Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
Brontekst
Versie d8893c4fee497dad · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 725 XXIIWijziging van de begrotingsstaat van hetMinisterie van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening (XXII) voor het jaar 2025 (wijzigingsamenhangende met de Voorjaarsnota)Nr. 6 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN ENANTWOORDENVastgesteld 6 juni 2025 De vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft deeer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met dedaarop gegeven antwoorden.De vragen zijn op 22 mei 2025 voorgelegd aan de Minister van Volkshuis-vesting en Ruimtelijke Ordening. Bij brief van 5 juni 2025 zijn ze door deMinister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening beantwoord.Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbarebehandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.De voorzitter van de commissie,PostmaAdjunct-griffier van de commissie,Morrin kst-36725-XXII-6ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 61 1Is er sprake van kasschuiven of onderuitputting op de middelen voorwoningbouwimpulsen, en kunt u specificeren welke middelen dit betreft?Antwoord:Met de eerste suppletoire begroting van 2025 zijn er middelen toegevoegdaan het budget van de Woningbouwimpuls. Dit betreft € 60 mln. in 2025als gevolg van amendement Grinwis cs. (Kamerstukken 2024/2025,36 600 XXII, nr. 17) Daarnaast zijn er, om langjarig te voorzien in kerntakendie de realisatie van de woningbouwopgave ondersteunen, incidenteelwoningbouwmiddelen ingezet. Daarvoor is € 15 mln. op het budget inmindering gebracht in de jaren 2026, 2027 en 2028 (€ 5 mln. per jaar). Hettotaalbudget voor de Woningbouwimpuls komt hiermee op € 515 mln.voor de jaren 2025–2029.2Wat zijn de gevolgen vanuit de Rijksbegroting bezien van het bevriezenvan de huurverhoging in 2025 en 2026 voor de investeringscapaciteit vanwoningcorporaties?Antwoord:3 juni jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd dat ik op basis van het advies vande Raad van State, de politieke ontwikkelingen en om rust en voortgang tebrengen in de volkshuisvesting, heb besloten het wetsvoorstel voor dehuurbevriezing niet in te dienen (Kamerstukken II 2024/2025, 27 926nr. 395).3Waarom is de opdracht voor het vinden van adequate compensatie nietals verplichting opgenomen in de Voorjaarsnota?Antwoord:3 juni jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd dat ik op basis van het advies vande Raad van State, de politieke ontwikkelingen en om rust en voortgang tebrengen in de volkshuisvesting, heb besloten het wetsvoorstel voor dehuurbevriezing niet in te dienen (Kamerstukken II 2024/2025, 27 926nr. 395).4Is het juist dat de extra middelen voor het versnellen van woningbouw-procedures nog niet juridisch zijn verplicht, en zo ja wanneer wordthierover besluitvorming voorzien?Antwoord:Bij de uitwerking van het financieel instrumentarium Woningbouwimpulsen Gebiedsbudget is voorzien dat het versnellen van de woningbouw alsvoorwaarde wordt opgenomen. Er wordt bezien hoe het werken volgensde principes van parallel plannen en het hebben van een versnellingstafelkan worden verbonden als voorwaarde bij het verstrekken van eenrijksbijdrage (Kamerstukken II 2024/2025, 32 847 nr. 1344). De middelenvoor WBI en Gebiedsbudget zijn gereserveerd in de begroting en wordenuitgekeerd in de jaren zoals opgenomen in de begroting, wanneer aan devoorwaarden van de financiële regeling is voldaan.5Hoeveel woningbouwprojecten zijn in 2025 vertraagd of geschrapt alsdirect gevolg van de aangekondigde of reeds doorgevoerde huurbe-vriezing?Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 62 3 juni jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd dat ik op basis van het advies vande Raad van State, de politieke ontwikkelingen en om rust en voortgang tebrengen in de volkshuisvesting, heb besloten het wetsvoorstel voor dehuurbevriezing niet in te dienen (Kamerstukken II 2024/2025, 27 926nr. 395).6Hoe beoordeelt u de signalen van onder meer Aedes, de provincieDrenthe en het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) dat de huurbe-vriezing ten koste gaat van de woningbouwproductie, en wat is deverwachte impact op de bouwopgave tot 2030?Antwoord:3 juni jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd dat ik op basis van het advies vande Raad van State, de politieke ontwikkelingen en om rust en voortgang tebrengen in de volkshuisvesting, heb besloten het wetsvoorstel voor dehuurbevriezing niet in te dienen (Kamerstukken II 2024/2025, 27 926nr. 395).7Op welke andere manieren kan de koopkracht van kwetsbare groepenverbeterd worden?Antwoord:Het huurbeleid, waaronder de huurtoeslag en het huurprijsbeleid, is inessentie geen instrument om de koopkracht van mensen te verbeteren.Het doel van het huurprijsbeleid, waaronder de maximale huurprijzen ende maximale jaarlijkse huurprijsstijging, is om mensen te beschermentegen excessieve (stijgingen van) huurprijzen. Anderzijds heeft hethuurbeleid als doel er voor te zorgen dat verhuurders een redelijkehuurprijs kunnen vragen. Waarmee zij op een duurzame wijze woningenkunnen aanbieden en we in Nederland een goed functionerendehuurmarkt hebben.Huurtoeslag is een financiële tegemoetkoming van de Nederlandseoverheid voor huurders met een lager inkomen. Het doel is om het hurenvan een woning betaalbaarder te maken. Wanneer mensen een redelijkehuurprijs niet kunnen betalen, ook niet na de huurtoeslag, is er eeninkomensvraagstuk dat buiten het domein van het huurbeleid ligt. Omdatde huurtoeslag zo’n gericht instrument is, is de regeling wel een aantalmaal gebruikt om koopkracht te stutten.In het eigenlijke inkomens- en koopkrachtbeleid bestaat er een breedpakket aan instrumenten zoals de bijstand en andere uitkeringen,heffingskortingen en de andere toeslagen.8Uitgaven voor de huurtoeslag zijn naar achteren geschoven, kunnen dieniet beter ingezet worden om de koopkracht voor kwetsbare groepen teverbeteren in de jaren 2025 en 2026 in plaats van een huurbevriezing in tezetten die gecompenseerd moeten worden in verband met de benodigdewoningbouw?Antwoord:Met de incidentele verhoging van de huurtoeslag in 2026 worden(kwetsbare) huishoudens in 2026 tegemoet gekomen voor de gestegenkosten van levensonderhoud.Het is niet goed meer mogelijk om huurtoeslagontvangers in het jaar 2025tegemoet te komen. Het gedurende 2025 extra huurtoeslag geven leidt totrisico’s in de uitvoering en zou vragen om herprioritering van inzet vancapaciteit in dienstverlening en informatievoorziening (IV).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 63 De besluitvorming over koopkracht vindt verder in augustus plaats. Daarinwordt een integrale afweging gemaakt van mogelijke instrumenten,waaronder huurtoeslag en beleidsmaatregelen op het gebied van huren.9Hoe zorgen diverse reallocaties binnen de bestaande budgetten ervoordat de uitvoeringscapaciteit bij gemeenten, provincies en het Rijk nietalleen op papier maar ook in de praktijk daadwerkelijk versterkt worden?Antwoord:Op de Woontop is afgesproken dat Rijk, IPO en VNG gezamenlijkvoldoende «meedoekracht» in de woningbouwregio’s gaan organiseren.Onderdeel van de afspraken is een ondersteuningsprogramma voordecentrale overheden, zodat zij binnen vijf jaar zelfstandig, zonder extrasteun kunnen functioneren. Opschaling vraagt om een gestructureerde enprogrammatische aanpak, vastgelegd in een interbestuurlijk samenwer-kingsplan. Dit plan wordt nu gezamenlijk door het IPO, de VNG en hetMinisterie VRO en met marktpartijen en corporaties verder vormgegeven,waarbij goed wordt nagedacht hoe de schaarse capaciteit, kennis endeskundigheid gericht in gebieden en projecten kan worden ingezet. Debekostiging voor de programmatische aanpak vindt plaats vanuit deRealisatiestimulans. In de Realisatiestimulans is circa € 900 mln.gereserveerd voor opslagen voor woningbouw in kwetsbare gebieden,het realiseren van zorggeschikte en geclusterde woningen en hetversterken van de ambtelijke capaciteit van medeoverheden (Kamer-stukken II 2024/2025, 32 847 nr. 1344).10Wat zijn de verwachte kosten van het structureel realiseren van 100.000sociale huurwoningen per jaar?Antwoord:In de doorrekening van de Nationale Prestatieafspraken is gerekend metgemiddelde stichtingskosten van € 278.600 per sociale huurwoning. Bijstructureel realiseren van 100.000 woningen per jaar komen de verwachtekosten uit op € 27,9 mld. per jaar. Voor de volledigheid wordt opgemerktdat de doelstelling van de regering is om in totaal 100.000 woningen perjaar te bouwen, waarvan 30.000 sociale huurwoningen.11Wat zijn de kosten van het invoeren van een maximale wachttijd van tweejaar voor een sociale huurwoning in de 30 grootste gemeenten?Antwoord:Het becijferen van kosten om de wachttijd voor sociale huurwoningen inde 30 grootste gemeenten tot 2 jaar terug te brengen is niet mogelijkomdat daarop veel factoren van invloed zijn. Daarom stuur ik op hetterugdringen van het (regionale) woningtekort en het aandeel betaalbarenieuwbouw.12Wat is de benodigde investering om alle woningen in Groningen enNoord-Drenthe met funderingsschade volledig te herstellen?Antwoord:Een precies antwoord op deze vraag kan ik niet geven. Wel kan ik ingaanop funderingsschade in Groningen en Noord-Drenthe in de context van deversterkings- en hersteloperatie ten gevolge van de voormaligegaswinning uit het Groningenveld. Daarbij wordt onderscheid gemaakttussen vier verschillende categorieën van funderingsschade.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 64 In de eerste plaats funderingsschade die een pand onveilig maakt voorbodembeweging ten gevolge van de gaswinning. Deze wordt door deNationaal Coördinator Groningen aangepakt in het kader van de verster-kingsoperatie. Er zijn geen cijfers beschikbaar over hoe vaak funderings-schade een rol speelt in de versterking.Ten tweede kan sprake zijn van funderingsschade die een huis weliswaarniet onveilig maakt, maar die wel veroorzaakt is door de gaswinning. Dezewordt door het Instituut Mijnbouwschade Groningen (hierna: IMG)gecompenseerd in het kader van de schadehersteloperatie.Uit de praktijk komt het beeld naar voren dat deze vorm van funderings-schade weinig voorkomt. Wat wel vaker voorkomt is een gebrek in defundering dat zelf níet veroorzaakt is door de gaswinning maar een pandwel kwetsbaar maakt voor terugkerende andersoortige mijnbouwschade.Denk bijvoorbeeld aan verzwakte funderingen die in combinatie metzettingsgevoelige ondergrond maken dat er bij een nieuwe bevingherhaaldelijk scheurvorming in muren optreedt. Deze derde categoriefunderingsschade wordt bij woningen, onder voorwaarden, aangepakt inhet kader van de aanvullende regeling voor Duurzaam Herstel van hetIMG. Deze regeling is gericht op het voorkomen van terugkerende schadedoor de gaswinning.Ten slotte is er nog funderingsschade die niet veroorzaakt is door degaswinning en een pand ook niet onveilig maakt of kwetsbaar voorandersoortige mijnbouwschade. Deze laatste categorie funderingsschadevalt buiten de reikwijdte van de versterkings- en hersteloperatie.Voor funderingsschade die valt in één van de eerste twee van boven-staande categorieën geldt dat het kabinet koste wat het kost en voor zolang als nodig is de vereiste middelen ter beschikking stelt. Voorduurzaam herstel is een apart budget van € 1,4 mld. gereserveerd,waarmee naar de huidige inzichten voldoende financiering geborgd is. Ditbedrag ziet overigens niet alleen op funderingsschade maar ook op deaanpak van andere vormen van problematiek die de kans op terugkerendeschade door de gaswinning vergroten, zoals verzwakte kapconstructies.13Zijn, gegeven de huurbevriezing, de gemeentefinanciën, de gevolgen voorhet openbaar vervoer van de SPUK-korting uit het Hoofdlijnenakkoord, devertraging («realistisch ramen») in de inzet van de 2,5 miljard euro uit hetHoofdlijnenakkoord voor de infrastructurele ontsluiting van woningbouw-locaties, de netcongestie, de stikstofproblematiek en de beschikbaarheidvan bouwlocaties, de doelstellingen van de Nationale Prestatieafspraken(NPA) en de Woontop nog steeds realiseerbaar, en wat zijn de grootsteknelpunten of bedreigingen voor het realiseren van de NPA- enWoontopafspraken?Antwoord:3 juni jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd dat ik op basis van het advies vande Raad van State, de politieke ontwikkelingen en om rust en voortgang tebrengen in de volkshuisvesting, heb besloten het wetsvoorstel voor dehuurbevriezing niet in te dienen (Kamerstukken II 2024/2025, 27 926nr. 395).14Wat is de actuele stand van zaken met betrekking tot de in het Hoofdlij-nenakkoord genoemde besteding, verdeling en geplande fasering van de1 miljard euro die vijf jaar lang beschikbaar wordt gesteld voorwoningbouw?Antwoord:Zie voor een totaaloverzicht van de mutaties Tabel 4 Budgettaire gevolgenvan beleid artikel 1 Woningmarkt, onderdeel 1.2 in de eerste suppletoireTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 65 begroting. Over de beleidsinzet van het financieel instrumentarium op hetgebied van woningbouw bent u op 19 mei jl. geïnformeerd (Kamer-stukken II 2024/2025, 32 847, nr. 1344).15Waarom zijn er zulke grote verschillen tussen de begroting en de realisatievan uitgaven en ontvangsten bij het Rijksvastgoedbedrijf? Wat verklaartdeze afwijkingen?Antwoord:Bij de eerste suppletoire begroting wordt een bijstelling gedaan op basisvan de huidige kennis. De verschillen die hiermee ontstaan ten opzichtevan de begroting zijn met name ontstaan door voortschrijdend inzicht. Debijstellingen bij het RVB komen bijvoorbeeld door verschuivingen inopleveringen en door oplopende onderhoudskosten. Dit geeft nog geenbeeld van de uiteindelijke realisatie. Hierover wordt de Kamer aan heteind van het jaar geïnformeerd bij de jaarverantwoording.16Hoeveel procent van de als gevolg van de huurbevriezing verloreninvesteringscapaciteit van woningcorporaties wordt er hersteld door decompensatie «investeren sociale huur»?Antwoord:3 juni jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd dat ik op basis van het advies vande Raad van State, de politieke ontwikkelingen en om rust en voortgang tebrengen in de volkshuisvesting, heb besloten het wetsvoorstel voor dehuurbevriezing niet in te dienen (Kamerstukken II 2024/2025, 27 926nr. 395).17Kan de verlaging van de raming van de huurtoeslaguitgaven nadertoegelicht en gespecificeerd worden?Antwoord:De meevaller op de huurtoeslag kan onder andere verklaard worden dooronderstaande punten:•De inkomensontwikkeling voor bovenminimale inkomens was hogerdan waar rekening mee was gehouden in de vorige raming. Dit heefteen meerjarige doorwerking in de raming en leidt daarom tot eenoverschot ten opzichte van de vorige begrotingsstand.•De verwachte uitstroom van statushouders naar reguliere huisvestingis naar beneden bijgesteld. Dit leidt tot lagere huurtoeslaguitgaven.•De gemiddelde huurontwikkeling binnen de huurtoeslagpopulatie wasin 2024 lager dan vooraf verwacht. Dit werkt door op latere jaren enleidt tot minder huurtoeslaguitgaven.•De verwachte werkloosheid is naar beneden bijgesteld, dit leidt tot eendaling van de huurtoeslaguitgaven.•Door het intrekken van het wetsvoorstel van de huurbevriezing treedthet voorgenomen inverdieneffect op de huurtoeslag (in 2025€ 135 mln. oplopend tot € 492 mln. structureel) niet meer op.Daarvoor zal op korte termijn dekking worden gezocht.18Wat is voor de jaren 2025 t/m 2039 de meerjarenraming van dehuurderving voor woningcorporaties als gevolg van de huurbevriezing in2025 en 2026?Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 66 3 juni jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd dat ik op basis van het advies vande Raad van State, de politieke ontwikkelingen en om rust en voortgang tebrengen in de volkshuisvesting, heb besloten het wetsvoorstel voor dehuurbevriezing niet in te dienen (Kamerstukken II 2024/2025, 27 926nr. 395).19Hoeveel investeringscapaciteit gaat er bij woningcorporaties verloren alsgevolg van de huurbevriezing in 2025 en 2026?Antwoord:3 juni jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd dat ik op basis van het advies vande Raad van State, de politieke ontwikkelingen en om rust en voortgang tebrengen in de volkshuisvesting, heb besloten het wetsvoorstel voor dehuurbevriezing niet in te dienen (Kamerstukken II 2024/2025, 27 926nr. 395).20Wat zijn de koopkrachteffecten van het wegvallen van de boodschappen-bonus in 2027?Antwoord:Huurtoeslagontvangers krijgen in 2026 een incidentele tegemoetkomingvan € 50 per maand. Deze tegemoetkoming komt in 2027 weer tevervallen waardoor in 2027 een spiegelbeeldig negatief effect optreedt.Dit leidt tot een mediane inkomenseffect van circa –2% voor huishoudensin de laagste inkomenscategorie (huishoudinkomen tot 107% van hetwettelijk minimumloon).21Hoeveel en welke middelen uit de woningbouwenveloppe zijn in de jaren2028–2032 per jaar respectievelijk cumulatief beschikbaar voor personelecapaciteit om de woningbouwdoelstellingen uit het Hoofdlijnenakkoord terealiseren? Waar wordt dit geld precies aan besteed en ten koste waarvangaat dit?Antwoord:Bij de Ontwerpbegroting 2025 is er binnen de € 5 mld. van de Woning-bouwenveloppe voor de jaren 2028–2032 in totaal ca. € 40 mln.beschikbaar gesteld voor personele capaciteit bij het Ministerie van VRO.Vanaf 2028 was er nog vrijwel geen apparaatsbudget beschikbaar voor hetwoningbouwdomein. Deze middelen zijn nodig om ook na 2028werkzaamheden uit te voeren voor de verschillende woningbouwrege-lingen en het voeren van regie op de realisatie van woningen. In de1e suppletoire begroting 2025 worden deze middelen overgeheveld naarhet apparaatsartikel van de BZK-begroting, waarop deze uitgavenverantwoord worden.22Welk effect heeft de korting op het Regiodeals-budget voor het realiserenvan de doelstellingen?Antwoord:Het totale Regio Deals-budget voor de vierde, vijfde en zesde trancheRegio Deals was oorspronkelijk € 900 mln. Dit bedrag is door indexatieopgelopen naar in totaal € 913,1 mln. Hiermee kunnen de oorspronkelijkedoelstellingen van de Regio Deals worden gerealiseerd. Er is geen sprakevan korting op het Regiodeal-budget.23Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 67 Waarom is in de post «investeren sociale huur» de compensatie voor dehuurbevriezing incidenteel en niet structureel van aard?Antwoord:3 juni jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd dat ik op basis van het advies vande Raad van State, de politieke ontwikkelingen en om rust en voortgang tebrengen in de volkshuisvesting, heb besloten het wetsvoorstel voor dehuurbevriezing niet in te dienen (Kamerstukken II 2024/2025, 27 926nr. 395).24Waarom worden woningcorporaties niet jaarlijks volledig, structureelgecompenseerd voor de huurderving als gevolg van de huurbevriezing in2025 en 2026?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 23.25Waarom wordt er in de post «investeren sociale huur» onvoldoende gelduitgetrokken om de door de huurbevriezing uitgeholde investeringscapa-citeit van woningcorporaties volledig te repareren?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 23.26Waarom wordt er in de post «investeren sociale huur» onvoldoende gelduitgetrokken om de door de huurbevriezing uitgeholde investeringscapa-citeit van woningcorporaties volledig te repareren?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 23.27Waaraan wordt de ombuiging «Dekking bestendiging VRO» preciesbesteed en in welk jaar?Antwoord:In tabel 2 «Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2025» staan debelangrijkste onderwerpen waar deze dekking aan wordt besteed,namelijk onderwerpen 8, 11, 19, 20, 22, 23 en 34. De verwachte uitgavenper jaar op deze onderwerpen staan in de tabel. De ombuiging is niet perjaar gelijk aan de verwachte uitgaven in dat jaar.28Hoe is de ombuiging «Dekking bestendiging VRO» samengesteld, enwaarop wordt in welk jaar gekort?Antwoord:De benodigde bijdrage is gelijkelijk verdeeld over de posten naar rato vande geraamde uitgaven. Onderstaand betreffen de bedragen per regelinginclusief het jaartal voor de kasuitgaven:•€ 75 mln. uit de Realisatiestimulans (2026–2030);•€ 15 mln. uit de Woningbouwimpuls (2026–2028);•€ 25 mln. uit grootschalige woningbouwgebieden (2026–2027);•€ 5 mln. uit opschalen woningbouw (2029);•€ 30 mln. uit uitvoering woningbouw (2025–2029).29Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 68 Hoeveel woningen kunnen er minder worden gerealiseerd als gevolg vande kortingen in het kader van de «Dekking bestendiging VRO»?Antwoord:Deze middelen zijn juist bedoeld om de randvoorwaarden te scheppen dienodig zijn voor het realiseren van woningen. Zonder bijvoorbeeldinvesteringen in goede, toegankelijke ruimtelijke informatie, versterkingvan het digitaal stelsel omgevingswet, of het versterken van uitvoerendapparaat is het niet mogelijk de woningbouwproductie voldoende opgang te brengen. Enerzijds worden de beschikbare bedragen van deregelingen lager, maar anderzijds worden budgetten beschikbaar gestelddie juist nodig zijn om woningproductie te ondersteunen.30Hoe ziet de meerjarenraming van de «Dekking bestendiging VRO» er na2030 uit?Antwoord:Na 2030 wordt deze post nihil, alleen de zichtbare jaren bevatten dekking.31Hoe groot is de bezuiniging «Dekking bestendiging VRO» over de jarencumulatief?Antwoord:De totale dekking is meerjarig € 150 mln. Na 2030 wordt deze post nihil.32Wat wordt bedoeld met «intensiveringen» bij de Regiodeals, waar wordende vrijgevallen middelen concreet voor ingezet?Antwoord:De vrijgevallen middelen worden onder meer ingezet voor de program-mabudgetten en uitvoeringscapaciteit voor Regiodeals, op begrotings-hoofdstuk VII (BZK), aangezien hier eerder niet in was voorzien voor dekomende jaren in de begroting. Dit maakt dat de oorspronkelijkedoelstellingen overeind blijven staan.33Naar welke regio’s gaan de extra middelen uit de Regiodeals? Is er eenoverzicht beschikbaar van de verdeling?Antwoord:Het beschikbare budget voor de Regio Deals is gelijk gebleven, er is geensprake van extra middelen. Het betreft € 950 mln. voor deals die geslotenzijn in de periode 2018–2022 en € 913,1 mln. voor de deals gesloten in deperiode 2023–2025. Een overzicht van de geselecteerde regio’s en hun (te)ontvangen Regio Deal middelen vindt u in onderstaande kaart:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 69 34Kunnen de mutaties in de raming van de realisatiestimulans nadertoegelicht worden voor elk van de jaren 2026–2030?Antwoord:De aanpassingen van de Realisatiestimulans betreffen het saldo van tweemutaties.Om langjarig te voorzien in kerntaken die de realisatie van de woning-bouwopgave ondersteunen, incidenteel woningbouwmiddelen ingezet.Zie vragen 27 en 29 voor een nadere toelichting. Hiervoor wordt in deeerste suppletoire begroting 2025 in totaal € 75 mln. in minderinggebracht op het totaalbudget van de Realisatiestimulans. Dit gaat om€ 15 mln. in 2026 en 2027, € 10 mln. in 2028 en 2029, en € 25 mln. in2030.Daarnaast wordt van 2026–2030 jaarlijks € 10 mln. gerealloceerd naar hetbudget voor het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV).Dit geld is binnen de Realisatiestimulans gereserveerd voor (lokale)uitvoeringskosten voor de aanpak van de leefomgeving. Elk van de20 focusgebieden binnen het kader van het NPLV ontvangt € 0,5 mln. perjaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 610 Het totaalbudget (kas) voor de Realisatiestimulans komt hiermee op€ 2,416 mld. voor de jaren 2026–2030.35Hoe ziet de actuele meerjarenraming van de realisatiestimulans eruit?Antwoord:Zie hiervoor de Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1Woningmarkt, onderdeel 1.2 in de eerste suppletoire begroting 2025. DeRealisatiestimulans is een regeling die wordt uitgekeerd aan gemeentenop het moment dat de bouw van betaalbare woningen is gestart. Vantevoren is niet met zekerheid te zeggen om hoeveel woningen dit zal gaanin het betreffende jaar. De reeks zoals nu weergegeven in de begroting isdaarom een inschatting op basis van de groei naar de bouw van 100.000woningen per jaar. Jaarlijks wordt via de reguliere begrotingsbesluit-vorming bezien of het nodig is om dit kasritme te actualiseren op basisvan het aantal met de bouw gestarte woningen. Dit zal naar verwachtingdus een realistischere kasreeks opleveren.36Wat zijn de jaarlijkse uitvoeringskosten van het opzetten en beheren vaneen publiek huurregister?Antwoord:In mijn brief van 9 april jl. (Kamerstukken II 2024–2025, 27 926, nr. 391) hebik de Kamer geïnformeerd over de voortgang van het onderzoek naar eenhuurregister.Het onderzoek richt zich op verschillende doelen voor een huurregister inrelatie tot de kosten en baten van zowel realisatie als de jaarlijkseuitvoering. Deze kosten zijn op dit moment nog niet bekend, wel heb ik inde voorjaarsnota op voorhand € 4 mln. structureel gereserveerd voor eenHuurregister.Ik ben voornemens nog dit jaar op basis van het onderzoek een besluit tenemen, en u daarover te informeren.37Om wat voor soort zaken gaat het bij de toename van het aantal zaken bijde Huurcommissie? Gaat het hierbij bijvoorbeeld om schimmelproble-matiek of slecht onderhouden woningen?Antwoord:De Huurcommissie raamt ieder jaar het aantal geschillen dat verwachtwordt. Die raming is gebaseerd op de resultaten uit voorgaande uitvoe-ringsjaren en andere overwegingen, zoals bijvoorbeeld nieuwe wetgevingof media-aandacht voor huuronderwerpen. In de raming voor 2025 isrekening gehouden met een stijging van het aantal geschillen, onder meerop basis van de realisatie van de instroom in 2024. Nieuwe wetgeving enontwikkelingen, die in 2025 en verder een rol spelen zijn onder andere: hetWoonwaarderingsstelstel (WWS) en de Wet betaalbare huur voorpuntengeschillen, klimatologische ontwikkelingen voor gebrekenge-schillen en het aangenomen amendement Servicekosten vrije sector voorServicekosten.De toename van het aantal zaken in 2024 ging over twee type zaken:Gebreken en huurverhoging.In 2024 zijn er ca 5.800 gebrekenzaken gestart: een groei van 30% tenopzichte van 2023 (2023: ca 4.500/ 2022: ca 4.000). Hierbij ging het metname om schimmel, lekkages en tocht. Oorzaken die hierbij een rol spelenzijn: de bouwkundige staat van huurwoningen, de meerjarenonderhouds-plannen van verhuurders en klimatologische oorzaken (zoals zachtewinters of hoge energiekosten waardoor verminderd gestookt wordt). BijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 611 ca 1.500 zaken van de ruim 5.200 uitspraken in 2024 over geschillen overonderhoudsgebreken speelde (onder meer) schimmel een rol. Dit betekentdat schimmel bij bijna een derde van deze zaken een (deel)onderwerp is.Een opvallende trend is dat zaken ook complexer zijn geworden, endaarmee een intensievere inhoudelijke afwikkeling vragen.In 2024 zijn er daarnaast ca 5.750 zaken in verband met een huurver-hoging gestart: een groei van 60% ten opzichte van 2023 (2023 en 2022: ca3.600). Meer huurverhoging leidt tot meer bezwaar. De Huurcommissieziet in haar geschilbeslechting dat 99% van de woningbouwcorporatiesbinnen de wettelijke ruimte blijven, die ze hebben als het gaat om dejaarlijks toegestane huurverhoging. Maar ook private verhuurders doendit in overgrote meerderheid binnen de toegestane kaders (88%).38Wat is de verklaring voor het toenemend aantal mensen dat zich tot deHuurcommissie wendt? Wat is hierin veranderd ten opzichte vanvoorgaande jaren?Antwoord:In 2024 wisten een toenemend aantal mensen de Huurcommissie tevinden. Deze toename hangt onder andere samen met de invoering vande Wet betaalbare huur op 1 juli 2024. Vooral in de eerste maanden na hetingaan van deze wet was een piek te zien in het aantal telefonische vragengerelateerd aan die wetgeving. In 2024 heeft de Huurcommissie ingezetop vindbaarheid en toegankelijkheid: de website, het klantportaal en deHuurprijscheck zijn volledig vernieuwd (2024: 1,2 miljoen keer gebruikt).Als aanvulling op haar kernactiviteit, de klassieke geschilbeslechting, is eringezet op voorlichting en informatieverstrekking met diverse bijeen-komsten in het land.39Wanneer wordt de verdere uitwerking van de evaluatie «Wet Betaalbarehuur» verwacht?Antwoord:De volledige wetsevaluatie van de Wet betaalbare huur volgt in 2027.Begin dit jaar heb ik de eerste effecten van recente huurregelgeving op dehuurmarkt geanalyseerd. In mijn brief van 10 april jl. heb ik op basis vandie weging een aantal maatregelen aangekondigd, die ik op dit momentverder uitwerk. Ik verwacht die maatregelen dit najaar aan uw Kamer voorte leggen bij wijze van voorhang. Ik zal uw Kamer daarbij ook aangevenhoe ik om ga met de afspraken die omtrent aanpassingen aan de Wetbetaalbare huur zijn gemaakt in het kader van de Voorjaarsnota 2025. Ookbezie ik daarbij de impact van de recente politieke ontwikkelingen op deaangekondigde aanpassingen.40Waarom is het overgeboekte bedrag van 2,3 miljoen euro voor uitvoe-ringskosten van Dienst Toeslagen niet benut? Wat is er met deze middelengebeurd?Antwoord:Op de begroting van het Ministerie van VRO is budget opgenomen voorhet dekken van de uitvoeringskosten van Dienst Toeslagen voor hetuitvoeren van de maatregelen van de wet Vereenvoudiging huurtoeslag(36 311) en de wet Huurtoeslag ter ververbetering van de koopkracht envereenvoudiging van de regeling (36 608). Dit bedrag is overgeboekt naarDienst Toeslagen. Het bedrag van € 2,3 mln. is dus wel degelijk benut.41Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 612 Wat zijn de gevolgen van het niet-benutten van deze € 2,3 mln. euro voorde uitvoeringstaken van Dienst Toeslagen?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 40. Deze € 2,3 mln. gebruikt Dienst Toeslagenvoor de werkzaamheden die voortkomen uit het uitvoeren van genoemdewetten.42Hoe verhouden de huurbevriezing en de daardoor veroorzaakte uithollingvan de investeringscapaciteit van woningcorporaties zich tot de conclusievan de Commissie Sociaal Minimum (2023) dat «[b]ij sociale huurwo-ningen [...] het probleem met name in de beschikbaarheid [zit].Huishoudens met een inkomen op het sociaal minimum in een socialehuurwoning hebben doorgaans een betaalbare woning. Huishoudenszonder sociale huurwoning moeten – noodgedwongen – uitwijken naareen duurdere woning, waardoor de kosten snel kunnen oplopen. Als ermeer sociale huurwoningen beschikbaar komen voor huishoudens meteen laag inkomen, maakt dat huishoudens minder kwetsbaar voor hogeuitgaven aan wonen.»?Antwoord:3 juni jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd dat ik op basis van het advies vande Raad van State, de politieke ontwikkelingen en om rust en voortgang tebrengen in de volkshuisvesting, heb besloten het wetsvoorstel voor dehuurbevriezing niet in te dienen (Kamerstukken II 2024/2025, 27 926nr. 395).43Voor welke sociale huurwoningen, van welke verhuurders, geldt dehuurbevriezing in 2025 en 2026?Antwoord:3 juni jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd dat ik op basis van het advies vande Raad van State, de politieke ontwikkelingen en om rust en voortgang tebrengen in de volkshuisvesting, heb besloten het wetsvoorstel voor dehuurbevriezing niet in te dienen (Kamerstukken II 2024/2025, 27 926nr. 395).44Als het kabinet het wenselijk vindt om de koopkracht te verbeteren doormiddel van incidentele verhoging van de huurtoeslag, waarom wordt demeevaller van circa 0,3 miljard euro in de huurtoeslag dan niet benut vooreen beleidsmatige verhoging van de huurtoeslag?Antwoord:Volgens de begrotingsregels kan een meevaller worden ingezet om eentegenvaller te dekken, maar niet om een beleidsmatige intensivering tedekken. Nieuw beleid en eventuele herbestemming van middelen vraagtom integrale besluitvorming. Het kabinet heeft in de voorjaarsnotagekozen voor een incidentele verhoging van de huurtoeslag.45Over hoeveel extra woningen gaat het bij de regeling voor versnelling vanhuisvesting via flex- en transformatiewoningen?Antwoord:In de onderstaande tabel is het aantal woningen aangegeven waarvoorgemeenten een bijdrage hebben ontvangen uit de verschillende Stimule-ringsregelingen flex- en transformatiewoningen. Hoeveel extra woningenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 613 dit oplevert, is niet vast te stellen, het is namelijk niet duidelijk of dezeprojecten er zonder de Stimuleringsregeling flex- of transformatiewo-ningen er ook waren gekomen.RegelingAantal flex-transformatie woningenStimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen 20228.800Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen 20232.694Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen 20241.868Totaal13.362 46Hoe wordt de inzet van middelen voor flex- en transformatiewoningengemonitord en hoe wordt het gerealiseerde aantal woningen getoetst?Antwoord:Er vindt periodiek overleg plaats over de voortgang van de flex- entransformatiewoningen projecten met gemeenten, RVO (de uitvoerder) enhet Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.Daarnaast verantwoordt de gemeente jaarlijks via de Sisa-verantwoording(op basis van een accountantsverklaring) over de stand van zaken van hetproject.Bij de oplevering van het project levert de gemeente de Sisa-eindverant-woording aan. Hierdoor weten we hoeveel woningen er daadwerkelijk zijngerealiseerd. Vervolgens wordt de definitieve bijdrage vastgesteld.47Moet uit het feit dat er € 303,5 mln. voor de bijdrage aan medeoverhedenvoor grootschalige woningbouwgebieden naar 2027 wordt geschoven,worden geconcludeerd dat er twee jaar vertraging optreedt bij derealisering van de betreffende grootschalige woningbouwgebieden?Antwoord:Deze conclusie kan hiermee niet getrokken worden. In 2025 en 2026 zullener bestuurlijke afspraken worden gemaakt met de grootschalige woning-bouwgebieden over onder meer de inzet van de financiële middelen.Hiermee krijgen gemeenten tijdig uitsluitsel van de toegekende financiëlemiddelen. De middelen zullen vervolgens via een vast kasritme wordenuitgekeerd aan de gemeenten waarbinnen het grootschalig woningbouw-gebied ligt.48Voor welke «kerntaken die de realisatie van de woningbouwopgave»ondersteunen, wordt in de jaren 2026–2030 € 75 mln. gekort op derealisatiestimulans?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 27.49Hoeveel woningen worden er minder gerealiseerd door de korting van75 miljoen euro op de realisatiestimulans in de jaren 2026–2030?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 29.50Hoe is de meevaller in de huurtoeslagontvangsten nader te verklaren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 614 Antwoord:Tijdens corona was de (dwang)invordering van terugvorderingen doorDienst Toeslagen gepauzeerd. Het was lastig in te schatten wat deze(meerjarige) pauzering van de invordering zou doen met het betaalgedragvan debiteuren. Het blijkt dat na hervatten van de incassering van deterugvorderingen er toch sneller wordt terugbetaald dan eerder ingeschat.51Wat zou het kosten om jaarlijks 100.000 bestaande huurwoningen volledigte isoleren tot energielabel A?Antwoord:De gemiddelde kosten voor het verduurzamen van een woning totenergielabel A bedragen circa € 33.900 per woning (ABF, 2024; prijspeil2023, Kwantitatieve nulmeting verduurzaming private verhuurders – ABFResearch – juni 2024.)De totale kosten voor het verduurzamen van jaarlijks 100.000 huurwo-ningen komen daarmee uit op ongeveer € 3,39 mld. per jaar.52Klopt het dat geplande projecten voor 2025 die vertraagd zijn door hetstikstofbeleid nu pas in de jaren 2026 tot en met 2028 gerealiseerd wordengezien er 13 miljoen euro naar de jaren 2026 tot en met 2028 geschovenwordt door opgelopen vertragingen, en kunt u dit onderbouwen?Antwoord:De schuif van 13 mln. naar de jaren 2026 t/m 2028 heeft te maken met dathet RVB in de startfase van de uitvoering voor het besteden van dezemiddelen zit en veel middelen zijn gekoppeld aan grote projecten. Groteprojecten zijn vaak complex en mede daardoor gevoelig voor vertra-gingen. De ontwikkelingen als beschikbaarheid van Zero Emissiematerieel en netcongestie hebben tevens bijdragen aan deze vertra-gingen. In minder dan de helft van de gevallen was dit te wijden aanstikstofbeleid.Het RVB heeft inmiddels het ambitieuze Schoon en Emmissieloosbouwen(SEB) niveau gestandaardiseerd, dit houdt in dat alle projecten boven deEuropese aanbestedingsgrens met een aandeel Zero Emissie inzetgerealiseerd gaat worden, conform de afspraken uit de Routekaart SEB.Dit betekent dat een groter deel van het RVB projecten portefeuille nu deSEB middelen kan inzetten ter afdekking van de meerkosten van ZeroEmissie materieel en logistiek.De verwachting is dat dit voor een snellere inzet en besteding van demiddelen zal leiden conform de beoogde doelstellingen en kaders voor deinzet van deze middelen (ten behoeve van de reductie van stikstof, CO2,en Fijnstof en impuls Zero Emissie bouwmachines.53Is het herstelbedrag van de schade aan de funderingen van de GrafelijkeZalen onderdeel van de 2 miljard euro die gereserveerd staat voor derenovatie van het Binnenhof, of komt die bovenop het gereserveerdebedrag? Zo ja waarom is deze keuze gemaakt?Antwoord:Het afgelopen jaar is bij de uitwerking van de ontwerpen en voorberei-dende onderzoeken voor de werkzaamheden op het Opperhof naar vorengekomen dat funderingsversterkingen van de Grafelijke Zalen noodza-kelijk zijn. Deze werkzaamheden waren onvoorzien en dit bedrag wordtaan het programmabudget toegevoegd, bovenop de € 2 mld. die isgereserveerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 615 54In hoeverre wordt er gebruik gemaakt van het informatiepunt en hetuitzichtpunt en hoe staat dat in de verhouding tot de € 3,4 mln. die hetkost?Antwoord:Het Binnenhof is verweven met de binnenstad van Den Haag en een vande belangrijkste publiekstrekkers. Vanwege dit grote belang hebben degemeente en het Rijksvastgoedbedrijf de ambitie uitgesproken om debezoekersaantallen tijdens de renovatieperiode op peil te houden, om zode mogelijk negatieve effecten van de renovatie te beperken. Dit isvastgelegd in de publicatie «Renovatie Binnenhof, met oog voor deomgeving» (Kamerstukken II 2016–2017, 34 293, nr. 32). De gemaakteafspraken zijn tot stand gekomen op basis van een participatietraject.Om aan deze ambitie gestalte te doen en mogelijke inkomstenderving alsgevolg van de werkzaamheden te beperken realiseert het Rijksvastgoed-bedrijf het informatiecentrum en het uitzichtpunt. Deze zijn inmiddelsechte publiekstrekkers geworden ter vervanging van een wandeling overhet Binnenhof. Zo trok het 28 meter hoge uitzichtpunt al binnen3 maanden tijd 100.000 bezoekers en brengen veel binnen- en buiten-landse bezoekers een bezoek aan het informatiecentrum. De bezoekers-aantallen van de Haagse binnenstad worden door de gemeente Den Haaggemonitord. Uit recente cijfers is te zien dat Den Haag inmiddels detweede toeristenstad is van Nederland, met aan aanzienlijke economischeimpuls.55In 2025 wordt tien miljoen euro extra ingezet voor de aankoop vanagrarische compensatiegronden, mede vanwege een toegenomen vraagdoordat deze gronden sinds 2023 ook kunnen worden ingezet voorbeleidsdoelen van medeoverheden, welke specifieke beleidsdoelen vanmedeoverheden veroorzaken deze toegenomen vraag naar agrarischecompensatiegronden, en welke strategie hanteert u om te voorkomen datdeze aankopen door het Rijk leiden tot concurrentie met de grondbehoeftevan actieve agrarische bedrijven en tot verdere druk op het landelijkgebied?Antwoord:Het gaat om inzet van compensatiegronden voor nationale beleidsdoelendie (mede) door andere overheden worden uitgevoerd zoals realisatie vanhet Natuur Netwerk Nederland, woningbouwlocaties en bedrijfsterreinenwaarover met het Rijk afspraken zijn gemaakt. Het RVB hanteert voor deaankopen van deze gronden een passieve verwervingsstrategie, dat wilzeggen dat vooralsnog alleen wordt gereageerd op aanbiedingen die aanhet RVB worden gedaan. Ook vindt altijd een toets op marktconformiteitvan de eventuele aankoop plaats.56Waarom wordt bij het Rijksvastgoedbedrijf in de tabel baten en lasten eenwijziging van 31.000 euro vermeld, terwijl in de tweede tabel de afwij-kingen in realisatie vele malen groter zijn? Waarom is hierover geennadere toelichting opgenomen in de memorie van toelichting?Antwoord:Zowel de totale baten als lasten nemen in 2025 naar verwachting met€ 31,1 mln. toe ten opzichte van de vastgestelde begroting. Onderliggendzijn er zowel aan de baten- als lastenkant opwaartse en neerwaartsebijstellingen, die in de toelichting worden vermeld. De tweede tabelbetreft het kasstroomoverzicht. Ook deze is geactualiseerd op basis vannieuwe inzichten. Zo nemen zowel de ontvangsten en uitgaven alsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 616 onderdeel van de operationele kasstroom toe als gevolg van toegenomenapparaatslasten, stijgende onderhouds- en DBFMO-lasten en dienstverle-ningsovereenkomsten. Het beroep op de leenfaciliteit en de investeringennemen in gelijke mate toe, vanwege mutaties in de prognose voor deaankoop van objecten. Er is geen directe relatie tussen de mutaties in hetkasstroomoverzicht en de baten- en lastentabel, omdat niet alle mutatiesin kasstromen (bijvoorbeeld voor de aankoop van objecten) in hetzelfdejaar tot baten en/of lasten leiden, die terug te zien zijn in het exploitatie-overzicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 617
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.