KamerkringInloggen
← Onderzoeken

document · 12 okt 2026 · Tweede Kamer

Kennisgeving bij- en nascholing Medisch Specialistische Zorg (MSZ)

Brontekst

Geachte voorzitter, Werkgevers in de zorg zijn verantwoordelijk voor gekwalificeerd personeel. Opleiding en scholing worden hoofdzakelijk gefinancierd uit de eigen middelen: de middelen die zorgaanbieders ontvangen van de zorginkopers. Enkele (medische) vervolgopleidingen worden bekostigd met een beschikbaarheidbijdrage. Naast deze financiering, heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) ook middelen op de begroting beschikbaar voor opleiding en scholing. Hieronder valt € 247,2 miljoen structureel voor bij- en nascholing in de Medisch Specialistische Zorg (MSZ). In het Aanvullend Zorg en Welzijn akkoord (AZWA) hebben de partijen afgesproken om deze middelen structureel te borgen per 2027. In de ontwerpbegroting is opgenomen dat deze middelen per 2027 overgeheveld worden naar het premiekader MSZ. In deze brief informeer ik uw Kamer, conform de Comptabiliteitswet, over nagestreefde doelmatigheid en doeltreffendheid van deze maatregel. Zorgaanbieders zorgen er met een strategisch opleidingsbeleid voor dat personeel continu wordt opgeleid, bij- en nageschoold om zo de steeds complexer wordende zorgvraag goed aan te kunnen. De afgelopen jaren konden ziekenhuizen en klinieken hun strategisch opleidingsbeleid een kwaliteitsimpuls geven met behulp van achtereenvolgens de subsidieregelingen Kwaliteitsimpuls Personeel Ziekenhuiszorg (KiPZ) en Strategisch Opleiden Medisch Specialistische Zorg (SO MSZ). Hoewel de KiPZ positieve effecten had, is de regeling als potentieel matig doeltreffend beoordeeld omdat de regeling grotendeels gebruikt werd voor het onderhouden van reguliere kennis en vaardigheden. Ook werd de regeling als potentieel niet doelmatig beoordeeld vanwege de hoge administratieve lasten die de MSZ-instellingen ervaarden. Per 2025 is de KiPZ vervangen door de SO MSZ. Hiermee bleven de middelen beschikbaar voor de ontwikkeling van het zorgpersoneel in de MSZ. De SO MSZ bracht echter ook hogere uitvoerings- en verantwoordingslasten met zich mee. In december 2025 ontving de Tweede Kamer de periodieke rapportage ‘Arbeidsmarkt en opleidingen zorg en welzijn’ van VWS. Eén van de aanbevelingen uit deze rapportage aan VWS is om alternatieve instrumenten te overwegen naast subsidies om de verantwoordelijkheid van het opleiden, scholen en goed werkgeverschap (deels) bij het veld zelf neer te leggen. In reactie hierop heeft het kabinet aangegeven deze aanbeveling over te nemen en stapsgewijs het instrumentarium voor opleiden en scholen te heroverwegen, te beginnen bij de middelen waar in het AZWA afspraken over zijn gemaakt. Hier vallen de middelen voor bij- en nascholing in de MSZ onder. Samen met de betrokken partijen is het instrumentarium voor deze middelen heroverwogen. Er is in consensus besloten om de SO MSZ niet te verlengen en om de middelen over te hevelen naar het premiekader MSZ per 2027. Met deze overheveling kunnen de MSZ-instellingen de bij- en nascholing van het personeel betrekken in de reguliere contractonderhandelingen met de zorgverzekeraars. Hierdoor wordt reguliere bij- en nascholing een cruciaal onderdeel van de te leveren zorg, in plaats van een aparte losstaande activiteit. Invulling artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet (CW3.1) Op grond van de nieuwe werkwijze met betrekking tot artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet is het met ingang van 1 november 2021 verplicht om beleidsvoorstellen met budgettair beslag van meer dan € 20 miljoen euro per jaar in een kader toe te lichten. In dit geval gaat het om een verschuiving van de VWS-begroting naar de premie gefinancierde zorguitgaven. Voor de middelen voor bij- en nascholing in de MSZ-sector ziet dit kader er als volgt uit: Beleidskeuzes uitgelegdOnderbouwing doeltreffendheid, doelmatigheid en evaluatie (CW 3.1) Doel(en) Bij- en nascholing van het personeel in de MSZ-sector, zodat medewerkers bekwaam blijven om kwalitatieve zorg van de toekomst te blijven bieden. Beleidsinstrument(en) Overheveling van de middelen voor bij- en nascholing naar het premiekader MSZ. Financiële gevolgen voor het Rijk Per 2027 wordt er € 247,2 miljoen structureel overgeheveld van de VWS-begroting naar het premiekader MSZ. Financiële gevolgen voor maatschappelijke sectoren MSZ-instellingen kunnen voortaan geen aanspraak meer maken op de VWS-subsidieregeling voor reguliere bij- en nascholing, maar gaan deze kosten betrekken in de reguliere contractonderhandelingen met zorgverzekeraars. Het premiekader MSZ wordt hiertoe opgehoogd met € 247,2 miljoen. Nagestreefde doeltreffendheid De subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Personeel Ziekenhuizen werd als potentieel matig doeltreffend beoordeeld. Het stopzetten van de subsidieregeling en overheveling van de middelen naar het premiekader is in lijn met de aanbeveling uit de periodieke rapportage arbeidsmarkt- en opleidingenbeleid, om de verantwoordelijkheid voor het opleiden weer meer terug te leggen bij de werkgever. Werkgevers zijn beter dan de overheid op de hoogte van de veranderende behoefte aan vaardigheden van medewerkers en hier ook sneller en gerichter op inspelen. Het toevoegen aan de eigen middelen van de MSZ-instellingen, zal de doeltreffendheid naar verwachting verhogen. Nagestreefde doelmatigheid De subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Personeel Ziekenhuizen werd als potentieel niet doelmatig beoordeeld. Dit houdt verband met de hoge administratieve lasten die MSZ-instellingen ervaarden. Met het toevoegen van de middelen aan de eigen middelen van de sector, hoeven de MSZ-instellingen niet meer te voldoen aan de verantwoordingseisen die verbonden zijn aan subsidieregelingen. Dit zal de doelmatigheid naar verwachting verhogen. Evaluatieparagraaf Deze maatregel betreft de uitvoering van een afspraak uit het AZWA. Partijen hebben in het AZWA afgesproken om de ingezette maatregelen te evalueren en verbeteren. Met de overheveling naar het premiekader wordt echter beoogd om bij- en nascholing niet meer als losstaand element te beschouwen maar als onderdeel/voorwaarde van de zorgprestatie. Een andere doelstelling van de overheveling is de vermindering van de administratieve last. Als gevolg hiervan, is het voor het ministerie van VWS niet meer mogelijk om deze middelen te blijven volgen. Bij- en nascholing zal door de individuele ziekenhuizen en klinieken worden gemonitord onder verantwoordelijkheid van de koepels NVZ, UMCNL en ZKN. Hoogachtend, de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, Mirjam Sterk

Versie f7f1c3ba-8cca-4d4a-9f98-afa65bcf25f9 · Officiële bron.

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.