Memorie van toelichting
Brontekst
Versie 1b59075cf76bad27 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2016–201734 550 XVIIIVaststelling van de begrotingsstaten van Wonen en Rijksdienst (XVIII) voor het jaar 2017Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING Inhoudsopgave A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGS-WETSVOORSTEL 3 B. BEGROTINGSTOELICHTING 4 1. Leeswijzer 4 2. De beleidsagenda 6 Overzichtstabel belangrijkste beleidsmatige mutaties 13 Overzicht niet-jurdisch verplichte uitgaven 15 Meerjarenplanning Beleidsdoorlichtingen 16 Overzicht van Risicoregelingen 17 3. De beleidsartikelen 19 Artikel 1. Woningmarkt 19 Artikel 2. Woonomgeving en bouw 31 Artikel 3. Kwaliteit Rijksdienst 42 Artikel 6. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid 46 4. Begroting agentschappen 52 4.1 Logius 52 4.2 P-Direkt 59 4.3 Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR) 66 4.4 FMHaaglanden (FMH) 71 4.5 Shared Service Centrum-ICT Haaglanden (SSC-ICT Haaglanden) 76 4.6 Rijksvastgoedbedrijf (RVB) 81 4.7 Dienst van de Huurcommissie (DHC) 90 5. Bijlagen 96 5.1 ZBO’s en RWT’s 96 5.2 Verdiepingsbijlage 97 5.3 Moties en toezeggingen 102 kst-34550-XVIII-2ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 21 5.4 Subsidiebijlage 135 5.5 Evaluatie- en overig onderzoek 138 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 22 A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETS-VOORSTEL Wetsartikel 1De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het aangegeven jaar vast te stellen.Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. Begrotingstoelichting).Wetsartikel 2Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten, en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoe-lichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.Mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 23 B. BEGROTINGSTOELICHTING 1. LEESWIJZER AlgemeenInleidingVoor u ligt de begroting 2017 voor Wonen en Rijksdienst (XVIII).GroeiparagraafTen opzichte van de begroting 2016 zijn hier de belangrijkste wijzigingen opgenomen.• Overzicht niet-juridisch verplichte uitgavenOp verzoek van de Tweede Kamer wordt met ingang van de begroting 2017 inzicht gegeven in de niet-juridische verplichtingen. Het overzicht en de toelichting hierop is te vinden in de tabel «Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven» in de beleidsagenda.• RijksvastgoedbedrijfMet het instellingsbesluit baten-lastenagenschap Rijksvastgoedbedrijf (Stc. 5 februari 2016 nr. 5345) heeft het Rijksvastgoedbedrijf met ingang van 1 januari 2016 de agentschapstatus. Vanaf de 1e suppletoire begroting 2016 zijn de agentschappen Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf (RVOB), de Rijksgebouwendienst (RGD) en de Dienst Vastgoed Defensie (DVD) overgegaan naar het agentschap Rijksvastgoedbedrijf (RVB).De beleidsagendaDe beleidsagenda is een kernachtig overzicht van de hoofdlijnen van het beleid.Motie SchouwIn juni 2011 is de motie Schouw ingediend en aangenomen. Deze motie zorgt er voor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Europese Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma’s een eigen-standige plaats krijgen in de departementale begrotingen.De beleidsagenda wordt afgesloten met de volgende overzichten:–Overzichtstabel belangrijkste beleidsmatige mutatiesIn de beleidsagenda is een overzichtstabel opgenomen met de belangrijkste beleidsmatige mutaties.–Overzicht niet-juridisch verplichte uitgavenIn dit overzicht worden de niet-juridische verplichtingen opgenomen. Zie ook de toelichting hierboven bij de groeiparagraaf.–Meerjarenplanning BeleidsdoorlichtingenIn de tabel de meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen is per artikel voor de periode 2014–2021 opgenomen wanneer een beleidsdoorlich-ting is gerealiseerd of gepland. De aanvullende informatie wordt opgenomen in bijlage 5.5 «Evaluatie- en overig onderzoek».–Overzicht van RisicoregelingenIn de beleidsagenda is een tabel «Garanties en Achterborgstellingen» opgenomen. Het betreft de hypotheekgarantie het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW)Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 24 De BeleidsartikelenDe begroting Wonen en Rijksdienst (XVIII) is opgebouwd uit de volgende 4 beleidsartikelen:Woningmarkt, Woonomgeving en bouw, Kwaliteit Rijksdienst en Uitvoering Rijksvastgoedbeleid.Dit begrotingshoofdstuk is een programma-begroting en heeft geen apart centraal apparaatsartikel. De apparaatsuitgaven zijn opgenomen bij de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).Begroting agentschappenDe begroting voor Wonen en Rijksdienst kent zeven baten-lastenagentschappen, te weten Logius, P-Direkt, Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR), FMHaaglanden (FMH), Shared Service Centrum-ICT Haaglanden (SSC-ICT), Rijksvastgoedbedrijf (RVB), en de Dienst van de Huurcommissie (DHC).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 25 2. BELEIDSAGENDA InleidingHet herstel op de woningmarkt zet onverminderd voort, een herstel dat zich nu ook over het hele land voordoet. De woningverkopen liggen alweer op het niveau van vóór de crisis en het vertrouwen van huiseige-naren en kopers groeit. Ook op de huurmarkt is de beweging ingezet naar een beter werkende markt, door een betere rolverdeling tussen corpo-raties en marktpartijen, aanpassing van de huurprijsregulering en betere woningtoewijzing.De doorstroming op de huurmarkt (het «scheefwonen») en het aanbod aan vrije sector middensegmenthuurwoningen hebben in 2017 de bijzondere aandacht. Het kabinet heeft de juiste voorwaarden gecreëerd voor gemeenten, corporaties, particuliere investeerders en bouwers om hun rol te vervullen bij deze opgaven. Dat is onder meer gebeurd met het wetsvoorstel «doorstroming huurmarkt»: de introductie van de huursom-benadering verkleint geleidelijk de verschillen tussen nieuwe en oude huurcontracten, de verruiming van tijdelijke huurcontracten zal tot extra aanbod leiden. Het is van belang dat deze ingezette maatregelen consequent worden geïmplementeerd en dat er lokaal goed invulling aan wordt gegeven.De doelstellingen voor de Rijksdienst zijn een goede dienstverlening voor burgers, bedrijven en instellingen, een grotere slagvaardigheid en een vermindering van de kosten voor personeel en materieel van de Rijks-dienst. Dat gebeurt onder meer door de bedrijfsvoering efficiënter te maken.Om een goede werkgever te blijven, wordt mobiliteit gestimuleerd onder de werknemers.WonenWoningmarktDe laatste jaren is een groot aantal hervormingsmaatregelen genomen, waarmee op verschillende terreinen van de woningmarkt is ingegrepen. Deze betreffen onder meer de Wet maatregelen woningmarkt (met daarin de beperking van de hypotheekrenteaftrek en de invoering van de verhuurderheffing) de Wet inkomensafhankelijke huurverhoging, de Huisvestingswet 2014, de nieuwe Woningwet, de Wet doorstroming huurmarkt 2015 en diverse wijzigingen van het Besluit huurprijzen woonruimte (waarmee het woningwaarderingsstelsel voor huurwoningen is aangepast). Met deze maatregelen zijn taken en rollen van de betrokken partijen helderder geformuleerd, marktverstorende invloeden en risico’s voor huishoudens en banken verminderd en is meer ruimte gemaakt voor flexibiliteit. Met deze maatregelen is tevens duidelijkheid gecreëerd voor potentiële investeerders. In 2017 zullen de effecten van deze maatregelen verder zichtbaar worden.Als onderdeel van het koopkrachtpakket, om tot een evenwichtig koopkrachtbeeld te komen, worden de uitgaven voor de huurtoeslag vanaf 2017 structureel met € 150 miljoen verhoogd. Vanaf 2017 wordt de opslag op de normhuur (nu € 27,44), die leidt tot de basishuur, met € 10,50 per maand verlaagd. Hierdoor ontvangen huurtoeslagontvangers maandelijks meer huurtoeslag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 26 KoopmarktHet herstel op de koopmarkt zet gestaag door. Het aantal huishoudens met een restschuld is verder afgenomen van 36% van de huishoudens in 2013 naar 25% eind 2015.1 Ook hebben huishoudens met een restschuld gemiddeld een lagere onderwaarde. De recente positieve huizenprijsont-wikkeling is de voornaamste oorzaak van deze trend.In 2017 wordt de maximale loan-to-value (LTV) van woninghypotheken verder afgebouwd tot 101%, met als einddoel 100% in 2018. Deze maximale LTV geldt niet voor huishoudens met een restschuld die wordt meegefinancierd. Ook het maximale tarief van de hypotheekrenteaftrek wordt met een half procentpunt verder beperkt tot 50%. Verder wordt vanaf 2017 de kostengrens van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) gekoppeld aan de gemiddelde woningwaarde, zoals het geval was vóór de tijdelijke verhoging in 2009. Tot slot wordt vanaf 1 januari 2017, met het oog op het verminderen van schulden, de maximale schenkingsvrijstelling voor de eigen woning weer verhoogd naar € 100.000. De ontvanger van de schenking dient tussen de 18 en 40 jaar oud te zijn.Landen aanbevelingen Europese Commissie Woningmarkt over de hypotheekrenteaftrekDe Europese Commissie heeft aan Nederland de aanbeveling gedaan om de hypotheekrenteaftrek af te bouwen. Naast de bovenvermelde reeds aangekondigde maatregelen op de koopmarkt vanaf 2017, moeten nieuwe hypotheken al sinds 2013 (ten minste) annuïtair worden afgelost om in aanmerking te komen voor hypotheekrenteaftrek. Hiermee worden hoge schulden en daaraan gekoppelde risico’s voor huishoudens en banken op evenwichtige wijze beperkt. Tegen de achtergrond van het ingezette beleid en met oog op rust op de woningmarkt acht het kabinet verdere maatre-gelen niet wenselijk.HuurmarktPer 1 januari 2017 geldt voor woningcorporaties op grond van de Wet doorstroming huurmarkt een beperking van de stijging van de huursom per corporatie tot inflatie +1%. In de berekening van de huursomstijging wordt vanaf dan ook de huurstijging bij vrijkomende woningen, de huurharmonisatie, betrokken. Daarmee wordt het verschil in huurver-hoging tussen bestaande en nieuwe huurovereenkomsten naar verwachting kleiner, hetgeen de doorstroming bevordert.Bij het jaarlijkse maximale huurverhogingspercentage, dat met ingang van 1 juli 2017 zal worden vastgesteld op inflatie +2,5%, ontstaat ruimte om op lokaal niveau door middel van een staffel een betere relatie te leggen met de afstand tussen feitelijke en maximale huur, waardoor de huurverhoging afhankelijk wordt van de prijs/kwaliteitsverhouding van de woning. Door middel van een periodieke inkomenstoets wordt de huidige inkomensafhankelijke huurverhoging doorgezet.Ondermeer als gevolg van de aanscherping van de leennormen voor koopwoningen en de toewijzingsnormen voor woningen van toegelaten instellingen is de vraag naar huurwoningen in het middensegment van de huurmarkt (700–900 euro) toegenomen.1Deze cijfers zijn berekend door de directie Financiële Stabiliteit van DNB op basis van loan level data.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 27 Met ingang van 2016 wordt de liberalisatiegrens voor drie jaar bevroren wat leidt tot een aantrekkelijker investeringsklimaat in het middensegment van de huurmarkt. Door aanpassing van het woningwaarderingsstelsel wil het kabinet het vanaf 2017 aantrekkelijker maken om kleine nieuwbouw-woningen te realiseren in twee gebieden met grote schaarste: de COROP-gebieden Groot-Amsterdam en Utrecht.In 2016 is een evaluatie van de verhuurderheffing aan de Kamer gezonden. Naar aanleiding daarvan wordt in 2017 een aantal maatregelen genomen, zoals verruiming van de voorwaarden voor heffingsvermin-dering in de verhuurderheffing, introductie van een heffingsvermindering voor de bouw van goedkope huurwoningen, verhoging van de heffings-vrije voet van 10 naar 25 woningen en introductie van een vrijstelling van de verhuurderheffing voor aangekochte woningen in krimpgebieden in complexen waar de verhuurder al bezit heeft. Hiermee blijft de verhuur-derheffing de beoogde bijdrage aan de overheidsfinanciën leveren, terwijl voor noodzakelijke investeringen, met name in de goedkope woning-voorraad, meer financiële ruimte wordt gecreëerd.In juli is de Tweede Kamer geïnformeerd over de financiering van geschillenbeslechting in de huursector.2 Voorgesteld wordt verhuurders bij te laten dragen aan de bekostiging van de Huurcommissie om de financieringsstructuur van de Huurcommissie meer in lijn te brengen met de bekostiging van geschillenbeslechting in andere sectoren en meer toekomstbestendig te maken. Beoogd wordt om de wetswijziging in 2017 in werking te laten treden.Implementatie van de woningwetDe nieuwe Woningwet is op 1 juli 2015 in werking getreden. Dat betekent dat de jaren 2016 en 2017 in het teken staan van de implementatie van diverse wetsonderwerpen. Corporaties dienen zich weer te richten op hun kerntaak en worden wettelijk verplicht hun diensten van algemeen economisch belang (DAEB) te scheiden van hun niet-DAEB-activiteiten. Dit krijgt in 2017 verder beslag met het indienen van het scheidingsplan en het hiertoe voorbereiden van de DAEB-scheiding per 1 januari 2018. Zo wordt gezorgd dat maatschappelijk bestemd vermogen daadwerkelijk wordt ingezet voor de maatschappelijke taken die aan woningcorporaties zijn opgedragen. De Autoriteit woningcorporaties (Aw) gaat de voorstellen voor de splitsing van corporaties in 2017 beoordelen.Daarnaast informeert de minister eind 2017, conform eerdere toezegging, de Kamer over de ervaringen met het uitvoeren van de beoordelingen van geschiktheid en betrouwbaarheid van (kandidaat-)bestuurders en commissarissen van woningcorporaties.Langer zelfstandig wonenHet Rijk ondersteunt op verschillende manieren lokale en regionale partijen om mensen met een behoefte aan zorg en ondersteuning zo lang mogelijk zelfstandig thuis te kunnen laten wonen, zoals is beschreven in de reactie op de eindrapportage van het aanjaagteam Langer Zelfstandig Wonen3. Dit gebeurt bijvoorbeeld via het Kennis- en Expertimentenpro-gramma Langer Thuis, dat is verlengd tot en met 2017. Het gaat niet alleen om ouderen, maar ook om (voormalig) GGZ-cliënten en mensen met een verstandelijke en lichamelijke beperking.2Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, Kamerstuk 32 847, nr 2583Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, Kamerstuk 32 847, nr. 228Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 28 Huisvesting vergunninghoudersDe verhoogde instroom van asielzoekers verhoogt de druk op de sociale huurvoorraad. Met een tijdelijke subsidieregeling wordt onder meer een versnelde realisatie van extra huisvestingscapaciteit gestimuleerd en verdringing ten opzichte van reguliere woningzoekenden beperkt. Een aanpassing van de Huisvestingswet is voorzien voor het vervallen van de automatische urgentiestatus voor vergunninghouders. Dit biedt gemeenten de ruimte om de taakstelling van het huisvesten van vergun-ninghouders vorm te geven op een manier die recht doet aan de lokale (woningmarkt)situatie.BouwenBouwproductie, kwaliteit en regelgevingHet blijft onverminderd van belang de woningproductie en de doorstroming op de woningmarkt op peil te houden. Als gevolg van de toename van het aantal huishoudens zijn tot 2040 naar schatting nog circa 1 miljoen woningen nodig. Deze opgave moet voor het overgrote deel worden gerealiseerd in de Noord- en Zuidvleugel van de Randstad, maar ook buiten de Randstad blijft in een aantal stedelijke regio’s behoefte aan extra woningen. In de Noord- en Zuidvleugel zijn de verstedelijkingsaf-spraken, vanwege de omvang en complexiteit van de opgave, onderdeel van de integrale aanpak voor deze gebieden. Het Rijk en de decentrale overheden delen hiervoor de verantwoordelijkheid en geven daar uitdrukking aan door het voeren van bestuurlijk overleg in het kader van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT).In 2017 wordt verder gewerkt aan het integreren van de bouwparagraaf van de Woningwet inclusief het Bouwbesluit in de Omgevingswet. Hiermee worden de wettelijke kaders voor ruimtelijke plannen vereen-voudigd.De toevoeging van woningen aan de voorraad vindt plaats door nieuwbouw, maar ook steeds meer door middel van transformatie van gebouwen en gebieden. Om mogelijke belemmeringen in de woningpro-ductie en transformatie zoveel mogelijk weg te nemen, worden drie expertteams ingezet. Deze teams zorgen ook voor landelijke kennisver-spreiding. Ook de kwaliteit van de bestaande particuliere voorraad vraagt aandacht, vooral waar het complexen aangaat. Met aanpassingen in wet- en regelgeving wordt de positie van Verenigingen van Eigenaren versterkt, zodat zij meer kunnen investeren in onderhoud en renovatie.Wet kwaliteitsborging voor het bouwenHet huidige systeem van kwaliteitsborging van bouwwerken is aan vernieuwing toe. De complexiteit in de bouw is toegenomen en de verdeling van verantwoordelijkheden behoeft verheldering. Met het Wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen wordt een stelsel geïntroduceerd dat de positie van de consumenten versterkt. Binnen het stelsel krijgen private instrumenten (certificerings- en erkenningsrege-lingen en beoordelingenrichtlijnen) voor kwaliteitsborging tijdens de bouw en bij oplevering een rol, waarmee de gemeentelijke preventieve toets van een bouwplan vervalt. In 2017 wordt een toelatingsorganisatie opgericht voor beoordeling en toelating van deze instrumenten. Dit wordt in de onderliggende regelgeving uitgewerkt, zodat het nieuwe stelsel vanaf 2018 stapsgewijs kan worden ingevoerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 29 Uitvoering EnergieakkoordIn 2017 worden de activiteiten uit het Energieakkoord voortgezet. In het kader van dit akkoord is in 2015 een vernieuwd energielabel voor woningen ingevoerd. Naar verwachting zal de Europese Commissie in 2017 een herziene richtlijn energieprestatie van gebouwen vaststellen. Hiermee rekening houdend wordt in 2017 het systeem voor verkrijging van een definitief energielabel voor woningen verder verbeterd en aangepast aan actuele ontwikkelingen. Het systeem wordt voortgaand gemonitord, waarbij de effecten van handhaving worden betrokken. De effecten en betrouwbaarheid van het energielabel worden onderzocht, mede naar aanleiding van aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer4. Verder wordt de landelijke activerende voorlichtingscampagne voortgezet om energiebesparing in de koopsector te bevorderen.Aanpak funderingsproblematiekPer 1 januari 2017 is de inwerkingtreding van het Fonds duurzaam funderingsherstel beoogd. Dit fonds gaat leningen verstrekken voor het herstel van funderingen dat binnen vijf jaar dringend noodzakelijk is. Uit het fonds zullen met name leningen worden verstrekt aan particuliere huiseigenaren die niet in aanmerking komen voor een nieuwe hypothe-caire lening wegens een te laag inkomen en/of een hypotheek boven de woningwaarde. Inzet van middelen uit dit fonds kan op deze wijze dienstig zijn aan bloksgewijs herstel van funderingen. Het herstel wordt gecombi-neerd met verduurzaming van de woning door middel van vloer- of bodemisolatie tot ten minste het voorgeschreven niveau op grond van het Bouwbesluit. Een eenmalige bijdrage van het Rijk in het fonds dient als eigen vermogen en vormt de basis om financiële middelen aan te trekken.Subsidie energiebesparende maatregelen bestaande koopwoningenIn 2017 wordt uitvoering gegeven aan de subsidieregeling voor energie-besparende maatregelen in bestaande koopwoningen. Voor deze regeling zet het kabinet 70 miljoen euro (inclusief voorlichtingscampagne en uitvoeringskosten) in uit het budget van totaal 100 miljoen euro dat in het kader van het Belastingplan 2016 beschikbaar is gesteld om energiebe-sparing in de koopsector te versnellen. Van dit budget wordt 20 miljoen euro gebruikt voor de uitvoering van innovatieve voorstellen van bedrijven, gemeenten en andere partijen om woningeigenaren te stimuleren tot energiebesparing. En 10 miljoen euro wordt ingezet voor rentesubsidie en betere marketing van leningen uit het Nationaal Energiebespaarfonds voor eigenaren-bewoners en Verenigingen van Eigenaren. Met deze inzet zal in 2017 naar verwachting meer gebruik worden gemaakt van het fonds.KrimpagendaVoor het programma bevolkingsdaling staat de uitvoeringsfase van het actieplan Bevolkingsdaling centraal. In het voorjaar van 2017 wordt de voortgangsrapportage bevolkingsdaling aan de Tweede Kamer geleverd.RijksdienstHervormingen RijksdienstDe doelstellingen voor de Rijksdienst zijn een goede dienstverlening voor burgers, bedrijven en instellingen, een grotere slagvaardigheid en een vermindering van de kosten voor personeel en materieel van de Rijks-4Algemene Rekenkamer – Energielabel voor koopwoningen – Rapport behorend bij verantwoor-dingsonderzoek naar begrotingshoofdstuk XVIII – gepubliceerd op: 18 mei 2016.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 210 dienst. Lopende programma’s en projecten, onder meer gericht op digitalisering en rijksbrede aansturing en financiering van de bedrijfs-voering worden in 2017 voortgezet.Commissie EliasOver de voortgang van de uitvoering van de maatregelen van het kabinet in reactie op het rapport van de Tijdelijke Commissie ICT wordt de Tweede Kamer tweejaarlijks geïnformeerd middels een voortgangsrapportage.ArbeidsbeperktenHet Rijk investeert in een duurzaam arbeidsperspectief voor mensen met een arbeidsbeperking. Voor deze groep werknemers worden extra banen gecreëerd. Er zijn verschillende aanpakken ontwikkeld om de opgave voor het Rijk te realiseren, zoals jobcarving (opknippen van functies in passende werkpakketten) op basis van instroom en inleen, inrichten van een Shared Service Participatie-Organisatie met een collectieve instroom die de leidinggevende ontzorgt en het realiseren van banen via de inkoop van diensten.TraineesNaast de bestaande traineeprogramma’s is in 2016 het Rijks ICT-Traineeprogramma (HBO-WO) gestart. Dit is één van de maatregelen van het Kabinet naar aanleiding van het rapport van de Commissie Elias. Het Rijks ICT-Traineeprogramma is een tweejarig traineeprogramma voor startende ICT professionals waarbij beoogd wordt een «eigen kweek» van ICT-professionals te realiseren. Daarnaast levert het programma een bijdrage aan het terugdringen van externe inhuur en wordt de arbeids-marktpositie van het Rijk als ICT werkgever versterkt. In september 2016 is gestart met de eerste jaarlijkse tranche van minimaal 30 trainees. Dit wordt in 2017 voortgezet met het oog op een pool van 120 ICT-professionals in 4 jaar.Vrouwen op topfunctiesEr is blijvend aandacht voor een meer diverse samenstelling van het rijksoverheidspersoneel. Het aandeel vrouwen dat een topfunctie vervult in de rijksoverheid is inmiddels meer dan 30%. Hiermee heeft het Rijk al in 2015 het streefcijfer voor 2017 gehaald. Doelstelling is om dit de komende jaren op zijn minst vast te houden onder meer via een gerichte aanpak per departement. Om de instroom van vrouwen in topfuncties te vergroten, wordt verder zicht gehouden op talent en managementpotentieel in de Rijksdienst.Strategisch Personeelsbeleid RijkIn een gezamenlijk traject tussen werkgevers en vakbonden wordt een Strategisch Personeelsbeleid-Agenda Rijk 2025 (SPAR) opgesteld. De agenda beoogt afspraken te vernieuwen waardoor deze toekomstbe-stendig zijn en beter passen bij professionele medewerkers in een wendbare en kwalitatief hoogwaardige Rijksoverheid.RijksinkoopHet Rijk werkt sinds een aantal jaren aan de stimulering van recycling en hergebruik in de eigen bedrijfsvoering. Pilots met circulaire bedrijfs-voering worden door het Rijk opgepakt in de categorieën meubilair, vertrouwelijk papier, bedrijfskleding, ICT hardware, afvalcatering en gebouwen. De Rijksbedrijfsvoering werkt op deze manier actief mee aan de ontwikkeling van circulaire modellen. De pilots tonen aan dat het mogelijk is om verspilling tegen te gaan en kosten te besparen. Voor een Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 211 rijksbreed programma van recycling en hergebruik wordt ingezet op een programmatische aanpak voor circulariteit in de rijksbedrijfsvoering.RijksvastgoedIn de vastgoedportefeuillestrategie van het Rijksvastgoedbedrijf zijn de vijf pijlers benoemd die meerjarig leidend zijn voor het handelen van het Rijksvastgoedbedrijf: toekomstbestendige vastgoedportefeuille, technische kwaliteit van vastgoed, veiligheid, maatschappelijk rendement en duurzaamheid. Binnen deze meerjarige strategie zal in 2017 de focus liggen op de volgende drie speerpunten:Realisatie van de masterplannen kantoorhuisvestingIn 2016 zijn de geactualiseerde masterplannen in uitvoering. Van de panden die in de voorraad blijven is vastgelegd welke gebruikers hier gehuisvest zijn/worden en welke planning voorzien is voor verhuizing of inhuizing. Dat betekent dat projectmatig wordt gewerkt aan de locaties en de panden die in de masterplannen vastgesteld zijn. De projecten betreffen aanpassing van panden aan de functionele normen volgens de Fysieke Werkplek Rijk (FWR) en de beveiligingsnormen volgens het Normenkader Beveiliging Rijkskantoren (NKBR) en zo nodig aanpassing aan speciale eisen voor nieuwe gebruikers. Naast het voorzien in goede toekomstbestendige huisvesting dient de realisatie van de masterplannen ook te leiden tot een besparing op de kantoorhuisvestingskosten. De efficiency van de kantoorruimte neemt o.a. toe door een hogere werkplek-bezetting. Daarnaast blijft de afstootopgave van overtollig rijksvastgoed ook in 2017 groot. Het totaal aantal vierkante meters kantoorruimte daalt in de periode tot en met 2020 naar de huidige inzichten met ongeveer 30 procent.Uitvoering geven aan het Defensie-beheerprogrammaHet Rijksvastgoedbedrijf heeft met het Ministerie van Defensie afspraken gemaakt over de jaarlijkse dienstverlening. Dit betreft de advisering over strategisch vastgoedbeheer en het technisch en juridisch beheer van het vastgoed voor Defensie. Dit omvat het uitvoeren van het nieuwbouwpro-gramma, het onderhoudsprogramma van Defensie en de kleine voorzie-ningen (commandantenvoorzieningen). De nadruk ligt op het beheerpro-gramma en is gericht op het garanderen van veilig en gebruiksgereed vastgoed.Implementatie van de fusieMet de agentschapsvorming van het Rijksvastgoedbedrijf in januari 2016 is de fusie van Rijksgebouwendienst, Dienst Vastgoed Defensie en Rijksvastgoed- en Ontwikkelingsbedrijf gerealiseerd. Vanaf de fusie is ook echt een start gemaakt met de vormgeving van het nieuwe bedrijf. De doelmatigheidsbaten op gebied van ICT, huisvesting en overhead zijn verwerkt in de tarieven. In 2017 wordt een volgende stap gezet in de verdere integratie van processen en systemen. Eén van de baten van de fusie is dat de kennis van de staande organisaties wordt gebundeld. Bijvoorbeeld op het gebied van de inkoop waardoor de markt beter kan worden benut, maar ook het uitwisselen en bundelen van kennis over projectmatig werken, waardoor projecten beter in tijd en kwaliteit en tegen een gunstiger kostenniveau worden gerealiseerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 212 Overzichtstabel belangrijkste beleidsmatige mutatiesOpbouw uitgaven (x € 1.000) art. nr. 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 3.760.382 3.630.306 4.009.708 4.208.649 4.201.628 0 Mutaties 1e suppletoire begroting 468.817 508.281 413.410 336.388 327.417 239.234 Nieuwe mutaties: 18.425 173.567 163.005 134.422 131.754 4.612.066 a. Huurtoeslag 1 150.000 150.000 150.000 150.000 150.000 b. Energiebesparing eigenaar bewoners 2 en 3 11.100 35.000 18.800 Overige mutaties 7.325 – 11.433 – 5.795 – 15.578 – 18.246 4.462.066 Stand ontwerpbegroting 2017 4.247.624 4.312.154 4.586.123 4.679.459 4.660.799 4.851.300Opbouw ontvangsten (x € 1.000) art. nr. 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 629.088 584.192 563.101 555.174 549.847 0 Mutaties 1e suppletoire begroting 166.574 234 10.193 11.197 4.185 2.185 Nieuwe mutaties: 53.243 – 20.601 – 9.469 11.404 39.843 545.490 c. Achtervangvergoeding NHG 1 26.932 Overige mutaties 26.311 – 20.601 – 9.469 11.404 39.843 545.490 Stand ontwerpbegroting 2017 848.905 563.825 563.825 577.775 593.875 547.675Toelichtinga. HuurtoeslagVoor 2016 en later worden meerjarig tekorten geraamd. Deze vloeien voort uit de effecten van het hogere aantal aanvragers (o.a. gehuisveste vergunninghouders), lager niet-gebruik, meerjarige doorwerking van het tekort 2015 en hogere uitgaven huurtoeslag als gevolg van de verhoging van de vermogensvrijstelling in box 3. Daarnaast is in de begroting 2016 de toenmalige problematiek in de huurtoeslag niet structureel gedekt. Voor deze meerjarige tekorten is door het kabinet dekking buiten de huurtoeslag gevonden.De uitgaven voor de huurtoeslag worden vanaf 2017 tevens structureel met € 150 miljoen verhoogd als onderdeel van het koopkrachtpakket van het kabinet, gericht op een evenwichtig koopkrachtbeeld. Vanaf 2017 wordt daartoe de opslag op de normhuur, die leidt tot de basishuur met € 10,50 per maand verlaagd. Hierdoor ontvangen huurtoeslagontvangers maandelijks meer huurtoeslag.b. Energiebesparing eigenaars bewonersIn het kader van het Belastingplan 2016 heeft het kabinet € 100 mln. vrijgemaakt voor onder andere een subsidieregeling om huiseigenaren (eigenaar-bewoners) te stimuleren energiebesparende maatregelen te nemen. Hiervan is in 2016 € 40 mln. toegevoegd aan de begroting van WenR in het Voorjaar. De regeling is nu verder uitgewerkt. De resterende middelen (€ 60 mln.) zijn vanuit de aanvullende post aan de begroting van W&R in de jaren 2016 tot 2018 toegevoegd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 213 c. Achtervangvergoeding NHGVoor de (tertiaire) achterborgstelling Nationale Hypotheekgarantie (NHG) ontvangt het Rijk jaarlijks een risicovergoeding van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Conform het jaarverslag 2015 van het WEW bedraagt de risicovergoeding over 2015 € 26,9 mln. De (jaarlijkse) risicovergoeding wordt – na afloop van het boekjaar – gestort in de begrotingsreserve NHG.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 214 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgavenOverzicht niet-juridisch verplichte uitgaven en bestemming (bijdragen x € 1.000) Art.nr Naam artikel (€ tot. Uitg. art.) Juridisch verplichte uitgaven Niet-Juridisch verplichte uitgaven Bestemming van de niet-juridisch verplichte uitgaven 2 Woonomgeving en bouw (60.710) 58.518 (96%) 2.192 (4%) • Activiteiten voor duurzame groei (o.a. verwezenlijking bijna-energieneutrale nieuwbouw vanaf 2020) (€ 136) • Uitgaven voor NEN (Neder-lands Normalisatie-instituut), de Helpdesk bouwregelgeving en de Adviescommissie toepassing en gelijkwaar-digheid bouwvoorschriften financieel (€ 875) • Vermindering van lokale regeldruk (hulp bij een nieuwe aanpak van gebiedsontwik-keling) en het vlottrekken van vastzittende woningbouwpro-jecten (€ 623) • Aanpak overlast en programma bevolkingsdaling (€ 558) 3 Kwaliteit Rijksdienst (18.234) 11.509 (63%) 6.725 (37%) • Kandidatenprogramma opleidingen, DG-abelen en ABD doelgroep opleidingen, informatiesysteem doelgroepen, professionali-sering MD-Rijk en kosten professionalisering interim-managers (€ 1.722) • Programma-uitgaven Ambtenaar & Organisatie (€ 2.000) • Programma-uitgaven Inkoop- Facilitair- en Huisvestings-beleid Rijk (€ 1.000) • Programma-uitgaven CIO Rijk (€ 900) • Programma Vernieuwing Rijnstraat (€ 400) • Overige programma-uitgaven (€ 703) 6 Uitvoering Rijksvastgoedbeleid (127.676) 118.478 (93%) 9.198 (7%) • Onderhoud aan monumenten met een erfgoedfunctie (en zonder huisvestingsfunctie) (€ 2.614) • Bijgedragen aan het apparaat van het Rijksvastgoedbedrijf (o.a. Atelier Rijksbouwmeester) (€ 3.051) • Meebekostiging van de plan en beheerkosten van aan het voormalig RVOB-over-gedragen vastgoed (€ 3.533) Totaal aan niet verplichte uitgaven 18.115 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 215 Meerjarenplanning Beleidsdoorlichtingen (realisatie) (planning) Artikel Naam artikel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 Geheel artikel-onder-deel? 1 Woningmarkt 1.1 Betaalbaarheid U U Nee1 1.2 Onderzoek en kennisoverdracht U Nee2 2 Woonomgeving en bouw 2.1 Energie en bouwkwaliteit U U Ja3 2.2 Woningbouw U U Ja4 2.3 Kwaliteit woonomgeving U Ja 2.4 Revolverend Fonds Energiebe-sparing Verhuurders U Ja 3 Kwaliteit Rijksdienst U U Nee5 6 Uitvoering Rijksvastgoedbeleid 6.1 Doelmatige uitvoeringspraktijk van de Rijkshuisvesting U Ja 6.2 Bijdrage materieel activa U Nee61 De beleidsdoorlichting in 2015 richtte zich grotendeels op de huurtoeslag (zie ook Kamerstukken II, 2014–2015, 34 120, nr. 3). Daarnaast is er aandacht voor de doorwerking van onder andere het huurbeleid en de huurprijsregelgeving op de huurlasten en de hypotheekrenteaftrek op de kooplasten. De aflopende BEW+ regeling is in 2011 reeds uitputtend geëvalueerd. De verhuurderheffing is in 2016 afzonderlijk geëvalueerd. De beleidsdoorlichting heeft als input gediend voor het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) «Sociale Huur» uit 2016.2 De uitgaven voor onderzoek en kennisoverdracht op artikelonderdeel 1.2 zijn niet specifiek gericht op een bepaald beleidsdossier maar hebben betrekking op zowel beleidsartikel 1 als beleidsartikel 2. Waar van toepassing worden de uitkomsten van de onderzoeken bekostigd via dit artikelon-derdeel, betrokken bij de evaluaties en beleidsdoorlichtingen op een specifiek dossier.3 De volgende beleidsdoorlichting van het onderdeel Bouwkwaliteit is voorzien in 2020, zodat de Invoering wet Kwaliteitsborging (voorzien in 2017) en de invoering van het nieuwe Bouwbesluit (voorzien in 2018) hierin kunnen worden meegenomen. De beleidsdoorlichting van het onderdeel Energiebesparing is gepland in 2021, na het Energieakkoord (doelen 2020) en de EED-richtlijn (uitvoering gereed 2020). Er is sprake van een integrale beleidsdoorlichting door de evaluaties van 2020 en 2021 als totaal te bezien.4 De uitgaven op dit artikelonderdeel betreffen met name het instrument «Bijdrage aan BLA». Deze uitgaven worden indien van toepassing betrokken bij de evaluaties en beleidsdoorlichtingen van een specifiek beleidsdossier.5 Voor dit artikel wordt in 2019 een beleidsdoorlichting uitgevoerd. Hierbij worden de subsidies Fysieke Werkomgeving Rijk en het A&O-fonds betrokken. Verder zal ingegaan worden op de budgetten op deze begroting voor de aspecten Bedrijfsvoering Rijk en Arbeidsmarkt Communicatie. Omdat het Bureau ICT Toetsing (BIT) pas sinds 2016 operationeel is, wordt deze pas in 2020 voor het eerst doorgelicht. In 2018 staat voor het BIT een tussenevaluatie gepland die wordt meegenomen in de beleidsdoorlichting in 2019.6 De instrumenten op dit artikel hebben betrekking op de ondersteuning voor rijkshuisvesting en het onroerend goed van en voor het Rijk. Voor de zakelijke lasten en de «moederbijdrage» geldt dat zij geen beleidsmatige doelstellingen kennen en zich daarom niet lenen voor een doorlichting in de zin van doelmatigheid en doeltreffendheid. Het Kader Overname Rijksvastgoed (KORV) bij verkoop is geïntroduceerd in (medio) 2014 en zal daarom in 2019 worden doorgelicht.Voor een overzicht van de gerealiseerde beleidsdoorlichtingen en evaluaties wordt verwezen naar de meest recente jaarverslagen en/of de site van het Ministerie van Financiën: http://www.rijksbegroting.nl/beleidsevaluaties.Voor de meerjaren planning van de beleidsdoorlichtingen en evaluaties wordt verwezen naar de bijlage bij deze begroting: «Evaluatie- en overig onderzoek». Voor de gerealiseerde beleidsdoorlichtingen en overige evaluaties zijn hyperlinks opgenomen die meteen verwijzen naar de betreffende documenten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 216 Overzicht van RisicoregelingenAchterborgstelling: Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) Kengetallen (x €mln.) Ultimo 2015 Ultimo 2016 Ultimo 2017 Achterborgstelling 83.800 84.200 83.500 Bufferkapitaal 516 529,3 541,3 Obligo deelnemers 3.168 3.185 3.158 Stand begrotingsreserve n.v.t. n.v.t. n.v.t.Bron: Jaarverslag 2015 WSWToelichtingVersterking risicobeheersingHet WSW staat borg voor de leningen die deelnemende woningcorpo-raties aantrekken voor de bouw van sociale huurwoningen. Het WSW zorgt er op die manier voor dat deelnemende woningcorporaties toegang hebben tot de kapitaalmarkt tegen zo optimaal mogelijke financierings-kosten. De borgstelling is ingebed in een zekerheidsstructuur waarbij verliezen in eerste instantie opgevangen worden door de sector zelf (sanering, obligo of eigen risicovermogen van het WSW). Indien deze zekerheden niet toereikend zijn, dan kan het WSW aanspraak doen op het Rijk en de gemeenten – als achterborg – voor renteloze leningen (ieder voor 50%). Deze situatie heeft zich nog nooit voorgedaan en wordt op basis van de huidige prognose ook niet verwacht. Het WSW stuurt op een zekerheidsniveau van 99%. Dit betekent dat het WSW in een bepaald jaar met 99% zekerheid geen beroep hoeft te doen op de achtervang. Het WSW betaalt geen achtervangvergoeding aan het Rijk en gemeenten. Uit de prognoses volgt dat de achterborgstelling, het bufferkapitaal en het obligo de komende jaren ongeveer op hetzelfde niveau blijven.Sinds 1 juli 2016 houdt de Autoriteit woningcorporaties toezicht op het WSW. Daarnaast is met de nieuwe Woningwet per 1 juli 2015 geregeld dat corporaties minder financiële risico’s (kunnen) lopen in hun werkzaam-heden en ook het toezicht hierop is versterkt. Ook zijn in 2015 en 2016 maatregelen aangekondigd ter versterking van de risicobeheersing en prikkelwerking in het borgingsstelsel (Kamerstukken II, 2014–2015, 29 453, nr. 389).Achterborgstelling Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) Kengetallen (x €mln.) Ultimo 2015 Ultimo 20161 Ultimo 20171 Gegarandeerd vermogen 187.224 193.917 200.265 Bufferkapitaal 889 963 1.013 Obligo deelnemers n.v.t. n.v.t. n.v.t. Stand begrotingsreserve (cumulatief) 26,9 58,0 87,01 Cijfers zijn gebaseerd op prognoses.ToelichtingHet Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) staat borg voor hypothecaire leningen afgesloten met een Nationale Hypotheekgarantie (NHG). De geldnemer betaalt hiervoor een eenmalige premie van 1,0% aan het WEW, waarvan het WEW 0,15%-punt afstaat aan het Rijk als vergoeding voor diens rol als achtervanger. Deze achtervangpremie wordt gestort in een Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 217 begrotingsreserve waarmee een eventuele aanspraak zal worden opgevangen.Het door WEW gegarandeerde vermogen zal de komende jaren blijven groeien, ondanks (annuïtaire) aflossingen en de afmeldingen van bestaande garanties. Deze toename houdt direct verband met het herstel op de koopmarkt en de groei van het aantal nieuwe NHG garanties. Ook het bufferkapitaal van het WEW zal de komende jaren naar verwachting toenemen, waardoor de solvabiliteit van het fonds verder verbetert.Overzicht verstrekte garanties (x € 1.000) Artikel 3 Omschrijving Uitstaande garanties 2015 Geraamd te verlenen 2016 Geraamd te vervallen 2016 Uitstaande garanties 2016 Geraamd te verlenen 2017 Geraamd te vervallen 2017 Uitstaande garanties 2017 Totaalplafond Kwaliteit Rijksdienst Rijkshypo-theekgaranties 48 0 6 42 0 6 36 170 Totaal 48 0 6 42 0 6 36 170HypotheekgarantiesHet betreft de aflopende regeling Rijkshypotheekgaranties. Bij beschikking van 23 augustus 1974, nr. AB74/U1271, van de Minister van Binnenlandse Zaken, is de mogelijkheid geschapen om onder bepaalde voorwaarden een hypotheekgarantie te verlenen voor tijdige betaling van rente en aflossing op een hypothecaire geldlening, die in verband met de aankoop van een woning is afgesloten.Er zijn nog 2 garanties geldig. De laatste garantie vervalt in 2020. Het theoretische risico bedraagt € 36.000,–.Voor deze garantie is geen begrotingsreserve aanwezig en wordt geen premie afgedragen als vergoeding voor de afgegeven garantie.Er worden voor de jaren t/m 2017 geen uitgaven en ontvangsten op garanties verwacht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 218 3. DE BELEIDSARTIKELEN Artikel 1. Woningmarkt A Algemene doelstellingEen vrij toegankelijke, vraaggerichte woningmarkt met steun voor degenen die dat nodig hebben.B Rol en verantwoordelijkheidDe Minister voert de regie over een heldere verdeling van rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende partijen op het terrein van wonen. Tevens voert de Minister via regelgeving de regie ten aanzien van het bevorderen van een evenwichtige verdeling van de woningvoorraad op grond van de Huisvestingswet.De Minister is verantwoordelijk voor het beleid en de regelgeving met betrekking tot de betaalbaarheid van het wonen, onder meer via de Wet op de huurtoeslag, de huur(prijs)regulering en maatregelen ten aanzien van de koopwoningmarkt.De Minister is verantwoordelijk voor regelgeving met betrekking tot de fiscale behandeling van de eigen woning en de hypothecaire leennormen. Tevens draagt de Minister zorg voor het kapitaalmarktbeleid betreffende investeringen in de woningmarkt, bijvoorbeeld via het beleid ten aanzien van de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW).De Minister is verantwoordelijk voor het beleid en de regelgeving inzake de verhuurderheffing en de huurtoeslag. Tevens is de Minister verant-woordelijk voor het budgettair beheer van de huurtoeslag op grond van de Wet op de huurtoeslag. De uitvoering van de verhuurderheffing en de huurtoeslag is onder verantwoordelijkheid van de Minister van Financiën belegd bij de Belastingdienst/Toeslagen, de huurtoeslag op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir). De Belastingdienst is ook verantwoordelijk voor de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de verhuurderheffing en huurtoeslag.De Minister is verantwoordelijk voor de regelgeving ten aanzien van (het stelsel van) woningcorporaties. Woningcorporaties zijn via de Woningwet gebonden aan een begrensd werkdomein. Binnen dat werkdomein zijn de werkzaamheden gedefinieerd die corporaties met behulp van staatsteun mogen uitvoeren. Deze zijn het bouwen, verhuren en beheren van woningen met een lage huur voor huishoudens met een laag inkomen en andere doelgroepen die op de reguliere woningmarkt moeilijk een woning kunnen vinden. Samen met gemeenten en huurdersvertegenwoordigers maken woningcorporaties prestatieafspraken over de lokale woondoel-stellingen.De Minister draagt zorg voor een adequate uitvoering van een laagdrem-pelige beslechting van huurgeschillen. In het Burgerlijk Wetboek (art. 7:249 t/m 7:261) is vastgelegd dat huurders en verhuurders een beroep kunnen doen op de Huurcommissie. De organisatie en werkwijze van de Huurcommissie, evenals de administratieve ondersteuning door de Dienst van de Huurcommissie (DHC), is vastgelegd in de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (Uhw).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 219 C BeleidswijzigingenAls onderdeel van het koopkrachtpakket, om tot een evenwichtig koopkrachtbeeld te komen, worden de uitgaven voor de huurtoeslag vanaf 2017 structureel met € 150 miljoen verhoogd. Vanaf 2017 wordt de opslag op de normhuur (nu € 27,44), die leidt tot de basishuur, met € 10,50 per maand verlaagd. Hierdoor ontvangen huurtoeslagontvangers maandelijks meer huurtoeslag.In 2017 zal de implementatie van de Woningwet worden voortgezet. Op basis van de Woningwet scheiden de grote corporaties hun kerntaken ten behoeve van de doelgroep en het daarbij behorende bezit (DAEB) van hun overige taken en bezit (niet-DAEB). Voor 1 januari 2017 moeten de woningcorporaties hiervoor een ontwerpvoorstel indienen bij de Autoriteit woningcorporaties, voorzien van een zienswijze van gemeenten en huurdersorganisaties. In 2017 zal de Autoriteit de voorstellen voor de scheiding/splitsing van corporaties beoordelen. De scheiding is effectief per 1 januari 2018. Ook zal in 2017 als gevolg van de Woningwet het «verticaal toezichtmodel» op woningcorporaties worden geïmplemen-teerd. Daarmee wordt de consistentie in de gehanteerde financiële normen en methodieken van de Aw en het WSW vergroot, met als doel om het risicoraamwerk te versterken en waar mogelijk de administratieve lasten voor corporaties te verlagen.Om de flexibiliteit op de huurmarkt te bevorderen, de prijs-/kwaliteitsverhouding van woningen te verbeteren en daarmee een belangrijke impuls te geven aan een betere doorstroming op de huurwo-ningmarkt en het bestrijden van scheefwonen, is per 1 juli 2016 de Wet Doorstroming in werking getreden (Staatsblad 2016, 158). Hiermee is de regelgeving voor tijdelijke huurcontracten verruimd en krijgen verhuurders de mogelijkheid hun bezit flexibeler te beheren en doelge-richter in te zetten. In 2016 en 2017 zal een nulmeting en tussenmeting worden gestart voor de evaluatie van deze wet.Met de Wet Doorstroming wordt ook de inkomensafhankelijke huurver-hoging met ingang van 1 januari 2017 gecombineerd met een systeem van huursombenadering. De mogelijkheid voor inkomensafhankelijke huurverhogingen betreft inkomens boven de toewijzingsgrens voor de sociale huur. Gepensioneerden en gezinnen zijn hiervan uitgesloten. De huursomstijging bij corporaties wordt beperkt en zal naast de reguliere huurverhoging ook de huurharmonisatie omvatten teneinde prijsstijging bij vrijgekomen huurwoningen te beperken.De instroom van asielzoekers in Nederland is in 2016 geraamd op ca. 58.000. Daarna is de verwachting dat deze afneemt. Als een asielverzoek wordt gehonoreerd kan een asielzoeker met verblijfsvergunning – de zogenaamde vergunninghouder – doorstromen op de sociale huurwo-ningmarkt. Met de voorgenomen wijziging de automatische urgentie-status van vergunninghouders te schrappen, blijft de realisatie van de taakstelling voorop staan, terwijl expliciet aan gemeenten de mogelijkheid wordt geboden om zelf een beleid ten aanzien van de huisvesting van vergunninghouders te formuleren. Daarmee wordt, ten opzichte van wat nu in de Huisvestingswet 2014 staat, voor gemeenten meer flexibiliteit gecreëerd (motie Van der Linde, Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300 XVIII, nr. 40).Op basis van de evaluatie van de Wet kraken en leegstand (Kamerstukken II, 31 560, nr. 36) is geconcludeerd dat gemeenten, ondanks de grote hoeveelheid leegstaande kantoren, actief en succesvol leegstand Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 220 bestrijden. De Wet kraken en leegstand is daar ondersteunend aan. Begin 2017 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de resultaten van de evaluatie van de Leegstandwet inzake de verruiming van de mogelijk-heden voor tijdelijke verhuur bij leegstand van gebouwen en woningen.De hypotheeknormen beogen een verantwoorde hypotheekverstrekking voor consumenten en leveren daarmee een belangrijke bijdrage aan een gezonde woningmarkt. Een stabiele en verantwoorde ontwikkeling van de leennormen draagt hieraan bij. In 2017 wordt de maximale hypotheek vastgesteld op een omvang van 101% van de waarde van de woning. Vanaf 2018 wordt de maximale hypotheek vastgesteld op een omvang van 100% van de waarde van de woning.In 2017 wordt het maximale tarief van de hypotheekrenteaftrek verder verlaagd van 50,5% naar 50%. Tot 2041 wordt dit maximale tarief met 0,5%-punt per jaar afgebouwd naar 38%.Het kabinet blijft werken aan een stabielere woningmarkt met lagere schulden. De schenkingsvrijstelling eigen woning wordt vanaf 1 januari 2017 structureel verhoogd en verruimd naar een belastingvrije schenking van € 100.000,–. De voorwaarde dat de ontvanger van de schenking tussen de 18 en 40 jaar moet zijn blijft gehandhaafd, maar de schenking hoeft niet meer van ouder naar een kind. Met deze vrijstelling wordt het bijvoorbeeld mogelijk om de eigen woningschuld belastingvrij versneld terug te betalen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 221 D1 Budgettaire gevolgen van beleidBudgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Art.nr. Verplichtingen: 3.959.739 3.867.772 4.103.957 4.193.248 4.310.791 4.494.093 4.683.393 Uitgaven: 3.965.674 3.867.772 4.103.957 4.193.248 4.310.791 4.494.093 4.683.393 Waarvan juridisch verplicht (percentage) 100% 1.1 Betaalbaarheid 3.957.657 3.860.890 4.096.795 4.187.586 4.305.111 4.488.106 4.676.206 Subsidies 19.517 75.372 45.724 32.475 7.475 7.475 7.475 Begrotingsreserve NHG 0 26.932 0 0 0 0 0 Beleidsprogramma betaalbaarheid 201 150 175 175 175 175 175 Bevordering eigen woningbezit (BEW) 9.748 7.122 6.922 6.239 6.239 6.239 6.239 Huisvestingsvoorziening status-houders 0 25.000 37.500 25.000 0 0 0 Saneringsbijdrage woningcorporatie WSG 8.367 15.033 0 0 0 0 0 Woonconsumentenorganisaties 1.201 1.135 1.127 1.061 1.061 1.061 1.061 Opdrachten 295.812 2.412 867 853 870 878 878 Begrotingsreserve WSW 0 1.269 0 0 0 0 0 Begrotingsreserve sanering-en projecten woningcorporaties 294.314 0 0 0 0 0 0 Beleidsprogramma betaalbaarheid 1.496 1.143 867 853 870 878 878 Onderzoek en kennisoverdracht 2 0 0 0 0 0 0 Inkomensoverdracht 3.629.966 3.767.623 4.035.882 4.140.741 4.284.046 4.467.033 4.655.133 Huurtoeslag 3.629.966 3.767.623 4.035.882 4.140.741 4.284.046 4.467.033 4.655.133 Bijdrage aan agentschappen 170 906 4.259 4.440 4.342 4.342 4.342 Autoriteit woningcorporaties(ILT) 0 635 635 635 635 635 635 Overige uitvoeringsinstanties 170 Uitvoeringskosten BEW (Agentschap RVO) 0 239 2.870 3.005 3.007 3.007 3.007 Uitvoeringskosten huisvestingsvoor-ziening statushouders (RVO) 0 32 754 800 700 700 700 Bijdrage aan ZBO’s / RWT’s 12.192 12.646 8.326 7.340 6.641 6.641 6.641 Huurcommissie 12.048 12.646 8.326 7.340 6.641 6.641 6.641 Overige uitvoeringsinstanties 144 0 0 0 0 0 0 Bijdrage aan andere begrotings-hoofdstukken 0 1.931 1.737 1.737 1.737 1.737 1.737 Belastingdienst 0 1.931 1.737 1.737 1.737 1.737 1.737 1.2 Onderzoek en kennisoverdracht 8.017 6.882 7.162 5.662 5.680 5.987 7.187 Subsidies 4.679 1.968 1.926 1.926 1.926 1.801 1.801 Samenwerkende kennisinstellingen e.a. 4.679 1.968 1.926 1.926 1.926 1.801 1.801 Opdrachten 3.338 3.764 2.386 636 2.604 1.336 2.286 Basisonderzoek en verkenningen 3.338 3.764 2.386 636 2.604 1.336 2.286 Bijdrage aan ZBO’s / RWT’s 0 1.150 2.850 3.100 1.150 2.850 3.100 Basisonderzoek en verkenningen 0 1.150 2.850 3.100 1.150 2.850 3.100 Ontvangsten: 810.381 476.334 425.000 425.000 439.100 455.200 409.000D2 BudgetflexibiliteitHet uitgavenbudget van artikel 1 is voor 100% juridisch verplicht.SubsidiesDe subsidies zijn voor het begrotingsjaar voor 100% juridisch verplicht. Het betreft vooral in het verleden aangegane verplichtingen op basis van de Wet bevordering eigenwoningbezit (BEW) en de subsidies voor huisvestingsvoorziening statushouders.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 222 OpdrachtenDe opdrachten zijn voor 41% juridisch verplicht. Het gaat hierbij om incidentele opdrachten voor beleidsonderzoek. De uitgaven betreffen onder andere databasis, licenties, en aankopen van gegevens.InkomensoverdrachtHet huurtoeslagbudget 2017 is 100% juridisch verplicht. Jaarlijks wordt een verplichting aangegaan voor het gehele huurtoeslagbudget voor het begrotingsjaar.Bijdrage aan agentschappenDe bijdragen aan baten-lastenagentschappen zijn voor 100% juridisch verplicht. Het betreft een agentschapsbijdrage aan Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en Inspectie Leefomgeving Transport (ILT).Bijdrage aan ZBO’s /RWT’sDe bijdrage aan ZBO’s/RWT’s is 100% juridisch verplicht. Dit betreft de jaarlijkse opdracht aan de Dienst van de Huurcommissie (DHC) en het CBS.Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukkenDe bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken is 100% juridisch verplicht. Dit betreft de jaarlijkse opdracht aan de Belastingdienst.E Toelichting op de instrumenten1.1 Betaalbaarheid SubsidiesBeleidsprogramma betaalbaarheidHet beleidsprogramma betaalbaarheid voorziet in verschillende activi-teiten op het terrein van de woningmarkt in den brede. In samenhang met huurders, verhuurderorganisaties en andere partijen verstrekt het ministerie subsidies en opdrachten voor woningmarktontwikkeling. Zo wordt in 2017 de ondersteuning van de implementatie van Herziene Woningwet voortgezet en verzorgt Nibud berekeningen en publicatie van de hypotheek(verstrekkings)- en leennormen.Bevordering eigen woningbezit (BEW)De Wet Bevordering eigen woningbezit is gericht op de bevordering van het eigen woningbezit onder lagere inkomensgroepen. Zoals gemeld aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 32 123 XVIII, nr. 74), is voor nieuwe toekenningen op grond van de Wet Bevordering eigen woningbezit geen budget meer beschikbaar. De meerjarig beschikbare middelen dienen uitsluitend voor de betaling van in het verleden aangegane verplichtingen.Om de financierbaarheid van het eigen woningbezit te borgen is het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties achtervang voor het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) die de uitvoering verzorgt van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG).Huisvestingsvoorziening vergunninghoudersAls gevolg van de verhoogde instroom is het moeilijker voor gemeenten om alle vergunninghouders tijdig van permanente huisvesting te voorzien. Om het aantal vergunninghouders die in asielzoekerscentra wachten op huisvesting te beperken, zijn in het Bestuursakkoord Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 223 Verhoogde Asielinstroom van 27 november 2015 (Kamerstukken II, Bijlage bij Kamerstuk 19 637, nr.2107) verschillende maatregelen afgesproken, waaronder de tijdelijke subsidieregeling voor de huisvesting van vergunninghouders (Staatscourant 2015, 45925).Met deze subsidieregeling wordt een versnelde realisatie van extra huisvestingscapaciteit gestimuleerd. De wijze waarop de regeling is vormgegeven, zorgt ervoor dat er zo weinig mogelijk verdringing plaatsvindt ten opzichte van reguliere woningzoekenden en dat de kosten voor de samenleving voor de huisvesting van vergunninghouders worden beperkt. Er kan bij bewoning door tenminste vier vergunninghouders geen aanspraak worden gemaakt op huurtoeslag als gevolg van een vastgestelde maximale huurprijs. Omdat in dat geval sprake is van de kostendelersnorm wordt de druk op het bijstandsbudget beperkt.WoonconsumentenorganisatiesDe Woonbond ontvangt financiële bijdragen voor de uitvoering van een met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties overeengekomen programma van activiteiten op het gebied van kennis-overdracht, voorlichting en scholing. Doel is de positie van de wooncon-sument te versterken om recht te doen aan zijn positie op de woning-markt.OpdrachtenBegrotingsreserve sanering- en projectsteun woningcorporatiesPer 1 juli 2015 is de herziene Woningwet van kracht geworden. Hierin is ondermeer geregeld dat de taak voor sanering- en projectsteun aan woningcorporaties onder direct gezag van de Minister voor Wonen en Rijksdienst komt te liggen. Tot 1 juli 2015 was deze taak toebedeeld aan het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV). Bij de overdracht van deze taak zijn tevens de fondsmiddelen voor sanering- en projectsteun overgekomen naar de begroting van Wonen en Rijksdienst. Deze middelen worden aangehouden in een begrotingsreserve voor sanering- en projectsteun aan woningcorporaties.Beleidsprogramma betaalbaarheidHet beleidsprogramma betaalbaarheid voorziet in verschillende activi-teiten op het terrein van de woningmarkt in de brede zin. In samenhang met huurders, verhuurderorganisaties en andere partijen verstrekt het Ministerie subsidies en opdrachten voor woningmarktontwikkeling. Zie voor een nadere toelichting onder subsidies.InkomensoverdrachtHuurtoeslagVoor 2016 en later worden meerjarig tekorten geraamd. Deze vloeien voort uit de effecten van het hogere aantal aanvragers (o.a. gehuisveste vergunninghouders), lager niet-gebruik, meerjarige doorwerking van het tekort 2015 en hogere uitgaven huurtoeslag als gevolg van de verhoging van de vermogensvrijstelling in box 3. Daarnaast is in de begroting 2016 de toenmalige problematiek in de huurtoeslag niet structureel gedekt. Voor deze meerjarige tekorten is door het kabinet dekking buiten de huurtoeslag gevonden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 224 De uitgaven voor de huurtoeslag worden vanaf 2017 tevens structureel met € 150 miljoen verhoogd als onderdeel van het koopkrachtpakket van het kabinet, gericht op een evenwichtig koopkrachtbeeld. Vanaf 2017 wordt daartoe de opslag op de normhuur, die leidt tot de basishuur met € 10,50 per maand verlaagd. Hierdoor ontvangen huurtoeslagontvangers maandelijks meer huurtoeslag.Om inzicht te geven in de uitwerking van de huurtoeslag op de huurlasten voor huurtoeslagontvangers tonen onderstaande grafieken het aandeel van de bruto huur dat per saldo (na aftrek van de huurtoeslag) nog netto door huurtoeslagontvangers is verschuldigd. Dit cijfer is berekend voor voorbeeldhuishoudens met een huur rond de diverse huurtoeslaggrenzen en met een minimuminkomen.Uit de grafieken blijkt dat het aandeel van de bruto huur dat door de huurtoeslagontvanger zelf netto nog betaald moet worden in 2017 voor alle voorbeeldhuishoudens met 1 tot 3 procentpunt zal dalen ten opzichte van 2016. De daling is een gevolg van het per 2017 verlagen van de opslag op de normhuur van € 27,44 in € 16,94 per maand als onderdeel van de maatregelen die het Kabinet treft om als onderdeel van het koopkrachtpakket, tot een evenwichtig koopkrachtbeeld te komen. Hierdoor wordt de eigen bijdrage € 10,50 per maand lager.De lichte daling vanaf 2013 tot en met 2016 heeft te maken met het feit dat de jaarlijkse indexering van de eigen bijdrage in de huurtoeslag lager is dan de gemiddelde brutohuurontwikkeling.De reden hiervoor is dat de indexering van de eigen bijdrage in de huurtoeslag geen rekening houdt met het harmonisatie-effect (het feit dat huren bij verhuizing sterker kunnen worden verhoogd) en dat de eigen bijdrage in de huurtoeslag wordt geïndexeerd met de netto-bijstandsontwikkeling als deze lager is dan de huurontwikkeling exclusief harmonisatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 225 Verhouding bruto en netto huur Eenpersoonshuishouden40%45%50%55%60%65%70%75%80%85%90%95%100%105%201366%54%53%100%201465%53%52%100%201564%52%52%100%201663%52%51%100%201760%50%50%100%Netto (huur rond kwaliteitskortingsgrens)Netto (huur rond aftoppingsgrens)Netto (huur rond huurgrens)Bruto huurniveauVerhouding bruto en netto huur Meerpersoonshuishouden201366%53%54%100%201465%52%54%100%201564%51%52%100%201663%51%52%100%201760%49%51%100%Netto (huur rond kwaliteitskortingsgrens)Netto (huur rond aftoppingsgrens)Netto (huur rond huurgrens)Bruto huurniveau40%45%50%55%60%65%70%75%80%85%90%95%100%105%Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 226 Verhouding bruto en netto huur Eenpersoonshuishouden-ouderen201365%54%53%100%201464%53%52%100%201563%52%51%100%201663%52%51%100%201760%49%49%100%Netto (huur rond kwaliteitskortingsgrens)Netto (huur rond aftoppingsgrens)Netto (huur rond huurgrens)Bruto huurniveau40%45%50%55%60%65%70%75%80%85%90%95%100%105%Verhouding bruto en netto huur Meerpersoonshuishouden-ouderen201365%53%52%100%201463%52%52%100%201563%51%51%100%201662%51%51%100%201759%49%49%100%Netto (huur rond kwaliteitskortingsgrens)Netto (huur rond aftoppingsgrens)Netto (huur rond huurgrens)Bruto huurniveau40%45%50%55%60%65%70%75%80%85%90%95%100%105%Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 227 VerhuurderheffingIn 2017 zal de verhuurderheffing gecontinueerd worden conform de afspraken in het Woonakkoord. In aansluiting op de in juni 2016 aan de Kamer gestuurde evaluatie van de verhuurderheffing5 zullen enkele aanpassingen in de heffingsvermindering en verhuurderheffing worden doorgevoerd. Het betreft met name een verruiming van voorwaarden voor de heffingsvermindering in de verhuurderheffing, en een verhoging van de heffingsvrije voet van tien naar vijfentwintig woningen.Bijdragen aan agentschappenAutoriteit Woningcorporaties (ILT)De Autoriteit woningcorporaties (Aw) vraagt via Corpodata bij corporaties gegevens op voor beleidsontwikkeling. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) ontvangt hiervoor een agentschapsbijdrage. Tevens ontvangt de ILT een bijdrage voor het toezicht op de Wet Normering Topinkomens (WNT) bij woningcorporaties.De totale kosten voor de Autoriteit woningcorporaties worden voor het jaar 2017 geraamd op € 16,3 mln. Op grond van de Woningwet wordt zo’n € 15,5 mln. hiervan via een heffing bij de toegelaten instellingen gefinancierd, gecorrigeerd voor een batig/negatief saldo van het vooraf-gaande jaar. De heffing wordt na goedkeuring door de Minister voor Wonen en Rijksdienst door de ILT uitgevoerd en wordt op de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (XII) verantwoord.Uitvoeringskosten BEW (Agentschap RVO)De Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) voert in opdracht van het Ministerie voor Wonen en Rijksdienst de Wet Bevordering Eigen Woningbezit en de Regeling Vermindering Verhuurderheffing uit.Uitvoeringskosten huisvestingsvoorziening statushouders (RVO)De Tijdelijke Regeling Subsidie Huisvesting Vergunninghouders wordt door de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland uitgevoerd in opdracht van de Minister voor Wonen en Rijksdienst.Bijdragen aan ZBO’s en RWT’sHuurcommissieHet ZBO Huurcommissie werkt als opdrachtnemer van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het werkterrein van de Huurcommissie wordt gevormd door het gereguleerde deel van de markt voor huurwoonruimte. Als huurders en verhuurders een geschil hebben over de hoogte van de huurprijs of van de servicekosten en er onderling niet uitkomen, doet de Huurcommissie op verzoek uitspraak in dergelijke geschillen. De Huurcommissie beslecht ook geschillen in het kader van de Wet op het overleg huurders verhuurder (WOHV).Voor 2017 worden de onderstaande productieaantallen geraamd:5Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, Kamerstuk 32 847, nr 248Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 228 Kengetallen Procedure Aantallen 2017 Beslechting huurprijsgeschillen 5.800 Beslechting servicekostengeschillen 2.700 Beslechting van huurverhogingsgeschillen 690 Beslechting van Wohv-geschillen 10 Totaal 9.200Bron: Huurcommissie Voor nadere informatie over de taakuitvoering en begroting van de Huurcommissie wordt verwezen naar de agentschapsparagraaf 4.7.Overige uitvoeringsinstantiesDe bijdrage bekostigt een aantal uitvoeringssorganisaties.Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukkenBelastingdienstDe bijdrage bekostigt de Belastingdienst, voor de uitvoering van de inkomensafhankelijke huurstijging, huurtoeslag en verhuurderheffing.1.2 Onderzoek en kennisoverdracht SubsidiesSamenwerkende kennisinstellingen (Nationaal kennisinstituut voor stedelijke en regionale ontwikkelingen) en overig onderzoekIn afstemming met de eigen activiteiten van het Ministerie van Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt een gedeelte van het beschikbare budget ingezet voor activiteiten van het Nationaal kennisin-stituut voor stedelijke en regionale ontwikkeling, Platform 31.Overig onderzoek is noodzakelijk voor het evidence-based onderbouwen van beleid, het verrichten van strategische verkenningen en het bieden van instrumenten aan andere partijen om hun rol en verantwoordelijk-heden waar te maken op de woningmarkt in den brede.OpdrachtenBasisonderzoek en verkenningenDe activiteiten voor (basis)onderzoek en kennisoverdracht hebben betrekking op het terrein van Wonen en Bouwen. De ontwikkelingen op de woningmarkt vragen om actuele gegevens over de woningmarkt. Het budget wordt besteed aan onder meer verkenningen, monitoring en evidence-based onderbouwen van beleid, dataverzamelingen en ontwikkeling van ramingsmodellen. In april 2016 zijn de uitkomsten van het Woningbehoefteonderzoek (WoON) 2016 gepubliceerd (II, 2015–2016, 32 847, nr. 223), een belangrijke informatiebron voor evaluatie en monitoring van het woonbeleid. Dit WoON-onderzoek wordt om de drie jaar uitgevoerd. Eind 2016 worden de voorbereidingen gestart voor de uitvoering van de volgende WoON-meting in 2017/2018.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 229 Bijdragen aan ZBO’s en RWT’sBasisonderzoek en verkenningenZie de toelichting bij opdrachten.OntvangstenDe ontvangsten bestaan geheel uit restituties huurtoeslag. Terugvorde-ringen huurtoeslag ontstaan als toekenningen worden verlaagd na wijziging van de berekeningsgegevens. Wijzigingen kunnen plaatsvinden tijdens het toeslagjaar door controles of op aangeven van de subsidieont-vanger en na afloop van het subsidiejaar door de definitieve vaststelling van de bijdrage.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 230 Artikel 2. Woonomgeving en bouw A Algemene doelstellingHet stimuleren van burgers, decentrale overheden, instellingen en bedrijven tot het realiseren van een goede kwaliteit van woningen, gebouwen en andere bouwwerken. Belangrijke aspecten daarbij zijn de veiligheid en gezondheid van gebouwen, alsmede het streven om energie te besparen, waarmee tevens de woonlasten kunnen worden beperkt. Het bevorderen van de woningbouw waarbij aanbod vraaggericht tot stand komt, zodat dit veel meer gaat aansluiten bij de woonwensen van mensen. Het stimuleren van burgers en andere partijen om de leefbaarheid in steden en dorpen te bevorderen.B Rol en verantwoordelijkheidOp basis van de Woningwet (hoofdstuk V) is de Minister verantwoordelijk voor woningbouw. Deze verantwoordelijkheid omvat de zorg voor voldoende omvang, kwaliteit en differentiatie van de woningvoorraad. De Minister geeft invulling aan deze verantwoordelijkheid door innovatie te bevorderen, belemmeringen weg te nemen en mededinging te versterken, waardoor onder andere meer ruimte ontstaat voor kleinschalige, natuurlijke groei, het voorzien in eigen woningbehoefte, (collectief) particulier opdrachtgeverschap (CPO) en meegroei-, mantel- en meerge-neratiewoningen.Op basis van de Woningwet (artikel 2) is de Minister verantwoordelijk voor het opstellen en het beheer van de bouwregelgeving en is hij stelselverantwoordelijkheid om hiermee de bouwkwaliteit te borgen door middel van regisseren en doen uitvoeren.Op basis van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen heeft de Minister een stelsel geïntroduceerd waarmee private instrumenten voor kwaliteits-borging tijdens de bouw en bij oplevering een rol krijgen en de positie van de consument wordt versterkt.Op basis van de Woningwet (artikel 120), de Wet milieubeheer (hoofdstuk 4) en de Kadasterwet is de Minister verantwoordelijk voor het stimuleren van energiebesparing en reductie van CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving. De Minister geeft invulling aan deze verantwoordelijkheid door kaderstelling (wet- en regelgeving), het uitvoeren van de acties van het Energieakkoord voor duurzame groei waar het Rijk verantwoordelijk voor is, ondersteuning van innovatie (onder andere door middel van subsidies en «zachte» leningen) en monitoring.Op basis van de Woningwet (artikel 80a) draagt de Minister zorg voor de bevordering en ondersteuning van stedelijke vernieuwing. De primaire verantwoordelijkheid ligt bij de gemeenten en vervolgens bij de provincie, in samenwerking met maatschappelijke organisaties, bedrijven en bewoners. De zorg van de Minister geldt met name voor het onder-steunen van regionale partijen bij de versterking van de leefbaarheid in de stedelijke gebieden en krimp- en anticipeergebieden door onder meer verbetering van de woonomgeving en voorzieningen, veiligheid en economisch draagvlak. Belangrijke instrumenten van de Minister hiertoe zijn: het aanpassen van belemmerende wet- en regelgeving, advisering, kennisoverdracht, monitoring van resultaten en het aanspreken van medeverantwoordelijke departementen, met het oog op een integrale (gebiedsgerichte) aanpak.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 231 Op basis van de Huisvestingswet stimuleert de Minister in beleidsmatige zin de huisvesting van bijzondere aandachtsgroepen.Op basis van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (artikel 5) kan de Minister op aanvraag van de gemeenteraad, gebieden aanwijzen waarin aan woningzoekende huurders eisen kunnen worden gesteld. Het gaat hierbij om kwetsbare gebieden waar de leefbaarheid zwaar onder druk staat en waar sprake is van een opeenstapeling van problemen op sociaal, fysiek en economisch terrein. Notoire overlast en criminaliteit kunnen ook een reden zijn voor gebiedsaanwijzing.In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (Kamerstukken II, 32 660, nr. 17) staat dat de nieuwbouwprogrammering grotendeels wordt overgelaten aan provincies en gemeenten. In de Noord- en Zuidvleugel van de Randstad worden de bestaande verstedelijkingsafspraken onderdeel van de integrale aanpak voor deze gebieden.C BeleidswijzigingenIn het beleid voor 2017 wordt rekening gehouden met de uitkomsten van de beleidsdoorlichting voor onderdeel 2.2 die in 2016 wordt uitgevoerd en naar de Tweede Kamer wordt gezonden.In 2017 wordt verder uitvoering gegeven aan de subsidieregeling voor omvangrijke energiebesparende maatregelen in bestaande koopwoningen (particuliere woningeigenaren en VVE’s) die in 2016 opengesteld is. Voor deze regeling zet het kabinet in totaal € 70 mln. in van de € 100 mln. die het kabinet in het kader van het Belastingplan 2016 beschikbaar heeft gesteld om energiebesparing in de koopsector te versnellen. € 10 mln. wordt ingezet om het Nationaal Energiebespaarfonds te verbeteren en € 20 mln. voor innovatieve voorstellen van bedrijven, gemeenten en andere partijen om woningeigenaren te stimuleren tot energiebesparing. Tot slot wordt uit deze middelen in 2017 ook procesbegeleiding voor VVE’s bekostigd en wordt de voorlichtingscampagne voor energiebesparing voortgezet die voortkomt uit het Energieakkoord voor duurzame groei.In 2017 zal de Nationaal Coördinator Groningen de uitvoering voortzetten van het meerjarenprogramma Aardbevingsbestendig en Kansrijk Groningen voor de jaren 2016 tot en met 2020. Hierbij staat de veiligheid voor de bewoners voorop, maar mogelijk kan de versterking van woningen worden gecombineerd met verduurzaming. Daarvoor kunnen eigenaren-bewoners en verhuurders gebruik maken van landelijke subsidieregelingen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, namelijk de subsidieregeling voor omvangrijke energiebesparende maatregelen in bestaande koopwoningen en de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector (STEP).In het kader van de uitvoering van de motie De Vries c.s. (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300 XVIII, nr. 18) is in 2016 een plan uitgewerkt om € 20 mln. in te zetten voor het Fonds duurzaam funderingsherstel. Deze middelen zijn afkomstig uit de € 35 mln. die uit het Revolverend Fonds EGO beschikbaar waren voor een regeling voor energiebesparing door verenigingen van eigenaren. Het Fonds duurzaam funderingsherstel moet bijdragen aan de aanpak van het funderingsvraagstuk. Uit het fonds zullen leningen worden verstrekt voor funderingsherstel dat binnen vijf jaar dringend noodzakelijk is.Funderingen dienen vaak bloksgewijs te worden hersteld. Als enkele eigenaren in een woonblok de middelen niet kunnen opbrengen, gaat het Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 232 herstel voor het hele blok niet door. Uit het fonds zullen met name leningen worden verstrekt aan huiseigenaren die op de reguliere hypotheekmarkt wegens een te laag inkomen en/of een hypotheek boven de woningwaarde niet in aanmerking komen voor een nieuwe lening voor het herstel van de fundering. De eigenaren van een dergelijke woning kunnen in aanmerking komen voor een maatwerklening verstrekt door het Fonds duurzaam funderingsherstel waarbij bij het bepalen van de maandlast (rente en aflossing) de draagkracht van de aanvrager in acht zal worden genomen. Op deze manier kan op verantwoorde wijze een nieuwe lening worden verstrekt voor noodzakelijk funderingsherstel en kan de fundering van alle huizen in een bepaald blok hersteld worden.Gemeenten en banken zullen ten behoeve van dergelijke leningen gelden ter beschikking stellen ter dekking van de risico’s van het fonds. De eenmalige Rijksbijdrage van € 20 mln. dient als eigen vermogen van het fonds en vormt een solide basis om financiële middelen aan te kunnen trekken. Het fonds is onderdeel van een bredere aanpak om de funde-ringsproblematiek te verlichten en toekomstige funderingsproblemen zoveel mogelijk te voorkomen.Bevolkingsdaling: uitvoering actieplan en aanpak 2017In maart 2016 is het actieplan Bevolkingsdaling aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II, 2015–2016, 31 757, nr. 89). Dit actieplan omvat de samenwerkingsafspraken per krimp- en anticipeerregio. De aanpak van de regionale krimpopgave verschuift in deze fase van bewustwording naar programmering en uitvoering. Ook in deze uitvoe-ringsfase zijn de regio’s aan zet. De provincies sluiten aan en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ondersteunt en neemt de coördinerende rol op departementaal niveau. De samenwer-kingsagenda’s lopen tot uiterlijk 2019. In deze periode gaan de regio’s zich richten op de overgang naar beleidsverankering. Daarna worden de regio’s geacht de met krimp samenhangende problematiek zelfstandig op te pakken. Dit zal onderdeel zijn van een evaluatie in 2020.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 233 D1 Budgettaire gevolgen van beleidBudgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Art.nr. Verplichtingen: 34.918 403.582 111.500 52.418 20.567 18.290 18.990 Uitgaven: 49.839 189.582 64.510 247.418 220.567 18.290 18.990 Waarvan juridisch verplicht (percentage) 97% 2.1 Energie en bouwkwaliteit 19.508 89.903 51.842 237.699 211.050 9.175 9.675 Subsidies 18.073 84.785 39.228 226.040 202.790 2.418 2.418 Beleidsprogramma Energiebe-sparing 12.869 7.922 2.500 1.400 1.300 1.298 1.298 Beleidsprogramma bouwregel-geving 3.320 1.028 1.228 1.120 1.120 1.120 1.120 Energiebesparing Koopsector 0 19.600 35.300 26.100 0 0 0 Energiebesparing verhuurders 0 1.100 200 197.420 200.370 0 0 FES IAGO 975 75 0 0 0 0 0 Fonds duurzaam funderingsherstel 0 20.000 0 0 0 0 0 Revolverend fonds EGO 0 35.000 0 0 0 0 0 Tijdelijke regeling blok voor blok 302 60 0 0 0 0 0 Tijdelijke stimuleringsregeling energiebesparing 607 0 0 0 0 0 0 Opdrachten 1.435 2.503 2.910 2.510 2.360 2.360 2.360 Beleidsprogramma Energiebe-sparing 574 838 1.500 1.100 1.100 1.100 1.100 Beleidsprogramma bouwregel-geving 861 1.665 1.410 1.410 1.260 1.260 1.260 Bijdrage aan agentschappen 0 2.240 9.329 8.774 5.375 3.872 4.372 Agentschap DPC 0 900 800 600 0 0 0 Diverse Agentschappen 0 0 700 1.100 0 0 0 Handhaving Energielabel (ILT) 0 500 500 500 500 500 500 Toezicht EU-Bouwregelgeving (ILT) 0 50 50 50 50 50 50 Uitvoering Energieakkoord (RVO) 0 790 7.279 6.524 4.825 3.322 3.822 Bijdrage aan andere begrotings-hoofdstukken program 0 375 375 375 525 525 525 Beleidsprogramma Energiebe-sparing 0 225 225 225 225 225 225 Omgevingsloket (I&M) 0 150 150 150 300 300 300 2.2 Woningbouwproductie 27.448 24.274 9.968 7.469 7.267 7.268 7.268 Subsidies 515 378 350 300 100 100 100 Beleidsprogramma Woningbouw 0 378 350 300 100 100 100 Beleidsprogramma woningbouw-productie 515 0 0 0 0 0 0 Opdrachten 516 1.117 1.173 1.273 1.373 1.373 1.373 Beleidsprogramma Woningbouw 0 1.117 1.173 1.273 1.373 1.373 1.373 Beleidsprogramma woningbouw-productie 516 0 0 0 0 0 0 Bijdrage aan agentschappen 26.417 22.779 8.445 5.896 5.794 5.795 5.795 Beleidsprogramma Woningbouw (RVO) 26.417 22.779 8.445 5.896 5.794 5.795 5.795 2.3 Kwaliteit woonomgeving 2.530 2.155 2.297 1.847 1.847 1.847 2.047 Subsidies 1.901 1.295 1.090 799 799 799 799 Beleidsprogramma woonomgeving e.a. 1.901 1.295 1.090 799 799 799 799 Opdrachten 629 860 1.207 1.048 1.048 1.048 1.248 Beleidsprogramma woonomgeving e.a. 616 860 1.207 1.048 1.048 1.048 1.248 Wijkverpleegkundigen 13 0 0 0 0 0 0 2.4 Revolverend Fonds Energiebe-sparing Verhuurders 353 73.250 403 403 403 0 0 Leningen 0 72.800 0 0 0 0 0 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 234 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Revolverend Fonds Energiebe-sparing verhuurders 0 72.800 0 0 0 0 0 Bijdrage aan agentschappen 353 450 403 403 403 0 0 Uitvoeringskosten Revolverend Fonds Energiebesparing Verhuurders 353 450 403 403 403 0 0 Ontvangsten: 116 91 91 91 91 91 91D2 BudgetflexibiliteitHet uitgavenbudget van artikel 2 is voor 97% juridisch verplicht.SubsidiesDe subsidies voor de beleidsprogramma’s Energiebesparing, Bouwregel-geving, Woningbouw en Woonomgeving zijn voor het begrotingsjaar voor 100% juridisch verplicht.OpdrachtenDe budgetten voor opdrachten voor de beleidsprogramma’s zijn voor 59% juridisch verplicht. In 2016 zullen opdrachten worden verleend die deels in 2016 en deels in 2017 tot uitbetaling zullen komen. Daarnaast zijn er meerdere onderwerpen die wettelijk en bestuurlijk gecommitteerd zijn (CE-markering, EPBD, verder omzetten bouwregelgeving onder Omgevingswet, kwaliteitsborging, onderzoek/voorlichting koolmonoxide) Deze opdrachten worden aangegaan in 2017.Bijdragen aan agentschappenDe bijdragen aan agentschappen zijn voor 100% juridisch verplicht. Het betreft een agentschapsbijdrage aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukkenDe bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken is 100% juridisch verplicht. Dit betreft een opdracht aan het Ministerie van I en M.E Toelichting op de instrumenten2.1 Energie en bouwkwaliteit SubsidiesBeleidsprogramma EnergiebesparingIn 2017 worden de activiteiten voortgezet ter uitvoering van de afspraken voor energiebesparing in de gebouwde omgeving uit het in 2013 gesloten Energieakkoord voor duurzame groei. Ook de activiteiten worden voortgezet om te komen tot bijna-energieneutrale nieuwbouw vanaf 2020. Bij de uitvoering wordt gebruik gemaakt van de evaluatie van het programma Excellente Gebieden voor extra energiezuinige nieuwbouw.Voor 2017 is de laatste tranche beschikbaar van de middelen voor de borging van de werkzaamheden vanuit de Vereniging van Nederlandse Gemeenten ter stimulering van energiebesparing door eigenaren-bewoners, waarvoor het kabinet conform de afspraak uit het Energieak-koord voor duurzame groei vanaf 2014 € 15 mln. beschikbaar heeft gesteld. Inmiddels zijn in de meeste gemeenten energieloketten actief Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 235 waarin gemeenten, maatschappelijke partners en ondernemers samen-werken om energiebesparende maatregelen in de koopsector te stimu-leren.Na de evaluatie van het Energieakkoord en de Nationale Energiever-kenning (NEV) van 2016 zal verdere ondersteuning door het Rijk worden bezien.Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bekostigt tot en met 2018 een landelijke activerende voorlichtingscampagne om energiebesparing in de koopsector te bevorderen in samenhang met bestaande regionale en doelgroepspecifieke voorlichtingsactiviteiten. De campagne is een van de maatregelen uit het Energieakkoord voor duurzame groei. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksre-laties trekt de campagne in afstemming met alle partijen.In 2017 wordt toenemende benutting van de middelen uit het Nationaal Energiebespaarfonds voorzien, voortbouwend op de renteverlaging en versterkte voorlichting die in 2016 zijn ingezet. Ook zijn stimulansen te verwachten van de landelijke activerende voorlichtingscampagne en de subsidieregeling voor omvangrijke energiebesparende maatregelen in bestaande koopwoningen.In 2017 wordt verder uitvoering gegeven aan de subsidieregeling voor omvangrijke energiebesparende maatregelen in bestaande koopwoningen (particuliere woningeigenaren en VVE’s) die in 2016 opengesteld is. Van de € 100 mln. die in het kader van het Belastingplan 2016 beschikbaar is gesteld om energiebesparing in de koopsector te versnellen zet het kabinet voor deze regeling € 70 mln. in; uit dit bedrag worden ook de uitvoeringskosten van de regeling bekostigd, procesbegeleiding voor VVE’s en de voorlichtingscampagne voor energiebesparing die voortkomt uit het Energieakkoord voor duurzame groei. € 10 mln. wordt ingezet om het gebruik van het Nationaal Energiebespaarfonds te stimuleren door de bekendheid van het fonds via gerichte communicatie te vergroten en door de leningsvoorwaarden aantrekkelijker te maken.€ 20 mln. wordt ingezet voor innovatieve voorstellen van bedrijven, gemeenten en andere partijen om woningeigenaren te stimuleren tot energiebesparing.De beleidsagenda energie van de Minister van Economische Zaken geeft nadere invulling aan het energiebeleid na 2023. De beleidsagenda, aangekondigd in het Energierapport 2016 en eind 2016 aangeboden aan de Tweede Kamer, bevat concrete voorstellen op basis van een dialoog over de transitie naar een duurzame energievoorziening. Aan de voorbe-reiding neemt naast het Ministerie van Infrastructuur en Milieu ook het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties deel. Energie is in toenemende mate ook een lokaal en een regionaal vraagstuk. BZK richt zich in de dialoog en de beleidsagenda onder meer op de gebouwde omgeving en de verhouding met decentrale overheden.Beleidsprogramma bouwregelgevingZie toelichting bij opdrachten.Energiebesparing verhuurdersIn 2017 zet de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de uitvoering voort van de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector van € 400 mln. voor investeringen van sociale verhuurders in energiebe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 236 sparende maatregelen. De looptijd van de regeling wordt met een jaar verlengd tot en met 2018. De subsidies worden uitgekeerd in 2018–2019.OpdrachtenBeleidsprogramma EnergiebesparingIn 2017 worden de activiteiten voortgezet ter uitvoering van de afspraken voor energiebesparing in de gebouwde omgeving uit het in 2013 gesloten Energieakkoord voor duurzame groei.Ook in 2017 wordt bijgedragen aan de in 2013 gestarte acties uit het Energieakkoord voor duurzame groei op het gebied van de utiliteitsbouw, waarbij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het voortouw heeft om samen met de Ministeries van Infrastructuur en Milieu en van Economische Zaken het besparingsbeleid voor de gebouwde omgeving vorm te geven. In 2017 wordt tevens bijgedragen aan de afspraken uit de Green Deal Verduurzaming Scholen van 2014, waarin onder meer ook de Ministeries van Economische Zaken, van Infrastructuur en Milieu en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten participeren.Beleidsprogramma bouwregelgevingDe Minister is verantwoordelijk voor een goed functionerend stelsel van bouwregelgeving op grond van de Woningwet, in afstemming met de Europese regelgeving en normen. In dit verband ondersteunt het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ook in 2017 de werkzaamheden van NEN (Nederlands Normalisatie-instituut), de Helpdesk bouwregelgeving en de Adviescommissie toepassing en gelijkwaardigheid bouwvoorschriften financieel.In 2017 wordt de uitvoering van de kerntaak «het wettelijk waarborgen van een maatschappelijk noodzakelijk minimum kwaliteitsniveau van bouwwerken» voortgezet en worden eventuele wijzigingen in het Bouwbesluit 2012 aangebracht. Met het Wetsvoorstel drijvende bouwwerken worden juridische onduidelijkheden in de bouwregelgeving voor bestaande en nieuwe drijvende bouwwerken weggenomen. Het Bouwbesluit 2012 zal hiertoe ook worden gewijzigd.In 2017 wordt ook verder gewerkt aan het integreren van de bouwpara-graaf van de Woningwet inclusief het Bouwbesluit 2012 in de Omgevingswet. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet en het integreren van de bouwregelgeving in het systeem van de Omgevingswet zullen de taken van de Helpdesk bouwregelgeving overgaan naar het Informatiepunt Omgevingswet. In 2017 is dit informatiepunt al deels operationeel en worden voorbereidingen getroffen om vragen over de bouwregelgeving integraal te beantwoorden binnen het systeem van de Omgevingswet.Met het Wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen wordt een stelsel geïntroduceerd waarmee private instrumenten voor kwaliteitsborging tijdens de bouw en bij oplevering een rol krijgen en de positie van de consument wordt versterkt. De gemeentelijke preventieve toets van een bouwplan vervalt hiermee. De private instrumenten worden beoordeeld door een toelatingsorganisatie (een ZBO) die in 2017 zal worden opgericht, zodat de organisatie in de loop van 2017 instrumenten kan beoordelen en toelaten. Ook wordt in 2017 gewerkt aan de verdere uitwerking van de onderliggende regelgeving bij het Wetsvoorstel Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 237 kwaliteitsborging voor het bouwen, zodat het nieuwe stelsel vanaf 2018 stapsgewijs kan worden ingevoerd.Naast de maatregelen in het wetsvoorstel wordt in overleg met verschil-lende consumenten- en bouwpartijen gewerkt aan het versterken van de vraaggerichtheid in de bouwsector en van de positie van de bouwcon-sument. Het betreft private afspraken zoals een benchmarkingsysteem en een opleverdossier voor de consument.Met een op 30 mei 2016 verzonden brief (Kamerstukken 34 479) is het wetsvoorstel «Verbeteren functioneren VVE’s» aan de Tweede Kamer aangeboden. De verwachting is dat na parlementaire behandeling de wet in 2017 in werking kan treden.In 2017 wordt verder zorg gedragen voor het borgen en stimuleren van een goede toegankelijkheid, bruikbaarheid en voldoende mate van brandveiligheid van de gebouwde omgeving, zowel door middel van wet- en regelgeving als door het aangaan van de dialoog met betrokken maatschappelijke partijen. Er wordt zorg gedragen voor beperkte maar effectieve en doelgerichte brandveiligheidsvoorschriften voor ouderen-huisvesting in het Bouwbesluit 2012 en het Besluit Bouwwerken Leefom-geving als opvolger daarvan onder de Omgevingswet.Daarnaast wordt in overleg getreden met projectontwikkelaars, gebouwei-genaren en woningcorporaties voor het verbeteren van de brandvei-ligheid van het woningaanbod dat specifiek is gericht op ouderenhuis-vesting.De Europese wetgeving die de bouwsector raakt is in 2016 voorwerp van een «fitness check», een evaluatie van een beleidsterrein waarin de Europese Commissie bekijkt hoe wetgeving bijdraagt aan de Europese beleidsdoelen. Een fitness check kan bijvoorbeeld overlap in regelgeving identificeren. In 2016 wordt in deze context een publieke consultatie gehouden over de verordening bouwproducten (305/2011/EU), de richtlijn energie-efficiëntie (2012/27/EU) en de richtlijn energieprestatie van gebouwen (2010/31/EU). De resultaten van de fitness check worden op Europees niveau besproken.Daarnaast dient Nederland in 2017 in het kader van de rapportagever-plichting van de richtlijn energie-efficiëntie en de richtlijn energieprestatie van gebouwen een Nationaal Energie Efficiëntie Actieplan (NEEAP) op te stellen. Met het NEEAP wordt de Europese Commissie geïnformeerd over de maatregelen die Nederland heeft genomen ter bevordering van energie-efficiëntie in Nederland en de behaalde en verwachte energiebe-sparing.Tot slot zal in 2017 verder uitvoering worden gegeven aan een nieuw kader voor bepalingsmethoden van de energieprestatie, conform de Kamerbrief van 2 juli 2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 30 196, nr. 352).Bijdragen aan agentschappenHandhaving energielabel (ILT)In 2017 zet de Inspectie Leefomgeving en Transport haar werkzaamheden voort op het gebied van de handhaving van de naleving van de verplich-tingen met betrekking tot het energielabel in het kader van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 238 Uitvoering Energieakkoord (RVO)Voor werkzaamheden van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ter uitvoering van afspraken uit het Energieakkoord voor duurzame groei is voor de jaren 2016 tot en met 2019 in totaal € 15 mln. ingezet.Deze werkzaamheden van RVO.nl betreffen in 2017 met name beheer en onderhoud van het systeem voor verkrijging van een definitief energielabel voor woningen op basis van de herziene Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen. De webtool wordt waar nodig verder verbeterd en aangepast op basis van actuele ontwikkelingen en de monitoring wordt voortgezet. Tevens zal een vervolgonderzoek worden uitgevoerd naar de effecten van het energielabel en de achterliggende redenen conform aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer.6 Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukkenBeleidsprogramma EnergiebesparingDeze post betreft een overboeking naar het Ministerie van Economische Zaken, met name ten behoeve van monitoring van de voortgang van de maatregelen voor energiebesparing in de gebouwde omgeving in het kader van het Energieakkoord voor duurzame groei.2.2 Woningbouwproductie SubsidiesBeleidsprogramma WoningbouwOok in 2017 wordt aan een aantal partijen subsidie verleend ter onder-steuning van de uitvoering van het beleid door middel van communicatie-activiteiten en het verspreiden van goede voorbeelden en innovaties.OpdrachtenBeleidsprogramma WoningbouwHet op peil houden van de woningproductie en de doorstroming op de woningmarkt blijft onverminderd van belang. Als gevolg van de toename van het aantal huishoudens zijn tot 2040 nog circa 1 miljoen woningen nodig. Het overgrote deel van de behoefte slaat neer in de Noord- en Zuidvleugel van de Randstad, maar ook buiten de Randstad blijft in een aantal stedelijke regio’s behoefte aan extra woningen. Het Rijk en de decentrale overheden delen hiervoor de verantwoordelijkheid. Het bestuurlijk overleg tussen het kabinet en vertegenwoordigers van stedelijke regio’s in het kader van het Meerjarenprogramma Infra-structuur, Ruimte en Transport (MIRT) geeft hier uitdrukking aan. De toevoeging van woningen aan de voorraad vindt plaats door nieuwbouw, maar ook steeds meer door middel van transformatie van gebouwen en gebieden. Om mogelijke belemmeringen in de woningproductie en transformatie zoveel mogelijk weg te nemen, zet de Minister drie expertteams in. De werkzaamheden van deze teams maken onderdeel uit van de beleidsdoorlichting voor artikel 2.2.6In het rapport «Energielabel voor koopwoningen» d.d. 18 mei 2016 beveelt de Algemene Rekenkamer aan om over één of twee jaar een vervolgonderzoek uit te voeren om te kijken of huiseigenaren meer waarde gaan toekennen aan het energielabel en dat vervolgonderzoek zo in te richten dat niet alleen getoetst wordt of het energielabel werkt of niet, maar ook wat de redenen zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 239 Het Expertteam Versnellen richt zich van 2015 tot en met 2017 op het verminderen van lokale regeldruk en het bieden van hulp bij een nieuwe aanpak van gebiedsontwikkeling en het vlottrekken van vastzittende woningbouwprojecten. Zoals weergegeven in de brief van 19 april 2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 757, nr 133) heeft het Expertteam conform streven gemeenten en bedrijven bijgestaan: tussen 1 januari 2015 en 1 april 2016 in 38 gevallen. Doel is om tot 2018 jaarlijks 30 tot 40 gemeenten en bedrijven te ondersteunen. Daarbij zal, samen met het programma «Aan de slag met de Omgevingswet», ook aandacht worden besteed aan het leren werken met de Omgevingswet en het opstellen van een gemeentelijke omgevings- en/of woonvisie.Het Expertteam Transformatie ondersteunt vooralsnog tot en met 2017 gemeenten en andere betrokkenen bij het op gang brengen van transfor-matie van leegstaande kantoren en overig vastgoed naar woningen. Daarbij biedt het Rijk ook de diensten aan van de Juridische Expertpool Planschade, die gemeenten adviseert over het vermijden van planschade bij voorgenomen bestemmingswijzigingen.Bijdragen aan agentschappenBeleidsprogramma woningbouw (RVO)De op dit instrument opgenomen middelen zijn bestemd voor het jaarprogramma 2017 dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uitvoert op het gebied van energiebesparing in de gebouwde omgeving, woningbouw en kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Het programma behelst kennisverspreiding, beleidsonder-bouwing en uitvoering van subsidieregelingen over de hele breedte van het wonen- en bouwenbeleid.2.3 Kwaliteit woonomgeving SubsidiesBeleidsprogramma woonomgevingHet Landelijke Samenwerkingsverband Actieve bewoners (LSA) ontvangt in 2017 een subsidie voor het bevorderen van bewonersparticipatie. Er wordt gewerkt aan een vermindering van de subsidie over de komende jaren. Het ministerie van Binnenlandse en Koninkrijksrelaties vindt het niet wenselijk dat het LSA grotendeels afhankelijk is van subsidiegelden van dit ministerie. Het is van belang dat het LSA in de toekomst ook andere financiers aanspreekt. De Kamer heeft hier in 2014 per brief een toelichting over ontvangen (Kamerstukken II, 34 000 XVIII, 2014–2015, nr. 21). Ook de Landelijke Vereniging van Kleine Kernen (LVKK) ontvangt in 2017 subsidie. Deze subsidie is gericht op projecten met als oogmerk het versterken van de burgerbetrokkenheid in dorpskernen. Het accent van de subsidieverstrekking ligt op versterking van de lokale democratie. Dit is in lijn met de voortgangsrapportage Agenda Lokale Democratie die op 22 juni aan de Kamer is aangeboden.OpdrachtenBeleidsprogramma woonomgevingAanpak overlast. Voor de toepassing van het handhavingsinstrumen-tarium in de Woningwet (aanpak malafide pandeigenaren) wordt het kennis- en leertraject voor en door gemeenten in 2017 voortgezet. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 240 Daarnaast treedt per 1 januari 2017 de wijziging van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek in werking, waardoor gemeenten de mogelijkheid wordt geboden om woningzoekende huurders te screenen. Dit ter beperking van overlastgevend en crimineel (waaronder radicaal, extremistisch of terroristisch) gedrag in bepaalde wooncomplexen, straten of gebieden waar de leefbaarheid ernstig onder druk staat. Aan de toepassing is een kennis- en leertraject gekoppeld. Ook is het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties i.s.m. SZW (Expertise-unit Sociale Stabiliteit) en V&J (NCTV) en gemeenten gericht op het bevorderen van sociale stabiliteit en cohesie in buurten en wijken. Tevens worden gemeenten onder andere gesteund in de bestuurlijke aanpak van ondermijnende criminaliteit.Verder is het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties partner in het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ) dat zich richt op wonen, werk, onderwijs en veiligheid.Programma BevolkingsdalingGemeenten, provincies, maatschappelijke organisaties, bedrijven en burgers zijn primair verantwoordelijk voor het oplossen van knelpunten als gevolg van bevolkingsdaling, vergrijzing en ontgroening. In 2017 blijft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de krimp- en anticipeerregio’s ondersteunen bij het begeleiden van regionale krimpop-gaven. Deze ondersteuning is gericht op regionale uitvoering van aanpakken en acties. De opgestelde samenwerkingsagenda’s in het actieplan Bevolkingsdaling zijn hierbij leidend (Kamerstukken II, 2015–2016, 31 757, nr. 89). Deze hebben een looptijd tot uiterlijk 2019. Het Rijk ondersteunt de regio’s op het gebied van samenwerkend bestuur op basis van de integrale gebiedsopgave. Ook ondersteunt het Rijk regionale experimenten en levert het kennis en expertise. Het Rijk geeft helderheid over wet- en regelgeving en zal bij belemmerende wet- en regelgeving naar mogelijke oplossingen zoeken.Tevens zal een deel van het voor 2017 beschikbare budget worden verstrekt in het kader van de Agenda Stad en Europese Agenda Stad.2.4 Revolverend Fonds Energiebesparing Verhuurders Bijdragen aan baten-lastenagentschappenUitvoeringskosten Revolverend Fonds Energiebesparing Verhuurders (RVO)Deze post betreft de uitvoeringskosten van de Rijksdienst voor Onder-nemend Nederland (RVO.nl) voor het revolverende Fonds energiebe-sparing huursector. Vanuit dit fonds worden laagrentende leningen verstrekt voor renovatie van woningen in de huursector onder en boven de liberalisatiegrens met een zeer hoge energiebesparingsambitie zoals «nul op de meter». Voor het fonds is inclusief uitvoeringskosten € 75 mln. beschikbaar. Deze middelen kennen een revolverend karakter. De terugontvangsten (aflossingen en rente) worden niet geraamd, maar vloeien jaarlijks na realisatie terug in het fonds. Hierdoor blijft budget beschikbaar voor het uitzetten van nieuwe leningen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 241 Artikel 3. Kwaliteit Rijksdienst A Algemene doelstellingHet tot stand brengen van een moderne Rijksoverheid met goede prestaties op het gebied van de rijksbrede bedrijfsvoering, goed werkge-verschap, en management van de Rijksdienst van hoge kwaliteit.B Rol en verantwoordelijkheidDe Minister voor Wonen en Rijksdienst heeft een beleidsontwikkelende en kaderstellende rol op het terrein van de organisatie en bedrijfsvoering van de Rijksdienst. Hij bevordert eenheid in het rijksbreed bedrijfsvoering-beleid en is eerstverantwoordelijke op de terreinen personeel, organisatie, ICT, facilitaire dienstverlening, huisvesting en beveiliging. De Minister voor Wonen en Rijksdienst is daarnaast verantwoordelijk voor de arbeidsvoorwaarden en rechtspositie van de ambtenaren werkzaam bij de sector Rijk, inclusief de modernisering van het werkgeverschap.De Minister voor Wonen en Rijksdienst regisseert, in samenwerking met de andere Ministeries, de totstandkoming van kaders en brengt daarin meer samenhang, met als doel een beter bestuurbare en meer efficiënte bedrijfsvoering binnen de Rijksdienst. Binnen die kaders zijn de afzonder-lijke ministers verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering van hun eigen ministerie.De uitgaven voor de bedrijfsvoering worden verantwoord door de individuele ministers, tenzij de taak is gecentraliseerd en het budget is overgeheveld. Op dit begrotingsartikel zijn middelen beschikbaar die de Minister voor Wonen en Rijksdienst inzet voor het invullen van zijn systeemverantwoordelijkheid ten aanzien van de bedrijfsvoering van het Rijk. Deze verantwoordelijkheid krijgt in de praktijk vorm door één of meerdere van de volgende componenten:•Kaderstelling door het vastleggen van normen en standaarden;•Monitoring door het volgen van de uitvoering in de praktijk;•Het zo nodig plegen van interventies door het aanspreken van betrokkenen op de naleving van normen en standaarden of het aanpassen van de kaders aan de geconstateerde tekortkomingen.De Minister voor Wonen en Rijksdienst maakt werk van een kostenbe-wuste, dienstverlenende en slagvaardige overheid. Om invulling te geven aan het kostenbewustzijn hebben de ministeries een taakstelling op hun uitgaven voor materieel en personeel gekregen. De Minister toetst de intensiveringen op deze uitgaven om zo invulling te geven aan zijn verantwoordelijkheid voor beheersing hiervan.Bovendien is de Minister voor Wonen en Rijksdienst werkgever voor de circa 70 managers op het hoogste niveau, daar waar het gaat om benoeming, arbeidsvoorwaarden en ontslag.Om de kwaliteit van de Rijksdienst te bevorderen verzorgt Bureau Algemene Bestuursdienst (ABD) de werving en selectie en loopbaanbege-leiding voor ambtenaren in de top van de Rijksdienst en bij de Nationale Politie. Tevens zorgt het bureau voor een gericht ontwikkelaanbod voor de ambtelijke top op het gebied van leiderschaps- en talentontwikkeling.Bureau ABD ondersteunt de departementen bij de kabinetsopdracht om ten minste 30% van de topfuncties binnen de Rijksdienst vervuld te hebben door een vrouw. Om de instroom van vrouwen in de ABD te Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 242 vergroten, zorgt Bureau ABD er onder meer voor dat er voldoende zicht is op talent en managementpotentieel binnen de Rijksdienst. Daarnaast verleent het bureau diensten aan nieuwe doelgroepen, zoals publiekrech-telijke ZBO’s en diverse gemeenten en wordt verder vormgegeven aan de structurele uitwisseling met het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Ook verzorgt Bureau ABD enkele HR-diensten aan de kabinetsleden, waaronder de salarisadministratie.C BeleidswijzigingenEr zijn geen beleidswijzingen.D1 Budgettaire gevolgen van beleidBudgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Art.nr. Verplichtingen: 28.862 23.521 18.234 16.131 16.766 13.366 13.472 Uitgaven: 29.318 23.521 18.234 16.131 16.766 13.366 13.472 Waarvan juridisch verplicht (percentage) 63% 3.1 Kwaliteit Rijksdienst 29.318 23.521 18.234 16.131 16.766 13.366 13.472 Subsidies 3.680 3.600 3.600 3.600 3.600 0 0 Fysieke Werkomgeving Rijk 180 200 200 200 200 0 0 Subsidie A&O-fonds 3.400 3.400 3.400 3.400 3.400 0 0 Subsidie Qiy 100 0 0 0 0 0 0 Opdrachten 11.556 10.706 7.669 7.455 8.090 8.290 8.396 Bedrijfsvoering Rijk 11.556 10.706 7.669 7.455 8.090 8.290 8.396 Bijdrage aan agentschappen 14.012 9.215 6.965 5.076 5.076 5.076 5.076 Agentschap Logius 0 1.660 1.560 0 0 0 0 Agentschap UBR 2.750 0 0 0 0 0 0 Arbeidsmarkt Communicatie (UBR) 6.013 5.755 5.405 5.076 5.076 5.076 5.076 Bedrijfsvoerings Rijk 699 0 0 0 0 0 0 Eigenaarsbijdrage FMHaaglanden 4.550 1.000 0 0 0 0 0 Eigenaarsbijdrage UBR 0 800 0 0 0 0 0 Bijdrage aan andere begrotings-hoofdstukken 70 0 0 0 0 0 0 Bedrijfsvoering Rijk 70 0 0 0 0 0 0 Ontvangsten: 1.334 9.289 0 0 0 0 0D2 BudgetflexibiliteitHet uitgavenbudget van artikel 3 is voor 63% juridisch verplicht.SubsidiesDe subsidies zijn voor 100% juridisch verplicht. Het betreft subsidies voor de Fysieke Werkomgeving Rijk en het A&O-fonds.OpdrachtenDe opdrachten zijn voor 12% juridisch verplicht. Het betreft EG-aanbestedingen via HIS, ABD-blad, learning centre en onderhoudscon-tract ISA-systeem.Bijdragen aan agentschappenDe bijdragen aan agentschappen zijn voor 100% juridisch verplicht. Het betreft verplichtingen die zijn aangegaan voor het uitvoeren van de rijksbrede arbeidsmarktcommunicatie en het beheer van een berichtenver-keervoorziening.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 243 E Toelichting op de instrumenten3.1 Kwaliteit Rijksdienst SubsidiesFysieke Werkomgeving RijkDe Minister voor Wonen en Rijksdienst verstrekt in 2017 een subsidie aan het kennisinstituut Center voor People and Buildings voor Fysieke Werkomgeving Rijk (FWR). De FWR is een concept voor een werkom-geving voor rijksambtenaren dat flexibel, tijd- en plaatsonafhankelijk (samen-) werken mogelijk maakt. De subsidie heeft tot doel de generieke ontwikkeling van toepasbare kennis in het domein van de kantoorhuis-vesting. Daarbij gaat het om het opbouwen van kennis over kwalitatieve en financiële aspecten van de normering FWR voor kantoorgebouwen van het Rijk.Subsidie A&O-fondsDe Minister voor Wonen en Rijksdienst verstrekt net als in voorgaande jaren in 2017 een bijdrage aan het Arbeidsmarkt- en opleidingsfonds Rijk in de vorm van een subsidie. Deze jaarlijkse bijdrage is onderdeel van de cao-afspraken. Het fonds zet de subsidie in voor arbeidsmarktprojecten (zoals het project duurzame plaatsing arbeidsbeperkten, mobiliteit in kader van duurzame inzetbaarheid) binnen het Rijk die het bestuur van het A&O-fonds goedkeurt. Jaarlijks wordt hiervoor een beleidsplan gemaakt.OpdrachtenBedrijfsvoering RijkOm de kwaliteit van de Rijksdienst te verbeteren wordt in 2017 op het terrein van organisatie en personeel verder gewerkt aan het realiseren van in-, door- en uitstroom van rijksambtenaren. Het Van Werk Naar Werk (VWNW) beleid, onderdeel van de cao-afspraken, vormt hierbij een belangrijke factor. Dit akkoord geldt tot 1 januari 2017. In 2016 wordt met de bonden overlegd over eventuele bijstelling van dit akkoord.Bij de instroom van ambtenaren gaat specifiek aandacht uit naar het aantrekken en behouden van medewerkers met een arbeidsbeperking. Daarnaast wordt gewerkt aan de verdere flexibilisering van de rijksdienst om tijdig in te kunnen spelen op wijzigingen in het takenpakket. Een eenduidige toepassing van de gesprekscyclus met daarin een jaarlijkse evaluatie met conclusie, zal rijksbreed worden geïmplementeerd.Ook wordt het ziekteverzuim systematisch aangepakt waarbij voorzien is in een opschoonactie van verzuimdossiers van medewerkers die al langer dan twee jaar met ziekteverlof zijn. Verder wordt gewerkt aan het verbeteren van de keten bij de aanpak van het ziekteverzuim, met als belangrijk aandachtspunt het tijdig inzetten van de juiste deskundigheid (zoals re-integratie adviseurs). Daarnaast blijft mobiliteit als onderdeel van duurzame inzetbaarheid een speerpunt. Ook zal worden geïnvesteerd in een samenhangende aanpak gericht op het integriteitbewustzijn van medewerkers als onderdeel van hun ambtelijk vakmanschap.In 2017 zal uitvoering worden gegeven aan de agenda Strategisch Personeelsbeleid Rijk 2025 (SPAR), die tot stand is gekomen in een gezamenlijk traject tussen werkgever en vakbonden. De agenda bevat vernieuwende afspraken, die toekomstbestendig zijn en passen bij Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 244 professionele medewerkers in een wendbare en kwalitatief hoogwaardige Rijksoverheid.In het kader van de consolidatie van de datacenters van het Rijk wordt in de 2017 verder gewerkt aan de sluiting van de oude datacenters en de migratie naar de nieuwe (Rijks)Overheidsdatacenters.Over de voortgang van de uitvoering van de maatregelen van het kabinet in reactie op het rapport van de Tijdelijke Commissie ICT wordt de Tweede Kamer tweejaarlijks geïnformeerd middels een voortgangsrapportage.Op het gebied van inkoop streeft het Rijk met een compacte inkooporgani-satie naar professioneel en verantwoord inkopen. Voor 32 inkoopcatego-rieën wordt rijksbreed categoriemanagement gevoerd en de inkoopdienst-verlening vindt plaats vanuit een beperkt aantal inkooppunten. Randvoorwaarde voor een efficiënt inkoop- en aanbestedingsproces is verdergaande digitalisering. Het Rijk wil voor al zijn leveranciers een goede opdrachtgever zijn en wil daarbij bedrijven uitdagen het beste uit zichzelf te halen en te innoveren. Daarnaast is maatschappelijk verant-woord inkopen het leidend thema binnen de rijksbrede inkooppraktijk. Integriteit in relatie tot inkoop blijft een onderwerp dat volop aandacht verdient. Met een pakket van maatregelen streeft het Rijk een nog betere bewustwording hiervan na.Op het gebied van de rijkshuisvesting en faciliteiten staan de komende jaren de realisatie van de geactualiseerde masterplannen centraal. In 2017 wordt ook het stelsel voor de specialties geïmplementeerd. In het rijkshuisvestingstelsel worden rijkspanden zo efficiënt en effectief mogelijk ingericht. Naast het vastgoedperspectief wegen daarin ook het primaire proces van de huidige en toekomstige bewoners, het facilitaire, de ICT en de beveiliging mee. In alle gevallen zal daarbij een integrale concernafweging worden gemaakt. ZBO’s zullen waar mogelijk aansluiten op de rijksbrede bedrijfsvoeringinfrastructuur.De rijksbrede kengetallen over de bedrijfsvoering staan vermeld in de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2015 (Kamerstuk 31 490, nr. 205).Bijdragen agentschappenAgentschap LogiusLogius ontvangt een bijdrage voor het beheer en de exploitatie van de berichtenverkeervoorziening ten behoeve van eProcurement binnen het Rijk.Arbeidsmarkt CommunicatieHet Expertisecentrum Organisatie & Personeel (EC O&P) van Uitvoerings-organisatie Bedrijfsvoering Rijk voert de rijksbrede arbeidsmarktcommu-nicatie uit en zorgt er hierbij voor dat de rijksoverheid zich profileert en werft als één werkgever. In 2017 zal de inzet zich – naast de generieke arbeidsmarktcommunicatie – richten op campagnes voor de diverse traineeships, stages, schaarse groepen als ICT’ers en op het bevorderen van rijksbrede mobiliteit. Daarnaast voert EC O&P het functioneel beheer van de carrièresites overheid (CSO platform) en de regie over het technisch- en applicatiebeheer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 245 Artikel 6. Uitvoering rijksvastgoedbeleid A Algemene doelstellingUitvoering geven aan rijksvastgoedbeleid door:•het verzorgen van de rijkshuisvesting van Hoge Colleges van Staat, het Ministerie van Algemene Zaken en het Koninklijk Huis, het beheren van monumenten die, naar hun aard, niet geschikt zijn voor rijkshuis-vesting en het uitvoeren van het rijkshuisvestingsbeleid;•het realiseren van een optimaal financieel resultaat bij het verwerven, beheren, ontwikkelen en vervreemden van materiële activa van/voor het Rijk voor de realisatie van rijksdoelstellingen.B Rol en verantwoordelijkheidDe Minister voor Wonen en Rijksdienst is, als opdrachtgever en uitvoerder verantwoordelijk voor:•de huisvesting van de Hoge Colleges van Staat en het Ministerie van Algemene Zaken;•de huisvesting van het Koninklijk Huis, voor zover vallend onder de verantwoordelijkheid van de Staat;•het beheer en onderhoud van de monumenten die aan de Rijksgebou-wendienst zijn toevertrouwd en die naar hun aard niet geschikt zijn voor de huisvesting van rijksdiensten;•de doelmatige uitvoeringspraktijk van de rijkshuisvesting binnen de wettelijke en afgesproken kaders.Daarnaast is de Minister voor Wonen en Rijksdienst als uitvoerder op het terrein van rijksvastgoed verantwoordelijk voor:•het (privaatrechtelijk) beheer van onroerende zaken die aan de Staat toebehoren dan wel zijn toevertrouwd, een en ander voor zover de verantwoordelijkheid voor dat beheer niet bij of krachtens de wet bij een of meer andere Ministers is gelegd;•de coördinatie van de samenwerking en afstemming tussen de diensten die onderdeel vormen van het rijksvastgoedstelsel, zowel in de regio als landelijk (regiefunctie). Ter bevordering van de samenwer-king en afstemming tussen de diensten fungeert de Raad voor Vastgoed Rijksoverheid (RVR). Ter bevordering van de samenwerking en afstemming tussen de departementen ten aanzien van rijksvast-goed fungeert de Interdepartementale Commissie Rijksvastgoed (ICRV). De Minister draagt zorg voor de ondersteuning van de RVR en de ICRV en is verantwoordelijk voor de totstandkoming van de rijks(brede) vastgoedportefeuillestrategie. De Minister wordt in deze taak ondersteund door het RVB;•de vertegenwoordiging namens het Rijk bij gebiedsontwikkelingspro-jecten waarbij meervoudige rijksdoelstellingen aanwezig zijn. Ook hierbij wordt gestreefd naar een optimale inzet van (overtollige) rijksactiva en/of financiële bijdragen van het Rijk.Verantwoordelijkheden overtollig vastgoedDe Minister voor Wonen en Rijksdienst verzorgt de ingebruikgeving en vervreemding van (overtollige) onroerende zaken van andere Ministeries. Voor zover er op basis van de huidige begrotingsregels van het kabinet sprake is van een generieke middelenafspraak met een Minister, wordt de opbrengst uit ingebruikgeving en/of vervreemding door de betreffende Minister begroot en verantwoord op de eigen begroting.Sinds 2014 neemt het Rijksvastgoedbedrijf overtollig vastgoed van andere departementen over tegen betaling vooraf. De (netto-)opbrengst uit verkoop van dit vastgoed aan derden wordt begroot en verantwoord in de Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 246 agentschapbegroting en agentschapjaarrekening. Vastgoed dat voor 1 juli 2014 overtollig is gesteld, wordt nog volledig begroot en verantwoord door de betreffende Minister.C BeleidswijzigingenIn het kader van de agentschapvorming van het Rijksvastgoedbedrijf is het noodzakelijk dat er sprake is van duidelijkere opdrachtgeverrelaties, waarbij genieten, beslissen en betalen meer in één hand liggen. Als gevolg hiervan worden deelbudgetten naar opdrachtgevende departe-menten overgeboekt. Inputfinanciering wordt hierbij zo goed als mogelijk vervangen door outputfinanciering.D1 Budgettaire gevolgen van beleid 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Art.nr. Verplichtingen: 221.781 166.749 125.453 129.326 131.335 135.050 135.445 Uitgaven: 220.862 166.749 125.453 129.326 131.335 135.050 135.445 Waarvan juridisch verplicht (percentage) 93% 6.1 Een doelmatige uitvoeringspraktijk van de Rijkshuisvesting 118.385 68.184 44.678 49.122 51.288 55.170 55.565 Bijdrage aan agentschappen 118.385 68.184 44.678 49.122 51.288 55.170 55.565 Bijdrage voor huisv Koninklijkhuis, HoCoSta’s en AZ (RVB) 36.507 53.226 33.279 37.421 40.176 44.058 44.453 waarvan: begroting I, de Koning 0 0 15.173 15.179 15.164 15.151 14.982 begroting IIA, Tweede Kamer en Eerste Kamer 0 0 6.282 6.782 6.865 6.902 7.000 begroting IIB, Overige Hoge College’s van Staat 0 0 8.246 8.537 8.919 9.370 9.966 begroting III, Ministerie van AZ 0 0 2.643 2.822 2.841 2.847 2.871 Bijdrage voor monumenten (RVB) 73.224 7.061 5.229 5.529 5.379 5.378 5.378 Bijdrage voor rijkshuisvesting (RVB) 8.654 7.897 6.170 6.172 5.733 5.734 5.734 6.2 Beheer materiele activa 102.477 98.565 80.775 80.204 80.047 79.880 79.880 Opdrachten 17.316 16.251 4.711 4.711 4.510 4.510 4.510 Beheer en plankosten 17.316 16.251 4.711 4.711 4.510 4.510 4.510 Bekostiging 63.726 61.556 61.525 61.471 61.515 61.516 61.516 Zakelijke lasten 63.726 61.556 61.525 61.471 61.515 61.516 61.516 Bijdrage aan agentschappen 21.435 20.758 14.539 14.022 14.022 13.854 13.854 Bijdrage RVOB 21.435 20.758 14.539 14.022 14.022 13.854 13.854 Ontvangsten: 161.904 363.191 138.734 138.734 138.584 138.584 138.584D2 BudgetflexibiliteitHet uitgavenbudget van artikel 6 is voor 93% juridisch verplicht.Bijdragen aan agentschappenDeze middelen zijn voor 91% juridisch verplicht met lopende contracten voor gebruiksvergoeding voor de objecten met contracten voor a fonds perdu afrekening van kleinere projecten. Het restantdeel wordt volledig ingezet voor onderhoudsactiviteiten aan de panden van het Koninklijk Huis, Hocosta’s en AZ.OpdrachtenDe opdrachten zijn als gevolg van afspraken met de markt voor 25% juridisch verplicht. Het restant is niet vrij beschikbaar omdat hiermee de plan en beheerkosten van aan het voormalig RVOB-overgedragen vastgoed mee moeten worden bekostigd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 247 BekostigingDeze middelen zijn voor 100% juridisch verplicht als gevolg van lokale belastingwetgeving waardoor RVB de zakelijke lasten aan gemeenten dient te betalen.E Toelichting op de instrumenten6.1 Een doelmatige uitvoeringspraktijk van de Rijkshuisvesting Bijdrage aan agentschappenBijdrage voor huisvesting Koninklijk Huis, HoCoSta’s en AZDeze bijdragen zijn bedoeld voor betalingen aan het Rijksvastgoedbedrijf om de kosten te dekken van huisvesting van de Hoge Colleges van Staat en het Ministerie van Algemene Zaken. Voor het Koninklijk Huis betreft het de drie staatspaleizen: paleis Huis ten Bosch, paleis Noordeinde en het Koninklijk Paleis te Amsterdam.De bijdrage is gesplitst naar de vier begrotingshoofdstukken ten behoeve waarvan de uitgaven worden gedaan.In 2015 heeft het kabinet besloten om de uitgaven die worden gedaan voor de Koning uitgebreider toe te lichten. Op de begroting van Wonen en Rijksdienst staan de huisvestingsbudgetten voor de paleizen. Hieronder volgt een nadere toelichting. Bij de begroting van de Koning (I) is een extracomptabele bijlage opgenomen waarin deze uitgaven ook worden gepresenteerd.Specifieke toelichting huisvesting Koninklijk HuisKrachtens de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis (artikel 4) worden drie paleizen ter beschikking gesteld aan de Koning. Dit zijn paleis Huis ten Bosch, paleis Noordeinde en het Koninklijk Paleis te Amsterdam. De uitvoering hiervan vindt plaats via de begroting van Wonen en Rijksdienst.Als bijdrage aan het Rijksvastgoedbedrijf voor huisvesting van het Koninklijk Huis, Hoge Colleges van Staat en het Ministerie van Algemene Zaken is in de begroting € 33 mln. opgenomen, waarvan € 15 mln. voor de paleizen.De € 15 mln. voor de paleizen die Wonen en Rijksdienst aan het Rijksvast-goedbedrijf betaalt, is opgebouwd uit een aantal componenten.•Ten eerste € 5 mln. rente en afschrijving voor investeringen die vanaf 2010 via de leenfaciliteit zijn gefinancierd en zijn geactiveerd op de balans van het RVB.•Ten tweede € 6 mln. voor regulier dagelijks en planmatig onderhoud. Hiervoor worden de technische installaties onderhouden en – indien zij aan het einde van hun technische levensduur zijn – vervangen, worden storingen verholpen, en worden gebouwen geschilderd, onderhouden en hersteld. Evenzo worden terreinen onderhouden en hersteld. Voor het onderhoud aan de paleizen geldt, vanwege het veelal monumen-tale karakter van de objecten, een hogere norm dan voor kantoren.•Het restant (€ 4 mln.) betreft betalingen van Wonen en Rijksdienst aan het RVB voor kleinere investeringen op basis van wet- en regelgeving (o.a. brandveiligheid), kosten voor kleinere aanpassingen, voor apparaatinzet en voor heffingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 248 Ook voor latere jaren zijn deze middelen nodig, omdat gebouwen structureel onderhouden moeten worden, er langdurig wordt afgeschreven en er rente wordt betaald op de leningen. Door de investe-ringen voor paleis Huis ten Bosch loopt dit op met circa € 1,5 mln. per jaar vanaf 2018.Conform een toezegging van de minister-president gedaan bij de behandeling van de ontwerpbegroting 2016 van de Koning geeft onderstaande meerjarenplanning inzicht in geplande onderzoeken naar en het meerjarig groot onderhoud/renovatie van de paleizen. Over de wijze waarop zulke projecten gefinancierd worden is de Tweede Kamer geïnformeerd in de brief van 2 december 2015 (Kamerstukken 2015–2016, 34 300 XVIII nr. 45). 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Onderzoek – Koninklijk Paleis Amsterdam – – – – Renovatie/groot onderhoud: – Paleis Huis ten Bosch lopend lopend lopend – Koninklijk Paleis Amsterdam geen geen geen geen geen geen – Paleis Noordeinde geen geen geen geen geen geenOp dit moment zijn geen nieuwe, toekomstige renovaties in de paleizen voorzien. Wel is één onderzoek voorzien naar een mogelijk toekomstige renovaties van de Burgerzaal in het Koninklijk Paleis te Amsterdam. Verder wordt regulier dagelijks en planmatig onderhoud in de paleizen uitgevoerd, zoals hierboven beschreven.Paleis Huis ten BoschDe totale investeringen voor de renovatie zijn begroot op € 59 mln. Via de begroting van Wonen en Rijksdienst wordt via de leenfaciliteit meerjarig in totaal € 15 mln. bijgedragen aan de renovatie. De overige € 44 mln. komt ten laste van de voor het paleis gecreëerde voorziening op de balans van het agentschap Rijksvastgoedbedrijf.Paleis NoordeindeIn 2017 worden geen verbouwingen of renovaties uitgevoerd.Koninklijk Paleis AmsterdamVoor 2017 staan geen verbouwingen of renovaties op het programma. In 2017 start voor de Burgerzaal een bouwhistorisch onderzoek. Dit is nodig om een bouwkundig plan te kunnen maken voor een mogelijke renovatie van de zaal.Bijdrage voor monumentenDe budgettaire reeks kent een dalend verloop. Dat komt omdat in 2015 de Nederlandse Monumenten Organisatie (NMO) voor de overdracht van 31 monumenten met een erfgoedfunctie (MEF), maar zonder rijkshuisves-tingsfunctie, eenmalig een instandhoudingsbijdrage ad € 61 mln. van het Rijk ontving. Om deze te bekostigen is onder meer het onderhoudsbudget dat voor deze monumenten beschikbaar was, naar voren gehaald.Er wordt bijgedragen aan het Rijksvastgoedbedrijf voor het beheer en onderhoud van een aantal monumenten die naar hun aard niet geschikt zijn voor huisvesting van rijksdiensten. Het RVB zet zich in voor het Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 249 bevorderen van de gebruiksmogelijkheden en verhuurbaarheid van de monumenten.Beoogde prestaties voor 2017 zijn: Basis-waarde Peildatum Streef-waarde Periode Gebruiksgraad monumenten zonder huisvestingsfunctie per jaar ultimo 95% 2009 95% 2017Bron: WenR/RVB administraties: monumentencatalogus en contractadministratie.ToelichtingEen deel van de monumenten zonder huisvestingsfunctie is naar zijn aard niet geschikt voor gebruik, zoals gedenknaalden of grafmonumenten. Deze objecten zijn buiten de berekening van de gebruiksgraad gehouden.Bijdrage voor rijkshuisvestingHet Rijksvastgoedbedrijf draagt bij aan de realisatie van rijksdoelstellingen door te werken aan energiebesparing in de rijkshuisvesting, de duurzaamheid van de gebouwenvoorraad van het Rijk te verbeteren; de doelmatige werking van het rijkshuisvestingstelsel te bevorderen. En ook door bij te dragen aan de totstandkoming van de rijkswerkplek en uitvoering te geven aan professioneel publiek opdrachtgeverschap in de bouw. Dit gebeurt door middel van zorgvuldig en transparant aanbe-steden, de coördinatie van publieke aanbestedende diensten en afstemming met de markt. En ook door werkzaamheden van de Rijks-bouwmeester voor de bevordering en bewaking van de kwaliteit van de architectuur, voor de stedenbouwkundige inpassing en van de beeldende kunst. Dit komt tot uiting bij het tot stand brengen, het wijzigen en het beheren van gebouwen, werken en terreinen waarover de zorg van het Rijksvastgoedbedrijf zich uitstrekt.In 2015 en 2016 is een aantal experimentele projecten gestart in de verkenning van mogelijkheden, gericht op energieneutrale nieuwbouw vanaf 2019 en een energieneutrale portefeuille op termijn (2050). In samenwerking met The Green Village (TU Delft) wordt een «testom-geving» in een kantoor van Rijkswaterstaat in Rijswijk ingericht. In 2017 wordt deze opgeleverd. Hier worden diverse innovatieve technieken in de praktijk getest.6.2. Beheer materiële activa OpdrachtenBijdrage voor privaatrechtelijk beheerHet betreft de bijdrage aan het Rijksvastgoedbedrijf voor de uitvoering van het (privaatrechtelijk) beheer van onroerende zaken die de Staat toebehoren en het vertegenwoordigen van het Rijk bij bepaalde gebieds-ontwikkelingsprojecten. De uitvoering van het (privaatrechtelijk) beheer houdt hoofdzakelijk in: het verwerven, beheren, ontwikkelen en vervreemden van onroerende zaken.Beheer en plankosten (niet-rijkshuisvesting)Het gaat hierbij om uitgaven voor onderhoud en beheer van de onroe-rende zaken welke in het bezit zijn van het RVB. Beheerkosten zijn (externe) kosten in verband met ingebruikgeving en vervreemding, bijvoorbeeld energie-, beveiligings- en taxatiekosten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 250 BekostigingZakelijke lastenHet gaat hier om de betaling van door gemeenten en waterschappen opgelegde belastingen en heffingen op onroerende zaken in eigendom bij de Staat. Gedacht moet worden aan de onroerendzaakbelasting, water-schapsheffingen en rioolheffingen bij de onroerende zaken van de Staat. De uitgaven bestaan voor 80% uit gemeentelasten en voor 20% uit waterschapslasten.OntvangstenZakelijke lastenHet merendeel van de ontvangsten betreft de vergoeding die het Rijksvastgoedbedrijf ontvangt vanuit de gebruiksvergoeding in het rijkshuisvestingstelsel voor het betaalde eigenarendeel van de onroeren-dezaakbelasting. Daarnaast gaat het om terugbetalingen door huurders – niet zijnde rijksgebruikers – van door het Rijksvastgoedbedrijf betaalde gebruikerslasten.IngebruikgevingenHet gaat hierbij om de ingebruikgeving (met name verpachting en verhuur) van de onroerende zaken van de Staat voor zover er voor de opbrengst uit ingebruikgeving geen middelenafspraak bestaat.VervreemdingHet gaat hierbij om de vervreemding van de (o.a. agrarische) onroerende zaken van de Staat, voor zover voor de opbrengst uit vervreemding geen middelenafspraak bestaat. De opbrengsten uit middelenafspraken worden verantwoord via de begrotingen van de vakdepartement.Generale ontvangstenVerkoop bodemmaterialenHieronder vallen de ontvangsten uit de verkoop van bodemmaterialen zoals zand.Veiling huurrechten benzinestationsHet betreft de ontvangsten uit de veiling van huurrechten van benzinesta-tions langs rijkswegen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 251 4. DE AGENTSCHAPPEN 4.1 Logius InleidingDe missie van Logius luidt: Logius biedt publieke dienstverleners een samenhangende digitale infrastructuur die hen in staat stelt met burgers en bedrijven en onderling, 7x24, betrouwbaar, snel, groen en gemakkelijk elektronisch zaken te doen.Logius is een uitvoerder die op het gebied van verbinding en gegevensuit-wisseling tussen overheden en burgers en bedrijven een toegevoegde waarde levert aan afnemers met generieke ICT-dienstverlening. Onze afnemers zijn overheden en organisaties met een wettelijke taak. Logius ontzorgt hen door het leveren van ICT-voorzieningen, standaarden en afsprakenstelsels en voert voor hen regie op ICT-leveranciers. De toegevoegde waarde drukt zich aantoonbaar uit in verlaging van kosten, ontlasten/ontzorgen op generieke ICT-vraagstukken, administratieve lastenverlichting en een gegarandeerde veilige toegang tot de overheid voor burgers en bedrijven. Zo dragen we bij aan doelstellingen van de e-overheid: verbinden en elektronisch zakendoen.Het merendeel van de voorzieningen die bij Logius in beheer zijn vallen onder de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) van de Nederlandse overheid. De GDI is onderverdeeld in de volgende clusters:Identificatie & AuthenticatieMensen moeten veilig, betrouwbaar en gemakkelijk gebruik kunnen maken van digitale (overheids)diensten vanuit de verschillende rollen die zij kunnen vervullen (gemachtigde, burger, zelfstandige, leerkracht etc.). Identificatie & Authenticatie zorgt ervoor dat de overheid en andere organisaties eenduidig de identiteit van personen vast kunnen stellen en dat degene die online een aanvraag doet en gegevens deelt, daartoe ook bevoegd is. Vanuit deze doelstelling beheert Logius DigiD en DigiD Machtigen.DienstverleningIn het cluster Dienstverlening is de samenhang tussen de verschillende voorzieningen voor de digitale overheidsdienstverlening vanuit het perspectief van de eindgebruikers (mensen, bedrijven en instellingen) aan de orde. Zo kan de overheid mensen centraal stellen in zijn/haar rollen, en niet vanuit de blik van de individuele overheidsorganisatie. Het wenkend perspectief is dat de eindgebruikers de verschillende voorzieningen van de digitale overheid als één geheel ervaren. Vanuit deze doelstelling beheert Logius MijnOverheid inclusief de berichtenbox voor burgers en Standard Business Reporting (SBR).GegevensSlim delen en (her)gebruik van informatie is cruciaal om mensen centraal te stellen en goed te kunnen samenwerken over de grenzen van domeinen heen. Hergebruik van data maakt de overheid interactiever en transparant. Indien de data ook nog open zijn, kunnen buiten de overheid andere partijen de gegevens gebruiken en daarmee een toevoegende maatschap-pelijke bijdrage leveren. Vanuit deze doelstelling beheert Logius Digikop-peling, Digilevering en Digimelding.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 252 InterconnectiviteitInterconnectiviteit richt zich vooral op de technische/infrastructuele kant van de GDI en het maken en naleven van afspraken ten aanzien van standaarden. Daarbij wordt het aspect informatieveiligheid expliciet belicht. Zonder beveiligde netwerken en koppelvlakken en zonder standaarden is er geen veilige toegang tot dienstverlening mogelijk en geen veilige uitwisseling van informatie tussen organisaties. Vanuit deze doelstelling beheert Logius Diginetwerk, Keteninformatiediensten Handel & Transport en PKIoverheid.Daarnaast beheert Logius voorzieningen die niet tot de GDI behoren zoals DigiInkoop, DigiZSM Ziek en herstelmeldingen, het ZBO-register, de Haagse Ring en Rijksdiensten.Speerpunten 2017Logius heeft een verantwoordelijkheid voor de inrichting en instand-houding van een aantal vitale voorzieningen zoals MijnOverheid inclusief de berichtenbox, Standard Business Reporting en DigiD. Daarbij is het van belang deze voorzieningen 7x24 operationeel te houden, waarin ongestoorde en veilige massale elektronische informatie-uitwisseling vitaal is. Informatiebeveiliging blijft dan ook een zeer actueel en groeiend vraagstuk. Aanvallen en inbreuken op het ongestoord digitaal functio-neren van Nederland, worden steeds complexer en ingenieuzer. Logius neemt maatregelen om de kwaliteit van informatiebeveiliging verder te verbeteren. Het gaat daarbij onder andere om maatregelen tegen operationele dreigingen van buiten.Daarnaast maken alle afdelingen van Logius gebruik van een gedeelde infrastructuur, daarbij levert Logius zo weinig mogelijk maatwerk. Het gebruik maken van een gedeelde infrastructuur (standaardisatie) is goedkoper dan voor elke voorzieningen en/of afdeling een apart maatwerk infrastructuur in te richten. Dit sluit aan bij de missie van Logius.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 253 Staat van baten en lastenBegroting van baten-lastenagentschap Logius voor het jaar 2017(Bedragen x € 1.000) 2015 Stand Slotwet 2016Vastge-stelde begroting, ontwerp-begroting of in voorko-mende gevallen de 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 Baten Omzet moederdepartement 88.599 75.924 29.765 28.872 28.872 28.872 28.872 Omzet overige departementen 51.249 76.934 154.941 144.485 148.056 147.756 147.756 Omzet derden 5.778 4.308 4.619 4.623 4.633 4.633 4.633 Rentebaten 43 0 0 0 0 0 0 Vrijval voorzieningen 0 0 0 0 0 0 0 Bijzondere baten 294 0 0 0 0 0 0 Totaal baten 145.963 157.166 189.325 177.980 181.561 181.261 181.261 Lasten Apparaatskosten 143.099 154.512 187.923 176.378 181.559 181.259 181.259 – personele kosten 50.870 54.079 56.178 54.472 52.783 53.908 53.908 – waarvan eigen personeel 17.380 19.771 26.910 30.285 32.535 33.660 33.660 – waarvan externe inhuur 31.778 33.441 27.000 22.000 18.000 18.000 18.000 – waarvan overige personele kosten 1.712 867 2.268 2.187 2.248 2.248 2.248 – materiële kosten 92.229 100.433 131.745 121.906 128.776 127.351 127.351 – waarvan apparaat ICT 3.152 200 3.500 4.000 4.500 4.500 4.500 – waarvan bijdrage aan SSO’s 559 3.000 3.300 3.800 4.300 4.300 4.300 – waarvan overige materiële kosten 88.518 97.233 124.945 114.106 119.976 118.551 118.551 Rentelasten 2 100 2 2 2 2 2 Afschrijvingskosten 1.229 2.554 1.400 1.600 0 0 0 – materieel 1.229 2.554 1.400 1.600 0 0 0 – waarvan apparaat ICT 0 0 0 0 0 0 0 – immaterieel 0 0 0 0 0 0 0 Overige kosten 0 0 0 0 0 0 0 – dotaties voorzieningen 0 0 0 0 0 0 0 – bijzondere lasten 0 0 0 0 0 0 0 Totaal lasten 144.330 157.166 189.325 177.980 181.561 181.261 181.261 Saldo van baten en lasten 1.633 0 0 0 0 0 0ToelichtingUitgangspunt voor de begroting van baten en lasten van Logius is een kostendekkende exploitatie.OmzetDe begrote omzet is hoger dan in de begroting 2016. Dit komt deels doordat de omzet in voorgaande jaren is beperkt door ontoereikende budgetten bij opdrachtgevers. Door het toekennen van de aanvullende GDI middelen wordt er nu begroot op de benodigde gelden. Daarnaast veroorzaakt de doelstelling van dit kabinet dat bedrijven en burgers in 2017 al hun zaken met de overheid digitaal kunnen afhandelen, een forse toename van het gebruik van de producten en diensten die Logius levert. Bij de begrotingen van de GDI-voorzieningen is de lijn aangehouden van de bestedingsplannen, zoals ze zijn aangeleverd aan de Digicommissaris. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 254 Daarbij zijn de gelden die beschikbaar zijn op de aanvullende post opgenomen onder omzet overige departementen. Uiteindelijk worden deze bijdragen verstrekt aan Logius via de beleidsverantwoordelijke departementen. De begrote omzet 2017 is onder te verdelen naar de GDI clusters en overige voorzieningen.Personele kostenOngeveer 35% van de apparaatskosten zijn personele kosten. De kosten voor eigen personeel zijn vast en gebaseerd op de formatie van 324 fte. Voor het overige deel personele inzet wordt extern ingehuurd. Door de combinatie van organisatorische randvoorwaarden (formatie), arbeids-marktproblematiek (schaarste op ICT-personeel) en politiek-bestuurlijke urgenties (nieuwe werkzaamheden) maakt dat bij Logius het aandeel externe inhuur hoog is. In 2017 wordt de formatie uitgebreid met 50 fte’s. Daarnaast wordt er zoveel als mogelijk gebruik gemaakt van detache-ringen, I-interim en resultaatverplichtingen, waardoor de kosten externe inhuur worden beperkt.Materiële kostenDe toename van de werkzaamheden van € 30 mln. veroorzaken voorna-melijk een stijging van de materiële kosten. De materiële kosten bestaan voor het grootste deel uit contractkosten voor de producten. Deze vallen onder overig materieel en bestaan uit kosten voor leveranciers die zorgen voor o.a. applicatiebeheer, infrastructuurbeheer en hosting van de producten. Daarnaast vallen hieronder de contractkosten voor bedrijfs-voering. Een klein deel van de materiële kosten, de kantoorautomatisering en huisvesting, valt onder apparaat ICT en bijdrage SSO’s.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 255 KasstroomoverzichtKasstroomoverzicht Logius over het jaar 2017(Bedragen x € 1.000) 2015 Stand Slotwet 2016Vastge-stelde begroting, ontwerp-begroting of in voorko-mende gevallen de 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 1. Rekening courant RHB 1 januari 2017 + depositorekeningen 43.841 50.000 50.000 48.000 46.000 44.000 45.000 +/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom 14.151 – 600 – 400 – 2.000 1.000 1.000 –/– totaal uitgaven operationele kasstroom 0 2. Totaal operationele kasstroom 14.151 1.354 – 600 – 400 – 2.000 1.000 1.000 –/– totaal investeringen – 1.375 – 8.000 0 0 0 0 0 +/+ totaal boekwaarde desinveste-ringen 3. Totaal investeringskasstroom – 1.375 – 8.000 0 0 0 0 0 –/– eenmalige uitkering aan moederdepartement 0 +/+ eenmalige storting door het moederdepartement 0 –/– aflossingen op leningen – 1.427 – 2.554 – 1.400 – 1.600 0 0 0 +/+ beroep op leenfaciliteit 1.350 8.000 0 0 0 0 0 4. Totaal financieringskasstroom – 77 5.446 – 1.400 – 1.600 0 0 0 5. Rekening courant RHB 31 december 2017 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) (noot: maximale roodstand 0,5 miljoen euro) 56.540 48.800 48.000 46.000 44.000 45.000 46.000ToelichtingOperationele kasstroomHet operationele kasstroomoverzicht toont de meerjarige ontwikkeling van de rekening courant. De kasstroom wordt bepaald door het jaarlijkse bedrijfsresultaat, de investeringen, aflossingen op leningen en overige financiële transacties. De verwachting is een lichte daling van de operationele kasstroom door een afname van het onderhandenwerk en de debiteurenpositie. De aflossing van de lening en het niet gebruik maken van de leenfaciliteit veroorzaakt een negatieve investeringskasstroom.InvesteringskasstroomIn 2017 zijn geen investeringen voorzien.Aflossingen op leningenDeze bedragen betreffen de aflossingen van reeds aangegane leningen om investeringen te financieren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 256 Beroep op leenfaciliteitIn 2017 wordt geen beroep op de leenfaciliteit bij het Ministerie van Financiën gedaan.Overzicht doelmatigheidsindicatorenOverzicht van de doelmatigheidsindicatoren Logius 2015Slotwet 2016Vastge-steldebegroting 2017 2018 2019 2020 2021 Omschrijving Generiek Deel Verloop kostprijs (basisjaar 2017 = 100) – – 100 76 67 59 57 Verloop tarieven (basisjaar 2011 = 100) 94 95 94 93 92 91 90 Totale omzet Logius – – 188 mln. 181 mln. 185 mln. 186 mln. 187 mln. Omzet per cluster (in %) – Identicatie & Authenticatie – – 33% 33% 35% 35% 35% – Dienstverlening – – 36% 36% 35% 35% 35% – Gegevens – – 8% 7% 7% 7% 7% – Interconnectiviteit – – 18% 18% 17% 17% 17% – Overige voorzieningen – – 6% 6% 6% 6% 6% % FTE Overhead 22% 22% 22% 22% 22% 22% 22% FTE-totaal, excl. externe inhuur 224 fte 209 fte 324 fte 349 fte 374 fte 374 fte 374 fte Saldo van baten en lasten (%) 3,9% 0 0 0 0 0 0 Klanttevredenheid (KTO) 7 7 7 7 7 7 Medewerkerstevredenheid (MTO) 7 7 7 7 7 7 Benchmark Omschrijving Specifiek Deel DigiD . Aantal DigiD authenticaties 206 mln. 360 mln. 358 mln. 465 mln. 604 mln. 785 mln. 785 mln. MijnOverheid – Aantal berichten – – 180 mln. 350 mln. 450 mln. 550 mln. 650 mln. Digipoort – Aantal berichten via Digipoort 72,1 mln. 70 mln. 72 mln. 74 mln. 76 mln. 78 mln. 80 mln. – Doorlooptijd 1e lijns vraagbeantwoording 100% 48 uur 90% 24 uur 90% 24 uur 90% 24 uur 90% 24 uur 90% 24 uur 90% 24 uurToelichting•Verloop kostprijs: Dit betreft een nieuw doelmatigheidsindicator. De oude indicator bevatte de voorzieningen DigiD en de Digipoort OTP. Deze laatste voorziening wordt in 2017 uitgefaseerd. De nieuwe doelmatigheidsindicator is gebaseerd op het gemiddelde verloop van de producten DigiD, Keteninformatiediensten H&T en MijnOverheid.•De tarieven per uur zijn de tarieven eigen personeel en gebaseerd op de handleiding overheidstarieven. De daling wordt veroorzaakt door het toepassen van de correctiepercentage op de handleiding over-heidstarieven.•De omzet is ingedeeld naar clusters. Deze indeling sluit aan op de indeling van de digicommissaris.•FTE-totaal: In 2017 wordt de formatie met 50 fte’s uitgebreid voor werkzaamheden met een structureel karakter, ter vervanging van de externe inhuur.•Klanttevredenheid: jaarlijks organiseert Logius een onderzoek naar klanttevredenheid met betrekking tot de dienstverleningsprestaties. De doelstelling is jaarlijks een score van 7 te halen. Dit is hoger dan de klanttevredenheid zoals deze in de markt is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 257 •Benchmark: het algemeen beleid van Logius is om elke twee jaar een benchmark uit te laten voeren over de volwassen voorzieningen die bij Logius in beheer zijn. Benchmarking is voor Logius een methode om op een objectieve wijze inzicht te verkrijgen in de marktconformiteit van haar dienstverlening, die van haar externe leveranciers en transparantie van de dienstverlening.•De stijging van het aantal DigiD authenticaties is mede het gevolg van een toename in het gebruik MijnOverheid.•Het aantal berichten via de Digipoort Keteninformatiediensten stijgt. De applicatie is vernieuwd en de berichtenstroom komt geleidelijk weer op gang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 258 4.2 P-Direkt InleidingP-Direkt levert direct toegankelijke bedrijfsvoeringsservices met een focus op personeel, voor en door de rijksambtenaar. P-Direkt bedient de rijksambtenaar met het P-Direktportaal, Rijksportaal Personeel en het contactcenter P-Direkt.De dienstverlening bestaat uit een gevarieerd pakket aan HR-services aan ruim 120.000 rijksambtenaren, werkzaam voor 10 ministeries, een aantal Hoge Colleges van Staat en het Kabinet der Koning. De diensten zijn gericht op eigen verantwoordelijkheid, vertrouwen en zelfbediening. De salarisbetaling en personele informatievoorziening zijn belangrijke eindproducten.De doelstellingen voor 2017 en verderMijn P-DirektDe wereld rond P-Direkt verandert. P-Direkt wil blijvend aansluiten op de behoefte van de eindgebruikers, stakeholders en medewerkers, waarbij de dienstverlening en organisatie moeten meeontwikkelen. P-Direkt is in 2016 dan ook begonnen met een hernieuwde missie, visie en merkbelofte: Mijn P-Direkt, zo geregeld!. Het concept van selfservice wordt pragmati-scher ingezet, gericht op het ontzorgen van de gebruiker. De dienstver-lening wordt meer gepersonaliseerd en moet veel meer intuïtief worden.Hiertoe is het programma «Mijn P-Direkt» opgezet. Het programma beoogt het moderniseren van dienstverlening binnen de kaders van de bestaande Producten en Diensten Gids, in samenhang met vernieuwingen en ontwikkelingen om ons heen.Overheids Data CentrumDe housing en hosting van de P-Direkt systemen, die nu nog wordt verzorgd door een externe partij, wordt overgezet naar het Rijksdatacenter van het SSC-ICT. Dit besluit is in lijn met het rijksbrede beleid rond de consolidatie van Rijksdatacenters. Het migratietraject is gestart in 2014 en SSC-ICT zal haar dienstverlening volledig opleveren per 1 juli 2017.Samenwerking tussen SSO’sSamenwerking in zowel de HR-keten als met de andere Shared Service Organisaties (SSO’s) is de basis voor het toevoegen van waarde aan de bedrijfsvoering van het Rijk. Als thema voor de samenwerking tussen de verschillende SSO’s is gekozen voor «kwaliteit in algemene zin en kwaliteitsbeleving in het bijzonder». De vertaling van dit thema naar concrete acties wordt uitgewerkt in het gezamenlijk Jaarplan SSO’s en in het eigen jaarplan van P-Direkt.Als gezamenlijke acties zijn gekoppeld:Doorontwikkeling Balanced Score Card (BSC);Samenwerking op klanttevredenheidsonderzoeken;Toepassing (methodiek van) klantreizen, met als doel te komen tot optimale ondersteuning op bedrijfsvoeringstaken;Samen met Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR)/ECO&P onderzoeken welke gecombineerde dienstverlening mogelijk is.Daarnaast wordt verkend hoe de SSO’s meer kunnen samenwerken bij implementatie van specifieke bedrijfsvoeringsonderwerpen, zoals de inzet van arbeidsbeperkten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 259 Programma Rijks Identiteiten Management (RIdM)Rijks Identiteiten Management (RIdM) vindt haar oorsprong in de Compacte Rijksdienst, de I-strategie 2012–2015 en de Hervormingsa-genda. Het doel van RIdM is het adequaat beheren van identiteiten op rijksniveau («Wie ben ik?»). RIdM is daarmee een belangrijke randvoor-waarde voor efficiënte en betrouwbare toegang tot rijksbrede voorzie-ningen. In april 2015 besloot de Interdepartementale Commissie Bedrijfs-voering Rijksdienst (ICBR) om dit te realiseren op basis van het scenario Gegevensintegratie. In april 2016 heeft de ICBR ingestemd met de roadmap en het voorgestelde plateau 2016 – 2017 «Fundament en doorontwikkeling RIN (Rijks Identificerend Nummer)». De kern van dit plateau is de realisatie van het fundament voor een kwalitatief hoogwaardige keten. Op dit fundament vindt doorontwikkeling van het RIN plaats, zodat een uniforme toegang tot de rijksbrede voorzieningen is geborgd. Opdrachtnemer voor het programma RIdM is P-Direkt.De bezuinigingstaakstelling Rutte I en IIDe bezuinigingstaakstelling Rutte I is door het ministerie van BZK doorvertaald naar P-Direkt voor een bedrag van € 2,071 mln structureel in 2016. Deze bezuiniging heeft P-Direkt in haar tarieven verwerkt met behoud van de afgesproken basisdienstverlening.De bezuinigingstaakstelling Rutte II die ingaat per 2016 is door P-Direkt vertaald in een efficiencytaakstelling tot 2019 met jaarlijks 1,5% en is ook zodanig in het tarief basisdienstverlening verwerkt.BekostigingDe structurele budgettaire reeksen van de ministeries voor P-Direkt zijn overgeheveld naar BZK. De ministeries ontvangen geen factuur meer voor de basisdienstverlening. Met het overhevelen van deze budgetten voor P-Direkt naar BZK, is de opdrachtgeversrol van de ministeries centraal neergelegd bij de centrale opdrachtgever BZK. De taken van de opdracht-gever staan beschreven in de Regeling agentschappen. De departe-mentale budgetten voor de nieuwe dienstverlening archiefservice en Optimaal Verbinden zullen op het moment dat deze zijn geoptimaliseerd worden overgeheveld naar BZK.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 260 Staat van baten en lastenBegroting van baten-lastenagentschap P-Direkt voor het jaar 2017(Bedragen x € 1.000) 2015 Stand Slotwet 2016Vastge-stelde begroting, of ontwerp-begroting of in voorko-mende gevallen de 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 Baten Omzet moederdepartement 69.644 67.418 65.281 63.719 62.438 62.438 62.357 Omzet overige departementen 6.738 18.672 19.812 19.518 19.231 19.241 17.980 Omzet derden 10 0 0 0 0 0 0 Rentebaten 0 0 0 0 0 0 0 Vrijval voorzieningen 35 0 0 0 0 0 0 Bijzondere baten 0 0 0 0 0 0 0 Totaal baten 76.427 86.090 85.093 83.237 81.669 81.679 80.337 Lasten Apparaatskosten 63.187 70.670 72.790 69.088 67.733 67.733 67.733 – personele kosten 38.414 45.680 44.305 42.528 41.240 41.240 41.240 – waarvan eigen personeel 28.650 35.958 35.159 34.925 33.870 33.870 33.870 – waarvan externe inhuur 9.053 8.497 8.066 6.555 6.354 6.354 6.354 – waarvan overige personele kosten 711 1.225 1.080 1.048 1.016 1.016 1.016 – materiële kosten 24.773 24.990 28.485 26.560 26.493 26.493 26.493 – waarvan apparaat ICT 12.867 14.954 7.975 6.120 5.476 5.476 5.476 – waarvan bijdrage SSO’s 10.143 10.444 18.002 18.002 18.646 18.646 18.646 – waarvan overige mat.kosten 1.763 2.295 2.508 2.438 2.371 2.371 2.371 Rentelasten 1.672 1.452 1.156 777 489 359 324 Afschrijvingskosten 12.261 13.968 13.409 13.372 13.447 13.587 12.280 – materieel 70 75 112 112 112 112 112 – waarvan apparaat ICT 70 75 112 112 112 112 112 – immaterieel 12.191 13.893 13.297 13.260 13.335 13.475 12.168 Overige kosten 0 0 0 0 0 0 0 – dotaties voorzieningen 0 0 0 0 0 0 0 – bijzondere lasten 0 0 0 0 0 0 0 Totaal lasten 77.120 86.090 87.355 83.237 81.669 81.679 80.337 Saldo van baten en lasten – 693 0 – 2.262 0 0 0 0ToelichtingOmzetDe omzet stijgt in 2016 ten opzichte van 2015. Dit is het gevolg van:•De volledige afname door alle departementen van de dienstverlening van de centrale archiefvoorziening,•Het project «Optimaal verbinden» waarbij zoveel mogelijk activiteiten op het gebied van P-beheer van de departementen overgaan naar P- direkt,•Het project «IC over de keten»Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 261 Saldo van baten en lastenUitgangspunt voor de begroting van baten en lasten van P-Direkt is een kostendekkende exploitatie. P-Direkt prognosticeert echter voor het jaar 2017 een exploitatietekort van € 2,3 mln.Dit wordt veroorzaakt door extra kosten die P-Direkt moet maken als gevolg van de overgang van de housing & hosting van een externe leverancier naar SSC-ICT. (zie bovenstaand, doelstelling 2) «De eigenaar heeft aangegeven zich verantwoordelijk te voelen voor het oplossen van deze problematiek. Daarom is in het kasstroomoverzicht een eenmalige bijdrage opgenomen van het moederdepartement in 2018, omdat de eigenaar verantwoordelijk is voor het aanzuiveren van het eigen vermogen in het geval zich in een negatief eigen vermogen zich voordoet na jaarafsluiting 2017.»BatenDe dienstverlening centrale archiefvoorziening, «Optimaal Verbinden» en IC over de keten wordt bij de afnemende departementen in rekening gebracht. Deze dienstverlening zal centraal bekostigd worden vanaf het moment dat sprake is van een efficiënte productie.LastenApparaatskostenDe kosten van apparaat ICT dalen en de bijdrage SSO’s stijgt doordat de kosten van de housing & hosting overgaan van een externe leverancier naar SSC-ICT.RentelastenDe rentelasten hebben betrekking op de financieringslasten voor de bij het ministerie van Financiën aangegane leningen ten behoeve van de investeringen in de aanschaf van de licenties en de bouw van de dienstverlening.AfschrijvingskostenDe afschrijvingskosten bestaan uit afschrijvingen van de investeringen in de immateriële en materiële vaste activa. Het betreft de P-Direkt-systemen Payroll, het Portaal, het HR-registratiesysteem, het Electronisch perso-neelsarchief en het Contact center/Optimaal Verbinden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 262 KasstroomoverzichtKasstroomoverzicht P-Direkt over het jaar 2017(Bedragen x € 1.000) 2015 Stand Slotwet 2016Vastge-stelde begroting, of ontwerp-begroting of in voorko-mende gevallen de 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 1. Rekening courant RHB 1 januari 2017 +depositorekeningen 3.141 6.992 4.342 2.646 5.767 6.432 6.737 +/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom 19.485 6.000 13.817 13.903 13.447 13.587 12.930 –/– totaal uitgaven operationele – 1.149 0 – 4.262 0 – 500 – 250 0 2. Totaal operationele kasstroom 18.336 6.000 9.555 13.903 12.947 13.337 12.930 –/– investeringen – 5.442 – 5.000 – 3.300 – 10.000 – 20.000 – 10.000 – 5.000 +/+ Totaal boekwaarde desinveste-ringen 0 0 0 0 0 0 0 3. Totaal investeringskasstroom – 5.442 – 5.000 – 3.300 – 10.000 – 20.000 – 10.000 – 5.000 –/– eenmalige uitkering aan moederdepartement – 297 0 0 0 0 0 0 +/+ eenmalige storting door het moederdepartement 0 0 0 1.000 0 0 0 –/– aflossingen op leningen – 11.243 – 13.650 – 11.251 – 11.782 – 12.282 – 13.032 – 12.682 +/+ beroep op de leenfaciliteit 0 10.000 3.300 10.000 20.000 10.000 5.000 4. Totaal financieringskasstroom – 11.540 – 3.650 – 7.951 – 782 7.718 – 3.032 – 7.682 5. Rekening courant RHB 31 december 2017 + standdepositorekeningen (=1+2+3+4)(noot: maximale roodstand 0,5 miljoen euro) 4.495 4.342 2.646 5.767 6.432 6.737 6.985ToelichtingVoor 2017 en volgende jaren wordt een beroep gedaan op de leenfaciliteit van het ministerie van Financiën. Dit is voor de systeembouw voor onder andere de programma’s Overheids Data Centrum en voor het uitfaseren van het departementaal HR systeem, alsook voor de verwachte noodzake-lijke vervangingsinvesteringen om de bestaande dienstverlening op voldoende niveau te houden. De leningen worden bij aanvang van de dienstverlening of bij oplevering van het gerealiseerde actief in vijf jaar afgelost.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 263 Overzicht doelmatigheidsindicatorenOverzicht doelmatigheidsindicatoren P-Direkt 2015 Stand Slotwet 2016Vastge-stelde begroting 2017 2018 2019 2020 2021 Omschrijving Generiek Deel Kostprijzen per product (groep) 538 702,65 653,72 648,82 645,96 645,96 645,96 Verloop tarieven/uur (basisjaar 2011=100) 93,6 122,2 113,7 112,8 112,3 112,3 112,3 Aantal individuele arbeidsrelaties (IAR) 122.331 116.295 120.502 118.694 116.914 116.914 116.914 Totale omzet basisdienstverlening (x1.000) 65.819 81.857 78.775 77.011 75.522 75.522 75.522 Totale omzet overige + projecten (x1.000) 10.574 4.033 6.318 6.226 6.147 6.157 4.815 FTE-totaal (excl. externe inhuur) 509 601 598 580 562 562 562 Saldo van baten en lasten (%) – 0,91% 0,00% – 2,66% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% Medewerkerstevredenheid nvt 7 7 7 7 7 7ToelichtingPer 2016 is de dienstverlening van P-Direkt uitgebreid met Centrale Archiefservice, Optimaal Verbinden en IC over de Keten. Dat verklaart de stijging van de kostprijs per product. P-Direkt prognosticeert tot en met 2019 jaarlijks goedkopere dienstverlening. Om dat te kunnen realiseren daalt de P-Direkt-formatie in de jaren 2017 en 2018 jaarlijks met 18 Fte.Het aantal klanten (individuele ambtenaren) is de laatste jaren licht gedaald en P-Direkt extrapoleert die daling voor de jaren 2017 en 2018.Doelmatigheid en KwaliteitP-Direkt streeft naar operational excellence gecombineerd met customer intimacy (maximale afstemming op behoefte gebruiker). Hierbij zet P-Direkt onder de noemer P-Lien (de P-Direkt- variant van LEAN) de Lean filosofie en methodiek in als basis voor continu verbeteren.P-Direkt werkt met een Producten- en dienstengids (PDG) inclusief servicelevels.In de Producten-en dienstengids zijn de verschillende diensten en activiteiten, leveringsvoorwaarden en de kwaliteitsborging vastgelegd die de ministeries van P-Direkt kunnen verwachten.P-Direkt stelt de servicelevels jaarlijks vast in overleg met de stakeholders en de eigenaar van P-Direkt. In 2015 is de set aan servicelevels geëva-lueerd en verbeterd. Het overgrote deel sluit nog steeds aan op de behoefte van de stakeholders. Op advies van de Opdrachtgever is de service level wet- en regelgeving up to date geschrapt en wordt de performance ten aanzien van de responsetijden betekenisvoller verant-woord.ServicelevelsOnze servicelevels gelden voor het hele jaar en zijn voor alle klanten hetzelfde. De servicelevels zijn geen doel op zich, maar minimale normen. P-Direkt streeft naar een binnen de financiële kaders zo hoog mogelijke score in dienstverlening. P-Direkt informeert de stakeholders periodiek over de servicelevels via nieuwsbrieven. De behaalde servicelevels worden vier keer per jaar in het bestuurlijk overleg besproken. Gezamenlijk wordt vastgesteld of eventuele tekortkomingen hierin hebben geleid tot onoverkomelijke problemen. Op basis hiervan worden afspraken gemaakt voor de servicelevels in de volgende maand(en). Indien noodzakelijk zal P-Direkt de werkzaamheden (her)prioriteren en aanvullende verbetermaatregelen nemen. De invulling van de taakstel-Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 264 lingen hebben vooralsnog geen invloed gehad op het niveau van de servicelevels.De score op de servicelevels wordt uitgedrukt in percentages of in een score op een schaal van 1 – 10.Overzicht doelmatigheidsindicatoren P-Direkt 2015 Stand Slotwet 2016Vastge-stelde begroting 2017 2018 2019 2020 2021 Omschrijving Specifiek Deel ICT diensten GebruikerstevredenheidDe mate waarin de gebruiker tevreden is over de dienstverlening 6,9 7 7 7 7 7 7 Tijdige afhandeling wijzigingen: P-Direkt heeft de opdracht verwerkt voor afgesproken salarisbetaling 97,8% 95,0% 95,0% 95,0% 95,0% 95,0% 95,0% P-Direkt handelt de aangeboden «kritische mutatieopdrachten binnen 5 werkdagen af (aanstelling, overplaatsing, ontslag) NNB 95,0% 95,0% 95,0% 95,0% 95,0% 95,0% Vraagafhandeling contactcenter: P-Direkt handelt de vragen die per telefoon, email of post binnenkomen binnen 5 werkdagen af 90,00% 90,0% 90,0% 90,0% 90,0% 90,0% 90,0% P-Direkt handelt de vragen die per email binnenkomen in 1 keer goed af NNB 90,0% 90,0% 90,0% 90,0% 90,0% 90,0% Klachtbehandeling: P-Direkt handelt de klachten volgens de klachtenprocedure binnen 5 dagen inhoudelijk af 100,0% 95,0% 90,0% 90,0% 90,0% 90,0% 90,0% Responsetijden Contactcenter: de responstijd om de telefoon op te nemen is gemiddeld minder dan 30 seconden (na keuzemenu) 46 sec 30 sec Responsetijden Contactcenter: de telefoon wordt opgenomen binnen 30 seconden (na keuzemenu) 80,0% 80,0% 80,0% 80,0% 80,0% Beschikbaarheid systeem: De P-Direktsystemen (P-Direktportaal, Rijksportaal Personeel en het personeelsdossier) zijn 7 dagen per week en 24 uur per dag beschikbaar. De servicewindow voor de systemen is van 8.00 uur tot 17.00 uur. Tijdens deze tijden geldt de beschikbaarheidsnorm 98,2% 98% 98,0% 98,0% 98,0% 98,0% 98,0% Wet en regelgeving up to date. Men kan wijzigingen in de wet- en regelgeving binnen 2 weken na publicatie in de Staatscourant op het Rijksportaal Personeel raadplegen 100,0% 98% Betrouwbaarheid: P-Direkt zorgt ervoor dat gegevens op tijd en juist worden opgeleverd (interfaces, rappor-tages) 98,3% 98% 98% 98% 98% 98% 98% P-Direkt verwerkt een deel van de aangeboden wijzigingen handmatig in het geautomati-seerde systeem. Deze worden op de juiste manier verwerkt volgens de opdracht NNB 98% 98% 98% 98% 98% 98%Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 265 4.3 Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk InleidingDe Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR) heeft een breed aanbod aan producten en diensten en biedt hiermee integrale oplos-singen. UBR bundelt haar kennis van onder andere interim-management, HRM, IT, inkoop en financiën en verbindt die met de andere rijksbrede Shared Service Organisaties (SSO’s).De Hervormingsagenda Rijk is mede aanleiding geweest om meer eenheid te brengen in de organisatieonderdelen van UBR en daarmee de organisatie van pionier naar professionele dienstverlener te brengen. UBR staat voor:•Integrale dienstverlening;•Hoge kwaliteit tegen zo laag mogelijke kosten;•Delen en ontwikkelen van kennis en kunde binnen de overheid.Naast de reguliere dienstverlening voert UBR complexe transities en implementaties op het gebied van rijksbrede bedrijfsvoering uit. Dit doet het ontwikkelbedrijf van UBR in opdracht van de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijk (ICBR), het SG-Overleg of de ministerraad. Daarmee draagt UBR bij aan het verder ontwikkelen van een effectieve en efficiënte overheid.OntwikkelingenDe activiteiten van UBR worden bekostigd uit de omzet gebaseerd op aan afnemers geleverde producten en diensten tegen jaarlijks vastgestelde tarieven (p x q). Het onderdeel, Expertise Centrum Organisatie & Personeel van UBR (UBR|EC O&P) heeft een belangrijk deel van haar dienstverlening budget-gefinancierd op basis van het doorberekenen van de jaarlijkse kosten naar rato van het aantal individuele arbeidsrelaties (IAR) bij de betreffende departementen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 266 Staat van baten en lastenBegroting van baten-lastenagentschap UBR voor het jaar 2017(Bedragen x € 1.000) 2015StandSlotwet 2016Vastge-stelde begroting, ontwerp-begroting of in voorko-mende gevallen de 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 Baten Omzet moederdepartement 35.171 63.291 65.918 67.095 68.127 69.256 69.256 Omzet overige departementen 94.483 98.278 115.584 116.990 119.127 121.140 121.140 Omzet derden 6.074 5.395 7.198 7.195 6.559 6.610 6.610 Rentebaten 0 0 0 0 0 0 0 Vrijval voorzieningen 270 0 0 0 0 0 0 Bijzondere baten 0 1.416 0 0 0 0 0 Totaal baten 135.998 168.381 188.700 191.279 193.813 197.007 197.007 Lasten Apparaatskosten 133.926 165.790 187.221 189.778 192.288 195.458 195.458 – personele kosten 96.932 114.012 118.896 121.224 123.245 125.658 125.658 – waarvan eigen personeel 77.425 92.721 102.291 105.040 106.962 109.187 109.187 – waarvan externe inhuur 16.807 16.065 12.453 11.663 11.450 11.590 11.590 – waarvan overige personele kosten 2.700 5.226 4.151 4.521 4.833 4.882 4.882 – materiële kosten 36.994 51.778 68.326 68.554 69.043 69.800 69.800 – waarvan apparaat ICT 4.482 6.472 4.596 4.676 4.750 4.825 4.825 – waarvan bijdrage aan SSO’s 12.714 11.725 11.334 12.153 12.235 12.439 12.439 – waarvan overige materiële kosten 19.798 33.581 52.396 51.724 52.059 52.535 52.535 Rentelasten 1 53 0 0 0 0 0 Afschrijvingskosten 1.442 1.122 1.479 1.502 1.525 1.549 1.549 – materieel 491 1.084 790 803 816 829 829 – waarvan apparaat ICT 0 41 42 43 43 43 – immaterieel 951 38 689 699 710 720 720 Overige kosten 1.398 1.416 0 0 0 0 0 – dotaties voorzieningen 423 0 0 0 0 0 0 – bijzondere lasten 975 1.416 0 0 0 0 0 Totaal lasten 136.767 168.381 188.700 191.279 193.813 197.007 197.007 Saldo van baten en lasten – 769 0 0 0 0 0 0ToelichtingUitgangspunt voor de begroting van baten en lasten van UBR is een kostendekkende exploitatie.Bij het opstellen van de begroting 2017 is uitgegaan van de 2016 tarieven, geïndexeerd met een gewogen loon- en prijsbijstelling. In geval van (momenteel nog onvoorziene) grote structurele prijsstijgingen van toeleveranciers berekent UBR dit door in de betreffende tarieven.BatenDe organisatieonderdelen die de grootste bijdrage in 2017 leveren aan de omzet en kosten zijn de Rijksbeveiligingsorganisatie (UBR|RBO) voor ca. € 58 mln., UBR|EC O&P voor ca. € 50 mln., I-Interim Rijk (UBR|IIR) voor ca. € 25 mln. en organisatieonderdeel Haagse Inkoop Samenwerking (UBR|HIS) voor ca. € 15 mln.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 267 De uitbreiding van de dienstverlening bij de Interdepartementale Post- en Koeriersdienst (UBR|IPKD) met de bezorging van gerechtelijke brieven, de uitbreiding van de dienstverlening bij UBR|RBO en uitbreiding van UBR|IIR als gevolg van het kabinetbesluit naar aanleiding van de commissie Elias leiden tot de toename van de omzet bij UBR in 2017. Bij UBR|EC O&P is sprake van een hogere omzet uit Bedrijfsgeneeskundige dienst ten opzichte van 2016.De meerjarenontwikkeling van de omzet is een resultante van de verwachte toename van de reguliere productieafzet bij meerdere organisatieonderdelen als gevolg van uitbreiding van de interdeparte-mentale klantenkring en/of aanpassing van het producten en diensten-aanbod op de vraag.LastenDe ontwikkeling van de lasten is gerelateerd aan de omzetontwikkelingen bij de organisatieonderdelen van UBR.De externe inhuur voor UBR komt naar verwachting uit op € 12,5 mln. in 2017. Om de flexibiliteit in de vraag te kunnen opvangen huurt UBR|EC O&P arbeidsjuristen in en UBR|HIS inkoopdeskundigen. De overige externe inhuur bij UBR|EC O&P hangt samen met het business model bij de onderdelen Workflow en Bedrijfsgeneeskundige dienst, waarbij gewerkt wordt met een kleine vaste bezetting en aangevuld met een grote flexibele schil van ZZP-ers conform afspraken in het Interdepartementale Commissie Organisatie en Personeel. Het van werk naar werk beleid leidt tot grote vraag naar onderzoeken door Workflow.De daling van de externe inhuur ten opzichte van 2016 is een gevolg van de wijziging van positie van UBR|RBO na de Europese aanbesteding voor Rijksbeveiliging.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 268 KasstroomoverzichtKasstroomoverzicht UBR over het jaar 2017(Bedragen x € 1.000) 2015 Stand Slotwet 2016Vastge-stelde begroting, ontwerp-begroting of in voorko-mende gevallen de 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 1. Rekening courant RHB 1 januari 2017 + depositorekeningen 13.879 18.481 7.872 7.967 8.084 8.225 8.542 +/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom 190.080 188.700 191.279 193.813 197.007 197.007 –/– totaal uitgaven operationele kasstroom – 199.044 – 187.221 – 189.778 – 192.288 – 195.458 – 195.458 2. Totaal operationele kasstroom – 8.964 1.121 1.479 1.502 1.525 1.549 1.549 –/– totaal investeringen – 2.179 – 1.000 – 1.000 – 1.000 – 1.000 – 1.000 – 1.000 +/+ totaal boekwaarde desinveste-ringen 130 0 0 0 0 0 0 3. Totaal investeringskasstroom – 2.049 – 1.000 – 1.000 – 1.000 – 1.000 – 1.000 – 1.000 –/– eenmalige uitkering aan moederdepartement 0 0 0 0 0 0 0 +/+ eenmalige storting door het moederdepartement 4.550 0 0 0 0 0 0 –/– aflossingen op leningen – 152 – 672 – 384 – 384 – 384 – 232 0 +/+ beroep op leenfaciliteit 1.160 0 0 0 0 0 0 4. Totaal financieringskasstroom 5.558 – 672 – 384 – 384 – 384 – 232 0 5. Rekening courant RHB 31 december 2017 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) (noot: maximale roodstand 0,5 miljoen euro) 8.423 17.930 7.967 8.084 8.225 8.542 9.091ToelichtingDe investering in 2017 betreft voor € 1 mln. overige materiële vaste activa bij organisatieonderdelen van UBR.Het rekening-courantsaldo ultimo 2017 is een resultante van de ontwik-keling van de operationele kasstroom en de verwachte investeringen. UBR streeft ernaar een beperkt beroep te doen op de leenfaciliteit. De investeringen van € 1 mln. zullen worden gefinancierd uit het rekening-courantsaldo in de jaren 2017 t/m 2021.DoelmatigheidUBR levert als Shared Service Organisatie vele producten en diensten. Door de diversiteit van producten en diensten en de tarieven is gekozen voor een tweetal overall indicatoren voor de integrale kostprijzen en de verkooptarieven. Beide zijn door indexcijfers weergegeven (2011 = 100).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 269 Overzicht doelmatigheidsindicatorenOverzicht doelmatigheidsindicatoren UBR 2015 Slotwet 2016 Vastge-stelde begroting 2017 2018 2019 2020 2021 Omschrijving Generiek Deel Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer) 102,2 103,1 105,8 105,8 105,8 105,8 105,8 Tarieven/uur (indexcijfer) 101,6 103,1 105,8 105,8 105,8 105,8 105,8 Omzet per FTE 130 137 146 145 145 146 146 FTE-totaal (excl. externe inhuur) 1.045 1.221 1.295 1.318 1.334 1.347 1.347 Saldo van baten en lasten (%) – 0,6% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Kwaliteitsindicator 1 – KTO zie toelichting 7,1 7,1 7,1 7,1 7,1 7,1 Kwaliteitsindicator 2 – MTO in 2016 7,5 7,5 7,5 7,5 7,5 7,5 Doorlichting uitgevoerd cq. gepland in: Lopend Gereed ToelichtingIn 2016 zijn de UBR tarieven gemiddeld met 1,48% geïndexeerd voor loon- en prijsbijstelling.Als gevolg van het vanaf 2017 opnemen van innovatiekosten in de kostprijs en de verwachte loon- en prijsontwikkeling voor 2017 zijn de tarieven met gemiddeld 2% geïndexeerd. Het indexcijfer kostprijs en indexcijfer tarieven komen als gevolg hiervan uit op 105,8.De toename van het aantal FTE’s in 2017 is vooral een gevolg van de uitbreiding van de dienstverlening bij UBR|IIR.De toename van de omzet per FTE in 2017 is een gevolg van de uitbreiding met hoogopgeleide FTE’s bij UBR|IIR.Groei van UBR is geen doel op zich, UBR zal organisch groeien als gevolg van het vollediger aansluiten van departementen. Hierdoor hoeven de departementen minder in eigen beheer uit te voeren dan wel uit te besteden in de markt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 270 4.4 FMHaaglanden InleidingFMHaaglanden (FMH) is de professionele dienstverlener voor rijksorgani-saties in de Haagse regio. FMH levert werkplekken met faciliteiten die het mogelijk maken dat mensen comfortabel kunnen werken, met aandacht voor service in nabijheid, klanttevredenheid en eenvoud in bekostiging en aansturing. Alle dienstverlening wordt gecontracteerd en geregisseerd en in samenhang op en rond de werkomgeving aangeboden. In 2017 levert FMH dienstverlening voor de kerndepartementen (uitgezonderd het ministerie van Algemene Zaken) en diverse rijksorganisaties in de regio Den Haag. Voor het ministerie van Defensie verzorgt FMH een deel van de facilitaire dienstverlening in het Rijksbedrijvencentrum, terwijl voor het ministerie van Financiën alleen personenvervoer is ingericht.FMH heeft de volgende meerjarige doelen:•Voorbereid zijn op en uitvoeren van veranderingen verzorgingsgebied;•Vormgeven en intensiveren samenwerking en partnerschap;•Implementeren veranderingen bedrijfsvoering Rijk;•Doorontwikkeling medewerkers en dienstverlening FMHOntwikkelingenDe komende jaren staan voor FMH in het teken van nieuwe aansluitingen, waaronder DBFMO (design, build, finance, maintain, operate) constructies, het masterplan huisvesting, de samenwerking met facilitaire concerndienstverleners en de governance en sourcing van de Rijksbrede bedrijfsvoering (project SGO5). Bij DBFMO is een consortium verantwoor-delijk voor het ontwerp, de (ver)bouw, de financiën, het onderhoud en de uitvoering.In het regeerakkoord is vanaf 2016 een taakstelling voor de Rijksdienst opgenomen. Eén van de projecten die door het SGO is geïnitieerd om bij te dragen aan de toekomstige organisatie en sturing van de bedrijfs-voering bij het concern Rijk is het SGO-project 5 «Governance en sourcing binnen de bedrijfsvoering». Als resultaat van SGO-5 zijn de budgetten van de departementen voor de facilitaire dienstverlening (het generieke pakket) in 2016 overgeheveld naar het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Hierdoor wordt er niet langer jaarlijks een factuur en dienstverleningsovereenkomst (DVA) opgesteld per depar-tement voor de generieke dienstverlening. Voor de specifieke dienstver-lening blijven de budgetten bij de departementen en wordt nog wel jaarlijks een DVA opgesteld. Per 2016 hebben de volgende departementen de budgetten overgeheveld: Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), BZK, Veiligheid en Justitie (V&J), Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Economische Zaken (EZ). Vanwege de verhuizing van Buitenlandse Zaken (BZ) en Infra-structuur en Milieu (IenM) naar de Rijnstraat 8 (DBFMO) zijn deze budgetten niet overgeheveld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 271 Staat van baten en lastenBegroting van baten-lastenagentschap FMHaaglanden voor het jaar 2017(Bedragen x € 1.000) 2015 Stand Slotwet 2016Vastge-stelde begroting, ontwerp-begroting of in voorko-mende gevallen de 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 Baten Omzet moederdepartement 24.716 19.747 83.103 81.878 81.355 81.249 81.192 Omzet overige departementen 99.900 89.616 24.570 24.574 24.854 24.820 24.727 Omzet derden 52 0 Rentebaten 0 0 Vrijval voorzieningen 27 0 Bijzondere baten 0 0 Totaal baten 124.695 109.363 107.674 106.452 106.210 106.069 105.919 Lasten Apparaatskosten 110.509 101.401 100.647 99.448 99.182 99.042 98.932 – personele kosten 34.925 36.919 32.041 30.944 30.684 30.544 30.490 – waarvan eigen personeel 27.155 29.909 25.538 24.948 24.997 24.993 24.990 – waarvan externe inhuur 7.770 7.009 6.502 5.996 5.687 5.551 5.500 – waarvan overige personele kosten – materiële kosten 75.584 64.482 68.606 68.504 68.498 68.498 68.442 – waarvan apparaat ICT 40 2.900 – waarvan bijdrage aan SSO’s 22.939 20.800 28.169 28.169 28.169 28.169 28.152 – waarvan overige materiële kosten 52.605 40.782 40.438 40.335 40.330 40.329 40.290 Rentelasten 404 429 357 408 459 408 408 Afschrijvingskosten 6.096 7.534 6.670 6.597 6.569 6.620 6.579 – materieel 6.096 7.534 6.670 6.597 6.569 6.620 6.579 – waarvan apparaat ICT – immaterieel Overige kosten 0 0 0 0 0 0 0 – dotaties voorzieningen 0 – bijzondere lasten 0 Totaal lasten 117.009 109.363 107.674 106.452 106.210 106.069 105.919 Saldo van baten en lasten 7.686 0 0 0 0 0 0ToelichtingUitgangspunt voor de begroting van baten en lasten van FMH is een kostendekkende exploitatie.Begin 2017 zullen BZ en IenM verhuizen naar de Rijnstraat 8. Dit pand met een DBFMO constructie is meegenomen in de ontwerpbegroting. Hierbij is geredeneerd dat de verhuizing enerzijds zorgt voor het wegvallen van kosten (afstoot huidige panden), maar anderzijds zorgt voor nieuwe kosten voor de dienstverlening in het nieuwe pand inclusief het beheer van het DBFMO contract, dat aan het pand verbonden is.Doordat BZK heeft besloten een deel van Rutte II in te vullen als efficiency taakstelling is de taakstelling Rutte I ad 1,5% per jaar doorgetrokken over de jaren. Deze efficiency is verwerkt over alle kosten met uitzondering van Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 272 de inkoop-, afschrijvings- en rentekosten. De reden om de inkoopkosten uit te zonderen is dat de inkoopcontracten veelal meerjarig aanbesteed zijn. De prijs is binnen de contractperiode dan ook beperkt of niet beïnvloedbaar.OmzetDe omzet bestaat uit zowel de generieke als de specifieke dienstverlening. Bij de paragraaf doelmatigheid wordt nader ingegaan op de verschillende omzetgroepen. De grootste wijziging is het gevolg van de budgetover-dracht voor facilitaire dienstverlening van de departementen naar BZK. Hiermee is het grootste deel van de omzet gekoppeld aan het moederde-partement. IenM en BZ zijn de twee grootste afnemers die nog onder omzet overige departementen vallen.Personele kostenDe personele kosten omvatten alle personele uitgaven van de ambtenaren in dienst, gedetacheerde ambtenaren en kosten van uitzendkrachten en inhuur van externen. In de begroting is rekening gehouden met een externe inhuur, die over de jaren zal dalen. Met name de verhuizing van BZ en IenM zorgen voor een daling van de personele kosten, doordat hierdoor minder werkzaamheden door FMH worden verricht.Materiële kostenDe materiële kosten bestaan voor een belangrijk deel uit de directe inkoopkosten van de dienstverlening. Deze zijn verantwoord onder de overige materiële kosten.De kosten voor huisvesting, ICT en de servicekosten BZK vallen onder de post bijdragen SSO. Het gros van de kosten ICT wordt via SSC ICT in rekening gebracht. Daarom zijn deze kosten niet langer onder ICT kosten verantwoord maar onder bijdrage aan SSO’s. Verder hebben onder de uitsplitsing naar SSO’s de kosten voor Uitvoeringsorganisatie Bedrijfs-voering Rijk (UBR) een groot aandeel. Dit betreft bijvoorbeeld de kosten voor de Rijksbeveiligersorganisatie in de panden waar FMH de dienstver-lening verzorgt. Daarnaast zijn de kosten voor de Rijnstraat 8 door het consortium DBFMO hier opgenomen, aangezien deze kosten via de RVB bij FMH in rekening worden gebracht.RentelastenOnder deze post zijn alle rentelasten opgenomen die verband houden met de financiering van materiële en immateriële vaste activa vanuit het ministerie van Financiën.AfschrijvingskostenDe overgenomen activa van de departementen zijn geactiveerd en worden conform de betreffende regelgeving afgeschreven. Voor nieuwe investe-ringen is dit eveneens van toepassing. De mutaties in de kosten zijn het gevolg van enerzijds afgeschreven activa en anderzijds investeringen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 273 KasstroomoverzichtKasstroomoverzicht FMHaaglanden over het jaar 2017(Bedragen x € 1.000) 2015Stand Slotwet 2016Vastge-stelde begroting, ontwerp-begroting of in voorko-mende gevallen de 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 1. Rekening courant RHB 1 januari 2017 + depositorekeningen 18.903 12.894 12.894 12.894 12.894 12.894 12.894 +/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom 126.078 105.562 104.365 104.127 103.990 103.842 –/– totaal uitgaven operationele kasstroom – 119.987 – 99.875 – 98.668 – 98.411 – 98.312 – 98.342 2. Totaal operationele kasstroom 6.091 4.754 5.688 5.697 5.716 5.678 5.500 –/– totaal investeringen – 13.526 0 – 1.600 – 4.200 – 3.965 – 2.500 – 2.500 +/+ totaal boekwaarde desinveste-ringen 304 0 0 0 0 0 3. Totaal investeringskasstroom – 13.222 0 – 1.600 – 4.200 – 3.965 – 2.500 – 2.500 –/– eenmalige uitkering aan moederdepartement +/+ eenmalige storting door het moederdepartement –/– aflossingen op leningen – 3.724 – 4.754 – 5.688 – 5.697 – 5.716 – 5.678 – 5.500 +/+ beroep op leenfaciliteit 11.300 0 1.600 4.200 3.965 2.500 2.500 4. Totaal financieringskasstroom 7.576 – 4.754 – 4.088 – 1.497 – 1.751 – 3.178 – 3.000 5. Rekening courant RHB 31 december 2017+ stand depositorekeningen (=1+2+3+4) (noot: maximale roodstand 0,5 miljoen euro) 19.348 12.894 12.894 12.894 12.894 12.894 12.894ToelichtingFMH investeert in voornamelijk meubilair en audio/video. In 2018 wordt een piek verwacht door het vernieuwen van de activa in een deel van het verzorgingsgebied.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 274 Overzicht doelmatigheidsindicatorenOverzicht doelmatigheidsindicatoren FMHaaglanden 2015 Slotwet 2016 Vastge-stelde begroting 2017 2018 2019 2020 2021 Omschrijving Generiek Deel Verloop tarieven generieke dienstverlening 100,0% 96,7% 94,4% 93,6% 93,5% 93,4% Omzet per productgroep (pxq) 124.668 *Generiek 95.512 98.714 91.864 90.724 90.426 90.318 90.262 *Specifiek 5.525 10.649 15.809 15.728 15.784 15.751 15.657 *Maatwerk 10.554 *Werkelijk 9.499 *Overig 3.578 Tarieven/uur Saldo van baten en lasten (%) 6,2% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Personele kosten als % van de totale kosten 29,8% 36,4% 31,8% 31,1% 30,9% 30,8% 30,8% Materiële kosten als % van de totale kosten 70,2% 63,6% 68,2% 68,9% 69,1% 69,2% 69,2% Omschrijving Specifiek Deel Apparaatskosten (in €)1 46.605 43.012 36.818 35.685 35.420 35.279 35.269 Kostenbesparing aanbestedingen (5%) 4FM (per 1 april 2012) Klanttevredenheid KTO Tevreden n.v.t. Tevreden n.v.t. Tevreden n.v.t. Tevreden Medewerkerstevredenheid n.v.t. Tevreden n.v.t. Tevreden n.v.t. Tevreden n.v.t. FTE-totaal (excl. Externe inhuur) 426 461 432 432 431 431 431 Doorlichting uitgevoerd cq. gepland in: 1 de hier weergegeven bedragen zijn exclusief inkoop.ToelichtingVanaf 2016 kent FMH nog twee soorten dienstverlening, generiek en specifiek. Generiek is wat voorheen Basis was, aangevuld met enkele diensten uit de overige voormalige soorten dienstverlening. Hierdoor is het bedrag ook hoger dan voorgaande jaren. Het restant is specifiek. De standaard dienstverlening in de Rijnstraat 8 door het consortium is in deze ontwerpbegroting verantwoord onder generiek.Als gevolg van het nieuwe werken wordt dezelfde werkplek intensiever gebruikt. Een resultaat hiervan is dat ook de invulling van de dienstver-lening wijzigt. De eenheid werkplek krijgt door het nieuwe werken een andere definitie. De aanpassing van de definitie zal invloed hebben op de index «verloop tarieven basisdienstverlening». Omdat hierdoor het verloop van de tarieven een verkeerd beeld zal geven is deze niet meegenomen in de doelmatigheidsindicatoren. De reeks die hierboven is gepresenteerd is gebaseerd op de dalende budgetreeks die per 1-1-2016 is overgedragen.Het aantal FTE is gebaseerd op de verwachte bezetting conform formatie. Dit is inclusief de verwachte inzet FMH op de Rijnstraat 8.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 275 4.5 SSC ICT InleidingSSC-ICT is de rijksbrede shared service organisatie die de Rijksdienst ontzorgt met generieke en gemeenschappelijke ICT oplossingen. SSC-ICT levert generieke Rijksbrede toepassingen als Rijksportaal en de Samen-werkingsruimte.Daarnaast verzorgt SSC-ICT voor de aangesloten departementen de telecommunicatie, hosting van bedrijfspecifieke applicaties en op de Digitale Werkplekomgeving Rijk (DWR) gebaseerde kantoorautomati-sering. In 2017 betreft dit alle departementen met uitzondering van de ministeries Economische Zaken (EZ), Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OC&W) en Defensie.Sinds 2016 maakt SSC-ICT gebruik van een nieuw kostprijsmodel, waarin verschillende Services zijn onderkend. Over de aantallen en de service-voorwaarden worden jaarlijks afspraken met de verschillende departe-menten gemaakt. Aanvullend worden voor specifieke projecten met de verschillende opdrachtgevers afspraken gemaakt over de dienstverlening en de financiering7.7Jaarlijks worden in november de tarieven opnieuw vastgesteld. Dit kan leiden tot aanpassing van de tarieven. Met name voor 2017 kan dit op onderdelen gevolgen hebben.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 276 Staat van baten en lastenBegroting van baten-lastenagentschap SSC-ICT voor het jaar 2017(Bedragen x € 1.000) 2015 Stand Slotwet 2016Vastge-stelde begroting, ontwerp-begroting of in voorko-mende gevallen de 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 Baten Omzet moederdepartement 44.494 28.417 36.400 36.400 36.400 36.400 36.400 Omzet overige departementen 174.021 183.861 197.997 206.662 202.286 202.384 204.273 Omzet derden 0 Rentebaten 1 Vrijval voorzieningen 0 Bijzondere baten 2.979 Totaal baten 221.495 212.278 234.397 243.062 238.686 238.784 240.673 Lasten Apparaatskosten 197.552 173.553 199.500 198.600 196.800 196.800 196.800 – personele kosten 105.795 94.285 108.900 108.000 106.200 106.200 106.200 – waarvan eigen personeel 48.225 52.182 62.655 71.070 74.130 74.130 74.130 – waarvan externe inhuur 57.570 42.103 46.245 36.930 32.070 32.070 32.070 – waarvan overige personele kosten – materiële kosten 91.757 79.268 90.600 90.600 90.600 90.600 90.600 – waarvan apparaat ICT 61.829 65.309 65.300 65.300 65.300 65.300 65.300 – waarvan bijdrage aan SSO’s 14.410 5.982 17.300 17.300 17.300 17.300 17.300 – waarvan ov. mat. kosten 15.518 7.977 8.000 8.000 8.000 8.000 8.000 Rentelasten 168 1.058 250 250 250 250 250 Afschrijvingskosten 25.601 37.667 34.647 44.212 41.636 41.734 43.623 – materieel 25.601 37.667 34.647 44.212 41.636 41.734 43.623 – waarvan apparaat ICT 37.667 34.647 44.212 41.636 41.734 43.623 – immaterieel 0 Overige kosten 2.879 0 0 0 0 0 0 – dotaties voorzieningen 0 – bijzondere lasten 2.879 Totaal lasten 226.200 212.278 234.397 243.062 238.686 238.784 240.673 Saldo van baten en lasten – 4.705 0 0 0 0 0 0ToelichtingOmzetUitgangspunt voor de begroting van baten en lasten van het agentschap SSC-ICT is een kostendekkende exploitatie. Vanaf 2016 vindt taakuit-breiding plaats vanwege de dienstverlening aan de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND), het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), en het Match contract van P-Direkt. Dit leidt tot een toename qua verwachte baten en lasten.Personele kostenDe personele kosten omvatten alle personele uitgaven van de ambtenaren in dienst, gedetacheerde ambtenaren, kosten van uitzendkrachten en inhuur van externen. Doordat wordt ingezet op verambtelijking (omzetting Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 277 extern personeel naar ambtelijk personeel), stijgen de kosten eigen personeel en dalen (meerjarig) de externe inhuur kosten.Materiële kostenDe materiële kosten bestaan voor een belangrijk deel uit de directe inkoopkosten van de dienstverlening, zoals kosten voor de (reguliere) ICT-werkplek en hostingskosten voor applicaties. Daarnaast vallen de kosten voor huisvesting, ICT en de servicekosten BZK onder deze post. Doordat SSC-ICT qua dienstverlening en personele omvang zal toenemen, stijgen ook de kosten voor huisvesting en de overige bedrijfsvoering-kosten.RentelastenDe rentelasten hebben betrekking op de financieringslasten van de bij het Ministerie van Financiën aangegane leningen voor de aanschaf van de voor de dienstverlening benodigde hard- en software en overige materiële vaste activa. De rente in deze begroting is bepaald met een rekenrente van 0,5%.Afschrijvingskosten en specifieke ICT middelenDe afschrijvingen bestaan uit afschrijvingen van de investeringen in hard- en software en overige materiële vaste activa. De voor de generieke en gemeenschappelijke basis- en basisplusdienstverlening benodigde activa zijn in eigendom bij SSC-ICT. Door uitbreiding van bestaande dienstver-lening en nieuwe dienstverlening zijn extra investeringen voorzien waarmee hogere afschrijvingslasten gepaard gaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 278 KasstroomoverzichtKasstroomoverzicht SSC-ICT over het jaar 2017(Bedragen x € 1.000) 2015Stand Slotwet 2016Vastge-stelde begroting, ontwerp-begroting of in voorko-mende gevallen de 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 1. Rekening courant RHB 1 januari 2017 + depositorekeningen 38.122 – 2.262 17.000 17.000 17.000 17.000 17.000 +/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom –/– totaal uitgaven operationele kasstroom 2. Totaal operationele kasstroom 18.049 49.679 34.647 44.212 41.636 41.734 43.623 –/– totaal investeringen – 36.002 – 24.370 – 42.514 – 33.699 – 37.427 – 59.813 – 40.995 +/+ totaal boekwaarde desinveste-ringen 403 0 0 0 0 0 0 3. Totaal investeringskasstroom – 35.599 – 24.370 – 42.514 – 33.699 – 37.427 – 59.813 – 40.995 –/– eenmalige uitkering aan moederdepartement 0 0 +/+ eenmalige storting door het moederdepartement 0 0 –/– aflossingen op leningen – 20.931 – 30.417 – 34.647 – 44.212 – 41.636 – 41.734 – 43.623 +/+ beroep op leenfaciliteit 35.100 24.370 42.514 33.699 37.427 59.813 40.995 4. Totaal financieringskasstroom 14.169 – 6.047 7.867 – 10.513 – 4.209 18.079 – 2.628 5. Rekening courant RHB 31 december 2017 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) (noot: maximale roodstand 0,5 miljoen euro) 34.741 17.000 17.000 17.000 17.000 17.000 17.000ToelichtingIn het kasstroomoverzicht worden 3 geldstromen onderscheiden:•Het totaal operationele kasstroom is het saldo van ontvangsten van afnemers en betalingen aan personeel en crediteuren;•Bij het totaal investeringskasstroom zijn de uitgaven verantwoord die verband houden met de investeringen in materiële vaste activa. Deze nemen toe door de introductie van de vernieuwde werkplekconcepten van DWR-Next en iDiplomatie;•Onder totaal financieringskasstroom is het saldo weergegeven van de van het ministerie van Financiën voor de investeringen ontvangen leningen en de aflossingen daarop.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 279 Overzicht doelmatigheidsindicatorenOverzicht doelmatigheidsindicatoren SSC-ICT 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Omschrijving Generiek Deel Taakstellende tariefverlaging 3,0% – 1,5% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Verbetering kostprijzen infrastructuurcompo-nenten 3,0% – 1,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Verbetering kostprijzen werkplekcomponenten 3,0% – 1,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Kostprijs voor beheertaken (werkplektarief) 1.935 1.804 Kostprijs backend werkomgeving 670 670 670 670 670 Kostprijs locatiegebonden werkplek 650 650 650 650 650 Kostprijs Kiosk PC incl. monitor 310 310 310 310 310 Totale omzet per product of dienst 218.515 212.278 226.397 235.062 230.686 230.784 232.673 generiek (infrastructuur, rijksportaal en samenwerkfunctionaliteit, ODC DH km2) 14.046 14.000 14.000 14.000 14.000 14.000 14.000 gemeenschappelijk (basis kantoorautomati-sering + hosting) 118.904 108.000 121.097 130.012 125.936 126.034 127.923 specifiek (plusdiensten en maatwerk) 85.565 90.278 91.300 91.050 90.750 90.750 90.750 Formatie 650,0 720,2 795,1 925,1 1049,1 1049,1 1049,1 Aantal externe FTE’s in % van de totale FTE’s NB 37,0% 28,9% 23,3% 20,8% 19,9% 19,2% Saldo van baten en lasten (%) – 2,1% 0% 0% 0% 0% 0% 0% Klanttevredenheid (KTO) 7 7 7 7 7 7 7 Medewerkertevredenheid (MTO) 7 7 7 7 7 7 7 Omschrijving Specifiek Deel – ICT Diensten Beschik-/betrouwbaarheid basisfunctionaliteit 100% 99,9% 99,9% 99,9% 99,9% 99,9% 99,9% Geleverd binnen gestelde termijn 85% 90,0% 90,0% 90,0% 90,0% 90,0% 90,0% Incidenten hersteld binnen afgesproken tijd 91% 90,0% 90,0% 90,0% 90,0% 90,0% 90,0% Kwaliteit beantwoorden vragen beantwoorden helpdeskvragen binnen afgesproken tijd 85% 95,0% 95,0% 95,0% 95,0% 95,0% 95,0% direct beantwoorden helpdeskvragen 67% 80,0% 80,0% 80,0% 80,0% 80,0% 80,0%ToelichtingKostprijsindicatorDoor de introductie van het nieuwe kostprijsmodel is de oude kostprijs voor beheertaken vervallen. Het nieuwe kostprijsmodel is niet te verge-lijken met het oude, vandaar dat de tarieven van de drie meest relevante services uit het nieuwe kostprijsmodel zijn opgenomen als vervangende doelmatigheidskengetallen. In 2016 worden de tarieven herzien in samenspraak met het Bestuurlijk Overleg en de Eigenaar. Hoe die besluitvorming zal uitvallen is nog onbekend. Vandaar dat de tarieven in dit overzicht gelijk blijven.Personele ontwikkeling (Formatie en Externe inhuur)SSC-ICT kent momenteel veel externe krachten. Door overname van taken zal de organisatieomvang van SSC-ICT de komende jaren toenemen. Tevens wordt ingezet op de omzetting van extern personeel naar ambtelijk personeel. Beide ontwikkelingen tezamen verklaren de verwachtte toename van de ambtelijke formatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 280 4.6 Rijksvastgoedbedrijf InleidingPer 1 januari 2016 heeft het Rijksvastgoedbedrijf de status van baten-lastenagentschap verkregen. In het agentschap Rijksvastgoedbedrijf zijn de voormalige baten-lasten agentschappen Dienst Vastgoed Defensie, de Rijksgebouwendienst en het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf samengevoegd.De vastgoedportefeuille die door de fusie is ontstaan, is de grootste en meest diverse vastgoedportefeuille van Nederland en bestaat uit (landbouw)gronden, gevangenissen, rechtbanken, kazernes, vliegvelden, oefenterreinen, ministeries, havens, (belasting)kantoren, monumenten zonder huisvestingsfunctie, musea en paleizen. Het gaat in totaal om ruim 12 miljoen vierkante meters aan gebouwen en circa 94.000 hectare aan grond.Het Rijksvastgoedbedrijf zet dit vastgoed in voor de realisatie van rijksoverheiddoelen, in samenwerking met, en met het oog voor de omgeving. De opdracht is het effectief en efficiënt inzetten van het rijksvastgoed, het financieel en maatschappelijk rendement uit vastgoed optimaliseren en het verlagen van kosten voor het Rijk.Om de besparingen van de fusie te monitoren, stuurt het Rijksvastgoedbe-drijf op meerdere indicatoren. Het overzicht met externe doelmatigheids-indicatoren staat aan het einde van deze paragraaf. Ook heeft het management van het Rijksvastgoedbedrijf streefwaarden geformuleerd voor interne kritieke prestatie-indicatoren met betrekking tot de producti-viteit, het percentage projecten binnen budget gerealiseerd en het percentage projecten tijdig gerealiseerd.Het Rijksvastgoedbedrijf verzorgt o.a.:•de rijkshuisvesting via kantoren en specialties;•de huisvesting van de Hoge Colleges van Staat en het Ministerie van Algemene Zaken, de huisvesting van het Koninklijk Huis voor zover vallend onder de verantwoordelijkheid van de Staat en de instandhou-ding van monumenten in beheer van het Rijksvastgoedbedrijf;•het onderhoud aan en beheer van defensiegebouwen en terreinen;•projectontwikkeling en nieuwbouw voor Defensie;•de doelmatige verkoop van overtollig rijksvastgoed en geeft dit waar mogelijk in gebruik;•uitgifte in pacht van gronden;•de vertegenwoordiging namens het Rijk bij gebiedsontwikkelingspro-jecten waarbij meervoudige rijksdoelstellingen aanwezig zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 281 Staat van baten en lastenBaten-lastenagentschap RVB begroting 2017Exploitatieoverzicht(Bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Omschrijving reali-satie 1e suppl. begroting Baten Omzet moederdepartement 0 35.166 31.579 31.010 30.483 30.389 30.389 Omzet overige departementen 0 1.063.378 1.099.653 1.108.890 1.101.417 1.098.776 1.101.590 Omzet derden 0 81.105 117.073 138.509 150.704 150.704 150.704 Rentebaten 0 0 0 0 0 0 0 Vrijval voorzieningen 0 0 0 0 0 0 0 Bijzondere baten 0 37.665 37.233 37.233 35.153 34.113 34.113 Totaal baten 0 1.217.314 1.285.538 1.315.642 1.317.757 1.313.982 1.316.796 Lasten Apparaatskosten 0 211.492 213.326 204.406 193.895 184.374 183.183 – personele kosten 0 159.466 162.649 158.107 149.979 143.396 141.048 – Waarvan eigen personeel 0 130.969 135.725 132.571 127.178 124.464 122.813 – Waarvan externe inhuur 0 21.750 20.000 18.750 16.250 12.500 11.875 – Waarvan overige personele kosten 0 6.748 6.924 6.786 6.550 6.432 6.360 Materiële kosten 0 52.026 50.677 46.299 43.916 40.979 42.135 – Waarvan apparaat ICT 0 24.247 22.047 19.335 18.548 16.152 15.938 – Waarvan bijdrage SSO’s 0 0 0 0 0 0 0 – Waarvan overige materiële kosten 0 27.779 28.630 26.965 25.368 24.826 26.197 Rentelasten 0 32.641 77.573 90.539 106.665 113.598 121.993 Afschrijvingskosten 0 238.477 282.400 291.784 305.858 324.410 324.781 – Materieel 0 0 0 0 0 0 0 – Waarvan apparaat ICT 0 0 0 0 0 0 0 – Immaterieel 0 0 0 0 0 0 0 Overige lasten 734.704 712.240 728.914 711.340 691.600 686.839 – Dotaties voorzieningen 0 12.000 11.000 11.000 11.000 11.000 11.000 – Bijzondere lasten 0 722.704 701.240 717.914 700.340 680.600 675.839 Totaal lasten 0 1.217.314 1.285.538 1.315.642 1.317.757 1.313.982 1.316.796 Saldo van baten en lasten 0 0 0 0 0 0 0ToelichtingHet Rijksvastgoedbedrijf is vraag gestuurd. De vraag vloeit met name voort uit de Masterplannen voor de kantoorhuisvesting, de huisvestings-behoeften vanuit de specialties en de wensen voor dienstverlening vanuit Defensie. De begrotingsposten van het RVB, zowel baten als lasten, zijn gerelateerd aan deze vraagontwikkeling.Omzet moederdepartementDe Minister voor Wonen en Rijksdienst betaalt de kosten voor een aantal taken aan het Rijksvastgoedbedrijf. Het gaat met name om de kosten van:•het onderhoud van de monumenten met een erfgoedfunctie (zonder huisvestingsfunctie) in beheer bij de dienst.•het leveren van ondersteuning aan Binnenlandse Zaken en Koninkrijks-relaties en de uitvoering van het rijksbeleid gerelateerd aan de rijkshuisvesting.•het apparaat om de uitvoering van het beheer van materiële activa mogelijk te maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 282 Omzet overige departementenDe omzet departementen omvat opbrengsten voor geleverde producten en diensten. Het gaat daarbij met name om ontvangen gebruiksvergoe-dingen voor kantoren en specialties, ook van BZK zelf en die van de Hoge Colleges van Staat en van 3 staatspaleizen. Daarnaast gaat het om bijdragen voor de instandhouding en onderhoud van Defensie-objecten.Binnen de huur-verhuurstelsels voor rijkshuisvesting worden interne verhuurcontracten afgesloten tussen het Rijksvastgoedbedrijf en de departementen. Op basis van de overeengekomen huurprijsmethodiek brengt het Rijksvastgoedbedrijf een gebruiksvergoeding in rekening. In de ramingen van de gebruiksvergoeding is onder meer rekening gehouden met de Masterplannen Kantoren, het afsluiten van nieuwe contracten en met de verwachte beëindiging van contracten als gevolg van voorziene krimp van de overheid.Omzet derdenDeze omzet betreft met name de baten vanuit het per 1 juli 2014 geldende Kader Overname Rijksvastgoed (KORV), de verkoop van onroerend goed en de inkomsten vanuit de exploitatie van een aantal bijzondere objecten zoals parkeergarages en de grafelijke zalen.Bijzondere batenDit betreft met name het deel van de apparaatinzet dat geactiveerd wordt.Apparaatskosten (personeel en materieel)De apparaatskosten betreffen salarissen, opleidingen, externe inzet voor zowel het primaire als het secundaire proces, kosten voor huisvesting, ICT en overige materiële kosten.RentelastenDe rentelasten vloeien voort uit investeringen en zijn geraamd op basis van de afgesloten en nog af te sluiten leningen met het Ministerie van Financiën voor rijkshuisvesting (masterplannen kantoren en huisvestings-behoefte voor specialties) en KORV-projecten.AfschrijvingskostenDit betreft met name de afschrijvingen op geactiveerde waarden van objecten, voortvloeiend uit investeringen vanuit masterplannen kantoren en huisvestingsbehoeften voor specialties. De afschrijvingstermijnen zijn afhankelijk van de categorie: grond/terreinen 0 jr, erfpacht 5–100 jr, gebouwen 15–60 jr, vervoermiddelen 4–6 jr en inventaris 3–15 jr.Overige kostenDotaties aan voorzieningenDit betreft dotaties aan de voorzieningen voor asbest en voor herstelon-derhoud.Bijzondere lastenDe bijzondere lasten betreffen belangrijke elementen van de primaire processen van het Rijksvastgoedbedrijf. In de tabel hierna zijn zij gespecificeerd en eronder toegelicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 283 Specificatie Bijzondere lasten (bedragen in € * 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 reali-satie Markthuren 0 203.169 204.079 186.214 167.623 162.456 153.385 DBFMO-lasten 0 83.785 0 0 0 0 0 Onderhoud 0 273.738 306.762 318.226 324.645 312.228 314.650 Belastingen en heffingen 0 23.665 23.302 23.111 22.714 21.206 20.728 Energielasten 0 35.052 30.385 28.672 25.520 24.637 24.817 Ontwikkeling en verkoop OG – 73.241 90.775 114.535 126.730 126.730 126.730 Overige lasten – 30.054 45.937 47.155 33.107 33.343 35.529 Totaal 0 722.704 701.240 717.914 700.340 680.600 675.839ToelichtingBij de bijzondere lasten zijn de kosten opgenomen die samenhangen met de processen van het RVB. Het gaat hierbij om:MarkthurenDeze post betreft de huren die het Rijksvastgoedbedrijf aan de markt betaalt. Het beleid is erop gericht departementen en diensten zo veel mogelijk in eigendomsobjecten te huisvesten. Hierdoor nemen de meters huurhuisvesting en de kosten ervan af.DBFMO-lastenDit betreft de lasten van lopende en nieuwe contracten met marktpartijen. Vanaf 2017 zijn deze lasten omgerekend naar rente en afschrijving en aldaar opgenomen.OnderhoudDeze post betreft de kosten voor onderhoud en instandhouding van gebouwen en terreinen voor de rijkshuisvesting en Defensie.Belastingen en heffingenDeze post betreft met name de onroerende zaakbelasting over de voorraad onroerend goed die het RVB inzet voor rijkshuisvesting.EnergielastenMet ingang van 2016 betaalt het RVB de rekening voor de energielasten in kantoren rijkshuisvesting.Ontwikkeling en verkoop onroerend goedDit betreft de kosten van ingekocht onroerend goed en de kostprijs van verkochte gebouwen en terreinen.Overige lastenDe overige lasten betreffen met name de wederopleveringkosten bij contracteinde, kleinere investeringen voor de gebruikers, facilitaire leegstandkosten en verwachte waardedaling.KasstroomoverzichtHet kasstroomoverzicht geeft aan hoeveel kasmiddelen beschikbaar zijn gekomen of naar verwachting zullen komen en op welke wijze gebruik (is/of) zal worden gemaakt van deze middelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 284 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap RVB voor het jaar 2017(Bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 1. Rekening-courant RHB 1 januari 2016 0 661.883 368.948 366.689 363.946 342.487 331.312 Tot. ontvangsten op. kasstroom (+) 1.179.649 1.158.305 1.188.409 1.192.604 1.189.869 1.192.683 Totaal uitgaven operationele kasstroom (–/–) 981.563 940.656 948.833 946.078 912.709 909.770 2. Totaal operationele kasstroom 198.086 217.649 239.576 246.527 277.161 282.913 Totaal investeringen (–/–) – 520.000 – 515.000 – 490.000 – 450.000 – 515.000 – 490.000 Totaal boekw. desinvesteringen (+) 30.000 60.775 84.535 96.730 96.730 30.000 3. Totaal investeringskasstroom 0 – 490.000 – 454.225 – 405.465 – 353.270 – 418.270 – 460.000 Eenmalige uitkering aan moederde-partement (–/–) – 161.108 0 0 0 0 0 Eenmalige storting door het moederdepartement (+) 0 0 0 0 0 0 Aflossingen op leningen (–/–) – 388.039 – 280.683 – 326.854 – 364.716 – 385.065 – 411.197 Beroep op leenfaciliteit (+) 520.000 515.000 490.000 450.000 515.000 490.000 4. Totaal financieringskasstroom 0 – 29.147 234.317 163.146 85.284 129.935 78.803 5. Rekening-courant RHB 31 december 2016 (=1+2+3+4) 0 340.822 366.689 363.946 342.487 331.312 233.028ToelichtingAd 3, 4.De afdrachten aan het moederdepartement in 2016 betreft het surplus op het eigen vermogen.De investeringen in rijkshuisvesting en het beroep op de leenfaciliteit zijn gebaseerd op lopende en voorgenomen huisvestingsprojecten. Het Rijksvastgoedbedrijf investeert in grond en gebouwen die in de balans onder de post materiële vaste activa worden verantwoord. In deze investeringen worden ook brandveiligheidinvesteringen meegenomen en de investeringen uit hoofde van de instandhoudingplicht, die per 1-1-2013 voor de kantoren en per 1-1-2014 voor de specialties bij de voormalige Rijksgebouwendienst is belegd.In ieder geval de volgende grotere projecten zullen (deels) via de leenfaciliteit gefinancierd worden8:8Projecten die nog niet zijn gegund, zijn nog onderhevig aan definitieve besluitvorming. Van deze projecten, kunnen vanwege marktoverwegingen geen bedragen worden genoemd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 285 Tabel: Investeringen rijkshuisvesting boven € 15 mln., bedragen * € 1 mln. Project Indicatie investerings-volume leenfaciliteit Eerste jaarinvestering Den Haag, Binnenhofcomplex 4751 2018 Amsterdam, PPS Nieuwbouw rechtbank Parnas 1502,3 lopend Den Haag, veiligheidsdiensten Nog niet gegund 2016 Utrecht, PPS nieuwbouw RIVM 1104 lopend Den Haag, PPS Rijnstraat voorheen VROM 925 lopend Den Haag, Nieuwbouw Eurojust 926 lopend Zaanstad, PPS Penitentiaire inrichting 1007 lopend Utrecht, PPS de Knoop 808 lopend Breda, PPS gerechtsgebouw 609 lopend Rotterdam, Rijkskantoorcampus Nog niet gegund 2016 Den Haag, PPS B30, Planbureaus 31 lopend Bonaire, Justitiële Inrichting 31 lopend Arnhem, Stationsplein West Nog niet gegund n.t.b. Rotterdam, rechtbank Nog niet gegund 2016 Rotterdam, Belastingdienst 20 Lopend Emmen, Nationaal Archief + rijkskantoor 22 lopend Assen, Mandemaat EZ Nog niet gegund 2016 Den Haag, Renovatie paleis Huis ten Bosch 1510 lopend1 Prijspeil 2015. De eerste investeringen starten in 2018, ten behoeve van de tijdelijke huisvesting van de Binnenhofbewoners. Van dit bedrag is € 12,5 mln. bedoeld voor niet-huisvestingskosten van de Binnenhof-bewoners. Dit bedrag zal naar de begrotingen van AZ en de betreffende Hoge Colleges van Staat worden overgeboekt.2 De investering voor dit PPS-project wordt door een marktpartij gedaan en is bij het Rijk niet exact bekend.3 Het in de tabel vermelde bedrag is de bijdrage van het Rijk in de financiering van het project. De waarde van het met de marktpartij afgesloten contract over 30 jaar bedraagt ruim € 235 mln. Dit betreft zowel investering, als onderhoud als de algehele exploitatie van het pand. Het in de tabel vermelde bedrag is de bijdrage van het Rijk in de financiering van het project.4 Zie voetnoot 8. Het in de tabel vermelde bedrag is de bijdrage van het Rijk in de financiering van het project. De waarde van het met de marktpartij afgesloten contract over 25 jaar bedraagt € 267 mln. Dit betreft zowel investering, als onderhoud als de algehele exploitatie van het pand.5 Zie voetnoot 8. Het in de tabel vermelde bedrag is de bijdrage van het Rijk in de financiering van het project. De waarde van het met de marktpartij afgesloten contract over 25 jaar bedraagt ook € 267 mln. Dit betreft zowel investering, als onderhoud als de algehele exploitatie van het pand.6 Het build & maintain contract loopt maximaal 20 jaar.7 Zie voetnoot 8. Het in de tabel vermelde bedrag is de bijdrage van het Rijk in de financiering van het project. Het betreft een contract met een looptijd van 25 jaar.8 Zie voetnoot 8. Het in de tabel vermelde bedrag is de bijdrage van het Rijk in de financiering van het project. De waarde van het met de marktpartij afgesloten contract over 20 jaar bedraagt € 100 mln. Dit betreft zowel investering, als onderhoud als de algehele exploitatie van het pand.9 Zie voetnoot 8. Het in de tabel vermelde bedrag is de bijdrage van het Rijk in de financiering van het project. De waarde van het met de marktpartij afgesloten contract over 30 jaar bedraagt € 172 mln. Dit betreft zowel investering, als onderhoud als de algehele exploitatie van het pand.10 De totale projectkosten bedragen € 59 mln. Hiervan komt € 44 mln. ten laste van het agent-schapvermogen van de Rijksgebouwendienst. Voor € 15 mln wordt op de leenfaciliteit getrokken. De rente en afschrijving voor dit bedrag wordt door Wonen en Rijksdienst betaald (art. 6 Uitvoering Rijksvastgoedbeleid). Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 286 Overzicht doelmatigheidsindicatorenOverzicht doelmatigheidsindicatoren Rijksvastgoedbedrijf(bedragen in € * 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Omzet per product Verkoop vastgoed 84.264 117.389 140.976 153.171 153.113 153.113 Verkoop grondstoffen 233 216 210 210 207 207 T.b.s. kantoren en specialties 866.569 898.845 906.398 891.916 905.621 908.435 Externe ingebruikgeving 8.889 8.289 8.033 7.943 7.949 7.949 Aanvullende dienstverlening 0 Gebiedsontwikkeling 1.603 1.494 1.448 1.448 1.432 1.432 Projectontwikkeling 24.400 25.000 24.900 25.636 27.062 27.062 Verwerving 75 75 59 58 58 58 Beheren gebouwen niet in eigendom 171.868 177.775 178.475 186.101 168.401 168.401 Expertise en advies 9.150 8.891 8.481 8.064 8.103 8.103 Strat. advisering 11.145 8.053 8.028 7.593 7.585 7.585 Overige producten 1.454 2.279 1.402 466 340 340 saldo baten en lasten 0 0 0 0 0 0 in % 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Huisvestingsvoorraad * 1.000 m2 BVO 6.077 5.974 5.828 5.625 5.289 5.118 waarvan verhuurd 5.415 5.261 5.056 4.937 4.939 4.851 waarvan eigendom 4.780 4.714 4.676 4.596 4.299 4.203 waarvan huur 1.297 1.260 1.152 1.029 990 915 Gemiddelde leegstand rijkshuisvesting voor rekening RVB 6,7% 6,6% 6,7% 6,7% 5,4% 3,6% ITK rijkshuisvesting 2,1–2,8 2,1–2,8 2,1–2,8 2,1–2,8 2,1–2,8 2,1–2,8 Voorraad beheerde Defensieobjecten Gebouwen * 1.000m2 BVO 5.742 5.529 5.527 5.444 5.183 5.439 Terreinen * 1.000m2 BVO 342.117 341.632 341.230 340.853 335.776 340.814 Doelmatigheid verkoop vastgoed > 0 > 0 > 0 > 0 > 0 > 0 Bezetting ambtelijke fte’s ultimo 1.840 1.897 1.795 1.713 1.675 1.674 Apparaat-omzetindicator 17,4% 16,6% 15,5% 14,7% 14,0% 13,9% Projecten binnen budget gerealiseerd 80% 81% 82% 83% 84% 85% Projecten tijdig gerealiseerd 80% 81% 82% 83% 84% 85% Productiviteit 800 815 830 845 860 875Toelichting9 De onderste drie indicatoren uit bovenstaande tabel (projecten binnen budget gerealiseerd, projecten tijdig gerealiseerd en productiviteit) geven inzicht in de beoogde baten vanwege kennisbundeling en proces- en ketenintegratie die gerelateerd kunnen worden aan de fusie tussen de drie agentschappen.Omzet per productMet de producten bestrijkt het Rijksvastgoedbedrijf de gehele keten van de huisvesting, vanaf de initiële vraag van een afnemer tot en met de realisatie (bouw en/of verbouw), het beheer, ontwikkeling en de afstoot. Het Rijksvastgoedbedrijf is vraag gestuurd. Dit betekent dat in principe de jaarlijkse omzet voor een groot deel bepalend is voor de benodigde omvang van het personeelsbestand. Vanwege de afslanking van de 9Zoals in de inleiding van deze paragraaf is gemeld wordt hier gerapporteerd over de externe prestatie-indicatoren. Afgesproken is om het ministerie van Financiën te betrekken bij de monitoring van de interne indicatoren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 287 rijksoverheid zal er op termijn minder huisvestingsvraag zijn. Het Rijksvastgoedbedrijf zal daardoor minder m2 huisvesting leveren.Overigens neemt de omzet komende jaren toe, dit heeft ermee te maken dat nieuwe huisvesting per definitie duurder is (hogere afschrijvings-lasten) dan oude huisvesting. Daarbij worden oude objecten verkocht. Zodoende resteert een relatief nieuwe voorrraad.Saldo baten en lastenHet saldo van baten en lasten laat sluitend resultaatbeeld zien.Rijkshuisvestingsvoorraad in 1.000 m2 BVODe huisvestingsvoorraad zal de komende jaren door enerzijds het kabinetsbeleid en anderzijds adequate sturing door het Rijksvastgoedbe-drijf afnemen. Bij de gepresenteerde afname is rekening gehouden met de gevolgen voor de departementen van kabinetsbesluiten over de master-plannen huisvesting. Indien de voorraad niet in de voorziene mate daalt, zullen de leegstandkosten voor het Rijksvastgoedbedrijf stijgen en daarmee het saldo van baten en lasten dalen.Gemiddelde leegstand rijkshuisvestingDit betreft leegstand voor rekening van het Rijksvastgoedbedrijf in relatie tot de totale huisvestingsvoorraad. De huisvestingsbehoefte zal minder worden door de afslanking bij de rijksoverheid. Daarnaast ontstaat behoefte aan andersoortige huisvesting, waardoor de huisvestingsmu-taties toenemen. De leegstand daalt wanneer objecten verkocht kunnen worden.Indicator technische kwaliteit (ITK) rijkshuisvestingDit betreft het gewogen gemiddelde van de technische conditie van alle gebouwen op een schaal van 1 (nieuwbouw) t/m 6 (extreem slecht). Voor een deel van de (niet-strategische) voorraad is een lagere waardering mogelijk waarbij nog altijd voldoende en daarmee economisch betere afwegingen gemaakt kunnen worden.Voorraad beheerde DefensieobjectenDe Defensieobjecten worden door het Rijksvastgoedbedrijf onderhouden (instandhouding). Defensie voorziet de komende jaren een kleine krimp in haar portefeuille.Doelmatigheid verkoop vastgoedDoelstelling is objecten te verkopen tegen tenminste de voorgecalcu-leerde bedragen die in een businesscase waren opgenomen. Het totale resultaat van het verkochte onroerend goed zal tenminste positief moeten zijn.Bezetting in fte’sDe bezetting van ambtelijk personeel neemt als gevolg van voorziene krimp in de vraag naar rijksvastgoed en besparingen vanuit de fusie de komende jaren naar verwachting af tot 1.674 fte in 2021.Apparaat-omzet indicatorDit betreft de procentuele verhouding van de apparaatskosten van het RVB tot de omzet (totale baten) van de dienst. Een daling van de waarde van de indicator geeft aan dat de verhouding tussen de omzet en het ingezette apparaat verbetert.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 288 Projecten binnen budget gerealiseerdHet percentage projecten binnen budget gerealiseerd is na de fusie gesteld op meer dan 80%. Het getuigt van ambitie om als norm te hebben dat het overgrote deel van de projecten wordt uitgevoerd binnen het afgesproken budget.De ervaring leert dat het prognosticeren van de kosten van vastgoedpro-jecten niet eenvoudig is. De uitkomsten van aanbestedingen laten zich lastig voorspellen. Daarnaast kunnen tijdens de uitvoering van de projecten tegenvallers aan het licht komen. De verwachting is dat de kennisbundeling en professionalisering de komende jaren tot betere resultaten zal leiden. De norm van 80% kan daarmee over enkele jaren (2021) naar 85% worden bijgesteld.Projecten tijdig gerealiseerdHet percentage projecten tijdig gerealiseerd is na de fusie gesteld op meer dan 80%. Deze norm houdt concreet in dat minder dan 20% van de projecten later wordt opgeleverd dan met de opdrachtgever is afgesproken.Een deel van de projecten kan vertragen doordat tijdens de uitvoering feiten boven water komen, waar vooraf geen rekening mee is gehouden. Dit zal nooit uit te sluiten zijn, maar ook voor deze indicator geldt dat met een goede kennisbundeling en professionaliteit het percentage waarbij de afgesproken tijd wordt overschreden, kan worden verminderd. Over enkele jaren (2021) kan deze norm ook naar 85%.ProductiviteitDe productiviteit geeft inzicht in de sturing op directe uren. Hoe meer directe uren worden ingezet, ofwel hoe minder indirecte/overige, hoe beter wordt gepresteerd.Als gevolg van de fusie kan personeel effectiever op de verschillende activiteiten worden ingezet. Daarnaast leidt de fusie ook tot minder indirecte functies en meer productiviteit in de primaire processen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 289 4.7 Dienst van de Huurcommissie (DHC) InleidingHet gereguleerde deel van de markt voor huurwoonruimte is het werkterrein van de Huurcommissie. Als huurders en verhuurders een geschil hebben over de hoogte van huurprijzen en servicekosten en er onderling niet uitkomen, dan doet de Huurcommissie op verzoek van een van beiden een uitspraak. De Huurcommissie beslecht ook geschillen in het kader van de Wet op het overleg huurders verhuurder (WOHV).Het Zelfstandig Bestuursorgaan (ZBO) Huurcommissie (zonder eigen rechtspersoonlijkheid) wordt ondersteund door de Dienst van de Huurcommissie (DHC). Voor de huurders en verhuurders presenteert de Huurcommissie zich als één landelijk opererende, onpartijdige en toegankelijke organisatie.De Huurcommissie stuurt op resultaat en doelmatigheid. Daarom hanteert zij een baten-lastenadministratie, die het verbeteren van de doelmatigheid ondersteunt door het verband te leggen tussen de kostprijs enerzijds en de kwantiteit en kwaliteit van de diensten anderzijds. In de begroting zijn ook de kosten van het ZBO verwerkt.De Huurcommissie is continu gericht op verbetermogelijkheden bij de uitvoering van haar taken: het voorkomen, helpen oplossen en waar nodig beslechten van geschillen tussen huurder en verhuurder. Het gaat daarbij om verbeteringen in de dienstverlening aan huurders en verhuurders, en verbeteringen in de bedrijfsvoering. De Huurcommissie speelt flexibel in op wijzigingen in het aantal en soort informatievragen, veranderingen in de samenleving, het aantal en soort geschillen en op wijzigingen in de huurprijswet- en regelgeving. Uitgangspunt bij deze verbeteringen is het kader van de wet- en regelgeving van het huurprijsbeleid en de rijksbrede ontwikkelingen die bij alle uitvoeringsorganisaties spelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 290 Staat van baten en lastenBegroting van baten-lastenagentschap DHC voor het jaar 2017(Bedragen x € 1.000) 2015 Stand Slotwet 2016Vastge-stelde begroting, ontwerp-begroting of in voorko-mende gevallen de 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 Baten Omzet moederdepartement 11.416 12.615 8.326 7.340 6.641 6.641 6.641 Omzet overige departementen 0 0 0 0 0 0 0 Omzet derden 888 993 4.910 5.896 6.595 6.595 6.595 Rentebaten 0 0 0 0 0 0 0 Vrijval voorzieningen 68 0 0 0 0 0 0 Bijzondere baten 2.902 870 0 0 0 0 0 Totaal baten 15.274 14.478 13.236 13.236 13.236 13.236 13.236 Lasten Apparaatskosten 12.262 13.330 12.248 12.248 12.248 12.248 12.248 – personele kosten 6.670 6.879 6.529 6.529 6.529 6.529 6.529 – waarvan eigen personeel 5.525 5.859 5.859 5.859 5.859 5.859 5.859 – waarvan externe inhuur 1.064 1.020 670 670 670 670 670 – waarvan overige personele kosten 81 0 0 0 0 0 0 – materiële kosten 5.592 6.451 5.719 5.719 5.719 5.719 5.719 – waarvan apparaat ICT 3.011 3.555 2.823 2.823 2.823 2.823 2.823 – waarvan bijdrage aan SSO’s 0 0 0 0 0 0 0 – waarvan overige materiële kosten 2.581 2.896 2.896 2.896 2.896 2.896 2.896 Rentelasten 0 0 0 0 0 0 0 Afschrijvingskosten 831 988 988 988 988 988 988 – materieel 23 24 24 24 24 24 24 – waarvan apparaat ICT 0 0 0 0 0 0 0 – immaterieel 808 964 964 964 964 964 964 Overige kosten 2.154 870 0 0 0 0 0 – dotaties voorzieningen 378 0 0 0 0 0 0 – bijzondere lasten 1.776 870 0 0 0 0 0 Totaal lasten 15.247 15.188 13.236 13.236 13.236 13.236 13.236 Saldo van baten en lasten 27 – 710 0 0 0 0 0ToelichtingOmzet moederdepartementDe reeks bedragen voor Omzet moederdepartement in de jaren 2017–2021 komt overeen met de geraamde bedragen voor Bijdrage aan Huurcom-missie, zoals opgenomen op artikel 1, Woningmarkt van de ontwerpbe-groting Wonen en Rijksdienst 2017. Deze reeks kent een sterk dalend verloop als gevolg van taakstellingen. Deze taakstellingen zijn wel geheel verwerkt aan de batenkant van deze begroting door een verlaagde opbrengst van het moederdepartement, maar slechts voor een deel ingevuld aan de lastenkant omdat de wettelijke taken en procedures van de Huurcommissie en de daaraan verbonden werklast in beperkte mate zijn verminderd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 291 De daadwerkelijke opbrengst uit productie ten laste van de Begroting Wonen en Rijksdienst wordt gebaseerd op de uitvoering van de opdracht van de desbetreffende beleidsdirectie aan de Huurcommissie. Deze wordt bepaald door het gerealiseerde aantal verzoeken dat in enig jaar wordt afgewikkeld en de daarbij behorende tarieven, die de goedkeuring behoeven van de eigenaar van de Dienst van de Huurcommissie, in casu de secretaris-generaal van BZK.Aantal zaken in 2017 Procedure Aantal zaken Beslechting van huurprijsgeschillen 5.800 Beslechting van servicekostengeschillen 2.700 Beslechting van huurverhogingsgeschillen op basis van punten 690 Beslechting van WOHV-geschillen 10 Totaal 9.200 Omzet derdenDeze baten betreffen in de eerste plaats de legesopbrengsten die gebaseerd zijn op de veroordeling door de Huurcommissie van geschil-partijen tot vergoeding aan de Staat. Deze vergoeding is verschuldigd door de partij die naar het oordeel van de Huurcommissie geheel of voor het grootste deel de in het ongelijk gestelde partij is. Indien de Huurcom-missie van oordeel is dat beide partijen in ongeveer gelijke mate in het ongelijk worden gesteld, kan zij gemotiveerd uitspreken dat elke partij de helft van de voor hem geldende vergoeding aan de Staat verschuldigd is. De hoogte van deze vergoeding bedraagt € 25 voor huurders alsmede voor verhuurders die een natuurlijk persoon zijn, en € 450 voor verhuurders die rechtspersoon zijn.In de tweede plaats betreffen de baten de bijdrage van verhuurders voor de werkzaamheden van de Huurcommissie die vanaf 2017 zal worden geheven. Een wetsvoorstel daartoe zal binnenkort bij de Tweede Kamer worden ingediend.ApparaatskostenDe apparaatskosten betreffen zowel de Dienst van de Huurcommissie als de salarissen en vergoedingen van voorzitter, plaatsvervangend voorzitter, zittingsvoorzitters en zittingsleden van de Huurcommissie.Personele kostenDe personele kosten betreffen met name de salarissen van de vaste medewerkers van DHC en de inhuur van externe medewerkers. Alleen voor het opvangen van pieken alsmede op incidentele basis voor specifieke projecten waarvoor DHC zelf geen of onvoldoende expertise en capaciteit in huis heeft, wordt een beroep gedaan op externe medewerkers.Materiële kostenDe belangrijkste posten zijn huisvesting, bureaukosten, communicatie en ICT. Naar verwachting zullen deze kosten vanaf 2017 dalen ten opzichte van 2016 in samenhang met gewijzigde huisvesting van DHC en goedkopere ICT-diensten.De bijdrage aan SSO’s loopt via het kerndepartement en is daarom niet zichtbaar in tabel 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 292 AfschrijvingskostenDe afschrijvingskosten zijn conform de door de Minister van Financiën voorgeschreven afschrijvingstermijnen. Er is rekening gehouden met regelmatige vervangingsinvesteringen.Saldo van baten en lastenDe hiervoor vermelde verlaging van de bijdrage van het moederdepar-tement uit hoofde van taakstellingen, wordt vanaf 2017 gecompenseerd door een hogere bijdrage door verhuurders. Als gevolg hiervan is er vanaf 2017 sprake van neutraal exploitatieresultaat.KasstroomoverzichtKasstroomoverzicht DHC voor het jaar 2017(Bedragen x € 1.000) 2015 Stand Slotwet 2016Vastge-stelde begroting, ontwerp-begroting of in voorko-mende gevallen de 1e supple-toire begroting 2017 2018 2019 2020 2021 1. Rekening courant RHB 1 januari 2017 + depositorekeningen 6.997 4.282 1.172 1.172 1.172 1.172 1.172 +/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom 13.873 14.478 14.200 14.200 14.200 14.200 14.200 –/– totaal uitgaven operationele kasstroom – 15.892 – 14.200 – 14.200 – 14.200 – 14.200 – 14.200 – 14.200 2. Totaal operationele kasstroom – 2.019 278 0 0 0 0 0 –/– totaal investeringen – 98 – 988 – 988 – 988 – 988 – 988 – 988 +/+ totaal boekwaarde desinveste-ringen 0 0 3. Totaal investeringskasstroom – 98 – 988 – 988 – 988 – 988 – 988 – 988 –/– eenmalige uitkering aan moederdepartement – 598 – 2.400 0 0 0 0 0 +/+ eenmalige storting door het moederdepartement 0 0 0 0 0 0 0 –/– aflossingen op leningen 0 0 0 0 0 0 0 +/+ beroep op leenfaciliteit 0 0 988 988 988 988 988 4. Totaal financieringskasstroom – 598 – 2.400 988 988 988 988 988 5. Rekening courant RHB 31 december 2017 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) (noot: maximale roodstand 0,5 miljoen euro) 4.282 1.172 1.172 1.172 1.172 1.172 1.172ToelichtingUitgangspunt is een beginsaldo van € 1,172 mln. per 1 januari 2017.Operationele kasstroomUitgegaan is van een jaarlijks exploitatieresultaat van nul en een stabiel saldo van debiteuren en crediteuren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 293 InvesteringskasstroomVoor 2017 en volgende jaren is het uitgangspunt dat het investerings-niveau gelijk blijft op een niveau van circa € 1,0 mln.FinancieringskasstroomTen behoeve van deze investeringen zal een beroep worden gedaan op de leenfaciliteit van het Ministerie van Financiën.Overzicht doelmatigheidsindicatorenOverzicht doelmatigheidsindicatoren DHC 2015 Slotwet 2016 Vastge-stelde begroting 2017 2018 2019 2020 2021 Omschrijving Generiek Deel % Huurprijsgeschillen afgerond binnen 4 maanden 77% 90% 90% 90% 90% 90% 90% % Servicekostengeschillen afgerond binnen 5 maanden 72% 90% 90% 90% 90% 90% 90% % Huurverhogingsgeschillen afgerond binnen 4 maanden 88% 90% 90% 90% 90% 90% 90% % WOVH-geschillen afgerond binnen 3 maanden 25% % WOVH-geschillen afgerond binnen 4 maanden 90% 90% 90% 90% 90% 90% FTE-totaal (excl. externe inhuur) 70 69 69 69 69 69 69 Saldo van baten en lasten (%) 0% 5%– 0% 0% 0% 0% 0% Doorlichting uitgevoerd in: 2014 ToelichtingDoorlooptijdenVoor de doorlooptijden van geschilbeslechting staat in de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte een termijn van maximaal vier maanden. In de afgelopen jaren is geïnvesteerd in de ICT-ondersteuning van het behande-lingsproces om deze termijn te kunnen realiseren. Omdat de Huurcom-missie bij het behalen van de vermelde doorlooptijden ook afhankelijk is van de medewerking van huurder en verhuurder (het verstrekken van de benodigde informatie, het meewerken aan onderzoek in de woning, aanwezigheid op hoorzittingen), kan de termijn van vier maanden nooit in alle gevallen gerealiseerd worden. De wet kent de mogelijkheid om in die gevallen gemotiveerd een langere doorlooptijd te hanteren. Het streven is erop gericht om in 2017 de maximale doorlooptijd van vier dan wel vijf maanden voor 90% van de verzoeken te realiseren.Voor de geschilbeslechting op basis van de Wet op het overleg huurders verhuurder (WOHV) geldt een wettelijke termijn van acht weken, met eveneens de mogelijkheid om indien nodig gemotiveerd een langere doorlooptijd te hanteren. De ervaringen met de WOHV-geschillen leren dat partijen vaak hechten aan overleg onder auspiciën van de Huurcom-missie, als gevolg waarvan de termijn van acht weken niet gehaald wordt. Om deze reden is als streeftermijn (voor 90% van de WOHV-geschillen) 4 maanden geformuleerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 294 Saldo van baten en lastenHet saldo van baten en lasten (uitgedrukt als percentage van de totale baten) is feitelijk gezien geen doelmatigheidsindicator, want slechts de resultante van de baten (waar de Huurcommissie geen invloed op heeft) bij min of meer gelijkblijvende lasten. Zie het daarover gestelde bij «Toelichting op het saldo van baten en lasten».PersoneelHet aantal medewerkers in vaste dienst (uitgedrukt in fte) en de ontwik-keling daarvan in de loop der jaren is geen doelmatigheidsindicator, maar een kengetal. Het aantal medewerkers in vaste dienst blijft constant.DoorlichtingDe doorlichting van DHC zoals bedoeld in de Regeling agentschappen heeft in 2014 plaatsgevonden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 295 5. BIJLAGEN 5.1 ZBO’s en RWT’s Bijlage Rechtspersonen met een Wettelijke Taak en Zelfstandige BestuursorganenTabel 1: Overzicht Rechtspersonen met een Wettelijke Taak en Zelfstandige Bestuursorganen (vallend onder de Minister voor Wonen en Rijksdienst) Naam organisatie RWT ZBO Functie Begrotings-artikel Begrotings-ramingen (x € 1.000,–) Verwijzing (URL-link) naar website RWT/ZBO Bureau Architectenre-gister x x Het beheren van het architec-tenregister. De Wet op de architectentitel heeft tot doelstelling het scheppen van waarborgen voor de vakbe-kwame beroepsuitoefening door bouwkundig architecten, stedenbouwers, tuin- en landschap- en interieurarchi-tecten, het uitvoeren van de EU- architectenrichtlijn en consumentenbescherming. Artikel 6 «Uitvoering Rijksvastgoed-beleid» 45 http://www.architectenregister.nl/ Huurcommissie x Onafhankelijk beslechten van geschillen tussen huurders en verhuurders over onderhoud, huurprijs en servicekosten van huurwoningen. Daarnaast het toetsen op verzoek van de Belastingdienst van de redelijkheid van de huurprijs bij aanvraag van huurtoeslag. Artikel 1 «Woning-markt» 8.3261 ver Stichting Visitatie Woningcorporaties Nederland x De onafhankelijke instantie heeft tot taak ervoor te zorgen dat er eens per vier jaar bij corporaties een visitatie kan worden uitgevoerd, specifiek door het aanwijzen van «deskundige instanties». SVWN doet dat door het accrediteren van bureaus die visitaties mogen uitvoeren. Artikel 1 «Woning-markt» 0 http://www.visitaties.nl/1 De bijdrage uit de begroting voor de kosten van het ZBO maakt deel uit van de totale bijdrage uit de begroting aan het ZBO Huurcommissie en het agentschap DHC. In de administratie worden kosten van het ZBO niet apart verantwoord, mede omdat deze kosten voor een groot deel samenvallen met kosten van het agentschap.De totale bijdrage aan het ZBO Huurcommissie en agentschap DHC bedraagt € 8.326.000. Zie voor de cijfers artikel 1 en de batenlastenparagraaf van DHC in deze begroting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 296 5.2 Verdiepingshoofdstuk In de onderstaande tabellen is bij de nieuwe mutaties voor het jaar 2021 tevens de extrapolatiestand voor het artikelonderdeel meegenomen.Artikel 1 WoningmarktUitgaven (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 3.569.919 3.449.077 3.630.143 3.826.025 4.017.655 0 1.1 Betaalbaarheid 3.562.537 3.441.415 3.624.481 3.820.345 4.011.668 0 1.2 Onderzoek en kennisoverdracht 7.382 7.662 5.662 5.680 5.987 0 Mutaties 1e suppletoire begroting 2016 276.587 509.322 417.996 340.357 332.029 245.094 1.1 Betaalbaarheid 277.087 509.822 417.996 340.357 332.029 245.094 1.2 Onderzoek en kennisoverdracht – 500 – 500 0 0 0 0 Nieuwe mutaties 21.266 145.558 145.109 144.409 144.409 4.438.299 1.1 Betaalbaarheid 21.266 145.558 145.109 144.409 144.409 4.431.112 a. huurtoeslag 150.000 150.000 150.000 150.000 150.000 b. achtervangvergoeding 26.932 c. reservering wetsvoorstel stroomlijnen invordering 17.100 44.200 c. reservering wetsvoorstel stroomlijnen invordering – 17.100 – 44.200 1.2 Onderzoek en kennisoverdracht 0 0 0 0 0 7.187 Stand ontwerpbegroting 2017 3.867.772 4.103.957 4.193.248 4.310.791 4.494.093 4.683.393 1.1 Betaalbaarheid 3.860.890 4.096.795 4.187.586 4.305.111 4.488.106 4.676.206 1.2 Onderzoek en kennisoverdracht 6.882 7.162 5.662 5.680 5.987 7.187Ontvangsten (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 442.429 426.966 417.007 413.003 409.015 0 Mutaties 1e suppletoire begroting 2016 6.554 – 1.966 7.993 8.997 1.985 – 15 Nieuwe mutaties 27.351 0 0 0 0 409.015 waarvan: b. achtervangvergoeding 26.932 c. reservering wetsvoorstel stroomlijnen invordering 17.100 44.200 Stand ontwerpbegroting 2017 476.334 425.000 425.000 439.100 455.200 409.000Toelichtinga. HuurtoeslagDe uitgaven voor de huurtoeslag worden vanaf 2017 tevens structureel met € 150 miljoen verhoogd als onderdeel van het koopkrachtpakket van het kabinet, gericht op een evenwichtig koopkrachtbeeld. Vanaf 2017 wordt daartoe de opslag op de normhuur, die leidt tot de basishuur met € 10,50 per maand verlaagd. Hierdoor ontvangen huurtoeslagontvangers maandelijks meer huurtoeslag. Zie ook de toelichting bij de tabel belangrijkste mutaties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 297 b. AchtervangvergoedingVoor de (tertiaire) achterborgstelling Nationale Hypotheekgarantie (NHG) ontvangt het Rijk jaarlijks een risicovergoeding van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Conform het jaarverslag 2015 van het WEW bedraagt de risicovergoeding over 2015 € 26,932 mln. De (jaarlijkse) risicovergoeding wordt – na afloop van het boekjaar – gestort in de begrotingsreserve NHG.c. Reservering wetsvoorstel stroomlijnen invorderingDe incidentele budgettaire effecten voor de huurtoeslag (ontvangsten) als gevolg van het wetsvoorstel Stroomlijnen invordering worden gereser-veerd op de begroting. Omdat de begroting van WenR (XVIII) geen artikel Nominaal en Onvoorzien kent, worden deze middelen overgeheveld naar de begroting van BZK (VII), artikel 13.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 298 Artikel 2 Woonomgeving en bouwUitgaven (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 26.530 20.219 217.535 218.886 18.111 0 2.1 Energie en bouwkwaliteit 15.588 9.999 207.999 209.550 9.175 0 2.2 Woningbouwproductie 8.583 8.023 7.289 7.089 7.089 0 2.3 Kwaliteit woonomgeving 1.959 1.797 1.847 1.847 1.847 0 2.4 Revolverend Fonds Energiebesparing Verhuurders 400 400 400 400 0 0 Mutaties 1e suppletoire begroting 2016 169.238 5.135 902 1.500 0 0 2.1 Energie en bouwkwaliteit 89.400 4.500 900 1.500 0 0 2.2 Woningbouwproductie 6.745 135 2 0 0 0 2.3 Kwaliteit woonomgeving 246 500 0 0 0 0 2.4 Revolverend Fonds Energiebesparing Verhuurders 72.847 0 0 0 0 0 Nieuwe mutaties – 6.186 39.156 28.981 181 179 18.990 2.1 Energie en bouwkwaliteit – 15.085 37.343 28.800 0 0 9.675 waarvan: a. Energiebesparing eigenaar bewoners 4.100 33.500 18.800 2.2 Woningbouwproductie 8.946 1.810 178 178 179 7.268 waarvan: a. Energiebesparing eigenaar bewoners 7.000 1.500 2.3 Kwaliteit woonomgeving – 50 0 0 0 0 2.047 2.4 Revolverend Fonds Energiebesparing Verhuurders 3 3 3 3 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 189.582 64.510 247.418 220.567 18.290 18.990 2.1 Energie en bouwkwaliteit 89.903 51.842 237.699 211.050 9.175 9.675 2.2 Woningbouwproductie 24.274 9.968 7.469 7.267 7.268 7.268 2.3 Kwaliteit woonomgeving 2.155 2.297 1.847 1.847 1.847 2.047 2.4 Revolverend Fonds Energiebesparing Verhuurders 73.250 403 403 403 0 0Ontvangsten (x € 1.000) Stand ontwerpbegroting 2016 91 91 91 91 91 0 Nieuwe mutaties 0 0 0 0 0 91 Stand ontwerpbegroting 2017 91 91 91 91 91 91Toelichtinga. Energiebesparing eigenaar bewonersIn het kader van het Belastingplan 2015 heeft het kabinet € 100 mln. vrijgemaakt voor onder andere een subsidieregeling om huiseigenaren (eigenaar-bewoners) te stimuleren energiebesparende maatregelen te nemen. Hiervan is in 2016 € 40 mln. toegevoegd aan de begroting van WenR in het Voorjaar. De regeling is nu verder uitgewerkt. De resterende middelen (€ 60 mln.) worden vanuit de aanvullende post aan de begroting van W&R in de jaren 2016 tot 2018 toegevoegd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 299 Artikel 3 Kwaliteit RijksdienstUitgaven (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 19.187 17.241 16.999 16.999 16.999 0 3.1 Kwaliteit Rijksdienst 19.187 17.241 16.999 16.999 16.999 0 Mutaties 1e suppletoire begroting 2016 2.279 – 341 – 341 – 106 – 106 0 3.1 Kwaliteit Rijksdienst 2.279 – 341 – 341 – 106 – 106 0 Nieuwe mutaties 2.055 1.334 – 527 – 127 – 3.527 13.472 3.1 Kwaliteit Rijksdienst 2.055 1.334 – 527 – 127 – 3.527 13.472 Stand ontwerpbegroting 2017 23.521 18.234 16.131 16.766 13.366 13.472 3.1 Kwaliteit Rijksdienst 23.521 18.234 16.131 16.766 13.366 13.472Ontvangsten (x € 1.000) Stand ontwerpbegroting 2016 0 0 0 0 0 0 Mutaties 1e suppletoire begroting 2016 7.322 0 0 0 0 0 Nieuwe mutaties 1.967 0 0 0 0 0 waarvan: a. Ontvangsten POR 1.967 Stand ontwerpbegroting 2017 9.289 0 0 0 0 0Toelichtinga. Ontvangsten PORDe door IFHR/POR voorgefinancierde uitgaven worden bij de desbetref-fende departementen door middel van vorderingen teruggehaald.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2100 Artikel 6 Uitvoering RijksvastgoedbeleidUitgaven (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 144.746 143.769 145.031 146.739 148.863 0 6.1 Een doelmatige uitvoeringspraktijk van de Rijkshuisvesting 54.394 54.761 56.631 58.495 60.797 0 6.2 Beheer materiele activa 90.352 89.008 88.400 88.244 88.066 0 Mutaties 1e suppletoire begroting 2016 20.713 – 5.835 – 5.147 – 5.363 – 4.506 – 5.860 6.1 Een doelmatige uitvoeringspraktijk van de Rijkshuisvesting 13.503 – 8.035 – 7.347 – 7.563 – 6.706 – 8.060 6.2 Beheer materiele activa 7.210 2.200 2.200 2.200 2.200 2.200 Nieuwe mutaties 1.290 – 12.481 – 10.558 – 10.041 – 9.307 141.305 6.1 Een doelmatige uitvoeringspraktijk van de Rijkshuisvesting 287 175 490 352 367 61.466 a. Kasschuif Hocosta’s – 2.223 – 652 4 712 2.159 6.2 Beheer materiele activa 1.003 – 10.433 – 10.396 – 10.397 – 10.386 77.680 waarvan: b. Tenaamstelling grote wateren 1.380 – 4.000 – 4.000 – 4.000 – 4.000 – 4.000 Stand ontwerpbegroting 2017 166.749 125.453 129.326 131.335 135.050 135.445 6.1 Een doelmatige uitvoeringspraktijk van de Rijkshuisvesting 68.184 44.678 49.122 51.288 55.170 55.565 6.2 Beheer materiele activa 98.565 80.775 80.204 80.047 79.880 79.880Ontvangsten (x € 1.000) Stand ontwerpbegroting 2016 186.568 157.135 146.003 142.080 140.741 0 Mutaties 1e suppletoire begroting 2016 152.698 2.200 2.200 2.200 2.200 2.200 Nieuwe mutaties 23.925 – 20.601 – 9.469 – 5.696 – 4.357 136.384 waarvan: c. Kasschuif restitutie 22.695 – 16.094 – 5.262 – 1.339 d. Tenaamstelling grote wateren 1.380 – 4.000 – 4.000 – 4.000 – 4.000 – 4.000 Stand ontwerpbegroting 2017 363.191 138.734 138.734 138.584 138.584 138.584Toelichtinga. Kasschuif Hocosta’sMomenteel vindt een inventarisatie plaats om de onderhoudsbudgetten van huisvesting voor de Hoge Colleges van Staat (Hocosta’s) over te hevelen naar de begrotingsartikelen IIA en IIB. Middels deze kasschuif kennen de onderhoudsbudgetten een vlakker verloop en sluiten daarmee beter aan bij de onderhoudsnormen en tarieven die RVB wenst af te spreken met de Hocosta’s.b. en d. Tenaamstelling grote waterenPer 2017 zal de tenaamstelling «Grote Wateren» van het Rijksvastgoedbe-drijf worden overgedragen aan Rijkswaterstaat.c. Kasschuif restitutieVerzoek tot kasschuif zodat RVB vanaf 2017 kan werken met schone tarifering richting afnemers.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2101 5.3 Moties en toezeggingen A.1 In behandeling zijnde moties Omschrijving Vindplaats Stand van zaken De motie van het lid Ronnes; Verzoekt de regering, de reorganisatie van de rijksdienst zodanig vorm te geven dat de beoogde resultaten en doelstellingen van het krimpteam onverkort in stand blijven. Kamerdebat 04-02-2016Actieplan Bevolkingsdaling en krimp. De Tweede Kamer wordt in najaar 2016 geïnformeerd. De motie van het lid Segers c.s.; Verzoekt de regering, nog dit kalenderjaar uitvoering te geven aan de aanbevelingen van het rapport van de Erfgoedinspectie over de zaak Cees H.; Verzoekt de regering tevens, de huidige Archiefwet aan te passen aan de digitale ontwikkelingen en eisen van transparantie door onder meer de huidige overbrengingstermijnen van overheidsinformatie sterk terug te brengen. Kamerdebat d.d. 8 juni 2016Nader onderzoek door de commissie-Oosting. De Tweede Kamer zal in najaar 2016 worden geïnformeerd. De motie Albert de Vries; Verzoekt de regering, zo spoedig mogelijk na inwer-kingtreding van de AMvB daarin een woonlasten-waarborg op te nemen waarop huurders een beroep kunnen doen als zij aannemelijk kunnen maken dat, ondanks ongewijzigd woongedrag, hun woonlasten als gevolg van de energiepres-tatievergoeding zijn gestegen. Kamerdebat 26-04-2016 Energieprestatievergoedings-overeenkomsten tussen verhuurders en huurders (34 228). De Tweede Kamer wordt voor eind oktober 2016 geïnformeerd. De motie van het lid Visser; Verzoekt de regering, bij de evaluatie van de wet specifiek in te gaan op de bewezen effectiviteit van de extra regelgeving; Verzoekt de regering voorts, regelgeving bij gebleken ineffectiviteit terug te draaien en zo mogelijk te vervangen door effectievere maatregelen op het gebied van bijvoorbeeld gedragsveranderingen als alternatief voor de extra regelgeving. Kamerdebat 24-09-2013Bouwregelgeving. De Tweede Kamer wordt medio 2017 geïnformeerd. De motie van de leden Visser en Knops; Verzoekt de regering om bij de uitwerking van de Omgevingswet en Natuurbescher-mingswet de economische gevolgen voor (agrarische) ondernemers in kaart te brengen en hier de Tweede Kamer op korte termijn over te informeren; Verzoekt de regering om, indien de uitkomsten van bovengenoemd onderzoek hiertoe aanleiding geven, spoedig met bouwregel-gevingsvoorstellen te komen die het ondernemingsklimaat verbeteren. Kamerdebat 20-11-2013Begroting Wonen en Rijksdienst. De Tweede Kamer zal in najaar 2016 worden geïnformeerd. De motie van het lid Van der Linde; Verzoekt de regering, het huidige beleid voor brandpreventie en voorlichting voort te zetten, en op geen enkele wijze verplichtingen op te leggen die discrimi-neren op grond van leeftijd. Kamerdebat 23-03-2016Bouwregelgeving en brandveiligheid. De Tweede Kamer zal in najaar 2016 worden geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2102 Omschrijving Vindplaats Stand van zaken De motie van de leden Koolmees en Bergkamp; Verzoekt de regering, in de maatregelen die nu worden genomen om domotica te stimuleren, brandveiligheid expliciet mee te nemen. Kamerdebat 23-03-2016 Bouwregel-geving en brandveiligheid. De Tweede Kamer zal in najaar 2016 worden geïnformeerd. De motie van het lid Ronnes; Verzoekt de regering, in overleg te treden met betrokkenen zoals de VNG, Brandweer Nederland en de verzekeringssector teneinde de mogelijkheden van een vrijwillige periodieke keuring van woningen en complexen waar ouderen wonen, in combinatie met verlaging van de verzekeringspremie, nader te onder-zoeken en de Tweede Kamer daarover te informeren. Kamerdebat 23-03-2016 Bouwregel-geving en brandveiligheid. De Tweede Kamer zal in najaar 2016 worden geïnformeerd. De motie van het lid Ronnes; Verzoekt de regering, de brandveiligheidsvoorschriften in het Bbl te bespreken met instanties als leder(in), PCOB, Unie KBO, Woonbond en VACpunt Wonen, waarbij bezien wordt hoe deze voorschriften beperkt maar effectief en doelgericht dienen te zijn ten aanzien van ouderenhuisvesting, én de Tweede Kamer daarover te informeren. Kamerdebat 23-03-2016 Bouwregel-geving en brandveiligheid. De Tweede Kamer zal in najaar 2016 worden geïnformeerd. De motie van het lid Krol; Verzoekt de regering, in gesprek te gaan met de gemeente Den Haag over vergunningver-lening voor een eventuele nieuwbouw met behoud van de Jugendstil-voorgevel; Verzoekt de regering tevens, nieuwbouw van het gebouwdeel Hotel als optie in de bouwplannen op te nemen en de potentiële kansen en risico’s daarin nader uit te werken. Kamerdebat 07-07-2016Renovatie Binnenhof. De Tweede Kamer wordt medio november 2016 geïnformeerd. De motie van het lid De Caluwé c.s.; Verzoekt de regering, de verbouwing van het Binnenhof niet te verstoren door het accommoderen van Prinsjesdag op een weinig feestelijk Binnenhof; Verzoekt de regering voorts, dit besluit over te brengen aan de Voorzitter van de Verenigde Vergadering der Staten-Generaal, zodat deze een alternatieve locatie voor de viering van Prinsjesdag gedurende de verbouwing kan vastleggen. Kamerdebat 07-07-2016 Renovatie Binnenhof. De Tweede Kamer wordt medio november 2016 geïnformeerd. De motie van het lid Ronnes c.s.; Verzoekt de regering, de voorgestelde aanpassing van het Besluit huurprijzen woonruimte voor woningen tot 40m2 te beperken tot woningen waarvoor een bouwvergunning is verleend in 2017, 2018, 2019, 2020 of 2021. Kamerdebat 07-07-2016Evaluatie verhuurderheffing en Stedelijke ontwikkeling. De Tweede Kamer wordt medio najaar 2016 geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2103 Omschrijving Vindplaats Stand van zaken De motie van het lid Van der Linde; Verzoekt de regering, voor 1 januari 2017 in de gebieden waar die uitbreiding plaatsvindt, de verkoopregels aan te passen zodat de toestemming van gemeenten bij de verkoop van reeds geliberaliseerde woningen vervalt, en te onderzoeken of de toestemming van de gemeenten ook bij te liberaliseren woningen kan vervallen, indien te borgen is dat die verkoop ten goede komt aan dit middensegment, bijvoorbeeld doordat in de verkoopovereenkomst de huurontwik-keling voor de komende jaren is vastgelegd. Kamerdebat 07-07-2016Evaluatie verhuurderheffing en Stedelijke ontwikkeling. De Tweede Kamer zal in najaar 2016 worden geïnformeerd. De motie van het lid Albert de Vries c.s; Verzoekt de regering, met de betrokken woningcorporaties en zorginstellingen afspraken te maken om ervoor te zorgen dat huishoudens met lage inkomens en een ondersteuningsbehoefte toegang hebben tot aangepaste woningen met huurkosten die passen bij hun inkomen en de Tweede Kamer voor 1 oktober 2016 over de gemaakte afspraken te informeren. Kamerdebat 25-05-2016Staat van de Volkshuisvesting en diverse woononderwerpen. De Tweede Kamer wordt voor 1 oktober 2016 geïnformeerd. De motie van het lid Albert de Vries; Verzoekt de regering, de Tweede Kamer te informeren over welke maatregelen zij op korte termijn denkt te nemen om te zorgen dat in de behoefte aan betaalbare sociale huurwoningen en middeldure huurwo-ningen wordt voorzien. Kamerdebat 31-05-2016Staat van de Volkshuisvesting en diverse woononderwerpen. De Tweede Kamer wordt medio najaar 2016 geïnformeerd. De motie van het lid Albert de Vries; Verzoekt de regering, op korte termijn een voorstel te doen tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de uitvoeringswet huurprijzen, waarin een regeling wordt getroffen voor huurverlaging die in verhouding staat tot inkomensdaling. Kamerdebat 31-05-2016Staat van de Volkshuisvesting en diverse woononderwerpen. De Tweede Kamer wordt medio najaar 2016 geïnformeerd. De motie van het lid Albert de Vries; Verzoekt de regering, de Tweede Kamer op korte termijn te informeren over hoe zij, op basis van uitspraken van de huurcom-missie, overtreding van het woningwaar-deringsstelsel terug denkt te dringen en ontwijking van de verhuurderheffing aan te pakken. Kamerdebat 31-05-2016Staat van de Volkshuisvesting en diverse woononderwerpen. De Tweede Kamer wordt medio najaar 2016 geïnformeerd. De motie van het lid Ronnes; Verzoekt de regering, te onderzoeken of en op welke wijze ruimte geboden kan worden voor regionale verschillen in de volkshuisveste-lijke problemen, de Tweede Kamer daarover te informeren en dit in de jaarlijkse Staat van de Volkshuisvesting op te nemen. Kamerdebat 31-05-2016Staat van de Volkshuisvesting en diverse woononderwerpen. De Tweede Kamer wordt voorjaar 2017 met de Staat van de volkshuisvesting geïnformeerd De motie van het lid Ronnes; Verzoekt de regering, te onderzoeken op welke wijze aan dit tekort het hoofd geboden kan worden, de Tweede Kamer daarover te informeren en dit in de jaarlijkse Staat van de Volkshuisvesting op te nemen. Kamerdebat 31-05-2016Staat van de Volkshuisvesting en diverse woononderwerpen. De Tweede Kamer zal in najaar 2016 worden geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2104 Omschrijving Vindplaats Stand van zaken De gewijzigde motie van het lid Ronnes; Verzoekt de regering om, in overleg met de VNG het systeem van monitoring van woonvisies verder te ontwikkelen en een inhoudelijke evaluatie ernaar te doen, zodat de Tweede Kamer voorafgaand aan de begrotingsbehandeling geïnformeerd kan worden over de resultaten. Kamerdebat 14-04-2016 Huuraangelegen-heden. Een onderzoek naar woonvisies start in juli 2016. De resultaten zullen worden opgenomen in de Staat van de Volkshuis-vesting begin 2017. De gewijzigde motie van het lid Van Vliet; Verzoekt de regering een langetermijnvisie te ontwikkelen op het instrument huurtoeslag en deze in de volgende Staat van de Volkshuisvesting aan de Tweede Kamer aan te bieden. Kamerdebat 14-04-2016Huuraangelegenheden. De Tweede Kamer wordt medio najaar 2016 geïnformeerd. De motie van het lid Van der Linde c.s.; Verzoekt de regering, voorstellen te doen voor concrete maatregelen waarmee woningcorporaties woonfraude kunnen aanpakken, waaronder toegang tot de basisregistratie personen, en te onder-zoeken of versnelde ontbinding of vernietiging van de huurovereenkomst bij gebleken fraude mogelijk is. Kamerdebat 08-10-2015Voortgang Begrotingsbehandeling Wonen en Rijksdienst (XVIII). De Tweede Kamer wordt medio najaar 2016 geïnformeerd. De motie van het lid Van Vliet; Verzoekt de regering, teneinde te kunnen beoordelen of betere aansluiting tussen de geregu-leerde en de vrije huursector onderzocht moet worden, in de evaluatie van de Wet doorstroming huurmarkt ook cijfers over de hierboven genoemde vorm van doorstroming mee te nemen. Kamerdebat 04-02-2016Wet doorstroming huurmarkt 2015 (34 373). De Tweede Kamer wordt in 2021 geïnformeerd. De motie van het lid Albert de Vries; Verzoekt de regering voorts, het gebruik als proefperiode middels de aangekon-digde tussenmetingen ook al voorafgaand aan het evaluatie-moment na vijf jaar te monitoren. Kamerdebat 04-02-2016Wet doorstroming huurmarkt 2015 (34 373). De Tweede Kamer wordt in 2021 en voor het eerst najaar 2017 geïnformeerd. De motie van het lid Van Bochove; Verzoekt de regering, om na de eerste jaarverslagen die opgesteld zijn na inwerkingtreding van de herzieningswet, te evalueren of de vereisten uit beide wetten voldoende zijn om te borgen dat woning-corporaties voldoende legitimiteit binnen het werkgebied hebben voor hun beslissingen; Verzoekt de regering, direct na deze evaluatie en uiterlijk voor 1 januari 2015 aan te geven op welke wijze het element van «voice», zoals dat in het WRR-rapport Maatschappelijke dienstver-lening is verwoord, nadrukkelijker gekoppeld kan worden aan het interne toezicht, zodat de woningcorporaties weer ingebed raken in de samenleving door brede vormen van participatie en betrokkenheid van huurders, potentiële huurders en andere lokale betrokkenen (stakeholders). Kamerdebat 26-06-2012Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting (32 769). De Tweede Kamer wordt medio 2017 geïnformeerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2105 A.2 Uitgevoerde moties Omschrijving motie Vindplaats Stand van zaken De motie van het lid Albert de Vries; Verzoekt de regering, in overleg te treden met het Kennis Centrum Aanpak Funde-ringsproblematiek (KCAF) om mede op basis van de door dit kenniscentrum gedane suggesties tot een oplossing van deze financieringsproblematiek te komen. Kamerdebat 04-06-2013 Bouwregel-geving, energiebesparing en brandvei-ligheid. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 17 september 2015 per brief geïnfor-meerd (TK 2015–2016, 30 136 nr. 43). De motie van het lid Paulus Jansen c.s.; Verzoekt de regering om, de effecten van zelfrealisatie grondig te onderzoeken en de uitkomsten te delen met de Tweede Kamer. Kamerdebat 11-03-2014 Rapport tijdelijke commissie huizenprijzen. Afgedaan. Antwoordbrief is verzonden door Minister I&M, namens Minister W&R, d.d. 25 november 2015 (TK 2015–2016, 27 581 nr. 53). De motie van de leden Monasch en Koolmees; Roept de regering op, om samen met de bouwsector, corporatie-sector en decentrale overheden een routekaart voor 2020 te ontwikkelen waarin innovatie, duurzaamheid en betaal-baarheid met elkaar worden verenigd. Kamerdebat 11-03-2014 Rapport tijdelijke commissie huizenprijzen. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 2 juli 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 30 196 nr. 352). De motie van de leden Jan Vos en Van Tongeren; Verzoekt de regering, het bestuur van het NEF aan te sporen om spoedig afspraken te maken met energiele-veranciers zoals bedoeld in het energieak-koord; Verzoekt de regering tevens om, spoedig de beloofde verduidelijking te geven ten aanzien van de financiële regelgeving waarmee belemmeringen voor energieleveranciers ten aanzien van het NEF worden weggenomen. Kamerdebat Wetgevingsoverleg EZ, onderdeel energie. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 2 juli 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 30 196 nr. 352). De motie van het lid Van der Linde c.s.; Verzoekt de regering, de aanbeveling van de parlementaire enquêtecommissie uit te voeren; Verzoekt de regering voorts, deze financiële gegevens openbaar te maken zodanig dat deze open data voor iedere geïnteresseerde toegankelijk, verwerkbaar en vergelijkbaar zijn. Kamerdebat 09-12-2014 Herzieningswet toegelaten instellingen (33 966). Afgedaan. De Tweede Kamer is op 9 juli 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 29 453 nr. 398). De motie Van der Linde; Verzoekt de regering, bij haar lopende onderzoek naar de werking van het borgingsstelsel te bezien op welke wijze, zonder bijkomende financiële consequenties voor het Rijk, de prikkel voor gemeenten tot effectief risicomanagement van corporaties kan worden versterkt; Verzoekt de regering tevens, bij haar lopende onderzoek te bezien of het mogelijk is om de premie naar risicoprofiel van een woningcorpo-ratie te differentiëren om zo de prikkel tot verantwoorde beheersing van risico’s in te bouwen voor corporaties. Kamerdebat 09-12-2014 Herzieningswet toegelaten instellingen (33 966). Afgedaan. De Tweede Kamer is op 1 juni 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 29 453 nr. 389). De motie van het lid Verhoeven; Verzoekt de regering om, ervoor te zorgen dat woningcorporaties de management letters van accountants ook standaard naar de financiële toezichthouder verzenden. Kamerdebat 09-12-2014 Herzieningswet toegelaten instellingen (33 966). Afgedaan. Met de publicatie van de AMvB bij de Woningwet in juli 2015 is voldaan aan de motie. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2106 Omschrijving motie Vindplaats Stand van zaken De motie Monasch en Otwin van Dijk; Roept de regering op om naar analogie van het actieplan studentenhuisvesting een integrale agenda transitie langer zelfstandig wonen in te richten en daarover medio 2015 aan de Tweede Kamer te rapporteren. Kamerdebat 17-12-2014Langer zelfstandig wonen. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 1 juli 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 32 847 nr. 182). De motie van het lid Monasch; Roept de regering op:- in haar overleg met de G-4 de effecten van het nieuwe WWS te bespreken mede in het licht van lokale berekeningen; – binnen twee jaar na inwerkingtreding het nieuwe WWS te evalueren in samenhang met de overige wijzigingen in het huurbeleid zoals hierboven beschreven. Kamerdebat 18-12-2014 Woningwaarde-ringsstelsel en Regeling hypothecair krediet. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 februari 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847, nr. 218). De motie van het lid Monasch; Verzoekt de regering om: – de wijziging op 1 oktober 2015 te willen laten ingaan, omdat daarmee de meeste invoeringsproblemen worden voorkomen; – bij de evaluatie dan wel eerder de Tweede Kamer te infor-meren of deze termijnen gewijzigd dienen of kunnen worden ten behoeve van een evenwichtige afweging tussen beroepsmo-gelijkheid en efficiënte uitvoering van het nieuwe woningwaarderingsstelsel. Kamerdebat 18-12-2014 Woningwaarde-ringsstelsel en Regeling hypothecair krediet. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 2 oktober 2015 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 34 300-XVIII nr. 5). De motie van het lid Van Helvert; Verzoekt de regering, de overname van de Nibud-normen te evalueren in het licht van: • recente overheidsmaatregelen die betrekking hebben op de betaalbaarheid van hypotheeklasten; • de samenloop, stapeling en cumulatie van maatregelen; • de behoefte aan een stabiel en voorspelbaar pakket aan hypotheekcriteria, en de Tweede Kamer daarover te informeren zodat daarover in debat kan worden gegaan. Kamerdebat 18-12-2014 Woningwaarde-ringsstelsel en Regeling hypothecair krediet. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 13 oktober 2015 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 203). De motie van de leden Karabulut en Monasch: Verzoekt de regering om, te stimuleren dat woningcorporaties waar mogelijk overgaan tot huurverlaging, zodat mensen huurtoeslag kunnen ontvangen. Kamerdebat 17-03-2015 Toegelaten instellingen volkshuisvesting en Autoriteit woningcorporaties. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 3 juli 2015 geïnformeerd (2015–0000378006). De motie van het lid Monasch; Verzoekt de regering, na te gaan hoe de betaalbaarheid van huren zich ontwikkelt voor deze groep huurders in het algemeen en door invoering van de passendheidstoets in het bijzonder, en indien nodig oplossingsrich-tingen te formuleren om de armoedeval van deze groep huurders te verzachten en de Tweede Kamer daar jaarlijks bij de Staat van de Volkshuisvesting over te rappor-teren. Kamerdebat 17-03-2015 Toegelaten instellingen volkshuisvesting en Autoriteit woningcorporaties. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 7 april 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 224). Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2107 Omschrijving motie Vindplaats Stand van zaken De motie van de leden Monasch en Schouten; Verzoekt de regering om, het bedrag voor leefbaarheid te verhogen naar € 125 per VHE om ruimte te blijven bieden aan leefbaarheidsuitgaven die binnen de grenzen van de wet in bepaalde gebieden noodzakelijk zijn; Verzoekt de regering tevens, dit bedrag jaarlijks te indexeren voor inflatie. Kamerdebat 17-03-2015 Toegelaten instellingen volkshuisvesting en Autoriteit woningcorporaties. Afgedaan. Motie is verwerkt in het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuis-vesting (de AMvB onder de nieuwe Woningwet). De motie van het lid Monasch; Verzoekt de regering: • in overleg te treden met het CFV, het WSW en Aedes over een formule voor de overcompensatie die geen nadelige of onvoorziene gevolgen heeft voor de corporaties en dit overleg af te ronden voordat het besluit omtrent overcompensatie wordt vastgesteld; • de Tweede Kamer nader te informeren over een aangepaste regeling en formule. Kamerdebat 17-03-2015 Toegelaten instellingen volkshuisvesting en Autoriteit woningcorporaties. Afgedaan. Met CFV, Aedes en WSW is, in navolging van de motie Monasch, constructief overleg gevoerd over een methodiek. Op grond van dit overleg is gekomen tot de methodiek zoals opgenomen in het BTIV. De motie De Boer c.s.; Verzoekt de regering: alsnog in de uitvoeringsregeling op te nemen dat de uitzondering op de markttoets die gemaakt wordt ten aanzien van grond in eigendom van corporaties ook gaat gelden voor grond die zij op basis van voortdurende erfpacht bezitten. Kamerdebat 10-03-2015 Novelle Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 juni 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 32 847, nr. 178). De motie van de leden Verhoeven en Gesthuizen; Verzoekt de regering, in het instellingsbesluit van het BIT op te nemen dat de onafhankelijkheid van het BIT gewaarborgd moet worden door middel van relevante aanwijzingen, zoals ook de planbureaus kennen, op het gebied van onafhankelijkheid, de mogelijkheid om vrij te kunnen rapporteren en de bezetting van het BIT; Verzoekt de regering, in het instellingsbesluit van het BIT op te nemen dat het BIT een openbaar advies kan afleveren op elk ICT-project boven de 5 miljoen euro en op eigen initiatief, en in elk gewenst stadium, een advies kan afleveren op elk gewenst ICT-project. Kamerdebat 08-04-2015Debat over het rapport van de Tijdelijke commissie ICT. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 10 juli 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 26 643 nr. 365). Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2108 Omschrijving motie Vindplaats Stand van zaken De motie van de leden Caluwé en Oosenbrug; Verzoekt de regering, het BIT zodanig in te richten dat: • een objectieve toetsing door het BIT wordt geborgd door het merendeel van de betrokkenen bij een toets te laten bestaan uit specifiek voor het BIT van buiten aangetrokken experts, aangevuld met onafhankelijke externe experts, en medewerkers uit CIO-organisaties van het ministerie dat indiener is van het ICT-project uit te sluiten van betrokkenheid bij de toets; • de ministeries een informatieplicht hebben aan het BIT via het CIO-stelsel; • de kwaliteit en de onafhankelijke totstand-koming van de toetsen van het BIT onder extern toezicht worden gesteld in de vorm van een adviesraad, waarbij ook de Algemene Rekenkamer wordt betrokken; • adviezen van het BIT openbaar worden gemaakt en naar de Tweede Kamer worden gezonden, en dat eventuele afwijkingen van een BIT-advies, met onderbouwing van de betrokken Minister, na bespreking in de ministerraad eveneens aan de Tweede Kamer worden toege-zonden. Kamerdebat 08-04-2015Debat over het rapport van de Tijdelijke commissie ICT. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 10 juli 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 26 643 nr. 365). De motie van de leden Oosenbrug en Gesthuizen; Verzoekt de regering, ervoor te zorgen dat voor eind 2015 bij alle aanbestedingen correct omgegaan wordt met de relevante open standaarden; verzoekt de regering voorts om, te onderzoeken hoe de overheid door exitstrategieën minder afhankelijk kan worden van ICT-aanbieders en hiervan verslag uit te brengen aan de Tweede Kamer; Verzoekt de regering verder om, in elke aanbesteding van een nieuw ICT-project het bestek zodanig op te stellen dat opensourcetoepassingen een gelijke kans maken. Kamerdebat 08-04-2015Debat over het rapport van de Tijdelijke commissie ICT. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 12 februari 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 26 643 nr. 389). De motie van de leden Verhoeven en Van Vliet; Verzoekt de regering, de zelfstan-digheid van de Autoriteit woningcorpo-raties binnen de ILT te garanderen, en zowel in de organisatie-structuur als in de praktijkuitvoering ervoor te zorgen dat de zelfstandige invulling van de toezichtsver-antwoordelijkheden van de Autoriteit woningcorporaties niet door de ambtelijke lijn van de ILT verhinderd kan worden. Kamerdebat 29-04-2015 Woningcorpo-raties. Afgedaan. Motie wordt opgevat als ondersteuning van beleid dat de directeur van de autoriteit rechtstreeks toegang tot de Minister krijgt. De motie van het lid Van Vliet; Verzoekt de regering, te onderzoeken hoe woningcor-poraties een rol kunnen spelen bij het tegengaan van verloedering c.q. bij bevordering van leefbaarheid door het aanpakken van leegstand in de particuliere woningvoorraad in krimpgebieden, met inachtneming van de kerntaak van woningcorporaties, namelijk de verhuur van sociale huurwoningen. Kamerdebat 20-05-2015Bevolkingsdaling/Krimp. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 30 juni 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 31 757 nr. 74). Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2109 Omschrijving motie Vindplaats Stand van zaken De motie van het lid Albert de Vries; Verzoekt de regering om, in de applicatie waarmee een «definitief» energielabel kan worden aangevraagd, de optie op te nemen die het mogelijk maakt tegelijkertijd een deugdelijk maatwerkadvies tot energiebesparing aan te vragen. Kamerdebat 21-05-2015Chaos rond Energielabels. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 21 december 2015 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 30 196 nr. 379). De motie van de leden Albert de Vries en Veldman; Verzoekt de regering, bij afspraken of convenanten met krimpre-gio’s een termijn te hanteren van ten minste vijf jaar. Kamerdebat 20-05-2015Bevolkingsdaling/Krimp. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 30 juni 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 31 757 nr. 74). De motie van de leden Albert de Vries en Veldman; Verzoekt de regering, de regio Noordoost-Fryslân aan te merken als krimpregio. Kamerdebat 20-05-2015Bevolkingsdaling/Krimp. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 30 juni 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 31 757 nr. 74). De motie van de leden Van Helvert en Slob; Verzoekt de regering, inzake de anticipeerregio’s een langjarig commitment uit te spreken ten aanzien van de aanpak van krimp en bevolkingsdaling. Kamerdebat 20-05-2015Bevolkingsdaling/Krimp. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 30 juni 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 31 757 nr. 74). De motie van de leden Slob en Nijboer; Verzoekt de regering, er alles aan te doen om de huidige impasse rond de cao-onderhandelingen te doorbreken en zo snel als mogelijk afspraken te maken met de vakbonden. Kamerdebat 26-05-2015 Verantwoor-dingsdebat. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 23 juli 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 31 490 nr. 55). De motie van de leden Karabulut en Monasch; Verzoekt de regering, banken aan te spreken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en hen ertoe te bewegen om mee te werken aan het wegnemen van deze toezichtsbelemme-rende bepalingen in derivatenportefeuilles, en de Tweede Kamer hierover te infor-meren. Kamerdebat 28-05-2015 Integriteit bij woningcorporaties. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 13 november 2015 per brief geïnfor-meerd (2015–0000659068). De motie van de leden Monasch en Van Vliet; Roept de regering op om, bij de toezichthouder kenbaar te maken dat de Tweede Kamer van mening is dat een nader geschiktheidsonderzoek zou moeten worden uitgevoerd naar alle betrokken bestuurders en toezichthouders bij deze achttien corporaties. Kamerdebat 28-05-2015 Integriteit bij woningcorporaties. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 9 juli 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015 Niet dossierstuk, 2015D27888). De motie van het lid Monasch; Roept de regering op om, in de regelgeving bij VVE’s bescherming in te bouwen tegen verstrekkende financiële voorstellen en verplichtende ingrepen in en rond een complex door één of enkele leden van de VVE ten koste van de overige leden van de VVE. Kamerdebat 11-06-2015 Problematiek rond serviceflats Afgedaan. De Tweede Kamer is op 3 maart 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 27 926 nr. 253). De motie van het lid Ronnes; Verzoekt de regering, in overleg te treden met de VNG om te bewerkstelligen dat serviceflats nadrukkelijk aandacht krijgen bij de gemeentelijke woonvisies en prestatie-afspraken die tussen gemeenten en corporaties gemaakt moeten worden. Kamerdebat 11-06-2015 Problematiek rond serviceflats. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 23 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 228). Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2110 Omschrijving motie Vindplaats Stand van zaken De motie van het lid Monasch; Verzoekt de regering, met Aedes in overleg te treden en afspraken te maken hoe dit bezit van corporaties het beste benut kan worden voor deze doelstellingen. Kamerdebat 11-06-2015 Problematiek rond serviceflats. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 23 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 228). De motie van de leden Monasch en Van Vliet; Spreekt uit dat de verschuldigde vergoeding niet als lastenverzwaring bij de toegelaten instellingen en/of de huurders van de deelnemende toegelaten instel-lingen terecht mag komen. Kamerdebat 01-07-2015 Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 17 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 227). De motie van het lid Slob c.s.; Verzoekt het kabinet, zo spoedig mogelijk de onderhan-delingen met de bonden te hervatten met als doel te komen tot cao’s die van respect getuigen voor de betrokken ambtenaren én aansluiten bij de in de troonrede gedane belofte dat de nullijn gaat verdwijnen en de inkomens van leraren, politieagenten, militairen en anders overheidspersoneel weer gaan meestijgen met de loonontwikkeling in de markt; Verzoekt het kabinet tevens, uiterlijk voor 1 september 2015 de Tweede Kamer over de actuele stand van zaken te informeren. Kamerdebat 02-07-2015CAO-onderhandelingen rijksoverheid. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 23 juli 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 31 490 nr. 55). De gewijzigde motie van de leden Voordewind en Schouten; Verzoekt de regering, met spoed in overleg te treden met VluchtelingenWerk, VNG en andere ketenpartners om de mogelijkheden van particuliere opvang van vluchtelingen te onderzoeken, waarbij in ieder geval nagedacht wordt over: • adequate screening, matching, begeleiding, achtervang; • fiscale gevolgen en consequenties voor uitkering en huurtoeslag; • regelgeving van verhuurders en hypotheekverstrekkers; • eventuele mogelijkheden voor financiële tegemoetkoming van gastgezinnen zoals in Duitsland het geval is, en de Tweede Kamer zo spoedig mogelijk hierover te informeren. Kamerdebat 02-09-2015Debat over het bericht «Steeds meer urgente woningzoekenden krijgen voorrang». Afgedaan. De Tweede Kamer is op 2 oktober 2015 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 19 637 nr. 2053). De motie van de leden Voordewind en Schouten; Verzoekt de regering, onderzoek te doen naar de vraag naar cohousing onder woningzoekers, cohousing op korte termijn mogelijk te maken en de Tweede Kamer voor de behandeling van de begroting Wonen en Rijksdienst te informeren over knelpunten in wet- en regelgeving die realisatie van cohousing ontmoedigen. Kamerdebat 02-09-2015Debat over het bericht «Steeds meer urgente woningzoekenden krijgen voorrang». Afgedaan. De Tweede Kamer is op 2 oktober 2015 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 19 637 nr. 2053). De gewijzigde motie van het lid Ronnes; Verzoekt de regering ten aanzien van huisvesting van verblijfsgerechtigden uit te gaan van toewijzing van onzelfstandige woonruimte, zodat meer verblijfsgerech-tigden gehuisvest kunnen worden; Verzoekt de regering, de Tweede Kamer over de implementatie spoedig te informeren. Kamerdebat 02-09-2015Debat over het bericht «Steeds meer urgente woningzoekenden krijgen voorrang». Afgedaan. De Tweede Kamer is op 2 oktober 2015 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 19 637 nr. 2053). Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2111 Omschrijving motie Vindplaats Stand van zaken De gewijzigde motie van het lid Monasch; Verzoekt de regering om, samen met gemeenten, verhuurders, bouwers en andere direct betrokkenen, voor eind oktober 2015 met een plan van aanpak te komen hoe concreet de toename van deze vraag kan worden opgevangen, waarbij de wachttijd van andere woningzoekenden niet zal toenemen. Kamerdebat 02-09-2015Debat over het bericht «Steeds meer urgente woningzoekenden krijgen voorrang». Afgedaan. De Tweede Kamer is op 27 november 2015 per brief geïnfor-meerd (TK 2015–2016, 19 637 nr. 2083). De motie van de leden Slob en Samsom; Verzoeken de regering, in overleg te treden met de Raad voor de Rechtspraak over de besluitvorming en de Raad te verzoeken om, met inachtneming van het voorgaande, geen onomkeerbare stappen te zetten en de Kamer voorafgaande aan de begrotingsbehandeling van het Ministerie van V&J te rapporteren over de uitvoering van deze motie. Kamerdebat 17-09-2015 Algemene Politieke Beschouwingen. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 januari 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 31 490 nr. 195). De motie van het lid Albert de Vries; Verzoekt de regering, bij de afstootoperatie de aanbevelingen van RLI, CRa en ARK over te nemen en transparant te maken hoe financiële en maatschappelijke doelen tegen elkaar worden afgewogen. Kamerdebat 02-07-2015 Vervreemding en transformatie rijksvastgoed. Afgedaan tijdens VAO d.d. 2 juli jl. heeft de Minister aangegeven dat hij de motie beschouwt als ondersteuning van beleid. De gewijzigde motie van de leden Albert de Vries en Ronnes; Verzoekt de regering, afstemming te bevorderen tussen het Rijksvastgoedbedrijf en het CSZ over het afstoten van vastgoed. Kamerdebat 02-07-2015 Vervreemding en transformatie rijksvastgoed. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 oktober 2015 per brief geïnformeerd (105007874). De motie van het lid Van der Linde; Verzoekt de regering, de voorrangstatus voor asielzoekers met een tijdelijke verblijfsvergunning als voorrangscategorie in de Huisvestingswet te schrappen. Kamerdebat 08-10-2015 Begrotingsbe-handeling Koninkrijksrelaties. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 1 februari 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 214). De motie van het lid Ronnes; Verzoekt de regering, te onderzoeken waarom het gebruik van het Nationaal Energiebespaar-fonds zo beperkt is; Verzoekt de regering tevens, een gerichte extra impuls op de regeling Energiebespaarfonds te organi-seren, zodat er meer gebruik van wordt gemaakt. Kamerdebat 08-10-2015 Voortgang Begrotingsbehandeling Wonen en Rijksdienst (XVIII). Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 30 196 nr. 457). De motie van het lid Albert de Vries; Verzoekt de regering, in overleg met VNG en andere betrokken partijen een indicatieve taakstelling voor gemeenten te introduceren voor het realiseren van extra tijdelijke en betaalbare woningen voor de sociale doelgroep, door het beschikbaar stellen van voor ombouw geschikte gebouwen en door verhuur van bouwrijpe bouwkavels. Kamerdebat 08-10-2015 Voortgang Begrotingsbehandeling Wonen en Rijksdienst (XVIII). Afgedaan. De Tweede Kamer is op 1 februari 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 214). De motie van de leden Albert de Vries en Van der Linde; Verzoekt de regering, bij investeerders, gemeenten en projectont-wikkelaars te inventariseren welke maatregelen nodig zijn om de realisering van huurwoningen in het middensegment te versnellen. Kamerdebat 08-10-2015 Voortgang Begrotingsbehandeling Wonen en Rijksdienst (XVIII). Afgedaan. De Tweede Kamer is op 20 februari 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847, nr. 218). Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2112 Omschrijving motie Vindplaats Stand van zaken De motie van het lid Albert de Vries; Verzoekt de regering om, te onderzoeken hoe een zogenaamde blijverslening kan worden vormgegeven en hoe daaraan vanuit de rijksoverheid of het SVn kan worden bijgedragen; Verzoekt de regering tevens, de Tweede Kamer hierover spoedig te berichten. Kamerdebat 08-10-2015 Voortgang Begrotingsbehandeling Wonen en Rijksdienst (XVIII). Afgedaan. De Tweede Kamer is op 23 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 228). De motie van de leden Albert de Vries en Kerstens; Verzoekt de regering, in haar hoedanigheid van werkgever extra inspanningen te verrichten teneinde voldoende banen voor mensen met een beperking als bovenbedoeld te realiseren. Kamerdebat 08-10-2015 Voortgang Begrotingsbehandeling Wonen en Rijksdienst (XVIII). Afgedaan. De Tweede Kamer is op 11 maart 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 29 544 nr. 705). De motie van de leden Koolmees en Schouten; Verzoekt de regering om, de regelgeving zo te wijzigen dat bij een hypotheekaanvraag de actuele hoogte van de studieschuld wordt meegewogen. Kamerdebat 08-10-2015 Voortgang Begrotingsbehandeling Wonen en Rijksdienst (XVIII). Afgedaan. De Tweede Kamer is op 30 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 243). De motie van het lid Schouten; Verzoekt de regering, op meerdere plaatsen in het land kleinschalige azc’s te creëren, waar statushouders indien noodzakelijk langer kunnen verblijven. Kamerdebat 08-10-2015 Voortgang Begrotingsbehandeling Wonen en Rijksdienst (XVIII). Afgedaan. Antwoordbrief is verzonden door Staatssecretaris VenJ, d.d. 13 oktober 2015 (691766). De motie van het lid Schouten; Verzoekt de regering, te onderzoeken hoe de transfor-matie van de volledige bestaande voorraad sociale huurwoningen naar nul-op-de-meter wettelijk kan worden verankerd met als einddatum van deze transformatie het jaar 2035, bijvoorbeeld door te verplichten jaarlijks gemiddeld 5% en minimaal 3% van de woningvoorraad naar nul op de meter te transformeren, en de Kamer binnen zes maanden een voorstel voor te leggen. Kamerdebat 08-10-2015 Voortgang Begrotingsbehandeling Wonen en Rijksdienst (XVIII). Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 30 196 nr. 457). De motie van het lid Voortman; Verzoekt de regering, een actieplan nieuwkomers/herstarters op de woningmarkt te ontwikkelen en uit te voeren, leidend tot (ver)bouw van nieuwe kleine betaalbare woningen, te ontwikkelen en hierbij gemeenten, corporaties en opvangzorgin-stellingen te betrekken. Kamerdebat 08-10-2015 Voortgang Begrotingsbehandeling Wonen en Rijksdienst (XVIII). Afgedaan. De Tweede Kamer is op 23 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 228). De motie van het lid Voortman; Verzoekt de regering, te komen met een extra pakket aan maatregelen om ervoor te zorgen dat de afspraken met betrekking tot energiebesparing in de gebouwde omgeving uit het Energieakkoord worden nageleefd. Kamerdebat 08-10-2015 Voortgang Begrotingsbehandeling Wonen en Rijksdienst (XVIII). Afgedaan. De Tweede Kamer is op 21 december 2015 per brief geïnformeerd (TK 2015–2015, 30 196 nr. 379). De motie van het lid Krol; Verzoekt de regering, na ommekomst van deze slotrapportage met voortvarendheid de regie te nemen, teneinde dit tekort op de kortst mogelijke termijn aan te pakken, bijvoorbeeld aan de hand van een landelijk actieplan ouderenhuisvesting. Kamerdebat 08-10-2015 Voortgang Begrotingsbehandeling Wonen en Rijksdienst (XVIII). Afgedaan. De Tweede Kamer is op 23 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 228). Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2113 Omschrijving motie Vindplaats Stand van zaken De motie van de leden Van Vliet en Ronnes; Verzoekt de regering om, waar mogelijk, de inkomenstoets over een kortere periode toe te passen. Kamerdebat 08-10-2015 Voortgang Begrotingsbehandeling Wonen en Rijksdienst (XVIII). Afgedaan. In het wetsvoorstel doorstroming huurmarkt is de termijn van de in de brief van 3 juli aangekon-digde periodieke inkomenstoets op grond van deze motie verkort van 5 naar 3 jaar. Daarmee is invulling gegeven aan deze motie. De motie van het lid Van Vliet; Verzoekt de regering, experimenten in krimpgebieden mogelijk te maken door tijdelijke verhuur van extra aangekochte leegstaande panden vrij te stellen van verhuurder-heffing. Kamerdebat 08-10-2015 Voortgang Begrotingsbehandeling Wonen en Rijksdienst (XVIII). Afgedaan. De Tweede Kamer is op 7 december 2015 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 209). De motie van het lid Van der Linde; Verzoekt de regering, met inachtneming van de noodzaak van snelle doorstroming van statushouders uit asielzoekerscentra, asielzoekers met een tijdelijke verblijfs-vergunning als voorrangscategorie uit de Huisvestingswet te schrappen. Kamerdebat 08-10-2015 Voortgang Begrotingsbehandeling Wonen en Rijksdienst (XVIII). Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 oktober 2015 per brief geïnformeerd (Kamervragen (aanhangsel) 2015–2016 nr. 341). De motie van lid Koolmees c.s.; Verzoekt de regering, een alternatieve gefaseerde variant uit te werken, waarin de gebouwen van Algemene Zaken, de Eerste Kamer en de Raad van State eerst worden verbouwd en versneld worden opgeleverd, en vervolgens pas het gedeelte van de Tweede Kamer en de uitwerking van deze variant voor de zomer aan de Tweede Kamer voor te leggen. Kamerdebat 10-12-2015Renovatie Binnenhof. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 26 april 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 34 293 nr. 19). De motie van het lid Koolmees c.s.; Verzoekt de regering, een alternatieve gefaseerde variant van de verbouwing van de Tweede Kamer uit te werken, waardoor de Tweede Kamer zo lang mogelijk kan blijven functioneren op het Binnenhof, en de uitwerking van deze variant voor de zomer aan de Tweede Kamer voor te leggen. Kamerdebat 10-12-2015 Renovatie Binnenhof. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 26 april 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 34 293 nr. 19). De motie van de leden Wolbert en Kerstens; Verzoekt de regering, zich zowel bij de opdrachtverstrekking als tijdens de uitvoering van de met de renovatie van het Binnenhof gepaard gaande werkzaam-heden terdege van haar verantwoorde-lijkheid op basis van genoemde wet bewust te zijn en al het benodigde te doen om bedoelde verantwoordelijkheid waar te maken, zodat van onderbetaling, oneerlijke concurrentie en verdringing geen sprake zal zijn. Kamerdebat 10-12-2015Renovatie Binnenhof. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 26 april 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 34 293 nr. 19). De motie van het lid De Caluwé; Verzoekt de regering, te laten onderzoeken hoeveel tijdwinst te behalen valt bij het verplaatsen van Prinsjesdag gedurende de tijd van de verbouwing naar een andere representa-tieve locatie in Den Haag. Kamerdebat 10-12-2015 Renovatie Binnenhof. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 26 april 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 34 293 nr. 19). Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2114 Omschrijving motie Vindplaats Stand van zaken De motie van het lid Bashir; Verzoekt de regering om, extra inspanningen te verrichten om te komen tot meer betaalbare en geschikte (zorg)woningen en hiervoor concrete maatregelen voor te leggen aan de Tweede Kamer. Kamerdebat 10-12-2015Huisvesting doelgroepen. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 23 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 228). De motie van het lid Albert de Vries; Verzoekt de regering, de gemeente Rotterdam en andere betrokkenen te ondersteunen bij het opstellen van een plan voor de realisatie van de opgave in de pijler wonen, waarbij ingezet wordt op het versterken van de eigen kracht van betrokken partijen; Verzoekt de regering tevens, bij blijvend ontoereikende eigen kracht voorstellen te doen welke bijdrage het Rijk aanvullend kan leveren om spoedige realisering van het plan mogelijk te maken, en de Tweede Kamer daar voor 1 april 2016 over te informeren. Kamerdebat 10-12-2015 Stedelijke Vernieuwing. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 6 april 2016 per brief geïnformeerd (2016–000020089). De motie van het lid Bashir; Verzoekt de regering om bij de afbakening van het budget voor leefbaarheid van € 125 per verhuureenheid aan te sluiten bij de afbakening, zoals gebruikt bij de Volkshuis-vestelijke prestaties woningcorporaties en de Verantwoordingsinformatie (dVi) van CorpoData die hieraan ten grondslag liggen. Kamerdebat 10-12-2015 Stedelijke Vernieuwing. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 15 februari 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 217). De motie van het lid Krol; Roept de regering op, onderzoek te doen naar de mogelijkheden van nieuwbouw op de plaats van het huidige gedeelte van de Tweede Kamer aangeduid met «Hotel», daarbij expliciet de meer- of minderkosten te vermelden en de Tweede Kamer hierover uiterlijk in maart 2016 te informeren. Kamerdebat 10-12-2015Renovatie Binnenhof. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 26 april 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 34 293 nr. 19). De motie van het lid Albert de Vries; Verzoekt de regering om, in de AMvB de systematiek van de woonlasten-waarborg op te nemen, zodat bij juist gebruik van de nul-op-de-meterwoning de totale woonlasten niet zullen toenemen. Kamerdebat 13-01-2016Wetsvoorstel Wijziging van o.a. Boek 7 BW in verband met de mogelijkheid voor verhuurder en huurder een Energiepres-tatievergoeding overeen te komen (34 228). Afgedaan. De Tweede Kamer is op 22 februari 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 34 228 nr. 16). De motie van de leden Albert de Vries en Van Dekken; Verzoekt de regering, bij het opstellen van de actieplannen en de daarop te baseren convenanten ook de betreffende provincies te betrekken alsmede de besteding van de aan die provincies uit te keren extra middelen voor beleid ten aanzien van bevolkingsdaling. Kamerdebat 04-02-2016Actieplan Bevolkingsdaling en krimp. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 17 maart 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 31 757 nr. 89).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2115 B.1 In behandeling zijnde toezeggingen Omschrijving Vindplaats Stand van zaken De Minister zegt toe de Tweede Kamer te informeren (in voorjaar 2017) over de voortgang van de uitvoering van de afspraken in het Actieplan bevolkings-daling. Brief d.d. 17 maart 2016Aanbiedingsbrief Actieplan bevolkings-daling. De Tweede Kamer wordt in het voorjaar van 2017 geïnformeerd. De Minister zegt toe (in najaar 2016) een brief over de strategische i-agenda voor de rijksdienst aan de Tweede Kamer te sturen. (Met die agenda zal de rijksdienst zijn effectiviteit en efficiëntie verder vergroten door ondersteuning van rijksbrede ICT-middelen, met oog voor de diversiteit van departementale processen.) Brief d.d. 7 juli 2016Beleidsprioriteiten die kaderstellend zijn voor het ICT-projectenportfolio. De Tweede Kamer wordt in najaar 2016 geïnformeerd. De Minister zegt de Tweede Kamer toe t.z.t. evaluatie toepassing Wbmgp (betreft de 5-jaarsevaluatie) toe te zenden. Kamerdebat 03-03-2014Uitbreiding wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, Woningwet, Huisvestingswet. De Tweede Kamer wordt in 2019 geïnformeerd over de toepassing van de Wbmgp. De Minister zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Ter Horst (PvdA), toe alle aanvragen van gemeenten en zijn beslissingen daarop m.b.t. de gebiedsaanwijzingen aan de Kamer te melden (T01895). Kamerdebat 08-04-2014 33 797 Wet uitbreiding wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek. De Tweede Kamer wordt in 2019 geïnformeerd over de toepassing van de Wbmgp. De Minister zegt toe het afwegingskader (transparantie van het aanbestedings-proces) na juli 2015 ter kennisname aan de Tweede Kamer te zenden. Brief d.d. 30 januari 2015Eindrapport Tijdelijke commissie ICT-projecten. De Tweede Kamer wordt in najaar 2016 geïnformeerd. De Minister zegt de eventueel aan te passen ARBIT en modelovereenkomsten, na vaststelling door de ministerraad, ter informatie aan de Tweede Kamer te zenden. Brief d.d. 30 januari 2015Eindrapport Tijdelijke commissie ICT-projecten. De Tweede Kamer wordt in najaar 2016 geïnformeerd. De Minister zegt toe (over een jaar) – vooruitlopend op de evaluatie Energie-prestatievergoeding – een korte quick scan naar de Tweede Kamer te zenden (hoe gaat het met deze woningen, met de EPV en met de woonlasten en tevredenheid van de huurders die er in zitten). Kamerdebat 13-01-2016Wetsvoorstel Wijziging van o.a. Boek 7 BW in verband met de mogelijkheid voor verhuurder en huurder een Energiepres-tatievergoeding overeen te komen (34 228). De Tweede Kamer wordt medio 2017 geïnformeerd. De Minister zegt toe de uitwerking van de Woonlastenwaarborg zo spoedig mogelijk naar de Tweede Kamer te zenden (anders bericht over uitstel). Kamerdebat 01-06-2016Energiebesparing gebouwde omgeving. De Tweede Kamer wordt in oktober 2016 geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2116 Omschrijving Vindplaats Stand van zaken De Minister zegt toe de Tweede Kamer te berichten over een verkenning of aanpassing van de EI en het gebruik van die aangepaste EI binnen het WWS mogelijk is, om zo te bezien hoe vormen van energieopwekking (op de woning dan wel collectief nabij de woning) via een EPV in rekening kunnen worden gebracht. Daarbij zal rekening worden gehouden met nieuwe regelgeving van de Europese Unie op het gebied van energiebesparing, waaronder een nieuwe Europese bepalingsmethode, waarmee de EU-lidstaten rekening dienen te houden. Brief d.d. 27 juni 2016Toezeggingen gedaan tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel inzake de energieprestatievergoeding. De Tweede Kamer wordt in de loop van 2017 geïnformeerd. De Minister zegt te de Eerste en Tweede Kamer te informeren over het Nederlandse standpunt inzake «De nieuwe ingebreke-stelling» over de richtlijn energieprestatie van gebouwen (naar verwachting in oktober 2016). Brief d.d. 25 juli 2016Ingebrekestelling richtlijn energiepres-tatie van gebouwen (EPBD). De Eerste- en Tweede Kamer worden naar verwachting in oktober 2016 geïnformeerd. De Minister komt na publicatie van de Nationale energieverkenning 2016, met zijn inzichten op de ambities van het energiebeleid in de gebouwde omgeving en zal de Tweede Kamer informeren. Kamerdebat 13-01-2016Wetsvoorstel Wijziging van o.a. Boek 7 BW in verband met de mogelijkheid voor verhuurder en huurder een Energiepres-tatievergoeding overeen te komen (34 228). De Tweede Kamer wordt vóór eind 2016 door de Minister van EZ geïnformeerd. De Minister zegt toe – nadat (eind 2017) de genoemde acties inzake brandveiligheid van ouderen te verbeteren zijn geëva-lueerd – de Tweede Kamer te informeren over de resultaten. Brief d.d. 8 maart 2016Brandveiligheid en langer zelfstandig thuis wonende ouderen. De Tweede Kamer wordt medio 2018 geïnformeerd. De Minister zegt de Tweede Kamer een brief toe met betrekking tot het voorstel om een bouwkostennota bij oplevering van de woning verplicht te stellen. Kamerdebat 11-03-2014Rapport tijdelijke commissie huizen-prijzen. De Tweede Kamer zal in de tweede helft van 2016 worden geïnformeerd. De Minister heeft toegezegd het wetsvoorstel Energieprestatievergoeding (EPV) in 2018 te evalueren. Kamerdebat 13-01-2016 Wetsvoorstel Wijziging van o.a. Boek 7 BW in verband met de mogelijkheid voor verhuurder en huurder een Energieprestatievergoeding overeen te komen (34 228). De Tweede Kamer wordt eind 2018 geïnformeerd. De Minister zegt toe de Tweede Kamer te informeren over nieuwe monitoring in 2016 van de afname CO-melders bij open verbrandingstoestellen (WoON 2016), waarbij ook inzichtelijk wordt hoe de afname verloopt in de particuliere huursector versus de sociale huursector. Brief d.d. 28 augustus 2013 Toezeggingen bouwregelgeving en brandveiligheid. De Tweede Kamer in oktober 2016 geïnformeerd. De Minister gaat in gesprek met de verzekeringsbranche over de mogelijkheid om korting te bieden op de premie indien de woning op periodieke basis gekeurd wordt (APK). Over de uitkomst van dit gesprek wordt de Tweede Kamer voor de zomer van 2016 geïnformeerd. Kamerdebat 16-03-2016Bouwregelgeving en brandveiligheid. De Tweede Kamer wordt medio augustus/september 2016 geïnformeerd. De Tweede Kamer ontvangt van de Minister voor de zomer van 2017 een voortgangsbericht over de inspectie van zwembaden. Kamerdebat 16-03-2016 Bouwregel-geving en brandveiligheid. De Tweede Kamer wordt vóór zomer 2017 geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2117 Omschrijving Vindplaats Stand van zaken De Minister zegt toe de Tweede Kamer te informeren over ongeschikte daken voor PV-panelen (schriftelijke vraag De Vries (PvdA)). Kamerdebat 01-06-2016Energiebesparing gebouwde omgeving. De Tweede Kamer wordt najaar 2016 geïnformeerd. De Minister zegt toe te rapporteren over de prestaties van de verhuurders in het kader van het energieakkoord. Daarbij wordt gekeken of de informatie per corporatie inzichtelijk kan worden gemaakt. Kamerdebat 01-06-2016Energiebesparing gebouwde omgeving. De Tweede Kamer wordt in najaar 2016 geïnformeerd. De Minister zegt Tweede Kamer toe de Resultaten en eventuele voortzetting subsidie energieloketten mee te nemen bij evaluatie Energieakkoord. Kamerdebat 01-06-2016Energiebesparing gebouwde omgeving. De Tweede Kamer wordt na zomer 2016 geïnformeerd. De Minister zegt toe (samen met Minister van EZ) een brief aan de Tweede Kamer over de verplichting voor de energieleveranciers/witte certificaten (najaar 2016). Kamerdebat 01-06-2016 Energiebe-sparing gebouwde omgeving. De Tweede Kamer wordt in najaar 2016 geïnformeerd. De Minister zegt toe de uitkomsten van het verdiepend onderzoek van het CBS naar de transformatiecijfers (hoeveel panden er zijn getransformeerd tot asielzoekers-centrum en hoeveel van de gecreëerde woningen zijn toegewezen aan status-houders) in oktober 2016, tezamen met de jaarrapportage «Staat van de Woning-markt 2016» aan de Tweede Kamer toe te zenden. (Vervolgens zal de Minister de Eerste Kamer het genoemde CBS-onderzoek doen toekomen.) Brief d.d. 23 maart 2016Transformeren van utiliteitsgebouwen naar woonruimte. De Tweede Kamer wordt medio oktober 2016 geïnformeerd. De Minister zegt de Tweede toe (zodra de uitspraken van het Europese hof over implementatie van de EPBD door individuele EU lidstaten duidelijk zijn) de Tweede Kamer te informeren of er ruimte is voor het verder terugdringen van administratieve lasten van burgers als gevolg van het vernieuwde energielabel woningbouw. Kamerdebat 01-07-2014 Energiebe-sparing. De Tweede Kamer wordt voor einde 2016 geïnformeerd. De Minister zegt toe opnieuw te meten hoe het staat met de betrouwbaarheid van het vereenvoudigde energielabel en de Tweede Kamer daar volgend jaar over te informeren. Kamerdebat 01-06-2016 Energiebe-sparing gebouwde omgeving. De Tweede Kamer wordt in het jaar 2017 geïnformeerd. De Minister zegt toe de uitwerking label C voor de u-bouw (najaar) naar de Tweede Kamer te sturen. (Hierbij tevens aangeven wat kosten en baten zijn van hogere ambitie: verplicht label A of label B. En welke gebouwen er onder de verplichting (gaan) vallen). Kamerdebat 01-06-2016 Energiebe-sparing gebouwde omgeving. De Tweede Kamer wordt in najaar 2016 geïnformeerd. Minister zegt de brief over handhaving Wet Milieubeheer (in najaar) aan de Tweede Kamer te zenden (hoeveel is er door ILT gehandhaafd vorig jaar? Hierbij tevens aangeven waar de handhaving zich op heeft gefocust/op focust). Kamerdebat 01-06-2016. Energiebe-sparing gebouwde omgeving. De Tweede Kamer wordt medio najaar 2016 geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2118 Omschrijving Vindplaats Stand van zaken De Minister zegt toe de Tweede Kamer te informeren over de voortgang inzake de genoemde partijen die vorderingen maken om kwaliteitsborging voor het afgeven van energielabels in de utiliteitsbouw te verbeteren. Brief d.d. 18 december 2015 Voortgangs-brief energiebesparing gebouwde omgeving. De Tweede Kamer wordt eind 2016 geïnformeerd. De Minister zegt de Tweede Kamer toe (medio 2016) de evaluatie van de WOM-regeling naar de Tweede Kamer te sturen (meer inzicht te krijgen in het functioneren daarvan). Brief d.d. 24 november 2015Vragen en toezeggingen inzake Bevolkingsdaling/Krimp. De Tweede Kamer wordt in september 2016 geïnformeerd. De Minister zegt de Tweede Kamer toe schriftelijke te reageren op eerder ingediende motie Halsema over zonnepa-nelen op rijksgebouwen. Kamerdebat 01-06-2016 Energiebe-sparing gebouwde omgeving. De Tweede Kamer wordt in najaar 2016 geïnformeerd. De Minister zegt toe de Tweede Kamer te informeren over de uitkomsten van het traject (keuze die gemaakt wordt voor één van de drie varianten voor de erkennings-regeling en bijbehorende maatregelen genomen ter realisatie van de gekozen regeling) in kader van veiligheid van verbrandingsinstallaties. Brief d.d. 17 juni 2016Kabinetsreactie op het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid over koolmonoxide. De Tweede Kamer wordt voor einde jaar 2016 geïnformeerd. De Minister zegt toe – in samenspraak met de Minister van VWS – de Tweede Kamer te informeren over de voortgang en/of uitkomsten van de acties van het kabinet om het aantal slachtoffers als gevolg van koolmonoxidevergiftiging terug te dringen. Brief d.d. 17 juni 2016Kabinetsreactie op het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid over koolmonoxide. De Tweede Kamer wordt voor einde jaar 2016 geïnformeerd. De Minister zegt toe de Tweede Kamer (medio najaar) te informeren over knoop doorhakken gebouwgebonden finan-ciering. Kamerdebat 01-06-2016Energiebesparing gebouwde omgeving. De Tweede Kamer wordt in najaar 2016 geïnformeerd. De Minister zegt toe de Tweede Kamer te informeren over de eindresultaten van de uitvraag prijsvraag Goedhuurwoning in Almere (woning te ontwikkelen voor een maandhuur van € 550, zo mogelijk inclusief energielasten). Brief d.d. 13 januari 2016Rendabel bouwen corporaties. De Tweede Kamer wordt in najaar 2016 geïnformeerd. De Minister zegt toe dat de NMo jaarlijks een externe audit zal laten uitvoeren en dat de Tweede Kamer zal worden geïnfor-meerd over de uitkomsten daarvan (als het goed is gaan de monumenten per 1 juli over, dus start de eerste audit ergens na 1 juli 2016). Kamerdebat 25-03-2015Vervreemding en transformatie Rijksvastgoed. De Tweede Kamer wordt voor eind 2016 geïnformeerd. De Minister zegt toe de Tweede Kamer te informeren over de voortgang en inhoud van het proces ontwikkeling Paleis Soestdijk (voor zover de bedrijfsgevoe-ligheid van de informatie dat toelaat). Brief d.d. 21 december 2015 Ontwikkeling Paleis Soestdijk. De Tweede Kamer wordt voor einde jaar 2016 geïnformeerd. De Minister zegt toe – tegelijk met de bekendmaking van de uitslag Soestdijk – te bespreken met de vier partijen of na afloop van fase 2 de scores van hun plannen op de selectiecriteria openbaar gemaakt kunnen worden en de Tweede Kamer daarover te informeren. Kamerdebat 21-04-2016Paleis Soestdijk. De Tweede Kamer wordt medio oktober 2016 geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2119 Omschrijving Vindplaats Stand van zaken De Minister zegt toe de Tweede Kamer te informeren (voor einde jaar 2016) naar hoe huurders extra waarborgen kunnen krijgen dat zij niet een te hoge EPV moeten betalen. Kamerdebat 13-01-2016 Wetsvoorstel Wijziging van o.a. Boek 7 BW in verband met de mogelijkheid voor verhuurder en huurder een Energieprestatievergoeding overeen te komen (34 228). De Tweede Kamer wordt in 2016 geïnformeerd. De Minister zegt toe onderzoek te doen naar de omvang van de problematiek ten opzichte van het sleutelgeld en de Tweede Kamer daarover te informeren. Kamerdebat 29-10-2014Begrotingsbehandeling Wonen en Rijksdienst. De Tweede Kamer wordt medio najaar 2016 geïnformeerd. De Minister voor Wonen en Rijksdienst zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Schalk (SGP), toe om de Kamer per brief te informeren over de voor- en nadelen van het hanteren van het inkomen na belasting, als uitgangspunt bij huurbeleid (T02279). Kamerdebat 12-04-2016Wet doorstroming Huurmarkt. De Eerste Kamer wordt in de zomer van 2016 per brief geïnformeerd. De Minister zegt toe de Tweede Kamer (najaar 2016) te informeren over de cijfers met betrekking tot eventuele toepassing van huurverlaging door corporaties. Kamerdebat 25-05-2016Staat van de Volkshuisvesting en diverse woononderwerpen. De Tweede Kamer wordt in najaar 2016 geïnformeerd. De Minister zegt toe het resultaat van de gesprekken met VNG en IPO op welke wijze de resultaten door de gemeenten kunnen worden gebruikt bij de herziening of vernieuwing van de prestatieafspraken met huurders en corporaties naar (in zomer 2016) de Tweede Kamer te sturen. Brief d.d. 1 februari 2016Uitvoering van de motie van de heer De Vries inzake een indicatieve taakstelling voor gemeenten. De Tweede Kamer wordt in zomer 2016 geïnformeerd. De Minister voor Wonen en Rijksdienst zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Pijlman (D66), toe de beschikbare informatie over de effecten van de wet mee te nemen in de jaarlijkse rapportages aan de Kamer (T02265). Kamerdebat 22-03-2016 Initiatiefvoorstel Schouten Aanvulling van de opzeggings-grond dringend eigen gebruik voor de tijdelijke huisvesting van jongeren (34 156). De Eerste Kamer wordt najaar 2017 geïnformeerd. De Minister voor Wonen en Rijksdienst zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Flierman (CDA), toe dat hij zal monitoren hoe de invulling in de wet van de tijdelijke huurcontracten uitwerkt voor internationale studenten en maatregelen zal treffen als er zich problemen voordoen (T02275). Kamerdebat 12-04-2016Wet doorstroming Huurmarkt. De Eerste Kamer wordt najaar 2017 geïnformeerd. De Minister voor Wonen en Rijksdienst zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Verheijen (PvdA), toe om te monitoren dat de tijdelijke huur niet de norm zal worden in de particuliere huursector en om in de jaarlijkse rappor-tages verslag te doen van de ontwikke-lingen op dit terrein in zowel de sociale als de particuliere huursector (T02276). Kamerdebat 12-04-2016Wet doorstroming Huurmarkt. De Eerste Kamer wordt najaar 2017 geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2120 Omschrijving Vindplaats Stand van zaken De Minister voor Wonen en Rijksdienst zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Bikker (Christen-Unie), toe om met Aedes te overleggen over de regeling voor het opzeggen van de huur in geval van huizen voor grote gezinnen, waarbij hij specifiek zal ingaan op de situatie van een gezin met minderjarige, schoolgaande kinderen. Hij komt tevens op het onderwerp terug in de evaluatie (T02277). Kamerdebat 12-04-2016Wet doorstroming Huurmarkt. De Eerste Kamer wordt tussentijds separaat en bij de evaluatie in 2021 geïnformeerd. De Minister voor Wonen en Rijksdienst zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Bikker (Christen-Unie), toe om jaarlijks de toename van het dure scheefwonen te monitoren (T02280) Kamerdebat 12-04-2016Wet doorstroming Huurmarkt. De Eerste Kamer wordt najaar 2017 geïnformeerd. De Minister zegt toe om met de commer-ciële verhuurders in gesprek te gaan over het matigen van de huurstijging bij huurwoningen met een huur boven de 80% van de maximale huur (dit speelt bij de invoering van de huursombenadering per 1 januari 2017, vanaf wanneer er een maximaal huurverhogingspercentage gaat gelden van inflatie+2,5%) en de Tweede Kamer daarover te informeren. Brief d.d. 15 juni 2016Kamervragen van het lid De Vries (PvdA) over het bericht «nieuwe huurder dubbel de sigaar» De Tweede Kamer wordt in de loop van 2017 geïnformeerd. De Minister zegt toe dat hij in de volgende Staat van de Volkshuisvesting een overzicht opneemt van de resultaten met betrekking tot duurzaamheid en het voortschrijden op dat gebied. Kamerdebat 25-05-2016Staat van de Volkshuisvesting en diverse woononderwerpen De Tweede Kamer wordt medio 2017 geïnformeerd in de Staat van de Volkshuisvesting. De Minister zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid De Vries-Leggedoor (CDA), toe met de VNG te overleggen om te bevorderen dat gemeentelijke woonvisies op grote schaal en zo mogelijk landelijk dekkend tot stand komen. In de evaluatie wordt nagegaan in welke mate gemeentelijke woonvisies tot stand gekomen zijn (T02074). Kamerdebat 10-03-2015Novelle Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting De Eerste Kamer wordt voor 1 juni 2017 geïnformeerd. De Minister zegt toe dat de Tweede Kamer in de loop van dit jaar nog wordt geïnfor-meerd over uitvoering van de subsidiere-geling voor tijdelijke woningen voor statushouders en de realisatie van het aantal tijdelijke woningen. Kamerdebat 25-05-2016Staat van de Volkshuisvesting en diverse woononderwerpen. De Tweede Kamer wordt in 2016 geïnformeerd. De Minister voor Wonen en Rijksdienst zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Bikker (Christen-Unie), toe tijdig aan de Kamer te laten weten of de regering de verlaging van rechtswege van de inkomensgrens voor woningtoe-wijzing door wil laten gaan. Dit aspect maakt deel uit van de evaluatie van de Woningwet (T02278). Kamerdebat 12-04-2016Wet doorstroming Huurmarkt. De Eerste Kamer wordt voor 1 januari 2021 geïnformeerd. De Minister zegt toe de Tweede Kamer (na de zomer) te informeren over de defini-tieve vormgeving van het experiment verkoopregels voor wooncoöperaties. Brief d.d. 4 juli 2016Experiment verkoopregels voor wooncoöperatie. De Tweede Kamer wordt na zomer 2016 geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2121 Omschrijving Vindplaats Stand van zaken De Tweede Kamer wordt geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek naar de ervaringen met betrekking tot huurdersorganisaties en de participatie van huurders (medio najaar) Kamerdebat 25-05-2016Staat van de Volkshuisvesting en diverse woononderwerpen. De Tweede Kamer wordt in najaar 2016 geïnformeerd. De Minister zegt toe dat hij de Tweede Kamer periodiek informeert over investe-ringen door corporaties in het niet-DAEB-stuk. (Dit wordt volgend jaar ook opgenomen in de Staat van de Volkshuis-vesting.) Kamerdebat 25-05-2016Staat van de Volkshuisvesting en diverse woononderwerpen. De Tweede Kamer wordt medio 2017 geïnformeerd in de Staat van de Volkshuisvesting. De Minister zegt de Tweede Kamer toe de relatie tussen de woningwet en het verenigingsrecht, met betrekking tot woningbouwverenigingen, mee te nemen in de evaluatie van de Woningwet. Kamerdebat 30-03-2016Huuraangelegenheden. De Tweede Kamer wordt voor 1 juli 2018 geïnformeerd. De Minister zegt toe – nadat op basis van informatie die eind 2016 beschikbaar is, er een meer volledig beeld geschetst kunnen worden over woonvisies en prestatieaf-spraken in 2016; het eerste volle jaar dat de herziene Woningwet van kracht is – de Tweede Kamer te informeren wanneer deze gegevens beschikbaar zijn. Brief d.d. 19 april 2016Beantwoording kamervragen van het lid Bashir (SP over onduidelijkheid en onwetendheid bij gemeenten over de nieuwe Woningwet (2016Z05239). De Tweede Kamer wordt medio 2017 geïnformeerd. De Tweede Kamer wordt geïnformeerd over de voortgang van plannen met betrekking tot het splitsen, c.q. juridisch scheiden, van corporaties (bij de Staat van de Woningmarkt dit najaar en de Staat van de Volkshuisvesting in het voorjaar). Kamerdebat 25-05-2016Staat van de Volkshuisvesting en diverse woononderwerpen. De Tweede Kamer wordt in najaar 2016 geïnformeerd. De Minister zegt de Tweede Kamer toe een integrale kabinetsreactie op de beleids-doorlichting en het IBO sociale huur (in 2016). Brief d.d. 24 november 2015Beleidsdoorlichting artikel 1 begroting Wonen en Rijksdienst. De Tweede Kamer wordt in najaar 2016 geïnformeerd. De Minister zegt de Tweede Kamer toe voor de zomer te komen met een reactie op het onderzoek van Capital Value inzake woningbeleggersmarkt. Kamerdebat 09-02-2016. Mondelinge vraag van het lid KOOLMEES (D66) aan de Minister voor Wonen en Rijksdienst over het bericht «Huren vrije sector fors gestegen» (Nos.nl, 5 februari 2016). De Tweede Kamer wordt in augustus 2016 geïnformeerd. De Minister zegt de Tweede Kamer toe, schriftelijk terug te komen op het Stec-rapport over het middensegment vrije huur (voor de zomer en komt hij daarbij ook terug op de aanbevelingen in het rapport). Kamerdebat 25-05-2016Staat van de Volkshuisvesting en diverse woononderwerpen. De Tweede Kamer wordt in najaar 2016 geïnformeerd. De Minister zegt toe de Eerste Kamer te informeren (na de zomer) over de door hem genomen besluiten op de ingediende aanvragen (als alle aanvragen ontvangen zijn, zal de Minister ze deze zomer toetsen aan de eerder genoemde criteria en vervolgens de woningmarktregio’s vaststellen). Brief d.d. 13 juli 2016Uitvoering toezegging De Vries-Leggedoor (CDA) over het snel beslissen op ontheffingsverzoeken in het kader van de regio-indeling voor woningcorpo-raties (T02076) en stand van zaken regiovorming. De Eerste- en Tweede Kamer wordt na zomer 2016 geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2122 Omschrijving Vindplaats Stand van zaken De Minister zegt toe de Tweede Kamer te informeren over de meest recente leefbaarheidsontwikkelingen in Nederland in de publicatie WoOn, welke volgend jaar zal verschijnen. Brief d.d. 23 november 2015 Leefbaaro-meter en Voortgangsrapportage Wijkaanpak 2015. De Tweede Kamer wordt in 2016 geïnformeerd. De Minister zegt toe de ervaringen met de fit-and-proper-test (eind 2017) aan de Tweede Kamer toe te zenden. Kamerdebat 30-03-2016Huuraangelegenheden. De Tweede Kamer wordt eind 2017 geïnformeerd.B.2 Afgedane toezeggingen Omschrijving toezegging Vindplaats Stand van zaken De Minister zegt toe de Tweede Kamer (in mei 2015) te informeren over de inkadering en het toezicht met betrekking tot het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. De Minister zal ook nader in gaan op een optie van een first-loss bij gemeenten in de achterborg. Kamerdebat 11-03-2015Toegelaten instellingen volkshuisvesting en Autoriteit woningcorporaties. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 17 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 29 453 nr. 417). De Minister zegt toe de Tweede Kamer zo spoedig nader te informeren over de situatie van de onregelmatigheden bij de Stimuleringsregeling Energieprestatie Huursector (STEP-regeling). Brief d.d. 18 september 2014 Onderzoek STEP-regeling. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 18 juni 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 17 050 nr. 506). De Minister zegt de Tweede Kamer toe nader te informeren over de gesprekken met de Europese Commissie over en de reactie van het kabinet op het MROA. Brief d.d. 18 mei 2015Redenen Omkleed Advies en het Nationaal Energiebespaarfonds. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 2 juli 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 30 196 nr. 352). De Minister zegt de Tweede Kamer toe (voor de zomer) nader te informeren over het verstrekken van leningen aan Verenigingen van Eigenaren door het Nationaal Energiebespaarfonds. Brief d.d. 18 mei 2015Redenen Omkleed Advies en het Nationaal Energiebespaarfonds. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 2 juli 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 30 196 nr. 352). De Minister zegt de Tweede Kamer te informeren (voor het zomerreces) over de vorderingen bij energiebesparing. Kamerdebat 15-01-2015 Koopsector en energiebesparing. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 2 juli 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 30 196 nr. 352). De Minister zegt de Tweede Kamer toe (voor zomer 2015) in een brief deze prioriteiten (zijn voor de eerstkomende jaren het betaalbaar houden van de huren voor de doelgroep, het realiseren van een energiezuinige sociale huurwoning-voorraad, het bijdragen aan wonen met zorg & ouderenhuisvesting en het huisvesten van kwetsbare urgente groepen) nader toe te lichten en te schetsen hoe deze jaarlijks gemonitord zal worden in de Staat van de Volkshuis-vesting. Brief d.d. 28 mei 2015Antwoorden vragen financiële positie corporaties. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 22 juni 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 32 847 nr. 180). De Minister zegt de Tweede Kamer toe een nadere verduidelijking over de krimp en groei bij de apparaatsuitgaven (voor het zomerreces) toe te zenden. Kamerdebat 03-06-2015 Jaarrapportage bedrijfsvoering Rijk. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 18 juni 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 31 490 nr. 177). Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2123 Omschrijving toezegging Vindplaats Stand van zaken De Minister zegt toe de Tweede Kamer te informeren (voor het zomerreces) over de voortgang van de implementatie van de maatregelen van de commissie Elias. Kamerdebat 03-06-2015Jaarrapportage bedrijfsvoering Rijk. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 10 juli 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 26 643 nr. 365). De Minister zegt toe de Tweede Kamer (voor zomer 2015) nader te informeren over de uitbreiding van de informatie op het ICT-dashboard. Brief d.d. 30 januari 2015 Eindrapport Tijdelijke commissie ICT-projecten. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 10 juli 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 26 643 nr. 365). De Minister zegt toe de Tweede Kamer – te beginnen voor zomer 2015 – nader te informeren over de uitvoering van de in de ICT-brief genoemde maatregelen en de effectiviteit van deze maatregelen. Brief d.d. 30 januari 2015Eindrapport Tijdelijke commissie ICT-projecten. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 10 juli 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 26 643 nr. 365). De Minister zegt toe (voorjaar 2015) een reactie op het onderzoek van Platform31 naar serviceflats (i.r.t. de vaak hoge servicekosten, die zo geeft de Tweede Kamer aan transparant, redelijk en billijk moeten zijn) naar de Tweede Kamer te sturen. Kamerdebat 15-01-2015Koopsector en energiebesparing. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 1 juli 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 32 847 nr. 182). De Minister zegt toe de Tweede Kamer jaarlijks (voorjaar 2015) te informeren over de voortgang van het experimentenpro-gramma Langer Thuis! van Platform31. Kamerdebat 06-11-2014Langer zelfstandig wonen. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 1 juli 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 32 847 nr. 182). De Minister zegt toe het beleidsartikel «Kwaliteit Rijksdienst» in de begroting 2016 duidelijker toe te lichten. Kamerdebat 29-10-2014 Begrotingsbe-handeling Wonen en Rijksdienst. Afgedaan. De toezegging is afgedaan met de begrotingsstukken op Prinsjesdag d.d. 16 september j.l. De Minister zegt de Tweede Kamer toe in juni met een voortgangsrapportage te komen als bijlage bij de brief Voortgangs-rapportage Langer Zelfstandig Wonen. Brief d.d. 27 mei 2015Overcompensatie en de fusie tussen Habion en Woonzorg. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 1 juli 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 32 847 nr. 182). De Minister zegt de Tweede Kamer toe de Tweede Kamer (in het voorjaar van 2015) te informeren over brandveiligheid bij studentenhuisvesting. Kamerdebat 19-11-2014Woningcorporaties en Studentenhuis-vesting. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 september 2015 per brief geïnfor-meerd (TK 2015–2016, 33 104 nr. 9). De Minister zegt toe (voor de zomer van 2015) de Tweede Kamer te informeren over de voortgang en het vervolg van het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting na 2016 en over de gerealiseerde aantallen in de periode tot medio 2015. Kamerdebat 19-11-2014Woningcorporaties en Studentenhuis-vesting. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 september 2015 per brief geïnfor-meerd (TK 2015–2016, 33 104 nr. 9). De Minister zegt toe – in overleg met de Minister van Financiën – te onderzoeken in hoeverre de regeling WijkOntwikkelings-Maatschappij breder toepasbaar is bij de aankoop van particulier bezit in krimpre-gio’s, en de Tweede Kamer hierover na de zomer te informeren. Kamerdebat 16-04-2015 Bevolkingsdaling/Krimp. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 24 november 2015 per brief geïnfor-meerd (TK 2015–2016, 31 757 nr. 77). De Minister zegt toe de Tweede Kamer (deze zomer) een screeningsvoorstel (wijziging Wbmgp; woningzoekenden met crimineel verleden of overlastgevend gedrag) toe te zenden. Kamerdebat 03-03-2014 Uitbreiding wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, Woningwet, Huisves-tingswet. Afgedaan. Het wetsvoorstel tot «wijziging van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke proble-matiek in verband met de selectieve woningtoewijzing ter beperking van overlastgevend en crimineel gedrag» is op vrijdag 9 oktober 2015 (via de Koning) aan de Tweede Kamer toegezonden. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2124 Omschrijving toezegging Vindplaats Stand van zaken De Minister zegt (voor het zomerreces) de Tweede Kamer een brief toe over passend toewijzen van woningen aan zorgbehoe-venden. Kamerdebat 11-06-2015Diverse onderwerpen op het terrein van wonen. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 25 september 2015 per brief geïnfor-meerd (TK 2015–2016, 27 926 nr. 248). De Minister zegt de Tweede Kamer toe te informeren over een aantal scenario’s voor de gevolgen voor huurders bij faillisse-menten. Kamerdebat 18-06-2015Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 29 september 2015 per brief geïnfor-meerd (TK 2015–2016, 29 453 nr. 400). De Minister zegt de Tweede Kamer toe – binnen twee weken – een (vertrouwelijke) brief te sturen over de business case: verhouding tussen toets Ecorys en advies RvC en achterliggende financiële stukken (uitsplitsing per monument). In deze brief wordt tevens de stand van zaken gemeld over het overleg tussen de Raad voor Vastgoed Rijksoverheid (RVR) en het College Sanering Zorginstellingen. Kamerdebat 01-10-2015Vervreemding en transformatie Rijksvastgoed. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 oktober 2015 per brief geïnformeerd (105007874). De Minister zegt toe – binnen een maand – de Tweede Kamer te informeren over het aspect van het openbaar maken van de uitvoeringstoets van de inspecties bij nieuwe wetgeving. Kamerdebat 24-09-2015Privatisering, verzelfstandiging en toezicht van overheidsdiensten. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 28 oktober 2015 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 802 nr. 19). De vervolgmeting concurrentie op en tussen bouwlocaties alsmede door particulier opdrachtgeverschap wordt in 2013 naar de Tweede Kamer gestuurd. Kabinetsstandpunt resultaten onderzoek-straject concurrentiebevordering Ontwikkelingslocaties (Nota grondbeleid) d.d. 25 oktober 2004. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 25 november 2015 per brief geïnfor-meerd (TK 2015–2016, 27 581 nr. 53). De Minister zegt de Tweede Kamer toe de aangepaste gedragscode integriteit na het zomerreces naar de Kamer te zenden. Kamerdebat 03-06-2015Jaarrapportage bedrijfsvoering Rijk. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 29 september 2015 per brief geïnfor-meerd (TK 2015–2016, 28 844 nr. 83). De Minister zegt toe (binnen twee weken) een brief aan de Tweede Kamer te zenden over een in de koopovereenkomst op te nemen artikel omtrent de toetreding van de SGE. Inhoud van het artikel is dat, indien de SGE aantoonbaar voldoet aan de voorwaarden aan lidmaatschap van de vereniging, de NMo zich zal inspanning een dergelijk lidmaatschap ook mogelijk te maken. Dit afhankelijk van of een dergelijk artikel juridisch mogelijk is. Kamerdebat 04-11-2015 Vervreemding en transformatie rijksmonumenten. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 november 2015 per brief geïnfor-meerd (TK 2015–2016, 32 156 nr. 66). De Tweede Kamer krijgt een schriftelijke reactie op het rapport dat het lid Karabulut heeft overhandigd over een alternatief, betaalbaar en haalbaar plan van bewoners uit Rotterdam-Zuid. Kamerdebat 04-06-2015De Staat van de Woningmarkt. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 13 november 2015 per brief geïnfor-meerd (TK 2015–0000659068). De Minister zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Ter Horst (PvdA), toe een wetenschappelijke evaluatie van de Wet bijzondere maatre-gelen grootstedelijke problematiek te laten verrichten, startend dit jaar en gericht op de beantwoording van de in het debat genoemde vragen, en de uitkomsten daarvan met de Kamer te delen (T01896). Kamerdebat 08-04-2014 33 797 Wet uitbreiding wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek. Afgedaan. De Eerste Kamer is op 17 november 2015 per brief geïnfor-meerd (EK 2015–2016, 33 797, H). Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2125 Omschrijving toezegging Vindplaats Stand van zaken De Minister zegt toe in overleg te treden met gemeenten, vluchtelingenwerk Nederland en anderen om de mogelijke maatregelen in kaart te brengen inzake druk op de woningmarkt agv urgente woningzoekers en de Tweede Kamer daarover in november 2015 te informeren. Kamerdebat 02-09-2015Debat over het bericht «Steeds meer urgente woningzoekenden krijgen voorrang». Afgedaan. De Tweede Kamer is op 27 november 2015 per brief geïnfor-meerd (TK 2015–2016, 19 637 nr. 2083). De Minister zal de Tweede Kamer nader informeren over Nationaal Hypotheek Instituut (op de uitwerking en minimale omvang voor de NHI). Kamerdebat 03-09-2013De studie naar extra hypotheekbeta-lingen en hogere winsten van banken. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 1 september 2015 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 33 746 nr. 7). De Minister zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van opmerkingen van de leden Duivesteijn (PvdA) en De Vries-Leggedoor (CDA), toe om, in samenhang met de huursombenadering, eventuele fiscale alternatieven voor de huurverhoging op grond van inkomen in kaart te brengen en te schetsen (T01671). Kamerdebat 12-03-201333 330 Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (huurverhoging op grond van een tweede categorie huishoudinkomens). Afgedaan. De Eerste Kamer is op 14 maart 2016 per brief geïnformeerd (EK 2015–2016, 34 373 / 33 129 / 33 330 / 33 405 / 33 407, F). De Minister zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag/opmerking van het lid Essers (CDA), toe een analyse van varianten waarop de huurverhoging uit het voorliggende wetsvoorstel doorgevoerd kunnen worden aan de Kamer te zenden (T01737). Kamerdebat 18-12-2012 Behandeling belastingplan. Afgedaan. De Eerste Kamer is op 14 maart 2016 per brief geïnformeerd (EK 2015–2016, 34 373 / 33 129 / 33 330 / 33 405 / 33 407, F). De Minister zegt toe de Tweede Kamer te informeren (1e kwartaal 2014) over de mogelijkheden voor tijdelijke huurver-laging bij schulden van de huurder. Kamerdebat 31-10-2013Huurbeleid. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 februari 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 218). De Minister zegt toe de reflectie (onder-zoeksopzet en de resultaten van de beleidsdoorlichting artikel 1 begroting Wonen en Rijksdienst) aan de Tweede Kamer te zenden. Brief d.d. 5 februari 2015Beleidsdoorlichting artikel 1 begroting Wonen en Rijksdienst. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 2 september 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 34 120 nr. 5). De Minister zegt toe dat de Tweede Kamer in de Staat van de volkshuisvesting zal terugzien de ervaringen terugzien van de lokale afspraken over investeringen van corporaties en ervaringen met betaalbaar bouwen. Kamerdebat 04-06-2015De Staat van de Woningmarkt. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 januari 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 29 453 nr. 413). De Minister zal de Tweede Kamer nader informeren over de oploop in de vennoot-schapsbelasting. Daarbij wordt ook een verband gelegd met de noodzaak voor Vpb in relatie tot de kerntaken van corporaties. Kamerdebat 04-06-2015De Staat van de Woningmarkt. Afgedaan. Antwoordbrief is verzonden door Minister van Financiën, namens Minister W&R d.d. 15 september 2015 (AFP/2015/775). De Minister zegt toe de Tweede Kamer (in najaar 2015) te informeren over welke data als open data worden aangeboden en het tijdpad daarbij. Brief d.d. 7 juli 2015Verbeteren bedrijfsvoering en informatie-stromen sociale huursector. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 18 december 2015 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 29 453 nr. 411). De Minister zegt toe de Tweede Kamer (in de tweede helft van 2015) te informeren over de wijze waarop CorpoData vanaf 2016 wordt ingericht. Brief d.d. 7 juli 2015Verbeteren bedrijfsvoering en informatie-stromen sociale huursector. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 18 december 2015 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 29 453 nr. 411). Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2126 Omschrijving toezegging Vindplaats Stand van zaken De Minister zegt toe de Tweede Kamer een brief toe te zenden met een nadere analyse van het publieke en private stelsel (daarbij zal ook worden gekeken naar de buiten-landse ervaringen en particuliere aanbieders). Kamerdebat 18-06-2015 Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 29 september 2015 per brief geïnfor-meerd (TK 2015–2016, 29 453 nr. 400). De Minister stuurt de Tweede Kamer een berekening van de risicovergoeding voor de achtervang. Kamerdebat 18-06-2015Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 29 september 2015 per brief geïnfor-meerd (TK 2015–2016, 29 453 nr. 400). De Minister zegt toe een lijst aan de Tweede Kamer te sturen (voor Kerst) met wijken die «onvoldoende» scoren op de Leefbaarometer naar de TK sturen. Kamerdebat 03-12-2015Stedelijke vernieuwing. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 21 december 2015 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847, nr. 211). De Minister zegt toe dat in het debat over de staat van de woningmarkt medio najaar 2015 naast koop ook zal worden ingegaan op huur (bredere benadering). Kamerdebat 15-01-2015Koopsector en energiebesparing. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 13 oktober 2015 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 203). De Minister zegt toe over het wel/niet aansluiten van nieuwbouwwijken op het gassysteem en de kosten en ervaringen met warmtemeter (mede ook in relatie tot nieuwbouw) ervaringen te verzamelen en de Tweede Kamer hierover t.z.t. te informeren. (De Minister heeft hierbij relatie gelegd met Energiesprong.) Kamerdebat 13-01-2015Energieakkoord en de doelen voor duurzame energie en energiebesparing. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 2 juli 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 30 196 nr. 352). De Minister zegt de Tweede Kamer toe in de Staat van de woningmarkt terug te komen op de rekenprijs met betrekking tot grondprijzen. Kamerdebat 21-01-2015Staat van de woningmarkt. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 13 oktober 2015 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 203). De Minister zegt toe de Evaluatie pilot-toetsen BIT (periode 1 juli tot 1 september) in het najaar naar de Tweede Kamer te sturen. Kamerdebat 03-06-2015 Jaarrapportage bedrijfsvoering Rijk. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 16 oktober 2015 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 26 643 nr. 370). De Minister zegt toe de Tweede Kamer te informeren over de ministeriële regeling over zorgplicht, als deze wordt toegepast. Kamerdebat 03-03-2014 Uitbreiding wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, Woningwet, Huisves-tingswet. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 december 2015 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 28 325 nr. 157). De Minister zegt toe (voorjaar 2015) via een overleg te verkennen of het Energiebe-spaarfonds ook inzetbaar is voor funde-ringsherstel en de Tweede Kamer daarover te informeren. Kamerdebat 15-01-2015 Koopsector en energiebesparing. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 17 september 2015 per brief geïnfor-meerd (TK 2015–2016, 30 136 nr. 43). De Minister zegt toe de Tweede Kamer te informeren over de resultaten aan de Borgingscommissie Energieakkoord (BEA) over de Voorlichtingsprogramma voor energiebesparende maatregelen. Brief d.d. 2 juli 2015Voortgang energiebesparing gebouwde omgeving. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 21 december 2015 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 30 196 nr. 379). De Minister zegt toe na te gaan wat de opties zijn om de effectiviteit van het Fonds Energiebesparing Huursector (FEH) te vergroten en zal de Tweede Kamer in najaar 2015 hierover informeren. Brief d.d. 2 juli 2015Voortgang energiebesparing gebouwde omgeving. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 21 december 2015 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 30 196 nr. 379). De Minister zegt toe (voor het einde van het jaar) de Tweede Kamer te informeren over het resultaat van de gesprekken met Financiën over fonds funderingsherstel. Kamerdebat 29-10-2015Energiebesparing gebouwde omgeving en funderingsherstel. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 21 december 2015 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 30 196 nr. 379). Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2127 Omschrijving toezegging Vindplaats Stand van zaken De Minister zegt toe de uitkomst van de evaluatie van de convenanten met Groningen, Limburg en Zeeland (in februari 2015) aan de Tweede Kamer te zenden. Kamerdebat 05-11-2014Krimpregio’s. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 24 november 2015 per brief geïnfor-meerd (TK 2015–2016, 31 757 nr. 77). De Minister zegt toe (na zomerreces 2015) het Kabinetstandpunt op advies Renovatie Binnenhof aan de Eerste- en Tweede Kamer te doen toekomen. Brief d.d. 6 juli 2015Advies voorzitter bestuurlijke stuurgroep renovatie Binnenhof. Afgedaan. De Eerste en Tweede Kamer zijn op 25 september 2015 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 34 293 nr. 2). De Minister zegt toe de Kamer (einde van het jaar 2015) te informeren over de inrichting van het stelsel van de bekos-tiging van de Hoge Colleges van Staat en de paleizen (en de mogelijkheid van een reservering voor groot onderhoud). Brief d.d. 19 juni 2015Renovatie paleis Huis ten Bosch. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 2 december 2015 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 34 300 XVIII nr. 45). De Minister zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een opmerking van het lid Schouwenaar (VVD), toe dat hij terugkomt op de toegang tot informatie van woningcorporaties voor journalisten, marktpartijen, belangenorganisaties, bewoners en andere betrokkenen, mede in relatie tot de Wet openbaarheid van bestuur (T02077). Kamerdebat 10-03-2015Novelle Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting. Afgedaan. De Eerste Kamer is op 15 januari 2016 per brief geïnformeerd (EK 2015–2016, 33 966, M). De Minister zegt toe in de maand januari een overzicht van de rijkshuisvestings-plannen naar de Tweede Kamer te sturen. Kamerdebat 14-01-2016 Interbestuurlijk Actieplan Bevolkingsdaling/Krimp. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 januari 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 31 490 nr. 195). De Minister zegt de Tweede Kamer toe inzake dossier Soestdijk: biedboek en site worden aangepast (zonder geheim-houding) en stukken gaan naar de Tweede Kamer. Kamerdebat 01-10-2015Vervreemding en transformatie Rijksvastgoed. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 oktober 2015 per brief geïnformeerd (105007874). De Minister zegt de Tweede Kamer (n.a.v. ingetrokken motie van het lid Ronnes) een brief toe waarin de Minister reageert op de geruchten dat het krimp-team wordt opgeheven. Kamerdebat 08-10-2015Voortgang Begrotingsbehandeling Wonen en Rijksdienst (XVIII). Afgedaan. De Tweede Kamer is op 24 november 2015 per brief geïnfor-meerd (TK 2015–2016, 31 757 nr. 77). De Minister zegt de Tweede Kamer (n.a.v. een aangehouden motie van het lid Ronnes) een nader verslag toe inzake voor de grote groep oorlogsvluchtelingen niet de bestaande urgentieregeling voor huurwoningen toe te passen maar uit te gaan van alternatieve oplossingen zoals vrijstaande kantoren. Kamerdebat 08-10-2015 Voortgang Begrotingsbehandeling Wonen en Rijksdienst (XVIII). Afgedaan. De motie is verworpen; een brief is niet meer nodig. De Minister zegt de Tweede Kamer (n.a.v. een aangehouden motie van het lid De Vries) een nadere reactie toe inzake een indicatieve taakstelling voor gemeenten te introduceren om extra betaalbare tijdelijke woningen en daarvoor ombouw geschikte gebouwen beschikbaar te stellen en bouwrijpe bouwkavels te verhuren. Kamerdebat 08-10-2015 Voortgang Begrotingsbehandeling Wonen en Rijksdienst (XVIII). Afgedaan. De Tweede Kamer is op 1 februari 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 214). De Minister zegt de Tweede Kamer (lid Van Vliet) een brief toe over de parlementaire enquête woningcorporaties. Kamerdebat 08-10-2015 Voortgang Begrotingsbehandeling Wonen en Rijksdienst (XVIII). Afgedaan. De Tweede Kamer is op 13 november 2015 per brief geïnfor-meerd (2015–0000672648). Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2128 Omschrijving toezegging Vindplaats Stand van zaken De Ministeries van VWS, VenJ en BZK onderzoeken de mogelijkheden om ouderen beter te beschermen tegen brand in samenspraak met het Veiligheidsberaad, het Instituut Fysieke Veiligheid, Brandweer Nederland, de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers (VBV), het Verbond van Verzekeraars, VNO-NCW, MKB-Nederland en de Nederlandse Brandwondenstichting. In het najaar van 2015 wordt de Tweede Kamer nader geïnformeerd over de resultaten hiervan. Brief d.d. 27 mei 2015Kamervragen over brandveiligheid bij seniorenflats. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 8 maart 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 120). De Minister zegt toe de Tweede Kamer (medio in de loop van 2014) te informeren over de effectiviteit van (het plaatsen) van rookmelders (evaluering) en zo nodig te komen met verbetervoorstellen. Brief d.d. 28 augustus 2013 Toezeggingen bouwregelgeving en brandveiligheid. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 8 maart 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 120). De Minister zegt de Tweede Kamer toe te onderzoeken de betrouwbaarheid van de energielabels (klopt wat in de database geregistreerd is met de thuissituatie) (steekproef; is alleen voor kooplabels van toepassing) en de Kamer daarover te informeren. Kamerdebat 21-05-2015Chaos rond Energielabels. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 17 maart 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 30 196 nr. 430). De Minister zegt Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Boxtel (D66), toe haar een brief met cijfermatige informatie over het transfor-meren van bedrijfspanden naar woonruimte toe te zenden (T02073). Kamerdebat 10-03-2015 Novelle Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting. Afgedaan. De Eerste Kamer is op 17 december 2015 per brief geïnformeerd (EK 2015–2016, 32 769 L). De ministeries zullen eind 2014 rappor-teren over de voornemens m.b.t. de taakstelling op de Rijksdiensten en de regionale werkgelegenheidseffecten. Daarbij zullen de voornemens m.b.t. tot de krijgsmacht nauw worden betrokken. Kamerdebat 26-09-2013 Algemene Politieke Beschouwingen. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 januari 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 31 490 nr. 195). De Minister zegt de Tweede Kamer toe het toezenden en het maken van een opstelling van de regionale werkgelegen-heidscijfers van de Rijksdienst met 2013 als basisjaar. Kamerdebat 11-02-2016 Rijksdienst. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 4 maart 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 31 490 nr. 197). De Minister zegt toe de Tweede Kamer (medio 2014) te informeren over het machtigingsmodel (i.k.v. verbeteren functioneren VVE). Kamerdebat 27-03-2013 Evaluatie Wet overleg huurders verhuurder en functioneren VVE’s. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 3 maart 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 27 926 nr. 253). De Minister zegt toe (eind 2015) samen met VVE-Belang onderzoek te doen naar de problematiek bij gemengde VVE-complexen en de Tweede Kamer hierover te informeren. Kamerdebat 15-01-2015 Koopsector en energiebesparing. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 3 maart 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 27 926 nr. 253). De Minister zegt toe nader te bezien de mogelijkheden om het aanbod aan betaalbare huurwoningen voor de doelgroep GGZ-cliënten te stimuleren en daarover de Tweede Kamer nader te informeren. Brief d.d. 13 november 2015 Reactie op de brief van Federatie Opvang (FO), RIBW Alliantie en GGZ Nederland. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 23 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 228). Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2129 Omschrijving toezegging Vindplaats Stand van zaken De Minister zegt toe de Tweede Kamer nader te informeren over de opties verlichting van de ervaren problemen bij intermediaire verhuur Brief d.d. 13 november 2015 Reactie op de brief van Federatie Opvang (FO), RIBW Alliantie en GGZ Nederland. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 15 december 2015 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 210). De Minister zegt de Tweede Kamer een inventarisatie toe inzake hoeveel woning-corporaties een managementletter hebben. Kamerdebat 18-11-2015 Woningcorpo-raties. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 18 december 2015 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 29 453 nr. 411). De Minister zegt toe de Tweede Kamer nader te informeren over het onderzoek naar praktijkgevallen (motie Duivesteijn inzake Wooncoöperatie). Kamerdebat 18-11-2015Woningcorporaties. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 18 december 2015 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 29 453 nr. 410). De Minister zegt toe (nog dit jaar) de Tweede Kamer te informeren over de rekenrente van het WSW bij tijdelijke huisvesting, bijvoorbeeld minder dan tien jaar. Kamerdebat 26-11-2015Tweede Staat van de Woningmarkt. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 17 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 29 453 nr. 417). De Minister zegt toe de verworpen motie Smaling 30 196 nr. 343, (er bij woningcor-poraties op aan te dringen zich aan de wettelijke termijn voor het versturen van eindafrekeningen van energienota’s te houden) nader te bezien en de Tweede Kamer in najaar 2015/-begin 2016 te informeren. Kamerdebat juni 2015Energie. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 17 februari 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 34 415 nr. 1). De Minister zegt toe de Tweede Kamer na zomer 2015 (maar vóór de begrotingsbe-handeling) de Tweede Kamer te infor-meren over de motie Monasch/vdLinde inzake de omzetting van kantoren en zorgvastgoed naar woningen op het punt van de juridische problematiek en de uitvoeringsproblematiek van uitsluiten huurtoeslag. Kamerdebat 11-06-2015Diverse onderwerpen op het terrein van wonen. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 februari 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 218). De Minister zegt toe – begin 2016 – de Tweede Kamer verder te informeren over de uitvoering van de maatregelen die zijn genomen naar aanleiding van het eindrapport van de Tijdelijke commissie ICT-projecten. Brief d.d. 16 oktober 2015 Evaluatie pilotperiode BIT. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 12 februari 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 26 643 nr. 389). De Minister zegt toe de Tweede Kamer te informeren over de uitkomsten van pilots in het kader van de WIZ (wooninveste-ringszone) i.k.v. verbeteren functioneren VVE. Kamerdebat 27-03-2013 Evaluatie Wet overleg huurders verhuurder en functioneren VVE’s. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 4 april 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 221). De Minister zegt de Tweede Kamer toe – in reactie op vragen van De Vries (PvdA) – de Kamer schriftelijk te berichten over de mogelijkheid om gemeentes invloed te geven op de investeringen van zorgaan-bieders in zorgvastgoed. Vermoedelijk zal het Aanjaagteam Langer Zelfstandig Wonen dit punt in slotrapportage behandelen. De Minister zal na verschijning van de slotrapportage en voor het debat met de Kamer op dit punt reageren. Kamerdebat 02-12-2015 Huisvesting doelgroepen. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 23 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 228). Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2130 Omschrijving toezegging Vindplaats Stand van zaken De Minister zegt de Tweede Kamer toe schriftelijk te reageren op de praktijkvoor-beelden van het kenniscentrum Wonen en Zorg van Aedes en Actiz waaruit zou blijken dat de passendheidsnorm voor zorgwoningen de beschikbaarheid van dit soort woningen in gevaar brengt. Kamerdebat 02-12-2015 Huisvesting doelgroepen. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 23 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 228). De Minister zegt de Tweede Kamer om rapporten over ICT-kosten van vóór 1981 toe te zenden (indien deze terug te vinden zijn). Kamerdebat 18-11-2015 Begrotingsbe-handeling BZK 2016. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 12 februari 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 26 643 nr. 389). De Minister zegt de Tweede Kamer toe om met een positieve grondhouding het gesprek aan te gaan met de Vereniging voor Kleine Kernen over een verlening van de subsidie en hierover de Kamer te rapporteren. Kamerdebat 18-11-2015 Begrotingsbe-handeling BZK 2016. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 5 april 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 222). De Minister zegt toe de Tweede Kamer te informeren over gesprek met ProDemos. Hoe de infrastructuur en vooral de dienstverlening aan de scholen goed in stand kunnen blijven en in een brief aan de Kamer aangeven wat de uitkomst van dat gesprek is, wat de wensen van ProDemos zijn en in welke mate het Kabinet daaraan tegemoet wil komen. Kamerdebat 10-12-2015 Renovatie Binnenhof. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 1 februari 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 34 293 nr. 17). De Minister zegt toe de Tweede Kamer te informeren over de uitkomst van de gedachtewisseling (afweging of, en zo ja op welke wijze) inzake het wetsvoorstel Kwaliteitsborging in procedure gebracht gaat worden. Brief d.d. 29 januari 2016Stand van zaken wetsvoorstel Kwaliteits-borging. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 24 maart 2015 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 757 nr. 131). De Minister zegt de Tweede Kamer toe (binnen een jaar) de bevindingen van het ontslakkingsteam/-knelpuntenteam op het gebied van bouw, ruimtelijke ordening en milieu aan de Tweede Kamer te sturen. Kamerdebat 27-03-2014 Stelselwijziging bouwregelgeving. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 20 april 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 757 nr. 33). De Minister zegt de Tweede Kamer toe na de zomer te informeren over de voortgang en invulling van de samenwerkingsaf-spraken tussen Rijk en de regio’s. Kamerdebat 16-04-2015 Bevolkingsdaling/Krimp. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 18 maart 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 31 757 nr. 89). De Minister zegt toe de Tweede Kamer over de voortgang (aantal eenheden bewoond door EU-arbeidsmigranten) nader te informeren. Brief d.d. 30 september 2015 Antwoorden op de schriftelijke Kamer-vragen begroting Wonen en Rijksdienst (XVIII). Afgedaan. De Tweede Kamer is op 11 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 29 407 nr. 208). De Minister zegt toe – in het voorjaar van 2016 – de onderzoeken naar de wacht-lijsten bij woningcorporaties naar de Tweede Kamer te zenden. Parlementair agenda punt [26-11-2015] – Tweede Staat van de Woningmarkt. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 24 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 229). De Minister zegt toe over een tweetal punten in overleg te gaan met banken (over de hypotheekrente die na 30 jaar afloopt en de aflossingen daarvan en over het wijzen op een lagere rente als bijvoorbeeld de waarde van de woning is gestegen) en de Tweede Kamer hierover in het voorjaar te informeren. Kamerdebat 26-11-2015Tweede Staat van de Woningmarkt. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 30 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 243). Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2131 Omschrijving toezegging Vindplaats Stand van zaken De Minister zegt toe over de ontwikke-lingen m.b.t. betaalbaarheid van wonen n.a.v. het onderzoek Woon2015 (in het voorjaar van 2016) de Tweede Kamer te rapporteren. Kamerdebat 07-04-2015Woningcorporaties. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 6 april 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 223). De Minister zegt toe de Tweede Kamer naar aanleiding van de uitkomsten van het bestuurlijk overleg (uitvoeringsagenda 2015–2016) te informeren. Brief d.d. 10 april 2015 inzake Voort-gangsbrief Huisvesting EU-arbeidsmigranten 2014. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 11 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 29 407 nr. 208). De Minister reageert uiterlijk april 2016 op de brandbrief van het Platform Voorbe-reiding Stelselherziening (wetsvoorstel Kwaliteitsborging en private keurmerken) en de Cobouw berichten aan de Tweede Kamer van 10 maart 2016. Kamerdebat 16-03-2016 Bouwregel-geving en brandveiligheid. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 28 april 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 757 nr. 134). De Minister zegt toe de Tweede Kamer te informeren over de uitvoering en het effect verbeterplan SAM in de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2015. Brief d.d. 30 januari 2015 Eindrapport Tijdelijke commissie ICT-projecten. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 18 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 31 490 nr. 205). De Minister zegt toe (in de Jaarrapportage Rijk) de Tweede Kamer te informeren over de extra maatregelen die zijn genomen om de naleving van formele en informele regels te versterken. Brief d.d. 30 januari 2015 Eindrapport Tijdelijke commissie ICT-projecten. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 18 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 31 490 nr. 205). De Minister zegt de Tweede Kamer toe een nader overzicht van intensiveringen van de apparaatsuitgaven met zo mogelijk een uitsplitsing van het deel dat departe-menten binnen de eigen begroting hebben kunnen dekken (via de jaarrapportage bedrijfsvoering Rijk). Kamerdebat 11-02-2016 Rijksdienst. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 18 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 31 490 nr. 205). De Minister zegt toe de Tweede Kamer jaarlijks over de voortgang van de aanpak omtrent mobiliteit en flexibele inzet van personeel te informeren (via de jaarrap-portage bedrijfsvoering Rijk). Brief 24 november 2015Mobiliteit en flexibele inzet van personeel voor een toekomstbestendige rijksoverheid. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 18 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 31 490 nr. 205). De Minister zegt toe (met de Jaarrap-portage bedrijfsvoering Rijk) de rijksbrede analyse over ICT-projecten aan de Tweede Kamer te zenden. Brief d.d. 30 januari 2015 Eindrapport Tijdelijke commissie ICT-projecten. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 18 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 31 490 nr. 205). De Minister zegt toe (in de Jaarrapportage Rijk) de Tweede Kamer te informeren over de voortgang van de invoering van meerjarig traject departementale administraties. Brief d.d. 30 januari 2015 Eindrapport Tijdelijke commissie ICT-projecten. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 18 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 31 490 nr. 205). De Minister zegt toe de Tweede Kamer te informeren over de analyse van de CIO-oordelen, BIT-rapporten, Gateway Reviews en audits (via de Jaarrapportage bedrijfsvoering Rijk). Brief d.d. 30 januari 2015 Eindrapport Tijdelijke commissie ICT-projecten. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 18 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 31 490 nr. 205). De Minister zegt toe de Tweede Kamer te zijner tijd te informeren over de resultaten van de evaluatie (uitwisseling topma-nagers BZ en ABD). Brief d.d. 13 december 2013 Uitwerking zinsnede regeerakkoord «De Dienst Buitenlandse Zaken gaat per 1 januari 2013 vallen onder de Algemene Bestuursdienst». Afgedaan. De Tweede Kamer is op 18 mei 2016 per brief geïnformeerd (pagina 27), (TK 2015–2016, 31 490 nr. 205). Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2132 Omschrijving toezegging Vindplaats Stand van zaken De Minister zegt toe de Tweede Kamer eerder dan 1 juli 2016 (medio april-mei) te informeren d.m.v. een tussentijdse stand van zaken brief inzake de monitoring van gemeenten betreffende de halfjaarlijkse taakstellingen. Kamerdebat 29-03-2016Mondelinge vraag van het lid – het lid RONNES (CDA) aan de Minister voor Wonen en Rijksdienst over het bericht «Veel gemeenten hebben geen plan om asielzoekers te huisvesten» (Nu.nl, 26 maart 2016). Afgedaan. De Tweede Kamer is op 27 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 19 637 nr. 2193). De Minister (en de Staatssecretaris van VWS) zullen dit voorjaar 2016 het eindrapport van het aanjaagteam Langer zelfstandig wonen aan de Tweede Kamer toezenden, waarin ook wordt ingegaan op deze doelgroep (niet alleen op mensen met lichamelijke beperkingen, maar ook mensen met psychiatrische en verstande-lijke beperkingen). Brief d.d. 3 februari 2016Overlast door verwarde huurders. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 23 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 228). De Minister zegt toe de Tweede Kamer (binnen een half jaar) de Tweede Kamer te informeren over de resultaten van de motie Ronnes (werking NEF en mogelijke verbeteringen). Kamerdebat 29-10-2015 Energiebe-sparing gebouwde omgeving en funderingsherstel. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 30 196 nr. 457). De Minister zegt toe de resultaten van de evaluatie (nagegaan wordt of de uitvoe-ringspraktijk m.b.t. regelingen STEP als het FEH voldoende is verbeterd) aan de Tweede Kamer te zenden. Brief d.d. 18 juni 2015Onregelmatigheden Stimuleringsre-geling Energieprestatie Huursector (STEP). Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 30 196 nr. 457). De Minister zegt toe (medio mei 2016) de Tweede Kamer te kunnen informeren over de uitkomsten van het onderzoek inzake nog een aantal varianten voor de uitvoering van de renovatie Binnenhof te verkennen. Kamerdebat 10-12-2015Renovatie Binnenhof. Afgedaan De Tweede Kamer is op 26 april 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 34 293 nr. 19). De Minister zegt toe de voorstellen inzake wet- en regelgeving (verbetersuggesties goed functioneren VVE’s) in 2014 nader uit te werken en in 2015 aan de Tweede Kamer voor te leggen/te informeren (ook i.k.v. energiebesparing). Brief d.d.12 juni 2014 Verbetering functioneren VVE’s. Afgedaan. Het wetsvoorstel is op 30 mei 2016 door de Koning aan de Tweede Kamer aangeboden. De Minister heeft aangegeven in 2014 de regels rond de achtervangovereenkomst met WSW aan te passen en daarbij nogmaals te bezien of meer efficiency-prikkels in WSW systeem kunnen worden opgenomen (toezegging naar aanleiding vraag VVD) en de Tweede Kamer daarover te informeren. Kamerdebat 04-12-2013 Woningcorpo-raties. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 17 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 29 453 nr. 417). De Minister zegt toe (zodra er concrete resultaten zijn) uit de gesprekken dat het bestuur van het NEF voert met zowel Energie Nederland als met een aantal individuele energieleveranciers de Tweede Kamer hierover te informeren. Brief d.d. 2 juli 2015Voortgang energiebesparing gebouwde omgeving. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 18 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 30 196 nr. 457). De Minister zal de Tweede Kamer informeren naar aanleiding van gesprekken met banken en verzekeraars, etc. + een zelfreflectie op de categorieën (voors en tegens). Kamerdebat 29-03-2016 Mondelinge vraag van het lid KOOLMEES (D66) aan de Minister voor Wonen en Rijksdienst over het bericht «Tussenkomst adviseur bij kleine aanpassingen hypotheek onnodig» (Nu.nl, 25 maart 2016). Afgedaan. De Tweede Kamer is op 30 mei 2016 per brief geïnformeerd (TK 2015–2016, 32 847 nr. 243). Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2133 Omschrijving toezegging Vindplaats Stand van zaken De Minister zegt toe – naast de uitkomsten van het onderzoek naar de omvang van de financieringsproblematiek en de gemeen-telijke aanpak van funderingsherstel – de Tweede Kamer (in het najaar van 2014) te informeren over de voortgang van de pilotprojecten. Brief d.d. 14 februari 2014 Funderings-problematiek. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 1 juli 2015 per brief geïnformeerd (TK 2014–2015, 30 136 nr. 42).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2134 5.4 Subsidiebijlage In deze bijlage wordt de subsidiedefinitie van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gebruikt. Volgens artikel 4.21 van de Awb wordt onder een subsidie verstaan: «De aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.»Volgens deze definitie worden niet als subsidies aangemerkt: de aanspraken op financiële middelen die worden verstrekt op grond van een wettelijk voorschrift dat uitsluitend voorziet in verstrekking aan rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn ingesteld, en: de bekostiging van het onderwijs en onderzoek.Tabel Subsidies (Bedragen x € 1.000) Begrotings-artikel Naam subsidie(regeling) (met hyperlink naar vindplaats) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Aantal verle-ningen jaar 2015 Laatste evaluatie (jaartal) (met hyperlink naar vindplaats) Volgende evaluatie (jaartal) Einddatum subsidie (regeling) (jaartal) Woningmarkt 1.1 Begrotingsreserve NHG 0 26.932 0 0 0 0 0 0 – 2021 incidentele subsidiever-strekking 1.1 Bevordering Eigen Woningbezit (BEW)(inclusief de beschikking geldelijke steun EW 84) 9.748 7.122 6.922 6.239 6.239 6.239 6.239 12.200 Evaluatie BEW 2009 Betreft betalingen op verplich-tingen uit verleden. 2010 1.1 Huisvestingsvoorziening statushouders 25.000 37.500 25.000 0 – 2020 2021 1.1 Experimenten en kennisoverdracht op het gebied van betaalbaarheid wonen1 201 150 175 175 175 175 175 6 – 2016 2017incidentele subsidie-verstrekking 1.1 Saneringsbijdrage woningcorporatie WSG 8.367 15.033 1 – 2021 incidentele subsidiever-strekking 1.1 Woonconsumentenorganisaties (Stg. VAC-punt Wonen en Woonbond)1 1.201 1.135 1.127 1.061 1.061 1.061 1.061 2 – 2016 2017 1.2 Experimenten en kennisoverdracht wonen 4.679 1.968 1.926 1.926 1.926 1.801 1.801 16 – 2016 2017 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2135 Begrotings-artikel Naam subsidie(regeling) (met hyperlink naar vindplaats) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Aantal verle-ningen jaar 2015 Laatste evaluatie (jaartal) (met hyperlink naar vindplaats) Volgende evaluatie (jaartal) Einddatum subsidie (regeling) (jaartal) Woonomgeving en bouw 2.1 Beleidsprogramma energiebesparing1 12.869 7.922 2.500 1.400 1.300 1.298 1.298 23 Is meegenomen in beleidsdoor-lichting Energie en Bouwkwaliteit 2014 2016 2017 2.1 Beleidsprogramma bouwregelgeving1 3.320 1.028 1.228 1.120 1.120 1.120 1.120 11 – 2016 2017 Energiebesparing Koopsector 0 28.700 33.500 18.800 0 – Regeling wordt momenteel opgesteld 2.1 Energiebesparing verhuurders(Stimuleringsregeling energieprestatie huursector) 0 1.100 200 197.420 200.370 0 0 0 – 2020 2019 2.1 Innovatieregelingen gebouwde omgeving(FES IAGO)2 975 75 0 0 0 0 0 4 Is meegenomen in de beleids-doorlichting 2014 nvt 2016 2.1 Fonds duurzaam funderingsherstel 0 20.000 0 0 0 0 0 0 – 2020 incidentele subsidie-verstrekking 2.1 Revolverend fonds EGO2 0 35.000 0 0 0 0 0 0 – 2020 2019 2.1 Tijdelijke regeling blok voor blok 302 60 0 0 0 0 0 2 Evaluatie-rapportage blok voor blok 2014 nvt 2013 2.1 Tijdelijke stimuleringsregeling energiebesparende voorzieningen 607 0 0 0 0 0 0 7 De regeling is intern geëvalueerd. Is verder meegenomen in de beleids-doorlichting 2014. nvt 2012 2.2 Beleidsprogramma woningbouwproductie1 515 378 350 300 100 100 100 16 – 2016 2017 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2136 Begrotings-artikel Naam subsidie(regeling) (met hyperlink naar vindplaats) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Aantal verle-ningen jaar 2015 Laatste evaluatie (jaartal) (met hyperlink naar vindplaats) Volgende evaluatie (jaartal) Einddatum subsidie (regeling) (jaartal) 2.3 Experimenten en kennisoverdacht wonen 1.901 1.295 1.090 799 799 799 799 26 Is deels meege-nomen in beleidsdoor-lichting Programma Bevolkings-daling 2014 2016 2017 Kwaliteit Rijksdienst 3.1 Fysieke werkomgeving Rijk3 180 200 200 200 200 0 0 1 Onderzoeks-rapportage 2011 2019 incidentele subsidie-verstrekking 3.1 Subsidie A&O-fonds 3.400 3.400 3.400 3.400 3.400 0 0 1 Evaluatie A&O-fonds 2011 2016 2017 3.1 Subsidie Qiy3 100 0 0 0 0 0 0 1 – 2019 2015incidentele verstrekking 48.365 149.566 90.118 257.840 216.690 12.593 12.593 1 Subsidie wordt verstrekt obv Subsidiebesluit Experimenten en kennisoverdracht wonen 2013. Jaarlijks wordt aan de hand van beoordeling van activiteitenplan en begroting een beschikking opgesteld.2 Subsidieverzoeken worden incidenteel ingediend en vastgesteld.3 evaluatie heeft nog niet plaatsgevondenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2137 5.5 Evaluatie- en overig onderzoek Artikelnummer en naam Titel, onderwerp Start Afronding 1.1 Woningmarkt: Betaal-baarheid 1. Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelma-tigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Beleidsdoorlichting huurgeschillenbeslechtinghttps://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/27926/kst-27926–138?resultIndex=215&sorttype=1&sortorder=4 2008 2009 Beleidsdoorlichting artikel 1 begroting W&R http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2015D45624&did=2015D45624 2015 2015 Beleidsdoorlichting artikel 1 2021 2021 1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Evaluatie Verhuurdersheffing https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32847–248.html 2016 2016 3. Overig onderzoek Mogelijke effecten van de Kabinetsmaatregelen op de woningmarkthttp://www.rijksoverheid.nl/bestanden/documenten-en-publicaties/rapporten/2012/04/06/mogelijke-effecten-van-de-kabinetsmaatregelen-op-de-woningmarkt-doorkijk-tot-2020/mogelijke-effecten-van-de-kabinetsmaatregelen-op-de-woningmarkt-doorkijk-tot-2020.pdf 2011 2012 Evaluatie Leegstandswet http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2016D04258&did=2016D04258 2014 2015 Betaalbaarheid van het wonen in de huursectorhttp://www.pbl.nl/publicaties/betaalbaarheid-van-het-wonen-in-de-huursector-verkenning-van-beleidsopties 2015 2016 Evaluatie naar de gedeeltelijke vrijstelling van inkomsten uit kamer-verhuur 2016 2016 Evaluatie Huisvestingswet 2018 2019 1.2 Woningmarkt: Onderzoek en kennisoverdracht 1. Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelma-tigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Beleidsdoorlichting artikel 1 begroting W&R http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2015D45624&did=2015D45624 2015 2015 2.1 Woonomgeving en bouw: Energie en bouwkwaliteit 1. Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelma-tigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Energie besparen gaat niet vanzelfEvaluatie energiebesparingsbeleid voor de gebouwde omgevinghttp://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2014Z23818&did=2014D47980 2014 2014 Evaluatie Bouwbesluit 2012http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2014Z23818&did=2014D47980 2014 2014 Beleidsdoorlichting Bouwregelgeving 2020 2020 Beleidsdoorlichting Energiebesparing 2021 2021 2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelma-tigheid van beleid 2a. MKBA’s Effecten van Mogelijke Aanpassingen in Bouwbesluithttp://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2013/08/29/rapport-effecten-van-mogelijke-aanpassingen-in-bouwbesluit.html 2012 2013 Toegankelijk, bezoekbaar, aanpasbaarhttp://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2014/03/31/toegankelijk-bezoekbaar-aanpasbaar.html 2012 2013 Privatisering van kwaliteitsborging in de bouwhttp://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2013/09/23/mkba-privatisering-van-kwaliteitsborging-in-de-bouw.html 2012 2013 Wetsvoorstel kwaliteitsboring voor het bouwen http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2016D03877&did=2016D03877 2015 2016 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2138 Artikelnummer en naam Titel, onderwerp Start Afronding 3. Overig onderzoek Mogelijke effecten van de Kabinetsmaatregelen op de woningmarkthttp://www.rijksoverheid.nl/bestanden/documenten-en-publicaties/rapporten/2012/04/06/mogelijke-effecten-van-de-kabinetsmaatregelen-op-de-woningmarkt-doorkijk-tot-2020/mogelijke-effecten-van-de-kabinetsmaatregelen-op-de-woningmarkt-doorkijk-tot-2020.pdf 2011 2012 Aanscherpingsstudie EPC woningbouw en utiliteitsbouw 2015http://www.rvo.nl/sites/default/files/2014/01/Aanscherpingsstudie%20EPC%20woningbouw%20en%20utiliteitsbouw%202015.pdf 2012 2013 Evaluatie Blok voor Blokhttp://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2014/06/23/evaluatierapportage-blok-voor-blok.html 2014 2014 Quick scan EPV 2017 2017 Evaluatie wetsvoorstel EPV 2018 2018 Evaluatie Stimuleringsregeling Energieprestatie verhuurders (STEP) 2019 2020 Evaluatie totstandkomingsproces bouwbesluit 2012http://www.rijksoverheid.nl/bestanden/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2013/06/25/kamerbrief-over-evaluatie-totstandkomingsproces-bouwbesluit-2012/kamerbrief-over-evaluatie-totstandkomingsproces-bouwbesluit-2012.pdf 2012 2013 Naar een andere verdeling van verantwoordelijkheid in de bouw (Instituut voor Bouwrecht)http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2013/02/01/rapport-naar-een-andere-verdeling-van-verantwoordelijkheid-in-de-bouw.html 2012 2013 Quick Scan Autoriteit Private Kwaliteitsborging (Brinkgroep)http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2013/06/01/ruimte-voor-ambitie.html 2012 2013 Positie bouwconsument (Stichting Economisch Onderzoek)http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2013/09/01/positie-bouwconsument.html 2013 2013 Erkende technische oplossingen (Expertisecentrum regelgeving bouw)http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2013/11/29/rapport-erkende-technische-oplossingen.html 2013 2013 Eindgebruiker en opdrachtgever in de bouw: lessen uit het buitenland (Economisch Instituut voor de Bouw)http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2014/03/21/rapport-eindgebruiker-en-opdrachtgever-in-de-bouw.html 2013 2014 Evaluatie Stelsel private kwaliteitsborging 2018 2019 2.2 Woonomgeving en bouw: Woningbouwproductie 1. Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelma-tigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Beleidsdoorlichting woningbouwproductie 2016 2016 Beleidsdoorlichting woningbouwproductie 2020 2020 3. Overig onderzoek Evaluatie woningbouwafspraken 2005–2009http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2011/02/17/evaluatie-woningbouwafspraken-2009.html 2011 2011 Evaluatie stimuleringspakket woningbouwhttp://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2012/01/24/evaluatie-stimuleringspakket-woningbouw.html 2011 2012 Eindmeting Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing Kamerstukken II, 2014–2015, 30 136, nr 41 http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2015Z03292&did=2015D06777 2014 2015 2.3 Woonomgeving en bouw: Kwaliteit woonomgeving 1. Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelma-tigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Doorzetten en loslaten. Toekomst van de wijkenaanpak. Visitatiecom-missie wijkenaanpakhttp://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2011/06/30/eindrapportage-visitatiecommissie-wijkenaanpak-doorzetten-en-loslaten-deel-1.html 2011 2011 Beleidsdoorlichting van het Programma Bevolkingsdalinghttp://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2014D47938&did=2014D47938 2014 2014 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2139 Artikelnummer en naam Titel, onderwerp Start Afronding Beleidsdoorlichting Kwaliteit woonomgeving 2020 2020 1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Tussenbalans «Zichtbare schakel. De wijkverpleegkundige voor een gezonde buurt.»https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-146697 2012 2012 Vrijstelling overdrachtsbelasting stedelijke herstructurering 2016 2016 3. Overig onderzoek Evaluatie en advies uitvoeringsagenda Ortega-gemeentenhttp://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2012/03/02/evaluatie-en-advies-uitvoeringsagenda-ortega-gemeenten.html 2011 2012 Evaluatie van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiekhttp://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2012/07/18/kamerbrief-over-wet-bijzondere-maatregelen-grootstedelijke-problematiek.html 2011 2012 Wetenschappelijke evaluatie Wet bijzondere maatregelen groot stedelijke problematiekhttps://www.rijksoverheid.nl/regering/inhoud/bewindspersonen/stef-blok/documenten/kamerstukken/2015/11/20/kabinetsreactie-op-rapport-wetenschappelijke-evaluatie-van-de-wet-bijzondere-maatregelen-grootstedelijke-problematiek 2014 2015 2.4 Woonomgeving en bouw: Revolverend Fonds Energie-besparing Verhuurders 1. Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelma-tigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Revolverend fonds EGO en revolverend fonds energiebesparing verhuurders 2021 2021 3 Kwaliteit Rijksdienst 1. Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelma-tigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Evaluatie Arbeidsmarktcommunicatiestrategie Rijk en ingezette activi-teiten en instrumentenhttp://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2014Z23815&did=2014D47965 2014 2014 Beleidsdoorlichting artikel 3 exclusief Bureau ICT Toetsing (BIT) 2019 2019 Beleidsdoorichting Bureau ICT Toetsing (BIT) 2020 2020 1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Doorlichting agentschap UBR 2014 2015 Doorlichting agentschap P-Direkt 2014 2016 Doorlichtig agentschap DHC http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2015D18378&did=2015D18378 2013 2015 Onderzoek doelmatigheid SSO’s 2015 2015 Evaluatie Arbeidsmarktcommunicatiestrategie Rijk 2018 2018 Evaluatie ABD 2018 2018 3. Overig onderzoek Betaalgedrag van de rijksoverheidhttp://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2009Z16567&did=2009D43350 – 2009 Modernisering van de overheid Modernisering informatiehuishouding Rijkhttp://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2009Z13624&did=2009D35265 – 2009 Vierde Voortgangsrapportage Vernieuwing Rijksdiensthttp://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2009Z16463&did=2009D42967 – 2009 Derde Voortgangsrapportage Vernieuwing Rijksdiensthttp://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2009Z09656&did=2009D25251 – 2009 Sociaal Jaarverslag Rijk 2008http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2009D23705&did=2009D23705 – 2009 Sociaal Jaarverslag Rijk 2009http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2010D22268&did=2010D22268 – 2010 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2140 Artikelnummer en naam Titel, onderwerp Start Afronding Evaluatie beheersmaatregelen grote ICT_projectenhttp://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2011Z02222&did=2011D05592 2010 2011 Vernieuwing van de rijksdiensthttp://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2011Z10277&did=2011D25479 – 2011 Doeltreffendheid en effecten van de Kaderwet adviescolleges, Evaluatie Kaderwet Adviescolleges:Derde staat van advies 2005 – 2010http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2011Z22276&did=2011D54397 – 2011 Trendnota Arbeidszaken Overheidspersoneel 2010 «De grote uittocht»http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2011Z15402&did=2011D37722 – 2011 Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2010http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/jaarverslagen/2011/05/12/jaarraportage-bedrijfsvoering-2010.html – 2011 Sociaal Jaarverslag Rijk 2010http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/jaarverslagen/2011/05/12/sociaal-jaarverslag-rijk-2010.html – 2011 Herziene versie Evaluatie Kaderwet ZBO’shttp://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2012Z08933&did=2012D18864 2011 2012 Informatie- en communicatietechnologie (ICT): Webrichtlijnenhttp://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2012Z20458&did=2012D44383 – 2012 Feiten en Cijfers. Werken in de publieke sector, 2012http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2012Z13776&did=2012D29183 – 2012 Vernieuwing van de rijksdiensthttp://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2012Z12426&did=2012D26418 – 2012 Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2011http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/jaarverslagen/2012/05/10/jaarrapportage-bedrijfsvoering-rijk-2011-tot-en-met-bijlage-4.html – 2012 Doorlichting agentschap FMHaaglandenhttp://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/brieven/2014/03/26/aanbieding-doorlichting-agentschap-fmhaaglanden.html – 2012 Eindrapport «De Grote Uittocht Herzien»http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2013D44767&did=2013D44767 2013 2013 Feiten en Cijfers Werken in de publieke sectorhttp://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2013Z11351&did=2013D23492 2013 2013 Kabinetsreactie op het rapport «Verbinding Verbroken?»http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2013D12606&did=2013D12606 2013 2013 Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2012http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2013/05/01/jaarrapportage-bedrijfsvoering-rijk-2012.html 2013 2013 Doorlichtingsrapport Logiushttp://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/brieven/2013/07/04/aanbiedingsbrief-bij-het-doorlichtingsrapport-logius.html 2013 2013 Evaluatie implementatie social return rijksoverheidhttp://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2014Z18999&did=2014D38574 2014 2014 Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2013http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2014Z09163&did=2014D18067 2014 2014 Instelling Nationaal Commissaris Digitale Overheidhttp://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2014Z09822&did=2014D19638 2014 2014 Zelfstandige bestuursorganen, Het kabinetsbeleid ten aanzien van zbo’sVindplaats: http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2014Z08628&did=2014D16933 2014 2014 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2141 Artikelnummer en naam Titel, onderwerp Start Afronding Zelfstandige bestuursorganen, Onderzoek naar de herpositionering van zbo’shttp://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2014Z01026&did=2014D02114 2014 2014 Evaluatie Kaderwet Adviescolleges https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2016D01496&did=2016D01496 2015 2016 Audit Baseline Informatiehuishouding Rijk 2015 2016 Evaluatie sociale voorwaarden Rijksinkoopbeleid, Maatschappelijk verantwoord ondernemenhttp://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2015D03223&did=2015D03223 – 2015 ADR rapportage Quick scan inkoop en integriteit en afdoening motie inkoopstelselhttp://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2015Z00644&did=2015D01346 2014 2015 Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2014 http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2015D18378&did=2015D18378Kamerstukken 20150520, 31 490 nr 174 2015 2015 Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2015 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2016/05/02/jaarrapportage-bedrijfsvoering-rijk-2015 2016 2016 Tussenevaluatie Bureau ICT Toetsing (BIT) 2016 2016 Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2016 2017 2017 Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2017 2018 2018 Tussenevaluatie Bureau ICT Toetsing (BIT) 2018 2018 Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2018 2019 2019 Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2019 2020 2020 Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2020 2021 2021 Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2021 2022 2022 6.2 Uitvoering Rijksvastgoed-beleid: Beheer materiele activa 1. Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelma-tigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Beleidsdoorlichting Kader Overname Rijksvastgoed (KORV) 2019 2019 Beleidsdoorlichting artikel 6.1 Doelmatige uitvoeringspraktijk van de Rijkshuisvesting 2021 2021 3. Overig onderzoek Evaluatie overdracht monumenten aan de NMO 2020 2020Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XVIII, nr. 2142
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.