Voortgang Nationaal Kennisprogramma Stikstof 2024
Brontekst
Versie 3bf11f05334ccf79 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202535 334Problematiek rondom stikstof en PFASNr. 354 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 maart 2025Dit kabinet wil ruimte creëren voor ondernemerschap in de agrarischesector. Samen met de ondernemers en medeoverheden werken we toenaar doeltreffende maatregelen die de druk op de natuur verminderen.Om te bepalen waar deze maatregelen het meest doeltreffend zijn en tebesluiten waar ruimte is voor toekomstgericht en verantwoord onder-nemen, is een goede kennisbasis onmisbaar. Hiermee borgen we eentransparante en verantwoorde onderbouwing van het beleid. Naaststikstof zijn ook andere drukfactoren van invloed op de staat van denatuur in Nederland. Het beeld van deze gecombineerde drukfactorengeeft voeding aan het beleid van dit kabinet.Voor het bepalen van de stikstofdruk op de natuur wordt gewerkt met eencombinatie van metingen en berekeningen met modellen. Meten is weten,is hierbij het vaak gehoorde credo, maar met meten alleen weten wehelaas nog niet genoeg. Modellen zijn ook belangrijk: ze kunnen eenlandsdekkend beeld geven (we kunnen niet overal meten) en vooraf deeffecten van maatregelen inschatten.Nederland heeft internationaal toonaangevende meetnetten en modellen,maar het kan nauwkeuriger en transparanter. De afgelopen jaren is veelkritiek geweest op de onzekerheden in modelberekeningen, die een groterol spelen in de vergunningverlening en de onderbouwing van beleid.Hierom werkt het Nationaal Kennisprogramma Stikstof (hierna: NKS) aanhet verbeteren van metingen en de modellen. Over de voortgang is uwKamer laatstelijk geïnformeerd in de Kamerbrief van 23 januari 2024.1 Metdeze brief informeer ik uw Kamer over de voortgang van het NKS in 2024en geef ik opvolging aan de motie van het lid Van Campen (VVD) c.s.waarin de regering werd verzocht tweejaarlijks te rapporteren over de1Kamerstuk 35 334, nr. 288 kst-35334-354ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 3541 voortgang van het NKS.2 Daarnaast wordt u in deze brief geïnformeerdover het afronden van de motie van het lid Hertzberger betreffende deAERIUS Calculator3.Bij deze brief vindt u vier bijlagen:1.Voortgangsrapportage NKS 2024;2.Eindrapport Ammoniak van Zee;3.Advies regionaal meten en berekenen van stikstof (emissie, concen-tratie, en depositie) in de lucht en;4.Whitepaper Het gebruik van satellietmetingen voor het monitorenvan stikstof in Nederland.Tastbare resultaten 2024Het NKS heeft als doel de stikstofmetingen en -berekeningen te verbe-teren. Vanuit vijf inhoudelijke programmalijnen wordt bijgedragen aan ditdoel:1.Verbeteren kwaliteit landelijk meetnet en rekenmodellen2.Onderzoek naar en verbetering van inputdata3.Onderzoek naar vernieuwing landelijk meetnet en rekenmodellen4.Regionale omgevingsmetingen stikstof5.Bedrijfsspecifiek meten van stallenSinds de start van het NKS, als opvolging van de adviezen uit heteindrapport van de commissie Hordijk «meer meten, robuusterberekenen»4, hebben verschillende kennisinstellingen in opdracht vanLVVN intensief samengewerkt onder de paraplu van het NKS. Diesamenwerking heeft ook in 2024 tot tastbare resultaten geleid. In debijlage «Voortgang Nationaal Kennisprogramma Stikstof 2024» vindt uvoor elk van de programmalijnen een overzicht van de belangrijkstebehaalde resultaten en ontwikkelingen in 2024. Enkele in het oogspringende resultaten wil ik graag hieronder alvast uitlichten:Door nauwe samenwerking tussen provincie, betrokken gemeenten enLVVN zijn door de bevoegde gezagen de eerste twee doelvoorschriftver-gunningen verleend. Deze vorm van vergunningverlening is mogelijkdoordat er nu betaalbare en betrouwbare meetapparatuur beschikbaar isen voor bepaalde staltypes wetenschappelijk verantwoorde meetproto-collen zijn uitgewerkt om emissies inzichtelijk te maken. De ondernemerkan met de meetgegevens zelf sturen op welke manier het bedrijf onderde grens van de vergunning blijft;.Ook is het onderzoek Ammoniak van Zee afgerond5 en is de meetcorrectiedaardoor met 20% afgenomen. Dit betekent dat de berekende waardedoor dit onderzoek minder gecorrigeerd hoeft te worden op basis vanmetingen. Dit vraagstuk laat zien hoe belangrijk het is om goed en veel teblijven meten in de praktijk om modelberekeningen te verbeteren.Tegelijkertijd begrijp ik dat voor de kustprovincies een deel van de stikstofdie op hun grondgebied neerdaalt nu onverklaarbaar blijft, of van bronnenkomt waar ze geen invloed op hebben. Een consortium van kennispartijenbinnen het NKS onderzoekt hoe de modelberekeningen de komende jarenverder kunnen worden verbeterd.Een consortium van kennispartijen heeft onderzocht wat de meerwaardeis van het gebruik van satellietmetingen voor het monitoren van stikstof in2Kamerstuk 36 277, nr. 403Kamerstuk 29 665 nr. 5074Meer meten, robuuster rekenen | Rapport | Rijksoverheid.nl5Het rapport is bijgevoegd in de bijlage «Eindrapport Ammoniak van Zee».Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 3542 Nederland. De bevindingen en aanbevelingen zijn gebundeld in de«Whitepaper: Het gebruik van satellietmetingen voor het monitoren vanstikstof in Nederland», die als bijlage is meegezonden. Met dit project iseen eerste invulling gegeven aan de motie van het lid Bromet(GroenLinks-PvdA) c.s. om de mogelijkheden van metingen met satel-lieten toe te passen in aanvulling op de bestaande technieken6;In 2024 is in opdracht van provincies en LVVN een wetenschappelijkadviesrapport opgeleverd voor het invullen van een gezamenlijk onder-zoeksprogramma voor het regionaal meten en berekenen van stikstof inde buitenlucht. Onder andere voor regionale, fijnmazige monitoring vanemissiereductiedoelen. Hiermee is en wordt invulling gegeven aan demotie van het lid Boswijk (CDA) c.s. over stimuleren dat meer provinciesgaan werken met Maatwerk met Meetwerk als onderdeel van de gebieds-gerichte aanpak7 en de motie van het lid Grinwis (CU) c.s. om in kaart tebrengen wat er mogelijk is om het meetinitiatief in de Regio Foodvalleyvoort te zetten8. Momenteel vinden in het kader van laatstgenoemdemotie ook gesprekken plaats over voortzetting van het bedrijvenmeetnetin de Regio FoodValley.Tot slot is AERIUS eind vorig jaar opgenomen in het Nationaal Algoritme-register9 om het gebruik van rekenmodellen beter te verantwoorden.Hiermee is invulling gegeven aan de betreffende motie van het lidHertzberger10.Dit is slechts een aantal voorbeelden van concrete stappen en resultatenwaarmee het NKS bijdraagt aan een transparante en verantwoordelijkeonderbouwing van het beleid. Meer voorbeelden vindt u in de bijlage«Voortgang Nationaal Kennisprogramma Stikstof 2024».Verhogen van de nauwkeurigheid van de metingen en demodellenZoals hierboven en in de bijlage «Voortgang Nationaal KennisprogrammaStikstof 2024» toegelicht, is met het NKS belangrijke voortgang geboekt,maar we zijn er nog niet. Samen met provincies en kennisinstellingen wilik met het NKS de kennisbasis voor het bepalen en monitoren van destikstofdruk meer en meer nauwkeurig en transparant maken. Daarom gaik verder op de ingezette lijn. Bijvoorbeeld door op meer punten te metenen in te zetten op gebruik van innovatieve meetmethoden in aanvulling opde bestaande meetnetten. Hierbij kunt u denken aan het verder verkennenvan het gebruik van satellietmetingen, mobiele metingen en nieuwegeneraties sensoren voor het meten van ammoniak in de buitenlucht.Met deze aanpak geef ik verder invulling aan de motie van het lid VanCampen (VVD) c.s. om de regie te pakken en in het kader van het NKS eenplan van aanpak op te stellen voor een landelijk dekkend meetsysteemvoor emissie en depositie van NH3 en NOx11. Daarnaast wordt op basisvan wetenschappelijke adviezen verder onderzocht hoe modellenversterkt kunnen worden met de aanpak van het modellenensemble.Hiermee wordt ook invulling gegeven aan de motie van de leden Geurts(CDA) en Harbers (VVD) om een modellenensemble te gaan maken van de6Kamerstuk 35 925 XIV, nr. 1417Kamerstuk 33 576, nr. 3108Kamerstuk 36 410 XIV, nr. 759https://algoritmes.overheid.nl/nl/algoritme/aerius-rekeninstrument-voor-de-leefomgeving-rijksinstituut-voor-volksgezondheid-en-milieu/4399373610Kamerstuk 29 665, nr. 507.11Kamerstuk 33 576, nr. 301Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 3543 verschillende modellen12. Het onderzoek naar bedrijfsspecifiek metenwordt ook voortgezet en opgeschaald voor de toepassing van bedrijfsspe-cifieke doelsturing.Ik hecht belang aan een goede combinatie van in de praktijk toepassen enbenutten wat nu al mogelijk is en tegelijkertijd ook investeren in innovatieen lange termijn onderzoek, dat nu eenmaal tijd kost.Ik houd uw Kamer periodiek op de hoogte van de vorderingen endoorontwikkelingen van het NKS. Daarnaast zet ik in op actieve kennis-deling met belanghebbenden, waaronder maatschappelijke organisatiesen decentrale overheden.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. Wiersma12Kamerstuk 35 600, nr. 30Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 3544
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.