KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang Verbeteren en Verbreden van de Toets op het Basispakket

12 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie bb74f02a7a812bd7 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 689Herziening ZorgstelselNr. 1296 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 12 juni 2025«Het is van belang dat bewezen effectieve zorg voor iedereen beschikbaaris. Zorg die niet effectief is hoort niet in het basispakket thuis en moet danook uit het pakket stromen».Met deze afspraak uit het Regeerprogramma1 geef ik uitwerking aan deafspraak uit het Hoofdlijnenakkoord 2024–20282 over het doorlichten vande zorg op bewezen niet-effectiviteit en noodzakelijkheid om onnodigezorg te voorkomen. Op deze manier draagt ook pakketbeheer bij aan hettoegankelijk houden van de zorg, nu en in de toekomst en aan eengelijkwaardigere toegang tot zorg.Pakketbeheer gaat over de vraag welke zorg wel of niet vergoed wordt uithet basispakket en dus verzekerd is voor patiënten. Het is daarmee eenessentieel instrument dat kan bijdragen aan een gelijkwaardigere toegangtot zorg.Het VWS-programma Verbeteren en verbreden van de toets op hetbasispakket (VVTB) heeft als doel om met pakketbeheer bij te dragen aande beweging naar passende zorg voor élke patiënt. Want hoe je het ookwendt of keert; de zorgvraag groeit en blijft voorlopig groeien. Dit wordtnog versterkt door een forse verlaging van het eigen risico dat ik vanafjanuari 2027 introduceer. Daarom is het des te belangrijker dat we debeschikbare mensen en middelen in de zorg passend inzetten en alleenzorg vergoeden die werkt, betaalbaar en duurzaam is. VVTB draagtdaaraan bij.1Regeerprogramma – Uitwerking van het Hoofdlijnenakkoord door het kabinet (13 september2024)2HOOP, LEF en TROTS – Hoofdlijnenakkoord 2024–2028 van PVV, VVD, NSC en BBB (16 mei2024) kst-29689-1296ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12961 De verbeterde en bredere toepassing van pakketbeheer voer ik uit langsde pijlers «verbreden», «verbeteren» en «kennis en inzicht». Verbreden(H1) houdt in dat álle vormen van zorg vanuit de Zorgverzekeringswet(Zvw) worden getoetst en dat elke partij daar een rol in heeft. Verbeteren(H2) richt zich op de spelregels om scherpere keuzes te maken over welkezorg wel of niet wordt vergoed vanuit het basispakket op grond van(nieuwe) pakketcriteria. Kennis en inzicht (H3) is gericht op het ontwik-kelen van kennis over zorg waarvan de pakketwaardigheid nog onvol-doende duidelijk is.Acties en resultaten VVTBPakketbeheer vindt vooral in de praktijk plaats. Daarom is het belangrijkdat veldpartijen en de overheid hun verantwoordelijkheid nemen. Om henhierbij te helpen, heb ik met het programma VVTB de volgende actiesuitgezet.1.Duidelijke spelregels opstellen voor de verschillende zorgsectoren,zodat zij weten wat hun verantwoordelijkheden zijn en daar ook naarkunnen handelen (zie H2 Verbeteren);2.Afspraken maken met partijen om met de maatschappelijk belangrijk-ste onderwerpen aan de slag te gaan (zie H1 Verbreden).3.Afspraken maken met partijen over de verdeling van taken enverantwoordelijkheden in pakketbeheer (zie H1 Verbreden).4.Onderzoek stimuleren via het Kaderprogramma Passende Zorg. Ditprogramma helpt zorgpartijen om te onderzoeken welke zorg effectiefis en welke niet – en dus uit het basispakket kan (zie H3 Kennis eninzicht).Met deze brief informeer ik u over de mijlpalen en resultaten die sinds deKamerbrief van juni 20243 met de betrokken partijen zijn behaald.Daarnaast ga ik in op de acties voor komende periode.1. VERBREDEN Ieder in zijn krachtPakketbeheer is een verantwoordelijkheid van veldpartijen en de overheidsámen. We moeten samen werken aan gelijkwaardigere toegang tot zorg.Uiteindelijk heeft iedereen baat bij het voorkomen van niet-effectieve endus overbodige zorg. Daarom is het belangrijk dat we weten welke zorgook echt wérkt, zodat we de juiste keuzes kunnen maken bij het wel of nietvergoeden van zorg.Daarom zet ik in op het vaker toetsen van zorg in de volle breedte, dusvoor álle vormen van zorg. Mijn voorgangers hebben u geïnformeerd overde voorbereidende stappen. Ik heb nu concrete afspraken gemaakt methet zorgveld en acties in gang gezet, in lijn met het hoofdlijnenakkoord.Het doel is om zorgpartijen in beweging te krijgen, zodat ze actief hunverantwoordelijkheden oppakken en bijdragen aan effectieve zorg dievoor iedereen beschikbaar is. Daarnaast pakt Zorginstituut Nederland(hierna het Zorginstituut) nog explicieter zijn verantwoordelijkheid doorvaker zorg te duiden en zich daarbij te richten op onderwerpen diebelangrijk zijn voor de samenleving. Hierna bespreek ik deze punten.3Kamerstukken II 2023/24, 29 689, nr. 1253Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12962 1.1 Rollen en verantwoordelijkheden In genoemde VVTB-brief van juni 2024 is een schema gepresenteerdwaarin staat hoe de verschillende zorgpartijen kunnen bijdragen aanpassende en verzekerde zorg. Dit schema blijft de basis voor het makenvan afspraken die ieders rol en verantwoordelijkheid in pakketbeheerversterken.De afgelopen periode hebben we goede stappen gezet. Uit gesprekkenmet (koepels van) stakeholders bleek zo’n anderhalf jaar geleden dat langniet alle partijen zagen dat ze een rol hebben bij pakketbeheer. Bovendienwas er veel onduidelijkheid over (omgaan met) de stand van de weten-schap en praktijk (SWP) in de praktijk. Inmiddels begrijpen partijen veelbeter wat pakketbeheer is en welke rol ze daarbij hebben. Ze zijn ookbereid om hier invulling aan te geven. De afgelopen periode heb ikverschillende acties in gang gezet. De eerste twee werk ik hierna uit. Delaatste acties komen terug in hoofdstuk 2 en 3.1.Ik heb met de IZA-partijen afspraken gemaakt over hoe ze in de praktijkvorm kunnen geven aan hun rollen en verantwoordelijkheden inpakketbeheer.2.Ik heb afspraken gemaakt om ervoor te zorgen dat we werken aan demaatschappelijk belangrijkste onderwerpen4.3.Het maken en invoeren van heldere spelregels voor de zorgsectoren,zodat zij weten hoe ze hun verantwoordelijkheden concreet moeteninvullen (zie H2).4.Onderzoek stimuleren via het Kaderprogramma Passende Zorg5. Dithelpt zorgpartijen bij het beoordelen van de pakketwaardigheid van4Maatschappelijk agenderingskader - Het agenderen van impactvolle onderwerpen voorpakketbeheer (12 februari 2025) via de website van het Zorginstituut.5Kaderprogramma Passende Zorg 2024–2028 (ZonMw) via de website van ZonMwTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12963 zorg zodat duidelijk wordt welke zorg wel of niet effectief is en we duswel of niet moeten vergoeden (zie H3).5.Speciale focus op sectoren buiten de medisch-specialistische zorg,omdat zij zich in een fase bevinden waarin extra stappen nodig zijn inpakketbeheer.Ad 1. Afspraken over rollen en verantwoordelijkhedenIk heb met de IZA-partijen – via de werkgroep Beter pakketbeheer –afspraken gemaakt over hoe ze in de praktijk vorm kunnen geven aan wiewelke rollen en verantwoordelijkheden heeft. Een voorbeeld is wie erkeuzes maakt in gevallen van schaarste (zie bijlage I voor het advies).Ik vind het waardevol dat ik deze afspraken heb gemaakt met deIZA-partijen. Dit helpt om de zorg toegankelijk te houden. Het is mooi enbelangrijk dat partijen zelf actie ondernemen om deze adviezen uit tewerken en concrete stappen te zetten. Dit draagt direct bij aan tweebelangrijke doelen: gelijkwaardige toegankelijkheid van zorg en minderschaarste. In het tweede en derde kwartaal van dit jaar komen deIZA-partijen met plannen voor de eerste adviezen.In de uitwerking van de adviezen vind ik het belangrijk dat we demaatschappelijke opgaven vooropstellen en kijken hoe we hier het besteaan bij kunnen dragen. Daarbij betrekken we ook het perspectief vanburgers. Daarom beoog ik afspraken te maken over hoe professionelerichtlijnen bijdragen aan passende zorg en de transitiedoelen. Dit sluitnauw aan bij deze adviezen. Daarnaast heb ik het Zorginstituut gevraagdom te verkennen hoe een escalatiestructuur -van veld en overheid- voorkeuzes bij schaarste eruit kan zien en welke partij daarin welke taak heeft.Ad. 2. Maatschappelijk belangrijkste onderwerpenIk vind het belangrijk dat het Zorginstituut en veldpartijen onderwerpenonderzoeken die veel impact hebben op de maatschappelijke opgaven,waaronder het toegankelijk houden van de zorg.Hierin heeft het Zorginstituut, samen met betrokken partijen, eenbelangrijke stap gezet door een maatschappelijk agenderingskader tepubliceren, zoals afgesproken in het IZA. Dit kader is de basis voor hetZorginstituut en veldpartijen, zoals zorgverleners, zorgverzekeraars enwetenschappelijke verenigingen, bij het bepalen welke zorg in aanmerkingmoet komen voor onderzoek, beoordeling en advies of implementatie.Deze onderwerpen komen dan ook op de Pakketagenda 2026–2028.In alle Zvw-sectoren moeten we aan de slag met de belangrijksteonderwerpen. Partijen -uit alle sectoren- hebben een eerste selectie vanonderwerpen gemaakt. Deze onderwerpen worden nu verder uitgewerkt.Ook voor dit kader vind ik het belangrijk dat de focus ligt op demaatschappelijke opgaven. Dat betekent dat de eerdergenoemdeafspraken over richtlijnen ook hiervoor gelden en dat de instrumenten vanhet Zorginstituut (pakketbeheer en kwaliteitsbeleid), goed aan elkaargekoppeld zijn.1.2 (Extra) duidingen door het Zorginstituut Het Zorginstituut heeft de belangrijke rol om in ultimo uitleg te geven overwelke zorg in het basispakket hoort. Zo kan het Zorginstituut 1) zorgduiden op basis van de stand van wetenschap en praktijk (SWP, ofwel hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12964 pakketcriterium effectiviteit), of 2) advies uitbrengen over de anderepakketcriteria (kosteneffectiviteit, noodzakelijkheid en uitvoerbaarheid).Het Zorginstituut kijkt breder naar het basispakket en beoordeelt nu állevormen van zorg en niet meer vooral dure geneesmiddelen, zoalsvoorheen. Het is immers in elke zorgsector belangrijk dat personeel enmiddelen worden ingezet voor zorg die echt werkt. Het Zorginstituut heeftbijvoorbeeld het standpunt over het «verkennend gesprek» uitgebracht:via dit gesprek bepalen hulpverleners uit het sociaal domein en degeestelijke gezondheidszorg samen de hulpvraag van mensen die naastpsychische klachten ook andere problemen hebben, zoals eenzaamheid ofschulden6. Het Zorginstituut heeft vastgesteld dat deze zorg effectief is,waardoor de kosten vergoed kunnen worden uit het basispakket.Ik heb het Zorginstituut opdracht gegeven om in alle sectoren vaker teonderzoeken welke zorg wel of niet in het basispakket hoort. Hetmaatschappelijk agenderingskader en de pakketagenda zijn hiervoor debasis. Samen met het Zorginstituut zal ik in IZA-verband de partijenaanspreken op hun verantwoordelijkheid hierin. Zorgverleners enzorgverzekeraars zien in hun dagelijkse werk welke (impactvolle) zorgmogelijk niet pakketwaardig is. Ik stimuleer hen dan ook om onderwerpenaan te dragen voor onderzoek, als zij vermoeden dat een bepaald typezorg voor een patiëntengroep niet effectief is. Zo houden we de zorgsamen houdbaar.2. VERBETEREN Heldere spelregelsVan zorgverzekeraars en zorgkantoren, zorgverleners, zorgaanbieders,patiënten en cliënten en de overheid verwachten we dat ze bepalen ofzorg noodzakelijk, effectief en doelmatig is. Het is belangrijk dat partijenweten wat er van hen verwacht wordt zodat zij hun taken goed uit kunnenvoeren. Dat vraagt om heldere spelregels, als onderdeel van een beterpakketbeheer.In eerdere Kamerbrieven7 hebben mijn voorgangers aangegeven welkestappen ze hiervoor genomen hebben. Ik zet nu een stap voorwaarts omzorgpartijen verder te ondersteunen.1.het Zorginstituut actualiseert de afwegingskaders van de pakketcriteriaeffectiviteit, kosteneffectiviteit, noodzakelijkheid en uitvoerbaarheid enontwikkelt een afwegingskader dat de samenhang tussen allepakketcriteria verduidelijkt; het integraal afwegingskader. Daarnaastpubliceert het Zorginstituut (sector)specifieke handleidingen voor(zorg)professionals hoe zij de effectiviteit van een behandeling (standvan de wetenschap en praktijk) kunnen beoordelen;2.het Zorginstituut heeft onderzocht hoe arbeidsinzet en ecologischeduurzaamheid een plek kunnen krijgen als mogelijke nieuwe criteria inhet pakketbeheer;3.ik ben aan het onderzoeken of en hoe ik wet- en regelgeving rondompakketbeheer kan verstevigen.Ik ga in de volgende paragrafen in op de mijlpalen en resultaten van dezedrie onderdelen.6Standpunt - Verkennend gesprek | Standpunt | Zorginstituut Nederland7Kamerstukken II 2022/23, 29 689, nr. 1174, nr. 1194, nr. 1200 en nr. 1253.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12965 2.1 Activiteiten Zorginstituut Om zorgpartijen te helpen bij het uitvoeren van haar taken, heb ik hetZorginstituut gevraagd om verschillende producten te ontwikkelen.2.1.1 Kaders en (sector)specifieke handleidingen Beoordelingskader kosteneffectiviteitKosteneffectiviteit richt zich op de vraag of we als samenleving waarkrijgen voor ons geld. Dit doen we door te kijken naar de verhoudingtussen het effect van een behandeling en de kosten ervan. In november2024 publiceerde het Zorginstituut een actualisatie van het beoordelings-kader Kosteneffectiviteit8 in de praktijk uit 2015. Dit kader verduidelijkt hoehet Zorginstituut kosteneffectiviteit meeweegt bij het adviseren over zorgvoor de toelating tot het basispakket. Het geeft partijen ook richting bij hetmaken van keuzes over zorginzet, bijvoorbeeld door in richtlijnen eenbehandeling die even effectief maar goedkoper is, aan te bevelen en eenonnodig dure behandeling te schrappen. Het nieuwe kader geeft eencompleter beeld van de gegevens die van belang zijn om te bepalen ofzorg kosteneffectiviteit is. Dit helpt zorgpartijen om nog betere keuzes temaken over hoe verzekerde zorg wordt ingezet.Ook is er in het kader veel aandacht voor hoe kosteneffectiviteit in detoekomst een belangrijkere rol kan krijgen bij de uitvoering van pakket-beheer. Het beoordelingskader biedt zorgverzekeraars, richtlijnopstellersen zorgaanbieders een eerste handvat voor toepassing in de praktijk. Ikvind het belangrijk dat kosteneffectiviteit een plek krijgt in de praktijk vanhet pakketbeheer. Daarom stimuleer ik onderzoek hiernaar en stel ikfinanciële middelen beschikbaar via het kaderprogramma Passende Zorg(zie H3).Handleidingen per zorgsectorHet is belangrijk dat alle partijen in de zorg weten hoe zorg getoetst wordtop effectiviteit, wat zij daar zelf in (moeten) doen en welke informatiedaarvoor nodig is. Per thema of sector zijn er (accent)verschillen in watdaarin centraal moet staan. Daarom heeft het Zorginstituut de opdrachtgekregen om per sector maatwerk te leveren met haar producten zodatelke sector hier specifiek mee aan de slag kan. Naast actualisering enverduidelijking van de afwegingskaders ontwikkelt het Zorginstituut dekomende jaren elk jaar twee sectorspecifieke handleidingen. Het is debedoeling dat partijen hiermee het kader Beoordeling Stand van deWetenschap en Praktijk 2023 (beter) kunnen toepassen bij hun eigeneffectiviteitsbeoordelingen.Ik vind deze handleidingen ook belangrijk omdat ik in het traject «HerijkenKwaliteitstaken Zorginstituut»9 het Zorginstituut gevraagd heb mij teadviseren hoe de stand van de wetenschap en praktijk een belangrijkererol kan krijgen in de (ontwikkeling van) richtlijnen. Ik ben van plan om ditcriterium als voorwaarde mee te nemen.8Het beoordelingskader kosteneffectiviteit is het derde afwegingskader dat het Zorginstituutgeactualiseerd heeft. In 2023 heeft het Zorginstituut de kaders voor de pakketcriteria stand vande wetenschap en praktijk (SWP) en noodzakelijk te verzekeren zorg uitgebracht. Hierover bentu in eerdere brieven geïnformeerd.9In het project »Herijking kwaliteitstaken» onderzoekt het Zorginstituut hoe ze haar taken op hetgebied van kwaliteit van zorg nog beter kan inzetten om de zorg in Nederland nog beter temaken. Samen met VWS werkt het Zorginstituut aan een advies hoe we de kwaliteitstaken vanhet Zorginstituut beter laten aansluiten bij passende zorg en wat patiënten nodig hebben.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12966 Handleiding digitale en hybride zorgIn april van dit jaar publiceerde het Zorginstituut de handleiding Beoor-deling digitale en hybride zorg10. Deze handleiding ondersteunt mijnbeleid voor passende inzet van digitale en hybride zorg en sluit aan bij deafspraken uit het IZA («zelf, thuis, digitaal als het kan»).In deze handleiding legt het Zorginstituut uit hoe zorgaanbieders,zorgverzekeraars en ontwikkelaars van digitale zorg kunnen bepalen ofdigitale en hybride zorg in het basispakket hoort of dat er aanvullendbewijs nodig is. Aan de hand van een duidelijke uitleg en concretevoorbeelden maakt het Zorginstituut helder wat wordt verstaan onderdigitale en hybride zorg. De handleiding gaat over zorg die verzekerd isvia de Zvw of Wlz. Dat betekent dat digitale of hybride ondersteuning(zoals communicatie, informatievoorziening, administratie of logistiek) endigitale vormen van publieke gezondheid en preventie er niet bij horen.Deze handleiding draagt bij aan de ambities en afspraken die partijenhebben gemaakt in het IZA en aan de ambities van het regeerprogramma.Deze afspraken worden ondersteund door een flink aantal andereafspraken om digitale en hybride zorg op te schalen in en tussen sectoren,en vast onderdeel te maken van processen voor zorg en ondersteuning.Eén van die afspraken is Digizo.nu11, een initiatief van de IZA-partijen vooreen programma dat zich richt op het breed opschalen van digitale enhybride zorgprocessen die écht waarde toevoegen voor zorgverleners enpatiënten en cliënten en dat ik financieel ondersteun.Nog te verwachten kaders en handleidingenHet Zorginstituut levert deze zomer nog twee afwegingskaders op; hetafwegingskader uitvoerbaarheid en het integraal afwegingskader. Ditlaatste is een belangrijk sluitstuk, want daarmee geeft het Zorginstituutinzicht in de integrale afweging van álle pakketcriteria. Om zorgpartijenverder te ondersteunen bij hun rol bij pakketbeheer, werkt het Zorgin-stituut de komende tijd ook aan een handleiding paramedische zorg12 eneen visie op het gebruik van real world data in pakketbeheer13. Voor deggz wordt mede op basis van de afspraken die ik beoog te maken bekekenhoe het Zorginstituut deze sector kan ondersteunen.Een voorbeeld van digitale zorg waardoor minder personeelnodig isEen goed voorbeeld van Digizo is de positieve beoordeling vandigitale EMDR. EMDR is een therapie voor mensen met posttrauma-tische stressstoornis (PTSS) en angststoornissen. Deze therapie kanook online worden gegeven. Zorgaanbieders en verzekeraarssteunen, op basis van onderzoek, dat digitale EMDR net zo veilig isals een face-to-face-behandeling.10Handleiding - Beoordeling digitale en hybride zorg (Zorginstituut Nederland, 31 maart 2025)11Meer informatie is te vinden op de website van Digizo12Kamerstukken II 2024/25, 31 765, nr. 916.13Real-world data zijn gegevens over de gezondheid van een patient en/of de zorgverlening dieniet worden verzameld in conventionele gerandomiseerde gecontroleerde studies (RCT’s),maar uit de «echte wereld». Denk aan gegevens uit elektronische patiëntendossiers,wearables, medische declaraties, enquêtes en registers.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12967 Als de therapie passend wordt ingezet, kan de behandeling voor decliënt korter duren en hebben zorgverleners minder tijd nodig perbehandeling. Dit is goed voor iedereen en helpt om zorg toeganke-lijker te maken.2.2. Arbeidsinzet en ecologische duurzaamheid in hetpakketbeheer Pakketbeheer kan helpen bij het oplossen van maatschappelijke ontwikke-lingen die de zorg onder druk zetten. De drie grootste uitdagingen zijnmomenteel een groeiende zorgvraag, een tekort aan personeel enklimaatverandering. Om hieraan bij te dragen, heb ik het Zorginstituutgevraagd te onderzoeken hoe arbeidsinzet en ecologische duurzaamheidals pakketcriteria kunnen worden ingezet om te toetsen of zorg wel of nietmoet worden vergoed uit het basispakket. In april van dit jaar heeft deonderzoekscommissie, onder leiding van emeritus-hoogleraar prof. dr.Johan Mackenbach, advies gegeven.AdviesDe commissie adviseert om te kijken naar arbeidsinzet en duurzaamheidbij het beslissen welke zorg wordt vergoed uit het basispakket. Door eentekort aan personeel is het belangrijk dat we zorg(processen) zo inrichten,dat er minder mensen nodig zijn voor dezelfde kwaliteit van zorg.Daarnaast moeten we zorg niet alleen beoordelen op effectiviteit en/ofkosten, maar ook op de benodigde inzet van zorgprofessionals. Ookmoeten we slimmer en zuiniger omgaan met materialen, om verspillingen vervuiling te voorkomen. Ik voeg het advies als bijlage bij deze brief(zie bijlage II).Ook stelt de commissie dat er, naast pakketbeheer, ook andere instru-menten nodig zijn, zoals zorginkoop en professionele richtlijnen. Decommissie roept zorgpartijen op om hiermee aan de slag te gaan. Datsteun ik van harte, want het past bij de afspraken die ik wil maken,bijvoorbeeld over hoe medische technologie werk bespaart en richtlijnendie bijdragen aan passende zorg voor elke patiënt en cliënt.VervolgGezien het grote maatschappelijk belang ga ik snel aan de slag met dezetwee nieuwe mogelijke pakketcriteria om kennis en ervaring daarmee opte doen. Deze kennis en ervaring zijn nodig om te bepalen in hoeverrearbeidsinzet en duurzaamheid (definitief) meegewogen kunnen wordenals pakketcriteria. Zorgpartijen willen samen aan deze opgaven werken. Zezien deze opgaven in de praktijk vaak al als prioriteit14 en dat geldt ookvoor patiënten; ook zij zijn bereid hun bijdrage te leveren, ook aanduurzaamheid.15Parallel aan dit traject gaat het Zorginstituut mij adviseren over hetherijken van de kwaliteitstaken. Ik vraag het Zorginstituut om bij deuitwerking ook uitdrukkelijk te kijken hoe de resultaten ook gebruiktkunnen worden in richtlijnen van partijen of kwaliteitsstandaarden. Ditsluit aan op de afspraken die ik met partijen beoog te maken. Daarnaastheb ik ZonMw opdracht gegeven om ruimte vrij te maken in het Kaderpro-14Er zijn ruim 568 ondertekenaars van de Green Deal Duurzame Zorg 3.0 tot nu toe, waaronderindividuele zorgorganisaties, brancheorganisaties, beroepsverenigingen/wetenschappelijkeverenigingen, van de eerstelijn tot en met de derde lijn.15Patiëntenfederatie 2024 Onderzoek Verduurzaming van zorg; Nivel 2022Deel zorggebruikerszegt klimaatimpact te willen meewegen bij zorgkeuze. | NivelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12968 gramma Passende Zorg, zodat waar nodig meteen gestart kan wordenmet relevant onderzoek.Effectiviteit in relatie tot arbeidsinzet en duurzaamheidDe commissie benadrukt dat de maatschappelijke opgaven rondomarbeidsinzet en duurzaamheid zo groot zijn dat ze (soms) belangrijker zijndan effectiviteit. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als een nieuwe behan-deling beter werkt dan een bestaande, maar veel meer zorgpersoneelnodig heeft of veel minder duurzaam is. Ik vind dit een interessanteoverweging, juist omdat de effectiviteit van zorg altijd centraal gestaanheeft. Deze overweging sluit aan op de uitkomsten uit mijn onderzoeknaar het verstevigen van de wet- en regelgeving (zie paragraaf 2.3) en ikwil deze oproep van de commissie betrekken bij het verdere onderzoek.Twee voorbeelden van minder arbeidsintensieve zorg, dieook duurzamer is1. Hoe het katheterbeleid van Thebe elk jaar 300.000zorguren kan besparenThebe thuiszorgorganisatie is gestopt met katheterspoelingen engestart met het later vervangen van opvangzakken. Deze aanpak leidtniet alleen tot een kostenbesparing, het levert zorgprofessionalsmeer zorgtijd op omdat ze minder vaak katheders hoeven teverwisselen. Ook heeft het bijgedragen aan het terugdringen vanplastic afval met ongeveer 75 procent. Voor patiënten leidt het totminder ongemak en bijwerkingen. Volgens Thebe kan een landelijkeuitrol van deze aanpak elk jaar 300.000 zorguren besparen.2. Minder infusen bij het Antonius ZiekenhuisIn het Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein wordt minder vaak deinfuus- en drukmeetsystemen vervangen bij patiënten met eencentraal veneuze katheter (elke zeven in plaats van elke drie dagen).Dit draagt bij aan werklastverlichting en duurzaamheid en resulteertuiteindelijk in minder onnodige zorg, zonder dat ten koste gaat vande kwaliteit van zorg voor de patiënt. In een jaar tijd werden 345infuus- en drukmeetsystemen, 17.250 euro aan materiaalkosten en258 verpleegkundige uren bespaard.2.3 Wet- en regelgeving In eerdergenoemde VVT-brief van juni 2024 is aangekondigd te onder-zoeken of en hoe ik wet- en regelgeving rond pakketbeheer kan verste-vigen zodat de wettelijk verantwoordelijke partijen, het Zorginstituut enVWS, hun rol beter kunnen uitvoeren. Er zijn toen drie sporen geschetstom verder te onderzoeken. Daar ben ik mee aan de slag gegaan.Daarnaast heb ik daar nog een vierde spoor aan toegevoegd, hetverbeteren van toezicht en handhaving. Dit zijn de sporen:1.het verder verankeren van de pakketcriteria en de bevoegdheden vande Minister;2.het stellen van aanvullende vergoedingsvoorwaarden, gericht oplevering van zorg;3.het sturen op onderzoek naar pakketwaardigheid van zorg;4.het verbeteren van toezicht en handhaving.Hier volgt een overzicht van de vier sporen en mijn visie daarop. Daarnavolgt een toelichting hierop, inclusief de bevindingen uit mijn onderzoeken welke vervolgstappen ik onderneem.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12969 1. Het verder verankeren van de pakketcriteria en de bevoegdheden vande Minister Ik heb het verankeren van de pakketcriteria kosteneffectiviteit, noodzake-lijkheid en uitvoerbaarheid en de (ministeriële) bevoegdheden onderzochtomdat het ertoe kan leiden dat er -voor het hele veld- nog meer duide-lijkheid komt welke zorg wel of niet tot het verzekerd pakket behoort. Opbasis van mijn onderzoek concludeer ik dat verankering in wet- enregelgeving te vroeg komt. In aanvulling op de lopende verduidelijkingvan de pakketcriteria (zie paragraaf 2.1), moeten eerst de huidigewettelijke vereisten (plegen te bieden en redelijkerwijs aangewezen op) bijpakketbeheer verder worden verduidelijkt om te bepalen hoe eeneventuele verankering vorm moet krijgen. Daarnaast heeft de commissieMackenbach geadviseerd om het effectiviteitscriterium (SWP) opnieuw tebekijken in het licht van de maatschappelijke opgaven (zie ookparagraaf 2.2).Voordat ik definitief besluit of verankering van de pakketcriteria zinvol is,ga ik dit samen met het Zorginstituut verder verduidelijken. Ik wil dituiterlijk begin 2026 gerealiseerd hebben. Het Zorginstituut is al begonnenmet het verduidelijken van een van de wettelijk vereisten, namelijk«plegen te bieden».2. Het stellen van aanvullende vergoedingsvoorwaarden voor het leverenvan zorg In de genoemde VVTB-brief van 2024 werd al geschreven dat de effecti-viteit van een behandeling afhankelijk kan zijn van de context waarin dezewordt geleverd, zoals de ervaring en vaardigheden van een behandelaar,de organisatie van zorg, indicatiecriteria of gepaste inzet. Daarom heb ikonderzocht of ik deze voorwaarden via wet- en regelging in het pakket-beheer kan effectueren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 129610 De conclusie is dat (minder ingrijpende) alternatieven verder onderzochtmoeten worden samen met de eventuele verankering van vergoedings-voorwaarden. Het gaat dan onder andere om contractering door zorgver-zekeraars en het meer sturen op richtlijnen. Zorgverzekeraars geven aandat zij vergelijkbare voorwaarden al in hun contracten verwerken waar ditmogelijk is. Zij geven aan dat ze niet altijd op de hoogte zijn van deadviezen van het Zorginstituut hierover. Ik bekijk samen met het Zorgin-stituut hoe de communicatie hierover verbeterd kan worden.3. Regie op het agenderen van onderzoek naar pakketwaardigheid vanzorg In hoofdstuk 3 ga ik uitgebreid in op onderzoek naar pakketwaardigheidvan zorg en introduceer ik een nieuw breed inzetbaar beleidskader:Vergoeding in Onderzoek.Op dit moment is hiervoor alleen een wettelijke grondslag van toepassingvoor de geneeskundige zorg, de farmaceutische zorg en de hulpmidde-lenzorg. De grondslag geldt dus niet voor zorg die valt onder andereaanspraken zoals de aanspraak op verpleging, verzorging en verblijf. In elkgeval voor de zorg die valt onder de aanspraak verpleging en verzorgingis het wenselijk om de grondslag te verbreden; onder deze aansprakenwordt veel zorg geleverd die bijvoorbeeld impact heeft op de inzet vanpersoneel of op kosten. Daarom werk ik dit verder uit in een wetsvoorstel.4. Het verbeteren van toezicht en handhaving (Aanpassing van) wet- en regelgeving heeft pas zin als de wettelijkebepalingen ook toegepast en nageleefd worden in de praktijk. Ik vind hetbelangrijk om samen met de toezichthouders te onderzoeken hoe meer enstrenger toezicht partijen kan stimuleren om alleen zorg te leveren dievoldoet aan de pakketcriteria.3. KENNIS & INZICHT Kennisontwikkeling als randvoorwaarde voor pakketbeheerWe kunnen zorg vaker en breder toetsen. Feit is dat van veel zorg uit hetbasispakket nog onvoldoende bekend is of die pakketwaardig is. Zo is hetregelmatig onzeker of zorg bewezen effectief is of er ontbreekt kennis overof de meerwaarde wel opweegt tegen de hoeveelheid personeel die nodigis om de zorg te kunnen leveren. Ik vind het daarom belangrijk dat we ditonderzoek doen en ons daarbij richten op de onderwerpen die voor depatiënt en de maatschappij het meest belangrijk zijn. De schaarste in dezorg vraagt dat we ons hierop richten. Daarom zet ik hier vol op in. Datvraagt een verandering van zowel veld- als overheidspartijen. Zo moet hetveld de maatschappelijk belangrijkste onderwerpen onderzoeken endaarbij inzetten op de instroom of uitstroom van het pakket. De overheidmoet onderzoek stimuleren en financieel steunen en actief sturen opimpactvol onderzoek als het veld dat niet zelf oppakt.Hier volgt een schema van het onderzoeksproces met een toelichtingdaarop.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 129611 3.1 Maatschappelijk belangrijkste onderwerpen onderzoeken Ik vind dat er tot nu toe onvoldoende onderzoek is uitgezet op demaatschappelijk meest relevante vragen. Te vaak richten onderzoeken zichnog op kleine onderwerpen die bovendien niet snel genoeg geïmplemen-teerd worden. Dit betekent dat er te weinig impact gemaakt wordt enbovendien wordt dan de schaarse onderzoekscapaciteit niet optimaalingezet.Maatschappelijk agenderingskaderIk vind het belangrijk dat het Zorginstituut en veldpartijen onderwerpenonderzoeken die veel impact hebben op de patiënt en de samenleving. Ditkan impact zijn op de inzet van mensen en middelen, maar ook op dekwaliteit van leven van de patiënt. Ik help het veld hierbij met eenmaatschappelijk agenderingskader. Zie ook paragraaf 1.1.De Cirkel van Gepast GebruikDe afgelopen jaren is in de medisch-specialistische zorg met onder-steuning van het programma Zorgevaluatie en Gepast Gebruik (ZE&GG)16gewerkt aan een werkwijze om sneller, impactvoller onderzoek te doen datbovendien sneller geïmplementeerd wordt. Dit is de zogenoemdewerkwijze van de Cirkel van Gepast Gebruik (CvGG).Omdat deze werkwijze een goede basis biedt om met en tussen partijenafspraken te maken is in het IZA afgesproken dat alle sectoren dezewerkwijze gaan toepassen. ZonMw brengt in kaart hoe de werkwijze vande CvGG kan worden verbreed naar sectoren buiten de medisch-specialistische zorg. ZE&GG heeft ter ondersteuning een voorlopigehandreiking gemaakt met de geleerde lessen en opgedane kennis over dewerkwijze binnen de medisch-specialistische zorg die ook andere sectoren16ZE&GG is een programma van alle betrokken partijen in de medisch-specialistische zorg. Hetdoel is dat elke patiënt in Nederland de bewezen beste zorg krijgt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 129612 kunnen gaan gebruiken. Hierbij worden geleerde lessen uit de medisch-specialistische zorg benut, zoals de Less is More-aanpak van deMDL-artsen (zie het kader hieronder).Less is more – voorbeeld van impactvol onderzoek énimplementatie door MDL-artsenZorgpartijen hebben een grote rol bij pakketbeheer. Een belangrijkdoel is om behandelingen die niet goed werken of waarvan deeffectiviteit onzeker is, af te bouwen. In de praktijk gebeurt dat vaakpas na tien tot vijftien jaar, terwijl de druk op de zorg ondertussenalleen maar toeneemt.De maag-darm-leverartsen (MDL-artsen) hebben hier hun verant-woordelijkheid genomen en gekozen voor een nieuwe aanpak: deLess is More-aanpak. Hierbij wordt er gestopt met zorg waarvoorgeen bewijs is dat deze effectief is. Zo zijn de MDL-artsen – op eenverantwoorde manier en met heldere afspraken – direct gestopt metcontroles bij patiënten met een laag-risico Barrettslokdarm. Zijhebben de richtlijn hierop aangepast en evalueren vervolgens of diteen goede beslissing was en de zorg voor deze indicatie in principeniet meer vergoed mag worden. Deze aanpak helpt om de druk opde zorg te verlichten, de wachtlijsten te verkorten en het draagt bijaan passende zorg voor patiënten (geen onnodige controles). Eenmooie mijlpaal waar de artsen terecht trots op kunnen zijn.Ook andere wetenschappelijke verenigingen zijn enthousiast overdeze Less is More-aanpak en verkennen samen met patiëntenorgani-saties welke onderwerpen zich hiervoor lenen. Vanaf het derde envierde kwartaal van dit jaar vinden er -met steun van ZE&GG- meerLess is more trajecten plaats.3.2 Onderzoek stimuleren Hiervoor beschreef ik dat ik het belangrijk vind dat we op een anderemanier onderzoek gaan doen, waarbij we ons alleen richten opmaatschappelijk relevante onderwerpen. Dat maak ik mogelijk met hetnieuwe Kaderprogramma Passende Zorg, dat op 9 april van dit jaargestart is. Ik wil met dit programma de basis leggen voor hoe we in detoekomst gericht, impactvol onderzoek doen. Partijen uit alle sectoren vande Zorgverzekeringswet (Zvw) kunnen hiermee kennis ontwikkelen dieervoor zorgt dat we effectieve zorg beschikbaar houden voor iedereen.Omdat ik het belangrijk vind dat de overheid zijn rol hierin pakt, blijf iknauw aangesloten en heb ik ZonMw en het Zorginstituut de opdrachtgegeven samen de focus op impact te bewaken door vooraf de juisterandvoorwaarden te stellen en met partijen mee te denken over hunonderzoeksvoorstel.InfrastructuurIn dit programma maak ik ook ruimte voor het opbouwen van onderzoeks-infrastructuur. In de meeste sectoren (met name buiten de medisch-specialistische zorg) is deze nog maar beperkt aanwezig. Omdat wezonder deze infrastructuur niet komen tot kennis over effectiviteit enpakketwaardigheid, moeten we hier nu ook op inzetten. Het gaatbijvoorbeeld om initiatieven die de onderzoekscapaciteit versterken of dieleiden tot structurele samenwerking tussen stakeholders binnen of tussende zorgsectoren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 129613 Met het kaderprogramma komt de komende vier jaar € 290 miljoenbeschikbaar voor onderzoek naar passende zorg. En dat is hard nodig. HetKaderprogramma Passende Zorg is de ruggengraat van VVTB. Het is déprikkel voor het veld om actief – veel actiever dan voorheen – onderzoekte initiëren en uit te voeren zodat duidelijk wordt welke zorg effectief is enzodat we niet-effectieve zorg uit het basispakket kunnen halen.Gelijkgerichtheid in (subsidieprogramma’s voor) onderzoekMet het Kaderprogramma Passende Zorg zet ik een belangrijke stap ommeer impact met de onderzoeksprogramma’s mogelijk te maken doordeze beter op elkaar aan te laten sluiten. Hierdoor ontstaat meersamenhang, zowel binnen een programma als tussen verschillendeprogramma’s. Bij de start van het kaderprogramma zijn (de activiteitenvan) de ZonMw-programma’s Health Technology Assessment-methodologie en Goed Gebruik Hulpmiddelenzorg Thuis hierin onderge-bracht. Dit gebeurt vanaf 2027 ook met het programma Doelmatigheids-Onderzoek. Dit betekent dat deze subsidieprogramma’s zich zoveelmogelijk richten op onderzoek met veel impact voor patiënt enmaatschappij, op basis van dezelfde heldere kaders en criteria.3.3 Sturen als onderzoek niet van de grond komt: beleidskaderVergoeding in Onderzoek Het initiatief voor onderzoek ligt bij het veld. Maar als onderzoek niet vande grond komt, wil ik hierop kunnen sturen, zeker als het gaat om zorgmet veel maatschappelijke impact. Onderzoek wordt hiermee meer gerichten minder vrijblijvend. Daarom werk ik een nieuw instrument uit; hetbeleidskader Vergoeding in Onderzoek.Vergoeding in Onderzoek is een belangrijke (laatste) schakel in deafspraak in het Hoofdlijnenakkoord om de cure en care door te lichten opniet-bewezen effectieve zorg. Het maakt het voor mij mogelijk om testuren dat onderzoek snel en goed uitgevoerd wordt. Nu gebeurt dat nog(te) vaak niet. Met Vergoeding in Onderzoek zorg ik ervoor dat ik in dezegevallen het onderzoek kan afdwingen. Dit doe ik door in deze gevallenmogelijk te maken dat de zorg alleen nog wordt vergoed als er onderzoekplaatsvindt. Deze voorwaardelijke vergoeding geldt voor de duur van hetonderzoek, maar niet langer dan nodig. Aan het einde van deze periodebekijken we het bewijs en beslissen we of de zorg vergoed kan blijven uithet basispakket of niet. Dit instrument is een ultimum remedium: hetwordt pas ingezet als het niet lukt om op andere wijze onderzoek doorpartijen in gang te laten zetten om de effectiviteit van zorg te toetsen. Ikwil Vergoeding in Onderzoek in het vierde kwartaal van dit jaar van startlaten gaan.Ik geef met dit instrument ook invulling aan de IZA-afspraak om hetmogelijk te maken dat zorg waarvan we nog niet zeker weten hoe effectiefof doelmatig die is, tijdelijk te vergoeden op voorwaarde dat er onder-tussen onderzoek naar deze zorg plaatsvindt.4. Langdurige zorg Ook voor de Wet langdurige zorg (Wlz) is het verlenen van passende zorghet uitgangspunt. Het verlenen van passende zorg is hierbij hetuitgangspunt. Bovendien moet de zorg bewezen effectief zijn. Daarbijmoeten we er rekening mee houden dat de zorgvraag binnen de Wlzanders is dan in de Zvw. In de Wlz gaat het met name in de gehandicap-tenzorg om mensen die levenslang en levensbreed zorg nodig hebben.Kwaliteit van bestaan is in de Wlz een belangrijke uitkomstmaat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 129614 Ik heb daarom aan het Zorginstituut gevraagd te verduidelijken watpakketbeheer in de Wlz inhoudt en wat ervoor nodig is om pakketbeheerin de langdurige zorg vorm te geven. In een eerste rapport heeft hetZorginstituut verduidelijkt17 dat het criterium stand van de wetenschap enpraktijk in de langdurige zorg vooral toegepast kan worden bij behande-lingen, maar ook bij innovaties in de dagelijkse zorg en in de omgang metcliënten. Op dit moment onderzoekt het Zorginstituut ook of de anderepakketcriteria in de langdurige zorg kunnen worden toegepast.Een belangrijk advies van het eerste rapport van het Zorginstituut is datwetenschappelijk bewijs nodig is. Om effectiviteit voor Wlz-zorg te kunnenbepalen is kennis en inzicht nodig in de interventies die in de langdurigezorg plaatsvinden. Hierop lopen al sinds enige tijd enkele acties, zoals deinventarisatie van bestaande interventies door Vilans, richtlijnontwikkelingvia RAILZ (Richtlijnen Artsen in de Langdurige zorg) en SKILZ (StichtingKwaliteits Impuls Langdurige zorg) en het onderzoeksprogrammaPassende Zorg Wlz van ZonMw.In het onderhandelaarsakkoord Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg zijn metde ouderenzorgsector afspraken gemaakt die een verdere impuls gevenaan effectieve en passende zorg in de Wlz. Die afspraken gaan onderandere over kennisontwikkeling, het aanleveren van voorbeelden vanimpactvolle interventies die vertaald kunnen worden in richtlijnen, hetopstellen van nieuwe richtlijnen en het toegankelijk maken van kennisvoor de werkvloer. Op deze manier geef ik samen met de ouderenzorg-sector vorm aan het doel om te komen tot passende zorg die bijdraagt aande kwaliteit van bestaan van ouderen. U bent hierover apart geïnformeerdop 3 juni 202518Tot slotVoor mij staat één principe centraal: ik wil dat elke patiënt en cliënt inNederland toegang heeft tot zorg die bewezen effectief is. Daarbij draaithet om mensen; om mensen die écht geholpen worden met zorg diewerkt en om mensen die deze zorg ook kunnen leveren.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,Y.J. van Hijum17Beoordelen van effectiviteit in de langdurige zorg (4 maart 2025) via de website van hetZorginstituut18Kamerstukken II, 29 389, nr. 152.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 129615

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · e6543c357457a930

14 okt 2026 · bc38fd187b01768a

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.