KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag

19 feb 2021 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 79bd23f6d64af1f9 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2020–2021 35 693Wijziging van de Wet voorraadvorming aardolieproducten 2012 in verband met de implementatie van Uitvoeringsrichtlijn 2018/1581/EU Nr. 5 VERSLAG Vastgesteld 18 februari 2021 De vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen. Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen en de gemaakte opmerkingen tijdig en genoegzaam zal hebben geantwoord, acht de commissie de openbare beraadslaging over dit wetsvoorstel voldoende voorbereid. I. ALGEMEEN De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het voorlig-gende wetsvoorstel. Het geeft hen geen aanleiding voor het maken van opmerkingen of stellen van nadere vragen. De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het voorlig-gende wetsvoorstel. Zij hebben hierover op dit moment geen vragen. De leden van de PvdD-fractie hebben kennisgenomen van het voorlig-gende wetsvoorstel. Doel van de wetswijziging is technisch van aard, zoals het uitstellen van het aanvangstijdstip. Deze leden wijzen erop dat het behouden van een voorraad aardolie inhoudt dat aardolie opgepompt en opgeslagen wordt, terwijl deze in de grond kan en moet blijven om de klimaatcrisis op te lossen. Beaamt de regering dat uiteindelijk alle olie in de grond moet blijven, zodat de opwarming van de aarde onder de 1,5 graden Celsius blijft? Zo nee, waarom niet? Hoeveel ton ruwe aardolie en/of aardolieproducten wordt er momenteel opgeslagen in Nederland en hoeveel in Europa? Hoe verhoudt dit zich tot de totale olievoorraden onder de grond? Klopt het dat de hoeveelheid benodigde aardolievoor-raden afnemen naarmate het gebruik van duurzame energie stijgt en de vraag naar fossiele brandstoffen daalt? Zo nee, waarom niet en hoeveel minimum aardolie moet er op voorraad zijn, ongeacht gebruik? kst-35693-5ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2021Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 693, nr. 51 De leden van de PvdD-fractie merken tevens op dat het aanhouden van een voorraad aardolie, die in de toekomst niet meer nodig behoort te zijn, zal leiden tot kapitaalvernietiging wanneer deze olie niet meer gebruikt kan en mag worden. Immers, investeringen in fossiele brandstoffen zijn de gestrande bezittingen van de toekomst. Wat is de huidige financiële marktwaarde van de huidige voorraad? Wat zijn de financiële en de maatschappelijke kosten voor de samenleving om deze voorraden op peil te houden? De leden van de PvdD-fractie willen tot slot weten of het mogelijk is om alternatieven, zoals groene waterstof, in voorraad te houden en het wetsvoorstel hierop aan te passen. Zo nee, waarom niet? Is de regering bereid om het wetsvoorstel aan te passen zodat de optie voor opslag voor duurzame energie (exclusief houtige biomassa) meegenomen wordt, gezien het in voorraad houden van een fossiele brandstof niet nodig meer zou moeten zijn op de lange termijn in een klimaatneutrale samenleving? Beaamt de regering dat het beter is om tijd, geld en energie te steken in het vergroten en verbeteren van de opslagcapaciteit van duurzame alternatieven, met uitzondering van houtige biomassa? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat is de regering van plan hiervoor te ondernemen? De voorzitter van de commissie,Renkema De adjunct-griffier van de commissie,ReindersTweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 693, nr. 52

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 40e5f63686bff8f9

14 okt 2026 · ee1b224d9a37f45b

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.