KamerkringInloggen
Kamerbrief

Tussenevaluatie van de Kaderrichtlijn Water (KRW)

20 dec 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie fcbeb8c482bed41b · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202527 625WaterbeleidNr. 696 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 december 2024Met deze brief wordt het koepelrapport van de Tussenevaluatie van deKaderrichtlijn Water (KRW) aangeboden aan de Kamer. Deze rapportagegeeft inzicht in hoe de waterkwaliteit in Nederland er voor staat, deontwikkelingen die hierin optreden en de resterende opgaven voor hetbehalen van de doelen. Ook beschrijft de tussenevaluatie mogelijke actiesen maatregelen om de waterkwaliteit verder te verbeteren. De tusseneva-luatie KRW is uitgevoerd halverwege de planperiode 2022–2027, waarinde overheden naast het uitvoeren van de maatregelen samen toewerkennaar de verantwoording in 2027. In de verantwoording wordt opgenomenwaar voldaan wordt en waar dat niet het geval is, eventuele uitzonde-ringen en doelaanpassingen van toepassing zijn. De verantwoordingwordt gedaan in de volgende stroomgebiedbeheerplannen. Naast dezeverantwoording worden daarin ook de plannen voor de komende periodeopgenomen. De tussenevaluatie is tot stand gekomen in gezamenlijkheidmet de waterbeheerders en besproken in het Bestuurlijk Overleg Watervan 11 december en onderdeel van het impulsprogramma KRW.In deze brief wordt aan de hand van de tussenevaluatie ingegaan op debelangrijkste opgaven voor de waterkwaliteit. Hiertoe wordt per opgaveachtereenvolgens ingegaan op: (1) de toestand en ontwikkeling van deKRW-doelen, (2) de belangrijkste oorzaken waardoor doelen nog nietbehaald worden en (3) wat de resterende opgaven (per sector) zijn en watdaar mogelijk aan gedaan kan worden. Daarbij wordt beschreven hoevoorzien wordt hier opvolging aan te geven de komende jaren, hoe debesluitvorming verloopt, en wordt een doorkijk gegeven voor de periodena 2027 in de nieuwe stroomgebiedbeheerplannen 2028–2033. Tot slotwordt ingegaan op het verbeteren van de overkoepelende aansturing ensamenwerking tussen de overheden. kst-27625-696ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 6961 Er is al veel gebeurdSinds het van kracht worden van de KRW (2000) is al veel geïnvesteerd enbereikt in het verbeteren van de waterkwaliteit. Onder meer via demaatregelen die het Rijk, provincies, waterschappen en gemeentenuitvoeren vanuit de periodieke stroomgebiedbeheerplannen ennitraatactieprogramma’s.Zo hebben bijvoorbeeld waterbeheerders (waterschappen en Rijkswater-staat) miljarden geïnvesteerd in het verbeteren van de rioolwaterzuiveringen het natuurlijker maken van de inrichting van onze watersystemen. Voorde KRW-maatregelen in de huidige planperiode 2022–2027 is circa1,5 miljard euro geraamd bij de vaststelling van de stroomgebiedbeheer-plannen1. Onderdeel hiervan is het KRW-verbeterprogramma voor derijkswateren onder leiding van de Minister van Infrastructuur en Water-staat. Hiernaast investeren waterschappen ook in het verder verbeterenvan de zuiveringen (van nutriënten en medicijnresten). In de Projectenka-lender Waterschapsmarkt 2024–2025 is een totale bouwsom van bijna1 miljard euro voorzien voor rioolwaterzuiveringsinstallaties2. Deketenaanpak voor medicijnresten is in 2016 gestart, alle partijen in de(zorg)keten nemen inmiddels maatregelen om de vervuiling in het waterte voorkomen en ons afvalwater extra te zuiveren. Provincies en water-schappen verbeteren de regulering van het grondwater en ook gemeentendragen bij aan het verbeteren van de waterkwaliteit, bijvoorbeeld doorverbeteringen in het rioolwaterstelsel en het afkoppelen van hemelwater-afvoer. Tevens zijn er de afgelopen jaren ingrijpende maatregelengenomen om de nutriëntenbelasting door mestgebruik in de landbouwterug te dringen (zoals het instellen van mestvrije bufferstroken en deaanwijzing van met nutriënten verontreinigde gebieden).In het Regeerprogramma is opgenomen dat vanwege het belang van deKRW en een goede waterkwaliteit voor heel Nederland, stappen noodza-kelijk zijn om de waterkwaliteit aan te pakken.Algemeen beeld waterkwaliteitDe KRW gaat over al het water in Nederland, maar wordt via eenvoorgeschreven methodiek beoordeeld voor ongeveer 750 oppervlakte-wateren, met in totaal zo’n 140 doelen voor ecologie en chemie perwaterlichaam, en met circa 12 doelen voor de 23 grondwaterlichamen. Intotaal gaat het in alle oppervlakte- en grondwaterlichamen om ongeveer100.000 waterkwaliteitsparameters die aan een bepaalde norm moetenvoldoen, om als «goed» te kunnen worden aangemerkt.Uit de meetgegevens blijkt dat op dit moment al aan circa 80% van denormen wordt voldaan. De laatste 20% zorgt er echter voor dat op ditmoment geen van de oppervlaktewaterlichamen in Nederland de «goedetoestand» haalt, want alleen als alle ecologische en chemische parametersin een waterlichaam «goed» scoren is deze in «goede toestand» (het «one1Het gaat om de gezamenlijke kosten voor Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten, zie:bijlage-2-eindrapport-quickscan-mkba-krw.pdf (ecorys.com)2EIB-publicatie: https://unievanwaterschappen.nl/wp-content/uploads/2024/03/Projectenkalender-2024-2025-Eindrapport-200324.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 6962 out, all out» principe).3 Voor grondwater geldt dat op dit moment 4 van de23 grondwaterlichamen in een «goede toestand» verkeren.De tussenevaluatie laat zien dat we, ondanks alle inspanningen, nog nietop koers liggen om in 2027 overal een goede toestand te behalen. Ditbetekent dat er de komende jaren nog een stevige inzet nodig is. Hiervooris in de eerste plaats nodig dat alle afgesproken maatregelen4 uitgevoerdworden, waarbij er nog grote uitdagingen zijn om alle maatregelen tijdigte realiseren. Vorig jaar is mede hiervoor het interbestuurlijke impulspro-gramma KRW gestart. Daarnaast zijn aanvullende maatregelen nodig, metname op het gebied van nutriënten en chemische stoffen. Tot slot laat detussenevaluatie zien dat er nieuwe uitdagingen op ons af komen, zoalsnieuwe schadelijke stoffen, toenemende effecten van klimaatveranderingen de opkomst van exoten zoals de Amerikaanse rivierkreeft. Hetwaarborgen van een goede waterkwaliteit zal daarom ook na 2027blijvende inzet vragen. In bepaalde gevallen zijn er valide redenenwaarom doelen nog niet gehaald kunnen worden, waarvoor – onderstrikte randvoorwaarden – een legitiem beroep op uitzonderingen gedaankan worden. Het KRW-beleid, een samenvatting van de benodigdemaatregelen en de gevallen waarin gebruik is gemaakt van de uitzonde-ringen zullen worden opgenomen in de stroomgebiedbeheerplannen2028–2033, waarvoor de voorbereidingen dit jaar gestart zijn.Hierna wordt in meer detail ingegaan op de verschillende opgaven persector betreffende:1.Chemische stoffen;2.Ecologie:2.1nutriënten2.2inrichting en beheer;3.Grondwaterkwaliteit en -kwantiteit;4.Effecten van klimaatverandering en invasieve soorten (exoten);5.Belasting vanuit het buitenland;6.Doelaanpassingen en uitzonderingen;7.Nieuwe stroomgebiedbeheerplannen 2028–2033;8.Aansturing en samenwerking (governance).Waterkwaliteit in EuropaIn opdracht van de Europese Commissie is op basis van de situatietot 2021 door het Europees Milieuagentschap een rapport gemaaktover de toestand van het water in Europa (https://www.eea.europa.eu/en/analysis/publications/europes-state-of-water-2024). Daaruit blijkt dat er op veel plaatsen een opgave is, slechts37% van de oppervlaktewaterlichamen in Europa voldoet voor watbetreft de ecologische toestand en slechts 29% voor wat betreft dechemische toestand. Er is op onderdelen enige verbetering zichtbaar,maar dat geldt niet voor het totaalbeeld. Deels komt dat door demethode one-out, all-out die wordt gehanteerd en daarom zijn ookde resultaten van de afzonderlijke parameters gepresenteerd in datrapport. De belangrijkste oorzaken voor het niet behalen van degoede toestand in de wateren in Europa zijn volgens het Milieu-3De KRW schrijft voor dat uiteindelijk alle parameters op orde moeten zijn in een waterlichaam.Dat is een logisch principe, want ook één enkele schadelijke stof in het water kan belangrijkegevolgen hebben voor mens of natuur. Het «one out all out» principe laat echter niet goed zienhoe het er daadwerkelijk voor staat met de waterkwaliteit. Daarom wordt in de tussenevaluatiezoveel mogelijk ingegaan op de afzonderlijke KRW-doelen. Ook in Europa zet Nederland zichsamen met andere lidstaten in voor een alternatieve rapportagemethode naast one out all out,om zo de verbetering van de waterkwaliteit beter inzichtelijk te maken.4Het gaat hierbij onder meer om de maatregelen uit de stroomgebiedbeheerplannen 2022–2027,het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn en de derogatiebeschikking 2022–2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 6963 agentschap de depositie uit de lucht van stoffen die vrijkomen bijactiviteiten en diffuse verontreinigingen uit de landbouw.1. Chemische stoffen IntroductieDe waterkwaliteit wordt beïnvloed door vele chemische stoffen. Een deelvan deze stoffen is onderdeel van de KRW-beoordeling voor oppervlakte-water, een ander deel van de stoffen is gereguleerd onder anderewetgeving en een deel van stoffen kent nog geen specifieke normen. Ookstoffen die nu niet genormeerd zijn onder de KRW kunnen een belangrijkeinvloed hebben op het behalen van de ecologische KRW-doelen,bijvoorbeeld doordat de (gecombineerde) toxische druk van deze stoffeneen belemmering voor de ecologische doelen kan vormen. In het kadervan de lopende onderhandelingen in Europa over de herziening van deKaderrichtlijn Water, de Richtlijn Prioritaire stoffen en de Grondwater-richtlijn zullen naar verwachting nieuwe stoffen worden toegevoegd aande KRW, inclusief bijbehorende termijnen waarop hieraan voldaan zalmoeten worden.Van 42 stoffen genormeerd onder de KRW is vastgesteld dat deze landelijkof regionaal nog een probleem vormen5. Deze lijst is opgenomen aan heteind van bijlage 1 bij deze brief. De stoffen die het vaakst niet aan de normvoldoen zijn polybroomdifenylethers (PBDE’s), polycyclische aromatischekoolwaterstoffen (PAK’s), gewasbeschermingsmiddelen, biociden enmetalen. Hiervan moeten 30 stoffen uiterlijk in 2027 aan de KRW-normenvoldoen6. Van de stoffen waarvoor een trend kon worden vastgesteld,vertonen 18 een significant verbeterende trend, terwijl de overige 12onveranderd blijven. Gemiddeld is er geen sprake van achteruitgang,maar op regionaal niveau bij bepaalde chemische stoffen wel. Eenvoorbeeld hiervan is lokale toename van verontreinigingen bij inname-punten van drinkwaterbedrijven.5https://iplo.nl/thema/water/oppervlaktewater/kaderrichtlijn-water/stoffenlijst-krw-impuls/6De normen voor de 12 andere stoffen zijn later aan de KRW toegevoegd en kennen een lateredeadline. Zie bijlage 1 onderaan deze brief voor de lijst met uiterste termijnen voor doelbereik.Figuur 1: Overzicht van stoffen in het water (alle stoffen kunnen invloed hebben opde aquatische ecologie en kunnen daarmee effect hebben op doelbereik)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 6964 Voor veel stoffen is de situatie verbeterd, maar deze verbetering zetvolgens de prognose van de waterbeheerders niet door. Op basis vanmetingen en oordelen wordt ingeschat dat voor alle 42 stoffen in 2027 nietaan de norm zal worden voldaan zonder aanvullend beleid.Belangrijkste bronnen en oorzakenIn het koepelrapport zijn de bronnen beschreven. De oorzaak van het nietbereiken van een goede toestand in 2027 verschilt per stof. Er is voor eendeel sprake van een historische last die nog doorwerkt in het heden. Zozijn PBDE’s op grote schaal gebruikt als brandvertragers in verschillendetoepassingen zoals kleding en huishoudelijke apparaten. PAK’s komen vrijbij onvolledige verbranding, bijvoorbeeld door houtstook of gebruik vanfossiele brandstofmotoren, en komen vervolgens via de lucht in het waterterecht. PAK’s en PDBE’s breken langzaam af in het milieu en wordendaarom ook nog lang na het wegnemen van de oorspronkelijke bron inhoge concentraties aangetroffen. Het metaal zink wordt op grote schaaltoegepast in de bouw, bijvoorbeeld bij vangrails en dakgoten. Gewasbe-schermingsmiddelen worden met name gebruikt in de landbouw omgewassen te beschermen tegen ziekten en plagen, en biociden wordengebruikt om schadelijke organismen te bestrijden in bijvoorbeeldhuishoudens, ziekenhuizen, stallen, publieke ruimtes of bedrijven.Resterende opgaven en hoe verderSamenvattend kan gesteld worden dat er nog opgaven zijn voor devolgende stoffen en sectoren: gewasbeschermingsmiddelen voor desector landbouw (en professioneel gebruik buiten de landbouw), biocidenvoor particulieren, bedrijven en overheden, metalen voor onder andere debouw en de landbouw (veevoer en kunstmest) en voor enkele industriëlestoffen.In bijlage 2 onderaan deze brief zijn concrete cijfers voor de toestand,bronnen en resterende opgaven voor een groot scala aan chemischestoffen opgenomen. Dit geeft een beeld van wat in de evaluatierapportagevan de KRW is uitgewerkt.Voor de eerdergenoemde 42 probleemstoffen heeft het impulsprogrammaKRW de resterende opgaven de afgelopen twee jaar al uitgewerkt. De(chemische) waterkwaliteit wordt gereguleerd via een stelsel dat eropgericht is te voorkomen dat er te veel lozingen en emissies plaatsvindenwaardoor normen worden overschreden. Dit stelsel gaat over de toelatingvan stoffen, gebruiksvoorschriften, vergunningverlening voor afvalwater-lozingen, zuivering van afvalwaterstromen, toezicht en handhaving opregelgeving, en overleg met bedrijfsleven over zelfregulering. Deoverschrijdingen in oppervlaktewater en grondwater laten zien dat er indit systeem «lekken» zijn. Om de goede chemische toestand te bereikenzijn maatregelen nodig die op de juiste plekken in deze keten ingrijpen (de«lekken dichten»). Er is advies gevraagd aan deskundigen op dit gebied7en zij hebben circa 20 maatregelen geadviseerd. Het gaat hierbij vaak omuitbreiding of aanscherping van bestaande maatregelen. De stand vanzaken bij de uitwerking hiervan is opgenomen als bijlage 1 aan het eindvan deze brief.7Deze maatregelen zijn geadviseerd door een expertgroep onder actielijn 3 van het impulspro-gramma, met daarin vertegenwoordiging vanuit onder meer de WUR, het RIVM, het Ctgb,TNO, Deltares en diverse adviesbureaus.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 6965 De voorgestelde maatregelen worden nu bezien en waar nodig verderuitgewerkt. Daarbij zal, naast beoordeling van de effectiviteit enhaalbaarheid, ook specifiek aandacht zijn voor de relevante afspraken uithet Regeerprogramma omtrent deze opgaven, zoals de inzet omnormoverschrijdingen voor gewasbeschermingsmiddelen waar mogelijkvia een lokale aanpak te adresseren, samen met de sectoren en metandere overheden. Beoogd wordt om voorjaar 2025 te besluiten over deuitvoering van maatregelen (zowel nationaal als regionaal). Doel is om tekomen tot een dekkend voorstel met maatregelen voor chemische stoffenom te voldoen aan de normen. Waar mogelijk zal aangesloten worden bijal lopende programma’s en initiatieven.Vervolgens zullen de maatregelen per stofgroep worden gemonitord. Metdeze aanpak voor de 42 KRW-probleemstoffen wordt ook ervaringopgedaan om emissies naar water te verminderen voor de vele anderestoffen die niet onder de KRW genormeerd zijn.2. Ecologie Huidige toestand, trends en prognoseVoor de ecologie gaat het om vier biologische kwaliteitselementen (vis,macrofauna, fytoplankton en overige waterplanten) waarvoor op ditmoment de KRW-doelen niet overal behaald worden, én om nutriënten-concentraties (stikstof en fosfor) die in bepaalde gebieden hoger zijn dande normen en daarmee ook een belangrijke oorzaak zijn voor het niethalen van de biologische doelen.8 Zie Figuur 2 hieronder voor de huidigetoestand per onderdeel.Uit de recente meetgegevens blijkt dat er in de periode 2009–2021 eerstverbetering optrad op al deze vier biologische kwaliteitskenmerken, maardat er nu sprake is van stagnatie. Zie voor meer informatie over deontwikkeling in nutriëntenconcentraties de Nitraatrapportage, die deKamer op 28 november jl. ontving.9 Daarin is opgenomen dat sinds dejaren negentig de hoeveelheid stikstof en fosfor in het grondwater enoppervlaktewater sterk is gedaald. Hierdoor is de waterkwaliteit verbeterd.Sinds 2012 is deze daling voor oppervlaktewater echter gestopt.8Een teveel aan nutriënten in het water kan bijvoorbeeld zorgen voor algenbloei of dominantievan enkele soorten, waardoor de gewenste ecologische toestand niet bereikt wordt.9Kamerstukken 33 037, nr. 565Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 6966 Er zijn prognoses gemaakt voor nutriënten en de biologische kwaliteitsele-menten, waarmee de inschatting is gemaakt hoe de waterkwaliteit zich zalontwikkelen op basis van het voorgenomen beleid en maatregelen. Deresultaten laten zien dat er verbeteringen te verwachten zijn als allemaatregelenprogramma’s uit de stroomgebiedbeheerplannen wordenuitgevoerd en als het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn en de derogatie-beschikking worden uitgevoerd en voortgezet. Het doelbereik voor stikstofstijgt dan naar 61% van de waterlichamen dat naar verwachting voldoetaan de norm in 2027. Voor fosfor stijgt het doelbereik naar verwachtingnaar 57% van de waterlichamen. Door verbetering van de toestand voornutriënten verbetert ook de biologische toestand. De prognoses van debiologische kwaliteitselementen verschillen wel aanzienlijk per regio.In bijlage 3 is de prognose voor de ecologische doelen opgenomen. Debelangrijkste oorzaken voor het niet halen van de ecologische doelen zijnte hoge nutriëntenconcentraties (vooral in de regionale wateren) enknelpunten voor wat betreft (onnatuurlijke) inrichting en beheer. Tot slothebben klimaatverandering en exoten ook invloed op de ecologischedoelen. Hieronder wordt op de opgaven per sector ingegaan, inclusief hoedeze aangepakt worden.Figuur 2: Huidige ecologische toestand voor de 745 oppervlaktewaterlichamenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 6967 2.1 Nutriënten Belangrijkste bronnen en oorzakenOngeveer de helft van de nutriëntenbelasting is afkomstig vanuit delandbouw (zie onderstaande figuur 3). De belangrijkste bron is af- enuitspoeling van meststoffen van het land. Daarnaast bereikt agrarischestikstof via depositie uit de lucht ook het water. Dit is niet alleen eenknelpunt voor de KRW-doelen: ook de doelen uit de Nitraatrichtlijn die zichrichten op het beperken van de agrarische belasting van het grondwateren het voorkomen van eutrofiëring van het oppervlaktewater worden nogniet overal behaald.Het aandeel van rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) in de totalenutriëntenbelasting is fors lager (zie figuur 3) en hiervoor geldt dat aan devereisten uit de Richtlijn Stedelijk Afvalwater wordt voldaan. Toch kunnenRWZI’s nog wel een belemmering vormen voor het behalen van deKRW-doelen, doordat niet alle nutriënten uit het rioolwater gezuiverd(kunnen) worden. Riooloverstorten kunnen lokaal en tijdelijk invloedhebben op de nutriëntenconcentraties in een waterlichaam, maar zijn opde totale belasting geen bron van betekenis.Voor een deel van de regionale waterlichamen geldt dat bovenstroomsebelasting met nutriënten vanuit het buitenland nog mede een belem-mering vormt voor doelbereik in Nederland, doordat de concentraties inhet binnenkomende water boven de norm liggen. Andersom zorgt somsook het binnenkomende schonere water uit het buitenland juist voorverdunning van nutriëntenconcentraties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 6968 Samenhangende trajecten op het gebied van nutriënten uit delandbouwEr lopen drie samenhangende trajecten, waarin de Ministeries vanInfrastructuur en Waterstaat (IenW) en Landbouw, Visserij, Voedsel-zekerheid en Natuur (LVVN) samen optrekken. De Kamer heeft op4 november 2024 de evaluatie van de Meststoffenwet ontvangen,gebaseerd op diverse onderzoeken (Kamerstukken 33 037, nr. 561).Daarnaast is op 28 november jl. de Nitraatrapportage aan de Kamerverstuurd (Kamerstukken 2024Z19612). De Nitraatrapportage geeftmet de resultaten van monitoring inzicht in de huidige landbouw-praktijk en in de toestand en trends met betrekking tot nutriënten inhet grond- en oppervlaktewater en geeft zo een beeld van deeffecten van de voorgaande nitraatactieprogramma’s. Voor eenbelangrijk deel zijn dezelfde meetnetten voor wat betreft nutriëntengebruikt en de modelstudie die ten grondslag ligt aan de evaluatievan de Meststoffenwet en de tussenevaluatie van de KRW isFiguur 3: Bronnen van stikstof en fosfor op basis van de Emissieregistratie 2024 (uitNitraatrapportage)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 6969 dezelfde. Naar deze modelstudie wordt ook in de Nitraatrapportageverwezen. Eén van de onderzoeken die in het kader van de evaluatievan de Meststoffenwet 2024 is uitgevoerd, betreft een onderzoeknaar een mogelijk in te zetten aanpak om de waterkwaliteitsdoelenvoor grond- en oppervlaktewater te halen, voor zover het gaat omnutriënten afkomstig van de landbouw. De uitkomsten van ditonderzoek vormen input voor het nog op te stellen 8e actiepro-gramma Nitraatrichtlijn (2026–2029).De maatregelen uit het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn en dederogatiebeschikking zijn erop gericht om de agrarische belastingvan het water met nutriënten te beperken. Dit gebeurt bijvoorbeelddoor het aanhouden van mestvrije bufferstroken om de afspoelingnaar het oppervlaktewater te voorkomen, het inzaaien van vangge-wassen om te voorkomen dat achtergebleven nutriënten na de oogstuitspoelen naar het grondwater of het beperken van de hoeveelheidmestgift in met nutriënten verontreinigde gebieden. Uit de onder-zoeken voor de evaluatie van de Meststoffenwet volgt dat metvoortzetting van het huidige beleid, waarvan bovengenoemdemaatregelen onderdeel zijn, de nitraatconcentraties in het grond-water en de stikstof- en fosforconcentraties in het oppervlaktewaterzullen verbeteren.Resterende opgaven en hoe verderUit de rapportage blijkt dat er nog nutriëntenopgaven zijn voor delandbouw en in mindere mate voor de rioolwaterzuiveringsinstallaties (ziede eerder opgenomen figuur 3). Voor doelbereik zijn dus aanvullendemaatregelen nodig. Met het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn wordtgestreefd de doelen van de Nitraatrichtlijn voor grondwater te halen eneutrofiëring van oppervlaktewater te voorkomen. Hiermee wordt ook eenbijdrage geleverd aan het doelbereik van de KRW.Bij de opstelling van het 8e Actieprogramma zijn haalbaarheid, betaal-baarheid en voldoende maatschappelijk draagvlak belangrijk voor dekeuze van maatregelen gericht op de waterkwaliteit. Waar dit botst met deKRW-verplichtingen, vraagt dit om politieke keuzes. Ook in de alternatieveaanpak voor het landelijk gebied is het van belang om gebiedsgericht deKRW-opgaven voor nutriënten te adresseren, in het bijzonder in hetgrootschalig herstel van de beekdalen op zandgronden (zie kader hierna).Naast de maatregelen die het Rijk nationaal kan nemen, beschikken ookde provincies, waterschappen en gemeenten over instrumenten onder deOmgevingswet waarmee zij lokaal of regionaal kunnen sturen opagrarische emissies van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen inhun gebied. Dit is verder uitgewerkt door het impulsprogramma in defactsheet aanpassen grondgebruik. Momenteel wordt gewerkt aan eenafwegingskader om deze instrumenten in de praktijk toe te passen. Bij deuitwerking hiervan worden ook de afspraken van het kabinet in hetRegeerprogramma betrokken, waarbij ingezet wordt om normoverschrij-dingen voor gewasbeschermingsmiddelen waar mogelijk via een lokaleaanpak te adresseren, samen met de sectoren en met andere overheden.Dit is ook in lijn met de motie Grinwis10.Voor een deel van de RWZI’s staan er reeds (verdere) verbetermaatregelengepland in het kader van de huidige stroomgebiedbeheerplannen2022–2027. De STOWA heeft onderzocht welke maatregelen er mogelijk10Kamerstukken 27 858, nr. 664.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69610 zijn om de zuivering van nutriënten verder te verbeteren.11 Waterbe-heerders zullen in 2025 bezien of en op welke termijn deze aanvullendemaatregelen toegepast kunnen worden op de RWZI’s in hun beheer. In hetdashboard uitvoering KRW- maatregelen is voor sommige regio’s meerspecifieke informatie opgenomen.Daarnaast werkt IenW aan het uitvoeren van een immissietoets op alle314 RWZI’s die in 2025 uitgevoerd gaat worden. Deze zal inzicht geven inde nutriënten en andere stoffen die uit de RWZI’s in het oppervlaktewaterworden geloosd. Ook deze kennis zal gebruikt worden om te bepalenwelke maatregelen nog nodig zijn om de belasting van het water uitRWZI’s terug te brengen. Voorbeelden daarvan kunnen zijn meer grip opindirecte lozingen, productenbeleid en extra zuiveringsstappen.BeekdalenaanpakMet het wegvallen van de middelen die bestemd waren voor hetTransitiefonds is ook € 811 miljoen weggevallen bestemd voorgrootschalig herstel van beekdalen op zandgronden. Deze maatregelis opgenomen in het addendum bij het 7e ActieprogrammaNitraatrichtlijn en draagt bij aan de KRW-opgave. Het Ministerie vanLVVN werkt in afstemming met de Ministeries van IenW en VRO aaneen nieuwe uitvoeringsgerichte en gebied-specifieke aanpak voorhet landelijk gebied waarbij wordt gekeken naar een gebied-specifieke inzet voor gebieden rondom kwetsbare Natura2000-gebieden, Veenweidegebieden, Grondwaterbeschermingsge-bieden en de Beekdalen. De Beekdalen zijn hier dus onderdeel van.In lijn met het Regeerprogramma zijn de structurele middelengereserveerd voor Agrarisch Natuurbeheer (500 miljoen euro perjaar) ook in beeld voor besteding aan beekdalen op zandgronden.Hierover is interdepartementale afstemming tussen de Ministeriesvan LVVN en IenW. Het Kabinet heeft de contouren van de nieuweaanpak landelijk gebied en het Agrarisch Natuurbeheer, voorafgaandaan het Commissiedebat Stikstof, NPLG en Natuur van 4 december2024 met de Kamer gedeeld (Kamerstukken 36 600-XIV-66).2.2 Inrichting en beheer Huidige toestand, trends en prognoseDe meeste waterlichamen in Nederland zijn sterk veranderd of kunstmatig(bijvoorbeeld door bedijking of veenontginning), waardoor hier nietdezelfde ecologische doelen gelden als voor natuurlijke wateren. Bij hetbepalen van de doelen is hiermee rekening gehouden door de waterbe-heerders, door te kijken naar welke maatregelen mogelijk zijn om hetsysteem natuurlijker in te richten, zonder daarbij significante schade aanessentiële gebruiksfuncties (zoals waterveiligheid, scheepvaart, etc.) toe tebrengen. Het gaat hierbij onder meer om de aanleg van natuurvriendelijkeoevers, nevengeulen, vispassages en het laten hermeanderen (opnieuwkronkelen) van beken. De hoogte van de doelen is vervolgens medebepaald op basis van de verwachte effecten van deze maatregelen.Inmiddels is een groot deel van de sinds 2009 afgesproken maatregelen-programma’s uitgevoerd. Het effect van deze maatregelen heeft echter tijdnodig om volledig in te kunnen treden. Daarnaast kan het zijn dat heteffect van maatregelen op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichtente hoog of te laag is ingeschat bij het bepalen van het doel of dat11https://www.stowa.nl/publicaties/krw-maatregelen-voor-nutrientenverwijdering-de-afvalwaterketenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69611 maatregelen suboptimaal zijn uitgevoerd waardoor deze niet het volledigeverwachte effect hebben.Resterende opgaven en hoe verderDe opgave voor de waterbeheerders is in de eerste plaats om alleafgesproken inrichtings- en beheermaatregelen tijdig uit te voeren. Vooreen deel van de resterende maatregelen van 2022–2027 geldt dat errisico’s zijn dat deze niet tijdig uitgevoerd zijn, terwijl dit wel een vereistevan de KRW is. De inzet van het impulsprogramma is er daarom ook opgericht om knelpunten in de uitvoering waar mogelijk weg te nemen.12Waar effecten van uitgevoerde inrichtingsmaatregelen anders uitvallendan oorspronkelijk verwacht bij het bepalen van de ecologische doelen,kan het nodig zijn de desbetreffende doelen hierop te corrigeren (zieTechnische doelaanpassingen hieronder). Naast het uitvoeren vaninrichtingsmaatregelen, is er ook nog winst te behalen in het optimali-seren van het beheer van de wateren.3. Grondwater Huidige toestand, trends en prognoseVoor grondwater wordt door middel van zes toetsen de grondwaterkwa-liteit en grondwaterkwantiteit beoordeeld. De doelen van al deze toetsenmoeten worden behaald, volgens het principe van «one out, all out». Opdit moment voldoen 19 van de 23 grondwaterlichamen niet aan de eisenvoor kwaliteit en kwantiteit.Van de 23 waterlichamen voldoen er drie waterlichamen niet aan dealgemene toetsen voor grondwaterkwaliteit, één waterlichaam voldoetniet aan de eisen voor grondwaterkwantiteit. Alle waterlichamen voldoenaan de algemene toets voor zoutintrusies. Naast de vier grondwaterli-chamen die niet voldoen aan de algemene toetsen, voldoen nog 15 grond-waterlichamen niet aan de deeltoetsen voor de verschillende beschermdegebieden (zie de tabel hieronder).Type toetsVoldoetVoldoetnietDeeltoetsniet vantoepassingAlgemene toetsenEen evenwicht in onttrekking en aanvulling op basis vaneen waterbalans, inclusief trends in de grondwater-standen – grondwaterkwantiteit221–De algemene chemische toestand (inclusief trend-analyse) – grondwaterkwaliteit203–Het niet vóórkomen van intrusies van zout water(verschuiving van het zoet-zout grensvlak)230–DeeltoetsenGrondwaterafhankelijk oppervlaktewater1193Grondwaterafhankelijk ecosystemen1382Grondwaterwinningen menselijke consumptie(drinkwater)1166 12Kamerstukken 27 625, nr. 672.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69612 Aangezien de processen in grondwater langzaam verlopen, is het niet teverwachten dat het beoordelingsresultaat voor grondwaterkwaliteit in2027 veel zal veranderen. Daarnaast blijkt uit metingen dat de concen-traties van verontreinigende stoffen in het grondwater toenemen(vergrijzing), wat een steeds groter probleem vormt voor drinkwater-winning. Hierdoor dreigt een toenemende zuiveringsinspanning voor dedrinkwaterbedrijven voor het garanderen van schoon en gezond drink-water. Daarnaast is er ook een stijgende chloridetrend in het grondwaterte zien.Belangrijkste bronnen en oorzakenDe belangrijkste oorzaken voor het niet behalen van de chemische doelenvoor grondwater zijn te hoge concentraties aan nutriënten, bestrijdings-middelen en chloride. Bij de toetsen voor drinkwaterbronnen vormenindustriële stoffen, (historische) bodemverontreinigingen en opkomendestoffen als medicijnresten een probleem en voor oppervlaktewater de tehoge waarden van stikstof en/of fosfaat. Voor de ecosystemen is vooralverdroging door onvoldoende aanvoer van grondwater een knelpunt.Stijgende chloridegehaltes zijn een teken van verzilting door zeespiegel-stijging en de bemaling van diepe polders. Afname van de grondwater-voorraden komt doordat het watersysteem te veel is gericht op afvoer enhet watersysteem onder druk staat door grondwateronttrekkingen enklimaatverandering.Resterende opgaven en hoe verderDe opgaven voor chemische stoffen liggen in het verlengde van wateerder in deze brief geschetst is. Die opgaven liggen dus verspreid overalle sectoren, waaronder landbouw (o.a. bestrijdingsmiddelen, nutri-ënten), industrie (o.a. industriële stoffen) en overheden (o.a. toelatingstoffen en vergunning-verlening, toezicht en handhaving – VTH).Bronaanpak – waar dat nog mogelijk is gezien de historische belasting – isdaarbij van groot belang. Aanvullend daarop ligt er voor grondwater-kwantiteit een opgave bij de waterbeheerders voor het op peil houden enaanvullen van de grondwatervoorraad.Figuur 4: Toestand voor grondwater (kwaliteit en kwantiteit)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69613 Voor de grondwaterkwantiteit is het van belang erop in te zetten het watervast te houden en aan te vullen, ook om de gevolgen van klimaatveran-dering het hoofd te kunnen bieden. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om hetbeperken van onttrekkingen, zoals door het instellen van grondwateront-trekking-plafonds of het overschakelen naar alternatieve bronnen.Infiltratie kan bevorderd worden door bijvoorbeeld de aanleg van wadi’s(stedelijk) en het vasthouden van het water in het watersysteem(landelijk).Om grip te krijgen op de grondwateronttrekkingen en onttrokkenhoeveelheden wordt, in het kader van de moties van de leden VanGinneken/Tjeerd de Groot13 en Bromet/Van Esch14 door IenW ook demogelijkheid van een uniforme (landelijke) vergunning- en meldingsplichtvoor grondwateronttrekkingen onderzocht.15 Daarbij wordt ook meteengekeken naar het periodiek bezien en herzien van deze onttrekkingen,aangezien hier door de Europese Commissie om gevraagd is in de recenteinbreukprocedure tegen Nederland.164. Effecten van klimaatverandering en invasieve soorten (exoten) TrendsIn toenemende mate worden de effecten van klimaatverandering op dewaterkwaliteit en waterbeschikbaarheid ervaren, bijvoorbeeld door destijging van de temperatuur op aarde, langere periodes van droogte enhet optreden van extreme regenval en verzilting. Dit kan ertoe leiden datconcentraties van schadelijke stoffen toenemen (minder verdunningoptreedt), meer uit- en afspoeling plaatsvindt, de watertemperatuur stijgt,grondwatervoorraden onder druk komen te staan of verdroging vannatuur optreedt.De komst van invasieve soorten (exoten) kan een negatieve impact op hetecosysteem hebben, bijvoorbeeld doordat inheemse soorten wordenverdrongen of schade wordt toegebracht aan waterflora- of fauna. Dit isbijvoorbeeld het geval bij de Amerikaanse rivierkreeft17. Dit kan eenbelemmering vormen voor het ecologisch KRW-doelbereik, zie onder-staand kader. De problematiek komt nu vooral voor in de sloten vanlaag-Nederland, maar lijkt zich uit te breiden. De opgave voorKRW-oppervlaktewaterlichamen is om de effecten zoveel mogelijk tebeheersen. Dat is ook van belang om uitzonderingen op KRW-doelbereikte kunnen motiveren.Opgaven en hoe verderWaterbeheerders en andere overheden moeten anticiperen op de effectenvan klimaatverandering teneinde negatieve gevolgen voor mens enecologie waar mogelijk te voorkomen. In periodes van droogte kunnenbijvoorbeeld concentraties van schadelijke stoffen toenemen, waardoorhet nog belangrijker is om te voorkomen dat deze in het water terechtkomen (zie onderdeel stoffen en nutriënten hierboven). Ook wordt bijverminderde aanvulling van het grondwater het nog belangrijker omonttrekkingen te reguleren.13Kamerstukken 27 625, nr. 63614Kamerstukken 27 625, nr. 65015Kamerstukken 27 625, nr. 69316Kamerstukken 27 625, nr. 67417Uitheemse rivierkreeften zorgen (met name in laag-Nederland) voor problemen met dewaterkwaliteit, doordat waterplanten worden weggegeten en de bodem wordt omgewoeld,waardoor er troebel water ontstaat met slechts beperkt waterleven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69614 De KRW-maatregelen uit de huidige maatregelenprogramma’s, en ookmaatregelen uit het Deltaprogramma en de Programmatische AanpakGrote Wateren, zijn er mede op gericht om negatieve effecten vanklimaatverandering op de waterkwaliteit en -kwantiteit te mitigeren,bijvoorbeeld door water beter vast te houden, infiltratie te bevorderen, enregenwater af te koppelen van het riool. Richting de nieuwe planperiode2028–2033 zal er extra aandacht nodig zijn voor de gevolgen vanklimaatverandering en de betekenis hiervan voor de KRW-opgaven enmaatregelen.Beheersing rivierkreeftenOnder aansturing van het Ministerie van LVVN wordt samen met dewaterbeheerders en andere stakeholders gewerkt aan een gezamen-lijke aanpak voor rivierkreeften binnen een programma. Daarbijwordt zowel gekeken naar aanpassing van de regelgeving om hetwegvangen van rivierkreeften te faciliteren, als het zoeken naar eeneffectieve beheersingsaanpak. Wegvangen is daarbij niet per se eenstructurele oplossing, aangezien inmiddels duidelijk is dat het nietmeer mogelijk is om deze geheel uit het systeem te verwijderen. Wezullen dus ook moeten bezien hoe we negatieve effecten hiervankunnen beperken. Een belangrijk deel van de oplossing zit in hetecologisch herstel van het ecosysteem zelf, waardoor dit minderkwetsbaar wordt en exoten minder kans hebben te gaanoverheersen. De bestaande KRW-maatregelen dragen hier ook inbelangrijke mate aan bij.5. Belasting vanuit het buitenland Huidige toestandVoor bepaalde KRW-doelen (met name chemische stoffen en nutriënten)geldt dat bovenstroomse belasting vanuit het buitenland nog mede eenbelemmering vormt voor doelbereik in Nederland, doordat de concen-traties in het grensoverschrijdende water deels boven de norm liggen. Datbetreft met name grensoverschrijdende beken. De Rijn en Maas komenrelatief schoon ons land binnen, al zijn ook daar nog specifieke overschrij-dingen.Opgaven en hoe verderWaar belasting vanuit het buitenland boven de norm ligt, is afstemmingdoor de waterbeheerders met onze buurlanden nodig. Naast de allopende afstemming en coördinatie met de lidstaten bij grensoverschrij-dende stroomgebieden is in de vier stroomgebieden (Rijn, Maas, Schelde,Eems) een aanvullend traject van «joint fact finding» gestart met debuurlanden, teneinde gezamenlijk de grensoverschrijdende opgaven teanalyseren en tot oplossingen te komen. Het beeld bij welke stoffen deproblemen zitten wordt bij de meeste waterbeheerders steeds completer.Samen met het buurland wordt bezien of en welke maatregelen mogelijkzijn om de doelen alsnog te halen. Mocht dit echter niet (tijdig) mogelijkzijn, dan kan dit dienen als basis voor de motivering van een uitzondering(zie paragraaf 6).Bij de gesprekken met buurlanden gaat het niet alleen om de stoffen dienu onder de KRW genormeerd zijn. Ook andere stoffen die ons landbinnen komen en problemen voor de waterkwaliteit op kunnen leverenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69615 worden besproken. Bijvoorbeeld stoffen die relevant zijn voor dedrinkwaterwinning en in het bijzonder PFAS18.Bij de gesprekken met de buurlanden wordt ook de afspraak uit hetRegeerprogramma betrokken om de stikstof- en fosfaatnormen inoppervlaktewater in lijn te brengen met de ons omringende landen. DeKamer wordt hierover voor de zomer van 2025 geïnformeerd.6. Doelaanpassingen en beroep op uitzonderingen De KRW biedt ruimte voor technische doelaanpassingen en uitzonde-ringen. Dit moet door de verantwoordelijke waterbeheerders wordengemotiveerd. Vanuit het impulsprogramma KRW worden handreikingenopgesteld om waterbeheerders maximaal te ondersteunen bij het gebruiken de onderbouwing hiervan. Dit landt in de nieuwe stroomgebiedbeheer-plannen 2028–2033. Hiermee wordt ook invulling gegeven aan de motievan het lid Stoffer19 die de regering verzoekt ervoor te zorgen datKRW-doelen zo snel en zo veel als mogelijk geactualiseerd worden,rekening houdend met de natuurlijke achtergrondbelasting en dehistorische belasting.Technische doelaanpassingenIn een aantal gevallen was bij het bepalen van de doelen nog onvol-doende kennis beschikbaar over natuurlijke achtergrondbelasting. Ookzijn zoals hierboven vermeld de verwachte effecten van inrichtingsmaatre-gelen soms verkeerd ingeschat. De doelen kunnen hier alsnog opgecorrigeerd worden via een zogeheten «technische doelaanpassing» opbasis van nieuw (wetenschappelijk) inzicht, mits hier een goede onder-bouwing voor is. Deze correctie kan ervoor zorgen dat bepaalde waterli-chamen alsnog aan de (aangepaste) normen voldoen. Andersom kan hetechter ook voorkomen dat wetenschappelijke inzichten ertoe leiden datstrengere normen nodig zijn.UitzonderingenVoor bepaalde KRW-doelen zijn er geen aanvullende maatregelen meermogelijk of zouden deze tot onevenredig hoge kosten voor de samen-leving kunnen leiden, of blijft de verbetering van de toestand uit doornatuurlijke omstandigheden. In die gevallen kan door de waterbeheerdereen geldig beroep gedaan worden op een uitzonderingsmogelijkheid diede KRW biedt.Zo kunnen bijvoorbeeld stoffen wijdverspreid aanwezig zijn in hetsysteem, terwijl de oorspronkelijke menselijke bron al voldoende isweggenomen. Als de stoffen maar langzaam afbreken, kunnen concen-traties nog lang boven de norm aangetroffen worden. Indien gemotiveerdkan worden dat verwijdering via zuivering of bodemsanering technischniet haalbaar is of onevenredig kostbaar is, is ook in 2027 nog eenuitzondering mogelijk. In het geval dat rivierkreeften of andere exoten(tijdelijk) zorgen voor het niet halen van KRW-doelen en er geen passendhandelingsperspectief is om dit effect te mitigeren, kan dit een geldigereden zijn om een beroep te doen op uitzonderingen die de KRW biedt.Ook belasting uit het buitenland kan een reden zijn om een beroep te18Er is op dit moment één PFAS opgenomen in de huidige stoffenlijst van de KRW (PFOS) en erligt een Europees voorstel om de stoffenlijst voor de KRW (lijst prioritaire stoffen) uit tebreiden met stoffen waarvoor de doelen later behaald moeten worden.19Kamerstukken 27 625, nr. 685Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69616 doen op uitzonderingen wanneer doelen hierdoor niet gehaald kunnenworden.7. Nieuwe stroomgebiedbeheerplannen 2028–2033: de KRWvoorbij 2027 Nieuwe uitdagingenDe tussenevaluatie laat ook zien dat er nieuwe uitdagingen op ons afkomen. Zoals nieuwe schadelijke stoffen die worden aangetroffen, nieuweinzichten in de toxische druk door combinaties van stoffen (ook doorniet-KRW stoffen) en vergrijzing die optreedt in het grondwater. Daarnaastervaren we steeds heviger de effecten van klimaatverandering op dewaterkwaliteit en waterbeschikbaarheid. Tot slot zorgen ook bevolkings-groei en vergrijzing van de bevolking (door verhoogd medicijngebruik)ervoor dat de druk op de waterkwaliteit toeneemt.Deze uitdagingen maken dat de waterkwaliteit en waterbeschikbaarheidblijvende inzet en aandacht zullen vragen. Ook na 2027 blijven deverplichtingen vanuit de KRW om een goede waterkwaliteit te realiserenen achteruitgang te voorkomen immers onverminderd gelden. Daarom isdit jaar de voorbereiding van de stroomgebiedbeheerplannen 2028–2033van start gegaan. In deze zesjaarlijkse plannen wordt de actuele toestandgepresenteerd, verantwoording over doelbereik in 2027 afgelegd (inclusiefde gevallen waarin een beroep op een uitzonderingen wordt gedaan), enhet nieuwe KRW-beleid en een samenvatting van de nieuwe maatregelenvoor de planperiode 2028–2033 opgenomen. Deze plannen bevattenregionale, nationale en internationale onderdelen, en worden daarom innauwe samenhang en samenwerking opgesteld door het Rijk, provinciesen waterschappen, in afstemming met onze buurlanden. Ook de betrok-kenheid van maatschappelijke partijen is hierbij essentieel.Eind 2024 wordt hiertoe een gezamenlijk ontwerp werkprogrammagepubliceerd, met daarin een beschrijving van het proces voor detotstandkoming van de nieuwe plannen, en de rollen en betrokkenheidvan alle partijen daarbij. Hierbij wordt tevens een overzicht gegeven vande belangrijkste resterende en nieuwe KRW-opgaven die met het beleiden de maatregelen in deze planperiode geadresseerd moeten gaanworden (de «belangrijke waterbeheerkwesties»). De uitkomsten van deKRW-tussenevaluatie vormen hiervoor de basis. Het werkprogramma enhet overzicht van belangrijke waterbeheerkwesties worden beide komendhalfjaar ter inzage gelegd, waarbij iedereen gelegenheid heeft om hieropzienswijzen in te dienen en aandachtspunten voor het traject richting denieuwe stroomgebiedbeheerplannen mee te geven.8. Aansturing en samenwerking Verbetering governance KRWIn het Bestuurlijk Overleg KRW hebben Rijk, provincies, waterschappen,gemeenten en de Regionale Bestuurlijke Overleggen (waarin deoverheden per stroomgebied regionaal samenwerken) geconstateerd dater veel goede plannen en bestuurlijke afspraken zijn, maar dat deze nogonvoldoende snel tot uitvoering komen. Veel van de constateringenwaarom het nog niet hard genoeg gaat, hangen samen met de wijzewaarop bestuurders met elkaar en richting de eigen organisaties sturen:de governance. Er is afgelopen jaar een analyse uitgevoerd. De hoofd-lijnen van de verbeteringen worden hieronder kort toegelicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69617 Besloten is om een explicieter onderscheid te maken tussen defunctionele kolom (de reguliere afstemming waar alle overheden samenaan tafel zitten en kijken hoe inhoudelijk verder te komen) en de formelekolom (gesprekken volgens de gelaagde structuur Rijk-provincies-waterschappen-gemeenten, waarbij men elkaar aanspreekt op de formeleverantwoordelijkheden). De beide kolommen zijn complementair aanelkaar, waarbij de inhoudelijke focus van de gesprekken in de formelekolom ligt op het bespreken van knelpunten op het gebied van doelbereiken benodigde maatregelen. De gesprekspunten worden mede gebaseerdop issues die vanuit de functionele kolom als knelpunt, dilemma en/ofbespreekpunt zijn voortgekomen. Daarbij wordt gekeken waar versnellingnodig is, waar aanvullende maatregelen nodig zijn en waar doelbereikonmogelijk is.Daarnaast is afgesproken om elkaar duidelijker aan te spreken opverantwoordelijkheden. In de communicatie is afgesproken om zowelpositief als realistisch te communiceren, ook over de mogelijke gevolgenbij het niet voldoen aan de KRW.Tot slotHet is van groot belang dat gezamenlijk ingezet wordt op een beterewaterkwaliteit. Voldoende, schoon en ecologisch gezond water isessentieel voor mens en natuur: voor ons drinkwater, onze landbouw enindustrie, onze recreatie en als leefgebied voor dieren en planten.Uit de tussenevaluatie blijkt dat er verbeteringen zijn opgetreden in dewaterkwaliteit over de afgelopen decennia, maar dat er nog aanzienlijkeopgaven resteren, die regionaal verschillen. Met name op het gebied vannutriënten in het landelijk gebied stagneert de verbetering.In het Bestuurlijk Overleg KRW van 15 november hebben alle betrokkenpartners zich gecommitteerd om de restopgaven uit de tussenevaluatie opte pakken en toe te werken naar aanvullende maatregelen om dewaterkwaliteit te verbeteren. Het werk aan een duurzame waterkwaliteithoudt daarbij niet op in 2027, het zal een doorlopende inzet van allepartijen blijven vragen. Bij de uitwerking van aanvullende maatregelen zalook de motie van het lid Gabriëls c.s.20 worden betrokken, die de regeringverzoekt om, bij het voldoen aan de KRW, dwingender instrumentariumniet uit te sluiten.De Kamer zal in het voorjaar van 2025 worden geïnformeerd over deaanvullende maatregelen en vervolgstappen die genomen zullen wordennaar aanleiding van deze tussenevaluatie.Voor de zomer van 2025 zal de Kamer ook nader worden geïnformeerdover de voorbereidingen voor de nieuwe stroomgebiedbeheerplannen2028–2033, waarin verantwoording zal worden afgelegd over hetKRW-doelbereik in 2027 (incl. rapportage aan de Europese Commissie) enwaarin het KRW-beleid voor de periode na 2027 wordt opgenomen.Daarbij zal ook ingegaan worden op de verschillende uitzonderingen vande KRW, waaronder in relatie tot belasting vanuit het buitenland (conform20Kamerstukken 36 600-J, nr. 22Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69618 de toezegging aan het lid Heutink (PVV) bij het WetgevingsoverlegWater21 van 18 november). De nieuwe stroomgebiedbeheerplannenworden eind 2026 in ontwerp vastgesteld.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,B. Madlener21TZ202411-063Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69619 MOGELIJKE MAATREGELEN VOOR CHEMISCHE STOFFEN DIE DENORMEN OVERSCHRIJDENDe in het kader van het impulsprogramma KRW geadviseerde maatre-gelen omvatten de gehele keten: aan de voorkant zijn ze gericht op hetvoorkomen dat schadelijke stoffen in het water terecht komen. Dit kandoor de productie en/of het gebruik van de stoffen te beperken, emissiesterug te dringen of stoffen geheel uit te faseren. Daarnaast is hetbelangrijk om de vergunningen voor lozingen te bezien en zo nodig teactualiseren en strenger te maken voor probleemstoffen.In aanvulling daarop wordt in het koepelrapport het gebiedsgerichtopsporen van (illegale) lozingen en bronnen, en deze te stoppen dooraanvullende inzet van monitoring, toezicht en handhaving als effectievemaatregel gezien. Knelpunten daarbij zijn de beperkte personelecapaciteit, expertise en middelen op het gebied van vergunningverlening,toezicht en handhaving (VTH) zoals ook geconstateerd door de Commissievan Aartsen. Dit speelt bij alle overheden en uitvoeringsorganisaties.Indien na het (in voldoende mate) wegnemen van de menselijke bron vanbelasting de norm nog steeds niet gehaald wordt, aangezien de stoffenlangzaam afbreken en daardoor nog lange tijd in het water aanwezigblijven, kan op lokale hotspots zuivering van water of bodemsaneringworden overwogen. Als dit echter tot disproportioneel hoge maatschap-pelijke kosten zou leiden, dan kan ook een beroep op een uitzonderingworden overwogen.De geadviseerde handelingsperspectieven (mogelijke maatregelen)bevatten acties voor zowel het Rijk als voor de regionale overheden(provincies, waterschappen en gemeenten). Ook het bedrijfsleven heefteen belangrijke rol. Er wordt daarom ingezet op een gezamenlijkuitvoeringsprogramma.Niet alle geadviseerde maatregelen zijn nodig voor elke stof. Elkestof(groep) vraagt een specifieke aanpak. Daarom is voorgesteld een setaan maatregelen per stof te ontwikkelen, waarbij alle verantwoordelijkeoverheden en maatschappelijke partners inzet plegen en doen wat zekunnen om de emissies naar water terug te dringen. Zie onderstaandoverzicht voor de voorgestelde maatregelen en eerstverantwoordelijkenop het gebied van brononderzoek, emissiereductiemaatregelen,monitoring, vergunningverlening, toezicht en handhaving. In hetbestuurlijk overleg over de KRW (BO KRW) is in oktober gesproken overde voorgestelde aanpak en bereidheid om aan de slag te gaan met deBIJLAGE 1:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69620 verdere uitwerking van deze maatregelen, zie de tabel hieronder.Onderstaande maatregelen zijn afgesproken en vastgesteld in kamer-brieven en het impulsprogramma KRW.Maatregelen monitoring en bronanalyseWie1. Verbeterde meetmethoden doorvoerenIenW, waterschappen2. Biotamonitoring (in levende organismen) doorvoerenIenW, waterschappen3. Actualiseren beoordelingsmethodiekIenW4. Uitvoeren bronanalyse (landelijk/regionaal)IenW, waterschappen Maatregelen gewasbeschermingsmiddelen,diergeneesmiddelen en biocidenWie1. Toelating en toepassing van bestrijdingsmiddelen inovereenstemming brengen met de KRW-normering1Rijk2. Toezicht en handhaving versterkenRijk, provincies, waterschappen,gemeenten3. Snelle terugkoppeling meetgegevens naar agrariërs entoezichthoudersWaterschappen4. Specifieke voorschriften opnemen in verordening(provincies, waterschappen en gemeenten) en BesluitActiviteiten Leefomgeving (BAL)Rijk, provincies, waterschappen,gemeenten5. Opstellen Emissiereductieplannen door bedrijfslevenSectororganisaties6. Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewas-bescherming versterkenRijk en sectororganisaties, zoalsLTO, NAJK1 De aangenomen motie Grinwis (Kamerstuk 27 858, nr. 663) «verzoekt de regering ervoor zorgte dragen dat de toelating van gewasbeschermingsmiddelen door het Ctgb en de toepassing vandeze middelen in overeenstemming worden gebracht met de normering van de KaderrichtlijnWater». De Kamer is geïnformeerd over de voortgang hierbij via Kamerstukken 27 858, nr. 683. Maatregelen metalen, PAK, industriechemicaliënWie1. Stoffenbeleid aanscherpen (minimalisatie voor KRWstoffen die norm overschrijden)Rijk2. Algemene regels bezien en waar nodig herzienRijk3. Actieprogramma VNO-NCWVNO-NCW4. VTH versterkenProvincies, Waterschappen,Gemeenten, Omgevings-diensten, IenW5. Afvalwaterketen KRW-proof (Rioolwaterzuivering enregenwaterriool)Waterschappen/Unie vanwaterschappen, IenW Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69621 KRW-norm overschrijdende stoffen per stroomgebiedTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69622 Uiterste termijnen doelbereik voor gewasbeschermingsmiddelen,industriechemicaliën en PAK’s, ammonium en metalen:NaamUiterste termijn bereiken norm(inclusief 2x6 jaar fasering)Aclonifen2027Bifenox2027(Alpha) Cypermethrin2039Heptachloor en -epoxide2039Tributyltin2027Abamectine2027Carbendazim2027Deltamethrin2027Dimethenamid-P2027Esfenvaleraat2027Imidacloprid2027Lambda-cyhalothrin2027Metolachloor2027Metazachloor2027Methylpirimifos2027Pirimicarb2027Pyridaben2027 NaamUiterste termijn bereiken norm(inclusief 2x6 jaar fasering)Hexachloorbutadieen2033Dioxines2039PBDEs2033PFOS2039Fluorantheen2033Benzo(a)pyreen2033Benzo(b)fluorantheen2033Benzo(ghi)peryleen2033Benzo(k)fluorantheen2033Benzo(a)antraceen2027Chryseen2027 NaamUiterste termijn bereiken norm(inclusief 2x6 jaar fasering)Ammonium2027Nikkel2033Cadmium2027Kwik2027Arseen2027Barium2027Boor2027Kobalt2027Seleen2027Thallium2027Uranium2027Vanadium2027Zilver2027Zink2027 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69623 TOESTAND EN BRONNEN VOOR CHEMISCHE STOFFENToestand:Probleemstoffen prioritaire stoffenPrioritaire stoffen die in meer dan 1% van de waterlichamen niet voldoen aan de norm (IHW,2023). De uiterste termijn voor stoffen met een ster (*) is 2033, en voor twee sterren (**) 2039.Probleemstoffen specifieke verontreinigende stoffenSpecifiek verontreinigende stoffen die in meer dan 1% van de waterlichamen niet voldoen aan denorm (IHW, 2023).BIJLAGE 2:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69624 Ter illustratie: ruimtelijk beeld voor kobalt, seleen en som PDBEKobalt:Som PDBE:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69625 Bronnen:Seleen:Industriechemicaliën:PAKs:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69626 Metalen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69627 PROGNOSE ECOLOGIE Vis:FytoplanktonBIJLAGE 3:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69628 Macrofauna:Overige waterflora:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69629

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 2b8d4b855abfeeec

14 okt 2026 · 03bbb203b6e4ed5d

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.