Verslag van een schriftelijk overleg inzake verschillende maatregelen die betrekking hebben op ouderen
Brontekst
Versie 5d2fec518e4cb638 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 29 389Vergrijzing en het integrale ouderenbeleid Nr. 77 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 2 september 2014 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de brief van over de brief van 30 juni 2014 inzake verschillende maatregelen die betrekking hebben op ouderen (Kamerstuk 29 389, nr. 74). De vragen en opmerkingen zijn op 21 juli 2014 aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voorgelegd. Bij brief van 2 september 2014 zijn ze door haar beantwoord. De voorzitter van de commissie,Van der Burg De adjunct-griffier van de commissie,Weeber kst-29389-77ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 29 389, nr. 771 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie De leden van de VVD-fractie danken de Staatssecretaris voor de brief waarmee de Kamer is geïnformeerd over verschillende maatregelen die betrekking hebben op ouderen. Zij hebben daarover nog enkele vragen. Met betrekking tot het onderwerp inkomensondersteuning AOW vragen deze leden of de nieuwe regeling die gekoppeld is aan de AOW-opbouw ook exporteerbaar is. Zo ja, is er ook overwogen om een regeling te creëren die niet exporteerbaar is? Welk deel uit het totaalbedrag van € 893 hangt samen met de exporteerbaarheid? Over het onderwerp partnertoeslag hebben de leden van de VVD-fractie de volgende vraag: hoe wordt het totale bedrag van € 277 mln uit de begroting van SZW gedekt? Met betrekking tot de aanpassing van de vaststelling en de indexering van de norm voor de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) vragen genoemde leden welke inkomenseffecten de harmonisatie van de normensystematiek in de AIO heeft. Kan de regering een overzicht geven van de inkomenseffecten van diverse inkomensgroepen of huishoudens? Tot slot constateren de leden van de VVD-fractie dat door deze harmoni-satie in bepaalde gevallen een financieel voordeel ontstaat van circa € 300. Welke kosten zijn hiermee gemoeid? Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdA-fractie De leden hebben van de PvdA-fractie hebben kennis genomen van de brief over verschillende maatregelen die betrekking hebben op ouderen. Zij hebben hier enkele vragen over. Over de Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belasting-plichtigen (Wet MKOB) en de inkomensondersteuning AOW merken deze leden het volgende op. Zij constateren dat de nieuwe (tijdelijke) inkomensondersteuning AOW-pensioengerechtigden naar rato van de AOW-opbouw wordt uitgekeerd, en dat er niet wordt gekeken naar het totale (huishoud)in-komen. Waarom wordt er slechts naar de AOW-opbouw gekeken, en wordt het overige (huishoud)inkomen buiten beschouwing gelaten? Waarom is er niet voor gekozen om de inkomensondersteuning voor ouderen te laten lopen via fiscale toeslagen of kortingen? Waarom wordt de nieuwe inkomensondersteuning gekoppeld aan de AOW? Welke ouderen hebben nu recht op een MKOB-uitkering en straks niet meer op de nieuwe inkomensregeling, en vice versa? De leden van de PvdA-fractie vragen voorts wat de gemiddelde AOW-opbouw is van ouderen die een onvolledige AOW hebben. Wat is het (gemiddelde) financiële effect voor ouderen met een onvolledige AOW van het schrappen van de MKOB en introduceren van de nieuwe Inkomensondersteuning AOW? Hoeveel van de 320.000 AOW-gerechtig-den in het buitenland hebben per 2015 recht op de nieuwe inkomensre-geling? Hoeveel van de 320.000 AOW-gerechtigden in het buitenland hebben een volledige AOW-opbouw? Via welke route is reeds of wordt nu geregeld dat de nieuwe (tijdelijke) inkomensregeling AOW wordt uitgezonderd van de middelentoets in de WWB? Klopt het dat ouderen met aanvullende bijstand er op vooruit gaan met de introductie van de nieuwe regeling inkomensondersteuning AOW? Wat zijn de geraamde uitkeringslasten van de tijdelijke regeling in de jaren na 2015? Met betrekking tot de partnertoeslag hebben de leden van de PvdA-fractie de volgende vraag: op welke manier is de vervallen ingeboekte bezuiniging van € 277 miljoen op de begroting van SZW verwerkt? Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 29 389, nr. 772 Over de voorgestelde wijziging van de vaststelling van de norm voor de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) vragen deze leden tot slot welk effect de afbouw van de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting in het referentieminimumloon heeft. Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie De leden van de CDA-fractie maken allereerst opmerkingen over het onderwerp van de huishoudentoeslag. Zij merken op dat de huishouden-toeslag in de vormgeving zoals opgenomen in de begroting SZW niet houdbaar is gebleken. Kan nog eens precies aangegeven worden waarom de vormgeving van de huishoudentoeslag niet houdbaar is gebleken? Zij constateren voorts dat naar een alternatieve dekking wordt gezocht van de ingeboekte bezuiniging van € 620 mln in 2015, oplopend tot € 1,2 mld structureel. Wordt deze dekking gezocht bij dezelfde doelgroep als de huishoudentoeslag, of wordt ook naar andere doelgroepen gekeken? De leden van de CDA-fractie lezen dat een wetsvoorstel met het intrekken van de Wet MKOB later dit jaar naar de Kamer wordt gestuurd. Om ervoor te zorgen dat de MKOB daadwerkelijk per 1 januari wordt afgeschaft, wordt het noodzakelijke overgangsrecht rond 1 juli 2014 in het Staatsblad gepubliceerd. Is de regering het ermee eens dat hier sprake is van onzorgvuldige wetgeving? Zo ja, waarom is het wetsvoorstel dan niet eerder naar de Kamer gezonden, zodat eerst ordentelijk over dit wetsvoorstel gesproken kan worden? Zo neen, waarom niet? Voorts lezen genoemde leden dat de MKOB wordt vervangen door een nieuwe inkomensondersteuning AOW-gerechtigden. De regering is voornemens om deze nieuwe inkomensondersteuning rond 1 juli 2014 te regelen bij ministeriële regeling met de Tijdelijke regeling inkomensonder-steuning. Waarom wordt niet eerst het wetgevingstraject gevolgd, alvorens over te gaan tot een tijdelijke regeling? Later dit jaar wordt een wetsvoorstel voor het structureel invoeren van de nieuwe inkomensonder-steuning voor AOW-gerechtigden naar de kamer gestuurd. Wat wordt verstaan onder «later», binnen welke termijn kan de kamer dit wetsvoorstel tegemoet zien? Vragen en opmerkingen van het lid van de 50PLUS/Klein-fractie Het lid van de fractie 50PLUS/Klein heeft kennisgenomen van de brief van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over verschil-lende maatregelen voor ouderen en heeft daarover de volgende vragen. Vanaf 2015 zou gefaseerd een huishoudentoeslag worden ingevoerd. Nu dit niet mogelijk blijkt, wordt de Tweede Kamer met voorliggende brief geïnformeerd over structurele maatregelen die daarmee samenhangen. Het lid van de fractie 50PLUS/Klein vraagt de regering nadrukkelijk oog te hebben voor de financiële positie van ouderen en vraagt de regering dan ook de Wet MKOB in de huidige vorm in stand te houden, dan wel een vergelijkbare regeling te treffen, waarbij de koopkracht van ouderen niet wederom verlaagd wordt. Daar waar de mediane koopkracht van werkenden en uitkeringsgerechtigden in 2014 en 2015 toeneemt, blijft de koopkrachtontwikkeling van gepensioneerden op de nullijn. Ouderen werden de afgelopen jaren, ten opzichte van andere groepen in de samenleving, reeds onevenredig hard getroffen door de crises, zo constateert het lid van genoemde fractie. De MKOB is destijds ingevoerd om ouderen te compenseren voor beleidsmaatregelen die tot een koopkrachtdaling leidden. Dit argument gaat vandaag de dag nog onverkort op. De MKOB vervangen door een nieuwe regeling inkomensondersteuning voor AOW-gerechtigden die gekoppeld is aan de AOW-opbouw zal ertoe leiden dat veel ouderen, in Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 29 389, nr. 773 het bijzonder die met een onvolledige AOW, er wederom in koopkracht op achteruit zullen gaan. Als de huidige lastenverzwaring voor iedereen geldt, zou het dan niet logisch zijn dat de inkomensondersteuning ook voor iedereen geldt, ongeacht of deze mensen een volledige AOW-opbouw hebben? Of men al dan niet in het verleden is geëmigreerd is immers niet ter zake doende als de lastenverzwaring zich in de huidige tijd afspeelt. Daarnaast vraagt het lid van de fractie 50PLUS/Klein zich af wat de uitvoeringskosten zijn die gemaakt moeten worden voor de tijdelijke regeling Inkomensondersteuning AOW pensioengerechtigden. In de brief van de Staatssecretaris wordt aangegeven dat de MKOB nu op € 0 gesteld is en de wet later dit jaar ingetrokken wordt. Kan in een overzicht duidelijk gemaakt worden wat de kosten in uitvoering en uitbetaling aan gerech-tigden van beide regelingen zijn? II. Antwoord/Reactie van de Staatssecretaris Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie Met betrekking tot het onderwerp inkomensondersteuning AOW vragen de leden van de VVD-fractie of de nieuwe regeling die gekoppeld is aan de AOW-opbouw ook exporteerbaar is en of ook overwogen is om een regeling te creëren die niet exporteerbaar is. Uitgangspunt is dat er aanspraak op de inkomensondersteuning is als de oudere woont in een land binnen de Europese Unie/EER/Zwitserland (hierna: EU), Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius, Saba, of in een derde land waar een bilateraal socialezekerheidsverdrag mee is gesloten, waarin de verplichting tot export van uitkeringen bij ouderdom is geregeld. De uitkering moet dan op grond van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PbEU L 166) worden geëxporteerd naar EU-lidstaten alsmede de EER en Zwitserland, omdat de inkomensondersteuning een uitkering bij ouderdom in de zin van artikel 3 van die Verordening is. Voor landen buiten de Europese Unie is de exporteerbaarheid afhankelijk van het bestaan van een bilateraal socialezekerheidsverdrag waarin de verplichting tot export van uitkeringen bij ouderdom is geregeld. Vanuit inkomenspolitieke overwegingen blijft er behoefte aan een afzonderlijke regeling waarmee inkomensondersteuning kan worden gegeven aan degenen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt en die het mogelijk maakt die ondersteuning, los van de netto-netto-koppeling in de AOW, te verhogen of te verlagen. Wanneer een regeling de kenmerken heeft van een uitkering bij ouderdom zal deze altijd geëxporteerd moeten worden naar een land binnen de Europese Unie/EER/Zwitserland of naar een derde land waar een bilateraal socialezekerheidsverdrag mee is gesloten, waarin de verplichting tot export van uitkeringen bij ouderdom is geregeld. De leden van de fractie van de VVD vragen welk deel uit het totaalbedrag van € 893 miljoen samenhangt met de exporteerbaarheid. De geraamde uitkeringslasten inkomensondersteuning AOW bedragen in 2015 € 893 miljoen. Hiervan wordt circa € 32 miljoen geëxporteerd. Met betrekking tot het onderwerp partnertoeslag vragen de leden van de VVD-fractie hoe het totale bedrag van € 277 miljoen uit de begroting van SZW wordt gedekt. Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 29 389, nr. 774 Met het wetsvoorstel zou in de periode tot 2019 een besparing van cumulatief € 277 miljoen op de uitkeringslasten worden gerealiseerd. Daarnaast zouden de extra uitvoeringskosten voor de SVB € 3 miljoen bedragen. Er was geen structurele besparing verbonden aan dit wetsvoorstel omdat de partnertoeslag reeds gesloten is voor nieuwe instroom per 1 januari 2015. Voor het vervallen van de ingeboekte bezuiniging is ruimte gevonden binnen de begroting van SZW. Er is geen concrete maatregel getroffen ter dekking van dit besparingsverlies. Het besparingsverlies is in het totaalbeeld van het uitgavenkader SZA gedekt. Met betrekking tot de aanpassing van de vaststelling en de indexering van de norm voor de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) vragen de leden van de VVD-fractie welke inkomenseffecten de harmonisatie van de normensystematiek in de AIO heeft en of de regering een overzicht kan geven van de inkomenseffecten van diverse inkomensgroepen of huishoudens. Als gevolg van de verbetering van de berekeningssystematiek van de hoogte van de aanvullende bijstand voor ouderen stijgt de hoogte van de AIO-norm per 2015 voor gehuwden met ca. € 330 per jaar en voor alleenstaanden met ca. € 300,– per jaar. Het structurele inkomenseffect is afhankelijk van de werkelijke loon- en prijsontwikkeling, de heffingskor-tingen en de belastingtarieven. Inkomenseffecten In % t.o.v. huidige wijze van vaststellen Alleenstaanden 2,5% Paren 2,0% De leden van de VVD-fractie constateren dat door deze harmonisatie in bepaalde gevallen een financieel voordeel ontstaat van circa € 300 en vragen welke kosten hiermee gemoeid zijn. Doordat de hoogte van de AIO-norm stijgt, stijgen de uitkeringslasten AIO enerzijds doordat huishoudens die al recht hebben op AIO een hogere aanvulling krijgen, en anderzijds doordat ca. 1.000 nieuwe huishoudens recht zullen krijgen op AIO. De uitkeringslasten AIO nemen toe met ca. € 16 miljoen vanaf 2015. De structurele uitvoeringskosten stijgen met ca. € 400.000 doordat meer personen recht hebben op AIO. De incidentele kosten bedragen € 150.000. Deze kosten worden gemaakt om personen aan te schrijven die mogelijk recht hebben op een AIO-aanvulling en om te beoordelen of zij daadwer-kelijk recht hebben op een AIO-aanvulling. De extra uitkeringslasten 2015 zijn onderdeel van het pakket ter dekking van het besparingsverlies 2015 van het niet invoeren van de Huishoudentoeslag. De extra uitkeringslasten vanaf 2016 zullen onderdeel zijn van het pakket ter dekking van het besparingsverlies 2016 e.v. Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdA-fractie De leden van de PvdA-fractie constateren dat de nieuwe (tijdelijke) inkomensondersteuning AOW-pensioengerechtigden naar rato van de AOW-opbouw wordt uitgekeerd en vragen waarom er slechts naar de AOW-opbouw gekeken wordt en het overige (huishoud)inkomen buiten beschouwing wordt gelaten. De leden van de PvdA-fractie vragen waarom er niet voor gekozen is om de inkomensondersteuning voor ouderen te laten lopen via fiscale toeslagen of kortingen en waarom de nieuwe inkomensondersteuning gekoppeld wordt aan de AOW. Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 29 389, nr. 775 De belangrijkste reden van deze koppeling aan het aantal opbouwjaren is gelegen in het feit dat daarmee recht wordt gedaan aan de veranderende migratiepatronen. Het is niet meer vanzelfsprekend dat mensen die naar Nederland komen zich hier blijvend vestigen of dat mensen die in Nederland geboren zijn, daar altijd blijven wonen. Voor grote groepen migranten geldt dat de open grenzen hen ook toestaan om te komen en te gaan. Zowel de emigratie als immigratie stijgen. De verwachting is dat dit ook in de toekomst nog zal toenemen. Deze migranten verkeren in de omstandigheid dat zij in de jaren dat zij niet in Nederland verzekerd zijn voor de AOW, elders pensioen zullen hebben opgebouwd. Alle EU-lidstaten kennen inmiddels voor werkenden een verplichte ouderdomsverzekering. De daaruit voortvloeiende prestaties verliest een migrant niet; pensioen opgebouwd in andere lidstaten mag altijd worden geëxporteerd. Een extra inkomensonder-steuning vanuit Nederland kan zich dus beperken tot het in Nederland opgebouwde AOW-pensioen. Het huishoudinkomen wordt buiten beschouwing gelaten omdat het inkomensafhankelijk maken van de inkomensondersteuning ten opzichte van de ondersteuning, bruto € 25,12 per maand, te hoge uitvoerings-kosten met zich mee zou brengen. Dit zou ook zo zijn als er een ouderen-toeslag met een inkomens- en vermogenstoets geïntroduceerd zou worden. Bij de introductie van een fiscale korting treedt er een verzilve-ringsprobleem op bij lage inkomens. Er is daarom niet gekozen voor een fiscale korting. In die situatie zouden de laagste inkomens niet langer een voordeel hebben van de inkomensondersteuning. Dit verzilveringspro-bleem vormde in 2005 juist aanleiding om naast de bestaande ouderen-korting de AOW-tegemoetkoming te introduceren. De leden van de PvdA-fractie vragen welke ouderen nu recht hebben op een MKOB-uitkering en straks niet meer op de nieuwe inkomensregeling, en vice versa. Daarnaast vragen de leden van de PvdA-fractie hoeveel van de 320.000 AOW-gerechtigden in het buitenland per 2015 recht hebben op de nieuwe inkomensregeling en hoeveel van de 320.000 AOW-gerechtig-den in het buitenland een volledige AOW-opbouw hebben. De voorwaarden om in aanmerking te komen voor de inkomensonder-steuning op grond van de Tijdelijke regeling inkomensondersteuning AOW-pensioengerechtigden worden gebaseerd op de voorwaarden voor het ouderdomspensioen op grond van de AOW. Daarmee wijkt de doelgroep af van de doelgroep van de huidige MKOB-wetgeving1. Die laatste doelgroep bestaat uit: –AOW-gerechtigden woonachtig in Nederland, de EU/EER/Zwitserland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten, BES-eilanden of een verdragsland; –oudere binnenlandse belastingplichtigen zonder AOW-rechten en –AOW-gerechtigden die woonachtig zijn in een niet-verdragsland maar buitenlands belastingplichtig zijn met een wereldinkomen waarvan tenminste 90%, na toepassing van regelingen ter voorkoming van dubbele belasting, in Nederland aan de belastingheffing naar het inkomen is onderworpen. Van de 320.000 AOW-gerechtigden in het buitenland hebben er circa 318.000 recht op de inkomensondersteuning vanaf 2015. Van deze groep heeft 16.500 een volledige AOW-opbouw. De ouderen die nu recht op een MKOB-uitkering hebben en straks niet meer op de nieuwe inkomensondersteuning zijn ten eerste mensen woonachtig in Nederland die geen AOW-rechten hebben en die binnen-1Bestaande uit de Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen en de Regeling koopkrachttegemoetkoming niet-KOB-gerechtigden met een AOW-pensioen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 29 389, nr. 776 lands belastingplichtig zijn. Dit betreft circa 7000 mensen. Daarnaast is er een groep van circa 2.000 mensen met AOW-rechten woonachtig in een niet-verdragsland. Van hen ontvangen er nu 700 MKOB op basis van de voorwaarde dat ze buitenlands belastingplichtig zijn met een wereldin-komen waarvan tenminste 90% na toepassing van regelingen ter voorkoming van dubbele belasting in Nederland aan de belastingheffing naar het inkomen is onderworpen. Deze 700 mensen hebben geen recht op inkomensondersteuning AOW, evenals de 1.300 anderen uit de groep van 2.000 die nu reeds geen recht op MKOB hebben. Ouderen die nu geen recht op MKOB-uitkering hebben en straks wel op de nieuwe inkomensondersteuning zijn er niet. De leden van de PvdA-fractie vragen voorts wat de gemiddelde AOW-opbouw is van ouderen die een onvolledige AOW hebben en wat het (gemiddelde) financiële effect is voor ouderen met een onvolledige AOW van het schrappen van de MKOB en introduceren van de nieuwe Inkomensondersteuning AOW. De gemiddelde AOW-opbouw van ouderen die een onvolledige AOW hebben is 53%. De huidige MKOB bedraagt € 25,12 bruto per maand. Dit bedrag verliezen ouderen door het afschaffen van de MKOB. Daar staat tegenover dat een nieuwe Inkomensondersteuning AOW wordt geïntrodu-ceerd die afhankelijk is van AOW-opbouw. De hoogte van de Inkomenson-dersteuning AOW bedraagt eveneens € 25,12 bruto per maand indien sprake is van een volledige AOW-opbouw. Ouderen met een onvolledige AOW-opbouw krijgen gemiddeld € 13,31 bruto per maand aan Inkomens-ondersteuning AOW (53% van € 25,12). Per saldo krijgen ouderen met een onvolledige AOW derhalve gemiddeld € 11,81 bruto per maand minder. Voorts vragen de leden van de fractie van de PvdA via welke route wordt geregeld dat de nieuwe (tijdelijke) inkomensregeling AOW wordt uitgezonderd van de middelentoets in de WWB. Deze leden vragen of het klopt dat ouderen met aanvullende bijstand er op vooruitgaan met de introductie van de nieuwe regeling inkomensondersteuning AOW. In artikel 7, tweede lid van de nieuwe regeling is geregeld dat de nieuwe inkomensondersteuning uitgezonderd is van de middelentoets in de WWB. In dat artikellid is namelijk geregeld dat voor de toepassing van andere wetten dan de Kaderwet SZW-subsidies, en dus mede voor de toepassing van de WWB, een inkomensondersteuning op grond van de tijdelijke regeling wordt aangemerkt als een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3 van de Wet mogelijkheid koopkracht-tegemoetkoming oudere belastingplichtigen. Dit betekent dat in het bij de Wet Maatregelen Wet werk en bijstand en enkele andere wetten2 in artikel 31, tweede lid, van de WWB ingevoegde nieuwe onderdeel y, waarmee de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3 van de Wet MKOB wordt uitgezonderd van de middelentoets in de WWB, voor de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3 van de Wet MKOB de inkomensondersteuning op grond van de tijdelijke regeling moet worden gelezen. In het wetsvoorstel dat tegelijk met de beantwoording van deze vragen bij uw Kamer is ingediend is geregeld dat de nieuwe inkomensondersteuning is uitgezonderd van de middelentoets in de WWB (na 1 januari 2015 Participatiewet) door het in artikel 31, tweede lid, van de WWB ingevoegde nieuwe onderdeel y aan te passen in «een inkomensonder-steuning als bedoeld in artikel 33a van de Algemene Ouderdomswet». 2Zie artikel I, onderdeel R, van die wet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 29 389, nr. 777 Het klopt dat ouderen met aanvullende bijstand er per 1 januari 2015 op vooruit gaan door het uitzonderen van de inkomensondersteuning van de middelentoets van de bijstand. De mate van inkomensvooruitgang is afhankelijk van het aantal opgebouwde AOW-jaren. Daarnaast gaan ouderen met aanvullende bijstand er per 1 januari 2015 op vooruit doordat de berekeningssystematiek van de hoogte van de aanvullende bijstand wordt verbeterd, door voortaan rekening te houden met de actuele ouderenkorting. De nota van wijziging die dit regelt is 15 juli jl. bij Uw Kamer ingediend (Kamerstukken II 2013/14, 33 928, nr. 6). De leden van de fractie van de PvdA vragen voorts wat de geraamde uitkeringslasten zijn van de tijdelijke regeling in de jaren na 2015. De geraamde uitkeringslasten inkomensondersteuning AOW zijn € 893 miljoen in 2015 en lopen op tot € 937 miljoen in 2019. Uitkeringslasten (x 1 mln. €) 2015 2016 2017 2018 2019 Struc. Uitkeringslasten inkomens-ondersteuning AOW 893 905 917 929 937 1.000 Met betrekking tot de partnertoeslag vragen de leden van de PvdA-fractie op welke manier de vervallen ingeboekte bezuiniging van € 277 miljoen op de begroting van SZW wordt verwerkt. Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar het antwoord op dezelfde vraag die ook door de leden van de fractie van de VVD is gesteld. Over de voorgestelde wijziging van de vaststelling van de norm voor de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) vragen de leden tot slot welk effect de afbouw van de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting in het referentieminimumloon heeft. De voorgestelde wijziging van de wijze van vaststelling van de aio-norm brengt geen verandering in de afspraken met betrekking tot de afbouw van de dubbele algemene heffingskorting in het referentieminimumloon. De temporisering van de afbouw, zoals in het regeerakkoord is afgesproken, blijft ook van toepassing. Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie De leden van de CDA-fractie constateren dat naar een alternatieve dekking wordt gezocht van de ingeboekte bezuiniging van € 620 mln. in 2015, oplopend tot € 1,2 mld. structureel en vragen of deze dekking wordt gezocht bij dezelfde doelgroep als de huishoudentoeslag, of dat ook naar andere doelgroepen wordt gekeken. Doelstelling van de huishoudentoeslag is om het toeslagenstelsel eenvoudiger en fraudebestendiger te maken en de inkomensonder-steuning van ouderen beter te richten en te versoberen. Voor de ingeboekte bezuiniging die oploopt tot structureel € 1,2 mld. zal een alternatieve invulling worden gezocht die voldoet aan de oorspronkelijke doelstellingen en die past bij dit eindbeeld. De leden van de CDA-fractie merken op dat de huishoudentoeslag in de vormgeving zoals opgenomen in de begroting SZW niet houdbaar is gebleken en vragen of nog eens precies aangegeven kan worden waarom de vormgeving van de huishoudentoeslag niet houdbaar is gebleken. Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 29 389, nr. 778 Zoals uiteengezet is in de brief van 14 april 2014 (Kamerstukken II, 2013/14, 31 066, nr. 199) was het voornemen om in de huishoudentoeslag de huidige zorgtoeslag, kindgebonden budget, huurtoeslag en een nieuwe ouderencomponent te integreren tot één toeslag per huishouden met één uniform afbouwpercentage. Bij de uitwerking is gebleken dat de vormgeving aan juridische randvoorwaarden is gebonden. De verschil-lende toeslagen kennen elk een eigen exportregime. Waar van toepassing is dit thans geregeld in Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels en in de diverse bilaterale socialezekerheidsverdragen. Om te voorkomen dat de export fors toe zou nemen zou het nodig zijn om de huishoudentoeslag juridisch op te delen in componenten (kind, zorg, ouderen en huur). Indien de verschillende componenten van de huishoudentoeslag niet van elkaar te onderscheiden zouden zijn, zouden zij worden beschouwd als één uitkering die in zijn geheel exporteerbaar moet zijn volgens het meest gunstige exportregime van de betrokken toeslagen. Dit zou niet alleen een forse stijging van de uitgaven aan toeslagen in het buitenland betekenen, maar ook leiden tot een complexe uitvoering. De Belastingdienst is tot het oordeel gekomen dat de, vanwege de hierboven geschetste juridische consequenties, vereiste vormgeving van de huishoudentoeslag met te onderscheiden componenten dermate complex is dat dit voor grote problemen zorgt. Toevoeging van de huishoudentoeslag in de huidige vorm aan het huidige pakket van werkzaamheden van de Belastingdienst, leidt tot een onverantwoorde stijging van de continuïteitsrisico’s ten aanzien van de belastingheffing en toeslagen. Op basis hiervan concludeert het kabinet dat invoering van de huishou-dentoeslag in de huidige vorm niet mogelijk is. Voor de verdere details verwijs ik naar de brief hierover van 7 juli 2014. De leden van de CDA-fractie lezen dat een wetsvoorstel met de nieuwe inkomensondersteuning en het intrekken van de Wet MKOB later dit jaar naar de Kamer wordt gestuurd en dat het noodzakelijke overgangsrecht rond 1 juli 2014 wordt gepubliceerd. De leden van de CDA-fractie vragen of hier sprake is van onzorgvuldige wetgeving en waarom het wetsvoorstel dan niet eerder naar de Kamer is gezonden, zodat eerst ordentelijk over dit wetsvoorstel gesproken kan worden. Voorts vragen zij binnen welke termijn de kamer dit wetsvoorstel tegemoet kan zien. Het betreft zorgvuldige wetgeving. De gevolgde procedurele stappen, inclusief de tijdelijke regelingen, vloeien voort uit het zorgvuldig omgaan met rechten en inachtname van het EVRM. Onderstaand wordt dit nader uiteengezet. In de Miljoenennota 2014 heeft de regering aangekondigd een aantal regelingen te willen stroomlijnen door de invoering per 1 januari 2015 van de huishoudentoeslag3. In dat verband is aangekondigd dat de koopkrachttegemoetkoming op grond van de Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen en de Regeling koopkrachttegemoetkoming niet-KOB-gerechtigden met een AOW-pensioen (hierna: wetgeving MKOB) komt te vervallen. Bij brief van 14 april 2014 heeft de regering aangegeven dat invoering van de huishoudentoeslag per 1 januari 2015 (conform vormgeving Miljoe-nennota) niet mogelijk is gebleken vanwege juridische en uitvoeringstech-nische consequenties.4 In verband met de noodzaak van bezuinigingen als gevolg van de economische recessie en de oplopende begrotingstekorten heeft de regering gezocht naar een pakket van alternatieve maatregelen. 3Kamerstuk 33 750, nr. 1, p. 11 en 74.4Kamerstuk 31 066, nr. 199.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 29 389, nr. 779 De met de huishoudentoeslag al voorgenomen structurele beëindiging van de wetgeving MKOB per 1 januari 2015 maakt onderdeel uit van dit pakket. Daarnaast is als onderdeel van het pakket voorzien in de invoering van een inkomensondersteuning voor ouderen die afhankelijk is van de opbouwjaren op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) en die de effecten van het beëindigen van de wetgeving MKOB zal verzachten. Het vervallen van de koopkrachttegemoetkoming op grond van de wetgeving MKOB en het invoeren van een AOW-opbouw afhankelijke inkomenson-dersteuning zal voor een aantal mensen leiden tot het geheel of ten dele verliezen van hun recht op uitkering. De regering heeft het daarom, gelet op artikel 1 van Protocol nr. 1 bij het EVRM, van belang geacht de bedoelde maatregelen ca. 6 maanden vóór de beoogde invoering per 1 januari 2015 vast te stellen, zodat belanghebbenden gedurende die periode op de maatregelen kunnen anticiperen. Gezien de korte tijdspanne tot aan 1 januari 2015 is gekozen voor vaststelling van het Besluit van 27 juni 2014 tot wijziging van het bedrag, genoemd in artikel 1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen (Stb. 2014, 242), waarmee de koopkrachttegemoet-koming op € 0 is gesteld en de vaststelling van een Tijdelijke regeling inkomensondersteuning AOW-pensioengerechtigden (Stcrt. 2014, 18752). Desgevraagd heb ik u beide maatregelen al toegezonden. Zowel het besluit als de tijdelijke regeling betreffen tijdelijke maatregelen die vooruitlopen op de intrekking van de Wet MKOB en de wettelijke regeling van de inkomensondersteuning in de AOW. Voor deze tijdelijke maatre-gelen is gekozen omdat het alleen op die manier mogelijk was de bedoelde aankondigingsperiode van ca. 6 maanden te realiseren. De intrekking van de Wet MKOB en de opname van de inkomensonder-steuning in de AOW zullen worden geregeld door middel van een wetsvoorstel dat tegelijk met de beantwoording van deze vragen bij Uw Kamer wordt ingediend. Als dat wetsvoorstel wet is geworden en per 1 januari 2015 in werking is getreden zal het Uitvoeringsbesluit koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen van rechtswege vervallen en zal de tijdelijke regeling kunnen worden ingetrokken. Vragen en opmerkingen van het lid van de 50PLUS/Klein-fractie Het lid van de fractie 50PLUS/Klein vraagt de regering nadrukkelijk oog te hebben voor de financiële positie van ouderen en vraagt de regering dan ook de Wet MKOB in de huidige vorm in stand te houden, dan wel een vergelijkbare regeling te treffen, waarbij de koopkracht van ouderen niet wederom verlaagd wordt. Bij het bezien van mogelijkheden voor een alternatief vormgegeven huishoudentoeslag en andere opties om het toeslagenstelsel te vereen-voudigen vormen de oorspronkelijke doelen van de huishoudentoeslag, namelijk het vereenvoudigen van het toeslagenstelsel, en het beter richten en versoberen van de inkomensondersteuning voor ouderen, nog steeds het uitgangspunt. Met mijn brief van 30 juni 2014 is de Kamer geïnformeerd over twee structurele maatregelen die samenhangen met de dekking van het tekort in 2015. Het kabinet heeft besloten dat de koopkrachttegemoetkoming op basis van de Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen (Wet MKOB) per 2015 wordt afgeschaft, net zoals het geval zou zijn bij invoering van de huishoudentoeslag. Daarnaast komt er een nieuwe regeling inkomensondersteuning voor AOW-gerechtigden gekoppeld aan de AOW-opbouw. De maximale hoogte van de inkomens-ondersteuning AOW-pensioengerechtigden is circa € 25,12 bruto per maand, net zo hoog als het huidige MKOB-bedrag. Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 29 389, nr. 7710 Over de resterende dekking van het tekort in 2015 zult u via de Miljoe-nennota 2015 geïnformeerd worden. De inkomenseffecten van de verschillende opties zullen in augustus nadrukkelijk worden meegewogen. Het lid van de fractie 50PLUS/Klein merkt op dat de nieuwe regeling inkomensondersteuning voor AOW-gerechtigden die gekoppeld is aan de AOW-opbouw ertoe zal leiden dat ouderen met een onvolledige AOW er in koopkracht op achteruit zullen gaan en vraagt of het niet logisch zou zijn dat de inkomensondersteuning ook voor iedereen geldt, ongeacht of deze mensen een volledige AOW-opbouw hebben. De belangrijkste reden van deze koppeling aan het aantal opbouwjaren is gelegen in het feit dat daarmee recht wordt gedaan aan de veranderende migratiepatronen. Het is niet meer vanzelfsprekend dat mensen die naar Nederland komen zich hier blijvend vestigen of dat mensen die in Nederland geboren zijn, daar altijd blijven wonen. Voor grote groepen migranten geldt dat de open grenzen hen ook toestaan om te komen en te gaan. Zowel de emigratie als immigratie stijgen. De verwachting is dat dit ook in de toekomst nog zal toenemen. Deze migranten verkeren in de omstandigheid dat in de jaren dat zij niet in Nederland verzekerd zijn voor de AOW, wel elders pensioen zal zijn opgebouwd. Alle EU-lidstaten kennen inmiddels voor werkenden een verplichte ouderdomsverzekering. De daaruit voortvloeiende prestaties verliest een migrant niet; pensioen opgebouwd in andere lidstaten mag altijd worden geëxporteerd. Een extra inkomensondersteuning vanuit Nederland kan zich dus beperken tot het in Nederland opgebouwde AOW-pensioen. Daarnaast vraagt het lid van de fractie 50PLUS/Klein zich af wat de uitvoeringskosten zijn die gemaakt moeten worden voor de tijdelijke regeling Inkomensondersteuning AOW pensioengerechtigden en of in een overzicht duidelijk gemaakt kan worden wat de kosten in uitvoering en uitbetaling aan gerechtigden van beide regelingen zijn? De uitvoeringskosten die samenhangen met de Tijdelijke regeling Inkomensondersteuning AOW-gerechtigden bedragen € 1,7 miljoen. Deze kosten worden vooral veroorzaakt door voorlichting aan klanten die financiële gevolgen ondervinden van deze regeling. Daarnaast worden kosten gemaakt voor bezwaarzaken en systeemaanpassing. Er worden geen structurele kosten voorzien. Ten aanzien van de MKOB geldt dat het uitkeringsbedrag op € 0 wordt gesteld. Voor de uitvoering is dit een vereenvoudiging, die leidt tot een structurele besparing van € 215.000 vanaf 2015. Met de SVB is afgesproken dat deze besparing kan worden ingezet ten behoeve van de reeds ingeboekte taakstelling op de uitvoeringsbudgetten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 29 389, nr. 7711
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.