KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden

13 nov 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie ad6bd2a5f3725aff · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 VIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026Nr. 14 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN ENANTWOORDENVastgesteld 13 november 2025 De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, belast met het voorbe-reidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit tebrengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegevenantwoorden.De vragen zijn op 2 oktober 2025 voorgelegd aan de Minister vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Bij brief van 11 november 2025zijn ze door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatiesbeantwoord.Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbarebehandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.De fungerend voorzitter van de commissie,Van EijkDe Griffier van de commissie,Honsbeek kst-36800-VII-14ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 141 Vragen en antwoorden 1In het geval van een fusie tussen twee fracties, ontvangt deze partijdubbele subsidie wanneer één persoon lid is van beide partijen?Antwoord:Het kan voorkomen dat een persoon lid is van twee politieke partijen endat beide politieke partijen hiervoor subsidie ontvangen. Iemand die lid isvan meer dan één politieke partij is immers van al die partijen evenzeer lidals de andere leden van die partijen. Met dezelfde rechten en plichten alsde andere leden.De hoogte van de subsidie aan een politieke partij wordt berekend aan dehand van een basisbedrag, een bedrag per Kamerzetel en een bedrag perlid. De gevolgen voor de subsidie van een samenvoeging van fracties, dedeelname aan een verkiezing met één kandidatenlijst of de fusie vantwee politieke partijen zijn als volgt. In het geval van een fractiesamen-voeging of deelname aan een verkiezing met één lijst, zijn beide politiekepartijen ieder een eigen vereniging met een eigen ledenadministratie. Ditbetekent dat beide partijen subsidie ontvangen op basis van het aantalsubsidiabele leden van de partij. Voor de basisbedragen geldt dat zodrade politieke partijen met één kandidatenlijst deelnemen aan eenverkiezing, dan de bedragen worden gehalveerd. Indien de afzonderlijkepolitieke partijen besluiten te fuseren tot één nieuwe politieke partij, geldtdat de leden na de fusie enkel lid zijn van de nieuw opgerichte partij.2Hoeveel van de aanvragen voor schadeafhandeling worden bij hetInstituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) binnen de wettelijke termijnafgehandeld? Wat is de gemiddelde vertraging van aanvragen die nietbinnen de wettelijke termijn worden afgehandeld?Antwoord:Het IMG kent meerdere schaderegelingen met verschillende wettelijketermijnen:Van de maatwerktrajecten is in 2024 69% binnen de wettelijke termijnafgehandeld (binnen twaalf weken na de oplevering van het deskundigen-rapport). Dit percentage laat echter een vertekend beeld zien omdatbewoners in mei 2023 de mogelijkheid is geboden hun schademelding tepauzeren in verband met de verruiming van schademaatregelen. Sindsmei 2023 hebben ruim 12.000 bewoners ervoor gekozen hun aanvraag tepauzeren. Begin 2025 waren er nog 3500 bewoners die nog geen keuzehebben gemaakt en waarvan de aanvraag is gepauzeerd. Dit is eenbelangrijke oorzaak voor de duur van de gemiddelde vertraging van445 dagen in 2024.De voorlopige cijfers voor 2025 laten een verbetering zien: zo is totoktober bij de maatwerktrajecten bij 91% van de schadeaanvragen binnende termijn een besluit genomen.Bij de forfaitaire regelingen zoals de VES geldt een wettelijke termijn van8 weken. In 2024 heeft IMG 78% van de aanvragen binnen deze termijnafgehandeld. In 2025 is dit percentage toegenomen tot 88%. Van deaanvragen die langer dan 8 weken in beslag namen, was de gemiddeldevertraging in 2024 110 dagen.Voor wat betreft de schaderegelingen van het IMG die zien op immateriëleschade en waardedaling is de wettelijke termijn 8 weken. In 2024 is bijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 142 circa 90% van de aanvragen voor immateriële schadevergoeding binnende termijn een besluit genomen. Bij waardedaling lag dit percentage op96% voor woningen en voor bedrijfspanden op 93%.3Welke maatregelen zijn genomen om de communicatie tussen overheids-instellingen en bewoners persoonlijker en begrijpelijker te maken?Antwoord:Een van de leidende principes binnen de versterking is dat de overheidluistert én handelt. De Staatssecretaris van BZK heeft met het NCGafgesproken dat zij de communicatie en interactie met de bewonerverbetert. Dit doet NCG onder andere door:•Via de bewonersreis meer en intensiever contact met de bewoner tehebben. De bewonersreis is ontwikkeld met bewoners: hierbij wordthet versterkingsproces ingericht vanuit de ervaringen van bewoners.Het doel is dat NCG meer handelt vanuit het perspectief van debewoner.•Nieuwe NCG medewerkers via een onboardings-programma inten-sieve scholing te geven over kaders, wetten, processen en werkwijzen.Voor huidige NCG medewerkers zijn er verdiepingssessies om hunkennis actueel te houden.•Met bewoners gemaakte afspraken structureel vast te leggen (metakkoord van bewoners).•De deelname aan het digitale portaal «Mijn NCG» te vergroten naarruim 7.000 bewoners-eigenaren en dit portaal aan de hand van hunervaringen door te ontwikkelen. Op deze manier krijgen alle bewoners-eigenaren wiens versterking nog niet (bijna) is afgerond toegang toteen laagdrempelig digitaal portaal dat is vormgegeven aan de handvan hun feedback.•Blijvend in te zetten op het verbeteren van de fysieke en analogecontactmomenten – ook deze worden aangepast op basis van debehoeften van bewoners. Zo worden brieven op basis van terugkoppe-ling van bewoners begrijpelijker en toegankelijker gemaakt en neemtNCG frequenter zelf contact op met bewoners, bijvoorbeeld als zij eenbesluit op norm krijgen.Ook het IMG zet in op meer persoonlijk contact met bewoners:•Zo krijgen aanvragers begeleiding van een persoonlijke zaakbegeleiderals ze daar behoefte aan hebben.•Ook zijn 24 steunpunten – verspreid over de provincies Groningen enDrenthe – opgezet waar bezoekers vrijblijvend in gesprek kunnen gaanvoor informatie en hulp bij het doen van aanvragen. Vanaf de zomervan 2024 zet het IMG daarnaast een mobiel steunpunt in bij marktenen evenementen.•Een andere manier waarop het IMG mensen probeert te bereiken is hetinitiatief «Inwoners bereiken via inwoners», waarbij het IMG aansluitbij bestaande sociale netwerken om inwoners te bereiken die nog geenaanvraag hebben gedaan.•Daarnaast wordt er gewerkt aan het verbeteren van de website, zodatiedere websitebezoeker nog sneller en makkelijker de juiste informatievindt.•Tot slot startte het IMG in 2024 met het zogenoemde Brievenproject,waarbij de brieven, met behulp van burgerpanels, voor burgersbegrijpelijker, toegankelijker en persoonlijker geschreven worden.4Wat zijn de overheadkosten van het IMG en de Nationaal CoördinatorGroningen (NCG) in 2025 en hoe verhouden die zich tot de uitgekeerdeschadevergoedingen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 143 Antwoord:De uitvoeringsuitgaven van het IMG in 2025 zijn geraamd opca. € 336 miljoen, de uitgekeerde schadevergoedingen van het IMG in2025 zijn geraamd op ca. € 1.061 miljoen. Hieruit volgt dat de verhoudingtussen uitvoeringsuitgaven en schadevergoeding € 0,32: € 1 is. Daarbijpast de kanttekening dat het uitgangspunt van een mildere, makkelijkereen menselijkere uitvoering van het schadeherstel leidt tot een meerpersoonlijke aanpak met bijbehorende hogere uitvoeringsuitgaven. Het isdaarbij belangrijk om te letten op de balans tussen de uitvoeringskostenen de vergoedingen die worden uitgekeerd, zodat zorgvuldigheid enpersoonlijke aandacht niet ten koste gaan van een efficiënte uitvoering.De totale uitgaven aan het uitvoeringsapparaat ten behoeve van hetprimaire proces en de overheadkosten van de NCG in 2025 zijn geraamdop ca. € 200 mln. De totale kosten voor de versterkingsoperatie, inclusiefdoor de NCG uitgekeerde schadevergoedingen, in 2025 bedragen889 mln. De verhouding tussen overhead en uitgaven die ten goedekomen aan het primair proces is niet eenduidig te maken, omdat deuitgaven aan het uitvoeringsapparaat ook betrekking hebben op bijvoor-beeld de kosten voor individuele bewonersbegeleiding, individuelecommunicatie en advisering die niet aan overhead toegerekend kunnenworden.Deze cijfers zijn van het lopende begrotingsjaar 2025 en worden mogelijkbijgesteld op basis van de recentere inzichten in de komende Najaarsnota.Deze cijfers zijn ramingen, de definitieve cijfers volgen in de Kabinetsre-acties op de Staat van Groningen en Noord-Drenthe 2025 en de Staat vanGroningen en Noord-Drenthe 2026.Voor 2026 zijn de verwachtingen als volgt:De uitvoeringsuitgaven van het IMG zijn geraamd op ca. € 296 mln., deuitgekeerde schadevergoedingen van het IMG zijn geraamd opca. € 899 mln. Hieruit volgt dat de verhouding tussen uitvoeringsuitgavenen schadevergoeding € 0,33: € 1 is.De uitvoeringsuitgaven aan het uitvoeringsapparaat (primair proces plusoverhead) van de NCG zijn geraamd op ca. € 233 mln., de versterkings-kosten inclusief schadevergoedingen van de NCG zijn geraamdca. € 790 mln.5Hoeveel ondernemers maken gebruik van het MKB-programma en watzijn de resultaten hiervan? Waar liggen verbeterpunten?Antwoord:Sinds de start van het MKB Programma zijn 52 MKB-ers begeleid doorMKB-consulenten. Er zijn 57 aanvragen gedaan voor de MKB investerings-regeling waarvan toekenning momenteel nog loopt.De provincie Groningen is de eigenaar van het MKB-programma.Momenteel bekijkt de provincie hoe de bekendheid van het programmaen de regeling verder kan worden vergroot.6Hoeveel middelen zijn er in 2026 gereserveerd voor personele enorganisatiekosten in Groningen? Hoe verhoudt dit zich tot de uitgekeerdeschade?Antwoord:zie vraag 4.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 144 7Hoeveel woningen worden er in 2026 beoordeeld en versterkt door deNCG?Antwoord:De verwachting is dat vanaf 2026 alleen bewoners die later aan dewerkvoorraad zijn toegevoegd, via Loket Opname Op Verzoek of opandere wijze, nog een beoordeling hoeven te ontvangen. De doelstel-lingen voor de versterking, inclusief de doelstellingen op het gebied vanbeoordelingen en versterkingen volgen begin 2026 in het jaarplan vanNCG. De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatiesinformeert uw Kamer dit jaar nog hierover. Met NCG is afgesproken datde doelstellingen binnen de bandbreedte van de diepteanalyse blijft. Voor2026 was dit tussen de 1.771 en 2.724 versterkte huizen.8Welke lessen zijn er getrokken uit de uitvoering van batch 1588 in deversterking en hoe worden deze meegenomen?Antwoord:Binnen batch 1588 hebben de betreffende gemeenten de regie over deversterking. Gemeenten spannen zich samen met de corporaties en NCGin om de uitvoering mogelijk te maken. Dit vraagt om een constructievesamenwerking en om heldere afspraken tussen de betrokken partijen overrollen en verantwoordelijkheden, zodat een bewoner weet waar die aantoe is en wie het eerste aanspreekpunt is voor zaken betreffende deversterking. Dat voorkomt ook hiaten binnen de dienstverlening. Binnende batch 1588 worden daar gezamenlijk stappen in gezet. Lessen hieruitneemt de Staatssecretaris voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatiesmee om te komen tot een één-overheidsaanpak, bijvoorbeeld via deAgenda voor Herstel, voor het einde van het jaar informeert de Staatsse-cretaris uw Kamer nader over deze samenwerking.9Hoeveel wordt er in 2026 concreet geïnvesteerd in de EconomischeAgenda en welke sectoren profiteren daarvan?Antwoord:In 2026 is in ieder geval € 50 mln. beschikbaar op de BZK-begroting voorhet startkapitaal. Zoals staat beschreven in de Economische Agenda voorGroningen en Noord-Drenthe, is de agenda gericht op brede investe-ringen die de regio versterken rond de thema’s onderwijs, kennis enarbeidsmarkt, ruimte voor bedrijvigheid, digitalisering en profilering.Daarnaast zet de agenda in op investeringen in vijf specifieke sectoren,namelijk: duurzame energie, gezondheid, landbouw, industrie en vrijetijdseconomie. De Economische Agenda wordt momenteel nadergeconcretiseerd met een Uitvoeringsplan dat eind 2025 gereed is.10Hoe wordt ervoor gezorgd dat de investeringen van de EconomischeAgenda ten goede komen aan de inwoners uit de regio?Antwoord:De inhoud van de agenda is van, voor en door inwoners, bedrijven enorganisaties van Groningen en Noord-Drenthe tot stand gekomen.Bovendien zet de Economische Agenda zich ervoor in om meer duurzaamverdienvermogen in de regio te laten landen en samenwerking metregionale partijen randvoorwaardelijk te stellen. Dat doen we door goeden inclusief werkgeverschap, zodat inkomens stabieler en hoger worden.Daarnaast zetten we in op het aantrekken van hoofdkantoren, hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 145 uitbreiden van regionale ketens, investeren we in onderwijscampussen ende economische vitaliteit van kernen, evenals het stimuleren van nieuween blijvende bedrijvigheid die vanuit de regio zelf komt.11Hoeveel langer duurt de versterking als de gaswinning beperkt doorgaat?Antwoord:De gaswinning uit het Groningenveld is gestopt vanwege veiligheidsover-wegingen, mede op advies van het SodM. De winning kan niet veilig. Methet oog op de veiligheid van de inwoners van het aardbevingsgebied ismet brede parlementaire steun in april 2024 het Groningergasveldwettelijk gesloten. Momenteel worden de winningslocaties gesloten.Hoewel heropening niet aan de orde kan zijn, zorgt de discussie over eenmogelijke hervatting op termijn van de gaswinning voor onzekerheid bijbewoners en ondermijnt het broze vertrouwen in de overheid. Over deplanning en voortgang van de versterkingsoperatie is de Kamer eerdergeïnformeerd (Kamerstuk 33 529, nr. 1319).12Hoeveel extra geld is nodig voor de NCG als die langer moet blijvenbestaan als gevolg van hervatte gaswinning?Antwoord: zie vraag 11.13Hoeveel huizen zijn nu al versterkt en hoeveel zijn nog in afwachting?Antwoord:De totale werkvoorraad van NCG is op dit moment 27.792 adressen. Dewerkvoorraad van NCG staat niet vast, omdat adressen nog aan dewerkvoorraad kunnen worden toegevoegd, bijvoorbeeld via LoketOpname Op Verzoek (LOOV). De stand van 31 augustus 2025 is dat18.186 adressen voldoen aan de veiligheidsnorm. De bewoners van9.372 adressen bevinden zich in één van de fasen van het versterkings-traject – het merendeel van deze groep bevindt zich in de fase waarbij hetuitvoeringsplan wordt opgesteld samen met de eigenaar, of de voorbe-reiding daarop. Bij de bewoners van 234 adressen werd het dossiergesloten omdat zij op dit moment niet kunnen of willen meewerken aande beoordeling en/of versterking van hun huis.14Wat is nu de cumulatieve vertraging van de versterkingsoperatie?Antwoord:De versterkingsoperatie bevindt zich op een kruispunt waarbij snelheid enkwaliteit meer in balans met elkaar moet worden gebracht. De verwach-ting uit de geactualiseerde diepteanalyse van 26 maart 2025 is dat hetmerendeel van de versterkingsopgave voor eind 2028 is afgerond, en datde gehele operatie wordt afgerond tussen 2030 en 2032 (Kamerstuk33 529, nr. 1282). Gezien de complexiteit van- en risico’s binnen deversterkingsoperatie is sturing op een jaartal niet realistisch en ook nietwenselijk, daarom wordt gestuurd op bandbreedte. Om transparant en zorealistisch mogelijk te zijn, blijft de Staatssecretaris van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties de verwachting jaarlijks actualiseren eninformeert uw Kamer hierover.15Hoe ver loopt de versterking achter op de plannen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 146 Antwoord:zie vraag 14.16Waaruit bestaan concreet de voorbereidende werkzaamheden die op ditmoment worden uitgevoerd voor de verzelfstandiging van de Afdelingbestuursrechtspraak van de Raad van State? Welke producten/voorstellenverwacht u daarvoor in 2026 op te leveren?Antwoord:Op dit moment houden de voorbereidende werkzaamheden in dat hetkabinet werkt aan een brief over het in het regeerprogramma aangekon-digde voornemen van verzelfstandiging van de Afdeling bestuursrecht-spraak van de Raad van State. Het kabinet streeft ernaar de Tweede enEerste Kamer deze brief voor het einde van dit jaar te doen toekomen.17In hoeverre zijn het beleid en de techniek voor het opslaan van chatsinmiddels bij het ministerie en Rijksbreed in werking? Worden inmiddelsberichten, die onder de Wet open overheid (Woo) vallen, uit alle gebruiktechatapplicaties volledig opgeslagen?Antwoord:De rijksbrede beleidslijn Archiveren Chatberichten voor de Rijksdienst is inseptember 2025 vastgesteld. De beleidslijn voor chat op mobielemiddelen zal in werking treden als de daarbij behorende chatvoorzieningrijksbreed beschikbaar komt.Volgens de planning sluiten de eerste drie departementen voor medio2026 aan op deze chatvoorziening, waarna de overige departementengedurende 2026 zullen volgen.Tot dat moment blijft de tijdelijke chatinstructie voor bewindspersonenvan kracht. Ministeries stellen daartoe de zakelijke chatberichten vanbewindspersonen nu structureel veilig via een semi-automatischewerkwijze. De werking wordt getoetst door de Inspectie Overheidsinfor-matie en Erfgoed.18Welke werkzaamheden worden concreet nog uitgevoerd om uitvoering tegeven aan de opdrachten van de Kamer, nu u heeft aangegeven besluit-vorming over een lobbyregister aan een volgend missionair kabinet telaten? Vinden er ambtelijke voorbereidingen plaats, zodat besluitvormingzo spoedig mogelijk door een volgend kabinet kan plaatsvinden? Heeft uGroup of States against Corruption (GRECO) geïnformeerd dat u debesluitvorming op dat punt stil heeft gelegd?Antwoord:In de afgelopen periode is ambtelijk informatie ingewonnen bij landen dieeen lobbyregister hebben, zoals Ierland, Duitsland, het VerenigdKoninkrijk, Frankrijk en Finland. Ook is nagegaan hoe het transparantiere-gister binnen de Europese Unie werkt. Daarnaast zijn, zoals u bekend,denksessies met belanghebbenden gehouden over mogelijke eisen aaneen lobbyregister, en heeft prof. Braun twee onderzoeksrapporten1uitgebracht die op dit onderwerp betrekking hebben. Op basis van al dezeinformatie, en met inachtneming van de moties die de Tweede Kamer1Kamerstukken II 2024/25, 28 844, nr. 282; Kamerstukken II 2022/23, 36 101, nr. 16.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 147 over een lobbyregister2 heeft aangenomen, worden ambtelijk thanskeuzes en varianten voorbereid, mocht de volgende Minister van BZKwillen overgaan tot aanvullende maatregelen, zoals een lobbyregister.Wat betreft het informeren van GRECO is in het meest recente GRECO-rapport vastgesteld dat Nederland GRECO uiterlijk 31 maart 2026 dient teinformeren over de voortgang bij de uitvoering van de openstaandeaanbevelingen. GRECO zal hierbij ook geïnformeerd worden over deuitvoering van aanbeveling aangaande lobbyen.19Kunt u aangeven hoe de bedragen in de verschillende jaren zijnopgebouwd, gelet op het feit dat de subsidie van Prodemos de komendejaren fors terugloopt? Kunt u aangeven welke gesprekken gevoerdworden over de keuzes die daarbij gemaakt moeten worden?Antwoord:In de bedragen van 2024 en 2025 zijn, door amendementen vanuit deTweede Kamer, aanvullende subsidies meegenomen. Bij de begrotingsbe-handeling 2024 is met het amendement Sneller incidenteel € 1 mln. extravrijgemaakt voor ProDemos om democratisch burgerschap voor jongerenin de regio te bevorderen. Bij de begrotingsbehandeling 2025 is opnieuween amendement ingediend door lid Sneller (D66) en Buijsse (VVD) voorhet continueren van de middelen voor de inzet in de regio (€ 1 mln.incidenteel).De meerjarige reeks loopt terug vanwege de subsidietaakstelling uit hetHoofdlijnenakkoord vanaf 2027. In gesprek tussen BZK en ProDemoswordt toegewerkt naar een nieuwe subsidieregeling die vanaf 1 januari2027 ingaat. Hierin worden nieuwe afspraken over de (hoogte van) desubsidie vastgelegd.20Kunt u toelichten waar de forse stijging van de kosten onder de post«Weerbaar Bestuur» vandaan komt?Antwoord:De post «Weerbaar Bestuur» vertoont een oplopende reeks doorverkregen middelen uit de enveloppe goed bestuur en sterke rechtsstaatvan het Hoofdlijnenakkoord (kamerbrief TK 2024–2025, 33 047, nr. 41).Hiermee wordt de samenwerking met externe partners verder versterkt.De inzet van middelen in 2026 richt zich onder andere op het verhogenvan de veiligheid van volksvertegenwoordigers en vergaderzalen en deverhoging van de bijdrage aan beroeps- en belangenverenigingen vanpolitieke ambtsdragers per 1 januari 2026.21Hoe worden deze middelen met betrekking tot subsidie decentralepolitieke partijen besteed indien ze niet op grond van de Wet op depolitieke partijen (Wpp) kunnen worden ingezet? Worden ze dan wel aanhetzelfde doel en in hetzelfde jaar ingezet op grond van de ontwerpbe-groting? Of vindt dan geen besteding plaats in 2026?Antwoord:Het subsidiëren van decentrale politieke partijen op grond van de Wet opde politieke partijen (Wpp) is pas mogelijk nadat de wet in werking isgetreden. De beschikbare middelen in 2026 worden ingezet voor hetversterken van decentrale politieke partijen in aanloop naar de gemeente-2Kamerstukken II 2024/25, 28 844, nr. 293; Kamerstukken II 2020/21, 35 896, nr. 18; Kamer-stukken II 2021/22, 35 788, nr. 143.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 148 raadsverkiezingen van 2026. Dit doen we bijvoorbeeld door de onder-steuning van het Kennispunt lokale politieke partijen uit te breiden.Hiermee worden de middelen alsnog voor hetzelfde doel ingezet.22Kunt u concreet aangeven welke opdrachten en werkzaamheden (peropdracht met bedrag omschreven) Rijksdienst voor OndernemendNederland (RVO) voor het Ministerie van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties uitvoert? Voor welk deel is dat al juridisch verplicht?Antwoord:Op artikel 6 voert de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland devolgende opdrachten uit. Deze opdrachten komen voort uit de juridischeverplichting van de dienstenwet, die jaarlijks verstrekt worden:•E-herkenning € 0,6 mln.•Digitaal ondernemersplein € 3,8 mln.•Digipoort: Kenniscentrum e-procurement € 2,7 mln.•Berichtenbox voor Bedrijven € 3,3 mln.Al deze opdrachten zijn volledig juridisch verplicht.23Kunt u concreet aangeven hoe dit half miljoen gaat worden ingezet? Hoegaat dit bijdragen aan een beter resultaat dan de afgelopen jaren isgerealiseerd? Kunt u garanderen dat voor dit budget (onder «breeduitdragen») geen communicatiemedewerkers, -bureaus of voorlichtersanderszins zullen worden aangesteld?Antwoord:Het bedrag wordt ingezet voor projecten waarmee de structurelesamenwerking tussen regio’s en rijksdiensten wordt uitgebouwd. Naasthet completeren van het dashboard dat inzicht biedt in waar eenrijksdienst met een nieuwe huisvestingsvraag kan worden gehuisvest(waarbij nadrukkelijk wordt gekeken naar locaties buiten de Randstad),wordt verder gewerkt aan een blauwdruk voor regionale samenwerkingtussen rijksdiensten, regionale partners en onderwijsinstellingen en eeninstrument dat inzicht biedt in functies en doorgroeimogelijkheden binnenrijksdiensten in een specifieke regio. Deze projecten ondersteunenMinisters bij de zoektocht naar een betere spreiding van hun organisaties.Zo krijgen de ambities van het kabinet steeds meer vorm. De hoofdmootvan de middelen zal worden besteed aan het ontwikkelen van praktische,toepasbare instrumenten die rijksdiensten als hulpmiddel dienen voorregionale samenwerking. Voor een optimale effectiviteit zal een klein deelvan de middelen worden ingezet voor communicatieadviezen enorganisatiekosten. Van het budget worden geen communicatiemede-werkers of anderszins aangesteld.24Klopt het dat het ministerie ook de komende jaren niet verwacht tevoldoen aan de Roemernorm (tabel 25)?Antwoord:Om de komende jaren de externe inhuur bij BZK en VRO substantieelterug te brengen, is de aanpak Grip op inhuur uitgewerkt. Hiervoor maaktiedere DG en iedere organisatie een eigen plan om de inzet van externenstapsgewijs (in absolute en relatieve omvang) af te bouwen. Daarbij is erruimte voor differentiatie per organisatie(onderdeel), zodat rekening kanworden gehouden met specifieke expertise en (bijzondere) omstandig-heden. Voor BZK en VRO in totaal is het niet aannemelijk dat het op kortetermijn (één tot twee jaar) lukt om onder de Roemernorm van 10% uit tekomen. Dit hangt samen met de relatief hoge inhuur bij enkele onderdelenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 149 die IT-intensief zijn, alsmede de hieronder geschetste specifieke contextvan de tijdelijke organisatie Nationaal Coördinator Groningen (verder:NCG). Wel wordt de externe inhuur in de komende jaren (drie tot vier jaar)voor BZK en VRO in totaal stapsgewijs steeds verder teruggebrachtrichting de Roemernorm.Het budget van externe inhuur in tabel 25 wordt mede bepaald door deomvang van de externe inhuur door NCG, die na de departementaleherschikking van Herstel Groningen in 2025 aan de begroting van BZK istoegevoegd. NCG opereert echter in een unieke context: een tijdelijkeopgave met directe impact voor bewoners en sterk verweven metpolitieke besluitvorming op lokaal, regionaal en nationaal niveau. Daarbijstaat de opvolging van de parlementaire enquête (het ereherstel) en decontinuïteit richting bewoners voorop. Externe inzet is hierin noodzakelijk,zowel vanwege de behoefte aan specifieke kennis als om de benodigdeflexibiliteit te kunnen waarborgen. Capaciteitswisselingen of hiaten rakendirect het vertrouwen en de voortgang van de versterkingsopgave. Ditbetekent uiteraard niet dat NCG geen aandacht heeft voor de omvang vanexterne inhuur en deze naar beneden zal brengen waar de situatie hettoelaat.25Kunt u een concreet overzicht, graag in een tabel waarbij aangegeven opwelke organisaties of organisatieonderdelen deze bezuiniging neerslaat,en per organisatieonderdeel hoeveel externe inhuur teruggedrongenwordt, hoeveel fte verdwijnen en welk type functies het daar betreft,geven van de uitwerking van de 22 procent bezuiniging op apparaats-lasten?Antwoord:De budgettaire taakstelling apparaat uit het Hoofdlijnenakkoord 2024–2028bedraagt voor BZK (exclusief de begroting van Koninkrijksrelaties) en VROstructureel € 121 mln. De beantwoording van deze vraag richt zich zowelop het apparaat van BZK als VRO omdat de taakstelling financieel isverwerkt op het centraal apparaat artikel van de begroting van BZK. Vanaf2026 wordt alleen het beleidsdeel van de apparaatskosten op de begrotingvan het Ministerie van VRO verantwoord. Zoals in de eerste suppletoirebegroting 2025 is toegelicht valt de invulling van de taakstelling voorBZK/VRO uiteen in drie delen: invulling door de beleidskern en staf vanBZK en VRO (fte-reductie) van € 23 mln. structureel, besparingen op(beleids)budgetten van BZK en VRO van € 41 mln. structureel endaarnaast besparingen op de bedrijfsvoering uitgevoerd door de SharedService Organisaties (€ 57 mln. structureel). Aanvullend hierop wordtingezet op het terugdringen van externe inhuur. Voor de BZK en VROorganisatie is de aanpak Grip op inhuur uitgewerkt waarmee de externeinhuur de komende jaren substantieel zal worden teruggebracht richtingde Roemernorm, met ruimte voor differentiatie per organisatie(on-derdeel).Het (netto) effect van de taakstelling op de omvang van het ambtelijkapparaat is niet goed te voorspellen. Naast de taakstelling hebben anderein- en extensiveringen daar ook invloed op. Bijvoorbeeld de extramiddelen voor aanpak woningnood en de vermindering externe inhuurmet mogelijk verambtelijking tot gevolg. Hier is ook melding van gemaaktin mijn brief over de uitvoering van de taakstelling Rijksoverheid van3 oktober 2025 (Kamerstukken II 2025/26, 31 490, nr. 391),.De taakstelling kent een oplopend karakter en het jaar 2025 is incidenteelalternatief gedekt (grotendeels uit loon- en prijsbijstelling), zodat er tijd isom de invulling van de taakstelling vanaf 2026 goed voor te bereiden. OpTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 1410 dit moment vindt de vertaalslag plaats van de budgettaire invulling van€ 23 mln. fte-reductie naar de impact op de organisatie vanaf 2026. Overde uitwerking van de taakstelling met fte-reductie vindt zorgvuldigafstemming plaats met alle relevante betrokkenen. Op totaalniveaukunnen we aangeven dat het bedrag van € 23 mln. ongeveer 175 ftereductie bij BZK en VRO zou betekenen als met schaal 12 wordt gerekend.De organisatieonderdelen kunnen dit opvangen met natuurlijk verloop.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 1411

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 5c4f966c9691f1e0

14 okt 2026 · 243e66a7c68db60a

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.