KamerkringInloggen
Kamerbrief

Antwoord op de vraag van het lid Klaver over de mogelijkheid tot wijziging van de besluitvormingsprocedure voor ggo-markttoelatingen

24 mrt 2014 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 75cdc1f219219093 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 27 428Beleidsnota Biotechnologie Nr. 267 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 24 maart 2014 Tijdens het VAO Milieuraad van 20 februari jl. (Handelingen II 2013/14, nr. 57, Milieuraad) heeft het lid Klaver gevraagd naar de mogelijkheden om de besluitvormingsprocedure voor ggo-markttoelatingen te veranderen. Hierbij informeer ik u, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Economische Zaken, over het antwoord op de vraag van het lid Klaver. Voor aanpassing van de besluitvormingsprocedure rond de toelating van ggo’s op de markt zou gekeken kunnen worden naar de aanpassing van de comitologieverordening (Verordening (EU) 182/2011)1. Deze veror-dening regelt de toepassing van artikel 291 lid 3 EU Werkingsverdrag (VWEU). In deze verordening zijn de algemene voorschriften en begin-selen vastgelegd op basis waarvan de lidstaten de Commissie kunnen controleren bij de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden. Uit de comitologieverordening volgt dat de onderzoeksprocedure van toepassing is op uitvoeringshandelingen met betrekking tot het milieu, bescherming gezondheid en veiligheid van mensen, dieren of planten. Binnen de onderzoeksprocedure wordt besloten met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen. Om ervoor te zorgen dat uitvoeringshande-lingen op het gebied van ggo-markttoelatingen met een gewone meerderheid van stemmen kunnen worden vastgesteld, zou een unieke bepaling opgenomen moeten worden die regelt dat bij de stemming voor ggo-markttoelatingen bij uitzondering wordt gestemd met een eenvoudige meerderheid. Voor aanpassing van deze verordening is om te beginnen een voorstel van de Commissie nodig en daarna overeen-stemming tussen Raad en Europees Parlement. 1Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlementen de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PbEU 2011, L 55). kst-27428-267ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 27 428, nr. 2671 Het verzoek om bij de besluitvorming over ggo-markttoelatingen over te gaan naar besluitvorming bij eenvoudige meerderheid, kan door het betoog van het lid Van Gerven tijdens het AO Milieuraad op 19 februari jl. nader worden geduid door zijn stelling dat het ongewenst zou zijn als de Commissie overgaat tot de toelating van een ggo op de markt indien een meerderheid van de lidstaten daar tegen is. In dit verband wordt er op gewezen dat juist met het oog op een democra-tische besluitvorming, besluitvorming in de Europese Unie standaard plaatsvindt bij gekwalificeerde meerderheid. Slechts indien in de Verdragen anders is bepaald, vindt besluitvorming op een andere wijze plaats. Besluitvorming met eenvoudige meerderheid is daarbij beperkt tot procedurele kwesties en daarvan is bij de toelating van ggo’s geen sprake. Bij besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid is het inderdaad zo dat indien een meerderheid van de vertegenwoordigers in het desbetref-fende comité tegen is, een besluit op het terrein van ggo’s via het zgn. Comité van Beroep toch kan worden aangenomen. Dit heeft te maken met het feit dat een gewone meerderheid van lidstaten niet per definitie ook een meerderheid van de bevolking van de Europese Unie vertegen-woordigt. Om die reden geldt dat er niet alleen een meerderheid van lidstaten moet zijn, maar dat die lidstaten ook een gekwalificeerde meerderheid van de bevolking van de Unie moeten vertegenwoordigen. Daarmee is beoogd het democratisch gehalte van de besluitvorming te waarborgen. Daarbij moet naast bovenstaande argumenten ook gekeken worden naar de bredere politieke context. Lidstaten zullen niet snel geneigd zijn om voor een onderwerp als toelating van ggo’s akkoord te gaan met een besluitvormingsprocedure met eenvoudige meerderheid. Op basis van bovenstaande wordt het streven naar besluitvorming met gewone meerderheid in plaats van gekwalificeerde meerderheid voor marktoelatingen van ggo’s als onwenselijk en onhaalbaar gekwalificeerd. De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. MansveldTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 27 428, nr. 2672

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 64a059a0d0b70e86

14 okt 2026 · 35d8cda05adf131b

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.