Verslag van een commissiedebat, gehouden op 3 oktober 2024, over Maritiem
Brontekst
Versie 9138083bcb5f4ec4 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 409Zee- en binnenvaartNr. 468 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 12 november 2024 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op 3 oktober2024 overleg gevoerd met de heer Madlener, Minister van Infrastructuuren Waterstaat, over:–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.28 februari 2024 inzake aanpassing van de aanwijzing aan deILT inzake handhaving operationele regels voor Search andRescue (Kamerstuk 30 490, nr. 44);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.18 maart 2024 inzake evaluatie onder ketenpartners Kust-wacht reddingsoperatie Fremantle Highway (Kamerstuk31 409, nr. 438);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.26 maart 2024 inzake opvolgingsonderzoek OVV «Veiligheidhistorische zeilvloot» (Kamerstuk 31 409, nr. 446);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.27 maart 2024 inzake uitvoering van de motie van het lidTjeerd de Groot over een taskforce voor het opstellen van eenveiligheidsplan voor de recreatievaart (Kamerstuk 31 409,nr. 419) (Kamerstuk 31 409, nr. 447);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.4 april 2024 inzake besluit op Woo-verzoek over aanbestedingSAR-helikopters in gebruik bij Kustwacht (Kamerstuk 30 490,nr. 45);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.15 april 2024 inzake onderzoeksrapport Regelgeving voorautonome scheepvaart op de Rijn (Kamerstuk 31 409, nr. 449);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.16 mei 2024 inzake reactie op de motie van het lid Flach overeen voorstel voor besteding van de beschikbare middelen voorhet vlootvervangingsprogramma van de Rijksrederij (Kamer-stuk 31 409, nr. 444) (Kamerstuk 36 410 XII, nr. 83);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.17 mei 2024 inzake besluit rond ontheffing Russischegevlagde schepen (Kamerstuk 31 409, nr. 451);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.13 juni 2024 inzake reactie op OVV-rapport Schipperen met kst-31409-468ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 4681 ruimte. Beheersing van scheepvaartveiligheid op een steedsvollere Noordzee (Kamerstuk 31 409, nr. 453);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.20 juni 2024 inzake ongevalscijfers scheepvaart 2023 (Kamer-stuk 31 409, nr. 456);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.17 juni 2024 inzake verkenning van eventuele vervolgstappenten aanzien van waswaterlozingen door schepen uitgerust metzwavelscrubbers (Kamerstuk 31 409, nr. 454);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.17 juni 2024 inzake nationaal verbod op tankwassingen op zee(zeezwaaien) (Kamerstuk 31 409, nr. 455);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.24 juni 2024 inzake start afsluiting Julianakanaal (Kamerstuk36 410 A, nr. 62);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.24 juni 2024 inzake reactie op de motie van het lid Stofferover de inzet van offshorewerkschepen geheel meenemenonder de tonnageregeling en de afdrachtvermindering zeevaart(Kamerstuk 3 1409, nr. 392) (Kamerstuk 31 409, nr. 459);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.21 juni 2024 inzake kabinetsreactie op opvolgingsonderzoekaanvaringen in het Schuitengat en op de Nieuwe Maas(Kamerstuk 31 409, nr. 458);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.21 juni 2024 roadmap Brandstoftransitie in de Zeevaart(Kamerstuk 32 813, nr. 1405);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.20 juni 2024 inzake resultaten TNO-onderzoek over emissieszeeschepen met Tier III-motoren (Kamerstuk 31 409, nr. 457);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.17 juli 2024 inzake besluit op Woo-verzoek 2023–69 SAR-helikopters (Kamerstuk 30 490, nr. 46);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.7 augustus 2024 inzake start afsluiting Julianakanaal enbenodigd aanvullend budget (Kamerstuk 36 410 A, nr. 63);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.30 augustus 2024 inzake reactie op de brief van FederationSupport met betrekking tot bereikbaarheid van maritiememaakindustrie (Kamerstuk 31 409, nr. 463);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.3 september 2024 inzake second opinion Julianakanaal(Kamerstuk 36 410 A, nr. 64);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.19 juli 2024 inzake onderzoek aanvullende kwalitatieve kadersstookolie en ILT-risicoanalyse (Kamerstuk 31 409, nr. 460);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.20 september 2024 inzake verzamelbrief maritieme zaken(Kamerstuk 31 409, nr. 464);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.20 september 2024 inzake energietransitie binnenvaart(Kamerstuk 31 409, nr. 465);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.23 september 2024 inzake toezending evaluerend onderzoekcrisisorganisatie bij ramp Fremantle Highway (Kamerstuk31 409, nr. 466).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 4682 Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,Peter de GrootDe griffier van de commissie,SchukkinkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 4683 Voorzitter: Peter de GrootGriffier: MeedendorpAanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Peter de Groot, Heutink, DeHoop, Pierik, Soepboer en Stoffer,en de heer Madlener, Minister van Infrastructuur en Waterstaat.Aanvang 14.00 uur.De voorzitter:Een hele goede middag, allemaal. Wij gaan starten met het commissie-debat Maritiem. Ik wil de leden, de Minister en de ondersteuning vanharte welkom heten, ook de ondersteuning vanuit de griffie en de Kamer.In het bijzonder aan de mensen op de publieke tribune: hartelijk welkombij dit commissiedebat. Ik zeg dat ook tegen de mensen die dit op afstandvolgen.Het debat staat gepland van 14.00 uur tot 17.00 uur vanmiddag. Datbetekent dat we snel van start gaan. Dat betekent ook dat we eenindicatieve spreektijd hebben van vier minuten voor de leden. Ik zou deinterrupties willen beperken tot drie stuks. Als er echt heel veel dingenzijn, kijken we dan verder. Ik verwacht dat er nog meer leden komen en ikzal zelf ook spreken als lid van de VVD. Dat doe ik aan het einde van deronde. Dat was het, dus laten we snel van start gaan. Ik wil de heer Pierikvan de BBB als eerste het woord geven.De heer Pierik (BBB):Dank u wel, voorzitter. De BBB is al jarenlang betrokken bij de Wadden-eilanden. Twee weken terug was ik nog een dag op Texel. Aan het eindevan die week hadden we als commissie voor Infrastructuur en Waterstaateen werkbezoek aan de Waddeneilanden. Daar hebben we gezien engehoord hoe vaardiensten in allerlei vormen ervoor zorgen dat eilandersvan en naar het vasteland kunnen gaan en gehoord hoe cruciaal dezediensten zijn. We werden daar zeer hartelijk ontvangen. Ik realiseerde medaar dat een eiland echt een gemeenschap vormt waar bewoners enbedrijven elkaar een handje helpen.Op het gebied van mobiliteit zijn er mooie samenwerkingsvormen. Zo zijnveerboten en watertaxi’s een belangrijke levensader voor eilanders om ophet vasteland bijvoorbeeld naar het werk te gaan, familie te bezoeken ofiemand te bezoeken in een ziekenhuis. Ook watertaxi’s zijn een cruciaalvervoersmiddel op Ameland. Sinds enkele jaren is het voor de watertaxiveel moeilijker geworden om ingezet te worden. Dat doet zeker iets metde mobiliteit van de inwoners van Ameland en hun gevoel van vrijheid.De mogelijkheden om de watertaxi in te kunnen zetten bij een calamiteitzijn schaars. Tijdens ons werkbezoek werden we geconfronteerd met zeerindrukwekkende en treurige verhalen van eilandbewoners die net te laatkwamen om nog afscheid te kunnen nemen van hun doodzieke dierbaren.De inzet van de watertaxi bij calamiteiten is voor de eilanders zeercruciaal. Het is jammer dat ze er niet blind op kunnen varen.Momenteel mag de watertaxi niet harder dan 20 kilometer per uur als hetdonker is, dus na het vertrek van de laatste grote veerboot, waardoorthuis kunnen komen in sommige gevallen nog amper mogelijk is. Hetprobleem van maximaal 20 kilometer per uur kunnen varen zorgt voor eenverdubbeling van de reistijd. Het effect daarvan is dat de dienstregelingnu niet meer rondkomt en dat Ameland na het vertrek van de laatste groteveerboot niet meer bereikbaar is. De ondernemers en bewoners vanAmeland hebben een sterke zelfredzaamheid, maar nu zien ze generiekewetten en regels voor de watertaxi als obstakel om verbonden te zijn methet vasteland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 4684 In de brief die Veltman Marine Service meegegeven heeft tijdens hetwerkbezoek, staan heel duidelijk de tijdlijn, de specifieke problemen envooral ook de roep om hulp van de partijen in de Kamer en de Minister.Eigenlijk vragen we om te overwegen of de verstikkende regels kunnenworden herzien. Zo zouden deze kleine watertaxi’s geclassificeerd kunnenworden als kleine veerboten, wat ze uiteindelijk ook zijn, in plaats van alseen snelle motorboot. De classificatie kleine veerboot kan ervoor zorgendat de dienstregeling weer rondkomt en Amelanders weer vastelandkunnen bereiken, ook ’s avonds na 18.45 uur.We kennen de Minister als iemand die zijn uiterste best doet om juridischexact uit te werken hoe de vork in de steel zit en die best met de Kamermee wil denken waar dat mogelijk is. Daarom hebben we de volgendevragen. Is de Minister in overleg geweest met de sector naar aanleidingvan de BBB-motie die op 2 april 2024 is ingediend en werd aangenomen,waarin wordt verzocht om de watertaxi aan te wijzen als kleine veerpont?De tweede vraag: kan de Minister een update geven over de huidige standvan zaken omtrent de watertaxi op de Waddeneilanden? Wat zijn detijdpaden van het besluit hierover? Wat is zijn visie op deze zaak? Delaatste vraag is de volgende. In de beantwoording van de feitelijke vragenover de watertaxi gaat de Minister vooral in op het veiligheidsaspect. Kande Minister aangeven in hoeverre nautische maatregelen ertoe kunnenleiden dat de watertaxi alsnog de status van kleine veerpont kan krijgen?Kan de Minister aangeven of het juridisch mogelijk is om voor dewatertaxi een uitzondering te maken, gezien de unieke positie van deWaddeneilanden?Dank.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. De heer Stoffer was bang dat we met eenuurtje klaar zouden zijn. Ik was wat coulant met de spreektijd. Dat zal ik bijiedereen doen, als dat nodig is. We hebben vast tot 17.00 uur nodig; daarga ik van uit. De heer Soepboer namens NSC. Gaat uw gang.De heer Soepboer (NSC):Dank u wel, voorzitter. Sinds jaar en dag is de Nederlandse scheepvaartde basis voor onze welvaart. In de zeventiende eeuw wordt de overzeesehandel met het Oostzeegebied niet voor niets de moedernegotiegenoemd, de moeder aller handel. Nederland, met zijn strategischeligging aan de Noordzee, met zijn rivieren en inmiddels ook kanalen, heefteen rijke maritieme geschiedenis en heeft een prominente positieverworven als wereldspeler in de scheepvaart. Deze rol is volgens NieuwSociaal Contract van cruciaal belang, ook vandaag de dag nog, en nietalleen voor de Nederlandse economie, maar ook voor wereldwijdehandelsstructuren en duurzame ontwikkeling. De Nederlandse havens,met Rotterdam als vlaggenschip, zijn essentieel voor de Europese enmondiale goederenstromen. Die goederenstromen zijn veel meer danlichtgevende nep-Nikes van AliExpress.Daarnaast is de Nederlandse scheepvaartsector een voorbeeld vaninnovatie en duurzaamheid. Nederland is een maritieme wereldspeler. Datis van onschatbare waarde voor zowel de nationale als mondialeeconomie. Door te investeren in innovatie, samenwerking en opleidingkunnen we onze positie verder versterken en een duurzame toekomstvoor de scheepvaart waarborgen. Het is van groot belang dat we die rolblijven omarmen. Nederland was altijd een groot en maritiem land en isdat nog altijd, maar, zeg ik erbij, er zijn ook tekenen van verval. Dat iszorgwekkend, ook gezien de geopolitieke situatie. Er is sprake van eenafname van 32% in schepen die varen onder de Nederlandse vlag. Dat isniet goed voor ons imago als maritiem land. Ik wil de Minister dan ookvragen: hoe denkt u hiermee om te gaan? Hoe denkt de Minister dit vervalte gaan herstellen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 4685 Afsluitend heb ik nog meer vragen voor de Minister. Die liggen voor eengroot deel op het snijvlak van aan de ene kant de verduurzamingsopgavewaar we voor staan en aan de andere kant ook de internationale concur-rentiepositie die we als Nederland voor onze scheepvaart willenwaarborgen. Soms kunnen die twee natuurlijk ook prima hand in handgaan. De eerste vraag aan de Minister in die zin is de volgende. Er is eenmaritieme roadmap en er is een maritiem masterplan, maar wat gaan wenou echt doen? Wat mogen wij van de sector verwachten? En wat mag desector van u verwachten? Waar zet u de komende tijd op in? Wat is hetactieplan dat u in uw hoofd heeft? Ziet u ... Ik bedoel de Minister, zeg ik viade voorzitter. Ziet de Minister kans om de regeldruk te verlagen, dienstver-lening op peil te brengen – dat zou ook kunnen betekenen: vergunningensneller kunnen verlenen et cetera – zonder dat de inzet van verduurzamingdaar echt onder lijdt?Dan een vrij specifieke vraag over de discussie rondom scrubbers. Aan deene kant willen we een betrouwbare overheid zijn. Aan de andere kantzien we dat de scrubbers niet overal het gewenste resultaat hebben. Hoewil de Minister betrouwbaar zijn en toch verder verduurzamen? Watmogen wij volgens de Minister wel en niet van onze sector vragen? Hoewil de Minister voorkomen dat er, in plaats van een stap vooruit, een stapachteruit wordt gezet en er bijvoorbeeld weer op zware stookolie zalworden gevaren? Kan de Minister in het licht hiervan aangeven hoe hijstaat tegenover een scrubberlozingsverbod in de Rotterdamse haven?Dan een vraag die hier niks mee te maken heeft, maar net ook al evenwerd aangehaald. Ik maak even een klein stapje naar de Wadden, die ikook maar even onder maritiem schaar, zeker als het gaat over debereikbaarheid daarvan. We zagen berichten over dat eilanden alsAmeland ’s nachts onbereikbaar zijn, met alle schrijnende situaties vandien. Mijn vraag is wat korter dan de vragen van de heer Pierik, maarkomt op hetzelfde neer. Om met de woorden van de burgemeester vanAmeland te spreken: het maakt ons niet uit hoe het wordt opgelost, als hetmaar wordt opgelost. Mijn simpele vraag aan de Minister is: hoe gaat udit oplossen? Want dit moet volgens de fractie van Nieuw SociaalContract worden opgelost.Ik heb nog veel meer vragen. Ik hoop dat mijn collega straks overKornwerderzand begint. Anders kom ik daar in de tweede termijn nogeven op terug, maar ik hoop dat we dat als groot maritiem land kunnenwaarborgen voor nu en in de toekomst. Ik hoor graag wat de Ministerdaar straks over te zeggen heeft.De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Ik weet niet op welke collega de heer Soepboer wat Kornwerderzandbetreft doelde, maar ik denk dat meerdere collega’s daarop terug gaankomen.De heer Soepboer (NSC):Fijn!De heer Stoffer (SGP):Ik in ieder geval, straks. Maar ik hoorde net het een en ander over deWadden. Daarbij werd gezegd: het maakt niet uit hoe het opgelost wordt,als het maar opgelost wordt. Ik denk dat de heer Soepboer als echte Friesbest wel geschrokken was door wat we nu zien rond Kornwerderzand, metdie enorme kostenstijgingen of stijgende kostenramingen. Geldt ookdaarvoor dat het niet uitmaakt hoe het wordt gedaan maar dat ditopgelost moet worden, zodat die sluis daar aangelegd wordt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 4686 De heer Soepboer (NSC):Kijk, ik ga natuurlijk niet op de stoel van de Minister zitten, meneer Stoffer.Dat begrijpt u ook, maar het is mij wel een lieve duit waard als hetprobleem bij Kornwerderzand wordt opgelost. Maar u begrijpt ook datalles wat we doen, moet gebeuren met het geld dat er is. Er zal dusdekking voor moeten worden gevonden, maar ik zie net als u ook deproblemen bij het niet-oplossen daarvan. Ik heb ook de stukken gelezenen ik zie ook wat het betekent voor het achtergebied, dat achter de sluizenligt, voor alle ondernemers die daar zitten en voor alle havens die daarzijn. Ik onderschrijf dus uw urgentie, maar we moeten dit natuurlijk goedwegen. Dat is ook wat ik straks van de Minister hoop te horen. Daarom zeiik dat ik hoop dat een van mijn collega’s hier even over begint – u doet datvoortreffelijk – zodat ik dit punt toch kan maken en de urgentie hiervankan onderschrijven, want ik hoor graag van de Minister wat de mogelijk-heden daarin zijn. Ik denk dan graag met u mee over welke van diemogelijkheden ons het beste lijkt.De voorzitter:Kijk eens aan, een mooie samenwerking om elkaar wat spreektijd tegunnen. De heer Stoffer, ga uw gang voor uw inbreng.De heer Stoffer (SGP):Ja, voorzitter, Kornwerderzand is natuurlijk ook een zeer aangelegen punt.Dank, voorzitter, voor het woord. Ik spreek vandaag overigens medenamens de ChristenUnie. De heer Grinwis kon hier niet zijn, maar heeftook een warm hart voor Kornwerderzand. Vandaar dat ik mede namenshem spreek.Voorzitter. Bij het schrijven van onze bijdrage voor vanmiddag viel ons ophoeveel uitdrukkingen te maken hebben met scheepvaart en waterbouw.U mag turven. Dit laat ook zien hoe belangrijk waterwegen en demaritieme sector voor Nederland zijn. Dat moeten we koesteren en er ookruimschoots in investeren.Om maar direct van wal te steken: ik schrok van de enorme kostenstijgingvoor de sluisverbreding bij Kornwerderzand. Dat is een forse kink in dekabel voor het maritieme cluster in de wijde regio. De Minister straalt uitdat hij de regio met de extra kosten wil opschepen. Het zou een regionaalproject zijn, «de provincie heeft verkeerd geraamd» en ga zo maar door.Maar Minister, elke regio telt. Het is niet voor niks een MIRT-project. Welaten echt kansen liggen als we nu alleen kiezen voor vervanging van debruggen. Ik roep de Minister op om uit de afweerhouding te komen ensamen met de regio te kijken hoe dit linksom of rechtsom gefikst kanworden, want deze sluisverbreding mag niet tussen wal en schip vallen.Naast investeringen in de toekomst zijn ook investeringen nodig in detijdige renovatie van bestaande bruggen en sluizen. Veel te vaak is sprakevan onverwachte stremmingen. Ik zal de Minister hier volgende weekverder over aanklampen bij de begrotingsbehandeling.De logistieke sector vraagt om meer kleine binnenvaartschepen, terwijlhet er minder worden. De emissie-eisen zijn voor kleine schepenonwerkbaar. Wat is de inzet van de Minister voor de door de Kamergevraagde uitzonderingspositie? Gaat hij ervoor zorgen dat niet alleen dekleinste schepen, die tot 55 meter, eronder vallen, maar ook de schepentot 80 meter?De subsidieregeling voor motorvervanging is ontoereikend. Bedrijvenvallen buiten de boot. Ik heb begrepen dat schepen met een oude motorgeen voorrang krijgen op schepen met nieuwere motoren. Waarom?Wordt niet de meeste milieuwinst geboekt als eerst de oudere motorenvervangen worden?De SGP heeft ook herhaaldelijk gepleit voor versnelling van het vlootver-vangingsprogramma van de Rijksrederij. Het is mooi dat dat nu van dekant komt. De middelen voor de eerste tranche zijn gereserveerd, maarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 4687 hoe staat het met de rest van de 1 miljard euro die de komende vijftienjaar nodig is? Die zie ik nog niet in de begroting voor de komende jarenterugkomen. Wordt dit wel geregeld?We moeten ook alle zeilen bijzetten om het varen onder de Nederlandsevlag aantrekkelijker te maken. Dat is goed voor onze maritieme maakin-dustrie. Vandaar een paar vragen in dit verband. De Kamer heeft gevraagdom een maritieme autoriteit. Het is goed dat dit opgepakt wordt, maar hettijdpad is onduidelijk. Mijn vraag is: waar stevenen we op af? Ik wil daargraag meer inzicht in; dat zal helder zijn. Om offshorewerkschepen aanboord te houden, is een gelijk speelveld met andere Europese landennodig. De Kamer heeft per motie gevraagd om de inzet van dezeNederlandse werkschepen in z’n geheel mee te nemen onder de tonnage-regeling en de afdrachtvermindering zeevaart. Dit moet dus niet beperktzijn tot transportzaken. De vorige Minister nam poolshoogte en gaf groenlicht qua uitvoerbaarheid, maar liet het verder over aan zijn opvolger. Degrote vraag is nu natuurlijk of de nieuwe Minister dit verder gaatoppakken. Laat dit dossier niet voor pampus liggen. Het zou echt helpenom werkschepen onder de Nederlandse vlag te houden. Mocht hijfinanciële dekking nodig hebben, dan heb ik wel suggesties. Vergeet nietdat offshorebedrijven ook al geraakt worden door de Wet minimumbe-lasting, terwijl zeetransport daarvan uitgezonderd is.Voorzitter. Dan nog een punt. Mijn voorganger, de vorige spreker, mijnbuurman – laat ik het zo zeggen – had het er ook al over: het verbod opscrubbers. Er ligt in OSPAR-verband een Frans-Zweeds voorstel voor eenverbod op waswaterlozingen van scrubbers die zwaveluitstootvoorkomen. Het is vanuit milieuperspectief goed om lozingen vanschadelijke stoffen in te dammen, maar dat kan toch ook door strengerenormen voor die lozingen? Dan kunnen er ook filters achter de scrubbersgeplaatst worden en blijft afvang van CO2 mogelijk. Scrubbers kunnenimmers gecombineerd worden met CO2-afvang. Mijn laatste vraag is of deMinister zich daarvoor in wil zetten.Dank u wel.De voorzitter:Mijn dank is groot, meneer Stoffer. Dan gaan we naar het lid De Hoop vanGroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ik sluit me natuurlijk aan bij alle collega’s dieaangeven hoe belangrijk de maritieme sector is in Nederland. Die warmewoorden zijn terecht. Tegelijkertijd moeten we ook kijken naar deproblemen die af en toe veroorzaakt worden door de zee- en binnenvaart.Als je kijkt hoe groot de slag is die de zee- en binnenvaart nog moetmaken in de energietransitie, zie je dat er nog heel veel te doen is.Afgelopen dinsdag kwam dat ook heel duidelijk op tafel bij de technischebriefing die we kregen van onder andere TNO en het PBL. Zij gaven aandat juist deze sectoren een hele grote slag te maken hebben als het gaatom vervuiling en dat soort zaken. Er moet dus echt wel heel watgebeuren. Het is belangrijk dat daar snel stappen in gezet worden. Dat isook belangrijk voor onze gezondheid. De ecologische crisis en onzebestaanszekerheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.De heer Soepboer (NSC):Meneer De Hoop triggert mij een beetje door te spreken over de groteproblemen die de binnen- en zeevaart zou veroorzaken. Ik wil de heer DeHoop vragen om daar eens over uit te weiden. Welke grote problemen ziethij? En zou hij die ook in het licht kunnen plaatsen van het niet-bestaanvan de zee- en binnenvaart en het dus over de weg moeten vervoeren vanproducten? Zou hij daar iets over kunnen zeggen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 4688 De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Laat ik heel helder zijn: wij kunnen niet zonder de maritieme sector. Die isontzettend belangrijk voor Nederland. Daar bestaat geen enkele twijfelover. Volgens mij erkennen we dat ook allemaal. Maar in het rapport datTNO ons liet zien, zie je dat van alle onderdelen van de vervoersbreedte,dus wegverkeer, luchtvaart et cetera, de zee- en binnenvaart zorgt voor demeeste uitstoot. Daar is dus gewoon een heel grote slag te slaan. Dat washet punt dat ik probeerde te maken.De heer Soepboer (NSC):Ik vroeg u om echt even de problemen te beschrijven. U zegt dat er groteproblemen zijn veroorzaakt door de binnenvaart en de zeevaart. Ik hoorgraag even welke grote problemen dat dan zijn. Dan kunnen we daarsamen misschien over nadenken. Zou u nog iets meer kunnen zeggenover die grote problemen? En nogmaals: u zegt terecht dat er vervuildwordt, maar aan de andere kant wordt er ook heel veel meer verscheeptop één schip. Zou u dus nog meer over die problemen kunnen zeggen?Dan kunnen we daar eens verder over praten.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dat is een heldere vraag. Volgens mij moeten we met elkaar erkennen datdie sector helaas een heel groot aandeel heeft in de CO2-uitstoot en hetchemisch afval dat in het water terechtkomt, en dat dat gewoon mindermoet. Zeg ik dat de dingen die de maritieme sector doet beter over deweg hadden gekund? Dat zeg ik niet. Ik denk dat de rol die zij spelencruciaal is en dat de manier waarop ze dat doen ook efficiënt is. Maar datdaarbij helaas ook veel uitstoot en milieuproblemen veroorzaakt worden,is volgens mij iets wat we moeten erkennen en waarbij we samen moetenkijken wat voor duurzaamheidsslag we daar kunnen maken. Daarbij gaathet ook gewoon om regels. Denk aan het varend ontgassen, hetzeezwaaien en al dat soort zaken. Ik hoorde de heer Soepboer en de heerStoffer al nadrukkelijk een aantal punten noemen. Ik vind wel dat daarhardere wetgeving voor moet komen. Daar zal ik in mijn termijn ookverder op ingaan.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Een eerste stap en eigenlijk ook het uitgangspunt zou moetenzijn dat we volgens mij met elkaar willen voorkomen dat er giftige rotzooiin de zee of in de lucht gepompt wordt. Als ik de stukken doorlees, schrikik me toch wel rot van wat er allemaal in ons water en in de luchtterechtkomt en ook voortkomt uit de sector. Dan heb je het overzeezwaaien en scrubbers, maar ook over varend ontgassen en NOx-filters.We hebben regels en internationale afspraken, maar die zijn niet altijdeven hard, waardoor een aantal zaken die eigenlijk niet meer zoudenmoeten nog steeds wel een beetje mogen en ook best lastig te handhavenzijn. GroenLinks-Partij van de Arbeid wil zo snel mogelijk naar eenmaritieme sector met zero emissie. Of het nu gaat over CO2, chemischafval, uit de tank of scrubbers, we moeten kijken hoe we met elkaarstappen kunnen zetten.De voorzitter:U anticipeert goed, meneer De Hoop. U zag in uw linker ooghoeknatuurlijk dat de heer Heutink een interruptie heeft.De heer Heutink (PVV):De maritieme sector staat fors onder druk dankzij alle doelstellingen. Zehebben nu al moeite om die shift daarnaartoe te maken. De vraag die wijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 4689 hebben aan GroenLinks-Partij van de Arbeid is: leuk dat u dit allemaalwenst van de maritieme sector, maar hoe denkt u dat al die schippers datmoeten gaan betalen?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Net als allerlei sectoren in dit land – of het nou gaat over de maritiemesector of over de luchtvaart; er zijn heel veel sectoren op het gebied vanIenW – moet men gewoon voldoen aan de klimaatdoelstellingen die wemet elkaar hebben afgesproken en de afspraken in Europa over milieu engezondheid. Er zijn slagen te maken die de maritieme sector volgens mijheel goed zelf kan maken. Kijk bijvoorbeeld naar het verbod op varendontgassen, dat dit jaar eindelijk is ingevoerd. Er zijn ook een aantalstappen waar men best hulp bij kan gebruiken. Dat gebeurt ook op allerleiwijzen. Maar ik vind dat we ons aan die doelstellingen moeten houden,aan de afspraken die er liggen. Ik zie dat dat nog niet snel genoeg gebeurt.Ik snap waar de heer Heutink zijn perspectief vandaan komt en waar datvan mij vandaan komt, maar de maritieme sector moet net als allesectoren voldoen aan de afspraken die we met elkaar gemaakt hebben. Ikconstateer dat er nog een hele weg te gaan is.De heer Heutink (PVV):Kijk, wij hebben ons als PVV ook gebonden aan de afspraken die we metelkaar moeten maken als het gaat om de klimaatmaatregelen, om hetterugdringen van de emissies in de maritieme sector. Maar er is eenverschil tussen wat GroenLinks-Partij van de Arbeid wil – die wil het liefstmorgen zien dat de uitstoot is teruggedrongen – en wat wij willen. Ik hebde volgende vraag aan meneer De Hoop. U kunt toch niet van al dieschippers verwachten dat ze morgen zomaar al die tienduizenden euro’sop de plank hebben liggen om maar die emissies omlaag te brengen? Datkunt u toch niet van ze vragen? Dat is toch niet eerlijk tegenover diesector? Op deze manier helpen we toch een hele sector om zeep?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ja, maar nu schetst de heer Heutink toch een beeld alsof ik van demaritieme sector dingen vraag die echt onbestaanbaar zijn. Kijk bijvoor-beeld naar Duitsland. Daar is al een verbod op zeezwaaien. België,Duitsland, Scandinavië en Frankrijk zetten veel grotere stappen dan wij opdit moment doen voor het waswater van scrubbers. Het is niet zo dat wijvooroplopen. Op het gebied van milieu zijn we een van de slechterejongetjes van de klas. Op het gebied van de duurzaamheidstransitie zettenwe meer stappen dan sommige andere landen, maar wat betreft uitstooten milieu op het gebied van de maritieme sector lopen we gewoon achterop een aantal landen. Ik vind dat we daar weer moeten komen met elkaar.Daar stel ik in mijn bijdrage volgens mij een aantal hele reële vragen overaan de Minister, om toe te werken naar de slag die nodig is.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Volgens mij was ik bij het punt dat wij zo snel mogelijk naar zero emissiewillen, of het nu gaat over CO2, chemisch afval, uit de tank of scrubbers.Over het verbod op zeezwaaien, zoals in Duitsland, krijgen we een briefmet heel veel bezwaren waarin wordt uitgelegd waarom we het nu nietkunnen verbieden. Maar ik vroeg aan de Minister om uit te zoeken hoe wedat wel met elkaar kunnen verbieden. We zitten aan dezelfde verdragenvast als onze buren in Duitsland, maar daar kan het blijkbaar wel. Ikverwacht dat de Minister stappen zet om toe te werken naar een verbod.Dat was de opdracht. Als we dat niet kunnen regelen met een verbod opzee, verbied dan dat schepen met vrijwel lege maar vuile tanks de havenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46810 mogen verlaten of zorg dat chemicaliëntankers die Nederlandse havensaandoen, moeten aantonen waar hun ladingsresten zijn gebleven. Je magnu vertrekken naar de voorwas en dat is half werk. Sluit dan de mazen inde wet, zou ik zeggen.Voorzitter. Hetzelfde geldt voor het waswater van scrubbers. Zwavelver-bindingen, zware metalen en kankerverwekkende pcb’s worden nogsteeds in de zee gepompt. Je zou daar toch een verbod op moeten willen,maar ook een verplichting om het waswater te moeten aanlanden en datte verantwoorden. Bijna al onze buren binnen de OSPAR en de SECA,waaronder België, Duitsland, Scandinavië en Frankrijk, willen zo’n verbodof hebben het al. Nederland ziet blijkbaar wel meer bezwaren, omdat deIMO het nu tegenhoudt. Ik wil van de Minister echt meer inzet en ookresultaat op dit vlak. Ik zou niet willen dat wij het vieste jongetje van dezeklas zijn. Dat zouden we niet moeten willen. De scheepvaart heeft echtereen groot aandeel in de stikstofproblematiek. De Tier III-motoren zijn veelvervuilender dan beloofd. Het lijkt een beetje op de Volkswagendiesels. Deindustrie levert niet wat ze moet leveren en we hebben een bouwstop. Wehebben NECA-afspraken en die moet de Minister handhaven. Geef de ILTdan ook de middelen om die te handhaven: genoeg mensen met genoegbevoegdheden.Voorzitter. Mijn vraag in het vorige debat over het bijmengen vanchemisch afval in stookolie heeft geleid tot nader onderzoek. Dankdaarvoor. Maar de conclusie is wel dat het nog steeds gebeurt. Het is eengroot probleem voor de gezondheid van mens, voor het milieu en ookvoor de scheepsmotoren zelf. 69% van de reders geeft aan last te hebbenvan de afvalmengers. Verder is geconcludeerd dat het weliswaarverboden is, maar de wet te veel ruimte biedt. U begrijpt mijn verzoek aande Minister: sluit die mazen in de wet. Ik hoef geen afstemming metstakeholders die het afval bijmengen, zoals de brief suggereerde. Dat isecht te vrijblijvend. We moeten toewerken naar een verbod enhandhaving met voor de ILT de nodige middelen om dat daadwerkelijk tedoen. Wie dan betrapt wordt, moet gewoon zijn licentie kwijtraken, net alsdat in Singapore gebeurt.Voorzitter. Ten slotte nog een paar vragen over onze infrastructuur. Overalzien we achterstallig onderhoud. Als ergens een belangrijke sluis uitvalt ofeen brug niet meer open kan, heeft de scheepvaart niet een uurtje extrafile, maar gewoon een week. Daar waar we al bezig zijn met groterenovaties, zoals bij Kornwerderzand, wordt het gelijk twee keer duurderdan begroot. Dat kun je niet zomaar neerleggen bij de provincie. Veelcollega’s vragen daarnaar. Er liggen ook bestuurlijke afspraken en er zijnveel voorstellen in de Kamer geweest. Ik wil weten wat de Minister zelfgaat doen om dit mogelijk te maken.Ten slotte sluit ik mij aan bij de vragen die gesteld zijn over de bereik-baarheid van Ameland.Dank.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Heutink, gaat uw gang.De heer Heutink (PVV):Voorzitter. Nederland heeft veel te danken aan de scheepvaart en diensrijke geschiedenis. Ook vandaag de dag is de binnenvaart van essentieelbelang als het gaat om de Nederlandse economie. Voor de PVV is hetdaarom erg belangrijk dat de bereikbaarheid via het water hoog op deprioriteitenlijst van deze Minister komt te staan. In het verleden hebbenwij vaak moeten constateren dat de bereikbaarheid over de binnenwa-teren niet altijd naar behoren is geweest. Zo ook afgelopen februari, toener vanuit het land signalen binnenkwamen dat veel sluizen en bruggenniet zouden werken en in een zeer bedenkelijke staat zouden verkeren.Destijds hebben wij aan de Minister gevraagd in hoeverre het herpriori-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46811 teren van het MIRT op de korte termijn effect zou hebben op de binnen-vaartsector. En nu, bijna acht maanden later, horen wij graag van dezeMinister wat het effect daadwerkelijk is geweest en of hij dit concreet kantoelichten aan de Kamer.Voorzitter. Dan ga ik over naar het verbod op varend ontgassen. Fase 1van het verbod heeft tot op heden nog geen overtredingen opgeleverd.Afgelopen dinsdag is het verbod op varend ontgassen overgegaan opfase 2. Het verbod is hierdoor uitgebreid met drie extra stoffen. DeMinister zegt daarbij dat de ILT verwacht dat fase 2 wél zal leiden totovertredingen. Nu wordt het toch een beetje raadselachtig voor de PVV.Hoe kan het dat fase 1 tot geen enkele overtreding leidt en dat er wordtverwacht dat dat in fase 2 wel zal gaan gebeuren? Hoe zit het dan met deuitrol van ontgassingsinstallaties in Nederland? Is er al een dekkendnetwerk? Speelt dat ook mee in de verwachtingen voor overtredingen infase 2? Ook horen we graag van de Minister hoe het concreet kan dat er infase 1 niet één overtreding heeft plaatsgevonden. Graag willen we van deMinister in de beantwoording een toelichting op hoe hij fase 1 en fase 2gaat handhaven.Voorzitter. Tot slot willen we het nog hebben over de bereikbaarheid vanAmeland. De PVV is van mening dat een goede bereikbaarheid van heteiland valt of staat met een goed werkende watertaxi. In het geval van eensnelheidsbeperking kan een watertaxi simpelweg niet meer naar behorenfunctioneren. Dat is gewoonweg omdat deze boten niet voor lagesnelheden zijn gemaakt. Dat betekent ook dat na zonsondergang demensen op Ameland opgesloten zitten, met alle gevolgen van dien. Er zijntal van mensonterende situaties bekend waarbij een watertaxi de uitkomstwas geweest. Zo vond er enkele weken geleden op Ameland eenzedendelict plaats met een minderjarige. Voor het slachtoffer en de ouderswas het onmogelijk om ’s avonds nog naar een politiebureau op hetvasteland te gaan. Ze moesten daarnaartoe, want het politiebureau opAmeland was dicht. Uit angst voor een boete van de politie moest dewatertaxi dit verzoek afwijzen. Het kromme hier is dat het nota bene depolitie zelf was die contact opnam met de watertaxi. Zelfs de politieondervindt in de dagelijkse praktijk dus last van deze regels. De lijst metschrijnende gevallen is eindeloos. Dit gaat over mensen die in alle spoedaan wal moeten komen, bijvoorbeeld omdat hun naasten betrokken zijngeraakt bij een ernstig auto-ongeval. De watertaxi zou een uitkomstkunnen zijn, maar die mag niet vertrekken vanwege wat regels.Voorzitter. De onmacht die mensen op zulke momenten hebben, is echthartverscheurend. Dat is echt onacceptabel voor de PVV. We horen graaghoe de Minister het mogelijk gaat maken dat de watertaxi weer in denacht gaat varen. We willen niet horen dat de Minister aan het wachten isop het rapport van de OVV. De aanbevelingen daarvan implementeert umaar op een later moment. U kunt vandaag al de eerste stappen zettenom te kijken naar wat wel kan. Dit is namelijk ook het motto van hetkabinet. Als dit ook echt het motto is van het kabinet, dan kan de Ministerdit vandaag waarmaken.Dank u voor de tijd.De voorzitter:Dank u wel. U heeft nog een interruptie van de heer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Ik vind dat motto van dit kabinet altijd wel mooi. Kijken wat wel kan; datbevalt me goed. Eigenlijk is mijn concrete vraag – ik kan er veel woordenaan vuil maken, maar dat hoeft niet – of dat ook geldt voor Kornwer-derzand.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46812 De heer Heutink (PVV):Dat moet meneer Stoffer aan het kabinet vragen. Het is het motto van hetkabinet, niet van de PVV.De heer Stoffer (SGP):Ik heb de indruk dat de PVV zich niet totaal afkeert van dit kabinet, maardan stel ik gewoon de vraag aan de PVV-fractie. Vindt de PVV-fractie ookdat bij Kornwerderzand alles op alles gezet moet worden om dat daar welte realiseren? Dan bedoel ik dus niet dat je het misschien beperkt tot eenpaar bruggen enzovoorts waardoor je over een paar jaar denkt: haddenwe nu maar gewoon dat hele project in één keer goed opgepakt in plaatsvan voor de helft.De heer Heutink (PVV):Laten we daar duidelijk over zijn. Kijk, het zou natuurlijk een ontzettendgemiste kans zijn op het moment dat we alleen die brug zoudenaanpakken en niet de sluis. Ik ben er ook geweest. Dat was twee wekengeleden. Of was het vorige week? Ik weet het niet eens meer. Ik hoor deheer De Hoop zeggen dat het twee weken geleden was. We zien ook datuitbreiding van die sluis gewoon nodig is. Maar daar wil ik wel bij zeggen:ik heb geen zak met geld achter op mijn rug hangen, en Minister Madlenerheeft ook geen geldboom in zijn tuin groeien waarmee hij dit in één keerkan betalen. We weten allemaal dat alles veel duurder wordt. Dus ja, ik zalde Minister zeker willen aanmoedigen om te kijken wat wel kan, zeg ik inde richting van meneer Stoffer, maar ik kan ook niet het onmogelijke vanhem vragen.De heer Pierik (BBB):Ik wil toch één stap verder gaan: is de PVV dan wel bereid om na tedenken over de mogelijke dekking om dat op Kornwerderzand mogelijk temaken?De heer Heutink (PVV):Ik wil over alles nadenken, maar ik ga nu niks toezeggen.De voorzitter:Dat was een helder antwoord. Dan zou ik de heer Heutink willen vragenom het voorzitterschap tijdelijk over te nemen, zodat ik de bijdrage kanleveren namens de VVD-fractie.Voorzitter: HeutinkDe voorzitter:Helemaal goed. Dan geef ik nu het woord aan de heer De Groot van defractie van de VVD.De heer Peter de Groot (VVD):Dank, voorzitter. Net als vele andere collega’s draagt de VVD de maritiemesector een warm hart toe. Er is veel te bespreken, maar heel veel isvandaag ook al ingebracht door de collega’s hier. Ik heb dus een aantaldingen geschrapt, maar ik wil toch beginnen over de scrubbers. In hetvorige commissiedebat Maritiem heb ik namelijk een toezegging gehadvan de voorganger van deze Minister over het neutraal houden van detechniek rondom scrubbers. Ik zou de Minister toch willen vragen om daareen antwoord op te geven, want de VVD-fractie heeft dat nog niet kunnenvinden.Dan, als tweede, Ameland. Daar is ook al veel over gesproken, maar ik wilme graag even concentreren op de veerdienst. De veerdienst heeftnamelijk heel veel moeite met de dienstregeling tijdens laagwater. Ookdeze week worden er weer afvaarten geannuleerd, terwijl de afvaartenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46813 eigenlijk al heel beperkt zijn. Dat komt doordat de vaargeuldiepte eenprobleem blijft, ondanks het baggeren. Ik wil daarom graag weten wat deMinister gaat doen om dat te verbeteren. Hoe gaat de Minister deprestaties van het baggeren verbeteren? Mijn tweede vraag is: hoe staathet met het traject waarbij wordt gekeken of de huidige veerdienstroutekan blijven waar die is? Of moeten er andere maatregelen komen, zoalseen vertrek vanaf Ferwerd? Graag hoor ik wat de stand van zaken isdaaromtrent.Dan over de watertaxi’s. Daar is het ook al veel over gegaan. Ik wil graagnog aan de Minister vragen waarom hij geen traject kan starten om tekijken hoe de watertaxi’s wel veilig kunnen terugkeren, ondanks het feitdat hij – dat weten we allemaal – wacht op de bevindingen van het OVV.Al deze vragen zijn belangrijk – dat is hier ook al gememoreerd – voor demensen op Ameland, die zitten te wachten op betere bereikbaarheid. Datgeldt niet alleen voor Ameland, maar natuurlijk breder ook voor debereikbaarheid op de Wadden. Daar kan ook de watertaxi een grote rol inspelen. Het zit hem dan vooral in het feit dat we er nu voor kiezen dat debereikbaarheid in uren teruggaat, terwijl de wens is dat het aantal urenwordt uitgebreid. Die wens leeft ook breed hier in de Kamer.Voorzitter. Dan kom ik bij het volgende onderwerp. De VVD vindt hetbelangrijk dat de basiskwaliteit van het vaarwegennet in Nederland weergegarandeerd wordt. Collega Heutink had het daar ook al over. Er is veelachterstand in de natte infrastructuur. Er is sprake van verzakkende sluizenen slecht onderhoud aan bruggen. Rijkswaterstaat stopt bijvoorbeeld vooronbepaalde tijd met de bediening van de scheepvaart bij de brugUitwellingerga over de hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl. Dit soortincidenten maken het voor de binnenvaart steeds moeilijker. Uiteindelijkgaat het daarmee ook gevolgen hebben voor onze economie. Ook deaanleg van nieuwe infrastructuur, zoals de sluizen bij Kornwerderzand, dievandaag al heel vaak zijn genoemd, loopt niet op rolletjes. Dat is zorgelijk.Daarom vraag ik of de Minister met een prioriteitenplan kan komen voorhet onderhoud en de aanleg voor een vaarwegennet. En ja, geld isschaars; dat hebben we ook al gehoord.Voorzitter. Dan nog een onderwerp dat nog niet aan de orde is geweest,naar aanleiding van mijn ingediende motie aan het begin van dit jaar. Dieging over de reisregie op havens en havengebieden. Wat betreft destrategische ruimte voor havens wil ik allereerst een compliment gevenaan de Minister, namelijk voor het ingrijpen in Amsterdam-Noord om tevoorkomen dat scheepswerf Damen moest verdwijnen voor woningbouw.Woningbouw is belangrijk, maar we willen ook aantrekkelijk blijven voorbedrijven in onze havens, helemaal gelet op het feit dat de circulaireeconomie en andere innovaties veel meer ruimte nodig hebben dan debedrijvigheid die we nu kennen.Dan heb ik nog een vraag over de regierol. Wat de VVD betreft is het nogniet genoeg. In de NOVEX rondom het Noordzeekanaalgebied is deopgave namelijk nog niet klaar, met name als Amsterdam wil gaanbouwen in het zuidelijk havengebied. Hoe gaat de Minister de regiedaarop verder opvoeren? Hoe kijkt de Minister bijvoorbeeld aan tegen hetverplaatsen van de haven naar de Houtrakpolder? Wat betekent dat voorde strategische reservering die daar nog steeds voor nodig is?Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Hartelijk dank voor uw inbreng. Ik zie dat er geen interrupties zijn. Ik geefdus graag weer het voorzitterschap aan u terug.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46814 Voorzitter: Peter de GrootDe voorzitter:Dank u wel. Ik zal dan even informeren tot wanneer er een schorsingnodig is. Tot 15.00 uur? Dan gaan wij voorafgaand aan de eerste termijnvan de kant van het kabinet, van de Minister, schorsen.De vergadering wordt van 14.38 uur tot 15.06 uur geschorst.De voorzitter:Wij zijn verheugd dat de Minister weer terug is, net als de ondersteuning,voor de beantwoording in de eerste termijn aan de kant van het kabinet. Ikzou dus willen voorstellen dat we daar snel naartoe gaan. Ik geef deMinister het woord.Minister Madlener:Dank u wel, voorzitter. Ik stel voor om de beantwoording in blokjes tedoen. Ik zal even opnoemen welke blokjes dat zijn. Het eerste blokje is dewatertaxi. Het tweede blokje is de binnenvaart. Het derde blokje isinfrastructuur. Het vierde blokje is zeevaart. Het vijfde blokje is overige.De voorzitter:Dank voor het delen van de blokjes. Ik zou aan de leden willen voorstellendat we de Minister bij elk blokje eerst de beantwoording laten afmaken endat er dan gelegenheid is voor het stellen van aanvullende vragen overdat blokje. Wat zullen we zeggen? We beginnen met vier interrupties. Wehebben wel even de tijd. Ik wil de Minister verzoeken om aan te vangenmet het eerste blokje.Minister Madlener:Dat is het blokje watertaxi. Allereerst: het is altijd weer hartverwarmendom te horen dat iedereen in deze commissie een warm hart heeft voor dezeevaart en de binnenvaart. Dat hebben alle fracties eigenlijk gemeen. Datwas ook zo toen ik zelf nog aan de andere kant van de tafel zat. Iedereenheeft warme gevoelens bij schepen en bij de geschiedenis van dezeevaart. We zijn allemaal toch wel een beetje trots op de zeevaart. Dat isaltijd fijn om te horen. Ik wil als Minister ook uitstralen dat wij blij zijn metalle schepen, die veel voor ons kunnen vervoeren. Denk aan vissen ennoem maar op. Nederland kan niet zonder; wij zijn echt een waterland.Laten we dus ons best doen om dit te behouden en, waar dat kan, teverbeteren.Dan de watertaxi van de Wadden. Die eilanden moeten natuurlijk goedbereikbaar zijn. Een watertaxi is natuurlijk heel specifiek handig als je snelnaar de overkant moet. Daarom leeft dit enorm. Verschillende fractieshebben ook vragen gesteld over die bereikbaarheid. Dan gaat het vooralom het snel varen in de nacht. Ik heb begrepen dat dit ook aan de orde isgesteld bij het recente werkbezoek.Wij vinden bereikbaarheid ook zeer belangrijk. De watertaxi is natuurlijkeen uitstekend middel. Ik hoop dat we een oplossing kunnen vinden voorde problematiek rondom het snel varen. Het is wel zo dat in het donkersnel varen, sneller dan 20 kilometer per uur, nooit toegestaan is geweest.Het is niet zo dat dit sinds het ongeluk niet meer mag; het heeft nooitgemogen. Het is altijd onveilig bevonden. Het is dus niet zo dat we nu metiets nieuws bezig zijn. Het is gewoon niet veilig. Het OVV-onderzoek isonlangs afgerond. We zijn nu aan het studeren op een reactie daarop. Diezal ik snel naar de Kamer sturen. Je ziet dat ook de OVV zegt: sneller varendan 20 kilometer per uur staat echt op gespannen voet met het verbeterenvan de veiligheid. Dat moet wel gezegd worden. Watertaxi’s zijn natuurlijkkleine voertuigen van minder dan 20 meter. Die bieden weinigTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46815 bescherming bij een ongeval. 40 kilometer per uur – dat is de wens vansommige ondernemers – is best hard op het water.Daarnaast is de Waddenzee aangewezen als beschermd Natura2000-gebied en hebben we ook te maken met regelgeving op het gebiedvan natuurbescherming. Dat is nu eenmaal een beperking. Het ministerieheeft, in overleg met alle belanghebbenden in de regio, wel enkelepraktische afspraken gemaakt om de veiligheid te bevorderen, bijvoor-beeld het melden van het aantal opvarenden bij vertrek en melden welkeroute men kiest als men afvaart. Er wordt ook met de Waddenbesturenoverlegd over een aantal specifieke verruimingen van het begrip «nood».We hebben net van de PVV-fractie over een voorval gehoord. We gaangoed kijken of we meer onder «nood» kunnen laten vallen. Want noodbreekt wet, zou je kunnen zeggen. Bij nood moet je natuurlijk sneller devaste wal kunnen bereiken.Daarnaast mogen schippers van de KNRM per 1 januari 2026 oefenenvoor reddingsoperaties. Ook daarbij mag worden afgeweken van demaximumsnelheid. Ik bekijk ook of we dit voor andere maritiemehulpverleners kunnen regelen. Daar ben ik dus mee bezig. Voor het eindevan het jaar wil ik vervolgafspraken maken en de Kamer daaroverinformeren.Dan kwam de PVV-fractie met een mogelijke oplossing, namelijk om dieboten aan te wijzen als veerpont. Via de motie-Pierik is mij gevraagd ofdie watertaxi’s als veerpont aangemerkt kunnen worden. Uit hetonderzoek van IenW begrijp ik dat het begrip «veerpont» helaas niet op dewatertaxi is toe te passen. Het is dus toch geen oplossing. Op grond vantechnische aspecten zal een snelvarende watertaxi in twee categorieënvallen, met tegengestelde verkeersregels. Als je een watertaxi alsveerpont aanmerkt, krijgt hij voorrang op alle kleine schepen enmedewerking van alle grote schepen. Een watertaxi is juridisch echter ook«snel schip»; dat moet juist voorrang verlenen aan alle schepen. Datverhoudt zich dus niet met elkaar. Het zou ook betekenen dat er aan boordvan de watertaxi strengere technische en personele eisen zouden gaangelden. Het ministerie heeft in overleg met alle belanghebbende partijenin de regio wel enkele praktische afspraken gemaakt om het veilig varenop de Waddenzee te bevorderen, bijvoorbeeld dat bij vertrek het aantalopvarenden en de route gemeld worden. Dat heb ik net al gezegd. Dieboot als een veerboot aanmerken zien we dus niet als een oplossing.Hoe gaat de Minister de prestaties van het baggeren in de vaargeulverbeteren? De bereikbaarheid van de Waddeneilanden is natuurlijk zeerbelangrijk. Daarvoor is het van belang dat de bevaarbaarheid van devaargeulen geborgd is. Vanwege de verzanding en het sneller dichtslibbenvan de vaargeulen nemen de baggerwerkzaamheden de laatste jaren toe.Dat is het duidelijkst zichtbaar in de vaargeul Holwerd-Ameland. Hierwordt namelijk continu gebaggerd om de bereikbaarheid van het eiland teborgen. Door dat toenemen van het baggeren stijgen natuurlijk ook dekosten van het vaargeulonderhoud. Hoewel dit een relatief klein deeluitmaakt van de totale bodemberoering, heeft dit de nodige ecologischegevolgen; de ecologie staat onder druk. Aangezien de verzanding van deWaddenzee naar verwachting zal aanhouden, is het van belang om tekijken hoe het baggeren slimmer kan. Daarnaast is in de Agenda voor hetWaddengebied 2050 afgesproken om minder te gaan baggeren. Voor hetbevaarbaar houden van de vaargeulen is Rijkswaterstaat verantwoor-delijk. Rijkswaterstaat zoekt continu naar mogelijkheden om het baggerenwaar mogelijk te verminderen en efficiënter uit te voeren. Tot zover hetblokje watertaxi.De voorzitter:We gaan bij het reageren het rijtje van de leden af. Ik kondig u vast aandat ik ook vervolgvragen heb. We gaan even bekijken hoe we dat handigkunnen doen. Ik wil beginnen met de heer Pierik.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46816 De heer Pierik (BBB):Ik ben nog niet helemaal tevreden met het antwoord van de Ministerwaarin hij zegt dat dat de watertaxi niet aangewezen zou kunnen wordenals kleine veerpont. In onze motie stond «in overleg treden met». In hetwerkbezoek op Ameland hebben we gehoord van mensen die heel erg terzake kundig zijn dat vooral de nautische vereisten voor een kleineveerpont en een watertaxi vergelijkbaar zijn. Er zijn in ieder geval slechtskleine aanpassingen nodig om die upgrade van een watertaxi naar eenkleine veerpont te kunnen realiseren. Ik vraag me af of alle informatie weluitgewisseld is. Misschien kan de Minister even aangeven hoe dat overlegheeft plaatsgevonden en aangeven op welke punten die maken dat deovergang niet mogelijk is, de watertaxi afwijkt van een veerpont.Minister Madlener:Ik vond de beantwoording die ik net gaf, juist heel overtuigend. Ik zeinamelijk dat voor een veerpont andere regels gelden dan voor een kleineboot. Een snelle boot verleent voorrang aan een langzame boot. Als wedaaraan gaan tornen, wordt de duidelijkheid natuurlijk totaal doorbroken.Ik vond het antwoord eerlijk gezegd zeer overtuigend. Ik heb me hieronlangs in moeten verdiepen. Toen dacht ik: ja, het is natuurlijk echt geenoplossing om die kleine boten dan ineens als veerboot aan te merken.Overigens zullen ook die strengere eisen die voor de bemanning zoudengelden, niet helpen. Ik zie hierin helaas niet echt een oplossing.De heer Pierik (BBB):Dan heb ik toch nog een vervolgvraag. Wij kregen tijdens het werkbezoektoch echt totaal andere signalen. Mensen die dagelijks met zo’n watertaxivaren, konden heel eenvoudig maatregelen nemen voor een upgrade naareen kleine veerpont. De volgende vraag is nog niet beantwoord. Heeft deMinister ook daadwerkelijk contact gehad met dergelijke ondernemers?Misschien kan ik daar nog wat over terughoren.Minister Madlener:Ik wacht even op een briefje met het antwoord van het ministerie. In dejuridische werkgroep is overleg geweest met de ondernemers. Er is duscontact geweest, maar ik kan niet tot een ander antwoord komen. Ikbegrijp de wens en de genoemde oplossingsrichting, maar ik deel diegewoon niet. Ik denk dat het niet verstandig is om het te doen.De heer Soepboer (NSC):Ik moet maar gewoon eerlijk tegen deze Minister gaan zeggen dat het mijtoch een beetje verbaast. Voor iemand die onderdeel uitmaakt van hetkabinet dat als motto heeft «kijken wat wél kan» roept deze Minister nuwel veel dingen die níet kunnen. Volgens mij is de vraag eigenlijk heelsimpel. Of het nou een watertaxi of een veerboot moet worden, of wat mijbetreft een vlot, u geeft het maar een naam. De vraag aan u is echter: hoekan het wél? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat het kan? Het lijkt mij nieteen heel ingewikkeld vraagstuk: er is een eiland en er is een vaste wal, ener moet van A naar B en van B naar A iets mogelijk zijn. Dat moet middenin de nacht in wat volgens mij niet het drukst bevaren gebied van de helewereld is; het is niet het Suezkanaal. Ik vraag aan u: hoe kan het wél?De voorzitter:Hoe kan het wél? De Minister.Minister Madlener:Mijn antwoord is: het kán; als je 20 kilometer per uur vaart, kun je ’snachts gewoon een taxidienst aanbieden. Het kan dus wél, maar er is nugeen ondernemer die die dienst aanbiedt. Dat is een ander punt. Het isechter niet onmogelijk; je mag gewoon met een taxidienst ’s nachts 20Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46817 kilometer per uur varen. De ondernemer heeft er zelf voor gekozen om datniet meer te doen, omdat het als onveilig wordt geclassificeerd. Het is niettoegestaan om harder dan 20 kilometer per uur te varen. Vroeger werd datmisschien weleens een beetje gedoogd, maar nu is gewoon gebleken dathet onveilig is. Het is natuurlijk ook aan de ondernemer om zelf dat risicoaf te wegen. Deze ondernemer wil die dienst kennelijk ’s nachts nietaanbieden omdat het wellicht niet rendabel is. Hij kan die keuze maken,maar is het dus niet onmogelijk.De heer Soepboer (NSC):Dat begrijp ik, maar het gaat mij om spoedsituaties waarin het snellerevaren dus wel noodzakelijk is. U zegt net dat we een uitzondering makenvoor de KNRM. Kunt u niet kijken of er gronden zijn om nog een andereuitzondering te kunnen maken? Hoe kunnen we er dus met elkaar voorzorgen dat het op een goede manier geregeld wordt?Minister Madlener:Dat heb ik zojuist al toegezegd. We zijn bezig om te kijken waar we datbegrip «noodsituatie» kunnen uitbreiden zodat de situatie die dePVV-fractie net noemde, wel valt onder het begrip «noodsituatie». Je magdus ’s nachts in een kleine snelle boot 20 kilometer per uur varen. In eennoodsituatie moet het mogelijk zijn om daarvan af te wijken en dus tochsneller te varen. We zijn dus bezig om het begrip «noodsituatie» wat uit tebreiden zodat schrijnende gevallen niet meer voorkomen. De KNRM kandaar gebruik van maken. De gewone, normale, oversteken zullen ’s nachtsin het donker gewoon met 20 kilometer per uur moeten plaatsvinden.De voorzitter:Ik kijk even verder. De heer Stoffer hoeft niet het woord. De heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Allereerst: ik ben verrast te constateren dat deze Minister toch grenzenstelt en aan maximumsnelheden doet, al is het hier dan niet op de weg.Het is in ieder geval toch iets waar ik rekening mee kan houden bij debegrotingsbehandeling. Wellicht liggen er wat dat betreft toch kansenvoor mijn partij. Nu even zonder dollen, want de bereikbaarheid vanAmeland is een serieuze zaak. Ik vind het helemaal prima dat de Ministerweer met de regio in gesprek gaat, maar dit speelt al meer dan twee jaar.Al ruim twee jaar liggen er moties van mijn hand, van de BBB en van deVVD – dat is dus echt van het brede politieke spectrum – die aangeven datwe de bereikbaarheid van Ameland belangrijk vinden en dat we willen dater een oplossing komt. Minister Harbers heeft vorig jaar al meerderekeren brieven geschreven waarin hij aangaf dat hij bezig was met eenMIRT-verkenning, Vervolgonderzoek bereikbaarheid Ameland. Dan zou jetoch zeggen dat er op het ministerie al best wel veel ligt. In die brievenstaat dat men daar voor de zomer van 2024 een besluit over had willennemen. Eigenlijk is mijn vraag aan de Minister dus heel simpel. Waar is hijnu tegenaan gelopen? Wat maakt dat deze Minister meer tijd nodig heeftterwijl Minister Harbers eigenlijk bereid was om voor het zomerreces eenbesluit voor de MIRT-verkenning 2030 te nemen? Wat is er in de tussentijdgebeurd?Minister Madlener:Die MIRT-verkenning gaat over het verleggen van de vaargeul vanHolwerd naar Ferwerd. Dat is eigenlijk een ander onderwerp; dat gaat nietzozeer over de watertaxi. Ik ben bezig om daarover te gaan besluiten. Datzal niet zo heel lang meer duren, maar ik kan er nu nog niet op vooruit-lopen. Ik vind de bereikbaarheid van Ameland heel belangrijk. Ik wil inieder geval dat het er niet op achteruit gaat. We zijn nu aan het studerenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46818 op de vraag hoe we de komende tijd de aanbesteding gaan vormgeven.Dat komt er dus aan.Ik hoor de wensen uit de Kamer over de watertaxi en wellicht zullen ermoties overwogen worden. Ik vind het alleen heel moeilijk om toe tezeggen dat ik zal toestaan om maar harder gaan varen, aangezien datonveilig is of door de OVV onveilig wordt geacht. Kijk, we hebben geziendat 130 op de snelweg veilig kon. ’s Nachts 40 kilometer per uur varenvindt de OVV echt niet veilig. Ik wil dus graag nog een keer met deondernemer in kwestie om de tafel gaan om te bekijken hoe we kunnenzorgen dat hij z’n diensten wel ’s nachts, of als het donker is, aan kanbieden. Ik kan echter niets toezeggen. Als uw Kamer het mij vraagt, zal ikwel vragen om terughoudend te zijn. De veiligheid van het vervoer isnatuurlijk belangrijk.De voorzitter:Dank u wel. De heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dan is het gewoon mijn fout: het zijn twee verschillende dingen. Tegelij-kertijd is het goed om te horen dat de Minister ook druk bezig is met dieMIRT-verkenning. Die is namelijk ook belangrijk voor de bereikbaarheidvan Ameland. Maar dan toch over de kwestie waar we het nu overhebben. Die speelt al twee jaar. Ik hoor eigenlijk nog steeds van deMinister dat er nog steeds geen mogelijkheden gezien worden om diemaximumsnelheid op te rekken. Ik vind ook dat de veiligheid voorop moetstaan, maar we hebben het hier wel over grote problemen met debereikbaarheid. Mijn vraag gaat specifiek over die 20 meter. Kan deMinister nog een keer toelichten waar dat onderscheid ’m in zit, enwaarom een schip kleiner dan 20 meter die snelheid niet mag hebben eneen groter schip wel? Ik kan dat namelijk zelf moeilijk invoelen.Minister Madlener:Een groot schip wordt door de mensen uit de zeevaart toch veiliger geachtvoor de passagiers. Het gaat ook om de manier waarop je op zo’n bootvastzit. Grotere boten zijn van zichzelf gewoon veiligere boten. Datonderscheid is natuurlijk altijd subjectief, want 20 meter is ook maar eengetal. Het is nou eenmaal zo. Het is ook niet de reden waarom die dienstniet meer wordt aangeboden. Op de andere eilanden worden namelijk alshet donker is nog wel diensten zoals een watertaxi aangeboden, maar danmet 20 kilometer per uur. We gaan studeren op een reactie op deuitspraak van de OVV. Natuurlijk ga ik kijken hoe het wel mogelijk is. Ik zalook contact opnemen met de ondernemer in kwestie om te kijken of hijnog mogelijkheden ziet om het wel te realiseren. Dat wil ik dus ooktoezeggen. Ik kan echter nu niet zeggen: laten we gewoon maar hardvaren in het donker. Dat vind ik namelijk niet verantwoord.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Kan er dan ook gekeken worden wat er dan bijvoorbeeld mogelijk is omwatertaxi’s van een meter of 20 te gebruiken? Het is niet de bedoeling datje dan een hele veerpont hebt, maar dat je op een andere manier eenconcessie kan inrichten om die bereikbaarheid overeind te houden. Jedoet het dan op een andere manier dan overdag. Je kijkt op creatievewijze naar mogelijkheden om die bereikbaarheid op een veilige manierhopelijk overeind te houden. Denkt de Minister daar ook over na?Minister Madlener:Ik wil natuurlijk met alle mogelijke creativiteit kijken hoe het wél kan. Datis namelijk het motto van deze regering: kijken naar wat wel kan. We gaannu eerst het OVV-rapport bestuderen. Dat rapport geeft natuurlijk albelangrijke tools voor wat verantwoord is en wat niet. Ik wil contactTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46819 opnemen met de ondernemer om te kijken of daar ideeën zijn. Het gaat ernatuurlijk ook om of iets rendabel is; het is niet verboden om die dienstenaan te bieden, maar als er geen klanten zijn, dan snap ik dat een onder-nemer dat niet doet. Het kan zijn dat klanten denken «met 20 kilometer peruur vind ik die oversteek te lang duren; ik zie ervan af». Die oversteekduurt dan inderdaad twee keer zo lang. Het is een kilometer of acht, heb ikgehoord, dus met 20 kilometer per uur doe je er ongeveer 25 minutenover om naar de overkant te komen. Dat heeft een prijs. Als er genoegklanten zouden zijn, dan zou er zeker een ondernemer zijn die die dienstzou aanbieden, maar kennelijk wordt dat niet rendabel geacht. Het is aande ondernemer zelf om daar wel of niet van af te zien.Maar ik beloof de Kamer a het OVV-rapport te bestuderen en daar eenreactie over aan de Kamer te sturen, en b met de ondernemer in kwestiete gaan spreken om te kijken hoe het wel kan. Ik ga ook met de regiospreken, want ik heb goed contact met alle besturen rondom de Wadden.Ik weet zeker dat ook zij deze dienst heel belangrijk vinden en in allecreativiteit mee willen denken over hoe het wel kan. Het uitgangspunt isdat we die dienst tot stand willen brengen, maar er moet dan wel eenondernemer zijn die het ziet zitten en er moet vraag naar zijn vanuit hetpubliek. Nou, dat laatste zal wel, denk ik, zeker in de wintermaanden, alshet om ongeveer vijf uur donker is.De heer Heutink (PVV):Ik denk dat er geen enkele ondernemer is die deze watertaxi met plezierzal aanbieden. Het zijn namelijk geen reguliere klanten die gebruik moetenmaken van die watertaxi; die is er om uit pure, pure, pure noodzaak, metspoed, als er echt iets ernstigs is gebeurd, de oversteek te maken. Het zijndus geen reguliere klanten. Uit nood is zo’n verbinding noodzakelijk.Ik ga de Minister een handje helpen, want ik vind het eerlijk gezegdontzettend jammer dat we zo hard moeten trekken om maar wat toezeg-gingen uit de Minister te krijgen. Ik zie hem nu wel wat bewegen, maar ikga hem toch een handje helpen, want het was deze Minister die in debeantwoording van de feitelijke vragen van het Mobiliteitsfonds zelf al eenoplossing heeft gegeven. Ik begrijp niet dat hij die oplossing hier vandaagniet noemt. Hij heeft gezegd dat er wel degelijk ’s nachts buiten deuitzonderingsposities harder gevaren kan worden, zodra er een wijzigingkomt van de Regeling snelle motorboten Rijkswateren 1995 en er daarnaeen omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Waarom hebben we datnog niet gedaan? De Minister had dit toch in de ministerraad kunnenvoorstellen nadat wij die feitelijke antwoorden hebben gekregen? Hij hadtoch kunnen zeggen: ik ga die regeling nu wijzigen en ik ga hemvoorhangen aan de Kamer? Dan had deze Minister daadwerkelijk kunnendoen wat wel kan! Dus nogmaals de vraag aan de Minister: waarom doetu het niet op deze manier, zoals u eigenlijk zelf heeft voorgesteld? Ik vindhet absurd dat ik dat hier moet voorleggen, maar ja.Minister Madlener:Omdat het niet veilig is. Zo simpel is het. We hebben net een OVV-rapportontvangen waarin staat dat het niet veilig is om in het donker harder dan20 kilometer per uur te varen met deze schepen. Dus dan kan ik welzeggen dat ik de maximumsnelheid toch ga verhogen, maar dat is nietverantwoord. Zo simpel is het. We gaan hiernaar kijken. We gaan met deondernemer in gesprek, we gaan het OVV-rapport bestuderen en kijkenwat we wel kunnen doen, en – ik heb het net toegezegd – we gaan denoodsituaties, zoals die waar de PVV-fractie net over begon, uitbreidenzodat je de overkant kunt bereiken als je in redelijke nood verkeert. DeKNRM kan dat ook, dus we geven vrijstellingen. Dat doen we wel beperkt,maar wel met het uitgangspunt dat alle noodgevallen zoals u die netnoemde, gedekt zijn. Daarmee doe ik toch een behoorlijke toezegging, zouik zeggen. We gaan ook met de Waddenbesturen in gesprek over hoe zijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46820 creatief kunnen kijken of daar ook nog ideeën leven. Er is dus absoluutgeen sprake van onwil. Ik denk dat ik u heel erg tegemoetkom door dienoodsituaties uit de breiden. Maar u kunt mij niet vragen om diemaximumsnelheid ’s nachts te verhogen tot 40 kilometer per uur terwijldat niet verantwoord is.De heer Heutink (PVV):Zoals ik net al aangaf, ben ik blij dat de Minister een beetje onze kant opbeweegt. Daar ben ik blij mee. Maar het is natuurlijk lastig uit te leggen.Aan de ene kant hebben we dus het OVV-rapport, waar echt – dat geloof ikoprecht – belangrijke maatregelen in staan die moeten worden genomenom aan de veiligheid te voldoen. Het is lastig uit te leggen waarom we hetOVV-rapport wel naast ons neer kunnen leggen bij noodsituaties, maar inandere gevallen niet. Dat is toch krom?Minister Madlener:Ik vind de regel «nood breekt wet» juist helemaal niet krom; die is heelbelangrijk. Het gaat om noodsituaties. In noodsituaties maak je eenandere afweging als het gaat om veiligheid. In noodsituaties gelden erandere regels. Die zijn juist bedoeld om die noodsituaties het hoofd tekunnen bieden. Maar als we dit gewoon vrijlaten en zeggen «ga maar inde nacht varen met 40 kilometer per uur» terwijl dat niet veilig is, dan kunje wachten op andere noodsituaties. Dat willen we absoluut niet. Wehebben gezien waar dat toe kan leiden. Ik vind het dus onacceptabel datmij op dit moment gevraagd wordt om dat zomaar te doen, zonder oogvoor de veiligheid. Ik ben de Minister van de hoge snelheden, hè, dus hetis geen onwil. Het gaat hier echt om veiligheid. Maar nogmaals, we gaanstuderen, we gaan het aantal noodsituaties uitbreiden – de KNRM kan hetook doen – dus we zorgen dat die noodsituaties echt gedekt zijn. We gaanmet de ondernemer in kwestie kijken hoe we hier wel mee verder kunnen.De voorzitter:Dank u wel. Dan wil ik het voorzitterschap weer even overdragen aan deheer Heutink, want ik heb ook een aantal vragen op dit thema.Voorzitter: HeutinkDe voorzitter:Een vraag aan de Minister van de heer Peter de Groot, namens de VVD.De heer Peter de Groot (VVD):Ik wil graag als eerste nog een vraag stellen over de watertaxi. Ik hoor deMinister zeggen: ik ga vast in gesprek met de ondernemers en ik ga vastaan de slag om te kijken hoe ik op een veilige manier de watertaxi kanterugbrengen om de bereikbaarheid van de eilanden, van Ameland, teverbeteren. Ik zou graag het volgende aan de Minister mee willen geven,en ik hoor ook graag een reactie van hem daarop. Kijk ook naar hoe deconcessie nu wordt uitgevoerd richting Ameland. Ik heb namelijk metondernemers gesproken op Ameland, en die geven aan alle dagjes-mensen kwijt te zijn. Want als je pas om elf uur op het eiland kan zijn, enje moet er om drie of vier uur alweer vanaf, dan ga je niet meer een dagjenaar Ameland. De stelling van de VVD is dus dat er wel degelijk ruimte isvoor een dergelijk businessmodel voor watertaxi’s, als die concessie maarruim genoeg is, ook in verhouding tot de lopende concessie. Hoe kijkt deMinister daarnaar? Kan hij dat ook meenemen in de gesprekken die hijvoert over een wat ruimer palet als het gaat om de bereikbaarheid van heteiland?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46821 Minister Madlener:Als het gaat om de concessie van de huidige veerdienst moet ik verwijzennaar de Staatssecretaris. Hij is verantwoordelijk voor het vervolg van dieconcessie. Die concessies lopen natuurlijk over een aantal jaar af, en wezijn nu al voorzichtig aan het kijken hoe we dat gaan insteken. Ten aanzienvan de watertaxi’s – dat is natuurlijk ook een hele belangrijke dienst – is ergeen sprake van een concessie; daar is sprake van vrij ondernemerschap.Dat is dus een ander verhaal. Maar goed, de watertaxi kan natuurlijk ookeen prachtige mogelijkheid zijn om dagjesmensen over te zetten. Dat isnog leuk ook, met een klein bootje naar de overkant. Ik wil er natuurlijkalles aan doen om dat te bevorderen, maar het is uiteindelijk aan hetondernemerschap zelf om daar een goede dienst voor aan te bieden.De voorzitter:Dit leidt tot een vervolgvraag van de heer Peter de Groot. Gaat uw gang.De heer Peter de Groot (VVD):Als er voldoende dagjesmensen komen, dan komt het wel goed met diedienst, zou ik zeggen. Ik ga op een ander antwoord van de Minister in,over de vaargeul. Ik ben helemaal niet tevreden over dat antwoord. Devaargeulproblematiek moet op de korte termijn opgelost worden en ermoet ook een oplossing komen voor de langere termijn. Over de kortetermijn hoor ik de Minister alleen maar de situatie uitleggen. Ik heb daarook gestaan. Ik heb ook gezien dat het heel ondiep is. Ik heb ook geziendat de dienstregeling vervalt omdat er niet gevaren kan worden, omdat eronvoldoende gebaggerd wordt. De concrete vraag aan de Minister is devolgende. Hoe gaat hij ervoor zorgen dat het baggeren beter gaat en datde vaargeul, wat mij betreft 20 meter naar links en 20 meter naar rechts,beter wordt weggebaggerd, zodat in ieder geval die dienstregelinguitgevoerd kan worden? Dat is gewoon de concrete vraag.Minister Madlener:Ik heb gesproken met de baggeraar. Ik heb begrepen dat er een vaargeulvan 50 meter moet worden vrijgemaakt van ten minste 4 meter diep. Erzijn beperkingen aan waar je dat zand mag lozen, er zijn beperkingen aande diepte en het zand vloeit uiteindelijk natuurlijk weer terug in dievaargeul, dus het is een continu proces om die vaargeul schoon tehouden. Het zijn ook regels die zorgen voor belemmeringen. Debaggeraar heeft ook aangegeven: ik zou liever wat dieper baggeren, wantdan hoef ik wat minder vaak te baggeren; dan heb je een betere dienstver-lening. Ik wil dus graag kijken naar de regels hieromtrent om te zien ofdaar iets in tegemoet gekomen of verbeterd kan worden. Aan de anderekant is het een Natura 2000- en een UNESCO-gebied, dus dat beperkt onsook. Het zit daar dus een beetje klem. Ik wil kijken of ik ergens nog ruimtekan vinden, maar de huidige concessie moet natuurlijk wel goed wordenuitgevoerd. De huidige baggeraar moet gewoon zijn werk doen volgensafspraak. Dat is natuurlijk onze opdrachtDe voorzitter:Even kijken of dat nog leidt tot een vervolgvraag van de heer Peter deGroot.De heer Peter de Groot (VVD):Ik hoor een kleine toezegging dat de Minister zich ervoor gaat inspannendat de concessie beter wordt uitgevoerd. Dat is dus voor nu welvoldoende. Ik zou nog wel een andere vraag willen stellen, namelijk overde oplossing voor de lange termijn. De Minister zegt dat hij gaat kijkenwat hij gaat doen met die zogenaamde startbeslissing voor Ferwerd. Ikzou de Minister eigenlijk willen vragen: waar wacht u op? Als we nog heeleven wachten, slipt het dicht en dan is het eiland helemaal niet meer teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46822 bereiken. Die startbeslissing moet dus vandaag al genomen worden. Duswaar wacht u op, of heeft u een motie nodig van de Kamer om diebeslissing te nemen? Dat zou ik graag van de Minister willen weten.De voorzitter:Waar wacht u op, Minister?Minister Madlener:Ja, een andere vaargeul is mogelijk en misschien ook wel verstandig,maar het kost wel een kwart miljard om die vaargeul te verplaatsen. Enook dan heb je nog geen 100% zekerheid, want het Waddengebied is zeerdynamisch. De huidige vaargeul ligt er al tientallen jaren, zo niet langer. Ervindt iets meer verzanding plaats, maar het is niet zo dat het enorm stijgt.We zijn op dit moment dus aan het bestuderen wat er mogelijk is. Kunnenwe de huidige vaargeul behouden voor de komende concessie of niet?Daar zitten ook financiële consequenties aan. Ik ben nog niet zover dat ikdaar een beslissing over kan nemen. U zult nog even geduld moetenhebben. Als u een motie heeft, dan hoor ik dat wel. Dan zien we het wel.De voorzitter:Dank u wel, Minister. Voordat u verdergaat met uw betoog, geef ik graaghet voorzitterschap weer terug aan de heer Peter de Groot.Voorzitter: Peter de GrootDe voorzitter:Dank voor de beantwoording, Minister. Ik zou u willen vragen om met hettweede blokje te starten.Minister Madlener:Het tweede blokje is de binnenvaart. Dan begin ik met een vraag van deheer Stoffer over de emissie-eisen voor kleine schepen en uitzonderings-posities met betrekking tot de technische eisen. Dat gaat niet omemissie-eisen, maar om technische eisen. Het ministerie heeft in overlegmet de sector in kaart gebracht welke technische bepalingen inaanmerking zouden kunnen komen voor een uitzondering. Op basisdaarvan zal samen met andere lidstaten op internationaal niveau eenvoorstel worden uitgewerkt voor een algemene regeling voor kleineschepen tot 55 meter. Dat geldt niet voor schepen tot 80 meter, helaas,maar voor de kleine schepen zijn we daarmee bezig. Hoe gaan we ervoorzorgen dat niet alleen de kleinste schepen, tot 55 meter, maar ook deschepen tot 80 meter daaronder vallen? Er is geen draagvlak bij de anderelidstaten om ook die categorie uit te zonderen, maar wel voor de schepentot 55 meter. Het glas is halfvol. Ik ben in ieder geval blij dat we daarvooriets kunnen doen aan die technische eisen.De subsidieregeling motorvervanging is ontoereikend. Daarover was erook een vraag van de heer Stoffer. De Subsidieregeling VerduurzamingBinnenschepen is ontzettend populair. Volgend jaar zal er eenmogelijkheid zijn om die aan te vragen. Daarvoor is 19 miljoenbeschikbaar. Als er meer wordt aangevraagd dan er beschikbaar is, zal erworden geloot. Er is niet voor gekozen om de leeftijd van de motor mee tenemen. Dat is ook omdat de leeftijd niet alles zegt over de milieubelasting.En het maakt het erg ingewikkeld om het op die manier te gaan verdelen.Als het overtekend wordt, is loting dus volgens ons de beste en effi-ciëntste manier om te bepalen wie er in aanmerking komt.Dan kom ik bij de heer Soepboer. Hij vroeg: welke mogelijkheden ziet deMinister om de regeldruk in relatie tot verduurzamingsmaatregelen teverlagen? Bij het opstellen van wet- en regelgeving is het belangrijk deregeldruk zo laag mogelijk te houden; daar zijn we het over eens.Transparantie en voorspelbaarheid zijn belangrijk om de opgave vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46823 verduurzaming te laten slagen. We nemen de maatregelen stap voor stap,zodat ondernemers zich erop kunnen instellen. De subsidies die er zijn enkomen, worden opgesteld in samenspraak met de sector, zodat we zo veelmogelijk service kunnen bieden aan ondernemers.Een grote slag in de energietransitie in deze sectoren is nodig, zegt defractie van GroenLinks-PvdA. We willen naar zero emissie, en hoe gaanwe dit bereiken, vragen zij. Voor de binnenvaart zet ik in op nagenoegemissieloos in 2050. Dat duurt gelukkig nog eventjes. Hierbij wordtinternationale regelgeving opgesteld. Binnen de EU is er al regelgeving.Voor de zeevaart wordt er over maatregelen binnen de InternationaleMaritieme Organisatie onderhandeld. Tegelijk zetten we in op nationaalbeleid voor het stimuleren van de energietransitie. Dat doe ik met hetMaritiem Masterplan en de gelden uit het Klimaatfonds voor beidesectoren.Dan is er nog een vraag van de PVV-fractie. Die vraagt: waarom zijn ergeen overtredingen in fase 1 van het verbod op varend ontgassen? Destoffen die per 1 juli zijn verboden, werden al nauwelijks varend ontgast.De markt heeft zich voor deze stoffen zodanig aangepast dat wordtgeprobeerd dezelfde stoffen te vervoeren, waardoor varend ontgassenhelemaal niet meer nodig is. De ILT, de handhaver, heeft in het toezichtwel andere overtredingen rondom varend ontgassen geconstateerd. Hetging om ontgassen in dichtbevolkt gebied, overtredingen van de Wetvervoer gevaarlijke stoffen en het Europees verdrag over het vervoer vangevaarlijke stoffen in de binnenvaart. Er zijn dus wel wat overtredingengeweest, maar het is gelukkig niet massaal geweest. Dat is goed nieuws.Dan is er nog een vraag van de heer Heutink van de PVV: hoe zit het metde uitrol van de ontgassingsinstallaties en hoe speelt die mee in fase 2?Vanuit de sectorpartijen krijg ik het signaal dat het niet drukker is dannormaal bij aanbieders van ontgassingsdiensten. Er zijn geen langewachttijden. Dat komt voornamelijk doordat de markt zich aangepast heeftaan het verbod. Door steeds diezelfde stof te vervoeren, hoef je niet teontgassen. Er zullen wel nog meer installaties beschikbaar komen.Hiervoor zijn drie vergunningsaanvragen ingediend. Het is aan debevoegde gezagen om die te beoordelen.Ik ga verder met de vraag hoe de ILT gaat handhaven op fase 1 en 2 vanhet verbod op varend ontgassen. De ILT maakt gebruik van zogenaamdee-noses – dat zijn snuffelpalen – drones en administratieve controles aanboord om het verbod te handhaven. Dus zo doen we dat.Dat was mijn laatste vraag.De voorzitter:Dank u wel.De heer Stoffer (SGP):Dank aan de Minister dat hij aangeeft dat hij zich wil inzetten voor deemissie-eisen, of eigenlijk de technische eisen, voor schepen tot 55 meter.Ik had eigenlijk een vraag gesteld over de schepen tot 80 meter. Hij zegtdat daarvoor geen draagvlak is bij de lidstaten. Kijk, op die manier zijn weook onze visserij kwijtgeraakt. Ik had van dit kabinet begrepen dat hetnaast het mooie motto dat we vaak hebben gehad, wat robuuster enkritischer wilde zijn op zaken die in de EU spelen. Ik ben dus eigenlijkbenieuwd of deze Minister niet toch nog kansen ziet – volgens mij kan hijdat wel, want hij kwam vroeger altijd robuust over als Kamerlid in dezecommissie – om zich hard te maken in de EU voor die schepen tot 80meter. Ik denk dat dat heel goed zou zijn voor de Nederlandse binnen-vaart. Iemand die hier namens een partij zit die Nederland op één wilzetten, moet daar volgens mij verder mee gaan. Hij is volgens mij al bezigom daar ja op te zeggen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46824 De voorzitter:Dank, meneer Stoffer. Is dat zo, Minister?Minister Madlener:Ik heb begrepen dat dit vraagstuk niet geldt voor internationale vissers-schepen. Die hebben hier geen last van. Het gaat om de Rijnvaartcom-missie. Dat is een internationale commissie. Daar is er geen draagvlakvoor.De voorzitter:Ik weet niet of dat het juiste antwoord is. Het is wel een antwoord, maarhet is niet het antwoord dat de heer Stoffer wilde horen. Die laatstetoevoeging is wel belangrijk. Ik kijk nog even naar de commissie om tezien of er nog andere vragen zijn bij dit blokje. Dat is niet het geval. Wildeu nog iets toevoegen aan de beantwoording, Minister? Anders kunt udoorgaan met het volgende blokje.Minister Madlener:Het derde blokje is infrastructuur. Ik kom dan op Kornwerderzand. Ik hebme daarin mogen verdiepen. Het is inderdaad een enorme kans – datdelen alle fracties – dus als je daar iets moet vervangen, denk je: doe datgelijk toekomstbestendig. Met een bredere sluis geef je veel kansen aanhet hele IJsselmeergebied, en dat is een behoorlijk groot gebied. Ikbegrijp dus de wens om hier een tweeslag in te maken, namelijkvervanging en meteen verbreding. Er hangt alleen wel een enormprijskaartje aan.De heer Stoffer roept mij op om uit de afweerhouding te komen en ommet de regio te kijken hoe ik dat kan regelen. Ik zit niet in de afweer-houding; ik zit juist in een tegenovergestelde houding. Ik zie kansen en ikheb ook overlegd met de regio. Ik weet dat er een wens is bij heel veelgemeenten en provincies in het hele IJsselmeergebied. Er zijn namelijkkansen. Er ligt echter ook een forse financiële opgave. We zijn dus ingesprek. Wij zijn medefinancier van een project van de provincie en wezijn aan het kijken of we hier een oplossing kunnen vinden, maar u weetook dat middelen schaars zijn. Ik moet eerlijk gezegd de afweging nogmaken en ik heb op dit moment nog geen zicht op dekking. We gaan hierechter op terugkomen. Dit was het eind van dit blokje.Dan over het achterstallig onderhoud van sluizen en bruggen. Het lid DeHoop roept op om extra kosten niet zomaar neer te leggen bij deprovincie. Hij vraagt wat we kunnen doen om die werkzaamheden verderte brengen. We hebben gekozen voor instandhouding van de infra-structuur. Die heeft dus ook al bij de vorige regering een duidelijkere plekgekregen. Wij zetten dat voort. Ook bij de vaarwegen kiezen we meer voorinstandhouding. We verzetten de komende jaren dus fors meer werk voorde instandhouding van de netwerken van Rijkswaterstaat en dus ook vanhet hoofdvaarwegennet. Op 17 juni is de Kamer hierover geïnformeerd.Hiermee bieden we meer inzicht in de continuïteit van de opgave engeven we meer ruimte aan Rijkswaterstaat om het werk langjarig en slimvorm te geven, dit in samenwerking met de markt en de bestuurlijkepartners. Over de planning van de werkzaamheden vindt op regelmatigebasis afstemming met decentrale werkzaamheden plaats. We hebben duseen grotere taak. Wat we op de wegen zien, zien we ook in de vaarwegen.Er is veel verouderde infrastructuur en daardoor zijn er meer storingen.We moeten hier dus echt prioriteit aan geven en dat doe ik ook.Wat is het effect geweest van het herprioriteren van het MIRT? Dat is eenvraag van de PVV-fractie. Over het MIRT en de gepauzeerdeMIRT-projecten informeer ik binnenkort uw Kamer middels deMIRT-najaarsbrief. Dan gaan we hierover spreken. Tevens spreken wehierover bij het notaoverleg MIRT op 25 november, nadat ik met de regioTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46825 overleg heb gevoerd. Dat overleg vindt plaats in de BestuurlijkeOverleggen MIRT die allemaal gaan volgen.De VVD-fractie vraagt: kan de Minister een prioriteitsplan maken vooronderhoud en aanleg van het vaarwegennet? We zijn continu bezig om opbasis van de beschikbare middelen voor het hele mobiliteitsprogrammade prioriteiten te bepalen. Ik zal dit onderwerp een grote rol laten spelenin de komende MIRT-overleggen. Ook bij de onderhoudsprojecten wordencontinu prioriteiten gesteld op basis van het belang van de plek van devaarweg en de urgentie die de staat van het object heeft. Vernieuwings-projecten staan ook in het MIRT.Dat was het blokje infrastructuur.De voorzitter:Dan zijn we aangekomen bij de vragen vanuit de Kamer. Even kijken wieals eerste het woord krijgt. De heer Soepboer. Het is wel netjes om hemnu het woord te geven. Volgens mij heb ik ook gezien dat hij de eerstewas, dus laten we het zo doen. De heer Soepboer.De heer Soepboer (NSC):Ja, goed. Ik ben in eerste instantie blij dat de Minister zegt dat hij hetproject Kornwerderzand belangrijk vindt en dat hij naar dekking wilzoeken voor. Ik zou dus ook willen zeggen: zoek dekking! U begrijpt welhoe ik dat dan bedoel. We hebben het er net over gehad hoe ongelofelijkbelangrijk dat is. We hebben gezien hoe andere regio’s in Nederland – ikgun iedereen zijn eigen ding – er heel goed in slagen om geld naar zichtoe te trekken en echt iets moois neer te zetten. Ik noem even Brainport alsvoorbeeld. We hebben heel veel «seaports» en «lakeports» die nu ookvragen om een dergelijke investering. Dit is daarvan een heel belangrijkvoorbeeld. Ik zou de Minister concreet willen vragen: kunt u ons bij uwzoektocht naar dekking garanderen dat het andere belangrijk punt dat hiervandaag op tafel is gekomen, namelijk de bereikbaarheid van de eilanden,daar nooit onder zal lijden? We moeten dus prioriteren. We moeten geldzoeken; alles kost geld. Kunt u toezeggen dat uw zoektocht naar geld voorKornwerderzand niet ten koste zal gaan van dat andere grote belangrijkedat hier vandaag op tafel is gekomen, namelijk de bereikbaarheid van deeilanden en de projecten die daarmee samenhangen? Dat is de concretevraag.Minister Madlener:Ik heb al aangegeven dat de bereikbaarheid van de eilanden heelbelangrijk is. Die mensen zijn daar gewoon afhankelijk van, dus dat magniet verslechteren. Dat is mijn uitgangspunt. Kornwerderzand is een wens.Als we daar de sluis verbreden, geven we extra kansen aan ondernemersin het hele IJsselmeergebied. Dat is natuurlijk een mooie kans, maar demiddelen zijn schaars. In de zoektocht ben ik er nog niet uitgekomen. Ikben benieuwd of de Kamer zelf ook die zoektocht aan het doen is. Daarkunnen we in het MIRT nog op terugkomen. Ik deel de ambities. Hetuitgangspunt voor Ameland is dat het niet verslechtert. Dat zeg ik u hiertoe. Het mag niet verslechteren. Kornwerderzand is een uitdaging. Ik benop zoek naar middelen om die vaargeul toch te kunnen verbreden.De voorzitter:Ik kijk even naar de heer Stoffer. Hebt u ook nog een vraag?De heer Stoffer (SGP):Zeker, voorzitter. Daarom ging ik net op het vorige niet verder in, want danben je zo door je interrupties heen. Uiteraard heb ik ook een vraag overKornwerderzand. Ik vind het mooi dat de Minister zijn houding laat zien,dat hij zegt dat die afweerstand er niet direct is. Ik had toch enigszins deindruk dat de Minister wilde gaan praten als de regio met een extraTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46826 aanbod zou komen. Deze sluis is van belang voor Friesland, heelbelangrijk. Die is heel belangrijk voor Urk, met de maritieme haven diedaar wordt aangelegd, en voor Lelystad, waar bedrijven zich gevestigdhebben. Die is dus belangrijk voor een regio waarvan je denkt: die hebbenecht een stukje economische impuls voor de toekomst nodig. Het is heelbelangrijk om het leefbaar te houden en daar werk te houden. Vandaaggaan we er niet met elkaar uitkomen, dat begrijp ik. Ik heb begrepen datdie raming van ruim 200 miljoen naar net boven of onder de 400 miljoengaat. Ik zou graag willen dat we inzicht krijgen van de Minister voordat wevolgende week de begrotingsbehandeling hebben. Dat hoeft niet tot in depuntjes, maar even op een A4’tje waar nu die enorme stijging in zit. Die zitvoor een deel in de verzilting, maar dat is maar 30 miljoen met watbijkomende kosten. De vraag is waar de rest in zit.Ik heb begrepen – daar zou een deel van de oplossing misschien kunnenzitten – dat in de bestuursovereenkomst die gemaakt is, wordt gesprokenover meerdere varianten, een A- en een B-variant. De ene variant betekentdat grote schepen daar gewoon doorheen kunnen en de andere zou zijndat je er met een ontheffing doorheen gaat. Daar zou een groot stuk vandie kostenpost in kunnen zitten. Misschien ligt daar een optie, want jemoet natuurlijk ook kijken naar wat wél kan. Als dat zou kunnen betekenendat je met elkaar dat gat kleiner maakt en er wel toe komt, denk ik: latenwe met elkaar alsjeblieft in dit land kijken, zoals we altijd hebben gedaan,met die trotse blik op de scheepvaart waar de Minister mee begon, watwél kan. Ik denk dat de regio’s met die variant ook best uit de voetenkunnen. Dan moeten we daar, denk ik, in dit land met elkaar trots naarkijken. De vraag aan de Minister is, één, of hij ons inzicht wil geven in deraming voor volgende week, als we de begroting doen, en, twee, of hijook nadrukkelijk zou willen kijken naar die andere variant, die wellicht dekosten een heel stuk zou kunnen beperken.Minister Madlener:Dat eerste zeg ik graag toe. Ik zal op korte termijn, voor de begroting, eenbrief sturen met daarin een specificatie van de mogelijkheden en dekosten die daarbij horen. Dan kan de Kamer zelf ook op zoek gaan naaroplossingen. Ik heb de variant waar de heer Stoffer het over heeft bekekenen die eigenlijk minder aantrekkelijk gevonden. Het is een variant. Ik hebook niet echt bestuurders gevonden die daar heel erg enthousiast overzijn. Ik weet dus in die zin niet of het een echte oplossing is. Ik zal ’mmeenemen in de brief, in het overzicht.Er zijn vele regio’s die profijt hebben van die bredere sluis. Dat is eigenlijkhet hele IJsselmeergebied. Wij zijn medefinancier van dit project. Het lijktme heel reëel om te kijken wat alle gebieden die hiervan profiteren, alleoverheden, als duit in het zakje kunnen doen om dit toch mogelijk temaken met elkaar. Maar goed, dat is een uitdaging, want ik denk dat wijniet de enigen zijn die met schaarste van middelen en met overschrij-dingen te maken hebben. Dat geldt voor alle overheden die met infra-structuur te maken hebben, ook gemeenten en provincies. Alles wat je nudoet op het gebied van infrastructuur kost meer geld dan begroot. Daarkomt het ongeveer op neer. Dat betekent dat we allemaal op zoek moetennaar geld en dat betekent soms ook dat je de keuze moet maken om ietsniet te doen, om iets anders wel mogelijk te maken. Dat doet altijd pijn.Dat geldt hier ook. Ik wil dus graag op zoek gaan. Ik heb al gezegd dat ikniet in een defensieve stand zit. Juist niet; ik zie de kansen. Ik ben inoverleg met de hele regio om te kijken wat we voor elkaar kunnen krijgen.Het is ook een uitdaging aan de Kamer om te zien of we hier een stap inkunnen maken en welke keuze we maken. Die tweede variant zullen wemeenemen, maar ik ben er wat minder enthousiast over.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46827 De heer Stoffer (SGP):Dank voor in ieder geval de toezegging dat de informatie onze kant opkomt. Ik heb het thuis ook weleens. Dan denk ik «ik wil een hele nieuweBMW», maar dan doe ik toch maar een tweedehands omdat dat iets beterbinnen het gezinsbudget past. Dus soms moet je die kant op. Ik wil hiernog wel iets bij opmerken. De regio pakt natuurlijk al 70 miljoen van ditproject en vanuit het bedrijfsleven komt ook nog eens een keer26,5 miljoen, als ik het goed heb. Het zit in elk geval in die orde vangrootte. Dat was dus ten opzichte van de oorspronkelijke raming de helft.Ik heb pas in de begroting van de provincie Fryslân mogen kijken. Dandenk ik: als je dat vanuit de regio bijdraagt, laat je echt zien dat je het wilt.Dan ga je echt op een maximaal iets zitten. Dus wat dat betreft denk ik:laten we met elkaar echt zien wat die regio zelf al doet. Er komt ongeveer100 miljoen uit de regio zelf. Dat is voor deze regio ongelofelijk veel gelden ik denk dat op ons allen de verplichting ligt – niet alleen op de Minister,maar ook op ons als Kamer – om met elkaar goed te kijken of we dit opeen zo goed mogelijke manier kunnen realiseren. Ik denk dat we daar metelkaar de schouders onder moeten zetten. Ik pak in ieder geval graag dehandschoen op, en ik denk de collega’s ook, de Minister ook en de regioook. Laten we kijken of we met elkaar daar richting het MIRT echt uitkunnen komen. Het zou ons echt sieren, het zou echt Nederlands zijn alswe met elkaar hier gewoon uit kunnen komen.De voorzitter:Ik heb nu allemaal vragen over de bekostiging van die BMW, eigenlijk. Datkunnen we misschien buiten de vergadering even doen.De heer Stoffer (SGP):Als we samen gaan eten samen, hebben we het daar wel over. U hoeftoverigens geen medelijden met mij te hebben, hoor.De voorzitter:Nee, dat geloof ik ook. De Minister.Minister Madlener:Het is waar wat de heer Stoffer zegt. Stel dat je samen iets afspreekt en jezegt: we betalen allebei de helft. Wij kopen samen een BMW. Maar als dieBMW dan ineens geen 200 miljoen blijkt te kosten maar 400 miljoen, danzeg ik: betaalt u dan ook de helft van die 400 miljoen? Of zegt u dan: nee,dat moet jij doen? Het is wel samen uit, samen thuis. Ik wil dus echt inoverleg met de regio over wat we allemaal bij kunnen dragen. Het gaatme echt niet om precies vasthouden aan fiftyfifty, maar we moetenallemaal ons best doen – dat doe ik ook – bij het kijken of we het tochmogelijk kunnen maken. De regio heeft aangeboden – daar zijn ze ook mebezig – om te kijken hoe zij ook hun bijdrage kunnen leveren. De ambitie isecht om dit mogelijk te maken, maar we zijn er nog niet. Het gaat toch omeen heleboel miljoenen, die we nog niet hebben. Zo simpel is het ook. Hetis dus een uitdaging voor u, voor ons, voor de regio. We gaan met z’nallen kijken waar we kunnen komen. Ik ben nog steeds wel enigszinshoopvol, hoor. Het is niet zo dat ik het helemaal niet zie zitten, maar wemoeten wel keuzes maken. U kunt mij niet vragen om alles te doen. Datgaat gewoon niet.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Tegelijkertijd is het natuurlijk wel zo dat de Minister wat betreft definanciën toch echt wel een andere uitgangspositie heeft dan lokaleondernemers en een provincie, die echt minder hebben en die toch heelserieus commitment hebben. Dat genoemd hebbend zou ik in algemenezin wel wat meer over de infrastructuur van vaarwegen willen zeggen. Hetafgelopen jaar maakte onderzoeksbureau Kwink de inschatting dat er voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46828 die infrastructuur jaarlijks een structureel tekort is van 250 miljoen. Naastdie sluis van Kornwerderzand zijn er natuurlijk veel meer projectenwaarbij we, denk ik, al kunnen zeggen dat de geraamde kosten niet meerreëel zijn. Ik heb daar eigenlijk als Kamerlid niet een goed genoeg gevoelbij op dit moment. Ik zou aan de Minister willen vragen of hij specifiekvoor de maritieme sector een soort quickscan zou kunnen maken voor deVoorjaarsnota volgend jaar om voor de projecten waar we nu al meebezig zijn of mee aan de slag willen, in kaart te brengen of de geraamdekosten wel of niet reëel zijn, of we naast de prioritering, waar al vaker naargevraagd is, daar ook een wat helderder beeld van zouden kunnen krijgen.Minister Madlener:De heer De Hoop vraagt of het allemaal nog wel reëel begroot is. Ik hebdaar ook een heel wankel gevoel bij. Er is een enorme bouwinflatie, hetstaal wordt duurder, er is een schaarste aan personeel en noem maar op.We zien een enorme stijging van kosten. Soms zijn de kosten aanvankelijkook onderschat. Soms is er gewoon uitstel waardoor iets duurder wordtalleen al doordat het uitgesteld wordt. Ik heb hetzelfde gevoel als de heerDe Hoop. We hebben niet helemaal voor ogen hoe die tekorten liggen. Ikheb gevraagd op het ministerie om een overzicht te gaan maken van waarwe nu eigenlijk staan, waar we het over hebben. Het zijn tekorten op alleterreinen. De begroting van het project ViA15, waar we net toestemmingvoor hebben gekregen van de Raad van State, dateert nog van tien jaargeleden en nu zitten we met een heel ander prijskaartje. Zo zie je op talvan projecten die kosten stijgen. Dat geldt ook voor gemeenten enprovincies. Iedereen zit in hetzelfde schuitje. En het is ook niet alleenNederland. Je ziet in heel het Westen dat dat zo is. Ik zeg toe dat ik gaproberen om een beter overzicht te geven van waar we nu financieelstaan, zodat we dat bij de Voorjaarsnota goed met elkaar kunnen delen.Dat is gewoon een eerlijk verhaal. Het zal ook niet een leuk verhaal zijn.We hebben allerlei prachtige projecten in voorbereiding en daar zijnprachtige prijskaartjes aan gehangen. Maar of die prijskaartjes nog reëelzijn? Dat is vaak niet het geval.De heer Heutink (PVV):Ik ben blij dat de Minister echt gaat kijken wat hij wel kan doen als hetgaat om de sluis bij Kornwerderzand. Dat is goed om te horen. Ik wil nogheel even terugkomen op een toezegging van de Minister over deMIRT-brief die hij gaat sturen naar aanleiding van de herprioritering vanhet MIRT en het effect daarvan op de maritieme infrastructuur. Ik zou hemgraag willen vragen of hij bij het schrijven van die brief ook even kanbenadrukken wat dan de oplossingen zijn. Ik vind het fijn om te lezen watnou de problemen zijn, dat we die geschetst krijgen, en wat dan het effectis geweest van die herprioritering, maar ik zou graag willen zien dat erdan oplossingen komen of in ieder geval suggesties worden gedaan vooroplossingen. Dan kunnen we daar als Kamer over debatteren met elkaaren de Minister op pad sturen: oké, dit kan niet, dit kan misschien wat later,dit kunnen we wel doen. Dat geeft ons denk ik meer grip op de hele zaak.Ik zeg dat ook om wat ongemak bij mijn collega De Hoop wat weg tenemen. Dan krijgen we wat meer grip op de hele instandhoudingsopgave.Ik denk dat dat het doel is van ons allemaal hier.Minister Madlener:Ja, ik wil dat graag toezeggen. Natuurlijk willen we meer grip. We willenook meer inzicht in waar we nu staan: vallen al de begrote projecten nogbinnen de begroting, hoeveel tekort hebben we eigenlijk? Dat wordt dusniet een heel mooi, leuk verhaal. Dat zal een verhaal worden van moeilijkekeuzes, zeg ik erbij. Maar ik denk wel dat we het moeten doen, want hetheeft geen zin om onszelf voor de gek te houden. We leven nu in een duretijd. We zien het aan onze boodschappenkar, maar we zien het dus ook inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46829 deze projecten en misschien nog wel meer. We zullen dus moeten kijkenwaar we staan. Ik zeg dat graag toe. Ik vind dat ook een van de uitda-gingen in de komende jaren, om te kijken waar de tekorten zitten en hoegroot die zijn, en om dus ook te kijken wat je eraan kunt doen, in de zinvan beheersbaarheid. Kunnen we nog projecten versoberen? Kunnen wemet de uitvoerders, de aannemers in dit land afspraken maken en kijkenof we nog iets kunnen rationaliseren of iets in de aanbesteding kunnendoen? We gaan het allemaal proberen. Dit is gewoon een enormeuitdaging voor de komende tijd. De middelen zijn nu eenmaal schaars,dus we moeten hier echt ons best gaan doen.De heer Heutink (PVV):Volgens mij is dit ook de kern waar het MIRT-debat over zou moeten gaaneind november. Ik wil de Minister vragen om een realistische inschattingte maken van wanneer hij denkt dat hij al deze gegevens op tafel heeft. Ikkan me zo voorstellen dat november dan ineens vrij kort is. Het is devraag of we dan niet iets moeten doen met de planning, maar dat is eenprocedurele zaak. Ik vraag wel aan de Minister om goed te kijken wat ernu concreet op tafel ligt en wanneer hij de Kamer kan voorzien van alleinformatie die zij nodig heeft om de juiste keuzes te kunnen maken.Minister Madlener:Dit is een grote opgave. Het is niet «even kijken». Het zijn natuurlijkallemaal schattingen: we begroten iets, het loopt uit in de tijd, er komenwensen bij, de markt zit tegen. Het zijn allemaal inschattingen van waarwe staan. Als de uitvoering van een project waarvan we nu zeggen dat wehet gaat doen, pas over vijf jaar begint, dan heb je dan toch weer eennieuwe situatie. Het is ook niet echte exacte wetenschap, maar ik denk weldat het goed is dat we die inschatting beter maken – ik denk dat we daarecht een jaar voor nodig hebben en dat we volgend jaar bij de begrotingeen wat reëler beeld kunnen geven – en dat we bij het aanstaande MIRT inieder geval gaan kijken wat we wel kunnen doen. Dat lijkt me eenuitdaging voor ons allemaal. Ik ga mijn best doen en kijken wat we welmogelijk kunnen maken.De voorzitter:Dank u wel. Ik heb namens de VVD ook nog een vraag. Misschien dat wehet even zo kunnen doen, zonder het voorzitterschap over te dragen, wanthet is eigenlijk een aanvulling op de vraag van het lid Heutink. Het gaatover de prioritering: wanneer is nou echt iets nodig? U heeft het gehadover beheersmaatregelen. U heeft het gehad over budgetten. Ik zou vanuitde VVD willen vragen: als u dat doet, komt u dan ook gewoon met welkekeuzes u maakt? Dan is het helder waar we het debat over moeten voerenmet elkaar. De nadrukkelijke oproep vanuit de VVD-fractie is: kom met uwkeuzes, met waar u voor gaat, binnen het op dat moment daarvoorbeschikbare budget. Dan kunnen wij veel scherper het debat voeren overof een meerderheid van de Kamer andere keuzes zou willen maken. Dankomen we volgens mij sneller tot die prioriteitenlijst en tot wat wel en nietkan. Dan kunnen we veel beter duidelijkheid geven over het onderhoud ende instandhouding van onze vaarwegen in Nederland.Minister Madlener:Ik vind het een mooi streven. Ik kan alleen niet toezeggen dat ik bij hetaanstaande MIRT alle keuzes in kaart heb gebracht. Dat is echt gewoon tesnel. We weten nog niet waar we staan. Ik denk dat volgend jaar een goedstreven is. Ik wil wel bij het aanstaande MIRT in ieder geval kijken waar weop dat moment voor kunnen kiezen. Ik wil best kijken hoe concreet we datkunnen maken, want dan hebben we een concreter debat. Ik wil dan aande Kamer vragen of zij als zij met wensen komt ook naar de dekking wilkijken, want dat is dan ook reëel. Het moet wel van twee kanten komen. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46830 heb niets aan allerlei moties van «we vinden alles belangrijk». Natuurlijk isalles belangrijk, maar ik denk dat het van beide kanten wordt gevraagdom keuzes te maken.De voorzitter:Dank u wel.De heer Pierik (BBB):Ik heb toch ook nog een vraag, een beetje in het verlengde van wat deheer De Groot net aanraakte, en dat is de prioritering. Ik was eigenlijk heelblij met de toezegging over Kornwerderzand op het warme pleidooi vande heer Stoffer, en met dat dat ook heel scherp op het netvlies staat bij deMinister. Ik heb een vraag over het afwegingskader voor als we straks dieMIRT-projecten behandelen. Kan de Minister in dat hele afwegingskaderdie cofinanciering vanuit provincies, vanuit ondernemers meenemen? InKornwerderzand komt er 29 miljoen vanuit de ondernemers. Dat zijnsubstantiële bedragen. Kan in het afwegingskader uiteindelijk ook diecofinanciering een cruciale rol spelen? Wordt dat serieus meegenomen?Minister Madlener:Ik wil dat natuurlijk wel proberen. Ik heb de vraag ook al neergelegd bij departners in dit project. Of beter gezegd, wij zijn partner in het project. Wijzijn medefinanciers. Alle belanghebbende partners zijn zich hiervanbewust. Op dit moment wordt er ook gekeken wat iedereen bij kandragen. Ik hoop daarover snel uitsluitsel te kunnen geven. HetMIRT-overleg is ook snel. Ik hoop dat er voldoende tijd is voor allepartners. Ik kan het nog niet toezeggen. Het is een streven en geen hardetoezegging, want ik ben afhankelijk van anderen.De voorzitter:Dank u wel. We zijn toe aan het volgende blokje. Ik zou graag willen delendat de heer Stoffer, de heer Soepboer en de heer Pierik allen nog ééninterruptie hebben. Dat komt ook goed uit als we naar de tijd kijken. Ik zouwillen vragen aan de Minister om de versnelling in te gaan.Minister Madlener:Het volgende blokje is de zeevaart. Wanneer gaan we de offshorewerk-schepen onder de tonnagebelasting en afdrachtvermindering brengen?Over een aanpassing van een financiële regeling kan ik alleen samen metde Staatssecretaris voor Fiscaliteit besluiten. In de gezamenlijke brief vandeze zomer is aangegeven hoe de fiscale regeling uitgebreid zou kunnenworden naar de offshoreschepen. Zo’n uitbreiding heeft wel financiëleconsequenties. Ik zal de komende tijd in gesprek gaan met de Staatssecre-taris voor Fiscaliteit over hoe we daarmee omgaan. Dat was een vraagvan de heer Stoffer.Dan het zeezwaaien. Zeezwaaien is het wegvaren, je viezigheid lozen opzee en weer terugvaren. Waarom gaan we ons niet inzetten voor eenverbod? Het is namelijk wel toegestaan buiten de 12 mijlszone, als ik hetgoed zeg. Ik wil geen nationaal verbod instellen voor het zeezwaaien.Beoordeling door de ILT laat zien dat voor de handhaving veel extra inzetnodig zou zijn, terwijl de effectiviteit van een verbod niet gegarandeerdkan worden. Duitsland heeft wel zo’n nationaal verbod en daar is dehandhaving zeer lastig. Daarom blijf ik liever inzetten op scherpereinternationale lozingseisen, een betere wasprocedure voor chemicaliën-tankers en meer aandacht voor nationale handhaving hierop. Er isgevraagd: wat doen we tegen het bijmengen van afval in stookolie? Ikneem de signalen rondom het bijmengen van afval in stookolie zeerserieus. Dat is natuurlijk iets wat absoluut niet moet gebeuren. Op ditmoment wordt het toezicht van de ILT bemoeilijkt door een gebrek aanduidelijke normen en regels. Daarom bekijk ik nu welke stoffen mogelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46831 geweerd moeten worden uit stookolie. Dat moet niet alleen gebeurenvanwege het milieueffect, maar ook om schade aan een scheepsmotor tevoorkomen. Dat vinden de reders ook belangrijk. Vervolgens zal ikbesluiten of een wijziging van de regelgeving nodig is en de Kamerdaarover informeren. Overigens ben ik bezig met de overgang naar eenduurzamere brandstof voor de scheepvaart, wat het gebruik van stookolieop termijn zal terugdringen.Dan vroegen Stoffer, Soepboer, De Hoop en eigenlijk alle fracties: gaan weons inzetten voor strengere normen voor lozingen om het gebruik vanscrubbers mogelijk te houden? Onderzoek laat zien dat scrubberwaswater-lozingen een negatief effect op de waterkwaliteit hebben; dat is natuurlijklogisch. Tegelijkertijd zie ik dat veel Nederlandse reders de afgelopenjaren in scrubbers hebben geïnvesteerd. Ik deel de wens om internati-onaal op strengere lozingseisen in te zetten, die voor iedereen gelden entechnologieneutraal zijn. Tegelijkertijd zie ik dat er in de landen om onsheen een lappendeken van nationale regels is ontstaan. Dat is juist voorde Nederlandse reders niet handig. Daarom verken ik de mogelijkhedenom de regels in het Noordoost-Atlantische gebied te harmoniseren. Datkan bijdragen aan meer duidelijkheid voor de sector. Ik betrek de sector enandere partijen, zoals de zeehavens, ook intensief bij deze verkenning.Voorzitter. Dan de laatste vraag: wanneer gaan we iets doen aan deuitstoot van zeeschepen? Dat gaat dan om stikstof. Nederland zet zichinternationaal in om de schadelijke uitstoot van schepen te verminderen.De scheepvaartsector is een internationale sector, waarop individuelelanden zeer beperkt invloed hebben. De nieuwste bouweisen voorschepen zijn in 2021 van kracht geworden. De effecten daarvan wordengaandeweg zichtbaar. Nederland doet bij de Internationale MaritiemeOrganisatie voorstellen om de huidige regels effectiever toe te kunnenpassen en te kunnen handhaven. We willen ook tot scherpere eisenkomen. Dit komt ook de handhaving ten goede. We werken hier dus aan.Het gaat wel langzaam. Het is natuurlijk bij uitstek een internationalesector. We kunnen hierin als Nederland niet helemaal alleen opereren.Maar we zetten ons wel in voor internationale eisen.De voorzitter:Tot zover. Ik zie de heer Soepboer heel rustig zijn handje omhoogsteken.Hij twijfelt of hij zijn laatste interruptie hierop gaat inzetten. Hij maaktinmiddels weer een terugtrekkende beweging, zie ik. Dan gaan we doornaar het volgende blokje.Minister Madlener:Dan begin ik bij de heer Soepboer, zie ik. Dus wie weet. Hij vroeg: hoehouden we Nederland aantrekkelijk voor de zeevaart? Dat was de vraagvan de heer Soepboer, maar ook van andere fracties. Ik vind het natuurlijkbelangrijk dat de Nederlandse vlag aantrekkelijk blijft. Hoeveel schepenvaren er ook alweer onder Nederlandse vlag? 1.120 schepen varen onderNederlandse vlag, hoor ik. Dat aantal is niet echt dalende. Ik vind het tochbelangrijk om te zeggen dat er geen enorme leegloop is. Dat willen weook niet, natuurlijk. Ik vind het dus belangrijk dat die Nederlandse vlagaantrekkelijk blijft. Ik span me daarom in om het aantal schepen op peil tehouden. Ik heb vanaf dit jaar 1,3 miljoen extra vrijgemaakt voor verbe-tering van het scheepsregister als eerste stap naar een maritiemeautoriteit. Daarmee investeren we in betere dienstverlening, meerketenregie en een versterking van kennis en kunde om in te kunnenblijven spelen op innovatieve ontwikkelingen. We gaan samen met desector de Sectoragenda Maritieme Maakindustrie uitvoeren; alle actiesdaaruit maken de hele maritieme sector in Nederland sterker. We werkenook aan modernisering van regelgeving. Het doel blijft om een maritiemetoppositie voor Nederland te behouden, net als een duurzame en veiligescheepvaart in Nederland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46832 Wat is nu het tijdpad voor die maritieme autoriteit, vraagt de heer Stoffer.Ik vind een aantrekkelijke Nederlandse vlag als onderdeel van een sterkmaritiem cluster heel belangrijk. Binnen mijn ministerie is, met ingangvan 2024, 1,3 miljoen per jaar vrijgemaakt voor het verbeteren van hetNederlandse scheepsregister, om zo een begin te maken met zo’nNederlandse maritieme autoriteit. Met dat geld werken we aan hetmoderniseren van wet- en regelgeving en het bevorderen van innovaties.Met het beschikbare geld kunnen we stappen maken. In 2025 evaluerenwe de resultaten die we geboekt hebben.Hoe wordt de volgende fase van de vlootvervanging geregeld in debegroting? Er wordt aan de realisatie van de huidige schepen uitvlootvervanging gewerkt. In 2024 is de programmering uitgewerkt vooroverige delen van de vloot. Hierna zal overleg plaatsvinden met deverschillende opdrachtgevers van de Rijksrederij over de dekking van dekosten voor toekomstige begrotingen.De volgende vraag gaat over de maritieme roadmap en het MaritiemMasterplan. Wat gaan we nu echt doen? Wat is het actieplan? Met hetMaritiem Masterplan en de roadmap hebben we de samenwerking tussenoverheden en de maritieme sector versterkt. Het is juist de kracht om alssector en overheid samen te werken aan verduurzaming. IenW heeft210 miljoen euro gekregen voor het gezamenlijk uitvoeren van hetMaritiem Masterplan tot 2033. De subsidieregeling voor demonstratie opschepen is op 1 oktober 2024 gesloten. Ook wordt tegelijkertijd hardgewerkt aan digitale samenwerking en de opleiding van personeel. Deroadmap is afgestemd met de sector en is in juni naar de Kamer gestuurd.De opvolging ervan wordt samen met de sector uitgewerkt.Dan over de rijksregie op havens, de strategische ruimte voor havens, deregierol, NOVEX en het Noordzeekanaal. Hoe kijkt de Minister bijvoor-beeld aan tegen het verplaatsen van Damen? Er zijn allerlei vragen gesteldop het gebied van onze strategie. Rijk, regio en havens voeren in dezeNOVEX-gebieden gezamenlijk de regie op de schaarse fysieke ruimte enmilieuruimte, mede omdat de havens cruciaal zijn voor het goederen-vervoer, de maritieme maakindustrie, de weerbaarheid en de strategischeautonomie. De Minister van VRO staat aan de lat voor de nationalecoördinatie op de ruimtelijke ordening en zal ruimtelijke keuzes latenlanden in de Nota Ruimte. Met scenariostudies wordt de komende tweejaar gekeken naar mogelijkheden voor scheepswerf Damen, waaronderverplaatsing naar de Houtrakpolder of het ADM-terrein. Het heeft dus alonze aandacht en zorgen.Tot zover.De voorzitter:Heeft u daarmee ook het kopje overig gehad?Minister Madlener:Dit was overig.De voorzitter:Dit was overig? Dan zijn we aan het einde gekomen van uw beant-woording. Er zijn nog interrupties. Ik ga allereerst naar de laatsteinterruptie van de heer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Ik vind het mooi dat de Minister zegt dat hij een warm hart heeft voorschepen die onder Nederlandse vlag varen, voor onze Nederlandse vloot.Daar ben ik blij om. Hij zegt: dat aantal daalt niet. Nou ja, het daaltnatuurlijk wel heel licht; dat is ook daling. Maar je moet het ook in brederperspectief zien. Als je met jouw winkeltje hetzelfde blijft doen maaranderen veel meer omzet en winkels krijgen, dan is je marktaandeelsteeds kleiner. Dat is hier, denk ik, aan de hand. Het aantal buitenlandseTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46833 schepen onder buitenlandse vlaggen groeit. Ik zou zeggen: stilstand isachteruitgang. Ik zou de Minister vooral willen vragen of hij kansen zietom het aandeel op z’n minst gelijk te houden, al zie ik dat aandeel hetliefst groeien – misschien kan hij daar nog iets over zeggen, maar hij mager van mij ook volgende week op terugkomen bij de begroting. We boerenachteruit, om het zo maar uit te drukken. Dat is geen scheepvaartuit-drukking, maar een boerenuitdrukking. We boeren dus achteruit. Dat wil ikhier nadrukkelijk neerzetten. Dat moeten we namelijk niet doen, en ik hebook niet de indruk dat de Minister dat wil. Ziet hij dus kansen om deNederlandse vloot op z’n minst hetzelfde aandeel te laten houden, of omdat te laten groeien, wat ik het liefste heb?Minister Madlener:Ik heb in de beantwoording een aantal zaken aangegeven waarin wijkansen zien om dat aandeel in ieder geval op peil te houden en hopelijk telaten groeien. Het gaat hier om marktaandeel, zoals de heer Stoffer zegt:als het aantal schepen gelijk blijft maar je marktaandeel daalt, ben je tochniet goed bezig. De ambitie is om het in ieder geval op peil te houden. Ikzou graag willen voorstellen om de Kamer voor de begroting per brief teinformeren over concrete acties die we ondernemen om dat marktaandeelop peil te houden. Is dat een goede afspraak? Ja? Oké.De voorzitter:Een briefje voor de begroting. Dat is dinsdag vermoedelijk. Dat briefjegaat dus snel komen.De heer Stoffer (SGP):Dat zou heel snelle service zijn. Dat zou geweldig zijn. Als het iets meertijd vergt, zou ik dat niet erg vinden. Maar als het voor dinsdag kan, graag.De voorzitter:We gaan zo die toezegging nog even verifiëren.De heer Soepboer (NSC):Dit zou heel fijn zijn. Dat zou in ieder geval een motie van onze kantschelen. Dit hebben we dan alvast binnen. Kijk, zo is het ook weer mooiwerken.Dan mijn laatste vraag, over het antwoord van de Minister over hetmasterplan en de roadmap. Ik lees in de stukken die de sector ons toeheeft gestuurd dat men blij is dat het er is, maar ik bespeur toch een kleinbeetje een afwachtende houding, zo van: wat is de volgende concrete stapen wat gaan we concreet met elkaar doen? Om te voorkomen dat u en desector elkaar aan gaan kijken: wat is uw concrete eerste stap?Minister Madlener:Ik heb net in de beantwoording een aantal stappen genoemd die ervoorzorgen dat we aantrekkelijk blijven. Juist die roadmap moet natuurlijkzorgen voor aantrekkelijkheid. In de brief die ik net heb toegezegd, ga iknog eens op een rijtje zetten wat we concreet kunnen doen. Ik hoop datdat voldoende is. Als de Kamer dat niet voldoende vindt, hoor ik datgraag, maar er zijn in ieder geval tal van acties. Misschien is het belang-rijkste wel dat we uitspreken met elkaar dat we het belangrijk vinden datde sector op peil blijft in Nederland.De voorzitter:Hiermee zijn we aan het einde gekomen van de beantwoording door deMinister in eerste termijn. We gaan door met de tweede termijn van dekant van de Kamer. We hebben een spreektijd van ruim een minuut, waarik de leden strak aan zal houden, ook gezien de tijd. Ik geef het woord aande heer Pierik.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46834 De heer Pierik (BBB):Dank, voorzitter. Ik ben blij met twee toezeggingen van de Minister: dat hijin gesprek wil gaan met de ondernemers van de watertaxi op Ameland endat hij heel serieus wil kijken naar Kornwerderzand. Toch denk ik dat hetgoed is om nog een tweeminutendebat over dit onderwerp te agenderen,want praten is niet genoeg. Er moet echt actie komen. Er moeten echtdingen voor elkaar gebokst worden, want je helpt de bereikbaarheid vande Amelanders in de donkere uren niet met alleen het verbreden van dedefinitie van wat een noodsituatie is.Er moet dus meer gebeuren. Vandaar dat ik graag een tweeminutendebataanvraag.De voorzitter:Dank u wel. De heer Soepboer.De heer Soepboer (NSC):Ja, in één minuut. Ik zou nog heel veel willen zeggen over de binnenvaart,zoals de binnenvaart filevrij en nog veel meer dingen, maar heb toch hetbesluit genomen om het bij het Waddengebied te houden en bij debereikbaarheid. Het is eigenlijk meer een oproep aan u, want hettweeminutendebat is reeds aangevraagd.De oproep is de volgende. Ik woon daar vlakbij. Ik zie de vele belangen diedaar spelen. Ik zie de belangen van de natuurclubs. Ik zie de belangen vande recreatie. Maar ik zie doorgaans te weinig – dat is dan het pleidooi datik wil houden en dat ik u echt wil meegeven – het belang van de mensendie wonen in dat gebied. Dat zou dan toch mijn oproep aan u zijn: weegdat alstublieft zwaar mee. Dat geldt voor de concessie, dat geldt voor debereikbaarheid, dat geldt voor het baggeren en eigenlijk voor alles wat wedaar doen. Weeg dat nou zwaar mee, want het is een gebied waar mensenwonen. Daar moeten we heel veel zorg voor dragen. Dat is mijn oproep intweede termijn.De voorzitter:Binnen een halve minuut. Dank u wel, Soepboer. De heer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Voorzitter. Eerst dank aan de Minister voor zijn beantwoording en detoezeggingen die hij heeft gedaan rondom Kornwerderzand en het varenonder Nederlandse vlag, waarover informatie onze kant op komt. Ik kannog heel veel zeggen en vragen, maar ik denk dat dat vanmiddag niet heelveel verandert. Daar komt nog een tweeminutendebat voor, alsmede eenbegroting en een MIRT. Ik zie in ieder geval een beweging. Daar ben ik blijom. Ik ben positiever gestemd dan toen ik dit debat in kwam. Diebeweging zie ik en die stel ik op prijs. Misschien ben ik dus wat positieverdan de mensen die zojuist vanuit de coalitie spraken, maar er komen ernog twee, dus dat kan anders worden.We zijn er niet. We moeten echt dingen aftikken, maar het begint methouding en daarna ga je de dingen oppakken. Ik neem de handschoengraag op. Ik snap ook heel goed dat niet alles kan. Daar moeten we metelkaar ook eerlijk over zijn. Er gelden altijd beperkingen. Maar aan deandere kant hebben we – de heer De Hoop en ik spreken elkaar als enigeoppositie hier zo af en toe tussendoor – wel de indruk dat infrastructuur inhet hele akkoord en de begrotingen die nu staan, er ietwat bekaaid van afis gekomen. Dat helpt niet, zeg maar. Maar wij nemen de handschoen open we gaan met opgewekt gemoed verder naar de toekomst.De voorzitter:Dat leidt tot een interruptie van de heer Soepboer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46835 De heer Soepboer (NSC):Meneer Stoffer zegt dat de coalitiepartijen die reeds aan het woord zijngeweest, althans de partijen binnen deze mooie samenwerking, negatiefzouden zijn over de Minister. Ik zou de heer Stoffer eigenlijk willen vragenwaar hij dat op baseert. Ik wil ook even van de gelegenheid gebruikmakenom de Minister te bedanken. Ik vind toch dat hij het weer voortreffelijkheeft gedaan.De heer Stoffer (SGP):Mocht ik die indruk hebben gewekt ... Ik heb namelijk niet gezegd dat hetnegatief is. Ik heb gezegd dat ik nog positiever ben. Dat helpt ook weleens.Het is toch wel mooi dat de heer Soepboer hiermee even heeft gezegd dathij ook tevreden is over die houding. Ik zie de heer Pierik knikken, dusvolgens mij voelt hij zich daar ook bij ingesloten.Dank, voorzitter.De voorzitter:Ik ben toch blij dat de sfeer hier uiteindelijk toch altijd goed is. Er wordtook alweer gelachen. Het zijn serieuze onderwerpen, maar er wordt tochook weer gelachen tijdens een commissiedebat. Dat mag ook genoteerdworden. De heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Dank aan de Minister en de ondersteuning voor de beant-woording. Ik heb veel zorgen gehoord over de bereikbaarheid, deinfrastructuur en het belang van de maritieme sector. Ik denk dat we datmet z’n allen constateren. Wat ik in het debat echt te veel heb gemist, zijnde nadelige effecten van de sector op het milieu. Ik lees in de brieven vande Minister dat hij daar echt te weinig stappen in zet, ondanks moties diezijn ingediend en toezeggingen die zijn gedaan.Dan heb ik het over het verbod op zeezwaaien, zoals in Duitsland. Ik snapniet dat de Minister daar niet meer stappen in zet. Ik snap niet dat er geenverplichting komt om het waswater aan te landen en dat te verant-woorden, wat ze in heel veel landen doen. Ik snap niet dat er geen verbodkomt op het bijmengen van chemisch afval aan stookolie. Ik snap dat echtniet. Waarom is er geen verbod, net als in Singapore? Waarom raak je danniet je licentie kwijt? Dat willen de reders zelf ook. Ik verwacht daar van deMinister echt meer stappen.Het is hartstikke mooi dat hij uniform beleid wil op de vlakken waar datmisschien net wel even uitkomt, maar er moet echt meer gebeuren. Ikverwacht van de Minister, die staat voor de maritieme sector, dat hij ookstaat voor de effecten die dat op het milieu gaat hebben en daar dan ookstappen in zet. Ik zie daar eigenlijk geen beweging van de Minister. Datvind ik jammer. Ik hoop die in de tweede termijn nog wel te zien.De voorzitter:Dank u wel. De heer Heutink.De heer Heutink (PVV):Voorzitter. Ik wil allereerst de Minister bedanken voor zijn reactie. Webegonnen relatief fel aan dit debat. Dat was niet omdat we per se ruziewillen maken met de Minister, maar wel omdat we echt hoopten dat hij inde richting van de eilanders zou gaan bewegen en dat hij de nood die zedaar hebben, ook in de nacht, serieus nam. We snappen de veiligheids-overwegingen. We snappen dat de Minister daar keuzes in moet maken,maar ook wijzend op wat de heer Soepboer net zei: we moeten diemensen niet vergeten. Die mensen wonen daar en werken daar. Soms lijkthet wel dat andere belangen nog veel groter zijn, maar volgens mijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46836 moeten we die echt gelijkstellen aan veiligheid, natuur en noem het op.Dat pleidooi zou ik willen houden richting de Minister: vergeet die mensenniet.Ik ben blij dat u een beweging hebt gemaakt in die richting en dat u gaatkijken wat wel kan. Het kostte even wat moeite en wat getouwtrek, maaruiteindelijk denk ik dat we nu de goede richting op aan het gaan zijn. Daarwil ik de Minister ontzettend voor bedanken.De voorzitter:Dank u wel. Dan draag ik graag het voorzitterschap weer even over voorde tweede termijn van de VVD.Voorzitter: HeutinkDe voorzitter:In tweede termijn is het woord aan de heer Peter de Groot van de fractievan de VVD.De heer Peter de Groot (VVD):Ook namens de VVD-fractie hartelijk dank voor dit debat en de toezeg-gingen die zijn gedaan. De VVD is best positief over de grondige analysedie de Minister gaat doen van de staat van de instandhouding en aanleg,prioritering, budgettering en alles wat komt kijken bij de basiskwaliteit vanhet vaarwegennet in Nederland. Dank daarvoor.Ook dank voor de kleine beweging die de Minister al heeft gemaakt op hetgebied van de watertaxi. Misschien is daar nog wat meer aanmoedigingvanuit de Kamer voor nodig. Ik ga ook even met de collega’s in overleg:wat hebben wij daar nog in te doen?Dan kom ik toch bij het punt waar ik absoluut ontevreden over ben. Datgaat over het openhouden van de vaargeul richting Ameland, nu en in detoekomst. Eigenlijk zegt de Minister dat hij nog niet weet of hij diestartbeslissing voor de verdere toekomst gaat nemen. Als tweede zegt deMinister: ja, dat baggeren, we moeten nog maar eens even kijken;misschien moet er in de toekomst wat minder gebaggerd worden. Ermoet meer gebaggerd worden! Er moet beter gebaggerd worden. Je zietnu al dat het veer minder vaart en dat er uitval is van afvaart. Dan kunnenwe hier in de Kamer toch niet met droge ogen zeggen: we moeten nogeens even naar dat baggeren kijken en misschien gaan we wel minderbaggeren? Er moet meer gebaggerd worden als dat nodig is, zodat demensen op het eiland in ieder geval het eiland nog goed kunnen bereiken,nu en in de toekomst.De voorzitter:Ik ga u even onderbreken ...De heer Peter de Groot (VVD):Dus ik ga afsluiten door te zeggen dat daar misschien nog wel een of tweemoties voor nodig zijn. De tijd is om, zie ik.De voorzitter:Helemaal goed, maar dat is wel direct aanleiding voor de heer De Hoopom een interruptie te plegen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik deel de analyse van de heer De Groot van de VVD volledig. Hij hintte inde eerste termijn ook nadrukkelijk op een alternatief, namelijk Ferwerd. Ikben benieuwd hoe serieus de heer De Groot dat alternatief ziet voor detoekomst. Zegt hij dat de VVD zich daar eigenlijk aan zou willen commit-teren? Als je dit doet, moet er veel meer gebaggerd worden, wat heel veeleffecten heeft op de natuur in een Werelderfgoedgebied. Als we echt eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46837 structurele oplossing willen, is de enige realistische oplossing eigenlijkervoor zorgen dat het vanaf Ferwerd kan. Is de VVD dat met mij eens?De heer Peter de Groot (VVD):Dat moet in ieder geval gestart worden, zodat we kunnen kijken of dat deoplossing is. Anders heb je überhaupt geen alternatief voor de toekomst.We weten wat de situatie nu is. Ik stond zelf op de brug van het veer enwe konden gewoon niet weg. Er was gewoon geen water onder het schipom weg te varen. Dan is het al vijf over twaalf. Dan is het niet voortwaalven; dan is het vijf over twaalf. We weten wat daar elke keer weer inbeweging is. Baggeren is een onnatuurlijke ingreep, ook voor de natuur;dat weten we. Om Ameland bereikbaar te houden, moeten we dus opzoek naar een oplossing die veel natuurlijker is. Voor de VVD is het dusheel helder dat we daarnaar moeten kijken.De voorzitter:Ik zie wat geknik aan mijn rechterkant. Daarmee denk ik dat het voldoendeis. Dan geef ik het voorzitterschap weer terug aan meneer Peter de Groot.Voorzitter: Peter de GrootDe voorzitter:Dank u wel. Dan kijk ik naar de Minister of hij direct over wil gaan totbeantwoording. Ik hoor dat de Minister dat kan, dus ... Hij «hoopt» dat hijhet kan. «Hoop» zit onder andere in de naam van het hoofdlijnenakkoord,dus gaat uw gang, Minister.Minister Madlener:Ik ga mijn best doen. Als het niet helemaal naar tevredenheid is, doen wedaarna gewoon nog een poging. Allereerst dank voor de positievewoorden en de positieve sfeer. Ik heb hierdoor toch een beetje hetvertrouwen dat we met elkaar de goede kant opgaan, want daar gaat hetmij uiteindelijk om. De een wil sneller dan de ander, maar het is belangrijkdat de richting die we opgaan de goede is. Dat is ook mijn inzet.De heer Pierik heeft al een tweeminutendebat aangevraagd, dus ik benbenieuwd waar de Kamer dan mee komt. Ik vind aanmoedigende motiesaltijd heel belangrijk en ik voer ze ook graag uit, maar dat moet natuurlijkwel kunnen. Ik vraag dus wel altijd: kijk ook goed naar de financiële kantvan de zaak.De heer Soepboer zegt dat het belang van de bewoners zwaar moetworden meewogen. Dat vind ik ook belangrijk. Ik heb al gezegd datachteruitgang voor mij niet bespreekbaar is. Ik ben zelf nog niet zover omte zeggen dat een nieuwe vaarweg bij Ferwerd echt noodzakelijk is omdeze huidige vaarweg, die al zo lang bestaat, te vervangen. Het gaat omeen heel fiks bedrag. Een kwart miljard euro is heel veel geld en daarmeekun je ook andere dingen doen. De besparing op het baggeren is nietzodanig dat het deze investering financieel rechtvaardigt. Dat zeg ik er dusbij. Ik snap wel dat je hiermee wellicht de zekerheid kan vergroten als hetgoed uitpakt, maar ik moet er ook bij zeggen: het wonen op een eilandheeft ook ongemak. Dat moeten we ook met elkaar vaststellen. Het heeftvoor- en nadelen. Het is prachtig om op een eiland te wonen. Ik vind ookdat het niet slechter moet worden. De vaarweg is verbreed in 2011 of2012, uit mijn hoofd. Die vaargeul ligt er al heel lang. Je kunt met je autooversteken. Ik blijf me inzetten voor de bewoners; dat wil ik maar zeggen.Dan zie ik een interruptie van de heer Soepboer.De voorzitter:Die zie ik ook. De heer Soepboer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46838 De heer Soepboer (NSC):De Minister zegt nu: het wonen op een eiland is een ongemak. Dat vind iktoch wel een uitspraak die mij een klein beetje pijn doet. Ik hoop dat deMinister dat in ieder geval anders bedoeld heeft. Je zou ook kunnenzeggen: het wonen in een stad heeft ongemak. Overal heeft wonen hetnodige ongemak, maar we zorgen er wel met elkaar voor dat we datongemak zo veel als mogelijk wegnemen, zodat we daar kunnen blijvenwonen. Ik zou het de eilanders gunnen dat het niet alleen een vakan-tieoord is voor mensen met een hele ruime beurs, maar dat de mensendie daar al sinds jaar en dag wonen er ook kunnen blijven wonen. Dat iseen recht dat zij hebben en niet een ongemak.Minister Madlener:Zo heb ik het ook bedoeld. Je kiest zelf je woonplaats of je bent ergeboren en voelt je gebonden aan de woonplaats. Maar het blijft eeneiland. Het kan niet zo zijn dat ... De verbinding tussen het vasteland eneen eiland is nooit een snelweg. Er is de laatste jaren al best wat gedaan.De vaargeul is verbreed in 2011. Er is op dit moment een bepaalde serviceen dienstverlening door Wagenborg. Ik snap dat dat niet altijd helemaalop-en-top is. Waar we dat kunnen verbeteren, wil ik dat zeker proberen. Enhet baggeren kan wellicht beter, maar ook daar hebben we met regels temaken die dat dan wel weer in de weg staan. Zoals ik al heb gezegd, magde vaargeul maar 4 meter gebaggerd worden. Dat is een beperking. Als jehet baggermateriaal maar zoveel meter weg mag gooien of magverplaatsen, is dat een beperking. Ik wil daar graag naar kijken, maar wehebben ook te maken met een UNESCO-gebied en Natura 2000. Dat zitelkaar soms wel een beetje in de weg. Maar goed, ik heb al gezegd datachteruitgang voor mij geen optie is. De huidige concessie voor dekomende tijd lijkt me dus een mooi minimum voor de bewoners. Ik zeg:een minimum. Als het verbeterd kan worden, dan graag. Als daar eenwatertaxi bij kan komen, dan natuurlijk heel graag. We gaan de kwestierond «noodzaak» verbeteren. Als het echt om nood gaat, moet daar ook inde donkere uurtjes een betere verbinding komen. Dat zijn allemaalverbeteringen. Begrijp me dus niet verkeerd. We moeten niet doen alsofer daar een snelweg is. Op een eiland wonen heeft voor- en nadelen,inderdaad net zoals dat geldt voor wonen in de stad. Niet iedereen woontgraag in een stad, maar er zijn mensen die dat juist heerlijk vinden. Zoheeft iedereen zijn eigen afweging. Ik bedoelde het dus absoluut nietdenigrerend of zoiets. Het is gewoon de realiteit van de omgeving.Achteruitgang is echter geen optie; laten we het daarover eens zijn.Dan het zeezwaaien. Er werd gezegd: verbied het gewoon. Ik heb daar netwel uitgebreid bij stilgestaan, dacht ik. Duitsland heeft geprobeerd omzeezwaaien nationaal te verbieden en dat blijkt niet succesvol. Wij zettendus toch liever in op betere handhaving en een internationale aanpak. Hetis natuurlijk een internationale bedrijfstak; die schepen varen niet alleen inNederland. We moeten er dus ook voor uitkijken dat we hier niet komenmet nationale koppen op wetgeving waardoor de hele bedrijfstak nadeelkrijgt ten opzichte van buitenlandse scheepsdiensten. Die afwegingmoeten we maken. De beweging is goed en we investeren veel inverduurzaming. Er is een enorme ambitie om in 2050 tot op een bepaaldehoogte uitstootvrij te zijn. Ik ben er eigenlijk veel positiever over dan deheer De Hoop. Maar goed, we zijn het erover eens dat er veel werk aan dewinkel blijft.Dan de opmerking van de VVD over «meer baggeren». Meer baggerenheeft dus zijn beperkingen. Ik ben op dit moment aan het kijken hoe detoekomst voor die vaargeul eruit kan zien. Of meer baggeren eenoplossing is, hangt ook af van de milieuregels. We moeten hier dus eenafweging in maken. Het betekent financieel wel een zware last als we devaargeul willen verplaatsen naar Ferwerd; dat kost een kwart miljard. Daarzitten ook wel veel andere nadelen aan, zoals dat er dan gevaren moetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46839 worden door een natuurgebied. Ook dat is dus een afweging, ookfinancieel. Ik wil dat maar meegeven, want ik zie dat de VVD zich op eenmotie over dit onderwerp beraadt. Maar goed, dat gaan we zien. Laten wein ieder geval kijken hoe we het voor de mensen op de eilanden beter enniet slechter kunnen maken. Dat is mijn uitgangspunt. Ik hoop dat datvoor u voldoende is.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Met alle respect, maar de Minister is maar op één deel van mijn vraagingegaan. Dat waren de zeezwaaiers. Ik heb echter breder, over meerderemilieuaspecten, vragen gesteld. Die gingen over de bijmenging met gif enchemicaliën. En ik heb het nog gehad over het waswater van scrubbers. Ikheb hier dus veel breder vragen gesteld. Ik vind de beantwoordingdaarvan gewoon niet afdoende.Minister Madlener:Er is hier toch wat terughoudendheid om nationale regels te stellen voorzo’n internationale bedrijfstak. We moeten echt uitkijken dat we ons nietuit de markt prijzen, want we willen ook met elkaar dat die Nederlandseschepen onder Nederlandse vlag blijven varen. Handhaving is daarin ooknog een punt. Wij zetten toch echt liever in op internationale afsprakenmet onze Noord-Europese vrienden. Ik kan op dit moment de heer DeHoop hierin dus niets toezeggen.De voorzitter:Heeft de heer De Hoop nog een reactie?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Heel kort. Als je het bijvoorbeeld hebt over het waswater van scrubbers,dan klopt dit volgens mij gewoon niet. Zelfs als je geen verbod wil, kun jeeen verplichting opleggen om het waswater aan te landen en dat teverantwoorden. Dat doen België, Duitsland, Scandinavische landen enFrankrijk. Ik vraag dus geen dingen die andere landen niet doen. Wat mijbetreft schetst de Minister hiermee echt een verkeerd beeld.De voorzitter:Ik geef de Minister heel even de tijd om kort te overleggen met zijnondersteuning.Minister Madlener:Ik heb toch enigszins goed nieuws voor de heer De Hoop, want bij deinternationale afspraken die we maken wordt op dit moment in deverkenning precies die maatregel meegenomen. Begin volgend jaar kan ikuw Kamer informeren over hoe we dit wellicht internationaal kunnen gaanafspreken. Het is dus ook weer niet zo erg als het net leek.De heer Heutink (PVV):Wat gaan we nu precies afspreken? Kan de Minister even iets concreterzijn over wat er dan precies wordt afgesproken in die internationaleafspraken? Dat heeft hij er namelijk net niet bij verteld.Minister Madlener:Ik zal u per brief informeren wat we precies doen bij die internationaleafspraken. Dat lijkt me het verstandigst. We maken dan even eenoverzichtje van wat onze inzet is voor die internationale afspraken; dankunnen we daar snel goed van gedachten over wisselen.De voorzitter:Wanneer komt dit naar de commissie toe?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46840 Minister Madlener:Het sturen van zo’n overzicht van onze inzet hoeft, denk ik, niet zo lang teduren. Ik kijk even mijn ambtenaren aan. Wanneer zouden we dat briefjekunnen geven? Dat kan volgende week al.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik vind het fijn om dan een brief te krijgen over die inzet, maar dan zou hetook fijn zijn als we voor het volgende commissiedebat Maritiem een briefkrijgen over de uitkomsten en over de vraag hoe wij ons dan verhoudentot die andere landen.Minister Madlener:Dan moet dat overleg Maritiem na begin volgend jaar zijn. Dan hebben weer namelijk uitsluitsel over. Klopt dat? Dan gaan we dat proberen.De voorzitter:Zoals de agenda van de commissie er nu uitziet, is het volgende commis-siedebat Maritiem volgend jaar. Dan noteren we die toezegging aldus. Ikkijk even rond. De vragen bij de leden zijn op. Dat is hartstikke mooi. Ik wilde Minister danken voor de beantwoording in de tweede termijn.Dan rest ons nog de administratie, de toezeggingen. Allereerst wil ikzeggen dat het lid Pierik van de BBB een tweeminutendebat heeftaangevraagd. We hebben verder de volgende toezeggingen.–De eerste toezegging is dat de Minister de Kamer vóór de begrotings-behandeling, dat is volgende week, 8 oktober aanstaande, per briefinzicht geeft in de gestegen kosten in de raming voor de verbredingvan de sluis Kornwerderzand. Hij reflecteert in die brief ook op anderevarianten die in de bestuursovereenkomst zijn genoemd. Dat is eentoezegging aan het lid Stoffer. Dat gaat lukken, want de heer Stoffergaf zelfs de ruimte om het langer te laten duren. O, ik hoor dat dat voordeze toezegging niet geldt. De heer Stoffer is wakker. Heel goed.–De volgende toezegging. De Kamer wordt voor de behandeling van debegroting geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot deinstandhoudingsopgave van de maritieme infraprojecten. Dit is eentoezegging aan De Hoop, Heutink en De Groot. Het is eigenlijk eentoezegging aan de hele commissie. Laten we hem zo maar noteren.Het gaat dan over de begroting van volgend jaar.–De volgende en derde toezegging. De Minister zal de Kamer voor debegrotingsbehandeling van 8 oktober aanstaande per brief informerenover welke concrete acties er worden ondernomen om het marktaan-deel varen onder Nederlandse vlag gelijk te houden. Dat is ook eentoezegging aan de heer Stoffer.Hier geldt voor de heer Stoffer de coulance met betrekking tot de tijd. Hetzou ook prima zijn als we de toezegging zo mogen houden.Minister Madlener:De toezegging was: zo mogelijk voor de begrotingsbehandeling. Als hetzo geformuleerd wordt, gaan we ons best doen.De voorzitter:Ja, die ruimte heeft u ook gehad van de heer Stoffer.–De laatste toezegging. Voor het volgende commissiedebat wordt deKamer schriftelijk geïnformeerd over de inzet van Nederland voor deinternationale afspraken met betrekking tot waswater van de scrubbersen overige milieuaspecten. Dit is een toezegging aan de heer De Hoop.Het gaat over het overzicht en de uitkomst van de gesprekken.Dan zijn we rond. Ik kijk even naar de leden. Is alles opgeschreven,genoteerd en voor elkaar? Dan zijn we aan het einde gekomen van ditcommissiedebat Maritiem.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46841 Ik wil uiteraard eerst, ook namens de commissie, alle mensen op depublieke tribune die vandaag voor het debat zijn gekomen hartelijkdanken. Ik wil ook de mensen die het op afstand hebben gevolgd hartelijkdanken. Ik dank de Minister en de ondersteuning voor hun komst.Uiteraard dank ik ook de griffie, de ondersteuning van vandaag en deleden voor het debat. Dan sluit ik hierbij het commissiedebat Maritiem.Dank u wel.Sluiting 16.41 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 46842
Gerelateerde bronnen
- Maritiem
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 3 oktober 2024, over Maritiem
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.