Reactie op het RMO-essay 'Klaar voor de start. Overwegingen bij de startkwalificatie'
Brontekst
Versie 4287918331c90571 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 33 750 VIIIVaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2014 Nr. 43 HERDRUK1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 23 oktober 2013 In uw brief van 5 september 2013 verzoekt u mij een reactie te geven op het essay «Klaar voor de start. Overwegingen bij de startkwalificatie» dat door de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) is opgesteld. Met deze brief voldoe ik aan dit verzoek. Hoofdlijnen RMO-essay De RMO zet in zijn essay uiteen dat de startkwalificatie geïntroduceerd is om een algehele verhoging van het opleidingsniveau van de beroepsbe-volking te bevorderen en daarmee het risico op werkloosheid te verkleinen. Bovendien zou meer onderwijs problemen en kosten in het sociaal-maatschappelijk domein kunnen voorkomen. Beide veronderstel-lingen worden volgens de RMO niet gestaafd door onderzoek. Het arbeidsmarktperspectief voor ongeschoolden is gelijk gebleven of zelfs licht verbeterd.2 Tegenover een daling van ongeschoold werk in de productiesector staat een toename van ongeschoold werk in de dienstver-lening. Per saldo is de omvang van het ongeschoold werk niet afgenomen. Omdat tegelijkertijd het aandeel lager opgeleiden binnen de totale beroepsbevolking wel is afgenomen nemen de arbeidsmarktper-spectieven voor ongeschoolden per saldo zelfs iets toe. Met betrekking tot de veronderstelling dat meer onderwijs problemen en kosten kan voorkomen stelt de RMO dat er wel een statistisch verband is, maar dat een causale relatie moeilijk hard is te maken. De RMO gaat vervolgens in op de effecten van de invoering van de startkwalificatie. Een hoger opleidingsniveau is voor een individuele jongere gunstig. Maar met de startkwalificatie kan ook een probleemcate-gorie ontstaan: zij die «niet genoeg onderwijs» hebben genoten, zoals 1Eerder abusievelijk gedrukt onder Kamerstuk 33 750 VII, nr. 13.2Minder werk voor laagopgeleiden? (SCP, 2010) kst-33750-VIII-43-n1ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2013Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 431 bijvoorbeeld de vmbo’ers. De Raad schat in dat de prestatiedruk die op onderwijsinstellingen wordt gelegd kan leiden tot perverse effecten (selectie aan de poort). Zo zou de startkwalificatie de positie van bepaalde groepen jongeren verslechteren in plaats van deze te versterken. Ten slotte stelt de Raad dat de startkwalificatie moet worden afgeschaft als deze gezien wordt als absolute voorwaarde voor een succesvolle carrière op de arbeidsmarkt. Door de nadruk te leggen op de startkwalifi-catie als entreebewijs voor de arbeidsmarkt wordt leren naast het werk en in het werk onvoldoende op waarde geschat. Een zekere relativering van diploma’s als enige toegang is volgens de Raad wenselijk. Reactie De RMO levert met dit essay een bijdrage aan het denken over nut en noodzaak van de startkwalificatie. Ik ben de RMO daar erkentelijk voor, maar deel zijn opvattingen niet. De Aanval op Schooluitval die door mijn ambtsvoorgangers is ingezet heeft ten doel om zoveel mogelijk jongeren een startkwalificatie te laten halen. En dat heeft zijn vruchten afgeworpen: het aantal nieuwe vsv’ers is bijna gehalveerd van 71.000 tot 36.000 in 2012. Ik zet deze aanpak onverminderd voort. Jongeren zonder startkwalificatie zijn immers twee keer zo vaak werkloos als jongeren met een startkwalificatie. De Raad stelt dat de baankansen voor laagopgeleiden op macro-economisch niveau de afgelopen jaren niet verslechterd zijn. Dat is echter geen garantie voor de toekomst. Bovendien zijn de baankenmerken (baanomvang, uurlonen, werkloosheid en contractvorm) van laagopgeleiden nog altijd beduidend slechter dan die van middelbaar en hogeropgeleiden. Ook op criminaliteit heeft minder schooluitval een matigend effect. De samenhang tussen criminaliteit en schooluitval is herhaaldelijk aange-toond. Maar een recent onderzoek van de Londen School of Economics and Political Science concludeert op basis van onderzoek in Engeland dat er ook een oorzakelijk verband is tussen de afgemaakte schoolopleiding (vooral bij de lagere opleidingsniveaus) en minder vermogensdelicten en -misdrijven.3 Het effect op geweldsmisdrijven was niet aantoonbaar. Voor minder diefstal, vandalisme en inbraken moet een samenleving blijven investeren in een zo laag mogelijke schooluitval. Ik ben mij er van bewust dat de startkwalificatie ook onbedoelde effecten met zich mee kan brengen. De RMO noemt als voorbeeld de stigmati-sering van jongeren die het niveau van startkwalificatie niet kunnen halen. Deze groep heeft mijn aandacht. Zo zijn leerlingen uit het praktijkon-derwijs en voortgezet speciaal onderwijs generiek uitgezonderd van de kwalificatieplicht. Vrijstelling op individueel niveau is onder voorwaarden ook mogelijk. En aangezien het mbo geen leeftijdsrestricties kent, kunnen uitvallers ook op een later moment hun mbo-opleiding weer oppakken. Zo kunnen jongeren die (tijdelijk) niet in staat zijn om een startkwalificatie te halen via alternatieve wegen hun (leer)loopbaan vormgeven. De Aanval op Schooluitval gaat door. De doelstelling is om in 2016 maximaal 25.000 nieuwe vsv’ers te hebben. Dat is ambitieus, maar haalbaar. En in het belang van onze jongeren. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker3LSE, The Economic Journal 2011, Crime Reducing Effect of Education, Machin, Marie Vujic.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 432
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.