Deze mogelijkheden zijn vooral beschikbaar voor mensen met vaste contracten en minder voor mensen met andere contractvormen. Dit geldt ook voor andere personeelsinstrumenten. Het Wetsvoorstel Werk en Zekerheid sluit goed aan bij de uitkomsten van het onderzoek. Het wetsvoorstel bevat maatregelen om werknemers met flexibele contracten meer zekerheid te bieden en eerder door te laten stromen naar een vast contract. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. AsscherTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 818, nr. 62
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.