Reactie op verzoek commissie over de position paper over betaalbaar bouwen in de wet tot Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting) (Kamerstuk 36512) regie
Brontekst
Versie b3ec27d094b2cc06 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 512Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht,de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, deWet maatschappelijke ondersteuning 2015 en deWoningwet in verband met de versterking vande regie op de volkshuisvesting en met het oogop enkele andere met de volkshuisvestingsamenhangende maatregelen (Wet versterkingregie volkshuisvesting)Nr. 39 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 23 juni 2025IPO, VNG, Aedes en Woonbond (hierna: de partijen) hebben n.a.v. deconsultatie van het ontwerpbesluit regie een position paper ingebrachtover de regeling voor betaalbaar bouwen (position paper als bijlagemeegezonden).1 Uw Kamer heeft mij gevraagd om voorafgaand aan deplenaire behandeling van het wetsvoorstel Versterking regie volkshuis-vesting een schriftelijke reactie op dit position paper te geven. Aan datverzoek voldoe ik door middel van deze brief.Ik ben allereerst blij dat de partijen in het position paper de keuzeonderschrijven om in het besluit regie de doelstellingen van twee derdebetaalbaar bouwen, 30% sociale huurwoningen te verankeren opnationaal, provinciaal en regionaal niveau. Ik zie dit als een herbevestigingvan de afspraak die we samen met de marktpartijen hierover hebbengemaakt bij de Woontop van 11 december jl.Voorstel in het position paperIPO, VNG, Aedes en Woonbond onderschrijven de doelstelling om tweederde betaalbaar te bouwen, 30% sociale huurwoningen en om dit teregelen op nationaal, provinciaal en regionaal niveau. Ze stellen voor omop drie onderdelen de regeling in het ontwerpbesluit regie anders in tevullen:•De provincie moet ook ontheffing kunnen geven aan debetaalbaarheidsdoelstelling voor een woningbouwregio. Metinstemming van alle gemeenten in een woningbouwregio kan deprovincie dan besluiten dat er in een woningbouwregio meer ofminder wordt gebouwd dan twee derde betaalbare woningen en 30%1Verbetervoorstel voor betaalbare woningbouw in de Wet versterking regie volkshuisvesting kst-36512-39ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 512, nr. 391 sociale huur. Hiermee zou beter kunnen worden aangesloten bij eenafwijkende regionale behoefte vooral ten aanzien van de bouw vansociale huurwoningen.•Alle gemeenten krijgen van het Rijk dezelfde instructie voorde gehele woningbouwprogrammering, namelijk twee derdebetaalbaar en 30% sociale huur. Dit voorstel verbetert volgens departijen de uitvoerbaarheid van het besluit, omdat er geen verdelingmeer nodig is tussen gemeenten. In het voorstel van de partijen is eenontheffing dan mogelijk voor gemeenten waarbij deze programmeringniet passend is. Voorstel is dat de instructie voor het bouwen van 40%voor middeninkomens voor gemeenten met veel sociale huur wordtgeschrapt.•Toevoeging van «tenminste» aan de instructieregels van Rijk,provincie en gemeenten. Dit geeft volgens de partijen de provinciede bevoegdheid om gemeenten meer sociale huurwoningen te latenbouwen, bijvoorbeeld wanneer de sociale huurvoorraad laag is ofwanneer dit nodig is met het oog op de huisvesting van urgentwoningzoekenden.Reactie op het voorstelIk ben me ervan bewust dat het realiseren van de betaalbaarheidsdoelenvoor veel gemeenten en provincies een enorme inspanning zal zijn. Diedoelstellingen zijn niet gebaseerd op een politieke keuze, maar zijnnoodzakelijk om te voorzien in voldoende betaalbare woningen voormensen met een laag en middeninkomen. Ik zie ook dat het sturen opdeze doelstellingen het nodige vraagt van de samenwerking en solidariteittussen gemeenten en provincies. Ik vind het daarom belangrijk dat desturing hierop voor de medeoverheden goed uitvoerbaar is. In dat lichtmoet ook mijn onderstaande reactie op het position paper worden gezien.Ruimte om rekening te houden met verschillenIn het voorstel wijzen de partijen op het belang om voldoende ruimte tehebben voor maatwerk en om te zorgen voor een goed uitvoerbareregeling. Ik herken ook het aandachtspunt dat in het position paperdoorklinkt dat bestuurlijke drukte moet worden voorkomen. Die uitgangs-punten onderschrijf ik.In het concept-besluit zoals ik dit afgelopen periode heb geconsulteerd, isde balans gezocht tussen enerzijds het waarborgen van het halen van dedoelstellingen en anderzijds voldoende ruimte te bieden om aan tekunnen sluiten bij de verschillende lokale situaties. Die verschillen en debehoefte aan meer ruimte voor maatwerk herken ik en is vooral op lokaalniveau noodzakelijk. Het is nu eenmaal niet zo dat de woningbehoefte inelke gemeente exact hetzelfde is, ook niet de behoefte aan betaalbarewoningen. Daarnaast zien we in de huidige situatie grote verschillentussen gemeenten in de bestaande voorraad wat betreft het aandeelsociale huurwoningen of van woningen in het middensegment. Zodoendeacht ik het niet verstandig elke gemeente dezelfde instructie te geven voorde gehele opgave aan betaalbare woningen.Om die reden zijn de doelstellingen van twee derde betaalbare woningen,30% sociale huurwoningen niet geregeld op het niveau van eengemeente, project of wijk, maar op regionaal, provinciaal en landelijkniveau. Door deze doelstelling op deze niveau’s te borgen, ontstaat er juistruimte om én rekening te houden met lokale verschillen én het halen vande doelstelling te borgen. Een regionale ontheffingsmogelijkheid, zoalsdoor de partijen wordt voorgesteld, brengt deze doelstelling in gevaar. Hetkan immers betekenen dat regio’s lagere doelen gaan hanteren waardoorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 512, nr. 392 landelijk en provinciaal de betaalbaarheidsdoelstellingen niet langergeborgd zijn.Ik borg daarnaast op voorspelbare wijze dat alle gemeenten bijdragen aanhet halen van de betaalbaarheidsdoelen. Dat doe ik op een manier datmiddeninkomens én huishouden met een laag inkomen in de hele regiomeer kans maken op een betaalbare woning. Om die reden is gekozen omde instructieregel te richten op specifiek dát segment van dewoningbouw-programmering waar in een gemeente extra behoefte aan isgezien de bestaande samenstelling van de woningvoorraad. In het besluitis vanuit die gedachte geregeld dat gemeenten met weinig socialehuurwoningen in de voorraad een extra stap moeten zetten in de bouwvan sociale huurwoningen. Omgekeerd moeten gemeenten een extra stapzetten in de bouw voor middeninkomens wanneer zij al veel socialehuurwoningen in de voorraad hebben.Daarbij is bepalend of gemeenten meer of minder sociale huurwoningenhebben dan het landelijk gemiddelde, waarbij de opdracht voor tien jaarvastligt. Ik heb gekozen om hierbij het landelijk gemiddelde te hanterenals ijkpunt voor de instructies. Op die wijze zijn er voldoende gemeentendie extra nadruk moeten leggen op het bouwen voor huishoudens meteen middeninkomen. Ik zie dat dit ijkpunt niet het makkelijkst uitvoerbareelement in mijn aanpak is, maar ik vind dit wel het meest passend bij dedoelen die we nastreven.Van zowel de instructie om 30% sociale huur te bouwen als van deinstructie om 40% in het middensegment te bouwen kan een ontheffingworden aangevraagd als dit om volkshuisvestelijke redenen niet passendwordt geacht, zolang de regionale doelstellingen maar gehaald worden.De provincie en ik zijn bevoegd om daarover een besluit te nemen. Ook zovoorzie ik in maatwerk met behoud van het halen van de doelen.Een uitvoerbare regelingIk onderschrijf het punt van de partijen dat met het oog op de uitvoeringvoorkomen moet worden dat het overleg tussen gemeenten over deverdeling van betaalbare woningen te lang duurt. Het position paper legthier de vinger op de zere plek. Ik zal daarom de termijn daarvoor in hetbesluit regie expliciet maken. De provincie is vervolgens bevoegd eenknoop door te hakken over de uiteindelijke programmering per gemeente,binnen het kader van de provinciale en regionale doelen.Mocht het voorkomen dat een provincie het lastig vindt om een knoopdoor te hakken, dan zal ik gebruik maken van mijn bevoegdheid daartoe.Ik verwacht echter dat provincies hun rol in de woningbouw goed zullenvervullen, zoals we nu ook al in de praktijk zien bij de woondeals. Ik heb erdus alle vertrouwen in dat provincies en gemeente de verdelingsopgavedie er voor hen ligt op een goede en efficiënte manier zullen oplossen. Ditin samenspraak met corporaties en huurdersorganisaties.Met het oog op de financiële uitvoerbaarheid van de betaalbaarheidsdoel-stellingen vind ik het niet wenselijk dat de provincie bevoegd is om debetaalbaarheidsdoelstellingen voor de gemeente verder aan te scherpen,bijvoorbeeld door hen te verplichten om meer sociale huurwoningen dan30% te bouwen. Het is aan gemeenten om te bepalen of dit nodig enmogelijk is. Om die reden vind ik de toevoeging van «tenminste» in deinstructieregel voor provincies en Rijk niet wenselijk. In het besluit blijvengemeenten wel bevoegd om meer sociale huurwoningen te bouwen,bijvoorbeeld wanneer er sprake is van veel sloop. Dit vereist wel de inzetvan lokale maatregelen zoals een lagere grondprijs.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 512, nr. 393 Ik ben blij met de inbreng van de partijen om op constructieve wijze meete denken met een goede regeling die uitvoerbaar is. Ook de andereconsultatiereacties dragen daaraan bij. Ik zal deze inbreng benutten omhet besluit dat ik na de zomer bij uw Kamer in voorhang wil brengen,waar nodig te verbeteren.Ik zie uit naar het aanstaande overleg met uw Kamer over hetwetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting. Dit wetsvoorstel zalbijdragen aan de bouw van voldoende betaalbare woningen met meertempo. Dat is dringend noodzakelijk voor al die woningzoekenden inNederland.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,M.C.G. KeijzerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 512, nr. 394 BijlagenVolgnummerNaamClassificatie1Position Paper over betaalbaar bouwen inhet wetsvoorstel versterking regieVolkshuisvesting Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 512, nr. 395
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.