KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over Geannoteerde Agenda informele Milieuraad 28-29 april (Kamerstuk 21501-08-992)

8 mei 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 3bb5ac92688235ac · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-08MilieuraadNr. 995 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 8 mei 2025 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een aantalvragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Infra-structuur en Waterstaat over de brief van 22 april 2025 over GeannoteerdeAgenda informele Milieuraad 28–29 april (Kamerstuk 21 501-08, nr. 992).De vragen en opmerkingen zijn op 23 april 2025 aan de Staatssecretarisvan Infrastructuur en Waterstaat voorgelegd. Bij brief van 8 mei 2025 zijnde vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,P. de GrootAdjunct-griffier van de commissie,Coco Martin kst-21501-08-995ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9951 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reacties van debewindspersoon Algemeen1.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de geannoteerde agenda voor de Informele Milieuraad op28 en 29 april 2025. Wel willen deze leden erop wijzen dat het de zoveelstekeer is dat de geannoteerde agenda voor een milieuraad op het laatstemoment naar de Kamer wordt gestuurd. Wat was de oorzaak van devertraging? De deadline voor dit schriftelijke overleg moest er zelfsviermaal door worden verschoven. Deze leden vragen de Staatssecretarisdan ook met klem om de stukken in het vervolg echt eerder naar deKamer te sturen. Deze leden moeten voldoende tijd hebben om zich voorte bereiden, de antwoorden te bestuderen en vervolgens te beoordelen ofzij een tweeminutendebat naar aanleiding van die beantwoordingnoodzakelijk achten. Met deze werkwijze kunnen zij hun controlerendetaak niet goed vervullen.AntwoordHet kabinet erkent het belang van het tijdig sturen van stukken naar deKamer en betreurt dat het toesturen van de geannoteerde agendavertraging heeft opgelopen. Er was een aantal politieke discussiepuntenover de inhoud van de geannoteerde agenda. Het kabinet zal zich inzettenom in de toekomst te voorkomen dat stukken te laat naar de Kamerworden verstuurd en daarbij rekening houden met het op 24 april door deKamer gedane verzoek1.2.Tot slot roepen de leden van de D66-fractie de Staatssecretaris nadruk-kelijk op om persoonlijk deel te nemen aan de informele Milieuraad of eenandere vertegenwoordiger van de regering af te vaardigen, in plaats vaneen ambtelijke vertegenwoordiging. De ernst en urgentie van klimaatver-andering vereisen politiek eigenaarschap en actieve betrokkenheid. Dezeleden kijken uit naar de antwoorden en zo mogelijk de inzet van deStaatssecretaris tijdens de informele Milieuraad.AntwoordHet kabinet hecht waarde aan regeringsvertegenwoordiging bij de(informele) Raden en onderstreept het belang van actieve betrokkenheidop de verschillende dossiers. Helaas kwam dit voor deze informelebijeenkomst van milieuministers planning-technisch niet goed uitwaardoor hoog ambtelijke vertegenwoordiging bij de bijeenkomstaanwezig zal zijn.Haalbaar, betaalbaar en realistisch3.De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de agenda, maarvragen zich tegelijkertijd ook af of de regering rekening houdt met deprincipes haalbaar, betaalbaar en realistisch.AntwoordJa, daar houdt het kabinet rekening mee.1Kamerstuknummer 21 501-33, nr. 1123/2025D18778Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9952 Nationale koppen4.De leden van de PVV-fractie willen weten of de Staatssecretaris ook goedin acht neemt dat er geen nieuwe nationale koppen op Europees beleidkomen, en of hij kijkt naar welke andere bestaande nationale koppenkunnen worden geschrapt in lijn met het hoofdlijnenakkoord.AntwoordDat er geen nieuwe nationale koppen op Europees beleid komen, isgewaarborgd in de Aanwijzingen voor de regelgeving.2 Aanwijzing 9.4bepaalt dat bij implementatie van Europees beleid geen nationaal beleid(en dus ook geen nationale koppen) mag worden meegenomen als datniet noodzakelijk is voor de implementatie. Wat wél kan, is nationaalbeleid (inclusief nationale kop) opnemen in een apart wetgevingstraject,los van de implementatie van Europese richtlijnen. Er kunnen allerleiredenen zijn om nationaal regels te stellen, bijvoorbeeld ter uitvoering vanhet Hoofdlijnenakkoord. Daar zal de Kamer transparant over wordengeïnformeerd. In 2006, 2007, 2012 en 2023 is onderzoek gedaan naarnationale koppen. Uit die onderzoeken is gebleken dat er in Nederlandniet veel nationale koppen zijn. De nationale koppen die uit de onder-zoeken kwamen, bleken over het algemeen weloverwogen politiekebesluiten. De Minister van Economische Zaken doet in 2025 opnieuwonderzoek naar nationale koppen en het kabinet zal hier te zijner tijd naarkijken.Voedselafval en keten5.De leden van de PVV-fractie vragen naar aanleiding van de plannen omvoedselafval te voorkomen of er een voedselpolitie wordt opgetuigd. Metandere woorden: laat dit over aan de lidstaten zelf en laat Brusselerbuiten.AntwoordIn het BNC-fiche over het voorstel tot de herziening van de KaderrichtlijnAfvalstoffen, die hoofdzakelijk voedselverspilling en textiel betreft, is eenzorgvuldige afweging gemaakt over de proportionaliteit en subsidiariteit.Beide zijn positief beoordeeld.3 Het kabinet vindt het van belang omvoedselverspilling tegen te gaan. De maatregelen vanuit Europa over hettegengaan van voedselverspilling zijn vooral gericht op verplichtemonitoring door lidstaten. Deze verplichting geldt niet voor de bedrijven.Dit betekent dat het aan het kabinet is hoe hier invulling aan gegevenwordt. Deze monitoring is door de Minister van Landbouw, Visserij,Voedselzekerheid en Natuur belegd bij de Wageningen University &Research (WUR). Een groot deel van het Nederlandse bedrijfsleven werktvrijwillig mee aan de monitoring en is aangesloten bij de Stichting SamenTegen Voedselverspilling.6.De leden van de PVV-fractie vragen of het efficiënt is om in Nederland devoedselketen af te breken (lees: het verminderen van boerenbedrijven).Het argument dat wordt opgevoerd om dit te bewerkstelligen is datNederland niet voor de halve wereld hoeft te produceren. Ondertussenlaten wij allerlei producten van de andere kant van de wereld hier naartoe2Zie «Aanwijzingen voor de regelgeving», te vinden op: https://wetten.overheid.nl/BWBR0005730/2024-07-013Kamerstukken II, 2022–2023, 22 112, nr. 3770.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9953 vervoeren om vervolgens deze te consumeren, zoals producten voor deavocadogeneratie.AntwoordDe agrarische sector in Nederland, en voedsel dat door de Nederlandseagrarische sector wordt geproduceerd, is van grote waarde. Het kabinetvindt het van belang om kritisch te blijven kijken naar ons voedselsysteemen onze eigen productie versus import. Het zal ook in de toekomstnoodzakelijk blijven om voedsel te importeren en exporteren. Sommigeproducten zijn geschikt en efficiënt om in Nederland te produceren ensommige producten kunnen beter elders worden geproduceerd, dat isafhankelijk van bijvoorbeeld het klimaat en de bodem. Nederlandsgeproduceerd voedsel is van grote waarde en daarom is er ookwereldwijd vraag naar.Circulaire voertuigen7.De leden van de PVV-fractie vragen of het lopende voorstel Verordeningcirculaire voertuigen nog steeds in juni voor akkoord in de Raad wordtvoorzien. In de Milieuraad van 17 december 2024 kwam tijdens hetbeleidsdebat naar voren dat er nog een aantal heikele punten waren. Dezeheikele punten zaten op het vlak van verbreding van de reikwijdte (zeerambitieus), doelstellingen en de lijst met de te demonteren onderdelen.Zijn deze heikele punten in de tussenliggende tijd weggenomen? In devier genoemde heikele punten lezen deze leden dat Nederland tot delanden behoorde die deze heikele punten geen probleem vond. Is dezehouding nog steeds zo?AntwoordOp de Milieuraad van 17 juni 2025 wordt een algemene oriëntatievoorzien op het voorstel voor de Verordening Circulaire Voertuigen. Alszo’n akkoord wordt bereikt, kunnen daarna de onderhandelingen tussende Raad en het Europees Parlement (EP) beginnen. Niet over alle puntendie besproken zijn tijdens de Milieuraad in 17 december 2024 is consensusbereikt, zoals de verbreding van de reikwijdte en de hoogte van dedoelstelling voor een verplicht aandeel plasticrecyclaat (Kamerstuk21 501-08, nr. 973).Nederland is positief over de uitbreiding van de reikwijdte naar twee- endriewielige bromfietsen, omdat het aandeel van deze voertuigen groot is.Daardoor is veel winst te behalen als deze voertuigen worden meege-nomen in de wetgeving, onder andere door afvalbeheer en het in de ketenbehouden van meer onderdelen en materialen. Verder is Nederland nogaltijd voorstander van een doel van 25% plasticrecyclaat in voertuigen,mede omdat uit het impact assessment van de Europese Commissie enuit overleg met de recyclingsector blijkt dat dit realistisch en haalbaar is.Ook steunt Nederland de opname van een lijst van te demonterenonderdelen omdat dit zowel hergebruik als de kwaliteit van recycling sterkbevordert.De verwachting is dat met name het aandeel plasticrecyclaat in debespreking tijdens de Milieuraad weer aan de orde komt en dat eencompromis gesloten zal worden dat rekening houdt met de verschillendeposities van de lidstaten. Uiteraard zal de Kamer tijdig over de voortgangweer geïnformeerd worden via de geannoteerde agenda van deMilieuraad in juni.8.De leden van de PVV-fractie vragen of het kabinetsstandpunt genoemd inde verzamelbrief circulaire economie van 14 april 2025 (Kamerstuk 32 852,nr. 357) hiermee rekening heeft gehouden, gezien de reacties van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9954 aangewezen rapporteurs namens het Europees Parlement dat zij zichscharen achter de heikele punten en wezen op de concurrentieproblemenmet China en het aandeel recyclaat (verplicht toe te passen hoeveelheidgerecycled plastic).AntwoordDe voorziene doelstelling voor een verplicht aandeel plasticrecyclaat zoueen Europese wettelijke verplichting zijn die geldt voor alle betreffendevoertuigen op de Europese markt. Daardoor moeten alle autofabrikantendie voertuigen op de Europese markt plaatsen voldoen aan dezeverplichting en beïnvloedt dit de concurrentiepositie van Europeseautofabrikanten niet. Een verplicht aandeel plasticrecyclaat zal Europeserecyclers helpen om beter te concurreren met goedkoop plastic uit China,zowel fossiel als recyclaat.Bij het innemen van het kabinetsstandpunt is rekening gehouden metverschillende belangen en is het kabinet zich bewust van de ontwikke-lingen in het EP. De onderhandelingen met het EP beginnen navaststelling van een algemene oriëntatie in de Raad. Het kabinet is ervanovertuigd dat een verplicht aandeel plasticrecyclaat van 25% nodig is omde concurrentieproblemen die onze recyclers ervaren, met name metChina, te verminderen en zal dit blijven inbrengen tijdens de onderhande-lingen.Desinformatie9.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn blij dat er gesproken zalworden over desinformatie op het gebied van milieu en klimaat.Betrouwbare wetenschap vormt de basis voor goed milieu en klimaat-beleid. Desinformatie daarentegen ondermijnt de democratie en hetklimaatbeleid. Daarom zijn deze leden van mening dat er in Europa moetworden gepleit voor een strategie voor het tegengaan van desinformatieover klimaatverandering. Hiertoe heeft het lid Kröger ook een motieingediend. Hoe kijkt de Staatssecretaris hiernaar? Hoe geeft Nederland nual zelf invulling aan het tegengaan van desinformatie over klimaatveran-dering? Welke acties onderneemt de Staatssecretaris hierop?AntwoordHet kabinet vindt het van belang dat de wetenschappelijke inzichten,waarbij ruimte is voor alle invalshoeken, en de feitelijke stand van zakenrond klimaatverandering het fundament is om klimaat- en milieubeleidvorm te geven. Het kabinet deelt de zorg dat desinformatie een bedreigingkan vormen voor de democratie en het klimaatbeleid. De impact vandesinformatie stopt niet bij de grens. Samen optrekken met andereEuropese landen is dan ook van groot belang. Het is daarom een goedezaak dat Polen dit onderwerp heeft geagendeerd op de informelebijeenkomst van milieuministers. Het kabinet zal hier conform de motieKröger4 pleiten voor het belang van Europese samenwerking bij hetveiligstellen van klimaatwetenschap en -data.Het is belangrijk dat wat Nederland in Europa bepleit, aansluit op delopende EU inzet in het kader van het Actieplan Desinformatie van deCommissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EuropeanExternal Action Service, EEAS) (2018)5 en de Commissiemededeling overhet beheren van klimaatrisico’s ter bescherming van de bevolking en de4Kamerstukken II, 2024–2025, 21 501-33, nr. 11175Action Plan against Disinformation, JOIN(2018) 36 finalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9955 welvaart (2024).6 Hierin wordt desinformatie op het gebied van klimaatgenoemd als risico voor effectieve besluitvorming en worden actiesaangekondigd om te monitoren en analyseren welke invloed desinfor-matie heeft op het publieke debat, opinie, en gedrag.Ook nationaal worden stappen gezet voor het tegengaan van des- enmisinformatie, waaronder via de Rijksbrede strategie.7 Elk ministerie isvervolgens verantwoordelijk voor het bestrijden van desinformatie op huneigen terrein. Zo weerlegt het Ministerie van Klimaat en Groene Groei inde publiekscampagne «Zet ook de knop om» o.a. ook misvattingen overklimaat, die op sociale media of andere kanalen worden verspreid.10.De leden van de BBB-fractie zien de bestrijding van desinformatie als eenbelangrijk thema. Tegelijkertijd mag deze inzet nooit ten koste gaan vanopen debat, wetenschappelijke diversiteit of de vrijheid van menings-uiting. Vanuit die optiek stellen deze leden de Staatssecretaris devolgende vragen. Hoe waarborgt de Staatssecretaris in Europeseoverleggen dat het onderscheid tussen desinformatie en legitieme kritiekof alternatieve wetenschappelijke inzichten helder blijft? Zal de Staatsse-cretaris zich inzetten voor het behoud van ruimte voor maatschappelijk enwetenschappelijk debat, ook wanneer dat indruist tegen gangbarebeleidslijnen? Hoe voorkomt de Staatssecretaris dat samenwerking metde private sector in het bestrijden van desinformatie leidt tot eenzijdigebeïnvloeding of (onbedoelde) censuur van kritische geluiden, bijvoorbeeldvan boeren, wetenschappers of niet-gouvernementele organisaties(NGO’s) die niet in de mainstream opereren? Is de Staatssecretaris bereidin te brengen dat transparantie over de herkomst van data, gebruiktemodellen en aannames cruciaal is voor het vertrouwen in klimaatbeleid?In hoeverre worden ook sectoren zoals landbouw betrokken bij deEuropese discussie over desinformatie, juist omdat zij regelmatig hetonderwerp zijn van publieke beeldvorming en (onjuiste) aannames?AntwoordHet kabinet erkent het belang van een open en eerlijk debat waarin ruimteis voor elke meningsuiting. Daarom staan de waarden en grondrechtenvan onze rechtsstaat, zoals de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid,altijd voorop bij maatregelen die het Kabinet neemt tegen desinformatie.8Ook is het van belang dat de wetenschappelijke inzichten, waarbij ruimteis voor alle invalshoeken, en de feitelijke stand van zaken de basis vormenvoor klimaat- en milieubeleid. Het kabinet zal zich hier ook voor inzetten inEuropese overleggen en in samenwerking met alle sectoren en partijen.Tijdens de informele bijeenkomst van milieuministers zal het kabinet hetbelang benadrukken van het verzamelen van onderbouwde inzichten endata op het gebied van milieu en klimaat. Juist Europese monitorings-raamwerken zoals het Achtste Milieu Actieprogramma (8MAP) zorgenvoor transparante, toegankelijke en uniforme informatie over klimaat- enmilieubeleid.Transparantie is van belang in het maatschappelijk debat. Zoals ookgesteld in de beantwoording van eerdere Kamervragen9, is het van belangdat burgers in staat zijn de activiteiten en de mogelijke invloed vanbelangenvertegenwoordigers te volgen. Transparantie en verantwoordingover deze contacten zijn essentieel om het vertrouwen van burgers in deUnie te behouden. Om deze reden hebben het Europees Parlement en de6Managing climate risks – protecting people and prosperity, COM/2024/91 final7Kamerstukken II, 2022–2023, 30 821, nr. 173.8Kamerstukken II, 2023–2024, 30 821, nr. 2309Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 1125.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9956 Commissie in 2011 het EU-transparantieregister ingesteld door middelvan een interinstitutioneel akkoord. De Raad is in 2021 toegetreden tot ditakkoord. Het kabinet is hier voorstander van. Het akkoord biedt een kadervoor een transparante en ethische interactie tussen de EU-instellingen enbelangenvertegenwoordigers. De EU-instellingen hebben zich gecommit-teerd alleen bepaalde interacties met belangenvertegenwoordigers aan tegaan wanneer deze zijn ingeschreven in het register.PFAS11.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben tevens vragen over debeslissing die lidstaten in mei zullen nemen over de verlenging van degoedkeuring van de stof flutolanil. Dit middel is een pesticide met de Poly-en perfluoralkylstoffen (PFAS)-stof Trifluorazijnzuur (TFA) erin. Het spuitenvan PFAS over weilanden moet volgens deze leden zo spoedig mogelijkaan banden worden gelegd. Deze leden kunnen zich daarom goed vindenin het voorstel van de Europese Commissie (EC) om deze stof niet teverlengen. Aangezien Nederland zich in Europa inzet voor dePFAS-restrictie, nemen deze leden aan dat Nederland daarom ook tegende verlenging van dit middel zal stemmen. Kan de Staatssecretaris datbevestigen?AntwoordDe Europese Commissie zal naar verwachting binnenkort een voorsteldoen aan de lidstaten over het al dan niet verlengen van de goedkeuringvan flutolanil. De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid enNatuur zal, zoals gebruikelijk, zich eerst laten adviseren door het Collegevoor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb)alvorens een standpunt in te nemen. De Kamer zal vervolgens hieroverworden geïnformeerd.Kaderrichtlijn Water12.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn benieuwd naar de status envoortgang rond de ingebrekestelling van Nederland op de KaderrichtlijnWater. De commissie voor Infrastructuur en Waterstaat is eerder vertrou-welijk geïnformeerd, maar gezien de duur van het proces en het belangvoor Nederland is een enkele briefing onvoldoende. In de commissieLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur is afgesproken dat deMinister de commissie regelmatig informeert over de voortgang rondingebrekestellingen op het gebied van landbouw en natuur. Deze ledenverzoeken de Minister om de commissie voor Infrastructuur en Water-staat, voor zover juridisch mogelijk, te informeren over de voortgang metbetrekking tot de ingebrekestelling en daarnaast de voortgang rond hetaanpakken van de door Europa geconstateerde gebreken.AntwoordVolgens de Commissie is het periodiek actualiseren van beheersmaatre-gelen voor lozings- en onttrekkingsactiviteiten onvoldoende in deNederlandse wetgeving geregeld. Nederland heeft hierover een inbreuk-procedure (nr. INFR(2024)216110) lopen. Sinds de reactie aan deCommissie en de vertrouwelijke technische briefing hierover vannovember 2024 heeft het kabinet geen formele reactie van de EuropeseCommissie ontvangen. Zodra dat het geval is, zal de Kamer wordengeïnformeerd. Wel is bekend dat inmiddels Oostenrijk, Slovenië, België,Finland, Cyprus en Zweden een vergelijkbare procedure hebben lopen. De10https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/inf_24_3228Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9957 lidstaten hebben hier onderling contact over. De verwachting is dat deCommissie pas reageert als zij van deze lidstaten een eerste reactie heeftontvangen en dat is vermoedelijk pas na de zomer. Binnen Nederlandloopt het verbeterproject van het beleid over lozingen en onttrekkingen,waarbij wordt bekeken welke aanpassing van wet- of regelgeving nodig isom tegemoet te komen aan de vragen van de Commissie.Klimaatadaptatie13.De leden van de D66-fractie benadrukken dat klimaatadaptatie bij uitstekgrensoverschrijdend van aard is. Deze leden constateren hierbij dat kennisover klimaatrisico’s en adaptatiemaatregelen binnen de EU versnipperd is.Deze leden vragen de Staatssecretaris daarom om bij de informele raad tepleiten voor een intensieve Europese en grensoverschrijdende aanpak,waarin landen risico-eigenaarschap expliciet delen. Deze leden zien eenkans voor Nederland om leidend te zijn op het gebied van klimaatadap-tatie in Europa. Deze leden vragen de Staatssecretaris of hij bereid ishierin een voortrekkersrol te nemen.AntwoordDoor de Europese Commissie wordt gewerkt aan een EU ClimateAdaptation Plan, dat naar verwachting in 2026 uitkomt. Dit plan wordtgetrokken door de Europese Commissie en wordt gezamenlijk met delidstaten opgesteld. Het kabinet neemt een actieve rol in dit proces, opbasis van de in Nederland ontwikkelde kennis en ervaring. Ook kanNederland haar voordeel doen met kennis en ervaring die in anderelidstaten is ontwikkeld, bijvoorbeeld op het thema droogte en hitte.Daarnaast hecht het kabinet waarde aan een grensoverschrijdende aanpakop klimaatadaptatie om beter voorbereid te zijn op risico’s van weersex-tremen. Tegelijkertijd is het belangrijk dat er ruimte blijft voor maatwerken aansluiting op nationale systemen en strategieën.14.De leden van de D66-fractie wijzen erop dat de kosten van klimaatgerelateerde rampen aanzienlijk hoger zijn dan de kosten van effectieveadaptatiemaatregelen. De recente overstromingen in Slovenië illustrerendit, waarbij de schade 10 tot 16 procent van het bruto nationaal product(bnp) van Slovenië bedroeg. Dit zijn geen kleine bedragen. Deze ledenvragen de Staatssecretaris om nadrukkelijk bij de Europese collega’s tepleiten voor het vergroten van investeringen in klimaatadaptatie, geziende relatief geringe kosten vergeleken met de te vermijden schade. Welkemogelijkheden ziet de Staatssecretaris om dit perspectief nadrukkelijk opEuropees niveau aan te kaarten?AntwoordEr zijn in en buiten Europa inderdaad meer recente voorbeelden van groteschade door bijvoorbeeld hevige regenval, zoals in Spanje, Slovenië enPolen. Ook in Nederland en buurlanden België en Duitsland hebben in hetrecente verleden grote overstromingen plaatsgevonden. Hierdoor groeitbij de lidstaten het inzicht van de kosteneffectiviteit van adaptatiemaatre-gelen. Het kabinet zal dit aspect benadrukken bij het ontwikkelen van hetEU Climate Adaptation Plan. Tevens vindt het kabinet het van belang datklimaatadaptie geïntegreerd wordt in verschillende beleidsterreinen omzodoende onze klimaatweerbaarheid te vergroten en zal dit benadrukkentijdens de informele bijeenkomst van milieuministers.15.Tevens maken de leden van de D66-fractie zich zorgen over het gebrek aanbewustzijn onder bedrijven over de daadwerkelijke risico’s van klimaatver-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9958 andering. De nieuwe Europese regelgeving zoals de Corporate Sustaina-bility Reporting Directive (CSRD) is volgens deze leden beperkt en dreigtverder verwaterd te raken. Graag ontvangen deze leden van de Staatsse-cretaris een reflectie op hoe de EC het bedrijfsleven in de EU beter kanvoorbereiden op klimaatrisico’s en hoe de regering zich daarvoor inzet.AntwoordDe Commissie kijkt naar klimaatadaptatie in den brede en houdt hierbijook rekening met de rol van het bedrijfsleven. Bij het voorbereiden opeffecten van extreme weersomstandigheden is het vergroten van hetbewustzijn van groot belang. Dit geldt ook voor bedrijven. Zo werktNederland bijvoorbeeld aan een data portal voor de financiële sector. Indit portal worden water- en bodemdata ontsloten zodat de financiëlesector deze kan betrekken bij bijvoorbeeld investeringsbeslissingen. Deervaringen hiermee zal Nederland betrekken bij het ontwikkelen van hetEU Climate Action Plan.16.De leden van de BBB-fractie lezen dat het aankomende European ClimateAdaptation Plan (ECAP) Europa weerbaarder moet maken tegen klimaat-verandering. Deze leden steunen een pragmatische aanpak die aansluit bijnationale realiteiten, zeker in het landelijk gebied. In dat licht hebben zij devolgende vragen. Zal de Staatssecretaris zich inzetten voor voldoenderuimte voor nationale keuzes en maatwerk binnen het ECAP, met oog voorverschillen tussen lidstaten en regio’s? Hoe waarborgt de Staatssecretarisdat het ECAP praktisch uitvoerbaar blijft voor sectoren zoals de landbouw,waar de draagkracht al zwaar onder druk staat? Is de Staatssecretarisbereid aandacht te vragen voor de integratie van praktijkkennis vanboeren, natuurbeheerders en waterschappen in adaptatiebeleid, in plaatsvan louter te sturen op abstracte beleidsdoelen? Zal de Staatssecretarispleiten voor een resultaatgerichte benadering waarbij de daadwerkelijkeeffecten van maatregelen leidend zijn, en niet alleen procesindicatoren?Hoe voorkomt de Staatssecretaris dat nationale overheden wordenopgezadeld met dubbele of disproportionele rapportageverplichtingenvanuit EU-kaders? Tot slot willen de leden van de BBB-fractie benadrukkendat klimaatbeleid alleen kans van slagen heeft als het aansluit bij deleefwereld van burgers en ondernemers. Meer draagvlak begint bij eerlijkbeleid dat werkt in de praktijk.AntwoordVoor klimaatadaptatie is het van belang dat het beleid ruimte geeft voorgebied-specifieke oplossingen. Dit besef leeft ook breed binnen deEuropese Commissie en de lidstaten. Het kabinet zet zich ervoor in dat ditin het EU Climate Adaptation Plan terugkomt. Tegelijkertijd komt er ookaandacht voor grensoverschrijdende aspecten. Het kabinet is van meningdat eventuele rapportageverplichtingen zo efficiënt mogelijk moetenworden ingericht, en zoveel mogelijk moeten aansluiten bij bestaandecycli (bijvoorbeeld van het IPCC). Hier zal het kabinet nadrukkelijkaandacht voor vragen bij de vormgeving van het Plan. Draagvlak voor hetbeleid is inderdaad van groot belang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9959

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · c80e325470a616fe

14 okt 2026 · 38167b7c23638884

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.