KamerkringInloggen
Kamerbrief

Toelichting circulair klimaatbeleid

31 mei 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie be3bc204cbf6cfa9 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 813Kabinetsaanpak Klimaatbeleid32 852GrondstoffenvoorzieningszekerheidNr. 1397 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 31 mei 2024Het is essentieel dat we blijven versnellen richting een circulaireeconomie. Niet alleen voor de leveringszekerheid van grondstoffen enproducten – van groot belang voor het Nederlandse bedrijfsleven – maarook omdat een circulaire economie bijdraagt aan een schonere leefom-geving, de biodiversiteit, en aan de Nederlandse en mondiale klimaat-doelen. Als onderdeel van het klimaatbeleid heeft het kabinet tijdens deVoorjaarsbesluitvorming in april van dit jaar aanvullende afsprakengemaakt over circulaire maatregelen. Ook zijn middelen toegekend aancirculair beleid. Met dit pakket zet het kabinet de volgende stap in deimplementatie van het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE).In deze brief, die ik mede namens de Minister van Economische Zaken enKlimaat en de Minister voor Klimaat en Energie verstuur, ga ik hier naderop in. Allereerst geef ik toelichting op de klimaatmaatregelen waarover inde voorjaarsbesluitvorming van 2024 is besloten (deel I) en lopende(deel II) circulaire klimaatmaatregelen. Daarbij informeer ik u ook over dewijze waarop ik invulling geef aan versnelde verduurzaming van deinfrasector.1 Ten slotte (deel III) ga ik in op de voortgang van hetambitieuze klimaatdoel voor de circulaire economie, waaronder delopende acties gericht op het terugdringen van ketenemissies. Ik gadaarbij ook in op de verwachte maatschappelijke effecten van het NPCE,zoals in kaart gebracht door onderzoeksbureau CE Delft.1Hiermee geef ik ook invulling aan toezeggingen nr. 15497, nr. 15498, nr. 15566, nr. 15567,nr. 15568, en TZ202404-014. kst-32813-1397ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13971 I – Toelichting op het in de voorjaarsbesluitvorming 2024ingezette circulaire klimaatbeleid Om de klimaatdoelen te halen heeft het kabinet dit voorjaar besloten ommaatregelen te treffen, waarover de Minister voor Klimaat en Energie u ophoofdlijnen heeft geïnformeerd.2 Daarbij is € 100 miljoen uit het Klimaat-fonds vrijgemaakt om de komende jaren aanvullende CO2-reductie terealiseren bij de aanleg en beheer van wegen, zoals hieronder naderwordt toegelicht. Aan de volgende circulaire maatregelen wordt invullinggegeven. Dit is een uitwerking van al eerder ingezet beleid binnen hetNPCE en noodzakelijk voor het halen van de klimaatdoelen van hetkabinet.a. Versterken circulariteit als uitgangspunt voor hetklimaatinstrumentarium Het kabinet streeft voor 2050 naar een klimaatneutrale én circulaireeconomie. Wereldwijd zijn veel emissies direct gerelateerd aan onzeomgang met grondstoffen. Tegelijk zijn veel grondstoffen nodig voor deenergietransitie. Circulaire strategieën dragen bij aan het dempen van devraag naar primaire grondstoffen. Zij hebben daarmee niet alleen eenpositieve impact op het klimaat, maar vergroten ook onze strategischeonafhankelijkheid. Voor de klimaatopgave en de realisatie van deenergietransitie is het meer circulair omgaan met grondstoffen dusessentieel. Specifiek zal worden onderzocht of en in welke vorm kanworden toegewerkt naar een minimumaandeel van 25 procent gerecy-cleerde kritieke grondstoffen, conform het streven in de Europese CriticalRaw Materials Act. Om hier een bijdrage aan te leveren, zal het kabinet,naast de primair op circulariteit gerichte klimaatmaatregelen, in de restvan het klimaat- en energie-instrumentarium waar mogelijk meercirculaire voorwaarden stellen aan de gebruikte grondstoffen of beteremogelijkheden bieden voor circulair gebruik van materialen. De mogelijk-heden hiertoe worden bijvoorbeeld bij de SDE++ onderzocht. Hiermee kaneen extra impuls worden gegeven aan een circulaire energietransitie. Omzulke voorwaarden te kunnen stellen, zal inzicht in de beschikbaarheid vancirculaire oplossingen in de markt beter worden ontsloten. Ook wordtgekeken naar flankerende maatregelen, zoals certificering. Streven is pervoorwaarde af te wegen of de circulaire voordelen opwegen tegen eeneventuele lagere directe klimaatwinst van het instrument. De circulairevoordelen betreffen klimaatwinst aan de grondstoffenkant, de impact opleveringszekerheid en opbouw van strategische waardeketens in Europa.Eventuele lagere directe klimaatwinst kan het resultaat zijn van relatievehogere kosten bij de inzet van het instrument.b. Inkoopbeleid Rijksoverheid aanscherpen Het kabinet zet in op versneld verduurzamen van het eigen inkoopbeleid.BZK, als systeemverantwoordelijke voor het rijksinkoopstelsel, starthiertoe in 2024 met een evaluatie en actualisatie van de Rijksinkoopstra-tegie Inkopen met Impact met bijbehorende jaarlijkse uitgaven van circa€ 15 miljard. Dit is inclusief categoriemanagement dat betrekking heeft op22 inkoopcategorieën van producten en diensten die op gecoördineerdewijze namens meerdere of alle departementen ingekocht worden. Degeïdentificeerde kansen ten aanzien van hogere ambities in circulariteitvoor de rijksinkoop worden onderzocht en meegenomen in de aange-scherpte doelstellingen die met betrekking tot de «Voorbeeldrol van deRijksoverheid» in het Klimaatplan 2025–2035 worden opgenomen. De2Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 1374Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13972 relevante stakeholders uit het rijksinkoopveld en de verantwoordelijkebeleidsdepartementen worden hierbij betrokken.c. Verduurzamen koolstofgebruik in chemische sector Koolstof is de basis van producten die wij elke dag gebruiken, zoalsplastics, verf en medicijnen. Het vervaardigen van deze producten uitduurzame koolstofbronnen (uit biogrondstoffen, recyclaat of CO2 via CCU)in plaats van fossiele koolstofbronnen is belangrijk voor de transitie naareen klimaatneutrale en circulaire economie. Het draagt bij aan deverduurzaming van onze chemische industrie, en versterkt onze strate-gische autonomie. In het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) is hetstreven opgenomen om in 2050 zoveel mogelijk fossielvrij te zijn. Dit geldtvoor zowel fossiele brandstoffen als de toepassing van fossiele grond-stoffen voor de chemie.Samen met de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Ministervoor Klimaat en Energie zet ik de eerste stappen om de transitie naar hetgebruik van duurzame koolstof in de chemische sector op te schalen. Ditis aanvullend op mijn aanpak gericht op het versnellen van de circulaireplasticsketen en het voorkomen van afvalverbranding, zoals aange-kondigd in het voorjaarspakket van 2023. Het kabinet maakt zich hard vooreen Europees beleidspakket voor het opschalen van het duurzaamkoolstofgebruik in de chemische sector. In recente mededelingen van deEuropese Commissie onderstreept de Commissie het belang van beleidgericht op duurzame koolstof voor de chemie. Op 16 april jongstledenheeft Nederland mede namens Frankrijk, Tsjechië en Ierland een jointstatement voor Europees beleid gericht op duurzame koolstof aan deEuropese Commissie gepresenteerd. Een inzet in EU-verband valt teprefereren boven een unilaterale aanpak teneinde het gelijke speelveldvoor het bedrijfsleven te borgen.Naar aanleiding van het NPE wordt een onderzoeksprogramma voor deontwikkeling van de koolstofketen opgestart. Daarbinnen zal wordenonderzocht wat ervoor nodig is om 2050 als jaartal voor een fossielvrijeenergievoorziening en fossielvrije chemische sector binnen bereik tebrengen en wat daarvan de consequenties zouden zijn (bijvoorbeeld optechnisch en economisch vlak). Specifiek voor de chemische sectorverkent het kabinet samen met de relevante spelers uit het maatschap-pelijk speelveld wat er nodig is. Het stimuleren van de vraag naarduurzame koolstof en het opschalen van technieken voor verwerking enopwaardering van duurzame koolstof zijn de komende jaren belangrijkeelementen om het koolstofgebruik voor de chemie te kunnen verduur-zamen.d. Financiële prikkels voor meer circulair omgaan met grondstoffen Aanvullend op bovenstaande concrete maatregelen constateert hetkabinet dat uit meerdere studies naar voren komt dat beprijzing vanmilieuschade niet alleen ten goede komt aan de brede welvaart, maar ooknodig is om duurzame businessmodellen beter te laten concurreren. HetNPCE noemt beprijzing daarom dan ook als één van de belangrijkestrategieën om de doelstellingen van het circulaire-economiebeleid tekunnen realiseren, maar er zijn wel voorwaarden waaraan moet zijnvoldaan om die beprijzing effectief te laten zijn voor de brede welvaart opde langere termijn.De prijs van primaire grondstoffen is nu vaak lager dan de prijs vansecundaire grondstoffen en duurzame biogrondstoffen waarop we in hetkader van de circulaire economie willen overstappen. Het huidigeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13973 overheidsbeleid, nationaal en Europees, heeft deze ongelijkheid nognauwelijks verminderd. Ten dele is het prijsverschil te wijten aan dearbeidsuren en loonkosten die beide vaak hoger liggen bij recycling enproductie van duurzame biogrondstoffen. Tegelijkertijd zijn de nadeligeecologische en sociale effecten van non-energetische toepassing vanprimaire grondstoffen nog onvoldoende in de prijzen verwerkt. Hetkabinet zal nader bezien welke vormen van financiële prikkels mogelijkzijn. Daarbij zal het breder kijken dan individuele productgroepen ofbelastinginstrumenten. Het kabinet zal bovendien rekening houden metde handelingsperspectieven van bedrijven, ook gelet op het internationalespeelveld, en of beprijzing wel een passende oplossing is, of datnormering logischer is. Ook zou gedacht kunnen worden aan subsidiërenvan het gebruik van duurzame grondstoffen. Er wordt expliciet gelet ophet voorkomen van per saldo unilaterale lastenverzwaringen voor hetnationale bedrijfsleven. Waar dat risico speelt, ligt immers een inzet inEU-verband voor de hand. Besluitvorming is aan een nieuw kabinet.II – Toelichting op lopende circulaire klimaatmaatregelen Met de uit het Klimaatfonds toegekende middelen3 blijft het kabinetinzetten op een circulaire plasticketen. Hiermee samen hangt de aanpakgericht op de verduurzaming van afvalverbrandingsinstallaties, waaroverik u voor de zomer nader zal informeren. Hieronder ga ik nader in op destand van zaken van het overige circulaire klimaatbeleid dat het kabinetvorig jaar heeft ingezet.a. Strategie KCI en sturing met de MKI in de infra In eerdere brieven4 heb ik toegezegd u te informeren over de voorge-nomen verduurzaming van publieke infraprojecten (voor grond-, weg- enwaterbouw, hierna GWW). Het beleid voor circulair bouwen is eropgericht dat publieke infraprojecten standaard CO2-neutraal en circulairworden aangelegd en beheerd. Dat is dringend nodig, want de Neder-landse bouw leidt tot een forse CO2-uitstoot.5 Door het opschalen vancirculaire GWW-technieken en door aanvullende sturing in de opdracht-verlening met de milieukostenindicator (MKI) bied ik eenduidigheid eninvesteringsperspectief aan marktpartijen om te verduurzamen. Dit zorgtervoor dat er op korte termijn een grote stap wordt gezet in het realiserenvan circulariteitsdoelen en het verminderen van CO2-uitstoot en milieu-impact in de bouw. De uitwerking van deze maatregelen wordt hieronderverder toegelicht.3€ 267 miljoen aan subsidies ter ondersteuning van bedrijven bij de transitie naar circulairplastic, waarvan € 69 miljoen eerder aan IenW werd toegekend. In de Voorjaarsnota 2024 isaanvullend een tranche van € 60 miljoen toegekend, waardoor een bedrag van € 138 miljoengereserveerd blijft. Dit komt bovenop een ondersteuning van bedrijven met een bijdrage uit hetNationaal Groeifonds van € 338 miljoen voor biogebaseerd plastic (BioBased Circular) en€ 220 miljoen voor circulaire plastics (Circular Plastics NL).4Zie Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 32 852, nr. 225, Tweede Kamer, vergaderjaar2022–2023, 32 813 en 32 852, nr. 1292 en Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852,nr. 294.5Onderzoek wijst bijvoorbeeld uit dat met de huidige manier van bouwen het theoretischeCO2-budget van de Nederlandse bouw al in 2026 zou worden overschreden. Het CO2-budget iseen conceptuele benadering van de maximale hoeveelheid CO2 die mag worden uitgestotenom ernstige klimaatverandering te voorkomen door de gehele Nederlandse bouw (GWW enB&U) (Bron: https://circulairebouweconomie.nl/wp-content/uploads/2024/03/CO2-impact-van-de-Nederlandse-bouw.pdf).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13974 Een belangrijke maatregel uit het NPCE is meer sturing op verduurzamingin de GWW met de MKI.6 MKI is in de GWW-sector de afgelopen jarenvrijwillig door opdrachtgevers ingezet om duurzaam in te kopen. Het iseen effectief instrument gebleken.7 Door de MKI sectorbreed, eenduidigen voorspelbaar toe te passen, kunnen publieke opdrachtgevers in deNederlandse infrastructuursector duurzamer aanbesteden. De maatregelis in lijn met verduurzamingsmaatregelen zoals de strategie Klimaatneu-trale en Circulaire Infrastructuur (KCI)8 en het programma Schoon enEmissieloos Bouwen. Ook kan de MKI bijdragen aan de verbetering vande waterkwaliteit. De afgelopen maanden zijn verschillende onderzoekenuitgevoerd en met uw Kamer gedeeld9 over de wijze waarop de maatregelkan worden ingericht. De uitkomsten van de onderzoeken zijn samengevatin een beleidsadvies, dat is opgesteld door Copper8 in samenwerking metWitteveen+Bos en Flux Partners. Het beleidsadvies is gevalideerd is bij desector. Ik stuur het bijgaand.Uit de onderzoeken blijkt dat in GWW-projecten de meeste CO2-uitstoot– circa 80 procent – plaatsvindt in de materiaalproductieketen.CO2-reductie is daar dan ook het eenvoudigst te realiseren. Dedominantste materiaalstromen in de GWW zijn asfalt, staal en beton. Dezeveroorzaken samen een groot gedeelte van de totale milieu-impact van deGWW. Vanwege de aanzienlijke impact en de voor opdrachtgevers relatiefmakkelijk uit te vragen eisen, neem ik het advies over om te sturen opbetere milieuprestaties door het stellen van prestatie-eisen op materiaal-niveau voor beton, staal en asfalt. In de komende maanden zal ik hiertoeeen wetgevingstraject voorbereiden. Daarbij zal ik ook de methodewaarmee de prestatie-eisen worden bepaald nader uitwerken.De sturingbetekent dat wanneer de materialen beton, staal en asfalt voorGWW-projecten worden ingekocht door publieke opdrachtgevers, dezeaan deze prestatie-eisen moeten voldoen. Met deze sturing wordt degrootste milieuwinst geboekt tegen de minste administratieve lasten.Daarnaast zal ik, om de markt te blijven uitdagen en eenduidigheid tebieden, opdrachtgevers wettelijk verplichten om de MKI mee te nemen inaanbestedingen van grote projecten10. Daarbij geef ik ruimte om dit vooralle projecten op een passende manier te doen, vanuit het achterliggendedoel: het sturen op een lagere integrale milieu-impact. Veel partijenhebben hier al ervaring mee, zowel Rijkswaterstaat en ProRail als diverseprovincies, gemeenten en waterschappen. Zo kan de MKI op project-niveau als gunningcriterium worden ingezet, waardoor inschrijvendepartijen ook een prikkel hebben om andere materiaal-, bouwmethodiek- ofontwerpkeuzes te maken. Daarmee ontstaat dus een bredere sturing danalleen op de verduurzaming van materiaalproductie. Bovendien wordt deinschrijver uitgedaagd om meer milieuwinst te bereiken dan geëist wordt.6De MKI is gebaseerd op de methode van levenscyclusanalyse (LCA), die ook ten grondslag ligtaan de milieuprestatie in de woning- en utiliteitsbouw.7Zie ook https://circulairebouweconomie.nl/wp-content/uploads/2024/01/2312_inkopen-met-mki-in-de-gww.pdf8In de bijlage is een update van de implementatie van de KCI toegevoegd, alsook een appre-ciatie van het materialenpaspoort en een update inzake biobased bouwmaterialen.9Deze maatregel is onderdeel van het NPCE (Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 32 852,nr. 225) en eerder toegelicht in de Kamerbrief met toelichting op circulaire klimaatmaatregelenuit september 2023 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 32 813 en 32 852, nr. 1292) en deVerzamelbrief circulaire economie februari 2024 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024,32 852, nr. 294).10De grens waarvoor deze verplichting gaat gelden zal nader worden bepaald. Hierbij zal ookgekeken worden naar de financiële gevolgen, die binnen de bestaande programmabudgettenbij publieke opdrachtgevers moeten worden opgevangen. Op 28 juni 2023 zijn met medeover-heden samenwerkingsafspraken gemaakt over de strategie KCI, waaronder afspraken over definanciering van eventuele meerkosten op projectniveau.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13975 In aanvulling op de verplichte sturing voor grote projecten blijf ikopdrachtgevers stimuleren om bij meer projecten in te kopen met MKI. Ditgaat dan vooral om kleinere opdrachtgevers die momenteel nog niet metMKI werken. Daarbij sluit ik aan op beleidsinzet vanuit onder meer deBuyer Groups en het Manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdracht-geven en Inkopen. Bij het voortzetten van de stimulering zal ik mijaanvullend inzetten voor de volgende punten:•Voldoende expertise en opleidingsmateriaal, waarbij ik op kortetermijn stappen zal zetten richting de oprichting van een MKI-expertisecentrum. Daarmee kunnen publieke opdrachtgevers kennisopdoen over inkopen met MKI, in aanloop naar het wettelijk traject omsturing in de GWW mogelijk te maken.•Investering in beheer en de ontwikkeling van het stelsel voor demilieuprestatie van bouwwerken, gezamenlijk met de Minister vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.•Zorgen voor eenduidigheid bij inkopen met MKI, waaronder hetstimuleren van een eenduidige gunningmethodiek en eenduidigereken- en toetsprotocollen.•Stimuleren van ontwerpen op basis van de MKI, waarmee in eenvroege projectfase – vaak door de opdrachtgever – duurzamere keuzesgemaakt kunnen worden.Deze inzet op versnelde verduurzaming binnen Nederland sluit aan bijEuropese ontwikkelingen. Zo worden Europese producenten met deherziening van de Construction Products Regulation (CPR) verplicht omduurzaamheidsprestaties van producten te rapporteren. Onder deherziene CPR mogen overheden – mits proportioneel – aanvullendeambitieuze eisen stellen aan bouwproducten bij het aanbesteden vanpublieke werken. Met het Emission Trading System en het Carbon BorderAdjustment Mechanism wordt internationaal gestuurd op CO2-uitstootvan productie, waarbij MKI een aanvullende sturing biedt vanuit inkoop.Er zijn een aantal juridische routes verkend om beide maatregelenwettelijk vast te leggen, die verschillende voor- en nadelen hebben. Ditvergt nog verder overleg met de betrokken ministeries.Met bovenstaande maatregelen geef ik gehoor aan meerdere verzoekenuit de sector om meer sturend verduurzaming in de GWW-sector terealiseren.11, 12 Zo werk ik op het gebied van asfalt samen met EZK aanverduurzaming van de asfaltcentrales, waarbij RWS als belangrijkelaunching customer zal optreden. Bij de uitwerking wordt de sectorbetrokken en zijn «Sturen met MKI» en de € 100 mln uit het Klimaatfondsbelangrijke instrumenten. Hiermee bieden we marktpartijen investe-ringsperspectief in verduurzamingsmaatregelen. Bovenstaande keuzesworden breed ondersteund door zowel opdrachtgevers, marktpartijen alsexperts. De sector – opdrachtnemers, publieke opdrachtgevers, leveran-ciers en producenten – is uitvoerig betrokken in het traject dat heeft geleidtot deze richting. Ook bij het wetgevingstraject blijf ik de sector betrekken.11Deze maatregel is voorbereid in reactie op verschillende signalen uit de markt, die om eenmeer sturende overheid vraagt als het gaat om circulair bouwen. Zo dringt het TransitieteamCirculaire Bouweconomie, bestaande uit experts en ervaringsdeskundigen bij marktpartijen enmedeoverheden, aan op meer sturend gebruik van MKI in de GWW. Ook de partijen dieverenigd zijn in het Betonakkoord en het Bouwakkoord Staal staan klaar om te verduurzamen,en zijn daar al mee bezig. Zij stellen dat meer sturen met MKI de markt helpt om te innoverenen te investeren in verduurzaming.12Specifiek op het gebied van asfalt werk ik samen met EZK aan verduurzaming van deasfaltcentrales, waarbij RWS als belangrijke launching customer zal optreden. Bij deuitwerking wordt de sector betrokken en zijn sturen met MKI en de € 100 mln uit het Klimaat-fonds belangrijke instrumenten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13976 b. Circulariteit op de arbeidsmarkt en bij consumentengedrag De maatregel Circulair Doen bestaat uit drie samenhangende onderdelen,gericht op het vergroten van kennis in het onderwijs (hieronder), hetontwikkelen van vaardigheden voor werkenden op de arbeidsmarkt, enhet veranderen van consumentengedrag. Op het gebied van arbeidsmarkten onderwijs wordt het lopende programma «Sustainability Skills» met deinzet van Klimaatfondsmiddelen geïntensiveerd. Daarnaast wordt gewerktaan een stimuleringsregeling voor bijscholing van professionals in decirculaire economie. Op het gebied van gedrag voeren we de Gedragsstra-tegie Burgers en Circulaire Economie13 uit. De nadruk ligt momenteel optextiel. We onderzoeken de gedragseffecten van het aanbieden vantweedehands textiel naast nieuwe producten in fysieke winkels. Tevenswerken we aan vraagstukken die verschillende productgroepenoverstijgen zoals het in kaart brengen van een «circulaire levensstijl» enhet tastbaar maken van het concept «levensduurverlenging».c. Circulariteit in het onderwijs De kabinetsinzet op Circulair Doen via het onderwijs komt samen in hetuitvoeringsplan Duurzaamheid in het Onderwijs, dat ik bijgaand meestuur.Het plan zorgt voor samenhang tussen de verschillende acties op hetterrein van duurzaamheid in het onderwijs tot 2030, dat aansluit bij deSustainable Development Goals (SDGs) van de Verenigde Naties.14Hetuitvoeringsplan wordt uitgevoerd samen met de Ministeries vanLandbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Economische Zaken en Klimaat enOnderwijs, Cultuur en Wetenschap.15 Met dit uitvoeringsplan helpen wescholen om duurzaamheid vorm te geven in hun onderwijs. We onder-steunen scholen in de behoeften en vragen die ze, in eerdere onder-zoeken16, hebben geuit. Ook jongeren vragen om meer duurzaamheid inhet onderwijs.17Onderwijs kan jongeren helpen door ze handelingsper-spectief te bieden en door ze kennis en vaardigheden te bieden diebijdragen aan een duurzame samenleving.18Scholen willen een informatie- en adviespunt dat ze bijstaat met kennis,inspiratie, lessen, voorbeelden, praktische hulp en antwoorden op vragenover het schoolgebouw en de omgeving ervan.19 Verder willen scholendat docenten en leraren bij- en nascholing kunnen krijgen overduurzaamheid. Met het uitvoeringsplan voorzien we de komende jaren indie behoeften. Daarbij sluiten we aan bij de bestaande onderwijsdoelenen kwalificaties, initiatieven en programma’s zodat er geen extra druk opde scholen wordt gelegd. Het uitvoeringsplan maakt duidelijk waar we dekomende jaren rijksbreed op inzetten en hoe het past op bestaand beleid,zoals het Masterplan Basisvaardigheden. Op basis van de genoemde13Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 32 852, nr. 225 (bijlage)14Voor de duurzaamheid binnen het uitvoeringsplan hanteren we SDGs. We hebben ons alsNederland hieraan gecommitteerd en zijn daarom verantwoordelijk om voor 2030 een gepasteinvulling te geven aan de SDGs waaronder specifiek target 4.7 «leren voor duurzameontwikkeling».15Via dit uitvoeringsplan geeft de Minister voor Primair en Voortgezet onderwijs tevens invullingaan haar toezegging over groene schoolpleinen (nummer: TZ202401-052).16Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 20 487, nr. 5417Van onder andere het SER Jongerenplatform (https://www.ser.nl/nl/Publicaties/veelbelovend-kansen-belemmeringen-jongeren), het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (https://www.laks.nl/laks-meer-aandacht-voor-klimaat-en-duurzaamheid-in-het-onderwijs/) en de Jonge Klimaatbe-weging (https://www.jongeklimaatbeweging.nl/wp-content/uploads/2022/09/JKA.pdf18Frijters, 2023. «Duurzame ontwikkeling in het primair onderwijs, een toekomst- en ontwikke-lingsgericht perspectief».19Leren voor Morgen en SME (2023), «Leren voor duurzame ontwikkeling in het primair- envoortgezet onderwijs en Oberon» en SME (2022), «Onderzoek Bestuurlijk Draagvlak enOnderwijs Draagvlak Duurzame School»Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13977 ondersteuningsbehoeften zetten we met dit plan in op betere onder-steuning van wat scholen al doen of willen doen aan duurzaamheid.Scholen krijgen dus geen extra opdracht, maar we helpen ze omduurzaamheid een passende plek te geven in het onderwijs. Het doel vanhet uitvoeringsplan is om duurzaamheid verder in te bedden in hetonderwijs. Dit wordt onder andere ontwikkeld langs het raamwerk deWhole School Approach (WSA).20 Dit uitvoeringsplan is bedoeld voor hetprimair onderwijs, voortgezet onderwijs, gespecialiseerd onderwijs enmiddelbaar beroepsonderwijs.d. Openstelling circulaire innovatieregeling DEI+CE Met de openstelling van de DEI+ CE-regeling worden ondernemers instaat gesteld om circulaire innovaties die bijdragen aan minderCO2-emissies te demonstreren op pilotschaal. Hiermee ondersteunen wede opschaling van circulaire innovaties die een concreet verschil maken ingrondstoffengebruik en CO2-emissies. Na de instemming met deIenW-begroting door de Eerste Kamer worden nu de laatste voorberei-dingen getroffen voor het openstellen van de subsidieregeling, voor eeneerste tranche van € 20 miljoen.III – Stand van zaken ambitieus klimaatdoel voor de circulaireeconomie In het NPCE heeft het kabinet een potentie van 2 tot 4 MtonCO2-emissiereductie benoemd die in Nederland in 2030 bereikt kanworden met beleidsmaatregelen bedoeld om de circulaire economie testimuleren. Analyses van onder andere onderzoeksbureau CE Delft21bevestigen het ingeschatte reductiepotentieel.Het is van belang om zo goed mogelijk in beeld te krijgen welke effectenwe met circulair beleid binnen bereik hebben op de maatschappelijkeopgaven klimaat, biodiversiteit, leveringszekerheid, en leefomgeving.Recent heeft CE Delft daarom onderzoek gedaan naar deze effecten vaneen selectie van maatregelen uit het NPCE. Voor klimaatwinst heeft CEDelft gekeken naar nationale en mondiale klimaatwinst. Uit het onderzoek,dat ik bijgaand meestuur, blijkt dat de totale emissiereductie op Neder-lands grondgebied kan oplopen tot 3,0 Mton CO2-reductie. CO2-effectenvan aanvullende circulaire klimaatmaatregelen zijn ook door CE Delftingeschat, en kunnen zelfs oplopen tot 4 Mton.22 De potentiële mondialeklimaatwinst is nog veel groter, omdat voor veel circulair beleid geldt dathet leidt tot verduurzaming van internationale ketens. Het is aan eenvolgend kabinet om verder te bepalen op basis van welke beprijzende,normerende, en stimulerende maatregelen nadere invulling wordtgegeven aan het klimaatdoel voor de CE.20De WSA is een (internationaal ontwikkeld) raamwerk dat als doel heeft om diverse aspectenvan duurzaamheidsvraagstukken in samenhang in de schoolorganisatie en leergebieden eenplek te geven. Duurzaamheid is een krachtig onderwerp om ook het schoolgebouw, deschoolomgeving, ouders en de rest van de gemeenschap rondom de school met elkaar teverbinden.21O.a. onderzoek CE Delft (2023), «CO2-reductie van circulaire maatregelen. Verkenning vanmondiale en nationale emissiereducties voor een ambitieus klimaatdoel voor de circulaireeconomie» en IBO Klimaat (2023).22Zie Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 294. Het totaaleffect is kleiner dan deoptelsom van de afzonderlijke maatregelen, omdat het effect van veel van de maatregelenoverlapt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13978 Maatschappelijke effecten van het NPCEUit de analyse «Effectbeoordeling Nationale Programma CirculaireEconomie, Effecten van een geselecteerd aantal beleidsmaatregelen»door onderzoeksbureau CE Delft blijkt dat implementatie van de beleids-pakketten uit het NPCE – naast de hierboven beschreven bijdrage aan denationale en mondiale klimaatopgave – significante impact kan hebben opde maatschappelijke opgaven om de biodiversiteit te versterken, hetmilieu te beschermen en de leveringszekerheid van grondstoffen teborgen. Daarnaast heeft CE Delft een analyse gemaakt van de circulaireinstrumenten («circulariteitsknoppen») die in het NPCE worden gehan-teerd.BiodiversiteitDe effecten op biodiversiteit zijn kwalitatief gewaardeerd. Positieveeffecten op biodiversiteit hangen vooral samen met een afname van hetlandgebruik en vermindering van broeikasgassen (klimaatverandering iseen belangrijke veroorzaker van het uitsterven van soorten). De aanpak isgericht op het voorkomen van verlies van biodiversiteit door het primairegrondstoffengebruik in (internationale) productketens te verminderen. Degrootste positieve biodiversiteitseffecten worden gegenereerd door hetbeleid voor de productgroep textiel en door verlenging van de levensduurvan producten. De bossenstrategie van LNV23 heeft een positief effectomdat dit beleid zorgt voor een toename van natuur en biodiversiteit inNederland.Overige milieueffectenDoor de maatregelpakketten in het NPCE neemt verder de uitstoot vanschadelijke emissies in de gehele keten af (zoals fijnstof, zware metalen,vluchtige organische stoffen), en er zijn ook positieve effecten opwaterverbruik. Deze effecten zijn niet gekwantificeerd voor de maatregel-pakketten, omdat de uitstoot van deze emissies sterk verschilt per producten daardoor lastig is vast te stellen.Leveringszekerheid van grondstoffenHet NPCE-beleid levert een materiaalbesparing op van meer dan 2 Mton.Het gaat hierbij vooral om meer besparing van plastics, katoen, metalen(staal, aluminium) en schaarse metalen zoals neodymium, dysprosium enboor. In absolute hoeveelheden is de besparing van zeldzame metalenklein, maar wel belangrijk vanuit het perspectief van leveringszekerheid.Circulaire strategieënCE Delft heeft ook in kaart gebracht via welke circulaire interventies hetNPCE-beleid effectief uitwerkt. In veel van de pakketten worden depositieve effecten vooral gerealiseerd door hoogwaardige verwerking vanmaterialen. Dit geldt voor het pakket plastics, meer recycling wind op zee,textiel en luiers. Bij het pakket gebouwen worden de effecten vooralgerealiseerd door substitutie door biobased materialen; bij het pakketplastics kan dit ook deels het geval zijn als de norm leidt tot substitutiedoor biobased plastics. De pakketten meubels en verlenging levensduurproducten zorgen voor positieve effecten door hergebruik van producten.Dit is ook deels het geval bij het pakket textiel. Duurzame inkoop in deGWW sector heeft effecten via de circulariteitsknoppen hoogwaardigeverwerking, substitutie en levensduurverlenging.23Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 33 576 en 35 309, nr. 202Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13979 Stappen om ketenemissies te reducerenZoals eerder uiteengezet24 heeft het kabinet de ambitie uitgesproken omtoe te werken naar duurzame en circulaire ketens. Het reduceren vanemissies in de waardeketen raakt aan veel verschillende beleids-terreinen.25 Circulair grondstoffen- en materiaalgebruik biedt eenbelangrijke sleutel tot emissiereductie. Op 24 mei jl. is de CorporateSustainability Due Diligence Directive (CSDDD) aangenomen door deRaad, waarmee de procedurele aanname van de richtlijn is voltooid.Twintig dagen na publicatie van de finale tekst treedt de richtlijn formeelin werking. In deze richtlijn wordt voor het eerst gestuurd op ketene-missies van (grote) bedrijven door het verplicht opstellen van eenklimaattransitieplan. Zoals toegelicht in de Kamerbrief over het politiekakkoord op de CSDDD26 dienen (grote) bedrijven daarin aan te geven hoezij hun bedrijfsstrategieën in lijn brengen met het Parijsakkoord endaartoe emissiereductiedoelen stellen. Deze verplichting, die eenEuropees gelijk speelveld creëert, vormt een belangrijke basis voor hetketenemissiebeleid.Daarnaast zijn het afgelopen jaar op verzoek van het kabinet drieonderzoeken uitgevoerd om meer inzicht in de potentie van en mogelijk-heden voor ketenemissiereductie te verkrijgen. Deloitte heeft met eenaantal bedrijven gekeken naar de rapportageverplichtingen en demoeilijkheden hierbij. Op basis daarvan zijn er vier oplossingsrichtingengeïdentificeerd, zoals het gebruik van technologie om emissiedata teverzamelen en het beter op elkaar aan laten sluiten van rapportagestan-daarden en -richtlijnen.27 Het CBS is gevraagd om de broeikasgasvoet-afdruk per bedrijfstak in kaart te brengen, zowel voor de upstream alsdownstream emissies. Hiermee is voor het eerst op nationaal niveau inkaart gebracht waar in de wereld de Nederlandse productie broeikasgase-missies veroorzaakt (onze broeikasgasvoetafdruk), waarin ook dedownstream emissies zijn meegenomen.28 TNO heeft een verkennendeachtergrondanalyse uitgevoerd naar aangrijpingspunten voor hetstimuleren van scope-3 emissiereductieactiviteiten van bedrijven inNederland via beleid.29 De studie van TNO laat onder meer zien datemissiebronnen en handelingsperspectieven tussen sectoren verschillenen het bij de uitwerking van beleid dus verstandig is om rekening tehouden met sectorspecifieke effecten.Op basis van de inzichten uit bovenstaande onderzoeken heb ik MVONederland opdracht gegeven om ons te ondersteunen bij het consulterenvan belanghebbenden rondom ketenemissies. Het doel van dit traject isom verschillende perspectieven te verzamelen en daarmee tot eenbeleidsadvies te komen waarin concrete handelingsperspectieven voorbedrijven en andere organisaties zijn meegewogen. Daarbij wordt metname gekeken naar de sectoren chemie en voedingsmiddelenindustrie. Ikverwacht u na de zomer te kunnen informeren over de uitkomsten.24Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 32 852, nr. 225 en Tweede Kamer, vergaderjaar2022–2023, 32 813 en 32 852, nr. 129225idem26Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Kamerstuk 26 485, nr. 43527https://www2.deloitte.com/nl/nl/pages/sustainability/articles/challenges-and-solutions-scope-3-emissions.html28https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2024/16/upstream-en-downstream-voetafdruk-bedrijfstakken29https://www.tno.nl/nl/newsroom/2024/04/mogelijkheden-scope-3-emissiebeleid/Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139710 Tot slotHet is duidelijk dat er nog veel gedaan moet worden richting 2050. Metbovenstaande maatregelen geeft het kabinet verdere invulling aan deagenda voor een klimaatneutrale en circulaire samenleving.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,M.G.J. HarbersTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139711

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 9285b2dd04407da6

14 okt 2026 · 7e7eabd4f40aa95b

13 okt 2026 · 9bc6c1b6e85c937f

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.