KamerkringInloggen
← Verkenner

Kamerstuk · 29 jun 2026 · Tweede Kamer

Amendement van het lid Abdi over de rechtsmacht van de Nederlandse rechter bij SLAPP-zaken

Brontekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 731Wijziging van het Wetboek van BurgerlijkeRechtsvordering ter implementatie van Richtlijn(EU) 2024/1069 betreffende bescherming van bijpublieke participatie betrokken personen tegenkennelijk ongegronde vorderingen of misbruikvan procesrecht («strategische rechtszakentegen publieke participatie»)Nr. 11 AMENDEMENT VAN HET LID ABDIOntvangen 29 juni 2026 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:Voor artikel I, onderdeel A, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende: 0AAan artikel 6 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot vanonderdeel i door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende: j. een vordering tot vergoeding van schade en kosten geleden door eenin Nederland wonende natuurlijke persoon of gevestigde rechtspersoonals gevolg van een vordering die door een buiten de Europese Uniewonende of gevestigde eiser bij een rechter in een land buiten deEuropese Unie is ingesteld wegens diens betrokkenheid bij publiekeparticipatie, indien daarbij misbruik van procesrecht als bedoeld in deRichtlijn (EU) 2024/1069 van het Europees Parlement en de Raad van11 april 2024 betreffende bescherming van bij publieke participatiebetrokken personen tegen kennelijk ongegronde vorderingen of misbruikvan procesrecht («strategische rechtszaken tegen publieke participatie»)wordt gemaakt.Toelichting In tegenstelling tot hetgeen in de memorie van toelichting (Kamer-stukken II 2024/25, 36 731, nr. 3, p. 16–17) wordt gesteld, volstaat dehuidige bevoegdheidsgrond in artikel 6, sub e, van het Wetboek vanBurgerlijke Rechtsvordering (Rv) («indien het schadebrengende feit zich inNederland heeft voorgedaan of zich kan voordoen») niet om te voldoenaan de waarborg in artikel 17, eerste lid, van de Richtlijn (EU) 2024/1069van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffendebescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegenkennelijk ongegronde vorderingen of misbruik van procesrecht («strate-gische rechtszaken tegen publieke participatie») (de Richtlijn). Artikel 6,sub e, Rv heeft zowel betrekking op de plaats waar de schadeveroorza-kende gebeurtenis zich heeft voorgedaan als op de plaats waar de directeschade is ingetreden. Uit de rechtspraak blijkt dat de woonplaats van de kst-36731-11ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 731, nr. 111 benadeelde op zichzelf niet voldoende is voor de bevoegdheid van deNederlandse rechter op grond van de plaats waar de directe schade isingetreden, en dat sprake moet zijn van bijkomende omstandigheden.1 Inde memorie van toelichting wordt echter gesteld dat het voor de hand ligtdat de immateriële schade die het SLAPP-doelwit lijdt direct intreedt indiens woonplaats in Nederland.2 De memorie van toelichting erkent weldat voor zuiver financiële schade bijkomende omstandigheden vereist zijnnaast de plaats van de bankrekening in de woonplaats van de benadeelde.Volgens de memorie van toelichting kunnen dergelijke omstandighedenbijvoorbeeld zijn dat de deelname aan het publieke debat vanuit dewoonplaats van het SLAPP-doelwit heeft plaatsgevonden, of dat hetSLAPP-doelwit nooit fysiek aanwezig is geweest in het land waar deSLAPP-procedure aanhangig is gemaakt.3Het vereiste dat voor de bevoegdheid van de Nederlandse rechtersprake moet zijn van bijkomende omstandigheden, naast de woonplaatsof plaats van vestiging van het SLAPP-doelwit in Nederland, volgt echterniet uit artikel 17, eerste lid, van de Richtlijn.4 Een dergelijk vereiste kanertoe leiden dat SLAPP-doelwitten geen effectieve toegang tot deNederlandse rechter hebben en ondermijnt daarmee de door de richtlijnbeoogde bescherming. In lijn met recente Nederlandse rechtspraak dientgeconcludeerd te worden dat de MvT ten onrechte stelt dat artikel 17 lid 1anti-SLAPP-Richtlijn geen implementatie behoeft.5 Zoals blijkt uitoverweging 44 van de Richtlijn, bevat artikel 17 lid 1 een nieuwebijzondere bevoegdheidsgrond die als lex specialis voorrang heeft bovenbestaande bevoegdheidsregels, zoals artikel 7 lid 2 Brussel I bis Veror-dening en artikel 6, sub e, Rv.6In de implementatiediscussies in verschillende EU-lidstaten wordtbenadrukt dat artikel 17, eerste lid, van de Richtlijn een duidelijke enzelfstandige bevoegdheidsgrond vereist, teneinde te voorkomen datslachtoffers van procedures in derde landen geen effectieve toegang totde rechter hebben.7 In de implementatiewetgeving van verschillendeEU-lidstaten die reeds een wetsvoorstel of wet hebben gepubliceerd, is1Birgit van Houtert, «The Anti-SLAPP Directive in the context of EU and Dutch private interna-tional law: improvements and (remaining) challenges to protect SLAPP targets», NederlandsInternationaal Privaatrecht 2024, afl. 4, p. 669.2HvJ EU 16 juni 2016, Universal Music International Holding BV tegen Michael TétreaultSchilling e.a., C-12/15, ECLI;EU:C:2016:449, r.o. 38–40.3Kamerstukken II 2024/25, 36 731, nr. 3, p. 17.4Rechtbank Amsterdam 3 juni 2026, Stichting Greenpeace Council tegen Energy Transfer LP e.a.,ECLI:NL:RBAMS:2026:5461, r.o. 4.10.5Rechtbank Amsterdam 3 juni 2026, Stichting Greenpeace Council tegen Energy Transfer LP e.a.,ECLI:NL:RBAMS:2026:5461, r.o. 4.9.6Rechtbank Amsterdam 3 juni 2026, Stichting Greenpeace Council tegen Energy Transfer LP e.a.,ECLI:NL:RBAMS:2026:5461, r.o. 4.9.7Volgens het rechtsvergelijkend onderzoek verricht door de «European Association of PrivateInternational Law Working Group on Anti-SLAPP Directive Transpositions». https://eapil.org/what-we-do/working-groups/group-on-anti-slapp-directive-transpositions/ Zie Birgit vanHoutert en Marco Pasqua, «Challenges in the Anti-SLAPP Directive Transpositions at the 7 May2026 Deadline», EAPIL Blog, 7 mei 2026. https://eapil.org/2026/05/07/challenges-in-the-anti-slapp-directive-transpositions-at-the-7-may-2026-deadline/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 731, nr. 112 artikel 17, eerste lid, van de Richtlijn dan ook opgenomen als eenspecifieke bevoegdheidsgrond.8Abdi8Zie de definitieve implementatiewetten van België, Cyprus, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië,en Sweden (zie links naar implementatiewetten van deze EU-landen, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/IT/NIM/?uri=CELEX:32024L1069 Voor België, zie https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_wet/article.pl?language=nl&sum_date=&pd_search=2026-06-12&numac_search=2026004263&page=1&lg_txt=N&caller=list&2026004263=5&trier=afkondiging&dt=WET&ddd=2026-05-30&ddf=2026-05-30&nl=n&choix1=en&choix2=en) Zie ook implementatiewetsvoorstellen vanonder meer Spanje, Bulgarije. (Voor links naar deze implementatiewetsvoorstellen, ziehttps://eapil.org/2026/05/07/status-of-the-anti-slapp-directive-transpositions-at-the-7-may-2026-deadline/).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 731, nr. 113

Versie e6886a58dc2ee097b8b8fb10e0a663b6eb4450431fe8adbc533f157719412bfd · Officiële bron.

Gegevens

Soort document
Amendement
Datum
29 juni 2026
Vergaderjaar
2025-2026
Officiële bron
Tweede Kamer ↗

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.