Lijst van vragen en antwoorden over het Jaarverslag Ministerie van Asiel en Migratie 2025 (Kamerstuk 36945-XX-1)
Brontekst
Versie d8d55c95b85708ca · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 945 XXJaarverslag en slotwet Ministerie van Asiel enMigratie 2025Nr. 6 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDENVastgesteld 15 juni 2026 De vaste commissie voor Asiel en Migratie heeft een aantal vragenvoorgelegd aan de Minister van Asiel en Migratie over de brief van 20 mei2026 over het Jaarverslag Ministerie van Asiel en Migratie 2025(Kamerstuk 36 945 XX, nr. 1).De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 15 juni 2026.Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.De voorzitter van de commissie,P. de GrootDe griffier van de commissie,Burger kst-36945-XX-6ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 XX, nr. 61 Vraag (1):Kunt u aangeven welke veronderstellingen in de raming van het CentraalOrgaan opvang asielzoekers (COA) ten aanzien van capaciteit en uitgavenniet zijn uitgekomen, en op welke onderdelen (bijvoorbeeld instroom,duur opvang, uitstroom) de realisatie het sterkst van de raming afweek,gezien het jaarverslag vermeldt dat de instroom in 2025 lager uitviel danhet gehanteerde scenario in de Meerjaren Productie Prognose (MPP)?Antwoord:Door de daling in de instroom (76.400 eerste asielinstroom begroot versus42.810 realisatie) en de uitstroom die hoger lag dan deze instroom(44.730) waren er in 2026 uiteindelijk minder middelen nodig voor hetCOA. De afwijking ligt specifiek het hoogste in de instroom en de daaruitvolgende totale bezetting bij het COA. Daarnaast heeft het COA minderopvangplekken kunnen realiseren omdat er vanuit gemeenten sprake wasvan te weinig aanbod voor locaties.Vraag (2):Op welke wijze heeft de verhouding tussen meerjarige opvang entijdelijke/noodopvang (circa 60:40 eind 2025) doorgewerkt in de totaleuitgaven voor opvang, en hoe verhoudt dit zich tot de ramingen?Antwoord:COA heeft in 2025 een bedrag van 1,183 mln. euro besteed aan (crisis)-noodopvang. Dit bleek 32% van het totale budget wat het COA voor 2025heeft ontvangen. Het voornemen van het kabinet is om zoveel mogelijkvan de tijdelijke/noodopvang om te zetten naar meerjarige opvang. Hetmaken van dergelijke afspraken kost tijd, net als het ontwikkelen enrealiseren van die plekken. In onderstaande financiële reeks is deverdeling tussen budget voor (crisis)noodopvang ten opzichte van hettotale financiële kader van het COA inzichtelijk gemaakt. Hierbij zijn debudgetten in 2025 gebaseerd op jaarverslag COA 2025 en voor 2026 enverder op basis van de Voorjaarsnota 2026.Vraag (3):Was de realisatie in 2025 per hoofdpost binnen het Nationaal ProgrammaOekraïense Ontheemden (o.a. gemeentelijke opvang, regionale meld- enopvanglocaties, vergoedingen en overige uitvoeringskosten) hoger oflager dan geraamd, en wat zijn de belangrijkste oorzaken van dezeverschillen?Antwoord:Ten opzichte van de Ontwerpbegroting is de realisatie in 2025 voor debelangrijkste posten lager uitgevallen dan geraamd, wat leidde tot eenneerwaartse bijstelling bij Voorjaarsnota en Najaarsnota. De Ontwerpbe-groting is gebaseerd op de verwachte instroom van Oekraïenseontheemden zoals geraamd in de Meerjaren Productie Prognose (MPP) endaaruit is de capaciteit in de gemeentelijke opvang afgeleid. In werke-lijkheid was de instroom lager en zijn er minder opvangplekken gereali-seerd, waardoor er lagere kosten waren voor de gemeentelijke opvang ende Regeling Medische zorg Ontheemden (RMO).Vraag (4):In welke mate heeft de verschuiving van dure noodopvang naarmeerjarige opvanglocaties in 2025 plaatsgevonden en welk besparings-effect heeft dit gehad ten opzichte van de geraamde uitgaven?Antwoord:Het kabinet blijft erop inzetten om waar mogelijk meerjarige opvanglo-caties te realiseren en op termijn zoveel mogelijk dure noodopvang los teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 XX, nr. 62 laten. Het maken van dergelijke afspraken over reguliere opvanglocatieskost veel tijd, net als het ontwikkelen en realiseren van die plekken. In2025 zijn de (besparings)effecten derhalve nog niet zichtbaar.Vraag (5):Welk deel van de in 2025 op artikel 37 verantwoorde uitgaven enontvangsten hangt samen met door de EU (mede) gefinancierdeprojecten, hoe zijn deze geldstromen in de jaarrekening verwerkt en welkeoverwegingen lagen ten grondslag aan de keuze tussen nationale enEuropese middelen?Antwoord:Gedurende 2025 werden 33 meerjarige projecten uitgevoerd in het kadervan de Europese Migratie- en Veiligheidsfondsen gericht op de doelstel-lingen Asiel en opvang, Legale migratie, Terugkeer en Grensmanagement.Deze meerjarige projecten vertegenwoordigden een totaalbudget vancirca € 190 mln waarvan circa € 46 mln aan cofinanciering. De finan-ciering van de EU projecten valt grotendeels buiten begrotingsverband,slechts de nationale cofinanciering (10% tot 25%) valt ten laste van debegroting. De projecten zijn over het algemeen meerjarig, voor decofinanciering geldt hetzelfde. Het gedeelte van de cofinanciering (circa€ 46 mln) dat betrekking heeft op specifiek 2025 is op dit geaggregeerdniveau, in dit tijdsbestek, niet aanwijsbaar. De inzet van Europesemiddelen volgt de van toepassing zijnde EU-verordeningen, ervaringen uitde vorige programma periode (2014–2020) en de Nederlandse positie inhet MFK. De middelen ondersteunen nationale, regionale en lokaleinterventies binnen de specifieke fondsdoelen, met nadruk op doelmatigebesteding, lage administratieve lasten en een balans tussen focus enflexibiliteit. Prioriteit gaat naar activiteiten die passen in staand entoekomstig Nederlands beleid, naar grote meerjarige projecten, naaruitvoering van EU-verordeningen (bij BMVI o.a. EES, ETIAS, SIS, VIS,EURODAC); waarbij rekening gehouden wordt met bevindingen uitacquis-evaluaties, zoals Schengen- en veiligheidsacquis-evaluaties en metzo laag mogelijke uitvoerings- en controlelasten. Deze prioriteiten zorgenervoor dat middelen volledig, efficiënt en op tijd aan de EU kunnenworden verantwoordVraag (6):Hoe zijn de aanvullende middelen voor de Immigratie- en Naturalisatie-dienst (IND), onder meer voor de voorziening dwangsommen, in dejaarrekening verwerkt? Welk deel hiervan heeft een incidenteel karakter enin hoeverre wijkt dit af van de oorspronkelijke begrotingsopzet?Antwoord:In de oorspronkelijke begroting 2025 was voor de dwangsommen€ 30 mln. aan middelen toegekend aan de IND. In 2025 heeft de IND daarbovenop incidenteel € 180 mln. aan middelen ontvangen. De totale kostenin 2025 voor het aanvullen van de voorziening dwangsommen zijn€ 270 mln. De kosten zijn daarmee hoger dan de dekking wat mede heeftgeleid tot een negatief saldo van baten en lasten in 2025 en daarmee toteen negatief Eigen Vermogen. Dit is conform de Regeling agentschappenbij Voorjaarsnota 2026 aangevuld door middel van aanvullende dekking.Vraag (7):Op welke wijze zijn investeringen van de IND in digitalisering en biometriein de jaarrekening geactiveerd en hoe verhoudt dit zich tot de beoogdebesparingen of efficiëntievoordelen in de komende jaren?Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 XX, nr. 63 Investeringen in digitalisering en biometrie zijn in de jaarrekeninggeactiveerd in overeenstemming met de daarvoor geldende regelgeving(Comptabiliteitswet, Titel 9 Boek 2 BW, Regeling Agentschappen,Rijksbegrotingsvoorschriften en de Richtlijnen voor de Jaarverslag-geving). De uitgaven zijn geactiveerd op de balans en worden dekomende jaren afgeschreven volgens de daarvoor geldende richtlijnen. Deinvestering in biometrie komt voort uit vervanging van apparatuur alsgevolg van life-cycle. De investering op digitalisering hangt voornamelijksamen met de aanschaf van Generatieve AI. Hiermee zullen INDmedewerkers toegang krijgen tot AI systemen. Efficiencyvoordelenkunnen op termijn aan de orde zijn bij de verdere inrichting en toepassingvan AI in de IND processen.Vraag (8):Welke inhoudelijke oorzaken liggen ten grondslag aan de belangrijksteafwijkingen tussen begroting en realisatie 2025 bij personele lasten eigenpersoneel, externe inhuur en materiële programmakosten, en welkeverschuivingen ten opzichte van 2024 springen eruit?Antwoord:De belangrijkste afwijkingen tussen begroting en realisatie zijn:–De ambtelijk personele lasten zijn lager door een lagere bezetting eind2025 dan begroot. De werving van nieuwe medewerkers is lageruitgevallen dan begroot. In vergelijking met 2024 is de ambtelijkebezetting per saldo gestegen met ca. 280 fte.–De lagere bezetting van ambtelijk personeel wordt gedeeltelijkopgevangen met tijdelijk inzet van uitzendkrachten en extern perso-neel. Overigens is in vergelijking met 2024 de bezetting van externpersoneel afgenomen ca 240 fte. In aansluiting op de Roemernormstuurt de IND op een doelmatige balans tussen inzet van intern enextern personeel.–De realisatie van de materiele programmakosten is nagenoeg in lijnmet de begroting. Enerzijds zijn de kosten voor inzet van tolken lagerdoor de lagere productie in 2025. Anderzijds zijn de automatiserings-kosten o.a. hoger door hoge prijsstijgingen waar IND mee wordtgeconfronteerd.Vraag (9):Hoe zijn de verlenging van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming tot 2027 ende aangekondigde tijdelijke reguliere verblijfsvergunning voor Oekraïenseontheemden verwerkt in de meerjarenramingen, en welke bandbreedtewordt gehanteerd voor het aantal personen na 2027?Antwoord:Op dit moment zijn de budgettaire meerjarenramingen opgesteld o.b.v. deTijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne (TWOO), dat wil zeggen deRichtlijn Tijdelijke Bescherming plus een jaar (tot 4 maart 2028). Hetlangetermijnbeleid wordt op dit moment verder uitgewerkt en zal op eenlater moment budgettair verwerkt worden. Wel is er op de AanvullendePost bij Voorjaarsnota 2026 budget gereserveerd voor voornamelijkopvang en huisvesting.Vraag (10):In welke omvang is de eigen bijdrage van Oekraïense ontheemden in 2025ontvangen, hoe is dit in de ontvangsten verantwoord en in hoeverre wijktdit af van eerdere ramingen?Antwoord:Op dit moment kunnen wij nog geen uitspraak doen over de omvang enverantwoording van de eigen bijdragen van Oekraïense ontheemden inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 XX, nr. 64 2025. De verantwoording van gemeenten over 2025 vindt plaats in 2026via de SiSa-aanlevering (Single Information Single Audit).Vraag (11):Hoe heeft de lagere instroom in 2025 doorgewerkt in de uitgaven vooridentificatie en registratie van vreemdelingen, en is sprake van eenlineaire relatie tussen instroomvolume en kosten of van vaste kosten dieminder meebewegen?Antwoord:De Dienst Identificatie en Registratie Asielzoekers (DISA) heeft in 2025 deIdentificatie en Registratie (I&R) uitgevoerd. De organisatie is ingericht ophet bijhouden van een instroom van 42.000 zaken per jaar. Financieringvindt plaats op P*Q basis, de lagere instroom heeft dus tot minder kostenvoor de I&R geleid.Vraag (12):Welke nationale maatregelen zijn tijdelijk van aard? En welke nationalemaatregelen zijn structureel van aard?Antwoord:De tijdelijkheid geldt in het bijzonder voor de maatregel herinvoeringbinnengrenscontroles. Nederland voert sinds december 2024 binnen-grenscontroles uit waarbij vreemdelingen die niet voldoen aan detoegangsvoorwaarden, aan de binnengrens geweigerd worden. Gelet opde aanstaande inwerkingtreding van het verruimde juridische kader voorMTV heeft het kabinet besloten om de binnengrenscontroles te verlengentotdat het nieuwe MTV-kader in werking is getreden. De verwachting isdat dit nieuwe kader direct na de zomervakantie van 2026 kan wordeningevoerd. Andere, meest asiel gerelateerde maatregelen, kennen eenmeer structureel karakterVraag (13):Hoeveel procesbeschikbaarheidslocaties zijn tot dusver gerealiseerd?Antwoord:In 2025 is in pilotvorm gestart met één procesbeschikbaarheidslocatie inTer Apel.Vraag (14):Wanneer komt de regelgeving voor het verhogen van het taalvereiste voornaturalisatie naar B1 naar de Kamer?Antwoord:Momenteel wordt gewerkt aan de inrichting van de verhoging van detaaleis voor naturalisatie naar B1. Mijn inzet is om u hier voor de zomernog over te informeren. Omdat dit een wijziging betreft via een algemenemaatregel van bestuur wordt het voorstel niet door de Tweede Kamerbehandeld. Uiteraard wordt uw Kamer wel geïnformeerd over hoe dezebeleidswijziging vorm krijgt.Vraag (15):Hoeveel vreemdelingen die met een Machtiging Voorlopig Verblijf (MVV)naar Nederland kwamen hebben vervolgens een asielaanvraagingediend?Antwoord:In 2025 zijn 48.020 aanvragen voor afgifte van een reguliere MVVaanvraag ingewilligd. Daarvan hebben 80 vreemdelingen in datzelfde jaareen asielaanvraag ingediend. Tot en met mei 2026 zijn 14.350 aanvragenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 XX, nr. 65 voor afgifte van een reguliere MVV aanvraag ingewilligd. Daarvan hebbenminder dan 10 vreemdelingen een asielaanvraag ingediend.Bron: IND, cijfers afgerond op tientallen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 XX, nr. 66
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.