Verbeteraanpak WIA-kwaliteit
Brontekst
Versie bdab87ebf63b7b2f · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202526 448Structuur van de uitvoering werk en inkomen(SUWI)Nr. 793 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 november 2024Op 4 september 2024 heb ik u geïnformeerd over de problematiek bij devaststelling van WIA-uitkeringen, waarbij tienduizenden mensen een telage of juist een te hoge WIA-uitkering hebben ontvangen1. Op 1 oktoberheeft u hierover een debat met mij gevoerd. Tijdens dit debat heb iktoegezegd u voorafgaand aan de SZW-begrotingsbehandeling teinformeren over de omvang van de problematiek, de wijze waarop foutenworden gecorrigeerd en de aanpak om de kwaliteit van de vaststelling vanWIA-uitkeringen zo snel mogelijk te verbeteren. Bijgaand treft u deVerbeteraanpak die UWV mij op 20 november jl. heeft aangeboden. In hetvervolg van deze brief geef ik u mijn appreciatie van de Verbeteraanpak.Tevens geef ik inzicht in de invulling van de moties uit het Kamerdebatvan 1 oktober en ga ik in op de andere regelingen die UWV uitvoert:Wajong, Ziektewet en de WW. Tot slot schets ik het proces voor dekomende periode.1. Verbeteraanpak 1.1. Algemeen Zoals ik in de Kamerbrief en in het debat heb aangegeven betreuren UWVen ik de ontstane situatie zeer, in de eerste plaats natuurlijk voor demensen die het betreft. Helaas is het onvermijdelijk dat in de uitvoeringook fouten worden gemaakt en dat zal in de toekomst ook zo zijn. Datneemt niet weg dat in deze situatie veel mensen in een kwetsbare positieeen hogere of lagere uitkering hebben ontvangen dan ze hadden moetenkrijgen. Het is van belang om hen op zowel een snelle als zorgvuldigemanier herstel te bieden en te zorgen dat de kwaliteit die van UWVverwacht mag worden weer wordt geleverd. UWV heeft daartoe in de1Kamerstukken II 2023/24, 26 448, nr. 767. kst-26448-793ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 7931 afgelopen maanden in nauw overleg met SZW en stakeholders gewerktaan de bijgevoegde Verbeteraanpak. UWV kiest hierbij voor een lerendeaanpak, waarbij stapsgewijs steeds meer inzicht ontstaat hoe deproblemen op een zorgvuldige manier op te lossen.De Verbeteraanpak heeft UWV extern laten toetsen op haalbaarheid. Dezeexterne validatie is uitgevoerd door de Nederlandse School voorOpenbaar Bestuur (NSOB) en is als bijlage bijgevoegd. De NSOB beginten eindigt met de bevindingen uit onderzoeken van onder meer OCTAS2en de Algemene Rekenkamer3 dat wet- en regelgeving bij de WIA zocomplex is geworden dat de uitvoerbaarheid in het geding komt. Inparagraaf 1.6 ga ik kort in op vereenvoudiging van wet- en regelgeving,vooruitlopend op de kamerbrief over de uitwerking van de ideeën vanOCTAS die u op korte termijn ontvangt. NSOB analyseert de herstel-aanpak van UWV aan de hand van zes «principes van vertrouwenwekkendschadebeleid4» en geeft hierbij tal van waardevolle adviezen aan UWV ommee te nemen bij de verdere aanpak en realisatie van herstel. In debijlagen bij de Verbeteraanpak heeft UWV aangegeven hoe zij omgaanmet deze adviezen.Hierna ga ik in op enkele specifieke aspecten.1.2. Omvang problematiek Het is de afgelopen maanden voor UWV zeer ingewikkeld gebleken eenbetrouwbare schatting te geven van de omvang en impact van de foutendie zijn gemaakt. In essentie kunnen de uitkomsten uit de steekproevenvan UWV, die in de brief van september zijn genoemd, niet wordenvertaald naar de gehele populatie van WIA-gerechtigden. Liever haddenUWV en ik op dit moment al preciezer geweten hoeveel WIA-gerechtigdengeraakt zijn en hoeveel zij te weinig of juist te veel hebben ontvangen. Bijde analyse door UWV is gebleken dat de enige methode is om per dossiervast te stellen of er een fout is gemaakt in de berekening van deWIA-uitkering. Dat is arbeidsintensief en kost te veel capaciteit voor UWVom naast de reguliere dienstverlening te doen. Door met steekproeven teonderzoeken in welke situaties deze fouten voorkomen, kan de groepwaar geen aanleiding is voor correctie steeds beter in beeld wordengebracht. Dit biedt de onderbouwing voor welk deel van de correctie geenaanleiding is voor dossieronderzoek. Deze methode is de basis voor debenadering die in de Verbeteraanpak staat toegelicht. Dit betekent wel datUWV op dit moment alleen nog een grove bandbreedte kan aangeven:van tussen circa 25.000 en 50.000 mensen is de WIA-uitkering niet correctvastgesteld. UWV verwacht deze bandbreedte de komende maandensteeds kleiner, preciezer en betrouwbaarder te maken, omdat nader inzichtontstaat in foutgevoelige situaties. De eerste groep waarvoor UWVonderzoekt of er fouten zijn gemaakt in de WIA-vaststelling, is de groepvan 3.000 mensen die contact hebben gezocht met UWV, en hebbenaangegeven dat er bij hen mogelijk een fout is gemaakt. Op basis van deverschillende groepen die UWV onderzoekt op fouten, maakt UWV nadereanalyses die moeten leiden tot een scherper beeld van de gemaaktefouten en van de omvang en impact van de problematiek.2Onafhankelijke Commissie Toekomst Arbeidsongeschiktheidsstelsel (2024). Toekomst van hetarbeidsongeschiktheidsstelsel. Met aandacht, vertrouwen en zekerheid.3Algemene Rekenkamer (2024). Grip op menselijke maat. Onderzoek naar de uitvoering engevolgen van de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor werknemers.4Deze principes zijn: erkenning, participatie, begrijpelijkheid, openbaarheid, onafhankelijkheiden voortvarendheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 7932 1.3. Opzet van de hersteloperatie: lerende aanpak De belangen van de WIA-gerechtigden en andere betrokkenen, zoalswerkgevers en pensioenfondsen, staan centraal bij de operatie die moetgaan plaatsvinden om gemaakte fouten te corrigeren. In hun belangwillen UWV en ik dat de hersteloperatie zo snel mogelijk verloopt.Daartegenover staat dat er maar één kans is om het goed te doen.Dat vergt naast snelheid ook zorgvuldigheid, die soms tijd meer tijd kostdan alle betrokkenen, inclusief ikzelf, zouden wensen. Ook NSOBwaarschuwt daar terecht voor. Daarbij speelt mee dat de hersteloperatiedeels moet worden uitgevoerd door dezelfde UWV-medewerkers die delopende WIA-vaststellingen moeten uitvoeren. In de Verbeteraanpakwordt geschetst hoe de hersteloperatie wordt vormgegeven rekeninghoudend met deze dilemma’s. WIA-gerechtigden hebben op dit momenthet meeste behoefte aan duidelijkheid. Behoren zij tot de groep diemogelijk geraakt is en zo ja, wat betekent dit voor hen persoonlijk? In deVerbeteraanpak geeft UWV aan dat zij in het eerste kwartaal van 2025 zover zijn om een eerste vorm van duidelijkheid te verschaffen aanWIA-gerechtigden, namelijk of zij tot de groep behoren waarbij mogelijkfouten zijn gemaakt bij de vaststelling van de WIA-uitkering. Volgens dehuidige verwachtingen krijgt een eerste groep mensen vanaf het tweedekwartaalmeer duidelijkheid in hoeverre zij daadwerkelijk te veel of teweinig hebben ontvangen. UWV zal de precieze invulling van de commu-nicatie hierover vooraf overleggen met de betrokkenen, zodat duidelijk iswat verwacht kan worden.Voor andere belanghebbenden, zoals werkgevers, verzekeraars enpensioenfondsen geldt dat er eerst meer inzicht nodig is in de omvangvan de gemaakte fouten voordat duidelijk wordt wat de hersteloperatievoor hen betekent. De komende periode onderzoekt UWV, in samen-werking met SZW en betrokken partijen, al wel de verschillende scena-rio’s.1.4. Scope van de hersteloperatie Het herstel richt zich op fouten in de hoogte van de uitkering als gevolgvan verkeerde dagloonberekeningen en op andere administratieve foutendie van invloed zijn op de hoogte van de WIA-uitkering, in de periode 2020– 2024. De focus ligt op 2020–2024 omdat in die periode in steekproeven,waarvan het aantal vanaf 2020 flink was teruggeschroefd, een substantieelaantal onjuistheden is aangetroffen met impact op de hoogte en de duurvan de uitkering van mensen zonder dat aan deze bevindingen opvolgingis gegeven. Dat ligt anders in de periode vóór 2020. Het foutpercentagelag destijds op een lager niveau, en fouten werden opgespoord enhersteld. Daarbij is niet gezegd dat in de periode voor 2020 alle incidentelefouten werden opgemerkt, denk bijvoorbeeld aan het verkeerd invullenvan een ingangsdatum. Het speuren naar alle mogelijke fouten over eenlangere periode en het eventueel herstel daarvan zou tot een zodaniggrote exercitie leiden dat de reguliere werkzaamheden van UWV totaal totstilstand zouden komen.Waar het gaat om het herstellen van uitkeringen met terugwerkendekracht ligt de focus op administratieve fouten die van invloed zijn op dehoogte van de WIA-uitkering, zoals een verkeerde dagloonberekening. Inmijn brief van 4 september heb ik gemeld dat er in de steekproeven ookhet oordeel «nader te bepalen» voorkomt bij medische en arbeidsdes-kundige beoordelingen, omdat op basis van het schriftelijke dossier nietkon worden vastgesteld of de beoordeling goed is verlopen. Hierbij kanhet dus zowel gaan om tekortschietende administratie als om fouten in deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 7933 beoordeling. Graag had ik gezien dat ook hier eventuele fouten kondenworden opgespoord en hersteld. UWV geeft aan dat dit niet mogelijk is.Het eerlijke en tegelijkertijd ongemakkelijke verhaal is dat hersteldusdanig veel medische- en arbeidsdeskundige beoordelingen metterugwerkende kracht zouden moeten plaatsvinden, dat de hele dienstver-lening van UWV zou vastlopen. Ik vind dit een pijnlijk dilemma, omdatmensen erop zouden moeten kunnen vertrouwen dat zij een juistebeoordeling hebben gekregen.1.5. Aanpak van de hersteloperatie: Nabetalingen en terugvorderingen Binnen de scope van de hersteloperatie is de aanpak als volgt. Vooriedereen bij wie een fout is gemaakt, wordt berekend wat de hoogte vande uitkering zou moeten zijn en wordt de uitkering aan de hand daarvanvoor de toekomst aangepast naar dat correcte bedrag. Wanneer mensende afgelopen jaren een te laag bedrag aan WIA-uitkering hebbenontvangen, zal er ook sprake zijn van een bedrag dat moet wordennabetaald. Het is belangrijk dat deze mensen krijgen waar zij recht ophadden. Uit eerdere hersteloperaties weten we echter ook dat eennabetaling tot lastige en soms problematische situaties kan leiden voormensen. Het gaat dan vaak om keteneffecten bij andere instanties zoals deBelastingdienst en gemeenten. UWV zet daarom nadrukkelijk in op hetvoorkomen van onbedoelde inkomenseffecten en doet dat in samen-werking met de ketenpartners. Daarbij worden opties onderzocht uiteerdere hersteloperaties, zoals het gebruik maken van een eindheffing.Het is echter nog te vroeg om nu al te bepalen op welke wijze dit het bestekan worden opgelost en hoe effectief en uitvoerbaar die oplossingen voordeze problematiek kunnen zijn. Het is belangrijk om de verwachting hieruit te spreken dat niet alle effecten van een wijziging in de hoogte van deWIA-uitkering altijd voorkomen kunnen worden. UWV zal de gevolgen vaneen nabetaling daarom per cliënt vooraf in beeld brengen en de keuzeover een nabetaling altijd vooraf aan hen voorleggen. Het is bijvoorbeelddenkbaar dat iemand om persoonlijke redenen de nabetaling niet wenst,de nabetaling op een later moment wil laten doen of in meerderetermijnen wenst te ontvangen. UWV zet daarom naast het aan devoorkant voorkomen van onbedoelde inkomenseffecten ook in op goedeclientondersteuning om mensen die dat willen te helpen bij hun keuze.Wanneer mensen een te hoog bedrag aan WIA-uitkering hebbenontvangen, kan een terugvordering ontstaan. Ik hecht eraan daaruitermate terughoudend mee te zijn, omdat de overheid fouten heeftgemaakt en mensen daar niet de dupe van mogen worden. Het wettelijkkader en de recente jurisprudentie5 daarover bieden ook die ruimte.Alleen als het mensen redelijkerwijs echt duidelijk kon zijn dat er een foutwerd gemaakt kan er aanleiding zijn voor een terugvordering. Vanuit hetoogpunt van zorgvuldigheid en het belang van de menselijke maat zie ikdat als een zware toets, zowel op de vraag of als op de mate waarinaanleiding voor terugvordering is. UWV heeft deze aanpak in hetafwegingskader als onderdeel van de Verbeteraanpak nader omschreven.Tot slot wil ik hier aan toevoegen dat op een later moment nog eenafweging op doelmatigheidsgronden zal moeten worden gemaakt. Zodraer een preciezer beeld is om hoeveel gevallen dit gaat, wat de impact isvan terugvorderen wel of niet meenemen in de hersteloperatie voor deuitvoerbaarheid en wat de kosten zijn om deze afwegingen te maken zal ikuw Kamer daarover informeren. Met het voorgaande wordt ook uitvoeringgegeven aan de motie Ceder (CU), Van Dijk (CDA) en Vijlbrief (D66) en aandelen van de motie Saris (NSC). Ook de NSOB adviseert kritisch naar5ECLI:NL:CRVB:2024:726, Centrale Raad van Beroep, 21/2685 WAJONG-T (rechtspraak.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 7934 terugvordering te kijken, zowel vanuit het perspectief van onzekerheidvoor cliënten verminderen als het perspectief van uitvoerbaarheid van dehersteloperatie.1.6. Kwaliteit op orde brengen Naast herstel over de voorgaande jaren is een andere pilaar onder deverbeteraanpak de toekomstige kwaliteit van de sociaal-medischedienstverlening op orde te brengen. UWV is hiervoor in oktober 2024gestart met het inrichten en uitvoeren van een nieuw kwaliteitssysteemvoor de WIA-beoordeling. De kwaliteitscontroles zijn gericht op alleaspecten van de beoordeling, zoals de administratieve beoordeling, dedagloonberekening, en de medische- en arbeidsdeskundige beoordeling.Dit kwaliteitssysteem borgt op korte termijn een verbetering in tijdigesignalering en snel herstel van fouten in de WIA-beoordeling. Daarnaastvoorziet het nieuwe kwaliteitssysteem op de langere termijn in eenperiodiek actueel inzicht van de meest gemaakte fouten, waardoor UWVhier gericht actie op kan inzetten en het kwaliteitsbewust werken in deorganisatie structureel wordt vergroot. Deze nieuwe periodieke kwaliteits-controles – de Meting Operationele Kwaliteit (MOK) – worden binnenUWV al uitgevoerd voor enkele andere wetten zoals de WW. Het nieuwesysteem zal het eerst op de beoordelingen van WIA-einde wachttijd entevens ook Wajong worden toegepast, omdat deze beoordelingen dehoogste prioriteit hebben. De WIA-herbeoordelingen en de Ziektewetvolgen daarna. Daarnaast scherpt UWV per direct het landelijke control-en auditsysteem aan, nu gebleken is dat deze onvoldoende heeft gewerktde afgelopen jaren. Dit moet ertoe leiden dat het management structureelzicht heeft op fouten en verbeterpunten, en gericht kan besluiten tot eenverdiepend onderzoek en/of verbetering of herstel als hier aanleiding vooris.Hierbij realiseer ik mij dat een betere governance op kwaliteit, deonderliggende problemen in de uitvoering van UWV – zoals decapaciteits- en productiviteitsproblemen – nog niet oplost. Een anderzorgpunt is dat UWV het niet mogelijk acht om dit nieuwe kwaliteits-systeem direct op alle sociaal-medische beoordelingen toe te passen,omdat de hoge mate van betrouwbaarheid waar UWV naar streeft, veeltijd en inzet vraagt. Dit betekent dat het nieuwe kwaliteitssysteem op eenlater moment ingericht gaat worden voor de WIA-herbeoordelingen en deZiektewet.Ik ga de resultaten en opvolging van het nieuwe kwaliteitssysteemnauwgezet volgen en blijf hierover structureel in gesprek met de Raad vanBestuur van UWV. Aan de hand daarvan zal ik uw Kamer driemaandelijksrapporteren over de voortgang.1.6 Vereenvoudiging wetgeving WIA en dagloonregels De Verbeteraanpak van UWV en ook de validatie van de NSOB wijzen opcomplexiteit van wet- en regelgeving als een van de oorzaken waaromfouten worden gemaakt. Dit sterkt mij in mijn inzet op vereenvoudiging,zoals dat ook is verwoord in het Regeerprogramma (bijlage bij Kamerstuk36 471, nr. 96). De Onafhankelijke Commissie Toekomst Arbeidsonge-schiktheidsstelsel (OCTAS) is ingesteld om te komen tot oplossingsrich-tingen voor een toekomstbestendig stelsel dat uitvoerbaar, betaalbaar enuitlegbaar is. In het Regeerprogramma heeft het Kabinet zich ten doelgesteld om de WIA te verbeteren en te vereenvoudigen, geïnspireerd doorde aanbevelingen van OCTAS. Ik informeer uw kamer hier in decemberover.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 7935 Zoals UWV aangeeft in de Verbeteraanpak, wordt bij de uitvoering van deWIA, de WW en de ZW gewerkt met het foutgevoelige dagloonbesluit. Ineerdere Kamerbrieven hebben mijn ambtsvoorgangers aangegeven datde dagloonsystematiek inderdaad complex is. Deze complexiteit wordtbijvoorbeeld veroorzaakt door de wens om maatwerk te bieden aanbepaalde situaties die zich tijdens de dienstbetrekking kunnen voordoenof verplichtingen die voortvloeien uit jurisprudentie.Ik ben mij ervan bewust dat de huidige regels tot ongewenste gevolgenkunnen leiden. Daarom onderzoek ik graag samen met UWV op welkewijze de dagloonsystematiek vereenvoudigd of geharmoniseerd zoukunnen worden. De analyse van UWV over de veel gemaakte fouten in deWIA-daglonen zal hiervoor als mede input dienen. Dagloonregels en devaststelling van de hoogte van de uitkeringen hebben een belangrijkeimpact voor uitkeringsgerechtigden. Ik hecht er daarom aan dat deuitkomsten van deze analyse ook worden besproken met onder meersociale partners.2. Invulling van aangenomen moties Naar aanleiding van het Kamerdebat op 1 oktober jl. is een zestal motiesaangenomen6. Aan de moties Ceder/VanDijk/Vijlbrief CU/CDA/D66) enSaris (NSC) is hiervoor al gerefereerd. Hieronder geef ik een toelichting opde invulling van de overige moties.In de motie Ceder (CU) wordt verzocht lessen en inzichten uit het verledentoe te passen in het verbeterplan. Naar aanleiding daarvan heeft UWV inbijlage 4 bij de Verbeteraanpak de verschillende lessen en inzichten opeen rij gezet en aangegeven hoe deze zijn toegepast met een referentienaar de betreffende onderdelen in de Verbeteraanpak. Daarnaast heeftUWV bij de ontwikkeling van de Verbeteraanpak gesprekken gevoerd metcliënten, ketenpartners en publieke dienstverleners die de afgelopen jarenvergelijkbare grootschalige herstelacties of verbeteracties hebbenmeegemaakt. Ook zijn UWV en SZW aangesloten bij het NetwerkErkenning & Herstel binnen de overheid, waar kennis en ervaringen overherstel worden gedeeld met als uitgangspunt de burger waar het om gaat.UWV zal lessen en aanbevelingen blijven betrekken bij de verdere aanpakvan herstel. UWV gaat hier in bijlage 4 van de Verbeteraanpak nader op in.In het verlengde hiervan verzoekt de motie Van Kent (SP) om devakbonden en belanghebbenden te betrekken bij de hersteloperatie bij hetUWV en zo min mogelijk consultancybureaus in te huren voor dehersteloperatie. Bij het opstellen van de Verbeteraanpak heeft UWV derelevante belanghebbenden betrokken. Het gaat om cliëntorganisaties,werkgeversorganisaties, vakbonden, de ombudsman, individuele expertsen andere ketenpartners zoals verzekeraars, Belastingdienst Toeslagen enpensioenfondsen. Ook bij de verdere realisatie van de verbeteraanpak enhet herstel, zal UWV cliënten en andere betrokken partijen structureelblijven horen en informeren. UWV voorziet dat zij de betrokkenheid vandeze partijen in de volgende fase intensiever gaat organiseren. Daarnaastvoert UWV sinds oktober driewekelijks het gesprek met sociale partners,om hen bij te praten over de stand van zaken en om signalen vanuit devakbonden en werkgevers mee te kunnen nemen in de verbeteraanpak.Wat betreft de inhuur van consultancybureaus geldt dat de insteek is enblijft om dit zo min mogelijk te doen. De hersteloperatie vraagt wel omcapaciteit en die capaciteit is binnen UWV al schaars. Zoals ik in het debatal aangaf is het daarom niet uit te sluiten dat UWV gebruik moet makenvan externe inhuur van medewerkers. Ook voor elementen waar gerichte6Kamerstukken II 2023/24, 26 448, nrs. 779, 780, 782, 784, 785 en 786.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 7936 expertise nodig is als aanvulling op hetgeen UWV zelf bezit (bijvoorbeeldauditaspecten) zal UWV niet ontkomen aan het aantrekken van dezedeskundige expertise. Deze keuzes zullen weloverwogen wordengenomen. Hierbij geldt het uitgangspunt dat UWV zoveel mogelijk deeigen organisatie wil versterken en op kracht wil brengen, en nietafhankelijk wil worden van externe adviesbureaus die op een gegevenmoment weer vertrekken.De motie Ergin (DENK) verzoekt de regering om bij de inrichting van dehersteloperatie van het UWV een vraag- en adviespunt of iets soortgelijksin te stellen waar mensen op een laagdrempelige manier terecht kunnenvoor vragen en ondersteuning.En de motie VanDijk/Vijlbrief/Saris (CDA/D66/NSC), welke het kabinetverzoekt te onderzoeken of een vorm van rechtsbescherming metbelangenbehartigers binnen de organisatie, ook kan worden opgezet bijhet UWV, zodat de rechten van kwetsbare inwoners beter kunnen wordenbeschermd.Met de Kamer vinden UWV en ik het belangrijk voor cliënten dat zijtoegang hebben tot laagdrempelige ondersteuning en advies, zekerwanneer zij te maken krijgen met herstel en wellicht het gevoel hebbenniet te kunnen vertrouwen op de overheid. Het hersteldossier zal voor decliënt toegankelijk zijn en UWV organiseert voor cliënten die daarbehoefte aan hebben persoonlijke ondersteuning via cliëntondersteuners.Zij kunnen als vast aanspreekpunt dienen voor de cliënt om vragen telaten beantwoorden en de cliënt te informeren over de voortgang van hetproces. Ook kan de cliëntondersteuner hulp bieden wanneer er aanvul-lende ondersteuning nodig is, bijvoorbeeld omdat mensen meerderezorgen en problemen ervaren die raken aan hun bestaanszekerheid. UWVbiedt in de reguliere dienstverlening ook meerdere vormen van persoon-lijke ondersteuning aan voor cliënten.Op dit moment hebben zo’n 10.000 mensen gebeld met UWV met vragennaar aanleiding van de berichtgeving over mogelijke fouten inWIA-uitkeringen. Voor 3.000 mensen wordt de uitkering nader onderzocht,waarna UWV opnieuw contact met hen opneemt. De overige 7.000mensen hebben aangegeven dat zij naar tevredenheid een antwoord ophun vraag hebben gekregen en is er op dit moment geen aanleiding voorvervolgonderzoek.Tot slot laat ik in lijn met de motie van Dijk (CDA) c.s. onderzoeken ofaanvullende initiatieven om de rechtsbescherming van cliënten te borgeneen meerwaarde hebben, waarbij in elk geval gekeken zal worden naar debelangenbehartiger, die voor Belastingen en Toeslagen wordt ingericht. Ikverwacht dit onderzoek voor de zomer 2025 gereed zal zijn.3. Overige regelingen: Wajong, WW en Ziektewet UWV heeft zoals toegezegd aan de Kamer naast de WIA ook onderzoekgedaan naar de kwaliteit van de uitvoering van de WW, de Ziektewet (ZW)en de Wajong in de periode 2020–2024. Daarbij zijn met name de WW ende Ziektewet van belang, omdat bij de uitvoering van deze wetten ookgebruik wordt gemaakt van de berekening van het dagloon voor hetvaststellen van de hoogte van de uitkering. Bij de Wajong is sprake vaneen uniforme hoogte van de uitkering (percentage van het minimumloon)en wordt geen gebruik gemaakt van de dagloonsystematiek. Wel spelendaar mogelijk andere vraagstukken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 7937 Het beeld dat uit dat onderzoek naar voren komt, is verwoord in bijlage 1bij de Verbeteraanpak. Kern van de bevindingen is dat het beeld rondomde kwaliteit en de kwaliteitsborging wezenlijk anders is dan bij de WIA. Bijde WW en de ZW zijn in de periode 2020–2024 wel risicogerichtekwaliteitscontroles verricht en zijn de fouten die daaruit naar vorenkwamen hersteld. Dat neemt niet weg dat ook bij de uitvoering van diewetten fouten worden gemaakt bij de dagloonvaststelling. Dat vormtmede de aanleiding voor mijn inzet om samen met UWV de mogelijk-heden voor vereenvoudiging van de dagloonvaststelling te onderzoeken.Bij de Wajong speelt dat de kwaliteitscontroles in de jaren 2020–2023 sterkzijn afgeschaald, waardoor er geen betrouwbaar beeld is van de kwaliteitvan Wajong-beoordelingen over die jaren. Dit vind ik zorgwekkend,temeer omdat de evaluatie van de sociaal medische centra uit 2024indicaties bevat dat de kwaliteit mogelijkerwijs niet op orde is. In dieevaluatie wordt een gemiddeld foutpercentage van 10% genoemd enkomt naar voren dat er bij een fors deel van de beoordelingen nietduidelijk is hoe de beoordeling tot stand is gekomen (de categorie «naderte bepalen»). De evaluatie van de sociaal medische centra geeft geenrepresentatief beeld van de Wajong-kwaliteit in zijn geheel, dus mededaarom heb ik UWV gevraagd de kwaliteit nader te onderzoeken. Ik hebuw Kamer hierover geïnformeerd in mijn brief over sociaal medischbeoordelen van 23 oktober jl.7 In recente berichtgeving werd ookaandacht voor de kwaliteit van de Wajong beoordelingen gevraagd. Hetging onder andere om de situatie in de jaren 2016–2019. Hier zijn destijdsook Kamervragen over beantwoord8. UWV werkte daarna verder aanverbetering, maar doordat kwaliteitsmetingen vanaf 2020 zijn afgeschaaldis het nu niet duidelijk hoe het precies gesteld is met de kwaliteit. Het isverontrustend dat we nu onvoldoende kunnen zien of dat daadwerkelijktot betere resultaten heeft geleid in de periode 2020–2024. Het is daaromvan groot belang dat er meer duidelijkheid komt over de kwaliteit van deuitvoering van de Wajong. Op dit moment voert UWV een auditonderzoekuit over de Wajong-dienstverlening over 2023 en worden eind dit jaar deresultaten van de eerste MOK over de laatste maanden van 2024verwacht. Op basis van de uitkomsten van deze beide onderzoeken wil ikmet UWV bezien wat er aanvullend aan maatregelen en/of onderzoeknodig is op het in gang gezette verbeterde kwaliteitssysteem. Ik zal uwKamer daar over informeren in mijn volgende voortgangsbrief.4. Vooruitblik Zoals ik in de eerdere Kamerbrief en tijdens het debat heb aangegeven,betreur ik de ontstane situatie zeer. Voor de mensen die het betreft, envoor belanghebbende partijen die hun beleid baseren op het recht en dehoogte van de WIA-uitkering. Ik vind het zeer belangrijk om hen op zoweleen snelle als zorgvuldige manier herstel te bieden, en ervoor te zorgendat de kwaliteit van sociaal-medische beoordelingen bij UWV spoedig opeen acceptabel niveau komt en structureel wordt geborgd. Ik zal uwKamer periodiek informeren over de voortgang en de mogelijkedilemma’s die gaan spelen. Voordat UWV daadwerkelijk correcties gaatdoorvoeren, zal ik de Kamer hierover informeren.7Kamerstukken II 2024/25, 26 448, nr. 788.8Kamerstukken II 2018/19, 34 352, nr. 145.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 7938 Periodieke voortgangsbrief aan de KamerIk zal de Kamer in 2025 ieder kwartaal informeren over de voortgang ende stand van zaken. De eerstvolgende voortgangsbrief ontvangt u infebruari 2025. Ik verwacht u dan te kunnen informeren over mijlpalen dieUWV heeft bereikt op de volgende punten:•Inzicht in de grootte van de groep mensen waarbij géén fout in deWIA-vaststelling is gemaakt en de grootte van de groep mensenwaarbij UWV nader onderzoekt of er een fout in de WIA-vaststelling isgemaakt.•Voor de groep die UWV nader gaat onderzoeken: een procesaanpak enplanning ten aanzien van welke dossiers (met welke kenmerken) UWVin welke volgtijdelijkheid gaat oppakken.•Indicatie van de tijdsduur van de herstelactie.•Indicatie van de omvang en kosten. Tijdens de lerende aanpak zal UWVdeze inzichten steeds nader bijstellen.•Een concrete planning voor de analyse door UWV over de fouten indaglonen, welke als basis dient voor SZW en UWV om mogelijkhedentot vereenvoudiging of harmonisatie te onderzoeken.Hierbij merk ik op dat zowel terugkijkend herstel als de kwaliteit voor detoekomst op orde brengen een majeure operatie is voor UWV. We moetendaarbij een scherp oog houden voor de uitvoerbaarheid en haalbaarheidvan de geschetste aanpak, ook buiten UWV voor bijvoorbeeld de impactop de rechtspraak en rechtsbijstand. De lerende aanpak kan ookbetekenen dat de koers moet worden bijgesteld indien dat nodig blijkt,alvorens UWV start met het corrigeren van uitkeringen. Voor nu zie iknadrukkelijk een verantwoordelijkheid voor mijzelf om UWV in staat testellen de in de verbeteraanpak geschetste koers te kunnen varen. Ik gadaarom met UWV bespreken welke middelen er nodig zijn om dezeoperatie goed te kunnen uitvoeren en welke afspraken over prioritering inde dienstverlening moeten worden gemaakt. Ook ga ik met UWVonderzoeken welke andere werkwijzen de druk op UWV kunnenverlichten. Ten aanzien van de benodigde middelen geldt dat hetuitgangspunt is dat de budgettaire gevolgen van de problematiek inprincipe opgevangen worden binnen de begroting van het Ministerie vanSZW, conform de begrotingsregels. Omdat budgettaire omvang nogonbekend is, wordt dit in het voorjaar integraal gewogen. Deze aspectenneem ik mee in de volgende voortgangsbrief.Communicatie met betrokkenenZoals uit het voorgaande blijkt zal duidelijkheid geven aan betrokkenenover herstel meer tijd zal gaan kosten dan UWV en ik wenselijk vinden.Vanuit eerdere hersteloperaties vanuit de overheid leren we echter datzorgvuldigheid van groot belang is, omdat mensen anders te makenkunnen krijgen met meerdere opeenvolgende herstelacties (fout op fout).UWV streeft ernaar om de komende maanden via de lerende aanpakduidelijk inzicht te krijgen in de groep WIA-gerechtigden, bij wie géénfouten in de hoogte van de uitkering zijn gemaakt en in de groepWIA-gerechtigden, voor wie dit nader onderzocht moet worden. UWVgeeft aan dat zij het eerste kwartaal van 2025 deze eerste vorm vanduidelijkheid kunnen verschaffen aan WIA-gerechtigden. Volgens dehuidige verwachtingen krijgt de eerste groep mensen – voor wie UWVnader gaat onderzoeken of er fouten zijn gemaakt – vanaf het tweedekwartaal 2025 meer duidelijkheid in hoeverre zij daadwerkelijk een te hogeof een te lage WIA-uitkering hebben ontvangen de afgelopen jaren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 7939 Voor belanghebbende partijen, zoals werkgevers, verzekeraars enpensioenfondsen geldt dat er eerst meer inzicht nodig is in de omvangvoordat duidelijk wordt wat de hersteloperatie voor hen betekent. Meerinzicht in de omvang is ook nodig voor de doelmatigheidsafweging metbetrekking tot het terugvorderen. UWV streeft ernaar om in het eerstekwartaal 2025 een tijdsindicatie te geven wanneer hier meer duidelijkheidover komt. In de tussentijd zal UWV met hen contact houden over devoortgang.Onafhankelijk onderzoek door de Algemene RekenkamerNaast de Verbeteraanpak heb ik in mijn brief van 4 september 2024 ookeen onafhankelijk onderzoek aangekondigd om terug te blikken hoe metname in de WIA-casus sturing (op kwaliteit) en verantwoording heeftplaatsgevonden en welke lessen hieruit te trekken zijn. Ik heb deAlgemene Rekenkamer verzocht om dit onderzoek uit te voeren. Inmiddelsheeft het college van de Algemene Rekenkamer positief gereageerd op ditverzoek.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,Y.J. van HijumTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 79310
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.