KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verdeling nationale envelop Europese middelen melkvee- en varkenshouderij

2 feb 2016 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c470335c5495952f · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2015–2016 28 973Toekomst van de intensieve veehouderij 21 501-32Landbouw- en Visserijraad Nr. 169 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 2 februari 2016 In september 2015 heeft de Europese Raad steun gegeven aan een pakket aan maatregelen voor de melkveehouderij en de varkenshouderij die te kampen hebben met grote marktproblemen. In dit pakket heeft de Europese Commissie in totaal € 500 miljoen beschikbaar gesteld voor deze sectoren, die de marktsituatie in zijn geheel moeten verbeteren. Hiervan is op korte termijn € 420 miljoen beschikbaar, die middels nationale enveloppen is verdeeld onder lidstaten. Nederland ontvangt hiervan € 29,94 miljoen voor de zuivelsector en de varkens-houderij. Daarnaast zijn vanuit het pakket extra middelen beschikbaar gesteld door de Europese Commissie voor Europese particuliere opslagregelingen voor magere melkpoeder, kaas en varkensvlees en voor Europese regelingen voor de promotie en exportbevordering van zuivel en varkensvlees. Ik vind het van groot belang dat de Europese middelen van de nationale envelop worden ingezet voor maatregelen die leiden tot structurele verbeteringen en innovatie in de melkvee- en varkenshouderij, die bijdragen aan de verbetering van de marktsituatie in die sectoren. De Europese Commissie heeft aangegeven dat bij de toekenning van de nationale envelop grote flexibiliteit mogelijk is. Voor de Europese Commissie is het wel een cruciaal element dat landbouwondernemers profiteren van de beschikbaar gestelde middelen. Daarbij kan bij het besteden van de middelen gebruik worden gemaakt van intermediairs. Zoals toegezegd tijdens het Algemeen Overleg Landbouw- en Visserijraad op 14 oktober 2015 informeer ik uw Kamer over de verdeling van de nationale envelop van € 29,94 miljoen. In nauw overleg met het bedrijfsleven zijn voorstellen uitgewerkt voor invulling van de nationale envelop voor Nederland. Hierover is in het bestuurlijk overleg van 20 januari jl. overeenstemming bereikt. Vanuit het bedrijfsleven zijn betrokken LTO Nederland, ZuivelNL, de Nederlandse Vakbond Melkveehouders (NMV), de Producentenorganisatie Varkenshou-derij (POV) en Rabobank. Zoals eerder aangegeven in de brief van kst-28973-169ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 28 973, nr. 1691 24 september jl. (Kamerstuk 21 501-32, nr. 877) zal ik de Europese middelen langs drie sporen verdelen: 1.Verdere verduurzaming van de melkveehouderij (€ 9,98 miljoen); 2.Vitalisering van de varkenshouderij (€ 9,98 miljoen); 3.Stimuleren van investeringen in mestverwerking voor de melkvee- en varkenshouderij (€ 9,98 miljoen). Ik heb met de zuivelsector afgesproken dat ZuivelNL voor de verdere verduurzaming van de melkveehouderij de middelen voor de volgende maatregelen zal inzetten: a.Het uitrollen van de Kringloopwijzer. Hiermee wordt het mineralen-management op melkveebedrijven verbeterd en de milieubelasting door de melkveehouderij verminderd. De middelen worden ingezet voor het opstellen van een database en een borgingssystematiek voor de Kringloopwijzer. Daarnaast wordt deelname aan de Kring-loopwijzer gestimuleerd door het verstrekken van een korting van maximaal € 500,– per melkveehouder voor de analyse van kuilvoer- en grondmonsters. In totaal is voor deze maatregel € 3 miljoen beschikbaar; b.Het terugdringen van Infectieuze Bovine Rhinotracheïtis (IBR, koeiengriep) en Bovine Virusdiarree (BVD) op melkveebedrijven door het verstrekken van een korting van maximaal € 500,– per melkvee-houder als bijdrage aan de kosten van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) of een andere aanbieder voor het vrij worden van melkveebedrijven van IBR en/of BVD en/of het uitvoeren van een bedrijfsantibiogram voor uierontsteking (mastitis). Op deze wijze wordt een bijdrage geleverd aan het verbeteren van de diergezond-heid op melkveebedrijven en het verder terugdringen van het antibioticumgebruik in de melkveehouderij. Het bedrijfsleven zal de resultaten hiervan inzichtelijk maken. Voor deze maatregel is € 3 miljoen beschikbaar; c.Het stimuleren van weidegang en weidevogelbeheer. Hiervoor is in totaal € 3,98 miljoen beschikbaar. Dit vindt plaats door het verstrek-ken van een vergoeding van maximaal € 750,– per melkveehouder, die zijn koeien volledig weidt, onder de volgende voorwaarden: –vóór het maaien van de eerste snede gras (circa 15 april 2016) wordt weidegang voor melkvee toegepast. Hiermee ontstaat binnen de stimuleringsaanpak voor weidegang meer mozaïek tussen weidepercelen die geweid en gemaaid worden en wordt meer ruimte geboden aan weidevogels in het weidevogelbroed-seizoen; –melkveehouders, die opteren voor een tegemoetkoming voor vroege weidegang, werken mee aan een vervolgproject dat gezamenlijk door de Duurzame zuivelketen, ZuivelNL en NGO’s als de Vogelbescherming wordt opgezet en waarin de leerervaringen van vroege weidegang worden gedeeld. Dit project is gericht op kennisontwikkeling, kennisverspreiding en begeleiding van melkveebedrijven met vroege weidegang. De kennis en ervaring die in 2016 wordt opgedaan met weidevogels en vroege weide-gang werkt dan door naar volgende jaren. Deze kennis zal ook worden benut bij het opstellen en de uitvoering van het Plan van aanpak bescherming weidevogels. Daarnaast wordt binnen het beschikbare bedrag voor weidegang en weidevogelbeheer een klein bedrag (€ 250.000,-) gereserveerd waarmee projecten worden gestimuleerd voor groepen melkveehou-ders die deelnemen aan een weidevogelpakket in het kader van de Regeling agrarisch natuurbeheer en geborgd weidevogelvriendelijke zuivelproducten op de markt brengen of gaan brengen. Op deze wijze stimuleer ik initiatieven die gericht zijn op het vermarkten van de inzet van melkveehouders voor weidevogelbeheer. Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 28 973, nr. 1692 De uitvoering van bovengenoemde maatregelen voor de melkveehouderij ligt bij ZuivelNL. Alle melkveehouders kunnen voor één of meerdere maatregelen per ondernemer inschrijven. Als blijkt dat er voor één of meerdere maatregelen na de eerste inschrijving onderuitputting optreedt, wordt een tweede inschrijvingsronde opengesteld, waarbij ZuivelNL resterende middelen kan herverdelen over de beschreven doelen. Ik heb met de varkenshouderij afgesproken dat POV de Europese middelen uit de nationale envelop zal inzetten voor de vitalisering van deze sector. Hierbij wordt aangesloten bij voorstellen van de Regiegroep vitale varkenshouderij. De middelen zullen worden besteed aan de volgende maatregelen: a.Herstructurering van de varkenshouderij. Hiervoor is € 5 miljoen beschikbaar. Voor de regiegroep is herstructurering van de varkens-houderij één van de kernpunten in de aanpak om te komen tot een toekomstbestendige en vitale varkenshouderij. De herstructurering beoogt de infrastructuur van de Nederlandse varkenshouderij op het gebied van ruimtelijke ordening (inpassing), bedrijfseconomie en marktrendement te versterken. De middelen van de nationale envelop zijn belangrijk als katalysator in het proces van versnelling van de herstructurering van de varkenshouderij in het traject vitale varkens-houderij. De middelen worden ingezet voor het faciliteren van bedrijfsverplaatsingen waarmee lokale overlastsituaties structureel worden opgelost. Deze maatregel zal onderdeel uit gaan maken van een integraal herstructureringsplan dat op dit moment door de regiegroep wordt uitgewerkt in overleg met alle betrokken partijen (banken, partijen in de varkensketen en decentrale overheden). In het bestuurlijk overleg hebben de POV en de Rabobank aangegeven dat zij ook hun verantwoordelijkheid zullen nemen bij de noodzakelijke herstructurering van de varkenshouderij; b.Het structureel versterken van de marktoriëntatie en marktpositie van varkenshouders en het verbeteren van de samenwerking in de keten. Hiervoor is een bedrag van € 4,98 miljoen gereserveerd. De regiegroep werkt verschillende maatregelen uit zoals het ontwikkelen en uitrollen van een nieuw ketenkwaliteitssysteem in samenwerking met alle betrokken ketenpartijen en het stimuleren van samenwerking van varkenshouders in producentengroepen en met andere ketenpar-tijen. De middelen uit de nationale envelop worden ingezet om varkenshouders te stimuleren deel te nemen aan het nieuwe ketenkwaliteitssysteem door een korting op de tarieven en het versterken van de samenwerking in de keten door het begeleiden en opleiden van producentengroepen van varkenshouders via een korting op de tarieven (deelnamekosten). Randvoorwaarde voor het verkrijgen van een korting op tarieven voor deelname aan het nieuwe ketenkwaliteitssysteem is dat de uitvoering ervan aan marktpartijen wordt overgelaten en dat er geen concurrentieverstoring plaatsvindt. Ik heb met de beiden sectoren afgesproken dat zij € 9,98 miljoen uit de nationale envelop zullen inzetten om collectieven van melkvee- en varkenshouders te stimuleren te investeren in hoogwaardige mestver-werking en mestverwaarding. Hiertoe richten POV en ZuivelNL een privaat mestfonds op dat onder bepaalde voorwaarden de Europese middelen beschikbaar stelt aan mestcollectieven door middel van het verdubbelen van de inleggelden van veehouders in een mestverwerkingsinitiatief. De sectoren hebben aangegeven dat het moet gaan om een mestverwer-kingscapaciteit van tenminste 50.000 ton drijfmest, dat tenminste 80% van de verwerkte fosfaat buiten de Nederlandse landbouw moet worden afgezet en dat het bedrag uit de nationale envelop per mestverwerkingsin-stallatie maximaal € 1,5 miljoen bedraagt. Door de verdere toename van Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 28 973, nr. 1693 de mestverwerkingscapaciteit zullen de mestafzetkosten structureel dalen en daalt de milieudruk van de veehouderij in Nederland. De middelen uit de nationale envelop zullen op basis van een projectplan via een subsidiebeschikking uiterlijk op 30 juni 2016 beschikbaar worden gesteld aan de erkende branche organisatie ZuivelNL en de erkende Producentenorganisatie Varkenshouderij (POV). ZuivelNL en POV zijn verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van de middelen aan de melkvee- en varkenshouders, de uitvoering van de maatregelen en de verantwoording van de besteding van de middelen aan individuele melkvee- en varkenshouders. De besteding van de Europese middelen dient in 2016 plaats te vinden met een doorloop naar 2017. De uitwerking van het maatregelpakket moet voldoen aan de randvoor-waarden die door de Europese Commissie zijn vastgesteld. Ingevolge de gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1853 moet de invulling van nationale envelop worden genotificeerd aan de Europese Commissie. Commissaris Hogan heeft aangegeven hierbij een marginale toets te laten plaatsvinden. Over de invulling van de nationale envelop loopt informeel overleg met de Europese Commissie. Ik zal aandringen op een spoedig besluit van de Europese Commissie. De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. van DamTweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 28 973, nr. 1694

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 9c319f1b75976b5e

14 okt 2026 · 42bdf03e1a3b17f2

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.