KamerkringInloggen
← Onderzoeken

document · 1 jul 2024 · Tweede Kamer

EU-Ontwikkelingssamenwerking rapportage 2024

minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (naam nog niet beschikbaar)

Brontekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202436 180Doen waar Nederland goed in is – Strategie voorBuitenlandse Handel enOntwikkelingssamenwerkingNr. 104 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL ENONTWIKKELINGSSAMENWERKING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 1 juli 2024Hierbij deel ik met u de jaarlijkse Kamerbrief overEU-ontwikkelingssamenwerking. Deze vloeit mede voort uit de motieBecker-Bouali (Kamerstuk 21 501-04, nr. 209) en is een vervolg op eerderebrieven over dit onderwerp, waaronder de meest recente de Kamerbriefbetreffende de rapportage van Europese ontwikkelingssamenwerking van20 april 2023 (Kamerstuk 36 180, nr. 54).In de voorliggende brief informeert het kabinet u over de meest recenterapportages over EU-ontwikkelingssamenwerking. Dit betreft de rappor-tages van de Europese Commissie over verslagjaar 2022 en de inzet vanbegrotingssteun in 2022. Daarnaast gaat deze brief in op de impact van deherziening van het meerjarig financieel kader (MFK) op de beschikbarefinanciering voor het externe beleid van de Europese Unie. Vervolgenslicht de brief de EU Global Gateway-strategie toe en de wijze waaropNederland zich inzet voor een geïntegreerde benadering ten opzichte vanderde landen in dit verband, conform de toezegging aan Kamerlid Boswijktijdens het plenaire debat over de Begroting van Buitenlandse Zaken op14 februari 2024, en in lijn met de motie Klink (Kamerstuk 29 237, nr. 193),alsmede de brede EU-partnerschappen die het afgelopen jaar zijnaangegaan. Ten slotte gaat deze brief in op de Team Europe-aanpak en opgedelegeerde samenwerking, mede naar aanleiding van de motieKlink-Amhaouch (Kamerstuk 36 180, nr. 13).De wereld is de afgelopen jaren geconfronteerd met ingrijpende gebeurte-nissen, zoals de oorlog in Oekraïne, de COVID-pandemie, militairespanningen tussen grootmachten, groeiende voedsel- klimaat- enbiodiversiteitscrises en conflicten in gebieden zoals de Sahel en hetMidden-Oosten. Door de opkomst van nieuwe markten en de groeiendeinvloed van opkomende economieën, zoals die in Azië, veranderen ookhandelsrelaties en economische samenwerking. kst-36180-104ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 180, nr. 1041 De combinatie van geopolitieke veranderingen en toenemende mondialeconcurrentie brengt uitdagingen met zich mee die te groot zijn voorNederland of voor individuele EU lidstaten om alleen aan te pakken.Samen optrekken in EU verband is daarom belangrijk. Het kabinet acht hetvan belang de positie van Europa in de wereld te versterken, om debelangen van de EU en Nederland, bijvoorbeeld op het gebied vanmigratie, stabiliteit en veiligheid, economie en klimaat, beter te kunnenbehartigen.Ontwikkelingssamenwerking vormt een belangrijk onderdeel van deEU-samenwerking met derde landen. Door een geïntegreerde aanpak,waarbij diplomatie, handel en ontwikkelingssamenwerking met elkaarworden verbonden, kan de EU meer ontwikkelingsimpact genereren entegelijkertijd de gezamenlijke belangen van de lidstaten en die vanpartnerlanden behartigen en daarmee vaak een sterker aanbod doen. Eendialoog op basis van gelijkwaardigheid met partnerlanden blijft hierbijessentieel.Het Global Gateway initiatief en de brede partnerschappen die met landenworden aangegaan om onder andere stabiliteit, economische ontwik-keling en samenwerking op het gebied van migratie te bevorderen, zijnvoorbeelden van hoe deze geïntegreerde aanpak in EU-verband vormkrijgt. Ook blijft het belangrijk om de werkwijze aan te passen aan decontext, waarbij fragiele contexten vragen om een focus op sociale enhumanitaire noden voor stabiliteit en duurzame ontwikkeling. TeamEurope initiatieven dragen ook bij aan een gecoördineerde en gezamen-lijke inzet van de EU en haar lidstaten. Dit zijn belangrijke instrumentendie in aanvulling op de financiering uit het EU Instrument voor hetNabuurschap, Ontwikkeling en Internationale Samenwerking (NDICI)moeten worden bezien. In deze brief zal nader ingegaan worden op derapportage van de financiering uit NDICI op het gebied van ontwikkelings-samenwerking in 2023.Rapportages over EU-ontwikkelingssamenwerkingOfficiële ontwikkelingshulp 2023Jaarlijks rapporteert het Development Assistance Committee (DAC) vande OESO over officiële ontwikkelingshulp (ODA). De meest recente ODAresultaten zijn in april 2024 gepubliceerd en gaan over 2023.1 De totaleODA van alle DAC-landen is in 2023 met 1,8% gestegen. Deze stijgingkomt voornamelijk doordat er meer is besteed aan steun aan Oekraïne,aan humanitaire hulp en aan bijdragen voor internationale organisaties(met name de Wereldbank). 9% van de totale ODA gaat naar Oekraïne.Binnen de DAC is 42% van alle ODA is afkomstig van de EU-lidstaten. DeEuropese Unie en haar lidstaten zijn gezamenlijk ook dit jaar weer degrootste donor van officiële ontwikkelingshulp ter wereld. De totale ODAvia de Europese Commissie in 2023 is € 25,1 miljard en van de DAC-EU-lidstaten € 86,4 miljard.2 Sinds 2022 wordt ieder jaar een vast bedrag vande Nederlandse EU-afdrachten toegerekend aan ODA. Dit is een bedragvan € 863 miljoen.1https://www.oecd.org/dac/ODA-summary-2023.pdf2De originele data is gerapporteerd in Amerikaanse dollars. Deze cijfers zijn omgerekend naareuro’s op basis van de wisselkoers van 11 april 2024 (1 USD = 0,93 EUR).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 180, nr. 1042 Jaarverslag externe financieringsinstrument 2022In december 2023 is het jaarlijkse rapport3 van de Europese Commissiegepubliceerd over de resultaten van het externe financieringsinstrumentvan de EU in verslagjaar 2022. Dit is de periode waarvan de meest recenteresultaten beschikbaar zijn. De rapportageperioden van de EuropeseCommissie en Nederland lopen daarmee niet gelijk. In december 2024verschijnt het rapport over 2023.In verslagjaar 2022 had de Europese Commissie € 20,1 miljard aanopenstaande verplichtingen voor officiële ontwikkelingssamenwerking enwerden er € 17,1 miljard aan betalingen gedaan. Figuur 1 laat dethematische verdeling van de betalingen zien. Van de betalingen vanofficiële ontwikkelingssamenwerking was in 2022 31% bestemd voorAfrika, 25% voor Europa (grotendeels voor Turkije en Oekraïne), 16% voorAzië en 4% voor Noord- en Zuid Amerika.4Terwijl de wereld nog aan het herstellen was van de COVID-19 pandemie,stond het verslagjaar 2022 in het teken van een nieuwe crisis door deoorlog in Oekraïne. De EU, de lidstaten en financiële instituties hebben,middels een Team Europe-aanpak, brede financiële hulp geboden door€ 18,9 miljard te mobiliseren. Dit omvatte de steun die mogelijk wordtgemaakt door de begroting en garanties van de Europese Unie, enverdere bilaterale steun van lidstaten (€ 7,3 miljard). Deze financiële steunrichtte zich op de uitdagingen waarmee Oekraïne op meerdere frontenwordt geconfronteerd: humanitaire hulp, crisisresponsmaatregelen, steunaan de Oekraïense begroting in de vorm van subsidies en concessioneleleningen, en hulp aan de burgermaatschappij.De oorlog in Oekraïne heeft ook een effect op de wereldwijde voedselvei-ligheid gehad. In dit kader werden op 20 juni 2022 Raadsconclusiesaangenomen over de Team Europe-aanpak voor mondiale voedselonvei-ligheid, waarbij een alomvattende aanpak werd geformuleerd. De totalebijdrage in Team Europe-verband voor 2021–2024 wordt geschat op€ 18 miljard, waarvan € 8,3 miljard afkomstig is van de EU en ongeveer€ 9,6 miljard van de lidstaten. In 2022 heeft de EU ongeveer € 2,6 miljarduitgegeven aan het bestrijden van mondiale voedselonzekerheid, met3https://op.europa.eu/en/publication-detail/-/publication/a80c9b4f-9d5a-11ee-b164-01aa75ed71a14Circa 25% van de uitgaven kent geen geografische specificatie in de onderliggende rapportage.Fig. 1 Thematische verdeling van de betalingen van officiële ontwikkelingssamen-werking in 2022Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 180, nr. 1043 name in Afrika, het Midden-Oosten, het Caribische gebied en landen in deStille Oceaan.De EU heeft in haar beleid voor ontwikkelingssamenwerking verschillendeprioriteiten gesteld die bijdragen aan het belang van de EU en haarlidstaten en in lijn zijn met de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (sustainabledevelopment goals; SDG’s). In november 2022 werd bijvoorbeeld deGlobal Health Strategy aangenomen om door middel van intensieveresamenwerking grote mondiale gezondheidsuitdagingen aan te pakken ineen veranderende wereld. Dit was onderdeel van een bredere inzet opsociale ontwikkeling, waaronder onderwijs en sociale zekerheid. Ook werder in 2022 in het EU-ontwikkelingsbeleid verder ingezet voor migratie envluchtelingen. Zo werd er bijvoorbeeld € 6,4 miljard gemobiliseerd tijdensde zesde Brusselconferentie voor de opvang en het welzijn van Syrischevluchtelingen in Jordanië, Libanon, Turkije, Egypte en Irak. Daarnaastwerd ingezet op de aanpak van klimaatverandering; digitalisering,wetenschap, technologie en innovatie; duurzame groei en banen; en goedbestuur, vrede, veiligheid en mensenrechten.Nederland heeft ingezet op versterking en beïnvloeding van hetEU-ontwikkelingsbeleid in lijn met de prioriteiten uit de nota «Doen waarNederland goed in is»5. Deze beïnvloeding loopt onder andere via deRaad Buitenlandse Zaken Ontwikkelingssamenwerking, diverse Raads-werkgroepen, zoals de Raadswerkgroep voor ontwikkelingssamenwerkingen de beheerscomités. In de Raadswerkgroep werden onder andereraadsconclusies uitonderhandeld over onderwerpen zoals de sociale,groene en digitale transitie6, corruptie als obstakel voor ontwikkeling7, deEU Global Health Strategy8, en de Team Europe aanpak9. Ook heeftNederland ingezet op versterking en beïnvloeding van EU ontwikkelings-samenwerking via het ontwikkelen van een aantal geïntegreerde GlobalGateway proposities. Voor meer informatie daarover verwijs ik u naar hetkopje «Global Gateway» verderop in deze brief.Begrotingssteunrapportage 2022De Europese Commissie rapporteert10 separaat over de trends enresultaten van begrotingssteun, een vorm vanEU-ontwikkelingssamenwerking die direct bijdraagt aan het versterkenvan de systemen en begrotingsprocessen van partnerlanden. Het vormteen belangrijke modaliteit om de capaciteit van partnerlanden tevergroten voor de implementatie van beleid en het doorvoeren vanhervormingen. Begrotingssteun kan daarmee een belangrijke bijdrageleveren aan de stabiliteit, ontwikkeling en verzelfstandiging vanpartnerlanden.Partnerlanden kunnen in aanmerkingen komen voor begrotingssteunwanneer wordt voldaan aan de minimumcriteria voor transparante,betrouwbare en effectieve overheidsfinanciën. Het proces rondom hetaangaan van dergelijke steun omvat onder meer een dialoog met eenpartnerland om overeenstemming te bereiken over de hervormingen ofontwikkelingsresultaten waarop begrotingssteun kan worden ingezet. Debereikte voortgang moet worden geëvalueerd en wanneer de afgesproken5Beleidsnotitie 2022 – Doen waar Nederland goed in is | Beleidsnota | rijksoverheid.nl6https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-15732-2023-INIT/en/pdf7https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-9015-2023-INIT/en/pdf8https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-5908-2024-INIT/en/pdf9https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-15684-2023-INIT/en/pdf10https://international-partnerships.ec.europa.eu/document/download/75ec1cb3-dacc-4a24-a5cf-fc126c783ae1_en?filename=budget-support-trends-and-results-2023_en.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 180, nr. 1044 resultaten zijn behaald wordt de steun verleend. Bovendien beoogt de EUmet begrotingssteun bij te dragen aan duurzame capaciteitsopbouw vanpartnerlanden, door middel van het vergroten van de verantwoording vande overheid jegens haar burgers, in plaats van het creëren van parallellestructuren die buiten de begroting om worden beheerd door derdepartijen, waaronder internationale partners.De meest recente rapportage is in september 2023 gepubliceerd en is metname gebaseerd op data die eind 2022 beschikbaar was. In 2022 heeft deEuropese Commissie € 1,8 miljard aan begrotingssteunbetalingen aanpartnerlanden verleend en is zij € 2,7 miljard aan nieuwe verplichtingenaangegaan, via 51 nieuwe begrotingssteunprogramma’s. Met name in hetOostelijk Partnerschap is een toename te zien van begrotingssteun. Ditbetreft de steun aan Oekraïne en de buurlanden sinds de oorlog. Hiermeebedroeg het totaal aan openstaande verplichtingen per eind 2022 in totaal€ 10,4 miljard. In figuur 2 is de geografische verdeling van de betalingenin 2022 van begrotingssteun te zien.Ter illustratie hieronder een aantal voorbeelden van wat met begrotings-steun werd bereikt.In Oekraïne werd met begrotingssteun bijgedragen aan het herstel vankritieke infrastructuur, om de voortzetting van het levensonderhoud vande door conflicten getroffen bevolking te verzekeren en om onderwijsfaci-liteiten te herbouwen. Met de begrotingssteun zijn onder meer boerengeholpen bij het cultiveren van land en aanschaffen van vee, en isgeholpen bij het formaliseren van de agrarische sector via het StateAgrarian Register. Ook zijn financiële transfers gedaan aan huishoudensdie binnenlands ontheemden huisvesten.In Jordanië is met behulp van EU-begrotingssteun een belangrijkebijdrage geleverd aan het verduurzamen van de energievoorziening. Hetverlies op het energienet is gereduceerd door het installeren van slimmemeters en er is steun geboden bij het aansluiten van hernieuwbareenergie.De Europese begrotingssteun is daarnaast in 2022 een belangrijkinstrument geweest in reactie op de brede impact van de COVID-19pandemie. In Mauritius heeft de EU bijvoorbeeld middels de begrotings-Fig. 2 Geografische verdeling van de betalingen van EU-begrotingssteun in 2022Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 180, nr. 1045 steun bijgedragen aan het verbeteren van de capaciteit om op COVID-19te testen en om deze en andere overdraagbare ziekten te behandelen.In Zuid-Afrika heeft de EU via begrotingssteun bijgedragen aan de bredeaanpak van gendergerelateerd geweld en vrouwenmoord.Tussentijdse herijking Meerjarig Financieel Kader (MFK)De Europese Raad bereikte op 1 februari 2024 een akkoord over de doorde Europese Commissie voorgestelde tussentijdse herziening (mid-termreview; MTR) van het Meerjarig Financieel Kader (MFK). Hiermee werd deEU-begroting voor de tweede helft van het MFK aangepast aan deveranderende omstandigheden in de wereld, waaronder de oorlog inOekraïne. Dit had ook implicaties op het gebied van ontwikkelingssamen-werking. Allereerst werd de Oekraïne faciliteit aangenomen, een essen-tieel meerjarig steunpakket voor Oekraïne van € 50 miljard (bestaande uit€ 33 miljard leningen en € 17 miljard niet-terugbetaalbare steun) voor deperiode van 2024 tot en met 2027, gericht op herstel, wederopbouw enhervormingen in het licht van het EU-toetredingsproces. De faciliteitintegreert hiermee verschillende vormen van steun en vervangt per 2024de bestaande instrumenten voor financiële EU-steun aan Oekraïne,waaronder de bilaterale allocaties onder NDICI. Hiermee kwam dit pakketbovenop bestaande EU steun voor Oekraïne en ging het niet ten koste vanNDICI programma’s voor andere landen. Daarnaast komt er door dezetussentijdse herziening € 7,6 miljard beschikbaar voor nieuwe prioriteitenop de externe dimensie van de EU (rubriek 6 van de EU begroting)bestaande uit € 4,5 miljard herschikkingen en € 3,1 miljard nieuwemiddelen. Deze middelen worden onder andere aangewend om doeltref-fende samenwerking op het gebied van migratie met derde landen tebehouden, waaronder ook financiering van partnerschappen en samen-werking ten aanzien van de migratieroutes. Het gaat om de volgendeenveloppen: opvang van Syrische vluchtelingen in Turkije (€ 2 miljard) enin Syrië, Libanon en Jordanië (€ 1,6 miljard), het Zuidelijk Nabuurschap(€ 2 miljard) als ook steun voor de Westelijke Balkan (€ 2 miljard).11, 12Versterking van EU-ontwikkelingssamenwerkingDe afgelopen periode is nader invulling gegeven aan de ontwikkeling vanGlobal Gateway en aan de eerder opgestelde landelijke meerjarenpro-grammering, de zogenaamde Multiannual Indicative Programmes, metspecifieke jaarprogramma’s, de Annual Action Programmes. Deze zijn aande lidstaten voorgelegd in de beheerscomités. Een aanzienlijk deel vandeze programmering komt ten goede aan de ondersteuning van TeamEurope Initiatieven (TEI). Daarnaast zijn ook dit jaar stappen gezet met deuitvoering van delegated cooperation.Global GatewayHet Global Gateway-initiatief van de Europese Unie heeft zich sinds zijnlancering in 2021 ontwikkeld tot een belangrijk vehikel voor een geïnte-greerd en zichtbaar EU-buitenlandbeleid gericht op het versterken van derelaties met landen als antwoord op de veranderende geopolitiekewerkelijkheid. Daarbij wordt ingezet op een geïntegreerde benadering vangeopolitieke belangen, ontwikkelingssamenwerking en samenwerkingmet de private sector, alsmede de daarvoor beschikbare financiëleinstrumenten van de EU. In de periode 2021–2027 wordt beoogd11Kamerstuk 21 501-20-201812https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2024/02/01/european-council-final-conclusions-1-february-2024/Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 180, nr. 1046 € 300 miljard aan publieke en private investeringen te mobiliseren,waarvan de helft voor Afrika. Prioritaire investeringsterreinen zijn digitaleconnectiviteit, klimaat en energie, transport, gezondheid en onderwijs enonderzoek. Hierbij wordt uitgegaan van kernprincipes zoals hogestandaarden, goed bestuur en transparantie, gelijkwaardige partner-schappen en duurzaamheid.In 2022 en 2023 zijn lijsten opgesteld met de meest in het oog springendeprojecten die onder Global Gateway vallen, de zogenoemde vlaggenschip-projecten. Deze lijsten zijn openbaar toegankelijk en dienen het doel omde inspanningen van Team Europe, het geheel van Europese Commissieen EU-lidstaten, helder en inzichtelijk te maken.13 Daarnaast worden ookbij regionale topbijeenkomsten, zoals de EU-CELAC top en de EU-Japantop overzichten van projecten en investeringen gemaakt. Nederland isbetrokken bij diverse vlaggenschipprojecten.Het Global Gateway-initiatief sluit aan op de Nederlandse inzet om depositie van de EU als geopolitieke speler te versterken, onze ontwikke-lingsimpact te vergroten via de EU en het Nederlands verdienvermogen inhet buitenland te versterken. Zoals eerder aan uw Kamer gemeld sluit deGlobal Gateway tevens aan bij de ambities uit de Afrikastrategie, inclusiefhet afsluiten van grondstoffenpartnerschappen.14 Nederland zet zichsamen met een kopgroep van gelijkgestemde lidstaten in om GlobalGateway verder te versterken. Ook heeft Nederland gepleit voor opnamevan kritieke grondstoffen binnen de reikwijdte van Global Gateway enverschillende lidstaten evenals de Commissie hebben benadrukt datGlobal Gateway een rol moet spelen in het verduurzamen van degrondstoffenketen en de toegang van de EU tot kritieke grondstoffen.Binnen de grondstoffenpartnerschappen die de EU aangaat met derdelanden kunnen afspraken worden gemaakt over samenwerking opeconomische ontwikkeling, waar de Global Gateway-projecten vervolgensconcreet aan kunnen bijdragen.Nederland heeft ruime ervaring met het combineren van hulp en handeldie kan worden ingezet voor het versterken van Global Gateway.Nederlandse instellingen als Invest International, gericht op het mobili-seren van de private sector, FMO, een belangrijke afnemer van garantiesen leningen uit het EU-financieringsinstrument EFSD+, en Atradius alsexportkredietverzekeraar kunnen op veel interesse van de EuropeseCommissie rekenen. Het kabinet probeert deze partijen nadrukkelijker tepositioneren in het Europese speelveld om de geleerde lessen uit hetcombi-beleid te delen in EU-kader. Ook zijn deze uitvoerders betrokken bijde Enhanced Coordination of External Financial Tools agenda van deEuropese Commissie. Met deze agenda beoogt de Commissie deslagkracht van het externe EU-financieringsinstrumentarium te vergroten,de investeringsdoelstellingen van met name Global Gateway te onder-steunen en de private sector hier beter bij te betrekken.In overleg met DG INTPA heeft Nederland een aantal geïntegreerde GlobalGateway proposities in ontwikkeling met betrokkenheid van onzeuitvoerders (Invest International en FMO), de private sector, kennisinstel-lingen, NGO’s en een belangrijke makelaarsrol voor de Nederlandseoverheid (de zogeheten «Dutch diamond»-aanpak). De focus ligt hierbij opterreinen waar Nederland meerwaarde heeft en actief is met programma’sen instrumenten, waaronder de energietransitie en agrilogistiek.13https://international-partnerships.ec.europa.eu/publications/global-gateway-flagship-projects-infographics_en14Kamerstuk 29 237-183.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 180, nr. 1047 Voorts zijn Nederlandse bedrijven aangesloten bij de Business AdvisoryGroup die is opgericht om de private sector te betrekken bij de ontwik-keling en implementatie van Global Gateway. Ook heeft Nederland gepleitvoor betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld via het inmiddelsopgerichte Global Gateway Civil Society and Local Authorities DialoguePlatform. Met deze inzet wordt tevens uitvoering gegeven aan de motieKlink waarin de regering wordt verzocht zich in Europa in te zetten vooreen meer proactieve Global Gateway benadering om met Nederlandsepublieke en private kennis en kunde meer ontwikkelingsimpact tebereiken.15 Ook wordt hiermee uitvoering gegeven aan de motieKlink/Amhaouch over het aanwenden van EU-gelden door een proactieveen leidende aanpak.16Team Europe Initiatieven (TEI)Een concrete vorm van samenwerking tussen de Europese Commissie ende lidstaten zijn de Team Europe Initiatieven (TEI), grote programma’s diegericht zijn op het vergroten van de impact van de EU als geheel waarinmeerdere lidstaten en de Europese Commissie een rol vervullen. Ookhieraan draagt Nederland bij op basis van de Nederlandse beleidspriori-teiten. TEI’s kunnen zowel de vorm aannemen van landeninitiatieven alsthema-initiatieven.Een voorbeeld hiervan is de TEI voor de Productie en Toegang tot Vaccins,Geneesmiddelen en Gezondheidstechnologieën in Afrika (MAV+), gerichtop een onderwerp dat door de COVID 19 pandemie hoog op de agenda iskomen te staan. Er wordt onder andere gewerkt aan het creëren van eengunstig productieklimaat, bijvoorbeeld door het versterken van wetge-vingskaders. Momenteel worden programma’s uitgevoerd in Nigeria,Senegal, Rwanda, Zuid-Afrika en Ghana. Aangezien lokale productie ookeen speerpunt is uit de Nederlandse mondiale gezondheidsstrategie,draagt Nederland bij door lokale productie te stimuleren en de betrok-kenheid van de private sector hierbij te versterken. Als onderdeel van dezeTEI nam Nederland in februari dit jaar op hoogambtelijk niveau deel aaneen gezamenlijke reis naar Ethiopië en de Afrikaanse Unie, om het belangvan dit onderwerp en de dialoog hierover te stimuleren. Terugkoppelingover deze TEI-reis is opgenomen in het verslag van de Informele RaadBuitenlandse Zaken Ontwikkelingssamenwerking van 11 en 12 februari2024.17Ontwikkeling van brede EU-partnerschappenSinds het verzoek van de Europese Raad in het najaar van 2021 om bredeEU-partnerschappen te ontwikkelen, zijn er door de Europese Commissiesamen met de lidstaten diverse stappen gezet. Met deze partnerschappenwil de EU de bilaterale relatie en samenwerking met prioritaire landenversterken op het gebied van migratie, handel en investeringen; bevor-deren van mensenrechten; en onderwijs en onderzoek. Voor migratie is desamenwerking erop gericht om irreguliere migratie tegen te gaan,terugkeer te bevorderen, opvang en bescherming van vluchtelingen enmigranten te versterken en legale migratie te bevorderen. Er zijnactieplannen opgesteld voor prioritaire landen in de focusregio’s op hetgebied van migratie van de EU (Noord-Afrika, Sub-Sahara Afrika,Midden-Oosten, Westelijke Balkan). Deze actieplannen bouwen voort opeerdere samenwerking en combineren een geïntensiveerde dialoog metconcrete acties en tastbare steun om internationale samenwerking tussen15Kamerstuk 29 237, nr. 193.16Kamerstuk 36 180, nr. 13.17Kamerstuk 21 501-04, nr. 269.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 180, nr. 1048 de EU en derde landen te versterken. Mede als gevolg van de Neder-landse inzet tijdens de Europese Raad van februari 2023 werkt de EU aaneen whole-of-government benadering om de partnerschappen met derdelanden verder te brengen.Deze brede partnerschappen moeten zowel het belang van de partner-landen als van de Europese Unie en haar lidstaten, waaronder Nederlanddienen. De Nederlandse inzet op migratiepartnerschappen, zowelbilateraal als via de EU, is gericht op het beperken van irregulieremigratie, het bevorderen van terugkeer bij onrechtmatig verblijf en hetbeschermen van migranten langs de migratieroutes. In juli 2023 is door deEU een memorandum van overeenstemming afgesloten met Tunesië, watmomenteel verder wordt uitgewerkt. In maart 2024 sloot de EU een bredeovereenkomst met Mauritanië en de EU heeft een strategisch partner-schap afgesloten met Egypte dat bestaat uit onder andere macro-financiële bijstand18 en programma’s op het gebied van migratiesamen-werking19. Het kabinet zal de voortgang van de partnerschappennauwgezet monitoren.Vanuit NDICI-Global Europe is indicatief 10% van de financiering (ca.€ 7,9 miljard) beschikbaar voor migratie en ontheemding voor de periode2021–2027. Bovendien is in het kader van de herziening van het MFKbesloten aanvullende middelen vrij te maken om doeltreffende samen-werking op het gebied van migratie met derde landen te behouden, zoalseerder in deze brief gemeld. In 2021 en 2022 is er een start gemaakt metde inzet van deze financiering en zijn er voor ongeveer € 3,3 miljard aanverplichtingen aangegaan op het gebied van migratie. Voor Noord-Afrikais in november 2022 een migratie programma opgesteld, gericht op decentrale middellandse zee route, van € 412 miljoen. De activiteiten richtenzich voornamelijk op Libië, Egypte, Tunesië en Marokko. Voor Sub-SaharaAfrika is in 2022 € 506 miljoen gereserveerd voor migratie en regionaleopvang van vluchtelingen. Daarnaast is er een speciaal pakket samenge-steld van € 5,7 miljard voor vluchtelingen gastgemeenschappen inTurkije, Jordanië, Libanon, Irak en Syrië. Hiervan is € 3 miljard voorvluchtelingen en de gast gemeenschappen in Turkije, in de periode van2021–202320.Als onderdeel van het migratiesamenwerkingsbeleid zet het kabinettevens in op bilaterale migratiepartnerschappen met partnerlanden inNoord-Afrika, de Sahel en het Midden-Oosten, De migratiepartner-schappen worden gezamenlijk gecoördineerd door het Ministerie vanBuitenlandse Zaken en het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Partner-schappen zijn breed, gelijkwaardig en duurzaam, en worden vormge-geven binnen de kaders van internationaal en Europees recht. Vanwegede grote schaal en slagkracht ligt de EU-inzet op migratiepartnerschappenin belangrijke mate in het verlengde van de bilaterale inzet. Nederlandmaakt sinds 2023 jaarlijks € 25 miljoen vrij voor bilaterale migratiepartner-schappen, bovenop de bestaande € 34 miljoen per jaar voor algemeneinzet op migratiesamenwerking.Delegated CooperationNederlandse organisaties kunnen programma’s of projecten uitvoerenmet Europese financiering door middel van het EU-instrument voorgedelegeerde samenwerking (delegated cooperation). Het kabinet streeft18Kamerstuk 21 112, nr. 392219Kamerstuk 32 317-87420https://op.europa.eu/en/publication-detail/-/publication/05f287d6-9d57-11ee-b164-01aa75ed71a1/language-enTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 180, nr. 1049 ernaar de programma’s die aanmerking komen voor delegated coope-ration zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de Nederlandse beleidsprio-riteiten in de desbetreffende landen. Ook wordt gekeken naar demeerwaarde van samenwerking in Europees verband. Wanneer gebruikwordt gemaakt van delegated cooperation dienen organisaties ook eigenmiddelen in te brengen.In lijn met de motie van de leden Klink en Amhaouch (36 180, nr. 13), is deafstemming tussen het Ministerie van Buitenlandse Zaken en anderegeaccrediteerde organisaties verder versterkt. Momenteel zijn hetMinisterie van Buitenlandse Zaken, FMO, RVO, NUFFIC geaccrediteerddoor de Europese Commissie voor gedelegeerde samenwerking op hetterrein van internationale samenwerking.In 2023 zijn door Nederlandse organisaties vijf contracten voor delegatedcooperation-projecten met de EU ondertekend waarbij de EU in totaal€ 33,8 miljoen overdroeg voor uitvoering. Het totale budget dat vanuit deCommissie werd overgedragen aan Nederlandse organisaties bedraagttot nu toe € 86,2 miljoen. Nederlandse geaccrediteerde organisaties zijn innauw contact met de EU om dit verder uit te breiden en er zijn diverseprojecten in voorbereiding. Voor projecten met een totaalbedrag vanongeveer € 73,5 miljoen is dit in een vergevorderd stadium. Zoals ookvorig jaar gemeld heeft FMO zich met name gericht op middelen uit hetEuropees Fonds voor Duurzame Ontwikkeling (EFSD+). Inmiddels zijn ervoorstellen voor garanties van FMO met een totale waarde van ongeveer€ 600 miljoen goedgekeurd. De inzet van het kabinet is erop gericht om depositionering van Nederland in de EU om delegated cooperation alsinstrument te gebruiken nog verder uit te breiden en aan te laten sluitenbij de inspanningen in het kader van de Global Gateway die hierbovenworden genoemd.In reactie op de motie van lid Kamminga (Kamerstuk 36 550 XVII, nr. 16)zal het kabinet onderzoeken hoe Nederland meer gebruik kan maken vandelegated cooperation. Hierbij zal worden gekeken naar de inzet vanandere EU-lidstaten via delegated cooperation, met als streven het bedragvoor Nederlandse geaccrediteerde organisaties de komende jarensubstantieel te vergroten in lijn met de motie.De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,E.N.A.J. SchreinemacherTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 180, nr. 10410

Versie 817dc1de2bc79035a94494f10ffc5313f60e6c54d035efec605c378f7faf9467 · Officiële bron.

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.