Reactie op motie van het lid Dikkers c.s. over interpretatie "meerwaarde" ontwikkelingssamenwerking (32605, nr. 11)
Brontekst
Versie 87b31e60d88d91b7 · officiële bronkst-32605-22ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2011Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2010–201132 605Beleid ten aanzien van ontwikkelingssamenwerking Nr. 22 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 15 juni 2011 In reactie op de motie Dikkers c.s. (32 605, nr. 11) aangenomen op 7 juni jl. naar aanleiding van het VAO over het WRR-rapport «Minder pretentie, meer ambitie», op 1 juni jl. wil ik graag middels deze brief bevestigen dat ik deze motie beschouw als ondersteuning van mijn beleid. Het bevorderen van zelfredzaamheid is het doel van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking. Economische ontwikkeling van ontwikke-lingslanden is daarbij een factor van belang. Het gaat hierbij om de groei van de private sector in ontwikkelingslanden. Hieraan kan het Neder-landse bedrijfsleven een stevige bijdrage leveren. Het Nederlandse bedrijfsleven heeft veel te bieden, vooral in topgebieden als agro-food en water. Vandaar dat ik actief het Nederlandse bedrijfsleven en collega’s van andere departementen betrek bij mijn beleid en de uitvoering ervan. Zoals ik in de plenaire vergadering in de reactie op deze motie aangaf, is mijn invalshoek de ontwikkeling van ontwikkelings-landen. Ik wil dan ook bevestigen dat ik de aanbevelingen uit het WRR-rapport dus ook in dit licht zie: dat ontwikkelings-samenwerking verder gaat dan alleen de meerwaarde vóór Nederland. Daaronder versta ik dat de meerwaarde voor het betrokken ontwikkelingsland voorop staat. In mijn schriftelijke reactie op het aanstaande advies van de Sociaal-Economische Raad over de samenwerking tussen bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en overheid bij ontwikkelingssamen-werking zal ik mijn beleid ter bevordering van economische ontwikkeling en het betrekken van het Nederlandse bedrijfsleven verder uitwerken. Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 605, nr. 221 De motie Ferrier/Dikkers (32 605, nr. 7) inzake de inzet van vraaggestuurde kennis en kunde van het Nederlandse bedrijfsleven in ontwikkelings-landen wordt hier ook bij betrokken. De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, H. P. M. KnapenTweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 605, nr. 222
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.