KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 4 februari 2026, over Verkeersveiligheid

12 mrt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie a5eb671ecd8b59aa · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 398Maatregelen verkeersveiligheidNr. 1202 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 12 maart 2026 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat en de vastecommissie voor Justitie en Veiligheid hebben op 4 februari 2026 overleggevoerd met de heer Van Oosten, Minister van Justitie en Veiligheid, ende heer Tieman, Minister van Infrastructuur en Waterstaat, over:–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.28 mei 2025 inzake beleidsdoorlichting HXII artikel 14 Wegenen Verkeersveiligheid 2016–2022 (Kamerstuk 32 861, nr. 88);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.27 oktober 2025 inzake CBR-rapportage examenafname derdekwartaal 2025 (Kamerstuk 29 398, nr. 1190);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.15 oktober 2025 inzake modernisering wegenverkeersregelge-ving (Kamerstuk 29 398, nr. 1189);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.13 oktober 2025 inzake verschillen tussen elektrische fietsenen auto’s met interpretatie van de Machinerichtlijn (Kamerstuk29 398, nr. 1187);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.8 oktober 2025 inzake beantwoording vragen commissie overde beleidsdoorlichting HXII artikel 14 Wegen en Verkeersveilig-heid 2016–2022 (Kamerstuk 32 861, nr. 88 ) (Kamerstuk32 861, nr. 89);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.4 december 2025 inzake stand van zaken van de verkeersvei-ligheid najaar 2025 (Kamerstuk 29 398, nr. 1192);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.9 december 2025 inzake verkeersveiligheidsaanpak elektri-sche fietsen en lichte elektrische voertuigen december 2025(Kamerstuk 29 398, nr. 1193);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.9 december 2025 inzake het ZonMw-programma Fietsveilig-heid Voorop (Kamerstuk 29 398, nr. 1194);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.10 december 2025 inzake nieuw beleid gehandicaptenvoertui-gen (Kamerstuk 29 398, nr. 1195); kst-29398-1202ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12021 –de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.13 oktober 2025 inzake weergave goedkeuringsproces en-criteria van toegelaten e-step en mogelijkheden voor eenmoratorium op het toelaten van nieuwe typen e-steps (Kamer-stuk 29 398, nr. 1188);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.14 januari 2026 inzake voortgang Digitaal Stelsel Mobiliteits-data en Europese wetgeving (Kamerstuk 31 305, nr. 529);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.18 december 2025 inzake samenwerkingsafspraken markttoe-zicht en handhaving fatbikes (Kamerstuk 29 398, nr. 1197);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.15 december 2025 inzake reactie op de motie van de ledenHeutink en Vedder over inzetten op een vorm van toetsing opkennis van de Nederlandse verkeersregels in de rijbewijsrege-ling voor expats (Kamerstuk 29 398, nr. 1117) (Kamerstuk29 398, nr. 1196);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.20 januari 2026 inzake CBR-rapportage examenafname vierdekwartaal 2025 (Kamerstuk 29 398, nr. 1198);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.27 januari 2026 inzake resultaten onderzoek leeftijdsgebondenhelmplicht (herdruk) (Kamerstuk 29 398, nr. 1199).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur enWaterstaat,Peter de GrootDe fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Justitie enVeiligheid,EllianDe griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat,SchukkinkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12022 Voorzitter: Peter de GrootGriffier: MeedendorpAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: El Abassi, Van Asten, VanDuijvenvoorde, Goudzwaard, Peter de Groot, De Hoop, Jumelet en Stoffer,en de heer Van Oosten, Minister van Justitie en Veiligheid, en de heerTieman, Minister van Infrastructuur en Waterstaat.Aanvang 16.11 uur.De voorzitter:Dames en heren, een hele goede middag. Welkom bij dit commissiedebatover verkeersveiligheid. Ik wil allereerst mijn dank uitspreken aan demensen op de publieke tribune, maar ook aan de beide Ministers en deambtelijke ondersteuning voor hun geduld. Wij hadden als volksvertegen-woordigers nog een klusje te doen. Wij moesten stemmen in de plenairezaal. Dat hebben wij net afgerond en daardoor kunnen wij nu door met ditcommissiedebat. Ik wil iedereen die op de publieke tribune aanwezig ishartelijk welkom heten en uiteraard ook de mensen die dit op afstandvolgen. Een warm welkom aan de beide Ministers en de ambtelijkeondersteuning.We gaan beginnen met de eerste termijn aan de zijde van de Kamer. Despreektijd is vijf minuten. Ik zou willen voorstellen om vier interrupties toete staan. Ik zou graag als eerste het woord willen geven, als hij zover is,aan de heer Stoffer van de SGP. Gaat uw gang.De heer Stoffer (SGP):Dank, voorzitter. De prognoses zien er niet best uit: richting 2040 10%meer verkeersdoden en 20% meer zwaargewonde verkeersslachtoffers.Dit mogen we niet laten gebeuren. De SGP staat voor bescherming vanhet leven, ook op de weg. Het nieuwe coalitieakkoord investeert, voorzover ik het nu kan overzien, niet in verkeersveiligheid. Dat betekent datde Investeringsimpuls Verkeersveiligheid voor gemeenten en provinciesdoodbloedt. De coalitiepartijen doen er mijns inziens goed aan om dit nogeens te heroverwegen. De SWOV benadrukt steeds weer dat investe-ringen in bijvoorbeeld veilige fietsinfrastructuur zich dubbel en dwarsterugbetalen. De Minister zou concrete, meetbare doelstellingen opstellen,gericht op grote verkeersveiligheidsrisico’s, in eerste instantie dit najaar,maar dat is nu medio 2026 geworden. Een jaar duurt lang. Ik zou graag detoezegging willen hebben dat deze doelstellingen voor het meirecesvastgesteld worden.Voorzitter. Bij de recente debatten hebben we gesproken over deN50-projecten. Zojuist is een mooie motie aangenomen, maar het gaatwel over de ietwat langere termijn. Mijn vraag is: kunnen er voor de kortetermijn nog meer matrixborden met een filedetectiesysteem geplaatstworden?Dan de fatbikes. De aanpak van illegale fatbikes moet aangescherptworden. De politie voelt zich geremd door onduidelijkheid in de Wegen-verkeerswet. Het moet glashelder zijn dat e-bikes in geen enkel opzicht demogelijkheid mogen bieden voor trapondersteuning bij een snelheid van25 kilometer per uur of hoger, dus ook niet als optie. Die duidelijkheid is ernu niet. In een fatbikecomputer kunnen een paar standen staan: 25kilometer per uur of harder. Bij een controle kan de fatbike met een drukop de knop naar de legale stand schakelen. Geeft de rollerbank groenlicht, dan heeft een blik in de computer geen zin meer. Ik zou af willen vande discussie en onduidelijkheid over de interpretatie van de wet. Mijnvraag is: gaat de verkeersminister de wet zo aanpassen dat een e-bike deoptie van harder dan 25 kilometer per uur niet alleen niet mag gebruiken,maar sowieso niet mag hebben?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12023 Er worden nog te veel illegale fatbikes aangeboden. Toezichthouders gaansamenwerken, maar hoe wordt de aanpak daadwerkelijk geïntensiveerd?Hoe pakt de Douane zijn rol om illegale Chinese fatbikes al bij binnen-komst op te sporen? De NVWA en de ILT richten zich op de zichtbarereguliere verkoopkanalen, maar de meeste illegale fatbikes wordenverhandeld via onlineplatformen en private handel. Mijn vraag is: hoegaan de bewindslieden ervoor zorgen dat toezichthouders ook dezehandelsstromen aanpakken en de bevoegdheden hiervoor krijgen?Voorzitter. Dan de boa’s. De SGP wil de bevoegdheid voor boa’s om tehandhaven op snelheidsovertredingen in woonwijken. De justitieministerverwees eerder naar de komende herziening van het boa-stelsel. Dat ligtinmiddels op tafel, maar zonder dit voorstel. Mijn vraag is: gaat hetkabinet ervoor zorgen dat boa’s snelheidsovertredingen in woonwijkenkunnen beboeten?De SGP wil ook vaart maken met het alcoholslot. Drankrijders zorgenimmers jaarlijks voor tientallen slachtoffers. Er komt een impactanalyse,maar ik lees dat in de eerste helft van 2026 de verkenning afgerond zalworden met de opmerking dat er op dit moment geen financiële dekkingbeschikbaar is. Laat ik het maar gewoon zeggen: ik vrees voor onnodigevertraging. Mijn vraag is: kunnen de bewindslieden toezeggen dat deverkenning ruim voor de zomer afgerond wordt met het oog op eenfinanciële reservering in de begroting voor 2027?Het aantal alcohol- en drugscontroles moet omhoog. Het is goed dat deMinister in het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie hierop heeftaangedrongen. Mijn motie op dit punt vroeg ook om de Kamer jaarlijks teinformeren over het aantal controles, het aantal gecontroleerde automobi-listen en het aantal staandehoudingen en processen-verbaal. De Ministerheeft de Kamer geïnformeerd over het aantal controles in 2024 en geeftaan dat het aantal afgenomen testen en het aantal staandehoudingen nietstructureel worden geregistreerd. Maar daarmee beschouw ik onze motieniet als afgedaan, zeg ik daarbij. Mijn vraag is: gaat de Minister ons elkjaar, bijvoorbeeld in de begroting, informeren over het aantal controles entesten? Daarbij heb ik de vraag: hoe gaat de Minister ervoor zorgen dathet aantal testen en staandehoudingen beter wordt geregistreerd?Helaas veroorzaken drank- en drugsrijders al dan niet dodelijke verkeers-ongevallen. Mijn vraag hierover is de volgende. Na zo’n ongeval wordthet rijbewijs ingenomen tot de zaak voor de rechter is geweest. Maar alsdat langer dan zes maanden duurt, krijgt de drankrijder zijn rijbewijs weerterug voordat de rechter zich heeft uitgesproken. Dat is onbevredigend.Kan ervoor gezorgd worden dat het rijbewijs ingetrokken blijft tot de zaakbij de rechter is geweest?Zo gemakkelijk als een drankrijder zijn rijbewijs weer terugkrijgt, zomoeilijk is het voor leerlingen met faalangst of autisme om het te halen.Het is goed dat de tussentijdse toets in enkele provincies weer wordtingevoerd. Mijn vraag is: wil de verkeersminister ervoor zorgen dat dezeleerlingen overal weer gebruik kunnen maken van de tussentijdse toets?Juist zij zijn er namelijk enorm mee geholpen.Ik heb ook nog een vraag naar aanleiding van de herziene Rijbewijs-richtlijn. De richtlijn biedt de mogelijkheid om bij zware elektrischebestelbussen met een aanhangwagen te volstaan met een BE-rijbewijs enaanvullende training. Mijn vraag is: wil de Minister dit overnemen in onzeregelgeving, inclusief bijbehorende erkenningsregeling voor dezetraining?Voorzitter. Ik zie dat ik door mijn tijd ben, dus ik stop ermee. Dank u wel.De voorzitter:Dank, meneer Stoffer. Dat heeft u netjes gedaan, zou ik zeggen. U benttwee seconden over uw tijd heen. Dat is heel netjes. Dank voor uwbijdrage. Meneer Van Asten namens D66, gaat uw gang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12024 De heer Van Asten (D66):Zonder klokje ga ik dat ook proberen te doen.Voorzitter. Verkeersveiligheid gaat over mensen, over ouders die ’sochtends hun kind naar school brengen, over fietsers die na hun werkveilig thuis willen komen, en over slachtoffers en nabestaanden voor wieéén moment in het verkeer een leven lang doorwerkt. D66 staat voor eenduidelijke ambitie: nul verkeersslachtoffers. Dat is geen slogan, maar eenopdracht. Die begint bij weten waar het misgaat. Een belangrijke stap inde goede richting betreft de actuele en volledige informatievoorziening;daar had ik tijdens de begrotingsbehandeling ook een debat over met deMinister. Ik zou daar tijdens dit commissiedebat op terugkomen, dus bijdezen.We moeten scherp zien waar het structureel fout gaat, waarom het foutgaat en welke maatregelen het verschil kunnen maken. Het is goed dat deSWOV inzicht biedt in de cijfers van ernstige verkeersongevallen, maar wemoeten eerlijk zijn over wat we niet zien. De cijfers die worden gebruiktzijn gebaseerd op zwaar letsel met een hoge MAIS-indicatie. Dat levert15.959 verkeersgewonden op. Tegelijkertijd belanden per jaar ruim 76.000mensen op de spoedeisende hulp door een verkeersongeval. Dat verschilis geen statistisch detail. Het betekent dat tienduizenden slachtoffersbuiten beeld blijven, terwijl daar juist waardevolle lessen liggen omongevallen te voorkomen: hoe zijn deze mensen op de eerste hulpbeland? Kwam dat door eigen gedrag, door de inrichting of door gedragvan anderen? Inzicht is noodzakelijk om de juiste maatregelen te kunnennemen. Preventie mag geen blinde vlek zijn.Voorzitter. Gegevens van VeiligheidNL, die cruciaal zijn voor inzicht inletsel en andere oorzaken, zijn momenteel niet koppelbaar aan andereverkeersveiligheidsdata. Dat heeft te maken met de Wet op de genees-kundige behandelingsovereenkomst, waarin preventie niet expliciet isbenoemd. Mijn vraag is: is de Minister bereid te onderzoeken hoe dezewet kan worden uitgelegd of aangepast, zodat preventie wél explicietwordt meegenomen?Zonder goede data blijven we achter de feiten aanlopen. Die veilige engoede data moeten we zien te borgen. Ik begrijp dat de financiering vanVeiligheidNL geen structureel onderdeel is, maar het is ook niet de wereld,als we kijken naar de bedragen die jaarlijks in de IenW-begroting omgaan.Er is dus geld nodig zodat zij hun werk kunnen voortzetten. Ik zou graaghoren dat dit echt gaat plaatsvinden en dat er geen gat in de data ontstaat,want zonder data kunnen we echt niet sturen.Voorzitter. Collega Stoffer heeft het net gehad over de bevoegdheden vande boa’s. Kortheidshalve sluit ik mij daarbij aan.Ik wil aandacht vragen voor wat de Hersenstichting voor de commissieheeft toegelicht, namelijk vermoeidheid in het verkeer. Dat is een steedsgroter wordend probleem, terwijl er steeds minder aandacht voor is.Wegglijden achter het stuur na een drukke dag kan tot groot gevaarleiden. Mijn vraag is: worden hier momenteel extra campagnes voorgevoerd of staan die op de planning en is er ruimte om dit weer op tepakken?Tot slot wil ik het hebben over fietsstraten. De SWOV heeft enkele zeerlezenswaardige onderzoeken uitgevoerd sinds 2021. Elke keer wordt hetonderzoek verder doorgezet. Ook in 2025 is er onderzoek gedaan, maar deuitkomst daarvan is nog niet bekend. Alle onderzoeken ten spijt is demeest simpele maatregel voor de veiligheid van de meest kwetsbarecategorie weggebruikers, de fietser, nog niet aangepast: een simpelinhaalverbod voor automobilisten op fietsstraten. Dat is bij onze zuider-buren jaren geleden al ingevoerd. Is de Minister hier in de afgelopen jareneigenlijk ook mee aan de slag gegaan? Indien dat het geval is, wanneerkunnen we daar dan informatie over verwachten? Als dat niet het geval is,ben ik eigenlijk ook benieuwd waarom niet. Ik zal dan aan de opvolger vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12025 de Minister vragen om het zo snel mogelijk door te zetten. Hiermee besluitik het gedeelte over data en de fietsstraten.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer De Hoop namensGroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik heb een vraag aan de heer Van Asten over de fatbike. Ik zag dat denieuwe coalitie op pagina 61 bijna een volledige pagina heeft gewijd aande fatbike en aan hoe zij dat voor zich zien. Ik vond het toch wel enigszinsopmerkelijk dat deze coalitie nu toch vasthoudt aan een aparte categorie,terwijl de hele Kamer daar destijds een best stevige rol in heeft gehad. Hetministerie heeft ook vaak gezegd dat dat gewoon niet lukt. Toch is er ditjaar eigenlijk best wel een stevige aanpak wat betreft handhaving. Mijnfractie is daar wel blij mee. Deze coalitie kiest er nu toch voor om defatbike in een aparte categorie te plaatsen en daarmee niet helemaal doorte gaan op de lijn van het huidige kabinet. Kan de heer Van Asten dat nogwat meer toelichten? Hoe denkt hij dat die aparte categorie wel kan? Enwat voegt dat toe aan wat het kabinet op dit moment doet?De heer Van Asten (D66):Was het maar een hele pagina, dan hadden we daar wellicht meer overgeweten. Dat is natuurlijk een kleine overdrijving van de heer De Hoop,denk ik. Volgens mij moet je het ene doen en het andere niet laten. Iknoem een goede controle op de import van illegale voertuigen en decontrole op straat door de politie en wellicht door de boa’s. Ook kunnenwe tegelijkertijd kijken of deze categorie niet structureel kan wordenaangepast met maatregelen. Daar zijn wellicht wel verschillende oplos-singen voor te bedenken.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Het is in ieder geval helder hoe D66 daarin staat. Ik hoop dat we deproblematiek met de fatbike oplossen en dat we tegelijkertijd niet ook eennieuw probleem creëren, namelijk het probleem van de e-steps. Daarwilde ik nu naartoe. Mijn fractie maakt zich grote zorgen over hoe diee-steps toch vrij makkelijk toegelaten worden op de weg in Nederland. Isdat niet iets waarvan ook D66 zegt dat de toegang van die e-steps op onzewegen meer moet worden tegenhouden om de verkeersveiligheid op ordete houden? Ik kan me toch voorstellen dat de heer Van Asten, zeker metzijn ervaring in grote steden als Den Haag, daar ook wel zorgen over heeft.De heer Van Asten (D66):De heer De Hoop raakt voor mij als oud-mobiliteitswethouder van degemeente Den Haag gelijk een gevoelig plekje. In die rol was ik, en hetcollege en de raad met mij, nooit voorstander van de e-steps, niet in eendeelcategorie of anderszins, en van de onveiligheid die dat met zichmeebrengt. Ik zou daar geen voorstander van zijn. Ik begrijp dat er nu ééntype e-step daadwerkelijk geregistreerd is. Ik denk dat het bij degemeentes ligt om te bepalen of daar wel of niet een deelsysteem voorkomt. Ik wil daar zeker dieper op ingaan als we het LEV-kader bespreken,zeker ook wat betreft de veiligheid.De heer Stoffer (SGP):Ik spreek de heer Van Asten ook even aan als oud-wethouder. Ik bendeeltijdinwoner van Den Haag. Ik zie dat er de afgelopen jaren veel isgeïnvesteerd in de infrastructuur in Den Haag. Als ik nu kijk naar hetcoalitieakkoord, dan denk ik dat dat op landelijk niveau misschien ietsmeer had kunnen zijn. Daar kom ik nog over te spreken, want we hebbenhet nu specifiek over verkeersveiligheid. Ik maakte net in mijn eigenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12026 bijdrage de opmerking dat de investeringsimpuls in verkeersveiligheidvoor gemeentes en provincies doodbloedt, als ik dit coalitieakkoord zolees. Ik heb daar een paar vragen over. Een: is dat ook de inschatting vande heer Van Asten? Twee: doet hem dat pijn als voormalig wethouder,omdat hij dit natuurlijk ook in zijn portefeuille had en hij zich daar toenook mee bezig heeft gehouden? Drie. Als mijn waarnemingen kloppen,zouden we dan de komende periode met elkaar eens kunnen kijken of wehier toch iets aan zouden kunnen doen?De voorzitter:Ik zou bijna willen zeggen dat de heer Stoffer een Grinwisje doet. Dit zijnmeerdere interrupties in één interrupties. Kijk eens aan, ik mag ’m van deheer Stoffer voor twee tellen. Dat is toch een mooi aanbod. Ik zou dat ookgraag willen doen. De heer Van Asten, gaat uw gang.De heer Van Asten (D66):Ik ga het even samenvatten, denk ik. Als wethouder Mobiliteit was ik zekerzeer begaan met de verkeersveiligheid in de hofstad en ver daarbuiten. Ikheb ook gezien wat deze impuls kan doen, zeker ook met de middelen diede gemeente daar zelf natuurlijk voor bijlegt. Hoe meer je daarininvesteert, hoe eerder je bij nul verkeersslachtoffers zou komen, denk ik. Ikheb ook gezien dat dat nu niet in de plaat is meegenomen. Toch denk ikdat we op weg naar een begroting wellicht nog wel ruimte kunnen vindenvoor de verkeersveiligheid, dat zo scherp genoemd staat in dit akkoord.Dat vraag uiteindelijk ook om het maken van keuzes: welke projecten in deIenW-begroting laat je wel doorgaan en welke niet? Ik heb net bij destemmingen in de grote zaal gezien dat we vrij snel geld heen en weerschuiven als het gaat om grote projecten. Wellicht is er ook nog eenmogelijkheid om dit luttele bedrag daar te vinden.De voorzitter:Afdoende zo? Dan gaan we naar de heer Goudzwaard voor zijn inbrengnamens JA21. Gaat uw gang.De heer Goudzwaard (JA21):Dank u wel, voorzitter. Wij spreken vandaag over een onderwerp dat onsallemaal aan het hart gaat, namelijk de veiligheid van de vele verkeers-deelnemers in ons drukke land.Hoewel het aantal verkeersdoden licht is gedaald in 2024, staat deverkeersveiligheid structureel onder druk; de heer Stoffer refereerde daarnet ook al aan. Het aantal verkeersgewonden is opnieuw gestegen, van7.400 naar 7.800. Die stijging zet al twintig jaar door, met name onderfietsers. Recente prognoses van de SWOV laten zien dat deze aantallenzonder ingrijpen verder zullen oplopen. Die maatschappelijke schadebedraagt inmiddels tussen de 25 en 30 miljard per jaar. Dat zijn bizarreaantallen qua geld, maar los daarvan heeft het zeer ingrijpende menselijkegevolgen.Mijn kinderen worden vaak horendol van mij, want iedere keer dat ze inhet weekend met hun fietsjes op pad gaan, met hun voetbal in de rugtas,druk ik hen op het hart voorzichtig te zijn. «Kijk goed uit, wees je bewustvan je omgeving en let goed op bij het oversteken. Wees extra alert opfatbikes en elektrische fietsen.» Want in tegenstelling tot bussen, scootersen auto’s maken deze fietsen nauwelijks geluid, zijn ze wel snel en kunnenze met een verkeerde stuurbeweging een kwetsbare verkeersdeelnemervoor het leven tekenen.Voorzitter. Er is volgens mij echt een dringende behoefte om vanuit depolitiek stevig bij te sturen op het zogeheten fatbikedossier, wantminstens 19% van de fietsslachtoffers reed op een elektrische fiets. Heelvaak gaat het dan ook om ernstig letsel, zoals hersenletsel of botbreuken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12027 Uit cijfers blijkt ook dat ongevallen met fatbikes relatief vaker tot ernstigletsel leiden dan ongevallen met gewone fietsen.Tot slot hierover. We kunnen het allemaal zien aankomen: alcoholgebruikin combinatie met hogere snelheden door het gebruik van e-bikes zal hetaantal ongevallen tot 2030 naar verwachting met 40% laten toenemen,aldus ons Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid. Een vraag aan deMinister: is hij bereid om gemeenten te stimuleren om bij evenementver-gunningen echt expliciet aandacht te vragen voor het organiseren vanalternatief vervoer, zoals busdiensten of aangewezen taxizones, omalcoholgebruik en gevaarlijk fietsverkeer te verminderen? Is de Ministervan mening dat er dan nog meer stappen moeten worden gezet dan destappen die ik net schetste?Voorzitter. Mijn partij gelooft niet in draconische maatregelen zoals eengeneriek verbod op fatbikes, want in Nederland zijn er bedrijven aanwezigdie actief op een veilige manier technisch hoogwaardige fatbikesproduceren. Het probleem zit ’m niet bij die legale aanbieders, maarvooral bij die illegale opgevoerde modellen. De ILT, de NVWA en deDouane beschikken immers over een duidelijke wettelijke bevoegdheidmiddels de Europese Machinerichtlijn. Maar vorig jaar zijn er nul sanctiesopgelegd, terwijl je illegale fatbikes kinderlijk eenvoudig online kuntbestellen. Daarom is het goed om te lezen dat het ministerie echt explicietsteun uitspreekt voor het keurmerk van elektrische fietsen.Maar ja, zonder handhaving is dat natuurlijk niets meer dan een wassenneus. Daarom twee vragen. Kan de Minister concreet aangeven welketoezicht- en handhavingsmaatregelen worden ingezet tegenniet-conforme e-bikes? Hoe wordt gewaarborgd dat het keurmerkdaadwerkelijk effect heeft op het aanbod binnen de markt? Welke concreteacties zou de Minister binnen afzienbare tijd kunnen nemen om deinstroom van illegale fatbikes via onlineplatforms aantoonbaar terug tedringen, vooral kijkende naar de rollen van de ILT, de NVWA en deDouane?Voorzitter. JA21 juicht campagnes zoals «’t Kan hard gaan» of «Veilig opWeg! Blijf uit de dode hoek» toe. Want grote winst valt te behalen op hetgebied van bewustwording en gedragsverandering vanuit onzemaatschappij, van binnenuit. We geloven in gerichte preventie, en datwerkt. Alleen door samen verantwoordelijkheid te nemen, maken we hetverkeer echt veiliger. Een vraag aan de Minister: hoe kijkt hij eigenlijk aantegen het blijvend en structureel opnemen van verkeerseducatie in hetverkeersveiligheidsbeleid in het licht van de steeds meer toenemendedrukte, de complexiteit van het verkeer en het belang van preventiedaarbij? Is de educatie-infrastructuur die we hebben in ons land, hetbudget en de samenwerking tussen stakeholders optimaal te noemen?Dan tot slot. Het Ministerie van IenW is al jaren onverzettelijk in zijnvoornemen om de huidige markt voor tankstations langs rijkswegen op teknippen. Het ministerie stelt de verkeersveiligheid te willen bevorderen enkruisend verkeer tegen te willen gaan. Dat klinkt heel goed, maar deplannen die er nu liggen, bereiken het tegenovergestelde. De hoogstmogelijke verkeersveiligheid wordt namelijk juist bereikt wanneer eenverzorgingsplaats overzichtelijk is ingericht en voorzieningen op één plekzijn geconcentreerd. De heer Heutink heeft hiertoe in mei vorig jaar alopgeroepen in een motie. Mijn partij steunt dit initiatief van harte, nietalleen vanwege de verkeersveiligheid maar ook omdat dit een voorbeeldis van doorgeslagen ambtenarenbeleid dat aan de Haagse tekentafel isbedacht en dat geen enkele aansluiting heeft bij de realiteit waarinfamiliebedrijven dagelijks moeten opereren.Tot zover, voorzitter. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Dan is nu het woord aan de heer De Hoopnamens GroenLinks-Partij van de Arbeid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12028 De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Mijn voorgangers zeiden het terecht al: de verkeersvei-ligheid staat gewoon enorm onder druk, en zeker die van de meestkwetsbare deelnemers aan het verkeer, en dat zijn nog altijd fietsers envoetgangers. Dat moet echt anders. We zien namelijk dat er de afgelopenjaren ondanks het doel van nul verkeersdoden een verslechtering heeftplaatsgevonden. We zien in de cijfers ook dat er steeds meer ouderenbetrokken zijn bij verkeersongevallen. Het is natuurlijk fantastisch datouderen steeds vitaler worden, maar dat brengt ook verkeersrisico’s metzich mee. Ze zijn natuurlijk ook extra kwetsbaar. Het is belangrijk om inbeeld te brengen hoe we ouderen beter kunnen beschermen, maar wezien helaas dat ook onder jongeren het letsel echt toeneemt. De SWOVverwacht nog steeds 740 doden in 2040, en dat is gewoon tegen alleafspraken in. We weten wat de oorzaken zijn, maar het budget voormaatregelen, met name in de infrastructuur, blijft nog steeds te veelachter.GroenLinks-Partij van de Arbeid begrijpt niet dat we parallel aan deterechte aanpak van de fatbike toch steeds meer ruimte bieden aane-steps in ons verkeer. We hebben veel debatten gevoerd over bijzonderebromfietsen en de onveiligheid die ze kunnen veroorzaken in het verkeer,maar de Minister laat de e-step toch als product goedkeuren door deRDW. Dat is niet alleen iets vanuit Europa, met het LEV-kader, maar het isvooral ook onze eigen nationale typegoedkeuring. Dat betekent dat wijdaarin ook best veel ruimte hebben om de keuze te maken om dingen niettoe te laten. Bepalingen over de hoogte van het nummerbord en overknipperlichten zullen ongetwijfeld met alle goede bedoelingen zijnopgesteld, net als alle goedkeuringseisen, maar dit is niet direct wat deTweede Kamer zelf ook wilde. Wij willen vooral een verbetering van deverkeersveiligheid. Het toelaten van nieuwe gemotoriseerde stepjes oponze toch al heel drukke wegen is het organiseren van nieuwe frustratievoor verkeersdeelnemers en, nog erger, het organiseren van meer gevaarop de weg, ben ik bang. Mijn fractie heeft tot nu toe geen goede redengehoord waarom die e-steps echt een toevoeging zijn voor verkeersdeel-nemers boven een gewone fiets of een e-fiets. Ik zou denken dat we zo’nproduct niet per se hoeven te faciliteren, zeker niet als er hierdoormogelijk meer verkeersslachtoffers vallen. De brieven en de antwoordenover het moratorium vind ik nog weinig overtuigend op dat punt.Wat wél echt de goede kant opgaat, is de handhaving op fatbikes en ookhet feit dat er nu een helmplicht lijkt te komen. Daarnaast ziet mijn fractiedat het draagvlak daarvoor heel groot is, zelfs onder jongeren. Dehandhaving verloopt stukken beter en daarvoor verdienen beide Ministersgewoon een compliment.Zonder iets af te doen aan de gevaren van de fatbike, is er met dit beleidhopelijk vooral ruimte om de meer fundamentele zaken aan te pakken. Dieliggen wat ons betreft vooral in de infrastructuur. Iets wat ons ook stoort,is dat gehandicaptenvoertuigen, die wat ons betreft echt exclusief zijnvoor wie daartoe veroordeeld is, ook steeds vaker gebruikt worden dooranderen. Ik zag vandaag nog een bericht in De Telegraaf waarin stond datin de steden helaas heel veel gehandicaptenparkeerplekken ingenomenworden door mensen die deze plekken misschien niet nodig hebben. Ikvind het onfatsoenlijk om voorzieningen voor mensen die ze echt nodighebben, te gebruiken en te misbruiken. Hoe kunnen we gemeentenondersteunen om dat te voorkomen? Dat zou ik beide bewindspersonenwillen vragen. En worden ook de gemeenten betrokken bij de impact-analyse van de gehandicaptenvoertuigen, of alleen de fabrikanten?Dan het alcoholslot. We kregen daarover weer een brief, maar we zijnhiermee nog steeds te weinig opgeschoten, vind ik. Ik vind echt dat weautomobilisten die misbruik hebben gemaakt van alcohol en drugs, zosnel mogelijk van de weg moeten halen. En dat vind ik niet eens een straf.Een rijbewijs is een gunst die je moet verdienen, vind ik, en je hebt dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12029 niet verdiend als je zware overtredingen begaat met alcohol en daarmeeongelukken veroorzaakt. Een boete, of de gevangenis, is een straf. Jemoet je gewoon gedragen op de weg. Dan maar geen rijbewijs meer. Datzou wat ons betreft het uitgangspunt moeten zijn. Een alcoholslot is alstegemoetkoming en re-integratie daarmee eigenlijk geen straf, maar eengunst. Dan mag je namelijk weer rijden. Wij vinden dat dat echt moetworden omgezet in wetgeving. Gelukkig zijn de controles opgevoerd. Datkwam wel met 42.000 overtredingen. Dat is echt fors. Ik ben ervanovertuigd dat elke blaastest effectief is, ook als hij negatief uitvalt. Mensenvertellen dat door, en dat draagt bij aan gedragsverandering.Wij zagen dat de Minister opvoersets niet gaat verbieden. Je magnamelijk je brommer of fatbike wel opvoeren, zolang je maar op eenboerenerf blijft. Nu kom ik zelf van een boerenerf en ik ben er toch nietvan overtuigd dat dit over zulke grote getallen gaat. Heeft de Minister vanJustitie onderzocht hoeveel procent van de opvoersetjes op het boerenerfterechtkomen en daar ook blijven? We zitten niet meer in de jaren zestig ofde jaren zeventig, waarin iedereen op het boerenerf een Puchje of anderevormen van brommers heeft. Ik kan me niet voorstellen dat dit zo’nzwaarwegend argument is om het niet te doen. Kan de Minister, ook in hetdebat, toch wat breder ingaan op die afwegingen?Tot slot. Er moet echt meer geïnvesteerd worden in de infrastructuur, envooral in de gevaarlijke rijkswegen. Dat is heel goed, maar juist ook voorde provinciale en gemeentelijke wegen is ondersteuning nodig. Ik hoopdat we daar ook extra inzet kunnen zien.Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, meneer De Hoop. Ik ben nu toch wel benieuwd of u vroegereen opvoersetje had. Daar praten we buiten de vergadering misschiennog even met elkaar over. Dank u wel voor uw inbreng. Het woord is aande heer Jumelet van het CDA.De heer Jumelet (CDA):Dank u wel, voorzitter. In mijn eerste week als Kamerlid werd mijgevraagd wat ik van fatbikes vond. Nou, dan mag je je licht erop latenschijnen. Dat ging in het bijzonder over een fatbike die de desbetreffendejournalist via een Chinese website had aangeschaft. Die was makkelijk inelkaar te zetten, en inderdaad makkelijk op te voeren. Ik weet niet of datmet zo’n opvoersetje was, maar hij was in ieder geval makkelijk op tevoeren. Levensgevaarlijk, heb ik gezegd. We zouden dit niet moetenwillen. Op de vraag wat er met de getoonde illegale fatbike zou moetengebeuren, heb ik geantwoord: in de shredder. Dat heeft het nieuwsitemechter niet gehaald en daarom wil ik het vandaag graag herhalen. Ik komzo meteen nog op die fatbikes terug.Voorzitter. Deelnemen aan het verkeer is deelnemen aan de samenleving.Het draait in het verkeer om veiligheid en om je gedrag. Het draait om hoeje met mensen omgaat: moeten anderen aan de kant voor jouw haast ofplezier, of houd je rekening met anderen? Ik denk dat het goed is om datnog een keer onder de aandacht te brengen.Voorzitter. In 2024 kwamen 675 mensen om het leven in het verkeer. Datwaren er weliswaar iets minder dan in 2023, maar het is veel leed enverdriet. Daarom is het goed om het hier met elkaar over verkeersvei-ligheid te hebben. Er raakten 7.800 mensen ernstig gewond. Dat was meerdan in 2023. Vooral onder fietsers blijft de situatie ernstig: ze vormenzowel de grootste groep verkeersdoden als de grootste groep ernstiggewonden. De stijgende trend in verkeersgewonden zet al twintig jaardoor. Volgens recente prognoses zal dit zonder maatregelen nog verderoplopen. Zoals ook al gezegd is, bedraagt de maatschappelijke schadeinmiddels meer dan 30 miljard per jaar. Wat het CDA betreft is er dus nogsteeds veel te doen aan verkeersveiligheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 120210 Voorzitter. Ik wil een drietal onderwerpen nader uitlichten. In het nieuwecoalitieakkoord staan een aantal regels over de aanpak van alcohol endrugs in het verkeer, waar stevige afspraken over zijn gemaakt. Dat staattrouwens in hetzelfde stukje als waar de fatbike wordt genoemd. Ditkabinet is natuurlijk demissionair, maar dit probleem is niet nieuw. Mijnvraag zou zijn of de Minister kan aangeven welke concrete maatregelen ernu al worden getroffen om de handhaving op drugsgebruik achter hetstuur verder op te schalen.Voorzitter. De pakkans moet vergroot worden. Wij denken dat het vangrote invloed op het gedrag is, want je neemt een groter risico door onderinvloed te rijden. Wil de Minister in kaart brengen welke knelpunten er zijnin capaciteit, middelen, regelgeving en techniek, en welke daarvan opkorte termijn voorbereid of opgelost kunnen worden? Dan kan eenvolgend kabinet direct stappen zetten.Voorzitter. Sinds april 2023 bestaat bij bepaalde overtredingen verplichteeducatie over de gevolgen van middelengebruik in het verkeer. De vraagvan het CDA is: hoe verloopt de uitvoering hiervan? Wanneer volgt deevaluatie? We kunnen er namelijk van leren. Kan de Minister zorgen datdeze tijdig beschikbaar komt? Kan hij ook alvast verkennen op welkepunten deze educatie effectiever of breder inzetbaar kan worden gemaakt?Voorzitter. Dan pak ik nog even terug op iets wat eerder is geweest. In hetcommissiedebat Auto en het tweeminutendebat heeft mijn voorgangerEline Vedder uitgebreid aandacht gevraagd voor de aanpak van illegalestraatraces. Daarbij is een toezegging gedaan. Er zou een brief komenover betere handhaving in afstemming met JenV en daarin zouden ondermeer de bevindingen van TeamAlert, gerichtere inzet van handhavings-middelen, zoals flitspalen en stoplichtingen rond uitvalswegen, enpreventie en voorlichting in de context van car shows worden meege-nomen. Die toezegging was dus niet alleen dat erover gesproken zouworden, maar ging juist over een gerichtere en concretere aanpak van hetprobleem dat zich verplaatst, zich organiseert via sociale media en datgrote risico’s oplevert voor de verkeersveiligheid en omwonenden. Tegendie achtergrond wil ik de Minister van JenV in het bijzonder vragen welkelandelijke regieafspraken er inmiddels zijn gemaakt tussen JenV, hetOpenbaar Ministerie en de politie en hoe wordt voorkomen dat de aanpakvan straatraces een vrijblijvende prioriteit blijft die per regio verschilt. Zijnbeide Ministers bereid om een landelijke hotspotmethodiek af te sprekenvoor straatraces? Wat zijn de effecten daarvan?Voorzitter. Dan inderdaad weer de fatbikes. Er is een breed draagvlak – dathoren we in deze commissie, maar ook in de samenleving – voor eenstevige aanpak van overlast van fatbikes. Je zou kunnen zeggen dat diebal nu bij het nieuwe kabinet ligt, maar ik wil toch nog een paar dingenvragen aan deze Minister. Een van de voordelen van een helmplicht is datveel jongeren helemaal geen helm op willen en dat daardoor het gebruikvan de fatbike misschien wel minder aantrekkelijk wordt. Dit hebben we algezien bij de snorfiets, waarvan het gebruik na de invoering vanhelmplicht in 2023 stevig is afgenomen. We kunnen inderdaad ook weerleren van het verleden. Kan de Minister in kaart brengen hoe dat heleproces is verlopen en welke lessen daarvan geleerd kunnen worden voorde invoering van een helmplicht? Ik denk dan bijvoorbeeld aan hetverplaatsingseffect naar andere voertuigen, maar ook aan inzicht in cijfersover hoe minder gebruik van snorfietsen tot minder ongevallen heeftgeleid en bij welke groepen dit vooral zichtbaar was. Een tweede vraag opdit punt – nuttig richting de nieuwe kabinetsperiode – is denk ik hoe hetproces van strengere handhaving nu verloopt. Ik merk dat ook bij dezeMinister de wil er is om dit op te schalen. Inderdaad ook complimentenaan de hier aanwezige Ministers voor dat er al veel stappen zijn gezet.De voorzitter:Meneer Jumelet, wilt u afronden? U bent ruim over uw tijd heen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 120211 De heer Jumelet (CDA):Ja. De laatste zin, voorzitter.De voorzitter:Mooi.De heer Jumelet (CDA):Ik ben benieuwd naar waar beide Ministers tegenaanlopen bij hetopschalen daarvan. In dat kader ben ik ook benieuwd naar de voortgangvan de uitrol van de rollerbanken. Op welke datum kunnen we verwachtendat elke gemeente beschikt over zulke rollerbanken?Voorzitter, dat was het. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. De heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik heb dezelfde vraag aan de heer Jumelet als aan de heer Van Asten vanD66, namelijk of het CDA het ook niet met GroenLinks-Partij van de Arbeideens is dat we de toename van e-steps in het verkeer tegen moeten gaan,dat we het misschien wel eigenlijk bij die enige goedgekeurde e-stepmoeten houden en dat we daar vanuit onze nationale typegoedkeuringmisschien zelf actief op moeten sturen, zodat we niet een nieuw probleemmet elkaar organiseren. Ik ben benieuwd hoe het CDA daar tegenaan kijkt.De heer Jumelet (CDA):In lijn met wat de heer Van Asten net al heeft gezegd: ik denk dat het goedis om vinger aan de pols te houden wat betreft verkeersveiligheid. Het iseen heel belangrijk thema en bij het toelaten van nieuwe apparaten dieuiteindelijk aan de orde komen, zullen we echt de lijn van verkeersvei-ligheid moeten aanhouden. Ik denk dus dat het goed is om daar alleaandacht voor te hebben. Ik weet dat dit in steden speelt, maar ook inplattelandsgemeenten. Ik denk dat het goed is dat we nu we met elkaarhet probleem van de fatbike aan de orde hebben en proberen om daaropte gaan sturen, ook proberen te voorkomen dat we weer een nieuwprobleem creëren. Ik denk dat dat helder is.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Duijvenvoorde namens FVD.Gaat uw gang.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Dankjewel, voorzitter. Verkeersveiligheid is natuurlijk van belang, maar hetwordt hier steeds gepresenteerd als een waardevrij, louter technisch doel.Dat is natuurlijk niet zo. Hoe je denkt over verkeersveiligheid is hetresultaat van mensbeeld, wereldbeeld, vrijheid, verantwoordelijkheid enmenselijk handelen. Natuurlijk moeten we de technische detailsbespreken, maar het is toch ook wel van belang om een iets fundamen-teler debat te voeren over de grond van dit beleid.De overheid, zoals ik die nu twee maanden meemaak, wordt gedrevendoor één dominante logica: ieder risico moet worden teruggedrongen eniedere veiligheidswinst, hoe klein ook, geldt automatisch als wenselijk.Het lijkt alsof men van mening is dat hierover in deze Kamer niet langerhoeft te worden gesproken. Iedereen wil veiligheid, dus veiligheid gaanwe krijgen. Regels worden vervolgens steeds sneller aangepast, verplaatstnaar lagere regelgeving en verder gedetailleerd, juist om deze zogenaamdvanzelfsprekende norm buiten expliciete politieke afweging te houden.Dat zien we bijvoorbeeld terug in het voornemen om verkeersregels teverplaatsen van wetsniveau naar AMvB’s en ministeriële regelingen. Juistverplaatsen van wetsniveau naar AMvB’s en ministeriële regelingen. JuistTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 120212 omdat deze norm niet meer expliciet wordt gewogen, fungeertonzekerheid over de effectiviteit van maatregelen niet langer als rem. Hetministerie erkent zelf dat het beleid structureel tekortschiet in lerendvermogen. De doeltreffendheid van maatregelen is vaak onbekend,ex-post-evaluaties zijn schaars en er zijn onvoldoende middelen om dat teverbeteren. Met andere woorden: we weten niet goed wat werkt, maar weweten wel hoe we nieuwe regels moeten maken.Dit leidt tot twee vragen aan de Minister. Ten eerste: hoe waarborgt hij datfundamentele verkeersnormen, regels die iedereen dagelijks raken enwaarop wordt gehandhaafd, onder politieke controle van de Kamer blijvenwanneer er zou worden verplaatst van wetsniveau naar AMvB’s? Tentweede: waarom kiest hij voor verdere normuitbreiding, terwijl hijtegelijkertijd erkent dat de kennisbasis over de effectiviteit van die normenaantoonbaar tekortschiet?Het duidelijkst wordt deze veiligheidslogica in het streven naar nulverkeersslachtoffers in 2050. Dat wordt steevast gepresenteerd als eenvanzelfsprekend, moreel onbetwistbaar en wenselijk doel, maar dat is hetniet. Nul verkeersdoden is geen neutraal beleidsdoel, maar een moreelabsoluut. Een samenleving die nul slachtoffers als uitgangspunt neemt,haalt principieel elke grens weg. Iedere maatregel kan worden gerecht-vaardigd zolang ook maar één slachtoffer kan worden voorkomen. Datleidt tot steeds verdergaande regulering, steeds minder tolerantie voorrisico en steeds minder ruimte voor individuele verantwoordelijkheid,terwijl Nederland al jaren tot de veiligste landen van Europa behoort.De vraagt dringt zich dan op of nieuwe regels voortkomen uit bewezennoodzaak, of uit een bestuurlijke reflex om het leven steeds verder dicht tetimmeren, totdat het verkeer en uiteindelijk het dagelijks bestaan vangeboorte tot graf verandert in een permanente trajectcontrole. Tegelij-kertijd erkent het kabinet dat de doelen voor 2030 onhaalbaar zijn, doorfactoren die nauwelijks te beïnvloeden zijn. Dan rijst de vraag op grondwaarvan het einddoel voor 2050 nog geloofwaardig is en, belangrijkernog, welke prijs in vrijheid, autonomie en leefruimte de Minister bereid iste betalen voor het vasthouden aan dit veiligheidsideaal.De heer Van Asten (D66):Dat was prachtig proza. Het gaat over eigen verantwoordelijkheid. Ik benal een paar keer wethouder Mobiliteit hier in de stad geweest. Ik vind hetdan heel lastig om de eigen verantwoordelijkheid toe te passen in eengesprek dat je dan voert met de vader van wie een dochter is aangeredenomdat er eentje met 120 kilometer per uur over een 50 kilometerweg ging.Dat heeft toch niks meer te maken met «eigen verantwoordelijkheid»? Datheeft dan toch te maken met dat wij wel degelijk moeten opkomen overde meest zwakken in onze samenleving, namelijk verkeersdeelnemers;niet alleen wandelaars en fietsers, maar ook gewoon iemand anders die ineen auto zit? We moeten hierop toch juist sterk normeren? Als dat tot nulverkeersslachtoffers leidt, dan is dat volgens mij een prima doel om testellen.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Ten eerste dank ik u voor uw complimenten over mijn proza. Ik wil ucomplimenteren met het mooie gebruik van bathos. Dit zijn natuurlijktwee verschillende debatten. Hier gaat het over de relatie tussenveiligheid en vrijheid. Het is niet dat bepaalde maatregelen mogelijk totnul verkeerslachtoffers leiden. Het doel is nul verkeerslachtoffers en daarmoet alles voor wijken. De vraag die ik stel, is de volgende. Stel dat wedat doel handhaven, in hoeverre zijn we dan bereid om allerlei keuzes temaken die misschien de autonomie en vrijheid van burgers kunnenbeperken? Dat is meestal een heel terechte en complexe afweging. Hetgaat dan natuurlijk niet over concrete individuele tragische gevallen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 120213 De heer Van Asten (D66):Ik snap natuurlijk waar u deze discussie naartoe wil brengen, maar als wijin deze samenleving niet daadwerkelijk ingrijpen in wat objectief hetsnelste tot nul of zo min mogelijk verkeersslachtoffers zou kunnen leiden,namelijk maatregelen als 30 kilometer per uur en andere maatregelen diede auto een stuk minder gevaarlijk maken voor andere verkeersdeel-nemers, dan zijn we toch nog mijlenver verwijderd van het inperken vande fundamentele vrijheden van mensen om zich van A naar B voort tebewegen?De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Je hebt in een discussie toch ook altijd de langeretermijnvisie? Wij vanFVD vinden dat tragiek ook bij het leven hoort. Dingen gaan soms mis. Datis pijnlijk en vervelend, maar wij vinden wel dat de veiligheid niet hetlaatste woord dient te hebben als die niet in relatie staat tot anderebelangrijke waarden.De heer Van Asten (D66):Concluderend vind ik het wel een heel moeilijk debat om te voeren. Wijgaan hier namelijk over verkeersveiligheid en daarin proberen we juist elkleven te beschermen en ervoor te zorgen dat er geen ongelukkengebeuren die echt daadwerkelijk impact hebben op mensen, dodelijk ofniet. Dat wordt hier afgezet tegen een filosofische discussie over hoe vrijje je in het verkeer mag bewegen. Daar moet toch een morele ondergrensaan zitten?De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Maar veiligheid is ook een morele discussie, toch? Als wij zeggen dat wein 2050 nul verkeersslachtoffers willen, dan ga je keuzes maken opbeleidsniveau, die ook filosofische implicaties hebben. Dat is ook precieswat ik wilde doen. Omdat ik merk, ook in de verhalen van mijn ambtsge-noten, dat het zo natuurlijk is om in veiligheid te denken, dacht ik: wat nouals je daar iets anders tegenover plaatst? Waar komen we dan uit metelkaar? In hoeverre is de Minister bereid om daarin bepaalde afwegingente maken? Waar stelt hij de grenzen van de keuzes voor veiligheid?De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Ik herhaal mezelf, want ik had de vraag eigenlijk al gesteld. Kan deMinister expliciteren welke vrijheid hij wil behouden en waar de grens ligtvan staatsinterventie in het dagelijks verkeer? Ik betwist geenszins – daarzal mijn ambtsgenoot van D66 blij mee zijn – het belang van veiligheid,maar wel dat veiligheid altijd het laatste woord moet hebben. Grotemenselijke prestaties zijn altijd tot stand gekomen in een wereld waarinrisico, onzekerheid en verantwoordelijkheid met elkaar verweven waren.Een samenleving die elk risico wil uitsluiten, verliest verantwoordelijkheiden oordeelskracht, maar boven alles scheppingskracht en vrijheid. Eenvolwassen samenleving aanvaart daarom dat een goed leven nietrisicoloos is en dat veiligheid niet het enige criterium kan zijn waarmee zijzichzelf bestuurt.Dank u wel.De heer Goudzwaard (JA21):Ik ben wel een beetje geïnteresseerd in deze stelling. Vindt Forum voorDemocratie dat wij moeten waken over de jongeren? Ziet u op dit vlak eenverschil tussen volwassenen en jongeren? De prefrontale cortex isvolgens mij pas rond je 23ste helemaal ontwikkeld, dus jongeren hebbenecht moeite met het inschatten van risico’s. Hoe kijkt u daarnaar?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 120214 De voorzitter:Ik wil u allen oproepen om via de voorzitter te spreken.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Via de voorzitter. Het is niet alsof Forum voor Democratie tegen regels is.Zoals ik al zei, zijn we een van de meest veilige landen. Ik bedoel, we zijnveiliger dan België, Frankrijk en Duitsland. We weten ook dat jongeren tothun 23ste beschermd moeten worden tegen zichzelf. Daarom mag jebijvoorbeeld je rijbewijs pas op een bepaalde leeftijd halen en zijn erstrengere regels. Dat vinden we allemaal helemaal terecht. Het enige puntdat ik wilde maken, is het volgende. Ik schrok een beetje van de nulverkeersslachtoffers in 2050. Wat moet je allemaal doen om dat doel tebereiken? Dat wil ik hier scherpstellen.De heer Goudzwaard (JA21):Als ik het goed begrijp, zegt Forum: ik snap uw betoog, maar wij zullenwel alles op alles zetten om voor kinderen een veilige verkeerssituatie tecreëren.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Wij zullen alles op alles zetten, absoluut. Forum voor Democratie is eenconservatieve partij, geen anarchistische partij. Wij zetten ons ervoor indat de Staat mensen tegen elkaar beschermd, en daar zijn sommigeregels noodzakelijk voor.De heer Stoffer (SGP):De heer Van Duijvenvoorde zet een traditie van een van zijn voorgangersvoort. De heer Baudet heeft bij een debat over verkeersveiligheid ooit eenbijdrage over vrijheid gehouden. Het mooie vond ik dat die je aan hetdenken zette. Dat doet de bijdrage van de heer Van Duijvenvoorde ook.Maar uiteindelijk moet je het wel vertalen naar iets concreets in depraktijk. Dat is het dilemma, niet eens zozeer van ons hier, maar vooralvan de bestuurders aan de overzijde van deze tafel. Deze bewindsliedengaan over de snelwegen. Als je vrijheid volledig door zou trekken, zou jeover bijvoorbeeld kunnen zeggen: laat de snelheid op onze snelwegenonbeperkt zijn. Nu is er ook wetenschappelijk onderzoek gedaan. Depraktijk leert ook dat een beperking van de snelheid leidt tot minderverkeersslachtoffers. Uiteindelijk komt dat ons als mensen ten goede. Hoekijkt de heer Van Duijvenvoorde daartegen aan? Zou hij de snelheid opsnelwegen niet willen beperken, of vindt hij dat de beperkingen zoals wedie nu hebben in ons land, namelijk 130, 120 en 100 kilometer per uur,goede gevolgen hebben voor de verkeersveiligheid?De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Wij zijn sowieso tegen 100 op snelwegen, maar dat zal de heer Stoffer nietverbazen. Wij zijn ook tegen trajectcontroles, maar dat terzijde. Forumvoor Democratie snapt ook dat het brein bij iedereen anders werkt, dat weniet altijd de gevolgen overzien, dat mensen geneigd zijn om fouten temaken en dat we dat soms moeten begeleiden. Het is dus heel logisch datwe op basis van het type snelwegen het type auto’s in Nederland eenmaximumsnelheid van 130 of 120 hanteren en dat we daar keuzes inmaken. Dat onderschrijft Forum voor Democratie natuurlijk. Het enige watwel van belang is, is dat die veiligheid niet ten koste moet gaan vanallerlei andere waarden. Je ziet dat de Kamer steeds weer wil centrali-seren, controleren en meer regels maken, terwijl Forum voor Democratiezegt: behalve dan dat we maar 100 mogen, doen we het al heel goed, duswe hoeven niet nog meer regels te verzinnen omdat dat nu eenmaal onswerk is.De heer Stoffer (SGP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 120215 Op zich zou je kunnen zeggen dat dit logisch klinkt, maar het verkeerontwikkelt zich ook. In de tijd van mijn opa, die een van de eerstefietsenmakers in dit land was en ook een van de langst actieve, en die ookeen van de eerste auto’s in het dorp had, had je af en toe een auto en eenfiets, maar eigenlijk liep bijna iedereen. Inmiddels is het ingewikkeldgeworden, met name in de stedelijke omgeving, met allerlei soortenverkeer, en nieuwe voertuigen. Daar hebben we het zojuist over gehad.Zegt de heer Van Duijvenvoorde dan dat je voor al die nieuwe soortenverkeer geen nieuwe regels moet stellen en dat je het maar moeten latengebeuren? Dat kan ook, hè. Er is ook een school in verkeersveiligheidslanddie zegt: laat alles maar vrij, dan wordt het ook zo veilig mogelijk. Ik benniet van die school, moet ik eerlijk zeggen, maar te veel regels maken hetaf en toe ook ingewikkeld. Hoe kijkt de heer Van Duijvenvoorde aan tegenalle ontwikkelingen in de maatschappij en allerlei nieuwe soortenverkeersdeelnemers? Wil hij daar geen regels voor stellen? Zou hij dat vrijwillen laten of zegt hij dat je toch moet kijken naar hoe je omgaat metnieuwe verkeersdeelnemers in het totale spectrum van verkeer enverkeersveiligheid?De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Nee, zeker, ik onderschrijf ook helemaal wat de heer Stoffer zegt. Hetverkeer ontwikkelt zich. We hebben een bevolkingstoename. Het wordtcomplexer. In woon in Amsterdam. De fatbikes en elektrische fietsenmaken het samenleven moeilijker, want ik denk dat er een fiets aan komten ineens rijden ze me al van mijn sokken, omdat het toch een elektrischefiets is. Dat is natuurlijk zo. Forum voor Democratie zal ook niet altijdtegen nieuwe regels stemmen, maar wij vinden het idee van nul verkeers-slachtoffers – want daar sloeg ik op aan in dit verhaal – gewoon geennastrevenswaardig doel. Als je dat gaat doen, moet je het leven vanmensen namelijk veel te veel controleren om het überhaupt enigszinshaalbaar te maken. Dat is eigenlijk de kern van mijn betoog.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan de heer El Abassi namens DENK.De heer El Abassi (DENK):Dank, voorzitter. Allereerst ga ik kort stilstaan bij verkeersboetes. Dat doeik niet vanuit het oogpunt van de wet-Mulder of het boetebeleid of hoedisproportioneel de boetes zijn, want daar hebben we het tijdensJenV-debatten vaak genoeg over gehad en daar gaan we het volgens mijook nog vaak genoeg over hebben, maar vanuit de vraag hoe verkeers-boetes zich verhouden tot verkeersveiligheid. Verkeersveiligheid gaat overlevens redden. Maar handhaving werkt alleen als zij als rechtvaardigwordt ervaren. Zonder draagvlak is er geen naleving en zonder naleving iser geen verkeersveiligheid.Eind 2025 gaf de Minister van Justitie en Veiligheid zelf aan dat deverkeersboetes tamelijk hoog zijn geworden, nadat het CJIB waarschuwdedat ze steeds minder in verhouding staan tot de overtreding. Nu ligt ereen zwaarwegend oordeel, zo blijkt uit de WODC-evaluatie. De conclusieis helder. Verkeersboetes worden steeds minder gezien als veiligheidsin-strument en steeds meer als financieel instrument. Dat ondermijnt hetvertrouwen van burgers en het draagvlak voor handhaving. Zoals ik al hebaangegeven, raakt dat de verkeersveiligheid. Sinds 1994 zijn boetes metmeer dan 220% gestegen, terwijl het leven ongeveer 70% duurder werd.Bij niet betalen loopt een boete via verhogingen op tot soms hetdrievoudige.Het WODC noemt dit «disproportioneel» en waarschuwt voor eenschuldmechanisme dat juist leidt tot minder naleving, en dus minderveiligheid. Daarom heb ik de volgende vragen aan de Minister. Wat gaathet kabinet concreet doen met de conclusies van het WODC, juist waar hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 120216 gaat om draagvlak en naleving? Hoe borgen de Ministers dat verkeers-boetes primair een veiligheidsinstrument blijven en niet opnieuw wordengebruikt als begrotingsmiddel?Voorzitter. Dan het CBR en de tussentijdse toets. Laat ik beginnen met ietspositiefs. Het verheugt mij dat een voorstel dat ik begin vorig jaar hebgedaan, het tijdelijk schrappen van de tussentijdse toets, aantoonbaarheeft gewerkt. Uit de CBR-rapportage over het vierde kwartaal van 2025blijkt dat door deze maatregel in het tweede, derde en vierde kwartaalruim 52.000 extra praktijkexamens zijn afgenomen. De wachttijden zijn opalle locaties teruggebracht tot een tot zes weken en daarmee volledigbinnen de afgesproken norm. Ook zijn de klachten geminimaliseerd.Belangrijk is dat dit niet ten koste is gegaan van de kwaliteit. Het slagings-percentage kwam eind 2025 uit op 49,7%, wat slechts marginaal lager wasdan voor corona en binnen de voorspelde bandbreedte lag.Ondertussen wordt de tussentijdse toets gefaseerd opnieuw ingevoerd.Dat roept, in mijn ogen terecht, vragen op. Hoe gaat de Ministervoorkomen dat wachttijden opnieuw oplopen, nu deze toets terugkeert?Welke concrete criteria hanteert het CBR om in te grijpen als de termijnenweer onder druk komen te staan? Is de Minister bereid de flexibele inzetvan examencapaciteit, die in 2025 aantoonbaar succesvol was, structureelte borgen?Voorzitter, tot slot mijn laatste stuk. Iedereen praat over jongeren opfatbikes. Dat hoorden we vandaag weer: een minimumleeftijd, eenhelmplicht en de noodzakelijkheid van fatbikevrije zones. De cijfers lateniets anders zien. Ouderen fietsen bijvoorbeeld het meest, zoals ook eencollega hier aangaf. Gemiddeld fietsen zij 323 minuten per week en juistouderen zijn betrokken bij de meest ernstige fietsongelukken. Ruim dehelft van de verkeersdoden in 2024, 53%, was 60-plusser. Het aantaldoden in deze leeftijdscategorie stijgt al jaren, met 3% per jaar. Onderfietsers stijgt het zelfs met 4% per jaar. Daar komt nog bij dat meer dan dehelft van de ouderen inmiddels een elektrische fiets gebruikt. Als weverkeersveiligheid echt willen bevorderen, dan moeten we op z’n minstkijken naar waar de risico’s daadwerkelijk zitten, niet naar waar debeeldvorming het hardst schreeuwt.Wat mij betreft was dat het, voorzitter. Dank u wel.De voorzitter:Ik dank u wel. Ik draag het voorzitterschap graag even over aan de heerStoffer, zodat ik namens de VVD ook een bijdrage kan leveren.Voorzitter: StofferDe voorzitter:Het woord is aan de heer De Groot. Ga uw gang.De heer Peter de Groot (VVD):Dank u wel, voorzitter. Verkeersveiligheid raakt de kern van onze vrijheid.Je moet veilig naar je werk, naar school en weer naar huis kunnen.Daarom zijn wij tevreden dat er een coalitieakkoord ligt met duidelijkeaandacht voor de verkeersveiligheid. Het is namelijk hard nodig. Het ishier vandaag al gememoreerd: de cijfers laten zien dat dit niet vanzelfgaat. Het aantal verkeersdoden stabiliseert weliswaar, maar onder fietsersen 60-plussers stijgt dit aantal nog steeds. Zonder extra maatregelenlopen we richting de 740 verkeersdoden en 9.500 ernstig gewonden perjaar. Dat kan de VVD niet accepteren. Het is daarom goed dat het akkoordinzet op veilig verkeer voor voetgangers, fietsers en automobilisten, enverkeersovertredingen aanpakt met strenge handhaving. Denk hierbij aanzero tolerance voor alcohol en drugs in het verkeer en extra handhavingop verkeersonveilige plekken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 120217 Ook is er meer regie nodig. We praten namelijk al jaren over analyses,maar de uitvoering gaat toch echt langzaam. De VVD wil meetbaretussendoelen. Hoeveel minder slachtoffers dan in 2027? En hoeveel in2030? Wie is daar eigenlijk op aanspreekbaar? Kan de Minister toezeggendat met deze tussendoelen zal worden gewerkt, inclusief de acties diedaarbij horen in het nieuwe Landelijk Actieplan Verkeersveiligheid2026–2029, zodat de Kamer hierop kan sturen?De aanpak van risicovolle N-wegen moet ook sneller. Op trajecten zoals deN33, de N50, de N57 en de N59 zien we dat de gerichte maatregelenwerken, maar te veel projecten schuiven door, ook die wat betreft detrajecten die ik noemde. Welke concrete planning gaat de Ministervoorstellen of hanteren om deze gevaarlijke N-wegen toch voor 2030aantoonbaar veiliger te maken?De VVD gelooft niet in generieke snelheidsverlagingen als wondermiddel.Veiligheid komt vooral van een logische inrichting, scheiding vanverkeersstromen en duidelijke regels die worden gehandhaafd. Regels dieniet worden gecontroleerd, verliezen hun werking. Daarom is gerichte enzichtbare handhaving essentieel, zodat weggebruikers weten waar ze aantoe zijn en gevaarlijk gedrag wordt aangepakt. Daarom vraag ik aan deMinister hoe het staat met de uitrol van bijvoorbeeld extra mobieleflitspalen.Specifiek over het alcoholslot, dat nu echt van de grond moet komen,omdat gevaarlijke bestuurders niet achter het stuur horen, vraag ikwanneer het kabinet met een definitief besluit komt over de herinvoeringervan en, misschien wel de belangrijkste vraag, of de bestuurlijke routedaarbij wordt betrokken.Voorzitter. Het is er vandaag al vaker over gegaan: de fatbikes. Ze zijn degrootste zorg op straat. Ze zijn populair, maar te vaak opgevoerd entechnisch onveilig. De huidige regels beschermen kinderen en andereweggebruikers onvoldoende. Een totaalverbod is voor de VVD te kort doorde bocht. Het probleem is niet de fiets, maar de foute varianten en hetgebrek aan handhaving. Een recente rechterlijke uitspraak bevestigt dateen e-bike al illegaal is wanneer deze kan ondersteunen voor snelhedenboven de 25 kilometer per uur. Daarom heeft de VVD vragen. Het kabinetstelt namelijk dat nationale veiligheidseisen voor constructie, remmen enmotorvermogen van fatbikes moeilijk uitvoerbaar zijn binnen de Machine-richtlijn, maar wel mogelijk zijn voor typegoedkeuring voor alle e-bikes.Hoe ziet de Minister het aanpakken van fatbikes dan concreet voor zich?Welke stappen worden er nu op korte termijn gezet? Aan de Minister vanJustitie en Veiligheid vraag ik hoe dit straks effectief kan worden gehand-haafd, want het zicht op de problematiek is nu beperkt. Inbeslagnamesverdwijnen namelijk in brede categorieën, waardoor het inzicht ontbreekt.Hoe gaat de Minister dat verbeteren?Voorzitter. Mijn laatste punt betreft de verzorgingsplaatsen en detoekomstbestendige mobiliteit. Collega Goudzwaard van JA21 vroeg alnaar de aanbestedingen van de verzorgingsplaatsen van de toekomst. Ikheb daar in eerdere debatten al vaker aandacht voor gevraagd. Vanaf 2028verlopen op ruim 150 locaties vergunningen voor laadvoorzieningen enzonder nieuwe wet dreigt stilstand in de uitrol van laadinfrastructuur enveilige voorzieningen voor beroepsverkeer. Dat laatste is heel hard nodig.Er is namelijk in veel provincies in Nederland een groot te kort aanvrachtwagenparkeerplaatsen, met als gevolg dat chauffeurs op devluchtstrook moeten slapen. Kan de Minister bevestigen dat de Wetvoorzieningen verzorgingsplaatsen tijdig zal worden ingevoerd?Voorzitter. Voor de VVD staat één doel centraal. Het gaat om minderslachtoffers en dat vraagt om niet in ideologische reflexen te komen, maarom nuchtere maatregelen die werken voor een veilige infrastructuur,stevige handhaving en duidelijke regels voor nieuwe voertuigen.Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 120218 De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even rond. Er zijn geen interrupties. U heeft zich keurigaan de tijd gehouden, zeg ik erbij. Dan geef ik u nu het voorzitterschapweer terug.Voorzitter: Peter de GrootDe voorzitter:Dank u wel voor het overnemen van het voorzitterschap, meneer Stoffer.Dan zijn wij nu aan het einde gekomen van de eerste termijn van deKamer. We gaan even kort schorsen voor het voorbereiden opantwoorden door beide Ministers voor de eerste termijn van het kabinet.We schorsen tot 17.25 uur. Dan zie ik u allen graag terug.De vergadering wordt van 17.08 uur tot 17.28 uur geschorst.De voorzitter:Dames en heren, ik heropen dit commissiedebat Verkeersveiligheid. Ik kijknaar de bewindspersonen: wie mag ik als eerste het woord geven voor debeantwoording? Ik zou u graag willen vragen of u kunt aangeven hoe udie beantwoording wil doen. Kunt u aangeven welke blokjes u heeft? Ikstel de leden voor om vier interrupties toe te staan in de eerste termijnvan het kabinet.Minister Tieman:Voorzitter, leden van de commissie: dank u wel. Ik heb een aantal blokjes.Ik begin met een korte schets van de afgelopen negen maanden op ditonderwerp. Daarna heb ik een blokje gedrag, een blokje LEV, een blokjeCBR en rijbewijzen en een blokje overig.De voorzitter:Dank u wel. Wil de Minister van JenV ook zijn indeling geven?Minister Van Oosten:Ik heb een blokje alcohol en drugs, een blokje boa’s, een blokje straat-races, een blokje fatbikes en een blokje boetehoogtes inclusiefhandhaving. Het zijn vaak blokjes met slechts enkele vragen, want dethema’s lopen nogal uiteen.De voorzitter:Dank u wel. Gaat uw gang met de beantwoording. Ik stel voor dat we aanhet eind van een blokje even kijken of er interrupties zijn.Minister Tieman:Prima, dank u wel, voorzitter. Dank aan de leden voor de gestelde vragenen voor de aandacht voor dit belangrijke onderwerp. Ik zet mij samen metde medeoverheden en de maatschappelijke partners echt stevig in om hetaantal verkeersslachtoffers naar beneden te brengen. Dat is een groteopgave, helemaal omdat de prognose is dat dit cijfer zal stijgen. Dat hebtu allemaal gezien en dat hebben diversen van u ook bevestigd. Voordat ikinga op uw vragen, wil ik u een drietal belangrijke mijlpalen meegeven.Allereerst hebben wij bij alle wegbeheerders inmiddels gebruikgemaaktvan de Investeringsimpuls Verkeersveiligheid. Die is goed geografisch inNederland weggezet met een cofinancieringsmodel, juist om fietspadenveiliger te maken, gelet op de toekomstige ontwikkeling die we allemaalzien, maar ook andere wegen binnen zo’n stad. Van de 450 miljoen eurodie er in die investeringsimpuls zit, gaan we nu wel een laatste tranche in.Er is nog 119 miljoen euro beschikbaar. Maar de heer Van Asten zei heteen en ander over creativiteit om dat potje wellicht ook in de toekomst tekunnen vullen. Ik denk dat het wel een succesformule is en ik hoop ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 120219 echt dat dit verder zal gaan. Het is een belangrijk onderwerp. Met dit geldkunnen gemeenten, waterschappen en provincies hun eigen wegenveiliger maken doordat het Rijk de ene helft betaalt en de andereoverheden de andere helft. De afgelopen jaren is er bijna 1 miljard eurogeïnvesteerd in verband met de multiplier die we hebben toegepast; eengeweldig gezamenlijk resultaat.Ten tweede zijn de rijks-N-wegen veiliger gemaakt met de 200 miljoeneuro die daarvoor beschikbaar is. Eind vorig jaar zijn de volgende actiesvoltooid. Op de N33 Noord in Groningen is de snelheid verlaagd naar 80kilometer per uur en is de weg veiliger ingericht met reflectoren tussen derijbanen. Op de weggedeeltes van de N57 en de N59 met een snelheids-limiet van 80 kilometer per uur is een moeilijk overrijdbare rijrichting-scheiding aangelegd Op de N99 in Noord-Holland zijn de bermen en derotonde veiliger ingericht. Ook daar is de snelheid verlaagd naar 80kilometer per uur.Ten derde kan ik met u delen dat het het CBR is gelukt om de reserverings-termijnen voor het examen voor het rijbewijs weer in het hele land oporde te brengen – de heer El Abassi had het hier zonet al over – dankzij hetbesluit om in overleg met uw Kamer begin 2025 de tussentijdse toets nietaan te bieden. Inmiddels wordt die toets in acht provincies weer aange-boden. Voor 1 april van dit jaar zal de tussentijdse toets ook in deresterende provincies zijn teruggekeerd. Het CBR start hierover binnenkortde communicatie. Ik ben hier zeer blij mee en spreek mijn waardering uitrichting de mensen van het CBR.Graag beantwoord ik nu uw vragen. Ik begin met de vragen over hetgedrag. De heer Van Asten vroeg of er extra campagnes kunnen komenmet betrekking tot vermoeidheid achter het stuur. Ik moet de heer VanAsten op dit punt echt meegeven dat we hebben moeten kiezen. Wehebben verschillende campagnes, zoals «’t Kan snel gaan» en debob-campagne van afgelopen december. Moderne auto’s waarschuwenwel, maar in dit geval is hier nog geen actie op gedaan ten aanzien vaneen campagne. Ik denk ook creatief met u mee. We hebben nu ook eeneerste temperatuurmeter in de campagne Spitsmijden gedaan. Die iswellicht wat minder succesvol, maar dit moet echt zoden aan de dijkzetten. Wellicht zouden we de middelen die daarmee zijn gemoeid,kunnen overhevelen naar vermoeidheid, maar dan hebben we nog welwat additionele informatie nodig over hoe groot het probleem is, met deinformatie vanuit de moderne auto’s. We willen het wel meenemen in dewerkgeversaanpak. Nadere informatie heb ik u daar op dit moment nogniet over te brengen.De heer Goudzwaard vraagt of ik bereid ben om bij evenementenvergun-ningen alternatief vervoer te organiseren om alcoholgebruik te vermin-deren. De medeoverheden en de organisatoren van evenementen zijn zelfverantwoordelijk voor het inregelen van dergelijke afspraken metvervoerders. Ik heb meerdere handreikingen opgesteld om medeover-heden te helpen in de aanpak van rijden onder invloed. Ook hierin wordenalternatieven genoemd, zoals de inzet van extra tijdelijk nachtelijkbusvervoer.De heer Goudzwaard vraagt of ik van mening ben dat er nog meerstappen gezet moeten worden op alcoholgebruik en e-bikes. We werkenop dit moment aan het programma Fietsveiligheid Voorop om defietsveiligheid te verbeteren. Daar werd net ook al aan gerefereerd. Hetthema rijden onder invloed maakt hier ook echt onderdeel van uit. Hetaantal fietsongevallen in Nederland is hoog. Het signaal dat alcohol daarmogelijk ook een rol in speelt is zorgelijk. Alcohol en verkeer gaangewoon niet samen. Dat geldt dus ook op de fiets. Het programma gaat in2026 van start. Op 11 februari is het startevenement met meer dan 100organisaties, waar ik zelf ook bij zal zijn. We zetten uw vraag hier dan ookom in acties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 120220 De heer Jumelet vraagt hoe de uitvoering van de educatieve maatregelenbij middelengebruik verloopt. Hij vraagt ook wanneer de evaluatie is, omte kijken wat beter kan. Dit jaar start het ministerie samen met het CBRmet het evalueren van de bestuursrechtelijke maatregelen zoals de cursusna alcoholgebruik in het verkeer. Hiermee doen we onderzoek naar deeffectiviteit van deze cursussen. Daarnaast voert het CBR dit jaar nog eeninvoeringstoets uit op de Educatieve Maatregel Drugs, waarbij demaatregelen door het CBR worden aangescherpt. Iedereen die door depolitie staande wordt gehouden vanwege alcohol en drugs in het verkeerkrijgt automatisch een educatieve maatregel opgelegd. Zo leren we hundat alcohol en drugs in verkeer niet samengaan.De heer Goudzwaard vraagt of ik blijvend en structureel educatie in hetverkeersbeleid opneem. Hij vraagt ook of het huidige budget en dehuidige samenwerking met de partners optimaal is. Educatie ligt vooral bijde regio’s. Zij hebben hier structureel budget voor. Ik heb geen signalendat het budget onvoldoende zou zijn of dat de samenwerking beter moet.Wij kunnen scholen niet verplichten om aandacht te besteden aan deverkeersveiligheid, maar in de praktijk besteden scholen hier wel veelaandacht aan. We proberen ook de laatste scholen die op dit moment nogniet meedoen met de praktijktoets over omgaan met veilig verkeer echtaan te schrijven en hen te vragen waar dat dan aan ligt. Wij hebbennamelijk middelen beschikbaar om zo’n toets te doen. Ik hoop dat datcijfer omhooggaat. Dat cijfer hoop ik gewoon op 100% te krijgen; laat dathelder zijn. Die middelen zijn er namelijk gewoon.De heer De Hoop vraagt naar gehandicaptenplaatsen. Dat onderwerpkrijgt ook veel aandacht in de media. Er zijn straten waar je door debordjes met «gehandicapten» de bomen bijna niet meer ziet. Hij vraagthoe de gemeente wordt betrokken bij het beleid op misbruik. Een van dedoelen van het nieuwe beleid voor gehandicaptenvoertuigen tot 45kilometer per uur is het tegengaan van oneigenlijk gebruik. In de verdereuitwerking van het beleid nemen we ook het parkeervraagstuk mee. Hierbetrekken we echt ook de gemeenten bij, net zoals andere stakeholders,fabrikanten en belangenverenigingen. Hier zal het laatste woord ook nogniet over gezegd zijn.Dan wilde ik naar de fatbikes gaan. De heer Jumelet heeft een opmerkinggemaakt bij de begroting, namelijk dat hij beleid hierover graagtegemoetziet. Meneer Jumelet, er moet mij toch iets van het hart. Ik hebnegen maanden geleden een situatie aangetroffen met een drietalrapporten, van Goudappel, DTZ en Sweco. Het ging niet alleen overingenieursbureaus, want daaromheen zaten enorm grote groepen, zoalsde politie en fietsersbonden. Die komen allemaal tot de conclusie – ik leeshet heel eventjes voor – dat de conclusie van eerder onderzoek bevestigtdat regelgeving voor fatbikes op basis van technische kenmerken eenheilloze weg is. Ik heb ook de zaken in het regeerakkoord, in het coalitieak-koord gelezen. Ik heb nu wel echt zaken in beweging gezet. We kunnen nuweer wachten op een vierde rapport, maar ik wil van start, ook kijkendenaar de 3.000 slachtoffers en de maatschappelijke kosten van € 300.000voor zo’n slachtoffer wanneer die op de spoedeisend eerste hulpterechtkomt. Dat was voor mij echt dé reden, de aanleiding om echt inbenen te komen op dit onderwerp. Ik hoop dat het een en ander echt nietverder vertraagt. Andere inzichten zijn altijd goed, maar voordat je hetweet ga je echt een kat-en-muisspel in met zo’n fabrikant. Dan maken wede band 6,9 centimeter breed. Dan krijg je skinnybikes, terwijl eigenlijkzo’n fatbike met brede banden juist weer wat veiliger is.Er zijn natuurlijk nog heel veel punten die je hier verder moet gaanbrengen. Ik had een aantal zaken in mijn hoofd. De eerste was dehelmplicht tot 18 jaar, als een no-regretmaatregel, ook met inachtnemingvan het advies van de Raad van State en de input van uw Kamer. Er wordtdaarbij geen onderscheid gemaakt tussen een fatbike en een e-bike,omdat die categorie, met drie rapporten in je binnenzak, nu eenmaal nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 120221 gemaakt kan worden. Het tweede was een keurmerk met de branchever-enigingen: wat is nu een deugdelijke e-bike? Een derde aspect was eenleeftijdsgrens. Dat heeft u ook in de brief kunnen lezen: 12 jaar, 14 jaar.Een vaarbewijs kan met 12 jaar, maar een identificatieplicht is er vanaf 14jaar. Daar waren we nog niet helemaal uit, maar dat zou ook in eeninternetconsultatie gaan komen. Dat ligt ook klaar voor de opvolgendeploeg, mind you. Als dat allemaal niet helpt – wellicht gaat u hier in detoekomst toch verder over spreken – zou je ook zo’n RDW-certificeringkunnen doen. Dan heb je het allemaal op kenteken. Dat betekent wel eenbehoorlijke administratieve last. Zo had ik dat eigenlijk in mijn hoofduitgestippeld. We beginnen nu eigenlijk met het laaghangende fruit en datis zo’n helmplicht. Weet dat alles gereedligt om dit in te voeren. Ik zie nuook het maatschappelijke debat. 79% van de ouders vindt dit een goedidee voor e-bikes en ook het merendeel van de kinderen. Dit teroverweging. Het ligt klaar, maar ik wil ook graag ruimte geven aan denieuwe groep, die een zin heeft opgenomen waarin staat: we doen hetvoor een aparte categorie. Ik hoop dat u snel op vlieghoogte komt en danook verder kunt gaan met dit onderwerp.Ik ga naar de heer Stoffer. Gaat de verkeersminister de wet zo aanpassendat voor iedereen duidelijk is dat een fatbike die optie van harder dan 25kilometer per uur niet alleen niet mag gebruiken, maar sowieso niet magbezitten? Het is al verboden, meneer Stoffer. Op grond van de huidigeregelgeving is het al verboden om op de openbare weg een fiets tegebruiken met de mogelijkheid om trapondersteuning boven de 25kilometer per uur te geven, ongeacht of deze voorziening feitelijk wordtgebruikt.De heer Stoffer wees er ook op dat er nog te veel illegale fatbikes wordenaangeboden. ILT, NVWA, Douane en politie willen gezamenlijk optrekkenbij de handhaving en er zijn samenwerkingsafspraken getekend, maar hoewordt deze aanpak nou geïntensiveerd? De diensten die ik net hebgenoemd hebben een maandelijks overleg, een operationeel overleg, overde aanpak van die illegale fatbikes. Want wanneer één dienst eencontainer opendoet en er bromfietsen in blijken te zitten, dan is het de ILT.Wanneer het om e-bikes gaat, is het de NVWA. Het kan niet zo zijn dat diecontainer dan dichtgaat omdat de ene dienst verwijst naar een anderedienst. Dat is een uiteraard een samenhangend geheel. Doordat handha-vingsinterventies beter op elkaar aansluiten, leidt dit tot een effectieverehandhaving en een effectiever markttoezicht. Door het afstemmen van dehandhavingsinterventies krijgen we ook een beter beeld van het daadwer-kelijke aanbod van fatbikes die niet aan de wet voldoen. De organisatiesinformeren uw Kamer jaarlijks over de impact van hun gezamenlijkewerkzaamheden.De heer Stoffer en de heer Goudzwaard vroegen hoe de aanpak van enhet markttoezicht op fatbikes die op onlineplatforms worden aangebodenwordt geïntensiveerd. Ik wil de instroom en de verkoop van voertuigen dieniet aan de regelgeving voldoen zo veel mogelijk beperken door devolgende zaken: het beperken van het illegale aanbod in Nederland, hetcontroleren van goederen aan de grens en samen met de EuropeseCommissie komen tot een beter toezicht op de import van producten. Datgaat lang niet altijd via de Rotterdamse haven of andere havens inNederland. Dat gaat ook via de landroute en via e-commerceplatforms dieniet voldoen aan onze Europese regels. Ook hierin hebben de diensten dieik net heb genoemd, onlangs de samenwerkingsafspraken gemaakt voortoezicht op fatbikes. Doordat de interventies beter op elkaar aansluiten,kunnen we dit ook echt veel effectiever neerzetten. In 2024 zijn meer dan1 miljard e-commerceproducten via Nederland de EU binnengekomen. Wemoeten slim en risicogericht met elkaar omgaan om hierin toch een stapverder te zetten met elkaar. Bij de Nederlandse websites hebben wesucces gehad, maar het is toch weerbarstiger met de buitenlandseplatforms. We kunnen nog een keer diep ingaan op wat daar dan preciesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 120222 wringt. Dat heeft onze aandacht. De Nederlandse sites, de bol.coms,hebben wel echt stappen ondernomen toen wij aan de telefoon hingenover dat er iets niet in de haak was.«Hoe ziet de Minister het concreet voor zich om de fatbike aan te pakken?»De aanpak is gericht op markttoezicht, op handhaving en ook op gedrag.De heer Van Oosten heeft nu ook door heel het land allemaal rollerbankentot zijn beschikking om de controles mee op te voeren; die hadden we eenjaar geleden nog niet. Het is ook goed dat de diensten die ik net hebgenoemd, die verdere afspraken hebben gemaakt. Voertuigen die snellerkunnen rijden dan 25 km/u vallen onder het Europese toelatingsstelsel endat is dan weer Europees geordend. Op dit moment onderzoeken we dusook de vorm van typegoedkeuring voor elektrische fietsen door de RDW,waar ik het net over had, in die volgordelijkheid. We kunnen een discussiehebben over «nul», maar mijn inzet was om in ieder geval bij de kinderendie eigenlijk nog tot hun 70ste levensjaar mee moeten, te voorkomen datzij ernstig hersenletsel oplopen. We hebben de cijfers gezien over wat zo’nhelm kan betekenen bij hoofdletsel.De heer De Hoop vraagt: waarom kan de Minister niet breder kijken bij detoelating van elektrische steps en die weigeren op basis van de onwense-lijkheid van deze e-steps? Hij gaf diverse voorbeelden van Europesesteden die die steps in de ban hebben gedaan. Bij de step die is goedge-keurd, is echt gekeken naar additionele veiligheidseisen. Ik weet niet of deheer De Hoop er zelf al op heeft gereden. Dat moet dan ook zeker met eenhelm op, volgens het LEV-kader. Hoeveel je er gaat toelaten, vind ik eeninteressante discussie. Sinds de laatste keer dat wij hebben gesproken, iser geen bij gekomen. Er is er op dit moment dus één. De RDW behandeltde aanvragen voor voertuigen op basis van de geldende wettelijke eisen.Als een e-step aan die eisen voldoet, wordt de e-step toegelaten. Dat iseen behoorlijk proces. Ondernemers en gebruikers moeten eropvertrouwen dat de overheid zich daadwerkelijk aan die wettelijke regelshoudt. De elektrische step als zodanig is toelaatbaar en het is niet aan deRDW om te bepalen wat een voertuig toevoegt. De RDW keurt hetvoertuig op basis van de wettelijke eisen die we hier hebben, en beslistdaarop. Een moratorium betekent dat er geen nieuwe goedkeuringenmeer worden verleend, terwijl de categorie wel blijft bestaan. Dat is instrijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, het draagt nietbij aan de verkeersveiligheid en het houdt waarschijnlijk ook geen stand inde rechtbank.De heer Goudzwaard vroeg: welke impact heeft zo’n keurmerk? Zoals iknet aangaf, is zo’n keurmerk in mijn optiek een van de vier mogelijkemaatregelen op het gebied van de fatbikes. Het keurmerk is een vorm vanzelfregulering die verder gaat dan de wettelijke basis van de Machine-richtlijn. Denk bijvoorbeeld aan toeleveranciers die pizza’s of apparatuurbezorgen. Die moeten een duidelijke keuze hebben, zo van: op basis vangoed ondernemerschap neem ik die keurmerkgerelateerde fietsen op inmijn vloot voor mijn medewerkers die ’s avonds of overdag op zo’n fietszitten. Het doel van zo’n keurmerk is drieledig. Ten eerste biedt hetconsumenten meer duidelijkheid over welke voertuigen veilig entechnisch in orde zijn. Ten tweede is het keurmerk een handvat waarmeehandhavers onderscheid kunnen maken tussen deugdelijke en ondeugde-lijke fietsen. Ten derde is het keurmerk voor producenten een methode omde markt van elektrische fietsen verder te professionaliseren. IenW volgtde ontwikkeling van het keurmerk met belangstelling en biedt waarmogelijk ook ondersteuning bij bijvoorbeeld concretisering, maar ook bijpubliciteit en uitwerking. Die hulp heb ik aangeboden in de gesprekken dieik met bijvoorbeeld de RAI Vereniging heb gehad.De heer Jumelet: kan de Minister in kaart brengen hoe het proces van hetinvoeren van de helmplicht voor de snorfiets is verlopen en welke lessenhieruit geleerd kunnen worden? De evaluatie van de helmplicht voor desnorfiets wordt momenteel uitgevoerd door de SWOV, hier ook vandaagTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 120223 aanwezig. Hierbij wordt gekeken naar de verschuivingseffecten, hetgebruik en de verkeersveiligheidseffecten. Ik verwacht de resultaten in dezomer met uw Kamer te kunnen delen.De heer De Hoop vroeg naar het verbieden van opvoersets. De opvoersetsvoor fatbikes zijn al verboden. Er is geen onderzoek bekend naar dehoeveelheid opvoersetjes op het boerenerf. Dat is eigenlijk ook niet nodig,want ze zijn al verboden.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we even kijken of al deze antwoorden nog leiden totinterrupties. Meneer De Hoop, gaat uw gang.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik laat de opvoersets nu volledig links liggen. Ik durf er nu niks meer overte zeggen. Ik zal dat dan toch zelf verkeerd hebben gelezen in de stukken,dus excuus daarvoor.Ik zou nog wel wat willen vragen over de e-steps, omdat er in mijnbeleving binnen de Wegenverkeerswet en de nationale typegoedkeuringnatuurlijk wel mogelijkheden zijn om extra eisen te stellen aan die e-steps.Dat zorgt ervoor dat niet nieuwe e-steps goedgekeurd kunnen wordendoor de RDW. Er zijn natuurlijk wel degelijk mogelijkheden om daarop testuren. De vraag die ik daaraan vooraf stelde aan de Minister was: is heteigenlijk wel wenselijk om meer e-steps toe te laten en wat voegt dat toenaast een e-bike en een gewone fiets? Ik vind dat best wel een funda-mentele vraag. Ik verwacht dat de Minister van IenW daar toch ook zelfwel iets van vindt.Minister Tieman:Ik zie het beeld natuurlijk ook veranderen. Ik woon zelf in het centrum vanRotterdam. Ik zie daar ook de e-steps, ook de goedgekeurde. Dat is echteen andere e-step. Ik zie mensen die in hun behoefte worden voorzien, ofdie zeggen: ik vind het interessant om op zo’n e-step te gaan; die kaningeklapt worden en kan in de metro meegenomen worden. Het geeft welweer een extra druk. Er komt een ander deel bij. Ik zie zelf ook een segwayop het fietspad voorbijkomen. Dat hebben we ook via een typegoed-keuring gedaan. Ik zie dus wel dat de wereld verandert. Ik ben nu zelf 49.Ik zie ook dat het een generatieaspect heeft. Mensen willen op een anderemanier vervoerd worden. Ze kiezen daar zelf in. Dit zijn wel de regels diewe met elkaar hebben afgesproken. Ik zie natuurlijk ook wat er in andereEuropese steden gebeurt, maar daar gaat het wel om e-steps die echtanders zijn dan de e-step die nu door al die hordes is gekomen, waarbijwe echt expliciet keken naar de additionele veiligheid, zodat we bijvoor-beeld niet die skateboardachtige zaken met hele kleine wieltjes hebben,die echt een hoger risicoprofiel hebben. Ik denk dat dit echt nog verderonderzoek behoeft vanuit uw Kamer, of discussie erover; u gaat zelf overuw technische briefings. Maar ja, ik zie het veranderen. Ik heb me gerichtop het veiliger maken van het fietspad, maar wel met de vrijheid die wemet elkaar zien. Zo meteen ga ik het nog over de Birò hebben, die veelmeer ruimte inneemt. Je moet voorkomen dat als we geen helmplichthebben, op zo’n e-step via het LEV-kader ook een helmverplichting komt,want anders krijg je daar een verschuiving. Dat accent heb ik erop gelegd.Ik heb me er echt op gericht om die helmplicht voor fatbikes te krijgen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Helder antwoord. Dan heb ik nog een vraag over de gehandicaptenvoer-tuigen, waar de Minister al deels heel wat over heeft gezegd. Mij viel zelfop in de stukken dat het ministerie zelf zegt regelmatig signalen te krijgen,niet alleen over oneigenlijk gebruik, maar ook over het feit dat ze actief opde markt gezet worden vanwege de gebruiksvoordelen. Wat doet hetministerie op dit moment om die push op de markt tegen te gaan, zodatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 120224 dat niet te veel gebeurt? Op welke zaken wordt er nu gestuurd? Dat iseigenlijk de vraag.Minister Tieman:Die pak ik even in de tweede termijn op, meneer De Hoop.De heer Jumelet (CDA):Dank voor de reactie van de Minister. Hij zei zelfs: het moet me van hethart. Dat is heel mooi, want dan merken we dat het hem inderdaad aanhet hart gaat. Dat hebben we met elkaar, denk ik, sowieso aan de orde alshet gaat om fatbikes en verkeersveiligheid. Ik waardeer dus zeer de inzettot nu toe op dit punt, want niks doen is geen optie. Je ziet gewoon dat erecht heel veel vragen over zijn. Ik hoorde u ook zeggen dat de lessen uithet verleden, bijvoorbeeld als het gaat om de snorfiets, ook kunnenhelpen om te weten wat dat dan doet. Ik hoorde u ook zeggen dat daarnog een verslag of evaluatie van komt. Ik wil eigenlijk geen vraag stellen,voorzitter, maar benadrukken dat het belangrijk is dat de Minister dit heefttoegezegd en gezegd.De voorzitter:Dan vraag ik de Minister naar het volgende blokje.Minister Tieman:Dat gaat over het CBR en rijbewijzen. De heer Stoffer ...De voorzitter:Excuses, Minister. De heer Goudzwaard heeft nog een vraag.De heer Goudzwaard (JA21):Dank u wel voor uw antwoorden, Minister. U vindt het keurmerkbelangrijk. Het is goed dat dat is neergezet. De Minister geeft aan watwordt aangeboden om dit te doen slagen, zodat het keurmerk effectief is.Hij noemt bijvoorbeeld ondersteuning. Maar zou de Minister ook ietskunnen zeggen over de hoeveelheid, de aantallen, illegale fatbikes die inbeslag zijn genomen? Want daar zijn wij natuurlijk met z’n allen heel ergnieuwsgierig naar. Wil de Minister dat ook meteen doorvertalen naar eenstukje transparantie, bijvoorbeeld via het opstellen van KPI’s enmonitoring, zodat de Kamer weet wat de vorderingen zijn op dit dossier?Minister Tieman:Allereerst nog even over dat keurmerk. Dat is op dit moment in wording.Dat is vergevorderd. Ik zal geen bedrijfsnamen noemen, maar er zitten ookverzekeringspartijen bij. Ik noem ook een deugdelijk slot. Je wilt weten dathet kwalitatief en technisch een betere en veiligere e-bike is; laat ik hetbewust zo noemen.Wat betreft de cijfers van inbeslagnames: we kunnen daarover rappor-teren, maar ik vind het lastig om KPI’s op te stellen voor hoeveel we er inbeslag nemen. Laten we kijken hoe we op een slimme manier deze cijfersaan u kunnen geven, met een lage administratieve belasting voor hetdepartement. De cijfers die we met u kunnen delen, zijn in mijn optiekindrukwekkend. Door de samenwerking met de nieuwe diensten zullen diecijfers nog beter worden. Wat houdt de Douane tegen en wat houdt deNVWA tegen? Dat wil ik u toezeggen, maar we moeten er wel vooroppassen om te zeggen: we moeten er 25% minder hebben. Er zijn veelpanelen in beweging. Er zijn misschien ook veel betere e-bikes. Wat wil jein beslag nemen? Laten we kijken wat we kunnen doen om u, zolang diteen onderwerp van debat is, geregeld te kunnen voorzien van informatieover wat deze handhavingsinitiatieven, die relatief recent zijn, allemaalkunnen doen. We hebben al heel wat in beslag genomen in het verleden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 120225 De voorzitter:We noteren die toezegging. Kunt u aangeven in welke rapportage en opwelk moment u daarover rapporteert?Minister Tieman:Ik kom in de tweede termijn nog even terug op de vraag wat handig is.De voorzitter:Heel fijn. We zijn aanbeland bij het CBR.Minister Tieman:Voorzitter. De heer Stoffer: «De tussentijdse toets komt terug. Wil deverkeersminister ervoor zorgen dat leerlingen overal gebruik kunnenmaken van zo’n tussentijdse toets?» De tussentijdse toets was geschraptvoor iedereen. Ik ben verheugd om te melden dat de tussentijdse toetsvanaf 1 april weer op alle locaties wordt aangeboden. Alle kandidaten dieer klaar voor zijn, kunnen de tussentijdse toets doen, dus ook leerlingenmet faalangst en autisme. Voor leerlingen met faalangst bestaat demogelijkheid van een speciaal rijexamen B, met extra tijd en begeleidingom de leerling in kwestie op zijn of haar gemak te stellen. Dat is mijnreactie daarop.Ik ga verder met de heer Stoffer. Hij had ook nog een vraag over deherziene Rijbewijsrichtlijn. Hij vroeg specifiek of bestuurders vanelektrische bestelbussen met aanhanger kunnen volstaan met eenBE-rijbewijs en een aanvullende training. Bij het eerstvolgende verkeers-veiligheidsdebat informeren we u over de stand van zaken met betrekkingtot de implementatie van de vierde Europese Rijbewijsrichtlijn. Dan zullenwij hier specifiek op ingaan. Dit komt nog net iets te vroeg, zeg ik tegen deheer Stoffer. We zijn ermee bezig.De heer El Abassi: «Hoe gaat de Minister voorkomen dat de reserverings-termijn opnieuw verloopt? Op basis van welke criteria doet het CBR dit enis de Minister bereid om de flexibele inzet van examinatoren voort tezetten?» De reserveringstermijnen liepen als gevolg van de coronapan-demie op. Dat heeft u zelf aangegeven. Dat was een bijzondere situatie. Ikheb er alle vertrouwen in dat de reserveringstermijnen met de huidigemaatregelen op orde zijn en ook zullen blijven, maar we houden datnatuurlijk in de gaten. Het flexibel inzetten van examinatoren zal wordeningezet als dat nodig is.De voorzitter:Dat was het einde van het blokje CBR, denk ik. Ik kijk even of daar nogvragen over zijn. Dat is niet het geval. Gaat uw gang met het blokje overig.Minister Tieman:De heer Van Duijvenvoorde: «De doeltreffendheid van verkeersmaatre-gelen is vaak onbekend en evaluaties zijn schaars. Hoe waarborgt deMinister dat fundamentele verkeersnormen onder controle van de Kamerblijven?» Al het mobiliteits- en veiligheidsbeleid moet voldoen aan deeisen van de Wegenverkeerswet. De Wegenverkeerswet is niet alleengericht op het verzekeren van de veiligheid op de weg. Hij is er ook voorhet beschermen van de weggebruikers en de passagiers. De wet is ookgericht op het in stand houden van de weg, op het waarborgen van debruikbaarheid daarvan en op het zo veel mogelijk waarborgen van devrijheid van verkeer. De uitwerking van de wet in verkeersregels en inregels voor bestuurders en voertuigen moet al deze doelen dienen. Hetlaatste woord over dergelijke zaken is altijd aan uw Kamer, om dezebelangen zorgvuldig af te wegen met elkaar.De heer Stoffer: kan de Minister toezeggen dat de concrete doelstellingenvoor verkeersveiligheid vóór het meireces vastgesteld worden? MeneerStoffer, ook hiervoor komt het meireces net te vroeg. De conceptdoelstel-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 120226 lingen voor verkeersveiligheid worden in het voorjaar aan de nieuweMinister voorgelegd. Het streven is de doelstellingen rond de zomer metde Kamer te delen.De heer Van Duijvenvoorde: «Nul verkeersdoden is niet realiseerbaar. Erkomt alleen maar meer ongewenste regelgeving. Op grond waarvan zijndeze einddoelen voor 2050 nog haalbaar?» Op dit moment hebben we dieambitie van nul verkeersslachtoffers in 2050. We werken nu aan realis-tische doelstellingen die ingaan op het verminderen van de grootsterisico’s. Ook is in beeld gebracht welke extra maatregelen kunnen helpenom het aantal slachtoffers flink te verminderen.De heer De Groot: kunnen de concrete doelen voor verkeersveiligheidgekoppeld worden aan het nieuwe landelijke actieplan? Nee, meneer DeGroot. Het nieuwe LAP komt hiervoor te vroeg, want dat wordt al uiterlijkapril 2026 met de Kamer gedeeld. Het streven is de doelstellingen rond dezomer met de Kamer te delen. We zijn bezig met het opstellen vanhaalbare, concrete doelen, zogeheten smart KPI’s, zodat jaarlijks kanworden gemonitord, ook conform uw wens, of deze doelen wordenbereikt.De heer Van Asten: heeft SWOV geen beeld van lichtere ongevallen danMAIS 3? SWOV kijkt naar alle slachtoffers, dus ook naar lagere slachtoffer-categorieën dan MAIS 3. Er blijven geen slachtoffers buiten beeld.De heer Van Asten: «De gegevens van VeiligheidNL zijn niet koppelbaardoor de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst, waar geenpreventie in staat. Kan het wettelijk geregeld worden dat de preventie welwordt meegenomen?» Dat wordt onderzocht. We zijn op dit moment metpartners als VWS, Ambulancezorg Nederland, VNG, IPO, de Fietsersbonden VeiligheidNL aan het onderzoeken of we de ambulancedata toeganke-lijker en betaalbaarder kunnen maken. We verkennen ook of het nodig isom daarvoor wetten aan te passen. Voor het einde van het jaar ontvangtuw Kamer een plan van aanpak hiervoor met een duidelijke bijbehorendeplanning. Dan wordt ook duidelijk of hier een wetsvoorstel voor nodig is.De financiering van VeiligheidNL is niet structureel. Ook dit is een vraagvan de heer Van Asten. Hij wil weten of de financiering wordt doorgezet.Het klopt dat de financiering van ambulancedata ... Dat is echt eenverfijning van de vele bronnen die we gebruiken. Ik geef ook aan dat webinnen het ministerie best wel zagen dat het wat kostbaarder is dan dedata die we op dit moment inkopen. Maar als het verfijning is en het eenhele goede toegevoegde waarde heeft, dan is dat ook een keuze. Deambitie van IenW is om deze vorm van data, ambulancedata, beschikbaarte houden, maar wel op een betaalbare en toegankelijke wijze. Daaromonderzoeken we op dit moment in welke vorm dat ontsluiten mogelijk is.Uiterlijk einde van dit jaar geef ik u informatie over de uitkomst. Definanciële keuzes over de dataontsluiting laat ik aan een volgend kabinet.Ambulancedata zijn vooraf al van toegevoegde waarde voor fietsonge-vallen. Ik ben het verder helemaal met u eens dat je wel goede data moethebben om te kunnen sturen. Zover mijn antwoord aan de heer VanAsten.De heer Van Asten had ook nog een vraag op het gebied van eeninhaalverbod op fietswegen, als ik het zo goed zeg. Ik bedoel fietsstraten;dat was de juiste terminologie. De vraag was of ik hiermee aan de slagben gegaan. Bij het ministerie is er geen onderzoek bekend. Volgens derichtlijnen van CROW moeten fietsstraten voldoende breed zijn om elkaarte kunnen passeren, maar ik ben bereid om bij SWOV na te vragen hoe zijaankijken tegen uw maatregel om automobilisten niet meer te lateninhalen op deze fietsstraten. Daar heb ik wat additionele informatie voornodig. Die gaan wij ophalen. Ik wil dan ook wel weten hoe lang diefietsstraten zijn, want anders kan het een lang ritje worden. Overal staatnamelijk wel «hou rekening met elkaar» en er zijn andere kleuren. Afijn,het gaat om wat meer duiding met betrekking tot de vraag of er een risicois, en of een additioneel bord met daarop «niet inhalen», dat we hebben,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 120227 op een fietsstraat toegepast zou kunnen worden, zonder dat ik hier bijwijze van spreken pleit voor een nieuw fietsbord. We hebben hier net nogwat meer informatie voor nodig, meneer Van Asten.De heer Stoffer zei: er is gesproken over de aanpak van de N50; dit is voorde lange termijn. Hij vroeg: kunnen er op de korte termijn meer matrix-borden met een filedetectiesysteem worden geplaatst? De heer Stoffer,dat gaan we doen. We hebben inderdaad al vaak gesproken over deverkeersveiligheid op de verschillende delen van de N50. Dus tot zovermijn antwoord aan de heer Stoffer. Het kan ook kort zijn, toch?De heer Stoffer (SGP):Het is geweldig.Minister Tieman:Dan ga ik naar de heer De Groot. Ik heb er nog twee, voorzitter.De voorzitter:Hoe korter, hoe beter, uiteraard.Minister Tieman:Er is een groot tekort aan vrachtwagenparkeerplaatsen. Daar ben ik hethelemaal mee eens. Dit kabinet heeft dan ook 43 miljoen euro beschikbaargesteld. Met de brancheverenigingen gaan we in overleg over hoe we dathet beste kunnen doen, wellicht in cofinanciering met bepaaldegemeenten. Dus er komt veel meer hierover. Het is nog even de vraag ofalle 4.000 truckparkeerplaatsen gerealiseerd worden, maar er is in iedergeval een significant bedrag. 2028 is een belangrijk moment voor deverzorgingsplaatsen, waar uw vraag over ging. Vanaf dat moment vervalteen belangrijk deel van de bestaande vergunningen voor laadpalen opverzorgingsplaatsen. Het is een behoorlijk traject, maar in maartverwachten wij een advies vanuit de Raad van State. Dan gaat u ook hetgesprek aan over wellicht het meest complexe dossier dat ik in dezenegen maanden op mijn bureau heb mogen krijgen. Het klinkt eigenlijk zosimpel: verzorgingsplaatsen. We hebben met elkaar gesproken over welkemogelijkheden er zijn. Aan de ene kant is er de Dienstenrichtlijn, aan deandere kant de vrije markt, de ondernemers die nu fossiele brandstoffenverkopen en een stap willen gaan maken, en de veiligheid. Hier wordt dusnog veel meer over gesproken op kortere termijn, meneer De Groot.Ook van uw hand was een vraag over de aanpak van risicovolle N-wegen.De N33, N57 en N59 zijn de afgelopen jaren veiliger geworden; daar zijnverkeersveiligheidsmaatregelen gerealiseerd. Dat is ook echt een accentdat ik hier met het team heb mogen zetten. Voor de N33 geldt dat deMIRT-verkenning start in het tweede kwartaal. Het streven is om deverkenning eind 2028 af te ronden met het vaststellen van een voorkeurs-beslissing. Op dit moment werken we aan de verkenning. Dan zal ook deplanning voor de realisatie compleet worden. Met de 200 miljoen euro diedaarvoor beschikbaar is, werkt Rijkswaterstaat aan een verdere uitwerkingvan de aanpak van de rijks-N-wegen. Die N-wegen zijn namelijk nietallemaal in het bezit van het Rijk. De volgende trajecten zijn hier onderdeelvan. De maatregelen op de N915 worden dit jaar gerealiseerd. Demaatregelen op de N18 worden verwacht in 2027. De rotonde bij deKogendijk en de N9 staat gepland voor 2027; deze maatregel wordtuitgevoerd door de gemeente Alkmaar. De maatregelen op de N14 en N44worden meegenomen bij het onderhoud van 2029. Rijkswaterstaat werktnu aan de uitwerking van de maatregelen op de N36 en N50. Een concreteplanning volgt.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 120228 Ik dank u wel. Ik kijk even naar de commissieleden om te zien of er nogvragen zijn overgebleven. Ik zag veelvuldig instemmend geknik. De heerStoffer werd zelfs enthousiast, zag ik.De heer Stoffer (SGP):Ja, ik was blij verrast.De voorzitter:Dat is heel goed om te horen. Dat is toch weer mooi werk. Dan wil ik nuhet woord geven aan de Minister van JenV. Gaat uw gang.Minister Van Oosten:Dank u wel, voorzitter. Ik wil mijn bijdrage beginnen met het blokjealcohol en drugs. Ik deel met u dat het verdrietig is om vast te stellen dathet aantal mensen dat een proces-verbaal is opgelegd vanwege hetgebruik van alcohol opnieuw is gestegen. Dat is gewoon heel ernstig. Hetis terecht dat u daar allemaal aandacht aan geeft. Om die reden is het ookgoed om vast te stellen dat we in maart dit jaar met elkaar de Wetverbetering aanpak rijden onder invloed gaan behandelen, met inbegripvan een ander wetsvoorstel. Ik moet even spieken hoe dat heet, want ikhaal dat steeds door elkaar met een andere. Het gaat om de alcoholmeter,wat iets anders is dan het alcoholslot; daar kom ik dadelijk nog even opterug. Beide wetten zijn van grote betekenis, omdat je het dadelijkuitvoerbaar kan stellen op het moment dat iemand in hoger beroep gaat.Iemand is dan al voor iets veroordeeld, maar in hoger beroep kan datweer worden ingenomen of worden veranderd. Het gaat erom dat je kuntzeggen: tot die tijd mag u toch niet de weg op. Het heeft ook betrekking opde mogelijkheid om te zeggen: op het moment dat je je niet aanvoorwaarden houdt, leggen we vervangende hechtenis op. Zo zijn er nogwat andere maatregelen die echt ingrijpen in de vrijheid die iemandmisschien ervaart om desondanks wederom met alcohol achter het stuurte gaan zitten. Dat willen we namelijk niet.Ook wijs ik u op de wet-Mulder en de Wet aanscherping strafrechtelijkeaansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten. Die zijn c.q. worden op ditogenblik geëvalueerd. Ik verwacht dat u rond de zomer de beleidsreactiekrijgt. Pin me niet vast op het precieze moment. Het is ook wel chic omdaar even wat ruimte voor te geven aan het nieuwe kabinet. Ik denk dat ervoor u alle mogelijkheid is om dan ook door te gaan op het punt vanalcohol.Dan maak ik de stap naar de vraag die de heer Stoffer mij onder meerstelde. Met hem ben ik benieuwd naar het antwoord, dus ik zeg hem toedat ik dat verder verkend wil hebben en opgenomen wil hebben in debrief die u elk halfjaar krijgt. Zijn vraag heeft betrekking op het inhoudenvan het rijbewijs. Dat gebeurt af en toe om redenen, maar je krijgt het danna zes maanden weer terug. De heer Stoffer gaf dat voorbeeld. Ik wil goedbekeken hebben of dat de weg is die we moeten willen blijven houden. Ikzeg u dus niet toe dat we het per se gaan veranderen, maar ik zeg u weltoe dat we dat verder verkennen en dat ik u daar verslag van doe in debrief die u, naar ik aanneem, elk halfjaar krijgt. Dat zal dus rond de zomerzijn. Dan kunt u met elkaar de discussie voeren.De heer Stoffer vroeg mij ook naar het aantal controles en staandehou-dingen. Ik zeg u graag toe dat ik jaarlijks in de verkeersbrief blijf opnemenhoeveel alcohol- en drugscontroles er hebben plaatsgevonden en hoeveelprocessen-verbaal er zijn opgelegd. Ik heb die informatie. Ik ga ervan uitdat u die eerder ook heeft gekregen, maar laten we dat als een toezeggingnoteren; dan staat dat.Dat zeg ik u niet toe, zeg ik via de voorzitter tegen de heer Stoffer, metbetrekking tot het specifieke aantal testen of het aantal auto’s dat je hebtgeregistreerd of hebt zien voorbijtrekken bij een alcoholcontrole. Als hetzo specifiek moet worden, dan voorzie ik echt een te zware administra-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 120229 tieve last bij de politie. Dat vind ik niet juist. We moeten ervan uit kunnengaan dat de politie dat werk doet. U krijgt te zien hoeveel alcoholcontroleser plaatsvinden. We kunnen dan misschien wel, als ik daar wat meerinformatie over heb, in zijn algemeenheid bespreken over hoeveel auto’shet ongeveer zou kunnen gaan. Maar als we die last echt bij de politieneerleggen, dan gaat dat ten koste van het blauw op straat. Ik zie de heerStoffer knikken om aan te geven dat dat zijn bedoeling niet was.Dan het alcoholslot. Ook daar is een vraag over van de heer Stoffer. Hetalcoholslot is dus wat anders dan de alcoholmeter, waar ik het net overhad, maar in dit gezelschap hoef ik het verschil niet te duiden, neem ikaan. Het is inderdaad de bedoeling om die verkenning voor de zomer tehebben afgerond. Ik vind dat het aan het nieuwe kabinet is om een besluitte nemen over de invoering en de snelheid daarvan, maar het doel isabsoluut om u daar voor de zomer nader over te informeren. We hebbenallemaal kunnen lezen wat er op dat vlak in het coalitieakkoord staat.Ten slotte nog drugs. Dat onderwerp hangt er een heel eind mee samen,maar dat krijgt toch even apart aandacht. Er staat hier niet bij van wiedeze vraag over de handhaving was, maar volgens mij was die vanmeneer Jumelet. Of ben ik in de war? Nee, dat klopt. De handhaving opdrugsgebruik in het verkeer neemt elk jaar toe. In 2017 zijn we daarmeebegonnen. Het ging van 1.500 toen naar bijna 21.000 in 2024. Bijna elkezaak waarin sprake is van een positief bloedonderzoek boven de grens-waarden leidt tot strafoplegging met een strafbeschikking van hetOpenbaar Ministerie of een vonnis van de rechter. Mij zijn geenknelpunten bekend. Daarnaast is er educatie en een maatschappelijkenormverandering nodig. Dat is denk ik minstens zo belangrijk. Ik weet dathet geregeld voorkomt dat daar door de rechter specifiek een bijzonderemaatregel voor wordt opgelegd, wat mij zeer wenselijk lijkt in een situatiezoals beschreven. Wellicht is dat iets – die suggestie doe ik u terhand – om ook mee te nemen bij de evaluatie van beide wetsvoorstellendie ik u net aan het begin meegaf, omdat dat prima momenten zijn om hetjuist in wat algemenere zin te bespreken. Dan zou u nog verbeterstappenkunnen doen.Voorzitter. Dan de boa’s. Onder meer de heer Van Asten had daar eenvraag over. We hebben de brief over het hele boa-bestel – dat noemen wijde boa-brief – via de commissie voor Justitie naar de Kamer gestuurd.Wat nog niet helemaal rond is en nog verder besproken moet worden metde ketenpartners – ik ben nooit zo’n fan van dat woord, maar toch – is ofer knelpunten zijn in de sfeer van bevoegdheden voor boa’s als het gaatom verkeershandhaving. Dat is onvoldoende helder, dus dat moet goeduitgedacht worden. U vroeg naar knelpunten in bevoegdheden, meen ik,dus ik noem dit er toch maar specifiek bij. Minstens zo belangrijk is dat weons ook realiseren dat je vaak wat meer specialistische kennis, training enkunde nodig hebt dan nu wellicht van de boa’s verlangd wordt. Je hebthet dan al snel over gemotoriseerd verkeer in plaats van het ongemotori-seerde verkeer; zeg maar controles op fietsen. Je ziet ook dat veel boa’scontroleren op verkeerd parkeren en dat soort zaken. Het gaat dan niet perse om verkeersveiligheid, maar het hangt er wel mee samen. Bij gemoto-riseerd vervoer heb je het wel een klein beetje over een wat anderchapiter dat kennis, opleiding en middelen vergt. Over die bevoegdhedenwil ik u terugrapporteren of er hiaten zijn. Ik kan dus de toezegging doendat ik u dat laat weten. Of je die opgelost wil hebben of wil veranderen,dat laat ik aan het volgende kabinet. Maar dan moeten we eerst weten wathet is.Dan een vraag van de heer Jumelet over straatraces. Nee, er zijn geenlandelijke afspraken, een landelijke hotspotaanpak of iets dergelijks. Dat isecht aan de lokale driehoek. Ik heb er zelf ook weleens wat ervaring meeopgedaan en toen hebben we er een drempel op gelegd. Ik zou datoverigens niet overal willen aanraden, want dat kan ook weer tot allerlei ...Het is heel belangrijk om daar wat maatwerk toe te passen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 120230 Dan de fatbikes. Daar heb ik iets meer vragen over gekregen, onder meerde vraag wanneer alle gemeenten over rollentestbanken gaan beschikken.Dat zal niet gebeuren, maar wel bij alle politie-eenheden. Dat is overigensook het geval. Via de basisteams van de politie wordt dat natuurlijk welgevoeld in gemeenten. De politie-eenheden kunnen dan ook kiezen waarde inzet moet plaatsvinden.Dan de handhaving rondom fatbikes in het bijzonder. Ik heb geen geluidenvernomen over knelpunten of problemen bij de handhaving met derollenbanken. Ik heb al gezegd dat die bij de eenheden beschikbaar zijn. Jemoet die dan natuurlijk inzetten en daar een verdeling voor maken. Alshet gaat om ongekeurde e-voertuigen, dus elektrische voertuigen, zien wewel een forse stijging: van 643 in 2023 naar 4.845 in 2024. Dat zijnoverigens vaak fatbikes, maar soms heb je wat discussie: is het nou eenfatbike of niet? Ik zou dat aantal als positief willen omschrijven als hetgaat om de handhaving, maar ook als negatief. Want in the end wil jenatuurlijk niet dat er allerlei ongekeurde voertuigen zijn, laat staan aan dekant van de weg zwerven. We hebben ook wat discussie met elkaargevoerd. We hebben later ook een uitspraak gehad over die 25 kilometer;daar refereerde u ook aan. Er zijn mogelijkheden versterkt om daarop tekunnen handhaven. Die uitspraak van de rechter biedt op dat punt ookperspectief. Ik denk dat we het heel goed moeten blijven volgen. Op hetgebied van veiligheid heb je in het hele justitieapparaat en in het bijzonderde politie natuurlijk altijd keuzes te maken; die keuzes worden vaak lokaalgemaakt. Ik denk dat we met elkaar goed moeten volgen of het ook goeduitpakt. De uitspraak van de rechter biedt op dat punt perspectief, vind ik.De heer De Groot vraagt naar de aparte categorie voor fatbikes en of deinbeslagname dan ook beter geregistreerd kan worden. Dat staat in hetcoalitieakkoord. Daar verwijst hij ook naar. Ik vind het niet mijn rol omvanuit mijn positie als demissionair Minister in het kabinet-Schoof daaropte reflecteren. Dat laat ik aan de opvolger, maar ik lees het net als de heerDe Groot ook terug.Ik kom op mijn laatste kopje. Ik praat maar gewoon door, hoor, meneer DeGroot, totdat ik word onderbroken.De voorzitter:Ik vind het chapeau gaan! Gaat u vooral door.Minister Van Oosten:Dan kom ik bij de boetehoogte en de handhaving. O, ik blijf nog even bijde heer De Groot, die vroeg naar de uitrol van de extra mobiele flitspalen.We hebben er nu 75. Dat heeft u ook allemaal kunnen lezen. Het groeit toteind 2026 door naar 125. We hebben nu 35 focusflitsers. Die kunnen«handheld telefoongebruik» registreren; zo heet dat. Het aantal vasteflitspalen gaat van 642 naar 750 in 2029.Dan kom ik ook op mijn laatste antwoord richting de heer El Abassi. Wehebben daar eerder de discussie met elkaar over gevoerd. Het betekentwel dat ik niet kan uitsluiten dat het aantal bekeuringen toeneemt. Ik benhet overigens niet met de heer El Abassi eens dat de focus bij bekeu-ringen en het hele boetesysteem puur ligt op de financiële inkomstenkant.Dat wil ik toch benadrukken. Ik betwist niet dat het óók een rol speelt. Deheer El Abassi verwijst ook naar uitspraken van mijzelf op dat punt. Maarhet dient natuurlijk ook een ander doel – dat is evident – namelijk deverkeersveiligheid. Dat staat bij mij natuurlijk wel voorop. Daar gaan weook met de Kamer over in gesprek. Dat heb ik eerder ook met de heer ElAbassi gewisseld. Ik meen vorige week nog, tijdens de begrotingsbehan-deling Justitie. Er is namelijk een onderzoek van het WODC neergelegd.Dat is een tamelijk omvangrijk onderzoek en dat vergt een nadere engoede bespreking. Ik moet daarin ook een beleidsreactie meenemen,onder meer van het Openbaar Ministerie en allerlei andere organisaties.De inhoudelijke reactie gaat dus echt nog wel volgen. Dan zullen we daarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 120231 ongetwijfeld een debat met elkaar over hebben. Ik hecht er wel aan om teblijven bij de opmerking – dat zal niet iedereen in deze zaal wat zeggen,maar de heer El Abassi toevallig wel, want die was daarbij – die ik vorigeweek in de richting van mevrouw Straatman heb uitgesproken, namelijkdat ik het ook niet anders kan maken dan het is als het gaat om definanciële kant van het verhaal.Daarbij wil ik ten slotte nog wel de opmerking maken dat ik denk dat hetheel verstandig is – de heer El Abassi heeft daar ook aandacht voorgevraagd; dat hoorde ik nu niet, maar de vorige keer wel – dat het CJIBeen aantal stappen heeft gezet om kwetsbare mensen die geconfronteerdworden met boetes, soms ook meerdere boetes, meer maatwerk tebieden. Daar laat ik het bij, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even naar de leden om te zien of er nog vragenopenstaan. Dat is niet het geval. Dan zijn we aan het einde gekomen vande eerste termijn van de kant van het kabinet. Ik kijk even of de ledenbehoefte hebben aan een tweede termijn. Ik zie de heer Stoffer knikken.Laat ik vooropstellen dat u er natuurlijk geen gebruik van hoeft te maken,maar we gaan de tweede termijn in ieder geval starten. U heeft 1 minuuten 40 seconden. Gaat uw gang, meneer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Dank, voorzitter. Dank aan beide bewindslieden voor de beantwoordingvan de vragen die gesteld zijn. Het is natuurlijk een debat in een specifieketijdsperiode, tussen een regeerakkoord en een nieuw kabinet. Mooi dat wedit belangrijke onderwerp wel met elkaar besproken hebben en dat weook volop aandacht hebben kunnen geven aan dit onderwerp. Dank voorde toezeggingen.Ik wil nog even refereren aan de N50. Er is vandaag een mooie motie vanCaroline van der Plas en mij aangenomen, waarin er 40 miljoen isvrijgemaakt om die goed aan te pakken. Dat er ook op korte termijn watgedaan wordt, vind ik heel mooi.Voorzitter, tot slot vraag ik een tweeminutendebat aan.De voorzitter:Dat noteren wij. De heer Van Asten.De heer Van Asten (D66):Ook mijn dank voor de beantwoording. Sommige dingen moeteninderdaad nog worden uitgezocht, zoals die boa’s. Ik zou graag toch ietsmeer van een toezegging willen hebben ten aanzien van de campagneover vermoeidheid of in ieder geval het bekijken welke rol dat speelt. Dankunnen we dat in het najaar in het debat over verkeersveiligheidbespreken. We hebben weliswaar ook nog het debat in mei, maarsommige dingen hebben misschien net even iets meer tijd nodig.We hebben natuurlijk nog een aantal zaken ten aanzien van de ontsluitingvan die ambulancedata. Er werd een aantal keer gezegd: aan het eindevan het jaar komen we met een plan van aanpak. Dat ging dan specifiekover die wetswijziging. Naar mijn begrip duurt dat al enige tijd. Ik ben duswat teleurgesteld over het antwoord: aan het einde van het jaar komen wemet een plan van aanpak. Nu weet ik dat een wetswijziging in totaal langduurt, maar een jaar nemen om te komen tot het begin van het maken vaneen plan van aanpak, vind ik wat gortig. Wellicht kan daar nog iets meerduidelijkheid over worden gegeven.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even verder. De heer Goudzwaard niet. De heer DeHoop: kort. Gaat uw gang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 120232 De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Ik wil het toch nog even hebben over de opvoersetjes, wantinmiddels snap ik de verwarring die ik had. Het ging over de uitvoeringvan de motie-Grinwis waarin gevraagd werd om een algeheel opvoer-verbod. Het is nu inderdaad zo dat dat geldt voor fatbikes, maar in de briefstaat onder andere bijvoorbeeld ook dat het ministerie gaat onderzoekenof een verbod voor het commercieel aanbieden van opvoeren doorbedrijven van toegevoegde waarde is. Ik denk dat dat het geval is en ikzou de Minister daar ook toe willen bewegen. Ik zou hem willen vragen ofhij voor het volgende commissiedebat daarop terug kan komen. Wat zijnde uitkomsten daarvan? Wat is er nodig om dat toch juridisch werkbaar tekunnen maken? Ik vraag hem om de proportionaliteit aan te gevenrondom het überhaupt hebben van of rijden op een opgevoerd voertuig teverbieden. Dat werd volgens mij niet als proportioneel gezien, omdat dateen probleem zou kunnen opleveren op het eigen terrein of op hetboerenerf. Ik zou de Minister toch willen bewegen om nog scherper tekijken naar zo’n algeheel opvoerverbod en om daarnaartoe te gaan, zoalsook gevraagd in de motie-Grinwis.De voorzitter:Dank u wel. De heer Jumelet.De heer Jumelet (CDA):Dank u wel, voorzitter. Ik heb in mijn bijdrage gezegd dat het er enerzijdsover gaat dat de vervoermiddelen veilig moeten zijn. Dat spreekt voorzich. Anderzijds wil de samenleving dat mensen rekening houden metelkaar. Het is natuurlijk een groot goed om vrijheid te hebben, ook in hoeje je verplaatst, maar in onze samenleving is nadrukkelijk samen leven hetuitgangspunt.Voorzitter. Dan kom ik nog even op de straatraces. Ik heb dit dossierovergenomen van mijn collega Eline Vedder. De Minister antwoordde vrijkort. We zien dat de straatraces zich van gemeente naar gemeenteverplaatsen als er wat druk op komt, dus enige regie zou wel goed zijn,denk ik. Voor nu is het helder, maar ik zou me ook kunnen voorstellen datwe nog eens hierover nadenken en bekijken hoe je daar nog wat meersamen in kunt optrekken.Voorzitter. Dat was het voor dit moment.De voorzitter:Dank u wel. De heer Van Duijvenvoorde: niet het geval. De heer El Abassi:geen inbreng.Ikzelf wil u namens de VVD-fractie danken voor de beantwoording. Webekijken in het tweeminutendebat wel wat we het nieuwe kabinet nogmee willen geven. Ik heb verder geen inbreng. Ik schors kort ter voorbe-reiding van de beantwoording in de tweede termijn. Blijft u allen in debuurt, want over vijf minuten hervatten we het debat met de beant-woording van het kabinet in tweede termijn.De vergadering wordt van 18.25 uur tot 18.30 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen dit debat. Aan de orde is de tweede termijn van de zijde vanhet kabinet. Ik wil graag Minister Tieman het woord geven.Minister Tieman:Dank u wel, voorzitter. De heer De hoop had het over opvoersets, ook opeigen terrein. Wij gaan over de Wegenverkeerswet. Het is vrij complex.We komen nog schriftelijk terug op wat daar allemaal voor nodig is.We komen ook voor de zomer terug op hoe we invulling gaan geven aande motie van de heer Grinwis.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 120233 Meneer Van Asten, ik wil u nog een aantal zaken verduidelijken. Ik kan ookeen toezegging doen om iets naar voren te halen, bijvoorbeeld dat planvan aanpak voor het einde van het jaar. Weet wel dat dit echt bij hetMinisterie van VWS ligt. Dat maakt het wat complexer. Ik stel voor dat wijhier in mei, bij het volgende commissiedebat, wat meer de diepteopzoeken en dat we dan aan u rapporteren hoever we zijn gekomen, omzo meer scherpte te krijgen. We halen het net ook op bij de collega’s vanVWS om te kijken of we überhaupt een planning nodig hebben, of eenwetswijziging. Dan hebben we daar gewoon wat meer informatie over.Een toezegging kan ik noteren voor de vermoeidheid, zoals u ook heeftaangegeven. We zijn in gesprek over de ambulancedata, om die verder teverfijnen en toe te voegen met de 25 regionale ambulancevoorzieningen.Er is dan ook nog een gesprek over de financiën. Dan heb ik daar meerinformatie over. Dat is eigenlijk hoe ik uw vragen wilde beantwoorden. Uhad ook nog een vraag over de financiering. Dat doen we dan zo.De heer Goudzwaard. Toch ook even over de data. We hebben net datconvenant, die samenwerkingsafspraak, met de ILT, de Douane, de NVWAen de politie beklonken. Dat was in Q4 van vorig jaar. Ik zou u willenvragen of het goed is dat wij in Q4 een rapportage en evaluatie van diesamenwerking geven met een overzicht van de concrete cijfers die desamenwerking heeft opgeleverd.De heer De Hoop vroeg naar gehandicaptenvervoer. We gaan watscherper aan de wind varen voor het stellen van toelatingseisen in decategorie gehandicaptenvoertuigen met een snelheid van 20 tot 45kilometer per uur. Dat maakt oneigenlijk gebruik minder aantrekkelijk, ookvoor marktpartijen die deze vervoersmiddelen op de markt brengen.Nieuw beleid voor deze voertuigen is eind dit jaar uitgewerkt. Eventueelkan ik ook wat meer informatie geven over de stand van zaken bij hetvolgende debat Verkeersveiligheid. Dat staat op dit moment gepland inmei.De heer Goudzwaard (JA21):Hoor ik de Minister nou zeggen dat hij in Q4 van dit jaar met eenrapportage zou willen komen?Minister Tieman:We komen met een evaluatie van de samenwerking die we in Q4 vorigjaar gehad hebben met de ILT, de Douane, de politie en de NVWA. Datwordt een evaluatie van die samenwerking, in combinatie met wat hetconcreet heeft opgeleverd aan inbeslagnames en vernietigde fatbikes diedoor de shredder zijn gegaan. Dat soort zaken geven wij dan weer in eenrapportage.De heer Goudzwaard (JA21):Het fatbikedossier is een heel prangend dossier. Dat hoort de Ministervolgens mij aan allerlei sprekers. Ik zou het heel erg waarderen als deMinister zou kunnen inzetten op bijvoorbeeld een kwartaalrapportageover wat er in beslag is genomen. Ik kan me ook voorstellen dat ik mijnhand dan misschien wat overspeel. Misschien kunnen we elkaartegemoetkomen, dat u gewoon met een halfjaarlijkse rapportage komt.Dan heeft de Kamer ook nog ietwat houvast om de voortgang en deeffectiviteit te monitoren van datgene wat de Minister uitrolt. Dan kunt ude evaluatie aan het eind van het jaar de tweede halfjaarsrapportage latenvergezellen.De voorzitter:Helder, helder.Minister Tieman:Dat is een toezegging.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 120234 De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Over het laatste punt van de gehandicaptenvoertuigen zei de Minister: alsu dat prettig vindt, kan ik daar eventueel op terugkomen. Dat laatste puntheb ik dan als toezegging opgevat. Dank dat de Minister voor hetvolgende debat, ik geloof voor de zomer, wil terugkomen op de opvoer-setjes. De vraag is of daarbij inderdaad specifiek ingegaan wordt op datcommercieel aanbieden. Er staat met betrekking tot de Wegenver-keerswet ... Er staat inderdaad dat erop teruggekomen wordt, maar ik gaer ook van uit dat de Minister op dat specifieke onderdeel voor de zomernog wat uitgebreider richting de Kamer terugkomt.Minister Tieman:Een toezegging.De voorzitter:Het gaat hard met de toezeggingen hier. We kunnen het bijna nietbijhouden. Het nieuwe kabinet krijgt het druk, zou ik willen zeggen. Wemoeten het hier ook een beetje luchtig houden. Dat is wel gezellig. Ik denkdat dat uw antwoorden waren. Dan kijk ik naar de Minister van JenV voorde laatste antwoorden.Minister Van Oosten:Dank u wel, voorzitter. De heer Jumelet vroeg naar de straatraces. Ik gafaan dat die lokaal georiënteerd zijn. Niettemin begrijp ik van uw fractiege-noten dat u het signaal heeft dat die straatraces een soort rondtrekkendbestaan door Nederland leiden. Dat geeft mij aanleiding om het wel tebenoemen bij mijn reguliere relatieoverleg met de korpschef van depolitie. Ik laat verder bij u of u daar over een jaar of wat nog eens een keernaar wilt informeren, maar ik ga dat in elk geval benoemen, want als watu zegt het geval is, moet de politie dat weten.De voorzitter:Dank u wel. De heer Jumelet.De heer Jumelet (CDA):Ik hoor een toezegging.Minister Van Oosten:Maar niet de toezegging dat ik er zelf een actieve brief over stuur. Die laatik lekker bij de heer Jumelet.De voorzitter:Kijk, dat is dan maar genoteerd. Dank u wel voor de antwoorden. Dan zijnwe hiermee aan het einde gekomen van de tweede termijn van de kantvan het kabinet. We zijn ook bijna aan het einde gekomen van ditcommissiedebat Verkeersveiligheid, maar niet voordat we de adminis-tratie hebben gedaan. Dat zijn de toezeggingen. Dat zijn er wel een heelaantal, dus we lopen ze even langs. We kijken of we ze goed genoteerdhebben. Het is in ieder geval zo dat de heer Stoffer van de SGP eentweeminutendebat heeft aangevraagd.–De Minister van Infrastructuur en Waterstaat zal de Kamer hethalfjaarlijkse cijfer over het aantal inbeslaggenomen illegale fatbikesdoen toekomen, met daarbij in Q4 een evaluatie van de samenwerkingmet onder andere de Douane, ILT en andere partijen. Dat is eentoezegging aan de heer Goudzwaard van JA21.–De Minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe dat de Kamervoor de zomer de concrete doelstelling voor verkeersveiligheid zalontvangen. Dat is een toezegging aan de heer Stoffer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 120235 –De Minister van Infrastructuur en Waterstaat zal door SWOV latenonderzoeken of een inhaalverbod voor automobilisten op fietsstratenmogelijk is. Dat is een toezegging aan de heer Van Asten van D66.–De Minister van Justitie en Veiligheid zegt toe om in de eerstvolgendeverzamelbrief over verkeersveiligheid de Kamer te informeren over zijnverkenning van de mogelijkheid tot het langer dan zes maandeninhouden van het rijbewijs. Dat is een toezegging aan de heer Stoffer.–De Minister van Justitie en Veiligheid zal de Kamer informeren overhet aantal alcoholcontroles en processen-verbaal. Dat is ook eentoezegging aan de heer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Ik lachte ook heel vriendelijk naar de Minister.De voorzitter:Ik heb het in de gaten.Minister Van Oosten:Het waren gewoon goede ideeën.De voorzitter:Dit zal dan wellicht in diezelfde brief terechtkomen.– De Minister van IenW zegt toe om de Kamer in mei nader te informerenover de maatregelen tegen vermoeidheid achter het stuur, evenals overambulancedata. Dat is een toezegging aan de heer Van Asten van D66.Hebben we dan alle toezeggingen te pakken? Ik denk het wel. Het is eenheel mooi rijtje. Dan hebben we de administratie ook op orde.We zijn aan het einde gekomen van dit debat. Ik wil allereerst natuurlijk demensen die hier op de publieke tribune hebben gezeten om dit debat tevolgen hartelijk danken voor hun komst. Ik dank de mensen die dit opafstand hebben gevolgd. Ik dank de bewindspersonen, inclusief deambtelijke ondersteuning, hartelijk voor hun aanwezigheid. Dank aan deleden. Dank aan de griffie en de ondersteunende diensten die hiervandaag in de zaal aanwezig waren om dit debat mogelijk te maken.Daarmee sluit ik dit debat Verkeersveiligheid. Dank u wel.Sluiting 18.38 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 120236

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 3437d2f3ac581392

14 okt 2026 · 58dc57fbc8666da4

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingVerkeersveiligheid
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 4 februari 2026, over Verkeersveiligheid

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.