Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 9 maart 2026, over Begrotingsonderdeel Gehandicaptenbeleid
Brontekst
Versie f7136a29f8977db4 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 XVIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn enSport (XVI) voor het jaar 2026Nr. 189 VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEGVastgesteld 13 april 2026 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op9 maart 2026 overleg gevoerd met mevrouw Sterk, Minister vanLangdurige Zorg, Jeugd en Sport, over:–het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voorhet jaar 2026 (Kamerstuk 36 800 XVI);–de brief van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport d.d.4 oktober 2023 inzake kabinetsreactie op de monitorrappor-tage «Rechtsbescherming van mensen met een beperking» vanhet College voor de Rechten van de Mens (Kamerstuk 24 170,nr. 288);–de brief van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport d.d.12 december 2023 inzake kabinetsappreciatie van Commissie-voorstel tot uitbreiding richtlijn voor Europese gehandicapten-kaart en Europese gehandicaptenparkeerkaart (Kamerstuk22 112, nr. 3848);–de brief van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport d.d.26 oktober 2023 inzake rapporten van onderzoek naar de in-en doorstroom van complexe zorg in de gehandicaptenzorg(Kamerstuk 24 170, nr. 306);–de brief van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport d.d.1 december 2023 inzake bestuurlijke afspraken uitvoering Wetzorg en dwang (Kamerstuk 25 424, nr. 675);–de brief van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport d.d.24 oktober 2023 inzake beleidsvisie Intimiteit en seksualiteitvoor mensen met een beperking (Kamerstuk 32 239, nr. 14);–de brief van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport d.d.6 december 2023 inzake reactie op de motie van de ledenAgema en Dijk over het afschaffen van de kilometerregistratievoor het Valysvervoer (Kamerstuk 24 170, nr. 297) (Kamerstuk24 170, nr. 307);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 18 december 2023 inzake VerbeteragendaDoelgroepenvervoer (Kamerstuk 31 521, nr. 136); kst-36800-XVI-189ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1891 –de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 19 januari 2024 inzake reactie op de motie van het lidWesterveld c.s. over het vergoeden van spraakcomputers(Kamerstuk 24 170, nr. 295) (Kamerstuk 29 689, nr. 1238);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 22 januari 2024 inzake landelijk dekkend netwerk vaninfrastructuren (Kamerstuk 27 529, nr. 313);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 18 januari 2024 inzake stand van zaken rondom decomplexe gehandicaptenzorg (Kamerstuk 24 170, nr. 308);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 1 februari 2024 inzake reactie op verzoek commissie overde werkwijze van Stichting Fokus (Kamerstuk 34 104, nr. 401);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 9 februari 2024 inzake nationale strategie rond de positievan mensen met een beperking (Kamerstuk 24 170, nr. 309);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 20 maart 2024 inzake voortgangsrapportage Toekomst-agenda zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking(Kamerstuk 24 170, nr. 310);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 25 maart 2024 inzake reactie op verzoek commissie overeen afschrift van de brief aan Stichting Zorggeschil metbetrekking tot ontevredenheid ingediende klacht over werk-wijze Stichting Fokus (Kamerstuk 31 765, nr. 845);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 25 maart 2024 inzake reactie op verzoek commissie overde vergoeding van een psychosociale hulphond via UWV,zorgverzekeraar of gemeente (Kamerstuk 32 805, nr. 174);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 23 april 2024 inzake reactie op verzoek commissie overeen brief over «behandeling van verstandelijk gehandicaptemensen» (Kamerstuk 24 170, nr. 325);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 31 mei 2024 inzake nadere beleidsreactie op de voorlich-ting van de Raad van State over facultatieve protocollenVN-verdrag Handicap, IVRK en IVESCR (Kamerstuk 24 170,nr. 326);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 28 mei 2024 inzake Verbeteragenda Doelgroe-penvervoer (Kamerstuk 31 521, nr. 138);–de brief van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport d.d.11 april 2023 inzake reactie op het verzoek van het lid Agema,gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden van 7 maart2023, over de afbouw van complexe zorg voor gehandicaptenvanwege onrendabele tarieven (Kamerstuk 24 170, nr. 282);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 17 juli 2024 inzake stand van zaken implemen-tatie Richtlijn (EU) 2019/882 betreffende de toegankelijkheids-voorschriften voor producten en diensten (Kamerstuk 36 380,nr. 7);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 19 juli 2024 inzake reactie op verzoek commis-sie inzake brandbrief met betrekking tot misstanden bij Fokus(Kamerstuk 34 104, nr. 410);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 12 november 2024 inzake reactie op monitor-rapportage «Reizen in het dagelijks leven» van het Collegevoor de Rechten van de Mens (Kamerstuk 24 170, nr. 330);Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1892 –de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 9 december 2024 inzake stand van zakenontwikkeling werkagenda bij de nationale strategieVN-verdrag Handicap 2040 (Kamerstuk 24 170, nr. 334);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 6 december 2024 inzake afschrift brief aanCoalitie voor Inclusie over de belangen van inclusie en hetVN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap(Kamerstuk 24 170, nr. 332);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 6 december 2024 inzake opbrengsten als dekilometerregistratie zou worden opgeheven voor het Valysver-voer en als er geen indicatiestelling meer hoeft plaats tevinden (Kamerstuk 24 170, nr. 331);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 31 januari 2025 inzake uitvoering motie van deleden Krul en Joseph over alle conclusies en aanbevelingenvan het VN-comité in de werkagenda’s opnemen met concreteen haalbare doelstellingen (Kamerstuk 24 170, nr. 343) enmotie van de leden Joseph en Krul over de artikelen 15 en 16van het VN-verdrag Handicap met spoed opnemen in denationale strategie en de werkagenda (Kamerstuk 24 170,nr. 347) (Kamerstuk 24 170, nr. 353);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 30 januari 2025 inzake vervolg complexe zorg(gehandicaptenzorg) (Kamerstuk 24 170, nr. 352);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 12 februari 2025 inzake reactie op verzoekcommissie over de petitie van de Landelijk Meldpunt Misstan-den Stichting Fokus (Kamerstuk 31 765, nr. 902);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 17 maart 2025 inzake reactie op verzoek commissie overde stand van zaken uitvoering motie van het lid Westerveldover de Stimuleringsregeling zorggeschikte woningen open-stellen voor ouderen met een verstandelijke beperking(Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 60) (Kamerstuk 36 600 XVI,nr. 178);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 28 maart 2025 inzake voortgangsrapportageToekomstagenda zorg en ondersteuning voor mensen met eenbeperking (Kamerstuk 24 170, nr. 354);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 20 mei 2025 inzake Verbeteragenda Doelgroe-penvervoer (Kamerstuk 31 521, nr. 141);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 3 juni 2025 inzake vervolg complexe zorggehandicaptenzorg – juni 2025 (Kamerstuk 24 170, nr. 357);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 2 juni 2025 inzake uitstel toezending kabinets-reactie op onderzoek Meerkosten van leven met een beperking(Kamerstuk 24 170, nr. 356);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 11 juli 2025 inzake beleidsreactie op Nibudon-derzoek Meerkosten van het leven met een beperking (Kamer-stuk 24 170, nr. 363);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 3 juli 2025 inzake antwoorden op vragencommissie over de voortgangsrapportage Toekomstagendazorg en ondersteuning voor mensen met een beperking(Kamerstuk 24 170, nr. 354) (Kamerstuk 24 170, nr. 360);Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1893 –de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 11 juli 2025 inzake tegemoetkoming voor mensen met eenchronische ziekte en/of beperking (Kamerstuk 36 600 XVI,nr. 202);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 11 juli 2025 inzake reactie op brief LBVSOinzake participatieproces sprintsessies VN-agenda Handicap(Kamerstuk 24 170, nr. 361);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 11 juli 2025 inzake Werkagenda VN-verdragHandicap I 2025–2030 (Kamerstuk 24 170, nr. 362);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 8 september 2025 inzake meerzorg thuis(Kamerstuk 34 104, nr. 449);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 10 september 2025 inzake toekomstbestendigegehandicaptenzorg Drenthe en Groningen (Kamerstuk 31 765,nr. 944);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 18 november 2025 inzake rapport naar aanlei-ding van het onderzoek naar de sociale veiligheid binnenStichting Fokus Wonen (Kamerstuk 31 765, nr. 952);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 16 oktober 2025 inzake reactie op vijf aangeno-men en ontraden moties bij het debat over het VN-Verdraginzake de rechten van personen met een handicap (Kamerstuk24 170, nr. 380);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 7 oktober 2025 inzake beleidsreactie opIGJ-rapport over de kwaliteit van het Wmo-toezicht in 2024(Kamerstuk 29 538, nr. 371);–de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 9 december 2025 inzake reactie op verzoekcommissie over de aangeboden petitie Stop discriminatie opgrond van neurodiversiteit (Kamerstuk 30 420, nr. 436);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 17 december 2025 inzake plan van aanpakvoorkomen onnodige verzwaring zorgvraag van mensen meteen beperking (Kamerstuk 34 104, nr. 462);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 15 december 2025 inzake nadere informatiecontinuïteit van gehandicaptenzorg in Drenthe en Groningen(Kamerstuk 31 765, nr. 955);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 15 december 2025 inzake bestaanszekerheidvan ouders van (zorgintensieve) kinderen met een Zvw-pgb(Kamerstuk 25 657, nr. 378);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 16 januari 2026 inzake reactie op de monitor-rapportage «De grondbeginselen van het VN-verdrag handicapals basis van wetgeving en beleid» van het College voor deRechten van de Mens (Kamerstuk 24 170, nr. 382);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.3 februari 2026 inzake voortgang ratificatie voor CaribischNederland van VN-verdrag Handicap en Verdrag van Istanbul(Kamerstuk 24 170, nr. 383);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 13 februari 2026 inzake reactie op verzoekcommissie over de stand van zaken en de planning inzake deGoedkeuringswet Facultatief Protocol VN-verdrag Handicap teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1894 ontvangen voor het WGO Gehandicaptenbeleid op 23 februari2026 (Kamerstuk 24 170, nr. 384);–de brief van de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sportd.d. 4 maart 2026 inzake financiën Wlz-gehandicaptenzorg(Kamerstuk 34 104, nr. 467).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,MohandisDe griffier van de commissie,EsmeijerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1895 Voorzitter: VliegenthartGriffier: MeijerinkAanwezig zijn elf leden der Kamer, te weten: Bikker, Diederik van Dijk,Dobbe, Van Houwelingen, Ten Hove, Maeijer, Synhaeve, Tijmstra,Vliegenthart, Wendel en Westerveld,en mevrouw Sterk, Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport.Aanvang 10.01 uur.De voorzitter:Goedemorgen allemaal. Hierbij open ik deze vergadering van de vastecommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Aan de orde isvandaag het wetgevingsoverleg over het gehandicaptenbeleid. Ik heet demensen op de tribune en de mensen die het debat via de livestreamvolgen van harte welkom. Uiteraard ook een warm welkom aan MinisterSterk van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport. Datzelfde geldt natuurlijkvoor de aanwezige leden van de Kamer. Dat zijn mevrouw Westerveld vanGroenLinks-PvdA, mevrouw Synhaeve van D66, mevrouw Maeijer van dePVV, mevrouw Wendel van de VVD, mevrouw Tijmstra van het CDA, deheer Van Houwelingen van Forum voor Democratie, de heer Van Dijk vande SGP, mevrouw Bikker van de ChristenUnie, mevrouw Dobbe van de SPen mevrouw Ten Hove van Groep Markuszower.Ik geef aan de mensen die het debat thuis volgen via de livestream van deKamer of Debat Direct mee dat het debat wordt ondertiteld doormedewerkers van de Dienst Verslag en Redactie. Er loopt ook een apartelivestream met een tolk Nederlandse Gebarentaal. Verder weet ik dat er,naast het publiek hier op de tribune, ook mensen in de Statenpassagemeekijken. Weet dat het publiek ook gebruik kan maken van de aanwezigeschrijftolken. Als iemand daar gebruik van wenst te maken, kan die dathier vooraan melden aan de tolken. Ik heet iedereen in de Statenpassagedus ook van harte welkom.U heeft voorafgaand aan dit wetgevingsoverleg uw gewenste indicatievespreektijden doorgegeven. Dit geldt voor de eerste en tweede termijn. Ikverzoek u om u hier dus ook aan te houden. Verder stel ik voor ommaximaal zes interrupties toe te staan in de eerste termijn van de Kamer.Mocht de tijd het toelaten, zal ik daar natuurlijk ruimhartig mee omgaan.Dan gaan we nu snel beginnen. Ik weet dat mevrouw Bikker een punt vanorde heeft.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Goed om te zien dat er zo veel mensen zijn. Ik weethelaas dat er ook mensen buiten staan die graag binnen waren geweest.Zij kunnen hier nu niet binnen zijn, omdat zij in een rolstoel zitten en ermaar twee plekken zijn. Ik vind dat de Kamer daar wat aan moet doen,maar dat is aan ons. Ik vind het belangrijk om er even bij te zeggen dat datzeker niet aan het Kamerpersoneel ligt. Maar ik denk dat het dus wel goedis om af te spreken dat de Kamerleden in de schorsing even naar demensen toe gaan die hier nu niet kunnen zijn, en dat we dan ook kijken ofzij dit debat goed genoeg mee kunnen krijgen. Ik weet dat daar heel veelmaatregelen voor genomen zijn. Daar ben ik blij om. Tegelijkertijd doethet pijn dat deze Kamer niet zo inclusief is dat mensen hier gewoonkunnen aanschuiven en het debat in de zaal kunnen volgen. Ik hoopdaarom dat met de collega’s de afspraak gemaakt kan worden dat we inde schorsing ook eventjes naar degenen gaan die hier niet zitten.De voorzitter:Ik zie Kamerleden knikken, dus dat was een duidelijk punt. Dank je.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1896 Dan gaan we nu echt snel beginnen. Ik stel voor dat we de sprekers-volgorde hanteren die gebruikelijk is bij begrotingsbehandelingen.Volgens mij zit iedereen zelfs al op volgorde. Dat betekent dat ik hetwoord geef aan mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Het is helaas pijnlijk symbolisch voor dit debat datzelfs het hart van de democratie, zonder dat het personeel er wat aan kandoen, niet voor iedereen toegankelijk is.Voorzitter. Het is vandaag druk hier in de Tweede Kamer. Dat zien weallemaal. Het is druk met collega’s van andere partijen, maar ook drukvanwege heel veel bezoekers die vandaag naar ons toe zijn gekomen endie belangstelling hebben voor dit onderwerp. Ik zie mensen met eenarbeidsbeperking, mensen met een verstandelijke beperking, ouders,mantelzorgers en hulpverleners. Het is natuurlijk niet voor niets datzovelen van u rood dragen. Ik weet ook dat het voor veel mensen flink watgeregel was om hier überhaupt naartoe te kunnen komen. Dat toont julliebetrokkenheid. Daarvoor enorm veel dank. Het is voor ons ook fijn om temerken dat zo veel mensen betrokken zijn bij dit onderwerp. Er zijn ookgenoeg mensen die deze reis niet konden maken omdat ze moestenwerken, omdat ze hun cliënten niet in de steek wilden laten, omdat zevoor hun kind moeten zorgen of omdat ze zelf niet in staat zijn om hier tekomen. Deze mensen luisteren misschien mee via de livestream. Ookjullie bedank ik omdat jullie zo betrokken zijn.Voorzitter. Dit debat gaat ergens over: de kwaliteit van leven vanmiljoenen mensen. Op de agenda staat vandaag de begroting van hetMinisterie van VWS. Daarom zit de Minister hier ook. We hebben hetvandaag over het onderdeel Gehandicaptenzorg. Maar we gaan het ookuitgebreid hebben over de plannen die in het nieuwe coalitieakkoordstaan, en over de gevolgen voor mensen met een beperking en hunomgeving. Alleen al de afgelopen week heb ik tientallen berichtengekregen van mensen met een beperking, ouders, grootouders, mantel-zorgers, hulpverleners en anderen. Die gingen allemaal over de gevolgenvan het coalitieakkoord, want heel veel mensen maken zich daar zorgenover. Ik heb het dan ook over de stapeling: niet alleen worden dezorgkosten groter, maar ook wordt er bezuinigd op de sociale zekerheid.Dat raakt heel veel mensen. Uit al die mails blijkt dat een heel aantal vanhen zich zorgen maakt over hun eigen toekomst, die van hun kinderen ofdie van hun cliënten. De bezuinigingen op de gehandicaptenzorg van hetafgelopen kabinet worden namelijk doorgezet. Daarbovenop komen erwat deze coalitie betreft ook nog eens gigabezuinigingen in de zorg.Bovendien raken hoge zorgkosten mensen met een beperking het meest,al helemaal gecombineerd met de bezuinigingen op de sociale zekerheid.Voorzitter. We hadden vorige week ook het debat over de VWS-begroting.Ik noemde de bezuinigingen toen «laf». Dat is best een harde kwalificatie,maar die gaf ik niet zomaar. Ik vind namelijk dat we in Den Haag veel teveel de neiging hebben om vooral te luisteren naar de luidste stem: demensen die een heel goed lobbynetwerk hebben, de mensen die ook hetgeld hebben om een duur lobbykantoor te betalen en de mensen dieandere Kamerleden heel goed kennen. Dat zijn vaak de mensen die wel detijd en de ruimte hebben om hiernaartoe te komen. Dat geldt niet altijdvoor mensen met een beperking en mensen in hun omgeving. Heel veelmensen met een beperking hebben gewoon niet zo’n luide stem. Somshebben ze helemaal geen stem of kunnen ze zich niet uiten zoals ze datzouden willen. Ik wil de nieuwe Minister dus vragen om een reflectiedaarop. Hoe ziet ze dat? Hoe gaat zij als bewindspersoon die verantwoor-delijk is voor het gehandicaptenbeleid staan voor deze groepen en staanvoor de mensen die een minder luide stem hebben? Of gaat ze, zoals incoalitieakkoord is afgesproken, klakkeloos die bezuinigingen doorvoeren,zonder oog voor de levens die daardoor achteruitgaan? Is ze, net als wij,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1897 geschrokken van de doorrekening van de plannen? We kregen eerst hetcoalitieakkoord en daar schrok ik al van. Iets daarna kwam de onafhanke-lijke doorrekening van het Centraal Planbureau en daar schrok ik nogmeer van. Ik ben benieuwd hoe de Minister dat ziet. Wat vindt ze van deonzekerheid die er is bij heel veel van deze mensen, ook gezien depersoneelstekorten? Wat is haar visie voor de komende jaren? Wat gaat zijdoen om ervoor te zorgen dat het VN-verdrag Handicap echt uitgevoerdkan worden? Ik kom straks, in mijn laatste blokje, nog wat meer terug ophet VN-verdrag.Ik wil beginnen bij de plannen uit het coalitieakkoord, want dat is eenoptelsom. Ik noem een paar dingen. De aftrekposten over zorg wordenafgeschaft. Dat scheelt zo’n 618 miljoen. Dat is dus een bezuiniging. Erkomen veranderingen in het eigen risico, die heel veel mensen met eenbeperking raken. Het eigen risico gaat omhoog. De huishoudelijke hulpgaat uit de Wmo. Er komt een eigen bijdrage voor de wijkverpleging. Ookwil de Minister een bestuurlijk akkoord voor de Wlz afsluiten en daar gaat990 miljoen mee gepaard. Dat zijn dus allemaal bezuinigingen. Dan staaner ook nog andere plannen in, zoals het plan dat de zorg in naturavoorliggend wordt aan het pgb. Heel veel mensen met een beperkingzeggen daarover dat zij hun eigen regie verliezen als deze plannendoorgaan. Daar komt de afschaffing van de IVA nog eens bovenop. Datscheelt ongeveer -5% aan inkomen. Ik ga vandaag niet in op anderebezuinigen op sociale zekerheid omdat die bij de begroting van SocialeZaken en Werkgelegenheid zitten, maar die raken natuurlijk wel de groepmensen die hier zit, meeluistert en betrokken is bij dit onderwerp.Als ik dan kijk naar de woorden in het coalitieakkoord, dan zie ik dat daarstaat dat «werken moet lonen» en dat er wordt gesproken over een«fatsoenlijk inkomen». Maar mensen met een handicap of een chronischeziekte worden met deze plannen juist verder in de onzekerheid gestopt,dus hoe rijmen die woorden met de financiële doorrekening, waargewoon harde bezuinigingen in staan? Wordt de afschaffing van hetabonnementstarief van de Wmo nog doorgezet, ook gelet op het feit datnu aangekondigd is dat de huishoudelijke hulp geschrapt gaat worden uitde Wmo? Hoe ligt dat? Hou verhoudt zich dat tot elkaar? Hoe reflecteertdeze Minister op adviezen die zijn gedaan tijdens de technische briefingover het houdbaarheidsonderzoek? Het advies was om juist niet te gaanshoppen in maatregelen. Hoe rijmt de Minister dat met de gemaaktekeuzes in het coalitieakkoord, zoals het schrappen van de huishoudelijkehulp? Dat is toch shoppen in maatregelen? Hoe effectief is het schrappenvan de huishoudelijke hulp uit de Wmo als maatregel om de zorgkosten tedempen als de kosten tegelijkertijd zullen lekken naar de Wlz en die dusverder gaan oplopen?Voorzitter. Ik heb ook een paar hele concrete vragen over de anderebezuinigingsplannen. We kregen daar vorige week een brief over. Daarwaren we niet heel tevreden mee. Ik zie mevrouw Bikker ook al kijken; zijvroeg toen om die brief. We vonden die brief te weinig concreet.Vanochtend verscheen weer een nieuwe brief. Ik heb daar ook een paarvragen over. In de brief van afgelopen woensdag laat de Minister zien dater in 2025 en 2026 extra geld naar de gehandicaptenzorg ging om detarieven kostendekkend te maken. Dat is best wel wat. Want als zulke forsebedragen nodig zijn om zorgtarieven kostendekkend te maken, danbetekent dat dus dat de situatie hiervoor niet kostendekkend was en dater, met andere woorden, een tekort aan geld was. Dat lijkt me behoorlijkzorgwekkend. Betekent dit dat er ook nog achterstallig onderhoudingelopen moet worden? Is daar extra geld voor uitgetrokken, vraag ik aande Minister.Dan de kostendekkende tarieven voor 2026. Concreet betekent dit dat degehandicaptenzorgaanbieders dit jaar tarieven krijgen die net hooggenoeg zijn om alle uitgaven die ze moeten doen voor deze zorg tekunnen betalen. Volgend jaar – dat kunnen we ook lezen in de tabel in dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1898 brief – gaat er direct weer 158 miljoen euro aan tariefkortingen van af. Danis mijn vraag: als je tarieven eerst net kostendekkend maakt – dat kunnenwe letterlijk lezen – maar je er dan weer 158 miljoen euro van afhaalt, danbetekent dit toch logischerwijs dat de tarieven in 2027 niet meer kosten-dekkend zijn? Hoe ziet de Minister dit? Wat betekent dat concreet voormedewerkers en cliënten?Dan komen daar ook nog de bezuinigingen uit het coalitieakkoordbovenop. Uit de brief blijkt dat er nog veel uitgewerkt moet worden en datde invulling van de nieuwe bezuiniging op de gehandicaptenzorg nogsteeds heel erg onduidelijk is. Toch gaat de bezuinigingsreeks uit hetcoalitieakkoord volgend jaar al in. Er zou 130 miljoen euro van het totaleWlz-budget af moeten in 2027. Hoe realistisch is dat, wil ik de Ministervragen. Ik heb ook snel de brief van vanochtend gelezen waarin zijaangeeft: om het in 2027 te kunnen doen, moet ze die maatregelen heelerg op tijd door de Eerste en Tweede Kamer krijgen. Daarbij moetenmensen betrokken worden. Dat gaat misschien niet lukken. Maar hoe gaatze dit dan invullen? Moet dat uit de eigen zorgbegroting gehaald wordenof kan dat geld ergens anders vandaan komen?De Minister wil op termijn bijna een miljard euro bezuinigen op delangdurige zorg en dat invullen met bestuursakkoorden per sector. Zijndat meerdere bestuursakkoorden of is dat er één? Uit de brief dievanochtend kwam, maak ik op dat ze nog niet precies weet hoe dit bedragover de sectoren verdeeld gaat worden. Hoe ziet zij dat voor zich? Hoe gaje met de sector het gesprek aan als je nog geen idee hebt van deverdeling? In de brief wordt ook verwezen naar de raming, dus devoorspelling die wordt gedaan voor de hele langdurige zorg. Daarin zienwe al dat die uitgaven dalen. Dus waarom doet deze coalitie daar dan nogeen schepje bovenop? Waar wordt op gebaseerd dat dit zomaar zoukunnen?Voorzitter. Ik heb een paar mensen uit de gehandicaptenzorg gevraagd:wat betekent dit voor jullie als personeel? Zij geven aan dat bezuinigingenop de gehandicaptenzorg directe gevolgen hebben voor de veiligheid, degezondheid en de kwaliteit van leven van mensen met een beperking. Inde praktijk betekenen bezuinigingen dat er minder vaste begeleiders zijn.Juist dat is zo belangrijk voor mensen met een beperking: dat er vastegezichten zijn, dat je mensen herkent en dat je ze vertrouwt. Ze moetensoms hele ingewikkelde medische handelingen doen. Daar heb je gewoonvast zorgpersoneel voor nodig dat jou goed kent. Veel cliënten in degehandicaptenzorg zijn volledig afhankelijk van hun begeleiders. Dat geldtniet voor iedereen, maar wel voor een deel van hen. Als begeleiders huncliënten niet goed kennen, neemt bijvoorbeeld ook de kans op medicatie-fouten toe of op andere fouten, die weer direct raken aan de kwaliteit vanleven en mogelijk ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid.Instabiliteit in teams kan natuurlijk ook leiden tot onzekerheid enescalaties in groepen. Daarom zijn dat vertrouwen en die voorspel-baarheid zo essentieel, vertellen die zorgmedewerkers mij. Zij zeggen ook:accepteer dat personeelstekort niet, maar werk aan het aantrekken vannieuw personeel voor deze sector, want het is zo belangrijk. Die oproepdoe ik ook graag aan de Minister.De druk op begeleiders neemt ook al toe. We weten ook dat hogewerkdruk en emotioneel zware situaties regelmatig leiden tot uitval in desector. Dat versterkt het personeelstekort natuurlijk alleen maar. Mijnvraag aan de Minister is dus: hoe gaat ze de spiraal naar onderendoorbreken en zorgen dat de sector juist heel aantrekkelijk wordt om in tewerken? Ik wil haar ook vragen wat volgens haar de gevolgen van debezuinigingen zijn voor het werven van nieuw personeel. Ik hoor ookgraag van haar hoe ze denkt dat meer digitalisering een oplossing kanzijn. Dat kan het namelijk zeker zijn; digitalisering kan op heel veel plekkenbest een stukje helpen. Maar ten aanzien van mensen die soms 24 uur perdag hulp nodig hebben, vraag ik mij af of ze niet te veel aan wensdenkenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1899 doet en of dit niet juist tot een achteruitgang in de kwaliteit van de zorggaat leiden en uiteindelijk ook voor gevaarlijke situaties kan zorgen.Voorzitter. Alles wat ik net noemde, raakt ook aan de situatie bij demedische logeerhuizen. ExpertCare is de afgelopen weken flink in hetnieuws geweest. Dat zijn een aantal medische logeerhuizen, waarkinderen met een beperking naartoe gaan en waar ouders kinderen meteen gerust hart kunnen achterlaten om zelf soms even bij te komen. Stelje eens voor ... Ik zeg «stel je eens voor», maar veel mensen op de tribunekennen die situatie natuurlijk. Voor de mensen die meeluisteren: stel jeeens voor dat je kind 24 uur per dag zorg nodig heeft en dat je er alsouder vijf of tien keer per nacht uit moet, omdat er weleens iets kan zijn.Ouders doen dat natuurlijk met alle liefde, want het is je kind, je wil goedzorgen voor je kind en je houdt van je kind, maar dat is natuurlijk nietjarenlang vol te houden zonder dat het ook gevolgen heeft voor je eigengezondheid. Daarom is logeerzorg, respijtzorg, zo belangrijk. Die zorg istrouwens ook voor het kind belangrijk, namelijk om andere leeftijdsge-noten tegen te komen.Een heel aantal van deze locaties hebben de afgelopen jaren echter dedeuren gesloten, terwijl er al een tekort was. Dat kan gewoon niet. Heelveel van deze kinderen kunnen niet fulltime thuis zijn, soms vanwegeingewikkelde medische handelingen, maar soms ook vanwege de situatievan de ouders, die even moeten bijkomen, zoals ik net al noemde. Eenvader vertelde me vorige week zijn zorgen. Hij vertelde bijvoorbeeld datsommige kinderen voor beademing afhankelijk zijn van apparatuur. Stelnou dat er ’s nachts wat misgaat en je het alarmsignaal van het apparaatmist, omdat je gewoon zelf te moe en te uitgeput bent omdat je die nachtal vier keer het bed uit moest. Als je dat alarmsignaal mist, kan je kinddoodgaan, vertelde hij tegen me. Dat kunnen de gevolgen zijn van ditsoort bezuinigingen.Ik kreeg ook een mail van een grootouder van een kind met een helezeldzame genetische mutatie. Dat heeft als gevolg dat er sprake is van eenzware lichamelijke beperking en een onbehandelbare vorm van epilepsie.Dit kind is een van de weinige kinderen in Nederland die dit heeft. Datmaakt de zorg uitermate complex. Er moeten hele goede hulpverleners enspecialisten zijn die precies weten wat er nodig is en die haar kennen. Hetheeft gevolgen als dit soort medische logeerhuizen, waar die goedespecialisten zitten, sluiten. Ouders kunnen niet 24 uur per dag zelf voorhun kind zorgen, vanwege alle oorzaken die ik net ook al noemde.In het debat van vorige week hadden we het hier ook over. Toen zei deMinister dat ze partijen aan tafel wil zetten als er geen oplossing komt. Ikwil het nog wel een keer zeggen: er komt geen oplossing als de Ministerniet ingrijpt. Ik denk dat veel mensen dat kunnen beamen. Voor heel veelkinderen is er nog geen oplossing in zicht. Bovendien, als je het personeelvertelt dat de locatie waar het werkt gaat sluiten – dat is nu al over eenpaar weken, want die locaties sluiten per 31 maart – dan begrijp ik dat hetpersoneel op zoek gaat naar ander werk. Ik vind dus dat de Minister moetingrijpen. Ik heb daar met mevrouw Bikker en mevrouw Dobbe vorigeweek al een motie over ingediend. Daar gaan we morgen over stemmen,maar ik hoop natuurlijk dat de Minister vandaag gewoon aangeeft dat zegaat ingrijpen.Ik heb een paar hele concrete vragen. Wat gaat de Minister doen met deaankondiging dat de cliëntenraad zijn steun voor de sluiting van delocaties van ExpertCare intrekt? Blijven alle locaties langer open als er op31 maart geen passende plek is gevonden voor álle kinderen? Bij wie ligthiervoor de zorgplicht? Wat betekent de zorgplicht concreet? Wat als erstraks geen oplossing is? Stel, dit gaat mis. Wie kunnen wij dan aankijken?Wie kunnen wij als Kamer dan verantwoordelijk houden voor hoe dit isgelopen? Hoe wordt een «passende plek» gedefinieerd? Het gaat dan dusom een passende nieuwe plek waar kinderen naartoe kunnen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18910 Hoe reflecteert de Minister op de wachtlijsten die er al zijn voor heel veelvan dit soort plekken? Hoe reflecteert zij op het feit dat de beschikbaarheidvan dit soort zorg volledig afhankelijk lijkt te zijn van private aanbieders ende continuering van de zorg zodoende in het gedrang lijkt te komen alseen aanbieder besluit om wat anders te gaan doen of een pand teverkopen? Dat speelt niet alleen hier, maar dat speelt veel breder in dezorg. Wat vindt de Minister daarvan, juist omdat we weten dat het hiergaat over mensen, soms kleine kinderen, met een hele kwetsbaregezondheid? Er zouden verspreid over het hele land eigenlijk twintiglocaties moeten zijn, maar nu gaan alweer vier van de acht instellingensluiten. Hoe ziet de Minister dat? Volgens mij is mijn oproep duidelijk,namelijk: grijp in, Minister! Die oproep zullen collega’s nog wel herhalen.Ik hoor heel graag de reactie van de Minister daarop in de tweede termijn.Ik weet dat een aantal kinderen en ouders hiernaartoe gekomen zijn enheel graag met de Minister, maar in ieder geval ook ons als Kamerledenwillen praten. Eén daarvan is John. Vanochtend konden we al op Radio 1meeluisteren met hoe de reis ging. Zij zullen straks ook in de TweedeKamer aankomen.Voorzitter. Dit raakt ook aan een paar vragen die ik heb over meerzorg, deregeling voor zowel kinderen als volwassenen die extra hulp nodighebben die niet via een andere wet of regeling te verkrijgen valt. Wehebben daar als Kamer in september al breed over gezegd: vind eenoplossing! Veel ouders hoorden dat die regeling zou aflopen. We zeidentoen: vind een oplossing voor de korte en de lange termijn. Daar washelemaal geen discussie over in de Tweede Kamer; iedereen vond dat. Wijhoren nog steeds van ouders dat zij in de onzekerheid zitten. Ik citeer eveneen vader. Die vader schreef gisteren: «We hebben eindeloze Excel-documenten ingevuld met alle zorgmomenten op minutenbasis,verslagen van medici, de gedragsdeskundige, behandelplannen,protocollen aangeleverd. Ondanks alle onderbouwingen: afgewezen!Inmiddels zitten we al lange tijd in de bezwaarfase, een hoorzitting gehad,maar we wachten nog op een uitspraak.»Ik weet zeker dat deze vader meeluistert. Ik ken hem ook, samen metzoveel andere ouders. Ik wil de Minister zeggen: dit is toch niet wat wemoeten willen? We moeten toch niet willen dat ouders bezig zijn met hetinvullen van protocollen, dat ze alle zorgmomenten moeten opschrijven,dat ze de hele tijd moeten verantwoorden dat die zorg nodig is en dat zevervolgens ook nog bezig zijn met een bezwaarfase en een hoorzitting ennog steeds aan het wachten zijn? Ik wil gewoon dat deze ouders voor hunkind kunnen zorgen en dat ze niet met dit soort dingen bezig zijn. Daargaat gewoon heel veel tijd en geld in zitten, maar het gaat ook ten kostevan de zorg en liefde die ouders aan hun kinderen kunnen geven. Ik hoorvan de Minister graag een reactie op deze ellende waar we ouders instorten.Hoe reflecteert de Minister op de zorgen van vele cliënten en hunvertegenwoordigende organisaties dat het nieuwe beleidskader dat isaangekondigd, heel veel risico’s bevat op rechtsongelijkheid en onvol-doende ruimte voor borging van maatwerk? Ze zijn bang dat er veel meerafwijzingen zullen komen, ook al hebben de aanvragers deze zorg gewoonhard nodig. Klopt het ook dat überhaupt niet alle belangenorganisatieszijn meegenomen en zij ook niet allemaal hebben gezegd het ermee eenste zijn? Wil de Minister ook zorgen dat alle belangenorganisaties voordeze groep volwaardig kunnen meepraten over dit nieuwe kader? Het isnamelijk ongelofelijk belangrijk dat mensen met een beperking meekunnen praten en mee kunnen besluiten over alles wat hen aangaat. Is deMinister ook bereid om opnieuw met deze belangenorganisaties om detafel te gaan?Voorzitter. Er zijn ook bredere zorgen over de beschikbaarheid vanmedisch specialisten. Dat speelt breder in de zorg. Ik ga niet in op allezorgen, maar het zijn er wel veel. Een tijdje geleden stelden wij bijvoor-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18911 beeld vragen over Ehlers-Danlos. Veel mensen die dat treft, komen op eenwachtlijst te staan. Zij geven aan dat er te weinig specialisten zijn en dat teweinig mensen voldoende van hun aandoening weten om hen goed tekunnen helpen. We hebben daar schriftelijke vragen over gesteld. Deambtsvoorganger van deze Minister heeft daarop gereageerd, maar ik zienog geen concrete oplossing. Zou zij daar ook op in willen gaan?Er zijn ook zorgen over de beschikbaarheid in zorginstellingen van artsendie gespecialiseerd zijn in mensen met een beperking. Wij horen ook vanartsen dat ze steeds minder vaak ter plekke zijn. Dat kan leiden totrisicovolle situaties. Kan de Minister daar ook op reageren?Voorzitter. Ik ga naar mijn laatste blokje en dat gaat over het VN-verdrag.Dat raakt natuurlijk ook aan dit debat. Ik heb het net de hele tijd over zorgaan mensen met een beperking gehad, maar gehandicaptenbeleid isnatuurlijk veel breder en zou eigenlijk helemaal niet bij het Ministerie vanVWS moeten liggen, omdat het alle domeinen raakt. Ik ga in dit blokje metname in op de zorgvragen. We gaan later dit jaar zeker nog uitgebreiderpraten over het VN-verdrag, maar ik vind het heel relevant om dat hier welte noemen.In het coalitieakkoord staat een heel mooie zin. Laat ik daarmee beginnen.Er staat: om de zorg en het leven van mensen met een beperking teverbeteren, voeren we het VN-verdrag Handicap uit. Dat is hartstikkemooi. Het is alleen jammer dat de financiële doorrekening hier haaks opstaat. Er staat namelijk nul euro gereserveerd om het VN-verdrag uit tevoeren. Sterker nog, ik noemde net al al de maatregelen die mensen meteen beperking raken, die ervoor zorgen dat zij minder goed mee kunnendoen aan het leven. Ik heb het dan niet alleen over de hoge zorgkosten, debezuiniging op sociale zekerheid en de plannen om aan de keuzevrijheiden het pgb te tornen. Dat kan niet samen met de mooie zin uit hetcoalitieakkoord. Je kan niet enerzijds de keuzevrijheid en regie afpakken,maar wel opschrijven dat je het VN-verdrag wil uitvoeren. Mijn vraag aande Minister is dus hoe zij dat samen ziet gaan. Hoe gaat zij dat VN-verdraguitvoeren als het coalitieakkoord andere dingen doet? Kan zij ook ingaanop de European Disability Card? De implementatie daarvan zou vanaf2027 moeten gebeuren, maar daar zien we ook nog niets over. En kan deMinister ook uitleggen hoe de kortingen op de Wajong, de plannen omWW en WIA te versoberen en de plannen met de IVA-regeling, waar ik hetnet al over had, zich verhouden tot het VN-verdrag?Voorzitter. Ik had een langer lijstje, maar ik ga niet alle punten noemen,vanwege de tijd en omdat we hier met heel veel collega’s zitten, maar ikwil wel de woorden herhalen van mensen met een beperking. Zij zeggenduidelijk: ons geduld is op; wij willen volwaardig meedoen met desamenleving, maar we merken dat we gewoon worden tegengehoudendoor beleid en dat er barrières zijn. Ook mijn geduld is op. Daar kan dezebewindspersoon niets aan doen, maar ik hoop wel dat zij zich de komendetijd keihard gaat inzetten om samen met al die mensen te zorgen dat hetVN-verdrag echt wordt uitgevoerd.Ik vraag de Minister ook hoe zij in dat licht haar rol ziet als coördinerendbewindspersoon. Gaat ze collega’s van alle andere departementen aanhun jasje trekken? Gaat zij ook zorgen dat de Lokale Inclusie Agenda, waargemeenten mee aan de slag moeten, in alle gemeenteraden goed op deagenda staat? Ik krijg namelijk heel veel signalen dat dit niet het geval is.Voorzitter. Ik heb nog een paar wat specifiekere vragen, en daarna rond ikaf.Mijn eerste vraag gaat over spraakcomputers. We hebben een paar jaargeleden, volgens mij met steun van zo ongeveer de hele Kamer, eenmotie en een amendement ingediend waarin we stelden dat spraakcom-puters altijd vergoed moeten worden, dus zowel de hardware als desoftware. Alleen gebeurt dat nog steeds niet. Ik kreeg in de afgelopenweken een mail van een ouder, die over zijn kind zei: «Mijn kind heeft eenfunctionele beperking. Die beperking zit in haar vermogen om zich teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18912 uiten. Zonder communicatiemiddelen heeft ze geen stem, en dat heeftdagelijks een enorme impact op haar welzijn en op ons gezin. Voor onsdraait dit niet om luxe maar om levenskwaliteit.» Ik denk dat deze ouderheel mooi verwoordt hoe belangrijk spraakcomputers zijn. Ik vind het danook heel frustrerend dat wij met de hele Kamer willen dat die computersaltijd vergoed worden maar we in de praktijk horen dat dit niet gebeurt.Kan de Minister hierop dus reageren en kan zij natuurlijk zorgen dat ditwél gebeurt?Datzelfde geldt voor nog een aantal punten, zoals herindicaties. Daarhebben wij eerder samen met het CDA een motie over ingediend, maarook dit is iets wat wij allemaal vinden. Het zou niet zo moeten zijn datmensen voortdurend moeten blijven bewijzen dat ze ziek zijn en dat zebepaalde vormen van hulp nog steeds nodig hebben. Nog steeds horenwij dat dit toch moeilijk is. Wij horen nog steeds uit de praktijk dat mensenelk halfjaar, elk jaar of soms elke drie jaar een stapel aan formulierenmoeten invullen, terwijl de beperking niet over is. Graag een reactie vande Minister.Ik heb een tijd geleden ook vragen gesteld over stroomuitval, calamiteitenen rampen. We hebben allemaal een mooi boekje gekregen waarin staatwat je moet doen als er een ramp gebeurt. Maar stel dat er stroomuitval isen je afhankelijk bent van beademingsapparatuur. Wat gebeurt er dan? Ikheb de indruk dat ook hier de groep mensen met een beperking weer eenblinde vlek vormt. Ons is een halfjaar geleden een plan toegezegd. Ik zoude Minister graag willen vragen wat de stand van zaken daarvan is.Ook hebben we al langer geleden een motie ingediend die vraagt om eenpassende verlofregeling voor ouders met een kind met een beperking,omdat die ouders soms een tijdje niet volledig kunnen werken. Daar zijngeen passende verlofregelingen voor. Het vorige kabinet zou daarmee aande slag gaan. Ik hoor graag van deze Minister wat de stand van zaken is.Voorzitter. Ik heb een tijdje geleden ook vragen gesteld over een webshopdie beschermingsmaterialen verkoopt. Dan hebben we het bijvoorbeeldover helmen met slotjes erop om te voorkomen dat mensen zichzelfbeschadigen. Ik ben geschrokken van die webshop. De antwoorden vande Minister gaan over de wettelijke basis, die nodig is, maar ik benbenieuwd of hier in de praktijk altijd sprake van is. Is ook bekend hoeveelvan dit soort materialen er verkocht worden? Is bekend wat de gevolgenzijn voor mensen? Ik begrijp namelijk dat je iemand die zichzelf beschadigtin het uiterste geval moet kunnen beschermen, maar het mag natuurlijkniet te snel gebeuren. Dat is de essentie van de wet. Hoe gaat dat in depraktijk?Ik heb nog heel veel meer punten, voorzitter, maar we hebben eenbepaalde spreektijd aangegeven en daar hou ik me aan. Ik wil afsluitenmet het bedanken van alle mensen die hiernaartoe zijn gekomen en die zoveel betrokkenheid hebben met deze sector.De voorzitter:Ik zie een interruptie van de heer Van Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Een mooi gloedvol betoog over de zorg. Het is fijn om te horen dat ookGroenLinks-PvdA zich zorgen maakt over dat zinnetje uit het coalitieak-koord dat naturazorg voorliggend is aan het pgb. Stel dat er strakswetgeving komt die de keuzevrijheid voor het pgb inperkt, kan ik danhopen dat GroenLinks-PvdA tegenstemt?Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Absoluut. Wij hebben altijd gezegd dat we eigen regie heel belangrijkvinden. We vinden dat mensen met een beperking hun eigen levenmoeten kunnen leiden. Ik weet dat er een aantal budgethouders in de zaalzitten die dit nog veel beter kunnen uitleggen dan ik dat kan. Het isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18913 ongelofelijk belangrijk dat mensen over hun eigen leven gaan. Wij zijn dusgeen voorstander van het inperken van het pgb.De heer Van Houwelingen (FVD):Dank voor het antwoord. Fijn dat te horen. Ik heb toch een vraag. Ik hebhet al eerder gevraagd, maar het blijft me verbazen. We hebben het overde zorg en mevrouw Westerveld merkt heel terecht op dat elk dubbeltjemoet worden omgedraaid. De tarieven zijn vaak zelfs te laag. Als je dankijkt naar een heel ander domein, namelijk defensie, dan wordt daar straks19 miljard euro extra uitgegeven. Dat is die NAVO-norm van 5% waar wijzo tegen zijn. Ik begrijp niet dat hier zo bezuinigd moet worden, terwijl dePvdA tegelijkertijd die norm van 5% heeft goedgekeurd. Misschien kanmevrouw Westerveld dat toch wat meer toelichten? Is daar nog discussieover geweest? Als je die uitgaven met 19 miljard euro per jaar ophoogt,moet het geld toch ergens vandaan komen? Hoe is dat gegaan?Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik voel een déjà vu. Deze vraag heb ik afgelopen week ook gekregen. Toenheb ik gewoon verwezen naar onze doorrekening. Elke politieke partij,althans heel veel partijen, maakt een doorrekening. Soms wordt datgedaan door het Centraal Planbureau, soms gaat dat op een anderemanier. In die van ons kunt u heel helder zien wat onze keuzes zijn. Wijbezuinigen niet op de zorg. Ik zou die vraag dus eerder stellen aan een vande coalitiepartijen. Wij willen dat ons land veilig blijft, maar wij willen nietdat dat ten koste gaat van onze publieke voorzieningen. Die keuzes makenwij dan ook.De heer Van Houwelingen (FVD):Het gevolg is natuurlijk dat je dan de staatsschuld op laat lopen of dat jeop andere terreinen bezuinigt. Er wordt ook op de sociale zekerheidbezuinigd. Het is de laatste keer dat ik het vraag, hoor, maar ik vraag megewoon af of er binnen de PvdA-fractie überhaupt discussie is geweestover die norm. Kan mevrouw Westerveld daar wat over zeggen? MevrouwWesterveld heeft al opgemerkt dat het geld ergens vandaan moet komenals je 19 miljard euro per jaar wil besteden aan defensie.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik wil meneer Van Houwelingen wel meenemen in ons interne proces, inde totstandkoming van ons verkiezingsprogramma en de totstandkomingvan de doorrekening. Daar zijn wij een heel groot deel van de zomer metelkaar mee bezig geweest. Dat leidt er bij ons toe dat we de keuze hebbengemaakt om niet te bezuinigen op onze publieke voorzieningen zoals dezorg, en zeker niet op de gehandicaptenzorg. Daar bezuinigen wij niet op.Dat is helder te lezen in ons verkiezingsprogramma en in onze doorre-kening. Daar hebben veel mensen over nagedacht. Wij halen het geldgewoon niet weg uit de gehandicaptenzorg. Dat is een vrij duidelijkantwoord, denk ik.De voorzitter:Dan dank ik mevrouw Westerveld voor haar bijdrage en gaan we doornaar de inbreng van mevrouw Synhaeve van D66.Mevrouw Synhaeve (D66):Dank, voorzitter. Ik wil starten met de woorden die mevrouw Westervelduitsprak aan het begin van haar betoog en waar ze ook mee afsloot. Diewil ik graag herhalen. Ook ik bedank alle mensen die hier aanwezig zijn opde publieke tribune, de mensen die in de ruimte hiervoor aan hetmeeluisteren zijn en de mensen die vanuit huis meeluisteren. Ik ben me erheel erg van bewust dat jullie daarmee ook een duidelijk signaal afgevennaar ons toe.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18914 Voorzitter. Ik ben gezegend met hele lieve vrienden om me heen.Sommige van hen leven met een beperking. Bij de ene vriend houd ik errekening mee dat hij niet van drukke omgevingen houdt. Bij een vriendinin een rolstoel let ik erop dat er geen opstapjes zijn op de plek waar wegaan eten en dat het toilet goed bereikbaar is. Dat ik niet meer stilsta bijhun beperking betekent niet dat zij die niet elke dag ervaren. Ze hebbeneen baan en doen volwaardig mee in de samenleving, maar ze hebbenwel iemand nodig die hen ’s ochtends helpt om zich klaar te maken voorde werkdag. Van die zorg zijn zij afhankelijk. Waar ik hoogstens even baalals ik met een grote tas op het station sta en de lift stuk is, betekent ditvoor hen dat ze niet op hun werk kunnen komen. Als een elektrischerolstoel kapotgaat en een spoedreparatie een week duurt, betekent datvoor hen een week thuis zitten. Zij leren mij dat de kwaliteit van zorg vaakdirect de kwaliteit van leven bepaalt.Voor D66 staat voorop dat mensen met een beperking volwaardig moetenkunnen meedoen. Als zij zorg nodig hebben, moet die er zijn: nu en in detoekomst. Het is goed dat de Minister voorafgaand aan dit debat in haarbrief aan de Kamer heeft aangegeven dat ze dat met de sector wilvormgeven.Tegelijkertijd horen wij ook de zorgen uit de sector, over personeelste-korten, over de druk op medewerkers en over de vraag of er in detoekomst voldoende plekken zijn voor mensen met een intensievezorgvraag. Voor veel gezinnen gaat het daarbij niet om systemen ofbeleid, maar om de hele concrete vraag: krijgt mijn kind of familielidstraks nog de zorg die nodig is? Het antwoord is: ja, die zorg moet in detoekomst beschikbaar blijven. Maar dan moeten we ook eerlijk zijn, wantde sector zal fors moeten hervormen. De vraag naar zorg groeit snel,terwijl het aantal zorgverleners niet in hetzelfde tempo meegroeit. Als weniets veranderen, lopen de wachtlijsten verder op en neemt de druk opzorgverleners verder toe. Uiteindelijk raken we daarmee juist de mensenmet de grootste zorgvraag het hardst. Dat moeten we voorkomen. Weblijven dus investeren in de zorg en in de gehandicaptenzorg. Daarnaastbouwen we aan een samenleving waarin mensen met een beperking nietaan de zijlijn staan, maar volwaardig mee kunnen doen.Voorzitter. Ik gaf het vorige week in het debat ook al even aan: degehandicaptenzorg is een heel diverse sector. Dat hoef ik niet uit te leggenaan de mensen op de publieke tribune en zij die deze debatten volgen.Van mensen met een lichte verstandelijke beperking die hun wegproberen te vinden in een steeds complexere samenleving tot mensen dieafhankelijk zijn van hulpmiddelen en dagelijkse ondersteuning tot mensenmet een ernstige meervoudige beperking, voor wie stabiele zorg in eeninstelling elke dag het verschil maakt: voor al deze mensen geldthetzelfde. Ze willen meedoen en onderdeel zijn van onze samenleving,maar onze systemen en regels sluiten lang niet altijd goed aan op dezeverschillende ondersteuningsvragen. Dat maakt het voor mensen engezinnen vaak onnodig ingewikkeld. Ik wil daarom bij een aantalonderdelen stilstaan. Ik wil even stilstaan bij mensen met een lichteverstandelijke beperking, vervolgens bij mensen met complexezorgvragen, daarna bij kinderen met een beperking en dan bij ouderenmet een beperking. Ik eindig met stilstaan bij het VN-verdrag Handicap.Ten eerste mensen met een lichte verstandelijke beperking. In Nederlandgaat het om ongeveer 1,1 miljoen mensen. Onze samenleving wordtsteeds sneller en complexer. Formulieren, digitale loketten en ingewik-kelde regels vragen steeds meer van mensen. Voor mensen met een lichteverstandelijke beperking zijn die systemen vaak veel moeilijker tedoorgronden. Als we daar beter rekening mee houden, kunnen we veelproblemen voorkomen en de mogelijkheden van mensen met een lichteverstandelijke beperking beter benutten. Daarom heb ik de volgendevraag aan de Minister: welke stappen zet de Minister concreet om tevoorkomen dat mensen met een lichte verstandelijke beperking pas inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18915 beeld komen wanneer problemen zich hebben opgestapeld, bijvoorbeeldop het gebied van schulden, werk of justitie?Voorzitter. Ten tweede wil ik inzoomen op de complexe zorg en mensenmet een ernstige beperking, die intensieve zorg nodig hebben en vaak ineen zorginstelling verblijven. Dat zijn vaak mensen die decennialang opdeze plek verblijven. Het zijn mensen voor wie de kwaliteit van leven vaakdirect samenhangt met de zorg die ze ontvangen. Voor hen betekentgoede zorg niet alleen ondersteuning, maar ook veiligheid, nabijheid encontinuïteit, vaak jarenlang, soms een leven lang. Daarover heb ik devolgende vragen aan de Minister. De Minister gaat bestuurlijke akkoordensluiten in de langdurige zorg, waaronder de gehandicaptenzorg. Welkestappen worden daar nu al in gezet? Wanneer ontvangt de Tweede Kamereen terugkoppeling. Worden daarbij ook organisaties zoals de Coalitievoor Inclusie en Vereniging Inclusie Nederland betrokken?Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Dank aan collega Synhaeve voor haar goede en mooie woorden over hoewe inclusief kunnen zijn. Tegelijkertijd heb ik grote zorgen over deafspraken in het coalitieakkoord over de bezuinigingen op de langdurigezorg. Er is namelijk al een bedrag vastgesteld voor de completelangdurige zorg, maar de Minister schrijft heel duidelijk in haar beidebrieven dat ze nog niet specifiek kan maken wat dat voor de verschillendesectoren betekent en dus ook niet voor de gehandicaptenzorg. Datbetekent dat er als het ware gesprekken gevoerd gaan worden op hetdrijfzand van aanstaande bezuinigingen waarvan we niet weten hoe grootdie gaan zijn. Ik heb de Minister-President bij het debat over de regerings-verklaring horen zeggen dat er beter gekeken moet worden naar wat ditvoor de gehandicaptenzorg betekent en naar scenario’s waarin debezuinigingen juist daar niet zo hard neerslaan, omdat er ook al het eenen ander in het basispad zat wat controversieel is verklaard en wat nogniet door de Kamer is. Wat is nou de weg die D66 hierbij voor ogen heeft,behalve dat met iedereen gesproken moet worden? Dat laatste is mijhelder. Dat vind ik ook mooi, maar ik wil ook weten welke weg u verdervoor ogen heeft. Is dat die 990 miljoen? Is dat een half miljard? Hoe zietD66 dat?Mevrouw Synhaeve (D66):De zorg kan het nu al niet aan. We zullen dus keuzes moeten maken omdie zorg toegankelijk en betaalbaar te krijgen en te houden voor wie dezehet allerhardst nodig heeft. Ik ben ervan overtuigd dat het coalitieakkoorddaarvoor de kaders meegeeft. Ik vind het heel logisch dat een coalitieaangeeft welke richting zij op wil gaan en daar de financiën aan koppelt. Ikvind het ook heel logisch dat dit vervolgens helemaal wordt doorgerekenden dat je op basis daarvan kijkt naar de verdere invulling, en het is alleenmaar goed en het is noodzakelijk om dat samen met de sector te doen.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Nou ben ik nog niks wijzer. De zorg kan het immers niet aan. We hebbenook gezien dat in de gehandicaptenzorg in de afgelopen jaren heel langgeen dekkend tarief is gehanteerd. Dus ja, dan is het nogal wiedes dat dezorg het niet aankon, want er werd niet betaald op basis van de kosten dieer waren. De afgelopen jaren hebben we gezien dat mensen in degehandicaptenzorg ouder worden – gelukkig maar – maar ook dat ditlangere tijd intensieve zorg vraagt. Dat betekent vaak ook iets voor oudersvan kinderen met een extra zorgvraag, die zelf ook ouder worden. Vanfractievoorzitters krijg ik een metaverhaal te horen: demografisch gezienkunnen wij dat op de lange termijn niet betalen. Bijvoorbeeld bezienvanuit de ouderenzorg is daar van alles over te zeggen. Ik ben het erhelemaal mee eens dat we het daar goed over moeten hebben. Ik ben heter ook mee eens dat de meest kwetsbare mensen nog steeds altijd goedeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18916 zorg moeten krijgen, maar dit is een andere sector, een sector waarin datmetaverhaal niet opgaat. Ziet collega Synhaeve dat? En wat betekent datvoor de financiële keuzes van D66?Mevrouw Synhaeve (D66):Ik ben het volmondig met u eens: dit is een andere sector. Juist daaromzou dit de sector moeten zijn die vooroploopt. Dit is immers de sectorwaarin mensen vaak decennialang op dezelfde plek wonen. Als wij wetendat binnen nu en een aantal jaren een op de vier mensen in de zorg zoumoeten werken om die zorg te kunnen blijven verlenen, dan weten we ookdat dit op deze manier niet zal gebeuren. Juist daarom sta ik achter dekeuzes die we gemaakt hebben, want die zijn nodig, juist in deze sector.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Langzaam maar zeker begin ik daar toch echt wel boos om te worden. Ikwaardeer collega Synhaeve enorm als collega, maar al die verhalen overdat we meer mensen nodig hebben in de zorg zijn zeker van toepassing,want we zien dat de generatie babyboomers ouder gaat worden. Dat isfantastisch; we moeten kijken hoe we dat goed gaan doen. Deze groepmensen echter onderdeel laten zijn van bezuinigingen, terwijl zij aljarenlang tekortkwamen, vroeg al om wat in de doorrekening. Mijn partijheeft dat in ieder geval gedaan en gezegd: niet bezuinigen op degehandicaptenzorg. Ik stond ervan te kijken hoeveel er was ingeboekt. Ikbaal er dan ook enorm van: welke brief ik ook krijg van de Minister, ingeen enkele brief staat het bedrag dat bezuinigd zal worden op degehandicaptenzorg. Al deze mensen en alle mensen die buiten deze zaalzitten kijken, weten niet wat dit de komende jaren gaat betekenen, terwijler al zo veel onzekerheid is. Mijn oproep aan D66 is dan heel concreet. Ikheb eerder een uitgestoken hand gezien van de Minister-President. Ik hoorde Minister ook zeggen dat zij die bezuinigingen nu nog niet gaatinvoeren, maar het gesprek aangaat. Ik hoor coalitiepartijen zeggen: er iswel wat ruimte. Wat is die ruimte nou?Mevrouw Synhaeve (D66):Wij hebben met elkaar afgesproken dat we de komende jaren ook in hetkader van de Wet langdurige zorg meer geld gaan besteden. We gaan van40 naar 45 miljoen. We hebben ook gezegd: dat is lager dan het basispaden we gaan nu nog niet helemaal aftekenen hoe dat precies binnen deverschillende subsectoren landt, want interventies in de langdurige zorgzijn gewoon echt anders dan interventies in de gehandicaptenzorg of decomplexe ggz. Daar staan we dus nog steeds achter. Dat is ook de lijnwaar we voor kiezen. Ik geloof dat dit de enige manier is om dit ook op delange termijn kwalitatief goed, betaalbaar en toegankelijk te houden.Mevrouw Dobbe (SP):Ik snap niet dat de coalitiepartijen, maar ook D66, deze logica maar blijvenverkondigen: het gaat niet goed in de zorg, dus bezuinigen we mogelijknog tot een half miljard. Alsof dat het beter maakt. Iedereen die hier zitweet dat het niet beter gaat op het moment dat er meer geld uit degehandicaptenzorg wordt getrokken. Die logica klopt gewoon voor geenmeter. Het is ook niet wat D66 vóór de verkiezingen heeft gezegd. Volgensmij hadden we in september het laatste debat over de gehandicaptenzorg.Toen had ik een debat met een collega van mevrouw Synhaeve, en die zei:wij gaan staan voor de gehandicaptenzorg; ik vind dat partijen die nugrote woorden gebruiken ook moeten leveren. Dat werd er gezegd doorD66 vóór de verkiezingen. Uit de doorrekening van het verkiezingspro-gramma van D66 blijkt dat de partij geen bezuiniging had opgenomen opde gehandicaptenzorg. Het is de enige vorm van zorg waarvoor D66 zichvóór de verkiezingen wel uitsprak tegen bezuinigingen. Samen metcollega Bikker en een aantal andere collega’s hier vraag ik mij nu af waarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18917 nu wel de ruimte en de mogelijkheid zitten bij D66 om die verkiezingsbe-lofte alsnog na te komen. Volgens mij verdienen die mensen dat ook.Mevrouw Synhaeve (D66):Wij hebben bij de verkiezingen de belofte gedaan dat we ervoor willenzorgen dat de zorg toegankelijk blijft voor de mensen die deze het hardstnodig hebben. Dat is precies wat we gaan doen, juist door keuzes temaken. Ik ben ervan overtuigd dat meer geld niet de oplossing zal zijn. Wemoeten met elkaar kijken welke richting we opgaan. Daar geven we hetkabinet samen met de sector de ruimte voor; geef ons ook input om tekijken hoe we dat precies vormgeven met elkaar. Dat is waar ik achter staen waar ik volgende week ook nog achter sta.De voorzitter:Laten we proberen de interrupties bondig te houden.Mevrouw Dobbe (SP):Meer geld gaat niet de oplossing zijn. Deze discussie hebben we ookgehad toen het ging over de jeugdzorg en toen het ging over de begrotingvan de hele zorg. Maar minder geld is toch ook niet de oplossing? Als jede bezuinigingen die nu plaatsvinden ziet, hoe gaan die de zorg helpen?Hoe gaat het de gehandicaptenzorg helpen als we misschien bijna eenhalf miljard euro gaan bezuinigen? Het is nog helemaal niet duidelijk waardie bezuinigingen gaan landen, maar ze zijn wel ingepland, ook door D66.Mevrouw Synhaeve (D66):Ik begrijp de zorgen echt wel. Ik begrijp echt heel goed dat er zorgen zijn,zeker bij deze groep mensen die zo’n lange tijd zorg nodig heeft enwaarbij de kwaliteit van zorg zo nauw samenhangt met de kwaliteit vanleven. Maar dat betekent niet dat ik dan de keuze maak om er steeds geldbij te doen. Daarmee gaan we het op termijn gewoon niet redden. Datgeloof ik niet. We gaan veel meer moeten kijken hoeveel personeel erbeschikbaar is en hoe we hen het meest effectief kunnen inzetten voor degroep die dat het hardst nodig heeft. Er is een groep mensen waarvan ookde sector aangeeft dat deze mensen op termijn misschien ook wel in dewijk kunnen wonen. Er is ook een groep mensen die al decennialang ineen instelling woont; zij gaan hierna niet meer in de wijk wonen. Maar wekunnen wel kijken hoe we ervoor zorgen dat de nieuwe groep dieinstroomt wél een fijne plek in de wijk kan krijgen, met de zorg die daarbijhoort. Voor die keuzes wil ik kijken wat we kunnen doen om die te maken,zodat we het op de lange termijn toekomstbestendig kunnen maken enhouden.Mevrouw Dobbe (SP):Mevrouw Synhaeve begon haar betoog met het bedanken van de mensendie hiernaartoe zijn gekomen. Ik denk dat het heel terecht is dat wemensen bedanken dat ze de moeite hebben genomen om hiernaartoe tekomen en hier in de Statenpassage mee te kijken, of om dat vanuit huis tedoen. Mevrouw Synhaeve zei ook: het is een belangrijk signaal dat zij hieraan ons overbrengen. Een aantal mensen hier in de zaal zijn in het roodgekleed. Een aantal van deze mensen zit hier omdat zij zien dat als erbezuinigd wordt op de gehandicaptenzorg zoals mevrouw Synhaeve hiernu verdedigt, zij of de mensen voor wie zij zorgen in de problemen gaankomen. Als mevrouw Synhaeve dit daadwerkelijk een belangrijk signaalvindt dat deze mensen hier vandaag komen afgeven, wat zegt zij dantegen deze mensen, meer dan «ik begrijp uw zorgen»?Mevrouw Synhaeve (D66):Ik zie het als een belangrijk signaal om de keuzes die de komendemaanden, het komende half jaar, worden gemaakt, heel zorgvuldig metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18918 elkaar te maken. Daar zit namelijk de ruimte. We hebben in het coalitieak-koord de kaders geschetst en het kabinet is aan de slag met de uitwerkingdaarvan. Daar zijn heel veel keuzes in te maken. Het signaal dat ik afgeef,is: ik herken uw zorgen, ik deel uw zorgen en ik zal er alles aan doen omervoor te zorgen dat we de keuzes die we maken, zo zorgvuldig mogelijkmaken met elkaar.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Volgens mij lopen er een paar woorden door elkaar. Ik heb het overwoorden als «hervormingen» en «bezuinigingen». Iedereen is hier voorhervormingen. De zorg moet natuurlijk voortdurend hervormd worden.Maar als je zegt dat de zorg toegankelijk moet blijven voor de groep die dezorg het allerhardst nodig heeft, zoals mevrouw Synhaeve zegt, danbegrijp ik niet waarom je gaat bezuinigen op de groep die de zorg hetallerhardst nodig heeft. Ik heb daarover een hele concrete vraag. Wij zijnallebei woordvoerder Jeugdzorg. Daar moest ook hervormd worden endat ging gepaard met een bezuiniging. Dat was bij lange na niet zo’n forsebezuiniging als hier. We zijn nu een paar jaar verder en het loopt helemaalin de soep. Er gaan alleen maar meer jongeren naar de jeugdzorg. Dekosten rijzen de pan uit en alle gemeenten hebben daar last van. Mijnvraag aan D66 is: waarom zou zo’n zelfde traject met fors bezuinigen, nogmeer dan op de jeugdzorg, en dan willen hervormen in de gehandicap-tenzorg wel goed uitpakken?Mevrouw Synhaeve (D66):Ik denk dat dit traject anders is. Ik denk dat we juist in dit traject veelduidelijker aangeven dat we veel meer samen met de sector gaan bepalenaan welke grote knoppen we moeten draaien. Ik denk dat voor mij de lesuit tien jaar meelopen in de jeugdzorg is dat we die knoppen in dejeugdzorg onvoldoende met elkaar bepaald hebben, waardoor we er ookniet in slagen om de zorg daadwerkelijk te hervormen.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik heb niet echt de indruk dat iemand uit de sector zegt: wat een goedidee; we gaan nadenken over de invulling van deze forse bezuiniging. Daneven een wat technischere vraag. Ik heb in mijn bijdrage uitgelegd dat eral een kostendekkend tarief is en dat de sector de afgelopen jaren dus forsgeld tekortkwam. Er komt nu een korting op dat kostendekkende tarief.Wat vindt mevrouw Synhaeve daar dan van? We hebben een kosten-dekkend tarief en daarop komt een bezuiniging. Wat vindt zij daarvan?Mevrouw Synhaeve (D66):Ik geloof veel meer in hervormingen waar een visie achter zit die we metelkaar delen. De knop «draaien aan tarieven» is niet de manier waarop ikdat het liefst zou willen doen.De heer Diederik van Dijk (SGP):Er zijn bezuinigingen waarvan je aan de voorkant eerlijk moet zeggen datje niet precies weet hoe het uit zal pakken. Het kan ook meevallen. Maarhet punt is dat dat bij de groep waar mevrouw Synhaeve over spreekt,mensen die langdurige complexe zorg nodig hebben, juist wel heelvoorspelbaar is. Dat kan elke zorgaanbieder bevestigen. Net als mijncollega’s heb ik er heel veel gesproken de afgelopen weken. Die zeggen:«Er zijn twee kenmerken, namelijk arbeidsintensief en vaak groepsgewijs.Deze bezuinigingen leiden hoe dan ook tot minder mensen op de groep,minder aandacht voor cliënten en nog meer werkdruk voor het personeeldat achterblijft.» Ik heb de volgende vraag. Als dit aan de voorkant zoduidelijk is, zegt D66 dan «dat accepteren wij eventueel», of zegt D66«nee, deze uitkomst is hoe dan ook, hoe we ook gaan praten met elkaar,onaanvaardbaar»?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18919 Mevrouw Synhaeve (D66):De uitkomst moet altijd zijn dat de mensen die de zorg het allerhardstnodig hebben, die kunnen krijgen. Dat geldt ook in deze sector, juist indeze sector. Ik heb er zelf een beetje moeite mee dat er al allerleiconsequenties worden uitgetekend, terwijl we nog niet weten hoe we deverdeling binnen de hervorming van de langdurige zorg precies gaanvormgeven. Ik denk dat daar ook de ruimte zit om te kijken: wat doe jebinnen de ouderenzorg, wat doe je binnen de complexe ggz-zorg en watdoe je binnen de gehandicaptenzorg? Dat doe je in de wetenschap datdoorlooptijden in deze sector ... «Doorlooptijden», wat een verschrikkelijkwoord. Maar als we hier veranderingen willen doorvoeren, zal dat veelmeer tijd in beslag nemen dan in de ouderenzorg misschien het geval zalzijn.De heer Diederik van Dijk (SGP):Hier hoor ik toch wel een belangrijke opening, denk ik. De verdeling ligtnog niet vast. Daaruit zou ik kunnen afleiden dat als de consequentieszouden zijn zoals bijna elke zorgaanbieder voorspelt, namelijk dat het tenkoste gaat van de betreffende mensen en van het personeel, het daar dusin ieder geval niet mag neervallen. Mag ik dat zo concluderen naaraanleiding van het antwoord van mevrouw Synhaeve?Mevrouw Synhaeve (D66):Volgens mij zeggen wij heel duidelijk dat die verdeling nog niet vastligt.Dat wordt ook bevestigd in de brieven vanuit het kabinet. Ik val ook inherhaling, maar dat is vrij logisch als dezelfde vragen steeds op eenandere manier worden geformuleerd. We gaan het op een andere maniermet elkaar moeten organiseren, ook op de langere termijn. Dat betekentook dat dingen niet altijd als in de afgelopen jaren zullen blijven gaan.De heer Diederik van Dijk (SGP):Laatste keer. Ik heb inderdaad geen rood aan, maar wil met alle respectwel een beetje rood aanlopen van schaamte richting de mensen die hierzijn. Als elke zorgaanbieder aan de voorkant zegt dat bezuinigingen leidentot achteruitgang van de kwaliteit van de zorg en voor het personeel, zoudat een rode streep moeten zijn. Mijn laatste vraag is: erkent mevrouwSynhaeve dat er heel veel investeringen worden verwacht, onder meer inhet vastgoed? Ook dat staat met nieuwe bezuinigingen op de helling.Neemt D66 dat fundamenteel mee?Mevrouw Synhaeve (D66):De keuzes die we maken, moeten uiteindelijk leiden tot betere kwaliteitvan zorg. Daar kunt u mij op aanspreken.Mevrouw Maeijer (PVV):Een korte vraag. Ik hoor mevrouw Synhaeve een aantal keer zeggen datde zorg toegankelijk moet blijven voor de mensen die die zorg hetallerhardst nodig hebben. Mevrouw Westerveld heeft net een aantalvoorbeelden geschetst van mensen die die zorg hard, het hardst, of hetallerhardst nodig hebben. Wie zijn dan die groep mensen volgensmevrouw Synhaeve? U vernauwt het nu tot mensen die dat het aller-hardst nodig hebben. Volgens mij is iedereen nu zo boos omdat die hélegroep op wie de bezuinigingen neerslaat die zorg hard nodig heeft. Wiebedoelt u dan precies?Mevrouw Synhaeve (D66):Wat ik ook in mijn bijdrage probeerde aan te geven is dat de gehandicap-tenzorg en de doelgroep die daarbij hoort heel divers is. Elk van diegroepen zal iets anders nodig hebben. Ik kom daar later in mijn bijdragenog meer over te spreken. Wat in ieder geval buiten kijf staat, is dat deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18920 mensen in een instelling die intensieve zorg nodig hebben die moetenblijven krijgen. Die zorg moet kwalitatief goed zijn, met vaste gezichten,niet alleen nu, maar ook binnen tien jaar.Mevrouw Maeijer (PVV):Dan laat u mij eigenlijk in vertwijfeling achter. Volgens mij zijn dat nouprecies de dingen waarvan zo ongeveer de gehele sector zegt dat ze zwaaronder druk komen te staan, zo niet afgebroken worden door die bezuini-gingen. Ik doel met name op de kwaliteit van leven van zorgintensievemensen. Zij waarschuwen er op alle mogelijke manieren voor dat dit juistdatgene is wat niet overeind blijft staan. Dus welke visie zit hier danachter? Of ontbreekt het gewoon aan visie? Dat kan natuurlijk ook.Moesten er gewoon financiële keuzes gemaakt worden en is toevallig nude gehandicaptensector de pineut?Mevrouw Synhaeve (D66):Om even door te bouwen op de vraag voor wie de zorg echt beschikbaarmoet zijn, merk ik het volgende op. Van de mensen die zorg nodig hebbenin zo’n intramurale setting, weten we dat we moeten kijken naar bijvoor-beeld de groep VG6/VG7. Daarvan zegt de sector ook: die zouden optermijn misschien wel in de wijk kunnen wonen, maar dan moeten er welvoldoende woningen beschikbaar zijn voor die groep. Dat is een manierom te kijken hoe je iets meer ruimte kunt creëren binnen die groep om tezorgen dat we het beschikbare zorgpersoneel juist kunnen inzetten voorde mensen die de zorg het hardst nodig hebben en die niet in de wijkzullen kunnen wonen, ook niet met intensieve ondersteuning.De voorzitter:Ik geef mevrouw Synhaeve weer het woord voor het vervolg van haarbijdrage. Maar eerst een interruptie van mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Ik heb goed geprobeerd te luisteren naar de antwoorden van mevrouwSynhaeve op alle vragen van de collega’s. Eén ding zei mevrouwSynhaeve naar aanleiding van een vraag van mevrouw Westerveld,namelijk dat de tarieven op dit moment net kostendekkend zijn. «Kosten-dekkend» betekent dat net de zorg gegeven kan worden die nodig is. Alshet niet-kostendekkend is, dan kun je dus niet meer de zorg geven dienodig is, want dan is er onvoldoende geld voor. Mevrouw Synhaeve zegt:ik geef er ook de voorkeur aan om niet tariefkortingen op te leggen maardat besparingen gebaseerd zijn op hervormingen. Nu zijn er een aantalbezuinigingen waarbij dat aantoonbaar niet het geval is. Ik ben welbenieuwd wat mevrouw Synhaeve daar dan van zegt. Het meerjarigcontracteren bijvoorbeeld gebeurt al, dus dat levert geen geld meer op.Ook zou er bespaard worden op de verplaatsing van de handelingen uitde Wlz naar de Zorgverzekeringswet. Dat gaat echter niet door, dus datlevert ook geen besparing op. Deze hervormingen zijn dus al van tafel,maar die forse bezuiniging staat nog steeds. Hoe moet ik dat rijmen methet antwoord dat mevrouw Synhaeve net gaf? Want dit is dan gewooneen tariefkorting.Mevrouw Synhaeve (D66):Dit is ook het onderdeel waar ik zelf de meeste moeite mee heb, want daarblijkt geen visie uit. We kunnen het met elkaar oneens zijn over de visie enwe kunnen het met elkaar oneens zijn over de stappen die gezet moetenworden, maar hier ben ik ook niet enthousiast over. Ik kijk ook naar hetkabinet om te zien of zij daar straks een reactie en een reflectie op kunnengeven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18921 Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Ik zat met enige verbazing te luisteren. Ik zie iedereen rechts van mij roodaanlopen. Ik hoorde mevrouw Synhaeve zojuist zeggen: kwaliteit van zorgbepaalt de kwaliteit van leven. Mijns inziens vergt dat investeringen. Alswe nu nog niet exact weten hoe de plannen ingevuld gaan worden en watdaarvan de consequenties zullen zijn, is het dan niet eerlijker om nu pasop de plaats te maken en niet te zorgen voor verdere onrust? Iedereen diedit aangaat, voelt daadwerkelijk dagelijks de stress, omdat ze niet wetenhoe de toekomst eruitziet. Pas op de plaats, eerst een plan en dan kijken ofer überhaupt bezuinigd kan worden.Mevrouw Synhaeve (D66):Kwaliteit van leven borgen vraagt om investeringen, maar ook om keuzes.Bij de Wmo zien we dat veel mensen die gebruikmaken van huishoude-lijke hulp, dat prima zelf kunnen betalen en dat dat ten koste gaat van demensen die het niet kunnen betalen. Dat zijn keuzes die we nu al kunnenmaken, waar ik achter sta en die er juist toe leiden dat de mensen die dezorg het hardst nodig hebben, die wel kunnen krijgen.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Dat leidt tot een vervolgvraag bij mij. Naar de Wmo voor mensen die heelvermogend zijn, zou ik nog kunnen kijken. Daar kan ik eventueel nog inmeegaan. Maar het belang van eigen regie en zeggenschap in verbandmet het pgb is nogal strijdig met het coalitieakkoord. Een pgb is voor heelveel mensen de sleutel tot participatie in de samenleving. Hoe ziet D66dit?Mevrouw Synhaeve (D66):Dat herken ik volledig. Ik denk dat er zeker een grote groep is voor wie eenpgb het verschil maakt, waardoor zij zelf keuzes kunnen maken en hunleven vorm kunnen geven op de manier waarop ze dat zelf het liefstwillen. Daarom zeggen we ook dat zorg in natura voorliggend wordt, maarals jij dat pgb kan dragen, dat zelf vorm kan geven en daarop kan sturen,dan moet dat nog altijd beschikbaar blijven. Dat zal ook in de toekomst zozijn.De voorzitter:Ik geef het woord aan mevrouw Dobbe. Aan mevrouw Bikker; sorry.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Geeft niet, voorzitter. Ik vond dat mevrouw Synhaeve net iets belangrijkszei, namelijk dat de bezuinigingen waar ze de meeste moeite mee heeft endie ook voor D66 wel echt ... Een meloen, een graat in de keel, eensteentje in de schoen: we kunnen daar van alles voor gebruiken. Maarbelangrijker is dat we samen kijken hoe we dat kunnen oplossen, wantmijn beeld is dat een deel hiervan, in tegenstelling tot de bezuinigingendie zijn aangekondigd, eigenlijk nog de oude bezuinigingen van devoorgaande kabinetten zijn. Is collega Synhaeve het met me eens dat alswe dat anders willen, het dan ook aan deze Kamer is om een voorstel neerte leggen voordat we over de begroting stemmen? Is D66 bereid daarovermee te denken?Mevrouw Synhaeve (D66):Ik ben het zeker met mevrouw Bikker eens dat het uiteindelijk aan dezeKamer is om daar een besluit over te nemen, maar ik wacht graag eerst dereactie van het kabinet af.De voorzitter:Dan is opnieuw het woord aan mevrouw Synhaeve voor het vervolg vanhaar bijdrage.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18922 Mevrouw Synhaeve (D66):Voorzitter. Ik was in mijn betoog bij de mensen met een complexezorgvraag. Daarbij had ik een aantal vragen aan het kabinet in aanvullingop de vragen die ik net al stelde. Welke wet- en regelgeving zit nu in deweg om de beoogde hervormingen voor elkaar te krijgen? Daarnaast zienwe dat verschillende organisaties, waaronder de VNG, oproepen om teonderzoeken wat de impact is van de hervormingen, zodra we die meerinvulling hebben gegeven, voor mensen met een levenslange enlevensbrede beperking. Hoe kijkt de Minister aan tegen een dergelijkverzoek?In de stukken wordt gesproken over het mogelijk verminderen vanbepaalde vormen van institutionele zorg. Daar heb ik al een aantal vragenover gesteld, dus die ga ik niet opnieuw stellen. Ik wil graag nog welstilstaan bij het meer organiseren van zorg in de wijk. We moeten ookkijken of die wijk daar klaar voor is. Gemeenten hebben daarin eenbelangrijke rol, onder andere via de Wmo. In het inspectierapport zien wejuist dat het toezicht op Wmo-zorg sterk verschilt tussen gemeenten.Daarover heb ik de volgende vragen aan de Minister. Hoe kijkt de Ministernaar deze verschillen? Vindt zij het acceptabel dat de kwantiteit en dekwaliteit van de geleverde zorg zo afhankelijk zijn van de gemeente waariemand woont? Hoe kijkt de Minister aan tegen meer landelijke standaar-disering?Voorzitter. Ten derde: kinderen met een beperking. We zeggen vaak datieder kind mee moet kunnen doen. In de praktijk verdwalen ouders vankinderen met een beperking vaak tussen onderwijs, zorg en jeugdhulp.Juist de overgang tussen jeugdzorg en volwassenenzorg is vaak veel tehard. Dat zorgt voor grote problemen voor kinderen die volwassenworden, die dan opeens grote verantwoordelijkheden moeten dragen endaardoor ook voor opstapelende problemen kunnen komen te staan.Daarover de volgende vragen aan de Minister. Wat doet de Minister omde overgang tussen jeugdzorg en volwassenenzorg voor jongvolwas-senen met een beperking zo soepel mogelijk te laten verlopen? Waarmoeten we beleid aanpassen om te zorgen dat professionals de ruimtekrijgen om jongeren en jongvolwassenen goed in deze overgang tekunnen begeleiden?Uit onderzoek van Stichting het Gehandicapte Kind blijkt dat een op dedrie kinderen met een beperking nooit bij een speelplek in de buurt komt,omdat die speelplek daar niet toe uitnodigt. Ik heb de volgende vraag aande Minister. Het coalitieakkoord vraagt meer aandacht voor buitenspeel-plekken. Hoe zorgt de Minister dat dit inclusieve buitenspeelplekken zijn?Ten vierde: ouder wordende mensen met een beperking. Ook in degehandicaptenzorg zien we dat mensen ouder worden. Dat is positief,maar het brengt ook uitdagingen met zich mee. Dementie komt bijvoor-beeld steeds vaker voor bij mensen met een verstandelijke beperking.Daarom de volgende vragen aan de Minister. Is de sector voldoendevoorbereid op deze ontwikkeling? Hebben we voldoende kennis enzorgvormen voor deze combinatie van zorgvragen? Wordt dit onderwerpvoldoende meegenomen in de toekomstagenda van de sector?Voorzitter. Mijn laatste blokje gaat over het VN-verdrag Handicap.Iedereen in deze Kamer onderschrijft het VN-verdrag Handicap. Ik vind hetdaarom ook goed dat een aantal aanbevelingen van het College voor deRechten van de Mens worden opgevolgd. Maar op sommige punten vindik de reactie te vrijblijvend. Zo wordt bijvoorbeeld nog bekeken of hetVN-verdrag onderdeel wordt van het opleidingsaanbod voor rijksambte-naren. Mijn vraag aan de Minister is simpel: waarom regelen we dat nietgewoon, als we weten dat we juist zo veel voor elkaar moeten krijgen opdie andere departementen?Daarnaast stelt het College voor de Rechten van de Mens dat de imple-mentatie van het VN-verdrag Handicap te traag verloopt en te weinigconcrete doelen kent. Ik maak me daar zorgen over, als we enerzijdsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18923 aangeven deze rijksbrede opgave te willen uitvoeren bij alle relevantedepartementen, en tezelfdertijd terughoudend zijn in de ambities om ditvoor elkaar te krijgen Daarom de volgende vragen aan de Minister. Opwelke manier gaat de Minister zorgen voor meer snelheid en meerconcrete doelen? Op welke manier gaat de Minister sturen op deuitvoering die niet onder haar directe verantwoordelijkheid valt? Dezevragen heeft, bedenk ik me nu, collega Westerveld ook al gesteld.Tot slot, voorzitter, de werkagenda. De werkagenda gekoppeld aan hetVN-verdrag Handicap moet geen afvinklijst worden. Juist als we vanuit degedachte van het VN-verdrag Handicap gaan werken, zullen we die elkekeer moeten bijsturen, maar dat vraagt wel om duidelijke doelen metduidelijke resultaten, en om de ruimte om steeds bij te sturen.Voorzitter, ik rond af. Leven met een beperking mag geen beperking zijnvan iemands kwaliteit van leven. Voor veel mensen met een beperkingbepaalt de kwaliteit van zorg direct hun kwaliteit van leven. Daarom zullenwij er alles aan doen om te zorgen dat die zorg toegankelijk blijft, nu en inde toekomst. Dat vraagt ook dat we eerlijk zijn, zoals ik al eerder hebgenoemd, want de vraag naar zorg groeit sneller dan het aantal zorgver-leners.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. Dan geef ik het woord aan mevrouw Maeijer voorhaar inbreng in de eerste termijn.Mevrouw Maeijer (PVV):Voorzitter, dank u wel. Vandaag spreken we over de gehandicaptenzorg,volgens mij voor het eerst in een apart wetgevingsoverleg. Ik vond dit eenheel mooi initiatief, waarmee de sector de aandacht krijgt die hij verdient,want er gebeuren ontzettend veel mooie dingen in deze sector. Dewerkbezoeken die ik heb afgelegd, hebben op mij een diepe indrukgemaakt. Het aantal mensen hier op de tribune, maar ook elders in hetgebouw, maakt dat ook, want ik weet dat het voor velen heel veel moeiteheeft gekost om er vandaag bij te zijn of om op een andere manier ditdebat te volgen. Ik kan me zo voorstellen dat het ook heel veel moeite kostom vandaag de hele dag aangehaakt te blijven, gelet op de ruimespreektijden van iedereen. De Minister zal straks ongetwijfeld ook nog weleen tijdje aan het woord zijn.Voorzitter. Ruim twee miljoen mensen in Nederland leven met eenbeperking. Helaas is meedoen nog steeds niet vanzelfsprekend. Sinds hetuitkomen van het coalitieakkoord is de onrust groot. Dat is natuurlijk nietzo gek. Het eigen risico gaat omhoog naar € 520, de tegemoetkomingvoor chronisch zieken wordt afgeschaft, er komt een eigen bijdrage in dewijkverpleging en er volgt een forse bezuiniging op de langdurige zorg,waaronder de gehandicaptenzorg. Het feit dat er 10 miljard euro wordtbezuinigd op de zorg is al krankzinnig, maar ik vind het verwerpelijk dat erook nog eens voor wordt gekozen om de rekening neer te leggen bijpatiënten, ouderen en gehandicapten. Ik zou de Minister om te beginnendan ook willen vragen wat zij hier nou eigenlijk van vindt. Wat ons betreftgaan deze plannen dan ook direct van tafel.Voorzitter. Op een van de eerste dagen als Kamerlid, toen we netgeïnstalleerd waren voor deze periode, ontvingen we van de sector eenjojo. Die symboliseerde het jojobeleid van de afgelopen jaren, metbezuinigingen die wel in de boeken staan en dan eerst wel en dan tochweer niet doorgaan. In de boeken is dat natuurlijk niet zo erg, want papieris geduldig. Maar voor alle zorgaanbieders die ermee moeten werken, ishet natuurlijk niet te doen. Dan gooit Minister Sterk er ook nog eens eenforse bezuiniging overheen. Tot nu toe weten we dat de bezuiniging op delangdurige zorg bijna 1 miljard moet opleveren. Het wordt vastgelegd ineen akkoord. Het gaat om passende persoonsgerichte zorg en het verderTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18924 ontwikkelen van het scheiden van wonen en zorg. Ook wordt zorg innatura voorliggend op het pgb. Daarmee stopt ongeveer onze kennis. Aande Minister heb ik dan ook de volgende vragen. Hoeveel komt er voorrekening van de gehandicaptenzorg? Wat betekent volgens haar passendepersoonsgerichte zorg in de gehandicaptenzorg? Wat betekent het verderontwikkelen van het scheiden van wonen en zorg in de gehandicap-tenzorg? Als dit doorgaat, klopt het dan dat er geen keuzevrijheid meer isvoor het pgb? Ik heb daar vorige week een motie over ingediend. Ikhoorde een aantal collega’s ook een punt maken over het pgb. Ik hoopdan ook dat zij mijn motie zullen steunen.Voorzitter. De Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland geeft aan, los vandat zij de bezuinigingen een donkere wolk vinden, dat de Minister – ik zegdit even in mijn eigen woorden – soms een beetje aan het goochelen ismet de cijfers en de grafieken. Ik dacht eigenlijk dat we daar vandaag eenreactie op zouden ontvangen, maar de brief van de Minister die we netvoor het debat ontvingen, gaat daar naar mijn idee helemaal niet zozeerop in. De Kamer had namelijk vorige week nog eens gevraagd omscenario’s, een reactie op de brief die was gestuurd door VGN, hetconcreet maken en een update ten aanzien van ExpertCare.Achter de cijfers gaat natuurlijk een wereld schuil. Dat is een wereld vanzorg voor kwetsbare mensen en professionals die op hun tandvlees lopen.Die wereld is nu bang voor een verschraling van zorg, met minderpersoonlijke aandacht, misschien wel minder wandelingen buiten, mindertijd om te douchen, minder tijd voor een praatje, nog hogere werkdruk enmeer uitval. Wat zegt de Minister tegen al die mensen die naar het debatluisteren, hier op de tribune en thuis, en zich hier grote zorgen overmaken?De Minister heeft het in haar brief van vanochtend over allerleivoorwaarden die zij wil hanteren, maar het financiële kader blijft gewoonstaan. Bent u bereid om de bezuinigingen op de gehandicaptenzorg vantafel te halen? In de brief van vanochtend lezen wij ook dat de Ministerverwacht voor 1 juni nog geen akkoord te hebben. Zij wil de bezuinigingdie ingeboekt staat voor 2027 op een andere manier oplossen, maar waardenkt zij dan aan?Voorzitter. Volgens mij wil de sector wel administratieve lasten terug-dringen. Wat kan de Minister doen om de sector hiermee te helpen? Is zijbereid om op korte termijn met hen om tafel te gaan, om zo te kijken water nog meer mogelijk is om ervoor te zorgen dat de spaarzame tijd die eris naar de cliënten gaat?Voorzitter. Persoonlijke aandacht en vaste gezichten zijn van levensbelangin de gehandicaptenzorg. Er is nu al een tekort aan bijna 10.000 mensen inde zorg en dat aantal loopt op. Het zichtbaarder maken van het prachtigewerk en het vergroten van maatschappelijke waardering staan hoog op deagenda van de sector. Ik denk dat steun van de overheid daarbij zeerwelkom is. Kan de sector op uw steun rekenen, vraag ik de Minister. Bentu bereid om toe te zeggen dat u de sector specifiek op dit punt, hetzichtbaarder maken van het werk en de mooie dingen die er gebeuren,financieel gaat ondersteunen? Het gaat dan niet om bureaucratischgeneuzel, maar gewoon om wat financiële steun zodat de sector zelf eenmooie campagne kan maken om hun prachtige werk aan Nederland telaten zien. Ik hoor het graag.Voorzitter. Meerdere organisaties spreken hun zorgen uit over deverwachtingen van de inzet van informele zorg, specifiek in deze sector.Een op de vijf medewerkers in de gehandicaptenzorg is ook mantelzorger.Netwerken gaan al gebukt onder een zware zorglast. In hoeverre verlangtde Minister van het netwerk dat zij extra zorgtaken zullen oppakken? Watis de Minister van plan om extra te gaan doen voor de mantelzorgers?Met deze zorgbezuinigingen legt zij namelijk nog veel meer druk op hen,en zij gaan al gebukt onder veel druk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18925 Voorzitter. In het coalitieakkoord wordt melding gemaakt van hetVN-verdrag Handicap, maar daar stopt het eigenlijk ook wel. Er is namelijkgeen geld voor beschikbaar gemaakt. Verschillende organisaties wijzenerop dat er voorstellen in het akkoord staan die haaks staan op hetverdrag. Hoe verhoudt dat zich tot elkaar? Hoe is de Minister voornemensom haar rol als coördinerend bewindspersoon op te pakken? Ik weet vandichtbij dat dit best taaie kost kan zijn.Voorzitter. De Minister kent vast het Nibudrapport over de meerkostenvoor mensen met een beperking. Uit onderzoek blijkt dat mensen met eenbeperking te maken kunnen hebben met hoge noodzakelijke uitgaven,bijvoorbeeld vanwege zorgkosten, hulpmiddelen of vervoer. Sommigehuishoudens hebben moeite met rondkomen of komen structureel geldtekort. Waarom kiest het kabinet er dan toch voor om bijvoorbeeld detegemoetkoming chronisch zieken af te schaffen en het eigen risico teverhogen? Wat denkt de Minister dat dit met de levensstandaard van dezemensen doet? Het kabinet zet daar een tegemoetkoming via gemeententegenover. Erkent de Minister dat met het bedrag dat het kabinetbeschikbaar stelt, veel minder mensen zullen worden geholpen daneerder het geval was? Erkent zij dat voor deze mensen alle maatregelenvan het kabinet zich op zullen stapelen? Hoe kijkt zij aan tegen het feit datde VNG bij de evaluatie van de regeling uiterst kritisch was op eengemeentelijke regeling, juist vanwege de uitvoerbaarheid?Voorzitter. Ons zorgsysteem kan een doolhof zijn op het moment dat jezorg nodig hebt. Kan de Minister vertellen hoe het ervoor staat met hetinitiatief «altijd de juiste deur» en de overheidsbrede loketten? Er zoudenvorig jaar drie praktijkinitiatieven starten. Wat heeft dat nu eigenlijkopgeleverd?In de media verscheen laatst het bericht dat meer dan de helft van debushokjes in Nederland niet of slecht toegankelijk is voor mensen met eenbeperking. Zes van de tien haltes hebben geen of onvoldoende hulpmid-delen om blinden of slechtzienden te ondersteunden bij het busvervoer.Voor mensen die afhankelijk zijn van een rolstoel is iets minder dan dehelft van de bushaltes niet goed uitgerust. Welke actie is de Minister vanplan om hierop te ondernemen? Nu ik het toch over het vervoer heb: hoestaat het met de uitvoering van de aangenomen motie-Agema over hetafschaffen van de kilometerregistratie en het persoonlijke kilometerbudgetvan Valys?Voorzitter. In het coalitieakkoord lezen we dat – ik citeer – «we stoppenmet het doorgeslagen indicatiecircus. Niemand hoeft zijn chronischeziekte of beperking meer periodiek aan te tonen.» Kan de Ministeraangeven wat mensen, onder welke wet zij ook vallen, precies van deMinister kunnen gaan verwachten op dit punt en wanneer?Voorzitter. Een aantal collega’s noemden het al: er zijn een aantalorganisaties, waaronder Metgezel en het ZEVMB-kenniscentrum, die zichzorgen maken over het nieuwe conceptbeleidskader van de meerzorg bijeen pgb. Want volgens hen biedt het onvoldoende waarborgen. Zij zienrisico’s op rechtsongelijkheid voor cliënten, overschrijding van bevoegd-heden en onvoldoende borging van maatwerk. Herkent de Minister dezesignalen? Kan zij op ieder van deze signalen afzonderlijk ingaan?Voorzitter. Dan een aantal vragen. Ik realiseer me dat ik een beetje van dehak op de tak spring, maar er stond echt een veelvoud aan onderwerpenop de agenda vandaag. Ik heb een aantal vragen over een aantalspecifieke aanbieders: De Trans, Fokus en Villa ExpertCare. Ik begin bij DeTrans. Kan de Minister een update geven van de situatie bij De Trans, endan natuurlijk in het bijzonder over het welzijn van alle bewoners? Deoverdracht zou per 1 januari van dit jaar plaatsvinden. Dat is alweer evengeleden, dus graag een stand van zaken.Voorzitter. Dan Fokus. In het onafhankelijke rapport dat is opgesteld metbetrekking tot Fokus kwam naar voren dat er sprake is van socialeonveiligheid. Kan de Minister iets vertellen over hoe het nu gaat? Er zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18926 een aantal verbetermaatregelen genomen. Krijgt Fokus of uw ministerienog steeds meldingen over sociale onveiligheid? Kan de Minister ietsvertellen over het vervolg? Want wie controleert nu eigenlijk of er echtsprake is van verbetering?Voorzitter. Mevrouw Westerveld had het al uitgebreid over VillaExpertCare. Ik was in de veronderstelling dat de Minister in de brief vanvanochtend met een update zou komen. Volgens mij staat het er niet in, ofik heb het niet goed gelezen. Ik dacht dat zij de signalen zou controlerendie vorige week in het debat zijn doorgegeven en dat ze in ieder geval zounagaan wat nu exact de stand van zaken is. Ik lees daar niets over terug. Ikzie de Minister knikken, dus ik verwacht dat zij daar zo uitgebreid opterugkomt. Ik zou heel graag willen weten voor hoeveel kinderen de zorgnu goed geregeld is, hoeveel kinderen en ouders nog steeds inonzekerheid verkeren en welke rol zij voor zichzelf ziet. 31 maart nadertnamelijk met rasse schreden. Ik hoop dat zij afstapt van de afwachtendehouding.Voorzitter. Afrondend heb ik nog een aantal vragen. Hoe staat het met deuitvoering van de aangenomen motie-Thiadens/Krul over verwisselbarepedaalverhogers voor mensen met dwerggroei? Wat doet de Ministereigenlijk om de langdurige zorg klaar te maken voor crises, om specifiekde langdurige zorg weerbaar te maken? Het gaat natuurlijk vaak over deziekenhuizen, maar ik denk dat het een terecht punt is om ook te kijken inhoeverre de langdurige zorg, zoals ouderenzorg en gehandicaptenzorg,klaar is voor een eventuele crisis en wat de Minister nog kan doen om dezorg daarin te ondersteunen.Voorzitter. Mevrouw Synhaeve zei al even dat mee kunnen doen op jongeleeftijd begint, bijvoorbeeld in de speeltuinen. Jantje Beton heeft deambitie om in iedere gemeente minimaal één inclusieve speelplek terealiseren. Daarvoor is geld nodig. Is de Minister bereid om met JantjeBeton in gesprek te gaan over het geven van aanvullende financiering?Voorzitter, helemaal tot slot. Ik sluit eigenlijk af waarmee ik begon enwaarmee alle collega’s hier begonnen, namelijk met een woord van dankaan alle mensen hier op de tribune, mensen elders in het gebouw enmensen die de livestream volgen, voor het geduld om naar mij en eenaantal voorgaande sprekers te luisteren. Natuurlijk sluit ik ook af met eenoproep aan de Minister om de bezuinigingen te schrappen. Kom totinkeer, zou ik zeggen.Dank u wel.De voorzitter:Dank aan mevrouw Maeijer voor haar inbreng. Dan vervolgen we met deinbreng van mevrouw Wendel.Mevrouw Wendel (VVD):Dank, voorzitter. Waarmee mevrouw Maeijer bijna eindigde, zou ik willenstarten, namelijk een dankwoord aan iedereen hier. Volgens mij geeft deaandacht die er voor dit onderwerp is des te meer aan met hoeveel passiemensen in de zorgsector werken en met hoeveel passie mensen metelkaar iedere dag hun stinkende best doen om het te verbeteren.Allereerst dank daarvoor.Voorzitter. Voor de VVD is het belangrijk dat iedereen zo veel mogelijk kanmeedoen in de maatschappij, met of zonder beperking. We vinden hetbelangrijk om te kijken naar wat mensen wél kunnen, in plaats van tefocussen op wat mensen niet kunnen. We stellen niet de beperking, maarde talenten centraal. We zetten mensen in hun kracht. Mensen met eenbeperking verdienen het om niet slechts verzorgd te worden, maar omeen zo compleet mogelijk leven te kunnen leiden. We moeten iedereen instaat stellen zijn of haar talenten zo veel mogelijk te ontwikkelen. Wekijken wat nodig is om ervoor te zorgen dat iemand optimaal van hetleven kan genieten. Wat is er nodig om iemand met een beperking vrij enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18927 zelfstandig te laten leven? Mensen met een beperking moeten zo veelmogelijk kunnen werken, reizen, sporten en recreëren.De VVD kiest ervoor om deze mensen te ondersteunen, niet door de regieover te nemen, maar door aan te vullen waar dat nodig is. Zo stellen wemensen in staat om hun eigen keuzes te maken. Daarvoor is wel eenverandering in denken noodzakelijk. Vroeger keken we naar wat iemandindividueel nodig had om mee te kunnen doen. We keken dus naar debeperking. Inmiddels werken we toe naar een inclusieve samenleving. Wemoeten ervoor zorgen dat de algemene voorzieningen geschikt zijn vooriedereen. Zo kunnen ook mensen met een beperking gebruikmaken vandeze voorzieningen. Denk aan een theater, bibliotheek of sporthal. Dithebben we afgesproken in het VN-verdrag Handicap. Het is dan ookbelangrijk dat deze wordt uitgevoerd.Toegankelijkheid van gebouwen moet ook voor mensen met eenbeperking de normaalste zaak van de wereld zijn. Dat is het helaas nogsteeds niet. Ik vind het belangrijk dat zij voordat zij naar een publiekgebouw gaan, niet hoeven uit te zoeken of dit wel toegankelijk is. Mensenmoeten niet zenuwachtig hoeven zijn over of het allemaal wel gaat lukken.De drempels moeten de gebouwen uit en de liften de gebouwen in. Dieliften moeten dan ook vertellen waar je bent. Het klinkt zo logisch, maarvanzelfsprekend is het helaas nog niet. Dat zien we ook vandaag hier in deTweede Kamer. Als we ergens het goede voorbeeld zouden moetengeven, dan is dat hier.De VVD hecht er waarde aan dat ervaringsdeskundigen altijd betrokkenworden bij renovatie of nieuwbouw. Zij weten immers precies watbelangrijk is en wat echt niet vergeten mag worden. Wij pleiten dan ookvoor een toegankelijkheidslabel voor overheidsgebouwen. Als we willendat iedereen volwaardig kan meedoen in de samenleving, dan moet detoegankelijkheid gewoon echt op orde zijn. Het is aan de overheid om hetgoede voorbeeld te geven. Zo zetten we de norm. Mensen met eenbeperking worden daardoor minder afhankelijk van de overheid enbepalen zelf hoe zij hun leven inrichten. Mijn collega Daan de Kort heeftop 3 april 2024 van de toenmalige Minister al de toezegging gekregen datzij samen met ervaringsdeskundigen zou kijken of er een toegankelijk-heidslabel voor publieke gebouwen uitgewerkt kon worden. Ik wil dezeMinister vragen wat de stand van zaken hiervan is.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik deel de mooie woorden over toegankelijkheid. We doen het inNederland helemaal niet goed. Dat heeft de VN-commissie die onscontroleerde anderhalf jaar geleden ook heel duidelijk gezegd. Diecommissie zegt dat er meer moet gebeuren, want we houden ons niet aandat VN-verdrag. Iedereen is het ermee eens dat het VN-verdrag moetworden uitgevoerd. Mijn vraag is hoe de VVD dat wil doen als er nul eurovoor gereserveerd staat.Mevrouw Wendel (VVD):Juist omdat wij dat zo belangrijk vinden, hebben we het explicietopgenomen in het coalitieakkoord. Wat mij betreft mag daar namelijkgeen twijfel over bestaan. Hoe willen we dat gaan doen? Wat mij betreft ishet VN-verdrag Handicap niet alleen voor VWS. Volgens mij is het iets watiedere dag in ieder beleidsterrein doorwerkt. Volgens mij zou het dan ookbijzonder zijn om daar expliciet bij VWS geld voor vrij te maken. Wijvinden het bijvoorbeeld belangrijk dat wat er gebeurt bij publiekegebouwen op een inclusieve manier gebeurt. Daar is geen discussie overmogelijk.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Ik vind dit hele mooie woorden van mevrouw Wendel, maar om ergens tekomen – u noemt bijvoorbeeld de bibliotheek en de sportvereniging – isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18928 zo’n pgb juist hartstikke belangrijk om mee te kunnen doen in desamenleving. Hoe ziet mevrouw Wendel dat dan als het pgb op de tochtstaat?Mevrouw Wendel (VVD):Ik denk dat mevrouw Ten Hove hier een goed punt aansnijdt. Ik zou datgraag tweeledig willen beantwoorden. Allereerst wil ik ingaan op dat eenpgb nodig is om daar te komen. Voor een deel van de mensen is dat100%, helemaal waar. De VVD wil ernaartoe dat we de openbare ruimte zotoegankelijk maken dat niet meer iedereen individueel iets nodig heeft omdaar te komen, maar dat het voor iedereen mogelijk is om daar te komen.Als tweede het persoonsgebonden budget. Ik heb daar de afgelopen tijdook veel vragen over gekregen, omdat het persoonsgebonden budgetjuist door de VVD in het leven geroepen is. In het coalitieakkoord staat ermisschien een te kort zinnetje over, zou ik willen zeggen. Ik kijk even naarde voorzitter. Deze vraag zou ik graag iets uitgebreider willen beant-woorden; dan zal ik op de rest van de vragen bondig ingaan. Bij dezenalvast een belofte. Het persoonsgebonden budget is voor heel veelmensen 100% noodzakelijk om mee te kunnen doen in de samenleving.Daarom vindt de VVD het ook belangrijk dat het pgb houdbaar blijft. Hoewillen we dat doen? Door terug te gaan naar de essentie waarmee het pgbooit in het leven geroepen is. Wat ons betreft is het bedoeld voor mensendie onder eigen regie hun eigen zorg kunnen inkopen. Op die manierkunnen zij dan meedoen in de samenleving. Dat betekent dat weinderdaad zorg in natura voorliggend maken voor de mensen voor wiewat prima voldoende is om de zorg in te kunnen richten, maar datbetekent tegelijkertijd ook dat bij de mensen voor wie zorg in natura nietvoldoende is het pgb gewoon beschikbaar blijft, zodat mensen regie overhun eigen leven kunnen voeren.De voorzitter:Ik kijk heel even met een schuin oog naar mevrouw Maeijer. Had u eeninterruptie? Ik zag uw hand. Nee? Oké. Dan geef ik het woord aanmevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Ik wil even terug naar het VN-verdrag Handicap. De VVD heeft goeduitgelegd waarom zij het VN-verdrag Handicap belangrijk vindt, maarvolgens mij was de vraag: hoe gaan we dat VN-verdrag Handicapuitvoeren als daar nul euro voor is vrijgemaakt? Op die vraag heeft u noggeen antwoord gegeven. Ik zou toch wel willen weten wat uw ideeën zijnover hoe dit kan gebeuren zonder dat er geld voor is vrijgemaakt.Mevrouw Wendel (VVD):De constatering dat ik die vraag niet beantwoord heb, deel ik niet metmevrouw Dobbe. Volgens mij heb ik juist uitgelegd dat het wat ons betreftniet iets is wat alleen bij VWS ligt, waardoor we er niet slechts bij VWSeen potje voor vrijmaken. Het werkt in alle beleidsterreinen door.Mevrouw Maeijer (PVV):Daar ging mijn vraag slash irritatie een beetje over. In de ideale wereldwerkt dit natuurlijk zo. Bij VWS hebben we het over het VN-verdragHandicap en vervolgens gaat de bewindspersoon bij al haar collega’slangs en zegt: nou, kom maar met het geld, want we gaan het op alledomeinen uitvoeren. Nu heb ik een klein beetje ervaring hiermee en datwerkt niet altijd zo, kan ik u vertellen. Maar kunnen wij mevrouw Wendeler dan op aanspreken dat er in alle begrotingen waar de levensdomeinenaan de orde komen een potje met geld te vinden is waar de coördinerendbewindspersoon op VWS naar kan verwijzen als zijnde voor hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18929 VN-verdrag Handicap? Ik hoor u namelijk zeggen dat het niet alleen vande VWS-begroting af moet komen.Mevrouw Wendel (VVD):Ik vind dat het VN-verdrag Handicap niet iets is wat er nog even bij hoorten wat een apart potje is dat ernaast hoort. Wat mij betreft is hetVN-verdrag Handicap verweven in alles wat we iedere dag, iedere minuut,in ons beleid doen. Dat betekent dat in al onze begrotingen hetVN-verdrag Handicap met een groot uitroepteken een aandachtspunt is.Mevrouw Maeijer (PVV):Voor mij is de conclusie gewoon dat die potjes met geld er dus eigenlijknergens zijn. Dat is denk ik concluderend wat ik hier hoor.Mevrouw Wendel (VVD):Ik heb geen vraag gehoord, maar ik wil wel het volgende zeggen. Ikbegrijp kritiek op een coalitieakkoord. Als andere partijen aan tafel haddengezeten, zouden ze wellicht uiteraard andere keuzes maken. Tegelijkertijdvind ik het volgende wel lastig. Wij schrijven expliciet op dat wij echt veelwaarde hechten aan het VN-verdrag Handicap en dat wij willen gaankijken naar wat mensen wél kunnen en naar hoe we met elkaar kunnensamenleven, met of zonder beperking. Dan kun je kijken naar wat je zelfanders zou hebben opgeschreven, maar je kunt ook zeggen: fijn dat dezecoalitie zo veel waarde hecht aan het VN-verdrag Handicap; we trekken dekomende jaren samen op.Mevrouw Maeijer (PVV):Ik vind dit antwoord wel een beetje de wereld op zijn kop, want juistdoordat de VVD en anderen ervoor hebben gekozen om het op teschrijven, is de verwachting natuurlijk dat er dan ook boter bij de vis komt.Dat is de reden waarom de collega’s hier mevrouw Wendel en anderenhierop bevragen, van: hoe zit dat dan?Mevrouw Wendel (VVD):Ik denk dat ik in herhaling val als ik hier nog een keer op inga.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik begin me nu aan de beantwoording te irriteren. Wij constateren meteen aantal collega’s dat er een heel mooie zin in het coalitieakkoord staatover het uitvoeren van het verdrag. Dan vind ik het logisch dat wij aan decoalitiepartijen, aan de VVD, vragen: «Hoe dan en met welk geld dan? Uheeft mooi opgeschreven dat alle gebouwen toegankelijk moeten zijn,maar hoe gaat u dat dan doen?» En dan zegt u: ja, maar we hebben het zomooi opgeschreven. Zo werkt het natuurlijk niet. Als jullie dit opschrijven,willen wij graag weten hoe jullie dit gaan doen. Dan hebben we helemaalniets aan woorden als: weest u maar blij dat we dit hebben opgeschreven.Wij kijken dan namelijk ook naar de financiële bijlage, waarin we gewoonzien dat die mooie woorden niet worden gehaald. Dát is hier het punt.Datzelfde geldt voor het pgb. Als de VVD zegt het pgb juist zo belangrijk tevinden, kan de VVD toch niet voor mensen besluiten dat het pgb ingekortwordt? Het gaat hier om regie. Laat die regie dan bij mensen. Mijn vraagis dus: hoe rijmt u die mooie woorden met wat u vervolgens gaat doen?Mevrouw Wendel (VVD):Ik ben in mijn spreektekst ook ingegaan op bijvoorbeeld publiekegebouwen, die wij toegankelijk willen maken als er gerenoveerd wordt ofals er nieuw gebouwd wordt. Daarbij moet het VN-verdrag Handicapaandacht hebben, zodat dat op een goede en inclusieve manier gebeurt. Ikzie gewoon niet in waarom ik daarvoor een apart potje met geld zoumoeten reserveren, want – om het even plat te slaan – als je een nieuwTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18930 gebouw bouwt, zorg je dat het op een inclusieve manier gebeurt. Ik zieniet in waarom je dan specifiek zou moeten opschrijven: we moeten naastdeze renovatie nog geld vrijmaken voor het VN-verdrag Handicap. Dat isnamelijk al het uitgangspunt waarmee we bouwen. We bouwen volgenshet VN-verdrag Handicap.De voorzitter:Dan mag mevrouw Wendel ... Nee, eerst mevrouw Westerveld nog. Eneen kleine herinnering aan iedereen om via de voorzitter te spreken.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Neem het renoveren en toegankelijk maken van schoolgebouwen.Natuurlijk kost het geld als je gangen moet verbreden. Natuurlijk kost hetgeld als je instappen bij bushokjes moet ophogen of moet verlagen zodatmensen met een rolstoel erdoor kunnen. Natuurlijk kost het geld als jeliften moet maken in gebouwen, die er nog niet in zaten omdat hetgebouw uit de jaren dertig komt. Natuurlijk kost het geld als je in winkelsbijvoorbeeld moet zorgen dat bepaalde kassa’s wat lager zijn zodatiedereen erbij kan. Dat zijn allemaal voorbeelden die niet gratis zijn. Diekosten gewoon geld. Dan moet je óf zeggen «we houden ons aan hetVN-verdrag, we gaan leveren en we zorgen dat scholen en andereaanbieders van publieke voorzieningen, zoals zorginstellingen enwinkeliers, dit allemaal kunnen doen», óf zeggen «nee, we vinden het nietzo belangrijk; we moedigen ertoe aan om het VN-verdrag na te komenmaar we gaan er niks voor leveren». Het is óf a, óf b. De reden waarom ikzo geïrriteerd raak – dat hoort u ook – is dat we de hele tijd horen «wegaan het doen», maar we vervolgens gewoon weten dat er niet geleverdgaat worden. Dat is hier het grote punt.Mevrouw Wendel (VVD):Ik denk dat ik helder heb gemaakt hoe ik hiernaar kijk. Wat mevrouwWesterveld en ik, en vele anderen hier overigens, met elkaar delen, is datwe het VN-verdrag Handicap belangrijk vinden en dat we vinden dat ditmoet worden uitgevoerd. Ik stel dus voor dat we de komende jaren samenoptrekken om ervoor te zorgen dat dit ook gebeurt.Mevrouw Maeijer (PVV):Ik wil toch nog even terugkomen op het punt van het pgb. Wij hebbenvorige week bij de begroting een motie ingediend waarvan het dictumluidt: verzoekt de regering niet te tornen aan de keuzevrijheid voor hetpgb. Ik hoorde mevrouw Wendel zonet eigenlijk zeggen: dat gebeurt ookniet; we gaan er gewoon wat beter naar kijken. Kan ik dan verwachten datzij de VVD-fractie zal adviseren om die motie te steunen? Dat is dannamelijk precies wat u wilt.Mevrouw Wendel (VVD):Ik ga nu niet in op wat wij morgen al dan niet gaan stemmen. Dat zult umorgen horen. Wat u mij wel hoort zeggen, is dat wij het belangrijkvinden dat het pgb beschikbaar is en blijft in de toekomst voor de mensenvoor wie dat hard nodig is. Mensen kunnen dan onder eigen regie hunzorg inkopen om er op die manier voor te zorgen dat ze goed kunnenmeedoen in de samenleving. Dat betekent dus ook dat wij het eerlijkeverhaal vertellen. Bij mensen voor wie zorg in natura prima zal volstaan,zal dat voorliggend worden. Ik heb de afgelopen tijd ook bezorgdemensen op de lijn gehad die zeggen dat zij dankzij hun pgb kunnenwerken en zaken daarnaast kunnen doen en willen weten of zij datkwijtraken. U zal de VVD absoluut aan uw zijde vinden als wij zeggen datjuist voor die mensen het pgb bedoeld is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18931 De voorzitter:Dit is uw laatste interruptie, mevrouw Maeijer, in de eerste termijn dan;maakt u zich geen zorgen.Mevrouw Maeijer (PVV):Dan wacht ik nog even.De voorzitter:Mevrouw Wendel, vervolgt u uw inbreng.Mevrouw Wendel (VVD):Voorzitter. Investeren in toegankelijkheid is niet alleen goed voor mensenmet een beperking die daardoor mee kunnen doen in de samenleving, hetis goed voor iedereen. Het is een win-win. Het College voor de Rechtenvan de Mens is de nationale toezichthouder op de uitvoering van hetVN-verdrag Handicap. In de monitor uit 2025 concludeert het college dater weinig tot geen aandacht is voor de grondbeginselen participatie,autonomie en toegankelijkheid. Ik wil de Minister vragen hoe zij ervoorgaat zorgen dat deze grondbeginselen vanaf nu wel degelijk onderdeelzijn van iedere stap die wordt gezet op weg naar een inclusieve samen-leving. Het zijn immers randvoorwaarden voor vrijheid, zelfstandigheid enhet kunnen leiden van een spontaan leven. Dat zijn zaken die mij alsliberaal natuurlijk aan het hart gaan. De focus op wat iemand wel kan inplaats van op wat iemand niet kan, is niet alleen belangrijk voor mensenmet een beperking. Het maakt ook de zorg beter en het voorkomt datsteeds meer zorgmedewerkers nodig zijn. Dat is belangrijk aangezien weeen groot tekort hebben aan zorgmedewerkers.Om ervoor te zorgen dat we er ook in de toekomst kunnen zijn voor demensen die dat het hardst nodig hebben, moeten we een oplossingvinden voor het personeelstekort. Dat start bij het behouden vanzorgmedewerkers die dag in, dag uit met alles wat ze in zich hebben zorgverlenen. Natuurlijk moet dat ook door het werven van nieuwe collega’s.De VVD denkt dat innovatie ook een deel van de oplossing kan zijn. Ik wilde Minister vragen welke innovaties zij momenteel al ziet om hetpersoneelstekort te verminderen. Hoe kan innovatie ervoor zorgen datzorgbehoevenden de aandacht krijgen die zij nodig hebben? Daarnaast wilik nogmaals aandacht vragen voor het verminderen van de administra-tieve lasten in de zorg. Volgens mij kan dat niet vaak genoeg gezegdworden.Voorzitter. Dan de indicatiestelling van de gehandicaptenzorg. Voor eendeel van de mensen die heel intensieve begeleiding, behandeling enverzorging nodig hebben vanwege ernstige psychische en/of gedragspro-blemen bleek de VG7-indicatie, die bedoeld is om zorg te vergoeden voorcliënten die de meeste zorg nodig hebben, niet passend te zijn. Debekostiging van deze zorg bleek op onderdelen niet goed aan te sluiten bijde zorg die een deel van de mensen met een VG7-indicatie nodig heeft.Het kan en mag niet zo zijn dat er geen passende zorg beschikbaar is voormensen met een complexe zorgvraag. Het gaat immers om mensen dieafhankelijk zijn van deze passende zorg en ondersteuning. De VVD vindthet dan ook goed dat er sinds 1 januari van dit jaar een differentiatie isaangebracht tussen de VG7- en de VG7+-indicatie. Ik wil de Ministervragen of zij al beeld heeft bij hoe dit in de eerste twee maanden gaat.Heeft de Minister al eerste resultaten? Levert dit op wat de Minister hadverwacht? Kunnen we er door deze differentiatie zijn voor de mensen diedit het hardste nodig hebben? Als de Minister nog geen antwoord heeftop deze vragen, is dit in ieder geval een vriendelijk doch dringend verzoekom ons hiervan echt heel nauw op de hoogte te houden.Tot slot, voorzitter, wil ik stilstaan bij de ondersteuning van mensen meteen beperking bij hun werk. De VVD vindt dat aan het werk gaan démanier is om optimaal mee te kunnen doen in de samenleving, of je nouTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18932 een beperking hebt of niet. De overheid moet dit ondersteunen. Daarom ishet ook belangrijk dat het aanvraagproces voor werkvoorzieningen bijwerkgevers gemakkelijk en snel is. Het aanvragen van hulpmiddelen moetook eenvoudiger worden. De VVD pleit voor minder papierwerk: snelleraan de slag. Kan de Minister toezeggen hiermee aan de slag te gaan?Afsluitend, voorzitter. De VVD wil iedereen in zijn of haar kracht zetten. Wijstreven naar een inclusieve samenleving waarin we mensen zo veelmogelijk ondersteunen om zo veel mogelijk uit het leven te kunnen halen,om mee te kunnen doen, te kunnen werken, sporten en recreëren. Mensenmet een complexe zorgbehoefte moeten passende zorg kunnen krijgen.Dank u wel.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik heb een vraag, aansluitend op het laatste punt. Wat vindt de VVD er danvan dat juist door deze bezuinigingen een heel aantal ouders van kinderenmet een meervoudige beperking zeggen: ik moet straks thuisblijven ombeter voor mijn kind te zorgen? Sommigen moeten dat nu al. Wat vindt deVVD ervan dat er nou zulke forse bezuinigingen zijn op de socialezekerheid dat heel veel mensen niet meer deel kunnen nemen aan hetdagelijks leven, niet meer kunnen sporten en recreëren of zelfs niet meernaar hun werk kunnen, omdat er aan de andere kant keihard bezuinigdwordt? Zijn dat volgens de VVD niet twee zaken om onmiddellijk uit hetcoalitieakkoord te schrappen, juist om te doen wat mevrouw Wendel inhaar laatste woorden zegt?Mevrouw Wendel (VVD):Ik begrijp dat maatregelen uit het coalitieakkoord impact hebben. Het istoch een harde boodschap, hoewel de tekst relatief kort is, omdat deMinister natuurlijk nog samen met het veld in overleg gaat over de vraaghoe we dit het beste kunnen doen. Tegelijkertijd zijn deze maatregelen ernatuurlijk op gericht om ervoor te zorgen dat we zorg kunnen bieden aande mensen die die het hardst nodig hebben en om ervoor te zorgen datwe het schaarse personeel – die schaarste hebben we nu eenmaal –verdelen op zo’n manier dat juist de mensen die de zorg het hardst nodighebben, die zorg nu en in de toekomst ook krijgen.De voorzitter:U heeft nog één interruptie, mevrouw Westerveld. Wilt u die gebruiken?Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ja. Mijn tweede punt ging over de bezuinigingen op de sociale zekerheid.Die raken ook heel veel mensen. De hele tijd ligt de nadruk erop datmensen aan het werk moeten. Heel veel mensen willen aan het werk,maar kunnen dat niet. Als ze vervolgens afgekeurd worden, raakt dat henkeihard in hun portemonnee, omdat de VVD met andere partijen ookbezuinigingen heeft voorgesteld op de sociale zekerheid. Hoe rijmt deVVD dat nou met de mooie woorden van zojuist?Mevrouw Wendel (VVD):Het zijn heel veel vragen in een korte tijd en dat begrijp ik. Wij rijmen datals volgt. Wij zien dat er zowel in de sociale zekerheid als in de zorghervormingen nodig zijn om te zorgen dat we er ook in de toekomst voormensen kunnen zijn. Dat is waar alles wat wij doen, op gericht is.De voorzitter:Dank aan mevrouw Wendel voor haar inbreng. We dachten dat u in degoede volgorde zat, maar de heer Van Houwelingen is toch eerst in deofficiële volgorde en niet mevrouw Tijmstra; daar gaat ons plan vanvanmorgen! Ik nodig de heer Van Houwelingen dus uit voor zijn bijdrage.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18933 De heer Van Houwelingen (FVD):Dank u, voorzitter. Wat een verrassing!Ik begin positief: ik denk dat er met mensen met een handicap in onzesamenleving op allerlei manieren meer rekening wordt gehouden invergelijking met 20, 30 jaar geleden. Dat is een goede zaak. Het kannatuurlijk altijd beter, zoals terecht werd opgemerkt door een aantalambtsgenoten. Ik begrijp bijvoorbeeld dat er maar twee rolstoelen dezezaal in kunnen. Het zou misschien mooi zijn om in ieder geval ééncommissiezaal dusdanig in te richten dat er bij dit soort debatten meermensen aanwezig kunnen zijn. Misschien kan daar een motie voor wordeningediend.Het kan ook op allerlei andere manieren, zoals ik heb doorkregen vanIeder(in), de belangenorganisatie voor mensen met een handicap, die hiervandaag zit. Het werd net ook al genoemd: het gaat om kleine dingen. InFrankrijk is het gebruikelijk dat een grote supermarkt ook lage kassa’sheeft, waar mensen met een rolstoel bijvoorbeeld zelf kunnen afrekenen.Speeltuinen zijn bij ons vaak blijkbaar niet toegankelijk voor kinderen meteen handicap. Denk daarbij ook aan speeltoestellen, bijvoorbeeld eenschommel met een bakje waar kinderen met een handicap makkelijk inkunnen. Het kan dus altijd beter, maar dat is goed aan het gaan.Voorzitter. We zijn ook voorstander van de beleidsmatige verandering dieal tien jaar geleden is ingezet, namelijk dat de samenleving, dus familie envrienden, meer betrokken wordt bij de zorg. Dat hebben we natuurlijkgezien met de Wmo. Dat is op zich een goede zaak, maar familie, vriendenen de samenleving kunnen natuurlijk niet alles. Je houdt zorgvragen overwaarbij ondersteuning nodig is. Een heel groot deel van het debat gaat ernatuurlijk al over, maar daarop gaat bezuinigd worden, en best zwaar ook:op z’n minst een half miljard in 2030. Daar komen de algemene bezuini-gingen nog bij. Die zullen mensen met een handicap extra zwaar treffen,denk ik. Dan heb ik het dus over de eigen bijdrage in de zorg dieomhooggaat, de wijkverpleging waar je een eigen bijdrage voor moetgaan betalen en de kosten die je waarschijnlijk niet meer van de belas-tingen af kan trekken. Dat zal mensen met een handicap extra zwaartreffen. Dat vinden wij gewoon heel droef. Dat is eigenlijk mijn hoofd-boodschap in dit debat.Het is terecht al een paar keer naar voren gekomen: elk dubbeltje in dezorg wordt volgens mij wel tien keer omgedraaid. De tarieven zijninmiddels zo laag dat zorginstellingen omvallen. Het voorbeeld vanExpertCare is al een paar keer genoemd. Volgens mij kan daar eigenlijkbijna niks meer uit geperst worden. Ondertussen worden door dit kabinettientallen miljarden verspild, verbrand, weggegooid aan – ik kan het nietanders zeggen – globalistische hobby’s zoals steun voor Oekraïne enmassamigratie, die ons 20 miljard per jaar kost. Dat vindt Forum voorDemocratie zo wrang. Daar heeft onze fractievoorzitter, mevrouw De Vos,terecht een groot punt van gemaakt. Ook noem ik natuurlijk het krank-zinnige klimaatbeleid, waar geen enkel Nederlands belang mee gediendis. Ik heb het net naar voren gebracht: dat geld, bijvoorbeeld die 19 miljardvoor Defensie, moet ergens vandaan komen. Het gaat echt om tientallenmiljarden. Per jaar wordt gewoon minstens 50 miljard euro weggegooid.Dat komt dus ook, onvermijdelijk, bij de zorg en de sociale zekerheidvandaan. Daar worden de duimschroeven dus aangedraaid. Dat is wat ditkabinet gaat doen. Politiek is keuzes maken. Nou, die keuzes worden dusgemaakt. Daar hebben wij dus een heel groot probleem mee.Een ander zorgelijk punt, dat ook al een paar keer is genoemd, is het pgb.Maak uzelf geen illusies: ze hebben het echt gemunt op het pgb.Naturazorg komt dus voor te liggen. Waarom is dat het geval? Kijk, hetpgb heeft natuurlijk zijn beperkingen. Je kunt ermee frauderen en hetvergt een hele administratie. Het is niet voor iedereen weggelegd, maarhet mooie van het pgb is dat het de keuzevrijheid en de macht bij hetindividu legt, bij de Nederlandse burger. Daarom is Forum voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18934 Democratie daar ook zo’n groot voorstander van. Die burger kan daarmeezelf zijn eigen zorg inrichten. Dat vinden ze natuurlijk maar wat vervelend.Waarom? Toevallig – nou, niet helemaal toevallig – was ik vrijdag opbezoek bij een jeugdzorginstelling. Je ziet dat de kleine instellingen steedsmeer uit de markt worden gedrukt. Dat zal ongetwijfeld ook bij degehandicaptenzorg zo zijn. We zullen toegaan naar alleen maar gecontrac-teerde zorg. Voor die instellingen wordt het dus heel moeilijk om met eenzorgverzekeraar een contract af te sluiten. Dat zie je overal gebeuren,maar ook bij de gemeenten. Zij leveren vaak goede zorg, waar u alsindividuele consument, zeg ik via de voorzitter, blij mee bent. Die kunnendie zorg dus niet meer leveren. Zij worden uit de markt ... Het is een soortkartel, hè? Op gemeenteniveau zijn er allemaal mensen die elkaar de baltoeschuiven. Het is zoals het in de politiek ook gebeurt en zoals het overalgebeurt. Je zult nergens een burgemeester van Forum voor Democratieaantreffen, want die zit gewoon niet in die carrousel. Het pgb stelt ons instaat om daarbuiten te treden, want dan kun je zelf je zorg kiezen. Daargaat nu op bezuinigd worden en dat vinden wij dus een hele kwalijke zaak.Mijn eerste vraag aan de Minister is: kan zij waarborgen dat de keuze-vrijheid van mensen met een pgb in toekomstige wetgeving onaangetastblijft? Ik vermoed dat dat niet geval is; dan zullen wij daarover met eenmotie komen.Een ander heikel punt bij de bezuinigingen is dat steeds meer instellingenomvallen, omdat de tarieven die worden vastgesteld veel te laag zijn. Datis terecht al een paar keer genoemd. Dat geldt bijvoorbeeld voorExpertCare, die de zorgvilla’s voor mensen met een handicap heeftmoeten sluiten. Maar dat is eerder gebeurd, hè? Ik begrijp dat dit ook isgebeurd met Villa Vivre in Goirle. Misschien zegt dat wat. Zij hebben ookmoeten sluiten. Ik noem verder De Groene Burcht in Capelle aan denIJssel. Je ziet het hier weer: elk dubbeltje wordt tien keer omgedraaid.Inmiddels is de grens zó laag gelegd, dat instellingen maar sluiten. En wieis dan de klos? Dat zijn natuurlijk de mensen met een handicap of oudersdie een kind hebben met een handicap. Zij kunnen nergens meer naartoe,want de instellingen verdwijnen. Dat is ook een vraag die ik aan deMinister stel: hoe staat het nou met de zware indicatie VG7? Hoeveelmensen staan op die wachtlijsten? Daar ben ik ook wel benieuwd naar.Gaan die toenemen als die instellingen straks omvallen? Dan krijg je dusgeen zorg meer. Er is dan wel zorgplicht, maar dan is er geen aanbodmeer omdat de vastgestelde tarieven te laag zijn.Voorzitter, hierover wil ik nog een aanvullende opmerking maken. Als wespreken over bezuinigingen, gaat het natuurlijk ook over de bezuinigingenvan de vorige kabinetten. Het is al een paar keer genoemd. Die zijn al tweekeer controversieel verklaard, maar staan nog gewoon op de begrotingvoor volgend jaar. Het gaat om een bezuiniging in 2027 van158 miljoen euro, oplopend tot 239 miljoen euro in 2030. Dit zijn dusalleen nog maar de «oude» bezuinigingen. De Minister benadrukt in haarbrief dat er in 2025 en 2026 extra geld bij is gekomen en dat de tarievenvoor de organisaties die gehandicaptenzorg leveren, daarmee nukostendekkend zijn. Dat is al een paar keer genoemd. Is zij het dan metons eens dat de bezuiniging op die tarieven met honderden miljoeneneuro’s er onherroepelijk toe leidt dat die tarieven niet meer kostendekkendzijn? Wij hebben die vraag ook. Dat is ook bijna logisch, hè? Volgens mijtrek ik nu een logische conclusie. Hoe moeten deze organisaties strakszorg bieden als de vergoeding daarvoor lager is dan de kosten die zijmaken? In onze ogen rammelt de huidige onderbouwing daarvoor. Devoorganger van deze Minister gaf in een vorig debat over het gehandicap-tenbeleid aan dat zij van deze bezuiniging af wilde. Hoe denkt de Ministerover de wenselijkheid en de haalbaarheid van deze bezuiniging?Voorzitter. Dan nog even kort over de nieuwe bezuinigingen die in hetcoalitieakkoord staan, onder andere de bezuiniging van 1 miljard euro opde Wlz. De gehandicaptenzorg is onderdeel van die langdurige zorg. Het isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18935 nog erg onduidelijk welk deel van die 1 miljard bij de gehandicaptenzorgterechtkomt en wat de onderbouwing van deze bezuiniging is. Snapt deMinister dat deze onduidelijkheid funest is voor de gehandicaptenzorg, dievaak al nauwelijks de eindjes aan elkaar kan knopen?Ik ga naar een afronding toe, voorzitter, maar dat is gewoon de nasmaakdie ik heb bij dit hele debat. We gaan nu elk dubbeltje omdraaien in degehandicaptenzorg om miljarden op te hoesten. Er wordt in totaal dus10 miljard bezuinigd op de zorg. Dat gaat straks ook gebeuren bij desociale zekerheid. Dat doen we voor een zinloze oorlog in Oekraïne. Erworden miljarden verspild aan, in onze ogen, totaal onzinnig klimaat-beleid. Alleen al de massa-immigratie kost volgens Jan van de Beek20 miljard euro per jaar. Wij zitten als Forum voor Democratie maar vooréén entiteit in de wedstrijd: de Nederlandse bevolking. Het enige wat mijkan schelen zijn de Nederlandse bevolking en het Nederlands belang.Politiek is keuzes maken. Daarom vroeg ik het ook aan mevrouwWesterveld. Wat mij betreft is het dus onbegrijpelijk dat dit soortafwegingen, die totaal niet in het belang van de Nederlandse bevolkingzijn, worden gemaakt. Wij doen dat anders. Er komen ook verkiezingenaan op 18 maart, dus als u er ook zo over denkt, zou ik zeggen: stem opForum voor Democratie.Dank u wel.De voorzitter:Even een klein ordepunt: we hebben afgesproken dat we stemadviezen endergelijke buiten dit debat laten. Dank u wel.De heer Van Houwelingen (FVD):Je bent in een debat echt vrij om een stemadvies te geven.De voorzitter:Volgens mij is het signaal duidelijk. Als er geen interrupties zijn, geef ik nuecht het woord aan mevrouw Tijmstra voor haar bijdrage.Mevrouw Tijmstra (CDA):Dank u wel, voorzitter. Mijn bijdrage zal zich richten op vier punten. Ikbegin met de brief – sinds vanmorgen zijn het brieven – van het kabinet.Die brieven gaan over de financiën van de gehandicaptenzorg. Daarinworden ook een aantal kaders geschetst, en daar wil het CDA graag opreageren en een aantal punten over meegeven. We zien een aantal helepositieve punten. Er wordt rekening gehouden met de tijd die nodig is omveranderingen in een sector goed door te voeren. Er wordt erop gelet dater geen langere wachtlijsten ontstaan en dat de druk op medewerkers nietverder oploopt. Wat wij het allerbelangrijkste vinden, is dat de plannenuitgewerkt worden met de mensen die zorg krijgen, hun naasten enzorgprofessionals, dus het hele veld. Ten aanzien van dat laatste wil ik eenpunt meegeven aan de Minister: geef hierin ook kinderen met eenbeperking een stem. De ervaring of je wel of niet mee kunt doen in desamenleving begint vaak al op hele jonge leeftijd.De plannen moeten nog verder worden uitgewerkt, en het CDA wilhiervoor een aantal dingen meegeven. De complexiteit van zorgvragengroeit, terwijl het personeelstekort aanhoudt. Hierdoor werkenbegeleiders regelmatig onderbezet en moeten er voortdurend keuzesworden gemaakt tussen noodzakelijke taken. Ook in de gehandicap-tenzorg is schaarste aan personeel geen tijdelijk probleem, maar eenstructurele realiteit. Voor het CDA is het daarom belangrijk dat het kabinetmet de sector aan de slag gaat, niet vanuit tarieven, maar vanuit deinhoudelijke verandering die nodig is om de zorgvraag in de samenlevingte verminderen. Je wilt dat mensen met en zonder beperking met elkaarsamenleven vanaf het eerste moment, dat kinderen met elkaar spelen enbij elkaar in de klas zitten, en dat je niet apart of anders hoeft te zijn als jeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18936 met een beperking aan het werk gaat en een aanpassing nodig hebt, of opje eigen manier meedoet bij een sportvereniging. Ieder mens telt en wehebben ieder mens nodig. Dat is voor het CDA het uitgangspunt.Het CDA wil dat bij de uitwerking van de plannen wordt ingezet oppreventie, inclusie en het anders organiseren van zorg en ondersteuning.Voorbeelden uit de praktijk en onderzoek laten ook zien dat dat mogelijkis. Daarmee kunnen mensen met een beperking langer en volwaardigmeedoen in de samenleving, remmen we de groei van de complexezorgvraag en blijft er ruimte voor professionals om hun werk goed tekunnen doen. Passende zorg moet beschikbaar blijven voor de mensendie dat nodig hebben, met een hoop minder regels. Daar ben ik aluitgebreid op ingegaan tijdens het begrotingsdebat van VWS.De brief van de Minister van vorige week en de brief van vanmorgenroepen nog wel wat vragen op. In de brief van vorige week staat dat hetbudget van de langdurige zorg zal groeien naar 45,2 miljard in 2031, maarer staat ook dat dit bijna 1 miljard minder is dan oorspronkelijk door hetCPB was berekend. Om welke raming van het CPB gaat het dan precies?Wat betekent dit dan, vraag ik aan de Minister. In hoeverre slaat dit neer inde gehandicaptenzorg, of gaat dit vooral om de ouderenzorg?In de brief van vanmorgen staat dat voor 2027 een alternatieve besparingwordt gezocht. Wij denken ook dat dat goed is, omdat het tijd en ruimtegeeft om echt tot een inhoudelijk akkoord te komen. Mijn vraag is wel ofdie besparing dan wordt gevonden binnen de begroting van de Wlz,binnen het VWS-domein of binnen de hele begroting. Ik hoop dat daareen reactie op kan komen van de Minister.Het tweede punt waar ik het over wil hebben, is het VN-verdrag.De voorzitter:Mevrouw Bikker heeft een interruptie op het eerste punt, denk ik.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Dat klopt, voorzitter. Het is goed om te horen dat het CDA zegt: moeten wedit nou wel zo doen? Dat is eigenlijk hoe ik de bijdrage van mevrouwTijmstra beluister. Ik wil dit graag iets preciezer hebben. Ziet dat voor hetCDA op de nieuwe bezuiniging ten aanzien van de Wlz en de gehandicap-tenzorg, of ziet dat ook op de pijn, die collega Synhaeve al verwoordde, inde coalitie ten aanzien van de tarieven in het basispad? Ik denk dat hetgoed is om dat scherp te hebben, dus ik ben heel benieuwd hoe collegaTijmstra dat ziet.Mevrouw Tijmstra (CDA):Dat is een goeie vraag. Het CDA vindt het het allerbelangrijkst dat deMinister samen met de sector aan de slag gaat vanuit de inhoudelijke lijn.We hebben namelijk gewoon te maken met het feit dat er bezuinigingenstaan vanuit vorige kabinetten. Het allerbelangrijkste vind ik eigenlijk nietde discussie over het geld, maar de discussie over hoe je tot eentoekomstbestendige gehandicaptensector kunt komen, waarbij hetpersoneel dat we hebben, ook kan doen wat nodig is. Ik denk dat dat hetgesprek is dat de komende tijd gevoerd moet worden. Ik hoop ook dat deruimte wordt gegeven om dat gesprek te voeren. Ten aanzien van het puntvan mevrouw Bikker zeg ik het volgende. De Minister heeft zelf ook al inhaar eerste brief aangegeven met de sector in gesprek te gaan om tekomen tot oplossingen. Daarin is ook het voorbeeld aangehaald van deaanpak van het HLO, het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg. Wat ik wilmeegeven, is om in gesprek te gaan op de inhoudelijke lijn. Laten we datdan ook even afwachten.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Ik heb in de voorbereiding van dit debat ook nog eens wat verkiezingspro-gramma’s gelezen, niet alleen die van mezelf, maar juist ook die vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18937 andere partijen. Wat me opviel bij het verkiezingsprogramma van hetCDA, is de duidelijke tekst «zorg voor elkaar». Dan denk ik: mooi, dat gaatgoed. Vervolgens ben ik gaan zoeken wat er staat over de gehandicap-tenzorg. Er staan mooie woorden over het VN-verdrag Handicap, namelijkdat de mobiliteit en de toegankelijkheid moeten groeien. Maar verderstaat er eigenlijk niks, behalve – toen ben ik verder gaan zoeken – bij deWlz. Daar is de focus met name op de ouderenzorg. Daardoor heb ik hetbeeld gekregen – ook als ik dat zo bekijk bij D66 – dat er helemaal nietgoed nagedacht is over wat deze maatregelen precies betekenen voor degehandicaptenzorg. Ik ben het heel erg eens met collega Tijmstra dat degehandicaptenzorg zeer toekomstbestendig moet zijn en worden, ook alsmensen ouder worden, ook als dat wat betekent voor de informele zorg.Maar als je dat debat gaat voeren over de band van bezuinigingen, waarwe allemaal weten dat juist deze sector jarenlang achterliep, waar decao’s zelfs nog steeds achterlopen, waardoor er een groot tekort is aanmedewerkers, dan weten we ook dat als we dit pad ingaan, het onwijsmoeilijke gesprekken worden die vooral gaan over geld en niet over deinhoud. Herkent collega Tijmstra die zorg? En als wij samen staan voorzorg voor elkaar – dat is namelijk een christelijke waarde die we volgensmij delen – kunnen we dan ook eens kijken hoe we het kunnen hebbenover de inhoud en hoe we deze bezuinigingen op de gehandicaptenzorgeven zouden kunnen pauzeren? Of nog beter: die bezuinigingen niet in dediepvries, maar gewoon eerst de boel op orde en dan pas kijken hoeveelgeld we daarbij ophalen. Hoe ziet collega Tijmstra dat?Mevrouw Tijmstra (CDA):Ik ben het voor een groot deel met mevrouw Bikker eens. Ik denk dat deMinister die route ook al uitgestippeld heeft in haar beide brieven. Kijk, wehebben gewoon te maken met eerdere bezuinigingen van voorgaandekabinetten. Daarvan zegt de Minister: ik wil in gesprek met de sector om tekijken hoe we die op de beste manier kunnen invullen. Ook staat er bij deWlz het een en ander opgenomen waarvan nog helemaal niet ingevuld isin welke sector dat landt. Wat ik belangrijk vind, is het volgende. Het CDAwil de zorg – we hebben het vandaag over de ouderenzorg – op eentoekomstbestendige manier vormgeven. Wat mij zelf het meeste raakt inalle gesprekken die ik gevoerd heb in de sector, is de krapte aan personeeldie er nu al is. De bezuinigingen zijn in 2026 nog niet ingegaan en tarievenzijn dit jaar op orde gebracht, maar ook nu knelt het al aan alle kanten. Hetbelangrijkste vind ik dat we het gesprek gaan voeren over de inhoud. Hoekunnen we in gang zetten dat het volume niet nog sneller groeit, omdat erniet genoeg mensen zijn om die zorg te verlenen? Natuurlijk betekent eenmindere groei van het zorgvolume ook dat je minder uitgeeft, maarallerbelangrijkste vind ik dat we kijken naar het personeelstekort en onsdaartoe gaan verhouden.De voorzitter:Het woord is aan mevrouw Dobbe en daarna aan meneer VanHouwelingen.Mevrouw Dobbe (SP):Ook hier volg ik de redenering «het knelt aan alle kanten, dus we halenmaar geld weg» niet. Die logica zie ik ook bij het CDA niet. Ik hoorde hetCDA wel zeggen dat zij een gehandicaptenzorg voor zich zien waarinpersoneel kan doen wat nodig is. Ook wij zien dat graag voor ons. HetCDA wil het dan liever niet over geld hebben, maar het gaat natuurlijk welover geld. We hebben het vandaag over de begroting en over de plannenvan dit kabinet om geld weg te halen bij de gehandicaptenzorg. Het CDAzegt dan dat zij het graag over de inhoud hebben. Dat is nu juist hetprobleem: een deel van deze bezuinigingen is niet gebaseerd op inhoud,maar op hervormingen die niet doorgaan. Dan is het dus gewoon eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18938 tariefkorting. Wat denkt het CDA dat een tariefkorting doet met degehandicaptenzorg, het personeel, de personeelskrapte, de kwaliteit vanzorg en de mensen die niet meer in de zorg kunnen blijven werken omdatze hun werk niet meer kunnen doen? Wat denkt het CDA dat dat doet methet personeelstekort in de gehandicaptenzorg? Wij willen dat állebezuinigingen op de gehandicaptenzorg van tafel gaan, maar zou het nietfatsoenlijk zijn om in ieder geval die ongedekte bezuinigingen, die nietsmeer zijn dan een tariefkorting, van tafel te halen?Mevrouw Tijmstra (CDA):Zoals ik net in mijn betoog heb gezegd, kiest het CDA niet voor de routevan tariefkortingen. Het CDA kiest op de inhoud voor de route vanhervormen. Die handreiking is ook gedaan, om samen met de sector ingesprek te gaan over hoe je dat het beste kunt invullen. Ik denk dat detotstandkoming van het HLO daar ook een voorbeeld van kan zijn. Ik bener ook van overtuigd dat het kan. Iedereen die ik spreek in de gehandicap-tensector, ook heel veel verpleegkundigen of andere uitvoerendebegeleiders, komt zelf met ideeën over hoe we het anders kunnen doen.Volgens mij moeten we daar gewoon snel mee aan de slag gaan.De voorzitter:Eerst is het woord aan de heer Van Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Mevrouw Tijmstra zegt zojuist dat er nou eenmaal bezuinigingen in deboeken staan. Dat klopt, maar dat komt door keuzes die zijn gemaakt. Daargaat de politiek over. Ik wil ook mevrouw Tijmstra, die dus wel haarhandtekening onder die bezuiniging in het coalitieakkoord heeft gezet,vragen wat nou de afweging van het CDA is geweest om wél op de zorg tebezuinigen maar tegelijkertijd akkoord te gaan met bijvoorbeeld 19 miljardextra voor Defensie, met miljarden die naar Oekraïne gaan. Wat is hier deafweging geweest? Hoe werkt dat?Mevrouw Tijmstra (CDA):Hoe dat werkt, is dat op het moment dat we niks doen in de zorg, we overtien jaar ongeveer 300.000 mensen tekort hebben. Dan loopt het dus aanalle kanten spaak, kunnen mensen die zorg nodig hebben, die niet meerkrijgen, lopen de wachtlijsten op en krijg je een enorme tweedeling in desamenleving. Daar willen wij dus niet voor gaan. Nogmaals, natuurlijkvertaal je dingen financieel in een begroting, maar ons gaat het erom– vandaag spreken we over de gehandicaptenzorg, maar hetzelfde verhaalheb ik over de ouderenzorg verteld bij de begroting van VWS – dat wemet de sector gaan hervormen om ervoor te zorgen dat het in detoekomst ook nog houdbaar is.De heer Van Houwelingen (FVD):Misschien ligt het aan mij, maar dit is voor mij nog geen begin van eenantwoord op mijn vraag. Mevrouw Tijmstra zegt: we gaan kijken hoe wede zorg kunnen hervormen. IK had toch een duidelijke vraag gesteld. Erwordt een keuze gemaakt door het CDA. Bijvoorbeeld in december heefthet CDA ook gelijk binnen 48 uur zijn handtekening gezet onder eenvoorstel om 700 miljoen euro, die over was op de Defensiebegroting, hupweg, naar Oekraïne te sturen. En hier wordt elk dubbeltje honderd keeromgedraaid door het CDA. Dus hoe werkt dat? Licht dat eens toe.Mevrouw Tijmstra (CDA):Het kan natuurlijk dat Forum kiest voor andere oplossingen. Ik zeg niet datieder dubbeltje omgedraaid wordt door het CDA. Het CDA wil bijdragenaan een toekomstbestendige zorg, ook gehandicaptenzorg, vanuit hetgegeven dat we niet voldoende personeel hebben om de zorg te kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18939 bieden. Dat is nu ook al gaande. Ik vind dat we onze ogen daar niet voormoeten sluiten. Ik las in het rapport over medische ethiek, meen ik, eenuitspraak van iemand uit de gehandicaptenzorg: «Politiek, maak keuzes.Jullie leggen nu de verantwoordelijkheid op onze schouders zodat wij opde werkvloer iedere keer moeten kiezen wie we zorg geven en wie niet. Ditis een verantwoordelijkheid van de politiek. Maak keuzes.» Die verant-woordelijkheid wil ik nemen, waarbij ik de Minister mee wil geven: ga ingesprek met het veld om te kijken hoe je vanuit de inhoud kan hervormen,om ervoor te zorgen dat de zorg overeind blijft en de druk op hetpersoneel vermindert.De heer Van Houwelingen (FVD):Afrondend. Politiek is inderdaad keuzes maken. Het CDA kiest er dus voorom heel veel geld uit te geven aan bijvoorbeeld Oekraïne, aan defensie,en dat drukt uiteindelijk ook door op de zorgmarkt, om het zo maar tezeggen. Defensie is nu bijvoorbeeld op zoek naar heel veel mensen;10.000 mensen moeten bij Defensie erbij. Dat kunnen ze doen omdat zevan het CDA heel veel geld krijgen, dat niet naar de zorg gaat. Die mensenkunnen dus ook niet meer in de zorg werken, want die werken straks bijDefensie. Zo simpel is het allemaal. Wij maken dus andere keuzes.De voorzitter:Mevrouw Tijmstra, wilt u nog een reactie geven?Mevrouw Tijmstra (CDA):Dat was geen vraag. Andere keuzes maken mag, natuurlijk.De voorzitter:Dan mevrouw Maeijer voor haar laatste interruptie.Mevrouw Maeijer (PVV):In drieën is die dan toch, voorzitter?De voorzitter:Eén interruptie.Mevrouw Maeijer (PVV):Ik schrok al even.We hebben het de hele tijd over keuzes. De keuze die is gemaakt, is om1 miljard weg te halen uit de langdurige zorg. Mevrouw Tijmstra heeft hetde hele tijd over de inhoud. Nog los ervan dat het natuurlijk waanzin is omdaar 1 miljard weg te halen, ontbreekt die inhoud juist volledig. Dieinhoud staat nergens. Vanuit welke inhoud heeft mevrouw Tijmstra danhaar handtekening gezet onder die 1 miljard aan bezuinigingen?Mevrouw Tijmstra (CDA):Ik zet geen handtekeningen, maar er werken drie partijen samen in eencoalitieakkoord. Als je weet dat de zorg niet verder kan groeien, dat je degroei af moet remmen vanwege het personeelstekort, dan vind ik het nietgek dat je een bedrag meerjarig opneemt in een begroting. Natuurlijk ishet zo dat je dat met elkaar, met het veld en met de Kamer, verder uit gaatwerken. Ik ben het niet met de PVV eens dat dat een gekke route is. Ikdenk dat dit een route van samenwerking is. Het zou heel gek zijn als ervanuit een ivoren toren in Den Haag keihard opgeschreven wordt hoe jehet bedenkt. Ik geloof er veel meer in dat dit iets is wat je samen met hetveld doet, om op te halen wat werkt en wat nodig is. Op die manier geef jehet met elkaar vorm.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18940 De voorzitter:Dit was uw laatste interruptie. U had er al zeven gehad, mevrouw Maeijer.Dit was er al een extra.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Ik vind het te makkelijk van het CDA om te stellen dat ze te maken hebbenmet bezuinigingen vanuit het vorige kabinet. Ik deel de mening vanandere partijen dat het echt keuzes zijn die tijdens onderhandelingengemaakt zijn. Ik bemerk toch weer dat het ook op de personeelstekortenwordt gegooid, maar investeringen, innovaties, verbouwen en verduur-zamen – alles om het draagbaar te houden – kosten geld. Hoe ziet het CDAdat dan?Mevrouw Tijmstra (CDA):Het CDA is in ieder geval heel blij dat in de tweede brief van de Ministeraangegeven werd dat er ook gekeken wordt hoe je kan investeren om debeweging naar de voorkant te maken, dus volgens mij wordt dat nu ookgedaan.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Mij bereiken vooral berichten dat het geld om dat te kunnen doenonvoldoende is. Met de maatregelen die nu voorliggen, maak ik mijoprecht zorgen over de toekomst, dus nogmaals de vraag: hoe ziet hetCDA dat?Mevrouw Tijmstra (CDA):Hoe ik dat voor me zie, is dat we veel kunnen leren van het proces datdoorlopen is met het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg. Ik zou de Ministervooral oproepen om daarnaar te kijken. Daar is ook vanuit de inhoudgekeken: wat is nodig en wat hoort daarbij aan randvoorwaarden enombuigingen op de langere termijn?De voorzitter:Dan mag mevrouw Tijmstra haar bijdrage vervolgen.Mevrouw Tijmstra (CDA):Dank u wel, voorzitter. Ik kom bij punt twee, het VN-verdrag. Om te komentot een inclusieve samenleving is het VN-verdrag natuurlijk een heelbelangrijk middel. In de werkagenda die nu voorligt, ontbreken nog steeds64 aanbevelingen die eerder gedaan zijn door het VN-comité. Deaangenomen motie-Krul van vorig jaar vroeg om een concreetstappenplan. Dat ligt er op dit moment nog steeds niet, dus een logischevraag aan dit missionaire kabinet is: hoe gaat u hier uitvoering aan geven?In de gesprekken met het veld heb ik vooral gemerkt dat er onrust is bij dedoelgroep om wie het gaat, omdat er geen overzicht is van wat wanneerwordt opgepakt. Als een stappenplan niet lukt, is het dan in ieder gevalmogelijk om een soort routekaart vorm te geven met de doelgroep, zodathelder is wat wanneer wordt opgepakt? Als we in 2040 volledig inclusiefwillen zijn, zoals opgenomen staat in het VN-verdrag, dan moeten we ookkijken naar de planning. Als er wetswijzigingen nodig zijn, dan is daar veeltijd voor nodig.In het rapport van het College voor de Rechten van de Mens over deuitvoering van het VN-verdrag werd ook geconcludeerd dat de grondbe-ginselen nog weinig verankerd zijn in beleid en wetgeving. Ik hoordeandere partijen daar ook al iets over zeggen. Ik realiseer me dat het eenuitdaging is, maar wij zien het ook echt als een kans om daar het verschilte maken. De kabinetsreactie viel ons daarom een beetje tegen. Het wasvooral een overzicht van bestaande activiteiten. De vraag die ik hier graagnog een keer wil stellen, is dus: wat gaat de Minister doen om de kennisvan het VN-verdrag bij alle ministeries te vergroten? Inclusie en toeganke-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18941 lijkheid zijn namelijk niet alleen een zorgvraagstuk. Zij raken alle beleids-terreinen, en dus ook alle ministeries.Er ligt ook nog een aangenomen motie van het CDA van vorig jaar overgoede monitoring. Beleid heeft geen zin als we niet goed weten of we ookecht vooruitgang boeken. Graag dus ook een reactie over hoe het hiermeestaat. Heeft het RIVM al een monitor opgezet? Wat kunnen we daar al vanverwachten?Dan ga ik naar het derde punt: de meerzorgregeling. We vinden het goedom te zien dat er nu concrete stappen zijn gezet, zoals een gezamenlijkewerkwijze en beleidsregels die zorgkantoren gaan hanteren. Daarmeewordt in ieder geval op eenzelfde manier uitvoering gegeven aan de wet.Voor gezinnen die te maken hebben met een plotseling afgewezenaanvraag of een lagere toekenning, zit de oplossing echter in het krijgenvan de juiste ondersteuning. Dat is de reden waarom het CDA kijken naareen onafhankelijke indicatiestelling zo belangrijk vindt. Wij willenvoorkomen dat we het nu juridisch misschien wel goed regelen, maar datde mensen om wie het gaat straks nog steeds de juiste zorg niet krijgen. Ikben een beetje zoekende naar hoe we dat het best in beeld kunnenhouden. Misschien kan de Minister op dit punt reageren.Een andere vraag die ik heb, is of de beleidsregels van zorgkantorenopenbaar worden. Zo weten budgethouders of het zinvol is om eenaanvraag te doen. Zo ja, waar kunnen ze die informatie dan vinden?Voorzitter. Dan ga ik naar het vierde punt: de instroom van jongeren inVG7 en het rapport dat ingaat op het voorkómen van zorgverzwaring. Er isonderzoek gedaan naar waarom meer jongeren instromen in VG7 en hoewe kunnen voorkomen dat hun zorgvraag zwaarder wordt dan nodig is.De sleutel ligt in op tijd signaleren, het gezin goed ondersteunen en dejuiste omgeving bieden. Dit rapport en de aanbevelingen sluiten goed aanbij het verminderen van de groei van de zorgvraag, waar ik in het beginover sprak. Het kabinet heeft in zijn reactie vervolgstappen geschetst. Daarwil ik twee punten even uit halen.Een punt waar ik me wel echt zorgen over maak, is dat we lezen dat dejeugdgezondheidszorg vooral goed aansluit bij gezonde kinderen, maardat ouders hun eigen weg moeten vinden meteen vanaf het moment datzij een kind krijgen met een beperking. Dan zie je hoe systemen meteenuitsluiten en hoe er parallelle routes ontstaan voor kinderen met enzonder beperking, niet als onderdeel van de samenleving, maar alsonderdeel van het zorgsysteem. Basisvoorzieningen moeten er volgenshet CDA juist zijn voor álle kinderen. Vroegsignalering en preventiebeginnen bij de jgz, het eerste contactmoment voor kinderen en gezinnen.Welke concrete stappen zet de Minister om de jgz hiervoor beter toe terusten?Er staan ook heel positieve dingen in de reactie van het kabinet. Zo wordtextra ingezet op logeerzorg. Dat vindt het CDA heel erg belangrijk.Respijtzorg in de vorm van logeerplekken en dagopvang zijn voorgezinnen die intensief zorgen een cruciale schakel om de zorg thuis vol tekunnen houden. Het kabinet geeft aan dat er gewerkt wordt aan eendomeinoverstijgend aanbod. Mijn vraag is: is dat dan een landelijkeaanpak, of betekent het dat iedere regio verplicht een aantal basisplekkenvoor logeerzorg moet organiseren? Wanneer kan de Kamer hierover meerinformatie verwachten?Tot zover mijn eerste termijn, voorzitter.De voorzitter:Dan schors ik de vergadering voor een kort ogenblik voor een toiletpauzeen een wisseling van voorzitter.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18942 Voorzitter: SynhaeveDe voorzitter:Goedemiddag. Ik wil de Kamerleden verzoeken om te gaan zitten. Wijvervolgen deze vergadering. Ik ben gevraagd om de voorzitter tevervangen, aangezien de vaste voorzitter afwezig is. Ik heb wel eenopmerking van praktische aard. Als ik zelf punten zal toevoegen – dat zalwellicht in de tweede termijn aan de orde zijn – dan zal collega Westerveldme vervangen als voorzitter. We lopen qua tijd al een beetje uit. Dat neemtniet weg dat alle partijen natuurlijk alle ruimte moeten hebben om huneigen inbreng te delen, te beginnen met de heer Van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank u wel, voorzitter. Succes met het voorzitterschap. «Er is meerovervloed in dagelijks je aanwezigheid geven aan één ander, dandagelijkse ijver om honderden verder te helpen.» Dit is een citaat van debekende psychologe en schrijfster Ann Voskamp. Als dat citaat vooriemand geldt, dan is dat wel voor alle zorgmedewerkers, mantelzorgersen vrijwilligers in de gehandicaptenzorg. Ik denk aan Rita. Samen methaar man Gert en hun kinderen vormt zij al bijna 28 jaar een gastgezinvoor Annemarie. Annemarie is verstandelijk en lichamelijk beperkt.Samen genieten ze ervan om te wandelen of om gewoon stil naast elkaarte zitten en elkaars hand vast te houden. Volgens Rita kenmerken diemomenten zich door rust en aandacht. Het zijn momenten van grotewaarde, ondanks, of juist dankzij, de eenvoud.Voorzitter. Rita is slechts een van de velen die dagelijks hun aanwezigheidgeven aan één ander. Hun inzet is goud waard. Het is goed om dat in ditwetgevingsoverleg over gehandicaptenbeleid te benadrukken, maar ik kijkvandaag niet alleen naar de begroting van 2026. Ik kijk ook naar deplannen van de nieuwe coalitie. Ik zie dat die ervoor zorgen dat donkerewolken zich samenpakken boven de gehandicaptenzorg. Ik stel voor datwe wegblijven van semantische discussies over «minder meer». Erworden honderden miljoenen bezuinigd op de zorg en ondersteuningvoor mensen met een beperking. Dat zijn mensen die vaak al te makenhebben met een stapeling van zorgkosten en een eigen bijdrage. Daarkomt een stapeling van bezuinigingen bovenop. De SGP heeft zorgaan-bieders gevraagd om uit te leggen wat deze bezuinigingen concreet voordeze mensen betekenen. Zij geven aan dat gehandicaptenzorg arbeidsin-tensief en vaak groepswijs is en dat bezuinigingen direct ten koste gaanvan personeel en de kwaliteit van zorg: minder mensen op de groep,minder aandacht voor cliënten, een hogere werkdruk voor de overge-bleven medewerkers en meer ziekteverzuim. Ook zullen de bezuinigingennaar verwachting leiden tot het vooruitschuiven van noodzakelijkeinvesteringen in bijvoorbeeld vastgoed, met achterstallig onderhoud totgevolg.Ik vraag specifiek aandacht voor een paar bezuinigingen uit het kabinet-Rutte IV en het kabinet-Schoof, die keer op keer uitgesteld zijn maar nuwél doorgevoerd worden. Het gaat bijvoorbeeld om de 140 miljoen aanbezuinigingen op behandeling en meerjarige contracten. Dat bedrag isniet realistisch en inhoudelijk niet verdedigbaar. Kortom, deze opeensta-peling van bezuinigingen richt heel veel schade aan. De SGP vraagt hetkabinet daarom om deze niet door te laten gaan.Voorzitter. De aandacht voor de bezuinigingen zou je haast doen vergetendat er meer nodig is. De gehandicaptensector zal baat hebben bij eenlangjarige en samenhangende toekomststrategie, met duidelijke doelenen afspraken. Dat voorkomt ook jojobeleid. Ik heb er eerder om gevraagd.Is de Minister bereid om het gesprek daarover op te starten? Ik vraag ookhier opnieuw aandacht voor regeldruk. We spraken ter voorbereiding opdit debat een zorgbestuurder. Hij zei: «Ik ga thuis niet elke dag mijnthermometer in de koelkast leggen. Dat is niet het normale leven, maar inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18943 de zorg moet dat wel.» Regeldruk is eigenlijk een vorm van risicobe-heersing. Als we ook in de zorg toe willen naar het normale leven, zijn wedan ook bereid om meer risico’s te accepteren? Welke regels passen er bijhet normale leven? Welke ruimte voor zorgverleners past daarbij? Graageen reflectie van de Minister.Voorzitter. De coalitie wil extra inzetten op de betrokkenheid van informelezorg, van mantelzorg en vrijwilligers. De SGP steunt dat graag. Ik verwijsook naar de motie die ik heb ingediend bij de VWS-begroting om langjarigwerk te maken van respijtzorg. Tegelijkertijd moeten we ook realistischzijn: niet alles is te ondervangen met mantelzorg. Voor lichtere vormenvan ondersteuning is de zorgzame buurt prachtig, maar cliënten met eenVG7- of VG8-indicatie zullen toch echt veel professionele hulp nodighebben. Hoe voorkomt de Minister overtrokken idealisme? Wat kanredelijkerwijs van mantelzorgers worden verwacht?Voorzitter. De SGP vraagt al langer aandacht voor de positie van mensenmet een levenslange en levensbrede beperking. Bij de begrotingsbehan-deling van vorige week heb ik met collega’s een amendement ingediendvoor actieonderzoek om de toegang tot zorg voor deze groep te verbe-teren. Ik heb goede hoop dat dit amendement wordt aangenomen.Voorzitter. De vraag naar personeel in de gehandicaptenzorg is enormgroot. De zorgaanbieders zoeken naar creatieve mogelijkheden ompersoneel te werven en te binden. Een concrete optie is om de zorginstel-lingen zodanig in te richten dat die geschikt zijn voor bewoning doorcliënten én medewerkers. Dat biedt niet alleen nabijheid van zorg, maarhelpt ook om medewerkers aan de sector te binden in een tijd van grotepersoneelstekorten. Tegelijkertijd verlicht het de druk op de lokalewoningmarkt en draagt het bij aan het oplossen van het bredere huisves-tingsvraagstuk. Noem het de zusterflat 2.0. In bijvoorbeeld Zeist is hier aleen succesvol voorbeeld van. Het is van groot belang dat zulke woonzorg-concepten expliciet worden meegenomen in lokale huisvestingsplannenen woonvisies. Is de Minister bereid om dit samen met de collega vanVRO te stimuleren?Voorzitter. Enige tijd geleden bezocht ik een zorgboerderij in de mooieKrimpenerwaard. De opzet van zorgboerderijen sluit naadloos aan bij derichting van de toekomstagenda voor mensen met een beperking:kleinschalige begeleiding en dagbesteding met veel persoonlijkeaandacht. Zorgboerderijen zijn als kleinschalige zorglocaties echter nietduidelijk en niet consistent gepositioneerd in het zorglandschap. Ik vraagde Minister graag om hier werk van te maken.Tot zover, voorzitter. Dank u.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Bikker van deChristenUnie voor haar bijdrage in de eerste termijn.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Ik heb een poos zitten luisteren. Volgens mij is éénboodschap wel helder in deze Kamer: ga niet door op dit pad. Wie ik ookhoor, iedereen voelt ongemak bij deze bezuinigingen, ook coalitiepartijen.Aangezien het een minderheidscoalitie is die een meerderheid moetvinden buiten de coalitie, zou ik zeggen dat «minder meer» in dit gevalbetekent: minderheidscoalitie, richt je op een meerderheid. Dat betekentgeen bezuinigingen op deze manier in de gehandicaptenzorg. Dat vooraf.Ik voer dit debat met Kars in mijn hoofd. Kars is een prachtige kerel. Hijwoont in Ommen en is fan van de ChristenUnie – dat terzijde. Hij woontop een groep en werkt in het arbeidscentrum in Ommen. Hij maaktsupermooie ijsvogels voor in de tuin. Ik heb er eentje op mijn werkkamerstaan, want met vorst mocht hij nog niet naar buiten, maar binnenkort ishet zover. De zorg en begeleiding die Kars en zijn collega’s krijgen, isonbetaalbaar. De medewerkers nemen de tijd voor de cliënten. Ze nemenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18944 hen serieus en zorgen ervoor dat ze met al hun talenten tot bloei komen.En wat is dat gaaf. Want Kars en alle anderen die daar aan het werk zijn inOmmen, horen net zozeer bij onze samenleving en onze dorpen als wiedan ook. En dat moet blijven blijken uit ons beleid en uit onze wetten eninvesteringen. Dat staat nu onder druk. Er is weinig personeel, dus erwordt veel gewerkt met invalkrachten. Dat is logisch, maar daardoor zijner steeds weer nieuwe gezichten en wordt het gedrag van cliënten mindergoed herkend. Dat zorgt voor frustratie, boosheid en escalaties. Er isweinig personeel en de zorgvraag neemt toe. Vergeleken met tien jaargeleden is het werk zwaarder geworden, geven medewerkers aan.Bewoners worden ouder en hun ouders ook. Bewoners hebbencomplexere zorg.Voorzitter. In elke bezuinigingsronde lijkt de gehandicaptenzorg weer eenklap te moeten opvangen, ook nu. Zonder echte kennis van de sector is ervanaf de tekentafel besloten over de financiële ruimte voor de gehandi-captenzorg. De brief van de Minister geeft enigszins inzicht in de groottevan de bezuinigingen. Bij twee posten die uit eerdere kabinetten komen– het gaat ook om Rutte-IV, waarin de ChristenUnie verantwoordelijkheiddroeg; daar ben ik eerlijk over – bleek dat de ingeboekte bezuiniging nietuit te voeren was. Als iets niet is uit te voeren, is het niet meer dan logischdat we zo’n bedrag schrappen of met een andere inhoudelijke redenaangeven waarom het bedrag wel ingeboekt kan worden. Tot nu toe geeftde Minister echter aan – dat doet ze in ieder geval in haar brief van vorigeweek – dat het logisch is dat die maatregelen doorgaan en dat de sectordaarmee heeft ingestemd. Maar dat zie ik anders. Ik heb namelijk geturfddat hier tien keer werd gezegd dat we vanuit de inhoud moeten gaanhervormen. Dat betekent ook dat we niet allereerst vanuit de plaat moetenbezuinigen, zou ik willen zeggen. Ik ben hervormd qua geloof, dus ik houheel erg van hervormen. Dat vind ik goed; dat heeft ieder mens nodig, deMinister ook. Laat ik dan niet uit mijn plaat gaan over wat er is ingeboektaan bezuinigingen. Volgens mij is dat niet nodig. Hier zit een Kamer diezeer bereidwillig is om te kijken hoe we de gehandicaptenzorg juist voorde lange termijn kunnen behouden, maar dat kan niet als we beginnenmet een korting op tarieven en een verschraling van zorg.Als we zo doorgaan, kan er minder personeel ingezet worden en kandaardoor niet alle aandacht gegeven worden, terwijl de kwaliteit vangehandicaptenzorg daarop drijft. Alle verhalen en alle frames over«minder meer» in de zorg ten spijt geldt dat voor de gehandicaptenzorgdus niet op dezelfde manier als elders in de zorg. Erkent de Minister dathet frame waarmee naar de zorguitgaven in totaal wordt gekeken niet opdezelfde manier van toepassing is voor de gehandicaptenzorg? Dezorguitgaven in het algemeen stijgen fors. Dat klopt, maar dat komt vooraldoor de vrijwel ongelimiteerde toevoeging van medicijnen en behande-lingen aan de vergoede zorg, door economische groei en door vergrijzing.Ook mijn partij vindt het dus logisch dat er kritisch wordt gekeken naar hetbasispakket, maar het grootste knelpunt in de zorg is nu juist hetpersoneel. Dáár moeten we een oplossing voor vinden. Die vinden we nietdoor een bezuiniging in de gehandicaptenzorg in te boeken waarvan weniet eens weten welke consequenties die heeft. Die heb ik ook nietgehoord van de coalitiecollega’s. Daarmee kalft de zorg zo af dat er strakssteeds minder mensen in de zorg willen werken en steeds minder cliëntende zorg krijgen die ze minimaal nodig hebben. Kan de Minister daaromingaan op de vraag wat voor haar de grootste opgave in de gehandicap-tenzorg is en welke stappen zij wil zetten om de zorg voor mensen goed tehouden?Ik heb een paar ideeën. Ik ga u dus helpen. Let op, daar gaan we! Teneerste, en eigenlijk voorafgaand aan alles: de stapeling van de bezuini-gingen voor een besteedbaar inkomen. Dit kabinet snijdt niet alleen in dezorguitgaven, maar ook in de zorginkomsten, met een verhoging van heteigen risico, diverse eigen bijdragen, het schrappen van de aftrek vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18945 specifieke zorgkosten, een beperking van de WW en een versobering vande WIA. De motie-Stoffer geeft al terecht de opdracht om naar de effectente kijken, maar kan de Minister een aantal casussen uitwerken dieaangeven hoe dit uit kan pakken voor mensen met een beperking en, alshet kinderen betreft, voor hun gezinnen? Hoe voorkomt de Minister dat aldie aparte keuzes zodanig opstapelen dat iemand onder het bestaansmi-nimum zakt qua besteedbaar inkomen? Is dat voor haar een rode lijn?Gaat ze daarbij ook meekijken met haar collega van Sociale Zaken?Ten tweede. Ik spreek veel ouders van kinderen met een beperking. Somszijn dat jonge ouders, maar vaak zijn het ook ouders die zelf in de 70 zijn,met kinderen van in de 40. Tegelijkertijd krijgen de kinderen een groterezorgvraag en wordt de draagkracht van de ouders minder, terwijl ersteeds meer inzet wordt gevraagd van mantelzorgers. Ik noem hetmeegaan naar de huisarts en het ziekenhuis, of het kopen van tandpastaof andere zaken. Dat doen deze ouders met liefde. Maar ze maken zichzorgen over wie dat voor hun kind gaat doen als zijzelf ouder worden of erniet meer zijn.Voorzitter. Als iets mij op het hart is gaan drukken, dan zijn het wel degesprekken met deze ouders. Ik hoor ze met tranen in de ogen zeggen hoeze hopen dat hun kind hen niet zal overleven. We willen toch niet datouders dat uitspreken? Dat gebeurt nu wel. Juist daarom zijn we het dezemensen verplicht om de gehandicaptenzorg helemaal op orde te hebben.In die zin wil ik de Minister best meehelpen om te hervormen, maar danmoeten we dus vooral inzetten op meer ondersteuning in de mantelzorg-taken, het uitbreiden van mantelzorgverlof, zoals de SER recentadviseerde, zodat broers en zussen ook eens kunnen inspringen, hetspreken met en luisteren naar de ouderverenigingen van mensen met eenbeperking, en het pakken van meer regie op passende woonvormen; dieontbreekt namelijk.Voorzitter. Dat brengt me op het volgende. Voor mensen met een ernstigemeervoudige beperking – dan hebben we het over VG7 en VG7+ – zijn ernauwelijks geschikte woonzorgplekken. De tarieven zijn recent bijgesteld,maar de plekken zijn er nog niet. Nog steeds is de zorg relatief duur. Of ernieuwe plekken bij komen, hangt vaak af van ouderinitiatieven. Mijnindruk is dat hier geen of nauwelijks coördinatie op zit, niet vanuit het Rijk,niet vanuit zorginstellingen en niet vanuit gemeenten, terwijl de zorgbe-hoeften van nu en van de toekomst toch wel in te schatten zijn. Begrijp meniet verkeerd: ik vind het echt geweldig als ouders de handen ineenslaanen tot een initiatief komen. Maar hier ligt toch een bredere verantwoorde-lijkheid dan bij deze ouders alleen? Welke rol ziet de Minister hierin voorzichzelf, zowel met betrekking tot deze zwaardere groepen als voor allewoonzorgvormen voor mensen met een beperking? Welke stappen kan zijmet de VNG zetten, zodat elke gemeente hiermee aan de slag gaat? Ikneem aan dat dit eigenlijk zou moeten staan in elke woonvisie die eengemeente moet hebben, of in de woonzorgvisie.Voorzitter. Werken in de gehandicaptenzorg is mooi. Het is zelfsontzettend mooi. De mensen die ik spreek, doen het met hart en ziel.Vandaag zeg ik allereerst tegen jullie: dank jullie wel, want wat doen jullieprachtig werk! Het beeld dat je als startende mbo’er hebt, is echter minderpositief, denk ik. Ik hoor veel verhalen van mensen die de overstap makennaar de ouderenzorg. Daarmee loopt het personeelstekort in de gehandi-captenzorg op dit moment op tot de tienduizend. Welke inzet gaat deMinister plegen om dat gat te dichten? Kan zij in beeld brengen wat deverschillen zijn tussen de cao voor de gehandicaptenzorg en die van deouderenzorg qua beloning per functie, secundaire arbeidsvoorwaarden enwerkdruk? Welke mogelijkheden kan deze Minister bovendien creëren omfulltime in de gehandicaptenzorg te kunnen werken? Welke verantwoorde-lijkheid hebben zorginstellingen daar zelf in?Ik zag dat de Minister al op werkbezoek is geweest. Complimentendaarvoor! Die eerste weken zullen loeidruk zijn. Mooi dat u bij ’s HeerenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18946 Loo in Noordwijk was; een prachtige plek. Zij heeft het daar misschien ookgehad over de andere kijk op vakbekwaamheid die daar gehanteerdwordt, namelijk: geen nadruk op formele diplomaeisen, maar op iemandscompetenties en ervaringen. Dat biedt hele goede mogelijkheden voorzij-instromers, maar het vraagt ook wat van de zorginstelling en vanonderwijsinstellingen om opleidingen op maat te bieden. Wil de Ministerdaarmee aan de slag? De vorige Minister heeft afgeraden om met evc’s tewerken in de zorg, omdat er te veel mee gefraudeerd werd. Maar gaat hetkind nu niet met het badwater de deur uit?Voorzitter. Veel collega’s hebben al wat gezegd over het VN-verdragHandicap. Ik sluit me eigenlijk aan bij alle vragen die daarover zijn gesteld.Er moet me alleen nog iets van het hart ten aanzien van de ExpertCarehuizen, of het nou in Rijswijk, in Wezep of in Vleuten is. Ik heb te veelouders gesproken voor wie 31 maart al niet meer de datum is, maar dienu al heel concreet de sluiting voelen, omdat ze het weekend voor hunkind niet kunnen boeken. Minister, wacht dus geen dag. Zorg er of voordat de datum kan worden uitgesteld of dat er met het personeel afsprakenkunnen worden gemaakt. Het vertrouwen is tot op een dieptepunt gedaalden we hebben allemaal gezien welke zorg deze kinderen nodig hebben.Voorzitter, ik sluit af. Ik vind het positief dat de Minister het amendementvan collega’s Van Dijk, Ten Hove en mij voor praktijkonderzoek naar betereindicatiestelling voor mensen met een levenslange en levensbredebeperking, steunt. Want mensen met een levenslange en levensbredebeperking moeten niet jaar in, jaar uit de meest intieme en miniemedetails delen met overheidsinstanties omdat er anders geen herindicatiemogelijk is. Laten we alle mensen blijven zien als mens, geschapen doordezelfde Maker. Daarom is iedereen intrinsiek waardevol. Daar moet onszorgbeleid uiting aan geven, voor Kars en voor al die andere mensen waarik zo trots op ben.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Dobbe namens deSocialistische Partij.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter. Goed om te zien dat er vandaag zo veel mensenzijn gekomen en er nog steeds zitten na al die uren hier. Jullie houdengoed vol, ook goed in het rood. Ik denk dat het om goede besluiten tenemen voor ons hier ook belangrijk is dat de mensen om wie het gaat zichlaten zien en van zich laten horen. Dank voor de mensen die in hier in dezaal zitten, die meekijken en die verderop in de Statenpassage zitten.We spraken net hier buiten de zaal ook de ouders en de kinderen dieafhankelijk zijn van de zorg van ExpertCare. Zij zitten in grote onzekerheid.We kregen van hen een hart vol zorg, omdat hun hart vol zorgen zit. Dat isdenk ik een signaal dat wij hier in de Kamer ook echt heel serieus moetennemen. Verschillende locaties voor intensieve kindverpleging van deorganisatie ExpertCare gaan dicht. Hierdoor komen ongeveer 70 ernstigzieke of meer meervoudig gehandicapte kinderen en hun ouders in deknel.Ik ging zelf langs bij Lot en haar ouders. Lot is een meisje van 5 jaar oud,met een vrolijk paardenstaartje in het haar. Ze heeft specialistische zorgnodig, omdat ze niet zelfstandig kan lopen, praten of eten, en omdat zeepileptische aanvallen heeft. Doordat zij drie dagen per week naar dedagopvang van ExpertCare gaat en daar een nachtje in de week kanlogeren, lukt het haar gezin om naast de intensieve zorg ook te blijvenwerken en tijdens de andere dagen volledig de aandacht en de zorg tegeven voor Lot en de andere twee kinderen, van 3 en 7 jaar oud, in hetgezin. Daar wil je er als ouder ook voor zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18947 Maar ineens kregen zij eind januari een mail dat op 31 maart de zorg vanExpertCare zou stoppen. Ze zijn gaan zoeken naar een andere plek,natuurlijk zijn ze dat gaan doen. Ze kwamen vooral wachtlijsten tegen.Weinig organisaties bieden de specialistische zorg aan die Lot nodig heeft.Het zijn grotere afstanden van huis, geen flexibele tijden waarin zorg kanworden geboden, waardoor Lot er met een busje naartoe zou moetengaan, terwijl in dat busje niet de zorg geboden kan worden die ze nodigheeft. Als zij bijvoorbeeld onderweg een epileptische aanval zou krijgen,dan zou direct de ambulance gebeld moeten worden en moeten haarouders alsnog direct door naar het ziekenhuis. Er zijn geen alternatieven.Als de plek bij ExpertCare voor Lot verdwijnt en er geen andere plek is,dan zal een van haar ouders moeten stoppen met werken om de volledigezorg van Lot zelf over te nemen of te kunnen organiseren. Dit besluit isgewoon heel erg ingrijpend voor het hele gezin.De Minister zei vorige week hierop terug te zullen komen. Dat is heel hardnodig, want inmiddels duurt het, geloof ik, nog maar 22 dagen tot31 maart. Er kan dus geen dag meer gewacht worden. Ik ben ook heelbenieuwd of deze Minister meer heeft gedaan dan in gesprek gaan, en ofer daadwerkelijk actie is ondernomen om deze locaties en deze enormbelangrijke zorg in stand te houden. Want het bedrijf zegt wel dezelocaties niet te zullen sluiten zolang niet alle kinderen een nieuwe plekhebben, maar bij zorgverleners moet ook brood op de plank komen. Diegaan ook kijken waar ze kunnen gaan werken als er een sluiting ophanden is. Blijven zij dit nog doen? Zij moeten zelf ook overleven. Danzullen er dus zorgverleners gaan vertrekken en zal de locatie wellicht zelfssluiten als niet alle kinderen een nieuwe plek hebben. Wat gaat deMinister dus doen om dit te voorkomen voor nu, voor de korte termijn– dat is ook heel duidelijk de oproep van deze ouders – en voor de langetermijn?Laten we eens kijken naar ExpertCare. Wat is dat voor een bedrijf? In 2021is het overgenomen door een multinational, B. Braun, die zichzelf «eenvan ’s werelds toonaangevende medischetechnologiebedrijven» noemt.Het is een multinational met 300 dochterondernemingen in 64 landen, meteen omzet van ruim 9 miljard euro en een stijging van de winst met maarliefst ruim 31% in 2024. Dit is de zorginstelling waar we het over hebben.ExpertCare zegt dat de tarieven van de zorgverzekeraars te laag zijn en dathet daarom de zorg niet meer kan aanbieden. Als de ouders van Lot hunzorgverzekeraar bellen, weet die eigenlijk niet waar het over gaat en hoehet verder zou moeten. Lot en de vele andere kinderen worden hier dushet slachtoffer van een systeem waarin de zorg wordt overgelaten aan ditsoort commerciële bedrijven, in dit geval een multinational, voor wiewinst maken het uiteindelijke doel is. Het is immers een commercieelbedrijf. In dit systeem neemt niemand meer verantwoordelijkheid, omdatde zorg wordt overgelaten aan de markt en dus aan zorgverzekeraars, diegeen antwoord hebben. Maar de zorg ís geen markt en deze kinderen, diezorg nodig hebben, zijn geen product. De Minister is uiteindelijk eindver-antwoordelijk om in te grijpen als het niet goed gaat. Is de Minister hetermee eens dat zij die verantwoordelijkheid heeft? Wat vindt de Ministerer eigenlijk van dat de markt tot dit soort situaties leidt, en wat gaat zijdaaraan doen?Dan, voorzitter, de bezuinigingen, die oplopen tot misschien wel een halfmiljard euro in 2030. Deze bezuinigingen vormen donkere wolken bovende gehandicaptenzorg, want minder geld heeft gevolgen. Erkent deMinister dat dit gevolgen gaat hebben en dat het leidt tot mindermedewerkers, hogere werkdruk en minder tijd en aandacht voor mensendie, soms volledig, afhankelijk zijn van zorg? De gehandicaptenzorg, demensen die daar werken en de mensen die zorg nodig hebben, verdienenecht beter dan dit. Maar wat gebeurt er nu? Er was al te weinig geld voorde gehandicaptenzorg en de tarieven waren al te laag om te doen watnodig was. Nu komt er eindelijk geld bij om die tarieven te herstellen enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18948 om te doen wat nodig is, en nu wordt er aan de andere kant weer geldweggehaald. Dan kun je dus niet meer doen wat nodig is. Er komennieuwe kortingen op het tarief en er is wéér onvoldoende geld om ditgoed te doen.En dan zijn er nog de ongedekte bezuinigingen uit Rutte IV, die dit kabinetgewoon heeft laten staan. Er zou bespaard worden, zoals ik al eerder zei,door meerjarig contracteren, maar dat gebeurt al dus dat levert niet diebesparing op; dat levert geen geld op. Er zou ook bespaard worden doorde verplaatsing van behandelingen uit de Wlz naar de Zorgverzeke-ringswet. Ook dat gaat niet door, maar de bezuiniging is gewoon blijvenstaan. Deze bezuinigingen zijn dus niet gebaseerd op besparingen ofhervormingen. Het zijn gewoon tariefkortingen. Vindt de Minister ditverantwoord begroten? Graag een antwoord. Tarieven moeten corrigerenomdat ze te laag zijn en er dan weer geld weghalen: is dit het soortjojobeleid dat we van het nieuwe kabinet mogen verwachten? Dat lijkt mijniet.Het kabinet-Jetten voegt boven op deze bezuinigingen nog eens extrabezuinigingen toe op de langdurige zorg. Het is naar verwachting45 miljoen in 2027 voor de gehandicaptenzorg, oplopend naar 342 miljoenstructureel. Volgt u het nog, met al die berekeningen? Het is in totaalongeveer een half miljard. Daar kom je dan op uit. En dan is mijn vraag:hebt u hierover met mensen uit de gehandicaptenzorg gesproken? Zezitten hier namelijk. Hier zitten een heleboel mensen die zorg geven of dieafhankelijk zijn van zorg. Ik ben heel benieuwd. Wij hebben dat namelijkwel gedaan. Wij hebben een heleboel mensen gesproken en er wasniemand, maar dan ook niemand, die dit een goed idee vond. Als u metmensen uit de gehandicaptenzorg zou hebben gesproken, dan had u ditook gehoord. Waarom wordt daar niets mee gedaan? Waarom worden erbewust keuzes gemaakt waardoor mensen in de problemen komen? Vindtu de gehandicaptenzorg eigenlijk wel belangrijk? Graag een antwoord,want dit is een serieuze vraag.Dan het VN-verdrag Handicap. Er is werk aan de winkel. Nederland is in2024 al op de vingers getikt door de VN-commissie die zich bezighoudtmet de rechten van mensen met een beperking. In december 2025concludeerde het College voor de Rechten van de Mens dat hetVN-verdrag nog lang niet overal en altijd als uitgangspunt wordtgenomen bij de ontwikkeling en uitvoering van wetgeving en beleid. Datraakt mensen met een beperking. Er is inmiddels een werkagenda bij denationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap.Er is dus al een heleboel papier gemaakt, maar nu moet er ook daadwer-kelijk wat gaan gebeuren. Er moet een extra inspanning worden geleverdom dit verdrag goed na te komen. Dat is ook wat iedereen vindt en zegt.Maar er zijn geen extra middelen vrijgemaakt. Er zijn überhaupt geenmiddelen vrijgemaakt voor het VN-verdrag. Hoe kan dat? Waar is hetbudget dat hoort bij deze werkagenda? Waar is het budget voor deuitvoering van het VN-verdrag Handicap? Waar kunnen wij dat terug-vinden? Hoe gaat u ervoor zorgen dat het VN-verdrag Handicap wordtnageleefd als daar geen extra geld voor wordt vrijgemaakt?Heeft de Minister de conclusies uit het rapport van hetVN-Vrouwenrechtencomité over de positie van vrouwen met eenbeperking gezien? Er is armoede bij vrouwen met een beperking. Er issprake van hoge werkloosheidscijfers. Het is dus belangrijk dat deoverheid bij de monitor van het VN-verdrag specifiek ook data overvrouwen en meisjes met een beperking uitsplitst met betrekking tot werken bestaanszekerheid, en dat beleidsmaatregelen zich ook specifiekerkunnen richten op vrouwen, zodat we dat weten. Is de Minister bereid omdat te doen?Ook is er een hoger risico voor vrouwen met een beperking op misbruiken gendergerelateerd geweld en seksueel geweld. De toegankelijkheidvan de vrouwenopvang is nog niet op orde en de aanpak van geweldTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18949 tegen vrouwen heeft nog onvoldoende oog voor vrouwen met eenbeperking. Wat is de aanpak van de Minister om hiermee aan de slag tegaan?We hebben eerder aandacht gevraagd voor meerkosten voor mensen meteen beperking. Daardoor hebben zij minder financiële ruimte dan mensenmet een vergelijkbaar inkomen zonder beperking. Het maakt uit in welkegemeente je woont voor de vraag of je hierbij hulp, zorg of ondersteuningkrijgt. Dat moet toch niet uitmaken? We zijn het er toch allemaal over eensdat het geen verschil zou moeten maken waar je woont? Maar wat doetdit kabinet? Niet alleen wordt dit probleem niet opgelost, de meerkostenvoor mensen met een beperking worden hoger gemaakt door hetverhogen van het eigen risico naar € 520, door het afschaffen van defiscale aftrekpost voor niet-vergoede zorgkosten, door het bijna volledigafschaffen van de huishoudelijke zorg, door het invoeren van de eigenbijdrage in de wijkverpleging en door de bezuiniging op de WIA. Is dit eenfoutje van het kabinet? Zo niet, wat is dan de gedachte hierachter als hetgaat om de gevolgen voor mensen met een beperking en de uitvoeringvan het VN-verdrag Handicap? Laten we ervoor zorgen dat dit niet gebeurten laten we deze maatregelen van tafel halen. Wat is de Minister bereidom hierin te doen?Verder sluit ik aan bij de goede vragen die zijn gesteld over meerzorg.Mensen komen nog steeds in de problemen door het wegvallen vanzorgbudget, terwijl zij al met moeite soms hele zware en ontzettendbelangrijke zorgtaken doen. Laten we deze mensen niet verder in deproblemen helpen. Zijn de kortingen hierop van tafel?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de laatste spreker van de zijde vande Kamer in eerste termijn: mevrouw Ten Hove van de GroepMarkuszower.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Dank u wel, voorzitter. Ook ik wil iedereen die aanwezig is of thuismeekijkt en -luistert bedanken voor hun betrokkenheid en het aanwezigzijn. Dat is hartstikke nodig, want het gaat jullie allemaal juist aan. Ookdank dat jullie zijn gebleven totdat ik als laatste spreker mijn zegje magdoen.De gehandicaptenzorg is een sector waarbij iedereen elke dag met hart enziel klaarstaat voor anderen. Het zou mooi zijn als we het vandaag vooraldaarover hadden kunnen hebben: over de zorg, de mensen en deaandacht. Maar dat gaat helaas niet. Zoals gezegd hangen er donkerewolken boven de sector. De bezuinigingen lopen op tot een half miljard in2030. De brief van de Minister van afgelopen woensdag zet de financiëlecijfers op een rij, maar laat de andere kant van de gelddiscussie eigenlijkvolledig achterwege. Minder geld betekent namelijk minder medewerkersen minder medewerkers betekent minder tijd en aandacht voor mensendie de zorg juist zo hard nodig hebben en echt niet zonder die zorgkunnen. Minder geld betekent ook – het werd al gezegd – dat investe-ringen in betere huisvesting, duurzaamheid en technologie op de langebaan worden geschoven, terwijl juist die verbeteringen nodig zijn om dezorg toekomstbestendig te maken. In de betreffende brief staat letterlijkbeschreven dat extra geld, namelijk de tariefverhogingen, nodig was omde tarieven redelijkerwijs kostendekkend te maken. Tariefkortingen, diedaar weer van afgaan, zetten die kostendekkendheid dus direct onderhoogspanning. Graag de visie van de Minister hierop.Tariefverhogingen zijn geen luxe of extraatje, maar zijn broodnodig. Debedragen die er straks, vanaf 2027, af gehaald worden, zijn tariefkor-tingen. De tarieven die met het extra budget eindelijk net aan kosten-dekkend werden, duiken met diezelfde tariefkortingen dus weer onder deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18950 kostprijs; het jojo-effect werd al benoemd. Dit wordt gedaan zonder enigelogische of praktisch uitvoerbare onderbouwing. Kan de Minister dieonderbouwing vandaag toelichten? Wat is überhaupt de inhoudelijkeonderbouwing van de hele tariefmaatregel?Voorzitter. Dit gaat alleen nog maar over de bezuinigingen van vorigekabinetten, die nu doorgedrukt worden en vanaf 2027 voor het eerst inzullen gaan. Hierbovenop volgt nog een nieuwe bezuiniging uit hetcoalitieakkoord, namelijk die van de ombuiging in de Wlz. De Ministergeeft in haar brieven aan nog meer tijd nodig te hebben om tot een goedeverdeling van de groeiruimte over de sectoren en een deugdelijkeonderbouwing te komen. Wat Groep Markuszower betreft is dit de wereldop zijn kop: gigantische bezuinigingen aankondigen terwijl de plannennog uitgewerkt moeten worden. Het is ronduit schandalig. Is de Ministerhet met mij eens dat dit andersom zou moeten gebeuren? Zo ja, waaromgebeurt dit dan niet? Is de Minister zich ervan bewust dat hierdoor enormveel stress en onrust veroorzaakt worden bij alle mensen die dit aangaat?Alleen daarom al zegt Groep Markuszower: trek die bezuiniging in. Maakeerst maar eens een gedragen en uitgewerkt plan, samen met hetwerkveld – heel belangrijk: samen met het werkveld! – en kijk vandaaruitverder.Dat brengt mij bij de meerzorgregeling. Kan de Minister een updategeven? Heeft iedereen die geen aanspraak meer maakt op meerzorginmiddels duidelijkheid? Hebben zij ook nog toegang tot de juiste zorg?Wie in elk geval wel duidelijkheid heeft gekregen, is Janine. Ze wasonlangs nog te zien in Hart van Nederland. Na jaren van meerzorg is haarverlenging niet afgewezen, maar is haar aantal zorguren verlaagd. Per1 april gaat zij van 24 uur naar 11 uur zorg per etmaal: 13 uur minder perdag, terwijl haar situatie niet veranderd is. Janine vertelde mij dat hetzorgkantoor oordeelde dat ze haar zorg niet doelmatig had besteed, maarhoe bestaat dit? Heeft zij dan hulp gekregen? Nee, niet voldoende op eenmanier waarop ze haar zorg wél goed kan besteden. Hoe bestaat ditoordeel, zeker gezien er niemand bij haar thuis is komen kijken enondanks verklaringen van de revalidatiearts, de logopedist en de huisarts?Wél sprak zij op het zorgkantoor met een jurist. Is de Minister het met mijeens dat dergelijke ingrijpende beslissingen nooit van achter een bureaugemaakt mogen worden en dat de menswaardige en zorgzame kant nooitvergeten mag worden bij een juridische beslissing over zorg?Het verpleeghuis is inmiddels het geboden alternatief. Er zijn echter overalenorme wachtlijsten, los van het feit dat Janine daar niks voor voelt. Hoewordt zo’n zorggat opgevangen totdat er wél een passende plek of eenalternatief is? Welke andere alternatieven zijn er te bedenken die makendat Janine en mensen met vergelijkbare situaties wél de regie houdenover de zorg die bij hen past? Welke opties heeft Janine nog om tevoorkomen dat ze in een verpleeghuis moet gaan wonen? Hoe rijmt ditalles met de verschuiving van intramurale zorg naar investeren inzorgzame buurten en de gemeenschapsontwikkeling, waardoor juistmensen met een beperking langer thuis kunnen wonen met passendeondersteuning? Kan de Minister aangeven hoeveel mensen dit jaarhetzelfde oordeel hebben gekregen? Hoe verhoudt dit zich tot dewachtlijsten bij de verpleeghuizen? Is er voor iedereen wel een passendeplek en, zo ja, is deze dan wel in de regio? Zorgkantoren werken inmiddelsaan een uniform beleidskader voor meerzorg. Op welke manier wordthierbij het belang van de meerzorggebruiker geborgd?Voorzitter. Gehandicaptenzorg is en blijft mensenwerk. Zeker in deintensieve zorg kan het echt niet met nóg minder mensen. De gehandicap-tenzorg kampt momenteel met een tekort van 10.000 medewerkers.Volgens prognoses kan dat in 2034 zelfs zijn opgelopen tot 22.000. Voormedewerkers in de gehandicaptenzorg dreigen een nog hogere werkdruken meer uitval. Onbegrijpelijk, want deze sector heeft het al zo zwaar. Voorde intensieve zorg zijn de personeelstekorten nu al nijpend, wat gevolgenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18951 heeft voor de veiligheid, voor de cliënten en het personeel en vooral ookvoor de menselijkheid.Hoe gaat de Minister de professionals die dagelijks op de werkvloer staan,nauw betrekken bij alle uitdagingen waar de gehandicaptenzorg voorstaat? Hun praktijkkennis en ervaringen zijn immers onmisbaar in nieuwte maken beleid. Hoe wordt houdbaar en vooral menswaardig beleid in degehandicaptensector geborgd, gelet op de huidige optelsom vanbezuinigingen, arbeidsmarkttekorten en beleidsambities? Hoe is dit terijmen met de ambitie van de coalitie om het VN-verdrag Handicap na televen, zoals beschreven in het coalitieakkoord?Als laatste spreker wil ik niet over alles in herhaling vallen. Ik sluit mijdaarom aan bij de vragen en de zorgen over het pgb, ExpertCare, derespijtzorg en de toegankelijkheid.Ik heb nog wel een nabrander. We moeten zuinig zijn op de mensen diezich dag en nacht inzetten om de gehandicaptenzorg in de benen tehouden, op de professionals, maar ook op de mantelzorgers. Zij verdienenwaardering en perspectief. Hoe gaat de Minister hiervoor zorgen? Wantwie bezuinigt op de gehandicaptenzorg, bezuinigt op de meest kwetsbaremensen in onze samenleving, en laten we eerlijk zijn: dat is niet normaal.Wie dat niet kan inzien, heeft wat mij betreft zelf een beperking.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van de eerste termijnvan de Kamer. Ik kijk even naar de Minister. Mijn voorstel zou zijn om om14.00 uur weer te beginnen. Dat is over iets meer dan 45 minuten. Is datvoor u haalbaar? Een uurtje? Oké. Dan gaan we om 14.10 uur weer aan deslag. Ik herinner de Kamerleden eraan dat we met elkaar hebbenafgesproken om nog even naar de hal te gaan.De vergadering wordt van 13.08 uur tot 14.10 uur geschorst.De voorzitter:Goedemiddag iedereen. Bij dezen heropen ik de vergadering. Ik wilbeginnen met het maken van een aantal procesafspraken. Mijn voorstelzou zijn om, met het oog op de tijd, een maximum van zes interrupties tehanteren voor de Kamerleden. Ik kijk even of iedereen dat oké vindt. Ikhoor geen reactie, dus dat is bij dezen oké. Mij werd net al gezegd: succesmet deze onmogelijke opgave om om 16.30 uur af te ronden. Dat gaan wewel proberen, ook omdat verschillende Kamerleden hebben aangegevenniet beschikbaar te zijn als het uitloopt. Dat betekent dat ik vrij streng zalzijn bij interrupties; die moeten heel snel richting een vraag geleiden. Ikkijk ook heel vriendelijk naar het kabinet om te vragen of de antwoorden,waar dat kan – er zijn natuurlijk heel veel vragen gesteld – zo bondigmogelijk gemaakt kunnen worden.Bij dezen geef ik het woord aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugden Sport.Minister Sterk:Dank u wel, voorzitter. Ook ik zal mijn best doen om kort en krachtig teantwoorden. Mijn collega attendeerde mij erop dat dit debat ook gevolgdwordt door mensen met een visuele beperking en dat zij geholpen zoudenzijn met een beschrijving van hoe wij hier zitten. Wellicht kunnen we evenkort de setting samen beschrijven. We zitten aan een U-vormige tafel.Links van mij zitten de voorzitter, de griffier en alle Kamerleden die in deeerste termijn al hebben gesproken. Rechts van mij zitten tweeVWS-collega’s, die mij gaan helpen om de vragen zo goed mogelijk tebeantwoorden. Zoals ik bij de begroting ook al zei: deze Minister heeft hetgevoel dat ze nu al examen moet doen zonder dat ze de werkcollegesheeft kunnen volgen. Ik doe echt mijn uiterste best om goede antwoordenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18952 te geven. Ik heb al ontzettend veel tijd gestoken in het lezen van stukkenen heb al een aantal werkbezoeken afgelegd, maar ik weet nog niet elkepunt en komma van elke motie die hier ooit is uitgesproken. Daarvoor zijnmijn VWS-collega’s aan mijn zijde. Tegenover mij zitten heel veel mensenop de publieke tribune; een groot aantal hiervan draagt rode kleding.Welkom in deze zaal, ook van mijn kant.Dan heb ik nog een praktisch punt. Ik weet dat dit debat wordt onder-steund met een gebarentolk voor mensen met een auditieve beperking. Ikken mijn tekortkomingen: ik praat vrij snel. Ik zal echt mijn best doen omniet te snel te praten, maar spreek me vooral aan als dat toch het geval is,want dan wordt het lastig tolken, vrees ik.Voorzitter. Dit debat gaat niet over mij, maar over goede zorg, liefdevollezorg, hulp en ondersteuning voor mensen met een beperking. Toch zou ikheel graag iets willen zeggen over de band die ik voel met de gehandicap-tenzorg. Mijn vader was ooit voorzitter van de Oudervereniging Phila-delphia in de Betuwe en mijn moeder las met kerst de kerstverhalen voor.Zij was lerares, dus zij had er ook wat mee. Ik weet ook nog dat ik alsmeisje bij de boot van De Zonnebloem stond. Mijn moeder regeldedaarvoor de reizen; ik mocht als meisje van 7 of 8 een bosje bloemengeven aan alle mensen die met hun rolstoel weer van de plank kwamenrijden. Dat betekende dat ik als kind al heel vroeg iets leerde over wat hetbetekent als je leeft met een beperking. Dat kreeg ik vanuit thuis ook mee,en dat liet mij in mijn verdere loopbaan ook niet los. Als Tweede Kamerlidwas ik betrokken bij de aanloop naar de ratificatie van het VN-verdragHandicap. Daarna heb ik mij ook een aantal jaar ingezet als directeur vanMEE, waarbij ik ook heel veel over deze specifieke sector heb geleerd. Ennu zit ik hier als Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport.Ik ben heel blij dat het ondanks alle drukte en de korte tijd dat ik hier zit,wel gelukt is om al een aantal mensen te ontmoeten die wonen of werkenin de gehandicaptenzorg. Zo ben ik rondgeleid bij ’s Heeren Loo doorNathalie. Ik mocht haar kamer bekijken en ze stelde me voor aan haarhuisgenoten en buren. Ik sprak ook met een groepsleider. Hij vertelde hoehij elke dag fluitend naar zijn werk ging sinds hij zijn baan als chauffeurhad ingeruild voor een baan in de gehandicaptenzorg. En ik heb Luka,Cato en Anne op bezoek gehad. Alle drie waren ze in het rood gekleed.Twee van hen, Cato en Anne, zijn hier ook aanwezig. Luka moest werkenvandaag, wat natuurlijk ook hard nodig is. Met hen heb ik ook gesprokenover de actie #SterkVoorGehandicaptenzorg, die zij gestart zijn. Natuurlijkhebben we het ook gehad over de zorgen over de bezuinigingen. Daar wilik nog veel vaker met hen, maar ook met heel veel anderen over praten. Ikwas ook echt geraakt door hun enorme werkplezier en de enorme passiewaarmee zij hun werk doen. Hun werk is duidelijk veel meer dan eenbaan; het is volgens mij echt een belangrijk onderdeel van hun leven.Voor mensen met een visuele beperking licht ik nu toe dat Cato en Annetegenover mij op de publieke tribune zitten. Ik groet hen even en zijgroeten terug. Ik ben heel trots en dankbaar dat er zo veel bijzonderemensen dag en nacht klaarstaan voor mensen met een beperking. Ikbeloof dat ik alles uit de kast zal halen om hen de komende jaren zo goedmogelijk te steunen. Het is goed om nog even te benadrukken dat ditdebat over veel meer gaat dan zorg in een instelling. Heel veel mensenmet een beperking wonen namelijk gewoon thuis, soms ook zelfstandig.Net als mensen in een instelling zijn zij gebaat bij een toegankelijkesamenleving waarin ze mee kunnen doen. Om de zorg en het leven vanmensen met een beperking te verbeteren, voeren we dan ook hetVN-verdrag Handicap uit.Voorzitter. Voordat ik overga tot het beantwoorden van de vragen, wil ikéén ding expliciet benoemen. Ik ben vorige week benaderd door belang-rijke organisaties die cliënten vertegenwoordigen, zoals onder andereIeder(in) – er zit een vertegenwoordiger in de zaal – en KansPlus, omTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18953 elkaar snel te ontmoeten. Die afspraak wordt al gemaakt en ik zie er naaruit ook jullie snel te spreken.Voorzitter. Dan ga ik over tot het beantwoorden van de vragen, aan dehand van een aantal blokjes. Omdat er misschien nog veel mensen vanExpertCare in de zaal zitten, wil ik het daar eerst even over hebben.Daarom was ik net ook iets later hier. Daarna komt er een blokje over deWlz, waarin ik zal praten over de financiën, meer zorg, complexe zorg ennog een aantal varia. In het vierde blokje zal ik het hebben over hetVN-verdrag. Daaronder vallen een aantal onderwerpen die ik zaltoelichten.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Sorry, ik ben traag van begrip. Wil de Minister het nog een keer noemen?Minister Sterk:Ik zei al dat ik wat snel was. Ik zal het nog een keer doen. Ik begin bijExpertCare. Dan ga ik naar een groter blokje Wlz. Daar vallen vieronderwerpen onder, te weten: het financieel akkoord – dat is dus dediscussie over de bezuinigingen – meerzorg, complexe zorg en een aantalvaria. U heeft namelijk ook een aantal vragen gesteld die moeilijk in éénthema waren te plaatsen. Het vierde blokje gaat dan over het VN-verdrag.Sorry, dat is het derde blokje. De inleiding was mijn eerste blokje. Excuus,dat is de verwarring. Voor u gaat het derde blokje over het VN-verdrag endan over de coördinatie en de sturing daarvan. Daarnaast gaat het over destapeling van de zorgkosten door het coalitieakkoord, de inhoud van dewerkagenda en de andere belangrijke vragen die dan nog overblijven. Isiedereen bij? Mensen steken nu de duimen op omdat ze allemaal bij zijn.Heel goed.Dan beginnen we met ExpertCare. Ik heb net al kennisgemaakt met eenaantal van de ouders, en ook met Boaz. Ik wil me eerst tot hen richten,hoewel ik me afvraag of er nog ouders in de zaal zijn vanuit ExpertCare.Ze zijn net allemaal weg, hè. Ze volgen het nog wel, krijg ik nu te horen.Oké, dat is mooi. Ik denk dat ik mij nauwelijks kan voorstellen in wat vooronzekere situatie jullie je op dit moment bevinden. Ik maak mij daar netals u ook grote zorgen over. Want het plotselinge besluit van ExpertCareom een aantal locaties te sluiten, zonder een passend alternatief voor uwkinderen te bieden, had niet op deze wijze mogen gebeuren en heeft veelonrust en onzekerheid veroorzaakt. Op dit moment zijn er veel mensenhard aan het werk om een oplossing te bieden en te vinden. Dat isnatuurlijk de zorgaanbieder zelf, en dat zijn de zorgverzekeraars, de NZaen de IGJ. Zij proberen zo snel mogelijk vervolgzorg te regelen voor dekinderen die dit raakt. Ik vind het belangrijk dat zij daar ook nu echt allesaan doen en ook de ruimte en tijd krijgen om dat goed te regelen. Maar ikheb vorige week ook goed gehoord wat de Kamer zei, en zal dit dus zelfook goed in de gaten houden. Ik kan jullie wel verzekeren dat als hetpartijen niet lukt om samen tot een goede oplossing te komen, ik zal kijkenwat ik kan doen om ervoor te zorgen dat jullie, ouders, de zorg krijgen diejullie nodig hebben. Ik wens jullie dan ook heel veel sterkte toe in dezemoeilijke periode.Dan richt ik mij specifiek tot de woordvoerders. Ik zei net al dat ik bij debegrotingsbehandeling had beloofd om terug te komen op de situatie bijVilla ExpertCare. De ambtenaren van VWS hebben vanmorgen overleggevoerd met de NZa, de IGJ en de zorgverzekeraars. Alle partijen zijn erecht op gebrand om een oplossing te vinden voor deze kwetsbare groepvan ernstig zieke kinderen. Dat is complex en het vraagt ook tijd om ditzorgvuldig uit te voeren. De NZA, de IGJ en de zorgverzekeraars gevenaan dat het een complexe operatie is om voor 31 maart een alternatiefaanbod te realiseren voor alle kinderen. Die signalen gaf u zelf natuurlijkook al. Daarom is ook afgesproken dat Villa ExpertCare langer openblijft,totdat voor alle kinderen een passende oplossing is gevonden. De NZa,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18954 IGJ en zorgverzekeraars hebben op dit moment geen signalen dat groteaantallen personeel op zoek zijn naar ander werk, maar ze kunnen nietuitsluiten dat dat misschien wel op individueel niveau gebeurt. VillaExpertCare neemt maatregelen om het commitment van het personeelvoor langere tijd te behouden en vertrekkend personeel op te vangen viadetachering. Ook hiervoor vind ik het belangrijk dat partijen wel de tijdkrijgen om daarin tot een passende oplossing te komen. Met de NZa, deIGJ en de zorgverzekeraars is ook afgesproken dat zij op korte termijngezamenlijk met Villa ExpertCare in gesprek gaan om het proces verder testroomlijnen. Wij gaan volgende week opnieuw met de betrokken partijenin gesprek om de voortgang te bespreken en dat zullen we ook wekelijksgaan doen, dus dat wil ik u toezeggen. Ik voel mij hier ook bij betrokken enhet is ontzettend belangrijk dat hier gewoon een goede oplossing voorkomt. Ik zal de Kamer ook op de hoogte houden van die gesprekken, dusdie toezegging wil ik graag aan u doen.Dat was het blokje ExpertCare, maar er waren nog een aantal specifiekevragen gesteld.De voorzitter:Dat levert in ieder geval een aantal vragen op, maar misschien is het goedom eerst die specifieke vragen nog even te beantwoorden en dan aan heteind van dit blokje de vragen.Minister Sterk:Ja, dat zijn vragen van mevrouw Westerveld en van mevrouw Dobbe. Datgaat over bij wie die zorgplicht nu precies ligt en wat dat precies betekenten zo. ExpertCare heeft de verantwoordelijkheid om alternatieve zorg teorganiseren voor haar cliënten. De zorgverzekeraars hebben de wettelijkezorgplicht; dat betekent dat zij ervoor moeten zorgen dat de verzekerden,ook in het geval van een dreigende sluiting, de zorg die ze nodig hebbenook echt blijven ontvangen. Voor die kinderen, die onder de Wlz vallen,kopen zorgkantoren die zorg in. De NZa houdt toezicht op de zorgplichtvan zorgverzekeraars en heeft daarover op dit moment ook heel nauwcontact met Zilveren Kruis, de zorgverzekeraar binnen wiens gebied ditvalt. Zij hebben ook een speciaal team ingericht om een passendeoplossing te organiseren voor alle cliënten. Ten slotte is ook de IGJ nauwbetrokken. Die houdt toezicht op de kwaliteit en veiligheid van de zorg ende plannen om de continuïteit van de zorg te borgen.Dat was de vraag van mevrouw Westerveld. Dan had mevrouw Dobbenog een vraag. Zij zegt: «Het is een commercieel bedrijf. De Minister moetnu ingrijpen. Wat vindt de Minister ervan dat de markt tot dit soortsituaties leidt?» Ik heb net al aangegeven dat de eerste verantwoorde-lijkheid om tot een oplossing voor de continuïteit van de zorg te komen bijde betrokken partijen ligt. Als het hun niet lukt om een passendeoplossing te creëren, zal ik kijken welke stappen er verder nog nodig zijnom ervoor te zorgen dat deze kinderen de zorg blijven krijgen die ze nodighebben.In Nederland geldt dat zorgaanbieders, ook als ze commercieel georgani-seerd zijn, moeten voldoen aan dezelfde regels voor kwaliteit en toegan-kelijkheid. Ik ben op dit moment ook bezig met het wetsvoorstel Integerebedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders, waarin ik nadere eisen stelom niet-integere zorgaanbieders te weren uit de zorg door bijvoorbeeldvoorwaarden te stellen aan een winstuitkering. Overigens hecht ik eraanom op te merken dat er natuurlijk ook investeerders zijn die wél goededingen doen in de zorg. Dat is ook belangrijk om de zorg met elkaar tekunnen blijven financieren.De voorzitter:Dank u wel. Dat leidt tot een aantal vragen van de zijde van de Kamer. Ikhad als eerste een signaal van mevrouw Westerveld gezien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18955 Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik pak even mijn vragen erbij. Ik had nog een aantal meer specifiekevragen gesteld. Is de Minister er ook van op de hoogte dat er nu al groteproblemen zijn en dat er eigenlijk naar schatting twintig locaties in hetland zouden moeten zijn? We hadden ook de vraag gesteld: wat gebeurter nou op het moment dat er geen passend alternatief is? Ik heb deMinister goed gehoord. Ze zei: er komt een oplossing; daar ga ik voorzorgen.De voorzitter:Probeer de vraag kort te houden.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Mijn vraag is dan: wij krijgen wel signalen dat personeel weggaat, dushoe gaat de Minister er dan voor zorgen dat er een oplossing komt?Minister Sterk:Volgens mij heb ik aangegeven dat wij, anders dan vorige week, er dichterop zijn gaan zitten. We hebben wekelijks overleg en daar zullen dezethema’s ook aan bod komen. Wij hebben op dit moment die signalen nogniet. Ik gaf net aan dat het op individueel niveau misschien wel zo kan zijn,maar het lijkt me belangrijk dat we daarover het gesprek blijven aangaan.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Kan de Minister ons ook een tijdpad sturen? Ze zegt dat de locaties langeropenblijven. Tot wanneer blijven ze dan open enzovoort? Wat gaat erwanneer gebeuren in gesprekken? Kunnen wij, niet vanmiddag maar in dekomende dagen, een tijdpad krijgen met wat het ministerie precies gaatdoen?Minister Sterk:Dat is lastig, want we kunnen pas stoppen als iedereen een oplossingheeft. Wat mij betreft is dat morgen het geval, maar volgens mij is desituatie iets ingewikkelder dan dat. Het is dus ook lastig om dan eentijdpad te schetsen voor wanneer dat opgelost is, omdat het pas opgelostis als alle kinderen een goede plek hebben gekregen; tenminste, als ze eengoed aanbod hebben gekregen, laat ik het zo zeggen.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Dank aan de Minister voor alle goede inzet, ook de afgelopen dagen.Tegelijk: ik sprak net nog een vader uit Wezep, die aangaf dat zijn kindjeniet terechtkan omdat er sluiting dreigt en er geen nieuwe aanvragenmeer bij mogen komen. In ieder geval lukt het nu niet. In de beant-woording van mijn schriftelijke vragen, van 2 maart, gaf de Minister ook alaan dat ExpertCare heeft aangegeven dat de zorgvilla’s langer openmogen blijven dan 31 maart als er niet voor alle kinderen een passendeoplossing is gevonden. Ik wil er juist daarom heel graag meteen opvertrouwen dat het ook echt lukt als de Minister die toezegging doet. Maarnadat de Minister dit opschreef, heb ik nog het ene na het anderezorgwekkende bericht van ouders gehad dat ze die ervaring niet hebbenbij ExpertCare. Welke maatregelen heeft de Minister in gedachten als menhet wel toezegt, maar niet levert?Minister Sterk:Zoals ik net al aangaf, zijn deze specifieke signalen mij niet bekend.Misschien is het ook goed dat wij die informatie krijgen. Wat mij betreftgaat het er in de gesprekken die wij nu voeren om dat we uiteindelijkzorgen dat kinderen en ouders een goede oplossing hebben. Eerdermoeten we volgens mij niet stoppen. Maar deze specifieke casus ken ikTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18956 verder niet. Het lijkt mij goed om die in ieder geval te betrekken bij degesprekken die nu gevoerd worden.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Dank, maar dat is niet helemaal mijn vraag. Wat heeft de Minister, behalveoverleg, in handen om in zulke situaties in te grijpen? Daar mag ze ooklater op terugkomen, want dit heeft ook een stelselmatige component. Devraag is namelijk: als we het stelsel zo hebben georganiseerd dat we onsafvragen of het nog wel goed gaat als aanbieders ermee willen stoppenmaar de zorg eigenlijk nog doorloopt, wat kunnen we in zulke knellendegevallen doen?Minister Sterk:De uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt bij de zorgverzekeraars. Diehebben zorgplicht. Die moeten eigenlijk garanderen dat er een oplossingkomt. Vanuit mijn systeemverantwoordelijkheid zie ik daarop toe. Die rolheb ik nu opgepakt door dat overleg aan te gaan en door mee te kijkennaar wat daar gebeurt. Maar de verantwoordelijkheid ligt bij de zorgkan-toren. Die zullen daar ook op aangesproken worden. Dat gaan we nu dusook doen. Wat mij betreft houden we daar niet mee op totdat er voor allekinderen een oplossing is.Mevrouw Wendel (VVD):Ik wil even scherpstellen om te zien of ik de Minister goed begrijp. Hoor ikde harde toezegging dat ExpertCare echt openblijft totdat iedereen eenpassende oplossing heeft gekregen? Is dat de harde toezegging die ik hierhoor?Minister Sterk:Ja.Mevrouw Dobbe (SP):Op de vraag wie er verantwoordelijk is, hoor ik de Minister zeggen:ExpertCare, zorgverzekeraars, zorgkantoren, de NZa en de IGJ. DeMinister noemt zichzelf niet, terwijl ze wel zegt: als het niet lukt, zet ik mijin. Als deze Minister zich niet verantwoordelijk voelt voor het oplossenvan dit probleem – ze stond zelf niet in dat rijtje – wat gaat zij dan doen ophet moment dat er geen passende oplossing wordt gevonden voor dezekinderen? De toezegging dat de ExpertCare-locaties zouden openblijventotdat er een passende oplossing zou komen voor de kinderen was algedaan. De vraag is of dat lukt. Wat gaat deze Minister dan heel concreetdoen, behalve gesprekken voeren?Minister Sterk:Ik vóél me verantwoordelijk, maar in het systeem bén ik er uiteindelijk nietvoor verantwoordelijk. We hebben het zo met elkaar georganiseerd dat dezorgverzekeraars die verantwoordelijkheid samen hebben met dezorgaanbieder. Ik voel me wel verantwoordelijk en heb een systeemver-antwoordelijkheid. Daarom heb ik nu gezegd: ik wil erbovenop blijvenzitten en daarom wil ik wekelijks contact over hoe het nu staat. Wij zullende signalen die ik net hoorde ook gaan meenemen in die gesprekken,want ook daar wil ik natuurlijk opheldering over hebben.De voorzitter:Mevrouw Maeijer ... Sorry, eerst nog een vervolgvraag van mevrouwDobbe.Mevrouw Dobbe (SP):De Minister voelt zich verantwoordelijk maar zegt niet dat ze verantwoor-delijk is. De Minister is natuurlijk wel stelselverantwoordelijk. Als hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18957 stelsel vastloopt en er dingen misgaan in het stelsel, dan is de Ministerdus wel verantwoordelijk. Op zichzelf is dat problematisch. Ik ga hier dusnog een interruptie op plegen. Ik heb namelijk een heel concrete vraag.Als het niet lukt om voor alle kinderen een geschikte alternatieve plek tevinden, wat gaat deze Minister dan heel concreet doen?Minister Sterk:Zoals ik net al zei, is het in het systeem waarin wij werken de plicht van dezorgverzekeraar om dat op te lossen. Daar spreken wij de zorgverzekeraarnu ook op aan. De NZa ziet daarop toe. Als de zorgverzekeraar dat nietdoet, is de NZa dus in eerste instantie aan zet om daarop te acteren.Mevrouw Dobbe (SP):Ja, daar gaan mijn interrupties. Dit is toch geen antwoord op de vraag?Mijn vraag is heel concreet. De ouders willen het ook weten. Ze willen nietweten dat er gesprekken worden gevoerd. Het is natuurlijk heel goed dater gesprekken worden gevoerd, maar zij willen weten wat deze Ministergaat doen als de locaties dichtgaan en er geen geschikte alternatieve plekvoor hun kind komt. De vraag is redelijk concreet, toch?Minister Sterk:Misschien worden we het niet eens, maar volgens mij heb ik niet alleengezegd dat ik pas rust als elk kind een plek heeft, maar ook dat we goedmoeten kijken wie nou precies waar verantwoordelijk voor is. Dat hebbenwe op een bepaalde manier georganiseerd. Volgens mij ligt die verant-woordelijkheid nu bij de zorgkantoren en de zorgaanbieders, maar ik rustniet voordat ieder kind een plek heeft. Die huizen gaan niet dicht voordatieder kind een plek heeft.Mevrouw Maeijer (PVV):Ik heb een korte vraag. Kan de Minister toezeggen dat zij erop toeziet datde ouders een passend aanbod ook zullen ervaren als een passendeoplossing? Ook op dat gebied kunnen de twee sporen natuurlijk uiteen-lopen. Er kan verschil zitten tussen wat je aangeboden krijgt en wat je alsouder als oplossing voor je kind zou willen zien.Minister Sterk:Volgens mij moet dat vooral plaatsvinden in het gesprek over het zoekennaar de oplossing en over de vraag wie daar in eerste instantie voorverantwoordelijk zijn. Nogmaals, ik rust niet voordat er een oplossing isvoor al deze kinderen. Tot die tijd zullen de huizen openblijven. Ik blijf daarde komende tijd ook op meekijken.De heer Van Houwelingen (FVD):Fijn dat in ieder geval voorlopig de zorgvilla’s open kunnen blijven. Tochheb ik een vraag, die ook al eerder terecht is gesteld: wie is daar uitein-delijk verantwoordelijk voor? Ik begrijp dat de Minister nu in gesprek is. Isnou al duidelijk of die tarieven wel of niet te laag zijn? Ik denk namelijk datdan de zorgverzekeraars verantwoordelijk zijn. Kan de Minister daar ietsmeer over vertellen? De andere zorginstellingen die ik noemde, zijn ookgestopt. Zij zeggen zelf dat de tarieven te laag zijn.Minister Sterk:Op dit moment doet de NZa kostenprijsonderzoek daarnaar. Ik stel voordat we eerst even dat onderzoek afwachten.De voorzitter:Ik geef de Minister het woord voor het volgende blokje. Dat is het blokjeWlz en bestaat uit vier subblokjes. Ik stel voor dat we aan het eind van elksubblokje ruimte geven voor alle vragen. Het eerste subblokje is financiën.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18958 Minister Sterk:Voorzitter. Het is natuurlijk al heel veel gegaan over de voorgenomenbezuinigingen. Dat zal ook niemand verbazen. Laat ik het volgendevooropstellen. Wat betreft de gehandicaptenzorg en alles wat daarmeemoet gebeuren, moet hulp, zorg en ondersteuning voor de mensen meteen beperking vooropstaan, passend zijn en beschikbaar blijven. Om datte bereiken, is de overtuiging van het kabinet dat het anders moet in degehandicaptenzorg. Volgens mij wordt dat breed gedeeld. Ook vermoed ikdat er mensen in de zaal zijn die dat zullen nazeggen. We willen namelijkniet dat op een gegeven moment de wachtlijsten oplopen of dat decontinuïteit van zorg in het gedrang komt. We moeten verder kijken danhet in stand houden van bestaande dingen en toewerken naar een nieuwtoekomstperspectief.Er werd gevraagd wat voor visie ik heb. Ik zie een toekomst voor mewaarin mensen met een beperking van kinds af aan gewoon in desamenleving kunnen leven en waarin zo vroeg mogelijk hulp beschikbaaris voor gezinnen en mensen met een beperking, uiteraard met passendezorg en ondersteuning wanneer dat nodig is. Om dat perspectief dichterbijte brengen, is het ook van belang om te kijken naar de manier waarop wede zorg georganiseerd hebben en is het van belang dat we daar staps-gewijs veranderingen in aanbrengen.Voorzitter. Vandaag spreek ik met u over het begrotingsonderdeelGehandicaptenzorg. Overigens is dat inderdaad voor het eerst. Het is heellang geleden dat we dat op deze manier hebben gedaan, dus ik denk dathet feit dat we dit nu doen ook aangeeft hoe belangrijk de Kamer ditonderwerp vindt. Ik heb u vorige week in een brief het financiële beeldvan de gehandicaptenzorg geschetst. Vanmorgen heeft u nog eenaanvullende brief daarover gekregen. Ik begrijp dat de aangekondigdemaatregelen als bezuinigingen worden ervaren, maar wat betreft hetverdere plaatje van de sector wil ik toch ook nadrukkelijk zeggen dat dezesector de afgelopen jaren niet vergeten is. Los van de nog in te vullentaakstellingen zijn er ook extra middelen beschikbaar gesteld. Zo zijn detarieven voor 2026 structureel met 392 miljoen euro verhoogd tenopzichte van 2024. Dat was ook nodig voor kostendekkende tarieven. Ooklos van die verhoging is volgens de cijfers van het CBS de financiëlepositie van zorgaanbieders in de gehandicaptensector op dit moment echtgezond. De tariefverhoging geeft de sector aantoonbaar meer lucht endaarbij stel ik elk jaar extra middelen beschikbaar om de groeiende vraagen de loon- en prijsontwikkelingen op te vangen.Dat betekent niet dat de opgave eenvoudig is. Ik begrijp heel goed dat desector behoefte heeft aan meerjarige zekerheid, zodat je weet waar jefinancieel aan toe bent, je verantwoord beleid kunt voeren en je conti-nuïteit kunt bieden aan cliënten en medewerkers. Dat lijkt me ook een helelegitieme wens. Juist daarom nodig ik de partijen uit de sector uit om ingesprek te gaan over de invulling van een akkoord. Laten we samen kijkenwat we kunnen doen om te komen tot bestuurlijke afspraken, waarbij wekritisch kijken naar hoe de zorg georganiseerd is en waarbij we detoekomstambities verbinden aan heldere, realistische financiële afsprakenmet begrip voor de sector, oog voor de toekomst en verantwoordelijkheidvoor een sluitende en houdbare begroting.Ik ga toe naar een aantal specifieke vragen voordat ik dit blokje afrond,voorzitter. De eerste vraag was van mevrouw Westerveld, over dekostendekkende tarieven. Daar hebben overigens meer mensen vragenover gesteld. Ik begrijp heel goed de vraag: als we eerst het tariefverhogen en we vervolgens tariefmaatregelen nemen die daar wat aanafdoen, is dat dan niet een beetje raar? De eerlijkheid gebiedt te zeggendat het natuurlijk eigenlijk bezuinigingen zijn uit eerdere kabinetten diehier nog steeds zijn ingeboekt. Dat werd net ook door Kamerlid Bikkergezegd. Het eerlijke verhaal is ook dat deze coalitie er niet voor heeftgekozen om die eruit te halen. Ik sta daar dus ook voor. U vraagt hoe datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18959 dan precies kan. Hoe kun je toch tariefmaatregelen doorvoeren die daarmogelijk ook weer consequenties voor hebben? Het proces rondom detariefmaatregelen – dat weet u wellicht – is dat er nog twee voorgehangenmoeten worden. Die komen nog naar uw Kamer, eind april. Wij zullen alskabinet moeten onderbouwen waarom wij denken dat dit kan en hoe wijdenken dat dit kan. Dat ga ik u nog toesturen. Volgens mij is er nog eenmoment waarop we hierop wat dieper kunnen ingaan.Wij zien mogelijkheden om zaken te doen, als je kijkt naar de voorgesteldemaatregelen. Ik noem digitale zorg. Als je spraakapparatuur in de zorgkunt gaan inzetten, dan leidt dat tot een stuk minder bureaucratie voorzorgmedewerkers. Daardoor hebben ze juist meer tijd voor hun werk. Hetdoet verder niets af aan de kwaliteit van de zorg. Meerjarig contracteren iseen andere tariefmaatregel. Ik hoor u aangeven dat het probleem is dat ervaak zoveel ingehuurd personeel is. Juist door meerjarig te contracterenen op langere termijn te plannen, kun je ervoor zorgen dat je alswerkgever meer vast personeel in dienst kunt nemen. Dat is volgens mijop een heleboel punten heel erg belangrijk. Dat helpt mogelijk ook bij hetnaar beneden brengen van het ziekteverzuim. Dat zijn zaken waar je aanzou kunnen denken. Ik zeg u toe dat die maatregelen nog naar de Kamerkomen in een voorhangprocedure. We zullen moeten onderbouwenwaarom wij denken dat dit kan en nodig is. Dat gesprek gaan wij op eenlater moment ook nog aan.Er waren nog wat andere vragen. Welke stappen worden er nu al gezetrond de bestuurlijke afspraken? Worden ook de inclusiepartijen daarbijbetrokken? Dat vroeg mevrouw Synhaeve. Ik ben al in gesprek gegaanmet de sector. Dat deed het ministerie, overigens, want ik zit hier nogmaar net. Ik was graag al met de sector in gesprek gegaan, maar helaasheb ik daar nog geen tijd voor kunnen vinden. Ik ga dat zo snel mogelijkdoen. Er zijn al gesprekken geweest met de zorgaanbieders en de VGN,zorgkantoren, ZN, cliënten, naastenorganisaties en de beroepsgroepen.Tijdens die bestuurlijke overleggen wil ik als eerste de focus gaan leggenop het langetermijnperspectief. Via een gezamenlijke ambitie wil ik komentot goede afspraken binnen de budgettaire kaders voor de komende jaren.Ik denk ook dat dat de juiste manier is. We weten dat er heel veel kennisen expertise in die sector zit. Die willen we ook gebruiken om met elkaarhet toekomstbeeld voor die sector te gaan schetsen. Dat proces kostgewoon tijd. Ik wil u in ieder geval toezeggen dat ik u voor de zomerinformeer over de voortgang van die gesprekken. Dat is volgens mij ookeen antwoord op de vraag van de heer Van Dijk.Mevrouw Maeijer vroeg wat de bezuinigingen en het akkoord met desector voor wonen en zorg en de gehandicaptensector betekenen. Zoals uwellicht nog wel weet, is er een Stimuleringsregeling zorggeschiktewoningen. De bezuinigingen hebben geen effect op de hoogte van hetbudget dat daarvoor beschikbaar is. U weet dat de vg-sector ook inaanmerking kan komen voor die zorggeschikte woningen en dat er weereen nieuwe ronde van die stimuleringsregeling in mei van dit jaar zalworden opengesteld, ook voor nieuwe aanvragen.Mevrouw Westerveld had ook een opmerking over het arbeidsmarkttekort.Het moet me toch een beetje van het hart – ik heb dat ook al gezegd bij debegroting – dat we hier best wel in mineur praten over het toekomstper-spectief van de gehandicaptenzorg. Ik zie vooral heel veel mensen metenorm veel passie en betrokkenheid in de sector werken. Ik zou hopen datwe dat verhaal ook blijven vertellen met elkaar. Dat doet u overigens ook.Ik denk dat dat wel belangrijk is, omdat het lijkt alsof het allemaal kommeren kwel is. Die paar werkbezoeken die ik nu heb afgelegd, laten zien dat erook echt heel veel vreugde is in die sector. Laat ik het zo maar evenzeggen. Overigens spreek ik ook mensen die zien waar dingen anderskunnen. Ik spreek dus niet alleen maar mensen die zeggen: het kan nietanders en we zitten nu al in de knel. Er zijn echt ideeën over hoe hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18960 anders kan. Ik wil heel graag de komende tijd met de sector die ideeënophalen en kijken hoe we dat vorm kunnen geven.Er gebeurt dus al veel. De ambassadeurs van de gehandicaptenzorg zittenhier ook in de zaal. Die hebben zelf ideeën en die houden mij scherp. Ikheb aan hen aangegeven dat ik het ook goed vind om daar ook vaker methen over te spreken. We stellen op dit moment 185 miljoen beschikbaarvoor het opleiden en ontwikkelen van zorg- en welzijnsprofessionalsbuiten het ziekenhuis. Daar was ook een vraag over. Er ligt ook eenstevige opdracht, zeg ik dan maar, bij de werkgevers in de zorg, wantgoed werkgeverschap is echt wel een belangrijke sleutel in het aantrek-kelijk houden van het werk.Mevrouw Maeijer had het ook over de ...De voorzitter:Ik heb een vraag voor de Minister: hoelang duurt dit subblokje nogongeveer? Ik zie namelijk al verschillende handen de lucht in gaan.Minister Sterk:Ik heb nog vier vragen die ik zou willen beantwoorden.De voorzitter:Dan stel ik voor om dat eerst te doen, graag zo bondig als past.Minister Sterk:Ik zal het kort proberen te houden. Ik gaf net al aan dat het belangrijk isdat gezichten bekend blijven in de gehandicaptenzorg. Daarom zou je allezzp’ers terug moeten dringen. Daarbij is meerjarig contracteren juist ookbelangrijk.Mevrouw Bikker vroeg naar de verschillen tussen de cao’s van degehandicaptenzorg en de ouderenzorg. Die zijn grotendeels gelijkge-trokken in de laatste jaren. Ons inziens vormt dat op dit moment geenbelemmering om te kiezen voor een bepaalde sector. Overigens gevenveel medewerkers aan dat voor hen geld alleen niet de reden is om in desector te gaan werken. Het gaat ook om een heleboel andere zaken, zoalsgoed werkgeverschap en gezien en gehoord worden.Dan de digitalisering. Die mag natuurlijk nooit leiden tot gevaarlijkesituaties. Daar zijn we het, denk ik, snel over eens. Ik denk dat het goed isom realistische verwachtingen te hebben van digitale zorg. Ik denk datdigitale zorg vooral veel kan betekenen voor de zeggenschap en dezelfredzaamheid van mensen zelf, maar er zijn natuurlijk ook voorbeeldenvan manieren waarop digitale zorg iets kan toevoegen aan medewerkersin de zorg. Dan denk ik bijvoorbeeld aan beeldzorg. Die kan zorgen voorlaagdrempelige ondersteuning van mensen. Er zijn ook goedevoorbeelden in de innovatie-impuls. De voortgangsrapportage daaroverstuur ik aan het einde van deze maand mee met de brief over detoekomstagenda.Ten slotte had mevrouw Wendel ook een vraag over innovaties. Ik zei netal dat we daar wel realistisch over moeten zijn. Ze kunnen helpen omwerk efficiënter te maken en minder administratieve lasten te hebben,bijvoorbeeld door spraakapparatuur; dat noemen ze hier «spraakgestuurdrapporteren». De beeldzorg heb ik net al genoemd.Voorzitter. Ik ben aan het einde van dit kopje.De voorzitter:Top. Dan geef ik als eerste het woord aan mevrouw Bikker.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Ik zou de Minister toch een iets verdergaande reflectie willen vragen opwat een meerderheid van de Kamer hier zegt, namelijk: deze bezuini-gingen niet zo. Ik hoor de Minister in haar antwoord telkens «binnen deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18961 kaders» zeggen. Ze zegt een hele hoop dingen waarvan ik zeg: van hartemee eens, mooi dat u in gesprek gaat en goed dat u het bekijkt opinhoudelijke voorwaarden. Maar ik hoor daar telkens «binnen de kaders»achteraan. Ik hoor hier in de Kamer aan deze kant keer op keer dat detarieven, om maar een voorbeeld te noemen, net met moeite kosten-dekkend zijn gemaakt en dat er grote zorgen zijn over wat de ingeboektebezuinigingen gaan betekenen voor de tarieven. De Minister refereert danaan de CBS-cijfers, maar in alle eerlijkheid: de aanbieders hadden op datmoment al bezuinigingen ingeboekt en de Kamer heeft die vervolgenscontroversieel verklaard. Dan worden die cijfers dus positiever dan ze inwerkelijkheid zijn als de bezuinigingen daadwerkelijk ingaan. Kan deMinister reflecteren op het punt dat «binnen de kaders» eigenlijk niethoudbaar is als we deze Kamer zo horen? We hebben hier namelijkallemaal voor ogen dat de gehandicaptenzorg moet kunnen werken mettarieven die daadwerkelijk kostendekkend zijn.Minister Sterk:Ik heb aan het begin al duidelijk gesteld dat ik hier met een opdracht zit.Dat is de opdracht die ook in het coalitieakkoord is meegegeven. Wij ziendat de manier waarop wij de zorg in Nederland hebben georganiseerd, opde langere termijn niet houdbaar is. We zien dat de kosten steeds meeroplopen en dat we een groeiend tekort hebben aan mensen die die zorgkunnen leveren. Willen wij ook in de toekomst zorgen dat alle mensen dieer nu zitten en er misschien gaan komen, passende zorg krijgen, danmoeten we wat gaan doen. Dat betekent dat we de financiële groei die erop dit moment in de zorg zit, moeten gaan afbuigen. Dat doen we ook inde voorstellen vanuit het coalitieakkoord. Dat is dat «minder, meer», zouje kunnen zeggen. Ik kan me heel goed voorstellen dat dat gevoeld wordtals een bezuiniging. We zullen dus moeten kijken hoe we dat terug kunnenbrengen. We denken echt dat er manieren zijn om dat te doen zonder datdat leidt tot oplopende wachtlijsten, toenemende druk op werknemers enhet niet meer kunnen leveren van de kwaliteit die we moeten leverenvolgens het kwaliteitskompas, want dat zijn wat mij betreft wel derandvoorwaarden. Volgens mij is dat de harde bodem op basis waarvandie gesprekken worden gevoerd. Ik hoor inderdaad ook wat u zegt, maarmijn positie is op dit moment ook – ik zit hier nu anderhalve week – dat wijdit gesprek vooral vanuit de inhoud willen gaan voeren en niet aan devoorkant al allerlei harde financiële kaders willen gaan stellen waarbinnendat gesprek zou moeten plaatsvinden.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Bikker.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Die harde kaders staan; dat is de financiële plaat van dit coalitieakkoord. Ikzou ook heel graag de gesprekken vanuit de inhoud voeren, maar wat mein de afgelopen gesprekken met de nieuwe coalitie juist zo teleurgesteldheeft, is dat de Minister-President bij het debat over de regeringsver-klaring moest toegeven dat het onvoldoende over de inhoud van degehandicaptenzorg is gegaan, terwijl de bezuinigingen wel zijn ingeboekt.Vervolgens houd ik een motie aan om helemaal geen bezuinigingen in degehandicaptenzorg door te voeren, omdat de coalitie zegt: we zien ruimteen komen met scenario’s. Vervolgens krijg ik brieven waarin nog eenswordt uitgelegd welke bezuinigingen al zijn ingeboekt. Daar heb ik ookvoor een deel verantwoordelijkheid voor genomen. Dat vind ik ooklogisch. Maar ik krijg op dit moment niet in beeld welke inhoudelijkeveranderingen in de gehandicaptenzorg die geraamde bedragen opzouden leveren. Ik ben dol op hervormen, want ik ben hervormd; ikherhaal het nog maar eens. Maar kom niet met een plaat als kaderwaardoor wij eigenlijk allemaal uít onze plaat gaan. Dit past niet bij wat deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18962 gehandicaptenzorg nodig heeft. Ik zou aan de Minister het volgende willenvragen. Als u nou in de beantwoording van de Minister-President deruimte krijgt en als ik hier collega’s zie worstelen met de logica van dezebezuinigingen, pak dan die kans. U hoeft dit financiële kader niet met uwleven te verdedigen. Dat is meteen ook mijn vraag. Vindt u dat ook?Minister Sterk:Ik hoor aan de kant van de Kamer eigenlijk twee dingen die een beetjetegenstrijdig zijn. Aan de ene kant wilt u scenario’s waarin ik precies zeghoeveel geld er bezuinigd moet worden en welke scenario’s je daarin zoukunnen volgen. Aan de andere kant zegt u: het moet hervormd worden endat gesprek moeten we aangaan. Dat deelt u volgens mij ook met mij. Ikheb in die brief geprobeerd duidelijk te maken dat ik er inderdaad voorkies om niet al een aantal financiële scenario’s neer te leggen, maar tevertrekken vanuit het gesprek en te kijken wat het betekent voor deopgelegde – in uw woorden – bezuiniging die er staat opgeschreven.Volgens mij moeten we op die manier werken. Dat doen we niet alleenomdat we sec willen bezuinigen, maar dat doen we ook omdat we zien datals de kosten toe blijven nemen zoals ze nu toenemen, we dat uiteindelijkniet op kunnen brengen. Aan de andere kant zien we overigens ook dat erelk jaar weer een onderbesteding is. Als het gaat over de vraag of al hetgeld nodig is, dan zien we ook dat er een onderbesteding is in de Wlz. Datis dus breder dan alleen de gehandicaptenzorg. Het gesprek dat ik graagzou willen voeren met de sector, alle mensen die daar zelf in zitten, hunouders en natuurlijk ook u als Eerste en Tweede Kamer in dat proces, gaatvooral over de vraag: hoe zouden we dat om kunnen buigen en wat iservoor nodig om uiteindelijk in de toekomst de zorg houdbaar te houden?De voorzitter:In algemene zin: op deze manier gaan we 16.30 uur niet halen. Ik ga vanafnu bij de interrupties bijhouden dat binnen een halve minuut ook echt eenvraag gesteld moet zijn.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Ik ben een Kamerlid dat heel graag meedenkt over de toekomst van dezorg. Ik zie de financiële doorrekening. Ik sta ook absoluut voor keuzes inde zorg, omdat ik zie dat we, demografisch en qua arbeidskrachten, nietzomaar kunnen doorgroeien. Dan gaan we weer naar algemenegesprekken. Kan de Minister daarin toch een andere beweging maken dantot nu toe? Nu moet ik namelijk tot de zomer afwachten, en er maar rustigop hopen dat het goed komt. Dat vind ik gewoon onvoldoende.Minister Sterk:Ik probeer te schetsen dat de opdracht die ik als Minister heb gekregen,vraagt om een zorgvuldig proces. We moeten niet nu al aan de voorkantbesluiten hoe het eruit moet gaan zien en wat eruit moet komen. Dat iseen proces dat ik heel graag met de partijen zelf wil gaan doorlopen. Ik wilu er ook met enige regelmaat over informeren hoe het ermee staat. Dat isdus een toezegging die ik zou willen doen. En zoals u heeft gezien hebbenwij voor 2027, dus het jaar waarin de maatregel, de korting of debezuiniging of hoe je het ook wil noemen, al zou moeten gaan lopen,aangegeven dat we proberen om dit op een andere manier te dekken,zodat we de ruimte houden om dat gesprek op een goede manier tevoeren. Daar wil ik heel graag de ruimte voor krijgen, omdat dat volgensmij de manier is waarop je dit zou moeten doen.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Dit zit me echt dwars. Het is eigenlijk als volgt. Ik kom bij het restaurantvan Minister Sterk en ik zeg: ik wil geen vis; verder vind ik alles prima.Vervolgens krijg ik een menukaart waarop in elk gerecht toch weer vis zit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18963 Die vis, dat zijn de bezuinigingen op de gehandicaptenzorg. De menukaartbevat telkens de bezuinigingen op de gehandicaptenzorg. Deze Kamer, oftenminste een heel aantal partijen daarin, vraagt: «Alstublieft, laat nouook eens zien hoe het anders zou kunnen als er zo veel onderbesteding isin de Wlz. Maak dat inzichtelijk. Op welke terreinen zit dat en hoe kunnenwij het gesprek daarover voeren?» En dan krijg ik telkens te horen: wachtu maar rustig op ons proces en dan zullen we het wel zien met diebezuinigingen in de gehandicaptenzorg. Maar dat was dus niet de vraag.Kom dus niet weer met die menukaart met ... Nou ja, ik wil de visboerenniet tekortdoen, want vis is ook lekker, maar dit vroegen we niet en tochkrijgen we het telkens terug.Minister Sterk:Ik begrijp heel goed uw zorgen over de mogelijke impact – we weten hetnatuurlijk nog niet – van de maatregelen die in ieder geval door de vorigekabinetten zijn voorgesteld. Daarover heb ik gezegd dat ik ernaar ga kijkenen dat wij met een voorhang zullen komen. Wij denken dat we dit kunnenonderbouwen, en dan is het aan de Kamer om daar wat van te vinden. Envan het deel dat vanuit het coalitieakkoord komt, denk ik dat je dat ... Kijk,de basis zal altijd zijn, en daar zitten natuurlijk ook de zorgen, dat het nietmag leiden tot slechtere zorg voor mensen, tot slechtere werkomstandig-heden voor zorgmedewerkers en tot wachtlijsten. Daarom heb ik ook zoduidelijk gezegd dat ik wil dat deze gesprekken gaan plaatsvinden opbasis van het uitgangspunt dat de wachtlijsten niet mogen oplopen, datde druk op medewerkers niet mag toenemen en dat de kwaliteit op ordemoet blijven. De NZa ziet ook toe op de tarieven. Die kijkt ook of detarieven kostendekkend zijn. Dat verandert ook niet ineens door dezevoorgenomen maatregelen. Dat zijn de kaders waarbinnen dit allemaalgaat plaatsvinden.Ik begrijp de zorgen en ik ben ook de eerste die moet zorgen dat de zorgop orde blijft en wij passende zorg kunnen blijven bieden, maar dat vraagtook om een beweging naar de voorkant. Ik hoop bijvoorbeeld dat het onsgaat lukken om een lichte verstandelijke beperking eerder te signaleren,en niet pas via een test als mensen in de schulden komen. Dan kunnenmensen ondersteuning krijgen. Daar zetten we op in, ook met detoekomstagenda. Daarmee kan ook de druk afnemen op de zorg verderopin de keten, die duurder is. Dat is het gesprek dat ik graag met de sectorzou willen voeren. Hoe kunnen we dat nog meer verbeteren en hoe doenwe dat in samenspraak met gemeentes? Hoe zorgen we dat cliëntonder-steuning daarin veel nadrukkelijker een plaats krijgt? Dat zeg ik ook eenbeetje vanuit mijn ervaring als directeur van MEE. Ik denk dat daar nogheel veel winst te behalen is. Ik denk ook dat er nu soms mensen in dezorg zitten die veel beter af zouden zijn op een andere plek. En voor demensen die in de zorg zitten, moeten we met al deze maatregelen nogsteeds zorgen dat die zorg op orde is en dat de mensen die daar werkenhet aankunnen en met plezier naar hun werk kunnen gaan.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Mijn vraag kan relatief kort zijn. De Minister had het over een zorgvuldigproces. Mevrouw Bikker heeft net al duidelijk gemaakt wat de bezwarenvan de Kamer zijn, maar kan ik uit de antwoorden van de Ministeropmaken dat de enorme bezuiniging die is ingeboekt ter discussie kankomen te staan op het moment dat de bezuinigingen niet op een goedemanier ingevuld kunnen worden?Minister Sterk:Dat lijkt me allemaal veel te vroeg. Ik wil eerst gewoon het gesprek met desector aangaan. Er staat gewoon een opdracht in het coalitieakkoord voorde hele Wlz. Die is niet gespecificeerd naar de drie sectoren die daarondervallen. Volgens mij is het van belang dat wij het gesprek met die sectoren,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18964 dus niet alleen de gehandicaptensector maar ook die andere sectoren,aangaan. In het HLO is gebleken dat er soms best dingen mogelijk zijn, alsje maar met elkaar het goede gesprek voert. Dat heeft er ook toe geleiddat een van de maatregelen die eerder was ingeboekt als een bezuiniging,is omgezet naar een tariefmaatregel, overigens ook met steun van desector zelf. Misschien zijn er wel meer van dit soort dingen te bedenken.Maar het begint en staat of valt met dat goede gesprek met al die partijen.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat niemand hier zegt dat we alles zo moeten laten in de zorg. Ikdenk dat iedereen hier aan tafel denkt dat je best kunt bezuinigen als ergeld over de balk wordt gesmeten of als dat kan op een manier die nietten koste gaat van patiënten en cliënten. Ja, dan kan je best bezuinigen.Maar het probleem is dat er eerst een bezuiniging wordt ingeboekt en datdaarna pas het gesprek wordt gevoerd. Mijn vervolgvraag aan de Ministeris dan wel: hoe gaat zij die gesprekken voeren? Gaat zij aan die verschil-lende sectoren binnen de Wlz vragen wat ze kunnen doen om dezebezuinigingen in te vullen? Hoe gaat dat eruitzien?Minister Sterk:Dat zou inderdaad een van de vragen kunnen zijn: waar ziet u zelfmogelijkheden in uw eigen werk, bijvoorbeeld in de bedrijfsvoering ofdoor inzet van slimme middelen of in ieder geval met andere parameters,om op een andere manier zorg te geven? Ik sprak net al over die spraakap-paratuur. Ik merk dat dat op andere plekken steeds meer wordt gebruikt.Dat kan ontlastend zijn in wat zorgmedewerkers moeten doen. Dat zijnvoorbeelden rond digitalisering. Ik heb net ook iets genoemd overplannen op langere termijn zodat je voorkomt dat je steeds afhankelijkbent van zzp’ers, wat volgens mij op een heleboel punten niet altijd debeste manier is om dit soort problemen op te lossen. Ik denk dat daar bestdingen mogelijk zijn. Ik heb in de paar gesprekken die ik heb gehad echt alvan een aantal mensen gehoord dat ze kansen zien, en zij werken zelf inde zorg. Die ervaringen en kennis zou ik daar graag bij willen betrekken. Ikheb een opgave. Daar loop ik ook niet voor weg. Ik ga kijken hoe ik die zogoed mogelijk, met steun van de sector, in kan gaan vullen.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Ik ben het met de Minister eens dat het moet starten met een goedgesprek, maar ik deel de mening van de andere leden dat je daar dan ookmee zou moeten beginnen. De opdracht lijkt nu steeds omgedraaid teworden: er ligt een forse bezuiniging op tafel en aan de hand daarvanworden de gesprekken gevoerd. Ik vind dat antwoord toch niet bevre-digend. Is de Minister bereid om dat om te draaien?Minister Sterk:U weet ook hoe het werkt in dit huis. Er staat gewoon een bezuinigingaangegeven. Nogmaals, ik zie ook dat er heel veel geld naar de sector toeis gegaan de afgelopen jaren. Dat is ook terecht; daar wil ik niets aanafdoen. Het is de bedoeling dat wij de lijn die nu steiler omhooggaat, watgaan afbuigen. Wij bezuinigen ten opzichte van een raming van het CPBdie gebaseerd is op allerlei vooronderstellingen; daar werden ook vragenover gesteld. Die ramingen gaan uit van een aantal vooronderstellingenen op basis daarvan komt er dan een plaatje uit. Volgens mij zou hetgesprek niet moeten gaan over die CPB-raming en over hun vooronder-stellingen, maar over de vraag wat de sector zelf echt nodig heeft binnende kaders, die ik net heb genoemd, die wat mij betreft de basis zijn in datgesprek en die we overeind willen houden. Dat is het gesprek dat dekomende tijd gevoerd moet worden. Maar ik begin mezelf een beetje teherhalen, merk ik, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18965 De voorzitter:Ja, dat valt deze voorzitter ook op.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Ik wil daar wel op reageren aan de hand van een voorbeeldje. We zeggendat de NZa toeziet op de kostendekkendheid. We zien bijvoorbeeld bij dehuizen van ExpertCare dat die tariefmaatregel niet kostendekkend is.Vervolgens gaan die huizen sluiten en gaat de Minister naar een oplossingkijken. Dan gooien we toch oude schoenen weg voordat we nieuwehebben? Dat is toch de wereld op zijn kop? Volgens mij kan dat debedoeling niet zijn, van niemand hier.Minister Sterk:Volgens mij is het nooit slim om oude schoenen weg te gooien voordat jenieuwe hebt. Volgens mij is het ook nu zo dat we gaan kijken of het kloptdat die prijzen die ze krijgen voor de zorg in de ExpertCarehuizen nietkostendekkend zijn. Als dat zo is, zullen we daar maatregelen op moetennemen. Dat is natuurlijk het proces waar we continu in zitten. Dat is ookwat ertoe heeft geleid dat we de andere tarieven ook naar boven hebbengebracht. Er kwamen namelijk signalen dat ze niet meer dekkend waren.Dan gaat de NZa daarnaar kijken. Als de NZa aangeeft dat het nodig is,dan voeren we dat vervolgens door. Dat geldt nu ook voor deze huizen.De heer Van Houwelingen (FVD):Ik probeer het te begrijpen. Ik zou willen vragen: is daar dan ruimte voor?De Minister zegt namelijk ook de hele tijd dat ze aan de budgettaire kadersvastzit. Stel nou dat er inderdaad uit komt, en dat zou eruit kunnen komen,dat er meer geld nodig is, omdat die tarieven niet kostendekkend zijn, isdaar dan überhaupt ruimte voor? Hoe gaat de Minister dat voor elkaarkrijgen?Minister Sterk:We hebben Wlz-breed 6 miljard te verdelen in deze kabinetsperiode. Wekunnen keuzes maken, maar ik ga niet nu al keuzes maken terwijl ik hiernet twee weken zit. We hebben een opgave vanuit het coalitieakkoord.Nogmaals, die hebben we niet voor niks. Dat is geen droge bezuinigings-maatregel, maar ook iets wat we nodig vinden om de groei af te buigen. Iksnap ook wel dat het voor mensen niet voelt als minder meer, maar ergaat nog steeds meer geld naar de zorg toe. Binnen die ruimte moeten wegaan verkennen wat er haalbaar is en welk budget daar dan uiteindelijk bijhoort, maar dit zijn wél de kaders waarbinnen dat gesprek plaats gaatvinden.De heer Van Houwelingen (FVD):Omdat het een belangrijk punt is en om even af te concluderen: het gaatdus inderdaad om die kaders. Dat is de hele tijd ook ons punt: die staan inbeton gegoten. Daarover verschillen we van mening. Stel dat dezeMinister straks 100 miljoen tekortkomt en zegt: «We krijgen het nietkostendekkend. We moeten dat geld hebben, want anders gaan diezorgvilla’s weg.» Zal de Minister dan niet naar bijvoorbeeld haar collegavan Defensie stappen en zeggen: «Goh, jij krijgt er 19 miljard bij. Kan datniet ook 18,9 miljard zijn?» Is dat het eerlijke antwoord? Dat kan dus nietin dit land? Dat ligt vast?Minister Sterk:Volgens mij was dat geen vraag.Mevrouw Dobbe (SP):Dit kabinet gaat met een heleboel mooie woorden over het toekomstbe-stendig houden van de zorg een heleboel geld uit de zorg trekken. Bij deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18966 gehandicaptenzorg is dat ook gewoon zo: er komen keiharde bezuini-gingen aan. Nu mag de sector meepraten binnen bepaalde kaders. DeMinister schetst als kaders: de kwaliteit moet op orde blijven, er mogengeen personeelstekorten ontstaan en er mogen geen wachtlijstenontstaan. Maar als de mensen met wie u zo meteen in gesprek gaat,zeggen dat dit wél gaat gebeuren, dan is er dus geen ruimte om er weergeld bij te doen. Ik wil graag even de bevestiging dat ik dat goed begrijp.Als dat zo is, dan herhaal ik de vraag die ik in mijn inbreng heb gesteld:vindt u dit verantwoord begroten?Minister Sterk:Ik vind het te vroeg om nu die eerste vraag te beantwoorden, omdat datnog zal moeten blijken. Daarom is dat gesprek nodig.Volgens mij is verantwoord begroten een kwestie van zien dat er in detoekomst kosten aan gaan komen die je misschien niet meer kuntfinancieren. Dan moet je zorgen dat je je begroting daarop aanpast. Dat iswat er nu in het coalitieakkoord is gebeurd. We zien dat de kostentoenemen, in ieder geval volgens de CPB-ramingen. Nogmaals, deCPB-ramingen zijn een soort idee over hoe het zou kunnen gaan. Wehebben al eerder gezien dat er een onderbesteding is, dus dat deCPB-raming misschien niet altijd kloppend is met wat er in de praktijknodig is of gebeurt. Daar zit dus al ruimte in. Vervolgens zullen we metelkaar moeten constateren of de raming klopt. Dan hebben we volgensmij het gesprek over de vraag of de begroting wel of niet klopte. Maar jeweet gewoon: in de toekomst hebben we minder geld, dus zullen we debegroting bij moeten stellen. Dat is wat er gebeurt in wat er nu isopgeschreven.Mevrouw Dobbe (SP):Volgens mij is verantwoord begroten ook zorgen dat mensen niet in deproblemen komen en als dat wel gebeurt, niet doen alsof dat niet zo is.Als mensen die zorg nodig hebben, in de problemen komen en er wordtgedaan alsof dat niet zo is, dan vind ik dat onverantwoord begroten. Devraag die wij hier meermaals hebben gesteld, is heel duidelijk: als nu uitde gesprekken met de sector blijkt dat dit niet kan, dat dit leidt totproblemen in de zorg, dat de wachtlijsten gaan groeien, dat hetpersoneelstekort gaat oplopen omdat mensen weglopen en dat dekwaliteit van zorg slechter wordt, gaat deze Minister er dan geld bij doenof niet? Het is mij nu niet duidelijk, want aan de ene kant zegt u nee enaan de andere kant zegt u ja. Is het dus wel zo of niet zo?Minister Sterk:Ik heb duidelijk aangegeven wat wat ons betreft de basis is waar we opmoeten kunnen blijven staan. Daarover moeten de gesprekken gaan. Ikvind het nogal een als-dandiscussie om nu al te moeten gaan constaterenwat we doen als we geld tekortkomen. Wij denken echt dat er mogelijk-heden zijn; dat gesprek zou ik graag willen voeren. Als dat niet zo is, danhebben we hier volgens mij een nieuw gesprek met elkaar.Mevrouw Maeijer (PVV):Ik vind het toch wel ingewikkeld om hiernaar te luisteren. Er kunnen welallemaal basisvoorwaarden worden gesteld op het gebied van kwaliteit,wachtlijsten of de uitval van personeel, maar de uitkomst van uw gesprekstaat vast. Dat is die 1 miljard die dit Wlz-breed moet gaan opleveren.Klopt dat?Minister Sterk:De komende periode komt er 6 miljard bij. Daarbinnen vindt inderdaadeen ombuiging van die lijn plaats van 1 miljard, en dat gebeurt inderdaadWlz-breed. Vandaag hebben we het over de gehandicaptenzorg. NatuurlijkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18967 blijft het belangrijk dat passende zorg gegeven kan worden, dat mensenmee kunnen doen in de samenleving en dat zij daarbij ondersteuningkrijgen als dat nodig is, of dat nou thuis is of in een instelling. Daar sta ikook echt voor. Ik heb daarvoor een kader geschetst waarbinnen datvolgens mij moet plaatsvinden en ik heb geschetst wat daarbij derandvoorwaarden zouden moeten zijn. Binnen de ruimte van de 6 miljarddie erbij komt, moeten we dit gesprek dus gaan voeren, breed enspecifieker voor de gehandicaptenzorg.Mevrouw Maeijer (PVV):Het lijkt me dat u dan een heel ingewikkeld gesprek moet gaan voeren,want volgens mij heeft zo ongeveer iedereen die hier aanwezig is eniedereen die mij of de Kamerleden die hier zitten de afgelopen wekenheeft benaderd, al gezegd dat die vlieger niet opgaat. Het zal ten koste vande kwaliteit gaan. Er zullen mensen langer moeten wachten. Professionalszullen misschien minder tijd aan hun patiënten kunnen besteden. Er isgeen tijd meer voor dat ommetje of dat praatje. Er zal dus ingeboetworden op al die voorwaarden die u nu pretendeert te schetsen, mevrouwde Minister. Ik snap werkelijk niet met welke boodschap of met welke visiede Minister dan straks aanschuift bij dat gesprek. Volgens mij is de enigevisie die de Minister dan heeft: we kunnen het er met z’n allen overhebben, maar dit is mijn tabel en wat onderaan de streep staat moet ikbinnenbrengen.Minister Sterk:Ik heb al aangegeven wat mijn visie is. Er moet iets anders in delangdurige zorg en in de gehandicaptenzorg, maar dat mag niet ten kostegaan van wat ik net heb geformuleerd. Dat zijn volgens mij de kaderswaarbinnen wij heel graag dat gesprek aan willen gaan. Ik ben er echt vanovertuigd dat de sector daar ook heel goede en belangrijke ideeën overheeft. Dat zullen we vervolgens doorvertalen naar wat dat financieelbetekent en de kaders daarvoor zijn vastgesteld in de opdracht die in hetcoalitieakkoord is meegegeven.De voorzitter:Ik denk dat we door kunnen naar het subblokje meerzorg, maar dat doenwe niet voordat mevrouw Maeijer nog een vervolgvraag heeft gesteld.Mevrouw Maeijer (PVV):Excuus, voorzitter. Ik realiseerde het me net ook al. Ik had nog een vraaggesteld. De Minister schreef in haar brief dat zij de bezuiniging voor 2027op een andere manier wil oplossen. Ze zei dat net ook. Ik ben wel heelbenieuwd waar de Minister dan precies aan denkt.Minister Sterk:Daar voeren we op dit moment het gesprek over met de zorgkantoren.Daar zal ik later op terugkomen.Mevrouw Maeijer (PVV):Die bezuiniging wordt dan wel binnen de VWS-begroting gezocht?Minister Sterk:Ja.De voorzitter:Dan gaan wij nu door naar het subkopje meerzorg. De Minister.Minister Sterk:Uw Kamer vraagt aandacht voor meerzorg thuis en voor de situatie vangezinnen. Dit gaat mij ook aan het hart. Het gaat vaak om ouders van eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18968 kind met een intensieve zorgvraag, ouders die toch al zwaar belast zijn.Vaak is het hele gezinsleven ingericht rondom het verlenen van die zorg.Onzekerheid over de vraag of je nog meerzorg krijgt, heeft gewoon eenenorme impact. In februari jongstleden heeft uw Kamer een briefontvangen over de stand van zaken en er is een stap vooruitgezet, wantzorgkantoren gaan vanaf 1 maart werken met een uniform beleidskadermet ruimte voor maatwerk. Zorgkantoren hebben op basis van casuïstieksituaties in beeld gebracht waarin de gevraagde zorg nodig is gelet op despecifieke woon- en gezinssituatie van de cliënt. In de tussentijd hebbenzorgkantoren aanvragen tijdelijk toegekend. Ook hebben alle zorgkantorenvoor 1 maart contact opgenomen met cliënten die naar hun verwachtingook op grond van het nieuwe beleidskader in aanmerking kunnen komenvoor die meerzorg. We zijn er echter nog niet, want de zorgkantoren zijnnog hard aan de slag om alle aanvragen zo snel mogelijk af te doen.Er staan mij twee dingen te doen. Het eerste ding dat mij te doen staat,betreft het beleidskader. Ik ga de gevolgen van het nieuwe beleidskadernauwgezet volgen. Samen met de zorgkantoren ga ik bekijken of hetbeleidskader inderdaad leidt tot de juiste selectie van personen diemeerzorg nodig hebben en tot begrijpelijke en navolgbare uitkomsten.Daarbij neem ik ook de signalen van verschillende cliëntenorganisatiesmee.Het tweede dat mij te doen staat is de regelgeving verduidelijken per1 januari 2027. Dat doe ik de komende maanden in overleg met professi-onals, vertegenwoordigers van cliënten, zorgkantoren en het Zorgin-stituut. Ik ga daarin een keuze maken die het beste aansluit bij de beoogdedoelstelling van meerzorg en recht doet aan de benodigde zorg en dekwaliteit van leven van cliënten in de thuissituatie. Daarbij zal ik ook lettenop de uitvoerbaarheid. In juni zal ik de Kamer informeren over devoorgenomen wijziging van de regelgeving en over de monitoring. Dat zalik doen op basis van de ervaringen van cliënten en cijfers.Ik heb een aantal specifieke vragen van het lid Westerveld. Zij vroeg of ikbereid ben om met de belangenorganisaties om tafel te gaan. Uiteraardben ik daartoe bereid. Vorige week hebben cliëntenorganisaties een briefgestuurd over het conceptbeleidskader. Een belangrijk deel van deopmerkingen komt voort uit het feit dat het onderliggende document metde richtlijnen nog niet is afgerond en nog niet met hen is besproken. Ik zalaan de zorgkantoren vragen in gesprek te gaan met de cliëntenorgani-saties over hun reactie. Vanuit het Ministerie van VWS kunnen wijaansluiten bij die afspraak om de signalen goed te horen. Dat helpt mijook weer bij het goed vormgeven van de regelgeving die we gaan maken.Er is ook een vraag gesteld over de bureaucratie. Een aanvraag voormeerzorg thuis kan inderdaad belastend zijn voor ouders. De tijdelijkeonzekerheid die ouders betreuren, vind ik echt jammer. Ik snap dat hetvoor hen heel erg naar is. Om maatwerk te kunnen toepassen is welinzicht nodig in de problematiek en de situatie van de cliënt, want iederecliënt en ieder mens is natuurlijk uniek. In ons zorgstelsel is het de taakvan de zorgkantoren om een aanvraag voor meerzorg inhoudelijk tebeoordelen. Ik ben op zich blij dat de zorgkantoren die handschoenhebben opgepakt en met dat nieuwe beleidskader zijn gekomen, want datbiedt meer mogelijkheden voor maatwerk. Daar heeft de Kamer volgensmij ook om gevraagd. Zorgkantoren werken op die manier ook gelijkge-richt. Ik denk dat het positief is dat zorgkantoren in de tussentijdaanvragen tijdelijk hebben toegekend.Mevrouw Tijmstra vroeg waar de beleidsregels te vinden zijn. Dezorgkantoren gaan die beleidsregels binnenkort publiceren in deStaatscourant en op hun website.Mevrouw Tijmstra noemde ook dat het juridisch wel goed geregeld kanzijn, maar dat cliënten toch nog steeds niet de juiste zorg krijgen. Zoals ikheb aangegeven, vind ik het ook belangrijk om daar zicht op te krijgen. Eris periodiek contact met de zorgkantoren over de uitvoerbaarheid en deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18969 consequenties van het nieuwe kader. Dat zullen we ook hebben met decliëntenorganisaties. Die zullen ons en de zorgkantoren daaroverinformeren. We zullen tweemaal per jaar beleidsinformatie aan u sturenover meerzorg thuis, waarin we dit ook zullen meenemen. In die zinhouden we dus de vinger aan de pols.Mevrouw Maeijer vroeg zich af wat wij vonden van de reacties vancliëntenorganisaties op het beleidskader. Ik heb net al gezegd dat we dieserieus nemen. De zorgkantoren gaan nu in gesprek. Wij zullen daar ookbij aanschuiven om goed naar de signalen te luisteren, zodat we die ookmee kunnen nemen in het traject van de aanpassing van de regelgeving.Mevrouw Ten Hove vroeg naar een update over de meerzorg. Ik zei net aldat het nieuwe beleidskader vanaf 1 maart wordt gehanteerd. Dezorgkantoren beoordelen op basis daarvan. In afwachting van het nieuwebeleidskader zijn een aantal aanvragen tijdelijk toegekend. Ze willenproberen om de budgethouders zo snel mogelijk duidelijkheid te geven. Ikdenk dat dat ook belangrijk is. Alle zorgkantoren hebben vóór 1 maartcontact opgenomen met de cliënten die eerder meerzorg kregen, diedaarna is afgewezen, maar waarvan verwacht wordt dat zij die uiteindelijkweer zullen krijgen op basis van het nieuwe beleidskader. Cliënten kunnensowieso altijd een nieuwe aanvraag doen. Het zorgkantoor moet daaroveraltijd een gemotiveerde beslissing nemen.Mevrouw Dobbe had de vraag of de kortingen op de meerzorg van tafelzijn. Bij meerzorg thuis is geen sprake van bezuinigingen. Dat heeft mijnvoorganger ook bij meerdere debatten aangegeven.Ten slotte, voorzitter. Mevrouw Ten Hove had nog de vraag hoeveelmensen hetzelfde oordeel kregen als in de casus Janine en hoe zich datverhoudt tot de wachtlijsten bij de verpleeghuizen. Volgens de zorgkan-toren hebben in 2025 110 cliënten een afwijzing ontvangen. Dan kan hetgaan om aanvragen die deels of geheel zijn afgewezen, maar dat inzichtheb ik niet. Hierbij geldt dat een deel van de mensen via toeslagen of eenExtra Kosten Thuis-regeling zijn geholpen. Ik zei net al dat er in hetbeleidskader ruimte is voor meer maatwerk. Als er bijvoorbeeld geenpassende plek is vanwege wachtlijsten, kan er om die reden meerzorgworden afgegeven.Dat was dit blokje, voorzitter.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Dat leidt bij mij toch tot een vervolgvraag. De situatie die ik schetste is alsvolgt: per 1 april gaat deze mevrouw per dag dertien uur minder zorgkrijgen bij een onveranderde situatie, terwijl zij graag meer zorg hadgewild. Wat gaat hier dan mis? In mijn ogen is dat dan toch echt eenbezuiniging.Minister Sterk:U stelt dat dat een bezuiniging is. Volgens mij is het een andere beoor-deling van de situatie van deze mevrouw, waardoor zij minder uren krijgt.Als zij het daar niet mee eens is, gaf ik net al aan dat mensen natuurlijk inbezwaar kunnen gaan tegen dit soort uitspraken van het zorgkantoor. Datligt dus ook voor deze mevrouw open.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):In de casus die ik schetste, is dat bezwaar er ook geweest. Ze is met eenjurist in gesprek geweest, maar het hele menselijke aspect wordt nietbenoemd. Onder aan de streep is het feit dat zij minder zorg krijgt en datdat zorggat blijft bestaan. Het alternatief is dan het verpleeghuis, maarvolgens mij ligt daar nog heel veel tussenin. Welk advies kan ik mensen inhet land geven als ze mij zulke mailtjes sturen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18970 Minister Sterk:Ik sprak eerder ook al over het belang van cliëntondersteuning. Volgensmij zou dit iets kunnen zijn wat opgepakt kan worden met iemand vancliëntondersteuning, zodat die eens kan kijken welke mogelijkheden er zijnin deze specifieke casus.De voorzitter:Dat brengt ons bij het subblokje complexe zorg. Het woord is aan deMinister.Minister Sterk:Voorzitter. Ik zie dat ik alleen maar vragen heb, dus ik zal verder geeninleidende teksten voorlezen. Er was een vraag van mevrouw Wendel, dievroeg of er al een beeld was van die eerste twee maanden sinds deinvoering van de VG7+. Daar is op dit moment nog niet zo heel veel overte zeggen, maar dat verwachtte u misschien ook niet. Als de eersteresultaten van de monitor er zijn, zal ik u daarover informeren. We zijnnatuurlijk bezig met een bestuursakkoord. Ik denk dat het belangrijk is omdaarin op te nemen dat er voldoende plekken zijn voor mensen metcomplexe zorgvragen. Het is belangrijk dat onderdeel van het bestuursak-koord te maken. Dat is de toezegging die ik zou willen doen.De voorzitter:Ik kijk even of daarmee het blokje complexe zorg al is afgerond.Minister Sterk:Nee, sorry, ik heb nog meer vragen, maar ik zag mevrouw Wendel naarvoren gaan, dus ik dacht even ...De voorzitter:Ja, maar ik probeer het in subblokjes te doen.Minister Sterk:Ik verwacht overigens dat ik voor de zomer inzicht heb in de eersteresultaten van die VG7+. Dat was misschien wat u wilde vragen.De heer Van Houwelingen vroeg naar de stand van zaken bij de wacht-lijsten. De laatste stand van zaken laat zien dat er in totaal 159 mensenmet een VG7-indicatie op een plek wachten. Daarvan zijn er 2 urgent en 54actief; dat laatste wil zeggen dat er op dit moment actieve bemiddelingplaatsvindt. 103 wachten nog op een voorkeur. Die hebben nog nietuitgesproken waar ze naartoe willen. Wel wil ik de nuancering aanbrengendat deze cijfers niet een volwaardig beeld schetsen. Vanuit de bestuurlijkeafspraken complexe zorg zet het Zorginstituut, nee, ZorgverzekeraarsNederland – sorry, ik moet soms nog een beetje wennen aan de afkor-tingen – stappen om te komen tot een compleet beeld van de wachtlijst.Ik heb nog twee vragen, voorzitter. Mevrouw Tijmstra had gevraagd naarhet voorkomen van zorgverzwaring in de complexe zorg en welke stappenwij zetten om de jeugdgezondheidszorg daarvoor beter toe te rusten. Wemoeten proberen om kinderen met een beperking of een dreigendeontwikkelingsachterstand al vanaf de start te ondersteunen, zo veelmogelijk via de gewone wegen. Dat begint natuurlijk op het consultatie-bureau. We zetten in op twee dingen die de jeugdgezondheidszorg raken.Eén: het bevorderen van de vroegsignalering via integrale vroeghulp. Dejeugdgezondheidszorg, jgz, is bijna altijd onderdeel van die netwerken.Daarnaast heeft mijn voorganger kortgeleden aangegeven dat zij ingesprek gaat met de jgz over welke rol zij zouden kunnen spelen bij debegeleiding van kinderen met een beperking en hun ouders. Dieverkenning start ik samen met de jgz op. Ik informeer u eind dit jaar overde voortgang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18971 Dan had mevrouw Bikker nog gevraagd of er wel voldoende geschiktewoonzorgplekken zijn. Ik ga als Minister over heel veel dingen, maar overheel veel dingen ook niet. Waar ik in ieder geval geen directe invloed opheb, is het bouwen en realiseren van die plekken. Dat ligt primair bij dezorgorganisaties en de zorgkantoren, in samenspraak met de gemeenten.Ik ben natuurlijk wel in gesprek met de mensen zelf en de zorgaanbiedersen de zorgkantoren over wat er nodig is, bijvoorbeeld door beter inzicht tekrijgen in de wachtenden en degenen die ervan gebruikmaken. Daarvoorwil ik ook gebruikmaken van de regiobeelden.Dat waren de vragen die er op dit onderwerp lagen.De voorzitter:Ik zag eerst nog een hand van mevrouw Wendel. Dat is niet meer aan deorde; dan ga ik naar de heer Van Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Veel dank voor de laatste cijfers. Vergeleken met de laatste cijfers die ikheb gezien, is het weer ietsje gestegen; niet veel, maar iets. Dat is mijnlaatste vraag of opmerking aan de Minister. Als het verder lijkt te stijgen,en we hebben ook bijvoorbeeld die zorgvilla’s van ExpertCare dieomvallen, dan hoop ik dat de Minister dat in de gaten houdt. Dat betekentdat het nog minder goed toegankelijk wordt. De mantelzorgers, waar wijeen groot voorstander van zijn, hebben dat echt nodig; dat is bekend. Ikmaak me er wel zorgen over, omdat de cijfers volgens mij weer watgestegen zijn.Minister Sterk:Er wordt mij ingefluisterd dat dit de wachtlijsten van de Zorgverzeke-ringswet zijn. Waar u over spreekt, is de Wlz, en dat is een andere ... Sorry,het is andersom; ik ga het even opnieuw zeggen. Waar u naar vroeg,waren de wachtlijsten in de Wlz. ExpertCare, waar u over spreekt, valtonder de Zorgverzekeringswet. Die cijfers heb ik net niet genoemd. Dat zalin die zin vooral daar terechtkomen.De voorzitter:Dan gaan we naar het blokje overige binnen het deel Wlz. De Minister.Minister Sterk:Het lid Westerveld vroeg of ik de zorgen over de beschikbaarheid vanartsen in instellingen herken. Ja, ik ben het ermee eens dat het zorgelijk isdat er onvoldoende artsen verstandelijk gehandicapten zijn en datdaardoor de gezondheidszorg voor mensen met een beperking in de knelzou kunnen komen. Er worden op dit moment 43 opleidingsplaatsenbeschikbaar gesteld op basis van de ramingen van het Capaciteitsorgaan.We zien dat er de afgelopen jaren veel aandacht is voor die opleiding endat er de afgelopen twee jaar gelukkig wel een toename is van het aantalartsen. Er zijn verschillende alternatieven die kunnen bijdragen aanbehoud en efficiënte inzet van deze artsen, bijvoorbeeld meer samen-werking met de verpleegkundig specialist, met huisartsen of metkinderartsen. Het kabinet zal in het tweede kwartaal van 2026 in iedergeval met een reactie komen op het capaciteitsplan voor de komende vierjaar. Dat is dus een reactie op de adviezen van het Capaciteitsorgaan.Dan de vraag: wat kan de Minister doen om de administratieve lastenterug te dringen en is ze bereid om op korte termijn aan tafel te gaan? Ikdeel absoluut de zorgen over de administratieve lasten voor zorgprofes-sionals. De huidige 30% is te hoog. We hebben in ons coalitieakkoordnatuurlijk ook opgenomen dat we terug willen naar ongeveer 20%. Datgeldt ook voor de gehandicaptenzorg. In mijn ogen werkt alleen een bredeaanpak als we de administratieve lasten willen terugdringen. In deRegiegroep Aanpak Regeldruk zijn daarom alle partijen vertegen-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18972 woordigd, waaronder de VGN. Ze hebben allemaal een eigen en eengezamenlijke werkagenda. Zoals ik net al zei, is het doel om de lasten in2030 te verminderen met 20%; sorry, tot 20%. Wij zitten dus al geregeldom de tafel. Als er nog partijen zijn met specifieke punten, dan kunnen zedie natuurlijk altijd bij ons melden. Ook mevrouw Wendel had hier vragenover. Het is echt nodig en het heeft ook mijn volle aandacht.De heer Van Dijk had ook vragen over de regeldruk. Welke regels passenbij een normaal leven? Die zou je eigenlijk moeten hanteren. Hij vroegwelke ruimte er daarbij is voor zorgverzekeraars. Wat mij betreft moetendie inderdaad zo normaal als mogelijk zijn, ook waar het bijvoorbeeld gaatom huiselijke zaken als de temperatuur van de koelkast, zoals u heeftbenoemd. Omdat ik ook niet wil dat er onnodige risico’s worden gelopen,brengt Vilans het overzicht wettelijk verplichte registraties in de gehandi-captenzorg uit. Die heeft in 2025 een update gehad. Als zorginstellingenzich hieraan houden, hoeven ze daar niets bovenop te doen. Zo is erbijvoorbeeld de zogenaamde hygiënecode, waarin er voor de huiselijkesetting zoals kleine woonvormen simpeler regels zijn, meer zoals thuis,zoals u ook aangaf.Mevrouw Synhaeve had een vraag over verstandelijkgehandicaptenzorgen dementie. De sector is volop bezig met dat vraagstuk. Via de Acade-mische Werkplaats GOUD is en wordt er veel kennis ontwikkeld juist overdeze doelgroep. De verwachting is dat de sector eind dit jaar een richtlijnpubliceert met betrekking tot veroudering bij mensen met een verstande-lijke beperking. Er is ook aandacht voor de samenwerking tussen beidesectoren, bijvoorbeeld voor de inzet van verpleegkundige expertise. Ooktechnologie kan daarbij een belangrijke rol spelen.Mevrouw Westerveld had ook een vraag over mensen met de Ehlers-Danlos-aandoening. Wij vinden het als kabinet echt belangrijk dat partijensamenwerken aan verbetering voor deze groep. Daarom wordt het biedenvan samenhangende zorg onder meer gestimuleerd via de erkenning vanexpertisecentra voor zeldzame aandoeningen. Daarbij is ook het ontwik-kelen van een zorgpad voor de hele zorgketen van belang. Zorgverzeke-raars hebben daarbij de verantwoordelijkheid om te zorgen dat verze-kerden tijdig toegang hebben tot passende zorg. Als ministerie gaan wij inieder geval in gesprek met de patiëntenorganisatie om te bespreken welkebelemmeringen er zijn voor betere toegankelijkheid en meer samenhangin de zorg.Dan waren er vragen over de helm en de beschermingsmiddelen.Gedwongen zorg mag altijd alleen maar het uiterste middel zijn. Ik hechter belang aan om dat te benoemen. Het mag ook alleen maar toegepastworden onder de criteria en procedures van de Wet zorg en dwang. Datgeldt dus ook voor beschermingsmiddelen. De inspectie ziet daarop toeen ziet het gebruik van helmen voornamelijk in de gehandicaptenzorg. Ikga ervan uit dat zorgaanbieders en zorgverleners zich houden aan die wet-en regelgeving. Misstanden kunnen – en moeten wat mij betreft – gemeldworden bij de inspectie. Ik heb geen inzicht in het aantal verkochtehelmen.Mevrouw Maeijer had een vraag over De Trans. Een update is dat decliënten en medewerkers per 1 januari zijn overgenomen door Cosis enVanboeijen. Die overname is goed verlopen. Wij hebben regelmatigoverleg met Cosis en Vanboeijen om op de hoogte te blijven. Op ditmoment wordt er ook overlegd over de vormgeving van de bijdrage vanVWS aan de nieuwbouw van 184 plekken als onlosmakelijk onderdeel vanhet herstructureringsplan. Die bouw zal vervolgens plaatsvinden in deperiode van 2027 tot 2029.Mevrouw Maeijer had ook een opmerking over Fokus, met de vraag hoehet daar nu precies mee staat. Ik heb ook gezien dat de sociale onvei-ligheid een enorme impact heeft gehad op cliënten en medewerkers.Fokus erkent dit en is daar nu ook mee aan de slag, maar dat kost tijd. Datbetekent dat de meldingen over sociale veiligheid nog niet volledigTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18973 verdwenen zijn. Er is inmiddels wel een nieuwe interim-bestuurder. Er zijnook nieuwe directeuren, die samen werken aan een open cultuur waarinklachten en signalen structureel geregistreerd en opgevolgd worden, ookmet meer aandacht voor erkenning en een vroegtijdig gesprek. Eencasuïstiekteam van het ministerie is betrokken bij de individuelecasuïstiek. Er wordt ingezet op vaste teams en er wordt geïnvesteerd in descholing van medewerkers. Cliënten en medewerkers worden actiefbetrokken via dialoogtafels. Het ministerie is daarbij, zoals ook in hetrapport over de sociale onveiligheid bij Fokus stond, een strategischegesprekspartner.Dan waren er vragen over zorgboerderijen en kleinschalige initiatieven. Ikben in ieder geval van plan om in voorbereiding op het bestuurlijkakkoord met een aantal kleinschalige zorgorganisaties te gaan praten, omte bekijken wat we daarmee kunnen en hoe we die een betere plek zoudenkunnen geven.U had ook gevraagd of ik samen met de Minister van VRO wil organiserendat zorginstellingen worden ingericht voor wonen voor cliënten enmedewerkers. U noemde daarbij de zusterflat 2.0. Ik vind het een heelsympathiek idee om woon-zorgconcepten te realiseren waarin zowelcliënten als medewerkers wonen. Waar partijen lokaal vinden datgecombineerde woonvormen daaraan kunnen bijdragen, kunnen ze datook al doen. Ik ben ook bereid om met de Minister van VRO mee tedenken over het wegnemen van eventueel belemmerende regelgeving.Mevrouw Bikker had een vraag over zijinstromers. Ik zie dat de inzet vanzijinstromers in de zorg steeds belangrijker wordt in het kader van hetarbeidsmarkttekort. Er lopen op dit moment ook initiatieven, waaronder inde gehandicaptenzorg. U noemde er daarnet al een van, bij ’s Heeren Loo,waarin gekeken wordt naar een tijdelijke of nieuwe systematiek, zodatmensen met werkervaring snel passend ingezet kunnen worden. Ik volgdie bewegingen in de diverse sectoren en ondersteun daarbij graag waarnodig en mogelijk, maar ik denk dat het op dit moment vooral aanwerkgevers is om een goede balans te vinden tussen gediplomeerdebegeleiders en zijinstromers. We zien ook dat bepaalde gehandicaptenor-ganisaties dat al goed kunnen oppakken.Mevrouw Maeijer stelde een vraag over overheidsbrede loketten. Zoalsmevrouw Maeijer ongetwijfeld zelf ook weet, zijn er diverse verkennendegesprekken geweest met gemeenten die praktijkinitiatieven zijn gestart inhet kader van het traject van BZK voor overheidsbrede loketten. Eenaantal gemeenten hebben al grote stappen gezet. De ambitie is om dezegoede aanzet te verbreden en de bredere zorgvragen van inwoners mee tenemen, bijvoorbeeld door het CIZ, zorgkantoren en zorgverzekeraars aante sluiten op het netwerk van directe telefonische lijnen tussen overheids-dienstverleners. Dit voorjaar wordt dat geconcretiseerd.Ten slotte had mevrouw Maeijer nog een vraag, over de weerbare zorg. Ikvind het een hele mooie vraag, want ik denk dat het een heel belangrijkonderwerp is dat ook echt onze aandacht verdient. De instellingen voorlangdurige zorg zijn op dit moment onderdeel van de ROAZ-structuur.Vanuit die structuur worden er plannen gemaakt om de continuïteit vanzorg te borgen. Daarbij geldt dat de zorg in tijden van crisis en conflictalleen toegankelijk kan blijven als de samenleving zelfredzaam ensamenredzaam blijft. Dit kan alleen als de samenleving ook na crisistijdomziet naar kwetsbaren, zodat mensen zo lang mogelijk in hun eigenomgeving kunnen blijven.Dat was dit blokje, voorzitter.De voorzitter:Dank u. Ik zag in ieder geval één vraag van de heer Van Houwelingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18974 De heer Van Houwelingen (FVD):Ik heb een vraag over de Wet zorg en dwang en de manier waarop diewordt toegepast op mensen met een handicap. Ik begrijp van de Ministerdat de inspectie daar toezicht op houdt. In het verleden zijn hier natuurlijkmisstanden mee geweest. De inspectie is de toezichthouder. Komt hetvoor dat de inspectie zelf onaangekondigd instellingen bezoekt om tekijken hoe mensen met een handicap, op wie de wet wordt toegepast,erbij zitten? Komt dat wel of niet voor?Minister Sterk:Een van de manieren waarop de IGZ toezicht houdt, is door somsonaangekondigd instellingen te bezoeken.De voorzitter:Ik zie verder geen vragen aan de zijde van de Kamer, dus dat brengt onsbij het laatste blokje: het VN-verdrag Handicap.Minister Sterk:Dat is weer een blok met een aantal subblokken. Het eerste subblok gaatover alles wat onder het VN-verdrag Handicap te brengen is. Ik gaf al aandat ik aan het begin van deze eeuw zelf bij dit onderwerp betrokken was.Toen hadden we het er ook al over dat het geratificeerd moest worden.Dat is inmiddels gebeurd. Ik denk dat het een heel belangrijk verdrag isvoor mensen met een beperking, want het gaat heel erg over de vraaghoe zij zelfstandig hun plek in de samenleving kunnen hebben, net zoalswij die allemaal hebben.U vroeg hoe het kabinet dit verdrag uitvoert en hoe ik mijn coördinerenderol invul. De werkagenda is voor de zomer aan uw Kamer gestuurd. Die isnatuurlijk een belangrijke basis van de vormgeving van de uitwerking vanhet strategisch plan. Ik neem die uitvoering ook echt heel serieus. In iedergeval wil ik de komende tijd met al mijn collega’s die daarbij betrokkenzijn een gesprek voeren over de werkagenda en de uitvoering daarvan.Het lijkt me een mooie start voor deze Minister om dat in ieder geval tedoen en de breedte ervan bij anderen onder de aandacht te brengen. Ik zaldat natuurlijk ook doen met ervaringsdeskundigen en vertegenwoordi-gende organisaties. Die zal ik ook betrekken bij de uitrol van dewerkagenda. We gaan het ook monitoren.Uw vraag was ook een beetje: waarom nemen we niet gelijk alle maatre-gelen die erin staan? Het zou mooi zijn als we het in één zomer kunnenovernemen en uitvoeren, maar dat lukt gewoon niet, bijvoorbeeld omdater ook aanbevelingen in staan om de Jeugdwet, de Participatiewet en deWmo terug te trekken. Een van de aanbevelingen is eigenlijk dat je die nietmeer zou mogen hebben. Wij zijn nu aan het kijken wat dat preciesbetekent en waar het wat betreft die wetten nou precies over gaat.Volgens mij zijn dat een aantal van de onderdelen die we als focus hebbenaangebracht in de werkagenda. Dat zijn ook de stappen die we daarinwillen gaan zetten.Ik ga in op een aantal specifieke vragen over het VN-verdrag. Hoe zie ikmijn rol? Ik gaf net al aan dat ik sowieso ga beginnen met een soortrondje langs mijn collega’s. Ik wil nog eens met hen het gesprek hieroveraangaan. Sowieso is er jaarlijks een overleg met al mijn collega-bewindspersonen over de uitvoering. Ik hecht hierbij echt aan een stevigepositie van mensen met een beperking, want het gaat tenslotte over hen.Zij moeten mede dat beleid samen vormgeven. Er zijn ook directeureno-verleggen. Die zijn er overigens een keer in de zes weken. Dus als u denktdat één keer per jaar wel heel weinig is: er vindt veel vaker ambtelijkoverleg plaats. De vertegenwoordigende organisaties sluiten daar ook bijaan. Die zijn trouwens georganiseerd rond elk levensdomein. Zelf spreekik ook jaarlijks met de vertegenwoordigende organisaties en de VNG overde uitvoering van de werkagenda. Elk ministerie monitort ook zelf deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18975 voortgang en de bereikte resultaten. Een keer per jaar informeer ik deKamer in de vorm van een voortgangsbrief over de progressie. De eerstevoortgangsbrief zult u ontvangen in het vierde kwartaal van dit jaar.Mevrouw Wendel en mevrouw Tijmstra hadden een vraag over degrondbeginselen van het VN-verdrag Handicap. Die grondbeginselenvormen natuurlijk het fundament van het verdrag. Die helpen ons om hetverdrag beter te begrijpen en geven richting aan de implementatiedaarvan. Want zo’n VN-verdrag is geen vrijblijvend kader. De Raad vanState moet daar ook aan toetsen als die toetst aan wet- en regelgeving.Een van de maatregelen in de werkagenda is het ontwikkelen vankennisinstrumenten voor het VN-verdrag Handicap bij beleidsmakers enwetgevingsjuristen. Dit willen we samen met het College voor de Rechtenvan de Mens gaan oppakken. Bij de uitvoering van de werkagenda willenwe daar samen met alle departementen oog voor krijgen. Dat is natuurlijkook iets wat een beetje ingeoefend moet worden. Dat is niet altijdvanzelfsprekend. Daarom sluit de voorzitter van het college ook aan bij hetvolgende overleg van de betrokken dg’s om daar te spreken over degrondbeginselen. U wilt natuurlijk dat het snel gebeurt en dat er concretedoelen worden uitgewerkt. In de werkagenda staan ook concretemaatregelen met een tijdspad. In de nationale strategie staan de doelendie we met elkaar hebben vastgesteld. Dat hebben we samen met deandere departementen gedaan. Dat is daarmee ook een opgave voor hethele kabinet. Ik heb net al iets gezegd over hoe we dat gaan volgen. Ik hebnet ook al iets gezegd over de grondbeginselen.Dan de vraag: hoe neem je ook mensen met een minder luide stem mee?Mevrouw Westerveld stelde die vraag; ik had ook niet anders van haarverwacht. Ik denk dat dat ontzettend belangrijk is, want er is een stevigelobby vanuit de sector. Dat is ook mooi, want die vertegenwoordigengroepen mensen. Maar je wil ook de minder luide stem mee kunnennemen van groepen die misschien minder gehoord worden maar die ookeen plek verdienen in dat verdrag. Ik vind het ontzettend belangrijk omhen daar ook bij te betrekken. Daarom zitten ze ook bij het overleg bij deverschillende departementen. Ik wil in mijn werkbezoeken op zoek gaannaar groepen die wij misschien missen en die we daar ook bij zoudenmoeten betrekken. Daar wil ik het voor nu even bij laten.Het CDA vroeg naar de motie-Krul over een concreet stappenplan. Dat ligter nog niet. U zei: dat mag ook een soort routeplan worden. Ik wil u weltoezeggen dat ik even ga kijken naar wat we nu van plan zijn en wanneerwat gaat gebeuren, zodat het proces een beetje inzichtelijk wordt: waarstaan we nu en hoe denken we in 2040 aan te komen? Ik wil u weltoezeggen dat ik naar de Kamer toe zal sturen hoe we dat verder vormwillen gaan geven.U vroeg ook naar de monitor die is toegezegd. Ik heb het RIVM gevraagdom die monitor samen te stellen. De afgelopen maand hebben ze eenselectie van de indicatoren voor de Monitor Nationale StrategieVN-verdrag Handicap – zo heet ’ie – opgeleverd. Die is samen met derelevante partijen ontwikkeld, waaronder natuurlijk ook mensen met eenbeperking. Voor die monitoring maakt het RIVM gebruik van diverseonderzoeken en enquêtes op verschillende levensdomeinen om een zovolledig mogelijk beeld te geven. Daarmee biedt die ook inzicht in devoortgang. Ik ben overigens ook bezig met het CBS om betere data tekrijgen wat dat betreft, want ook in hun rapportages wordt vaak geenonderscheid gemaakt tussen mensen met en zonder beperking. Dat kanook helpen bij het krijgen van inzicht in hoe de situatie in de samenlevingis voor mensen met een beperking.Ten slotte. Mevrouw Dobbe had nog een vraag over de conclusie uit hetrapport over het VN-verdrag over de positie van vrouwen en of wij in demonitoring data van vrouwen kunnen uitsplitsen met betrekking tot werken bestaanszekerheid. Ik denk eerlijk gezegd dat dat vooral op het bordjevan mijn collega bij Sociale Zaken ligt. Zoals ik net al zei, ben ik in iederTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18976 geval in overleg met het CBS, het RIVM en Nivel over het vergroten vande beschikbaarheid van data, zodat we beter inzicht kunnen krijgen in datsoort aspecten.Dat was dit blokje, voorzitter.De voorzitter:Als voorzitter heb ik dan in ieder geval de vraag wanneer de routekaart,waarover net een toezegging is gedaan, naar de Kamer komt.Minister Sterk:Over twee maanden, krijg ik ingefluisterd.De voorzitter:Helder, dank je wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Tijmstra.Mevrouw Tijmstra (CDA):Ik vind het heel fijn dat de Minister wil kijken naar een routekaart om tekijken hoe we die laatste 64 aanbevelingen die nog openstaan, een plekkunnen geven in de volgende werkagenda, zodat we overzicht hebben vanof we het in de termijnen allemaal gaan redden. Er zijn twee dingen die ikwel belangrijk vind. Eén daarvan is dat het echt samen met de doelgroepzelf vormgegeven wordt. Ik weet niet of dat in twee maanden kan, maardat is voor mij wel de route. Kijk nou met elkaar wat er nodig is. Dat is ookde kern van het VN-verdrag. Dat wil ik vooral meegeven.Minister Sterk:Dat ga ik even bekijken. Misschien is twee maanden dan wel heel krap.Ook ik zie het belang daarvan. Het is dan even onder voorbehoud van ofde gesprekken daarover allemaal op tijd plaats kunnen vinden.Mevrouw Wendel (VVD):Ik zou willen vragen of mijn vragen over het toegankelijkheidslabel ookonder dit kopje vallen.Minister Sterk:Mij wordt ingefluisterd dat er nog twee kopjes zijn. Daaronder komen diezo dadelijk terug. Ik ben nog niet klaar met het kopje VN-verdrag in z’ngeheel.De voorzitter:Dan gaan we verder met het volgende subkopje onder het VN-verdrag.Minister Sterk:Dat klopt. Dat gaat volgens mij om het coalitieakkoord, financiën en destapeling. Daarbij gaat het natuurlijk met name over individuen. Deeerdere bezuiniging ging natuurlijk over de gehandicaptensector.Mevrouw Westerveld en mevrouw Dobbe vroegen naar de doorreke-ningen van het CPB. Voor een deel hebben we daar in de begroting, denkik, al heel veel over gesproken. Het doel van de bezuinigingen en demaatregelen die we nemen is dat de zorg ook in de toekomst goed entoegankelijk blijft. Die staat onder druk. We zullen maatregelen moetennemen. Ik zie ook wel dat de keuzes fors zijn. Ik denk dat we het allemaalgaan merken in onze portemonnee, maar ik hoop vooral dat mensen gaanmerken dat kwalitatief goede zorg op de langere termijn beschikbaar blijften dat die ondersteuning er is. Niet kiezen is ook een keuze. We kiezen erin ieder geval voor om niet weg te kijken. Daarmee is niet gezegd dat ditniet vraagt om goed te kijken naar hoe bepaalde maatregelen uitwerkenvoor bepaalde doelgroepen. We weten dat bepaalde maatregelen impactzullen hebben. Daarom willen we volgende week, als de begroting vanSociale Zaken is geweest – want we moeten dat natuurlijk nadrukkelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18977 samen met Sociale Zaken doen – kijken hoe de stapeling van al diemaatregelen uitwerkt voor mensen, maar ook specifiek voor bepaaldegroepen. Die mis je soms in de grotere plaatjes. Dan zie je vooral wat hetdoet met middeninkomens of lage inkomens. Volgens mij is het juistbelangrijk om ook te kijken naar wat de uitwerking is voor bepaaldedoelgroepen daarbinnen. Er is natuurlijk nog best ruimte om bepaaldemaatregelen op een bepaalde manier in te richten. Dat zou ik juist naaraanleiding daarvan willen bekijken. Daarnaast hebben we ook nog350 miljoen aan middelen om eventuele consequenties te kunnenverzachten. Dat heb ik over die stapeling van maatregelen.Er was nog een vraag over de middelen voor de werkagenda. Ik weet nietzo goed waarom die in dit mapje zit. O, die hoort hier ook bij. Er werd eenaantal keren gezegd dat er helemaal geen geld beschikbaar is voor hetVN-verdrag en de werkagenda. Er is in het voorjaar van 2025 extra geldbeschikbaar gesteld. Het gaat om bijna een miljard. Dat zit met name in demaatregelen voor de uitvoering in het leefdomein werk en inkomen. Daaris dus geld voor. Zo zijn er ook op andere begrotingen soms budgetten diegaan helpen bij het vormgeven van het VN-verdrag. Dan noem ikbijvoorbeeld de 30 miljoen die beschikbaar is gesteld voor het Bestuursak-koord Toegankelijkheid OV, de 10 miljoen vanuit het Mobiliteitsfonds, de560 miljoen die beschikbaar is gesteld voor digitalisering van het mbo,hbo en wo, en de 90 miljoen die beschikbaar is gesteld voor regionaleprogramma’s over onderwijs.Daar zou ik ook het volgende over willen zeggen. Er wordt nu natuurlijksteeds heel erg specifiek gekeken. We moeten apart maatregelen nemenvoor mensen met een beperking, maar uiteindelijk zou je natuurlijk naareen systeem willen waarin reguliere middelen ook ingezet worden voormensen met een beperking. Dat is volgens mij wat het VN-verdraguiteindelijk wil, namelijk dat die mensen gewoon een normale plek daarinkrijgen. Het is dan ook moeilijk om een specifiek beeld te geven watbetreft of er voldoende geld is. Volgens mij zijn er voldoende middelen.We gaan natuurlijk verder met de uitwerking. We komen nog met eentweede werkagenda. Ook daarbij zullen we natuurlijk bekijken wat datvraagt aan middelen en hoe we die te zijner tijd zouden kunnen regelen.Ik ga nu eigenlijk weer terug naar de analyse van de effecten van debezuinigingen. Mevrouw Bikker vroeg of wij casussen zouden kunnenuitwerken. Ik begrijp uw vraag voornamelijk zo dat je goed moet kijken ofspecifieke doelgroepen niet extra hard worden getroffen, zoals ik net ookheb uitgelegd. Je zult dus ook bij al die stapelingen moeten kijken wat deuitwerking is. Dat kun je soms inderdaad op casusniveau doen voorbepaalde mensen die misschien én hoge zorgkosten hebben én misschienook werkloos zijn – ik noem maar wat.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Nog even een toelichting op de vraag. Het gaat mij er echt om dat ik eenpaar casussen heb, zodat ik heel concreet kan zien: wat betekenen demaatregelen voor een gezin met een minderjarige met een handicap meteen VG7-indicatie? Op die manier kunnen we echt op gezinsniveau kijken,in plaats van dat ik naar een of andere puntengrafiek moet kijken om tezien voor wie dat zo uitpakt.Minister Sterk:We zullen kijken of we kunnen gaan werken met persona’s, want dat geeftinderdaad een beeld van wat het nou doet, als we de data tenminstehebben. Daar gaan we mee aan de slag.Dan de huishoudelijke hulp. Ik heb daar eigenlijk net ook al het een enander over gezegd. De maatregelen die worden voorgesteld, hebbennatuurlijk in zichzelf allemaal impact, maar binnen die maatregelen kun jesoms ook nog keuzes maken. Voor de huishoudelijke hulp geldt natuurlijkdat het echt mensen zijn die die huishoudelijke hulp prima zelf kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18978 betalen. Je wilt ook voorkomen dat mensen die dat niet kunnen, diehuishoudelijke hulp niet meer zouden kunnen krijgen. Daar zullen we naarmoeten kijken. Er ligt op dat terrein denk ik ook een rol voor de gemeentesom dat goed te doen. Dat moet dus ook worden bekeken in de uitwerkingvan deze maatregel.Voorzitter. Dat wilde ik hierover zeggen.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik heb nog een vraag over het VN-verdrag, want ik denk dat niemand hierin de zaal vindt dat er allemaal aparte budgetten en potjes moeten komen.Volgens mij vinden we allemaal dat we moeten zorgen dat iedereen meekan doen en we geen groepen mensen apart zetten bij nieuwbouw enverbouw aan gebouwen, maar ook bij het onderwijs en in de zorg. Maarmijn vraag aan de Minister was als volgt. Hoe rijmt zij het gegeven dat erin het coalitieakkoord een flinke stapeling van zorgkosten is voor mensenmet een beperking die leidt tot ontoegankelijkheid, met de zin dat zij alsbewindspersoon het VN-verdrag wil uitvoeren?Minister Sterk:We weten nog niet precies hoe dit uitwerkt. Ik heb net aangegeven wat wevoor het proces gaan doorlopen. Volgens mij moeten we aan het eindedaarvan met elkaar bekijken wat de gevolgen voor mensen zijn, ook voorde toegankelijkheid van bepaalde dingen als zorg.De voorzitter:Uw laatste interruptie.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Mijn vraag is iets breder. We weten bijvoorbeeld uit de CPB-doorrekeningdat het aantal gezinnen en mensen in armoede stijgt. Ik denk dat we hierook best wel weten dat daaronder heel veel mensen zijn met eenbeperking, omdat ze vaak minder kunnen werken, hogere kosten hebbenen er aantal belangrijke aftrekposten verdwijnen omdat er kortingen zijn.We weten dus heel veel. Ik kan het lijstje noemen, maar we weten heelveel. Als we dit weten, wat kan de Minister dan specifiek doen om ervoorte zorgen dat het VN-verdrag in de brede zin van het woord wordtuitgevoerd en deze mensen volwaardig kunnen blijven meedoen?Minister Sterk:Volgens mij gaat het VN-verdrag over meer dan financiën. Dat is denk ikook het goede. Volgens mij moeten we nu als eerste stap gaan kijken water klopt van de veronderstellingen van het CPB. Hoe werken die uit enwelke knoppen hebben we om daar iets aan te doen? Daar wil ik mij dekomende tijd voor gaan inzetten.De voorzitter:Mevrouw Dobbe, uw laatste interruptie.Mevrouw Dobbe (SP):Mevrouw Westerveld zegt het goed: we weten een heleboel dingen al wel.We weten inderdaad dat de armoede in Nederland zal stijgen door deplannen van dit kabinet en dat daar veel mensen met een beperking bijzitten. We weten ook dat het Nibud eerder al een onderzoek heeftgepubliceerd waarin staat dat mensen met een beperking in deproblemen komen omdat zij meer kosten hebben dan mensen zonderbeperking. Dat heeft gewoon financiële consequenties. Dat weten weallemaal al. Dan zie je wat dit kabinet allemaal nog van plan is: het eigenrisico verhogen, afschaffen van de fiscale aftrekpost voor niet-vergoedezorgkosten, bijna volledig afschaffen van de huishoudelijke zorg, eigenbijdrage wijkverpleging en een bezuiniging op de WIA. Met de weten-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18979 schap dat mensen nu al in de problemen komen en dit mensen alleenmaar meer en niet minder kosten geeft, is er toch geen realiteit denkbaarwaarbij dit niet zal leiden tot een verslechtering van de omstandighedenvan mensen met een beperking? Of ziet deze Minister die wel? Welkeinformatie heeft deze Minister dan nog nodig?Minister Sterk:Ik gaf net al aan dat de keuzes die gemaakt zijn fors en ingrijpend zijn,voor ons allemaal, maar ook zeker voor deze doelgroep. Daar wil ik ookniet voor weglopen; dat heb ik al meermalen gezegd. Volgens mij beginthet er dan bij dat je goed in beeld wilt krijgen hoe dat doorwerkt. Dat ismeer dan alleen een inkomensplaatje wat mij betreft. Dat gaat ook over devraag hoe speciale doelgroepen daar dan binnen vallen. Dat wil ik eerst inbeeld krijgen, samen met Sociale Zaken. Vervolgens moeten we kijken watdat dan betekent voor de maatregelen die we willen nemen en voor hoewe aan die knoppen kunnen draaien. Daarnaast hebben we nog350 miljoen waarmee we bepaalde zaken kunnen verzachten. We zullenmoeten kijken hoe we dat geld daarvoor zo goed mogelijk kunneninzetten.Mevrouw Maeijer (PVV):Dan misschien toch een beetje een gewetensvraag. Als we dit allemaalweten, waarom is er dan voor gekozen om dit zo te doen, dus om dierekening juist neer te leggen bij deze groep? We kennen bijvoorbeeld alhet rapport van het Nibud en ... Nou ja, de collega’s noemden hier vanalles op. Waarom is deze keuze dan gemaakt?Minister Sterk:Ik heb het idee dat ik deze vraag al verschillende keren beantwoord heb.Dat is omdat er gewoon dingen nodig zijn. We zullen de zorg toekomstbe-stendig moeten maken en daarvoor zijn hervormingen nodig. Dat isbelangrijk. We hebben inderdaad een aantal forse keuzes te maken, die wegewoon gaan voelen met elkaar. Ik wil daar ook niet voor weglopen. Het isonze verantwoordelijkheid om dit niet terecht te laten komen bij dezwakste mensen in de samenleving, en daarom moeten we die dingen inbeeld gaan brengen.Mevrouw Maeijer (PVV):Ik denk, met alle respect, dat de Minister en ik niet zo veel gaan voelenvan de regeling waar we het nu over hebben. Dat is juist het probleem. Demensen met een beperking, dus juist de zwakkeren, voor wie de Ministerzegt op te komen, gaan dit voelen. Ik snap dus oprecht niet waarom dezekeuze is gemaakt, wetende wat we allemaal al met elkaar weten. DeMinister noemde zonet ook de tegemoetkoming van 350 miljoen die hetkabinet ertegenover zet. Volgens mij heeft de VNG daarover al eerder ietsgezegd, bij de evaluatie van de regeling. De VNG was heel kritisch over deuitvoerbaarheid van zo’n soort regeling via de gemeenten. Erkent deMinister dat?Minister Sterk:Ik herken volgens mij dat de VNG dat heeft gezegd, maar u wilt al gelijknaar het eind van het proces rennen, door te constateren dat dit bepaaldeconsequenties heeft. Ik wil gewoon graag dat wij als kabinet eerst goed inbeeld brengen wat de consequenties zijn, en we vervolgens gaan kijkenwat we daaraan kunnen doen. Daar zijn een aantal mogelijkheden voor. Ikwil dat in ieder geval graag eerst afwachten voordat we allerlei angstenveroorzaken bij mensen die daarin kwetsbaar zijn. Ik begrijp dat je jeafvraagt «wat gaat het voor mij betekenen?» als je al die maatregelen ziet,maar daarom is het ook onze dure plicht om dat eerst goed in beeld tebrengen en vervolgens te kijken wat we eraan kunnen doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18980 De voorzitter:Dan kijk ik even naar de Minister. Zijn daarmee alle vragen beantwoord?Minister Sterk:Van dit blokje wel.De voorzitter:Dan komen we ... Hoeveel blokjes hebben we nog?Minister Sterk:Ik heb nog twee blokjes.De voorzitter:Met het oog op de tijd zeg ik dat het helpt als we de vaart er een beetje inhouden, zodat we voor 16.30 uur ook de tweede termijn kunnen doen. Ikhoor dat er een ordevoorstel is van mevrouw Wendel.Mevrouw Wendel (VVD):Voorzitter, het kan aan mij liggen, maar ik begin in een beetje in de war teraken met alle blokjes. Dit is dus nog steeds het blokje VN-verdragHandicap, maar binnen dat blok zijn er nog twee blokjes? Of zie ik datverkeerd?Minister Sterk:Ja, dat klopt helemaal. Ik ben nu zelf bij het subblokje werkagenda/VN-verdrag. Daar hebben we het zonet voor een deel al over gehad. Daarnaheb ik nog een blokje varia, maar dat mapje is niet zo dik.Mevrouw Wendel (VVD):Oké, dan weet ik dat ik nog niet te laat ben met mijn vragen.Minister Sterk:Ik ga nu ook proberen om wat korter te antwoorden, voorzitter.Mevrouw Westerveld had een vraag over de Lokale Inclusie Agenda. Wijzien dat steeds meer gemeenten daar werk van maken. Desalnietteminhebben nog niet alle gemeenten zo’n LIA, zoals het wordt genoemd.Daarom heb ik subsidie verstrekt aan de VNG om te zorgen voor meerkennis, meer samenwerking en meer praktische toepassing van hetVN-verdrag, en om te zorgen dat de VNG zich bestuurlijk gaat inzetten omgemeenten die nog geen LIA hebben extra te enthousiasmeren en testimuleren. U leest over de voortgang hiervan in de eerste voortgangs-brief, eind 2026.Dan was er een vraag van mevrouw Synhaeve over de gemeentelijkeverschillen. Een kenmerk van de Wmo is natuurlijk dat die decentraalwordt uitgevoerd. Dat is ook enigszins wat wij willen. Tegelijkertijd wil jeook geen hele grote verschillen. Op bepaalde onderwerpen, zoals dezorgbeschikking – wordt die wel of niet langjarig afgegeven? – proberenwe die verschillen ook meer in beeld te krijgen. Maar in zijn algemeenheidblijkt uit cliënttevredenheidsonderzoeken dat inwoners over het algemeenbest tevreden zijn over de zorg en ondersteuning die wordt gebodenvanuit de Wmo.Mevrouw Synhaeve vroeg ook naar de landelijke standaardisering. Ikomarm het belang van meer landelijke standaardisering op onderdelendie nu onvoldoende werken. Dat bleek ook uit het Houdbaarheidson-derzoek Wmo 2015. De prioriteit ligt nu in eerste instantie bij verderestandaardisering van inkoop en contractering. Daar valt nog best veelwinst te behalen, ook als het gaat om het verminderen van onnodigeadministratieve lasten. In 2026 wordt verder vervolg gegeven aan deverkenning van standaardisering van de productstructuur en de unifor-mering van productcodes. Het doel is in ieder geval om te komen tot eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18981 aanzienlijke verlichting van de administratieve lasten zodat er ookmaximale ruimte ontstaat voor goede zorg en ondersteuning. Dat voor nu.Mevrouw Wendel had vragen over het aanvraagproces voor werkvoorzie-ningen en hulpmiddelen als het gaat over de juiste ondersteuning op dewerkplek. Dat zou eenvoudiger moeten worden. Ik zie ook dat diteenvoudiger zou moeten zijn. Het vorige kabinet heeft naar aanleiding vaneen motie van het lid De Kort een brief aan de Kamer geschrevendaarover. In het coalitieakkoord is afgesproken dat we willen gaanverkennen hoe het re-integratiebeleid van gemeenten meer kan wordengeüniformeerd. Daarbij kijken we ook naar de voorzieningen die het UWVverstrekt. De Minister van Werk en Participatie gaat hiermee aan de slag.Hij zal de Kamer voor de zomer over de invulling hiervan informeren.Mevrouw Synhaeve had ook vragen over lvb en hoe we ervoor kunnenzorgen dat zij eerder in beeld komen. Ik heb al eerder vanmiddagaangegeven dat ik denk dat het ontzettend belangrijk is dat we dat kunnendoen voordat mensen onbedoeld in de problemen komen. Vanuit deToekomstagenda zorg en ondersteuning voor mensen met een beperkinghebben mijn voorgangers en ik de afgelopen jaren ingezet op meerbewustwording, kennisverspreiding en -deling en vroegtijdige herkenningvan deze doelgroep. Maatregelen in de werkagenda moeten eraanbijdragen dat ook collega’s uit het kabinet daar meer hun verantwoorde-lijkheid in gaan nemen. Daarbij ligt de focus op het bereiken van professi-onals in meerdere domeinen. Waar nodig worden ook andere partijen enervaringsdeskundigen betrokken bij de concretisering, uitvoering enopvolging van die acties.Mevrouw Synhaeve had ook een vraag gesteld over kinderen met eenbeperking. Ook zij moeten mee kunnen doen en we moeten de overgangvan de jeugdzorg naar de volwassenzorg zo soepel mogelijk latenverlopen. Daar zijn we inderdaad mee bezig. Dat gaat over het verbeterenvan kennis en expertise in de toegang en in de lokale teams die ditmoeten doen. In het kader daarvan loopt er ook een actieonderzoeklangdurig en levenslang. Hierover wordt de Kamer binnenkort geïnfor-meerd. Daarnaast zijn het NJi en het Landelijk Kenniscentrum LVB bezigmet een handreiking toekomstgericht perspectiefplan, waarmee aan dehand van langetermijndoelen een plan voor zorg en ondersteuning kanworden gemaakt. Jeugd is ook onderdeel van de maatregelen uit dewerkagenda, onder andere wat betreft de overgangen tussen dezorgwetten.Dan was er een vraag van mevrouw Maeijer en mevrouw Synhaeve hoebuitenspeelplekken meer inclusief kunnen worden. Er zijn in dewerkagenda twee maatregelen opgenomen. De eerste is dat VWSsubsidie verstrekt aan Stichting het Gehandicapte Kind en Jantje Beton.Eind 2026 moet 70% van de gemeenten minimaal één inclusieve speeltuinhebben. Uiterlijk in 2030 moet elke gemeente over minimaal ééninclusieve speeltuin beschikken. Dat is overigens ook de ambitie vanJantje Beton. Daarnaast verkennen we hoe inclusiviteit een plek kankrijgen in de ontwikkeling van groenblauwe schoolpleinen. Vanuit mijnvorige rol weet ik dat dit best al heel veel gebeurt. Het zou heel mooi zijnom dat daaraan te koppelen. De voortgang, inclusief financiën, dehaalbaarheid en de moties van de leden Leijten en Van Nispen en die vanhet lid Maeijer, wordt met regelmaat besproken met de Stichting hetGehandicapte Kind en Jantje Beton.Het lid Van Dijk vroeg wat er redelijkerwijs van mantelzorgers verwachtmag worden bij mensen die veel professionele hulp nodig hebben. Bij debegroting hebben we met elkaar gesproken over het belang vanmantelzorg, zeker als we die beweging naar de voorkant willen maken.Mantelzorgers leveren een heel belangrijke en waardevolle bijdrage. Hetis geen vervanging van formele zorg; we moeten oppassen met diesuggestie. Daarom is het van belang dat er vanuit de formele zorg oog isvoor de draagkracht en draaglast van mantelzorgers bij zorg en onder-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18982 steuning en dat er ook ruimte is voor mantelzorgers om aan te geven wathun grenzen en mogelijkheden zijn. Vanuit de Mantelzorgagenda zet ik inop verschillende acties om de gelijkwaardige samenwerking tussenmantelzorgers en de formele zorg te bevorderen.Mevrouw Maeijer vroeg wat we verwachten van het netwerk en of het alleextra zorgvragen oppakt. Ook vroeg zij wat ik extra van plan ben ommantelzorgers te ondersteunen. Er komt sowieso een reactie op hetSER-rapport, in lijn met de motie-Struijs. Daarover zal de Kamer ook rondde zomer geïnformeerd worden. Verder zijn we bezig met eenwerkagenda, waarin dit ook een plek krijgt.Mevrouw Westerveld sprak over de stand van zaken wat betreft demotie-Westerveld/Patijn over langdurig ziekteverlof voor ouders vanernstig zieke kinderen. De vorige Minister van SZW is naar aanleiding vandie motie eind januari op bezoek geweest bij de Vereniging KinderkankerNederland. Op dit moment wordt er vanuit dat ministerie en inafstemming met andere betrokken partijen gewerkt aan een probleemver-kenning en mogelijke oplossingsrichtingen.Mevrouw Tijmstra vroeg naar respijtzorg. Ze vroeg of er wordt gewerktaan een landelijke aanpak. Daarover kan ik zeggen dat er in dewerkagenda en in het HLO afspraken zijn gemaakt, bijvoorbeeld over eenregionale invulling van logeerzorg, om de respijtzorg beter te organiseren.Ik vind het ook belangrijk dat we op regionaal niveau kijken wat er nodigis en dat het aanbod aansluit op de behoeftes van mantelzorgers en hunnaasten. Het gaat dus niet alleen om aantallen, maar ook om de vormwaarin je dat organiseert. Het doel is dus ook niet om tot een basisaantallogeerplekken te komen, maar vooral om met elkaar te verkennen welkevorm nou passend is bij de vraag van mantelzorgers. In de voortgangs-brief over het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg zal ik de Kamer infor-meren over de stand van zaken rond de regionale invulling vanlogeerzorg. Over de voortgang van de acties uit de werkagenda zal ik unog voor de zomer informeren.Dan was er vanuit GroenLinks-PvdA en de PVV gevraagd naar deherindicaties. Er is op dit moment geen juridische belemmering vanuit deWmo om indicaties voor de langere termijn af te geven. Wij stimuleren opdit moment met de VNG de gemeenten om maatwerk te leveren bijindicatiestellingen. We zien dat steeds meer gemeenten, gelukkig, zeg ikdan maar, langdurig beschikken. Voor budgethouders met een persoons-gebonden budget vanuit de Zvw is het mogelijk om een toekenning vanlanger dan twee jaar te ontvangen. Die toekenning kan zelfs verlengdworden tot maximaal vijf jaar. Dit wordt gemonitord. Ook is hier deHandreiking verlengde toekenning Zvw-pgb voor opgesteld. Dit geldt nietvoor de kindzorg, omdat de situatie van kinderen vaak wel verandert.Indicaties voor de Wlz zijn levenslang geldig en hoeven daarom nietverlengd te worden. Wanneer de zorgvraag groter wordt, kan met eenherindicatie wel een hoger zorgprofiel worden aangevraagd. In het HLO isopgenomen dat het proces van herindicaties bij het CIZ vereenvoudigdwordt met een vermindering van administratieve lasten.Voorzitter. Ik heb nog twee vragen in dit blokje. Mevrouw Westerveldvroeg nog naar de European Disability Card. Er wordt op dit momentgewerkt aan de implementatie daarvan. Het doel is om de kaart in juni2028 in Nederland te kunnen uitgeven. We werken daarvoor nauw samenmet ervaringsdeskundigen, de vertegenwoordigende organisaties vanmensen met een beperking, de acceptanten van de kaart en de beoogdeuitvoeringsorganisatie. Dat gaat de komende periode verder wordenuitgewerkt. U ontvangt de voortgang bij de eerste voortgangsbriefdaarover, eind 2026.Tot slot. Mevrouw Maeijer had nog vragen over de uitvoering van demotie-Agema. Bij de uitvoering van die motie is het wel echt van belangdat we daar zorgvuldig naar kijken, want het doelgroepenvervoer is bestwel een complex veld; Valys is daar natuurlijk maar één aspect van. Het isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18983 ook belangrijk om te kijken naar de knelpunten die zouden kunnenontstaan als we dit zouden uitvoeren. Daar zijn we nu dus ook naar aanhet kijken. Daarnaast loopt er een verkenning naar de publieke mobiliteit.Die gaat veel meer over de vraag hoe we mobiliteit integraal vooriedereen toegankelijk kunnen maken; dat is waar je uiteindelijk naartoezou willen. De vraag is wat er tot die tijd nodig is. We doen er dus naderonderzoek naar. De uitkomsten van dit onderzoek zullen we nog ditvoorjaar naar uw Kamer sturen.Dat was het, voorzitter.De voorzitter:Mevrouw Maeijer, uw laatste interruptie.Mevrouw Maeijer (PVV):Ik had nog een vraag over de herindicaties. In mijn bijdrage citeerde ik uithet coalitieakkoord. Daarin staat: «(...) we stoppen met het doorgeslagenindicatiecircus: niemand hoeft zijn chronische ziekte of beperking meerperiodiek aan te tonen.» In de beantwoording schetst de Minister wat nual kan. Welke aanvullende acties kunnen we dan van de Ministerverwachten? Deze zinnen waren immers best wel stellig. Ik snap wat er nual kan, maar dat is volgens mij niet wat hier staat.Minister Sterk:Volgens mij hebben we in de afgelopen periode vooral goedevoorbeelden opgehaald. Ik geloof dat in 199 gemeenten is gekeken hoe zijdat doen. Wij zien overigens ook dat gemeenten al veel kunnen. Het isbelangrijk om die goede voorbeelden nu op te schalen en uit te breiden,zodat het voor mensen echt gaat werken en ze niet elke keer een aanvraaghoeven te doen terwijl dat niet per se noodzakelijk is.De voorzitter:Ik kijk nog even naar mevrouw Wendel. Heeft zij nog een vraag? Zij denktdat de Minister daar nog op ingaat. Oké. Dan is het woord aan de heerVan Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Ik heb nog één vraag openstaan over het pgb. Naturazorg wordtvoorliggend. Mijn vraag is: kunnen wij ervan opaan dat pgb-houders oftoekomstige pgb-houders niet door toekomstige wetgeving wordengedwongen tot het ontvangen van naturazorg ten koste van hun pgb? Datwas mijn vraag.De voorzitter:Dat was uw laatste interruptie. Ik geef het woord aan de Minister.Minister Sterk:Ik kon me eigenlijk wel vinden in de woorden van het lid Wendel. Zij gafhet ook aan: zorg in natura is voorliggend, maar voor mensen voor wiehet echt een goede oplossing is, moet het in de toekomst mogelijk blijven.Maar wel in die volgorde.De voorzitter:Het laatste blokje. De Minister.Minister Sterk:Ik heb hier nog vijf vragen liggen. Ik hoop dat de mensen die nog eenantwoord verwachten dat hierin zullen vinden.Ik ga eerst in op een vraag van mevrouw Westerveld. Stel dat iemand dieafhankelijk is van beademingsapparatuur, te maken krijgt metstroomuitval. Wat is wat dat betreft precies de stand van zaken van hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18984 plan van aanpak? Ik begrijp dat heel goed. Het idee dat dat zou kunnengebeuren terwijl je daarvan afhankelijk bent, lijkt me ook heel beang-stigend. Het ministerie start op zeer korte termijn een marktconsultatie omte onderzoeken welke locaties op dit moment over de nodige voorzie-ningen beschikken en wat daarmee kan. De eerlijkheid gebiedt wel tezeggen dat het een zeer complex vraagstuk is, want het gaat om heel veelverschillende hulpmiddelen, en mogelijk vragen die ook om verschillendeoplossingen. Het begint echter bij het agenderen van het vraagstuk, en datheeft u volgens mij gedaan. We zullen u voor de zomer informeren overde stand van zaken.Mevrouw Maeijer had een vraag over de uitvoering van de motie-Thiadens/Krul over het mogelijk maken van het modulair aanpassen vaneen auto voor kleine mensen. Naar aanleiding van deze motie heeft metbetrokken organisaties en ervaringsdeskundigen een rondetafelgesprekplaatsgevonden. Er zijn een aantal stappen verkend om het modulairaanpassen van de auto beter te faciliteren. Daar zijn drie vervolgacties uitvoortgekomen. De eerste is dat wordt onderzocht hoe men in deomliggende landen omgaat met modulair aanpassen om zo de goodpractices in beeld te krijgen. De tweede is dat wordt onderzocht of eenpilot mogelijk is, waarbij erkende bedrijven bepaalde aanpassingenkunnen uitvoeren zonder tussenkomst van de RDW. De derde: belangen-organisaties gaan actief lobbyen voor het meenemen van modulaireaanpassingen in de eisen voor een Europese typegoedkeuring. Met dezestappen wordt verkend hoe we die modulaire aanpassing op een veilige,maar ook werkbare manier beter mogelijk kunnen maken.Mevrouw Maeijer had ook een vraag over de toegankelijkheid vanbushaltes. Het is natuurlijk ontzettend belangrijk dat het openbaar vervoervoor iedereen toegankelijk is. Dat begint in ieder geval bij de bushalte. HetRijk heeft daarover met de betrokken partijen in het BestuursakkoordToegankelijk Openbaar Vervoer afspraken gemaakt. Voor het uitvoerendaarvan staan de wegbeheerders aan de lat. De Staatssecretaris van IenWbespreekt de voortgang van de in het bestuursakkoord gemaakteafspraken met de betrokken partijen.En daar komt ie dan: mevrouw Wendel had een vraag over het toeganke-lijkheidslabel. Het Ministerie van VRO geeft aan dat het invoeren van eenverplicht toegankelijkheidslabel kostenverhogend werkt, een nieuwtoezicht- en controlesysteem vergt en constructief best ingewikkeld isvanwege de grote diversiteit aan beperkingen. Tegelijkertijd geeft eenlabel inhoudelijk geen ander handelingsperspectief voor gebouweige-naren dan een toets aan de vrijwillige NEN-norm. Ook pakt een toeganke-lijkheidslabel grof uit en zegt het weinig als dat in een index, cijfer of letterwordt uitgedrukt. Uiteraard mogen marktpartijen zelf een toegankelijk-heidslabel ontwikkelen, maar een verplichting gaat wel heel ver. Het isnamelijk best wel complex. De toegankelijkheid van publieke gebouwenneem ik in ieder geval wel mee in mijn gesprekken met VRO over deuitvoering van de werkagenda van het VN-verdrag.Ten slotte, voorzitter – hierna mogen de interrupties pas, geloof ik – heb iknog een vraag van mevrouw Westerveld over de spraakcomputers.Formeel gezien valt deze vraag onder de verantwoordelijkheid van mijncollega, maar er is eenheid van het kabinet, dus ik zal deze beantwoorden.Het is natuurlijk ontzettend belangrijk dat iedereen met een spraakfunctie-stoornis toegang heeft tot een passend hulpmiddel om deel te kunnenuitmaken van de samenleving. Ik begrijp dat dat nu nog niet altijd hetgeval is voor mensen die hier via de Zorgverzekeringswet aanspraak opwillen maken. Dat komt onder andere doordat zorgverzekeraars deaanspraak nog verschillend interpreteren. De Minister van VWS is nu ingesprek met alle partijen, waaronder de zorgverzekeraars, om tot eenoplossing te komen. Ze zal de Kamer daarover rond de zomer informeren.Ik ben aan het einde van mijn blaadjes gekomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18985 De voorzitter:Dank u wel. Dan kijk ik naar de Kamerleden. Mevrouw Wendel.Mevrouw Wendel (VVD):Dank aan de Minister voor de beantwoording. Vanuit de VVD hebben wijde afgelopen jaren best wel gedrukt op het toegankelijkheidslabel, zeg ikin alle eerlijkheid. Dat gaat echt om publieke gebouwen. Wij denken datals we zo’n label toepassen op gebouwen als deze, je een veel beteremotivatie hebt om er bijvoorbeeld voor te zorgen dat iedereen die hiervandaag aanwezig wil zijn, hier ook binnen kan zijn. Het is dus echt eentrigger. Ik wil de Minister vragen om dit mee te nemen in de gesprekkenmet de Minister van VRO, en dan specifiek voor publieke gebouwen.Minister Sterk:Ik zal het meenemen. Het gaat volgens mij ook om de Rijksgebouwen-dienst. Volgens mij zijn we daar onderdeel van. De ervaring van vandaagvind ik ook een reden om dat met de Minister van VRO te spreken.De voorzitter:Dat brengt ons bij de tweede termijn van de zijde van de Kamer. In datkader geef ik graag mevrouw Westerveld het woord.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Dank aan de Minister voor alle antwoorden. Wat fijn dater nog zoveel mensen hier op de tribune zitten. Het is best een hele langezit voor ons allemaal en het gaat over heel veel verschillende onder-werpen. Dank aan de Minister voor alle antwoorden, maar ik ben over eenaantal onderwerpen nog niet helemaal gerustgesteld. Een daarvan betreftde sluiting van de locaties van ExpertCare. We weten namelijk al dat erenorme wachtlijsten zijn. Ik hoor van mensen die nauw betrokken zijnsignalen dat veel personeelsleden weggaan. Dat begrijp ik ook. Als jehoort dat je locatie gaat sluiten, ga je een andere baan zoeken. Ik vraagme echt af wat er met deze families gaat gebeuren als er geen oplossingkomt. Met mevrouw Dobbe en mevrouw Bikker heb ik daar afgelopenweek al een motie over ingediend. Daar stemmen we morgen over. Diemotie vraagt de Minister om in te grijpen en ervoor te zorgen dat er eenoplossing voor de lange termijn komt. Verder heb ik mijn zorgen in deeerste termijn al goed genoeg naar voren gebracht, denk ik.Voorzitter. Ik heb drie moties, en die ga ik snel oplezen. De eerste gaatover de tarieven.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er in 2025 en 2026 extra geld is toegevoegd aan hetWlz-budget om te komen tot kostendekkende tarieven voor de gehandi-captenzorg, op basis van kostprijsonderzoeken door de NZa;constaterende dat zorgkantoren vanuit hun verantwoordelijkheid voordoelmatige zorg al een doelmatigheidskorting op de kostendekkendetarieven toepassen;overwegende dat de Wlz-tariefmaatregelen voor de gehandicaptenzorg in2027 neerkomen op een bezuiniging van 158 miljoen euro en oplopen toteen bezuiniging van 248 miljoen euro in 2031;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18986 overwegende dat deze tariefmaatregelen direct ten koste gaan van dekwaliteit van zorg, leiden tot zorgverschraling en dat de tarieven met dezekortingen onder de kostprijs belanden;van mening dat zorgtarieven kostendekkend behoren te zijn;verzoekt de regering om kostendekkende tarieven in de gehandicap-tenzorg te garanderen en af te zien van niet-onderbouwde tariefmaatre-gelen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld, Dobbe en Bikker.Zij krijgt nr. 160 (36 800 XVI).Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Deze ondertekening geldt ook voor mijn andere moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat volwassenen en gezinnen met ernstig meervoudigbeperkte kinderen in 2026 onverwacht werden geconfronteerd met eenafwijzing voor meerzorg, terwijl de hulpvraag onveranderd of zelfsverslechterd is;constaterende dat in september de Kamer unaniem de motie-Westerveldc.s. steunde, die de regering oproept een oplossing te vinden die leidt totzekerheid op de korte en lange termijn;verzoekt de regering om gezinnen rust en zekerheid te geven door tezorgen dat tot ten minste 2027 coulance wordt verleend aan gezinnen encliënten van wie de aanvraag is afgewezen;verzoekt de regering tevens om het definitieve beleidskader meerzorg insamenspraak met cliënten en belangenorganisaties voor cliënten vast testellen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld, Bikker en Dobbe.Zij krijgt nr. 161 (36 800 XVI).Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dan ga ik naar de derde motie. Ik zet even de namen van de twee collega’serbij. De derde motie.Motie De Kamer,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18987 gehoord de beraadslaging,constaterende dat veel overheidsgebouwen ontoegankelijk zijn voormensen met een beperking;constaterende dat al in 2022 de motie-Westerveld is aangenomen die gaatover het toegankelijk maken van schoolgebouwen;overwegende dat niet alleen schoolgebouwen, maar alle overheidsge-bouwen toegankelijk horen te zijn;verzoekt de regering om te regelen dat de overheid en overheidsdienstenbij tussentijds onderhoud, nieuw- of verbouw altijd voldoen aan deEuropese normen voor toegankelijkheid,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld, Bikker en Dobbe.Zij krijgt nr. 162 (36 800 XVI).Dank u wel. Dan wil ik mevrouw Westerveld vragen of zij tijdelijk hetvoorzitterschap over zou willen nemen.Voorzitter: WesterveldDe voorzitter:Yes. Het woord is aan mevrouw Synhaeve.Mevrouw Synhaeve (D66):Dank u wel, voorzitter. Dank aan alle mensen die er vandaag bij waren endie dit online gevolgd hebben. Dank ook aan de mensen waarmee ik in deschorsing langer heb mogen spreken. Ik wil via deze weg graag aangevendat ik de onzekerheid en zorgen ook met jullie meevoel; die onzekerheid isverschrikkelijk. Het is daarom juist heel belangrijk, ook vanuit ons, omervoor te zorgen dat er snel duidelijkheid komt.Dank aan de Minister voor de beantwoording van de vragen. Ik vind hetheel belangrijk om nog een keer te benoemen dat de invulling van dekeuzes die we maken samen met de sector tot stand komt. Daarbij hebbenwe ook oog voor de enorme diversiteit binnen de sector. Ik heb deMinister ook die toezegging horen doen. Dat is dus heel fijn. Wij zullendaar natuurlijk scherp op zijn de komende tijd.Voorzitter, afrondend. Voorop staat dat mensen met een beperkingvolwaardig mee moeten kunnen doen en dat zij de zorg krijgen die nodigis, nu en in de toekomst. Dat is ons principiële uitgangspunt en daar magu mij, ook in de toekomst, op blijven bevragen.Dank u wel.De voorzitter:Ik geef het woord terug aan mevrouw Synhaeve, die dus nu weer devoorzitter is. O, daarvoor heeft mevrouw Dobbe nog een vraag.Mevrouw Dobbe (SP):Stel dat de sector, stel dat de medewerkers en de patiënten in degehandicaptenzorg nu zeggen: dit kan niet zonder dat de kwaliteit eronderlijdt, de personeelstekorten toenemen en de wachtlijsten toenemen. Watbetekent dat dan voor de steun van D66 voor deze bezuinigingsplannen?Mevrouw Synhaeve (D66):Ons uitgangspunt is dat de kwaliteit juist omhoog moet gaan de komendetijd en dat we juist op die manier de toegankelijkheid van zorg willenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18988 garanderen. Dus als wij keuzes maken waaruit blijkt dat het juist tot eenlagere kwaliteit van zorg leidt, dan moeten we andere keuzes maken metelkaar. Maar daar zie ik op dit moment nog geen aanleiding toe.De voorzitter:Ik geef het woord nu weer terug aan mevrouw Synhaeve, die nu dus weeropnieuw de voorzitter wordt.Voorzitter: SynhaeveDe voorzitter:Ik ben ook even zoekend. Bij dezen geef ik graag het woord aan mevrouwMaeijer voor haar inbreng in de tweede termijn.Mevrouw Maeijer (PVV):Dank u, voorzitter. Ook van mijn kant dank aan de Minister en deambtenaren voor de beantwoording van de vele vragen. Ik richt vooraleen bijzonder woord van dank aan de mensen hier op de publieke tribune.Velen zijn nog gebleven. Dank daarvoor. Het is een lange zit, niet alleenvoor ons maar zeker ook voor jullie.Voorzitter. Ik hoor de Minister veel mooie woorden spreken over degehandicaptenzorg, maar onder aan de streep zet ze de bezuinigingengewoon door. Daarom de volgende moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,verzoekt de regering om niet te bezuinigen op de gehandicaptenzorg,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Maeijer.Zij krijgt nr. 163 (36 800 XVI).Mevrouw Maeijer (PVV):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,verzoekt de regering in overleg te treden met de gehandicaptensector envoor het zomerreces 2026 een plan van aanpak te presenteren om deadministratievelastendruk verder te verminderen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Maeijer.Zij krijgt nr. 164 (36 800 XVI).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18989 Mevrouw Maeijer (PVV):Voorzitter. Ik kom terug op het antwoord van de Minister op mijn vraagover de toegankelijke speelplekken, naar aanleiding van een bericht vanJantje Beton. Ik weet dat er hard aan gewerkt wordt, maar zij gevenspecifiek aan dat zij voor hun ambitie meer financiële middelen nodighebben en dat ze daar binnenkort op de lijn voor komen bij het ministerie.Daar ging de Minister niet op in, en daarom de volgende motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat Jantje Beton de ambitie heeft om in iedere gemeenteminimaal één toegankelijke speelplek te realiseren;verzoekt de regering financiële middelen ter beschikking te stellen voorhet realiseren van toegankelijke speelplekken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Maeijer en Van Meetelen.Zij krijgt nr. 165 (36 800 XVI).Mevrouw Maeijer (PVV):Voorzitter, tot slot mijn laatste motie. Ik denk dat veel mensen hiervandaag hebben gesproken over het mooie werk dat verzet wordt in degehandicaptenzorg. Eigenlijk zouden we het daar wat vaker over moetenhebben, was de conclusie. Ik denk dat dat heel mooi is en het zou ookmooi zijn als dat werk zichtbaarder zou zijn, niet alleen voor ons maareigenlijk voor heel Nederland. Daarom dien ik de volgende motie in.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,verzoekt de regering om op korte termijn een financiële bijdrage televeren aan de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland ten behoeve vaneen campagne om de gehandicaptenzorg meer zichtbaar te maken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Maeijer.Zij krijgt nr. 166 (36 800 XVI).Mevrouw Maeijer (PVV):Dank u wel. Ook dank aan de voorzitter.De voorzitter:Dan geef ik het woord aan mevrouw Wendel, die afziet van haar tweedetermijn. Dan kijk ik naar de heer Van Houwelingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18990 De heer Van Houwelingen (FVD):Dank, voorzitter. Dank aan de Minister voor de beantwoording. Ik had driemoties. Een daarvan was in verband met de rolstoelplekken, maar ikbegrijp dat ambtsgenoot Bikker daar ook een prachtige motie, hopelijkmet Kamerbrede steun, voor heeft klaarliggen, dus ik hou twee motiesover. Die ga ik voorlezen.De eerste motie gaat over de mantelzorg, waar wij een groot voorstandervan zijn.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,verzoekt de regering om respijtzorg te borgen voor mantelzorgers diezorgen voor iemand met een 24/7 intensieve zorgbehoefte, en dit processamen met mantelzorgers of hun belangenbehartigers vorm te geven omzo te komen tot een passend aanbod,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Houwelingen.Zij krijgt nr. 167 (36 800 XVI).De heer Van Houwelingen (FVD):Voorzitter. Mijn laatste motie gaat over het pgb. Ik vond het antwoord vande Minister heel eerlijk. Ik zag mensen op de publieke tribune terechtverontrust kijken, want er gaat bezuinigd worden op het pgb. Dat bleekook wel uit de beantwoording, want als je zorg in natura voorliggendmaakt, dan eindig je natuurlijk met bezuinigingen op het pgb. Dat willenwij niet, dus vandaar deze motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in het coalitieakkoord «naturazorg» wordt beschouwdals «voorliggend op het pgb»;overwegende dat het pgb juist bedoeld is om zorgbehoevenden zo veelmogelijk vrijheid te geven om zélf hun zorg vorm te kunnen geven;overwegende dat dit laatste extra belangrijk is in een zorglandschap waarhet voor kleine aanbieders moeilijker en moeilijker wordt om een contractaf te sluiten met een zorgverzekeraar of gemeente;verzoekt de regering er bij nieuwe wetgeving op toe te zien dat dekeuzevrijheid voor pgb in alle zorgwetten geborgd blijft,en gaat over tot de orde van de dag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18991 De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Houwelingen.Zij krijgt nr. 168 (36 800 XVI).De heer Van Houwelingen (FVD):Dank u, voorzitter.De voorzitter:Dat brengt ons bij mevrouw Tijmstra.Mevrouw Tijmstra (CDA):Dank u wel, voorzitter. In het coalitieakkoord is opgenomen dat er eenbestuurlijk akkoord met de sector gesloten wordt. In mijn eerste termijnheb ik vooral willen meegeven dat het CDA het belangrijk vindt dat datvolgens de inhoudelijke lijn uitgewerkt wordt, omdat dat voor eentransformatie in de sector zorgt die nodig is. Dat moet je doen samen metalle partijen, samen met zorgverleners. Iedereen in het veld die ikgesproken heb, heeft ook allerlei echt goede ideeën aangedragen overhoe je de gehandicaptensector kan helpen om toekomstbestendig teworden. Om dat mee te geven aan de Minister, heb ik de volgende motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het huidige personeelstekort van circa 8.700medewerkers in de gehandicaptenzorg volgens de prognose kan oplopentot circa 20.300 in 2035;constaterende dat de gehandicaptenzorgsector aangeeft dat het verlagenvan tarieven de druk op de sector verder kan vergroten;overwegende dat het daarom nodig is de groei van de zorgvraag af teremmen om de gehandicaptensector toegankelijk en werkbaar te houden;overwegende dat veranderingen in de gehandicaptenzorg er juist opgericht moeten zijn dat mensen met een beperking meer onderdeel zijn enblijven van de samenleving;overwegende dat het verminderen van de groei van de zorgvraag ookhelpt om de werkdruk in de sector tegen te gaan;overwegende dat voorbeelden uit de praktijk en onderzoek laten zien datvermindering van de zorgvraag mogelijk is door in te zetten op tijdigsignaleren, het gezin goed ondersteunen en het anders organiseren vanzorg en ondersteuning;verzoekt de regering samen met de gehandicaptenzorgsector eeninhoudelijk akkoord te sluiten, dat gericht is op het verminderen van destijging van de zorgvraag,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Tijmstra.Zij krijgt nr. 169 (36 800 XVI).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18992 Dank u wel. De heer Van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de Minister voor de gegevenantwoorden. Het volgende schoot even door mijn hoofd. We kennenallemaal het bekende raadseltje: «Hoeveel haren kun je uit een paarden-staart trekken voordat het geen paardenstaart meer is?» Enigszinsvergelijkbaar is de vraag: «Hoeveel ombuigingen kun je doorvoeren in degehandicaptenzorg voordat het geen fatsoenlijke zorg meer is?» Wat mijbetreft blijven we heel ver weg van het beantwoorden van die vraag.Voorzitter. Dat gezegd hebbende, heb ik twee moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in de gehandicaptenzorg een veelheid aan lopendetrajecten bestaat die leidt tot versnippering van beleid en een gebrek aansamenhangende visie;overwegende dat deze versnippering het voor zorgaanbieders en anderebetrokken partijen moeilijk maakt om te werken aan een toekomstbe-stendige inrichting van de gehandicaptenzorg;overwegende dat verschillende veldpartijen, waaronder ZorgverzekeraarsNederland, reeds in gesprek zijn om te komen tot landelijke afspraken eneen integrale koers voor de gehandicaptenzorg;verzoekt de regering om samen met veldpartijen te komen tot eenintegrale toekomststrategie voor de gehandicaptenzorg met een duidelijkekoers en landelijke afspraken, en de Kamer hierover nader te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk, Coenradie enBikker.Zij krijgt nr. 170 (36 800 XVI).De heer Diederik van Dijk (SGP):Dan de tweede motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de vraag naar personeel in de gehandicaptenzorg grootis en zorgaanbieders zoeken naar creatieve oplossingen om medewerkerste werven en te behouden;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18993 overwegende dat woon-zorgconcepten waarin zowel cliënten alsmedewerkers wonen, kunnen bijdragen aan nabijheid van zorg en hetbinden van personeel aan de sector;overwegende dat dergelijke concepten de druk op de lokale woningmarktkunnen verlichten en een bijdrage kunnen leveren aan het brederehuisvestingsvraagstuk;verzoekt de regering om, samen met de Minister van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening, te stimuleren dat woon-zorgconcepten waarbijcliënten en zorgmedewerkers nabij of in dezelfde instelling wonenexpliciet worden meegenomen in lokale huisvestingsplannen enwoonvisies,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk, Coenradie enBikker.Zij krijgt nr. 171 (36 800 XVI).De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank u, voorzitter.De voorzitter:Mevrouw Bikker.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Ik dank de Minister voor de antwoorden. Tegelij-kertijd ben ik niet gerustgesteld over het traject dat deze coalitie wilvolgen met de bezuinigingen in de gehandicaptenzorg. Eerder heb ik metcollega’s Klaver en Dijk een motie ingediend om niet te bezuinigen op degehandicaptenzorg, die ik heb aangehouden. Ik ga nu alsnog vragen omdie in stemming te brengen. Drie keer is scheepsrecht. We hebben het eenaantal keer geprobeerd. Dan moeten we maar met een Kameruitspraakverder.Daarnaast heb ik twee andere moties. De een ziet op het tekort aanmedewerkers in de gehandicaptenzorg. Daarom de volgende motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat mensen die werken in de gehandicaptenzorg niet zeldende overstap maken naar een andere zorgsector zoals de ouderenzorg,omdat daar de werkdruk lager is en het werk meer loont;overwegende dat er nu al een fors tekort is aan personeel in de gehandi-captenzorg en dit ten koste gaat van de kwaliteit van zorg;verzoekt de regering de verschillen in cao’s tussen de gehandicaptenzorgen de ouderenzorg in beeld te brengen, op basis van daadwerkelijkebelasting, beloning en secundaire arbeidsvoorwaarden, de Kamer hier inde zomer 2026 over te informeren en op basis daarvan een plan teontwikkelen om werken in de gehandicaptenzorg aantrekkelijker te maken,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18994 en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker, Westerveld en Diederikvan Dijk.Zij krijgt nr. 172 (36 800 XVI).Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Voorzitter. Ik eindig met waarmee ik begon, namelijk dat ik vind dat dezeKamer toegankelijk moet zijn voor eenieder, zeker als we een debat overgehandicaptenzorg voeren. Daarom een motie namens alle hieraanwezige woordvoerders.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er in de Tweede Kamercommissiezalen plek is voormaar twee rolstoelen;overwegende dat de Kamer daarmee onvoldoende toegankelijk is;verzoekt het Presidium om voorstellen ter verbetering te doen en voor hetvolgende debat Gehandicaptenbeleid aanpassingen te realiseren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker, Westerveld, Synhaeve,Van Houwelingen, Wendel, Tijmstra, Diederik van Dijk, Dobbe, Ten Hoveen Maeijer.Zij krijgt nr. 173 (36 800 XVI).Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Dat was ’m, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel. Hele goede moties van mevrouw Bikker. De conclusie van ditdebat die bij mij blijft hangen, is dat de bezuinigingen op de gehandicap-tenzorg voor dit kabinet vaststaan, terwijl we nu al weten dat mensen hierde dupe van worden. Dat zijn dus de mensen die de zorg moeten verlenenen de mensen die de zorg krijgen. Dat weten we nu al. Dit gaat groteproblemen geven. Dat weet de Minister ook, want we hebben het er hiernet urenlang over gehad. Zij heeft als het goed is dezelfde verhalen,dezelfde waarschuwingen en dezelfde signalen gekregen van al dieorganisaties, al die zorgverleners en al die mensen met een beperking diewe allemaal hebben ontvangen tijdens en voor dit debat. Dat weet dezeMinister dus ook. De sector mag nog even meepraten, maar dat is hetdan, want de bezuinigingen staan vast. Deze bezuinigingen tochdoorzetten, vind ik echt onverantwoord beleid. Ik zou het zelfs onfat-soenlijk willen noemen. Daarom steunen de voorstellen die in dit debatzijn gedaan door onder anderen mevrouw Bikker om de bezuinigingenvan tafel te halen en mevrouw Westerveld om niet door de bodem teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18995 zakken met de gehandicaptenzorg. De Kamer is nu namelijk aan zet. Deoppositie is nu aan zet. We weten nu allemaal dankzij de heer Van Dijk datwe niet oneindig veel haren in een paardenstaart hebben. Daar moetenwe dus wat aan doen.Ik heb zelf nog een aantal moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er in het regeerakkoord meerdere plannen staan op hetgebied van de zorg en de sociale zekerheid die naar verwachting effectenhebben op de positie van mensen met een beperking;overwegende dat de positie van mensen met een beperking volgens hetstandstillprincipe van het VN-verdrag Handicap niet achteruit mag gaan;verzoekt de regering om onafhankelijk in kaart te laten brengen wat degevolgen van het maatregelenpakket uit het regeerakkoord zijn voor depositie van mensen met een beperking en hoe zich dit zich verhoudt tothet standstillprincipe van het VN-verdrag Handicap, voordat dezemaatregelen worden doorgevoerd,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Bikker, Ten Hove,Westerveld en Diederik van Dijk.Zij krijgt nr. 174 (36 800 XVI).Mevrouw Dobbe (SP):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat Nederland nog forse stappen moet zetten om mensenmet een beperking volwaardig mee te kunnen laten doen en om te kunnenvoldoen aan het VN-verdrag Handicap;overwegende dat het echter onduidelijk is welk budget beschikbaar isvoor de werkagenda die hiervoor moet zorgen;verzoekt de regering om inzichtelijk te maken welk budget er is vrijge-maakt in de begrotingen van de verschillende departementen voor deWerkagenda VN-verdrag Handicap I en de monitoring daarvan en inhoeverre dit voldoende is voor de vastgestelde ambities,en gaat over tot de orde van de dag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18996 De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Bikker, Ten Hove,Westerveld en Diederik van Dijk.Zij krijgt nr. 175 (36 800 XVI).Mevrouw Dobbe (SP):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat uit het recente rapport over de naleving van hetVN-Vrouwenverdrag blijkt dat Nederland onder andere tekortschiet als hetgaat om de positie van vrouwen met een beperking;overwegende dat zij met name problemen zien op het gebied vanarmoede, werkloosheid en seksueel en gendergerelateerd geweld bijvrouwen met een beperking;verzoekt de regering om op basis van de aanbevelingen uit het rapportover het VN-Vrouwenverdrag plannen te maken om de positie vanvrouwen met een beperking te verbeteren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.Zij krijgt nr. 176 (36 800 XVI).Mevrouw Dobbe (SP):Tot slot.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat uit onderzoek van het Nibud blijkt dat mensen met eenbeperking te maken hebben met meerkosten die kunnen oplopen totduizenden euro’s per jaar, terwijl zij vaak juist een lager inkomen hebben;overwegende dat er gemeentelijke regelingen bestaan om mensen meteen beperking te ondersteunen, bijvoorbeeld op het gebied vanmeerkosten, maar dat er grote verschillen bestaan tussen gemeenten inwaar mensen aanspraak op kunnen maken;verzoekt de regering om in overleg met mensen met een beperking eenwettelijk basisniveau vast te leggen van gemeentelijke regelingen voormensen met een beperking,en gaat over tot de orde van de dag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18997 De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.Zij krijgt nr. 177 (36 800 XVI).Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Ten Hove.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Dank u wel, voorzitter. Van mijn zijde vandaag geen moties. Wel moet mijvan het hart dat ik allerminst gerustgesteld ben over de toekomst en dehoudbaarheid van de gehandicaptenzorg. Ik begon mijn betoog metdonkere wolken. Voor mij is de lucht vandaag niet geklaard. Ik wil deMinister met alles wat we vandaag hebben ingebracht op pad sturen enaan het werk zetten. Ga het gesprek aan met uw collega’s in het kabinet.Sta op voor de gehandicaptenzorg. Vecht om die bezuinigingen zo veel alsmogelijk van tafel te krijgen totdat u inzicht heeft in de gevolgen ervan.Laat u niet beperken in uw taak om het andersom te doen. Kijk naar wathet oplevert alvorens te kijken naar wat het kost.Dank u wel.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Ik heb met veel plezier vandaag naar collega Ten Hove geluisterd, ooknaar haar inzet. Er liggen de komende dagen een paar moties voor om debezuinigingen in de gehandicaptenzorg te verminderen of niet door telaten gaan. Eén daarvan is van mij. Ik ben heel benieuwd hoe de GroepMarkuszower daarnaar kijkt. Bent u bereid om daarvoor te stemmen,zodat we die bezuinigingen van tafel krijgen?Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Ik ga er in ieder geval alles aan doen om de neuzen morgen in devergadering dezelfde kant op te krijgen. Ik kan hier geen harde toezeggingdoen, maar ik ga alles doen wat in mijn vermogen ligt om dat te kunnensteunen.De voorzitter:Zoals u allen hebt kunnen zien, is het me niet gelukt om om 16.30 uur af teronden. Ik begrijp van de Minister dat zij vijf minuten voorbereiding nodigheeft. Ik stel voor dat wij iets voor kwart voor verdergaan. Het gaat dandus om 16.45 uur. We sturen erop aan zeker om 17.00 uur klaar te zijn.De vergadering wordt van 16.38 uur tot 16.47 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen deze vergadering. Wij gaan verder met de tweede termijn vande zijde van het kabinet. We gaan weer aan de slag. Ik kijk naar het kabinetom de achttien ingediende moties te appreciëren, met uitzondering vande motie op stuk nr. 173, want dat is een oproep aan het Presidium.Minister Sterk:Dank u wel, voorzitter. Ik zal eerst de moties behandelen. Er zijn weinignieuwe vragen gesteld. Daarna zal ik dit commissiedebat afsluiten.Ik begin bij de motie op stuk nr. 160 van het lid Westerveld over hetkostendekkend houden van de tarieven voor de gehandicaptenzorg. Ikgeef die oordeel Kamer. We moeten namelijk altijd de kostendekkendheidin de gaten houden.De motie op stuk nr. 161, ook van het lid Westerveld, over de gezinnenmet meerzorg wil ik ontraden. De uitvoering van die meerzorg ligtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18998 namelijk bij de zorgkantoren. Ik heb gewoon geen bevoegdheid tenaanzien van het kader. Ik ben wel verantwoordelijk voor de verduidelijkingvan de regelgeving. Dat hebben we ook net in de eerste termijngewisseld.De motie op stuk nr. 162 over de toegankelijkheid van overheidsge-bouwen wil ik ontraden, want de motie gaat wel heel ver. Ik heb net in deeerste termijn wel toegezegd dat ik dit onderwerp mee zal nemen in mijngesprek met de Minister van VRO dat ik zal voeren over de werkagenda.Dan de motie op stuk nr. 163 van het lid Maeijer om niet te bezuinigen opde gehandicaptenzorg.De voorzitter:Een ogenblikje. We hebben een vraag van mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Die gaat over de motie op stuk nr. 162. De Minister zegt: die gaat wel heelver. Ik vraag me dan af wat er heel ver gaat, want de motie verzoekt vooralom ons aan de Europese normen van toegankelijkheid te houden.Minister Sterk:De motie gaat over het regelen dat er bij tussentijds onderhoud, nieuw- enverbouw altijd voldaan moet worden aan de Europese normen voortoegankelijkheid. Ik ga daar in eerste instantie niet over. Ik heb natuurlijkwel de taak om te zorgen dat de toegankelijkheid op de agenda blijft,daarom ook mijn toezegging om dat met de Minister van VRO tecommuniceren. Maar de Minister van VRO gaat hierover. Zij staat hiervoorin principe aan de lat, maar ik breng dat in ieder geval in. Die toezeggingdeed ik ook net in het debat. Daarom moet ik de motie op dit momentontraden.Mevrouw Dobbe (SP):Krijgen wij dan een terugkoppeling van dat gesprek met de Minister vanVRO? Dit is wel een andere uitleg dan dat het veel te ver gaat. Daar ben ikwel blij mee, want dat gaat het natuurlijk niet. Maar we willen dan welgraag een terugkoppeling hebben. Zou dat voor de stemmingen kunnen?Minister Sterk:Jazeker, dat kunnen we doen in de voortgangsrapportage over dewerkagenda. O, u zei «voor de stemmingen». Excuus. Voor destemmingen heb ik hier denk ik nog niet over gesproken met de Ministervan VRO. Ik vind dat dus wat ingewikkeld. Misschien kunt u de motieaanhouden, zodat u hem later, als ik daarover gerapporteerd heb, een keerkunt inbrengen. Als u dat niet wilt, dan moet ik ’m helaas ontraden.Mevrouw Dobbe (SP):Tot slot. We stemmen hier niet morgen over, maar pas volgende week.Dus volgens mij heeft deze Minister wel tijd om hier even met de Ministervan VRO over te spreken en dan ook te kijken of ze dit advies vanontraden handhaaft, want misschien hoeft de motie wel helemaal nietontraden te worden omdat de Minister van VRO wel heel enthousiast isom zich aan de Europese normen voor toegankelijkheid te houden.Minister Sterk:Als het ook ambtelijk overleg kan zijn, dan kan dat. Ik denk namelijk dathet op Ministerniveau niet gaat lukken. Ik ga ook nog naar de Paralym-pische Spelen, zoals u misschien wel weet. Volgens mij is het ookbelangrijk dat ik daar als Minister ben. Ik wil wel de toezegging doen dater ambtelijk afstemming over is en dat ik dat dan rapporteer voor destemmingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 18999 De motie op stuk nr. 163 had ik ontraden met verwijzing naar het gesprekdat we hier al bij de begroting en vandaag ook over hebben gevoerd.De motie op stuk nr. 164 van het lid Maeijer gaat over een plan vanaanpak voor de administratieve lastendruk. Als ik dat mag betrekken bij degesprekken die ik heb in het kader van het bestuurlijk akkoord, dan zou ikdie motie oordeel Kamer willen geven, maar dat doe ik dan wel iets laterdan voor het zomerreces. Maar de gesprekken over het terugdringen vande administratieve lastendruk lopen wel.Mevrouw Maeijer (PVV):Maar dan word ik een of ander bestuurlijk akkoord in getrokken. Daarstaat onder aan de streep ook een bezuiniging van 500 miljoen. Dus ik zoude motie liever laten zoals-ie is en het lostrekken.Minister Sterk:Het gaat over gesprekken die we voeren in het kader van het bestuurlijkakkoord. Het is natuurlijk aan u wat u daarmee wilt, maar als u wilt dat ikvoor het zomerreces van 2026 met een plan van aanpak kom, moet ik demotie ontraden. Dat is namelijk te snel.De voorzitter:Dan is de motie bij dezen ontraden.Minister Sterk:Dan de motie op stuk nr. 165, over financiële middelen voor het realiserenvan toegankelijke werkplekken. Hiervoor geldt eigenlijk een beetjehetzelfde als voor de vorige motie. Ik wil daar heel graag over in gesprekmet Jantje Beton, om te kijken wat er nodig is en om dat goed in kaart tebrengen, maar ik zou eigenlijk willen vragen of u de motie wilt aanhoudentot ik de Kamer daarover uitsluitsel heb kunnen geven.De voorzitter:Dan kijk ik naar mevrouw Maeijer.Mevrouw Maeijer (PVV):Op zich wil ik dat best doen, maar dat ligt er natuurlijk wel aan wanneerwe dan uitsluitsel krijgen.Minister Sterk:Er wordt mij nu gezegd: dat kan voor de stemmingen. Ik zal dus voor destemmingen uitsluitsel daarover geven.De voorzitter:Dan is het advies volgens mij aanhouden, maar ik kijk even naar mijnrechterkant.Minister Sterk:Ja.De voorzitter:Sorry, ik zeg dit verkeerd; het is ook mijn eerste keer. Als ik het goedbegrijp, heeft mevrouw Maeijer nu aangegeven dat ze deze motieaanhoudt.Mevrouw Maeijer (PVV):Ik hou de motie aan totdat we de terugkoppeling hebben gekregen.De voorzitter:Op verzoek van mevrouw Maeijer stel ik voor haar motie (36 800 XVI,nr. 165) aan te houden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 189100 Daartoe wordt besloten.Minister Sterk:Voorzitter. Ik ben nu bij de motie op stuk nr. 166, ook van het lid Maeijer.De motie gaat over een financiële bijdrage voor een campagne van deVGN. Deze motie wil ik ontraden, maar ik ga wel graag in gesprek metcliëntenorganisaties en met de ambassadeurs van de gehandicaptenzorgover de vraag hoe we de gehandicaptenzorg meer zichtbaar kunnenmaken.De motie op stuk nr. 167, van de heer Van Houwelingen, wil ik ontraden,omdat het bieden van respijtzorg een gemeentelijke taak is, die ook deelsvalt onder de zorgplicht van zorgkantoren.Dan de motie op stuk nr. 168 van de heer Van Houwelingen, waarin staatdat de keuzevrijheid voor pgb in alle zorgwetten geborgd moet blijven. Wehebben daar zonet al even over gewisseld. Ik wil het pgb beschikbaarhouden voor mensen die daarmee hun zorg kunnen organiseren enzelfregie kunnen voeren, maar zorg in natura blijft voorliggend.Dan de motie op stuk nr. 169, van het lid Tijmstra.De voorzitter:De motie op stuk nr. 168 is dus bij dezen ontraden?Minister Sterk:Sorry, had ik dat niet gezegd? De motie op stuk nr. 168 is ontraden, zeg iknog even voor alle helderheid.De motie op stuk nr. 169 krijgt oordeel Kamer, want ik vind het eigenlijkeen ondersteuning van wat ik de komende tijd wil gaan doen.Dan de motie op stuk nr. 170, van de heer Van Dijk, over het samen metveldpartijen komen tot een integrale toekomststrategie. Wat mij betreftkrijgt die oordeel Kamer, want dit is ook onderdeel van het te vormenbestuursakkoord.De motie op stuk nr. 171 is ook van de heer Van Dijk. Die gaat over hetstimuleren van woonzorgconcepten en het expliciet meenemen daarvanin lokale huisvestingsplannen en woonvisies. Die wil ik ontraden, omdatdit op het gemeentelijke niveau ligt, maar ik heb wel toegezegd dat ikbereid ben om mee te denken over belemmerende wetgeving. Dat is,denk ik, ook de rol die ik daarin heb.De heer Diederik van Dijk (SGP):De interpretatie die de Minister geeft, spoort volgens mij heel erg met demotie. Daarin staat niet dat de Rijksoverheid iets moet opleggen bijgemeenten. De motie verzoekt de regering om iets te stimuleren, dus omerover in gesprek te gaan en het te bevorderen. In die denktrant is dezemotie opgesteld, omdat wij geloven dat hierin nog heel veel te winnen is.Minister Sterk:Als u «stimuleren» zo opvat dat ik dit onder de aandacht zal brengen inhet gesprek dat ik met de Minister van VRO zal hebben over gepastewoonvormen, mag de motie wat mij betreft oordeel Kamer krijgen.Dan de motie op stuk nr. 172, over het in beeld brengen van de verschillentussen de cao’s in de gehandicaptenzorg en die in de ouderenzorg. Ikbegrijp de vraag van mevrouw Bikker heel goed. Je wilt namelijk niet datde ene sector medewerkers uit de andere sector wegzuigt omdat er in dieene sector betere voorwaarden zijn. Tegelijkertijd is het beoordelen ofvergelijken van cao’s eigenlijk niet aan mij als Minister. Dat ligt volgensmij bij de sociale partners. Vanuit dat oogpunt wil ik deze motie ontraden.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Ik begrijp dat de Minister aan het begin van haar termijn even heel rolvastwil zijn. Dat is te prijzen. Maar ik denk niet dat de sociale partners dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 189101 verantwoordelijkheid gaan pakken, terwijl we wel samen geconcludeerdhebben dat we grote verschillen zien in de gehandicaptenzorg en deouderenzorg, ook voor medewerkers. Ik zie die in ieder geval. Misschienvalt het wel mee op basis van de beloning, maar gaat het juist om desecundaire arbeidsvoorwaarden. Als we hier als Kamer en Ministerzeggen dat we werk willen maken van goede werkgelegenheid in degehandicaptensector, dan kan zo’n onderzoek toch ook een middel zijn omde sociale partners verder aan te spreken op hun verantwoordelijkheid? Ikzie heel goed dat de Minister die arbeidsvoorwaarden niet aan gaatpassen – dat snap ik – maar het kan wel een middel zijn om aan de sectorte laten zien op welke punten ze kunnen bijplussen of juist afpunten.Minister Sterk:Ik vrees dat ik toch blijf bij mijn oordeel «ontraden». Ik denk dat het heelsubjectief is als je die dingen met elkaar vergelijkt en stelt wat hetbetekent voor mensen. Bovendien merkt u terecht op dat dit ook nietdirect bij mijn rol hoort. Ik blijf de motie daarom toch ontraden.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Laatste poging. Ik denk juist dat het onderzoek ervoor kan zorgen dat wevan subjectief naar objectief gaan. Ik denk ook dat het wel de rol van deMinister is om de sociale partners te confronteren met onuitlegbareverschillen of verschillen die onderlinge concurrentie op de arbeidsmarkttot gevolg hebben, iets wat we niet moeten willen. Ik gun de Minister ditonderzoek gewoon. Ik denk dat ze er heel veel baat bij heeft. Ik hoop datze daarom denkt: «Weet je wat? Vooruit dan maar: oordeel Kamer.»Minister Sterk:Het is niet dat ik het belang er niet van inzie. Het gaat me om de ingewik-keldheid van uw vraag. Dan moet je bijvoorbeeld zorgverlof gaanvergelijken met het gegeven dat mensen aan de andere kant meergecompenseerd krijgen. Hoe weeg je dat dan? Dat is best normatief. Datvind ik gewoon ingewikkeld. Dat is de worsteling die ik heb met uw motie.Daarom blijf ik toch bij het oordeel «ontraden».De voorzitter:De Minister over de appreciatie van de resterende moties.Minister Sterk:Dan de motie op stuk nr. 173 over het verbeteren van de aanpassingenhier in huis. Die krijgt oordeel Kamer.De motie van het lid Dobbe op stuk nr. 174 over het onafhankelijk in kaartlaten brengen van de gevolgen van het maatregelenpakket en de vraaghoe die zich verhouden tot het standstillprincipe, ontraad ik. Maar ik hebop een ander onderwerp de toezegging gedaan dat ik de persona’s inbeeld wil brengen bij de uitwerking van de maatregelen die volgen uit ditcoalitieakkoord. Die toezegging wil ik nog even onder uw aandachtbrengen.De motie op stuk nr. 175 van het lid Dobbe en vele anderen wil ik ookontraden. Die vraagt om in alle begrotingen te bekijken welk budget er isvrijgemaakt. Ik weet niet of dat ons echt gaat helpen. Ik denk dat het eenenorme klus is. Ik wil eigenlijk veel liever mensen in de uitvoering hebben,zodat we gewoon de handen in elkaar kunnen slaan om uitvoering tegeven aan het VN-verdrag. Waar we potentieel op hobbels stuiten, staanwe aan de lat om te bekijken hoe we die kunnen oplossen. Dit in plaatsvan die andere weg.Mevrouw Dobbe (SP):Ik schrik er wel een beetje van dat de Minister zegt dat dit een enorme klusis. Je mag van de coördinerend bewindspersoon toch verwachten dat zijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 189102 dit al weet en dat zij dit zou willen weten als ze het niet weet? Als ze ditniet wil doen ... Ik denk dat het heel belangrijk is dat we dit als Kamermoeten gaan regelen als we het VN-verdrag Handicap serieus nemen.Minister Sterk:Volgens mij hebben we een werkagenda waarin we een aantal maatre-gelen hebben getroffen. Die willen we gaan uitwerken om daarmeehanden en voeten te geven aan de doelstellingen uit het strategisch plan.Daar moeten we volgens mij mee aan de slag. Ik ben in overleg met mijncollega-ministeries daarover. Daar hebben we ook middelen voor. Volgensmij is dat nu onze prioriteit. Ik heb net al aangegeven dat er natuurlijk heelveel middelen zijn en dat een deel van die middelen ook bedoeld is voormensen met een beperking. Je kunt dus nooit uitputtend in beeld brengenwelke middelen er allemaal zijn. We zijn volgens mij wel gehouden aan dewerkagenda. Die hebben we ook samengesteld met de veldpartijen.Volgens mij is dat waar we op moeten gaan sturen. Ik zou liever daar deenergie in steken dan in een onderzoek naar de middelen die op debegrotingen staan. Daarom zou ik deze motie willen ontraden, niet omdatik het niet belangrijk vind.Mevrouw Dobbe (SP):Maar dan leest de Minister deze motie toch verkeerd, denk ik. De Ministerheeft het over de werkagenda en zegt: daar zijn middelen voor en daargaan we mee aan de slag. Hier staat echter: «inzichtelijk te maken welkbudget er is vrijgemaakt (...) voor de Werkagenda VN-verdrag Handicap».Dit is dan toch wat de Minister nu al zegt te gaan doen? Waarom zou ze ditweigeren?Minister Sterk:Omdat we volgens mij aan de slag moeten met die maatregelen. U gaatons erop aanspreken of die maatregelen uitgevoerd worden. Daarrapporteren we ook over. Daar hebben een monitor voor opgesteld. Dat isvolgens mij waar we met elkaar aan willen werken. Zoals ik net al hebaangegeven, is het best wel ingewikkeld om dat financieel in beeld tebrengen. Wij moeten echter gewoon die maatregelen uit gaan voeren.Daar mag u mij op aanspreken.De voorzitter:De Minister gaat verder met de appreciatie van de twee resterendemoties.Minister Sterk:Ik had inderdaad nog twee moties te gaan. Ik heb hier de motie op stuknr. 176, nog een motie van lid Dobbe, over het verbeteren van de positievan vrouwen met een beperking. Ik wil in ieder geval toezeggen dat ikdaar in de volgende rapportage op in zal gaan. Ik wil eigenlijk vragen of ude motie tot dan wilt aanhouden. Ik wil alleen een beetje voorzichtig zijnmet weer een heel plan maken, specifiek voor deze groep. Als het overmensen met een beperking gaat, gaat het ook over vrouwen met eenbeperking. Ik ben ook de Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen,dus ook vanuit die optiek vind ik het belangrijk dat we dat thema goed opde kaart gaan zetten. Dat gaat dan dus ook over vrouwen met eenbeperking. Mijn vraag is dus of u deze motie zou willen aanhouden.De voorzitter:Ik kijk of mevrouw Dobbe antwoord kan geven op die vraag.Mevrouw Dobbe (SP):De Minister zegt: ik ga dit sowieso doen, want ik vind dit heel belangrijk.Waarom zou ik deze motie dan aanhouden? Dan kan de Minister ’m tochTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 189103 gewoon oordeel Kamer geven? Dan kunnen wij ’m aannemen en dan gaatzij plannen maken op basis van de aanbevelingen omtrent hetVN-Vrouwenrechtenverdrag. Ik zie het probleem niet.Minister Sterk:Ik wil eigenlijk vooral eerst even kijken wat we op dit moment allemaal aldoen. Misschien is dat in zichzelf al voldoende en hoeven we daar niet eennieuw plan voor te maken. Mijn zorg is een beetje dat u van mij vraagt omeen plan te maken. Ik zou echter willen voorstellen dat ik eerst aangeefwat we op dit moment doen en dat we vervolgens met elkaar bepalen ofdat voldoende is. Ik zie u nee schudden, dus ik vermoed dat u dat nietvoldoende vindt. Dan blijf ik erbij dat ik deze motie zal ontraden.De voorzitter:Maar als ik het goed begrijp, wordt het oordeel dan «ontijdig».Minister Sterk:Ja.Mevrouw Dobbe (SP):De VN-commissie voor het VN-Vrouwenrechtenverdrag heeft al aange-geven dat wat Nederland doet, onvoldoende is. Wat dat betreft hoeven wedie inventarisatie niet nog een keer over te doen, dus wat mij betreftbrengen we deze motie gewoon in stemming.Minister Sterk:Dan ben ik aangekomen bij de laatste motie. Dat is de motie op stuknr. 177, ook van mevrouw Dobbe, over het in overleg met mensen meteen beperking vastleggen van een wettelijk basisniveau van gemeentelijkeregelingen. Die zou ik ook willen ontraden, ook omdat dat volgens mij nietpast bij de systematiek die we hebben en omdat ik al wel bezig ben omeen aantal zaken meer gelijk te trekken, zoals ik al heb aangegeven.Tot slot, voorzitter. Mevrouw Dobbe stelde mij een serieuze en indrin-gende vraag in de eerste termijn: vindt u de gehandicaptenzorgbelangrijk? Ik hecht er toch aan om hier aan te geven dat ik de gehandi-captenzorg ontzettend belangrijk vind. Nogmaals, ik heb aangegeven watik er persoonlijk mee heb. Ik ken mensen uit de sector. Ik heb vrienden enken mensen bij mij uit de straat met een beperking, dus ik vind hetongelofelijk belangrijk dat wij hier als politiek aandacht voor hebben. Datis ook waarom ik denk dat wij met elkaar de handen ineen moeten slaanom te zorgen dat we ook in de toekomst die liefdevolle zorg kunnenbieden, zoals ik die graag noem.Dat is een complexe opgave; dat zie ik ook. Daarom ga ik de komendeperiode ook ambitieus aan de slag om dat gesprek aan te gaan met dezorg en de ondersteuning voor mensen met een beperking. Ik hoop danook heel veel mensen buiten de Kamer tegen te komen. Ik vind hetjammer dat dat niet het eerste was wat ik kon doen, maar dat ik gelijk diepin allerlei debatten zat, want eigenlijk verdienen zij het dat ik eerstdaarnaartoe ga. Wat mij betreft is het zoals mevrouw Ten Hove met eenkwinkslag opmerkte: als je dit niet belangrijk vindt, dan heb je echt eenbeperking nodig.De voorzitter:Dank u wel. Dank aan alle aanwezigen en aan het publiek in de zaal, in deStatenpassage en online. We stemmen volgende week dinsdag over demoties. Het stemmen over de amendementen vindt plaats bij deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 189104 stemmingen over de begroting zelf. Daar is nog geen datum voor bekend,maar dat wordt waarschijnlijk eind maart.Dank u wel.Sluiting 17.06 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 189105
Gerelateerde bronnen
- Begrotingsonderdeel Gehandicaptenbeleid
Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 9 maart 2026, over Begrotingsonderdeel Gehandicaptenbeleid
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.