KamerkringInloggen
Kamerstuk

Memorie van toelichting

20 sep 2016 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 8dd1cd2d0d2e2784 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2016–201734 550 XVIIVaststelling van de begrotingsstaat van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII) voor het jaar 2017Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING INHOUDSOPGAVE A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOOR-STEL 2 B. BEGROTINGSTOELICHTING 3 1. Leeswijzer 3 2. Beleidsagenda 7 Belangrijkste beleidsmatige mutaties ten opzichte van vorig jaar 17 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven 18 Tabel beleidsdoorlichtingen 21 Overzicht risico regelingen 23 3. Artikelen 28 • Artikel 1. Duurzame handel en investeringen 28 • Artikel 2. Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water 38 • Artikel 3. Sociale vooruitgang 47 • Artikel 4. Vrede en Veiligheid voor ontwikkeling 54 • Artikel 5. Versterkte kaders voor ontwikkeling 59 4. Bijlagen 64 1. Verdiepingshoofdstuk 64 2. Moties en toezeggingen in het vergaderjaar 2016/2017 68 3. Subsidieoverzicht 84 4. Evaluatie- en onderzoeksoverzicht 90 5. Lijst van afkortingen 93 kst-34550-XVII-2ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 21 A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWET-VOORSTEL Wetsartikel 1De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor het jaar 2017 vast te stellen.Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten vormen samen de Rijksbegroting voor het jaar 2017. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2017.Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2017 vastgesteld. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. PloumenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 22 B. BEGROTINGSTOELICHTING 1. Leeswijzer Deze leeswijzer gaat in op de totstandkoming van de nieuwe begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de opbouw van de beleidsagenda, de beleidsartikelen en de overige onderdelen van de begroting.AlgemeenBuitenlandse betrekkingen zijn een zaak van het Koninkrijk der Neder-landen: Nederland in Europa, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, alsmede de Nederlandse openbare lichamen in het Caribisch gebied (Bonaire, Sint Eustasius en Saba). Waar deze begroting spreekt over «Nederland» of «Nederlands» wordt daarmee bedoeld: «(van) het Koninkrijk der Neder-landen», tenzij het gaat om zaken die specifiek het land Nederland betreffen, zoals het EU-lidmaatschap en ontwikkelingssamenwerking.Voor de uitvoering van het programma maakt de Minister voor Buiten-landse Handel en Ontwikkelingssamenwerking gebruik van het apparaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.GroeiparagraafDe opzet van de beleidsartikelen is ten opzichte van de begroting 2016 verder in lijn gebracht met de uitgangspunten van «verantwoord begroten» zoals toegelicht in de Kamerbrief over de inzichtelijkheid van de BHOS-begroting. Hierbij is met name aandacht besteed aan de presentatie van de instrumenten in de budgettaire tabellen, waarbij de toelichtingen bij de financiële instrumenten zoveel mogelijk zijn gericht op de concrete beleidsinzet van de betreffende instrumenten. Vanaf 2017 zijn daar waar mogelijk de financiële instrumenten meerjarig opgenomen analoog aan de interne ramingssystematiek. Verder is een tabel opgenomen waarin is aangegeven hoe de niet-juridisch verplichte middelen naar verwachting zullen worden ingezet. Ook is een nieuw artikelonderdeel 5.4 opgenomen. Hier worden de jaarlijkse BNI bijstellingen en toerekeningen opgenomen. Tot slot is bij de toelichting op de financiële instrumenten aangegeven welk gedeelte van het instrument bestaat uit non-oda.Open data/transparancyNederland heeft zich met 56 andere landen aangesloten bij het Open Government Partnership en het Internationale Aid Transparancy Initiative (IATI). Het toegankelijk maken en beschikbaar stellen van informatie hoort daarbij. Via een webpagina wordt inzicht gegeven in de budgetten en activiteiten voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.BeleidsagendaDe beleidsagenda bevat de politieke hoofdlijnen van het beleid voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van het kabinet. De beleidsagenda wordt afgesloten met een overzichtstabel van de beleids-doorlichtingen en de belangrijkste beleidsmatige mutaties ten opzichte van de memorie van toelichting 2016. De beleidsagenda sluit af met het overzicht van de risicoregelingen en de toelichting hierop.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 23 BeleidsartikelenIn de beleidsartikelen staat de financiële en beleidsinformatie over de voorgenomen uitgaven. Met verantwoord begroten wordt niet langer gewerkt met operationele doelstellingen. De financiële instrumenten zijn geclusterd naar artikelonderdelen. De indeling per beleidsartikel is als volgt.A: Algemene doelstellingElk beleidsartikel begint met de algemene doelstelling (titel van het beleidsartikel).B: Rol en verantwoordelijkheidDe rol en de verantwoordelijkheid van de Minister wordt beschreven aan de hand van de volgende categorieën: stimuleren, financieren, regisseren en uitvoeren. Op de beleidsterreinen voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft de Minister een stimulerende, faciliterende of regisserende rol en slechts in sommige gevallen een uitvoerende rol.Indicatoren en streefwaardenBij de artikelen 1 t/m 4 zijn 15 kwantitatieve indicatoren opgenomen. Indicatoren maken het effect van interventies meetbaar en drukken dit uit in te bereiken en bereikte streefwaarden op diverse niveaus: impact, outcome, output en input. De streefwaarden in deze begroting liggen op outcome niveau.Ten behoeve van een consistente monitoring zullen doelen en ambities zich uitstrekken over een langere termijn. Inspanningen in ontwikkelings-samenwerking zullen in veel gevallen pas na een aantal jaar vruchten afwerpen en niet lineair verlopen. Wel worden voor de voorafgaande jaren schattingen gemaakt van tussenliggende streefwaardes, te beginnen met 2017. De meeste streefwaarden zijn uitgedrukt in absolute getallen die in het specifieke jaar worden bereikt (aantal personen, organisaties). In een aantal gevallen betreffen de streefwaarden cumulatieve waarden (dus een optelsom van de bereikte resultaten in alle jaren binnen de meetpe-riode).De streefwaarden en indicatoren zijn mede afgeleid van de Global Goals, die internationaal zijn afgesproken tijdens de VN-top daarover in september 2015. De lange termijn horizon tot en met 2030 van deze Goals wordt voor de BHOS-begroting opgebroken in drie overzienbare periodes van vijf jaar. De streefwaarden zullen daarom periodiek worden bijgesteld (eerste periode van 2017 tot en met 2020; tweede van 2021–2025 en derde van 2026–2030). Uitzonderingen zijn water, sanitaire voorzieningen en voorlichting over hygiëne, en klimaat waarvoor reeds streefwaarden zijn vastgelegd voor 2030, het eindjaar van de Global Goals.Naast de Global Goals vormen de Theories of Change, die met de Resultatenrapportage (editie 2015) naar de Tweede Kamer zijn gestuurd, een belangrijke basis voor de indicatoren. Deze laten de samenhang zien tussen de politiekmaatschappelijke situatie in een land of regio, het verwachte veranderingsproces en de interventies om die te bereiken.Omdat niet alle resultaten kwantitatief meetbaar en aggregeerbaar zijn, dienen deze indicatoren en streefwaarden in samenhang te worden bezien met de overige in deze begroting geformuleerde (kwalitatieve) doelen en resultaten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 24 C: BeleidswijzigingenDit is een overzicht van belangrijke wijzigingen als gevolg van nieuw Kabinetsbeleid, evaluatie of voortschrijdend inzicht. Daar waar sprake is van beleidswijzigingen die in beleidsnotities zijn verschenen, is verwezen naar de betreffende notitie met het kamerstuk.D1: Tabel Budgettaire gevolgen van beleidIn het kader van «verantwoord begroten» wordt rijksbreed de financiële inzet op instrumentniveau gepresenteerd. De financiële instrumenten zijn onderverdeeld naar onder andere de volgende categorieën: subsidies, leningen, garanties, bijdragenovereenkomsten, opdrachten, bijdragen aan baten-lastendiensten en bijdragen aan (inter)nationale organisaties.De financiële instrumenten per artikelonderdeel zijn niet altijd een uitputtende opsomming. In sommige gevallen zijn de instrumenten nog niet bekend, omdat de programma’s na het verschijnen van de begroting worden gestart en pas daarna duidelijk wordt via welk instrument financiering plaatsvindt. Voor het overzicht van de financiële instrumenten is met ingang van 2015 een directe aansluiting gezocht met de interne ramingssystematiek. Hierdoor is het gedurende het jaar beter mogelijk om de mutaties bij de tussentijdse begrotingsmomenten weer te geven. Deze ramingssystematiek heeft specifiek betrekking op de periode 2017–2019. Voor de periode daarna is over het merendeel van de inzet op de specifieke instrumenten nog niet besloten. Verder is in de tabellen inzichtelijk gemaakt welke onderdelen non-ODA zijn. Dit is in lijn met de toezegging die is gedaan tijdens het Wetgevingsoverleg over de begro-tingsbehandeling 2016. Dit is ook expliciet benoemd in de HGIS nota 2017.D2: BudgetflexibiliteitOp artikelniveau wordt aangegeven welk percentage van de begroting juridisch is vastgelegd. Als onderdeel van verantwoord begroten wordt alleen de juridische verplichting voor het begrotingsjaar opgenomen. In dit onderdeel wordt, indien nodig, een kwalitatieve toelichting gegeven.E: Toelichting op de instrumentenPer artikelonderdeel wordt inzicht gegeven in de financiële instrumenten, zoals die zijn opgenomen in de tabel onder D1.Overige onderdelen van de begrotingNa de vijf beleidsartikelen volgen vijf bijlagen: het verdiepingshoofdstuk met informatie over de budgettaire begrotingsaansluiting tussen de begroting van 2016 en de begroting van 2017; de lijst met moties en toezeggingen aan de Kamer; het subsidieoverzicht; de evaluatie- en onderzoekstabel; en de lijst met afkortingen.De relatie met de HGIS-notaDe HGIS-nota is een apart document dat samen met de departementale begrotingen ook aan de Staten Generaal wordt gepresenteerd. Deze omvat naast de HGIS uitgaven en ontvangsten van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking ook buitenlanduit-gaven en ontvangsten van de andere ministeries. Deze bundeling bevordert de samenhang en samenwerking die voor een geïntegreerd en coherent buitenlandbeleid van belang zijn. De HGIS-nota bevat een overzicht van de belangrijkste programma’s en uitgaven voor het buitenlandbeleid, waaronder een overzicht van de begrotingsontwikke-lingen binnen de HGIS en bijlagen die alle buitenlanduitgaven overzich-telijk presenteren, zoals een totaaloverzicht van de buitenlanduitgaven die Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 25 als officiële ontwikkelingshulp (ODA) kwalificeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 26 2. Beleidsagenda De afgelopen jaren is hard gewerkt aan de gecombineerde agenda voor Hulp, Handel en Investeringen. Het uitbannen van extreme armoede; het bereiken van duurzame inclusieve groei en tegelijkertijd het creëren van kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven, samen met onze partners waaronder het maatschappelijk middenveld en bedrijven, vormen de essentie van een benadering die vruchten begint af te werpen.Zo heeft het kabinet werk gemaakt van Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. De verwachting is dat er in 2016 in totaal zeven convenanten worden afgesloten met verschillende bedrijfssectoren. Convenanten die overheid, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij elkaar brengen om maatschappelijke risico’s in de waardeketens van het bedrijfsleven zoveel mogelijk te voorkomen. Een eerste convenant met de textielsector is op 4 juli jl. afgesloten. Daarnaast heeft het Nederlands Voorzitterschap van de EU de OESO-richtlijnen over verduurzaming van de mondiale waardeketens op de Europese agenda geplaatst.Een ander initiatief dat bijdraagt aan armoedebestrijding en inclusieve groei is een eerlijk internationaal belastingbeleid. Nederland heronderhandelt de bilaterale belastingverdragen met 23 ontwikkelings-landen, steunt ontwikkelingslanden om hun inkomsten te vergroten via het Addis Tax Initiative en bepleit internationale hervormingen van belastingen zodat de winsten van internationaal opererende bedrijven ook in ontwikkelingslanden redelijk belast kunnen worden. Daarmee worden deze landen minder afhankelijk van hulp en zijn ze beter in staat hun eigen ontwikkelingsagenda’s te financieren.Ook heeft het kabinet actief aandacht gevraagd voor de positie van ontwikkelingslanden bij het maken van handelsafspraken en speelde het kabinet een stimulerende rol bij de totstandkoming van regionale afspraken over handel in Afrika (European Partnership Agreements-EPA). Nederland bevorderde verder dat bij het maken van handelsafspraken er meer rekening wordt gehouden met belangen op het gebied van milieu en arbeid. Dat brengt Nederland in bij de TTIP-onderhandelingen. Het kabinet vraagt verder om concrete uitvoering van afspraken voor duurzaamheid in handelsakkoorden. Afspraken over handel moeten op een transparantere manier tot stand komen. Als EU-voorzitter heeft Nederland belangrijke voortgang kunnen boeken met de toekomstige agenda van de WTO (Post-Nairobi). Tijdens het voorzitter-schap is ook een politiek akkoord bereikt over conflictmineralen en de anti-martelwetgeving.Het verbinden van hulp en handel vertaalt zich ook in de economische diplomatie onder andere door de verbreding daarvan. Naast missies naar de traditionele handelslanden, gingen er ook missies naar bestem-mingen die vanuit economisch oogpunt minder vanzelfsprekend waren. Voorbeelden zijn de door Ebola getroffen landen in West-Afrika, landen in Noord-Afrika en Cuba. Deze missies zijn in de meeste gevallen niet alleen gericht op het benutten van economische kansen, maar ook op thema’s als duurzaamheid, politiek, mensenrechten, cultuur en/of sport. In deze kabinetsperiode namen tot nu toe circa 3.000 bedrijven deel aan de missies.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 27 Op onze prioriteiten wordt in ontwikkelingslanden veel bereikt. Zo kregen vorig jaar dankzij Nederlandse steun 1,6 miljoen mensen toegang tot schoon drinkwater, konden 3,1 miljoen mensen gebruik maken van sanitaire voorzieningen en werd voor 1,4 miljoen mensen toegang tot hernieuwbare energie gerealiseerd. We helpen momenteel meer dan 6 miljoen boeren en boerinnen van kleinschalige bedrijven in ontwikke-lingslanden bij verbetering van hun productie. Ook arme vrouwen profiteren hiervan. In 2015 werden bijvoorbeeld 4.500 arme vrouwen (mede)eigenaar van een stuk grond in de polders van Bangladesh. Deze vrouwen zagen hun landbouwopbrengsten stijgen; verkopen hun producten op de markt; verdienen genoeg om hun kinderen naar school te sturen en om hen gezond te voeden. En in Bangladesh, maar ook in Benin, Ethiopië, Ghana en Mozambique zijn 5,8 miljoen jongeren bereikt met informatie over seksualiteit, HIV, soa’s, zwangerschap en anticon-ceptie. Deze resultaten zijn bemoedigend en dragen bij aan onze doelstellingen.We worden geconfronteerd met grote crises. Meer mensen dan ooit zijn op de vlucht en hun omstandigheden zijn vaak erbarmelijk. Het verlichten van humanitaire noden blijft voor dit kabinet een belangrijk streven. Nederland draagt bij aan humanitaire hulp, maar geld alleen is onvol-doende. Humanitaire hulpverlening moet grondig worden hervormd en hier heeft Nederland tijdens de World Humanitarian Summit in mei 2016 – met succes – voor gepleit. Nederlandse prioriteiten zoals de financiering van humanitaire hulp, kwetsbare groepen, gender, innovatie, onderwijs en jongeren zijn uitgebreid aan bod gekomen en vertaald naar concrete initiatieven zoals de afspraak tussen de grootste donoren en uitvoeringsorganisaties om noodhulp effectiever en efficiënter te maken. Naast hervormingen moeten de grondoorzaken aangepakt worden die mensen doen besluiten hun land te verlaten, zoals onvei-ligheid of gebrek aan economisch perspectief. Dankzij Nederland is er in nieuwe EU-programma’s een veel betere balans tussen steun voor vluchtelingen en gastgemeenschappen. De strategie die Nederland heeft ontwikkeld om opvang in de regio te versterken, is door Europa overge-nomen met het accent op onderwijs en economische ontwikkeling in regio’s die veel vluchtelingen opvangen. Hiermee worden de perspec-tieven voor zowel vluchtelingen als gastgemeenschappen verbeterd. Jongeren staan dankzij het kabinet hoog op de Europese agenda. Veel nieuwe EU-programma’s richten zich nu op jongeren en werkgelegenheid zodat zij in hun eigen land een goede toekomst op kunnen bouwen. Hierbij is samenwerking het vehikel om tot resultaat te komen. De overheid is allang niet meer de enige en belangrijkste partner. Dat zijn ook het bedrijfsleven, het maatschappelijk middenveld en belangenorgani-saties, de betrokken en kritische burger. Al deze partijen dragen verant-woordelijkheid en bepalen mede het succes van onze gezamenlijke inzet. Samen vervolgen wij ook in 2017 de door het kabinet ingeslagen weg.Hoofdstuk 1: Blijven werken aan oplossingen voor de grondoor-zaken van armoede, instabiliteit en migratieHet bereiken van de meest kwetsbare groepen lukt ons nog onvol-doende ...Extreme armoede concentreert zich in Afrika. Nog steeds leven wereldwijd ongeveer 700 miljoen mensen beneden de armoedegrens van 1,90 dollar per dag. De ongelijkheid binnen de meeste ontwikkelings-landen neemt toe. Afrika heeft na Latijns-Amerika nu de meest ongelijke inkomensverdeling, met scherpe stijgingen in onder andere Ghana en Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 28 Nigeria. Het gemiddelde inkomen neemt daar toe, maar de armste groepen profiteren nauwelijks. Daarom zet het kabinet extra in op gemarginaliseerde groepen. Nederland ondersteunt via het programma «Voice» lokale maatschappelijke organisaties in Afrika en Azië die opkomen voor de rechten van LHBTI’s en vrouwelijke slachtoffers van geweld en uitbuiting maar ook gehandicapten, inheemse groepen en slachtoffers van leeftijdsdiscriminatie.Veiligheid, stabiliteit en inclusiviteit zijn randvoorwaarden voor ontwik-keling. De groeiende wereldbevolking, klimaatverandering en schaarste aan natuurlijke hulpbronnen leggen druk op basisvoorzieningen die net zo belangrijk zijn voor ontwikkeling en waarvoor geldt dat een gebrek eraan tegelijkertijd een bron van conflict kan zijn.Vluchtelingenstromen zijn groter dan ooit, terwijl internationaal de financiering voor humanitaire hulp en opvang in de regio tekortschiet. De wereldwijde behoefte aan humanitaire hulp bedraagt inmiddels meer dan 20 miljard dollar. Dit is vijf keer het bedrag dat tien jaar geleden nodig was om in de humanitaire noden te voorzien. Noodhulp moet daarom effectiever en efficiënter. Organisaties ter plekke moeten beter betrokken worden daar waar dat kan, en alle uitvoerende partijen – zowel de humanitaire als ontwikkelingsactoren – moeten hun doelen gezamenlijk vaststellen.Acute hulp aan degenen die dit het hardst nodig hebben, moet hand in hand gaan met het bieden van perspectief aan mensen die huis en haard hebben moeten verlaten. Daarom heeft het kabinet extra middelen (EUR 260 miljoen) beschikbaar gesteld voor het bieden van onderwijs, werkgelegenheid en basisvoorzieningen zowel aan vluchtelingen als aan de gastgemeenschappen in de Syrië-regio: EUR 94 miljoen in Turkije, EUR 86 miljoen in Libanon, EUR 60 miljoen in Jordanië en EUR 20 miljoen in Irak.Er is meer dan ooit noodzaak te investeren in grondoorzaken van armoede, instabiliteit en migratie ...Vanwege de groeiende instabiliteit in de landen om ons heen blijft inzet van middelen voor internationale samenwerking vereist. Voorkomen van humanitaire noden en instabiliteit is ook in 2017 kabinetsprioriteit. Uitbannen van extreme armoede in 2030 is alleen haalbaar als aan drie voorwaarden wordt voldaan. De groeiende vraag naar basisvoorzieningen moet gepaard gaan met stevige economische groei, duurzaamheid moet hierin gewaarborgd zijn en de allerarmsten moeten er ruim bovenge-middeld van profiteren. Structurele en langjarige investeringen in stabiliteit en toekomstperspectief voor jongeren, vrouwen en uitgesloten groepen in ontwikkelingslanden zijn dan ook dringend nodig, en dienen mede het veiligheidsbelang van Nederland en Europa. Nederland blijft hier in 2017 op inzetten via de prioriteiten Veiligheid & Rechtsorde; Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten (SRGR); Voedselze-kerheid en Water, Klimaat, Vrouwenrechten en Gendergelijkheid en Private-sectorontwikkeling.Veiligheid en Rechtsorde (2017: EUR 198 miljoen): in fragiele staten zoals Afghanistan, Zuid-Soedan en de Democratische Republiek Congo (DRC) zijn burgers extra kwetsbaar voor onderdrukking en uitsluiting. Een leefbaar inkomen en toegang tot basisvoorzieningen zijn niet vanzelf-sprekend, wat het risico op nieuwe conflicten en instabiliteit nog meer vergroot. Nederland richt zich binnen dit speerpunt op de ontwikkeling Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 29 van de rechtstaat waarbij de rechtvaardige behandeling van mensen en duurzame oplossingen van conflicten centraal staan. In 2017 zal het kabinet onder andere de toegang tot de rechtspraak van 50.000 mensen vergroten in zes fragiele of post-conflictlanden. Deze mensen kunnen zich wenden tot juridische instellingen om zo hun grondrechten te beschermen, strafbare feiten te laten berechten en geschillen te beslechten. Ook draagt het kabinet in 2017 bij aan het ontmijnen van 5 miljoen m2 land. Op die manier kunnen vluchtelingen en ontheemden weer naar huis en hun leven weer opbouwen. Boeren kunnen hun landbouwgrond weer gebruiken en voorzien in hun eigen onderhoud.SRGR en HIV (2017: EUR 417 miljoen): ondanks de gestage daling van het aantal HIV-besmettingen en aan aids gerelateerde sterfgevallen hebben nog te veel mensen geen toegang tot aidsremmers, medicijnen, vaccins en geen of slechte toegang tot voorbehoedsmiddelen. Wereldwijd hebben 225 miljoen vrouwen die niet zwanger willen worden, nog niet de kennis en/ of de middelen in handen om zelf hun kinderaantal te bepalen. Dit is op morele gronden onrechtvaardig. Vrouwen moeten te allen tijde zeggenschap hebben over hun lichaam. Daarom zal het kabinet er voor zorgen dat er in 2017 drie miljoen extra vrouwen en meisjes toegang krijgen tot moderne methodes voor gezinsplanning. Het maatschappelijk middenveld speelt hierbij een belangrijke rol, omdat zij in direct contact staan met vrouwen en meisjes die deze dienstverlening en voorlichting nodig hebben.Voedselzekerheid (2017: EUR 348 miljoen): In Nederland gooien wij jaarlijks circa 47 kilo aan eetbaar voedsel per persoon weg. Niet alleen voedsel wordt hiermee verspild, maar ook de grondstoffen en de arbeid die nodig zijn om het te produceren. Door die hulpbronnen anders in te zetten, kunnen we duurzame voedselproductie elders stimuleren. Dat is hard nodig want wereldwijd lijden 795 miljoen mensen chronisch honger en in totaal krijgen 2 miljard mensen dagelijks niet de voedingsstoffen binnen die zij nodig hebben. Dit is onacceptabel. In 2017 krijgen 10 miljoen mensen, met hulp van Nederland, betere voeding. Om honger en ondervoeding uit te bannen is het stimuleren van duurzame en inclusieve groei in de landbouwsector van belang. Met dit uitgangspunt zorgt Nederland dat 4,5 miljoen boeren hogere productie leveren en hun inkomens daardoor zien stijgen. Ook realiseert het kabinet in 2017 dat 3 miljoen hectare landbouwgrond eco-efficiënter wordt gebruikt ten behoeve van ecologisch duurzame voedselsystemen.Water (2017: EUR 195 miljoen): de mondiale vraag naar water zal in 2030 naar verwachting 40% groter zijn dan het aanbod, terwijl 1 miljard mensen nu al geen toegang hebben tot sanitaire voorzieningen. Verbe-terde toegang tot drinkwater, sanitaire voorzieningen (bijvoorbeeld waterleidingen, riolering en toiletten) en voorlichting over nut en noodzaak van hygiënische leefomstandigheden én een beter beheer van stroomgebieden en delta’s zijn belangrijke doelen voor dit kabinet. In 2017 zet het kabinet daarom in op betere toegang tot waterbronnen van 1 miljoen mensen; een betere vorm van sanitaire voorzieningen en voorlichting over hygiëne van 1,5 miljoen mensen en betere leefomstandigheden van 3 miljoen mensen door een beter beheer van stroomgebieden en het realiseren van veiligere delta’s.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 210 Klimaatverandering: Ontwikkelingslanden zijn extra kwetsbaar voor klimaatverandering vanwege hun geografische omstandigheden (nabijheid van water of juist woestijnvorming). Klimaatverandering belemmert sociale en economische ontwikkeling en tast ecosystemen aan. Dat raakt de allerarmsten, vooral vrouwen, het eerst en het hardst. Daarom investeert het kabinet in maatregelen die klimaatverandering tegengaan of die helpen bij aanpassing aan de gevolgen van die veranderingen. Om inwoners van ontwikkelingslanden te helpen klimaatverandering tegen te gaan, geeft Nederland in 2017 aan 2,3 miljoen mensen toegang tot hernieuwbare energie (zon, wind en aardwarmte) en worden zij gestimuleerd om «schoon te koken» met efficiënte houtkachels en biogas. Vooral vrouwen hebben hier voordeel van: tijdswinst bij het zoeken naar hout én tijdswinst bij koken, alsook minder risico op ziekten – vooral van kinderen – ten gevolge van fijnstof in huis. Daarnaast vermindert dit risico’s op (seksueel) geweld en andere gevaren bij het halen van brandhout in het bos.Groei en ontwikkeling voor iedereen vereist bijzondere aandacht voor vrouwenrechten en gendergelijkheid (2017: EUR 54 miljoen) onder andere via maatschappelijke organisaties. In 2017 krijgen vrouwenrechten en gendergelijkheid meer aandacht via het programma Funding Leadership and Opportunities for Women (FLOW) en via de strategische partnerschappen voor pleiten en beïnvloeden. De aandacht voor gender in het brede buitenlandbeleid zal onverminderd zijn. Het kabinet versterkt in 2017 de capaciteit van 50 maatschappelijke organisaties. Via deze organisaties zullen 100 publieke instanties en bedrijven in 2017 aantoonbaar hebben bijgedragen aan verbetering van de maatschappelijke randvoorwaarden voor vrouwenrechten en gendergelijkheid.Hoofdstuk 2: Met hulp, handel en investeringen blijven bijdragen aan duurzame en inclusieve groeiSamenwerken...In 2015 zijn de 17 Global Goals aangenomen die een einde moeten maken aan extreme armoede, ongelijkheid, onrecht en klimaatverandering. Ook bedrijven, maatschappelijke organisaties, belangenorganisaties en burgers spelen een belangrijke rol bij het behalen van deze doelstellingen, omdat zij steeds meer betrokken zijn bij duurzame en inclusieve groei. Dat is goed, want zonder samenwerking met deze partners is het onmogelijk om complexe problemen aan te pakken die ons allen raken.Hiervoor is veel geld nodig. Te veel om alleen met internationale samenwerking te kunnen financieren. Daarom blijft Nederland ook in 2017 inzetten op het mobiliseren van extra middelen van derden (zoals bedrijven en verzekeringsmaatschappijen) met behulp van innovatieve financieringsvormen. De «traditionele» vorm van financiering door middel van schenkingen en subsidies alleen is niet toereikend om beleidsdoelen te behalen en sluit niet altijd aan bij de samenwerking met relatief nieuwe spelers binnen ontwikkelingssamenwerking (zoals private banken of pensioenfondsen). Een meer innovatieve aanpak van ontwikke-lingsfinanciering is vereist, zoals de oprichting van nationale Water-banken in ontwikkelingslanden. De eerste is recent van start gegaan in Kenia. Dit Nederlandse initiatief is erop gericht om miljarden aan private en lokale investeringen aan te trekken voor waterprojecten. Deze Waterbanken vullen een gat in de markt, omdat er nog weinig goede mogelijkheden bestaan voor (impact-)investeringen in de watersector.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 211 Maar ook ontwikkelingslanden kunnen meer inkomsten genereren door beter belastingen te heffen. Deze landen worden ondersteund bij het versterken van hun eigen inkomstenbronnen, door te investeren in lokale belastingdiensten. In 2017 blijft Nederland de gemaakte afspraken hierover uitvoeren en heronderhandelen.Voor eerlijke kansen ...Meer handel, investeringen en groei leiden niet automatisch tot meer welvaart voor de allerarmsten. Inclusieve groei, groei die rekening houdt met people, planet, profit, is nodig om achtergestelde groepen in staat te stellen economische kansen te benutten voor een perspectief in het leven. De basisvoorwaarden voor ondernemen moeten op orde zijn en ondernemers uit lage- en middeninkomenslanden moeten de mogelijkheid hebben toe te treden tot de lokale, regionale en interna-tionale markten. Hiervoor zijn banen, investeringen en toegang tot financiering nodig. Deze ondernemers zijn hard nodig om het groeiende probleem van jeugdwerkloosheid in ontwikkelingslanden aan te pakken. Jaarlijks treden er veel meer jongeren toe tot de arbeidsmarkt dan dat er nieuwe banen bijkomen. Daarom blijft Nederland zich in 2017 inspannen voor ondernemerschap en werkgelegenheid in landen waar te weinig economisch perspectief is voor jongeren. Het kabinet heeft zichzelf onder andere tot doel gesteld om in 2017 160.000 banen te creëren door inzet van het bedrijfsleveninstrumentarium.Nederlandse bedrijven beschikken over technologie en expertise waar grote behoefte aan is in ontwikkelende economieën. Bedrijven worden ondersteund om in deze landen duurzaam te ondernemen en met innovatieve oplossingen een impuls te geven aan inclusieve groei. Dit doet Nederland onder andere via het Dutch Good Growth Fund (DGGF) en het Development Related Infrastructure Investment Vehicle (DRIVE). Deze instrumenten brengen ontwikkelingsrelevante investeringen in en handel met lage- en middeninkomenslanden op gang. Zo is er via het DGGF onlangs EUR 2,7 miljoen geïnvesteerd in Jordanië in totaal 70 midden-en klein bedrijven die samen voor 3.000 banen zorgen.Banen, investeringen en handel moeten duurzaam zijn en niemand uitsluiten. Daarom blijft het kabinet zich inzetten voor duurzame waardeketens en Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO). In 2017 wordt in samenwerking met de Sociaal Economische Raad voortgebouwd op de succesvolle inzet van de IMVO-convenantenaanpak, onder andere in de energiesector, banken en andere financiële instellingen, hout en papier, land- en tuinbouw, metaal en elektronica, textiel & kleding en voedingsmiddelen. Het kabinet heeft IMVO een vast onderdeel gemaakt van alle economische missies, vraagt van bedrijven dat ze voldoen aan de OESO-richtlijnen en rapporteert over de bevordering van IMVO in de verslagen van de missies.Afspraken over verantwoordelijkheden van bedrijven aan het eind van de keten worden gecombineerd met interventies in de productielanden zelf. Heldere wet- en regelgeving, handhaving en kennis dragen in deze landen bij aan verbeterde arbeids- en milieuomstandigheden. Betere arbeidsomstandigheden – zoals een veilige werkomgeving, gelijke kansen voor mannen en vrouwen en een leefbaar loon – voor honderdduizenden mensen is hiervan het resultaat. In 2015 zijn de arbeidsomstandigheden van 220.000 mensen verbeterd. Het kabinet blijft in productielanden werken aan capaciteitsversterking van vakbonden en arbeidsinspecties en aan verbetering van de positie van kleine boeren. Ook steunt het Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 212 kabinet de sociale dialoog in textielproducerende landen om een leefbaar loon te bewerkstelligen.Deze inzet kan alleen maximale winst opleveren als nationaal en internati-onaal beleid coherent is. Dat wil zeggen dat ons beleid op het gebied van bijvoorbeeld handel, belastingen en toegang tot medicijnen onze hulpinspanningen versterkt en deze in ieder geval niet tenietdoet. Met het Actieplan Beleidscoherentie werkt het kabinet in 2017 verder aan samenhangend beleid op handel, medicijnen, belastingontwijking, duurzame waardeketens, remittances, klimaatverandering, investerings-bescherming, handelsakkoorden en voedselzekerheid. Alleen dan kunnen wij samen de ongelijkheid tussen landen en binnen landen tegengaan en op termijn bijdragen aan een betere wereld waar de plek waar iemand geboren en getogen is niet langer zijn of haar kansen bepaalt.Hoofdstuk 3: Succes voor Nederlands bedrijfsleven in het buitenland garanderenInspelen op maatschappelijke onrust rond handelsafspraken, vernieuwing van de handels- en investeringsagenda...Voor de Nederlandse inspanningen om het internationaal handelssysteem te versterken is in 2017 EUR 11,4 miljoen beschikbaar. Dit budget bevat de middelen voor de contributies OESO en WTO, beleidsondersteuning in de vorm van onderzoek en evaluatie en incidentele projecten zoals de Wereldtentoonstelling in Astana (Expo 2017). Ook wordt hieruit de IMVO-convenantenaanpak gefinancierd (hoofdstuk 2).In een deel van de samenleving bestaat ongemak over globalisering. Mensen zien de ongelijkheid in de maatschappij toenemen. Zij hebben het gevoel dat niet iedereen profiteert van globalisering. De onvrede uit zich ook in verzet tegen handelsverdragen. Critici vrezen dat deze verdragen sociale en milieuwaarden teveel onder druk zetten. Het kabinet houdt rekening met deze bezwaren door bij het sluiten van verdragen aandacht te blijven vragen voor transparantie, de positie van ontwikkelingslanden, arbeidsomstandigheden en consequenties voor de kwaliteit van producten en duurzaamheid. Nederland heeft als open economie veel baat bij verdragen die op zo’n manier tot stand zijn gekomen. Dit geldt zeker in deze nog steeds economisch onzekere tijden, waarin overheden geneigd zijn hun industrie en banen af te schermen van de wereldeco-nomie. Dat laatste remt de ontwikkeling van de wereldeconomie en dat raakt de Nederlandse economie nu en in de toekomst, die voor een derde van zijn inkomen en werkgelegenheid afhankelijk is van het buitenland. Daarom blijft het kabinet koersen op handelsafspraken maar bewaakt het daarbij eens te meer de condities waaronder dat gebeurt.Wat de Wereldhandelsorganisatie (WTO) betreft, hecht Nederland aan een organisatie die past bij de nieuwe ontwikkelingen in de wereldeconomie. Daarom spoort Nederland de Europese Commissie aan om in WTO-verband aan te sturen op een ambitieus onderhandelingsre-sultaat voor de volgende Ministeriële Conferentie (MC11) in december 2017. In aanvulling op de meer «traditionele» onderwerpen als de verlaging van importtarieven moet daarbij ook ruimte zijn om nieuwe actuele onderwerpen te verkennen, zoals digitale handel/e-commerce, die om een multilateraal antwoord vragen. Nederland zal in de aanloop naar MC11 in de contacten met andere WTO-leden draagvlak zoeken voor het starten van pragmatische onderhandelingen op dit gebied. De Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 213 resultaten van MC11 moeten zeker ten goede komen aan de minst-ontwikkelde landen.Andere activiteiten in WTO-verband zijn de afronding van het Environ-mental Goods Agreement (EGA) om de handel in milieugoederen te liberaliseren en verdere onderhandelingen over het handelsverdrag in diensten (Trade in Services Agreement, TiSA). Het EGA gaat over producten in categorieën als luchtvervuiling, afvalbeheer, hernieuwbare energie en energiebesparing, waterzuivering, geluidsbeperking en grotere efficiëntie van natuurlijke hulpbronnen. Dit verdrag moet bijdragen aan het sneller realiseren van de mondiale milieu- en klimaatdoelen. De onderhandelingen over het handelsverdrag in diensten (TiSA) zijn naar verwachting nog voor het eind van 2016 afgerond. In dat geval zal er in 2017 begonnen worden aan de ondertekening en ratificatie van het akkoord.Het lukt niet altijd om binnen de huidige multilaterale onderhandelings-ronde tot afspraken te komen. Daarom ondersteunt Nederland het streven van de EU om op deelterreinen met gelijkgezinde landen tot verdere handelsliberalisatie te komen. Zo vindt er momenteel een inventarisatie plaats van de Nederlandse belangen door het raadplegen van belanghebbenden over de (opkomende) onderhandelingen met Australië, Nieuw Zeeland, Mexico, Tunesië, Filipijnen, Turkije en Indonesië. Daarnaast is er komend jaar veel aandacht voor het afronden en de ratificatie van de akkoorden van de Afrikaanse regio’s (EPA’s) en Canada (CETA). Verder zullen diverse nationale bilaterale investeringsbe-schermingsovereenkomsten herzien worden en naar Europese standaard worden vorm gegeven. Naar verwachting zal de nieuwe modeltekst, na consultaties met stakeholders, in de eerste helft van 2017 afgerond worden. In 2017 zullen mogelijk ook onderhandelingen plaatsvinden over de (handels)relatie met het Verenigd Koninkrijk als zij te kennen geven de EU te verlaten middels artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Ten slotte zal de relatie met China de nodige aandacht vragen. Onder andere door de discussie over marktstatus en de herziening van het investeringsakkoord.Momenteel vinden onderhandelingen plaats met onder andere de VS, Mexico, Filipijnen en Japan. De onderhandelingen met de VS over TTIP staan daarbij volop in de schijnwerpers. De inzet is een ambitieus akkoord dat meer extra banen oplevert in de EU en de VS en tot een Europese inkomensstijging van 0,2% tot 2% kan leiden (CPB 2016). De voordelen voor Nederland als open economie zijn groter dan voor de EU als geheel. Voor Nederland specifiek zou het handelsakkoord een verdubbeling betekenen van de bilaterale handel en inkomensstijging van 1,7% in 2030. Nederland is zich bewust van de bezwaren die leven rond de onderhande-lingen over TTIP en vraagt in de onderhandelingen daarom consequent aandacht voor het handhaven van het Europese niveau van standaarden in akkoorden en wil niet dat er getornd wordt aan EU-normen. Nederland wil beleidsvrijheid houden om eigen wetgeving op te stellen op het gebied van veiligheid en bescherming van mens, dier, plant en milieu. Nederland heeft zich actief opgesteld om onderhandelingen transparanter te maken en bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers te betrekken om draagvlak en vertrouwen in het handelspolitieke stelsel te bevorderen en gehoor te kunnen geven aan de belangen van verschil-lende groepen in de samenleving.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 214 Er bestaan nog weinig afspraken over investeringen. In de afgelopen jaren is steeds duidelijker geworden dat investeringen en handel hand in hand gaan. Nederland denkt actief mee over het maken van multila-terale afspraken over investeringen en bevordert op een informele manier de discussie in diverse internationale organisaties zoals de G20, de OESO en UNCTAD. Een eerste stap in deze richting onder leiding van de EU is het oprichten van een multilateraal investeringshof. Besprekingen in EU-kader over de specifieke vormgeving hiervan zullen in 2017 plaats-vinden, nadat de Europese Commissie hierover een impact assessment heeft afgerond (verwachting begin 2017). De Europese Commissie tast op dit moment af welke partners buiten de EU hier aan mee willen werken, maar zal na de besprekingen in EU-kader dit met de geïnteresseerde partners oppakken.En inspelen op mondiale maatschappelijke uitdagingen met een eersteklas economische diplomatie.In 2017 is in totaal EUR 82,6 miljoen beschikbaar om de Nederlandse handels- en investeringspositie te versterken. Uit dit budget wordt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) betaald voor de uitvoering van het instrumentarium om bedrijven te steunen die actief willen worden op internationale markten. Verder faciliteert RVO netwerken op het gebied van handels- en investeringsbevordering en neemt hij belemmeringen voor het bedrijfsleven weg door het delen van informatie.Op de mondiale agenda is de aandacht voor duurzame ontwikkeling toegenomen. De aandacht voor verduurzaming biedt het bedrijfsleven ook nieuwe kansen. Deze kansen worden in overleg met de topsectoren in concrete acties vertaald in de werkprogramma’s van de ambassadenet-werken.De economische dienstverlening wordt verbeterd door de inzet van een nieuw instrument dat investerings- en exportfinanciering biedt op die landen die niet door het Dutch Good Growth Fund (DGGF) worden bediend. Dit nieuwe instrument, het Dutch Trade and Investment Fund (DTIF), speelt in aanvulling op de private markt in op de specifieke financieringsuitdagingen van ondernemingen en met name het MKB bij internationaal ondernemen. Het DTIF is per 1 september 2016 opera-tioneel.De economische dienstverlening richt zich in 2017 opnieuw op de internationalisering van het MKB, maar ook op de ondersteuning van Nederlandse starters die de grens overgaan. Starters namen al deel aan een aantal economische missies en krijgen begeleiding vanuit het postennet. Nederlandse starters kunnen daardoor terecht bij interna-tionale beroepsgenoten voor advies en begeleiding (Boston, Silicon Valley, Londen, New York City). Bezien wordt hoe wij ons instrumentarium beter kunnen afstemmen op de wensen van starters. Dit kan zijn door in te zetten op in derde landen georganiseerde competities (bijv. Get in the Ring) of contacten met grote conglomeraten (zoals de K-Startup Grand Challenge in Korea) en actievere ondersteuning van internationale beurzen speciaal voor Nederlandse starters en deelname van starters aan economische missies. In nauwe samenwerking met Startup Delta zal invulling worden gegeven aan de internationaliseringsinitiatieven voor starters voor 2017. Daarnaast zullen de nieuwe Nationale Iconen die in het najaar 2016 bekend worden gemaakt, zoveel mogelijk onder de aandacht worden gebracht via bijvoorbeeld handelsmissies- en beurzen. De Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 215 bedrijven worden geholpen om nieuwe mogelijkheden aan te boren in binnen- en buitenland.Een economische missie is een effectief middel om onze econo-mische relaties met landen te versterken. De bedrijven die deelnemen gaan samenwerkingen aan, zorgen voor nieuwe netwerken, sluiten deals en contracten. Het instrument missies kan nog verder worden verbeterd door meer aandacht te besteden aan voorbereiding, vervolgacties en brede deelname, zoals van ngo’s. Het kabinet wil in 2017 het percentage vrouwen dat deelneemt aan missies verhogen. Tot op heden is slechts 10% van deelnemers aan economische missies vrouw. Om dit percentage te verhogen betalen vrouwen die deelnemen tot 8 maart 2017 50% van de kosten.Het kabinet heeft de ambitie internationaal ondernemen sterk te bevor-deren en in te spelen op de groeiende behoefte vanuit het bedrijfsleven en de kenniswereld aan internationale handels- en innovatiebevorderende diensten van de overheid. Om aan deze vraag te kunnen blijven voldoen, heeft het kabinet besloten om vanaf 2017 EUR 10 miljoen structureel extra vrij te maken voor inspanningen die de concurrentiepositie van Nederland in het buitenland ten goede komen, zoals een betere follow up van economische missies en het effectiever maken van het internationale topsectorenbeleid.In afwachting van de nieuwe acties zijn de middelen geraamd op een aanvullende post. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat de middelen ten goede moeten komen aan doeltreffende economische diplomatie, over de volle breedte van handelsbevordering tot en met innovatiesamen-werking, waarin publieke en private partijen complementaire rollen hebben maar nauw samenwerken bij het helpen realiseren van gezamenlijk vast te stellen doelen gericht op prioriteitslanden, topsectoren en mondiale maatschappelijke uitdagingen. De door de Dutch Trade & Investment Board (DTIB) geïnitieerde publiek-private Stuurgroep Handels- en investeringsbevordering zal begin 2017 het kabinet adviseren hoe deze publiek-private meerjarig geprogrammeerde aanpak in de praktijk zou moeten gaan werken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 216 BELANGRIJKSTE BELEIDSMATIGE MUTATIES TEN OPZICHTE VAN VORIG JAARHieronder treft u een toelichting aan op de belangrijkste mutaties vanaf 2017 en verder ten opzichte van de memorie van toelichting 2016. De mutaties voor 2016 zijn eerder dit jaar toegelicht in de eerste suppletoire begroting 2016.Daarnaast is ter dekking van budgettaire problematiek vanwege een verslechterde ruilvoet besloten tot een taakstelling op de departementale begrotingen, waarbij vanaf 2017 de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking met een bedrag van EUR 49 miljoen wordt verlaagd. Dat bedrag is het ODA-aandeel in de HGIS-taaksteling. In het verdiepingshoofdstuk wordt specifieker toegelicht op welke onderdelen dit is verwerkt.Belangrijkste beleidsmatige mutaties ten opzichte van vorig jaar Bedragen x EUR 1.000 2016 2017 2018 2019 2020 Stand ontwerpbegroting 2016 2.686.906 2.631.429 2.429.954 2.434.163 2.503.032 1 Duurzame handel en investeringen – 67.883 – 260.648 67.128 9.030 – 22.994 2 Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water 10.481 – 5.670 – 12.471 – 18.740 – 18.740 3 Sociale vooruitgang 6.644 – 5.446 – 5.447 – 6.547 – 6.547 4 Vrede en veiligheid voor ontwikkeling 349.509 – 75.465 – 7.766 – 14.311 – 14.311 5 Versterkte kaders voor ontwikkeling – 150.814 – 38.143 – 406.880 – 351.534 – 381.330 Stand ontwerpbegroting 2017 2.834.843 2.246.057 2.064.518 2.052.061 2.059.110Toelichting mutaties:Artikel 1Bij eerste suppletoire begroting 2016 werd het budget 2017 verlaagd. Belangrijke verklarende mutaties zijn een verlaging van EUR 62 miljoen voor private sector ontwikkeling en verbeterd investeringsklimaat in ontwikkelingslanden, en een verlaging voor het DGGF conform de Kamerbrief over de Mid-term Review van het Dutch Good Growth Fund van 1 oktober 2015.Ter invulling van de taakstelling als gevolg van de ruilvoetverslechtering wordt op beleidsartikel 1 het budget voor PSD vanaf 2017 verlaagd met EUR 9 miljoen.Artikel 2Bij eerste suppletoire begroting 2016 werd het budget 2017 verhoogd met EUR 15,8 miljoen. Dit is veroorzaakt door een herschikking van activiteiten binnen het landenbudget van Zuid Soedan, die leidde tot een verhoging van het budget voor water en voedselzekerheid (ten koste van functione-rende rechtsorde). Ook is de mutatie veroorzaakt door de verhoging van de bijdrage op het gebied van voedselzekerheid aan IFAD vanwege een ongunstige wisselkoers.Ter invulling van de taakstelling als gevolg van de ruilvoetverslechtering wordt op beleidsartikel 2 vanaf 2017 het budget voor voedselzekerheid verlaagd met EUR 11 miljoen, voor water met EUR 6 miljoen, en klimaat met EUR 4 miljoen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 217 Artikel 3Het budget 2017 wordt in 2017 met EUR 3 miljoen verlaagd. Dit is een saldo van twee mutaties. Ten eerste wordt het budget met EUR 10 miljoen verhoogd als gevolg van de motie Van Laar/Van Veldhoven met betrekking tot meer middelen voor Zuidelijke organisaties. Ten tweede wordt ter invulling van de taakstelling als gevolg van de ruilvoetverslechtering vanaf 2017 het budget verlaagd met EUR 13 miljoen.Artikel 4Bij eerste suppletoire begroting 2016 werd het budget 2017 verlaagd met EUR 69 miljoen. Dit komt deels door mutaties binnen het Noodhulpfonds. Door hoge betalingen in 2015 en een kasschuif van 2017 naar 2016 van EUR 50 miljoen resteert nu nog EUR 57 miljoen in 2017. Ook is de verlaging het gevolg van een herschikking van activiteiten binnen het landenbudget van Zuid Soedan, die leidde tot een verlaging van het budget voor functionerende rechtsorde (ten gunste van voedselzekerheid en water).Ter invulling van de taakstelling als gevolg van de ruilvoetverslechtering wordt vanaf 2017 het budget voor veiligheid en rechtstaat met 6 miljoen verminderd.Artikel 5De mutaties op dit artikel zijn het gevolg van toenemende uitgaven voor de opvang van asielzoekers en verlaging van het ODA-budget als gevolg van BNI-bijstellingen.In de begroting 2016 werd nog uitgegaan van een asielinstroom van 26.000 voor 2016 en 2017. Bij najaarsnota 2015 is de instroomraming 2016 verhoogd van 26.000 naar 58.000. De raming voor 2017 wordt nu bijgesteld naar 42.000. De verhoogde asieltoerekening voor 2016 en 2017 is gedekt door BNI-ruimte uit 2016 t/m 2021 en het inzetten van meevallers in de BHOS-begroting. Een deel van de in het voorjaar van 2016 voorziene BNI-ruimte is er niet meer, door negatieve BNI-bijstellingen bij MEV. De negatieve BNI bijstellingen resulteren in een verlaging van dit begrotings-artikel. Gezien de mogelijke fluctaties in de BNI ontwikkeling en de asielinstroom wordt het tekort op dit artikelonderdeel gedurende het begrotingsjaar ingevuld.Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven in 2017In onderstaand overzicht wordt per subartikel aangegeven welk deel van de geraamde uitgaven juridisch en niet juridisch verplicht is en wat in grote lijnen de bestemming is van de niet-juridisch verplichte uitgaven. In de toelichting op de beleidsartikelen (hoofdstuk 3, onderdeel D2) wordt nader ingegaan op de juridisch verplichte uitgaven.Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven en bestemmingen x EUR 1.000 Sub-artikel-nummer naam sub artikel Geraamde uitgaven juridisch verplichte uitgaven niet-juridisch verplichte uitgaven bestemming van de niet juridisch verplichte uitgaven 1.1 Versterkt internationaal handels-systeem 8,6 4,1 (47,7%) 4,5 (52,3%) • Contributies internationaal ondernemen,• fonds tegen kinderarbeid Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 218 Sub-artikel-nummer naam sub artikel Geraamde uitgaven juridisch verplichte uitgaven niet-juridisch verplichte uitgaven bestemming van de niet juridisch verplichte uitgaven 1.1 Versterkt internationaal handels-systeem, beleidsondersteuning 2,8 – 2,8 (100%) • Diverse beleids-ondersteunende onderzoeken,• Nederlandse deelname aan wereldtentoonstelling in Astana. 1.2 Versterkte Nederlandse handels- en investeringspositie 82,7 82,7 (100%) – 1.3 Versterkte private sector 294.4 275,0 (93,4%) 19,4 (6,6%) • Samenwerking bedrijfsleven,• PPP’s,• marktontwikkeling en financiële sectorontwikkeling 1.4 DGGF 108,5 108,5 (100%) – 2.1 Toename van voedselzekerheid 347.8 279,5 (80,4%) 68,3 (19,6%) • Uitbannen van honger en onder-voeding,• bevorderen van inclusieve en duurzame groei in de agrarische sector,• realiseren van ecologische houdbare voedselsystemen,• versterking van kennis en capaci-teitsopbouw t.b.v. voedselzekerheid 2.2 Verbeterd waterbeheer, drinkwater en sanitatie 195,2 195,2 (100%) – 2.3 Duurzaam gebruik hulpbronnen, tegengaan klimaatverandering 117,1 117,1 (100%) – 3.1 Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten voor iedereen en een halt aan HIV/aids 416,8 410,0 (98,4%) 6,8 (1,6%) • SRGR incl HIV/aids in humanitaire settings• SRGR incl HIV/aids in West Afrika 3.2 Gelijke rechten en kansen voor vrouwen 54,0 54,0 (100%) – 3.3 Versterkt maatschappelijk middenveld 221,5 221,5 (100%) – 3.4 Onderwijs 35,3 15,0 (42,5%) 20,3 (57,5%) • voortzetting van beurzenpro-gramma,• programma voor capaciteits-ontwikkeling voor hoger- en beroepsonderwijsinstellingen 4.1 Humanitaire hulp 220,0 175,0 (79,5%) 45,0 (20,5%) • noodhulp aan crises 4.3 Rechtstaatontwikkeling,wederopbouw, vredesopbouw, versterkte legitimiteit van democratische structuren en tegengaan van corruptie 191,7 154,4 (80,5%) 37,3 (19,5%) • Instellingssubsidies oa IDLO,• Kennisplatform,• Clingendael,• programma’s Syrie, Libanon, Jordanie,• Concessional finance facility Jordanie en Libanon 4.4 Noodhulpfonds 57,4 28,2 (49,1%) 29,2 (50,9%) • Noodhulp aan crises 5.1 Versterkte multilaterale betrokkenheid 135,1 135,1 (100%) – Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 219 Sub-artikel-nummer naam sub artikel Geraamde uitgaven juridisch verplichte uitgaven niet-juridisch verplichte uitgaven bestemming van de niet juridisch verplichte uitgaven 5.2 Overig armoedebeleid; activiteiten posten en cultuur en ontwikkeling 10,4 10,4 (100%) – 5.2 Overig armoedebeleid; voorlichting OS 3,3 3,0 (90,9%) 0,3 (9,1%) • IATI, hackatons 5.2 Overig armoedebeleid; schuldver-lichting, Unesco 57,0 57,0 (100%) – 5.3 Migratie en ontwikkeling 15,0 5,1 (34%) 9,9 (66%) • Terugkeer,• beter migratiemanagement (o.a. aanpak mensensmokkel/ handel),• versterken opvang in de regio,• informatiecampagnes,• dataverzameling Totaal 2.574,6 2.337,6 (90,8%) 237,0 (9,2%) NB: in verband met het specifieke karakter van artikelonderdeel 5.4 (parkeerartikel) komen de totalen van deze tabel niet overeen met het totaal van de BHOS begroting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 220 Planning beleidsdoorlichtingen1, 2 Art Naam 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Geheel realisatie Planning artikel? 1 Duurzame handel en investeringen √ Ja 1.1 Versterkt internationaal handels-systeem, met aandacht voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen3, 4 1.2 Versterkte Nederlandse Handels- en Investeringspositie en economische naamsbekendheid3, 4 1.3 Versterkte private sector en een verbeterd investeringsklimaat in ontwikkelingslanden 1.4 Dutch Good Growth Fund4, 5 2 Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water Nee 2.1 Toename van voedselzekerheid √ 2.2 Verbeterd waterbeheer, drinkwater en sanitatie √ 2.3 Duurzaam gebruik natuurlijke hulpbronnen, tegengaan van klimaatverandering en vergrote weerbaarheid van de bevolking tegen onafwendbare klimaatverandering √ 3 Sociale vooruitgang Nee 3.1 Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten voor iedereen en een halt aan de verspreiding van HIV/aids √ 3.2 Gelijke rechten en kansen voor vrouwen √ 3.3 Versterkt maatschappelijk middenveld √ 3.4 Toename van het aantal goed opgeleide professionals, versterking van hoger- en beroepsonderwijsinstellingen en het bevorderen van beleidsrelevant onderzoek6 4 Vrede en veiligheid voor ontwikkeling Nee 4.1 Humanitaire hulp √ 4.2 Budget Internationale Veiligheid; voorkomen en terugdringen van conflictsituaties7 4.3 Rechtstaatontwikkeling, wederopbouw, vredesopbouw, versterkte legitimiteit van democratische structuren en tegengaan van corruptie8 5 Versterkte kaders voor ontwikkeling Nee 5.1 Versterkte multilaterale betrokkenheid √ 5.2 Overig armoedebeleid9 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 221 Art Naam 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Geheel realisatie Planning artikel? 5.3 Bijdrage aan migratie en ontwik-keling √ 1 De begroting van BZ is in 2013 opgesplitst in de begroting van BZ (H5) en BHOS (H17). Er zijn toen nieuwe beleidsartikelen en beleidsdoelstel-lingen geformuleerd. Beleidsdoorlichtingen van voor dat jaar zijn in deze tabel met terugwerkende kracht over de nieuwe beleidsdoelstellingen verdeeld.2 Bij BZ en BHOS is het wel de wens om beleidsdoorlichtingen van één beleidsartikel uit te voeren maar inhoudelijk is dat nog niet mogelijk gebleken. Beleidsdoorlichtingen vinden plaats op één niveau lager namelijk van de beleidsdoelstellingen. Waar mogelijk worden combinaties gemaakt. Voor artikel 1 is in 2019 wel één beleidsdoorlichting voorzien. De Tweede Kamer is hierover apart geïnformeerd per brief: Zie hiervoor de brief aan de TK over de aanpassing van de planning van de beleidsdoorlichtingen verstuurd op 18 augustus.3 Deze beleidsdoelstellingen zijn toegevoegd n.a.v. de toevoeging van de DGBEB aan BZ.4 Deze beleidsdoorlichting wordt vervangen door een effectevaluatie en wordt onderdeel van de beleidsdoorlichting voor heel artikel 1. Zie hiervoor de brief aan de TK over de aanpassing van de planning van de beleidsdoorlichtingen verstuurd op 18 augustus.5 Dit is een nieuwe beleidsdoelstelling van dit kabinet.6 Deze beleidsdoelstelling is doorgelicht in 2011, en geen prioriteit van dit kabinet.7 Deze beleidsdoelstelling gaat naar het Ministerie van Defensie.8 De laatste twee beleidsdoorlichtingen waren in 2013. Die van Goed Bestuur is stopgezet. Onderdelen zijn al elders meegenomen of worden elders ondergebracht. Zie hiervoor de brief aan de TK over de aanpassing van de planning van de beleidsdoorlichtingen verstuurd op 18 augustus.9 De laatste beleidsdoorlichting was in 2012. Het grootste deel van dit subartikel was begrotingssteun en deze modaliteit is stopgezet. Voor de andere onderdelen wordt bekeken waar ze elders worden meegenomen. Cultuur is bijvoorbeeld al meegenomen in de beleidsdoorlichting Buiten-landscultuurbeleid van de BZ begroting (H5).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 222 Overzicht risico regelingenRisico van de Staat, te verlenen garanties, vervallen garanties (bedragen x 1.000 Euro) Artikel waarop garantie wordt verant-woord Omschrijving garantie Uitstaande garantie Geraamd te verlenen Geraamd te vervallen Uitstaande garantie Geraamd te verlenen Geraamd te vervallen Uitstaande garantie Jaarlijks Totaal ultimo 2015 in 2016 in 2016 ultimo 2016 in 2017 in 2017 ultimo 2017 plafond plafond 1 Garantie DGGF 16.593 42.507 0 59.100 50.000 109.100 109.100 1 Garantie FOM 78.432 0 2.089 76.343 0 1.941 74.402 74.402 1 Garantie DTIF 0 11.200 0 11.200 20.000 31.200 140.000 1 Garantie DRIVE 0 0 55.000 55.000 55.000 5 Garanties IS-NIO 184.377 17.772 166.605 166.605 166.605 5 Garanties IS-Raad van Europa 176.743 1 176.742 176.742 176.742 5 Garanties Asian Development Bank 1.323.994 1.323.994 1.323.994 1.323.994 5 Garanties Inter American Development Bank 299.589 299.589 299.589 299.589 5 Garanties African Development Bank 673.101 673.101 673.101 673.101 TOTAAL 2.752.829 53.707 17.773 2.786.674 125.000 1.941 2.909.733 55.000 2.963.533Uitgaven en ontvangsten (bedragen in duizenden euro’s) Artikel waarop garantie wordt verantwoord Omschrijving garantie Uitgaven Ontvangsten Saldo Uitgaven Ontvangsten Saldo Uitgaven Ontvangsten Saldo realisatie 2015 realisatie 2015 realisatie 2015 geraamd 2016 geraamd 2016 geraamd 2016 geraamd 2017 geraamd 2017 geraamd 2017 1.1 (uitgaven) en 1.10 (ontvangsten) Garantie FOM 3.520 276 – 3.244 2.000 763 – 1.237 1.400 744 – 656 1.2 (uitgaven) en 1.10 (ontvangsten) Garanties DTIF 0 0 0 0 0 0 18.786 1.857 – 16.929 1.3 (uitgaven) en 1.10 (ontvangsten) Garanties DRIVE 12.500 0 0 13.750 – 13.750 1.4 (uitgaven) en 1.10 (ontvangsten) Garantie DGGF 36.387 1.869 – 34.518 1.200 500 – 700 18.000 500 – 17.500 5.2 (uitgaven) en 5.20 (ontvangsten) Garanties IS-NIO 212 – 212 193 3.000 2.807 0 TOTAAL 52.619 2.145 – 37.974 3.393 4.263 870 51.936 3.101 – 48.835Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 223 Toelichting op overzicht risicoregelingenDGGFHet DGGF bestaat uit drie onderdelen:•Onderdeel 1 voorziet in het financieren van Nederlands midden- en kleinbedrijf dat ontwikkelingsrelevantie investeringen wil doen in lage- en middeninkomenslanden.•Onderdeel 2 financiert het lokaal midden- en kleinbedrijf in lage- en middeninkomenslanden.•Onderdeel 3 voorziet in het financieren en verzekeren van het Nederlandse midden- en kleinbedrijf dat wil exporteren naar lage- en middeninkomenslanden.Binnen alle drie de onderdelen van het DGGF is het mogelijk om garanties te verstrekken, waarvoor kostendekkende premies worden betaald. Voor onderdeel 2 dat uitgevoerd wordt door PwC en Triple Jump houdt de fondsbeheerder zelf een reserve aan ter grootte van de verstrekte garanties, waardoor het begrotingsrisico voor BHOS nihil is. Daarom wordt hieronder alleen ingegaan op onderdeel 1 en 3 van het DGGF.Om een buffer op te kunnen bouwen en de schommelingen in de tijd op te kunnen vangen zal voor onderdeel 1 en 3 van het DGGF gebruik worden gemaakt van het instrument «interne begrotingsreserve». De reserve wordt gevuld vanuit de middelen die voor de onderdelen 1 en 3 van het DGGF beschikbaar zijn voor garanties. De uiteindelijke hoogte van de begrotingsreserve is gerelateerd aan de hoogte van de garantiepla-fonds die voor de onderdelen 1 en 3 per onderdeel van het DGGF zijn vastgesteld, respectievelijk 1:2 en 1:3.Onderdeel 1 (uitvoerder RVO.nl)Als een commerciële partij (vaak een bank) bereid is mee te financieren zal er worden getracht een garantie in te zetten als instrument. Met dit instrument zal de overheid borg staan voor een percentage van de financiering die een bank, lokaal dan wel Nederlands, geeft. De Neder-landse staat neemt een deel van de risico’s over, waardoor een bank eerder geneigd zal zijn financiering te verschaffen. Ook is het mogelijk dat de overheid borg staat voor een gedeelte van de financiering in het geval van een tekort aan onderpand van de Nederlandse MKB’er.De inzet van het DGGF is om in het geval van lokale banken samen te werken met zogenaamde netwerkbanken, zijnde banken met een uitgebreid netwerk en/of vele vestigingen in DGGF-landen.Onderdeel 3 (uitvoerder Atradius)De aanvullende EKV, die bij onderdeel 3 van het DGGF wordt verstrekt, werkt hetzelfde als de reguliere EKV. De politieke en commerciële risico’s van exporttransacties worden verzekerd. Er kan aanspraak worden gemaakt op de polis als één van de gedekte schadeoorzaken leidt tot non-betaling van de vordering. De waaier van specifieke verzekeringen (bijvoorbeeld, exporteurs- en bankpolis, werkkapitaaldekking en garantie-dekkingen etc.) die bij de EKV worden gevoerd, kunnen ook onder onderdeel 3 van het DGGF worden verzekerd. Met onderdeel 3 van het DGGF wordt een aanvulling geboden op de mogelijkheden onder de reguliere EKV voor ontwikkelingsrelevante exporttransacties. De noodzaak is er in gelegen dat een aantal exporttransacties nu geen doorgang vindt terwijl die wel ontwikkelingsrelevant zijn. Daarnaast biedt onderdeel 3 van het DGGF financiering voor kleine transacties (tot EUR 2 miljoen) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 224 waarvoor geen bankfinanciering verkregen kan worden. In die gevallen wordt de financiering ook verzekerd.Voor het eind van 2018 wordt het DGGF geëvalueerd.FOMDe Faciliteit Opkomende Markten (FOM) is medio 2016 opgegaan in het Dutch Trade and Investment Fund (DTIF). De komende jaren betreffen daarom louter het beheer en afbouw van de bestaande portefeuille. De middelen die de komende jaren vrijvallen worden toegevoegd aan het DTIF. Met de FOM werden investeringen van Nederlandse ondernemingen in opkomende markten gestimuleerd doordat de overheid een garantie verstrekte aan de Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO) voor financieringen aan lokale dochterondernemingen of joint-ventures van Nederlandse bedrijven. FMO kon door die garantie finan-ciering verschaffen, daar waar banken of andere kapitaalverschaffers het risico niet konden lopen.DTIFHet Dutch Trade and Investment Fund (DTIF) is een nieuwe garantiere-geling. Het DTIF verstrekt financieringen (garanties, leningen, wissels) voor directe investeringen en export van Nederlandse bedrijven, indien banken en andere financiële instellingen deze financiering niet bieden, en er wordt voldaan aan de criteria die gelden voor publieke interventie. Het DTIF is non-ODA en is beschikbaar voor landen die niet worden bediend door het DGGF. Hierdoor verbetert de synergie tussen de handels- en OS-agenda. Ten behoeve van het DTIF worden de bestaande (garantie)re-gelingen FOM en Finance for Internationale Business (FIB) afgebouwd. In de periode 2016–2021 bedraagt het totale budget EUR 102 miljoen. Het garantieplafond is vastgesteld op EUR 140 miljoen. Er wordt een kostendekkende premie geheven en de regeling wordt uiterlijk in 2021 geëvalueerd.DRIVEMet DRIVE faciliteert het Ministerie van Buitenlandse Zaken investeringen in publieke infrastructuurprojecten die bijdragen aan een goed onderne-mingsklimaat en de ontwikkeling van de private sector in lage- en middeninkomenslanden. DRIVE doet dit middels het verstrekken van subsidies met of zonder terugbetalingsverplichting (lening of a fonds perdu) aan het bedrijfsleven. Daarnaast kunnen ook garanties worden verstrekt en is er aanvullende EKV beschikbaar.Het garantieplafond voor DRIVE is vastgesteld op EUR 55 miljoen per jaar. Dat wil zeggen dat RvO en Atradius in de eerste vijf jaar gezamenlijk voor maximaal EUR 275 miljoen aan garanties en verzekeringen mogen aangaan. Ter afdekking van de risico’s en ter compensatie van de mismatch in de tijd tussen (premie)inkomsten en uitgaven (ten behoeve van schades), is afgesproken een interne begrotingsreserve aan te houden volgens de hefboom 1:4. Tevens is bij de start van DRIVE besloten tot een minimale omvang van de begrotingsreserve van EUR 12,5 miljoen ter dekking van het extra financiële risico dat de Staat kan gaan lopen door het verstrekken van garanties en verzekeringen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 225 NIODe NIO is in 1965 opgericht als volledige dochter van de Nationale Investeringsbank. Deze was destijds een volledige staatsbank en is in 1945 opgericht om de Marshall hulp te kanaliseren naar het Nederlandse bedrijfsleven. Het doel van de dochteronderneming NIO was leningen te verstrekken aan ontwikkelingslanden onder gunstige voorwaarden zodat deze landen, die destijds geen toegang hadden tot de reguliere kapitaal-markt, in staat werden gesteld ontwikkelingsrelevante investeringen te doen. Deze leningen hadden een lange looptijd en een lage rente. Deze zogenaamde bilaterale concessionele leningen waren destijds een onderdeel van het Nederlandse ontwikkelingssamenwerkingbeleid. Na 2001 zijn geen nieuwe concessionele leningen door NIO verstrekt. NIO bleef vanaf dat moment verantwoordelijk voor het beheer van de afgesloten leningen. Eind jaren negentig is de Nationale Investeringbank geprivatiseerd en zijn de aandelen NIO in 2000 overgenomen door FMO. In 2010 heeft De Staat de aandelen van FMO overgenomen. In een overeenkomst die in 1993 is gesloten tussen de Minister voor Ontwikke-lingssamenwerking en NIO is geregeld dat de Staat garant staat voor de financiering van NIO. Dit houdt in dat de obligaties die NIO heeft uitgegeven zijn uitgegeven onder staatsgarantie. Bovendien heeft de Staat zich jegens NIO verplicht om middelen ter beschikking te stellen in het geval NIO niet zelfstandig in staat is om (her)financiering aan te trekken op de kapitaalmarkt voor reeds verstrekte leningen wegens incidentele krapte. Overigens zijn beide garanties nog nooit ingeroepen. Premie-heffing is niet van toepassing en de komende jaren zijn gericht op de afbouw van de portefeuille.Raad van EuropaDe Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa is in 1956 opgericht met het doel om de Raad van Europa eigen financiële middelen te geven om via het Europees Ontwikkelings Fonds (EOF) zelfstandig activiteiten te kunnen uitvoeren. De bank verstrekt leningen voor uitvoering van projecten aan overheden en andere instanties op de volgende drie gebieden: hulp aan vluchtelingen en migranten, milieubescherming en ontwikkeling van menselijk potentieel. Het vermogen van de bank is opgebouwd uit donaties van de veertig lidstaten en de aandeelhouders. Per ultimo december 2014 bedraagt het totale aandelenkapitaal ruim EUR 5,4 mld, het Nederlands aandeel hiervan bedraagt 3,633%. Het garantiekapitaal betreft het niet volgestorte gedeelte van het Nederlandse aandeel. Premieheffing is niet van toepassing.Regionale Ontwikkelingsbanken1.IDB:De IDB-Groep bestaat uit de Inter-American Development Bank (IDB), de Inter-American Investment Corporation (IIC), het Multilateral Investment Fund (MIF) en het Fund for Special Operations (FSO). Sinds 1976 zijn ook 28 «niet-regionale landen» buiten het westelijk halfrond lid, waaronder het Koninkrijk der Nederlanden. De Bank wordt gefinancierd op basis van het aandelenkapitaal, waarvan lidstaten een deel inleggen en een deel in de vorm van garanties verstrekken. Op basis van het aandelenkapitaal verstrekt de IDB leningen aan de nationale overheden en aan particuliere bedrijven in de regionale landen. Omdat de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking zich minder dan voorheen richt op Latijns-Amerika heeft Nederland niet meegedaan met de laatste IDB kapitaalverhogingen waardoor het Nederlandse aandeel is afgenomen van 0,338% naar 0,239%. Premie-heffing is niet van toepassing.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 226 2.AfDB:De Afrikaanse Ontwikkelingsbank Groep bestaat uit de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, het Afrikaans Ontwikkelingsfonds (AfDF) en het Nigeria Trust Fund. Inmiddels kent de Afrikaanse Ontwikkelingsbank 77 lidstaten: 54 regionale en 26 niet-regionale leden. De Bank verstrekt niet-concessionele leningen aan kredietwaardige Afrikaanse landen. De bank heeft aandelenkapitaal waarvan 6% daadwerkelijk ingelegd (paid-in capital), de andere 94% garantiekapitaal (callable capital). De AfDB richt zich op een specifiek terrein (armoedebestrijding, inclusieve groei, duurzame ontwikkeling) dat onvoldoende wordt gedekt door commerciële banken. Nederland heeft een aandeel van 0,87% in de Bank. Op basis van het garantiekapitaal is de AfDB in staat goedkoop geld aan te trekken op kapitaalmarkten en dit door te lenen aan landen voor ontwikkelingsdoeleinden. Premieheffing is niet van toepassing.3.AsDB:De Aziatische Ontwikkelingsbank (AsDB) werd in 1966 opgericht door een groep van 31 landen, waaronder Nederland. De AsDB heeft als mandaat het bevorderen van economische groei en regionale samenwerking in Azië en de Stille Oceaan regio. Sinds 1999 is de overkoepelende doelstelling van de bank armoedebestrijding. De AsDB heeft een aandelenkapitaal van USD 147 miljard (2015). Van dit kapitaal wordt 5% daadwerkelijk ingelegd (paid-in capital), de andere 95% van het geldt als garantiekapitaal (callable capital). De totale waarde van het Nederlands aandeel bij de bank bedraagt USD 1,51 miljard, het aandeel garantiekapitaal hierin bedraagt USD 1,43 miljard gegaran-deerd. Dit aandeel garantiekapitaal wordt door lidstaten vastgesteld tijdens afspraken over kapitaalverhogingen. De Board (raad van bewindvoerders) bestaat uit 12 leden. Nederland zit in een kiesgroep met Canada, Denemarken, Finland, Ierland, Noorwegen en Zweden. De bewindvoerder van deze kiesgroep is altijd een Canadees. Premiehef-fing is niet van toepassing.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 227 3. Artikelen Artikel 1: Duurzame handel en investeringen A: Algemene doelstellingDoel is om de agenda voor hulp, handel en investeringen vorm te geven om extreme armoede uit te bannen, inclusieve en duurzame groei te bevorderen en succes voor Nederlandse bedrijven in het buitenland te bewerkstelligen. De inzet is om duurzame handel en investeringen te bevorderen door versterking van het internationaal handelssysteem. Daarbij is er aandacht voor maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO), de versterking van de Nederlandse handel- en investeringspositie en economische naamsbekendheid en de bevordering van de private sector en de randvoorwaarden voor duurzaam en inclusieve groei in ontwikkelingslanden. Voor het Dutch Good Growth Fund (DGGF) is een belangrijke rol weggelegd om het Nederlandse en lokale midden- en kleinbedrijf te betrekken bij duurzame economische ontwikkeling in de DGGF-landen.B: Rol en verantwoordelijkheidDe versterking van de Nederlandse handel- en investeringspositie en economische naamsbekendheid en het realiseren van een goede bijdrage van het Nederlandse bedrijfsleven aan duurzame economische ontwik-keling elders in de wereld vraagt een kabinetsbrede inspanning. In het bijzonder werkt de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssa-menwerking hierbij samen met de Minister van Financiën, de Minister van Economische Zaken, de Staatssecretaris van Economische Zaken en de Minister van Infrastructuur en Milieu.De Minister is verantwoordelijk voor:Financieren•Het voeren van een op maat gesneden en onderling samenhangend financieel instrumentarium gericht op export- en investeringsbevorde-ring voor het Nederlands en lokaal bedrijfsleven, marktfacilitatie en markttoegang. Uitgangspunten hierbij zijn het opheffen van marktfalen en het creëren van een gelijk speelveld.•Het financieren van diverse programma’s die bijdragen aan een gunstig ondernemingsklimaat en innovatief ondernemerschap ten behoeve van duurzame en inclusieve groei in lage- en middeninko-menslanden.•Het financieel ondersteunen van het Nederlandse en lokale midden- en kleinbedrijf om met eigentijdse oplossingen bij te dragen aan duurzame economische ontwikkeling wereldwijd, onder andere via het Dutch Good Growth Fund.Stimuleren•Het stimuleren van een actief voorlichtingsbeleid over de OESO-richtlijnen via onder andere het Nationale Contact Punt (NCP) voor de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen, de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) en MVO Nederland.•Het faciliteren en ondersteunen van (Nederlandse) bedrijven met specifieke aandacht voor MKB, om zaken te doen op buitenlandse markten, waaronder in lage- en middeninkomenslanden, met behulp van financiering, informatie en advies.•Het bevorderen van clustergewijze samenwerking van bedrijven op buitenlandse markten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 228 •Het benadrukken van de kansen die internationaal ondernemen biedt en bedrijven daartoe activeren en actief ondersteunen, met speciale aandacht voor het MKB.•Het monitoren en bevorderen van markttoegang in derde landen via de EU markttoegangsstrategie.•Het stimuleren van een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor buiten-landse investeerders ten behoeve van verdere internationalisering van de Nederlandse economie.•Het stimuleren van toegang van lokale MKB-bedrijven tot (regionale) markten met oog voor duurzame ketenontwikkeling en handelspolitiek en -facilitatie.•Het stimuleren van goed bestuur in de vorm van goede wet- en regelgeving, betrouwbare instituties en actoren en verbeterde belastingregimes.•Het stimuleren van goede fysieke infrastructuur en logistiek die bijdragen aan een goed ondernemingsklimaat.•Het stimuleren van een inclusieve ontwikkelingsagenda door ontwikke-ling van verzekeringsinstrumenten en uitbreiding van financiële dienstverlening aan de MKB-sector.•Het bevorderen van publiek-private samenwerking en inclusief ondernemerschap in lage- en middeninkomenslanden.•Het stimuleren dat de EU haar impact assessments herziet door (niet-hulp) beleid ex ante te screenen op mogelijke gevolgen voor derde landen.Regisseren•Het met oog voor de Nederlandse belangen bijdragen aan de verdere vrijmaking van het internationale handels- en investeringsverkeer via de World Trade Organisation (WTO)/Doha ronde, vrijhandelsakkoor-den, investeringsbeschermingsovereenkomsten en de Europese markttoegangstrategie.•Het versterken van de internationale economische rechtsorde in het kader van de WTO en OESO.•Het bevorderen van een gelijk speelveld voor Nederlandse onderne-mers op MVO door goede afspraken te maken in de OECD Working Party on Responsible Business Conduct. Nederland levert het voorzitterschap via een speciaal vertegenwoordiger voor de OESO Richtlijnen.•Het mede vormgeven van een nieuwe WTO onderhandelingsagenda.•Het bevorderen van kaders voor internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen in het kader van de VN, OESO, EU en voluntary principles on security and human rights.•Het actief inzetten op het door de EU uitonderhandelen en de totstandkoming van een aantal ontwikkelingsvriendelijke, asymetri-sche Economische Partnerschapsakkoorden (EPA’s) met verschillende regio’s in Afrika, de Cariben en de Stille Oceaan (ACS).•Het behouden van draagvlak voor globalisering door realistische invulling van ketenverantwoordelijkheid.•Het vorm en inhoud geven aan economische diplomatie, economische missies en inkomende en uitgaande bezoeken met aandacht voor IMVO, en het opstellen en bewaken van de afgestemde reisagenda van het kabinet naar economisch prioritaire landen.•Het bevorderen van publiek-private samenwerking op het terrrein van internationaal ondernemen, onder via de Dutch Trade and Investment Board.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 229 •Het aansturen van het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) met als oogmerk het aantrekken van buitenlandse investeerders naar Nederland, samen met de Minister van Economische Zaken.•Het invulling geven aan de internationale kant van het topsectorenbe-leid en dit verbinden aan het economisch-diplomatieke werk.•Het inhoud geven aan de mede-beleidsverantwoordelijkheid voor de Exportkredietverzekering (EKV) met de Minister van Financiën ten einde de Nederlandse export van kapitaalgoederen en dienstentrans-acties te faciliteren.•Het versterken van de Nederlandse positie in mondiale waardeketens om export en investeringen optimaal te laten bijdragen aan het Nederland verdienvermogen.•Het in onderlinge samenhang inzetten van centrale en decentrale programma’s ter versterking van de randvoorwaarden voor duurzame en inclusieve groei en private sectorontwikkeling in lage- en middenin-komenslanden.•Het afstemmen van Nederlandse inspanningen op het gebied van private sectorontwikkeling en duurzame en inclusieve groei met die van andere multilaterale en bilaterale donoren, met bijzondere aandacht voor programma’s van de Europese Commissie en EU-lidstaten.•Het invulling geven aan beleidscoherentie voor buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking door bij beleid vooraf en achteraf te letten op de effecten op ontwikkelingslanden.•Het bereiken van maximale synergie tussen ontwikkelingsdoelstellin-gen en de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven, mede door inzet van het Dutch Good Growth Fund.•In de partnerlanden zal Nederland binnen de speerpunten voedselze-kerheid, water, seksuele en reproductieve gezondheidszorg (alsook vrouwenrechten en gendergelijkheid) en veiligheid en rechtsorde (met name in fragiele staten) inzetten op ontwikkeling en zoveel mogelijk samenwerking zoeken met de private sector en maatschappelijke organisaties.Uitvoeren•Het behandelen van klachten van bedrijven, onder andere over oneerlijke concurrentie waar Nederlandse bedrijven in het buitenland mee te maken hebben.•Het uitvoeren van de controle op de export van strategische goederen met oog voor sancties in het kader van de EU, het Wassenaar Arrangement, de Australië groep, de Nuclear Suppliers Group, de Organisation for the prohibition of Chemical Weapons en de Missile Technology Control Regime.•Het aansturen en vormgeven van de inzet van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) op het gebied van handelsbevorde-ring en privatesectorontwikkeling, inclusief het Dutch Good Growth Fund, en het strategisch aansturen van de Nederlandse ontwikkelings-bank FMO.•Het in dit verband realiseren van een efficiënte dienstverlening aan het Nederlandse bedrijfsleven (EénLoket). Thema Resultaatgebied Indicator Streefwaarde 2017 Streefwaarde 2020 Private sector-ontwikkeling (PSD) Bedrijfsontwikke-ling Aantal banen ondersteund door PSD-programma’s (direct jobs supported naar internationaal geharmoniseerde definitie) 160.000 in dat jaar bereikt 180.000 in dat jaar bereikt Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 230 Thema Resultaatgebied Indicator Streefwaarde 2017 Streefwaarde 2020 Bedrijfsontwikke-ling Aantal bedrijven (Nederlandse en lokale ondernemingen) met een ondersteund plan voor investering, handel of dienstverlening 2.250 in dat jaar bereikt 2.500 in dat jaar bereiktC: Beleidswijzigingen•Opname in de begroting van een tweetal nieuwe indicatoren voor bedrijfsontwikkeling. In 2017 worden naar verwachting 2.250 investerings-en handelsplannen van bedrijven in lage-en middeninko-menslanden met PSD-programma’s ondersteund. Deze streefwaarde is in lijn met de realisatie van 2015, die 2.105 was. De andere indicator is het aantal directe banen dat met PSD-programma’s wordt onder-steund. De streefwaarde hiervoor van 160.000 directe banen in 2017 is gebaseerd op een realisatie van 156.000 in 2014 en 191.000 in 2015. Beide streefwaardes houden rekening met programma’s die deze resultaten opleveren en in de komende jaren aflopen, en andere die zich in de opstartfase bevinden en daarom pas later aan dit resultaat kunnen bijdragen.•Introductie van een nieuw instrument, het Dutch Trade and Investment Fund (DTIF) voor ondernemers die actief willen worden op zowel traditionele als opkomende markten. Het fonds combineert verschil-lende financiële producten voor het MKB en voegt nieuwe producten toe zoals voorfinanciering voor kleine ondernemers. Op deze manier kan het fonds beter inspelen op de specifieke financieringsbehoefte van bedrijven. Eerdere instrumenten FOM (faciliteit Opkomende Markten) en FIB (Finance for International Business) worden afge-bouwd voor het starten van DTIF.•In 2017 zal het Private Sector Development (PSD)-instrumentarium voor bevorderen van het ondernemingsklimaat en private sectoractivi-teiten van lokale en internationale bedrijven, ook worden opengesteld voor de landen Jordanië en Libanon. Deze landen hebben te maken met grote sociaaleconomische druk die wordt veroorzaakt door de opvang van Syrische vluchtelingen.•Meer dan voorheen zal in 2017 worden ingezet op een substantiële bijdrage van Nederlandse en lokale bedrijven (en sociale ondernemin-gen) aan de realisatie van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s, ook wel Global Goals). Bedrijven zullen worden geattendeerd op de SDG’s als business case en aangemoedigd om met innovatieve oplossingen te komen voor uitdagingen in ontwikkelingslanden.•De inzet op handelsbevordering in India zal worden uitgebreid. India is in toenemende mate een belangrijke economische partner voor Nederland.D1: Budgettaire gevolgen van beleidBeleidsartikel 1 Duurzame handel en investeringen Bedragen in EUR 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 631.834 362.012 242.591 171.734 150.192 147.977 146.023 waarvan garantiever-plichtingen 14.039 53.707 70.000 Uitgaven: Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 231 Bedragen in EUR 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Programma-uitgaven totaal 390.662 514.304 496.986 493.581 435.483 403.459 483.505 waarvan juridisch verplicht 95% 1.1 Versterkt internationaal handelssysteem, met aandacht voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen 12.780 15.645 11.440 11.222 11.222 11.222 11.222 Opdrachten Beleidsondersteuning internationaal ondernemen (non-ODA) 3.083 2.719 2.794 2.794 2.794 2.794 2.794 Bijdrage (inter)na-tionale organisaties Contributies internationaal ondernemen (non-ODA) 4.191 5.670 5.670 5.670 5.670 5.670 5.670 Maatschappelijk verantwoord ondernemen 5.506 7.256 2.976 2.758 2.758 2.758 2.758 1.2 Versterkte Nederlandse Handels- en Investeringspositie en economische naamsbekendheid 48.837 83.554 82.667 74.636 73.094 70.879 68.925 Subsidies Starters International Business (SIB)/ Programma Strategische Beurzen (non-ODA) 3.881 4.940 5.200 5.200 5.200 5.200 5.200 Partners for International Business (PIB) (non-ODA) 410 8.400 8.000 8.000 8.000 8.000 8.000 Sport en OS 1.100 1.100 1.100 1.100 1.100 1.100 Demontratiepro-jecten, haalbaar-heidsstudies en investeringsstudies (DHI) (non-ODA) 4.889 7.012 6.000 5.438 5.938 6.438 6.438 Overig Programma-tische Aanpak (non-ODA) 817 1.500 500 200 200 200 200 PSO/2g@there (non-ODA) 1.300 500 Dutch Trade and Investment Fund (non-ODA) 18.800 20.643 19.771 18.229 16.014 14.060 Leningen Finance for Interna-tional Business (FIB) (non-ODA) 235 900 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 232 Bedragen in EUR 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Bijdragen aan agent-schappen Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (non-ODA) 27.146 26.000 26.000 26.000 26.000 26.000 26.000 Versterking econo-mische functie (NBSO’s via RVO) (non-ODA) 6.274 5.927 5.927 5.927 5.927 5.927 5.927 1.3 Versterkte private sector en een verbeterd investeringsklimaat in ontwikkelingslanden 237.012 295.605 294.379 294.223 295.667 293.858 296.858 Subsidies Transitiefaciliteit 2.135 2.050 168 0 0 0 0 Marktontwikkeling in het kader van private sector development 44.526 67.890 54.251 43.157 43.157 43.157 43.157 Wet en regelgeving 5.579 7.000 5.000 5.000 5.000 5.000 5.000 Financiele sectoront-wikkeling 36.639 24.100 26.338 27.238 27.938 27.938 27.938 Versterking privaat ondernemerschap 54.083 46.910 35.260 43.724 43.724 43.724 43.724 Infrastructuurontwik-keling 33.288 66.229 75.587 84.658 85.658 83.849 86.849 Samenwerking bedrijfsleven en PPP’s 5.849 8.700 16.900 16.900 16.900 16.900 16.900 Versterking privaat ondernemerschap (non-ODA) 2.050 4.625 2.794 2.065 1.809 1.809 1.809 Technische assis-tentie DGGF 8.000 11.900 10.800 4.200 4.200 4.200 4.200 Bijdragen aan agent-schappen Rijksdienst voor Ondernemend Nederland 15.404 42.355 42.355 42.355 42.355 42.355 42.355 Bijdragen (inter)nationale organisaties International Labour Organization 5.213 5.217 5.217 5.217 5.217 5.217 5.217 Partnershippro-gramma ILO 4.883 5.500 5.000 5.000 5.000 5.000 5.000 Landenprogramma’s ondernemingsklimaat 13.284 1.420 13.000 13.000 13.000 13.000 13.000 Bedrijfsmatige technische bijstand 1.748 1.709 1.709 1.709 1.709 1.709 1.709 1.4 Dutch Good Growth Fund: intensivering van ontwikkelingsrelevante investe-ringen in en handel met ontwikkelings-landen door het Nederlandse en het lokale bedrijfsleven, met de focus op het MKB en bij uitzondering en onder condities grootbedrijf 92.033 119.500 108.500 113.500 55.500 27.500 106.500 Subsidies/Leningen/Garanties programma’s Dutch Good Growth Fund 92.033 119.500 108.500 113.500 55.500 27.500 106.500 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 233 Bedragen in EUR 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Ontvangsten 11.052 93.032 23.126 4.119 3.991 3.873 3.764 1.10 Ontvangsten duurzame handel en investeringen 9.182 92.532 22.626 3.619 3.491 3.373 3.264 1.40 Ontvangsten DGGF 1.870 500 500 500 500 500 500D2: BudgetflexibiliteitVoor het onderdeel versterkt internationaal handelssysteem, met aandacht voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, zijn de geplande uitgaven voor de helft juridisch verplicht. De contributies aan internationale organisaties (WTO en OESO) vloeien voort uit meerjarige internationale afspraken en zijn volledig juridisch verplicht. De programma’s voor versterkte Nederlandse handels- en investeringspositie en economische naamsbekendheid zijn volledig juridisch verplicht. Voor het onderdeel private sectorontwikkeling is ruim 90% juridisch verplicht als gevolg van de meerjarig overeengekomen bijdragen aan bedrijfsleven-instrumenten. Dit geldt ook voor de bijdragen aan internationale organisaties. Van de middelen voor het Dutch Good Growth Fund is 100% juridisch verplicht.E: Toelichting op de financiële instrumenten1.1 Versterkt internationaal handelssysteem, met aandacht voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen•De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is beleidsinitiërend en coördinerend op het gebied van de handelspoli-tiek. Het belangrijkste orgaan hiervoor is de Interdepartementale Raad voor de Handelspolitiek (IRHP). Op basis van de uitkomsten in de IRHP neemt BHOS deel aan onderhandelingen en officiële besprekingen op bilateraal, communautair en multilateraal niveau (OESO, WTO). Vanuit dit budget worden de jaarlijkse contributies aan de verschillende partijen gefinancierd.•Bijdragen aan beleidsondersteuning en -onderzoek en evaluatie, alsmede incidentele projecten, zoals de Nederlandse deelname aan buitenlandse Wereldtentoonstellingen.•Programma’s ter ondersteuning van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.1.2 Versterkte Nederlandse Handels- en Investeringspositie en economische naamsbekendheid•RVO is de centrale uitvoeringsorganisatie voor publieke handelsbevor-dering. Zij voert het financiële instrumentarium uit en faciliteert netwerken en contacten op het gebied van handels- en investeringsbe-vordering. Ook neemt RVO belemmeringen voor het bedrijfsleven weg, via het beschikbaar maken van kennis, informatie en contacten.•Opwaarderen van het bestaande business support office tot consulaat-generaal (CG) in Bangalore. Hiermee worden nieuwe kansen gecreëerd voor investeringen door Nederlandse bedrijven. Zo is de overheid daar op decentraal niveau aanwezig waar veel potentie zit. Het opwaarde-ren van dit kantoor tot CG zal tegen minimale meerkosten kunnen plaatsvindenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 234 •Het instrument Starters International Business (SIB) biedt startende exporteurs de mogelijkheid om samen met de Kamers van Koophan-del en andere organisaties een actieplan voor export op te stellen.•Het instrument Partners for International Business (PIB) ondersteunt de structurele positionering van clusters van Nederlandse bedrijven, met name uit topsectoren, op voor Nederland kansrijke markten. Daarbij geldt als richtlijn, dat clusters van bedrijven (eventueel aangevuld met kennisinstellingen), die een grote en langdurige kans op een buiten-landse markt zien, maar tegen marktbelemmeringen aanlopen, gebruik kunnen maken van de faciliteit. Indicator Refe-rentie Waarde Peilda-tum Realisa-tie 2015 Streef-waarde Plan-ning Bron Aantal convenanten met clusters van bedrijven (waarvan tenminste 80% binnen de topsectoren en focuslanden) 12 2012 24 25 2017 RvO•Met het Programma Strategische Beurzen worden collectieve promotionele activiteiten ondersteund van de topsectoren gericht op internationale doelgroepen.•Voor Nederlandse bedrijven die actief zijn op buitenlandse markten is een effectief functionerend bedrijfsleveninstrumentarium evenals goede economische diplomatie van groot belang. In 2015/2016 is gewerkt aan een herziening van het bestaande non-ODA financierings-instrumentarium, zodat optimaal ingespeeld wordt op veranderende marktomstandigheden, financieringsbehoeftes, en maatwerk en flexibiliteit wordt geboden. Het instrument DTIF beoogt om de faciliteiten FOM, FIB, DHI (Demonstratie, Haalbaarheids- en Investe-ringstudies), evenals verdiscontering van wissels (exportfinanciering) te integreren. De middelen uit de bestaande begrotingsreserves voor de FOM (Faciliteit Opkomende Markten) en FIB (Finance for Internatio-nal Business) worden hiertoe ingezet. Het DTIF biedt financiering voor investeringen en export van MKB en grote bedrijven, indien banken en andere financiële instellingen deze financiering niet bieden, en er voldaan wordt aan de criteria die gelden voor publieke interventie.1.3 Versterkte private sector en een verbeterd investerings-klimaat in ontwikkelingslanden•Het Centraal Bureau voor Import uit Ontwikkelingslanden (CBI), nu onderdeel van RVO, richt zich op realisatie van export van ontwikke-lingslanden naar de Europese Unie.•Initiatief Duurzame Handel (IDH) vergroot de beschikbaarheid op de wereldmarkt van duurzame producten die in ontwikkelingslanden worden geproduceerd.•In partnerschap met de ILO wordt gewerkt aan betere arbeidsomstan-digheden. Van het budget voor de ILO is EUR 2 miljoen non-ODA.•Het multi-donor programma Trade Mark East Africa richt zich op versterken van de regionale handel. Een soortgelijk programma wordt in samenwerking met Denemarken ontwikkeld voor West Afrika.•Verbetering van wet- en regelgeving en beleidsplannen van lokale overheden via multi- en bilaterale kanalen, zoals door opname van antimisbruikbepalingen in bilaterale belastingverdragen met Neder-land. Rechtszekerheid is nodig voor investering in een bedrijf op langere termijn. Een functionerend belastingstelsel is nodig om de belastingafdracht door bedrijven aan de overheid te vergroten. Deze Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 235 verbetering van rechtszekerheid en belastingstelsel komt tot uiting in de scores van landen op de Doing Business Index van de Wereldbank-groep.•Identificeren van knelpunten in het ondernemingsklimaat en facilite-ring van de oplossing daarvan door samenwerking met lokale overheden en partners.•Privaat ondernemerschap wordt versterkt door opbouw van bedrijfs-matige kennis en capaciteit bij lokale bedrijven. Ook wordt geïnves-teerd in het organisatorisch vermogen van economische instituties voor een beter ondernemingsklimaat. Met een peer-to-peer benadering wordt directe overdracht van relevante en actuele kennis bevorderd, zoals met het Programma Uitzending Managers.•Het Infrastructure Development Fund dat FMO namens het ministerie uitvoert, richt zich op het realiseren van private infrastructuur in ontwikkelingslanden. Met behulp van subsidies, achtergestelde leningen en aandelen kan privaat kapitaal worden aangetrokken. Hierdoor wordt een hefboomwerking gerealiseerd.•Het MASSIF programma stelt leningen beschikbaar voor kleine en middelgrote ondernemingen. Onder het Health Insurance Fund investeren private partijen samen met lokale financiële dienstverleners en ngo’s in de beschikbaarheid van private verzekering die mensen toegang geeft tot betere en betaalbare gezondheidszorg.•Ook maatschappelijke organisaties en sociale ondernemers leveren via het verstrekken van subsidies en technische assistentie aan startende ondernemers in Afrika een belangrijke bijdrage aan ondernemerschap en (jeugd)werkgelegenheid. Uit de begrotingsreserve voor de FOM zal het komende jaar voor EUR 10 miljoen aan middelen worden ingezet ter ondersteuning van projectvoorstellen van deze organisaties die rechtstreeks bijdragen aan meer ondernemerschap en werkgelegen-heid onder Afrikaanse jongeren.•Technische assistentie voor het Dutch Good Growth Fund heeft als doel om een investeringsportefeuille op te bouwen die voldoet aan de eisen op het terrein van revolverendheid en ontwikkelingsrelevantie. Tevens biedt het capaciteitsopbouw voor lokale ondernemers om de slagingskans van investeringen en export te vergroten. Speciale aandacht gaat hierbij uit naar vrouwelijke ondernemers, jonge ondernemers en ondernemers in fragiele staten. Daarnaast wordt extra begeleiding aangeboden aan ondernemers die actief zijn in de landen waar jeugdwerkloosheid en migratieproblematiek heerst.•Door stimulering van publiek-private samenwerking met het bedrijfsle-ven wordt een impuls gegeven aan de ontwikkeling van de lokale private sector en aan investering door het Nederlandse bedrijfsleven in ontwikkelingslanden, zoals met de Faciliteit Duurzaam Ondernemen en Voedselzekerheid.•De technische assistentie voor het Dutch Good Growth Fund. Hiervan is EUR 2,7 miljoen non-ODA.1.4 Dutch Good Growth Fund: intensivering van ontwikkelingsre-levante investeringen in en handel met ontwikkelingslanden door het Nederlandse en het lokale bedrijfsleven, met een focus op het MKB en bij uitzondering en onder condities grootbedrijf•Het DGGF is een revolverend fonds dat financiering verschaft voor ontwikkelingsrelevante en risicodragende investeringen en export-transacties. De doelstelling van het DGGF is het vergroten van de werkgelegenheid, productiviteit en kennisoverdracht in ontwikkelings-landen. De financiering is additioneel aan wat reguliere marktpartijen bieden. Het gaat concreet om drie vormen van ondersteuning:Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 236 i.bevordering van investeringen door Nederlandse bedrijven, met name het midden- en kleinbedrijf, in lage- en middeninko-menslanden;ii.ondersteuning van investeringen in het midden- en kleinbedrijf in lage- en middeninkomenslanden en Nederland;iii.ondersteuning van ontwikkelingsrelevante export door Nederlandse bedrijven, met name het midden- en kleinbedrijf, in lage- en middeninkomenslanden.•Onderdeel van het DGGF is het verstrekken van garanties, waarvoor een kostendekkende premie wordt betaald. Daaruit kunnen eventuele schades in latere jaren worden betaald. Het DGGF werkt met een interne begrotingsreserve. De begrotingsreserve dient om een eventuele mismatch in de tijd tussen inkomsten en uitgaven op te kunnen vangen. De stand van de interne begrotingsreserve per 31 december 2015 is EUR 51,5 miljoen.•In de noordelijk gelegen Afrikaanse landen op de DGGF-landenlijst waar de jeugdwerkloosheid- en migratieproblematiek het grootst is, zal het DGGF in de periode 2015–2017 nog gerichter worden ingezet op het ondersteunen van lokale ondernemers en het stimuleren van Nederlandse ondernemers en sociale ondernemers die actief willen worden in deze landen. Hiervoor is EUR 25 miljoen vrijgemaakt binnen het DGGF.•In het najaar van 2015 heeft een midterm review plaatsgevonden. In deze midterm review is onder andere gekeken naar de aantallen verstrekte financieringen, verzekeringen en garanties en de financiële uitputting. Op basis van de resultaten die uit deze midterm review zijn voortgekomen zijn de financiële doelen voor 2017 en verder opgesteld.Ontvangsten•De ontvangsten betreffen voornamelijk de middelen uit de begrotings-reserve voor de FOM ter ondersteuning van projectvoorstellen die rechtstreeks bijdragen aan meer ondernemerschap en werkgelegen-heid onder Afrikaanse jongeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 237 Artikel 2: Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water A: Algemene doelstellingEen toename van voedselzekerheid; verbeterd waterbeheer, drinkwater en sanitaire voorzieningen en voorlichting over hygiëne; duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen, het tegengaan van klimaatverandering en een vergrote weerbaarheid van de bevolking tegen onafwendbare klimaatverandering.B: Rol en verantwoordelijkheidIn afstemming met de Minister van Economische Zaken, de Staatssecre-taris van Economische Zaken, de Minister van Infrastructuur en Milieu en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu draagt de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking bij aan het zeker stellen dat internationale publieke goederen zoals een stabiel klimaat, gezonde ecosystemen, grondstoffen, voedsel en water beschikbaar blijven voor huidige en toekomstige generaties.De Minister is verantwoordelijk voor:Financieren•De financiering van diverse programma’s gericht op duurzame economische ontwikkeling, voedsel- en waterzekerheid, toegang tot moderne energie, klimaatadaptatie en-verduurzaming van grondstof-winning. In toenemende mate wordt ingezet op financiering van programma’s waarin oog is voor de dwarsverbanden die tussen deze mondiale uitdagingen bestaan. Groeiende druk op natuurlijke hulpbronnen dwingt tot verduurzaming en een integrale benadering die synergie tussen de verschillende thema’s bevordert. De program-ma’s worden uitgevoerd door multilaterale instellingen, maatschappe-lijke organisaties, kennisinstellingen, (lokale) overheden, centrale programma uitvoerders (zoals FMO en RVO), in consultatie en samenwerking met andere donoren (waaronder DFID, BMZ, USAID en SIDA) en via publiek-private partnerschappen.•De financiering van verschillende multilaterale en internationale instellingen, die een sleutelrol spelen bij de verzameling van gegevens, analyse en (formulering van de) aanpak van vraagstukken op het gebied van deze thema’s.Stimuleren•Nadruk op de verduurzaming van de dienstverlening en een integrale benadering die synergie tussen de verschillende thema’s bevordert•Het stimuleren van een inclusieve benadering met extra aandacht voor vrouwen en jongeren•Het intensiveren van de samenwerking tussen overheden, kennisinstel-lingen, maatschappelijke organisaties en de private sector gericht op bovengenoemde doelstellingen.•Inzet van Nederlandse deskundigheid en technologie bij het realiseren van de ontwikkelingsdoelstellingen.Regisseren•Inzet van Nederlandse deskundigheid en technologie bij het realiseren van de ontwikkelingsdoelstellingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 238 Thema Resultaatgebied Indicator Streefwaarden 2017 Streefwaarden 2020 Voedselzekerheid Uitbannen van de huidige honger en ondervoeding Aantal mensen met verbeterde inname van voedsel 10 miljoen in dat jaar bereikt 20 miljoen in dat jaar bereikt Stimuleren van duurzame en inclusieve groei van de landbouwsector Aantal boeren met toegenomen productiviteit en inkomen 4,5 miljoen in dat jaar bereikt 5,5 miljoen in dat jaar bereikt Creëren van ecologisch duurzame voedselsyste-men Aantal hectare landbouw-grond dat eco-efficiënter wordt gebruikt 3 miljoen in dat jaar bereikt 5 miljoen in dat jaar bereikt Water Drinkwater, sanitaire voorzieningen en hygiëne Het aantal mensen met toegang tot een verbeterde waterbron 1 miljoen in dat jaar bereikt 8 miljoen, cumulatief(30 miljoen, cumulatief in 2030) Drinkwater, sanitaire voorzieningen en hygiëne Het aantal mensen met toegang tot verbeterde sanitaire voorzieningen en voorlichting over hygiëni-sche leefomstandigheden 1,5 miljoen in dat jaar bereikt 12 miljoen, cumulatief(50 miljoen, cumulatief in 2030) Verbeterd stroomgebied beheer en veilige delta’s Het aantal mensen dat voordeel ondervindt van verbeterd stroomgebied beheer en veiligere delta’s 3 miljoen in dat jaar bereikt 20 miljoen, cumulatief Klimaat Hernieuwbare energie Aantal mensen met toegang tot hernieuwbare energie 2,3 miljoen in dat jaar bereikt 11,5 miljoen, cumulatief(50 miljoen, cumulatief in 2030)C: Beleidswijzigingen•Opname in de begroting van nieuwe indicatoren. De streefwaarde voor verbeterde inname van voedsel voor 2017 is gesteld op 10 miljoen personen. Dit is in lijn met resultaten van 2015.•In 2017 wordt gestreefd naar 4,5 miljoen boer(inn)en met toegenomen productiviteit en inkomen. In 2015 was het resultaat 1,7 miljoen boer(inn)en. Voor 2017 is de streefwaarde beduidend hoger omdat de resultaten 2015 waarschijnlijk hoger liggen dan de gemeten waarden. In 2017 wordt ook een hogere waarde verwacht door betere monito-ring en focus van de programma’s.•Voor ecologische duurzame voedselsystemen zal 3 miljoen hectare landbouwgrond eco-efficienter worden gebruikt in 2017. Deze streefwaarde is beduidend hoger dan het resultaat in 2015. Toen was het resultaat 0,6 miljoen hectare. Ook hier zijn de werkelijke resultaten 2015 waarschijnlijk hoger dan de gemeten waarden. Zoals bij productiviteit en inkomen van boer(inn)en, wordt ook hier in 2017 een beter resultaat verwacht door betere monitoring en focus van de programma’s.•In 2017 zullen 1 miljoen personen toegang krijgen tot een verbeterde waterbron en 1,5 mensen tot een verbeterde vorm van sanitaire voorzieningen en voorlichting over hygiëne. In 2015 was dit respectie-velijk 1,6 miljoen en 3 miljoen. In 2017 wordt gestart met de nieuwe WASH strategie voor de realisatie van de doelstellingen voor de SDG periode van 2016–2030 (30 miljoen mensen met duurzame toegang tot veilig drinkwater en 50 miljoen mensen met duurzame toegang tot sanitaire voorzieningen). In de opstartperiode zal het jaarlijks te Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 239 bereiken aantal mensen lager zijn dan in de afgelopen jaren. In de jaren daarna zullen de aantallen geleidelijk stijgen naar 4 miljoen mensen per jaar voor sanitaire voorzieningen en voorlichting over hygiëne en 2 a 3 miljoen mensen per jaar voor drinkwater.•In 2017 zullen 3 miljoen mensen voordeel ondervinden van verbeterd stroomgebied beheer en veilige delta’s. In 2015 lag dit aantal op hetzelfde niveau.•Als gevolg van de beleidsdoorlichting hernieuwbare energie is een nieuw doel geformuleerd: «in 2030 zullen 50 miljoen mensen in ontwikkelingslanden toegang hebben tot hernieuwbare energie». Voor 2017 is het doel om 2,3 miljoen mensen toegang te geven. Het doel is gebaseerd op een jaarlijkse toename van 7% ten opzichte van het gemiddeld resultaat in de periode 2012–2015.•Zoals uiteengezet in de Kamerbrief over het Meerjarenplan Klimaatfi-nanciering zal in 2017 ingezet worden op verdere integratie van van klimaat en armoedebestrijding: de aanpak van klimaat kan niet zonder de aanpak van armoede en andersom.•Sterkere inzet op klimaatgerelateerde schaarste en conflict in de landen Jordanië, Libanon, de Palestijnse Gebieden en Egypte, onder andere via bijdragen aan duurzaam watergebruik en energie.•Sterkere inzet op het tegengaan van ontbossing als gevolg van de Verklaring van Amsterdam van EU landen. De inzet richt zich op het vergroten van het aantal landen binnen de EU/Europa die de verklarin-gen onderschrijven en op het identificeren van beleids- en andere maatregelen die de gestelde doelen voor 2020 helpen realiseren.•Geleidelijk meer focus op stedelijke delta’s. De Kamerbrief Interna-tionale Waterambitie (2016) en de formele lancering van de deltacoali-tie in mei 2016 in Rotterdam, zijn hiervoor de basis.D1: Budgettaire gevolgen van beleidBeleidsartikel 2 Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water Bedragen in EUR 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 615.198 735.329 476.815 512.167 463.083 463.538 463.538 Uitgaven: Programma-uitgaven totaal 525.705 642.801 660.072 668.271 667.002 667.002 673.457 waarvan juridisch verplicht 90% 2.1 Toename van voedselzekerheid 288.463 337.295 347.795 337.795 340.795 340.795 345.795 Subsidies Internationaal onderwijspro-gramma voedselze-kerheid 32.691 2.700 Bevorderen inclusieve en duurzame groei in de agrarische sector 103.423 73.886 67.799 73.885 73.885 73.885 Kennis en capaci-teitsopbrouw ten behoeve van voedselzekerheid 34.129 77.013 70.442 69.582 69.582 74.582 Uitbannen huidige honger en voeding 17.000 21.000 21.000 21.000 21.000 21.000 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 240 Bedragen in EUR 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Bijdragen (inter) nationale organisaties realiseren ecolo-gische houdbare voedselsystemen 34.700 31.998 38.656 34.430 34.430 34.430 Landenprogramma’s voedselzekerheid 145.343 143.898 139.898 141.898 141.898 141.898 2.2 Verbeterd waterbeheer, drinkwater en sanitatie 153.293 188.782 195.210 200.283 194.714 194.714 195.714 Subsidies Integraal water-beheer 24.577 36.623 32.895 33.918 33.854 33.854 34.854 Drinkwater en sanitatie 38.561 42.110 41.140 42.290 42.290 42.290 42.290 Bijdragen (inter) nationale organisaties Wereldbank 14.985 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 Landenprogramma’s integraal water-beheer 40.049 53.399 64.150 67.050 61.425 61.425 61.425 Landenprogramma’s drinkwater en sanitatie 33.334 46.650 47.025 47.025 47.145 47.145 47.145 2.3 Duurzaam gebruik natuurlijke hulpbronnen, tegengaan van klimaat-verandering en vergrote weerbaarheid van de bevolking tegen onafwendbare klimaatverandering 83.949 116.724 117.067 130.193 131.493 131.493 131.948 Subsidies Hernieuwbare energie 20.597 29.400 27.500 34.000 36.000 36.000 36.000 Duurzaam gebruik natuurlijke hulpbronnen en klimaat algemeen 26.178 39.464 42.008 51.229 51.229 51.229 51.229 Bijdragen (inter) nationale organisaties Klimaat: algemene vrijwillige en verplichte bijdragen 9.299 14.240 18.140 14.840 14.840 14.840 14.840 GEF 0 20.750 20.750 20.750 20.750 20.750 20.750 UNEP 7.143 5.142 5.142 7.142 7.142 7.142 7.142 Landenprogramma’s klimaatbeleid 19.043 5.550 1.795 500 500 Centrale klimaat programma’s (non-ODA) 1.821 1.375 1.375 675 675 675 Contributie IZA/IZT 291 357 357 357 357 357 357Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 241 D2: BudgetflexibiliteitDe in 2017 geplande uitgaven voor duurzame ontwikkeling, voedselze-kerheid en water zijn voor het merendeel juridisch verplicht. Deze verplichtingen hangen samen met lopende, meerjarige programma’s. Enkele verplichte bijdragen aan multilaterale organisaties (bijvoorbeeld FAO) worden jaarlijks vastgelegd, en worden derhalve in 2017 juridisch verplicht. De Kamerbrief Nederlandse inzet voor wereldwijde voedselze-kerheid van november 2014 is nader uitgewerkt. De uitvoering is in 2016 gestart; een deel van de hieruit voortvloeiende verplichtingen is reeds in 2016 aangegaan, het resterende deel zal naar verwachting in 2017 worden aangegaan.E: Toelichting op de financiële instrumenten2.1. Toename van voedselzekerheidHet beleid gericht op voedselzekerheid wordt uitgevoerd in bilaterale programma’s in de partnerlanden, via het multilaterale kanaal en via centraal gefinancierde programma’s. Private sectorontwikkeling is in veel programma’s een uitgangspunt. Afgelopen jaar zijn de activiteiten binnen de portefeuille herschikt en de namen van de financiële instrumenten gewijzigd. De activiteitenportfolio is hiermee coherenter en inzichtelijker ingedeeld volgens de resultaatsgebieden zoals beschreven in de Kamerbrief Nederlandse inzet voor wereldwijde voedselzekerheid. In het kader van het programma Samenspraak en Tegenspraak wordt met maatschappelijke organisaties samengewerkt aan het realiseren van voedsel- en voedingszekerheid.De instrumenten bestaan uit:•Uitbannen van de huidige honger en ondervoedingInzet is om aantoonbaar bij te dragen aan verbeterde inname van voedsel en om meer ondervoede kinderen toegang te geven tot betere voeding. Met UNICEF en de Global Alliance for Improved Nutrition (GAIN) wordt in zes partnerlanden gewerkt aan betere voeding voor jonge kinderen en hun moeders. Partnerschappen blijven een belangrijk en effectief onderdeel van de Nederlandse inzet. Met onder meer het Amsterdam Initiative against Malnutrition (AIM) laat Nederland internationaal zien dat samenwerking meer oplevert dan de som der delen. Via de bilaterale programma’s in de partnerlanden wordt door ambassades en hun publieke, private en maatschappelijke partners bijgedragen aan lokale vergroting van voedingszekerheid door te investeren in verbetering van koopkracht en toegang tot gezond en nutriëntenrijk voedsel. Teneinde invulling te geven aan de door de Tweede Kamer gewenste groei van dit instrument, zal in 2017 een aantal nieuwe initiatieven worden ondersteund op het gebied van voeding.•Bevorderen van inclusieve en duurzame groei in de agrarische sectorDoel is om bij te dragen aan verhoging van productiviteit en inkomen, betere markttoegang en verhoogde weerbaarheid van kleinschalige boeren/boerinnen te bereiken. Met de Nederlandse landbouwsector wordt samengewerkt via Agriterra, AgriProfocus en de Topsectoren Agrofood en Tuinbouw/Uitgangsmaterialen. Het partnerschap met de Wereldbank wordt verder uitgebouwd en Nederland participeert in het private sector loket van het door de Wereldbank beheerde Global Agriculture and Food Security Program (GAFSP). In Afrika wordt de samenwerking onder meer voortgezet met Wageningen Universiteit, diverse maatschappelijke organisaties en internationale partners zoals met het International Fertilizer Development Center (IFDC). Afrikaanse Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 242 overheden worden gesteund in de hervorming van hun landbouwbe-leid in het kader van het Comprehensive African Agriculture Develop-ment Programme (CAADP). Private investeringen in de landbouw worden bevorderd in de programma’s en in samenwerking met het World Economic Forum. Met de bilaterale programma’s in dertien partnerlanden wordt door ambassades en hun publieke, private en maatschappelijke partners bijgedragen aan ontwikkeling van de kleinschalige landbouw door te investeren in productiviteitsverbete-ring, markttoegang en ketenontwikkeling.•Realiseren van ecologisch houdbare voedselsystemenDoel is om meer landbouwgrond onder duurzamer beheer te brengen en aantoonbaar bij te dragen aan efficiënt gebruik van natuurlijke hulpbronnen (bodem, water, mest).Met het International Fund for Agricultural Development (IFAD) en het programma Geodata for Agriculture and Water (G4AW) van het Netherlands Space Office (NSO) wordt bijgedragen aan het klimaat-weerbaar maken van de kleinschalige landbouw. Daarnaast zal in 2017 een aantal nieuwe initiatieven worden ondersteund op het gebied van ecologisch duurzame voedselproductie. Via de bilaterale programma’s in de partnerlanden wordt door ambassades en hun publieke, private en maatschappelijke partners geïnvesteerd in de verduurzaming van inclusieve voedselproductie en het hele ecologische systeem waarin boer(inn)en opereren.•Versterking van kennis en capaciteitsopbouw ten behoeve van voedselzekerheidHet doel is om kleinschalige boeren/boerinnen te bereiken met verbeterde technologieën en/of nieuwe kennis en vaardigheden, met name door middel van intensieve voorlichting en training. Verzekerde toegang tot land is daarbij een belangrijke randvoorwaarde. In 2017 zullen minimaal 200.000 boeren/boerinnen van landcertificaten worden voorzien. De investeringen bestaan uit faciliteiten en samenwerkings-verbanden die kennis en kunde van de Nederlandse private sector, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties koppelen aan capaciteitsversterking in lage inkomenslanden, zoals via het Food & Business Knowledge Network (F&BKN), het Netherlands Initiative for Capacity development in Higher Education (Internationaal onderwijs-programma NICHE), en de Netherlands Academy on Land Governance (LANDac). Met de Consultative Group on International Agricultural Research (CGIAR) wordt internationaal landbouwkundig- en voedings-onderzoek uitgevoerd. Voor verzekerde toegang tot land wordt samengewerkt met organisaties op het gebied van landrechten zoals het Kadaster International, de International Land Coalition (ILC) en het Global Land Tool Network (GLTN).2.2. Verbeterd waterbeheer, drinkwater en sanitaire voorzie-ningenDe drie prioritaire thema’s binnen het speerpunt water sluiten aan bij SDG 6 (water) en andere aan water gerelateerde SDG doelen. Het betreft i) efficiënt watergebruik, met name in de landbouw (SDG 6.4); ii) verbeterd stroomgebiedbeheer en veilige delta’s (SDG 6.3, 6.5 en 6.6) en iii) verbeterde toegang tot veilig drinkwater en sanitaire voorzieningen (SDG 6.1 en 6.2). De SDG agenda zal dan ook leidend worden voor de Neder-landse inzet op het speerpunt water. De instrumenten hiervoor blijven bilaterale programma’s van de ambassades in de partnerlanden en centraal gefinancierde programma’s via multilaterale instellingen, via RVO (onder andere private sector instrumentarium), en via maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen. Als actief lid van «Friends of Water» bij Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 243 de VN in New York, zet Nederland zich in voor versterking van de multilaterale architectuur om de voortgang op de waterdoelen beter te monitoren. Ook neemt Nederland (MP Rutte) deel in het High Level Panel on Water van tien regeringsleiders. In de periode 2016–2018 zal dit Panel een impuls geven aan de mondiale uitvoeringsagenda voor waterze-kerheid.•Efficiënt watergebruik, met name in de landbouwOperationalisering van de nieuwe database over waterproductiviteit bij de FAO. Hiermee kan de realisatie van de doelstelling van 25% productiviteitsverhoging ten opzichte van 2009 objectief worden gemonitord. In 2017 zullen projecten via vooral het multilaterale kanaal verder opschalen en zal de 25% waterproductiviteitsverhoging over een groter areaal worden bereikt. In de bilaterale programma’s in minstens 50% van de partnerlanden die op dit thema inzetten zal de 25% doelstelling worden bereikt. De database zal dan ook «water accounting» mogelijk maken. Op basis hiervan zal beleidsadvisering over efficiënter watergebruik plaatsvinden aan overheden en stakehol-ders. Tegelijkertijd zal worden geïnvesteerd in de vertaling naar praktische adviezen voor boeren. Met name vrouwen zullen worden opgeleid om die adviezen over te brengen op een manier waarop boeren er ook naar kunnen handelen.•Verbeterd stroomgebiedbeheer en veilige delta’sGeleidelijk meer focus op stedelijke delta’s. De Kamerbrief Interna-tionale Waterambitie (2016) en de formele lancering van de deltacoali-tie in mei 2016 in Rotterdam, zijn hiervoor de basis. In de deltacoalitie delen twaalf deltalanden, waaronder Nederland, onderling kennis en ervaringen en behartigen ze gezamenlijk de belangen van delta’s als hotspots op het gebied van water- en voedselzekerheid en klimaat-adaptatie. Een groter deel van de financiering van de plannen voor beter stroomgebiedbeheer en de uitvoering daarvan zal zich op die gebieden richten. Want daar kan de Nederlandse specifieke expertise goed tot zijn recht komen. Meer dan zeven miljoen mensen in deze gebieden zullen hierdoor in 2017 beter worden beschermd tegen overstromingen. Wat betreft grensoverschrijdend waterbeheer blijft de focus op zeven internationale stroomgebieden gehandhaafd; de meerderheid via het multilaterale kanaal (Wereldbank), de rest bilateraal, via de stroomgebiedsorganisatie of via een maatschappe-lijke organisatie. In 2017 zullen meer dan drie miljoen mensen hier profijt van hebben in de vorm van betere irrigatie en drainage, betere bescherming tegen overstromingen, betere energie- of drinkwater-voorziening en vitale ecosystemen•Verbeterde toegang tot drinkwater en sanitaire voorzieningenInstitutionele versterking, gerichte inzet op de meest kwetsbare groepen, zal nog sterker in de programmering worden meegenomen. Op basis van de ervaring met genderanalyse van de afgelopen jaren zullen programma’s gender-sensitief worden uitgevoerd, wat de effectiviteit en de duurzaamheid ten goede zal komen. Zowel het multilaterale en het bilaterale kanaal, maatschappelijk organisaties en private sector instrumenten worden hierbij ingezet. In nieuwe programma’s zal, zoals ingegeven door de SDG’s, financiële hefboom-werking meer nadruk krijgen, bijvoorbeeld door het mobiliseren van de lokale financiële sector. Want overheden (incl. donorlanden) alleen kunnen nooit de benodigde investeringen mobiliseren om de mondiale waterdoelen te realiseren. In Kenia zal de eerste Water Financing Facility gestalte krijgen. Het betrekken van de private sector bij water wordt in 2017 gefaciliteerd door een call for proposals van de faciliteit voor publiek private partnerschappen, het Fonds Duurzaam Water.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 244 2.3. Duurzaam gebruik natuurlijke hulpbronnen, tegengaan van klimaatverandering en vergrote weerbaarheid van de bevolking tegen onafwendbare klimaatveranderingKlimaat en hernieuwbare energie•Voortzetten van de inzet op klimaatadaptatie. Het gaat dan vooral om voedselzekerheid en water en extra inzet op een geïntegreerde aanpak via duurzaam landschapsbeheer.•Nederland werkt nauw samen met de Wereldbank om internationale bedrijven te bewegen de waardering van natuurlijk kapitaal te integreren in hun besluitvorming. Overheden in opkomende econo-mieën alsook de private sector (agrarische sector, textiel sector en financiële sector) worden gestimuleerd om te komen tot duurzamer gebruik van natuurlijke hulpbronnen.•In 2017 wordt een nieuwe door RVO te beheren energiefaciliteit gestart met activiteiten gericht op het ondersteunen van drie tot vijf landen in de regio Midden-Oosten/Noord-Afrika bij hun transitie naar een duurzame energievoorziening. Ook wordt in 2017 een gerichte inzet gepleegd om de toegang tot hernieuwbare energie voor tenminste 100.000 vluchtelingen en ontheemden in deze regio te verbeteren.•Ontwikkelen van innovatieve financieringsinstrumenten is van groot belang. Op die wijze kan de private sector worden aangespoord om versneld op klimaatrelevante wijze in ontwikkelingslanden te investe-ren. Ook is er een noodzaak voor het introduceren van innovatieve producten en technieken. In dit verband zal aansluiting met het topsectorenbeleid gezocht worden. Ten slotte zal in 2017 een besluit worden genomen over de herkapitalisering van het Groene Klimaat Fonds (GCF) en de Global Environment Facility (GEF). Daarnaast blijft Nederland betrokken bij UNEP door het verstrekken van een algemene bijdrage. Daarbij zet Nederland zich in om de Nederlandse ambities terug te laten komen in het UNEP-werkprogramma. Klimaatdiplomatie zal een belangrijke inzet blijven. De inzet is om met gelijkgezinde landen en niet-statelijke actoren (zoals bedrijven, steden en lagere overheden) actief te blijven inzetten op wereldwijde opvolging van de ambities van het internationale klimaatverdrag. In dit verband is ook van belang dat mogelijke geopolitieke gevolgen van de opwarming van de aarde goed worden meegewogen in de ontwikkeling van internationaal beleid. Daarom zal ook in 2017 een conferentie in het kader van Planetary Security worden georganiseerd in Nederland.•Nederland zal blijven bevorderen dat het GCF een leidende rol behoud voor een gender responsive financieringsaanpak. Daarnaast benadrukt Nederland het belang van gender bij het uitvoeren van klimaatdiplo-matie; bij het bevorderen van een transitie naar duurzame, groene groei spelen vrouwen een belangrijke rol als agents of change.Duurzaam beheer van grondstoffen•Met steun van het Verenigd Koninkrijk, de Europese Commissie, bedrijven als Apple, Philips en Intel en de ngo’s Solidaridad en IPIS lanceerde Nederland in 2016 het initiatief voor een European Partner-ship for Responsible Minerals (EPRM). In 2017 zal dit partnerschap daadwerkelijk actief moeten worden. Het partnerschap heeft tot doel de vraag naar en het aanbod van verantwoord gewonnen conflictmine-ralen (tantalum, tin, tungsten en goud) te vergroten, door activiteiten gericht op het verbeteren van de omstandigheden waaronder deze mineralen worden gewonnen en door de uitwisseling van kennis en ervaring met betrekking tot het gebruik en de inkoop van deze conflictmaterialen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 245 •Het bevorderen van verantwoorde mijnbouw via de activiteit «Respon-sible Mining Index» liep in 2016 enige vertraging op. Hierdoor vindt de publicatie van een eerste index mogelijk pas in 2017 plaats.•Verder blijft Nederland bijdragen aan het vergroten van de maatschap-pelijke en ontwikkelingsimpact van de winning van mineralen in ontwikkelingslanden door nieuwe bijdragen aan programma’s van het IMF (Managing Natural Resources Wealth Topical Fund) en de Wereldbank (Extractives Global Programmatic Support) en aan het internationaal secretariaat van het Extractives Industries Transparancy Initiative.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 246 Artikel 3: Sociale vooruitgang A: Algemene doelstellingMenselijke ontplooiing en het bevorderen van sociale gelijkheid en inclusieve ontwikkeling ten behoeve van een duurzame en rechtvaardige wereld, door het bijdragen aan seksuele en reproductieve gezondheid en rechten voor iedereen en een halt toeroepen aan de verspreiding van HIV/aids; het bevorderen van gelijke rechten en kansen voor vrouwen; versterking van het maatschappelijk middenveld en bevordering en bescherming van de politieke ruimte als voorwaarde voor organisaties om effectief te opereren; versterken van de meest gemarginaliseerde en gediscrimineerde groepen, zodat zij hun stem kunnen laten horen en een toename van het aantal goed opgeleide professionals, versterking van hoger- en beroepsonderwijsinstellingen en het bevorderen van beleidsre-levant onderzoek. Met deze agenda wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de overkoepelende gedachte van inclusieve ontwikkeling en de leave no one behind agenda die centraal staat in de Global Goals (SDG’s).B: Rol en verantwoordelijkheidDe Minister is verantwoordelijk voor:Financieren•Het financieren van programma’s van multilaterale organisaties, niet-gouvernementele organisaties, bedrijven, overheden en kennisin-stellingen, die het meest perspectief bieden op het verwezenlijken van de beoogde resultaten.•Het financieren van programma’s gericht op het versterken van het maatschappelijk middenveld in lage- en middeninkomenslanden, via onder meer 25 strategische partnerschappen in het kader van Samenspraak en Tegenspraak, het Voice fonds, het accountability fonds, SRGR-fonds, Product Development Partnerships, FLOW 2016–2020 en NAP1325.•De versterking van hoger- en beroepsonderwijsinstellingen via NICHE en de opleiding van professionals via NFP; en de Kennisplatforms voor Development Policies en voor SRGR (Share-Net International).Stimuleren•Het bijdragen aan structurele armoedebestrijding en bevorderen van inclusieve groei en ontwikkeling door de mogelijkheden en kansen te vergroten van mannen en vrouwen in ontwikkelingslanden.•De Nederlandse inzet voor seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) en HIV-preventie, onder meer in multilaterale fora. Nederland speelt een actieve rol in de follow-up van ICPD beyond 2014 en implementatie van SRGR en gendergelijkheid als onderdeel van de 2030 agenda, in de bilaterale dialoog in de partnerlanden, in de samenwerking met ngo’s en in samenwerking met private partijen en het bedrijfsleven.•Werken aan goede internationale kaders voor vrouwenrechten en gendergelijkheid in multilaterale fora (VN, OESO/DAC, EU) en het ondersteunen van lokale organisaties ter versterking van politieke participatie, economische zelfstandigheid, een actieve rol van vrouwen in vredesprocessen en de uitbanning van geweld tegen vrouwen. Lokale ervaringen worden ingebracht in multilaterale fora, en vice versa.•De samenwerking met het maatschappelijk middenveld op de internationale beleidsagenda en het bevorderen van de politieke Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 247 ruimte in internationale fora, waaronder het Global Partnership for Effective Development Cooperation (GPEDC). Thema Resultaatgebied Indicator Streefwaarden 2017 Streefwaarden 2020 Vrouwenrechten en gendergelijkheid Verbeterde randvoorwaar-den voor vrouwenrechten en gender gelijkheid Aantal aantoonbare bijdragen door publieke instanties en bedrijven aan betere randvoorwaarden voor vrouwenrechten en gendergelijkheid (outcome) 100 in dat jaar bereikt 500 Versterkte capaciteit van maatschappelijke organisaties Aantal maatschappelijke organisaties met versterkte capaciteit voor de bevorde-ring van vrouwenrechten en gendergelijkheid (output) 50 in dat jaar bereikt 350, cumulatief Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten (SRGR) en HIV Toegang tot family planning Aantal vrouwen en meisjes dat toegang heeft tot moderne anticonceptie in 69 FamilyPlanning2020 focuslanden 3 miljoen extra vrouwen en meisjes, cumulatief 6 miljoen extra vrouwen en meisjes, cumulatief(ten opzichte van het basisjaar 2012) Rechten Tevredenheid van de SRGR partners over de mate waarin barrières in SRGR voor gediscrimineerde en kwetsbare groepen zijn afgenomen in hun focuslanden Niet van toepas-sing Tevredenheid (minimale score 4 op 1–5 schaal) in 80% van de focus landenC: Beleidswijzigingen•Opname in de begroting van nieuwe indicatoren. In 2017 wordt gestreefd naar 50 maatschappelijke organisaties wiens capaciteit op gebied van gender gelijkheid is versterkt (output indicator). Door versterkte capaciteit van deze 50 maatschappelijke organisaties zullen 100 publieke instanties en bedrijven in 2017 aantoonbaar hebben bijgedragen aan verbetering van de maatschappelijke randvoorwaar-den voor vrouwenrechten en gendergelijkheid (outcome indicator).•In 2017 wordt gestreefd naar 3 miljoen vrouwen en meisjes met toegang tot moderne anticonceptie. Nederland neemt 5% van de totale uitgaven aan family planning voor 69 FamilyPlanning2020 focuslanden voor zijn rekening. Hiervan is afgeleid dat ook ongeveer 5% van het internationaal afgesproken aantal te bereiken vrouwen en meisjes (120 miljoen vrouwen en meisjes in 2020) aan Nederland kan worden toegeschreven. Nederland zet zich ook in voor een grotere bijdrage van andere donoren en de focuslanden zelf aan deze doelen.•Voor 2017 is tevens een kwalitatieve indicator gekozen: Tevredenheid van de SRGR partners over de mate waarin barrières in SRGR voor gediscrimineerde en kwetsbare groepen zijn afgenomen in hun focuslanden. Het doel is een verder toenemende tevredenheid van de verschillende partners over de bereikte resultaten, in een steeds groter wordend aantal focuslanden.•Binnen bestaande SRGR-partnerschappen en in enkele nieuw te ontwikkelen samenwerkingsverbanden (met respectievelijk de internationale NGO IPAS die zich richt op terugdringing van onveilige abortus, met International Planned Parenthood Federation, met Marie Stopes International) wordt extra ingezet op adequate integratie van Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 248 SRGR – inclusief toegang tot veilige abortus – in humanitaire interven-ties en in ontwikkelingsinspanningen in fragiele settings.•Versterkte inzet en meer middelen voor ondersteuning van zuidelijke vrouwenorganisaties in lijn met de motie Veldhoven en Van Laar over 10 miljoen voor zuidelijke organisaties•In opvolging van de doorlichting Gender Sense and Sensitivity zal meer aandacht komen voor het versterken van monitoring en evaluatie capaciteit van uitvoerende organisaties en vooraf vastgelegde monitoring- en evaluatiekaders. Ook worden zo vaak als mogelijk nulmetingen gedaan en worden gender analyses consistenter vooraf toegepast. Daarnaast worden uitvoerende organisaties verplicht om een betere koppeling van resultaten en budgetten aan te brengen.•In opvolging van de evaluatie van het tweede medefinancieringsstelsel (MFS II) staat bij uitvoering van partnerschappen 2017 het belang van een goede contextanalyse en lokaal eigenaarschap meer centraal. De ervaringen en geleerde lessen voor wat betreft capaciteitsversterking voor lobby en advocacy worden besproken in webinars en andere leersessies, onder andere in samenwerking met Partos.•Binnen de agenda van Sociale Ontwikkeling zal Nederland zich in 2017 specifiek richten op de doelstellingen en subdoelstellingen van SDG 3 (Ensure healthy lives and promote wellbeing for all and all ages), SDG 5 (Achieve gender equality and empower all women and girls), SDG 10 (Reduce inequality within and among countries) en onderdelen van SDG 16 (Promote peaceful and inclusive societies for sustainable development, provide access to justice for all and build effective, accountable and inclusive institutions at all levels).•In 2017 meer nadruk op inclusieve ontwikkeling bij de uitvoering van de SDG’s. De diplomatieke inzet op de leave no one behind-agenda neemt toe in belang, waarbij inzet van mensen en middelen in dialoog met internationale organisaties, overheden, maatschappelijke partners zij aan zij gaan met de programmatische inzet (zie ook bovenstaande Motie van Veldhoven en van Laar).D1: Budgettaire gevolgen van beleidBeleidsartikel 3 Sociale vooruitgang Bedragen in EUR 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 1.470.001 950.714 222.763 395.827 315.463 327.463 315.463 Uitgaven: Programma-uitgaven totaal 904.810 854.286 727.524 725.023 723.923 723.923 713.923 waarvan juridisch verplicht 96% 3.1 Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten voor iedereen en een halt aan de verspreiding van HIV/aids 371.796 421.784 416.784 417.784 416.784 416.784 416.784 Subsidies Centrale programma’s SRGR & HIV/aids 118.065 164.739 168.914 175.881 174.881 174.881 174.881 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 249 Bedragen in EUR 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Bijdragen (inter)na-tionale organisaties Unicef 10.000 12.000 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 UNAIDS 20.000 20.000 18.000 20.000 20.000 20.000 20.000 SRGR; Strategische Alliantie Interna-tionale NGO’s 8.275 1.875 Global Fund to Fight Aids, Malaria and Tuberculosis 54.981 54.000 52.000 52.000 52.000 52.000 52.000 UNFPA 61.500 65.000 65.500 60.000 60.000 60.000 60.000 WHO-PAHO 5.985 6.713 6.713 6.713 6.713 6.713 6.713 Partnershippro-gramma WHO 9.728 11.683 11.683 10.216 10.216 10.216 10.216 Landenprogramma’s SRGR & HIV/aids 83.264 85.774 83.974 82.974 82.974 82.974 82.974 3.2 Gelijke rechten en kansen voor vrouwen 42.332 46.339 53.989 52.939 52.839 52.839 42.839 Subsidies Vrouwenrechten en gendergelijkheid 32.100 32.358 42.289 42.239 42.139 42.139 32.139 Bijdragen (inter)na-tionale organisaties UNWOMEN 5.948 9.000 7.000 6.000 6.000 6.000 6.000 Landenprogramma’s gelijke rechten en kansen voor vrouwen 4.286 4.981 4.700 4.700 4.700 4.700 4.700 3.3 Versterkt maatschappelijk middenveld 435.597 335.476 221.451 219.000 219.000 219.000 219.000 Subsidies Vakbondsmedefinan-cieringsprogramma 12.744 3.678 2.451 SNV programma 40.100 7.000 Strategische partnerschappen 379.626 323.000 219.000 219.000 219.000 219.000 219.000 Twinningsfaciliteit Suriname 3.127 1.798 3.4 Toename van het aantal goed opgeleide professionals, versterking van hoger- en beroepsonderwijsinstellingen en het bevorderen van beleidsrelevant onderzoek 55.085 50.687 35.300 35.300 35.300 35.300 35.300 Subsidies Onderzoekpro-gramma’s 3.175 3.000 3.000 3.000 3.000 3.000 3.000 Onderwijspro-gramma’s 137 121 Internationale hoger onderwijspro-gramma’s 44.138 45.459 32.300 32.300 32.300 32.300 32.300 Bijdragen (inter)na-tionale organisaties Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 250 Bedragen in EUR 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Landenprogramma’s hoger onderwijs 1.150 D2: BudgetflexibiliteitDe uitgaven voor seksuele en reproductieve gezondheid en rechten voor iedereen en een halt aan de verspreiding van HIV/aids zijn vrijwel volledig juridisch verplicht. Veel van de contracten, zoals voor de SRGR-partnerschappen en de subsidies voor internationale ngo’s zijn meerjarig vastgelegd. Alle bijdragen aan internationale organisaties zoals het Global Fund to Fight AIDS, TB and Malaria en UNAIDS zijn ook juridisch verplicht. Voor het artikelonderdeel gelijke rechten en kansen voor vrouwen is het hele budget juridisch verplicht onder andere als gevolg van de beleidskaders FLOW en NAP 1325 en de bijdrage aan UN Women. Onder versterkt maatschappelijk middenveld staan de geraamde uitgaven voor het beleidskader Samenspraak en Tegenspraak en dit is volledig juridisch verplicht. Het betreft hier meerjarige contracten. Voor het onderdeel toename van het aantal goed opgeleide professionals, versterking van hoger- en beroepsonderwijsinstellingen en het bevor-deren van beleidsrelevant onderzoek is de helft juridisch verplicht. Het betreffen lopende programma’s voor beurzen en capaciteitsversterking op het gebied van hoger- en beroepsonderwijs.E: Toelichting op de financiële instrumenten3.1 Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten voor iedereen en een halt aan de verspreiding van HIV/Aids•Op seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, inclusief hiv/aids, wordt financieel, menselijk en politiek kapitaal ingezet. Zo wordt in de SRGR-partnerschappen met diverse ngo’s en allianties niet alleen financieel geïnvesteerd (subsidies) maar ook beleidsinhoudelijk.•Via dergelijke partnerschappen en in de samenwerking met UNFPA, dat ongeoormerkte en geoormerkte bijdragen ontvangt, wordt extra ingezet op aandacht voor SRGR in humanitaire en fragiele settings.•De nieuwe bijdrage aan het Global Fund to Fight AIDS, TB and Malaria voor 2018 t/m 2020 wordt op jaarbasis verlaagd met EUR 3 miljoen ten behoeve van extra subsidies voor ngo’s die werken aan de integratie van dienstverlening en voorlichting op het gebied van hiv/aids en van SRGR. Deze subsidies worden verstrekt door ambassades, binnen de landenprogramma’s voor SRGR inclusief hiv/aids.•Ook wordt het subsidie instrument gericht ingezet om in aanloop naar de tweejaarlijkse internationale aidsconferentie, die in 2018 in Amsterdam plaatsvindt, de betrokkenheid vanuit Oost-Europa en Centraal Azië bij het internationale debat over hiv/aids te vergroten en de samenwerking met deze regio’s op dit gebied te intensiveren.•Van de bijdrage aan de WHO is EUR 1,6 miljoen non-ODA.3.2 Gelijke rechten en kansen voor vrouwen•Gendergelijkheid vergt de inzet van alle instrumenten van buitenlands beleid. Vrouwenrechten en gendergelijkheid zijn geïntegreerd in de speerpunten en anderen prioritaire beleidsterreinen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.•De door de Kamer gevraagde verhoging van financiële middelen geoormerkt voor vrouwenrechten en gendergelijkheid zal worden ingezet voor de versterking van Zuidelijke vrouwenrechtenorganisa-Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 251 ties, die een cruciale rol hebben bij het aanjagen, agenderen, bepleiten en monitoren van vrouwenrechten en gendergelijkheid. De extra middelen voor versterking van Zuidelijke organisaties actief op vrouwenrechten komen bovenop de eerder voorziene financiële inzet voor vrouwenrechten en gendergelijkheid en bedragen EUR 10 miljoen per jaar met ingang van 2017.•Intensivering op de thema’s vrouwenrechten en gendergelijkheid in fragiele settings en binnen humanitaire hulp. Het derde Nationaal Actieplan Vrouwen, vrede en veiligheid ging op 8 maart 2016 van start. De activiteiten die worden gefinancierd uit het Subsidiekader Vrouwen, vrede en veiligheid zijn op 1 november 2016 begonnen. De doellanden zijn Afghanistan, Colombia, de Democratische Republiek Congo, Irak, Jemen, Libië, Syrië en Zuid-Soedan.3.3 Versterkt maatschappelijk middenveld•De programma’s van de vijfentwintig Strategische Partnerschappen binnen het beleidskader Samenspraak en Tegenspraak richten zich op het versterken van de capaciteit van maatschappelijke partners in lage- en middeninkomenslanden op het terrein van pleiten en beïnvloeden. Acht van de vijfentwintig Strategische Partnerschappen hebben specifiek als doel het behoud van de ruimte voor maatschappelijke organisaties en bewegingen. Voor deze agenda wordt intensief samengewerkt tussen partners en de overheid, inclusief het ambassa-denetwerk. Ook wordt samengewerkt met het CIVICUS-netwerk die de manoeuvreerruimte voor maatschappelijke organisaties mondiaal meet.•Via het Accountability fonds, gekanaliseerd via ambassades, zullen direct lokale partners gesteund worden. Legitimiteit en ownership van Zuidelijke ngo’s worden daarbij in de geformuleerde programma’s benadrukt als voorwaarde voor effectief «Pleiten en Beïnvloeden». Zuidelijke vrouwenrechtenorganisaties krijgen binnen het Accountabi-lity Fonds een voorkeursbehandeling om via dit fonds vrouwenrechten te bepleiten en te waken over de uitvoering van beleid.•Het Voice-fonds is in 2016 van start gegaan met een eerste oproep voor voorstellen. Het doel van de ingediende voorstellen is om de meest gemarginaliseerde en gediscrimineerde groepen een stem te geven om hun positie te verbeteren en beleid te beïnvloeden. In 2017 zal dit fonds volledig operationeel zijn en zullen de organisaties ook van elkaar kunnen leren effectiever te pleiten en te beïnvloeden.3.4 Toename van het aantal goed opgeleide professionals, versterking van hoger- en beroepsonderwijsinstellingen en het bevorderen van beleidsrelevant onderzoek•Medio 2017 zullen de contracten voor het beheer voor het beurzenpro-gramma NFP en het capaciteitsversterkingsprogramma NICHE vernieuwd worden. In 2016 worden landenstudies (Kenia, Tanzania, Ethiopië) en een externe evaluatie uitgevoerd om richting te geven aan vernieuwingen voor de nieuwe fase van het capaciteitsversterkings-programma.•De programma’s worden strategische ingezet binnen de thematische speerpunten. Vraagsturing staat voorop op basis van een analyse van en aansluiting bij lokale behoeften. De wenselijkheid van continuering van de huidige focus op voedselzekerheid zal daarbij eveneens worden bezien, alsook het reserveren van capaciteit (rapid response capacity) om in te zetten op specifieke landen en thema’s op actuele ontwikkelin-gen, zoals bleek bij de Ebola epidemie in West Afrika.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 252 •Binnen de capaciteitsversterkingsprogramma’s zal meer ruimte komen voor alumnibeleid en ondersteuning van de posten bij het opzetten van lokale alumni netwerken.•Het intensiever betrekken van Nederlandse kennisinstellingen in de projectontwikkelingsfase levert meerwaarde op en mogelijkheden daartoe worden verder onderzocht binnen het principe van vraagstu-ring.•De capaciteitsversterkingsprogramma’s hebben naast een ondersteu-nende functie binnen het beleid voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking ook een rol in de onderwijsdoelstellingen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Met de direct betrokken departementen Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Economische Zaken, de uitvoeringsorganisaties EP Nuffic en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en koepelorganisaties Vereniging Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU) en Vereniging Hogescholen (VH) wordt de synergie tussen de onderwijs, handel en ontwikkelingsdoelstellingen verder versterkt in 2017.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 253 Artikel 4: Vrede en veiligheid voor ontwikkeling A: Algemene doelstellingVrede en veiligheid voor ontwikkeling door het voorkomen en terug-dringen van conflictsituaties en het bevorderen van rechtstaatontwik-keling, wederopbouw, vredesopbouw, legitieme en democratische staatsstructuren en het bestrijden van corruptie. Tevens het verlenen van noodhulp ter leniging van humanitaire nood wereldwijd.B: Rol en verantwoordelijkheidDe Minister is verantwoordelijk voor:Financieren•Programma’s en partners op het terrein van veiligheid & rechtsorde, gericht op het aanpakken van de grondoorzaken van conflict, waaron-der early warning en conflictpreventie, Security Sector Reform (SSR), rechtsstaatontwikkeling en sociaal- economische wederopbouw. Voor een deel worden deze gefinancierd uit het geïntegreerde Budget Internationale Veiligheid (Defensiebegroting) en het Stabiliteitsfonds (BZ-begroting), waarmee het geïntegreerde karakter van de inzet van diplomatieke, civiele en/of militaire activiteiten wordt geborgd.•Humanitaire hulpverlening door gespecialiseerde VN-organisaties, het Internationale en Nederlandse Rode Kruis, en Nederlandse ngo’s (Dutch Relief Alliance).•Programma’s gericht op innovatie van de humanitaire hulpverlening.Stimuleren•Programma’s gericht op veiligheid & rechtsorde en «legitieme stabiliteit» in partnerlanden in landen waarin zich actuele crises voordoen en in de regio’s van het Grote Merengebied en de Hoorn van Afrika. Onder deze programma’s valt ook grote inzet op fysieke veiligheid van burgers via humanitair ontmijnen en cluster munitie programma’s.•Innovatie bij noodhulporganisaties om efficiënter en effectiever te werken en om de onderlinge coördinatie te versterken.•Verbeterde opvang van vluchtelingen in de regio en vergroten van paraatheid voor tijdige en effectieve rampenrespons.•Betrekken van kwetsbare groepen in humanitaire situaties bij beleid en uitvoering en het tegengaan van seksueel geweld.Regisseren•Handhaving en bevordering van internationaal humanitair recht en humanitaire principes en innovatie, gender en psychosociale zorg bij humanitaire hulpverlening. Nederland zal tevens aandringen op nieuwe manieren om de snel stijgende humanitaire noden in een alsmaar complexer wordende wereld het hoofd te blijven bieden door onder andere het nakomen en stimuleren van afspraken gemaakt in de Grand Bargain en tijdens de World Humanitarian Summit in 2016.•Samenwerking met actoren zoals de VN, het Rode Kruis en ngo’s voor een effectievere noodhulpverlening, en met de Europese Commissie Office for Humanitarian Aid Department (ECHO) en EU-lidstaten.•Betere samenwerking op veiligheid & rechtsorde tussen UNDP (team rechtsstaatsontwikkeling) en VN-DPKO via multi-donor dialoog over het Global Focal Point for Justice, Police and Corrections.•Meer interne cohesie tussen EU-instellingen, met name de Europese Commissie en EDEO, op crisisbeheersing en conflictpreventie, onder meer via het Comprehensie Approach Action Plan en de Joint Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 254 Communication on Capacity Building in support of security and development waarbij Nederland eigen best practices inbrengt.•Bevordering van herstel na crises en stimulering van een belangrijke rol voor het maatschappelijk middenveld bij lokale conflictpreventie, het bevorderen van participatie van burgers en sociaaleconomische wederopbouw.•Mede middels Nederlands co-voorzitterschap van het Global Partner-ship for Effective Development Cooperation bevordering van de implementatie van de voor het speerpunt veiligheid & rechtsorde relevante doelstellingen uit de post-2015 agenda (vooral SDG 16: Peace, justice and strong institutions). Thema Resultaatgebied Indicator Streefwaarden 2017 Streefwaarden 2020 Veiligheid & Rechtsorde Rechtstaat ontwikkeling Aantal mensen (man/vrouw) dat toegang heeft tot rechtspraak via een juridische instelling (formeel of informeel), om zo hun grondrechten te beschermen, strafbare feiten te laten berechten en geschillen te beslechten In 6 fragiele of post-conflict landen, 50.000 in dat jaar bereikt, waarvan minstens de helft vrouwen. In 6 fragiele of post-conflict landen 200,000, waarvan minstens de helft vrouwen, cumulatief Menselijke Veiligheid Aantal m2 land dat is ontmijnd 5 miljoen in dat jaar bereikt 24 miljoen, cumulatiefC: Beleidswijzigingen•Opname in de begroting van nieuwe indicatoren. Als onderdeel van de inspanningen voor rechtstaatsontwikkeling, wordt er in 2017 naar gestreefd om ten minste 50.000 mensen, waarvan minstens de helft vrouwen, toegang te geven tot formele of informele rechtspraak. Deze streefwaarde is gebaseerd op een analyse van de in 2015 behaalde resultaten, toen 35.000 mensen toegang kregen tot (in)formele rechtspraak.•Binnen de inzet ter versterking van de rechtstaat zullen twee punten meer aandacht krijgen: (i) de manier waarop een gebrek aan (toegang tot) recht of Transitional Justice zowel een grondoorzaak van migratie en van conflicten kan vormen; en (ii) de manier waarop innovatieve partnerschappen met het maatschappelijk middenveld en de private sector bij kunnen dragen aan het versterken van de rechtstaat.•Bij ontmijningsactiviteiten zal nog meer nadruk worden gelegd op het meten van de sociale en economische impact van ontmijning voor mensen. Vanuit de BZ-begroting (ODA-deel Stabiliteitsfonds) wordt voor de periode 2016–2020 EUR 45 miljoen beschikbaar gesteld voor ontmijningsprojecten van The Halo Trust, Mines Advisory Group en de Danish Church Aid in 13 landen. De ontmijningsprojecten zullen zich richten op het onderzoeken en ontruimen van landmijngebieden, het ontmantelen en vernietigen van mijnen, steun voor de slachtoffers en hun families, en het geven van voorlichting.•De beleidsdoorlichting van het Nederlandse humanitaire beleid over de periode 2009–2014 heeft geleid tot een aantal wijzigingen. Het beleid van lange termijn, flexibele, ongeoormerkte financiering van VN, Rode Kruis en NGO humanitaire partners zal worden voortgezet. Nederland loopt hierin voorop. Partners zullen echter meer worden aangesproken op gezamenlijke, gecoördineerde behoeftenbepalingen en responsplannen en op betere verantwoording volgens IATI standaarden. Er wordt capaciteit ingezet in de Hoorn van Afrika om de situatie en de uitvoering van de hulpverlening te monitoren. Het Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 255 gebruik van data in humanitaire crises krijgt een impuls met de oprichting en vestiging van een VN humanitair data centrum in Den Haag.•Er zal intensiever worden geprioriteerd op landen in de (eerste en tweede) ring van instabiliteit rondom Europa. Dit geldt ook voor de inzet van middelen en de invulling van partnerschappen.D1: Budgettaire gevolgen van beleidBeleidsartikel 4 Vrede en veiligheid voor ontwikkeling Bedragen in EUR 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 747.279 931.877 329.990 455.382 262.382 262.382 262.382 Uitgaven: Programma-uitgaven totaal 736.387 894.080 469.106 396.805 400.260 400.260 400.260 waarvan juridisch verplicht 76% 4.1 Humanitaire hulp 321.378 243.092 220.017 205.017 205.017 205.017 205.017 Bijdragen (inter)na-tionale organisaties UNHCR 33.000 42.000 46.000 33.000 33.000 33.000 33.000 Wereldvoedselpro-gramma 36.000 36.000 36.000 36.000 36.000 36.000 36.000 UNRWA 13.000 13.000 13.000 13.000 13.000 13.000 13.000 Noodhulppro-gramma’s 236.522 151.000 124.000 122.000 122.000 122.000 122.000 Noodhulppro-gramma’s non-ODA 2.856 1.092 1.017 1.017 1.017 1.017 1.017 4.3 Rechtstaatontwikkeling, wederopbouw, vredesopbouw, versterkte legitimiteit van democratische structuren en tegengaan van corruptie 202.404 450.988 191.718 191.788 195.243 195.243 195.243 Bijdragen (inter)na-tionale organisaties landenprogramma’s legitieme en capabele overheid 2.236 1.272 1.530 1.150 1.000 1.000 1.000 Landenprogramma’s functionerende rechtsorde 84.520 71.726 79.126 79.001 81.606 81.606 81.606 Midden Amerika programma 9.034 3.760 Landenprogramma’s inclusieve en politieke processen; vredesdialoog en confilictpreventie 3.785 3.500 4.500 2.500 2.500 2.500 2.500 functionerende rechtsorde 5.484 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 Inclusieve politieke processen: vredesdialoog en conflictpreventie 30.401 34.645 31.287 33.862 34.862 34.862 34.862 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 256 Bedragen in EUR 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Vredesdividend: werkgelegenheid en basisvoorzieningen 46.390 46.585 46.000 46.000 46.000 46.000 46.000 Legitieme en capabele overheid 15.878 19.275 19.275 19.275 19.275 19.275 19.275 Vluchteliingen-opvang in de regio 259.900 4.4 Noodhulpfonds 212.605 200.000 57.371 0 0 0 0 Bijdragen (inter)na-tionale organisaties Noodhulpfonds 212.605 200.000 57.371 D2: Budgetflexibiliteit80% van het budget voor humanitaire hulp is juridisch verplicht. Het gaat om de bijdragen aan internationale organisaties en wereldwijde fondsen/organisaties die meerjarig zijn vastgelegd. Ongeveer 20% van het budget voor humanitaire hulp is nog niet juridisch verplicht.Dit betreft uitgaven die afhankelijk zijn van de actualiteit en de behoefte bij de inzet in noodsituaties. Ook de programma’s voor functionerende rechtsorde en capabele overheid, inclusieve en politieke processen, vredesdividend, werkgelegenheid en basisvoorzieningen, en functione-rende rechtsorde zijn voor een groot deel juridisch verplicht.E: Toelichting op de financiële instrumenten4.1 Humanitaire Hulp•Ongeoormerkte bijdragen aan het wereldwijde VN-noodhulpfonds Central Emergency Response Fund (CERF), UN-OCHA en het Interna-tionale Comité van het Rode Kruis (ICRC) ten behoeve van de snelle beschikbaarheid en flexibiliteit van de humanitaire hulp.•Ongeoormerkte bijdragen aan UNHCR, UNRWA, UNICEF en WFP, eveneens ten behoeve van snelle beschikbaarheid en flexibiliteit.•Landenspecifieke bijdragen aan VN-organisaties, het Internationale Rode Kruis en Nederlandse ngo’s (Dutch Relief Alliance-DRA).•Blokallocatie bijdragen aan het Nederlandse Rode Kruis.•Bijdragen aan organisaties die zich bezig houden met rampenparaat-heid, innovatie, veiligheid van hulpverleners en opvang in de regio, waaronder steun aan lokale autoriteiten en gastgemeenschappen.Artikel 4.2 is vervallen, omdat het Budget Internationale Veiligheid (BIV) vanaf 2015 is opgenomen op de begroting van het Ministerie van Defensie. De besluitvorming wordt interdepartementaal voorbereid, waarmee het geïntegreerde karakter van de inzet van diplomatieke, civiele en/of militaire activiteiten wordt geborgd.Binnen het BIV blijft jaarlijks EUR 60 miljoen beschikbaar voor de begrotingen van BZ en BHOS voor activiteiten op het terrein van hervorming van de veiligheidssector, beveiliging van diplomaten en ambassades in gebieden waar dat noodzakelijk is, rechtstaatontwikkeling en capaciteitsopbouw. Bij voorjaarsnota worden deze middelen overge-heveld naar de begrotingen van BZ en BHOS.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 257 4.3 Rechtstaatontwikkeling, wederopbouw, vredesopbouw, versterkte legitimiteit van democratische structuren en tegengaan van corruptie•Legitieme en capabele overheid wordt geheel gefinancierd via een aantal grote, internationaal opererende ngo’s en igo’s op het gebied van corruptiebestrijding, democratisering, lokaal bestuur, politieke partijen en parlementen.•Inclusieve politieke processen en vredesdialogen worden voor het overgrote gedeelte uitgevoerd via een mix van nationale en interna-tionale ngo’s.•Bij sociaaleconomische wederopbouw (vredesdividend) is deels sprake van uitvoering via maatschappelijke organisaties. In 2016 zijn, door middel van een subsidietender, organisaties geselecteerd om activiteiten uit te voeren die «legitieme stabiliteit» in fragiele staten bevorderen (Addressing Root Causes tender).•In specifieke landenprogramma’s wordt vaak gekozen voor uitvoering van wederopbouw programma’s via het multilaterale kanaal (Multi-Donor Trust Funds), met het oog op de noodzakelijke coördinatie ter plekke en het belang van de betrokkenheid van de nationale overheid bij de uitvoering.•In het geval van rechtsstaatontwikkeling wordt met een beperkt aantal multilaterale en niet-gouvernementele organisaties samengewerkt en is op landenniveau een beperkt aantal ngo’s actief in de bilaterale programma’s.•Op Human Security gerichte activiteiten worden over het algemeen gefinancierd uit het Stabiliteitsfonds dat op de BZ begroting staat (H5, artikel 2.4).•Vluchtelingenopvang in de regio draagt bij aan het lange-termijn perspectief voor vluchtelingen en gastgemeenschappen in de Syrië regio (zie ook de beleidsagenda). Een deel van de middelen wordt in 2017 besteed. De Tweede Kamer wordt nader geïnformeerd zodra er een beter beeld is van de uitputting van de extra middelen in 2016 en de doorvertaling naar de inzet in 2017.4.4 Noodhulpfonds•Het noodhulpfonds is bestemd voor extra bijdragen aan de diverse humanitaire crises wereldwijd, en katalyserende activiteiten ter bevordering van opvang vluchtelingen in de regio, innovatie, hulp aan kwetsbare groepen en verbetering van de veiligheid van hulpverleners. Een omschrijving van deze prioriteiten vindt u in de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking aan de Tweede Kamer van 18 september 2014. Het fonds bedroeg bij de oprichting EUR 570 miljoen. Door hoge betalingen in 2015 en een kasschuif van 2017 naar 2016 van EUR 50 miljoen resteert nu nog EUR 57 miljoen in 2017 waarvan meer dan de helft reeds verplicht is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 258 Artikel 5: Versterkte kaders voor ontwikkeling A: Algemene doelstellingVersterkte kaders voor ontwikkeling en inclusieve groei door versterkte multilaterale betrokkenheid; de inzet van cultuur en sport in ontwikke-lingslanden om een sociale en kansrijke samenleving te stimuleren; het bevorderen van maatschappelijke betrokkenheid in Nederland en bijdragen aan migratie en ontwikkeling.B: Rol en verantwoordelijkheidDe Minister is verantwoordelijk voor:Financieren•Het bijdragen aan organisaties die een belangrijke systeemfunctie hebben binnen het multilaterale ontwikkelingsarchitectuur.•Het bijdragen aan organisaties die een belangrijke uitvoerende rol hebben in het bereiken van ontwikkeling en inclusieve groei.•Het plaatsen van structureel circa 75 assistent-deskundigen, zowel Nederlandse als uit bij voorkeur de allerarmste ontwikkelingslanden op strategische posities bij multilaterale organisaties.•Het verlenen van schuldverlichting in de Club van Parijs, de Wereld-bank en de regionale ontwikkelingsbanken. Het in internationaal verband deelnemen in de kapitaal-aanvullingen van de regionale ontwikkelingsbanken.•Het ondersteunen van initiatieven die cultuur en sport inzetten voor ontwikkeling, zowel op de posten in zeven landen als door middel van subsidies aan Nederlandse organisaties zoals het Prins Claus Fonds en KNVB WorldCoaches.•Het ondersteunen van brede partnerschappen op migratieterrein met prioritaire herkomst-, transit- en opvanglanden, door financiering van activiteiten die belangrijk zijn voor betrokken ontwikkelingslanden en die bijdragen aan beter migratiemanagement, betere bescherming en perspectieven voor vluchtelingen en gastgemeenschappen, tegengaan van uitbuiting en mishandeling van migranten en bestrijding mensensmokkel/handel, en het bevorderen van vrijwillige terugkeer en herintegratie.Stimuleren•Het leveren van een bijdrage in relevante fora aan het overleg over de hervorming van de multilaterale ontwikkelingsarchitectuur om zo coherentie en effectiviteit te verbeteren.•Het toezien op de uitvoering door multilaterale organisaties van strategische aanwijzingen die de lidstaten in de VN opstellen.•Het bevorderen van meer coherent beleid en samenwerking door multilaterale organisaties op hoofdkantoor- en landenniveau.•Het bevorderen dat multilaterale organisaties resultaatgericht werken en hun resultaten zichtbaar maken.•Internationaal en nationaal een bijdrage leveren aan de implementatie en monitoring van de nieuwe Duurzame Ontwikkelingsagenda en de Financing for Development agenda, onder andere door multilaterale organisaties te stimuleren de uitvoering gezamenlijk op te pakken.•In de betrokken multilaterale instellingen een bijdrage leveren aan het overleg over schuldhoudbaarheid.•Het pleiten voor een gezonde kapitaalpositie van de regionale ontwikkelingsbanken.•Ondersteunen van organisaties en processen die een bijdrage leveren aan internationale economische stabiliteit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 259 •Het verbinden van culturele en sportieve initiatieven met onderwerpen van internationaal beleid, in het bijzonder ontwikkeling, democratise-ring, maatschappelijke transitie en mensenrechten.•Het stimuleren dat er rekening wordt gehouden met het belang van ontwikkelingslanden binnen het rijksbrede migratiebeleid.•De positieve bijdrage van migratie aan ontwikkeling bevorderen en de negatieve effecten tegengaan.•Realisatie van brede partnerschappen op migratieterrein met priori-taire herkomst-, transit- en opvanglanden, waar zowel betrokken landen, NL/EU als vluchtelingen/migranten baat bij hebben.•Versterking opvang van vluchtelingen in de regio, door inzet op betere bescherming en door integratie van vluchtelingen in regionale ontwikkelingsplannen, zodat vluchtelingen en gastgemeenschappen betere perspectieven en dienstverlening krijgen. Toegang tot werk en onderwijs vormen hierbij speerpunten. Speciale aandacht gaat uit naar vrouwen en meisjes.Regisseren•De coördinatie van de rijksbrede multilaterale inzet op het terrein van ontwikkelingssamenwerking.•De coördinatie van de nationale rijksbrede implementatie van de SDG afspraken.•NL leidt en coördineert namens EU en lidstaten de uitrol van het EU programma om vluchtelingenopvang in de Hoorn van Afrika te versterken. Doel: betere bescherming van vluchtelingen (speciale aandacht voor vrouwen en meisjes), betere perspectieven voor gastgemeenschappen en vluchtelingen inclusief meer mogelijkheden om buiten de vluchtelingenkampen te wonen, werken en onderwijs te volgen.C: Beleidswijzigingen•Namens de EU leidt Nederland een programma om vluchtelingenop-vang te versterken in de Hoorn van Afrika. In 2017 zal Nederland sterk inzetten op de uitrol van de samenwerking met de private sector, om economische ontwikkeling, beroepsonderwijs en banengroei mogelijk te maken, voor zowel vluchtelingen als gastgemeenschappen.•Forse intensivering van aanpak grondoorzaken van irreguliere migratie, niet alleen door Nederland, maar ook door Europese en internationale partners. Daarbij heeft bevordering jeugdwerkgelegen-heid prioriteit voor Nederland.•Uitrol van innovatieve informatiecampagnes, bij voorkeur in EU-verband, om illegale migratie te ontmoedigen en migranten te informeren over de risico’s van een reis via mensensmokkelaars.•In 2017 worden, conform het beleidskader internationaal cultuurbeleid 2017–2020, ODA en non-ODA middelen gebundeld om op geïnte-greerde wijze de bijdrage die cultuur kan leveren aan een veilige, rechtvaardige en toekomstbestendige wereld te ondersteunen. Deze aanpak richt zich op zeven landen in de ring rondom Europa: Egypte, Libanon, Mali, Marokko, Palestijnse Gebieden, Turkije en Rusland (zie Kamerbrief over internationaal cultuurbeleid van 4 mei 2016).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 260 D1: Budgettaire gevolgen van beleidBeleidsartikel 5 Versterkte kaders voor ontwikkeling Bedragen in EUR 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 650.067 199.859 27.767 110.232 18.232 118.232 18.232 waarvan garantiever-plichtingen Uitgaven: Programma-uitgaven totaal 345.100 – 70.628 – 107.631 – 219.162 – 174.607 – 135.534 51.856 waarvan juridisch verplicht 95% 5.1 Versterkte multilaterale betrokkenheid 166.180 154.480 135.120 129.107 129.107 129.107 129.107 Bijdragen (inter)na-tionale organisaties UNDP 17.500 28.000 28.000 28.000 28.000 28.000 28.000 UNICEF 14.000 24.000 14.000 18.000 18.000 18.000 18.000 UNIDO 1.941 1.950 1.950 Middelenaanvul-lingen multilaterale banken en fondsen 108.494 75.828 66.358 58.230 58.230 58.230 58.230 Kapitaalaanvullingen bij regionale ontwikkelingsbanken 5.945 6.528 6.453 6.518 6.476 6.476 6.476 Speciale multila-terale activiteiten 9.402 9.174 9.359 9.359 9.401 9.401 9.401 Assistent-deskundigen programma 8.900 9.000 9.000 9.000 9.000 9.000 9.000 5.2 Overig armoede-beleid 165.902 – 240.108 71.952 70.614 71.378 71.378 71.378 Bijdragen (inter)na-tionale organisaties Kleine activiteiten posten en cultuur en ontwikkeling 8.368 12.833 10.404 8.829 8.829 8.829 8.829 Voorlichting op het terrein van ontwikkelingssamen-werking 10.053 4.250 3.250 250 250 250 250 Schuldverlichting 47.556 50.311 52.480 52.457 52.521 52.521 52.521 Unesco 4.392 4.804 4.400 4.400 4.400 4.400 4.400 Nog te verdelen i.v.m. wijzigingen BNI en/of toereke-ningen – 312.306 5.3 Bijdrage aan migratie en ontwikkeling 13.018 15.000 15.000 9.000 9.000 9.000 9.000 Subsidies Migratie en ontwikkeling 3.100 5.000 5.000 3.500 3.500 3.500 3.500 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 261 Bedragen in EUR 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Diversen Migratie en ontwikkeling 9.918 10.000 10.000 6.500 6.500 6.500 6.500 5.4 Nog te verdelen i.v.m. wijzigingen BNI en/of toereke-ningen – 329.703 – 427.883 – 384.092 – 345.019 – 157.629 Ontvangsten 92.497 164.737 77.082 74.692 72.354 72.068 68.782 5.20 Ontvangsten en restituties met betrekking tot leningen 50.026 43.561 45.906 43.516 41.178 40.892 37.606 5.21 Ontvangsten OS 37.480 121.176 31.176 31.176 31.176 31.176 31.176 5.22 Koersver-schillen OS 0 pm pm pm pm pm pm 5.23 Diverse ontvangsten non-ODA 4.991 0 0 0 0 0 0D2: BudgetflexibiliteitDe uitgaven voor versterkte multilaterale betrokkenheid zijn bijna in zijn geheel juridisch verplicht. De uitgaven voor overig armoedebeleid zijn voor wat betreft schuldverlichting en UNESCO volledig juridisch verplicht. Dat geldt ook voorlichting op het terrein van ontwikkelingssamenwerking en voor kleine activiteiten posten en cultuur en ontwikkeling. De uitgaven voor migratie en ontwikkeling zijn gedeeltelijk juridisch verplicht.E: Toelichting op de financiële instrumenten5.1 Versterkte multilaterale betrokkenheid•Bijdragen aan de begrotingen van de Internationale Financiële Instellingen en VN-instellingen en fondsen via middelenaanvulling, kapitaalverhoging en specifieke programma’s of trustfondsen ter bestrijding van armoede in ontwikkelingslanden. Deze organisaties leveren ook een belangrijke bijdrage aan de uitvoering van de duurzame ontwikkelingsdoelen en de klimaatafspraken.5.2 Overig armoedebeleid•Compensatie van de Wereldbank (IDA) en de regionale ontwikkelings-banken voor schuldverlichting geeft ontwikkelingslanden de financiële ruimte om een sterker eigen armoedebeleid te voeren.•Bijdrage aan UNESCO, waarvan EUR 1,8 miljoen kwalificeert als non-ODA.•Kleine activiteiten op de posten voor cultuur en ontwikkeling.•Voor voorlichting op het terrein van ontwikkelingssamenwerking is een bijdrage beschikbaar aan het NCDO waarmee de overgang naar volledige zelfstandigheid een feit is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 262 5.3 Bijdrage aan migratie en ontwikkeling•Financiering van programma’s van IOM en maatschappelijke organisa-ties in Nederland ter bevordering van vrijwillige terugkeer en herinte-gratie van ex-asielzoekers uit ontwikkelingslanden.•Het ondersteunen van brede partnerschappen op migratieterrein met prioritaire herkomst-, transit- en opvanglanden, door financiering van activiteiten die belangrijk zijn voor betrokken ontwikkelingslanden en die bijdragen aan beter migratiemanagement, betere bescherming en perspectieven voor vluchtelingen en gastgemeenschappen, tegengaan van uitbuiting en mishandeling van migranten, bestrijding mensensmokkel/-handel, en het bevorderen van vrijwillige terugkeer en herintegratie.•Bevorderen van dataverzameling inzake migratiestromen en onderzoek naar migratiemotieven en de effectiviteit van diverse interventies om de grondoorzaken van irreguliere migratie aan te pakken.5.4 Nog te verdelen i.v.m. wijzigingen BNI en/of toerekeningen•Om de inzichtelijkheid van de BHOS begroting verder te verbeteren is er met ingang van begrotingsjaar 2017 een nieuw artikelonderdeel gecreëerd. Zie ook de Kamerbrief over de inzichtelijkheid van de BHOS begroting.•Het ODA budget wordt gecorrigeerd voor ontwikkelingen van het BNI. In het kader van behoedzaamheid en stabiliteit in de begroting worden groei en krimp niet direct doorvertaald in de OS-programmalijnen. Deze zogeheten BNI-ruimte kan immers weer toenemen of afnemen als in de loop van het jaar de raming wordt bijgesteld.•Daarnaast kan er sprake zijn van nog te verdelen toerekeningen aan het ODA budget.•Dit artikelonderdeel toont bij vaststelling van de begroting een negatief bedrag. Dit wordt veroorzaakt door onder andere:Cbijstellingen als gevolg van de ontwikkeling van het BNI enCbijstellingen als gevolg van de verhoogde toerekening van de eerstejaarsopvangkosten van asielzoekers uit ontwikkelingslanden. Zoals vermeld in de begroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie bedraagt de ODA-toerekening voor deze kosten voor 2017 EUR 900 miljoen.•Gezien de mogelijke fluctuaties in de BNI ontwikkeling en de raming van de asielinstroom wordt het tekort op dit artikelonderdeel gedu-rende het begrotingsjaar ingevuld.•Dit is mogelijk omdat door onvoorziene omstandigheden, nieuwe ontwikkelingen en vertragingen geraamde uitgaven mogelijk niet (volledig) gerealiseerd worden. Het is op voorhand niet mogelijk om aan te geven op welke artikelen sprake zal zijn van lagere uitgaven dan waarmee bij de opstelling van de begroting rekening is gehouden. Dit wordt gedurende het begrotingsjaar duidelijk.Ontvangsten•Het betreft hierbij restituties op ontwikkelingssamenwerkingprogram-ma’s die een lagere realisatie kennen dan oorspronkelijk voorzien. Vanwege bevoorschotting komt het voor dat hierbij restsaldi ontstaan. Daarnaast worden hierop ook de ontvangsten met betrekking tot aflossingen op begrotingsleningen verwerkt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 263 4. Bijlagen Bijlage 1: Verdiepingshoofdstuk In het verdiepingshoofdstuk wordt informatie gegeven over de budget-taire aansluiting tussen de ontwerpbegroting 2016 en de ontwerpbe-groting 2017 voor het begrotingsjaar 2017.Artikel 1 Duurzame handel en investeringen Opbouw uitgaven (EUR 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 582.187 757.634 426.453 426.453 426.453 mutatie nota van wijziging 2016 0 0 0 0 0 mutatie amendement 2016 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 – 67.758 – 250.858 80.918 22.820 – 9.204 nieuwe mutaties 2016 – 125 – 9.790 – 13.790 – 13.790 – 13.790 Stand ontwerpbegroting 2017 390.662 514.304 496.986 493.581 435.483 403.459 483.505Toelichting artikel 1 uitgavenBij eerste suppletoire begroting 2016 werd het budget 2017 verlaagd. Belangrijke verklarende mutaties zijn een verlaging van EUR 62 miljoen voor private sector ontwikkeling en verbeterd investeringsklimaat in ontwikkelingslanden, en een verlaging voor het DGGF. Conform de aankondiging in de Kamerbrief over de Mid-term Review van het Dutch Good Growth van 1 oktober 2015 is het kasritme voor het DGGF meerjarig bijgesteld.Daarnaast is ter dekking van budgettaire problematiek vanwege een verslechterde ruilvoet besloten tot een taakstelling op de departementale begrotingen, waarbij vanaf 2017 de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking met een bedrag van EUR 49 miljoen wordt verlaagd. Dat bedrag is het ODA-aandeel in de HGIS-taaksteling. Hiervoor wordt op beleidsartikel 1 het budget voor PSD vanaf 2017 verlaagd met EUR 9 miljoen en het budget voor handels- en investeringsbevordering met EUR 0,8 miljoen.Artikel 1 Duurzame handel en investeringen Opbouw ontvangsten (EUR 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 23.463 20.685 1.815 1.815 1.815 mutatie nota van wijziging 2016 0 0 0 0 0 mutatie amendement 2016 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 69.569 2.441 2.304 2.176 2.058 nieuwe mutaties 2016 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 11.052 93.032 23.126 4.119 3.991 3.873 3.764Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 264 Toelichting artikel 1 ontvangstenDe ontvangsten in 2017 en verder betreffen de vrijval van middelen van het nog uitstaande FOM-portfolio. De FOM is medio 2016 opgegaan in het DTIF. De komende jaren betreffen daarom louter het beheer en afbouw van de bestaande portefeuille. De middelen die de komende jaren vrijvallen worden toegevoegd aan het DTIF.Artikel 2 Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water Opbouw uitgaven (EUR 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 632.320 665.742 680.742 685.742 685.742 mutatie nota van wijziging 2016 0 0 0 0 0 mutatie amendement 2016 – 8.500 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 19.436 15.785 14.984 8.715 8.715 nieuwe mutaties 2016 – 455 – 21.455 – 27.455 – 27.455 – 27.455 Stand ontwerpbegroting 2017 525.705 642.801 660.072 668.271 667.002 667.002 673.457Toelichting artikel 2Bij eerste suppletoire begroting 2016 werd het budget 2017 verhoogd met EUR 15,8 miljoen. Dit is veroorzaakt door een herschikking van activiteiten binnen het landenbudget van Zuid Soedan, die leidde tot een verhoging van het budget voor water en voedselzekerheid (ten koste van functione-rende rechtsorde). Ook is de mutatie veroorzaakt door de verhoging van de bijdrage op het gebied van voedselzekerheid aan IFAD vanwege een ongunstige wisselkoers.Ter invulling van de taakstelling als gevolg van de ruilvoetverslechtering wordt op beleidsartikel 2 vanaf 2017 het budget voor voedselzekerheid verlaagd met EUR 11 miljoen, voor water met EUR 6 miljoen, en klimaat met EUR 4 miljoen.Artikel 3 Sociale vooruitgang Opbouw uitgaven (EUR 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 847.642 732.970 730.470 730.470 730.470 mutatie nota van wijziging 2016 0 0 0 0 0 mutatie amendement 2016 8.000 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 – 1.356 – 2.446 – 2.447 – 3.547 – 3.547 nieuwe mutaties 2016 0 – 3.000 – 3.000 – 3.000 – 3.000 Stand ontwerpbegroting 2017 904.810 854.286 727.524 725.023 723.923 723.923 713.923Toelichting artikel 3Het budget 2017 wordt met EUR 3 miljoen verlaagd. Dit is een saldo van twee mutaties. Ten eerste wordt het budget met EUR 10 miljoen verhoogd als gevolg van de motie Van Laar/Van Veldhoven over Zuidelijke organi-saties. Ten tweede wordt ter invulling van de taakstelling als gevolg van de ruilvoetverslechtering vanaf 2017 het budget verlaagd met EUR 13 miljoen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 265 Artikel 4 Vrede en veiligheid voor ontwikkeling Opbouw uitgaven (EUR 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 544.571 544.571 404.571 414.571 414.571 0 mutatie nota van wijziging 2016 0 0 0 0 0 0 mutatie amendement 2016 13.000 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 336.509 – 69.465 – 1.766 – 8.311 – 8.311 0 nieuwe mutaties 2016 0 – 6.000 – 6.000 – 6.000 – 6.000 Stand ontwerpbegroting 2017 736.387 894.080 469.106 396.805 400.260 400.260 400.260Toelichting artikel 4Bij eerste suppletoire begroting 2016 werd het budget 2017 verlaagd met EUR 69 miljoen. Dit is deels veroorzaakt door mutaties binnen het Noodhulpfonds. Door hoge betalingen in 2015 en een kasschuif van 2017 naar 2016 van EUR 50 miljoen resteert nu nog EUR 57 miljoen in 2017. Ook is de verlaging het gevolg van een herschikking van activiteiten binnen het landenbudget van Zuid-Soedan, die leidde tot een verlaging van het budget voor functionerende rechtsorde (ten gunste van voedsel-zekerheid en water).Ter invulling van de taakstelling als gevolg van de ruilvoetverslechtering wordt vanaf 2017 het budget voor veiligheid en rechtstaat met 6 miljoen verminderd.Artikel 5 Versterkte kaders voor ontwikkeling Opbouw uitgaven (EUR 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 80.186 – 69.488 187.718 176.927 245.796 mutatie nota van wijziging 2016 0 0 0 0 0 mutatie amendement 2016 – 12.500 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 1.169 42.259 – 255.959 – 165.831 – 201.827 nieuwe mutaties 2016 – 139.483 – 80.402 – 150.921 – 185.703 – 179.503 Stand ontwerpbegroting 2017 345.100 – 70.628 – 107.631 – 219.162 – 174.607 – 135.534 51.856Toelichting artikel 5De mutaties op dit artikel zijn het gevolg van toenemende uitgaven voor de opvang van asielzoekers en verlaging van het ODA-budget als gevolg van BNI-bijstellingen.In de begroting 2016 werd nog uitgegaan van een asielinstroom van 26.000 voor 2016 en 2017. Bij najaarsnota 2015 is de instroomraming 2016 verhoogd van 26.000 naar 58.000. De raming voor 2017 wordt nu bijgesteld naar 42.000. De verhoogde asieltoerekening voor 2016 en 2017 wordt gedekt door BNI-ruimte uit 2016 t/m 2021 en het inzetten van meevallers in de BHOS-begroting. Een deel van de in het voorjaar van 2016 voorziene BNI-ruimte is er niet meer, door negatieve BNI-bijstellingen bij MEV. De negatieve BNI bijstellingen resulteren in een Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 266 verlaging van dit begrotingsartikel. Gezien de mogelijke fluctaties in de BNI ontwikkeling en de asielinstroom wordt het tekort op dit artikelon-derdeel gedurende het begrotingsjaar ingevuld.Artikel 5 Versterkte kaders voor ontwikkeling Opbouw ontvangsten (EUR 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 164.737 77.082 74.692 72.354 72.068 mutatie nota van wijziging 2016 0 0 0 0 0 mutatie amendement 2016 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 0 0 0 0 0 nieuwe mutaties 2016 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 92.497 164.737 77.082 74.692 72.354 72.068 68.782Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 267 Bijlage 2: Moties en toezeggingen in het vergaderjaar 2016/2017 Moties Datum Omschrijving Herkomst Stand van zaken 22-09-2015 Motie Slob c.s. 34 300, nr. 23: over structureel reserveren van extra middelen voor eerstejaarsopvang in Nederland en opvang in de regio Algemene Politieke Beschou-wingen d.d. 17 september 2015 Aan voldaan in begroting Buitenlandse Handel en Ontwikke-lingssamenwerking, hfst XVII, 2017 22-09-2015 Motie Thieme c.s. 34 300, nr. 30: over de effecten van klimaatveran-dering, handels- en belastingpo-litiek en wapenleveranties op de stabiliteit in kwetsbare landen en regio’s Algemene Politieke Beschou-wingen d.d. 17 september 2015 Aan voldaan per brief ESA-60627, verzonden op 13 juni 2016 17-11-2015 Motie Jan Vos c.s. 21 501–02, nr. 1544: gewijzigde motie over aanpassing van de ISDS-clausule in CETA VAO Trans-Atlantische Handels- en Investeringsovereenkomst (TTIP) d.d. 13 november 2015 Aan voldaan per brief CETA-2016.208234, verzonden op 20 april 2016 02-12-2015 Motie Van Veldhoven c.s. 34 300-XVII, nr. 43: over onderscheid tussen klimaatfinanciering en officiële ontwikkelingshulp Vaststelling van de begrotingsstaat van BuHa-OS (XVII) voor het jaar 2016 d.d. 26 november 2015 Aan voldaan per brief FEZ-262755, verzonden op 18 mei 2016 02-12-2015 Motie Van Veldhoven en Van Laar 34 300-XVII, nr. 42: over innova-tieve duurzame oplossingen voor noodhulp Vaststelling van de begrotingsstaat van BuHa-OS (XVII) voor het jaar 2016 d.d. 26 november 2015 Aan voldaan per brief DSH-3644/2016, verzonden op 12 mei 2016 02-12-2015 Motie Van Veldhoven Motie 34 300-XVII, nr. 45: over betrekken van vrouwen bij vredesopbouw Vaststelling van de begrotingsstaat van BuHa-OS (XVII) voor het jaar 2016 d.d. 26 november 2015 Aan voldaan per brief DSH-2016.41270, verzonden op 8 maart 2016 02-12-2015 Motie Taverne c.s. 34 300-XVII, nr. 30: over verhoging van de financiering voor geïntegreerde SRGR-hiv/aids-dienstverlening Vaststelling van de begrotingsstaat van BuHa-OS (XVII) voor het jaar 2016 d.d. 26 november 2015 Aan voldaan in begroting Buitenlandse Handel en Ontwikke-lingssamenwerking, hfst XVII, 2017 02-12-2015 Motie Van Laar en Voordewind 34 300-XVII, nr. 36: over hulp aan vluchtelingen met een beperking Vaststelling van de begrotingsstaat van BuHa-OS (XVII) voor het jaar 2016 d.d. 26 november 2015 Aan voldaan per brief DSH-3644/2016, verzonden op 12 mei 2016 02-12-2015 Motie Van Laar c.s. 34 300-XVII, nr. 34: over de herziening van de Meerjarige Strategische Plannen Vaststelling van de begrotingsstaat van BuHa-OS (XVII) voor het jaar 2016 d.d. 26 november 2015 In behandeling 02-12-2015 Motie Ten Broeke en Servaes 34 300-V, nr. 19: over schuiven in de vrijwillige afdrachten aan internationale organisaties Vaststelling van de begrotingsstaat van BuHa-OS (XVII) voor het jaar 2016 d.d. 26 november 2015 Aan voldaan in begroting Buitenlandse Handel en Ontwikke-lingssamenwerking, hfst XVII, 2017 02-12-2015 Motie Voordewind 34 300-XVII, nr. 48: over structurele steun aan aidswezen Vaststelling van de begrotingsstaat van BuHa-OS (XVII) voor het jaar 2016 d.d. 26 november 2015 Aan voldaan per brief DSH-3644/2016, verzonden op 12 mei 2016 02-12-2015 Motie Taverne c.s. 34 300-XVII, nr. 13: over transparantie, efficiëntie en affectiviteit in begroting en jaarverslag Vaststelling van de begrotingsstaat van BuHa-OS (XVII) voor het jaar 2016 d.d. 26 november 2015 Aan voldaan per brief BIS-188200/2016, verzonden op 31 maart 2016 02-12-2015 Motie Klaver c.s. 34 300-XVII, nr. 52: over herzien van het Energy Charter Treaty Vaststelling van de begrotingsstaat van BuHa-OS (XVII) voor het jaar 2016 d.d. 26 november 2015 Aan voldaan per brief IMH-2016.276927, verzonden op 17 mei 2016 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 268 Datum Omschrijving Herkomst Stand van zaken 02-12-2015 Motie Ten Broeke/Servaes 34 300-V, nr. 20: over zachte leningen en handelspreferenties voor eerste opvanglanden Vaststelling van de begrotingsstaat van BuHa-OS (XVII) voor het jaar 2016 d.d. 26 november 2015 Aan voldaan per brief MINBUZA-2016.2552, verzonden op 31 maart 2016 02-12-2015 Motie Klaver en Jan Vos 34 300-XVII, nr 50: over een meerjarenplan klimaatfinanciering Vaststelling van de begrotingsstaat van BuHa-OS (XVII) voor het jaar 2016 d.d. 26 november 2015 Aan voldaan per brief IGG-2016.365839, verzonden op 7 juli 2016 02-12-2015 Motie Voordewind en Agnes Mulder 34 300-XVII, nr. 46: over 25% van het budget besteden via het maatschappeliljk middenveld Vaststelling van de begrotingsstaat van BuHa-OS (XVII) voor het jaar 2016 d.d. 26 november 2015 Aan voldaan per brief FEZ-21-06-2016-D, verzonden op 7 juli 2016. 02-12-2015 Motie Agnes Mulder en Smaling 34 300-XVII, nr. 31: over de vulling van het EU-trustfund Vaststelling van de begrotingsstaat van BuHa-OS (XVII) voor het jaar 2016 d.d. 26 november 2015 Aan voldaan per brief DIE-279746, verzonden op 24 mei 2016. 02-12-2015 Motie Jan Vos en Teeven 34 300-XVII, nr. 39: over de rol van de Financierings Maatschappij voor Ontwikkelingslanden Vaststelling van de begrotingsstaat van BuHa-OS (XVII) voor het jaar 2016 d.d. 26 november 2015 Aan voldaan per brief DDE-131266, verzonden 16 maart 2016 02-12-2015 Motie Smaling 34 300-XVII, nr. 12: over het SMART formulier van doelen Vaststelling van de begrotingsstaat van BuHa-OS (XVII) voor het jaar 2016 d.d. 26 november 2015 Aan voldaan per brief BIS-188200/2016,verzonden op 31 maart 2016 23-02-2016 Motie Van Laar 32 605, nr. 181: over inspanning om tekorten aan noodhulp te verminderen VAO Noodhulp d.d. 16 februari 2016 Aan voldaan per brief DSH-3644/2016, veronden op 12 mei 2016 23-02-2016 Motie Voordewind c.s. 32 605, nr. 178: over financiering Dutch Relief Alliance langjarig doorzetten VAO Noodhulp d.d. 16 februari 2016 Aan voldaan in begroting Buitenlandse Handel en Ontwikke-lingssamenwerking, hfst XVII, 2017 23-02-2016 Motie Dijkstra en Van Veldhoven 32 605, nr. 179: over speciale aandacht voorkomen besnijdenis in vluchtelingenkampen VAO Noodhulp d.d. 16 februari 2016 Aan voldaan per brief DSH-3644/2016, verzonden op 12 mei 2016 23-02-2016 Motie Van Laar 33 625, nr. 201: over de ondersteuning van kleine boeren en boerinnen in OS-landen VAO Voedselzekerheid d.d. 16 februari 2016 In behandeling 23-02-2016 Motie Smaling 33 625, nr. 203: over intensivering op het onderwerp grondbeleid en landeigendom VAO Voedselzekerheid d.d. 16 februari 2016 In behandeling 23-02-2016 Motie Dik-Faber 33 625, nr. 199: over actieplan voor het tegengaan van voedselverliezen in OS-landen VAO Voedselzekerheid d.d. 16 februari 2016 In behandeling 23-02-2016 Motie Thieme 33 625, nr. 195: over een heldere definitie van climate-smart agriculture VAO Voedselzekerheid d.d. 16 februari 2016 In behandeling 23-02-2016 Motie Van Laar 33 625, nr. 202: over een implementatieplan voor voedselzekerheid VAO Voedselzekerheid d.d. 16 februari 2016 aan voldaan per brief MINBUZA-2016.332479, verzonden op 13 juni 2016 23-02-2016 Motie Taverne 33 625, nr. 200: over inzetten op circulaire economie VAO Voedselzekerheid d.d. 16 februari 2016 Is overgenomen door MinEZ Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 269 Datum Omschrijving Herkomst Stand van zaken 15-03-2016 Motie Vermue en Servaes 34 311, nr. 5: over grotere inspanningen om fundamentele rechten en principes op het werk in andere landen te realiseren NO «Eerlijk werk wereldwijd» d.d. 7 maart 2016 In behandeling 15-03-2016 Motie Vermue en Servaes 34 311, nr. 7: over cao’s in het imvo-beleid NO «Eerlijk werk wereldwijd» d.d. 7 maart 2016 Aan voldaan per brief IMH-327352/2016, verzonden op 17 juni 2016 15-03-2016 Motie Vermue en Servaes 34 311, nr. 6: over handelsinstrumentene en MoU’s inzetten ten gunste van fundamentele rechten en principes op het werk NO «Eerlijk werk wereldwijd» d.d. 7 maart 2016 Aan voldaan in brief IMH-327352/2016, d.d. 17 juni 2016 05-04-2016 Motie Van Laar 33 625, nr. 208: over een genderanalyse- en strategie bij elk nieuw project VAO Inclusieve ontwikkeling in Nederlandse ontwikkelingssamen-werking d.d. 31 maart 2016 In behandeling 05-04-2016 Motie Van Laar 33 625, nr. 209: over krachtiger bevorderen van een coherent beleid voor ontwikkeling VAO Inclusieve ontwikkeling in Nederlandse ontwikkelingssamen-werking d.d. 31 maart 2016 Aan voldaan per brief BIS-332479/2016, verzonden op 13 juni 2016 05-04-2016 Motie Van Laar/Van Veldhoven 33 625, nr. 207: over 10 miljoen per jaar voor zuidelijke vrouwenorgani-saties VAO Inclusieve ontwikkeling in Nederlandse ontwikkelingssamen-werking d.d. 31 maart 2016 Aan voldaan in begroting Buitenlandse Handel en Ontwikke-lingssamenwerking, hfst XVII, 2017 05-04-2016 Motie Van Veldhoven c.s. 33 625, nr. 210: over onderwijs in vluchtelingenkampen en gastge-meenschappen VAO Inclusieve ontwikkeling in Nederlandse ontwikkelingssamen-werking d.d. 31 maart 2016 Aan voldaan per brief DSH-330486/2016, verzonden op 16 juni 2016 05-04-2016 Motie Omtzigt 22 112, nr. 2098: over het opsplitsen van het Anti Tax Avoidance Package VAO Inclusieve ontwikkeling in Nederlandse ontwikkelingssamen-werking d.d. 31 maart 2016 Is overgenomen door MinFin 26-04-2016 Motie Teeven 34 300-XVII, nr. 67: over kortere doorlooptijden van aanvraaagprocedures voor exportkredietverzekeringen VAO Economische missies en handelsbevordering d.d. 19 apil 2016 Is overgenomen door MinFin 26-04-2016 Motie Jan Vos 34 300 XVII, nr. 66: over inzicht in de afweging die ten grondslag ligt aan het verstrekken van exportkredietverzekeringen VAO Economische missies en handelsbevordering d.d. 19 apil 2016 Is overgenomen door MinFin 29-04-2016 Motie Bruins en Teeven 21 501-02, nr 1613: over een juridische quick scan naar de mogelijkheden om de «lesser duty rule» niet toe te passen in bijzondere omstandig-heden VAO RBZ/Handelsraad d.d. 28 april 2016 Aan voldaan per brief Minbuza 2016.359249, verzonden op 24 juni 2016 29-04-2016 Motie Jasper van Dijk c.s. 21 501-02, nr. 1609: over niet toelaten van producten op de Europese markt die niet voldoen aan Europese normen VAO RBZ/Handelsraad d.d. 28 april 2016 Aan voldaan per brief IMH-2016.276927, verzonden op 17 mei 2016 29-04-2016 Motie Grashoff en Jan Vos 21 501-02, nr 1615: over een parlementair voorbehoud indien de Europese Commissie een voorstel doet voor voorlopige toepassing van CETA VAO RBZ/Handelsraad d.d 28 april 2016 Aan voldaan per brief MINBUZA-2016.396975, verzonden op 7 juli 2016 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 270 Datum Omschrijving Herkomst Stand van zaken 20-05-2016 Motie Jasper van Dijk 21 501-02, nr. 1609: over niet toelaten van producten op de Europese markt die niet voldoen aan Europese normen VAO RBZ / Handelsraad d.d. 28 april 2016 In behandeling 07-06-2016 Motie Bruins 31 985, nr. 28: over geen toepassing van het Investment Court System Debat vrijhandelsverdrag met Canada (CETA) d.d. 7 juni 2016 In behandeling 07-06-2016 Motie Bruins 31 985, nr. 30: over de lijsten met uitzonderingen per sector Debat vrijhandelsverdrag met Canada (CETA) d.d. 7 juni 2016 In behandeling 07-06-2016 Motie Merkies en Van Dijk 31 985, nr. 32: over de mogelijkheid dat nationale parlementen zich uitspreken over ICS in CETA Debat vrijhandelsverdrag met Canada (CETA) d.d. 7 juni 2016 In behandeling 07-06-2016 Motie Verhoeven 31 985, nr. 37: over het versterken van de handel in groene, innovatieve producten en technologiën Debat vrijhandelsverdrag met Canada (CETA) d.d. 7 juni 2016 In behandeling 07-06-2016 Motie Vos en Teeven 31 985, nr. 38: over geen aanpassingen die afdoen aan reeds gestelde eisen op het gebied van arbeid en milieu Debat vrijhandelsverdrag met Canada (CETA) d.d. 7 juni 2016 In behandeling 07-06-2016 Motie Teeven 31 985, nr. 40: over het zo snel mogelijk goedkeuren van CETA Debat vrijhandelsverdrag met Canada (CETA) d.d. 7 juni 2016 In behandeling 28-06-2016 Motie Schouten/Grashoff 25 087, nr. 123 over het bestrijden van belastingontwijking opnemen in convenanten voor MVO Debat over het rapport van de OESO over de aanpak van belastingontwijking d.d. 22 juni 2016 Aan voldaan per brief IMH- 358864/2016, verzonden op 28 juni 2016 28-06-2016 Motie Smaling c.s. 34 475-XVII, nr. 8 over het te volgen traject bij de jaarrekening ontwikkelingssamen-werking Wetgevingsoverleg Jaarverslag BuHa-OS d.d. 21 juni 2016 In behandeling 28-06-2016 Motie Van Veldhoven 34 400-XVII, nr. 41 over herkenbaar opnemen van de kosten voor eerstejaarsa-sielopvang Vaststelling van de begrotingsstaat van BuHa-OS (XVII) voor het jaar 2016 In behandeling 01-07-2016 Motie Dik-Faber/Klaver 31 793, nr. 128 over een carve-out clausule voor investeringsarbitrage in het klimaatverdrag Stenogram 24-05-2016 aanvankelijk aan MinI&M en later aan MinBuZa doorgezet Aan voldaan per brief MinI&M 319900/2016 verzonden op 6 juli 2016 05-07-2016 Motie Bruins c.s. 21 501-02, nr. 1614 over de zeven uitgangspunten voor TTIP als breed gedragen Nederlands standpunt VAO RBZ Handelsraad 28-04-2016 In behandeling 06-07-2016 Motie (gewijzigd) Bosman 29 653, nr. 26 over verbetering van asielwetgeving op Curacao Debat uitslag verkiezinigen Venezuela 30 juni 2016 Overgenomen door MinBZK 07-07-2016 Motie Voordewind/Van Laar 32 605, nr. 185 over het budget voor de Dutch Relief Alliance voor 2017 VAO Noodhulp 23 juni 2016 In behandelingTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 271 Toezeggingen Datum Omschrijving Herkomst Stand van zaken 07-09-2015 De Kamer voor volgende AO Wapenexport schriftelijk infor-meren over voorgenomen NLe beleidswijziging nav een NL/DUI interpretatie-verschil bij toepassing van categorie 6 van EU gemeen-schappelijke militaire lijst op gedemilitariseerde voertuigen? Nota-overleg d.d. 7 september 2015 Aan voldaan per brief DVB-180/2015, verzonden op 2 november 2015 08-09-2015 De Kamer ontvangt een brief over de positie van ODA binnen het geheel van geldstromen naar ontwikkelingslanden. AO VN top inzake de Post 2015 ontwikkelingsagenda d.d. 8 september 2015 Aan voldaan per brief Minbuza-2015.647955, verzonden op 27 november 2015 08-09-2015 De Kamer ontvangt vóór 1 november a.s. een kabinetsre-actie op het AIV-advies «ACS- EU samenwerking na 2020». AO VN top inzake de Post 2015 ontwikkelingsagenda d.d. 8 september 2015 Aan voldaan per brief DIE-334439/15, verzonden op 24 september 2015 08-09-2015 De Kamer wordt uiterlijk in juli 2016 per brief geïnformeerd over het beleid ten aanzien van de monitoring van de voortgang van de SDG’s. AO VN top inzake de Post 2015 ontwikkelingsagenda d.d. 8 september 2015 Aan voldaan per brief MINBUZA-2016.185506, verzonden op 24 mei 2016 09-09-2015 In de rapportage over de AVVN wordt informatie opgenomen over resultaten resolutie 1325, specifiek in Irak, en over FLOW fondsen AO AVVN d.d. 9 september 2015 Aan voldaan per brief DSO-41270, verzonden op 8 maart 2016 10-09-2015 Minister zal de Kamer in de volgende voortgangsrapportage informeren over Nederlandse financiële bijdrage aan UNODC ter bestrijding corruptie in Mali AO Mali MINUSMA d.d. 10 september 2015 Aan voldaan per brief DVB-235/2015, verzonden op 18 december 2015 10-09-2015 Minister zal de Kamer in de volgende voortgangsrapportage informeren over gebruik inlichtin-gencapaciteit voor aanpak mensensmokkel AO Mali MINUSMA d.d. 10 september 2015 Aan voldaan per brief DVB-234/2015, verzonden op 18 december 2015 10-09-2015 Minister zal de Kamer in de volgende voortgangsrapportage informeren over update van actuele situatie economische opbouw Mali en de hulpmiddelen. En informatie over ter beschikking gestelde humanitaire hulp aan Mali AO Mali MINUSMA d.d. 10 september 2015 In behandeling 10-09-2015 Resultaatrapportage over speerpunten 2014 wordt binnenkort aan de Kamer gestuurd, met ook informatie over resultaten rechtstaatprogramma Mali AO Mali MINUSMA d.d. 10 september 2015 Aan voldaan per brief BIS-573896/15, verzonden op 5 november 2015 11-09-2015 Binnen twee weken ontvangt de Kamer een brief inzake de uitvoering van de motie Sjoerdsma en Van Ojik (Kamerstuk 34 000-XVII, nr. 28) over de aansluiting van het Nederlands beleid op het gebied van hulp en handel bij de nieuwe SDG-agenda. AO VN top inzake de Post 2015 ontwikkelingsagenda d.d. 8 september 2015 Aan voldaan per brief BIS-519290/2015, verzonden op 28 september 2015 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 272 Datum Omschrijving Herkomst Stand van zaken 11-09-2015 De Kamer ontvangt vóór het algemeen overleg over het DGGF een brief over de rol die Nederland, mogelijk in samenwerking met The Currency Exchange Fund (TCX), zou kunnen spelen bij het ondervangen van wisselkoersri-sico’s, die belemmerend werken voor MKB AO VN top inzake de Post 2015 ontwikkelingsagenda d.d. 8 september 2015 Aan voldaan per brief DGGF DDE-551815, verzonden op 1 oktober 2015 29-09-2015 De Kamer ontvangt volgend voorjaar een rapportage over beleidscoherentie AO VN top inzake de Post 2015 ontwikkelingsagenda d.d. 8 september 2015 Aan voldaan per brieven DIE-600395/2015 en DIE-600394/2015, verzonden op 4 november 2015. 29-09-2015 In de eerder toegezegde brief over de partnerlandenlijst zal de Minister ook specifiek ingaan op het beleid ten aanzien van landen die veel vluchtelingen opvangen in de regio waar deze vluchtelingen vandaan komen AO VN top inzake de Post 2015 ontwikkelingsagenda d.d. 8 september 2015 In behandeling 14-10-2015 Minister zegt toe een Kamerbrief te sturen met daarin analyse achterblijven spoor 3 DFFG waarin specifiek wordt ingegaan op toetsingskader en technische assistentie. AO DGGF d.d. 14 oktober 2015 Aan voldaan per brief met kenmerk 632179/15, verzonden op 23 november 2015 19-10-2015 Toezegging over Evaluatie Europees SRGR beleid en de verhouding tussen rechten en gezondheid AO RBZ/OS d.d. 14 oktober 2015 Aan voldaan per brief DSO-261/15, verzonden op 9 november 2015 19-10-2015 Toezegging over Appreciatie coherentierapportage AO RBZ/OS d.d. 14 oktober 2015 Aan voldaan per brief Minbuza-2016.332479, verzonden op 13 juni 2016 29-10-2015 De Kamer ontvangt een kabinet-sappreciatie van IOB evaluatie van het beleid op het gebied van gender en vrouwenrechten inclusief verhouding tussen de internationale inspanningen onderdeel gezondheid en rechten en eventuele consequenties voor de NL inzet AO RBZ Ontwikkelingssamen-werking d.d. 14 oktober 2015 Aan voldaan per brief met kenmerk TFVG-183/15, verzonden op 16 november 2015 29-10-2015 De Kamer ontvangt vóór de begrotingsbehandeling een kabinetsappreciatie van de EU-rapportage over beleidscohe-rentie AO RBZ Ontwikkelingssamen-werking d.d. 14 oktober 2015 Aan voldaan per brieven DIE-600395/2015 en DIE-600394/2015 verzonden op 4 november 2015. 30-10-2015 De Minister stuurt de Kamer een brief, indien nodig vertrouwelijk, met voorbeelden van rechterlijke uitspraken die de oprichting van een arbitragehof voor investerings-geschillen rechtvaardigen. AO TTIP d.d. 7 oktober 2015 In behandeling 30-10-2015 De Kamer ontvangt een schriftelijk appreciatie van het Trans-Pacific Partnership (TPP) en de mogelijke gevolgen voor TTIP AO TTIP d.d. 7 oktober 2015 Aan voldaan per brief IMH-12651/2016, verzonden op 7 maart 2016 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 273 Datum Omschrijving Herkomst Stand van zaken 30-10-2015 De Kamer ontvangt een schrifte-lijke appreciatie van de privacybe-scherming in TPP AO TTIP d.d. 7 oktober 2015 Aan voldaan per brief IMH-12651, verzonden op 7 maart 2016 30-10-2015 De Minister zal tijdens het AO overleg naar voren gebrachte zorgen tav van de oprichting van een Netherlands Commercial Court (NCC) bespreken met Min V&J en de Kamer per brief informeren over de uitkomst van dit overleg AO TTIP d.d. 7 oktober 2015 Aan voldaan per brief door Min V&J op 23 november 2015 09-11-2015 Minister BZ zal Minister BHOS vragen om de Kamer een overzicht te sturen van bestedingen van Nederlandse hulpgelden voor Jemen en de consequenties voor de humanitaire hulp aan Jemen. AO Jemen d.d. 4 november 2015 Aan voldaan per brief DAM-74625, verzonden op 26 januari 2016 18-11-2015 Kamerbrief inzake situatie Burundi en de Artikel 96 consultaties Vragenuur d.d. 11 november 2015 over Burundi Aan voldaan per brief DAF-649179, verzonden op 24 november 2015 18-11-2015 Overleg met Stas V&J Dijkhoff over ambtsbericht Burundi Vragenuur d.d. 11 november 2015 over Burundi Aan voldaan per brief door MinV&J, verzonden op 22 juni 2016 18-11-2015 Overleg met in Nederland wonende Burundese oppositie Vragenuurtje d.d. 11 november 2015 over Burundi Aan voldaan per brief DAF-665114, verzonden op 8 januari 2016 18-11-2015 Overwegen om een Nederlandse gezant naar Burundi te sturen om dialoog te helpen bevorderen Vragenuurtje d.d. 11 november 2015 over Burundi Aan voldaan per brief DAF-665114, verzonden op 8 januari 2016 25-11-2015 Toezegging om in het vervolg in de HGIS-nota een duidelijker onderscheid aan te brengen tussen ODA en non-ODA uitgaven. Wetgevingsoverleg onderdeel OS van de begroting BuHa-OS 2016 Aan voldaan per brief BIS-188200/2016, verzonden op 31 maart 2016 25-11-2015 Toezegging om beschikbare informatie over doelen en resultaten van OS ook via de begrotingswebsite beter inzichtelijk te maken. Wetgevingsoverleg onderdeel OS van de begroting BuHa-OS 2016 Aan voldaan per brief BIS-188200/2016,verzonden op 31 maart 2016 25-11-2015 Bekijken hoe beschikbare informatie over doelen en resultaten van OS in het vervolg beter aan de begroting gekoppeld kan worden en op een meer geconsolideerde wijze aan de Kamer kan worden aangeboden. Wetgevingsoverleg onderdeel OS van de begroting BuHa-OS 2016 Aan voldaan per brief BIS-188200/2016, verzonden op 31 maart 2016 25-11-2015 De Kamer informeren voor de begrotingsbehandeling over de systematiek met betrekking tot de eerstejaars opvang asielzoekers uit DAC-landen Wetgevingsoverleg onderdeel OS van de begroting BuHa-OS 2016 Aan voldaan per brief FEZ-655497/2015, verzonden op 25 november 2015 25-11-2015 De Kamer informeren bij de Najaarsnota over de ramingen van MinV&J inzake de eerstejaars opvang asielzoekers en zal daarbij, indien mogelijk, ook aangeven hoe voorkomen kan worden dat structurele OS-programma’s moeten worden aangepast. Wetgevingsoverleg onderdeel OS van de begroting BuHa-OS 2016 Aan voldaan per brief Najaarsnota 2015, verzonden op 27 november 2015 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 274 Datum Omschrijving Herkomst Stand van zaken 25-11-2015 Bekijken hoe wijzigingen als gevolg van BNI-mutaties anders in de begroting kunnen worden opgenomen. Wetgevingsoverleg onderdeel OS van de begroting BuHa-OS 2016 Aan voldaan per brief BIS-188200/2016, verzonden op 31 maart 2016 27-11-2015 Minister zal de Kamer in een volgende rapportage nader informeren over de rol van de Higg Index en hoe Nederland een bijdrage kan leveren aan het aanmoedigen van bedrijven om zich hierbij aan te sluiten AO Textiel d.d. 19 november 2015 In behandeling 27-11-2015 De Kamer ontvangt een verslag van de Asian Living Wage Conference met een nadere uitwerking van de Nederlandse inzet op het gebied van leefbaar loon AO Textiel d.d. 19 november 2015 Aan voldaan per brief kenmerk DDE-614535/15, verzonden op 13 november 2015 27-11-2015 Kamerbrief het verslag van de Najaarsvergadering van de Wereldbank, waarin ingegaan zal worden op de activiteiten van de Wereldbank in Bangladesh die door Nederland worden gefinan-cierd AO Textiel d.d. 19 november 2015 Aan voldaan per brief kenmerk DDE-614535/15, verzonden op 13 november 2015 27-11-2015 Nagaan welke informatie openbaar is tav investeringsbescherming, het aantal ISDS-zaken en het geven van informatie daarover en streeft ernaar dit voor de stemmingen van dinsdag aan Kamer te laten weten Begrotingsbehandeling BuHa-OS 2015 Aan voldaan per brief IMH-663950/2015, verzonden op 30-11-2015 27-11-2015 Kamer schriftelijk informeren waarom het niet mogelijk is een meerjarenraming op te nemen t.a.v. klimaatfinanciering Begrotingsbehandeling BuHa-OS 2015 Aan voldaan per brief IGG-2016.365839, verzonden op 07-07-2016 04-12-2015 Kamer rapport EOF toesturen zoals aangekondigd in verslag RBZ/OS van oktober. Informele RBZ/OS d.d. 3 december 2015 Aan voldaan per brief DIE-320221, verzonden op 5 februari 2016 08-12-2015 Toezegging over weigering Pakistan terugkeerders op te nemen aan de orde te brengen tijdens informele OS-Raad Informele RBZ/OS d.d. 3 december 2015 Aan voldaan per brief DIE-706842/2015, verzonden op 21 december 2015 08-12-2015 Sonderen bij EU collega’s naar assessment van effecten GLB op ontwikkelingslanden, mede in kader Global Goals en Kamer hierover informeren. Informele RBZ/OS d.d. 3 december 2015 Aan voldaan per brief DIE-706842/2015, verzonden op 21 december 2015 08-12-2015 Rapporteren over gesprek met EIB over steun aan opvanglanden Informele RBZ/OS d.d. 3 december 2015 Aan voldaan per brief DIE-706842/2015, verzonden op 21 december 2015 08-12-2015 Kamerbrief wanneer het Kabinet besluit een meer directieve rol aan te nemen m.b.t. voortgang van het traject inzake de IMVO-convenanten, waarbij ook een updat gegeven zal worden van de actuele stand van zaken. AO IMVO d.d. 3 december 2015 Aan voldaan per brief IMH-327352/2016, verzonden op 17 juni 2016 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 275 Datum Omschrijving Herkomst Stand van zaken 08-12-2015 Kamer informeren in het voorjaar per brief over de wijze waarop monitoring en toezicht m.b.t. uitvoering van de IMVO-convenanten wordt vormgegeven. AO IMVO d.d. 3 december 2015 Aan voldaan per brief DMM-181917/16,verzonden op 21 april 2016 08-12-2015 Kamerbrief met een nadere duiding van de problematiek m.b.t. de totstandkoming van EU-regelgeving op het gebied van conflictmineralen AO IMVO d.d. 3 december 2015 Aan voldaan per brief BEB 2016Z12555/2016D25867, verzonden op 24 juni 2016. 10-12-2015 Toezegging schriftelijke toelichting rechtssystemen in het kader van TTIP MO TTIP d.d. 22 september 2015 Aan voldaan per brief IMH-70171 verzonden op 22 februari 2016 10-12-2015 Toezegging appreciatie van de positieve effecten van een handelsakkoord tussen VS en de EU, zoals TTIP MO TTIP d.d. 22 september 2015 Aan voldaan per brief IMH-697749/2016, verzonden op 14 december 2015. 11-12-2015 Minister stuurt de Kamer een appreciatie over uitspraak van het Europees HvJ over de status (gemengd of EU-only) van het EU-Singapore handelsakkoord, inclusief het proces voor goedkeuring over voorlopige toepassing en inwerkingtreding van van TTIP AO RBZ handel d.d. 8 december 2015 In behandeling 14-12-2015 Kamer per brief informeren over waarborgen voor publieke diensten in handelsakkoorden AO RBZ handel d.d. 8 december 2015 Aan voldaan per brief IMH-24563, verzonden op 18 januari 2016 14-12-2015 Kamer per brief informeren wanneer duidelijk is hoe en wanneer de voorlopige toepassing voor CETA besloten gaat worden. AO RBZ handel d.d. 8 december 2015 Aan voldaan per brief IMH-204549/2016, verzonden op 20 april 2016 14-12-2015 Kamer informeren voor AO Noodhulp (d.d. 27 januari a.s.) over mogelijkheden om de noodhulp-systematiek een meer verplichtend karakter te geven. AO RBZ/OS d.d. 3 december 2015 Aan voldaan per brief DSH-6102, verzonden op 20 januari 2016 14-12-2015 Kamer ontvangt een Nationaal Actieplan beleidscoherentie AO RBZ/OS d.d. 3 december 2015 Aan voldaan per brief BIS-332479/2016, verzonden op 13 juni 2016 08-01-2016 De Kamer zsm na afronding van de procedure bij het Europees Hof van Justitie een appreciatie van de uitspraak van het Hof over het al dan niet gemengde karakter van handelsakkoorden, waarbij ook nader ingegaan zal worden op de consequenties TTIP AO RBZ handel d.d. 8 december 2015 In behandeling 08-01-2016 De Kamer wordt tijdig per brief geïnformeerd over het moment van inwerkingtreding van CETA. AO RBZ handel d.d. 8 december 2015 Aan voldaan per brief IMH-204549/2016, verzonden op 20 april 2016 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 276 Datum Omschrijving Herkomst Stand van zaken 28-01-2016 Minister zal de Kamer in de inzetbrief voor de Humanitaire Wereldtop in mei informeren over mogelijkheden om ook andere evaluatiediensten te betrekken bij beoordeling van effectiviteit van humanitaire hulpverlening (in het bijzonder via multilaterale organisat AO Noodhulp d.d. 27 januari 2016 Aan voldaan per brief DSH-3644/2016, verzonden op 12 mei 2016 28-01-2016 De Kamer ontvangt een brief over de resultaten van de Syrië-conferentie van 4 februari a.s. in Londen, waarin ook ingegaan zal worden op de bereikte resultaten met betrekking tot de hervorming van het noodhulpsysteem. AO Noodhulp d.d. 27 januari 2016 Aan voldaan per brief DSH-3644/2016, verzonden op 12 mei 2016 28-01-2016 De Kamer ontvangt een brief over resultaten van beleid ogv voedselzekerheid, waarin onder meer ook wordt ingegaan op de uitvoering van de aangenomen moties over het (agrarisch) beroepsonderwijs (Motie-Van der Staaij (Kamerstuk 33 625, nr. 27) en motie-Ag AO Voedselzekerheid d.d. 27 januari 2016 In behandeling 28-01-2016 Minister zal in overleg met de staatssecretarissen van EZ en I&M en min VenJ bekijken of het mogelijk is om voedselzekerheid tot strategische sector te benoemen en de Kamer per brief over de uitkomst hiervan infor-meren AO Voedselzekerheid d.d. 27 januari 2016 Overgenomen door MinEZ 29-01-2016 In Kamerbrief een update verschaffen over de inzet en behaalde resultaten op het terrein van wereldwijde voedselzekerheid met daarin specifieke aandacht voor 5 pt (zie notes) AO Voedselzekerheid d.d. 27 januari 2016 In behandeling 04-03-2016 EK – Toezegging toezending Kamerbrief met meest actuele informatie, inclusief opsomming van Nederlandse inzet, ohgv gendercide EK MO Voorjaarsnota BHOS In behandeling 04-03-2016 EK – Toezegging om uit te zoeken of extra bijdrage aan Ontwikke-lingsbank van de RvE mogelijk is. EK MO Voorjaarsnota BHOS Aan voldaan (mondeling) 08-03-2016 Minister zal Kamer informeren over de uitkomst inzake de imvo-convenanten. Notaoverleg Eerlijk werk wereldwijd d.d. 7 maart 2016 Aan voldaan per brief IMH-327352/2016, verzonden op 17 juni 2016 08-03-2016 Minister zal de Kamer ook de kabinetsappreciatie doen toekomen en daarbij ook ingaan op de meerwaarde van apart imvo-toezicht Notaoverleg Eerlijk werk wereldwijd d.d. 7 maart 2016 Aan voldaan per brief IMH-181917/2016, verzonden op 21 april 2016 08-03-2016 Minister zal de Kamer informeren over de technische assistentie inzake de Arbeidsinspectie. Notaoverleg Eerlijk werk wereldwijd d.d. 7 maart 2016 In behandeling Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 277 Datum Omschrijving Herkomst Stand van zaken 16-03-2016 Minister zal separaat rapporteren over de eerste resultaten van het Actieplan Inclusieve Ontwikkeling AO Inclusieve Ontwikkeling d.d. 9 maart 2016 In behandeling 16-03-2016 Minister zal een schriftelijke reactie op het door Van Veldhoven aangeboden Actieplan «Met Man en Macht» opnemen in een volgende brief over het gender-beleid. AO Inclusieve Ontwikkeling d.d. 9 maart 2016 In behandeling 16-03-2016 Minister zal een technische briefing faciliteren over methodieken van monitoring en evaluatie, specifiek aangaande sociale verandering. AO Inclusieve Ontwikkeling d.d. 9 maart 2016 Wordt ingepland 16-03-2016 Minister zal de Kamer een overzicht sturen van de extra inzet van EU lidstaten voor de imple-mentatie van de Global Goals, afgezet tegen de Nederlandse inzet via het Actieplan voor inclusieve ontwikkeling en analyse of aanscherping nodig is. AO Inclusieve Ontwikkeling d.d. 9 maart 2016 In behandeling 16-03-2016 Minister zal in de volgende beleidsbrief over voedselzekerheid zal aandacht besteden aan de positie van boeren en boerinnen met een beperking. AO Inclusieve Ontwikkeling d.d. 9 maart 2016 In behandeling 16-03-2016 Minister rapporteert bij het a.s. VAO over financiering voor vrouwenrechten organisaties over de maatregelen voor versterking en verankering van genderbeleid in de organisatie. AO Inclusieve Ontwikkeling d.d. 9 maart 2016 In behandeling 16-03-2016 Minister geeft tijdens het a.s. VAO over financiering voor vrouwen-rechten organisaties een toelichting op de voortgang van de inzet op sociale protectie. AO Inclusieve Ontwikkeling d.d. 9 maart 2016 Aan voldaan in VAO inclusieve ontwikkeling van 31 maart 2016 17-03-2016 Minister zal de Kamer naar verwachting vóór de zomer informeren over de uitkomst inzake de IMVO-convenanten. Notaoverleg initiatiefnota Van Laar en Kerstens: «Eerlijk werk wereldwijd» d.d. 7 maart 2016 Aan voldaan per brief IMH-327352/2016, verzonden op 17 juni 2016 17-03-2016 Minister zal Kamer na verschijning resultaten onderzoek over de zorgplicht van bedrijven een kabinetsappreciatie doen toekomen en ook ingaan op eventuele meerwaarde van een aparte IMVO-toezichthouder Notaoverleg initiatiefnota Van Laar en Kerstens: «Eerlijk werk wereldwijd» d.d. 7 maart 2016 Aan voldaan per brief IMH-181917/2016, verzonden op 21 april 2016 17-03-2016 Minister zal de Kamer informeren over de pilot inzake de inzet van arbeidsinspecteurs vanuit het PUM-programma Notaoverleg initiatiefnota Van Laar en Kerstens: «Eerlijk werk wereldwijd» d.d. 7 maart 2016 In behandeling Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 278 Datum Omschrijving Herkomst Stand van zaken 17-03-2016 De Kamer wordt vóór het zomerreces per brief geïnformeerd over de uitkomst van het gesprek met de Israëlische autoriteiten over inzet van door Nederlands bedrijf geleverde diensthonden, waarin ook ingegaan zal worden op de relatie met het hu AO Wapenexportbeleid d.d. 11 februari 2016 Aan voldaan per brief IMH-346416, verzonden op 24 juni 2016 17-03-2016 De Kamer wordt vóór het zomerreces per brief geïnformeerd over de uitkomst van onderzoek naar mogelijkheden om SOTAS (Standoff Target Acquisition System)-communicatieapparatuur op de dual-use goederen lijst van wapenexportcontroleregimes te plaatsen AO Wapenexportbeleid d.d. 11 februari 2016 Aan voldaan per brief IMH-346416, verzonden op 24 juni 2016 17-03-2016 De Kamer ontvangt vóór de begrotingsbehandeling een separate resultatenrapportage over het actieplan inclusieve ontwik-keling in het kader van de Global Goals AO Inclusieve ontwikkeling in het Nederlandse OS-beleid d.d. 9 maart 2016: In behandeling 17-03-2016 In Kamerbrief over de resultaten van het Voedselzekerheidsbeleid zal R ook ingaan op de positie van boeren en boerinnen met een beperking AO Inclusieve ontwikkeling in het Nederlandse OS-beleid d.d. 9 maart 2016: In behandeling 17-03-2016 Minister zal met het oog op het aanscherpen van de Nederlandse prioriteiten bekijken op welke wijze inzicht gegeven kan worden in de prioriteiten die andere Europese landen stellen en de Kamer hierover informeren AO Inclusieve ontwikkeling in het Nederlandse OS-beleid d.d. 9 maart 2016: In behandeling 31-03-2016 Minister zal in het verslag van de a.s. Voorjaarsvergadering Wereldbank rapporteren over de voortgang op de motie van D66 over Onderwijs in vluchtelingen-kampen en gastgemeenschappen VAO Inclusieve Ontwikkeling, d.d. 31 maart 2016 Aan voldaan per brief DSH-330486/2016, verzonden op 16 juni 2016 08-04-2016 Kamerbrief over de wijze waarop mensenrechten in handelsmissies worden geïntegreerd AO Economische missies en handelsbevorderingen d.d. 7 april 2016 In behandeling 08-04-2016 Kamerbrief over de maatschappe-lijke inbedding van infrastructuur-projecten waarbij Nederland bilateraal of via ontwikkelings-banken betrokken is. AO Economische missies en handelsbevordering d.d. 7 april 2016 In behandeling 11-04-2016 Minister zal in het verslag van de Voorjaarsvergadering van de Wereldbank voor zover mogelijk een overzicht opnemen van de posities en het stemgedrag van landen ten aanzien van het beloningsbeleid bij de Wereldbank AO Voorjaarsvergadering Wereldbank d.d. 5 april 2015 Aan voldaan per brief DMM-338895/2016, verzonden op 17 juni 2016 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 279 Datum Omschrijving Herkomst Stand van zaken 11-04-2016 Minister zal in het verslag van de Voorjaarsvergadering van de Wereldbank informatie opnemen over de betrokkenheid van Nederlandse bedrijven bij de uitvoering van projecten van de Wereldbank, en daarbij ingaan op zowel het aantal bedrijven als de omvang van projecten AO Voorjaarsvergadering Wereldbank d.d. 5 april 2015 Aan voldaan per brief DMM-338895/2016, verzonden op 17 juni 2016 11-04-2016 Minister zal in het verslag van de Voorjaarsvergadering van de Wereldbank ingaan op benoe-mingen van Nederlanders op posities bij de Wereldbank AO Voorjaarsvergadering Wereldbank d.d. 5 april 2015 Aan voldaan per brief DMM-338895/2016, verzonden op 17 juni 2016 11-04-2016 Minister zal in het verslag van de Voorjaarsvergadering van de Wereldbank rapporteren over de uitkomst van besprekingen over CO2 beprijzing AO Voorjaarsvergadering Wereldbank d.d. 5 april 2015 Aan voldaan per brief DMM-338895/2016, verzonden op 17 juni 2016 11-04-2016 Minister zal in het verslag van de Voorjaarsvergadering van de Wereldbank ingaan op mogelijk-heden voor het doorvoeren van verbeteringen bij projectassess-ments AO Voorjaarsvergadering Wereldbank d.d. 5 april 2015 Aan voldaan per brief DMM-338895/2016, verzonden op 17 juni 2016 25-05-2016 Minister zal in het verslag van de RBZ/OS rapporteren over de knelpunten met betrekking tot de totstandkoming van een Europese roadmap voor de implementatie van de Global Goals en daarbij ook ingaan op de inzet van Nederland en wat die heeft opgeleverd AO RBZ OS d.d. 26 april 2016 Aan voldaan per brief DIE-279746/2016 verzonden op 24 mei 2016 25-05-2016 De Kamer ontvangt z.s.m. een BNC-fiche over de Mededeling van de Commissie inzake Forced Displacement and Development AO RBZ OS d.d. 26 april 2016 Aan voldaan per brief DIE-319378/2016, verzonden op 3 juni 2016 25-05-2016 Minister zal de Kamer in het verslag van de RBZ/OS informeren over de landen waarmee dialogen worden gevoerd ihkv migratiepart-nerschappen, wat de uitkomst daarvan is hoe dit wordt gemonitord en wanneer de Kamer hier nader over geïnformeerd wordt AO RBZ OS d.d. 26 april 2016 Aan voldaan per brief MinBuZa-2016.287349, verzonden op 30 mei 2016 25-05-2016 Minister zal in het verslag van de RBZ/OS een terugkoppeling geven van de conclusies die door de Raad zijn aangenomen over duurzame waardeketens AO RBZ OS d.d. 26 april 2016 Aan voldaan per brief DIE-279746/2016 verzonden op 24 mei 2016 25-05-2016 Minister zal in het verslag van de RBZ/OS een lijst opnemen van de bijdragen van de lidstaten aan het EU Emergency Trust Fund for Africa AO RBZ OS d.d. 26 april 2016 Aan voldaan per brief DIE-279746/2016 verzonden op 24 mei 2016 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 280 Datum Omschrijving Herkomst Stand van zaken 25-05-2016 Minister zal in het verslag van de RBZ/OS aangeven hoe de verdubbeling van het Europese beurzenprogramma zijn beslag krijgt en of deze verdubbeling ook betrekking heeft op het Neder-landse programma dat door het Nuffic wordt uitgevoerd AO RBZ OS d.d. 26 april 2016 Aan voldaan per brief DIE-279746/2016 verzonden op 24 mei 2016 25-05-2016 Minister zal samen met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu de Kamer na de zomer rapporteren over de Nederlandse inzet om de implementatie van de werelddoelen en de klimaatdoelen op samenhangende wijze vorm te geven AO RBZ OS d.d. 26 april 2016 In behandeling 07-06-2016 Toezegging Minister inzake versturen uitgebreide versie GA ter voorbereiding op AO informele RBZ/Handel op 14 sept a.s. Plenair debat over voorlopige inwerkingstreding handelsakkoord met Canada CETA, d.d. 7 juni 2016 In behandeling 07-06-2016 Toezegging Minister inzake versturen Sustainability Impact Assesment van CETA naar de Tweede Kamer Plenair debat over voorlopige inwerkingstreding handelsakkoord met Canada CETA, d.d. 7 juni 2016 In behandeling 07-06-2016 Toezegging Minister zal in de memorie van toelichting van CETA een uiteenzetting geven van mogelijke mitigerende maatre-gelen voor CETA Plenair debat over voorlopige inwerkingstreding handelsakkoord met Canada CETA, d.d. 7 juni 2016 In behandeling 07-06-2016 Toezegging Minister inzake onderzoek doen naar de wensbaarheid van ICS, waarbij wordt ingegaan op het vraagstuk over brede toegang en de verhouding tot het nationale rechtssysteem Plenair debat over voorlopige inwerkingstreding handelsakkoord met Canada CETA, d.d. 7 juni 2016 In behandeling 21-06-2016 De Minister informeert de Kamer zo spoedig mogelijk per brief op het moment dat het besluit genomen wordt om het hulppro-gramma aan een partnerland (deels) op te schorten. Jaarverslag 2015 BuHa-OS d.d. 21 juni 2016 In behandeling 21-06-2016 De Minister zal fraude bij de besteding van hulpgelden aankaarten bij Wereldbank, IMF en EU en de Kamer hierover rapporteren in het Verslag van de Najaarsvergadering van de Wereldbank. Jaarverslag 2015 BuHa-OS d.d. 21 juni 2016 In behandeling 21-06-2016 Toezegging Minister inzake bekijken mogelijkheid tot verhoging uitgaven via maatschap-pelijk middenveld en TK voor reces rapporteren Jaarverslag 2015 BuHa-OS d.d. 21 juni 2016 Aan voldaan per brief FEZ-21-06-2016-D, verzonden op 7 juli 2016 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 281 Datum Omschrijving Herkomst Stand van zaken 21-06-2016 De Minister stuurt de Kamer een brief over de volgende stappen die gezet worden om informatie over doelen en resultaten beter inzichtelijk te maken. Jaarverslag 2015 BuHa-OS d.d. 21 juni 2016 In behandeling 21-06-2016 Toezegging Minister fraude bij de besteding van hulpgelden aankaarten bij Wereldbank, IMF en EU en de Kamer hierover rapporteren in het Verslag van de Najaarsvergadering van de Wereldbank. Jaarverslag 2015 BuHa-OS d.d. 21 juni 2016 In behandeling 21-06-2016 Toezegging Minister Kamerbrief over de volgende stappen die gezet worden om informatie over doelen en resultaten beter inzichtelijk te maken Jaarverslag 2015 BuHa-OS d.d. 21 juni 2016 In behandeling 21-06-2016 De Minister informeert de Kamer vóór het zomerreces per brief over de besteding van ODA-middelen via het maatschappelijk middenveld. Jaarverslag 2015 BuHa-OS d.d. 21 juni 2016 Aan voldaan in brief FEZ-21-06-2016-D, verzonden op 7 juli 2016 21-06-2016 Toezegging Minister brief voor begrotingsbehandeling over hoe aanbestedingsregels kunnen worden ingezet om MVO te stimuleren AO IMVO d.d. 21 juni 2016 In behandeling 21-06-2016 Toezegging Minister brief voor begrotingsbehandeling over de uitvoering van de motie Smaling/Voordewind (kamerstuknr. 32 852, nr. 24) AO IMVO d.d. 21 juni 2016 In behandeling 22-06-2016 Toezegging Minister om navraag te zullen doen bij de Turkse autori-teiten over het bericht dat Turkije zou schieten op Syrische vluchte-lingen die vanuit Syrië de grens proberen over te steken en de uitkomsten hiervan aan de Kamer te rapporteren Ordedebat d.d. 22 juni 2016 In behandeling 22-06-2016 Toezegging Minister inzake belangenafweging inzichtelijk maken in volgende rapportage AO Beleidscoherentie voor Ontwikkeling, 22 juni 2016 In behandeling 22-06-2016 Toezegging Minister komt terug op de GSP+ en hoe in te zetten om coherent beleid te vormen AO Beleidscoherentie voor Ontwikkeling, 22 juni 2016 In behandeling 22-06-2016 Toezegging Minister zal in een brief aan de Kamer nader ingaan op de inzet binnen het BuHa-OS-beleid om de positie van jongeren te versterken AO Beleidscoherentie voor Ontwikkeling, 22 juni 2016 In behandeling 23-06-2016 Toezegging Minister inzake versturen Kamerbrief over mogelijkheden van hulp aan Noord-Syrië (Kobani / Noordelijke Alliantie) AO Noodhulp, d.d. 23 juni 2016 In behandeling Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 282 Datum Omschrijving Herkomst Stand van zaken 23-06-2016 Toezegging Minister inzake nadere rapportage over voortgang plannen extra middelen voor opvang in de Syrië-regio, inclusief specifieke aandacht en bedragen psychosociale hulp AO Noodhulp, d.d. 23 juni 2016 In behandeling 23-06-2016 Toezegging Minister om de Kamer ruim vóór de begrotingsbehan-deling een brief toe te sturen over het verdienvermogen van Nederland, inclusief de verhouding tussen grootbedrijf en MKB als het gaat om waar de verdiensten neerslaan AO Bedrijsleveninstrumentarium d.d. 23 juni 2016 In behandeling 23-06-2016 Toezegging Minister om de Kamer een brief toe te sturen over economische diplomatie, waarin ook wordt ingegaan op de verstrategisering van de reisa-genda en tevens enkele voorbeelden worden opgenomen van demonstratieprojecten en de effecten daarvan AO Bedrijsleveninstrumentarium d.d. 23 juni 2016 In behandeling 23-06-2016 Toezegging Minister om de Kamer uiterlijk in februari 2017 te informeren over de IMVO-resultaten van het bedrijfsle-veninstrumentarium AO Bedrijsleveninstrumentarium d.d. 23 juni 2016 In behandeling 23-06-2016 Toezegging Minister om de Kamer bij de begroting BuHa-OS 2017 een brief toe te sturen over de lessen die geleerd worden uit de beleidsevaluaties en de gevolgen voor de inrichting van het bedrijfsleveninstrumentarium AO Bedrijsleveninstrumentarium d.d. 23 juni 2016 In behandeling 07-07-2016 Toezegging Minister Kamer voor begroting te informeren over rol OM bij naleving textielconvenant (inclusief de hiervoor benodigde capaciteit) AO Textiel- en conflictmineralen d.d. 6 juli 2016 In behandeling 07-07-2016 Toezegging Minister verschillende actieplannen ogv steenkolen van het eerste jaar van het convenant aan de Kamer te sturen en periodiek te informeren over de voortgang AO Textiel- en conflictmineralen d.d. 6 juli 2016 Aan voldaan in brief DDE-06-07-2016, verzonden op 18 juli 2016 07-07-2016 Toezegging Minister in volgende rapportage over uitvoering textielconvenant expliciet aandacht besteden aan conosumentenbe-wustzijn AO Textiel- en conflictmineralen d.d. 6 juli 2016 In behandeling 07-07-2016 Toezegging Minister Kamerbrief versturen over onafhankelijke klachten- en geschillencommissie voorafgaand aan een mogelijk VAO AO Textiel- en conflictmineralen d.d. 6 juli 2016 In behandelingTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 283 Bijlage 3 Overzicht subsidies Hoofdstuk 17 Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Bedragen * 1.000 EuroBedragen zijn gebaseerd op de kasramingen per individuele verplichting geregistreerd in het managementinformatiesystem per 1 juni 2016. De toerekening van de geregistreerde subsidieverplichtingen aan de relevante subsidieregelingen is handmatig tot stand gekomen omdat het managementinformatiesysteem geen subsiedieregelingen registreert. Er wordt een voorbehoud gemaakt omtrent de juistheid en volledigheid van onderstaande gegevens.Omdat een gedeelte van de regelingen wordt uitgevoerd door derden zoals RVO, die weer subsidieverplichtingen aangaan met andere organisaties, heeft BHOS geen totaaloverzicht van alle subsidieontvangers. Daarom is voor verleningen 2015 het aantal betalingen aan subsidieontvangers zoals opgenomen in het jaarverslag van 2015 genomen. Voor een uniforme benadering wordt voor alle BHOS subsidies hetzelfde uitgangspunt genomen.Vanaf eind 2016 worden de evaluaties gelinkt aan de open data begrotingswebsite voor BHOS. Begro-tingsar-tikel Naam subsidiere-geling + hyperlink naar vindplaats 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Aantal verle-ningen in 2015 Jaar laatste evaluatie + hyperlink naar vindplaats Jaar volgende evaluatie Einddatum subsi-diere-geling (jaartal) 1.1 Subsidieregeling Buitenlandse Zaken 2006 5.580 2.375 635 0 0 0 0 10 2007 2017 2019 1.2 2g@there non-ODA 588 1.026 0 0 0 0 0 8 2015 1.2 Programma strategische beurzen 167 84 0 0 0 0 0 3 2017 evaluatie DIO instru-menten 2015 1.2 Internationaal excelleren – Kennisverwerving, haalbaarheidsstudies en demonstratiepro-jecten 5.794 0 0 0 0 0 0 132 2017 evaluatie DIO instru-menten 2015 1.2 Package4Growth 278 0 0 0 0 0 0 4 2015 1.2 Partners for International Business (PIB) 827 2.275 3.201 1.250 1.269 0 0 15 2015 2019 1.2 PSO 101 0 0 0 0 0 0 1 2015 1.2 Starters International Business (SIB) – Internationaal ondernemen 2.537 5 0 0 0 0 0 1.051 2017 evaluatie DIO instru-menten 2017 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 284 Begro-tingsar-tikel Naam subsidiere-geling + hyperlink naar vindplaats 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Aantal verle-ningen in 2015 Jaar laatste evaluatie + hyperlink naar vindplaats Jaar volgende evaluatie Einddatum subsi-diere-geling (jaartal) 1.2 Subsidieregeling Buitenlandse Zaken 2006 2.962 1.190 133 0 0 0 0 564 2017 beleidsdoor-lichting Nederlandse handels- en investerings-positie. 2019 1.2 Transitiefaciliteit (non-ODA) 171 3.058 0 0 0 0 0 8 2015, monitoring (Ondernemers-perspectief op TF) (geen link) mid term reveiw in 2016; eindevaluatie in 2018; en beleidsdoor-lichting 2019 2015 1.3 FMO – Capacity Development 2015–2018 0 1.238 1.238 1.238 0 0 0 0 2019 2018 1.3 G-20 SME 554 800 0 0 0 0 0 2019 1.3 IDF Infrastructuur-fonds voor de MOL’s 1.097 45.000 25.000 20.000 0 0 0 4 2009 2017 2017 1.3 MASSIF 1.912 2.000 6.546 0 0 0 0 33 2015 20161 1.3 LEAD 5.142 3.074 8.042 6.253 1.185 0 0 4 2020 2016 1.3 2g@there ODA 632 1.114 2.033 0 0 0 0 3 2014 mid-term review (geen link( 2015 1.3 Duurzaam Onder-nemen en voedselze-kerheid 10.251 7.744 6.565 5.537 1.800 0 2013 (geen link) 2018 2015 1.3 ORET 7.495 0 0 0 0 0 0 9 2018 2007 1.3 ORIO 25.425 36.359 60.770 80.523 64.474 0 0 35 2018 2030 1.3 PSD Apps 286 15.243 15.974 13.000 3.285 0 0 3 2019 1.3 Private sector investeringspro-gramma (PSI) 2012–2015 47.141 22.199 5.642 2.810 2.702 1.283 54.146 247 2016 2014 1.3 PSI Arabische regio 2012–2014 0 4.625 4.794 3.565 1.809 1.089 0 0 2016 2019 1.3 PSOM 2007–2013 0 4.068 8.176 0 0 0 0 0 2014 2013 1.3 Programma uitzending managers 2012–2015 3.400 11.127 0 0 0 0 0 1 2016 2015 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 285 Begro-tingsar-tikel Naam subsidiere-geling + hyperlink naar vindplaats 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Aantal verle-ningen in 2015 Jaar laatste evaluatie + hyperlink naar vindplaats Jaar volgende evaluatie Einddatum subsi-diere-geling (jaartal) 1.3 Subsidieregeling Buitenlandse Zaken 2006 64.180 64.274 49.432 32.236 30.783 31.347 2.750 36 2014 2019 1.3 Transitiefaciliteit ODA 2.730 3.819 2.500 2.709 0 0 0 23 2015, monitoring (Onder-nemersperspectief op TF) mid term reveiw in 2016; eindevaluatie in 2018; en beleidsdoor-lichting 2019 2015 1.4 Dutch Good growth Fund 4.216 49.000 30.000 39.191 0 0 0 81 2015 tussen-tijdse evaluatie 2018 2017 2.1 Duurzaam Onder-nemen en voedselze-kerheid 17.130 14.280 15.500 14.000 10.151 0 0 36 2013 (geen link) 2018 2015 2.1 Schoklandfonds 0 124 0 0 0 0 0 0 2014 2012 2.1 Subsidieregeling Buitenlandse Zaken 2006 56.743 59.264 32.996 15.820 6.017 2.282 0 25 2016 beleidsdoor-lichting voedselze-kerheid en landbouwont-wikkeling. 2019 2.2 Fonds Duurzaam Water (FDW) 16.411 18.924 14.894 8.301 4.116 2.057 18 13 2020 2015 2.2 Ghana WASH Window 4.406 13.222 7.200 5.851 1.800 4.300 0 10 2020 2015 2.2 Schoklandfonds 35 0 0 0 0 0 0 1 2014 2012 2.2 Subsidieregeling Buitenlandse Zaken 2006 28.370 37.070 19.667 19.532 7.972 4.361 1.305 23 2017 beleidsdoor-lichting waterbeheer 2019 2.3 Daey Ouwens Fonds 75 516 0 0 0 0 0 1 2014 (geen link) 2010 2.3 Clean Cooking Promotion 600 1.136 1.136 508 0 0 0 1 2018 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 286 Begro-tingsar-tikel Naam subsidiere-geling + hyperlink naar vindplaats 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Aantal verle-ningen in 2015 Jaar laatste evaluatie + hyperlink naar vindplaats Jaar volgende evaluatie Einddatum subsi-diere-geling (jaartal) 2.3 Subsidieregeling Buitenlandse Zaken 2006 24.656 30.602 28.572 31.897 4.310 0 0 22 2015 beleids-doorlich-ting hernieuw-bare energie in ontwikke-lingssamen-werking. 2019 2.3 Access to Energy Fund (AEF) 0 11.000 5.680 0 0 0 0 0 2016 20222 3.1 Fonds Keuzes en kansen 10.650 2.500 0 0 0 0 0 4 2016 2014 3.1 Fonds Product Developmentship 2011–2014 2.193 1.073 0 0 0 0 0 6 2015 (geen link) 2011 3.1 Key populations fonds 8.650 350 0 0 0 0 0 1 2016 2011 3.1 Kindhuwelijken fonds 0 300 0 0 0 0 0 0 2017 2014 3.1 Opstap fonds 1.297 400 0 0 0 0 0 1 2017 2012 3.1 Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten (SRGR) 29.208 8.634 2.791 0 0 0 0 9 2016 2012 3.1 SRGR partner-schappen 0 48.691 43.377 43.786 41.798 30.237 2.100 0 2021 2020 3.1 Subsidieregeling Buitenlandse Zaken 2006 39.118 88.880 76.512 74.265 68.275 65.744 10.483 42 2021 2019 3.2 Flow 2011–2015 13.215 0 0 0 0 0 0 34 2017 2015 3.2 Flow 2016–2020 9.872 17.667 23.628 26.027 13.055 0 4.750 9 2021 2020 3.2 Subsidieregeling Buitenlandse Zaken 2006 5.645 3.664 291 54 0 0 0 14 2015 Beleids-doorlich-ting gender-beleid 2019 3.3 Medefinancierings-stelsel II 325.278 26.589 0 0 0 0 0 20 2015 2015 3.3 Samenspraak en tegenspraak 34.199 98.271 114.440 116.201 114.079 84.922 5.760 25 2021 2020 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 287 Begro-tingsar-tikel Naam subsidiere-geling + hyperlink naar vindplaats 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Aantal verle-ningen in 2015 Jaar laatste evaluatie + hyperlink naar vindplaats Jaar volgende evaluatie Einddatum subsi-diere-geling (jaartal) 3.3 SNV-programma 40.100 0 0 0 0 0 0 1 2014 mid-term review 2015 3.3 Subsidieregeling Buitenlandse Zaken 2006 19.887 39.389 59.247 60.657 60.133 55.134 3.076 9 2016 beleidsdoor-lichting maatschappe-lijke middenveld. 2019 3.3 Twinning Faciliteit Nederland-Suriname 1.285 1.951 0 0 0 0 0 39 2011 2016 2013 3.3 Vakbondsmedefinan-cieringsprogramma 2013–2016 12.744 3.678 2.451 0 0 0 0 2 2008 2017 2012 3.4 Subsidieregeling Buitenlandse Zaken 2006 64.377 42.050 9.611 0 0 0 0 126 2010 4.1 Subsidieregeling Buitenlandse Zaken 2006 12.318 3.954 2.185 11 0 0 0 14 2013 studie verbinding noodhulp en ontwik-keling. 2018 2019 4.3 Fonds economische opbouw Uruzgan 406 837 0 0 0 0 0 1 2013 4.3 Subsidieregeling Buitenlandse Zaken 2006 30.103 32.330 19.609 12.466 3.225 2.250 750 35 2019 4.3 Programma Politieke Partijen 3.398 838 0 0 0 0 0 2 2015 2011 4.3 Wederopbouw 2012–2015 27.011 14.475 1.140 0 0 0 0 22 2017 2012 4.4 Strategische partners chronische crisis 10.921 7.025 1.304 0 0 0 0 7 2017 2014 4.4 Subsidieregeling Buitenlandse Zaken 2006 92.856 60.252 25.530 973 166 0 0 16 2019 5.1 Subsidieregeling Buitenlandse Zaken 2006 1.450 139 0 0 0 0 0 2 2019 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 288 Begro-tingsar-tikel Naam subsidiere-geling + hyperlink naar vindplaats 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Aantal verle-ningen in 2015 Jaar laatste evaluatie + hyperlink naar vindplaats Jaar volgende evaluatie Einddatum subsi-diere-geling (jaartal) 5.2 Kennis voor burgerschap en ontwikkelingssamen-werking 1.840 0 0 0 0 0 0 1 2016 beleidsdoor-lichting 2019 5.2 Subsidiefaciliteit voor burgerschap en ontwikkeling (SBOS) 2.083 0 0 0 0 0 0 24 2014 2011 5.2 Subsidieregeling Buitenlandse Zaken 2006 8.693 8.356 3.308 1.505 1.111 0 0 12 2019 5.3 Migratie en ontwikke-lingsprogramma 2013 639 836 206 0 0 0 0 5 2018 beleidsdoor-lichting migratie en ontwikkeling 2013 5.3 Migratie en Ontwik-kelingsprogramma 2014 44 59 0 0 0 0 0 1 2018 beleidsdoor-lichting migratie en ontwikkeling 2014 5.3 Subsidieregeling Buitenlandse Zaken 2006 624 4.705 4.342 0 0 0 0 0 2018 beleidsdoor-lichting migratie en ontwikkeling 2019 TOTAAL SUBSIDIE-REGELINGEN 1.141.741 988.234 747.475 641.192 447.252 286.805 85.136 2.891 1 BZ en FMO zijn momenteel in gesprek over verlenging van de management periode van MASSIF over de periode 2017–2026.2 In 2012 is AEF gesplitst in AEF I (€ 70mln) en AEF II (€ 32 mln); sindsdien worden de financials van de fondsen ook apart gerapporteerd AEF II heeft als einddatum subsidieregeling 2022Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 289 Bijlage 4: Evaluatie- en onderzoekstabel1, 2, 3 Bijlage evaluatie en overig onderzoek 1 Duurzame handel en investe-ringen Doelstelling Titel Start Afronding 1a Beleidsdoorlichtingen 1 Beleidsdoorlichting Buitenlandse Handel en Duurzame Investe-ringen 2018 2019 1b Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelma-tigheid 1.1 Effecten van integratie van hulp, handel en investeringen in 3 partnerlanden (bv. Bangladesh, Ethiopië en Kenya) 2017 1.1 NCP OESO richtlijnen multinati-onals 2018 1.2 Economische diplomatie (incl. uitkomsten evaluaties DIO instrumentarium) 2017 1.2 Evaluatie DIO instrumentarium: SIB, DHK, Faciliteit voor NL Handel, FIB en FOM 2016 2017 1.3 PUM 2016 1.3 PSI (Private Sector Investeringen) 2016 1.3 DECP (Employers Cooperation Prog.) 2017 1.3 FMO-IDF (Infrastructure Development Fund) 2017 1.3 Faciliteit Duurzaam ondernemen (FDOV) (en voedselzekerlheid) 2018 1.3 TradeMark East Africa 2020 1.3 ORIO (publieke infrastructuur) 2018 1.3 LEAD 2020 1.4 DGGF 2018 3 Overig onderzoek 1.1 Effecten EPA’s 2016 1.1 Onderzoek naar MVO sectorcon-venanten 2017 1.3 International Centre for Trade & Sustainable Development (ICTSD) 2016 1.3 Aid for Trade 2016 1.3 Review evaluatieprotocol CBI + PUM 2018 2 Duurzame ontwikkeling, voedsel-zekerheid en water Doelstelling Titel Start Afronding 1a Beleidsdoorlichtingen 2.1 Voedselzekerheid & landbouwont-wikkeling 2016 2.2 Waterbeheer 2014 2017 2.2 Drinkwater en sanitatie 2019 1De begroting van BZ is in 2013 opgesplitst in de begroting van BZ (Hfst. 5) en BHOS (Hfst. 7). Er zijn toen nieuwe beleidsartikelen en beleidsdoelstellingen geformuleerd.2Bij BZ en BHOS is het wel de wens om beleidsdoorlichtingen van één beleidsartikel uit te voeren maar inhoudelijk is dat nog niet mogelijk gebleken. Beleidsdoorlichtingen vinden plaats op één niveau lager namelijk van de beleidsdoelstellingen. Waar mogelijk worden combinaties gemaakt. Voor artikel 1 is dit in 2019 wel één beleidsdoorlichting voorzien.3Alle onderzoeken zijn te vinden op http://www.rijksoverheid.nl/ministeries/bz/organisatie/beleidsevaluatie/afgeronde-beleidsevaluatieonderzoeken en http://www.iob-evaluatie.nl/publicaties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 290 2 Duurzame ontwikkeling, voedsel-zekerheid en water Doelstelling Titel Start Afronding 1b Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelma-tigheid 2.1 Voedselzekerheid & landbouwont-wikkeling 2016 2.1 Global Alliance for Improved Nutrition (GAIN) 2016 2.1 Geodata for Agriculture & Water 2017 2.1 Faciliteit (Duurzaam Ondernemen en) Voedselzekerheid (FDOV) 2018 2.2 Effectenonderzoek landbouw irrigatieprogramma (Bangladesh, Indonesië) 2016 2.2 Fonds Duurzaam Water (FDW)(+ Ghana Wash window) 2020 2.3 FMO-AEF 2016 3 Overig onderzoek 2.3 Studie evalueerbaarheid SDG’s 2017 3 Sociale vooruitgang Doelstelling Titel Start Afronding 1a Beleidsdoorlichtingen 3.1 Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten 2021 3.3 Maatschappelijk Middenveld 2016 2017 1b Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelma-tigheid 3.1 Keuzes en Kansen, Key Population Fund, SRGR Fonds 2013–2015 2016 3.1 Opstapfonds 2017 3.2 FLOW (2011–2015) 2017 3.2 Women in the Frontline 2017 3.4 Netherlands Fellowshipprogram (NFP) 2017 3.4 Netherlands Initiative for Capacity Building in Higher Education (NPT/NICHE) 2017 3.4 European Centre for Development Policy Management 2016 3 Overig onderzoek 4 Vrede en veiligheid voor ontwikkeling Doelstelling Titel Start Afronding 1a Beleidsdoorlichtingen 1b Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelma-tigheid 4.1 Relief Fund + DRA + Early Recovery Faciliteit/Chronische crisis 2018 4.2 OS-deel BIV (onder beleidsdoor-lichting BIV van Defensie) 2017 4.3 Wederopbouwfonds 2017 4.3 NIMD 2021 3 Overig onderzoek Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 291 5 Versterkte kaders voor ontwik-keling Doelstelling Titel Start Afronding 1a Beleidsdoorlichtingen 5.1 Synthese onderzoek VN organi-saties 2017 5.3 Migratie en Ontwikkeling 2018 1b Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelma-tigheid 5.2 Evaluatie exitstrategieën 2016 5.2 Palestijnse gebieden 2016 5.2 Radio Nederland Wereldomroep 2016 3 Overig onderzoek 5.1 NL en de WHO 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 292 Bijlage 5: Lijst van afkortingen ACS Association of Caribbean States AEF Access to Energy Fund AfDB African Development Bank AIM Amsterdam Initiative against Malnutrition APS Algemeen Preferentieel Stelsel ASAP Adaptation for Smallholder Agriculture Programme AsDB Asian Development Bank AU Afrikaanse Unie BHOS Ministerie voor Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssa-menwerking BIV Budget Internationale Veiligheid BMZ German Federal Ministry for Economic Cooperation and Development BNI Bruto Nationaal Inkomen BZ Ministerie van Buitenlandse Zaken CAP Consolidated Appeals Process CAR Centraal Afrikaanse Republiek CBI Centrum tot Bevordering van de Import uit ontwikkelings-landen CD Capacity Development CERF Central Emergency Response Fund CETA Comprehensive Economic and Trade Agreement CG Consulaat-generaal CGIAR Consultative Group on International Agricultural Research DAC Development Assistance Committee DECP Dutch Employers Cooperation Programme DfID United Kingdom Department for International Develop-ment DGGF Dutch Good Growth Fund DHK Demonstratieprojecten, Haalbaarheidsstudies of Kennisverwerving DPKO Department of Peacekeeping Operations DRC Democratische Republiek Congo DRIVE Development Related Infrastructure Investment Vehicle DTIF Dutch Trade and Investment Fund ECHO European Commission Humanitarian Aid ECN Energieonderzoek Centrum Nederland EDEO Europese Dienst voor Extern Optreden EOF Europees Ontwikkelings Fonds EKV Exportkredietverzekering EPA European Partnership Agreements (Europese Partner-schapsakkoorden) ERP Enterprise Resource Planning EU Europese Unie FAO Food and Agriculture Organization of the UN FDOV Faciliteit Duurzaam Ondernemen en Voedselzekerheid FDW Fonds Duurzaam Water FIB Finance for International Business FLOW Funding Leadership Opportunities for Women FMO Nederlandse Financieringsmaatschappij voor Ontwikke-lingslanden FOM Faciliteit Opkomende Markten GAFSP Global Agriculture and Food Security Program GAIN Global Alliance for Improved Nutrition Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 293 GAVI Global Alliance for Vaccination and Immunization GEF Global Environment Facility GPE Global Partnership for Education GPEDC Global Partnership for Effective Development Cooperation HGIS Homogene Groep Internationale Samenwerking HIV Humaan Immunodeficiëntie Virus IATI International Aid Transparancy Initiative ICPD International Conference on Population and development ICRC International Committee of the Red Cross ICTSD International Centre for Trade & Sustainable Development IDA International Development Association IDB Inter-American Development Bank IDF Infrastructure Development Fund IDH Initiatief Duurzame Handel IDLO International Development of Law Organisation IED Inspection and Evaluation Division IFAD International Fund for Agricultural Development IGO Intergouvernmentale Organisatie ILO International Labour Organization IMVO Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen IOB Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevalu-atie IRHP Interdepartementale Raad voor de Handelspolitiek IO Internationale Organisatie MASSIF Ontwikkelingsfonds voor de financiële sector MDG’s Milleninium Development Goals (Millennium Ontwikke-lingsdoelen) MFS Medefinancieringsstelsel MKB Midden en Klein Bedrijf MJSP Meerjarig Strategisch Plan MVO Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen NBSO Netherlands Business Support Offices NCDO Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling NCP Nationale Contact Punt NFIA Netherlands Foreign Investment Agency NFP Netherlands Fellowship Programme NICHE Netherlands Initiative for Capacity Development in Higher Education institutions NIO Nationale Investeringsbank voor Ontwikkelingslanden NIMD Netherlands Institute for Multiparty Democracy NGO Non-Gouvernementele Organisatie ODA Official Development Assistance (officiële ontwikkelings-hulp) OECD Organisation for Economic Co-operation and Develop-ment OESO Organisatie Economische Samenwerking en Ontwikkeling ORIO Ontwikkelingsrelevante Infrastructuurontwikkeling OS Ontwikkelingssamenwerking PIB Partners for International Business PSD Private Sector Development PSI Private Sector Investment PSO Praktische Sectororiëntatie PSOM Programma Samenwerking Opkomende Markten PUM Programma Uitzending Managers RVO Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 294 R&D Research & Development SDG Sustainable Development Goal SIB Starters International Business SIDA Swedish International Development Cooperation Agency SRGR Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten SSA Sub Sahara Africa SSR Security Sector Reform TB Tuberculose TF Transitiefaciliteit TISA Trade in Services Agreement TK Tweede Kamer TTIP Transatlantic Trade & Investment Partnership UNAIDS Joint United Nations Programme on HIV/Aids UNCTAD United Nations Conference on Trade and Development UNDP United Nations Development Programme UNEP United Nations Environment Program UNESCO United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization UNESCO-IHE UNESCO- Institute for Water Education UNFPA United Nations Population Fund UNHCR United Nations High Commissioner for Refugees UNICEF United Nations Children’s Fund UNRWA United Nations Relief and Works Agency USAID United States Agency for International Development VN Verenigde Naties VR Veiligheidsraad VS Verenigde Staten WASH Water Sanitation Hygiene WFP World Food Programme WHO World Health Organisation WTO World Trade Organization (Wereldhandelsorganisatie) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVII, nr. 295

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 579b498224fa7c64

14 okt 2026 · d407e569a2beebd5

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.